Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Cd / Jazztube
The Preacher Men - 'Live At Bimhuis' (ZenneZ, 2019)

Opname: 19 april & 21 juni 2019

Saxofonist Efraïm Trujillo is een veelgevraagde muzikant. Hij speelt in verschillende formaties, zoals The Ploctones, Tico Pierhagens band en New Cool Collective, om er een paar te noemen. Hij had de wens om als een soort tegenwicht van deze iets complexere muziek een wat meer toegankelijke plaat te maken. Maar wel met behoud van overtuiging en zeggingskracht en zonder concessies te doen aan de kwaliteit. Voor het radioprogramma Mijke's Middag, waar hij jarenlang werkte, nodigde hij verschillende muzikanten uit. Daar ontmoette hij hammondorganist Rob Mostert en drummer Chris Strik, met wie het direct goed klikte. En zo ontstond The Preacher Men, die nu hun derde album 'Live At Bimhuis' presenteren.

De composities zijn afkomstig van Trujillo en karakteriseren zich ergens tussen jazz, blues en gospel. Alle tracks zijn live opgenomen in het Bimhuis, behalve het slotstuk, dat werd opgenomen in het Tilburgse Paradox. Dit is een bewuste keuze geweest om ook in de release het plezier te laten doorklinken en te delen met het publiek.

Het openingsstuk 'Into The Blue' klinkt als een soort aankondiging van wat nog komen gaat en de motor wordt zorgvuldig warmgedraaid. De spanning wordt opgebouwd in een mellow sound. Je voelt dat hier wat gaat gebeuren, het gaat richting crescendo in 'Chili Dog', een wat meer poppy nummer. Trujillo soleert over het hele bereik van zijn tenor en de Hammond van Mostert begint ook op temperatuur te komen. Eigenlijk zonder dat je het direct merkt legt Mostert een rijk en buitengewoon muzikaal kleurenpalet neer met een fraaie frasering, waarop Trujillo zijn solo's kan bouwen.

In 'Preaching Out Loud' gaat het los. Met uptempo en straight-ahead jazz swingt het de pan uit. Mostert blinkt uit in een te gekke solo zoals je die alleen op een Hammond kan spelen, door het aanhouden van een paar noten of akkoorden en te doseren met zijn rechtervoet. En met uithalen als een ware leeuwin die haar welpen beschermt. In een tussenstuk zweept Trujillo het publiek flink op, zoals het een echte prediker betaamt. Met de blote linkervoet van Mostert gaat het in een walkin' bass-tempo door in 'The Grumpy Old Men' in een laid-back tempo. Trujillo soleert met de warme sound van zijn tenor heel fraai over de verschillende changes.

In 'Follow Our Lead' wordt het publiek weer opgepookt. Strik heeft een heerlijke afterbeat met ronde en volle roffels, waar zowel Trujillo als Mostert groovend met een gospelsound overheen kunnen soleren. De energie die vrijkomt is enorm. Waar het feestje in het Bimhuis hier eindigt, volgt het slotstuk vanuit Paradox in een toegift. In het uptempo nummer 'Speeddate' hoor je het vakmanschap van de drie heren in een apotheose. Drummer Strik laat hier zijn volle kunnen horen. In zijn solo heeft hij twee geweldig getimede stops op zijn hihat, die verrassend goed uitpakken.

Het geheel overziend is deze muziek inderdaad toegankelijk, maar zeker niet oppervlakkig. Het klinkt zeer energetisch, vol soul en overtuiging. Gespeeld door drie topmuzikanten die je bij de lurven pakken en deelgenoot maken van een muzikale happening. Want dat moet het geweest zijn in het Bimhuis en in Paradox, dat kan niet anders!

In de Jazztube 'Into The Blue' door The Preacher Men, live opgenomen in het Bimhuis op 21 juni 2019.

Labels: ,

(Koen Scherer, 25.2.20) - [print] - [naar boven]



Concert
De kunst van een onderscheidend tenorgeluid

Oded Tzur Quartet, vrijdag 14 februari 2020, LantarenVenster, Rotterdam

Saxofonist, componist en bandleider Oded Tzur, die momenteel in New York woont, maakt deel uit van een lichting Israëlische jazzmusici die succesvol aan de weg timmert en een uniek geluid vertolkt binnen de jazz. Zijn kersverse album 'Here Be Dragons', gepresenteerd tijdens dit optreden, is zijn debuut op het wereldberoemde ECM-label.

Oded Tzur heeft jaren geïnvesteerd in zijn techniek om tot een unieke speelwijze te komen. Hij werkt de liefde voor traditionele jazz en de erfenis van grote saxofonisten geleidelijk uit tot een uniek muzikaal concept, na een langdurige bestudering van Indiase muziek en een leerschool bij de beroemde Indiase fluitist Hariprasad Chaurasia. Voor het bereiken van geluid tussen de tonen maakt Tzur gebruik van de microtonaliteit van de Indiase muziek. Het westerse toonstelsel verdeelt namelijk een octaaf in twaalf gelijke intervallen van een halve toonafstand. De intervallen die Tzur gebruikt zijn kleiner dan een halve toon en de omvang bedraagt meer dan twaalf tonen in een octaaf. De tenorsaxofonist produceert een zeldzaam en exceptioneel tenorgeluid. Hij noemt dit zelf The Middle Path, een term uit de leer van het boeddhisme. Voor een instrumentalist is een karakteristiek geluid het hoogst haalbare doel.

Tzur opent het optreden fluisterzacht en met een fluweelachtige touch op de tenorsaxofoon, als ware het een fluit. In alle kalmte en met een gestaag toenemende intensiteit laat de saxofonist langzaam de tonen uit zijn hoorn vloeien. De donkere contrabasklanken en het knisperend pianospel accentueren het fragiele, minimalistische spel van Tzur tijdens de track 'Here Be The Dragons'. Vervolgens wordt een prachtig ritmisch fundament neergelegd door de weldadige bastonen van Petros Klampanis, in combinatie met de levendige percussie van Jonathan Blake. Het gewenste effect vol intervallen vormt de basis voor nostalgisch klavierspel en oosterse mystiek uit de tenorsaxofoon. Tijdens het derde nummer is er geen sprake meer van lichtgevende en gevarieerde kalmte bij het kwartet. Het opzwepende 'The Dance', afkomstig van het album 'Like A Great River', kent talrijke ingenieuze vertakkingen en emoties. Hierbij mag het soevereine, twinkelende en gelaagde spel van pianist Nitai Hershkovits niet onvermeld blijven.

Het daaropvolgende stuk is een even breekbare als ruimtelijke compositie, met een zuiverende en verfrissende uitwerking. De muzikanten krijgen tijd en ruimte om de melodie te verkennen en individuele interpretaties over het voetlicht te brengen. Een ander ingehouden en swingend stuk wordt mystiek ingekleurd, waarna op Coltraneske wijze fel en spiritueel gevoelige snaren worden geraakt. Het onderscheidend spelende kwartet vindt het na een vol uur optreden helaas voldoende geweest. De set wordt afgesloten met een korte toegift, een lezing van de hit 'I Can’t Help Falling In Love', van Elvis Presley uit 1961. Dit stuk wordt voorzien van prachtige Afrikaanse ritmes uit de drumkit van Blake en een enkele, spaarzame baslijn van Klampanis. Tzur maakt van Elvis' meest populaire liefdesliedje een omhelzing voor de mensheid. Deze afsluiting onderstreept de ware bedoeling van het Oded Tzur Quartet: onthaaste muziek vertolken die diepgravend, meeslepend en empathisch klinkt.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 24.2.20) - [print] - [naar boven]



Cd
Klijn Kwartet - 'Safe Ground' (eigen beheer, 2019)

Opname: december 2017 / oktober 2018

In juni 2015 woonde ik eigenlijk redelijk toevallig het eindexamenconcert bij van pianiste Silvie Klijn. Het programma met overwegend hedendaags gecomponeerde muziek, een andere liefde van mij, trof me. In de afgelopen jaren zag en sprak ik haar zo nu en dan en sloeg de muzikale verandering met enige verwondering gaande. Van uitvoerder van gecomponeerde muziek van anderen, waar ze reeds tijdens dat eindexamen talent voor bleek te hebben, bewoog ze gaandeweg richting de jazz en naar het schrijven van eigen muziek. Een eerste album 'Safe Ground' verscheen vorig jaar zomer en verdween hier tussen massa's andere cd's, om er nu weer onder vandaan gevist te worden.

Klijn heeft zich omringd met gitarist Tiago Lageira, bassiste Julia Kooreman en drummer Floris van Elderen, terwijl zij zelf tekent voor alle composities, piano speelt en zingt. Het album start met het dromerige 'Visingsö', een duidelijk ritme begeleidt zwevende aanslagen en dito zang. In 'Summer Rays' zit meer tempo, al blijft het kwartet ook hier duidelijk in dromerige sferen, "The warm breeze, the careless days. The loud laughter of rolling waves" verklankend. Bedachtzame aanslagen ook op 'In Seclusion'; ze verraden de klassieke achtergrond van deze pianiste. Kooreman voegt zich erbij en dan zingt Klijn een innemend liedje over afscheid. Meer een luisterliedje in het singer-songwriter genre overigens dan een jazznummer, iets dat nog versterkt wordt door de bijdrage van Lageira. Dynamische, repetitieve patronen in 'Thousand Lives' van Lageira, die hier eindelijk zijn gitaar eens laat janken, ondersteund door Van Elderen en Klijns zang.

Maar dan zijn we reeds halverwege het album en wordt duidelijk dat de muziek - hoe mooi ook - vooral nogal tam en voorspelbaar is. Er zitten aardige stukken bij, maar om nu te zeggen dat Klijn hier een echt stevig album neerzet, nee. Dat 'Thousand Lives' springt er dan nog het meeste uit. Maar verder wordt hier op geen enkele wijze het experiment gezocht, terwijl Klijn dat wel kent vanuit de gecomponeerde muziek, iets dat mij bevreemdt. Hier win je die spreekwoordelijke oorlog niet mee.

