Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Cd | Jazztube
Ayumi Tanaka, Thomas Morgan & Thomas Strønen - 'Windflower'

ECM, 2026 | Opname: mei 2025
Judith Berkson, Trevor Dunn & Gerald Cleaver - 'Thee They Thy'
ECM, 2026 | Opname: juli 2021

Anno 2026 is het pianotrio binnen de jazz nog altijd springlevend. Vandaag twee albums die in de afgelopen maanden bij ECM Records verschenen. Pianiste Ayumi Tanaka nam 'Windflower' op met bassist Thomas Morgan en drummer Thomas Strønen en pianiste en vocaliste Judith Berkson nam 'Thee They Thy' op met bassist Trevor Dunn en drummer Gerald Cleaver. Allemaal bekende namen, op Berkson na. Ondanks dat ze al bijna twee decennia actief is, kwam ik haar nooit tegen. Wel is dit album haar debuut bij ECM, wellicht dat dat het mede verklaart.

Tanaka kwam hier wel al eerder voorbij met het in 2021 verschenen 'Bayou', waar overigens ook Strønen op te horen is met wie ze vaker samenwerkt. Die mag overigens ook het titelstuk 'Windflower', waar het album mee begint mee, openen. Hij speelt hier duidelijk met vilten stokken, een bijna tribale klank makend. Tanaka gebruikt hier met name de lage noten, indringende clusters. Verderop horen we Morgan, al blijft hij wat op de achtergrond en krijgt het pianospel meer kracht. 'La Source' [zie Jazztube hieronder] geeft ons meer zicht op Tanaka's weloverwogen en trefzekere spel; zorgvuldig kiest ze hier haar noten, terwijl Morgan en Strønen subtiel op de achtergrond werken. Strønen zet subtiel in aan het begin van 'From Us, To You', Morgan vult aan, een enkele noot van Tanaka, tot die de ritmiek begint vorm te geven en de spanning in het stuk brengt. Dwingend, trefzeker pianospel volgt, waarbij de dynamiek oploopt. In de laatste minuut valt die ritmiek weg en horen we hoe de drie leden van het trio elkaar aftasten. De zeggingskracht van Tanaka's spel is groot, mede door haar aandachtige wijze van spelen en de perfecte timing. 'Tree Of Stars' is daar wellicht wel het beste voorbeeld van. En ja, met Morgan en Strønen heeft ze natuurlijk ook wel perfecte collega's, ook dat wordt in dit stuk overtuigend duidelijk. De wijze waarop hier wordt samengespeeld - in dit trio zijn de rollen duidelijk evenredig verdeeld - is moeilijk te overtreffen. De titel 'Weaving' dekt de lading perfect, want dat is wat hier duidelijk gebeurt: het trio, met voorop Tanaka, weeft een subtiel klankpatroon. 'The Sea Is Still' is een enigszins misleidende titel, want dit korte stuk is juist een van de meer abstracte, onrustige stukken op dit over het algemeen vrij ingetogen album. Redelijk abstract, maar wel wat minder onrustig klinkt 'Spring', al loopt naar het einde de spanning op. In 'Driftwood', het langste stuk van het album, draait het in eerste instantie om een stemmig duet tussen Morgan en Tanaka. Strønen voegt zich erbij, spelend met de brushes. Verderop loopt het tempo op en krijgt de muziek andermaal een dwingend, meeslepend karakter. Eindigen doen we met het vrij korte 'The Dissolving Sun', een al even stuwende afsluiter.

