Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




Concert
I'm here

Avishai Cohen Trio, maandag 31 maart 2014, Bimhuis, Amsterdam

"I'm here", zegt basspeler Avishai Cohen tegen de mensen die hem tijdens het concert op hun mobiele telefoon vereeuwigen. Ja, hij ís er, deze energieke krachtpatser die samenspeelde met Chick Corea, Kurt Rosenwinkel en Alicia Keys. In Amsterdam geeft hij zijn bas de hoofdrol, virtuoos en met gemak, in samenspel met muzikanten die aan hem gewaagd zijn.

Piano, bas en drums geven tegelijk de aftrap. Op krachtige akkoorden klinkt een kleurrijke melodie. De muziek hoeft niet meer geroepen te worden. Ze staat al te wachten. Zo danst 'Interlude' meteen van de ene climax naar de andere. 'Soof', het tweede nummer, begint melodisch. Pianist Nitai Hershkovits speelt bijna romantische, meeslepende akkoorden en drums en bas volgen. Niet voor lang, want Cohen is toe aan een solo met krachtige, snelle ritmes, met tonen die hoog en vrolijk dartelen of deinen als klanken diep in de nacht. Cohen kronkelt zich om zijn bas, omarmt deze, swingt ermee, of tokkelt liefkozend op de snaren. Zo tovert hij zijn geliefde instrument, dat het meestal moet doen met een bijrol, vanzelfsprekend om tot de hoofdrolspeler.

'Seattle' is vooral energiek. Klanken knetteren tussen de wolkenkrabbers heen en weer als pingpongballen. Was in de eerste twee nummers de dynamiek tussen Cohen en Hershkovits het sterkste, nu komt drummer Daniele Dor tot leven. In wisselende ritmes brengt hij zichzelf én het publiek tot extase, waarna het trio weer rustig de tijd neemt om de muziek te laten uitdrijven. Het trio kan ook heel klein en breekbaar spelen, zoals bijvoorbeeld in 'Ballad For An Unborn'. Hierin klinkt door dat de heren zich graag laten inspireren door de klassieken. Bij 'Variations In G Minor' lijkt Bach zelfs te knipogen. Latin en funk, andere voorliefdes van Cohen, zijn te horen in het polyritmische 'Abi'.

Zo speelt het trio meer nummers van de cd's 'Gently Disturbed', 'Aurora' en 'Duende' en ook van enkele oudere cd's. Cohens laatste album, 'Almah', valt buiten de prijzen. De heren improviseren er lustig op los, verrassen elkaar en sluiten moeiteloos bij elkaar aan. En dan de timing: op een passend of onverwacht moment een rust inlassen om daarna exact op de seconde weer met zijn drieën tegelijk te beginnen. Zwitserse horlogemakers kunnen er een voorbeeld aan nemen. De heren vieren een feestje op het podium.

Toch komt onvermijdelijk het moment van de toegift: 'Besame Mucho'. Cohen brengt het solo. Hij houdt het klein en zingt erbij. Wondermooie puntje-op-je-stoel muziek. Voor de volgende twee (!) toegiften voegen drummer en pianist zich bij Cohen en klinkt de inmiddels bekende, energieke sound, bijvoorbeeld in 'Remembering'. Na zo'n avond gaat dat wel lukken. Daar zijn geen foto's voor nodig.

Labels:

(Heleen van Tilburg, 19.4.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Dimami - 'Back And Forth' (eigen beheer, 2014)

Opname: 2001-2013

Net als je na 'Riddum', het openingsnummer, denkt: goh, wat speelt die Miguel Boelens lekker ontspannen, neemt de band in 'Swing Hill' nog wat meer gas terug. Nog een stapje verder en we zitten in het jaar 5.000.000.000 AD en een zo goed als leeg heelal.

Dimami is geen groep van het grote gebaar. Eerder van een halve vingerknip, een onopgemerkte knipoog, een oogwenk die alweer voorbij is. Daarbij blijft het drietal als met onzichtbare draadjes aan elkaar verbonden. Het nummer 'Nephology' dreigt in ritmische zin even te ontsporen, maar daar wordt meteen een creatieve draai aan gegeven, zodat het uiteindelijk op een mooi evenwichtig duet tussen Boelens en gasttrombonist Joost Buis uitloopt.

Makki van Engelen drumt lekker transparant en leider Dion Nijland draagt er zorg voor dat zijn schaapjes bij elkaar blijven. Van het stel is Boelens misschien nog wel het meest bedachtzaam – het is dat je bezwaarlijk tegelijkertijd een altsax en een pijp in je mond kunt hebben. Maar in 'Balkannibalisme', de enige compositie waarin hij voor een wat minder vederlichte aanpak heeft gekozen, klinken zijn alt en de tenor van gast Mete Erker alsof die daadwerkelijk in één mond zijn gestoken.

De opnamen dateren uit de periode 2001-2013 en laten horen, dat het concept in al die jaren niet wezenlijk is veranderd. Altijd lijkt er een soort onbestemd heimwee naar de WestCoast jazz van de jaren vijftig boven Dimami te zweven. Anders gezegd: het is nu zes weken geleden dat poes Pieps verdween – moeten we de hoop al opgeven?

Morgenavond presenteert Dimami deze cd tijdens een concert in De Toonzaal, Den Bosch. Klik
hier voor meer informatie.

Meer horen?
Klik hier om drie tracks van dit album te beluisteren: 'Zacht En Opgewekt', 'Swing Hill' en 'Riddum'.

Labels:

(Eddy Determeyer, 17.4.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Magiër van de aanraking

Bill Frisell Trio, woensdag 9 april 2014, Paradox, Tilburg

Het cruciale kenmerk van een jazzmuzikant is zijn sound, het vermogen zich te onderscheiden van zijn ambtgenoten. Bill Frisell wordt met Pat Metheny en John Scofield al decennialang gerekend tot de top drie onder de jazzgitaristen. Hij wordt gelauwerd om zijn uniciteit. Ook deze avond blijkt eens te meer dat zijn klank, in vergelijking tot de andere meesters, het minst heeft uit te staan met het gebruikelijke geluid van de gitaar.

In Paradox treedt Bill Frisell aan met zijn trio Beautiful Dreamers. De verrassende combinatie van het instrumentarium - elektrische gitaar, altviool en drums - zorgt voor een moeilijk te duiden verwachtingspatroon. Het openingsstuk is abstract en fragmentarisch. Het ware karakter van het stuk ontvouwt zich geleidelijk. De meanderende melancholie tussen viool en gitaar zwelt aan, onder het ritme van een verre, doorklinkende kerkklok. Het uiteindelijk resultaat is een cocktail van country, americana, folk en improvisatie. Dergelijke melanges blijken uiteindelijk het leidmotief van de hele avond.

