|
Draai om je oren Jazz en meer - Weblog |
|
||
|
| |||
ConcertAn American in Feerwerd Ian Cleaver Quintet, zondag 21 december 2025, Jacobskerk, Feerwerd Ondanks zijn Angelsaksische naam is trompettist Ian Cleaver gewoon in Amsterdam geboren en getogen. Paradoxaal genoeg vertoeft hij de laatste vijf jaar vooral in New York, waar hij ook zijn meest recente album 'Yarn!' opnam. En dat voert hij momenteel dus live uit - in Nederland. Willie Bowman ("gevonden ergens in Brooklyn") is eveneens een link met NYC: hij is de drummer op de bedoelde geluidsdrager. En dat complementeert hij dan door na slechts een paar weken in ons land al een aardig mondje Nederlands te praten. Zo zit de wereld tegenwoordig dus in elkaar. De muziek is intussen zo Amerikaans als een pancake met maple syrup. Soort van neo-bop en dan meer neo dan bop. Het openingsnummer in Feerwerd was 'Midge', dat een Ornette Coleman-feel had, maar ook geparenteerd was aan Sonny Rollins' 'Doxy'. Meteen liet altist Ben van Gelder horen dat hij meer een Rollinsdenker is dan een Colemanman, gezien zijn zware en volle geluid. Als tweede stem achter de soli van Cleaver gaf hij het geheel een orkestraal karakter. Een volgend keer zou de leider ook zijn bugel moeten meebrengen, kijken hoe dat mengt, wat voor kleurtjes. Hij imponeerde nu met luid en duidelijk zuiver spel, waarbij zijn overgangen van noot naar noot soms een 'oh'-gevoel opriepen.
Als deze gast in Nederland blijft hangen zitten wij gebeiteld. Maar ja, erg honkvast zijn ze niet, die jazzmuzikanten van tegenwoordig. Tekst: Eddy Determeyer | Foto: Jan Tempel Labels: Ben van Gelder, concert, Ian Cleaver, Steve Zwannink, Timothy Blanchart, Willie Bowman (Eddy Determeyer, 31.12.25) - [print]
- [naar boven] De Amerikaanse tenorsaxofonist Mark Turner timmert aardig aan de weg. Hier allereerst aandacht voor het bij Giant Steps Arts verschenen 'Reflections On: The Autobiography Of An Ex-Colored Man', waarop we Turner horen met trompettist Jason Palmer, pianist David Virelles, bassist Matt Brewer en drummer Nasheet Waits. Verder aandacht voor twee recente albums waarop we hem als sideman horen. Pianist Benjamin Lackner vroeg hem voor zijn kwintet, dat verder bestaat uit trompettist Mathias Eick, bassist Linda May Han Oh en drummer Matthieu Chazarenc, en drummer Billy Hart nodigde hem uit voor zijn kwartet, met verder pianist Ethan Iverson en bassist Ben Street. Zowel 'Spindrift' als 'Just' verschenen bij ECM Records. De albumtitel ontleent Turner aan het boek 'The Autobiography Of An Ex-Colored Man' van James Weldon Johnson, een voormalige Amerikaanse burgerrechtenactivist, diplomaat en professor. Het boek is een half fictief verhaal over een gekleurde man, die zo licht van teint is dat hij door kan gaan voor wit. In tien delen, 'Movements', waarin Turner ook stukken voorleest uit het boek, brengt hij middels pakkende jazzklanken een eerbetoon aan dit boek. Hij betoont zich daarmee niet alleen een uitstekend saxofonist - luister bijvoorbeeld naar de uitgebreide solo in 'Movement 3. Pulmonary Edema' - maar tevens ook een zeer onderhoudende componist. Daarbij valt allereerst op dat hij zijn medemusici opvallend veel ruimte geeft, zo bevat 'Movement 2. Juxtaposition' een uitgebreid duet van Virelles en Waits, bevat 'Movement 4. Europe' een prachtige trompetsolo van Palmer en kennen zowel 'Movement 4. Europe' als 'Movement 5: New York' bijzondere solo's op synthesizer van Virelles. En verder is opmerkenswaard dat de blazers opvallend vaak samen te horen zijn, wat regelmatig de indruk wekt dat we hier met een kleine bigband van doen hebben, in plaats van met een kwintet.
