Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Cd
The Milk Factory - 'EP' (eigen beheer, 2018)


Er zijn wel meer muzikanten die het in sobere, ingetogen nummers zoeken en daarmee harten veroveren. Bij sommigen zit daar een heel team van liedjesschrijvers en een heuse marketingmachine achter, anderen houden het echter eenvoudig. De subtiliteit wil bij die laatsten dan wel eens oprechter overkomen. Kijk en luister in hetzelfde landschap als The Milk Factory bijvoorbeeld naar gitarist Ruben Machtelinckx, die met verschillende groepen en ook solo graag zachtjes beroert. Zo beland je bij creatieve geesten die, zonder opzichtig diep te willen raken, fijn en indringend werk afleveren.

Met fluitist Jan Daelman en pianist Thijs Troch heeft het duo van Keenroh, dat ook in Kabas zit, een flink aandeel in The Milk Factory. Gitarist Edmund Lauret heeft hier een heel andere uitlaatklep dan bij Nordmann. Hij levert de meeste composities aan. Bassist Kobe Boon kan je kennen van Steiger en RVB Quartet. Hij schreef 'Vlek' en bedacht zich daarbij een ondergeschikt, maar zeer geschikt rolletje. Met Viktor Perdieus, die in Don Kapot en Ifa Y Xango ook heel andere kanten uitblaast, is een gedreven en onderlegd saxofonist aan boord die zich perfect inpast. Jonge onbekende Benjamin Elegheert doet dat niet minder; hij drumt zich hier zachtjes in de belangstelling.

De EP van The Milk Factory is zo'n kleinood dat je meevoert naar gevoelige, soms ietwat ijle sferen. Op momenten dat je vatbaar bent voor bedroefdheid of spijt is de kans niet onbestaande dat opener 'Kater' je al even doet slikken. Heel sierlijk krijg je hier een verfijnde combinatie die een vorm van tristesse uitdraagt, maar toch een glimlach opwekt. In het daaropvolgende 'Dof' kun je dan enige positieve energie en reden tot vreugde vinden. Daar klinken brushes en fluit heerlijk fijntjes, puft de sax een klein, maar o zo fijn simpel motiefje en dan komt de piano met mooie melodische lijnen, die van een zekere liefde voor klassieke muziek getuigen. Het is genieten als 'See No More' er aankomt, zo'n beetje zoals de zee kleine golfjes op het strand kan laten aanrollen. Je gedachten zijn misschien zelfs een eind weg aan het dwalen als 'Zinnia' traag en dromerig afsluit.

Er straalt rust uit van de composities en tegelijk een vastbesloten wil om met minimale middelen onder de huid te kruipen. Deze groep schuwt solo's en snelle, virtuoze uithalen. Er kan even iemand iets meer op de voorgrond spelen, maar zonder groot vertoon en in functie van het geheel. De vijf jonge talenten van The Milk Factory houden het bewust compact en melodisch. Het was al de oorspronkelijke insteek op een avond dat gitarist Edmund Lauret en pianist Thijs Troch met z'n tweeën een intiem concertje speelden. Dat smaakte naar meer, naar meer klankkleuren ook om de texturen rijker te maken. Op de titelloze EP hoor je hoe goed dat lukt. De beperkte tijdsduur van bijna 22 minuten en de kwaliteit van de muziek overwinnen het risico om te dunnetjes over te komen om te blijven boeien.

Deze recensie verschijnt ook op Jazz'Halo.

Labels:

(Danny De Bock, 21.7.18) - [print] - [naar boven]



Festival
North Sea Jazz 2018 Dag 1


"Het North Sea Jazz Festival, editie 2018, zit er weer op. Het festival zal in ieder geval op één terrein wel een record gebroken hebben en dat is de temperatuur. Vooral de zondag was een ware martelgang voor luisteraars, maar vooral voor de artiesten. Dat die stuk voor stuk muziek bleven brengen op het allerhoogste niveau is niet meer dan een prestatie van formaat."

Op vrijdag 13 juli bezocht Ben Taffijn het North Sea Jazz Festival. Hij doet verslag van de concerten van Philipp Rüttgers' Twists Of H.C. Andersen's Untaped Fairy Tales, Kaja Draksler Octet, John Surman & Bill Frisell en Gilad Hekselman Trio.

Klik hier om zijn festivalverslag te lezen.

Klik hier voor een fotografisch verslag van de eerste dag van North Sea Jazz 2018 door Louis Obbens.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 20.7.18) - [print] - [naar boven]



Cd
Leni Stern - '3' (Leni Stern Recordings, 2018)

Opname: november 2017

Een fusieplaat, dat zou je verwachten met een Duits-Amerikaanse gitariste en twee Afrikaanse sidemen. Maar dat is '3' niet echt, van samensmelting is geen sprake.

Leni Stern en haar Newyorkse Afrikanen Mamadou Ba (bas) en Aliouna Faye (percussie) hebben hun respectieve tradities bijeengebracht en aan en in elkaar gepast. Zo zul je in de meeste nummers niet de typerende cirkelende gitaarpartijen horen die we met Senegalese muziek associëren. In de nummers 'Spell' en 'Crocodile' komt Stern nog het dichtst bij die traditie. Maar een compositie als 'Assika' is gewoon rockjazz, waarin plaats is ingeruimd voor Ba en Faye.

'Colombiana' daarentegen combineert drie schijnbaar onafhankelijke ritmen tot een heerlijke Senegalese soep met pinda's en wortelen en kruidnagels. Alleen de geur al...

Labels:

(Eddy Determeyer, 18.7.18) - [print] - [naar boven]



Festival
Gent Jazz 2018


"Pharoah Sanders zette een legendarisch concert neer. Ondersteund door het sextet dat als een degelijk vangnet onder de grote meester hing. Bovendien bleek de combinatie met Nicholas Payton een gouden greep te zijn. In het licht van deze grondlegger van de spirituele jazz heb ik me zelfs even afgevraagd of dit de hemel op aarde was."

Op 7 juli bezocht Johan Pape het Gent Jazz Festival. Vanaf de Bijloke doet hij verslag van de concerten van Fundament, Ambrose Akinmusire, Jason Moran and The Bandwagon, Vijay Iyer Sextet en Pharoah Sanders.

Klik hier om zijn festivalverslag te lezen.

Klik hier voor een fotografisch verslag van deze festivaldag door Cees van de Ven.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 17.7.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Brug van Togo naar Haïti

Togo All Stars, zaterdag 7 juli 2018, VERA, Groningen

Dat was wel even wennen. Na de chilly Afropop en disco hoempa van de deejays van dienst was de muziek van de Togo All Stars een superhete douche. Tijdens de zogeheten Loft-avonden van VERA wordt ingeblikte (of gedownloade) dansmuziek afgewisseld met livebands, die na middernacht het podium beklimmen. In de nacht van 7 op 8 juli lieten de ambassadeurs van Togo de Groningers weten hoe de mens danst. Gezegd moet worden dat het vooral de Groningsen waren die de handschoen oppakten; de Groningers maakten zich veiligheidshalve en zoals gebruikelijk nuttig met het halen van bier en andere belangrijke zaken.

Na een paar minuten ritueel getrommel barstte de highlifemuziek als een tropisch onweder los. Volgens de pr zouden de All Stars ook voodoo en gris-gris in hun performance stoppen. Best mogelijk: je kon je makkelijk in trance laten wiegen. Van de andere kant denk ik niet dat de dansmuziek van Lomé zo afwijkt van wat je in Accra of Lagos tegenkomt.

Opvallend was dat de blazerssectie (trompet en tenorsax) niet, zoals tegenwoordig usance is bij pop- en funkbands, helemaal naar de achtergrond was gemixt. Ook fysiek stonden de blazers in de vuurlinie, zoals dat in de jazz en de rhythm-and-blues altijd al het geval was. Tenminste, wanneer de saxofonist niet bezig was aan een rituele rondegang over het podium, waarbij elke medemuzikant een korte geknielde serenade te beurt viel. Ook opvallend: het claveritme in een aantal nummers. Hé, hebben we hier de connectie tussen Togo en Haïti te pakken? Opvallend, tenslotte, hoe trouwhartig de bezoekers de muzikanten nazongen: "Ank-Yah!" - "Ank-Yah!" Het zal wel iets betekenen in de trant van Hiep Hoera, maar voor hetzelfde geld galmde de zaal iets heel goors over deze en gene schoonmoeder.

Klik hier voor foto's van dit concert door Simone van der Heijden.

Op dinsdag 18 juli spelen de Togo All Stars op het Valkhof Festival in Nijmegen, dat onderdeel uitmaakt van de Vierdaagsefeesten. Aanvang: 21.30 uur. De toegang is gratis.

Labels:

(Eddy Determeyer, 16.7.18) - [print] - [naar boven]



Cd
Pangpang - 'Kisskiss Pangpang' (Losen, 2018)

Opname: 7-8 januari 2017

De muziek van Pangpang, het trio van de Noorse bassist Håkon Norby Bjørgo, heeft een onmiskenbaar urgent karakter. Mijn eerste associatie bij deze klankwereld was de elektrische Ornette Coleman en de vrije blues van James Blood Ulmer. Jachtige free jazz die uiterst gefocust is.

Bjørgo combineert invloeden die uiteenlopen van Arnold Schönberg ("niet zozeer gebaseerd op diens twaalftoons serialisme, als wel de rijke chromatiek van zijn vroege werk") tot Ennio Morricone ("dat de laatste tien minuten van zijn film ['The Good, the Bad and the Ugly'] op mijn VHS ontbraken maakte mijn honger niet minder"). De karakteristieke sfeer van Sergio Leone's rolprent is zeker aanwezig in 'Mexican Standoff'. Het plechtstatige thema zindert van de hitte, het stof en de onderhuidse spanning. Nog een stuk spaarzamer is het introspectieve 'Osim' - dat overigens niet doorgecomponeerd is in de strikte zin, zoals de componist ons in de liner notes wil laten geloven. Het themaatje duikt in de loop van de karige 1'21" een aantal keren in andere vermommingen op.

