Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




Jazzprofiel
Ernie Krivda


Auteur en jazzcriticus Harvey Parker (American Splendor) noemt hem 'one of the greatest jazz tenor saxophonists in the world' en voegt eraan toe: "Niemand weet dat omdat hij in Cleveland woont." Zo is het maar net! En ook David Dupont van OneFinalNote.com doet een duit in het zakje: "A tenor-wielding monster who stalks the Southern Shore of Lake Erie with the most virile saxophone sound around."

Jacques Los presenteert een jazzprofiel van Ernie Krivda, een onderschatte maar niet te missen tenorsaxofonist. Klik
hier om het te lezen.

(Maarten van de Ven, 5.2.12) - [print] - [naar boven]





Cd
Mc Maguire - 'Nothing Left To Destroy' (Innova, 2011)


Componist MC Maguire doet er alles aan om een soort superieur postmodernist te zijn. Van zijn alias, dat een verwijzing naar de hiphop is, tot de opzettelijk eclectische hoes en de bizarre titels van zijn muziek, lijkt er alles aan gedaan te zijn om zijn gekozen identiteit aan het publiek op te dringen. Toch kan dit niet verhullen dat Maguire een klassiek geschoold componist met een grote intellectuele bagage is. Het mag dus aangenomen worden dat hij zich deze postmoderne houding zeer opzettelijk toe-eigent. Daarin verschilt hij niet wezenlijk van John Zorn, wiens projecten vaak ook nadrukkelijk grenzen moeten overschrijden. Toch klinkt het resultaat heel anders: Maguire gebruikt met name samples en ziet het samensmelten van stijlen als een kritische daad. Hij stapelt totdat alles implodeert. De titel van dit album is dan ook goed gekozen.

'Nothing Left To Destroy' bestaat uit twee stukken. Het eerste stuk, 'The Discofication Of The Mongols', is een stuk dansmuziek dat zich bezighoudt met de voortschrijdende verspreiding van de digitale muziekfile, in dit geval tot aan Mongolië – zoals zo vaak het spreekwoordelijke Verweggistan – aan toe. De structuur is duidelijk geïnspireerd op het serialisme - zij het met samples - en is zoals Maguire suggereert verwant aan de muziek van Berg en Stockhausen. Een andere invloed is John Cage, wiens gebruik van radio aan de basis van dit type muziek heeft gestaan.

Uiteraard is er sindsdien een hoop gebeurt, zowel inhoudelijk als technisch. Dit stelt Maguire in staat om vele lagen, volgens zijn website tot zo'n 400, over elkaar heen te gooien. Uit de kakofonie die hieruit voortvloeit, zijn dubstep, drum 'n' bass en de onvermijdelijke keelzang te herkennen. Soms is het tenenkrommend, op andere momenten lachwekkend en heel af en toe zo overweldigend dat het weer eentonig wordt. Nergens is het echter saai en de premisse en uitvoering van het stuk, dat zijn melodielijn ontleent aan een prachtige modern-klassieke vioolpartituur, zijn samen meer dan de som der delen.

Daarna komt het iets kalmere, maar nog steeds niet rustige 'S’Wonderful (That The Man I Love Watches Over Me)', geschreven voor fluit en computersamples. Dit stuk is misschien ietwat topzwaar; wanneer men het programma leest, blijken hiphop, Gershwin, Wagner, het middeleeuwse quodlibet, MGM-musicals en filmsamples elkaar te ontmoeten ter nagedachtenis aan Maguire's moeder. Het zal wel. Er is van alles te beleven en dat is het voornaamste. De spanningsboog in dit stuk is wat geleidelijker en het doel is niet, zoals bij 'The Discofication Of The Mongols', om het publiek omver te blazen. Eerder moet de luisteraar raden waar we nu weer aanbeland zijn.

Meerdere luisterbeurten doen beide stukken recht; pas dan blijkt dat veel van de audio-informatie ook daadwerkelijk verwerkt kan worden. Dit is muziek voor de koptelefoon, om helemaal in te verdrinken en dan na afloop met een rustig 'amen' te genieten van twintig minuten stilte in een kamer met vier witte muren en een plant.

Meer horen?
Op de
website van de Classical Archives kun je van beide stukken een kort fragment beluisteren.

Labels:

(Sybren Renema, 5.2.12) - [print] - [naar boven]





Concert
Bik Bent Braam geëxplodeerd

Bik Bent Braam met programma 'Exit', zaterdag 28 januari 2012, Grand Theater, Groningen

Dat nu ook pianist, componist en bandleider Michiel Braam de handdoek in de ring heeft geworpen is een veeg teken. Jarenlang genoot zijn Bik Bent financiële ondersteuning door de rijksoverheid, maar de subsidies zijn inmiddels dermate geslonken, dat het niet langer mogelijk is deze dertien topmuzikanten bij elkaar te houden.

Voor de afscheidstournee die tot en met 12 februari loopt, heeft Braam een aantal stukken geschreven zonder einde en een aantal zonder begin. Bovendien verwijderde de componist de noten C, E en G, die immers toch slechts tot vertrouwde moederakkoorden aanleiding zouden geven. Soms simpelweg door ze uit te gummen. Zijn musici, die altijd al een ongeëvenaarde vrijheid genoten, moesten zelf maar zien daar wat van te bakken.

Dat lukte vanzelfsprekend heel aardig. Sommige stukken zonder einde, zoals het pointillistische 'Attention Beatle Dandruff' (zo verstond ik het althans; in werkelijkheid bleek het 'Attn. Peter van Drub' te heten, ook een sterke titel), gingen heel voorspelbaar als de spreekwoordelijke nachtkaars uit. Een solo stierf gewoon af en dat was het dan.

Op de een of andere manier werkte het omgekeerd beter. 'A Sponsor Ex' begon met een verstilde pianosolo met Satie-aspiraties. Op een gegeven moment ging slagwerker Michael Vatcher daar doorheen zitten kraken, onhoorbaar aanvankelijk, maar allengs storender. Ongeveer zoals een dikke mevrouw in het zeteltje voor je kan kraken, wat erger wordt als je daar eenmaal op gaat letten. Het slot van het stuk kon geen groter contrast opleveren; dat was krachtig en vastberaden, alle muzikanten bliezen zich de longen uit de lijven.

Soms klapte een stuk midden in een solo radicaal om. In 'We Have A Pretzel' (nee hoor: 'Be Ever Pregnant') blies trombonist Wolter Wierbos zo'n scharniersolo. Dat was wel een beetje kenmerkend voor de aanpak: een compositie begint coherent, in een bepaald idioom, om al snel tot kettingbotsingen en Brownse bewegingen te vervallen.