Tekst: Ben Taffijn Labels: Ben Street, Benjamin Lackner, Billy Hart, cd, David Virelles, Ethan Iverson, Jason Palmer, Linda May Han Oh, Mark Turner, Mathias Eick, Matt Brewer, Nasheet Waits (Ben Taffijn, 29.12.25) - [print]
- [naar boven] "Het volgend nummer is uit de oude doos," kondigt banjoïst Tom Stuip monter aan. "'Tiger Rag', uit 1917." "1911," bromt pianist Hans de Bruijn achter hem corrigerend. De plek is Zalencentrum Hingstman te Zeijen, onder de rook van Assen. Hier resideert de Jazzclub Assen tegenwoordig. Een eerbiedwaardig dorpsetablissement met een toneelzaaltje, dat er honderd jaar geleden weliswaar heel anders uitzag, aan de buiten- en aan de binnenkant, maar in feite nog altijd als zodanig functioneert. Deze zondagmiddag is de aloude, om niet te zeggen eerbiedwaardige Jazz-O-Matic Four Plus One er te gast. Jazz uit de roaring twenties, met eeuwig groene deunen als 'Ain't Misbehavin'', 'Chloe' en 'The World Is Waiting For The Sunrise', vakkundig uitgevoerd door het kwintet. Qua stijlopvatting ergens in de buurt van Joe Venuti's Blue Four en Six. Over Venuti gesproken: violiste Carmen Jacobs was de meest prominente solist van het gezelschap. Mooi van opbouw, die solo's. In rechte lijn zat zij een meter of zes van bugelblazer Peter Ivan en het was grappig om hun onderlinge communicatie te bestuderen, met vingertjes en wenkbrauwen. Ivan blies ook nog op een grappig klein zwart fluitje, dat aan een Zuid-Afrikaanse penny whistle deed denken, doch een sopraninoblokfluit bleek. Het programma was ambitieus uit de startblokken gegaan met 'June Night', waarbij Leo van Oostrom op bassaxofoon in z'n eentje een complete bigband plus dubbelgemengd koor moest zien te evoceren. Dat lukte natuurlijk prima. De Jazz-O-Matic, ook alweer in de veertig, reageert met stalen smoelen wanneer een vocalist een maatje of anderhalf te vroeg inzet. De band rommelt gewoon onbekommerd door. En ach ja, dat 'Basin Street', 95 jaar geleden in New Orleans misschien inderdaad nog 'The street where the elite meet and greet'. Sinds jaar en dag is het een mistroostige route langs parkeerterreinen zo groot als stadscentra, loodsen en achterkanten. Nee, dan kunt u beter aan de Hoofdstraat in Zeijen zitten. Tekst: Eddy Determeyer | Foto: Hammie van der Vorst Labels: Carmen Jacobs, concert, Jazz-O-Matic Four Plus One, Joe Venuti, Leo van Oostrom, Peter Ivan, Tom Stuip (Eddy Determeyer, 23.12.25) - [print]
- [naar boven] In elf relatief korte stukken wordt zeer intens gecommuniceerd tussen gitarist Reinier Baas en saxofonist Ben van Gelder, aangevuld met vier gastmuzikanten die de hele schijf nog interessanter en complexer maken. 'This Is Water' refereert aan een speech van D.F. Wallace met het bekende verhaal van twee jonge vissen die een oudere soortgenoot ontmoeten. Die vraagt hoe het water aanvoelt vandaag, waarop de twee jonkies zich afvragen: Wat is water? De parabel is duidelijk: bewustwording van de meest evidente gegevens is essentieel voor een dieper doordringen in de werkelijkheid. Dat is wat ook gebeurt op deze cd. Muzikaal wordt diep geboord naar microtonaliteit. En daar zijn de gasten niet vreemd aan. Allen geven ze het beste van zichzelf in de composities die voor hen speciaal werden geschreven en die getuigen van een rijk klankenpalet, waarbij een bravo voor de zeer functionele inzet van elektronica. Dit werk blijft fascineren op het vlak van muzikale dialoog, verbinding en expressieve kracht, uitmondend in een krachtig statement dat je dwingt op een intense manier naar de muziek te luisteren. Er wordt soms hoekig, wringend en schurend, maar ook vloeiend en vlot gecommuniceerd, en dat door een mooi evenwicht tussen tonale spanning en ontspanning. Een plaat zonder compromissen, en zo hebben we het graag. Reinier Baas (gitaar), Ben van Gelder (altsaxofoon, harmonium), Jeff Ballard (drums), Cory Smythe (piano), Han Bennink (drums, percussie), Marta Warelis (piano) Tekst: Marc Van de Walle | Deze recensie verscheen ook in Jazz&mo' Labels: Ben van Gelder, cd, Cory Smythe, Han Bennink, Jeff Ballard, Marta Warelis, Reinier Baas (Marc Van de Walle, 22.12.25) - [print]