Berkson is primair een vocaliste, een mezzosopraan. Het is dan ook enigszins bijzonder dat het cd-boekje geen teksten bevat. Het pianospel staat dan ook vaak in dienst van de zang, net zoals dat voor het ondersteunende spel van bassist Dunn en drummer Cleaver geldt. Het duurt overigens enige tijd voordat we die twee gewaarworden op dit album. De opener 'Slow' is een solostuk en pas in het duidelijk door Indiase muziek geïnspireerde 'V’shamru' worden we Cleaver gewaar. Overigens een bijzonder stuk, dat duidelijk afwijkt van de rest van het album. Tegen de derde minuut komt Dunn duidelijk in beeld, met spannende, vrij duistere strijkbewegingen. 'Torque' past meer in de jazztraditie en biedt ons wat meer zicht op het pianospel van Berkson. Krachtig en expressief, maar ook grilliger dan dat van Tanaka, minder bedachtzaam. En waar Tanaka, Morgan en Strønen de rollen aardig gelijk verdeelden, ligt het zwaartepunt op dit album toch duidelijk bij Berkson. Wat Dunn en Cleaver met name doen is spanning toevoegen. 'Dust' vormt daar een mooi voorbeeld van. 'Cleay' is het eerste stuk waarin we Cleaver voor het eerst duidelijk horen. Het stuk - het kreeg niets voor niets deze titel - bestaat uit een bijzonder overtuigende drumsolo. In het daaropvolgende 'Notice' valt met name het dwingende duet van Berkson en Cleaver op, de spanning loopt steeds verder op. Het titelstuk 'Thee They Thy' blijkt een opvallend speelse vocale exercitie, met dito staccato pianospel. Ontregelende muziek, maar wel met een grote rol voor Dunn en Cleaver. 'Amerika' is een stemmige hommage met een krachtige melodie (in betere tijden ontstaan?). Hoe we op dit moment naar de VS kijken, past niet helemaal bij de sfeer van dit stuk, dat overigens wel een hele mooie solo van Dunn bevat. Na het speelse solostuk 'Slowly Walks Into It' volgt tot slot het bijzonder ingetogen 'Sated', waarin met name de subtiele ondersteuning van de ritmesectie opvalt.

Tekst: Ben Taffijn

Labels: , , , , , , ,

(Ben Taffijn, 6.11.26) - [print] - [naar boven]



Cd's | Jazztube
Jakob Bro, Lee Konitz, Bill Frisell, Jason Moran, Thomas Morgan & Andrew Cyrille - 'Taking Turns'

ECM, 2025 | Opname: maart 2024
Bram De Looze, Joey Baron, Hank Roberts & Thomas Morgan - 'Live at Brussels Jazz Festival (Edition X Flagey 2025)'
Challenge, 2025 | Opname: 10 januari 2025

De centrale figuur in dit verhaal is bassist Thomas Morgan. ECM Records bracht een paar maanden geleden onder de titel 'Taking Turns' tien jaar oude studio-opnamen van een niet erg alledaags allstar sextet uit, bestaande uit de in 2020 overleden saxofonist Lee Konitz, gitaristen Jakob Bro en Bill Frisell, pianist Jason Moran, drummer Andrew Cyrille en natuurlijk Morgan. Recenter, januari 2025, zijn opnamen gemaakt tijdens het Brussels Jazz Festival in de Flagey-studio en uitgebracht door Challenge Records. Hier horen we Morgan met pianist Bram De Looze, cellist Hank Roberts en drummer Joey Baron.

'Taking Turns' eerste stuk, 'Black Is All Colors At Once', een van de zeven stukken, alle gecomponeerd door Bro, begint met de beide gitaristen in een vrij abstracte samenhang. Dan wringt Konitz zich ertussen op altsax met een onverwachte melodie. Een opvallend ingetogen stuk, iets dat eveneens geldt voor het tweede stuk 'Haïti', waarin we Konitz op sopraansax horen, in boeiende samenwerking met Bro en Frisell. Overigens was Konitz een absolute meester in dat ingehouden spel, een saxofonist die als geen ander zijn toon tot in de kleinste details volledig onder controle had. Tevens valt hier de ritmiek op, al ligt het tempo vrij laag. Even voorbij de vijfde minuut horen we Morgan wat uitgebreider, overigens net als Cyrille met die stuwende ritmiek. 'Milford Sound' klinkt vanaf het eerste begin iets voller, al ligt ook hier het tempo vrij laag. Cyrille valt op met relatief stevig spel en Konitz en de gitaristen spelen zetten de melodie neer, de klanken volledig in elkaar verstrengeld. Verderop waaiert het uit elkaar en blijft Konitz over, te midden van stuwende kwintetklanken. En prachtig hoe Konitz de melodie in 'Aarhus' neerzet, opvallend fragiel en doorleefd. Het iets abstractere 'Pearl River' valt vooral op door de bijdrage van Bro en Frisell en verderop door die van de ritmesectie. 'Peninsula' is een hoogtepunt op dit mooi voortkabbelende album, met name omdat dit stuk wat meer spanning in zich bergt. Het afsluitende 'Mar Del Plata' is het meest ritmische stuk, met name door de bijdragen van Cyrille en Morgan, en valt verder op door het gitaarspel.