De tweede helft is helaas meer van hetzelfde. 'Fain' klinkt prachtig ingetogen, zuidelijk. In 'Dialog' vlamt het kwartet nog in het tweede deel, maar dat is niet genoeg. Een mooie plaat voor de fans van luisterliedjes, maar met jazz heeft dit weinig te maken.

Labels:

(Ben Taffijn, 23.2.20) - [print] - [naar boven]



Concert
Energiebom ontploft in Paradox

Kenny Garrett Quintet, woensdag 5 februari 2020, Paradox, Tilburg

Kenny Garrett was voor de derde keer in Paradox, ook deze keer weer uitverkocht natuurlijk. De vertegenwoordiger van de hardbopstijl trad aan met zijn kwintet en deed wat hij het liefste doet: live spelen op zijn alt en - zo nu en dan - op sopraansax. Rond half negen stapte het gezelschap op het podium om het ruim na half twaalf weer met een overweldigende ovatie weer te verlaten, het publiek verbijsterd achterlatend.

Er werd een staalkaart van het indrukwekkende oeuvre van Garrett uitgeserveerd, met toewijding van alle muzikanten. In 2016 bracht de saxofonist de plaat uit 'Do Your Dance' uit, een soort ode aan allerlei dansstijlen, variërend van hiphop tot aan bossanova. Het halve podium werd ingenomen door het drumstel van Samuel Laviso en het uitgebreide percussie-instrumentarium van Rudy Bird. Die overigens net als Garrett zelf een flinke tijd met Miles Davis speelde. Samen met bassist Corcoran Holt stond hier een ritmesectie van wereldklasse te spelen. Onvermoeibaar was het gezelschap, voortdurend strak, scherp en de ruimte opzoekend. Vernell Brown droeg zijn steentje bij op de vleugel en leverde prachtige solo's af.

Tja, en dan Garrett zelf. Allereerst is hij de onbetwiste leider van de band en speelt hij met een overgave en puurheid die indrukwekkend is. Je ziet aan alles dat hij een echte livemuzikant is, onverzadigbaar. Hij laat zijn sax scheuren, schuren, kraken en piepen. Hij beschikt over een techniek en snelheid die ongekend is. En misschien nog wel het belangrijkste: het spelplezier spat ervan af. De sets zijn een aaneenschakeling van uitgebalanceerd repertoire dat waarschijnlijk elke keer anders klinkt, afhankelijk van de invallen en wisselwerking in de band. Telkens opnieuw verrassend en fris.

Soms zijn er van die concerten die je zo in beslag nemen dat je je notitieboekje aan de kant schuift en besluit er gewoon optimaal van te genieten, erin op te gaan. Dit was er zo een. Er kwam zoveel moois op ons af en er gebeurde zoveel op het podium dat ik simpelweg geen tijd en zin had het allemaal op te schrijven. Een concert van Garrett moet je ondergaan samen met de band. Volgens mij werkte het zo ook voor het publiek, dat de hele avond klapte, joelde en stampte.

Rond half twaalf zag je sommige bandleden wel verlangen naar het einde van het concert. Garrett zelf leek nog wel even door te kunnen, maar had het waarschijnlijk ook gezien en speelde er, aan de piano, een mooi slot aan.

Klik hier voor foto's van dit concert door Johan Pape.

Labels:

(Johan Pape, 22.2.20) - [print] - [naar boven]



Cd's
Ezra Weiss Big Band - 'We Limit Not The Truth Of God' (OA2, 2019)

Opname: 8 december 2018
Mike Holober, The Gotham Jazz Orchestra - 'Hiding Out' (Zoho, 2019)

Twee in Nederland onbekende bigbands. De uit Portland afkomstige Ezra Weiss bracht zijn debuutalbum van de Ezra Weiss Big Band uit bij OA2 Records. Na zes eerdere albums met kleinere groepen en de in New York woonachtige Mike Holober kwam hij vorig jaar, tien jaar na 'Quake' met een nieuwe dubbel-cd van het Gotham Jazz Orchestra.

Voor Weiss is de bigband geen geheel nieuw fenomeen. Hij schreef muziek voor drie musicals en maakte in 2018 met het Jazz Composers Ensemble 'From Maxville To Vanport'. En Weiss heeft een boodschap, de titel 'We Limit Not The Truth Of God' is natuurlijk geen toeval. Weiss zelf, een agnost, zegt over dit stuk: "In our contemporary world we tend to make a lot of assumptions, but there's a higher truth that we often don't see. That's what spoke to me about the hymn [oorspronkelijk van Geroge Rawson uit 1853]; it brings up the idea of truth, and now when we live in a world where we're so polarized that people choose what facts they believe and don't believe, the concept of truth has become really important." Het is met andere woorden de suite van een vader die zijn kinderen hoop wil geven in deze barre tijden, iets dat nooit kwaad kan.

En dus beginnen we bij het begin, met 'Fanfare For A Newborn'. Met zeventien man sterk (vijf rieten, vier trompetten, vier trombones, piano, bas, drums en percussie) staat dit als een huis, opgewekt ritmisch en verwachtingsvol. In 'Dear O And J' richt Weiss, op verstilde pianoklanken, het woord voor de eerste keer letterlijk tot zijn kinderen, hopend dat de wereld er beter uit zal zien als ze volwassen zijn. In 'Blues And The Alternative Fact', een titel die natuurlijk Oliver Nelsons klassieke album 'The Blues And The Abstract Truth' in herinnering roept, staat Weiss stil bij wat Joe McPhee zo mooi 'The Error of Trump' noemt. En we koesteren de prachtige trombonesolo van Stan Bock. Ook op andere momenten richt Weiss het woord tot zijn kinderen. Bijvoorbeeld voorafgaand aan het intieme 'José’s Drawing', waarin hij stilstaat bij het vijfjarige jongetje uit Honduras dat van zijn vader werd gescheiden na het oversteken van de Mexicaanse grens. Een hoogtepunt is 'What Now', waarin Weiss op muziek stilstaat bij al het schokkende geweld op scholen, zowel door leerlingen als door de instituties. Al pratend raakt hij steeds meer overstuur, "It is more than I have in me" herhalend. Tot slot mag de flitsende solo op sopraansax van John Nastos in het afsluitende 'Footprints' niet onvermeld blijven.

De bigband van Mike Holober is nog een maatje groter: acht rietblazers, vijf trompetisten, vier trombonisten, drie gitaristen, drie percussionisten, een bassist en Holober zelf achter de piano. Ook hij koos voor de vorm van een suite, twee zelfs - 'Flow' en 'Hiding Out' - naast twee losse stukken als begin en eind van dit dubbelalbum. Een bigband van dit formaat is natuurlijk van orkestrale allure en dat buit Holober volledig uit. Voor 'Flow', geschreven in opdracht van het Westchester Jazz Orchestra, haalde Holober zijn inspiratie uit de loop van de Hudson-rivier. Het begint verstild met 'Tears Of The Clouds'. Want ja, regen is het begin van iedere rivier. Net als de eigenlijke rivier zwelt ook dit stuk aan, waarbij met name de hechte structuur van de muziek opvalt. Het gaat Holober duidelijk om het orkestgeluid. Er zijn zeker solo's, hier een heerlijk krachtige van tenorsaxofonist Jason Rigby, maar die staan wel altijd in dienst van het totaalgeluid.

Een innemende melodie, opgebouwd uit kristalheldere, transparante klanken in 'Opalescence', de trompetsolo van Marvin Stamm kleurt er perfect bij. 'Harlem' klinkt dan weer veel feller, met een mooi dansende solo van altsaxofonist Billy Drewes en krachtige ritmische patronen van Holober zelf. 'Hiding Out' componeerde Holober tijdens een residentie op de Ucross Ranch in Wyoming. Na de uitgebalanceerde 'Prelude' belanden we in het meeslepende 'Compelled', met een prachtige, zeer subtiele gitaarsolo van Steve Gardenas. Met het lange en zeer dynamische 'It Was Just The Wind', we horen hem zelf uitgebreid op de Fender Rhodes, sluit Holober deze suite af.

Labels:

(Ben Taffijn, 21.2.20) - [print] - [naar boven]



Cd
Wadada Leo Smith - 'Rosa Parks: Pure Love' (TUM, 2019)

Opname: 25 september 2016 / 24-25 mei 2017

November vorig jaar kreeg trompettist Wadada Leo Smith de UCLA Medal uitgereikt, de meest prestigieuze prijs die de befaamde Universiteit van Californië - Los Angeles ieder jaar uitreikt 'for extraordinary accomplishment that may be bestowed upon an individual'. Bekende musici als Herb Alpert, Plácido Domingo, Ella Fitzgerald en Quincy Jones gingen hem voor, net als burgerrechtactivisten James M. Lawson, Jr., Loretta Jones en Rep. John Lewis en politici als Madeleine Albright, Jimmy Carter, Bill Clinton, Kofi Annan en Ban Ki-moon. Gene Block zei bij die uitreiking over Smith: "When your work has been described as a 'cosmology' and a 'spiritual meditation about creation in the grand intergalactic sense', then the simple words 'musician' and 'composer' somehow seem far too limiting. Smith is a category-defying artist, both working within and transcending genres such as blues, jazz, experimental and classical."

Het vorig jaar verschenen 'Rosa Parks: Pure Love' is wellicht wel het beste bewijs dat Block op het goede spoor zit. De strijd om gelijke rechten voor zwart en blank voert Smith al zijn hele leven - zie ook de vierdubbele cd 'Ten Freedom Summers' uit 2012, met daarop 19 composities uit de decennia daarvoor - maar dit oratorium, ter ere van de dame die zoveel betekende voor de burgerrechtenbeweging - "Who made the right move of resistance at the right time", aldus Smith - is zonder meer een kroon op zijn werk. Net als Anthony Braxton, met wie Smith veel samenwerkte, creëerde ook hij in de jaren 70 een eigen systeem van componeren: Ankhrasmation, waarin Smith improvisatie en compositie op geheel eigen wijze combineert, aangepast aan de specifieke eisen die jazz en blues stellen aan het metier van componeren.

