Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Cd's
Dirk Serries portret - deel 1

Colin Webster & Dirk Serries - 'Light Industry' (A New Wave Of Jazz, 2020)
Opname: 8 september 2018
Tom Malmendier & Dirk Serries - 'Vanguard' (A New Wave Of Jazz, 2020)
Opname: 15 september 2018

Een nieuwe worp cd's (acht in totaal) op A New Wave Of Jazz biedt de mogelijkheid om weer eens uitgebreid in te zoomen op de persoon Dirk Serries. Niet voor het eerst, maar aangezien de man zich blijft vernieuwen, blijven wij hem hier bespreken. Daarom in dit eerste verslag twee duo-albums, in een tweede verslag gevolgd door twee trio-albums en een kwartet. Dat daarbij direct een keur aan geestverwanten voorbijtrekt - Serries is de laatste tijd niet meer zo van de vaste bezettingen - is alleen maar een voordeel. Eén zo'n geestverwant is saxofonist Colin Webster. Ze kennen elkaar al jaren en werken onder andere samen in het Kodian Trio, Tonus en Fear Falls Burniing en maakten eerder, in 2018, samen 'Gargoyles'. En nu ligt er 'Light Industry'.

Verkennende bewegingen van Serries in 'Spring' en Webster, die de kleppen van zijn altsax beroert en speelt met valse lucht. Het is alsof ze nog even op gang moeten komen. Gaandeweg haken de patronen in elkaar en bemerk je dat ze niet voor het eerst samen spelen. Bijzonder is daarbij de wijze waarop Webster zijn sax bespeelt; als ware het percussie, een stijl die opvallend goed past bij Serries' al even percussieve gitaarspel. Voor we een herkenbare saxklank horen, zijn we drie minuten verder. Maar dan horen we wel dat typische Webster-geluid: zangerig, met een hang naar lyriek en aanschurkend tegen de melodie enerzijds en schril, disruptief en grensverleggend anderzijds. Met 'Bearing' gaan we weer terug naar af, naar de schermutselingen in het grensgebied. Dit keer blijven de twee in deze wat onbestemde regionen voor een eersteklas klankspel, al zorgt Webster soms voor meanderende klankpatronen. 'Switch' kent iets dat je met wat fantasie een ritme kunt noemen, neergelegd door Serries. Webster bouwt erop door, maar doorkruist het evengoed op fantasievolle wijze. Websters sax klinkt aanvankelijk in 'Blade' als een misthoorn, terwijl Serries op de achtergrond trefzekere accenten plaatst. Maar wat begint als een stemmig stuk transformeert langzaam maar zeker in een weerbarstig duet. In 'Wires' beginnen we piepend, sissend en knarsend en met geen mogelijkheid is te ontdekken wie nu precies welk geluid maakt. En ook hier is structuur weer ver te zoeken en lijken de twee elkaar vooral af te tasten. Een beeld dat in 'Nail', dat tot slot van dit album klinkt, niet wezenlijk verandert.

Een week later zit Serries weer in dezelfde studio in Anderlecht, maar nu samen met drummer en percussionist Tom Malmendier. Dezelfde Malmendier die hier onlangs nog voorbijkwam in gezelschap van accordeoniste Emilie Škrijelj, die ook prima overweg kan met live elektronica. Het titelloze debuut van Les Marquises maakte daarbij indruk en biedt een referentiekader voor dit album. Serries en Malmendier delen een minder intense geschiedenis dan Serries met Webster heeft, maar vreemden voor elkaar zijn het geenszins. Ze speelden vorig jaar oktober samen tijdens het door Serries in De Singer gehouden festival, aangevuld met Tom Jackson en deelden in oktober 2017 het podium met de Canadese gitarist Eric Quach - beter bekend onder zijn alias Thisquietarmy - in Bochum, waarvan de opnamen verschenen op 'Hell'. In Anderlecht kwam het tweetal samen voor 'Vanguard'.

Met 'Incus' kiest het duo voor een vrij heftige opening, met name door het weerbarstige en verontrustende spel van Serries. Een lijn die wordt doorgetrokken in 'Twelve Tone', waarin de twee musici elkaar uitstekend weten te vinden in een overvloed aan dwarse klanken en in het titelstuk, waarin het tweetal een landschap inricht vol voetangels en klemmen. Ingetogen gaat het eraan toe in 'Coded Ideal' en 'Adrift'. Die opmerkingen over schermutselingen in het grensgebied kunnen we hier ook op van toepassing verklaren. En ook hier lijkt het de twee louter te gaan om klanken en hun onderlinge samenhang. Een samenhang die je niet moet willen definiëren binnen de klassieke structuren, die ketens zijn door deze heren al lang afgeworpen. In het afsluitende 'Stock' zet het duo de zaak weer stevig op scherp middels een laatste weerspannige uitbarsting.

Foto: Cees van de Ven

Labels:

(Ben Taffijn, 11.7.20) - [print] - [naar boven]



Jazz Class-X / Jazztube
Irreversible Entanglements - 'Irreversible Entanglements' (International Anthem, 2017)

Opname: 26 augustus 2015

Een van de helderste stemmen in het protest tegen racisme op dit moment luistert naar de naam Camae Ayewa. Deze zangeres en dichteres uit Philadelphia, beter bekend onder haar alias Moor Mother, stelt op onverbloemde wijze het onrecht dat de zwarte bevolking wordt aangedaan aan de kaak. Ze doet dat in haar soloprojecten, maar ook in de samenwerking met het impro-collectief Irreversible Entanglements, dat met het gelijknamige debuut uit 2017 een nu reeds klassiek album afleverde. Een kwintet overigens dat ontstond in het vervolg op een concert in 2015 als onderdeel van een Musicians Against Police Brutality-evenement. De aanleiding was de dood van de Afro-Amerikaanse Akai Gurley die op 28-jarige leeftijd door de politie werd doorgeschoten.

Dit is een van die zeldzame albums waarin de drummer begint, Tcheser Holmes, met een zeer snel, spanningsvol ritmisch patroon. De blues zit erin verborgen. Dan horen we trompettist Aquilles Navarro met een enigszins melancholiek patroon, gevolgd door Ayewa, opkomend vanuit de zijkant, met de geschiedenis van zwart Amerika: "We still disappear, as soon as master rings the bell!". 'Chicago To Texas' is begonnen. Ayewa gaat door, dit is geen lied, dit is een gedicht. Ayewa zingt niet, ze vertelt. Onderwijl deelt Holmes zijn slagen uit, zorgt bassist Luke Stewart voor een duister ritme en doorsnijden Navarro en altsaxofonist Keir Neuringer van tijd tot tijd haar betoog. "It's always black Sunday here", zingt ze, verwijzend naar de storm van 14 april 1935, het dieptepunt van wat bekend kwam te staan als de Dust Bowl. Het meeslepend, strakke ritme van 'Fireworks' gaat door merg en been. Keiharde slagen van Holmes en dan Ayewa, die ook hier haar aanklachten ongecensureerd de menigte in slingert. Ik zag de band ruim twee jaar geleden op Rewire en ik kan u verzekeren: dat laat je geenszins onberoerd. Navarro en Neuringer, hun bijdragen prachtig door elkaar vermengd, zetten de toon in het middendeel van dit enerverende nummer.

Zeer hectisch gaan de blazers van start in 'Enough'. Ze creëren een golf van geluid. "Enough!" schreeuwt Ayewa. De ritmesectie pakt het over en legt de structuur voor deze compositie van Navarro. "Sick and tired", laat Ayewa ons weten, racisme zuigt alle energie uit je lichaam. En dan een pijnlijk rake saxsolo van Neuringer, dit gaat door merg en been. Het meest confronterend vind ik nog altijd 'Projects', zeker met de recente moord op George Floyd in het achterhoofd. Krachtig, spanningsvol slagwerk, ingetogen muziek van de blazers, trefzekere accenten van de contrabas en dan Ayewa met het verhaal van een vrouw die op zoek is naar haar broer die door de politie is neergeschoten: "My brother is gone, I've seen him around, I think he got shot right in the head. (...) We live in a movie right here." De muziek accentueert deze verschrikkelijke zinnen op onbeschrijfelijke wijze. Dit moet je horen en ervaren. De pijn voelen, de ontreddering, het onrecht. Zoals Neidlinger vorm geeft aan die solo, geflankeerd door die intens spelende ritmesectie. "Oh God, Moses has been lynched, and the choir refuses to sing" vervolgt Ayewa haar verhaal, niet gespeend van de nodige dramatiek, terwijl op de achtergrond de chaos toeneemt. Er is geen ontkomen meer aan.

In de Jazztube zie je het concert dat Irreversible Entanglements op 13 maart 2018 gaf tijdens Direct Current in The Kennedy Center, Washington DC.


Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 8.7.20) - [print] - [naar boven]



Cd
Les Amazones d'Afrique - 'Amazones Power' (Real World, 2020)

Opname: 2018-2019

Dit verhaal begint in 2014, in Bamako, Mali. Drie jonge vrouwen richten een muziekgroep op, Les Amazones d'Afrique. Het zijn Mamani Keita, Oumou Sangere en Mariam Doumbia. Hun doel is om via muziek, populaire muziek, de achterstand van vrouwen wereldwijd aan de kaak te stellen. 'Republique Amazone', hun debuutalbum uit 2017, doet stof opwaaien. Zelfs voormalig president Barack Obama spreekt erover en neemt een van de liedjes op in zijn lijst van 20 favoriete nummers van 2017. Begin dit jaar kwam het vervolg 'Amazones Power' uit bij Real World Records en is het driemanschap inmiddels uitgegroeid tot meer dan twintig zangeressen uit geheel Afrika, aangevuld met dertien musici.

Hun boodschap is echter onveranderd. Vaak vanuit eigen ervaring verhalen de opzwepende liederen over het onrecht dat vrouwen wereldwijd nog steeds treft: mishandeling, misogynie, gedwongen huwelijken - vaak op zeer jonge leeftijd, verkrachting en genitale verminking. Of zoals een van hen het omschrijft in het uitgebreide cd-boekje: 'We come from different countries, yet we’re facing the same issues in our home towns. We need to show the world that there are no bounderies when it comes to standing for our rghts... It felt like the universe put us together. We were fighting alone, and something pushed our energy to meet.' En daar hebben we dan vervolgens dit prachtige album aan te danken. "Together we must stand", klinkt het in de opener 'Heavy', waarin wordt stilgestaan bij economisch actieve vrouwen waar vaak een hele familie op draait. En de muziek is al net zo veelzijdig als de groep vrouwen die Les Amazones d'Afrique vormt. Afrikaanse klanken, r&b en rap wisselen elkaar af in een frisse mix. In 'Love' breekt Mamani Keita een lans voor respect en gelijkheid. Haar krachtige stem wordt begeleid door zware baslijnen en een loom West-Afrikaans ritme. De roots van de blues liggen duidelijk hier.