De stukken die het kwartet in Brussel speelde, eveneens zeven, zijn deels van de hand van De Looze en deels van Roberts. Die eerst ontpopte zich de laatste jaren niet alleen tot een uitstekende pianist, maar ook tot een interessant componist, zo leert dit album. Zo valt in 'Doudou' direct de combinatie Roberts-Morgan op, culminerend in een boeiende solo van Roberts. Verderop is het De Looze die imponeert met mooi ingetogen pianospel, zijn noten zorgvuldig afwegend. Het ingetogen 'Crawlinger', eveneens van De Looze's hand, vangt aan met een prachtig melancholieke solo van Roberts, doeltreffend begeleid door Morgan en Baron. Iets meer dynamiek kent De Looze's 'Aneez' [zie ook de Jazztube hieronder]. Stuwend spel van de ritmesectie, aangevuld met Roberts, begeleidt De Looze's opwindende pianospel. En mooi: hoe verder we in dit stuk komen, des te dynamischer wordt het. Een samenwerking die zonder meer spanningsverhogend werkt. En natuurlijk moeten we in het kader van dit verhaal de bassolo van Morgan iets verderop noemen, bedachtzaam en intens. Roberts' 'Little Sisters' valt met name op door het ingetogen, weemoedige spel van deze cellist, mooi begeleid door de overige leden van het kwartet. Verder vallen hier de spannende solo van Baron op, met name het spel op de bekkens met zijn brushes, en die van De Looze, sterk blues georiënteerd. Qua sfeer zit De Looze's 'Duskus' aardig in dezelfde richting. Een stuk waarin met name het duet van hem met Roberts bijzonder is. Net als 'Taking Turns' is dit een vrij ingetogen album, met eigenlijk maar één echte uitzondering: 'Flagey Blues Edition X' van De Looze. Hier puntig uptempo spel van dit kwartet, met een meeslepende blues als resultaat. Afsluiten doen we met ritmisch pizzicatospel en zang van Roberts in zijn eigen '100 Years', nogmaals de blues.

Labels: , , , , , , , , ,

(Ben Taffijn, 29.7.25) - [print] - [naar boven]



Cd
Giovanni Guidi - 'A New Day'

ECM, 2024

Een muzikant als James Brandon Lewis, die verwacht je op labels die het potige, soulvolle werk genegen zijn, als Impulse! (check), AUM Fidelity/Tao Forms (check) of Relative Pitch (check), maar misschien niet echt op ECM. Toch gedijt hij hier ook prima, in een context die veel meer dan zijn eigen projecten neigt naar kamerjazz en verfijning.

Maar dan word je eraan herinnerd dat hij onlangs ook sterk speelde naast Dave Douglas en als geen ander de gloeiende intensiteit onder het oppervlak kan verklanken. Pianist Giovanni Guidi vormt al meer dan een decennium een eenheid met bassist Thomas Morgan en drummer João Lobo en dat hoor je: de drie spelen met licht en schaduw, secuur zonder te verglijden in behaagzucht, en met voldoende speelruimte, ook al zit die vaak in nuances, zoals bij 'Means For A Rescue', schetswerk met een fijn penseel voor Lobo.

