|
Draai om je oren Jazz en meer - Weblog |
|
||
|
| |||
ConcertEen akelig busongeluk Lean Left | It Dockumer Lokoaltsje, zondag 29 maart 2026, VERA, Groningen Een akelig busongeluk met versnellende en vertragende sequenties. Met krijsende remmen, scheurend ijzer en oorverdovende knallen. Een grottenmonster met onwelriekende adem. Een naaimachine die op hol is geslagen en heel haar omgeving met elkaar verknoopt. Dat zijn zo wat associaties die opborrelen bij het optreden van Lean Left. Lean Left, dat zijn Ken Vandermark, rieten, Terrie Hessels en Andy Moor, gitaren en Paal Nilssen-Love, drums. Niet voor de teerhartigen. Op klarinet raakt Vandermark in regionen die tot dusver verboden terrein voor het instrument waren. Ik moet me even naar het podium dringen om vast te stellen dat het inderdaad een klarinet is en niet een of ander exotische fluit. Dit is muziek voor de goede, de allerbeste luim. Al zie ik ook een aantal geharde VERAveteranen het pand verlaten met doffe, om niet te zeggen wanhopige blikken. Terrie 'Ex' Hessels voert intussen zijn ochtendgymnastiek uit zoals we dat van hem gewend zijn. Goeie ouderwetse free jazz, met voldoende openingen om even op adem te komen. Deze orgie werd voorafgegaan door een optreden van It Dockumer Lokoaltsje, de trots van Friesland gedurende de laatste veertig jaar. Punkmuziek met een hijsje hoempa. Ook hier betreden we hier en daar een stiltezone. Een open plek in Boswachterij Appelscha. Nu moet ik erbij zeggen dat ik betrekkelijk weinig ervaring heb met boswandelingen en de aldaar te vinden open plekken. Het is meer een beeld uit sprookjes en romans. Ik had het kunnen weten: eerder op de avond gebruikte ik het souper met de kleinkinderen. Dat alleen al is een Barnum and Bailey-spektakel met vier pistes. Maar dat valt dus een beetje buiten het kader van Draai. Tekst: Eddy Determeyer | Foto: Martsen Hut, meer foto's te zien via VERALabels: Andy Moor, concert, It Dockumer Lokaeltsje, Ken Vandermark, Lean Left, Paal Nillsen-Love, Terrie Ex, Terrie Hessels (Eddy Determeyer, 1.4.26) - [print]
- [naar boven] In december 2019 ondernamen de Noorse drummer Paal Nilssen-Love en de Amerikaanse rietblazer Ken Vandermark een tour naar Japan. De opnames van vijf concerten uit die tour vinden we (deels) terug in een zeven cd's tellende box, simpelweg 'Japan 2019' geheten, uitgebracht bij Nilssen-Love's eigen PNL Records. We horen het duo in wisselende samenstelling met de rietblazer Akira Sakata en de pianisten Masahiko Satoh en Yuji Takahashi. Degenen die deze musici kennen, weten: dit betekent muzikaal vuurwerk! Als aanvulling dient een tour-dagboek van Vandermark, als boekje in de box, een mooie blik achter de schermen biedend. We beginnen met de eerste cd, die bestaat uit een duet tussen Vandermark en Nilssen-Love, opgenomen op 4 december in Tokyo. De twee - we horen Vandermark op tenorsax - geven elkaar hier het eerste kwartier geen moment rust. Pas rond de zeventiende minuut komt daar verandering in, het krijgt gestalte in een wondermooie klarinetsolo van Vandermark. Na enige tijd sluit Nilssen-Love weer aan voor een opvallend rustig duet. Het tweede deel van de eerst cd vangt aan met een solo van Nilssen-Love, waarna Vandermark - weer op tenorsax - opvallend melodieus aansluit. Maar natuurlijk, ook hier loopt de spanning weer op en belanden we in een maalstroom van klanken, die eindigt in een bijzonder spannende en broeierige drumsolo. Op de tweede cd, opgenomen tijdens hetzelfde concert, krijgen de twee versterking van pianist Takahashi voor een bijzonder abstracte en dynamische set. De klanken schieten hier werkelijk alle kanten op. Pas halverwege neemt de muziek een andere wending en horen we Takahashi's klassieke achtergrond in ingetogen pianospel. Na wederom een tumultueuze frase is het de drumsolo die opvalt en dan met name de verstilde ritmiek.