De vrijgevigheid waarmee Frisell elementen in elkaar laat schroeien, houdt verband met zijn voorliefde voor en exploitatie van het Amerikaanse muzikale gedachtegoed. Bijna achteloos maar ingenieus gooit Frisell de free jazz, garagerock en de psychedelica van Hendrix op een hoop. De betoverende, wisselende groove van drummer Rudy Royston plaveit de weg naar de onstuimige krochten van de Amerikaanse muziek. Laat er geen misverstand over bestaan: Frisell is geen conservator of kopiist van Amerikaanse subgenres. De anti-gitaarheld gebruikt de muzikale grondslagen als pijlers voor een compromisloze en eigentijdse reflectie. Zo kan de maestro de country-blues, in samenspraak met altviolist Eyvind Kang, laten culmineren in een orkestrale apotheose. Het zoetgevooisde, afsluitende pareltje uit de eerste set toont slechts sporen van Coltrane's 'Lush Life'.

Na de verplichte break blijven de ondefinieerbare verrassing en de wendbaarheid van het avontuurlijke trio de troefkaarten die permanent worden uitgespeeld. Frisell is een magiër van de aanraking. Hier ligt de basis voor de ombuiging van de toon, de veranderende klankkleuren en de totstandkoming van de wonderlijke harmonie. Het is niet eens een vraag of er een andere gitarist dan Frisell in staat is om, uit een rijkelijk en gevarieerd repertoire, zo veel geluiden uit de body van de vertrouwde Telecaster te halen. Als alternatief voor het spelen van flitsende gitaarlicks wordt virtuoos gebruik gemaakt van een uitgebreide serie van effectpedalen om het geluid te manipuleren. Verschillende combinaties van vertraging, echo, compressie, distortion, galm en geluid zorgen voor deze ombuiging. Weergaloos, onstuimig en opzwepend wordt de grens steeds verlegd. Een afwisselend gevoel van verbazing en zweempjes van identificatie over de composties wordt opgeroepen. Tot aan de toegift: de melancholieke Gershwin-standard 'I Loves You Porgy' is een feest van herkenning.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 17.4.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Kaja Draksler – 'The Lives Of Many Others' (Clean Feed, 2013)

Opname: 2 juli 2013

Zelfs als je veel tijd investeert in het beluisteren en verzamelen van (of schrijven over) muziek, dan nog overkomt het je maar een paar keer per jaar dat je ademhaling even stokt en je de oren spitst bij de eerste beluistering van een nieuw album. Dat gevoel is net de reden waarom je jaar na jaar die zuurverdiende euro's blijft ophoesten (of bandbreedte opslorpt, voor de meer praktisch ingestelde zielen onder ons). Je hoort iets anders, iets nieuws en iets dat je nog niet eerder in die vorm hoorde. Dat was het geval bij het solodebuut van de Sloveense pianiste Kaja Draksler, die meteen een onuitwisbare indruk maakt. 'The Lives Of Many Others' is een album waarop vrije improvisatie en hedendaags klassiek een innemend verbond aangaan.

Dat het geen doorsnee plaat zou worden, kon je eigenlijk ook al afleiden uit haar cv. Draksler studeerde immers in Nederland en werd er snel een deel van de bloeiende scene. Ze viel in de prijzen met een masterscriptie over de improvisatiestijl van Cecil Taylor en studeerde onder andere bij Vijay Iyer en Jason Moran, twee van de meest gelauwerde pianisten van vandaag. Het leest dus wel een beetje als de kroniek van een aangekondigde klepper. 'The Lives Of Many Others' is niet meteen lichte kost, maar meerdere luisterbeurten laten horen dat er achter die aanvankelijke ondoordringbaarheid een heel eigen wereld geschapen werd. Eentje waarin het eerst fijn verdwalen is, tot de herkenning ingezet wordt en Drakslers stijl en persoonlijkheid vorm beginnen krijgen.

De plaat bevat een aantal momenten die best overrompelend zijn door hun bombast, maar zelden van lange duur zijn. De soberheid weegt sterker door. Bovendien is contrastwerking iets dat Draksler tot in de puntjes beheerst. 'Suite: Wronger / Eerier / Stronger Than (Just A Thought) / I Recall' mag dan wel van start gaan met een onnavolgbaar notengedwarrel op een haakse ondergrond, al snel vergaart het stuk meer focus. Die invloeden uit jazz en klassiek krijgen gedaante in een verhaal dat afwisselend meditatief en desoriënterend klinkt, met amper waarneembaar gemorrel én autistische herhalingen die zich aandienen via korte spurtjes. Het totaaleffect is bezwerend, met een aangehouden noot die overeind blijft in een omgeving die voortdurend gedaanteverwisselingen ondergaat. Zoals het oog van een storm die al dan niet toeslaat.

De cd is als geheel behoorlijk straf, maar eigenlijk is het de start die het onvergetelijk maakt. Met een titeltrack die aanzet vanuit de buik van de piano, met rauw geschraap over de pianosnaren en metalig gehamer. Wat zich daarna ontvouwt is echter een klein stukje magie: een steeds nadrukkelijker ritme, zoals een trein die zich op gang trekt, maar overgaat in iets dat je bijna een industrieel hiphopritme zou kunnen noemen. Dat valt dan weer stil en via luchtig belletjesgerinkel en gedempt klaviergepruts dient zich een iele, dansende pianolijn aan, een ragfijn stukje klassiek dat uit een volkse traditie lijkt te komen en bedwelmt met een bloedmooie melodie, die tenslotte uitgeleide gedaan wordt als een slaapliedje boven een kinderbed.

Het is meteen ook een mooie overgang naar 'Vsi So Venci Vejli', een kaal, bijna aarzelend stuk, dat gebaseerd is op een traditioneel Sloveens lied en klinkt als een klassieke sonate die gaandeweg een schuchtere dans op schuifeltempo aandurft. Als het wat vlotter mag gaan, dan lukt dat al even goed: in 'Army Of Drops' raast de nerveuze linkerhand over het geduldige fundament van de rechterhand, terwijl afsluiter 'Delicious Irony' teruggrijpt naar een afgemeten zuiverheid waarin elke noot wordt behandeld met de obsessieve, noot-per-noot-verschuivende dwangmatigheid van een pianostemmer. En mysterie blijft hand in hand gaan met momenten van helderheid, die zich openbaren als plotse sprongetjes in een gelijke tred. 'The Lives Of Many Others' is een gevarieerde, uitdagende, soms bloedmooie en constant fascinerende plaat. Te ontdekken.

Deze recensie verscheen eerder op Enola.be

Morgenavond speelt Kaja Draksler in De Singer, Rijkevorsel. Klik
hier voor meer informatie.