Braam heeft overigens geen voorkeur voor een bepaald idioom: seriële muziek, minimal, jaren twintig vaudeville, 1970 free jazz, cut-up technieken, alles is bruikbaar. Maar: nadrukkelijk géén bigband-swing. Terwijl dat met deze muzikanten toch een koud kunstje zou zijn. Te koud misschien? (Wedden dat die gasten in het busje onderweg naar huis te gek gaan op Lionel Hampton?) Bij de Bik Bent Braam is de swing altijd aan de stugge kant. Overigens was dat in het verleden anders – toen citeerde de componist wel degelijk uit de bigband-canon.

De leider zet op een gegeven moment een soort James P. Johnson-ballad in, maar zodra je 'Teach Me Tonight' of 'I’ve Grown Accustomed To Her Face' meent te herkennen, tettert het orkest daar weer dwars doorheen. Alsof het wil zeggen: 'Bwââh, dáár hebben we nou even helemaal geen zin in.' Zoals componist Igor Stravinsky met zijn 'Ebony Concerto' een soort opengewerkte tekening van een jazzorkest presenteerde, zo laat ook Braam zijn Bik Bent met sardonisch plezier exploderen. Een waardige Exit.

Klik hier voor foto's van dit concert door Maarten Jan Rieder.

Labels:

(Eddy Determeyer, 3.2.12) - [print] - [naar boven]





Cd
Peter Evans Quintet - 'Ghosts' (More Is More, 2011)

Opname: 5 & 6 juni 2010

The quintet: Peter Evans (trumpet), Carlos Homs (piano), Tom Blancarte (bass), Jim Black (drums) and Sam Pluta doing live processing. What they do with the music is like going on a roller-coaster as you're tossed up in the air, whizzed around corners, spinning down and around. The quintet mixes bop and electronics in a compelling way, reminding me of the direction John Zorn took with his zapping music. 'One To Ninety-Two' is a post-bop type melody with subtle use of electronics and a rhythm section that stops and starts, speeds up and slows down. It's almost like a bebop Captain Beefheart... and that's just the first track. '323' hits you right between the eyes, flying off into a free form improvisation that gradually reassembles itself, only after visiting several different rhythmical sections. Here the music is relentless.

Carlos Homs plays excellent piano, keeping a fine balance between post bop and the avant-garde by mixing modern styles in a way that Matthew Shipp or Craig Taborn do. Jim Black is also in great form, maybe his most interesting drumming since the Tiny Bell Trio. Sam Pluta takes the music, in particular Evans trumpet, and sends it back to us the listener in many guises. In fact, sometimes it takes you a second to realise what you're actually hearing. Blancarte holds the whole thing together, probably more than we actually notice.

There are a few stopping places on the journey though, 'Ghost' being the first - based on the standard 'I Don’t Stand A Ghost Of A Chance With You'. Here the music is calm and spacious, with Evans trumpet spiralling away in all directions, even though he stays close to the melody (never played). The music is often daring and always interesting. And that is probably the winning point of the album: the music always stays melodic even in the wildest moments, whilst remaining remarkably accessible. 'Articulation' is like a conclusion at 14 minutes, the sum of all the music heard, forever changing. This for me is where Wynton Marsalis could have gone with his classic 4tet, but never did.

You could write much more about this cd, as the music manages to subtly integrate many styles, with endless details to discover. An excellent album with no weak moments and I suspect one that will be high on 'best of' lists of the year 2011.

Deze recensie verscheen eerder op
Free Jazz.

Meer horen?
Van dit album kun je hier de track '323' beluisteren.

Labels:

(Stef Gijssels, 1.2.12) - [print] - [naar boven]





Concert
Brederode stelt zich bescheiden op in 'Post Scriptum'

vrijdag 27 januari 2012, Paradox, Tilburg

Tijdens dit concert werd je als het ware uit je stoel gelicht en meegevoerd langs kleurrijke, muzikale ontwerpen. De zogenaamde 'soundscapes'. Je belandde pas weer met beide benen op de grond nadat de laatste noot gevallen was. Het is waar: pianist Wolfert Brederode musiceert vanuit een onconventionele klankbeleving en moet wel haast een rijke fantasie hebben. Hij en zijn flankerende topmaten vertelden boeiende verhalen in verschillende bedrijven. Bezien vanuit een eigen idioom, maar steeds met een gezamenlijk doel als uitgangspunt.

Klarinettist Claudio Puntin nam het voortouw. De stukken leken om hem heen te zijn gearrangeerd. Door zijn opvallende blaastechniek, waarmee hij lucht laat circuleren, ontstonden unieke klanknuances. En met het warme geluid van zijn basklarinet vormde hij heerlijke, droefgeestige melodielijnen, waarmee hij eenieder wist te betoveren. Maar daarnaast was hij ook baldadig en wist hij te shockeren met snerpende en tegendraadse klanken. Vaak met hulp van een effectenpaneel, waar hij overigens zeker niet overdadig mee was; hij wist het op de juiste momenten en op relevante wijze in te zetten.

Voor Brederode zelf lijkt stilte en eenvoud een essentieel gegeven. Met schijnbaar simpele noten en melodielijnen creëert hij lyriek, waarmee hij zijn uniciteit waarborgt. Hierdoor toonde hij zich een prima tegenpool voor Puntin en omfloerste hij het gehele klankenpalet met zijn luchthartige spel. Toch was zijn opstelling zeer bescheiden te noemen; hij had zeker meer van zichzelf mogen laten zien. En daar was genoeg gelegenheid voor in de soms erg lange lijnen van de composities. Overigens lag juist daar een belangrijke taak voor bassist Mats Eilertsen, hij was de stabiele en bindende factor met zijn inspirerende spel.

Drummer Samuel Rohrer is een verhaal apart. Hij identificeert zich door zijn tomeloze energie en melodieuze ritmiek. Soms krachtig en opzwepend, dan weer fijnzinnig en haast dichterlijk. Het was soms veel, want hij vulde op en in, maar het leek haast alsof hij piano speelde op zijn drumkit.

En dan was daar het speeldoosje. Zo'n klein dingetje, weet je wel, dat we vroeger voor onze kleine kinderen kochten en wat je ergens op moet leggen om als klankbord te fungeren, met een draaizwengeltje. Nou, dat speeldoosje speelde een cruciale rol. Het begon op de kam van de contrabas van Eilertsen om daarna via de drumkit van Rohrer te belanden bij Puntin. Laatstgenoemde creëerde een haast surrealistische sfeer door het onder een microfoon te leggen en er langzaam aan te draaien, terwijl hij er summiere geluidseffecten op losliet. Dat was buitengewoon mooi.

