Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Cd
Ruben Drenth & Bert van de Brink - 'In Our Solitude'

P50, 026

Trompettist Ruben Drenth en pianist Bert van de Brink kennen elkaar vanuit verschillende formaties waarin ze samen speelden. Vaak speelde Van de Brink dan op kerkorgel. De heren vonden het tijd om hun samenwerking vast te leggen op een album. Dit deden ze in de thuisstudio van de pianist in Ophemert, waar Van de Brink achter zijn eigen vleugel plaatsnam. Een ideale setting om in een ontspannen sfeer samen te spelen en op te nemen.

De geluidsopnamen zijn in één dag opgenomen en klinken geluidstechnisch bovendien erg fraai, dit voor de hifi-liefhebbers. De meeste composities zijn van eigen hand, op drie na, zoals het openingsnummer 'Solitude', een compositie van Ellington. Hier is duidelijk te horen dat Drenth en Van de Brink goed thuis zijn in het idioom van de jazztraditie. Daarnaast 'Beatrice', een compositie van Sam Rivers en het slotstuk 'Tricotism' van Oscar Pettiford. Die laatste is ook de enige uptempo track van dit album, de overige stukken zijn medium of langzaam van tempo.

De heren zijn in hun solo's niet uit op virtuoos spel met effectbejag. Integendeel, de uitdaging wordt gezocht in intiem samenspel waar de twee musici elkaar uitdagen, waar plaagstootjes worden uitgedeeld en waar elkaar de ruimte wordt gegund. Dat Van de Brink gezien zijn ervaring en staat van dienst creatief met het geschreven materiaal om weet te gaan ligt in de lijn der verwachting, dat Drenth in zijn ontwikkeling al zover is, is ronduit indrukwekkend. Zijn toon is rijk van aard, het samenspel klinkt ontspannen en intiem.

De plaat kent ook een aantal geïmproviseerde 'Interludes'. Deze klinken niet of ze volledig zijn geïmproviseerd. Aan de ene kant is dat een compliment door de harmonische structuur en logica in de improvisaties , aan de andere kant klinken ze soms een beetje bedachtzaam. Een wat onverwachte move in de improvisaties, had het wellicht iets spannender gemaakt.

Een van de hoogtepunten vind ik het nummer 'Willemijn' een compositie van Van de Brink. Heel dichtbij en liefdevol gespeeld met veel emotionele diepgang. En prachtig lyrisch spel van de pianist.

Het doel van de plaat was om de samenwerking tussen de twee musici vorm te geven en daar zijn ze in positieve zin zeker in geslaagd. Er wordt in ontspannen sfeer gemusiceerd, waarbij je hoort dat de twee elkaar muzikaal goed kennen en met veel plezier samenspelen op een muzikaal gezien hoog niveau. Goed gedaan, heren!

Tekst: Koen Scherer

Labels: , ,

(Koen Scherer, 22.4.26) - [print] - [naar boven]



Cd's
Teus Nobel Acoustic Trio - 'After Hours'

Integral Music, 2023 | Opname: voorjaar 2023
Ruben Drenth Trio - 'How To Gather Moss'
eigen beheer, 2023

Vandaag aandacht voor nieuw werk van twee trompettisten: Teus Nobel en Ruben Drenth. Nobel eert op zijn nieuwe, bij Integral Music verschenen album 'After Hours', dat hij opnam met zijn nieuwe Acoustic Trio, niemand minder dan Chet Baker. Een trompettist met wiens muziek hij twintig jaar geleden vrijwel letterlijk jazz leerde spelen en die ook in de afgelopen twee decennia zijn muziek kleurde. Op dit album, dat hij maakte met gitarist Tim Langedijk en bassist Thomas Pol, horen we dan ook vooral klassiekers waar Bakers naam voor altijd aan verbonden is. Bijzonder daarbij is dat Nobel koos voor een sobere aanpak, dicht bij het origineel blijvend. Drenth vroeg, voor het in eigen beheer uitgekomen 'How To Gather Moss', drummer en vibrafonist Mees Siderius en bassist Jeroen Den Daas om hem te vergezellen. En waar Nobel Baker koos als inspirator, koos Dreth voor The Rolling Stones.

'After Hours' begint met 'Sad Walk', een stuk dat Baker voor het eerst opnam in 1955, in een Parijse studio. In de versie van Nobel valt direct de authentieke aanpak op, alsof we ons in die studio in 1955 bevinden. Mooi is die wat schelle klank, door met een demper te werken, en die bassolo van Pol net iets over de helft. Die Pol kan swingen, zoveel is wel zeker. 'It Never Entered My Mind' nam Baker slechts één keer op, in 1959, maar het stuk verscheen wel op een album dat tot de canon behoort: het bij Riverside verschenen 'Chet'. Een ballade die uitstekend bij Nobel past en waarin zijn wat omfloerste, delicate geluid prachtig tot uiting komt. En het is hier ook zeker Langedijk die opvalt, door zijn zeer bescheiden, ondersteunende gitaarklanken, maar zeker ook in die solo, waarin precies die noten klinken die moeten klinken.

