Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Festival
Doek Festival 2020

LOOT, zaterdag 1 augustus 2020, Bimhuis, Amsterdam / Owlman, zondag 2 augustus 2020, De Roze Tanker, Amsterdam

Het Doek Festival 2020 zit erop, een van de weinige festivals die, weliswaar met twee maanden vertraging, dit jaar doorgingen. Een prestatie van formaat. Echt druk was het niet, ondanks een nog steeds rondwarend virus zijn toch veel mensen met vakantie en toeristen trekt dit niet, maar wel heel sfeervol en gezellig. En het bood een prima gelegenheid voor alle musici om weer eens samen te spelen voor publiek - alleen al een reden om het festival, met wat extra geld van het Fonds Podiumkunsten toch te laten doorgaan. Ik was erbij op zaterdagavond in het Bimhuis en op zondagavond in De Roze Tanker, maar vernam dat ook de andere concerten kwalitatief zeer de moeite waard waren.

Helaas ging van de twee aangekondigde concerten in het Bimhuis er maar één door. Aangezien drummer Tristan Renfrow keelklachten had, besloot het trio van Ada Rave, Marta Warelis en eerstgenoemde niet op te treden. Aangezien ze met hun drieën intensief hadden geoefend, hoorde een duoset van Rave met Warelis helaas ook niet tot de mogelijkheden. Gelukkig was LOOT, dat voor de tweede set stond geprogrammeerd, bereid om het programma twee keer te spelen. Het splinternieuwe kwartet rondom pianist Oscar Jan Hoogland had simpelweg nog niet genoeg materiaal om dat te voorkomen. Voordeel hiervan is dan wel dat je een beter beeld krijgt van de stukken. Hoogland sluit in zijn nieuwe werk aan bij de traditie zoals ooit ingezet door Misha Mengelberg onder de naam instant composing en later opgepakt door anderen, zoals Guus Janssen. Net als zijn illustere voorgangers koos ook Hoogland ervoor om een geraamte te componeren en dat door rietblazer Ab Baars, bassist Uldis Vitols en drummer Onno Govaert nader te laten invullen.

Deze nieuwe stukken van Hoogland zijn in de kern opvallend gestructureerd en melodisch. Een belangrijke rol daarbij is weggelegd voor Baars, die we in bijna alle stukken horen op tenorsax en één keer op klarinet, maar Hoogland zou Hoogland niet zijn als hij diezelfde melodieën niet regelmatig groots zou laten ontsporen. Zo treffen we in dit nieuwe werk dus een krachtige mix tussen het duidelijk voortbouwen op de traditie van de jazz en frisse, speelse experimenten, waarin we de signatuur van Hoogland overduidelijk herkennen. Neem 'Sleeping Policeman' met dat overduidelijk melodische patroon, maar tegelijkertijd heeft Baars' spel hier iets ongrijpbaars en belanden we met de daaropvolgende passage voor trio in speelse chaos.

Een hoogtepunt van het concert is zonder meer het tweeluik 'Impala' / 'Lamantijn' (die laatste behoort tot de soort van de zeekoeien). In 'Impala' zie je dit lenige beestje rennen en springen op de kwikzilveren pianoaanslagen, terwijl het kwartet in 'Lamantijn' kiest voor spaarzaamheid en zich richt op de kleur van de klank. Vliedend, als de zee waarin dit logge beest ronddobbert. Mooi hoe Baars hier onverwachte klanken uit het mondstuk van zijn tenorsax tovert, die prachtig blijken te mengen met Vitols' bas en het brushesspel van Govaert.

Maar optreden blijft improviseren dezer dagen. Zo staat Owlman, het nieuwe octet van Nico Chientaroli op zondagavond in het pand van De Roze Tanker, terwijl het publiek buiten zit, de band bekijkend en beluisterend door de twee openslaande deuren. Het komt de akoestiek allemaal niet ten goede en zeker bassist Renato Ferreira, drummer Onno Govaert en Chientaroli zelf zijn - doordat ze wat meer aan de zijkant staan - niet altijd optimaal te horen. Maar ja, beter zo dan geen concert. Gelukkig ligt het volume door de duidelijke aanwezigheid van een elektrische component over het algemeen redelijk hoog. En hiermee komen we bij het uitgangspunt van dit octet, dat op deze avond door het ontbreken van cellist Pau Sola tot septet is gereduceerd: een band formeren waar akoestische en elektrisch gelijk opgaan. En dus vinden we hier drie blazers, drums en piano aan de ene kant en elektrische gitaar, bas en synthesizer aan de andere.

Het levert muzikaal een boeiende mix van jazz, rock, blues, Zuid-Amerikaans, slam poetry, punk, experimentele elektronica en geluidskunst. Een eclectische mix kortom van verrassende klanken van een musicus die al eerder heeft bewezen tot de experimentele voorhoede te behoren. Het is te hopen dat Chientaroli met dit project doorgaat en we eerdaags onder betere omstandigheden nog eens van deze wonderlijke muziek kunnen genieten.

Cristina Marx a.k.a. Photomusix maakte van beide concerten fotoverslagen op Facebook: klik hier voor LOOT en klik hier voor Owlman.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 8.8.20) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Rorschach - 'Rorschach' (El Negocito, 2019)

Opname: 31 juli / 1 augustus 2017
DOKO - 'Ikebana' (El Negocito, 2019)
Opname: 16-17 maart 2018

Het Gentse El Negocito-label is voor de Belgische jazz al enkele jaren van onschatbare waarde. Niet alleen worden er met grote regelmaat nieuwe cd's uitgebracht - het was El Negocito dat albums uitbracht met opnames van het helaas ter ziele gegane JazzCase - ook als concertorganisator is Rogé, de man achter het label, zeer actief. Zo waren er deze maand meerdere gratis concerten in het Gentse Citadelpark te bezoeken en wordt dit vrijdag 7 en zaterdag 8 augustus herhaald. Om u een indruk te geven van de veelzijdigheid van dit label besteden we hier aandacht aan twee vrij recente albums.

Allereerst hebben we de bijzondere combinatie van twee pianisten, Seppe Gebruers en Erik Vermeulen, en twee drummers, Eric Thielemans en Marek Patrman, en hun album 'Rorschach'. Voor wie de Belgische scene een beetje volgt, weet dat we hier met het neusje van de zalm van doen hebben. Mooi is de zin die afgedrukt staat boven de zeven stukken zonder titel: "Please, title the music pieces with your own associations. Thanks." Tja, het heet allemaal niet voor niets 'Rorschach'. Goed, dan zal ik u niet vermoeien met mijn associaties, beluister het album daarvoor vooral zelf. En dus richt ik mij op de klanken die vrij over elkaar heen buitelen, langs elkaar schuren, tumultueuze verrichtingen waarbij de pianisten opvallend percussief spelen. Vrije improvisatie kortom, op het scherpst van de snede. Spaarzame ingetogen momenten, het tweede stuk bijvoorbeeld, waarin duidelijk ook de binnenkant van de piano wordt bespeeld, vormen daarmee een boeiend contrast. En zowaar, in het derde stuk verwijst de muziek naar een melodie, maar ook niet meer dan dat. Onstuimig, maar wel ritmisch klinkt aanvankelijk de vierde improvisatie, mooi bedachtzaam het vervolg. Het vijfde stuk is verreweg het langste van het album en tevens het meest melodieuze, met dank aan de pianisten.

De Oostenrijkse saxofonist, klarinettist en geluidskunstenaar Gregor Siedl werkt al enige jaren samen met de in Brussel residerende drummer Nicolas Chkifi onder de naam DOKO. Een Japans woord dat vertaald zoiets betekent als 'waar?'. Een groepsnaam die prima het uitgangspunt van dit duo afdekt: het ontstaat volledig in het moment, blijkt ook uit hun album 'Ikebana'. En het tekent El Negocito dat beide albums, het hierboven genoemde 'Rorschach' en dit 'Ikebena' verschenen bij één en hetzelfde label. Ze hebben de improvisatie met elkaar gemeen, maar dan heb je het ook wel gehad. 'Ikebana' is pure experimentele elektronica met stevige techno-invloeden en zal zeker niet iedere jazzliefhebber aanspreken. Avontuurlijke geesten die over de schutting durven kijken, zullen de stevige ritmes in 'Sweet Violet' en het speelse noiseritme in 'Rattlesnake Master' echter zeker weten te waarderen. Mooi hoe Siedls elektronica en Chkifi's slagwerk elkaar aanvullen en versterken tot een verdichte klanksculptuur. Bijzonder is ook de felle hectiek in 'Wild Indigo'. Het lijkt wel of we hier met een complete bigband van doen hebben in plaats van met een duo! In 'Schwitchwort' wordt de taal erbij betrokken met samples van woorden die ritmisch de zaal in worden geslingerd. En in 'Cattail II' gaan de twee zich prachtig te buiten aan een stortvloed van klanken. Beluister ook zeker het speelse 'Go-To-Bed-At-Noon'. De combinatie van Siedls spel op de sax in het allerhoogste register en Chkifi's zeer aparte percussie is van grote klasse. Iets dat overigens ook geldt voor het vervolg, waarin Siedl overschakelt op de analoge synthesizer.

In de Jazztube hierboven zie je een live-uitvoering van '4.....' door Rorschach.

Op vrijdag 7 en zaterdag 8 augustus organiseert El Negocito weer concerten in het Gentse Citadelpark, met per dag 4 optredens. Zie hier voor meer informatie.

Labels:

(Ben Taffijn, 4.8.20) - [print] - [naar boven]



Cd
Yuri Honing Acoustic Quartet - 'Bluebeard' (Challenge, 2020)


Saxofonist Yuri Honing is een muzikant die zich door van alles laat inspireren. Literatuur, schilderkunst, geschiedenis, jazz en klassieke muziek: ze komen allemaal samen in de albums met zijn akoestische kwartet, waarin hij zich laat ondersteunen door bassist Gulli Gudmundsson, pianist Wolfert Brederode en drummer Joost Lijbaart, die hem al bijstaat sinds zijn debuut 'A Matter Of Conviction' uit 1992.