Toch is het de entree van Lewis die dit album bepaalt en de interactie een nieuwe lading geeft, gedrenkt in de gloed die rechtstreeks overwaait uit de gospel die hem zo dierbaar is.

Deze recensie verscheen ook in Jazz&mo'

Labels: , , , ,

(Guy Peters, 28.12.24) - [print] - [naar boven]



Festival
Gent Jazz 2024 Part 1

Bill Frisell & Diana Krall, vrijdag 5 juli 2024, Bijlokesite, Gent

De kop is eraf: de eerste dag in De Bijloke was meteen uitverkocht, maar muzikaal was de opwinding soms ver te zoeken. Jaargang twee na de doorstart van Gent Jazz, en de ambitie is duidelijk groot. Liefst 13 concertdagen zijn er, en op de plek waar 22 jaar geleden een podium onder een biertent stond, staat nu een heuse concertzaal in de tuin van het middeleeuwse ziekenhuis. Een vol huis meteen op de eerste dag, maar muzikaal moet het festival nog wakker worden. Het Marco Mazquida Trio en het Wajdi Riahi Trio waren onderhoudend maar ook weinig meer. Gelukkig was er... Bill Frisell.

Dat Frisell van ons land houdt, kon u al in Knack Focus lezen. Maar hij houdt zelfs zo veel van De Bijloke dat hij er vorig jaar een livealbum met symfonisch orkest opnam. De Amerikaanse gitarist werd dan ook warm ontvangen door het Gentse publiek. Ome Bill, 73 intussen, maakte het de bezoekers niet noodzakelijk gemakkelijk. Meer dan een verlegen begroeting sprak hij niet uit, en alle nummers werden aan elkaar gebreid tot één lange suite. (Frisell, in de coulissen: 'Did we only play five songs? What the fuck?') Maar wie meeging in zijn verhaal, werd beloond met verbluffend samenspeltussen hem, bassist Thomas Morgan en drummer Rudy Royston. George Gershwins 'My Man’s Gone Now' was een feest van gelaagde delaygitaar, als echo's die door een spiegelpaleis galmen. Meteen werd duidelijk dat Royston de man van de avond zou worden. Wie hem in de voorbije jaren aan het werk zag met Joe Lovano en Julian Lage weet hoe hij kan pendelen tussen aftasten en uithalen, tussen abstractie en vintage swing.

Frisells eigen 'Blues From Before' zat vol verwijzingen naar Thelonious Monk. Ook uit het album 'Four' (2022): 'Claude Utley', waarin hij dankzij zijn loops achtervolgertje speelde met zichzelf. Het hendrixiaanse einde liep naadloos over in 'Dog On A Roof', waarin 's mans countrytwang en dromerige tremolo's de avond een westerntintje gaven. En omdat je van Frisell alles kunt verwachten, sloot hij af met John Barry's thema van 'You Only Live Twice'. Van Gershwin tot James Bond in één lange boog: Frisell is een meester.

Ja natúúrlijk is pianiste Diana Krall een superster. Haar twee Grammy's zijn haar gegund, en de albums 'The Girl In The Other Room' en 'Glad Rag Doll' zijn in Knack Towers klassiekers. Volle zalen zijn haar deel, ook in De Bijloke. Maar kan iemand haar alstublieft eens wakker schudden?

Kralls concert had géén reliëf. Anderhalf uur haspelde de Canadese een reeks standards af - vreemd genoeg had ze daar een hoop partituren voor nodig. 'I’ve Got You Under My Skin', 'Do Nothing Till You Hear From Me', 'Comes Love', 'Just You Just Me', 'Let’s Fall In Love', 'Fly Me To The Moon': we beminnen het oude repertoire diep. Maar de slome slordigheid waarmee Krall zich door de set lispelde was ook diep vervelend. En dan te weten dat ze met bassist Sebastian Steinberg (u kent hem van Soul Coughing en Johnny Marr) en drummer Matt Chamberlain (o.a. Bob Dylan) zulke klasbakken in huis heeft.

