|
Draai om je oren Jazz en meer - Weblog |
|
||
|
| |||
Concert Niet één van deze mannen heeft introductie nodig voor de Nederlandse jazzliefhebber, en vooral niet voor wie houdt van old-school, recht-door-het-midden mainstream jazz. Dat betekent veel medium-swing over bekende nummers. Repertoire gebaseerd op een variant van een American Songbook-melodie, een blues of ritmeschema. Als de vorm AABA is komt de melodie twee keer terug over dezelfde harmonie. Dan ga je naar het bruggetje (James Brown "take it to the bridge") om weer terug te komen bij het laatste rondje melodie. Dan de solo's en voordat de laatste keer het thema langskomt is er vaak een vraag-en-antwoord tussen de drums en een of meerdere andere instrumenten. Scott Hamilton is de meester van de winterwollen tenortonen. Vooral bij ballads raken die trillingen je bijna als een fluisterstem, ondanks het ontbreken van romantische tekst. Bij de medium-swing stukken krijg je optimistisch spetteren van melodische improvisatie. Hamilton spint een melodie, als een kantklosster, tot een perfecte draad om er dan een mooi kleedje van te weven. De brede akkoorden van Rein de Graaff aan de piano pakken steeds die noten uit de melodie die een gouden randje krijgen boven op zijn drie-vier- of meer klanken. Het tandem van drummer Eric Ineke en bassist Marius Beets kan dit repertoire midden in de nacht of direct na een winterslaap neerzetten, luttele seconden nadat ze wakker zijn. Ze zijn een solide backbone zoals een ritmesectie betaamt. Ineke bopt sinds de jaren 60 en heeft daarbij enkele generaties saxofonisten opgedreven tot geïnspireerde prestaties. Hier zijn met name bij de medium-swing stukken zijn bekkens soms wat schel, maar de brushes bij de ballads versterken passend de manier waarop Hamilton diep in je ziel grijpt. Met Beets heeft hij middels de Eric Ineke Jazz Express een outlet voor stevige bop en de twee mannen spelen als het werkwoordelijke gezegde 'met twee handen op een buik'.
De avond in TivoliVredenburg wordt aangekondigd door niemand minder dan Wim Wigt, die samen met echtgenote Ria tijdens de pauze en na afloop stapels Timeless Records van alle betrokkenen te koop aanbieden. Hun label wordt inmiddels door de volgende generatie Wigt voortgezet en er zijn prachtige opnames te koop. Verschillende Philip Catherine-albums; als hoofdact of met Toots Tielemans of Chet Baker. Er is ook 'Live At De Tor' van Hamilton met precies het trio dat hier vanavond speelt. De opnames uit 2004 zijn uitgebracht in 2024 en laten horen dat wie albumgeschiedenis schrijft, die blijft. Tekst: Monica Rijpma | Foto's: Sydney Korsse Labels: concert, Eric Ineke, Marius Beets, Philip Catherine, Scott Hamilton, Timeless Records, TivoliVredenburg (Monica Rijpma, 24.9.26) - [print]
- [naar boven] Too Noisy Fish is het trio van pianist Peter Vandenberghe, contrabassist Kristof Roseeuw en drummer Teun Verbruggen, dat zo'n vijftien jaar geleden begon als de ritmesectie van het Flat Earth Society Orchestra. Sindsdien bracht het trio vier albums uit, waaronder 'Fight Eat Sleep' (2013), 'Furious Empathic Silence' (2019) en 'Too Many Fish: 10 Years Too Noisy Fish' (2023), een album waarmee de heren hun tienjarig bestaan vierden door bevriende muzikanten (onder wie Bart Maris en Bruno Vansina) en een schrijver (Dimitri Verhulst) uit te nodigen in de studio en op het podium. Voor hun nieuwe album, 'Tolstoy', zijn ze weer gewoon een trio, al is 'gewoon' bij hen nooit het juiste woord. 'Tolstoy' is een album vol onverwachte wendingen met gevoel voor storytelling en humor. De plaat trapt af met een proloog en eindigt met een epiloog. Daartussen bevinden zich zes tracks, onderverdeeld in twee keer drie tracks, respectievelijk onder de hoofdtitel 'Act I' en 'Act II', telkens gevolgd door een subtitel. Alle composities zijn van de hand van Vandenberghe, met uitzondering van 'Act II: Here’s To You', waarvoor Ennio Morricone tekende. Wat onmiddellijk opvalt als je het album beluistert, is de ruimtelijkheid ervan: het trio laat veel stilte toe, zodat je als luisteraar nooit in ademnood komt. Dat neemt niet weg dat veel nummers een pulserende ondertoon hebben, een drive die je onweerstaanbaar in de ban houdt. Als er één album is dat geen seconde verveelt, dan wel 'Tolstoy'. Voortdurend gebeurt er iets dat je aandacht gaande houdt. Vooral 'Act I: Tolstoy' is een droom van een nummer. Puur muzikaal donder je van de ene verrassing in de andere: soms klinkt het trio als een gestoord combo, dan weer laten ze streepjes weemoed, romantiek en warmte op je los. De muziek is zowel atmosferisch van aard als geheimzinnig en spannend. En dat allemaal zonder dat je het gevoel hebt dat er hiaten zitten in de opeenvolgende tracks of in de tracks zelf. Zoveel is zeker: de mannen van Too Noisy Fish zijn ieder voor zich hun gewicht in goud waard en hebben met 'Tolstoy' een straf album afgeleverd dat uitblinkt in scherpte, speelsheid en ontregeling. Hedendaagse jazz waar je een puntje aan kunt zuigen! Tekst: Patrick Auwelaert | Deze recensie verscheen ook in Jazz&mo' Labels: cd, Kristof Roseeuw, Peter Vandenberghe, Teun Verbruggen, Too Noisy Fish (Patrick Auwelaert, 23.9.26) - [print]
- [naar boven] Zoals veel boeken openen met een citaat van een beroemde schrijver, begint dit filmportret van Tineke Postma met een uitspraak van Thelonious Monk: "Speel op je eigen manier, en je zal gehoord worden." Dat klinkt eenvoudig, maar het is allesbehalve vanzelfsprekend. Landschapsschilders in vorige eeuwen leverden vaak mooi maar anoniem en inwisselbaar werk, en veel instrumentalisten ontpoppen zich tot uitstekende ambachtslieden zonder een echt herkenbaar eigen geluid te vinden. Juist die persoonlijke stem, het punt waarop techniek overgaat in identiteit, blijkt voor velen de grootste uitdaging. Het filmportret dat de Iraanse cineaste Elli Safari van Tineke Postma maakte, opent met een licht geïrriteerde Postma die in een hotelkamer in Amerika een nieuw riet uitprobeert. Ze moppert dat de droge lucht haar klank beïnvloedt, precies die klank waar ze zo naar zoekt. Alles in deze film draait om dat eigen geluid. De documentaire volgt Postma tijdens optredens in de Verenigde Staten en verbreedt zich naar repetities, interviews, optredens en studio-opnames, waarin niet alleen de saxofoniste maar ook de componiste zichtbaar wordt. De opnames en uiteindelijke montage beslaan een periode van bijna tien jaar. Het beeld dat Safari schetst fascineert vanaf het eerste moment. Dat komt in de eerste plaats doordat Safari zelf een 'fan' is van haar onderwerp. Voor de cineaste, gevlucht uit Iran, voelde jazz als een explosie van vrijheid en levensvreugde. In Den Haag maakte ze de eerste glorietijd van het North Sea Jazz Festival mee en werd ze onmiddellijk gegrepen door de improvisatie, de muziek, en alles eromheen. Maar in die jaren werd het jazzveld nog sterk gedomineerd door mannen. Net zoals enkele beroemde Amerikaanse musici in de film opmerken, was het dan ook een verrassing om te horen dat dit krachtige, virtuoze spel werd voortgebracht door een tengere vrouw. Vanuit haar liefde voor improvisatie, en vanwege de opluchting eindelijk een vrouw in dit muzikale firmament te ontdekken, begint Safari haar filmische zoektocht in de voetsporen van Postma. Postma heeft een deel van haar succes te danken aan gunstige toevallen, maar altijd pas nadat ze zichzelf in situaties bracht waarin die kansen zich überhaupt konden voordoen. Ze stond op het juiste moment op de juiste plek, omdat ze er bewust naartoe was bewogen. Vanaf het einde van de lagere school koos ze voor de saxofoon, geïnspireerd door de jazzplaten van haar vader. Vanaf dat moment ook hield ze onverstoorbaar vast aan haar missie: het instrument zo leren beheersen dat het haar eigen stem zou worden. Een belangrijke 'goede fee' op Postma's pad was Terri Lyne Carrington, die haar talent onmiddellijk herkende. Ook haar leraar Greg Osby spoorde haar aan om dat unieke, persoonlijke geluid te vinden. Met beiden speelt Postma nog regelmatig in ensembles. Al vroeg in de documentaire zien we Postma op het podium in de Verenigde Staten, omringd door haar helden en mentoren. Ze ontmoet Wayne Shorter, leert van hem en speelt met hem. Het zijn momenten die haar ontwikkeling zichtbaar versnellen.
