Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




Mark Lotz Quartet - 'Blue Moods' (VIA Jazz, 1999) ***½

Alweer zeven jaar geleden bracht het kwartet van de in Duitsland geboren fluitist Mark Alban Lotz deze 'Blue Moods' uit. Het album werd in 1993 en 1998 opgenomen in de Kwetterhof Studio te Wormerveer.

Het grappige aan deze kwartetplaat is de constatering dat er in totaal zeven musici te beluisteren zijn. En dat is niet zo verwonderlijk, omdat twee van de tien tracks op dit album door andere musici ingekleurd worden. Het vaste kwartet wordt hier gevormd door Mark Lotz, spelend op twee soorten fluit, Peter Beets op piano, Wim Kegel op slagwerk en Marius Beets op contrabas. Die laatste drie worden op de eerste en achtste track afgelost door pianist Erik Doelman, drummer Ben Schröder en bassist Sander Tekelenburg.

In de liner notes valt te lezen dat het blijkbaar de bedoeling van dit album is om te vol-doen aan vragen van aanhangers van Mark Lotz, om na jarenlange productie van avant-garde muziek, moderne jazz en world music nu eindelijk eens een album uit te gaan brengen met zogeheten 'mood music'. Het resultaat mag er zijn, een uiterst melodieus album, gevormd door een mix van jazzmuziek, enkele malen afgewisseld met latin jazz en dat alles op een erg hoog niveau van uitvoering. In Lew Tabackins 'Desert Lady' is een mooi samenspel tussen fluit en contrabas te beluisteren.

Een minpunt vormt Lotz' aandrang om - net als Chet Baker indertijd - in het nummer 'This Is Always' ook zijn vocale capriolen tentoon te willen spreiden. Gelukkig duurt dit nummer slechts een krappe vier minuten. 'Blue Moods' is een zeer beluisterenswaardig album met prachtig fluitspel in samenhang vormgegeven met de genoemde musici, maar zal niet als een écht revolutionair album in de jazzgeschiedenis te boek komen te staan.

(Rolf Polak, 31.8.06) - [print] - [naar boven]





Singer Laren Jazz Award voor Marius Beets

De initiatiefnemers van Laren Jazz waren het in 2003 al snel onderling eens. De weder-opstanding van jazz in Laren verdiende een prestigieuze muziekprijs. De belangrijkste criteria voor toekenning zijn: een Nederlandse jazzmusicus (m/v), jong en talentvol.

Heel kort voor het zo plotselinge overlijden op 7 mei jl. van Han Reiziger had de jury een begin gemaakt met de nominaties voor de Singer Laren Jazz Award 2006. Op Reizigers lijstje stond de naam Marius Beets bovenaan en de twee andere juryleden Dick Bakker en Cees Schrama waren het er direct mee eens: Marius Beets (1966) moet de prijs dit jaar krijgen. De Award wordt zaterdagavond 2 september om 23.00 uur tijdens Laren Jazz 2006 uitgereikt door juryvoorzitter Schrama, voorafgaand aan een heel bijzonder concert van alle Singer Laren Jazz Award-winnaars tot nu toe.

Laren Jazz 2006 biedt overigens een aardig programma. Op zaterdagavond geeft wereld-topper Oleta Adams een optreden in de concertzaal van het Singer Theater. In de tuin swingende klanken van The Pasadena Roof Orchestra, Candy Dulfer en de New Cool Collective Big Band. In de foyer spelen Frits Landesbergen, Jeroen de Rijk, Johan Clement, Eric Timmermans en zangeres Joke Bruijs.

Meer weten?
  • De website van het Laren Jazz Festival.

    (Jacques Los, 30.8.06) - [print] - [naar boven]





    'Baby Loves Jazz' brengt kinderen aan de jazz

    Andy Blackman Hurwitz, een veteraan uit de muziekindustrie in dienst van het Verve-label, kwam met het concept 'Baby Loves Music': een cd-serie die ouders een manier biedt om hun kinderen te laten kennismaken met verschillende muziekgenres op een niet-kinderachtige wijze, want het gaat om echte muziek, gespeeld door echte muzikanten.

    Na het succes van 'Baby Loves Disco', 'Baby Loves Hip Hop' (geproduceerd door hiphop-ster Prince Paul) en 'Baby Loves Salsa' (met het Spanish Harlem Orchestra) is er nu 'Baby Loves Jazz: Go Baby Go', een cd met een aantal favoriete kinderliedjes die worden geïnterpreteerd in een variëteit aan jazzstijlen.

    De playlist bevat onder meer 'Ten Little Monkeys', 'The Wheels On A Bus', 'I’ve Been Working On The Rail Road' en 'Old MacDonald', die hier is veranderd van boer in band-leider en zo alle musici kan introduceren ("Old MacDonald had a band, eeyah eeyah hoo..."). Met 'Scat Song' kunnen de kinderen leren scatten. Verder kunnen ze toeteren en meetrommelen. Korte tussenstukjes laten de kinderen kennismaken met instrumenten als saxofoon, trompet en bas. Het album is qua tracklisting en arrangementen bovendien zo opgebouwd, dat tegen het einde van de cd de kleintjes in slaap kunnen vallen met de trilogie 'You Are My Sunshine', 'Banana Boat Song' en 'Lullabye'.

    'Go Baby Go' wordt uitgevoerd door een imposante band. Sharon Jones en Babi Floyd (Rolling Stones, Steely Dan) wisselen elkaar af op zang. Zij worden begeleid door Steven Bernstein (Sex Mob) op trompet, Briggan Krauss (Sex Mob) op saxofoon, John Medeski (Medeski, Martin & Wood) op toetsen, Ben Perowsky (Dave Douglas, John Zorn) op drums, en Brad Jones (Marc Ribot, Jazz Passengers) en Lonnie Plaxico (Dizzy Gillespie, Cassandra Wilson) op bas.

    Deze band gaat in de herfst op tournee door de Verenigde Staten met speciale 'Baby Loves Jazz'-concerten. Het live-debuut is in september op het Monterey Jazz Festival.

    (Maarten van de Ven, 30.8.06) - [print] - [naar boven]





    Trygve Seim - 'Sangam' (ECM, 2004) ****

    Met een optreden op het North Sea Jazz Festival van 2006 liet Trygve Seim met zijn orkest horen waartoe het in staat is. Opvallend zijn de ongewone composities en de betoverende harmonieën. De sterke betrokkenheid en inzet van de musici weerklinkt. Seims orkestsamenstelling en muziek zijn uitzonderlijk en de subtiliteit van de klankleuren die hij beoogt vragen een hoge graad van discipline en muzikale toewijding om specifieke soundscapes tot klinken te brengen. Met een bezetting van tenor-/sopraan/bassaxofoon, klarinet, bas- en contra-basklarinet, trompet, twee trombones, Franse hoorn, tuba, cello, accordeon en drums. In zijn harmonieën keuze doet hij soms denken aan Gil Evans. Repe-terende ensembleriffs en etherische klanken onder de solisten verhogen de spanning. Vanuit het niets ontstaat...

    'The Beginning And The End' is een indringende compositie, waarin trompettist Arve Hendriksen met veel gevoel de melodielijn blaast. Hij beschikt over een rijk klankenpallet met veel half-valve spel. Hij zingt letterlijk en figuurlijk, fluistert en zucht op zijn instru-ment zoals ook Vloeimans dat gesublimeerd heeft en je ontkomt niet aan de magische aantrekkingskracht van zijn spel. 'Himmelrand I Tidevand' is een suite met in Part 3 een niet te missen solo op bassaxofoon van Nils Jansen. Lars Andreas Haug laat in 'Trio' horen welke schitterende vervreemdende klankmogelijkheden er schuilen in een doorgaans weerbarstig instrument als de tuba, waarop hij magistraal weet te communiceren.

    Deze muziek vraagt om totale aandacht en overgave en men moet zich openstellen voor de wonderlijke klankwereld van Trygve Seim. Eenmaal in dat stadium beland, zal men in ruil daarvoor veel moois terugontvangen en wordt de vraag 'Is dit nog wel jazz?' volslagen irrelevant.

    Meer weten?
  • Onze recensie van het concert dat Trygve Seim gaf tijdens het North Sea Jazz Festival 2006.

    (Cees van de Ven, 29.8.06) - [print] - [naar boven]



    North Sea Jazz

    North Sea Jazz impressies: Chris Botti
    zondag 16 juli 2006, Ahoy, Rotterdam

    'Gladde meuk', onderbouwde Koen Schouten in de Volkskrant-bijlage ter gelegenheid van North Sea 2006 zijn afraden van het concert van de Amerikaanse trompettist Chris Botti. Aangezien uw recensent graag een goede plaats had bij het concert van het Branford Marsalis Trio met Roy Haynes, zag hij zich evenwel genoodzaakt het voorafgaande optreden van Botti in de Hudson-zaal mee te pikken. De in Portland, Oregano geboren trompettist bewees de critici en sceptici echter ongelijk met een prima uitgebalanceerd concert, waarin hij zich naast een begenadigd muzikant tevens een volleerd entertainer toonde.

    Botti heeft een uitstekende leerschool achter de rug. Nog tijdens zijn schooltijd begon hij als professioneel muzikant. Na zijn muziekstudie aan de universiteit van Indiana vertrok hij naar New York, waar hij les kreeg van saxofonist George Coleman en trompettist Woody Shaw. Onder de hoede van producers als Hugh Padgham en Arif Mardin ontwik-kelde hij zich tot een veelgevraagd sessiemuzikant. Maar vooral met zijn vijfjarig dienst-verband in de band van Paul Simon en zijn deelname aan de 'Brand New Day'-wereldtour van Sting in 2001 kneedde hij zijn stiel.

    De setlist kenmerkte zich door veel variatie in dynamiek; een fraaie mix van energieke up-tempo nummers en introspectieve, mijmerende ballads. Het programma bestond voor-namelijk uit covers. Zo hoorden we een in tempo en volume wisselend 'When I Fall In Love', Miles Davis' 'Flamenco Sketches' ("The most famous jazzsong without a melody", aldus Botti), een smaakvol arrangement van Leonard Cohens 'A Thousand Kisses Deep' en het 'Love Theme' uit de film 'Cinema Paradiso'. Daarnaast was er steviger (eigen?) werk met een funky, poppy inslag, waarbij er plots zomaar een flard van de Police-stamper 'When The World Is Running Down, You Make The Best Of What’s Still Around' voorbij kon schieten.

    Natuurlijk staat en valt alles met de uitvoering. En die was top, want Chris Botti wist zich omringd door niet de geringste sidemen. Het meest in het oog sprongen gitarist Marc Whitfield - die op semi-akoestische gitaar zowel stuwende ritmes kon ontwikkelen als virtuoze solo's wist uit te spuwen - en drummer Billy Kilson, voormalig lid van het Dave Holland Quintet. Een geweldenaar, die subtiel bekken- en hihatwerk moeiteloos afwisselt met steenharde beats. Minder op de voorgrond tredend, maar als schakels daarom niet minder belangrijk, waren pianist Billy Childs en bassist Jon Ossman.

    Botti zelf toonde zich een vakman, die luisteraars wel degelijk kan meevoeren met lyrisch en gloedvol spel. Zijn trompet kon zowel intimistisch gedempt als brutaal open klinken. Met pyrotechnics in de snellere passages en lang aangehouden noten toonde hij zich soms even de showman, die zeker ook in hem huist. Maar PR-stunt of niet, de aubade die hij een kind op de voorste rij bracht oogde en voelde in ieder geval authentiek. Botti, die de jongen eerder al wat weggesprongen drumstokken had toegeworpen, sprong van het podium, liep naar de jongen, maakte even een praatje en blies 'My Funny Valentine' oog in oog met het verraste ventje, slechts ondersteund door een smaakvolle begeleiding van Childs.

    Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.

    Deze recensie is de vierde in een reeks concertverslagen van het North Sea Jazz 2006.

