Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Cd | Jazztube
Kevin Sun - 'Kevin Sun, I'

Endectomorph Music, 2026 | Opname: 11 november 2024
Kevin Sun - 'Kevin Sun, II'
Endectomorph Music, 2026 | Opname: 26 april 2025

De Chinees-Amerikaanse tenorsaxofonist Kevin Sun, woonachtig in New York, is een reizende ster in de jazz. Vorige maand verschenen er twee albums tegelijkertijd van deze opmerkelijke musicus. Het eerste album, simpelweg 'I' geheten nam hij eind 2024 op in de studio met een kwartet bestaande uit gitarist Max Light, bassist Walter Stinson en Jon Starks op drums. Op 'II' vinden we liveopnames uit april 2025, eveneens van een kwartet, naast Sun en Stinson bestaande uit pianist Christian Li en drummer Kayvon Gordon. Beide albums verschenen bij zijn eigen Endectomorph Music.

Springerig, experimenteel spel direct in 'Go In', de opener van 'Kevin Sun, I'. Grillige klanken van Sun, op straf slagwerk van Starks. Meer dynamiek betekent hier tevens meer structuur, tot het tijd is voor een spannende solo van Light. "It's basically Coltrane's 'Countdown', which is already harmonically dense, but then I mixed it up with all sorts of shifting meters," zegt Sun zelf over deze stevige opener: "I'd say it's probably the most challenging leadsheet-type song I've written, but the band really makes it sound natural, which was the goal." Waarvan akte, we kunnen hem zonder meer gelijk geven. In 'Scrollwork' overheerst de ritmiek, met name op het conto van Stinson en Starks en Suns staccato spel. Weldadige, traag stromende klanken in 'Souls Of Fire', Light schittert hier met prachtig ingehouden gitaarnoten. 'Forenoon' is eveneens een vrij ingetogen compositie, maar met meer weerbarstige klanken. Prachtig ook dat al even ingetogen begin van 'Night And Day', waarin met name het zoetgevooisde tenorspel van Sun opvalt. Overigens loopt gaandeweg de dynamiek hier behoorlijk op, met krachtig spel van Sun en Light. Voor de wat bevreemdende dynamiek van 'Hold Music' haalde Sun inspiratie uit een beproeving bij het bellen van de belastingdienst. Ah, dat is dus niet alleen bij ons het geval! In 'Bedrooms' is de stress weer gezakt. Ietwat loom slagwerk van Starks, terwijl Stinson al even ingetogen aan de snaren van zijn bas plukt. Boeiend spel van Light en Sun volgen. Het felle 'Riot In Lagos', met name de drumsolo van Starks valt hier op, besluit dit eerste album.

Kevin Sun vangt zijn tweede album vrijwel solo aan met 'Unformed, Shrouded By Fog (Souls Prologue)', Li sluit aan met slierten noten en op de achtergrond nemen we de ritmesectie gewaar. En verderop is het Li die hier de show steelt met abstracte pianoclusters. In 'Souls Of Mist' laat Sun horen dat hij een meester is in het vertellen van verhalen. Zijn aangename, warme toon doet de rest. Li laat zich hier evenmin onbetuigd; samen met de ritmesectie belicht hij een ander facet van dit boeiende stuk. Wat aan dit livealbum het meest opvalt is dat de composities die Sun hier met zijn kwartet speelt veel melodieuzer zijn dan op zijn studioalbum. Ook 'Song No. 2' is daar een goed voorbeeld van, met een prachtige solo van Sun. Een opvallende cover op dit album is 'Laura Palmer’s Theme', Angelo Badalamenti's compositie uit 'Twin Peaks', de vermaarde serie van David Lynch. Sun en zijn medemusici geven een bijzonder originele draai aan dit stuk. Feller gaat het eraan toe in 'Belong, Sonny'. Met name Li pookt hier, krachtig ondersteund door de ritmesectie, het vuur hoog op. Met 'Forrest Corridors III' keren we weer terug naar meer ingetogen klanken. Ook hier is het primair de pianist die opvalt met een boeiend, lyrisch patroon. Het afsluitende 'Chanson' is eveneens een cover en wel van Ryuichi Sakamoto. Wederom een wat omgewone keuze voor een jazzalbum. Dat Li hier een hoofdrol krijgt, zal niet verbazen, de muziek van Sakamoto kennende, maar ook Sun laat zich hier zeker niet onbetuigd. Een mooie afsluiter van wederom een boeiend album.

Tekst: Ben Taffijn

In de Jazztube hieronder zie je het Kevin Sun Trio met 'Ghost Variations Theme' live in Close Up, New York, een opname van 2 juli 2026. Een bewerking van een compositie van Robert Schumann in een arrangement van Sun.

Labels: , , , , , , ,

(Ben Taffijn, 19.10.26) - [print] - [naar boven]



Cd
Lakecia Benjamin - 'We Dream'

Artwork, 2026

De Afro-Amerikaanse muzikante, componiste, arrangeur, bandleidster en docente Lakecia Benjamin is een van de interessantste altsaxofonisten van haar generatie. Als een dartele vlinder fladdert ze van hedendaagse jazz naar funk, soul, R&B en hiphop. Haar spel is diep geworteld in de Afro-Amerikaanse jazztraditie, met zo nu en dan Afro-Latijnse invloeden. Nog jong speelde Benjamin met oudere generaties jazzmuzikanten zoals Clark Terry, Reggie Workman, David Murray en Rashied Ali. Haar toon is warm en krachtig, met een bijna vocale kwaliteit, en wordt wel eens vergeleken met die van Johnny Griffin. Haar vocabularium is sterk verbonden met de traditie: Charlie Parker, Jackie McLean, John Coltrane en hardbop zijn duidelijk voelbaar. Tegelijk heeft ze een uitgesproken gevoel voor groove en een eigentijdse ritmische benadering. Benjamin brak door met het album 'Phoenix' (2023), dat haar bij de Grammy's van 2024 drie nominaties opleverde. Nadien sleepte ze er nog drie in de wacht.

'We Dream' is Benjamins vierde studioalbum. Naast haar vaste band spelen er nog talloze gastmuzikanten op mee, onder wie grote namen als Terence Blanchard, Chris Potter en Jeff 'Tain' Watts. Van de elf composities schreef de muzikante er zelf negen, één samen met zangeres Tarriana 'Tank' Ball en één met drummer en rapper Kassa Overall, die het album samen met haar co-producete. 'We Dream' is Benjamins muzikale antwoord op de huidige toestand in de wereld én het verslag van haar zoektocht naar een lichtbaken in deze donkere tijden. Gelukkig voor ons is ze in haar opzet geslaagd, want het album blaakt van de mooie melodieën, harmonieën, solo's, raps en spoken word-bijdragen, terwijl de uitgelezen keur aan gastmuzikanten bijdraagt tot de diversiteit en dynamiek van de tracks. Veel nummers swingen en grooven en pulseren dat het een lieve aard heeft, tot groot jolijt van mijn en hopelijk ook jouw oren. Zo nu en dan wordt er gelukkig ook wat gas teruggenomen om plaats te maken voor een ballad. 'We Dream' is een gedroomd album om de komende herfst mee door te komen en tegelijk balsem voor vandaag en morgen. Wees er niet zuinig mee!

Klik hier om te luisteren naar een track van dit album, 'Beyond The Dawn'.

Tekst: Patrick Auwelaert | Deze recensie verscheen ook in Jazz&mo'

Labels: , , , , , , ,

(Patrick Auwelaert, 13.10.26) - [print] - [naar boven]



Cd | Jazztube
UmaX - 'Meet In The Forest'

eigen beheer, 2026

UmaX is een improviserend pianoduo uit Utrecht, dat klassieke composities, jazz en Europese muziektradities als grondstof gebruikt voor een spontane muzikale dialoog. Daaraan mag nu ook chanson en theater worden toegevoegd, want de klassiek geschoolde jazzpianist Edwin Berg deinst er niet voor terug om uit te pakken met zwoele Franse vocalen in 'Surannée', te dollen met het publiek in 'Siso' en een nummer te betitelen als 'Adem Uit En Ontspan Je Perineum'. In drummer Jean-Clair de Ruwe lijkt de Don Quichot van de Nederlandse jazz zijn Sancho Panza te hebben gevonden.

Uit alles blijkt dat UmaX bewust ongrijpbaar wil zijn en zichzelf niet al te serieus wil opsluiten in een genre, laat staan in de inmiddels geaccepteerde jazz-meets-classicalcultuur. Hun debuut 'Meet In The Forest' werd opgenomen in een bos, hetgeen behalve de titel ook de nasale sound van de instrumenten verklaart; de cover bestaat uit vaag fotomateriaal; de typografie voegt hoofdletters in op de vreemdste plekken. De tracklist lijkt gerangschikt op basis van contrast, waardoor de indruk ontstaat dat de speler op 'random' staat. Eigengereid en niet gehinderd door conventies. Wie ook live graag van de ene verbazing in de andere emotie valt, kan op zondag 4 oktober terecht in UCK Utrecht.