Labels:

(Guy Peters, 15.4.14) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
Mechanical Duck: glamrockjazz met de liederen van Schubert


Morgenavond staat er een bijzonder kwartet op het podium van Axesjazzpower. Vier muzikale omnivoren uit de hoek van de jazz en de wereld van de klassieke muziek bundelen hun krachten in een genadeloze bewerking van Schuberts beroemde liederencyclus 'Die Schöne Müllerin'. Het resultaat is een onbarmhartige vertolking waar de vonken vanaf vliegen. Dit levert een avondje glamjazzrock op met kinky jazz in combinatie met de liederen van Schubert.

Mechanical Duck bestaat uit Hammond-organist Folkert Oosterbeek en drummer Felix Schlarmann, die met Bruut! al geruime tijd de zalen platwalsen. Verder Jasper Blom, een tenorsaxofonist die de klankkleur van zijn instrument vaak lardeert en uitbreidt met een arsenaal aan elektronica. En dan is er de in het oor springende operazanger en theatermaker Charles Hens, die op geheel eigen wijze Schuberts befaamde liederen vertolkt. Het kwartet heeft een onconventionele muzikale aanpak. Zo maakten zij al eens een programma op basis van de speed- en thrashmetalmuziek van Lamb Of God en System Of A Down.

Het concert begint om 21.00 uur in café Wilhelmina aan het Wilhelminaplein 6, Eindhoven. De entree bedraagt 11 euro. Klik hier voor meer informatie.

Meer horen?
Vorig jaar speelde Mechanical Duck op het VPRO ToneJazz Festival in Muziekcentrum De Toonzaal, Den Bosch. Dat concert is hier terug te beluisteren (vanaf 8'04).

(Maarten van de Ven, 13.4.14) - [print] - [naar boven]





Jazztube
Herbie Hancock Quintet - 'Cantaloupe Island'


Vandaag viert Herbie Hancock zijn 74e verjaardag. De pianist is gedurende zijn lange carrière uitgegroeid tot een waar jazzicoon. Zijn rol in het Miles Davis Quintet in de jaren zestig is niet onderschatten, als een van de grondleggers van het post-bop geluid. Hij was ook een belangrijke kracht van de Blue Note-stal; in die jaren speelde hij mee op albums van grootheden als Wayne Shorter, Grant Green, Bobby Hutcherson, Sam Rivers, Donald Byrd, Kenny Dorham, Hank Mobley, Lee Morgan en Freddie Hubbard. Zijn eigen albums 'Empyrean Isles' (1964) en 'Maiden Voyage' (1965) worden gezien als klassiekers.

Als componist piekte Hancock onder meer met 'Cantaloupe Island', een nummer dat hij opnam voor het bovengenoemde album 'Empyrean Isles' met Freddie Hubbard (cornet), Ron Carter (bas) en Tony Williams (drums). Het is sindsdien uitgegroeid tot een jazz standard, niet in de laatste plaats omdat de jazz-rapformatie Us3 het nummer samplede voor hun song 'Cantaloop (Flip Fantasia)'. Dat heeft Hancock vast en zeker geen windeieren gelegd; de cd waar het nummer op stond, 'Hand On The Torch', zou het eerste Blue Note-album worden met een platinum-status in de VS (1 miljoen verkochte exemplaren).

Hancock, Hubbard, Carter en Williams kwamen op 22 februari 1985 nog eenmaal bijeen tijdens een all-star concert in de New Yorkse Town Hall ter gelegenheid van de herlancering van het Blue Note-label. Zij werden op het podium vergezeld door saxofonist Joe Henderson. Daar speelden zij 'Cantaloupe Island' nog eens. We horen een geïnspireerde uitvoering met een kwikzilverachtig spelende Hancock en een branievolle Hubbard die nog on top of his game was, voordat lipproblemen hem ernstig parten zouden gaan spelen.

Labels:

(Maarten van de Ven, 12.4.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Leve de lente!

The Spring Quartet, woensdag 26 maart 2014, De Bijloke, Gent

"Vaak gebeurt het niet dat een kwartet evenveel oude rotten telt als frisse hoentjes. Een der uitzonderingen binnen het jazzlandschap is echter The Spring Quartet. Tot de categorie 'frisse hoentjes' behoort Esperanza Spalding in ieder geval; getooid in een lichtgekleurde hoofddoek met een vrolijk motief en voorzien van lichtgroene sportschoenen leek het even alsof de lente zelf het podium van de Bijloke kwam opgewandeld."

Jan Jakob Delanoye toog naar de mooie Bijloke-site voor een concert van een kwartet met daarin twee grootheden uit de jazz, de 'oude rotten' Joe Lovano en Jack DeJohnette, 'fris hoentje' Spalding en nog zo'n relatief jong talent: de Argentijn Leo Genovese.

Klik hier om zijn verslag te lezen.

Cees van de Ven maakte een fotoset van dit concert, dat je hier kunt bekijken.

Labels:

(Maarten van de Ven, 12.4.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Jeroen Manders Quintet featuring Ack van Rooyen – 'To The Ends Of The Earth' (Mons, 2013)

Opname: 9 & 10 februari 2013

De van oorsprong in Den Haag opgegroeide en opgeleide saxofonist Jeroen Manders had een wens om ooit een plaat op te nemen met zijn oude leermeester en held Ack van Rooyen. Met deze plaat is die wens in vervulling gegaan. In de jaren negentig had Manders les van Van Rooyen op het Haags conservatorium; hij begon als trompettist en bespeelde ook de trombone. Door een vervelend skiongeval verloor Manders echter de embouchure voor dit lastig te bespelen blaasinstrument. Noodgedwongen stapte hij over op saxofoon, waar hij gelukkig geen hinder ondervond. Voor die switch alleen al - tijdens je opleiding noodgedwongen van instrument wisselen - verdient Manders een groot compliment.

Met deze plaat wilde Manders geen ingewikkelde en complexe riffs spelen en arrangeren; hij wilde juist trachten om binnen de essentie van de muziek te blijven met mooie melodielijnen. Dat is hem zeker gelukt. Hij koos voor een aantal standards en een paar eigen composities. Hij heeft zich weten te omringen met uitstekende muzikanten voor dit project. De hele plaat ligt lekker in het gehoor en is easy listening in de goede zin van het woord.

