Concert
An American in Feerwerd
Ian Cleaver Quintet, zondag 21 december 2025, Jacobskerk, Feerwerd
Ondanks zijn Angelsaksische naam is trompettist Ian Cleaver gewoon in Amsterdam geboren en getogen. Paradoxaal genoeg vertoeft hij de laatste vijf jaar vooral in New York, waar hij ook zijn meest recente album 'Yarn!' opnam. En dat voert hij momenteel dus live uit - in Nederland. Willie Bowman ("gevonden ergens in Brooklyn") is eveneens een link met NYC: hij is de drummer op de bedoelde geluidsdrager. En dat complementeert hij dan door na slechts een paar weken in ons land al een aardig mondje Nederlands te praten. Zo zit de wereld tegenwoordig dus in elkaar.
De muziek is intussen zo Amerikaans als een pancake met maple syrup. Soort van neo-bop en dan meer neo dan bop. Het openingsnummer in Feerwerd was 'Midge', dat een Ornette Coleman-feel had, maar ook geparenteerd was aan Sonny Rollins' 'Doxy'. Meteen liet altist Ben van Gelder horen dat hij meer een Rollinsdenker is dan een Colemanman, gezien zijn zware en volle geluid. Als tweede stem achter de soli van Cleaver gaf hij het geheel een orkestraal karakter. Een volgend keer zou de leider ook zijn bugel moeten meebrengen, kijken hoe dat mengt, wat voor kleurtjes. Hij imponeerde nu met luid en duidelijk zuiver spel, waarbij zijn overgangen van noot naar noot soms een 'oh'-gevoel opriepen.
Zonder iets af te willen afdoen aan de verrichtingen van bassist Steve Zwanink en pianist Timothy Blanchart (niemand in dit land die een storm zo tot bedaren weet te bedwingen), moeten we toch vaststellen dat Willie Bowman (21) hier de primus inter pares was. Niet alleen gaf hij de band stuwkracht, altijd een eerste vereiste voor een drummer, ook zijn accenten, variaties in dynamiek en kennis van de wetenschap hoe men vuurtjes brandend dient te houden imponeerden. Oortjes, polsjes.
Als deze gast in Nederland blijft hangen zitten wij gebeiteld. Maar ja, erg honkvast zijn ze niet, die jazzmuzikanten van tegenwoordig.
Cd's
Mark Turner - 'Reflections On: The Autobiography Of An Ex-Colored Man'
Giant Steps Arts, 2025 Benjamin Lackner - 'Spindrift'
ECM, 2025 | Opname: maart 2024 Billy Hart Quartet - 'Just'
ECM, 2025 | Opname: december 2021
De Amerikaanse tenorsaxofonist Mark Turner timmert aardig aan de weg. Hier allereerst aandacht voor het bij Giant Steps Arts verschenen 'Reflections On: The Autobiography Of An Ex-Colored Man', waarop we Turner horen met trompettist Jason Palmer, pianist David Virelles, bassist Matt Brewer en drummer Nasheet Waits. Verder aandacht voor twee recente albums waarop we hem als sideman horen. Pianist Benjamin Lackner vroeg hem voor zijn kwintet, dat verder bestaat uit trompettist Mathias Eick, bassist Linda May Han Oh en drummer Matthieu Chazarenc, en drummer Billy Hart nodigde hem uit voor zijn kwartet, met verder pianist Ethan Iverson en bassist Ben Street. Zowel 'Spindrift' als 'Just' verschenen bij ECM Records.
De albumtitel ontleent Turner aan het boek 'The Autobiography Of An Ex-Colored Man' van James Weldon Johnson, een voormalige Amerikaanse burgerrechtenactivist, diplomaat en professor. Het boek is een half fictief verhaal over een gekleurde man, die zo licht van teint is dat hij door kan gaan voor wit. In tien delen, 'Movements', waarin Turner ook stukken voorleest uit het boek, brengt hij middels pakkende jazzklanken een eerbetoon aan dit boek. Hij betoont zich daarmee niet alleen een uitstekend saxofonist - luister bijvoorbeeld naar de uitgebreide solo in 'Movement 3. Pulmonary Edema' - maar tevens ook een zeer onderhoudende componist. Daarbij valt allereerst op dat hij zijn medemusici opvallend veel ruimte geeft, zo bevat 'Movement 2. Juxtaposition' een uitgebreid duet van Virelles en Waits, bevat 'Movement 4. Europe' een prachtige trompetsolo van Palmer en kennen zowel 'Movement 4. Europe' als 'Movement 5: New York' bijzondere solo's op synthesizer van Virelles. En verder is opmerkenswaard dat de blazers opvallend vaak samen te horen zijn, wat regelmatig de indruk wekt dat we hier met een kleine bigband van doen hebben, in plaats van met een kwintet.
'Spindrift' vangt aan met het titelstuk, waarin we direct Turner horen met een uiterst lyrische solo. Slechts enkele saxofonisten hebben zo'n opvallend mooie toon als Turner, weten zo goed met dit instrument de juiste sfeer te creëren. Een nog mooier voorbeeld is 'See You Again My Friend'. Indrukwekkend hoe hij hier, iets wat overigens ook voor Eick geldt, het juiste gevoel weet over te brengen. Turners bijdrage in 'Mosquito Flats' valt eveneens op en mooi hoe Eick en Turner elkaar hier afwisselen, samen de melodie vormgevend. Lackner horen we uitgebreid in 'More Mesa' met uiterst verstild pianospel, waarna Turner en Eick zich er unisono spelend bijvoegen, opvallend intieme muziek klinkt hier. Prachtig is ook de meeslepende ritmiek in 'Chambary', zonder meer een van de hoogtepunten van dit album, met name vanwege de bijdrage van de twee blazers. Opvallend aan dit album is ook dat de ritmesectie een redelijk bescheiden rol speelt. Oh en Chazarenc zijn zeker aanwezig, bijvoorbeeld in het mooie 'Fair Warning', met een bijzondere solo van Eick, maar geenszins op opdringerige wijze.
Het boeiende van drie albums van dezelfde saxofonist achter elkaar luisteren is dat je de stijl gaat herkennen. We horen Turner direct uitgebreid, hij is hier ook de enige blazer, in 'Showdown', de opener van 'Just'. Met diezelfde lyriek die we op de twee andere albums hoorden. 'Aviation' heeft een wat ander karakter, een vlot stuk, met mooi uptempo spel van zowel Turner als Iverson. 'South Hampton' ligt in het verlengde, met mooi puntig pianospel van Iverson en krachtige bijdragen van Hart. Het titelstuk 'Just' en 'Billy’s Waltz' klinken beide ook heerlijk fel, met name door de solo's van Turner, die overigens qua lyriek niet onderdoen voor zijn meer ingetogen spel. Het maakt dit album zonder meer afwisselender dan 'Spindrift'. Het laatste stuk valt overigens ook op door de boeiende solo van Iverson. Bijzonder intens klinkt 'Bo Brussels', met name door het slagwerk van Hart, dat het spel van de overige drie musici flink opstuwt. Dat Hart de leider van dit kwartet is, is ook goed te horen in het afsluitende stuk, 'Top Of The Middle', waarin hij overduidelijk de structuur neerzet.
Concert
Liever aan de Hoofdstraat dan Basin Street
Jazz-O-Matic Four Plus One, zondag 14 december 2025, Jazzclub Assen, Café Hingstman, Zeijen
"Het volgend nummer is uit de oude doos," kondigt banjoïst Tom Stuip monter aan. "'Tiger Rag', uit 1917." "1911," bromt pianist Hans de Bruijn achter hem corrigerend.
De plek is Zalencentrum Hingstman te Zeijen, onder de rook van Assen. Hier resideert de Jazzclub Assen tegenwoordig. Een eerbiedwaardig dorpsetablissement met een toneelzaaltje, dat er honderd jaar geleden weliswaar heel anders uitzag, aan de buiten- en aan de binnenkant, maar in feite nog altijd als zodanig functioneert.
Deze zondagmiddag is de aloude, om niet te zeggen eerbiedwaardige Jazz-O-Matic Four Plus One er te gast. Jazz uit de roaring twenties, met eeuwig groene deunen als 'Ain't Misbehavin'', 'Chloe' en 'The World Is Waiting For The Sunrise', vakkundig uitgevoerd door het kwintet. Qua stijlopvatting ergens in de buurt van Joe Venuti's Blue Four en Six. Over Venuti gesproken: violiste Carmen Jacobs was de meest prominente solist van het gezelschap. Mooi van opbouw, die solo's. In rechte lijn zat zij een meter of zes van bugelblazer Peter Ivan en het was grappig om hun onderlinge communicatie te bestuderen, met vingertjes en wenkbrauwen. Ivan blies ook nog op een grappig klein zwart fluitje, dat aan een Zuid-Afrikaanse penny whistle deed denken, doch een sopraninoblokfluit bleek.