Gitarist Sander Eriksen Nordahl weet een zinvolle balans tussen single-string jazz en industriële sustain-rock te vinden. In 'Chili Con Carne' laat Bjørgo verschillende ritmische verhalen op elkaar knallen, waarbij de nerveuze bas en drums (Ivar Myrset Asheim) mooi contrasteren met de peinzende gitarist. Nog het meest orthodox klinkt 'Nostalgia Isn’t What It Used To Be', terwijl 'Ahab' de onverzettelijke kapitein is, verwikkeld in de titanenstrijd met de witte walvis.

Dit is een groeiplaatje.

Klik hier om te luisteren naar Pangpang live, een opname van 5 juni 2015.

Labels:

(Eddy Determeyer, 16.7.18) - [print] - [naar boven]



Cd
Bill Frisell - 'Music IS' (OKeh, 2018)

Opname: 23-27 augustus 2017

Meestergitarist Bill Frisell keek de afgelopen jaren terug op de muziek van zijn jeugd en coverde overbekende melodieën op geheel eigen wijze op de albums 'Guitar in The Space Age!', 'When You Wish Upon A Star' en 'Small Town', dat Frisell opnam met bassist Thomas Morgan. Op zijn nieuwe soloalbum 'Music IS' wordt deze lijn doorbroken. We krijgen weer eens een album vol eigen composities op dit eerste solo album in achttien jaar!

Zestien muzikale verhaaltjes schotelt Frisell ons hier voor, gespeeld op diverse gitaren, bas en ukelele en soms gebruikmakend van loops. En al die verhaaltjes verraden de handtekening van Frisell: ze klinken enigszins bedachtzaam, zijn voorzien van een zekere melancholie en nemen je als luisteraar mee op reis. En ja, we benoemden het al eerder: Frisell weet als geen ander in een paar noten een wereld te vangen. Je ziet de pioniers in het aan country refererende 'The Pioneers', geschilderd in zachte aardkleuren, in al hun kwetsbaarheid, maar tevens met hun hoop voor de toekomst, hun optimisme. We horen het gemis in 'Miss You' duidelijk doorklinken in de intiem gespeelde noten, de voorzichtige aanslagen, het zoekende spel. Of neem 'Change In The Air' met die mooie, ietwat slepende melodie. Of 'Thankful' met dat ietwat gruizige geluid en de rauwe randjes.

Door allerhande technische mogelijkheden klinkt dit album op sommige momenten overigens niet als soloalbum. In 'Ron Carter', Frisells hommage aan zijn beroemde basspelende collega, horen we duidelijk een baslijn op de achtergrond, Frisell nr. 1, waar Frisell nr. 2 op soleert. Ook op 'In Line' en 'Rambler' horen we de meerdere stemmen die Frisell met elkaar verweeft. Het verrijkt de stukken op bijzondere wijze en komt de verhalende kracht onmiskenbaar ten goede.

Bij beluistering valt tevens op dat de titel van dit album 'Music IS' niet zo maar is gekozen. Dit is een album waarop de diverse stijlen waarin Frisell zich in de afgelopen decennia heeft bekwaamd op prachtige wijze samenkomen. We horen de invloed van de jazz, maar evengoed invloeden van country, folk en filmmuziek in het pakkende melodische materiaal. Voor Frisell is het allemaal egaal; het is allemaal muziek, levende muziek.

Bill Frisell is live te horen op North Sea Jazz. Vrijdagavond 13 juli treedt hij zowel op met Charles Lloyd, als onderdeel van Charles Lloyd & The Marvels met saxofonist John Surman.

Labels:

(Ben Taffijn, 13.7.18) - [print] - [naar boven]



Cd / Concert
Ramón Valle Trio - 'The Time Is Now' (In + Out, 2018)

Opname: 27/29 september 2017
Ramón Valle Trio live
zaterdag 30 juni 2018, Bimhuis, Amsterdam

De in Cuba geboren pianist Ramón Valle kwam ruim twintig jaar geleden naar Nederland en vestigde zich in Amsterdam. Hij ontwikkelde zich snel als veelzijdig jazzpianist met een volledig eigen geluid en virtuoos spel. Op 30 juni presenteerde hij zijn twaalfde album met de titel 'The Time Is Now' in het Bimhuis. Hij werd vergezeld door Omar Rodriguez Calvo op bas en Jamie Peet op drums. Op het album speelt ook een goede vriend van Ramón mee: Roy Hargrove. Jammer genoeg kon hij niet bij de presentatie aanwezig zijn.

Het programma in het Bimhuis begon met een aantal videofragmenten, waarna Ramóns vrouw Maret de aankondiging van de band deed. Valle kwam op in een feestelijk grijs-wit pak en vertelde dat hij de afwezigheid van Roy zou compenseren op de Roland RD 300 XX, die in een hoek naast de Steinway van het Bimhuis stond opgesteld.

De inspiratie voor 'The Time Is Now' komt van een aantal zaken. Allereerst heeft Ramón Valle geprobeerd met de muzikale voorkeur van zijn kinderen bezig te gaan: Beyoncé, Bruno Mars en Ariane Grande werden genoemd. Zo is op het album ook een bewerking van 'Don't Stop 'Till You Get Enough' (Michael Jackson) te vinden. Daarnaast zijn beide ouders van de pianist in het afgelopen jaar, kort na elkaar overleden. Ook dat is inspiratie geweest voor een aantal nummers. In die zin is dit zijn meest persoonlijke album.

Het concert opende met 'Anything To Make You Smile'. Een heerlijk ritmisch stuk, waarin we meteen konden genieten van zijn virtuositeit. Een lekker vrolijk thema en ritme, al snel gevolgd door een reeks heerlijke improvisaties. Meteen viel op hoe lekker de bassist zijn eigen gang kon gaan. Valle en Calvo spelen ook al ruim twintig jaar samen en dat is te horen. Peet weet zich als nieuweling in het trio voortreffelijk staande te houden.

Een ballad voor zijn moeder volgde: 'Te Extrado (Dancing With My Mother)'. Echt een heel mooi nummer, maar precies hier werd Roy Hargrove wel heel erg gemist. Op het album voegt het sublieme spel van de trompettist zoveel toe, dat het eigenlijk niet gemist kan worden. Hoe bijzonder en knap Valle dit in de combinatie Steinway-Roland ook oploste - met zijn linkerhand de vleugel bespelend en met zijn rechter de Roland.

De band nam het hele album zo door. Het is een werkstuk geworden dat zeer geslaagd is, met originele composities die op verschillende punten de klassieke scholing van de pianist laten zien, zijn Cubaanse roots laten horen en zijn geniale manier van spelen de ruimte geven.

Tot slot de titel: 'The Time Is Now'. Ramón Valle probeert in dit album te verbinden. Met zijn kinderen, met zijn overleden ouders en met muziek van de generaties. Dat doet hij op zijn geheel eigen en virtuoze wijze. Luister naar het album en ontdek zelf dat hij in zijn missie geslaagd is. En de boodschap: je leeft in het hier en nu. Ben je daarvan bewust en laat je niet teveel leiden door rationaliteit, maar meer door gevoel en compassie. Geniet van het moment. En dat is wat je doet als je naar deze muziek luistert.

Klik hier voor foto's van dit concert door Johan Pape.

Zondagavond 15 juli speelt Ramon Valle met zijn trio op het North Sea Jazz Festival.

Labels: ,

(Johan Pape, 11.7.18) - [print] - [naar boven]



Cd
Dan Weiss - 'Starebaby' (Pi Recordings, 2018)


Componist en drummer Dan Weiss is een opvallende verschijning aan het New Yorkse jazzfront. De twee albums met zijn trio, 'Now Yes When' uit 2006 en 'Timshel' uit 2011, werden geprezen door de pers en als componist maakte hij naam met 'Fourteen', uit 2014, waarvoor hij een bigband met 14 musici samenstelde en 'Sixteen: Drummers Suite' van twee jaar later, waarvoor hij zijn orkest nog iets verder uitbreidde met collega's uit de New Yorkse jazzwereld.

Inmiddels heeft Weiss weer een stap gezet en een kwintet geformeerd. Een idee waar hij naar eigen zeggen al een decennium mee rondloopt. Het lijstje afgaand wordt direct duidelijk dat dit geen doorsnee jazzkwintet is, maar dat de drummer ook hier grenzen overschrijdt. Nu kennen we dat van Weiss: hij zat ooit in de doommetalband Bloody Panda en studeerde tabla bij Pandit Samir Chatterjee, om maar eens twee uitersten te noemen. Voor 'Starebaby' trommelde hij allereerst toetsenisten Matt Mitchell en Craig Taborn op, die hier meer achter de synthesizer en de Fender Rhodes te vinden zijn dan achter de piano. Verder vroeg hij gitarist Ben Monder en bassist Trevor Dunn, die beiden eveneens een stevig geluid kunnen neerzetten. We worden dan ook direct in 'A Puncher’s Chance' getrakteerd op muziek waar jazz en rock een vruchtbare relatie aangaan.

Weiss' achtergrond als drummer horen we overduidelijk in het loodzware, repeterende ritme van 'Depredatation'. Ondersteund door synthesizers leggen Weiss en Dunn hier een stevig tapijt neer, waar Monder een zeer gruizige, verstorende solo overheen legt. De bijna tedere noten van het aansluitende 'Amica' laten een geheel andere kant van het kwintet horen. Het ingetogen ritme en de poëtische melodie maken dat het verschil niet groter had kunnen zijn. Na een vrij lange passage waarin er driftig met pianonoten wordt rondgestrooid (dat zal Taborn wel zijn), kan het kwintet het ook hier echter niet laten om met stevige noten te eindigen. Monder laat weer van zich horen op 'Badalamenti', met een gitaaarsolo die ver buiten de oevers treedt, geflankeerd door een creatief drummende Weiss. In 'Cry Box' doet het kwintet er nog een schepje bovenop. Met Dunn en Monder voorop trekt het kwintet hier een loodzware geluidsmuur op. Rockhaters kunnen nu beter benen maken!