Reeds aan de eerste noten van 'Blues For Paul' hoor je dat dit een veel nieuwer stuk is. En dat klopt, het is een van de twee eigen stukken van Nobel voor dit album. Verderop horen we het nummer nog een keer, maar nu aangevuld met Benjamin Herman op altsax. Herman horen we ook samen met Nobel in 'You And The Night And The Music', een klassieker die Baker twee keer opnam, in 1958 en in 1986. Ook dit stuk speelt Nobel met veel gevoel. Mooi zoals de klanken van de twee blazers hier samenvallen. De eerste keer dat 'Look For The Silver Lining' door Baker werd opgenomen was in 1954, het stuk zou uitgroeien tot een echte Baker-klassieker en mag dan ook op een tributealbum als dit niet ontbreken. En Nobel, Langedijk en Pol doen dit swingende stuk alle eer aan, een prachtige versie van deze klassieker. Imposant is dat andere stuk van Nobel: 'No Goodbye', dat hij schreef naar aanleiding van het overlijden van zijn vader in 2019. Zoals de titel aangeeft, gaat het hierbij vooral om de tragiek van geen afscheid kunnen nemen. Nobel verklankt het met veel gevoel, op die voor hem zo kenmerkende wijze.

Zoals gezegd liet Drenth zich voor zijn album inspireren door voor een jazztrompettist minder voor de hand liggende musici, die van The Rolling Stones. Bij dit soort onverwachte keuzes is altijd de vraag of het werkt. Voegt het wat toe aan het origineel? Welnu, we kunnen gerust zijn, de kijk van Drenth op deze klassiekers is een meer dan interessante. Het uit 1966 stammende 'Ruby Tuesday' hoorde u nog nooit op deze wijze, herkenbaar en tegelijkertijd opvallend fris en in deze versie pure jazz. Sterker nog, ik vind de wijze van blazen van Drenth, krachtig ondersteund door Siderius en Den Daas, vaak opvallend goed passen binnen de traditie van de New Orleans-jazz, ik krijg soms sterke associaties met de marching bands. Siderius op vibrafoon mag klassieker 'Under My Thumb' openen, terwijl verderop de trompet van Drenth dit stuk in een geheel ander licht zet.

'Lady Jane' speelt Drenth volledig solo, met mooie lang uitgerekte bewegingen. Die invloed van de New Orleans-jazz horen we ook bijzonder goed terug in het meeslepende en heerlijk vette 'I Don't'. Het uit 1972 stammende 'Rocks Off' krijgt van Drenth en zijn kompanen een al even bijzondere behandeling. Prachtig klinkt die heerlijk duistere bassolo van Den Daas hier, op mooi ritmisch spel van Siderius. Bijzonder zijn ook zeker die slepende versies van 'No Expectations' en 'Oh Dear'. En dan klinkt alweer het laatste nummer, 'Mick Taylor', waarin we heel verrassend Drenth niet op trompet horen, maar op gitaar. Een mooie, broeierig hommage aan de gitarist Michael Kevin Taylor, die tussen 1969 en 1974 deel uitmaakte van The Rolling Stones.

Foto: Maarten van de Ven

Labels: , , , ,

(Ben Taffijn, 20.11.23) - [print] - [naar boven]



Interview
Dion Nijland

The Ploctones, Artvark, Fugimundi, Zapp4, Talking Cows... de Nederlandse jazzscene heeft al veel memorabele bands voortgebracht. Met DEON is er weer een nieuwe veelbelovende loot aan die boom bij gekomen. Bassist en naamgever Dion Nijland, trompettist Ruben Drenth, rietblazer Steven Kamperman, saxofonist Ad Colen en drummer Mees Siderius hebben met het onlangs bij TryTone verschenen debuutalbum 'Soft Steel' meteen een indrukwekkende proeve van bekwaamheid afgeleverd. De komende maanden zijn ze live te zien op verschillende Nederlandse podia. We spraken met Dion Nijland over zijn nieuwe band en het album.

Hoe is DEON eigenlijk ontstaan, hoe kwamen jullie bij elkaar? Mag je zeggen dat het een vriendenband is?

