Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




Cd
Eric Revis Trio - 'City Of Asylum' (Clean Feed, 2013)
Eric Revis Quartet - 'In Memory Of Things Yet Seen' (Clean Feed, 2014)


Bassist Eric Revis, al jarenlang de rechterhand van Branford Marsalis, bracht in korte tijd twee albums uit op Clean Feed: 'City Of Asylum' met pianiste Kris Davis en percussieveteraan Andrew Cyrille, en begin dit jaar 'In Memory Of Things Yet Seen' van zijn kwartet met Darius Jones, Bill McHenry en Chad Taylor. De twee albums laten elk een andere kant zien van Revis, maar creëren samen een duidelijker portret van hem.

Het mooie aan 'City Of Asylum' is dat het zo spontaan tot stand kwam. Revis speelde samen met Cyrille en vroeg zich af hoe het zou zijn om een trio te vormen met de in New York gebaseerde Davis. Het resultaat was een pianoplaat met een opmerkelijke vrijheid en naturel, een hypersensitief verkeer van ideeën en suggesties. Met een opener als 'Vadim', gedragen door Revis' potige basbehandeling en subtiel cimbalenwerk van Cyrille, maar tegelijkertijd ook door het ongrijpbare spel van Davis, wordt meteen de toon gezet. Davis speelt hier minder in de lengte dan op haar eigen albums, wat zeker in 'Egon' leidt tot muziek die je voortdurend ontglipt. Dat wordt echter mooi in balans gebracht door een paar opvallende covers.

Monks 'Gallop’s Gallop' begint vrij traditioneel, maar Davis verlaat al spoedig het terrein van de conventionele interpretatie om de overstap te maken naar haar eigen terrein. Nog mooier is hier de versie van Keith Jarretts 'Prayer', een delicate ballade die zo afgemeten en voorzichtig uit de doeken wordt gedaan dat je het gevoel krijgt dat het, net als Coltrane's 'Psalm', haast een muzikale voordracht van een gedicht vormt. Bloedmooi. Revis' eigen 'Question' voert de drie dan weer terug naar Monk-achtig terrein. En het blijft doorgaans een combinatie die goed werkt: composities die spontaan klinken en improvisaties die zo mooi 'kloppen', dat ze uitgeschreven klinken.

'City Of Asylum' is dus avontuurlijk en vrij, maar blijft door dat losse fundament niet altijd even lang hangen, en dan kunnen de stukken die een dominant element hebben natuurlijk het verschil maken. In 'Sot Avast' is dat Revis' donker geschraap, dat snel de flair van een dreigende mars krijgt waar zijn kompanen rond kunnen dansen. In het titelnummer heeft een motiefje in het hoogste basregister dan weer iets van een viool, waarmee het stuk richting repetitieve kamermuziek gestuwd wordt. 'City Of Asylum' is niet over de hele lijn even toegankelijk, maar laat wel een trio horen dat in geen tijd een eigen en gefocust universum op poten zette.

'In Memory Of Things Yet Seen' laat een heel ander geluid horen. Niet enkel omdat Revis zich laat bijstaan door twee saxofonisten, maar ook omdat hier vooral de weg van de compositie bewandeld wordt. Slechts twee van de dertien tracks zijn improvisaties. Door een iets meer gestroomlijnde aanpak en duidelijke thema's neigt het album iets meer naar een conventioneel jazzgeluid, maar het is nog altijd wat avontuurlijker dan het werk van Revis' broodheer Branford Marsalis, die wel op twee tracks meespeelt.

Het album gaat van start met het eerste deel van 'The Tulpa Chronicles', een korte vibrafoonintro waarop een melancholisch blazersthema gelegd wordt. Het tweede stuk, halverwege de plaat, is een kort brokje dat verdeeld wordt in een korte bassolo en een compact groepsstukje, terwijl het derde stuk het basfiguur van 'Sot Avast' uit 'City Of Asylum' recycleert. De band speelt ook een paar interpretaties van werk van Sunny Murray ('Somethin’ Cookin’') en Sun Ra ('The Shadow World'), maar maakt eigenlijk minstens evenveel indruk met eigen werk.

In 'Hits', een machtig voorbeeld van Revis' gespierde meesterschap op de bas, krijgen de sirene-uithalen van de blazers gaandeweg meer coherentie en ruimte, tot ze uiteindelijk belanden in een bruisende lap free jazz, die bijna uit zijn voegen barst, met zeurende, zingende en rond elkaar springende saxen. Meteen daarna laat 'Son Seals' een heel ander geluid horen: funky afgemeten en bluesy struinend, met knappe tempowisselingen van Taylor en vurige saxsolo's. Jones' eigen 'Hold My Snow Cone' lijkt aanvankelijk weinig om het lijf te hebben, maar dan komt natuurlijk weer het moment dat hij die instant herkenbare gospelschoonheid laat schallen.

En zo zijn er nog wel een aantal stukken die elk hun eigen hoekje afbakenen: een zachtaardig, pastoraal aandoend kortverhaal in '3 Voices' en koortsige saxfurie in 'FreeB'. En dan is er nog McHenry's statige afsluiter 'If You’re Lonesome, Then You’re Not Alone', dat ondanks de ritselende percussie en dreigende bas haast een breekbare elegantie krijgt door de zachtjes rond elkaar wentelende saxen. 'In Memory Of Things Yet Seen' is daardoor een album dat het gamma beslaat tussen rechtlijnige(r) roots, uitbundige free jazz en een meer bedachtzaam impressionisme, maar nooit zijn samenhang verliest. Een knap visitekaartje van een straffe band met een volstrekt eigen sound.

Deze recensie verscheen eerder op Enola.be

Labels:

(Guy Peters, 30.7.14) - [print] - [naar boven]





Festival
North Sea Jazz 2014


"Debutanten en veteranen. De jongere generaties hebben een intense band met de jazztraditie en de eigen toekomst. In drie dagen nemen zo'n 75.000 uitgelaten bezoekers bezit van een totaal uitverkochte Ahoy, om op 13 podia te genieten van 1000 muzikanten en 150 concerten. De programmering is dit jaar wederom ambitieus, veelzijdig en evenwichtig van opzet. De 39e editie van het North Sea Jazz Festival kent diverse hoogtepunten en is glansrijk geslaagd."

Roland Huguenin bezocht het North Sea Jazz Festival. Hij doet onder meer verslag van de concerten van Hermine Deurloo Quartet, Tom Harrell, Ambrose Akinmusire Quintet, Gregory Porter, Jason Moran & Friends, Tineke Postma & Greg Osby, Dr. Lonnie Smith, Al Jarreau, Ibrahim Maalouf, Kaisei, John Escreet Trio & Evan Parker, Terri Lyne Carrington's Mosaic Project en Takuya Kuroda.