Voor 'Bluebeard' liet Honing zich inspireren door het gelijknamige personage, vooral bekend door het sprookje van Charles Perrault en sindsdien al opgedoken in het werk van talloze schrijvers (van Vonnegut tot Max Frisch), componisten (Bartók) en zelfs in Suske en Wiske.

Meer specifiek was het eigenlijk een sonnet van Edna St. Vincent Millay over Blauwbaard, dat Honing zelf voordraagt in 'Sonnet No. 6 Bluebeard'. De andere titels verwijzen naar werk van (onder anderen) Lord Byron, Elisabeth Bishop en Dylan Thomas. De muziek is vanaf 'Bluebeard Maze' doorgaans traag en sereen - op het etherische af - met Honing die een zalvende sax blaast over een ondergrond van ruisende cimbalen, wiegende baslijnen en spaarzame pianotekeningen. Meerwaarde is ook Brederode's gebruik van harmonium en vibrafoon, wat het droomkarakter van 'Bluebeard' nog eens extra benadrukt.

Bij het beluisteren van deze Scandinavisch getinte brokjes lijkt het haast ondenkbaar dat Honing ooit nog enkele platen opnam met Misha Mengelberg. Je benadert deze composities dan ook best niet als weinig substantiële wandelingen met een teveel aan zuurstof en een tekort aan weerhaakjes, maar als uitgepuurde, haast minimalistische hersenschimmen, pogingen om het suggestieve van poëzie in muziek te vertalen.

Hier en daar hebben de stukken door de beperkte dynamiek en parelende uitvoeringen de neiging om in elkaar over te vloeien, maar te vroeg afhaken zou jammer zijn. Helemaal aan het einde heeft het kwartet met 'Do Not Go Gentle Into That Good Night' immers een onderhuidse broeierigheid te pakken die duidelijk maakt dat elke benevelende noot van tel is.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be

Foto: Cees van de Ven

Labels:

(Guy Peters, 2.8.20) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Antimufa - 'Grillos' (Patagonia, 2019)

Opname: 15 april 2018
Trio Humana - 'Live in De Pletterij' (YouTube, 2020)
Opname: 8 juli 2020

De sprinkhaan op de hoes van 'Grillos', het vorig jaar verschenen album van het Argentijns-Nederlandse Antimufa zit mij al enige maanden aan te kijken. Het album is het zoveelste bewijs van de vruchtbare samenwerking tussen gitarist Guillermo Celano en drummer Marcos Baggiani. En ik loop achter, want inmiddels zijn de twee ook al Trio Humanes gestart met de Mexicaans-Nederlandse bassiste en vocaliste Fuensanta Méndez. En dat in deze bizarre tijden. Die overigens één heel groot voordeel hebben: concerten worden steeds vaker ook als stream aangeboden. En dus nam ik plaats achter het beeldscherm om het concert dat dit trio op 8 juli jongstleden gaf in De Pletterij te Haarlem te bekijken (te zien in de video hieronder). En ja, ik zal nu ook nog eens iets zeggen over 'Grillos', dan kan die sprinkhaan tenminste de kast in.

Dat Amsterdam, het conservatorium en de plaatselijke jazzscene als een magneet werken op buitenlandse musici heeft één bijzonder groot voordeel: de muziek wordt door al die invloeden enorm verrijkt. Zo blijkt ook weer eens uit dit optreden van Trio Humanes. En nu eens niet op de geijkte wijze van de latin jazz. Daar heeft deze muziek vrijwel niets van weg. Ik hoor eerder de klassieke stijlen, zoals de tango, vermengt met hedendaags geïmproviseerde muziek. En Méndez is niet zomaar een bassiste die zo nu en dan een paar regels zingt, maar een pracht van een zangeres. De structuur van de nummers mag dan wortelen in de klassieken, de gitaarsolo's van Celano, bijvoorbeeld in het tweede stuk - titels kan ik niet verstaan - schuren wel degelijk tegen de rock aan en ook Baggiani's vaak pittige spel mag er zijn. Een hoogtepunt in het concert is het intense derde stuk. Overtuigende zang van Méndez - ze straalt erbij - en mooi slagwerk door Baggiani op een grote trom die je ook in looporkesten aantreft. Halverwege het concert krijgt het trio versterking van pianist Folkert Oosterbeek. Het duet verderop dat hij en Baggiani optuigen, vormt een mooi voorbeeld van de wijze waarop vrije improvisatie de traditie nieuw leven inblaast.

Antimufa is een kwartet, naast Celano en Baggiani, bestaand uit rietblazer Natalio Sued en bassist Adán Mizrahi. Als gast vinden we verder in een aantal nummers Martín Sued op bandoneón. 'Grillos' is hun tweede album, waarop ze net als op het debuut uit 2015 teruggrijpen op de Argentijnse muziektraditie. 'Tres Barrios' zet als opener direct de toon: een luisterrijke melodie en prachtig samenspel. Met name dat tussen Natalio en Martín Sued valt op. De eerste op klarinet, de tweede op bandoneón. Maar dit gezelschap, Celano en Baggiano voorop, kiest er ook nu weer niet voor om klakkeloos klassiekers na te spelen. Al snel sijpelt ook hier de jazz in door. Bijvoorbeeld in de prachtige melodie die Sued blaast in 'Lila En La Pirámide' en let dan ook zeker op het zeer ritmische slagwerk op de achtergrond. Ook 'Enredaderas' is een prachtig voorbeeld van deze relatie tussen de Argentijnse traditie en de jazz. Geniet van de krachtig uitdagende solo van Celano en het romige spel van Sued op de tenorsax. Of neem het enigszins grillige spel op de basklarinet in het puntig ritmische titelstuk 'Grillos', ook dit is pure jazz. De melancholie, die zo prachtig vertolkt wordt in veel Zuid-Amerikaanse muziek treffen we optimaal in 'Juntos Solo' en vindt zijn hoogtepunt in het klarinet- en bandoneón spel van de gebroeders Sued.

Klik hier om 'Grillos' te beluisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 31.7.20) - [print] - [naar boven]



Vooruitblik
Doek Festival 2020


Oorspronkelijk zou het Doek Festival dit jaar gewoon plaatsvinden in juni, net als altijd. Maar zoals u ook weet ging dat niet en dus besloot de organisatie om te kijken of het festival later in de zomer alsnog kon doorgaan. Inmiddels is duidelijk dat dit is gelukt en vanaf dinsdag 28 juli zijn er de gehele week tot en met zondag 2 augustus concerten. Voor de concerten van dinsdag tot en met vrijdag heeft het festival daartoe de samenwerking gezocht met het initiatief van De Warme Winkel. Zij bedachten enige tijd geleden 'The Peepshow Palace': een cirkel van privécabines, net als bij een peepshow, opgetuigd rondom het podium. Het wordt op meerdere plekken in Nederland inmiddels toegepast, waaronder De Brakke Grond in Amsterdam. Stichting Doek wist afspraken te maken met deze zaal en kon de gehele week om 22.30 uur terecht voor impro, na de reguliere toneelvoorstelling. Op zaterdagavond vindt het festival plaats in het Bimhuis, op zondagmiddag op diverse plekken in Amsterdam en het slotconcert, zondagavond, is bij te wonen in De Roze Tanker.

Stichting Doek heeft ook dit jaar weer een bijzonder gevarieerd programma samengesteld, waarin we naast de leden van Doek een keur aan impro--musici voorbij zien komen. Zo gooide Wollo's Brass Blast, met de vijf koperblazers Eric Boeren, Wolter Wierbos, Joseph Bowie, Patrick Votrian en Salvoandrea Lucifora dinsdagavond al hoge ogen en konden we ook vuurwerk verwachten van QUINTET, dat zijn debuut maakte op de 2018-editie van het festival. We kennen violiste Mary Oliver, gitarist Jasper Stadhouders, bassist Uldis Vitols, drummer Frank Rosaly en elektronicaman Harpo 't Hart inmiddels goed genoeg om daarvan uit te gaan. Een aantal musici treedt dit jaar meerdere keren op. Zo is Oliver ook zondagmiddag te horen als onderdeel van het onvergetelijke Picatrix, zijn Ada Rave en Oscar Jan Hoogland zowel samen te horen op de donderdag, als ieder apart in het weekend en maakt Stadhouders ook deel uit van The Persons, dat verder bestaat uit rietblazer Michael Moore, gitarist Jeroen Kimman, bassist Miguel Petruccelli en drummer Michael Vatcher. Zij treden vrijdag op.

Op zaterdagavond staan er twee concerten, waarvan alleen voor de eerste nog kaarten zijn. Maar dat is dan wel het concert van het trio Ada Rave, pianiste Marta Warelis en drummer Tristan Renfrow. Aansluitend is er LOOT, samengesteld door Hoogland, die ook tekent voor de composities en verder met Ab Baars op rieten, wederom Vitols en drummer Onno Govaert. De zondagmiddag kreeg als werktitel 'Musicians Open Ateliers' mee en bestaat uit een serie intieme concerten op verschillende plaatsen in Amsterdam. Het eerder genoemde Picatrix treedt op, maar ook Your Thang, een nieuw ensemble met John Dikeman, Marta Warelis, Aaron Lumely en Frank Rosaly. Plaatsen en tijden zijn nog niet allemaal bekend, dus houdt vooral de website in de gaten.

Aan toetsenist Nico Chientaroli de eer om af te sluiten met het octet Owlman in De Roze Tanker. Een concert bestaande uit twee sets waarin akoestisch en elektrisch hand in hand gaan en 'whose personality could be shaped by different grooves in combination with texts and psychedelic atmospheres', aldus de website.

Labels: , ,

(Ben Taffijn, 29.7.20) - [print] - [naar boven]



Cd / Download
Tim Berne's Snakeoil - 'The Fantastic Mrs. 10' (Intakt, 2020)

Opname: 29 mei 2019
Tim Berne's Snakeoil - 'The Tower Tapes #1' (Jazz Club Ferrara, 2020)
Opname: 3 november 2017

Als altsaxofonist Tim Berne Julius Hemphill nooit had horen spelen was hij wellicht nooit overgestapt op de jazz en nooit in New York terecht gekomen. Het is eind jaren 70 als Berne besluit om van Oregon te verhuizen naar New York om les te nemen bij Hemphill en Anthony Braxton. Sindsdien werkte Berne zo ongeveer met iedereen die in de regio actief is. Sinds 2012 gooit hij hoge ogen met zijn kwartet/kwintet Snakeoil. Aangezien daar onlangs zowel een nieuw album van uitkwam bij Intakt Records alsook een download van een compleet concert, opgenomen in de Italiaanse jazzclub Ferrara, hierbij een wat uitgebreider portret van Berne's meest kenmerkende project.