Een album met een boodschap, maar daar blijft het niet bij. Ook muzikaal is dit een ronduit sterk album, waarbij traditie en moderniteit elkaar perfect afwisselen. Het eerdergenoemde 'Love' sluit duidelijk aan bij de Afrikaanse muzikale traditie, evenals 'Queens' - met name door de aantrekkelijke zang van Rokia Koné, in combinatie met het koor. 'Dreams' wortelt in de Malinese volksmuziek en 'Rebels' sluit aan bij de Arabische muziek, met prachtige zang van de Algerijnse Nacira Ouali Mesbah. 'Smile' is dan weer veel meer hedendaagse pop, met zijn gebroken ritmes. Iets dat ook geldt voor 'Red', waarin we ook een vleugje rock aantreffen in het gitaarspel, 'Dogon', dat deels aansluit bij wat we woestijnblues zijn gaan noemen en deels bij r&b en 'Sisters', waarin de soul doorklinkt. Opvallend zijn daarnaast een paar zeer krachtige ballades, die vaak nog beter dan de uptempo nummers de sfeer weten over te dragen. 'Timbuktu' is daar een mooi voorbeeld van. Een huiselijke dialoog tussen Mamani Keita en Amadou Dembélé, waarin de eerste een lans breekt voor de rol die vrouwen spelen in het bewerkstelligen van sociale cohesie.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 6.7.20) - [print] - [naar boven]



Jazz Class-X / Jazztube
Peter Brötzmann Octet - 'Machine Gun' (BRÖ, 1968)

Opname: mei 1968

Recent stond ik in onze serie Jazz Class-X stil bij 'We Insist! Freedom Now Suite' van Max Roach, het eerste jazzalbum met een duidelijke boodschap van protest tegen racisme. Het zou gelukkig niet bij dit album blijven. En omdat helaas datzelfde racisme weer eens actueel is, neem ik de kans waar om drie inmiddels iconische albums onder uw aandacht te brengen waarin dit protest krachtig tot uiting komt.

De free jazz die aan het eind van dat decennium tot ontwikkeling komt, is onmogelijk los te zien van deze beweging waarin protest en emancipatie hand in hand gaan. Zwarte musici in de VS begonnen ermee, blanke musici in Europa voelden zich erdoor geïnspireerd. Niet alleen door de muziek, ook door de boodschap. Het absolute hoogtepunt en een van de beste Europese jazzalbums aller tijden is daarbij altijd nog 'Machine Gun', opgenomen in 1968 door een octet onder leiding van rietblazer Peter Brötzmann, die zich sinds halverwege jaren zestug had ontwikkeld tot een van de voormannen van deze nieuwe muziekstijl. Faam verwierf hij met zijn trio, waarna het Frankfurt Jazz Festival hem in staat stelde dat octet op te richten waarvan alle leden in de jaren erna belangrijke spelers zouden worden binnen de Europese avant-garde. Als blazers koos hij Evan Parker en Willem Breuker, als bassisten Peter Kowald en Buschi Niebergall, als drummers Sven-Ake Johansson en Han Bennink en tot slot als pianist Fred van Hove.

Al het onrecht, de onrechtvaardigheid, de vernedering, de pijn, 'the horror' – zoals Kurtz het zo mooi uitdrukt in Joseph Conrads roman Heart of Darkness - komt samen in het titelstuk. Dat nog altijd, ruim vijftig jaar na dato, een mokerslag uitdeelt. We zien de man zitten achter zijn machinegeweer, op de door Brötzmann getekende hoes en het is exact dat wat we krijgen. Repetitief knetterend, super enerverend gaan de blazers van start. Zo klinkt protest, en niet anders. De kracht van deze muziek zit in het ongepolijste, zeer hectische en chaotische karakter. Het is verre van mooi, het mag ook niet mooi zijn. Het moet verontrusten, shockeren, structuren overhoop gooien en dat is ook wat het doet. Op onovertroffen wijze.

In 2018 zei Brötzmann tegen Andrew Jones van DownBeat ter gelegenheid van het vijftigjarige bestaan van het album: "There is no contradiction between creation and destruction. I never thought music was a healing force of the universe. I didn't agree with Mr. [Albert] Ayler. But we wanted to change things; we needed a new start. In Germany, we all grew up with the same thing: 'Never again'. But in the government, all the same old Nazis were still there. We were angry. We wanted to do something."

Zo extreem zou het daarna zelden meer klinken, maar veel elementen uit dit miraculeuze album zouden breed navolging krijgen binnen de geïmproviseerde muziek. Neem dat fantastische duet tussen de beide bassisten halverwege het titelstuk, dat is impro ten voeten uit. 'Responsible' laat horen wat je kunt met twee drummers en twee bassisten. Als dan ook de drie blazers aansluiten ontstaat er een enorme kakofonie aan klanken, een orgie aan geluid. Hier staat de essentie op het spel, zoveel is zeker. En wat een prachtige bijdragen leveren die drie blazers hier, op het scherpst van de snede. Tot slot klinken de drummers in 'Music For Han Bennink', gevolgd door zeer ontstemd klinkende blazers. Explosies van geluid. Na een herhaling van dit procedé volgt een opmerkelijk introvert moment, fel onderbroken door Brötzmann. Het mag immers niet mooi zijn!

In 1990 verscheen het album op cd met extra takes van zowel 'Machine Gun' als 'Responsible'. In 2007 verscheen bij Atavistic 'The Complete Machine Gun Sessions', met daarop ook nog een liveversie van het titelstuk.

In 1970 gaf het Peter Brötzmann Octet een concert in het Antwerpse Park Den Brandt tijdens de tweede editie van Jazz Middelheim. In de Jazztube zie je een impressie, met interviews en concertbeelden.

Labels: , , ,

(Ben Taffijn, 4.7.20) - [print] - [naar boven]



Cd
Espen Berg Trio - 'Free To Play' (ODIN, 2019)

Opname: 25-26 november 2018

Over 'Bølge', het in 2018 verschenen album van het Espen Berg Trio schreef ik: 'Opvallend bij dit trio zijn het dynamische, melodische geluid en het zeer harmonische samenspel. Hier geen leider en volgers, maar een geoliede machine waarbij het geluid van de drie instrumenten prachtig in elkaar overloopt.' Een jaar later verscheen 'Free To Play' dat op de stapel belandde en nu, met meer tijd door gebrek aan concerten, eindelijk in mijn speler belandde. En reeds bij de vrij korte opener 'Monolitt', te zien als een soort van prelude, bekruipt mij de spijt dat ik dat niet eerder deed. Bassist Bárður Reinert Poulsen en drummer Simon Olderskog Albertsen zorgen hier voor rustiek weldadige klanken, waar zich gaandeweg Berg bijvoegt.

In 'Skrivarneset' komt het trio goed op stoom. Wat ik de vorige keer schreef over dit trio blijft dus onverkort van kracht. Ook hier weer die hecht doortimmerde structuur, dat strakke geluid en het perfecte samenspel. En Berg is een prima pianist. Soepel, puntig en met een goed gevoel voor timing weet hij op krachtige wijze zijn statement te maken. Zonder daarbij continu op de voorgrond te treden; de bijdragen van Poulsen en Albertsen zijn op dit album wederom zeer essentieel.

Aan het begin van 'Kestrel' valt het duo Berg - Albertsen op. Samen bouwen ze op strakke wijze het ritme op, waarna Berg de melodie uitzet en het nummer transformeert in een blues. Berg neemt de leiding, maar de andere twee doen meer dan volgen. En let dan vooral ook op hoe prachtig uitgebalanceerd dit allemaal klinkt, hoe goed deze drie mannen elkaar aanvoelen en aanvullen. Iets dat ze ook doen in het mooi lyrische 'Camillas Song', waarin Poulsen aanvankelijk de toon zet, gevolgd door een intiem klinkende Berg. Na dit moment van intimiteit en reflectie zet het trio de zaak weer op scherp in het zeer ritmische en aanstekelijke 'Gossipel', een lijn die verder wordt doorgetrokken in 'Episk-Aggressiv Syndrom'. Bijzonder in dit nummer is het ritmische en harmonische spel van dit trio en de wijze waarop de klanken hier in elkaar vervlochten worden.

Wellicht is de beste omschrijving van de muziek van dit trio nog wel, zo valt mij in bij het beluisteren van 'Meanwhile In Armenia', dat het stroomt. Het is een eenheid, waarbij het ene voortkomt uit het ander. Het geldt voor dit nummer, waarin tevens de volksmuziek doorklinkt, maar eigenlijk voor het hele album.

Klik hier om 'Free To Play' te beluisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 30.6.20) - [print] - [naar boven]



Jazz Class-X / Jazztube
Max Roach - 'We Insist! - Freedom Now Suite' (Candid, 1960)

Opname: 31 augustus / 6 september 1960

De dood van George Floyd drukt ons weer eens met de neus op de feiten: het racisme is nog steeds springlevend en helaas niet alleen in de VS. Dat er de afgelopen weken breed stelling werd genomen tegen dit onrecht stemt hoopvol. Tegelijkertijd zal ook deze gebeurtenis, de zoveelste in een lange rij, niet de laatste zijn. Protest is daarom op zijn plaats, of het nu direct tot veranderingen leidt of niet. En gelukkig komt dat protest inmiddels lang niet meer alleen van de zwarte bevolking zelf, zoals dat decennialang het geval is geweest. Want, zoals u natuurlijk ook weet, we hebben het hier nu niet bepaald over een nieuw fenomeen.