Toch blijft UmaX vooral een improviserend duo dat geïnspireerd is door klassiek pianorepertoire. Mozart, Bach, Chopin, het duo gaat er vrijzinnig mee aan de haal en voert avontuurlijke ritmische experimenten uit met de melodieuze grootmeesters. Voor puriteinen een gruwel, maar dat zal de eigengereide Edwin Berg een zorg zijn. Beste voorbeeld is wat dat betreft Bachs Prelude in c-klein uit Das Wohltemperierte Klavier, Boek I, dat met zijn zestienden en gebroken-akkoordfiguren die zich voortdurend verplaatsen door de verschillende harmonische gebieden, in de ogen van Berg en De Ruwe een uitnodiging is om onder handen te worden genomen. De heren toveren het bijna ongemerkt om in een feestelijke 7/4 [zie ook de Jazztube hieronder].

Het album opent met 'Allegro Maestoso', dat Mozarts Pianosonate nr. 8 als vertrekpunt heeft, waarna piano en drums hun eigen taal zoeken en uitmonden in een swingend stukje samba. Ook Frédéric Chopins bekende Nocturne in F Majeur is onder handen van Berg geen afgebakende compositie, maar materiaal voor verdere ontwikkeling, in drie uitvoerige delen verspreid over het album. Berg behandelt de muziek als een jazzstandard: de oorspronkelijke compositie blijft herkenbaar, maar hij maakt er tijdens de uitvoering iets persoonlijks van. Hij ziet het als een platform voor langere improvisatorische vormen, soms omgekeerd, waarbij hij al improviserend het oorspronkelijke werk benadert. Drummer Jean-Clair de Ruwe, die uitblinkt in klein spel en subtiele timing, volgt hem in elk stuk op de voet.

Tekst: Storm Bakker

Labels: , , , , , ,

(Storm Bakker, 3.10.26) - [print] - [naar boven]



Cd
Too Noisy Fish - 'Tolstoy'

Challenge, 2026

Too Noisy Fish is het trio van pianist Peter Vandenberghe, contrabassist Kristof Roseeuw en drummer Teun Verbruggen, dat zo'n vijftien jaar geleden begon als de ritmesectie van het Flat Earth Society Orchestra. Sindsdien bracht het trio vier albums uit, waaronder 'Fight Eat Sleep' (2013), 'Furious Empathic Silence' (2019) en 'Too Many Fish: 10 Years Too Noisy Fish' (2023), een album waarmee de heren hun tienjarig bestaan vierden door bevriende muzikanten (onder wie Bart Maris en Bruno Vansina) en een schrijver (Dimitri Verhulst) uit te nodigen in de studio en op het podium. Voor hun nieuwe album, 'Tolstoy', zijn ze weer gewoon een trio, al is 'gewoon' bij hen nooit het juiste woord. 'Tolstoy' is een album vol onverwachte wendingen met gevoel voor storytelling en humor. De plaat trapt af met een proloog en eindigt met een epiloog. Daartussen bevinden zich zes tracks, onderverdeeld in twee keer drie tracks, respectievelijk onder de hoofdtitel 'Act I' en 'Act II', telkens gevolgd door een subtitel. Alle composities zijn van de hand van Vandenberghe, met uitzondering van 'Act II: Here’s To You', waarvoor Ennio Morricone tekende.

Wat onmiddellijk opvalt als je het album beluistert, is de ruimtelijkheid ervan: het trio laat veel stilte toe, zodat je als luisteraar nooit in ademnood komt. Dat neemt niet weg dat veel nummers een pulserende ondertoon hebben, een drive die je onweerstaanbaar in de ban houdt. Als er één album is dat geen seconde verveelt, dan wel 'Tolstoy'. Voortdurend gebeurt er iets dat je aandacht gaande houdt. Vooral 'Act I: Tolstoy' is een droom van een nummer. Puur muzikaal donder je van de ene verrassing in de andere: soms klinkt het trio als een gestoord combo, dan weer laten ze streepjes weemoed, romantiek en warmte op je los. De muziek is zowel atmosferisch van aard als geheimzinnig en spannend. En dat allemaal zonder dat je het gevoel hebt dat er hiaten zitten in de opeenvolgende tracks of in de tracks zelf. Zoveel is zeker: de mannen van Too Noisy Fish zijn ieder voor zich hun gewicht in goud waard en hebben met 'Tolstoy' een straf album afgeleverd dat uitblinkt in scherpte, speelsheid en ontregeling. Hedendaagse jazz waar je een puntje aan kunt zuigen!

Tekst: Patrick Auwelaert | Deze recensie verscheen ook in Jazz&mo'

Labels: , , , ,

(Patrick Auwelaert, 23.9.26) - [print] - [naar boven]



  

Cd
Birgit Ulher & Jaap Blonk - 'Breezes'

Kontrans, 2026 | Opname: 28-29 augustus 2025

Niet eerder kende ik de naam Birgit Ulher. Nochtans een muzikant, geluidskunstenaar en componist uit Hamburg van naam en faam, en een persoonlijke muzikale taal. Met trompet, radio, metaalfolie en meer produceert ze elekronisch resonerende geluiden die je boeien.

Jaap Blonk is de internationaal bekende Nederlandse componist, stemperformer, klankdichter en beeldend kunstenaar. Een eerste kennismaking met hem dateert van 2015 op het Oorstof festival in Antwerpen.

Deze onlangs uitgebrachte cd 'Breezes' is er een van de buitencategorie. De muzikaal-verbale en instrumentale potentie is zeer de moeite om ervan kennis te nemen. Het is muziek voor de open-minded luisteraar die tegen een ongewoon en grensverleggend stootje kan.

Zelf heb ik 'Breezes' als een verrijking voor de oren ervaren. Met 'Gralinta' als mijn favoriete track.

Tekst: Cees van de Ven | Foto: Gero Sander

Labels: , , ,

(Cees van de Ven, 7.9.26) - [print] - [naar boven]



  

Cd
Charles Lloyd - 'Sangam & Friends'

Blue Note, 2026 | Opname: februari 2009

De inmiddels 88-jarige Amerikaanse saxofonist Charles Lloyd bracht tussen 2020 en vandaag alleen al een achttal albums uit, waaronder enkele dubbelaars. Zijn laatste, 'Sangam & Friends', is een muzikaal eerbetoon aan de Indiase tabla-meester Zakir Hussain, die eind 2024 overleed. Lloyd speelde voor het eerst met hem samen in 2001, ter gelegenheid van het overlijden van drummer Billy Higgins in hetzelfde jaar. Daarna richtten beiden samen met Lloyds drummer Eric Harland het trio Sangam op. In 2004 namen ze een concert op in het Lobero Theater in Santa Barbara, Californië. Die opnamen verschenen in 2006 onder de titel 'Sangam', een ECM-uitgave. Drie jaar later speelden ze een concert ter herinnering aan Hussains vader, de percussionist Alla Rakha. Ze werden daarbij begeleid door zanger Vijay Prakash, Rakesh Chaurasia op bansuri, Sabir Khan op sarangi, Ranjit Barot op keyboards en Niladri Kumar op sitar. Die opnamen bleven onuitgegeven tot 2024, toen Lloyd ze samen met andere, niet eerder uitgebrachte studio- en liveopnamen van het trio samenbracht onder de titel 'Sangam & Friends'. Het album verscheen bij Blue Note, telt zeven composities en improvisaties en duurt 45 minuten.

'Sangam & Friends' vormt het overtuigende bewijs dat oosterse en westerse muzikale tradities probleemloos een harmonieus verbond kunnen aangaan. Muziek is dan ook een universele taal, gesproken door iedereen die er het alfabet van kent en er gevoelig voor is. Alle nummers op dit compacte album hebben iets bezwerends en hypnotisch. De zang, het fluitspel van Lloyd, de percussie, de diverse ritmes: ze palmen je onweerstaanbaar in. Gaandeweg raak je helemaal verstrikt in het web van klanken en texturen dat de muziek weeft met quasi-onzichtbare draden. Al van bij het minder dan twee minuten durende openingsnummer 'Clear The Dust' wanen we ons in India, met de stem van Prakash als sfeermaker. Ook op 'The Blessing', goed voor elf minuten, valt Prakash' bijdrage op. Lloyd weeft er prominent en behendig zijn lyrische saxlijnen omheen, terwijl de andere muzikanten vooral op de achtergrond actief zijn. Ook zijn fluitspel draagt mee bij aan het exotische karakter van de muziek, terwijl desondanks toch de geest van de jazz bewaard blijft, vooral in zijn saxpartijen. Opvallend is ook hoeveel ruimte de stilte krijgt toegewezen: ze maakt op zo'n manier deel uit van de improvisaties dat het lijkt alsof ze gecomponeerd is. 'Sangam & Friends' is wereldmuziek op zijn best. Benieuwd waar de wegen van Charles Lloyd ons in de toekomst nog naartoe zullen brengen!

