Festivalverslag
Jong en oud met oude en jonge jazz
Breda Jazz Festival met o.a. Licks And Brains, Stephanie Trick, Festival Surprise Band, Echoes Of Nawlins & Chris Peeters, donderdag 17 mei 2012, Breda
Achter een raam van café De Korenmaat prijkt een affiche van het Breda Jazz Festival. Op zich is dat niet zo bijzonder: de meeste cafés en restaurants van Breda hebben wel een poster hangen. Alleen: dit is een aankondiging van de elfde editie. En thans zijn we aan nummer 42 toe.
Nu verdenk ik het management van De Korenmaat ervan, dat het speciaal voor dit festijn die ouwe poster met geschoeide handen uit het archief heeft gelicht en hem met dezelfde zorg met state-of-the-art plakband aan het glas heeft gekleefd. Maar het onderstreept wat locoburgemeester Meeuwis bij de opening zei. Het Breda Jazz Festival zit in de ziel van de Bredanaars. Onlangs heeft de gemeente zich voor andermaal drie jaar aan het evenement gecommitteerd. Voor Breda is het behalve een cultureel vendel natuurlijk ook een economische boost van belang. En ik moet zeggen: petje af voor een organisatie die met een grotendeels gratis toegankelijk topprogramma rond 300.000 bezoekers de binnenstad inlokt. Want een bierpompfestival is het bepaald niet. Altijd heeft de inhoud vooropgestaan. Met de jaren is de koers wat eigentijdser geworden. En zo konden we kiezen voor Hans Dulfer of de Dixieland Crackerjacks, voor Saskia Laroo of Zydeco Annie And The Swamp Cats. (Of gewoon voor alle vier, natuurlijk.)
Licks And Brains, de bigband van altist Rolf Delfos, is zo'n eigentijdse attractie. Funky is de beat en daar is het hele orkest ondergeschikt aan. Verwacht dus geen groots panorama van kleurenpracht en verfijnde nuances. Wees voorbereid op een orkest met de slagkracht van een kruiser in de A-klasse. Deze club beweegt, letterlijk en figuurlijk: de blazers, opgesteld in een line abreast formatie van dertien, met Delfos als een soort dompteur ervoor, staan geen moment stil. Met klappen en unisono bewegingen geven ze de muziek extra stuwkracht. Toch werkt ook Licks And Brains in een traditie. De traditie namelijk van de grote zwarte ensembles, van Lunceford tot Earth, Wind & Fire, die immers eveneens hun specifieke ritmes centraal stelden.
Van de andere kant biedt het festival ook plek aan jonge muzikanten die zich met hart, ziel, huid en haar aan de traditie hebben overgeleverd. Een van de grote attracties is pianiste Stephanie Trick (25), afkomstig uit ragtimestad St. Louis, die behalve rags ook stijlzuivere stride piano en boogiewoogie laat horen. Voordat de Festival Surprise Band van saxofonist Robert Veen aftrapt, zit Trick al een beetje voor zich uit te pingelen. 'Old Folks At Home', ja hoor. Intussen wordt nog even een microfoon verwisseld. Op de Havermarkt straalt alles een Bourgondische gemoedelijkheid uit. De Surpise Band (Veen: "Dit is een orkest dat niet bestaat en toch speelt") werkt in de vertrouwde lingua franca van de jazz, ergens tussen swing, Dixieland en mainstream. Het internationale gezelschap heeft even tijd nodig om bij dezelfde ritmische opvatting te arriveren, maar met een drummer als Johnie Faren, gepokt en gemazeld in de Gene Krupa School of Swing, lukt dat vanzelfsprekend wel (Krupa en Faren hadden dezelfde slagwerkleraar, Roy C. Knapp.) Mooie showpik, deze drummin' man. Trick intussen vergast ons op een solostuk, Fats Wallers 'Minor Drag', waarin ze heel knap twee ritmes met elkaar verenigt. Ook boven 'I Never Knew' zweeft de gezellige bolle toet van Fatsie Watsie. Het is wel duidelijk wie haar favoriet is.
Voor Robert Veen is de aanwezigheid van rietblazer Gentleman Jim Buchman aanleiding om een paar sopraansaxduels uit te vechten, waarbij de blazers twee verschillende Bechet-benaderingen laten horen, lekker vet en lekker soepel namelijk. Veen draait zijn hand ook niet om voor een potje tenorhonken à la Lester Young anno 1944. Automatisch rees zijn tenor daarbij naar een horizontale positie.
Young en Bechet hadden beiden een New Orleans-achtergrond. Echoes Of Nawlins komt uit het Deense Nordrhein-Westfalen, maar heeft haar hart verpand aan de Crescent City. De Denen brengen rhythm and blues, zoals die ooit in de Dew Drop Inn en de Astoria klonk. Dat wil zeggen: saxofonist Dahn Thai speelt een stuk tammer dan Lee Allen of Herb Hardesty destijds. Daar staat dan weer tegenover dat hij op sopraan een wonderschoon 'Eu Quero E Sossego' laat horen, een ingetogen Braziliaanse choro.
