Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Concert
De trommelfee keert terug

Alexia Harpa Trio, dinsdag 20 oktober 2026, De Smederij, Groningen

Ja, voor de rest van de wereld is het natuurlijk een mooie aanwinst. Zal best. Maar hier in Groningen zijn we er nog niet echt goed overheen dat ze afgelopen zomer, na haar eindexamen, de wijde wereld introk. Goh, geef die meid, die Alexia-Anastasia Harpa (Boekarest, 2004) een bassdrum en een crash cymbal en je zal de hele avond gegarandeerd van de ene verbazing in de andere vallen. Wow, die coördinatie alleen al!

Het zaaltje aan de Tuinstraat was dan ook berstensvol vanwege haar eerste optreden hier als bandleider. Ze werd terzijde gestaan door twee eminenties, Karel Boehlee op piano en Frans van der Hoeven, bas. Die eerste viel op met zijn trotse, statige thema van 'The Peacocks' en zijn billevansesque mijmeringen en subtiele dynamiek in de ballad 'Blue In Green', zijn feature.

Daarbij volgde Harpa hem op de hielen. Zou Boehlee een fissuur in het weefsel van een liedje hebben ontdekt, dan was de trommelfee al los van de grond eer de pianist aan de overkant was geland. Bij wijze van spreken dan, hè - veel valkuilen en obstakels hoorden we in De Smederij niet. Zo volgde ze Boehlee in het zonder opsmuk gespeelde 'I Love You', ook in dynamisch opzicht. In het reeds genoemde 'Blue In Green' was ook ruimte voor een duet van drums en bas op het scherpst van de snede. Gossiemijne, de ene waanzinnige combinatie na de andere.

Het was een uitgesproken geanimeerde avond, dat zult jelui wel geloven. Met een slagwerker als Alexia Harpa ga je op avontuur, je duikt in schaduwwerelden om even later uitbundig de zon weer in te springen.

Hé, als jullie daar niets in dit meiske zien willen we haar hier wel weer terug, hoor.

Tekst: Eddy Determeyer | Foto: Diederik Idema

Labels: , , , ,

(Eddy Determeyer, 25.10.26) - [print] - [naar boven]



Concert
Hey, hey, Henry Hey!

Henry Hey Trio, dinsdag 6 oktober 2026, De Smederij, Groningen

Het openingsstuk duidde al helder de richting die het optreden uit zou gaan. Om te beginnen speelde pianist Henry Hey Chick Corea's 'Bud Powell' namelijk. Het werd dus inderdaad bop met vrije trekjes. Hey speelde lineair, met onderweg speelse sprongetjes en korte adempauzes om het landschap snel in zich op te nemen. Hij had het duidelijk naar zijn zin met deze muziek, deze muzikanten en dit publiek. Hier in Nederland heeft Hey (nog) hoegenaamd geen naam, maar in Amerika heeft hij zijn sporen in de muziekindustrie ruimschoots verdiend. Zo was hij muzikaal leider van Rod Stewarts 'Great American Songbook'-project. Iets degelijks gold voor David Bowie's jazzy werk van de periode 2013-2016. Ook filmscores ('Ocean's Eleven', 'Ocean's 8' en 'Dumb And Dumber too') brachten in huize Hey brood op de plank.

Maar bebop was, zeg maar, echt zijn ding dus. Vóór de pauze werden er uitsluitend originals gespeeld. Opmerkelijk en dapper voor een trio dat nooit eerder met elkaar had gewerkt. "Ach," sprak bassist Joris Teepe na afloop, "je neemt in het vliegtuig gewoon even de schema's door." Een van de meest originele composities was een blues die verschillende toonaarden doorliep. Als een schip dat lijkt te zinken, maar telkens toch weer uit de golven opduikt.

Curieus in dit verband was ook de vertolking van Teepes 'The Bassman', dat hij naar eigen zeggen zo'n jaar of dertig niet had gespeeld. Bij Teepe had je soms het idee dat de contrabas hem eigenlijk te weinig mogelijkheden biedt om zich ten volle uit te drukken. Misschien moet hij eens nadenken over een Siamese versmelting met een sousafoon. Of een klarinet. De gekste dingen. Nu kreeg je in zijn soli een enkele keer de indruk dat hij eigenlijk het liefst 'voorbij' de bas wilde spelen. Heel spannend, allemaal.

Wanneer je toevallig tijdens de drumsolo van Joost van Schaik in 'Con Alma' was binnengelopen, had je het stuk gelijk herkend. Ook hij speelde in dit trio zo strak als een tuidraad.

Misschien heeft het Henry Hey Trio als unit nog niet veel kilometers gemaakt. Centimeters, eerder. Doch het vakmanschap van de muzikanten en hun onwaarschijnlijk grote oren zorgden voor een avond waarbij je voortdurend moest uitkijken om niet van het puntje van je stoel te kukelen.

Tekst: Eddy Determeyer | Foto: Diederik Idema

Labels: , , , , , ,

(Eddy Determeyer, 14.10.26) - [print] - [naar boven]



Concert
Uit de aarde en door het schedeldak

Ensemble Nist-Nah | Jon Collins, vrijdag 2 oktober 2026, VERA, Groningen

Spoiler alert: wanneer uw scribent een carillon hoort of een gamelanorkest, is hij onherroepelijk verkocht. De eerste acht jaar van zijn bestaan bracht hij namelijk pal tegenover een stadhuis door, met elk uur een signaal van de stadsklokken, plus de paardjes die bovenin de gevel in beweging kwamen. En dan waren er vanzelfsprekend ook de concerten tijdens de markt- en feestdagen.

Welnu, de gamelanklokken vormden slechts een bescheiden onderdeel van het immense percussie-instrumentenarsenaal van het Franse Ensemble Nist-Nah, dat zover het oog reikte bezit had genomen van VERA. Een collectie bekkens, gongs, metallofoons, trommels, balken en wat dies meer zij in alle soorten en maten. De grootste, diepste gong produceerde explosies die uit de krochten van de aarde zelf leken te komen. 150 meter verderop spitsten de terrasgangers op de Grote Markt hun oren: in welk laatje lagen de formulieren van de Mijnbouwschade ook alweer?

De voorstelling van Nist-Nah werd geopend met twee kleine, verschillend gestemde bekkens die samen met het drumstel bij wijze van openingsfanfare ritmen voortbrachten die aan Steve Reichs percussiewerk deden denken. Ongetwijfeld hebben de zes leden van het Ensemble veel naar Reich geluisterd - maar meer nog naar de percussietradities van heel Zuidoost-Azië. Uitermate vrolijke muziek was het soms, je zou er zó een begrafenis bij kunnen fantaseren.

De stukken, head arrangements, waren er zó duchtig ingestampt dat werkelijk alles spatgelijk verliep. Althans, wanneer dat zo bedoeld was. Vaak ging het om de nuances van de gezamenlijke geluiden van twee of drie instrumenten. Of om de schommelende cadansen die ontstonden wanneer die instrumenten bij elkaar uit de pas liepen.

Leken de tonen van de grote gong uit de aarde te komen, de geluiden van snarenspeler Jon Collins, die het voorprogramma verzorgde, kamen rechtstreeks via het schedeldak de grijze massa binnen en van daaruit merg & been. Collins verdeelde zijn aandacht tussen de gangbare elektrische gitaar en de middeleeuwse Zweedse nyckelharpa. De met een slide bespeelde gitaar genereerde een soort ambiënte massa die tot onder pianissimo wegstierf en weer aanzwol. De boventonen waren niet van de lucht. Krijsende harpijen kwamen ons kwellen. Het gebodene leek afwisselend stabiel en onstabiel en hield het publiek adem- en roerloos.

Geen probleem: deze week staat er wel weer een rockgroup onbekommerd ouderwets te hakken in het undergroundcentrum aan de Oosterstraat.

Tekst: Eddy Determeyer | Foto: Saskia Ludden, meer foto's te zien via VERA

Labels: , , ,

(Eddy Determeyer, 10.10.26) - [print] - [naar boven]



Concert
Hoe meer zielen...

Undercurrent Trio & Veneman & Niescier, zaterdag 19 september 2026, PlusEtage, Baarle-Nassau

Het Undercurrent Trio, bestaande uit rietblazer Iman Spaargaren, gitarist Guillermo Celano en drummer Marcos Baggiani, begint steeds verder uit te dijen. Op het in 2024 bij Zennez Records verschenen 'Cloud Song' kregen ze versterking van trompettiste Susan Veneman en afgelopen maart voegde saxofoniste Angelica Niescier, die recent nog te horen was op Summer Bummer, zich bij het kwartet voor opnames van een later dit jaar te verschijnen nieuw album. Deze zaterdagavond stond het kwintet op het podium van de PlusEtage in Baarle-Nassau, waarbij Baggiani zich liet vervangen door drummer Nitin Parree. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd, lijkt Spaargaren te denken ...en gelijk heeft hij!

