Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Interview / Vooruitblik
Crossing Canada met Ineke Vandoorn en Marc van Vugt


Zangeres Ineke Vandoorn en gitarist Marc van Vugt presenteren met hun nieuwe cd 'Crossing Canada' wederom een sterke proeve van bekwaamheid. Het Utrechtse stel brengt met dit livealbum een sfeerrijke staalkaart van twee tournees door Canada in 2016 en 2018. De mooie cadans, de sensitieve vocalen en de kristalheldere gitaarklanken nemen je direct mee op reis.

Wij spraken met Marc en Ineke over de totstandkoming van dit album.
Klik hier om het interview te lezen.

'Crossing Canada' wordt zaterdag 27 oktober gepresenteerd met een concert in TivoliVredenburg, waarbij Vandoorn en Van Vugt een ander duo zullen ontmoeten: de Engelse jazzzangeres Norma Winstone en de Italiaanse pianist Glauco Venier. Ook zij delen een gemeenschappelijke liefde voor improvisatie, songs en melodie. Beide duo's zullen deze avond in wisselende combinaties spelen.

Foto: Jiri Büller

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 23.10.19) - [print] - [naar boven]



Concerten
Jubileumweek 40 jaar SBM


"Vanaf zaterdag 12 oktober heeft de viering van 40 jaar Stichting Bevordering Muziekimprovisatie plaatsgevonden met 12 optredens van diverse ensembles. Paradox is formeel het eigendom van de SBM, die werd opgericht door een aantal Tilburgse jazzmuzikanten. Het doel is om, zonder winstoogmerk, muziekstromingen die in het reguliere circuit zelden aan bod komen een kans te bieden."

In de jubileumweek bezocht Louis Obbens concerten van De Link, VLEK, Ernst Reijseger/Harmen Fraanje, Paul van Kemenade Classic Quintet feat. Mete Erker, Peter Bernstein Quartet en Ziv Ravitz/Itamar Borochov/Nizan Bar.

Klik hier om zijn concertverslag te lezen.

Bekijk hier een fotoverslag van de jubileumweek 40 jaar SBM door Louis Obbens.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 22.10.19) - [print] - [naar boven]



Vooruitblik
Festival Jazz International Nijmegen 2019


Op donderdag 24 oktober gaat Festival Jazz internationaal Nijmegen (FJIN) van start met een divers en eigentijds programma, dat zich kenmerkt door een gebalanceerde mix van iconen, pioniers en jong talent. Vier dagen lang zijn er concerten bij onder andere Brebl, Doornroosje, de Lindenberg en LUX. Een greep uit het uitgebreide programma:

Saxofonist Paul van Kemenade komt met zijn Three Horns and A Bass en gaat donderdagavond in Brebl ongetwijfeld knallen met drie Zuid-Afrikaanse gastmuzikanten. Het vermaarde Britse powertrio Phronesis doet ons land niet vaak aan. Dus met deze typische representant van de hedendaagse jazz, waarbij het draait om het totale geluid en niet om de afzonderlijke groepsleden, heeft FJIN iets bijzonders in huis. Met zijn kwartet Ronin tekent de Zwitserse pianist en componist Nik Bärtsch voor een zeer eigen en herkenbaar geluid, dat ergens zweeft tussen jazz, funk en hedendaagse compositie in. Het optreden dat trombonist Ryan Porter zaterdagavond in Doornroosje gaat geven, belooft ook bijzonder te worden. Voor dit concert neemt Porter de leden uit het collectief The West Coast Down mee, waaronder tenorsaxofonist Kamasi Washington en bassist Miles Mosley. Zij gaan ongetwijfeld bruggen slaan tussen jazz, elektronische geluiden en hiphop.

Wij kijken alvast uit naar het optreden van het Zweedse collectief Angles 8 op vrijdagavond in de Lindenberg. Met sterke composities van Martin Küchen, geïnspireerd door allerlei invloeden - van een kindertijdsherinnering tot aan volksmuziek, is Angles 8 een band die je ook vooral zelf live moet ervaren. "Verduiveld knappe groove met een flinke dosis rock, waar tevens de invloed van Zweedse volksmuziek en balkanmuziek in doorklinkt," zoals onze recensent Ben Taffijn hier al eens verwoordde. "Maar voor hen die het werk van bandleider en saxofonist Küchen kennen, weten dat de man nooit genoegen neemt met simpele rechttoe-rechtaan melodieën. Nee, ontsporen is een hobby van deze heer en van zijn kompanen."

The Pack Project is een jaarlijks terugkerend onderdeel van Festival Jazz International Nijmegen. Het idee is dat een jong toptalent een nieuwe band samenstelt (een 'Pack'), nieuwe composities schrijft en deze primetime presenteert op het hoofdpodium en tevens op dat van zusterfestival Festival Jazz International Rotterdam. Dit jaar wordt The Pack Project samengesteld door de Turkse trombonist Efe Erdem, die sinds 2008 in Rotterdam woont. Na zijn studie aan het Hacettepe Conservatory in Ankara studeerde hij in 2012 af bij Bart van Lier en Ilja Reingoud aan Codarts in Rotterdam. Erdem speelt al vanaf jonge leeftijd in orkesten en bands en houdt ervan te improviseren.

Met het gratis toegankelijke festivalonderdeel Free Jazz verspreiden de jazzvibes zich door de hele stad. Nederlands en regionaal talent krijgt een podium op bijzondere, onverwachte pop-up locaties, bij voorkeur in de vorm van bijzondere samenwerkingen. Hiermee presenteert FJIN jazztalent voor een breed en nieuwsgierig publiek. Vanaf donderdagavond zijn er optredens van onder anderen Jesse Schilderink met zijn Nijmegen Rotterdam Collective, Simin Tander & Jörg Brinkmann en Ad Colen met A Birds' Eye View.

Klik hier voor meer informatie over Festival Jazz internationaal Nijmegen.

Foto's: Cees van de Ven & Eric van Nieuwland

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 20.10.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Free jazz zoals die bedoeld was

Linda Sharrock Network, vrijdag 4 oktober 2019, FridayNITE, De Machinefabriek, Groningen

Dit was weer free jazz zoals free jazz bedoeld was. De mannen van stemkunstenares Linda Sharrock fungeerden als een organisme waarin symbiotische en individuele factoren verenigd waren. De belangrijkste parameters waren reactie, intuïtie, spontaniteit en toeval (niet noodzakelijk in die volgorde), wat tot een bijzonder krachtige oersoep leidde. Vormgeving - in de gangbare zin - en melodie kwamen pas daarna, of volgden heel direct uit het maakproces.

De meest veelzijdige muzikant van dit vijfmans Network was Mario Rechtern. Deze Duits-Oostenrijkse toonkunstenaar was thuis op niet alleen een bonte verzameling rietinstrumenten, maar ook op een soort zelfbouw viool-met-kalebas. Daarop kon hij niet slechts lustig krassen, maar ook - à la berimbau - percussieve elementen aan de bouillabaisse toevoegen.

Linda Sharrock (73) kennen we nog van haar samenwerking, in de jaren zestig en zeventig, met echtgenoot Sonny Sharrock (gitaar), maar ook in ensembles onder leiding van saxofonist Pharoah Sanders en fluitist Herbie Mann. Lynda noemde ze zich toen. Tussen 2009 en 2012 was ze uit de running, als gevolg van een hartaanval die haar gedeeltelijk verlamde. Het legde ook haar stem aan banden. Songs of gedichten declameren als vroeger zit en niet meer in. Ze bepaalt zich thans tot fluisterend gesmiespel of schurend krijsen. Een puur instrumentaal gebruik dus van haar instrument. Dat element zat trouwens altijd al in haar muziek. Ze komt zo in de buurt van het brute baritonblazen van Rechtern, met wie ze overigens al een aantal jaren werkt. Denk om de gedachten te bepalen aan vocaliste Abbey Lincoln, in haar duet met echtgenoot Max Roach op drums in het deel 'Protest' van de compositie 'Triptych'. Fascinerend en enerverend, maar ook mededogen wekkend.

Tegelijkertijd werkten de eerstejaars van de klas Illustratie 57 van Academie Minerva onverdroten aan een muurschildering van niet te kinderachtige proporties. Veel cartooneske mennekes en stichtelijke citaten over liefde en zo. Muziek en mural gingen vanzelfsprekend uitstekend samen.

Concertfoto's: Gijs Dedens

Labels:

(Eddy Determeyer, 20.10.19) - [print] - [naar boven]



Cd's
Ketil Bjørnstad - 'Rainbow Sessions' (Grappa, 2019)

Opname: 23 juni, 9 augustus & 20 december 2004, maart 2013 t/m juni 2017
Ketil Bjørnstad & Anneli Drecker - 'A Suite Of Poems' (ECM, 2018)
Opname: juni 2016
Ketil Bjørnstad & Eva Bjerga Haugen - 'Hus Som Kjenner Tristheten Ved Ting' (Grappa, 2018)
Opname: juni 2017

De Noorse Jazzpianist Ketil Bjørnstad bracht in 1975 zijn eerste soloalbum uit en is ook sindsdien regelmatig solo achter het klavier te vinden. Een hoogtepunt in dit oeuvre vormen zonder meer de zogenoemde 'Rainbow Sessions' uit 2004, die in 2006 door EmArcy op drie cd's werden uitgebracht. Het album werd vernoemd naar de vermaarde studio in Oslo, waar Bjørnstad tot op dat moment veel had samengewerkt met opnametechnicus Jan Erik Kongshaug. In de zomer van 2004 verhuisde de studio naar een andere plek en werd er tevens een nieuwe Steinway-piano aangeschaft. Bjørnstad kwam met het lumineuze idee om zowel in de oude als in de nieuwe studio solo opnames te maken. Aldus geschiedde in juni, augustus en december van dat jaar. Toen het Noorse platenlabel Grappa onlangs op het idee kwam om deze opnieuw uit te brengen, besloot Bjørnstad om er een vierde schijf aan toe te voegen met stukken opgenomen tussen 2013 en 2017, wederom in die Rainbow Studios en weer met Konshaug als technicus.

