|
Draai om je oren Jazz en meer - Weblog |
|
||
|
| |||
ConcertDena DeRose Trio betovert zaal Dena DeRose Trio, dinsdag 26 mei 2026, De Smederij, Groningen Nog even aansluitend op mijn recensie van het Duketown Jazz Festival (wel lezen die handel, hè): ik neig uiteindelijk toch naar de kleine jazzclub, ook als plek waar novieten kennis kunnen maken met de muziek. Zoals dinsdagavond in De Smederij - en veel kleiner kom je ze niet tegen. Volle bak voor pianiste/vocaliste Dena DeRose en overwegend een studentenpubliek, onder wie veel onbeschreven blaadjes. En genieten, hoor. Op haar beurt werd Dena DeRose gegrepen door jazz toen ze pianisten als Hank Jones en Mulgrew Miller live hoorde. Ze hanteert een no-nonsense aanpak en heeft soms de neiging, voor in de tel te gaan zitten, wat de boel onder stroom, stoom en swing zet. Haar lijnen zijn lang, met duidelijke markeringen. Ze beweegt zich in principe niet rechtstreeks van A naar B, maar maakt tussenstops wanneer dat zo uitkomt. In vocaal opzicht is ze even onvoorspelbaar en avontuurlijk, getuige haar variaties in 'In A Mellotone'. De avond was begonnen met een minuut stilte voor saxofoongigant en componist Sonny Rollins (1930-2026). Ook het programma was opgedragen aan Newk, al werden er geen specifieke nummers van hem gespeeld. Pas in het laatste stuk, 'On The Inside, Looking At The Outside', toen tenorist Daniel Torres zich bij het trio voegde, hoorden we 'St. Thomas' voorbijkomen. In een flits, zoals een ziel ten hemel stijgt. De begeleiding was in de kundige handen van Joris Teepe en Frits Landesbergen, contrabas en drums respectievelijk. Teepe maakte indruk met lange en breed uitgesponnen solo's die je op het puntje van je stoel hielden. Mij in ieder geval wel. Dat was bijvoorbeeld het geval in het genoemde 'Inside'. Ook zijn intro voor Langston Hughes' 'Hold Fast To Your Dreams', vol uitweidingen en bespiegelingen, betoverde de zaal. Tip voor mevrouw DeRose in dit verband: check ook Sterling Brown. Zo, wordt het zo langzamerhand niet weer eens tijd voor een echt jazzfestival? Tekst: Eddy Determeyer | Foto: Diederik Idema Labels: concert, Daniel Torres, Dena Rose, Frits Landesbergen, Joris Teepe, Smederij (Eddy Determeyer, 6.6.26) - [print]
- [naar boven] Pianiste Roberta Piket studeerde bij onder anderen Fred Hersch en een van de (eigen) nummers die ze in De Smederij liet horen was 'Ballad For Bill Evans'. Dan zou je wellicht verwachten dat ze een etherisch, bezonken stuk zou laten horen, iets in de geest van 'Waltz For Debby'. Niets is evenwel minder waar. Piket beschikt namelijk over een forse, om niet te zeggen genadeloze aanslag. Maar misschien gebruikte ze die wel opzettelijk, als om te maskeren dat de piano, zeker in het hoge register, in niet zo'n beste stemming verkeerde. Het weer, hè. Alleen het gespeelde arrangement van 'Alone Together' had een etherisch karakter, de rest van de avond speelde ze vooral luid en duidelijk. Piket is een tante die weet waar ze de mosterd kan bekomen. Dat demonstreerde ze onloochenbaar in 'If I Were A Bell'. Dat haar rapport met drummer Billy Mintz weinig te wensen overliet had wellicht te maken met het gegeven dat Piket en Mintz niet alleen het podium, maar ook de sponde delen. Hoe dan ook, de drummer (ex-Lee Konitz, Bassist Joris Teepe dichtte alle gaten, zodat we naar een echt, hecht trio luisterden. Zijn soli in 'There Is No Greater Love' en 'All The Things You Are' waren vernuftig, verrassend en zeer muzikaal. Het is bekend: Teepe haalt, als hoofd van de jazzafdeling van het Groninger Prins Claus Conservatorium sinds jaar en dag met grote regelmaat docenten uit New York. Roberta Piket is daar een van. Of dat goed geoliede systeem ook toekomstbestendig is zal binnenkort moeten blijken. In de hogere regionen van het conservatorium heeft een tijdje geleden namelijk een machtswisseling plaatsgevonden en er waait thans een frisse wind. Het kan niet vaak genoeg gezegd worden: hoedt u voor frisse wind. Tekst: Eddy Determeyer | Foto: Diederik Idema Labels: Billy Mintz, concert, Joris Teepe, Roberta Piket (Eddy Determeyer, 26.1.26) - [print]