Van Baronische bodem is vocaliste Chris Peeters, dochter van jazzpatriarch Joep Peeters en lid van de notoire Peeters Sisters. Iets van die illustere stamboom heeft ze verwerkt in haar openhartige 'Chris’ Blues'. Peeters is een begaafde songwriter, die een voorliefde aan de dag legt voor het jaren veertig-idioom, wat onder meer blijkt uit haar compositie 'Suit'. Maar ze zit niet vastgebakken aan de tijd van Billie Holiday. Een bezoek aan het Rotterdamse museum Boymans Van Beuningen inspireerde haar tot 'Petite Danseuse De Quatorze Ans', naar aanleiding vanzelfsprekend van dat ontroerende beeldje van Edgar Degas. "Dit is ook een soort Franse les," licht ze toe, maar heeft daarbij toch buiten de waard, in casu de geluidsman, gerekend. 'Papa fume une pipe', meen ik op te vangen, maar dat kan ook heel goed 'Maman est dans le jardin' zijn geweest.
Chris Peeters laat zich bijstaan door een puike band, opgetrokken rond basmeister Jos Machtel. Opvallendste lid voor mij is toetsenman Derk van de Linde, die ergens tussen Bill Doggett en Jimmy Smith en gerieflijk plekje heeft gevonden. Mooie akkoorden haalt die gast uit zijn orgel en zijn dynamiek is om door een ringetje te halen. En zo werd 'You Let me Down' een heuse dirge. Waren we toch weer in New Orleans. Wat is dat toch met die stad?!
Festival
Gevarieerd programma in een vrije en open sfeer
C-Mine Jazz, vrijdag 13 april 2012, C-Mine, Genk
Op zondag 29 april vond de officiële opening plaats van C-mine expeditie. En terwijl er nog hard gewerkt wordt aan het binnenplein, kon de bezoeker van het C-Mine Jazz Genk festival al een voorsmaakje krijgen. Meteen bij het verlaten van de gratis parking staat de bezoeker oog in oog met de overblijfselen van het mijnverleden van Winterslag met zijn torenhoge schachtbok. Geen mijnwerker die ooit had kunnen denken dat hun werkplek een oord kon worden voor ontspanning en cultuur.
Artistiek directeur Michel Bisceglia bouwde dit jaar het festival op rond het begrip 'verfijning'. Dat staat wel fel in contrast met het robuuste mijnwerkersleven dat zich hier vroeger heeft afgespeeld. Vrijblijvend kon je als bezoeker bewegen over drie verschillende ruimtes. Het festival was verspreid over twee dagen, waarvan ik enkel de eerste avond gevolgd heb, die op het eerste gezicht een beetje leek op een bijeenkomst voor vibrafonisten. Voor een instrument dat toch niet zo vaak te zien is in de jazzscene, kwamen er drie van de negen geprogrammeerde groepen mee voor de dag. Als opener kon je Bart Quartier aan het werk zien in het Muze Jazz Orchestra. Het Bruno Vansina Project bracht Steve Nelson mee, de vaste vibrafonist van Dave Holland. En last but not least was er Pascal Schumacher met zijn kwartet.
Verfijning was ook terug te vinden in de originele bewerkingen van de muziek van Frank Zappa, die vrolijk en aanstekelijk werden gebracht door het Muze Jazz Orchestra, een 9-koppig orkest. Maar er was ook ruimte voor originele composities van saxofonist Lieven Cambré, die met een arm in het gips en als toeschouwer te midden van het orkest gedoemd was toe te kijken bij de uitvoering van eigen werk en naar zijn verdienstelijke vervanger Tom Van Dyck.
De muziek van het Frank Vaganée Trio werd begeleid door twee illustratoren Philip Paquet en Gilliom Werner Claessens (alias Cyclop Max, die ter plekke en op de achtergrond geprojecteerd met humoristische tekeningen en commentaar in kalligrafisch schrift een verwijzing deden naar de liefdesgeschiedenis van Orpheus en Eurydice. Cyclop Max was echt de max! Maar de volledige set was niet te volgen aangezien er een grote dame ons stond op te wachten in de grote zaal.
De verschijning van Lizz Wright is op zich al een verfijning. Opvallend hoe zij het publiek laat meeleven met de manier waarop zij haar geloof beleeft. Bij het vertolken van vooral nummers van haar nieuwe cd 'Fellowship' staat zij bijna letterlijk met naakte voeten op hete kolen. Met beide handen naar de hemel gericht of met de rechterhand op het hart gedrukt, raakt het publiek helemaal in de ban van de waarheid van haar geloof.
Maar evengoed kan verfijning verwijzen naar het aantrekken van nieuw talent. Trompettist Matthew Halsall uit Manchester, heeft diep zijn inspiratie gezocht in de eenvoudige akoestische stijl van de vorige generatie. Delicaat was de ballade 'Samatha' met Rachael Gladwin, die met de harp de geest van Alice Coltrane probeerde op te roepen.
Opvallend waren de prijzen en nieuwe cd-releases van gepresenteerde musici. De Jamaicaanse pianist Monty Alexander kreeg recentelijk een Grammy Award-nominatie voor het album 'Harlem-Kingston Express Live'. Matthew Halsalls derde album 'On The Go' werd door Radio 1-dj Gilles Peterson bekroond met een Worldwide Award. Lizz Wright stelde zoals gezegd haar nieuwste cd 'Fellowship' voor en Bruno Vansina zijn in New York opgenomen album 'Stratocluster'. En persoonlijk was ik er op gebrand om het Pascal Schumacher Quartet te bewonderen, van wie recent het vijfde en internationaal geprezen album 'Bang My Can' verscheen.