Naast pianist is Bjørnstad componist en alle stukken op deze albums, op drie na (op een totaal van 80), zijn dan ook van zijn hand. En in dat componeren vinden we zijn achtergrond als klassieke pianist onmiskenbaar terug. Na in Oslo bij Amelie Christie en Robert Riefling te hebben gestudeerd, vervolgde hij zijn studies in Londen en Parijs, won op veertienjarige leeftijd een muziekconcours in Oslo en debuteerde in 1969 bij het Oslo Filharmoniske Orkester met het derde pianoconcert van Béla Bartók. Pas na het horen van Miles Davis' 'In A Silent Way' stapte hij over op jazz, zonder dat klassieke toucher te verliezen. Dat Bjørnstad sinds zijn debuut in 1993 uit zou groeien tot een van de belangrijkste artiesten van het vermaarde ECM-label behoeft dan ook niet te verbazen. Zijn werk past daar perfect. Hij is een lyricus pur sang en weet zijn muzikale materiaal op een welhaast perfecte wijze te doseren, waarbij hij een afgemeten, bijna voorzichtige wijze van spelen hanteert, met een . Zijn timing is ronduit voortreffelijk is. Je hebt bij deze man kortom continu het gevoel dat het niet anders kan dan zo.

"When I chose the repertoire for these three sessions, I was thinking of the instrument, the studio's acoustics and my mood on each respective day" zegt Bjørnstad in het boekje bij de box, om er verderop aan toe te voegen dat de seizoenen bij die repertoirekeuze niet echt een rol speelden. En ook dat horen we terug. 'Lucian', te vinden op 'The Long Farewell' (dat de opnames van juni 2004 bevat) past prima bij het voorjaar, terwijl je het bedachtzame, wat melancholieke 'Hymn For Johanne' eerder zou verwachten op 'The Way Through The Woods' met de in december opgenomen sessie. Iets wat natuurlijk helemaal opvalt bij 'In The Bleak Midwinter', eveneens onderdeel van de juni-sessie en een van de drie covers. Wat niet wil zeggen dat er geen verschil zit tussen de sessies. Die van juni is intiem, sterk gericht op de lyriek, terwijl in die van augustus, 'The Rainbow', veel meer ritme zit. Stuwende patronen krijgen we hier, zoals in het titelstuk. En wat klinkt deze - dan nog nieuwe - piano prachtig! De klank kent nog veel meer nuances, waardoor het spel van Bjørnstad nog meer diepte krijgt. En dan de sessie van december, die heeft toch net wat meer intensiteit, kent een wat meer verstild en contemplatief karakter, zonder in weemoed te vervallen. Een sfeer die past bij die donkere dagen - zeker in Oslo, zo vlak voor het eind van het jaar. Het meest opvallende aan de vierde schijf 'The Third Instrument' is dat het opvallend korte stukken betreft, het merendeel zo rond de twee minuten. Er passen dan ook 29 nummers op dit deel. Verder komen we ook hier weer het dromerig melodische materiaal tegen.

De stijl van Bjørnstad leent zich ook uitstekend voor de begeleiding van vocalisten. Twee albums, allebei uit 2018, kwamen hier nog niet aan bod, maar bieden daar prachtige voorbeelden van. De eerste, 'A Suite Of Poems', verscheen bij ECM Records. We horen hier zangeres Anneli Drecker in een gedichtencyclus van Lars Saabyre Christensen. Dertien gedichten schreef hij in hotels over de gehele wereld, die hij vervolgens naar zijn vriend Bjørnstad stuurde. Aangezien die zelf inmiddels de nodige tijd in hotels heeft doorgebracht, begrijpt hij de sfeer van deze gedichten maar al te goed, iets dat eveneens geldt voor Drecker. De twee brengen deze liederen op een bijna klassieke wijze. Dreckers zang klinkt ingetogen, met weinig franje, geen vibrato, soms bijna sprekend. De begeleiding van Bjørnstad is al even bescheiden en beeldend. Hij plaats de juiste accenten, soms soleert hij even. Op het bij Grappa verschenen 'Hum Som Kjenner Trisheten Ved Ting', wat zoveel betekent als 'zij die de triestheid van de dingen kent', vinden we Bjørnstad in het gezelschap van Eva Bjerga Haugen met gedichten van de Noorse Kjersti Annesdatter Skomsvold. Haugen heeft een wat diepere, vollere stem dan Drecker en geeft prachtig vorm aan deze prachtige, ietwat melancholieke liefdesgedichten.

Foto: Synnøve Barth Bredesen

Labels:

(Ben Taffijn, 17.10.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Tussen traditie en toekomst

Guus Janssen: Tribute To Herbie Nichols, woensdag 9 oktober 2019, Brouwerij Martinus, Groningen

Het begint een mooie traditie te worden, het trio Janssen-Van Erk-Janssen dat in Martinus werk van specifieke componisten uitvoert. Dat begon met excerpten van Guus Janssens eigen oeuvre, werd vervolgd met stukken van Misha Mengelberg en nu lagen er composities van Herbie Nichols (1919-1963) op de lessenaars. (Een volgende keer Lennie Tristano of James P. Johnson zoals al gesuggereerd werd, of toch maar Earl Hines?)

Of de muziek van Nichols moeilijk te spelen is kan ik niet echt beoordelen. Ik kan me voorstellen dat de muzikanten soms binnensmonds tellen zitten te prevelen. Het merkwaardige is echter dat die grillig vormgegeven composities heel lekker klinken. Je zou ze zó mee kunnen fluiten. Misschien heeft dat met de achtergrond van het onderwerp te maken. Op zijn achttiende voegde Nichols zich bij een New Yorkse band van leeftijdgenoten, de Royal Barons. Die speelden een soort geavanceerde swingmuziek, geïnspireerd op het oeuvre van de band van Jimmie Lunceford en dan meer in het bijzonder van diens voornaamste arrangeur Sy Oliver. Het zal geen toeval geweest zijn dat toen Oliver in 1939 naar de graziger weiden van het Tommy Dorsey Orchestra verkaste, Billy Moore, de arrangeur van de Barons, zijn plek bij Lunceford innam.

Hoe dan ook, ik hoor in die excentrieke muziek van Herbie Nichols duidelijk sporen van die fantastische, halfvergeten ballads uit de jaren dertig en veertig. Een stuk als 'The Happenings' heeft een lineair karakter, mijlen verwijderd van de nerveuze opengeknipte composities van altist Charlie Parker en andere boppers. Ook in de 'Spinning Song' hoor je die continuïteit, die brug tussen de traditie en de avant-garde. 'Change Of Season' klinkt bedachtzaam, weemoedig en misschien wel toepasselijk, nu de zomer definitief tot het verleden behoort. Guus Janssen steeg boven zichzelf uit in 'Old 52nd Street Rag', dat Nichols als een geintje had geschreven, bedoeld als kerstwens voor zijn vrienden. Hier konden we onszelf verliezen in het ragfijne toucher van de pianist, de sublieme dynamiek, het weloverwogen gebruik van de pedalen - en de verre echo's van ragtime. 'Lady Sings The Blues', de enige hit die Herbie Nichols schreef, werd met een Bach-tic geserveerd.

Bij dat alles schitterde Wim Janssen achter de drumkit. Hij bleek - ook in zijn solo's - uitzonderlijk vormvast en ondersteunde zijn collega's voorbeeldig. Nichols zelf, die met beestmensen als Art Blakey, Max Roach, Art Taylor en Danny Richmond in de studio zat, zou hier goedkeurend hebben geknikt. Hij had een studie gemaakt van Afrikaanse muziek en volgens hem zouden jazzmensen veel meer ritmische variëteit in hun muziek moeten stoppen. Toen dat uiteindelijk op gang kwam was hij al twintig jaar dood.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 14.10.19) - [print] - [naar boven]



Cd
Benedict Taylor & Anton Mobin - 'Close | Quarters' (A New Wave Of Jazz, 2019)

Opname: 4-5 september 2017

Een 'prepared chamber', zo noemt de Franse geluidskunstenaar Anton Mobin - het alias van de Franse componist Anthony Baron - zijn zelfgebouwde instrument. Het is een houten kistje met daarin verschillende objecten die met elkaar zijn verbonden en waarvan het geluid wordt versterkt door gitaarelementen en elektrische contactmicrofoons. Een soort combinatie van percussie en elektronica dus. Stop 'Close | Quarters', het album dat Mobin maakte met Britse violist Benedict Taylor, in de speler en u weet niet wat u overkomt. Het piept, gromt, knarst en knettert op grandioze wijze. Direct in opener 'For An Old Man'. Slaat dat op het stramme bewegen? Iets waar de klanken naar lijken te verwijzen. Dat een viool eveneens een grote variatie aan klanken in zich bergt, weten we. De twee zijn in 'Minimal Muck' dan ook amper van elkaar te onderscheiden. Samen creëren ze een overvloed aan onbestemde geluiden.