Inmiddels is er een ware doorbraak van vrouwelijke instrumentalisten. Waar in de avant-garde jazz lange tijd nauwelijks vrouwen actief waren, zie je nu zowel in New York als in Amsterdam dat het vrouw-zijn wordt overstemd door het talent en de muziek zelf. De titel 'In Her Own Way' raakt meteen de kern van dit portret. Postma werkte vanaf het begin doelgericht, zonder afleiding of franje. Als het gaat om muziek, om het vinden van een eigen geluid, om het ontwikkelen van een muzikale persoonlijkheid, is alles daarbuiten bijzaak. De documentaire toont het pad, de ontwikkeling en de serendipiteit van ontmoetingen die betekenis krijgen wanneer je zelf aanwezig bent op die plekken waar kansen kunnen ontstaan. De mentoren die Postma onderweg tegenkomt, worden volledig ter harte genomen en ondersteunen een introspectie die toch vooral op eigen kracht wordt gevoerd. Volharding en extase wisselen elkaar af, precies de dynamiek die het leven van een geslaagd jazzmusicus kenmerkt. Samen met haar man en muzikale partner, pianist en componist Marc van Roon, krijgt ze een zoon. Een kunstenaarskoppel dat ieder afzonderlijk op topniveau werkt en tegelijkertijd samen professioneel optrekt groeit uit tot een gezin. Ook dat aspect van Postma's leven geeft de documentaire extra diepte. Deze film is op zondag 1 november te zien in Filmhuis Oosterbeek tijdens het jaarlijkse Jazz Film Festival. Klik hier voor meer informatie. Tekst: Monica Rijpma | Foto: Cees van de Ven | Still uit de film 'Tineke Postma, In Her Own Way' Labels: documentaire, Elli Safari, film, Marc van Roon, Terri Lyne Carrington, Tineke Postma (Monica Rijpma, 21.9.26) - [print]
- [naar boven] Ja, kunst! Als je vader je op je vijfde laat horen hoe bijzonder die Sonny Rollins is, komt het natuurlijk nooit meer goed. Zo'n Rollins blijft dan onherroepelijk in je systeem zitten. Wat later kwamen er voor Bennie van Gelder Tina Brooks, Lee Konitz en al die anderen bij, maar in Brouwerij Martinus liet hij horen hoe Rollins bezit van hem had en heeft genomen. Het werd een eerbetoon aan de eerder dit jaar overleden Newk. Hm, zult u zeggen, Rollins op altsaxofoon? Daar had Van Gelder wat op gevonden: de helft van de nummers speelde hij op zijn reguliere alt, de andere helft op C-Melody saxofoon. De C-Melody is in wezen een kleinere tenor die in C gestemd is, in plaats van de gangbare Bes-stemming. In de jaren twintig was de C wijdverbreid in de dansorkesten, doch alleen Frankie Trumbauer had er in de jazz succes mee. Maar op die C-Melody, uit de nalatenschap van rietblazer Willem Breuker (!), kon Van Gelder moeiteloos het hoge fluiten van de alt bereiken en het lage grommen van de tenor. Nou ja, moeiteloos: zo klonk het in ieder geval. Het recital ging indrukwekkend van start met de 'Freedom Suite' (AD 1958) en reikte tot 'Doxy', vóór de toegift en 'Nobody Else But Me', de toegift, van twintig jaar later. Daartussenin 'Round Midnight', wonderschoon, zoals componist Thelonious Monk het ongetwijfeld bedoeld heeft. En die Ben van Gelder, het dreigt eentonig te worden, lijkt alleen maar te groeien. Krachtiger en expressiever en tegelijkertijd verfijnder.
Drummer Wouter Kühne had er woensdag een handje van, zijn solo's uit te laten gaan van eenvoudige patronen, cellen, zeg maar, die dan geleidelijk aan intensiever worden, groeien en groeien. Hoe zijn stokken de vellen raken heeft hij ook volledig onder controle. Al met al een opening van het seizoen waar de stichting Jazz in Groningen zich niet voor hoeft te schamen. Tekst: Eddy Determeyer | Foto: William Maail Labels: Ben van Gelder, Brouwerij Martinus, concert, Sonny Rollins, Ton Felíces, Wouter Kühne (Eddy Determeyer, 17.9.26) - [print]
- [naar boven] Concert Marmoucha Orchestra is het 'huisorkest' van Stichting Marmoucha. De Stichting ontwikkelt muziek- en muziektheatervoorstellingen om de culturele rijkdom uit Zuidwest-Azië en Noord-Afrika (SWANA-regio) onder de aandacht te brengen. Denk daarbij aan associaties met Arabische, Turkse, Armenische en Perzische klanken en Afrikaanse ritmes die samen vele lagen opeenstapelen. Deze uitvoeringen zijn steeds weer een oprechte beleving die de luisteraar meeneemt op een reis naar andere culturen en daardoor naar gedeelde emoties. Afgelopen week was een van deze producties te zien en te horen in Nederland. 'Carried by the Wind' is een productie waarin flamenco, SWANA-muziek en dans samenkomen in doorwrochte composities en geïmproviseerde solo's. De première vond in 2025 plaats in het Bimhuis, als onderdeel van de Flamenco Biënnale Nederland en deze korte tournee in Nederland nu is weer de eerste hernieuwde samenwerking. Er zullen ook opnames worden gemaakt, dus hopelijk komt er nog een album.
Het project komt uit de fuik van de Spaanse zanger, saxofonist en componist Antonio Lizana in samenwerking met Arin Keshishi, muzikaal leider van Marmouche Orchestra. Lizana groeide op in de Spaanse regio die de bakermat is van de flamenco-traditie. Hij weet als singer-songwriter dit genre een nieuwe stem te geven. Daarnaast is hij een virtuoze jazzsaxofonist, en zijn muzikale aanpak sluit goed aan bij de musici van Marmoucha Orchestra, die elk gedegen technische vaardigheden en theoretische ondergrond combineren met vrije improvisatie. Als kind raakte Lizana gefascineerd door de oosterse muziek nadat hij Omar Faruk Tekbilek hoorde. Verlangen doorklinkt in alle mediterrane muziek en bij 'Carried by the Wind' is die passie als 'gedragen door de wind' aanwezig in de zang, de muziek en de dans, zelfs in de atmosfeer van de zaal. Arin Keshishi is muzikaal leider, componist en bassist van Marmoucha Orchestra, en ook al enkele jaren de bassist van het Lizana Kwintet. Lizana en Keshishi bouwden een sterke band op, op basis van hun gedeelde passies.
