Brötzmann was een oorlogskind, groeide op in Remscheid en vertrok om te gaan studeren, tegen de zin in van zijn ouders, naar Wüppertal, waar hij de rest van zijn leven zou wonen. Beide carrières, die van beeldend kunstenaar en die van musicus ontwikkelden zich vrijwel gelijktijdig, elkaar beïnvloedend. En die oorlog, zo geeft Brötzmann zelf aan in 'Soldier of the Road', was van groot belang. Hoe meer hij hierover las, hoe meer hij er afstand van wilde nemen. Schuldig voelde hij zich niet, zo zegt hij tegen Josse, maar schaamte was er wel. Volgens Brötzmann een reden waarom de freejazz juist in Duitsland zo aansloeg, als manier van verzet. Het belang van Brötzmann, die begon op klarinet in een swingband, voor deze stroming kan moeilijk worden overschat. Want als er één iconisch album is binnen dit genre dan is het wel het uit 1968 stammende 'Machine Gun', al was het maar omdat Brötzmann musici van geheel Europa voor dit project bij elkaar bracht. Een bruggenbouwer, en dat zou hij zijn leven lang blijven. Dat musiceren - we zien een overvloed aan liveopnames voorbijkomen in de film - was voor Brötzmann daarbij allesbehalve onschuldig tijdverdrijf, hij blies of zijn leven ervan afhing. De wereld veranderen kon hij niet, zo naïef was hij niet, maar een steen verleggen in het water, daar geloofde hij zonder meer in. Met een andere attitude musiceren was wat hem betreft in feite gewoon onmogelijk. "Force you’re own shit as much as possible" zegt hij tegen Josse, voorwaar: zijn credo. Dat studenten aan conservatoria denken te leren wat hij met bloed, zweet en tranen heeft moeten doorwerken, gaat er, zo vertelde hij aan Spicer, bij hem dan ook niet in: de blues kun je niet leren, die moet je voelen.
Tja, wat moeten we dan aansluitend met al die jongeren op het podium, musicerend in 'the spirit of Brötzmann'? Hebben die voldoende de blues? De een zeker, de ander wat minder; Brötzmanns zijn het natuurlijk niet, al kan dat nog komen. De enige die er in de buurt komt is Parker, maar die stond al naast hem tijdens de opnames van 'Machine Gun'. Maakt het uit? Nee, geenszins, ze doen meer dan hun best en dat is voor deze avond ruim voldoende, al verlang je soms even terug naar dat compromisloze van de meester zelf. De Backer is een geweldige saxofoniste, helemaal op die baritonsax, waarop ze eindeloze creativiteit laat horen, maar ze klinkt eerder lyrisch en ritmisch dan verwoestend, iets dat Van De Velde met zijn stevige slagwerk deels goedmaakt. Noulet en Vanheerentals hoorde ik al tijdens de laatste editie van Summer Bummer, toen met saxofonist Cel Overberghe, die deze zaterdag ten gevolge van ziekte helaas verstek moest gaan en met De Backer een vervanger vond. Leuk om deze drie saxofonistes te vergelijken met Sonore, het trio dat Brötzmann vormde met Ken Vandermark en Mats Gustafsson en waar we opnames van zien in Josse's film. Een verschil van dag en nacht. Want waar hier drie hanen elkaar zowat naar het leven staan, horen we deze avond drie beminnelijke vrouwen die samen op zoek gaan naar harmonie.
Nee, dan Amadou en Desprez. Want in het enige concert waarin we geen saxofoon horen, komt de muziek, met name door de bijdragen van Desprez, nog het dichtst in de buurt van die altijd weer verontrustende optredens van Brötzmann. Freejazz, punkrock en noise gaan hier hand in hand in een improvisatieset, scherp op de snede. En dan mogen Parker en Émaille afsluiten. De ene helft van dit duo is mij natuurlijk meer dan bekend, de andere totaal niet. Deze Franse dame kwam niet eerder op mijn netvlies en zo te horen gold dat niet alleen voor mij. Maar goed, we kennen Parker en zijn reputatie en dus... En ja, werkelijk magnifiek! Ik zag al veel percussionisten, maar zelden zo creatief als deze dame. Dat begint al met die wonderlijke constructie van een grote trommel, een die we eerder in een orkest tegenkomen dan bij een drummer, met daarop een ijzeren buis en daaroverheen gespannen snaren. Die worden bestreken, beklopt en pizzicato bespeeld met prachtige klanken als resultaat. En dat naast een keur van andere geluiden waarmee ze Parker begeleid, de ene keer op tenorsax, de andere keer op sopraansax. Parkers spel biedt geen verrassingen meer, dat was met Brötzmann ook al niet meer het geval, maar dat maakt niets uit, het is nog altijd van een adembenemende schoonheid.