'The Fantastic Mrs. 10' is het zesde album van Snakeoil. Op het eerste album, het bij ECM Records verschenen 'Snakeoil', is het nog een kwartet, naast Berne bestaande uit Oscar Noriega op klarinet en basklarinet, Matt Mitchell op piano en synthesizer en Ches Smith op percussie, een formatie die ook te horen is op het tweede album 'Shadow Man'. Voor het daaropvolgende 'You've Been Watching Me' wordt het kwartet, door de komst van gitarist Ryan Ferreira, uitgebreid tot kwintet. Op het alleen digitaal verkrijgbare 'Anguis Oleum' doet deze overigens niet mee, maar wel weer op 'Incidentals'. Op het nieuwste album 'The Fantastic Mrs. 10' horen we ook een kwintet, maar nu is de gitarist van dienst Marc Ducret, waar Berne overigens al eerder mee samenwerkte.

Opvallend aan de muziek van deze band - het valt direct op bij het titelstuk waar het album mee opent - is de groove die Berne's roots in de soul verraden. Maar die groove zit hier wel meestentijds onderhuids. Want meer nog dan ritmisch is de muziek van Berne grillig, ongrijpbaar en soms behoorlijk tegendraads. Zo wijkt hij in datzelfde nummer al vrij snel totaal af van de ingezette lijn voor een oeverloos abstracte solo, terwijl de rest van de band vrijwel stil valt. En toch, ook in die solo zit de groove, zit de soul, warmbloedig tot in de kern. Ducret brengt er aansluitend nog meer abstractie in, contrasterend met het patroon dat Mitchell en Smith neerleggen. 'Surface Noise' begint met spaarzame hoge noten van Mitchell en Smith, als klokjes in de wind. Dan horen we Berne weer met een van zijn enigmatische melodieën. Tot ook hier die groove zijn intrede doet, overigens net zo snel weer onderduikend. Bijzonder in dit stuk is ook de solo van Noriega. Unisono en zeer complexe groepsverrichtingen aansluitend in 'Rolo'. En over groove gesproken: beluister hier het ijzersterke sax-en-drumduet van Berne en Smith. Of het het bijzonder swingende en zeer strakke 'Third Option'. Ook in 'The Amazing Mr. 7' schieten de klanken als balletjes in een flipperkast weer alle kanten op, onstuimig en overweldigend. Als voorbeeld mag de wijze dienen waarop Berne en Noriega over elkaar heen buitelen.

De jazzclub Ferrara werd net als alle jazzpodia begin maart getroffen door sluiting. Zij bedachten een truc, opende een Bandcamp-kanaal en vulde deze met streams. Gratis te beluisteren en tegen betaling te downloaden. Een van de concerten betreft dat van Tim Berne's Snakeoil, als kwartet, op 3 november 2017, anderhalf jaar voor de opnames van 'The Fantastic Mrs. 10'. Twee complete sets lanceerde de club via dit platform, zonder verdere verdeling in nummers. We trappen opvallend luisterrijk en harmonieus af met Berne, Noriega en Mitchell. Speels en melodieus. Dan sluit Smith aan op vibrafoon, een mooie eenheid met de piano creërend. En ook hier loopt de spanning op, al gaat het er in zijn geheel iets minder heftig aan toe dan op 'The Fantastic Mrs. 10'. Deels is dat te wijten aan het ontbreken van een gitarist en aan het feit dat Mitchell zijn analoge synthesizer thuis heeft gelaten. En over groove gesproken: beluister zeker het begin van het tweede nummer in de eerste set (vanaf 16"30). Mooi ook hoe na vier minuten het stuk overgaat in een briljant duet tussen Mitchell en Smith. En ronduit fascinerend klinkt de steeds verder ontsporende basklarinetsolo van Noriega halverwege deze set. Het derde stuk is andermaal een mooi voorbeeld van het laten groeien van een ritme uit slechts enkele noten.

De tweede set begint direct zeer puntig en opwindend, met onder andere een grootse bijdrage van Noriega. Dan neemt het tempo af en schittert Berne in een romige saxsolo, spaarzaam begeleid door Mitchell. Het tweede stuk begint met een aantrekkelijk duet tussen Smith en Mitchell, waarna wederom een strakke ritmische frase volgt. Bijzonder is ook het derde stuk, mede vanwege ook hier een prachtig duet tussen deze twee musici. Tot Noriega zich er op klarinet met lange lijnen tussen wringt, verderop Berne zich erbij voegt en het geheel aansluitend weer magnifiek ontspoort.

Klik hier om 'The Tower Tapes #1' te beluisteren of te downloaden.

Foto: Cees van de Ven

Labels:

(Ben Taffijn, 23.7.20) - [print] - [naar boven]



Onder het stof vandaan
I Compani - 'Amore Per Tutti' (Icdisc, 2019)

Opname: 2010 / 2012

35 Jaar geleden richtte rietblazer/componist Bo van de Graaf I Compani op om zich te wijden aan het werk van filmcomponist Nino Rota, vooral bekend van zijn samenwerkingen met Federico Fellini. Daar is hij nog altijd niet klaar mee. 'Amore Per Tutti' is de zoveelste in een reeks hommages, al wordt het nu uitgebreid naar andere componisten zoals Philippe Sarde, Nicola Piovani, Gato Barbieri en cineasten als Visconti, Bertolucci en Ferreri. 'Amore Per Tutti' verzamelt liveopnames uit de periode 2010-2018 met een paar verschillende line-ups. Van de Graaf is daarbij de enige constante, doorgaans gesteund door de ritmesectie Arjen Gorter (bas) en Rob Verdurmen (drums), en een reeks trawanten.

Gorter en Verdurmen maakten jarenlang grote sier in het Willem Breuker Kollektief en dat is een belangrijke referentie. Niet enkel door het instrumentarium (doorgaans een combinatie van onder andere blazers, strijkers en accordeon/bandoneon), maar ook de stilistische insteek. Net als bij Breuker heb je hier te maken met een bruisende mix, met een centrale rol voor jazz en circus/hoempapa - al wordt de factor improvisatie hier wat meer op de achtergrond geduwd door het filmische karakter van de composities. Vanaf opener 'Il Bidone', uitgevoerd door een hecht sextet, beland je in die wereld van onstuitbare energie die slalomt tussen dik aangezette schmooze-muziek en koldereske gallop, met driftig meepompende trekzakken en knetterende swing.

Voor enkele van de vroegere opnames komen er nog eens trompet en trombone bij, wat de sound nog weelderiger maakt. De muziek zwaait opzichtig met de heupen, tuit de lippen, laat het vlees lillen, gulpt romig over de randjes. Buitenbeentje is het tweedelige 'Diva Dolorosa' van pianist/componist Loek Dikker, wiens naam vooral einde jaren zeventig/begin jaren tachtig de ronde deed. Hier wordt het voluptueuze even omgeleid naar een sensuele dreiging. Ook de moeite: 'It’s Over', een bijdrage van Barbieri aan de film Last Tango in Paris, met de bandoneon van Michel Mulder die zorgt voor de Argentijnse toets. Het is een van de vele genereuze stukken in een album dat soms een beetje gebukt gaat onder het gewicht van al z'n ideeën en excessieve weelde, maar daarover klagen in deze context is eigenlijk al even ridicuul als jammeren over tomaten in spaghettisaus.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be

Labels: ,

(Guy Peters, 22.7.20) - [print] - [naar boven]



Cd's
Dirk Serries portret - deel 2

Serries / Verhoeven / Webster - 'Praxis' (A New Wave Of Jazz, 2020)
Opname: 15 december 2018
Serries / Taylor / Verhoeven - 'An Evening at Jazzblazzt' (A New Wave Of Jazz, 2020)
Opname: 8 juni 2019
SETT - 'First And Second' (A New Wave Of Jazz, 2020)
Opname: 16 november 2019

In dit tweede deel gewijd aan gitarist en improviserend musicus Dirk Serries besteden we aandacht aan twee trioalbums en een kwartetalbum. Te beginnen met 'Praxis', waarop we naast Serries zijn partner en multi-instrumentaliste Martina Verhoeven aantreffen, alsmede altsaxofonist Colin Webster. Verhoeven zet in met een serie welgemikte aanslagen op de piano, tussendoor ruimte biedend aan Serries en Webster. Serries perst knarsend en piepend geluid uit zijn snaren en Webster valt op met atypische blaasbewegingen. Het vormt een boeiend klanklandschap, dat de titel 'Carbon Patience' meekreeg. In het daaropvolgende 'Retro Formality' ontstaat er wat meer structuur en horen we Webster een opvallend intieme melodie blazen, terwijl Serries hier, soms aangevuld door Verhoeven, met onverwachte achtergrondgeluiden voor spanning zorgt. En zo blijkt het trio op dit album experimentele stukken af te wisselen met meer melodische, lyrische. Bij de eerste categorie horen dan ook het speelse en enigszins tegendraadse 'Dormant Tines', met name door de wijze waarop de diverse klanken hier met elkaar samenvallen; het iets strakkere 'Explicit Outlook' en tot slot het titelstuk 'Praxis'. In de tweede categorie kunnen we naast 'Retro Formality' het vierde stuk 'Inertia' onderbrengen, waarin Webster intense, lange lijnen trekt, terwijl Verhoeven prachtig lichte accenten plaatst en 'Fissure', met die opvallend lichte en transparante toon. Het maakt dit album opvallend toegankelijk, meer dan 'Light Industry', het duoalbum van Serries en Webster dat in deel 1 voorbij kwam.