'Aires de Marrakech' is een lied waarin Lizana zijn liefde voor de Oriënt onder woorden brengt. Het krijgt hier, met een arrangement van violist Oene van Geel, een kamermuziekachtige dimensie. De schoonheid wordt vervolgens geïntensiveerd door de zang en daarna door de hartstochtelijke solo's opgetild. In 'Lizana in Sufiland', een compositie van Keshishi, wordt de Andalusische klaagzang in verheven fusionklanken geplaatst en in bas, percussie en saxofoonsolo opgezweept. Wanneer danser Ahmad Joudeh op het podium verschijnt om de Sama-dans uit te voeren, vervallen de grenzen tussen oost en west. Het gelaagde arrangement dat steeds wisselt met improvisatie zorgt voor een kat-en-muisspel en het geheel brengt het publiek in een gewillige trance. Het levert aan het eind van de avond staande ovaties op. Tekst: Monica Rijpma | Foto's: Sydney Korsse Labels: Ahmed Joudeh, Amare, Antonia Lizana, Arin Keshishi, concert, Marmoucha Orchestra, Oene van Geel (Monica Rijpma, 13.9.26) - [print]
- [naar boven] Qua enthousiasme doet hij nauwelijks onder voor zijn grote goeie god. Een middagje met trompettist en zanger Michael Varekamp in Hingstman werkt zó aanstekelijk dat het niet anders kan dan dat Louis Armstrong zelf even aan de schoorsteen heeft meegeluisterd en "yeah, man!" gegrijnsd. Ook qua uiterlijk heeft Varekamp wel iets van Pops, al is hij een gewone Rotterdamse jongen. (Wacht even: hebben de Louis Armstrong All Stars in 1968 in Rotterdam gespeeld?) In ieder geval, via een lp van Armstrong die hij in de platenkast van zijn vader vond ontdekte Michael op zijn tiende de jazz. Het Town Hall Concert uit 1947. Pa Varekamp wist wel wat-ie in huis haalde. En het is nooit meer goedgekomen. De trompettist ontwikkelde zich breed, speelde met Kenny Ball én Typhoon. Daarnaast is hij altijd heel actief geweest in het theater en de film. Maar oude liefde roest slecht en zo luisteren we zondagmiddag in café Hingstman in Zeijen naar de nakomelingen van de All Stars. Een opgeruimd gezelschap dat inmiddels zó lang onderweg is dat de leden met elkaar kunnen lezen, schrijven en ontbijten. Zo is de samenwerking binnen de ritmesectie voorbeeldig. De contrabas van Harry Emmery legt de basis, zoals dat een goede bas betaamt. Maar met zijn ervaring in allerhand moderne en fusionbands speelt hij soms ook het enfant terrible. Maar goed, deed Arvell Shaw dat in feite ook niet bij Armstrong? (Zoek diens solonummers maar eens op.) Drummer Erik Kooger is een lekkere roffelaar, helemaal in het straatje van Barrett Deems en Danny Barcelona. De snaartrommel, dames en heren, is het begin en het einde van het verhaal. En pianist Harry Kanters is net zo'n breed baasje als Varekamp, met ervaring in ragtime én bebop. Zijn feature is Jelly Roll Mortons 'Finger Breaker'. Een stuk dat precies is wat de naam doet vermoeden. Kanters' linkerhand is indrukwekkend en zijn power is maar net door zijn keyboard te absorberen. In Sidney Bechets hit 'Petite Fleur' klinkt klarinettist Peter Verhas echt 'creools': heerlijk diep en vol. Denk: Edmond Hall. Hij kan ook tekeergaan als een Barney Bigard. In 'Si Y Vois Ma Mère' van andermaal Bechet speelt hij gevoelig en ingetogen als een kind bij de Eerste Communie.
Enfin, via de keuken en de slaapkamer op naar het heilige der heiligen. Het fluwelen kussen waarop Armstrongs Selmer rust. En... dat gastje uit Rotterdam mocht er daadwerkelijk op spelen! We zullen hem maar op zijn woord geloven. Of hij toen de fameuze intro van 'West End Blues' van 28 juni 1928 speelde vermeldt de historie niet, maar in Zeijen vervlecht hij de cadenza zo'n beetje noot voor noot in het coda van 'Basin Street Blues'. Het is en blijft een krachttoer. Enfin, voor degene die zich een indruk wil vormen van de verrichtingen en met name de power van de Louis Armstrong Celebration Band is de eponieme cd op Timeless (TTD 670) geknipt. Tekst: Eddy Determeyer | Foto: Hammie van der Vorst Labels: concert, Erik Kooger, Harry Emmery, Harry Kanters, Louis Armstrong, Michael Varekamp, Peter Verhas (Eddy Determeyer, 12.9.26) - [print]
- [naar boven] Wat aan het programma van de zaterdag tijdens de elfde editie van het Summer Bummer festival, de eerste dag kwam hier al voorbij, wellicht nog het meeste opviel is het grote aantal duo-optredens. Van de acht concerten waren er vijf van deze combinatie, waaronder twee met de bezetting piano–drums, leuk natuurlijk om te vergelijken. Verder traden een aantal artiesten beide dagen op, eveneens een vaste waarde tijdens dit festival, waardoor we nieuwe mensen beter leerden kennen. Nu terugkijkend, beide dagen zijn achter de rug, kunnen we stellen dat de organisatoren er wederom in zijn geslaagd om een aantrekkelijk festival neer te zetten met een paar absolute hoogtepunten. Op vrijdag waren dat voor mij dan toch het Erosão Septet van Mariá Portugal, haar duo-optreden met Marta Warelis op zaterdag, Das B op vrijdag en het trio van Rodrigo Amado, Joëlle Léandre en Gerald Cleaver op zaterdag. Het duo Portugal–Warelis mocht op zaterdagmiddag aftrappen. De dames kennen elkaar inmiddels vrij goed en zijn duidelijk aan elkaar gewaagd in deze improset. Ze wisten het vuur flink op te stoken tot een elektrificerende, heftige dynamiek, een woeste stroom, waarin Warelis de piano duidelijk als percussie-instrument inzette. Boeiend ook de korte toegift, met Warelis onder de klep en Portugal in de weer met een strijkstok en haar bekkens, een mooi staaltje klankkunst. Het contrast met dat andere piano–drums duo was groot. Levende legende Alexander von Schlippenbach, nog een van de weinigen die nog over is van de groep musici die in de jaren 60 van de vorige eeuw in Europa vorm gaven aan de freejazz, kruiste de degens met drummer Paal Nillssen-Love. Von Schlippenbach had duidelijk de leiding en Nilssen-Love had geen moeite met een wat meer ondersteunende rol. Mooie momenten waarin de klank van beiden samenkwamen waren er zeker, maar van eenzelfde vorm van eenheid als Portugal–Warelis bereikten, was nergens sprake. Sterker nog: op menig moment vond ik dat het spel van Nilssen-Love, hoe goed ik deze drummer ook vind, eerder in de weg zat dan dat het wat toevoegde.
