Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Concert
Geraffineerde onderhuidse dansbaarheid

Fred Hersch, 15 mei 2019, Flagey, Brussel

In maart stond de pianist nog in de Handelsbeurs in Gent, nu deed hij alweer Brussel aan. Maar Fred Hersch is natuurlijk Fred Hersch, en als hij komt, dan ga je. In november van 2017 speelde Hersch met zijn trio een concert in Studio 4 van Flagey, dat uitgebracht werd als 'Live In Europe'. Zolang er zich geen drama's met verdwenen digitale files voordoen, had het concert van vanavond er alles van dat er weer een fraaie soloplaat staat aan te komen. Deze Hersch was in vorm.

Het concert was aangekondigd als een soort releaseconcert rond het in 2017 verschenen 'Open Book', maar het werd al snel duidelijk dat de pianist geen zin had in een herhalingsoefening, ook al is dat dan met de bedenking dat het mooie van Hersch er net in schuilt dat je elke keer weer iets anders, of toch een aangepaste versie, te horen krijgt. Net als het concert in maart werd dit een evenwicht van standards, eigen werk en uitvoeringen van popsongs, waarbij de elegantie de overkoepelende factor is. Of Hersch zich nu een dartele weg baant door 'When I’m Sixty-Four' of een ernstiger, monochromer stuk als 'Duet' uit 'Songs Without Words'; je bent overgeleverd aan een meester die geen gimmicks, onverteerbaar drama of acrobatie nodig heeft om te imponeren.

Er zijn vast wel pianisten die technisch meer indruk maken, die een breder register aanspreken, meer temperament in hun muziek stoppen en mikken op grotere, dikker aangezette emoties, maar weinigen spelen die ballades ('Wouldn’t It Be Lovely' uit My Fair Lady, 'My Funny Valentine') zo geraffineerd, laten de onderhuidse dansbaarheid zo subtiel binnensijpelen ('Havana'), of benaderen een standard uit de vroege jaren dertig met zo'n omzichtigheid die het onvergetelijke thema heimelijk binnensmokkelt om je vervolgens helemaal te overmannen ('All Of Me'). En er is dat toucher, dat in combinatie met zijn pedalengebruik beelden oproept van een porseleinen elegantie. Hersch zou zelfs een stompende boogiewoogie met een klauwende linkerhand nog gracieus laten heupwiegen.

Het was een mooi uitgebalanceerde set, nog een beetje consistenter en langer dan die van de Handelsbeurs, waarin ook een paar mooie verrassingen te rapen vielen. Zo speelde de man deze keer twee stukken van Billy Strayhorn, lange tijd Duke Ellingtons rechterhand en een van de sleutelcomponisten van het swingtijdperk en erna. Het wat minder bekende 'Upper Manhattan Medical Group', dat Hersch opnam voor 'Passion Flower' (1996), een album met enkel Strayhorn-composities, was een hoogtepunt dat met een enorme finesse in elkaar gepast werd. Idem voor 'Lotus Blossom', uitgevoerd als derde en laatste bis ter ere van het Gay Pride Weekend.

De pianist pakt ook steeds graag uit met de muziek die hij beluisterde voor hij zich aan de jazz wijdde, en speelde naast The Beatles ook een knappe uitvoering van Joni Mitchells 'My Old Man' (uit het klassieke album 'Blue') en nam Billy Joels 'And So It Goes' op zo'n manier onder handen dat je eerder aan de hymnebewerkingen van Hank Jones en Charlie Haden moest denken dan het wat stoffig-melige origineel. En natuurlijk passeerde er naar goede gewoonte ook een stukje Monk, deze keer 'Eronel' als we het goed hebben. Ook hier: geen dik aangezette Monk-isms, maar die wat struikelende stijl (ooit geniaal omschreven als "like missing the bottom step in the dark") in een echt Hersch-kader.

Het was, kortom, alweer een heel mooi concert van een van de meest cruciale jazzpianisten van de voorbije decennia. Eentje die er in het jaar dat hij 64 wordt, en ondanks wat fysieke ongemakken, nog altijd een benijdenswaardige productiviteit op nahoudt en binnen zijn relatief traditioneel kader wel steeds een frisse wind doet waaien. Vervolg op Gent Jazz, waar hij op 6 juli speelt met de WDR Big Band.

Foto's: Geert Vandepoele & Cees van de Ven

Deze recensie verscheen ook op Enola.be

Labels:

(Guy Peters, 25.5.19) - [print] - [naar boven]



In memoriam
Cees Schrama


Hij was in Nederland een van de eersten die zich met fusionjazz ging bezighouden, maar zijn grote faam dankt hij aan zijn werk als producer en presentator van het programma TROS Sesjun. In zijn woonplaats Baarn overleed op 22 mei Cees Schrama, 82 jaar oud. Hij leed al 65 jaar aan diabetes.

Cornelis Martin Schrama werd in Den Haag geboren, als zoon van een saxofonist en een pianiste. Zelf speelde hij achtereenvolgens accordeon en gitaar, voor hij overschakelde op piano en orgel. Op zijn twintigste ging Cees het vak in; met drummer Ted Easton begon hij voor Amerikaanse militairen in Duitsland op te treden. Daarna begeleidde hij zangeres Leddy Wessel en werkte hij als studiomuzikant met onder meer de Golden Earring.

Zijn Casey and the Pressure Group introduceerde in 1969 contemporaine r&b in Nederland; later ging hij werken als producer voor Polydor en TROS-radio. Ook presenteerde hij lange tijd het Haagse North Sea Jazz Festival.

Zijn memoires en anekdotes liet hij in 2007 optekenen in het boek It don't mean a Thing: Leven met Jazz. Op de lokale omroep Baarn FM presenteerde Cees Schrama nog enkele jaren zijn programma Jazz rond zes.

Foto: Cees van de Ven

Labels:

(Eddy Determeyer, 24.5.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Elegant en efficiënt

Pavel Shcherbakov & Human Music, dinsdag 21 mei 2019, De Smederij, Groningen

De viool, in de klassieke muziek lange tijd het voornaamste solo-instrument, heeft in de jazz eigenlijk nauwelijks voet aan grond gekregen. Die pionierende New Orleans ragtime-orkestjes werden vaak door een violist geleid, Joe Venuti en Ray Nance gaven het instrument markante jazzstemmen en Artie Shaw, Glenn Miller en Charlie Parker integreerden met wisselend succes strijkerssecties in hun orkestrale sound. Maar het strijkkwartet - twee violen, altviool en cello - heeft pas de laatste jaren een ingang in de improvisatiemuziek gevonden.

Voor de Russische koperblazer Pavel Shcherbakov (trompet, bugel en trombone) was de keuze voor strijkers voor zijn Human Music voor de hand liggend. Hij heeft een achtergrond als klassiek muzikant en begon pas als student aan het Groninger Prins Claus Conservatorium met jazz. Zijn arrangementen zijn geraffineerd en elegant, ze refereren eerder aan vooroorlogse Cubaanse salonensembles dan aan vooroorlogse Europese seriële muziek. Qua sound en sfeer dus, niet in ritmische opzicht.

In 'Imagine', het openingsnummer (niet die van John Lennon) contrasteerde én versmolt Shcherbakovs trombone smaakvol met de strijkers. Dat pastorale gevoel kwam terug in '(How Do You Feel When You Have) Too Much Sugar (In Your System)', een autobiografisch geval. Met "in een droom kun je vliegen, alleen de start is moeilijk" kondigde de componist 'Flying In A Dream' aan. Het strijkkwartet zorgde voor een zuchtje wind en hop, daar vlogen we reeds. Economy Class: Shcherbakov haalt het maximale uit zo min mogelijk noten. Maar elke noot is weloverwogen en Human Music speelde op het scherp van de snede. Wonderbaarlijk, voor een ensemble dat slechts een of twee keer in het jaar bij elkaar komt. Het heeft de precisie van een 8-bits Intel Processor, de efficiency van een laminaire vleugel van het Deutsches Zentrum für Luft- und Raumfahrt, de warmte van een teerbeminde.

Concertfoto: Hammie van der Vorst

Labels:

(Eddy Determeyer, 24.5.19) - [print] - [naar boven]



Cd's
Mehmet Polat - 'Ageless Garden' (Aftab, 2018)
Mehmet Polat & Embracing Colours - 'Quantum Leap' (Aftab, 2019)


De muziek van Mehmet Polat bevindt zich op een kruispunt van culturen. Natuurlijk speelt zijn Turkse achtergrond een grote rol - al was het maar door zijn keuze voor de ud, een soort luit die een centrale rol speelt in de muziek van het Midden-Oosten - maar Polat heeft zich daar nooit toe willen beperken, heeft zich nooit in een etnisch hokje willen laten stoppen. Zijn muziek waaiert uit naar alle windstreken. Turkse muziek, Spaanse flamenco, de muziek van de Balkan, westerse jazz, de muziek van India: het krijgt bij hem allemaal een geheel natuurlijke plek. Dat was al zo op de twee albums die hij met zijn trio opnam: 'Next Spring' en 'Ask Your Heart', waarbij de diversiteit onder andere bleek uit de bijzondere instrumentatie. Naast Polat bestaat het trio uit Sinan Arat op de ney en Dymphi Peeters op de kora. Twee maanden geleden kwam echter 'Quantum Leap' uit, zijn laatste proeve van bekwaamheid waarmee de ud-speler nieuwe wegen inslaat en dat terwijl 'Ageless Garden', zijn soloalbum, hier nog niet aan bod gekomen is. Dus maar direct aandacht voor allebei.