- [naar boven] Honderd procent jazz, dat is vocaliste Judy Niemack. Van binnen en van buiten. Wanneer pianist Barney Green of bassist Joris Teepe soleren staat ze breed glimlachend te luisteren en te deinen. Zelf zingt ze hoegenaamd geen song 'recht'; improvisatie is altijd een basisingrediënt. Ze scat, maar beoefent ook de schone kust van de vocalese, waarbij ze eigen teksten zingt op eigen of andermans materiaal. Momenteel zijn Berlijn en New York City haar uitvalsbases, maar Niemack komt oorspronkelijk uit Pasadena. Vandaar haar heimwee naar de zon, de stranden en het zwemmen in 'Soy Calif', uit het repertoire van Dexter Gordon. De poëtische tekst was van eigen hand, de bridge een test voor de speelse soepelheid van haar stem. Nancy Wilson was een vroege invloed. Ik denk dat ze ook veel geluisterd heeft naar de onlangs overleden Sheila Jordan. Voeg daaraan toe dat de fameuze saxofonist Warne Marsh haar eerste vocal coach was (en vice versa) en de kwaliteit van het fundament is wel duidelijk. In De Smederij liet ze de herfst op ons los. Na 'September Song' trakteerde Niemack haar publiek op 'Autumn Serenade', een ten onrechte halfvergeten standard. Dat leverde een spannend duet met Joris Teepe op. Die interactie werd nog eens geïntensiveerd in 'Autumn Love'. De functie van Barney Green bleef de hele avond overwegend begeleidend, wat niet wegneemt dat het trio halverwege de eerste set wel degelijk een trio werd. In 'Lover Man', om precies te zijn. Verbluffend ook was haar lange verse (inleidend gedeelte), in behoorlijk onberispelijk Frans, van Jacques Préverts tekst van 'Les Feuilles Mortes', haar toegift. Pas mal du tout. Tekst: Eddy Determeyer | Foto: Hammie van der Vorst Labels: Barney Green, concert, Joris Teepe, Judy Niemack, Nancy Wilson, Sheila Jordan (Eddy Determeyer, 25.9.25) - [print]
- [naar boven] Kijk, dat is jazz. Pianist David Berkman kondigt het nummer 'Laverne' aan, van Andrew Hill. Consternatie. Dat was niet afgesproken. Hoeveel maten? Tachtig, volgens een weliswaar ruime schatting. "Denk je dat ik het kan hóren?" vraagt drummer Wouter Kühne een tikje bezorgd. Een minuut later zitten we midden in het nummer en het is of er anderhalve dag op gezwoegd is. En Kühne kan het wel degelijk horen - hij is een powertrommelaar die iets van het overdonderende van Elvin Jones paart aan het speelse van Billy Higgins. Hij maakt er een feestje van, soleert melodisch, vindingrijk en energiek. Geeft het nummer 'Janine' de stootkracht van een Pratt & Whitney J-57. Berkmans werk kun je het best met 'elegant' karakteriseren. Bij hem borrelen de associaties op met de nerveuze lineariteit van een Bud Powell en de finesse van een Hank Jones. 'Skylark' wordt een lieflijk, poëtisch verhaal. De tweede set wordt geopend met 'We See' van Thelonious Monk. Alsof de muzikanten door een veld met struikeldraad dwalen, van de ene gordiaanse knoop naar het volgende terrein met straight-ahead swing. De band heeft er kortom wel zin in en tenorist Jasper Blom misschien nog wel het meest. Hij beschikt over een licht geruwd, vol geluid en een pakhuis aan ideeën. Wat heet: hij neemt rustig de tijd om vol uit te pakken. In zijn coda van het genoemde 'Skylark' laat hij fier het fraaie laag van zijn instrument horen, afgewisseld door een doordringend hoog. Het duurde een tijdje vooraleer het zaaltje een beetje was afgekoeld. Foto: Hammie van der Vorst Labels: concert, David Berkman, Jasper Blom, Joris Teepe, mei25, Wouter Kühne (Eddy Determeyer, 17.5.25) - [print]