Dit 'Close | Quarters' is zonder meer een van de meest abstracte albums die ik de laatste tijd hoorde. De verrichtingen van Mobin en Taylor vragen dan ook een geheel andere wijze van benaderen. Hier vrijwel geen melodie, geen harmonie, geen ritme, geen klassieke aanknopingspunten van welke aard dan ook. Alleen geluiden, waar je je continu van zit af te vragen waar het vandaan komt en wie hier nu aan zet is. Het zegt veel over Dirk Serries dat hij juist dit duo vroeg voor een album op zijn New Wave Of Jazz-label, sterker nog: hij nodigde ze uit voor zijn eerste festival in oktober van dit jaar. Grenzen aftasten kunnen we dit gerust noemen, luisteraars uitdagen. Want dit is het soort albums waar hele volksstammen van roepen dat dit toch echt geen muziek is.

Onterecht, want dit is wel degelijk muziek, alleen niet verlopend volgens de geëigende hierboven geschetste patronen. Maar van een dialoog is in 'The Lumber Guy' intussen wel degelijk sprake en van afwisseling in klanken eveneens. Hier wordt zo maar een soort van muzikaal verhaal vertelt, vol spannende wendingen en mooie klankkleuren. Meer is niet nodig. In 'Lay In The Low' zit nog iets meer structuur, een vaag melodisch patroon van Taylor op een aanhoudende toon van Mobin. Nooit een krassende viool gehoord? Dit is uw kans! Groots krassend en met flair beweegt Taylor zich over die drone, de tandarts jaloers makend.

Een volgende stap in het op het verkeerde been zetten is 'Love Song'. Een titel die je op dit album nu niet een twee drie verwacht. Maar beluister het en u kunt waarschijnlijk een glimlach niet onderdrukken. Bekijk het als minnen tussen twee geliefden en de vreemde klanken van de beide instrumenten krijgen ineens een geheel andere lading.

Benedict Taylor en Anton Mobin spelen op de eerste dag, vrijdag 18 oktober, tijdens het A New Wave Of Jazz Festival in De Singer in Rijkevorsel.

Klik hier om dit album te beluisteren.

(Ben Taffijn, 14.10.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Adembenemend en energetisch

Jeroen van Vliet & Mete Erker, donderdag 3 oktober 2019, TivoliVredenburg, Utrecht

Pianist Jeroen van Vliet en saxofonist Mete Erker zijn twee bevriende musici die elkaar al enkele decennia kennen en ook samenwerken in verschillende formaties, zoals Estafest en het project 'Zeeland Suite Revisited'. In 2004 namen ze als duo hun eerste plaat 'Unseen Land' op. Dit album was gebaseerd op schilderkunstwerken van Mattie Schilders.

Nu reizen de twee sympathieke muzikanten het land door om hun tweede duo album 'Pluis' te presenteren en te promoten. De cd, die live is opgenomen in het Beauforthuis, maakte al grote indruk en kreeg veel lovende recensies. Mooie eigen composities met een zekere prikkelende ingetogenheid en fraaie klankkleuren in een hecht samenspel. Mijn interesse was gewekt om te ervaren hoe deze muziek overkomt bij een liveoptreden.

Het was een indrukwekkende ervaring. In de eerste set speelden ze de composities grotendeels zoals ze ook op de cd zijn gerangschikt. In de tweede set waren ook wat nieuwe composities te horen. Dat leverde een fraaie afwisseling op van klankkleuren en dynamiek. Wat al vanaf de eerste minuut opviel was het intense samenspel. De twee musici voelen elkaar perfect aan en het publiek zat zeer aandachtig te luisteren. In de stiltemomenten kon je een speld horen vallen.

In het openingsstuk 'Seeker' hoorde je al direct de intensiteit, die eigenlijk het hele concert aanwezig bleef. Van Vliet beheerst zijn pianospel zo goed dat hij alle kanten op kan met zijn creativiteit, hetzelfde geldt voor Erker. Van Vliet kan als geen ander zijn akkoorden als het ware laten landen in afwisseling met melodische versnellingen. Hij legt zijn akkoorden met een zekere vanzelfsprekendheid neer op de toetsen. Dat geeft een extra energetisch element in zijn spel. Erker weet zijn tenorsax fenomenaal te doseren en kan ook heel fijnzinnig zacht spelen. Zoals 'Rond', een compositie die goed aansluit bij het idee waar de heren voor staan: prikkelend, dichtbij en intens spelen, soms wat wringend. De twee dartelen in dit stuk om elkaar heen en ze spelen als het ware naar de harmonie toe. Dat geeft een extra lading. Dit hoor je ook terug in 'Mick'.

Sommige stukken hebben een wat introvert karakter, zonder zwaarmoedig te worden. Afgewisseld met wat extraverte stukken zorgt dat voor balans. 'Dandelion' is bijvoorbeeld zo'n opgewekte compositie van Erker. Van Vliet heeft hier zijn piano iets bewerkt, wat voor extra accenten zorgt en tevens een versterkend ritmisch effect heeft. Erker heeft een fantastische sound op zijn sopraansax en improviseert met groot gemak, aangespoord door de groovende akkoorden van Van Vliet. 'Mick' is een hommage aan een vriend. Een gedragen stuk, met toewijding gespeeld. 'Flow' is een haast klassiek stuk, waarbij Van Vliet laat horen hoe goed zijn techniek is. Hij kan met de linker- en rechterhand onafhankelijk spelen, dat is razend moeilijk. Melodielijnen van piano en sax kruisen elkaar en de compositie is rijk aan harmonie en frasering. Op de toegift na was het titelstuk 'Pluis' het laatste stuk van de avond. Het is een allesomvattende compositie. Alle aspecten van voorgaande stukken en stijlen komen hier bij elkaar. De jazzakkoorden en melodielijnen van zowel Van Vliet en Erker op zijn sopraansax zijn van een adembenemende schoonheid.

Naast dat je naar twee fantastische musici hebt zitten luisteren gebeurde bij dit concert meer. Er vond een soort van energetische transitie plaats tussen de musici onderling, maar ook naar het publiek. Die energie ging niet verloren, integendeel, die bleef haast lijfelijk voelbaar. Als je dat voor elkaar hebt weten te krijgen bij een concert, kun je wel spreken van een enerverende ervaring. Want dat was het op die derde oktober in het Utrechtse TivoliVredenburg.

Foto's: Cees van de Ven

Labels:

(Koen Scherer, 12.10.19) - [print] - [naar boven]



In memoriam
Ginger Baker

19 augustus 1939 - 6 oktober 2019

Als 15-jarig jongetje begon Peter Edward 'Ginger' Baker zijn carrière in jazzbands. Hij kreeg les van de Engelse jazzdrummer Phil Seamen, om daarna door te gaan als een van de meest invloedrijke rockdrummers van zijn tijd.

Baker leidde een hard leven, getekend door ruzies, vechtpartijen en drugs. Diverse samenwerkingen in zijn muzikale carrière liepen stuk op zijn eigenzinnigheid en temperamentvolle karakter. Desondanks was hij een briljant drummer en werd hij door zijn fans op handen gedragen. Baker stierf afgelopen zondag op 80-jarige leeftijd. Hij was al jaren ziek en leed aan hartfalen, COPD en vele andere aandoeningen.

Ginger Bakers grootste succes was ongetwijfeld Cream. Een band die hij oprichtte met gitarist Eric Clapton en bassist Jack Bruce. Met de laatste had Baker een ontvlambare relatie, zowel persoonlijk als professioneel, stammend uit een eerdere samenwerking. Toch maakte Cream hem beroemd en rijk.

Geworteld in de jazz was Bakers speelstijl inventief en vrij en in zijn muziek vertoonde zich door de jaren heen een bijzondere mengeling van jazz, r&b, met Afrikaanse invloeden. Zijn drumkit met dubbele bassdrum en verticale opstelling van de tomtoms leende zich uitstekend voor instrumentale jams en lange, snoeiharde drumsolo's. In 'Toad' haalde hij soms makkelijk 20 minuten.

Cream (the cream of the crop) werd gezien als de beste rockband ooit, maar hield het - mede door de ruzies tussen Baker en Bruce - nog geen drie jaar vol. Ze maakten vier albums, met 'Sunshine Of Your Love' en 'White Room' als grootste hits. In 1968 nam Cream afscheid van het publiek in de Royal Albert Hall in Londen en in 2005 beleefde Cream een laatste reünie op dezelfde locatie.

Met Clapton en Steve Winwood begon Baker daarna de band Blind Faith, maar die samenwerking was geen lang leven beschoren. Weinig succesvol was ook de Ginger Bakers Airforce en in de jaren 70 verhuisde Baker naar Afrika, waar hij vaak met Fela Kuti speelde en muziek opnam in zijn studio. Ginger Baker werkte verder samen met onder anderen Gary Moore, Hawkwind, Public Image Ltd en met Bill Frisell en Charlie Haden in het Ginger Baker Trio.

In de Jazztube kun je kijken naar de geruchtmakende documentaire 'Beware of Mr. Baker' (2012) van de Amerikaanse regisseur Jay Bulger.

Foto: Geert Vandepoele

Labels: ,

(Donata van de Ven, 8.10.19) - [print] - [naar boven]



Concert / Jazztube
Over appels en peren

Tom Harrell: Infinity, zondag 29 september 2019, Bimhuis, Amsterdam

Waarom mag je eigenlijk geen appels met peren vergelijken? Het is tenslotte allebei fruit en daarnaast, afmetingen zijn vrijwel gelijk en de kleur vaak ook. Oké, ze smaken anders. Nee, vergelijken gaat prima. En dus mag ik ook het kwintet van Tom Harrell, dat onlangs het Bimhuis aandeed vergelijken met dat van Paul Van Gysegem, dat ik eerder hoorde bij JazzCase in Neerpelt. Het gaat in beide gevallen om een kwintet - dat Harrell een gitarist laat opdraven en Van Gysegem een pianist mag de pret niet drukken - en het is allebei jazz. Dat we daarmee de vergelijkingen wel ongeveer hebben gehad, doet al evenmin ter zake.

