Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Concert
It's the groove, stupid!

Christoph Irniger Pilgrim, woensdag 6 december 2017, Paradox, Tilburg

Als u aan Zwitserland denkt, dan denkt u wellicht aan bergen, horloges, het bankgeheim en de kaasfondue. Maar hoogstwaarschijnlijk niet aan jazz. Zouden de Zwitsers dat ook van Nederland denken? Het zou zo maar kunnen. In beide gevallen is het overigens onterecht. Dat wij hier die Zwitserse muzikanten niet kennen, betekent niet dat ze er niet zijn. Christoph Irniger mag hier dan geen grote naam zijn - wellicht dat dat verklaart waarom Paradox niet bepaald vol zat - goede jazz maken kan hij als geen ander. Zeker met zijn kwintet Pilgrim weet deze tenorsaxofonist meer dan te overtuigen. Dat deed hij overigens al eerder met 'Italian Circus Story' en het recente, hier ook besproken 'Big Wheel Live'. Beiden albums verschenen overigens bij Intakt, het internationaal opererende Zwitserse label.

Kenmerkend voor die muziek van Pilgrim is de groove, die tevens opvallend vaak een hoog bluesgehalte heeft. En dan doelen we niet zozeer op het technische aspect van deze muzikale stroming, maar veel meer op het gevoel waarmee de muziek wordt gebracht. Met bassist Raffaele Bossard en drummer Michi Stulz heeft Irniger overigens een ritmesectie die er zichtbaar van geniet om die groove tot in detail uit te spelen.

In opener 'Falling' wordt direct duidelijk met wat voor type blazer we hier van doen hebben. Irniger is geen man van het grote gebaar. Geen "kijk mij hier nu eens staan"-type. Nee, hij is de man van de nuance, van de fragiliteit. Opvallend relaxed, althans voor ons zichtbaar, rijgt hij zijn noten aan elkaar, de stilte niet schuwend. Zijn muzikale verhalen komen langzaam tot stand, hij neemt de tijd om zijn melodieën te ontvouwen. Bijzonder is ook het geluid van pianist Stefan Aeby, die op regelmatige basis zijn sound elektronisch vervormd, en gitarist Dave Gisler, die eveneens muzikale uitdagingen niet uit de weg gaat. Hun spel valt op in 'Back In The Game'. Met name Aeby in het ingetogen notentapijt dat hij hier met veel gevoel legt. Samen met Stulz' ingehouden drumspel en Irnigers delicate spel levert het een prachtig contemplatief moment op. Tot ook hier de groove het overneemt, waabij Gisler een belangrijke rol speelt, een groove ook waar Aeby heerlijk mee speelt met zijn melodieuze loopjes. In 'Mondays' houden we die blues, maar neemt de intensiteit verder toe, met name vanwege Gislers enerverende gitaarsolo en het al even intense spel van Irniger.

Na de pauze staan er twee nieuwe stukken op het programma die in februari 2019 op album zullen verschijnen, overigens in dezelfde maand dat het kwintet bij Jazzcase in Neerpelt acte de présence zal geven. De twee stukken, '1888' en 'Inside' kenmerken zich vooral door de experimentele pianoklank van Aeby, een klank die hij creëert middels een batterij elektronicakastjes. Interessant aan 'Inside' is het raadselachtige begin dat zich kenmerkt door de meest wonderlijke geluiden in navolging van Aeby's onorthodoxe pianoklanken. Maar zo enigmatisch en vreemdsoortig als het stuk begint, zo ritmisch en melodisch eindigt het, wederom met zo'n stuwend krachtige groove.
Na de ballad 'Ending At The District' met prachtig repetitief pianospel eindigt het kwintet in stijl met 'Acid'. Lees: uptempo met een andere variant op de slepende, verslavende groove die het handelsmerk van Pilgrim genoemd kan worden. Een groove waarin jazz, blues en rock op prachtige wijze samenkomen. We kunnen er weer even tegen.

Foto's: Cedric Craps

Labels:

(Ben Taffijn, 18.12.17) - [print] - [naar boven]



Jazzradio
Jazz Rules #141


Eindejaar betekent lijstjestijd! Dit jaar zendt Jazz Rules een top 25 uit van jouw favoriete Belgische jazzalbums van 2017. Op 24 december hoor je de volledige top 25 tussen 13.00 en 16.00 uur via Urgent FM.

Jazz selector Dick D'Alaise van Ness Radio geeft je al een voorsmaakje. Hij selecteerde voor Jazz Rules zijn favoriete Belgische jazzplaatjes van 2017 en komt er ook een woordje uitleg over geven in de studio bij Dirk Roels.

Nieuwe muziek is er van Aka Moon. Het trio van saxofonist Fabrizio Cassol, bassist Michel Hatzigeorgiou en drummer Stéphane Galland bestaat 25 jaar en dat vieren ze onder meer met een gloednieuw album. Binnenkort verschijnt 'Now' bij Outhere Music en in deze uitzending hoor je er al een paar nummers van.

Klik hier om Jazz Rules #140 te beluisteren.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 18.12.17) - [print] - [naar boven]



In memoriam
Sunny Murray


Wie al eens naar vrije muziek luistert, is niet meer verbaasd als de drummer soms helemaal niet bezig is met de maat te slaan. Toen Sunny Murray daar begin jaren 1960 mee begon, was dat gewaagd en baanbrekend. Met zijn neiging om de muziek mede in te kleuren met een klankenspel op drums dat niet de tel bijhield, stapte hij uit de typische rol van de drummer. Het duurde even vooraleer hij om zijn vernieuwende aanpak naar waarde werd geschat, maar uiteindelijk zou hij uitgroeien tot een van de invloedrijkste drummers van de free jazz.

De eerste muzikant met wie dat een match opleverde, was pianist Cecil Taylor. Met deze meester van de vrije improvisatie kon Murray de textuur van zijn drumkit inzetten zoals hij die bij de flow van de muziek vond passen. Een bijzonder document uit de korte periode waarin zij samen optrokken is 'Nefertiti, The Beautiful One Has Come', een dubbel-lp opgenomen in Kopenhagen in 1962, waar zij met Jimmy Lyons speelden. Zijn unieke combineren van drums en cymbalen oversteeg de gangbare rol van percussie. Terwijl zij samen tourden, kwamen zij Albert Ayler tegen en dat betekende een volgende doorslaggevend moment voor Murray. Belangrijke getuige van de samenwerking met Ayler is de klassieker 'Spiritual Unity' uit 1964, een hemelse trio-plaat met Gary Peacock op bas.

Meer aandacht ging eerst nog naar de namen van Cecil Taylor en Albert Ayler, maar de invloed van Sunny Murray groeide. Hij begon ook platen onder eigen naam op te nemen en het magazine DownBeat zag een rijzende ster. Rijk zou hij er niet van worden. Hij verhuisde in 1968 naar Frankrijk en speelde met bekende en minder bekende namen als Archie Shepp, Don Cherry, Byard Lancaster, Jacques Coursil en Malachi Favors. In de jaren zeventig keerde hij terug naar de VS en had hij het even gehad met de muziek. Nadat hij toch weer Europa verkoos, kreeg hij de smaak opnieuw te pakken en trad hij tot op hoge leeftijd nog op. In 2008 verscheen een film die de legendarische drummer portretteerde onder de titel 'Sunny’s Time Now', zoals zijn eerste plaat onder eigen naam in 1965. Zijn overlijden op 7 december jongstleden, op 81-jarige leeftijd, is een trieste aanleiding om te snuisteren in zijn muzikale erfenis en deze krachtige figuur te (her)ontdekken.

Foto's: Cees van de Ven

Labels:

(Danny De Bock, 17.12.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Piano in het kwadraat

Eve Risser & Kaja Draksler, zaterdag 9 december 2017, De Bijloke, Gent

Het Belgisch pianokwartet van Fred Van Hove, het duo Von Schlippenbach-Takase of Heleen Van Haegenborg-Christian Mendoza: groepen met enkel piano zijn een zeldzaamheid. Zeldzaam is ook hun muzikale impact.

Twee Steinways stonden uitnodigend tegen elkaar geschoven in de fantastische akoestische ruimte die het Kraakhuis van De Bijloke is. Eve Risser en Kaja Draksler hebben een voldoende orkestrale kijk om te weten hoe een duo met twee piano's functioneert. Risser nam met haar White Dessert Orchestra in grotere bezetting op, Kaja Draksel deed dit met haar octet. In dit duo werden de twee piano's hun orkest. Ze bouwden samen een eigen universum, waarbij hun identiteit niet verloren ging in het geheel. Bovendien hadden beiden hun instrument elk anders geprepareerd, met schroeven, bouten, bellen, ijzen ballen, magneten en materialen die normaal niet in de klankkast van een piano terug te vinden zijn.

Het repertoire bestond uit composities en improvisaties die elkaar voedden. De wisselwerking tussen de ruimte, de technische kwaliteiten en mogelijkheden van de piano's, de muzikale bagage van de muzikanten en het materiaal in de klankkast zorgden voor een unieke ervaring, waarbij beide dames vrij baan hadden om te experimenteren. Maar dan wel volgens een goed plan, met ruimte voor valkuilen, verrassende wendingen en rustpunten van een innemende intensiteit.

Beluistering achteraf van hun recent opgenomen cd op Clean Feed maakte duidelijk hoe uitgelijnd de compositorische kern is waarop ze bouwen. Met 'Walking Batterie Woman' van Carla Bley stond trouwens een nummer op het programma van iemand die boeiende zaken binnen weet te smokkelen in ogenschijnlijk achteloze melodietjes...

Risser was de componiste van het merendeel van de stukken. Voor het laatste nummer, eentje van Draksler, werden de piano's iets verder uit elkaar gezet en de snarenmanipulaties beperkt. 'Dusk, Mystery, Memory, Community' was een gepaste afsluiter van een reis door de wondere klank- en muziekwereld die Risser en Draksler uit de 176 toetsen met bijhorende snaren van de twee Steinways toverden. Na het concert gaven beiden ook ongedwongen uitleg aan het publiek, dat spontaan rond de piano's verzamelde om te kijken wat er nu precies in die klankkast lag. In plaats van het mysterie te ontsluieren werd de appreciatie voor hun aanpak nog groter. Eve Risser en Kaja Draksler vormen een duo van formaat.