Een total snoozefest, dan? Ach, we gingen even rechtop zitten tijdens 'The Girl In The Other Room', waarin de geest van Tom Waits rondwaarde, en Neil Youngs 'Mr. Soul'. Maar daarbuiten was dit geen ode aan Nat King Cole, maar aan Louis Armstrongs 'When It’s Sleepy Time Down South'.

Tekst: Bart Cornand | Deze recensie verscheen eerder op Knack Focus.

Foto's: Cees van de Ven | Bekijk ook zijn fotoverslagen van Bill Frisell en Diana Krall.

Labels: , , , , ,

(Maarten van de Ven, 21.7.24) - [print] - [naar boven]



Concert
Getransformeerde jazzklassiekers

Ethan Iverson Trio ft. Thomas Morgan & Kush Abadey, woensdag 21 februari 2024, Paradox, Tilburg

Pianist Ethan Iverson was tot 2018 een prominent lid van The Bad Plus. Dit supertrio bleek een van de eerste, meest flagrante vernieuwers van het piano-bas-drums format. Niet alleen bekend vanwege het originele repertoire, maar vooral door een reeks radicale verbuigingen van overbekende popsongs, zoals Blondie's 'Heart Of Glass', Nirvana's 'Smells Like Teen Spirit', Radiohead's 'Karma Police' en Black Sabbath's 'Iron Man'. Het is geen sinecure om een populaire groep als The Bad Plus te verlaten en op zoek te gaan naar nieuwe, muzikale invalshoeken. De pianist keert, na ECM-registraties van een duobezetting met Mark Turner en een kwartet met trompettist Tom Harell, in 2022 terug naar het klassieke concept van een pianotrio. Hij tekent bij het Amerikaanse Blue Note-label en heeft recent, na 'Every Note Is True', het album 'Technically Acceptable' uitgebracht.

Ethan Iverson wordt op het podium geflankeerd door Thomas Morgan op contrabas en Kush Abadey op drums, terwijl hij op het album gebruikmaakt van twee verschillende ritmesecties. In tegenstelling tot het Bad Plus-trio transformeert Ethan Iverson Trio in de twee sets geen popsongs maar overbekende jazzklassiekers uit de verschillende stadia van de jazzgeschiedenis. De enorme dynamiek en het sterk repeterende karakter maakt plaats voor subtiliteit en bezinning. Het typeert de kwaliteit van de pianist dat deze standards met gevoel voor traditie worden voorzien van een modern cachet.

In de eerste set speelt de trio zes relatief korte stukken, waarin vreugdevol wordt gemusiceerd. 'It’s Fine To Decline' en het overbekende 'All Things You Are' zijn fijnzinnig, voorzien van genuanceerde versnellingen en een muzikale dissonantie à la Monk als kenmerkend patroon. Het vervolg met 'Laura' valt op door de suspense en in 'Lazy Bird' en 'Stompin’ At The Savoy' wordt het idioom van hardbop en ballroom aan een muzikaal onderzoek onderworpen. In de tweede set zijn de stukken meer uitgesponnen. Ook de solo's van Iverson winnen aan kracht bij 'Song For My Father' en 'The Song Is You' door de toegenomen intensiteit en virtuositeit. Het hoogtepunt van de avond wordt gevormd door de emotioneel geladen ballad 'Infant Eyes'.

In dit doorwrocht concert verdient bassist Thomas Morgan een extra pluim vanwege het enerverend en melodisch tegengeluid dat hij biedt. De bouwstenen voor zijn improvisaties worden gevormd door spanning versus ontspanning en dynamiek en snelheid. Hierdoor wint het totale groepsgeluid aan zeggingskracht.

Foto's: Louis Obbens. Klik hier voor zijn fotoverslag van dit concert.

Labels: , , , ,

(Louis Obbens, 6.3.24) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...








Menupagina's:




Brad Mehldau
Winnaar Edison Oeuvre Jazz Prijs 2026
Klik hier voor een interview in de
Volkskrant | Foto: Louis Obbens










Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.