De composities die hij koos, zoals de ballad van Michel Legrand, 'Papa, Can You Hear Me', passen uitstekend bij de fluweelzachte toon en vloeiende melodielijnen, die Ack van Rooyen als geen ander op de bugel kan spelen. De inmiddels 83-jarige blazer speelt vitaal en zijn spel heeft een indrukwekkende diepgang. Pianist Marc van Roon speelt zeer fraaie harmonische klankkleuren en melodielijnen ingebed in mooie akkoordliggingen, ook op de Fender Rhodes die hij soms tegelijkertijd met de piano bespeelt, zoals in de Deense traditional 'En Yndig Og Frydeful Sommertid'. Drummer Wim Kegel valt op door zijn veelzijdigheid: hij kan een liedje drummen (dat is knap voor een drummer), maar kan ook stuwen en grooven. Beide aspecten hoor je terug in de composities van Mander zelf, zoals in 'Boombah', een verfrissend stuk. Bassist Erik Robaard is in het geheel een anker, met een fraai sonoor karakter. Hij heeft een mooi duet met de bandleider in de Warren/Gordon-standard 'This Is Always'.

Manders zelf heeft op tenorsax een mooie volle toon. Op deze plaat is het hem gelukt om de band als een geheel te laten klinken, waarbij ieder een gelijkwaardige rol heeft, waar ruimte is voor elke instrumentalist om te soleren, zonder een grote rol voor zichzelf op te eisen. Ook op de sopraansax is hij vaardig. Het doel van Manders om Van Rooyen in het zonnetje te zetten, is hem zeker gelukt met dit sterke album. Hij heeft composities gekozen die aansluiten bij de kwaliteiten van Van Rooyen. Een uitdaging voor deze bescheiden saxofonist zou kunnen zijn om bij een volgende release wat meer te vertrouwen op zijn eigen composities; die zouden wellicht nog iets meer eigenheid in het geheel kunnen brengen.

Meer horen?
Klik
hier om geluidsfragmenten van dit album te beluisteren.

Labels:

(Koen Scherer, 11.4.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Gillen van plezier

Peter Beets JazzJam, dinsdag 1 april 2014, De Smederij, Groningen

Als ook de normaal zo stoïcijnse Teutoon Hans Lass een grijns niet weet te onderdrukken, kun je er gif op innemen dat er iets bijzonders aan de hand is. Inderdaad, op die momenten is de band een voertuig geworden dat zich aan de zwaartekracht weet te onttrekken en in hemelse sferen is geraakt. Gewoonlijk zijn dat soort ogenblikken schaars, maar in De Smederij kwam het deze keer herhaaldelijk tot dergelijke euforische levitaties. Pianist Peter Beets rent als een razende duivel van climax naar climax, drummer Gijs Dijkhuizen helpt hem daarbij met knallende breaks en een niet aflatende slagregen aan accenten en licks, en bassist Lass vindt het dus duidelijk een uitdaging om dat allemaal vlekkeloos bij te benen en zijn aandeel in de stuwkracht te leveren. Saxofonist Will Jasper trok daarbij soms een bedenkelijk gezicht, maar bleef verder onverstoorbaar mooie melodieën blazen, terwijl hij dus bijna van de sokken werd gespeeld door de grondzeeën en schuimkoppen van de ritmesectie.

Op die momenten werd de band een Gestalt. Een levende entiteit. Een organisme. En de meeste organismen die we om ons waarnemen verbruiken zuurstof. Dat was duidelijk het geval hier en niet zo'n beetje ook. Halverwege de eerste set, tijdens een exuberante uitvoering van Jimmy Raneys 'Hershey Bar', zag ik schuin voor me drie oudere heertjes al schuin wegzakken. Gelukkig haalden die nog net het einde van 'Three Little Words' (dat eveneens een pittig verloop kende, om het eufemistisch te stellen) en daarmee de pauze.

Overigens, een pianist die zijn optreden begint met een citaat uit 'Intermission Riff' kan bij mij al niet meer kapot. Zoals gezegd, de meeste nummers werden in een onfatsoenlijk rap tempo genomen – er zijn zelfs lieden die beweren dat Peter Beets slechts tien vingers heeft. In werkelijkheid schuift hij in de snellere passages, wanneer je die vingers al niet meer kunt waarnemen, een stuk of wat extra extremiteiten uit ter ondersteuning. Hij speelt consequent lineair – ik zou wel eens een Monkprogramma van hem willen horen.

'Con Alma', dat met hart en ziel vertolkt werd, ging naadloos over in 'Caravan', waarbij we binnen zeven minuten al halverwege de Sahara waren. Als je het mij vraagt een record. Ook in de vier-om-vier chases ('I’ll Remember April') bleef de pianist onvoorspelbaar. Je zag de muzikanten binnensmonds gillen van plezier. Tijdens de toegift ("We gaan nu de blues spelen, daarna treffen wel elkaar aan de bar"), 'Things Ain’t What They Used To Be', moest Dijkhuizen zijn basdrum, die zich geniepig uit de voeten probeerde te maken, naar zich toetrekken en zijn broek ophijsen.

Het bleef nog lang onrustig in het hoofd.

Klik hier voor foto's van dit concert door Zoltan Acs.

(Eddy Determeyer, 9.4.14) - [print] - [naar boven]



 

Vooruitblik / Jazztube
Basklarinet Festijn eert Harry Sparnaay


De basklarinet is een karaktervol instrument, dat met zijn opmerkelijke sonore en diepe geluid blijft verrassen. Als je aan de basklarinet in de jazz denkt, dwalen je gedachten natuurlijk onwillekeurig meteen af naar Eric Dolphy, die met zijn muziek een enorme bijdrage heeft geleverd aan de expressiemogelijkheden van dit lastige instrument. Maar er zijn ook heden ten dage nog verschillende grootmeesters actief werkzaam op de basklarinet, zoals Louis Sclavis en Claudio Puntin. Laatstgenoemde is een van de muzikanten die acte de présence geven op het eerste Basklarinet Festijn.

Tijdens het Basklarinet Festijn viert basklarinettist en docent Harry Sparnaay zijn zeventigste verjaardag met de feestelijke afsluiting van zijn bijzondere muzikale carrière. Sparnaay behoort tot 's werelds grootste basklarinettisten. Hij gaf concerten tijdens alle belangrijke festivals in de wereld en heeft als solist met vooraanstaande orkesten en ensembles gewerkt. 
Hij ontving diverse prijzen. Sparnaay heeft de hedendaagse muziek in Nederland én internationaal een enorme impuls gegeven. Meer dan 650 muziekstukken zijn speciaal voor Sparnaay geschreven door componisten als Luciano Berio, Morton Feldman, Iannis Xenakis en Isang Yun.

Naast Sparnaay en Puntin werken de volgende basklarinettisten mee: Ernesto Molinari, Steffen Schorn, Jelte Althuis, Fie Schouten, Tobias Klein, Laura Carmichael, Ainhoa Miranda en Oğuz Büyükberber. Zij zijn te horen op een drietal avondconcerten, die worden gehouden in het Grand Theatre (10 april), Bimhuis (11 april) en de Toonzaal (13 april). Gezamenlijk staan zij op het podium met twee nonetten uit de jaren tachtig en een nieuw tientet van Klein. Er zal een nieuw trio van Roderik de Man te horen zijn, speciaal geschreven voor Harry Sparnaay. In het programma is er tevens veel ruimte voor improvisaties.

