Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Artie Shaw (foto: Michael Romanos)

Artie Shaw overleden

De enige nog levende big band-leider uit de Swing Era is niet meer. Componist, arrangeur en klarinettist Artie Shaw overleed vrijdag in zijn huis in Los Angeles. Hij werd 94 jaar oud.

Shaw werd op 23 mei 1910 geboren in New York. Hij begon zijn carrière als klarinettist in de dansorkesten van New Haven, Connecticut. Daarna kreeg hij de muzikale leiding over een eigen big band, die voor de doorbraak zorgden van latere jazzgrootheden als Billie Holiday en Roy Eldridge. In 1938 had hij zijn eerste grote hit met Cole Porters 'Begin The Beguine'. In 1954 ging hij met pensioen.

Lees de necrologie op de
website van Down Beat of luister naar de korte radioreportage van NPR.

(Maarten van de Ven, 31.12.04) - [print] - [naar boven]



The Turnaround

The Turnaround #2

Enige tijd terug verscheen
'Holy Ghost', een 9-cd box set van de even extatische als enigmatische tenorsaxofonist Albert Ayler. Met veel nooit eerder uitgebracht materiaal uit de periode 1962-1971, waaronder een live-opname met het Cecil Taylor Quartet uit 1962. De pers was erg enthousiast over deze release. Zo schreef Kevin Whitehead: "Eye-popping and mind-boggling, the Holy Ghost box treats Ayler with religious devotion. It's a requilary replete with replicas of a childhood photo, a handwritten note, a real pressed flower, and a weighty hardbound book of photos, timelines and essays. A beautiful object, a trove of rare music and a triumph of jazz scholarship, it's a bargain at under $100."

'Unforgivable Blackness: The Rise And Fall Of Jack Johnson' is de titel van een nieuwe documentaire van Ken Burns (bekend van de fraaie serie 'Jazz'), waarvoor trompettist Wynton Marsalis de soundtrack verzorgde (Blue Note). Bij Palmetto Records verscheen de befaamde Coltrane-suite 'A Love Supreme' in een uitvoering van het Lincoln Center Jazz Orchestra onder leiding van, jawel, Wynton Marsalis. Verder verschenen er op Palmetto nieuwe albums van Dr. Lonnie Smith, Matt Wilson's Arts & Crafts en Steve Swallow.

Gisteren presenteerde drummer Onno Witte tijdens de afsluitende avond van het 'Stranger Than Paranoia'-festival de debuut-cd van zijn nieuwe sextet Wildcard: 'Adventures Vol. 1'. Op deze in eigen beheer uitgebrachte cd wordt hij bijgestaan door Pieter Lieberon (saxen), Jeroen Pek (fluiten), Marcel Dorenbos (gitaar), Stormvogel (Rhodes, synths) en Marco van Os (bas). Veel interessant gearrangeerde stukken van deze rockende, funky én jazzy formatie, afgewisseld met duetten van Witte met elk van zijn bandleden.

(Maarten van de Ven, 31.12.04) - [print] - [naar boven]



Willem van Manen (Foto: Cees van de Ven)

Vrolijk requiem voor jazzband
Stranger Than Paranoia, dinsdag 28 december 2004, Paradox, Tilburg

Net zoals het gewone leven, kent ook een festival zijn vreugde en verdriet. Wat betreft dat laatste tekende dat de vierde festivalavond van Stranger Than Paranoia, dinsdag, in het Tilburgse jazzcafé Paradox.

Nederland en de wereld namen er afscheid van de Contraband, een veertienkoppig gezelschap rond componist/trombonist Willem van Manen. De Amsterdammer is toe aan zijn pensioengerechtigde leeftijd, heeft wat fysieke ongemakken en wil zijn leven verder vormgeven met uitsluitend componeren. Een requiem voor een jazzband derhalve, maar wel een van de vrolijke soort. Van treurnis was geen sprake. Integendeel, het orkest liet horen waarvoor het indertijd was opgericht: om het serieuze, conventionele oeuvre voor big band te doorbreken. Dat deed de Contraband met een handvol stukken, onderling totaal verschillend, maar verbonden door de kwaliteiten van Van Manen. Die componist schroomde niet een ballad naast een op reggae steunende compositie te laten voort-bestaan of intieme fluisterpassages naast marcherende bigbandmuziek. Gedurfde stijlen en een afwijkende, vreugdevolle aanpak: alleen bij de Contraband leven ze in alle logica naast elkaar. Hoewel de groep in Tilburg haar allerlaatste concert gaf, is er nog hoop. Een collectief van vier man uit het orkest gaat bezien of dit unieke gezelschap voor de jazzmuziek behouden kan blijven.

Stranger Than Paranoia keerde op eerder gezette schreden terug, door een pianotreffen tussen twee musici weer in de programmering te plaatsen. Uitgenodigd waren de jonge Fin Alexi Tuomarila en de éminence grise van de Belgische improvisatiemuziek, Fred van Hove. Tuomarila is vooral een denker in noten, Van Hove clustert ze in woeste vaart bijeen. Al in de jaren zestig was de Belg de wildebras van de Westeuropese pianisten, veertig jaar later heeft hij niet één concessie gedaan. Beiden begonnen met een solo-optreden, maar toen het echte treffen moest plaatsvinden, verliet het duo na een dik kwartier de pianokrukken. Doodjammer.

De avond werd besloten door Rumbata, ook al weer een (kleine) big band, die salsa-klanken koestert. Met musici uit onder meer Uruguay, de Cariben, Colombia, Cuba en Utrecht kregen de tien het publiek aanvankelijk niet in beweging, maar toen zangeres Beatriz Aguiar liet horen dat je met Spaanse gypsy-invloeden ook salsa kunt maken, raakten het hek van de dam en de stoelen aan de kant. En beleefde een uitbundig Paradox zijn tweede dansavond.

Dit artikel werd geschreven door Rinus van der Heijden en verscheen eerder in het Brabants Dagblad

(Cees van de Ven, 31.12.04) - [print] - [naar boven]



Jeroen Doomernik Toshiko Akiyoshi

Jazzorkest snijdt als mes door taart
Stranger Than Paranoia, maandag 27 december 2004, Paradox, Tilburg

Het orkest bestond pas enkele uren, maar speelde de spreekwoordelijke sterren van de hemel. We hebben het over het Brabants Jazzorkest, dat maandag het levenslicht zag en zichzelf 's avonds introduceerde op het festival Stranger Than Paranoia in Tilburg. Natuurlijk kwam het gezelschap niet zomaar uit de lucht vallen. Het orkest komt voort
uit de Big Band Den Bosch, gedirigeerd door Jeroen Doomernik, die ook het Brabants Jazzorkest langs alle spelonken en valkuilen van big band-muziek leidt. Bij de première waren die obstakels zelf opgeworpen: Doomernik c.s. hadden ervoor gekozen te putten uit het repertoire van Toshiko Akiyoshi, een vrouw die de factor moeilijk tot levenskunst heeft verheven.