Tekst: Patrick Auwelaert | Foto: Louis Obbens | Deze recensie verscheen ook in Jazz&mo'

Labels: , , , , , , , ,

(Patrick Auwelaert, 23.8.26) - [print] - [naar boven]



Album
Mieke van Dam & Albert van Veenendaal - 'A Pinch Of Sea Salt'

Minimal Damage Recordings, 2026 | Opname: lente 2025

Een album dat bol staat van creativiteit, muzikaliteit en intuïtief samenspel. Instant composing die je raakt, verrast, verwondert, muziek die je fantasie prikkelt.

Albert van Veenendaal is al jaren een gekende en spraakmakende onderzoeker van de piano. Hij verzocht Mieke van Dam om met hem een ad-hoc improvisatieset te spelen in het Orgelpark in Amsterdam die ze ter plekke opnamen. Dit album 'A Pinch Of Sea Salt' bevat een selectie van hun samenspel aldaar.

In 2008 programmeerde ik een concert met onder anderen Fay Lovsky en maakte zo voor het eerst kennis met de theremin. De interesse voor dit instrument met zijn schier onbegrensde mogelijkheden is altijd gebleven. Het spel van Mieke van Dam is dan ook een bijzonder aangename hernieuwde kennismaking.

Dit digitale album verdient het om gehoord te worden door oren die openstaan voor spannende instant-composing muziek door twee gelijkgezinden, die met 'A Pinch Of Sea Salt' een fraai muzikaal statement realiseerden.

Een aanrader voor programmatoren van hedendaagse muziek.

Tekst: Cees van de Ven

Labels: , , , , ,

(Cees van de Ven, 18.8.26) - [print] - [naar boven]



Cd's
Kris Defoort & Jan Michiels - 'Pla(y)ces'

W.E.R.F., 2026 | Opname: 16 oktober 2022
Kris Defoort - 'Pianoworks (Dedicatio Book 1 & 2)'
W.E.R.F., 2025 | Opname: 28 maart 2007, 11 februari 2024

Aanvankelijk was Kris Defoort louter pianist, jazzpianist. Maar de afgelopen jaren ontwikkelde hij zich steeds meer tot componist en zeker niet alleen voor de piano. Zo hernam de Brusselse Munt nog in 2024 Defoorts opera 'The Time Of Our Singing'. Op twee recente albums vinden we beide aspecten terug, zijn rol als pianist en als componist. In 'Pla(y)ces' horen we hem spelen, samen met Jan Michiels, onvolprezen interpreet van hedendaags gecomponeerde muziek, in een niet aflatende stroom van eigen composities, die van Claude Debussy, 'Somewhere Over The Rainbow' van Harold Allen en improvisaties, alles naadloos aaneen gelast. Op 'Pianoworks' horen we zijn twee boeken 'Dedicatio' voor solo piano, de eerste vertolkt door wederom Jan Michiels, de tweede door Cédric Tiberghien.

'Pla(y)ces' is de weerslag van een liveconcert in het Concertgebouw van Brugge op 16 oktober 2022 en begint met het mooi ingetogen, stemmige 'Moonlight Dialogue'. De twee voelen elkaar naadloos aan, vullen elkaar aan, flarden Debussy komen voorbij, improvisaties klinken. Het lijkt wel of er aansluitend donkere wolken voor de maan trekken in 'Pla(y)cing Ces', voor korte tijd loopt de spanning op. In 'D&D Pla(y)ce' overheerst het experiment, de improvisatie, al horen we ook hier weer de invloed van Debussy. Een spannende stroom aan onverwachte klanken houdt de luisteraar scherp. 'Hommage À S.Pickwick Esq.P.P.M.P.C.' vangt aan met krachtige pianoaanslagen, vrij heftige klankclusters. Het is het negende deel van Debussy's tweede set aan preludes dat het duo hier als uitgangspunt neemt. De titel 'Multicoloured Fireworks' is voor het aansluitende stuk uitstekend gekozen: de klanken dartelen, springen, spatten alle kanten op, de twee pianisten tonen zich hier volledig aan elkaar gewaagd. Debussy's 'Bruyères' brengt de nodige rust, uiterst contemplatieve klanken ontvouwen de twee hier. Al even ingetogen klinkt hun versie van 'Somewhere Over The Rainbow', beter kan haast niet. 'Les Collines D’Anacapri' is wederom van Debussy. Mooi hoe de pianisten hier een stuk voor twee piano's van maken. En wat een vooruitstrevend componist was Debussy, ook dat blijkt hier weer heel mooi. Naadloos gaat het over in 'In Between The Wings', de slotakkoorden van dit boeiende treffen tussen twee meesters.

Het eerste boek van 'Dedicatio' ontstond tussen 2004 en 2006, in opdracht van Michiels, het tweede dateert van bijna twintig jaar later en componeerde Defoort tussen 2021 en 2023 voor het Brusselse Flagey. Zoals de titel aangeeft droeg Defoort ieder stuk - ieder boek bestaat uit negen delen - op aan iemand die belangrijk voor hem is, te beginnen met 'Undressed Conversation' dat hij opdroeg aan zijn moeder. Een deel dat opvalt door de sterke contrasten: bijzonder contemplatieve frases - je hoort meer stilte dan klank - worden afgewisseld met opvallende lyriek. De beeldend kunstenaar Hans Bruneel wordt geëerd met 'Opera Fever', een beduidend hectischer stuk. Leuk is dat Defoort 'Genius Men' aan zichzelf opdroeg, overigens ook een stuk dat in het begin opvalt door het introspectieve karakter tot verderop de hectiek het overneemt en we Michiels horen in een niet aflatende stroom noten, lopend van laag tot uiterst hoog. En ja, bij een jazzpianist als Defoort mag een hommage aan Keih Jarrett natuurlijk niet ontbreken, in 'Treasure Of Emotions' krijgt het gestalte. Dat het juist Jarrett is, de enige jazzpianist die we tegen komen in deze twee boeken, is niet zo heel vreemd, qua stijl zijn de twee wel enigszins vergelijkbaar. Want dit mag dan gecomponeerde muziek zijn, de hededaagse jazz hoor je terug in iedere noot. 'Deadline Dreams', met grote intensiteit gespeeld, droeg hij op aan Michiels en 'Midnight Cantate', het slotstuk van dit eerste boek, aan zijn vader.

Beeldende kunst blijkt belangrijk voor Defoort, niet zo verwonderlijk: hij schildert met klank, en dus vinden we in het tweede boek de nodige schilders terug, te beginnen met Wassily Kandinsky. 'Improvisations Aux Éclats Des Couleurs Joyeuses' heet de vrij lange en zeer kleurrijke hommage, terwijl 'Reflets De Lumières Nocturnes' voor Léon Spillaert en 'Sense Of The Unknown' voor Mark Rothko zich met hun uitgebeende noten aan de andere kant van het spectrum bevinden. Zeker bij die laatste is dat overigens nog niet zo gek. Bijzonder zijn ook de twee vrij ritmische hommages aan Louise Bourgeois en Henri Matisse, de eerste heet 'Voilée/Dévoilée' (gesluiterd/ontsluierd), de tweede kreeg als titel 'Dévoilee/Voilée' mee. En natuurlijk kreeg Tiberghen, als pianist van dienst in dit tweede boek, ook zijn hommage: 'Le Réel Transfigurée Par L’Émotion Du Souvenir', overigens niet het gemakkelijkste deel. Verder valt 'What The Nerves And The Skin Remember' op, Defoorts eerbetoon aan de ook door mij zeer gewaardeerde schrijfster Toni Morisson, een krachtige en ritmische compositie.