    (Maarten van de Ven, 28.8.06) - [print] - [naar boven]





    Mory Kante hoofdgast op het Seven Bridges Jazz Festival 2006

    Mory Kante, bekend van zijn wereldhit 'Yeki Yeki', gaat met zijn West-Afrikaanse ritmes het eindspektakel verzorgen van het Seven Bridges Jazz Festival. Zaterdag 2 september vindt dit enige gratis jazzfestival van Amsterdam plaats op twee podia aan de Reguliers-gracht. Het programma verkent de uitersten van de jazz. De line-up bestaat uit zowel bekende en ervaren muzikanten als uit jonge virtuoze talenten. Het festival dankt zijn naam aan de bijzondere locatie; vanaf de Herengracht biedt dit stukje Reguliersgracht zicht op zeven bruggen.

    Michiel Borstlap en Benjamin Herman zetten deze keer de toon. Beiden zijn present met hun eigen groep. Daarnaast treden C-mon & Kypski op met hun combinatie van draaitafel en live-instrumenten. Ooit openden ze het pretentieuze Prinsengrachtconcert, nu zullen ze laten horen hoe zij met een jazzconcert omgaan. Zoals gezegd is er dus ook ruimte voor jong talent. De Jazz Juniors en Jazzmania Big Band van de Muziekschool Amsterdam openen het festival. Verder geeft vocalist Wouter Hamel, een aanstormend talent, acte de présence.

    Meer weten?
  • De website van het festival.

    (Jacques Los, 28.8.06) - [print] - [naar boven]





    Richard Galliano - 'Piazzolla Forever' (Pink/Freyfus Jazz, 2006) DVD
    Théâtre des Bouffes du Nord, Parijs, 8 juni 2005


    De Franse accordeonist Richard Galliano heeft zijn sporen onder meer in de jazz verdiend. Vandaar dat ook dit project, een eerbetoon aan de Argentijnse tangocomponist Astor Piazzolla, is uitgebracht door het jazzlabel Dreyfus, en bij mij in de speler belandde. Een wereldtournee van 200 concerten met zijn septet (twee violen, altviool, cello, contrabas en piano), en de apotheose in een prachtig klassiek Frans theater, subliem gefilmd in warm licht met inventieve camerabewegingen. Een meeslepend concert, bestaande uit stukken van Piazzolla en van Galliano zelf, die behalve accordeon en bandonéon ook accordina speelt, een eigentijdse versie van de melodica, met de mond aangeblazen
    en met knoppen bespeeld.

    De met bijna drie uur speelduur royaal uitgevallen dvd bevat ook een documentaire (interviews, repetities, tangodans), een aardige tekenfilm op tangomuziek en een disco-grafie van Galliano. De concertopnamen en de documentaire werpen een helder licht op de gedrevenheid van deze Franse musici, die ook de ingewikkeldste arrangementen van Piazzolla's bepaald niet gemakkelijke muziek met schijnbaar gemak uit het hoofd spelen.

    Deze recensie verscheen eerder in HVT Magazine.

    (René de Cocq, 28.8.06) - [print] - [naar boven]





    Blue Note Records Festivalverslag Part 3
    18 juli 2006, Blue Note Records Festival, Bijloke, Gent

    Op dinsdag kregen we van Uri Caine en het Bedrock Trio humor van de bovenste plank. Caine baseert zich op een aantal samples - of begeleidt een langere sample - om daaruit een aantal elementen te lichten waarop de groep dan verder bouwt. Populaire deuntjes worden quasi-onherkenbaar uitgewerkt via drumsolo's die worden opgepikt door bas en orgel. Zeer geslaagd.

    Hetzelfde kan helaas niet worden gezegd van Madeleine Peyroux, die er zich over ver-wonderde dat het Vlaamse publiek niet meteen happig was een 'Hello Holland!', en er eigenlijk liever de brui aan had gegeven. Muzikaal stelde Peyroux niet zo bijster veel voor; het contrast was redelijk groot met de vakkundigheid van Michel Herr & Life Lines die voor haar hadden opgetreden.

    Maar dan was er Toots Thielemans natuurlijk. Een sublieme bezetting met de blinde pianist Bert Van den Brink en Hein van de Geyn op bas, maar wat kwam in hemelsnaam Trijntje Oosterhuis op de set zoeken?! Haar stem was veel te vlak en monotoon, met weinig onderbouw of draagkracht. Een spijtig accent bij een anders zo mooi klinkend trio.

    Het eerste gedeelte van het Blue Note Records Festival werd gekenmerkt door gedegen muziek. Ook over de publiekstrekkers, die vooral in het tweede gedeelte de overhand namen, waren we in grote mate te spreken. Madredeus bracht het Gentse publiek waar het voor gekomen was, Mariza bezorgde ze net dat ietsje meer. Ook Zorn en Reeves lostten de verwachtingen moeiteloos in. Onze top vijf bestaat uit - in chronologische volgorde - Dianne Reeves, John Zorn, Jason Moran, Paolo Fresu, en Romano-Sclavis-Texier.

    29.000 Mensen bezochten het festival, dat is zo'n 20% meer dan vorig jaar. Directeur Bertrand Flamang is duidelijk op goede weg. Democratische prijzen, gekoppeld aan kwaliteit, zowel wat betreft de programmatie als de sfeer en de catering, zorgen hopelijk voor een blijvende erkenning van het Blue Note Records Festival. De eenmalig subsidie van 100.000 euro door de Nationale Loterij is alvast een stap in de goede richting.

    Klik hier voor een fotoverslag van deze concerten en hier voor de website van het BNRF.

    (Bruno Bollaert, 27.8.06) - [print] - [naar boven]





    Pascal Schumacher Quartet - 'Personal Legend' (Igloo, 2005) ****

    Een mooie manier om kennis te maken met dit Belgische kwartet, dat bestaat uit Pascal Schumacher (vibrafoon), Jef Neve (piano), Christophe Devisscher (bas) en Teun Verbruggen (drums). Er is passie, emotie, rust, energie, dynamiek, sfeer en harmonie en dit alles met een perfect gevoel voor dosering. Dit kwartet speelt de Gulden Snede!

    Alle leden leverden composities. 'Kitchen Story' van Schumacher is een stuk met plotse wisselingen in tempo en volume. 'Film Music' van Neve is een repetitieve compositie van beeldende, sferische aard. Schumachers spel gaat van minimalistisch tot uitbundige barokke weelderigheid. Geraffineerd en verrassend word je in 'Quartz' van Devisscher voortdurend op het verkeerde been gezet en dat mist zijn uitwerking niet. Pascal Schumacher verstaat in de titelsong 'Personal Legend' de kunst van het weglaten en bereikt daarmee een fraaie spanningsboog. De standard 'You And The Night And The Music' klinkt herboren fris en onherkenbaar in een originele uitvoering. Zo kan een tot
    op de draad versleten standard weer worden opgeknapt en een nieuw leven krijgen!

    Het spel van Jef Neve is helder en transparant. Hij nuanceert afwisselend met ferme aan-slag of een fluweelzacht toucher, wat goed te beluisteren is in Schumachers voortref-felijke compositie 'Leap Year'. Klein minpuntje is dat het drumwerk van Teun Verbruggen enigszins verdoekt klinkt en daardoor wat helderheid en frisheid mist. Kwaliteiten die juist zo kenmerkend zijn in zijn spel. Met het sfeervolle en laid back uitgevoerde 'Los Dos Lorettas', een compositie van Mainieri, besluit dit kwartet in alle rust met een verrassend abrupt slot met een open einde deze bijzondere cd.

    (Cees van de Ven, 26.8.06) - [print] - [naar boven]





    Maynard Ferguson overleden

    Woensdag 23 augustus is de Canadese jazztrompettist en bandleider Maynard Ferguson op 78-jarige leeftijd overleden. Hij stierf in het ziekenhuis van Ventura, in de Amerikaanse staat Californië, aan nier- en leverfalen als gevolg van een buikinfectie.

    Walter 'Maynard' Ferguson werd geboren in Montreal op 4 mei 1928. Hij kwam uit een muzikaal nest. Zijn vader was violist bij het symfonieorkest van Ottawa. Al op vierjarige leeftijd kreeg Ferguson pianoles. Hij leerde ook de klarinet en de viool te bespelen, maar koos uiteindelijk voor de trompet, het instrument dat hem wereldberoemd zou maken.

    Fergsuon begon zijn loopbaan als trompettist op 13-jarige leeftijd bij de big band van de Canadese omroep CBC. Hij studeerde aan het conservatorium van Montreal en verhuisde in 1949 naar de Verenigde Staten. Daar speelde hij samen met de grootste bandleiders van de jaren '40 en '50, waaronder Count Basie, Duke Ellington, Dizzy Gillespie, Charlie Barnett, Jimmy Dorsey en Stan Kenton. In 1945 kreeg de pas 17-jarige Ferguson de leiding over zijn eigen big band. In de loop der jaren maakten grootheden als Chick Corea, Chuck Mangione, Bill Chase, Bob James, Slide Hampton, Wayne Shorter, Greg Bissonette, Peter Erskine, Joe Zawinul, Willie Maiden and Don Ellis deel uit van Fergusons band.

    Toen de populariteit van de jazz eind jaren zestig afnam, vertrok Ferguson met zijn gezin naar India, waar hij zich verdiepte in oosterse muziek en filosofie. Na een kort verblijf in Engeland vestigde hij zich rond 1970 in Californië. Daar sloeg hij een commerciële weg in, bijvoorbeeld door popsongs als 'MacArthur Park' en 'Hey Jude' voor big band te bewerken, wat destijds een noviteit was. Het orkest van Ferguson wist het einde van het big band-tijdperk te overleven.

    Als trompettist was Ferguson vooral bekend door zijn vermogen om met het grootst mogelijke gemak absurd hoge en toch zuivere noten uit zijn instrument te toveren. Hij ontdekte in zijn conservatoriumtijd al dat hij een voor een trompettist abnormaal groot bereik had, en maakte daar zijn handelsmerk van.

    Hij nam meer dan 60 albums op en ontving diverse onderscheidingen en prijzen, waar-onder een Grammy-nominatie voor 'Gonna Fly Now' (themasong van de film 'Rocky'). In 2005 kreeg hij de Orde van Canada, de hoogste nationale decoratie van dat land. Verder ontving Ferguson de prestigieuze DownBeat Award van het gelijknamige Amerikaanse jazztijdschrift.

    'The Boss', zoals Fergusons bijnaam luidt, was een publiekslieveling; hij speelde decennia-lang voor volle zalen. Zijn recente dvd 'Live At The Top' bevat een van zijn meest memo-rabele concerten: een gig in het Plaza Hotel in Rochester, New York in 1975, waar de trompettist samen speelt met Stan Mark, Ernie Garside en Bruce Johnston.

    Ferguson bleef ook op hoge leeftijd zeer actief. Zo toerde hij onlangs nog met de Big Bop Nouveau Band (waarmee hij net een nieuw album had afgerond) door de Verenigde Staten. In de herfst stond een tour gepland, die half september had moeten beginnen in Tokio. Daarnaast was hij gevraagd om in januari 2007 te komen spelen ter gelegenheid van de 80ste verjaardag van de koning van Thailand.

    (Maarten van de Ven, 26.8.06) - [print] - [naar boven]





    Veel jazz op Amsterdamse Uitmarkt

    Komend weekend biedt de Uitmarkt in Amsterdam een keur aan gratis toegankelijke concerten van topacts uit de Nederlandse jazzscene, waaronder Jesse van Ruller, Bas van Lier, Tineke Postma, Robert Rook, Francien van Tuinen, Zapp Stringquartet en Susanne Alt.

    Ook drie groepen van het Jazz in Motion-label treden op. Zaterdag speelt op het Beurs-plein Yuri Honing Wired Paradise (14.30 - 15.00 uur). Gitarist Paul Jan Bakker (bekend van Kane, Anouk en de nieuwe groep Seven) vervangt Frank Möbus. Bij volgende concerten van Wired Paradise zullen Bakker en Möbus waarschijnlijk beiden deel uitmaken van de groep.

    In het Bethaniënklooster geeft het Tony Overwater Trio zaterdagavond een concert (21.30 - 22.00 uur). Na twee succesvolle cd's met werk van Oscar Pettiford en Duke Ellington is het trio nu van plan composities van Maarten Ornstein (die in deze formatie klarinet en tenorsaxofoon speelt) op te nemen. Vermoedelijk wordt op de Uitmarkt al een tipje van de sluier opgelicht.