Tom Harrell is een gevierd trompettist en net als Patrick De Groote horen we ook Harrell op flügelhorn, toch nog een overeenkomst. Maar dan is er de muziek. Harrell kan melodieën schrijven, lyrische, perfect uitgebalanceerde melodieën. Ze zetten zich vast in je hoofd. En deze man gebruikt dat kwintet om die kleine verhaaltjes, want zo kun je die composities best noemen, te kunnen vertellen. Hier geen vreemde wendingen, dwarse experimenten, zijweggetjes en dwaaltochten. Dat leidt alleen maar af. En dus voegen tenorsaxofonist Mark Turner en gitarist Charles Altura zich perfect naar de lijn die Harrell uitzet. Het resultaat is luisterjazz op het allerhoogste niveau en een uitverkocht Bimhuis.

Wat voor de solisten geldt, geldt grosso modo voor de ritmesectie, die exact doet wat de naam belooft: ritme toevoegen en structuur brengen. De enige die zich zo nu en dan wat minder houdt aan die mores is drummer Jonathan Blake, die het op die momenten niet kan laten de muziek naar zich toe te trekken.

Dit alles laat onverlet dat er zeer goed wordt gemusiceerd. Harrell is als geen ander in staat om op koper wonderlijk subtiele, bijna liefelijke noten te blazen, iets dat voor Turner eveneens geldt. En dan hebben we Altura, die op zijn gitaar een al even fragiele klankwereld weet te creëren. Allemaal heel mooi, bijna te mooi, te perfect. Want hier valt geen onvertogen noot, het zijpaadje wordt niet gekozen, verdwalen kunnen we niet. Dat zou immers alleen maar afbreuk doen.

Appels en peren. Doe mij maar appels. Lekker stevig, ietwat zurig. U krijgt van mij die rijpe peer. Ruilen?

In de Jazztube hierboven kun je het concert integraal bekijken.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 7.10.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Schakelen tussen bestaande melodie en gezochte improvisatie

Celano/Badenhorst/Baggiani featuring Wolfert Brederode, vrijdag 27 september 2019, Paradox, Tilburg

Het trio bestaat uit de Argentijnse drummer, componist en producer Marcos Baggiani, de Belgische (bas)klarinetist en tenorsaxofonist Joachim Badenhorst en de Argentijnse gitarist en componist Guillermo Celano. De Argentijnen werken al jaren in Nederland en maken deel uit van de Amsterdamse improvisatie-scene. Dit betekent dat zij voortdurend op zoek zijn naar vernieuwing, spanning en avontuur. Op het North Sea Jazz Festival 2013 is de samenwerking met rietblazer Badenhorst begonnen. Vanaf dat moment vormen de muzikanten een trio.

Vanavond zou de presentatie van het album 'Lili & Marleen' plaatsvinden, verschenen op het progressieve, avant-gardistische Clean Feed-label. Echter, verrassenderwijs is pianist Wolfert Brederode toegevoegd aan het trio. Dit is opmerkelijk, omdat de ECM-artiest bekend staat om zijn lange, lyrisch-melodische verhaallijnen. Tijdens het concert wordt duidelijk dat in deze samenstelling uit een veel breder repertoire wordt geput dan louter uit het voornoemde album. Er worden ook nummers gespeeld van 'Nothing Changes' en 'Erasing Borders' van de oorspronkelijke Celano/Baggiani Group. Dit vergroot de rekbaarheid, opwinding en intensiteit van de muziek. De meeste composities zijn door de groepsleden zelf geschreven, op een enkele uitzondering na (Dmitri Sjostakovitsj en Mischa Mengelberg).

Het amalgaam van stijlen en het overschrijden van genres is karakteristiek voor deze groep musici. Muzikale categorieën worden losgelaten en grenzen worden overschreden. Het improviserend gehalte van het intiem, knisperend en vervormend gitaarspel van Celano klinkt al even prachtig als ongrijpbaar. Het spelen met het ritme door versnelling, vertraging en onderbreking, het plaatsen van ritmische accenten en de cadans en dynamiek van Baggiani zijn miraculeus en maatgevend. Meestal onderhuids, maar ook meedogenloos en direct. De beheersing van Badenhorst op zowel klarinet, basklarinet als tenorsax is puik en zijn zeggingskracht op de drie instrumenten is grenzeloos. De vrijheid van Badenhorst bij het gebruik van een verscheidenheid aan klankkleuren is groot. Het biedt hem de mogelijkheid om met gevoel voor intimiteit te kunnen ontroeren, vurig te kunnen accelereren en om schurend naar een apotheose toe te werken. Brederode is een rasimprovisator, die zich prima staande houdt. Zijn bijdragen zijn avontuurlijk en effectvol, maar komen in het muzikaal geheel soms gekunsteld over.

Het handelskenmerk van deze unieke formatie is het schakelen tussen de bestaande melodie en de gezochte improvisatie. Ook het zoeken naar en het vinden van een muzikale balans tussen structuur en schijnbaar onbeperkte, muzikale vrijheden, vol abstractie. De deconstructie van de toegift 'Lili Marleen' is exemplarisch. 'Das Lied eines jungen Soldaten auf der Wacht' heeft net als bij Marlene Dietrich een dramatische lading. Maar het herkenbare thema wordt slechts fragmentarisch beroerd door Badenhorst, Celano en Brederode.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 5.10.19) - [print] - [naar boven]



Vooruitblik
A New Wave Of Jazz Festival


Dirk Serries zit nooit stil. Niet alleen participeert hij als musicus in het ene project na het andere, iedere keer weer nieuwe uitdagingen aangaand; hij timmert ook druk aan de weg met zijn label A New Wave Of Jazz en, in het verlengde hiervan, met het organiseren van concerten. Maar niet te snel. Sta even met mij stil bij de naam van dit label. En neem die vooral letterlijk, want dit is wat Serries wil: het oprekken van wat we als jazz beschouwen, geholpen door het feit dat Serries zelf van huis uit geen jazzmuzikant is, al vertoeft hij de laatste jaren wel steeds vaker in de nabijheid van in de wereld van de vrije improvisatie opererende collega's. Maar juist die andere achtergrond van Serries, die van de ambient en de postrock, maakt dit label zo interessant.

Beperkte hij zich aanvankelijk tot zijn eigen muziek, een pas uitgekomen serie nieuwe albums en de line-up van een tweedaags festival in oktober tonen aan waar Serries heen wil: een synthese bereiken tussen hedendaagse gecomponeerde muziek en vrije improvisatie, waarbij hij tevens kiest voor muziek met een sterke gerichtheid op de aard van klank en zonder daarbij het bekende buiten te sluiten. Dat zien we terug in het programma van het festival dat op 18 en 19 oktober plaatsvindt in De Singer, Rijkevorsel.

Met drummer Tom Malmendier werkte Serries eerder samen in een duo, maar met de toevoeging van klarinettist Tom Jackson voegt Serries een ander element toe. Jackson komt uit de wereld van de hedendaagse gecomponeerde muziek en maakt deel uit van ensembles als Apartment House en het British Sinfonietta. Hetzelfde geldt voor een pianist als Dante Boon, die naast componist vooral actief is als uitvoerder van gecomponeerde muziek en voor iemand als componist Antoine Beuger. Boon is verder regelmatig te horen op albums van Beugers Wandelweiser label, waar Serries veel verwantschap mee voelt. Dit label brengt veelal muziek uit die te omschrijven valt als zeer minimalistisch, waarbij geluid een ongeveer even grote rol speelt als stilte en waarin het meer dan in welke ander muziek draait om de kleinste nuances en details. Bij Serries vinden we dit terug in zijn project Tonus, een steeds van samenstelling veranderend collectief dat ook tijdens dit festival zal optreden, maar we komen het ook tegen bij iemand als bassiste/pianiste Martina Verhoeven, die we tijdens dit festival horen in een duoset met de zeer veelzijdige percussionist Kris Verstraten.

Het optreden van saxofonist Colin Webster en gitarist Daniel Thompson zou wel eens een geheel ander aspect van Serries' muzikale universum kunnen gaan uitlichten. Met name Webster kennen we als iemand die de boel regelmatig flink op scherp kan zetten. Iets dat ook wel eens het geval kan worden met het optreden van violist Benedict Taylor en geluidskunstenaar Anton Mobin. Bijzonder zal ook zeker het optreden op zaterdag worden van de Duitse elektronicapionier Asmus Tietchens, die half jaren 70, samen met musici als Dieter Moebius, Conny Plank en Hans-Joachim Roedelius deel uitmaakte van de voorhoede van de elektronische Krautrock. Hier gaat hij aan de slag met Tonus-opnamen, waaraan hij ongetwijfeld een geheel eigen draai zal gaan geven.

A New Wave Of Jazz, inderdaad. Het mag met jazz wellicht niet veel meer te maken hebben, met muziek des te meer. Muziek die ertoe doet, die je stil doet staan en soms naar adem doet happen, muziek ook die gehoord moet worden. De Singer is er door zijn relatief geringe afmetingen en uitstekende akoestiek een prima locatie voor. Dus graag tot 18 oktober, aldaar.

Foto's: Cees van de Ven

Labels: ,

(Ben Taffijn, 5.10.19) - [print] - [naar boven]



Concert
De wonderen en de wereld

Mike Del Ferro & Andrea Caruso, zondag 29 september 2019, Brouwerij Martinus, Groningen

Bij wijze van preambule:
Wonder 1. Atelier Il Sole in Cantina, het Groninger podium voor kleinschalige hedendaagse improvisatiemuziek, is weer open. Na een angstig stille periode van een paar maanden ging het souterrain aan de X-straat in de nacht van 29 op 30 september van start met een intense set van gitarist Jorrit Westerhof, weer terug op het oude honk en slagwerker Aleksandar Skoric, die de oren in heel Europa laat suizen, maar Groningen nog altijd als basis heeft. Het Groninger volkje had goed naar de grapevine geluisterd (lees: Facebook) en was in recordgetale naar de Cantina getogen. Zeggen dat je er over de hoofden kon lopen zou een understatement zijn: de muziekliefhebbers waren in dichtste bolstapeling in het zaaltje geperst.