Helaas was over het gehele concert genomen de uitstraling van de heren muzikanten dodelijk serieus. En waarom? Het leek alsof ze opgesloten zaten in een cocon. Op een enkele uitzondering na was er nauwelijks sprake van enige zichtbare inleving of synergie op het podium. Dit deed verder niets af aan de kwaliteit van de muziek, maar iets meer openheid en interactie zou de betrokkenheid van het publiek zeer zeker vergroten en de toegankelijkheid voor een jonger en breder jazzpubliek kunnen verhogen. En dat verdient deze muziek zeker.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Donata van de Ven, 1.2.12) - [print] - [naar boven]





Cd
Ron van Stratum - 'Swingin’ In The Swamp' (Mons Records, 2010)


Limburg, dan denk je tegenwoordig aan onthaasten, kinderen die spelend door een bergweide zonder koeienstront rennen, een Toscaanse pizza en dat alles zomaar twee uurtjes onder de rook van de Randstad vandaan, een beeld waarbij je niet meteen denkt aan jazzrock waarvan je uit je dak gaat.

Drummer Ron van Stratum, geestelijke vader van 'Swingin’ In The Swamp' maalt daar niet om. Zijn leven is ritme, zijn huis, zijn auto; zelfs als hij met de ogen knippert, hoor je de klik, val je in de groove, wordt alles dynamisch. Kaarsrecht legt hij variant op variant op de mat. Ontspannen leunt hij in zijn technisch en beheerst spel achterover. 'Swingin’ In The Swamp' is geen typisch streekproduct, integendeel: het is fusion/jazz/funk van de bovenste plank, dat zo uit New York of Los Angeles had kunnen komen. Knalt gewoon mijn Tiedtke-speakers uit. De mix is van Van Stratum zelf, ondersteund door Emiel van Egdom, het product is gemasterd in de VS door Scot Kinsey.

Feest. Dat is de eerste gedachte, wanneer deze cd in de speler draait. 'Zawinizm' klinkt vet, 'Sunrise At The Pyramids' is mooi mystiek neergezet. 'Round Trip' lijkt me een heerlijk nummer om live te zien. De verzorgde ritmische opbouw ontbreekt in geen enkel nummer; de basis blijft strak, terwijl diverse druktemakers uit hun dak gaan.

Ondanks of dankzij de vele opnames in thuisstudio's klinkt de cd evenwichtig. Eigenlijk een mooi bewijs van het nieuwe opnemen. Ieder verzorgt zijn deel thuis. Natuurlijk ontbrandt de discussie: te technisch en te weinig mogelijkheden voor chemie, ten opzichte van lekker in trainingspak of pyjama in spelen, de chemie komt via skype, en zit opgesloten in de muziek. Hard, dat is de tweede gedachte. 'Swingin’ In The Swamp' is geen doorsnee bankzitter voor een zwijmel avondje.

Technisch worden er heel wat noten geproduceerd en Van Stratum heeft behoorlijk wat internationale musici om zich vergaart om het ook echt tot een drukbezocht feest te maken. Return To Forever is ook zo'n associatie en dat mag in deze toch wel een compliment zijn. Tempo. Strak, geen gelul, the feel is sowieso aan techniek onderhevig, maar gaat niet verloren, integendeel. Fraai voorbeeld hiervan is 'Mind The Mosquitos'. Hier wandelen diverse stijlfiguren hand in hand. Het plezier, de technische vaardigheid en de ontdekkingstocht druipen ervan af.

Opvallend is de klank van de zessnarige bas, gespeeld door Roman Korolik. Een wereldklank. Van Stratum, als menner van deze stal wilde paarden, gebruikt alles waar je maar mee kunt rammelen of op kunt slaan, maar dan in volkomen beheersing. Dat allemaal in een concept dat hij – perfectionist, percussionist - op de mat legt. Het feest houdt aan en gaat door, de hele cd lang. Solisten Peter Hermesdorf, Andy Middelton, Sam Vloemans gaan om de beurt stevig uit hun dak op sax en trompet, en de piano's, Moogs en aanverwante keyboards van Jim Beard, Wilbert Kivits en Mike Roelofs rennen om het hardst.

Kent deze cd dan geen rust? Dat is nou net het gekke. De zaak is zo strak ingespeeld, dat je op het puntje van je stoel blijft luisteren; tenminste als het je lukt om te blijven zitten. Loeihard heb ik 'm afgedraaid. Het is inderdaad een feest; eindelijk eens een eigentijds jazzproduct uit Limburg dat de concurrentie aan kan en klinkt als een Amerikaanse tiet. Uiteindelijk duiken ze allemaal over elkaar heen; snerpende gitaren, Moogs, jazzy stuff en ga zo maar door. Gewoon luisteren, genieten en alle lof voor die man met dat drumstel in het hart. Voor zijn spel en voor deze vet coole 'Swingin’ In The Swamp'.

Meer horen?
Op de
Myspace-pagina van Ron van Stratum kun je van dit album de volgende tracks beluisteren: 'Zawinizm', 'Swingin’ In The Swamp' en 'Little Argument'.

Labels:

(Jo Dautzenberg, 1.2.12) - [print] - [naar boven]





Cd
Max Roach – 'Deeds, Not Words' (Original Jazz Classics, 1987)

Opname: 4 september 1958

Het eerste dat opvalt aan deze sessie uit 1958, is de zorg die aan het totaalgeluid is besteed. De toevoeging van tubaspeler Ray Draper, zeventien ten tijde van de opname, heeft geresulteerd in een unieke klankkleur. Draper is niet alleen een aanwinst in orkestraal opzicht, hij versterkt ook de bas- en ritmefuncties van het kwintet. Met name in het nummer 'Filidé', waarin de gestopte trompet en de bescheiden tenor van George Coleman door de tuba gesteund worden, wordt zo een spooky sfeertje gecreëerd. De arrangementjes zijn overigens heads, ter plekke door het collectief bedacht en uitgewerkt.

Verder speelt drummer Max Roach drie duetten met bassisten Art Davis (twee) en Oscar Pettiford (een), die geknipt lijken om een ballet te begeleiden. Het nummer 'Conversation' is daarentegen een monoloog, een drumsolo namelijk waarin de leider veel gevoel voor kleur en contrast heeft gelegd.

Trompettist Booker Little is op zijn best in de ballad 'Deeds, Not Words' – in de uptempo nummers heeft hij de neiging op standaardlicks terug te vallen, die hij naar mijn smaak te vaak herhaalt.