Een belangrijke inspiratiebron voor juist deze blazers ligt in het fameuze sextet – juist, nog eentje erbij dus - van Charles Mingus waarmee hij in mijn geboortejaar, 1964, door Europa toerde. Eric Dolphy op basklarinet, fluit en altsax, Clifford Jordan op tenorsax en Johnny Coles op trompet. Hier dus Spaargaren op klarinet en tenorsax, Niescier op altsax en Veneman op trompet. Alledrie hebben ze hun eigen kenmerkende stijl; wat de een goed ligt, is voor de ander onontgonnen terrein en samen kunnen ze alles. Laat Veneman vooral indrukwekkend harmonieuze partijen blazen, het liefst ook nog vrij ingetogen en laat Niescier knetteren en de chaos opzoeken. Dat terwijl Spaargaren van beide uitersten de eindjes aan elkaar knoopt en zorgt dat we met ons allen de eindstreep halen. Spaargaren, Celano en Baggiani kennen elkaar inmiddels door en door en vormen normaal gesproken dan ook het stevige ankerpunt. Van Parree mag wat normaal gesproken Baggiani doet natuurlijk niet worden verwacht, hij doet meer dan zijn best, is een geweldige drummer, maar gaat soms wel iets teveel zijn eigen weg. We vergeven het hem, het is al mooi dat hij erbij kan zijn.

We beginnen met 'Minor Is The New Major' en een lome ritmiek, het ultieme minorgevoel: de blues. We horen beeldende solo's van Spaargaren en Veneman, daar zijn die twee duidelijk goed in. Ook mooi: de door Spaargaren strak gedirigeerde blazerslijnen, bijvoorbeeld in 'A Current State Of Affair', waarin we voor het eerst Niescier horen met een springerig speelse solo, gloedvol begeleid door Parree, die deze stijl van spelen duidelijk aanspreekt. Een stuk waarin het bovengenoemde verschil in stijlen ook mooi aan bod komt. De solo's van Veneman, Spaargaren en Niescier zijn duidelijk van elkaar te onderscheiden. Spaargaren zag vakgenoot Chris Speed in het Bimhuis en raakte geënthousiasmeerd door zijn verhalende wijze van componeren, 'The Great Unwinding' was het resultaat. Met veel verbeeldingskracht vertelt Spaargaren hier op tenorsax zijn verhaal, de dames hebben even pauze. Opvallend is het duet van Niescier en Celano tegen het einde van het stuk, waarin we duidelijk in een andere sfeer belanden. 'The Sacred Space' opent met een geheel solo gespeeld intro van Spaargaren op tenorsax, gevolgd door een drumsolo van Parree. Een harmonieus deel doet zijn intrede, iets waar we eveneens mee eindigen. Het middendeel contrasteert hier sterk mee; daar overheerst de creatieve chaos. 'Africanea' brengt ons conform de titel in geheel andere sferen, al eindigt dit stuk eveneens in een krachtige dynamiek waarin met name Niescier zich prima thuis voelt.

Twee keer is Spaargaren te horen op klarinet. 'La Tenis De Imanolo' is een cumbia, 'Madrugado En Rio Amizacate' een milonga, beiden Zuid-Amerikaanse dansen. Muziek die zich uitstekend leent voor dit instrument. De soepele lijnen die Spaargaren hier blaast, genesteld in de ritmiek van Celano en Parree, zijn een lust voor het oor. Bijzonder aan die stukken is daarnaast dat ze een geheel andere muzikale sfeer in het concert brengen, waarmee de veelzijdigheid van dit trio plus nog eens wordt benadrukt. Dat bereikt deze bijzondere band eveneens met 'Turning Point' van Jimi Hendrix. Celano mag voor deze ene keer zijn versterker helemaal opendraaien en geniet daar duidelijk van. Parree doet niet voor hem onder en de drie blazers slaan de brug naar de jazz, een mooie manier om een sterk concert krachtig af te sluiten.

Tekst: Ben Taffijn | Foto's: Jef Vandebroek

Labels: , , , , , , , ,

(Ben Taffijn, 8.10.26) - [print] - [naar boven]



Concert
Harp met een boodschap

Julie Campiche Quartet, donderdag 24 september 2026, CC Palethe, Pelt

Het seizoen 2026-27 van Pelt Jazz is geopend. Een fraaie serie van vijf concerten krijgt een avontuurlijke aftrap met de Geneefse harpiste Julie Campiche en haar kwartet. Het eerste nummer opent mysterieus en spannend: lange tonen van tenorsaxofonist Leo Fumagalli vloeien organisch samen met de zwevende harpklanken van Campiche. De aanvankelijk vreedzame muziek wordt subtiel verrijkt met smaakvolle effecten, een vast onderdeel van het klankpalet van alle vier de musici. Met stevige baslijnen van Manu Hagmann en gespierd slagwerk van Clemens Kuratle groeit het geheel uit tot een krachtige ouverture die je meteen bij de les houdt. 'Aquarius' heet het nummer, geïnspireerd door de rel rond het schip van hulporganisaties op de Middellandse Zee dat met 629 geredde migranten aan boord niet aan wal mocht.

Die gelaagdheid zit niet alleen in de instrumentatie en de elektronische effecten. Onder de muziek ligt ook een uitgesproken engagement en sympathie voor vormen van activisme. Die maatschappelijke onderlaag doet ertoe: ze geeft de composities extra betekenis en laat de muziek des te sterker spreken. 'Lies', een compositie van drummer Kuratle, heeft vervolgens een sterk meditatief karakter. De muziek klinkt ruimtelijk, krijgt gaandeweg een wat ritmischer temperament en vloeit naadloos over in 'Fridays Of Hope', waarin flarden van de Zweedse klimaatactiviste Greta Thunberg klinken. Het is een ode aan jonge mensen die hun stem laten horen en aan de Friday Movement. Tegelijkertijd is er een onderhuidse boosheid voelbaar over het onrecht in de wereld. Toch dompelt het publiek zich licht euforisch onder in de vette sound en de licht ontvlambare muziek.

Met 'Dasted Dard Nakoneh', afkomstig van het album 'Onkalo', komt de eerste set tot een indrukwekkend slot. De titel is een van de vele manieren om 'dankjewel' te zeggen in het Farsi. En opvallend: zonder ook maar een spoor van elektronica klinkt het kwartet al net zo overtuigend. De onderlinge chemie blijft overeind wanneer alle effecten even zwijgen. Harp, sax, contrabas en drums blijken op zichzelf al voldoende gereedschap voor een rijk en beweeglijk klanklandschap.

De tweede set begint met het licht ruig rockende 'The Other’s Share'. De harp van Campiche is opnieuw 'geprepareerd', ditmaal met een doek dat zorgvuldig tussen de snaren is gevouwen. Het levert een bijzondere klankkleur op, terwijl naast Campiche ook Fumagalli zich opnieuw als stevige smaakmaker manifesteert. De vier musici spelen zichtbaar met plezier op het mooi verlichte podium. Met 'Parenthese' schakelt de muziek naar een andere versnelling. Zachte stemmen en bedachtzame klanken creëren een bijna sprookjesachtige sfeer, die een weldadige innerlijke rust oproept. Het nummer is geïnspireerd op de manier waarop Campiche naar de 'kleine' dingen in het leven kijkt, de zaken die zij als het ware tussen haakjes plaatst. Soms zijn ze onbelangrijk, maar vaak blijken juist die kleine dingen essentieel en fundamenteel.

In 'Utopia', een compositie van Fumagalli, wordt het energie- en volumeniveau weer flink opgevoerd. Tot plotseling tussen harp en saxofoon een duet van stilte de hoofdrol overneemt. Even lijkt alles stil te vallen, om daarna de muzikale reis vol verrassingen en uitdagingen met hernieuwde energie voort te zetten. Met 'Flash Info' wordt de toegift ingezet. Het nummer draait om het ritme van de media en weerspiegelt de constante, hectische stroom en cadans van de hedendaagse nieuwsvoorziening. Bij Julie Campiche gaat muziek duidelijk niet alleen over haar magische instrument, maar ook over de boodschap die zij ermee wil overbrengen. En ondertussen beleeft het publiek in Pelt een fantastische avond: avontuurlijk, energiek en met genoeg stof om nog even over na te denken.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

Tekst: Ella & Eddy Westveer | Deze recensie verscheen ook op Jazzradar | Foto's & video: Cees van de Ven

Labels: , , , , ,

(Eddy Westveer, 4.10.26) - [print] - [naar boven]



Concert
Een leuke nalatenschap

Dick de Graaf Quartet, zondag 20 september 2026, TivoliVredenburg, Utrecht

"Er was geen muziekleraar die zo diep kon zuchten," vertelde pianist Mike Boddé over zijn mentor, de pianist en muziekdocent Rob van Kreeveld (1941-2023). "Van al mijn leraren was Rob de beste, de diepste ooit. Als er andere voormalige muziekdocenten van me in de zaal zitten, nou, sorry hoor."