- [naar boven] Het concept ligt zo voor de hand. Twee aan elkaar gewaagde tenorsaxofonisten die elkaar niet alleen uitdagen, maar ook aanvullen en versterken. Nochtans kan ik me uit de geschiedenis van de jazz maar twee of drie voorbeelden voor de geest halen (tenor battles reken ik voor het gemak niet mee). De duo's Zoot Sims-Al Cohn en Eddie Davis-Johnny Griffin en, dichter bij huis, het ATO (Amsterdams Tenoren Onderzoek) uit de jaren zeventig en tachtig. Maar dat waren drie tenoristen, Hans Dulfer, Rinus Groeneveld en Jan Cees Tans, dus die tellen strikt genomen niet mee. In De Smederij haalden de saxofonisten Gerben Wasser en Art Badenko alles uit de kast om hun grote voorgangers eer te bewijzen. Daarin slaagden de heren met vlag, wimpel en een tien met een griffel. Gelijk met het nummer waarmee werd afgetrapt, Joris Teepes 'Second Avenue Story', werden we meegesleurd, een maalstroom van harmonieën en disharmonieën in, van waanzin en ontnuchtering. Nou, ontnuchtering, daar kwamen we eerlijk gezegd niet eens aan toe. De geluiden uit de saxen schoven en schuurden langs elkaar, soms ging de muziek richting vroege free jazz, maar vaker zaten we midden in de souljazz. Daarbij speelde Wasser overwegend eerste en van de twee zware tenoren was hij de zwaarste. Maar in feite beschikte Badenko over een vergelijkbaar kamerbreed geluid. Op milde wijze naaiden de blazers elkaar op, waarbij ze elkaar eerder completeerden dan overhoop bliezen. Ook drummer Nitin Parree bleek een ontdekking. Niemand die zijn 'r' even feilloos kan laten rollen op de snaartrommel. Hij speelde met pit en plezier en zijn accenten stampten de band voorwaarts. Met een vingerknip zat hij in een groove en zie hem daar maar eens uit los te bikken. Bassist Joris Teepe had de dankbare taak om de naden te stikken waarmee het ensemble bijeen werd gehouden. Van de andere kant: op deze manier komen we natuurlijk nooit van die jazzmuziek af. Foto: Hammie van der Vorst Labels: Art Badenko, concert, Gerben Wasser, Joris Teepe, mrt25, Nitin Parree (Eddy Determeyer, 15.3.25) - [print]
- [naar boven] Een van de aantrekkelijke aspecten van de wekelijkse Jazz Jams in de Groninger Smederij is dat je er zo frequent fris talent kunt ontdekken. Vaak gebeurt dat in de afsluitende sessie met studenten van het Prins Claus Conservatorium, maar dinsdag betrof het de drummer van het Don Braden Trio, Nitin Parrée. Parrée (1996) studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag (Eric Ineke!) en werkt momenteel aan zijn master in Amsterdam. Onderwerp van zijn research: Tony Williams. Met Williams (en met Elvin Jones, een andere held) heeft hij in ieder geval een tomeloze energie gemeen. Hij is de hittepomp die de band van brandstof voorziet. Daarnaast weet hij zijn noten verbazingwekkend ingenieus te kleuren en besteedt hij ook ruime aandacht aan de dynamiek. Hij zit zeevast. Kicken like chicken. Het was alweer zeven jaar geleden dat tenorist/fluitist Don Braden voor het laatst in De Smederij aantrad. Met zijn buddy Joris Teepe (contrabas) werkt hij inmiddels 32 jaar samen. Chapeau. Dat is natuurlijk in de muziek te horen. 32 jaar, de echtparen die het zo lang uithouden kun je gerust de kost geven. Met zijn fluit liet Braden in het nummer 'Angel Eyes' een pastorale sfeer over de zaal neerdalen. Maar vergis je niet: die ogen kunnen ook vuurspuwen, met Teepe achter de bas. Die laatste speelde een cruciale rol in het totaalgeluid. Vaak waren het zijn vamps, melodisch-ritmische frasen, die de muziek structureerden. Bradens compositie 'Eddieism' was geïnspireerd op het oeuvre van tenorist Eddie Harris. En inderdaad, je kon er zó diens 'Listen Here' overheen zingen. Twee nummers eerder had Braden een liedje aangekondigd dat volgens hem echt iedereen kende. Luister maar. Goed, doen we. Intro. Na een minuut: ? Na twee minuten: ? Maar net wanneer je begon te twijfelen of je inderdaad zo'n oen was die als enige de song niet herkende, brak 'Take Five' door. In vieren. Ook Herbie Hancocks 'Maiden Voyage' kreeg een dergelijke inleiding. Wanneer Braden de volgende keer in De Smederij optreedt – en laten we hopen dat we daar weer geen zeven jaar op moeten wachten (die itch..) – kan hij misschien een avond lang uitsluitend preambuleren. Foto: Diederik Idema Labels: concert, Diederik Idema, Joris Teepe, Nitin Parrée (Eddy Determeyer, 19.5.24) - [print]
