|
Draai om je oren Jazz en meer - Weblog |
|
||
|
| |||
Cd | JazztubeGuus Janssen, Bert van Erk & Wim Janssen - 'Live At The Pletterij' Geestgronden, 2026 | Opname: 27 juni 2025 De eerste twee nummers op deze cd, 'Scharrel' en 'Telgang', zijn ook te vinden op Guus Janssens 'Organ'-album. Welnu, zoals je kunt verwachten was de beweeglijkheid van de pianist/componist daar beperkter. Ook ligt het tempo van 'Scharrel' hier wat hoger dan in de orgeluitvoering. 'Telgang' strompelt enigszins, maar niemand lijkt zich daarvoor te schamen. Ook belanden we en passant in een soort fuga. Guus Janssen werd bekend om zijn strenge, methodische aanpak. Thans lijkt hij wat milder geworden - zoals wij allen, nietwaar. Maar op zijn manier swingt hij echt. Klein gebrek geen bezwaar. Broer Wim Janssen werkt al vanaf de wieg samen met Guus. Die hoeft dus ook niet meer na te denken waar hij zijn ritsels en tinkels achter de pianolijnen moet plaatsen. Ogen dicht, handen op de rug, zachtjes fluitend. Dikke maatjes, die horen we hier. Wim is ook de tekenaar van het hoesje, waarop we zien hoe Horace Silver op de hoek van 42nd Street (42nd Street?!) door Thelonious Monk uit een taxi wordt geholpen. Duke Ellington koopt een ijsje van Abdullah Ibrahim en Misha Mengelberg de 'New York Times' van Herbie Nichols. Als je goed kijkt zie je dat het de krant van 21 juli 1969 is, met op de voorpagina in grote letters 'Men Walk On The Moon'. Zodat we gelijk weten wanneer de gedenkwaardige ontmoeting heeft plaatsgevonden. Op de achtergrond van dit alles speelt Sean Bergin heldentenor. Ons trio staat een beetje bedremmeld naar het tafereel te kijken. Heel begrijpelijk. Bassist Bert van Erk heeft zich al een paar jaar geleden tussen de gebroeders gewurmd. Als Bert Janssen is hij inmiddels door de familie omarmd. Ja, alleen binnenshuis, hè. Zijn 'Bow For Monk' is niet zozeer een gestreken eerbetoon aan de hogepriester: Van Erk strijkt hier slechts een paar seconden - het betreft hier gewoon een nederige buiging. Van Herbie Nichols wordt 'Wild Flower' gespeeld, met het voor Nichols zo kenmerkende contrapunt van de melodie en de baslijnen. Duke Ellingtons 'Creole Love Call' begint als een 'minimal' stuk, alsof de plaat blijft hangen. Even later komt alles goed, hoewel het nummer bedenkelijk blijft hellen. 'Monkey Woman' van Sean Bergin heeft de schaduw van een kwelasong – je benen zouden hier gegarandeerd verstrikt in raken, dat wel. Uit hetzelfde werelddeel komt 'Maraba Blue' van Ibrahim. Hier raken de bas en de piano knap verstrengeld: is hier misschien sprake van een vroeg voorbeeld van kwantumkwela? Tekst: Eddy Determeyer In de Jazztube hieronder zie je het concert dat aan de basis lag van deze cd: Guus Janssen, Bert van Erk en Wim Janssen live in De Pletterij.