'Ageless Garden' is een zeer persoonlijk album geworden, een soloalbum met bijdragen van gasten dat volgens Polat vol staat met stukken die hem de laatste twintig jaar hebben vergezeld. Stukken ook waar persoonlijke verhalen achter schuil gaan, zoals in opener 'Hasrat', dat verwijst naar Hasrat Gültekin, een musicus die omkwam bij een terroristische aanslag in de Turkse stad Sivas in 1993. Polat wordt in dit indringende stuk vergezeld door de percussionist Alper Kekec. Samen ontwikkelen ze een prachtig ritmisch patroon. Ook achter 'Aylan' gaat een schrijnend verhaal schuil; het handelt hier over een Syrisch Koerdisch jongetje dat omkwam in de Middellandse zee, op de vlucht voor de oorlog. We horen Polat en Kekec hier mogelijk nog indringender. Prachtig is de melancholie in het spel van Polat, iets waar de ud zich uitstekend voor leent. In het vrij lange 'Hasbihal' kon Polat de afgelopen jaar zijn emoties kwijt, meer dan in welk ander stuk dan ook, zo zegt hij zelf. Dat is te begrijpen: in dit meeslepende nummer, met prachtige ritmische accenten van de Iraniër Pasha Karami op de tombak, valt iedere noot op zijn plaats en wroet de ud-speler diep in de ziel. In 'My Urfa' weet Polat eveneens te ontroeren. In Urfa, in Zuidoost-Turkije, dicht bij de Syrische grens werd Polat geboren, twintig jaar is hij er inmiddels weg. Hier kijkt hij terug. Polats eclectische kijk op muziek horen we terug in 'Something Is Moving', waarin hij Indiase muziek inzet, met ondersteuning van de Afghaan Yama Sarchar op tabla, en 'Embrace It', waarin hij Afrikaanse ritmes gebruikt. In 'An Anatolian Bulerías' buigt hij zich dan weer over de Spaanse flamenco.

Op 'Quantum Leap' slaat Polat nieuwe wegen in. Het is het eerste album van zijn nieuwe band Embracing Colours, die naast Polat bestaat uit drummer Joan Terol Amigo, bassist Hendrik Müller en accordeonist Bart Lelivelt. Tevens horen we ook op dit debuutalbum nog een aantal gasten. In 'Expanded Lives' gaat de band direct stomend van start en mengt Polat zijn Anatolische wortels prachtig met de ritmes van de jazz. In 'Dancing Statues' speelt de muziek van de Balkan een grote rol, met een prachtige accordeonsolo van Lelivelt en in 'Falseta Mesopotámica' mengt de band op overtuigende wijze Spaanse flamenco met de vocale traditie uit Turkije. Een gastrol is daarbij weggelegd voor de zangeres Çiğdem Okuyucu. Een vlot, spannend en opzwepend nummer. Bijzonder is ook 'All Connected', met name vanwege de bijdrage van trompettist Eric Vloeimans, waarbij zijn gebruikelijke delicate geluid uitstekend tot zijn recht komt. Prachtig is ook 'Breathing Again', waarin Imamyar Hasanov een gastrol vervult op de kamancha, een snaarinstrument dat we tegenkomen in de Perzische muziek en die van de Kaukasus. 'Contemplation' is dan weer pure jazz, lekker fel, met een ritmetandem die prima op koers ligt en een grootse solo van Polat. Afsluiten doen we dit album in stijl, met het contemplatieve 'Aftermath'.

Klik hier om 'Quantum Leap' te beluisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 21.5.19) - [print] - [naar boven]



Festival
Tournai Jazz Festival 2019


"Jan Garbarek is in Nederland sporadisch te horen. Een trip naar België lijkt een noodzakelijk kwaad, maar het Tournai Jazz Festival - waar hij optreedt - blijkt alleraardigst van opzet. Tournai (Doornik) is een rustig stadje dat verscholen ligt in de noordwestelijke hoek van Wallonië, aan de grens met Frankrijk. De stad staat bekend om zijn kathedraal met vijf torens en het belfort. Beide monumenten staan op de werelderfgoedlijst van UNESCO. De Lakenhal (Halle aux Draps) is naast de Magic Mirrors gelegen aan het centrale plein van de stad: de locatie voor de concerten tijdens het vijfdaagse jazzfestival."

Op vrijdag 3 mei bezocht Louis Obbens het Tournai Jazz Festival. In de Magic Mirrors en de Halle aux Draps zag hij de concerten van Reggie Washington's Rainbow Shadow en Jan Garbarek featuring Trilok Gurtu.

Klik hier voor zijn festivalverslag.

Klik hier voor een fotoverslag van het Tournai Jazz Festival 2019 door Louis Obbens.

Labels:

(Maarten van de Ven, 18.5.19) - [print] - [naar boven]



Brandbrief
Stop de teloorgang van jazz- en improvisatiemuziek in Nederland!


Bob Hagen, oud-directeur van Stichting Jazz Impuls, voormalig jazzmuzikant en jazzpromotor luidt in een open brief de noodklok over de stand van zaken wat betreft de jazz en geïmproviseerde muziek in Nederland.

"Ik doe een beroep op jullie via deze brief, om de overheid hier op aan te spreken, rechtstreeks of middels de Raad van Cultuur. We kunnen als enthousiaste jazzliefhebbers gezamenlijk vast en zeker een gewicht maken."

Klik hier om zijn brandbrief te lezen.

Klik hier voor een interview met Bob Hagen uit 2004 over de serie jazz-dubbelconcerten die Hagen in de Nederlandse schouwburgen programmeerde.

Labels:

(Maarten van de Ven, 17.5.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Eerbetoon Misha waardig en geinig

Tribute to Misha Mengelberg - Guus Janssen, Bert van Erk & Wim Janssen, woensdag 8 mei 2019, Brouwerij Martinus, Groningen

Grosso modo kan gesteld worden dat degene die na een concert met muziek van Misha Mengelberg niet met een brede glimlach huiswaarts keert, nodig zijn of haar mediaal prefrontale cortex dient te laten onderzoeken. Al kan het natuurlijk ook zijn dat zijn of haar plastron een maatje te klein is geworden.

Humor is een belangrijk aspect van muziek. Dat maakten Guus Janssen, Bert van Erk en Wim Janssen deze woensdag in de Martinus maar weer eens duidelijk. De pianist herinnerde zich de eerste keer dat hij Mengelberg zag, dat was tijdens een concert in het kader van de roemruchte Hartewens Festivals in Haarlem, zo rond 1966. Toen het op een gegeven moment de beurt was aan de pianist om te soleren kroop die onder de vleugel, zodat iedereen zijn nek moest rekken om te zien wat daar gebeurde. Dat bleek al snel. Mengelbergs solo bestond uit de luide knal van een door de kunstenaar ontstoken rotje. Zelf zag ik hem voor het eerst tijdens een Fluxus Festival in 1964, in het Scheveningse Kurhaus. Hij speelde toen als ik me goed herinner een of ander In Memoriam dat maar doorging en doorging. Het was een soort minimal music avant la lettre, die het geduld van het publiek danig op de proef stelde.

Mengelbergs hit 'Peer’s Counting Song' dat het trio in de Martinus speelde, was volgens Guus Janssen gebaseerd op Peer Gynt die in een droom aan de componist was verschenen. Er kwam een reus in voor die een verzameling kleine mannetjes met een grote bijl op de hoofdjes mepte. Vandaar de klappen in het stuk. Over klappen gesproken: die Wim Janssen heeft veel grotere oren dan je op het eerste gezicht zou zeggen. Hij heeft totaal geen probleem met het onvoorspelbare karakter van de muziek. De drummer voorspelde zo goed als alles goed. Maar ja, dat krijg je wanneer je al een kleine zestig jaar met je broer speelt. Of een dikke zestig jaar, wat maakt het uit.

Guus Janssen heeft een heel andere pianostijl dan het onderwerp van de hommage. Hij heeft inmiddels waarschijnlijk reeds aanzienlijk meer noten gepeeld dan Mengelberg (1935-2017) in zijn hele leven. Dat maakt hem geknipt voor dit tribuut. Gewoon beetje noten weglaten en zo. De onwaarschijnlijk grote contrasten in dynamiek en stijl, daar draait het om. 'Een Beetje Zenuwachtig' bevat elementen die heel goed in de begeleidingspartij voor de tropische troubadour Thom Kelling anno 1956 hadden gepast. Of voor Harry Belafonte. Maar er zit ook altijd een opstandig element in, iets ontregelends. Door zijn voet tegen de snaren van het staande instrument te plaatsen maakte Janssen er een soort instant prepared piano van met een totaal ander geluid. In 'Reef Und Kneebus' worden slinks calypso-elementen geschoven. De zeer dichte structuur ontwolkt zich in lieflijk, bijna onhoorbaar elfengetokkel op minuscule harpjes.

De composities van Mengelberg, dat schreef ik geloof ik al eens, hebben een hoog evergreengehalte. De spreekwoordelijke slagersjongens hadden ze zó kunnen fluiten, tussen mopjes van de Jazz Messengers en Dave Brubeck door. Maar ja, slagersjongens, kom er nog maar eens om. Er zat weinig anders op dan ze zelf maar te fluiten, zo goed en zo kwaad als dat ging, op weg naar de legerstede.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 14.5.19) - [print] - [naar boven]



Cd
Benjamin Sauzereau - 'Solo' (Suite, 2018)

Opname: maart 2017

De Franse, maar in België woonachtige gitarist Benjamin Sauzereau is een opmerkelijke verschijning in het jazzlandschap. Hij maakt deel uit van experimentele bands als Les Chroniques de l'Inutile, Easy Pieces, Philémon, Le Chien Qui Ne Voulait Pas Grandir en het duo Sauzereau/Roosens. Daarnaast is hij terug te horen op albums van Book Of Air - het project van de gebroeders Cools, Eve Beuvens Heptatomic en het Jens Maurits Orchestra. Maar Sauzereau is zeker ook niet vies van andere muzikale werelden, getuige zijn deelname aan de experimentele popband Wolke, de soulband Blue Monday People, de Caribische dansband Marie Galante en zijn samenwerking met zanger Karim Gharbi.