- [naar boven] Je kunt niet zeggen dat saxofonist Miguel Martinez vaak buiten de lijntjes te vinden is. Hij kent zijn Parker, zijn Cannonball en de andere klassieken, maar is eerder een degelijke, betrouwbare bopper dan een anarchistisch ingestelde muziekbestormer. Dat is geen bezwaar: ook voor degelijke vaklieden is er in de jazz emplooi. Doch daar Martinez een stel azen naar De Smederij had meegebracht, werd het toch nog een memorabel optreden. De jongste der azen is drummer Tim Hennekes. Inmiddels maakt hij al een paar jaar furore in de Nederlandse scene. In zijn solo's slaat hij de ene lekkere combinatie na de andere intrigerende figuur. In de 'Cruel Calypso' trommelde hij, met zijn vingers, een hoogst muzikaal en fijnzinnig duet met bassist Joris Teepe. Maar de meeste indruk maakte hij wanneer hij, samen met Teepe en pianist Rob van Bavel, een naadloze en uitermate solide ritmemotor vormde. Zoals in het nummer 'Blues Call' - de meeste gespeelde stukken waren van de hand van de leider. Van Bavel was voor mij de primus inter pares. In het openingsstuk, 'Free Like A Bird', leek hij verschillende simultane ritmen te spelen, waardoor de muziek subtiel begon te schudden. En zo vond hij in de reeds genoemde calypso allerlei sluiproutes die je op het puntje van je stoel hielden. Geen straf, zo vonden getuige de bijval ook de overige bezoekers van de bomvolle Smederij. Foto: Hammie van der Vorst Labels: apr24, concert, Joris Teepe, Miguel Martinez, Rob van Bavel, Tim Hennekes (Eddy Determeyer, 23.4.24) - [print]
- [naar boven] Als je al vijftig jaar jazz speelt en je beleeft er evident nog zoveel plezier aan, dan heb je duidelijk de juiste afslagen genomen. Pianist Dave Kikoski (1961) is bij jazzfans bekend als sideman van drummer Roy Haynes, met wie hij vijftien jaar samenwerkte. In De Smederij was het Joost van Schaik die hem achter de vodden zat - en vice versa - en diens begeleiding deed de pianist zichtbaar goed. Meteen al in het openingsnummer, 'Billy's Bounce', was Kikoski als een jong veulen dat uitzinnig in de eerste lentezon rondsprong. Verderop in de natuur, in het woud ('In Your Own Sweet Way') had hij een vuurtje ontstoken waaromheen hij doldwaze dwergendansjes demonstreerde. Het zal niemand verbazen dat hij daarbij ook in het struweel belandde, her een addernest vermorzelend, der een uilenbal met het oog opvangend. Als een kleuter in een snoepwinkel keek hij zijn ogen uit in 'I Hear A Rhapsody' en als er een nummer als 'The Shadow Of Your Smile' langskomt is het moeilijk te bepalen of de artiest of zijn publiek het meest geniet. De intense chemie binnen het trio was nergens zo evident als in 'Someday My Prince Will Come'. Daarbij viel op dat bassist Joris Teepe natuurlijk best bereid is keurig vier-in-de-maat te trekken, maar wanneer hij in het spotlight staat, zijn het meer vamps en kleine melodietjes en sprongetjes die zijn spel spanning geven. Het is niet ongebruikelijk dat een aansluitende jamsessie de nodige verrassingen oplevert. Dinsdag was dat voor mij slagwerkster Alexia Harpa, die mooie figuurtjes en combinaties sloeg en over een vrije geest beschikt. Opmerkelijker nog was de aanwezigheid van meesterpianist Dado Moroni in het publiek, die zijn massieve gestalte op een gegeven moment achter... de contrabas schoof. Foto: Diederik Idema Labels: concert, Dave Kikoski, feb24, Joost van Schaik, Joris Teepe (Eddy Determeyer, 15.2.24) - [print]
- [naar boven] Toevallig zit ik momenteel midden in de uitwerking van een interview dat ik ooit met trompettist en orkestleider George Hudson (1910-1996) uit St. Louis had. Een van de onderwerpen die aan de orde kwam, betrof een ontmoeting van het Hudson-orkest met de kleine saxofonist en driftkikker Illinois Jacquet in het New Yorkse Apollo Theater. Er ontstond grote beroering toen de provinciaaltjes van het voorprogramma en met name tenorist Willie 'Weasel' Parker het nummer 'Body And Soul' speelden en Jacquet in het stof lieten bijten.