Het programma was ambitieus uit de startblokken gegaan met 'June Night', waarbij Leo van Oostrom op bassaxofoon in z'n eentje een complete bigband plus dubbelgemengd koor moest zien te evoceren. Dat lukte natuurlijk prima. De Jazz-O-Matic, ook alweer in de veertig, reageert met stalen smoelen wanneer een vocalist een maatje of anderhalf te vroeg inzet. De band rommelt gewoon onbekommerd door. En ach ja, dat 'Basin Street', 95 jaar geleden in New Orleans misschien inderdaad nog 'The street where the elite meet and greet'. Sinds jaar en dag is het een mistroostige route langs parkeerterreinen zo groot als stadscentra, loodsen en achterkanten. Nee, dan kunt u beter aan de Hoofdstraat in Zeijen zitten.
Tekst: Eddy Determeyer | Foto: Hammie van der Vorst
Cd
Reinier Baas & Ben van Gelder - 'This Is Water'
DoYouMind?, 2024
In elf relatief korte stukken wordt zeer intens gecommuniceerd tussen gitarist Reinier Baas en saxofonist Ben van Gelder, aangevuld met vier gastmuzikanten die de hele schijf nog interessanter en complexer maken.
'This Is Water' refereert aan een speech van D.F. Wallace met het bekende verhaal van twee jonge vissen die een oudere soortgenoot ontmoeten. Die vraagt hoe het water aanvoelt vandaag, waarop de twee jonkies zich afvragen: Wat is water? De parabel is duidelijk: bewustwording van de meest evidente gegevens is essentieel voor een dieper doordringen in de werkelijkheid. Dat is wat ook gebeurt op deze cd.
Muzikaal wordt diep geboord naar microtonaliteit. En daar zijn de gasten niet vreemd aan. Allen geven ze het beste van zichzelf in de composities die voor hen speciaal werden geschreven en die getuigen van een rijk klankenpalet, waarbij een bravo voor de zeer functionele inzet van elektronica. Dit werk blijft fascineren op het vlak van muzikale dialoog, verbinding en expressieve kracht, uitmondend in een krachtig statement dat je dwingt op een intense manier naar de muziek te luisteren.
Er wordt soms hoekig, wringend en schurend, maar ook vloeiend en vlot gecommuniceerd, en dat door een mooi evenwicht tussen tonale spanning en ontspanning. Een plaat zonder compromissen, en zo hebben we het graag.
Reinier Baas (gitaar), Ben van Gelder (altsaxofoon, harmonium), Jeff Ballard (drums), Cory Smythe (piano), Han Bennink (drums, percussie), Marta Warelis (piano)
Tekst: Marc Van de Walle | Deze recensie verscheen ook in Jazz&mo'
Concert | Jazztube
Fascinerende instant composing
Interlinie #2, met Berlinde Deman & Old Adam On Turtle Island, woensdag 10 december 2025, Paviljoen Ongehoorde Muziek, Eindhoven
Interlinie is een serie evenementen gericht op kruisbestuiving tussen Nederlandse en Belgische improvisatie, experimentele muziek en jazz. Paviljoen Ongehoorde Muziek bood tijdens de tweede editie plaats aan twee bijzondere acts uit de Lage Landen.
De Belgische tubaïste Berlinde Deman opende de avond. In Eindhoven werd haar onlangs verschenen en alom geprezen solo-cd 'Plank 9' live uitgevoerd. Deman, hier op serpent, betoverde het publiek met intimistische klankkleuren die tot de verbeelding spraken en de ziel raakten. Met het karakteristieke geluid van de serpent en middels loops en elekronica schiep Deman fascinerende instant composing. Muziek om gedachten de vrije loop te laten, om in deze hectische tijd wat tot contemplatie te komen en schoonheid te ervaren. Beslist een aanrader, dit concert, dat je hier kunt bekijken.
Na de pauze was het de beurt aan het kwartet Old Adam On Turtle Island. En als je de namen van dit illustere kwartet even tot je laat doordringen, weet je dat wat te wachten staat niet voor watjes is bedoeld maar voor diehard freejazz-oren die tegen een stootje kunnen. Het verschil na de serene klanken van Deman kon immers niet groter zijn. Maar nochtans was onder aanvoering van saxofonist John Dikeman de set kwalitatief van hoog niveau. Pianiste Marta Warelis, bassist Aaron Lumley en last but not least drumster Sun-Mi Hong zijn allemaal musici waarvoor de uitdrukking 'buiten de lijntjes kleuren' een volslagen understatement is. Het bewijs wordt geleverd in deze Jazztube.
Concert | Jazztube
Gedenkwaardige muzikale reis
Nawras Altaky Septet, zaterdag 6 december 2025, Paradox, Tilburg
De sterk aan de weg timmerende muzikant Nawras Altaky verdient een introductie. De zanger/componist/oedspeler is in 1995 geboren in het zuiden van Syrië, relatief dicht bij de grens met Jordanië. Een streek die in de nasleep van de oorlog nog steeds onrustig is. Altaky is als componist en zanger afgestudeerd aan het conservatorium in Utrecht. Opvallend is zijn compositie 'SOS Moria' waarin aandacht en steun wordt ge-vraagd voor de vijfhonderd kinderen uit het vluchtelingenkamp Moria. Tijdens het optreden in Paradox is zijn persoonlijke geschiedenis, en die van zijn land dat hij 10 jaar geleden ontvluchtte, op indringende wijze aanwezig.
Het septet bestaat uit een mix van westerse en oosterse instrumenten met Oene van Geel op altviool, Teis Semey op elektrische gitaar, Marianne Noordink op ney en fluit, Kinan Abuakel op buzuk, Remy Dielemans op contrabas en Udo Demandt op percussie. Gedurende één set worden composities uitgevoerd van zijn debuutalbum 'Arise! Journey Of Resilience' dat in februari 2026 uitkomt. De presentatie en de cross-over van stijlen, waarin regionale traditionele muziek (Arabische maqam) samenkomt met jazz en improvisatie, is verleidelijk en avontuurlijk. Het spel op de oed, in combinatie met het warme, meerkleurige stemgeluid van Altaky, is om door een ringetje te halen. Zijn stem is in staat oprechte emoties zoals ontroering en blijdschap over te brengen.
Zijn composities zorgen voor een verbinding tussen oosterse mystiek en westerse dynamiek en improvisatie. Zonder de bijdragen van andere bandleden tekort te doen vervult Teis Semey een fundamentele rol. De uit Denemarken afkomstige gitarist speelt op authentieke wijze: ritmisch, tegendraads, rauw en energiek. Zijn gitaargeluid vloeit op natuurlijke wijze samen met het geluid van Altaky's oed én verlengt en verdiept daarnaast het totale groepsgeluid. De avond wordt onvergetelijk omdat Nawras Altaky deze avond openhartig vertelt over zijn persoonlijke ervaringen tijdens zijn vlucht uit een geteisterd gebied. Zoals de 'niet-vruchtdragende Eucalyptusboom', die ons als vluchteling heeft waargenomen, 'bij gebrek aan een routekaart' de aanwezige seinen moeten volgen zoals voetsporen van voorgangers, met bloed besmeurde sandalen en de 'filosofische dans tussen kans en keuze'.
Zijn bizarre persoonlijke ervaring wordt getransformeerd naar een hoopvolle en gedenkwaardige muzikale reis. De mooie composities van Altaky maken deze avond niet alleen zeer genoeglijk, maar ook muzikaal inspirerend.
Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Louis Obbens.
Tekst & foto's: Louis Obbens
In de Jazztube hieronder zie je het concert dat het Nawras Altaky Sextet op 21 februari 2025 gaf in het Bimhuis, Amsterdam.
Cd
Het Orgel Trio - 'Colors Of Hendrix'
ZenneZ, 2025
Het Orgel Trio (HOT) ontstond ruim tien jaar geleden toen organist Berry van Berkum, vaste bespeler van het imposante orgel in de Utrechtse Nicolaïkerk, bassist Dion Nijland uitnodigde voor een jazzconcert in de kerk. De ontmoeting bleek een schot in de roos. Altklarinettist Steven Kamperman voegde zich bij hen en zo werd de bezetting compleet. Vanaf dat eerste concert levert het trio steevast producties af die het pijporgel uit zijn sacramentele voegen trekken en het instrument een nieuwe rol geven: niet langer uitsluitend gewijd aan liturgie, maar ook aan improvisatie, jazz en experiment.