De meest roerige tijd was onmiskenbaar die van de burgerrechtenbeweging in de jaren 60 van de vorige eeuw, waarin politici zich roerden, maar ook kunstenaars, waaronder jazzmusici. Een absoluut hoogtepunt daarin is zonder meer 'We Insist!', met als ondertitel 'Max Roach’ Freedom Now Suite'. De drummer begint eraan in 1959, samen met Oscar Brown, die de teksten voor hem schreef. Aangezien Roach toen in New York woonde en Brown in Chicago vroeg dat om improviseren. Brown zei er later over: "We did it on the road kind of; we really wrote it by telephone." Het bleek geen gelukkige keuze en nog voor de suite was voltooid haakte Brown af. Oorspronkelijk was de suite, in een langere versie, bedoeld om uitgevoerd te worden in 1963, tijdens de viering van het feit dat Abraham Lincoln in 1862 de zogenaamde Emancipation Proclamation uitvaardigde, waarmee een einde kwam aan de slavernij in de VS. Er speelde in 1960 echter te veel om nog langer te kunnen wachten en Roach greep het momentum aan om in augustus en september 1960 met een kwintet dit album op te nemen, dat nog in december van datzelfde jaar verscheen bij Candid Records. Naast Roach horen we zijn vrouw en vocaliste Abbey Lincoln, de legendarische tenorsaxofonist Coleman Hawkins, tenorsaxofonist Walter Benton, trombonist Julian Priester, trompettist Booker Little, bassist James Schenk en de percussionisten Michael Olatunji, Raymond Mantilla en Thomas du Vall.

Het album begint met 'Driva’ Man', waarin Roach en Brown teruggrijpen op de slavernij. Nat Hentoff, die bij de opnamesessies aanwezig was, zei over dit nummer: "It's a personification of the white overseer in slavery times who often forced women under his jurisdiction into sexual relations." Lincoln begint solo, slechts begeleid door Roach, wiens slagen klinken als die van een zweep. Dan vallen de overige musici bij en schittert Hawkins in een getormenteerde solo. De echte kracht in dit op zich vrij simpele nummer zit echter in dat slepende ritme dat ons continu vergezelt. Met 'Freedom Day' grijpt Roach terug op de hierboven genoemde Emancipation Proclamation, die de zwarte bevolking in naam gelijkwaardig maakte aan de blanke. Maar de drummer zelf verwoorde het treffend: "We could never finish it, because freedom itself was so hard to grasp: we don't really understand what it really is to be free. The last sound we did, 'Freedom Day,' ended with a question mark." De blazers starten hier met unisono gespeelde lijnen, waarna we Lincoln horen met de oproep de ketens af te doen. Ondanks die woorden van Roach klinkt dit als een zeer strijdbaar nummer, met prachtige solo's van Benton, Little, Priester en Roach zelf. En als we dan Lincoln weer horen, lopen de rillingen je de over de rug.

Het hart van het album bestaat uit 'Triptych: Prayer, Protest, Peace'. Een duet tussen Roach en Lincoln. 'Prayer' klinkt terecht als een spiritual waarin Lincoln de hoofdrol speelt, spanningsvol begeleidt door Roach. Een gewijd begin, dat halverwege dramatisch omslaat. Op Roach overdonderend drumwerk horen we een schreeuwende, krijsende, huilende Lincoln of zoals Hentoff het verwoordde: "Final, uncontrollable unleashing of rage and anger that have been compressed in fear for so long that the only catharsis can be the extremely painful tearing out of all the accumulating fury..." In 'Peace' klinkt de rust terug. Bijzonder in dit stuk is overigens dat Lincoln geen tekst heeft - Brown was reeds vertrokken - en zich louter bedient van vocale klanken.

Roach beperkte zich niet tot de situatie in zijn eigen land. In 'All Africa' en 'Tears For Johannesburg' maakt hij de oversteek naar het continent waar zijn wortels lagen. In 'All Africa' staat hij stil bij het dan opkomende nationalisme in dit werelddeel, wat zou leiden tot het dekolonialiseringsproces en in 'Tears For Johannesburg' richt hij zijn peilen op de apartheid en dan specifiek op de gebeurtenis eerder dat jaar in Sharpeville, waarbij de politie op demonstranten schoot. Met 69 doden en 180 gewonden als gevolg. 'All Africa', staat mede dankzij de uitgebreide percussie dichter bij Afrikaanse muziek dan bij de jazz, iets wat prima past bij de doelstelling van dit album. Met 'Tears For Johannesburg' weet Roach weer te raken, met name door de in elkaar verstrengelde blazerspartij en de krachtige, maar ook schrijnende solo's.

Twee Jazztubes deze keer: 'Driva’ Man' en 'Tears For Johannesburg / Triptych', uitgevoerd door een kwintet van Max Roach bestaande uit pianist Coleridge Perkinson, bassist Eddie Kahn, tenorsaxofonist Clifford Jordan en zangeres Abbey Lincoln. Een opname uit 1964 voor het Belgische televisieprogramma 'Jazz Prisma'.

Labels: , , ,

(Ben Taffijn, 28.6.20) - [print] - [naar boven]



Nieuws / Jazztube
Ack van Rooyen wint Buma Boy Edgar Prijs 2020


De Buma Boy Edgar Prijs, de belangrijkste prijs in Nederland op het gebied van jazz en geïmproviseerde muziek, is toegekend aan bugelspeler en trompettist Ack van Rooyen. Dit werd bekendgemaakt op het (online) netwerk- en showcase-evenement inJazz in Rotterdam (zie video hieronder).

Ack van Rooyen (Den Haag, 1930) is de belichaming van de kleurrijke Nederlandse jazzgeschiedenis. Zijn bijdrage als solist aan de Nederlandse jazzorkesten leest als een overzicht van alle grote jazzensembles: de Ramblers, de Skymasters, The Netherlands Concert Jazz Band, het Dutch Jazz Orchestra en het Metropole Orkest.

Meteen na het verlaten van het Koninklijk Conservatorium van Den Haag (cum laude!) in 1949 begon Van Rooyen aan een indrukwekkende internationale carrière. Hij speelde in de meest vooraanstaande internationale jazzorkesten, waaronder Aimé Barelli Orchestra, de Peter Herzbolzheimer & His Rhythm Combination & Brass, het Deense showorkest van Boyd Bachman, de Bert Kaempfert Big Band, de WDR Big Band, de SFB Big Band, het Clark Terry Orchestra, Gil Evans Orchestra, de Clarke-Boland Bigband en het Süddeutscher Rundfunk Orchestra. In 1974 was hij medeoprichter van het United Jazz & Rock Ensemble, een succesvol tentet met onder anderen trombonist Albert Mangelsdorff, saxofonist Charlie Mariano en pianist Wolfgang Dauner.

Zijn ruime ervaring, inzicht en theoretische kennis deelt hij al decennialang met studenten van de conservatoria in Nederland en nog regelmatig staat hij op het podium met jonge musici. Zo stond hij op 16 februari van dit jaar stond hij nog op het podium van De Bilding in Bilzen met Carlo Nardozza's Big Band WE.

Bij gelegenheid van zijn 90ste verjaardag, die op 3 januari 2020 gevierd werd in het Bimhuis in Amsterdam, werd hij benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Bij die gelegenheid beschreef de Amsterdamse locoburgemeester Simone Kukenheim zijn verdiensten: "Gedurende uw lange loopbaan schitterde u zelf, maar u liet ook anderen stralen."

Uit het juryrapport: "De jury is gecharmeerd van Van Rooyens vakmanschap en zijn lyrische spel op de bugel, het instrument waar hij zich al vanaf de vroege jaren op toelegt. Het warme, zachte geluid van de bugel past bij de bescheiden Van Rooyen. Met zijn herkenbare, subtiele klank schept Van Rooyen miniaturen die de luisteraar meevoeren en lange tijd bijblijven."

Onderdeel van de prijs is een door winnaar Ack van Rooyen zelf samen te stellen concertavond op 9 december 2020 in het Bimhuis. Bij die gelegenheid zal hem de prijs, bestaande uit een geldbedrag van € 12.500 en een bronzen sculptuur van Jan Wolkers, worden overhandigd. Vooralsnog gaat de organisatie uit van een feestelijke happening met prijsuitreiking, maar coronamaatregelen zullen tegen die tijd mogelijk ook van invloed zijn op de invulling van de concertavond. Laten we hopen van niet!

Foto's: Cees van de Ven

Labels: , ,

(Maarten van de Ven, 27.6.20) - [print] - [naar boven]



Cd
Miguel Zénon - 'Sonero - The Music Of Ismael Rivera' (Miel Music, 2019)

Opname: 19-20 maart 2019

'Sonero - The Music of Ismael Rivera' is al even uit, maar Miguel Zénon maakte een dusdanig bijzonder album dat het de moeite loont ons er alsnog over te buigen. Hij werd niet voor niets genomineerd voor een Grammy in de categorie beste Latin Jazz Album, die hij helaas niet won. Het album is een eerbetoon aan de uit Puerto Rico afkomstige zanger en liedjesschrijver Ismael 'Maelo' Rivera, ook wel El Sonero Mayor genoemd, wat zoveel betekent als de grootste zanger/improvisator. De beste man leefde van 1931 tot 1987 en verwierf vooral bekendheid dankzij de vernieuwing die hij aanbracht binnen de 'soneo', improviserende zang binnen de salsatraditie.

Miguel Zenón is echter geen zanger, maar altsaxofonist en ook de overige leden van dit kwartet - pianist Luis Perdomo, bassist Hans Glawischnig en drummer Henry Cole - zijn niet te betrappen op vocale kwaliteiten (de enige plaats waar we zang horen is het intro, maar dat betreft een sample van Rivera zelf). Het zijn dan ook veeleer het gebruik van melodie en ritme en de grote lyrische kwaliteiten van Rivera die Zenón inspireerden. Sterker nog, dit is niet eens pure salsa. Zenón kleedt Rivera's composities volledig uit en geeft er zijn eigen draai aan. Maar ritmisch en melodisch is de muziek zonder meer en Zenón stelde met deze musici een eersteklas kwartet samen. Beluister hoe het slagwerk van Cole in 'Quitate de La Via, Perico' Zénons spel kruidt en u weet genoeg. Of neem het delicate pianospel van Perdomo in 'Las Tumbas', hoe zorgvuldig hij de noten hier aan elkaar rijgt tot een prachtige melodie. En dan hebben we het nog niet gehad over Zénon zelf, die in ditzelfde nummer zorgt voor een zeer lyrische, maar tegelijkertijd pittige solo.