Trompettist Clark Terry was erbij en noteerde in zijn autobiografie: "He played this awesome solo. I was staring with all the cats, and the audience was roaring. He played some shit I'd never heard him do before. He started out in one tempo and then went into double time. That Weasel just flew, notes jumping out of his horn a mile a minute. He was so animated, bobbing and weaving. Man! Unbelievable. He blew everybody's mind. Maybe even his own." Jacquet was not amused. Hee, híj was de ster van de show, de headliner. Dit was niet de bedoeling. En dan was die Weasel ook nog eens een kopje kleiner dan hijzelf. Ik heb geen idee of er opnamen van Weasel Parker bestaan. Ik vrees van niet. Maar mijn punt is: ongetwijfeld was Weasel een groots solist. Maar dat hij de fameuze Illinois Jacquet het nakijken gaf had mede te maken met het gegeven dat hij danste tijdens het spelen. Enfin, binnenkort in dit theater.
Het kwartet is een solide en intens spelende machine, dat soms collectief en spatgelijk een stilte kan laten vallen. Bassist Joris Teepe loopt en trippelt vastberaden door de schema's, pianist Jasper Soffers schrikt er niet voor terug halverwege een solo van toonaard te wisselen en drummer Steve Altenberg zet het geheel met onverwachte accenten onder spanning. Een beetje zoals een koolstofatoom in een ijzerkristal staal zijn kracht geeft. Soms vliegt hij bij het soleren bijna uit de bocht en er net zo gemakkelijk weer in. Het wordt zo langzamerhand hoog tijd om hem eens op een off-night te horen.
Foto: Hammie van der Vorst Labels: concert, Efraïm Trujillo, jan24, Jasper Soffers, Joris Teepe, Steve Altenberg (Eddy Determeyer, 4.2.24) - [print]
- [naar boven] Ja, zo horen we een jazztrio het liefst. Power, creativiteit, samenhang, vrijheid in die hechtheid. Dat zijn karakteristieken die op het trio van tenorist Tim Armacost van toepassing zijn. "We werken al samen sinds 1985," verklaart bassist Joris Teepe. Maar ik denk dat hij zich
vergist, dat het 1975 moet zijn geweest.
Zowel in de bezetting als in de lineaire aanpak van Armacost horen we verwantschap met het werk van Sonny Rollins. Het geluid van die eerste
beweegt zich tussen stralend goud en diepbruin, het is minder 'vet' dan dat van Rollins, maar op die school heeft hij dus gezeten. De dialoog met Teepe in 'Little Melonae' wordt op het scherpst van de snede uitgevoerd. Dat de samenwerking inderdaad niet van vandaag of gisteren is, merk je ook aan de onderlinge verstandhouding. De trefzekere manier waarop kleine ritmische of melodische vamps ingebed zijn.
Jamie Peet mag je tot de beste Nederlandse jazzfunkdrummers rekenen. Maar ook in een meer straight-ahead setting als de onderhavige horen
we een meester aan het werk. In 'Just In Time' - hoe toepasselijk - speelt hij een zeer fysieke en vormvaste solo. Hij werkt met uitroeptekens: harde knallen op de snaartrommel, op de bekkens een machinerie die reddeloos uit elkaar spat. Daarnaast spaart hij de bastrommel niet. Zo intens mag het wel vaker klinken.