Alarmerend lange trompetklanken - Smith, Ted Daniel, Hugh Ragin en Graham Haynes (BlueTrumpet Quartet) = vergezeld gaand van bijzonder spannend slagwerk van Pheeroan akLaff zetten direct de toon in 'Prelude: Journey'. Strijkkwartet RedKoral zet aansluitend het geheel krachtig op scherp, dissonanten die passen bij de strijd. In het aansluitende 'Vision Dance 1: Resistance And Unity' laat Smith op indrukwekkende wijze horen dat hij in eerste plaats componist is en dan pas trompettist. Verstild klinkt 'The Montgomery Bus Boycott - 381 Days Of Fire', waarmee de actie van Parks een vervolg kreeg. We horen Min Xiao-Fen zowel zingen als spelen op de pipa, terwijl het RedKoral Quartet haar begeleidt.

Als een eerbetoon aan Anthony Braxton, Leroy Jenkins en Steve McCall, met wie Smith lange tijd een kwartet vormde, verwerkte hij op dit album opnames van deze musici. Zo horen we in 'Vision Dance 2: Defiance, Justice And Liberation' Braxton op altsax, een stuk uit 'Composition 8D' van het album 'For Alto'. Zeer de moeite waard is ook het drieluik bestaande uit de liederen 'Change It!', 'The Truth' en 'No Fear', waarin we achtereenvolgens de duidelijk klassiek geschoolde zangeressen Karen Parks, Carmina Escobar en Xiao-Fen horen, het RedKoral Quartet en het zeer creatieve slagwerk van akLaff. In 'Vision Dance 3: Rosa’s Blue Lake' zorgen de blazers en de strijkers weer voor een harmonisch samenspel. 'Pure Love' heet het laatste lied, waarin Smith zijn visie geeft op de strijd: "Revenge and bitterness are the worst kind of hatred. They poison the soul", zingt Karen Parks. Opera vermengend met gospel. Het RedKoral Quartet begeleidt haar in diepe verstilling. Dan horen we in 'The Known World: Apartheid' Smith nog een keer solo met zijn kenmerkende scherpe geluid, waarop dit oratorium eindigt met het uitbundige 'Postlude: Victory'.

Klik hier om een track van dit album te beluisteren: 'Rosa Parks: Mercy, Music For Double Quartet'.

Labels:

(Ben Taffijn, 18.2.20) - [print] - [naar boven]



Concert
Het onmetelijke Brazilië

Rafael Abdallah-Rogerio Bocato Quartet, dinsdag 11 februari 2020, De Smederij, Groningen

Wanneer we het over de populaire Braziliaanse dansmuziek hebben, staan we na de bossanova en de meer generieke samba al snel met de mond vol tanden. Maar we hebben het dan wel over een land dat bij benadering de helft van Zuid-Amerika beslaat en zich van Noord naar Zuid over ruim tienduizend kilometer uitstrekt.

Dat de bossanova in De Smederij slechts een enkele maal vluchtig voorbijkwam was dus niet meer dan logisch. Bassist Rafael Abdallah en percussionist Rogerio Bocato hadden voor hun pittige potje een veelheid aan stijlen en ritmes bij elkaar gezocht. En die lieten ze ook nog eens naar hartenlust wringen en kraken. Soms speelde elk lid van het kwartet zijn eigen patroon, wat nergens in een chaotische wirwar ontaardde.

Ook het idee dat die Braziliaanse muziek uit louter uitbundig carnavalsgehuppel bestaat, werd ontzenuwd. Het merendeel van de gespeelde nummers had een uitgesproken melancholische, introverte sfeer. Antônio Carlos Jobims 'Bonita' was ijl als het licht tussen twee kleuren van een Mark Rothko-schilderij.

'Cadê A Marreca' van Arismar De Espírito Santo kwam misschien nog het dichtst bij ons idee van die Latijnse vrolijkheid. Gitarist Thomas Hilbrandie huppelde ogenschijnlijk zorgeloos door het schema - maar die pasjes waren wél zorgvuldig uitgemeten en getimed. Bocato voerde hier een fascinerend concerto voor triangel en drumkit uit.

In de sessie na het optreden viel pianist Lorenzo Vitolo op. Je zou zweren dat Thelonious Monk hier in zijn aanleunwoning in aanbouw een aanrechtje aan het aanbrengen was.

Concertfoto: Hammie van der Vorst

Labels:

(Eddy Determeyer, 17.2.20) - [print] - [naar boven]



Interview
Thijs Borsten


"Ik begin altijd met een aantal gesprekken om uit te vinden wie de persoon achter de artiest is en probeer daar de essentie uit te halen, om die in de voorstelling zo goed mogelijk voor het voetlicht te brengen. Ik wil dat het fundament klopt, dat de noodzaak duidelijk is. Het moet meer zijn dan zomaar een liedje zingen. Het moet een functie hebben in het geheel. Dan krijgt het een meerwaarde en wordt het echt persoonlijk."

Johan Pape sprak met pianist, componist, producer en theatermaker Thijs Borsten, onder meer over de reeks voorstellingen/confrontaties die hij programmeert onder de naam 'De Uitdaging'. Uit die serie blijkt overduidelijk dat zijn interesse niet alleen ligt in de muziek, maar vooral ook in de mens erachter.

Lees hier het volledige interview.

Foto: Johan Pape

Labels:

(Maarten van de Ven, 16.2.20) - [print] - [naar boven]



Concert / Jazztube
Verweven klanken van een bijzonder gitaartrio

Frank Wingold, Robert Lanfermann & Jonas Burgwinkel, zaterdag 8 februari 2020, PlusEtage, Baarle-Nassau

Componeren is hard werken, maar je moet er ook een beetje talent voor hebben. Gitarist Frank Wingold heeft dat talent, zo blijkt al snel tijdens het optreden dat hij met zijn trio verzorgt in de PlusEtage. Composities die staan als een huis, met een duidelijk begin en eind, sterke melodieën en vooral uitblinkend in zeer harmonieus samenspel. Wingold noemde dit project niet zo maar 'Entangled Music'. Naast een gelukkige hand in componeren blijkt hij ook nog goed te zijn in het vinden van geschikte kompanen. Met bassist Robert Landfermann en drummer Jonas Burgwinkel weet hij zich verzekerd van twee musici die zijn bedoelingen niet alleen uitstekend aanvoelen, maar die ook nog kunnen vertalen in prachtige, met elkaar verweven klanken.

Zo zetten Landfermann en Brugwinkel met de opener 'Adelante' een enerverend ritme in, waar Wingold zich behaaglijk in nestelt. Bij dit nummer, dat net als alle andere stukken te vinden is op het in 2018 verschenen album 'Entangled Music', vormt stilzitten nog een hele uitdaging. De prachtige toon van Landfermann, zangerig ritmisch, bewonderen we verderop tijdens een gloedvolle bassolo. Voorafgaand aan 'Bipolar' legt Wingold uit dat hij de inspiratie voor de titel 'Entangled Music' haalde uit de kwantumfysica. Het onderling aantrekken en afstoten komt naar eigen zeggen in dit 'Bipolar' - het draagt niet voor niets deze titel - het sterkst tot uiting. En ja, boeiend. Vooral de wijze waarop de klanken van de bas en de gitaar in elkaar grijpen en de accenten die Burgwinkel aanbrengt met zijn slagwerk. Dat gaat goed tot het uit elkaar begint te lopen, wat een vreemd soort spanning aan het nummer geeft. 'Mr. A. Is Busy Today', slaat op Wingolds zoontje Anton. Hij schreef het toen het joch voor het eerst naar de crèche ging. Een zeer melodieus, maar ook innemend stuk, in laag tempo gespeeld. De heldere klank van de gitaar, met een vleugje klassiek, komt hier prachtig tot zijn recht, terwijl Burgwinkel zijn stuwende kracht inzet. Op enig moment neemt Landfermann de melodie over. Ondertussen legt Wingold accenten.

Na de pauze horen we 'Rare Earth', geïnspireerd door die wetenschappers die geloven dat de aarde een unieke planeet is. Het krachtige ritme van Burgwinkel valt hier op, naast Wingolds puntige gitaarspel, dat wordt verdiept door Landfermann. Een stomend stuk dat ons op het puntje van de stoel doet belanden. 'Monolith' contrasteert hier aanvankelijk mee, een meeslepende ballade op een bijzonder marsachtig ritme. Tot Wingold zijn snaren spant en Burgwinkel met kracht uithaalt. De spanning bouwt zich op en zet zich door in 'Cowboy Camulet Abuse'. Vrolijk ritmisch, met een vleugje folk. En ook hier haalt Wingold halverwege flink uit, nu ook zijn effectpedalen intensief gebruikend. Eigenlijk de enige keer dat hij het harmonieuze pad verlaat om even lekker in het struikgewas rond te dolen. De daverende slagen van Burgwinkel en de pompende bas van Landfermann maken het plaatje compleet. Hier kunnen we weer even mee vooruit.

In de Jazztube zie je een live-uitvoering van 'Bipolar', opgenomen in Schwäbisch Gmünd, Duitsland, op 11 mei 2018.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 15.2.20) - [print] - [naar boven]



Cd
In Bocca Al Lupo - 'Dedicato' (Soulfactory, 2020)


Een subliem album van een herboren Carlo Nardozza. Na een heftige en donkere periode is 'Dedicato' een muzikaal 'dankuwel' voor al degenen die de Genkse trompettist door deze periode heen hebben geholpen en hem daarom na aan het hart liggen. Zoals onder anderen zijn kungfuleraar, die voor Nardozza van vitaal belang was om zichzelf te hervinden.

De composities van dit album roepen beelden op van een dolende, in gedachten verzonken kunstenaar. Die zich voortbeweegt door donkere verlaten straten en paden, met hier en daar een klein lichtpuntje ter orientatie en houvast. Weemoedig terugblikken naar wat er de afgelopen periode hem zoal is overkomen, maar anderzijds ook hoopvol kijkend naar de toekomst.

Vergeef het me, maar maar ik speelde in een ver verleden hetzelfde instrument en het is daarom dat ik Nardozza bewonder en geniet van zijn prachtig geluid en ideeënrijkdom. Naast hem 'compagni' muzikanten van naam als pianist Alano Gruarin en gitarist Tim Finoulst. Zij spelen subliem met invoelbare empathie voor de leider, een deel van deze als het ware muzikale Nardozza-biografie.

