Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Cd / Jazztube
Vijay Iyer - 'Uneasy' (ECM, 2021)

Opname: december 2019

Pianotrio's, ik kan er geen genoeg van krijgen. Nu is het weer Vijay Iyer die ons verrast. Mede dankzij de aanwezigheid van bassiste Linda May Han Oh en drummer Tyshawn Sorey. 'Uneasy' verscheen bij ECM, het label waar de laatste jaren vaker werk van deze opmerkelijke pianist verscheen. Die titel is overigens allesbehalve toeval: "The word 'uneasy' feels like brutal uderstatement, too mild for cataclysmic times," zegt Iyer zelf. Daarom dit hart onder de riem met stukken van de laatste twintig jaar en een tweetal covers.  

Iyer is een academicus, ook in zijn pianospel. Niet dat het koud of statisch is, geenszins, maar zijn spel kenmerkt zich wel door een zeer zorgvuldige, vaak redelijk analytische aanpak en door een vrij grote mate van complexiteit. 'Children Of Flint' maakt echter direct duidelijk dat hij met Oh en Sorey twee musici heeft gekozen die zorgen dat het aardse het cerebrale in evenwicht houdt. Dit is een stuk dat leeft, broeit en bruist. Een al even krachtig statement is 'Combat Breathing'. Vrij ruig pianospel hier, krachtige ritmische slagen van Sorey en een duidelijke groove van Oh. En dan die cover van Cole Porter's 'Night And Day'. Bijna tien minuten trekt dit trio ervoor uit. Zo nu en dan herken je Porter, maar veel vaker is het vooral Iyer, eindeloos zijpaadjes bewandelend, terwijl op de achtergrond Sorey en Oh hem in het gareel houden. 

Stuk voor stuk meeslepende stukken, waarin de doeltreffende timing opvalt. Als voorbeeld mag 'Touba' dienen, het enorme ritmegevoel en het vermogen om de luisteraar vast te pakken en gedurende dit vrij lange album niet meer los te laten. Of zoals Iyer het zelf zo treffend stelt: "The most turbulent music may contain stillness, coolness, even wisdom." Waarvan akte. Inmiddels zijn we bij 'Drummer's Song' van Sorey's in 2017 helaas veel te vroeg overleden collega Gerri Allen. Natuurlijk speelt Sorey in dit ritmische stuk een hoofdrol, maar bijzonder is ook zeker Iyers percussieve spel. Veel slagwerk ook in 'Configurations', in de vorm van een reeks korte solo's. Tussen deze twee stukken in vinden we de ballade 'Augury', met bij vlagen bruisend, enigszins dwingend pianospel.

Een album zonder enige zwakke plek, want ook de tussen ballade en meer uptempo balancerende stukken als 'Uneasy' en 'Retrofit' weten van begin tot eind te boeien, zowel door het onovertroffen pianospel van Iyer als door de strakke begeleiding van Sorey en Oh. Tot slot klinkt de prachtig uitgebalanceerde ballade 'Entrustment'. Een mooier einde is moeilijk denkbaar.

In de Jazztube geeft Vijay Iyer een toelichting op het album.

Labels: , , , ,

(Ben Taffijn, 17.4.21) - [print] - [naar boven]



Cd's
Fred Frith & Ikue Mori - 'A Mountain Doesn’t Know It’s Tall' (Intakt, 2021)

Opname: 24 januari 2015
Takashi Masubuchi & Shizuo Uchida - 'Dripping Nocturne' (Headlights, 2020)
Opname: mei 2019

De invloed van Fred Frith op de hedendaagse muziek kan moeilijk worden overschat. Hij speelde in Henry Cow, John Zorn's Naked City, Massacre en nog zo wat andere grensverleggende bands op het snijvlak van rock, noise en vrije improvisatie. De laatste jaren is hij vooral meer opgeschoven naar dat laatste, zoals ook weer blijkt uit het recent verschenen 'A Mountain Doesn’t Know It’s Tall' dat hij voor Intakt Records opnam met laptopkunstenares Ikue Mori. Takashi Masubuchi is voor mij nieuw - en ik zal niet de enige zijn. Toch bouwde ook hij de afgelopen jaren aan een aardige discografie, met drie albums in het afgelopen jaar, waaronder het bij Headlights verschenen 'Dripping Nocturne', waarin we hem horen met bassist Shizuo Uchida.

Frith en Mori kennen elkaar zo'n veertig jaar, maar maakten vreemd genoeg nooit eerder samen een geïmproviseerd album. En als ze toen in januari 2015 niet een dag over hadden gehad, ze werkten samen aan een soundtrack, was dit album er wellicht ook nooit gekomen. Soms zit het ons dus mee. Het bijzondere aan dit album is dat we Frith kennen als gitarist, maar dat hij maar in twee stukken, 'Nothing To It' en 'Now Here', op dit instrument is te horen! Op de achterzijde van het album staat verder 'home-made instruments, various toys and objects'. En dat, in combinatie met de laptop van Mori, levert een enorme diversiteit aan geluiden, samenvallend tot een kaleidoscopisch kunstwerk waarin het experiment vooropstaat. En probeer daarbij vooral niet om uit te vinden wie nu precies welk geluid maakt, onbegonnen werk. We missen die gitaar dus geenszins, al klinkt hij prachtig gruizig, tegen noise aanleunend in 'Nothing To It', meeslepend in 'Now Here' en denken we hem te horen in 'Hishriyo', maar blijkbaar is dat Mori's laptop.

'Dripping Nocturne' is een geheel ander album en bezit de voor een nocturne vereiste duisternis. De Ierse componist John Field, hij leefde van 1782 tot 1837, geldt als de grondlegger van deze vorm, volgens Wikipedia: 'een muzikale compositie die geïnspireerd is op de sfeer van de nacht, een romantisch of dromerig geheel.' In drie naamloze stukken creëren Masubuchi en Uchida een sfeer die hier uitstekend bij past. Bijna toevallig klinkende noten, vaak met een grote mate van resonantie, vormen een melancholiek en dromerig klanklandschap. Bijzonder daarbij is de onderlinge verwevenheid van gitaar en bas, beide natuurlijk snaarinstrumenten, maar dat verklaart dit niet in zijn geheel. Het heeft vooral te maken met een gedeelde attitude van deze twee Japanse musici, waarbij het onorthodox inzetten van instrumenten zeker niet wordt geschuwd. In het tweede deel van het eerste stuk horen we bijvoorbeeld een klankspectrum dat ons eerder aan de bouwmarkt doet denken dan aan de muziekstudio. Het tweede stuk kenmerkt zich door een sterk repetitief ritme, dat vooral op het conto van Ushida geschreven mag worden. Het derde stuk heeft weer hetzelfde onbestemde, enigszins duistere karakter dat ook het eerste deel kenmerkte.

Labels: , , , ,

(Ben Taffijn, 14.4.21) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Tania Giannouli Trio - 'In Fading Light' (Rattle, 2020)

Met die albumtitel en een hoesfoto van een verlaten zwembad dat stilaan overwoekerd wordt door de natuur creëer je al snel een indruk van somberte. Die indruk wordt ook bevestigd door de muziek van het trio rond de Griekse pianiste Tania Giannouli, ook al krijgt die gaandeweg extra nuance.

Giannouli is geen pianiste van de uitbundige acrobatie of de oeverloze complexiteit. Haar spel verraadt invloeden uit klassiek, jazz en volksmuziek, maar lijkt vooral een middel ter exploratie van emoties en sferen, met vaak ingetogen, bedwelmende muziek. Daar zal ook de ongewone instrumentatie voor iets tussen zitten. Door de combinatie met oed (Kyriakos Tapakis) en trompet (Andreas Polyzogopoulos) wordt de Europees aanvoelende stijl van Giannouli naar exotischer oorden gestuwd. Niet die van zomerse zwier of lijfelijkheid, maar wel badend in de warmte van een avondzon in een nagloeiende valavond.

Opener 'Labyrinth' is meteen representatief, vanuit de voorzichtige piano-aanzet is het een bedachtzaam zoeken en aftasten. Niet vanuit totale vrijheid, maar vanuit vastliggende patronen die door subtiele effecten en overgangen toch een hoge mate van spontaniteit suggereren. Het zet de toon voor het album, waarin melancholie en mysterie de boventoon voeren, zoals in het geduldig verhalende 'Hinemoa’s Lament' of 'Fallen', een duet voor piano en trompet dat directe statements inruilt voor suggesties en indrukken die de verbeelding aanzwengelen. Ook mooi: 'Moth', een solostuk voor oed, dat je meeneemt op een wandeling door een glooiend, zongeblakerd landschap.

De lyriek, ruimte en ingetogenheid van die stukken wordt op regelmatige tijdstippen onderbroken voor zijstappen die nergens de flow van het geheel onderuit halen, maar wel voor wat extra reliëf en variatie zorgen. 'When Then' is een vroeg hoogtepunt, waarin gedempte pianoklanken en bluesy oed zorgen voor een percussieve stuwing, bijna een groove. De repetitiviteit herinnert wat aan de wentelende trancebewegingen van Nik Bärtsch, al is dit een stuk minder mechanisch, met Giannouli die even helemaal verdwijnt in het lage register met een intensiteit à la Keith Tippett.

Verderop zorgt het prima getitelde 'Bela’s Dance' voor een nieuwe energie-opstoot. Het gaat er even wat rauwer aan toe, met een fysieke aanval op toetsen en snaren, en extatische trompetvegen. Naar het einde van het album valt vooral 'Disquiet' op, dat het trio op z'n meest open en uitdagend laat horen, in de weer met een forsere dynamiek en wat bokkige sprongen. Niet alleen een goede manier om je bij de les te houden, maar ook een bijzonder contrast met de gaafheid van 'Inland Sea' dat erop volgt.

Giannouli benadrukt dat muziek en kunst in het algemeen een noodzaak zijn. Ze zijn een middel om liefde, hoop en mededogen uit te dragen en die menselijkheid krijgt ook knap gestalte op 'In Fading Light'. Het spel van Giannouli en Polyzogopoulos past naadloos in een traditie van Europese jazz die eerder lonkt naar het oosten en het zuiden dan naar het westen, en met de oed van Tapakis proef je even van de wereld van figuren als Anouar Brahem, Kamilya Jubran & co. Het maakt van 'In Fading Light' een mooi album, dat geografische en stilistische grenzen negeert met een consistente en poëtische aanpak. Die is ongewoon genoeg voor avonturiers en toegankelijk genoeg voor een breed publiek. Een fijne ironie is dat het album verscheen bij een Nieuw-Zeelands label.