Concertfoto's: Geert Vandepoele

Deze recensie verschijnt ook op Jazz'Halo.

Labels:

(Iwein Van Malderen, 15.12.17) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Spinifex - 'Amphibian Ardour' (TryTone, 2017)

Opname: juni 2016

Spinifex is nog altijd een van de meest verrassende bands in het Nederlandse jazzlandschap. In 2015 vierde het zijn tienjarig bestaan met een volumineuze 5-cd-box, bestaande uit een cd met de muziek van het speciaal voor dit jubileum gecreëerde SpinifeX MaXimus, een nieuwe cd van het Spinifex-kwintet, 'Veiled' geheten, een Spinifex live-cd met hoogtepunten uit die tien jaar en de heruitgaven van 'Triodia' en 'Hipsters Gone Ballistic'. Het werd een dierbaar bezit maar inmiddels is er het deze zomer tijdens een Portugese tournee opgenomen 'Amphibian Ardour', waarop het kwintet met de komst van saxofonist John Dikeman een sextet is geworden en trompettist Bart Maris Gijs Levelt heeft vervangen.

Gebleven zijn de tomeloze energie, de verslavende ritmes, de clowneske wendingen en de mix van alle mogelijke muzikale stijlen tot... ja, tot wat eigenlijk? Hoe noem je dit? Willem Breuker zou zeggen 'Mensenmuziek'. En de vergelijking met Breuker kan deze muziek zeker doorstaan. Net als met die van Frank Zappa, ook zo iemand die zich niets aantrok van muzikale grenzen. 'Bohemians Gone Extragalactic' gaat dat ook direct knotsgek van start en vindt zijn hoogtepunt in een van die extragalactische solo's van gitarist Jasper Stadhouders, waarin hij de grenzen van het betamelijke volledig overschrijdt. Je hoort hem ervan genieten! En dan is er Dikeman met zijn gekmakende oeverloze dynamiek, terwijl op de achtergrond Philipp Moser zijn drumstel ranselt. En dan zijn we nog maar bij het eerste nummer! In 'Dhamal Qalandar Shabaz' verkent het sextet een totaal andere muzikale wereld, worden we gekatapulteerd richting Centraal-Azië en de wiegende ritmes die zo kenmerkend zijn voor deze streken, maar dan wel be-Spinifexed. Heerlijk hier die drie blazers, Maris, Dikeman en Tobias Klein unisono in de ritmische figuurtjes tot op een gigantische manier de pleuris uitbreekt.

En dan die ode aan het dagelijkse leven, 'Things That Occur'. Maris in een breekbare, krassende solo en dan ineens samen met Klein op altsax, alsof die trompet stereo klinkt. En dat alles terwijl op de achtergrond Stadhouders de boel zit te verstoren. Via het uptempo 'Losing One Object A Day' en het op de muziek van de Balkan gebaseerde 'Revathi Tillani' belanden we, althans in eerste instantie, met 'Doppio Nudo Dal Niente' voor het eerst in wat rustiger vaarwater. Dit stuk heeft wel wat van circusmuziek met zijn doldwaze muzikale capriolen. De rust duurt echter niet lang, in 'Pegasus' dendert de trein al weer op volle snelheid en denderen wij vrolijk mee. Ritmisch is ook het titelstuk, 'Amphibain Ardour', maar dan wel op zeer aparte wijze. Het is Maris die hier de show steelt in een prettig gestoorde solo, terwijl de rest van de band ons een bijna sputterend, unisono gespeelde groove presenteert. Met 'Zikr' bevinden we ons dan ineens weer in Centraal-Azië. Het aanstekelijke ritme zet ons warempel aan het dansen en Klein overtuigt hier met een zwierige solo, fakirs in herinnering roepend. En dan mogen ze in 'Icarus' nog één keer los gaan, ook hier in een overtuigende mengelmoes van jazz en diverse vormen van wereldmuziek.

Bemachtig dus snel uw kopie van dit stormachtige album, voordat ze straks allemaal weg zijn. Het zou zo maar kunnen!

Klik hier om dit album te beluisteren.

In de Jazztube hierboven Spinifex live in Pardubice, Tjechië op 23 september 2016.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 15.12.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Van Bing Crosby en cowboys

Rinus Groeneveld, Bert van Erk & Steve Altenberg, woensdag 6 december 2017, Brouwerij Martinus, Groningen

Toen 'White Christmas' voorbijkwam dacht ik, hé, wat grappig, de tweede Bing Crosby-hit. Want we hadden 'I’m An Old Cowhand' toen al gehad. Dus toen vervolgens ook 'Don’t Fence Me In' werd ingezet, had ik moeite in toeval te geloven. Het toeval wil dat ik me de laatste tijd een beetje in G.I. Jive, een verzoekplatenprogramma voor de Amerikaanse militairen tijdens de Tweede Wereldoorlog heb verdiept. Opvallend was dat Crosby in dat dagelijkse, uiterst populaire programma een eigen 'department' had. Op dat moment domineerde hij al twee decennia de lichte muziek. Maar als de Old Groaner rond de komende kerst onverhoopt een trending topic wordt is dat niet mijn schuld, hoor.

Het andere toeval wil dat saxofonist Rinus Groeneveld zich de laatste tijd een beetje in cowboymuziek heeft verdiept. Vandaar dus de cowhand en zijn fence. De avond werd geopend met 'On The Trail' en daarmee zaten we gelijk op het goede spoor. De interactie tussen bassist Bert van Erk en drummer Steve Altenberg was verbluffend - zoals altijd, had ik bijna geschreven - maar de samenwerking lijkt steeds hechter te worden. Ik denk dan ook dat er bij hun geboorte een betreurenswaardige verwisseling heeft plaatsgevonden en Bertje en Stevie eigenlijk een eeneiige tweeling zijn.

Afgezien daarvan viel ook direct de luie, aartsluie timing van Groeneveld op. De ritmesectie reageerde daar zoals het hoort stoïcijns op. Van Erk sprintte er zelfs een paar keer baldadig vandoor, maar het eind van het liedje was toch dat het eind van het liedje een stuk langzamer was dan het begin.

In de meeste nummers werd lekker kort en compact gesoleerd, zodat ze zó de jukebox in hadden gekund. Die sound van Rinus - ja, ik denk dat hij als kleine jongen wegens ruimtegebrek in huize Groeneveld in een hooikist heeft moeten oefenen. Anders lukt het je nooit, zo'n dofglanzend, om niet te zeggen hondsgoor geluid. In 'Thembi' speelde hij ook sopraansax en daar gold mutatis mutandis hetzelfde voor. Het laag gonsde van de boventonen.

Altenberg, die in Amsterdam regelmatig met Groeneveld werkt, maakte de blits met zijn melodische speeltrant. Ook in zijn solo's: hij weet te allen tijde exact waar hij zit. Van Erk maakte zijn reputatie als de Ray Brown van het Noorden helemaal waar. In 'I’m An Old Cowhand (From The Rio Grande)' was dat wel zo toepasselijk, gezien het goede voorbeeld van Sonny Rollins met Brown en Shelly Manne. Dat gold ook voor 'Wagon Wheels', waar een gezonde portie 'Shortnin’ Bread' doorheen was gekruimeld. De contrabas soleerde zich hier naar het absolute nulpunt, waar zich, zoals we weten, vreemde verschijnselen kunnen voordoen. Hé, heeft iemand al eens op de overeenkomst tussen 'Wagon Wheels' en het 'Largo' van Antonin Dvoraks 'Uit De Nieuwe Wereld' gewezen?

Ook vermeldenswaard: een stuk of zeven verschillende buigingen, in strakke geïmproviseerde choreografieën.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 13.12.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Akmee - 'Neptun' (Nakame, 2017)

Opname: juni 2016

U hoorde nooit eerder van Akmee. Althans dat nemen wij aan. Dit Noorse kwartet heeft namelijk pas net zijn eerste album gelanceerd onder de naam 'Neptun' en speelde slechts een handvol concerten in Scandinavië en Duitsland. De titel van dit debuutalbum verwijst zowel naar de Romeinse god van de zee als naar de planeet die het verst van de zon verwijderd is. Akmee ziet in beide een overeenkomst. Noch de zee, noch het heelal zijn écht te kennen. Bovendien werd over de zeegod Neptunus gezegd dat hij invloed had op ons onbewuste en onze emoties, eveneens een gebied dat zich slecht laat kennen.

Akmee, in 2013 gevormd door drummer Andreas Wildhagen, die we kennen van Paal Nilssen-Love Large Unit en de bij ons vrij onbekende pianist Kjetil Jerve, laat op 'Neptun' horen dat de jazz van de late Coltrane, voor Akmee een duidelijke inspiratiebron, nog altijd springlevend is. Samen met bassist Erlend Albertsen en trompettist Erik Kimestand Pedersen borduren deze nog jonge musici op dit album vrolijk door op de ooit ingeslagen weg. Van regelrecht kopieergedrag is daarbij geen sprake, maar super vernieuwend is het evenmin. Pedersens stijl is in 'Summoning' verhalend, met lange melodieuze, ingetogen lijnen. Daartussen eist pianist Jerve de aandacht op met contrasterende klankkleuren en zorgt de ritmesectie voor wat krachtigere intermezzo's. En in 'Dance Of The Maniae' is het vooral Jerve die de aandacht opeist met zijn creatieve, duidelijk in de traditie van Coltrane wortelende pianospel. Maar ook Pedersen laat zich in dit wat stevigere nummer niet onbetuigd.