Het trio begint de cd met de compositie 'Quand Tu Es Parti' (voor zijn zoon Alessio Nardozza) en de cd wordt afgesloten met een vocale versie ervan door Raymond van het Groenewoud en Katia Malecki. In en met haar gezelschap heeft Carlo Nardozza zichzelf weer hervonden. Van deze gemoedstoestand en dankbaarheid maakt hij de luisteraar van 'Dedicato' indringend en openhartig deelgenoot.

Herbeluister hier een recent interview met Carlo Nardozza op Klara.

Labels:

(Cees van de Ven, 15.2.20) - [print] - [naar boven]



Workshop / Concert
Met een teen in de jazz

Amateur Jazz Day, zondag 9 februari 2020, Muziekschool en Brouwerij Martinus, Groningen

Wordt Groningen binnen, zeg, een jaar overspoeld door nieuw jazztalent? Dat is niet erg waarschijnlijk, doch aan het enthousiasme van de circa veertig deelnemers aan de Amateur Jazz Day zal het niet liggen. Om te beginnen liep het niveau van de deelnemers zeer uiteen, van puur en prima brandhout tot ver voorbij de veelbelovendheid. De meesten waren (oudere) leerlingen van de Muziekschool, dus enige kennis van het notenschrift en de nomenclatuur van die noten was wel aanwezig. Vandaar dat gitarist Anton Goudsmit zijn klasje kon laten oefenen op simpele bluesjes op twee basisnoten, waarbij de deelnemers, om beurten solerend, allerlei fantasievolle en wringende noten konden toevoegen. Een bijkomend voordeel van deze werkwijze was dat het merendeel van de studenten wel enigszins vertrouwd was met het bluesschema. Vandaar ook dat Bert van Erk zijn cursisten eerst een minuut of vijf rustig liet inblazen ("nog ietsje hoger") om het ensemble homogeen en zuiver te krijgen.

Gevraagd naar hun motivatie antwoordden de meeste aanwezigen dat ze ófwel al langer in jazz geïnteresseerd waren, óf er wat meer over zouden willen weten. Een enkeling vertelde dat hij al in een funkbandje drumde en zijn horizon wilde verbreden.

De dag was begonnen met alle deelnemers in een grote kring, waarbij slagwerker Rogerio Boccata, vers uit New York in Groningen, ritmes liet klappen en stampen. Dat was aanvankelijk een eitje, maar naarmate hij de patronen ingewikkelder maakte bleek een kloppende coördinatie nog niet eens zo eenvoudig. Het hielp, merkte ik, wanneer je je hele lijfje bij dat proces in de strijd wierp. Nog gecompliceerder maakte zangeres José Zwerink het toen ze de aanwezigen een gezongen Afrikaans antifoonpatroon aan de clave liet toevoegen. Overigens merkten de vocalisten die speciaal op haar workshop waren afgekomen dat scatten een vak apart is. Een stuk moeilijker in ieder geval dan een song als 'Centerpiece' of 'Summer(daar is-tie weer)time' mooi 'recht' te zingen.

Na schooltijd en een gezamenlijke maaltijd in Brouwerij Martinus werd het feest aldaar voorgezet met een optreden van de cursusleiders. Een gelegenheidscombinatie, met andere woorden. Maar de muzikanten hadden niet voor de geijkte standards gekozen, doch voor meer obscuur werk van onder anderen Antonio Carlos Jobim, Steve Swallow en Steve Kuhn. Het werd nochtans een samenhangende en uitermate relaxte bedoening van vijf artiesten die aan een groot vakmanschap en nog grotere oren ruimschoots voldoende hadden. Al twijfel ik eerlijk gezegd aan het bezigen van de term 'relaxt' in samenhang met 'Goudsmit'.

Foto's: Hammie van der Vorst

Labels: , ,

(Eddy Determeyer, 13.2.20) - [print] - [naar boven]



Concert / Cd
GLiTS + Peter Hertmans Quintet

donderdag 6 februari 2020, SMAK Museum, Gent
Peter Hertmans Quintet - 'Live At Dommelhof' (El Negocito, 2020)
Opname: 18 oktober 2012

Het was dubbel genieten bij het dubbelconcert in het kader van 10 jaar El Negocito Records. Terwijl het de ganse dag een drukte van belang was in en bij het Museum voor Schone Kunsten in Gent in verband met de grootste Van Eyck-tentoonstelling ooit, was de belangstelling voor de concerten in het ertegenover gelegen SMAK Museum van een andere orde, maar toch nog met een flinke opkomst van gemêleerd publiek. Kenmerkend voor de locatie waar de El Negocito-concerten plaatsvinden: de informele, goede sfeer, open-minded publiek en allerhande verrassende optredens.

En dat alles was ook vanavond het geval. GLiTS beet het spits eraf. Met op de lessenaars bladmuziek met naar veronderstelling wat summiere notities als basaal kompas. Want overwegend was hier sprake van spannende, vrijgevochten improvisatie en interactie, waarop pianist Peter Vandenberghe en trompettist Bart Maris blijkbaar patent hebben.

Maris, met goed embouchure, blies op trompet en pockettrompet met verbeeldingskracht en gebruik van enkele dempers - inclusief een kartonnen koffiebekertje - veel fraais tot ons. Vandenberghe, misleidend stoïcijns als altijd, liet zijn handen raak over het klavier fladderen of koos voor melodielijntjes die hij vervolgens ontrafelde en tot iets nieuws omvormde. Een gesmaakt optreden gelet op de bijval van het publiek.

De release van de cd 'Peter Hertmans Quintet - Live At Dommelhof' was de cliffhanger van het tweede concert. Voor sommigen werd het een feest van herkenning. Zij herinnerden zich nog maar al te goed het concert op het podium JazzCase in Dommelhof, Pelt. Dit concert werd destijds door Piet Vermonden opgenomen, door gitarist Peter Hertmans in zijn studio verder subliem vormgegeven en nu door El Negocito uitgebracht.

Een must-have cd, die aan kwaliteit in de breedste zin niets te wensen overlaat. Pakkende composities van saxofonist Steven Delannoye, pianist Nicola Andrioli en de leider zelf zijn oorwurmen van jewelste. Het swingt en het groovet, niet in de laatste plaats door gedegen baswerk van Jos Machtel en niet te versmaden drumspel van Marek Patrman.

Toegankelijke jazz, waarbij je de voeten en het hoofd probleemloos en onstuitbaar kunt meebewegen. Het Peter Hertmans Quintet staat altijd garant voor muzikaal vakmanschap en creativiteit. Hun cd is dan ook een aanrader voor alle jazzliefhebbers die niet voor één gat te vangen zijn.

Klik hier voor een fotoverslag van dit dubbelconcert door Cees van de Ven.

Labels: , ,

(Cees van de Ven, 12.2.20) - [print] - [naar boven]



Concert
De kracht van een melodie

Franz von Chossy Trio, cd-presentatie 'Life Theater', vrijdag 31 januari 2020, Paradox, Tilburg

Als er één ding is wat de muziek van pianist Franz von Chossy kenmerkt, dan is dat wel gevoel voor melodie. Daarmee, en door zijn technische begaafdheid is hij in staat om uitgesproken beeldend te componeren. De magie ontstaat op het podium, als hij het speelt, want hij is een verhalenverteller pur sang. De cd 'Life Theater' (2019), die de in München geboren pianist met zijn trio in dit concert ten gehore bracht, is daar een mooi voorbeeld van. Von Chossy bespiegelt hierop in negen stukken verschillende episodes in zijn leven. Stukken waarin het allemaal draait om de melodie. Musicerend vanuit zijn klassieke achtergrond ontstaan daardoor in zijn spel - ook improvisatorisch - prachtige wendingen en verbuigingen. Zoals bijvoorbeeld in 'Inner Child' en 'The Wanderer', waar de kracht van de melodie zo sterk is.

Overigens was het alweer even geleden dat er een album van het trio uitkwam na 'Awakening' in 2008 en 'Pendulum' in 2010. In 2012 volgde 'When the World Comes Home' van zijn kwintet. Von Chossy heeft echter niet bepaald stil gezeten, gezien zijn aandeel - internationaal - in onder andere Arifa, het Alex Simu Quintet en het Pascal Schumacher Quartet. Samenwerkingen die al jaren teruggaan en belangrijke pijlers vormen in zijn carrière. Von Chossy's trio waarmee hij nu opgenomen heeft, bestaat verder uit bassist Clemens van der Feen en drummer Kristjan Krajnčan. Welke laatste verhinderd was en voor de gelegenheid werd vervangen door Martin Hafizi.

Ook met Van der Feen deelt Von Chossy al jarenlang het podium, waardoor ze heel goed op elkaar zijn ingespeeld. Van der Feen neemt een belangrijke plek in naast de pianist. En het zegt veel over de fijngevoeligheid van deze bassist, maar hij weet precies wat Von Chossy bedoelt en voelt zijn lyriek uitstekend aan. Plukkend of strijkend op zijn contrabas kleurt hij de composities met ritmische lage, maar ook zangerige hoge bastonen. De jonge Hafizi is ritmisch zeer sterk en blaakt van de energie. In de eerste set was het daardoor soms even zoeken naar de juiste balans binnen het triogeluid. Op zich niet zo vreemd, omdat ze nog niet zo vaak hebben samengespeeld. En het levert wellicht weer mooie, nieuwe inzichten op, zeker in de heftigere acceleraties, zoals in 'Anima’s Beast'.

Franz von Chossy is een bijzondere pianist en een man van weinig woorden. Het is geweldig om te zien hoe zijn gevoeligheid zijn weg vindt via de muziek, zodat wij daarvan kunnen genieten. In een interview wat ik jaren geleden met hem had, spreekt hij zich daarover uit, met welke mooie woorden ik graag wil afsluiten. Von Chossy: "Aan de oppervlakte ben ik niet de meest emotionele mens, maar ik kan wel makkelijk geraakt worden en in de muziek kan ik dat beter uitleven. Ik vind het heel moeilijk om te praten over muziek. Als ik speel zijn er niet echt beelden, dan is het heel subtiel. Het is abstract en voelt gewoon als een andere wereld, waar je geen woorden hoeft te gebruiken, een andere dimensie. Als je ophoudt met spelen duurt het even voordat je weer terug bent op aarde."