Het programma van het Dick de Graaf Quartet in TivoliVredenburg stond in het teken van de nalatenschap van de Haagse meester. Diens beroemdste compositie, 'Meisjes Van Dertien', geschreven toen Van Kreeveld cabaretier Paul van Vliet begeleidde, in de periode 1964-1977, werd door Boddé als solostuk uitgevoerd, een toonpoëem met plotselinge stemmingswisselingen, hoekige hinksprongen en vertederende aarzelingen.

Dick de Graaf hoef je niks meer wijs te maken: hij kwam op als een elder statesman met een dito sound en een vanzelfsprekende zelfverzekerdheid. 'Peace' van Horace Silver was de aftrap. We hoorden hier ook flarden van 'All The Things You Are'. Zijn kwartet paart luchtigheid aan samenhang. Drummer John Engels, junior, ja, ook pas 89 immers, verraste in 'I’ll Rember April' met een korte solo waarin hij niet slechts de melodie van de Gene de Paul-evergreen evoceerde, maar binnen dat melodische frame ook nog leek te improviseren. Die man komt er wel.

Goed, nog een van Boddé dan. Van Kreeveld placht zijn sigaretten zo lang en zo beheerst te savoureren dat hij op het moment waarop de askegel eindelijk neerdaalde lickety split een verse kon doen ontbranden. De vijftienjarige leerling vond dat eigenlijk wel supercool. De mentor had dan zo'n soort vestje aan dat afgeladen was met snoep, rookwaar en restjes kaassoufflé uit de kantine van het Koninklijk Conservatorium. Wanneer je dan bloednerveus een nummer met een naar je eigen mening origineel en muzikaal slotakkoord had afgerond placht de professor op te springen onder de uitroep "Hartstikke leuk, maar schuif es op!" om vervolgens met een paar andere nootjes het slot tot leven te wekken. Kwam je dan de week erop dat nieuwe slot voorspelen riep Van Kreeveld uit: "Wat een onzin! Waar heb je dàt nou weer vandaan?!"

Tekst: Eddy Determeyer | Foto: Hammie van der Vorst

Labels: , , , ,

(Eddy Determeyer, 1.10.26) - [print] - [naar boven]



Concert | Film
Van onstuimig naar verstild
Teus Nobel - Child's Play, vrijdag 18 september 2026, Music Film Festival, Paradox, Tilburg

Van 18 tot en met 20 september 2026 vond in Tilburg de vijfde editie van het Music Film Festival plaats. Op verschillende locaties waren films en documentaires over muziek te zien. Het programma liep van trashmetal tot het Harlem Cultural Festival van 1969, en van een registratie van een concert van Sonic Youth tot een optreden van Oum Kalthoum uit 1967. Ook jazz en improvisatiemuziek kregen volop aandacht, vooral in jazzpodium Paradox. Daar was onder meer een nieuwe documentaire over Miles Davis te zien, met aandacht voor de manier waarop hij zijn muziek creëerde.

Op vrijdagavond draait het om de documentaire 'Human First', gevolgd door een optreden van Teus Nobel. 'Human First' toont een periode uit het leven van het gezin Nobel. Tijdens de ernstige ziekte van zijn partner probeert Nobel er voor haar en hun kinderen te zijn, terwijl zijn werk, de muziek, ook aandacht vraagt. Het korte interview in de auto raakt het meest: de trompettist vertelt dat zijn artistieke werk hem een uitvlucht biedt, terwijl hij beseft dat zijn partner hem juist nu het hardst nodig heeft. Juist dat openhartige moment maakt indruk, de bredere onzekerheid en de dreiging van verlies hadden wat meer verdieping verdient.

Voorafgaand aan het optreden roept de afwezigheid van vaste gitarist Teis Semey enige twijfel op over hoe de muziek live zal klinken. Zijn soms dissonante gitaarspel, de groove en de afwisseling tussen stille passages en opzwepende freejazz geven de muziek, live en op de plaat, spanning en urgent karakter. In Paradox neemt Jerôme Hol zijn plaats in. Hoewel deze jazzgitarist meer thuis is in blues en rock, vindt hij uitstekend zijn plek in de groep van Teus Nobel. Vaste krachten Jasper Høiby en Niek de Bruijn zijn overigens wel van de partij.

Het concert opent fel en fragmentarisch met 'Skin In The Game'. In 'That Is What It Is' geven ijle trompetklanken en de bassdrum de muziek een abstracte, onheilspellende sfeer. In deze stukken blijkt hoe vrij en spontaan de composities van het album 'Child’s Play' worden ingekleurd. De intensiteit is hoog, het samenspel bruist en voelt bij vlagen ordeloos aan. Drummer Niek de Bruijn biedt gelukkig het nodige houvast en de baspartijen van Jasper Høiby zijn virtuoos en aanstekelijk.

Naarmate het concert vordert maakt de explosiviteit plaats voor meer beschouwende muziek, zonder langdradig te worden. De ruimte tussen de noten maakt de muziek inzichtelijk. De invloed van de kinderen en de ziekte van Teus' partner tijdens de totstandkoming van de composities zijn steeds hoorbaar en indringend aanwezig, maar worden al ook even hilarisch als aangrijpend toegelicht zoals bij 'Child’s Play', 'The Brown Noise' en 'Hammertime'. Het laatste stuk 'Devine By Design' is een fraaie en spirituele apotheose en staat symbool voor een roerige periode die tot bedaren komt.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Louis Obbens.

Tekst & foto's: Louis Obbens

In de Jazztube hieronder zie je het concert dat Teus Nobel 4 gaf op donderdag 10 september in het Bimhuis, Amsterdam.

Labels: , , , , , , , ,

(Louis Obbens, 26.9.26) - [print] - [naar boven]



Concert
Feest van herkenning voor twee veteranen

Scott Hamilton & Rein de Graaff Trio ft. Philip Catherine, woensdag 16 september 2026, TivoliVredenburg, Utrecht

Niet één van deze mannen heeft introductie nodig voor de Nederlandse jazzliefhebber, en vooral niet voor wie houdt van old-school, recht-door-het-midden mainstream jazz. Dat betekent veel medium-swing over bekende nummers. Repertoire gebaseerd op een variant van een American Songbook-melodie, een blues of ritmeschema. Als de vorm AABA is komt de melodie twee keer terug over dezelfde harmonie. Dan ga je naar het bruggetje (James Brown "take it to the bridge") om weer terug te komen bij het laatste rondje melodie. Dan de solo's en voordat de laatste keer het thema langskomt is er vaak een vraag-en-antwoord tussen de drums en een of meerdere andere instrumenten.

Scott Hamilton is de meester van de winterwollen tenortonen. Vooral bij ballads raken die trillingen je bijna als een fluisterstem, ondanks het ontbreken van romantische tekst. Bij de medium-swing stukken krijg je optimistisch spetteren van melodische improvisatie. Hamilton spint een melodie, als een kantklosster, tot een perfecte draad om er dan een mooi kleedje van te weven. De brede akkoorden van Rein de Graaff aan de piano pakken steeds die noten uit de melodie die een gouden randje krijgen boven op zijn drie-vier- of meer klanken. Het tandem van drummer Eric Ineke en bassist Marius Beets kan dit repertoire midden in de nacht of direct na een winterslaap neerzetten, luttele seconden nadat ze wakker zijn. Ze zijn een solide backbone zoals een ritmesectie betaamt. Ineke bopt sinds de jaren 60 en heeft daarbij enkele generaties saxofonisten opgedreven tot geïnspireerde prestaties. Hier zijn met name bij de medium-swing stukken zijn bekkens soms wat schel, maar de brushes bij de ballads versterken passend de manier waarop Hamilton diep in je ziel grijpt. Met Beets heeft hij middels de Eric Ineke Jazz Express een outlet voor stevige bop en de twee mannen spelen als het werkwoordelijke gezegde 'met twee handen op een buik'.