Klik hier om zijn festivalverslag te lezen.

Louis Obbens maakte fotografische verslagen van de drie festivaldagen van North Sea Jazz 2014, die je hier kunt bekijken:
- vrijdag 11 juli
- zaterdag 12 juli
- zondag 13 juli

Labels:

(Maarten van de Ven, 28.7.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Louis Armstrong - 'Intégrale Vol. 13' (Frémeaux & Associés, 2014)

Opname: april-november 1947

Met de Intégrale-reeks beogen Frémeaux & Associés de geselecteerde artiesten chronologisch op de voet te volgen. Dus afgezien van de handelsplaten die ooit op de markt kwamen ook via (de betere) liveoptredens en radiosessies. Dat levert vanzelfsprekend een beter, eerlijker en completer beeld op dan wanneer er uitsluitend van de oorspronkelijke singles en albums was uitgegaan.

Voor trompettist, zanger en entertainer Louis Armstrong was 1947 een beslissend jaar. Op aanraden van jazzcriticus Leonard Feather en zijn manager Joe Glaser ontbond Satchmo zijn – uitmuntende en succesvolle – bigband en formeerde hij een kleinere formatie, de All Stars – waarmee zijn populariteit alleen maar spectaculair zou toenemen. Daarmee zou hij dan, althans dat was het idee, terugkeren naar zijn roots, de polyfone New Orleans-jazz van de begintijd. In de voorgaande jaren had hij wel vaker aan het hoofd gestaan van ad-hoc combo's en jamsessies.

Dit driedelige album opent al meteen met een optreden dat ik nog niet kende, uit de radioshow 'This Is Jazz' van oude stijl-voorvechter Rudi Blesh. Armstrong heeft zich hier omringd met een ensemble dat voor 6/8 uit New Orleans-gangers bestaat. Qua bezetting is hij voor zover ik weet daarna nimmer meer zo dicht bij zijn geboorteplaats geweest. De muziek klinkt fris van de lever. Met zijn typerende timing weet de hoofdpersoon van elke gespeelde melodie een nieuw liedje te maken. Bassist Pops Foster trekt in 'High Society' uitermate stevige lijnen en drummer Baby Dodds kwam zelden beter uit de verf. Hij houdt de structuur van de nummers goed in de gaten, goochelt met dynamiek en plaatst donderende accenten en fills.

Armstrong werkt op dit album met uitsluitend sublieme slagwerkers: we horen ook George Wettling, Cozy Cole en Louie Bellson, maar het beste nieuws is dat de grote Sidney Catlett op ongeveer de helft van de zestig tracks achter de ketels zit. In een aantal nummers pakt hij ook solistisch stevig uit. In de eerste helft van zijn solo in het nummer 'Steak Face' lijkt hij met zijn vingers te roffelen. Subtiel en razendsnel. Maar ook in zijn rol als begeleider weet hij zijn medemuzikanten precies datgene te geven waardoor die nog meer schitteren: kleur, schaduw en de juiste nadruk.

Naast Armstrong is trombonist en zanger Jack Teagarden de belangrijkste blazer hier. Ook in de groep geeft zijn instrument het geluid een uniek soulvol element.

Grappig is dat Armstrong tijdens zijn Town Hall-concert, kennelijk verstrooid, voor de tweede keer 'Our Monday Date' inzet, om binnen een paar maten zonder een spier te vertrekken naadloos over te schakelen naar 'Big Butter And Eggs Man', dat daar qua melodische structuur aan verwant is. En in het merkwaardige titelnummer van de film 'A Song Is Born' (waarvan de melodie ontleend is aan het bekende Largo uit 'De Nieuwe Wereld', Antonin Dvoráks negende symfonie) horen we nog even dat het Golden Gate Quartet toch echt de grondlegger was van de rapmuziek.

Maar hét pluspunt van deze driedubbelaar is toch dat we hier het terecht fameuze Symphony Hall-concert van 30 november horen, destijds door de mensen van Decca al voorbeeldig opgenomen, in een niet eerder zo heldere versie.

Labels:

(Eddy Determeyer, 27.7.14) - [print] - [naar boven]





Festival
Gent Jazz 2014 Part 2


"Een mens kan er uren over bezig blijven, maar het valt niet te ontkennen dat de twee weken van Gent Jazz, vroeger respectievelijk gereserveerd voor meer klassieke jazz en de meer popgerichte varianten, naar elkaar toegroeien. Het beste voorbeeld daarvan was zonder meer de tweede dag, waar de bezoeker bij momenten echt wel een paar oordopjes kon gebruiken."

Op de tweede dag van het Gent Jazz Festival bezocht Koen Van Meel de concerten van OakTree, Tigran, TaxiWars en Ibrahim Maalouf.

Klik hier om zijn festivalverslag te lezen.

Cees van de Ven maakte een fotografisch verslag van de tweede dag van Gent Jazz 2014, vrijdag 11 juli. Naast bovengenoemde artiesten zag hij ook concerten van Medes en Avishai Cohen. Klik hier om zijn foto's te bekijken.

Labels:

(Maarten van de Ven, 25.7.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Sarah Vaughan - 'The Quintessence Vol. 2' (Frémeaux & Associés, 2014)

Opname: mei 1950 - april 1961

Van het Franse label Frémeaux & Associés zijn we gewend dat het het werk van iconische jazz- en (rhythm and) bluesartiesten nauwgezet verzamelt, restaureert en in chronologische reeksen uitbrengt. Bij de onderhavige dubbel-cd is men anders te werk gegaan. Met zevenmijlslaarzen wordt hier door het jaren-vijftig werk van zangeres Sarah Vaughan gebanjerd. Het spul met grote strijkorkesten heeft men overwegend links laten liggen. Maar ook uit klassieke albums als 'With Clifford Brown', 'Swingin’ Easy', 'At Mister Kelly’s', 'No Count Sarah' en 'After Hours At The London House' zijn slechts wat schijnbaar willekeurige krenten gepikt. Het resultaat is dus alleszins het beluisteren waard, maar laat toch een onbevredigd gevoel achter.

Trompettist Miles Davis speelt hier een van zijn laatste gigs als sideman, waarvoor hij zijn modus op 'Freddie Webster' heeft geklikt. Deze sessie, onder leiding van George Treadwell, leverde twee pareltjes op: 'East Of The Sun', waarin Vaughan heel instrumentaal zingt en 'Nice Work If You Can Get It', waarin ze maling heeft aan het tempo en haasje over met de beat speelt. Van haar opnamen met het Countloze Basie-orkest valt 'Star Dust' op: had Sassy hier de fameuze versie van Satchmo uit 1931 in gedachten? Hoor haar in 'Smoke Gets In Your Eyes' met een superieur beheerst glissando de song inglijden. Opvallend is ook hoe haar valse starts voor het nummer 'Thanks For The Memory' evenzovele totaal verschillende starts zijn. Drummer Roy Haynes, tenslotte, stijgt boven zichzelf uit op de 'London House'-tracks.