- [naar boven] Interlinie is een serie evenementen gericht op kruisbestuiving tussen Nederlandse en Belgische improvisatie, experimentele muziek en jazz. Paviljoen Ongehoorde Muziek bood tijdens de tweede editie plaats aan twee bijzondere acts uit de Lage Landen. De Belgische tubaïste Berlinde Deman opende de avond. In Eindhoven werd haar onlangs verschenen en alom geprezen solo-cd 'Plank 9' live uitgevoerd. Deman, hier op serpent, betoverde het publiek met intimistische klankkleuren die tot de verbeelding spraken en de ziel raakten. Met het karakteristieke geluid van de serpent en middels loops en elekronica schiep Deman fascinerende instant composing. Muziek om gedachten de vrije loop te laten, om in deze hectische tijd wat tot contemplatie te komen en schoonheid te ervaren. Beslist een aanrader, dit concert, dat je hier kunt bekijken. Klik hier voor een fotoverslag van dit concert. Na de pauze was het de beurt aan het kwartet Old Adam On Turtle Island. En als je de namen van dit illustere kwartet even tot je laat doordringen, weet je dat wat te wachten staat niet voor watjes is bedoeld maar voor diehard freejazz-oren die tegen een stootje kunnen. Het verschil na de serene klanken van Deman kon immers niet groter zijn. Maar nochtans was onder aanvoering van saxofonist John Dikeman de set kwalitatief van hoog niveau. Pianiste Marta Warelis, bassist Aaron Lumley en last but not least drumster Sun-Mi Hong zijn allemaal musici waarvoor de uitdrukking 'buiten de lijntjes kleuren' een volslagen understatement is. Het bewijs wordt geleverd in deze Jazztube. Klik hier voor een fotoverslag van dit concert. Tekst, foto's & video's: Cees van de Ven Labels: Aaron Lumley, Berlinde Deman, concert, jazztube, John Dikeman, Marta Warelis, Old Adam On Turtle Island, Sun-Mi Hong (Cees van de Ven, 21.12.25) - [print]
- [naar boven] De sterk aan de weg timmerende muzikant Nawras Altaky verdient een introductie. De zanger/componist/oedspeler is in 1995 geboren in het zuiden van Syrië, relatief dicht bij de grens met Jordanië. Een streek die in de nasleep van de oorlog nog steeds onrustig is. Altaky is als componist en zanger afgestudeerd aan het conservatorium in Utrecht. Opvallend is zijn compositie 'SOS Moria' waarin aandacht en steun wordt ge-vraagd voor de vijfhonderd kinderen uit het vluchtelingenkamp Moria. Tijdens het optreden in Paradox is zijn persoonlijke geschiedenis, en die van zijn land dat hij 10 jaar geleden ontvluchtte, op indringende wijze aanwezig. Het septet bestaat uit een mix van westerse en oosterse instrumenten met Oene van Geel op altviool, Teis Semey op elektrische gitaar, Marianne Noordink op ney en fluit, Kinan Abuakel op buzuk, Remy Dielemans op contrabas en Udo Demandt op percussie. Gedurende één set worden composities uitgevoerd van zijn debuutalbum 'Arise! Journey Of Resilience' dat in februari 2026 uitkomt. De presentatie en de cross-over van stijlen, waarin regionale traditionele muziek (Arabische maqam) samenkomt met jazz en improvisatie, is verleidelijk en avontuurlijk. Het spel op de oed, in combinatie met het warme, meerkleurige stemgeluid van Altaky, is om door een ringetje te halen. Zijn stem is in staat oprechte emoties zoals ontroering en blijdschap over te brengen.