Er is een extra vrolijke noot die alles weer net een ander kleurtje geeft. Dat is gitarist Philip Catherine, die misschien de oudste van het gezelschap is, maar die van zijn lang zal ze leven zijn vlegelharen nooit kwijt zal raken. Catherine schuifelt als mon oncle van Jaques Tati door de stukken. Schijnbaar met een lichte verbazing ontdekt hij nog steeds nieuwe in- en uitgangen in de harmonie en hij deelt dat plezier met de muzikanten en het publiek. Het is zichtbaar een feest van herkenning voor de twee veteranen Hamilton en Catherine om samen te spelen en het blijkt ook nog eens een primeur te zijn. Zou er een album in zitten? Ze spelen later deze maand nog in het Bimhuis.

De avond in TivoliVredenburg wordt aangekondigd door niemand minder dan Wim Wigt, die samen met echtgenote Ria tijdens de pauze en na afloop stapels Timeless Records van alle betrokkenen te koop aanbieden. Hun label wordt inmiddels door de volgende generatie Wigt voortgezet en er zijn prachtige opnames te koop. Verschillende Philip Catherine-albums; als hoofdact of met Toots Tielemans of Chet Baker. Er is ook 'Live At De Tor' van Hamilton met precies het trio dat hier vanavond speelt. De opnames uit 2004 zijn uitgebracht in 2024 en laten horen dat wie albumgeschiedenis schrijft, die blijft.

Tekst: Monica Rijpma | Foto's: Sydney Korsse

Labels: , , , , , ,

(Monica Rijpma, 24.9.26) - [print] - [naar boven]



Concert
Een held uit de kindertijd

Ben van Gelder Trio, woensdag 9 september 2026, Brouwerij Martinus, Groningen

Ja, kunst! Als je vader je op je vijfde laat horen hoe bijzonder die Sonny Rollins is, komt het natuurlijk nooit meer goed. Zo'n Rollins blijft dan onherroepelijk in je systeem zitten. Wat later kwamen er voor Bennie van Gelder Tina Brooks, Lee Konitz en al die anderen bij, maar in Brouwerij Martinus liet hij horen hoe Rollins bezit van hem had en heeft genomen. Het werd een eerbetoon aan de eerder dit jaar overleden Newk.

Hm, zult u zeggen, Rollins op altsaxofoon? Daar had Van Gelder wat op gevonden: de helft van de nummers speelde hij op zijn reguliere alt, de andere helft op C-Melody saxofoon. De C-Melody is in wezen een kleinere tenor die in C gestemd is, in plaats van de gangbare Bes-stemming. In de jaren twintig was de C wijdverbreid in de dansorkesten, doch alleen Frankie Trumbauer had er in de jazz succes mee. Maar op die C-Melody, uit de nalatenschap van rietblazer Willem Breuker (!), kon Van Gelder moeiteloos het hoge fluiten van de alt bereiken en het lage grommen van de tenor. Nou ja, moeiteloos: zo klonk het in ieder geval.

Het recital ging indrukwekkend van start met de 'Freedom Suite' (AD 1958) en reikte tot 'Doxy', vóór de toegift en 'Nobody Else But Me', de toegift, van twintig jaar later. Daartussenin 'Round Midnight', wonderschoon, zoals componist Thelonious Monk het ongetwijfeld bedoeld heeft. En die Ben van Gelder, het dreigt eentonig te worden, lijkt alleen maar te groeien. Krachtiger en expressiever en tegelijkertijd verfijnder.

Zijn Trio bevatte geen haarscheurtjes. In dynamisch opzicht sloot het combo vastberaden de rijen. Ton Felíces, 24, vers uit Barcelona in Amsterdam, vertelde boeiende en gedetailleerde verhalen op zijn contrabas. Huppelend als een elfje uit de 'Midsummer Night's Dream'. Amsterdam zal altijd zijn basis blijven, zo bezwoer hij uw reporter na het optreden, maar New York lokt ook hem. New York, New York, altijd maar New York, wordt het daar zo langzamerhand niet een tikje te vol=vol?

Drummer Wouter Kühne had er woensdag een handje van, zijn solo's uit te laten gaan van eenvoudige patronen, cellen, zeg maar, die dan geleidelijk aan intensiever worden, groeien en groeien. Hoe zijn stokken de vellen raken heeft hij ook volledig onder controle. Al met al een opening van het seizoen waar de stichting Jazz in Groningen zich niet voor hoeft te schamen.

Tekst: Eddy Determeyer | Foto: William Maail

Labels: , , , , ,

(Eddy Determeyer, 17.9.26) - [print] - [naar boven]



Concert
Opzwepende mix van flamenco, Afrikaanse muziek, dans en improvisatie
Marmoucha Orchestra feat. Antonio Lizana & Ahmad Joudeh, zaterdag 5 september 2026, Amare, Den Haag

Marmoucha Orchestra is het 'huisorkest' van Stichting Marmoucha. De Stichting ontwikkelt muziek- en muziektheatervoorstellingen om de culturele rijkdom uit Zuidwest-Azië en Noord-Afrika (SWANA-regio) onder de aandacht te brengen. Denk daarbij aan associaties met Arabische, Turkse, Armenische en Perzische klanken en Afrikaanse ritmes die samen vele lagen opeenstapelen. Deze uitvoeringen zijn steeds weer een oprechte beleving die de luisteraar meeneemt op een reis naar andere culturen en daardoor naar gedeelde emoties.

Afgelopen week was een van deze producties te zien en te horen in Nederland. 'Carried by the Wind' is een productie waarin flamenco, SWANA-muziek en dans samenkomen in doorwrochte composities en geïmproviseerde solo's. De première vond in 2025 plaats in het Bimhuis, als onderdeel van de Flamenco Biënnale Nederland en deze korte tournee in Nederland nu is weer de eerste hernieuwde samenwerking. Er zullen ook opnames worden gemaakt, dus hopelijk komt er nog een album.

Choreograaf en danser Ahmad Joudeh brengt in 'Carried by the Wind' de mystieke Sama-dans uit de Soefi-traditie naar het podium. In een interview vertelt hij hoe voor hem persoonlijk de dans als een draaiende meditatie fungeert, waarin ballingschap, veerkracht en overgave zichtbaar worden in de beweging. De danser en muzikanten verwoorden op hun beurt deze weergave voor en naar elkaar en het publiek is toeschouwer van deze wisselwerking.

Het project komt uit de fuik van de Spaanse zanger, saxofonist en componist Antonio Lizana in samenwerking met Arin Keshishi, muzikaal leider van Marmouche Orchestra. Lizana groeide op in de Spaanse regio die de bakermat is van de flamenco-traditie. Hij weet als singer-songwriter dit genre een nieuwe stem te geven. Daarnaast is hij een virtuoze jazzsaxofonist, en zijn muzikale aanpak sluit goed aan bij de musici van Marmoucha Orchestra, die elk gedegen technische vaardigheden en theoretische ondergrond combineren met vrije improvisatie.

Als kind raakte Lizana gefascineerd door de oosterse muziek nadat hij Omar Faruk Tekbilek hoorde. Verlangen doorklinkt in alle mediterrane muziek en bij 'Carried by the Wind' is die passie als 'gedragen door de wind' aanwezig in de zang, de muziek en de dans, zelfs in de atmosfeer van de zaal.

Arin Keshishi is muzikaal leider, componist en bassist van Marmoucha Orchestra, en ook al enkele jaren de bassist van het Lizana Kwintet. Lizana en Keshishi bouwden een sterke band op, op basis van hun gedeelde passies.

Met 'Carried by the Wind' stapt Lizana dit keer midden in het Marmoucha Orchestra, en de verschillende culturele talen vervloeien naadloos in elkaar. Oude nummers van Lizana en nieuwe composities van Keshishi krijgen een frisse aanpak en orkestratie. De drie strijkers worden verweven met de bas, oed en percussie. Deze onverwachte instrumentatie zorgt voor een klankwereld, die tegelijk vertrouwd klinkt, harmonisch vanwege de virtuoze uitvoering, en overdonderend door de intensiteit van de emoties, die vooral in de improvisaties tot op de spits worden gedreven.

'Aires de Marrakech' is een lied waarin Lizana zijn liefde voor de Oriënt onder woorden brengt. Het krijgt hier, met een arrangement van violist Oene van Geel, een kamermuziekachtige dimensie. De schoonheid wordt vervolgens geïntensiveerd door de zang en daarna door de hartstochtelijke solo's opgetild.

In 'Lizana in Sufiland', een compositie van Keshishi, wordt de Andalusische klaagzang in verheven fusionklanken geplaatst en in bas, percussie en saxofoonsolo opgezweept. Wanneer danser Ahmad Joudeh op het podium verschijnt om de Sama-dans uit te voeren, vervallen de grenzen tussen oost en west. Het gelaagde arrangement dat steeds wisselt met improvisatie zorgt voor een kat-en-muisspel en het geheel brengt het publiek in een gewillige trance. Het levert aan het eind van de avond staande ovaties op.