Labels:

(Eddy Determeyer, 24.7.14) - [print] - [naar boven]





Festival
North Sea Jazz 2014 Dag 1


"Je kunt ervoor naar Curaçao gaan of naar Hong Kong. Of je reist naar de wereldhaven van Nederland en laat je onderdompelen in jazz, blues, world, hiphop en fusion. Bijna 70.000 mensen hebben dat ook dit jaar weer gedaan. Eind juni zijn de drie festivaldagen al uitverkocht. Vooral in de kleinere zalen valt volop te genieten van de nationale en internationale jazzscene, met gevestigde namen, aanstormend talent en grensverleggende experimenten."

Op vrijdag 11 juli bezocht Heleen van Tilburg het North Sea Jazz Festival. Zij doet verslag van de concerten van Tony Roe's North Sea Jazz Composition Project, Robert Glasper & Metropole Orkest, Balako, Ambrose Akinmusire Quintet, Vieux Farka Touré en Christian McBride & Inside Straight.

Klik hier om haar festivalverslag te lezen.

Louis Obbens maakte een fotografisch verslag van deze festivaldag. Hij zag concerten van Tony Roe's North Sea Jazz Composition Project, Tom Harrell, Pharoah Sanders, The Ploctones, John Scofield en Jason Moran. Klik hier om zijn foto's te bekijken.

Labels:

(Maarten van de Ven, 23.7.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Lionel Hampton and his Orchestra - 'That’s My Desire' (Doctor Jazz, 2014)

Opname: 1 november 1947 - 29 juni 1948

Vibrafonist en orkestleider Lionel Hampton had altijd een goede neus voor het geluid van zijn tijd. Zijn publiek verwachtte spektakel, primair, maar ook zinderende ballads, waarin hij zijn muzikaliteit kwijt kon.

De kwaliteit van de populaire muziek was, na een bloeiperiode het decennium daarvoor, in de tweede helft van de jaren veertig op een historisch dieptepunt beland. 'You Can’t Be True, Dear' van orgelaar Ken Griffin; 'Cruising Down The River' door het snotorkest van Blue Barron; Frank Sinatra, die met het schaamrood op de kaken de 'Woody Woodpecker Song' kakelt. Dat soort meuk was toonaangevend. Dus had de Hamp in de zomer van 1947 ook een aantal van die niemendalletjes opgenomen. Maar tijdens dansavonden werd er uit een heel ander vaatje getapt. Hoe dat in zijn werk ging, horen we op deze door het tijdschrift Doctor Jazz uitgebrachte onbekende opnamen, voor het merendeel vastgelegd tijdens engagementen in de Meadowbrook in Culver City. In nummers als 'Oh, Lady Be Good' ging het orkest helemaal stuk. Hier horen we opwindende tenor- en trompetbattles en een band die zich met onvermoeibaar riffwerk van climax naar climax spoedt.

In een enkele song mocht Herman McCopy zich spiegelen aan Billy Eckstine, de toonaangevende en meest sexy zwarte crooner van het moment. Maar omdat tegelijkertijd bebop hoogtij vierde, worden we ook getrakteerd op modernere werkjes. Zoals het sfeervolle 'Loneliness', met eerste alt Bobby Plater op fluit, dat niet zou misstaan als soundtrack voor een film noir. Is het een arrangement van bassist Charlie Mingus, die kort tevoren bij het orkest was aangeschoven? Het zou zomaar kunnen: van de antecedenten van het nummer is niets bekend. 'Mingus Fingers', het verbazingwekkende opus van de bassist, is hier met een live-uitvoering vertegenwoordigd, zes dagen na de plaatopname. De langzaam verschuivende klankkleuren, de ongewone akkoorden en het driftige pizzicato van Mingus maakten destijds veel indruk. Toen hoornist Willie Ruff in 1955 bij Hampton kwam te werken zat 'Mingus Fingers' nog in het bandboek – maar sinds het vertrek van de bassist was het kennelijk nooit meer gespeeld.

Deze cd is te bestellen via de website van
Doctor Jazz.

Labels:

(Eddy Determeyer, 23.7.14) - [print] - [naar boven]





Festival
Gent Jazz 2014 Part 1


"Het is niet de eerste keer en mogelijk ook niet de laatste, maar op de openingsdag van Gent Jazz 2014 waren het les petits Belges die de eer van de jazz hoog moesten houden. Dat na hen de muziek het zou moeten afleggen tegen het amusement, dat was te verwachten, maar dat de kloof zo groot zou zijn..."

Koen Van Meel bezocht de eerste dag van het Gent Jazz Festival. Hij doet verslag van de concerten van LABtrio, Kellylee Evans, Bobby McFerrin en Manu Katché, Richard Bona, Eric Legnini & Stefano Di Battista.

Klik hier om zijn festivalverslag te lezen.

Cees van de Ven maakte een fotografisch verslag van de eerste dag van Gent Jazz 2014, donderdag 10 juli. Klik hier om zijn foto's te bekijken.

Labels:

(Maarten van de Ven, 22.7.14) - [print] - [naar boven]





Festival
Brosella Jazz 2014


"Tijdens het tweede weekend van juli vindt al 38 jaar Brosella plaats, op zaterdag met folk en op zondag met jazz. Net niet onder de bollen van het Atomium, in het unieke Groentheater, kunnen zowel de liefhebbers als de al dan niet toevallige parkbezoekers genieten van een gevarieerd programma en een gezellige zomerse sfeer. Een zomerse sfeer die er dit jaar een beetje bij inschoot door de regenbuien."

Onze correspondent Iwein Van Malderen bezocht Bosella Jazz op zondag 13 juli en zag er concerten van DelVitaGroup XL, Jef Neve & Myrddin, Kenny Garrett Quintet, Aarhus Jazz Orchestra, Fabrice Alleman Quartet & Lorenzo Di Maio, Hoera. & guests en Omar Sosa Quarteto Afrocubano. Van de laatstgenoemde vier concerten maakte Cedric Craps fotografische impressies.

Klik hier om het festivalverslag te lezen.

