|
Draai om je oren Jazz en meer - Weblog |
|
||
|
| |||
CdHet Orgel Trio - 'Colors Of Hendrix' ZenneZ, 2025 Het Orgel Trio (HOT) ontstond ruim tien jaar geleden toen organist Berry van Berkum, vaste bespeler van het imposante orgel in de Utrechtse Nicolaïkerk, bassist Dion Nijland uitnodigde voor een jazzconcert in de kerk. De ontmoeting bleek een schot in de roos. Altklarinettist Steven Kamperman voegde zich bij hen en zo werd de bezetting compleet. Vanaf dat eerste concert levert het trio steevast producties af die het pijporgel uit zijn sacramentele voegen trekken en het instrument een nieuwe rol geven: niet langer uitsluitend gewijd aan liturgie, maar ook aan improvisatie, jazz en experiment. De drie musici brengen ieder hun eigen achtergrond mee. Van Berkum is een klassiek geschoolde organist die zich al vroeg inliet met jazz, improvisatie en hedendaagse muziek. Hij ziet het orgel niet als een museumstuk, maar als een levend instrument dat zich kan mengen in de taal van jazz. Dion Nijland is een veelzijdige contrabassist, actief in talloze ensembles en bekend om zijn warme toon en ritmische flexibiliteit. Hij speelde onder meer met Dimami, VanBinsbergen Playstation en met zijn eigen band DEON. Steven Kamperman, altklarinettist en componist, beweegt zich tussen jazz, wereldmuziek en theater. Samen vormen ze met Het Orgel Trio en gasten ensembles die steeds nieuwe wegen inslaan. Eerder namen ze de muziek van Charlie Parker en Duke Ellington onder handen, en recent nog die van Jan Pieterszoon Sweelinck, de zeventiende-eeuwse componist en organist die zelfs Johann Sebastian Bach inspireerde. Sweelinck leek een logische keuze: een organist met contrapuntische werken die zich lenen voor improvisatie en hercompositie. Maar met 'Colors Of Hendrix' gaat HOT verder met een gewaagd experiment: elf composities van gitaarlegende Jimi Hendrix krijgen hier een volledig nieuwe interpretatie. De vraag dringt zich op: kan dat? Werkt het? Kan een pijporgel, klarinet en contrabas een nummer als 'Hey Joe' vertalen zonder alles te verliezen waarvan Hendrix-fans houden? Het trio speelt bovendien zonder drums, iets wat ze deels opvangen door een percussieve aanpak op contrabas en orgel. Voor dit album komt er versterking van gastcellist Pau Sola Masafrets, een verrassende keuze die de klankkleur verbreedt. Geen vocalen, geen gitaar, geen elektrische versterking, geen wahwah of fuzz - en toch klinkt het overtuigend. 'Purple Haze' opent met lange gestreken lijnen van de cello die oplossen in een enkele noot, waarna het orgel de compositie met bas en cello openbreekt. De klarinet neemt de zangpartij over: "Excuse me while I kiss the sky." Het orgel keert terug met stevige akkoorden die de klappen van de drums vervangen. Het gaat naadloos verder met 'Foxy Lady', waarin de bas plukt en trekt als een berimbau. Dan opeens vormen orgel en klarinet samen de klank van die oerkreet waarmee Hendrix de wereld veroverde. Er volgt een swingende klarinetsolo voordat het orgel de meest herkenbare gitaarriff uit de rockgeschiedenis zwaar nadreunend bij ons achterlaat.