In 'Wavelengths' kiest het kwartet weer het meer ingetogen pad. Op dit nummer is de betekenis, zoals hierboven geschetst, van de albumtitel 'Neptun' nog het meest van toepassing. Wildhagen creëert hier een spannende sfeer met zijn bescheiden, maar sterk aanwezige ritme, terwijl Jerve regelmatig verrast met een krachtig notencluster en Pedersen een bescheiden melodie blaast. 'Tides In Space' is het meest melodieuze stuk, met zijn bijna romantische piano-bas-duet. Maar het is wel een heel mooi en meeslepend stuk. Het is tevens het slot van dit album, dat iets meer dan een half uur in beslag neemt en daarmee - zeker voor een cd - redelijk aan de korte kant is. Wat niet wegneemt dat de echte jazzliefhebber dit half uur goed besteedt.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 13.12.17) - [print] - [naar boven]



Evenement / Concert / Jazzradio
Onorthodox, vurig en melodisch

Uitreiking Buma Boy Edgarprijs aan Martin Fondse, woensdag 6 december 2017, Bimhuis, Amsterdam

Een totaal afgeladen Bimhuis was getuige van de uitreiking van de Buma Boy Edgar Prijs aan Martin Fondse door Wim Vos, slagwerker en artistiek coördinator van het Nationaal Jeugd Orkest.

Fondse is vooral een componist, arrangeur en pianist die niet schroomt om naast jazzelementen ook invloeden van hedendaagse klassieke muziek en popmuziek in zijn composities toe te voegen. Hij geldt al sinds lang tot de meest bekende en gelouterde prominenten in de hedendaags gecomponeerde en geïmproviseerde muziekscene.

Op deze feestavond werden zowel voor als na de pauze Fondse's composities en arrangementen door het Martin Fondse Orchestra - in de 'Jubilation Edition' - uitgevoerd. De bezetting van deze bijna bigband bestaat uit een ritmesectie (piano, bas, drums), twee cellisten, twee koperblazers, twee rietblazers, twee zangeressen en een harpiste. Een typische bezetting, waarvoor door Fondse aparte en bijzondere arrangementen zijn geschreven. Zijn composities zijn evenals de bezetting nogal onorthodox en onderhevig aan filmische elementen: vurig, emotioneel, melodisch en sentimenteel. Is er in de regel in de grotere mainstream jazzformaties alle ruimte voor solisten, hier is de soloruimte spaarzaam. Van die spaarzame ruimte werd dan ook door cellist Jörg Brinkmann, saxofonist Mete Erker en trompettist Erik Vloeimans gretig, geïnspireerd en enthousiast gebruikgemaakt. Een extra pluim verdient de ritmetandem - bassist Eric van der Westen en drummer Dirk-Peter Kölsch - die een stevige, swingende en soms funky basis vormde voor de melodische, swingende en energieke muziek van Martin Fondse.

Laatstgenoemde beschikt niet alleen over muzikale kwaliteiten; ook verbaal deed hij van zich spreken. Zijn aankondigingen waren zeer humorvol en getuigden van een bijzondere kennis van de Nederlandse taal, die niet onderdeed voor de verhalende en poëtische bijdragen van Kees van Kooten.

Na de pauze werd het orkest aangevuld met de Braziliaanse singer-songwriter Lenine, een niet al te representatief podiumfiguur, die wel beschikte over een aangenaam donker stemgeluid. Gepaard gaand met een sterk funky spelende ritmesectie werd dit tweede concertdeel een nogal poppy concert. Een groot deel van het publiek, klaarblijkelijk erg gecharmeerd van de Braziliaanse zanger, wist het zeer te appreciëren.

Het muzikale hoogtepunt was de zeer verfijnde trompetsolo van Erik Vloeimans in een trio-uitvoering met zanger Lenine en pianist Fondse in een melancholisch gezongen en gespeelde (waarschijnlijk, ik versta geen Portugees) lovesong.

Klik hier voor foto's van de uitreiking en de concerten door Cees van de Ven.

Deze avond is terug te luisteren via Bimhuis Radio:

Labels: , ,

(Jacques Los, 11.12.17) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
25 jaar Stranger Than Paranoia


In 1993 vond de allereerste editie van Stranger Than Paranoia (STP) plaats in het Tilburgse Paradox. Het festival staat bekend als kleinschalig maar spraakmakend, met een programma dat de grenzen tussen jazz, klassiek en avant-garde weet te vervagen. Dit jaar is het festival toe aan de 25ste editie en dat wordt van 23 t/m 29 december gevierd met een gevarieerd programma. In het jubileumjaar gaat het festival behalve twee avonden in Paradox ook weer naar Amsterdam en Nijmegen. Als toegift is er een feestelijke editie in de concertzaal van Theaters Tilburg op 28 december met onder andere het Metropole Orkest & Jameszoo.

De opening van het festival vindt op zaterdag 23 december traditiegetrouw plaats in Paradox, met optredens van organisator/saxofonist Paul van Kemenade in duo's en trio's met onder anderen Markku Ounaskari uit Finland. De tweede set is voor het Italiaanse kwartet Tolga During's OttoMani. De avond wordt afgesloten met de 19-koppige bigband hbJAZZo (Het Brabants Jazz Orkest) onder leiding van Jeroen Doomernik.

Op woensdag 27 december is er in Paradox een programma met enkel Engelse gerelateerde artiesten. Het Elliot Galvin Trio is de nieuwe ster aan het Engelse firmament met hun eigenzinnige muziek. Ook is er speciaal voor deze avond een mystery guest ingevlogen. Als afsluiter van deze 'Exit Brexit'-avond is er een optreden van het kwintet Fellow Creatures, het geesteskind van de in London wonende Deense bassist Jasper Høiby.

Op donderdag 28 december is er de jubileumavond in Theaters Tilburg. Samen met het Metropole Orkest gaat de jonge producer Jameszoo de uitdaging aan om zijn onbevangen computerjazz te vertalen naar een akoestische setting. Met als extra solisten geluidskunstenaar-samplekoning Binkbeats, toetsenist Niels Broos en powersaxofonist John Dikeman. Verder op het programma: het Vlaamse SCHNTZL, Han Bennink in duo met de Engelse komiek/musicus Earl Okin, het Jungsu Choi Tiny Orkester, een 12-koppig orkest uit Zuid-Korea, en het Paul van Kemenade 'classic' Quintet, dat 15 jaar op kerstavond de opening van STP verzorgde. In bijna originele bezetting met Jeroen van Vliet, Eric van der Westen, Pieter Bast en Louk Boudesteijn.

Ook dit jaar doet STP Nijmegen aan, op zondag 24 december in Brebl. Met Van Kemenade in verschillende duo's en trio's uit binnen- en buitenland en het duo Morris Kliphuis-Jorrit Westerhof. En als feestelijke afsluiter de band van fluitist Ronald Snijders.

De afsluitende avond van Stranger than Paranoia vindt plaats op vrijdag 29 december in Amsterdam. In het Bimhuis zijn er die avond optredens van het Elliot Galvin Trio en het Jungsu Choi Tiny Orkester.

Labels: , ,

(Maarten van de Ven, 11.12.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Groots en vindingrijk in het moment

750+, zaterdag 2 december 2017, Lokerse Jazzklub, Lokeren

Aan de ongewone naam en samenstelling van het kwartet hing een heel verhaal vast. Het oorspronkelijke idee was dat Bart Maris deze avond met de fijne saxofonist Michael Moore in Lokeren zou spreken, maar die kon niet. Vandaar dat Maris dacht aan een andere fijne saxofonist, Jan Klare en diens kwartet 1000, waar de trompettist in meespeelt. De datum bleek niet te passen voor bassist Wilbert de Joode, dus zou het voor een keer 750 worden. Toen verhuisde drummer Michael Vatcher wegens omstandigheden (terug) naar Amerika en werd het uitkijken naar een andere drummer. De keuze viel op de jonge Dominik Mahnig en toen kwam Wilbert nog toch vrij. Aldus kwam 750+ naar de Lokerse Jazzklub en dat bleek goed voor twee gevarieerde sets die vrijheid en vertier vrolijk combineerden met ernst en structuur.

Het gelegenheidskwartet speelde uit verschillende albums en periodes van 1000, met vooral een flinke greep uit hun laatste cd, plus enkele improvisaties. Voor het oudere werk plukte de groep een paar keer uit de cd 'Unplayable', om te beginnen met 'Last Call In A Bebop Bar With A Dolphy/ Booker Little Cover Band Playing, Heard From The Toilet'. Met zin voor fel gebekt maar sierlijk blaaswerk kwamen zo dwarsfluit en trompet op de voorgrond, gesteund door swingende bas en drums. Van spits en vinnig westers boppish ging het naar traag en oosters met een oude hymne van China, een eerste nationaal volkslied uit de cd die in het voorjaar uitkwam. Daarop speelde Klare met een warme sound op altsax en Maris op bugel. Een gevleugelde improvisatie volgde, snel en op het scherp van de snede. Dat repeteren met de jonge drummer Mahnig pas op het laatste moment gebeurde, was nauwelijks te merken. Dat gold ook in de composities waar de vier muzikanten daarna mee dolden en hun talenten in botvierden. Zij toonden zich groots en vindingrijk in het moment. Met een grote zin voor variatie inspireerden De Joode en Mahnig, die gaandeweg meer percussieve elementen bovenhaalden, elkaar tot nieuwe vondsten, terwijl zij de blazers begeleidden die elkaar aanvulden in en rond de verschillende thema's. Voor de pauze schaarden zij het publiek nog met een grote amusementswaarde achter volksliederen van Niue, het ene met stemmen die de Almachtige God vereerden, het andere zonder woorden, als achter een compacte fanfare die lustig een oorworm speelde.

De tweede set werd aangevangen met een improvisatie in traag tempo, die uitmondde in iets wat kon doorgaan voor een Fantasie voor een stel ganzen op wandel. Toen waren twee Cambodiaanse hymnes aan de beurt. Eén snel en happy, hoewel de aan de Khmer en internationale conflicten onderworpen inwoners van dat land zeker niet altijd zo gelukkig waren. Met het trage stuk daarna werd meer de ernst aangedaan van volksliederen, die de nationale trots en de saamhorigheid willen aanwakkeren. 'Bacharach' was dan weer goed om de zinnen te verzetten, eerst wild swingend en voluptueus, met een heel plastisch en fysiek uitpakkende contrabassist. Die leidde trekkend aan de snaren en met slagen op de klankkast een tussenstuk in van heel vrije improvisatie, dat dan weer lenig overging naar soepel, melodieus samenspel van de groep - een heerlijk vertoon van verbondenheid. Om de tweede set te besluiten namen de vier muzikanten een hoge vlucht op 'Kurtag', waarop ze te keer gingen als 1000 bezige bijen die geleidelijk op volle snelheid kwamen. Een toegift was niet meer dan logisch en die benutte het kwartet om zich nog even van hun fijnbesnaarde kant te tonen. De timing zat goed tot op het laatste moment.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Deze recensie verschijnt ook op Jazz'Halo.