Labels:

(Maarten van de Ven, 20.7.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Rembrandt Frerichs Trio - 'A Long Story Short' (Challenge, 2014)


Op 'A Long Story Short' bevindt de Nederlandse pianist Rembrandt Frerichs zich opnieuw in het gezelschap van bassist Tony Overwater en drummer Vinsent Planjer, waarmee hij zijn eerste trioalbum 'Levantasy' opnam. Dat de drie elkaar niet voor het eerst treffen, is van meet af aan te horen. Vooral in de nummers met een uitgesproken complexiteit valt de eenheid die de drie muzikanten vormen goed op. Hoekige ritmes, haakse maatveranderingen en uitgekiende arrangementen geven Frerichs, Overwater en Planjer maximaal de kans om hun onderlinge coördinatie te demonstreren. Vooral Frerichs en Overwater vinden elkaar blindelings in de kronkelende thema's, waarna ze elk hun eigen weg gaan. Dit is de wereld van Phronesis of het trio van Vijay Iyer: heel herkenbaar, modern en hip, maar niet zonder gevaar.

Vooral de technische krachtpatserij ligt bij dit spelconcept op de loer, maar Frerichs weet het doorgaans mooi te omzeilen. De composities krijgen een melodische kwaliteit mee die ze herken- en volgbaar houden, terwijl het kort draaien en tikken van Planjer de muziek voorziet van een knapperig korstje en een speelse lading. Zo strooit ook Frerichs als solist bij momenten kwistig noten met de rechterhand, zonder dat zijn virtuoze spel tot een loutere notenkramerij gereduceerd wordt. Daarvoor is de pianist te veel bezig met opbouw en ontwikkeling, waarbij hij niet constant kiest voor louter openplooien met dynamiek of zwellende tremolo's. Wanneer hij dat dan in 'Elf' toch even doet, klinken de voor de hand liggen technieken plots heel efficiënt.

De haast met wiskundige precisie geschreven en uitgevoerde composities worden afgewisseld met tragere, vaak romantische of zelfs dromerige stukken. Die worden mooi gedragen door de brede harmonievoering en de gestreken bas van Overwater, die in zijn beheersing laat horen dat het gebruik van de strijkstok bij hem geen aardigheidje is. Zo kan Coltrane's 'Naima' zich, zonder percussie, ontwikkelen tot romantische kamermuziek, terwijl in 'Stav' de filmische sfeer van een romantisch drama rondwaart. Op sommige momenten is het uitkijken dat de muziek niet onderuitzakt in haardvuurgezelligheid, maar doorgaans weten Frerichs en zijn collega's ver uit dit gevaarlijke vaarwater te blijven.

Naar het einde van de cd levert het trio ook enkele mooie miniatuurtjes af die tussen de energieke en de romantische polen van het trio in vallen. Zo wordt 'One Upon A Time' gedragen door een mankend hoemparitme, waarbij het accordeonachtig harmonium voor een licht chansonparfum zorgt, terwijl de gedempte piano sterk doet denken aan het geluid van een pianoforte. In 'Bangalore' komt de trioklank het meest verfijnd tot uiting, mede door de breinaaldenklank van Planjers tikwerk.

De laatste track, 'Chahar-Pareh', gebaseerd op een Perzische volkmelodie, is de uitsmijter van de plaat. Uptempo en plots onbeschaamd groovend met opnieuw knap energiek, maar uitgebalanceerd drumwerk, wordt de complexiteit plots vooral prikkelend en meeslepend. Het eerder door dwarse breuken indrukwekkende uitgebouwde samenspel wordt nu extra geconcentreerd. Daarmee is de muziek van het Rembrandt Frerichs Trio nog steeds niet echt vernieuwend of verrassend, maar de overtuiging waarmee die gespeeld wordt, maakt de plaat ruim overtuigend genoeg. In alle gedaantes waarin de band zich hier laat horen.

Deze recensie verscheen ook op
Kwadratuur.

Meer horen?
Op de SoundCloud-pagina van Rembrandt Frerichs kun je zowat het complete album beluisteren. Daarvoor wel even naar beneden scrollen. Klik hier.

Labels:

(Koen Van Meel, 19.7.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Orkestrale show met filmisch effect

Ibrahim Maalouf, zondag 29 juni 2014, Festival Mundial, Spoorzone, Tilburg

Voor het tweede jaar biedt de Spoorzone in Tilburg onderdak aan het Festival Mundial. Het festival is na pakweg 25 jaar verplaatst van het groene Leijpark naar de oude werkplaats van de NS, nu de Spoorzone geheten. 'Exploring the urban fields' is de ondertitel van het Festival Mundial nieuwe stijl. Het van origine festival voor wereldmuziek biedt, in drie dagen, ruimte aan uiteenlopende muziekstijlen, theater, kleinkunst en dans.

Al meer dan een half jaar is bekend dat de verrassende nieuwe geluid van stertrompettist Ibrahim Maalouf te horen zal zijn op het festival. Na het evenwichtige, van jazz doordrenkte catchy geluid van 'Wind' is de kort daarop verschenen plaat 'Illusions' zijn nieuwe statement. De muziek en gedachtegang van Maalouf zijn niet los te zien van zijn verleden. Als kind ontvlucht hij de burgeroorlog in Libanon, verlaat zijn geboortestad Beiroet en komt uiteindelijk in Parijs terecht. Geïnfecteerd door het jazzvirus, afkomstig van zijn vader, en opgegroeid in het conflictgebied van de jaren 80 droomt hij van een wereld met gemeenschapszin. In relatie tot Festival Mundial een perfecte match! Voorafgaand aan het optreden, wellicht deels veroorzaakt door de plaatsing van Nederlands elftal op het andere Mundial, ontstaat een vibe dat dit optreden een onvergetelijke ervaring kan worden.

Zonder er al te veel woorden aan vuil te maken en met betrekkelijk weinig ruimte tussen de tracks, ontstaat het filmisch effect van een orkestrale show, waarin de illusie wordt gecreëerd van een samenhangend muzikaal concept van het begin tot het einde. Met een hoog dramatisch gehalte volgt Maaloufs band de structuur van het album 'Illusions'. In de vorm van couplet en refrein wordt de ingezette melodielijn van de trompettist, opzwepend en in fanfarestijl, door de kopersectie beantwoord. De muziek wordt versneld of vertraagd of totaal stilgelegd, waarna de melancholieke solo's van Maalouf worden afgewisseld door de heavy rocksolo's van gitarist François Delporte en de spacy keyboardklanken van Frank Woeste. Opvallend zijn de subtiele Arabische klanken binnen het hoofdzakelijk orgastisch geheel. Het extra vierde trompetventiel zorgt ervoor dat deze mooie afgeroomde lyrische kwarttonen gespeeld kunnen worden.