Zoals gezegd was een van de hoogtepunten van deze editie van Summer Bummer het optreden van tenorsaxofonist Rodrigo Amado, bassiste Joëlle Léandre - die nooit eerder hadden samengespeeld - en drummer Gerald Cleaver. Er werd door menigeen naar uitgekeken en terecht. Amado geldt als een van de beste saxofonisten van dit moment, de reputatie van Léandre is ongeëvenaard en ook Cleaver heeft zijn kunnen in de afgelopen dertig jaar ruimschoots bewezen. En ja, die senioriteit hoorde je hier zonder meer terug, in dat prachtige en ook nu weer zeer lyrische spel van Amado, die zangerige toon van Léandre - dat paste overigens perfect bij elkaar - en de creatieve uitingen van Cleaver. De drie voelen elkaar goed aan en nergens was te merken dat deze combinatie nooit eerder zo op het podium stond. Dynamische momenten genoeg - Amado goed op dreef, ritmisch spel van Léandre en Cleaver - maar het mooist bleven die tegen geluidskunst aanleunende momenten, vol subtiliteit. Prachtig hoe je ze zag zoeken naar de juiste klank, naar datgene wat wezenlijk iets toevoegde. De optredens van Mopcut en New Best Friend bevonden zich aan het andere uiterste. In de eerste band treffen we stemkunstenares Audrey Chen en de ook vrijdagavond actieve gitarist Julien Desprez en drummer Lukas König, terwijl saxofoniste Karen Ng, gitarist Jonathan Horne (beiden ook te horen op vrijdag), bassist Aaron Lumley en drummer Nasim L-P Navarro New Best Friend vormen. Beide optredens kenmerkten zich door een vrijwel niet te stoppen, overweldigende dynamiek. En is de muziek van Mopcut het best te kenmerken als een combinatie van noise, punkrock en freejazz, die van New Best Friend beperkt zich tot dat laatste. Stevige intermezzo's die ons tijdens een toch vermoeiende tweede dag uitstekend bij de les hielden. Tekst: Ben Taffijn | Foto's: Laurent Orseau Labels: Alexander von Schlippenbach, Diana Miron, festival, Gerald Cleaver, Hanne De Backer, Joëlle Léandre, Mariá Portugal, Marta Warelis, Mopcut, New Best Friend, Paal Nillsen-Love, Rodrigo Amado, Sound in Motion, summer bummer (Ben Taffijn, 10.9.26) - [print]
- [naar boven] Cd Niet eerder kende ik de naam Birgit Ulher. Nochtans een muzikant, geluidskunstenaar en componist uit Hamburg van naam en faam, en een persoonlijke muzikale taal. Met trompet, radio, metaalfolie en meer produceert ze elekronisch resonerende geluiden die je boeien. Jaap Blonk is de internationaal bekende Nederlandse componist, stemperformer, klankdichter en beeldend kunstenaar. Een eerste kennismaking met hem dateert van 2015 op het Oorstof festival in Antwerpen. Deze onlangs uitgebrachte cd 'Breezes' is er een van de buitencategorie. De muzikaal-verbale en instrumentale potentie is zeer de moeite om ervan kennis te nemen. Het is muziek voor de open-minded luisteraar die tegen een ongewoon en grensverleggend stootje kan. Zelf heb ik 'Breezes' als een verrijking voor de oren ervaren. Met 'Gralinta' als mijn favoriete track. Tekst: Cees van de Ven | Foto: Gero Sander Labels: Birgit Ulher, cd, Jaap Blonk, Kontrans (Cees van de Ven, 7.9.26) - [print]
- [naar boven] Na het tienjarig jubileum, waarvan ik hier uitgebreid verslag deed, begon deze de elfde editie van het door Sound in Motion georganiseerde Summer Bummer Festival, voor mij inmiddels traditiegetrouw de aftrap van een nieuw concertseizoen. En net als voorgaande jaren slaagden Koen Vandenhoudt en Christel Kumpen er ook dit jaar weer in om ons een aantal bijzondere muzikale gerechten op te dienen, waarbij op die eerste dag de nadruk lag op wat we gemakshalve 'klankkunst' noemen. Vergelijk wat hier gebeurt gerust met abstracte schilderkunst; de gelijkenissen zijn treffend. Dat begon al met het concert van Kabas Sun Dog. Zeker het eerste deel betrof een ingetogen exploratie van het begrip klank. Middels drie gitaren (Louis Evrard, Thijs Troch en Jonathan Horne), elektronica, contrabas (Nils Vermeulen), fluit (Jan Daelman) en altsax (Karen Ng) werd hier een intiem klanklandschap gecreëerd, waarin het goed ronddwalen was. Een groot contrast overigens met het stuwend ritmische tweede deel. Een maalstroom aan klanken trok ons hier mee, klinkend als een bezwerend ritueel. In het solo-optreden van John McCowen, gezeten achter zijn contrabasklarinet lag het accent nog sterker op klankkunst. Hij liet hier uitstekend horen met wat een veelzijdig instrument we hier van doen hebben. Opvallend hoge klanken werden afgewisseld met dusdanig lage dat je ze eerder in je buik voelt dan dat je ze hoort, maar het mooiste waren die knetterharde passages, of er een helikopter overvloog, waarbij ook alles om je heen staat te trillen. DaughterDaughter speelt gecomponeerde muziek, althans aan de standaarden met partituren te zien, al klinkt het vaak eerder als opvallend vrije improvisatie. De muziek raakt dan ook vaak eerder aan hedendaags gecomponeerd dan aan jazz. Met twee saxofonisten, Camila Nebbia en Amalie Dahl, een celliste, Elisabeth Coudoux en Sun-Mi Hong op drums valt verder de originele bezetting op. Een wonderlijke klankwereld creëerden deze dames hier, waarbij met name de duetten cello-drums opvielen. Met name Coudoux is een zeer onorthodox spelende celliste die de meest bijzondere klanken aan haar instrument onttrekt, prachtig en zeer subtiel ondersteund door Hong. Een tweede bijzonderheid was de aanwezigheid op gezette tijden van wonderlijk liefelijke melodieën, op boeiende wijze contrasterend met het verder vrij abstracte klankbeeld. Cath Roberts en Tullis Rennie borduurden op mooie wijze voort op de eerder die middag ingezette lijn. Met een overvloed aan voorwerpen, speeltjes, een paar muziekinstrumenten - waaronder natuurlijk Rennie's trombone - en elektronica klonken ook hier de meest onverwachte klanken.
Het door de Portugese drumster Mariá Portugal opgerichte Erosão Septet is helemaal aan het eind van de eerste dag een construct dat breekt met het voorgaande. Hier is het niet de klankkunst die overheerst, maar de structuur. Portugal presenteert ons een aantal zelfgeschreven stukken die getuigen van groot vernuft, ze studeerde compositie aan het conservatorium, optimaal gebruikmakend van een wel zeer originele line-up. Twee altsaxofonistes, Angelika Niescier en Lotte Anker, waarbij we die laatste ook op sopraansax horen, twee trombonisten, Moritz Wesp en Matthias Müller, een contrabas en een tuba, Reza Askari en Carl Ludwig Hübsch, en tenslotte Portugal zelf achter het drumstel en zingend. Wat hier opvalt is hoe strak er gemusiceerd wordt, hoe groots Portugal gebruik maakt van de diverse klankkleuren, hoe perfect zei de stiltes toepast en hoe zij contrasten in haar muziek aanbrengt, zowel in volume als in dynamiek. Zonder meer het hoogtepunt van een in zijn geheel opvallend sterke dag. Tekst: Ben Taffijn | Foto's: Laurent Orseau Labels: Angelika Niescier, DaughterDaughter, Erosão Septet, festival, Integral, Julien Desprez, Kabas Sun Dog, Lotte Anker, Mariá Portugal, Mike Tony Buck, Sound in Motion, summer bummer (Ben Taffijn, 5.9.26) - [print]
- [naar boven] We zitten in de kerk en dat zullen we weten ook. De Sint-Ludgerkerk (twaalfde eeuw? dertiende?) in Garnwerd, om precies te zijn. Drummer Han Bennink opent de dienst met een psalm, uit zijn jeugd, die hij telefonisch aan de leden van EHBO heeft voorgezongen. Daar zitten vermoedelijk ook heidenen bij, dan is dat wel zo handig. We leren dat het orgel altijd vóór de zingende gemeente komt. En zo tegen het einde van de plechtigheden verdwijnt pianist Oscar Jan Hoogland fluks naar het balkon om een improvisatie op het Van Damorgel (AD 1809) uit te voeren. Ik verstijf: die gast kan écht orgel spelen! Hier hebben we niet zomaar een anarcho-improvartiest die maar wat aanpielt. En ik kan het weten: zes jaar misdienaar. Ha! Vermoedelijk kan die Hoogland op elk instrument spelen waarop tenminste één toets zit. Daartussendoor horen we composities van Duke Ellington, Thelonious Monk, Herbie Nichols, Misha Mengelberg en eigen werk van EHBO (Ernst Glerum, Han Benink, Benjamin Herman en Oscar Jan Hoogland). Het betere spul. De band functioneert een beetje als zoals wat we in de werktuigbouwkunde een vierstangenmechanisme noemen. Een constructie met vier scharnierpunten, met veel vrijheid en tegelijkertijd onverbiddelijke beperkingen. Enfin, dat kunt u allemaal beluisteren op de cd '+EHBO', eerder dit jaar uitgebracht op het label De Platenbakkerij (PB 017/ICP 070).