In de Jazztube zie je het Tania Giannouli Trio tijdens het Jazzfest Berlin 2018.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be

Labels: , ,

(Guy Peters, 10.4.21) - [print] - [naar boven]



Cd's
Samuel Leipold - 'Viscosity' (QFTF, 2020)

Andrea Massaria – 'New Needs Need New Techniques' (Leo, 2020)
Opname: 29 juli 2020

Vandaag aandacht voor twee jazzgitaristen, van twee verschillende generaties, die onlangs een soloalbum afleverden. De Zwitser Samuel Leipold is van 1988, hij studeerde af in 2014 en bracht op QFTF met 'Viscosity' zijn eerste soloalbum uit. De Italiaanse gitarist Andrea Massaria loopt al wat langer mee, hij is van 1965 en realiseerde 'New Needs Need New Techniques' voor Leo Records.

Leipold studeerde aan de jazzafdeling van de Musikhochschule Luzern bij Roberto Bossard, Christy Doran, Frank Möbus, Chris Wiesendanger, Nils Wogram en Nat Su en is actief sinds 2014. Intussen deelde hij het podium met onder anderen Hayden Chisholm, Adrian Mears, Claudio Puntin, Peter Schärl, het Lucerne Jazz Orchestra en het Swiss Jazz Orchestra, en er verschenen reeds twee albums van zijn kwartet. Opvallend aan 'Viscosity' is de grote mate van diversiteit die Leipold hier met zijn elektrische gitaar realiseert. Zo vallen het titelstuk, 'Parsi' en 'Antimon' op door de dwingende ritmiek. Vooral het tweede stuk is zeer meeslepend, terwijl de drie delen 'Sediment' en 'Ex Machina' te beschrijven zijn als een subtiele geluidssculptuur, waarin nauwkeurig geformuleerde klanken en stiltes elkaar afwisselen. Verder zitten er twee vreemde eenden in deze bijt: op 'Shō' krijgt Leipold ondersteuning van de basklarinettist Toni Bechtold, iets dat dit stuk zeker verrijkt en in het zeer spannende en ietwat duistere ‘Piano & Guitar' horen we Leipold, zoals de titel reeds aangeeft, ook op de piano.

Andrea Massaria begon op zijn zevende met de gitaar, studeerde klassieke gitaar bij Guido Percacci en Pierluigi Corona en stapte in 1990 over op de jazz en de vrije improvisatie. Inmiddels is het aantal samenwerkingen niet meer te tellen en wordt hij in binnen- en buitenland beschouwt als een van de belangrijkste Italiaanse gitaristen. Des te opvallender is het dat dit 'New Needs Need New Techniques' zijn eerste soloalbum is. Drie totaal verschillende Amerikaanse kunstenaars inspireerden hem voor dit album: Mark Rothko, Robert Rauschenberg en Jackson Pollock. Aan eenieder wijdde hij drie stukken en zoals de titel al aangeeft en overigens ook duidelijk wordt door de foto op doe hoes, beperkt Massaria zich hierbij geenszins tot die gitaar. Integendeel, hij gebruikt een compleet arsenaal aan pedalen en andere elektronica om een geheel eigen klankwereld te bouwen. Horen we die drie kustenaars erin terug? Niet op een heel directe wijze, maar iets van de sfeer herken je wel. Zo gebruikt Massaria in 'RA3' gesproken opnames, iets dat natuurlijk prima past bij pop-art, horen we in de stukken gewijd aan Pollock klanken die goed passen bij de dripping-techniek waar deze kunstenaar zo beroemd door werd en hebben de stukken gewijd aan Rothko nog het meest weg van sfeervolle geluidssculpturen, iets dat die overwegend monochrome doeken goed benadert. Kortom een zeer afwisselend album van een bijzondere gitarist.

Labels: , ,

(Ben Taffijn, 7.4.21) - [print] - [naar boven]



Cd / Lp
Blast - 'Vortographs' (ReR Megacorp, 2021)

Opname: 2016-2020
Chris Schlarb & Chad Taylor - 'Time No Changes' (Astral Spirits, 2021)
Opname: 14 december 2019

Twee duoalbums van gitaristen: Frank Crijns blies Blast weer nieuw leven in, een collectief van wisselende samenstelling. Op 'Vortographs' verzamelde hij opnames die hij de afgelopen vier jaar maakte met multi-instrumentalist Dirk Bruinsma. Verder aandacht voor gitarist Chris Schlarb, die met drummer Chad Taylor voor zijn eigen Big Ego Record in samenwerking met Astral Spirits de lp 'Time No Changes' uitbracht.

Typerend voor Frank Crijns is zijn grote mate van diversiteit. Zo bracht hij een aantal jaren terug een album uit met zijn hedendaags gecomponeerde werk, '[B] One' en kwam hij in 2017 met zijn metalvehicle Betonfraktion op de proppen. Een jaar later bracht met 'Shade Of Impulse' elektronische muziek. Gezien die enorme veelzijdigheid zou je Crijns de John Zorn van de Lage landen kunnen noemen. Zijn freejazz-band Blast richtte Crijns op in 1989. Het was al even geleden dat hun laatste album verscheen. Maar nu hebben we dus het energieke 'Vortographs', dat zeker onder de free jazz te scharen is, al blijft Crijns met zijn gitaarspel altijd ook flirten met de rock. Bandnaam en albumtitel vormen hier overigens een eenheid: het vorticisme is namelijk een kunststroming uit de jaren 10 en 20 van de vorige eeuw, toen het wemelde van de nieuwlichters. Zoals vrijwel al die bewegingen gaven ook zij een tijdschrift uit dat de naam 'Blast' droeg en de hoes van het album, vormgegeven door Bruinsma en Marit Shalem, draagt duidelijk nog de sporen van deze kunststroming, die overeenkomsten vertoonde met het kubisme en het futurisme. Maar ook de muziek past erbij met zijn duidelijk ritmische, wat hoekige structuur en de grote mate van complexiteit. Dat we hier met een duo van doen hebben, is bijna niet te geloven.

Chris Schlarb is componist (met name van filmmuziek), gitarist, producer en labelbaas van Big Ego. Een druk bezet man dus, geen wonder dat zijn laatste album verscheen in 2015. Maar ook van deze gitarist, die ik overigens nog niet kende, dus nieuw werk. 'Time No Changes' is de weerslag van een improvisatie met drummer Chad Taylor, die ook de mbira (duimpiano) bespeelt, terwijl we Schlarb horen op akoestische en twaalfsnarige gitaar, hammondorgel en Moog-synthesizer. Over de rol van de musici in de improvisatie maakt Schlarb een paar interessante opmerkingen op de hoes van de lp: 'They listen. They absorb. And they respond. Music - especially improvised music - is an exchange between the players, a give-and-take. It's a gradually unfolding conversation that, at its best, reveals a hidden layer. Or maybe a whole hidden universe.' Muzikaal is dit verder een totaal ander album dan 'Vortographs'. Allereerst is Schlarbs stijl heel anders dan die van Crijns. Waar die laatste refereert aan de rock, refereert de stijl van Schlarb meer aan klassiek en folk. Het komt mooi tot uiting in het uit twee delen bestaande titelstuk, waarin we Taylor sterk ritmisch horen op zowel de drums als de mbira. Dat ritme, vaak met tribale elementen, blijkt overigens een constante - luister maar eens naar het sterk repetitieve 'Creedmoor'. Het vormt een prima voedingsbodem voor Schlarbs meeslepende spel op dit zeer verhalende album.

Labels: , , ,

(Ben Taffijn, 3.4.21) - [print] - [naar boven]



In memoriam
Tom Wouters
1971-2021

Zondag 28 maart vernamen we het triestige nieuws van het overlijden van multi-instrumentalist Tom Wouters. Naast drums, marimba en vibrafoon speelde hij ook klarinet en basklarinet.

Zo'n dertig jaar geleden studeerde hij bij Frank Nuyts aan het Conservatorium van Gent. Hij ontmoette er bassist Kristof Roseeuw, die er als vrije leerling de lessen volgde. Ze werden, nog lang voor de samenwerking in Flat Earth Society, compagnons de route. Eerst in de improband Kamikaze (met eveneens gitarist Filip Wauters en Bart Maris op trompet en bugel) die ze samen uit de grond stampten en daarna met het legendarische trio Payday In March (met saxofonist Edward Capel), waar Tom bandleider van was. Bertrand Flamang (Gent Jazz en Jazz Middelheim) vond destijds dat dit de enige band was met potentieel om internationaal te scoren. Met Kamikaze speelden ze ieder jaar ter afsluiting van de Gentse feesten in Bertrands café Den Turk. De reden hiervoor omschrijft Roseeuw als volgt: "Omdat hij en entourage toen in schoonheid zouden kunnen eindigen en diegenen die hij in versneld tempo liever buiten wou door onze muziek dat ook deden."

Tom maakte samen met Kristof ook deel uit van Nic Roseeuws chamber-jazz-punk ensemble Orteké (met o.a. Jan Kuyken). Ook stond hij samen met Kristof aan de wieg van RadioKUKAorkest, een ensemble opgericht voor het Klara-programma Kunstkaravaan.

In een recensie voor Kwadratuur schrijft Pieter Van den Brande: 'Tom Wouters' klarinet neigt af en toe naar Messiaen-esque vogelgeluiden, maar kan ook heel lyrisch uit de hoek komen. Dat laatste is bijvoorbeeld het geval in de bewerking van Fabian Fiorini's 'Carnivale'. Deze zeemzoete huppelwals wordt echter halverwege volledig omgegooid naar een bevreemdende chaotische improvisatie en deint uit in een gezamenlijke zangstonde. In het speelse 'Petite Suite Satie' rijgt Wouters een aantal fragmenten uit verschillende stukken van de Franse impressionist aan elkaar.'