Maar vergis u niet, Weiss betoont zich ook op 'Starebaby' - net als op 'Fourteen' en 'Sixteen: Drummers Suite' - een componist van formaat. Het kwintet mag dan soms alle registers open trekken, het gaat nooit ten koste van de structuur. Qua compositie gooien de twee langste stukken de hoogste ogen: 'The Memory Of My Memory' en 'Episode 8'. Het eerste stuk begint als een melodieuze ballad, maar rond de vierde minuut sluipt er iets onheilspellends in. Dunns bas klinkt hier als een cirkelzaag. Het blijkt de opmaat tot een destructieve passage, waarin onder leiding van Weiss' slopende slagen alles in beweging komt. Het afsluitende 'Epsisode 8' gaat al direct onstuimig van start met een solo van Weiss. Het is de start van een allesverzengend stuk waarin de groep nog één keer alles geeft, en dat is heel, heel veel.

Zaterdag 14 juli treedt Dan Weiss met Starebaby op tijdens het North Sea Jazz Festival.

Labels:

(Ben Taffijn, 10.7.18) - [print] - [naar boven]



Festival
Swingin' Groningen 2018


"De arrangementen die pianist Mark Bisschoff voor het project 'Earth, Wind & Fire Latino' van de Cubop City Big Band schreef, verrasten. Soms waren de originelen van Maurice White nauwelijks te herkennen. Wanneer dat wel het geval was, zoals in de door trompettist Loet van der Lee geblazen intro van 'September', ging er een rimpeling van genot door het publiek. Ja, dat was de eindeloze nachten in Gdansk allerminst vergeten."

Van donderdag 21 tot en met zaterdag 23 juni bezocht Eddy Determeyer in de binnenstad van Groningen de 24ste editie van het festival Swingin' Groningen. Hij zag optredens van Steve Altenberg Band, Evil Empire Orchestra, Lex Jasper Trio & Sylvia Droste, Erwin Java & Band ft. Tineke Schoenmaker & Ralph De Jong, Treats, Lucas Van Merwijk & The Cubop City Big Band, Farbenfroh en concerten in het kader van de Northern European Jazz Talent Contest.

Klik hier om zijn festivalverslag te lezen.

Foto: Sieben Laning

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 9.7.18) - [print] - [naar boven]



Cd
Fred Hirsch Trio - 'Live In Europe' (Palmetto, 2018)

Opname: 24 november 2017

Pianist Fred Hersch heeft reeds sinds 1985 een pianotrio. Door de jaren heen wisselde de bezetting - Hersch werkte samen met de bassisten Drew Gress en Marc Johnson en de drummers Joey Baron en Nasheet Waits - maar het trio bestaat sinds 2010 in de huidige line-up, met naast Hersch bassist John Hébert en drummer Eric McPherson. Onlangs verscheen er een nieuw album met een nog maar kort geleden, november 2017, opgenomen concert in Brussel. 'Live In Europe' noemt een Amerikaan dan zo'n album, niet echt wetend waar België ligt.

Ach, zeggen we dan, als de muziek maar goed is. En we kunnen u gerust stellen: de muziek is goed, meer dan goed. Komt het door het feit dat Hersch niet wist, zoals hij schrijft, dat er opnamen werden gemaakt, dat er zo heerlijk onbekommerd wordt gemusiceerd? Een waar feest is dit album en dan overdrijven we geenszins.

Al direct aan het begin worden we getrakteerd op een heerlijk fris klinkend 'We See' van Thelonious Monk. Ze zaten daar in Flagey vast direct op het puntje van hun stoel. Het speelse 'Snape Maltings' componeerde Hersch tijdens een tournee door Engeland, niet wetende dat dit tevens de woonplaats was van de componist Benjamin Britten en zijn levenspartner, de tenor Peter Pears. In dat geval zal Hersch ook wel niet weten dat hier ieder jaar het prestigieuze Aldeburgh Festival wordt georganiseerd, waar natuurlijk veel muziek van Britten klinkt. Hersch vond slechts de naam van dit dorpje intrigerend en hoorde er blijkbaar deze ietwat clowneske melodie in. Hébert kan er in ieder geval lekker smooth op soleren.

In 'Scuttlers' mag McPherson beginnen met zijn speelse percussie, allengs geflankeerd door ongeregelde patronen van Hersch en Hébert. Eveneens uit de koker van Hersch komen drie tributes aan collega-musici. De Britse pianist John Taylor wordt vereerd met het intieme 'Bristol Fog', waarin we Hersch' ragfijne pianospel kunnen bewonderen, prachtig hoe hij hier de mist verklankt. Aansluitend eert hij saxofonist Sonny Rollins met 'Newklypso', vanwege het feit dat - zo legt Hersch zelf uit - Rollins graag calypso's speelde en zijn bijnaam Newk is. En zo krijgen we natuurlijk een energiek swingend stuk met puntig pianospel, een heerlijke groove op de bas, bijpassend strak slagwerk en natuurlijk een lekker vette drumsolo. Tot slot eert Hersch de uit New Orleans afkomstige Tom Piazza met 'The Big Easy', de bijnaam voor New Orleans. Een stuk waarin we de blues van deze zuidelijke stad horen. Of de toetsen aan Hersch zijn vingers kleven, zacht als boter.

Na zes stukken van Hersch zelf vinden we op dit album nog twee covers van Wayne Shorter, 'Myako' en 'Black Nile' en een toegift waarin Hersch een solo-uitvoering geeft van Monks 'Blue Monk'. Het publiek van Flagey ging ongetwijfeld tevreden naar huis na dit enerverende optreden, zoals wij nu de cd tevreden opbergen. Of draaien we hem nog een keer? Doe maar dat laatste.

Zaterdag 14 juli treedt het Fred Hersch Trio op tijdens het North Sea Jazz Festival.

Labels:

(Ben Taffijn, 8.7.18) - [print] - [naar boven]



Cd
HALA - 'HALA' (Cantina, 2018)


Helene Richter is geen meisje dat je op een gure midwinternacht in een moeras of zo moet tegenkomen. Want hoewel ze heel onschuldig oogt - ze reikt net tot je schouder en heeft zelfs kuiltjes in haar wangen - voert ze altijd wat in haar schildje. Daar kun je vergif op innemen.

En bij Zazel, wat wordt daar in de krochten van Il Sole In Cantina in vredesnaam gebrouwen? Daar zou de Keuringsdienst van Waren eens een kijkje moeten nemen en wat monsters mee moeten nemen. Het nummer 'Skin-Deep' heeft niets van doen met Louie Bellsons feature in de Ellington-band; het is, net als de overige stukken, een eigen compositie. Hier lijkt de chanteuse met hoog opgetrokken knieën door een knekelveld te waden. Je bent toch altijd bang dat een botje knapt. (Om over de schedeltjes maar te zwijgen.) Het beste wat je van 'The Sceaming Nightingale' kunt zeggen is dat de catharsis kortstondig is.

In 'Just A Dream?' is Helene de Alice die door het konijnenhol is verzwolgen. Maar je mag je afvragen of zo'n meiske dat bij voorkeur boven de 10.000 hertz communiceert wel zo onbevangen is. Het is een droom, alles is mogelijk. In de 'Little Ugly Duckling Blues' krijst de kunstenares alsof ze het diertje eigenhandig heeft betoverd.

Met dit album heeft Helene Richter haar eigen magische universum gecreëerd. Compleet met ridderorde. Die ridders zijn Arno Bakker (sousafoon), Leonardo Grimaudo (gitaar) en Aleksandar Skoriç (drums). Een huurlegertje, een uit half Europa samengeraapt zootje. Maar wel onvoorwaardelijke trouw beloofd. In 'Knights In Shining Armour' proberen ze de edelvrouwe eruit te schreeuwen. Da's onbegonnen werk.

Arno Bakker is de belangrijkste solist hier. Hij zet de muziek in glanzende donkere tinten. Een heel enkele keer schiet hij door naar de tromboneregionen, maar voor het overige is het allemaal obscurantisme wat de klok slaat.

Een album voor al uw duistere momenten, zou ik zeggen.

Labels:

(Eddy Determeyer, 5.7.18) - [print] - [naar boven]



Nieuws
Jasper van 't Hof wint Buma Boy Edgar Prijs 2018


De Buma Boy Edgar Prijs, de belangrijkste prijs in Nederland op het gebied van jazz en geïmproviseerde muziek, werd afgelopen vrijdag 29 juni tijdens inJazz in Rotterdam toegekend aan pianist/toetsenist en componist Jasper van 't Hof. Van 't Hof (1947) geniet bekendheid als virtuoos toetsenist en is een van de meest actieve jazzmusici van Europa. Zijn nieuwsgierigheid maakt hem tot toonaangevend vernieuwer in de Europese jazzscene, op (elektrische) piano, synthesizer en ook kerkorgel. Hij beperkt zich niet tot één stroming, maar speelt bebop, freejazz, groove-jazz, jazzrock, fusion, pop en wereldmuziek. Meermaals werd hij door internationale jazztijdschriften uitgeroepen tot beste jazzpianist van Europa. Hij schreef meer dan vijfhonderd composities en bracht bijna tachtig cd's uit.

Op twintigjarige leeftijd brak Van 't Hof internationaal door met de jazzrockgroep Association P.C. van Pierre Courbois. Hij maakte zodanig naam dat hij werd uitgenodigd te spelen met musici als Archie Shepp en het combo Piano Conclave (met onder meer George Grüntz en Keith Jarrett). Met Charlie Mariano richtte hij de groep Pork Pie op, waarmee ze samen met Philip Catherine, Aldo Romano en Jean-François Jenny Clark Europawijd volle zalen trokken. Als pionier verbond hij in de jaren tachtig westerse jazz met Afrikaanse muziek. Met zijn groep Pili Pili had hij decennia lang veel succes en bood hij een podium aan jonge talenten. Zowel solo als in ensembles treedt Jasper van 't Hof nog veelvuldig op in het buitenland en de laatste jaren ook vaker in Nederland.