Dan zingt Bennink ook nog 'De Sprong O Romantiek Der Hazen' van zijn oude makker Misha. Niet janken nu, hè? Het concert was een soort reminder dat er volgend jaar weer 'gewoon' een ZomerJazzFietsTour zal zijn. Weliswaar bescheidener van opzet, met minder podia, bands en bezoekers. We moeten er rekening mee houden dat de zingende drummer dan weer van de partij is. Voor de 39ste keer, volgens zijn eigen boekhouding. Voor veel van de aanwezigen geldt iets dergelijks. Ze zitten er weer, de haren wat witter, de gezichten wat meer doorgerimpeld. In hun T-shirts van deze of gene editie van de ZJFT. Het zou me niet verbazen wanneer een enkeling toch naar Oldehove is doorgepeddeld. Voor de zekerheid, hè. Of anders wel voor de nostalgie. Tekst: Eddy Determeyer | Foto's: Pieter Boersma Labels: Benjamin Herman, concert, EHBO, Ernst Glerum, Garnwerd, Han Bennink, Oscar Jan Hoogland, zomerjazzfietstour (Eddy Determeyer, 2.9.26) - [print]
- [naar boven] 2026 is een goed jaar voor gitariste Ella Zirina, die in maart door het blad Gitarist werd gekozen tot beste jazz/fusiongitarist van de Benelux. Daarmee was ze de enige vrouw in deze poll, een fantastische prestatie voor een jonge vrouw die zo'n tien jaar geleden op haar zeventiende vanuit Letland naar Nederland kwam om aan het conservatorium te studeren. Sinds enkele jaren duikt ze als een 'shooting star' overal in het jazzfirmament op, in bezettingen met zo ongeveer het hele spectrum aan jong en gevestigd talent in de Benelux. Ze nam recent het duoalbum 'Dark Yellow' op met die andere eigenzinnige gitaarheld, Teis Semey, en heeft inmiddels vier albums op haar naam staan, naast medewerkingen aan enkele andere producties. Onlangs trad ze twee keer op in verschillende bezettingen, en niet met haar eigen trio. De eerste gelegenheid was het voorlaatste concert van dit seizoen van On The Roof, op het dakterras van gebouw HoogtIJ in Amsterdam-Noord. Deze concertserie brengt verrassende ensembles samen voor innovatieve samenwerkingen. Dit keer waren het drie bijzondere talenten die daarvoor nooit eerder samen hadden gespeeld. Bassist Clemens van der Feen (1980) was ooit zelf NextGen-talent en leerling van onder anderen John Patitucci, en is inmiddels uitgegroeid tot een gevestigde naam. Hij speelde wel eerder met saxofonist Ben van Gelder (1988) op North Sea Jazz, bij de uitvoering van diens compositieopdracht 'The Whole World Is Round'. Van Gelder speelde op zijn beurt vier jaar eerder met gitariste Ella Zirina (1997) bij het Bimhuis JazzFest-minifestival, dat gevestigde namen koppelt aan nieuw talent. Een gelegenheidsformatie dus, waarin de improvisatie overheerst. Het concert opent met twee vrij korte, dromerige stukken van Ella Zirina, waarbij het direct herkenbare timbre van altsaxofonist Van Gelder sterke kleuren toevoegt over een ritmisch aangezette donkere bas. Zirina heeft een geheel eigen, fysieke aanpak in het bespelen van haar instrument: ze tokkelt met beide handen, waarbij haar rechterhand beweeglijk is en soms omhoogschiet naar de hals, met het plectrum omhoog of omlaag geslagen. De klankkleur varieert van folkachtig en Wes Montgomery-fluweel tot klassiek, elektro of flamenco. Het is niet te horen dat de musici niet eerder als trio samenspeelden of het moet zijn door de luisterende kwaliteit van elke muzikant, die zoekend of vragend deelneemt om dan de leidende rol op te pakken. Het is nergens een klassiek trio; de steeds wisselende verhoudingen leiden tot een driegesprek met veel wendingen. Veel improvisatie en beperkte uitgeschreven momenten. De thema's wisselen van ballad naar modaal, latin-getint.
Ze delen een klassieke achtergrond gekoppeld aan de liefde voor jazz en improvisatie, en dat is in hun samenspel steeds hoorbaar. Daarnaast maken ze beiden gebruik van elke uithoek van hun instrument. Pedalen, pianosnaren, klankkast: elk stukje doet mee. Bij het pocketconcert overheerst het pianogeluid enigszins, terwijl in de Luterse kerk een volledige verweving ontstaat, die langs een breed landschap van akoestisch en elektronisch geluid gaat zonder ergens afstandelijk te worden. Waar Zirina's gitaar zweeft, tokkelt en kleurt, legt Brederode's spel er een klassiek geschoolde brede klank van arpeggio's en akkoorden onder. Hij trekt lange lijnen en creëert harmonische ruimte, die Zirina invult met textuur en beweging. Ook hier is het geen begeleider-solist-verhouding, maar gaat het om een dialoog waarin beide instrumenten elkaar afwisselend leiden en volgen: Zirina's fysieke, bijna vocale gitaarspel, dat lijkt te aarzelen tussen fluisteren en uitbarsten, krijgt richting door de piano. Jazz Delft vermeldt in het programma dat hun spel zich kenmerkt door poëzie, eigenzinnigheid en avontuurlijke improvisatie en daarin is geen woord teveel gezegd. Zirini kreeg voor haar eerste album 'Intertwined' meteen een Edison-nominatie. Brederode behoort al wat langer tot de internationale top en maakte meerdere albums voor het prestigieuze ECM-label. Voor zijn laatste album, 'Ruins And Remains', won hij een Edison en hij speelt ook in 2025 en 2026 nog regelmatig werk van dat album, naast zijn trio- en duo-optredens. In Delft speelden Brederode en Zirina stukken uit hun pocketconcert, zowel van zijn als van haar hand. Net als op het dakterras werd het publiek bijna direct meegenomen in de hypnotische tonen van het duo, dat op rustige, haast ingetogen wijze grenzen doorbreekt zonder een moment toegankelijkheid te verliezen. Daardoor nemen ze nieuwe luisteraars mee op een intieme, meeslepende reis door het eigenzinnig universum van geïmproviseerde muziek waarbij het label onbelangrijk wordt. Magie. Tekst: Monica Rijpma | Foto's: Sophie Conin Labels: Ben van Gelder, Bimhuis, Clemens van der Feen, concert, Delft Jazzfestival, Ella Zirina, On The Roof, Wolfert Brederode (Monica Rijpma, 29.8.26) - [print]
- [naar boven] Cd De inmiddels 88-jarige Amerikaanse saxofonist Charles Lloyd bracht tussen 2020 en vandaag alleen al een achttal albums uit, waaronder enkele dubbelaars. Zijn laatste, 'Sangam & Friends', is een muzikaal eerbetoon aan de Indiase tabla-meester Zakir Hussain, die eind 2024 overleed. Lloyd speelde voor het eerst met hem samen in 2001, ter gelegenheid van het overlijden van drummer Billy Higgins in hetzelfde jaar. Daarna richtten beiden samen met Lloyds drummer Eric Harland het trio Sangam op. In 2004 namen ze een concert op in het Lobero Theater in Santa Barbara, Californië. Die opnamen verschenen in 2006 onder de titel 'Sangam', een ECM-uitgave. Drie jaar later speelden ze een concert ter herinnering aan Hussains vader, de percussionist Alla Rakha. Ze werden daarbij begeleid door zanger Vijay Prakash, Rakesh Chaurasia op bansuri, Sabir Khan op sarangi, Ranjit Barot op keyboards en Niladri Kumar op sitar. Die opnamen bleven onuitgegeven tot 2024, toen Lloyd ze samen met andere, niet eerder uitgebrachte studio- en liveopnamen van het trio samenbracht onder de titel 'Sangam & Friends'. Het album verscheen bij Blue Note, telt zeven composities en improvisaties en duurt 45 minuten. 'Sangam & Friends' vormt het overtuigende bewijs dat oosterse en westerse muzikale tradities probleemloos een harmonieus verbond kunnen aangaan. Muziek is dan ook een universele taal, gesproken door iedereen die er het alfabet van kent en er gevoelig voor is. Alle nummers op dit compacte album hebben iets bezwerends en hypnotisch. De zang, het fluitspel van Lloyd, de percussie, de diverse ritmes: ze palmen je onweerstaanbaar in. Gaandeweg raak je helemaal verstrikt in het web van klanken en texturen dat de muziek weeft met quasi-onzichtbare draden. Al van bij het minder dan twee minuten durende openingsnummer 'Clear The Dust' wanen we ons in India, met de stem van Prakash als sfeermaker. Ook op 'The Blessing', goed voor elf minuten, valt Prakash' bijdrage op. Lloyd weeft er prominent en behendig zijn lyrische saxlijnen omheen, terwijl de andere muzikanten vooral op de achtergrond actief zijn. Ook zijn fluitspel draagt mee bij aan het exotische karakter van de muziek, terwijl desondanks toch de geest van de jazz bewaard blijft, vooral in zijn saxpartijen. Opvallend is ook hoeveel ruimte de stilte krijgt toegewezen: ze maakt op zo'n manier deel uit van de improvisaties dat het lijkt alsof ze gecomponeerd is. 'Sangam & Friends' is wereldmuziek op zijn best. Benieuwd waar de wegen van Charles Lloyd ons in de toekomst nog naartoe zullen brengen! Tekst: Patrick Auwelaert | Foto: Louis Obbens | Deze recensie verscheen ook in Jazz&mo' Labels: Blue Note, cd, Charles Lloyd, Eric Harland, Niladri Kumar, Rakesh Chaurasi, Ranjit Barot, Sabir Khan, Vijay Prakash (Patrick Auwelaert, 23.8.26) - [print]