Het laatste concert in de box was ook het laatste concert tijdens deze tour. Op 22 december speelden de twee als duo in Osaka. De opnames zijn van mindere kwaliteit dan de overige cd's, maar het muzikale spektakel is er niet minder om. De opnames zijn verdeeld in vier delen en het eerste fragment dat echt opvalt is die ritmische passage aan het eind van het eerste deel, met een bijzonder melodieus blazende Vandermark, waarna we hem aansluitend aan het begin van het tweede stuk solo horen, gevolgd door al even subtiele percussie van Nilssen-Love, met een grote rol voor gongs en bekkens. Verderop wordt het een duet, waarin de combinatie van deze metalen percussie en Vandermarks klarinet wondermooi uitpakt. Het derde stuk, met iets meer dan een half uur tevens het langste stuk, is weer helemaal waar dit duo zo bekend van is: overdonderend muzikaal vuurwerk. Overigens voorzien van een rustig intermezzo, dat qua sfeer sterk lijkt op dat begin van het tweede stuk, waarna de muziek weer in een stroomversnelling komt, straf slagwerk en repetitieve patronen worden ons deel. En dan rest nog het vierde stuk, iets meer dan vier minuten om bij te komen van al die muzikale overdaad. De complete box is te beluisteren via Bandcamp en daar ook te koop. Foto's: Cees van de Ven Labels: Akira Sakata, cd, Ken Vandermark, Masahiko Satoh, Paal Nillsen-Love, Yuji Takahashi (Ben Taffijn, 10.9.24) - [print]
- [naar boven] De samenwerking met de Hongaarse rietblazer István Grencsó gaat al enkele jaren terug, van toen Ken Vandermark zich bij diens kwintet voegde, wat het onder de radar gebleven 'Not Slam The Door!' opleverde. Het was de start van een samenwerking die een vervolg moest krijgen. Niet enkel omdat er een goede persoonlijke connectie was, maar ook een artistieke. Vandermark was terug in het begin van 2020 voor een aantal concerten (het zouden zowat zijn laatste voor een hele tijd worden) en de tijd werd ook gebruikt voor opnames waarvoor nieuw materiaal werd geschreven, maar ook een korte geïmproviseerde livesessie in de studio met bassist Róbert Benkő. De wederzijdse empathie en verwantschap spat alleszins van deze opnames. Het voelt als een ontmoeting van gelijken die slechts een aanzet nodig hebben om op dezelfde golflengte te zitten. Vandermark heeft die bijvoorbeeld ook met Joe McPhee of Ab Baars, maar het lijkt wel alsof hij qua sound en ideeën een soort tweelingbroer vond in de Hongaar, omdat de twee soms amper van elkaar te onderscheiden vallen (dat de info dat de ene in het rechterkanaal zit en de andere in het linkerkanaal niet altijd klopt, maakt het ook wat complexer). Maar dat hoeft geen probleem te zijn, want zelfs in de meest vrije passages zorgt het voor een sterke focus.
Buitenbeentje: hun versie van 'Ode To Women' van György Szabados (1939-2011), een pionier van de Hongaarse freejazz, waar zowel Benkő als Grencsó nog mee speelden. Basklarinet en tenorsax beheerst verstrengeld in een statig eerbetoon. Benkő van zijn kant is in zes stukken een goeie sparringpartner voor de twee rietblazers: soms assertief, een gewillige participant in een stevig partijtje worstelen, maar net zo vaak een subtiele kracht op de achtergrond, in stukken waarin hij met de strijkstok genereus kleur toevoegt. Het maakt van 'Burning River, Melting Sea' een rijk, genuanceerd album voor fijnproevers en alweer een mooie illustratie dat de man van Chicago een duurzaam web van Europese connecties heeft uitgebouwd, waar voorlopig nog geen sleet op zit. Het album verscheen in de 'Systems vs. Artefacts'-reeks van digitale releases op Vandermarks Audiographic Records. Deze recensie verscheen ook op Enola.be Labels: cd, István Grencsó, Ken Vandermark, Róbert Benkő (Guy Peters, 2.6.21) - [print]
- [naar boven] Lees verder in het archief...
|
Archief
Artikelen Cd-recensies Concertrecensies Colofon Festivalverslagen Interviews Jazz in memoriams
Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken? |