Van 't Hof wordt door de jury geroemd om het imposante oeuvre dat hij de afgelopen vijftig jaar internationaal geproduceerd heeft, zijn veelzijdigheid in muzikale genres en het feit dat hij zich niet op één muzikale richting laat vastpinnen. Daarnaast wordt verwezen naar zijn open blik en samenwerking met de nieuwe generatie musici en dat hij ondanks zijn enorme staat van dienst daardoor nog steeds met beide benen in de jazzactualiteit staat.

Onderdeel van de Buma Boy Edgar Prijs is een door Van 't Hof zelf samen te stellen concertavond op 6 december 2018 in het Bimhuis in Amsterdam. Dan zal hem ook de prijs, bestaande uit een geldbedrag van € 12.500 en een plastiek van Jan Wolkers, overhandigd worden.

Foto's: Donata van de Ven & Cees van de Ven

Labels: ,

(Donata van de Ven, 3.7.18) - [print] - [naar boven]



Cd
Greg Lamy Quartet - 'Press Enter' (Igloo, 2017)


De gitarist Greg Lamy komt oorspronkelijk uit New Orleans, zeg maar het heartland van de jazz, maar verblijft al sinds het begin van dit millennium in Europa en dan vooral in Parijs en Brussel. Die twee werelden zie je terug in zijn lange lijst van samenwerkingen. Een van de vehikels daarbij is het kwartet met saxofonist Johannes Müller, bassist Gautier Laurent en drummer Jean-Marc Robin. Met dit kwartet, dat in 2007 werd opgericht, bracht hij in 2013 'Meeting' uit en vorig jaar 'Press Enter'.

Het is lekker stevige muziek, waarin Lamy zich een gitarist betoont op het snijvlak van jazz, blues en rock. Met 'Control Swift' weten we direct in welk vaarwater we zijn beland, dat van de blues. Lamy laat zijn gitaar prachtig zingen in een vette, swingende solo en denkt daarbij zeker ook aan het rauwe randje. Weldra mag Müller het estafettestokje overnemen en doet dat met evenveel flair. Dan is het weer tijd voor de stomende ensemble-akkoorden. De band is heerlijk op dreef en de toon is gezet. En zoals dat hoort, laat men in 'There Will Be' de teugels wat vieren. Maar de blues houden ze erin, nu slepend, met een dramatisch kantje. In de ballad 'A.-C.' gaat het tempo nog verder omlaag. Laurent valt hier op met ingetogen spel op de contrabas, Müller met een fijne, ingetogen klank en natuurlijk Lamy met spel dat de nuance zoekt.

In 'Exit' pookt het kwartet het vuurtje weer lekker op. Müller excelleert in een romige solo en Lamy laat zijn gitaar weer heerlijk janken. Maar zonder de ritmetandem Laurent-Robin zou het maar saai zijn. Met name Robin betoont zich hier een strakke slagwerker die de muziek flink laat stomen. Ook 'Erase' is een ballad en bevat mooi spel van Laurent en Robin, met vilten stokken. Müller tenslotte weet ons weer op onze gevoelige plek te raken in 'Blues For Jean'.

Opzienbarend is de muziek van dit kwartet niet, maar met 'Press Enter' ligt er intussen wel een album dat heerlijk wegluistert, probeer maar.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 2.7.18) - [print] - [naar boven]



Jazzradio
Jazz Rules #157


In de laatste uitzending van dit seizoen hoor je gloednieuwe muziek van DelVita. Dat is de band van de broers Peter en Steven Delannoye, Toni Vitacolonna, Janos Bruneel en David Thomaere. Hun album heet 'Abyss'.

Dirk Roels draait ook nieuw werk van het kwartet van gitarist Marco Locurcio, met onder anderen Jean-Paul Estiévenart op trompet. Gitarist Benjamin Sauzerau heeft onlangs een soloalbum uitgebracht op het Suite-label. En dan is er de langverwachte dubbel-cd 'Heaven and Earth' van Kamasi Washington, die we komende zomer aan het werk gaan zien op Jazz Middelheim.

Klik hier om Jazz Rules #157 te beluisteren.

(Maarten van de Ven, 30.6.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Multitalent palmt publiek volledig in

Richard Bona Group, vrijdag 22 juni 2018, LantarenVenster, Rotterdam

Een bassist van wereldklasse, gezegend met een hemelse stem en een dijk van een repertoire, dat bovendien ook nog eens gevarieerd is. Dat kan gewoon niet stuk. In LantarenVenster zag ik Bona voor de zesde keer en ik blijf me verbazen. Elke keer slaagt hij erin om vanaf de eerste minuut het publiek volledig naar zijn hand te zetten. Dat doet hij door meteen contact te zoeken en op een speelse en humoristische manier door zijn set heen te werken. Af en toe begon het op stand-upcomedy te lijken. Maar het werkt, ook hier weer. Het publiek kon er geen genoeg van krijgen en werd in de laatste toegift getrakteerd op een slaapliedje dat eindigde in een soort religieuze sessie, compleet met 'wijwater'.

Vergis je niet, want ook al manifesteert Richard Bona zich als de meest interactieve liveartiest die ik ken, muzikaal gezien blijft het gebodene van topkwaliteit. Zeker vanavond was Bona goed op dreef. Achteloos en spontaan strooide hij rijkelijk met virtuoze loopjes op zijn bas en plaatste hij regelmatig een onverwacht accent. Oud en bewezen repertoire zoals 'O, Sen, Sen, Sen', 'Te Dikalo' en 'Balakatun' werd aangevuld met nieuw repertoire. Er kwam zelfs een rocknummer voorbij, geïnspireerd op de muzikale voorkeur van Bona's zoon: speed garage trash of zoiets.

En hier raken we aan nog een kwaliteit van Bona. Hij is een fusionman die met het grootste gemak zijn muzikale roots uit Kameroen verbindt met andere muzikale culturen. In die zin kwam deze avond zo'n beetje de hele wereld voorbij. De Afrikaanse mix met Caraïbische, Cubaanse en vanavond zelfs met Indiase muziek is steeds weer verrassend.

De uitstekende bandleden die elk een prima solo afleverden kregen even rust toen Bona alleen op het podium een mooie act met samples en overdubs uitvoerde. Sommigen vinden het een beetje te veel de kant op gaan van entertainment en dat snap ik wel. Bona is, terecht, de grote man op het podium, daar kun je echt niet om heen. Het zou wel eens spannend zijn om hem weer eens samen te zien met grootheden van hetzelfde kaliber, die puur voor de muziek gaan. Blijft staan dat Richard Bona een innemende persoonlijkheid is, die bol staat van vele talenten en gegarandeerd een prima concert weet neer te zetten.

Klik hier voor foto's van dit concert door Johan Pape.

Labels:

(Johan Pape, 29.6.18) - [print] - [naar boven]



Cd
Echoes Of Swing – 'Travelin’' (ACT, 2018)

Opname: 5-7 september 2017

Vooropgesteld: live is dit nog een stuk aardiger. Wanneer je Echoes Of Swing in een ruimte met een goede akoestiek hoort, bij voorkeur natuurlijk in een stokoude danszaal of dito restaurant, zit je gebeiteld. Meer precies: in Manhattan anno 1940. Want dat is het klankideaal van dit internationale Duitse kwartet. De kleine swingformaties van die tijd en dan met name het John Kirby Sextet. Alleen doen de Echoes het met nog twee instrumenten minder. De combinatie van de oersolide linkerhand van pianist Bernd Lhotzky en de basdrum van Oliver Mewes elimineert alvast de noodzaak van een contrabas. En de slimme permutaties van trompet en altsax verrichten wonderen.

Het dichtst bij The Biggest Little Band In The Land, zoals het Kirby Sextet ook wel werd genoemd, komen de muzikanten in 'Gan Hyem', een compositie van trompettist Colin T. Dawson. Elders ('On A Turquoise Cloud') is Duke Ellington de inspiratie, maar ook Sidney Bechet ('Southern Sunset') en Coleman Hawkins ('Disorder At The Border') hebben bronmateriaal aangeleverd. Lhotzky groef zelfs zo diep dat hij bij Franz Schubert uitkwam. Diens liederencyclus 'Die Schöne Müllerin' leverde 'Wohin?' op.

Misschien nog wel het verbluffendst werkt de transformatie bij de songfestivalhit 'Volare'. Wanneer u het ongeluk heeft gehad reeds in 1958 op de aardkloot rond te wandelen, bent u er mee doodgeslagen. Edoch ziet: Lhotzky dacht diep over elke noot na, verlegde listig wat accentjes, altist Chris Hopkins zette zijn Pete Brown-keeltje op en 'Volare' vloog ondersteboven achterstevoren binnenstebuiten een heel ander tijdruimtecontinuüm in. Domenico Modugno en Dean Martin hadden hand in hand sprakeloos het nakijken.

De pianist is de knapste arrangeur van het stel. 'Cabin In The Sky' begint met trompet en altsax in een soort middeleeuws contrapunt dat in een vriendelijk walsje uitmondt en in 'En Auto' is het 1920 en Zez Confrey wat de klok slaat, toen autorijden nog volop avontuur was. Moeilijk voor te stellen, hè, dat een autoritje ooit echt een sportieve exercitie was.

Klik hier voor een paar geluidsfragmenten van dit album.