De drie musici brengen ieder hun eigen achtergrond mee. Van Berkum is een klassiek geschoolde organist die zich al vroeg inliet met jazz, improvisatie en hedendaagse muziek. Hij ziet het orgel niet als een museumstuk, maar als een levend instrument dat zich kan mengen in de taal van jazz. Dion Nijland is een veelzijdige contrabassist, actief in talloze ensembles en bekend om zijn warme toon en ritmische flexibiliteit. Hij speelde onder meer met Dimami, VanBinsbergen Playstation en met zijn eigen band DEON. Steven Kamperman, altklarinettist en componist, beweegt zich tussen jazz, wereldmuziek en theater. Samen vormen ze met Het Orgel Trio en gasten ensembles die steeds nieuwe wegen inslaan.
Eerder namen ze de muziek van Charlie Parker en Duke Ellington onder handen, en recent nog die van Jan Pieterszoon Sweelinck, de zeventiende-eeuwse componist en organist die zelfs Johann Sebastian Bach inspireerde. Sweelinck leek een logische keuze: een organist met contrapuntische werken die zich lenen voor improvisatie en hercompositie. Maar met 'Colors Of Hendrix' gaat HOT verder met een gewaagd experiment: elf composities van gitaarlegende Jimi Hendrix krijgen hier een volledig nieuwe interpretatie.
De vraag dringt zich op: kan dat? Werkt het? Kan een pijporgel, klarinet en contrabas een nummer als 'Hey Joe' vertalen zonder alles te verliezen waarvan Hendrix-fans houden? Het trio speelt bovendien zonder drums, iets wat ze deels opvangen door een percussieve aanpak op contrabas en orgel. Voor dit album komt er versterking van gastcellist Pau Sola Masafrets, een verrassende keuze die de klankkleur verbreedt. Geen vocalen, geen gitaar, geen elektrische versterking, geen wahwah of fuzz - en toch klinkt het overtuigend.
'Purple Haze' opent met lange gestreken lijnen van de cello die oplossen in een enkele noot, waarna het orgel de compositie met bas en cello openbreekt. De klarinet neemt de zangpartij over: "Excuse me while I kiss the sky." Het orgel keert terug met stevige akkoorden die de klappen van de drums vervangen. Het gaat naadloos verder met 'Foxy Lady', waarin de bas plukt en trekt als een berimbau. Dan opeens vormen orgel en klarinet samen de klank van die oerkreet waarmee Hendrix de wereld veroverde. Er volgt een swingende klarinetsolo voordat het orgel de meest herkenbare gitaarriff uit de rockgeschiedenis zwaar nadreunend bij ons achterlaat.
'The Wind Cries Mary' opent in de handen van de cellist zo gevoelig als Hendrix zelf kon spelen. In zijn korte leven koppelde Hendrix een knallende mannelijkheid aan intens zachte emoties, die in zijn improvisaties als zweet uit de poriën van zijn gitaar leken te stromen. HOT weet dat subtiele evenwicht te raken. 'Voodoo Child (Slight Return)' is het meest herkenbare stuk op het album: de funky bluesriff, normaal gedreven door wahwah en fuzz, wordt hier vertaald naar orgel en bas en blijft van begin tot eind doorlopen onder de improvisaties.
Het bijzondere van dit album is dat HOT niet probeert Hendrix te imiteren, maar zijn geest te kanaliseren. De spanning, de verrassing, de wendingen, het spel van hard en zacht, de onderbuikklanken, het zuchten en schreeuwen, de blues maar ook de kinderlijke verwondering richting het oneindige - het is allemaal terug te horen. Het orgel neemt de rol van slagwerk en harmonie over, de klarinet vervangt de stem en de bas houdt alles bij elkaar met een percussieve drive. De cello voegt een nieuwe dimensie toe, soms lyrisch, soms ritmisch.
Zo ontstaat een album dat zich als een integraal werk laat beluisteren. Het is niet alleen een ontdekkingstocht door de veelzijdigheid van Hendrix' nalatenschap, maar ook een statement van HOT zelf: dat jazz en improvisatie geen grenzen kennen en dat zelfs een pijporgel kan swingen. Het experiment werkt, en hoe.
Een live-uitvoering met enkele gezongen nummers zou nog een ander aspect kunnen toevoegen. En mocht dat in de kerk gebeuren, dan zouden er zomaar wat zieltjes verlost kunnen worden van het kwade - want dit is muziek die de geest opent.
Concert
Kamermuziekachtige setting geeft Spinifex nieuwe impuls
Spinifex Maxximus, zaterdag 6 december 2025, PlusEtage, Baarle-Nassau
In 2005 begonnen Gijs Levelt, Ned McGowan en Tobias Klein het Spinifex Orchestra. Twintig jaar later is het gewoon Spinifex en is alleen Klein van het driemanschap nog aan project verbonden. De band wisselde van samenstelling en bestaat sinds 2010 vooral in een kleinere bezetting, eerst een kwintet en later een sextet. Projecten uit de laatste jaren betroffen 'Bollycore' (2014), 'Maximus' (2015), 'Amphibian Ardour' (2017), 'Soufifex' (2019), 'Beats the Plague' (2021), 'Spinifex Sings' (2022), met als gasten de solisten Björk Nielsdottir en Priya Purushothaman, en nu ligt er het alweer tiende album 'Spinifex Maxximus'. Deze zaterdag speelde de band in de PlusEtage, Baarle-Nassau als laatste stop van een korte jubileumtour.
De kern van Spinifex, het sextet, bestaat al enige jaren uit Tobias Klein op basklarinet en altsax, John Dikeman op tenor- en bassax, Bart Maris op trompet, Jasper Stadhouders op gitaar, Gonçalo Almeida op contrabas en Philipp Moser op drums. Uitbreiding vond plaats met Jessica Pavone op altviool, Elisabeth Coudoux op cello en Evi Filippou op vibrafoon. Dat was ook de line-up in de PlusEtage, met alleen Salome Amend als invaller voor Filippou die verhinderd was. Maar het is niet louter de uitbreiding die opvalt, ook de muziek heeft een nieuwe impuls gekregen en roept opvallend vaak eerder associaties op met hedendaags gecomponeerde muziek dan met de jazz die we van deze band gewend zijn. De zes composities, waar vijf van de musici aan hebben bijgedragen - ook dat tekent Spinifex - bezitten weliswaar ieder hun eigen karakter, maar passen tegelijkertijd wonderlijk goed bij de nieuwe stijl.
Waarom Klein en consorten de stukken in een andere volgorde spelen dan ze op de cd staan weet ik niet, maar veel maakt dat natuurlijk niet uit. Hier dus de volgorde van het concert, dat begint met 'Annie Golden' van Maris. We horen Amend met een strijkstok langs de toetsen van haar vibrafoon strijken en de weldadig intieme klanken van het strijktrio. Dan klinken de bassax van Dikeman, zelden te horen in de jazz, en aansluitend de andere blazers. Heuse kamerjazz. Langzaam loopt het tempo op en kruipt de ritmiek naar binnen. In grote lijnen is de muziek natuurlijk hetzelfde op de cd, alleen maakt die overrompelende solo van Dikeman live toch echt meer indruk; daar voel je de spanning in je eigen lijf!
Live volgt dan 'Phoenix' van Klein. Naast een paar scherpe akkoorden valt ook hier aanvankelijk de kamermuziekachtige setting op: subtiel pizzicatospel van de strijkers, ingetogen noten van Maris, valse lucht van Dikeman en verderop een mooi staaltje abstracte geluidskunst, overgaand in een opvallend trage ritmiek. 'Springend', een compositie van celliste Coudoux, vangt aan met een heerlijk duet tussen Maris en Moser, waarna het stuk vooral gekenmerkt wordt door abstracties, regelmatig onderbroken door strakke passages van de blazers. Maar de hoogtepunten zijn de twee solo's vlak achter elkaar, die echter in alles van elkaar verschillen: die van Coudoux zelf is zangerig intiem, die van Stadhouders ruw en ongepolijst.
Na de pauze klinkt eerst 'Smitten' van Stadhouders. Een fragiele melodie van de blazers opent het stuk, gevolgd door een wat meer ritmische passage van drums en vibrafoon - het is tenslotte een stuk van Stadhouders - en hectiek van de blazers. Van Almeida klinkt 'The Privilege Of Playing The Wrong Notes', muziek die lange tijd klinkt als een traag stromende rivier met een al even verstilde, ietwat vreemd aandoende passage van het strijkerstrio, maar die tegen het einde opvallend versnelt. We sluiten het concert af met het vrij hectische 'Sack & Ash' van Klein. Een stuk vol contrasten. Zetten de musici het ene moment de zaak behoorlijk op scherp, op andere momenten kiest men voor opvallend fragiele schermutselingen en solo's.
De foto's zijn gemaakt tijdens het concert van Spinifex Maxximus op 3 december bij Podium JIN in Nijmegen.