Het Brabants Jazzorkest – let wel, nog altijd een amateurgezelschap – denderde schijnbaar met het grootste gemak door de Akiyoshi-stukken. Met als gasten Dick de Graaf en Angelo Verploegen sneed de big band als een mes door een taart. De eerste bracht zijn tenor- en sopraansaxofoon en fluit mee, Verploegen trompet en flügelhorn. De sopraan klinkt bij Dick de Graaf zoals het moet: lenig, complex en exotisch. Maar op fluit pakte hij helemaal onwaarschijnlijk uit. In razende vervormingen riep hij reminiscenties op aan 'Burning Of The Midnight Lamp' van Jimi Hendrix.

Een musicus die al drie miljoen platen verkocht, vier keer werd gelauwerd met Engelse muziekprijzen en zomaar een uithoekje van de wereld verkiest: ook dat maak je mee bij Stranger Than Paranoia. Het slaat op de jonge trompettist Gerard Presencer. Eindelijk weer eens iemand die geen Miles Davis-epigoon is. Op uitsluitend flügelhorn showde de Brit een fabelachtige techniek. Hij liet zich vergezellen door een bassist, slagwerker en toetsenist, maar wie zou er hebben getreurd, als dat trio de trein had gemist? In een wereld waarin maar wordt gekopieerd en gekopieerd, wist Presencer bijvoorbeeld Stevie Wonders 'Isn’t She Lovely' van nieuwe, zware steunberen te voorzien.

De derde festivalavond werd geopend door Impromptu, zes acteurs die muziektheater kwamen brengen. Waarom deze toneelclub was gecontracteerd, is een raadsel. De zes bleven maar afgeven op moderne kunst en moderne muziek, maar het was beter geweest als ze op hun eigen verrichtingen de factor 'zelfreiniging' hadden toegepast.

Dit artikel werd geschreven door Rinus van der Heijden en verscheen eerder in het Brabants Dagblad

(Cees van de Ven, 31.12.04) - [print] - [naar boven]



Nick J. Swarth

Nieuw leven Johnny The Selfkicker
Stranger Than Paranoia, zondag 26 december 2004, Paradox, Tilburg

Er is een Tilburgse Johnny The Selfkicker opgestaan. Of beter gezegd neergegaan, want in
'De Napalm Sessies' van dichter Nick J. Swarth belandde de bedenker aan het einde kronkelend onder de piano. Eerder al bewoog de Tilburger, gestoken in een t-shirt met de naam 'Okki' erop en met een geraamte bengelend aan de broeksband, als een aap over het podium, stootte hij dierlijke geluiden uit, dichtte hij wat en zorgde hij ervoor altijd voor het middelpunt te blijven van de drie musici met wie hij zich omringde: pianist Joost Buijs, steelgitarist Cor Fuhler en tenorsaxofonist Tobias Delius.

Swarth is los van alle conventies en dat zal de wereld weten ook. Dát lijkt de enige boodschap die hij wil brengen. Gelukkig maar dat 'zijn' musici ook geen grenzen kennen. Daardoor kwam er evenwicht in het optreden: wie het stemkunstenaarschap van Swarth teveel werd, kon altijd nog naar de van vrijheid overborrelende muziek luisteren.

De tweede avond van het festival opende met 'De Magneet', een initiatief van contra-bassist Bert Palinckx, geïnspireerd op de Tilburgse wielerlegende Jan Pijnenburg. Het project had alleen in theorie met wielrennen te maken, het ging duidelijk om muziek die de uitvoerders als meesterknechten kwamen opdienen. In vier stukken vervlochten zeven topimprovisatoren – drie strijkers, drie blazers en een slagwerker – op een inventieve manier de karakteristieken van snaar- en blaasinstrumenten. Dat gebeurde de ene keer in doordachte, vrije improvisaties, een andere keer in melodische en harmonische frag-menten, waarin de kracht van het zevenkoppige collectief voor pakkende en herkenbare muziek zorgde.

De Belgisch-Italiaanse basgitarist Daniel Romeo zorgde met zijn band voor de afsluiting. Dat gebeurde met de stoelen aan de kant, want Romeo is van de funk. Zijn muziek is gebaseerd op die van het in 1987 overleden baswonder Jaco Pastorius. Die op zijn beurt maakte weer deel uit van de nalatenschap van Miles Davis. Geen wonder dat naast Romeo in de frontlinie ook een 'gestopte' trompet was te vinden. Romeo bracht snoei-harde, voornamelijk dansbare muziek, die in hoog tempo werd gebracht en waarin de hoogstaande techniek van de leider op allerlei manieren tot uitdrukking kwam.

Dit artikel werd geschreven door Rinus van der Heijden en verscheen eerder in het Brabants Dagblad

(Cees van de Ven, 31.12.04) - [print] - [naar boven]



Paul van Kemenade (Foto: Gerard Verhagen)

Strijkers en bezonkenheid openen 'Paranoia'
Stranger Than Paranoia, vrijdag 24 december 2004, Paradox, Tilburg

Charlie Parker in de jaren vijftig, Ornette Coleman twee decennia later en anno 2004 Paul van Kemenade. Het is toch niet zo vreemd dat ook de Tilburgse musicus en componist eens met strijkers in alle soorten en maten in de slag wil gaan? Dat gebeurde op kerst-avond tijdens de opening van het festival Stranger Than Paranoia. Het leverde een boeiend brok muziek op, waarin strijkinstrumenten voor een wezenlijke aanvulling zorgden in twee Van Kemenade-stukken en verder een eigen leven leidden met leden uit het Paul van Kemenade Quintet.

De twee Van Kemenade-composities, gespeeld door een strijkkwartet met musici van zijn kwintet, boeiden het meest. Daar is een eenvoudige verklaring voor. Beide waren op-nieuw gearrangeerd door Niko Langenhuijsen, een van de aartsvaders van het Tilburgse jazzmilieu. Langenhuijsen woont dan wel niet meer in Tilburg, maar hij kent het werk van zijn 'leerling' uiteraard als zijn broekzak. Dat en de bezonkenheid van een ouder wordende musicus/componist zorgde met name in 'Pleased To Meet You' voor een amalgaam van visies. Die werden door de violisten Pierre Blanchard, Herman van Haaren en Oene van Geel en door cellist Emile Visser over de altsaxofoon van Paul van Kemenade, de contra-bas van Wiro Mahieu en de percussie van Pieter Bast gespreid. Een uitverkocht Paradox raakte er doodstil van.