Foto's: Laurent Orseau
In de Jazztube hieronder zie je een gedeelte uit de film 'Soldier of the Road', uit het concert van het Peter Brötzmann Chicago Tentet op 13 februari 2009 in het Bimhuis, Amsterdam.
Festival
Summer Bummer 2024 - Part 1
30-31 augustus 2024, Trix, Antwerpen
Naast dat het Belgische Sound in Motion het hele jaar door, onder de titel Oorstof, concerten organiseert - er staan al weer de nodige aankondigingen op de website - organiseert het ook ieder jaar eind augustus het tweedaagse Summer Bummer, dit jaar voor de tweede keer in het Antwerpse Trix. 30 augustus was de dag van de saxofoon, althans dat is het label dat ik erop plak, want dat instrument was veelvuldig te horen, in tegenstelling tot het koper dat slechts een rol speelde in het allereerste concert, dat van Fire! Orchestra CBA Youth, waarover later meer. Mooi aan Summer Bummer is ook - en dat geldt zeker voor deze editie, dat programmeur Koen Vandenhoudt zowel gevestigde namen uitnodigt, met als hoogtepunt het befaamde trio Evan Parker–Barry Guy–Paul Lytton, als nog vrij onbekende musici zoals Heidi Kvelvane, Lia Kohl, Adia Vanheerentals en Ornella Noulet. Tot slot past bij een improfestival dat er boeiende gelegenheidsensembles worden gevormd, die nogal eens, zo leert ons de geschiedenis, uitgroeien tot langdurigere samenwerkingen.
Mats Gustafsson ken ik vooral van de baritonsax, dat hij ook de dwarsfluit bespeelt heb ik nooit geweten. Gisteren zag en hoorde ik hem daar even op als onderdeel van het concert van Fire! Orchestra CBA Youth, waarin we een aantal musici, die vaak al jaren meedraaien in dit inmiddels roemruchte orkest - naast Gustaffson violiste Anna Lindal, trombonist Mats Äleklint, bassist Johan Berthling, drummer Mads Forsby en pianist Alexander Zethson - horen in gezelschap van kinderen tussen de acht en dertien jaar, met name de blazerssectie vormend. Het gaat niet altijd geheel zuiver en de muziek is natuurlijk geenszins te vergelijken met die van het 'echte' Fire! Orchestra, dat overigens zaterdagavond het festival afsluit, maar als geheel genomen is wat hier gebeurt zeker de moeite waard. En een aantal jonge musici springt er echt uit met gloedvolle bijdragen. Een prachtige manier om een nieuwe generatie kennis te laten maken met deze muziek, iets waar Gustaffson, meestentijds dirigerend, duidelijk plezier in heeft.
Altsaxofoniste Heide Kvelvane zal als klein meisje wellicht ook ooit zo begonnen zijn. Inmiddels zijn er de nodige stappen gezet en presenteert ze zichzelf hier, omschreven in het programma als new kid on the block met iets geroutineerdere musici als bassist Nils Vermeulen en drummer Tollef Østvang. Die twee laatste poken het vuur gedurende de set flink op, waarin met name Vermeulen opvalt met naast ritmisch ook sterk melodieus spel, iets waar Kvelvane dankbaar gebruik van maakt. Ze blaast of haar leven ervan afhangt springerige, maar ook regelmatig mooi melodieuze patronen. Een naam om te onthouden.
Iets dat zeker ook geldt voor celliste Lia Kohl, van wie deze maand het boeiende album 'Normal Sounds' verscheen bij Moon Glyph. Hier op Summer Bummer laat ze eveneens horen zich niet te beperken tot de cello. Sterker nog: we beginnen met een vrij uitgebreide passage elektronische muziek. Duistere noise, een geluid als van naderend onweer en aansluitend meer speelse patronen, vol contrasterende hoge noten. En verderop is het een patroon van voornamelijk ruis dat dient als ondergrond voor haar meeslepende cellospel. Een feeërieke maar ook duistere set, vrolijk en zwaarmoedig, kortom een diverse en veelkleurige klankwereld, vol wonderlijke combinaties.