Labels:

(Eddy Determeyer, 30.1.12) - [print] - [naar boven]





Interview
Sam Most


"Ken je het verhaal hoe ik een fluit kreeg van Frank Sinatra? Ik werkte toen met vibrafonist Red Norvo in het Sands Hotel in Las Vegas. Frank Sinatra kwam daar kijken en toen hij langs me liep zei hij: 'Sam, you’re blowing your ass off.' Prima, toch? Op een gegeven moment zaten we aan het ontbijt en toen zei hij: 'Sam, ik moet je iets laten zien.' Hij diepte een handgemaakte fluit uit zijn zak op. Hij zei: 'Ik weet dat je haar mooi vindt – je mag haar hebben.' Ik heb die fluit nog steeds. Hij vertelde dat hij haar voor zijn adembeheersing gebruikte. Vermoedelijk alleen om noten lang aan te houden. Breath control. Ik heb ook begrepen dat hij graag veel zwom."

De 81-jarige fluitist Sam Most (81) was vijftig jaar geleden al een gevestigde naam in de jazz. Hij speelde met tal van grote namen, zoals Tommy Dorsey, Red Norvo en Buddy Rich. Hij was wat in de vergetelheid geraakt, toen pianist en bopkenner Rein de Graaff hem een paar maanden geleden tegen het lijf liep. Het kon niet uitblijven: als gast van het Rein de Graaff Trio toerde de veteraan vorig jaar in oktober en november door ons land. Eddy Determeyer had bij die gelegenheid een gesprek met Sam Most.

Klik hier om het interview te lezen.

Labels: ,

(Eddy Determeyer, 29.1.12) - [print] - [naar boven]





Cd / The Jazztube #80
XLJAZZ 2011 o.l.v. Martin Fondse - 'Martian World' (Buitenkunst, 2011)


Een mooi initiatief, deze jaarlijkse exercitie van componist Martin Fondse met XLJAZZ, een 32-koppig gezelschap van semiprofs en jonge aanwas. Deze keer verkeren de dames en heren in latin-sferen. Niet dat er hier echt sprake is van een latinband: Fondse heeft dit ingrediënt slechts toegevoegd aan zijn avontuurlijke mix van hedendaagse kamermuziek, jazz en hier en daar een snufje Kenton. Pianist Ramón Valle is gastsolist; hij heeft zijn achtergrond in Cubaanse en klassieke muziek ingebracht.

Het moet mooi zijn om een stel competente geestverwanten te vinden die jouw compositie zó kunnen stapelen en kneden en uit elkaar kunnen trekken, dat er van die creepy mistflarden ontstaan als in 'Höllgrotten', met ergens hoog daarboven trompettist Wouter Hakhoff aan de trapeze. Solisten staan bij dit project overigens altijd in dienst van het geheel.

Fondse laat zijn geest breed uitwaaien en -waaieren. Zo is 'Consolacão' een impressie van een metrostation in São Paulo om vier uur in de zondagochtend en rijdt het gezelschap in 'A Mailman' luidruchtig rondjes, opgepropt in de bus van Fanfare Ciocarlio.

Het aardigst pakt de salade uit in 'Harry Bo', een compositie van trompettist Eric Vloeimans, waarin we flarden opvangen van een zwoele dansavond in de Tropicana, Havanna, 1941 en ook Ernesto Lecuona zelf nog even een kijkje komt nemen.

Bekijk de Jazztube!
Klik op de afbeelding linksboven om te kijken naar de opname van het nummer 'Levitando' voor dit album.

Labels: ,

(Eddy Determeyer, 28.1.12) - [print] - [naar boven]





Concert
Puurheid, eerlijkheid en onbevangen idealisme

Soo Cho Quartet, donderdag 17 november 2011, JazzCase, Dommelhof, Neerpelt

Met 'Little Prince', het titelnummer van haar gelijknamige tweede cd, word je meteen ondergedompeld in het melodieuze klankenbad van het Soo Cho Quartet. Een warm bad dat erg aangenaam aanvoelt, mede dankzij het heldere pianospel van de Zuid-Koreaans Cho, dat wondermooi matcht met het zijdeglans bugelgeluid van Angelo Verploegen. Melodieus en ritmisch tegelijkertijd, terwijl ook de klassieke achtergrond van de pianiste nooit ver weg is.

'Little Prince', de titel van haar cd, zo blijkt uit haar biografie, heeft Soo Cho ontleend aan het poëtische sprookje 'Le Petit Prince' van de Franse schrijver De Saint-Exupéry. Een kinderboek voor volwassenen met een verhaal over puurheid en eerlijkheid vol onbevangen idealisme. En laat dat nu ook juist de woorden zijn die wonderwel Cho's muziek omschrijven.

Sterke melodielijnen, die met een ogenschijnlijke vanzelfsprekendheid ronddwarrelen, zoals in het speelse uptempo en energieke 'Warrior', met het relaxte percussiewerk van Kaspars Kurdeko en het altijd aanwezige fluwelen bugelgeluid van Verploegen. De set was voornamelijk opgebouwd uit de songs van het eerdergenoemde album, maar ook nummers van haar eerdere cd 'Prayer' passeerden de revue. Of het nieuwe 'Tango Tango', dat voor de eerste maal werd gespeeld. Mooi breed en sensibel op piano, eerder klassiek dan jazz. Een tango met veel kleur, melodieuze piano, een uitgebreide en doeltreffende percussie en een mooie overgang op trompet. Met de standard 'My Funny Valentine' als bis werd het concert in schoonheid afgesloten.

De beeldschone Cho, ooit was ze nog fotomodel, heeft zich duidelijk een persoonlijke stijl eigen gemaakt met klassieke invloeden die verwijzen naar Bach en Chopin. Romantische en lyrische muziek, geschraagd op transparante en sterk gestructureerde composities. Niet baanbrekend of vernieuwend, maar mooi. Zonder hoekige kantjes en lekker als een snoepje dat blijft nasmaken ...en dat om meer vraagt.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Labels: ,

(Robert Kinable, 25.1.12) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
W.E.R.F.-Labelnight, een feest van de Belgische jazz


Het Brugse kunstencentrum De Werf bestaat 25 jaar en organiseerde vrijwel dag op dag 10 jaar geleden in het toen gloednieuwe Concertgebouw Brugge het eerste jazzconcert: het Brussels Jazz Orchestra met Bert Joris en Kenny Werner. Het werd een overdonderend succes, dat gepaard ging met de uitgave van de cd-box 'The Finest In Belgian Jazz', een mijlpaal in de geschiedenis van onze vaderlandse jazz en zonder twijfel ook de doorbraak voor het platenlabel van De Werf.