Op 8 juni 2019 stond Serries samen met altviolist Benedict Taylor op het podium van Jazzblazzt in Neeritter, aangevuld met Verhoeven op piano in de tweede set. Stormachtig gaan de twee van start in 'Set 1, Part A'. Als even daarna het tempo iets afneemt, valt met name het spel van Taylor op en de wijze waarop hij de meest experimentele klanken uit zijn altviool tovert. Klanken die goed passen bij Serries' verrichtingen, met name omdat die ook nogal eens de strijkstok hanteert. Je zit je als luisteraar dan ook regelmatig af te vragen wie je nu eigenlijk hoort bij al dat gekraak, gepiep en geklop. In het vrij korte B-deel van deze set stookt het duo het vuurtje nog wat hoger op. Tegelijkertijd is dit deel wat melodieuzer dan het eerste deel. Uitbarstingen van klank, van elkaar gescheiden door korte stiltes in 'Set 2, Part A'. Met meer afwisseling door de toevoeging van Verhoeven op piano, maar al even abstract en experimenteel. Het maakt dit album er eentje voor fijnproevers. Het B-gedeelte opent evenwel met een prachtig transparante frase van Serries en Taylor, van spannende accenten voorzien door Verhoeven. Ook zeer de moeite waard is de scène iets verderop: spannend en rustiek gekraak in alle toonaarden.

Het kwartet dat opereert onder de naam SETT bestaat uit Serries en Taylor, aangevuld met bassist John Edwards en een tweede gitarist, Daniel Thompson. We hebben dus van doen met een bijzondere bezetting: alleen snaarinstrumenten, geen drums, geen piano en geen blazers. Hoogst ongewoon. Voordeel is dat de klanken prachtig in elkaar grijpen in de twee stukken die aangeduid zijn met 'First SETT' en 'Second SETT'. Nog meer dan op de andere albums is het hier dan ook vrijwel onmogelijk om een klank te herleiden tot een specifiek instrument. Wat daarbij een rol speelt is dat het er over het algemeen zeer harmonieus aan toe gaat. Er zijn aardig wat momenten aan te wijzen waarop de vier musici erin slagen om een krachtige totaalervaring te creëren. Het meest bijzondere vind ik echter de verstilde passages, bijvoorbeeld startend bij zo'n minuut of zeven in de tweede set. Nauwelijks hoorbaar komen de geluiden tot ons, vaak onorthodox voortgebracht door een of meerdere van deze snaarinstrumenten. Het lijken soms wel veldopnames, zo subtiel en ongewoon. Luisteren met uiterste concentratie wordt hier zonder meer beloond.

Klik hier om 'First And Second' te beluisteren.

Foto: Cees van de Ven

Labels: ,

(Ben Taffijn, 19.7.20) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Nucleons - 'Hunting Waves' (Leo, 2020)

Opname: 23 november 2018

Drummer Gerry Hemingway, hij kwam hier pas nog voorbij als lid van het trio Graewe-Reijseger-Hemingway, woont in Luzern. Net als wij allemaal gaat ook hij wel eens naar een concert. Een van die concerten betrof een optreden van het voor mij totaal onbekende Nucleons in het Gelbes Haus. Hemingway raadt ons de muziek aan in de liner notes bij de cd 'Hunting Waves', die de opnames van dit concert bevat: "A detailed, finely sketched atmosphere of mystery, with ingredients that consistently provided an alchemy. Sometimes you can't explain why three creative inputs go together, but this evening the underlying sound science found it's alignment in a natural order."

Ik kan Hemingway alleen maar gelijk geven. De zangkwaliteiten van Franziska Baumann zijn op zichzelf reeds bijzonder, ze zet haar stem consequent in als instrument, maar in combinatie met bassist Sebastian Rotzler en drummer Emanuel Künzi ontstaat er een bijzondere chemie.

Het ruim een kwartier durende 'Hunting Quarks' vormt daarvan een prachtig bewijs. In de vreemde, slepende geluidswereld zijn bas, drums en stem bijna niet uit elkaar te houden. Of vergelijk verderop de vocale strapatsen van Baumann met de klanken die Rotzler uit zijn bas tovert, alsof ze elkaar imiteren. Of neem Baumanns rappende zang, afgewisseld met bijna klassieke uithalen in 'Chain Of Fools' en leg dat naast het opwindende slagwerk van Künzi. Het vormt een prachtige en overtuigende eenheid.

Tot slot klinkt 'Subatomic Whisperings'. Rotzler beweegt zijn strijkstok langzaam over de snaren, wat een stroef klinkend, krakend en sputterend geluid veroorzaakt. Baumann sluit er naadloos op aan, al evenzeer sputterend en kreunend. En als ze dan overstapt op zinnen in fantasietaal sluiten die qua bewegingen perfect aan op Rotzlers melancholieke strijkbewegingen.

Hemingway besluit zijn betoog met de woorden: "It's all of what one can wish for such an experience; to be suspended in the space of not knowing, and to feel the better for it." Hier heb ik niets meer aan toe te voegen.

In de Jazztube zie je het concert dat Nucleons op 27 november 2018 gaf bij het Forum für Improvisierte Musik & Tanz (FIM) in Basel.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 16.7.20) - [print] - [naar boven]



Nieuws
I Compani in zwaar weer


Voor het Nijmeegse jazzcollectief I Compani - dat onlangs nog de cd 'Fellini 100 - I Compani 35' uitbracht ter gelegenheid van haar 35-jarig bestaan - breken zware tijden aan. Sinds de jaren negentig krijgt het ensemble van saxofonist en bandleider Bo van de Graaf een kleine 10.000 euro subsidie van de gemeente. Daar blijft volgend jaar niets meer van over.

Een en ander vloeit voort uit de nieuwe regels die de gemeente Nijmegen hanteert bij het verlenen van kunstsubsidies. Het culturele aanbod moet in de toekomst voor en door iedereen zijn, de aantrekkingskracht van de stad vergroten en zowel innovatief als creatief zijn. Een nieuw ingestelde commissie van externe deskundigen beoordeelde ruim veertig subsidieaanvragen op die criteria en kende er daarvan dertig geheel of gedeeltelijk toe. Wethouder Noël Vergunst nam die adviezen ongewijzigd over en zo viel onder meer I Compani buiten de boot.

De jazz-initiatieven in de stad deden voor het eerst gezamenlijk een subsidieaanvraag en kregen in het totaal 86.700 euro toegekend. Dat is overigens ruim 20.000 euro meer dan de diverse instellingen en groepen eerder kregen. Maar dat bedrag is ook 24.000 euro lager dan aangevraagd. Nieuwe instellingen als Otis, het jaarlijkse Vierdaagsefestival in het Kronenburgerpark, en het wekelijkse jazzpodium van Brebl krijgen nu voor het eerst geld van de gemeente.

In de Gelderlander reageerde Bo van de Graaf furieus op de afwijzing. "Door de gemeente is er op aangedrongen dat alle jazz-initiatieven in de stad gezamenlijk een subsidieaanvraag zouden doen. Wij mochten dat niet zelf doen. Mijn aanvraag mocht bovendien maar twee A4'tjes groot zijn, terwijl ik meestal veertien kantjes nodig heb. Die zijn er wel als bijlage bijgevoegd, maar ik heb de indruk dat de commissie die helemaal niet gelezen heeft. Een ambtenaar heeft me vooraf nog verzekerd dat er een zachte overgang zou zijn bij de verandering van de subsidiemethodiek, zodat vaste klanten niet ineens hun subsidie verliezen. Dat gebeurt nu dus toch."

"Als de subsidie wegvalt dan kunnen we onze administratie niet meer doen, niet meer repeteren. Bovendien leidt een gemeentelijke subsidie altijd tot meer subsidies van landelijke fondsen en de provincie. Die vervallen dan ook. Het vervelende is dat er helemaal geen beroep mogelijk is. Dit is het besluit en bezwaar maken kan nu niet meer. Toch laat ik het er niet bij zitten. Ik wil een gesprek en denk aan een WOB-procedure, om te zien wat er eigenlijk besproken is in die commissie over ons. Ensembles hebben het nu toch al moeilijk, overal wordt gezegd laten we die moeten steunen en koesteren."

Bron: De Gelderlander

Foto's: Maarten Jan Rieder & Cees van de Ven

Labels:

(Maarten van de Ven, 15.7.20) - [print] - [naar boven]



Concert
Balsem voor de coroneuze ziel

Jellyfish Saxophone Quartet, zondag 12 juli 2020, tuin Holmerpad 11, Tolbert

In tijden van corona wordt de mens vindingrijk. Dat is de afgelopen maanden wel bewezen. Ook saxofonist Bert Brandsma was zo iemand die het duimen draaien al snel begon te vervelen. Wat wilde het geval? Het geval wilde dat hij een ouderlijke boerderij wist met een grote tuin, waar met inachtneming van de voorschriften van de anderhalvemeterdictatuur zonder veel problemen een mannetje of 250 een plekje kon vinden. Het Fonds Podiumkunsten sprong bij, tot en met de gele anderhalvemetertape. Wat opzienbarend genoemd mag worden: dit moet een van de eerste keren zijn geweest dat het Fonds een min of meer traditionele jazzserie steunde.

Op 5 juli stelden Brandsma's eigen Dixieland Crackerjacks zich in de schuur op - bij gebrek aan medewerking van de weergoden - en 19 juli zal er een jamsessie plaatsgrijpen met onder anderen Keesjan Hoogeboom (trompet; Dutch Swing College) en Henk Haverhoek (bas; ex-Rein de Graaff, ex-Mal Waldron).

Voor het tweede Weilandconcert had hij een orkestje in het leven geroepen, het Jellyfish Saxophone Quartet, dat een mix van klassieke stukken en meer jazz-georiënteerd materiaal speelde. Dit vierspan is te beschouwen als een voortzetting van een eerder saxkwartet, Les Boréades, dat door overlijden en emigratie uiteen was gevallen.

Wat moeten we ons bij een kwallenkwartet voorstellen? Wel, het begon ermee dat Brandsma's dochter Dixie Melody op het wad op een kwal stapte (in de pauze ging ze met stroopwafels rond, dus die misstap is goed afgelopen) en de saxofonist bedacht dat de kwal - half plant, half dier, een soort centaur dus - eigenlijk best een interessant schepsel is. En mooi ook. En haar tijd vooruit: ruim 500 miljoen jaar vóór Frank Whittle had ze al een reactiemotor ontwikkeld. Een soort ramjet, om precies te zijn.