Een tijdje geleden voegde hij daar een soloalbum aan toe, uitgekomen bij Suite, het label dat hij drijft met Bouttery. Eenvoudigweg zo genoemd: 'Solo'. Simpeler kan niet, ook niet qua instrumentatie, want Sauzereau beperkt zich hier vrijwel het gehele album tot de akoestische gitaar zonder toevoegingen. En ook op dit album horen we in elf relatief korte stukken de eclectische aanpak van deze gitarist terug. Zo heeft opener 'Le Subterfuge' het ritme van americana, wat Sauzereau hier vakkundig mengt met een vleugje Afrikaans en een flinke scheut jazz tot een volstrekt eigen brouwsel. 'L’Habitude' is dan weer intiem, met rustiek getokkel. Maar ook dit nummer refereert meer aan roots dan aan jazz.

Nu ja, in 'Harry Lime' - waarmee Sauzereau natuurlijk verwijst naar het beroemde thema dat Anton Karas in 1949 schreef voor de film 'The Third Man' van Carol Reed - horen we hem naast gitaarspelen, waarbij het geluid wel wat weg heeft van Karas' zither, ook fluiten. Een speels eerbetoon aan deze klassieker. Fraai is ook het spel in 'Rivage', waarin de gitarist voor de eerste keer effecten gebruikt in zijn spel, waarmee hij een serie sfeervolle klankwolken creëert. Wegdromen gegarandeerd.

De blues horen we terug in 'L’Objet', middels een loom ritmisch patroon, dat de gitarist steeds laat terugkeren als rotsen in een meanderende rivier. Mooi verhalend is 'Singuliers', voorzien van een weemoedige ondertoon, een nummer waarin we volop van de kwaliteiten van de akoestische gitaar kunnen genieten. Iedere noot krijgt hier de ruimte, mag in de ijle lucht verdwijnen, pure poëzie. 'La Mauvaise Raison' klinkt al even intiem, heeft iets zuidelijks in zijn klank en doet je verlangen naar de zomer. Heerlijk zoekend, experimenteel en heftig klinkt Sauzereau in 'Imminent', een stuk dat weer een andere kant van zijn meesterschap belicht. Dit kan zo maar op een metalalbum. Afsluiten doet hij dan weer intiem met 'Quiproquo'. Een mooi slot van een bijzonder stijlvol album.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Foto: Cees van de Ven

Labels:

(Ben Taffijn, 13.5.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Beats meet electronics

Mark Guiliana's Beat Music, zaterdag 27 april 2019, Paradox, Tilburg

Mark Guiliana heeft het in zich een cultstatus te bereiken. Hij is een gelauwerd drummer die zich als bandleider profileert in het hardbop-metier en in meer eclectische stijlen. Hij rekt de grenzen van het drummen op en begeeft zich als begeleider zowel in de geïmproviseerde muziek als tussen de groten binnen populaire stromingen.

Met zijn project Beat Music heeft hij tal van geestverwanten om zich heen verzameld die het krachtenveld en de onmetelijke mogelijkheden van de groove onderzoeken. Om zijn nieuwe plaat te promoten treedt Guiliana op met Chris Morrissey op elektrische bas, Samuel Crowe op keyboards en electronic devices en Nicholas Semrad op keyboards. De samensmelting van keiharde, akoestische en elektronische percussie, een meedogenloze bas en oorverdovende synths en elektronica kent ook in Paradox zijn gelijke niet.

Jong en oud, nieuwsgierigen en kenners, met of zonder oordoppen, verzamelen zich voor een extatische vuurproef. Geen verfijning en nuance zoals in het hardbop-project Jersey. Ook is er geen sprake van improvisatie zoals in de traditionele betekenis van het woord. Ondanks dat het optreden klinkt als een oorverdovende geluidsorgie is het grootste deel van de muziek gecomponeerd. Maar volgens een interview met Guiliana vinden op detailniveau wel degelijk verschuivingen plaats met betrekking tot articulatie, duur van de noten en waar de ruimtes ingevuld en leeg gelaten kunnen worden.

De muziek, vermengd met vele vocale samples, kenmerkt zich door repetitieve ritmes, zwaar resonerende, bedwelmende baslijnen en onheilspellende, spacy effecten. Dansbare en jeugdige muziek, vol groove. Gevoelszintuigen worden geraakt door reggae, door hiphop-breaks en door techno gedomineerde ritmische structuren. Donkere sferen met minimalistische uitgangspunten zorgen voor een diffuus beeld, soms te monotoon, dan weer verrassend voorzien van bruuske wendingen. Het spel is indrukwekkend, hard en dynamisch, maar ook eentonig en onnavolgbaar door een opeenstapeling van soms kitscherige synths.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 12.5.19) - [print] - [naar boven]



Lp / Boek
Eric Thielemans & Billy Hart - 'Talking About The Weather' (Oorwerk, 2019)

Opname: 6-9 januari 2018

Het was een idee dat ontstond toen Eric Thielemans het kleine podium cureerde tijdens Jazz Middelheim 2016. Een dialoog met docent en collega-drummer Billy Hart. Een gesprek op én naast het podium, zoals vrienden dat voeren: associatief, ongedwongen en vrij. Het resulteerde in 'Talking About The Weather', een vinylplaat + boek die het alledaagse en het artistieke in een bijzonder evenwicht houden.

We spraken Thielemans kort voor de sessies die tot deze release zouden leiden, en toen verwees hij al naar Louis Malles cultklassieker 'My Dinner With Andre' (1981). Nu blijkt het geen loze referentie te zijn. Ook daar kon je een buitengewone spreidstand detecteren. Het is een film die de traditionele regels aan z'n laars lapte, een theaterdialoog die op het grote scherm belandde. De rol van Malle als regisseur was minimaal, want de focus is een gesprek tussen twee oude vrienden die na lange tijd nog eens samenkomen in een restaurant en er twee uur op los discussiëren. Afwisselend associatief en gefocust, met een brede waaier aan thema's, een oefening om twee tegengestelde visies samen te brengen in discussies over mens, maatschappij en levenshoudingen.

'Talking About The Weather' heeft niet het uitgeschreven scenario van de film, maar hinkt al net zo eigenzinnig op twee gedachten. Enerzijds gaat het om een gesprek van twee vrienden. Spontaan, gewoon, met veel uhs en yeahs en you knows. Maar het tast tegelijkertijd ook veel dieper, net omdat ze daar hun tijd voor kunnen nemen. 'My Dinner With Andre' was een film over twee mannen die eten en (vooral) spreken, maar het was ook een film die volledig vrij was van clichés. Het geldt ook voor deze release, al zal dat geen verrassing zijn voor wie ooit al in gesprek ging met Thielemans. De man is een spraakwaterval ("I can get really lost in words", laat hij hier ook optekenen), een denker en een filosoof, die zijn tijd neemt om gedachten te ordenen of perspectieven onder woorden te brengen.

Het 64 pagina's tellende boek is een weerslag van (een deel van) de gesprekken die Thielemans en Hart drie dagen na elkaar voerden; voor, na en tussen de muzikale opnames. Een deel daarvan werd vastgelegd in de studio, met die intentie, maar de Belg nam ook de gesprekken op die plaatsvonden in de keuken van de studio. Misschien om een soort van polyfone uitkomst te krijgen. De realiteit wil echter dat alle gesprekken, alle fragmenten eigenlijk deel uitmaken van een groter geheel. Voor wie nood heeft aan focus en compactheid kan dat meanderend en breedsprakerig zijn (Hart verbaast zich ook expliciet over Thielemans' woordenschat), want zelfs gesprekken die starten bij concrete vragen leiden soms tot filosofische uitweidingen. Wat voor de twee bij momenten misschien aanvoelde als shooting the shit heeft regelmatig iets van een esoterische reis met vele zijsporen.

De gespreksonderwerpen variëren van welomlijnde thema's tot dingen die in een algemener kader passen, van de connectie tussen lichaam en geest, het verschil tussen zien en kijken en horen en luisteren, van perspectieven, ervaringen en creativiteit. Bovenal gaat het echter om (zelf-)bewustzijn, manieren van musiceren, van leren en van in het leven staan. Over resonanties, zelfonderzoek en ideeën delen. Het is de leerling die vaak het voortouw neemt, maar zijn voormalige leraar, een autodidact die uitgroeide tot een van de karakters van zijn generatie, fungeert als klankbord. Die vorm van verbale communicatie vindt ook z'n weerslag in de muziek. "I mean, we are playing the way we're talking."

De plaat bevat geen drum battle. Je hebt niet te doen met twee drumgoochelaars die elkaar à la Gene Krupa en Buddy Rich de loef proberen af te steken. "I mean it's already fucking abstract," vat Hart samen in een van de laatst opgenomen gesprekken. Niet dat de muziek moedwillig dwars doet of uitmondt in het soort spielereien waarvan je je afvraag wat er precies gaande is. Integendeel: de twee zitten in het moment en ze spelen. Ze spelen met patronen, resonanties en flow. Laten zich meevoeren. Ze spelen met hun instrumenten, met elkaar, met ritme en muziek.

'Talking About The Weather' is een gesprek tussen vrienden, met woorden en muziek. Over wat het betekent om een artiest te zijn. Misschien nog algemener: hoe je in het leven kan staan en hoe je dat onder woorden kan brengen, of vertalen in muziek. Zonder verwachtingen en onbevangen. En in deze tijden van overkill, van veel moeten en vooral veel presteren, is dat ronduit bevrijdend om te horen.

Foto: Cees van de Ven

Deze recensie verscheen ook op Enola.be

Labels: ,

(Guy Peters, 12.5.19) - [print] - [naar boven]



Concert / Cd
Nature Work live

vrijdag 3 mei 2019, Paradox, Tilburg
Nature Work - 'Nature Work' (Sunnyside, 2019)
Opname: 2018

Een heuse primeur voor het Tilburgse Paradox: een gloednieuwe band met een gloednieuwe cd en dan het eerste concert in een Europese tour. En niet zomaar een band! Nature Work ontstond in 2017 uit een idee van altsaxofonist Greg Ward en basklarinettist Jason Stein, beiden meer dan bekende musici in de Chicago-scene, die elkaar onder andere kennen van Mike Reed's Flesh & Bone. Zij vroegen meesterbassist Eric Revis, onder andere bekend van het Branford Marsalis Quartet, maar ook van samenwerkingen met trompettist Avishai Cohen en Steve Coleman en de zeer ritmisch drummende Jim Black, bekend van Tim Berne's Bloodcount en zijn samenwerkingen met Uri Caine en Kris Davis, om mee te doen. En ziedaar: een nieuw powerkwartet was geboren!