Op 18 februari staat, heel symbolisch, het releaseconcert van de 100e W.E.R.F.-label-cd op de affiche. Dit alles wordt feestelijk gevierd met een Ten Years After-concert van het Brussels Jazz Orchestra en Bert Joris, aangevuld met vele andere concerten van bands uit het W.E.R.F.-label, te weten Tuur Florizoone's Mixtuur-project, het Rêve D'Eléphant Orchestra, het Kris Defoort Trio, het Nathan Daems Quintet, het Nathalie Loriers New Trio en het Cezariusz Gadzina Quartet. Aansluitend is er nog een wervelende jamsessie.

Klik
hier voor meer informatie over dit concert.

Labels: ,

(Jacques Los, 25.1.12) - [print] - [naar boven]





Cd
Abbey Lincoln - 'That’s Him!' (Original Jazz Classics, 1988)

Opname: 28 oktober 1957

Haar debuut van een jaar eerder, met een orkest onder leiding van altist en arrangeur Benny Carter, ken ik niet. Uit de onderhavige registratie kun je opmaken dat Abbey Lincoln in 1957 reeds tot de tanden gewapend in het jazzstrijdperk stond. De jonge (27) vocaliste lijkt allerminst geïmponeerd door het kaliber en de reputatie van haar begeleiders – Kenny Dorham, Sonny Rollins, Wynton Kelly, Paul Chambers en Max Roach, op trompet, tenor, piano, bas en drums respectievelijk. Integendeel: het lijkt wel of die reuzen zich wat inhouden in de begeleiding.

Tevens is duidelijk dat Billie Holiday haar grote inspiratiebron is. Inmiddels is het usance dat elke nieuwe ster aan het jazzfirmament, of het nu een supernova is of een onherroepelijk vallend meteorietje, automatisch met Lady Day vergeleken wordt. Maar hier horen we, twee jaar voordat die laatste overleed, een indrukwekkend tribuut aan Onze Lieve Lady der Smarten. Alleen al dat repertoire. 'Happiness Is Just A Thing Called Joe', 'My Man', 'I Must Have That Man', 'When A Woman Loves A Man', 'Don’t Explain', allemaal sterk geassocieerd met Holiday. Maar Abbey Lincoln geeft er een volstrekt eigen, superieure draai aan, waarbij timing, tekstbehandeling, vormgeving en bezieling de belangrijkste parameters zijn.

Labels: ,

(Eddy Determeyer, 25.1.12) - [print] - [naar boven]





Nieuws
VPRO/Boy Edgar Prijs 2012 voor Yuri Honing


De VPRO/Boy Edgar Prijs 2012 is toegekend aan saxofonist, componist en bandleider Yuri Honing. De prijs, de belangrijkste in Nederland op het gebied van jazz en geïmproviseerde muziek, bestaat uit een plastiek van Jan Wolkers en een geldbedrag van € 12.500.

De VPRO/Boy Edgar Prijs 2012 wordt woensdag 16 mei 2012 uitgereikt tijdens een feestelijk programma in het Bimhuis te Amsterdam. VPRO-radio zendt de prijsuitreiking live uit op Radio 6 (20.00 tot 24.00 uur) én als videocast op het internet via VPROJazzLive.

Vanaf 17 februari 2012 maakt het Yuri Honing Acoustic Quartet een tournee langs de Nederlandse jazzpodia ter promotie van het nieuwe album 'True' (Challenge). Na de zomer wordt deze tour als VPRO/Boy Edgar Prijs Tournee voortgezet, waarbij de saxofonist behalve met zijn Acoustic Quartet ook met zijn elektrische groep Wired Paradise optreedt. Honing is dit jaar ook te vinden op de Nederlandse jazzfestivals. Daarnaast is hij met beide groepen op tournee in onder andere Ethiopië, Zwitserland, Duitsland, Engeland, Canada, China en de Verenigde Staten.

Uit het juryrapport:

Yuri Honing getuigt van grote muzikaliteit, vakmanschap en ambachtelijkheid en is op een creatieve, inventieve manier grensverleggend en grensoverschrijdend met zijn vak bezig. In het juryoverleg werd Yuri een 'veroorzaker genoemd. Hij realiseert ideeën die daarna ook een eigen leven gaan leiden, die navolging vinden en die de kiem vormen van nieuwe tradities. Yuri is een verklaard tegenstander van het in hokjes plaatsen van muziek. Hij heeft zich niet vastgelegd op één specifieke stijl of stroming. Hij zoekt de samenwerking met musici uit de Arabische muziek, pop, klassiek en dance. De jazz blijft in zijn werk echter altijd het referentiepunt. Hij beschikt over het vermogen om op een overtuigende manier zijn kunstzinnige ambities te realiseren en toont doorzettingsvermogen en cultureel ondernemerschap.

De jury bestond dit jaar uit: Aad van Nieuwkerk (programmamaker/presentator VPRO-radio), Hans Zuiderbaan (voorzitter Stichting Porgy & Bess), Friederike Darius (artistiek manager Jazz Academy Codarts), Paul Evers (hoofdredacteur Jazzism) en Annelies van Esveld (hoofd productie Bimhuis).

Meer weten?
In 2008 had Jacques Los namens Draai om je oren een interview met Yuri Honing. Klik hier om het te lezen.

Labels: ,

(Jacques Los, 23.1.12) - [print] - [naar boven]





Concert
Met een vingerknip een knallende muilpeer

Atomic, zondag 10 december 2011, Kunstencentrum BELGIE, Hasselt

Van de Scandinavische geweldenaars wordt wel eens beweerd dat ze niet veel meer kunnen dan aan de slag gaan met de nalatenschap van Brötzmann, maar wie afgezakt was naar Hasselt werd geconfronteerd met een realiteit die veel rijker en genuanceerder is dan dat, al deed de ene het met finesse en de andere het met een botte hakbijl. De impact was er in beide gevallen niet minder om.

De line-up van Atomic verraadt belachelijk veel talent in één band. De vijf muzikanten zijn stuk voor stuk kleppers die in talloze contexten werkzaam zijn, waarvan er veel amper verwantschap vertonen met die van Atomic. De sound van het Zweeds-Noorse kwintet vastpinnen, is intussen ook geen eenvoudige opdracht meer. De traditionele bezetting en spetterende sound doen nu en dan denken aan een geslaagd evenwicht tussen de tweede gouden Blue Note-periode, in wisselwerking met klassieke free jazz, maar de beweging die de band maakte sinds zijn debuut uit 2002 is, zoals het recent verschenen 'Here Comes Everybody' bewees, eentje van steeds toenemende subtiliteit. Nochtans zorgde opener 'Milano' meteen voor een oplawaai van jewelste.