"Met Miles ging de muziek een hele andere richting uit - zoals we inmiddels allemaal weten. In de laatste maanden nam ik zelfs mijn contrabas niet meer mee op tour; ik speelde alleen nog basgitaar. En dat zat me dwars, want ik wilde niet vervreemden van mijn instrument. Daarnaast bleef die vrije, meer open muziek in mijn hoofd rondzingen. Ik voelde dat ik die weg moest volgen, terwijl Miles duidelijk andere plannen had met zijn muziek,
hoezeer ik zijn werk ook bewonderde en hoe bijzonder het was om met hem te spelen."
Op woensdag 22 oktober gaf de legendarische jazzbassist Dave Holland een optreden in de Singer, Rijkevorsel, met saxofonist Jaleel Shaw & drummer Nasheet Waits. Het zou een bijzonder concert worden van een man die niet is weg te denken uit de moderne jazzgeschiedenis. Voorafgaand aan dat optreden had Nico Kanakaris een uitgebreid gesprek met Dave Holland over zijn ontwikkeling als bassist en een aantal mijlpalen uit zijn lange carriëre.
Concert Goeie ouwe free jazz
Tatatacouf, woensdag 3 december 2025, SJIG, Brouwerij Martinus, Groningen
Met drie over elkaar schuivende klankvelden openen de muzikanten de performance. Lida Brouskari tovert een hoge, lang aangehouden toon uit haar kleine Korg-synthesizer. Raoul van der Weide strijkt de contrabas en slagwerker Thomas Jaspers laat een soort aangehouden gong klinken - achteraf bleek, dat er een mechanische muis op een gebutst deksel rond had gesnuffeld.
Welkom in de sferen van Tatacouf. Uit de velden vloeit een minimalistisch pianopatroon. Alsof er een sample uit Simeon ten Holts 'Canto Ostinato' is geknipt. Een klein koket Cantootje, zeg maar. Dan worden we de free jazz ingetrokken, die goeie ouwe free jazz. Cecil Taylor anno 1960, om de gedachten te bepalen. Met een mini-bekken (gejat van een kleinzoon?) plus strijkstok gaat Van der Weide zijn instrument te lijf.
De drie muzikanten vormen nochtans een eenheid. Dat blijkt wanneer de gezamenlijke chaos verstilt tot een 'echt liedje'. Je zou zweren dat het drietal met elastische koorden met elkaar verbonden is. Die koorden worden gevierd en aangehaald en soms lijken ze in de lucht op te lossen. Het trio schrikt er ook niet voor terug elkaars respectieve terreinen binnen te vallen. Op cd beluisterd zou je er nog een hele kluif aan hebben de individuen uit elkaar te houden.
Nu en dan komt het hele bedrijf stil te liggen. Maar dan zorgt het minste of geringste geluidje ervoor dat het proces over het kantelpunt wordt getild.
En dan te bedenken dat de artiesten nog tientallen gereedliggende fluitjes, rateltjes en onduidelijke dingetjes niet eens gebruikt hebben.
Concert
De kameraden nemen afscheid
I Compani Extended, zondag 30 november 2025, TivoliVredenburg, Utrecht
Veertig jaar lang trokken de kameraden langs steden en wegen, in de voetsporen van het circus en de cinema. Oprichter, saxofonist, componist en arrangeur Bo van de Graaf besloot dat het na 40 jaar een goed moment was de stekker eruit te trekken. Tijd voor nieuwe dingen. Dat afscheid gebeurt met een traan en een lach, op feestelijke wijze. Er is een boek en nieuw programma waarmee de komende weken nog de podia worden aangedaan. Dus ga snel mee met het laatste rondje op de carrousel, want daarna is het echt BASTA.
Onder leiding van opperhoofd Van de Graaf reisden de kameraden als een karavaan door het rijk van de improvisatie. Hun wortels liggen in de jaren tachtig, in de tijd dat lef en durf de toon zetten. Van de Graaf belde zonder blikken of blozen de secretaresse van Federico Fellini om partituren te bemachtigen en schonk later Maria Sneider een lp van zijn groep Neptet, alsof het een magisch relikwie was. Zo bouwde hij zijn muzikale toevluchtsoord, een rijk van muziek dat zich voedde met inspiratie van Nino Rota, Verdi, Fellini, diva's of de acrobaten van het kerstcircus.
De geesten van Rota en Fellini zijn voelbaar aanwezig op 30 november in de zaal Cloud 9 van TivoliVredenburg, waar het grote ensemble I Compani Extended met lekker veel mensen op het podium luchtige fratsen uithaalt met serieuze instrumenten. Het wordt een middag vol momenten van vrolijke gestructureerde chaos en nostalgie.
Inspiratie komt initieel van de filmmuziek van Nino Rota, maar breidt zich uit naar eigen werk en invloeden van Verdi, Gato Barbieri en tromgeroffel van het circus. De wortels van het ensemble zijn verankerd in de ICP- en Willem Breuker-fase van de Nederlandse jazzscene.
Voor het programma 'BASTA' is het septet van de laatste jaren uitgebreid en zijn enkele oude kameraden teruggekeerd. Bassist Carel van Rijn en trompettist Paul Vlieks en tenorist Frank Nielander zijn erbij. Monique de Adelhart zorgt voor een arrangement, aankondigingen en zang, daarbij versterkt door Annelie Koning.
De twee zangeressen delven het onderspit bij de grote ensemblestukken, waar je wel monden ziet bewegen maar nauwelijks klank hoort vanwege de overheersing van de blazers. Dat verandert bij solistische momenten zoals C. Buddings 'Blauwbilgorgel' of een stuk gebaseerd op een Emily Dickinson-gedicht.
Saxofoons grommen, de contrabas en viool strijken, tokkelen en wandelen, de trombone murmelt, de bandoneon snikt en dan is daar opeens het hemels geluid van een fagot. Twee pianisten swingen de boogie, begeleiden of soleren tot de zaal in een jive uit z'n dak gaat. Bo van de Graaf schittert op sopraan-, alt- en tenorsaxofoon, waarbij hij soms Barbieri kanaliseert en dan weer lyrische nostalgie uit de sopraansax laat druipen.
De filmmontages op het grote scherm achter de muzikanten zijn niet langer grensverleggend zoals toen I Compani begon en het nog knip-en-plak- en pionierswerk was. Dat veranderde door de komst van VJ Martijn Grootendorst, die uitsneden van films, opera, circus en andere nostalgische kleuren ook voor dit programma meesterlijk vertaalt naar pakkende videobeelden.
Mis dit niet en laat je nog één keer meevoeren met de muzikale avonturen van I Compani zolang het nog kan. Daarna rest nog het prachtige boek, gebaseerd op lange interviews die Tom Beetz voerde met Van de Graaf.
Tijdens optredens zijn er nog de cd's als toegift bij gesigneerde exemplaren. Bo van de Graaf heeft zijn zinnen gezet op het oppakken van plannen die veertig jaar geleden werden geparkeerd, vanwege de kameraden.
Kortom, verwacht het onverwachte.
Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Louis Obbens.
Boek
De vergeten helden
'Jazz in de schaduw: 15 onderbelichte musici' | Auteur: Jeroen de Valk | Uitgave: Uitgeverij Aspekt, 2024
Sidemen vertellen andere, en niet zelden betere verhalen dan leiders van bands. Bob Porter (1940-2021) was niet alleen producer - men herinnere zich de schitterende Savoy-serie - en presentator van radioprogramma's en festivals, hij was ook een interviewer van met name minder bekende muzikanten. Het voetvolk van de sterren.
Zelf heb ik eveneens ondervonden dat je je soms beter kunt richten op de begeleiders. Mijn pogingen om de echte grootheden te strikken voor een vraaggesprek liepen niet zelden op decepties uit. Zo kreeg ik van rock-'n-rollpionier Little Richard de kans om te vertellen hoezeer hij mijn jeugd in de jaren vijftig had beïnvloed en dat ik hem nog altijd de grootste populaire artiest aller tijden vond - en toen volgde er een afwezig bedankje en moest hij weg. Het interview had krap vijf minuten geduurd. Niet eens. James Brown, Soul Brother Number One, heb ik twee keer gesproken en beide keren luisterde hij niet of nauwelijks naar mijn vragen of opmerkingen, doch stak hij een kennelijk vaste riedel af over hoe geweldig en invloedrijk hij wel niet was. Van zijn muzikanten vernam ik dat weinigen de uitnodiging accepteerden om met zijn comfortabele privéjet mee te vliegen, in plaats van in de bus kilometers te maken op de highway. Dan moesten ze de hele nacht naar hetzelfde palaver van de baas luisteren.