Dat herhaalde zich in 'Robbie', opnieuw voor strijkkwartet met weer Pieter Bast en Van Kemenade, maar nu met Niko Langenhuijsen op bas. Ook in dit opnieuw gearrangeerde stuk ging het niet alleen om de totaalklank, maar vooral om de details die de individuele musici inbouwden. Zo nam Herman van Haaren een solo over van altsaxofonist Van Kemenade, waarin hij diens lyrische strofen vertaalde naar zijn viool.

In de overige combinaties met strijkers ging de Franse violist Pierre Blanchard onder meer een Hot Club de France-duet aan met Langenhuijsen. Hun Django Reinhardt hommage in 'Minor Swing' en 'Nuages' was sprankelend en onderhoudend. Jammer was het dat het publiek kennelijk slechts uit was op swingmomenten en juist in de luisterstukken te weinig aandacht kon opbrengen. Er werd wat afgekletst, waarmee deze subtiel bedoelde set een rommelig karakter kreeg.

Het festival werd eerder op de avond geopend door het POW Ensemble van Luc Hout-kamp. De elektronische- en computerklanken van twee musici en een klankregisseur bedden die van een tapdanseres in. Dat betekende uitdijende klanklandschappen waarin de tapklanken vreemd genoeg vaak rustpunten waren. Bij een Fats Wallerstuk en Ellingtons 'It Don’t Mean A Thing' kon het publiek aanklampen om niet bedolven te raken onder de langzaam ineenzakkende elektronicabrij.

Dit artikel werd geschreven door Rinus van der Heijden en verscheen eerder in het Brabants Dagblad

(Cees van de Ven, 31.12.04) - [print] - [naar boven]



Radio 2 Top 2000 logo

Ook jazz in de Radio 2 Top 2000

Bijna 1 miljoen luisteraars van Radio 2 stemden dit jaar voor de zesde editie van de
Top 2000 aller tijden. Natuurlijk overheersen de genres pop en rock het totaalbeeld (met de welhaast onvermijdelijke 'Bohemian Rhapsody' van Queen als nummer 1). Toch is er ook ruimte voor jazz, big band, New Orleans-stijl en crooners.

Frank Sinatra doet het goed met 7 nummers in de lijst. Peggy Lee staat er twee keer in, onder meer met 'Fever'. Dat Louis Armstrong niet alleen werd gewaardeerd om zijn trompetspel bewijst zijn fraai gezongen hit 'What A Wonderful World' uit 1968 (op nr. 345). Lijstafwaarts zien we noteringen voor Astrud Gilberto ('The Girl From Ipanema'), Sammy Davis Jr. ('Mr. Bojangles'), Glenn Miller ('In The Mood'), Chris Barber's Jazz Band ('Petite Fleur'), Billy Vaughn Orchestra ('Sing Along Silvery Moon') en last but not least een opname uit 1924 (!) van George Gershwins evergreen 'Rhapsody In Blue', die is terug te vinden in de kelder van de Top, op 1997.

De hoogste jazzy hitnotering is op 314, niet geheel onverwacht, voor Norah Jones met 'Don’t Know Why' uit 2002. Hoe populair deze crossover-zangeres is blijkt wel uit het feit dat haar single 'Sunrise' van eerder dit jaar zomaar op 405 binnenkomt in de lijst. Daarmee laat ze haar 'collega' Billie Holiday achter zich, hoewel Lady Day nog verrassend hoog reikt met 'Summertime' uit 1936 (776).

Maar de hoogstgenoteerde échte jazzclassic vinden we terug op 485. Daar staat het rond een onvergetelijk thema opgebouwde 'Take Five' van het Dave Brubeck Quartet, dat zijn klassieke status niet in de minste plaats te danken heeft aan die geweldige drumsolo van Joe Morello. Vroege jazzvogels kunnen het nummer morgen tussen 8 en 9 horen in de non-stop uitzending van de Top 2000 op Radio 2.

(Maarten van de Ven, 29.12.04) - [print] - [naar boven]



Een repetitie van het Innovations Orchestra in 1950 (foto: website Stan Kenton)

Necrologie Bill Russo

De Amerikaanse componist, arrangeur en jazztrombonist William (Bill) J. Russo, die op 11 januari 2003 op 74-jarige leeftijd overleed, mag dan in artistieke kringen internationaal zeer gewaardeerd zijn; hij geniet tegenwoordig nog nauwelijks bekendheid bij het grote (jazz)publiek. Dat was voor de Concertzender reden om een radio-tweeluik aan zijn werk te besteden. Het eerste deel werd uitgezonden op dinsdagavond 21 december jl. om 22.00 uur, het tweede volgt op dinsdagavond 18 januari 2005 om dezelfde tijd, beiden in het programma 'The Art of the Improvisers'.

Jaap de Rijke blikt terug op het leven van Russo, die evenals zijn voornaamgenoot Bill Holman ooit begon als arrangeur voor het orkest van Stan Kenton, waar het tweetal als trombonist respectievelijk saxofonist deel van uitmaakte. Lees
hier het complete artikel.

(Maarten van de Ven, 27.12.04) - [print] - [naar boven]



Marc van Vugt & Ineke van Doorn

Art stold my life - Mainbiënnale

Ineke van Doorn & Marc van Vugt in Muziekcentrum Vredenburg

Ineke van Doorn (zang/teksten) en Marc van Vugt (gitaar/composities) maken al 25 jaar samen muziek en dat jubileum werd onder andere gevierd met een trio–tournee met steeds speciale gasten. De keuze viel op drie saxofonisten: tenor-/sopraansaxofonisten Andy Sheppard (GB) en Silvain Beuf (F) en altsaxofonist Paul van Kemenade. Dit programma wordt afgesloten tijdens de Main Biënnale, het grote jubileumfestival op 15 januari 2005 in Muziekcentrum Vredenburg in Utrecht. Meer informatie over deze avond vind je
hier.

Lees hier de antwoorden van Ineke van Doorn op onze Take Ten vragen. Informatie over Ineke van Doorn en Marc van Vugt is ook te vinden op hun website.

(Cees van de Ven, 27.12.04) - [print] - [naar boven]



"Hij klinkt van zichzelf al anders, namelijk altijd fit. Je hoort simpelweg dat hij als een sporter zijn conditie op peil houdt. Zijn saxofoonspel is sprankelend, vitaal en levens-lustig." Maartje den Breejen van Het Parool over 'Heterogeneity', het nieuwe album van Benjamin Herman. Lees hier de hele recensie.

