Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Cd
James Brandon Lewis - 'An UnRuly Manifesto' (Relative Pitch, 2019)


Of het nu is met z'n trio, in duo met Chad Taylor of met poëzie- & muziekcollectief Heroes Are Gang Leaders, het universum van saxofonist James Brandon Lewis is er eentje dat in het teken staat van exploratie en zelfontplooiing. Dat wordt nu verdergezet met 'An UnRuly Manifesto', dat zich openbaart als een lange ode aan de vastberadenheid en de zoektocht naar artistieke integriteit. Visie, materiaal en het juiste volk bij elkaar leiden tot een nieuw hoogtepunt in Lewis' niet langer te negeren discografie.

'Unruly' betekent onder meer ongebonden, vrijgevochten en tegendraads. Tegelijkertijd wil 'An UnRuly Manifesto' ook een ode zijn aan Charlie Haden, Ornette Coleman en het surrealisme. Heel wat dingen bij elkaar dus, al krijgt het hier vorm in een statement dat zoveel meer is dan een brallend visitekaartje of overambitieuze opruiende cocktail. Vanaf krappe opener 'Year 59: Insurgent Imagination' beland je in een warmbloedige suite, eentje die een paar keer onderbroken wordt voor een paar compacte, soulvolle pijlers, die fungeren als doorgeefluik voor de langere stukken, waarvan er eigenlijk maar vijf zijn. Daardoor is 'An UnRuly Manifesto' een vetvrij album dat nooit riskeert in elkaar te zakken.

Vanaf het titelnummer, een mantra-achtig stuk van het soort dat gaandeweg een verschroeiende intensiteit ontwikkelt, kom je terecht in een omgeving die James Brandon Lewis' stempel ademt. Er zit namelijk een warmbloedige, spiritueel getinte verhevenheid in, eentje die meedobbert op die trage cadans van de ritmesectie (bassist Luke Stewart, drummer Warren Trae Crudup III), die aangevuld wordt met gitarist Anthony Pirog. Tegenover Lewis staat dan weer trompettiste Jaimie Branch, die de ideale sparringpartner blijkt en de leider mee aanzet tot een emotioneel intense climax die Lewis' sterktes (die typische intervallen, melodische flarden, zangerige klank, ijzeren discipline) uitspeelt. Eerder statig dan opruiend, maar niettemin met een verzengende intensiteit.

Vervolgens krijg je een aantal verschillende gedaantes van de leider en de band te zien. In 'Sir Real Denard' krijg je strakke funk voor de voeten geworpen, met Pirog die er gesjeesde effecten in mag rondstrooien en Stewart die lekker loos kan gaan op de elektrische bas. Branch zorgt voor abstracte, breed uitgesmeerde klankeffecten, terwijl Lewis autoritair scheurt over de woelige ritmesectie. Er zit een frenetische energie in die tot het uiterste gedreven wordt in het robuust botsende 'Escape Nostalgic Prisons', vermoedelijk een oproep om meer te doen dan slaafs in het verleden te blijven hangen. Hier is het een turbulente combinatie van salvo's, atonale accenten en woelige interactie op het scherp van de snede.

Knetterende elektriciteit, al is de band minstens zo indrukwekkend wanneer er niet zo hard op dat gaspedaal geduwd wordt. Ballade 'The Eleventh Hour' start met zachtjes opwarmende basgitaar en aanzwellende gitaar, die een motiefje aanhoudt dat het mooie thema van tenorsax en trompet aankondigt. Het is het begin van een dromerige beweging met een expressieve solo van Branch, die het stokje naadloos doorgeeft aan Lewis, die al even diep tast met een solo die in de roots duikt. Net als in het titelnummer is de geest van Coltrane nooit veraf.

Ook 'Haden Is Beauty' is een hoogtepunt, met een contrabasintro die meteen in de hymnetraditie duikt die Haden zo dierbaar was. De drummer zorgt voor een vieve puls, maar de compositie blijft hangen in een majestueuze statigheid, met een gitaarsolo die even herinnert aan het meest lyrische werk van Sonny Sharrock, terwijl de ritmesectie ronkt in de achtergrond en de blazers commentaar blijven leveren als een eensgezind koor. Het bevestigt enkel nog de indrukken die 'An UnRuly Manifesto' eerder al bundelde: dit is uitgesproken hedendaagse muziek die verder bouwt op de traditie(s). Het is muziek die kracht én lyriek virtuoos in evenwicht houdt, en dat door een combinatie van sterke thema's, individuele hoogstandjes en een collectieve spirit die ervan afspat. Een manifest dat pakkende schoonheid, vette groove en momenten van extase in evenwicht houdt en zo uitgroeit tot een hoogtepunt voor 2019.

Op vrijdag 12 juli staat het James Brandon Lewis UnRuly Quintet in de Yenisei tijdens het North Sea Jazz Festival.

Klik hier om het album te beluisteren.

Foto: Cees van de Ven | Deze recensie verscheen ook op Enola.be

Labels:

(Guy Peters, 15.6.19) - [print] - [naar boven]



Vooruitblik
North Sea Jazz Festival 2019


"Het grootste indoor muziekspektakel ter wereld telt veertien podia en circa 150 optredens. Het aantal bezoekers ligt rond 70.000. Sinds 2006 speelt North Sea Jazz zich af in Ahoy Rotterdam. De criticasters wijzen erop dat het festival leunt op grote namen uit de genres: pop, soul, blues en wereldmuziek. Dit jaar staan onder anderen Rag'n'Bone Man, Joe Jackson, The Internet, Toto, Macy Gray, Lauryn Hill, Daryl Hall & John Oates en Gladys Knight op de grote podia. Zonder enige twijfel blijven jazz en moderne, geïmproviseerde muziek de basis vormen van het festival. In tegenstelling tot de opvatting van traditionalisten is jazz, meer dan andere muziekstromingen, een kunstuiting die voortdurend uitdaagt, vernieuwt en zich laat bestuiven door andere stijlen. NSJ is een festival dat in de breedte programmeert, maar er dit jaar ook ruimschoots in slaagt vele genres en subgenres over het voetlicht te brengen."

Louis Obbens doet een persoonlijke greep uit het programma en belicht de potentiële smaakmakers van de 44e editie van North Sea Jazz.

Klik hier om zijn vooruitblik te lezen.

Foto: Louis Obbens

Labels: , ,

(Maarten van de Ven, 12.6.19) - [print] - [naar boven]



Actie
Crowdfunding voor boek Ernst Glerum


Bassist Ernst Glerum gaat een bijzondere uitgave uitbrengen van een boek met tekeningen. Naast het muziek maken is Glerum altijd blijven tekenen. Nu heeft hij een selectie gemaakt van honderd tekeningen. Het zijn impressies van tournees, vakanties, treinbanen, bomen, bergen en middelbareschoolromantiek. Zij laten een onverwachte, andere kant zien van deze jazzbassist.

De tekeningen sluiten aan op 17 muzikale schetsen op een bijgevoegde cd. Het boek zal worden vormgegeven door Suze Swarte en komt uit op zijn label Favorite Records. Om het boek te kunnen maken heeft hij onlangs een crowdfundingcampagne opgestart. Eenieder die dit voornemen een warm hart toedraagt wordt uitgenodigd om zijn campagne te ondersteunen door middel van een donatie. Als tegenprestatie krijgen donateurs het boek met de cd.

Over zijn plan zegt Glerum het volgende: "Muziek en tekenen zijn mijn passie. Eerst wilde ik tekenaar worden. Toen wilde ik jazzmuzikant worden. Nu wil ik het allemaal bij elkaar brengen. Het maken van muziek en het maken van een tekening is voor mij hetzelfde. In beide vormen bestaat de mogelijkheid om een nieuwe werkelijkheid te laten ontstaan. Het gevoel van een zacht potlood op papier en het gevoel van een strijkstok op de snaren liggen dicht bij elkaar."

Klik hier om bij te dragen aan deze campagne om dit boek mogelijk te maken.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 10.6.19) - [print] - [naar boven]



Cd
Gerald Cleaver & Larry Ochs - 'Songs Of The Wild Cave' (Rogue Art, 2018)

Opname: 1 oktober 2016

Albums kun je overal opnemen, op festivals, in clubs, in allerhande studio's, mogelijkheden te over. Niets van dit alles echter bij percussionist Gerald Cleaver en saxofonist Larry Ochs. Zij weken uit naar een grot in Zuidwest-Frankrijk. Ja, u leest het goed: een donkere, ongetwijfeld niet al te warme grot, in het verre verleden bewoond door onze voorouders. 'Songs Of The Wild Cave' heet het album heel toepasselijk.

Maar wat een prachtig geluid levert deze bijzondere beslissing op. Ochs' tenorsax resoneert schitterend in opener 'First Steps', half bouwend aan een breekbare melodie, half creatieve luchtstromen creërend, dit alles terwijl we Cleaver met fijnzinnige klanken op de achtergrond in de weer horen. 'Into The Air' vangt aan met een dreunende drumsolo, alsof er een trein voorbij dendert. Ochs breekt er op gezette tijden doorheen, lange trillende lijnen vormend, klinkend als een misthoorn. Hoe verder het nummer vordert, des te meer klinkt Ochs indringend en getormenteerd, waarbij hij zijn geluid vervormt tot een schreeuw in het duister. Het kan nog schrijnender, heftiger, het derde stuk heet niet voor niets 'Deeper'. Flink op stoom is het met name Cleaver die hier opvalt met zijn tribale stijl van drummen, een ritmisch patroon dat Ochs gebruikt om zijn sax te laten janken en knetteren. Nog onstuimiger en abstracter klinkt 'Down'. Ochs horen we hier heerlijk kwetteren op zijn sopraninosax, te midden van de ritmische patronen van Cleaver.