Tekst: Ben Taffijn

Labels: , , , ,

(Ben Taffijn, 10.8.26) - [print] - [naar boven]



Cd
Joe Henderson - 'Consonance: Live At The Jazz Showcase'

Resonance, 2026 | Opname: februari 1978

Tenorsaxofonist Joe Henderson (1937-2001) was een van de titanen van de naoorlogse jazz. Al tijdens zijn muziekstudies in Detroit verbaasde hij zijn muziekleraars met zijn blaastechniek en perfecte toonbeheersing, het gevolg van honderden uren solo's van Lester Young en Charlie Parker naspelen. Begin jaren zestig leerde Henderson in New York trompettist Kenny Dorham kennen, die hem introduceerde bij Blue Note en in wiens band hij speelde in de periode 1962-1963. Hendersons eerste plaatopname was op Dorhams 'Una Mas' in 1963. In hetzelfde jaar verschenen zijn eerste twee albums onder eigen naam: 'Our Thing' en 'Page One', én speelde hij een schitterende solo op de titeltrack van Lee Morgans 'The Sidewinder'. In 1964 herhaalde hij die stunt nog eens op de titeltrack van het album 'Song For My Father' van pianist Horace Silver, in wiens kwintet hij speelde van 1964 tot 1966.

Tussen 1963 en 1968 speelde Henderson op een dertigtal Blue Note-albums van onder meer Blue Mitchell, Grant Green, Larry Young, Pete La Roca en Andrew Hill. Die opnamen waren zeer verscheiden: van hardbopsessies tot avant-garde-experimenten. Eind jaren zestig speelde de saxofonist een tijdje bij Herbie Hancock en Miles Davis. Met die laatste kwam het helaas niet tot een plaatopname. Na een korte samenwerking met cross-overband Blood, Sweat & Tears in 1971 verhuisde Henderson naar San Francisco waar hij les begon te geven. Hij trad nog op en maakte nog tal van opnamen, maar de waardering van het jazzpubliek bleef uit. Dat neemt niet weg dat hij in de jaren zeventig en ook in de daaropvolgende decennia nog vaak van zich liet horen met schitterende albums, waaronder vooral 'The State Of The Tenor: Live At The Village Vanguard' (1985) en 'Lush Life: The Music Of Billy Strayhorn' (1992) een speciale vermelding verdienen.

Bij Resonance Records verscheen van Henderson recent een dubbele live-cd (ook digitaal en als driedubbelelpee verkrijgbaar) onder de titel 'Consonance: Live At The Jazz Showcase'. Het gaat om nooit eerder uitgegeven opnamen van concerten uit februari 1978 die Henderson speelde in het befaamde jazzcafé van Joe Segal in Chicago. Hendersons begeleiders waren pianiste Joanne Brackeen, contrabassist Steve Rodby en drummer Danny Spencer. Hoewel de saxofonist zich toentertijd in een 'luwe' periode bevond, speelde hij in de Showcase de concerten van zijn leven. Henderson had een hoekige, gespierde speelstijl, maar daaronder ging dikwijls lyriek van de zeldzame soort schuil. Op 'Consonance', wat 'gelijkluidendheid' betekent, komt zijn unieke frasering en ritmische drive vooral tot uiting in lang uitgesponnen nummers. De dubbel-cd telt negen tracks, waarvan vijf ruimschoots de twintigminutengrens overschrijden. Het gaf de saxofonist de kans om zijn inventiviteit, expressiviteit en explosiviteit de vrije loop te laten, en die kans greep hij met beide handen, want de opnamen barsten van energie, emotie en intensiteit. Nu eens laat hij tedere melodische lijnen op de luisteraars los, dan weer neemt hij een diepe duik in virtuoze arpeggio's of gromt hij als een hongerige beer die een prooi ruikt.

Hendersons begeleiders deden daarbij nauwelijks voor hem onder. Joanne Brackeen genoot onder meer bekendheid als de enige vrouwelijke muzikant die ooit bij Art Blakey's Jazz Messengers speelde (van 1969 tot 1972), en als bandleider: tot haar discipelen behoorden onder meer Terence Blanchard, Michael Brecker, Jack DeJohnette en Branford Marsalis. Zelf was ze sterk beïnvloed door McCoy Tyner. Contrabassist Steve Rodby speelde lang bij The Pat Metheny Group en producete ook albums van de gitarist. Tijdens de opnamen van Consonance stond hij aan het begin van zijn carrière en was hij zowat de huisbassist van de Jazz Showcase. Drummer Danny Spencer is altijd ondergewaardeerd gebleven. Zijn naam is vooral verbonden aan het Contemporary Jazz Quintet, dat twee albums uitbracht bij Blue Note en waarin ook Joe Hendersons broer Leon speelde. In de loop van zijn carrière toerde hij en nam hij op met muzikanten als Art Farmer, Dexter Gordon, Dizzy Gillespie en Sonny Stitt. Bassist Bob Hurst, bekend van zijn samenwerking met Wynton en Branford Marsalis, zei ooit over hem: "He's the first drummer I played with who lit a fire under you." Spencer was zelf sterk beïnvloed door Elvin Jones, net als McCoy Tyner een begeleider van John Coltrane. Met de ritmesectie van Hendersons band in Chicago zat het dus meer dan goed, temeer omdat Coltrane zelf een van de grote voorbeelden van Henderson was.

Het eerste nummer van de eerste cd is Coltranes 'Mr. P.C.', afkomstig van diens album 'Giant Steps' (1960). Henderson zet er meteen de toon mee door er een high energy-versie van te brouwen waarbij het effect van tien blikjes Red Bull in het niet verzinkt. Aan het eind van de track spuit de stoom uit je oren. Daarna is het de beurt aan 'Inner Urge', de titeltrack van Hendersons vierde album voor Blue Note. Het nummer, geschreven door de saxofonist, groeide in geen tijd uit tot een standard. Met zijn 26 minuten is het de langste track van de dubbel-cd. Daarna is het de beurt aan 'Invitation', een ook al ruim 20 minuten durende cover van Bronislaw Kaper. Het nummer werd in de loop der jaren door talloze muzikanten vertolkt omdat de harmonieën erg geschikt zijn voor solo's. Henderson was er een meester in, zoals op de opname te horen is. De eerste cd sluit af met Charlie Parkers bebop classic 'Relaxin’ At Camarillo', een blues die verwijst naar het zes maanden durende verblijf van de altsaxofonist in het Camarillo State Mental Hospital in 1946-47, waar hij verpleegd werd als gevolg van zijn drugsverslaving.

De tweede cd opent met Hendersons Latijns getinte 'Recorda Me', dat verscheen op zijn debuutalbum 'Page One' en dat ook uitgroeide tot een standard. Het is een nummer dat de saxofonist tijdens vrijwel al zijn concerten speelde, net als 'Good Morning Heartache' van Billie Holiday, opnieuw een vehikel waarop hij zijn machtige soleerkunsten vertoont. 'Round Midnight’ is nog zo'n onverwoestbare klassieker. Brackeen zet er een solo van hoog McCoy Tyner-gehalte op neer. Afsluiten doet de band met het 24 minuten durende 'Softly, As in a Morning Sunrise' van Sigmund Romburg, en met 'Isotope', opnieuw een compositie van Henderson, die hij schreef als hommage aan Monk en aan diens gewoonte om humor in zijn muziek te integreren.

Kort samengevat is 'Consonance: Live At The Jazz Showcase' een steengoed voorbeeld van hoe muzikanten veel meer expressie en inventiviteit kunnen leggen in nummers die ze spelen voor een publiek. Niet gehinderd door de voorschriften van veel platenmaatschappijen om albums uit te brengen die behapbare en dus overwegend korte tracks bevatten, kunnen ze live nummers uitkleden tot op het bot, om ze daarna op hun onnavolgbare manier opnieuw aan te kleden. Dat ze daar tijd voor nodig hebben is niet meer dan normaal.

Goed nieuws is dat de vaults van Joe Segal nog vele honderden uren aan niet eerder uitgebrachte concertopnamen bevatten, en dat de beste daarvan stapsgewijs zullen worden uitgebracht. Dat is nu al het geval voor opnamen van onder meer Yusef Lateef, Ahmad Jamal en Sun Ra. Breek je spaarvarken alvast open!

In de Jazztube hieronder kun je kijken naar het optreden van het Joe Henderson Trio op het North Sea Jazz Festival 1993 in Den Haag. Met op bas Dave Holland en op drums Al Forster.

Tekst: Patrick Auwelaert | Foto: Veryl Oakland | Deze recensie verscheen ook in Jazz&mo'

Labels: , , , , , ,

(Patrick Auwelaert, 30.7.26) - [print] - [naar boven]



Cd
James Brandon Lewis Quartet - 'Omni'

Intakt, 2026 | Opname: 27-28 oktober 2025

Tenorsaxofonist James Brandon Lewis, al jaren hot en hip, combineert in zijn composities diverse genres: gospel, blues, post-bop, modale jazz, avant-garde jazz en spirituele jazz. Met zijn kwartet, bestaande uit pianist Aruán Ortiz, contrabassist Brad Jones en drummer Chad Taylor, gooide hij in 2025 terecht hoge ogen op tal van eindejaarslijstjes wereldwijd met het album 'Abstraction Is Deliverance'. En nu is er 'Omni', het zesde album van het kwartet, dat in het teken staat van spirituele jazz, in de lijn van albums als 'A Love Supreme' en 'Meditations' van John Coltrane. Zo verwijst Omni naar de drie gedaanten van God: God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest. Ook de titels van de tracks - negen in totaal, goed voor drie kwartier muziek - wijzen in die richting: 'The Sermon', 'Call To Worship', 'Spirit Of The Livin', 'Omnipresent'.