Klik hier voor foto's van dit concert door Donata van de Ven.

Labels: ,

(Donata van de Ven, 12.2.20) - [print] - [naar boven]



Cd
Gard Nilssen Acoustic Unity - 'To Whom Who Buys A Record' (ODIN, 2019)

Opname:25-26 februari 2019

Ja, het is natuurlijk handig, al die streamingplatforms, muziek luisteren wanneer en waar je maar wilt, en als je niet terugschrikt voor reclame, vaak ook nog gratis - dat de geluidskwaliteit niet altijd optimaal is, schijnt de meeste mensen niet te deren - maar voor de artiesten is het niet altijd het summum. Integendeel, vormde vroeger de verkoop van lp's en cd's een belangrijk deel van de inkomsten, nu moet men het toch echt van het publiek hebben dat naar de concerten komt.

Drummer Gard Nilssen refereert daar natuurlijk aan met zijn nieuwste album van zijn Acousic Unity - naast hemzelf bestaand uit rietblazer André Rolligheten en bassist Petter Eldh - heel toepasselijk 'To Whom Who Buys A Record' geheten. Hopelijk behoort u net als ik nog tot die uitstervende diersoort. Vanwege de muziek hoeft u dat kopen in ieder geval niet te laten. Het album, vrijwel geheel bestaande uit composities van Nilssen, is het zoveelste bewijs dat deze Noorse drummer inmiddels in de voorhoede speelt. Zijn fijnzinnige techniek en zeer ritmische spel spelen ook op dit album weer een hoofdrol. Dat begint met het stomende 'Cherry Man' waarin hij, samen met Eldh, Rolligheten, hier op tenorsax, tot grote hoogten stijgt. Dan mag het er in 'Acoustic Unity' wat rustiger aan toe gaan, maar niet minder ritmisch. Mooie lijnen hier van Rolligheten, voorzien van een rafelrandje. Met 'Masakråke' is het met de rust weer gedaan. Stomend, ritmisch spel van Rolligheten op sopraansax, terwijl Nilssen en Eldh een zeer strak, deinend patroon neerleggen. 'Omkalfatring', dat zoveel betekent als 'herschikking' heeft ook al zo'n bijzonder ritme. Het lijkt wel een exotische dans.

Rolligheten is ook helemaal op zijn plaats in 'Broken Beauty', een ballade waarin zijn markante, licht getormenteerde spel uitstekend uit de verf komt. Maar dit is ook de plek voor een solo op de contrabas, met prachtig uitgebalanceerde lijnen van Eldh. Mooi ook dat aansluitende duet waarin sax en bas om elkaar heen cirkelen. In dezelfde toon zit 'Less Dense', een stuk van Eldh, met prachtig stuwend spel van Nilssen en een intense melodie van Rolligheten. Zeer energiek gaat het er weer aan toe in 'Bötteknott', waarin we Rolligheten andermaal op sopraansax tegenkomen, maar waar we Nilssen eindelijk ook een paar keer horen soleren, waarvan één keer uitgebreid op de bekkens. Bijzonder is ook de drumsolo op 'Jon'. Het lijkt de donder wel, weerkaatst door de Noorse bergen. Het wordt gevolgd door de afsluiter 'Skienselva', met een prachtige melodie van Rolligheten op basklarinet.

Klik hier om dit album te beluisteren.

(Ben Taffijn, 11.2.20) - [print] - [naar boven]



Concert
De geboorte van een bigband

Paradox Jazz Orchestra met 'Remembering The Skymasters', woensdag 29 januari 2019, Paradox, Tilburg

Ik zal een jaar of 5 geweest zijn. Soms waren er in die tijd dansavonden in het hotel-restaurant bij mij in de straat. Ik herinner me dat ik met mijn broers en zus altijd even door het raam gingen kijken. Toen nog enkel glas, dus je kon behoorlijk meegenieten. Als mijn broers en zus al lang verdwenen waren, stond ik nog met mijn neus tegen het raam aangedrukt. Waarschijnlijk heb ik toen de eerste bigband van mijn leven gezien en gehoord. Zo'n 60 jaar later op 29 januari 2020 werd in Paradox het Paradox Jazz Orchestra geboren.

Een initiatief van arrangeur/dirigent/saxofonist Jasper Staps en trompettist Teus Nobel. Een half jaar geleden constateerden zij dat er veel goed bigbandrepertoire ligt te verstoffen. Hoogste tijd om daar wat aan te gaan doen. Zij selecteerden en benaderden topmuzikanten uit hun netwerk en stuurden in te studeren partijen aan hen op. In dit geval repertoire van de Skymasters, een Nederlands radio-orkest dat bestond van 1946 tot 1997. Van 1978 tot en met 1986 verzorgden The Skymasters voor de AVRO het wekelijkse jazzprogramma Swingtime, vanuit Nick Vollebregt's Jazzcafé te Laren.

Op 29 januari kwam het gezelschap van het Paradox Jazz Orchestra voor het eerst in deze samenstelling bij elkaar voor een openbare repetitie van dit repertoire, om na een repetitie van ongeveer twee uur en een korte pauze meteen het eerste concert te geven. Een uniek concept, omdat je als toeschouwer 'the making of' volledig meemaakt.

Mooi om te zien dat tijdens de repetitie dirigent Jasper Staps alleen maar wat accenten hoefde te leggen. Een paar vaktermen waren genoeg en er werd zo links en rechts een aantekening gemaakt. Alle nummers werden redelijk vlot op deze manier doorgespeeld en dat beloofde al heel veel spektakel. Het zag eruit als kneden met vette klei. Zo veel talent op dat podium. Er was al behoorlijk wat publiek aanwezig en gaandeweg werd het steeds drukker en rumoeriger. Het werd duidelijk dat Staps een ambivalent gevoel had, enerzijds licht geïrriteerd door zoveel omgevingsruis, anderzijds blij met zo'n grote opkomst. Hij vond een mooie balans en bleef meesterlijk de rust zelve.

Toen het orkest na de pauze terugkwam was het meteen raak. Het repertoire van de Skymasters bleek de beloofde pareltjes te bevatten en een uitstekende basis te bieden om al het aanwezige talent te laten schitteren. Staps dirigeerde subtiel en strak, maar liet ook regelmatig de vrije teugel. Zowat het hele orkest kwam aan de beurt voor een feature en de bandleden toverden in de spotlights de ene na de andere spetterende solo tevoorschijn. Het orkest ronkte, spetterde en schetterde dat het een lieve lust was. De ingetogen solo van Teus Nobel op bugel contrasteerde hier prachtig mee.

Het publiek raakte opgezweept en werd elk nummer nog enthousiaster. Er werd gejoeld, gejuicht en gestampt. En terecht, onvoorstelbaar wat dit gezelschap na slechts een korte repetitie wist neer te zetten. Maar misschien is dat ook wel het geheim achter dit concept. Het garandeert dat de spontaniteit, puurheid en passie die elk orkestlid meebrengt, er ook echt uit knalt. Er volgen nog vier van dit soort avonden, dus volg de agenda van Paradox en wees er snel bij. Het zal al tjokvol en dikke kans dat een groot deel daarvan vaste gasten worden van dit gezelschap.

Klik hier voor foto's van dit concert door Johan Pape.

Labels: ,

(Johan Pape, 9.2.20) - [print] - [naar boven]



Cd
Accidental Tourists - 'The Alaska Sessions' (Challenge, 2019)

Opname: 1-3 oktober 2018

Accidental Tourists is het trio van de oorspronkelijk uit de Moezelstreek afkomstige pianist, componist en professor Markus Burger, die inmiddels alweer zo'n twintig jaar in Californië woont. Hij vormde het samen met de Amerikaanse bassist Bob Magnusson en drummer Joe LaBarbera en bracht in 2012 het album 'The L.A. Sessions' uit. Zeven jaar later verscheen de opvolger, 'The Alaska Sessions', wederom met Magnusson, maar zonder LaBarbera. In plaats daarvan horen we Peter Erskine, die Burger reeds kent uit zijn studententijd in Keulen.

Dit trio speelt jazz die de tand des tijds zal gaan doorstaan, zuiver omdat het jazz is die in alles voortbouwt op de traditie. De rol van Burger, die bijna alle stukken componeerde, is daarbij leidend. Reeds in 'Perpetuum Mobile' valt zijn beeldende, verhalende stijl van pianospelen op. Iedere noot staat hier in dienst van het totaal. Burger is dan ook duidelijk de leider van dit trio, wat overigens geenszins betekent dat Magnusson en Erskine slechts een bijrol vervullen.

Heel doordacht maakt Burger gebruik van zijn ritmesectie. Hij gebruikt de twee om zijn pianospel te markeren, in goede banen te leiden en verder uit te bouwen. Luister hoe hij in 'Big Chief' de overgang maakt van zijn solo naar het triospel en u begrijpt wat ik bedoel: als een drietrapsraket voegt hij tot twee keer een laag toe, om zijn stuk uiteindelijk de benodigde vaart te geven, zodat wij op het puntje van onze stoel belanden. En het is Erskine die in eerste instantie de sfeer bepaalt in 'The Beginning Of A Love Affair', waar Burger verderop met fragiele lijnen verder invulling aan geeft. Tot dat luisterrijke duet met Magnusson klinkt. De pianist plaatst hier markeringen, terwijl de bassist de melodie vormgeeft. Dat Burger compositie doseert aan San Diego State hoor je hier terug, groots.

'Budapest Grand Hotel' schreef Burger na het zien van de gelijknamige film uit 2014 van Wes Anderson. "I could imagine this song being in that movie's chase scenes", zegt hij er zelf over. Vaart zit er in ieder geval genoeg in, met name door de twee prachtige en zeer creatieve drumsolo's van Erskine. Verder is dit volgens Burger een eerbetoon aan de grote jazzvernieuwer en pianist Bud Powell. De drie stukken die hierop volgen, 'Skeys', 'Fall Colors' en 'Kodiak Coho' hangen samen met de titel van dit album. "Since I was a child", zo vertelt Burger in het boekje bij de cd, "I have loved the outdoors and fell in love with the vast wilderness of Alaska and Iceland... The songs on this album were written in Alaska over the years of my trips in this wilderness state."