Zijn bizarre persoonlijke ervaring wordt getransformeerd naar een hoopvolle en gedenkwaardige muzikale reis. De mooie composities van Altaky maken deze avond niet alleen zeer genoeglijk, maar ook muzikaal inspirerend. Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Louis Obbens. Tekst & foto's: Louis Obbens In de Jazztube hieronder zie je het concert dat het Nawras Altaky Sextet op 21 februari 2025 gaf in het Bimhuis, Amsterdam. Labels: concert, jazztube, Kinan Abuakel, Marianne Noordink, Nawras Altaky, Oene van Geel, Remy Dielemans, Teis Semey, Udo Demandt (Louis Obbens, 19.12.25) - [print]
- [naar boven] Het Orgel Trio (HOT) ontstond ruim tien jaar geleden toen organist Berry van Berkum, vaste bespeler van het imposante orgel in de Utrechtse Nicolaïkerk, bassist Dion Nijland uitnodigde voor een jazzconcert in de kerk. De ontmoeting bleek een schot in de roos. Altklarinettist Steven Kamperman voegde zich bij hen en zo werd de bezetting compleet. Vanaf dat eerste concert levert het trio steevast producties af die het pijporgel uit zijn sacramentele voegen trekken en het instrument een nieuwe rol geven: niet langer uitsluitend gewijd aan liturgie, maar ook aan improvisatie, jazz en experiment. De drie musici brengen ieder hun eigen achtergrond mee. Van Berkum is een klassiek geschoolde organist die zich al vroeg inliet met jazz, improvisatie en hedendaagse muziek. Hij ziet het orgel niet als een museumstuk, maar als een levend instrument dat zich kan mengen in de taal van jazz. Dion Nijland is een veelzijdige contrabassist, actief in talloze ensembles en bekend om zijn warme toon en ritmische flexibiliteit. Hij speelde onder meer met Dimami, VanBinsbergen Playstation en met zijn eigen band DEON. Steven Kamperman, altklarinettist en componist, beweegt zich tussen jazz, wereldmuziek en theater. Samen vormen ze met Het Orgel Trio en gasten ensembles die steeds nieuwe wegen inslaan. Eerder namen ze de muziek van Charlie Parker en Duke Ellington onder handen, en recent nog die van Jan Pieterszoon Sweelinck, de zeventiende-eeuwse componist en organist die zelfs Johann Sebastian Bach inspireerde. Sweelinck leek een logische keuze: een organist met contrapuntische werken die zich lenen voor improvisatie en hercompositie. Maar met 'Colors Of Hendrix' gaat HOT verder met een gewaagd experiment: elf composities van gitaarlegende Jimi Hendrix krijgen hier een volledig nieuwe interpretatie. De vraag dringt zich op: kan dat? Werkt het? Kan een pijporgel, klarinet en contrabas een nummer als 'Hey Joe' vertalen zonder alles te verliezen waarvan Hendrix-fans houden? Het trio speelt bovendien zonder drums, iets wat ze deels opvangen door een percussieve aanpak op contrabas en orgel. Voor dit album komt er versterking van gastcellist Pau Sola Masafrets, een verrassende keuze die de klankkleur verbreedt. Geen vocalen, geen gitaar, geen elektrische versterking, geen wahwah of fuzz - en toch klinkt het overtuigend. 'Purple Haze' opent met lange gestreken lijnen van de cello die oplossen in een enkele noot, waarna het orgel de compositie met bas en cello openbreekt. De klarinet neemt de zangpartij over: "Excuse me while I kiss the sky." Het orgel keert terug met stevige akkoorden die de klappen van de drums vervangen. Het gaat naadloos verder met 'Foxy Lady', waarin de bas plukt en trekt als een berimbau. Dan opeens vormen orgel en klarinet samen de klank van die oerkreet waarmee Hendrix de wereld veroverde. Er volgt een swingende klarinetsolo voordat het orgel de meest herkenbare gitaarriff uit de rockgeschiedenis zwaar nadreunend bij ons achterlaat.