(Erno Mijland, 26.12.04) - [print] - [naar boven]



Egbert Derix bij Draai én de Concertzender

De Concertzender besteedt op 4 en 8 januari in het programma 'The Art of the Impro-visers' ruim aandacht aan de composities van Egbert Derix. Journalist Remco Takken heeft een programma gemaakt van een uur waarin onder andere Derix' werk voor zijn eigen Searing Quartet aan bod komt. Dit kwartet bestaat in 2005 tien jaar. Ook is er aandacht voor Derix' composities voor het Loet van der Lee Quintet, zangeres Digna, het Corneille/Roelofs trio en saxofonist/klarinettist Leo Janssen (Metropole Orkest). Momen-teel wordt gewerkt aan een boek met piano-arrangementen en leadsheets van Derix' composities. Meer informatie over de uitzendingen staat
hier.

Draai om je oren legde Derix alvast de tien vragen uit de serie Take Ten voor. "Een muzikant die zijn eigen ding doet met mijn compositie, dat vind ik het grootste compliment." Klik hier voor alle antwoorden.

(Erno Mijland, 25.12.04) - [print] - [naar boven]



Jury VPRO/Boy Edgar Prijs 2004 is er nog niet uit

U kent de beleefdheidsfrase wel: 'Het was weer zeer moeilijk voor de juryleden om tot een beslissing te komen, maar na lang beraad zijn we er dan toch uitgekomen'. Zo heet het gewoonlijk, maar niet bij de Boy Edgar Prijs van dit jaar. De ondraaglijke lichtheid van het jurybestaan?

Het eerste juryberaad heeft nog geen winnaar van de VPRO/Boy Edgar Prijs 2004 opgeleverd. Begin januari 2005 komt de jury opnieuw bijeen. De jury bestaat dit jaar uit: Franc van Gurp (programmeur Lokaal 01, Breda), Jan van Kranenburg (Jazz Center, Den Haag), Rinus van der Heijden (kunstredacteur Brabants Dagblad), Jaap Lüdeke (jazz-journalist en programmamaker Concertzender) en Jessica de Heer (programmeur klassieke muziek Vredenburg, Utrecht).

De toekenning van de VPRO/Boy Edgar Prijs, de belangrijkste prijs in Nederland op het terrein van de jazz en geïmproviseerde muziek, vindt jaarlijks plaats onder auspiciën van de VPRO en De Nederlandse Jazzdienst.

Tekst: Remco Takken

(Maarten van de Ven, 23.12.04) - [print] - [naar boven]



De fraaie bende van Fraanje (foto: Cees van de Ven)

De fraaie bende van Fraanje slaat weer toe in het Verkadehuis
zondag 19 december 2004, Verkadehuis, Roosendaal

Het is zondagavond 19 december. Peter Kesseler optimaliseert de belichting en sleutelt nog wat aan de geluidsinstallatie en pianist Harmen Fraanje brengt ondertussen de Glühwein die straks gratis kan worden gedronken, op temperatuur. Dan zwaait de voor-deur open en het eerste bendelid doet zijn intrede. Bert Joris, de Belgische trompettist/
componist/arrangeur bespiedt de werkplek en speelt wat om de akoestiek te 'proeven'. Dan doet de echte zware jongen zijn entree: bassist Hein van de Geyn. Hij speelt vanavond net als Fraanje in zijn geboorteplaats Roosendaal. Als tenslotte ook Joost van Schaik zijn laatste cimbaal tot tevredenheid gepositioneerd heeft, trekt men zich even terug om tot een consensus te komen over het programma. Inmiddels is de zaak gevuld met - naar later zal blijken - gemotiveerd en de koopzondag mijdend luisterpubliek.

Het zou een mooi laatste concert van het jaar worden, dat stond bij voorbaat vast, het voelde weer goed. Een gelegenheidsformatie van formaat die van deze samenkomst een interessant concert maakte. 'Footprints', 'It Could Happen To You', 'How Deep Is The Ocean'... zomaar een greep uit het repertoire. 'My Funny Valentine' in een bijzonder arrangement van Fraanje en verbijzonderd door subtiel spel van Bert Joris. Hij maakte zijn gevestigde reputatie vanavond waar.

Joris is een compleet musicus. Hij beschikt over een mooi geluid op trompet en bugel en improviseert ideeënrijk en met aansprekende verhaallijnen. Geworteld in de klassieke muziek is hij naast een begenadigd trompetist ook een veelgevraagd componist voor onder andere symfonische werken, strijkkwartetten, film- en big bandmuziek. Hij doceert twee dagen per week aan de Zwitserse Jazz School in Bern. Recentelijk ontving Bert Joris de opdracht om een avondvullend programma te componeren voor de Filharmonie van Vlaanderen, met daarin geïntegreerd het Brussels Jazz Orchestra. Dit werk zal in het voorjaar van 2006 in Antwerpen in première gaan.

Hein van de Geyn en Joost van Schaik faciliteerden Fraanje en Joris optimaal om wederom een fraaie uitvoering van Fraanjes 'Sonatala', dat door elke 'bende' gespeeld wordt, aan de reeks toe te voegen. Ook in het nieuwe jaar mag Harmen Fraanje doorgaan met het formeren van fraaie bendes die het Verkadehuis zullen veroveren...

Een fotoimpressie van dit concert vind je
hier.

(Cees van de Ven, 22.12.04) - [print] - [naar boven]



"What we're doing, if you have to call it something I guess it's jazz, but it's not what jazz was." Esbjörn Svensson (E.S.T.) in een interview met collega-website All About Jazz. Klik hier voor het hele interview.

(Erno Mijland, 20.12.04) - [print] - [naar boven]



Dick Heckstall-Smith (foto: website Pete Grant & Shirley Pena)

Saxofonist Dick Heckstall-Smith overleden

De Britse saxofonist Dick Heckstall-Smith is op vrijdag 17 december overleden aan de gevolgen van kanker. Hij is 70 jaar geworden.

Heckstall-Smith, geboren als Richard Malden, speelde samen met bekende musici als John Mayall, Mick Jagger en Ginger Baker. Hij werd bekend van zijn podiumact, waarbij hij twee saxen tegelijk bespeelde. Heckstall-Smith was geïnteresseerd in vele genres, waaronder Keltische folk, jazz en blues met Afrikaanse invloeden.

Hij was jarenlang de saxofonist van Colosseum, een invloedrijk jazz- en rockensemble dat eind jaren zestig furore maakte. Nadat Colosseum in 1971 was ontbonden, begon Heckstall-Smith een solocarrière. Later vormde hij een eigen band, Manchild, waarmee hij door de Verenigde Staten toerde om popgroepen als Fleetwood Mac en Deep Purple muzikaal te ondersteunen.

Begin jaren negentig werd Heckstall-Smith getroffen door twee beroertes, waar hij ondanks blijvende spraakproblemen redelijk goed van herstelde. In 1994 kwamen Heckstall-Smith en de andere oorspronkelijke bandleden van Colosseum weer bijeen voor een Europese toer. In 1997 kwam voor het eerst in 27 jaar weer een album van de legendarische band uit.