Het bijzondere van dit album is dat HOT niet probeert Hendrix te imiteren, maar zijn geest te kanaliseren. De spanning, de verrassing, de wendingen, het spel van hard en zacht, de onderbuikklanken, het zuchten en schreeuwen, de blues maar ook de kinderlijke verwondering richting het oneindige - het is allemaal terug te horen. Het orgel neemt de rol van slagwerk en harmonie over, de klarinet vervangt de stem en de bas houdt alles bij elkaar met een percussieve drive. De cello voegt een nieuwe dimensie toe, soms lyrisch, soms ritmisch. Zo ontstaat een album dat zich als een integraal werk laat beluisteren. Het is niet alleen een ontdekkingstocht door de veelzijdigheid van Hendrix' nalatenschap, maar ook een statement van HOT zelf: dat jazz en improvisatie geen grenzen kennen en dat zelfs een pijporgel kan swingen. Het experiment werkt, en hoe. Een live-uitvoering met enkele gezongen nummers zou nog een ander aspect kunnen toevoegen. En mocht dat in de kerk gebeuren, dan zouden er zomaar wat zieltjes verlost kunnen worden van het kwade - want dit is muziek die de geest opent. Tekst: Monica Rijpma | Foto: Allard Willemse Labels: Berry van Berkum, cd, Dion Nijland, Het Orgel Trio, HOT, Steven Kamperman (Monica Rijpma, 16.12.25) - [print]
- [naar boven] 'One Way Ticket To Tibet' bevat het eerste postcorona-concert dat gespeeld werd in Brebl in Nijmegen, op 20 februari 2022. Misschien verklaart dat de intensiteit en weerbaarheid die zelfs in de kalmste momenten voelbaar blijven. De muziek wijkt af van Van de Graafs werk voor en met I Compani, maar is eigenlijk al net zo'n rijke combinatie van geluiden en invloeden. Nu eens dobbert de muziek op een hamerende jazzdrive, dan weer verkeert het in zinderende folkoorden of lijkt het bezwangerd door spirituele intenties. Soms staat het ten dienste van het woord. Maar het is vooral een viering van de spontane en poëtische interactie, want de vrijheid en het plezier van samen muziek maken spatten van dit album. Er één muzikant uitpikken zou flauw zijn, want alle zes leveren ze een cruciale bijdrage. En trouwens, wie er in slaagt om eigen composities, iets van Steve Reich, een ode aan Coltrane en teksten van T.S. Eliot, Gertrude Stein, Matsuo Bashō én Robbie Basho (zijn machtige 'Blue Crystal Fire') samen te brengen en te laten klinken alsof het zo moest zijn, heeft iets bijzonders klaargespeeld. Een performance om te ontdekken. Annelie Koning (zang), Bo van de Graaf (altsax, tenorsax), George Dumitriu (viool, altviool), Dion Nijland (bas), Albert van Veenendaal (piano, klokkenspel), Makki van Engelen (drums). Deze recensie verscheen ook in Jazz&mo' Labels: Albert van Veenendaal, Annelie Koning, Bo van de Graaf, cd, Dion Nijland, George Dumitriu, Makki van Engelen (Guy Peters, 14.2.25) - [print]
- [naar boven] The Ploctones, Artvark, Fugimundi, Zapp4, Talking Cows... de Nederlandse jazzscene heeft al veel memorabele bands voortgebracht. Met DEON is er weer een nieuwe veelbelovende loot aan die boom bij gekomen. Bassist en naamgever Dion Nijland, trompettist Ruben Drenth, rietblazer Steven Kamperman, saxofonist Ad Colen en drummer Mees Siderius hebben met het onlangs bij TryTone verschenen debuutalbum 'Soft Steel' meteen een indrukwekkende proeve van bekwaamheid afgeleverd. De komende maanden zijn ze live te zien op verschillende Nederlandse podia. We spraken met Dion Nijland over zijn nieuwe band en het album. Hoe is DEON eigenlijk ontstaan, hoe kwamen jullie bij elkaar? Mag je zeggen dat het een vriendenband is? "Allereerst vanuit de wens om weer een eigen groep te starten. Ik heb de afgelopen jaren natuurlijk wel een en ander ondernomen, onder andere een soloalbum - uitgebracht in 2021 - en daarnaast ben ik co-leider van HOT (Het Orgel Trio). Maar ik zocht naar een soort vervolg op Dimami (met Makki van Engelen en Miguel Boelens). En daarbij voelde ik een sterke wens om het in Utrecht te zoeken. In woon er inmiddels al 25 jaar en ken daarom veel muzikanten in de stad. Maar er is nog iets anders dat heeft bijgedragen aan het ontstaan van DEON: de aanwas van jonge muzikanten. Uiteraard heeft Utrecht al sinds jaar en dag een conservatorium, maar was er niet altijd de vanzelfsprekende menging van leeftijden en scenes. Dat gebeurt de laatste tijd meer, is mijn sterke indruk althans. Daaraan draagt de opleiding Musician 3.0 van het conservatorium in het bijzonder bij. Er komt hier een actieve en nieuwsgierige groep studenten vandaan, die zeker niet allemaal jazz als profiel hebben, maar wel dikwijls kunnen improviseren en dat met overgave doen. Deze openheid heeft er bij mij toe geleid dat ik meer in aanraking ben gekomen met jonge(re) spelers. Ruben Drenth (trompet) en Mees Siderius (drums) zijn hier voorbeelden van."