Dit album bevat slechts twee stukken die niet door Burger werden gecomponeerd. Het eerste is 'Pure Imagination' van Leslie Bricusse en Anthony Newley, afkomstig uit de film 'Charlie and the Chocolate Factory', naar het verhaal van Roald Dahl. Burger: "It is my daughter's favorite song. It has a lovable melody so we played it with very little improvisation, just presenting the beautiful theme." Het tweede is 'Aqua Refections', een stuk van Magnusson. De bas klinkt hier bijna vanzelfsprekend net iets prominenter dan elders en vormt een prachtig duo met Burgers piano. Dan volgen nog twee introverte stukken van Burger. In 'The Good Old Days' mijmert hij wat over het verleden en in 'The Power Within You' reflecteert hij op het moment in zijn leven dat hij een dodelijke ziekte de baas werd. Een gebeurtenis die hem deed nadenken over het leven, iets waar we op dit album nog het staartje van meekrijgen.

Klik hier voor geluidsfragmenten van dit album.

Labels:

(Ben Taffijn, 8.2.20) - [print] - [naar boven]



Concert
Ongrijpbaar vloeiend

Ghost in the Machine, donderdag 30 januari 2020, JazzCase, Dommelhof, Pelt

'Ghost in the Machine' is een creatie die de grenzen opzoekt tussen concert, muziektheater en videoperformance. De voorstelling, een samenwerking tussen JazzCase en de kunstenwerkplaats C-Takt, gaat over de stad en haar wisselende verschijningsvormen. De stad als wereld van stenen, wereld van mensen, wereld van planten en dieren.

Stijn Grupping creëert met videobeelden een ongrijpbare persoonlijkheid die door de stad beweegt. Dat doet hij met behulp van drones die zich net boven ooghoogte bewegen. Door middel van compositing zet Grupping de beelden tijdens de performance om in een nieuwe realiteit. De muzikanten, Han Stubbe en Hannes d'Hoine, maken een live-soundtrack met contrabas, klarinet en elektronica. De stadsgeluiden klinken door als onderlaag. Ze manipuleren het akoestisch geluid en hun instrumenten verregaand.

Met software als modulaire synthesizers, field recordings, tapemanipulaties en traditionele gitaareffecten creëren Stubbe en D'Hoine een klankwereld waarin de spanning tussen digitaal en analoog ook in de muziek terugkomt. Ze laten zich daarbij inspireren door jazz, ambient, musique concrète, klassieke muziek en experimentele rock.

Concertfoto's: Cees van de Ven

Labels: , ,

(Cees van de Ven, 7.2.20) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Madar Ensemble - 'Acamar' (Kepera, 2019)

Opname: 26-27 september 2018

Het internationale Madar Ensemble ontleent zijn naam aan het Arabische woord voor de baan die planeten beschrijven. De Palestijnse udspeler Nizar Rohana, de Jordanese violist Jasser Haj Youssef (hier te horen op de viola d'amore), de Tunesische percussionist Nasser Salameh en de uit Nederland afkomstige klarinettist Maarten Ornstein en bassist Tony Overwater verenigen hier hun krachten in het vermengen van Oost en West en brengen een hommage aan de bakermat van onze beschaving: de halve maan rond de rivieren Eufraat en Tigris. Hiermee verwijzen ze naar het Arabische 'Akhir an-nahr', dat rivierdelta betekent en zijn weg vond naar de titel van dit album: 'Acamar'.

Alle musici die meewerken aan dit project, op Salameh na, leveren ook hun composities, beginnend met het ritmische 'Madar Bayati' van Rohana, wat natuurlijk een prachtige partij voor de ud bevat. Een instrument dat wij in onze contreien node missen. De in onbruik geraakte luit komt er nog het dichtst bij in de buurt. Ornstein schreef 'Sofia', een stuk waarin we hem solo horen, luisterrijk en zeer aansprekend. Rohana's titelstuk, 'Acamar' sluit hier prachtig bij aan. Deinende klanken van de drie strijkers voeren ons hier mee naar verre landen en oude beschavingen. Met grote intensiteit klinkt Youssefs 'Silence', mede dankzij de indrukwekkende, van heimwee en verlangen doortrokken partij op de viola d'amore, geflankeerd door de bas van Overwater. In diens vrij korte 'Abakua' is aansluitend een hoofdrol weggelegd voor de klarinet van Ornstein, die zich soepel door het melodische materiaal beweegt.

Halverwege het album vinden we 'Furud', het enige stuk dat door de musici gezamenlijk werd gecomponeerd. Het vormt het hart van dit album, zowel qua sfeer als qua mix tussen Oost en West. Rohana's udsolo klinkt hier sfeervol, terwijl de andere musici wolken van klank produceren, ons verleidend tot dromen. 'Not The Rain' van Ornstein klinkt wat meer als westerse kamermuziek, maar dan wel met een oosterse ondertoon. Overwater mag uitgebreid soleren op zijn eigen 'Gemini', ritmisch en melodisch, met een duistere toon. Youseffs licht en romantisch klinkende 'Doulab' contrasteert daar mooi mee. Prachtig ensemblespel ook in dit nummer. Afsluiten doen we dit wonderlijke album, waarop oost en west een boeiende verbintenis aangaan, met Overwaters 'Hills of Delphi'. Nog één keer verwijzend naar verre oorden.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 6.2.20) - [print] - [naar boven]



Concert
Kind van twee werelden

Thijs Borsten & Lucretia van der Vloot, zondag 26 januari 2020, Paradox, Tilburg

In de tweede voorstelling van de nieuwe serie die pianist Thijs Borsten dit seizoen opvoert, stond zangeres en actrice Lucretia van der Vloot centraal. Onder de naam 'Kind van twee werelden' kregen we een fraai muzikaal inkijkje in de achtergrond van Van der Vloot. De voorstelling opent met een mooi instrumentaal intro, terwijl op een scherm beelden worden vertoond van Suriname, waar haar vader nu woont.

Kort daarna laat Van der Vloot met Randy Crawfords 'One Day I’ll Fly Away' meteen haar vocale talenten zien. Ze heeft een mooie warme soulstem en krijgt daarmee de zaal stil en onder de indruk. In de voorstelling wordt door beelden en anekdotes duidelijk gemaakt dat zij zo en nu en dan geworsteld heeft met haar identiteit. Geboren in Amsterdam, verhuisd naar een buitenwijk van Paramaribo en met haar moeder weer terug naar Nederland. Het komt allemaal voorbij op een soms emotionele, soms humorvolle manier. Je ziet dat ze ook als actrice sterk is.

Heel beeldend vertelt ze dat ze al shoppend ontdekte dat haar lichaamsbouw nogal afweek van die van haar vooral Nederlandse vriendinnen. Hoe ze daar eerst verward van raakte, maar later juist trots ontwikkelde. The masquerade is over, ofwel: ik ben trots op m'n reet! Ook vertelt ze over haar vader, die in het verre Suriname besloot te blijven. Samen met Thijs Borsten zocht ze haar moeder op. Het tweetal reisde af naar Suriname, waar ze haar vader opzochten. Het blijft een mooi concept, omdat de muziek op die manier in een context geplaatst wordt en daardoor extra lading krijgt.

Borsten slaagt er als geen ander in om sterke arrangementen te maken, die hij ondersteund door drums en bas ook nog eens met veel gevoel vertolkt. Het wordt een gevarieerde aaneenschakeling van mooie beelden, plastische anekdotes en vooral veel muziek. Zo gaan we van een mooie blues via Surinaamse feestmuziek met veel percussie naar een soort gospeluitvoering van 'I’ve Heard It Through The Grapevine'. Telkens blijken diepe droefenis en extreme vreugde slechts twee maten uit elkaar te liggen.

Verder leren we ook het een en ander over het slavernijverleden van haar familie. Haar opa was een gevluchte slaaf. Er wordt een liedje gezongen dat gaat over een steen waarmee, na verhitting, slaven gebrandmerkt werden. Een van de opnames tijdens de reis laat 'Pukky' zien, een Boscreool die in zijn bootje op de rivier a capella een Winti-prei laat horen. Ook worden alle slachtoffers van de decembermoorden geëerd. Maar we zien ook mooie beelden van Lucretia en haar vader die samen naar muziek luisteren: Mighty Sparrows 'Only A Fool Breaks His Own Heart'.

Van der Vloot bleek een bijzonder veelzijdige zangeres te zijn, die in staat is soms heel klein en intiem te zingen en een paar maten later volledig los kan gaan in een soulvolle gospel. Alles met volle overtuiging en passie. Alweer een indrukwekkende voorstelling van Borsten en gasten. En de voorbereidingen voor nummer drie van dit seizoen zijn begonnen. Dan met als gasten Fay Lovsky en Oleg Fateev. Bekijk het overzicht op de site van Borsten om te zien wanneer je waar terecht kunt.

Klik hier voor foto's van dit concert door Johan Pape.

Labels: ,

(Johan Pape, 5.2.20) - [print] - [naar boven]



Cd
Serries / Vanderstraeten / Verhoeven ‎- 'Impetus' (A New Wave Of Jazz, 2019)

Opname: 16 december 2018

Vrije improvisatie met een opeenstapeling en opeenvolging van losse noten. Friemelen, trekken, tikken, tokken, tsjing-tsingel-tsjak en wat al niet... Je moet er natuurlijk ontvankelijk voor zijn. Soms is het dan een plezier zolang je er kan naar kijken, terwijl het live voor je gebeurt. Soms wil de fascinatie achterwege blijven als je thuis zo'n album oplegt en probeert uit te zitten. Er zijn ook voorbeelden, optredens, platen en cd's, waarbij de beluistering je gewoon meevoert. Sommige muzikanten en geluidskunstenaars kunnen aan een stuk door een samenhangend verloop creëren dat de aandacht vasthoudt en blijft boeien. Je hoeft de taal niet zelf te spreken om op hun golflengte terecht te komen. 'Impetus' is zo'n album.