'Ringing It In' is het noodzakelijke rustpunt. Ochs - nog steeds op sopranino - creëert hier subtiele, zeer hoge klanken, die fantastisch resoneren in die bijzondere ruimte. Duistere slagen deelt Cleaver intussen uit, afgewisseld met fijnzinnige percussie. Een bijzonder spannend geheel. In 'Rooted In Clay' trekt het duo deze lijn door. Hier brengt Cleaver belletjes in. Ook dat geluid doet het prima in deze ruimte. Ochs heeft inmiddels weer de tenorsax ter hand genomen en zet deze zeer bescheiden in, het en der een noot blazend. Mooi hoe die belletjes steeds ritmischer gaan klinken naar het einde toe en Ochs de uitgestoken hand pakt om het geheel naar een hoogtepunt te blazen. Met 'Light From The Shadows' verwijzen de twee naar die andere grot, die van Plato. U weet wel: wij mensen denken dat we de werkelijkheid zien, maar wat we zien zijn slechts de schaduwen die het licht op de muur werpt. Om de werkelijkheid te zien moeten we eerst de grot verlaten. Maar dan toch pas na dit laatste, tevens langste stuk, waarin Cleaver wederom opvallend ritmisch bezig is en Ochs nog maar eens stevig van leer trekt.

Labels:

(Ben Taffijn, 10.6.19) - [print] - [naar boven]



In memoriam
Dr. John

20 november 1941 - 6 juni 2019

Het nieuws dat Dr. John, geboren Malcolm John Rebennack, aan een hartaanval was overleden, moet nogal wat herinneringen hebben losgeweekt. Misschien vooral jeugdherinneringen bij wie opgroeide toen r&b nog stond voor rhythm & blues (een soort bluesrock) en platenwinkels draaiden op de verkoop van vinyl en cassettes. Toen Engelse woorden hoogstens sporadisch in ons taalgebruik (en vloeken) voorkwamen. Toen als het tijdens fuiven op funk aankwam 'Right Place Wrong Time' van Dr. John bijna even onvermijdelijk was als 'Get Up (I Feel Like Being A) Sex Machine' van James Brown.

Bij leven herinnerde Dr. John zelf ook graag aan vervlogen tijden, vooral muzikaal. Hij deed het vrij recent nog met een tribute aan Louis Armstrong, 'Ske-Dat-De-Dat: The Spirit Of Satch'. Daarmee bracht Dr. John op zijn manier eerbetoon aan de legendarische jazztrompettist. Daarmee bracht een legendarisch muzikant uit New Orleans ode aan een ander legendarisch muzikant uit New Orleans. Diens muziek had de jonge Rebennack als kind leren kennen. Zijn vader had een platenwinkel.

Als tiener speelde hij al gitaar bij Professor Longhair en in verschillende lokale groepjes. Een kogel in een vinger toen hij tussenbeide kwam bij een gevecht deed hem pianist worden. In de sixties ging hij in Los Angeles deel uitmaken van de sessiemuzikanten in de Wrecking Crew. Hij speelde onder andere mee op platen van Sonny & Cher, Canned Heat en Frank Zappa And The Mothers Of Invention.

Het personage van Dr. John creëerde hij eigenlijk voor een vriend. Toen die zich terugtrok vulde hij zelf de rol in, die was gebaseerd op een voodoo-medicijnman die in New Orleans had geleefd. 'Gris-Gris', de debuut-lp van Dr. John, werd het begin van een succesverhaal - Dr. John sloeg ook aan als zanger, met een herkenbare, korrelige stem. Live ging de eigenzinnige combinatie van rhythm & blues en psychedelische rock gepaard met theatrale shows die verwezen naar voodoorituelen.

In de seventies ging Dr. John in zijn genre-blending de funktoer op. Dat leverde onsterfelijke hit op met 'Right Place Wrong Time' en 'Such A Night'. Door de jaren heen bleef Dr. John zijn recepten aanpassen die, al naargelang, invloeden mixten uit mardi gras, tin pan alley, boogiewoogie, rock-'n-roll, r&b, blues, funk, afrobeat, jazz en hiphop. Anderen bleven hem vragen om mee te spelen of te zingen op hun platen (Marcus Miller nog in 2012), voor bijdragen aan films (zoals 'Blues Brothers 2000'), documentaires ('The Last Waltz') en tekenfilms (o.a. 'The Princess And The Frog'). Hij pende ook een jingle voor Popeye en stond model voor de figuur van Dr. Teeth in The Muppet Show.

Als zo'n uitzonderlijk vernieuwer als Louis Armstrong zal Dr. John niet worden herinnerd, maar hij verwierf natuurlijk niet zomaar zes Grammy Awards en een plaatsje in de Rock And Roll Hall Of Fame. Met zijn stem, zijn muzikale bijdragen en zijn markante verschijning kleurde hij de muziekgeschiedenis en die van zijn geboortestad als geen ander.

In de Jazztube zie je een registratie van het concert dat Dr. John met zijn Nite Trippers gaf tijdens de Leverkusener Jazztage 2014.

Foto: Cees van de Ven

Labels: ,

(Danny De Bock, 9.6.19) - [print] - [naar boven]





Nieuws / Festival
Doek Festival 2019: The Market


Muziek, theater en improvisatie. Een caleidoscoop van klanken, kleuren en geuren, met een keur aan musici en performers. Kortom, het Doek Festival 2019 is aanstaande, van vrijdag 14 tot en met zondag 16 juni.

Voor deze dagen vol muziek en kunst wordt het Bimhuis omgetoverd tot een echte markt, waar uitwisselingen plaatsvinden van spullen, diensten, geuren, smaken, culturen, klanken, blikken, blozen, vloeken en valuta. Vanuit kraampjes worden allerlei koopwaren aangeboden, het publiek loopt rond en kiest. Er is muziek van allerlei pluimage tegelijk, totdat de musici samen beginnen te spelen en er een of meer naar voren stappen. Dat kunnen ook dansers zijn, orators of herrieschoppers.

The Market is een initiatief van de acht musici van het Amsterdamse collectief Doek: cornettist Eric Boeren, saxofonist John Dikeman, pianisten Kaja Draksler en Oscar Jan Hoogland, bassist Wilbert de Joode, rietblazer Michael Moore, gitarist/bassist Jasper Stadhouders en trombonist Wolter Wierbos hebben speciaal voor het festival nieuw werk gemaakt, onder de naam Amsterdam Real Book. Net als bij eerdere festivals van Doek zijn er ook dit keer weer bijzondere gasten, beeldend kunstenaars, theatermakers, muzikanten en performers als Harald Austbø, Nelli Bodt, Ibelisse Guardia Ferragutti, Onno Govaert, Dana Jessen, Sieto Noordhoorn, Annelie Koning en Mola Sylla.

De beide avonden in het Bimhuis hebben elk een eigen karakter. Op vrijdag 14 juni flaneer je door de stadse chaos van City. Er is verse impro in de aanbieding: Amsterdam Real Book speelt Misha Mengelberg. Op zaterdag 15 juni verdwaal je in een Bazaar met zinnenprikkelende improvisaties uit alle windstreken. Deze dag speelt Amsterdam Real Book onder meer werk van Cor Fuhler. The Market wordt besloten in stijl met een slotfeest in sociëteit Sexyland, met optredens van Cactus Truck, Brass & Strings, Miguel & Tristan, het Nico Chientaroli Trio ft. Michael Moore en Bacchanalia: La Orquesta.

Klik hier voor meer informatie over het Doek Festival 2019.

Labels: , ,

(Maarten van de Ven, 7.6.19) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Vijay Iyer & Craig Taborn - 'The Transitory Poems' (ECM, 2019)

Opname: 12 maart 2018

Vijay Iyer en Craig Taborn speelden begin jaren 2000 samen in het negenkoppige ensemble Note Factory van Roscoe Mitchell. De beide pianisten legden daar de basis om zich als duo aan gezamenlijke creaties te wagen. De twee volgden ervoor en sindsdien ook hun afzonderlijke wegen, met eigen groepen en in uiteenlopende samenwerkingen.

Vijay Iyer (°1971) is de extroverte van de twee. Hij is fysicus van opleiding en lijkt in zijn pianospel altijd op een heel rationele manier berekend met geluid om te gaan. Die doordachte manier van muziek maken kan bij hem tegelijk heel doordrongen zijn van emotie. Craig Taborn (°1970) is de meer introverte. Hij gaat zeker niet minder berekend met geluid om, maar lijkt dat gevoelsmatiger te doen. Als een uitvinder die de nodige technieken wel voelt opkomen naargelang de muziek zich ontwikkelt.

Op 'The Transitory Poems', in 2018 live opgenomen in de concertzaal van de Franz Liszt Academie van Boedapest, is te horen hoe schitterend de samenwerking van het duo is uitgedraaid. Hun concert in Bozar in 2011 was al bijzonder spannend en indrukwekkend, dat in Leuven in maart van dit jaar was wellicht nog knapper. Deze cd is er een waarop je een twee-eenheid hoort, een ontstellend hecht duo dat soms klinkt als vier handen van één gedeeld brein. Zelfs geoefende oren die de twee pianisten al langer volgen kunnen niet de hele tijd onderscheiden wie wat aan het spelen was.

De titel van het album komt uit een vergelijking die de legendarische pianist Cecil Taylor eens maakt in een interview. Menselijke wezens maken deel uit van de natuur en zijn veel tijdelijker op deze wereld dan pakweg een berg. Dan zijn mensen "transitory poems". Tijdens hun concert in Boedapest brachten Iyer en Taborn muzikaal ode aan Taylor, die in 2018 overleed, met 'Luminous Brew'. Daarnaast speelden zij hommages voor de grote muzikanten Muhal Richard Abrams en Geri Allen, alsook voor de schilder en beeldhouwer Jack Whitten. Voor die laatste beitelden en beeldhouwden zij met een heel gericht toucher hun slagen op 'Sensorium'.