'El Negro Bembón' is een van de hoogtepunten van dit album. De wijze waarop de ritmesectie hier het ritme opbouwt is groots. Strak en tegelijkertijd zeer enerverend. Zénon reageert erop met een uiterst lenige solo, waarbij hij moeiteloos het uitgebreide klankregister van zijn altsax gebruikt. Dit is muziek die duidelijk wortelt in de latin, maar zich hier beslist niet toe beperkt. Prachtig strak klinkt ook het ritme in 'La Gata Montesa', waarbij het ook hier opvalt dat pianist Perdomo vrijwel permanent onderdeel uitmaakt van de ritmesectie, terwijl Zénon zelf afwisselend hierin mee gaat of ervoor kiest om de melodie vorm te geven. Ook in dit nummer een zeer zangerig swingende bassolo van Glawischnig.

Een ander hoogtepunt is 'Las Caras Lindas' en dan met name vanwege de wijze waarop Zénon hier vorm geeft aan de melodie. Wat begint als een ballade loopt aansluitend uit in een zeer ritmisch stuk, waarin Zénon excelleert met felle bewegingen. Verderop duelleert hij op het scherpst van de snede met Cole. 'Hala' en 'Si Te Cantara' zijn echte ballades, met een prachtig lyrisch spelende Zénon, terwijl in de laatste zowel de prachtige ritmiek van Perdomo als de solo van Glawischnig opvallen.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Foto: Cees van de Ven

Labels:

(Ben Taffijn, 24.6.20) - [print] - [naar boven]



Concert
Van het slot, op een kier

Zilt featuring Ian Cleaver & Jasper Blom, zondag 21 juni 2020, Jacobuskerk, Feerwerd

Ze moeten zich hebben gevoeld als rundvee dat na de winterstalling voor het eerst het malse gras van het Hogeland inbuitelt. Goed, het was alweer de eerste dag van de zomer - in Groningen gebeurt godlof alles wat later dan in de beschaafde wereld.

Dat lieten de kerkgangers evenwel nauwelijks merken. Doch iedereen was, dat was wel duidelijk, uitgelaten om het eerste jazzconcert sinds maart mee te vieren. Er waren zelfs liefhebbers uit het verre Utrecht die de pelgrimage naar het verre Feerwerd hadden ondernomen. En zo zaten we met dertig man (m/v) in het pittoreske Jacobuskerkje in het schattige Groninger dorpje. Na ons kwam er nog een shift van andermaal dertig man. En, vertelde voorzitter Herman Meurs van de stichting Jazz in Feerwerd, de belangstelling was van dien aard dat er nog met gemak een derde optreden in had gezeten, ware het niet dat zulks misschien een te grote wissel had getrokken op het uithoudingsvermogen van de muzikanten van Zilt.

Zilt, dat is het kwartet van tenorsaxofonist Jasper Blom, dat zijn naam dankt aan de locatie waar het het levenslicht zag, de Amsterdamse Zeedijk en meer specifiek aan het gelijknamige whiskylokaal ter plekke. Het idioom zou je kunnen situeren in de late hardbop, zo'n beetje tot het Ornette Coleman-universum. Misha Mengelberg is ruim vertegenwoordigd in het repertoire en ook nu bleek maar weer eens wat voor een fenomenale componist Mengelberg was in het domein van de potentiële evergreens. Drummer Wouter Kühne en bassist Thoman Pol swingden superstrak en onbedaarlijk in 'Rollo II'. In dit openingsstuk van het optreden moest het publiek, althans ik, na drie maanden kerkmijden weer even wennen aan de akoestiek van de gebedsruimte, waarbij de instrumenten de neiging hadden in elkaar over te vloeien. Het best kwam de groep dan ook tot haar recht in de ingetogen gespatieerde ballads, zoals 'Azalea'.

Medeblazer was trompettist Ian Cleaver, een snel rijzende ster aan het Amsterdamse improvisatie-uitspansel. In Mengelbergs 'Blues After Piet' projecteerde hij zijn zelfverzekerde geluid tot voorbij de achterkant van het kerkje, tot in de klokkentoren en van daaruit tot over de dreven van het Hogeland voornoemd. Hij kan ook ingetogen spelen, gelijk de aartsengel Michaël in een hemelse serenade.

In 'Moon Song' vielen de heldere, levendige baslijnen van Thomas Pol op. Voor een modderig geluid ben je bij hem aan het verkeerde adres. Wouter Kühne tenslotte kan zoals gezegd onbedaarlijk hard swingen, maar levert met accenten, verdichtingen en verdunningen ook wezenlijke bijdragen aan de architectuur van de muziek.

Laat nu de tweede golf maar komen - dit hebben we toch maar mooi meegemaakt.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 22.6.20) - [print] - [naar boven]



Cd
Les Marquises - 'Les Marquises' (Eux Saem, 2019)

Opname: oktober 2019

Les Marquises is een duo bestaande uit Emilie Škrijelj, een accordioniste die daarnaast graag werkt met de platenspeler, samples en andere elektronica, en drummer Tom Malmendier. Het titelloze debuut zag vorig jaar het licht en verdient het zonder meer om hier aan bod te komen. Want wat een lekkere, eigenwijze muziek is dit. Muziek waarin de chaos op de troon wordt gehesen en waarin dit duo laat horen over te lopen van speelse creativiteit. De klanken, waarbij elektronica en slagwerk nagenoeg uitwisselbaar zijn, buitelen als doldwaze clowns over elkaar heen in het ruim twintig minuten durende 'Des Carottes Dans Les Cheveux'. Vanuit pure spontaniteit vuren de twee musici elkaar hier aan tot een bruisende improvisatie. Prachtig is die solopassage van Škrijelj, klinkend als een ontspoord computerspel. Aansluitend tovert ze de meest wonderlijke klanken uit het stel oude lp's en dito samples. Het heeft zowaar wel iets van een bizar ritueel.

Verbazen hoeft dit allemaal geenszins. Škrijelj studeerde in 2007 af aan de Universiteit van Metz op 'From sound object to sound space: interactions between sound and space among composers and sound artists' en begon al vroeg te werken met modulaire synthesizers en samples. Ook Malmedier bewees de afgelopen jaren met een groot aantal projecten bij de muzikale avant-garde te horen.

In 'Chambre De Pluie' gaat het er iets ingetogen aan toe. Hier vallen de vocale samples op, naast een breed scala aan sfeervolle noise, aanvankelijk geflankeerd door beheerst spel van Malmedier. Aanvankelijk, want gaandeweg zet de drummer de zaak behoorlijk op scherp. Een van de hoogtepunten van het album is de passage tegen het einde, waarin we Škrijelj horen op accordeon, samen met een vrij heftig spelende Malmendier. Een bijna zenuwachtige structuur kenmerkt 'Au Fond D’Une Tisane', zeker als we de ritmische onderstroom, slagwerk en noise, in ogenschouw nemen. Dan klinkt wederom de accordeon, wolken van klank creërend, zwelt het slagwerk aan en neemt de intensiteit toe. De stemmen die hier doorheen klinken geven het geheel een extra sfeervolle lading.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Foto: Lê Quan Ninh

(Ben Taffijn, 19.6.20) - [print] - [naar boven]



Cd
Frederick Galiay - 'Time Elleipsis' (Ayler, 2020)

Opname: 2019

In het najaar van 2016 kreeg de bassist Frederick Galiay een residentie aangeboden in het Franse 'Hors les murs'-programma. Een residentie die de winnaar in staat stelt een project te doen in het buitenland. Galiay koos voor Thailand, Laos, Cambodja en Myanmar en verwerkte zijn indrukken met boeddhisme en volksmuziek in het uit zeven delen bestaande 'Time Elleipsis', dat hij met zijn sextet Chamaeleo Vulgarus in 2019 opnam. Naast Galiay op elektrische bas horen we Atoine Viard op baritonsax, Jean-Sébastien Mariage op elektrische gitaar, Julien Boudart op analoge synthesizer en zowel Sébasien Brun als Franck Vallaint op percussie.

Als een donkere onweersbui, zo begint 'Nàga Convulsions'. Galiays basgitaar vult trillend de ruimte, we horen de langgerekte diepe brom van Viards baritonsax en de lange lijnen van Mariages gitaar. Duistere klankwolken die we in eerste instantie met postrock associëren. Dan komen de slagwerkers erbij, zij schroeven de spanning verder op. 'Sentence | Samsara' kent een nog duisterder karakter: na een zeer heftige inleiding volgen duistere klanken, afkomstig van Boudarts analoge synthesizer. Rollende donder van de beide slagwerkers in 'Luasamia | Points Cardinaux', aangevuld met vurig gitaargeweld. Het nummer wordt uitgeleid met een langgerekte piep, waarna Boudart 'Saneu Kham Samout' opstart met chaotische, machinaal aandoende geluiden. Waar zijn we nu weer beland? Het kraakt en piept aan alle kanten en krijgt een extra dimensie zodra de twee slagwerkers zich erbij voegen. Als verderop dan ook nog Mariage aanhaakt, schurend en sputterend, is het feest helemaal compleet.

Als de rust wederkeert, is het de rust van het duister. Voorzichtige, intense gitaarklanken kenmerken het begin van 'Nirmankayá | Dhyana', een lijn die Viard prachtig doortrekt met intens en gruizig spel op de baritonsax. Groot is het contrast met die paar momenten waarop Mariage de versterker onverwacht ver open draait. Intens is ook de slotpassage: heftig dreunende slagen op de gongs, lang en doordringend resonerend. Het vormt de brug naar het overweldigende, zinderende 'Dharmakaya | Oiseaux Terrifiants'. Eindigen doen we toepasselijk met een slag op een gong, het begin van 'Sukha', ook hier weer die bijna mystieke spanning, de loodzware bas, de duistere drones.

Tot slot een waarschuwing: tere zielen kunnen dit album beter mijden, maar liefhebbers van de schaduw en intense klankwerelden spoeden zich naar Ayler Records.

Klik hier om een aantal tracks van dit album te beluisteren.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 17.6.20) - [print] - [naar boven]





Jazztube
Mikael Godée-Eve Beuvens Quartet - 'Lacy'


Het Mikael Godée-Eve Beuvens Quartet was op 22 februari 2018 te gast bij JazzCase in Dommelhof Neerpelt. De Belgische pianiste Eve Beuvens, een leerling van onder meer Nathalie Loriers, deelde daar het podium met de Zweedse muzikanten Mikael Godée (sopraansax), Magnus Bergström (contrabas) en Johan Birgemius (drums).