Enfin, Brandsma's compositie 'Jellyfish And Sea Animals', een wereldpremière, bleek een state-of-the-art werk, deels atonaal, waarin de sierlijke, lome bewegingen van het beestje goed waren vertaald. Een paar maal hoorden we ook hoe ze haar straalmotor inschakelde.

Maar toen waren we al aangeland bij het tweede deel van het concert. Het optreden was begonnen met Johann Sebastian Bachs 'Präludium Und Fuge'. Dit stuk, oorspronkelijk geschreven voor klavier, kreeg een overwegend staccato-uitvoering zonder veel dynamiek. Het werd gevolgd door Felix Mendelssohn Bartholdy's 'Capriccio In E Klein', waar Mendelssohn een strijkkwartet voor in gedachten had gehad. Het klonk al meer legato dan Bachs 'Präludium'. Met haar strakke, trefzekere spel op de sopraansaxofoon was Edith Bakker een voorbeeldige primarius. Met vijf delen uit Camille Saint-Saëns 'Le Carnival Des Animaux' kwamen we al dichter bij het hedendaagse idioom. Ik stel me zo voor dat tekenfilmcomponisten als Carl Stalling en Raymond Scott goed naar de descriptieve miniaturen van Saint-Saëns hebben geluisterd.

Van de meer jazzy stukken viel 'Sleepy Time Gal' op. Het arrangement dat pianist Ed Wilcox in 1936 voor het Jimmie Lunceford Orchestra schreef, op zich al een hallucinante trip, diende als uitgangspunt voor Brandsma's adaptatie. Hij citeerde halverwege Wilcox, maar het stuk had een veel moderner jasje (nachtpon?) gekregen. Meer gefacetteerd.

De meeste indruk maakte het kwartet met zijn opvatting van Hoagie Carmichaels 'Star Dust'. Brandsma speelde het thema op de baritonsax en de andere leden schoven daar wonderschone harmonieën onder.

Onder 'normale' (het 'oude normale') omstandigheden zou dit al een zeer bevredigend concert zijn geweest. Maar nu, in de open lucht, onder cumuluswolken en een vriendelijk zonnetje, tussen de koeien, geen microfoon te bekennen, was het niets minder dan balsem voor de coroneuze ziel.

Concertfoto's: Hammie van der Vorst

Labels:

(Eddy Determeyer, 13.7.20) - [print] - [naar boven]



Cd's
Dirk Serries portret - deel 1

Colin Webster & Dirk Serries - 'Light Industry' (A New Wave Of Jazz, 2020)
Opname: 8 september 2018
Tom Malmendier & Dirk Serries - 'Vanguard' (A New Wave Of Jazz, 2020)
Opname: 15 september 2018

Een nieuwe worp cd's (acht in totaal) op A New Wave Of Jazz biedt de mogelijkheid om weer eens uitgebreid in te zoomen op de persoon Dirk Serries. Niet voor het eerst, maar aangezien de man zich blijft vernieuwen, blijven wij hem hier bespreken. Daarom in dit eerste verslag twee duo-albums, in een tweede verslag gevolgd door twee trio-albums en een kwartet. Dat daarbij direct een keur aan geestverwanten voorbijtrekt - Serries is de laatste tijd niet meer zo van de vaste bezettingen - is alleen maar een voordeel. Eén zo'n geestverwant is saxofonist Colin Webster. Ze kennen elkaar al jaren en werken onder andere samen in het Kodian Trio, Tonus en Fear Falls Burniing en maakten eerder, in 2018, samen 'Gargoyles'. En nu ligt er 'Light Industry'.

Verkennende bewegingen van Serries in 'Spring' en Webster, die de kleppen van zijn altsax beroert en speelt met valse lucht. Het is alsof ze nog even op gang moeten komen. Gaandeweg haken de patronen in elkaar en bemerk je dat ze niet voor het eerst samen spelen. Bijzonder is daarbij de wijze waarop Webster zijn sax bespeelt; als ware het percussie, een stijl die opvallend goed past bij Serries' al even percussieve gitaarspel. Voor we een herkenbare saxklank horen, zijn we drie minuten verder. Maar dan horen we wel dat typische Webster-geluid: zangerig, met een hang naar lyriek en aanschurkend tegen de melodie enerzijds en schril, disruptief en grensverleggend anderzijds. Met 'Bearing' gaan we weer terug naar af, naar de schermutselingen in het grensgebied. Dit keer blijven de twee in deze wat onbestemde regionen voor een eersteklas klankspel, al zorgt Webster soms voor meanderende klankpatronen. 'Switch' kent iets dat je met wat fantasie een ritme kunt noemen, neergelegd door Serries. Webster bouwt erop door, maar doorkruist het evengoed op fantasievolle wijze. Websters sax klinkt aanvankelijk in 'Blade' als een misthoorn, terwijl Serries op de achtergrond trefzekere accenten plaatst. Maar wat begint als een stemmig stuk transformeert langzaam maar zeker in een weerbarstig duet. In 'Wires' beginnen we piepend, sissend en knarsend en met geen mogelijkheid is te ontdekken wie nu precies welk geluid maakt. En ook hier is structuur weer ver te zoeken en lijken de twee elkaar vooral af te tasten. Een beeld dat in 'Nail', dat tot slot van dit album klinkt, niet wezenlijk verandert.

Een week later zit Serries weer in dezelfde studio in Anderlecht, maar nu samen met drummer en percussionist Tom Malmendier. Dezelfde Malmendier die hier onlangs nog voorbijkwam in gezelschap van accordeoniste Emilie Škrijelj, die ook prima overweg kan met live elektronica. Het titelloze debuut van Les Marquises maakte daarbij indruk en biedt een referentiekader voor dit album. Serries en Malmendier delen een minder intense geschiedenis dan Serries met Webster heeft, maar vreemden voor elkaar zijn het geenszins. Ze speelden vorig jaar oktober samen tijdens het door Serries in De Singer gehouden festival, aangevuld met Tom Jackson en deelden in oktober 2017 het podium met de Canadese gitarist Eric Quach - beter bekend onder zijn alias Thisquietarmy - in Bochum, waarvan de opnamen verschenen op 'Hell'. In Anderlecht kwam het tweetal samen voor 'Vanguard'.

Met 'Incus' kiest het duo voor een vrij heftige opening, met name door het weerbarstige en verontrustende spel van Serries. Een lijn die wordt doorgetrokken in 'Twelve Tone', waarin de twee musici elkaar uitstekend weten te vinden in een overvloed aan dwarse klanken en in het titelstuk, waarin het tweetal een landschap inricht vol voetangels en klemmen. Ingetogen gaat het eraan toe in 'Coded Ideal' en 'Adrift'. Die opmerkingen over schermutselingen in het grensgebied kunnen we hier ook op van toepassing verklaren. En ook hier lijkt het de twee louter te gaan om klanken en hun onderlinge samenhang. Een samenhang die je niet moet willen definiëren binnen de klassieke structuren, die ketens zijn door deze heren al lang afgeworpen. In het afsluitende 'Stock' zet het duo de zaak weer stevig op scherp middels een laatste weerspannige uitbarsting.

Foto: Cees van de Ven

Labels: ,

(Ben Taffijn, 11.7.20) - [print] - [naar boven]



Jazz Class-X / Jazztube
Irreversible Entanglements - 'Irreversible Entanglements' (International Anthem, 2017)

Opname: 26 augustus 2015

Een van de helderste stemmen in het protest tegen racisme op dit moment luistert naar de naam Camae Ayewa. Deze zangeres en dichteres uit Philadelphia, beter bekend onder haar alias Moor Mother, stelt op onverbloemde wijze het onrecht dat de zwarte bevolking wordt aangedaan aan de kaak. Ze doet dat in haar soloprojecten, maar ook in de samenwerking met het impro-collectief Irreversible Entanglements, dat met het gelijknamige debuut uit 2017 een nu reeds klassiek album afleverde. Een kwintet overigens dat ontstond in het vervolg op een concert in 2015 als onderdeel van een Musicians Against Police Brutality-evenement. De aanleiding was de dood van de Afro-Amerikaanse Akai Gurley die op 28-jarige leeftijd door de politie werd doorgeschoten.

Dit is een van die zeldzame albums waarin de drummer begint, Tcheser Holmes, met een zeer snel, spanningsvol ritmisch patroon. De blues zit erin verborgen. Dan horen we trompettist Aquilles Navarro met een enigszins melancholiek patroon, gevolgd door Ayewa, opkomend vanuit de zijkant, met de geschiedenis van zwart Amerika: "We still disappear, as soon as master rings the bell!". 'Chicago To Texas' is begonnen. Ayewa gaat door, dit is geen lied, dit is een gedicht. Ayewa zingt niet, ze vertelt. Onderwijl deelt Holmes zijn slagen uit, zorgt bassist Luke Stewart voor een duister ritme en doorsnijden Navarro en altsaxofonist Keir Neuringer van tijd tot tijd haar betoog. "It's always black Sunday here", zingt ze, verwijzend naar de storm van 14 april 1935, het dieptepunt van wat bekend kwam te staan als de Dust Bowl. Het meeslepend, strakke ritme van 'Fireworks' gaat door merg en been. Keiharde slagen van Holmes en dan Ayewa, die ook hier haar aanklachten ongecensureerd de menigte in slingert. Ik zag de band ruim twee jaar geleden op Rewire en ik kan u verzekeren: dat laat je geenszins onberoerd. Navarro en Neuringer, hun bijdragen prachtig door elkaar vermengd, zetten de toon in het middendeel van dit enerverende nummer.