Meer informatie vind je hier.

Bekijk de Jazztube!
Klik op de afbeelding rechtsboven om Eric Dolphy live aan het werk te zien met een solo-uitvoering van 'God Bless The Child', een opname voor de Duitse televisie in 1963.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 9.4.14) - [print] - [naar boven]





Lp
Lori Goldston - 'Creekside: Solo Cello' (Mississippi/Change Records, 2014)


Wat komt er na Nirvana? Deze vraag heeft celliste Lori Goldston op een interessante wijze beantwoord. Goldston lijdt misschien aan de wet van de remmende voorsprong. Als celliste voor allerlei bands aan de noordwestkust van Amerika staat ze waarschijnlijk in de kast van elke muziekliefhebber, al was het maar vanwege haar werk met Kurt Cobain en de zijnen. Toch is ze zelf nauwelijks bekend. Dat is jammer, want haar album 'Creekside: Solo Cello', is precies wat je zou hopen voor een innovatieve cello-lp: een mengsel van improv, modern klassiek en een vleugje Americana.

Haar techniek is voorbeeldig, maar niet overheersend. Het is duidelijk dat Goldston jarenlang heeft geprobeerd dingen af te leren die in het conservatorium belangrijk zijn, maar niet werken voor het individu. Haar cello kreunt, zucht en steunt onder een laag traag voortbewegende dubbelgrepen en glipt opeens de hoogte in. Over de muziek hangt een pastorale sfeer, die terugkomt in de titel van het album en in de hoesafbeelding.

De namen van de stukken hebben iets beeldends. 'Cruel Sister', 'Bagpipe', 'Art Film': het zijn bedrieglijk eenvoudige typeringen van diep persoonlijke onderzoekingen. Samen vormen ze een schijnbaar primitief geheel, als de zweverige soundtrack van een nooit gemaakte Werner Herzog-film.

Deze week is het twintig jaar geleden dat Kurt Cobain een einde aan zijn leven maakte. En hoewel dat lang geleden lijkt, is het relatief dichtbij, al was het maar op het emotionele vlak. Goldston is mijlenver verwijderd van die eerste successen, maar is tegelijkertijd trouw gebleven aan de principes waar de gevallen rockgod geen ruimte meer voor zag: innovatie, emotie en ruimte geven aan de klankwereld van het noordwesten van de VS.

Meer horen?
Klik
hier om dit album te beluisteren.

Labels:

(Sybren Renema, 6.4.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Huwelijk met hiphop

JazzArt Orchestra & Typhoon, 'Jazz And Beyond', zondag 30 maart 2014, Theater Odeon, Zwolle

De combinatie bigband-hiphop lijkt op het eerste gezicht niet zo voor de hand te liggen – maar van de andere kant: waarom niet? Bigbandswing was in de jaren dertig en veertig immers ook hippe dansmuziek en een beetje gisse draaitafelaar zou prima kunnen scratchen met riffjes van Lionel Hampton of Jimmie Lunceford.

Rolf Delfos heeft met zijn programma 'Jazz And Beyond' aangetoond dat een dergelijk huwelijk kans van slagen heeft. Zijn JazzArt Orchestra, met daaraan gekoppeld het Zwolse woordwonder Typhoon, bracht in Theater Odeon hedendaagse funkjazz waar de raps van Typhoon naadloos inpasten. In Abdullah Ibrahims 'Calypso Minor' bewees Glenn 'Typhoon' de Randamie dat je een ballad ook kunt rappen, zelfs in het Nederlands. Dat hij ook met de wortels van de muziek bezig is, bleek uit 'Rosie', een song uit de Alan Lomax-collectie, waarin herhalingen van tekstfragmenten de poëtische kwaliteiten van het lied versterkten. Tegelijkertijd behield het nummer het karakter van een soort worksong.

Die simpele, maar effectieve vormgeving is Delfos' handelsmerk. Hij begint 'Hemel Valt' als een koraal; het nummer 'Jazz & Beyond' heeft meer een filmische kwaliteit met een hortend ritme. Hier en daar heeft het JazzArt Orchestra wel wat van een hedendaagse, opgefunkte Stan Kenton. Dat was het geval in 'A Funky Christmas Tree' – hoewel het tweede deel hier meer naar Oliver Nelson leek te neigen.

Delfos laat de band lekkere lange lijnen spelen; modieuze, maar weinigzeggende staccato-accenten zijn aan hem niet besteed. Hij haalt de ritmische spanning uit contrasten en scherp getimede frasen. Met plastische gebaren kneedt hij het orkest, zodat alle overgangen en nuances reliëf krijgen. Aan de Zwolse muzikanten was dat wel besteed – het JazzArt is inmiddels aan zijn tiende levensjaar begonnen. De solisten spelen competent en functioneel, maar gitarist Guido Eymann weet in kort bestek een compleet verhaaltje vorm te geven. Een soort heetgebakerd gesprek, daar had het nog het meest van.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Maarten Jan Rieder.

Labels:

(Eddy Determeyer, 6.4.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Eric Thielemans – 'Sprang' (Miasmah, 2014)


'Sprang' is het tweede soloalbum van Eric Thielemans. Waar zijn eerste uit 2010 in eigen beheer verscheen, vindt 'Sprang' onderdak bij Miasmah, het label waar ook Kaboom Karavan en Kreng een onderkomen hebben: toeval of niet, ook twee muzikanten die niet hoog oplopen met compromissen.

Conformisme was nooit aan Thielemans besteed en dat is aan 'Sprang' opnieuw te horen. Toch is de percussionist niet de man om zich op te sluiten in een hermetische klankenwereld. Dit is zelfs een heel toegankelijke cd geworden voor wie in de niet-jazzy wereld van het slagwerk wil meegaan. Meer zelfs: de grote trom, het fietswiel en de rubberen balletjes van vier jaar geleden hebben plaatsgemaakt voor meer herkenbare geluiden van marimba en tingelende en tangelende trommen, klankschalen en cimbalen.

Die instrumentatie zorgt er meteen ook voor dat de muziek opvallend fris klinkt. Hier en daar lijkt een elektronische touch hoorbaar, maar hoe groot die is, wordt eigenlijk nooit relevant. Daarvoor is de muziek op 'Sprang' boeiend genoeg, niet in laatste instantie omdat Thielemans zich niet opsluit in het louter spelen met kleuren en ritmes of zich beperkt tot het creëren van sferen. Elke track op deze cd krijgt een volwaardig verloop mee en de muzikale variatie is zo uitgesproken, dat het album met gemak het aardigheidje van een solopercussieplaat overstijgt.