Slechts eenmaal wordt de adembenemende presentatie van de extravagantie van 'Illusions' onderbroken. In de emotioneel geladen en deels omgebogen en uitgesponnen versie van de compositie 'Beirut' wordt het muzikale hoogtepunt van het optreden bereikt. De solo, mistroostig en in een mystiek oriëntaalse sfeer gespeeld, roept beelden uit het collectief geheugen op. Beelden waarin kinderen in willekeurige oorlogsgebieden machteloos, doelloos en zonder grip op de werkelijkheid, niets ander rest dan te dwalen langs de puinhopen van een kapotgeschoten, verlaten stad. De heftige gitaarriffs waarmee het nummer verrassenderwijs wordt besloten is de weerklank van Maaloufs persoonlijke radioherinnering aan Led Zeppelin en zijn geboortestad. De geplande toegift, met een waanzinnige afwisseling van opstomende rockritmes en verleidelijke sensitieve trompetklanken, kan niet verhullen dat het hoogtepunt van 'Beirut' nog opgesloten zit in de geest van het enthousiaste publiek.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 16.7.14) - [print] - [naar boven]





In memoriam
Charlie Haden


Naar aanleiding van het magistrale album 'Liberation Music Ensemble' van bassist Charlie Haden zou een misantroop hebben kunnen beweren dat het allemaal toch niks uithaalt. De mensheid is niet meer te redden. Wanneer een dergelijk imponerend statement omtrent de status quo, met zoveel soul en vakmanschap uitgevoerd, er al niet in slaagt veranderingen te bewerkstelligen, wel, dan is alle moeite tevergeefs geweest. Vrijdag 11 juli stierf Charlie Haden na een lang ziekbed in Los Angeles. Hoe een hillbilly kindsterretje het hart uiteindelijk op de juiste, linkse plek had.

22 Was Charles Edward Haden, toen hij in 1939 met het orkest van zijn vader, de Haden Family, optrad voor het lokale radiostation van Shenandoah, Iowa. 22 Maanden, voor de goede orde. De paplepel, zonder meer. Jarenlang, op de radio en op de televisie ook. Traditionele countrymuziek speelde de Family, western swing, blues en populair spul. Een oudere broer was met jazz bezig en zo kwam Charlie oog in oog te staan met saxofonisten Charlie Parker en Lester Young, tijdens een Jazz at the Philharmonic-optreden. Dat zou zijn leven definitief veranderen.

Een polioaanval had de helft van zijn lijf tijdelijk lamgelegd en zijn zangstem geruïneerd. Misschien had dat wat te maken met de tinnitus die hij vervolgens ontwikkelde, die niet aflatende fluittoon en die afschuwelijke versterking van alle geluiden. Niet bepaald een gunstige uitgangssituatie voor een muzikant; nochtans gold hij eind jaren vijftig als de toonaangevende nieuwe bassist van de jazz. Zijn instinctieve muzikaliteit en zijn absolute gehoor hadden hem rond 1957 in contact gebracht met saxofonist Art Pepper. Wat heilzaam was voor zijn muzikale ontwikkeling, maar desastreus voor zijn mentale en fysieke welzijn. Het duurde jaren voordat Haden zijn verslaving gekickt had.

Zijn doorbraak kwam toen kennis maakte met de ontregelende muziek van altist Ornette Coleman, een hilarische holiday voor hep cats. In 1959 hoorden we hem op het album 'The Shape Of Jazz To Come' en we hoorden het aandeel van de bassist in het groepsgeluid. Meteen al in het eerste nummer van dat iconische Coleman-album, 'Lonely Woman', is duidelijk welke onafhankelijke rol de bassist hier opeist. Hij bepaalt in hoge mate de teneur van het stuk. Die rol wordt in de rest van het album met traditionele walking-patronen afgewisseld.

Iets van zijn country-achtergrond bleef je van tijd tot tijd horen in zijn spel. Die twangy kwaliteit. Maar de grootste verdiensten van Haden waren zijn ongelooflijke, onfeilbare muzikaliteit en die diepe sound van zijn 200-jarige Vuillaume contrabas. Het leek alsof hij alle grote voorgangers had geabsorbeerd, van Israel Crosby tot Paul Chambers, en die nieuw leven had gegeven. Haden was geen spectaculaire stuntman, geen vingervlug vlinderende flierefluiter. Medium tempo was hem snel genoeg. Iets binnenvetterigs had hij. Met zijn bejubelde groep Quartet West beoogde hij, de sfeer van de radioshows in de jaren veertig te pakken te krijgen, de Four Freshmen, Jo Stafford, Tommy Dorsey. Die muziek is, net als die nare fluittoon, altijd in zijn hoofd blijven hangen.

Labels:

(Eddy Determeyer, 14.7.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Doop in salsasaus

Los Bomberos, zondag 6 juli 2014, Buckshot, Groningen

De weergoden had het behaagd, het Groninger Zuiderdiep deze zondagmiddag van subtropische temperaturen te voorzien, zodat we welbeschouwd die draaiende fan boven het podium niet echt nodig hadden om te beseffen dat we ons eigenlijk in Havanna bevonden, anno 1949. Of op z'n minst in Spanish Harlem. Zoals te doen gebruikelijk bij dit soort evenementen hadden de lokale salsascholen de nodige paren afgevaardigd. Dat die eigenlijk te weinig ruimte hadden in Buckshot, ach, daar zat niemand mee. Dat was in '49 niet anders. Een meer ervaren danseur had zijn persoonlijke handdoekje meegebracht, wat bepaald geen overbodige luxe was.

Los Bomberos (De Brandweerlieden) zijn alweer zeventien jaar dag en nacht uitrukkensbereid en die respectabele leeftijd hoor je af aan de muziek. Niet dat die krakkemikkig was of oudmodisch – maar deze salsaband loopt domweg lekker gesmeerd. Met drie percussionisten kun je er zeker van zijn dat het ritme strak spant en stuwt en tegelijkertijd alle vrijheid herbergt. Helemaal als de twee blazers in dat opzicht ook hun duit in het zakje deponeren. Opmerkelijk overigens, hoe orkestraal Los Bomberos klinken.

Spil is tresspeler Bas Blanken, de belangrijkste solist van de band, die met repeterende figuurtjes ook structuur aan het geheel geeft. Bovendien vormt hij met gitarist Rob Zwaving en percussionist Majo Lacevic een geduchte coro: hier wordt on-Hollands uit alle volle borsten gezongen. Het repertoire omvat salsaspul van koningin Celia Cruz en andere bekende verdachten. Van Lou Reeds 'A Walk On The Wild Side' hadden ze, in navolging van Polo Montanez, een aantrekkelijke traditionele Cubaanse son gemaakt, met trompettist Libbe Oosterman ("hij blaast het hoogst en hardst van alle trompettisten die ik hier ken," aldus tenorist Henk Visser) die voor het jazzy intermezzo zorgde. Maar voor hetzelfde geld leverden Los Bomberos elegante bolero's, die een beroep deden op de meer romantische kanten van de danseurs en danseuses.