"Op de cd staan zowel speciaal voor de band geschreven stukken als al bestaande composities die ik heb bewerkt voor de groep. Je zou kunnen zeggen dat de twaalf stukken een zekere staalkaart bieden van wat ik de laatste (ruime) periode heb gedaan. Daar zit wereldmuziek bij, meer traditionele jazzvormen, grooves en hedendaags. Er staan bijvoorbeeld twee stukken op die ik oorspronkelijk voor een theatervoorstelling heb gecomponeerd, een stuk dat ik schreef na een bezoek met de band Spinifex aan India, en op hoekige grooves gebaseerde stukken die als het ware door mijn hoofd suizen als ik op de fiets zit." Heb je wat betreft de sound van het album nog bepaalde illustere voorgangers in de gedachten gehad? Zo hoor ik reminiscenties aan de eerste platen van het Ornette Coleman Quartet. "Ik heb zeker mijn voorkeuren en die beïnvloeden mede het geluid van de groep. Ik hou erg van het rauwe geluid van Charles Mingus en inderdaad ook van de vrije improvisaties van Ornette Coleman over een pulserende ritmesectie. Maar ik ben ook gek op vibrerende grooves en op melodieën die bijna zingbaar zijn. Ik heb geprobeerd op het album om strakke vormen en structuren naast (of bovenop) vrije improvisaties te plaatsen. Het ontstaan van dit geluid is het resultaat van componeren, schaven en schuren, maar ook van een groepsproces met repetities en optredens. Ik ken de muzikanten van DEON goed, en het gezamenlijk discussiëren en beslissingen nemen gaat soepel en is vruchtbaar. Toen we begonnen hebben we ook tegen elkaar gezegd dat min of meer alles ter wille van de vooruitgang van de muziek gezegd kan worden."