Wonder 2. Ik hoorde een dag eerder van de renaissance van het Atelier in een nieuw zaaltje voor theater, muziek en multimediaprojecten, FridayNite. Het podium is onderdeel van De Machinefabriek van het Noord Nederlands Toneel en de Club Guy & Roni. Twee solisten speelden er, de reeds genoemde Skoric en gitarist Arvind Ganga. Het spel van de percussionist zou je kunnen karakteriseren met intensief, geconcentreerd en ritualistisch. Wat ik nog nooit had meegemaakt: na het halve uur slagwerkgeweld bleef de zaal minutenlang doodstil. Alsof het spektakel in ieders hoofd nagloeide, als een soort audio-fosfeen.

Wonder 3. Korte inhoud van mijn voorafgaande. Van de fiets patsboem gepletterd, acht minuten morsdood, gereanimeerd, kunstmatig gekoeld en in coma gehouden (prognoses van de respectieve HH geneesheren: 'mooi dood'; 'prachtig plantje'; 'verregaande verlamming'; 'hardnekkige hersenschade'), maanden gerevalideerd en uiteindelijk kipjelekker. Een medisch godswonder! Mazzel, meneertje! Hallelu!

Zodat ik mij dus afgelopen weekend wederdoopte in het Groninger jazzleven. Na de nacht in de Cantina bijna op tijd voor het matinee van pianist Mike Del Ferro en bassist Andrea Caruso. Een en ander in het kader van de reeks Klassieke Affaires in Martinus. Kamerconcertjes op het snijvlak van klassieke muziek en jazz. Nu, dan waren we bij Del Ferro en Caruso aan het goede adres. Del Ferro senior was operazanger (nog met Maria Callas gewerkt) en Caruso speelde vanaf zijn tiende recitals met kamerorkesten. Er werd werk vertolkt van Antonio Carlos Jobim, Giacomo Puccini, Thijs van Leer, Giuseppe Verdi, Georges Bizet, naast eigen composities. Niet zo gek, de vrijmoedige aanpak van deze heren: klassieke componisten zullen hun werk doorgaans ook al improviserend hebben geconcipieerd. En improvisaties door solisten waren tot diep in de negentiende eeuw ook in de concertzaal heel gebruikelijk.

Van Van Leer speelde het duo 'Le Tango'. De fluitist/organist stopte in zijn muziek ook altijd klassieke elementen, legde Del Ferro uit. Deze tango was niet zozeer verfijnd of elegant, als wel razend en donderend. De pianist beukte in de lage registers van zijn instrument niet mis te verstane paukenslagen - om elders vaag aan Lennie Tristano refererende loopjes te spelen. Ook Art Tatum kwam even om de hoek kijken in de versieringen van Verdi's 'Brindisi'. Het tweetal werd duidelijk niet gekweld door eerbied voor de oude meesters. Wél respect.

Aan de bas werden hoge eisen gesteld. Caruso trippelde puntig en pittig door de partituren - of liet zijn instrument met strijkstok voluit zingen. Na zo'n gevoelige, gedragen solo mengden de klokken van de nabijgelegen Josefkerk zich naadloos en functioneel met de muziek. Inderdaad, zo langzamerhand hoogste tijd voor het Lof.

Men kent 'Carmen Murdered' van Spike Jones and his City Slickers? Welnu, de versie van Del Ferro en Caruso deed daar niet voor onder. Niet alleen werd Carmen gewurgd; onder de lading hardhandige noten en akkoorden van de pianist werd ze ook levend begraven. Dat komt er dus van, van al die jazz met die klassieke muziek.

Foto's: Bert van Erk & Govert Driessen

Labels:

(Eddy Determeyer, 3.10.19) - [print] - [naar boven]



Cd's
Zwerv - 'Music From Any Moment' (Creative Sources, 2018)

Opname: 14 december 2017
Xavier Pamplona Septet - 'Play The' (Casco, 2019)
Opname: 14 december 2017
Zyft - 'Midnight Tea Suite' (Creative Sources, 2019)
Opname: 2 mei 2018
Kuhn Fu - 'Chain The Snake' (Berthold, 2019)
Opname: 14-15 mei 2018

De uit Israël afkomstige basklarinettist Ziv Taubenfeld kwam naar Nederland om bij Michael Moore te studeren, bleef hier hangen en groeide uit tot een gezichtsbepalend lid van de Amsterdamse impro-scene. Een viertal albums van groepen waar hij deel van uitmaakt, laten die veelzijdigheid uitgebreid aan bod komen. Zo is hij leider of lid van groepen als: Full Sun, Bones, Kuhn Fu, Plots, het Xavier Pamplona Ensemble, Zwerv en Zyft. Van een aantal van deze groepen verscheen recent nieuw werk.

Zo bracht Zwerv, onder leiding van gitarist Henk Zwerver vorig jaar het bepalende 'Music From Any Moment' uit. 'Where We Are' vangt aan met stemmige, maar ook heerlijke rommelig aandoende geluiden, waar we naast Zwerver, bassist Raoul van der Weide, drummer George Hadow en pianist Nico Chientaroli in herkennen. Dan horen we hier Taubenfeld doorheen piepen met een geluid dat we niet in eerste instantie met een basklarinet associëren. Maar het wordt nog drukker met het aantreden van trompettist Luis Vicente en trombonist Salvoandrea Lucifora, alsof ze allemaal even willen laten horen dat ze ook meedoen. Vrije improvisatie op het scherpst van de snede. Muzikaal stormen - en wie welk geluid produceert is met geen mogelijkheid te achterhalen - doet het eveneens in 'Duo 3', 'Revolving Entrances' (waarin de drie blazers een vogelvolière lijken te imiteren) en 'The Startup'. Maar het kan ook oneindig subtieler, zo toont 'The Takeover' ons, een stuk met wonderlijke, intieme klanken waaraan de opgave om met zo minimaal mogelijk zo veel mogelijk te bereiken ten grondslag lijkt te liggen, totdat de leden van dit ensemble het genoeg vinden en de onstuimigheid weer toeslaat.

Het Xavier Pamplona Septet heeft Van der Weide als geestelijke vader, verder ook hier Hadow en Taubenfeld, aangevuld met pianiste Marta Warelis en de blazers Michael Moore op klarinet, Alistair Payne op trompet en Giuseppe Doronzo op baritonsax. Live kwamen ze op deze blog eerder aan bod, naar aanleiding van een concert in de PlusEtage. Een paar maanden daarna speelden ze in het Amsterdamse Splendor, waarvan op het album 'Play The' de opnames verschenen. De muziek van dit ensemble is een stuk gestructureerder dan die van Zwerv. Voorbeelden zijn 'Hawkwind' en het begin van het lange 'Ambitious Cyclus', die met hun ritmische structuur zo zouden passen in het circus. Er zit kortom humor in deze muziek. Voor een deel komt dit door de mix van ritmische structuren en pakkende melodieën enerzijds en vrije improvisatie anderzijds. Diezelfde aanpak kenmerkt het werk van pianist Guus Janssen, van wie we op dit album 'Koto A Gogo' horen, naast het inmiddels beroemde 'Jo-Jo Jive' en van cellist Tristan Honsinger, van wie 'Luce Nel Scuro' op het menu staat. Een vereiste bij deze muziek is wel dat musici goed op elkaar ingespeeld zijn, iets dat bij dit septet zeker aan de orde is.

Taubenfeld en Zwerver vormen samen met altvioliste Maya Felixbrodt Zyft. 'Midnight Tea Suite' is hun debuut. De combinatie basklarinet-gitaar-altviool mag dan een niet al te voor de hand liggende zijn, hij blijkt uitstekend te werken. Een onvermoede klankrijkdom krijgen we hier voorgeschoteld in allesbehalve hapklare brokken. Wat dat betreft lijkt de muziek van dit trio wel wat op die van Zwerv, niet zo gek natuurlijk met zowel Zwerver als Taubenfeld in de gelederen. Machtig mooi is Felixbrodts solo op 'And The Curtain Opens', gevolgd door een klinkend moment van Taubenfeld en verderop een krachtige gitaarsolo van Zwerver, die hier de stilte als hulpmiddel inzet. En over klankrijkdom gesproken, luister in ieder geval naar 'Sip, Sip, Sip'.

En dan is er het kwartet Khun Fu, dat net zijn derde album uitbracht: 'Chain The Snake'. Twee leden kwamen we hierboven reeds tegen, basklarinettist Ziv Taubenfeld en drummer George Hadow. Verder bestaat deze band uit de Duitse gitarist Christian Kühn en de Turkse bassist Esat Ekincioglu. Hier horen we weer een totaal andere kant van Taubenfeld. Khun Fu maakt muziek op het snijvlak van jazz en rock, een stijl waar de basklarinet prima bij blijkt te passen. Taubenfeld laat zijn instrument hier flink scheuren en creëert met zijn diepe klank menig spannend moment als onderdeel van dit boeiende kwartet. Lekkere, vlotte nummers maken deze heren, met een stevige groove die zich vastzet in je hoofd. Fascinerend klinkt de uitzondering op de regel: 'Oswaldo’s Waltz', met name vanwege het innemende duet van Kühn en Taubenfeld op een inderdaad walsende bedding van Ekincioglu en Hadow. In het aansluitende 'Gustav Grinch' gaat het echter weer vol gas en stoken Kühn en Taubenfeld, aangedreven door de stomende ritmesectie, het vuur weer hoog op. Blijf nu maar eens stil zitten. In 'Traktus' laten de heren echter andermaal horen ook prima raad te weten met de meer ingetogen klanken en het is vooral Taubenfeld die hier een prachtige klanksculptuur neerzet, voordat hij met de ritmesectie het nummer naar een daverende climax brengt.