In tegenstelling tot wat gebruikelijk is, besloot dit kwartet eerst maar eens de studio in te duiken om het titelloze debuut op te nemen en vervolgens in Europa te gaan toeren, met Paradox dus als eerste halte. Het is een gloedvol project geworden, dit Nature Work. Revis en Black leggen in de meeste nummers een meeslepende groove, waar Stein en Ward enerverend op soleren. Reeds in 'The Shiver' - de band speelt de stukken in dezelfde volgorde als het nieuwe album - is het raak.

Na een springerig blazersintro barst de ritmetandem los en spreidt het bed voor twee extended solo's, eerst Ward, dan Stein. In 'Hem The Jewels' gaat het tempo wat naar beneden. Dit is een wat slepende, melancholische ballade. Revis kondigt hem aan met een saxsolo doortrokken van de blues, terwijl een kreunende, sputterende Stein er op basklarinet verder vorm aan geeft. 'Zenith' vangt aan met een zeer pakkende en ritmische solo van Black, doorsneden met unisono gespeelde akkoorden van de blazers en krijgt zijn vervolg met een meeslepende melodische structuur. In 'Opted Fopter' krijgt de naam Nature Work een extra dimensie: het zijn aanvankelijk de geluiden die we associëren met het ontluiken van de natuur die hier door de musici ten gehore worden gebracht. Subtiele, speelse klanken monden uit in een aantrekkelijke melodie.

Na de pauze zit de tweede ballade, 'Cryptic Ripple', die klinkt als een langzame dans. Maar wat rustig begint krijgt gaandeweg wel steeds meer dynamiek. Als opmaat voor het stomende 'The Source', waarin andermaal Revis en Black hun trukendoos opentrekken en zo Ward en Stein de mogelijkheid bieden om op hun blaasinstrumenten te excelleren.

Nature Work treedt op zondag 12 mei op in het Antwerpse CoStA, een concert georganiseerd door Sound in Motion.

Foto: Louis Obbens

Labels: ,

(Ben Taffijn, 11.5.19) - [print] - [naar boven]



Cd's / Jazztube
Celano / Badenhorst / Baggiani - 'Lili & Marleen' (Clean Feed, 2018)

Opname: november 2016
Watussi - 'Stargazers' (Klein, 2019)
Opname: januari 2017

De Belgische rietblazer Joachim Badenhorst, we mogen graag naar hem luisteren. Zeker als hij zich in goed gezelschap begeeft, zoals het geval is bij deze twee trio's. Met de eerste, dat hij vormt met de in Nederland residerende gitarist Guillermo Celano en drummer Marcos Baggiani nam hij voor Clean Feed 'Lili & Marleen' op, waarin Badenhorst melancholiek aanvangt in het titelnummer (zonder '&'). Speelser is 'Inferno Baby', waarin hij de basklarinet hanteert. Korte melodische patronen, door Baggiani met gerichte roffels ondersteund, worden afgewisseld met abstracte klanken. En let hier ook zeker op Celano, die op de achtergrond voor vuurwerk zorgt.

Bijzonder zijn ook 'Cain & Abel' en 'Abel & Cain'. Badenhorst en Celano bouwen hier aan een prachtige abstracte klankstructuur, terwijl Baggiani zorgt voor contrasterende ritmische patronen. In de tweede van dit paar horen we daarnaast Celano met een zeer felle gitaarsolo. 'Comacina Dreaming', een klassieker van Badenhorst die we ook vinden op 'Metamorphosis' van Lama waar Bandehorst tegenwoordig eveneens deel vanuit maakt, is een juweel. We horen hier allereerst Celano in prachtig intiem, resonerend gitaarspel, wolken van klank, gevolgd door Badenhorst met fluweelzachte noten op de basklarinet. Zoetgevooisd en krachtig tegelijk. En dan Baggiani: hij plaatst hier accenten, slaat piketpaaltjes. In 'Paranoid' is het eveneens het ritmische slagwerk dat opvalt, naast het aan rock verwante gitaargeluid van Celano.

Het trio Watussi vormt Badenhorst samen met pianiste Ingrid Schmoliner en bassist Pascal Niggenkemper. Na het titelloze debuut uit 2013 kwam onlangs 'Stargazers' uit bij Badenhorsts eigen label Klein, met wederom prachtig artwork: de cd zit in een eenvoudig kartonnen hoesje, met opdruk van een stempel. Dat geheel zit op zijn beurt weer ingevouwen in een poster met een foto van twee lelies. Het album downloaden kan natuurlijk ook, maar dan mis je dit element wel.

Het album begint met 'Phonno'. Langgerekte, vreemde klanken horen we. Uit alles blijkt dat hier niemand zijn instrument op klassieke wijze bespeelt: Schmoliner bewerkt de snaren in de piano en Badenhorst hanteert zijn klarinet op bijzonder onorthodoxe wijze. Gezamenlijk presenteert het trio hier een spookachtig klanklandschap. 'Dana' bestaat uit veldopnames van een groep kinderen, pratend en zingend. Een fraai intermezzo, waarna het trio in het ritmisch vibrerende 'Gar' zijn weg vervolgt. Opvallend op dit album - en 'Jauk' is hier een mooi voorbeeld van - is de inzet van de piano. Door de diverse preparaties klinkt deze meer als slagwerk dan als het traditionele instrument. Ze speelt hier een ritmisch patroon dat veel wegheeft van een marimba. Voeg hierbij Niggenkemper en Badenhorst met zeer onorthodoxe, piepende en krakende klanken en het feest is compleet.

Al even spannend klinkt 'Aves', waarin een hoofdrol is weggelegd voor Badenhorst en zijn klarinet, te midden van sinistere klankwolken. Mooi klarinetspel ook in 'Quercy', knisperend hoog, te midden van weer die typische klanken van de piano en een enthousiast experimenterende Niggenkemper. Dan zijn in 'Yushu' die kinderen weer terug, nu nog een paar graden enthousiaster, heerlijk door elkaar blèrend. Rest nog 'Zonda', dat klinkt als een machine, vol op stoom. Wie hier nu precies welk geluid produceert blijft onduidelijk, maar opwindend is het wel. Een waardige afsluiter van een opmerkelijk album.

In de Jazztube zie je een concert van Celano, Badenhorst & Baggiani, opgenomen op 29 januari 2019 in het Jazzatelier in Ulrichsberg, Oostenrijk.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 5.5.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Een muzikaal en maatschappelijk statement

Keyon Harrold, donderdag 25 april 2019, LantarenVenster

Jazztrompettist Keyon Harrold, geboren en getogen in Fergusan, Missouri, heeft een missie. Naast zijn gedrevenheid om zich muzikaal te onderscheiden komt tijdens het optreden een tweede passie aan het licht. Harrold is een man met als credo Peace and Love. Hij grijpt meerdere momenten aan om vol verve 'gelijkheid, tolerantie en compassie' uit te dragen. Ook toont hij zich kwetsbaar over zijn persoonlijk leven.

Harold speelt in Rotterdam overwegend muziek van zijn debuutalbum 'The Mugician' uit 2017. Hij wordt ondersteund door Julius Rodriguez op akoestische piano en keyboards, Burniss Travis op basgitaar en contrabas en Charles Haynes op drums. Het concert start met een messcherpe trompetsound van Harrold in de vertolking van 'Voicemail'. In een sample, afkomstig van het album, wordt op zijn telefoon een oorspronkelijk, liefdevol en inspirerend bericht achtergelaten door zijn moeder. Hierna volgt het kwartet zijn weg in een funky mood, voorzien van felle ritmes en geagiteerde, veelkleurige trompetsolo's. Melodieus en vol groove.

In het titelstuk wordt de magie van het goochelen verbonden met muziek. Pakkend en enerverend worden muzikale helden in herinnering gebracht. Harrold blijkt ook goed uit de voeten te kunnen met een meer abstracte compostie. Rafelig, virtuoos balancerend op het slappe koord, baant de trompettist zich een weg vol risico's en uitdagingen. Als klap op de vuurpijl speelt hij, kort maar krachtig, een nummer uit het oeuvre van Miles Davis' Second Great Quartet. 'Her Beauty Through My Eyes' is een lovesong pur sang! Rap en zang omlijsten dit emotioneel geladen stuk, dat handelt over de kunst van het onderhouden van relaties. Een ultieme ontmoeting tussen jazz, hiphop en soul.

Harrold maakt een statement in 'MB Lament'. MB staat voor Michael Brown, de man die in 2014 in Ferguson, Missouri, dodelijk in zijn rug wordt geraakt door een kogel van de politie. Dit geweldadig incident heeft grote raciale rellen tot gevolg. Het aanvankelijk donkere trompetspel is een krachtige weerslag van het gevoel van de Afro-Amerikanen: BLACK LIVES MATTTER! Het raakt de luisteraar meedogenloos in het hart. Het nummer is zeer intens, de stemming verandert langzaam van naargeestig naar optimistisch. Deze sfeer wordt gecontinueerd in de overbekende hymne 'We Shall Overcome', het klassieke lijflied van de Civil Rights Movement.

Het slotstuk is weer persoonlijk van aard. Harrold vertelt dat in het begin van zijn muzikale loopbaan alle muziekschema's van een schoolopdracht uit zijn auto zijn gestolen. De enige compositie die hij zich nog kan herinneren is 'Stay This Way', een mix van hiphop en jazz én een ode aan zijn jonge zoon.