Tekst: Monica Rijpma | Foto's: Sydney Korsse

Labels: , , , , , ,

(Monica Rijpma, 13.9.26) - [print] - [naar boven]



Concert
Pops moest je er zelf bijdenken

Louis Armstrong Celebration Band o.l.v. Michael Varekamp, zondag 6 september 2026, Jazzclub Assen, Hingstman, Zeijen

Qua enthousiasme doet hij nauwelijks onder voor zijn grote goeie god. Een middagje met trompettist en zanger Michael Varekamp in Hingstman werkt zó aanstekelijk dat het niet anders kan dan dat Louis Armstrong zelf even aan de schoorsteen heeft meegeluisterd en "yeah, man!" gegrijnsd.

Ook qua uiterlijk heeft Varekamp wel iets van Pops, al is hij een gewone Rotterdamse jongen. (Wacht even: hebben de Louis Armstrong All Stars in 1968 in Rotterdam gespeeld?) In ieder geval, via een lp van Armstrong die hij in de platenkast van zijn vader vond ontdekte Michael op zijn tiende de jazz. Het Town Hall Concert uit 1947. Pa Varekamp wist wel wat-ie in huis haalde. En het is nooit meer goedgekomen. De trompettist ontwikkelde zich breed, speelde met Kenny Ball én Typhoon. Daarnaast is hij altijd heel actief geweest in het theater en de film. Maar oude liefde roest slecht en zo luisteren we zondagmiddag in café Hingstman in Zeijen naar de nakomelingen van de All Stars. Een opgeruimd gezelschap dat inmiddels zó lang onderweg is dat de leden met elkaar kunnen lezen, schrijven en ontbijten. Zo is de samenwerking binnen de ritmesectie voorbeeldig. De contrabas van Harry Emmery legt de basis, zoals dat een goede bas betaamt. Maar met zijn ervaring in allerhand moderne en fusionbands speelt hij soms ook het enfant terrible. Maar goed, deed Arvell Shaw dat in feite ook niet bij Armstrong? (Zoek diens solonummers maar eens op.) Drummer Erik Kooger is een lekkere roffelaar, helemaal in het straatje van Barrett Deems en Danny Barcelona. De snaartrommel, dames en heren, is het begin en het einde van het verhaal. En pianist Harry Kanters is net zo'n breed baasje als Varekamp, met ervaring in ragtime én bebop. Zijn feature is Jelly Roll Mortons 'Finger Breaker'. Een stuk dat precies is wat de naam doet vermoeden. Kanters' linkerhand is indrukwekkend en zijn power is maar net door zijn keyboard te absorberen.

In Sidney Bechets hit 'Petite Fleur' klinkt klarinettist Peter Verhas echt 'creools': heerlijk diep en vol. Denk: Edmond Hall. Hij kan ook tekeergaan als een Barney Bigard. In 'Si Y Vois Ma Mère' van andermaal Bechet speelt hij gevoelig en ingetogen als een kind bij de Eerste Communie.

Varekamp zelf is wel de laatste die een microfoon nodig heeft. Hij banjert onbekommerd zingend en tetterend door het publiek en vertelt en passant hoe hij het Louis Armstrong House Museum in Corona, NYC voor het eerst betrad. Hoe hij door de Japanse tuin dwaalde en de uitbouw bezichtigde die de Armstrongs op een gegeven moment lieten metselen. (Waarbij aangetekend kan worden dat Pops destijds de hele straat aanbood een dergelijke uitbouw te realiseren – anders zou het zo protserig zijn.)

Enfin, via de keuken en de slaapkamer op naar het heilige der heiligen. Het fluwelen kussen waarop Armstrongs Selmer rust. En... dat gastje uit Rotterdam mocht er daadwerkelijk op spelen! We zullen hem maar op zijn woord geloven. Of hij toen de fameuze intro van 'West End Blues' van 28 juni 1928 speelde vermeldt de historie niet, maar in Zeijen vervlecht hij de cadenza zo'n beetje noot voor noot in het coda van 'Basin Street Blues'. Het is en blijft een krachttoer.

Enfin, voor degene die zich een indruk wil vormen van de verrichtingen en met name de power van de Louis Armstrong Celebration Band is de eponieme cd op Timeless (TTD 670) geknipt.

Tekst: Eddy Determeyer | Foto: Hammie van der Vorst

Labels: , , , , , ,

(Eddy Determeyer, 12.9.26) - [print] - [naar boven]



Concert
Een hele kleine FietsTour

EHBO, zaterdag 29 augustus 2026, Sint-Ludgerkerk, Garnwerd

We zitten in de kerk en dat zullen we weten ook. De Sint-Ludgerkerk (twaalfde eeuw? dertiende?) in Garnwerd, om precies te zijn. Drummer Han Bennink opent de dienst met een psalm, uit zijn jeugd, die hij telefonisch aan de leden van EHBO heeft voorgezongen. Daar zitten vermoedelijk ook heidenen bij, dan is dat wel zo handig. We leren dat het orgel altijd vóór de zingende gemeente komt. En zo tegen het einde van de plechtigheden verdwijnt pianist Oscar Jan Hoogland fluks naar het balkon om een improvisatie op het Van Damorgel (AD 1809) uit te voeren. Ik verstijf: die gast kan écht orgel spelen! Hier hebben we niet zomaar een anarcho-improvartiest die maar wat aanpielt. En ik kan het weten: zes jaar misdienaar. Ha! Vermoedelijk kan die Hoogland op elk instrument spelen waarop tenminste één toets zit.

Daartussendoor horen we composities van Duke Ellington, Thelonious Monk, Herbie Nichols, Misha Mengelberg en eigen werk van EHBO (Ernst Glerum, Han Benink, Benjamin Herman en Oscar Jan Hoogland). Het betere spul. De band functioneert een beetje als zoals wat we in de werktuigbouwkunde een vierstangenmechanisme noemen. Een constructie met vier scharnierpunten, met veel vrijheid en tegelijkertijd onverbiddelijke beperkingen. Enfin, dat kunt u allemaal beluisteren op de cd '+EHBO', eerder dit jaar uitgebracht op het label De Platenbakkerij (PB 017/ICP 070).

En we waren het bijna vergeten, maar wat een akoestiek heeft die kerk van Garnwerd! Nergens anders zingt en huilt een altsaxofoon zo vorstelijk. Nergens anders vormt de samenwerking altsax/piano of altsax/bas zo'n ragfijn weefsel. Als Brusselse kant. Als de tere wolkenpatronen die je met een beetje mazzel een of twee keer per jaar zo tegen de zomeravond hoog in de atmosfeer kunt bewonderen, wanneer het windstil is.

Dan zingt Bennink ook nog 'De Sprong O Romantiek Der Hazen' van zijn oude makker Misha. Niet janken nu, hè?

Het concert was een soort reminder dat er volgend jaar weer 'gewoon' een ZomerJazzFietsTour zal zijn. Weliswaar bescheidener van opzet, met minder podia, bands en bezoekers. We moeten er rekening mee houden dat de zingende drummer dan weer van de partij is. Voor de 39ste keer, volgens zijn eigen boekhouding. Voor veel van de aanwezigen geldt iets dergelijks. Ze zitten er weer, de haren wat witter, de gezichten wat meer doorgerimpeld. In hun T-shirts van deze of gene editie van de ZJFT. Het zou me niet verbazen wanneer een enkeling toch naar Oldehove is doorgepeddeld. Voor de zekerheid, hè. Of anders wel voor de nostalgie.

Tekst: Eddy Determeyer | Foto's: Pieter Boersma

Labels: , , , , , , ,

(Eddy Determeyer, 2.9.26) - [print] - [naar boven]



Concert
Twee keer Ella Zirina

Ben van Gelder, Ella Zirina & Clemens van der Feen, 20 augustus 2026, On The Roof, HoogtIJ, Amsterdam
Ella Zirina & Wolfert Brederode, 23 augustus 2026, Delft Jazz Festival, Lutherse Kerk, Delft

2026 is een goed jaar voor gitariste Ella Zirina, die in maart door het blad Gitarist werd gekozen tot beste jazz/fusiongitarist van de Benelux. Daarmee was ze de enige vrouw in deze poll, een fantastische prestatie voor een jonge vrouw die zo'n tien jaar geleden op haar zeventiende vanuit Letland naar Nederland kwam om aan het conservatorium te studeren. Sinds enkele jaren duikt ze als een 'shooting star' overal in het jazzfirmament op, in bezettingen met zo ongeveer het hele spectrum aan jong en gevestigd talent in de Benelux. Ze nam recent het duoalbum 'Dark Yellow' op met die andere eigenzinnige gitaarheld, Teis Semey, en heeft inmiddels vier albums op haar naam staan, naast medewerkingen aan enkele andere producties. Onlangs trad ze twee keer op in verschillende bezettingen, en niet met haar eigen trio.