De chemie tussen gitarist Dirk Serries, percussionist Kris Vanderstraeten en pianist Martina Verhoeven moet misschien aansluiten bij die van de luisteraar, opdat die er zo voluit van kan genieten als de makers er tijdens de opnamen wellicht zelf van genoten. Zo heb je in alle genres dingen die je liggen en andere niet. Onmiskenbaar volgen Serries, Vanderstraeten en Verhoeven samen een logische energiestroom. Zij spelen niet zomaar wat naast elkaar, maar luisteren naar elkaar en werken een interactie uit die prikkelt of een spanning opbouwt en weer lost. Hun totale improvisatie zoekt de abstractie op. Toch kan je in de vrije voortgang van zaken die dit drietal presenteert, ergens een swing ontdekken die veraf staat van swingen rond een ritme.

De manieren van werken van dit trio op de vijf improvisaties op deze cd zijn heel organisch en puur. Elektronische effecten behoren niet tot het vocabularium. Vingers op pianotoetsen, andere die trekken aan gitaarsnaren, kletsen op een cimbaal of een kopje laten trillen op een schoteltje... Bij de concrete geluiden die zij als losse stukjes samenbrengen en achter elkaar plaatsen, wemelt het van bewegingen die je gemakkelijk kan visualiseren. Kris Vanderstraeten heeft er al jaren ervaring mee. Zijn arsenaal aan objecten evolueert al zolang hij speelt. Dirk Serries en Martin Verhoeven zijn al flinke tijd op elkaar afgestemd. Zij treden als duo naar buiten en zoeken uiteenlopende samenwerkingen op. Met zijn drietjes delen ze blijkbaar een vruchtbare passie, die maakt dat zij zó consistente werkjes kunnen uittekenen dat een klein uur verbazend snel voorbij is.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Deze recensie is ook te lezen op Jazz'Halo

Labels:

(Danny De Bock, 3.2.20) - [print] - [naar boven]



Interview
Teus Nobel


"Op de basisschool was ik steevast de kleinste van de klas. Ik had daar last van. Toen ik eenmaal trompet speelde en regelmatig een spreekbeurt hieraan wijdde, ontdekte ik dat ik me daarmee kon onderscheiden en indruk kon maken. Het verklaart misschien de geldingsdrang om uit te blinken, de beste te willen zijn. Ik ben behoorlijk ambitieus en heb de neiging mezelf te bewijzen."

Johan Pape sprak met Teus Nobel over de drijfveren in het drukke bestaan van de getalenteerde trompettist.

Lees hier het volledige interview.

Foto: Johan Pape

Labels:

(Maarten van de Ven, 2.2.20) - [print] - [naar boven]



Concert
Muzikale happening

Steven De bruyn & Jasper Hautekiet, 25 januari 2020, De Singer, Rijkevorsel

Het concert van Steven De bruyn (zonder hoofdletter inderdaad) en Jasper Hautekiet werd een muzikale happening in een volgelopen De Singer. Volgelopen met een luistergierig publiek, dat er de livepresentatie van De bruyne's nieuwste cd 'The Eternal Perhaps' kwam beleven.

Het bleek dé manier om de kater van de afwijzing van het door De Singer ingediende subsidieverzoek voor even te verdringen. Met een collectie mondharmonica's, pedaaleffecten en loops passeerden klanken, klankclusters, repetitieve grooves, ritmes, blues, funk en jazz de revue. Dit met totale beheersing en kennis van zaken voor wat betreft de inzet van elekronica.

Overduidelijk werd de muzikale en ongetwijfeld ook persoonlijke chemie gehoord en gevoeld tussen De bruyn en Hautekiet. De rode draad door het concert was de blues, het idioom dat onmiskenbaar deel uitmaakt van De bruyns DNA. Dat geldt overigens ook voor zijn adagium dat een mens nooit is uitgeleerd en dat er altijd weer nieuwe uitdagingen blijven voor nader onderzoek. Het helpt De bruyn om via zijn instrument zijn muzikale identiteit en verhaal eigenzinnig uit te dragen.*

Voordat als dank voor het enthousiaste publiek de toegift klonk, stelde Steven De bruyn met stemverheffing dat dit zo gewaardeerde en geliefde podium De Singer absoluut behouden moet blijven. En men voor steun in welke vorm ook op hem kan rekenen.

* Bekijk in dit verband de video 'Special Harmonica Tunings & Sounds with Steven De bruyn'.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

Labels: ,

(Cees van de Ven, 31.1.20) - [print] - [naar boven]



Cd's
Emmeluth's Amoeba - 'Chimaera' (Øra Fonogram, 2019)

Opname: februari 2019
Spacemusic Ensemble - 'Is Okay Okay Is Certified' (Motvind, 2019)

De Noorse saxofoniste Signe Kruderup Emmeluth zag ik voor het eerst afgelopen zomer bij het door Sound in Motion georganiseerde Summer Bummer met haar band Amoeba. In 2018 brachten zij hun debuut uit, 'Polyp' en eind vorig jaar verscheen de opvolger 'Chimaera'. Emmeluth laat van zich horen, want eerder dit jaar kwam ik haar ook tegen in Skarbø Skulekorps, de nieuwe band van slagwerker Øyvind Skarbø, en lanceerde ze met haar eigen Spacemusic Ensemble 'Is Okay Okay Is Certified'. Vanwege deze uitgaven en het feit dat ze binnenkort in Antwerpen met Mudskipper te horen is, geven we haar ook hier maar een podium.

Het kwartet Amoeba, met naast Emmeluth Chrisian Balvig op piano, Karl Bjora op gitaar en Ole Mofjell op drums, leverde met 'Chimaera' een mooi en lekker weerbarstig album af. Dat komt met name door de stijl van componeren - ze levert alle stukken - en het spel van Emmeluth zelf. Direct in de korte opener 'Squid Circles' horen we in een overtuigende solo haar flitsende, springerige stijl, waar de drie overige leden van het kwartet zich soepel naar voegen. 'AB' klinkt al even stroef en ongewoon in de partij van het duo Balvig - Mofjell. Emmeluth schiet daar ineens dwars doorheen, haar alt inzettend als een sirene. Piepend en sputterend vervolgt ze haar weg, her en der verwarring stichtend. Dan is het tijd voor een vrij melig melodietje, met het type wending waar volgens mij het ICP Orchestra patent op heeft, om dit even snel weer te verwisselen voor chaos. Bjora steelt de show in 'Lyons' met energiek en heerlijk uit de bocht vliegend gitaarspel, waaraan de rest van het kwartet overigens vrolijk meedoet. Een energieke klankenstroom is het gevolg. Het weerbarstige horen we weer volop in 'Circular Movements', nu met name door het slagwerk van Mofjell. Titelstuk 'Chimaera' en 'No. 1' zijn daarentegen weer oases van rust, met name door het overtuigende en spaarzame pianospel van Balvig, dat in het laatste stuk prachtig mengt met de saxofoon. In 'Outro' horen we Emmeluth tot slot weer solo, wonderlijke klanken uit haar altsax persend.

Met de term 'Spacemusic' doelt Emmeluth naar eigen zeggen niet op het heelal, maar veeleer op "how you can create space in the music". "By playing with the placement of sound sources", zo vervolgt ze, "one can change the perspective and sense of depth." Tevens is de saxofoniste/componiste geïnteresseerd in de wisselwerking tussen gecomponeerd en geïmproviseerd. Kunnen ze elkaar versterken in plaats van dat we ze tegenover elkaar zetten? Met het sextet dat opereert onder de naam Spacemusic Ensemble gaat ze op onderzoek uit. 'Is Okay Okay Is Certified' is verdeeld in acht stukken, aangeduid met letters en cijfers, die we verder op de omslag van de cd nergens terug vinden. Die onderverdeling speelt dan ook vrijwel geen rol; het stuk is goed te zien als een meerdelige suite.

In 'A' horen we de piano, Anja Lauvdal, met nadrukkelijke aanslagen, gevolgd door vocaliste Rohey Taalah, die haar stem inzet als instrument en zich in goed gezelschap bevindt van de overige musici, die een ruimtelijke klankwereld neerzetten. Een wereld die, ondanks de woorden van Emmeluth hierboven, toch ook aan die andere betekenis van het woord ruimte refereert. Vreemde, onbestemde geluiden klinken, voor een groot deel toe te schrijven aan de synthesizer, elektronische effecten en het op onorthodoxe wijze inzetten van het akoestische instrumentarium. Direct valt ook op dat we hier met een totaal ander project van doen hebben dan met het hierboven genoemde Amoeba-kwartet. 'Is Okay Okay Is Certified' heeft meer raakvlakken met experimentele elektronica en hedendaags gecomponeerde muziek dan met wat we meestal onder jazz verstaan.

Sterk repetitief, bijna monotoon gitaarspel van Bjora, de enige musicus naast Emmeluth die we in beide projecten horen, zet de toon in '1.1', naast langgerekte lijnen op de tuba van Helda Karine Johannesdottir. 'B -2+3' drijft op de bekoorlijke zang van Taalah, sterk contrasterend met brokkelig slagwerk van Andreas Winther en dito pianospel van Lauvdal. Zo nu en dan schiet Emmeluth hier met hoge saxklanken tussendoor. Ook in 'D' horen we Emmeluth, nu haar sax inzettend als percussie, waarmee ze gelijk opgaat met Winther en Johannesdottir. Dan schakelen we ineens over op een relatief traditionele jazzmelodie, waarbij ze dit sextet voorgaat in een klinkende solo. Het afsluitende 'E' kent weerbarstige klanken, maar ook een door Taalah voorgelezen tekst, waar die vreemde zinsnede van de titel in voorkomt, naast de volgende zin die staat voor dit ongewone, maar bijzondere album: "We all start we end in circular movements."

Signe Emmeluth maakt onderdeel uit van Mudskipper, dat op zondag 2 februari optreedt in Het Bos, Antwerpen.