Keyon Harrold is een trompettist met een messcherpe toon, technisch onderlegd en buigzaam in het muzikaal navigeren. De melodieën zijn pakkend en zijn spel is bruisend en emotioneel geladen. Zijn stijl is geworteld in de jazz, maar hij voegt op organische wijze elementen uit hiphop, r&b en soul toe. Maar boven alles wil Harrold een maatschappelijke boodschap van verbinding uitdragen.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 3.5.19) - [print] - [naar boven]



Vooruitblik
Amersfoort Jazz Festival 2019


De 41ste editie van festival Amersfoort Jazz, dat plaatsvindt in de historische binnenstad van 23 tot en met 26 mei 2019, is internationaler dan ooit. Naast talloze spraakmakende Nederlandse acts, oude meesters en aanstormende talenten - zoals Sanne Rambags, Paul van Kemenade, Ack van Rooyen en Jasper van 't Hof - zijn met de Spaanse flamenco-virtuozen Antonio Serrano, Marco Mezquida en Chicuelo, de Indiase sitarmeester Shakir Khan en het Israëlische wonderkind Gadi Lehavi enkele bijzondere artiesten uit de internationale jazz voor het evenement gestrikt.

International Artist in Residence is de Amerikaanse jazzzangeres Deborah Brown, die met schrijfster en jazzhistorica Maxine Gordon aanschuift bij 'A Tribute To Dexter Gordon'. Voeg daarbij nog de vrijzinnige jazz singer-songwriters Tula Ben Ari (ISR), Claire Parsons (GBR/LUX), Bai Kamara Jr. (BEL) en Wanda Baloyi (ZAF), alsmede de talentvolle laureaten Arthur Endo (BRA), Dmitry Ilugdin (RUS), Alex Hirlian (AUS) en Jason Eduwaiti (SUR), en de internationale ambitie van Amersfoort Jazz moge duidelijk zijn.

De internationale artiesten zijn ingebed in uiteenlopende programmaonderdelen: Focus on World Jazz from Israel, Accents in World Jazz from the Balearic Islands & Catalonia en het Sena Performers International Jazz Laureate Festival.

Klik hier voor het volledige programma.

Foto: Cees van de Ven

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 30.4.19) - [print] - [naar boven]



Nieuws
Nominaties Edison Jazzism Publieksprijs 2019 bekend


Op zondag 7 juli worden te midden van North Sea Round Town – het fringe festival van North Sea Jazz Festival - de Edisons Jazz/World uitgereikt in LantarenVenster, Rotterdam. Vooral de muziek staat deze avond centraal, want dat is waar het uiteindelijk om draait. Optredens van diverse winnaars en een speciale hoofdgast maken het een avond vol jazz, world, soul, funk en r&b. Het publiek bepaalt wie het felbegeerde beeldje voor de Edison Jazzism Publieksprijs mee naar huis neemt. De Edison Jazzism Publieksprijs is een initiatief van de Edison Stichting en het magazine Jazzism.

De genomineerde albums zijn:
Agnes Gosling - 'Caçador'; Benjamin Herman - 'Bughouse'; BRUUT! - 'V'; DHD Trio - 'Abriendo Camino'; Eric Vloeimans, Jeroen van Vliet & Kinan Azmeh - 'Levanter'; Kim Hoorweg - 'Untouchable'; Michelle David & The Gospel Sessions - 'The Gospel Sessions Vol.3'; Reinier Baas, Ben van Gelder & Metropole Orkest - 'Smash Hits'; Sabrina Starke - 'Underneath The Surface'; The Preacher Men - 'Blue'.

Je kunt stemmen op je favoriete genomineerde album via www.edisons.nl/jazz. Dat kan tot 20 mei aanstaande.

Labels:

(Maarten van de Ven, 30.4.19) - [print] - [naar boven]



Cd
Ralph Alessi - 'Imaginary Friends' (ECM, 2019)

Opname: mei 2018

'Imaginary Friends' heet het nieuwe album dat trompettist Ralph Alessi opnam voor ECM Records. Samen met saxofonist Ravi Coltrane, pianist Andy Milne, bassist Drew Gress en drummer Mark Ferber kiest hij hier voor de klassieke kwintetbezetting. Iets wat deze man bijzonder goed past.

Alessi komt uit San Francisco en kreeg dat klassieke met de paplepel ingegoten. Zijn vader speelde klassiek trompet en zijn moeder was de operazangeres Maria Leone. Alessi studeerde bij Charlie Haden en werkte sinds zijn eerste album uit 1997, eveneens verschenen bij ECM, samen met musici als Steve Coleman, Jason Moran, Don Byron, Fred Hersch, Uri Caine en Marc Copland.

Die klassieke touch, het fijnzinnige spel, horen we ook weer op dit album. Wellicht is het wel het meest kenmerkende aan zijn stijl: fragiel, intiem en zeer zuiver van klank. Melodieus, maar met uitstapjes naar het abstracte. We horen het reeds in 'Iram Issela', waarin Milne hem heel bescheiden, noot voor noot begeleidt. Coltrane, hier op tenorsax, sluit hier aanvankelijk al even intiem op aan, maar kiest gaandeweg - aangevuurd door Gress en Ferber - voor een hoger tempo, culminerend in een ritmische kwintetfrase. In 'Oxide' klinkt de invloed van folk door, zowel in het ritmische patroon als in de melodieuze aanpak die Alessi hier kiest. Coltrane horen we met een prachtige solo overtuigend in 'Improper Authorities', geflankeerd door zeer ritmisch spel van de tandem Gress-Ferber en klinkend pianospel van Milne.

Bijzonder is ook 'Fun Room' met een dwingend ritme en wederom een gloedvolle, maar zeer scherpe trompetsolo van Alessi. De fijnzinnigheid bereikt een hoogtepunt in de ballad 'Around The Corner'. Het is allereerst de pianist die hier de toon zet met een kalm, ritmisch patroon. Aansluitend brengt het kwintet de melodie naar binnen en horen we Alessi in een soepele, vederlichte partij. Haarzuiver, ietwat ijl, maar vol schoonheid. Boeiend is ook het afgewogen pianospel van Milne in 'Melee', op de grens van melodie en abstractie, uitlopend in een ritmisch patroon dat als prima onderlegger fungeert voor het spel van Alessi en dat wordt gevolgd door een enerverende solo van Coltrane op sopraninosax, krachtig begeleid door de ritmetandem.

In de Jazztube kun je kijken naar het concert dat dit kwintet gaf op het Moers Festival 2018.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 28.4.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Goed nieuws uit Groningen

Juárez / Caruso / Ramirez, zaterdag 20 april 2019, Atelier Il Sole in Cantina, Groningen

Goed nieuws. Dat mag ook wel eens. Naar het zich thans (Pasen) laat aanzien, krijgt de beoogde nieuwe eigenaar van het pand waarin, of liever waaronder Il Sole in Cantina is gevestigd, het niet voor elkaar er appartementen te realiseren. De verkoop staat daarmee kennelijk op losse schroeven. Dat is toch geen schande, iets dat niet lukt, niet dan? De Cantina zou met andere woorden nog een tijdje door kunnen gaan met haar ondergrondse activiteiten - wat niemand een onoverkomelijk bezwaar schijnt te vinden.

Zaterdagnacht trad het Trio Juarez-Caruso-Ramirez er op. De composities waren originals, aangeleverd door alle drie de muzikanten. Maar het leeuwendeel was van de hand van tenorsaxofonist Daniel Juárez. Voor de regelmatige Cantinagangers - het was weer volle bak, zoals de laatste tijd - was het gebodene wellicht aan de tamme kant. Juarez is een improvisator voor wie de aanpak van een Warne Marsh eerder een voorbeeld is dan die van John Coltrane. Zijn nummers hebben het karakter van Great American Songbook-standards, hoewel je slechts een enkele keer de indruk had naar een vrije bewerking van zo'n evergreen te luisteren.

Kenmerkend ook is de 'lucht' die de Spaanse tenorist in zijn composities toelaat. Het openingsnummer, 'The York One', was daar een voorbeeld van. Het werd gedomineerd door solopassages voor sax en contrabas (van Andrea Caruso). Qua vormgeving moest je de rol van drummer Quique Ramirez overigens ook niet onderschatten. Net wanneer je je lekker wentelde in een door de drums gegenereerde groove wisselde hij van aanpak en was de volgende groove een feit.

Als alles dus meezit kunnen we nog vaak van groove wisselen in het hol aan de X-straat.

Labels:

(Eddy Determeyer, 24.4.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Eenmansband verricht wonderen

Raul Midón, 17 april 2019, Paradox, Tilburg

Met gepaste trots introduceerde Paradox de voor een Grammy genomineerde Raul Midón. Deze nominatie betreft het album 'If You Really Want', dat hij samen met het Metropole Orkest opnam. Het album is genomineerd in de categorie 'Best Jazz Vocal Album'.

In Paradox stond Raul Midón in zijn eentje op het podium. Een standaardje met twee bongo's, zijn gitaar en zijn zang moesten het deze avond doen. O ja, en een uitstapje naar de vleugel die klaargezet was. Zo nu en dan dook zijn begeleider op om Midon naar een andere positie op het podium te helpen; Midón is blind.

Maar Midón (New Mexico, 1966) heeft een reputatie hoog te houden als soloartiest en dat deed hij ook. Behalve zijn voortreffelijke gitaarspel met rake accenten en een fraaie dynamiek, wist hij ook opzienbarende ritmes uit zijn handtrommeltjes te halen. In combinatie met zijn expressieve zang leverde dat een rijk gevarieerd en ontroerend mooi concert op. Bovendien wist hij op meesterlijke wijze met samengeperste lippen voortreffelijke trompetsolo's af te leveren. Echt een spektakel om hem live aan het werk te zien. Overduidelijk een rasmuzikant met muziek in al zijn vezels.

Zoals gezegd, we kregen het pure werk, vanuit de tenen gespeeld. Een selectie van werk uit de albums 'Bad Ass And Blind' en 'If You Really Want'. En wat ouder werk, zoals 'State Of Mind' (zie de uitvoering die hij al in 2006 gaf bij David Letterman).