De eerste gelegenheid was het voorlaatste concert van dit seizoen van On The Roof, op het dakterras van gebouw HoogtIJ in Amsterdam-Noord. Deze concertserie brengt verrassende ensembles samen voor innovatieve samenwerkingen. Dit keer waren het drie bijzondere talenten die daarvoor nooit eerder samen hadden gespeeld. Bassist Clemens van der Feen (1980) was ooit zelf NextGen-talent en leerling van onder anderen John Patitucci, en is inmiddels uitgegroeid tot een gevestigde naam. Hij speelde wel eerder met saxofonist Ben van Gelder (1988) op North Sea Jazz, bij de uitvoering van diens compositieopdracht 'The Whole World Is Round'. Van Gelder speelde op zijn beurt vier jaar eerder met gitariste Ella Zirina (1997) bij het Bimhuis JazzFest-minifestival, dat gevestigde namen koppelt aan nieuw talent. Een gelegenheidsformatie dus, waarin de improvisatie overheerst.

Het concert opent met twee vrij korte, dromerige stukken van Ella Zirina, waarbij het direct herkenbare timbre van altsaxofonist Van Gelder sterke kleuren toevoegt over een ritmisch aangezette donkere bas. Zirina heeft een geheel eigen, fysieke aanpak in het bespelen van haar instrument: ze tokkelt met beide handen, waarbij haar rechterhand beweeglijk is en soms omhoogschiet naar de hals, met het plectrum omhoog of omlaag geslagen. De klankkleur varieert van folkachtig en Wes Montgomery-fluweel tot klassiek, elektro of flamenco. Het is niet te horen dat de musici niet eerder als trio samenspeelden of het moet zijn door de luisterende kwaliteit van elke muzikant, die zoekend of vragend deelneemt om dan de leidende rol op te pakken. Het is nergens een klassiek trio; de steeds wisselende verhoudingen leiden tot een driegesprek met veel wendingen. Veel improvisatie en beperkte uitgeschreven momenten. De thema's wisselen van ballad naar modaal, latin-getint.

Het tweede concert was onderdeel van het Delft Jazz Festival, op locatie in de Lucaskerk, met een akoestiek die de klanken van Ella Zirina en pianist Wolfert Brederode uitstekend ten goede kwam. Hun samenwerking begon in 2025 toen er meteen een sterke muzikale klik was. Het duo is ontstaan via het Bimhuis, waar ze meededen aan Spring Duets, een jaarlijkse serie waarin het Bimhuis nieuwe ontmoetingen tussen musici organiseert door duo's te vormen die live op het podium improviseren, min of meer dezelfde gedachte die ook bij het On The Roof-concert werd gevolgd. Na hun ontmoeting in 2025 namen Brederode en Zirina onder meer een pocket concert op, dat in zijn geheel op YouTube te zien is.

Ze delen een klassieke achtergrond gekoppeld aan de liefde voor jazz en improvisatie, en dat is in hun samenspel steeds hoorbaar. Daarnaast maken ze beiden gebruik van elke uithoek van hun instrument. Pedalen, pianosnaren, klankkast: elk stukje doet mee. Bij het pocketconcert overheerst het pianogeluid enigszins, terwijl in de Luterse kerk een volledige verweving ontstaat, die langs een breed landschap van akoestisch en elektronisch geluid gaat zonder ergens afstandelijk te worden.

Waar Zirina's gitaar zweeft, tokkelt en kleurt, legt Brederode's spel er een klassiek geschoolde brede klank van arpeggio's en akkoorden onder. Hij trekt lange lijnen en creëert harmonische ruimte, die Zirina invult met textuur en beweging. Ook hier is het geen begeleider-solist-verhouding, maar gaat het om een dialoog waarin beide instrumenten elkaar afwisselend leiden en volgen: Zirina's fysieke, bijna vocale gitaarspel, dat lijkt te aarzelen tussen fluisteren en uitbarsten, krijgt richting door de piano. Jazz Delft vermeldt in het programma dat hun spel zich kenmerkt door poëzie, eigenzinnigheid en avontuurlijke improvisatie en daarin is geen woord teveel gezegd.

Zirini kreeg voor haar eerste album 'Intertwined' meteen een Edison-nominatie. Brederode behoort al wat langer tot de internationale top en maakte meerdere albums voor het prestigieuze ECM-label. Voor zijn laatste album, 'Ruins And Remains', won hij een Edison en hij speelt ook in 2025 en 2026 nog regelmatig werk van dat album, naast zijn trio- en duo-optredens. In Delft speelden Brederode en Zirina stukken uit hun pocketconcert, zowel van zijn als van haar hand.

Net als op het dakterras werd het publiek bijna direct meegenomen in de hypnotische tonen van het duo, dat op rustige, haast ingetogen wijze grenzen doorbreekt zonder een moment toegankelijkheid te verliezen. Daardoor nemen ze nieuwe luisteraars mee op een intieme, meeslepende reis door het eigenzinnig universum van geïmproviseerde muziek waarbij het label onbelangrijk wordt. Magie.

Tekst: Monica Rijpma | Foto's: Sophie Conin

Labels: , , , , , , ,

(Monica Rijpma, 29.8.26) - [print] - [naar boven]



Concert
Jazz op de valreep

Renske de Boer Kwartet, dinsdag 30 juni 2026, De Smederij, Groningen

Kijk, ook dat is jazz. 's Middags viel Diederik Idema, pianist (en samensteller van de wekelijkse Jazz Jams in De Smederij) van zijn fiets toen hij met succes een vogel wist te ontwijken. Een gebroken linkerarm was zijn deel. Links, dus zelfs een 'Concert voor Linkerhand' zit er voorlopig niet in.

In allerijl werd gitarist Winfred Buma als vervanger opgetrommeld, vijf minuten voor het optreden werden er wat afspraken doorgenomen en om kwart over negen stipt (de in De Smederij gehanteerde begintijd) stak het gloednieuwe Renske de Boer Kwartet van wal. Inmiddels had de gehandicapte gewoon zijn gebruikelijke voorbereidende werk verricht: het temmen van de geluidsinstallatie, het uitdelen der consumptiebonnen en de aankondiging van de band.

Dat het optreden wat ruwe plekken en gammele verbanden vertoonde was dus niet zo vreemd. Het eerste nummer, 'Night And Day', begon wat aarzelend, maar al snel had de formatie haar groove te pakken. Met haar licht doorrookte alt en haar gewoonte liedjes naar eigen inzicht te kneden, bleek Renske de Boer een echte jazzzangeres. 'How Deep Is The Ocean' en 'I Thought About You' waren daar mooie voorbeelden van. Soms zong ze een noot op het randje: net niet vals, wat de expressie eveneens ten goede kwam. En de paden die de zangeres en de band bewandelden liepen niet altijd parallel. In 'Easy Living' was de balans tussen vocaliste en de begeleiding een moment ver te zoeken - maar voordat het nummer klaar was hadden de muzikanten hun evenwicht weer gevonden. Daarentegen zette haar samenspraak met Buma in de intro van 'I Love You' de muziek aangenaam onder spanning. Dat gold ook voor haar scatten in de 'One Note Samba', dat een perfecte eenheid werd met de gitaar.

Wat natuurlijk hielp was dat bassist Hans Lass en drummer Sebastian Demydszuk al jaren samenwerken. Dus al dreigde de muziek hier en daar uit de bocht te vliegen, hun rotsvaste, verende basis (en boeiende solowerk) hield iedereen uiteindelijk binnen boord. Enfin, Didi heeft nu even tijd om te recupereren.

Tekst: Eddy Determeyer | Foto: Hammie van der Vorst

Labels: , , , , ,

(Eddy Determeyer, 6.7.26) - [print] - [naar boven]



Concert
Een diepzinnige conversatie

Guus Janssen & George Hadow, donderdag 25 juni 2026, Brouwerij Martinus, Groningen

Een diepzinnige conversatie tussen twee heren. Zo was het optreden van Guus Janssen (piano) en George Hadow (drums) misschien nog wel het best te omschrijven. De muzikanten luisterden naar elkaar, leverden commentaar en zo kreeg het gesprek voortdurend nieuwe wendingen. Wanneer ze dat lang genoeg zouden volhouden zou je vanzelf de aanzet tot een perpetuum mobile krijgen. (Met twee AI's zou het nog beter lukken.)