Deze avond bracht een aangenaam afwisselend programma in een vrije en open sfeer. Wie even wilde uitblazen, kon dat doen bij een hapje en een drankje met het zwarte goud onder zijn voeten en met volle bewondering starend naar de centrale monumentale hal, een schitterend staaltje van unieke industriële architectuur. Een mooie locatie voor dit festival, waar we volgend jaar zeker naar zullen terugkeren.
Klik hier voor foto's van deze concerten door Cees van de Ven.
Hoewel de band, bestaande uit Mats Gustafsson (baritonsaxofoon), Mesele Asmamaw (krar) en Paal Nilssen-Love (drums), voor tweederde hetzelfde is als supergroep The Thing, ligt de nadruk hier meer op textuur en directe improvisatie dan op strakke riffs. Dat wil niet zeggen dat deze niet voorbij komen, maar de krar, een Ethiopische luit, is minder geschikt voor staccato riff-werk dan een contrabas. Gustafsson is zich hiervan bewust en kiest er overduidelijk voor af en toe door middel van slap tonguing of herhaling van noten een ritme aan te geven, waar Nilssen-Love vrijelijk omheen kan werken. Hierdoor wordt een kader uitgezet waarbinnen de improvisatie zich organisch kan ontwikkelen.
Hierbij heeft de krar de grootste vrijheid, aangezien dit instrument in deze context de grote onbekende is en zich zodoende niet aan enige conventie hoeft te houden. Soms wordt Asmamaw echter enigszins ondergesneeuwd door de luidere Scandinaviërs, maar op andere momenten krijgt hij alle ruimte om zijn instrument te bespelen, zowel op een traditionele als op een meer experimentele manier. De Ethiopische muziektraditie kent een aantal op de blues gelijkende vormen, waarin glissando's en microtonale ornamenten een plaats kennen, die wellicht een inspiratie hebben gevormd voor Asmamaw's bijdrage, die soms ver buiten de gebaande paden van het snaarinstrument gaat en zich richting Derek Bailey begeeft. Wanneer Asmamaw halverwege 'Baro 101-B' opeens begint te zingen, worden plotseling de wortels van zijn cultuur weer zichtbaar. Het resultaat is een uitstekende, hypnotiserende plaat, die zich mijlenver van de derivatieve 'wereldmuziek' en diep in het domein van de originaliteit bevindt.
Meer horen?
Op deze website kun je twee fragmenten van dit album beluisteren.
Concert
Gatecrash speelt Bolero
Eric Vloeimans' Gatecrash ft. Fay Lovsky, zaterdag 5 mei 2012, Paradox, Tilburg
Met Gatecrash in the house ben je verzekerd van een uitverkochte zaal gevuld met een uitermate enthousiast publiek. De elektronische formatie rond trompettist Eric Vloeimans staat immers altijd garant voor een avond eigenzinnige, krachtige jazz met kleurrijke spelingen vanuit allerlei wereldse, muzikale stromingen. Deze keer was er echter één verschil. De eerste set was in triovorm met singer-songwriter Fay Lovsky en pianist Jeroen van Vliet, de tweede set was als vanouds een ware soundexplosie aangevuld met de vaste Gatecrashers bassist Gulli Gudmundsson en slagwerker Jasper van Hulten.
Lovsky kennen we natuurlijk al van het gevoelige 'Images Of Washington' van de cd 'Gatecrashin’', het eerste album van de band. Maar de zangeres heeft ook een reputatie als veelzijdig instrumentalist. Zo bespeelde zij vanavond ook de zingende zaag, vibrafonette en theremin, een elektronisch instrument dat bespeeld wordt door de afstand tussen de handen en twee antennes te variëren. Dat was op zich al een openbaring. Zij begeleidde hiermee zichzelf bij zoete, lichtvoetige liedjes en poëtische vertolkingen binnen een breed muzikaal idioom, dat uiteenliep van pop, jazz en blues tot kleinkunst en chanson. Toch bracht ze juist hierdoor ook onrust. Door het telkens wisselen van instrumenten en verschillende muziekstijlen was het eigenlijk allemaal net iets te kort en te vluchtig om echt impact te hebben. Mais soie, Lovsky's verschijning is bijzonder fraai en fris. Zij bracht een zekere lichtheid en beroerde de nieuwsgierige luisteraars met haar welgevallige stem, open blik en leuke verhaaltjes. En met op de achtergrond de hese trompet van Vloeimans en het melodieuze pianogeluid van Van Vliet kon het niet meer stuk.
Gatecrash speelde in de tweede set enkel nieuwe songs. Te beginnen met 'Bolero' - niet te verwarren met dé Bolero - dat je zou kunnen omschrijven als een typisch Gatecrash-stuk: uptempo, sterke drive, veel breaks en elektronische effecten. Zonder zichzelf bewust als ego te etaleren is Vloeimans met zijn lyrische spel hierin het onbetwiste middelpunt, wat overigens ook geldt voor de meeste andere stukken. In zijn hang naar het avontuur en experiment in de muziek schroomt hij niet om zichzelf te laten zien. Hij stampvoet, lacht, is opgewonden of juist heel ingetogen. Het mag allemaal gezien worden en de kijker beleeft het daardoor intens mee. Gatecrash is mede hierdoor echt een liveact.