Bron: Metro

(Erno Mijland, 20.12.04) - [print] - [naar boven]



Terugblik tour NCCBB met Tony Allen en Ali Boulo Santos

De New Cool Collective Big Band tourde in december door Nederland met Tony Allen (Fela Kuti) en Ali Boulo Santos (Galliano en African Divas). Op de VPRO-website een
recensie van het concert op 16 december in Tivoli, Utrecht. Mezz in Breda heeft op haar website een fotoverslag van het concert op 17 december. En Hans Kreutzer maakte foto's van het concert op 18 december in de Groene Engel in Oss.

(Erno Mijland, 20.12.04) - [print] - [naar boven]



Jeroen Ophoff (foto: Cees van de Ven)

Drummer Jeroen Ophoff in Take Ten

Jeroen Ophoff (1946) is te typeren als een amateur-drummer, maar wel een die zeker niet speelt als een amateur. Hij behoort mijns inziens tot de weinige echte big band-drummers in Brabant en heeft een professionele attitude. Hij verfoeit en ergert zich aan muzikanten die hun huiswerk niet hebben gedaan, maar kan gemotiveerde muzikanten met wie hij speelt een enorme steun in de rug geven.

In de rubriek Take Ten 10 vragen aan Ophoff, die hij
hier beantwoordt.

(Cees van de Ven, 20.12.04) - [print] - [naar boven]



Jazz is niet stoer. Of wel? In de oude doos vonden we een geestige commercial voor het San Francisco Jazz Festival. De commercial won in 2001 een reclameprijs. Klik hier om het filmpje te bekijken.

(Erno Mijland, 20.12.04) - [print] - [naar boven]



Martijn van Iterson (foto: Cees van de Ven)

Martijn van Itersons 'The Whole Bunch' bestormt de Amerikaanse charts

'The Whole Bunch', Martijn van Itersons nieuwste cd, is momenteel een van de 13 best gedraaide jazz-cd's van Amerika! Een proficiat voor Van Iterson en producer Harry Velleman (Munich) is hier op zijn plaats, en de waardering voor deze cd is zeer terecht. Misschien een aardige cadeautip voor de komende feestdagen?

Bekijk
hier de jazz album chart van JazzWeek. Klik hier voor de cd-bespreking van 'The Whole Bunch'. Een concertbespreking met fotopagina vind je hier.

(Cees van de Ven, 18.12.04) - [print] - [naar boven]



Ferdinand Povel & John Marshall (foto: Cees van de Ven)

Tegenvallend Marshall/Povel Quintet in Paradox
vrijdag 3 december 2004, Paradox, Tilburg

Een concert met Ferdinand Povel is altijd een goede reden voor een bezoek. Hij is en blijft immers uniek en herkenbaar in spel, geluid en improvisaties. John Marshalls spel daarentegen was gedurende dit concert wat minder aansprekend. Bij het uitkomen van de voortreffelijke cd
'Theme Of No Repeat' was ik positiever over hem. De ritmesectie had deze avond zo haar eigen agenda en vormde geen eenheid met Marshall & Povel en ook onderling wilde het muzikaal niet lopen. Pianist Claus Railble speelde apatisch en ont-beerde interactie en bezieling. De wijze waarop hij achter de vleugel hing en obligate begeleidingsakkoorden plaatste sprak voor zich. Er was weinig contact tussen musici en publiek en het ontbrak aan een stimulerende appreciatie.

Het nostalgisch repertoire uit de jaren zestig - Duke Pearson, Tad Dammeron, Dornham en Van Heusden - is het idioom waarin Povel en Marshall zich als een vis in het water voelen. Dat dit repertoire voor bezoekers van Paradox niet avontuurlijk genoeg is, was me een maand eerder ook al opgevallen. Toen speelde daar Sjoerd Dijkhuizen enthousiast met een uitstekend, energiek en compact spelend kwartet. Dit concert evenwel klonk wat routineus en gemakzuchtig, maar dat laat onverlet dat ik me weer tegoed heb gedaan aan het gekende 'slijtvaste' spel van Povel.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.

(Cees van de Ven, 16.12.04) - [print] - [naar boven]



Paul van Kemenade Quintet (foto: Maarten van de Ven)

Eigenzinnig 'Paranoia' is weer grensoverschrijdend

Theaterimprovisatie, een anarchistische kindermatinee en radicale poëzie. Festival Stranger Than Paranoia in Tilburg toont dit jaar opnieuw een vernieuwend, eigenzinnig gezicht. Eén zekerheid slechts kent het festival: de periode waarin het festival wordt gehouden. Dat is de tijd rond kerstmis en nieuwjaar.

Het evenement in Paradox wil bezoekers confronteren met grensoverschrijdende muziek en etaleert zich als een vergaarbak van prachtige toevalligheden en onverwachte belevenissen. Neem de editie van dit jaar, die zich afspeelt tussen 24 en 29 december en waarin nu zelfs plaats is voor een theaterimprovisatie, die gebaseerd is op drie noten. Of een kindermatinee, die op een vrolijk anarchistische manier wordt samengesteld. Of radicale muzikale poëzie van de Tilburgse dichter Nick J. Swarth.

Een greep uit het programma maakt duidelijk, dat Stranger Than Paranoia 2004 weer heel anders is dan de voorgaande elf keer. Colombiaanse klanken, elektronisch aangestuurde tapdans, jazz, eigentijdse gecomponeerde en geïmproviseerde muziek, flamenco, funk, bigbandmuziek: het stuift allemaal in vijf avonden voorbij.

Opvallend in de programmering, al vanaf het begin van het festival in handen van musicus/componist Paul van Kemenade, is 'De Magneet', een zevenkoppig ensemble, waarin Nederlandse en Belgische improvisatiemusici zich hebben gevonden. De openings-avond, 24 december, kent zijn eigen traditie met de aanwezigheid van het Paul van Kemenade Quintet. Al treedt het vijftal nu aan in wisselende bezettingen. Het kwintet wordt in tweeën gedeeld om zo de strijd aan te gaan met een strijkkwartet. Voor wie daar ongerust van wordt: kerstmis wordt echt weer ingeluid door het voltallige kwintet, precies als op alle voorgaande kerstavonden. Dit jaar is ook het duel op twee vleugels weer terug. En ook wordt Stranger Than Paranoia op 29 december weer afgesloten met een big band. Dat is de veertienkoppige Belgische kolos Flat Earth Society van Peter Vermeersch.

Dit artikel werd geschreven door Rinus van der Heijden en verscheen eerder in het Brabants Dagblad

Klik
hier voor het volledige programma van Stranger Than Paranoia 2004.