Ook de Engelse tenorsaxofoniste Rachel Musson was voor mij een onbekende naam, iets dat niet geldt voor de ritmesectie bestaande uit bassist Olie Brice en drummer Mark Sanders, die in de afgelopen decennia hun sporen in de vrije improvisatie ruim verdiend hebben. Iets dat je hier zeker ook terughoort, met name Brice verrast op meerdere momenten met adembenemende solo's. Musson is echter zeker geen new kid on the block, ook zij is al ruim een decennium bezig en op Discogs zie ik dat ze ook al zeker twee handen vol albums op haar naam heeft staan en dus vraag ik me wel een beetje af waarom ik haar nooit eerder hoorde. Ze zijn in ieder geval aan elkaar gewaagd deze drie, die ook al vaker in wisselende samenstellingen met elkaar het podium deelden en leveren hier een puik staaltje impro af op het scherpst van de snede.
Adia Vanheerentals en Ornella Noulet zijn eveneens musici die ik niet eerder kende. Hier is het echter wat minder vreemd, want deze twee dames staan nog aan het begin van hun carrière. Hier delen ze het podium met iemand voor wie dat allerminst geldt: Cel Overberghe behoort tot de weinige nog levende musici die aan de wieg stonden van de freejazz in België. Drie saxofonisten en alle drie starten ze op sopraansax. Ploppend, sissend, schurend, tot de eerste echte noten klinken, uiteindelijk perfect in elkaar hakend tot één geheel. Vanheerentals schakelt verderop soms over op de tenorsax, Noulet op de altsax, maar eindigen doen ze alle drie weer op die sopraan, een beetje zoals het begon. Daartussen horen we intrigerende combinaties en al even boeiende solo's. Dat Overberghe de nodige vlieguren achter zich heeft hoor je zeker terug, maar ook Vanheerentals en Noulet weten te overtuigen met hun bijdragen.
Maar natuurlijk, die vlieguren zijn van belang, van groot belang. Iets dat nergens zo duidelijk wordt als bij dat concert van Evan Parker, Barry Guy en Paul Lytton. Begin jaren 80 verscheen hun eerste album als trio en toen stonden ze ieder al zo'n kleine twintig jaar op het podium. Ze kennen elkaar door en door en dat merk je hier aan iedere noot. En eenieder heeft zo zijn specifieke dingen. Bassist Guy mag graag van alles tussen de snaren stoppen en daar dan mee experimenteren, waarbij niets te gek is in de zoektocht naar nieuwe klanken. Lytton gebruikt regelmatig zijn snaredrum als onderlegger voor een keur aan voorwerpen, deels opgediept uit de keukenla, eveneens op zoek naar mooie klanken. Tot slot hebben we Parker. die natuurlijk vooral bekend staat om zijn lange solo's met behulp van de techniek van circulaire ademhaling. Die ene op sopraansax vormt daarbij het hoogtepunt. Wat Overberghe, Noulet en Vanheerentals met drie instrumenten doen, doet hij hier heerlijk alleen.
Een wat vreemde eend in de bijt tussen al die saxofonisten is het optreden van Will Guthrie's Ensemble Nist-Nah. Percussie en niets anders dan percussie. Bestaande uit de instrumenten die deel uit maken van een Javaans gamelanorkest, aangevuld met ander slagwerk uit Zuidoost-Azië, maar ook met een drumstel. Guthrie gebruikt de muziek van daar als basis en vermengt dat met gelijke delen minimalisme, kraut- en postrock tot één krachtig geheel. Een ook visueel bijzonder aantrekkelijk optreden, waarbij we de negen musici naadloos elkaar zien en horen afwisselen op een met een enorme diversiteit aan percussie volgepakt podium. Elke muzikant weet precies wanneer op te staan, waarheen te gaan en wat mee te nemen. Zo deelt de een nog even, reeds staand, de laatste slag uit op het bekken, terwijl de ander al plaatsneemt op de kruk achter het drumstel. Een welkome afwisseling op een festival dat zich ook dit jaar niets aantrekt van genres en grenzen.