    Op dezelfde locatie is er zondag een optreden van drummer Joost Lijbaart en pianist Wolfert Brederode (16.30 - 17.00 uur). Deze twee musici, die naar aanleiding van de opnamen van het luisterboek 'Schaduwkind' van Frans Thomése besloten als duo te gaan optreden, geven een voorproefje van hun debuut-cd 'One', die in oktober wordt uitge-bracht.

    Meer weten?
  • Klik hier voor het programma van de Uitmarkt.
  • De website van Jazz In Motion.

    (Maarten van de Ven, 25.8.06) - [print] - [naar boven]





    Mike LeDonne Quintet/Trio – 'The Feeling Of Jazz' (Criss Cross Jazz, 1990) ***

    Pianist Mike LeDonne werd geboren in Bridgeport, Connecticut, in 1956. Hij groeide let-terlijk en figuurlijk op in de muziekwinkel van zijn ouders en toen hij tien jaar oud was boekte zijn vader, die zelf jazzgitarist was, al optredens voor hem. Gedurende zijn car-rière tot nu toe speelde LeDonne als sideman samen met de allergrootste grootheden der aarde, waaronder onder andere: Clifford Jordan, Dizzy Gillespie en Sonny Rollins. Hij was jarenlang de vaste pianist van Milt Jackson.

    Naast ontelbare opnamen als bandlid bracht Mike LeDonne een aantal eigen platen uit. Als we de discografie van de pianist LeDonne op jaartal sorteren (niet ongebruikelijk overigens) dan wordt de titel van zijn tweede plaat 'The Feeling Of Jazz', een kwintet- en trioproject met Tom Harrell op trompet en flügelhorn, Dennis Irwin op contrabas, Mike LeDonne op piano, Gary Smulyan op baritonsaxofoon en Kenny Washington op drums.
    De plaat werd op 2 januari 1990 door Rudy van Gelder in Englewood Cliffs opgenomen. En láát ik nu, om een lang verhaal kort te maken, tijdens een zomaar zondags bezoekje aan De Plaatboef in Rotterdam, 'The Feeling Of Jazz' daar tweedehands in de jazzbak aan-treffen... pik in!

    De plaat opent met het gulle 'Ready Rudy', met een - wat overigens gedurende de gehele plaat opvalt - fijn contrast tussen de wat klagelijk, zeurderig klinkende baritonsaxofoon en het andere, meer joviaal klinkende koperwerk. Met dank aan de instrumentatie doet het totale groepsgeluid van het kwintet hier en daar een beetje aan het groepsgeluid van de Houdini's denken (hoewel niet zo powerful bedoeld uiteraard).

    Het openingsstuk 'Ready Rudy' tilt de luisteraar over een aantal adequaat uitgevoerde en gevoelig swingende nummers naar het hoogtepunt van de plaat, het latin-achtige 'Song For Margaret', met een aangenaam schurende bariton en precies zenuwslopend genoeg drumwerk. Vier van de negen stukken op 'The Feeling Of Jazz' worden door de ritme-sectie in een triobezetting gespeeld (bas, drums, piano).

    Conclusie: vooral liefhebbers van mainstream akoestische jazz zullen met 'The Feeling Of Jazz' prima uit de voeten kunnen; de klankkleur van dit album is vergelijkbaar met de klankkleur van oude Blue Note-sessies, wat niet zo opmerkelijk is natuurlijk met Rudy van Gelder achter de knoppen.

    (Robert van Vaals, 25.8.06) - [print] - [naar boven]





    Tony Vos ontvangt Amer Award

    De Amer Award 2006 is toegekend aan jazzpionier, saxofonist, producer, componist en arrangeur Tony Vos vanwege zijn talloze verdiensten voor de jazz in Nederland. De jury roemt Vos - bekend van onder meer 'Jazz Behind The Dykes' - vooral om zijn inspirerende werking op generaties Nederlandse jazzmusici na hem, waarmee hij een blijvende impuls heeft gegeven aan de jazz en geïmproviseerde muziek in Nederland. Zondag 10 septem-ber zal hij de prijs, een figuratief kunstwerk vervaardigd door de Baarnse beeldhouwster Ria Nijhof, ontvangen uit handen van jazzmusicus, -presentator en –journalist Cees Schrama tijdens het Festival de Muzen in het Theater de Speeldoos te Baarn.

    De Amer Award werd in 2005 ingesteld door Tubinares, een stichting ten behoeve van eigenzinnige uitingen, voor mensen die zich voortdurend onderscheiden, maar zelden onderscheiden worden. Schrijver, musicus, kunstenaar en organisator Stormvogel was in 2005 de eerste die deze Award kreeg. De prijs wordt jaarlijks toegekend aan een persoon die zich op bijzondere en eigenzinnige wijze verdienstelijk heeft gemaakt voor de Neder-landse cultuur, met name in Eemland en omstreken. Met de onderscheiding is geen geld-bedrag gemoeid.

    Tony Vos (Eindhoven, 1931) studeerde saxofoon aan het Conservatorium van Tilburg. Zijn eerste successen vierde hij halverwege de jaren vijftig met zijn eigen Tony Vos Quartet, het Herman Schoonderwalt Septet en met Chet Baker in Brussel en Antwerpen. Spoedig won hij verschillende jazzprijzen. De oprichter van Jazzclub Eindhoven groeide
    uit tot één van de iconen van de Nederlandse jazz: een inspiratiebron voor de volgende generatie rietblazers, zoals bijvoorbeeld Ferdinand Povel. Vos werkte met pianisten als Frans Elsen, Rob van den Broeck, Jan Huydts, Henk Vos, Henk Coolen, Cees van der Wilden, Rindert Meyer en Jack van Poll, met wie hij tourde in Europa. De laatste zal ook acte de présence geven op Festival de Muzen.

    Behalve als saxofonist ontplooide Vos ook activiteiten als arrangeur, componist, radio-maker (Veronica) en producer (Phonogram). Hij werkte met een keur aan jazzsterren, waaronder Pim Jacobs, Rita Reys, Dutch Swing College Band en Greetje Kauffeld, maar ook met acts als Boudewijn de Groot, Cuby & the Blizzards of Eksepsion. Met 'Een Zwoele Zotte Zomer' besteeg Vos in 1963 zelf de hitladders. Meest geroemd is Vos evenwel om zijn baanbrekende werk voor de jazz in Nederland met de lp's 'Jazz Behind The Dykes', waaraan ook mensen als Rob Madna en Wessel Ilcken hun medewerking verleenden.
    Aan dit succesverhaal kwam in 1969 een abrupt einde, toen Vos betrokken was bij een ernstig auto-ongeluk en hij vanwege een intensieve revalidatie lange tijd gedwongen uit de muzikale running was.

    Dit jaar kwam Tony's besluit om afscheid te nemen van de actieve muziek: reden voor Stichting Tubinares om de oude meester te onderscheiden met de Amer Award 2006 vanwege zijn verdiensten voor de Nederlandse jazz.

    Festival de Muzen?
  • Klik hier voor het programma van dit driedaagse festival, vol eigenzinnige en grensoverschrijdende
        jazz, poetry & art van Nederlandse bodem.

    (Cees van de Ven, 24.8.06) - [print] - [naar boven]





    Susanne Abbuehl - 'Compass' (ECM, 2006) ****

    Het in 2001 verschenen album 'April' veroorzaakte golfjes op de internationale jazz-wateren. De opvolger heeft een tijd op zich laten wachten, maar dat lange wachten wordt nu beloond. De Zwitsers–Nederlandse vocaliste levert met 'Compass' opnieuw een intrigerend werkstukje af. Een kalme, weldadige gloed straalt af van de vertolkingen.

    De plaat opent met 'Bathyal', de enige compositie waarvoor Susanne Abbuehl zowel tekst als muziek schreef. De zangeres arrangeerde 'Black Is The Color' en 'Lo Fiolairé', twee composities die gebaseerd zijn op Luciano Berio's 'Folk Songs'. Op 'April' zorgde de poëzie van E.E. Cummings voor een onderliggend verband; hier is de Ierse schrijver James Joyce prominent aanwezig. Maar ook teksten van William Carlos Williams en Feng Meng–Lung worden in een knappe muzikale setting geplaatst.

    De woorden zijn niet altijd even verstaanbaar. Suzanne's stem transformeert zich soms tot puur klank, wordt een instrument dat in een tedere dialoog treedt met andere instrumenten, die samen een tijdloze, universele dimensie zoeken, voorbij de taal. In de groepsbezetting komen we opnieuw Wolfert Brederode (piano) en Christof May tegen (klarinet, basklarinet). Lucas Niggli (drums, percussie) neemt op 'Compass' de plaats in van Samuel Hohrer, die de opnames van 'April' mee kleurde. Op twee stukken ('Black Is The Color' en 'Lo Fiolairé') levert klarinettist Michel Portal een knappe gastbijdrage.

    (Dirk De Gezelle, 24.8.06) - [print] - [naar boven]





    Wereldtopper Chano Dominguez exclusief op Wereld Jazzdagen 2006

    De organisatie van de Wereld Jazzdagen, het jazz-, world- en crossover-muziekfestival dat van 1 tot en met 3 september plaatsvindt op het Grotekerksplein in het hartje van de Dordtse binnenstad, is trots dat de Spaanse pianist Chano Dominguez met zijn Sexteto op zaterdag 2 september voor een exclusief concert naar Dordrecht komt. Dominguez, van wie Wynton Marsalis zei dat hij tot de tien beste musici van de wereld behoort, is de meester van de flamenco jazz. Het belooft een mooie show te worden, want tot het sextet van Chano behoort ook een danser.

    Muziek en dans zijn de belangrijkste ingrediënten tijdens de Wereld Jazzdagen. Voor iedereen is er wel iets te beleven, maar zeker ook te ontdekken. De kwaliteit van de muziek en de afwisseling in het programma staan hier borg voor. Maar behalve muziek en dans wil de festivalorganisatie haar publiek meer bieden. Het Grotekerksplein, van zichzelf al historisch en sfeervol, zal veranderen in een echt festivalterrein, waar het mede dank-zij de aanwezige voorzieningen en catering goed toeven is.

    In tegenstelling tot voorgaande edities begint het festival dit jaar al op vrijdag 1 septem-ber. Het spits wordt afgebeten door de twee winnende big bands van de door Stichting voor Kunstzinnige Vorming ToBe georganiseerde Big Band Battle, die zaterdag 26 augus-tus heeft plaatsgevonden. Hierna zal New Cool Collective het publiek in beweging zetten met haar 'steaming mix of highly danceable soul and jazz spiced with Latin flavors'. Voor publiek dat de Jazz & Beyond-avonden in Jazzpodium DJS nog niet kent, is de afterparty met Home Cookin' zeker een aanrader.

    Op zaterdag 2 september gaat het festival verder met een zeer afwisselend programma. Vanaf 14 uur treden Baraná & Co (crossover tussen jazz en niet-westerse (Arabische en Turkse) klassieke muziek, Baseline (Hein van de Geyn met als speciale gast niemand minder dan de Amerikaanse jazzgitarist John Abercrombie), de Guinese zangeres Maciré Sylla & Djembé Faré (grote nieuwe ster aan het worldfirmament met catchy songs, waarbij traditionele Afrikaanse muziek vermengd wordt met hedendaagse jazz, reggae en rock) en het eerdergenoemde Chano Dominguez Sexteto. De avond wordt in de Ponton-nier afgesloten met latin jazz van de negenmansformatie Panchito.

    Op zondag 3 september zijn vanaf 14.30 uur Ronald Snijders Extended Band en Michiel Borstlap met zijn band Elektron te bewonderen op het podium op het Grotekerksplein. Fluitist Ronald Snijders brengt zeer swingende Afro-Surinaamse jazz en Elektron staat voor hiphop, dance en jazz op een funky basis. Zeer veel wordt ook verwacht van het klassieke jazzconcert dat op zondag 3 september om 13.00 uurin de Grote Kerk plaats vindt. Samen met het Jazz Orchestra of the Concertgebouw zal de internationaal vermaarde sopraan Miranda van Kralingen een uitvoering van het 'Sacred Concert' van Duke Ellington geven. Voor dit concert geldt een entreeprijs van € 10,-. Kaarten zijn in de voorverkoop te krijgen via VVV Zuid-Holland Zuid.