Daarnaast speelden Tom en Kristof in zovele projecten, waaronder Flat Earth Society, maar ze deelden ook graag hun gemeenschappelijk kunnen spelen van kamermuziek. Lange tijd vertolkten ze samen hedendaagse muziek met het Spectra Ensemble. Ze deden dit met een soort punkenergie die ze in Payday In March ook zo voortreffelijk met Edward Capel wisten te delen.

Tom zorgde ook voor de percussie bij The Simpletones, de band van hedendaags componist Johan De Smet. Hij was tevens gastklarinettist op het album 'Marchandise' van het Mishtu Orchestra. Maar Tom verleende ook zijn diensten aan onder andere het Magik Ballet Ensemble, Das Kammerorchestra, Ambush, Arno, dEUS, Wim De Wulf, Gerard van Dungen Kwintet, WOFO, Think Of One, Raymond van het Groenewoud, John Watts, Les Pilliers de Cabaret en Funcke T.

Met het overlijden van Tom Wouters verliest de Belgische jazz- en improvisatiescene een van zijn avontuurlijke musici.

Deze in memoriam verscheen ook op Jazz'Halo | Foto's: Cees van de Ven

Labels: ,

(Jos Demol, 30.3.21) - [print] - [naar boven]



Lp / Cd
Martin Küchen - Det Försvunnas Namn' (Thanatosis Produktion, 2020)

Opname: 30 augustus / 18 november 2019
Martin Küchen & Landaeus Trio - 'Mind The Gap Of Silence' (Clean Feed, 2020)
Opname: 14 maart 2019

De Zweedse saxofonist Martin Küchen liet vorig jaar weer eens van zich horen met een soloalbum: het bij Thanatosis Produktion verschenen 'Det Förvunnas Namn', wat zoveel betekent als 'De namen van de verlorenen'. Het is het derde deel in een trilogie, na 'Hellstorm (Man Erkennt Langsam Das Elend, Das Über Uns Gekommen Ist)' uit 2012 en 'Lieber Heiland, Laß Uns Sterben' uit 2017. Verder bracht Clean Feed onder de titel 'Mind The Gap Of Silence' het derde album uit van Küchen samen met het Landaeus Trio (na twee lp's bij Moserobie Music Production), ofwel pianist Mathias Landaeus, bassist Johnny Åman en drummer Cornelia Nilsson.

De bariton- en de altsax bespeelt Küchen op zijn soloalbum, maar die dienen vooral als geluidsbronnen, want zijn iPod, een paar luidsprekers en wat elektronica spelen een allesbepalende rol. Direct al in 'I' creëert Küchen met behulp van zijn baritonsax een duistere klanknevel, die door middel van looping eindeloos wordt uitgerekt, terwijl de altsax verderop dient om er weer wat licht in te krijgen. Spookachtige geluiden in 'Sheer Life Asleep', of hij ergens midden in een grot zijn saxofoons aan het schoonmaken is, gevolgd door het vreemd ritmische, redelijk amechtig klinkende 'Unexit Here'. Gaat het wel goed met Küchen? Zo horen we het instrument in ieder geval slechts zelden. In het titelstuk, 'Det Förvunnas Namn', gooit hij er nog een schepje bovenop, het levert een wel heel aparte melodie op, terwijl op de achtergrond zijn iPod klassieke muziek afspeelt.

Een Hippotami is een nijlpaard. Volgens Küchen kun je het geluid dat dit beest maakt goed nabootsen met een sax en wat randapparatuur. En ja, 'Hippotami Mit Mensch' nodigt niet echt uit om dichterbij te komen. Küchens geluidswereld blijft verbazen. Ook weer in 'Wasser Töten, Luft Töten', waarbij het ritme veel weg heeft van een flinke regenbui. Ritmisch klinkt ook 'Lilla Atem Choir', maar dan wel weer op totaal andere wijze. Overigens zit ik mij bij al die stukken continu af te vragen hoe hij dit nu toch weer voor elkaar krijgt. In 'The 5th December 1931 02:00 AM' keert Küchen weer terug naar zijn klanknevels, terwijl we op de achtergrond mensen horen praten. Maar we keren ook terug in de tijd, want op die dag vielen opstandelingen de Christus-Verlosserkathedraal in Moskou aan.

Het voordeel van een soloalbum is dat niemand je ook maar enige beperking oplegt en je dus volledig je (experimentele) gang kan gaan. 'Mind The Gap Of Silence' is dan ook, ondanks dat alle composities van Küchen zijn, een wat minder vreemd album en dat komt onder andere omdat hier de elektronica ontbreekt. Maar er is meer aan de hand. Want dit album is een onverwachts klassiek jazzalbum, klassieker dan dat ik bij Küchen gewend ben. Neem het titelstuk. De solo op tenorsax klinkt hier, afgewisseld met fijnzinnig pianospel van Landaeus, ronduit romantisch. Typisch Küchen is dan wel weer de wat schrijnende, klaaglijke toon, die er soms tussendoor piept.

Met 'Old Harriot Hat' gaan we nog verder terug in de tijd. Dit klinkt als jaren 40-jazz met een kwinkslag. Mooie bijdragen hier ook van dit zeer enthousiast spelende trio. En wat klinkt die sopraansax prachtig, eigenlijk ronduit teder, in 'East Hastings Satian Slow Stomp'. Je kunt je zonder enig probleem laten meevoeren op deze wonderlijke noten. Het imposante 'Love, Flee Thy House (In Breslau)' nam Küchen eerder op met zijn eigen Angles 9, het staat op 'Disappeared Behind the Sun'. En hoewel ik het origineel prefereer, is ook deze versie zeker de moeite waard.

Labels: , ,

(Ben Taffijn, 30.3.21) - [print] - [naar boven]



Cd
Ben Zucker - 'Fifth Season' (Amalgam, 2020)

Opname: 23 juli 2019

De vibrafonist Ben Zucker, momenteel woonachtig in Chicago, is hier te lande niet echt een bekende figuur. Hetzelfde geldt min of meer voor de overige drie musici waarmee hij zijn bij Amalgam Music verschenen debuut als bandleider opnam: pianiste Mabel Kwan, bassist Eli Namay en drummer Adam Shead, al is die laatste hier wellicht wat bekender. Dat maakt dit album echter geenszins minder de moeite waard. Sterker nog: het betreft hier een opmerkelijk debuut, waarin we Zucker leren kennen als een veelzijdig musicus en componist.

Het hart van het album wordt gevormd door het uit vier delen bestaande titelstuk, 'Fifth Season'. Een opmerkelijke compositie van Zucker, waarin hij jazz op mooie wijze met hedendaags gecomponeerd weet te combineren. Na een korte frase waarin we Namay horen met gestreken bas, ontvouwt zich in het eerste deel een abstract thema op vibrafoon, aangevuld met piano en drums. Bijzonder daarbij is dat die vibrafoon hier eerder klinkt als een verzameling klokken en bellen dan als een instrument waar je een melodie mee kunt spelen. Het tweede deel is een stuk ritmischer, met dank aan Shead en Namay, terwijl we van Zucker en Kwan soms zelfs aanzetten tot een melodie horen. Zucker horen we optimaal in het derde deel van deze cyclus, een rustig deel waarin hij voor het eerst een echte melodie ontvouwt, uiterst subtiel vormgegeven en slechts minimaal begeleid door zijn medegroepsleden. Om de cirkel rond te maken klinkt ook het vierde deel weer overwegend abstract, mooi ook hoe hier het spel van Kwan en Zucker met elkaar samenvalt en hoe met name Shead hier voor het ritme zorgt.

Naast deze cyclus bevat het album bevat ook twee delen (A en B) 'Sussurigation'. Ritmisch stromende delen, waarin Kwan en Zucker elkaar afwisselen met aansprekende noten, ingebed in een stevige groove van de ritmesectie en met name in deel B komt het kwartet zo tot bijzonder samenspel. En dan is er nog het vrij lange 'Moths Eating The Wallpaper Of Concorde', dat aanvangt met een spannend duet tussen Zucker en Shead, de laatste op bekkens, waarna Namay zich er met enkele krachtige plukken op zijn bas bijvoegt, gevolgd door bij Zucker aansluitend pianospel van Kwan. Dan creëert Nemay de overgang naar een meer ritmische frase, waartegen Zucker fonkelend vibrafoonspel afzet. Bijzonder is ook de passage verderop waarin een abstract klankspel centraal staat. Afsluiten doen we met 'Sixth Skin Pataforming', waarin Kwan een opvallende melodie verklankt, weggezet tegen een ietwat duister klanklandschap.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 26.3.21) - [print] - [naar boven]



Cd
Karoline Wallace - 'Stiklinger' (Øra Fonograms, 2021)

Opname: 12 mei 2020

De Noorse Karoline Wallace behoort bij het type componist/musicus dat zich net zo gemakkelijk beweegt binnen de jazz en geïmproviseerde muziek, wat ze studeerde aan de Grieg Academy in Bergen en aan het Royal College of Music in Stockholm, als in de gecomponeerde muziek, onder andere bezegeld door het behalen van een master aan de Rhythmic Music Academy in Kopenhagen. Het komt allemaal samen op haar nieuwe album 'Stiklinger', waarvoor ze alle stukken schreef, uitgevoerd door een octet en waarop ze zelf te horen is als vocaliste.

Als inspiratiebron diende de tuin van haar oma (zie foto hieronder), waar een wereld achter schuilgaat: "Grandma's garden may seem like a normal garden, but it is full of magic. Just about every plant that grows there comes from cuttings she has collected throughout her life. From experiences, travels, and meaningful encounters. In it, you can discover plants that originate from my mom's bridal bouquet, bushes from her childhood home in Lofoten and cacti she stuffed in her purse when on vacation in the Gambia with Grandpa."

'Stiklinger' bevat zes gecomponeerde stukken waarin die verrassende wereld muzikaal tot uiting komt. Typisch 'jazz' zijn de strakke ritmische patronen en de blazerslijnen die bij een bigband niet zouden misstaan. Typisch voor de jazz zijn ook de solo's, maar die ontbreken hier nagenoeg. Wat we wel horen is een cassettespeler, direct al in 'Rosehus', met daarop gesproken tekst, iets dat weer meer doet denken aan de wereld van de experimentele avant-garde, ook vanwege de enigszins anarchistische intermezzo's die de structuur onverwachts kortstondig om zeep helpen. En het zijn niet zo maar cassettebandjes. Ze bevatten opnames uit haar privécollectie, waarop we haar ouders en oma horen praten en lachen.