Maar, en dat moet toch gezegd worden, Gatecrash zou Gatecrash niet zijn zonder Van Vliet, wiens talent steeds maar lijkt te groeien. Zijn opzwepende akkoorden en intens gevoel voor melodie ('Albuquerque') zijn zeer zeker bepalend voor het signatuur van de band. En ook Gudmundsson imponeert telkens weer met zijn originele en basic, zeer sterke basgeluid. Om het enigszins visueel te maken: Gudmundsson speelde een breekbare melodie op zijn bas waar Vloeimans omfloerste tonen begon in te blazen. Hun samenspel ontvouwde zich als een soort mijmering, delicaat en toch krachtdadig. Van Hulten wist het juiste moment te vinden om subtiel in te breken, waarna naar een stemmige climax werd toegewerkt. Vloeimans noemde deze compositie liefkozend, voor zijn geliefde: 'When She Sleeps'. Dunkt mij dat er bij de heren genoeg potentie aanwezig is voor een nieuwe, gloedvolle cd.
Klik hier voor foto's van dit concert door Monique van der Lint. En klik hier voor een fotoverslag door Cees van de Ven.
Han Bennink is zondag benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Hij kreeg de versierselen opgespeld voor zijn bijzondere en omvangrijke verdiensten als beeldend kunstenaar en slagwerker.
Bennink (1942) wordt gekenschetst als een van de origineelste en vindingrijkste slagwerkers in de wereld. Hij verwierf faam in verschillende combinaties, zoals zijn duo met pianist Misha Mengelberg( sinds 1960), het door hem en Mengelberg geleide Instant Composers Pool Orchestra (ICP, sinds 1967) en het Trio Clusone (1988-1998). Zijn mede in deze groepen ontwikkelde, met absurde humor en theatrale elementen vervlochten virtuositeit heeft als 'New Dutch Swing' tot in de Verenigde Staten erkenning gevonden.
Welke Nederlandse of Belgische jazzartiest of -band mag niet ontbreken en welke track vertegenwoordigt het best de kwaliteit van deze artiest(en)?
Wil je een liedje toevoegen aan de lijst, volg dan deze stappen.
Je hebt een Spotify-account nodig en de software van Spotify.
Open Spotify. Klik op deze link (Nederlandse jazz) of deze (Belgische jazz). De lijsten openen nu in Spotify.
Klik op + Abonneren. De titel van de lijst verschijnt nu in het overzicht van al je playlists.
Zoek nu in Spotify de track op die je wilt toevoegen. Sleep deze naar de playlist in het overzicht. De track is nu toegevoegd.
Welk land wint de jazz-battle en is het meest bijzondere jazzland? Nederland of België? Jij bepaalt mee!
De jazzscene kent een hoge mate van wisselende samenstellingen. Artiesten mogen meer dan één keer voorkomen in de lijst, maar om de lijst behapbaar te houden het verzoek om van een bepaald album maximaal 1 track toe te voegen.
Heb je suggesties voor andere thema's voor playlists, laat het even weten via e-mail aan erno@mijland.nl.
Concert
Hoe diep je mocht, kon en durfde genieten
'Brokkenbal' met Elvis Peeters, Josse De Pauw, Tonnus Oosterhoff & Corrie van Binsbergen Band, woensdag 14 maart 2012, Bimhuis, Amsterdam
Het Brokkenbal is ten einde. Een grijze man is op het podium geklommen met een plastic zak vol boeken. Er gaat een diepe zucht door het publiek als hij het Brokkenbal samenvat met "Hoe diep mocht, kon en durfde je te genieten." Ja, zo is deze avond in de Boekenweek. Muziek, verhalen en gedichten smelten samen tot 'film voor de oren', zoals gitariste Corrie van Binsbergen het zelf eens genoemd heeft.
De Vlaamse dichter, muzikant en acteur Elvis Peeters bijt het spits af. Drie dichtregels op een kakofonie van klanken. Het bal is geopend. Andere scherpe en soms melancholische gedichten volgen. Corrie van Binsbergen en haar band vullen de teksten perfect aan met muziek. Een romantisch gedicht krijgt aanzwellende violen en bij een knipoog naar de jeugd klinkt de trombone alsof ie carnaval aan het vieren is, met een pilsje teveel op. Dan gaat Peeters naar het Griekenland van vele eeuwen terug. De gitaar laat een verre echo horen, de bas en drum nachtgeluiden en de trombone weemoed. Aan het uiteinde van de halve maan aan muzikanten zwaait Van Binsbergen met haar handen het muziekverkeer de weg. Ze zit duidelijk te genieten. Anders is het met de hoofdpersoon uit het gedicht, die met zijn alter ego in debat is. Die laatste vraagt: "Oh, waarom ga je niet voluit?" "Ik moet nadenken", zegt Odysseus. Hij wil naar huis, naar zijn Penelope, maar heeft geen zin in nog meer avonturen. Zware klanken benadrukken de beklemming van twijfel. En dan zijn er nog de Sirenen, die met hun verlokkende gezangen schepen naar de kust lokken en daar te pletter laten slaan. Nu eens klotsen de klanken heftig als de zee, dan weer klinkt de gitaar verlokkelijk en verleidelijk, alsof een Sirene zelf aan de snaren zit. Odysseus kiest het ruime sop.