    Meer weten?
  • De website van de Wereldjazzdagen.

    (Jacques Los, 23.8.06) - [print] - [naar boven]





    Martijn van Iterson - 'Streetwise' (Munich, 2006) ****

    'Streetwise' is waarschijnlijk een van de laatste cd's, die Job Zomer van Munich Records maakte als executive producer. De opnamen vonden plaats op 17 en 18 april van dit jaar in de Fendal Sound Studio in Loenen. Op 20 juli jl. overleed Zomer op 68-jarige leeftijd.

    Dit album van de gitarist Martijn van Iterson ligt makkelijk in het gehoor. Hij 'speelt' met zijn snaren. Als winnaar van de prestigieuze Bird Award in 2004 voor 'artist deserving wider recognition' wordt natuurlijk wel wat van hem verwacht. Slechts twee stukken, 'Equatation' en 'Shortcut', zijn in up-tempo. Vooral het eerstgenoemde wordt feilloos aangevuld door Martijn Vink op de drums. De rest van de bezetting mag er trouwens ook weze: Karel Boehlee (piano) en Frans van Geest(bas). Met uitzondering van 'Body And Soul' staan er alleen maar eigen composities van Van Iterson op deze cd.

    Bij 'Northern Night Skies' krijg je echt een lekker gevoel. Voortkabbelend op een tocht door het notenwoud laat je de muziek over je heen komen. Een goed nummer om op te zetten na een drukke dag. Helemaal ontspannen met daarbij nog een prettige pianosolo van Boehlee. In het begin van het nummer 'Big Bears' hoor ik de beren waggelend aan-komen. Martijn weet met zijn Gibson ES-125 een goed sfeertje te kweken, waarbij hij afgewisseld wordt door lichtvoetige pianospel van Boehlee. Met het gevoelige nummer 'Blue Fall' bewijst Martijn dat hij de ballad ook goed beheerst. Frans van Geest treedt halverwege deze compositie even met zijn bas op de voorgrond.

    Het al eerder genoemde 'Shortcut' wordt gevolgd door het titelstuk 'Streetwise'. Ik vraag me wel altijd af hoe de componist van instrumentale nummers aan zijn titels komt. Soms geeft het de sfeer weer van een nummer, een andere keer is het gewoon een inval van een kreet die toevallig na afloop het eerste te binnen schiet. Om terug te komen op 'Streetwise'; het lijkt op een karavaan kamelen die langzaam aan komt rijden. Het stuk met de vreemde titel 'To T Or Not To T' zou kunnen refereren aan het drinken van een kopje thee op een veranda van een huis in een ver land. In dit nummer worden de snaren zodanig aangeraakt alsof ze van fluweel zijn. Na het voor mij minder interessante 'Fractals' volgt een korte en gevoelige uitvoering van 'Body And Soul'. Het laatste nummer van de cd, 'Crossing Ducks', is een titel waar ik meer van verwachtte. Overstekende eenden maken toch meer lawaai?! Zeker als er ook nog een karavaan kamelen aankomt.

    'Streetwise' is een cd met vele gezichten. Martijn van Iterson laat zien dat hij met zijn techniek tot één van de beste gitaristen van Nederland behoort. Mag er eigenlijk wel worden vergeleken worden? Conclusie: een voornamelijk rustige cd, die het beste te beluisteren is bij een mooie audioset en een goed glas wijn.

    Een andere opinie?
  • Klik hier voor een recensie van 'Streetwise' door Cees van de Ven.

    Labels:

    (Evert Wybenga, 23.8.06) - [print] - [naar boven]





    Publiek laat het afweten bij opening Pure Jazzfest

    Minder dan duizend betalende bezoekers vonden het de moeite waard om de gang naar het festivalterrein op en rond het Spui in Den Haag te maken. Voor de organisatie van het nieuwe driedaagse jazzevenement reden om in te grijpen: wie vandaag of morgen voor 42,50 euro een dagkaart aanschaft, krijgt daarbij een tweede kaartje gratis. "We zijn onplezierig verrast door de lage opkomst," zegt Jazzfest-woordvoerder Peter Rosen-daal. "Misschien waren onze entreeprijzen te hoog, of mogelijk ligt het aan het weer. We zijn hoe dan ook teleurgesteld."

    In totaal waren er voor de drie dagen 18.000 kaarten beschikbaar. De organisatie hoopte dat de, door de gemeente met twee ton gesubsidieerde, opvolger van North Sea Jazz 3000 tot 4000 bezoekers per dag zou trekken. Saxofonist Hans Dulfer hield er in ieder geval de moed in. "We gaan voor kwaliteit, niet voor kwantiteit", zei hij, toen hij tijdens zijn openingsact het bijna lege Spuiplein overzag.

    Bron: AD.nl

    (Maarten van de Ven, 21.8.06) - [print] - [naar boven]





    Duke Jordan overleden

    Pianist Irving Sidney 'Duke' Jordan is op 8 augustus in Kopenhagen overleden. Midden veertiger jaren was Jordan de pianist in het befaamde Charlie Parker kwintet. Met dat kwintet werden klassieke bebopnummers (o.a. 'Dewey Square', 'Scrapple From The Apple', 'Bird Of Paradise' en 'Bird Feathers') opgenomen. Jordans "beautifully apt intro-ductions" (Phil Schaap, curator van Jazz At Lincoln Center) duurden slechts enige seconden, maar zetten de toon voor drie minuten durende explosies van creativiteit.

    Begin jaren vijfig speelde Jordan in groepen van Coleman Hawkins, Stan Getz en Sonny Stitt. Daarnaast leidde hij een eigen kwartet, waarmee hij optrad in New Yorkse nacht-clubs en voor nationale radiostations. Zijn spel weerspiegelde in die tijd blues- en gospel-invloeden, maar hij verloor zijn bebop-roots nooit uit het oog. In 1952 trouwde hij met jazz-zangeres Sheila Jordan, die vaak zei dat ze zóveel van Charlie Parker hield, dat ze met zijn pianist trouwde. Het huwelijk hield overigens geen stand.

    De pianist is als componist bekend geworden met het nummer 'Jordu'. Hij schreef de soundtrack voor de bekende Franse film 'Les Liaisons Dangereuses'. Hij maakte opnames voor labels als Prestige, Savoy en Blue Note met onder anderen Charlie Rousse, Art Farmer, Gene Ammons, Gigi Gryce, Tina Brooks, Teddy Edwards, Charles McPherson, Hank Mobley en Phil Woods.

    Zoals vele jazzmuzikanten in die tijd raakte Jordan verslaafd aan heroïne. Midden jaren zestig was hij 'gedegradeerd' tot taxichauffeur in New York. Na zijn ontwenning begon hij een nieuw leven in Kopenhagen, waar hij zich in 1978 vestigde. Hij maakte meer dan 30 albums voor het Deense SteepleChase Records, zowel solo als in trio- en kwartetvorm. Wereldwijd gaf hij concerten.

    Duke Jordan heeft een langdurige en succesvolle carrière achter de rug. Hij stierf op 84-jarige leeftijd.

    (Jacques Los, 21.8.06) - [print] - [naar boven]



    North Sea Jazz

    North Sea Jazz impressies: Trygve Seim
    zaterdag 15 juli 2006, Ahoy, Rotterdam

    De tweede festivaldag werd in de Missouri-zaal geopend door een niet-alledaags gezel-schap: de tienmansformatie van de Noorse saxofonist Trygve Seim. Deze band is op zich al bijzonder vanwege de bezetting; geen bas, gitaar of piano, wel tuba, accordeon, cello en fagot. Seim brengt een apart soort meditatieve jazz, met veel ruimte en rustpunten. In plaats van complexe harmonische schema's en solo's gaan zijn sterk doorgecompo-neerde stukken vaak juist uit van de eenvoud van een repetitieve, laaggestemde drone. Het arrangement wordt vervolgens uitgebouwd door daaroverheen laag op laag te stapelen, waarbij ook ruimte is voor individuele lijnen, tenminste voor zover die in dienst staan van de compositie. De solo's zijn daartoe dan ook deels uitgeschreven door de saxofonist, want bij hem telt net zoals bij Ellington uiteindelijk het totaalbeeld van een stuk.

    Seim wist zich omringd door een aantal uitstekende muzikanten, waarbij vooral trompet-tist Arve Henriksen opviel. Door zijn instrument op een aparte manier aan te blazen creëerde hij een verbluffend, breezy klankbeeld, dat nog het meest deed denken aan een dwarsfluit. De door hem gebruikte mini-cupmute gaf ook een apart gedempt geluid. Mooi om te zien was de concentratie waarmee dit alles gepaard ging. Trygve Seim, net als de anderen zittend spelend, leidde de zaak haast vanzelfsprekend in goede banen. Zijn spel op tenor- en (kleine) sopraansax was zalvend en ging soms echt door merg en been, zoals in een verstild stuk dat werd opgesierd door de engelachtige vocalen van Tora Augestad. Hier en daar verried Seims spel invloeden uit volksmuziek, zoals een fraaie didgeridoo-imitatie op tenorsaxofoon. Hoezeer alles in dienst stond van de composities bewees Frode Haltli, die met twee verschillende accordeons speelde: een hoog- en een laaggestemde.

    Deze muziek ontleent zijn mystieke kracht aan het serene van kerktoonladders en de introspectie van Oosterse tempelmuziek. De ruimte in Seims composities geeft de luis-teraar tijd om diep in zijn muziek te kruipen en deze optimaal tot zich te nemen. Waar-mee we zijn aanbeland op het enige punt van kritiek; een orkest als dit zou je moeten ervaren in een rustieke zaal met een uitstekende akoestiek, en dat is de Missouri-zaal nu eenmaal niet. De beperkingen van een grootscheeps festival als het North Sea zorgen - ondanks alle goedbedoelde maatregelen dit tegen te gaan - immers voor teveel afleidende omgevingsruis.

    Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.

    Deze recensie is de derde in een reeks concertverslagen van het North Sea Jazz 2006.

    (Maarten van de Ven, 20.8.06) - [print] - [naar boven]





    Blue Note Records Festivalverslag Part 2
    16-17 juli 2006, Blue Note Records Festival, Bijloke, Gent

    Publiekstrekkers worden vlotjes afgewisseld met minder bekende goden. Het blijkt een strategie die voor het bestaan van een festival zoals het BNRF levensnoodzakelijk is... en die bovendien nog blijkt te werken ook. Tijdens het eerste gedeelte van het festival betekende dit een programmatie waarin naast concerten van Reeves, Zorn en Madredeus ook plaats was voor pakweg Paolo Fresu, Nathalie Loriers, en Michel Herr. Een uiterst geslaagde mix, die de festivalgangers naar waarde wisten te schatten.

    Zondag 16 juli was zonder twijfel een topdag voor het eerste gedeelte van het festival. De ietwat ongelukkige neiging tot middelmaat van de voorafgaande concerten - enkele uitzonderingen niet te na genomen - werd reeds vanaf het eerste concert overwonnen. P.A.R.T.E. (het Paolo Fresu Quintet) speelde een luchtig, zij het enigszins gepolijst spel met veel interactie en een aantal grappige intermezzi die het publiek wel wist te waar-deren. Loriers ging op het zelfde élan verder, al verliep de verbale interactie met het publiek ietwat stroever. Dat deed echter in het geheel geen afbreuk aan de muziek zelf. Haar band Chemins Croisés is onderhand een klassieker op het podium aan het worden (ook de pas uitgebrachte gelijknamige cd ontbreekt beter niet aan uw collectie). Loriers liet zoals gewoonlijk heel wat ruimte aan oud-speler Karim Baggili, wiens 'exotischer' composities naadloos in het programma werden ingepast.

    Het hoogtepunt van deze dag was - voor deze reporter althans - weggelegd voor het trio Romano-Sclavis-Texier. De muziek is geïnspireerd op de reizen in Afrika, die ze ondernamen in het gezelschap van Magnum-fotograaf Guy Le Querrec. De composities die daaruit voortvloeiden zijn niet noodzakelijk verwant aan Afrikaanse muziek, maar zijn veeleer gebaseerd op hun herinneringen en de associaties die de foto's van Le Querrec oproepen. Het samenspel tussen de heren is van een overtreffende trap. En dan was er Charles Lloyd. Crossovermuziek van een man die net niet helemaal van de jazzscène was verdwenen. Lloyd begon aan de piano, zette zich achter de drums, en eindigde tenslotte met sax en dwarsfluit. Helemaal boeien kon het niet, daarvoor miste het concert de nodige dynamiek. Zweverig, dat is misschien nog de beste omschrijving.