'Tri Loopår' levert nog meer verrassingen op, aangezien we hier allereerst een mix van rock en improvisatie à la Mats Gustafson/Paal Nilssen-Love voorgeschakeld krijgen, afgewisseld met cabareteske passages, waarin wederom die cassettebandjes een hoofdrol spelen. Maar we zijn er nog niet, want 'Plis Rosalin' en 'Ett Er Nødigt' vallen goed te omschrijven als ingetogen folk, waarbij overigens Wallace's vocale kwaliteiten mooi tot uiting komen. Ook op 'Om Du E 1.60 Høy?' en 'Nei, Karoline, Nå Kommer Sola' ruim baan voor de cassettebandjes, in samenspel met Wallace's stem respectievelijk Thibault Gomez' geprepareerde piano, wat prachtige geluidssculpturen oplevert.

Intussen wordt er ook prachtig gemusiceerd door de overige leden van dit octet. De twee blazers, altsaxofonist en klarinettist Jonas Engel en trompettist Erik Kimestad, celliste Ida Nørby, pianist Thibault Gomez, bassist Petter Asbjørnsen, drummer Szymon Pimpon en Kristian Tangvik, die de cassettespeler mag bedienen. Opvallend, en dat maakt Wallace toch primair tot een componist, is de hechte structuur van die stukken en de wijze waarop de diverse bijdrages met elkaar samenvallen. Wallace liet werkelijk niets aan het toeval over.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 22.3.21) - [print] - [naar boven]



Cd | Jazztube
Matthieu Bordenave, Patrice Moret & Florian Weber – 'La Traversée' (ECM, 2020)

Opname: oktober 2019

Als inspiratie voor dit album diende, aldus tenorsaxofonist Matthieu Bordenave, het beroemde trio van Jimmy Giuffre met bassist Steve Swallow en pianist Paul Bley. De Fransman liet zich voor deze gelegenheid, het in 2019 opgenomen 'La Traversée', begeleiden door bassist Patrice Moret en pianist Florian Weber. Negen composities, alle van Bordenave's hand, bevat het album.

Het album opent en sluit met 'River', aan het begin in een versie voor piano en tenorsax en aan het eind in een versie voor trio. Borndenave's sax klinkt ingetogen, met een fluwelen lyriek, terwijl Weber al even zorgvuldig zijn toetsen beroert, iedere noot zorgvuldig afwegend. Dan volgt het al even ingetogen 'Archipel', waarin we voor het eerst de spaarzame, maar zeer melodieuze basklanken van Moret gewaarworden. Maar vooral is dit een nummer waarin de lyrische kwaliteiten van Bordenave nog beter tot ons doordringen. Wat een prachtige toon heeft deze man. Daarbij heeft hij blijkbaar een hekel aan grof geschut, wilde solo's en anderszins druk vertoon - 'La Traversée' is wat dat betreft een typisch ECM-album - en grossiert hij in al deze stukken in uiterste subtiele klankbehandeling. Ook Moret en Weber blijken zich hier overigens uitstekend bij thuis te voelen, iets dat overigens eerder voor Giuffre, Swallow en Bley gold.

Jazz dus die tegen klassieke muziek aanleunt, met een snuifje romantiek op de koop toe. Het zijn sfeerplaatjes die Bordenave op dit album schetst, dromerige aquarellen. Je ziet hem in 'The Path' dan ook zo lopen, door de weidse natuur, zonder haast. Een slingerend pad, een enkele boerderij, daar in de verte een bos, ach, vul het zelf maar verder in. En dan bereikt hij de 'Ventoux'. Langzaam klimmen, niet buiten adem raken. Dat kan op het zorgvuldig lage tempo van Morets spel op de bas. Met verborgen ritmiek en zangerige noten begeleidt hij tijdens de klim, tot Weber het overneemt met een al even contemplatieve melodie. Prachtig pianospel ook in 'Chaleur Grise'. Zorgvuldig geeft Weber hier zijn patronen weer, terwijl Bordenave erop varieert. En dan is het weer tijd voor 'River' en is de cirkel rond.

In de Jazztube hierboven speelt het trio een track van dit album: 'Dans Mon Pays'.

Labels: , , , , ,

(Ben Taffijn, 19.3.21) - [print] - [naar boven]




Jazztube
Dijf Sanders - 'Parvati'

Een van de leukste platen van het afgelopen jaar was ongetwijfeld 'Puja' van de muzikale ontdekkingsreiziger Dijf Sanders. Na de spannende grooves en exotische soundscapes rond field recordings uit Indonesië op zijn succesalbum 'Java' (2017) liet hij zich voor dit album inspireren door de Nepalese, Tibetaanse, Chinese en Indiase cultuur en dat zorgde andermaal voor een heerlijk schijfje met een verslavende werking. Daarbij vakkundig ondersteund door Mattias De Craene (sax), Nicolas Mortelmans (sitar) en Simon Segers (drums).

In een interview met Enola zei Sanders: "Ik denk dat 'Puja' een ceremoniële plaat is geworden. Het sacrale timbre van de muziek die ik in Nepal ontdekte, heeft een bezwerendere, soms donkere toon. Meestal vertoefde ik er ook in monnikensferen. De muziek die ze maken is vaak een heel heftige clash van dissonante, koperen klankbronnen."

In de Jazztube brengt Dijf Sanders een nummer van dit album: 'Parvati', opgedragen aan de Hindoeïstische godin van de schoonheid. Sanders leidt het zelf in.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 16.3.21) - [print] - [naar boven]



Cd
Sara Serpa - 'Recognition' (Biophilia, 2020)

Opname: maart 2019

De Portugese Sara Serpa, sinds 2008 verblijvend in New York, heeft zich de laatste jaren ontpopt tot een ware stemkunstenares die tevens haar eigen composities schrijft. Op het bij Biophilia Records verschenen 'Recognition', dat ontstond op uitnodiging van John Zorn, horen we verder een bijzondere bezetting, bestaande uit harpiste Zeena Parkins, tenorsaxofonist Mark Turner en pianist David Virelles.

Maar bovenal vertelt Serpa hier een belangrijk verhaal, dat van het Portugese kolonialisme in Afrika. In haar eigen familiearchief vond ze filmmateriaal uit de jaren 60 van de vorige eeuw, opgenomen in Angola, dat ze bewerkte tot een zwijgende film. De muziek die daarbij hoort, vinden we op dit album. Ze heeft daarbij oog voor de gevolgen van het kolonialisme voor de plaatselijk bevolking, maar staat ook stil bij de repatrianten die na de onafhankelijkheid terug moesten naar Portugal, al waren ze daar soms nog nooit geweest. Wie nu verwacht dat dit album vol staat met liederen waarin Serpa middels scherpe teksten het diverse onrecht aan de kaak stelt, komt bedrogen uit. Ze gebruikt namelijk vrijwel geen teksten, meestal horen we louter klanken. Klanken die prachtig interacteren met de drie andere instrumenten.

Serpa heeft wel een boodschap, maar die verpakt ze in de muziek en brengt ze dus op een veel subtielere wijze. Opvallend daarbij is dat de muziek bijzonder ritmisch is, en dat zonder bas en drums. Die ritmiek doet overigens vaak eerder denken aan die van de minimal music dan aan die van de jazz. Een mooi voorbeeld zijn de vrij dwingende composities 'Free Labour' en 'Propaganda'. Ook hierin betoont Serpa zich in eerste instantie componiste en dan pas vocaliste.

'Beautiful Gardens' en 'Queen Nzinga' vormen een mooie uitzondering op het eerder genoemde gebrek aan tekst. In het eerste spreekt ze een tekst uit, waarbij ze zichzelf door elektronica vermenigvuldigt, in prachtig samenspel met Virelles' opwindende en bij tijd en wijle verontrustende pianospel en in het tweede zingt ze. Eigenlijk is dit nog het meest maatschappelijke stuk. Let hier overigens ook op het prachtige samenspel tussen Serpa en Turner, strak begeleid door Virelles.

Klik hier om een aantal tracks van dit album te beluisteren.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 14.3.21) - [print] - [naar boven]



Cd | Jazztube
ICP Septet + Joris Roelofs + Terrie Ex - 'Komen & Gaan' (ICP, 2021)

Opname: 10-11 oktober 2020

Pakte 'De Hondemepper' niet zo lang geleden nog uit met een relatief strak programma, dan worden de teugels weer gevierd op 'Komen & Gaan', misschien wel het meest speelse en spontane album van deze vrijbuiters in jaren. De optelsom van negen muzikanten, een uitzonderlijke locatie en een "eigenlijk is er niks fout"-filosofie leidt tot een apart hoofdstuk in het ICP-verhaal.

Voor het eerst in jaren krijg je ook - om voor de hand liggende redenen - een uitgedunde versie van het orkest te horen, waarin Tobias Delius, Tristan Honsinger en Thomas Heberer ontbreken. Hun afwezigheid wordt gecompenseerd door het uitnodigen van twee bekende gezichten: basklarinettist Joris Roelofs, die intussen al een hele tijd samenspeelt met Han Bennink, en gitarist Terrie Hessels van The Ex, een improvisator in hart en nieren die intussen ruim drie decennia speelt met diverse ICP'ers. Als Roelofs met zijn techniek en bagage naadloos aansluit bij het gezelschap, dan was Hessels altijd al een verwante geest die uitblinkt in de rebelse frictie waar het orkest zich zo graag van bedient.

Ook opmerkelijk: de locatie. Geen traditionele studio, maar Le Brocope, een theatercafé/restaurant in Friesland, waar kunst en muziek al jaren centraal staan. Op zich is het al een charmante plek, maar het karakter ervan werd expliciet in de kijker gezet, wat je ook mooi kan zien via een reeks video's waarmee je eigenlijk het volledige opnameproces kan volgen. Voor sommige stukken zaten alle muzikanten samen in het restaurant te spelen. Voor andere weken ze uit naar verschillende ruimtes in het gebouw of werd er zelfs bewegend gemusiceerd, met geluidsman Marc Schots die je achter en tussen de muzikanten ziet lopen met een extra microfoon.