Het is dan ook een perfecte dwarsdoorsnede van waar de band zoal voor staat, met zowel catchy thema's en hecht samenspel als vrijere passages. Pianist Havard Wiik mocht meteen van jetje geven en profileerde zich als misschien wel de grootste ontdekking binnen het Atomic-verhaal. Rietblazer Fredrik Ljungkvist (tenor- en baritonsax en klarinet) liet ook meteen horen een indrukwekkend veelzijdig muzikant te zijn, een die vanuit het aangereikte basismateriaal kan variëren, met sprekend gemak de band leidt en een neus heeft voor onverwacht melodische ideeën en harmonische rijkdom. Hij baande zich een weg door vijf composities van 'Here Comes Everybody' en het iets oudere 'Green Mill Tilter', liet duidelijk verstaan de touwtjes in handen te hebben, maar gunde ook de nodige vrijheid aan zijn kompanen.

Kreeg trompettist Magnus Broo de kans om zijn sterk geaspireerde speelstijl te laten horen in 'Upflog' en kon drummer Paal Nilssen-Love in het titelnummer van de recente plaat uitpakken met zijn speelse versnellingen, vertragingen en rammelende cimbalengeweld, dan was Ljungkvist degene die ervoor zorgde dat 'Unity Toccata' in de tweede helft, waarvoor hij overschakelde van klarinet naar baritonsax, uitgroeide tot een knetterend, bevlogen hoogtepunt. De muziek van Atomic was bij momenten gespierd en virtuoos, maar werd altijd met zorgvuldigheid gebracht en subtiel uitgewerkt. Weinig bands zijn in staat om in een vingerknip een retestrakke en knallende muilpeer uit te delen, en toch bewust te kiezen voor de grotere uitdaging van het uitstel. Atomic zorgde voor het spektakel dat we stiekem de hele tijd verwachtten.

Deze recensie verscheen eerder op Goddeau.com

Op 1 december 2011 trad Atomic op bij de JIN in de Lindenberg, Nijmegen.
Klik hier voor een fotoverslag van dat concert door Maarten van de Ven.

Labels:

(Guy Peters, 22.1.12) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Den Haag krijgt nieuw jazzfestival: Jazzin' The Hague


Op 1 en 2 juni gaat het nieuwe Haagse jazzfestival Jazzin' The Hague plaatsvinden. Initiatiefnemer is Peter Beets, Hagenaar van origine en bezig met een bloeiende internationale carrière als jazzpianist. "Er moest gewoonweg wat gebeuren. Mijn geboortestad Den Haag heeft een rijke jazztraditie, die teruggaat tot ver in de vorige eeuw. Dat kunnen we niet zo maar uit onze handen laten glippen. Het faillissement van The Hague Jazz mag niet het faillissement van jazz in Den Haag betekenen", aldus Beets.

Onder leiding van Beets is er een team van betrouwbare professionals samengesteld om het alomvattende masterplan verder vorm te geven en uit te voeren. Met een enorme expertise van meer dan 30 jaar jazzfestivals, is het World Forum als partner ingestapt. Voor de organisatie en uitvoering van het festival is het Haagse evenementenbureau AT Events benaderd. Door de organisatie wordt ook nadrukkelijk ingezet op de inhoudelijke samenwerking met Haagse jazzpartners, zoals het Haagse jazz- en cultuurpodium Stichting Prospero en het Koninklijk Conservatorium.

Ook met het naast het World Forum gelegen Bel Air Hotel zijn er afspraken gemaakt. In het verleden vonden hier de alom bekende jazz afterparty's plaats. Het programma wordt samengesteld door een vakkundige programmacommissie onder leiding van Beets en zal binnenkort door de organisatie van Jazzin' The Hague bekend worden gemaakt. Naast internationale jazzgrootheden zal het programma bestaan uit veel Nederlandse top jazzgroepen en jong talent.

Op dit moment kan er al één naam bekend worden gemaakt, namelijk die van saxofonist en bandleider Hans Dulfer. Dulfer: "Ik ben nog altijd op diverse (jazz)fronten actief, dus is het voor mij een unieke kans om tijdens de twee festivaldagen nu eens verschillende opvattingen te presenteren in dezelfde ambiance. Wat het precies gaat worden weet ik nu nog niet, maar dat het een onvergetelijk feestje gaat worden staat vast!"

Labels:

(Jacques Los, 22.1.12) - [print] - [naar boven]





Concert
Een pak ransel van Owen Hart

Jungha Lee Trio + sessie, maandag 16 januari 2012, De Spieghel, Groningen

Con Alma, zonder soul, kan dat? In De Spieghel speelde pianiste Jungha Lee het klaar. Haar optreden wilde maar niet van de grond komen, ondanks alle goede wil van alle betrokkenen – bassist Vassil Hadjigrudev en drummer Gene Jackson. Nu is Lee een artieste van de vierkante centimeter. Linker- en rechterhand verliezen elkaar nimmer uit het oog: met een toets of tien zou ze ook heel best uit de voeten kunnen. Pas in 'Cantaloupe Island' gingen de ritmes lekker wringen. Daar speelde de pianiste heel effectief blokakkoorden, wat haar stootkracht aanzienlijk vergrootte.

Na het optreden van het trio was het, zoals te doen gebruikelijk, een komen en gaan van gastartiesten. In een medium-tempo bluesje kwam er wat leven in de brouwerij, de zaak ging eindelijk swingen, de ideeën tuimelden over elkaar naar buiten. De handel ontspoorde zowaar in een stukje free jazz van de zwaardere soort, waarna de gelegenheidsformatie zowaar weer op het goede spoor raakte.

Alles goed en wel, maar wat een eersteklas drummer uit een stel eerstejaars conservatoriumstudenten kan halen werd maar weer eens duidelijk toen Owen Hart Jr. achter de kit plaatsnam. Het eerste gebod voor De Drummer ('Gij zult het tempo niet opdrijven noch laten zakken, want zoiets is de heer een gruwel') is er bij hem al op jeugdige leeftijd ingeramd en zoiets geeft een slagwerker paradoxaal genoeg veel vrijheid. Hart heeft bovendien als voordeel dat hij kennelijk veel meer dan de gebruikelijke twee handen en voeten tot zijn beschikking heeft. En dan die gortdroge knallen! Dat dat mag, zestien dagen na Nieuwjaar!

Zoals gezegd, de studenten stegen - voortgeranseld door Hart - boven zichzelf uit. Een fragiele tenorist schreeuwde zich schor. Na zijn gloeiende bijdrage kreeg hij een vriendschappelijke maar overenthousiaste por van een collega, zodat hij met saxofoon en al tegen de lambrisering kwakte. Nog lang zat hij ongelovig met zijn kop te schudden.