Tijd voor een volgend gedicht, en wel over Europa. Hierin komt de punkachtergrond van Peeters het scherpst tot uiting. "Europa, alles draait om economie, je hebt ons onze jeugd ontnomen", komt kort en fel uit zijn mond. "Europa, je bent een gat in de taal die we spreken; muziek, je zal een gat zijn in de taal die we zwijgen." Van Binsbergen en haar band trekken een ander register open: lyriek maakt plaats voor sterk ritmisch spel. Josse De Pauw, een andere Vlaamse dichter, acteur en regisseur voegt zich bij Peeters op het podium. De heren raken aan de praat over de liefde en hun pijnlijk verlangen naar een vrouw. "Jij wil graag. Ik ook. Zucht." Ze verlangen naar dezelfde vrouw en die is nog onbereikbaar ook. Want wie overleeft een bidsprinkhaan?
Ook na de pauze gaat de film voor de oren door. Het podium is nu voor Albert van Veenendaal en zijn geprepareerde piano. Tussen de snaren zitten allerlei voorwerpen, de ene nog curieuzer dan de andere. De piano gaat ervan klinken als het eerste en beste percussie-instrument. Met korte, bijna afgestompte klanken, begeleidt de pianist de Oost-Groningse Tonnus Oosterhoff (die onlangs de P.C. Hoofdpijs heeft ontvangen). Tonnus heeft een hele andere voorleesstijl. Nu geen rivier met felle watervallen en komische kolkjes, maar een rustige stroom. Het is even wennen. Van Veenendaal speelt ritmische, minimale tonen. Zo klinkt schaamte. Oosterhoffs stem krijgt meer dynamiek. "Ik schaam me; ook al ziet niemand me; maar ik schaam me. Is er iemand die luistert?" De pianist antwoordt met een haal over de snaren en iele, hoge klanken.
Met overduidelijk plezier kondigt Corrie van Binsbergen elk nummer aan. In 2003 met Kees van Kooten durfde ze voor het eerst het avontuur aan waarbij gedichten, verhalen en muziek samen klonken. Het was zo'n succes, dat ze het elk jaar herhaalt met Nederlandse schrijvers als Toon Tellegen, Remco Campert en Ramsey Nasr. Met de Vlamingen met wie ze vanavond samenspeelt, heeft ze ook al succesvolle tekst-muziekavonturen achter de rug. En dat zonder repetities! De gitariste vertelt in een interview: "We spreken enkel een volgorde af in de teksten en dan is het springen. Dat maakt het zo spannend; ad hoc je muziek aanpassen aan hoe snel of traag iemand leest. De concentratie is erg groot, ook bij de schrijver. En dan hoop je dat die spanning ook op het publiek overslaat." Dat is in het Bimhuis overduidelijk het geval. Er ontstaat een uitgebalanceerde combi van tekst en klank, die beide uitnodigen tot een persoonlijke interpretatie bij de luisteraar. Nooit overstemt het een het ander en dat tekent het vakmanschap van de muzikanten en van de dichters.
Na Oost-Groningen verhuist het dichtstokje weer naar Vlaanderen. De Pauw vertelt over zijn dochter. Als kind kleurde ze nog buiten de lijntjes. Waarom leren we dat eigenlijk af? Daar verrassende klanken bij laten horen is wel toevertrouwd aan Alan Purves, die er ook nu weer van alles voor gebruikt. In een volgend nummer schuift de muziek op naar een vrolijke kakofonie. De sax blaast dat je het leven niet al te serieus moet nemen, de andere instrumenten vallen bij met absurdistische schaterlachjes. Dan laat Van Binsbergen horen dat ze niet alleen kan dirigeren, maar ook gitaar kan spelen als geen ander. Een eenvoudige melodie klinkt in haar solo. Alle geluiden dwarrelen neer. Klein en spannend. Oerspannend.
De Pauw verhaalt verder over verlangen. Verlangen naar de maan. De strijkers en blazers vallen in, de fluit springt op. "Als mijn hart de weg maar volgt, zal ik sterven zonder spijt. Als mijn hart de weg volgt, is pijn een kiezelsteentje in mijn schoen." Wat wil een mens nog meer? Weemoedig klinken de strijkers. "Ik wil, ik wil." En dan volgen eindeloze lijsten van verlangen naar wereldvrede en een rijpe sinaasappel.
Dan is al het moois ten einde. De muzikanten en dichters schuifelen naar de rand van het podium en blijven daar rondhangen. Net als De Pauw heeft het publiek ook een verlangen, en wel naar meer. Het wordt op zijn wenken bediend. Een grijze man springt op het podium, Kees van Kooten. Hij leest een verhaal voor uit zijn nieuwe boek met tochtjes van het hart. Daar had ook wel muziek bij gemogen. Het verhaal dwaalt langs zijn boekenkast. Die wordt te klein, maar boeken gooi je niet weg. Wat dan? Van Kooten vertelt dat hij elke avond een stukje gaat wandelen met een plastic tas vol boeken. Die doet hij her en der in de brievenbus. Deze avond heeft het publiek de eer van onbekende buur. Een enkeling valt uitgehongerd aan op de plastic tas. Zitten we toch op het boekenbal? Nee. En wie zou daar na deze avond voor fijnproevers ooit nog heen willen?
Klik hier voor foto's van dit concert door Koen Scherer.
Concert
De kunst van de geëlektrificeerde jazz
Donny McCaslin Quartet 'Perpetual Motion', vrijdag 27 april 2012, Paradox, Tilburg
Binnen relatief korte tijd wordt duidelijk gemaakt dat de subtitel van dit optreden, naast een directe verwijzing naar Donny McCaslins laatste album, niet willekeurig gekozen is. Zonder afbreuk te doen aan zijn eigen karaktervolle sound wordt gemusiceerd in een weldadig feest van voortdurend wijzigende klankkleuren, stijlen, stemmingen en ritmes. De gerenommeerde tenorsaxofonist, van onder andere het Dave Douglas Quintet, de Mingus Dynasty en het vermaarde Maria Schneider Orchestra, waagt zich overigens voor de eerste maal en op zeer toegewijde wijze aan de kunst van de geëlektrificeerde jazz.