Cd
Trance Map+ - 'Etching The Ether'
Intakt, 2023 | Opname: 11 & 29 maart 2022
De voorbije vijftien jaar kwamen rietblazer Evan Parker en elektronica-expert/sounddesigner Matthew Wright regelmatig samen voor geïmproviseerde sessies die even cerebraal als radicaal de wereld van de elektroakoestische mogelijkheden verkenden. Regelmatig was dat ook met extra gasten, vaak muzikanten met een heel eigen persoonlijkheid. Zo was er bijvoorbeeld al Toma Gouband, een percussionist die graag gebruik maakt van natuurelementen (stenen, twijgen, takken etc.), en deze keer was hun partner de virtuoze Peter Evans. De trompettist zou je kunnen beschouwen als Evan Parkers gelijke op de trompet: een met een fenomenale techniek gezegend genie die de grenzen van het onmogelijke voor zich uit blijft schuiven.
Net zoals Evans naadloos opging in Parkers Electro-Acoustic Ensemble, dat nog een paar meesterlijke studioalbums opnam voor ECM, zo ook vindt hij hier meteen z'n plek in de bezwerende spacey klankenwereld (Don Cherry goes sci-fi) waarin akoestisch, elektronisch en studiogebruik even essentieel zijn en elk detail met zorg geplaatst werd. Al kan dat ook te maken hebben met het feit dat Wright achteraf de post-productie indook met bijkomende percussie van Mark Nauseef, die het geheel een ritualistische draai geeft. Niets voor wie op zoek is naar een vieve vingerknip, maar smullen voor getrainde, avontuurlijke oren die in deze interactie niets minder dan ceremoniële geestverruiming gaan vinden.
Klik hier om een track van dit album te beluisteren: 'At Altitude'.
In memoriam | Jazztube
Tony Oxley
15 juni 1938 – 26 december 2023
Op een dag wilden Jost Gebers, de man achter het baanbrekende platenlabel FMP, en Tony Oxley de drumspullen van de percussionist in een Volkswagenbus van West- naar Oost-Berlijn brengen. De bewaker die hen bij de grens controleerde was verbaasd over de vreemde dingen die werden vervoerd. Geber legde hem uit dat Oxley een drummer was. Toen de grenswachter vervolgens een viool vond, was het hem duidelijk. Oxley moest wel een muzikale clown zijn! Na een lange ziekte is Tony Oxley - die verre van een clown was, eerder een fenomenale geluidsonderzoeker, percussionist, violist en componist - op dinsdag 26 december overleden.
Oxley werd geboren in Sheffield en leerde zichzelf het drummen aan. Tijdens zijn diensttijd voor het Britse leger werd hij percussionist in het militaire orkest. In die tijd reisde Oxley ook naar de Verenigde Staten, waar hij jazzgrootheden als Art Blakey, Horace Silver en Philly Joe Jones aan het werk zag. Het was een levensveranderende ervaring. Thuis in Sheffield vormde hij een jazzcombo dat hij drie jaar leidde. In 1963 volgde nog een beslissende ontmoeting: hij ontmoette gitarist Derek Bailey, die bij hem om de hoek bleek te wonen. "A once in a century coincidence," zoals Oxley die ontmoeting beschreef voor de Duitse muziekjournalist Bert Noglik. Samen met bassist Gavin Bryars vormden ze het trio Joseph Holbrooke, vernoemd naar de gelijknamige Britse componist (1878-1958). De groep begon jazzstandards te spelen, maar evolueerde snel naar andere soorten muziek, geleid door de interesses van de drie. Bryars was geïnteresseerd in avant-garde klassieke componisten, Oxley in de meer radicale muzikanten van de hedendaagse jazz en Bailey in beide. Geïmproviseerde muziek was de gemeenschappelijke noemer die het trio voortdreef. Hun muziek was destijds vrijwel ongehoord in Engeland en elders in Europa. De muziek van Joseph Holbrooke ontwikkelde zich volgens Oxley en Bailey vanzelf tijdens hun samenspel.
In 1967 verhuisde Oxley naar Londen. Het duurde niet lang voordat hij zich daar gevestigd had als huisdrummer van een van de populairste jazzclubs van de stad: Ronnie Scott's. Hoewel Oxley met zijn eigen muziek al verder was gegaan dan traditionele jazz, vond hij het ook leuk en inspirerend om op te treden met jazzlegendes als Ben Webster, Joe Henderson, Stan Getz en Bill Evans. Zo ontwikkelde hij een onderscheidende ritmische stijl, waardoor hij in staat was om vrij en polyritmisch te spelen zonder de originele groove te verliezen; hij kon die op ieder moment gewoon weer oppikken. Voor veel muzikanten was het een echte uitdaging om met Oxley te spelen.