- [naar boven] Album Een album dat bol staat van creativiteit, muzikaliteit en intuïtief samenspel. Instant composing die je raakt, verrast, verwondert, muziek die je fantasie prikkelt. Albert van Veenendaal is al jaren een gekende en spraakmakende onderzoeker van de piano. Hij verzocht Mieke van Dam om met hem een ad-hoc improvisatieset te spelen in het Orgelpark in Amsterdam die ze ter plekke opnamen. Dit album 'A Pinch Of Sea Salt' bevat een selectie van hun samenspel aldaar. In 2008 programmeerde ik een concert met onder anderen Fay Lovsky en maakte zo voor het eerst kennis met de theremin. De interesse voor dit instrument met zijn schier onbegrensde mogelijkheden is altijd gebleven. Het spel van Mieke van Dam is dan ook een bijzonder aangename hernieuwde kennismaking. Dit digitale album verdient het om gehoord te worden door oren die openstaan voor spannende instant-composing muziek door twee gelijkgezinden, die met 'A Pinch Of Sea Salt' een fraai muzikaal statement realiseerden. Een aanrader voor programmatoren van hedendaagse muziek. Tekst: Cees van de Ven Labels: Albert van Veenendaal, cd, download, Mieke van Dam, piano, theremin (Cees van de Ven, 18.8.26) - [print]
- [naar boven] Aanvankelijk was Kris Defoort louter pianist, jazzpianist. Maar de afgelopen jaren ontwikkelde hij zich steeds meer tot componist en zeker niet alleen voor de piano. Zo hernam de Brusselse Munt nog in 2024 Defoorts opera 'The Time Of Our Singing'. Op twee recente albums vinden we beide aspecten terug, zijn rol als pianist en als componist. In 'Pla(y)ces' horen we hem spelen, samen met Jan Michiels, onvolprezen interpreet van hedendaags gecomponeerde muziek, in een niet aflatende stroom van eigen composities, die van Claude Debussy, 'Somewhere Over The Rainbow' van Harold Allen en improvisaties, alles naadloos aaneen gelast. Op 'Pianoworks' horen we zijn twee boeken 'Dedicatio' voor solo piano, de eerste vertolkt door wederom Jan Michiels, de tweede door Cédric Tiberghien. 'Pla(y)ces' is de weerslag van een liveconcert in het Concertgebouw van Brugge op 16 oktober 2022 en begint met het mooi ingetogen, stemmige 'Moonlight Dialogue'. De twee voelen elkaar naadloos aan, vullen elkaar aan, flarden Debussy komen voorbij, improvisaties klinken. Het lijkt wel of er aansluitend donkere wolken voor de maan trekken in 'Pla(y)cing Ces', voor korte tijd loopt de spanning op. In 'D&D Pla(y)ce' overheerst het experiment, de improvisatie, al horen we ook hier weer de invloed van Debussy. Een spannende stroom aan onverwachte klanken houdt de luisteraar scherp. 'Hommage À S.Pickwick Esq.P.P.M.P.C.' vangt aan met krachtige pianoaanslagen, vrij heftige klankclusters. Het is het negende deel van Debussy's tweede set aan preludes dat het duo hier als uitgangspunt neemt. De titel 'Multicoloured Fireworks' is voor het aansluitende stuk uitstekend gekozen: de klanken dartelen, springen, spatten alle kanten op, de twee pianisten tonen zich hier volledig aan elkaar gewaagd. Debussy's 'Bruyères' brengt de nodige rust, uiterst contemplatieve klanken ontvouwen de twee hier. Al even ingetogen klinkt hun versie van 'Somewhere Over The Rainbow', beter kan haast niet. 'Les Collines D’Anacapri' is wederom van Debussy. Mooi hoe de pianisten hier een stuk voor twee piano's van maken. En wat een vooruitstrevend componist was Debussy, ook dat blijkt hier weer heel mooi. Naadloos gaat het over in 'In Between The Wings', de slotakkoorden van dit boeiende treffen tussen twee meesters.
Beeldende kunst blijkt belangrijk voor Defoort, niet zo verwonderlijk: hij schildert met klank, en dus vinden we in het tweede boek de nodige schilders terug, te beginnen met Wassily Kandinsky. 'Improvisations Aux Éclats Des Couleurs Joyeuses' heet de vrij lange en zeer kleurrijke hommage, terwijl 'Reflets De Lumières Nocturnes' voor Léon Spillaert en 'Sense Of The Unknown' voor Mark Rothko zich met hun uitgebeende noten aan de andere kant van het spectrum bevinden. Zeker bij die laatste is dat overigens nog niet zo gek. Bijzonder zijn ook de twee vrij ritmische hommages aan Louise Bourgeois en Henri Matisse, de eerste heet 'Voilée/Dévoilée' (gesluiterd/ontsluierd), de tweede kreeg als titel 'Dévoilee/Voilée' mee. En natuurlijk kreeg Tiberghen, als pianist van dienst in dit tweede boek, ook zijn hommage: 'Le Réel Transfigurée Par L’Émotion Du Souvenir', overigens niet het gemakkelijkste deel. Verder valt 'What The Nerves And The Skin Remember' op, Defoorts eerbetoon aan de ook door mij zeer gewaardeerde schrijfster Toni Morisson, een krachtige en ritmische compositie. Tekst: Ben Taffijn Labels: cd, Cédric Tiberghien, Jam Michiels, Kris Defoort, W.E.R.F. (Ben Taffijn, 10.8.26) - [print]
- [naar boven] "De veranderingen in de jazz komen van binnenuit, maar ze vinden plaats aan de randen: waar jazz raakt aan iets anders, iets nieuws of een nieuw gebied. Zonder dat er iemand nog een label op heeft geplakt." Recent las ik een uitstekend, actueel en relevant essay door Tom Beek, dat werd gepubliceerd in Jazz Bulletin 139 (juli 2026), een uitgave van het Nederlands Jazz Archief. Hierbij spreek ik mijn dank uit voor de toestemming dit artikel met u te delen. Laten we allen hiervan kennisnemen en ieder op zijn manier en mogelijkheden ons inzetten en bijdragen de titel van dit artikel recht te doen. Klik hier om zijn essay te lezen. Foto: Cees van de Ven Labels: essay, jazz, north sea jazz, Tom Beek (Cees van de Ven, 7.8.26) - [print]
- [naar boven] "Verrassingen van de dag: SML uit Los Angeles, die gelukkig in november weer hier zijn, en Q-Tet, van eigen bodem. Geleid door fluitiste, zangeres en componiste Qisheng Zheng, Qniverse voor haar vrienden, speelt het kwartet aanstekelijke, frisse en energieke songs en stukken waarin oost en west samenkomen, met Pippi Langkous-vrijheid en free impro. Die gaan we zeker nog tegenkomen." Op zondag 12 juli bezocht Monica Rijpma het North Sea Jazz Festival. Zij doet verslag van de concerten van Dee Dee Bridgewater 'We Exist', Hiromi's Sonicwonder, Maria Schneider & Clasijazz Big Band featuring Antonio Lizana, Youssou N'Dour, Jamie Peet Reflex Quartet en Charles Lloyd Quartet. Klik hier om haar festivalverslag te lezen. Foto: Louis Obbens. Klik hier voor een fotoverslag van de derde dag van North Sea Jazz 2026. Labels: Charles Lloyd, Dee Dee Bridgewater, festival, Hiromi, Jamie Peet, Maria Schneider, North Sea Jazz 2026, Q-Tet, Qniverse (Maarten van de Ven, 1.8.26) - [print]