Labels: Bert van Erk, cd, Guus Janssen, Wim Janssen (Eddy Determeyer, 11.5.26) - [print]
- [naar boven] Met het geld dat bassist, componist en docent Bert van Erk vorig jaar als winnaar van de Groninger Cultuurprijs kreeg, heeft hij een oude wens kunnen realiseren. Het werk van drukker, typograaf en beeldend kunstenaar Hendrik Werkman inspireert hem al langere tijd. In 2015 hield hij zijn 'Hendrik Nicolaas Werkman Suite' ten doop, tijdens de ZomerJazzFietsTour. Er komt nu een cd aan en in de fraaie veenborg Welgelegen presenteerde Van Erk daarvan een voorproefje. Het zaaltje van de bijna vierhonderd jaar oude borg beschikt over een voortreffelijke akoestiek, te danken aan de dimensies, het houten balkenplafond en de draperieën. Sinds kort wordt het gebruikt voor culturele activiteiten. De composities varieerden van abstract tot programmatisch. In die laatste categorie zou je het openingsstuk 'De Taal Der Vogelen' (uit de 'Chassidische Legendes' van 1941) kunnen plaatsen. Hier begaf het trio, met Michael Moore, klarinetten en Sebastian Demydczuk, drums, zich in het spoor van Jimmy Giuffre in het domein van de gevederde vrienden. Solitaire vogels van diverse pluimage onderhielden zich met zwermen, op verschillende hoogtes. Het 'Vrouweneiland Nr. 9' (in een hoekje naast de drums werden de afbeeldingen vertoond) begon dansant en hoopgevend. Later lieten wetten en bezwaren van zich spreken. Gelukkig bleek er uiteindelijk toch weer een relaxte sfeer te heersen. 'Hot Printing' verwees naar Werkmans liefde voor de jazz van zijn tijd. Michael Moore sloeg linksaf, richting Barney Bigard en Demydczuk trakteerde ons op een potje New Orleans straattrommelen. Van hem had het nog wel een chorusje of wat door mogen gaan, liet hij zich tijdens de pauze ontvallen. Van Erk en Moore speelden met gestreken bas en basklarinet een grommend duet in 'De Rit Naar Berlijn'. Hoorden we hier nu een Fokker van de KLM of toch een Junkers van de Lufthansa? Tussen 1923 en '26 verschenen er negen nummers van Werkmans periodiek 'The Next Call'. Het omslag van een van de covers laat een cijferpatroon zien:
Na de pauze werden werken van Duke Ellington, Thelonious Monk, Michael Moore, Wolfgang Amadeus Mozart en Mel Tormé van frisse Werkmankleuren voorzien. Foto: Imah Dijkstra Labels: Bert van Erk, concert, Hendrik Werkman, Michael Moore, Sebastian Demydczuk (Eddy Determeyer, 15.1.25) - [print]
- [naar boven] Bert van Erk is niet echt iemand die de neiging heeft zichzelf te promoten. Zijn vorige cd, 'Deining', verscheen 24 jaar geleden. Op 'Quadrology' komt zijn basspel beter tot zijn recht. Het nummer 'Glide For Duke' is daar een voorbeeld van - het getuigt ook van zijn onvoorwaardelijke liefde voor het werk van Ellington. Zijn arcospel in 'Brandold Song' is bepaald bedachtzaam en in 'A Bass Is A Tree - Mind Your State' speelt hij een ingetogen duet met drummer Jeroen van Olphen, die zijn vegertjes al even bescheiden laat cirkelen. Toch is dit geen slappe hap. Dit is kamerjazz van de bovenste plank. Dat bleek ook tijdens de presentatie van het nieuwe album in De Smederij. Vaak inspireert de sfeer en het intens luisterend publiek in dit eetcafé de muzikanten tot exuberante prestaties. Maar dinsdag was het vooral de subtiele interactie tussen de kwartetleden die de aanwezigen hypnotiseerde. De smaakvolle vibrafoon van René van Astenrode speelde een essentiële rol in het groepsgeluid. Doorgaans op de achtergrond - zoals elke muzikant in feite op de achtergrond speelde. Voor ego's was hier geen plek. Met een beetje overdrijving zou je kunnen stellen dat dit kwartet model zou kunnen staan voor een ideale samenleving, waarin dialoog en samenwerking belangrijker zijn dan ellebogenwerk en een grote bek. Weinig werd er aan het toeval overgelaten. Nergens dreigde het combo te ontsporen. De enige die de neiging vertoonde soms op één wiel door de bocht te gaan, was drummer Jeroen van Olphen. Maar ook zijn aanpak was dienstbaar aan het geheel. Ziel en zaligheid werden gelegd in 'Prelude To A Kiss'. Saxofonist Miguel Martinez speelde lyrisch, maar zijn geluid had wel degelijk vlees op de botten. Ik heb Bert van Erk op deze plek al eens de Nederlandse Paul Chambers genoemd. Een associatie, een tikje overdreven, meer niet. De Nederlandse Richard Davis of de Nederlandse Arend Nijenhuis had net zo goed gekund. Wanneer hij de strijkstok hanteerde had hij de neiging nét niet vals te spelen, wat zijn expressiviteit alleen maar indrukwekkender maakte. "Groninger jazzroyalty", zo karakteriseerde organisator en presentator Diederik Idema hem na de eerste set en de zaal kwam als één man overeind voor een staande ovatie. Bij mijn weten nog niet eerder vertoond in De Smederij. Foto: Eva Plaut Labels: Bert van Erk, concert, Jeroen van Olphen, Miguel Martinez, René van Astenrode, sep24 (Eddy Determeyer, 28.9.24) - [print]