Oxley's werk bij Ronnie Scott's had hem een solide reputatie als jazzdrummer opgeleverd, hoewel hij al verbinding had gemaakt met de vrij geïmproviseerde muziekscene. In 1969 speelde Oxley op op de eerste lp 'Extrapolation' van John McLaughlin. Zijn connectie met hem zou de reden kunnen zijn geweest waarom Oxley een platencontract kreeg aangeboden door CBS en hij 'The Baptized Traveller' kon uitbrengen, met leden van het Spontaneous Music Ensemble: Evan Parker op saxofoon, Derek Bailey op gitaar, Kenny Wheeler op trompet en Jeff Clyne op bas. Het resultaat was de weerklank van een vrij unieke visie op de toekomst van de jazz. De band van Oxley slaagde er zelfs in om nog een plaat te maken voor CBS, 'Four Compositions For Sextet', met Paul Rutherford op trombone als aanvulling. Commercieel waren de albums geen succes, geen wonder dus dat CBS het contract verbrak.
Financieel zat Oxley aan de veilige kant door zijn aanstelling bij Ronnie Scott's, maar over het algemeen deed geïmproviseerde muziek het in Groot-Brittannië bepaald niet goed. Het was voor de muzikanten nauwelijks mogelijk om optredens te vinden, media en platenlabels negeerden het eenvoudigweg. Dit was de reden waarom Oxley in 1970 samen met Bailey, Parker en verschillende andere muzikanten de Musicians Cooperative oprichtte. Samen met Parker en Bailey richtte hij het onafhankelijke platenlabel Incus Records op. Eindelijk konden de muzikanten hun muziek documenteren, hun albums uitbrengen en distribueren zonder afhankelijk te zijn van de majors.
Maar bovenal werd Oxley een invloedrijke drummer voor toekomstige generaties toen hij besloot zijn drumstel uit te breiden. Hij begon te experimenteren met verschillende vormen van versterking en elektronische apparaten, zoals bijvoorbeeld ringmodulatoren. Hij gebruikte ze vooral graag op de vreemde voorwerpen die hij in de kit had verwerkt: kommen, stukjes draad, schroeven en andere metalen voorwerpen die een breed scala aan pure geluiden konden creëren. Zijn toch al unieke ritmische stijl werd gekoppeld aan een nieuw klankuniversum. Vanaf dat moment klonk niemand meer als Tony Oxley.
Op muziekgebied waren nog twee ontmoetingen belangrijk in het leven van Toney Oxley. De eerste is die met de schilder Alan Davie, die hem zijn eerste viool gaf. Oxley was onmiddellijk geïnteresseerd in de ritmische mogelijkheden van het instrument (niet de melodische, wederom typisch Oxley) en daarom besloot hij met allerlei soorten strijkersensembles te gaan werken. De andere was Oxley's ontmoeting met Cecil Taylor. Hij ontmoette hem toen de pianist in de zomer van 1988 een FMP-residentie had in Berlijn. Hij speelde met hem als duo, met William Parker in het Feel Trio en in het 17-koppige Cecil Taylor European Orchestra. Bovendien stelde Taylor hem voor aan Bill Dixon, met wie hij ook verschillende albums opnam voor het Italiaanse Soul Note-label. Oxley werd Taylor's favoriete partner voor de rest van het leven van de pianist.
"I consider myself more a percussionist, in contrast to a jazz drummer who keeps time", vertelde Oxley aan Bert Noglik in het eerdergenoemde interview. "In the new improvised music, a percussionist can interrupt the flow of his playing without affecting the nature of his relationship to the other players." Als Petrus aan de hemelpoort Tony Oxley en zijn spullen zou moeten controleren, dan zou hij hem zeker niet voor een clown hebben aangezien, maar voor wat hij is: een van de grootste drummers van de afgelopen 60 jaar. De jazzband in de hemel kan naar hem uitkijken.
Tekst: Martin Schray, The Free Jazz Collective (met toestemming vertaald) Foto's: Maarten Jan Rieder
In de Jazztube hieronder een concert van Tony Oxley met Cecil Taylor in Straatsburg, 2009.
