|
Draai om je oren Jazz en meer - Weblog |
|
||
|
| |||
ConcertImprovisatie als prikkelend oorstof Tatsuhisa Yamamoto & Giovanni Di Domenico | Josh Berman, Jason Roebke & Chris Corsano, vrijdag 24 april 2026, De Singer, Rijkevorsel Op deze door Sound in Motion/Oorstof georganiseerde double bill in De Singer speelde toetsenist Giovanni Di Domenico met drummer Tatsuhisa Yamamoto en trad kornettist Josh Berman op met bassist Jason Roebke en drummer Chris Corsano. Bestond de eerste set uit één lange vrije improvisatie, de tweede set bevatte een aantal vrij korte composities, waarin overigens natuurlijk ook ruimte voor improvisatie was. Vol zit het bij lange na niet in De Singer. En dat blijft toch altijd weer jammer. We zijn het gewend, dit is immers geen muziek die iedereen aanstaat, hier klinken geen pakkende melodietjes en gemakkelijk in het gehoor ligt het zeker niet. Maar jammer blijft het, want graaf een paar spades dieper en er valt zoveel moois en onverwachts te ontdekken, zeker hier in De Singer. Di Domenico begint de set met de op zijn piano uitgestelde rij knoppenkastjes. Disruptieve noise, waar Yamamoto op reageert door met een strijkstok de zijkanten van zijn trommels te bewerken. En ja, een enkele pianoaanslag hoort er ook bij. Gaandeweg stapt Yamamoto over op het drumstel, zij het heel bescheiden. Dynamiek komt er pas in op het moment dat Di Domenico plaatsneemt achter de toetsen voor tegen een melodie aanleunende patronen. Mooi hoe die twee elkaar vinden in een maalstroom aan klanken. We horen boeiende pianofrases en - zeker voor een improset - opvallend melodieus spel en op het hoogtepunt een muur van geluid van twee volledig aan elkaar gewaagde musici. Er zijn ook meer subtielere momenten in deze set te vinden, waarin de twee elkaar aftasten en hun instrumenten onorthodox inzetten. Bijvoorbeeld zo rond de twintigste minuut met een poëtische solo van Di Domenico, waarna hij ons andermaal meesleept in een ritmische stroom klanken, waar ook Yamamoto uitstekend raad mee weet.
Het concert begint met ritmisch spel van Roebke en Corsano, iets waar beiden duidelijk in uitblinken, en enerverende abstracties van Berman. En dan horen we ineens iets dat niet geheel voldoet aan de verwachtingen, maar wel een bijzondere toevoeging oplevert: Roebke heeft een kleine cassettespeler meegenomen. We horen muziek, stemmen en wat er al niet meer op zo'n bandje past. Tegelijkertijd bespeelt hij met dit apparaatje de snaren en gebruikt hij hem verderop ook nog eens om feedback te genereren door hem bij de microfoon te houden. Berman betoont zich tijdens dit concert een meer dan veelzijdig kornettist; hij geldt niet voor niets als een van de groten op dit instrument. Of het nu krachtig moet, ingetogen, melodieus of abstract, conventioneel of juist opvallend onconventioneel, iedere keer weet hij ons weer te boeien met meeslepend spel. Een hoogtepunt zit tegen het einde van het concert als hij als extra hulpmiddel een stukje karton ter beschikking heeft wat een bijzonder interessante toevoeging blijkt te zijn aan zijn toch al overweldigende klankwereld. Tekst: Ben Taffijn | Foto's: Jef Vandebroek Labels: Chris Corsano, concert, Giovanni Di Domenico, Jason Roebke, Josh Berman, Tatsuhisa Yamamoto (Ben Taffijn, 6.5.26) - [print]
- [naar boven] Met deze nieuwe release van Rodrigo Amado's This Is Our Language Quartet (zo genoemd naar de eerste release van deze bezetting) wordt een trio releases afgerond waarvan vooral de onlosmakelijke samenhang opvalt. Dit is even koortsige als bedachtzame muziek, met een onverzettelijkheid die zich nooit hoeft te bedienen van gratuit geweld. Dat de afzonderlijke releases zo'n mooi geheel vormen heeft deels misschien ook te maken met het feit dat 'A History Of Nothing' (2018) en deze opvolger opgenomen werden in dezelfde week. De eerste tijdens een vrije dag in een studio in Lissabon, dit nieuwe album enkele dagen eerder, live in Kopenhagen, al zou die net zo goed kunnen doorgaan voor een studiorelease, want de sound is buitengewoon goed en op enkele aanmoedigingen na hoor je hier geen publiek. De focus gaat helemaal naar de muziek.
Het verzet sluipt er met mondjesmaat in, met tenorsax en pockettrompet die via sprongetjes en repetitieve, staccato stootjes beginnen aan een weefwerk. Daar zit meteen een puls in en die is een springplank voor soleerwerk van Amado (met hier en daar verwijzingen naar zijn aanzet) en accenten van Joe McPhee. En dan werkt het cumulatief, wordt de vlam steeds groter en zodra McPhee de sopraansax aan z'n lippen zet is er geen weg meer terug. Al valt ook nu weer op hoe gevoelig het stuk aan z'n einde komt. En dat is een aanpak die terugkeert. Ook afsluiter 'Never Surrender' vult die belofte subtiel in, met bas en drums die met zachte passen rond elkaar wentelen. Verderop: een solo die vintage Amado is, met dat rokerige timbre en die onderhuidse woeligheid.
Het maakt van 'Let The Free Be Men' niet zozeer een album dat een nieuw geluid introduceert, als wel een illustratie van hoe diep de interactie van deze vier karakters gaat. Want hoe spontaan er ook wordt gereageerd, hoe rijk en ingenieus de gehanteerde taal ook is; het is vooral de warmbloedige en haast sensuele besluitvaardigheid die hier onderstreept dat dit kwartet voortdurend speelt met een gebalde vuist die van alle tijden is. Klik hier om dit album te beluisteren. Deze recensie verscheen ook op Enola.be | Foto's: Maarten Jan Rieder Labels: cd, Chris Corsano, Joe McPhee, Kent Kessler, Rodrigo Armado (Guy Peters, 21.9.21) - [print]
- [naar boven] Lees verder in het archief...
|
Archief
Artikelen Cd-recensies Concertrecensies Colofon Festivalverslagen Interviews Jazz in memoriams
Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken? |