Opener 'Life Line' is met dertien minuten meteen het langste stuk op dit album. Het opent alsof het een modern ballet zou kunnen begeleiden, in een vertellijn met zowel vlotte, jazzy schwung als eloquente klassieke muziek. Behalve levendige fasen vind je er ook een van gas terugnemen, verstilling en tijd voor reflectie. De pianisten serveren elegante en sprankelende ideeën - om dat in het verdere verloop met toenemende kracht en grandeur te doen. 'Kairos' en 'S.H.A.R.D.S.', die uit kleine elementen vertrekken om zich de ene keer vrij heftig en de andere keer langer langzaam te ontwikkelen, illustreren hoe vernuftig het duo in het moment componeren. Na de uiteindelijke stroomversnelling op 'S.H.A.R.D.S.' gaat het op snel en meeslepend tempo verder in 'Shake Down'. Op 'Clear Monolith' voor Muhal Richard Abrams zoekt het duo pianistiek de superlatieven op. De gedeelde bewondering voerde hen live, en voert de luisteraar van deze cd, mee in een ode om U tegen te zeggen.

Daarop volgt die voor Cecil Taylor, die eerst traag - met een zekere subtiliteit, zeg maar - wordt geëerd door een contrastwerking tussen eenvoudige texturen, vooraleer 'Luminous Brew' in een mooie boog de noten in het rond laat vallen. Afsluiter 'Meshwork / Libation / When Kabuya Dances' gaat nog op snel elan verder om pas na straffe, hoogstaande toeren in een liefdevol slot te belanden en pakkend af te ronden.

Het gezegde wil dat mooie liedjes niet lang duren. Hier is geen sprake van liedjes, maar maken melodieën deel uit van imponerende werkstukken. Genre-etiketten schieten werkelijk tekort.

In de Jazztube zie je een gedeelte van het concert dat Craig Taborn en Vijay Iyer op 29 oktober 2016 gaven in het EMPAC in New York.

Labels: ,

(Danny De Bock, 5.6.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Bravoure naast lyriek

Gilad Hekselman's ZuperOctave, vrijdag 24 mei 2019, Koorenhuis, Den Haag

Het concert van Gilad Hekselman is tot stand gekomen in samenwerking met ProJazz. Het optreden maakt deel uit van de serie 'ProJazz in het Koorenhuis'. Het Koorenhuis is een historisch Rijksmonument uit 1663. In het verleden een plek waar handel, kunst, cultuur en onderwijs gelijktijdig plaatsvonden. Momenteel biedt het Koorenhuis een breed palet aan lessen op het gebied van dans, muziek, theater en beeldende kunst. Ook vinden er uiteenlopende culturele evenementen plaats. De geïmproviseerde muziek wordt royaal geprogrammeerd.

De reputatie van Gilad Hekselman groeit gestaag. De Israëlische gitarist heeft in 2018 het gelauwerde album 'Ask For Chaos' uitgebracht. Uit deze sessies, bestaande uit twee verschillende trio's, is dusdanig goed materiaal te destilleren dat er nog een tweede album, 'Further Chaos', wordt uitgebracht. Een van deze trio's is ZuperOctave. Een basloze line-up met Aaron Parks op toetsen en Kush Abadey op drumkit. Met zijn groep ZuperOctave, ditmaal met de fabelachtige drummer Ferenc Németh en de verassende pianist Thomas Enhco, plukt Hekselman rijkelijk uit de ruif van bovengenoemde albums.

Het trio opent delicaat met het zeer invoelbare nummer 'It Will Be Better'. Hekselman heeft dit nummer geschreven uit bezorgdheid over de wereldse aangelegenheden ten tijde van de zwangerschap van zijn vrouw. De vederlichte aanslagen op zijn gitaar en de kristalheldere, open gitaarlijnen spreken boekdelen. Het tweede nummer maakt duidelijk dat het trio ook uit een ander vaatje kan tappen. Groovy, dynamisch en met gevoel voor rock wordt strak en repetitief gemusiceerd. Met een meesterlijk en meedogenloos drummende Németh.

'Do Re Mi Fa Sol' is een dromerige en lieflijke country-ballad, met subtiele aanrakingen van de snaren en een gefloten, laagdrempelig refrein. Hekselman verandert van sfeer in 'VBlues', waar zware keyboardklanken de opmaat vormen voor een roffelende riff, vingervlugge gitaarsolo's en effectvol geladen distortion.

Opmerkelijk is dat de gitarist de elegante verfijning kan inruilen voor ruige passages en bij sommige nummers zelfs het octaafpedaal hanteert om het gebrek aan een bassist te compenseren. Zo weet hij de solo op Fender Rhodes te voorzien van de broodnodige dynamiek.

Gilad Hekselman heeft de toekomst, zowel bij het spelen van krachtige climaxen als bij het creëren van zachte, lyrische passages. Een rijke, communicatieve en krachtige instelling. Geflankeerd door een uitstekende, grensverleggende drummer (grondlegger van een drumles-app) en een talentvolle, op klassiek en jazz, geörienteerde pianist.

Concertfoto's: Louis Obbens

Labels:

(Louis Obbens, 3.6.19) - [print] - [naar boven]



Concert / Vooruitblik
Woelige wereld van onbeperkte mogelijkheden

Ken Vandermark & Terrie Ex, maandag 27 mei 2019, Parazzar, Brugge / dinsdag 28 mei 2019, Onder Stroom, Antwerpen

Met drie concerten in Vlaanderen en vier in Nederland krijgen de Amerikaanse rietblazer Ken Vandermark en zijn Nederlandse kompaan gitarist Terrie Ex een week lang volop de kans om hun originele duo-interactie in real time te exploreren. Dat leverde in het Vlaamse luik dialogen op die uitblonken in grilligheid en spontaniteit.

Je zou kunnen zeggen dat de twee behoorlijk hermetische muziek maken, al is dat ook afhankelijk van hoe je het bekijkt. Sommige muziek is ook maar moeilijk omdat je er misschien weinig of nooit aan blootgesteld werd, want wie moeite doet en de oren spitst, die vindt onder de schijnbare fragmentatie een woelige wereld van onbeperkte mogelijkheden, bakken energie en een originele kijk op de dingen. Die wereld kreeg gestalte in een handvol korte sets in de Brugse Parazzar en de Antwerpse vrijhaven Onder Stroom, waar voor het eerst een concert plaatsvond in de Oorstof-reeks van Sound in Motion. Twee sterk verschillende locaties - de een een gezellige club met karakter, de ander met de (toepasselijke) flair van een havenloods – die elk het toneel vormden voor performances met maximale vrijheid.

Voor Hessels betekent dat heen en weer stuiteren met voortdurend verkrampende sprongen, fysiek en muzikaal. Dat eerste element alleen zorgt ervoor dat je hem nooit meer vergeet. Hessels botst onophoudelijk van hier naar daar, alsof opgeslorpt in een denkbeeldige dans, schudt het instrument hardhandig alsof er wat veel vuil aan hangt, schuurt het uiteinde over de grond, bestookt het met een drumstok, gaffertape of een glas, steekt het in een uit de kluiten gewassen plant en lijkt het voortdurend de nek te willen omwringen. De gitaarhals wordt bespeeld alsof het gaat om pianotoetsen, snaren worden losgetrokken, de gitaarbody getrakteerd op droge vuistslagen en ongeduldig geklop. Heel soms zijn er liefdevolle strelingen.

Het auditieve resultaat is al even buitenissig: Hessels' gitaar huilt en jankt, schreeuwt en bokt, knort en schuurt, brengt een delirische morsecode voort, vertelt een verhaal in horten en stoten, met korte, explosieve uitweidingen en soms ook minimalistische herhalingen. Hessels speelt gitaar zoals een klein kind een grote hond benadert: vrij van angst of conditionering, benieuwd naar wat voor hem ligt. Het is best mogelijk dat je iemand hoort verzuchten dat het tijd wordt dat hij eens gitaar begint te spelen, maar tegelijk is het ook een bevrijdende sensatie om hem aan het werk te zien. Zeker als hij ook nog eens geflankeerd wordt door zo'n Vandermark, wiens aanpak minder excentriek lijkt, maar ook uitblinkt in de kunst van de instant uitvinding.

Baritonsax, tenorsax en klarinet vormden deze keer de bestanddelen voor een cadans die hem voerde langs manisch pointillisme, ronkend stuntwerk, schrille texturen en kliederende abstractie, door bruuske intervalsprongen, circulaire ademhaling en extreme dynamiek al even onconventioneel als zijn partner, maar ook met een sterke empathie. Er was regelmatig maar een halve hint voor nodig om van maximale vrijheid op twee sporen om te schakelen naar een excentrieke Q & A of een gezamenlijke toevlucht tot haast gewelddadig repetitief geharrewar. Liet de eerste set in Brugge maximale vrijheid, dan was de tweede opgebouwd uit duidelijker afgelijnde stukken waarin de wederzijdse empathie met een knalrood uitroepteken in de kijker gezet werd.

De set in Antwerpen was er dan weer eentje van de langere beweging. Minder compact en hecht, maar even divers, en opnieuw voorbij voor de inspiratie uitgeput was. Mooie bonus was daar de bijdrage van Emma Fischer, die halverwege de performance naar een klaargezet canvas stapte en in zo'n tien minuten een schilderij maakte dat de ruwheid, speelsheid én kleurenweelde van de muziek spiegelde. Het werd nog maar eens duidelijk wat er mogelijk is als je vrije improvisatie niet als een genre, maar een vorm van expressie behandelt. Deze muziek was soms taai, dwars, regelmatig ontregeld en misschien een beetje lelijk, maar de verrassingen waar sommige artiesten een hele set voor moeten sleuren, die zaten er hier in van kop tot staart.