Cd's
Evan Parker portret - deel 3
Setoladimaiale Unit & Evan Parker - 'Live At AngelicA 2018' (Setola di Maiale, 2019)
Opname: 16 mei 2018 Alexander Hawkins feat. Evan Parker + Riot Ensemble - 'Togetherness Music' (Intakt, 2021)
Opname: 30 juli 2020
We sluiten ons drieluik van Evan Parker af met twee ensemble-cd's. Setola di Maiale is een van de gezaghebbende labels als het gaat over vrije improvisatie in Italië. In 2018 bestond het label vijfentwintig jaar en dat werd tijdens het festival AngelicA 2018 groots gevierd met een voor die gelegenheid opgericht tentet, de Setoladimaiale Unit met als een van de tien leden Evan Parker. Recent verscheen er bij Intakt 'Togetherness Music', een compositie van pianist Alexander Hawkins voor een aantal jazzmusici en de musici van het in hedendaags gecomponeerde muziek gespecialiseerde Riot Ensemble. Ook hier is Parker van de partij.
Bijzonder aan 'Live In AngelicA 2018' is allereerst het 'Intro', waarin we de componist Philip Corner en zijn vrouw, de choreografe en danseres Phoebe Neville horen op gongs. Een stemmig begin van een prachtige, bijzonder experimentele set. In 'First', het eerste van vijf delen waarin deze improvisatie is gehakt, klinken prachtige klankwolken. Langgerekte noten van de blazers; naast Parker horen we Marco Colonna op klarinetten, Martin Mayes op hoorns, Patrizia Oliva op elektronica en de experimentele schermutselingen van Alberto Novello. Het trio Giorgio Pacorig (piano), Michele Anelli (contrabas) en Stafano Giust (drums en cymbalen) laveert daar met speelse klanken behoedzaam tussendoor. Musici die we kennen van hun diverse projecten bij dit label, musici ook die het vak van de vrije improvisatie tot in de puntjes beheersen. En begint 'First' nog redelijk beheerst, gaandeweg loopt het weer heerlijk uit de hand en is nauwelijks nog te volgen wie er 'aan het woord' is. Wat overigens geenszins betekent dat de rust elders niet wederkeert. Dat gebeurt regelmatig in de vijf delen, iets dat vaak prachtige momenten met zich meebrengt, zoals de klarinetsolo van Colonna in het tweede deel, het duet van hem - hier op basklarinet - met Mayes in het derde deel, de enigszins mystiek aandoende klanken in ditzelfde deel, afgewisseld met imposant basspel van Anelli. En natuurlijk horen we Parker volop met imposante solo's, bijvoorbeeld in het vierde deel.
Hawkins liet zich voor 'Togetherness Music', zijn eerste proeve van bekwaamheid als componist, inspireren door Parkers circulaire ademhalingstechniek. Een van de mooiste solo's kenmerkt dan ook het begin van het eerste stuk, 'Indistinguishable From Magic'. En magie is dit, pure magie. De structuur van Parkers solo houdt Hawkins vast in het verdere verloop van het stuk, in de vorm van langzaam voortbewegende klankwolken. En hier wordt de rol van het Riot Ensemble duidelijk, want Hawkins' compositie kent zowel invloeden uit de geïmproviseerde muziek als uit de gecomponeerde. In 'Sea No Shore' valt in dit licht allereerst de prachtige bijdrage van percussionist Mark Sanders op en aansluitend het duet van hem met trompettist Percy Pursglove, die eveneens thuis is in beide muzieksoorten. Hawkins staat bekend om zijn bijzonder brede muzikale interesse. Dat hij in 'Ensembe Equals Together' uitgebreid citeert uit de wereld van de swing en de musicals behoeft dan ook niet te verbazen. Mooi hoe hij dit combineert met meer eigentijdse, abstracte klanken en dit stuk verderop volledig laat ontsporen. Prachtige stijlcitaten ook in 'Leaving The Classroom Of A Beloved Teacher', met een hoofdrol voor pianist Hawkins. Tot slot wil ik hier nog even stil staan bij 'Optimism Of The Will' en dan vooral vanwege het samenspel tussen Sanders en bassist Neil Charles, de opmaat tot een mooi ritmische passage, waarin we ook nog Pursglove horen schitteren.