Zeer hectisch gaan de blazers van start in 'Enough'. Ze creëren een golf van geluid. "Enough!" schreeuwt Ayewa. De ritmesectie pakt het over en legt de structuur voor deze compositie van Navarro. "Sick and tired", laat Ayewa ons weten, racisme zuigt alle energie uit je lichaam. En dan een pijnlijk rake saxsolo van Neuringer, dit gaat door merg en been. Het meest confronterend vind ik nog altijd 'Projects', zeker met de recente moord op George Floyd in het achterhoofd. Krachtig, spanningsvol slagwerk, ingetogen muziek van de blazers, trefzekere accenten van de contrabas en dan Ayewa met het verhaal van een vrouw die op zoek is naar haar broer die door de politie is neergeschoten: "My brother is gone, I've seen him around, I think he got shot right in the head. (...) We live in a movie right here." De muziek accentueert deze verschrikkelijke zinnen op onbeschrijfelijke wijze. Dit moet je horen en ervaren. De pijn voelen, de ontreddering, het onrecht. Zoals Neidlinger vorm geeft aan die solo, geflankeerd door die intens spelende ritmesectie. "Oh God, Moses has been lynched, and the choir refuses to sing" vervolgt Ayewa haar verhaal, niet gespeend van de nodige dramatiek, terwijl op de achtergrond de chaos toeneemt. Er is geen ontkomen meer aan.

In de Jazztube zie je het concert dat Irreversible Entanglements op 13 maart 2018 gaf tijdens Direct Current in The Kennedy Center, Washington DC.


Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 8.7.20) - [print] - [naar boven]



Cd
Les Amazones d'Afrique - 'Amazones Power' (Real World, 2020)

Opname: 2018-2019

Dit verhaal begint in 2014, in Bamako, Mali. Drie jonge vrouwen richten een muziekgroep op, Les Amazones d'Afrique. Het zijn Mamani Keita, Oumou Sangere en Mariam Doumbia. Hun doel is om via muziek, populaire muziek, de achterstand van vrouwen wereldwijd aan de kaak te stellen. 'Republique Amazone', hun debuutalbum uit 2017, doet stof opwaaien. Zelfs voormalig president Barack Obama spreekt erover en neemt een van de liedjes op in zijn lijst van 20 favoriete nummers van 2017. Begin dit jaar kwam het vervolg 'Amazones Power' uit bij Real World Records en is het driemanschap inmiddels uitgegroeid tot meer dan twintig zangeressen uit geheel Afrika, aangevuld met dertien musici.

Hun boodschap is echter onveranderd. Vaak vanuit eigen ervaring verhalen de opzwepende liederen over het onrecht dat vrouwen wereldwijd nog steeds treft: mishandeling, misogynie, gedwongen huwelijken - vaak op zeer jonge leeftijd, verkrachting en genitale verminking. Of zoals een van hen het omschrijft in het uitgebreide cd-boekje: 'We come from different countries, yet we’re facing the same issues in our home towns. We need to show the world that there are no bounderies when it comes to standing for our rghts... It felt like the universe put us together. We were fighting alone, and something pushed our energy to meet.' En daar hebben we dan vervolgens dit prachtige album aan te danken. "Together we must stand", klinkt het in de opener 'Heavy', waarin wordt stilgestaan bij economisch actieve vrouwen waar vaak een hele familie op draait. En de muziek is al net zo veelzijdig als de groep vrouwen die Les Amazones d'Afrique vormt. Afrikaanse klanken, r&b en rap wisselen elkaar af in een frisse mix. In 'Love' breekt Mamani Keita een lans voor respect en gelijkheid. Haar krachtige stem wordt begeleid door zware baslijnen en een loom West-Afrikaans ritme. De roots van de blues liggen duidelijk hier.

Een album met een boodschap, maar daar blijft het niet bij. Ook muzikaal is dit een ronduit sterk album, waarbij traditie en moderniteit elkaar perfect afwisselen. Het eerdergenoemde 'Love' sluit duidelijk aan bij de Afrikaanse muzikale traditie, evenals 'Queens' - met name door de aantrekkelijke zang van Rokia Koné, in combinatie met het koor. 'Dreams' wortelt in de Malinese volksmuziek en 'Rebels' sluit aan bij de Arabische muziek, met prachtige zang van de Algerijnse Nacira Ouali Mesbah. 'Smile' is dan weer veel meer hedendaagse pop, met zijn gebroken ritmes. Iets dat ook geldt voor 'Red', waarin we ook een vleugje rock aantreffen in het gitaarspel, 'Dogon', dat deels aansluit bij wat we woestijnblues zijn gaan noemen en deels bij r&b en 'Sisters', waarin de soul doorklinkt. Opvallend zijn daarnaast een paar zeer krachtige ballades, die vaak nog beter dan de uptempo nummers de sfeer weten over te dragen. 'Timbuktu' is daar een mooi voorbeeld van. Een huiselijke dialoog tussen Mamani Keita en Amadou Dembélé, waarin de eerste een lans breekt voor de rol die vrouwen spelen in het bewerkstelligen van sociale cohesie.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 6.7.20) - [print] - [naar boven]



Jazz Class-X / Jazztube
Peter Brötzmann Octet - 'Machine Gun' (BRÖ, 1968)

Opname: mei 1968

Recent stond ik in onze serie Jazz Class-X stil bij 'We Insist! Freedom Now Suite' van Max Roach, het eerste jazzalbum met een duidelijke boodschap van protest tegen racisme. Het zou gelukkig niet bij dit album blijven. En omdat helaas datzelfde racisme weer eens actueel is, neem ik de kans waar om drie inmiddels iconische albums onder uw aandacht te brengen waarin dit protest krachtig tot uiting komt.

De free jazz die aan het eind van dat decennium tot ontwikkeling komt, is onmogelijk los te zien van deze beweging waarin protest en emancipatie hand in hand gaan. Zwarte musici in de VS begonnen ermee, blanke musici in Europa voelden zich erdoor geïnspireerd. Niet alleen door de muziek, ook door de boodschap. Het absolute hoogtepunt en een van de beste Europese jazzalbums aller tijden is daarbij altijd nog 'Machine Gun', opgenomen in 1968 door een octet onder leiding van rietblazer Peter Brötzmann, die zich sinds halverwege jaren zestug had ontwikkeld tot een van de voormannen van deze nieuwe muziekstijl. Faam verwierf hij met zijn trio, waarna het Frankfurt Jazz Festival hem in staat stelde dat octet op te richten waarvan alle leden in de jaren erna belangrijke spelers zouden worden binnen de Europese avant-garde. Als blazers koos hij Evan Parker en Willem Breuker, als bassisten Peter Kowald en Buschi Niebergall, als drummers Sven-Ake Johansson en Han Bennink en tot slot als pianist Fred van Hove.

Al het onrecht, de onrechtvaardigheid, de vernedering, de pijn, 'the horror' – zoals Kurtz het zo mooi uitdrukt in Joseph Conrads roman Heart of Darkness - komt samen in het titelstuk. Dat nog altijd, ruim vijftig jaar na dato, een mokerslag uitdeelt. We zien de man zitten achter zijn machinegeweer, op de door Brötzmann getekende hoes en het is exact dat wat we krijgen. Repetitief knetterend, super enerverend gaan de blazers van start. Zo klinkt protest, en niet anders. De kracht van deze muziek zit in het ongepolijste, zeer hectische en chaotische karakter. Het is verre van mooi, het mag ook niet mooi zijn. Het moet verontrusten, shockeren, structuren overhoop gooien en dat is ook wat het doet. Op onovertroffen wijze.

In 2018 zei Brötzmann tegen Andrew Jones van DownBeat ter gelegenheid van het vijftigjarige bestaan van het album: "There is no contradiction between creation and destruction. I never thought music was a healing force of the universe. I didn't agree with Mr. [Albert] Ayler. But we wanted to change things; we needed a new start. In Germany, we all grew up with the same thing: 'Never again'. But in the government, all the same old Nazis were still there. We were angry. We wanted to do something."

Zo extreem zou het daarna zelden meer klinken, maar veel elementen uit dit miraculeuze album zouden breed navolging krijgen binnen de geïmproviseerde muziek. Neem dat fantastische duet tussen de beide bassisten halverwege het titelstuk, dat is impro ten voeten uit. 'Responsible' laat horen wat je kunt met twee drummers en twee bassisten. Als dan ook de drie blazers aansluiten ontstaat er een enorme kakofonie aan klanken, een orgie aan geluid. Hier staat de essentie op het spel, zoveel is zeker. En wat een prachtige bijdragen leveren die drie blazers hier, op het scherpst van de snede. Tot slot klinken de drummers in 'Music For Han Bennink', gevolgd door zeer ontstemd klinkende blazers. Explosies van geluid. Na een herhaling van dit procedé volgt een opmerkelijk introvert moment, fel onderbroken door Brötzmann. Het mag immers niet mooi zijn!

In 1990 verscheen het album op cd met extra takes van zowel 'Machine Gun' als 'Responsible'. In 2007 verscheen bij Atavistic 'The Complete Machine Gun Sessions', met daarop ook nog een liveversie van het titelstuk.

In 1970 gaf het Peter Brötzmann Octet een concert in het Antwerpse Park Den Brandt tijdens de tweede editie van Jazz Middelheim. In de Jazztube zie je een impressie, met interviews en concertbeelden.

Labels: , , ,

(Ben Taffijn, 4.7.20) - [print] - [naar boven]



Cd
Espen Berg Trio - 'Free To Play' (ODIN, 2019)

Opname: 25-26 november 2018

Over 'Bølge', het in 2018 verschenen album van het Espen Berg Trio schreef ik: 'Opvallend bij dit trio zijn het dynamische, melodische geluid en het zeer harmonische samenspel. Hier geen leider en volgers, maar een geoliede machine waarbij het geluid van de drie instrumenten prachtig in elkaar overloopt.' Een jaar later verscheen 'Free To Play' dat op de stapel belandde en nu, met meer tijd door gebrek aan concerten, eindelijk in mijn speler belandde. En reeds bij de vrij korte opener 'Monolitt', te zien als een soort van prelude, bekruipt mij de spijt dat ik dat niet eerder deed. Bassist Bárður Reinert Poulsen en drummer Simon Olderskog Albertsen zorgen hier voor rustiek weldadige klanken, waar zich gaandeweg Berg bijvoegt.

In 'Skrivarneset' komt het trio goed op stoom. Wat ik de vorige keer schreef over dit trio blijft dus onverkort van kracht. Ook hier weer die hecht doortimmerde structuur, dat strakke geluid en het perfecte samenspel. En Berg is een prima pianist. Soepel, puntig en met een goed gevoel voor timing weet hij op krachtige wijze zijn statement te maken. Zonder daarbij continu op de voorgrond te treden; de bijdragen van Poulsen en Albertsen zijn op dit album wederom zeer essentieel.