- [naar boven] Wat hebben Duke Ellington, Herbie Nichols, Thelonious Monk, Charles Mingus, Horace Silver en Abdullah Ibrahim met elkaar gemeen? Het waren stuk voor stuk begenadigde componisten, die ook nog eens begenadigde pianisten waren. Ja, ook Mingus. Al die artiesten waren in de loop der jaren al eens onderwerp van studie en uitvoering door het trio Guus Janssen-Bert van Erk-Wim Janssen. In De Smederij werd een soort 'greatest hits' programma uitgevoerd. Bij 'House Party Warming', een toepasselijke opening van het programma, werden meteen twee dingen duidelijk. Herbie Nichols had er een handje van om triostukken een orkestraal karakter mee te geven en de pianostemmer had zich in het huisnummer vergist of zo. De gebroeders Janssen verschenen ooit op het toneel als typische representanten van de Hollandse Improschool, met een voorkeur voor heldere, om niet te zeggen strenge structuren. Dat is in hun spel nog wel terug te vinden. Al zijn ze in de loop der tijd in de richting van de mainstream opgeschoven. Dat is niet denigrerend bedoeld, voor alle duidelijkheid. Guus, pianist, blijft ook in zijn improvisaties dicht bij de melodie en broer Wim, drums, toont nog steeds een voorkeur voor de 'klare lijn'. Meer Kuifje dan Dick Bos (zelf is hij ook een getalenteerde striptekenaar). In Monks 'Four In One' voerden de gebroeders een spannend duel uit. Over bassist Bert van Erks unieke vibrerende toon, boordevol leven en warmte, heb ik het al eens eerder gehad. Met de Janssens vormde hij een compleet orkest - een blazer erbij zou een muzikant teveel zijn geweest. Het geval wilde dat de Roemeense drummer Anton Gabriel Matei eerder op de avond met een sextet eindexamen had gedaan in het Prins Claus Conservatorium. Met die groep opende hij de jamsessie na het eigenlijke concert. Jaren-zeventig neobop, in de geest van Joe Henderson, Michael Brecker en Art Blakey. Maar voor mij was het meest memorabele optreden dat van de Bulgaarse drummer Simeon Simeonov. Een pittig kereltje, dynamisch - dus ook op pp-niveau prima functionerend - maar vooral onbeschaafd hard swingend. Roemenië, Bulgarije - zou het toch in de yoghurt zitten? Foto: Annie Suijkerbuijk Labels: Bert van Erk, concert, Guus Janssen, mei24, Wim Janssen (Eddy Determeyer, 14.5.24) - [print]
- [naar boven]
'Stromend, melodieus, verhalend, verfijnd, poëtisch, toegankelijk, verrassend, licht melancholisch.' Zo karakteriseert pianist en componist Eltjo de Lang (67) zijn muziek. Hij trok de aandacht toen Groningen in de jaren tachtig overspoeld werd door een golf jonge jazzmusici. Maar hij besloot de kost te gaan verdienen met het transcriberen en transponeren van bestaande composities van derden, doorgaans in de klassieke sfeer. Doch het bloed kroop enzovoort en zo kwam hij op het idee een erfenis aan te wenden voor de oprichting van het kwartet Circonflexe, met de ongebruikelijke bezetting altviool (Richard Wolfe), accordeon (Gertie Bruin), contrabas (Bert van Erk) en piano. De groep beleefde haar vuurdoop in de Lutherse Kerk, een voormalige schuilkerk uit de late zeventiende eeuw met een prima akoestiek. Een gebrandschilderd raam met een afbeelding van naamgever Martin Luther, op dat moment nog Augustijner monnik, verwees naar de sacrale herkomst van het gebouw. Het onderschrift 'Hier sta ik, ik kan niet anders, god helpe mij', met daaronder de jaartallen 1517-1917, lijkt misleidend: de theoloog zou die tekst hebben uitgesproken op 18 april 1521, tijdens een Rijksdag in Borms. Ook de borden naast de preekstoel met daarop de psalmen 87, 675, 681, 686 en 700, die kennelijk kort tevoren in de zaal hadden gegalmd herinnerden aan de eigenlijke functie van de concertzaal. Wel, ook de geboden muziek had een soort gewijd karakter. De Lang verwees niet zozeer naar zijn verleden als improvisatieartiest, maar meer naar de klassieke muziek die daaraan ten grondslag lag. Samengevat was het impressionistische kamermuziek met een volks vleugje. Met name de compositie 'Es Un Tango No?' zou een eerbetoon aan Astor Piazolla geweest kunnen zijn. De Langes composities hadden een simpel karakter, wat de meesterhand verried. Na twee keer beluisteren zou je ze zó mee kunnen fluiten. Daaraan lag het niet dat menig ooglid het zondagmiddag zwaar had. Dat had te maken met de beperkte dynamiek en de traag voortkabbelkabbelkabbelende tempi. Daar zou, met andere woorden, nog wel wat aan gesleuteld kunnen worden. Want de combinatie altviool-accordeon was zonder meer een vondst. Foto: Hammie van der Vorst | Video: Imah Dijkstra Labels: Bert van Erk, concert, Eltjo de Lang, Gertie Bruin, jazztube, jun23, Richard Wolfe (Eddy Determeyer, 10.6.23) - [print]