Labels:

(Ben Taffijn, 2.10.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Humorvolle vrije improvisatie

Alexander von Schlippenbach / Rudi Mahall / Kasper Tom, zaterdag 21 september 2019, PlusEtage, Baarle-Nassau

En zo stond binnen enkele dagen een andere icoon uit de Europese free-jazz op het podium. Konden we op 19 september nog Paul Van Gysegem, Cel Overberghe en Patrick De Groote horen bij JazzCase in Neerpelt, zaterdag 21 september was het de beurt aan niemand minder dan Alexander von Schlippenbach. Ook hij was erbij eind jaren 60, toen deze specifieke vorm van jazz in Europa zijn intrede deed. Klarinettist Rudi Mahall is van een generatie jonger, maar heeft inmiddels - vooral op basklarinet - in de vrije improvisatie een al even grote reputatie opgebouwd. Als lid van Von Schlippenbachs Globe Unity Orchestra kent hij de meesterpianist als geen ander, iets dat we duidelijk merken hier op het podium van de PlusEtage in Baarle Nassau, nog immer een van de meest interessante podia die Nederland rijk is. Als drummer vroegen de twee de nog een generatie jongere Deen Kasper Tom. Een perfecte keuze, zo blijkt al snel.

Voortvarend gaat men van start, direct met drie man sterk in een wonderlijke mix aan noten. Von Schlippenbach speelt hermetische clusters, vaak op een redelijk percussieve wijze. Tom voedt hem met een opmerkelijk losse stijl, die eerder tegen het ritme aanleunt dan dat het ritmisch is. Ten slotte Mahall, die het ene moment opvallend lyrisch en melodieus klinkt en op andere momenten kleurrijke abstracties met dansende noten de zaal inslingert. Alles geïmproviseerd natuurlijk, maar je merkt dat ze elkaars stijl van spelen kennen, de maniertjes. Je ziet ze kijken, opletten en uitzoeken waar een interval het beste past. Het voordeel van een liveconcert is dat je dat als luisteraar allemaal meemaakt. Hoe mooi een cd ook kan klinken, dat is absoluut een meerwaarde.

Op stoom zijn ze het beste, dan zitten ze in de flow en vallen de klanken het prachtigst met elkaar samen. Wat niet wegneemt dat een aantal intiemere momenten ook zo hun kwaliteiten hebben, zoals te horen valt in de duo's. Als Von Schlippenbach en Tom samen bezig zijn bijvoorbeeld en hun klanken langs elkaar heen schuren, de onderzoekshouding op scherp.

De tweede set brengt humor en Von Schlippenbach geeft de aanzet. Ineens horen we een fragment van Thelonious Monks 'Four In One' en je ziet Mahall kijken: wat doet hij nu? Maar natuurlijk gaat hij mee, met die aanstekelijke lach van hem, en passant non verbaal communicerend met Tom. Het blijft er niet bij en verderop geeft Mahall ook zelf de aanzetten. 'Skippy' (eveneens van Monk) volgt, waarna we nog citaten uit 'Oh, Lady Be Good!' van Gershwin en 'Tea For Two' van Vincent Youmans en Irving Caesar voorbij horen komen. Dit alles tot grote hilariteit van Mahall, Tom en het publiek. Von Schlippenbach vertrekt geen spier. Wat niet wegneemt dat de wijze waarop deze drie musici de geschiedenis van de jazz inpassen in hun eigen klankwereld getuigt van lef en smaak. Een beetje humor kan daarbij zeker geen kwaad.

Concertfoto's: Jef Vandebroek

Labels:

(Ben Taffijn, 30.9.19) - [print] - [naar boven]



Jazz Class-X / Jazztube
Dinah Washington - 'Dinah Jams' (EmArcy, 1955)

Opname: 15 augustus 1954

Als tienermeisje zong Ruth Jones (1924–1963) gospel in een kerkkoor en bij de Sallie Martin Group. Toen zij nog geen twintig was, zong zij bij de bigband van Lionel Hampton onder de artiestennaam Dinah Washington. Onder impuls van jazzcriticus Leonard Feather maakte zij haar opnamedebuut met zijn 'Evil Gal Blues'. In 1946 zei ze de band van Hampton adieu.

Dinah Washington had al een resem top tien-hits gescoord in de R&B-lijsten toen zij 'Dinah Jams' live in de studio opnam. Bij deze sessie waren het kwintet van trompettist Clifford Brown en drummer Max Roach betrokken, plus nog vijf jazzmuzikanten, onder wie de trompettisten Clark Terry en Maynard Ferguson. De weergave van deze sessie vormt een jazzalbum om U tegen te zeggen.

Na een korte intro van de ritmesectie en Dinah die een eerste keer de tekst zingt van 'Lover Come Back To Me' vliegen de solo's en handgeklap je rond de oren. De muzikanten laten het hoge tempo geen tel zakken en voor je het weet zijn de eerste tien minuten bijna voorbij. Als de zangeres de tekst hartstochtelijk herneemt, gaat het muzikale vuurwerk verder. Dat 'Alone Together' en 'Summertime' daarna in een instrumentale versie volgen, zet fijntjes in de verf dat we met een jam te maken hebben waarbij deelnemers komen en gaan. Jam betekent dan weer niet dat alle nummers een lange versie krijgen. De instrumentale zijn als kleine, schitterende edelstenen - 'Summertime' is een vrijgeleide voor heerlijk trompetspel dat bijna zo hoog mikt als de zon.

Als de zangeres 'Come Rain Or Come Shine' zingt, gooit ze welgemikt haar gospelachtergrond in het spel. Als zij 'No More' zingt, haalt zij overtuigend haar blueskant uit de kast. Haar articulatie en frasering maken dat je moeiteloos de tekst volgt, het gevoel dat zij er inlegt dat je kan meeleven. Hoe zij met deze band 'I’ve Got You Under My Skin' vertolkt mag graag aan tintelende verliefdheid doen denken. Dat geldt niet minder voor 'You Go To My Head' met een sobere intro van piano en zang, een inleiding voor een muzikaal feestje. Op deze plaat zijn de muzikanten niet minder dan de diva de sterren.

Op de originele plaat draaiden enkel de opener en afsluiter 'You Go To My Head' rond de tien minuten. De heruitgave op digitale drager met drie bonustracks voegde er nog 'I’ll Remember April' aan toe, met een speelduur van twaalf minuten de langste imponerende track, maar 'Darn That Dream' en 'Crazy He Calls Me' zijn ook echt niet te versmaden.

Dinah Washington klonk met een acrobatische souplesse zo vleselijk, zo entertainend en overtuigend. Zij werd in de sixties niet voor niets een voorbeeld voor soulzangeressen als Aretha Franklin. Aretha droeg met 'Unforgettable' een heel album op aan nummers die Dinah, toen pas gestorven, bij leven had gezongen. Na haar jazzplaten had Dinah met gemak en commercieel succes haar horizon verbreed naar het grote publiek. Voor de danslustige jazzminnaar maakte zij nog interessante opnamen gearrangeerd door een jonge Quincy Jones. Denk maar aan die van december 1956, verschenen als 'The Swingin’ Miss “D”'. Wie echt voor haar stem valt, kan zelfs vandaag nog genieten van haar grootste hits van luttele jaren later, 'What A Diff’rence A Day Made' en 'Unforgettable'. Zij stierf jong, maar maakte haar zangtalent onvergetelijk.

In de Jazztube zie je Dinah Washington live aan het werk op het Newport Jazz Festival in 1958. Samen met Terry Gibbs, Max Roach en Don Elliot brengt ze 'All Of Me'.

Labels: , ,

(Danny De Bock, 29.9.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Egoloos musiceren in dienst van het geheel

Paul Van Gysegem Quintet, donderdag 19 september 2019, JazzCase, Dommelhof, Neerpelt

Mijn beeld bij de klassieke kwintetbezetting: de messscherpe, flamboyante solo's van de trompettist, respectievelijk de saxofonist, ego's in de schijnwerpers. Mooi, maar het zou wel iets korter mogen. Idem dito voor de pianist die zo nu en dan al te opvallend uit zijn begeleidersrol valt. De ritmesectie beweegt zich veel meer op de achtergrond, bepaalt ritme en structuur. En ja, soms is daar die solo. Even laten horen dat ze meer kunnen, de bassist en de drummer.

En dan staat Paul van Gysegem met zijn kwintet bij JazzCase in Neerpelt, de opening van een nieuw seizoen, en slaat dat beeld volledig aan gruzelementen. Aan het einde van een driedaagse residentie op deze prachtige plek worden we verrast door een geheel ander beeld, dat in niets lijkt op het hierboven geschetste cliché. Geen grote dynamische contrasten, geen overkill, geen flamboyante solo's, maar ook geen ritmesectie die zich beperkt tot begeleiden.