(Maarten van de Ven, 16.12.04) - [print] - [naar boven]



Man Bites Dog - 'Okno'

Man Bites Dog - 'Okno' (TryTone, 2004)

Hij doet een beetje ouderwets aan, deze cd van Man Bites Dog. Maar dan wel in de goede betekenis van het woord. 'Okno' is een plaat die stevig wortelt in de jazz-geschiedenis. Maar pas echt interessant wordt door de eigentijdse elementen die altsaxofonist Tobias Klein, basgitarist Mark Haanstra, gitarist Damien Cluzel, slagwerker Emmanuel Scarpa en zangeres Sylvia de Hartog eraan toevoegen.

De laatste levert drie bijdragen, waarvan 'Secret Name', geïnspireerd door Norman Mailers novelle 'Ancient Evenings' de trefzekerste is. Fraai is hoe Man Bites Dog improviseert op veelal lopende ritmes. Hoe Tobias Klein gedetailleerde accenten zet met zijn basklarinet. Hoe de elektrische gitaar van Cluzel contrasteert met de altsax van Klein. De laatste leverde zes composities, Cluzel twee. 'Okno' is geen album dat de hemel bestormt, maar wel een schijf die gedegen vakmanschap koppelt aan steeds uitbreidend luistergenot.

Deze recensie werd geschreven door Rinus van der Heijden en verscheen eerder in het Brabants Dagblad

Ook E.J. Iannelli recenseerde deze cd voor de jazzwebsite All About Jazz. Klik
hier.

(Maarten van de Ven, 15.12.04) - [print] - [naar boven]



Penguin Guide To Jazz On Cd

Nieuwe editie Penguin Guide To Jazz On Cd

Bent u een doorgewinterde jazzofiel, op zoek naar dat ene obscure album uit de jaren '50 van Sonny Rollins dat ook op cd zou moeten zijn uitgebracht? Of heeft u als geïnteres-seerde nieuwkomer in deze scene juist behoefte aan een aantal essentiële jazz-cd's om mee te beginnen? In beide gevallen kunt u dan terecht bij de ultieme 'jazzbijbel': de Penguin Guide To Jazz On Cd. Het is nauwelijks voorstelbaar dat slechts 2 auteurs (volgens de colofon althans) verantwoordelijk zijn voor deze monsteruitgave: Richard Cook en Brian Morton.

Op 1744 pagina's geven de auteurs op alfabetische volgorde uitvoerig commentaar bij de cd-discografie van jazzartiesten. Ze doen dat met verve. Door middel van een sterren-systeem wordt geduid welke albums echt de moeite waard, leuk en aardig of juist ronduit tegenvallend zijn. Meesterwerken worden aangeduid met een rozetje. Nieuw in deze zevende editie is de zogenaamde 'Core Collection', een selectie van circa tweehonderd cd's, die volgens de auteurs in geen enkele serieuze jazzcollectie zouden mogen ont-breken. Niets leuker dan onder het genot van een wijntje en een lekker jazzplaatje dit lijvige boek door te neuzen, op zoek naar nieuwe ontdekkingen en vergeten klassiekers.

Bij alle lof past ook een kanttekening, gemaakt door Ille Pietersma in het Dagblad van het Noorden: "Achterin ontbreekt de gebruikelijke index met namen, waarin ook musici te vinden zijn die niet zelf cd's hebben uitgebracht, maar wel op die van anderen mee-spelen. Zo'n overzicht is onontbeerlijk in de jazzscene, waar formaties zelden lang uit dezelfde muzikanten bestaan en iedereen het met iedereen doet. Wie dus deze nieuwe Penguin Guide aanschaft, zal nog regelmatig de index van oudere edities moeten raad-plegen, om enigszins wegwijs te worden in het netwerk van de jazz." Klik hier voor het complete artikel.

Lees hier de recensie van All About Jazz over de nieuwe Guide.

(Maarten van de Ven, 14.12.04) - [print] - [naar boven]



Michel Pilz (foto: Cees van de Ven) Klaus Kugel (foto: Cees van de Ven) Christian Ramond (foto: Cees van de Ven)

Michel Pilz Trio: goed doortimmerd, zonder brille
maandag 8 november 2004, Jazzpower, Wilhelmina, Eindhoven

Wat trekt muziekliefhebbers zo aan in de basklarinet? Het sonore, indringende geluid? Of is het het everlasting effect van de soms razendsnelle, met grote intervallen gespeelde, typische lijnen van Eric Dolphy? Wellicht gewoon een combinatie van beide.

Michel Pilz, bekend van het gerenommeerde Globe Unity Orchestra, deed in zijn spel opvallend genoeg eerder denken aan een andere jazz-grootheid, John Coltrane. Ook qua geluid, dat naar dat van een saxofoon neigde. Af en toe crosste Pilz in een soort stream of consciousness over zijn kleppen en overstuurde hij met een schurende howl, maar hij kon ook helende klanken uit zijn klarinetbeker toveren.

De composities kwamen uit de koker van Pilz zelf en van de Japanse trompettist Itaru Oki, die deel uitmaakt van Pilz' Parijse kwartet. De van Billie Holiday bekende ballad 'Don't Explain' vormde de uitzondering. Pilz blies zijn instrument hier warm en met veel lucht aan, en liet veel ruimte. Mede door de rustige begeleiding (spaarzame bas, kleurrijke brushes) kon het thema fraai worden geëxposeerd.

Opvallend was de rol van de stoïcijns en intens spelende bassist Christian Ramond, die veel indruk maakte met zijn goed verzorgde, pure basgeluid. Zijn bassolo's - houtig en rauw, vloeiend én hoekig - deden denken aan het impressionisme van collega's als Reggie Workman en Lewis Worell van het New York Art Quartet. Terecht kreeg hij van Pilz de ruimte.

Drummer Klaus Kugel mocht dan imponeren met multigelaagd nervy drumwerk, geken-merkt door uitbundig bekkengebruik en rollende roffels; hij timmerde het totaalgeluid af en toe behoorlijk dicht, zodat de bijdragen van Pilz en Ramond niet altijd even goed door-kwamen. Dat wreekte zich met name in de snellere vrije stukken. En de tuning van zijn drumstel (of beter gezegd het ontbreken ervan) was ook niet al te subtiel, een typisch geval van acquired taste zogezegd.

Jammer dat het trio een wat in zichzelf gekeerde indruk maakte - er was nauwelijks communicatie met het publiek - waardoor zelfs een rustiger stuk als 'Tilly's Eyes' ondanks het breekbare gevoel toch bleef steken in een soort rationele afstandelijkheid.

Klik hier voor een fotografische impressie van dit concert.