Het bijzondere van dit album is dat HOT niet probeert Hendrix te imiteren, maar zijn geest te kanaliseren. De spanning, de verrassing, de wendingen, het spel van hard en zacht, de onderbuikklanken, het zuchten en schreeuwen, de blues maar ook de kinderlijke verwondering richting het oneindige - het is allemaal terug te horen. Het orgel neemt de rol van slagwerk en harmonie over, de klarinet vervangt de stem en de bas houdt alles bij elkaar met een percussieve drive. De cello voegt een nieuwe dimensie toe, soms lyrisch, soms ritmisch. Zo ontstaat een album dat zich als een integraal werk laat beluisteren. Het is niet alleen een ontdekkingstocht door de veelzijdigheid van Hendrix' nalatenschap, maar ook een statement van HOT zelf: dat jazz en improvisatie geen grenzen kennen en dat zelfs een pijporgel kan swingen. Het experiment werkt, en hoe. Een live-uitvoering met enkele gezongen nummers zou nog een ander aspect kunnen toevoegen. En mocht dat in de kerk gebeuren, dan zouden er zomaar wat zieltjes verlost kunnen worden van het kwade - want dit is muziek die de geest opent. Tekst: Monica Rijpma | Foto: Allard Willemse Labels: Berry van Berkum, cd, Dion Nijland, Het Orgel Trio, HOT, Steven Kamperman (Monica Rijpma, 16.12.25) - [print]
- [naar boven] In 2005 begonnen Gijs Levelt, Ned McGowan en Tobias Klein het Spinifex Orchestra. Twintig jaar later is het gewoon Spinifex en is alleen Klein van het driemanschap nog aan project verbonden. De band wisselde van samenstelling en bestaat sinds 2010 vooral in een kleinere bezetting, eerst een kwintet en later een sextet. Projecten uit de laatste jaren betroffen 'Bollycore' (2014), 'Maximus' (2015), 'Amphibian Ardour' (2017), 'Soufifex' (2019), 'Beats the Plague' (2021), 'Spinifex Sings' (2022), met als gasten de solisten Björk Nielsdottir en Priya Purushothaman, en nu ligt er het alweer tiende album 'Spinifex Maxximus'. Deze zaterdag speelde de band in de PlusEtage, Baarle-Nassau als laatste stop van een korte jubileumtour.
Waarom Klein en consorten de stukken in een andere volgorde spelen dan ze op de cd staan weet ik niet, maar veel maakt dat natuurlijk niet uit. Hier dus de volgorde van het concert, dat begint met 'Annie Golden' van Maris. We horen Amend met een strijkstok langs de toetsen van haar vibrafoon strijken en de weldadig intieme klanken van het strijktrio. Dan klinken de bassax van Dikeman, zelden te horen in de jazz, en aansluitend de andere blazers. Heuse kamerjazz. Langzaam loopt het tempo op en kruipt de ritmiek naar binnen. In grote lijnen is de muziek natuurlijk hetzelfde op de cd, alleen maakt die overrompelende solo van Dikeman live toch echt meer indruk; daar voel je de spanning in je eigen lijf!