"Ik zoek die variatie in zekere zin bewust op, mits het nog steeds bijdraagt aan een coherent geluid. Zoals ik al eerder zei komen twee stukken oorspronkelijk uit theatervoorstellingen. Met name een van deze twee stukken is zeker abstract(er) en beeldend. De muziek zat ooit onder een toneelscene. Ik merk wel keer op keer dat mijn muzikale drijfveer me toch zo goed als altijd op zoek doet gaan naar een totaalgeluid dat kern en richting heeft. En dat vind je dan terug in vorm (compact), grooves en grote spanningsbogen die we bewust aanbrengen om de muziek spannend en in zekere zin begrijpelijk te houden. Let wel: in eerste instantie begrijpelijk voor mezelf. De muziek moet logisch aanvoelen, dat kan ook vanuit intuïtie gebeuren overigens. En dan komen we op het terrein van improvisatie. Wat mij bij het terugluisteren van de studio-opnames weer direct opviel is hoe iemands hyperindividuele bijdrage een stuk naar een andere dimensie kan brengen. Fascinerend!" Klik hier voor meer informatie over DEON en het tourschema. Foto's: Allard Willemse & Cees van de Ven Labels: Ad Colen, DEON, Dion Nijland, interview, Mees Siderius, Ruben Drenth, Steven Kamperman (Maarten van de Ven, 22.10.23) - [print]
- [naar boven] Jazz van eigen bodem vandaag, meer specifiek uit de richting van Utrecht, met als linking pin rietblazer Steven Kamperman. Want we horen hem zowel op 'Soft Steel' het debuutalbum van bassist Dion Nijlands DEON, als op zijn eigen album 'Maison Moderne'. Nijland vroeg verder trompettist Ruben Drenth, saxofonist Ad Colen en drummer en vibrafonist Mees Siderius. Kamperman op zijn beurt zocht versterking bij altviolist Oene van Geel, gitarist Paul Jarret en pianist Albert van Veenendaal. Beide albums verschenen bij TryTone. Dion Nijland betoont zich op 'Soft Steel' niet alleen een goed bassist, dat wisten we inmiddels al, maar ook een uitstekend componist. Met de twaalf stukken van zijn hand krijgen we daarvan een heel aardig beeld. Te beginnen met het heerlijk ritmische 'Karl May', waarna de sereen vliedende klanken in 'Bogerous' als een aangename verrassing komen - mooi, die combinatie van Nijlands rustieke gepluk met Kampermans basklarinet. 'Lost In The Woods' heeft dan weer een flinke dosis ouderwetse swing meegekregen, met mooie partijen van Colen, Drenth en Kamperman. Knap hoe Nijland hier met slechts vijf musici een authentiek bigbandgeluid weet neer te zetten. Een wat meer freejazz-karakter horen we terug in 'Silent Steel' en 'On The Contrary', al laat Nijland ook hier de melodie niet achterwege, want hoe veelzijdig zijn stukken ook zijn: dat is een constante. Conform die uitspraak vind ik 'Deun' wel grappig. Het is precies dat: een leuk deuntje, dat zich direct vastzet in je hoofd. En in dit kader moeten we ook zeker 'Slagkracht' noemen, met een prachtige trompetsolo van Drenth en mooie bijdragen van Siderius op vibrafoon. Waarom horen we dit laatste instrument tegenwoordig nog zo weinig in de jazz? Het bewijst hier weer volop zijn waarde. Kamperman horen we uitgebreid in 'Wiegenlied', een stuk dat perfect is voor een klarinet, met zijn warme, wat weemoedige klank. Verderop verandert het stuk overigens wel van karakter, met die saxsolo van Colen is dat kind direct weer klaarwakker. Nijland in de rol van bassist mogen we hier niet vergeten. Hij opent 'Shivu' met mooi pizzicato spel, waarna Drenth het tempo opvoert. Een stuk overigens dat verder sterk bepaalt wordt door Siderius' stevig ritmische spel. En of dit album al niet gevarieerd genoeg is, krijgen we onder Nijlands bezielende leiding met het titelstuk 'Soft Steel' ook nog een gloedvolle tango.
Labels: cd, DEON, Dion Nijland, Maison Moderne, Steven Kamperman (Ben Taffijn, 19.9.23) - [print]
- [naar boven] Concert | Jazztube Componist en klarinettist Steven Kamperman en zijn band met daarin ook de bekende trompettist Bart Maris uit Gent namen het publiek mee op een muzikale reis door een denkbeeldige stad. De visuele projecties op twee schermen links en rechts op het podium van veejay Henrietta Müller illustreerden diverse plaatsen, sferen en karakteristieken van een stad. Het ene moment de chaos van het verkeer, op een ander moment de rustige plekjes die er in elke stad ook te vinden zijn. Aan de hand van een uitgereikte City Map beleefde het publiek een boeiend, spannend en muzikaal hoogstaand concert, dat gezien het applaus zeer werd gesmaakt. Voor twee bezoekers van rond de tachtig met een open mind was het hun eerste jazzconcert. De een viel voor de warme toon en het spel van contrabassist Dion Nijland en de ander had veel oog en oor voor trompettist Bart Maris. Ze waren zo enthousiast dat ze gelijk reserveerden voor het volgende concert op donderdag 16 maart aanstaande [LARA ROSSEEL QUINTET, RED.].