Labels:

(Danny De Bock, 10.12.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Nate Wooley - 'Battle Pieces II' (Relative Pitch, 2017)

Opname: 27 januari 2016

In 2014 kreeg de Amerikaanse trompettist Nate Wooley van Anthony Braxton's Tri-Centric Foundation de opdracht voor 'Battle Pieces'. Wooley formeerde een kwartet, bestaande uit pianiste Sylvie Courvoisier, saxofoniste Ingrid Laubrock, vibrafonist Matt Moran en hemzelf. Zij namen vier stukken op in de Braxton- stijl, die in 2015 verschenen onder de titel 'Battle Pieces'. Wat zoveel wil zeggen als een vorm van geleide improvisatie.

Sindsdien is Wooley bezig geweest met dit gegeven en inmiddels ligt 'Battle Pieces II' er, opgenomen in de Keulse jazzclub LOFT aan het einde van een tournee waarin het kwartet kon experimenteren met Wooley's wijze van werken. Want die is allesbehalve gangbaar. In ieder 'Battle Piece', genummerd van 4 t/m 7, staan een of twee solisten centraal. Die soleren volledig vrij. De overige drie leden kiezen op datzelfde moment uit een corpus van 75 kleine composities van de hand van Wooley, bestaande uit melodisch materiaal, tekstinstructies, grafische scores, dingen die ze willen spelen. Met natuurlijk als grote uitdaging dat het moet passen binnen het geheel. Dat is de Battle.

Het procedé pakt in de praktijk verrassend goed uit en levert vier zeer bijzondere, onverwacht coherente stukken op. In 'Battle Pieces 4' is het Wooley zelf die het spits afbijt en schittert met dat kenmerkende gruizige, sputterende geluid. Het is een over het algemeen ingetogen stuk. In 'Battle Pieces 5' is Laubrock de soliste van dienst. Ze overtuigt met een prachtige, enigmatische solo, waarin ze de grenzen van haar tenorsax opzoekt, overlopend in een prachtig duet op het scherpst van de snede met Courvoisier. Die twee instrumenten, tenorsax en piano, vullen elkaar hier groots aan.

Dan is het veld voor Wooley, in een zeer bijzondere solo waarin hij harmonische lijnen combineert met experimentele geluiden, geschreeuw en gesproken woord - en dat alles door zijn trompet. In 'Batlle Piece 6' is een grote rol weggelegd voor het duo Courvoisier-Moran in een fragiele combi, waarin Courvoisier met name de binnenkant van de piano benut. Matt Moran staat centraal in de laatste 'Battle Piece'. Prachtig hoe hij hier het geluid van zijn vibrafoon golvend laat resoneren door de ruimte, terwijl de overige musici met minimale middelen deze stroom aanvullen. Tot slot horen we hier als soliste Laubrock nog, helemaal in haar eentje, krijsend, sputterend en soms ineens onverwacht melodieus.

'Battle Pieces II' is al met al een zeer bijzonder album geworden. Een proeve van een bijzonder concept dat het absoluut verdient om verder uitgebouwd te worden. Die 75 composities - het zullen er ongetwijfeld nog meer worden - bieden in ieder geval meer dan genoeg materiaal voor nog een dozijn van dit soort cd's. Graag!

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 9.12.17) - [print] - [naar boven]



Evenement
Strandhotel Jazzdagen 2017


"Het Strandhotel dateert van na de oorlog, maar het interieur straalt een tijdloze sfeer uit. Vele jaren van nicotinegenot resulteerden in een teerbruine waas op muren en plafond. Aan de zeekant hangen posters van vooroorlogse lijndiensten, met de Doppelschrauben-Schnellpostdampfer 'Kaiser Wilhelm II', die fier de woelige baren doorklieft in het midden. Boven de faux-open haard hangt het gewei van de laatste waddeneilandeneland die in 1873 werd afgeschoten. Ook de glas-in-loodramen en de van koperen buizen voorziene glazen klapdeuren dragen bij aan de sfeer van nostalgie en geborgenheid."

Het Strandhotel in Formerum-Noord op Terschelling organiseerde in het weekend van 24 tot 26 november de Strandhotel Jazzdagen. Contrabassist Bert van Erk is de muzikaal organisator van dit minifestival. Eddy Determeyer, met wie Van Erk het duo Bass & Poetry vormt, was vrij letterlijk van de partij en zag een twaalftal muzikanten beuken tegen de elementen in.

Klik hier om het verslag te lezen.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 9.12.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Samenwerking in actie

Alexander von Schlippenbach Trio / Fish-Scale Sunrise, zaterdag 2 december 2017, Bimhuis, Amsterdam

Beroepsmatig ben ik geïnteresseerd in samenwerkingsprocessen. Wat zorgt ervoor dat een team goed functioneert? En aan de andere kant: wat staat goede samenwerking in de weg? Het zijn interessante vragen, die niet alleen in onze dagelijkse werksituatie opgaan maar ook in de muziek. Overigens voor musici eveneens een werksituatie! De volledig vrije improvisatie is daarbij wellicht nog wel het meest interessant. Zonder afspraken vooraf betreden musici hier het speelveld en moet die samenwerking dus plaatsvinden in het moment. Pianist Alexander von Schlippenbach, percussionist Paul Lytton (die Paul Lovens vervangt) en tenorsaxofonist Evan Parker hebben er in die vrije improvisatie reeds een leven opzitten. Alle drie stonden ze aan de wieg van de Europese geïmproviseerde muziek en inmiddels werken Von Schlippenbach en Parker al ruim veertig jaar samen in het Alexander von Schilippenbach Trio en hebben beiden er ook al heel wat uren met Lytton opzitten. De set van een uur die het trio verzorgt in het Bimhuis zit vol met van die momenten waarin de spontane samenwerking vorm krijgt. Het is daarbij vooral interessant om naar die musicus te kijken die even niet meespeelt en wacht. Wacht op het moment dat hij weer iets kan toevoegen. In een prachtig duet tussen Von Schlippenbach en Lytton zie je ze beiden om beurten die afwegingen maken, in een split second. Bijna onmerkbaar, behalve als je er oog voor hebt.

Als dit duet plaatsvindt is driekwart van de set reeds ten einde. Voor dat moment gebeurde er veel. Na een stormachtig begin, waarin we ons als luisteraars in het oog van de orkaan waanden, krijgen we een eerste duet Von Schlippenbach-Lytton, waarin het puntige, hoekige pianospel van eerstgenoemde het meeste opvalt. Dan horen we Parker in één van die oeverloze solo's, waarin hij zijn toon middels circulaire ademhaling eindeloos lijkt te kunnen vasthouden. Op een later moment, wederom in een duet van de pianist en de drummer, horen we de blues door Von Schlippenbachs nadruk op de lage noten. En dan is dat eerder beschreven moment daar. Een verrassend moment vinden we nog bijna aan het slot van deze enerverende set. Von Schlippenbach is gaan staan - iets wat hem helaas niet meer zo heel gemakkelijk afgaat - en slaat met vlakke handen op de snaren van de piano, Parkers sax klinkt als een misthoorn en Lytton bespeelt een scala aan gongs en andere attributen die hij op zijn trommels heeft gelegd. Kleurrijke klanken worden ons deel. Afsluiten doen de heren in stijl, met een enerverende stroom van klanken die ze uit laten gaan als een nachtkaars.

Fish-Scale Sunrise, het trio dat rietblazer Ab Baars heeft gevormd met pianiste Kaja Draksler en bassist Joe Williamson, heeft het bij het vormgeven van de samenwerking iets gemakkelijker. Hun composities staan immers op papier. Toch merk je ook in dit concert, het tweede van een double bill, dat er meer nodig is dan drie musici om een goed spelend trio te vormen. Wederzijds respect en waardering, elkaar mogen, het hoort er ook allemaal bij. Bij deze drie zit dat wel goed, je voelt de chemie.

Reeds tijdens een eerder optreden van Fish-Scale Sunrise werd duidelijk dat dit trio een geheel eigen stijl hanteert, waarin humor en ernst hand in hand gaan. De muziek heeft zeker speelse trekjes en zorgt zo nu en dan voor een glimlach op ons gezicht, maar op andere momenten voert de melancholie en de ernst de boventoon. Het eerste overheerst in 'For Toby', dat Baars schreef voor zijn collega in het ICP Orchestra, saxofonist Tobias Delius. Geheel in stijl blaast Baars hier twee solo's, waarin we niet alleen Delius maar zeker Baars zelf herkennen. Dwars, scherp, lichtelijk over de top en voorzien van een behoorlijke portie drama, maar tevens getuigend van Baars' ongelofelijke techniek. De solo's worden afgewisseld met één van Draksler, waarin ze de akkoorden op straffe wijze ten gehore brengt - met handen en ellebogen - en één van Williamson, waarbij diens bas klinkt als iemand die met een botte zaag een plankje te lijf gaat. Maar ook 'Catch The Moon' hoort in deze categorie. Je hoort de musici hier via schrille uithalen grijpen naar de maan. Zinloos natuurlijk, maar dat mag de pret geenszins drukken. In het melancholieke spectrum horen de bijzondere versie van Leonard Bernsteins 'Somewhere' uit 'West Side Story', dat door Baars is omgedoopt tot 'There', en het prachtige 'The First Sea', dat hij baseerde op een gedicht van de Chileense dichter Pablo Neruda. Een hoofdrol is hier weggelegd voor Draksler en die ene hoge, resonerende noot op de piano, die telkens terugkomt en waar de bas en de klarinet verstild omheen cirkelen.

Klik hier voor foto's door Willem Schwertmann.