Na de pauze klinkt eerst 'Smitten' van Stadhouders. Een fragiele melodie van de blazers opent het stuk, gevolgd door een wat meer ritmische passage van drums en vibrafoon - het is tenslotte een stuk van Stadhouders - en hectiek van de blazers. Van Almeida klinkt 'The Privilege Of Playing The Wrong Notes', muziek die lange tijd klinkt als een traag stromende rivier met een al even verstilde, ietwat vreemd aandoende passage van het strijkerstrio, maar die tegen het einde opvallend versnelt. We sluiten het concert af met het vrij hectische 'Sack & Ash' van Klein. Een stuk vol contrasten. Zetten de musici het ene moment de zaak behoorlijk op scherp, op andere momenten kiest men voor opvallend fragiele schermutselingen en solo's. De foto's zijn gemaakt tijdens het concert van Spinifex Maxximus op 3 december bij Podium JIN in Nijmegen. Tekst: Ben Taffijn | Foto's: Maarten van de Ven Labels: Bart Maris, concert, Elisabeth Coudoux, Gonçalo Almeida, Jasper Stadhouders, Jessica Pavone, John Dikeman, Phillipp Moser, Salome Amend, Spinifex, Tobias Klein (Ben Taffijn, 15.12.25) - [print]
- [naar boven] "Met Miles ging de muziek een hele andere richting uit - zoals we inmiddels allemaal weten. In de laatste maanden nam ik zelfs mijn contrabas niet meer mee op tour; ik speelde alleen nog basgitaar. En dat zat me dwars, want ik wilde niet vervreemden van mijn instrument. Daarnaast bleef die vrije, meer open muziek in mijn hoofd rondzingen. Ik voelde dat ik die weg moest volgen, terwijl Miles duidelijk andere plannen had met zijn muziek, hoezeer ik zijn werk ook bewonderde en hoe bijzonder het was om met hem te spelen." Op woensdag 22 oktober gaf de legendarische jazzbassist Dave Holland een optreden in de Singer, Rijkevorsel, met saxofonist Jaleel Shaw & drummer Nasheet Waits. Het zou een bijzonder concert worden van een man die niet is weg te denken uit de moderne jazzgeschiedenis. Voorafgaand aan dat optreden had Nico Kanakaris een uitgebreid gesprek met Dave Holland over zijn ontwikkeling als bassist en een aantal mijlpalen uit zijn lange carriëre. Klik hier om het interview te lezen. Cees van de Ven maakte een fotoverslag van het concert in De Singer en in de Jazztube hieronder zie je een opname uit datzelfde concert van zijn hand.
Tekst: Maarten van de Ven | Interview: Nico Kanakaris | Foto & video: Cees van de Ven Labels: Dave Holland, interview, jazztube (Maarten van de Ven, 11.12.25) - [print]
- [naar boven] Concert Met drie over elkaar schuivende klankvelden openen de muzikanten de performance. Lida Brouskari tovert een hoge, lang aangehouden toon uit haar kleine Korg-synthesizer. Raoul van der Weide strijkt de contrabas en slagwerker Thomas Jaspers laat een soort aangehouden gong klinken - achteraf bleek, dat er een mechanische muis op een gebutst deksel rond had gesnuffeld. Welkom in de sferen van Tatacouf. Uit de velden vloeit een minimalistisch pianopatroon. Alsof er een sample uit Simeon ten Holts 'Canto Ostinato' is geknipt. Een klein koket Cantootje, zeg maar. Dan worden we de free jazz ingetrokken, die goeie ouwe free jazz. Cecil Taylor anno 1960, om de gedachten te bepalen. Met een mini-bekken (gejat van een kleinzoon?) plus strijkstok gaat Van der Weide zijn instrument te lijf. De drie muzikanten vormen nochtans een eenheid. Dat blijkt wanneer de gezamenlijke chaos verstilt tot een 'echt liedje'. Je zou zweren dat het drietal met elastische koorden met elkaar verbonden is. Die koorden worden gevierd en aangehaald en soms lijken ze in de lucht op te lossen. Het trio schrikt er ook niet voor terug elkaars respectieve terreinen binnen te vallen. Op cd beluisterd zou je er nog een hele kluif aan hebben de individuen uit elkaar te houden. Nu en dan komt het hele bedrijf stil te liggen. Maar dan zorgt het minste of geringste geluidje ervoor dat het proces over het kantelpunt wordt getild. En dan te bedenken dat de artiesten nog tientallen gereedliggende fluitjes, rateltjes en onduidelijke dingetjes niet eens gebruikt hebben. Tekst: Eddy Determeyer | Foto: Willem Schwertmann Labels: concert, Lida Brouskari, Raoul van der Weide, Tatatacouf, Thomas Jaspers (Eddy Determeyer, 9.12.25) - [print]