Het is naturalisme ten top: je hoort het kraken van de vloer, de verschuivende akoestiek, de tingeltangelende huispianola en de aanmoedigingen van honden Hansje en Lou. Of zoals Bennink in een van de video's meegeeft: "Je hoort het komen en gaan, en dat zou ik zo graag willen op deze cd. Eigenlijk is er niks fout." Je zou dat kunnen interpreteren als gemakzuchtigheid, als gebrek aan professionaliteit, maar je hebt natuurlijk te maken met muzikanten die graag teren op risico en dat kunnen, het moment uitbuiten met een combinatie van spontaniteit en discipline. Beluister hoe ze zich voor het eerst een weg banen door Glerums 'De Linkerschoen, De Rechterschoen' en vervolgens verbaasd zijn over hoe goed die versie meteen zat. Niettemin krijg je er aan het andere uiteinde van het album nog eentje bij.

Veel muziek van het complete nonet bij elkaar krijg je dus niet. In opener 'Lucht' wordt letterlijk gespeeld met lucht, tot Ab Baars binnenwandelt met de shakuhachi en hier en daar geluiden ontglippen: een zachte altsaxgolf, gebrap van de basklarinet. Gaan de twee versies van Glerums compositie meteen in de richting van de zwierige Ellington/Strayhorn-traditie, dan is het materiaal ertussen grilliger en vrijer van aard. De drie stukken 'Komen En Gaan' zijn kleurrijke wandelingen met maffe klanken (kijk hierboven hoe trombonist Wierbos de interactie wil aangaan met een hond), driftig klaterende erupties, flarden kamermuziek-achtige elegantie en carnavaleske gekte, maar ook verrassende momenten van schoonheid (deel 3, zie hieronder).

Daarnaast: muziek die klinkt als de begeleiding bij een stille film ('Pianola Potpourri'), een serene uitvoering van Misha Mengelbergs 'Kroket', en een serie kleine bezettingen, met pianist Guus Janssen die Hessels een stukje Bach voorschotelt (en een hoop dissonant gewring terugontvangt) en in Roelofs een partner krijgt die al even virtuoos reageert, en het trio Bennink, Baars en Hessels dat geen baldadige of volumineuze anarchie nodig heeft om indruk te maken. De improvisaties zijn grillig en onvoorspelbaar, en in combinatie met hun korte duur en de talloze afwisselingen voelt het aan alsof je voortdurend opnieuw op het verkeerde been gezet wordt.

Dat maakt van 'Komen & Gaan' een album dat voor nieuwkomers misschien een beproeving kan zijn, maar eigenlijk best toegankelijk is. "Het moet een muzikale collage worden," zegt regisseur Bennink ergens, en het gezelschap hield woord, met beide termen die evenveel belang afdwingen. Dus je kan wel blijven lullen over hoe het in Mengelbergs tijd allemaal anders klonk (nee toch), maar dan maak je meteen ook duidelijk dat je het punt mist. Deze ICP'ers staan nog altijd met een been in de traditie en met het andere op het ijs. De evenwichtsoefening is er een van meesters van het moment.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be

Labels: , , , ,

(Guy Peters, 11.3.21) - [print] - [naar boven]



Cd's
Jaap Blonk's Retirement Overdue - 'New Start' (Kontrans, 2020)

Opname: 11-12 december 2019
Jaap Blonk, Lou Mallozzi & Ken Vandermark - 'Improvisors' (Kontrans, 2020)
Opname: 21 november 2019

Van alle vocalisten en stemkunstenaars die er rond lopen in de wereld van de jazz en de geïmproviseerde muziek is Jaap Blonk zonder meer een van de meest opvallende. Al sinds decennia staat hij aan de top van de internationale stemkunst. Meer nog dan zanger kunnen we hem instrumentalist noemen. Een instrumentalist die zich allereerst bedient van zijn stembanden en daarnaast steeds vaker van elektronica. Met twee recente albums, die vorig jaar bij zijn eigen label Kontrans uitkwamen, 'New Start' en 'Improvisers', verrast hij andermaal.

In Jaap Blonk's Retirement Overdue - Blonk is inmiddels 65 - omringt hij zich met musici die zijn zonen hadden kunnen zijn: de gitaristen Miguel Petruccelli en Jasper Stadhouders, die ook om beurten de basgitaar hanteren en drummer Frank Rosaly. Wie deze jongens en Blonk kent, weet wat dit betekent: onvervalst vuurwerk.

Twee keer tien nummers biedt dit album. En zoals gezegd, zingen doet hij nauwelijks. Hij praat, fluistert, schreeuwt, kreunt, kermt en vormt hiermee een onlosmakelijk onderdeel van dit kwartet. Hierbij gebruikmakend van fantasiewoorden, soms ook van bestaande, maar dan vrijwel altijd losgerukt uit de context, bijvoorbeeld door eindeloos "What the president will say and do" te herhalen in het gelijknamige nummer. Het gaat Blonk duidelijk niet om het vertellen van een verhaal, of het moet een muzikaal verhaal zijn, zoals in 'Talking Drum', waarin hij als 'percussionist' de dialoog aangaat met Rosaly. Uitzonderingen op de regel zijn 'My First Nightmares', 'Measure The Night' en die bizarre cover van Leonard Bernsteins 'Somewhere'. In dat laatste nummer horen we hem dan ook nog zingen, alhoewel... Blonk mag ook graag hele verhalen vertellen in talen die wij niet machtig zijn, zoals in 'Wob Hape', 'Pook Naw', 'Kown Sah' en 'Nem Boha', niet toevallig de vier puur geïmproviseerde stukken. Hoogtepunten vind ik verder 'Aggeloeche' en 'I Saw A Wobbzag', met name vanwege het angstaanjagende gitaarspel en dito zang van Blonk.

Ik ben geen Blonk-deskundige, dus over het feit of dit nu echt een nieuwe start is of gewoon een voortzetting van wat Blonk al decennia doet, daarover laat ik mij niet uit, maar over de kwaliteiten van dit kwartet hoeven we het niet lang te hebben. Laat Blonk vooral honderd worden en nog vele cd's maken met deze "wonderful younger musicians".

In november 2019, toen het nog kon, trad Blonk met Lou Mallozzi, die werkt met bandrecorders, cd-spelers en andere gadgets, en rietblazer Ken Vandermark op in Chicago. Door de bezetting is 'Improvisers' natuurlijk een totaal ander album geworden, maar wel een dat bijzonder goed blijkt te werken. Opvallend aan deze zes stukken is dat vaak nauwelijks is uit te maken of we nu met Blonk, Mallozzi of Vandermark van doen hebben. Natuurlijk, Blonk gebruikt zijn stem, maar Mallozzi heeft zijn cassettes en de geluiden van Vandermark doen vaak opvallend veel aan elektronica denken. Kortom, zes prachtige geluidssculpturen zonder houvast, zonder richting en zonder doel, waarbij de musici op grootse wijze bij elkaar aansluiting vinden en waarin de creativiteit onuitputtelijk is.

Foto: Cees van de Ven

Labels: ,

(Ben Taffijn, 9.3.21) - [print] - [naar boven]



Cd | Jazztube
Michel Benita - 'Looking At Sounds' (ECM, 2020)

Opname: maart 2019

Met het bij ECM Records verschenen 'Looking At Sounds' presenteert de Algerijns-Franse bassist Michel Benita zijn nieuwe kwartet. Toetsenist Jozef Dumoulin is nieuw in dit kwartet en naast Benita hoort u de Zwitser Matthieu Michel op bugel en de Franse drummer Philippe Garcia, die u al kent van zijn band Ethics. Het waren vooral de verrichtingen van Dumoulin op de Fender Rhodes en de bijpassende elektronica die inspireerden tot het nieuwe materiaal dat we op dit album horen, naast een paar covers.

En inderdaad is het ook vooral Dumoulin die dit album zijn specifieke geluid geeft. Reeds in 'Darvish Diva', een van die stukken waarin we Benita's oriëntaalse wortels terughoren, is hij het die voor het repetitieve patroon zorgt, waar Michel zijn romige melodie over uitspreidt. Het is aan de man zijn kwaliteiten te wijten dat het zo klinkt, maar zeker ook aan de kenmerken van dit bijzondere instrument; een bugel klinkt nu eenmaal omfloerster dan een trompet. Bijzonder is ook de ingetogen combinatie van Kristen Noguès' 'Berceuse' en Benita's 'Gwell Talenn', waarin dit kwartet een opperste harmonie bereikt. Benita zelf horen we goed met zijn repetitieve patroon in 'Looking At Sounds'. Overigens een mooi abstract stuk, waarin ook Dumoulin uitstekend tot zijn recht komt.

Hoogtepunten zijn 'Slick Team' en 'Cloud To Cloud'. Het eerste met name door de wijze waarop aan het begin Dumoulin en Michel zorgen voor een indrukwekkend klanklandschap. Later voegt Garcia zich hierbij met een strak ritme, waarmee hij dit enerverend stromende stuk verder uitbouwt. In het tweede stuk creëren Dumoulin en Benita, hier op zijn laptop, een indrukwekkende klanknevel. Dan horen we die laatste op zijn bas, met een zangerig geluid en voegt ook Michel zich erbij. Maar het album bevat ook beduidend abstractere stukken, zoals het eerder genoemde titelnummer, maar ook 'Barroco' en 'Body Language' vallen daaronder. Stukken waarin je goed de invloed van Dumoulin op dit album terughoort. Als slot van het album klinkt 'Never Never Land', van Julie Styne, Betty Comden en Adolph Green, waarin we Benita solo horen op zijn bas, op ingetogen wijze de noten vormgevend. Een prachtige afsluiting van een bijzonder album.

In de Jazztube zie je een teaser voor dit album.

Labels: , ,

(Ben Taffijn, 6.3.21) - [print] - [naar boven]



Cd
Lauroshilau - 'Live At Padova' (El Negocito, 2021)

Opname: 30 november 2018

De cd schuift in mijn speler juist op het moment dat Marsrover Perseverance geland is op Mars. Deze gaat de komende jaren onder meer op zoek naar sporen van vroeger leven. Spannend!