In deze Jazztube zie je 'Lacy', een nummer dat een plaats zou krijgen op het album 'Looking Forward', in januari 2019 door Igloo Records uitbracht. Dit tweede opus van het Belgisch-Zweedse kwartet staat vol intieme en melodieuze jazz, waarin de poëzie van Eve Beuvens samensmelt met de Scandinavische lyriek van Mikael Godée.

'Hield Godée zich bewust bescheiden om alle aandacht en ruimte te geven aan de pianopartijen van Eve Beuvens?', vroeg onze recensent Robert Kinable zich in zijn
concertverslag af. 'Zij ging voluit met een opvallend gevarieerd, onstuimig en bovenal open pianospel. Een openheid die zich uitte in een zekere vrijheid, spontaniteit en expressieve frisheid, waarmee ze het concert naar een hoger niveau tilde.'

Labels:

(Maarten van de Ven, 15.6.20) - [print] - [naar boven]



Onder het stof vandaan / Jazztube
Graewe / Reijseger / Hemingway - 'Kammern I - V' (Auricle, 2019)

Opname: 24 november 2009
Graewe / Reijseger / Hemingway - 'Concertgebouw Brugge 2014' (Fundacja Słuchaj, 2019)
Opname: 3 oktober 2014

Een tijdje geleden vroeg Gerry Hemingway aan een recensent wat hij ervaarde als luisteraar bij het horen van de muziek van het trio Graewe / Reijseger / Hemingway. De recensent gaf als antwoord: "I don’t know, I can’t explain it." Het is een antwoord dat mij uit het hart is gegrepen. Lastig, want daarna verwacht u wel een stukje van mij waarin ik het onmogelijke tracht te doen: schrijven over muziek. En helemaal lastig bij deze volledig geïmproviseerde muziek. Overigens is dat voor de musici niet anders. Reijseger verwoordt het aldus als een bezoeker vraagt wat hij die avond gaat spelen: "I can never be sure, because the only thing we are sure of is that we enter the stage at a set time. After that, nothing is certain."

Dat we het dan al snel over liveopnamen hebben, behoeft eigenlijk geen toelichting. Onlangs viste het trio er weer eens twee uit het archief. In november 2009 stonden ze in Schloss Elmau, waarvan opnamen werden gemaakt voor de Bayerische Rundfunk en in oktober 2014 gaven ze een optreden in het Concertgebouw van Brugge.

Eerst dus maar die opnamen uit Schloss Elmau. Echte titels ontbreken vaak, die worden er immers achteraf opgeplakt. Nu gaat het dan ook om het vijfdelige 'Kammern'. Schoorvoetend vangt het trio aan, pianist Georg Graewe, cellist Ernst Reijseger en slagwerker Gerry Hemingway. Sinds 1989 zijn ze bij elkaar, al spelen ze de laatste jaren niet zo heel veel meer samen. Maar ze blijken aan elkaar gewaagd. Graewe zet in 'I' stevige notenclusters in, waar Reijseger donkere accenten bij plaatst. Hemingway voegt zich erbij, waarna ze elkaar vinden in een hecht doortimmerd klankspel. En het meest opvallende in dit stuk is de stuwende rol die Graewe speelt, ritmisch en met een vleugje melodie. In 'II' is het Reijseger die ons verrast met een weerbarstige, maar zeer muzikale solo. Wie overigens deze man vooral kent van het trio Reijseger/Fraanje/Sylla, moet deze albums beslist eens luisteren. Het maakt weer duidelijk met wat voor een veelzijdig musicus we hier van doen hebben. Deze trio's verschillen van elkaar als de dag van de nacht. En hoor hem aansluitend in 'III', als het fluiten van de wind, de verstilde melodie van Graewe omsluitend. En dan ineens is daar Hemingway op marimba, afwisselend in dialoog met Graewe en Reijseger. In 'IV' stormt het. Feilloos vinden de drie elkaar in deze golf van klanken, waarna Hemingway solo het geheel nog eens verder uitdiept.

Vijf jaar later heten de stukken 'Cadrage I – III'. Bovenstaande citaten komen uit dit album, mooi sober vormgegeven door het Poolse Fundacja Słuchaj. Daarin vinden we ook deze opmerking van Graewe, waarvan we direct aan het begin het eerste bewijs horen: "Real polyphony is about conflict and there's plenty of in the mix here." Naast harmonie, want dat is er ook, en juist die combinatie maakt ook dit concert weer spannend, kleurrijk en afwisselend. 'Cadrage I' is het langste stuk van het album en met name de eerste minuten zijn zeer de moeite waard. Subtiele en bijzonder transparante klanken van Hemingway op marimba en verderop van Graewe op piano, waarbij we Hemingway op de achtergrond zijn roffels horen geven, terwijl Reijseger fungeert als bassist. Tijdelijk maakt het trio vaart om na enige minuten weer terug te keren naar de verstilling en het helder klinkende spel van de combinatie piano-marimba. 'Cadrage II' begint met een helaas veel te korte pizzicato solo van Reijseger, waarna Graewe het stokje overneemt met een fraaie melodie, terwijl Hemingway voor het ritme zorgt. Hier ook een prachtig voorbeeld van de bovenstaande opmerking van Graewe over conflicten. Op het scherpst van de snede duwen de drie musici elkaar hier heerlijk opzij: "Ja, nu ik!" Aansluitend zitten we ineens in een vogelvolière. Diergeluiden ook in deel drie, maar nu beperken we ons niet tot vogels. Zoekend spel bovendien, elkaar aftastend. Langzaam wordt het een eenheid en vinden de drie elkaar weer in het moment.

In de Jazztube zie je de eerste set van het concert dat dit trio op 12 oktober 2014 gaf in het Grillo Theater in Essen, Duitsland, ter gelegenheid van hun 25-jarig jubileum.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 12.6.20) - [print] - [naar boven]



Concert
Eerste livestream-concert met livepubliek

Wolfert Brederode - Marzio Scholten - Ernst Glerum, vrijdag 5 juni 2020, Paradox, Tilburg

Drie maanden geleden vond, voordat de coronacrisis toesloeg, het laatste optreden op het Paradox-podium plaats. Op die vrijdagavond 6 maart 2020 stond de muziek van Jasper Høiby's Planet B centraal. De vier onderwerpen waarmee de wereld worstelt: mensheid, klimaatverandering, kunstmatige intelligentie en monetaire hervorming verdienden meer aandacht. Høiby's plan om door zijn muziek het bewustzijn over onze planeet te vergroten bracht een onbedoelde voorzienigheid met zich mee.

Zo kennen de gevolgen van de uitbraak van de covid-19 pandemie op de wereldwijde gezondheidszorg geen enkele vergelijking in de recente geschiedenis - denk maar aan de gevolgen voor de cure- en caresystemen en -organisaties, de maatschappelijke en sociale omstandigheden alsmede de persoonlijke drama's en de impact op economie, sport en cultuur. De jazzwereld betreurde als gevolg van het coronavirus de levens van Manu Dibango, Wallace Roney, Ellis Marsalis, Bucky Pizzarelli, Hal Willner, Lee Konitz, Henry Grimes en anderen. De mist lijkt, na de afkondiging van draconische maatregelen, enigszins opgetrokken, maar een scala aan onzekerheden blijft. Om maar te zwijgen over een eventuele tweede golf.

Met een bittere nasmaak nog in de mond van de teloorgang van concerten, festivals en tal van andere culturele evenementen heeft Paradox, vooruitlopend op het nieuwe seizoen, in juni de poorten weer voorzichtig en beperkt geopend. Op de vrijdagen 5, 12 en 19 juni is er weer livemuziek te horen voor publiek. Het gaat uiteraard om een beperkt aantal kaarten met inachtneming van de RIVM-richtlijnen, maar om deze reden worden de concerten ook live gestreamd. Ook hiervoor kun je via de Paradox-website kaarten kopen (€5 / €10 / €15 / €20) en doneren voor het gestreamde optreden. De opbrengsten gaan rechtstreeks naar de uitvoerende muzikanten.

Het trio Wolfert Brederode, Marzio Scholten en Ernst Glerum speelde al op 25 oktober 2019 in Paradox. De presentatie van het album 'Isolophilia' stond toen centraal, net als nu. Isolophilia, ofwel de neiging hebben tot alleen zijn, staat weliswaar in contrast met het gedwongen alleen zijn (of zelf eenzaam zijn) in de coronatijd. De sfeer, intimiteit en introspectie van het optreden sloten desondanks naadloos aan bij het huidige tijdsbeeld. Het trio creëerde een wonderschone tederheid ten tijde van corona, waarin de muzikale intenties spontaan werden begrepen en aangevoeld, zonder doelbewuste aansturing. De impressionistische en minimalistische composities, de kleurrijke harmonieën en latent ingebouwde spanning door een subtiele beroering van de snaren: ze waren in ruime mate voorhanden om op deze gedenkwaardige avond 30 personen ademloos te laten genieten.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 8.6.20) - [print] - [naar boven]



Cd's
Eddy & The Ethiopians - 'E&E II' (eigen beheer, 2020)

Opname: 2018 / 2019
Large Unit & Fendika - 'Ethiobraz' (PNL, 2019)
Opname: 19 juli 2018

Nog slechts één Ethiopiër telt Eddy & Ethiopians. Dat waren er meer toen Edward Capel met het project startte in 2013, maar ook toen was de naam al meer bedoeld als eerbetoon aan die specifieke mix van Ethiopische muziek en jazz. En dus treffen we op dit 'E&E II' musici uit Nederland, België, Frankrijk, Eritrea, Soedan en Suriname en dan die ene uit Ethiopië. Een gemêleerd gezelschap dus. Maar Capel is niet de enige die zich laat inspireren door Noord-Oost Afrika. Paal Nilssen-Love bracht net ervoor 'Ethiobraz' uit, met daarop liveopnames van een concert tijdens het jazzfestival in Molde, 2018. Het album vormt het resultaat van een samenwerking tussen zijn Large Unit en Fendika - dat we kennen van hun samenwerking met The Ex, vandaar ook de aanwezigheid van Terry Ex op dit album - met 21 musici een maatje groter dan Eddy & The Ethiopians, die met 12 musici overigens net zo goed de boel op stelten zetten.

En natuurlijk, dit is muziek die je live moet horen. Capel zou zijn nieuwe album dan ook ten doop houden tijdens Jazz in Duketown, afgelopen Pinksterweekend. Maar ja, dat ging dus niet door. Een waar drama voor zowel musici als publiek, nadrukkelijk in die volgorde. En dus rest ons de cd.