- [naar boven] Veertig jaar lang trokken de kameraden langs steden en wegen, in de voetsporen van het circus en de cinema. Oprichter, saxofonist, componist en arrangeur Bo van de Graaf besloot dat het na 40 jaar een goed moment was de stekker eruit te trekken. Tijd voor nieuwe dingen. Dat afscheid gebeurt met een traan en een lach, op feestelijke wijze. Er is een boek en nieuw programma waarmee de komende weken nog de podia worden aangedaan. Dus ga snel mee met het laatste rondje op de carrousel, want daarna is het echt BASTA. Onder leiding van opperhoofd Van de Graaf reisden de kameraden als een karavaan door het rijk van de improvisatie. Hun wortels liggen in de jaren tachtig, in de tijd dat lef en durf de toon zetten. Van de Graaf belde zonder blikken of blozen de secretaresse van Federico Fellini om partituren te bemachtigen en schonk later Maria Sneider een lp van zijn groep Neptet, alsof het een magisch relikwie was. Zo bouwde hij zijn muzikale toevluchtsoord, een rijk van muziek dat zich voedde met inspiratie van Nino Rota, Verdi, Fellini, diva's of de acrobaten van het kerstcircus. De geesten van Rota en Fellini zijn voelbaar aanwezig op 30 november in de zaal Cloud 9 van TivoliVredenburg, waar het grote ensemble I Compani Extended met lekker veel mensen op het podium luchtige fratsen uithaalt met serieuze instrumenten. Het wordt een middag vol momenten van vrolijke gestructureerde chaos en nostalgie. Inspiratie komt initieel van de filmmuziek van Nino Rota, maar breidt zich uit naar eigen werk en invloeden van Verdi, Gato Barbieri en tromgeroffel van het circus. De wortels van het ensemble zijn verankerd in de ICP- en Willem Breuker-fase van de Nederlandse jazzscene. Voor het programma 'BASTA' is het septet van de laatste jaren uitgebreid en zijn enkele oude kameraden teruggekeerd. Bassist Carel van Rijn en trompettist Paul Vlieks en tenorist Frank Nielander zijn erbij. Monique de Adelhart zorgt voor een arrangement, aankondigingen en zang, daarbij versterkt door Annelie Koning.
Saxofoons grommen, de contrabas en viool strijken, tokkelen en wandelen, de trombone murmelt, de bandoneon snikt en dan is daar opeens het hemels geluid van een fagot. Twee pianisten swingen de boogie, begeleiden of soleren tot de zaal in een jive uit z'n dak gaat. Bo van de Graaf schittert op sopraan-, alt- en tenorsaxofoon, waarbij hij soms Barbieri kanaliseert en dan weer lyrische nostalgie uit de sopraansax laat druipen. De filmmontages op het grote scherm achter de muzikanten zijn niet langer grensverleggend zoals toen I Compani begon en het nog knip-en-plak- en pionierswerk was. Dat veranderde door de komst van VJ Martijn Grootendorst, die uitsneden van films, opera, circus en andere nostalgische kleuren ook voor dit programma meesterlijk vertaalt naar pakkende videobeelden. Mis dit niet en laat je nog één keer meevoeren met de muzikale avonturen van I Compani zolang het nog kan. Daarna rest nog het prachtige boek, gebaseerd op lange interviews die Tom Beetz voerde met Van de Graaf. Tijdens optredens zijn er nog de cd's als toegift bij gesigneerde exemplaren. Bo van de Graaf heeft zijn zinnen gezet op het oppakken van plannen die veertig jaar geleden werden geparkeerd, vanwege de kameraden. Kortom, verwacht het onverwachte. Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Louis Obbens. Tekst: Monica Rijpma | Foto's: Louis Obbens Labels: Basta, Bo van de Graaf, concert, I Compani (Monica Rijpma, 5.12.25) - [print]