Cd's
Evan Parker portret - deel 2
Jubileum Quartet - 'A Uiš?' (Not Two, 2020)
Opname: 18 mei 2018 Natural Information Society & Evan Parker - 'Descension (Out Of Our Constrictions)' (Aguirre, 2021)
Opname: 9 juli 2019
In het tweede deel van een drieluik rondom saxofonist Evan Parker allereerst aandacht voor het bij Not Two Records verschenen 'A Uiš?', met daarop de opnamen van een concert dat de drummer-percussionist Zlatko Kaučič in 2018 aangeboden kreeg door het Cerkno Jazzfestival ter gelegenheid van zijn veertigjarig jubileum in het vak. Met Joëlle Léandre op contrabas, Agustí Fernández op piano, Parker op tenorsax en Kaučič zelf op drums betekende dat een treffen van titanen. Verder sta ik stil bij het eerder dit jaar bij Aguirre Records verschenen 'Descension (Out Of Our Constrictions)' van Joshua Abrams' Narural Information Society, met een gastrol voor Parker. Een totaal ander album, maar minstens zo boeiend.
'A Uiš?' bevat slechts één lang stuk waarin de kwaliteiten van deze musici optimaal tot uiting komen. Het begint allemaal met wat schermutselingen, waarin met name Parker en Léandre de toon zetten. Kaučič en Fernández kiezen in deze fase met name voor ondersteunende noten. Iets verderop zijn het Léandre en Fernández die elkaar in een mooi stug duet treffen. We horen die eerste heftig plukken en strijken. En dan slaat de hectiek toe en komen we in een maalstroom van klanken terecht. Kaučič en Léandre vormen een hecht duo, Fernández beukt ijverig op zijn piano en Parker stoot meedogenloos zijn patronen uit. Groot is het contrast met de solo van Léandre als het tumult is uitgeraasd. Dat Léandre tot de top behoort op dit instrument mag inmiddels als bekend worden verondersteld, maar deze veel te korte solo bewijst weer eens waar dat op gebaseerd is. Parker voegt zich erbij, Fernández en uiteindelijk ook Kaučič: tijd voor een tweede klankeruptie. Rond de vijfentwintigste minuut treffen Léandre en Kaučič elkaar voor een ronduit stomend intermezzo, wederom de opmaat vormend voor een maalstroom aan klanken, tot het ook nu weer Leándre is die de kans krijgt te soleren, nu de laagste snaar van haar bas inzettend voor sombere, duistere noten. Tot slot loopt ook nu de spanning weer op en aan alles voel je dat het naar een climax toe beweegt.
De muziek van Natural Information Society wordt het meest gekleurd door Joshua Abrams' spel op de gimbri, een soort van bas, afkomstig uit West-Afrika en de inzet van de harmonium door Lisa Alvarado, de twee vaste leden van dit verder qua samenstelling wisselende gezelschap. Zij zorgen in eerste instantie voor het meanderende geluid, dat zijn wortels duidelijk heeft in wat we gemakshalve wel eens desert blues noemen. Naast Evan Parker vinden we op dit album - live opgenomen in het Londense Cafe Oto - Jason Stein op basklarinet en drummer Mikel Patrick Avery, die overigens regelmatig onderdeel uitmaakt van dit ensemble. Totaal andere muziek dus dan op 'A Uiš?', maar wel muziek waar Parkers specifieke stijl prima bij past. Want deze trancemuziek leent zich natuurlijk bijzonder goed voor de circulaire ademhaling die Parker regelmatig in zijn solo's hanteert. Een prachtige frase aan het eind van het eerste deel van het uit vier delen bestaande 'Descension (Out Of Our Constrictions)' vormt al voldoende bewijsmateriaal en dan moeten de andere drie delen nog volgen. Dat hij zich hier dan ook beperkt tot de sopraansax hoeft niet te verbazen, die leent zich met zijn hoge geluid het beste voor de meanderende patronen.
Cd's
Evan Parker portret - deel 1
Evan Parker & Paul Lytton - 'Collective Calls (Revisited Jubilee)' (Intakt, 2020)
Opname: 29 maart 2019 Evan Parker & Matthew Shipp - 'Leonine Aspects' (Rogue Art, 2020)
Opname: 22 augustus 2017 Foussat/Lazro/Parker - 'Cafe Oto 2020' (FOU, 2020)
Opname: 22 januari 2020
De carrière van Evan Parker, dit voorjaar werd hij zevenenzeventig, start half jaren 60 van de vorige eeuw als hij zijn studie botanie aan de universiteit van Birmingham afbreekt om zich aan de muziek te wijden. Sindsdien is Parker, met zijn kenmerkende saxgeluid, niet meer weg te denken uit de wereld van de vrije improvisatie. Gelukkig is hij nog altijd actief en een klein stapeltje cd's noopt dan ook tot een nieuw drieluik. Vandaag daarin allereerst aandacht voor twee duoalbums. 'Collective Calls (Revisted Jubilee)' bevat opnames met drummer Paul Lytton en verscheen bij Intakt, terwijl we hem op het bij Rogue Art verschenen 'Leonine Aspects' horen met pianist Matthew Shipp. Tot slot besteden we aandacht aan 'Cafe Oto', waarop we Parker horen met collega-saxofonist Daunik Lazro en de in elektronica gespecialiseerde Jean-Marc Foussat, verschenen op Foussats Fou Records.