Concertfoto's: Geert Vandepoele / Deze recensie verscheen ook op Enola.be

Terrie Ex en Ken Vandermark zijn dit weekend te zien in Utrecht (TivoliVredenburg, zaterdag 1 juni) en Nijmegen (Thiemeloods, zondag 2 juni).

Labels:

(Guy Peters, 1.6.19) - [print] - [naar boven]



Nieuws
Edisons Jazz/World 2019


De winnaars Edison Jazz/World 2019 zijn bekend. Het Jazz Orchestra Of The Concertgebouw kreeg een Edison voor hun album 'Crossroads' en vocalist Sanne Rambags met haar trio Mudita voor het album 'Listen To The Sound Of The Forest'. Andere winnaars zijn Brad Mehldau (in de categorie Internationaal), Jacob Collier (Vocaal), Fatoumata Diawara (World) en Janelle Monáe (Soul, Funk, R&B). Wie uiteindelijk de Edison voor de Jazzism Publieksprijs krijgt maakt de Edison Stichting later bekend.

De prijzen worden uitgereikt op zondag 7 juli tijdens Edison Jazz/World, dat plaatsvindt bij het Rotterdamse jazzpodium LantarenVenster. Het concert en uitreiking is onderdeel van North Sea Round Town - het fringe festival van North Sea Jazz Festival, dat van 27 juni t/m 14 juli 2019 neerstrijkt in het Rotterdamse Ahoy. Welke winnaars die avond optreden naast oeuvreprijswinnares Angélique Kidjo wordt binnenkort bekendgemaakt.

De jury bestond dit jaar uit Michelle Kuypers, Angelique Houtveen, Co de Kloet, Cor Bakker, Paul Bruger, Mathijs de Groot en meestemmend voorzitter Imme Schade van Westrum.



Labels:

(Maarten van de Ven, 1.6.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Tijdloze fusie van oost en west

Boi Akih & Zoumana Diarra, woensdag 29 mei 2019, Brouwerij Martinus, Groningen

Het nummer 'Mental Journey' was in feite emblematisch voor de werkwijze van Boi Akih. Niet alleen zwierven we hier door de mentale krochten van de groep, met een tropische storm die even snel ging liggen als hij was opgestoken, hier scatte vocaliste Monica Akihary bezielde westerse en oosterse elementen aan elkaar. Dat is de kern, fusie van deze werelden tot een tijdloos geheel.

Akihary probeert zo'n beetje in haar eentje de Molukse Harukutaal in leven te houden. In 1994 kwam ze voor het eerst met haar ouders in het eilandenrijk van haar voorvaderen en werd ze gegrepen door de snel verdwijnende culturele uitingen van de archipel. In het nummer 'Salo Au' hoorde je de Molukse tradities nog het meest onversneden doorklinken.

Elders was het mengproces met westerse improvisatiemuziek en het singer-songwriter genre in nieuwe stadia beland. Tot die westers invloeden moet zeker ook de flamenco gerekend worden. Zo hoorden we hoe de Spaanse gitaar van Niels Brouwer een gesprek aanging met een klein gamelan-carillon, zoals dat door de zangeres werd bespeeld. De toegevoegde loops met gefluit gaven de muziek een onwerkelijke sfeer.

De combinatie met de in Groningen woonachtige Malinees Zoumana Diarra (op zelfgebouwde kora's en een groot soort ngoni, voorloper van de banjo) paste in de traditie van Boi Akih om regelmatig muzikanten uit India of de Amsterdamse impro-scene uit te nodigen. Met Brouwer construeerde Diarra een fraai ruisend snarenwoud in 'Japaia’A'. Ook in 'Au Pawahé' viel het smetteloze samenspel van de snaarmuzikanten op, alsof ze al van kinds af aan met elkaar hadden gespeeld. (In feite herontdekte Akihary de Afrikaanse multi-instrumentalist afgelopen december.)

Soms leken de basklanken van de kora van ergens ver weg uit een diep grottenstelsel te komen. Zaten we in 'It' van Stephen King niet ergens in zo'n gigantische onaardse onderaardse ruimte? Nou, daar vandaan dus. Met kippenvel.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 31.5.19) - [print] - [naar boven]



Cd's
Christian Lillingers Grund - 'COR' (Plaist, 2018)

Christian Lillinger - 'Open Form For Society' (Plaist, 2019)
Opname: 30 juli - 2 augustus 2018
Dell/Brecht/Lilinger/Westergaard - 'Boulez Materialsm - Live In Concert' (Plaist, 2018)
Opname: januari 2017

Drummer Christian Lillinger is de status van debutant inmiddels al ruimschoots ontgroeid. Zijn discografie is in de afgelopen tien jaar gestaag gegroeid en we horen hem terug te midden van de grote namen van de hedendaagse, meest Duitse jazz: Simon Nabatov, Achim Kaufmann, Robert Landferman, Axel Dörner, om er slechts enkele te noemen. Vorig jaar en dit jaar voegde hij daar weer een paar opmerkelijke albums aan toe: een met een septet en een met een nonet. En verder horen we Lillinger terug in een kwartet van vibrafonist Christopher Dell.

'COR', van Christian Lillingers Grund, dateert al weer van ruim een jaar geleden, maar past te mooi in dit rijtje om te laten passeren. Met twee bassisten, Lillinger als drummer en schrijver van alle stukken, vibrafoon, piano en twee rietblazers vormen ze samen het septet. Het is in het titelstuk direct de inzet van de bassen, Robert Landfermann en Jonas Westergaard - beiden komen we regelmatig tegen in gezelschap van Lillinger - die opvalt. Zwaar en nadrukkelijk, Lillingers drums, Achim Kaufmanns piano en op de achtergrond Christopher Dells vibrafoon voegen zich hierbij in een onregelmatige ritmische structuur, de blazers - Tobias Delius en Pierre Borel - vrijspelend. 'Hiatus' begint met een prachtige combinatie van piano en bas, gerommel in de marge. Gaandeweg voegen zich hier andere instrumenten bij, maar het experiment blijft in dit stuk voorop staan. Bijzonder is de typische Kaufmann-solo met een waar spervuur aan pianonoten.

Met 'Welt Am Draht (LNCH)' verwijst Lilinger natuurlijk naar de sciencefiction tv-film die Reiner Werner Fassbinder in de jaren 70 maakte. De muziek past er prima bij, met zijn onheilspellende filmische karakter en een grote rol voor Dell en Kaufmann op Fender Rhodes, maar ook voor Lillinger zelf, die hier zijn bekkens bewerkt met de strijkstok. Het zeer ritmische 'Carotis' geeft ons een goed beeld van Lillingers kwaliteiten als divers slagwerker. Verder horen we hier Delius in een mooie, intieme solo en kleurrijk spel van Dell, met de drummer op de achtergrond. Ook 'Plastik' is het vermelden waard en dan met name door het slow-motion spel van Lillinger, waar Delius met zijn klarinet op verrassende wijze doorheen priemt, onverwacht wonderlijke klanken producerend.

Op 'Open Form For Society' pakt Lillinger nog grootser uit. Een nonet met drie pianisten: Antonis Anissegos, Kaja Draksler en Elias Stemeseder, die ook de synthesizer bespeelt, twee vibrafonisten - Christopher Dell en Roland Neffe, cellist Lucy Railton en wederom twee bassisten - Petter Eldh en Landfermann. Voorwaar wederom een imposant gezelschap. Bijna als vanzelfsprekend begint dit album met 'Piece For Up & Grand Piano And Ringmodulator', waarin we Anissegos, respectievelijk Draksler horen. Naadloos gaat het over in het ritmisch stromende 'Aorta'. Die dominantie van de piano blijft groot, overigens prachtig passend bij de vibrafoon en de marimba, zoals in 'Thür'. Meer dan 'COR' is dit 'Open Form For Society' een album waarin de nummers een onderlinge samenhang vertonen. Het is dan ook geen toeval dat ze op de achterzijde in groepen geclusterd staan, gevolgd door een vijftal 'Excerpts Of Open Form For Society (Improvisations)'. Een hoogtepunt is overigens het overdonderende 'Laktat', met zijn ritmische notenclusters op de piano's, gevolgd door het al even ritmische 'Mocking', maar dan wel in een veel trager tempo. Bijzonder is ook het vreemd ritmische 'Triangular', met een hoofdrol voor Stemeseder op synthesizer.

Met het kwartet van Christopher Dell, Johannes Brecht, Christian Lillinger en Jonas Westergaard, afgekort tot DBLW, betreden we een iets andere wereld. Het is met name Brecht die hier met zijn live elektronica een stempel drukt en zorgt voor atmosferische storingen. Dell, Lillinger en Westergaard creëren aansluitend, in het half uur dat dit album duurt, met hun akoestische instrumenten bijpassende klanksculpturen, eerder dan melodieën of ritmische structuren. De titel 'Boulez Materialism' is wat dat betreft goed gekozen, want net als deze stamvader van het serialisme, is ook dit kwartet vooral geïnteresseerd in het wezen van de klank.

Labels:

(Ben Taffijn, 29.5.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Geraffineerde onderhuidse dansbaarheid

Fred Hersch, 15 mei 2019, Flagey, Brussel

In maart stond de pianist nog in de Handelsbeurs in Gent, nu deed hij alweer Brussel aan. Maar Fred Hersch is natuurlijk Fred Hersch, en als hij komt, dan ga je. In november van 2017 speelde Hersch met zijn trio een concert in Studio 4 van Flagey, dat uitgebracht werd als 'Live In Europe'. Zolang er zich geen drama's met verdwenen digitale files voordoen, had het concert van vanavond er alles van dat er weer een fraaie soloplaat staat aan te komen. Deze Hersch was in vorm.