Aan het begin van 'Kestrel' valt het duo Berg - Albertsen op. Samen bouwen ze op strakke wijze het ritme op, waarna Berg de melodie uitzet en het nummer transformeert in een blues. Berg neemt de leiding, maar de andere twee doen meer dan volgen. En let dan vooral ook op hoe prachtig uitgebalanceerd dit allemaal klinkt, hoe goed deze drie mannen elkaar aanvoelen en aanvullen. Iets dat ze ook doen in het mooi lyrische 'Camillas Song', waarin Poulsen aanvankelijk de toon zet, gevolgd door een intiem klinkende Berg. Na dit moment van intimiteit en reflectie zet het trio de zaak weer op scherp in het zeer ritmische en aanstekelijke 'Gossipel', een lijn die verder wordt doorgetrokken in 'Episk-Aggressiv Syndrom'. Bijzonder in dit nummer is het ritmische en harmonische spel van dit trio en de wijze waarop de klanken hier in elkaar vervlochten worden.

Wellicht is de beste omschrijving van de muziek van dit trio nog wel, zo valt mij in bij het beluisteren van 'Meanwhile In Armenia', dat het stroomt. Het is een eenheid, waarbij het ene voortkomt uit het ander. Het geldt voor dit nummer, waarin tevens de volksmuziek doorklinkt, maar eigenlijk voor het hele album.

Klik hier om 'Free To Play' te beluisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 30.6.20) - [print] - [naar boven]



Jazz Class-X / Jazztube
Max Roach - 'We Insist! - Freedom Now Suite' (Candid, 1960)

Opname: 31 augustus / 6 september 1960

De dood van George Floyd drukt ons weer eens met de neus op de feiten: het racisme is nog steeds springlevend en helaas niet alleen in de VS. Dat er de afgelopen weken breed stelling werd genomen tegen dit onrecht stemt hoopvol. Tegelijkertijd zal ook deze gebeurtenis, de zoveelste in een lange rij, niet de laatste zijn. Protest is daarom op zijn plaats, of het nu direct tot veranderingen leidt of niet. En gelukkig komt dat protest inmiddels lang niet meer alleen van de zwarte bevolking zelf, zoals dat decennialang het geval is geweest. Want, zoals u natuurlijk ook weet, we hebben het hier nu niet bepaald over een nieuw fenomeen.

De meest roerige tijd was onmiskenbaar die van de burgerrechtenbeweging in de jaren 60 van de vorige eeuw, waarin politici zich roerden, maar ook kunstenaars, waaronder jazzmusici. Een absoluut hoogtepunt daarin is zonder meer 'We Insist!', met als ondertitel 'Max Roach’ Freedom Now Suite'. De drummer begint eraan in 1959, samen met Oscar Brown, die de teksten voor hem schreef. Aangezien Roach toen in New York woonde en Brown in Chicago vroeg dat om improviseren. Brown zei er later over: "We did it on the road kind of; we really wrote it by telephone." Het bleek geen gelukkige keuze en nog voor de suite was voltooid haakte Brown af. Oorspronkelijk was de suite, in een langere versie, bedoeld om uitgevoerd te worden in 1963, tijdens de viering van het feit dat Abraham Lincoln in 1862 de zogenaamde Emancipation Proclamation uitvaardigde, waarmee een einde kwam aan de slavernij in de VS. Er speelde in 1960 echter te veel om nog langer te kunnen wachten en Roach greep het momentum aan om in augustus en september 1960 met een kwintet dit album op te nemen, dat nog in december van datzelfde jaar verscheen bij Candid Records. Naast Roach horen we zijn vrouw en vocaliste Abbey Lincoln, de legendarische tenorsaxofonist Coleman Hawkins, tenorsaxofonist Walter Benton, trombonist Julian Priester, trompettist Booker Little, bassist James Schenk en de percussionisten Michael Olatunji, Raymond Mantilla en Thomas du Vall.

Het album begint met 'Driva’ Man', waarin Roach en Brown teruggrijpen op de slavernij. Nat Hentoff, die bij de opnamesessies aanwezig was, zei over dit nummer: "It's a personification of the white overseer in slavery times who often forced women under his jurisdiction into sexual relations." Lincoln begint solo, slechts begeleid door Roach, wiens slagen klinken als die van een zweep. Dan vallen de overige musici bij en schittert Hawkins in een getormenteerde solo. De echte kracht in dit op zich vrij simpele nummer zit echter in dat slepende ritme dat ons continu vergezelt. Met 'Freedom Day' grijpt Roach terug op de hierboven genoemde Emancipation Proclamation, die de zwarte bevolking in naam gelijkwaardig maakte aan de blanke. Maar de drummer zelf verwoorde het treffend: "We could never finish it, because freedom itself was so hard to grasp: we don't really understand what it really is to be free. The last sound we did, 'Freedom Day,' ended with a question mark." De blazers starten hier met unisono gespeelde lijnen, waarna we Lincoln horen met de oproep de ketens af te doen. Ondanks die woorden van Roach klinkt dit als een zeer strijdbaar nummer, met prachtige solo's van Benton, Little, Priester en Roach zelf. En als we dan Lincoln weer horen, lopen de rillingen je de over de rug.

Het hart van het album bestaat uit 'Triptych: Prayer, Protest, Peace'. Een duet tussen Roach en Lincoln. 'Prayer' klinkt terecht als een spiritual waarin Lincoln de hoofdrol speelt, spanningsvol begeleidt door Roach. Een gewijd begin, dat halverwege dramatisch omslaat. Op Roach overdonderend drumwerk horen we een schreeuwende, krijsende, huilende Lincoln of zoals Hentoff het verwoordde: "Final, uncontrollable unleashing of rage and anger that have been compressed in fear for so long that the only catharsis can be the extremely painful tearing out of all the accumulating fury..." In 'Peace' klinkt de rust terug. Bijzonder in dit stuk is overigens dat Lincoln geen tekst heeft - Brown was reeds vertrokken - en zich louter bedient van vocale klanken.

Roach beperkte zich niet tot de situatie in zijn eigen land. In 'All Africa' en 'Tears For Johannesburg' maakt hij de oversteek naar het continent waar zijn wortels lagen. In 'All Africa' staat hij stil bij het dan opkomende nationalisme in dit werelddeel, wat zou leiden tot het dekolonialiseringsproces en in 'Tears For Johannesburg' richt hij zijn peilen op de apartheid en dan specifiek op de gebeurtenis eerder dat jaar in Sharpeville, waarbij de politie op demonstranten schoot. Met 69 doden en 180 gewonden als gevolg. 'All Africa', staat mede dankzij de uitgebreide percussie dichter bij Afrikaanse muziek dan bij de jazz, iets wat prima past bij de doelstelling van dit album. Met 'Tears For Johannesburg' weet Roach weer te raken, met name door de in elkaar verstrengelde blazerspartij en de krachtige, maar ook schrijnende solo's.

Twee Jazztubes deze keer: 'Driva’ Man' en 'Tears For Johannesburg / Triptych', uitgevoerd door een kwintet van Max Roach bestaande uit pianist Coleridge Perkinson, bassist Eddie Kahn, tenorsaxofonist Clifford Jordan en zangeres Abbey Lincoln. Een opname uit 1964 voor het Belgische televisieprogramma 'Jazz Prisma'.

Labels: , , ,

(Ben Taffijn, 28.6.20) - [print] - [naar boven]



Nieuws / Jazztube
Ack van Rooyen wint Buma Boy Edgar Prijs 2020


De Buma Boy Edgar Prijs, de belangrijkste prijs in Nederland op het gebied van jazz en geïmproviseerde muziek, is toegekend aan bugelspeler en trompettist Ack van Rooyen. Dit werd bekendgemaakt op het (online) netwerk- en showcase-evenement inJazz in Rotterdam (zie video hieronder).

Ack van Rooyen (Den Haag, 1930) is de belichaming van de kleurrijke Nederlandse jazzgeschiedenis. Zijn bijdrage als solist aan de Nederlandse jazzorkesten leest als een overzicht van alle grote jazzensembles: de Ramblers, de Skymasters, The Netherlands Concert Jazz Band, het Dutch Jazz Orchestra en het Metropole Orkest.

Meteen na het verlaten van het Koninklijk Conservatorium van Den Haag (cum laude!) in 1949 begon Van Rooyen aan een indrukwekkende internationale carrière. Hij speelde in de meest vooraanstaande internationale jazzorkesten, waaronder Aimé Barelli Orchestra, de Peter Herzbolzheimer & His Rhythm Combination & Brass, het Deense showorkest van Boyd Bachman, de Bert Kaempfert Big Band, de WDR Big Band, de SFB Big Band, het Clark Terry Orchestra, Gil Evans Orchestra, de Clarke-Boland Bigband en het Süddeutscher Rundfunk Orchestra. In 1974 was hij medeoprichter van het United Jazz & Rock Ensemble, een succesvol tentet met onder anderen trombonist Albert Mangelsdorff, saxofonist Charlie Mariano en pianist Wolfgang Dauner.

Zijn ruime ervaring, inzicht en theoretische kennis deelt hij al decennialang met studenten van de conservatoria in Nederland en nog regelmatig staat hij op het podium met jonge musici. Zo stond hij op 16 februari van dit jaar stond hij nog op het podium van De Bilding in Bilzen met Carlo Nardozza's Big Band WE.

Bij gelegenheid van zijn 90ste verjaardag, die op 3 januari 2020 gevierd werd in het Bimhuis in Amsterdam, werd hij benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Bij die gelegenheid beschreef de Amsterdamse locoburgemeester Simone Kukenheim zijn verdiensten: "Gedurende uw lange loopbaan schitterde u zelf, maar u liet ook anderen stralen."

Uit het juryrapport: "De jury is gecharmeerd van Van Rooyens vakmanschap en zijn lyrische spel op de bugel, het instrument waar hij zich al vanaf de vroege jaren op toelegt. Het warme, zachte geluid van de bugel past bij de bescheiden Van Rooyen. Met zijn herkenbare, subtiele klank schept Van Rooyen miniaturen die de luisteraar meevoeren en lange tijd bijblijven."