Labels:

(Ben Taffijn, 8.12.17) - [print] - [naar boven]



Cd's / Jazztube
Bram Weijters & Chad McCullough - 'Feather' (Monks And Thieves, 2017)

Opname: 10-11 mei 2014
Mazzle - 'Genetic Modified Art...GMA' (Monks And Thieves, 2017)
Opname: 2017

De uit Antwerpen afkomstige toetsenist Bram Weijters speelt inmiddels een prominente rol in de Belgische jazz. En niet alleen daar, ook aan de andere kant van de grote plas - daar waar de jazz ontstond - is hij een graag geziene gast. Begin dit jaar zag 'Feather' het licht, een duo-album dat hij samen met trompettist Chad McCullough vulde en nog maar zeer recent verscheen 'Genetic Modified Art... GMA' van het nieuwe trio Mazzle. Tevens de twee eerste releases van het kersverse label Monks And Thieves.

Weijters en McCullough kennen elkaar sinds 2009 en vormden kort daarna samen met drummer John Bishop en bassist Piet Verbist het Bram Weijters-Chad McCullough Quartet, waarmee ze inmiddels drie albums uitbrachten. Tijdens de opnames voor hun laatste plaat ontstond echter het idee om ook eens iets samen te gaan doen. 'Feather' dus. De composities zijn daarbij van Weijters, maar de uitwerking is duidelijk in handen van beiden.

'Feather' is een zeer coherent en harmonisch album geworden waarop de twee stemmen duidelijk herkenbaar zijn, maar tegelijkertijd een prachtige symbiose bereiken. Weijters' uitgebreide instrumentarium is daar debet aan. We horen naast de piano ook de Wurlitzer, de Fender Rhodes en de Moog synthesizer. Vaak in bijzondere combinaties met McCullough's ingetogen, omfloerste trompetspel. Zo verhoudt het wat gruizige geluid van de Fender Rhodes in 'Solid' zich goed ten opzichte van het subtiele trompetspel van McCullough en vormen de Moog en de trompet in 'Different Prelude' weer op geheel andere wijze een eenheid. Weijters betoont zich hier overigens overduidelijk schatplichtig aan de klassieke muziek, zoals we die kennen onder de naam barok. Hetzelfde geldt voor 'Different But The Same', met een energiek, door McCullough geblazen, melodisch patroon. In 'Endless Waiting' krijgen we exact wat de titel belooft. Weijters zorgt hier voor een ingetogen ritmisch patroon, waar hij op piano en McCullough op trompet al even ingetogen op variëren. Die charmante, klein gehouden ritmes vinden we overigens op meer plaatsen, bijvoorbeeld in 'Endless Lamento'. Ze vormen een soort van ruggengraat in de stukken, een houvast voor de luisteraar.

'Genetic Modified Art...GMA', het debuut van Mazzle, is een iets steviger album. Naast Weijters op Wurlitzer en Moog-bassynthesizer horen we hier Koen Nys op tenorsax en Lionel Beuvens op drums. Het trio kiest hier voor een overtuigende mix van jazz en jaren 6o/70-rock. Fijne nummers als 'Solid' en 'Hikari Park', waarin Weijters zijn lekkere loopjes kwijt kan, Beuvens een strak ritme drumt en Nys zijn smeuïge melodieën blaast. Naast composities van Weijters en Nys heeft het trio een aantal bijzondere covers bij elkaar gebracht. Een van de hoogtepunten daarvan is 'Eraser' van Thom York, de voorman van Radiohead. Bijzonder is dat Nys hier op enig moment met Beuvens de ritmesectie vormt, in stuwend tweespel, terwijl Weijters in een solo vlamt op zijn Wurlitzer. Mooi is ook 'Alone Together', een standard uit de jaren 20 van de vorige eeuw die zo ongeveer door alle jazzgroten op de plaat is gezet. Maar Mazzle weet dit tijdloze nummer op geheel eigen wijze weer tot leven te wekken. Tot slot vinden we 'Instant Eyes', een prachtige ballade van Wayne Shorter, waarin Nys zijn ei uitstekend kwijt kan.

In de Jazztube hierboven spelen Bram Weijters en Chad McCullough 'Different But The Same'.

Labels:

(Ben Taffijn, 6.12.17) - [print] - [naar boven]





Concert
Muziek als antidotum voor jachtigheid

Dirk Serries - Tonus, donderdag 16 november 2017, JazzCase, Dommelhof, Neerpelt

In de periode dat de Hijra nog niet in voege was en Medina nog gewoon, zoals vanouds, bekend stond onder de naam Yathrib, was de tribale manier van leven in Arabië grofweg gestoeld op twee culturen: de bedoeiënen- en de oasecultuur.

Op zondag 12 november – de afsluiter van het Sonic City festival – bevonden we ons duidelijk bij de bedoeiënen, een patriarchale cultuur waar vrouwen een ondergeschikte rol hebben. Dat was ook het geval op vernoemd festival, ook al werden er wat dames op de affiche gedropt in naam van de 'genderdiversiteit', punt is dat niemand kan ontkennen dat het een en al etaleren van testosteron was. Met de sonische pletwals van Thurston Moore, Stephen O'Malley en Mats Gustafsson in het achterhoofd, hoor je ons daar overigens niet over klagen, integendeel!

Daarentegen stonden we op donderdag 16 november met beide voeten midden in een oase, een matriarchale cultuur waar vrouwen de leidende rol spelen en in alle vrijheid en ongedwongenheid een of meerdere mannelijke partners mogen kiezen.

De vrouw van dienst op deze donderdagavond was Martina Verhoeven (piano), de mannelijke partners waren Dirk Serries (akoestische gitaar), Jan Daelman (fluit), Colin Webster (altsaxofoon), Nils Vermeulen (contrabas) en George Hadow (drums). Inderdaad, niet minder dan vijf mannen, die allen te samen naar de gunst dongen van Martina en dit gedurende een één uur durend live stuk, dat gebracht werd in het kader van JazzCase te Neerpelt.

Het stuk - oorspronkelijk geschreven door Verhoeven - werd ontdaan van alle mogelijke ballast tot enkel nog het referentiekader en het absolute minimum aan textuur overbleef. Met gerechte rug - een positie die gedurende het volle uur nauwelijks zou wijzigen - nam Martina plaats achter de vleugelpiano en gaf de aftrap door zeer spaarzaam, met veel geduld (die minuut stilte als begin was reeds veelzeggend) en gevoel voor precisie en evenwicht net die paar piano-aanslagen de muisstille ruimte in te sturen. Het was het begin van een verbluffend staaltje minimalisme, dat van muzikanten en publiek opperste concentratie vroeg. Maar wat volgde was niet minder dan een uniek concert.

De heren muzikanten voelden aan waar de pianiste hen heen stuurde en antwoordden ieder op hun manier door de contrabas zachtjes te laten brommen, de cimbalen in de verte te laten piepen, de gitaar zachtjes te laten resoneren, de saxofoon te laten zoemen of de fluit te laten fluisteren. Nooit was er ook maar één moment waarop een der heren de drang voelde om zich te laten gaan, integendeel. De ingetogenheid, de spaarzaamheid en de subtiliteit waarmee klanken de ruimte in geprojecteerd werden, was niet alleen van een ontwapende schoonheid, maar gaf vooral te kennen dat elkeen begreep dat nuance, stilte en ruimte een essentieel onderdeel vormden van de muziek. Het was haast een onzichtbare maar op een of andere manier voelbare kracht die aanwezig was.

En het publiek was, een kleine uitzondering daargelaten, muisstil. Elke vibrerende toon, elke resonantie, elke klik, elke tik, elke stilte, elke echo... alles was hoorbaar en werd geconsumeerd door het publiek, dat langzaam maar zeker tot op het puntje van de stoel gedreven werd. Wat zich voor onze ogen afspeelde, was niet minder dan verbluffend.

Langzaamaan ontvouwde zich een prachtige en complexe dialoog tussen topmuzikanten, een dialoog die enkel en alleen bestond uit geduldige en spaarzame klanken, soms solo (Vermeulen en Hadow voelen hun instrument perfect aan), soms in duo (de magische blend van sax en fluit was ronduit hallucinant), soms ondersteunend (in opperste concentratie voelde Serries precies aan wanneer hij aan een snaar moest plukken).

Als stuurvrouw van deze prachtige miniatuurmuziek zat Martina Verhoeven, nog steeds met kaarsrechte rug, achter de piano, motieven spelend waarbij zachtjes en zonder dwang de richting werd aangegeven, daarbij steeds geduldig kijkend naar haar mannen, die allen de vrijheid van improvisatie hadden meegekregen zonder het onbetwiste leiderschap van de oasekoningin te verloochenen.

De minuten durende stilte alvorens Verhoeven aanvoelde en te kennen gaf dat het stuk zijn einde bereikt had, was een ontwapenend en ontroerend moment, voor publiek maar vooral voor de muzikanten zelf die gedurende een uur in opperste concentratie en met haast eindeloos geduld een prachtig stuk neerzetten. Een muzikaal werk dat als antidotum kan dienen voor de alomtegenwoordige jachtigheid. Respect.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Labels:

(Jurgen Moortgat, 6.12.17) - [print] - [naar boven]



Jazzradio
Jazz Rules #140


Alweer heel wat nieuwe muziek in deze aflevering van Jazz Rules, het onvolprezen radioprogramma op het Gentse Urgent FM. De gitaristen en banjospelers Ruben Machtelinckx en Frederik Leroux brachten samen een soloalbum uit op het nieuwe label Aspen Edities. De ene helft van de cd bevat solowerk van Machtelinckx, de andere van Leroux.

Multi-instrumentalist Dijf Sanders trok voor zijn nieuwe album 'Java' naar Indonesië en hij maakte er verschillende field recordings. Die vermengde hij in de studio met muziek van Nathan Daems, Filip Vandebril en Simon Segers. Het resultaat is een geestverruimend brouwsel geworden.

Dirk Roels praat met de jonge bassist Lennart Heyndels. Hij is momenteel op tournee door Vlaanderen met het Ben Sluijs Quartet, met daarbij ook pianist Bram De Looze en drummer Dré Pallemaerts (JazzLab Series).

Verder hoor je muziek van het nieuwe album van zangeres Chrystel Wautier, 'The Stolen Book', en van de cd 'Pasarela' van toetsenist Diederik Wissels.