    Maandag was een vreemde eend in de bijt. Noch Tania Maria, noch Ed Motta vallen binnen het genre jazz-met-uitroepteken. Maria bleek een pastiche van zichzelf te zijn geworden, terwijl Motta er toch beter in slaagde het publiek mee te trekken. Bij Madre-deus was er voor het publiek geen houden meer aan. Hoewel de uitvoering nogal steriel en statisch was, ging het publiek helemaal uit de bol. De variatie was in dit optreden echter ver zoek: na twee liedjes was de groep zowel choreografisch als muzikaal in een weining boeiend stramien verzandt. Jammer. Helemaal anders ging het eraan toe bij Mariza. Hoewel ze vorig jaar nog op het festival was te zien, bracht ze deze keer een volledig nieuw en gevarieerd programma. Ze staat er nog steeds fragiel en breekbaar, maar net daardoor straalt ze kracht en ervaring uit die men pas van een meer doorwinterd artiest zou vermoeden. Het betere werk van deze avond.

    Klik hier voor een fotoverslag van deze concerten en hier voor de website van het BNRF.

    Wordt vervolgd.

    (Bruno Bollaert, 19.8.06) - [print] - [naar boven]





    Brussels Jazz Orchestra - 'Counter Move' (De Werf, 2005) ****½

    Een bigband-cd om van te watertanden! Wederom bewijst deze uitgave de alom gepre-zen kwaliteit van Frank Vaganeés Brussels Jazz Orchestra, een orkest dat de perfectie van Basie en het verrassende van Kenton eigentijds en 'eigenwijs' weet samen te brengen. We horen een achttal composities van de leider die door het orkest met compacte, accurate collectieven en puike solo's tot klinken worden gebracht. Zelfs in technisch lastige partituren blijft het orkest ontspannen en doorzichtig klinken. Daarmee hebben we meteen ook het bijzondere van dit orkest aangegeven. Alles blijft verstaan-baar en transparant in de tutti's, hoe complex de stukken ook zijn.

    En de solisten houden deze hoge standaard aan. Trombonist Marc Godfroid speelt in 'Counter Move' een lekker smeuïge solo als een uitlopend St. Albray-kaasje. Pianiste Nathalie Lorier etaleert haar fijnzinnige toucher in 'Seasoned' en de shuffle 'The Blues Groose', waarin ook Vaganeé een pakkende solo neemt op de solide basis van ritme-tandem Jos Machtel-Martijn Vink. De trompetsolo met harmonmute van Nico Schepers is achttienkaraats. Groots is de instrumentbeheersing van leadtrompettist Plume en co-lead Nico Schepers, zelfs in de pittigste partijen op deze cd. En dat zijn er nogal wat! In 'Langarous Ballad' soleert Vaganeé ingetogen beginnend in mezzoforte naar een fortissimo climax, waarna Machtel in alle rust zijn solo bast en met fraaie bellnotes van het orkest deze ballad in alle rust tot een goed einde brengt. Met het ruim elf minuten durende 'Inheritance' - door Vaganeé in 2001 gecomponeerd in opdracht van het Peter Benoit Fonds - met nog eenmaal een jubelende solo van Vaganeé komt er met twee ouderwetse fermates (een willekeurige verlenging van een noot, akkoord of rust) een einde aan deze cd.

    Maar er is meer... Omdat er voor dit album nog veel uitstekend ongebruikt materiaal
    overbleef, kunnen de kopers van deze cd met een meegeleverde code eenmalig nog eens ruim 23 minuten extra aan BJO-opnamen downloaden. Het betreft werk van hetzelfde hoge niveau. Alleen al deze bonus tracks rechtvaardigen de aanschaf van 'Counter Move'.

    (Cees van de Ven, 18.8.06) - [print] - [naar boven]





    Kritiek op programmering Jazz in Lighttown neemt toe

    Het internationale Jazz & Blues Festival Eindhoven, Jazz in Lighttown, moet het tijdens de 30e editie op 25, 26 en 27 augustus andermaal zonder grote publiekstrekkers doen. Tal van optredende muzikanten hebben weliswaar hun sporen verdiend door in het verleden samen te werken met allerlei vedetten, maar de vedetten zelf ontbreken.

    Volgens voorzitter Hans Brian van de organiserende Stichting Jazz in Lighttown is er gewoon geen geld voor spectaculaire namen op het affiche. In het Eindhovens Dagblad zegt hij: "De economie mag na de recessie van de afgelopen jaren dan aantrekken, aan de sponsorbudgetten is dat nog niet te merken. Bovendien zijn er tegenwoordig enorm veel festivals en publieksevenementen die allemaal in dezelfde vijver vissen. Dat maakt de spoeling dun." Desondanks biedt het programma dit jaar volgens medebestuurslid Hans Holman nog voldoende kwaliteit. "Er zijn legio bands die smeken om te mogen komen spelen." (sic)

    Toch valt in Eindhoven in toenemende mate kritiek te beluisteren op het klaarblijkelijke onvermogen van de Stichting Jazz in Lighttown om sponsors aan zich te binden. Wat dat betreft lijkt het wachten op een opvolger van wijlen Theo de Vries, de Eindhovense Mister Jazz, die daar veel beter in slaagde. Al kan worden gesteld dat het programma wat jazz betreft eigenlijk al jarenlang een behoudende koers vaart, met voornamelijk mainstream en oude stijl. Het blijft jammer dat progressievere organisaties als Jazzpower en Stichting Live Jazz Promotions niet worden betrokken bij de programmering teneinde het festival een eigentijdser gezicht te geven.

    Meer weten?
  • De website van Jazz in Lighttown.

    (Maarten van de Ven, 18.8.06) - [print] - [naar boven]





    Ben Allison - 'Cowboy Justice' (Palmetto, 2006)

    Dit alweer zevende album toont aan dat bassist Ben Allison (1966, New Haven, Connecticut) inmiddels een eigen discours heeft gecreëerd. Zijn muziek kenmerkt zich door een grote melodische en harmonische rijkdom, sterke grooves en verrassende ritmische wendingen.

    Allison heeft - in tegenstelling tot zijn uitgebreide band Medicine Wheel - ditmaal gekozen voor een compacte bezetting en een instrumentatie die hem genoeg uitdaging bood op het gebied van compositie en arrangementen. Zelf voegt hij daar in de liner notes nog aan toe: "Plus I wanted to rock. And nothing really rocks like guitar, trumpet, bass and drums." En inderdaad, de bassist is als geen ander in staat zijn jazz met een pop-sensibility te impregneren, iets waarin onze eigen Benjamin Herman met 'The Itch' (sax, gitaar, bas, drums) ook uitstekend in slaagt.

    'Cowboy Justice' - een indirecte verwijzing naar het Amerikaanse beleid onder Bush - is daarnaast feitelijk een showcase voor het niet geringe talent van trompettist Ron Horton (tevens op flugelhorn te horen). Zijn technisch sterke spel is speels, fraai zingend van toon en zijn soli zijn zonder uitzondering boeiend. Hij weet de luisteraar soms echt te raken met prachtig klagende, door merg en been gaande klanken. Steve Cardenas, die zowel elektrisch als akoestisch speelt, overtuigt met sterk ritmisch én sferisch-open gitaarwerk. Compact en af en toe lekker crunchy. Drummer Jeff Ballard legt op het hele album een uitstekende vorm aan de dag met dynamisch en empathisch drumwerk, dat varieert van een stevige rockaanslag tot een relaxte reggae-backbeat. Het échte vuurwerk bewaart hij evenwel voor het afsluitende 'Blabbermouth'. Bassist Ben Allison is de allesverbindende schakelaar in het kwartet. Zijn spel is wendbaar en allround, en zijn warme, ronde geluid streelt het oor.

    In 'Talking Heads' zien we een handelsmerk van de Allison-aanpak; het aparte gitaargeluid wordt hier gecreëerd doordat Cardenas op zijn snaren slaat met een houten pop van de dochter van de bassist. Het door de ritmesectie aangedreven 'Emergency' kan doorgaan voor een funky rocknummer, met pittig gitaar- en trompetspel. Behalve de uitmuntende composities van Allison is er een cover van John Berry's thema voor de film 'Midnight Cowboy', die net als 'Across The Universe' op zijn vorige plaat laat zien hoe goed de bassist een klassieker naar zijn hand weet te zetten.

    (Maarten van de Ven, 16.8.06) - [print] - [naar boven]





    Moers Festival 2006 - Deel 1

    "Zo pünktlich als vroeger zijn de Duitsers niet meer. Niet alleen waren zowat alle treinen in Duitsland een ietsje vertraagd, maar ook na slechts drie concerten slaagde de organi-satie van het Moers Festival (alle verwijzingen naar jazz in de benaming zijn verdwenen) erin om al meer dan een half uur vertraging op te bouwen. Toch blijft het een leuk festival, niet om het minst vanwege de ontspannen jaren-zeventig-achtige entourage. Dit jaar was een vuurdoop voor de nieuwe artistiek leider Reiner Michalke, die het over-nam van Burkhard Hennen, die het Internationales New Jazz Festival al vanaf 1972 onafgebroken leidde. Als 'artist in residence' was de Noor Arve Henriksen gekozen, die vier keer optrad in verschillende combinaties. Ook was er extra veel aandacht voor de Noorse nieuwe jazz, een hype die al enkele jaren door Europa waart."

    Ken Vos, onze correspondent ter plaatse, doet verslag van dit vierdaagse festival in woord en beeld. Klik
    hier om het verslag van 2 en 3 juni te lezen.

    (Maarten van de Ven, 15.8.06) - [print] - [naar boven]





    Greetje Kauffeld - 'My Shining Hour' (In and Out Records, 2006) ****

    De opnamen voor deze cd zijn al in 2004 gemaakt tijdens een concert in Maddy's Club Studio Bühne in Weinheim. Alle stukken zijn van Harold Arlen. Paul Kuhn (piano), Paulo Morello (gitaar), Kim Barth (altsax en fluit), Paul Uhlrich (bas) en Willy Ketzer (drums) is een gezelschap waarbij Kauffeld zich bijzonder comfortabel gevoeld heeft. De songs zijn genoegzaam bekend: 'Over The Rainbow', 'That Old Black Magic', 'Let’s Fall In Love', om er enkele te noemen. Maar door Greetje Kauffeld vertolkt en met deze musici wordt het toch weer bijzonder.

    De zangeres is hier buitengewoon goed bij stem en doen haar vertolkingen stralen. Op haar unieke wijze zingt zij teksten alsof ze door haar ter plekke bedacht zijn. Elk woord en frase heeft de juiste sfeer, inleving en waarachtigheid. Het is daarom dat zij nog steeds een speciale plaats inneemt onder Nederlandse jazzvocalisten.

    Het album wordt gekenmerkt door uitstekende arrangementen. En het geheel swingt! Verrassingen zijn er ook; 'Over The Rainbow' begint in bossanova-tempo en wordt gevolgd door een vrij gezongen intro dat je ook niet zo vaak hoort. Kuhn heeft een glansrol in het breekbare 'Ill Wind'. 'Out Of This World', dat wordt gespeeld in 4/4 latin feel, gaat plotseling over in een swingend dubbel tempo en vice versa. Een swingende 'Flagweaver'. De indringende vertolking van 'Last Night When We Were Young' kan alleen door een groot vocaliste als Greetje Kauffeld zo worden neergezet.

    Bob Hagen van Jazz Impuls heeft er goed aan gedaan om Kauffeld met dit programma en soortgelijke bezetting in zijn nieuwe concertenreeks op te nemen. Duitsland is nog steeds een land waar men haar op handen draagt en waar zij veelvuldig optreedt, daarom is het prettig dat zij nu vaker in Nederlandse theaters te horen is.