Opener 'Riif De Guayla' zet daarbij direct de toon. Muziek die het midden houdt tussen rock, soul, funk, jazz, Afrikaans en Arabisch en een meer dan aanstekelijk ritme kent. Sinds 2017 maakt de Eritreeër Bereket Behre Akitu deel uit van Eddy & The Ethiopians. Op 'Libey Keykyem' horen we hem met de zo typische zang uit die regio. Probeer hier maar eens in je stoel te blijven zitten! Een superstrak ritme van drummer John Maasakkers en de percussionisten Osama Meleegi en Kendrick Gunther, aangevuld met stevig gitaarspel van Mathias Van de Wiele en mooie blazerslijnen zetten hier overtuigend de toon. Scheurend valt Capel binnen op 'Barabics', waarna de band bijvalt, weer zo'n stomend, overkokend nummer. Heerlijke muziek is dit, passend bij de zomer. Ah, daar is Bart Maris met een heerlijk felle trompetsolo, terwijl de percussionisten op de achtergrond handen te kort komen. 'Calling Addis' vormt een rustpunt. Melancholieke tonen. Gevoelens van heimwee na het bellen met familie ver weg in Addis Abeba? In 'Welcome Waltz' kunnen de voetjes weer van de vloer. Een aanstekelijke melodie en zeer ritmische percussie staan daarvoor garant. Weg ben ik van 'Tea With Flea', daar lust ik wel liters van. Wat een heerlijk deinend ritme creëren Capel en friends hier en hoe boterzacht is diens solo. 'Vive Les Mecredis Libres' is volgens mij geschreven voor of door de gitarist Van de Wiele, die we hier groots horen scheuren.

Waar Eddy samen met zijn Ethiopiërs direct de boel op scherp zet, pakt Paal Nilssen-Love het, in de samenwerking met zijn Large Unit en Fendika, aanvankelijk een stuk rustiger aan. In het rustige en redelijk traditionele 'Zelesegna' horen we slechts de zang van Nardos Tespaye, begeleid door instrumenten uit de Hoorn van Afrika, die ik in alle eerlijkheid niet echt thuis kan brengen. 'Capoiera Mata Um' brengt daar niet direct verandering in. De kwaliteiten van dit nummer zitten in de manier waarop dit langzaam maar zeer zeker verandert. Tot we in een kolkende maalstroom van ritmische klanken zijn aanbeland en ja, dan betalen die zes blazers zich uit. Aansluitend komt onder leiding van de zangeressen van Fendika de trein in 'Anbessa' echt op stoom en horen we de perfecte mix van Ethiopische muziek met de experimentele jazz van de Large Unit.

Het merendeel van de stukken is van traditioneel Ethiopische aard. Een uitzondering vormt het veel te korte 'Fluku'. De ritmesectie, drummers Nilssen-Love en Andreas Wildhagen voorop, gaat voor in een woelige stroom klanken. 'Gue' heeft weer dat typische ritme van de Ethiopische jazz, de voedingsbodem voor een aantrekkelijk vocale partij van Tespaye. De grenzen van de punkrock worden ruim overschreden in 'Shellele': Terry Ex aan het werk! En de blazers gooien nog wat extra olie op het vuur. Het meest kenmerkende van dit album is echter de enorme bezetting - dit is geen band meer, maar een orkest. Die bezetting wordt volledig uitgenut. Neem bijvoorbeeld een stuk als 'Nargi', waar het hele orkest tezamen een daverend geluid neerzet. Of 'Hay Loga', waar het publiek ook nog mag meezingen. Maar geef Eddy een zak geld, net als die Noren dat doen, en hij maakt zo een tweede 'Ethiobraz'!

Labels:

(Ben Taffijn, 6.6.20) - [print] - [naar boven]



In memoriam / Interview
Jimmy Cobb


In zijn woonplaats Manhattan overleed 24 mei 2020 drummer Jimmy Cobb aan de gevolgen van longkanker. Hij werd 91. Zijn grote faam dankte hij aan zijn werk met trompettist Miles Davis; hij is te horen op de iconische plaat 'Kind Of Blue'. Maar op dat ogenblik, 1959, was hij al een veteraan die lange tijd met vocaliste Dinah Washington en jumpspecialist Earl Bostic had gewerkt. Cobb heeft met zowel zangeres Billie Holiday als altist Charlie Parker gespeeld en dat kunnen inmiddels niet zo gek veel muzikanten meer zeggen.

Tijdens het ontbijt in het Haagse Bel Air Hotel, voorafgaande aan de repetitie en het optreden van de New York All Stars op het North Sea Jazz Festival van 1986, sprak Eddy Determeyer met hem, een gesprek waarbij het bord cornflakes, ondanks de aansporingen van de interviewer, praktisch onaangeroerd zou blijven en de slagwerker vervolgens een half uur te laat op de repetitie verscheen.

Klik hier om het interview te lezen.

Foto: Gai Terrell

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 4.6.20) - [print] - [naar boven]



Onder het stof vandaan / Jazztube
Keith Jarrett - 'La Fenice' (ECM, 2018)

Opname: 19 juli 2006
Keith Jarrett - 'Munich 2016' (ECM, 2019)
Opname: 16 juli 2016

De albums die Keith Jarrett de laatste jaren bij ECM Records heeft uitgebracht, bevatten apart genoeg allemaal opnamen uit zijn archief. De box 'A Multitude Of Angels' uit 2016 bevat solo-opnamen uit 1996; het trioalbum 'After The Fall' is de registratie van een concert uit 1998 en de twee soloalbums die hier centraal staan, het in 2018 verschenen 'La Fenice' en het vorig jaar uitgebrachte 'Munich 2016' bevatten opnamen uit respectievelijk 2006 en 2016. Intussen heeft volgens mij niemand binnen de jazz zoveel soloalbums op zijn naam staan als Jarrett. Na zijn debuut met deze vorm in 1973, met 'Solo Concerts: Bremen / Lausanne' en het doorslaand succes van de tweede, 'Köln Concert' dat hier kort geleden aan bod kwam in onze serie Jazz Class-X, volgde een ware stroom aan albums, waarvan 'Munich 2016' het voorlopige sluitstuk vormt.

Maar eerst terug naar het Gran Teatro La Fenice in Venetië, waar Jarrett op 19 juli 2006 een concert gaf dat verdeeld over twee schijven uitkwam als 'La Fenice'. 'Part I' maakt reeds duidelijk waarom dit album nooit zo'n hit zal worden als 'Köln Concert'. Het concert mist in menige passage de melodische opbouw, de groove en de blues die zo kenmerkend is voor die roemruchte voorganger. Jarretts spel is hier beduidend abstracter en grilliger. Maar kijken we naar de ingezette techniek, het gevoel voor structuur, timing en opbouw, dan is dit album verreweg superieur. Een belangrijke oorzaak ligt in die tweede carrière van Jarrett, die van uitvoerend pianist in de klassieke muziek. Bach, Händel, Mozart, Barber, Bartók en Sjostakovitsj, hij nam ze de afgelopen jaren allemaal met succes op voor de ECM New Series. Luister goed naar dit album en je ziet die componisten over zijn schouder meekijken. Die grotere mate van abstractie betekent overigens geenszins dat ritme en melodie geen rol spelen, het ligt alleen minder aan de oppervlakte.

Een goed voorbeeld is het tweede deel van 'Part I', waarin zich vanuit die ogenschijnlijke chaos langzaam maar zeker het ritme ontvouwt. En dan horen we Schumann - althans, diens invloed. Een nog beter voorbeeld is 'Part III', waarin in het ritme onmiskenbaar de blues doorklinkt. Zowel in 'Part IV' als in 'Part VI' ontvouwt Jarrett een melodie, waarin jazz en klassiek op prachtige wijze bij elkaar komen. En vooral dit tweede stuk is van breekbare kwaliteit. In 'Part VIII' zoekt de pianist weer het ritme op. Met een strak patroon van de linkerhand en een krachtig melodie op rechts. Tijdens het concert speelde Jarrett ook een aantal standards. We vinden hier uitvoeringen van 'The Sun Whose Rays' en 'Stella By Starlight' en het Ierse volksliedje 'My Irish Rose'.

Bijna 10 jaar later, op 16 juli 2016, zit Jarrett achter de piano in de Philharmonie im Gasteig, München. De opbouw van het programma zit op soortgelijke wijze in elkaar. Een aantal improvisaties, ook nu simpelweg aangeduid met Part I t/m XII en tot slot een drietal standards. En weer vangt de pianist vrij enigmatisch aan in het eerste deel, clusters van noten in het rond strooiend, waarna uiteindelijk het ritme zijn intrede doet. Opvallend is het zangerige 'Part III'. Het strakke ritmische patroon met de linkerhand en de aansprekende melodie die Jarrett hier met de rechterhand speelt, wordt terecht met een daverend applaus beloond. Na een aantal zeer melodieuze stukken, waarvan dit concert er meer telt dan dat in Venetië, gooit Jarrett het in het korte 'Part VII' weer even over een geheel andere boeg: een korte explosie van noten.


'Part VIII', de start van de tweede schijf, contrasteert daar sterk mee. Hier zoekt Jarrett de stilte, hij weegt iedere noot op een goudschaaltje. Natuurlijk volgt daarna weer een uptempo stuk, het vrij korte 'Part IX', maar wat een passage. Een strak ritme met de linkerhand en daaroverheen krachtige bewegingen met rechts, die als golven dat ritme overspoelen. Ondanks deze en een paar andere, over het algemeen vrij korte, ritmische passages, is dit concert in eerste plaats vrij ingetogen, waarbij ook hier de invloed van de klassieke muziek duidelijk hoorbaar is. Zo hoor je in 'Part XI' de laatromantiek overduidelijk terug. De standards tijdens dit concert waren 'Answer Me, My Love', 'It’s a Lonesome Old Town' en het overbekende 'Somewhere Over The Rainbow', overigens ook alle drie langzame nummers. En ook hier komen de kwaliteiten van deze pianist weer volop tot uiting.

In de Jazztube hierboven zie je een interview met Keith Jarrett uit 2014, toen hij door het Amerikaanse federale bureau National Endowment for the Arts werd onderscheiden met de NEA Jazz Master Award.