Labels:

(Ben Taffijn, 31.1.20) - [print] - [naar boven]



Concert
Evangelie volgens The Preacher Men

woensdag 22 januari 2020, Brouwerij Martinus, Groningen

Toen wij in Nederland in de jaren zestig allemaal braaf met rode oortjes en geleerde gezichten naar free jazz en de Europese varianten daarvan zaten te luisteren, produceerden gore tenorgeltrio's de populaire jazz van zwart Amerika. In elke bar op elke straathoek van elk getto werkte wel zo'n smeuïg gezelschap zich in het zweet. Tenorsaxofoon, Hammond B3, drums en soms een gitaar erbij. Ik vroeg ooit Paul Weeden, die in die tijd met organist Don Patterson tourde, wat er nou zo speciaal was aan die muziek. "Die vrouwenkonten die op die barkrukken op de maat van de muziek zaten te schudden," was het antwoord.

Nu was het woensdag de 22ste in Brouwerij Martinus eerlijk gezegd een tikje te druk om vast te kunnen stellen hoe de Groninger konten zich op de barkrukken gedroegen, maar dat iedereen het vreselijk naar zijn en haar zin had was wel duidelijk. De predikheren hadden het evangelie weer opgepikt waar de Jimmy's Smith en McGriff dat hadden laten liggen. Organist Rob Mostert neemt daarbij de grootste, de meest vermetele stappen. De kenmerkende razende loopjes en de orkestrale akkoorden van zijn instrument zijn bij hem in goede handen, maar het palet van zijn orgel is duidelijk nog royaler voorzien. Hij laat schurende en gillende flarden op je los, die tot dusver het domein van geavanceerde synthesizers waren. Met Smith schrikt hij niet terug voor het uren vasthouden van één noot (okay, tikje overdreven), zodat je je op het puntje van je stoel af gaat vragen wanneer dat orgasme nou eens komt.

De tenorsax van Efraïm Trujillo paart een gladde pit aan een ruwe bolster. Hij combineert ruwe stootkracht met lichtvoetige finesse. Op alt speelde hij de stokoude ballad 'I Want A Little Girl' precies zoals een ballad bedoeld is.

Drummer Chris Strik zette in het eerste nummer, 'Go', de toon met een soort New Orleans street beat. Dan zit je gelijk lekker. Lekker simpel, lekker strak en lekker hard. Strik heeft zijn bijnaam 'Buckshot' niet voor niks gekregen. Hij knalt echt knalhard, zodat de bezoekers die voor alle zekerheid oordopjes hadden meegebracht zich gelukkig prezen. Heeft hij in de mijnen gewerkt, of op z'n minst in een heavy metalband? Zal best. Maar hij heeft ook zes jaar de achterkant van vocaliste Dee Dee Bridgewater geobserveerd, op tournee door Europa. Dat hij ook heel subtiel te werk kan gaan bewees de drummer in het nummer 'Chili Dog', waarin hij een lange boeiende solo speelde - met handen en vingers. Een compleet verhaal.

U kunt het allemaal nog eens rustig (of onrustig) terugluisteren op het album 'Live At Bimhuis', dat The Preacher Men in april en juni 2019 voor Zennec Records hebben opgenomen.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels: ,

(Eddy Determeyer, 31.1.20) - [print] - [naar boven]



Cd
g a b b r o - 'Grannular' (Dropa Disc, 2019)

Opname:25-27 augustus 2018

g a b b r o, het project van saxofoniste Hanne De Backer, bracht in 2017 een eerste titelloos album uit bij het Gentse label El Negocito. De twee leden die toen g a b b r o vormden, Hanne De Backer en Marc De Maeseneer, bespeelden daarop beiden de baritonsax, wat een bijzonder album opleverde. Twee jaar later doken ze de studio in voor een vervolg, nu aangevuld met Raphael Malfliet op elektrische bas en vocaliste Agnes Hvizdalek. Ook nu stoelt het album 'Grannular', dat vorig jaar uitkwam bij het aan Sound in Motion gelieerde Dropa Disc, op vrije improvisatie. Iets dat De Backer afzet tegen onvrijheid, in dit geval door bewoners van de gevangenis in Antwerpen bij dit project te betrekken; hun veldopnamen spelen een rol op dit bijzondere album.

Als titels voor de stukken koos De Backer voor de dagen van de week en dus beginnen we met 'Monday', waarin we klankwolken horen die afkomstig lijken van elektronica, maar in werkelijkheid hun oorsprong vinden bij die twee baritonsaxen en Malfliets bas. 'Tuesday' is een feest van de nuance, met fluisterzachte, zeer intieme klanken. Met duistere golven middels de baritonsaxen en de hoge tonen van Malfliet, die met de strijkstok zijn bas bewerkt. Een schitterende klanksculptuur. In 'Wednesday' horen we duidelijk Hvizdalek, met vocale klanken die uitstekend passen bij die van de saxen, waardoor hij aangenaam hoge, vibrerende klanken produceert. Tot het omslaat en de klanken zwaar worden en messcherp door de ziel klieven. En ook hier valt de grote mate van abstractie weer op in het muzikale materiaal. Van een melodie is nergens sprake en ook ritme speelt geen rol van belang.

Op 'Thursday' is het vooral Malfliet die we horen, met zwaar en diep resonerende klanken van zijn bas. Prachtig is ook 'Friday', een sculptuur bestaande uit ploppendee en knetterende geluiden van de saxen. We herkennen bijvoorbeeld het ritmisch bespelen van de kleppen, in combinatie met een subtiele drone. Mooi subtiel gaat het eraan toe in 'Saturday', met een aangename collage van diverse soorten ruis, geknisper en geknetter en ander ondefinieerbaars. Hier klinken de saxen als druk doende vogels in een volière, een gekwetter van jewelste. Overigens blijkt er aan het eind nog een schepje bovenop te kunnen. Natuurlijk klinkt 'Sunday' een stuk vrediger en contemplatiever. Dat hoort ook bij zo'n dag. Met aanvankelijk bijna onhoorbare golven van klank, als misthoorns. Dan voegt Hvizdalek zich er weer bij met hoge stemklanken, een soort van tegenwicht vormend. Maar ook hier neemt verderop het tumult toe en stijgt de onrust. Het stuk eindigt ermee, de cirkel is rond.

Hanne De Backer maakt deel uit van Mudskipper, dat op zondag 2 februari optreedt in Het Bos, Antwerpen.

Labels:

(Ben Taffijn, 30.1.20) - [print] - [naar boven]



Concert
Uitdrukkingsloos en zonder climaxen

Or Bareket Quartet, vrijdag 17 januari 2020, Paradox, Tilburg

De Israëlische bassist en componist Or Bareket behoeft introductie. Hij is op jeugdige leeftijd geïnspireerd door het virtuoze, elektrische basspel van wijlen Jaco Pastorius, maar schakelt later over naar het natuurlijke geluid van de contrabas. Zoals zo velen voor hem verhuist Bareket naar het jazzmekka New York en gaat samenwerkingsverbanden aan met gearriveerde muzikanten, waaronder Chris Potter en Peter Bernstein. Ook maakt hij kennis met de nieuwe garde, waaronder Yotam Silberstein. Or Bareket is opgegroeid in zowel Tel Aviv als Buenos Aires en staat inmiddels bekend als een van de meest veelzijdige, jonge jazzbassisten. De contrabassist heeft recent zijn tweede album '33' uitgebracht, met pianist Nitai Hershkovits, gitarist Shachar Elnatan en drummer Daniel Dor. Vanzelfsprekend is hij vertrouwd met de Afro-Amerikaanse jazztraditie, maar put hij ook uit de ruif van mediterrane, Latijns-Amerikaanse en Noord-Afrikaanse volksmuziek. Zijn kwartet bestaat in Paradox uit Nitai Hershkovits op piano, Charles Altura op elektrische gitaar en Savannah Harris op drums. In een drukbezocht Paradox maakt Bareket zijn reputatie helaas niet waar.

Or Bareket maakt duidelijk dat zijn technische baggage op de contrabas meer dan adequaat is. De bassist is gedreven en toont nadrukkelijk zijn wilskracht door ruim de tijd te nemen om zijn composities met een solo te openen. Nitai Hershkovits, bekend geworden door zijn bijdrage aan het trio van contrabassist Avishai Cohen, speelt met doordachte ingetogenheid, evenwichtig en met het accent op de melodie. Zijn elegante maar berekende klavierspel toont verwantschap met de klassieke pianomuziek. Charles Altura speelt nagenoeg het hele optreden identieke, langdurige legato lijnen. Savannah Harris houdt en ondersteunt het ritme. De drummer mist vele kansen om het concert ritmisch smoel te geven en de dynamiek op te schroeven.

Slechts twee keer komt het kwartet verrassend uit de hoek. In een nog titelloze nieuwe compositie wordt eindelijk, met gevoel voor ruimte, spanning gegenereerd. Dit keer blinken de gespeelde, plichtmatig gespeelde noten op de piano niet uit van overdaad, maar zijn deze spaarzaam, emotioneel en raak geplaatst. In deze compositie voegt Altura kortstondig meer sustain toe aan zijn overwegend kleurloze en montone gitaarspel. Het nummer versnelt onverwacht en de kortstondige afwisselingen tussen snelle pianopassages en korte gitaarlicks doet de hoop op meer levendigheid toenemen. IJdele hoop! Een oproep uit het publiek voor een snel, spannend stuk is dan ook veelzeggend. Or Bareket belooft plechtig hier gehoor aan te geven, maar hanteert keurig zijn geplande setlist. In de toegift gooit Savannah Harris wat meer schroom van zich af en weet de tot dan toe braaf musicerende drummer de tomtoms en bekkens nadrukkelijker te raken. Hierdoor wordt eindelijk de dynamiek naar een verdienstelijk niveau opgeschroefd.

Jammer genoeg zijn deze voorbeelden uitzonderingen die de regel bevestigen. Dat wat beklijft zijn de uniforme composties en solo's die onderling veel verwantschap tonen. Het optreden is uitdrukkingsloos, spanningsloos en de broodnodige climaxen blijven uit.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels: ,

(Louis Obbens, 28.1.20) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...








Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.