- [naar boven] Sidemen vertellen andere, en niet zelden betere verhalen dan leiders van bands. Bob Porter (1940-2021) was niet alleen producer - men herinnere zich de schitterende Savoy-serie - en presentator van radioprogramma's en festivals, hij was ook een interviewer van met name minder bekende muzikanten. Het voetvolk van de sterren. Zelf heb ik eveneens ondervonden dat je je soms beter kunt richten op de begeleiders. Mijn pogingen om de echte grootheden te strikken voor een vraaggesprek liepen niet zelden op decepties uit. Zo kreeg ik van rock-'n-rollpionier Little Richard de kans om te vertellen hoezeer hij mijn jeugd in de jaren vijftig had beïnvloed en dat ik hem nog altijd de grootste populaire artiest aller tijden vond - en toen volgde er een afwezig bedankje en moest hij weg. Het interview had krap vijf minuten geduurd. Niet eens. James Brown, Soul Brother Number One, heb ik twee keer gesproken en beide keren luisterde hij niet of nauwelijks naar mijn vragen of opmerkingen, doch stak hij een kennelijk vaste riedel af over hoe geweldig en invloedrijk hij wel niet was. Van zijn muzikanten vernam ik dat weinigen de uitnodiging accepteerden om met zijn comfortabele privéjet mee te vliegen, in plaats van in de bus kilometers te maken op de highway. Dan moesten ze de hele nacht naar hetzelfde palaver van de baas luisteren. Het mooiste bijna-interview dat ik ooit had was toen ik altist en trompettist Benny Carter op het (Haagse) North Sea Jazz Festival probeerde te strikken. Ik wilde wel wat meer weten over zijn Nederlandse ervaringen van voor de oorlog. Hij liep na het applaus het podium af - ik meen van de Jan Steenzaal - en ik sprong erop, hem achterna (dat kon destijds nog gewoon) en vlak voor de kleedkamer hield ik hem staande. "Ik weet dat u suf bent geïnterviewd, maar...", begon ik, waarop de maestro mij vriendelijk toelachte, "that's right" zei en in de kleedkamer verdween. Zo moet het dus niet. Van de andere kant heb ik ook vijf uur ontspannen zitten kouten met Earle Warren, ooit de lead altist en crooner van het klassieke Count Basie Orchestra. Jeroen de Valk heeft zijn schijnwerper in 'Jazz in de schaduw: 15 onderbelichte musici' eveneens gericht op vergeten muzikanten die voor een deel in de anonimiteit van het studiowerk of het muziekonderwijs terecht zijn gekomen. Het lekkerste heeft hij voor het eerst bewaard. Altsaxofonist George Johnson (1913-1996) werkte met onder anderen Louis Armstrong, John Kirby en Hot Lips Page, kwam in 1946 naar Nederland en vervolgens... gebeurde er in feite weinig tot niks meer. Zijn niet al te frequente optredens vonden grotendeels in het buitenland plaats. Hij trouwde met een dame die in de toeristenbusiness haar en zijn boterham verdiende. Veel indruk maakte hij ook niet meer. Pianist Kees Hazevoet hoorde hem in 1967 in Parijs: "Het was een slome bedoening en ik had het na een kwartiertje wel gehoord." Terwijl zijn opnamen in het Amerika van de jaren veertig toch niet mis zijn. Johnson was een Benny Carter-man met een bescheiden, puur geluid en toch een vastberaden aanpak. Precieus: zijn sound had een zingende kwaliteit.
En zo komen we heel wat te weten over Sandy Mosse, Tommy 'Madman' Jones, de gebroeders Paul en Marc van Wageningen, Victor Kaihatu, Erik van Lier, Ab Schaap, Ack van Rooyen, Kenny Napper en Leo Janssen. Er bungelen nog twee hoofdstukjes aan over trompettist en zanger Chet Baker, wiens Nederlandse connectie was dat hij hier een impresariaat had en in Amsterdam dodelijk verongelukte. Hij is de lieveling van de auteur, vandaar misschien. Soms hebben de verhalen een verbrokkeld karakter. Dan zijn het opsommingen van feitjes en uitspraken van collega's over muzikanten die al jaren dood zijn en dus niet meer geïnterviewd konden worden. George Johnson is daar een voorbeeld van. Dat is een legitiem stijlmiddel, maar zelf prefereer ik lekker doorlopende stukken. Nochtans: het is goed dat Jeroen de Valk de aandacht heeft gevestigd op muzikanten die hun leven grotendeels in de schaduw doorbrachten. Tekst: Eddy Determeyer Labels: Barry Block, boek, George Johnson, Jeroen de Valk (Eddy Determeyer, 3.12.25) - [print]
- [naar boven] Lees verder in het archief...
|
Archief
Artikelen Cd-recensies Concertrecensies Colofon Festivalverslagen Interviews Jazz in memoriams Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken? |