Labels: , ,

(Ben Taffijn, 1.6.20) - [print] - [naar boven]



Interview
El XYZ de Michiel Braam


"Ik vraag muzikanten altijd om wie ze zijn en wil ze zeker niet veranderen. Integendeel, ik hoop altijd dat ze zoveel mogelijk hun persoonlijke verhaal vertellen. Je kunt dus mede aan de keuze van muzikanten zien welk programma ik geschreven heb. Son Bent Braam bestaat uit muzikanten die, minder dan bij Bik Bent Braam het geval was, niet overwegend vrij geïmproviseerde muziek spelen. Ik probeer ze op hun gebied uit te dagen en ze improviseren allemaal op voor hen bekend gebied, vaak met een klein hoekje eraan."

Maarten van de Ven sprak pianist, componist en zelfbenoemd 'bentleider' Michiel Braam over het hoe, wat, waarom en waartoe van 'El XYZ de Son Bent Braam', een spraak- en smaakmakend nieuwe project, dat eind vorig jaar in première ging met concerten in Nijmegen en Tilburg.

Klik hier om het interview te lezen.

Foto: Louis Obbens

Labels:

(Cees van de Ven, 28.5.20) - [print] - [naar boven]



Nieuws
BIM presenteert leden in Spotify-lijst


De Beroepsvereniging Improviserende Musici (BIM) behartigt sinds 1971 de belangen van jazz en geïmproviseerde muziek in Nederland. Om de muziek van haar leden te presenteren heeft zij op Spotify een lijst samengesteld met toegankelijke, maar spannende tracks die een goed beeld geven van het actuele geluid van de Nederlandse jazz.

Dat veel van de artiesten op deze lijst het momenteel zwaar hebben is een understatement. Zij kunnen immers geen optredens geven. Het bestuur van BIM wil ze graag een hart onder de riem steken en werkt aan een toekomstperspectief met kansen voor haar leden, zowel op artistiek als zakelijk gebied. De BIM maakt zich hard voor passende honoraria en behoud van de infrastructuur van goede jazzpodia.

Deze lijst is niet alleen samengesteld om aan het publiek de schoonheid en veelzijdigheid van deze muziek te laten horen, maar ook voor de programmeurs van de podia. De lijst verleidt hen om artiesten die ze nog niet kenden te ontdekken en straks ook weer te programmeren. Iedere artiest heeft een favoriete track uit zijn eigen oeuvre toegevoegd.

Veel bands die in deze lijst zijn opgenomen zijn uitermate geschikt voor de podia, die hopelijk spoedig weer kunnen beginnen met 30 of 100 man publiek. De BIM ziet de link tussen artiesten en organisatoren, clubs en festivals als een ecosysteem met wederzijdse belangen en passie. De vereniging is in gesprek met alle spelers in de sector over hoe publiek, organisator en artiest meer voor elkaar kunnen betekenen. BIM werkt ook nauw samen met andere belangenorganisaties zoals de Creatieve Coalitie, Kunstenbond en Kunsten 92, zeker nu in deze coronacrisis.

Dit is dé tijd om mooie en spannende muziek te ontdekken. In de lijst, die in de toekomst zal worden aangevuld met nieuwe tracks, staan 80 verschillende ensembles. Door naar ze te luisteren en de opnames te verspreiden wordt de kunst van jazz en improvisatie in Nederland gesteund. Daarnaast kunnen de artiesten ook gesteund worden door nu alvast een kaartje voor een toekomstig concert te kopen of een album aan te schaffen.

Klik hier om de lijst te beluisteren. iTunes-gebruikers kunnen deze link volgen.

Labels:

(Maarten van de Ven, 26.5.20) - [print] - [naar boven]



Cd's
Ig Henneman, Jamie Branch & Anne La Berge - 'Dropping Stuff And Other Folk Songs' (Relative Pitch, 2019)

Opname: 2 december 2018
Duo Baars-Buis - 'Moods for Roswell' (Wig, 2020)
Opname: 12 oktober 2017

Binnen de wereld van de Nederlandse vrije improvisatie nemen altvioliste Ig Henneman en rietblazer Ab Baars al decennialang een bijzonder plaats in. Regelmatig zijn ze samen te horen - niet zo verwonderlijk als je onder een dak woont - maar vaak gaan ze ook hun eigen weg, zoals we op twee recente albums ervaren. Henneman bekwaamt zich de laatste jaren steeds verder in het vak van componist, stukken schrijvend voor anderen dan haarzelf. Maar soms komt er dan ineens weer een proeve van improvisatiebekwaamheid voorbijschuiven. In 2016 zag het ook hier besproken 'Live @ The Jazz Happening Tampere' het licht, waarop ze te horen was naast partner Baars en het echtpaar Ingrid Laubrock - Tom Rainey en eind vorig jaar viel 'Dropping Stuff and Other Folk Songs' op de mat, waarin Henneman samenwerkt met fluitiste Anne La Berge - die eveneens hedendaags gecomponeerd met impro combineert, bijvoorbeeld als lid van MAZE - en de Amerikaanse trompetiste Jamie Branch.

Dat dit geen doorsnee jazz oplevert, weet eenieder die deze drie dames een beetje kent. 'Sauntering New Roads' bevindt zich dan ook op het grensvlak van de hierboven genoemde geluidswerelden en paart noise aan impro. In 'Gigging' blaast Branch krachtige lijnen, bouwt La Berge ritmes en horen we Henneman de gaatjes dichtplamuren. De jazz, met een knipoog naar New Orleans, komt pas echt aan bod middels een gemankeerde melodie in 'Stevens’ Dog', een bewijs dat deze dames iets wezenlijk nieuws weten toe te voegen aan de traditie. Henneman opent solo in 'When Bells Stop Ringing', op de achtergrond klinkt La Berge, blazend over het mondstuk van haar fluit, dan komt ook Branch erbij en raakt het experiment op stoom. Heerlijk experimenteel gaat het er ook aan toe in 'Soup'. Ontstemde vrije klanken vormen hier een opwindend geheel, met onverwachte samenhang. De interpretatie van het begrip folksong blijkt bij deze dames met andere woorden nogal een bijzondere. Neem het vrij korte 'Slamming'. Al blazend over het mondstuk, La Berge en al krassend over de snaren, Henneman, krijgt het ritme hier gestalte, terwijl Branch accenten plaatst.

'Moods For Roswell' van het duo Baars-Buis is net uit. Hiertoe kunnen we een driehoek tekenen. Het eerste punt is dit duo. Ab Baars en Joost Buis kennen elkaar al een tijdje en treden regelmatig op als duo - ik herinner me nog een spontaan optreden toen bekend werd gemaakt dat Wilbert De Joode de Buma Boy Edgar Prijs had gewonnen - maar een album bleef tot op dit moment uit. De tweede hoek van de driehoek is de in 2017 overleden collega-trombonist Roswell Rudd, die heel wat voetstappen in Nederland heeft liggen en een warme relatie met deze twee onderhield. De derde punt wordt gevormd door de tien stukken op dit album, afkomstig van Duke Ellington en Billy Strayhorn. Componisten waar zowel Rudd als Baars en Buis de nodige affiniteit mee hebben. Dat deze affectie niet leidt tot simpelweg spelen van covers, moge duidelijk zijn. Niet voor niets kregen alle tien de stukken een nieuwe titel, er zit net zoveel Ellington/Strayhorn in zo'n stuk als Baars/Buis.

En natuurlijk is de bezetting bijzonder, klarinet en trombone, zonder ritmesectie. Missen doen we die laatste geenszins, want wat een prachtig harmonieus spel laten deze twee giganten ons hier horen! Reeds in de innemende opener 'Spootywing', waar Ellingtons 'Black Butterfly' achter schuilgaat valt het op. En regelmatig acteren we even op het scherpst van de snede, zoals Baars in 'Catsills Cyclist / Sonnet for Caesar'. En ook als duo kun je swingen, blijkt uit 'Two Ways / Wig Wise', een bescheiden dansje is mogelijk. Magnifiek is ook de wijze waarop de twee de melodie gestalte geven in 'Hopkins Rudd / Jack de Bear', samenspel op het hoogste niveau. Iets dat overigens ook geldt voor het hoogstvermakelijke 'Little March / Klop', met name door de wijze waarop het duo de mars hier volledig laat ontsporen. Afsluiten doen we dit album met een bekender stuk van Ellington, 'In A Sentimental Mood'. Het gaat schuil achter 'Moods For Roswell'. En juist hier, bij een stuk dat we kennen, horen we hoe goed deze twee musici bestaande klassiekers weten te vertalen. Een album dat, mede vanwege de lengte van iets meer dan een half uur, smaakt naar meer. Veel meer.

Beluister 'Dropping Stuff and Other Folk Songs' en 'Moods For Roswell'.

Labels:

(Ben Taffijn, 26.5.20) - [print] - [naar boven]



Nieuws / Festival
Bel Jazz Fest: 'United We Jazz!'


De huidige crisis treft jazzmusici hard. Publieke concerten zijn even niet mogelijk en perspectief ontbreekt voorlopig. Een hele sector heeft het zwaar te verduren, terwijl de muzikanten hun publiek missen en het publiek de muzikanten.

Dat de Belgische jazzwereld dynamisch, veerkrachtig én solidair is, bewijst de samenwerking van 11 gevestigde festivals in de organisatie van een groots online festival: Bel Jazz Fest. Op vrijdag 29 en zaterdag 30 mei worden vanuit Flagey in Brussel maar liefst 24 concerten uitgezonden via een livestream in hoge audio- en beeldkwaliteit. Je kunt online van podium wisselen en via een chat met andere kijkers van gedachten wisselen. Bovendien hoef je geen noot te missen van concerten die deels gelijktijdig verlopen; met je ticket blijft de content tot een week na het festival beschikbaar!

De bezetting is een mooie staalkaart van de actuele Belgische jazz- en improscene, met optredens van onder meer Anneleen Boehme Music, Antoine Pierre Urbex Electric, Bert Cools, Bram De Looze, De Beren Gieren, Eve Beuvens, Jean-Paul Estiévenart Quartet, Mâäk Quintet, Nordmann, Schntz en Tuur Florizoone.

Een ticket voor tweedaagse festival kost 15 euro, maar steun in de vorm van een extra donatie is natuurlijk zeer welkom. Klik hier voor meer informatie.