- [naar boven] Van tijd tot tijd nodigt bassist Bert van Erk de gebroeders Guus en Wim Janssen uit om gezamenlijk aan een project te werken, doorgaans gewijd aan een specifieke toondichter. Deze week was bassist en componist Charles Mingus (hè hè, eindelijk) het onderwerp van studie en dat hield in dat de rol van de bandleider nog wat nadrukkelijker tot uiting kwam dan tijdens eerdere keren. Nu is het zo dat het slechts weinig bassisten gegeven is om het ontzagwekkende geluid van de meester te benaderen. Maar dat was ook niet de insteek: het was eerder zo dat de contrabas een prominentere rol had gekregen in de fascinerende structuren van de Minguscomposities. Dat manifesteerde zich bijvoorbeeld in 'Pithecanthropus Erectus', het tweede stuk dat op de lessenaars lag. In zijn toelichting maakte Van Erk duidelijk dat het volgens Mingus nog maar de vraag is of witte mensen de juiste weg in de evolutie hebben gevonden, gezien de puinzooi die ze er van hebben gemaakt. Als om te illustreren dat de rechtopgaande mens er nog lang niet is, kapte pianist Guus Janssen de P.E. schijnbaar halverwege resoluut af. Iets dergelijks, die nadrukkelijke rol van de bas, kon je ook horen in 'Boogie Stop Shuffle'.
De uitvoering van 'Goodbye Pork Pie Hat', Mingus' requiem voor tenorist Lester Young, was breekbaar van aard. Dat was dan weer helemaal in lijn van de stijl van Young, die immers door zachte krachten werd gestuurd. Het leverde muziek op met een brok in de keel. Het combo wist de ziel van de muziek te raken - en daarmee die van ons. Ja, diep en tegelijkertijd uitermate vrolijk stemmend, deze ode aan Ming. Neem de wijze waarop Guus Janssen de melodie van 'Duke Ellington's Sound Of Love' als een slang uit de mand toverde, uit een schimmenrijk van geïsoleerde noten. De toegift was 'Better Get Hit In Your Soul', waarmee het recital ook begonnen was. Maar ik kreeg de indruk dat de heren er weer een heel ander stuk van hadden gemaakt. De bezoekers verlieten het pand in ieder geval met een wat vollere ziel dan ze bij binnenkomst hadden. Foto: Imah Dijkstra Labels: Bert van Erk, Charles Mingus, concert, Guus Janssen, okt22, Wim Janssen (Eddy Determeyer, 31.10.22) - [print]
- [naar boven] Ooit adviseerde ik een organisator van een oude stijl jazzfestival een aantal Lindy Hoppers van de op dat moment in opkomst zijnde jazzdancescholen voor zijn partij uit te nodigen. Die zouden op zijn minst de feestvreugde kunnen verhogen. Nou, zei de aangesprokene zuinigjes, ik weet niet of onze bezoekers daar prijs op stellen. Die willen naar die muziek luisteren. Als er mensen zijn die weglopen is dat jouw verantwoordelijkheid. Die dansers kwamen er, uiteraard. Al was dat niet in de groten getale waarop ik had gehoopt: juist op die dag was er in Utrecht een landelijke bijeenkomst belegd voor het jonge danslustige volkje. Maar de bezoekers vonden het wel amusant en niemand liep de zaal uit. Ja, maf hoor. Vanaf het allereerste begin tot diep in de jaren veertig was jazz bij uitstek dansmuziek. Dat hij een groot deel van zijn populariteit kwijtraakte had zeker met het verlies van die dansfunctie te maken. Zeker, op Charlie Parker werd nog steeds gedanst, alleen werden toen de bokken van de schapen gescheiden. Die bebop was snel en had grillige melodielijnen, zodat slechts de betere dansers het volhielden. Trompettist en vocalist Louis Armstrong, een van de grondleggers van de muziek, heeft zich wel eens negatief over de destijds nieuwe bop uitgelaten - al vraag ik me af in hoeverre die uitspraken uit hun context zijn getrokken. Armstrong heeft immers ook zijn bewondering uitgesproken voor zijn geniale jongere collegae, maar voegde daaraan toe dat die nieuwe vormen het publiek uit de clubs en danszalen zou wegjagen ("them cats are killing themselves"). Wat prompt gebeurde.