Het mooiste bijna-interview dat ik ooit had was toen ik altist en trompettist Benny Carter op het (Haagse) North Sea Jazz Festival probeerde te strikken. Ik wilde wel wat meer weten over zijn Nederlandse ervaringen van voor de oorlog. Hij liep na het applaus het podium af - ik meen van de Jan Steenzaal - en ik sprong erop, hem achterna (dat kon destijds nog gewoon) en vlak voor de kleedkamer hield ik hem staande. "Ik weet dat u suf bent geïnterviewd, maar...", begon ik, waarop de maestro mij vriendelijk toelachte, "that's right" zei en in de kleedkamer verdween. Zo moet het dus niet.
Van de andere kant heb ik ook vijf uur ontspannen zitten kouten met Earle Warren, ooit de lead altist en crooner van het klassieke Count Basie Orchestra.
Jeroen de Valk heeft zijn schijnwerper in 'Jazz in de schaduw: 15 onderbelichte musici' eveneens gericht op vergeten muzikanten die voor een deel in de anonimiteit van het studiowerk of het muziekonderwijs terecht zijn gekomen. Het lekkerste heeft hij voor het eerst bewaard. Altsaxofonist George Johnson (1913-1996) werkte met onder anderen Louis Armstrong, John Kirby en Hot Lips Page, kwam in 1946 naar Nederland en vervolgens... gebeurde er in feite weinig tot niks meer. Zijn niet al te frequente optredens vonden grotendeels in het buitenland plaats. Hij trouwde met een dame die in de toeristenbusiness haar en zijn boterham verdiende. Veel indruk maakte hij ook niet meer. Pianist Kees Hazevoet hoorde hem in 1967 in Parijs: "Het was een slome bedoening en ik had het na een kwartiertje wel gehoord." Terwijl zijn opnamen in het Amerika van de jaren veertig toch niet mis zijn. Johnson was een Benny Carter-man met een bescheiden, puur geluid en toch een vastberaden aanpak. Precieus: zijn sound had een zingende kwaliteit.
Dat is een van de verdiensten van De Valks boek: je gaat er weer eens naar luisteren, naar die vergeten helden. Dat geldt ook voor altsaxofonist Barry Block (1948-2017), die min of meer in het kielzog van rietblazer Michael Moore naar Nederland kwam. Ook die bleek een heel bijzonder geluid te hebben. Op zijn sax kwam hij soms in de buurt van het domein van de trompet en de bugel. Als persoon had hij een gebruiksaanwijzing nodig. Hij kon zeer afwezig, om niet te zeggen afwijzend zijn, of juist zeer gezellig, met een verschroeiende passie voor elektronica. Maar iedereen was het er over eens dat hij een begenadigd muzikant was.
En zo komen we heel wat te weten over Sandy Mosse, Tommy 'Madman' Jones, de gebroeders Paul en Marc van Wageningen, Victor Kaihatu, Erik van Lier, Ab Schaap, Ack van Rooyen, Kenny Napper en Leo Janssen. Er bungelen nog twee hoofdstukjes aan over trompettist en zanger Chet Baker, wiens Nederlandse connectie was dat hij hier een impresariaat had en in Amsterdam dodelijk verongelukte. Hij is de lieveling van de auteur, vandaar misschien.
Soms hebben de verhalen een verbrokkeld karakter. Dan zijn het opsommingen van feitjes en uitspraken van collega's over muzikanten die al jaren dood zijn en dus niet meer geïnterviewd konden worden. George Johnson is daar een voorbeeld van. Dat is een legitiem stijlmiddel, maar zelf prefereer ik lekker doorlopende stukken. Nochtans: het is goed dat Jeroen de Valk de aandacht heeft gevestigd op muzikanten die hun leven grotendeels in de schaduw doorbrachten.
Concert Terug op het jazznest Echoes Of Four, dinsdag 25 november 2026, De Smederij, Groningen
Vraag: wat krijg je wanneer je de begeleiders van Ilse de Lange, Mathilde Santing, André van Duin en A Chorus Line bij elkaar zet?
Antwoord: dan krijg je Echoes of Four, een frisse fusionjazzband met een aantrekkelijke swing en stootkracht.
Drummers krijgen vaak de eerste en niet zelden de meeste aandacht en Peter Weissink is geen uitzondering. Voor elke maat lijkt hij een aparte, toepasselijke groove in petto te hebben. Zijn solo in 'Three Views Of A Secret' begint met handen en vingers, wordt mooi op- en uitgebouwd, de mallets komen erbij, en dat alles met veel vertoon van finesse, power en techniek. Al dan niet bescheiden, ingehouden. Héle goeie drummer, soms vol op de plank waar dat zinvol is. Dwingend en dat toch op een vriendelijke manier.
Gitarist Folker Tettero zouden we moeten kennen van 'A Chorus Line' (ik niet hoor), maar zijn jarenlange werk met vocaliste Carmen Gomez is in ieder geval boven alle kritiek verheven. Hij kan zijn instrument laten janken, is avontuurlijk en beweeglijk (in 'Bent Fender').
Soms stort de band zich in de gruwelijkste grooves aan deze zijde van de Elbe. Na de pauze bleek de band geëvolueerd van een vriendenclubje naar een vervaarlijk voorwaarts stormend peloton. Toetsenman Will Maas laat een vamp niet zomaar los wanneer hij die te pakken heeft. In 'Red Cross' kunnen de muzikanten hun jazzroots botvieren, zodat dat een intense aangelegenheid wordt. De heren luisteren goed naar elkaar en er wordt smaakvol gespeeld. Zij, en wij met hen, raken allengs in de juiste stemming. 'No Woman No Cry' wordt losgebikt uit zijn reggaeritme, zodat Bob Marley wreed uit zijn weed dreams losgerukt zou worden - wanneer die nog geleefd had.
Sommige albums weten je meteen te raken en slaan in als een bom. Dit is er zo eentje. De tien juweeltjes van de hand van drummer Jelle Van Giel (de opener doet even aan Aaron Parks denken) schitteren van kracht, evenwicht en dynamiek.
Met een schier onuitputtelijke energie weet dit viertal dynamische en stuwende composities vorm te geven, schatplichtig aan de jazz, rock, elektro, of wat dan ook. Het maakt niet uit: alles valt vloeiend samen, de sound is een muur, een wolkbreuk waar je onmogelijk onderuit kunt. Ook in de meer lyrische tracks schuilt die energie.
Het fijne, melodieuze, ritmische klavierwerk, gemengd met de soundscapes verdient een pluim. De schitterende lijnen van gitaarwizard Roeland Celis zijn verbluffend. De mooi inpassende en stuwende baslijnen - soms merk je hun aanwezigheid bijna niet, soms tekent de bas net de melodie - verdienen scherpe aandacht. En zeker driewerf hoera voor het subtiele, swingende, viriele, gevoelige drumwerk.
Verwacht je aan eigentijdse, complexe maar toegankelijke composities, evenwichtig opgebouwd, harmonieus uitgevoerd: dit is een boek met tien netjes in elkaar passende hoofdstukken. Swingend, beheerst, met een constante continuïteit, een zingende verhaallijn, ingebed in een oerstevige sound. Geloof ons: na tig beluisteringen bleef de ziel van de muziek én het luisterplezier intact. Dit is een absolute top-cd, met een eigen stem die een eigen genre creëert en waar het speel- en luisterplezier van afspat. OMG! Een muzikaal orgasme!
Volgend jaar is het vijfendertig jaar geleden dat Anouar Brahem zijn eerste album bij ECM Records lanceerde: 'Barzakh'. Inmiddels is hij toe aan zijn twaalfde, 'After The Last Sky'. Geen geweldig grote productie, maar wel een van een constant hoge kwaliteit. En ook dit album is weer direct herkenbaar als een echte Brahem met zoals Adam Shatz in het cd-boekje schrijft 'elegance of articulation and structure, sensitivity to the silence between notes; a sense of searching and striving to overcome barriers; an oscilation between moods of melancholy and rapture'. Naast Brahem, natuurlijk op de oud, horen we Anja Lechner op cello, Django Bates op piano en Dave Holland op contrabas.
Elf jaar geleden schreef ik naar aanleiding van een concert tijdens November Music: 'Knap aan de muziek van Brahem is, en dat bleek ook weer eens tijdens dit concert, dat het in grote mate inwerkt op de emoties en het gevoel van de luisteraar, terwijl het nergens sentimenteel en kitscherig wordt'. Het is een uitspraak die onverkort ook weer van toepassing is op dit bijzondere album, volledig bestaande uit eigen stukken van de meester, waarover Brahem bovendien zegt: "While preparing the music for this album, the tragedy of Gaza was very much on my mind." Direct in het vrij korte 'Remembering Hind' horen we Lechner en Bates een melodie bouwen waarin melancholie een allesoverheersende rol speelt, zonder dat vals sentiment ook maar een ogenblik doorbreekt. 'After The Last Sky' klinkt wat abstracter, met een grote rol voor Brahem zelf, al valt hier wel het repetitieve karakter op. Brahems prachtige, weloverwogen spel dringt zich eveneens op in het uiterst introspectieve 'Endless Wandering', maar let hier zeker ook op Lechner en de wijze waarop zij de melodie vertolkt op de cello. Met de titel verwijst Brahem, aansluitend op zijn woorden van hierboven, naar de eindeloze omzwervingen van de Palestijnen in de afgelopen decennia. In 'The Eternal Olive Tree', het enige stuk waaraan Holland mee componeerde, horen we de klanken van de oud en de contrabas innig met elkaar verstrengeld, een stuwende en meeslepende ritmiek is het gevolg.