Steven Kamperman was voor dit concert speciaal overgekomen uit Meudon, waar hij in residentie verblijft in het Van Doesburghuis op uitnodiging van het Nederlandse Fonds Voor Podiumkunsten. Kamperman is een muzikale ondekkingsreiziger pur sang en speelde vanavond alt- & b-flat klarinet en drums. De bas van Dion Nijland was als vanouds warmbloedig en vertrouwd. Jorrit Westerhof imponeerde op elektrische gitaar en trompettist Bart Maris als The Wizard of H(G)ent fascineerde met vindingrijke solo's die peper en zout waren op deze smaakvolle muzikale 'City Maps'-routeplanner. Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven. In de Jazztube hieronder zie je een gedeelte van het City Maps-concert in Pelt Jazz. Labels: Bart Maris, City Maps, Dion Nijland, feb23, jazztube, Jorrit Westerhof, Steven Kamperman (Cees van de Ven, 25.2.23) - [print]
- [naar boven] Tijdens twee concerten in het kader van November Music 2022 kwamen jazz en hedendaags gecomponeerd op mooie wijze samen. Accordeonist Rik Cornelissen, pianist Jeroen van Vliet, altviolist Oene van Geel en bassist Dion Nijland schreven ieder een stuk voor het project 'From Within, From Without', ieder stuk passend bij een schilderij als onderdeel van een kunstroute. De vier musici voerden het samen met altsaxofonist Miguel Boelens uit in de Azijnfabriek. 's Avonds was het de beurt aan Steve Coleman, die op verzoek van het Amstel Quartet de compositie 'Was Ankh Djed' schreef en het samen met de vier blazers van dit kwartet ook uitvoerde. Van Vliet schreef 'Panta', een mooi verstild stuk, helemaal in de traditie van deze pianist. Prachtig ook hoe hij hier de klank van piano en accordeon met elkaar verweeft tot een geheel. Bijzonder is de sterk ritmische frase net iets voorbij de helft, waarin Van Geel laat horen ook te kunnen drummen. Zittend op een cajon geeft hij met zijn handen een flitsende solo, terwijl hij met zijn linkervoet een tamboerijn bedient. Het typische Van Vliet-geluid horen we nog wat verderop, in een mooie triopassage van piano, contrabas en altviool, in de klassieke traditie. Nijlands 'We Are In This Together' vangt aan met een boeiend patroon op de piano, de opmaat tot een melodie die klinkt als een langzame dans. Steeds verder bouwen de musici het stuk uit, maar het is vooral Buelens die hier excelleert. Mooie dynamische frases verderop van Van Vliet en Van Geel, wederom op zijn 'kistje'. 'Shelter' van Cornellissen begint uiterst fragiel, met klassieke klanken tussen de noten van het trio accordeon, altviool en contrabas. Verderop valt de solo van Van Vliet op, met die voor hem zo typische fluwelen klank. Als Nijland en Buelens aansluitend aanhaken, horen we ineens klassiek in jazz omslaan. Krachtig spel zet de toon, tot het stuk uiteindelijk al even subtiel eindigt als dat het begon. Van Geel begint zijn 'Been Seen By What You Are Seeing' uiterst dynamisch, wederom gezeten op zijn cajon. Gaandeweg neemt het tempo wat af en krijgen Nijland en Van Vliet ruim baan, waarbij die eerste opvallend zangerig klinkt. Mooi ook hoe verderop eerst Buelens en dan Cornelissen de melodie vormgeven.