Onderdeel van de prijs is een door winnaar Ack van Rooyen zelf samen te stellen concertavond op 9 december 2020 in het Bimhuis. Bij die gelegenheid zal hem de prijs, bestaande uit een geldbedrag van € 12.500 en een bronzen sculptuur van Jan Wolkers, worden overhandigd. Vooralsnog gaat de organisatie uit van een feestelijke happening met prijsuitreiking, maar coronamaatregelen zullen tegen die tijd mogelijk ook van invloed zijn op de invulling van de concertavond. Laten we hopen van niet!

Foto's: Cees van de Ven

Labels: , ,

(Maarten van de Ven, 27.6.20) - [print] - [naar boven]



Cd
Miguel Zénon - 'Sonero - The Music Of Ismael Rivera' (Miel Music, 2019)

Opname: 19-20 maart 2019

'Sonero - The Music of Ismael Rivera' is al even uit, maar Miguel Zénon maakte een dusdanig bijzonder album dat het de moeite loont ons er alsnog over te buigen. Hij werd niet voor niets genomineerd voor een Grammy in de categorie beste Latin Jazz Album, die hij helaas niet won. Het album is een eerbetoon aan de uit Puerto Rico afkomstige zanger en liedjesschrijver Ismael 'Maelo' Rivera, ook wel El Sonero Mayor genoemd, wat zoveel betekent als de grootste zanger/improvisator. De beste man leefde van 1931 tot 1987 en verwierf vooral bekendheid dankzij de vernieuwing die hij aanbracht binnen de 'soneo', improviserende zang binnen de salsatraditie.

Miguel Zenón is echter geen zanger, maar altsaxofonist en ook de overige leden van dit kwartet - pianist Luis Perdomo, bassist Hans Glawischnig en drummer Henry Cole - zijn niet te betrappen op vocale kwaliteiten (de enige plaats waar we zang horen is het intro, maar dat betreft een sample van Rivera zelf). Het zijn dan ook veeleer het gebruik van melodie en ritme en de grote lyrische kwaliteiten van Rivera die Zenón inspireerden. Sterker nog, dit is niet eens pure salsa. Zenón kleedt Rivera's composities volledig uit en geeft er zijn eigen draai aan. Maar ritmisch en melodisch is de muziek zonder meer en Zenón stelde met deze musici een eersteklas kwartet samen. Beluister hoe het slagwerk van Cole in 'Quitate de La Via, Perico' Zénons spel kruidt en u weet genoeg. Of neem het delicate pianospel van Perdomo in 'Las Tumbas', hoe zorgvuldig hij de noten hier aan elkaar rijgt tot een prachtige melodie. En dan hebben we het nog niet gehad over Zénon zelf, die in ditzelfde nummer zorgt voor een zeer lyrische, maar tegelijkertijd pittige solo.

'El Negro Bembón' is een van de hoogtepunten van dit album. De wijze waarop de ritmesectie hier het ritme opbouwt is groots. Strak en tegelijkertijd zeer enerverend. Zénon reageert erop met een uiterst lenige solo, waarbij hij moeiteloos het uitgebreide klankregister van zijn altsax gebruikt. Dit is muziek die duidelijk wortelt in de latin, maar zich hier beslist niet toe beperkt. Prachtig strak klinkt ook het ritme in 'La Gata Montesa', waarbij het ook hier opvalt dat pianist Perdomo vrijwel permanent onderdeel uitmaakt van de ritmesectie, terwijl Zénon zelf afwisselend hierin mee gaat of ervoor kiest om de melodie vorm te geven. Ook in dit nummer een zeer zangerig swingende bassolo van Glawischnig.

Een ander hoogtepunt is 'Las Caras Lindas' en dan met name vanwege de wijze waarop Zénon hier vorm geeft aan de melodie. Wat begint als een ballade loopt aansluitend uit in een zeer ritmisch stuk, waarin Zénon excelleert met felle bewegingen. Verderop duelleert hij op het scherpst van de snede met Cole. 'Hala' en 'Si Te Cantara' zijn echte ballades, met een prachtig lyrisch spelende Zénon, terwijl in de laatste zowel de prachtige ritmiek van Perdomo als de solo van Glawischnig opvallen.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Foto: Cees van de Ven

Labels:

(Ben Taffijn, 24.6.20) - [print] - [naar boven]



Concert
Van het slot, op een kier

Zilt featuring Ian Cleaver & Jasper Blom, zondag 21 juni 2020, Jacobuskerk, Feerwerd

Ze moeten zich hebben gevoeld als rundvee dat na de winterstalling voor het eerst het malse gras van het Hogeland inbuitelt. Goed, het was alweer de eerste dag van de zomer - in Groningen gebeurt godlof alles wat later dan in de beschaafde wereld.

Dat lieten de kerkgangers evenwel nauwelijks merken. Doch iedereen was, dat was wel duidelijk, uitgelaten om het eerste jazzconcert sinds maart mee te vieren. Er waren zelfs liefhebbers uit het verre Utrecht die de pelgrimage naar het verre Feerwerd hadden ondernomen. En zo zaten we met dertig man (m/v) in het pittoreske Jacobuskerkje in het schattige Groninger dorpje. Na ons kwam er nog een shift van andermaal dertig man. En, vertelde voorzitter Herman Meurs van de stichting Jazz in Feerwerd, de belangstelling was van dien aard dat er nog met gemak een derde optreden in had gezeten, ware het niet dat zulks misschien een te grote wissel had getrokken op het uithoudingsvermogen van de muzikanten van Zilt.

Zilt, dat is het kwartet van tenorsaxofonist Jasper Blom, dat zijn naam dankt aan de locatie waar het het levenslicht zag, de Amsterdamse Zeedijk en meer specifiek aan het gelijknamige whiskylokaal ter plekke. Het idioom zou je kunnen situeren in de late hardbop, zo'n beetje tot het Ornette Coleman-universum. Misha Mengelberg is ruim vertegenwoordigd in het repertoire en ook nu bleek maar weer eens wat voor een fenomenale componist Mengelberg was in het domein van de potentiële evergreens. Drummer Wouter Kühne en bassist Thoman Pol swingden superstrak en onbedaarlijk in 'Rollo II'. In dit openingsstuk van het optreden moest het publiek, althans ik, na drie maanden kerkmijden weer even wennen aan de akoestiek van de gebedsruimte, waarbij de instrumenten de neiging hadden in elkaar over te vloeien. Het best kwam de groep dan ook tot haar recht in de ingetogen gespatieerde ballads, zoals 'Azalea'.

Medeblazer was trompettist Ian Cleaver, een snel rijzende ster aan het Amsterdamse improvisatie-uitspansel. In Mengelbergs 'Blues After Piet' projecteerde hij zijn zelfverzekerde geluid tot voorbij de achterkant van het kerkje, tot in de klokkentoren en van daaruit tot over de dreven van het Hogeland voornoemd. Hij kan ook ingetogen spelen, gelijk de aartsengel Michaël in een hemelse serenade.

In 'Moon Song' vielen de heldere, levendige baslijnen van Thomas Pol op. Voor een modderig geluid ben je bij hem aan het verkeerde adres. Wouter Kühne tenslotte kan zoals gezegd onbedaarlijk hard swingen, maar levert met accenten, verdichtingen en verdunningen ook wezenlijke bijdragen aan de architectuur van de muziek.

Laat nu de tweede golf maar komen - dit hebben we toch maar mooi meegemaakt.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 22.6.20) - [print] - [naar boven]



Cd
Les Marquises - 'Les Marquises' (Eux Saem, 2019)

Opname: oktober 2019

Les Marquises is een duo bestaande uit Emilie Škrijelj, een accordioniste die daarnaast graag werkt met de platenspeler, samples en andere elektronica, en drummer Tom Malmendier. Het titelloze debuut zag vorig jaar het licht en verdient het zonder meer om hier aan bod te komen. Want wat een lekkere, eigenwijze muziek is dit. Muziek waarin de chaos op de troon wordt gehesen en waarin dit duo laat horen over te lopen van speelse creativiteit. De klanken, waarbij elektronica en slagwerk nagenoeg uitwisselbaar zijn, buitelen als doldwaze clowns over elkaar heen in het ruim twintig minuten durende 'Des Carottes Dans Les Cheveux'. Vanuit pure spontaniteit vuren de twee musici elkaar hier aan tot een bruisende improvisatie. Prachtig is die solopassage van Škrijelj, klinkend als een ontspoord computerspel. Aansluitend tovert ze de meest wonderlijke klanken uit het stel oude lp's en dito samples. Het heeft zowaar wel iets van een bizar ritueel.

Verbazen hoeft dit allemaal geenszins. Škrijelj studeerde in 2007 af aan de Universiteit van Metz op 'From sound object to sound space: interactions between sound and space among composers and sound artists' en begon al vroeg te werken met modulaire synthesizers en samples. Ook Malmedier bewees de afgelopen jaren met een groot aantal projecten bij de muzikale avant-garde te horen.

In 'Chambre De Pluie' gaat het er iets ingetogen aan toe. Hier vallen de vocale samples op, naast een breed scala aan sfeervolle noise, aanvankelijk geflankeerd door beheerst spel van Malmedier. Aanvankelijk, want gaandeweg zet de drummer de zaak behoorlijk op scherp. Een van de hoogtepunten van het album is de passage tegen het einde, waarin we Škrijelj horen op accordeon, samen met een vrij heftig spelende Malmendier. Een bijna zenuwachtige structuur kenmerkt 'Au Fond D’Une Tisane', zeker als we de ritmische onderstroom, slagwerk en noise, in ogenschouw nemen. Dan klinkt wederom de accordeon, wolken van klank creërend, zwelt het slagwerk aan en neemt de intensiteit toe. De stemmen die hier doorheen klinken geven het geheel een extra sfeervolle lading.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Foto: Lê Quan Ninh

(Ben Taffijn, 19.6.20) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...








Menupagina's:




Blijf in de picture met
een gratis jazzbanner!






















Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.