- [naar boven] Tenorsaxofonist Joe Henderson (1937-2001) was een van de titanen van de naoorlogse jazz. Al tijdens zijn muziekstudies in Detroit verbaasde hij zijn muziekleraars met zijn blaastechniek en perfecte toonbeheersing, het gevolg van honderden uren solo's van Lester Young en Charlie Parker naspelen. Begin jaren zestig leerde Henderson in New York trompettist Kenny Dorham kennen, die hem introduceerde bij Blue Note en in wiens band hij speelde in de periode 1962-1963. Hendersons eerste plaatopname was op Dorhams 'Una Mas' in 1963. In hetzelfde jaar verschenen zijn eerste twee albums onder eigen naam: 'Our Thing' en 'Page One', én speelde hij een schitterende solo op de titeltrack van Lee Morgans 'The Sidewinder'. In 1964 herhaalde hij die stunt nog eens op de titeltrack van het album 'Song For My Father' van pianist Horace Silver, in wiens kwintet hij speelde van 1964 tot 1966. Tussen 1963 en 1968 speelde Henderson op een dertigtal Blue Note-albums van onder meer Blue Mitchell, Grant Green, Larry Young, Pete La Roca en Andrew Hill. Die opnamen waren zeer verscheiden: van hardbopsessies tot avant-garde-experimenten. Eind jaren zestig speelde de saxofonist een tijdje bij Herbie Hancock en Miles Davis. Met die laatste kwam het helaas niet tot een plaatopname. Na een korte samenwerking met cross-overband Blood, Sweat & Tears in 1971 verhuisde Henderson naar San Francisco waar hij les begon te geven. Hij trad nog op en maakte nog tal van opnamen, maar de waardering van het jazzpubliek bleef uit. Dat neemt niet weg dat hij in de jaren zeventig en ook in de daaropvolgende decennia nog vaak van zich liet horen met schitterende albums, waaronder vooral 'The State Of The Tenor: Live At The Village Vanguard' (1985) en 'Lush Life: The Music Of Billy Strayhorn' (1992) een speciale vermelding verdienen. Bij Resonance Records verscheen van Henderson recent een dubbele live-cd (ook digitaal en als driedubbelelpee verkrijgbaar) onder de titel 'Consonance: Live At The Jazz Showcase'. Het gaat om nooit eerder uitgegeven opnamen van concerten uit februari 1978 die Henderson speelde in het befaamde jazzcafé van Joe Segal in Chicago. Hendersons begeleiders waren pianiste Joanne Brackeen, contrabassist Steve Rodby en drummer Danny Spencer. Hoewel de saxofonist zich toentertijd in een 'luwe' periode bevond, speelde hij in de Showcase de concerten van zijn leven. Henderson had een hoekige, gespierde speelstijl, maar daaronder ging dikwijls lyriek van de zeldzame soort schuil. Op 'Consonance', wat 'gelijkluidendheid' betekent, komt zijn unieke frasering en ritmische drive vooral tot uiting in lang uitgesponnen nummers. De dubbel-cd telt negen tracks, waarvan vijf ruimschoots de twintigminutengrens overschrijden. Het gaf de saxofonist de kans om zijn inventiviteit, expressiviteit en explosiviteit de vrije loop te laten, en die kans greep hij met beide handen, want de opnamen barsten van energie, emotie en intensiteit. Nu eens laat hij tedere melodische lijnen op de luisteraars los, dan weer neemt hij een diepe duik in virtuoze arpeggio's of gromt hij als een hongerige beer die een prooi ruikt. Hendersons begeleiders deden daarbij nauwelijks voor hem onder. Joanne Brackeen genoot onder meer bekendheid als de enige vrouwelijke muzikant die ooit bij Art Blakey's Jazz Messengers speelde (van 1969 tot 1972), en als bandleider: tot haar discipelen behoorden onder meer Terence Blanchard, Michael Brecker, Jack DeJohnette en Branford Marsalis. Zelf was ze sterk beïnvloed door McCoy Tyner. Contrabassist Steve Rodby speelde lang bij The Pat Metheny Group en producete ook albums van de gitarist. Tijdens de opnamen van Consonance stond hij aan het begin van zijn carrière en was hij zowat de huisbassist van de Jazz Showcase. Drummer Danny Spencer is altijd ondergewaardeerd gebleven. Zijn naam is vooral verbonden aan het Contemporary Jazz Quintet, dat twee albums uitbracht bij Blue Note en waarin ook Joe Hendersons broer Leon speelde. In de loop van zijn carrière toerde hij en nam hij op met muzikanten als Art Farmer, Dexter Gordon, Dizzy Gillespie en Sonny Stitt. Bassist Bob Hurst, bekend van zijn samenwerking met Wynton en Branford Marsalis, zei ooit over hem: "He's the first drummer I played with who lit a fire under you." Spencer was zelf sterk beïnvloed door Elvin Jones, net als McCoy Tyner een begeleider van John Coltrane. Met de ritmesectie van Hendersons band in Chicago zat het dus meer dan goed, temeer omdat Coltrane zelf een van de grote voorbeelden van Henderson was.
De tweede cd opent met Hendersons Latijns getinte 'Recorda Me', dat verscheen op zijn debuutalbum 'Page One' en dat ook uitgroeide tot een standard. Het is een nummer dat de saxofonist tijdens vrijwel al zijn concerten speelde, net als 'Good Morning Heartache' van Billie Holiday, opnieuw een vehikel waarop hij zijn machtige soleerkunsten vertoont. 'Round Midnight’ is nog zo'n onverwoestbare klassieker. Brackeen zet er een solo van hoog McCoy Tyner-gehalte op neer. Afsluiten doet de band met het 24 minuten durende 'Softly, As in a Morning Sunrise' van Sigmund Romburg, en met 'Isotope', opnieuw een compositie van Henderson, die hij schreef als hommage aan Monk en aan diens gewoonte om humor in zijn muziek te integreren. Kort samengevat is 'Consonance: Live At The Jazz Showcase' een steengoed voorbeeld van hoe muzikanten veel meer expressie en inventiviteit kunnen leggen in nummers die ze spelen voor een publiek. Niet gehinderd door de voorschriften van veel platenmaatschappijen om albums uit te brengen die behapbare en dus overwegend korte tracks bevatten, kunnen ze live nummers uitkleden tot op het bot, om ze daarna op hun onnavolgbare manier opnieuw aan te kleden. Dat ze daar tijd voor nodig hebben is niet meer dan normaal. Goed nieuws is dat de vaults van Joe Segal nog vele honderden uren aan niet eerder uitgebrachte concertopnamen bevatten, en dat de beste daarvan stapsgewijs zullen worden uitgebracht. Dat is nu al het geval voor opnamen van onder meer Yusef Lateef, Ahmad Jamal en Sun Ra. Breek je spaarvarken alvast open! In de Jazztube hieronder kun je kijken naar het optreden van het Joe Henderson Trio op het North Sea Jazz Festival 1993 in Den Haag. Met op bas Dave Holland en op drums Al Forster. Tekst: Patrick Auwelaert | Foto: Veryl Oakland | Deze recensie verscheen ook in Jazz&mo' Labels: cd, Danny Spencer, Jazz Showcase, Joanne Brackeen, Joe Henderson, Joe Segal, Steve Rodby (Patrick Auwelaert, 30.7.26) - [print]
- [naar boven] "Je zou het een 3Gen3-concert kunnen noemen (naar het gelijknamige trio van Pierre Courbois): Kenny Barron als vertegenwoordiger van de grondleggersgeneratie, Christian McBride als eminentie van de hardbop én fusion-erfenis, en de 38-jarige Julian Lage als de vernieuwende generatie die alles op zijn kop zet. Zo leven jazz en improvisatie voort." Op zaterdag 11 juli bezocht Monica Rijpma het North Sea Jazz Festival. Zij doet verslag van de concerten van Jon Batiste, Ronald Snijders Band, Pat Metheny & Tyn Wybenga Brainteaser Orchestra, Flea & The Honora Band, Cécile McLorin Salvant, Fatoumata Diawara, Artchipel Orchestra, Estrella Morente en Christian McBride/Kenny Barron/Julian Lage. Klik hier om haar festivalverslag te lezen. Foto: Louis Obbens. Klik hier voor een fotoverslag van de tweede dag van North Sea Jazz 2026. Labels: Cécile McLorin Salvant, Christian McBride, Fatoumata Diawara, festival, Flea, Kenny Barron, North Sea Jazz 2026, Pat Metheny, Ronald Snijders, Tyn Wybenga (Maarten van de Ven, 24.7.26) - [print]