Janssen putte, behalve uit het arsenaal van de Nederlandse improvisatiemuziek en de meer traditionele jazz, ook uit de barok en de Zuid-Afrikaanse townshiptradities. Dat leverde vanzelfsprekend een boeiend relaas op. Vaak waren die ingrediënten niet meer dan vluchtige suggesties. Zo kwam het thema van 'Misty' slechts in vage mistvlagen voorbij. En in Janssens interpretatie van 'Island In The Sun' hoorde ik een maat of vier lang toch echt 'Moonlight Becomes You'. (De zon en de maan hebben bij benadering dezelfde booggrootte. Daar moet het mee te maken hebben.) 'Creole Love Call' werd gedemonteerd waar we bij zaten en net zo makkelijk weer geassembleerd. Van de meest vage suggestie maakte de pianist een liedje. Dat kon de vorm van bijvoorbeeld een kinderliedje aannemen. Daarbij was het zo dat wanneer Guus Janssen een bepaalde noot aansloeg hij wel degelijk die noot bedoelde en geen andere. Wat dat betreft kwam zijn aanpak overeen met die van zijn held Thelonious Monk.

George Hadow is een slagwerker die in melodische structuren denkt. Elke maffe bevlieging van de pianist kreeg gelijk lik op stuk. Zo versterkten de heren elkaars relazen.

En nu moeten we de maanden juni, juli en augustus braaf uitzitten voordat de Martinus zijn poorten weer openzet voor de jazzliefhebbers. Een normaal mens houdt dat niet vol.

Tekst: Eddy Determeyer | Foto: William Maail

Labels: , , ,

(Eddy Determeyer, 29.6.26) - [print] - [naar boven]



Concert
Grensmuziek zonder grenzen

Orkesta Mendoza, woensdag 10 juni 2026, VERA, Groningen

Gelijk in de eerste maat, met de knallende en doordringende bastrommel van Victor Villestas, wisten we: met deze Tex Mex-band waren we niet bepaald onderweg naar Mendocino. Het was rap duidelijk: de dagen van Doug Sahm liggen ver, ver achter ons en die van Freddy Fender nog veel verder. Ook die brachten fusies van rock en Tex Mex border music tot stand. Orkesta Mendoza deed het op zijn eigen, meer eigentijdse manier. Dus werd hier de Tex Mex niet alleen verrijkt met hardrock, maar ook met invloeden uit Cuba, Colombia en Brazilië. "We like all flavors," zegt grondlegger, leider, toetsenist en vocalist Sergio Mendoza eenvoudig.

De band werd in 2009 in Tucson, Arizona opgericht, maar Mendoza komt oorspronkelijk uit het grensstadje Ambos Nogales. Het eerste project was een eerbetoon aan mambo- en chacha-chapionier Pérez Prado, dus die internationale oriëntatie zat er van meet af aan in.

Wanneer je langs die diepe, zware basdreunen heenluisterde - niet bepaald een simpele uitdaging - en de orkestrale wolken trokken even open, dan hoorde je in de solo's van Mendoza (op met name accordeon), Paul Marques (trompet) en Quetza Guerrero (viool) wel degelijke echo's van de tradities van de grensstreek. Een trompet, ja: Mexicaanse muziek zonder trompet zou ook wel een beetje kaal zijn. Deze gasten, dat werd wel duidelijk, zijn allemaal meesters op hun respectieve instrumenten. Met zijn vioolsolo in 'Mambo Lupita' zou Guerro zó het podium van de New Yorkse Carnegie Hall kunnen betreden. De solo's van deze heren gaven de muziek adem en reliëf.

Het sterke punt van het Orkesta was evenwel de wonderschone vocal group, bestaande uit Mendoza, Guerrero en percussionist Ozzie Acosta. En ik vond de manier waarop 'Hernando's Hideaway' hier binnengesmokkeld werd in 'Ojos Negros' een vondst. Je woont in een grensstreek of niet.

Tekst: Eddy Determeyer | Foto: Marc de Krosse, meer foto's te zien via VERA

Labels: , , , , , ,

(Eddy Determeyer, 20.6.26) - [print] - [naar boven]



Concert
Kwintet wordt echt orkest

Sam Newbould Quintet, woensdag 3 juni 2026, Brouwerij Martinus, Groningen

Altsaxofonist en componist Sam Newbould (1990) weet twee saxofoons en een ritmesectie tot een compleet orkest te kneden. Vaak speelt hij eerste stem en tenorist Bernard van Rossum tweede, waardoor gonzende en glanzende harmonieën ontstaan, een enkele keer wordt er unisono uitgepakt, dan weer zoeken de muzikanten de buitengrenzen van de harmonische boventonen op. Er is veel tijd gestoken in denken, vormgeven, uitproberen en repeteren - dat hoor je. Dit kwintet zou ook niet goed werken met invallers, stel ik me voor.

Bij de combinatie alt- en tenorsaxofoon denk je al gauw aan het duo Lee Konitz-Warne Marsh, dat in 1955 zijn iconische album voor Atlantic opnam. Welnu, soms heeft de werkwijze en het resultaat bij Newbould wel iets weg van de Tristanotrance waarin Konitz en Marsh verkeerden. Met vrolijke lenteregens doorbreekt drummer Guy Salamons de betovering, heel creatief en muzikaal.

Het eerste nummer, 'Small Movement', doet qua sfeer en sound denken aan middeleeuwse Franse hofmuziek. Het ideaal, pure schoonheid, wordt bereikt in 'The Rod' (althans, zo verstond ik het), een uitgeschreven duet van Newbould met pianist Xavi Torres.

Sam Newbould is niet vies van een likje natuur. Het titelnummer van zijn laatste album, 'Homing', is geïnspireerd door een Poolse duif die een tijdje op zijn Amsterdamse terras kwam bivakkeren, alvorens zich terug te spoeden naar het baasje. Hier wordt het kwintet weer een echt orkest, waarbij de ritmesectie de band van levensreddende sappen voorziet, zoals Newbould zijn leenduif van granen en water. 'Beeline' schreef de componist toen hij een bij systematisch van bloemetje naar bloemetje zag zoemen, op hetzelfde terras. De harmonische mogelijkheden van het vijftal komen hier mooi uit de verf.

Echt ouderwets swingen gaat het Sam Newbould Quintet in de toegift, 'Doxy', dat door de zaal binnensmonds wordt meegezongen. Ter nagedachtenis aan de Newk, die onlangs door de ballotage van het engelenkoor kwam.

Tekst: Eddy Determeyer | Foto: Jeroen Jetten

Labels: , , , , ,

(Eddy Determeyer, 15.6.26) - [print] - [naar boven]



Concert
Muzikaal universum zonder beperkingen

ICP Orchestra, zondag 7 juni 2026, Misha Kosmos Festival, Bimhuis, Amsterdam

Zijn we nu reeds aan het oefenen voor het volgende carnaval? Trekt het circus naar de stad? Of is dit een hommage aan de Amerikaanse componist Charles Ives? Niets van dit alles en dit alles tegelijkertijd. Het is de Instant Composers Pool - volgend jaar bestaan ze 60 jaar - in een van die onvergetelijke composities van de oprichter en voormalige pianist van dit gezelschap: Misha Mengelberg. Inmiddels een instituut, dat onderhand wel eens de onderscheiding immaterieel erfgoed van Unesco mag krijgen, met nog altijd een grotendeels consistente line-up. Weliswaar horen we nu, hier in het Bimhuis, als onderdeel van het Misha Kosmos Festival, Oscar Jan Hoogland op piano - hij vervangt Guus Janssen - en is Harald Austbø op cello de permanente vervanger van Tristan Honsinger, maar verder is het als vanouds, met Thomas Heberer op trompet, Joost Buis op trombone, Michael Moore, Ab Baars en Tobias Delius op klarinetten en saxen, Mary Oliver op (alt)viool, Ernst Glerum op contrabas en Han Bennink op drums.

We wisten het natuurlijk al, maar dit concert met hoofdzakelijk stukken van Mengelberg maakt weer eens duidelijk wat een unieke componist deze man was. Zijn muzikale taal, waarin de traditie van zowel de klassieke muziek en de lichte muziek als de jazz op grootse wijze samenkomt, is altijd direct herkenbaar. Muziek waar je vrolijk van wordt, die troost biedt, je gedachten alle kanten opstuurt. De onverwachte wendingen, humoristische fratsen en buitenissige stemmingen, waar deze musici sinds jaar en dag uitstekend raad mee weten, kunnen niet camoufleren dat Mengelberg uitstekend wist wat hij deed en de Nederlandse jazz op een ongekend hoog niveau heeft gebracht. The New York Times zei ooit over de musici, zoals geciteerd op de site van het Bimhuis waar dit concert plaatsvond: 'they are scholars and physical comedians, critics and joy-spreaders'. Zo is het maar net.