Klik hier om Jazz Rules #140 te beluisteren.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 6.12.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Onvergetelijke sensaties

Fred Hersch Trio, vrijdag 24 november 2017, Flagey, Brussel

Een van dé grote, levende jazzpianisten vandaag is ongetwijfeld Fred Hersch. Hij is een briljante muzikant, schitterende componist en gewaardeerde lesgever, die bijvoorbeeld les gaf aan Brad Mehldau en Ethan Iverson. Hersch leeft al jaren met aids, wat hem heeft geïnspireerd om ook als spreker op te treden en aan fondsenwerving te doen. Van Hersch zijn meerdere albums uit met liveopnamen in de Village Vanguard en de meest recente scheert heel hoge toppen. 'Sunday At The Village Vanguard' werd onder meer genomineerd voor twee Grammy Awards. In 2017 DownBeat Critic's Poll staan het album, zijn trio en Hersch als pianist heel hoog gerangschikt.

Met contrabassist John Hébert en drummer Eric McPherson heeft de pianist intussen een jarenlange band. McPherson drumde lang bij Jackie McLean, Hébert speelt al jaren in bands van gitarist Mary Halvorson en vind je ook in contexten van heel vrije improvisatie. Bij Fred Hersch vervolledigen zij een zodanig efficiënt en superb trio, dat het kan lijken dat elke uitvoering tot op de seconde uitgeschreven werd. Alle nummers klonken immers tot in de kleinste details perfect - wat des te beter overkwam dankzij de akoestiek van de concertzaal. Zelfs de lichtste tikjes op de staander van een cimbaal of de rand van een tom van het drumstel, zacht aangestreken snaren op de contrabas, fijngevoelig ingedrukte pianotoetsen: alles droeg het label van kwaliteit. Ook als de drie samen grillige vormen uittekenden of de begeleiders op bas en drums onrustig door de eloquente lijnen van de pianist bewogen.

De meesterlijke pianist Hersch toonde zich, nog altijd, een muzikant die een eigen stem ontwikkelde door de verkenning van en in eerbetoon aan knappe composities en bewonderde componisten. Wat hem tot de besten doet behoren, is dat hij daarin is blijven groeien. Opener 'Everybody’s Song But My Own' van Kenny Wheeler was een eerste tintelende hommage aan een ander groot muzikant. Met respect en waardering voor het origineel drukte hij ook een persoonlijke stempel op 'For No One' van Paul McCartney en 'And So It Goes' van Billy Joel, dat hij tot zijn essentie en een pure schoonheid herleidde. Daarnaast waren er de composities van Hersch als odes ter ere van onder anderen John Taylor en Sonny Rollins. Voor de Britse pianist zat vroeg in de set het fijngevoelige 'Bristol Fog' en ergens halverwege het optreden, voordat de intellectuele inspanning kon gaan wegen, een 'Newk-alypso' voor de saxofoonlegende. Gewoontegetrouw bracht de pianist op unieke, delicate wijze ook even hulde aan Thelonious Monk. Daarbij benaderde hij nu eens de aanslag en timing van Monk, om er dan weer een eigen richting mee uit te gaan.

Het was genieten hoe Hersch zijn toucher aanpaste naargelang de geest van het stuk en zijn kompanen op hun manier de drive kleurden. Hébert en McPherson speelden als een span dat figuurlijk steeds de neuzen in dezelfde richting had als Hersch, al leken zij hier en daar een apart pad te kiezen. Ook zij stonden in voor veel variatie, waarbij de drummer opvallend vaak de percussionist uithing. Hun solo's vormden bijzonder smaakvolle bijdragen en uitschieters in het geheel. Het trio trakteerde het publiek eigenlijk op een uitgebreide dis, die welgemikt uiteenlopende klankkleuren combineerde. Niets te zwaar op de maag, met een bijzonder gevoel voor balans, want eenvoud en volle pracht wisselden netjes af. Techniek en beheersing werden subtiel opgediend, fijngevoeligheid met grote klasse geserveerd, met twee encores van de magere held, op zijn eentje. Voordat de dag aanbreekt dat Hersch de eeuwigheid van de sterrenhemel vervoegt, heeft hij onvergetelijke sensaties en schittering gebracht in het leven van anderen.

Klik hier voor foto's van dit concert door Olivier Lestoquoit.

Deze recensie verschijnt ook op Jazz'Halo.

Labels:

(Danny De Bock, 5.12.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Mensenmuziek

All Included, vrijdag 24 november 2017, De Singer, Rijkevorsel

All Included, het kwintet rondom de Zweedse rietblazer Martin Küchen, stond afgelopen vrijdag voor een eenmalig optreden in De Singer. Het tekent de reputatie van dit podium, maar het tekent tevens de armoede die er in Nederland en België op dit moment bestaat als het gaat om experimentele jazz. Waarom is dit soort muziek steeds minder vaak te horen en kiezen steeds meer podia voor mainstream acts? De Singer was niet uitverkocht, maar we zaten toch al snel met rond de veertig bezoekers, een heel respectabel aantal voor een concert.

De muziek van All Included is ernaar. Het kwintet - en het geldt voor meer projecten van Küchen, we vinden het ook bij Angles 9 - grossiert in glorieuze ritmes en melodieën waarin we zowel de traditie van New Orleans terughoren, als die van Don Cherry en Albert Ayler, gecombineerd met de Scandinavische volksmuziek. Als dit kwintet op stoom komt, is stil blijven zitten er niet meer bij. Maar All Included zou All Included niet zijn als het ook niet op de gekste momenten zou ontsporen, de anarchie niet zou toeslaan. Alle harmonie ten spijt, het scherpe randje zit er ook altijd aan, de disharmonie is eveneens present. Het is net het echte leven. Dit is dan ook mensenmuziek!

Op dit concert waarin Alle Included ons nieuw werk presenteert - de week hierna gaan ze de studio in om het derde album op te nemen, na 'Reincarnation Of A Free Bird' en 'Satan in Plain Clothes' - horen we het allemaal terug. Direct al in 'Braxen', de opener, een compositie van de ongeëvenaarde trombonist Mats Äleklint: dat gestage ritme, doorsneden door een flitsende, maar evengoed dwarse trombonesolo, gevolgd door een solo van trompettist Thomas Johansson. En dan is daar Küchen zoals we hem reeds eerder hoorden, op sopraansax: schurend, piepend, met dat tikje onzuiverheid in zijn spel, maar met volledige overgave. Hetzelfde horen we in het ingetogen, fragiele 'Good Friday' van Küchens hand - het concert vindt plaats op Black Friday, de dag waarop ook platenlabels ons bestoken met kortingen. Wonderschone harmonische momenten wisselt het kwintet hier af met schurende dissonanten.

'Pataholm', eveneens van Äleklint, waar het kwintet na de pauze mee opent, is goed te labelen als exemplarisch voor All Included. Äleklint is in de chaos van klanken de enige die aanvankelijk een ritme neerzet, korte repeterende patronen blazend op zijn trombone, dan voegt de uitstekende ritmesectie, bestaande uit drummer Tollef Østvang en bassist Ola Høyer, zich erbij en krijgt het verder vorm, tot ook Johansson erbij komt. Maar Küchen blijft, hier vrij uitzonderlijk op dwarsfluit, afwijken. Als de eenling die buiten de groep staat. En neem van mij aan: dat ritme is aanstekelijk. Het heeft iets weg van de begrafenismarsen zoals ze in New Orleans worden gespeeld. Maar Küchen blijkt profetisch. Na enige tijd valt het ritme weer uit elkaar. Prachtig is ook het duet drums-bas in Äleklints 'Faller En, Faller Allan'. Op ingetogen wijze cirkelen Østvang en Høyer hier om elkaar heen en zowel Johansson als Küchen, ditmaal op altsax, weten te overtuigen met prachtige solo's. Afgesloten wordt er op stomende wijze, met Küchens 'Old Harrio Hai', waarin we de componist ook horen op zijn retardophone. Een eigen uitvinding, bestaande uit een stuk plastic slang dat is voorzien van gaatjes en mondstuk, waarmee Küchen een wel heel speciaal, enigszins nasaal geluid produceert. We kunnen er weer even tegen.

Concertfoto's: Jef Vandebroek

Labels:

(Ben Taffijn, 4.12.17) - [print] - [naar boven]



Jazz Class-X
Thelonious Monk Quartet with John Coltrane - 'At Carnegie Hall' (Blue Note, 2005)

Opname: 29 november 1957

In het jaar dat we 100 jaar jazz vieren, was het in oktober 100 jaar geleden dat Thelonious Monk werd geboren en 60 jaar geleden dat de carrière van de hogepriester van de bebop een boost kreeg. 1957 was het jaar van de onvergetelijke platen 'Monk Himself' (solo), 'Monk’s Music' (met én Coleman Hawkins én John Coltrane), 'Art Blakey And The Jazz Messengers With Thelonious Monk' en 'Mulligan Meets Monk', maar bovenal kon hij zich live weer in de kijker spelen. Waardoor ook ene Marcel Romano hem live zag. Die regelde in 1957 mee dat Miles Davis voor de soundtrack zorgde van 'Ascenseur Pour L’échafaud' van filmmaker Louis Malle. In 1959 zou Romano Monk naar Frankrijk halen voor die van 'Les Laisons Dangereuses' van Roger Vadim. Op de plaat met de soundtrack zou dan enkel muziek van Art Blakey and the Jazz Messengers with Barney Wilen staan, de nummers van en met Monk verschenen pas met Record Store Day 2017... Maar dat is weer een ander verhaal.

Kort voor de zomer van 1957 had Thelonious Monk zijn cabaret card teruggekregen op voorwaarde dat een clubeigenaar hem inhuurde. Kort daarvoor had Miles Davis John Coltrane uit zijn kwintet gezet en had Monk de saxofonist meteen voorgesteld om bij hem te komen spelen. Monk werd een privéleraar voor Coltrane die, net cold turkey afgekickt, wel een intellectuele kluif kon gebruiken. In het begin was het worstelen met de composities van de pianist, die hij ervaarde als een muzikale architect van de hoogste orde.