De afsluiter van de eerste set, 'Tention', is een getuigenis van het feit dat McCaslin niet schuwt persoonlijke elementen uit het leven te berde te brengen. Al even spanningsvol als humoristisch doen de verhalende solo's van hem en pianist Uri Caine verslag van een vertwijfelde nachtelijke zoektocht naar de speen van zijn acht maanden oude zoon. Voor dit vaderlijke spitsroeden lopen is de stilistische diversiteit ruimschoots aangetoond. Via de verfijnde abstractie van het titelstuk 'Perpetual Motion' naar de duistere en de weelderige barok van 'Gritty'. De compositie 'Firefly' is het broeierige, atmosferische en sensitieve intermezzo tussen de hoog-energetische composities. Daarin legt de tandem Fima Ephron en Rudy Royston, op respectievelijk elektrische bas en drums, een zeer effectief fundament, door een onweerstaanbare groove neer te zetten.
Na de break wordt de uiterst hippe en moderne vibe alleen maar diepzinniger. Binnen de blijvend geraffineerde harmonieën blijft McCaslin levendige, kamervullende, ritmische solo's blazen. De invloeden van Led Zeppelin en Christian McBride komen tot leven in 'LZCM', waarbij de ritmesectie rockend tekeergaat en Caine zijn meest vuige keyboardsolo van de avond laat horen. 'Memphis Redux' is een hommage aan het nummer 'Mercy,Mercy' van Cannonball Adderley. De kronkelende spacy soul-funk is een tour de force van de tenorsaxofonist, waarin het positivisme minutenlang doorklinkt in een onbegeleide solo. Naast het werk van 'Perpetual Motion' experimenteert het kwartet met nieuw materiaal. Ook hierin spelen de eerste inspiratiebronnen uit de jeugd van McCaslin een wezenlijke rol. Fragmentarische psychedelica, voorzien van lome solo's onder begeleiding van een voortdenderende elektrische bas. De complexe swing met kleurrijk drumwerk, omlijst met funky Rhodes-klanken, completeren de zeer muzikale reis.
Laatbloeier Donny McCaslin laat het heden en het verleden samensmelten. Een duizelingwekkend bereik op tenorsax en een ongelooflijk ingewikkelde ritme-opvatting maken zijn muziek een fascinerende en prikkelende aangelegenheid.
Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.
Concert
Sun Rooms verkent spanningsveld tussen traditie en experiment
Jason Adasiewicz's Sun Rooms, vrijdag 27 april 2012, 't Werkhuys, Borgerhout
Voor de tweede avond uit de 'Chicago Jazz Connection' werd een aardige verschuiving naar toegankelijker terrein gemaakt, met een trio dat vanuit een hedendaagse visie resoluut gaat voor een update van jazz uit de jaren vijftig en zestig. Wie vreesde voor minder weerhaakjes hoefde zich echter geen zorgen maken, want het werd elegante dans in het spanningsveld tussen traditie en experiment.
De nog jonge Jason Adasiewicz is intussen bezig aan een behoorlijk indrukwekkend parcours. Hij speelde een bepalende rol binnen Rob Mazureks Exploding Star Orchestra en Starlicker Trio, Mike Reed's Loose Assembly en bouwde het voorbije decennium aardig wat krediet op als dé aanstormende vibrafonist van Chicago. Samen met Chris Dingman, zijn tegenhanger in New York, is hij verantwoordelijk voor een hernieuwde interesse in het instrument, wat hij ook al uitwerkte op een aantal platen met Rolldown en het Sun Rooms-trio, met Nate McBride (bass) en Mike Reed (drums). Zowel 'Sun Rooms' (2010) als 'Spacer' (2011) konden rekenen op uitstekende kritieken.
De centrale vibrafoon zorgt er meteen al voor dat je iets te horen krijgt dat eerder zeldzaam is (het is iets dat doorgaans weggestouwd wordt in grote ensembles of bewaard wordt voor cheesy soundtracks), maar nog opvallender is de muziek die ermee gemaakt wordt. Er werd immers duidelijk verwezen naar de jazztraditie – Adasiewicz lijkt regelmatig de donkere sferen van Hutcherson en Dickerson op te roepen, maar zonder te verglijden in een pure retro-oefening. Daarvoor is zijn spel te eigenzinnig en een melange van stijlen en invloeden, soms bokkig kronkelend als een Monk-compositie of zwoel resonerend als in een Schifrin-soundtrack, maar even later weer flirtend met harmonieuze hoogstandjes of vrije stekeligheid.
Het is muziek die, zonder te verglijden in behaagzieke jazz, soms erg makkelijk in het gehoor ligt en je meteen betrekt bij het geheel door haar energie en kleur. Composities als 'Life' en 'Rose Garden' doen die groepsnaam trouwens alle eer aan, met hun gezapige tempo's en sensuele melodieën, terwijl andere stukken dan weer verwijzen naar de meer nerveuze grootstadsambiance van de jaren vijftig (je hoort dit spul zo opduiken in een hippe, zwart-wit nouvelle vague-film) en een vingerknip toelaten.