En zo wisselen we heftige dissonanten op tenorsax en trombone af met onvervalste ritmiek - blijf hier maar eens bij stil zitten! - en een prachtige solo van Baars, heerlijk over de top zoals alleen hij dat kan, terwijl Hoogland met een bont scala aan speeltjes zijn elektronische clavinet ontregelt. Inmiddels zijn we beland in 'East Of The Sun, West Of The Moon', een van de weinige stukken die hier klinken die Mengelberg niet zelf schreef, maar waar hij wel een dusdanig eigen draai aan gaf dat er van het origineel niet bijster veel te herkennen valt. 'Andantino Expressivo' is wel van Mengelberg en laat mooi horen dat hij zijn opleiding startte in de klassieke muziek. Het strijktrio verklankt dat uitstekend. Zacht slagwerk van Bennink past er prima bij en de blazers verrijken het geheel aansluitend.

'Complex 9' klinkt dan weer veel experimenteler. Hoogland haalt hier zijn hart op met zijn koffer vol attributen, inclusief een cassettespeler met muziek van een tijd geleden. Het orkest reikt een ietwat belegen ritmiek aan, terwijl Hoogland onverstoorbaar blijft verstoren, door Moore en Delius gebruikt voor heerlijke solo' op altsax en tenorsax. 'Aan & Uit' is zo kort dat we amper doorhebben dat het klinkt, al is het aantrekkelijk speels, maar 'Flute' maakt veel goed. Weer zo'n typisch Mengelberg-stuk, springerig vrolijk met een repetitieve ritmiek. En ja, natuurlijk loopt dat uit in complexe chaos, staat iedereen door elkaar heen te tetteren en vraag je je af hoe dit nog goed kan komen. Welnu, dat komt het: gaandeweg pikken ze de ritmiek weer op om strak te eindigen.

De man heeft zo veel geschreven dat niet alles tot het standaardrepertoire behoort. Zo vonden ze onlangs 'Dan Nu, Dan H' terug. Een prachtig stuk dat begint met een marsachtig patroon, maar dan wel op z'n Mengelbergs. Militaire discipline is hier ver te zoeken, hoe strak het op zich ook klinkt. Steeds vrolijker wordt het, tot het culmineert in klarinetspel van Baars en een solo van Bennink. Een klassiek aandoend strijktrio, een kwetterende klarinet en aansluitend een blues: Mengelbergs muzikale universum kende op geen enkele wijze beperkingen, zo bemerken we ook weer op deze bijzondere middag. Muziek die nog decennia mee kan, wat zeg ik: eeuwen!

Tekst: Ben Taffijn | Foto's: John Dikeman & Cees van de Ven

Labels: , , , , , , , , , , ,

(Ben Taffijn, 13.6.26) - [print] - [naar boven]



Concert
Dena DeRose Trio betovert zaal

Dena DeRose Trio, dinsdag 26 mei 2026, De Smederij, Groningen

Nog even aansluitend op mijn recensie van het Duketown Jazz Festival (wel lezen die handel, hè): ik neig uiteindelijk toch naar de kleine jazzclub, ook als plek waar novieten kennis kunnen maken met de muziek. Zoals dinsdagavond in De Smederij - en veel kleiner kom je ze niet tegen. Volle bak voor pianiste/vocaliste Dena DeRose en overwegend een studentenpubliek, onder wie veel onbeschreven blaadjes. En genieten, hoor.

Op haar beurt werd Dena DeRose gegrepen door jazz toen ze pianisten als Hank Jones en Mulgrew Miller live hoorde. Ze hanteert een no-nonsense aanpak en heeft soms de neiging, voor in de tel te gaan zitten, wat de boel onder stroom, stoom en swing zet. Haar lijnen zijn lang, met duidelijke markeringen. Ze beweegt zich in principe niet rechtstreeks van A naar B, maar maakt tussenstops wanneer dat zo uitkomt. In vocaal opzicht is ze even onvoorspelbaar en avontuurlijk, getuige haar variaties in 'In A Mellotone'.

De avond was begonnen met een minuut stilte voor saxofoongigant en componist Sonny Rollins (1930-2026). Ook het programma was opgedragen aan Newk, al werden er geen specifieke nummers van hem gespeeld. Pas in het laatste stuk, 'On The Inside, Looking At The Outside', toen tenorist Daniel Torres zich bij het trio voegde, hoorden we 'St. Thomas' voorbijkomen. In een flits, zoals een ziel ten hemel stijgt.

De begeleiding was in de kundige handen van Joris Teepe en Frits Landesbergen, contrabas en drums respectievelijk. Teepe maakte indruk met lange en breed uitgesponnen solo's die je op het puntje van je stoel hielden. Mij in ieder geval wel. Dat was bijvoorbeeld het geval in het genoemde 'Inside'. Ook zijn intro voor Langston Hughes' 'Hold Fast To Your Dreams', vol uitweidingen en bespiegelingen, betoverde de zaal. Tip voor mevrouw DeRose in dit verband: check ook Sterling Brown.

Zo, wordt het zo langzamerhand niet weer eens tijd voor een echt jazzfestival?

Tekst: Eddy Determeyer | Foto: Diederik Idema

Labels: , , , , ,

(Eddy Determeyer, 6.6.26) - [print] - [naar boven]



Concert
Terugkeer van een hippe kater

Boris van der Lek & JazzFluencers, zondag 17 mei 2026, TivoliVredenburg, Utrecht

Eerder dit jaar verscheen het nieuwste album van Boris van der Lek en de JazzFluencers. Het concert van deze zondag in Cloud 9 van TivoliVredenburg stond volledig in het teken van het repertoire van die plaat. De nostalgisch ogende lp vloog na afloop over de tafel alsof de 33 toeren er 78 waren.

De zaal was goed gevuld met trouwe fans, zichtbaar blij hun idool in uitstekende vorm terug te zien. Het pad van Van der Lek liep niet altijd over rozen. In 2024 schreef hij daarover zijn memoires, 'Gebit zonder einde': een eerlijk relaas over de keerzijde van de muziekwereld en de gevolgen wanneer een saxofonist ernstige gebitsproblemen krijgt. Als jonge knul bezocht de Hagenaar met zijn kunstzinnige ouders het North Sea Jazz Festival, waar hij getuige was van een van de legendarische saxofoonbattles. Binnen tien jaar stond hij er zelf op hetpodium, toerde hij internationaal met The Boulevard Of Broken Dreams Orchestra en met de nog altijd actieve Houdini's. Hij werkte met hippe vogels als Jules Deelder, Herman Brood en Golden Earring, maar zijn hart ligt in de mainstream saxtraditie, met het ruige geluid van spelers als Illinois Jacquet en Buddy Tate. Ook zijn samenwerking met Hans Dulfer in Tough Tenors liet die roots duidelijk horen: blues- en ritmeschema's die de swing dragen, afgewisseld met ballads waarin de tenor de melodie uitspint zoals een vocalist dat zou doen. Alles draait om sound, timing, intonatie en de stilte tussen de noten.

Het concert opende met de swinger 'Kitty'. Stukken als 'Centerpiece' en 'Blues For Piney' schuurden, swingden en knarsten met het korzelige geluid dat doet denken aan grote voorbeelden als Ben Webster en Harry "Sweets" Edison. De centrale chemie tussen Van der Lek en trompettist Koos van der Hout is gebaseerd op jarenlange samenwerking. In de ritmesectie viel de jonge bassist Jules Monen (o.a. Monen Family) in. Hij viel op door zijn solide spel, waarin hij sterk rekening hield met de vaste drummer en pianist - meer dan andersom het geval leek. Het trio vormde desondanks een soepel en betrouwbaar fundament. Je vraagt je af hoe Van der Lek zou klinken met een drummer uit de nieuwe lichting, zoals Jamie Peet, die de swing zoekt in subtiele dribbels op de bekkens en veelzijdigheid bij het trommelgeluid. De swing van drummer Dolf Helge past juist volledig in de oorsprongsjaren 40–50, en samen met pianist Mark van der Feen zou dit ensemble zo in de lounge van het Negresco kunnen staan.

In de ballads komt de blue en sentimental zijde bij Van der Lek volledig tot zijn recht, zoals in 'You Don’t Know What Love Is' en 'When I Fall In Love', het titelnummer van de nieuwe lp.

Boris van der Lek is terug van weggeweest als een toonaangevende Nederlandse saxofonist die moeiteloos een brug slaat tussen pop-, blues-, swing- en jazzpubliek. Het optreden in Cloud 9 werd enthousiast ontvangen en bovendien live opgenomen voor de Concertzender. Houd dus in de gaten wanneer u deze hippe kater binnenkort in een zaal bij u in de buurt kunt zien.

Tekst: Monica Rijpma | Foto's: Syndey Korsse

Labels: , , , , ,

(Monica Rijpma, 26.5.26) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...








Menupagina's:









Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.