Midón verwees in een praatje naar zijn verleden, waar hij voor ongeïnteresseerd publiek aandacht probeerde te trekken door 'Georgia' van Ray Charles in te zetten. Inmiddels heeft hij dat niet meer nodig; hij trekt die aandacht met zijn eigen werk. Zeker in Tilburg, waar het publiek tijdens de nummers spontaan applaus vergezeld liet gaan met kreten van enthousiasme.

Raul Midón zette in Paradox een krachtig en lang (dik honderd minuten zonder pauze) concert neer waarin hij liet zien een natuurtalent te zijn. Zijn ritmisch gevoel is onnavolgbaar. De manier waarop hij zijn gitaar ook als percussie-instrument inzet, hoe hij de bongo's gebruikt, akkoorden achteloos aanslaat en accenten legt is onvoorstelbaar. Daarnaast beschikt hij over een krachtige en expressieve stem. Sommigen verwijzen naar Stevie Wonder. Tja, en als je je ogen even dichtdoet ga je als je ze weer opent op zoek naar die trompettist. Maar ook dat is Midón. Bovendien manoeuvreert hij moeiteloos van funky nummers naar meer jazzy songs of desgewenst een prachtige ballad, zoals 'God’s Dream'.

Eens te meer toonde deze avond aan dat er niets boven live gaat. Dus ga naar die concerten, er worden wonderen verricht!

Klik hier voor foto's van dit concert door Johan Pape.

Labels:

(Johan Pape, 23.4.19) - [print] - [naar boven]



Concert / Cd
Young VIPs aan het werk

Sun-Mi Hong Kwintet / Sanne Rambags, Vincent Courtois & Julian Sartorius, vrijdag 12 april 2019, Paradox, Tilburg
Joost Lijbaart / Sanne Rambags / Bram Stadhouders - 'Trinity' (Challenge, 2019)
Opname: 2018

Sun-Mi Hong en Sanne Rambags zijn dit jaar de Young VIP's in jazzland en dus de komende tijd te zien op diverse podia in Nederland. Het Tilburgse Paradox is daarbij de tweede in rij. We beginnen dit verslag, ook al treedt ze als tweede aan tijdens het concert, met percussioniste - of eigenlijk meer drummer - Sun-Mi Hong. Ze komt uit Zuid-Korea, ging daar naar de Howon Univsersity en aansluitend naar het conservatorium van Amsterdam, zoals steeds meer buitenlandse studenten lijken te doen. We hebben dan ook meer dan aantrekkelijke jazzscene in Amsterdam. Door haar studies bij Martijn Vink en Marcel Seriese schoof ze steeds meer op naar jazz, iets dat zich in 2018 vertaalde in het winnen van de Sena Dutch Jazz Competition, wat haar een podium tijdens North Sea Jazz opleverde.

Haar optreden begint veelbelovend door het drummen met stevige houten stokken op een typische Koreaanse trommel. Het geluid wordt fijnzinnig aangevuld door tenorsaxofonist Nicolo Ricci en later trompettist Alistair Payne. Ook de mooi uitgebalanceerde lyrische pianosolo van Young-Woo Lee is het vermelden waard. Als Hong verderop overschakelt op het drumstel belanden we in een stijl die duidelijk leunt op de postbop. En dat is dan ook tevens een beetje het bezwaar tegen dit kwintet. De bezetting van trompet, tenorsaxofoon, piano en ritmesectie is al zo ongelooflijk vaak ingezet, met illustere voorgangers uit het verleden, dat je van goeden huize moet komen om hier nog iets aan toe te voegen.

En hoe goed hier ook wordt gemusiceerd - daar valt weinig aan af te doen - van goeden huize komt dit kwintet niet. Dat kan gezien de leeftijd en ervaring van deze musici ook niet, maar de conclusie luidt dan wel dat deze muziek niet echt veel toevoegt aan het repertoire dat reeds bestaat. Het zijn weliswaar allemaal eigen stukken van Hong, maar vernieuwend is ze daar niet mee, daarvoor lijken de stukken teveel op die van haar grote voorbeelden. En dat is jammer, mede gezien haar achtergrond, die cross-over vergaand mogelijk had gemaakt.

Zangeres Sanne Rambags, zo weten we inmiddels, gaat het experiment geenszins uit de weg. Sterker nog, met dit optreden maakt ze het zichzelf behoorlijk lastig. Furore maakte ze immers met dat andere trio, Under The Surface, waarover zo dadelijk meer, met percussionist Joost Lijbaart en gitarist Bram Stadhouders. In dat trio overheerst de subtiliteit van de klank, vol introverte bewegingen en prachtige klanken. Daar fluistert en lispelt Rambags naar hartenlust, technieken die perfect bij haar passen. Maar hier kiest ze voor cellist Vincent Courtois en drummer Julian Sartorius.

Met name Courtois is in deze set nadrukkelijk aanwezig met zijn flamboyante, ritmische spel, doortrokken van folk en bijpassende melancholie. Sartorius sluit daar naadloos en al even ritmisch bij aan en Rambags horen we hier in een ander register dan we van haar gewend zijn. Zo uitbundig en dynamisch maakte ik haar nog niet mee. Prachtig hoe ze erin slaagt het tempo van haar twee medemusici bij te houden. Het is overduidelijk hard werken, maar ze weet ons mee te nemen. Op andere, veel rustigere momenten is zij het die de leiding neemt met die beproefde combinatie van louter klanken en zelf gecomponeerde poëtische regels. Je ziet ze daar staan, ongecompliceerd en in het moment, terwijl ze met volledige overgave haar stem spontaan inzet als instrument. Het blijft een prestatie: als zangeres kiezen voor volledige improvisatie.

Van het trio met Lijbaart en Stadhouders ligt er, na het succesvolle 'Under The Surface', inmiddels een nieuw album: 'Trinity'. Reeds in het prachtige 'La Loba – Part One' horen we de subtiele zang van Rambags in combinatie met mistige klankwolken van de twee instrumentalisten. Hier is ook al direct hoorbaar dat dit trio zich niets aantrekt van muzikale grenzen.

Op dit album, opgenomen tijdens diverse concerten in 2018, is de invloed van niet-westerse muziek duidelijk hoorbaar, van Europa via Afrika en weer terug, maar altijd zodanig dat het perfect past binnen het geluid van dit trio en volledig natuurlijk aanvoelt. Een mooi voorbeeld is het tweede deel van 'Mokhsa', 'Hjemme' en het zeer ritmische 'Calling Up The Spirits'. Van grote subtiliteit, en het geldt zowel voor het gedicht dat Rambags schreef als voor de muzikale inkleuring, is het lange 'The Dance Of Life'. Geïnspireerd door de schilder Edward Munch begint dit stuk met een subtiele combinatie van gesproken woord en zang, aangelengd met al even intieme klanken van Lijbaart en Stadhouders. En dan tegen het einde kruipt het ritme erin, opzwepend en meditatief. Wisselend verkeren ze op de voorgrond en op de achtergrond. Mooi is bijvoorbeeld het moment waarop Rambags en Lijbaart Stadhouders begeleiden. Het zijn prachtige voorbeelden van de wijze waarop zang en muziek met elkaar samenvallen. Dat de drie musici al enige jaren samen optrekken, betaalt zich hier uit.

Klik hier voor foto's van het concert van de Young VIPs door Louis Obbens.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 21.4.19) - [print] - [naar boven]



Boek
'Speel jezelf. Gids voor het ontwikkelen van je innerlijk muzikantschip'

Auteur: Onno van Swigchem / Uitgeverij: B for Books, 2018

De aanleiding voor dit boek waren workshops die saxofonist Onno van Swigchem de laatste jaren gaf in Zuid-Frankrijk. De door illustratrice Birgitta Schwansee elegant vormgegeven hardcover is door Van Swigchem zelf uitgegeven. Het is, niet onbelangrijk voor een leerboek, voorzien van een boeklint zodat je niet elke keer weer terug moet zoeken waar je de laatste keer gebleven was. Het boek hoeft trouwens niet open te blijven staan, want de ongeforceerd geformuleerde teksten zijn vrij kort, zodat je de passages na één keer lezen onthoudt.

Van Swigchm schrijft in een aangename soort van spreektaal, zonder vaag of te generaliserend te formuleren. Hij houdt het zoveel mogelijk bij wat hij zelf meegemaakt en ondervonden heeft. Meerdere keren verwijst hij direct naar wat hij zelf in bepaalde omstandigheden gevoeld heeft. Het eerste deel gaat vooral over hoe je het oefenen in improviseren en samenspelen kunt benaderen. Vooral de beschrijvingen van de frustraties van de muzikant en hoe die te overwinnen zijn de moeite waard en direct vanuit de praktijk herkenbaar. Van belang zijn de tips om de verveling of irritatie van eindeloze herhalingen te verzachten. De wereld is overbevolkt met goedwillende muzikanten die het door de sleur van het oefenen opgegeven hebben en op een lager niveau zijn gaan musiceren of er helemaal de brui aan hebben gegeven.

Het tweede deel presenteert 24 concrete oefeningen om niet alleen je technische capaciteiten bij te spijkeren, maar ook om je bewustzijn als muzikant te versterken, zodat je beter kunt functioneren in het samenspel. Van belang is dat dit boek is geschreven met de improviserende musicus in gedachten en met de wetenschap dat het improviseren meestal niet in isolement plaatsvindt. Door de opzet en de heldere opmaak met de losjes gecomponeerde inktschilderingen van Schwansee blijft het boek aangenaam om steeds opnieuw open te slaan. Een aanrader voor eenieder die het even niet zit zitten met al die opgelegde oefeningen. Je creativiteit zal door het boek niet groter worden, maar je gaat er mogelijk afstandelijker, op een andere manier naar kijken. Gezien het grote aantal buitenlandse muziekstudenten in Nederland en de universele geldigheid zou het misschien geen slecht idee zijn om er een Engelse vertaling van uit te geven.