'Awake' is van een geheel andere orde, hier overheerst de introspectie. Een stuk ook waarin we de verklanking horen van wat voor Brahem op het spel staat: "Reducing this conflict (dat tussen Israel en de Palestijnen, RED.) to a simple opposition between Jews and Muslims is unbereable to me," zo zei hij tegen Shatz. "The real barriers are neither religious or cultural, but rather result from a growing separation between those who denounce injustice and those who choose to remain indifferent." Brahem en zijn medemusici scharen zichzelf duidelijk bij de eerste groep en geven hier middels muziek, het beste middel dat ze ter beschikking hebben, duidelijk uiting aan. Wellicht nog wel het mooist verklankt in die cellosolo van Lechner in 'In The Shade Of Your Eyes', eentje die door merg en been gaat. Maar laten we vooral niet vergeten dat dit album ook zonder die boodschap zonder meer de moeite waard is, zoals een wat opgewekter stuk als 'Dancing Under The Meteorites' mooi laat horen, of het van melancholie doordrenkte 'The Sweet Oranges Of Jaffa' en dan niet in de laatste plaats door dat krachtige spel van de meester zelf.
Concert Één ademhaling verdeeld over vijf longkamers Sun Mi Hong Quintet, zaterdag 8 november 2025, Artishock, Soest
In het intieme zaaltje van jazzclub Artishock in Soest bewees het Sun Mi Hong Quintet dat muzikaal samenspel geen kwestie is strikte afspraken, maar van intuïtie, vertrouwen, verstandhouding en durf. Het kwintet klinkt als één organisme. Het is alsof de musici met gesloten ogen dezelfde droom volgen. Lijnen worden ingezet, overgepakt, losgelaten, en uit dat samenspel ontstaat telkens opnieuw iets levends en vloeibaars, soms helemaal vrij. Waar de een stopt, pakt de ander moeiteloos over - één ademhaling verdeeld over vijf longkamers.
Aan de basis van deze ogenschijnlijke vrijheid ligt echter wel degelijk een overwogen vorm en structuur, komende uit de koker van drummer en componist Sun Mi Hong, die subtiel dirigeert vanachter haar kit. Niet met gebaren, maar dynamisch pulserend, met roffels op snare, toms en bekkens. De Zuid-Koreaanse is in de afgelopen jaren uitgegroeid tot het paradepaardje van de Nederlandse jazz, eerste als permanent Artist in Residence in het Bimhuis, spoedig op de grote festivals en in de media, met prijzen en onderscheidingen. Het is bewonderenswaardig hoe Sun van meet af aan is blijven volharden in haar eigenzinnige muzikale opvatting, haar vrije en schilderachtige drumstijl in te bedden in een impressionistische post-bop setting. In haar werk herschikt zij de elementen ruimte en tijd, op een wijze die aansluit bij Miles' 'Nefertiti' en Ravels 'Asie'. In Sun Mi Hongs composities versmelt impressionistische harmonie met de vrije adem van de moderne jazz. Haar vier albums zijn de weergave van een voortdurende zoektocht naar klank en textuur, passend bij haar contemplatieve en zelfreflecterende karakter.
Sun mag dan de aanjager zijn van het internationale hofje uit Amsterdam; de andere leden van het kwintet liegen er ook niet om. De dromerige soli van tenorsaxofonist Nicolò Ricci en trompettist Alistair Payne lijken om beurten uit de lucht te vallen. Tonaal zoeken de heren de grenzen op, zij deinzen niet terug voor abstracte klankentapperij en ijle lokroepen. Dan, op instigatie van bassist Alessandro Fongaro, worden de krachten weer gebundeld tot een warmbloedige klankmassa. De nieuwe pianiste Chaerin Im, eveneens uit Zuid-Korea afkomstig, past daar perfect bij. Zij zorgt voor een heldere frasering met Raveliaanse kleuren.
Hulde aan jazzclub Atishock, met name Semmy Prinsen, die dergelijke muziek 'in de provincie' durft te programmeren. De subsidiekranen zijn al enige tijd dichtgedraaid en menig jazzclub in den lande wordt gedwongen om minder avontuurlijke muziek te programmeren, dan wel de deuren te sluiten. Gelukkig kwam er genoeg volk op af en werd er geen verlies geleden.
De enige wanklank van de avond kwam niet van het podium, maar van de spreekstalmeester, die in Artishock de rol van wijlen Cees Schrama op zich heeft genomen. Zijn grappig bedoelde edoch vrouwonvriendelijke opmerkingen vormden een pijnlijke dissonant binnen een avond die juist draaide om respect, subtiliteit en muzikale gelijkwaardigheid.
Het was weer helemaal 1965. Maar ook duidelijk 2025, 12 november om precies te zijn en in het undergroundcentrum VERA ligt in het midden van de zaal een assortiment gipsen ledematen uitgestald, afkomstig, zo op het oog, van een gispen beeld. En daar treedt Lily Dollner in de lichtcirkel, gekleed in niet meer dan een dun laagje gips in stofvorm, zodat het verschil tussen haar en de gipsen armen en benen wegvalt. Dollner knielt neer, neemt een elektrisch versterkte rasp ter hand en begint aan een arm te vijlen. Dat levert een geluid op dat varieert met de hoek waaronder het apparaat wordt gehouden, de snelheid en de keuze tussen ledematen en tors. Dat raspend geluid wordt ondersteund en soms overweldigd door een soundtrack vol geruis, gekners en gehuil. Wanneer de artieste een been ter hand neemt zien we inderdaad het verschil tussen de dode en levende materie niet meer. Ook Dollner zelf kennelijk niet, getuige de bloeddruppels die opwellen uit knieën en knokkels. Als ik een vrouw was had ik wel even geslikt op het moment dat Dollner aan een tepel begint en vervolgens zorgvuldig een complete borst wegraspt. Maar dat zou ongetwijfeld een seksistische gedachte zijn geweest. Wanneer het hoofd aan de beurt is neemt ze dat liefdevol in de armen, alsof het een baby betreft. En zo wordt het hoofd geleidelijk aan een kop van een sneeuwpop, maar dan zonder winterpeen.
Na dit event (noemen ze dat nog steeds zo?) volgt een performance door geluidskunstenaar Aaron Dilloway, een oude rot in het vak. Verschanst achter computers, synthesizers, toetsenborden, schuiven en knoppen voert hij een sjamanistisch ritueel uit, waarin we worden meegesleurd als in een tropische tsunami. Het begint allemaal heel onschuldig, met een zachte lage toon die om de zoveel seconden wordt gemarkeerd door een luid machinaal geluid, alsof er een stempelhandeling wordt versterkt. Trossen geluid slingeren zich door alle hoeken, gaten en oren van de ruimte. Daarbij gedraagt de kunstenaar zich alsof de vervaardiging van de soundscapes hem de grootst mogelijke moeite kost. Hij leunt gevaarlijk ver achterover in zijn klapstoeltje, valt er bijna vanaf en trekt een grimas of hij B.B. King moet zien te verslaan. We hebben hier met puur fysiek geweld te maken, dat is wel duidelijk. Maar waarom zou ik deze helse potpourri proberen te verwoorden, wanneer het persbericht van VERA het zo kernachtig en helder samenvat. 'Met 8-track tapeloops, stem delays en organisch geruis bouwt hij sonische collages waarbij spanning, humor en vervreemding samenvallen.'
Craig Taborn behoort tot de meest vernieuwende en veelzijdige pianisten van zijn generatie. In de internationale jazz-, improvisatie- en creatieve muziekscene heeft hij een unieke plek veroverd met zijn eigenzinnige en meeslepende speelstijl. Taborn heeft in zijn lange carrière vele onderscheidingen ontvangen, maar geen enkele was zo lucratief als zijn laatste. De 55-jarige pianist/componist is een van de namen op de lijst van MacArthur Fellows voor 2025.
De beurs, vaak een 'genius grant' genoemd, is een prestigieuze prijs van 800.000 dollar, die jaarlijks door de John D. en Catherine T. MacArthur Foundation wordt toegekend aan wetenschappers, kunstenaars en anderen als investering in hun potentieel. Volgens de stichting gaat de geldprijs naar 'buitengewoon getalenteerde en creatieve individuen'.