(Maarten van de Ven, 10.12.04) - [print] - [naar boven]



Ken Vandermark (foto: Cees van de Ven)

Ken Vandermarks 'Notes from the field'

De Amerikaanse saxofonist Vandermark houdt een soort online-dagboek bij, waarin hij zijn life on the road beschrijft. Vanaf nu kunt u deze nieuwsbrieven ook op Draai om je oren lezen. In zijn 'Notes'-editie van december schreef hij een impressie over het feestje ter gelegenheid van het 25-jarige jubileum van de Amsterdamse band The Ex, 19 november jongstleden. Ook jazz-improvisatoren maakten deel uit van dit feestprogramma.

"After listening to the ICP Orchestra perform with 80 year old Ethiopean tenor sax legend, Getatchew Mekurya, I collapsed in one of the dressing rooms to try and catch some sleep- not easy with Han Bennink, Cor Fuhler, Paul Lovens, Toby Delius, etc. in there with me, but I was completely wiped out. (...) Slept until 2pm, the most direct rest in more than a week. Some great homemade pasta for lunch and back to the club for the FREE FALL soundcheck - so much for visiting Amsterdam. This trio always tires to play acoustic, not even a bass amp on stage, but there was no way the upright piano would carry in the upstairs space at the Paradiso. So we went with as little P.A. as we could. FREE FALL set up and the volume from the main stage pounded through the doors and floor. This was going to be tough - low volume and introspective at times, the group's music and the crowd were now faced with a John Cage experience. Somehow, it worked. The band went forward with the set as planned and by midway the audience was cheering, a packed room yelling for a "chamber improvisation" group - incredible and true. Afterwards I bumped into Ab Baars, who said he really enjoyed the pieces - one of the highest compliments I could hope for."

Klik
hier om de hele nieuwsbrief te lezen.

(Maarten van de Ven, 9.12.04) - [print] - [naar boven]





Interview Eric Boeren

In april 2005 zal Eric Boeren een cd gaan maken met Guus Janssen, Cor Fuhler, Michael Vatcher en tubaspeler Oren Marshall. Boeren is net terug van een korte tournee met Available Jelly door Kroatië, Slovenië, Oostenrijk en Duitsland. Van deze formatie zal binnenkort ook een nieuwe cd verschijnen.

In een exclusief, uitgebreid interview met Jacques Los en ondergetekende zet de gedreven cornettist zijn muzikale denkbeelden helder en inzichtrijk uiteen, en vertelt hij met veel enthousiasme over zijn huidige projecten.

"Improviseren moet je ontwikkelen, trainen. Op conservatoria is er, met uitzondering van projectweken of incidentele initiatieven of momenten, nauwelijks aandacht voor impro-visatie. Het is vooral gericht op het harmonisch, ambachtelijk muziek maken. Dat is erg jammer. Er is zoveel know-how in Nederland wat betreft instant composing."

Klik op de bovenstaande button om het hele interview te lezen.

(Maarten van de Ven, 9.12.04) - [print] - [naar boven]



Sanne van Hek

Cd-presentatie van winnares Dordtse Jazzprijs Sanne van Hek

Het is al weer even geleden, maar velen van u zullen zich nog herinneren dat trompet-tiste Sanne van Hek in juni 2003 de Dordtse [NU] Jazzprijs in de wacht sleepte. De jury was zeer onder de indruk van de soliste op flügelhorn, een instrument dat in de jazz altijd in de schaduw heeft gestaan van de gewone trompet. "Technisch zeer verzorgd, maar daarnaast ook nog eens zeer avontuurlijk." Zo omschrijft jurylid Jeroen de Valk het spel van Sanne. "Ze speelt standards uit de jazz op een manier waardoor ze klinken alsof je ze voor het eerst hoort." Men roemt haar kwaliteiten als solist, arrangeur en bandleider.

Sanne van Hek studeerde af aan het Conservatorium van Amsterdam. Daar is ze nu Master-student. Dit jaar maakte zij haar debuut op het North Sea Jazz Festival. Ze wordt in de gelegenheid gesteld om in 2005 te gaan studeren aan de Manhattan School Of Music in New York. Tevens zal ze privélessen krijgen van Terell Stafford.

Aanstaande zondag 12 december om 15.00 uur op het Dordtse Jazzpodium (Grotekerks-
plein 1, Dordrecht) het langverwachte concert dat de winnaar traditioneel geeft bij de presentatie van de cd die onderdeel uitmaakt van de prijs.

(Cees van de Ven, 8.12.04) - [print] - [naar boven]



Misha Mengelberg (foto: Cees van de Ven) Archie Shepp (foto: Cees van de Ven) Han Bennink (foto: Cees van de Ven)

Laatste Bimhuisconcert aan de Oude Schans merkwaardig én gedenkwaardig
dinsdag 30 november 2004, Bimhuis, Amsterdam

In een uitverkocht Bimhuis werd een wel zeer nostalgisch laatste concert gegeven door talloze oudgedienden oftewel 'Bimmers' van het eerste uur. Ook bij de talrijke genodigden was er sprake van een welhaast ultiem reüniegevoel.

Het concert werd geopend door het nieuwe trio Blom/Dooyeweerd/Van Hemmen, waarin bassist Arnold Dooyeweerd – als oudgediende en sinds jaar en dag workshopleider in het Bimhuis – een stuwende en stimulerende rol speelde. Het trio speelde behoedzame, su-blieme, avant-garde kamerjazz. Vooral tenorist Jasper Blom zocht en vond weloverwogen, melodische lijnen, die gepaard gingen aan een merendeels zacht aangeblazen warm geluid. Sporadisch liet Blom zich verleiden tot masculien saxvertoon en een overmoedige, emotionele far out speelwijze. De zeer jonge drummer Flin van Hemmen wist zich staande te houden naast de twee routiniers. Hij mist echter nog de flair en het elan om een belangrijke stempel te drukken op de onvermijdelijke interactie in het trio. Het trio sloot af met een door Dooyeweerd gecomponeerd 'Requiem Oude Schans', dat door het voltallige publiek sfeervol en jazzy getimed werd meegezongen.

Aangezien Hans Dulfer verhinderd was, moest de programmering te elfder ure nog aan-gepast worden. Het bleek mogelijk 'oldtimer' trompettist Benny Bailey – geboren 1925 in Cleveland en thans woonachtig in Amsterdam – te strikken voor een set met pianist Rob van Bavel, bassist Arjen Gorter en drummer John Engels. Bailey heeft een geweldige staat van dienst achter zich. Hij heeft gespeeld met o.a. Dizzy Gillespie, Lionel Hampton, Eddie Harris, Eric Dolphy, Stan Getz en Kenny Clarke, en maakte talloze plaatopnamen op labels als Sonet, Freedom, Enja en Hot House. Hij is een zeer verdienstelijk bebop-georiënteerd trompettist en dat was in deze ad-hoc bezetting duidelijk te horen. Het repertoire – evident in zo'n context – bestond uit louter standards en evergreens als 'Bye Bye Black-bird' (in dit geval toepasselijk 'Bye Bye Bimhuis' genoemd) en 'Pennies From Heaven'. Zeker in laatstgenoemde standard was er bij Bailey nog een vonk van vroegere virtuo-siteit en inventiviteit te bespeuren. Andere pluspunten van dit toch ietwat obligate optreden waren het enthousiaste drumwerk van John Engels en Van Bavels avontuurlijke en geïnspireerde pianosolo in 'Bye Bye Blackbird'.