Omni bouwt voort op Lewis' concept 'Molecular Systematic Music'. Dat begon jaren geleden met composities gebaseerd op zes- en zeventonige cellen, groeide uit tot een twaalftoonsbenadering, en krijgt op 'Omni' opnieuw een uitbreiding. Lewis spreekt hier impliciet over 'twelve-tone gospel': een combinatie van seriële of modale structuur met de retoriek en emotionele lading van gospel en prediking. Dat alles leidt tot een album waarop minder vuurwerk te horen is - denk maar aan de twee albums die hij opnam met The Messthetics - en meer bezinning. De muziek klinkt tegelijk spiritueel, avant-gardistisch en diep geworteld in blues en gospel. Ze is opgebouwd volgens het call-and-response principe, herhaling, opbouw en ontlading.

De ritmesectie speelt zelden een rechte swingbegeleiding. Ze fragmenteert het ritme, verschuift accenten en creëert een gevoel van voortdurende beweging. De toon van Lewis is een van de meest herkenbare in de hedendaagse jazz. Zijn spel klinkt als een synthese van meerdere tradities: de spirituele kracht van Coltrane, de rauwe blues van Albert Ayler en de ritmische precisie van Sonny Rollins. 'Omni' is een vernuftig album dat meerdere luisterbeurten vraagt voor je ontdekt dat het James Brandon Lewis' antwoord is op Coltranes 'A Love Supreme', een meesterwerk van buitencategorie - wat ook geldt voor 'Omni'.

Tekst: Patrick Auwelaert | Deze recensie verscheen ook in Jazz&mo'

Labels: , , , ,

(Patrick Auwelaert, 22.7.26) - [print] - [naar boven]



Cd
Frankfurt Radio Big Band, Nils Wogram, Jim McNeely - 'Trilogue + 15'

Nwog, 2026 | Opname: 22 oktober 2018

Dit album is genoemd naar de 'Trilogue - Live!' opname van het optreden van trombonist-componist Albert Mangelsdorff, bassist Jaco Pastorius en drummer Alphonse Mouzon op de Berliner Jazzdagen in 1976. Dat was een alom bejubeld en geprezen concert als gevolg van groot vakmanschap, creativiteit en onderlinge cohesie.

De onlangs verschenen en eveneens live opgenomen cd 'Trilogue + 15' is een tribute aan Albert Mangelsdorff en doet hem alle eer aan. De Frankurt Radio Big Band met trombonist Nils Wogram en composities van Mangelsdorff werden voor het concert op het Duitse Jazzfestival Frankfurt in 2018 imponerend gearrangeerd door leider Jim McNeely.

Ik ben al jaren erg gesteld op persoon, componist en trombonist Nils Wogram. Deze cd viel in mijn postbus midden in het WK Voetbal. En na het beluisteren ervan en de euforie over het gebodene lanceer ik met volle overtuiging: Nils Wogram, de Lionel Messi op trombone. Overdreven? Ik dacht het niet! Luister maar eens naar 'Accidental Meeting'.

In 'Zores Mores' beleef je imaginair hoe elke muzikant zijn verhaal kwijt wil en het gelijk aan zijn kant wil hebben, overtuigd als ze zijn van de relevantie van hun muzikale statement. Het is Wogram die iedereen weer tot de orde blaast en tot rust maant.

Ik was dolgraag bij dit concert aanwezig geweest, maar ben anderzijds dankbaar dat dit liveconcert voortreffelijk is opgenomen en uitgebracht, zodat je het intens kunt herbeleven.

Alle liefhebbers van zinderend, hoogstaand bigbandspel en solist-trombonist Nils Wogram met zijn onmiskenbare creativiteit en improvisatorische zeggingskracht zou ik dit album willen aanraden. 'Trilogue + 15' is niet te missen!

Labels: , , , ,

(Cees van de Ven, 12.7.26) - [print] - [naar boven]



Cd's
Arve Henriksen, Trygve Seim, Anders Jormin & Markku Ounaskari - 'Arcanum'

ECM, 2026 | Opname: maart 2023
Daniel Sommer, Arve Henriksen & Johannes Lundberg - 'Sounds & Sequences'
April Records, 2024 | Opname: 24 maart & 19 december 2022, 27-28 december 2023

De centrale figuur op deze twee albums is de Noorse trompettist en expert in subtiele elektronica Arve Henriksen. Op het bij ECM Records verschenen 'Arcanum' horen we hem met saxofonist Trygve Seim, bassist Anders Jormin en drummer, percussionist Markku Ounaskari. Op het bij April Records verschenen 'Sounds & Sequences' is hij te horen met bassist Johannes Lundberg, eveneens actief op elektronica en drummer Daniel Sommer.

'Arcanum' bevat zestien vrij korte stukken, slechts een enkele compositie komt boven de vier minuten uit. Het album vangt aan met het zo goed als unisono geblazen 'Nokitpyrt', althans voor het op boeiende wijze ontspoort. Op 'Blib A' horen we subtiele elektronica in de vorm van een aangename klanknevel, Ounaskari op bekkens scherpt de sfeer verder aan. Naadloos gaat het over in de bijzonder subtiele bassolo van 'Armon Lapset', gevolgd door een even intiem duospel van Seim, hier op sopraansax, en Henriksen. Het opwekkende 'Folksong' vormt een prachtig intermezzo, met stuwend spel van Ounaskari en een mooi springerige sopraansaxsolo van Seim. Zijn eigen compositie 'Trofast' is net zo goed door volksmuziek beïnvloed. Schitterend wat hij hier met die sopraansax doet, met de bas van Jormin discreet op de achtergrond. Verderop krijgt dit stuk meer dynamiek en vallen met name de bijdragen van de blazers op. Op het scherpst van de snede klinkt Henriksen aan het begin van 'Old Dreams', een heerlijk disruptief stuk te midden van dit harmonieuze album. Luisterrijk unisono spel wederom in 'Koto' en 'Elegy' en prachtige subtiliteiten in 'Polvere Uno', Hendriksens elektronica in combinatie met Seims sopraansax. Op trompet klinkt Henriksen weer zeer overtuigend in 'Morning Meditation'. Hier horen we duidelijk die subtiel meanderende klank waar zijn spel zo bekend om is. 'Le Fontaine' is de moeite van het noemen eveneens waard vanwege de solo op tenorsax van Seim en het stuwende slagwerk van Ounaskari. En dan nog een keer Henriksen, voor wat betreft dit album dan: 'Shadow Trail' is een titel die uitstekend past bij de wolken van klank die hij hier neerzet.

Ook 'Sounds & Sequences' bestaat uit over het algemeen vrij korte stukken en vangt aan met 'Vejen Til Epidemin', een stemmig, maar ook wat duister stuk. Henriksens trompet klinkt vrij pregnant en Sommer legt een sterke ritmiek neer, terwijl we Lundberg hier met elektronica in de weer horen, de duisternis verder vormgevend. Henriksen op trompet klinkt boeiend op 'Hey, Superhero', maar let hier ook zeker op de stuwende wijze waarop de ritmesectie hem begeleid. Het met ruim zes minuten lange 'Skyggespil' valt op door de sterke ritmiek en het boeiende spel van Henriksen. Bijzondere trompetklanken ook in 'Gothenburg Volume Three', prachtig hoe Henriksen het hier met behulp van elektronica omzet in subtiele klanknevels. Sommers slagwerk voegt hier iets wezenlijk aan toe. Qua slagwerk valt ook het titelstuk 'Sounds And Sequences' op. Sommer legt hier een aantrekkelijk ritmisch patroon, een perfecte bedding voor Henriksens trompetspel en de elektronica van Lundberg. En qua trompetspel is ook zeker 'Ego Ekko' bijzonder. U weet vast dat Henriksen ook vocaal actief is, al hoorden we dat tot nu toe niet. In 'Beautiful Daisy' mogen we dan eindelijk weer eens genieten van zijn hoge klanken in fantasietaal. Goed, dan nog een keer dat stuwende slagwerk van Sommer, nu in 'Powerglass'.