'Tijdens optredens en opnames als solist, bandleider en sideman brengt Taborn een onverschrokken en verfijnde benadering van muziek maken', aldus de stichting in een verklaring waarin zijn fellowship werd aangekondigd. 'Hij put uit uiteenlopende muzikale tradities, zoals traditionele en hedendaagse jazz, hedendaags klassiek, experimenteel, elektronisch, rock, metal en hiphop. Zijn constante verkenning van genres en stijlen vormt zijn eigen unieke muzikale intelligentie en stem.'
Taborn is een van de 22 nieuwe fellows die voor 2025 zijn aangekondigd en de enige muzikant in deze nieuwe lichting. Hij sluit zich aan bij recente jazzmusici als Tomeka Reid (2022), Cécile McLorin Salvant (2020), Mary Halvorson (2019) en Tyshawn Sorey (2017).
Momenteel is hij op tournee door Europa, zowel solo als in triovorm met Tomeka Reid en Ches Smith. Met dat laatste trio speelt hij zondag 16 november op Jazz Brugge in het Concertgebouw aldaar en op donderdag 20 november in het Bimhuis, Amsterdam.
Op vrijdag 7 november gaf Craig Taborn een indrukwekkend soloconcert op het podium van De Singer in Rijkevorsel. Cees van de Ven maakte een fotoverslag en een videoregistratie van het gehele concert, die je hieronder in twee delen kunt bekijken.
Tekst: Maarten van de Ven | Foto & video: Cees van de Ven
In de afgelopen jaren is Oscar Jan Hoogland uitgegroeid tot een van de meest originele en veelzijdige toetsenisten binnen de jazz en de geïmproviseerde muziek. Hij is een echte gangmaker binnen de Amsterdamse jazzscene en lanceert het ene na het andere bijzondere project. Zo zagen we recent de naamloze debuutalbums van Mother Tongue, dat Hoogland vormt met vocalist en multi-instrumentalist Mola Sylla en drummer Frank Rosaly en van LOOT, dat verder bestaat uit rietblazer Ab Baars, bassist Uldis Vitols en drummer Onno Govaert voorbij komen. De eerste kwam uit bij zowel Astral Spirits als Makkum Records, de tweede verscheen bij De Platenbakkerij, in samenwerking met het eigen label van ICP.
Het geluid van Mother Tongue wordt in hoge mate bepaald door Sylla, afkomstig uit Senegal, en zijn instrumentarium bestaande uit een xalam (een traditionele luit), de m'bira en de kongoma (beide lamellafoons, waarbij die eerste ook vaak een duimpiano wordt genoemd) en tot slot de bolon bata (een soort van harp). En natuurlijk horen we Sylla met zijn indringende vocalen, direct al in het heerlijk ritmische 'Djangalomba Dara'. Een ritmiek op conto van die lamellafoon en Rosaly's aanstekelijke slagwerk. Volop experimenteel ritmische Afrikaanse klanken ook in 'Déglul Kadu Rab Yi', klanken waar Rosaly en Hoogland zich duidelijk uitstekend bij thuis voelen. Een grote rol in dit stuk, iets verderop ook voor het instrument dat Hoogland op dit album bespeelt: een elektrische versie van een clavichord, ook wel clavinet genoemd. Zoals Hoogland hem bespeelt heeft het geluid veel weg van een elektrische gitaar, waarmee het een opwindende combinatie met Sylla's instrumentarium vormt. Nog pregnanter klinkt die clavichord in 'Duk Kawe', een prachtig stukje experimentele muziek, waar gaandeweg een slepende ritmiek in kruipt. Hoogtepunten op dit album zijn de ballades 'É Nah' en 'Kër Gi' en dan met name vanwege de allesdoordringende zang van Sylla, op het tweede stuk louter begeleid door de m'bira. Daar tussenin zit het weer opvallend ritmische 'Ndap', waarin ik een overvloed aan wonderlijke klanken hoor die moeilijk zijn thuis te brengen, maar die het stuk des te aantrekkelijker maken.
LOOT is - en dat tekent Hooglands veelzijdigheid - een totaal ander kwartet. Zoals de naam aangeeft, vormt dit een nieuwe loot aan de stam van de vaderlandse experimentele jazztraditie, waarbij met name de naam Misha Mengelberg - van wie Hoogland een van de laatste leerlingen was - zich opdringt. Dat we Hoogland op dit album op piano horen is dan ook niet meer dan logisch. In opener 'Krijshaan' ontdekken we direct Mengelbergs erfenis, zowel in de naam van het stuk als de knotsgekke muziek met duidelijke circusinvloeden. Baars laat hier horen uitstekend met dwarse noten uit de voeten te kunnen, terwijl de rest van het kwartet een aangename ritmiek optrekt. In 'MMM (Triple M)' gaan we verder op de ingeslagen weg. Sterker nog, hier klinkt het allemaal nog net een fractie dwarser. Bijna zoekend spel van Hoogland in 'Impala'. En terwijl Govaert de spanning verhoogt, blaast Baars aangename lijnen op zijn tenorsax. En dan is het 'Lamantijn'-tijd, een opvallend ingetogen klanklandschap creëert het kwartet hier. Al even subliem en wederom een mooi staaltje van Hooglands compositorische kwaliteiten is 'Reiger'. Ingetogen pianoaanslagen worden gevolgd door een prachtig intieme solo van Baars op klarinet. En dan zijn we bij het titelstuk 'LOOT', met een fijn hoekige ritmiek, perfect passend binnen de Nederlandse jazztraditie, iets waar overigens 'Upperclass Underground (Double U)' uitstekend bij aansluit. Tot slot noem ik nog 'Sleeping Policemen' en dan met name vanwege dat indringende spel van Baars, dat altijd weer door merg en been snijdt.
Concert De kunst van het samensmelten Will Jasper-Peter Beets Kwartet, dinsdag 28 oktober 2025, De Smederij, Groningen
Heel lang heb ik geloofd dat vaste bands te prefereren zijn boven ad-hoc ensembles. Ik herinner me een repetitie van een aantal R&B-grootheden die nimmer met elkaar speelden, in Cultuurcentrum De Oosterpoort. Het betrof George Kelly, voormalig tenorist van de roemruchte Savoy Sultans, gitarist Billy Butler van het Bill Doggett Combo en Roy Milton, drummer en zanger van zijn eigen Solid Senders, in de jaren veertig. Nou, het duurde meer dan een uur eer de club 'RM Blues', de grote hit van Milton, een beetje onder de knie had. Terwijl het, althans in mijn oren, een doodsimpele riff betrof.
Nee, dan het Bill Doggett Combo, een vast gezelschap dat we ooit op het (Haagse) North Sea Jazz Festival mochten aanschouwen. Wat een eenheid, wat een stootkracht, wat een feest.
Inmiddels zijn we een paar decennia verder. De jonge muzikanten van vandaag de dag zijn een stuk beter opgeleid, ze zijn veelzijdiger en lezen als de raven. (Wat niet impliceert dat ze daarmee ook per definitie 'beter' zijn, opwindender. Ik zou bijvoorbeeld wel eens willen weten hoeveel uur een gemiddelde blazer van een willekeurig conservatorium met de vorming van zijn of haar sound bezig is.)
Zomaar wat overpeinzingen tijdens het optreden van het Will Jasper-Peter Beets Kwartet, gisteravond in De Smederij. Deze muzikanten hebben allen wel eens met elkaar gespeeld, maar (zo goed als) nooit in deze constellatie. Hier en daar kon je dat even merken: dan stokte de flow eventjes, om gelijk daarna weer opgepikt te worden. Het grote voordeel van zo'n incidenteel verband van door de wol geverfde muzikanten is natuurlijk dat de artiesten op hun tenen moeten lopen, hun oren dienen te laten flapperen en zo weinig mogelijk op hun routine varen. Wanneer het inderdaad goed geverfde lieden betreft kun je er donder op zeggen dat het een memorabele avond wordt.
Gelijk in het eerste nummer, 'You Stepped Out Of A Dream', kregen we de groeten van tenorist Dexter Gordon. Will Jasper heeft daar vast en zeker een grote poster van boven zijn bed hangen. Hij heeft het fraaiste, meest doorleefde geluid van Groningen en Ommelanden.
De meeste bezoekers, dat lag wel voor de hand, waren afgekomen op pianist Peter Beets. Zijn kwaliteiten mogen bekend worden geacht. Listige modulaties in ballads, solo's die gelijk Brusselse kant lijken te zijn gesponnen, een zenuwslopende speurtocht in 'Caravan'. En heel soms plaatste de pianist één nootje dat het hele nummer memorabel maakte, om niet te zeggen het hele optreden. 'Perfect', om met componist en performance-kunstenaar Charlemagne Palestine te spreken. 'Yesterdays' kreeg een Art Tatum-intro en een Erroll Garner-behandeling in de begeleidende partij. 'Cedar's Blues' culmineerde in een enerverend duet in contrapunt tussen de klavierleeuw en de saxofoontitaan, een soort opgepimpte Bach Inventie. In Joe Hendersons 'Recorda-Me' speelde Beets een montuno, een kenmerkend deel van de mambo, waarin de solist improviseert op een repeterende melodisch-ritmische vamp.