Het concert was aangekondigd als een soort releaseconcert rond het in 2017 verschenen 'Open Book', maar het werd al snel duidelijk dat de pianist geen zin had in een herhalingsoefening, ook al is dat dan met de bedenking dat het mooie van Hersch er net in schuilt dat je elke keer weer iets anders, of toch een aangepaste versie, te horen krijgt. Net als het concert in maart werd dit een evenwicht van standards, eigen werk en uitvoeringen van popsongs, waarbij de elegantie de overkoepelende factor is. Of Hersch zich nu een dartele weg baant door 'When I’m Sixty-Four' of een ernstiger, monochromer stuk als 'Duet' uit 'Songs Without Words'; je bent overgeleverd aan een meester die geen gimmicks, onverteerbaar drama of acrobatie nodig heeft om te imponeren.

Er zijn vast wel pianisten die technisch meer indruk maken, die een breder register aanspreken, meer temperament in hun muziek stoppen en mikken op grotere, dikker aangezette emoties, maar weinigen spelen die ballades ('Wouldn’t It Be Lovely' uit My Fair Lady, 'My Funny Valentine') zo geraffineerd, laten de onderhuidse dansbaarheid zo subtiel binnensijpelen ('Havana'), of benaderen een standard uit de vroege jaren dertig met zo'n omzichtigheid die het onvergetelijke thema heimelijk binnensmokkelt om je vervolgens helemaal te overmannen ('All Of Me'). En er is dat toucher, dat in combinatie met zijn pedalengebruik beelden oproept van een porseleinen elegantie. Hersch zou zelfs een stompende boogiewoogie met een klauwende linkerhand nog gracieus laten heupwiegen.

Het was een mooi uitgebalanceerde set, nog een beetje consistenter en langer dan die van de Handelsbeurs, waarin ook een paar mooie verrassingen te rapen vielen. Zo speelde de man deze keer twee stukken van Billy Strayhorn, lange tijd Duke Ellingtons rechterhand en een van de sleutelcomponisten van het swingtijdperk en erna. Het wat minder bekende 'Upper Manhattan Medical Group', dat Hersch opnam voor 'Passion Flower' (1996), een album met enkel Strayhorn-composities, was een hoogtepunt dat met een enorme finesse in elkaar gepast werd. Idem voor 'Lotus Blossom', uitgevoerd als derde en laatste bis ter ere van het Gay Pride Weekend.

De pianist pakt ook steeds graag uit met de muziek die hij beluisterde voor hij zich aan de jazz wijdde, en speelde naast The Beatles ook een knappe uitvoering van Joni Mitchells 'My Old Man' (uit het klassieke album 'Blue') en nam Billy Joels 'And So It Goes' op zo'n manier onder handen dat je eerder aan de hymnebewerkingen van Hank Jones en Charlie Haden moest denken dan het wat stoffig-melige origineel. En natuurlijk passeerde er naar goede gewoonte ook een stukje Monk, deze keer 'Eronel' als we het goed hebben. Ook hier: geen dik aangezette Monk-isms, maar die wat struikelende stijl (ooit geniaal omschreven als "like missing the bottom step in the dark") in een echt Hersch-kader.

Het was, kortom, alweer een heel mooi concert van een van de meest cruciale jazzpianisten van de voorbije decennia. Eentje die er in het jaar dat hij 64 wordt, en ondanks wat fysieke ongemakken, nog altijd een benijdenswaardige productiviteit op nahoudt en binnen zijn relatief traditioneel kader wel steeds een frisse wind doet waaien. Vervolg op Gent Jazz, waar hij op 6 juli speelt met de WDR Big Band.

Foto's: Geert Vandepoele & Cees van de Ven

Deze recensie verscheen ook op Enola.be

Labels:

(Guy Peters, 25.5.19) - [print] - [naar boven]



In memoriam
Cees Schrama


Hij was in Nederland een van de eersten die zich met fusionjazz ging bezighouden, maar zijn grote faam dankt hij aan zijn werk als producer en presentator van het programma TROS Sesjun. In zijn woonplaats Baarn overleed op 22 mei Cees Schrama, 82 jaar oud. Hij leed al 65 jaar aan diabetes.

Cornelis Martin Schrama werd in Den Haag geboren, als zoon van een saxofonist en een pianiste. Zelf speelde hij achtereenvolgens accordeon en gitaar, voor hij overschakelde op piano en orgel. Op zijn twintigste ging Cees het vak in; met drummer Ted Easton begon hij voor Amerikaanse militairen in Duitsland op te treden. Daarna begeleidde hij zangeres Leddy Wessel en werkte hij als studiomuzikant met onder meer de Golden Earring.

Zijn Casey and the Pressure Group introduceerde in 1969 contemporaine r&b in Nederland; later ging hij werken als producer voor Polydor en TROS-radio. Ook presenteerde hij lange tijd het Haagse North Sea Jazz Festival.

Zijn memoires en anekdotes liet hij in 2007 optekenen in het boek It don't mean a Thing: Leven met Jazz. Op de lokale omroep Baarn FM presenteerde Cees Schrama nog enkele jaren zijn programma Jazz rond zes.

Foto: Cees van de Ven

Labels:

(Eddy Determeyer, 24.5.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Elegant en efficiënt

Pavel Shcherbakov & Human Music, dinsdag 21 mei 2019, De Smederij, Groningen

De viool, in de klassieke muziek lange tijd het voornaamste solo-instrument, heeft in de jazz eigenlijk nauwelijks voet aan grond gekregen. Die pionierende New Orleans ragtime-orkestjes werden vaak door een violist geleid, Joe Venuti en Ray Nance gaven het instrument markante jazzstemmen en Artie Shaw, Glenn Miller en Charlie Parker integreerden met wisselend succes strijkerssecties in hun orkestrale sound. Maar het strijkkwartet - twee violen, altviool en cello - heeft pas de laatste jaren een ingang in de improvisatiemuziek gevonden.

Voor de Russische koperblazer Pavel Shcherbakov (trompet, bugel en trombone) was de keuze voor strijkers voor zijn Human Music voor de hand liggend. Hij heeft een achtergrond als klassiek muzikant en begon pas als student aan het Groninger Prins Claus Conservatorium met jazz. Zijn arrangementen zijn geraffineerd en elegant, ze refereren eerder aan vooroorlogse Cubaanse salonensembles dan aan vooroorlogse Europese seriële muziek. Qua sound en sfeer dus, niet in ritmische opzicht.

In 'Imagine', het openingsnummer (niet die van John Lennon) contrasteerde én versmolt Shcherbakovs trombone smaakvol met de strijkers. Dat pastorale gevoel kwam terug in '(How Do You Feel When You Have) Too Much Sugar (In Your System)', een autobiografisch geval. Met "in een droom kun je vliegen, alleen de start is moeilijk" kondigde de componist 'Flying In A Dream' aan. Het strijkkwartet zorgde voor een zuchtje wind en hop, daar vlogen we reeds. Economy Class: Shcherbakov haalt het maximale uit zo min mogelijk noten. Maar elke noot is weloverwogen en Human Music speelde op het scherp van de snede. Wonderbaarlijk, voor een ensemble dat slechts een of twee keer in het jaar bij elkaar komt. Het heeft de precisie van een 8-bits Intel Processor, de efficiency van een laminaire vleugel van het Deutsches Zentrum für Luft- und Raumfahrt, de warmte van een teerbeminde.

Concertfoto: Hammie van der Vorst

Labels:

(Eddy Determeyer, 24.5.19) - [print] - [naar boven]



Cd's
Mehmet Polat - 'Ageless Garden' (Aftab, 2018)
Mehmet Polat & Embracing Colours - 'Quantum Leap' (Aftab, 2019)


De muziek van Mehmet Polat bevindt zich op een kruispunt van culturen. Natuurlijk speelt zijn Turkse achtergrond een grote rol - al was het maar door zijn keuze voor de ud, een soort luit die een centrale rol speelt in de muziek van het Midden-Oosten - maar Polat heeft zich daar nooit toe willen beperken, heeft zich nooit in een etnisch hokje willen laten stoppen. Zijn muziek waaiert uit naar alle windstreken. Turkse muziek, Spaanse flamenco, de muziek van de Balkan, westerse jazz, de muziek van India: het krijgt bij hem allemaal een geheel natuurlijke plek. Dat was al zo op de twee albums die hij met zijn trio opnam: 'Next Spring' en 'Ask Your Heart', waarbij de diversiteit onder andere bleek uit de bijzondere instrumentatie. Naast Polat bestaat het trio uit Sinan Arat op de ney en Dymphi Peeters op de kora. Twee maanden geleden kwam echter 'Quantum Leap' uit, zijn laatste proeve van bekwaamheid waarmee de ud-speler nieuwe wegen inslaat en dat terwijl 'Ageless Garden', zijn soloalbum, hier nog niet aan bod gekomen is. Dus maar direct aandacht voor allebei.

'Ageless Garden' is een zeer persoonlijk album geworden, een soloalbum met bijdragen van gasten dat volgens Polat vol staat met stukken die hem de laatste twintig jaar hebben vergezeld. Stukken ook waar persoonlijke verhalen achter schuil gaan, zoals in opener 'Hasrat', dat verwijst naar Hasrat Gültekin, een musicus die omkwam bij een terroristische aanslag in de Turkse stad Sivas in 1993. Polat wordt in dit indringende stuk vergezeld door de percussionist Alper Kekec. Samen ontwikkelen ze een prachtig ritmisch patroon. Ook achter 'Aylan' gaat een schrijnend verhaal schuil; het handelt hier over een Syrisch Koerdisch jongetje dat omkwam in de Middellandse zee, op de vlucht voor de oorlog. We horen Polat en Kekec hier mogelijk nog indringender. Prachtig is de melancholie in het spel van Polat, iets waar de ud zich uitstekend voor leent. In het vrij lange 'Hasbihal' kon Polat de afgelopen jaar zijn emoties kwijt, meer dan in welk ander stuk dan ook, zo zegt hij zelf. Dat is te begrijpen: in dit meeslepende nummer, met prachtige ritmische accenten van de Iraniër Pasha Karami op de tombak, valt iedere noot op zijn plaats en wroet de ud-speler diep in de ziel. In 'My Urfa' weet Polat eveneens te ontroeren. In Urfa, in Zuidoost-Turkije, dicht bij de Syrische grens werd Polat geboren, twintig jaar is hij er inmiddels weg. Hier kijkt hij terug. Polats eclectische kijk op muziek horen we terug in 'Something Is Moving', waarin hij Indiase muziek inzet, met ondersteuning van de Afghaan Yama Sarchar op tabla, en 'Embrace It', waarin hij Afrikaanse ritmes gebruikt. In 'An Anatolian Bulerías' buigt hij zich dan weer over de Spaanse flamenco.