McBride pakte uit met snelle loopjes, krachtig weerwerk en herhalende motiefjes, terwijl Reed past in een traditie van drummers die schijnbaar geboren zijn om radde ritmes te spelen. Vanuit de losse pols zorgde hij steeds voor een solide fundament, met swingend getik op de ride cymbal, welgemikte roffels, rimshots en kwieke versnellingen. Een paar keer zat er een korte hapering of foute communicatie in, iets dat vooral opviel door Reeds grumpy blikken, maar dat werd telkens mooi opgelost. Sun Rooms zorgde met een tiental composities en een set van ruim vijf kwartier voor een concert, dat een meer toegankelijk gezicht van de Chicago jazz liet horen en uitpakte met een charmante naturel.
Concert
Benjamin Herman Quartet featuring Guy Barker: jazz met een grote J
vrijdag 13 april 2012, Paradox, Tilburg
Altsaxofonist Benjamin Herman is ongetwijfeld een van de meest productieve jazzmusici van Nederland. Met zowel New Cool Collective als zijn kleinere formaties worden zijn optredens geïnspireerd door zeer uiteenlopende muziekstromingen zoals dance-floor jazz, free jazz, funk, zelfs punk, maar ook traditionele muziek. Hierdoor trekt hij met zijn muziek naast de pure jazzfanaten een veel breder en gevarieerder publiek.
Herman speelde op vele albums van zeer uiteenlopende artiesten, variërend van Candy Dulfer tot Misha Mengelberg. Hiervoor ontving hij naast diverse Edisons in 2006 de Boy Edgar Prijs. Hij blijft onvermoeibaar nieuwe samenwerkingen aangaan en lijkt ervan te genieten hiermee af en toe wat gevoelige tikken uit te delen aan de gevestigde orde, of anders gezegd, hij heeft lak aan heersende hokjesgeest. Kortom, Herman doet precies wat hij in zijn hoofd heeft, en bekommert zich nauwelijks om kritieken.
Welnu, beste Meneer Herman, dan zal ik kort zijn, dit concert was heerlijk! Ditmaal nodigde Herman trompettist en goede vriend Guy Barker uit voor enkele concerten in Nederland. Een superieure Britse trompettist die bekend staat om zijn aantrekkelijk toon, vlekkeloze techniek en veelzijdige stijl. Maar eerlijk is eerlijk, Herman en Barker verkeerden ook in goed gezelschap met uitstekend gekozen medespelers als bassist Ernst Glerum, drummer Joost Patocka en de in Nederland nog redelijk onbekende Spaanse pianist Miguel Rodriguez. Laatstgenoemde toonde zich een begenadigd pianist die volledig leek op te gaan in de muziek. Met zijn gepassioneerde spel maakte hij een onuitwisbare indruk bij het publiek.
In kwintetvorm bracht het blazersduo traditionele jazzmuziek met een knisperend randje. Herman en Barker begrepen elkaar goed en vulden elkaar prima aan. Het zijn handige blazers, die hun instrument tot in de puntjes beheersen en kunnen bogen op een flinke dosis talent en techniek. Vloeiende melodielijnen, prachtige duetten, kunstige impro's, solo's, en steeds zo gecontroleerd en in balans met elkaar. Maar ook het plaatje was mooi. Iedereen keurig in zwart pak, terwijl Patocka het als een echte branie niet kon laten om een wit pak en knalrode sokken en stropdas te dragen. Een kwinkslag die ook op sommige momenten in het samenspel terug te vinden was. Zoals ergens zo mooi omschreven: jazz is klasse, jazz is stijl, jazz is minstens 18 jaar oude whiskey. En dat heeft die Herman toch goed begrepen.
Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Monique van der Lint.
Nieuws
MCN Compositieopdracht North Sea Jazz 2012 voor Bram Stadhouders
De MCN Compositieopdracht North Sea Jazz 2012 is verstrekt aan gitarist Bram Stadhouders. Stadhouders componeerde zijn nieuwe werk voor bijzondere bezetting: gitaar, toetsen, drums en acht zangers van het Nederlands Kamerkoor. De première van de Compositieopdracht vindt plaats op vrijdag 6 juli (17.00 tot 18.15 uur) in de Madeira-zaal tijdens het North Sea Jazz Festival.
Bram Stadhouders (1987, Tilburg) wordt beschouwd als een van meest interessante opkomende improviserende musici van Europa. Met zijn gitaar en technologie verkent hij de grenzen tussen ambient, hedendaagse elektronische muziek en vrij geïmproviseerde jazz.
Bram verrast zijn publiek met zijn experimenten; zo trad hij tijdens North Sea Jazz 2011 op met de Noorse Terje Isungset, op een gitaar gemaakt van ijs (zie foto). Datzelfde jaar werd hij geselecteerd om deel te nemen aan het Europese artiestenbevorderingstraject 'Take Five: Europe'. De groep die naar aanleiding daarvan ontstond, speelt dit jaar ook op North Sea Jazz.
Bram is de jongste muzikant ooit aan wie de MCN Compositieopdracht North Sea Jazz is toegekend.
Uit het juryrapport: 'De componist put hoorbaar uit uiteenlopende tradities en weet die invloeden te verwerken tot muziek die ontegenzeggelijk 'van nu' is. De jury is onder de indruk van de bijzondere sfeer die uit de composities spreekt, alsook van de met minimale middelen volgehouden spanningsboog (...) De jury is benieuwd hoe hij zijn bijzondere sound zal weten te vertalen naar een andere bezetting.'