In 1969 hoort Parker Lytton op de radio. Hij neemt contact op met de drummer en een jaar later vindt hun eerste treffen plaats. Een samenwerking die inmiddels dus een halve eeuw in beslag neemt, vandaar dat 'Revised Jubilee'. Veertig jaar geleden zei Parker tegen Derek Bailey: "The people I've played with the longest actually offer me the freest situation to work in." Een uitspraak die in deze studio-opnamen zonder meer zijn beslag krijgt. We horen hem hier louter op tenorsax, maar wel in de voor hem zo kenmerkende stijl, zwaar leunend op de circulaire ademhaling. Langgerekte, kleurrijke patronen ontvouwen zich, tegen een al even kleurrijke achtergrond van percussie. Het zijn opvallend korte stukken die hier klinken, elf in totaal, met ieder een eigen karakter. Soms bijzonder pittig, zoals in '...Confused About England', soms melancholiek en verstild, waar 'England Feels Very Remote To mM' een mooi voorbeeld van is. En niet alleen is Parker een bijzondere saxofonist, Lytton is een bijzondere drummer, of eigenlijk percussionist. 'Becoming Transfigured', waarin we Lytton solo horen, is daar een mooi bewijs van. Maar wat dit album zo de moeite waard maakt is toch vooral dat samenspel en de wijze waarop zich dat in een halve eeuw heeft ontwikkeld.
Een van de belangrijkste voorbeelden voor Parker is nog altijd John Coltrane en 'Leonine Aspects', live opgenomen in augustus 2017 in Mulhouse, is een tribuut aan een saxofonist die zowel voor hem als voor pianist Matthew Shipp - en ja, voor wie in de jazz eigenlijk niet - van onschatbare waarde is. Eén lange set en een toegift bevat dit album. Een stomende en vrij abstracte set waarin de twee laten horen dat ze elkaar prima aanvoelen en tot grote hoogte weten te stuwen. En toch bevat ook dit concert een aantal zeer melodieuze momenten, als Shipp de toetsen ingetogen beroert tijdens een van die solo's of juist de groove zoekt, of als Parker - vaak daartoe aangezet door zo'n groove - felle patronen ten beste geeft. En dan moet die prachtige solo rond de vijftiende minuut op altsax worden genoemd, een prachtig staaltje circulaire ademhaling, hij kan het gelukkig nog steeds. In de toegift zijn hun klanken volledig in elkaar verstrengeld.
Het dubbelalbum 'Cafe Oto 2020' bevat een weergave van het concert dat Jean-Marc Foussat in januari 2020 gaf in het Londense Cafe Oto. Op de eerste cd horen we hem solo, op de tweede samen met Evan Parker en Daunik Lazro. Twee saxofonisten, Parker op sopraan en Lazro op tenor en bariton, hun klanken innig in elkaar verstrengeld, samen met Foussat, die met zijn synthesizer een kleurrijk klanklandschap in elkaar knutselt. Hoe anders de stijl van Lazro is dan die van Parker blijkt mooi uit de solo van eerstgenoemde als de set ongeveer een kwartier op dreef is. Zo ongenaakbaar en rauw klinkt Parker nooit. De rol van Foussat is in het geheel over het algemeen ondersteunend. Hij geeft de twee blazers volop de ruimte, al zijn er zeker ook momenten waarop hij zijn synthesizer flink laat piepen, ratelen en ploppen. Sowieso is dit een bijzonder aangename, maar ook heerlijk onverwachte combinatie van instrumenten.
In de Jazztube hierboven zie je het bewuste optreden dat Jean-Marc Foussat, Evan Parker en Daunik Lazro op 22 januari 2020 gaven in Cafe Oto.