Labels:

(Eddy Determeyer, 28.6.18) - [print] - [naar boven]



Festival
Doek Festival 2018 - Dag 3

Eric Boeren 4tet / Ab Baars Trio / The Coimbra Project, zaterdag 16 juni 2018, Bimhuis, Amsterdam

Het Eric Boeren 4tet buigt zich over de nalatenschap van saxofonist en vernieuwer Ornette Coleman, door twee stukken van de meester te brengen en nieuw werk in de geest van. Back to basics is een goede benaming voor dit kwartet. Han Bennink met zijn cajón en zijn snaredrum, Wilbert De Joode met zijn contrabas, Eric Boeren op trompet en Michael Moore op altsax. En dat is het, minimaler kan bijna niet. Iets wat nadrukkelijk niet geldt voor de muziek die hier wordt gemaakt. Die is maximaal aan klankrijkdom. De melodische en ritmische patronen waar Coleman beroemd door werd zitten erin, maar deze musici kiezen natuurlijk niet voor braaf naspelen; zij overgieten het geheel met hun eigen sausjes. Zoetgevooisd klinken de twee blazers in 'Chant #1', dat vanavond zijn première beleeft, terwijl Bennink het geheel voorziet van krachtige accenten. Verderop horen we Moore in een solo zoals alleen hij dat kan, met een ragfijne klank en haarscherp. Wat een muzikaliteit! En dan het onstuimige 'Sewing', eveneens een nieuw stuk, waar Bennink volledig in trance excelleert, zittend en drummend op zijn cajón, er luid bij zingend. In 'Charmes', eveneens een compositie van Boeren, zijn het Moore en De Joode die elkaar vinden in een prachtig duet, Moore kiezend voor zuivere lyriek op De Joode's eclatante strijkbewegingen, tot Moore overstapt op het geluid van een afvoer die wordt ontstopt. Het kan allemaal bij dit kwartet.

Het trio van Ab Baars, met De Joode op contrabas en Martin van Duynhoven op drums, mag inmiddels een instituut worden genoemd binnen de Nederlandse vrije improvisatie. Gelukkig stonden ze hier weer, nog steeds scherp en fris alsof het trio zo juist werd gestart, maar tegelijkertijd met een doorwrochte manier van musiceren die dit idee direct logenstraft. Want die bijna dertig jaar is hier in iedere noot te horen. Deze drie mannen kennen elkaar door en door, zijn elkaar volledig toegewijd en hebben aan het geringste teken van communicatie genoeg. Ze spelen stukken die hun oorsprong vinden in 'West Side Story' van Leonard Bernstein, zoals ooit Oscar Peterson met zijn pianotrio deed, een belangrijke inspiratie voor dit project. "Going in and out of the music" noemde hij dat, waarmee hij bedoelde dat muziek leeft en iedere nieuwe uitvoering weer wat toevoegt aan het origineel. Dit trio rekt de originele stukken in ieder geval zodanig op dat je heel goed moet luisteren om het origineel te herkennen. Niet voor niets voorzag Baars de stukken ook van nieuwe titels. Zijn spel blijft daarbij bijzonder. Als geen ander weet hij emotie in zijn geluid te verweven. Direct aan het begin van 'One', dat 'One Hand, One Heart' reflecteert, gaat het geluid van zijn tenorsax door merg en been en klinkt hij aards en onstuimig. In 'So, Me, Where', dat natuurlijk verwijst naar 'Somewhere' en waarin hij op klarinet is te horen, weet hij de melancholie van deze klassieker uitstekend te raken. In 'Oh Moon, Grow Bright', dat 'Tonight' als grondslag heeft, mogen we genieten van de kwaliteiten van Van Duynhoven in een prachtige, eclatante solo. Mijn buurman maakt de opmerking dat hij schildert met klank, een raak gekozen observatie. De Joode komt erbij, een bassist die met zeer weinig middelen het ritme een gigantische impuls kan geven en het trio is volledig op stoom. Baars voegt zich er probleemloos in. Een structuur die we ook in 'But It Is' vinden, een stuk dat zijn basis heeft in 'Something’s Coming' vinden.

The Coimbra Project ontstond in 2017 tijdens een residentie die tenorsaxofonist John Dikeman, trompettist Luis Vicente en bassist Hugo Antuns aangeboden kregen in het Portugese Coimbra. Ze vroegen pianist Alexander Hawkins en drummer Roger Turner om mee te doen. Met deze zelfde ploeg, met uitzondering van Turner die wordt vervangen door Mark Sanders, staan ze hier nu in het Bimhuis. Over de zinderende, onstuimige, weerbarstige set, één lange improvisatie, kunnen we kort zijn. Hier staan vijf muzikanten die tot de internationale top van dit moment behoren, daar getuigt iedere noot van. Verstilde klanksculpturen - met name Sanders en Antunes ontlokken op zulke momenten de meest bijzondere geluiden aan hun bas en drumstel - worden afgewisseld met elektrificerende momenten, waarin de musici alles geven wat ze in huis hebben. We kennen Dikeman met zijn heftige spel waarin hij gierend door de bocht gaat en de ene heftige uithaal laat volgen door een volgende, onvermoeibaar. Vincente is zijn evenknie en een meer dan spannende trompettist. Lyrisch met een zuidelijke inslag, maar evengoed in staat tot het produceren van dwarse, onstuimige, gruizige klanken. En dan zijn er die solo's van Hawkins, waarbij zijn vingers bijna over elkaar struikelen - zo enerverend schieten zijn handen over het klavier, verdichte ritmische patronen leggend. Vijf musici die met elkaar een maalstroom aan klanken produceren, ons laten horen hoe spannend vrije improvisatie kan zijn en deze derde dag van het Doek Festival groots afsluiten.

Foto's: Maarten van de Kamp

Het concert is terug te horen via Bimhuis Radio:

Labels: , ,

(Ben Taffijn, 27.6.18) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Tower Of Power - 'Soul Side Of Town' (Artistry, 2018)

Opname: 2012-2017

Ja, alles is lang geleden, pleeg ik wel tegen mijn buddies te zeggen wanneer we in een nostalgische bui zijn, of gewoon een beetje cynisch. Neem zo'n Tower Of Power. Bestaat alweer vijftig jaar. Het moet niet gekker worden. En er is echt niet zo waanzinnig veel veranderd. Misschien is de productie anno 2018 wat slicker dan in de beginjaren. Maar de formule, een mix van James Brown en Blood, Sweat & Tears, met staccato blazers en een ratelend en zwiepende ritmesectie, plus zangkoortjes in hogere sferen, is in wezen onveranderd. Nog altijd speelt de band met de precisie van het spreekwoordelijke Zwitsers uurwerk. En het werkt nog prima: danszalen over de ganse aardkloot blijven volstromen en blijven bonken en bollen van dansvreugde.

Van de andere kant voelt de aanpak van T.O.P. ontegenzeglijk eenvormig en in formules gevangen. De zang is pseudo-extatisch en gedateerd, de solo's blijven beperkt tot essentiële licks. Wanneer de blazers en het orgel wat meer lucht krijgen, zoals in 'Butter Fried', breekt gelijk de zon door.

Halen ze de honderd? Dat mag betwijfeld worden; deze opnamen, waarvoor de eerste grondverf reeds in 2012 werd aangebracht, werden geteisterd door de tand des tijds, die ook deze voormalige hippies uit Oakland te pakken kreeg. Pas na een niertransplantatie en twee nieuwe heupen kon 'Soul Side Of Town' onthuld worden.

In de Jazztube hierboven zie je Tower Of Power bij 'Later... with Jools Holland' (BBC) met 'Soul Side Of Town'.

Labels: ,

(Eddy Determeyer, 25.6.18) - [print] - [naar boven]



Festival
Doek Festival 2018 - Dag 2

Amagi / Stadhouders, Oliver, Vitols, 't Hart, Rosaly / Hoogland, Sylla, Rosaly, vrijdag 15 juni 2018, Bimhuis, Amsterdam

De tweede avond van het Doek Festival vindt plaats in het Bimhuis. Grensverleggende nieuwe projecten van Wolter Wierbos, Jasper Stadhouders en Oscar Jan Hoogland geven ons een goed beeld van wat we anno 2018 verstaan onder jazz. Een paar zaken die de projecten onderling met elkaar verbinden, ontlokt aan ons deze uitspraak. Zo blijken de projecten een ontmoetingsplaats tussen verschillende culturen, wat vooral geldt voor het project van Wierbos en dat van Hoogland, iets wat zich tevens vertaald in het gebruik van niet-westerse instrumenten. Klank staat in alle drie de projecten centraal en gaat een boeiende mix aan met meer traditionele categorieën als harmonie, melodie en ritme en het experiment - het zijn tenslotte DOEK-leden - wordt daarbij niet geschuwd.

In Amagi heeft Wolter Wierbos een groep Turkse musici om zich heen verzameld. Het woord is Sumerisch voor vrijheid, zo laat Wierbos ons weten, en dat begrip is onverkort van toepassing op dit project. Deze musici nemen de vrijheid om oude Turkse volksliederen te bewerken en - interessanter nog - aan elkaar te verbinden middels momenten van vrije improvisatie, waarin het naar hartenlust aan alle kanten knettert. Direct aan het begin zit zo'n prachtige passage, waarin we trombonist Wierbos basklarinettist Oguz Büyükberber horen uitdagen tot een boeiende dialoog. Een opvallende rol is tevens weggelegd voor Korhan Erel, die met haar live elektronica heerlijke geluiden in het rond strooit. Het type elektronische geluiden dat we tegenkomen in videospelletjes. Ze doet dat terloops, bescheiden en exact op het juiste moment. Het levert iedere keer weer een aangename verrassing op. En haar duet met Wierbos, waarbij de klanken van deze zo verschillende instrumenten op grootse wijze samenvallen, blijft ons nog wel even bij. Giray Gürkal op de Turkse luit, Gülşah Erol op cello en zangeres Eva Hoogland dragen de traditionele, zeer lyrische Turkse liederen. Muziek waar de beide blazers ook prima raad mee weten; met name Büyükberber laat zijn basklarinet hier overtuigend zingen.