Over consistentie gesproken, wat een toeval. Vanaf het begin van de cd is de associatie van wat je hoort en de verbeelding van het desolate Marsoppervlak langdurig aanwezig. Het onbekende, vreemde en spannende van deze missie en wat het nog teweeg gaat brengen is ook van toepassing op wat deze muzikale thriller met je doet.

Het is fascinerend dat je in deze lange soundscape totaal geen behoefte hebt te weten welk instrument je hoort, maar enkel gefocust bent op geluid, klankbeeld en de subtiele detailleringen ervan. Minimal electro-acoustic soundscapes met doorzicht en fijnzinnige, zachtaardige geluiden allerhande. Pure schoonheid!

Hoewel je dit concert maar wát graag live had willen beleven, maakt de door Giovanni Di Domenico uitstekend gemasterde cd je aangenaam deelgenoot van wat Audrey Lauro (altsaxofoon en voorbereidingen), Pak Yan Lau (speelgoedpiano's, synthesizer en elektronica) en Yuko Oshima (drums) aan saamhorigheid, intense interacties en empathie tot stand hebben gebracht.

Na ruim veertig minuten land je, een zalige muzikale belevenis rijker, weer terug op aarde. Wederom een parel in de collectie van El Negocito Records.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels: , ,

(Cees van de Ven, 4.3.21) - [print] - [naar boven]



Cd's
Sanne Rambags - 'SONNA' (Sonna, 2020)

Opname: februari 2020
Hanna Schörken - 'Luma' (Leo, 2020)
Opname: juni 2020

In deze recensie staan twee vocalisten centraal die het aandurfden om zonder enige vorm van begeleiding met louter hun stem te werken, te verrassen en te ontroeren. De Nederlandse Sanne Rambags realiseerde haar debuut als solozangeres met 'SONNA', op haar eigen nieuwe gelijknamige label. Eerst als download, maar inmiddels ook als lp, en de Duitse Hanna Schörken bracht 'Luma' uit via Leo Records.

Sanne Rambags is in de afgelopen jaren uitgegroeid tot een bijzondere stemkunstenares, die stevig aan de weg timmert. Zo kwam ze hier voorbij met zowel Under The Surface als Mudita. En dat zijn dan nog maar twee van de projecten waarbij ze betrokken is. Ze zegt zelf heel open over haar ontwikkeling als kunstenaar, maar vooral als mens: "In de afgelopen jaren heb ik ervaren hoe mijn groei als uitvoerend musicus een geweldige emotie van geluk veroorzaakt heeft en tegelijkertijd een diepte van destructiviteit. Het is in die destructieve tijden geweest hoezeer ik besefte dat mijn stem mijn bron is voor genezing. De oerkracht die ik teweeg kan brengen in een moment van totale overgave aan klanken. De mogelijkheid om mijzelf uit te drukken is mijn krachtigste medicijn."

Je hoort het onverkort terug in dit bijna mystieke album, vol gezongen rituelen, prachtig opgenomen in de kerk van Riel. Vijfentwintig miniaturen bevat het, meestal van nog geen twee minuten. Nu ben ik inmiddels redelijk vertrouwd met Rambags' stemgeluid en haar manier van zingen en op echte verrassingen had ik dan ook niet gerekend. Dat blijkt dus niet te kloppen, want Rambags gaat hier duidelijk een paar stappen verder dan wat ik tot nu toe van haar hoorde. Conform haar eigen woorden is dit album een soort van sjamanistisch ritueel, waarbij haar voorliefde voor de noordelijke streken van Europa sterk doorklinkt. Ze grijpt je op een aantal momenten, die zoals gezegd gelukkig niet al te lang duren, met haar vocale kunsten danig bij de strot. Om bang van te worden.

Hanna Schörken was mij onbekend en dit 'Luma' is dus de eerste kennismaking. Schörken blijkt zowel schrijfster als zangeres en improvisator en studeerde daarnaast musicologie. 'Luma' is weliswaar haar debuut voor Leo Records, maar is haar tweede soloalbum, na het in 2018 bij Creative Sources verschenen 'You Told Me How To Dance'.

Meer dan Rambags past Schörken in de traditie van de vocale avant-garde en de stukken op dit album doen me dan ook vaker denken aan het werk van hedendaags gecomponeerde componisten, George Aperghis voorop, dan aan de aan jazz verwante geïmproviseerde muziek. Daarbij past dat ze zeker teksten gebruikt, maar haar stem ook bijzonder vaak inzet als instrument, met als mooie voorbeelden de percussieve geluiden in 'Forests' en de link naar elektronica in 'Land'. Bijzonder is ook zeker 'Rest' en dan met name om de wijze waarop ze hier haar tekst op redelijk hilarische wijze behandelt. Een interessant album, waarmee we Schörken primair leren kennen als een bijzondere stemkunstenares. En waar Rambags vooral de luisteraar weet te raken en te ontroeren, wekt Schörken met name bewondering vanwege haar bijzondere prestaties.

In de Jazztube zie een clip van 'Lethe', terug te vinden op het album 'SONNA' van Sanne Rambags.

Labels: , , ,

(Ben Taffijn, 2.3.21) - [print] - [naar boven]



Cd
Allegra Levy - 'Lose My Number' (SteepleChase, 2020)

Opname: oktober 2019

Grote kans dat u de vocaliste Allegra Levy nog niet kent. Het bij SteepleChase Records verschenen 'Lose My Number', waarop ze composities van trompettist John McNeil ten gehoren brengt, is haar derde album. Samen met drie andere vrouwen - pianiste Carmen Staaf, bassiste Carmen Rothwell en percussioniste Colleen Clark - weet ze echter op zeer aangename wijze te verrassen.

Want het is beslist een bijzonder album geworden, temeer daar McNeil nooit liederen heeft geschreven. Zijn composities zijn instrumentele stukken waar Levy zelf teksten bij heeft gemaakt. McNeil, die deze stukken componeerde in de laatste twee decennia van de vorige eeuw, zegt over deze bewerkingen: "Allegra Levy's lyrics have a somewhat cynical, noir-ish take on the world - right up my alley."

McNeil kennen we van het Thad Jones/Mel Lewis Orchestra, het Horace Silver Quintet en zijn samenwerking met Gerry Mulligan, maar zeker ook van de vele composities die de trompettist schreef en waarvan de uit New York afkomstige Levy er op dit album dus een deel ter hand neemt. Reflecterend op dit project zegt ze: "He's always been in my corner, and always been such an empathetic and important person in my life. I always felt that his melodies were really memorable, and that they told these stories." Daarmee maakte ze het zichzelf allesbehalve gemakkelijk. Het zijn dan ook echt verhalen die Levy hier brengt, half pratend, half zingend. Soms gebaseerd op de verhalen van McNeil, die hem inspireerden tot de originele composities, soms ook op Levy's eigen ervaringen. Dat het boekje bij de cd de teksten bevat van de liederen is dan ook een welkome aanvulling.

Opvallend is ook zeker het trio dat Levy op dit album ondersteunt. Het pianospel van Staaf onderscheidt zich niet enkel door de lyriek, maar zeker ook daar haar ritmisch stuwende spel. Rothwell blijkt te beschikken over een aanstekelijke groove en Clark weet iedere keer net op het goede moment de sfeer te verrijken met haar perfecte timing. Een hoogtepunt is de ballade 'Tiffany', waar een verhaal van McNeil aan ten grondslag ligt: 'It was his future wife's birthday, and he'd just come off a gig. McNeil found himself walking by Tiffany's, the posh jewelry store, in the early morning, thinking: If only I could buy Lolly something from here. Something nice.' Hij hield zich echter in - spullen genoeg - en schreef in plaats daarvan dit stuk voor haar.

Op een aantal stukken horen we McNeil zelf, bijvoorbeeld in 'Strictly Ballroom' en 'C.J.' In de eerste horen we hem in een prachtige, mooi subtiele trompetsolo, maar let hier zeker ook op de bijdragen van Staaf en Rothwell en in de tweede klinkt hij krachtig en swingend. Een stuk waarin overigens ook Clark prachtig aan bod komt. Tot slot kan ik niet anders dan Levy's vocale kwaliteiten in alle toonaarden prijzen, een klassieke jazzzangeres in de beste traditie.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 27.2.21) - [print] - [naar boven]



Cd's
Alexander Hawkins & Tomeka Reid - 'Shards And Constellations' (Intakt, 2020)

Opname: 13 april 2019
Joe Morris & Tomeka Reid - 'Combinations (RogueArt 2020)
Opname: 9 december 2018

Sinds haar verhuizing naar Chicago in 2000 is celliste Tomeka Reid uitgegroeid tot een van de gezichtsbepalende musici in de plaatselijk scene. Ze werkt intensief samen met musici als Roscoe Mitchell, Nicole Mitchell, Dee Alexander en Mike Reed en maakte haar debuut onder eigen naam in 2015. Onlangs nam ze zowel een album op met de pianist Alexander Hawkins, 'Shards and Constellatations' voor Intakt Records, als een met gitarist Joe Morris, het bij RogueArt verschenen 'Combinations'.

'Shards And Constellations' bevat acht improvisaties en twee composities: 'Peace On You' van Muhal Richard Abrams en 'Albert Ayler (His Life Was Too Short)' van Leroy Jenkins, twee musici uit de begindagen van de AACM (Association for the Advancement of Creative Musicians), die de jazz in Chicago vormgaven. De wijze waarop dit duoalbum gestalte wordt gegeven, heeft iets van een dans. Prachtig hoe de twee musici hier samen op zoek gaan naar een delicaat evenwicht, waarbij wrijving geenszins wordt geschuwd. Nog wat schuchter, maar gaandeweg steeds ritmischer in 'If Becomes It', wat bewegelijker in het titelstuk 'Shards And Constellations', ronduit onstuimig in het toepasselijke 'Danced Together' en met weerbarstige energie in 'Sung Together'. Wat daarbij vooral opvalt is de wijze waarop Reid haar instrument bespeelt, we horen haar pizzicato spelen, col legno, maar ook de kast inzetten als percussie en ja, zo nu en dan gebruikt ze haar strijkstok om de snaren op klassieke wijze te bewerken, het mooist in die Abrams-cover 'Peace On You', een rustpunt in de hectiek. Direct daarna pakken Reid en Hawkins de draad weer op, zoals bijvoorbeeld blijkt uit het spannende 'A Guess That Deepens', met zijn gemankeerde ritmiek.