Een aantal bezoekers was zo verstandig geweest zijn kroost deze middag mee te nemen, om dat een heilzame doop in de salsasauzen te laten ondergaan. Uitzonderlijk gezegend leek mij een dreumes die zojuist het staan een beetje onder de knie had gekregen. Vrolijk scharrelend in het cafévuil bezorgde die zichzelf spelenderwijs een resistentie tegen 99% van alle in kaart gebrachte microben en virussen en daarmee een serieuze kans op een leven van meer dan 150 jaar.

Klik hier voor meer foto's van dit concert door Klaas Mast.

Labels:

(Eddy Determeyer, 14.7.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Carmen Gomez Inc. - 'Thousand Shades Of Blue' (Sound Liaison, 2014)

Opname: 15 september 2012

Nee, een lachebekje was vocaliste Carmen Gomez toch al nooit. Deze elf liedjes van verlies en verlangen hebben een introspectief, folksy karakter gemeen. Een lolletje is het allemaal niet. Dat geeft dit album een wat somber stempel. Dat mag. Dat moet: Gomez zingt de waarheid. 'You Don’t Know What Love Is' – dat zou je in dit verband als een manifest kunnen beschouwen. Haar mooie doorleefde stem heeft ook iets nasaals en daarmee iets ongrijpbaars, iets ambigus.

Bruce Springsteens 'I’m On Fire' is hier geen kreet, eerder een overpeinzing. Bijna roerloos ook klinkt 'Angels Eyes'. Hier schittert ze met haar fenomenale stembeheersing, haar superieure ademtechniek. Met de titelsong 'Thousand Shades Of Blue' heeft Gomez met succes haar meesterproef afgelegd als singer/songwriter. Het winnaresje van het Nederlands Vocalisten Concours 1994 is een volwassen vrouw geworden, met haar onzekerheden, haar cynisme en haar hoop. Daarbij past haar band haar inmiddels als een handschoen – of, laten we zeggen, als een comfortabel ruimvallend T-shirt.

Meer horen?
Klik
hier om het titelnummer van dit album te beluisteren.

Labels:

(Eddy Determeyer, 14.7.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Stralend optimisme

Gilad Hekselman Trio, zaterdag 28 juni 2014, Bimhuis, Amsterdam

Gilad Hekselman is een gitarist uit Israël en momenteel woonachtig in New York. Sinds 2004 heeft hij voornamelijk als freelancer het podium gedeeld met onder anderen Chris Potter, Anat Cohen, Avishai Cohen, Ari Hoenig, Jeff "Tain" Watts en Tigran Hamasyan. In 2013 is zijn vierde cd 'This Just In' verschenen. De jonge Israëliër bespeelt een nieuwe semi-hollow gitaar (Victor Baker) met een open elektrisch geluid en veel ruimte voor akoestische nuances. De gitarist is een lyrische verhalenverteller met een warme, zingende, kristalachtige toon. De helderheid van zijn speelstijl en de griezelig nauwkeurige articulatie staan ten dienste van het resultaat.

Zijn trio, bestaande uit de gedreven, gepassioneerd spelende Reuben Rogers op contrabas en de bij vlagen opzwepend spelende Ferenc Nemeth op drums, speelt een compilatie van composities afkomstig van 'This Just In' en 'Hearts Wide Open'. De muziek komt van binnenuit, kent geen directe sensationele uitspattingen, maar is volstrekt oprecht in zijn bedoeling. Hekselman speelt zonder urgentie, hij dartelt over de noten en en streelt de hoge tonen. De gespeelde lijnen zijn vaak kort, altijd stralend en fragiel als een aquarel.

De afwezigheid van de jachtigheid in zijn spel betekent niet dat de muziek emotieloos wordt opgediend. Sentimenten verplaatsen zich van weemoedig naar kwetsbaar, maar kunnen ook krachtig, broeierig en weerbarstig doorklinken. Het trio verkent de grenzen van de compositie en toont de onvervalste nieuwsgierigheid die nodig is bij een creatief improvisatieproces. Ragfijne, snelle, melodische lijnen als het moet en zacht delicaat waar nodig. Bijtijds en op natuurlijke wijze wordt de versnelling of de vertraging gezocht. De spanningsboog wordt verhoogd door de combinatie van dissonante akkoorden met aaneengeregen notenvariaties en het spelen van diverse melodieën in één compositie. De inzet van prachtig solowerk voor de contrabas vergroot de variatie. Nieuwe muzikale vondsten dienen zich live aan en het speelplezier druipt er vanaf.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 9.7.14) - [print] - [naar boven]





Artikel
Dr. John plays Louis Armstrong: zoek de verschillen


"Doc heeft een mooie selectie Armstrong-nummers op het programma gezet, met daarbij krakers als 'What A Wonderful World' en 'When The Saints Go Marching In', maar ook minder gangbare juweeltjes zoals 'Do You Call That A Buddy' en 'Sweet Hunk O’ Trash'. Om er helemaal zeker van te zijn dat het resultaat zou kloppen, werd veteraan George Avakian (1919) aangetrokken om het album 'Dr. John Meets Louis Armstrong' te produceren. Zestig jaar geleden stond Avakian aan de wieg van de legendarische Armstrong-lp's 'Satch Plays W.C. Handy' en 'Satch Plays Fats'... Als dat geen old skool is weet ik het ook niet meer."

Eddy Determeyer blikt alvast vooruit naar het optreden dat Mac 'Dr. John' Rebennack zal geven op het komende North Sea Jazz Festival. Zaterdag 12 juli brengt de Doc in de Amazon een show rond het oeuvre van zanger/trompettist Louis Armstrong: 'Spirit of Satch'. Met in zijn band onder meer Benjamin Herman (dwarsfluit/saxofoon) en Nicholas Payton (trompet).

Klik hier om het artikel te lezen.

Labels:

(Maarten van de Ven, 8.7.14) - [print] - [naar boven]





Reportage
Wildeman wint

Northern European Jazz Talent Contest, vrijdag 27 juni 2014, News Cafe/The Club, Groningen

"Maar ik ben bassist," riep Esat Ekincioglu met een mengsel van verontschuldiging en verontwaardiging, toen bekend werd dat hij de winnaar was geworden van het Northern European Jazz Talent Contest. Jury en publiek waren het al snel eens: de tomeloze manier waarop deze wildeman uit de binnenlanden van Turkije zijn contrabas te lijf ging, verhief hem zonder pardon tot primus inter pares. Het solostuk 'Freedom Jazz Dance' werd onder zijn dansende en plukkende vingers een 'Freedom! Jazz! Dance!' De derdejaarsstudent aan het Prins Claus Conservatorium liet zijn instrument uitbundig zingen en galmen, maar benadrukte tegelijkertijd diens percussieve kwaliteiten met ouderwets geslap. "Hij heeft een eigen taal," oordeelde de jury en zodoende overhandigde cultuurwethouder Paul de Rook de prijs, een gigantische (voetbal!)beker plus een cheque van duizend euro aan de beduusde laureaat. Andermaal was de prijs naar een Groninger student gegaan, dus dat moet wel doorgestoken kaart zijn geweest.