Foto's: Louis Obbens Labels: Amstel Quartet, concert, Dion Nijland, festival, Jeroen van Vliet, Miguel Boelens, nov22, november music, Oene van Geel, Rik Cornelissen, Steve Coleman (Ben Taffijn, 26.11.22) - [print]
- [naar boven] Bassisten zijn het bindingsmiddel van de muziek. Oorspronkelijk vooral in een functionele rol, zo'n beetje de link tussen ritme en harmonie, maar gaandeweg kregen ze een grotere vrijheid toebedeeld. Toch zijn solo basalbums eerder zeldzaam. Een bas is onmisbaar, maar heeft op z'n eentje misschien te weinig directe zeggingskracht, zo zegt een van de clichés. De Utrechtse bassist Dion Nijland laat geen spaander heel van die uitspraak. Nijland is misschien wel een typevoorbeeld van de moderne, veelzijdige bassist. Actief in uiteenlopende stijlen, met ervaring in multidisciplinaire projecten en actief als improvisator, componist en docent. Momenteel vooral in de weer met projecten DEON en HOT (Het Orgel Trio), maar hiervoor onder meer ook met Talking Cows en Dimami, én regelmatig te horen aan de zijde van goed volk als Anton Goudsmit, Steven Kamperman, Joost Buis, Corrie van Binsbergen en Bo van de Graaf. Hij is een drukbezet figuur van het soort dat vaak geen tijd over heeft voor soloprojecten, maar kijk. 'When I play there is sound, energy, chaos, silence / when I play there is me' luidt het motto van de plaat, en dat is dan ook wat je krijgt: een artiest die zijn muzikale identiteit naar voren schuift. Het is daarom geen confrontatie met zichzelf, maar een combinatie van de bestanddelen van zijn kunst. Dat gebeurt met 19 tracks, waarvan de meerderheid geïmproviseerd is. Een behoorlijk aantal, maar de nummers zijn doorgaans zo compact (gemiddeld net geen twee minuten) dat ze ook voor niet-bassisten en nieuwe ontdekkers verteerbaar zijn. Bovendien gaan ze geen melodie, puls of herhaling uit de weg, waardoor de muziek best toegankelijk blijft.
Als de strijkstok erbij komt kijken, kan dat ook in verschillende gedaantes gebeuren: in 'Slippery Stroke' heeft het iets van een grillige ontwijkingsdans, terwijl 'Anthill' in de lijn ligt van filmische kamermuziek. En net zoals het ademen al benadrukt wordt met opener 'I Breathe', zo komt de ademhaling nog wel een keer op het voorplan: in 'Head Hands And Hums' wordt Nijlands mond een soort van sissende, zuchtende motor, terwijl de plofklanken in 'Janna’s Jive' het ritme op gang brengen. Zet zo'n passages tussen stukken die het meer moeten hebben van speelse exploratie ('B Ray'), of van het vingervlugge ('E’s Flat And So Am I') én verkenningen als 'Walking Beast', en je hebt een album dat de aandacht weet vast te houden. Misschien is dat wel een van de mooiste aspecten van 'I Play Me'. Door zijn eigen identiteit te laten spreken maakte Nijland geen album op maat van collega-bassisten, laat staan enkel voor zichzelf, maar voor elke luisteraar die er oren naar heeft, getraind of niet. Het is een ambitieus album zonder pretentie, veelzijdig en toch behapbaar. Daardoor krijg je misschien wel de smaak te pakken. En laat dat net de albums zijn die blijvend gekoesterd worden. Deze recensie verscheen ook op Enola.be | Foto: Cees van de Ven Labels: cd, Dion Nijland (Guy Peters, 7.11.21) - [print]
- [naar boven] Lees verder in het archief...
|
Archief
Artikelen Cd-recensies Concertrecensies Colofon Festivalverslagen Interviews Jazz in memoriams
Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken? |