Dat zit hem deels in de musici die dit kwintet vormen. Drie van de vijf leden, naast bassist Van Gysegem treffen we saxofonist Cel Overberghe en trompettist Patrick De Grootte aan, behoren bij dat selecte groepje musici die eind jaren 60 en begin jaren 70 in België de free jazz op de kaart zette. Ze staan dus ieder reeds zo'n 50 jaar op het podium. Dat heeft als voordeel dat ze weten wat ze willen, weten hoe je samen iets kunt neerzetten wat de luisteraar raakt en bijblijft en hun eigen rol ten dienste kunnen stellen van het geheel. Pianist Erik Vermeulen en drummer Marek Patrman mogen dan nog een stuk jonger zijn, ook zij getuigen van diezelfde houding en beheersen diezelfde muzikale taal. Een taal die gericht is op de schoonheid van de klank, het leggen van verbindingen, het zoeken naar nieuwe wegen in het nu en waarbij het zoeken van de schijnwerpers volledig afwezig is. Egoloze muziek, met name in die eerste set.

Er wordt gesoleerd, zeker. Door Overberghe bijvoorbeeld, maar die solo's zijn dan zo kort dat je er bijna geen erg in hebt dat het een solo is. En bij De Grootte is het al niet veel anders; die speelt zo zacht, fragiel, genuanceerd en in dienst van het geheel dat je ook al niet echt van solo's kunt spreken. De enige bij wie dat onvervalst wel het geval is, is Van Gysegem, die zijn bas opvallend genoeg nogal eens inzet om melodieën te creëren in plaats van een ritmisch patroon neer te leggen en zo bepalend is voor de sfeer in de meeste stukken.

Zoals reeds gezegd, geldt deze wijze van aanwezig zijn evengoed voor Vermeulen en Patrman. We horen ze, maar nooit meer dan nodig is. Dit kwintet speelt de noodzakelijke noten, soms dwarrelend als losse puzzelstukjes die nog in de goede volgorde in elkaar gepast moeten worden, maar ook niet meer dan die noodzakelijke noten. Karige, soms grillige muziek, die veel overlaat aan onze eigen verbeelding en ruimte biedt voor onze eigen mijmeringen. Muziek ook die klinkt alsof het toevallig, terloops tot stand komt, alsof er geen structuur is. Maar blijf luisteren en je ontdekt dat die structuur er wel degelijk is, alleen je bemerkte haar nog niet.

En er is groots samenspel dat klinkt op onverwachte momenten, als de klank van Overberghe's sopraansax zich subtiel mengt met die van De Grootte's flügelhorn, wanneer de bas van Van Gysegem de nabijheid zoekt van Vermeulens piano, of in de complexe patronen die Van Gysegem en Patrman kunnen bouwen. Nooit voorspelbaar, nooit voor de hand liggend, maar altijd ontstaand uit spontaniteit.

Een prachtig concert kortom, waarvan de muziek het zonder meer verdient om uitgebracht te worden in de reeks cd's die JazzCase heeft lopen bij El Negocito Records. Gewoon doen, heren.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Labels:

(Ben Taffijn, 25.9.19) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Toine Thys Trio - 'The Optimist' (Igloo, 2019)

Opname: 2018

Saxofonist Toine Thys is inmiddels uitgegroeid tot een van de belangrijkste saxofonisten van België, met eigen projecten als zijn trio, het Orlando Quartet en met een aantal projecten waarin hij de samenwerking opzoekt met musici uit andere culturen als de Egyptische ud-speler Ihab Radwan. Verder maakt hij deel uit van Antoine Pierre's Urbex, het Ed Verhoeff Quartet en Crazy Men, een groep van pianist Bram Weijters. Maar de reden dat we hier bij Thys stilstaan is een nieuw album van zijn trio, zeg maar zijn basisgroep. En alhoewel het trio verder bestaat uit Hammond-organist Arno Krijger en drummer Karl Jannuska, treffen we op 'The Optimist' een iets andere bezetting aan. De Amerikaan Sam Yahel, een autoriteit op het Hammondorgel, vervangt Krijger en het trio is uitgebreid tot een kwartet door de medewerking van gitarist Hervé Samb.

Die aandacht voor andere muzikale culturen horen we direct in 'Lullaby Of Gounguin', een van de negen stukken op dit album, alle van de hand van Thys. Het ritme dat Jannuska speelt is overduidelijk Afrikaans en de soepelheid waarmee Thys met zijn basklarinet hier de melodie speelt, verraadt meer dan affiniteit met deze muziek. Dan komen Yahel en Samb erbij en wint het geheel aan diepte en expressief vermogen. Ook 'Tête Brûlée' ademt een Afrikaanse sfeer, maar minder nadrukkelijk. Dit is toch in eerste instantie een heerlijk stevig en swingend nummer, met vooral een prachtige bijdrage van Yahel.

Het Hammondorgel klinkt ook prominent in 'Samuraï'. Yahel laat hier andermaal horen waar zijn faam op berust; sfeer bouwen middels een uitstekend uitgebalanceerde klankwereld. Thys laveert hier op tenorsaxofoon soepel doorheen. Bijzonder ritmisch - met name door de bijdrage van Jannuska - klinkt ook het titelstuk, 'The Optimist'. Mooi ook om Thys hier op sopraansax te horen, wat het stuk een aangenaam licht karakter geeft. Een bluesgevoel treffen we aan in 'Masks And Feathers'. Yahel en Jannuska zorgen voor het juiste, lome, maar tevens zeer kleurrijke ritme, terwijl Thys hier indrukwekkend intense lijnen blaast.

Op 'Warthog' is Samb nadrukkelijker aanwezig dan in de eerdere stukken. We horen hem hier in een aantal flitsende solo's, waarbij hij zijn gitaar heerlijk laat knetteren. Met 'Cosmic Wassyl' brengt Thys een hommage aan de Oekraïense operazanger Wassyl Slipack, die in 2016 werd vermoord door een sluipschutter. Bijzonder ingetogen en weemoedig, met een zeer intense partij van Thys op basklarinet, prachtig verweven met het geluid van orgel en gitaar, tot een waaier van donker geschakeerde klanken. De tweede keer dat we Sambs aanwezigheid nadrukkelijk horen is in 'Bravo', een opwindende ballade. Het hierop volgende 'Bowing #1' trekt deze verstilde lijn door, met een laatste luisterrijk duet van Thys met Yahel, waarmee een zeer gevarieerd en bijzonder album wordt afgesloten.

In de Jazztube een live-uitvoering van het titelnummer van deze cd, opgenomen tijdens een concert in Centre Wallonie-Bruxelles in Parijs op 22 februari 2019.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 25.9.19) - [print] - [naar boven]



Concert
De magie van Trinity

Under The Surface, cd-presentatie 'Trinity', vrijdag 13 september 2019, Paradox, Tilburg

Drie-eenheid Trinity, in de Bijbelse betekenis één God met drie goddelijke entiteiten: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Drummer/percussionist Joost Lijbaart, gitarist Bram Stadhouders en vocalist Sanne Rambags getuigen tijdens dit optreden dat jarenlang gezamenlijk musiceren leidt tot een creatief en een synergetisch samenspel. De stukken op het livealbum 'Trinity' zijn opgenomen tijdens concerten op verschillende podia en festivals. Anders denken en vooral anders durven te musiceren, wars van hokjes. Lef voor het nastreven van vernieuwing en improvisatie is overduidelijk het credo.

In twee lange sets rijgt het trio de nummers van het album naadloos aan elkaar. Bij aanvang spaarzaam, ingetogen en met voldoende aandacht voor het aanbrengen van de noodzakelijke spanningsbogen. De muzikale landschappen dienen zich in vele gedaanten aan en tonen zo nu en dan kenmerken van naderend onheil. Maar opvallend genoeg laat de muzikale ambiance sporen, kleuren en geuren na van hemelse of kosmische allure. De elementen melodie en structuur ontbreken en worden gecompenseerd door empatisch en intuïtief samenspel.

In het tweede deel van het optreden wordt de muziek urgenter en het gevoel voor ritme direct invoelbaar. De elastische, instrumentale en vocale verbuigingen worden afgewisseld met gepaste provocaties en overdonderende apotheosen. De onderlinge interacties blijven ongemeend boeiend. Slechts sporadisch is er ruimte voor kortstondige, individuele vrijheden. Zelden doet de muziek te bombastisch aan.

Bram Stadhouders gebruikt zijn elektrische gitaar voor het aanbrengen van delicate, elektronische soundscapes. Joost Lijbaart creëert ruimte en brengt heimelijke verbindingen aan. Door het gebruik van een rijk arsenaal aan belletjes, gongs, shakers en strijkstokken zorgt hij voor ragfijne, percussieve nuances. Zangeres Sanne Rambags grossiert met haar stem uit een breed scala aan stemmingen, klanken, kreten, oergeluiden en zo nu en dan hanteert zij een tekstgedicht. Superzachte vocalen worden afgewisseld met stevig gearticuleerde voordrachtkunst met impact, direct geadresseerd aan de luisteraar. Er is geen ontkomen aan.

Het optreden is universeel en omarmt getuigenissen en karaktertrekken van muzikale vondsten over de hele wereld. De muziek is rijk vanwege de vrijheid in keuzes, maar de samensmelting van de drie muzikanten leidt, zeker deze avond, tot een goddelijk resultaat.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Op donderdag 26 september speelt Under The Surface in TivoliVredenburg, Utrecht.

Labels:

(Louis Obbens, 22.9.19) - [print] - [naar boven]



Festival
An Interplanetary Night: The Ex-40 Festival

woensdag 11 september 2019, Bimhuis, Amsterdam

The Ex bestaat 40 jaar! En dat is natuurlijk een feest waard. En dan eentje dat vier dagen duurt, met de start in het Amsterdamse Bimhuis en verder optredens in Groningen, Rotterdam en Nijmegen. Ik was erbij in het Bimhuis en kan dus getuigen van het feest, dat duurde van half negen 's avonds tot half twee 's nachts.