Grapje. Maar de competitie was stevig. Het contest tussen afgevaardigden van conservatoria uit Duitsland, Denemarken, Zweden, Estland en Nederland was een residu van het dit jaar gecancelde festival Swingin' Groningen. De Deense drummer Lasse Schjerning leek van alle deelnemers het meeste last te hebben van het ad-hockarakter van de begeleidende groep (met Rob van Kreeveld, Joris Teepe en – voor de overige finalisten – Steve Altenberg op piano, bas en drums, respectievelijk). Hij ging de uitdaging dapper aan, maar tot een echte eenheid kwam het niet. Bij Albin Vesterberg, gitaarstudent uit Stockholm, speelde dat zijn instrument een plek moest zien te vinden naast de elektrische piano. Ze bleven gelukkig uit elkaars vaarwater, maar de meeste indruk maakte de gitarist, die pas sinds kort met de studie bezig is, met een onbegeleide improvisatie over Scandinavische volksliedjes – die dus niet verzandde in introspectief gepriegel of folkloristisch gegalm.

Aanzienlijk vrijmoediger was de opvatting van de uit Hannover afkomstige tenorsaxofonist Max Rademacher. Zijn tempi varieerden van complex tot vrij en zijn ideeën waren navenant overvloedig en overvloeiend. De in Tallinn, Estland studerende fluitist Ilja Gussarov heeft een klassieke achtergrond, maar besloot twee jaar geleden het glibberige pad der improvisatiemuziek te gaan verkennen. Een erfenis van die klassieke tijd was een vrij gespeelde fluitsonate van Francis Poulenc, die de begeleiders grijze haren, casu quo vochtige schedels bezorgde. Maar voor het overige bleef de avontuurlijke en beweeglijke Est dichterbij het idioom van Rahsaan Roland Kirk.

Een en ander speelde zich af in The Club, de (atoomschuil)kelder onder het News Cafe. Vroeger was dat een aller-verschrikkelijkste betonnen galmbak, maar akoestische panelen en gordijnen hebben wonderen bewerkstelligd. Zodoende heeft de ruimte inmiddels een on-Nederlandse, zeg maar New Yorkse uitstraling en akoestiek. Voor mijn geestesoog verschijnen thans jazzcombo's, kamermuziekensembles, stand-up comedians en, nomen est omen, discussiegeroepen over nieuwsfeiten en –achtergronden. Zwaar gedecolleteerde dienstertjes, ook.

Klik hier voor foto's van het Northern European Jazz Talent Contest door René Keijzer.

Labels:

(Eddy Determeyer, 7.7.14) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
Jazz Middelheim 2014


In België hebben ze het toch aardig voor elkaar. Op zijn minst twee sympathieke en kwalitatieve jazzfestivals. Het eerste is Gent Jazz – hierover hebben we reeds bericht – en het tweede is het relaxte en uitermate subliem geprogrammeerde Jazz Middelheim. Dit zeer aan te raden festival vindt plaats in Park Den Brandt in Antwerpen vanaf 14 tot en met 17 augustus.

Ook nu weer zijn er zeer prominente internationale jazzsterren gecontracteerd. Het gaat dan onder meer om het duo Herbie Hancock & Wayne Shorter, het Dave Douglas Quintet met jonge uitzonderlijke musici als Jon Irabagon, Rudy Royston, Linda Oh en Matt Mitchel, de befaamde pianist Ahmad Jamal, nog een duo: Enrico Rava & Stefano Bollani, zangeres Stacy Kent en bassist Avishai Cohen, die met het project van zijn laatste cd 'Almah' langskomt, inclusief zijn trio en vier strijkers en een hoboïst.

Artist in residence Vijay Iyer zal op drie dagen aantreden. Zijn eerste concert brengt hij met het Vijay Iyer Sextet featuring Steve Lehman, Mark Shim, Harish Raghavan, Tyshawn Sorey & Graham Haynes, vrijdag brengt hij het sociaal bewogen project Vijay Iyer & Mike Ladd 'Holding It Down: The Veterans' Dreams Project' en hij sluit af met een strijkersensemble als Vijay Iyer 'Mutations I-X' featuring HERMESensemble en solo.

Ook het pensioen van festivalpeter Toots Thielemans wordt gevierd: onder de noemer 'The Music of Toots Thielemans' zullen grote namen en muzikale vrienden van Toots hun favoriete nummers uit zijn oeuvre ten gehore brengen. De basis wordt gelegd door zijn vaste ensemble, het trio Karel Boehlee, Hein van de Geyn en Hans van Oosterhout. Ook enkele bijzondere gasten zullen van de partij zijn. Reeds toegezegd hebben Kenny Werner, Bert van den Brink, Bert Joris en Philip Catherine.

Jazz Middelheim geeft ook veel ruimte aan spraakmakende Belgische musici en groepen. Zowel op het hoofdpodium - de grote tent - als de nieuw ingebrachte Club Stage. Om enkele Belgische grootheden te noemen: MikMâäk (een XL-bigband uit de gelederen van het Mâäk-collectief), The Bureau Of Atomic Tourism, Phronesis, Jef Neve '10 jaar Trio' en het Bruno Vansina Orchestra.

Net over de Nederlandse grens achter Roosendaal is dit uiterst interessante en zeer sympathieke jazzfestival te zien en te horen. Het zou voor vele Nederlandse jazzliefhebbers toch een eitje moeten zijn dit te bezoeken.

Voor uitgebreide informatie klik hier.

Labels:

(Jacques Los, 5.7.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Angles 9 - 'Injuries' (Clean Feed, 2014)

Opname: 15 & 16 december 2013

De negenkoppige versie van Angles die in 2012 nog in Hasselt stond (een concert dat deels door Clean Feed werd uitgebracht als '
In Our Midst'), trok in 2013 ook nog de studio in om daar zijn vijfde album in te blikken. Het was de eerste keer dat het niet op een podium gebeurde. Niet dat het iets afdoet aan de impact van de muziek, want 'Injuries' is vermoedelijk de meest complete en uitbundige Angles totnogtoe.