Op 'Quantum Leap' slaat Polat nieuwe wegen in. Het is het eerste album van zijn nieuwe band Embracing Colours, die naast Polat bestaat uit drummer Joan Terol Amigo, bassist Hendrik Müller en accordeonist Bart Lelivelt. Tevens horen we ook op dit debuutalbum nog een aantal gasten. In 'Expanded Lives' gaat de band direct stomend van start en mengt Polat zijn Anatolische wortels prachtig met de ritmes van de jazz. In 'Dancing Statues' speelt de muziek van de Balkan een grote rol, met een prachtige accordeonsolo van Lelivelt en in 'Falseta Mesopotámica' mengt de band op overtuigende wijze Spaanse flamenco met de vocale traditie uit Turkije. Een gastrol is daarbij weggelegd voor de zangeres Çiğdem Okuyucu. Een vlot, spannend en opzwepend nummer. Bijzonder is ook 'All Connected', met name vanwege de bijdrage van trompettist Eric Vloeimans, waarbij zijn gebruikelijke delicate geluid uitstekend tot zijn recht komt. Prachtig is ook 'Breathing Again', waarin Imamyar Hasanov een gastrol vervult op de kamancha, een snaarinstrument dat we tegenkomen in de Perzische muziek en die van de Kaukasus. 'Contemplation' is dan weer pure jazz, lekker fel, met een ritmetandem die prima op koers ligt en een grootse solo van Polat. Afsluiten doen we dit album in stijl, met het contemplatieve 'Aftermath'.

Klik hier om 'Quantum Leap' te beluisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 21.5.19) - [print] - [naar boven]



Festival
Tournai Jazz Festival 2019


"Jan Garbarek is in Nederland sporadisch te horen. Een trip naar België lijkt een noodzakelijk kwaad, maar het Tournai Jazz Festival - waar hij optreedt - blijkt alleraardigst van opzet. Tournai (Doornik) is een rustig stadje dat verscholen ligt in de noordwestelijke hoek van Wallonië, aan de grens met Frankrijk. De stad staat bekend om zijn kathedraal met vijf torens en het belfort. Beide monumenten staan op de werelderfgoedlijst van UNESCO. De Lakenhal (Halle aux Draps) is naast de Magic Mirrors gelegen aan het centrale plein van de stad: de locatie voor de concerten tijdens het vijfdaagse jazzfestival."

Op vrijdag 3 mei bezocht Louis Obbens het Tournai Jazz Festival. In de Magic Mirrors en de Halle aux Draps zag hij de concerten van Reggie Washington's Rainbow Shadow en Jan Garbarek featuring Trilok Gurtu.

Klik hier voor zijn festivalverslag.

Klik hier voor een fotoverslag van het Tournai Jazz Festival 2019 door Louis Obbens.

Labels:

(Maarten van de Ven, 18.5.19) - [print] - [naar boven]



Brandbrief
Stop de teloorgang van jazz- en improvisatiemuziek in Nederland!


Bob Hagen, oud-directeur van Stichting Jazz Impuls, voormalig jazzmuzikant en jazzpromotor luidt in een open brief de noodklok over de stand van zaken wat betreft de jazz en geïmproviseerde muziek in Nederland.

"Ik doe een beroep op jullie via deze brief, om de overheid hier op aan te spreken, rechtstreeks of middels de Raad van Cultuur. We kunnen als enthousiaste jazzliefhebbers gezamenlijk vast en zeker een gewicht maken."

Klik hier om zijn brandbrief te lezen.

Klik hier voor een interview met Bob Hagen uit 2004 over de serie jazz-dubbelconcerten die Hagen in de Nederlandse schouwburgen programmeerde.

Labels:

(Maarten van de Ven, 17.5.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Eerbetoon Misha waardig en geinig

Tribute to Misha Mengelberg - Guus Janssen, Bert van Erk & Wim Janssen, woensdag 8 mei 2019, Brouwerij Martinus, Groningen

Grosso modo kan gesteld worden dat degene die na een concert met muziek van Misha Mengelberg niet met een brede glimlach huiswaarts keert, nodig zijn of haar mediaal prefrontale cortex dient te laten onderzoeken. Al kan het natuurlijk ook zijn dat zijn of haar plastron een maatje te klein is geworden.

Humor is een belangrijk aspect van muziek. Dat maakten Guus Janssen, Bert van Erk en Wim Janssen deze woensdag in de Martinus maar weer eens duidelijk. De pianist herinnerde zich de eerste keer dat hij Mengelberg zag, dat was tijdens een concert in het kader van de roemruchte Hartewens Festivals in Haarlem, zo rond 1966. Toen het op een gegeven moment de beurt was aan de pianist om te soleren kroop die onder de vleugel, zodat iedereen zijn nek moest rekken om te zien wat daar gebeurde. Dat bleek al snel. Mengelbergs solo bestond uit de luide knal van een door de kunstenaar ontstoken rotje. Zelf zag ik hem voor het eerst tijdens een Fluxus Festival in 1964, in het Scheveningse Kurhaus. Hij speelde toen als ik me goed herinner een of ander In Memoriam dat maar doorging en doorging. Het was een soort minimal music avant la lettre, die het geduld van het publiek danig op de proef stelde.

Mengelbergs hit 'Peer’s Counting Song' dat het trio in de Martinus speelde, was volgens Guus Janssen gebaseerd op Peer Gynt die in een droom aan de componist was verschenen. Er kwam een reus in voor die een verzameling kleine mannetjes met een grote bijl op de hoofdjes mepte. Vandaar de klappen in het stuk. Over klappen gesproken: die Wim Janssen heeft veel grotere oren dan je op het eerste gezicht zou zeggen. Hij heeft totaal geen probleem met het onvoorspelbare karakter van de muziek. De drummer voorspelde zo goed als alles goed. Maar ja, dat krijg je wanneer je al een kleine zestig jaar met je broer speelt. Of een dikke zestig jaar, wat maakt het uit.

Guus Janssen heeft een heel andere pianostijl dan het onderwerp van de hommage. Hij heeft inmiddels waarschijnlijk reeds aanzienlijk meer noten gepeeld dan Mengelberg (1935-2017) in zijn hele leven. Dat maakt hem geknipt voor dit tribuut. Gewoon beetje noten weglaten en zo. De onwaarschijnlijk grote contrasten in dynamiek en stijl, daar draait het om. 'Een Beetje Zenuwachtig' bevat elementen die heel goed in de begeleidingspartij voor de tropische troubadour Thom Kelling anno 1956 hadden gepast. Of voor Harry Belafonte. Maar er zit ook altijd een opstandig element in, iets ontregelends. Door zijn voet tegen de snaren van het staande instrument te plaatsen maakte Janssen er een soort instant prepared piano van met een totaal ander geluid. In 'Reef Und Kneebus' worden slinks calypso-elementen geschoven. De zeer dichte structuur ontwolkt zich in lieflijk, bijna onhoorbaar elfengetokkel op minuscule harpjes.

De composities van Mengelberg, dat schreef ik geloof ik al eens, hebben een hoog evergreengehalte. De spreekwoordelijke slagersjongens hadden ze zó kunnen fluiten, tussen mopjes van de Jazz Messengers en Dave Brubeck door. Maar ja, slagersjongens, kom er nog maar eens om. Er zat weinig anders op dan ze zelf maar te fluiten, zo goed en zo kwaad als dat ging, op weg naar de legerstede.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 14.5.19) - [print] - [naar boven]



Cd
Benjamin Sauzereau - 'Solo' (Suite, 2018)

Opname: maart 2017

De Franse, maar in België woonachtige gitarist Benjamin Sauzereau is een opmerkelijke verschijning in het jazzlandschap. Hij maakt deel uit van experimentele bands als Les Chroniques de l'Inutile, Easy Pieces, Philémon, Le Chien Qui Ne Voulait Pas Grandir en het duo Sauzereau/Roosens. Daarnaast is hij terug te horen op albums van Book Of Air - het project van de gebroeders Cools, Eve Beuvens Heptatomic en het Jens Maurits Orchestra. Maar Sauzereau is zeker ook niet vies van andere muzikale werelden, getuige zijn deelname aan de experimentele popband Wolke, de soulband Blue Monday People, de Caribische dansband Marie Galante en zijn samenwerking met zanger Karim Gharbi.

Een tijdje geleden voegde hij daar een soloalbum aan toe, uitgekomen bij Suite, het label dat hij drijft met Bouttery. Eenvoudigweg zo genoemd: 'Solo'. Simpeler kan niet, ook niet qua instrumentatie, want Sauzereau beperkt zich hier vrijwel het gehele album tot de akoestische gitaar zonder toevoegingen. En ook op dit album horen we in elf relatief korte stukken de eclectische aanpak van deze gitarist terug. Zo heeft opener 'Le Subterfuge' het ritme van americana, wat Sauzereau hier vakkundig mengt met een vleugje Afrikaans en een flinke scheut jazz tot een volstrekt eigen brouwsel. 'L’Habitude' is dan weer intiem, met rustiek getokkel. Maar ook dit nummer refereert meer aan roots dan aan jazz.