Na dit mainstream intermezzo konden we ons opmaken voor het volgende belangrijke concert. De 'Heavy Soul Inc.' musici - drummer Han Bennink, bassist Arjen Gorter en trombonist Wolter Wierbos - betraden het podium met in hun kielzog pianist Misha Mengelberg en good old Archie Shepp, tenorist/avant-gardist van het eerste uur. De confrontatie tussen Archie Shepp, thans min of meer spelend in de mainstream traditie, en ICP-ers Mengelberg en Bennink beloofde heel wat. Op het eerste gehoor werd de verwachting ook waar gemaakt. Han Bennink speelde of zijn leven ervan afhing en zweepte Shepp op tot verregaande exploraties van Herbie Nichols' bluesschema. Daarna was het wel zo'n beetje gebeurd. Het klikte niet zo erg tussen de pover piano spelende Mengelberg en de rest van de groep. Mengelberg leek zich geenszins te willen aanpassen aan Shepps exorbitante, blues-georiënteerde soli. Het blijkt toch dat Mengelberg uitsluitend functioneert binnen het ICP-concept. Na het door Wierbos dapper ingezette 'Caravan', met daaraan gekoppeld een voortreffelijke trombonesolo, wist Mengelberg door een inadequate begeleiding te bewerkstelligen dat Shepp er abrupt de brui aan gaf en na de afkondiging gezwind het podium verliet, Misha en co verbouwereerd achterlatend.

Aan het J.C. Tans Orchestra werd de eer gelaten de slotavond muzikaal af te sluiten. Een goede keus. Enerzijds omdat het orkest al sinds jaren niet meer op de podia te beluis-teren is en anderzijds omdat de muzikanten van het orkest hun sporen in het Bimhuis duidelijk hebben verdiend; mannen als Sean Bergin, Ernst Glerum, Boy Raaymakers, Han Bennink, Ab Baars en uiteraard Tans himself. De heel kleine bigband speelde het van eertijds bekende repertoire. De arrangementen werden misschien niet altijd superstrak uitgevoerd, de soli van Bergin, Raaymakers, Wierbos en (in dit geval pianist) Glerum waren daarentegen zeer de moeite waard. Erg opvallend en hevig swingend was Benninks bijdrage in het geheel. Terecht moest de groep terugkomen voor een toegift. Met J.C. Tans bescheiden hit 'Rum Reggae' werd het concert fraai afgesloten.

Een zowel merkwaardig als gedenkwaardig slotconcert in het inmiddels 'oude' Bimhuis, dat natuurlijk evident is voor de jazz en de 30-jarige jazzconcertpraktijk van de BIM.

(Jacques Los, 7.12.04) - [print] - [naar boven]



Tobias Delius (foto: Cees van de Ven) Wolter Wierbos (foto: Cees van de Ven) Michael Vatcher (foto: Cees van de Ven)

Internationale avant-garde in het Bimhuis
zaterdag 27 november 2004, Bimhuis, Amsterdam

De laatste concerten in het Bimhuis – dat verhuist naar het nieuwe muziekcentrum aan de Piet Heinkade – aan de Oude Schans worden hoofdzakelijk uitgevoerd door de crème de la crème van de moderne Nederlandse jazzmusici. Het concert van zaterdagavond jl. vormde echter, met het beginconcert door Scott Hamilton, hierop een uitzondering. De drie groepen hadden namelijk een internationale bezetting.

De groep die als eerste aantrad was de formatie van de Duitse pianist/komponist Georg Graewe. Hij was reeds eerder in het Bimhuis te beluisteren, onder meer met Anthony Braxton. Naast Graewe, die zich – terecht - veel soloruimte toeëigende (in de geest van de virtuoze Cecil Taylor), was vooral de Italiaanse trombonist Sebi Tramontana een aan-stekelijk solist. Hij produceerde een prachtige volle klassieke klank op zijn instrument en schroomde niet moderne embouchuretechnieken toe te passen. Saxofonist Tobias Delius had in het geheel een bescheiden rol, hetgeen ook in zijn soli navenant tot uitdrukking kwam. Kenmerkend waren vooral de collectieve improvisaties waardoor er een zeer energieke overall sound en groove ontstond. De ritmetandem – bassist Kent Kessler en de weergaloze Michael Vatcher – legden de basis voor dit powervolle optreden.

Ellery Eskelin, één van de top avant-garde saxofonisten, gaf met zijn vaste trio van Andra Parkins (accordeon/samples/keyboards), Jim Black (slagwerk) en gastsoliste vocalist Jessica Constable, eveneens een enerverend concert. Met 'It’s A Samba' - een avant-garde equivalent van de 'one note samba' - werd de set geopend waarin zowel
Jim Black als Eskelin met krachtige soli hun visitekaartje afgaven. Eskelin is een tenor-saxofonist die naast het avant-garde stramien de geschiedenislessen niet naast zich neer heeft gelegd. In zijn spel zijn honkers & screamers-elementen te beluisteren en qua toon-vorming neigt hij naar het 'oude' geluid (Hawkins, Webster). Het groepsgeluid is zeer apart door toedoen van de accordeon - bijna het ouderwetse caféorkestje: saxofoon, accordeon, drums - en de vocale bijdrage van Jessica Constable. Naast de specifiek avant-garde jazz-aspecten vormen componenten uit de hedendaags gecomponeerde muziek een niet onaanzienlijk bestanddeel in Eskelins muzikale vocabulaire.

De avond werd afgesloten met een set van het all-star gezelschap Available Jelly, de groep van de levendige internationale Amsterdamse scene. Wierbos, Boeren, Moore, Delius, Glerum en Vatcher. Vrolijke, down-to-earth, hoofdzakelijk door Michael Moore gecomponeerde blaasmuziek. Naast collectieve improvisaties ook hier ruimte voor de nodige soli. Glansrollen voor al de blazers. In het bijzonder de fraaie toon en melodische lijnen van altist Michael Moore en de zeer aanstekelijke calypso-solo (ter afsluiting en voor de toegift) van tenorist Tobias Delius. Geen wonder dat de Nederlandse impro-jazz internationaal in hoog aanzien staat!

(Jacques Los, 1.12.04) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.