Vanaf 4 juli begon Monk aan een concertreeks in de New Yorkse jazzclub The Five Spot met Coltrane in zijn kwartet. Zo vond die bij Monk ook op het podium zowel een kader als een enorme vrijheid en alle ruimte om zich te ontwikkelen. Na een tijdje speelden ze samen als twee kompanen en prikkelden zij elkaar, vulden zij elkaar schitterend aan. Monk stond vaak op om een dansje te doen en ging dan soms nog iets bestellen aan de bar. Dat moet ook voor het publiek, dat elke avond talrijk opdaagde, een aparte belevenis geweest zijn. De saxofonist, bassist Wilbur Ware en drummer Shadow Wilson hadden dan de tijd om met zijn drieën te improviseren. Ware maakte dat spannend voor Coltrane door heel inventief naast, rond en over de harmonische structuur te improviseren. In zo'n trio-formatie zou Ware later dat jaar met drummer Elvin Jones een superbe Sonny Rollins begeleiden in de Village Vanguard – het bleek een magische formule.

Nadat Ware een keer ziek was geworden van een broodje tonijnsalade, had Ahmed Abdul-Malik, een vriend van pianist Randy Weston, zijn plaats ingenomen. Het is met hem op bas dat het kwartet de reeks concerten in de Five Spot verderzetten en in november voor het eerst op een groot podium verscheen. Dat optreden in Carnegie Hall werd een succes dat, opgenomen door Voice Of America, goed gearchiveerd werd om pas vele jaren later weer ontdekt te worden en uitgebracht te raken in 2005. De cd documenteert een groep in topvorm, kort voordat die uit elkaar zou gaan. Coltrane zou terugkeren naar Miles Davis en weinig later helemaal zijn eigen koers varen.

Het was een avond dat Monk niet aan het dansen ging, maar de interactie met zijn vieren werd aangehouden. Ballads kregen een beeldige sensuele uitvoering, in snelle nummers gingen de vier swingen als de pest. Op deze fantastische opnamen van hoge geluidskwaliteit horen we een hecht kwartet dat enorm energiek en tintelend fris klinkt. Met als opener 'Monk’s Mood', dat de pianist heel teder aanvat om dan een pakkend gevoelige dialoog aan te gaan met Coltrane en te verrassen met arpeggio's. Vanaf 'Evidence' schiet ook de ritmetandem echt in gang. Vrij onopvallend vergroot Abdul-Malek de elasticiteit van het kwartet, Shadow Wilson toont zich in grote vorm. Op de standard 'Sweet And Lovely' schildert die vlot met de brushes terwijl Monk en Coltrane heel kleurrijk vertellen, om in een tempoversnelling over te gaan tot stuwend drummen terwijl Coltrane vol vuur aan het blazen gaat. De drummer draagt ook geweldig bij aan de dynamiek in 'Nutty', 'Bye-Ya' (met Caraïbisch ritme) en 'Epistrophy'.

Voor wie van de muziek van Monk houdt, is dit een cd waarop de ene parel nog meer lijkt te schitteren dan de andere, zowel door zijn eigen sprankelende spel als door de prestaties van en de samenhang met de anderen. Bovendien illustreren deze live-opnamen een fase in de opmars van Coltrane, die bij Monk zijn unieke, verticale en versnellende manier van improviseren ontwikkelde die Ira Gitler in 1958 als "sheets of sound" omschreef. Dat was nadien ook op plaat te traceren toen in 1961 opnamen van juli 1957 van onder het stof kwamen met daarop 'Trinkle Trinkle' – het lag aan contracten en deals met platenlabels dat die sessie niet op vinyl was beland. 'Thelonious Monk Quartet With John Coltrane At Carnegie Hall' laat meer van die fase van de sheets-techniek horen en vervolledigt het plaatje met de registratie van een avond die de kroon zette op een unieke samenwerking.

Labels: ,

(Danny De Bock, 4.12.17) - [print] - [naar boven]



Festival
Kleintje Duke in Diemen

Peter's Angels, Ad Oud Kwartet & Jazzorkest MDM, Duke op het Diemerplein, woensdag 22 november 2017, Diemerplein/Theater De Omval, Diemen

In zijn inleiding bij het Duke op het Diemerplein-festivalletje legde Ellington-kenner Louis Tavecchio uit dat zijn held misschien toch wel vooral een zelfstandige kerel was, die altijd onverstoorbaar zijn eigen gang ging. Toen John Hammond in 1935 diens vierdelige opus 'Reminiscin’ In Tempo' afdeed met "vormloos en oppervlakkig" was dat reden voor de componist om in het vervolg platenfirma's te mijden waar Hammond een vinger in de pap had als producer. Ook de oprichting, in 1940, van Tempo Music, waarin al zijn nieuwe composities werden ondergebracht, was een daad van verzet tegen de krachten die de muziekbusiness domineerden. Hoeveel composities Ellington heeft nagelaten? "Het kunnen er 1700 zijn, of 2500, we weten het nog steeds niet," aldus Tavecchio. "The Private Collection werd na zijn dood uitgebracht en betreft voor eigen rekening geschreven werken, veelal tussen optredens door."

Het Ad Oud Kwartet, Jazzorkest MDM en Peter's Angels, een negenkoppig extract van het grotere Voice Female, brachten hun kijk op Ellington in de praktijk. Dat wil zeggen, de Angels zongen een repertoire dat leunde op materiaal van The Mamas & The Papas en The Beach Boys, dus van vóór de geboortejaren van het merendeel van de Engelen. Maar er wordt naar verluidt hard gewerkt aan Ellington-songs, zodat de Diemer nachtegaaltjes op het eigenlijke Duke op het Diemerplein-festival, op 3 juni, op gepaste wijze hun gouden keeltjes kunnen opzetten. En ach, waren de Angels hier niet alleen al vanwege des hertogs zwak voor vrouwelijke charme prima op hun plek?

Ook het repertoire van het kwartet van tenorist Ad Oud borrelde niet over van Ellingtonia. Het combo beperkte zich wat dat betreft tot 'The Feeling Of Jazz'. De muzikanten combineerden een ontwapenende krakkemikkigheid met een aanstekelijk enthousiasme - kenmerken voor de ware amateurs in de oorspronkelijke betekenis van het woord.

Meer Ellington kregen we te horen van het Amsterdamse Jazzorkest MDM. De combinatie altsax, tenorsax en basklarinet zorgde voor intrigerende klankkleuren. 'The Mooche', 'Amad' (uit de 'Far East Suite'), 'Satin Doll', 'I Ain’t Got Nothing But The Blues' en 'It Don’t Mean A Thing' kwamen gaaf over het voetlicht. 'Rockin’ In Rhythm' bleek nog te hoog gegrepen. De basklarinet van Goos van der Sijde maakte, ook solistisch, de meeste indruk. Nog een half jaartje oefenen en we gaan wat beleven, op 3 juni op het Diemerplein. Waar overigens, dat mag ik denk ik al verklappen, Eric Boerens All Ellington de hoofdattractie zal zijn.

Labels:

(Eddy Determeyer, 2.12.17) - [print] - [naar boven]



Jazzradio
Jazz Rules #139


De jonge drummer Simon Raman komt vertellen over het topjaar van Steiger. In 2017 verscheen hun debuutalbum 'And Above All' bij El Negocito Records. Het pianotrio won de Jong Jazz Talent-wedstrijd van het Gent Jazz Festival en momenteel zijn de heren op tournee door Vlaanderen met JazzLab Series. Naast Raman bestaat Steiger ook nog uit toetsenist Gilles Vandecaveye-Pinoy en bassist Kobe Boon. Simon heeft ook een paar verrassende platen meegebracht naar de studio.

Verder in deze aflevering nieuwe muziek van de Finse pianist Aki Rissanen. Zijn album 'Another North' is uit op het label Edition Records. Bassist Christian McBride maakte een ferme bigband-plaat en er is het nieuwe album '1970' van bassist en zanger Avishai Cohen.

Belem & The Mekanics is een nieuw project van diatonisch accordeonist Didier Laloy, samen met celliste Kathy Adam en Walter Hus. Hus bespeelt een computergestuurde versie van een Decap-orgel. Hun album verscheen onlangs bij Igloo Records.

Klik hier om Jazz Rules #139 te beluisteren.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 2.12.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Guts en eigen versies tillen concert naar gedenkwaardig niveau

Tutu Puoane - 'The Joni Mitchell Project', vrijdag 24 november 2017, Casino, Blankenberge

Het begon wat ongemakkelijk, dat concert van Tutu Puoane en groep in de Consciencezaal van het casino in Blankenberge: zangeres en muzikanten moesten zonder enige introductie het podium op, een welkomstapplaus kwam er slechts aarzelend, en flesjes water voorzien en klaarzetten - bij optredens toch geen onbelangrijk detail - had men over het hoofd gezien, zodat Puoane er aan het eind van het openingsnummer zelf om moest zingen... Dat alles tastte gelukkig de inzet en de overgave van de artiesten niet aan.

Geopend werd met 'River', waarin ogenblikkelijk de stem van Tutu Puoane klaterde, en Tineke Postma op sopraansax qua klankleur in dezelfde vijver viste als Wayne Shorter, waardoor zij onvermijdelijk reminiscenties opriep aan zijn bijdragen als gastmuzikant op menig album van Mitchell. In de outro van die song begroette Puoane - nog steeds zingend - het publiek en kondigde ze aan dat in haar vertolkingen van het werk van Joni sporen van Friesland, Breda, Leiden, Zuid-Afrika en Pajottenland zouden sluipen.

Volgde 'The Hissing Of Summer Lawns' van het gelijknamige album (overigens: een favoriete plaat van Prince, die een levenslange fan van Mitchell was). Ook deze song werd extra opgeluisterd door Postma, ditmaal middels een lange, zinderende solo op altsax. Uit 'Mingus', het zogenaamde jazzalbum van Mitchell, waarvoor zij met de jazzgigant samenwerkte - een plaat die indertijd in bepaalde kringen toch wel werd gecontesteerd - putte men daarna het duo 'Goodbye Pork Pie Hat' (met een prominente rol voor bassist Clemens van der Feen) en 'God Must Be A Boogie Man'. Bij laatstgenoemd stuk ging een deel van het publiek in op de uitnodiging van Puoane tot audience participation: die deelname bestond erin de zin uit de titel telkens zij dat aangaf na te zingen.