Jasper Stadhouders liep al geruime tijd rond met het project dat hij hier presenteert onder de naam Stadhouders/Oliver/Vitols/'t Hart/Rosaly om daarmee de gelijkwaardige rol van eenieder te benadrukken. Hij is zeker van plan om hiermee door te gaan doen, dus de kans is zeker aanwezig dat we hem in deze constellatie vaker gaan zien. We zien ernaar uit, want Stadhouders heeft met dit project beslist een nieuwe stap gezet. Samen met Vitols componeerde hij de stukken die prachtig balanceren op de grens van lyriek en geluidskunst. Hemzelf horen we op akoestisch gitaar, waaraan hij soms opvallend melodische patronen ontfutselt. Tevens heeft hij vier opvallende musici voor dit project aan zich weten te binden. Harpo 't Hart had ik nog niet eerder horen spelen met zijn analoge modulaire synthesizer, maar hier drukt hij in ieder geval een onuitwisbare stempel op de muziek met zijn futuristische noise. Hij opent 'Accidentals Don’t Carry' op een indrukwekkende wijze en breekt ook in het verdere concert op de meest onverwachte momenten in voor verfrissende aanvullingen. Mary Oliver, afwisselend op viool en altviool, voelt zich eveneens prima thuis in dit kwintet en levert de ene flitsende solo na de andere. Zo soleert ze heel ingetogen en intens aan het begin van 'Drinks & Logistics', waarna het kwintet in een maalstroom geraakt waarin de folk doorklinkt. Op zulke momenten komen bassist Uldis Vitols en drummer Frank Rosaly uitstekend tot hun recht. Zij vormen een ideale ritmetandem en stuwen het geheel naar grote hoogte.

Rosaly mag na de pauze terugkomen voor het project van Oscar Jan Hoogland. Een trio waar hij de van oorsprong Senegalese instrumentalist en stemkunstenaar Mola Sylla voor uitnodigde. Die laatste kennen we natuurlijk van Reijseger/Fraanje/Sylla, maar horen we hier toch in een wat andere hoedanigheid. Want wie Hoogland kent, weet dat in dit concert het experiment centraal staat. En ja hoor, daar zit hij achter zijn clavichord met een batterij aan speeltjes, van megafoons tot een elektrische melkschuimer, van een cassettespeler tot allerhande schaaltjes en bordjes. Hoogland speelt, letterlijk, en het is altijd weer een genot de man bezig te zien en natuurlijk te horen. Want hoe losjes hij het allemaal ook moge doen, het past wonderwel. En zeker bij het slagwerk van Rosaly, die in dit concert naast zijn drumstel eveneens gebruikmaakt van een kist vol materiaal. En dan hebben we de van oorsprong uit Senegal afkomstige Sylla. Of hij nu fluistert, praat, zingt of gewoon een zee van klanken produceert; het is altijd weer indrukwekkend. Werkend vanuit een enorme rust, regelmatig nippend van zijn kopje thee, voegt hij zijn eigen stem toe en vult dat aan met het geluid van zijn duimpiano en zijn luit.

Foto's: Maarten van de Kamp

Labels: ,

(Ben Taffijn, 25.6.18) - [print] - [naar boven]



Cd
John Faxe – 'I Am Awake' (Losen, 2018)

Opname: 10-11 oktober 2017

De thema's van saxofonist Borge-Are Halvorsen hebben een hoog meebromgehalte. Soms lijken ze vluchtig te refereren aan bestaande melodieën, zoals in het geval van 'Unspoken' (Billy Strayhorns 'Passion Flower') en 'Cara' (King Crimsons 'In The Court Of The Crimson King'). Maar ook 'Atlantis', een modaal stuk met een funky tic en 'Lift Off', een intrigerend weefsel met verdichtingen en verdunningen, liggen lekker in het oor. In 'Navigare Necesse Est' steekt pianist Martin Sandvik Gjerde van wal op een in het maanlicht badende spiegelgladde fjord, om halverwege te moeten constateren dat hij misschien toch maar beter een zwemvest mee had kunnen nemen.

Maar spannend, nee, echt spannend worden de avonturen van John Faxe nergens (het kwartet noemde zich naar zijn repetitielokaal in de Norges Musikhogskole). Precisie, ja, precisie is de groep niet vreemd. Logica, ook geen gebrek aan. Ondanks hun beweeglijkheid zullen de muzikanten niet gauw botsen. Maar goed, ook robots leren dat rap.

De revolutie zullen we met John Faxe niet winnen, maar een nachtje genoeglijk gezamenlijk aan de aquavit moet kunnen. En vervolgens zouden ze 'Tajta Jeans', dat funky stukkie, nog eens moeten spelen.

Klik hier om geluidsfragmenten van dit album te beluisteren.

Labels:

(Eddy Determeyer, 24.6.18) - [print] - [naar boven]



Festival
Doek Festival 2018 - Dag 1

Low, Slow, And Wobbly / Subtext, donderdag 14 juni 2018, Splendor, Amsterdam

De zeventiende editie van het DOEK Festival ging van start met een keur aan musici die met elkaar de liefde voor de vrije improvisatie delen. Het motto dit jaar is ontleend aan een album van een van de grondleggers van de free jazz, 'This Is Our Music' van Ornette Coleman. Hier slaat het op de musici die hun eigen ensemble deze dagen aan ons presenteren. Soms zijn dat groepen die al jaren bestaan, zoals het Ab Baars Trio dat zaterdag speelt, maar veel vaker zijn het nieuwe initiatieven, zoals de twee groepen die op de eerste avond in Splendor acte de présence geven.

Het eerste project, Low, Slow, And Wobbly heeft Michael Moore als leider en inspirator en kent verder twee trombonisten, Salvoandrea Lucifora en Joost Buis, en twee rietblazers, Giuseppe Doronzo en Ziv Taubenfeld. Twee pijlers heeft dit ensemble. Allereerst is er de kracht van die bezetting. Met vijf blazers, ieder met een ander toonbereik en een ander timbre kun je hele mooie dingen doen. Je kunt de diverse klanken naast elkaar zetten, maar je kunt ze ook met elkaar mengen, dicht naar elkaar laten kruipen. Je krijgt dan prachtige sfeertekeningen, zoals in het stukje titelloze impro. Waarbij de musici er overigens ook behagen in scheppen om aan de drone-achtige, sfeervolle vergezichten te ontsnappen met speelse capriolen.

Moore zelf op altsax laat gierend hoge noten opdwarrelen uit een nevel van geluid, opgetrokken door basklarinet, baritonsax en trombones. Bijzonder is ook 'Trombone Met Drie Saxen', dat nodig door Moore van een andere titel moet worden voorzien. Maakt niet uit, die ene trombone - hier in handen van Buis - is goed voor een prachtige, melodieuze solo. Een tweede pijler is de invloed van de Zuid-Albanese iso-polyfonie, en dan met name de structuur van vraag en antwoord. Het werkt in 'Kaba' als een waar groepsgesprek, iedere spreker met zijn eigen klank en temperament. Het levert een bijzondere symbiose van delicate en verfijnde klanken. Het zit ook in de afsluiter van dit wonderlijke concert, 'Atje Te Vra Në Lüne', een Albanees volksliedje dat vergezeld gaat van een weemoedig element en waarin de klanken van de blazers prachtig samenvallen. Een gouden greep, dit project van Moore. We gaan er ongetwijfeld meer van horen.

Het nieuwe project van de pianisten Kaja Draksler en Marta Warelis peutert aan alle mogelijke grenzen. Ze ontwikkelden Subtext samen met de dansers Lily Kiara en Michael Schumacher, die ze leerden kennen tijdens het Doek Festival vorig jaar. Muziek en dans bereiken hier een prachtig evenwicht en de twee pianisten laten hier horen én zien dat zij meer in hun mars hebben dan we tot nu toe van hen zagen. Beiden bespelen de piano, waarbij Draksler een duidelijke voorkeur heeft voor het werken met preparaties, waarmee zij de meest wonderlijke geluiden produceert - we horen klokken, bellen en machine-achtige geluiden, beiden bespelen een keur aan percussie-instrumenten en beiden doen als vanzelf van tijd tot tijd mee met de dansers. De muziek is soms zeer fijnzinnig, vol verstilde, natuurlijk aandoende geluiden, maar regelmatig is het buitenissig en heftig wat dit kwartet ons voorschotelt, zowel muzikaal als in de krachtige bewegingen van Kiara en Schumacher. Vanzelfsprekend maken de dansers, zeker op zulke momenten, eveneens geluid met hun bewegingen, geluid dat deel wordt van de muziek. Bijzonder is de communicatie tussen deze kunstenaars. Je ziet Warelis, staande achter de piano, kijken naar de beide dansers, iedere aanslag wegend op een goudschaaltje. Een prachtig en zeer gedurfd project, dit grensoverschrijdende Subtext, dat het zeker verdient om verder uitgebouwd te worden.

Low, Slow, And Wobbly zal deze zomer ook optreden tijdens de Groningse Jazzfietstour.

Foto's: Maarten van de Kamp

Labels: ,

(Ben Taffijn, 23.6.18) - [print] - [naar boven]



Cd's
Nate Wooley - 'The Complete Syllables Music' (Pleasure Of The Text, 2017)

Opname: 23 april + 24 juli 2011, 7 oktober 2012, 2016
Nate Wooley - 'Knknighgh (Minimal Poetry For Aram Saroyan)' (Clean Feed, 2017)
Opname: 29 oktober 2016

De vanuit Brooklyn, New York acterende trompettist Nate Wooley heeft inmiddels een indrukwekkende staat van dienst opgebouwd. Weinigen bestrijken zo'n brede range aan muzikale stijlen. Abstracte groepsstukken, zoals verzameld in de 'Seven Storey Mountain'-serie, wisselt hij af met de opmerkelijk toegankelijke kwintetalbums. Daarnaast zijn er duoprojecten met collega's als Peter Evans en Ken Vandermark en soloprojecten, al dan niet in combinatie met elektronica. 'Trumpet/Amplifier' zag in 2010 het licht, 'The Almond' een jaar later.