Foto: Hammie van der Vorst Labels: concert, Jamie Peet, Joris Teepe, jun23, Tim Armacost (Eddy Determeyer, 14.6.23) - [print]
- [naar boven] Is het toeval dat pianist Erroll Garner en vibrafonist Steve Nelson allebei in Pittsburgh geboren zijn, in respectievelijk 1921 en 1954? Net
als Garner houdt Nelson van lang uitgesponnen, meanderende, abstracte, rapsodische introducties. Terwijl zijn medemuzikanten en het publiek
gehypnotiseerd toekeken ontvouwde een thema zich uit een aantal schijnbaar losse gedachten. Zo opende ook 'Lady Be Good', het eerste nummer van het indrukwekkende optreden in De Smederij. Daarbij gebruikte hij vier mallets, om vervolgens twee stokken tussen de toetsen te steken en lekker loos te gaan op het eigenlijke melodietje.
Steve Nelson is de meest verbluffende, de meest creatieve vibrafonist die ik ooit live meemaakte. Grote woorden, zeker. Iedere song - er werden uitsluitend standards gespeeld - was een ongerept terrein dat ontdekt en ontgonnen moest worden. Daarbij maakte hij gebruik van een enorme dynamiek en kleurde hij het geluid alsof hij Renoir zelf was. Al deden zijn plotselinge uitvallen naar één toets eerder denken aan de werkwijze van Luciano Fontana, die zijn doeken met een mes of een priem te lijf ging. Ik denk dat Nelsons naam bekender is onder muzikanten dan bij de jazzliefhebbers. Velen zullen albums van bassist Dave Holland of tenorist David 'Fathead' Newman, waarop de vibrafonist sideman is, in de kast hebben staan. Elke noot klonk bij hem alsof er speciaal over nagedacht was, en die Nelson kan snel denken! Hij speelde uitgesproken smaakvol, maar tegelijkertijd assertief. Van het thema van 'Sweet And Lovely' werd al het vet weggesneden, zodat slechts een vluchtige, tedere aanraking resteerde, zoet en verrukkelijk. In hetzelfde nummer maakte de vibrafonist een 'foutje': hij begon zijn solo tegelijkertijd met bassist Joris Teepe. Uiteraard werd de misslag gesublimeerd tot een elegante melodische oplossing.
Het trio had een mooie functionele taakverdeling, waarbij het collectieve centraal stond. Teepes lijnen werden gekenmerkt door een dwingende kracht, hij vulde loze ruimtes met alternatieve contramelodietjes. Eric Ineke (Nelson: "Zulke drummers vind je nergens meer") sloeg en veegde
voortdurend verschuivende variaties en grooves. De vibrafonist zelf kon op een noot loeren als een kwispelende kat die een vogeltje in het vizier heeft, en dan flitsend toeslaat. Inderdaad, een beetje zoals de grote vibrafonist Milt Jackson dat placht te doen. Wacht even: Nelson heeft bij benadering hetzelfde postuur als Bags - ooit zullen we weten of die eerste het (onwettige?) zoontje van de laatste is.
Foto: Willem Schwertmann | Video: Imah Dijkstra
Labels: concert, Eric Ineke, jazztube, Joris Teepe, mei23, Steve Nelson (Eddy Determeyer, 30.5.23) - [print]
- [naar boven] De soul was weer te snijden. Wat is er toch aan de hand met Eetcafé de Smederij? Twee weken geleden zag en hoorde ik er de New Yorkse pianist Danny Grissett, met Joris Teepe op bas en Owen Hart jr. achter de drums en dat werd een soulfeestje dat over de plinten klotste. (Nee, niet over geschreven. Drukdruk. Halen we nog wel eens in.) En nu zat op dezelfde plek Dado Moroni, zoon van Genua en leeuw van het klavier. Een pianist van het subtiele gebaar. Er zit veel licht en lucht in zijn aanpak, hij heeft een voorliefde voor zijpaadjes ('What's New', 'Speak Low') en etaleert nochtans orkestrale ambities. In zekere zin maakt hem dat een waardige erfgenaam van Ahmad Jamal.
In dat orkestrale verhaal speelt Jeroen de Rijk met zijn latinpercussiewinkeltje een prominente rol. Het is lang geleden dat ik een slagwerker hoorde met vergelijkbare melodische faculteiten. Voor hem zijn de conga, de bongo's, de triangel et cetera evenzovele orkestrale stemmen. Hij levert de accenten, de knooppunten van de liedjes. Zijn gevoel voor structuur is onberispelijk. Maar zijn belangrijkste functie in het trio is toch die van motor. Wat zeg ik, die van motor met nabrander. Zijn montuno werd een machtige macho machine. Daarbij articuleert hij als een redeRijker. Geen wonder dat sommige breaks onwillekeurige bewonderende aahs! en oohs! aan het volgepakte zaaltje ontlokten.