Die variatie is er zelfs wanneer Thielemans voor verschillende nummers een gelijkaardige instrumentatie gebruikt. Zo staat de marimba centraal in zowel 'Rocks' als de titeltrack, maar wordt die telkens anders aangewend. In het eerste stuk klettert het geluid alsof de stokken met de achterkant op het instrument gesmeten worden. Toch is er van vrijblijvendheid weinig sprake. Thielemans legt hier de focus op de harmonische ontwikkeling, die zich nooit in een vast patroon nestelt, maar constant verschuift. In 'Sprang' gaat dan weer alle aandacht naar de polyfone gelaagdheid die, repetitief en met haperingen in de ritmiek, aan Steve Reich doet denken. Een gelijkaardig idee wordt later overgenomen door een hele boel kleine percussiegeluidjes, die de luisteraar mee lijken te nemen naar een klokkenwinkel.

Ook elders weet Thielemans de muziek rijk en fascinerend te houden, onder andere door die op te bouwen vanuit een specifiek geluid: de verende ratel- en strekritmes van 'Sprrrrrrr' en 'Afternoon', waar marimbageluiden gestretcht worden tot een auditief geribbelde structuur. Op andere momenten domineren piepende, wrijvende en zingende geluiden, waarbij Thielemans er wel steeds voor zorgt dat het klankbeeld niet volgepompt wordt. De ruimte in de nummers blijft essentieel, zelfs wanneer hij in het gelaagde 'Garden' het geluidarsenaal opentrekt van doffe tromgeluiden, allerlei houten voorwerpen (teak?) tot een stuiterende pingpongbal of Morricone-achtig fluiten. Elk geluidje krijgt een eigen plaats en functie, waardoor het geheel delicaat en uitgebalanceerd klinkt.

Slechts in twee nummers schiet de percussionist in een hyperkinetische kramp en genereert hij een schijnbaar onophoudelijke stroom van geluidjes. Als in een flipperkast wordt de samenstelling van de tingeltangelklankjes steeds anders, waarbij het geluid op een heel eigen manier gaat grooven. Want ook dat staat Thielemans toe, al gebeurt het dan niet volgens de geijkte patronen. Maar of dát nu iemand gaat verbazen...

Vanavond presenteert Eric Thielemans 'Sprang' – verkrijgbaar op cd en vinyl – tijdens een concert in Les Ateliers Claus, Brussel.

Deze recensie verscheen eerder op Kwadratuur.be

Meer horen?
Klik
hier om 'Sprang' te beluisteren.

(Koen Van Meel, 4.4.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Kloeke free jazz met fascinerende spanning

The Rempis/Daisy Duo, woensdag 5 maart 2014, Le Vecteur, Charleroi

Een paar dagen voor hun stadsgenoot en kompaan Ken Vandermark nog eens afzakt naar België in het gezelschap van de Noorse geweldenaar Paal Nilssen-Love, voert een Europese tournee het duo Dave Rempis en Tim Daisy voor het eerst naar België voor een duoconcert. De belofte die gecreëerd werd met het vers verschenen 'Second Spring', uit op Rempis' Aerophonic Records, werd helemaal ingevuld.

Het is boeiend om de dynamiek van Rempis en Daisy te vergelijken met die van het duo Vandermark en Nilssen-Love. Hoewel het eerste duo zelden zo explosief is als dat tweede, vooral ook omdat Daisy een heel ander soort drummer is die het meer van verfijning en dansende ritmes moet hebben, spreken ze minstens een even breed gamma van mogelijkheden aan. Dat werd in die eerste set meteen verduidelijkt in een improvisatie van een goed half uur, waarin de twee de toegenomen vrijheid in hun samenwerking nog eens onderstreepten. Van gemakkelijke trucjes was geen sprake, maar van een eenduidige, overkoepelende spanningsboog eigenlijk evenmin. Daarvoor was de improvisatie te lenig en ongrijpbaar.

Op altsax haalde Rempis het meteen bij schrille kreetjes, sirene-uithalen en radde horten en stoten, met nu en dan gierende hoge frequenties. Dat werd niet van weerwoord voorzien door razernij, maar door het immer secure drumspel van Daisy, die in de loop van die eerste verkenning het complete gamma van technieken en materialen zou aanspreken, van stokken, brushes en brede borstels, tot potten en pannen, kettingen, statieven en een omgekeerde snaredrum. Het getuigde van een meesterlijke controle en een vermogen om de vingervlugge acrobatie van Rempis van antwoord te dienen, zonder zelf ook uit te pakken met hysterische percussie of testosteronvolumes.

Rempis bevestigde ook nog eens zijn technische meesterschap, dat hij vooral op de altsax perfect weet uit te buiten, met razende glissandi, een tocht op en af de toonladders, spielereien met ritmische stoten en even zelfs een knappe circulaire ademhaling, waarin ronkende, drone-achtige golven werden afgewisseld met piepend gekrijs. De overgave waarmee hij speelde spatte van zijn gezicht en viel af te lezen van de verbetenheid waarmee hij zijn tanden op het mondstuk leek te zetten.

De eerste set werd afgerond met een stuk waarvoor Rempis tenorsax speelde, en dat vooral opviel door Daisy's gebruik van al zijn attributen. Tegelijkertijd. In de aanloop van de tweede set kreeg hij dan weer de kans om de improvisatie op gang te brengen met een gedoseerde solo vol ruis- en wrijfklanken, waarin Rempis' getemperde aanzet mooi kon opduiken. Knap was daar ook zijn korte, traditioneel klinkende uithaal met een vette vibrato, waarmee hij even richting Ben Webster leek te knikken. Het stuk kreeg al snel een majestueuze flair door de lange uithalen en rommelende toms van Daisy. Mooi was ook het gebruik van een zacht ruisend radiootje in het uitdoven van het stuk.

Afsluiten gebeurde met een korte, krachtige demonstratie, waarin Rempis' kwikzilveren spel op de altsax opnieuw op de voorgrond kwam. Vooral op dat instrument toont hij zich een meester met een meteen herkenbare stijl, die de voorbije vijftien jaar enkel nog gewonnen heeft aan zelfzekerheid en vrijheid. Daisy, die voor het eerste echt loos ging op de snaredrum, joeg de intensiteit nog wat de hoogte in. Later legde hij dan weer een floortom op zijn schoot om het stuk een Afrikaans-getinte wending te geven. Enerzijds maakte je dan de bedenking dat het concert baat gehad zou hebben bij meer compact geweld, maar anderzijds maakte die weigering om de meest voor de hand liggende weg te kiezen net het verschil. Dit was bij momenten kloeke free jazz, maar dan wel van een verkennende, expansieve soort, van twee muzikanten die het zichzelf niet makkelijk maken. Een taaie, maar fascinerende spanning was het resultaat.