Nu ja, in 'Harry Lime' - waarmee Sauzereau natuurlijk verwijst naar het beroemde thema dat Anton Karas in 1949 schreef voor de film 'The Third Man' van Carol Reed - horen we hem naast gitaarspelen, waarbij het geluid wel wat weg heeft van Karas' zither, ook fluiten. Een speels eerbetoon aan deze klassieker. Fraai is ook het spel in 'Rivage', waarin de gitarist voor de eerste keer effecten gebruikt in zijn spel, waarmee hij een serie sfeervolle klankwolken creëert. Wegdromen gegarandeerd.

De blues horen we terug in 'L’Objet', middels een loom ritmisch patroon, dat de gitarist steeds laat terugkeren als rotsen in een meanderende rivier. Mooi verhalend is 'Singuliers', voorzien van een weemoedige ondertoon, een nummer waarin we volop van de kwaliteiten van de akoestische gitaar kunnen genieten. Iedere noot krijgt hier de ruimte, mag in de ijle lucht verdwijnen, pure poëzie. 'La Mauvaise Raison' klinkt al even intiem, heeft iets zuidelijks in zijn klank en doet je verlangen naar de zomer. Heerlijk zoekend, experimenteel en heftig klinkt Sauzereau in 'Imminent', een stuk dat weer een andere kant van zijn meesterschap belicht. Dit kan zo maar op een metalalbum. Afsluiten doet hij dan weer intiem met 'Quiproquo'. Een mooi slot van een bijzonder stijlvol album.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Foto: Cees van de Ven

Labels:

(Ben Taffijn, 13.5.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Beats meet electronics

Mark Guiliana's Beat Music, zaterdag 27 april 2019, Paradox, Tilburg

Mark Guiliana heeft het in zich een cultstatus te bereiken. Hij is een gelauwerd drummer die zich als bandleider profileert in het hardbop-metier en in meer eclectische stijlen. Hij rekt de grenzen van het drummen op en begeeft zich als begeleider zowel in de geïmproviseerde muziek als tussen de groten binnen populaire stromingen.

Met zijn project Beat Music heeft hij tal van geestverwanten om zich heen verzameld die het krachtenveld en de onmetelijke mogelijkheden van de groove onderzoeken. Om zijn nieuwe plaat te promoten treedt Guiliana op met Chris Morrissey op elektrische bas, Samuel Crowe op keyboards en electronic devices en Nicholas Semrad op keyboards. De samensmelting van keiharde, akoestische en elektronische percussie, een meedogenloze bas en oorverdovende synths en elektronica kent ook in Paradox zijn gelijke niet.

Jong en oud, nieuwsgierigen en kenners, met of zonder oordoppen, verzamelen zich voor een extatische vuurproef. Geen verfijning en nuance zoals in het hardbop-project Jersey. Ook is er geen sprake van improvisatie zoals in de traditionele betekenis van het woord. Ondanks dat het optreden klinkt als een oorverdovende geluidsorgie is het grootste deel van de muziek gecomponeerd. Maar volgens een interview met Guiliana vinden op detailniveau wel degelijk verschuivingen plaats met betrekking tot articulatie, duur van de noten en waar de ruimtes ingevuld en leeg gelaten kunnen worden.

De muziek, vermengd met vele vocale samples, kenmerkt zich door repetitieve ritmes, zwaar resonerende, bedwelmende baslijnen en onheilspellende, spacy effecten. Dansbare en jeugdige muziek, vol groove. Gevoelszintuigen worden geraakt door reggae, door hiphop-breaks en door techno gedomineerde ritmische structuren. Donkere sferen met minimalistische uitgangspunten zorgen voor een diffuus beeld, soms te monotoon, dan weer verrassend voorzien van bruuske wendingen. Het spel is indrukwekkend, hard en dynamisch, maar ook eentonig en onnavolgbaar door een opeenstapeling van soms kitscherige synths.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 12.5.19) - [print] - [naar boven]



Lp / Boek
Eric Thielemans & Billy Hart - 'Talking About The Weather' (Oorwerk, 2019)

Opname: 6-9 januari 2018

Het was een idee dat ontstond toen Eric Thielemans het kleine podium cureerde tijdens Jazz Middelheim 2016. Een dialoog met docent en collega-drummer Billy Hart. Een gesprek op én naast het podium, zoals vrienden dat voeren: associatief, ongedwongen en vrij. Het resulteerde in 'Talking About The Weather', een vinylplaat + boek die het alledaagse en het artistieke in een bijzonder evenwicht houden.

We spraken Thielemans kort voor de sessies die tot deze release zouden leiden, en toen verwees hij al naar Louis Malles cultklassieker 'My Dinner With Andre' (1981). Nu blijkt het geen loze referentie te zijn. Ook daar kon je een buitengewone spreidstand detecteren. Het is een film die de traditionele regels aan z'n laars lapte, een theaterdialoog die op het grote scherm belandde. De rol van Malle als regisseur was minimaal, want de focus is een gesprek tussen twee oude vrienden die na lange tijd nog eens samenkomen in een restaurant en er twee uur op los discussiëren. Afwisselend associatief en gefocust, met een brede waaier aan thema's, een oefening om twee tegengestelde visies samen te brengen in discussies over mens, maatschappij en levenshoudingen.

'Talking About The Weather' heeft niet het uitgeschreven scenario van de film, maar hinkt al net zo eigenzinnig op twee gedachten. Enerzijds gaat het om een gesprek van twee vrienden. Spontaan, gewoon, met veel uhs en yeahs en you knows. Maar het tast tegelijkertijd ook veel dieper, net omdat ze daar hun tijd voor kunnen nemen. 'My Dinner With Andre' was een film over twee mannen die eten en (vooral) spreken, maar het was ook een film die volledig vrij was van clichés. Het geldt ook voor deze release, al zal dat geen verrassing zijn voor wie ooit al in gesprek ging met Thielemans. De man is een spraakwaterval ("I can get really lost in words", laat hij hier ook optekenen), een denker en een filosoof, die zijn tijd neemt om gedachten te ordenen of perspectieven onder woorden te brengen.

Het 64 pagina's tellende boek is een weerslag van (een deel van) de gesprekken die Thielemans en Hart drie dagen na elkaar voerden; voor, na en tussen de muzikale opnames. Een deel daarvan werd vastgelegd in de studio, met die intentie, maar de Belg nam ook de gesprekken op die plaatsvonden in de keuken van de studio. Misschien om een soort van polyfone uitkomst te krijgen. De realiteit wil echter dat alle gesprekken, alle fragmenten eigenlijk deel uitmaken van een groter geheel. Voor wie nood heeft aan focus en compactheid kan dat meanderend en breedsprakerig zijn (Hart verbaast zich ook expliciet over Thielemans' woordenschat), want zelfs gesprekken die starten bij concrete vragen leiden soms tot filosofische uitweidingen. Wat voor de twee bij momenten misschien aanvoelde als shooting the shit heeft regelmatig iets van een esoterische reis met vele zijsporen.

De gespreksonderwerpen variëren van welomlijnde thema's tot dingen die in een algemener kader passen, van de connectie tussen lichaam en geest, het verschil tussen zien en kijken en horen en luisteren, van perspectieven, ervaringen en creativiteit. Bovenal gaat het echter om (zelf-)bewustzijn, manieren van musiceren, van leren en van in het leven staan. Over resonanties, zelfonderzoek en ideeën delen. Het is de leerling die vaak het voortouw neemt, maar zijn voormalige leraar, een autodidact die uitgroeide tot een van de karakters van zijn generatie, fungeert als klankbord. Die vorm van verbale communicatie vindt ook z'n weerslag in de muziek. "I mean, we are playing the way we're talking."

De plaat bevat geen drum battle. Je hebt niet te doen met twee drumgoochelaars die elkaar à la Gene Krupa en Buddy Rich de loef proberen af te steken. "I mean it's already fucking abstract," vat Hart samen in een van de laatst opgenomen gesprekken. Niet dat de muziek moedwillig dwars doet of uitmondt in het soort spielereien waarvan je je afvraag wat er precies gaande is. Integendeel: de twee zitten in het moment en ze spelen. Ze spelen met patronen, resonanties en flow. Laten zich meevoeren. Ze spelen met hun instrumenten, met elkaar, met ritme en muziek.

'Talking About The Weather' is een gesprek tussen vrienden, met woorden en muziek. Over wat het betekent om een artiest te zijn. Misschien nog algemener: hoe je in het leven kan staan en hoe je dat onder woorden kan brengen, of vertalen in muziek. Zonder verwachtingen en onbevangen. En in deze tijden van overkill, van veel moeten en vooral veel presteren, is dat ronduit bevrijdend om te horen.

Foto: Cees van de Ven

Deze recensie verscheen ook op Enola.be

Labels: ,

(Guy Peters, 12.5.19) - [print] - [naar boven]



Concert / Cd
Nature Work live

vrijdag 3 mei 2019, Paradox, Tilburg
Nature Work - 'Nature Work' (Sunnyside, 2019)
Opname: 2018

Een heuse primeur voor het Tilburgse Paradox: een gloednieuwe band met een gloednieuwe cd en dan het eerste concert in een Europese tour. En niet zomaar een band! Nature Work ontstond in 2017 uit een idee van altsaxofonist Greg Ward en basklarinettist Jason Stein, beiden meer dan bekende musici in de Chicago-scene, die elkaar onder andere kennen van Mike Reed's Flesh & Bone. Zij vroegen meesterbassist Eric Revis, onder andere bekend van het Branford Marsalis Quartet, maar ook van samenwerkingen met trompettist Avishai Cohen en Steve Coleman en de zeer ritmisch drummende Jim Black, bekend van Tim Berne's Bloodcount en zijn samenwerkingen met Uri Caine en Kris Davis, om mee te doen. En ziedaar: een nieuw powerkwartet was geboren!