David Brown wijst er aan de binnenkant van het hoesje van 'Combinations' terecht op dat duoalbums van cello en gitaar in de jazz nogal zeldzaam zijn. Eigenlijk is dat vreemd, want ook dit album toont weer aan dat de klanken van deze twee instrumenten, zoals we dat ook in de klassieke muziek zien, een prachtige eenheid vormen. 'Are You Ready?' vragen de twee ons in het eerste nummer, het antwoord afwachten doen ze niet. De samenwerking staat direct als een huis en vormt de opmaat naar het substantiële en zeer harmonieuze 'Chicago', waarin deze verder gestalte krijgt. Doordat Reid hier pizzicato speelt, liggen de klanken prachtig in elkaars verlengde. Een krachtige stugheid kenmerkt 'Together Yet Always Apart', het past wel bij die titel, een conditie die wordt doorgetrokken in 'Parallax Strolls', al treffen we hier meer ritme aan. Bijzonder is ook 'New York', waarin Reid de strijkstok hanteert en de muziek dus veel meer contrast krijgt. Een welkom intermezzo tussen het hectische 'Percussive Play' en het onstuimige 'In The Mid Ground', met in dit laatste stuk wel heel bijzonder spel van Reid. Tot slot moet hier 'Rainbow Gladiator' nog even aan bod komen, vanwege die vette knipoog naar de folk.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 25.2.21) - [print] - [naar boven]



In memoriam / Jazztube
Milford Graves

Op 12 februari overleed de baanbrekende freejazzdrummer Milford Graves aan de gevolgen van congestief hartfalen. Hij werd 79 jaar oud.

In 2018 werd bij Graves de diagnose amyloïde cardiomyopathie gesteld, ook wel bekend als het stijfhartsyndroom - hij zou nog zes maanden te leven hebben. De in Queens geboren muzikant had de hartslag als een bron van ritme bestudeerd sinds de jaren zeventig en had andere spelers aangemoedigd om het tempo van hun hartslag in hun optreden op te nemen. "It's like some higher power saying: 'OK, buddy, you wanted to study this, here you go', vertelde Graves kort na de diagnose aan de New York Times. "Now the challenge is inside of me." Hij maakte zijn ziekte onderdeel van zijn muziek en zijn werk als beeldend kunstenaar, in de overtuiging dat hartaandoeningen zouden kunnen worden verholpen door opnamen te maken van een ongezonde hartslag en vervolgens muzikaal een gezonder ritme uit te voeren om biofeedback aan te moedigen.

Graves, geboren op 20 augustus 1941, begon op driejarige leeftijd met drummen en breidde zijn interesse al snel uit. Toen hij begin twintig was trad hij op in dans- en latingroepen in New York. Het horen van het John Coltrane Quartet met Elvin Jones inspireerde hem om zijn eigen muzikale ontdekkingen te doen, waarbij hij de dansbewegingen van de latin omzette in een nieuwe techniek: "So I said: that's all I'll do. I'm going to start dancing down below. I started dancing on the high-hat."

Hij ontwikkelde een unieke stijl en opzet, zoals beschreven door criticus Val Wilmer in haar boek 'As Serious As Your Life': 'Graves moved around his drumset with astonishing speed, beating rapid two-handed tattoos on every surface. Each stroke was clearly defined so that there were no rolls in the conventional sense; the emphasis was on clarity.'

In 1964 vormde hij met trombonist Roswell Rudd, saxofonist John Tchicai en bassist Lewis Worrell het befaamde New York Art Quartet. Dat decennium speelde hij ook met Albert Ayler, Miriam Makeba en Sonny Sharrock, en bracht samen met drummer Sunny Morgan het album 'Percussion Ensemble' uit, dat werd geprezen als een van de beste percussiealbums aller tijden. Graves zou later samenwerken met Sun Ra, John Zorn, Anthony Braxton, Bill Laswell, Lou Reed en Sam Amidon.

Hij streefde ook een breed scala aan niet-muzikale inspanningen na - natuurlijke genezing, herbologie en eerstelijnswetenschap - in de overtuiging dat ze complementaire praktijken waren om genezing en bewustzijn aan te moedigen. In 1970 vond hij Yara uit, een vechtkunst gebaseerd op de lichamelijkheid van de bidsprinkhaan. Van 1973 tot 2012 gaf hij les aan Bennington College in Vermont over verschillende onderwerpen.

In 2000 werd Graves benoemd tot Guggenheim Fellow. Een deel van het prijzengeld gebruikte hij om zijn onderzoek naar de relatie tussen muziek en het hart voort te zetten. In 2017 patenteerde hij samen met een groep Italiaanse biologen stamcelregeneratietechnologie die gebruikmaakt van frequentierespons. Jazzcriticus John Corbett schreef naar aanleiding daarvan: "Graves's heart studies confirm the falsity of one of the easiest potshots taken at nonmetrical or polymetrical drumming in free jazz, namely, that it's unnatural and doesn't mimic the heart, which is assumed to have a steady beat."

In 2018 verscheen de documentaire 'Milford Graves Full Mantis'. Regisseur Jake Meginsky wees op de bijna wetenschappelijke drang van zijn onderwerp om zijn creatieve proces uit te leggen, dat duidelijk buitengewoon complex en dynamisch is. "Hij is niet terughoudend of beschermend. Hij is gevuld met energie om te delen. Dat is zeldzaam voor een muzikant."

In de Jazztube zie je 'The Breath Courses Through Us', een documentaire uit 2013 over het New York Art Quartet.

Bron: JazzTimes | Foto: Cees van de Ven

Labels: , ,

(Maarten van de Ven, 23.2.21) - [print] - [naar boven]



Cd's
Orange Moon - 'Orange Moon' (El Negocito, 2020)

Opname: 2019
Raf Vertessen Quartet - 'LOI' (El Negocito, 2020)
Opname: september 2018
Paul van Gysegem Quintet - 'Square Talks' (El Negocito, 2021)
Opname: 19 september 2019

De Belgische jazz staat in volle bloei, dat merkten we al eerder op. En dat ondanks het feit dat ook daar de musici natuurlijk zwaar zijn getroffen ten gevolge van alle beperkingen. Cd's worden er gelukkig nog wel gemaakt, bijvoorbeeld door het onvolprezen El Negocito, dat eigenzinnige label uit Gent. In de afgelopen maanden verschenen er albums van het pianotrio Orange Moon, van het kwartet van Raf Vertessen en onder de titel 'Square Talks' de weerslag van een prachtig concert dat het Paul van Gysegem Quintet gaf bij het helaas al meer dan een jaar geleden terziene gegane JazzCase in Neerpelt, iets dat nu eens niet werd veroozaakt door Covid-19 maar door het niet langer toekennen van subsidie.

Maar laten we beginnen met het titelloze debuut van Orange Moon, ofwel pianist Hendrik Lasure, bassist Manolo Cabras en drummer Mathieu Calleja. Wat direct al opvalt is dat dit trio een neutrale naam draagt en niet die van de pianist, iets wat we bij pianotrio's nogal eens tegenkomen. Daarnaast leverden ook alle drie de leden composities. En dat hoor je terug in de muziek, waarin de rolverdeling zeer gelijkwaardig is. Verder valt op dat het allemaal zeer ingetogen, dromerige stukken zijn. Lasure speelt afgewogen, zijn bijdragen nauwkeurig doserend. Cabras vinden we melodieus plukkend aan zijn bas, hij heeft weinig noten nodig om te zingen, zoals in 'Andante No2'. Iets dat we ook kunnen zeggen van Calleja; in de meeste gevallen beroert hij zijn trommels nauwelijks, met als mooi voorbeeld 'Moulin Le Retour'. Muziek dus die uitstekend past bij deze maanden van mistroostigheid, regen, wind en lockdowns. Orange Moon houdt ons overeind.

Drummer Raf Vertessen verruilde in 2016 België voor de VS en kwam terecht in Brooklyn, New York. Vandaar dat we op het in de Loft in Keulen opgenomen 'LOI' tenorsaxofoniste Anna Webber tegenkomen, trompettist Adam O'Farrill en bassist Nick Dunston. Het titelstuk klinkt direct al prachtig strak, maar ook zeer spannend: hier staat iets te gebeuren! Een belofte die na een vrij ingetogen frase - let hier op de bijdragen van de blazers - volledig wordt ingelost. Als het vuurwerk dan losbreekt, is het ook niet meer te stuiten. Een patroon dat we ook in '#4' ontwaren, hier na trillende blazerslijnen, waarbij het geluid veel wegheeft van een zwerm insecten. Het gaat over in een schroeiende spanning, bijna stroef slagwerk van Vertessen, gruizig spel van Dunstun en heftige klanken van de blazers. Wat het meest kenmerkende is aan dit album is de strakke wijze waarop Vertessen zijn nummers vormgeeft. Het zit in de groove die deze drummer samen met Dunston creëert, maar vooral ook in de blazers, die opvallend vaak unisono optrekken. Naast de voorgaande stukken moet in dit verband ook 'FAKE 3:7' worden genoemd. Het begin van 'Layers' is in feite een klanksculptuur: elektronica wordt hier niet ingezet, maar de klankwereld doet er zeker aan denken. Dan zetten de blazers in met repetitieve patronen - vooral O'Farrills bijdrage met demper valt daarbij op - en loopt het tempo gestaag op.