    (Cees van de Ven, 14.8.06) - [print] - [naar boven]





    ZomerJazzFietsTour: het leukste en interessantste Nederlandse jazzfestival

    De vertrouwde Groningse ZomerJazzFietsTour vindt plaats van 25 tot en met 27 augus-tus 2006. Het is alweer de twintigste editie. Op de zaterdag wordt er geconcerteerd in schitterende middeleeuwse kerkjes en boerenschuren in het prachtige landschap van het Reitdiepdal ten noordwesten van de stad Groningen. De keuze uit een nationaal en inter-nationaal gevarieerd programma met actuele jazz en improvisatiemuziek is enorm.

    Interessante en verrassende buitenlandse groepen zijn onder andere Kenny Millions (of-tewel Keshevan Maslak) Techjazz, Herb Robertson & The Space Cadets, het duo Trevor Watts/Jamie Harris, het Barbaric Trio featuring Andy Lester, het duo Evan Parker/Louis Sclavis en Sexmob, met onder meer slide-trompettist Steve Bernstein en altist Briggan Kraus.

    Nationale prominente formaties zijn onder andere het trio Wierbos/Goudsmit/De Boo, Sliphorn + Han Bennink (een kwartet met Joost Buis, Paul Palessen en Ernst Glerum), Bite The Gnatze en het Zapp String Quartet. De voormalige bassist van diverse Gijs Hendriks-formaties, Bert van Erk, presenteert de groep Jubilee Five met Wolter Wierbos, Paul van Kemenade, Frankie Douglas en afro-percussionist Mousse Pathe M'Baye.

    Op vrijdag 25 augustus vindt in het Groningse Grand Theater de proloog 'From Russia with love' plaats, met onder andere Evelin Petrova (stem/accordeon), Alexei Arkhipovsky (balalaika) en Kenny Millions met Ernst Glerum en Han Bennink. Nieuw is op zondag 27 augustus de Zomerjazzkunsttour. In 6 kunstenaarsateliers in de stad Groningen vinden concerten plaats met Sexmob, Evan Parker/Louis Sclavis, het Barbaric Trio, Klaas Hek-man/Fred Lonberg-Holm/Veryan Weston, Oene van Geel/Anton Goudsmit en Rudy Lenze/
    René van Barneveld. Het slotconcert is om 17.30 uur op Noorderzon met de Ousmans Fanfare featuring Sean Bergin.

    Meer weten?
  • De website van de ZomerJazzFietsTour 2006.
  • Onze recensie van de ZomerJazzFietsTour 2005.
  • Onze recensie van de ZomerJazzFietsTour 2004.

    (Jacques Los, 13.8.06) - [print] - [naar boven]



    Rectificatie Munich Records

    Onlangs bracht Draai om je oren het bericht dat Munich Records, na het overlijden van oprichter Job Zomer, zou stoppen met het uitbrengen van jazz-cd's. Naar aanleiding daarvan stuurde Ben Mattijssen, directeur van Munich Records, ons het volgende bericht:

    "Omdat er recentelijk op deze site een onjuist bericht is geplaatst, waarin staat dat Munich Records zou 'stoppen met jazz', is hierdoor onnodig onrust ontstaan in de detail-handel en bij een aantal labels. Omdat wij de hierdoor ontstane emotionele en financiële schade bij Munich Records zoveel mogeljk willen beperken, hebben wij de behoefte om e.e.a. te corrigeren.

    Munich Records gaat gewoon door met het distribueren van haar jazzcatalogus en jazz-labels zoals Timeless en Jazz Impuls. Wel stopt Munich om economische redenen met het uitbrengen van nieuwe jazzproducties. Deze beslissing heeft niets te maken met het in-ruilen van jazzproducties tegen producten met een hogere omzetsnelheid, maar is slechts een afweging tussen kosten en baten.

    Munich Records is zonder enige twijfel het levenswerk van Job Zomer. Daarnaast had hij een grote passie voor jazzmuziek in het algemeen en Nederlandse jazz in het bijzonder, wat resulteerde in het sponsoren, produceren en begeleiden van een groot aantal ge-talenteerde Nederlandse jazzmuzikanten. Voor zijn initiatieven en tomeloze inzet ontving hij een paar jaar geleden de onderscheiding Ridder in de orde van Oranje Nassau. Wij kijken vol dankbaarheid en respect terug aan een uniek en uitzonderlijk man."

    Volgens ons blijft het echter een vaststaand feit dat Munich Records stopt als producent van nieuwe jazz-albums. En hoe je het ook wendt of keert, dat is toch weer een gevoe-lige aderlating voor de jazzmuziek, zo kort na het onzalige besluit van de Raad van Bestuur Publieke Omroep om per 4 september met het uitzenden van jazz op de Radio 4 te stoppen.

    (Maarten van de Ven, 13.8.06) - [print] - [naar boven]





    Cocqolumn #3
    Gerry Mulligan in Amsterdam


    Toen mijn moeder hoorde dat de muziekleraar op mijn school (de gemeentelijke HBS in Utrecht) een schoolkoor wilde beginnen, zei ze: "Doe daar maar aan mee, dat is goed voor je, kun je veel van leren." Zo belandde ik in dat koor. We schrijven het jaar 1954 of 1955, ik kan het nergens meer nakijken, ik zal in de eerste of tweede klas hebben gezeten. Op het repertoire stonden stukjes als 'Ave Verum Corpus' (Mozart), 'Wohl mir dass ich Jesum habe' (Bach), 'Barcarolle' (Offenbach), 'Panis Angelicum' (Franck) en een paar negro spirituals ('Were You There', 'Nobody Knows The Trouble I’ve Seen'). Op een andere school, waar deze muziekleraar ook les gaf, was een parallel opererend koor actief, zelfde stukjes. Samen hebben we aan het eind van dat leerjaar een concert gegeven in Tivoli (de later gesloopte gerenommeerde concertzaal voor klassieke muziek), begeleid door het Utrechts Stedelijk Orchest (zo schreef je dat toen).

    Mijn deelname aan dat koor gaf me een streepje voor bij de leraar in kwestie, Jaap de Lange. En toen ik eenmaal 'in de jazz' was geraakt, kostte het me niet eens zo heel veel moeite hem ook te interesseren. Ik kreeg hem zelfs zo gek, dat hij me, samen met zijn vrouw, begeleidde naar een van die roemruchte nachtconcerten in het Amsterdamse Concertgebouw. Daar zou ik van mijn moeder zonder die begeleiding nooit naar toe heb-ben mogen gaan, en ik was nog op een leeftijd (en van een generatie) waarop het Woord van Moeder kracht van Wet had. We schrijven nu 1957, de datum is 18 mei. Op het programma: het Gerry Mulligan Quartet, met in het voorprogramma de tenorsaxofonist Lucky Thompson.

    Thompson, die naam had gemaakt in de orkesten van Count Basie en Dizzy Gillespie, zou worden begeleid door Nederlandse musici: Pim Jacobs op piano, Rudi (het staat er zo in mijn programmablaadje) Jacobs op bas en Cees See op drums. Die laatste was die avond ziek of anderszins verhinderd, en werd vervangen door Wessel Ilcken. Het was de eerste en laatste keer dat ik Ilcken in levenden lijve heb zien en horen spelen; een kleine twee maanden later kwam hij om bij een waterski-ongeluk. Daar in het Concertgebouw maakte het me niet veel uit, ik zat voornamelijk in spanning te wachten op het gedeelte van na de pauze. Het was de eerste keer dat Mulligan in Nederland was, en het feit dat hij in zijn op dat moment al legendarische kwartet trompettist Chet Baker had vervangen door ventieltrombonist Bob Brookmeyer vervulde zijn fans met angstige voorgevoelens. Chet Baker vervangen, dat kón toch helemaal niet? Maar het bleek heel goed te kunnen. Niet alleen was Brookmeyer (ongetwijfeld dankzij een betere muzikale scholing) veel beter dan Baker in staat tot het spelen van inventieve contrapuntische tegenstemmen, maar ook kleurden zijn trombone en de baritonsaxofoon van de leider onwaarschijnlijk mooi met elkaar. Pure winst, in mijn oren. En het niet veel later aangeschafte ep'tje met live-opnamen van deze bezetting uit Parijs (zelfde tournee) bevestigde dat ten volle: 'Walking Shoes', unieke sound.

    We zijn nu vijftig jaar verder, en die muziek klinkt nog even geniaal als toen. Sentimen-teel gezeur van opa? Vast ook wel. Maar ik herinner me nog goed hoe kapot we ervan waren. Ook Jaap de Lange en zijn vrouw, die me midden in de nacht veilig thuis aflever-den. Later in mijn leven heb ik nog wel eens aan hem teruggedacht, toen ik weer 'Ave Verum Corpus' moest zingen met een koor. Dat ken ik, dacht ik. Maar ik bleek alleen de sopraanpartij te kennen, die ik als dertienjarige zong. Ik was inmiddels afgedaald tot bariton.

    (René de Cocq, 12.8.06) - [print] - [naar boven]





    Blue Note Records Festivalverslag Part 1
    13 - 15 juli 2006, Blue Note Records Festival, Bijloke, Gent

    Het Blue Note Records Festival (BNRF) is in vijf jaar tijd een van de hoogdagen voor de jazz in Vlaanderen geworden. Op tien dagen tijd biedt het festival een overzicht van hedendaagse jazz en aanverwante muziek, dat daartoe min of meer wordt opgesplitst in twee onderdelen: 'All That Jazz!' en 'All That Jazz?' De locatie is de binnentuin van de historische Bijloke-site in Gent - dat ook al een uitmuntende reputatie geniet voor haar concertzaal - waarin het openingsconcert voor het festival plaatsvond.

    Het BNRF is minder familiegericht dan pakweg Jazz Middelheim; steeds meer mensen weten hun weg naar het festival te vinden. Het weer was dit jaar wel bijzonder uitnodi-gend om meer tijd buiten de concerttent door te brengen, in de schaduwrijke plaatsen die in de buurt van de catering waren voorzien. Daar heerste een gezellige drukte, ook tijdens de namiddagconcerten, die vandaaruit probleemloos te volgen waren. 's Avonds liep de concerttent opnieuw vol, zeker tijdens de optredens van publiekstrekkers zoals Randy Newman en de in Vlaanderen (nog steeds) heel populaire Madredeus.

    Het BNRF werd op donderdag 13 juli geopend door Dianne Reeves, met in het voorpro-gramma het Carlo Nardozza Quintet, de winnaars van het Jong Jazz Talent in Gent con-cours 2005. Een zeer geslaagde opener, door beide partijen. Het Nardozza Quartet mag dan wel (piep)jong blijken in vergelijking met Reeves, de composities van frontman Carlo Nardozza en saxofonist Daniel Daemen zijn zeer spontaan maar structureel gebouwd. Hun debuut 'Making Choices' is dan ook een aanrader, maar meer nog zijn wij onder de indruk van hun live performance. Nardozza's trompet klinkt stoffig en hees (en dat is goed), maar het samenspel met de andere muzikanten van het kwintet is wat deze groep echt goed maakt. Iets te weinig volk nog, voor deze groep; pas bij de hoofdact zat de zaal echt goed vol. Reeves leidde scattend haar act in, en hield gedurende het hele concert het publiek op het tipje van hun stoel, waarbij intimiteit naadloos afgewisseld werd met meer swingende momenten. Het encore verliep bovendien vocaal zonder versterking, en daarmee wist ze de reeds razend enthousiaste zaal nog meer te verbazen. Zonder meer een openingsavond van formaat.

    In het eerste gedeelte van het festival kregen we voornamelijk jazz 'pur sang', hoewel de organisatie de overgang tussen beide delen steeds minder duidelijk maakt. Een goede zaak, op het eerste gezicht, maar voor de festivalbezoeker is het minder vanzelfsprekend om zijn festivaldagen te plannen. Voor het principe van de tweevuldigheid van het festi-val is er niets dan lof. Door (voornamelijk) in het tweede deel een aantal publiekstrekkers te programmeren, krijgen ook de minder evidente artiesten - én eigenlijk de jazzmuziek tout court - de kans aan bod te komen.