Labels:

(Ken Vos, 19.4.19) - [print] - [naar boven]



Festival
Transition 2019


"Tijdens de vierde editie van Transition deelt de gevestigde orde van de geïmproviseerde muziek de podia met nieuwkomers en grensverleggers. Eigentijdse, gecomponeerde, akoestische jazz naast niet-westerse muziek en geïmproviseerde en vocale jazz. Een belangrijke rol in het programma wordt ingevuld door muzikanten uit de stal van het jubilerende Duitse kwaliteitslabel ECM."

Op zaterdag 6 april bezocht Louis Obbens de vierde editie van het Utrechtse festival Transition. Hij zag er optredens van Kit Downes, Metroplole Orkest & Donny McCaslin, Erik Friedlander's Throw A Glass feat. Uri Caine, Rymden (Bugge Wesseltoft, Dan Berglund & Magnus Öström), Enrico Rava Sextet, Mathias Eick Quintet en Harmen Fraanje & Arve Henriksen.

Klik hier voor zijn festivalverslag.

Klik hier voor een fotoverslag van Transition 2019 door Louis Obbens.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 18.4.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Klanktovenaars in het Bimhuis

Nicole Mitchell / Tomeka Reid / Alexander Hawkins, woensdag 10 april 2019, Bimhuis, Amsterdam

De man-vrouw verhouding is in de jazz nog steeds scheef, maar gelukkig begint daar langzamerhand wel steeds meer verandering in te komen. Op deze woensdagavond in het Bimhuis staan er ineens twee op het podium - en niet de minsten. Fluitiste Nicole Mitchell en celliste Tomeka Reid hebben hun sporen inmiddels ruimschoots verdiend in de wereld van de experimentele improvisatie. Beiden spelen op dit moment in het illustere Art Ensemble Of Chicago.

Aangevuld met de Britse pianist Alexander Hawkins, die volgens mij iedere kans om in Nederland te kunnen spelen met beide handen aangrijpt, laten de twee dames hier in twee sets geïmproviseerde muziek horen waar hun roem op berust. Mitchell is op haar fluit een ware klankkunstenaar. Ze speelt erop - soms lyrisch, maar veel vaker rauw krachtig en met een rafelrandje - maar gebruikt het instrument tevens letterlijk als spreekbuis: zingend door haar fluit. Dat wisselt ze af met vocale klanken die vrijwel niet van die van de fluit te onderscheiden zijn.

Reid kan ook zeker lyrisch zijn, met name wanneer ze haar strijkstok hanteert, maar mag haar cello ook graag inzetten als bron van vreemde, ontregelende geluiden. Op die momenten kraakt, knarst en sputtert het op grootse wijze. Hawkins tenslotte is in dit optreden vaak de ideale begeleider. Hij zet dan mooie accenten en de puntjes op de i. Maar als het even kan mag hij ook graag overdonderend soleren, zijn notenclusters driftig in het rond strooiend.

Memorabele momenten genoeg tijdens dit concert. Reeds in het eerste stuk horen we Mitchell door haar fluit praten, ons een kleurrijk palet aan klanken voorschotelend, terwijl Reid hier het geluid van een bas creëert door haar cello met allerhande knijpertjes te prepareren. Verderop begeleid ze Hawkins met een aanstekelijk maar ook dwars ritme, terwijl de pianist zijn krachten optimaal inzet. In het tweede stuk vangt Reid aan met een ongepolijste, maar zeer intense solo. Hawkins duikt als begeleider onder de klep van de vleugel en vindt daar de bijpassende klanken. Als Mitchell zich erbij voegt - deels met haar fluit, deels met haar stem - verbreedt dat het kleurenpalet aanzienlijk. Mooi is ook het derde, verhoudingsgewijs zeer melodische stuk. Met Mitchell aan de leiding en Hawkins in haar kielzog. Een opwindend duet. Prachtig is ook de solo van de fluitiste in het laatste stuk voor de pauze, licht melodisch en voorzien van een rauw randje. Hawkins sluit aan in dezelfde stijl, terwijl Reid hier zorgt voor spannende accenten, wat uitmondt in een heerlijk ontregelende solo vol kraakgeluiden.

Na de pauze wordt het trio met de komst van drummer Mike Reed geheel onaangekondigd een kwartet. Denderend gaan ze van start, als een buiten haar oevers tredende rivier. Zo klinkt het begin en het einde, met een rustige, experimentele fase daartussenin. Hier gaat het duidelijk om klankkleur. In het tweede stuk horen we wederom Mitchell in een flamboyante fluitsolo, terwijl Reid er een prachtig, gruizig patroon onder legt en piano en drums voor bescheiden accenten zorgen. Bijzonder in dit stuk is het einde, als de vier musici een krachtige maalstroom aan klanken laten horen. Dan is het alweer tijd voor het speels ritmische laatste stuk, waarin met name het abstracte duet tussen Hawkins en Reid opvalt, die laatste met strijkstok. Het is een van die momenten waarmee deze musici de benaming klankkunstenaar verdienen.

De foto's zijn gemaakt door Cristina Marx en zijn afkomstig van het concert dat Mitchell, Reid en Hawkins een dag eerder gaven in Café OTO in Londen.

Labels:

(Ben Taffijn, 16.4.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Een kolkende melange

Chris Potter Circuits, vrijdag 5 april 2019, Paradox, Tilburg

Na het uitbrengen van de akoestische albums 'The Sirens', 'Imaginary Cities' en 'The Dreamer Is The Dream', voor ECM, keert de meester-saxofonist met zijn groep Circuits terug naar de elektronisch geladen en groove-georiënteerde muziek. Het album 'Circuits' is zijn eerste release op het Britse Edition label. De bandleider tourt met het materiaal van dit album uitgebreid door Europa. Soms met drummer Eric Harland en toetsenist James Francies in de gelederen. Maar hij wordt vaker, zoals in het bomvolle Paradox, vergezeld door de topmuzikanten Craig Taborn op toetsen, Tim Lefebvre op basgitaar en Justin Brown op de drumkit. Potter is bij de toevoeging van synthesizersounds en dominante ritmesectie beïnvloed door de elektronische muziek van Herbie Hancock en Weather Report.

Opvallend genoeg opent Potter het optreden met 'The Nerve', ingetogen op dwarsfluit, aangesloten op een looping station. Deze sfeer wordt al snel verlaten. Nadat Lefebre en Brown zich erin mengen met een krachtig gespeeld funky ritme grijpt Potter naar zijn tenorsax. Zijn sound is krachtig en intens. De lange solo getuigt van zowel souplesse als oerkracht. De afwisseling, vernieuwingsdrang en schoonheid die de saxofonist weet te bereiken, is grenzeloos.

Potter maakt hierna plaats voor een psychedelische feature van Craig Taborn. De groep speelt in deze set overwegend materiaal van 'Circuits', maar laat ook geheel nieuw materiaal horen. In een titelloze compositie met veel ruimte voor suspense en in 'Embryo' laat Potter zich voor een substantieel deel onbegeleid horen. Het titelstuk klinkt aanvankelijk sensitief door een combinatie van synthesizer en tenorsax. Als op een gepast moment de drums en bas binnenvallen met een voortstuwende groove snijdt Potter door de inmiddels wervelende keyboardklanken heen. Vervolgens soleert de saxofonist in hoog tempo, verkwikkend en messcherp in een ongrijpbare free-jazz mood naar het einde.

Na de gedwongen break hanteert Potter opnieuw de fluit, maar nu in een mystieke Afrikaanse sfeer. In 'Koutomé' zijn innoverende, ritmische elementen aanwezig en is de spirituele, mysterieuze stijl van Potter leidend en onderscheidend. Bij de introductie van 'Hold It' laat de rietblazer zich opnieuw zonder begeleiding gelden. Rafelig, abstract en in ruime mate voorzien van staccato gespeelde noten. Om het optreden met een klassieke, collectieve swing te vervolgen.

In het voorlaaste nummer wordt gegrepen naar een oud stuk: 'The Dreamer Is The Dream'. In vergelijking met voorgaande stukken is sprake van een meanderende en etherische sfeer. Het nummer wordt voorzien van een mooie en akoestische pianobijdrage. De compositie 'Exclamation' is het uitgebreide slotakkoord van de avond. Jachtige melodielijnen, onheilspellende baslijnen en hectische percussie doen bijna punkachtig aan. Een draaikolk aan emoties, met vuige saxsolo's en smerige keyboardklanken, doet de zaal zinderen.

De opwindende, kolkende melange van akoestische en elektronische geluiden in combinatie met intelligente en robuuste solo's is zorgvuldig gekozen, maar wekt ook de indruk van een immense, spontane jamsessie.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 12.4.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Composities te kust en te keur

Daniele Nasi & Zhu Mang, woensdag 10 april 2019, Brouwerij Martinus, Groningen

"The giants of the future", zo werden saxofonist Daniele Nasi en pianist Zhu Mang woensdag afgekondigd. Dat moeten we nog even afwachten, maar de studenten van het Prins Claus Conservatorium bleken zo goed als volleerde vaklui, solide solisten en kundige componisten. Om het laatste ging het: periodiek nodigt de stichting Jazz in Groningen compositiestudenten uit om de stand van zaken te peilen.

Welnu, Nasi's 'Water Eyes (Ice?)' heeft de karakteristieken en de kwaliteit van een standaard-ballad. Ik kan mij hier wel een tekst bij voorstellen. En in zijn 'Waltz For Palestine' was ruimte voor mooi contrapunt van de sopraan van de componist en de alt van Michael Moore. Moore doceert behalve rieten ook compositie aan het PCC, vandaar zijn aanwezigheid.

Zhu Mang had fascinerende 'Variations On 7' geschreven. In de intro van Moores 'Coalition' speelde hij alle vermoedens, variaties en varianten die hij kon bedenken – daar waren we wel even zoet mee.