In 'All I Want' werden de saxofoonklanken van Postma – naar mijn smaak geheel overbodig – uitgelengd met echo-effecten. Meer indruk maakte de zangeres, want zij gaf in een straffe vocalise een sterke proeve van haar stembereik en vocale wendbaarheid. Dat zij die stem ook zo gevuld van emotie kan laten klinken dat ze er een hele zaal muisstil mee krijgt en in een verheven staat van bewondering, ja, ontroering kan brengen, demonstreerde Puoane in 'Both Sides Now', hier in een a-capella versie gebracht. Die naakte, kwetsbare vertolking miste haar effect niet, raakte zonder twijfel menige gevoelige snaar en kroonde zich onmiskenbaar tot glorieus moment van dit concert.

Meer uptempo ging het daarna in 'Black Crow', dat een zeer bevlogen en geïnspireerde uitvoering kreeg, zij het helaas wat ontsierd door de effecten op de sax van Postma. Een overbodige toevoeging, die klankvervormingen. Gelukkig gaf Puoane aan die compositie een heel eigen kleur door een sterk Zuid-Afrikaans getint tussenstuk in te lassen. "Iets speciaals." Met deze verwachtingen wekkende woorden leidde de zangeres het volgende stuk in. Eraan toevoegend dat Clemens van der Feen, die de bas ruilde voor de gitaar, een van de enigen is die de hele speciale manier van gitaartuning van Mitchell aankan. In duo brachten zij het broze en zielroerende 'I Don’t Know Where I Stand'. Schijnbaar afgesloten werd met 'My Old Man', maar de échte slotscène van het concert was toegift 'A Case Of You', opnieuw door Puoane en Van der Feen in duo ingezet.

Voor de set in Blankenberge greep de groep dus in hoofdzaak naar het repertoire en de volgorde van de in augustus op het label SoulFactory verschenen live-cd, maar met enige extra verrassingen in de geschenkenmand. De combinatie van guts om het oeuvre van een icoon als Joni Mitchell te brengen en daarbij resoluut te gaan voor eigen versies - en dus het ordinaire van weinig geïnspireerde covers met verve te overstijgen - tilde dit concert naar een gedenkwaardig niveau.

Aanvankelijk de zaal met enige reserve betredend, geraakte ik spoedig onder de indruk van de bezieling en het vakmanschap waarvan Puoane, Postma, Van der Feen, Pierreux en drummer Jasper Van Hulten in 'The Joni Mitchell Project' blijk geven. Het applaus ter verwelkoming en de blijken van appreciatie, zowel tussen de songs door als na het wegsterven van de laatste klanken, hadden dus best wel luider gemogen.

Foto's: Cees van de Ven

Deze recensie verscheen ook op Enola.be

Labels:

(Paul Godderis, 2.12.17) - [print] - [naar boven]



Cd's
Sean Ali - 'My Tongue Crumbles After' (Neither Nor, 2017)

Opname: 8 augustus 2016
Natura Morta - 'Environ' (Neither Nor, 2017)
Opname: 17 oktober 2015

Neither Nor Records, het label van de in New York bivakkerende percussionist Carlo Costa, kwam hier reeds eerder voorbij. Inmiddels liggen er twee nieuwe schijven. Nu met als centrale figuur de bassist Sean Ali. Allereerst hebben we 'My Tongue Crumbles After', een soloalbum en ten tweede is er 'Environ' van Natura Morta, een trio waarin we naast Ali altviolist Frantz Loriot horen en de hierboven genoemde Carlo Costa op percussie.

Ali komt oorspronkelijk uit Dayton, Ohio, maar maakt al weer enige jaren deel uit van de rijke avant-garde scene van New York. Hij is daar actief in een handvol ensembles, waaronder Natura Morta, als curator van een concertserie, als mede-eigenaar van platenlabel Prom Night Records en daarnaast werkt hij in zijn projecten samen met musici en beeldende kunstenaars. Kortom, een man die van vele markten thuis is. Die veelzijdigheid horen we vooral terug op 'My Tongue Crumbles After', want dit is allesbehalve een standaard soloalbum van een bassist. Naast de contrabas hanteert Ali namelijk ook de cassettespeler en een verzameling tapes met veldgeluiden. Reeds in opener 'Salutations' levert deze combinatie een verrassend veelzijdige klankwereld.

In 'Missing Persons Report' horen we Ali's kwaliteiten als bassist in volle glorie. Een gejaagd ritmisch patroon, veroorzaakt door het in hoog tempo heen en weer bewegen van de strijkstok. De angst die je ervaart als iemand vermist wordt, voelbaar gemaakt in klanken. Gaandeweg wordt het tempo lager, alsof bij Ali de vermoeidheid toeslaat. Is dat het moment waarop de lethargie toeslaat? Ook in 'Beneath The Cobbles' rijzen de haren je te berge. Het krassende geluid dat Ali hier produceert is daar debet aan. In 'Heartstack' haalt Ali weer zijn cassettebandjes tevoorschijn. We horen een stem spreken, ruis, vogelgeluiden en daarmee vermengd subtiel basspel. En wat Ali in 'Lime Works' en 'Queens Gothic' allemaal uitspookt, zal wel altijd een raadsel blijven. Belangrijker is of alles aan het eind nog wel heel is? Juist, dat is maar helemaal de vraag. Het venijn zit ook hier weer eens in de staart en afsluiter 'Hunger' heet niet voor niets zo. Ruim zeven minuten verontrustende klanken perst Ali uit zijn bas.

'Environ' van Natura Morta bevat drie stukken. In 'Pulvis' maakt het trio aanvankelijk omtrekkende bewegingen, maar beluister het stuk voor een tweede keer en je hoort dat hier heel geleidelijk een ritme wordt gebouwd, als een machine die langzaam op gang komt. Tot diezelfde machine heel geleidelijk weer bijna stilvalt, op een cirkelgang na die tot stand komt middels Costa's spel op de bekkens. Een bijna meditatief moment, tot het geheel wederom aanzwelt tot orkaankracht. Geëindigd wordt hier met een muzikaal potje tafeltennis. Ook 'Ventus' heeft een bijzondere structuur. Ali en Loriot leveren een drone-achtige structuur, die vergezeld gaat van een hoop geknars, terwijl Costa het eerder genoemde partijtje tafeltennis weer heeft opgepakt. En dan gaat het alarm af, althans dat is de indruk die dit trio ons geeft in het vervolg van dit stuk. In afsluiter 'Mycella' zorgt het trio eveneens voor een grote portie creatieve onrust. Dat hier slechts sprake is van drie instrumenten - altviool, contrabas en slagwerk - het is dat je het weet, geloven doe je het niet!

Labels:

(Ben Taffijn, 29.11.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Onmetelijke muzikale geldingsdrang

Mark Guiliana Quartet, zaterdag 18 november 2017, Bimhuis, Amsterdam

Het Bimhuis is al weken uitverkocht voor een van de meest veelzijdige drummers van dit moment. De drummer is geroemd vanwege zijn pioniersgeest binnen de moderne drumkunst. Mark Guiliana, Jason Lindner en Donny McCaslin zijn vanwege hun essentiële rol in David Bowie's meesterwerk 'Blackstar', in het centrum van de muzikale aandacht geraakt. Guiliana is in staat de scheidslijnen tussen het gangbare, akoestische en hedendaagse, elektronische muziek op te rekken. In zijn jamsessies incorporeert Guiliana nieuwe ritmes uit hiphop met elektronische dansmuziek. Het gebruik van elektronica, zoals loopings, sampling en elektronische percussie, wordt geenszins geschuwd.

Het Mark Guiliana Quartet laat tijdens het optreden wel de elektronica maar niet de moderniteit buiten beschouwing. In beide sets wordt voornamelijk muziek gespeeld van de recent verschenen plaat 'Jersey', de opvolger van 'Family First' uit 2015. Op de hoes van het nieuwe album prijkt op het eerste oog een abstracte schets, maar bij nader inzien herken je er de vorm van de staat New Jersey in. Tijdens het concert draagt Guiliana het basketbalshirt van New Jersey. Het album lijkt een hommage aan zijn geboortestreek.

Het kwartet opent met 'Inter-are', geschreven door Guiliana en zijn partner Gretschen Parlato. In een transparante sfeer wordt het uptempo stuk langzamerhand intenser, met in elkaar grijpende lijnen. De fragmentarische melodie vloeit uiteindelijk samen tot een logisch muzikaal geheel. In de daarop aansluitende nummers neemt de ruimtelijkheid toe en druipt de muzikaliteit ervan af. Binnen de beschikbare ruimte gaat saxofonist Jason Rigby steeds rafeliger spelen. Het precieze, metronomische drummen wordt afgewisseld met flitsende poly-ritmische intermezzo's.

De basis van de pakkende tracks wordt zonder uitzondering veroorzaakt door een ijzersterke melodie. De stukken zijn zonder uitzondering, hoe ingenieus ook, na te zingen. De afwisselende stemmingen, zo kenmerkend voor deze akoestische muziek, worden smakelijk uitgeserveerd. Guiliana schroomt niet om de drumstokken onaangeroerd te laten wanneer de muziek geen percussie duldt. In het laatste stuk voor de pauze worden bloemrijke pianoakkoorden gespeeld in een zonnige sfeer. Zij dienen als opmaat voor een uiterst knap geconstrueerd en fel duel tussen pianist Fabian Almazon en saxofonist Jason Rigby. Als wilde dieren opgejaagd door de op drift geraakte Guiliana.

De tweede set laat meer explosiviteit horen in vergelijking tot de luchtige eerste set door verbindend samenspel en nietsontziende solo's. De improvisatiekracht en uitbundige spontaniteit reiken veel verder dan op de geluidsdrager is vastgelegd. Onderscheidend, spannend en aanzwellend, maar fijngevoelig waar nodig. Mark Guiliana laat op subtiele wijze horen hoe groot zijn drumarsenaal is. Vederlichte touches bij vertraagde passages, magistrale uithalen en verrassende percussiewendingen. Veelkleurig en uitputtend gebruikmakend van uiteenlopende genre's en stijlen, gericht op het collectieve resultaat. In de eerste toegift keert de ingetogenheid terug bij een een uitvoering van Bowie's impressionistische 'Where Are We Now?'. Een gedreven optreden met een onmetelijke muzikale geldingsdrang.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 28.11.17) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Zoeken op Draai:


web deze website

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.