Maar al die tijd hielden de dansfans zich gedeisd. Ja, er werd een beetje sur place gewiebeld. Dat veranderde toen vocaliste Linda Molenkamp 'Watermelon Man' inzette. Zoals dat meestal gaat moest de ijzige dansvloer gebroken worden door een duo dansmariekes. Daarna stroomde het vloertje fluks vol met aanhangers van Terpsichore. Missie geslaagd. Het puntige, om niet te zeggen vierkante ritme van slagwerker Jeroen van Olphen kreeg een meer plastisch karakter door de akkoorden die Erik Boddeke (in het dagelijks leven Prof. Dr. H.W.G.M. Boddeke, hoogleraar Neurowetenschappen) op zijn gitaar strumde. Het standvastige basspel van de leider hield iedereen op koers. Grappig, hoe vibrafonist René van Astenrode citaten door zijn solo in 'St. Thomas' vervlocht. Het paste er allemaal precies in. En 'Caravan' kreeg een vrijere preambule dan waarvan Juan Tizol, laat staan Duke Ellington, ooit had gedroomd. Enfin, uw verslaggever, door zijn omgeving tot participerende journalistiek geprest, moet nog maar eens een tijdje in training. Foto's: Hammie van der Vorst Labels: Bert van Erk, concert, Linda Molenkamp, okt22 (Eddy Determeyer, 6.10.22) - [print]
- [naar boven] O ja, zo ging dat dus, die jazz. Dat realiseerde je je met genoegen in het (nieuwe) Petit Théâtre, waar bassist Bert van Erk audiëntie hield. Dat wil zeggen, uiteraard waren wij, het publiek de eigenlijke luisteraars. Maar de nog echtere luisteraars stonden op het podium. Want daar werd, zeker tijdens de jamsessie na de eerste pauze, intens naar elkaar geluisterd. Ja, zo ging dat. De eerste gast die zich aandiende was tenorsaxofonist Hans Sulman. Hier in Groningen kennen we hem als de ruggegraat van al dan niet extreme bandjes als Jammah Tammah, Das ALDI Combo, Maison de Malheur en Rudy and his Fascinators. In het kleine theater blies hij evenwel mainstreamjazz. Daarbij werd hij in niet geringe mate geholpen door zijn gloednieuwe King uit 1956. Hij speelde zonder versterking en het resulterende breedgrommende en -gonzende geluid maakte onze dag weer goed. Hij bezit een felle attack en in ballads als 'It Might As Well Be Spring' zuchtte hij Ben Webster eruit. Het stuk was ook heel jazzy begonnen. "In welke...?" informeerde de saxofonist bij sessieleider Van Erk. "Ik heb geen idee, begin maar," ried die hem aan. En zo ontstond er ter plekke een intrigerende expositie van het thema door tenorsax en gestreken bas. Die Van Erk is niet vies van boventonen en pianist Remko Wind roerde er gelukzalig een Bach-variatie doorheen.
Freek Laban deed intussen wat je van een deugdelijke jazzdrummer mag verwachten. Hij begeleidde met beide oren, heel levendig en met accenten strooiend alsof het niets kostte. Maar de voor mij grootste verrassing van het recital was vocaliste Lulu Sluyter. Het improviseren (en het acteren) zit haar in het bloed, ze zingt intens en gefocust, maar daarom niet minder spontaan. Als er in de toekomst nog een Nieuw Normaal komt hoort la Lulu daar zeker bij. Foto's: Sandra van der Veen Labels: Bert van Erk, concert, Freek Laban, Hans Sulman, Lulu Sluyter, mrt22, Remko Wind (Eddy Determeyer, 13.3.22) - [print]
- [naar boven] Lees verder in het archief...
|
Archief
Artikelen Cd-recensies Concertrecensies Colofon Festivalverslagen Interviews Jazz in memoriams Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken? |