Deze recensie verscheen eerder op Enola.be

Labels:

(Guy Peters, 4.4.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Pascal Niggenkemper Vision 7 – 'Lucky Prime' (Clean Feed, 2013)


Een stem die in het Duits vertelt, dan in het Frans. Geluiden die de kop opsteken: gefluit, gekraak, geslurp en geruis. Lucht die ontsnapt tussen op elkaar geperste lippen, metalig gewrijf, roffeltjes. Een dierentuin van wanordelijke klanken waarin plots wat meer eensgezindheid komt: jazz steekt de kop op. Nu ja, jazz voor de eenentwintigste eeuw: beweeglijk, eclectisch, polymorf. Dit is avontuur voor een open geest, vol frictie, half voltooide dialogen en verrassingen om elke hoek.

De Frans-Duitse bassist Pascal Niggenkemper, die 'Lucky Prime' componeerde als één samenhangende suite, heeft zich alleszins omringd met enkele van de meest markante, jonge stemmen van de Europese improvisatie. Pianiste Eve Risser, stemgymnaste Emilie Lesbros en violist Frantz Loriot hebben Franse roots, rietblazer Frank Gratkowski en drummer Christian Lillinger zijn Duitsers en vibrafoniste Els Vandeweyer is een naar Berlijn uitgeweken Belgische. Het resultaat is minstens even excentriek als de optelsom van deze persoonlijkheden.

Deze muzikanten hebben stuk voor stuk hun sporen nagelaten in de meest avontuurlijke vleugel van de geïmproviseerde muziek en gaan ook net iets verder dan het eenvoudig opnemen van de hen toegewezen rol. Dat merk je niet in het minst door een grote drang tot geluidsexploratie. Als Niggenkemper soleert, dan is dat met een rafelig randje, die het gebruik van accessoires doet vermoeden. Vandeweyer bespeelt vibrafoon en marimba ook zelden met de traditionele stokjes. Risser haalt metalig weerwerk en gedempte percussie uit haar prepared piano. Lillinger is de levende uitbundigheid.

Het leidt tot een theatraal samengaan van invloeden en ideeën die voortdurend door elkaar gezwierd worden. Het lijkt soms wel een spelletje vrij associëren met muziek: net zoals Lesbros een rondje aftelt door Duits, Frans én Engels door elkaar te gebruiken, zo word je steeds opnieuw op het verkeerde been gezet, duik je mee in een wereld van hortende en stotende avant-garde vol korte spurtjes, soms alsof de muziek krampachtig aan het schokken slaat. En net dan duikt er natuurlijk zo'n klein bezwerend motiefje op, wordt er gehint naar een majestueus parallel universum dat verborgen gehouden wordt.

Het gekir en gegier van Lesbros voert de muziek naar het terrein van de performance art en het theater, met hier en daar een Weill/Brecht-moment, maar dan door een lens van een halve eeuw free jazz en experiment, met kwakende serenades, ontregelde poëzie en onverwachte lyriek op een gekmakende losse ondergrond. Neurotisch ook, tussen spookachtig minimalisme en onbevreesde experimenteerdrang. 'Lucky Prime' is binnen zijn eigen wereld duidelijk verankerd in een visie en een samenhang, maar biedt vooral muziek op maat van zij die het vakjesdenken allang afgezworen hebben én de moeite willen doen om mee te stappen in deze bijzonder eigenzinnige performance.

Meer horen?
Klik
hier om vier tracks van dit album te beluisteren: 'Carnet Plein D'Histoires', 'Ke Belle', 'I Don't Know Why, But This Morning...' en 'Feuerteppe'.

Labels:

(Guy Peters, 2.4.14) - [print] - [naar boven]





Nieuws / Jazztube
Festival zet halve eeuw Michiel Braam luister bij


Op zaterdag 17 mei vindt in de Lindenberg in Nijmegen een avond vol bijzondere optredens plaats ter ere van de 50e verjaardag van jazzpianist en componist Michiel Braam. Uit binnen- en buitenland komen muzikanten met wie Braam in zijn veelzijdige carrière heeft samengespeeld om voor en samen met hem op te treden. Naast het Bijma Braam Sextet, het Matangi Strijkkwartet, Trio BraamDeJoodeVatcher en eBraam treden verrassende gelegenheidsformaties op, met als Grande Finale een stuk waarin de pianist de vrije hand heeft.

Michiel Braam behoort tot de belangrijkste componisten/musici op het vlak van jazz en geïmproviseerde muziek in Nederland. In 1988 kreeg hij de Podiumprijs voor jonge talentvolle muzikanten en in 1997 ontving hij Nederlands belangrijkste jazzprijs: de Boy Edgar Prijs. Inmiddels is hij één van de meest productieve bandleiders van de Nederlandse jazzscene, met zowel nationale als internationale erkenning.

Klik
hier voor meer informatie over deze bijzondere concertavond.

Bekijk de Jazztube!
Klik op de afbeelding hierboven voor een portret dat Bas Andriessen maakte van Michiel Braam in het kader van het kunstprogramma 'De Muzen' (RTV Nijmegen), dat werd uitgezonden op 7 februari 2011.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 2.4.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Feest der herkenning

Eric Vloeimans' Gatecrash, vrijdag 21 maart 2014, Paradox, Tilburg

Trompettist Eric Vloeimans behoeft nauwelijks introductie. Deze harde werker speelt in velerlei orkesten en bands met de meest uiteenlopende samenstellingen en stijlen. Zijn muziek laat zich niet in één genre vangen. Vandaag, 21 maart 2014, luidt hij de lente in met zijn formatie Gatecrash op het podium van een volledig uitverkocht Paradox in Tilburg. In Gatecrash wordt vrijelijk gebruik gemaakt van elektronica. Dat geeft Vloeimans de mogelijkheid om met zijn trompet een nog breder scala aan sounds te creëren, variërend van fluisterzachte zuchten tot snerpende kreten.

Zo begint het openingsnummer 'Albuquerque' heel rustig en ingetogen met de ijle tonen, die zo herkenbaar zijn van Vloeimans' spel, maar allengs creëert de ritmesectie een stevige groove. Het is mooi om te zien hoe toetsenist Jeroen van Vliet en drummer Jasper van Hulten elkaar in het oog houden en elkaar opzwepen, zoals in het door Van Vliet gecomponeerde 'Mr. GG'.

In het door bassist Gulli Gudmundsson gecomponeerde 'Experience Ultime' doet Vloeimans een stap opzij en kan Gudmundsson, die gewoonlijk altijd bescheiden achter Vloeimans rondsluipt, volop schitteren. In 'Entropie' (ook van de hand van de bassist) horen we funk in een uptempo. Dit is Gatecrash op zijn best, met ketsende discussies tussen de elektronica van Vloeimans en Van Vliet, en met de aandrijvende kracht van Gudmundsson en Van Hulten, welke laatste hierin nog een pittige drumsolo ten beste geeft.