Bel Jazz Fest wordt georganiseerd door de programmatoren van gevestigde Belgische festivals BRAND! Mechelen, Brosella, Brussels Jazz Festival, Brussels Jazz Weekend, Jazz à Liège, Gaume Jazz Festival, Gent Jazz, Jazz Brugge, Jazz Middelheim, Leuven Jazz en Tournai Jazz Festival en ondersteund door DB Video, Stilletto PRoductions, JazzLab en VI.BE.

Foto: Cees van de Ven

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 24.5.20) - [print] - [naar boven]





Jazztube
Trio Grande & Eric Vloeimans


Een essentieel kenmerk van een goede muzikant is improvisatievermogen, gekoppeld aan een empathische state of mind, zodat de muzikant in kwestie zich in diverse settings staande kan houden. Precies dat was er aan de orde op 24 april 2014 bij JazzCase in Dommelhof, Neerpelt, waar Trio Grande en Eric Vloeimans elkaar ontmoetten.

Na een week in residentie te zijn geweest, presenteerden zij voor een bomvolle zaal een spannend concert, waarbij het viertal nieuwe interessante muzikale perspectieven schetste in een aansprekende mix van eigen composities, aangevuld met resulaten van hun gezamenlijke repetities in Dommelhof van eerder die week. Het leidde tot een betoverende synergie van vier sterke partners.

Je hoort en ziet Eric Vloeimans op trompet, Laurent Dehors op de bijzondere
contrabasklarinet, Michel Massot op tuba en Michel Debrulle op drums.

Video: Cees van de Ven

Labels:

(Maarten van de Ven, 24.5.20) - [print] - [naar boven]



Cd's / Jazztube
Dell / Lillinger / Westergaard - 'Grammar II' (Plaist, 2019)

Opname: 12 juni 2019
Christian Lillinger - 'The Meinl Session' (Plaist, 2019)
Opname: 2-3 mei 2019

Drummer Christian Lillinger, vibrafonist Christopher Dell en bassist Jonas Westergaard horen inmiddels tot de top van de zich steeds weer vernieuwende Duitse jazz, getuige ook hun nieuwe album, 'Grammar II'. Een album dat te zien is als een verdere verkenning van eerder ingeslagen wegen - onder andere op het uit 2012 stammende 'Grammar' - en nadrukkelijk de grenzen aftast tussen open vormen van compositie en vrije improvisatie. De vier delen 'Duration - Structure', alle gecomponeerd door Lillinger, vormen daarbij nadrukkelijk een eenheid, zonder afbreuk te willen doen aan wat live, in het moment, ontstaat. Dat dit een livealbum is, opgenomen in de fameuze Loft in Keulen, is dan ook bijna een vanzelfsprekendheid.

Bijna schuchter start het eerste deel. Omtrekkende bewegingen maakt het trio hier, de structuur verkennend, aftastend. Daarbij komen de klanken van deze bijzondere bezetting in hun breekbare, vrij losse samenhang prachtig tot hun recht. In het tweede deel komt er meer vaart in het stuk. De structuur is inmiddels helder - daar geven Lillinger en Westergaard voortvarend invulling aan - en Dell beweegt hier met raak geplaatste clusters van noten voorzichtig richting een melodie, zijn spel kruidend met onverwachte wendingen. Je zou kunnen stellen dat het derde deel een soort van synthese is van de eerste twee. Het bezit het zoekende karakter van het eerste deel en paart dit aan de ritmische kwaliteiten van het tweede. Het vierde en laatste deel is het meest onstuimige en tevens het meest ritmische en vormt daarmee een prachtige afsluiting van dit boeiende album.

Vrijwel gelijktijdig verscheen bij Plaist ook de ep 'The Meinl Session', met liveopnamen van 2 en 3 mei vorig jaar, gemaakt in Mesanicmusic, Berlijn. We horen hier wederom Lillinger, zowel als drummer als componist, maar nu met twee andere bassisten waarmee hij vaker werkt: Petter Eldh en Robert Landferman, saxofonist Otis Sandsjö en Elias Stemeseder op synthesizer. Maar dit is wel een totaal ander album dan het hierboven besproken 'Grammar II', iets dat de veelzijdigheid van Lilinger goed naar voren brengt.

Direct in 'Setting I' wordt duidelijk dat Stemeseder met zijn synthesizer vooral, samen met Lillingers vaste stijl van drummen, de ritmische kant verzorgt. Het is de eerste van in totaal zeven 'Settings', waarin we telkens dit duo horen met stevige, aan allerlei dance-vormen verwante ritmes. In vier andere stukken duiken ook de andere leden op. Zo gaat het in 'C O R', mede dankzij de groove van de twee bassisten, al snel richting techno en bewegen we met 'Plastic' en vooral met 'A.S.G.' richting de impro. Daarbij is overigens een belangrijke rol weggelegd voor de mij onbekende Sandsjö op tenorsax, die met name in het laatste stuk een zeer enerverende solo weggeeft. Zo levendig als dit nummer klinkt, zo strak en monotoon ritmisch klinkt 'Setting V (For Eldh)', waarna in 'Koma Kali' Sandsjö en de beide bassisten op knappe wijze op dit ritme variëren. Tot slot sluiten we dit wel heel bijzondere jazzalbum af met nog twee 'Settings', waarin vooral Lillingers kwaliteiten sterk naar voren komen.

In de Jazztube zie je Christian Lillinger met een live-uitvoering van 'C O R'.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 21.5.20) - [print] - [naar boven]



Jazztube / Special
Jazzvitaminen in coronatijd #2


Al enige tijd geleden zijn alle concerten stopgezet vanwege de coronacrisis. Sombere en harde tijden voor alle artiesten die hierdoor een belangrijk deel van hun inkomsten moeten missen. En natuurlijk voor muziekliefhebbers die zich verheugd hadden op een mooi concert. Maar in deze uitzonderlijke periode ontstaan ook prachtige initiatieven die het mogelijk maken om, vanuit je luie stoel, toch met enige regelmaat een klein concertje tot je te nemen. Ook hier geldt: samen komen we er wel door! In deze bijdrage een klein overzichtje van het moois dat je via internet wordt aangeboden. Tips kun je sturen naar johanpape6@gmail.com.

Het is al even geleden dat ik over dit onderwerp schreef. Ondertussen raken we na zo'n twee maanden 'intelligente lockdown' gewend aan de situatie. Dat er online nog steeds heel veel gebeurt, zal niemand ontgaan zijn. Op 15 april las ik op Facebook een bericht van jazzzangeres Fleurine. Een soort oproep aan toonkunstenaars om te stoppen met het ingooien van de eigen ruiten door hun muziek gratis aan te bieden. Als je daar even over nadenkt, kun je het als muziekliefhebber alleen maar met haar eens zijn. Ondertussen kwam er in Brabant nog een ramp overheen: de nieuwe coalitie in het provinciaal bestuur besloot een streep te zetten door de gedeputeerde van cultuur en de subsidiestroom in de richting van de sector af te gaan bouwen.

Ondertussen werd in het Tilburgse Paradox het idee geboren om te starten met de 1½ Meter Sessies. Met een knipoog naar het bekende televisieprogramma 2 Meter Sessies organiseerde Paradox op vrijdag 1 mei de eerste van de reeks. Op de reguliere concertavond en concerttijd - vrijdag om 20.30 uur - werd er een liveconcert gestreamd van pianist Jeroen van Vliet en zijn Moon Trio. Geheel indachtig Fleurines oproep De concerten zijn gratis te volgen via YouTube en diverse Facebookpagina's, maar indachtig Fleurines hartenkreet kun je er als kijker ook voor betalen, volgens het principe 'pay what you want'. Via de website van Paradox kun je vooraf een kaartje kopen oftwel een donatie doen die ten goede komt aan de uitvoerende musici. Dit kan trouwens ook na afloop van het concert.

Op 8 mei volgden Eric van der Westen, Aaron Raams en Koen Smits en vorige week was het de beurt aan de Teus Nobel Liberty Group. Ik heb de laatste twee concerten bekeken en ik werd omvergeblazen. Van der Westen en consorten speelden een prachtig ingetogen set bluesrepertoire, maar met een volledig eigen inkleuring. Opvallend goede geluidskwaliteit en echt heel strak beeld vanuit divers perspectief. Kortom, een topconcert vanuit je luie stoel: heerlijk. Wat echt even wennen is dat het applaus uitblijft als een nummer afgerond wordt. Zeker als er zo mooi gemusiceerd wordt is dat heel gek. Ook voor de muzikanten moet het een vreemde ervaring zijn om niet die spontane enthousiaste feedback te krijgen.

Van het concert van de Teus Nobel Liberty Group heb ik de livestream via YouTube gevolgd. Wederom was de beeld- en geluidstechniek van topkwaliteit en de overgave van de muzikanten fenomenaal. Er werd een fraaie set gespeeld met werk van de cd 'Journey Of Man'. Via de chatfunctie kon je zien dat er voortdurend enthousiaste reacties vanuit diverse huiskamers verstuurd werden. Het concert is alleen al via YouYube bijna 600 keer bekeken en aan de reacties van Teus Nobel op Facebook is af te leiden dat het met de donaties ook lekker is gegaan.

Aanstaande vrijdag 22 mei is het de beurt aan Paul van Kemenade. Altsaxofonist en componist Paul van Kemenade opent de set met Three Horns And A Bass, een kwartet met de ongebruikelijke bezetting van drie hoornisten - Louk Boudesteijn (trombone), Angelo Verploegen (flügelhorn) en Paul van Kemenade (altsax en composities) - en bassist Wiro Mahieu. Daarna volgt het duo Van Kemenade & Budha Building, een spannende mix van duistere elektronica die Hans Timmermans alias Budha Building creëert als een fundament voor improvisaties van de altsaxofonist. Ook dit belooft een spannend concert van topniveau te worden.

Paradox verdient een pluim voor dit geweldige initiatief, waardoor het mogelijk wordt om de live-ervaring zo dicht mogelijk te benaderen en de uitvoerenden op professionele manier te ondersteunen. Als het publiek zichzelf nu ook serieus neemt: koop een kaartje of doneer, maar doe recht aan de inspanningen van de muzikanten.

Klik hier om een kaartje te bestellen voor het online concert van Paul van Kemenade met Three Horns And A Bass en Budha Building.

Labels: , ,

(Johan Pape, 19.5.20) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...








Menupagina's:




Blijf in de picture met
een gratis jazzbanner!






















Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.