Tekst: Ben Taffijn

Labels: , , , , , , , ,

(Ben Taffijn, 24.6.26) - [print] - [naar boven]



Cd
Joe Lovano - 'Paramount Quartet'

ECM, 2026 | Opname: februari 2025

De Amerikaanse saxofonist Joe Lovano blijft verrassen. Op 'Paramount Quartet', zijn laatste album, pakt hij uit met een nieuw kwartet waarin elke muzikant van een andere generatie is. Gitarist Julian Lage bracht eerder dit jaar al een album uit onder eigen naam: 'Scenes From Above'. Bassist, componist en bandleider Asante Santi Debriano speelde in de jaren 70 en 80 met Archie Shepp en Sam Rivers. Drummer Will Calhoun, ten slotte, zat sinds de jaren 80 achter de drumkit van de Amerikaanse popgroep Living Colour, die bekend was om zijn unieke mix van funk, metal, jazz en hiphop.

Aan zeven composities hebben Lovano en de zijnen genoeg om te overtuigen. Lovano schreef er vijf, 'First Song' is van Charlie Haden en 'Lady Day' - een hommage aan Billie Holiday - van Wayne Shorter. 'First Song' opent met intimistische gitaarklanken van Lage, waarna Lovano bijna fluisterend op zijn sax invalt. Het nummer ontspint zich als een zachte conversatie tussen twee geliefden en laat vooral een gevoel van grote schoonheid na. Lages gitaarpartijen zijn daarbij van een ontwapenende helderheid en doen me wat dat betreft soms denken aan die van 'onze' Bruno De Groote. 'Amsterdam' zet energieker en sneller in - omdat Amsterdam een bruisende stad is? -, met Lovano op taragot, een houten enkelriet blaasinstrument dat het uiterlijk heeft van een klarinet, maar waarvan de klank meer lijkt op die van een sopraansax. De bas en de drums geven flink van jetje en ook Lages gitaar steekt gaandeweg een tandje bij. Er gaat van deze track dan ook een gevoel van urgentie uit.

'The Call' is opnieuw bezadigder van aard. Lovano's sax klinkt alsof ze van fluweel gemaakt is en Debriano bespeelt zijn bas met de strijkstok. 'Fanfare For Unity' volgt het spoor van 'Amsterdam' en laat een kwieke en fitte indruk na. Lage grossiert in snelle loopjes, terwijl Lovano hem energiek van antwoord dient. 'Lady Day' is een van die bijzonder sterke composities waar Wayne Shorter een patent op had. Lage maakt op deze gevoelige track veel indruk met fijnzinnige partijen. Op'‘The Great Outdoors' drukt het kwartet flinke statements uit, maar daar heeft het - gelet op de titel van de track - dan ook alle ruimte voor. 'Congregation' is een waardige afsluiter van een gevarieerd, 44 minuten durend album waarop je sporen aantreft van americana, abstractie, freejazz en kamermuziek. Het bevat bovendien tal van texturen die samen een naadloze lappendeken vormen. Helende muziek, uitstekend geproducet door ECM-baas Manfred Eicher. Hopelijk laat Lovano's nieuwe kwartet in de toekomst nogmaals van zich horen!

Tekst: Patrick Auwelaert | Deze recensie verscheen ook in Jazz&mo'

Labels: , , , , ,

(Patrick Auwelaert, 5.6.26) - [print] - [naar boven]



Cd
Louis Sclavis - 'India'

Yolk, 2025 | Opname: november 2024

Klarinettist Louis Sclavis komt op deze blog om de zoveel tijd voorbij. Ik houd van zijn toon en van zijn eclectische benadering van muziek. Het is jazz, folk, klassiek en hij vermengt moeiteloos de westerse muziektraditie met die van andere continenten. Nu weer op 'India', de titel zegt al genoeg, dat hij maakte met zijn kwintet dat sinds 2015 al twee albums eerder uitbracht, 'Loin Dans Les Terres (Live At Theater Gütersloh)' uit 2017 en 'Characters On A Wall' uit 2019. Op dit nieuwe, bij Yolk Records verschenen 'India', vinden we wederom naast Sclavis op klarinetten Olivier Laisney op trompet, Benjamin Moussay op piano, Sarah Murcia op contrabas en Christophe Lavergne op drums. Verder horen we in één stuk violist Dominique Pifarély in een gastrol.

India dus, waar Sclavis goede herinneringen aan heeft en waar hij naar verwijst in de diverse door hem gecomponeerde stukken, te beginnen met een ode aan 'Phoolan Devi', die opklom van bandietenleider tot parlementslid en in 2001 werd vermoord. We horen eerst Moussay en dan een aantrekkelijk melodieus patroon, culminerend in zo'n typisch warmbloedige Sclavis-solo op basklarinet. Het is wederom Moussay die we in een relatief lange solo horen aan het begin van 'Un Théatre Sur Les Docks', volgens de tekst bij de cd zich bevindend in Calcutta. Moussay stapt over op een repetitief patroon dat verder vorm krijgt door Laisney. Maar het hoogtepunt is toch die prachtig doorwrochte bassolo van Murcia. Sclavis horen we weer heel mooi in 'Mousson', met uiterst subtiel klarinetspel op een boeiend patroon van Moussay. Gaandeweg krijgt het stuk meer vaart, met name door het stuwende slagwerk van Lavergne. De basklarinet speelt een grote rol in 'A Night In Kali Temple', aanvankelijk in een boeiend duet met Murcia, donkere kleuren mengen zich. Vrij grillig pianospel volgt, afgewisseld met met melodieuze frases.

We maken een reis door India, van Calcutta - dat overigens sinds 2001 officieel Kolkata heet - naar 'Madras' en de Gangus, 'Gange'. Het eerste is een vrij dynamisch stuk met een stevige ritmiek en vooral overtuigend trompetspel, het tweede een opvallend langzaam stuk, zoals een brede rivier als de Ganges stroomt, gestaag. Dan volgen 'Long Train' en 'Short Train', die eindeloze treinreizen door dit immense land verklankend. Direct in dat 'Long Train' is het ritme dat van een trein - Murcia verklankt het, Sclavis varieert er op boeiende wijze op, de klanken van zijn basklarinet vormen meesterlijke patronen. En verderop is het wederom dat puntige pianospel van Moussay dat weet te boeien, maar let ook zeker op die stevige groove van het duo Murcia-Lavergne, culminerend in een bijzonder creatieve solo van die laatste. Het gaat hier overigens ook echt om een 'long train', met een duur van tien munten en een 'short train'’, met net nog geen minuut het kortste stuk van het album. Maar het is in dit stemmige momentum wel dat we de viool van Pifarély horen. Afsluiten doen we met 'Montée Au K2'. De K2 is met 8611 meter de op een na hoogste berg ter wereld, op de grens van Pakistan en China. Niet de hoogste, volgens kenners wel de moeilijkste. Ik ga er dan ook van uit dat het kwintet geen poging gewaagd heeft; muziek maken gaat ze beter af, veel beter.

Tekst: Ben Taffijn

Labels: , , , , ,

(Ben Taffijn, 30.5.26) - [print] - [naar boven]



Cd
Mark Turner - 'Patternmaster'

ECM, 2026 | Opname: april 2024

De Amerikaanse tenorsaxofonist Mark Turner is niet alleen bekend van zijn samenwerkingen met groten zoals Brad Mehldau, Kurt Rosenwinkel, Brian Blade, Ethan Iverson en Avishai Cohen, maar ook als leider van het trio Fly, met Larry Grenadier en Jeff Ballard, en als lid van het Billy Hart Quartet. Daarnaast leidt hij ook nog een kwartet zonder piano, waarmee hij de albums 'Lathe Of Heaven' (2014), 'Return From The Stars' (2024) en recent 'Patternmaster' uitbracht - alle geïnspireerd op het werk van geliefkoosde sciencefictionauteurs als Ursula K. Le Guin, Stanislaw Lem en Octavia E. Butler. Met trompettist Jason Palmer, contrabassist Joe Martin en drummer Jonathan Pinson bouwt Turner daarmee voort op Ornette Colemans kwartet uit de jaren 60, met Don Cherry op trompet. Turners speelstijl is nochtans meer gebaseerd op de innovatieve verworvenheden van giants zoals John Coltrane, Warne Marsh en Joe Henderson, van wie de saxofonist de solo's grondig bestudeerde tijdens zijn opleiding aan het Berklee College of Music in Boston.

Turner schreef voor 'Patternmaster' zes composities die goed in het gehoor liggen en een homogene indruk nalaten. Beide blazers voeren vaak pittige maar altijd beschaafde conversaties, waarbij vooral de unisono gespeelde partijen een gevoel van kameraadschap oproepen. Turner en Palmer voelen elkaar dan ook goed aan in hun improvisaties en stapelen de goedgemutste statements op, alsof ze elkaar lange tijd niet gezien hebben en elkaar veel te vertellen hebben. Martin en Pinson stellen zich dienstbaar aan hen op, maar roeren zich zo nu en dan toch om aan te tonen dat zij er ook nog zijn en dat niet alles om beide solisten draait. Ze delen plaagstoten uit, prikkelen de blazers en eisen solo's op, maar altijd in een gemoedelijke sfeer. Je zou dit kwartet dan ook een 'unit' kunnen noemen - een eenheid van vier intelligente, op elkaar afgestemde muzikanten die hun ego's opzij kunnen zetten ten voordele van het groepsgeluid.