Naast het nieuwe 'Bolero' (een compositie van Vloeimans) en 'Thunderbirds' (Van Hulten), horen we ook nog een aantal wat oudere nummers voorbijkomen, zoals 'Song For Syria' (waarin Vloeimans en Gudmundsson samen een stukje zingen), 'When She Sleeps' en 'Lola'.

De nieuwe cd van Gatecrash is opgenomen tijdens hun Aziatische tournee en is jammer genoeg nog niet uitgekomen, maar het concert was in ieder geval een feest van herkenning.

Klik hier voor foto's van dit concert door Monique van der Lint.

Labels:

(Monique van der Lint, 31.3.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Eline Gemerts - 'The Gloves Are Off' (Spotlight, 2014)


Eline Gemerts klinkt niet als Mary Ford in 'Mr. Sandman', niet als Abbey Lincoln in 'When I’m Called Home' en refereert evenmin aan Ray Charles in 'Lonely Avenue'. Dat is een prestatie. Ze heeft dus iets eigens, deze in Suriname geboren zangeres. Maar wat dat dan precies is, komen we niet te weten. Op de hoes van het cd'tje oogt ze als een dame die niet zonder handschoenen aangepakt dient te worden, zoals ze zelfverzekerd schuin over ons in de verte kijkt. "Kom maar op!"

'Strijdlustig', dat is overigens de vertaling van 'The Gloves Are Off'. Het is ginne flauwekul allemaal, zoals ze dat bij ons in Brabant zeggen. Wel, een nummer als 'Seven Nation Army' (inderdaad, van The White Stripes) laat wel iets horen van haar mogelijkheden, maar het ontbreekt haar toch aan presence.

Misschien moet een goeie vocal coach zich eens over Gemerts buigen. Want er huizen vele mogelijkheden in haar: pop, jazz, soul en zelfs country & western. Iets meer focus en reliëf zouden geen kwaad kunnen.

Degene die hier de meeste indruk maakt is gitarist Jerome Hol. Zijn kronkelende, vlammende solo's verlichten bijna elk nummer. Bas van Lier laat de Hammond orkestraal loeien, zoals het orgel ooit bedoeld was. Drummer Erik Kooger slaat functioneel en roffelt lekker op z'n New Orleans in de bandcompositie 'Swamp Farm'. Daar ligt het niet aan.

Meer horen?
Klik
hier voor geluidsfragmenten van dit album.

Labels:

(Eddy Determeyer, 30.3.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Meegelokt in een wereld van wanhoop en verlangen

Simin Tander Quartet, vrijdag 14 maart 2014, Paradox, Tilburg

Een concert van Simin Tander is zonder meer een weldaad voor het oog en oor. Buiten het feit dat ze een prachtige verschijning is, maakt ze diepe indruk door haar vrije interpretatie van klanken en ritmes met een haast grenzeloos stembereik. Tander zingt in het Engels en Pasjtoe, en zelfs in een zelfverzonnen taal. Haar gracieuze bewegingen onderstrepen nog eens de intensiteit van haar liederen.

Tander is Duitse, maar koestert haar Afghaanse roots. Oosterse invloeden zijn regelmatig terug te vinden in haar composities, en de pas verworven Afghaanse taal Pasjtoe bezingt ze voor het eerst op haar nieuwe album 'Where Water Travels Home', de cd die vanavond in het Tilburgse Paradox gepresenteerd wordt. Als eerste horen we 'Behind The Curtain'. Authentieke straatgeluiden klinken rond en zorgen meteen voor een typische sfeer. De fluisterdrum van Etienne Nillisen benadrukt. En ook al versta je de tekst niet, met de titel in de hand en de stem van Tander - die haast klinkt als een noodroep - wordt je meegezogen in een andere wereld.

Ontroerend was 'De Kor Arman'. Tander schreef de muziek denkend aan de gedichten van haar vader, zonder ze ooit gelezen of gehoord te hebben. Toen deze na lang zoeken boven water kwamen in Canada, koos ze een gedicht van hem dat uitzonderlijk goed bleek te passen bij de muziek die ze eerder al geschreven had. Ook speciaal was de toegift, de enige cover van de avond: 'La Chanson Des Vieux Amants' van Jacques Brel in een geheel eigen, bewogen versie. Mooie momenten die hun uitwerking niet misten op het publiek.

Tussen Tander en haar medespelers is een sterk waarneembare interactie. Iedereen is duidelijk goed op elkaar ingespeeld en laat zich meevoeren op haar stem. De lyriek en diepgang die het spel van pianist Jeroen van Vliet zo kenmerken, sluiten naadloos aan op de zang die toch een persoonlijke aanpak vereist. En dat geldt ook voor bassist Cord Heineking en drummer Etienne Nillisen. Juist door het accent te leggen op hun uniciteit en individuele capaciteiten ontstaat de harmonie.

Tander is zeker geen doorsnee (jazz)zangeres. Ze kan je volledig verrassen en choqueert soms. Ze haalt uit in het hoog, en klinkt zwoel in het laag. Ze vibreert zowel snel als langzaam. Ze joelt, fluistert, zucht, en streelt je ziel met fraaie, lieflijke melodieën. Altijd met een volkomen zuiverheid en precisie. Tander heeft een verhaal en lokt je mee in een wereld van wanhoop en verlangen. Het is tekenend voor haar passie voor muziek en het leven. Zoiets als liefde.

Klik hier voor foto's van dit concert door Monique van der Lint.

Labels:

(Donata van de Ven, 29.3.14) - [print] - [naar boven]





Column Herbert Noord
Razend tempo


"Jazz ontwikkelt zich in razend tempo. Bijna dagelijks ontstaan nieuwe initiatieven. Oude meesters worden opnieuw geïnterpreteerd en nieuwe stijlen ontstaan door samensmelting met funk, soul, dance en klassiek. Jazz leeft."

Het mag duidelijk zijn dat bovenstaand citaat niet afkomstig kan zijn van Herbert Noord, die het nieuwe initiatief Jazz Ambassadors Meetings even langs de meetlat legt, pardon, fileert.

Klik op bovenstaande button om zijn nieuwe column te lezen.

Labels:

(Maarten van de Ven, 29.3.14) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...





Schrijf je in voor onze gratis Nieuwsbrief! Klik op de button hieronder om je aan te melden:


Menupagina's:


JazzXpo:


Esperanza Spalding
The Spring Quartet, De Bijloke
Gent, 26 maart 2014

door Cees van de Ven


Zoek in deze website:

Google

web deze website


Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, meewerken?
Mail de redactie.


(advertenties)