'Square Talks' is een tribuut aan de man die JazzCase mogelijk maakte: Cees van de Ven. Een beter album om die tien jaar te gedenken is moeilijk denkbaar, want dit was in alle opzichten een memorabel concert. Ik prijs mijzelf nog altijd gelukkig dat ik erbij kon zijn die avond in september 2019. In de eerste plaats memorabel omdat daar met bassist Paul van Gysegem, trompettist Patrick De Groote en saxofonist Cel Overberghe drie iconische musici op het podium stonden; alle drie gaven ze mede vorm aan de Belgische avant-garde van de late jaren 60 en 70 van de vorige eeuw. En in de tweede plaats om de wijze van musiceren van dit kwintet dat verder bestaat uit pianist Erik Vermeulen en percussionist Marek Patrman en die ik destijds beschreef als 'een taal die gericht is op de schoonheid van de klank, het leggen van verbindingen, het zoeken naar nieuwe wegen in het nu en waarbij het zoeken van de schijnwerpers volledig afwezig is. Egoloze muziek.' Ach, ik ga het allemaal hier niet herhalen, lees het terug, beluister dit album en oordeel vooral zelf.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 19.2.21) - [print] - [naar boven]



Cd's
Elder Ones - 'From Untruth' (Northern Spy, 2019)

Opname 2019
Mary Halverson's Code Girl - 'Artlessly Falling' (Firehouse 12, 2020)
Opname: 8-9 december 2019

De naam Amirtha Kidambi deed tot voor kort bij mij geen bellen rinkelen, ik geef het toe. Toch heeft deze vocaliste en bespeelster van het harmonium al een indrukwekkende staat van dienst. Wie namen als Tyshawn Sorey, Matana Roberts, Ingrid Laubrock, Maria Grand, Brandon Lopez, Daniel Carter, Sam Newsome, Trevor Dunn, Ava Mendoza, Matteo Liberatore en William Parker voorbij ziet komen, weet op dat moment reeds genoeg. Met haar eigen kwartet Elder Ones bracht ze in 2019 bij Northern Spy het opmerkelijke 'From Untruth' uit en vorig jaar was ze te horen op 'Artlessly Falling' van Mary Halvorson's Code Girl, dat uitkwam bij Firehouse 12 Records. Tijd dus voor een nadere kennismaking.

Kidambi studeerde zang, aan zowel het CUNY Brooklyn College als aan de Loyola Marymount University, maar ook musicologie, eveneens in Brooklyn en etno-musicologie, aan de Columbia University. Een veelzijdige dame dus, die zich schatplichtig betoont aan haar Indiase wortels en politieke statements niet uit de weg gaat. Dat horen we reeds op het bijzondere 'Eat The Rich', de opener van 'From Untruth'. Muzikaal, Kidambi componeerde ook alle stukken voor dit album, verlegt ze hier eveneens volop grenzen. Dit is jazz, maar evenzogoed experimentele avant-garde. Neem de snerpende bijdrage van Matt Nelson op sopraan saxofoon, flink vervormd door zijn synthesizer. De zang is hier indringend, slepend, passend bij de vrij korte tekst die eindigt met de zin: "Eat the rich, or die starving". Aan het einde van dit nummer stapt ze over op de blues, de indringende regels nog eens herhalend. Let hier ook op de bijdrage van bassist Nick Durnston. De invloed van de Indiase muziek horen we ook sterk teug aan het begin van 'Dance Of The Subaltern', een zeer afwisselend stuk dat verschillende muzikale werelden in zich verenigt. Naast het Indiaas aandoende begin zitten er ritmische passages in, waarbij percussionist Max Jaffe goed tot zijn recht komt, maar ook zeer experimentele elektronische passages. Kidambi's politieke bewustzijn komt ook tot uiting in het zeer ritmische en opzwepende 'Decolonize The Mind', met onder andere de zin: "Shut us up, or shut us down, we won't be silenced". Met bijzondere zang en een al even bijzondere rol voor het harmonium. Het titelstuk 'From Untruth' onderscheidt zich met name door de zeer experimentele zang, een mooi duet tussen percussie en elektronica en de zangerige bas van Durnston.

Kidambi speelt een dusdanig grote rol in Mary Halvorson's Code Girl - waarvoor Halvorson niet alleen de muziek schreef, maar ook de teksten - dat het zonder meer passend is ook 'Artlessly Falling' hier te bespreken. De gitariste behoeft geen introductie meer en ook de overige leden van dit sextet zijn ons inmiddels meer dan bekend: saxofoniste Maria Grand, die we hier ook met vocalen horen, trompettist Adam O'Farrill, bassist Michael Formanek en drummer Tomas Fujiwara. Verder horen we de vocalen van Robert Wyatt in drie stukken. Het is Wyatt die begint in het opvallend stemmige 'The Lemon Trees', afgewisseld met een luisterrijk klinkende O'Farrill. Op de achtergrond de ritmesectie, waarna Fujiwara de zaak op scherp zet. En dan klinkt in 'Last-Minute Smears' Kidambi, aanvankelijk met experimentele vocale klanken dan met cabareteske zang, op slepende klanken gezet, afgewisseld door de blazers en Halvorson. Het meest opvallende aan 'Walls And Roses', naast Wyatts bijdrage, is het stevige rockgeluid van Halvorson, dat sterk contrasteert met de zeer liefelijke zang van Kidambi. Eenzelfde geluid treffen we aan in het boeiende en behoorlijk heftige 'Mexican War Streets (Pittsburgh)'. Bijzonder zijn ook 'Muzzling Unwashed' en 'Artlessly Falling', met name door de wijze waarop Kidambi's zang hier mengt met de instrumentatie tot één boeiend geheel, in het titelstuk in combinatie met wel heel onorthodox gitaarspel.

Labels:

(Ben Taffijn, 17.2.21) - [print] - [naar boven]



In memoriam
Chick Corea


Op 9 februari 2021 overleed de Amerikaanse toetsenspeler, bandleider en componist Chick Corea. Hij leed aan een zeldzame vorm van kanker.

In een afscheidsboodschap op Facebook bedankte hij "iedereen die tijdens mijn reis het vuur van de muziek zo fel heeft laten branden. Ik hoop dat degenen die de neiging voelen om te spelen, schrijven, op te treden of wat dan ook, dat ook doen. Als het niet voor jezelf is, dan voor ons allemaal."

Eddy Determeyer haalt herinneringen op aan de pianist. "Chicky speelt spaarzaam, met veel aandacht voor alle individuele funky noten. De architectonische finesse van zijn solo's valt op, net als zijn rijkgeschakeerde toucher en uitgekiende pedaalgebruik."

Klik hier om zijn artikel te lezen.

Foto: Cees van de Ven

Labels: , ,

(Maarten van de Ven, 15.2.21) - [print] - [naar boven]



Cd
Fred Hersch - 'Songs From Home' (Palmetto, 2020)

Opname: augustus 2020

Zoals de titel suggereert, is 'Songs From Home' een lockdownplaat. Het begon met een reeks dagelijkse online performances, die op hun beurt leidden tot een soloalbum dat Hersch opnam in zijn huis in de bossen van Pennsylvania. De periode en omstandigheden hebben een effect op de teneur van de plaat, die doordrongen is van nostalgie, intimiteit en hunkering naar schoonheid.

"It’s kind of a comfort food album", zei Hersch over het album, al is het zeker geen drastische afwijking van zijn aanpak van de voorbije jaren. Recente soloconcerten, zoals in de Handelsbeurs en Flagey in 2019, volgden een klassiek Hersch-parcours: starten met wat Jobim en eindigen met Monk, met een combinatie van klassiekers, nostalgische popcovers en eigen werk ertussen gestrooid. My Fair Lady's 'Wouldn’t It Be Lovely', dat er vorig jaar bij was, opent nu 'Songs From Home' met een delicate aanslag die er geen twijfel over laat bestaan wie voor de piano zit. De compositie wordt verder uitgetekend via Hersch' gekende ingetogenheid en fragiele lyriek. De toon is zo gezet.

Hersch zoekt het naar goede gewoonte ook een paar keer in de eerste helft van de vorige eeuw. 'After You’ve Gone', een song van Turner Layton uit 1918, werd in de jaren twintig uitgevoerd door Louis Armstrong, al zit Hersch met deze ingetogen trippelende en stride-getinte uitvoering dichter tegen Fats Waller. Cole Porters 'Get Out Of Town', deels opgenomen om New Yorkse vrienden een hart onder de riem te steken, voert een dansje uit dat door wat versnellingen een plagerig speels effect heeft, maar het mooist van al is de delicate versie van Ellingtons onverwoestbare 'Solitude' - dromerig gemijmer voor coronatijden zoals enkel Hersch dat kan spelen.

Uit de eigen catalogus passeren 'West Virginia Rose', dat gekoppeld wordt aan traditional 'The Water Is Wide', en een nieuwe versie van 'Sarabande', dat hij 34 jaar geleden voor het eerst opnam met Charlie Haden en Joey Baron, en dat intussen een vaste waarde is tijdens zijn optredens. Bill Evans is nooit veraf, al draagt deze romantiek duidelijk de Hersch-stempel. In een vergelijkbaar straatje te vinden: Kenny Wheelers 'Consolation (A Folk Song)', dat gaandeweg de introspectie opgeeft voor krachtigere uitvloeisels.

Hersch' vorige soloalbum, 'Open Book' (2017), smokkelde met 'And So It Goes' van Billy Joel een popsong binnen. Hij werd helemaal op het einde geplakt - alsof de uitvoerder zich haast een beetje betrapt voelde. Nu staan die nostalgische popinvloeden wat meer op de voorgrond: 'Wichita Lineman' (zie ook Glen Campbell, Tony Joe White en The Meters) is een zoetig brokje op maat van deze pianist. En pikte hij vorige jaar nog 'My Old Man' uit Joni Mitchells klassieker 'Blue', dan kiest hij nu voor 'All I Want', doordrongen van een hunkering die in deze periode nog sterker geladen is. Ten slotte is er nog 'When I’m Sixty-Four' (The Beatles): nu ook Hersch 65 geworden is, is dat een mooie afsluiter en opnieuw een bruggetje naar de stride-traditie.

'Songs From Home' verrast niet zoals 'Open Book', dat tegelijk dieper (zoals met het lang uitgesponnen 'Through The Forest') en breder ging, maar het doet wel wat het belooft: de luisteraar trakteren op een reeks 'covers' van songs die duidelijk iets betekenen voor de uitvoerder en er goed in slagen om dat gevoel over te brengen met de elegantie die zijn handelsmerk is. Hersch' schoonheid doet altijd deugd.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be | Foto: Cees van de Ven

Labels:

(Guy Peters, 12.2.21) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...







Menupagina's:




Blijf in de picture met
een gratis jazzbanner!


































Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Pelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.