In tegenstelling tot wat gebruikelijk is, besloot dit kwartet eerst maar eens de studio in te duiken om het titelloze debuut op te nemen en vervolgens in Europa te gaan toeren, met Paradox dus als eerste halte. Het is een gloedvol project geworden, dit Nature Work. Revis en Black leggen in de meeste nummers een meeslepende groove, waar Stein en Ward enerverend op soleren. Reeds in 'The Shiver' - de band speelt de stukken in dezelfde volgorde als het nieuwe album - is het raak.

Na een springerig blazersintro barst de ritmetandem los en spreidt het bed voor twee extended solo's, eerst Ward, dan Stein. In 'Hem The Jewels' gaat het tempo wat naar beneden. Dit is een wat slepende, melancholische ballade. Revis kondigt hem aan met een saxsolo doortrokken van de blues, terwijl een kreunende, sputterende Stein er op basklarinet verder vorm aan geeft. 'Zenith' vangt aan met een zeer pakkende en ritmische solo van Black, doorsneden met unisono gespeelde akkoorden van de blazers en krijgt zijn vervolg met een meeslepende melodische structuur. In 'Opted Fopter' krijgt de naam Nature Work een extra dimensie: het zijn aanvankelijk de geluiden die we associëren met het ontluiken van de natuur die hier door de musici ten gehore worden gebracht. Subtiele, speelse klanken monden uit in een aantrekkelijke melodie.

Na de pauze zit de tweede ballade, 'Cryptic Ripple', die klinkt als een langzame dans. Maar wat rustig begint krijgt gaandeweg wel steeds meer dynamiek. Als opmaat voor het stomende 'The Source', waarin andermaal Revis en Black hun trukendoos opentrekken en zo Ward en Stein de mogelijkheid bieden om op hun blaasinstrumenten te excelleren.

Nature Work treedt op zondag 12 mei op in het Antwerpse CoStA, een concert georganiseerd door Sound in Motion.

Foto: Louis Obbens

Labels: ,

(Ben Taffijn, 11.5.19) - [print] - [naar boven]



Cd's / Jazztube
Celano / Badenhorst / Baggiani - 'Lili & Marleen' (Clean Feed, 2018)

Opname: november 2016
Watussi - 'Stargazers' (Klein, 2019)
Opname: januari 2017

De Belgische rietblazer Joachim Badenhorst, we mogen graag naar hem luisteren. Zeker als hij zich in goed gezelschap begeeft, zoals het geval is bij deze twee trio's. Met de eerste, dat hij vormt met de in Nederland residerende gitarist Guillermo Celano en drummer Marcos Baggiani nam hij voor Clean Feed 'Lili & Marleen' op, waarin Badenhorst melancholiek aanvangt in het titelnummer (zonder '&'). Speelser is 'Inferno Baby', waarin hij de basklarinet hanteert. Korte melodische patronen, door Baggiani met gerichte roffels ondersteund, worden afgewisseld met abstracte klanken. En let hier ook zeker op Celano, die op de achtergrond voor vuurwerk zorgt.

Bijzonder zijn ook 'Cain & Abel' en 'Abel & Cain'. Badenhorst en Celano bouwen hier aan een prachtige abstracte klankstructuur, terwijl Baggiani zorgt voor contrasterende ritmische patronen. In de tweede van dit paar horen we daarnaast Celano met een zeer felle gitaarsolo. 'Comacina Dreaming', een klassieker van Badenhorst die we ook vinden op 'Metamorphosis' van Lama waar Bandehorst tegenwoordig eveneens deel vanuit maakt, is een juweel. We horen hier allereerst Celano in prachtig intiem, resonerend gitaarspel, wolken van klank, gevolgd door Badenhorst met fluweelzachte noten op de basklarinet. Zoetgevooisd en krachtig tegelijk. En dan Baggiani: hij plaatst hier accenten, slaat piketpaaltjes. In 'Paranoid' is het eveneens het ritmische slagwerk dat opvalt, naast het aan rock verwante gitaargeluid van Celano.

Het trio Watussi vormt Badenhorst samen met pianiste Ingrid Schmoliner en bassist Pascal Niggenkemper. Na het titelloze debuut uit 2013 kwam onlangs 'Stargazers' uit bij Badenhorsts eigen label Klein, met wederom prachtig artwork: de cd zit in een eenvoudig kartonnen hoesje, met opdruk van een stempel. Dat geheel zit op zijn beurt weer ingevouwen in een poster met een foto van twee lelies. Het album downloaden kan natuurlijk ook, maar dan mis je dit element wel.

Het album begint met 'Phonno'. Langgerekte, vreemde klanken horen we. Uit alles blijkt dat hier niemand zijn instrument op klassieke wijze bespeelt: Schmoliner bewerkt de snaren in de piano en Badenhorst hanteert zijn klarinet op bijzonder onorthodoxe wijze. Gezamenlijk presenteert het trio hier een spookachtig klanklandschap. 'Dana' bestaat uit veldopnames van een groep kinderen, pratend en zingend. Een fraai intermezzo, waarna het trio in het ritmisch vibrerende 'Gar' zijn weg vervolgt. Opvallend op dit album - en 'Jauk' is hier een mooi voorbeeld van - is de inzet van de piano. Door de diverse preparaties klinkt deze meer als slagwerk dan als het traditionele instrument. Ze speelt hier een ritmisch patroon dat veel wegheeft van een marimba. Voeg hierbij Niggenkemper en Badenhorst met zeer onorthodoxe, piepende en krakende klanken en het feest is compleet.

Al even spannend klinkt 'Aves', waarin een hoofdrol is weggelegd voor Badenhorst en zijn klarinet, te midden van sinistere klankwolken. Mooi klarinetspel ook in 'Quercy', knisperend hoog, te midden van weer die typische klanken van de piano en een enthousiast experimenterende Niggenkemper. Dan zijn in 'Yushu' die kinderen weer terug, nu nog een paar graden enthousiaster, heerlijk door elkaar blèrend. Rest nog 'Zonda', dat klinkt als een machine, vol op stoom. Wie hier nu precies welk geluid produceert blijft onduidelijk, maar opwindend is het wel. Een waardige afsluiter van een opmerkelijk album.

In de Jazztube zie je een concert van Celano, Badenhorst & Baggiani, opgenomen op 29 januari 2019 in het Jazzatelier in Ulrichsberg, Oostenrijk.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 5.5.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Een muzikaal en maatschappelijk statement

Keyon Harrold, donderdag 25 april 2019, LantarenVenster

Jazztrompettist Keyon Harrold, geboren en getogen in Fergusan, Missouri, heeft een missie. Naast zijn gedrevenheid om zich muzikaal te onderscheiden komt tijdens het optreden een tweede passie aan het licht. Harrold is een man met als credo Peace and Love. Hij grijpt meerdere momenten aan om vol verve 'gelijkheid, tolerantie en compassie' uit te dragen. Ook toont hij zich kwetsbaar over zijn persoonlijk leven.

Harold speelt in Rotterdam overwegend muziek van zijn debuutalbum 'The Mugician' uit 2017. Hij wordt ondersteund door Julius Rodriguez op akoestische piano en keyboards, Burniss Travis op basgitaar en contrabas en Charles Haynes op drums. Het concert start met een messcherpe trompetsound van Harrold in de vertolking van 'Voicemail'. In een sample, afkomstig van het album, wordt op zijn telefoon een oorspronkelijk, liefdevol en inspirerend bericht achtergelaten door zijn moeder. Hierna volgt het kwartet zijn weg in een funky mood, voorzien van felle ritmes en geagiteerde, veelkleurige trompetsolo's. Melodieus en vol groove.

In het titelstuk wordt de magie van het goochelen verbonden met muziek. Pakkend en enerverend worden muzikale helden in herinnering gebracht. Harrold blijkt ook goed uit de voeten te kunnen met een meer abstracte compostie. Rafelig, virtuoos balancerend op het slappe koord, baant de trompettist zich een weg vol risico's en uitdagingen. Als klap op de vuurpijl speelt hij, kort maar krachtig, een nummer uit het oeuvre van Miles Davis' Second Great Quartet. 'Her Beauty Through My Eyes' is een lovesong pur sang! Rap en zang omlijsten dit emotioneel geladen stuk, dat handelt over de kunst van het onderhouden van relaties. Een ultieme ontmoeting tussen jazz, hiphop en soul.

Harrold maakt een statement in 'MB Lament'. MB staat voor Michael Brown, de man die in 2014 in Ferguson, Missouri, dodelijk in zijn rug wordt geraakt door een kogel van de politie. Dit geweldadig incident heeft grote raciale rellen tot gevolg. Het aanvankelijk donkere trompetspel is een krachtige weerslag van het gevoel van de Afro-Amerikanen: BLACK LIVES MATTTER! Het raakt de luisteraar meedogenloos in het hart. Het nummer is zeer intens, de stemming verandert langzaam van naargeestig naar optimistisch. Deze sfeer wordt gecontinueerd in de overbekende hymne 'We Shall Overcome', het klassieke lijflied van de Civil Rights Movement.

Het slotstuk is weer persoonlijk van aard. Harrold vertelt dat in het begin van zijn muzikale loopbaan alle muziekschema's van een schoolopdracht uit zijn auto zijn gestolen. De enige compositie die hij zich nog kan herinneren is 'Stay This Way', een mix van hiphop en jazz én een ode aan zijn jonge zoon.

Keyon Harrold is een trompettist met een messcherpe toon, technisch onderlegd en buigzaam in het muzikaal navigeren. De melodieën zijn pakkend en zijn spel is bruisend en emotioneel geladen. Zijn stijl is geworteld in de jazz, maar hij voegt op organische wijze elementen uit hiphop, r&b en soul toe. Maar boven alles wil Harrold een maatschappelijke boodschap van verbinding uitdragen.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 3.5.19) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.