'Patternmaster' is postbop van het zuiverste water – op aarde nog nauwelijks te vinden, maar misschien wel in een ander universum - en de zoveelste verrijking van de toch al indrukwekkende ECM-catalogus. Puik!

Tekst: Patrick Auwelaert | Deze recensie verscheen ook in Jazz&mo'

Labels: , , , , ,

(Patrick Auwelaert, 20.5.26) - [print] - [naar boven]



Concert | Cd | Jazztube
Flat Earth Society live!

vrijdag 8 mei 2026, Paradox, Tilburg
Flat Earth Society - 'Missa Asinorum'
Zonk!, 2026 | Opname: januari 2026

Ik zag ze in 2016, 2018, 2023 en afgelopen vrijdag: het Flat Earth Society Orchestra (FES), de trots van onze zuiderburen. Ik ben fan, ik geef het grif toe. Hoe kan het ook anders met dit stel creatievelingen dat je continu op het verkeerde been zet, vrolijk winkelt in alle denkbare muziekstijlen en wier concerten zich kenmerken door een niet te stuiten enthousiasme. En als je als bezoeker door de nodige tegenslagen niet zo geweldig in je vel zit, is dit ook nog eens het allerbeste medicijn dat je je kunt wensen. Probeer bij deze bigband maar eens somber te blijven! De muziek van het pas uitgekomen album 'Missa Asinorum' stond op het programma, samen met een stuk van het vorige album, dat we hier ook maar gelijk nog even meenemen: 'The One'.

Een mis dus. Mij niet onbekend, aangezien ik net zoveel houd van klassieke meesterwerken als van jazz. Ten minste dat dacht ik, want 'Missa Asinorum', gecomponeerd door de twee Peters, Vermeersch en Vandenberghe, lijkt in niets op die ontelbare beroemde voorgangers. Hoe zou het ook kunnen. De twee stellen op de website dat "2 ezels stukken schrijven", terwijl "15 ezels/ezelinnen spelen". Die kunnen natuurlijk geen Latijn. Wat volgt is een opdracht: "Ezelinnen, Niet-ezelinnen, Niet-ezels en Ezels aller landen, spitst uw oren". Welnu, dat deden we in Paradox en zojuist nog eens bij het beluisteren van het album. Het gezang in het 'Kyrie Asini' komt duidelijk van ezels en klinkt ook live van een bandopname. Dan volgt 'Donkey Fever', waarvan de tekst tot ons komt in aangenaam vervormde stemklanken, op een strakke, elektronisch voortgebrachte ritmiek. De piano komt erbij, de vibrafoon, de blazers en geleidelijk belandt de muziek in een aangename maalstroom. Dan horen we gitarist Maarten Flamand te midden van een indringende klanknevel zijn aanvankelijk intieme solo uitbouwen naar regelrechte rock, Frank Zappa - waar de muziek van dit orkest een deel van zijn inspiratie aan ontleent - naar de kroon stekend. En ja, natuurlijk klinkt dat net even wat beter live en klinken die ontregelende alt- en baritonsaxsolo's van Benjamin Boutreur, respectievelijk Bruno Vansina net even iets feller. En wat een aanwinst is de nog niet zo lang aan het orkest verbonden trompettiste Pauline Leblond! Een kraakheldere, ietwat melancholische solo laat dat uitstekend horen.

Het tweede deel van de mis, 'No Side Left', begint opvallend ingetogen met repetitief pianospel en een warmbloedige tenorsaxsolo van Michel Mast, die zeker live prachtig klinkt. Wat ook live veel beter tot zijn recht komt, zijn de verrichtingen van Bart Maris, die met veel plezier de overige blazers dirigeert en Masts spel uiteindelijk voor enige tijd zo goed als onhoorbaar maakt. En ook dat is typisch FES: diverse muzikale sferen keihard met elkaar laten botsen. Dat de sfeer verderop overslaat naar abstractie, met die prachtige trompetsolo van Maris, verbaast dan ook niets. 'Wash Away', het vierde deel, valt op door zijn meeslepende ritmiek. Het contemplatieve van de titel komt prachtig tot stand. Mede dankzij de zang van Vermeersch, die op het album overigens veel nadrukkelijker klinkt dan tijdens het concert. Eindigen doen we wederom met de ezels in samenzang: 'Hez Sire Asnez Hezi'.

Zoals met klassieke missen soms gebruikelijk is, wisselt ook FES de muziek van deze mis af met stukken van andere albums, allereerst van het in 2024 verschenen 'The One'. Van dat album klonk 'The Lost One' in Tilburg - bij beluisteren van de cd herinner ik me duidelijk dat begin, die combinatie van contrabas en klarinet. En dan komt de ritmiek op gang. Op die plaat horen we ook elementen die met circus en variété geassocieerd worden. Bij het ICP Orchestra komen we dat ook regelmatig tegen en het is dan ook niet echt verwonderlijk dat FES als toegift in Tilburg 'Weer Is Er Een Dag Voorbij' van Misha Mengelberg speelt. Met een bijzonder scherpe gitaarsolo, ook dat kenmerkt dit stuk.

Tekst: Ben Taffijn | Foto: Cees van de Ven | Video: Maarten van de Ven

Labels: , , , ,

(Ben Taffijn, 15.5.26) - [print] - [naar boven]



Cd | Jazztube
Guus Janssen, Bert van Erk & Wim Janssen - 'Live At The Pletterij'

Geestgronden, 2026 | Opname: 27 juni 2025

De eerste twee nummers op deze cd, 'Scharrel' en 'Telgang', zijn ook te vinden op Guus Janssens 'Organ'-album. Welnu, zoals je kunt verwachten was de beweeglijkheid van de pianist/componist daar beperkter. Ook ligt het tempo van 'Scharrel' hier wat hoger dan in de orgeluitvoering. 'Telgang' strompelt enigszins, maar niemand lijkt zich daarvoor te schamen. Ook belanden we en passant in een soort fuga.

Guus Janssen werd bekend om zijn strenge, methodische aanpak. Thans lijkt hij wat milder geworden - zoals wij allen, nietwaar. Maar op zijn manier swingt hij echt. Klein gebrek geen bezwaar. Broer Wim Janssen werkt al vanaf de wieg samen met Guus. Die hoeft dus ook niet meer na te denken waar hij zijn ritsels en tinkels achter de pianolijnen moet plaatsen. Ogen dicht, handen op de rug, zachtjes fluitend. Dikke maatjes, die horen we hier.

Wim is ook de tekenaar van het hoesje, waarop we zien hoe Horace Silver op de hoek van 42nd Street (42nd Street?!) door Thelonious Monk uit een taxi wordt geholpen. Duke Ellington koopt een ijsje van Abdullah Ibrahim en Misha Mengelberg de 'New York Times' van Herbie Nichols. Als je goed kijkt zie je dat het de krant van 21 juli 1969 is, met op de voorpagina in grote letters 'Men Walk On The Moon'. Zodat we gelijk weten wanneer de gedenkwaardige ontmoeting heeft plaatsgevonden. Op de achtergrond van dit alles speelt Sean Bergin heldentenor. Ons trio staat een beetje bedremmeld naar het tafereel te kijken. Heel begrijpelijk.

Bassist Bert van Erk heeft zich al een paar jaar geleden tussen de gebroeders gewurmd. Als Bert Janssen is hij inmiddels door de familie omarmd. Ja, alleen binnenshuis, hè. Zijn 'Bow For Monk' is niet zozeer een gestreken eerbetoon aan de hogepriester: Van Erk strijkt hier slechts een paar seconden - het betreft hier gewoon een nederige buiging.

Van Herbie Nichols wordt 'Wild Flower' gespeeld, met het voor Nichols zo kenmerkende contrapunt van de melodie en de baslijnen. Duke Ellingtons 'Creole Love Call' begint als een 'minimal' stuk, alsof de plaat blijft hangen. Even later komt alles goed, hoewel het nummer bedenkelijk blijft hellen.

'Monkey Woman' van Sean Bergin heeft de schaduw van een kwelasong – je benen zouden hier gegarandeerd verstrikt in raken, dat wel. Uit hetzelfde werelddeel komt 'Maraba Blue' van Ibrahim. Hier raken de bas en de piano knap verstrengeld: is hier misschien sprake van een vroeg voorbeeld van kwantumkwela?