"Allereerst vanuit de wens om weer een eigen groep te starten. Ik heb de afgelopen jaren natuurlijk wel een en ander ondernomen, onder andere een soloalbum - uitgebracht in 2021 - en daarnaast ben ik co-leider van HOT (Het Orgel Trio). Maar ik zocht naar een soort vervolg op Dimami (met Makki van Engelen en Miguel Boelens). En daarbij voelde ik een sterke wens om het in Utrecht te zoeken. In woon er inmiddels al 25 jaar en ken daarom veel muzikanten in de stad. Maar er is nog iets anders dat heeft bijgedragen aan het ontstaan van DEON: de aanwas van jonge muzikanten. Uiteraard heeft Utrecht al sinds jaar en dag een conservatorium, maar was er niet altijd de vanzelfsprekende menging van leeftijden en scenes. Dat gebeurt de laatste tijd meer, is mijn sterke indruk althans. Daaraan draagt de opleiding Musician 3.0 van het conservatorium in het bijzonder bij. Er komt hier een actieve en nieuwsgierige groep studenten vandaan, die zeker niet allemaal jazz als profiel hebben, maar wel dikwijls kunnen improviseren en dat met overgave doen. Deze openheid heeft er bij mij toe geleid dat ik meer in aanraking ben gekomen met jonge(re) spelers. Ruben Drenth (trompet) en Mees Siderius (drums) zijn hier voorbeelden van."

Hoe zijn de nummers van 'Soft Steel' tot stand gekomen, heb je die specifiek met het oog op de band geschreven of waren de composities er voordat DEON er was?

"Op de cd staan zowel speciaal voor de band geschreven stukken als al bestaande composities die ik heb bewerkt voor de groep. Je zou kunnen zeggen dat de twaalf stukken een zekere staalkaart bieden van wat ik de laatste (ruime) periode heb gedaan. Daar zit wereldmuziek bij, meer traditionele jazzvormen, grooves en hedendaags. Er staan bijvoorbeeld twee stukken op die ik oorspronkelijk voor een theatervoorstelling heb gecomponeerd, een stuk dat ik schreef na een bezoek met de band Spinifex aan India, en op hoekige grooves gebaseerde stukken die als het ware door mijn hoofd suizen als ik op de fiets zit."

Heb je wat betreft de sound van het album nog bepaalde illustere voorgangers in de gedachten gehad? Zo hoor ik reminiscenties aan de eerste platen van het Ornette Coleman Quartet.

"Ik heb zeker mijn voorkeuren en die beïnvloeden mede het geluid van de groep. Ik hou erg van het rauwe geluid van Charles Mingus en inderdaad ook van de vrije improvisaties van Ornette Coleman over een pulserende ritmesectie. Maar ik ben ook gek op vibrerende grooves en op melodieën die bijna zingbaar zijn. Ik heb geprobeerd op het album om strakke vormen en structuren naast (of bovenop) vrije improvisaties te plaatsen. Het ontstaan van dit geluid is het resultaat van componeren, schaven en schuren, maar ook van een groepsproces met repetities en optredens. Ik ken de muzikanten van DEON goed, en het gezamenlijk discussiëren en beslissingen nemen gaat soepel en is vruchtbaar. Toen we begonnen hebben we ook tegen elkaar gezegd dat min of meer alles ter wille van de vooruitgang van de muziek gezegd kan worden."

Sommige nummers van 'Soft Steel' hebben pakkende melodische hooks, andere zijn wat abstacter en beeldend van karakter. Zoek je die variatie bewust op of ontstaat die als de band met de composities aan het werk gaat? Wat was de rol van improvisatie op dit album?

"Ik zoek die variatie in zekere zin bewust op, mits het nog steeds bijdraagt aan een coherent geluid. Zoals ik al eerder zei komen twee stukken oorspronkelijk uit theatervoorstellingen. Met name een van deze twee stukken is zeker abstract(er) en beeldend. De muziek zat ooit onder een toneelscene. Ik merk wel keer op keer dat mijn muzikale drijfveer me toch zo goed als altijd op zoek doet gaan naar een totaalgeluid dat kern en richting heeft. En dat vind je dan terug in vorm (compact), grooves en grote spanningsbogen die we bewust aanbrengen om de muziek spannend en in zekere zin begrijpelijk te houden. Let wel: in eerste instantie begrijpelijk voor mezelf. De muziek moet logisch aanvoelen, dat kan ook vanuit intuïtie gebeuren overigens. En dan komen we op het terrein van improvisatie. Wat mij bij het terugluisteren van de studio-opnames weer direct opviel is hoe iemands hyperindividuele bijdrage een stuk naar een andere dimensie kan brengen. Fascinerend!"

Klik hier voor meer informatie over DEON en het tourschema.

Foto's: Allard Willemse & Cees van de Ven

Labels: , , , , , ,

(Maarten van de Ven, 22.10.23) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...








Menupagina's:




Album van de maand
Jamie Peet - 'REFLEX: Daily New Beginning'

Klik hier voor meer informatie









Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.