In datzelfde jaar was Wooley tevens artist in residence in The Issue Project Room in Brooklyn, wat uitmondde in de 'Syllables'-serie, die onlangs integraal op vier cd's werd uitgebracht. Voor dit project ging Wooley een bijzonder experiment aan met als doel om de trompet uit zijn bekende context te halen; die van een solo-instrument binnen de jazz met alle technieken en klanken die daarbij horen: "To create the overall 'Syllables' framework I shifted my attention away from the traditional mechanics of trompet, including so-called extended techniques." Maar goed, de vraag is alleen: hoe doe je dat dan? Simpelweg iets niet meer willen is immers niet genoeg. Als je je muziek niet op de traditie wilt bouwen, waarop dan wel? Als kapstok koos Wooley het internationaal fonetisch alfabet, het IPA, wat staat voor een notatiesysteem voor de klanken die in menselijke spraak voorkomen. En in plaats van te werken met harmonie, melodie en ritme kiest hij hier voor drie fysieke elementen die bij blazen komen kijken: de houding van de tong, de afstand van de tanden en de mate van openheid van de keel, naar analogie van het fonetisch alfabet. Een vrij technische benadering met andere woorden. Voor iedere klank maakte Wooley een partituur van een pagina met daarin de 'uitspraak' van een klank en de tijd die daarmee gemoeid is. Alleen de volgorde van de diverse klanken is niet gegeven, die staat de uitvoerder vrij. '[8] Syllabus', dat in 2011 in de Issue Project Room werd opgenomen en dat in hetzelfde jaar werd uitgebracht op cd, is hiervan het resultaat.

Een leuk experiment, maar de vraag is natuurlijk of het ook goede muziek oplevert. Laten we allereerst stellen dat het resultaat van deze exercitie meer weg heeft van hedendaags gecomponeerde muziek dan van jazz en meer lijkt op het werk van componisten als John Cage en James Tenney dan op de muziek van Wooley's eigen kwintet. In zoverre kun je Wooley's experiment dus zeker geslaagd noemen. Het geheel bestaat kort gezegd uit een serie klanken, dat kan gezien het bovenstaande ook niet anders, gescheiden van elkaar door bijzonder lange stiltes. Die klanken duren soms heel kort en soms redelijk lang, klinkend als bijzondere drones. Associaties daarbij te over, van machines tot vogels en zwermen insecten, van kokend water tot de daarbij behorende fluitketel. De enige associatie die je niet hebt is die van de trompet.

In '[9] Syllables' gaat Wooley een stap verder en neemt als uitgangspunt een woord in plaats van losse klanken. En niet zomaar een woord, maar zijn geboorteplaats Clatskanie in Oregon. Dat hij daarmee het principe dat ten grondslag lag aan Syllables - loskomen van alles - loslaat, viel hem ook op: "Performance of [9] Syllables became linear as I made connections with memories of my youth and general feelings of enclosure, warmth, timber, cold. It was fascinating as a personal experiment, showing the power of one's personal history with a word. But as music it was unsuccessful, as it negated my attempt to sidestep traditional musical value. I had lost sight of the original desire to create something that obfuscated not only the technical and aesthetic limitations inherent in the history of the trumpet, but my own sense of what made music 'good' or 'bad.'" Als oplossing koos Wooley ervoor om de trompetklanken te verrijken met elektronica, loopings en andere vormen van manipulatie. Het komt het album in meerdere opzichten ten goede en maakt het tot een rijk en zeer boeiend geheel, met een sterk vervreemdende en duistere sfeer. Machines, tandartsboren en jankende wolven: het is hier allemaal aanwezig.

In 2016 voegt Wooley het uit twee delen bestaande 'For Kenneth Gaburo', een Amerikaanse componist die in belangrijke mate heeft bijgedragen aan de theoretische basis van Wooley's experimenten, hieraan toe. Gebruikte Wooley in '[9] Syllables' het woord Clatskanie, zijn geboorteplaats, hier gebruikt Wooley een stuk tekst van Gaburo, alleen dan zodanig in stukken geknipt dat het niet meer herkenbaar is. In het eerst deel horen we louter de trompet, in het tweede deel voegt Wooley er elektronica aan toe en ook het beluisteren van dit stuk vormt weer een bijzondere ervaring. De cyclus is inmiddels voltooid. De fysieke problemen die het Wooley geeft aan schouders, keel en tanden maken verdere solo-optredens van dit corpus niet meer gewenst, we kunnen ons er iets bij voorstellen.

Voor wie 'Syllables Music' qua experiment net iets te ver gaat, is er het onlangs bij Clean Feed uitgekomen 'KNKNIGHGH', met als ondertitel 'Minimal Poetry For Aram Saroyan'. Laatstgenoemde werd in 1965 beroemd en berucht met zijn gedicht 'lighght', dat uit niet meer bestaat dan deze titel. Noodzakelijke informatie voor de vijf stukken op dit album die de nummers 3 tot en met 8 meekregen. We vinden Wooley hier en alle stukken zijn van zijn hand, naast altsaxofonist Chris Pitsiokos met wie hij menige weerbarstige, maar o zo boeiende dialoog aangaat. Bassist Brandon Lopez en drummer Dre Hočevar completeren het kwartet en bouwen op overtuigende wijze mee aan Wooley's minimale gedichten. Nou ja, minimaal. De muziek klinkt op menig moment eerder maximaal, waarbij het geheel veel weg heeft van een circus met de vier musici als volleerde jongleurs die het maximale aantal borden in de lucht houden. Vallen doet er niet één.

Labels:

(Ben Taffijn, 22.6.18) - [print] - [naar boven]



Boek
'Jazzvogels: De sterkste story's uit de swingpolder'

Auteur: Rudie Kagie / Uitgeverij: Just Publishers, 2018

Was de Nederlandse jazzscene in de jaren vijftig en zestig inderdaad zoveel levendiger en dynamischer dan die van nu? Afgaande op de gepeperde verhalen in Rudie Kagies 'Jazzvogels' moet je haast concluderen dat die vraag bevestigend beantwoord kan worden. Of zijn er nog drummers die hun pistool trekken en omhoog schieten wanneer een onverlaat een verdieping hoger een fluim op hun bekken laat neerdalen? (Leo de Ruiter in de Quelle in Hannover.) Of die in drie talen bekakt kunnen praten? (Joop Korzelius, op goede voet met Leonard Bernstein, jonkheer Loudon en prins Bernhard.) Of die meemaken dat de acteurs van het Living Theatre op een hoop worden gegooid, waarna ze door de gewaarschuwde politie worden afgeranseld? (Michel Samson en Piet Kuiters in Triëst.)

Blijkens de ondertitel heeft de auteur de sterke verhalen van de meest markante muzikanten opgetekend. Het spectrum loopt van tenorsaxofonist Kid Dynamite tot de vrije jazzvogels Willem Breuker en Misha Mengelberg. De Kid, geboren als Arthur Lodewijk Parisius, had tijdens de Tweede Wereldoorlog te maken met het wonderlijk tweeslachtige beleid van de Kultuurkamer. Daardoor werden hij en andere muzikanten van Surinaamse komaf lange tijd met rust gelaten, aangezien Mike Hidalgo de Sicherheitsdienst ter wille was geweest bij het opsporen van publieke vrouwen die de kameraden van de Wehrmacht toverfluiten hadden bezorgd. Allemaal klantjes van het Amsterdamse Wagenwiel, waar het kwartet van de trompettist/gitarist de meute de dansvloer op kreeg met 'Abends In Der Taverne', 'Junger Mann Im Frühling' en 'Schön Das Du Wieder Bei Mir Bist'.

Het hoofdstuk over rietblazer, componist en orkestleider Willem Breuker, Alleen hij was de baas, heeft me een beetje gerustgesteld. Nadat ik een tijdlang positief over zijn Kollektief had geschreven, signaleerde ik in de loop der jaren zeventig een zekere sleetsheid in de band. De wind van voren, meneertje! Tussen Breuker en mij is het nooit meer goed gekomen. Maar trombonist Willem van Manen stapte op nadat hij de prestaties van het Kollektief "van artistiek laag allooi" had genoemd. Bassist Arjen Gorter bleef tot het bittere einde lid van het WBK. Maar ook hij dacht wel eens: "Moet ik nou echt een Aretha Franklin-hit gaan spelen in een slecht arrangement? Wat sta ik hier te doen?" 'Zelden kwam er in onze plaatselijke jazzscene een deprimerender grabbelton voorbij met tweederangs klanken en derderangs humor.' Woorden van criticus Leonard Feather, in april 1993 in de Los Angeles Times.

De mafste vogel? Moeilijk te zeggen. Misschien uiteindelijk toch wel Joop Korzelius. Volgens collega Han Bennink was hij "de allergrootste. Beter dan Wessel Ilcken, die dan misschien wel de eerste moderne drummer in Nederland was, maar voor mij niet per se de beste." Wim Kuylenberg Kwartet, Max Greger Orchester, Flamingo's, Millers, Ramblers, Skymasters, Boyd Bachman - en drank. Echt heel veel drank. Sinds de jaren negentig is Korzelius bewoner van door het Leger des Heils beheerde sociale pensions. Bugelspeler Ack van Rooyen kwam hem nog eens tegen tijdens een herdenkingsconcert voor trompettist Chet Baker - aan wie Kagie eveneens een hoofdstuk heeft gewijd. "Het eerste wat hij vroeg toen hij me zag was: ga jij hier over de consumptiebonnen?"

Foto: Wouter van Gool

Labels:

(Eddy Determeyer, 20.6.18) - [print] - [naar boven]



Jazzradio
Jazz Rules #156


SCHNTZL heeft een nieuwe EP uit. 'Paper, Wind' is onlangs verschenen bij WERF Records en Dirk Roels laat het je integraal horen! Het werd gemixt door Koen Gisen. Verder nieuwe muziek van de jonge Gentse band Bardo en van het nieuwe album 'III' van Gratitude Trio, met onder meer saxofonist Jeroen Van Herzeele.

Er is livemuziek van Small World, de band van pianist Ewout Pierreux en de Zuid-Afrikaanse trompettist Marcus Wyatt en je hoort ook nog Kamasi Washington! Enjoy it while it's fresh!