Groningen verkeert in de gezegende omstandigheid dat Owen Hart tegenwoordig in Beijum domicilie houdt, drie, misschien vier kilometer van de hot spots in de binnenstad. Doch hij liet doorschemeren dat hij overweegt terug te keren naar Italië. Ja hoor, alsof ze daar nog niet genoeg toffe muziek hebben.

Labels:

(Eddy Determeyer, 21.1.12) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
Afscheidstournee Bik Bent Braam


Is het een uitvloeisel van de bezuiningswoede die in de kunstsector rondwaardt? Of was pianist/componist/bandleider Michiel Braam gewoon toe aan iets nieuws na 25 jaar Bik Bent Braam? Feit is dat hij deze geweldige impro-band met een big bang afscheid laat nemen met een compleet nieuw - maar dus tevens laatste - programma: 'Exit'.

Bij het schrijven van de muziek voor het 'Exit'-programma heeft Michiel Braam een aantal beperkende uitgangspunten genomen met het doel de creativiteit te stimuleren. Zo zal in de eerste set van elk concert uitsluitend gebruik worden gemaakt van stukken die een begin hebben, maar geen einde. Voor de tweede set zijn uitsluitend einden geschreven; het is wel duidelijk waar de stukken naartoe moeten gaan, maar de vraag hoe daar te komen ligt open. De muzikanten zullen hun weg moeten vinden door improvisatie.

Een laatste beperking die Braam zichzelf heeft opgelegd, is dat in de partituren geen C, E en G zullen voorkomen. Het weglaten van deze normaal gesproken veel gebruikte noten biedt vanzelf nieuwe mogelijkheden. Je moet als componist op zoek naar oplossingen van problemen die je eerst niet kende.

Dit is de line-up van de laatste editie van Bik Bent Braam: Frans Vermeerssen (sopraansaxofoon), Bart van der Putten (altsaxofoon), Peter van Bergen (tenorsaxofoon), Frank Gratkowski (basklarinet), Jan Willem van der Ham (fagot), Angelo Verploegen (trompet), Eric Boeren (cornet), Wolter Wierbos (trombone), Peter Haex (tenortuba), Carl Ludwig Hübsch (tuba), Michiel Braam (piano), Jörg Brinkmann (cello) en Michael Vatcher (slagwerk).

Speellijst
21/01 Plusetage, Baarle Nassau
27/01 Bimhuis, Amsterdam
28/01 Grand Theatre, Groningen
03/02 De Regentes, Den Haag
04/02 Hot House, Leiden
10/02 Muziekhuis, Utrecht
11/02 Jazzclub Mahogany Hall, Edam
12/02 De Lindenberg, Nijmegen

Kijk op de website van Michiel Braam voor meer informatie over Bik Bent Braam.

Labels:

(Maarten van de Ven, 20.1.12) - [print] - [naar boven]





Concert
Het nieuwe Jef Neve Trio beroert oren, hart en geest!

vrijdag 13 januari 2012, Paradox, Tilburg

"Ken je dat gevoel? Je hebt zoveel herinneringen aan je plechtige communie, hoe je eruit zag, hoe groot je wel was... En dan kijk je twintig jaar later naar de foto's en niets blijkt nog te kloppen. Daar gaat 'Imaginary Road' over," weet pianist Jef Neve ons te vertellen. Door grappige anekdotes geeft hij uitleg hoe de composities tot stand komen. In België stond dit nieuwe project tijdens het Gent Jazz Festival 2011 al op de planken, maar voor Paradox is dit een primeur. Het meest opvallend in de bezetting ten opzichte van de formatie op de vier vorige cd's van Neve's trio is de vervanging van bassist Piet Verbist door de in New York wonende Ruben Samama, van Nederlandse afkomst. De verklaring hiervoor is volgens Neve vergelijkbaar met de gedachte alsof je op één januari in de spiegel kijkt en geconfronteerd wordt met iets dat er altijd was, maar beter had moeten zijn.

In het openingsnummer 'The Space We Need' horen we een zeer expressieve en gepassioneerde bassist die met jungleachtige oeh-oeh-klanken zorgt voor een inventieve start. Hij speelt met het hoofd diep voorovergebogen en is in innige omhelzing met zijn bas. Hij schept magische klanken en ondefinieerbare sounds, middels een loopstation of door de dubbele drumpartij van Teun Verbruggen. Deze compositie, door Jef Neve ondergedompeld in een bad van klassieke invloeden, doet denken aan het Esbjörn Svensson Trio.

In het fraaie 'Sofia' toont Samama groot cachet met een breed scala harmonieën. Hij danst met zijn bas, gebruikt afwisselend duim of strijkstok en tokkelt af en toe op de snaren van de piano. Hij zigzagt tussen de muzieklijnen van Neve. De pianist op zijn beurt geeft duidelijk erkenning aan het adres van Verbruggen, die met passend drumwerk Neve de kans biedt te excelleren. Dat het goed zit tussen de leden van dit trio, merken we aan het voortdurende oogcontact. Bij 'Colours And Shades' toont Neve de technische vaardigheid van zijn rechterhand en brengt hij met repetitieve motieven Verbruggen op tempo, die dit spel beantwoordt met rake accenten die Samama verrast doen opschrikken.

De drie verstaan elkaar met één noot, één juiste snaaraanslag, één drumslag en het spelplezier spat eraf. In de ballad 'Saying Goodbye On A Small Old Ugly White Piano', opgedragen aan Pascal Schumacher, is de homogeniteit van het trio maximaal. Je hoorde vroeger wel eens dat de pianist te veel noten speelde als demonstratie van zijn technisch kunnen. Maar dat is voltooid verleden tijd. Hij doseert akkoorden, single notes en arpeggio's spaarzaam, maar met onontkoombare zeggingskracht. Met name in deze ballad horen we de kracht van de stilte tussen de noten. Wat een spanning wordt hier gecreëerd als het tempo bijna tot stilstand komt! Het trio is hier wat betreft timing en samenspel in perfecte harmonie en eensgezind.

Ook in het verend ritme van 'For The People' blijft hun verstandhouding op peil, waarbij Neve rechtopstaand achter de vleugel zijn kracht en zijn intensiteit exposeert. Zijn zweetdruppels zijn metaforen voor parels van composities. Wonderboy Neve doet soms denken aan Mozart met zijn frivoliteit, zijn hoge manchetten, humor, speelsheid, maar ook met zijn genialiteit en zijn triomftocht op piano. Met 'Endless DC' (Da Capo) uit dit trio hun geloof in een nieuwe muziekgeneratie, de sounds of hope, en maken zij het publiek deelgenoot van hun persoonlijke zoektocht. In 'Imaginary Road' geven zij elke noot en klank een eigen betekenis.