    Dag één verliep een beetje in mineur. Het concert van het Robert Glasper Trio was net niet ontgoochelend, maar in de groep is maar weinig dynamiek te merken. Heel even wordt het de goede richting in gestuwd, wanneer saxofonist Mark Turner een paar num-mers komt meeblazen, maar verder blijft het een eerder vlakke bedoening. Turner ver-schijnt in het volgende concert opnieuw, voor Kris Defoort's Sound Plaza. Sound Plaza mist een duidelijke richting, maar beantwoordt dan weer perfect aan haar eigen omschrij-ving. De muziek wil, zowel in stijl als in invulling, alle kanten uit, wat het zowel boeiend als moeilijk beluisterbaar maakt. Een groot deel van het publiek leek er dan ook de brui aan te geven. Jammer, maar begrijpelijk.

    David Murray diende te elfder ure Andrew Hill te vervangen. Het publiek reagareerde redelijk enthousiast op de invulling van free jazz en de improvisaties van de tenorsaxo-fonist & The Gwo-Ka Masters. Een geslaagde invulling, maar het publiek zat duidelijk heel ongeduldig op Zorn te wachten. John Zorn bracht in Gent een Acoustic Masada, met Joey Baron op drums, Greg Cohen op bas en Dave Douglas op trompet. De namen alleen al volstonden om menig jazzfan verlangend naar dit concert te laten uitkijken, maar toen de verwachtingen dan ook nog werden ingelost, leek de extase wel heel dichtbij. Zorn regeert over zijn groep met ijzeren hand. Tenminste, zo leek het toch voor het publiek, en het was duidelijk dat Zorn die status met grote zorg in stand wil houden. Wij zijn al blij dat we niet over 's mans gedrag hoeven uit te wijden, maar dat tot nader order de muziek nog steeds de doorslag mag blijven geven. De techniek, het vlammende tempo en de uitmuntende beheersing blijven deze composities de hoogte in stuwen. Het applaus was - net zoals de muziek - oorverdovend. Het absolute hoogtepunt op deze eerste dag.

    Dag twee verliep op twee sporen. Een deel van het publiek ging resoluut voor de combi-natie Washington-Vann-Galland en achteraf Wayne Shorter, terwijl een net zo groot deel veel meer gewonnen was voor Eric Legnini en Jason Moran. De eerste keuze is veel klas-sieker te noemen, in de zin dat het voornamelijk concerten zijn die veel aandacht van de luisteraar eisen. Het is geen incidentele muziek, waarbij de aanhoorder aan de zijlijn vrijblijvend het veld kan overschouwen, maar het vraagt een niet geringe inspanning. Bij Shorter loonde die inspanning zonder meer de moeite, al miste het concert veel van de kracht die we vorig jaar op Middelheim mochten merken. Het kwartet zette niettemin een zeer mooie set neer.

    Moran bracht een veel meeslepender optreden, dat allesbehalve in academische jazz uitmondde. Het optreden was heel toegankelijk, heel strak, maar toch vol emotie. Wij herinneren ons, behalve het pianowerk van Moran zelf, vooral ook Nasheet Waits op drums. Moran vertrekt vanuit een diepgewortelde traditie, om van binnenin vernieuwing te brengen. De citaten en samples die hij daarbij gebruikte vloeien natuurlijk de sterk ritmische muziek binnen. Legnini en Washington-Vann-Galland waren geschikte opwarmers, maar misten toch een beetje de 'body' die in de slotconcerten overduidelijk aanwezig waren.

    Klik hier voor een fotoverslag van deze concerten en hier voor de website van het BNRF.

    Wordt vervolgd.

    (Bruno Bollaert, 11.8.06) - [print] - [naar boven]





    Sameer Ramchandran Trio - 'Roundabout' (Roverbird Recordings, 2006) ****

    'Roundabout' is het debuutalbum van een trio dat onder leiding staat van de New Yorkse pianist Sameer Ramchandran. Veel lezers van Draai om je oren, en ook ondergetekende, zullen waarschijnlijk nog nooit eerder van deze musicus hebben gehoord. En dat is dan ook niet verwonderlijk, want Ramchandran heeft nog nooit een eigen opname het licht doen schijnen en heeft zich eerst grondig beziggehouden met optredens in ensembles en soloconcerten in de regio's rond Los Angeles en Santa Barbara. En dat alles na een indrukwekkende muzikale opleiding aan de universiteiten van Califonië en Colgate.

    Een debuutalbum van een traditioneel gevormd trio met piano, contrabas en drums schept altijd verwachtingen. Temeer er zo ontelbaar veel van dit soort trio's bestaan. Om je van je voorgangers en collega's te onderscheiden, lijkt het dan ook noodzakelijk dat je een onderscheidend geluid kan produceren. En dat tracht dit trio dan ook te doen.

    Naast de leider, Sameer Ramchandran, bestaat de groep uit contrabassist Dominic Duval en slagwerker Newman Taylor Baker. Duval is vooral bekend vanuit de periode dat hij in het Cecil Taylor Trio heeft gewerkt en hij heeft daarnaast als sideman veel plaatopnamen op zijn naam staan met een waslijst van musici. Taylor Baker is naast zijn drumwerk ook componist, heeft meegewerkt aan een opera, heeft met choreografen in theaters samen-gewerkt en geeft op dit moment muzieklessen. Hij is echt een globetrotter, zeker als je verneemt waar hij allemaal heeft gespeeld.

    De cd bestaat uit een negental tracks, die evenwichtig uit eigen creaties van Ramchan-dran en composities van anderen is samengesteld. Net als in de trio's van Bill Evans krijgen alle drie muzikanten een eigen prominente rol toebedeeld in de gespeelde sets, waarbij Ramchandran en Duval meestal de boventoon voeren. De muziekstukken worden afwisselend stuwend en dan weer ingetogen gespeeld. Harmonieus samenspel lijkt vaak het doel, maar zoals eerder gesteld: de individuele invulling is gelukkig ook een belangrijk element op deze plaat.

    'Roundabout' is qua vorm en inhoud geen baanbrekend album, maar biedt de luisteraar veel afwisselende inkijkjes in wat er mogelijk is met een piano, contrabas en drumstel. En dat alles dankzij dit Sameer Ramchandran Trio, een groep om in de gaten te houden.

    (Rolf Polak, 10.8.06) - [print] - [naar boven]



    North Sea Jazz

    North Sea Jazz impressies: The Thing Plus Ken Vandermark
    zondag 16 juli 2006, Ahoy, Rotterdam

    The Thing is een in 2000 opgericht trio, bestaande uit twee Noren (bassist Ingebrigt Håker Flaten en drummer Paal Nilssen-Love) en de Zweedse rietblazer Mats Gustafsson, dat zich heeft vernoemd naar een compositie van de freejazz-trompettist Don Cherry. Later verbreedde het trio zijn repertoire met muziek van David Murray, Frank Lowe, Norman Howard en zelfs het arty rockduo The White Stripes. The Thing bracht tot nu toe drie cd's uit, die uitblinken in energiek en intuïtief samenspel.

    Op zondagavond, tijdens de laatste uren van het North Sea Jazz Festival, gaf dit trio samen met gastspeler Ken Vandermark (op tenorsax en klarinet) in de Missouri-zaal een optreden dat even verzengend als indrukwekkend was. Hun muziek laat zich misschien nog het beste omschrijven als een soort hi-energy free speedmetal/powerpopjazz. Maar tussen alle intensiteit door vond het viertal af en toe ook tijd voor wat 'rustigere' impres-sionistische passages, zodat het publiek even op adem kon komen en zich kon voor-bereiden op een volgende uitbarsting van energie. Vaak speelden de twee blazers daarbij een unisono thema over de snel meanderende onderstroom van de ritmesectie, waarna improvisaties en solo's volgden. Er werd niet zomaar wat aangerommeld overigens; het concert overtuigde juist doordat de muzikanten zich terdege bewust waren van het gespeelde en uiterst geconcentreerd musiceerden.

    'Free the jazz!' declameerde het t-shirt van Mats Gustafsson, die door het steenhard aanblazen van zijn baritonsaxofoon een geluid creëerde dat deed denken aan een turbo drilboor of het stationair draaien van een helicopter. Bijzonder om te zien en te horen was het 'blaffen' op zijn sax. Gustafson speelde met volledige overgave, razend knap en zeer expressief. Indrukwekkend was ook het schurende samenspel met Vandermarks klarinet. De tenorsaxofonist, die met zijn hedendaagse impro in Chicago een jong en alternatief publiek aan zich wist te binden, paste qua sound en attitude uitstekend bij dit trio. Op zijn instrumenten kan hij de grenzen qua geluidsmogelijkheden opzoeken, maar hij is evenzeer in staat om ze warm breezy en fijntjes te doen klinken.

    Sinds 2000 vormt Vandermark een duo met drummer Nillsen-Love, waarmee hij - verstopt in een klein zaaltje - tijdens North Sea Jazz 2005 nog een fantastisch optreden gaf. De drummer is een geweldenaar pur sang; hij bedwelmde de toehoorders met een spervuur van pakkend, strak en getuned drumwerk, waarbij hij mallets, sticks, brushes én vingers gebruikte. Een eervolle vermelding gaat uit naar bassist Håker Flaten, die in opperste concentratie ultrasnel kon musiceren, zonder daarbij te vervallen in een amorfe geluids-brei. Op de netvliezen gebrand is een indrukwekkende solo, waarbij de beharing van de strijkstok het steeds verder begaf door het percussief gebruik ervan. Håker Flaten kon er ook strijkend overigens uitstekend mee overweg.

    Met bloed, zweet en tranen dwong The Thing Plus Vandermark een welverdiende toegift af. Wat een apotheose voor zo'n slotavond van een festival!

    Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.

    Deze recensie is de tweede in een reeks concertverslagen van het North Sea Jazz 2006.

    (Maarten van de Ven, 9.8.06) - [print] - [naar boven]





    Amsterdam Jazz Sextet - 'El Sendero' (Challenge/Maxanter, 2005)

    Relatief nieuwe namen in dit naar onze hoofdstad genoemde jazzsextet: trompettist Jasper Gloerich, saxofonist Kees van Lier (op tenor en sopraan), trombonist Bart Lust, pianist Floris Schoute, bassist Ronald de Vries; ze kunnen in elk geval bij hun drummer Joost Kesselaar steunen op een rijke en veelzijdige ervaring. De groep valt niet alleen op door een goed gevoel voor ensemblespel, maar zeker ook door het presenteren van een vrijwel geheel oorspronkelijk, goed gearrangeerd programma, met als sterke onderdelen enkele stukken in driekwartsmaat.

    Wat mij betreft mag Schoute de fenderpiano vaarwel zeggen: in de 'elektrische' nummers klinkt de groep sterieler dan wanneer hij gewoon de vleugel bespeelt. Een ander opval-lend aspect is het gastoptreden van niemand minder dan zangeres Denise Jannah in enkele stukken (voor twee ervan leverde ze ook de songtekst op muziek van respectie-velijk Van Lier en Schoute). De interessantste solist is (naar mijn smaak) trombonist Bart Lust, beschikkend over een prachtige toon, een soepele speeltechniek en een indruk-wekkende ideeënrijkdom. Een formatie om in de gaten te houden.

    Deze recensie verscheen eerder in HVT Magazine.

    Meer weten?
  • De website van het Amsterdam Jazz Sextet.

    (René de Cocq, 8.8.06) - [print] - [naar boven]





    Interview John Engels

    "Het spelen met jonge mensen houdt me jong, want ze denken anders. Zij leren van mij en ik leer van hen. Jonge talenten moet je zien als bloemen, die nog open moeten gaan. Met talent alleen ben je er namelijk nog niet. Het is mij ook niet komen aanwaaien. Ik heb er heel hard voor moeten werken. Jongeren zijn met hun eigen ding bezig, hebben een eigen identiteit. Als ik de nieuwe generatie zie, wou ik dat ik weer zestien was. Er zijn een paar van die vogeltjes, waar ik een goed gevoel bij heb. Die geef ik zo nu en dan een voorzichtige hint. Ze mogen altijd bij me langskomen, voor hen staat mijn huis open."

    Het algemeen cultureel opinieblad De Moanne, dat zich richt op de Friese cultuur, bracht in juli een themanummer uit over alle vormen van bewondering. In dat kader had Marita de Jong een interview met drummer John Engels, die door velen bewonderd wordt, onder anderen door Sebastiaan de Krom, de drummer van Jamie Cullum. Marita zal Draai om je oren in de toekomst nog meer interviews gaan leveren.