De jury bestond uit Michelle Kuypers (programmeur North Sea Jazz), Mischa Andriessen (muziekjournalist Telegraaf) en Marc Hoogma (programmeur Stichting Jazz in Nijmegen).
De line-up van deze Compositieopdracht is als volgt: Bram Stadhouders (gitaar), Andrea Taeggi (toetsen) en Onno Govaert (drums), aangevuld met de zangers Heleen Koele (sopraan), Annet Lans (sopraan), Karin van de Poel (alt), Marleene Goldstein (alt), Alberto ter Doest (tenor), Albert van Ommen (tenor), Jasper Schweppe (bas) en Gilad Nezer (bas).
In het kader van 'Jazz at the Crow' speelt het Bram Stadhouders Trio morgenavond vanaf 20.30 uur in café Kraaij en Balder, aan de Strijpsestraat 79 te Eindhoven. De entree is € 7,50.
Bekijk de Jazztube!
Klik op de afbeelding linksboven om te kijken naar een live-uitvoering van James P. Johnsons 'You’ve Got to Be Modernistic', uitgevoerd door Stephanie Trick op 31 december 2010 in de Sheldon Concert Hall in St. Louis, Missouri.
Vanmorgen overleed de bij zijn leven reeds legendarische kunstenaar/musicus Rob van den Broeck. Van den Broeck (*1940, Hilversum) begon als grafisch kunstenaar, studeerde aan de Rietveldacademie in Amsterdam, waar hij in 1961 afstudeerde. Sindsdien maakte hij talloze grote en kleine werken, waarmee hij exposeerde in Nederland en over de grens. Zijn werk, altijd sterk beïnvloed door toonkunst, ontwikkelde zich in de loop van de jaren van magisch realistische grafieken tot abstracte en kleurrijke assemblages, collages en schilderijen. Ondanks deze ontwikkeling behield zijn werk de persoonlijke handtekening van Van den Broeck. Een unieke, herkenbare stijl, waarbij door middel van beweging, diepte en grenzeloosheid de onderlinge dynamiek tussen objecten en figuren op verrassende wijze wordt gepresenteerd.
Nog bekender is Van den Broeck geworden als improviserend pianist. Hij zette zijn eerste schreden op het pad van de jazz in de jaren zestig, met het trio van saxofonist Tony Vos, wat later met slagwerker Han Bennink. Spoedig volgden Nederlandse tournees met Amerikaanse sterren als Ben Webster, Dexter Gordon en Louis Hayes. In de jaren zeventig maakte Van den Broeck furore met zijn eigen formatie Free Fair (met Dick Vennik) en was hij toetsenist bij Chris Hinze. Hij werkte met grote orkesten in binnen- en buitenland, maakte talloze albums, deed tournees en concerten met musici als Charlie Mariano, Joe Farrell, Gerd Dudek, Tony Oxley, Tony Levin en het European Jazz Ensemble van Ali Haurand. Hij bespeelde behalve piano ook Fender Rhodes en analoge synthesizer, schuwde evenmin het gebruik van samplers en digitale machines. Toch is hij levenslang vooral akoestisch pianist gebleven. Kenmerkend voor zijn spel is verrassing, levendigheid, gedurfde sprongen in het ongewisse, een niet te onderdrukken – bijna kwajongensachtige - hang naar vrijheid. Wie met Van den Broeck optrad, wist dat hij altijd zocht naar openingen om aan de voorgeschreven nootjes te ontsnappen, soms tot grote schrik van dirigent of bandleider.
Rob van den Broeck was tevens als componist actief. Hij combineerde een voorliefde voor moderne 'modale' jazz (Thelonious Monk, McCoy Tyner en Chick Corea) aan een grenzeloze bewondering voor de klankwerelden van hedendaagse componisten als Stravinsky, Bartok, Berg en Lutoslawski.
Rob van den Broeck stond zijn leven lang open voor het grote experiment, vooral als hij dat kon aangaan met jonge, talentvolle en eigenzinnige artiesten. In Nederland trok hij veel op met avontuurlijke musici als Eric Vloeimans, Paul van Kemenade, Wiro Mahieu, Jeroen Pek, Onno Witte, Albert van Veendendaal, Yonga Sun, Semmy Prinsen, Ben van den Dungen, ondergetekende en geluidskunstenaar Piet Jan Blauw. Jarenlang was hij de vaste begeleider van de internationaal opererende vocaliste Masha Bijlsma. Van den Broeck was van 1980 tot 2000 als docent piano verbonden aan het Arnhems Conservatorium en heeft met zijn knowhow en enthousiasme vele inspirerende bijdragen geleverd op het gebied van improvisatie en jazzpiano. In 2010 ontving hij tijdens Festival de Muzen in Amersfoort de Amer Award uit handen van Co de Kloet, "for his continuous and dynamic contribution to the development of Dutch and German jazz and improvised music".
Van den Broeck woonde lange tijd in Baarn en Soest, maar verhuisde enkele jaren geleden naar Enter. Aanstaande zaterdag 5 mei zou hij optreden in Artishock Soest, als special guest in het kader van Jazz aan de Amer. Het concert zal ter ere van Rob van den Broeck doorgang vinden en bezoekers worden uitgenodigd het gedachtenisboek te tekenen.