Tekst: Eddy Determeyer

In de Jazztube hieronder zie je het concert dat aan de basis lag van deze cd: Guus Janssen, Bert van Erk en Wim Janssen live in De Pletterij.

Labels: , , ,

(Eddy Determeyer, 11.5.26) - [print] - [naar boven]



Cd
Dave Douglas - 'Transcend'

Greenleaf Music, 2026 | Opname: 18-19 augustus 2025

In 2024 bracht trompettist Dave Douglas het album 'Gifts' uit, waarop hij zich liet begeleiden door tenorsaxofonist James Brandon Lewis, gitarist Rafiq Bhatia en drummer Ian Chang. Op zijn nieuwe album 'Transcend' - na 'Four Freedoms' zijn tweede al dit jaar - werkte hij opnieuw met hen samen, met toevoeging van celliste Tomeka Reid. De opnamen vonden plaats op 18 en 19 augustus 2025 in NYC. Van de negen composities schreef Douglas er zes, de overige drie zijn van Duke Ellington. Die laatste speelt een belangrijke rol op 'Transcend' als spiritueel voorbeeld. In de hoesnota's verwijst Douglas naar Ellingtons 'Sacred Concerts', een reeks van drie concerten waaraan de componist werkte tussen 1965 en 1973 en die hij tot zijn belangrijkste werk rekende. Een andere inspiratiebron was beeldend kunstenaar Jack Whitten (1939-2018), wiens improvisatorische werkwijze aansloot bij die van jazzmuzikanten.

'Transcend' is een album waar de schoonheid vanaf spat. Het wonderlijke eraan is dat het kwintet soms klinkt als een klein orkest. Grotendeels debet daaraan is celliste Tomeka Reid, die haar instrument zowel met de strijkstok als pizzicato bespeelt. Maar ook het energieke samenspel van de vijf draagt bij aan het volle groepsgeluid. Douglas gebruikt op sommige nummers een demper, Bhatia - samen met Ian Chang lid van de experimentele rockgroep Son Lux - laat zijn gitaar alle hoeken van de kamer zien en grossiert naast rockriffs in functioneel aangewende geluidseffecten en elektronica. Zijn maatje Chang bewijst nog maar eens dat drummen meer is dan de maat houden en dat een drumstel een verfijnd solo-instrument is waarmee je talloze nuances kunt creëren, terwijl James Brandon Lewis zijn reputatie van eclectisch saxofonist alle eer aandoet.

De muziek op 'Transcend' beweegt zich voortdurend op en neer tussen uitersten - swing, ambient, freejazz, postbop -, klinkt nu eens lyrisch en melodieus en dan weer elegisch en spiritueel. De grote kracht ervan is dat al die invloeden op organische wijze met elkaar versmelten tot een typische groepsplaat, waarop de inbreng van elke muzikant gelijkwaardig is aan die van de andere muzikanten. Het zou mij niet verbazen als 'Transcend' eind dit jaar wereldwijd opduikt in tal van eindejaarslijstjes, waaronder het mijne.

Tekst: Patrick Auwelaert | Deze recensie verscheen ook in Jazz&mo'

Labels: , , , , ,

(Patrick Auwelaert, 4.5.26) - [print] - [naar boven]



Cd | Jazztube
Art Pepper - 'Everything Happens To Me | 1959 – Live at The Cellar'

Omnivore, 2026 | Opname: september 1959

Goed nieuws voor fans van de Amerikaanse altsaxofonist Art Pepper (1925-1982): recent kwam een historisch belangrijke archiefrelease van hem uit: een box met vier cd's, goed voor ruim vier uur liveopnamen uit 1959, over verschillende zomeravonden opgenomen in de legendarische jazzclub The Cellar in Vancouver, Canada. Het gaat om niet eerder uitgebrachte opnamen die jarenlang stof lagen te vergaren in archieven. Ze werden destijds op tape gezet door clubmanager Dave Quarin, zelf een begenadigd saxofonist. Sommige tracks zijn dan ook onvolledig omdat de band afliep, maar je krijgt er wel de clubsfeer bij. De onvolledige tracks - zes op een totaal van 32 - stoppen trouwens niet abrupt: geluidsingenieur Michael Graves, die de 67 jaar oude opnamen restaureerde, liet ze wijselijk uitfaden.

1959 was in meerdere opzichten een bijzonder jaar voor Pepper. Enerzijds kampte de saxofonist al sinds de vroege jaren vijftig met een zware heroïneverslaving die in 1959 opnieuw escaleerde, anderzijds pakte hij in datzelfde jaar uit met het steengoede album 'Art Pepper Plus Eleven'. Puur creatief bevond de saxofonist zich op een hoogtepunt, en dat is goed te horen op de opnamen. Hij werd bovendien begeleid door lokale muzikanten van topklasse: pianist Chris Gage, contrabassist George Clitheroe en drummer George Ursan. Ze speelden vooral standards uit de Great American Songbook ('Cherokee', 'All The Things You Are', 'Over The Rainbouw'), bebopklassiekers ('Yardbird Suite') en tracks van Peppers eigen albums ('Brown Gold', 'Holiday Flight').

In het bijbehorende boekje vind je het hele Cellar-verhaal terug, opgetekend door jazzcriticus Kirk Silsbee, alsook archieffoto's. Op het doosje prijkt dan weer een prachtige ingekleurde lino van Harry J. Webb, die in The Cellar boven de bar hing. Een uitgave om van te likkebaarden, en dat is precies wat ik nu al enkele weken doe. Nu jij nog!

Tekst: Patrick Auwelaert | Deze recensie verscheen ook in Jazz&mo'

In de Jazztube hieronder zie je een uitzending over Art Peppers optreden op het Kongsberg Jazzfestival 1980, met een interview en livebeelden.

Labels: , , , , ,

(Patrick Auwelaert, 23.4.26) - [print] - [naar boven]



Cd
Ruben Drenth & Bert van de Brink - 'In Our Solitude'

P50, 026

Trompettist Ruben Drenth en pianist Bert van de Brink kennen elkaar vanuit verschillende formaties waarin ze samen speelden. Vaak speelde Van de Brink dan op kerkorgel. De heren vonden het tijd om hun samenwerking vast te leggen op een album. Dit deden ze in de thuisstudio van de pianist in Ophemert, waar Van de Brink achter zijn eigen vleugel plaatsnam. Een ideale setting om in een ontspannen sfeer samen te spelen en op te nemen.

De geluidsopnamen zijn in één dag opgenomen en klinken geluidstechnisch bovendien erg fraai, dit voor de hifi-liefhebbers. De meeste composities zijn van eigen hand, op drie na, zoals het openingsnummer 'Solitude', een compositie van Ellington. Hier is duidelijk te horen dat Drenth en Van de Brink goed thuis zijn in het idioom van de jazztraditie. Daarnaast 'Beatrice', een compositie van Sam Rivers en het slotstuk 'Tricotism' van Oscar Pettiford. Die laatste is ook de enige uptempo track van dit album, de overige stukken zijn medium of langzaam van tempo.

De heren zijn in hun solo's niet uit op virtuoos spel met effectbejag. Integendeel, de uitdaging wordt gezocht in intiem samenspel waar de twee musici elkaar uitdagen, waar plaagstootjes worden uitgedeeld en waar elkaar de ruimte wordt gegund. Dat Van de Brink gezien zijn ervaring en staat van dienst creatief met het geschreven materiaal om weet te gaan ligt in de lijn der verwachting, dat Drenth in zijn ontwikkeling al zover is, is ronduit indrukwekkend. Zijn toon is rijk van aard, het samenspel klinkt ontspannen en intiem.

De plaat kent ook een aantal geïmproviseerde 'Interludes'. Deze klinken niet of ze volledig zijn geïmproviseerd. Aan de ene kant is dat een compliment door de harmonische structuur en logica in de improvisaties , aan de andere kant klinken ze soms een beetje bedachtzaam. Een wat onverwachte move in de improvisaties, had het wellicht iets spannender gemaakt.

Een van de hoogtepunten vind ik het nummer 'Willemijn' een compositie van Van de Brink. Heel dichtbij en liefdevol gespeeld met veel emotionele diepgang. En prachtig lyrisch spel van de pianist.

Het doel van de plaat was om de samenwerking tussen de twee musici vorm te geven en daar zijn ze in positieve zin zeker in geslaagd. Er wordt in ontspannen sfeer gemusiceerd, waarbij je hoort dat de twee elkaar muzikaal goed kennen en met veel plezier samenspelen op een muzikaal gezien hoog niveau. Goed gedaan, heren!

Tekst: Koen Scherer

Labels: , ,

(Koen Scherer, 22.4.26) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...








Menupagina's:









Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.