De vernieuwing van dit trio is gelegen in de homogene en creatieve ritmesectie met Ruben Samama en Teun Verbruggen. Beiden zijn belangrijke mede beeldbepalende componenten van dit illustere trio, dat ieders oren, hart en geest weet te beroeren. En bovenal is er natuurlijk het grandioos pianospel en compositorische inbreng van Jef Neve zelf. Er staat vooralsnog geen maat op het moois dat hij ongetwijfeld nog in petto heeft!

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Labels:

(Gerda Boel, 18.1.12) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
Rumor 68


Rumor is een festival voor avontuurlijke muziek. Centraal staat innovatieve muziek op de scheidslijn waar jazz, pop en gecomponeerde muziek samenkomen. Rumor wordt op onregelmatige basis georganiseerd in Utrecht. De gebruikelijke formule voor een Rumor-avond is: drie concerten op drie locaties, voor één prijs.

Grenzen zijn er niet per se om te doorbreken, maar om af te bakenen. Om duidelijkheid te scheppen. Ook als het om muziek gaat. Handig misschien voor wie muziek bij het publiek wil brengen. Voor wie het wil verkopen of uit wil leggen. Maar de muziek zelf heeft daar geen boodschap aan. Evenmin als de muzikanten. Vanuit die gedachte ontstond ooit eind 1995 Rumor, het Utrechtse muziekfestival dat net zo bewegelijk en plooibaar wil zijn als de muziek zelf.

Op 21 januari 2012 is er weer zo'n avontuurlijke avond. De groepen die deelnemen zijn: Tetzepi met als gasttrombonist Nils Wogram, de Zweedse supergroep Fire (met onder anderen Mats Gustafsson) en The Kilimanjaro Darkjazz Ensemble.

Nils Wogram, hoewel nog betrekkelijk jong, kan gelet op zijn virtuositeit en gepassioneerde spel, aangemerkt worden als een van de beste trombonisten van Europa. Hij is ook een begenadigd componist, waarbij vaak complexe grooves de boventoon voeren: het avontuur staat voorop, maar de swing wordt nooit vergeten. Het orkest Tetzepi bestaat uit vogels van zeer diverse pluimage: pure jazzers, serieuze klassieke musici, zelfs een lid van het Willem Breuker Kollektief en een aantal avant-rockers, verbonden aan tegendraadse ensembles als Knalpot en Blast.

Uit de schijnbaar onuitputtelijke schatkist van de Scandinavische experimentele scene komt de nieuwste Zweedse supergroep Fire!, een trio uit Zweden met leden van The Thing, Tape en Wildbirds & Peacedrums. Ze creëren een mix van verwrongen versies van de hedendaagse experimentele muziek. Afgelopen zomer kwam de cd 'Unreleased?' uit, opgenomen in Japan met Jim O'Rourke op elektrische gitaar.

The Kilimanjaro Darkjazz Ensemble (TKDE) is een project van Jason Köhnen (Bong-Ra) en Gideon Kiers (Telcosystems), opgericht om filmmuziek te maken bij bestaande en niet-bestaande films. Live mengt TKDE zoveel mogelijk analoog met digitaal. De combinatie van de traditionele bezettingen met bestaande en zelf ontwikkelde software, creëert, mengt en muteert in een organische en elektronische performance, ondersteund door visuals.

Klik hier voor meer informatie over Rumor.

Labels: ,

(Jacques Los, 18.1.12) - [print] - [naar boven]





Concert
Zeer geslaagde combinatie van klassieke zang en saxkwartet

Claron McFadden & Artvark Saxophone Quartet, donderdag 12 januari 2012, Huis a/d Werf, Utrecht

'Sly meets Callas' is de werktitel van de samenwerking tussen de Amerikaanse sopraan Claron McFadden en het saxofoonkwartet Artvark. Het levert muziek op die een combinatie is van hedendaags gecomponeerde muziek en groovy, swingende moderne jazz met een vette knipoog naar de blues en de funk.

Het kwartet – de altisten Rolf Delfos en Bart Wirtz, tenorsaxofonist Mete Erker en op baritonsax Peter Broekhuizen – openden met een korte instrumentale set voor de pauze. Uit het repertoire van hun in 2010 uitgebrachte cd 'Truffles' werden onder andere 'Ornat King Coleman', 'Jezus Be A Fence' en 'Soundtrack' uitgevoerd. In een trefzeker en welluidend samenspel en met het vette en donkere geluid van de baritonsax werd verbluffende en swingende jazz geproduceerd. Daar kwamen dan ook nog eens de felle en geïnspireerde solo's van Wirtz, Delfos en Erker bij.

Na de pauze werd het kwartet aangevuld met de klassiek geschoolde zangeres Claron McFadden. Hoewel zij ook het jazz-zingen en improviseren uitstekend beheerst, is haar klassieke intonatie overheersend. Al met al is haar bijdrage een zeer aangename en verrassende aanvulling op het viertal saxofonisten. Ze is duidelijk 'one of the guys'. Zichtbaar inspirerend is haar invloed op het geheel. Haar vocale mogelijkheden zijn welhaast onbegrensd. Zij gilt, lacht, giert, schmiert, fluistert, scat, krijst, vertelt, zingt fraai en is zowel charmant als ondeugend naar de netjes gekapte en strak in het pak zittende heren toe.

In een programma bestaande uit originele composities van de vier saxofonisten en met teksten van McFadden, Edgar Allen Poe en Robert Burnes werd een fascinerend en avontuurlijk concert gegeven.

De organisator van deze avond, Gaudeamus Muziekweek (platform en aanjager van ontwikkelingen en initiatieven binnen de nieuwe muziek), mag in de onmiddellijke toekomst wel wat meer concerten organiseren van groepen die laveren op het vlak van klassiek en jazz. Suggesties desbetreffend zijn bijvoorbeeld Zapp 4 en Estafest.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Maarten Jan Rieder.

Labels:

(Jacques Los, 18.1.12) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...





Schrijf je in voor onze gratis Nieuwsbrief! Klik op de button hieronder om je aan te melden:


Menupagina's:


Zoek in deze website:

Google

web deze website


JazzXpo:


Claudio Puntin
door Cees van de Ven


Redactieadres:

Boonskuilstraat 19 B2
3910 Neerpelt
België
(0032) 11 74 71 80
redactie@draaiomjeoren.com

Nieuws, tips, suggesties, meewerken? Mail naar de redactie.



(advertenties)

































[Valid Atom]
(meer informatie)

This page is powered by Blogger. Isn't yours?