De kracht- en breuklijnen werden gemarkeerd door bassist Hans Lass en drummer Sander Smeets. Die laatste had een mooie roffel over zich en was niet bang voor royale doses dynamiek. Lass verdween bijkans in zijn instrument wanneer hij de hoge nootjes aanstipte.
Altijd tof om in Groningen te spelen, verklaarde Peter Beets. Doorgaans denk je: ja, dat zei je gisteren in Spekholzerheide ook. Maar Peter meende het. Denk ik.
Tekst: Eddy Determeyer | Foto's: Hammie van der Vorst
Cd
Ineke Vandoorn, Marc van Vugt, Christine Duncan & The Soundmakers - 'The Soundmakers Project'
Baixim, 2025
In september bracht het innovatieve label Baixim Records een opmerkelijke cd uit: The Soundmakers Project. Deze uitgave laat zich moeilijk in een genre vatten. Het is geen traditionele concertregistratie, noch een klassieke studio-opname, maar een hybride vorm die elementen van beide combineert. Geen old style jazz, geen free jazz, latin, standards of mainstream - wat je hoort is iets unieks: vocale improvisatie, soms op basis van melodie of tekst, soms gebaseerd op enkele aanwijzingen, dan weer geheel vrij.
Wat deze cd onderscheidt, is de manier waarop het koor functioneert. Niet als achtergronddecor, maar als actieve, improviserende solist. In het elf minuten durende nummer 'The Collar' komen tekst, melodie, gitaarsolo en koorimprovisatie samen in een gelaagde compositie. Het Nederlandstalige 'Dansen' is een bewerkte chanson, waarin passages zijn herschreven en gearrangeerd voor het Soundmakers-koor, wat het een geheel een nieuwe dimensie geeft.
Zangeres Ineke Vandoorn en gitarist Marc van Vugt zijn de drijvende kracht achter het project. Ze vormen niet alleen een muzikaal duo, maar ook een artistiek partnerschap dat al jaren grenzen verlegt binnen de jazzwereld. Hun eerdere album 'Love Is A Golden Glue', met Eric Vloeimans, werd bekroond met een Edison en vestigde hun reputatie als vernieuwers. Als oprichters van Baixim Records staan ze achter diverse grensverleggende projecten, waaronder het Soundmakers Project.
Tijdens een reis ontmoetten ze de Canadese zangeres en koordirigent Christine Duncan, bekend van haar Element Choir in Toronto. Duncan experimenteert al jaren met collectieve vocale improvisatie. Gelijktijdig soleren is een concept dat zijn wortels heeft in de New Orleans-jazztraditie van simultane instrumentale improvisaties. Maar waar instrumenten elkaar kunnen overlappen, lijkt gelijktijdig zingend improviseren een brug te ver. Toch bewijst het Soundmakers Project dat het wél kan - en hoe!
Het Soundmakers-koor bestaat uit zo'n 70 vocalisten afkomstig uit drie verschillende koren. Onder leiding van Duncan improviseren zij op haar aanwijzing met klanken, ritmes, teksten en melodieën. Het resultaat is een vliegend tapijt dat door klanklandschappen zweeft, waarin de composities van Vandoorn en Van Vugt tot leven komen. De cd bevat zowel vrije improvisaties als gearrangeerde stukken, waarbij de grenzen tussen compositie en spontane creatie vervagen.
Na herhaald luisteren kruipt de cd onder je huid. Wat eerst experimenteel lijkt, wordt vrij snel vertrouwd. Het collectieve improviseren klinkt als de normaalste zaak van de wereld en wordt een meeslepend muzikaal verhaal, waarin telkens nieuwe lagen en details opvallen. De emotionele diepgang, de dynamiek tussen solist en koor, en de verrassende wendingen maken dit album tot een unieke luisterervaring. De Soundmakers Project-cd is onderdeel van een breder educatief traject waarin workshops en masterclasses worden gegeven. Check ook de '25–'26 serie 'Marc Meets' uit, waarin het duo met steeds andere gasten improviseert.
Evenement
Legendarische zangeressen in het zonnetje
Vriendendag van het Nederlands Jazzarchief, VARA studio 8, zondag 26 oktober 2025, Hilversum
Twee Nederlandse jazzzangeressen die in de jaren zestig en zeventig successen vierden stonden tijdens de Vriendendag van het Nederlands Jazzarchief centraal. Henny Vonk (1937) en Milly Scott (1933) zijn nog onder ons. Vonk zit in een verpleeghuis en communiceert niet langer - tot je haar een basgitaar in de handen drukt. Dan is er ineens niets mis met haar timing, attack, toon en glasheldere lijnen. Documentairemaaksters Rinske Bosch en Annelies Kruk brachten haar leven in beeld en toonden onder meer een fragment waarin ze een eigen jazzy gedicht declameert. Dan besef je dat dat in Paramaribo geboren meiske bepaald niet onderdeed voor onze Vijftigers (m, wit).
Milly Scott maakte naam als musicalster en soapie, maar was tegelijkertijd een fenomenale jazzartieste met een diep, indringend geluid. Van haar werd een historische versie van 'That Old Devil Moon' gedraaid, die dat onderstreepte. Ze was in levenden en zo te zien nog aardig levenslustigen lijve aanwezig en werd door Frank Jochemsen van het Archief geïnterviewd. Het Archief heeft onlangs een album uitgebracht, 'Trouble In Mind', met een selectie van haar jazzwerk.
Ook slagwerker Pierre Courbois (1940) was in levenden lijve aanwezig en toonde aan dat er nog meer dan genoeg leven in het lijf zit. Hij werd eveneens geïnterviewd en speelde daarna een solo waarbij hij uitging van het zingen der cymbalen en eindigde met gongslagen van bijbelse allure. Wisselende gedachten en stemmingen die mooi in elkaar overvloeiden. Dat is geen muzikant maar een musicus, had Neef gezegd. Geen drummer maar een percussionist.
Het trio van tenorist en scribent Tom Beek speelde een set onderkoelde zondagse kamerjazz en filmmaker Jan Kelder lichtte zijn nieuwe reeks Jazzportretten toe. Van onder anderen fluitist Chris Hinze ("die gaf eerlijk gezegd de meeste hoofdbrekens"), zanger Edwin Rutten en trompettist Ruud Breuls, die vooral in Duitsland als een belangrijke bigband-kracht wordt beschouwd. "Na elke solo maak ik een schaderapport op," tekende Kelder uit de mond van die laatste op.
Ook is het Archief naarstig bezig met het verzamelen van zoveel mogelijk opnamen van het betreurde radioprogramma 'TROS Sesjun', dat van 1973 tot 2004 liep en daarmee vermoedelijk het langs durende jazzprogramma ter wereld is. Van de 1631 afleveringen is inmiddels circa twintig procent achterhaald. Het NJA is met andere woorden benieuwd naar uw zolder, waarde lezer.
Het grote nieuws voor mij was de aankondiging van de biografie 'Misha Mengelberg geboekstaafd'. Journalist Erik van den Berg werkt al een paar jaar aan de reconstructie van leven en werk van de componist, pianist en bandleider. Misha, zo verklaarde Van den Berg in de wandelgangen, was iemand die nooit iets weggooide. Ook eerste schetsjes van composities niet. En die niet slechts door de muziekliefhebbers maar ook door zijn gezin op handen werd gedragen. We zullen nog een jaartje of twee moeten wachten voor Van den Berg met zijn monnikenwerk annex titanenarbeid gereed is.
Intussen konden de verslaafden (tot verslaafd gemaakten?) zich laven aan de boeken, lp's en cd's die het Archief had afgestoten. De verbeten rij voor de tafels was ondoordringbaar, zodat ik me gelukkig mocht prijzen dat ik een exemplaar van de dubbel-lp 'Die grossen Tanz-Orkester 1930-1950' aan de handen van een mededinger kon ontfutselen. Mij onbekende opnamen van de orkesten van Ernst van 't Hof en Jean Omer, twee van mijn favoriete Europese bigbands uit de oorlogsjaren. Aha, compleet met 'Kleine Weisse Schwalbe', zie ik. Dan is het derhalve nu tijd om mij met een bel cognac (Maison Fondee 1765) en andere genotsmiddelen terug te trekken en de platenspeler in werking te stellen.
Tekst: Eddy Determeyer | Foto's: Hammie van der Vorst