    Klik
    hier om het interview te lezen.

    Meer weten?
  • Klik hier voor ditzelfde interview, maar dan met een intro in het Fries.
  • De website van De Moanne.

    (Maarten van de Ven, 7.8.06) - [print] - [naar boven]





    Trio Continuo - 'Authentic Basics' (ToonDist, 2005)

    Fagot, gitaar en contrabas. Die worden bespeeld door het Trio Continuo: Jan Willem van der Ham, Wiek Hijmans en Ernst Glerum.

    Fagot en contrabas zijn laaggestemde instrumenten. Die lage stemmingen worden hier uitgebuit en dat levert verbluffende resultaten op. De ene keer dansen beide instrumen-ten rondom elkaar, een andere keer detoneren ze. Weer een andere keer produceren ze donkere, dreigende klanklandschappen. Soms klinkt de fagot als een saxofoon, soms de contrabas als een uitbundig en nerveus hoog snareninstrument. En dan is er nog de gitaar, die dan eens tokkelend tussen al dat duistere door springt, dan weer fel aan-geslagen voor uitbundige accenten zorgt.

    Fraai is het concept van het Trio Continuo, dat het vooral van improvisatie moet hebben. Maar ook een ode brengt aan de barokcomponist Henry Purcell in een stuk met de eigen-aardige titel 'Eiland'. De negen composities van eigen hand vormen eigenlijk een suite, een doorgaande compositie, waarin elk deel een eigen verhaal vertelt en elk instrument zijn eigenaardigheden etaleert. Knap gedaan en ook nog eens op hoog niveau!

    Deze recensie verscheen eerder in het Brabants Dagblad.

    (Rinus van der Heijden, 4.8.06) - [print] - [naar boven]





    Malachi Thompson overleden

    Op zondag 16 juli overleed na een langdurige ziekte in zijn huis in Chicago trompettist/
    componist Malachi Thompson. Hij werd 56 jaar oud.

    Thompson was een oude bekende in de jazzscene van Chicago. Hij was van meet af aan (1968) nauw betrokken bij de non-profit muzikantenorganisatie Association for the Ad-vancement of Creative Musicians (AACM), waar hij zich samen met mensen als Anthony Braxton, Muhal Richard Abrams, Henry Threadgill en de muzikanten van het Art Ensemble of Chicago inzette voor de plaatselijke avant-gardescene. Hij was ook jazzhistoricus en schreef verschillende boeken. De krant Chicago Tribune benoemde de trompettist in 1996 'Chicagoan of the Year' en de Washington Post noemde hem een van de 'ageless inno-vators of jazz'.

    Niet gek, gezien de enorme spanwijdte aan muziekstijlen die Thompson overbrugde; zijn muziek was een mix van free jazz, bop, soul en gospel. Na zijn verhuizing naar New York midden jaren zeventig speelde hij met mensen als Joe Henderson, Sam Wooding, Jackie McLean, Frank Foster en Sam Rivers. In 1978 formeerde hij de beruchte Freebop Band en in 1991 kwam hij met Africa Brass, een big band die op een kundige wijze historische pre-swing jazz mengde met bebop en avant-garde. Thompson speelde mee op albums van Gil Scott-Heron, Quincy Jones and Lester Bowie's Brass Fantasy. Hij was ook zeer sociaal geëngageerd; zo werkte hij met Dr. Martin Luther King's Operation Breadbasket Orchestra in 1968.

    Nadat er bij hem in 1989 leukemie was gediagnosticeerd, keerde Thompson terug naar Chicago om te herstellen. Hij ging ook verder met zijn social werkzaamheden; zo werd hij een fervent supporter van kunstonderwijs. De trompettist werkte als 'artist in residence' op de openbare scholen in Chicago. In 1991 richtte hij het Sutherland Community Arts Initiative op, waarmee hij educatieprogramma's op het gebied van kunst ontwikkelde voor de South Side van Chicago. Thompson bleef tot aan zijn dood productief als muzikant en componist. Zo nam hij tussen 1991 en 2003 negen albums op voor het Delmark-label.

    Op 1 september geeft Africa Brass op het Chicago Jazz Festival een herdenkingsconcert voor Malachi Thompson.

    (Maarten van de Ven, 4.8.06) - [print] - [naar boven]



          

    Down Beat Critics Poll 2006

    Het jazzmagazine Down Beat publiceert in het nieuwe augustusnummer weer de traditionele Critics Poll, die al even traditioneel weer wordt gedomineerd door Amerikaanse artiesten. Een greep uit de lange lijst van winnaars in diverse categorieën en runners-up, waaronder ook een paar Nederlandse jazzmusici (zie foto's):

    HISTORIC ALBUM: Thelonious Monk Quartet with John Coltrane - 'At Carnegie Hall' (Blue Note)
    JAZZ ALBUM: Andrew Hill - 'Time Lines' (Blue Note)
    JAZZ ARTIST: Sonny Rollins (2e Andrew Hill, 3e Wayne Shorter en 4e Dave Douglas)
    JAZZ GROUP: Wayne Shorter Quartet (2e Dave Holland Quartet)
    BIG BAND: Maria Schneider Orchestra (8e ICP Orchestra)
    TROMBONE: Steve Turre (7e Wolter Wierbos in RISING STAR TROMBONE)
    TENOR SAXOPHONE: Sonny Rollins (2e Joe Lovano en 3e Wayne Shorter)
    ALTO SAXOPHONE: Phil Woods (5e Michael Moore in RISING STAR ALTO SAXOPHONE)
    CLARINET: Don Byron (8e Michael Moore en 6e in RISING STAR CLARINET)
    GUITAR: Bill Frisell (2e Jim Hall en 3e John Scofield)
    ACOUSTIC PIANO: Keith Jarrett (2e Hank Jones en 3e Brad Mehldau)
    BASS: Dave Holland (2e Christian McBride en 3e Charlie Haden
    RISING STAR BASS: 1e Ben Allison (11e Wilbert de Joode)
    DRUMS: Jack DeJohnette (2e Roy Haynes en 3e Paul Motian)
    PERCUSSION: Ray Barretto (11e Han Bennink en ook 11e in RISING STAR PERCUSSION)
    VIBES: Bobby Hutcherson (2e Gary Burton)
    MALE VOCALIST: Kurt Elling (1e Jamie Cullum in RISING STAR MALE VOCALIST)
    FEMALE VOCALIST: Cassandra Wilson (2e Dianne Reeves en 3e Dee Dee Bridgewater)
    RECORD LABEL: Blue Note (2e ECM, 3e Palmetto en 4e Mosaic)
    COMPOSER: Maria Schneider (2e Andrew Hill en 3e Wayne Shorter)
    ARRANGER: Maria Schneider (2e Carla Bley en 3e Gerald Wilson)
    PRODUCER: Michael Cuscuna (1e Branford Marsalis in RISING STAR PRODUCER)
    HALL OF FAME: Jackie McLean
    MISCELLANEOUS INSTRUMENTALIST: Toots Thielemans

    (Cees van de Ven, 3.8.06) - [print] - [naar boven]



    Tom Beek (foto: Cees van de Ven) North Sea Jazz

    North Sea Jazz impressies: Tom Beek Quintet
    vrijdag 14 juli 2006, Ahoy, Rotterdam

    Een van de openingsacts van de 31e editie van het North Sea Jazz Festival werd verzorgd door een Sittardse saxofonist, die al samenspeelde met mensen als Michiel Borstlap, Trijntje Oosterhuis en Pat Metheny: Tom Beek (1969). Zijn Quintet gaf in de zaal Yenisei een proeve van bekwaamheid met een imponerend concert.

    Beek - die meerdere saxofoons beheerst, maar zich deze avond concentreerde op de tenorsaxofoon - is gezegend met een mooi, fijnzinnig geluid, vaak prettig hooggepitcht. Hij is een energieke, soepel spelende saxofonist, die de kunst verstaat om klassiekers als Coltrane's 'Naima' en Shorters 'Nefertiti' naar zijn hand te zetten met originele inter-pretaties. Maar Beek is ook gezegend met compositorische talenten, getuige bijvoorbeeld het titelnummer van zijn debuut-cd 'White & Blue', dat in de Dutch Jazz Competition van 2005 werd onderscheiden als 'beste compositie'. En terecht, bleek ook in Rotterdam, want naast een pakkende melodielijn heeft het nummer ook een mooie sfeer, mede door de open gitaarklanken van gitarist Martijn van Iterson.

    Laatstgenoemde groeide in Leiden op, samen met Tom Beek en pianist Karel Boehlee (die ook deel uitmaakt van het kwintet). Wie zoals ondergetekende dacht dat Van Iterson vooral een sfeergitarist is, die onder het genot van een sigaret rustig de treffende noten uitzoekt - en die meestal ook vindt - kwam bedrogen uit. Binnen de oppeppende vier-kwartsmaat van het rond een kort funky thema opgebouwde 'Marathon' zette hij een vettig rockende solo neer. Bij dit nummer, dat leek op een opgevoerde Steely Dan, voelde ook Marcel Serierse, zich als een vis in het water. Wat drumt deze man met een onderkoelde power. Vol schwung, stuwende accenten, riddims en rolls. Met name in de up-tempo stukken komt dat goed tot zijn recht, zeker wanneer zijn compaan in de ritmesectie de basgitaar hanteert.

    Jeroen Vierdag dus, waarmee we zijn aanbeland bij een andere troef in Beeks kwintet. Vierdag speelt perfect op de contrabas - ook tijdens dit concert betoonde hij zich hierop weer een zeer betrouwbaar anker - maar verwacht vuurwerk wanneer hij zijn basgitaar omgespt. Zeker in combinatie met Serierse ontstaat er dan een soort TGV-ritmetandem, fraai verweven, misschien lichtvoetig gebracht, maar grossierend in een nooit verzakende gekmakende swing en power. En tegelijkertijd staat Vierdag daaronder dan ook nog eens doodleuk vingervlug melodieus te variëren!

    Karel Boehlee was niet tevreden over de klank van de opgestelde piano en beperkte zich dan ook tot de Fender Rhodes. Hoewel, beperken...? Boehlee wist de toehoorders als het ware zijn instrument, dat zeker door jazzpuristen toch vaak met scepsis wordt bejegend, binnen te zuigen. Zo rolde hij met zijn empathische spel in Beeks ballad 'The Treasure' een rijk geschakeerd klanktapijt uit. Zijn Rhodes mengde vaak mooi met Van Itersons gitaargeluid.

    Waarmee we tot de essentie van het Tom Beek Quintet zijn gekomen; hier stond een hechte eenheid van uitstekend op elkaar ingespeelde muzikanten, die een coherent en karakteristiek bandgeluid voortbrachten. Een betere opening van het festival hadden wij ons niet kunnen wensen.

    Op de site van NPS Output kun je het concert van het Tom Beek Quintet op North Sea Jazz 2006 beluisteren. Je vindt er tevens een interview met de saxofonist. Klik hier.

    Deze recensie is de eerste in een reeks concertverslagen van het North Sea Jazz 2006.

    (Maarten van de Ven, 2.8.06) - [print] - [naar boven]





    Milestone Records viert 40-jarig jubileum met vijf compilaties

    In 1966 richtte producer Orrin Keepnews het Amerikaanse jazzlabel Milestone Records op. Om dat heugelijke feit luister bij te zetten brengt het label - tegenwoordig onderdeel van de Concord Music Group - in de serie 'Milestone Profiles' een vijftal compilaties uit van zijn bekendste artiesten. Het gaat daarbij om de tenorsaxofonisten Sonny Rollins en Joe Henderson, pianist McCoy Tyner, Hammond-organist Jimmy Smith en zanger Jimmy Scott.

    Als extraatje krijg je bij elke compilatie een bonus-cd, met bijdragen van bovengenoemde artiesten plus Flora Purim, Jim Hall, Ron Carter, Hank Crawford en Jimmy McGriff.

    Meer weten?
  • De website van Concord Music Group.

    (Maarten van de Ven, 1.8.06) - [print] - [naar boven]


    Lees verder in het archief...






  • Menupagina's:

    Redactieadres:

    Hoekstraat 1 B17
    3910 Neerpelt
    België
    (0032) 11747180
    (0032) 498788554

    Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
    Mail de redactie.