Klik hier om Jazz Rules #156 te beluisteren.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 19.6.18) - [print] - [naar boven]



Cd
Andrea Brachfeld - 'If Not Now, When?' (Jazzheads, 2018)

Opname: 28 februari / 27 december 2017

Op dit album is geen spoor te vinden van de jaren die fluitiste Andrea Brachfeld in latin-ensembles doorbracht. Het is het resultaat van een jaar meditatie en introspectie. Een liedje met de titel 'The Silence' doet het ergste vrezen. Edoch: dit lijkt eerder een opgewekte speedmars dan een verstild gebed. Maar 'Creating Space' is inderdaad introvert en haar versie van 'Amazing Grace', het enige nummer dat ze niet zelf heeft geschreven, kan zelfs deemoedig genoemd worden.

In 'Listening Song' zoemt Brachfeld bedrijvig van bloem naar bloem, een paar flarden van halfvergeten jaren 60-funkjazz neuriënd. Voor 'Anima Mea' hebben de muzikanten een aantrekkelijk arrangementje vervaardigd, waarin de springerige ziel van de fluitiste alle ruimte krijgt. 'Deeply I Live' heeft een levendig karakter, het is een in wezen sereen walsje dat grondig omgeharkt is. Expressief en pittig zijn adjectieven die ook 'Moving Forward' beschrijven.

Nochtans betrap je jezelf er soms ('Movers And Shakers') op dat je het begeleidende trio - Bill O'Connell op piano, Harvie S op bas en Jason Tiemann op drums - wel eens een of twee nummers zonder de fluit zou willen horen. Niet altijd zitten Brachfeld en haar begeleiders op dezelfde energiebaan.

Labels:

(Eddy Determeyer, 18.6.18) - [print] - [naar boven]



Vooruitblik
North Sea Jazz Festival 2018


"De laatste decennia is het North Sea Jazz Festival uitgegroeid tot een spektakel met vijftien podia, circa dertienhonderd musici en een bezoekersaantal van ongeveer zeventigduizend. De criticasters wijzen erop dat het festival leunt op de grote namen uit de genres: pop, soul, blues en wereldmuziek. Maar zonder enige twijfel blijft de basis van het festival jazz en moderne, geïmproviseerde muziek. In tegenstelling tot de opvatting van puristen is jazz, meer dan andere muziekstromingen, een kunstuiting die voortdurend uitdaagt, vernieuwt en zich laat bestuiven door andere stijlen. Het NSJ is een festival dat in de breedte programmeert en er ook dit jaar met vlag en wimpel in slaagt om vele genres en subgenres over het voetlicht te brengen."

Louis Obbens doet een persoonlijke greep uit het programma en belicht de potentiële smaakmakers van de 39e editie van North Sea Jazz.

Klik hier om zijn vooruitblik te lezen.

Labels: , ,

(Maarten van de Ven, 17.6.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Stevige ritmes en dwarse solo's

Jasper Høiby - Fellow Creatures, vrijdag 8 juni 2018, Chassé Theater, Breda

De Deense bassist Jasper Høiby geldt zonder meer als een van de meest markante en toonaangevende bassisten van dit moment. Hij maakte furore als onderdeel van het grensverleggende pianotrio Phronesis en heeft inmiddels alweer enige tijd zijn eigen kwintet. In 2016 verscheen 'Fellow Creatures' en sindsdien struint hij met deze formatie de podia af. Høiby blijkt daarbij een voorkeur te hebben voor Engelse musici. Niet zo heel verwonderlijk, want de hedendaagse Engelse jazz bloeit als nooit te voren en brengt de ene grensverleggende band na de andere voort. Een aantal van de belangrijke spelers aan dit front zien we in dit kwintet terug. Drummer Jon Scott kennen we van het Kairos 4tet, trompettiste Laura Jurd van Dinosaur en het Chaos Orchestra en tenorsaxofonist Mark Lockheart zit onder andere in Polar Bear. Pianist Will Barry tenslotte is weliswaar een relatieve nieuwkomer, maar dat horen we aan zijn spel geenszins af.

De muziek van dit kwintet is te omschrijven als lyrisch en melodisch en meestal voorzien van een stevige groove. Maar daarmee zijn we er niet. Høiby's composities hebben daarnaast altijd iets tegendraads, een stekelig randje. Mooie melodische lijnen worden altijd op scherp gezet, dwars doorkruist door een speels element. Het is verder zonder meer jazz, maar de Noord-Europese folk klinkt erin door. De drie lange stukken die de eerste set vormen - 'Folk Song', 'Little Song For Mankind' en 'Tangible', die net als de stukken in de tweede set ook op het album staan, leveren genoeg voorbeelden hiervan. De solo's van Jurd en Lockheart in 'Folk Song' zijn eloquent, maar evengoed vliegen ze regelmatig uit de bocht.

Een hoogtepunt in het concert is 'Little Song For Mankind'. In tegenstelling tot de versie op het album is het hier Barry die solo begint in een uitmuntende partij op piano. De blues is het hart en het is fascinerend om te zien hoe zijn vingers dansen rond die ene melancholieke noot. Na enige minuten sluiten Høiby en Scott aan, zeer subtiel en voorzichtig, langzaam bouwend tot er een eenheid ontstaat en als de beide blazers de melodie dan aansluitend oppikken, levert dat weer een mooi voorbeeld van het bovenstaande. Eerst zijn er de akkoorden en dan start het uiteenrafelen.

De tweede set opent met het titelstuk van het album, 'Fellow Creatures'. Ook hier horen we de stevige groove die Høiby en Scott, ondersteund door Barry, als een tapijt neerleggen, en die voor de beide blazers een prima voedingsbodem vormt voor hun creatieve solo's. Eerst unisono akkoorden blazend en dan gaandeweg verder uitwaaierend. Høiby is daarbij de onbetwiste leider; hij zorgt voor de structuur en leidt het geheel in goede banen. Het komt de muziek zeer ten goede en zorgt er tevens voor dat de dwarse solo's - zowel Jurd als Lockheart excelleren hier - optimaal tot hun recht komen. Na het duidelijk op Latijns-Amerikaanse muziek gebaseerde 'Songs For The Bees', dat uitnodigt tot dansen, maar dat evengoed heerlijke dwarse solo's kent, met name van Jurd, krijgen we tot slot nog 'Plastic Island' als ideale afsluiter. Dit duidelijk aan folk schatplichtige stuk zit weer vol kleurrijke melodieën, aantrekkelijke ritmes en speelse vondsten.

Foto's: Louis Obbens

Labels:

(Ben Taffijn, 15.6.18) - [print] - [naar boven]



Vooruitblik
Doek Festival 2018


Genoemd naar het gelijknamige album van Ornette Coleman, een mijlpaal voor de vrij geïmproviseerde muziek, is 'This Is Our Music' het thema van het Doek Festival 2018, een van de avontuurlijkste festivals die Nederland rijk is. Daarmee keert het Amsterdamse impro-collectief Doek terug naar de oorsprong: persoonlijke projecten van de individuele kernleden. Iedere musicus heeft de vrijheid genomen om een groep te kiezen. Het resultaat is een rijkgeschakeerd programma met onder meer twee avonden in het Bimhuis.

Het festival gaat donderdag 14 juni van start in Splendor. Subtext is een kwartet met twee dansers (Lily Kiara en Michael Schumacher) en twee pianisten (Kaja Draksler en Marta Warelis). Dit viertal begon hun samenwerking in 2017, toen zij elkaar ontmoetten tijdens het Doek Festival in workshops en voorstellingen met geïmproviseerde dans en muziek. Zij werden verrast door de ontdekking van gelijkgestemde waarnemingen, interesses en verwonderingen. Low, Slow and Wobbly is een nieuw project van de hand van rietblazer Michael Moore, met een vijftal musici op klarinetten, basklarinetten, alt- en bariton saxofoons en trombones. Zoals de titel al doet vermoeden is de muziek die ze spelen meditatief, kalmerend en intiem.

Op vrijdag 15 juni presenteert trombonist en improvisator pur sang Wolter Wierbos Amagi, een ensemble met Turkse musici die thuis zijn in zowel traditionele muziek als improvisatie. Vervolgens brengt gitarist Jasper Stadhouders een nieuw kwintet met een enigszins ongewone line-up. Drie akoestische snaarinstrumenten, akoestische drums en een zelfgemaakte analoge modulaire synthesizer. De avond wordt afgesloten met een driehoeksverhouding tussen drie steden, drie muzieksoorten en drie personen die binnen de driehoek een positie innemen: zanger Mola Sylla uit Senegal, pianist Oscar Jan Hoogland uit Amsterdam en drummer Frank Rosaly uit Chicago.

Zaterdag 16 juni wordt het programma geopend door het Eric Boeren 4tet, een vlaggenschip van het Doek-collectief. In eerste instantie geïnspireerd door de invloedrijke kwartetten van Ornette Coleman heeft de groep zich in de afgelopen jaren gevormd naar de persoonlijke visie van cornettist Eric Boeren. Compositie en improvisatie worden op briljante wijze vermengd door deze vier improvisatiemeesters. Vervolgens nog een schoolvoorbeeld van Nederlandse geïmproviseerde muziek: het Ab Baars Trio, dat al 30 jaar actief is. Dit drietal is veelomvattender dan het gemiddelde trio met sax, bas en drums, dankzij de hoogst originele muziek die verder gaat dan je zou verwachten van een 'jazz'-trio. De avond wordt afgesloten met The Coimbra Residency, een ensemble dat in 2017 ontstond in het Portugese Coimbra, waar saxofonist John Dikeman ter gelegenheid van twee concerten een ensemble mocht samenstellen met twee buitengewone musici uit de Britse scene: pianist Alexander Hawkins en drummer Mark Sanders.

Op zondag 17 juni vindt de Amsterdam Realbook Fietstoer plaats, die onder leiding van Oscar Jan Hoogland is uitgegroeid tot een van de favoriete onderdelen van het Doek Festival in de laatste paar jaar. Een ongelofelijk spontaan evenement, waarin de exacte details altijd op het laatste moment bepaald wordt. Houd de Doek-website in de gaten.

Tijdens het festival zijn er dagelijks workshops voor getalenteerde improvisatoren in het Bimhuis.

Labels: , ,

(Maarten van de Ven, 14.6.18) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.