En hij speelt ook nog eens met de brushes keurig in vieren, als dat zo uitkomt. Net zo makkelijk.
Halverwege de jamsessie na het formele optreden zag ik de laatste bus aan den einder opdoemen. Maar ik had nog net de tijd om de Koreaanse vocaliste Jinju Kim te beluisteren, die in recente maanden indruk maakt in het Groningse. Haar aanpak leunde in eerste instantie sterk op Ella Fitzgerald, maar daar lijkt ze zich inmiddels van los te weken. Ze heeft de echte jazzspirit, schuwt het melodische avontuur niet en zou wel eens een, ahum, hele grote kunnen worden. Zoals ze al zelf zong: 'It could happen to you'. Dus goed en breed blijven luisteren en je eigen stem proberen te destilleren - maar dat is een raad die je aan alle jonge muzikanten kunt geven, nietwaar?
Foto's: Hubert Nauta & Diederik Idema Labels: concert, Dado Moroni, dec22, Jeroen de Rijk, Jinju Kim, Joris Teepe (Eddy Determeyer, 13.12.22) - [print]
- [naar boven] Een goed ingespeeld combo is te prefereren boven een inderhaast bijeengeraapt groepje. Die vuistregel gaat bijna altijd op - maar soms ook bijna niet. David Berkman (piano), Joris Teepe (bas) en Steve Altenberg (drums) zijn alle drie docent aan het Prins Claus Conservatorium en mogen beschouwd worden als door de wol geverfde professionals. Ik denk niet dat er veel repetitietijd was gestoken in hun optreden in De Smederij. Vandaar ook dat er gekozen was voor overwegend bekend materiaal. Bekend terrein. Doch een enkele keer verslikte en verstrikte het drietal zich in zo'n stuk. Dan hield je een fractie van een seconde je hart vast: hoe gaan ze zich hier in godsnaam uit redden? Maar na die fractie klopte je hart gewoon door, dankjewel, en had het trio eensgezind een groove gevonden.
Steve Altenberg speelt eerlijk gezegd nooit saai, laat staan slecht, maar nu leek hij bijwijlen boven zichzelf uit te stijgen. Om te beginnen nam hij voor het concert uitgebreid de tijd om zijn trommels te stemmen. Altijd een goed teken, vind ik. Er moest uit de krochten van het etablissement zelfs een speciaal tangetje worden gedolven. Dat hij in melodielijnen denkt bleek al in het eerste nummer, 'Like Someone In Love'. Ik denk dat je het thema zelfs had kunnen herkennen wanneer de piano en de bas afwezig waren geweest. De meeste drummers gebruiken hun bastrommel sporadisch, om accenten aan te brengen. Bij hem is ook die bass compleet geïntegreerd. Hij heeft daarnaast een ongewoon dynamisch bereik. Soms zijn zijn knallen zó onfatsoenlijk hard dat je je afvroeg of de aarde soms uit haar baan moest worden gemept. De zaal kreunde dan van geluk. Kan hij hier ooit weer uit neerdalen? Maar ja hoor, het volgende moment is zijn tsk-tsk-tsk zo subtiel dat een baby ernaast in slaap zou vallen.
'Cherokee' werd in een ongebruikelijk traag tempo gespeeld, als een ballad. Joris Teepe had het arrangement ooit bedacht en werd ook gefeatured. Elke noot klonk alsof zijn leven ervan afhing. 'Kids Stuff' was een recente compositie van Berkman, die sinds 2001 periodiek in Groningen resideert. Het thema telt veertien maten, wat nu en dan vraagtekens boven de hoofden van zijn medemuzikanten genereerde. Maar ook hier wist de drummer het trio en de zaal op te naaien met moordende shots.
Over het algemeen klonk het trio behoorlijk hecht. Inderdaad, als een vaste groep.
Foto: Hammie van der Vorst Labels: concert, David Berkman, Joris Teepe, okt22, Steve Altenberg (Eddy Determeyer, 13.10.22) - [print]
- [naar boven] Lees verder in het archief...
|
Archief
Artikelen Cd-recensies Concertrecensies Colofon Festivalverslagen Interviews Jazz in memoriams
Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken? |