Inderdaad, ook de veteranen hadden origineel materiaal op de lessenaars gelegd. Bassist Bert van Erk verraste om te beginnen met 'Ditty Do', dat op dalende lijnen gebaseerd is en een Ornette Coleman-achtig karakter bezit. Zijn 'Tak' had zó in het repertoire van de Jazz Messengers gepast. Ook als de contrabassist met de grootste oren van Groningen, direct en adequaat reagerend op zijn omgeving, viel oude rot Van Erk weer eens op. De Paul Chambers van Noord-Nederland, heb ik hem zo wel eens genoemd? Bij dezen dan.

Concertfoto: Sieben Laning

Labels:

(Eddy Determeyer, 12.4.19) - [print] - [naar boven]



Cd
Wojtek Justyna TreeOh! - 'Get That Crispy' (eigen beheer, 2018)


In september 2015 besprak ik 'Definitely Something', het debuut van het trio van de Poolse gitarist Wojtek Justyna. Ludiek doopte hij zijn trio: Wojtek Justyna Tree… Oh!? Twee jaar later ligt het vervolg er: 'Get That Crispy' en is de bandnaam een echt statement: Wojtek Justyna TreeOh! klinkt het nu zonder enige schroom. Opmerkelijk, aangezien dit trio helemaal geen trio meer is, maar met de komst van Diogo Carvalho op percussie en Moog synthesizer is uitgegroeid tot een kwartet. Uitmaken doet het natuurlijk niets, want Justyna slaagt erin, wederom samen met bassist Daniel Lottersberger en drummer Alex Bernath, om een serie aanstekelijke, sterk bluesgeoriënteerde nummers aan ons te presenteren. Zo horen we hem heerlijk vet janken op zijn gitaar in titelstuk 'Get That Crispy' over heerlijk strak spel van de ritmesectie. In 'Cologne' speelt hij juist ingetogen, met veel gruis op de lijn.

Doken er op het debuutalbum her en der nog een paar gasten op, op deze schijf horen we alleen een strak spelend en goed op elkaar ingesteld kwartet, waarbij de toevoeging van Carvalho een goede zet genoemd kan worden. Het geluid is er voller door geworden - op sommige momenten mag het gerust overrompelend genoemd worden - en het klankbeeld afwisselender. Een leuk nummer is 'Chit Chat With A Chick From Chad' met loom slagwerk van Bernath en Carvalho en prachtig lyrisch en ingetogen gitaarspel van Justyna zelf. Melancholiek, maar door de rauwe randjes in zijn spel nergens sentimenteel en met een sterk, vrij stevig tweede deel. Een nummer om even lekker bij in de flow te raken. Hetzelfde geldt voor het afsluitende 'Sleeping Cow', waarin tevens Carvalho's percussiespel volop aan bod komt. Evenals in het exotisch klinkende 'Swamp'. Blues meets latin, is hier het devies, maar dan wel op zijn Justyna's.

Een hemelbestormend album is 'Get That Crispy' wederom niet, maar dat past ook helemaal niet bij Justyna. Hij zegt het mooi in zijn dankwoord: "It is so much fun to do all this with y’all!" Gewoon samen goede muziek maken en daarvan genieten, dat was het doel. En daarin is hij zeker geslaagd.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 11.4.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Goed huwelijk tussen kamermuziek en impro

Mark Alban Lotz: Solo & Duo, zondag 31 maart 2019, Brouwerij Martinus, Groningen

Best vreemd, die dynamiek in de wereld der Groninger podia. Nog een paar weken en dan sluit de Cantina, het souterrain waar je altijd de meest extreme muziek kon horen, haar luiken. Edoch ziet: in een wijk waar nooit iets te doen was loopt sinds twee weken de open jamsessie State Of The Art. Drummer Jeroen van Olphen heeft zijn Afro- en electrofunkavonden van de inmiddels gesloopte Silo naar de zaterdagmiddag in gebouw De Kameraad verplaatst. Een mooi afgetrapt gebouwtje waar ook vechtersbazen en koorzangers bijeenkomen. En sinds een paar maanden draait de Martinus Klassieke Affaire, waarbij geprogrammeerd wordt op het snijvlak van het improvisatiegenre en klassieke kamermuziek.

In dat kader gaven fluitist Mark Alban Lotz en bassist Andrea Caruso een fijnzinnig recital in de bovenzaal van de brouwerij aan de Kostersgang. Kan zijn dat Lotz, zoals hij zelf waarschuwt, een luie student was en is, die zich eigenlijk meer had moeten inspannen om een ordentelijke klassieke fluitist te worden. Maar ik vind zijn interpretatie van het werk van bijvoorbeeld Anton Webern op zijn minst charmant. Juist die minieme hobbels en oneffenheden geven zijn spel karakter, een persoonlijke touch. Met zijn slap-tongue effecten (zo noem ik het voor het gemak maar even) komt de fluit opmerkelijk dicht bij een geplukte altviool. Hij gebruikt de circulaire blaastechniek functioneel en muzikaal. Lotz laat zijn instrumenten boventonen zingen die volledig losgeblazen lijken van de grondmelodieën. Met vocale toevoegingen worden ze echte verlengstukken van zijn stem. Ik moet teruggaan naar een optreden van nieuwe technieken-pionier Robert Dick, in een donkergrijs, om niet te zeggen pikzwart verleden om een vergelijkbare ervaring op te roepen.

Daarbij wordt de fluitist op voorbeeldige wijze bijgestaan door Andrea Caruso. In 'Pata Pata', dat de muzikanten niet hadden voorbereid, valt het verschil tussen de altfluit en de contrabas weg. Caruso speelt helder en trefzeker en past zijn dynamiek voorbeeldig aan bij de structuur van het betreffende liedje.

En alles volledig akoestisch, ook nog eens. Waar kom je dat nog tegen? Ja, in de tijd en het Wenen van Webern.

Concertfoto's: Sieben Laning

Labels:

(Eddy Determeyer, 6.4.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Monk geraffineerd getransformeerd

Baron, De Looze & Verheyen: 'MiXMONK' + Nils Vermeulen & Wilbert De Joode, vrijdag 29 maart 2019, Handelsbeurs, Gent

Als support vooraf mocht Nils Vermeulen een half uur met Wilbert de Joode aantreden. Vermeulen speelt in heel verschillende bands (o.a. Laughing Bastards, Kabas, Jukwaa) en stippelt nu een parcours uit om ook solo wat te gaan doen. In zijn verkennend klankonderzoek zal hij op 18 mei op Ha'fest met de grote William Parker naast zich staan.

Wilbert de Joode (Ab Baars Trio, BraamDeJoodeVatcher, 1000, etc.) is een Nederlandse gevestigde waarde, een bijzonder innemende persoonlijkheid. Improvisatie zit hem sinds vele jaren in de vingers. Van hem straalden het vertrouwen en het speelplezier af terwijl hij met de veel jongere Nils Vermeulen het podium deelde. Tijdens hun uitwisseling van ideeën begeleidde en gidste hij zijn kompaan, die geleidelijk met meer gretigheid voorstellen lanceerde.

Zonder uitgeschreven composities is het natuurlijk altijd aftasten. Waar en hoe ga je met twee contrabassen al dan niet ritmisch, eventueel melodisch en in een of andere vorm van harmonie magische momenten creëren? Zeker was het een ontmoeting tussen een zoekende kracht en een ervaren vakman. Dat de tweede uit zijn indrukwekkende bagage kon putten hielp onmiskenbaar, maar geleidelijk slaagden zij erin om klanken, noten en patronen bij elkaar te brengen die konden boeien. Echt grootse magie bleef misschien uit, maar er groeiden mooie dingen.

De muzikaliteit van het hoofdprogramma was er een van een heel andere soort. Dat composities en de speelstijl van Thelonious Monk aan de basis van het MixMONK-project liggen, was bij de eerste nummers niet expliciet te horen. 'Fifty Fifty' kwam zo fijn, lyrisch en perfectionistisch over dat ik eerder een ode aan Ralph Alessi zou vermoeden, maar dan zonder trompet. 'Dance' verwees dan hoorbaarder naar Monk, maar bewoog zich in een richting waarbij ik zou wensen dat ik meer namen kon noemen uit de klassieke muziek. Om te genieten van de schoonheid van de muziek was dat gelukkig geen vereiste.

Ook wanneer stukken van de legendarische pianist aangepakt werden en meer herkenning van de composities in het spel kwam, was duidelijk dat dit trio voor een heel eigen benadering staat. Die is er een op hoog niveau, uitmuntend in menig opzicht en door eigenzinnigheid een die fijntjes naar Monk knipoogt. De vergelijking van Bernlef over solo's van Monk, met van de trap vallen en toch niet, was hier zo goed als niet aan de orde. Hoekigheid werd hier en daar op frisse wijze in de muziek geloodst. Spelen met ritme, tijd en melodie mocht dan aan Monk refereren, maar na de ontleding hadden Baron, De Looze & Verheyen blijkbaar een aparte transformatie voor ogen.

In de zaal van de Handelsbeurs was het een troef dat alles zonder enige versterking kon doorgaan. Robin Verheyen schitterde in zijn spel op tenor- en sopraansax. Welk een raffinement! Pianist Bram De Looze toonde zich weer eens geniaal, zowel in zijn ritmische ondersteuning als in en naast de melodie. Zijn subtiel gevarieerd toucher in melodie, herhalingen en wonderlijke solo's waren om duimen en vingers bij af te likken. En de gerenomeerde drummer Joey Baron wisselde, zoals hij dat zo speels en monter kan, natuurlijk meesterlijk eenvoud en complexiteit af om te zorgen voor de gepaste inkleuring. Klasse, dat is wel het minste wat je hiervan kan zeggen.

Cees van de Ven maakte foto's van de concerten van Nils Vermeulen & Wilbert de Joode en Baron, De Looze & Verheyen.

Deze recensie verschijnt ook op Jazz'Halo.

Labels:

(Danny De Bock, 6.4.19) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.