- [naar boven] Tenorsaxofonist James Brandon Lewis, al jaren hot en hip, combineert in zijn composities diverse genres: gospel, blues, post-bop, modale jazz, avant-garde jazz en spirituele jazz. Met zijn kwartet, bestaande uit pianist Aruán Ortiz, contrabassist Brad Jones en drummer Chad Taylor, gooide hij in 2025 terecht hoge ogen op tal van eindejaarslijstjes wereldwijd met het album 'Abstraction Is Deliverance'. En nu is er 'Omni', het zesde album van het kwartet, dat in het teken staat van spirituele jazz, in de lijn van albums als 'A Love Supreme' en 'Meditations' van John Coltrane. Zo verwijst Omni naar de drie gedaanten van God: God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest. Ook de titels van de tracks - negen in totaal, goed voor drie kwartier muziek - wijzen in die richting: 'The Sermon', 'Call To Worship', 'Spirit Of The Livin', 'Omnipresent'. Omni bouwt voort op Lewis' concept 'Molecular Systematic Music'. Dat begon jaren geleden met composities gebaseerd op zes- en zeventonige cellen, groeide uit tot een twaalftoonsbenadering, en krijgt op 'Omni' opnieuw een uitbreiding. Lewis spreekt hier impliciet over 'twelve-tone gospel': een combinatie van seriële of modale structuur met de retoriek en emotionele lading van gospel en prediking. Dat alles leidt tot een album waarop minder vuurwerk te horen is - denk maar aan de twee albums die hij opnam met The Messthetics - en meer bezinning. De muziek klinkt tegelijk spiritueel, avant-gardistisch en diep geworteld in blues en gospel. Ze is opgebouwd volgens het call-and-response principe, herhaling, opbouw en ontlading. De ritmesectie speelt zelden een rechte swingbegeleiding. Ze fragmenteert het ritme, verschuift accenten en creëert een gevoel van voortdurende beweging. De toon van Lewis is een van de meest herkenbare in de hedendaagse jazz. Zijn spel klinkt als een synthese van meerdere tradities: de spirituele kracht van Coltrane, de rauwe blues van Albert Ayler en de ritmische precisie van Sonny Rollins. 'Omni' is een vernuftig album dat meerdere luisterbeurten vraagt voor je ontdekt dat het James Brandon Lewis' antwoord is op Coltranes 'A Love Supreme', een meesterwerk van buitencategorie - wat ook geldt voor 'Omni'. Tekst: Patrick Auwelaert | Deze recensie verscheen ook in Jazz&mo' Labels: Aruán Ortiz, Brad Jones, cd, Chad Taylor, James Brandon Lewis (Patrick Auwelaert, 22.7.26) - [print]
- [naar boven] "Amerika 250 jaar, Miles Davis '100 jaar' en North Sea Jazz 50 jaar... wat is de overeenkomst tussen al die verjaardagen? Je zou kunnen zeggen dat de grote golfbeweging van de tijd ons laat zien hoe positieve vernieuwing altijd het gevolg is van respect voor traditie, gekoppeld aan experiment en improvisatie. Amerika, Miles en het North Sea Jazz Festival gaven ons met jazzmuziek een levende geschiedenis die zich blijft vernieuwen." Op vrijdag 10 juli bezocht Monica Rijpma het North Sea Jazz Festival. Zij doet verslag van de concerten van Snarky Puppy & Metropole Orkest, Questlove with Robert Glasper & Christian McBride, Roy Hargrove's RH Factor, Esperanza Spalding, Kenny Barron "Songbook", Gonzalo Rubalcaba, Chris Potter, Larry Grenadier & Eric Harland en Joshua Redman Quartet. Klik hier om haar festivalverslag te lezen. Foto: Louis Obbens. Klik hier voor een fotoverslag van de eerste dag van North Sea Jazz 2026. Labels: Chris Potter, Christian McBride, Esperanza Spalding, festival, Joshua Redman, Kenny Barron, Metropole Orkest, North Sea Jazz 2026, Questlove, Snarky Puppy (Maarten van de Ven, 19.7.26) - [print]
- [naar boven] Dit album is genoemd naar de 'Trilogue - Live!' opname van het optreden van trombonist-componist Albert Mangelsdorff, bassist Jaco Pastorius en drummer Alphonse Mouzon op de Berliner Jazzdagen in 1976. Dat was een alom bejubeld en geprezen concert als gevolg van groot vakmanschap, creativiteit en onderlinge cohesie. De onlangs verschenen en eveneens live opgenomen cd 'Trilogue + 15' is een tribute aan Albert Mangelsdorff en doet hem alle eer aan. De Frankurt Radio Big Band met trombonist Nils Wogram en composities van Mangelsdorff werden voor het concert op het Duitse Jazzfestival Frankfurt in 2018 imponerend gearrangeerd door leider Jim McNeely. Ik ben al jaren erg gesteld op persoon, componist en trombonist Nils Wogram. Deze cd viel in mijn postbus midden in het WK Voetbal. En na het beluisteren ervan en de euforie over het gebodene lanceer ik met volle overtuiging: Nils Wogram, de Lionel Messi op trombone. Overdreven? Ik dacht het niet! Luister maar eens naar 'Accidental Meeting'. In 'Zores Mores' beleef je imaginair hoe elke muzikant zijn verhaal kwijt wil en het gelijk aan zijn kant wil hebben, overtuigd als ze zijn van de relevantie van hun muzikale statement. Het is Wogram die iedereen weer tot de orde blaast en tot rust maant. Ik was dolgraag bij dit concert aanwezig geweest, maar ben anderzijds dankbaar dat dit liveconcert voortreffelijk is opgenomen en uitgebracht, zodat je het intens kunt herbeleven. Alle liefhebbers van zinderend, hoogstaand bigbandspel en solist-trombonist Nils Wogram met zijn onmiskenbare creativiteit en improvisatorische zeggingskracht zou ik dit album willen aanraden. 'Trilogue + 15' is niet te missen! Labels: Albert Mangelsdorff, cd, Frankfurt Radio Big Band, Jim McNeely, Nils Wogram (Cees van de Ven, 12.7.26) - [print]
- [naar boven] Kijk, ook dat is jazz. 's Middags viel Diederik Idema, pianist (en samensteller van de wekelijkse Jazz Jams in De Smederij) van zijn fiets toen hij met succes een vogel wist te ontwijken. Een gebroken linkerarm was zijn deel. Links, dus zelfs een 'Concert voor Linkerhand' zit er voorlopig niet in. In allerijl werd gitarist Winfred Buma als vervanger opgetrommeld, vijf minuten voor het optreden werden er wat afspraken doorgenomen en om kwart over negen stipt (de in De Smederij gehanteerde begintijd) stak het gloednieuwe Renske de Boer Kwartet van wal. Inmiddels had de gehandicapte gewoon zijn gebruikelijke voorbereidende werk verricht: het temmen van de geluidsinstallatie, het uitdelen der consumptiebonnen en de aankondiging van de band. Dat het optreden wat ruwe plekken en gammele verbanden vertoonde was dus niet zo vreemd. Het eerste nummer, 'Night And Day', begon wat aarzelend, maar al snel had de formatie haar groove te pakken. Met haar licht doorrookte alt en haar gewoonte liedjes naar eigen inzicht te kneden, bleek Renske de Boer een echte jazzzangeres. 'How Deep Is The Ocean' en 'I Thought About You' waren daar mooie voorbeelden van. Soms zong ze een noot op het randje: net niet vals, wat de expressie eveneens ten goede kwam. En de paden die de zangeres en de band bewandelden liepen niet altijd parallel. In 'Easy Living' was de balans tussen vocaliste en de begeleiding een moment ver te zoeken - maar voordat het nummer klaar was hadden de muzikanten hun evenwicht weer gevonden. Daarentegen zette haar samenspraak met Buma in de intro van 'I Love You' de muziek aangenaam onder spanning. Dat gold ook voor haar scatten in de 'One Note Samba', dat een perfecte eenheid werd met de gitaar. Wat natuurlijk hielp was dat bassist Hans Lass en drummer Sebastian Demydszuk al jaren samenwerken. Dus al dreigde de muziek hier en daar uit de bocht te vliegen, hun rotsvaste, verende basis (en boeiende solowerk) hield iedereen uiteindelijk binnen boord. Enfin, Didi heeft nu even tijd om te recupereren. Tekst: Eddy Determeyer | Foto: Hammie van der Vorst Labels: concert, Diederik Idema, Hans Lass, Renske de Boer, Sebastian Demydczuk, Wilfred Buma (Eddy Determeyer, 6.7.26) - [print]
- [naar boven] Lees verder in het archief...
|
Archief
Artikelen Cd-recensies Concertrecensies Colofon Festivalverslagen Interviews Jazz in memoriams
Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken? |