Van de shock & awe-methode van de band is dan ook nog geen greintje verloren gegaan. Küchens paradepaardje is een 'niets in de handen, niets in de mouwen'-machine, een denderende muziektrein, een negenkoppig balorkest dat recht op het hart mikt met grandioze thema's, pompende ritmes en genoeg drama om een avond toptheater op te luisteren. Angles beschikt over finesse, mysterie en intelligentie, maar is bovenal een gulle band, eentje die regelmatig op het rempedaal gaat staan, maar vooral ook voluit gas durft geven. Voor zoutpilaren is zo'n bonkend hart misschien wat veel van het goede, de rest gaat voor de bijl.

Meer dan tevoren is de spirit van Afrika in de muziek geslopen. De Oost-Europese en Arabisch getinte referenties waren er al, maar de Afrikaanse drive, waar we in Hasselt al even van mochten proeven, legt een nog grotere nadruk op ritmische stuwing. Dat is meteen al dominant in opener 'European Boogie', dat na een vibrafoonintro en een daaruit opduikende drumaanzet uitpakt met een van de meest swingende thema's uit de uit z'n voegen barstende Anglescatalogus. Kleurrijk samenspel, vitale power en vooral die organische schwung.

De muzikanten die Küchen omringen zijn stuk voor stuk kleppers die perfect omkunnen met technische hoogstandjes, maar de strakheid van Angles is er geen van de machinale metronoomperfectie, maar van de schuring. Dit is jazz met bakken soul, vloeiende timing en een wisselwerking waarbij muzikanten inpikken en verder bouwen op elkaars hints alsof er wordt gewerkt met doorgegeven atletenstokjes. Hier is geen plaats voor gladheid. En als dan eens de treurnis wordt opgezocht, zoals in 'Eti', dan is dat met de overtuiging van iemand die het klappen van de zweep kent. Composities bloeien open, vallen uit elkaar en pikken zichzelf op om nog sterker dan tevoren terug te keren.

Er zit ook een onwaarschijnlijke dynamiek in deze plaat. Voor elke minuut filmische grandeur krijg je ook een stuk bonkende, dansende wereldjazz. Zo'n 'Ubabba' werkt al net zo aanstekend als de muziek die The Ex opnam met Getatchew Mekuria, terwijl de denderende grandeur het titelnummer past als soundtrack bij de Spaanse burgeroorlog, vooraleer weer om te slaan in tumultueuze free jazz en een fantastische, ontroerende tweede helft, die geen mens onbewogen kan laten. Rauw, rafelig, fragiel, gekwetst, somber, dromerig en heroïsch in één. Al goed dat het afsluitende 'Compartmentalization' even een lichter geluid laat horen, anders zou je er nog een gebroken hart aan overhouden.

We maakten ons onlangs nog de bedenking dat de woede en de verontwaardiging eigenlijk al te veel naar het achterplan verschoven zijn binnen de jazz. Angles 9 zet dat alweer voor een stukje recht. De methode is bekend, het effect blijft even sterk. Dit is geëngageerde muziek van de gebalde vuist en het bloedend hart, intens persoonlijk en vertrouwend op collectieve macht. Het resultaat is voor de vijfde keer een prachtplaat, die de lat hoog legt voor wie dit jaar nog een statement te maken heeft.

Deze recensie verscheen eerder op Enola.be

Meer horen?
Klik hier voor een album teaser van 'Injuries'.

Labels:

(Guy Peters, 4.7.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Wisseling van de wacht

René van Astenrode Kwintet, dinsdag 24 juni 2014, De Smederij, Groningen

Eigen aan een stad met een conservatorium is dat er elk jaar een nieuwe lichting getalenteerde aspirant-musici haar opwachting maakt – en dat tegelijkertijd ook een afgestudeerd roedel op de wereld wordt losgelaten. Van die laatste categorie zongen tenorsaxofonist Sergej Avanesov en bassist Tyler Luppi dinsdag in De Smederij hun Groninger zwanenzang. Die laatste heeft een levendige stijl, fraseert als een blazer en duetteerde in 'Just Friends' - in het jamsessiegedeelte - messcherp met drummer Steve Altenberg. Het duurt altijd even voordat Avanesov op stoom is, maar als het zover is, is daar die mooie volle spijkerharde sound.

Drummer Samuel Arkesiya houden we nog een tijdje in Groningen. Gelukkig, want hij weet van wanten; hij stuwt onbedaarlijk en brengt met accenten en breaks ruimschoots voldoende variatie in zijn spel aan. Een beetje zoals we dat van grote gasten als Art Blakey en Joe Dukes kennen. Zodoende lieten de hoogtepunten in Hank Mobley's barblues 'Uh Huh' niet lang op zich wachten.

De jongelui stonden onder hoede van veteraan-vibrafonist René van Astenrode. Het kwintet had zich bepaald niet suf gerepeteerd: staande de vergadering werden er toonaarden en andere nuttige wetenswaardigheden geregeld ("start with a 'Killer Joe'-groove"). Van Astenrode weet zijn spel met sustain kleur te geven, maar is zich ook zeer bewust van het percussieve karakter van zijn instrument. Met repeterende figuurtjes wist hij de temperatuur in De Smederij richting het smeltpunt op te jagen. (De Smederij is overigens het enige keldertje dat ik ken waar je niet een trap voor af moet.)

De tweede veteraan in dit gezelschap was pianist en sessieleider Diederik Idema. Meteen al in het openingsnummer 'The End Of A Love Affair' wisselde hij stuwende blokakkoorden af met loopjes waarin hij zich harmonisch hip verstapte.

In de jamsessie na het optreden van het Van Astenrode Kwintet werden we aangevallen door een trompettist die van mening bleek dat je 'Blue Monk' best met twee noten kon spelen. Bij navraag bleek de kunstenaar eigenlijk bassist te zijn en dronken. "Best goed dat we dit ook eens meemaken," fluisterde mijn buurvrouw, "want dan hoort iedereen dat het best moeilijk is, muziek maken." Nog meer lol beleefden we aan tenorist Gerben Wasser. Een paar maanden geleden associeerde ik hem qua timing met Dexter Gordon, maar de opbouw van zijn soli verried ook affiniteit met Sonny Rollins. Dat was dus een mooi contrast met Sergej Avanesov, die door Coltrane gekust is. In 'Hot House' hield Wasser een boeiend betoog vol variatie en in 'Take The Coltrane' ging hij helemaal stuk. "Ik ga door tot ik aan de top ben," verklaarde hij na afloop bescheiden. Kijk, die komt er wel.

Labels:

(Eddy Determeyer, 2.7.14) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...





Schrijf je in voor onze gratis Nieuwsbrief! Klik op de button hieronder om je aan te melden:


Menupagina's:


Zoek in deze website:

Google

web deze website


Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, meewerken?
Mail de redactie.


(advertenties)