Overigens was wat eerder beginnen zo gek nog niet geweest - nu kon ik er, wegens het niet meer rijden van het openbaar vervoer na half een, niet de gehele avond bij zijn. Maar goed, in de vier uur die ik er wel bij kon zijn, klonk er weer veel moois. Bijzonder daarbij is de zeer eclectische smaak van de musici om wie het allemaal draaide, want op deze avond kwam werkelijk alles voorbij. Van klassieke muziek uit Armenië en volksmuziek uit Iraaks Koerdistan, via free jazz naar een conceptuele performance en van poëzie, via noise naar explosieve pop.

Tekenend voor de band is tevens dat hun eigen rol relatief marginaal is. Sterker nog, hun eigen optreden maak ik niet eens mee, omdat ik dan al in de tram zit. Weliswaar komen we alle leden individueel tegen, maar pregnant aanwezig zijn ze zeker niet. Ook tekenend: het mag dan feest zijn, er is geen reden om de ogen te sluiten voor mindere zaken. Zo herinnert de uit Iraaks Koerdistan afkomstige, maar reeds 30 jaar in Nederland woonachtige Brader Musiki ons in een schrijnend lied nog eens aan de gifgasaanval van Sadam Hoessein in 1988 op Halabja, met Nederlands gas. Musiki vertelt zijn aandoenlijke verhaal aan de Rijn en het vormt een van de hoogtepunten van de avond. Ook dichter Tsead Bruinja betoont zich kritisch over Nederland en dan met name over onze omgang met vluchtelingen in een prachtige set met Zea, het soloproject van The Ex-gitarist Ronald de Boer. Die laatste is overigens ook te horen in schitterende Friese liedjes. Poëzie klinkt er meer en wel van Anne James Chaton, die een reeks albums opnam met dat andere lid van The Ex, Andy Moor. Daverend ritmische gitaarpartijen flankeren hier Chatons monotone, maar zeer indringende monologen. Meer luisteren? Schaf onverwijld 'Heretics' en 'Tout Ce Que Je Sais' aan, albums waar de hier gespeelde tracks op staan. Wel jammer dat Thurston Moore niet meedoet, zoals op 'Heretics'. En dat terwijl hij er wel is!

Alles weggegeven natuurlijk in die oorverdovende set met Paal Nilssen-Love. U kent beiden en weet dat dat op zo'n festival maar één ding kan betekenen. Juist: we gaan tot het einde. Wat Moore allemaal uit die gitaar weet te halen, gelukkig voorzien van een tremelo-arm, blijft indrukwekkend, om over Nilssen-Love's ritmische kunsten nog maar te zwijgen. Heftig gaat het er natuurlijk ook aan toe bij The Ex-gitarist nummer drie, Terrie Ex, die een set verzorgt in het café met stemkunstenaar Jaap Blonk en bij het treffen van de drummers Katherina Bornefeld - het vierde lid van The Ex - en George Hadow. Bijzonder is ook zeker de combinatie van de drie saxofoon spelende dames - The Ex zet ook hier een standaard: de helft van de musici vanavond is vrouw - Ada Rave, Hanne De Backer en Christine Abdelnour. Stemmig beginnend met heerlijke piep-, knor- en plopgeluiden, belanden we al snel in een subtiel en sonoor klanklandschap vol onverwachte contrasten.

Grenzen? The Ex heeft er duidelijk nog nooit van gehoord. Niet tussen stijlen, niet tussen landen. Broodnodig zo'n band en nu meer dan ooit. Nog maar eens veertig jaar dus!

Foto's: Geert Vandepoele & Cees van de Ven

Labels:

(Ben Taffijn, 18.9.19) - [print] - [naar boven]



Interview
Cees van de Ven


Met een concert van het Paul Van Gysegem Quintet gaat aanstaande donderdag het dertiende seizoen van start van JazzCase, het inmiddels gerenommeerde jazzpodium in Belgisch Limburg. Het is tevens een proeve van hét visitekaartje van het huis: een in residence-concert.

Initiatiefnemer en stuwende motor achter dit alles is Cees van de Ven, gepassioneerd jazzfan in hart en nieren en tevens fotograaf. In die laatste hoedanigheid is hij al jarenlang aan onze website verbonden.

Georges Tonla Briquet sprak met deze gedreven Peltenaar. "Bij de programmatie stel ik een heel gerichte visie voorop: geen obligate mainstream, maar vooral avontuurlijker werk met ruime aandacht voor het potentieel van de jonge generatie."

Lees hier het volledige interview.

Foto: Gemma van der Heyden

Dit interview verscheen ook op Jazz'Halo.

Labels:

(Maarten van de Ven, 17.9.19) - [print] - [naar boven]



Cd's
Chasing Penguins - 'Chasing Penguins' (Rat, 2019)

Opname: februari 2018
Too Noisy Fish - 'Furious Empathic Silence' (Igloo, 2019)
Opname: juni 2018
Chaos Of The Haunted Spire plus Jack De Digitale - 'Live At Walter #1' (Rat, 2019)
Opname: februari 2018

Zijn er eigenlijk bands waar drummer Teun Verbruggen niet in zit? Onzin natuurlijk, maar toch, het is een vraag die je bekruipt als je de lange lijst van bands ziet staan op zijn website. En dat zijn niet de minsten. Natuurlijk Flat Earth Society, een van 's werelds interessantste orkesten/bigbands; maar ook het orkest van Bruno Vansina, de trio's van Jef Neve en Igor Géhenot en de kwartetten van Alexi Tuomarila en Pascal Schumacher. Daarnaast zijn er de eigen projecten als Warped Dreamer, The B.O.A.T, Too Noisy Fish, Chasing Penguins en Chaos Of The Haunted Spire. Kijkend naar het lijstje - en we zijn niet eens op de helft - valt op dat Verbruggen niet alleen zeer productief is, maar ook zeer veelzijdig. Wie opnames van het trio van Jef Neve naast die van The B.O.A.T. legt, begrijpt wat ik bedoel. Om die veelzijdigheid recht te doen presenteren wij hier drie recente albums van de meesterslagwerker. Het debuut van Chasing Penguins, het derde album van Too Noisy Fish en een liveopname van Chaos of the Hauted Spire.

Chasing Penguins is een kwintet. Verbruggen vormt het ritmetandem met bassist Nathan Wouters. Verder treffen we aan pianist Bram De Looze, die ook de Fender Rhodes bespeelt, tenorsaxofonist Steven Delannoye en gitarist André Fernandes. Op het titelloze album begint 'Dragao' opvallend sfeervol en ingetogen. Het is hier vooral Fernandes die opvalt met zijn luisterrijke klanken. Delannoye komt erbij, al even ingetogen, en dan horen we Verbruggen een ritmisch tapijt neerleggen, sluit Wouters aan en De Looze. Het ritme doet zijn intrede op 'Elon Musk Go'. En ja, zo horen we De Looze graag: een mooie melodie, prachtig uitbouwend naar een swingende climax, overigens prima ondersteund door de ritmetandem. Met 'Uphill' zoekt het kwintet wederom de nuance. Delannoye en Fernandes komen hier weer prima tot hun recht, evenals Wouters, die voor een vruchtbare humuslaag zorgt. En dan ineens, halverwege, trapt Fernandes op het gaspedaal en laat zijn gitaar aantrekkelijk janken. In 'Inhale' komen al die werelden samen. Stevig, aan rock gerelateerd gitaarspel in het begin, naast stevig slagwerk van Verbruggen en ankerpunten van De Looze; ritmische jazz ergens in het midden, met een stuwende De Looze voorop en naar het einde toe de ingetogen klankwereld, met De Looze nu op Fender Rhodes. Het meest experimentele stuk is het titelstuk. De Looze rommelt lekker aan, Verbruggen grossiert in aangename patronen, Delannoye legt mooie accenten.

Too Noisy Fish klinkt, met pianist Peter Vandenberghe en bassist Kristof Roseeuw, al even avontuurlijk en grensverleggend. Al overheerst hier, met name door Vanderberghe, het melodieuze aspect. Een mooi hoogtepunt zit vrij aan het begin in de vorm van 'FSS (Frequently Shaken Not Stirred)'. Zeer loom slagwerk en ontregelend elektronisch geknetter, een mooi ritmisch baspatroon van Roseeuw en aangenaam heldere pianoklanken van Vandenberghe. Mooi afgewogen en zoekend pianospel horen we in 'FUQ (Frequently Unanswered Questions)', prima passend bij deze mooie titel, aangevuld met al even verkennende klanken van Roseeuw en Verbruggen. Tot ze een lome groove te pakken hebben en subtiel uitbouwen. Bijzonder is ook de klankwereld die Verbruggen en Roseeuw bouwen in 'Fluicidal' en waar Vandenberghe een klinkend lyrisch patroon overheen legt. Lyriek die we ook terugvinden in het aanstekelijke 'Aerobstology M2' en in 'FWM (Fractal Wrist Movement)', dat zich opvallend goed nestelt in je hoofd. Het album wordt afgesloten met het mooi ingetogen 'Nordic Laundry', deels geluidssculptuur, deels bijna klassieke pianomuziek.

Werkplaats Walter is een ander initiatief van Verbruggen. Op zijn site zegt hij hierover: "Werkplaats Walter wil Brussel een werkplaats bieden die beeldend kunstenaars en muzikanten bij elkaar brengt en hun artistieke input in de stad zichtbaar maakt en versterkt... Walter wil onder hun (die van de oprichters, RED.) impuls de processen en technieken van jonge en gevestigde professionele artiesten uit Brussel en ver daarbuiten verzamelen, samenbrengen en doorgeven." Eén manier is door dit eerste album, waarop we Verbruggen horen samen met saxofonist Andrew 'Chi' Claes, een duo dat luistert naar de naam Chaos Of The Haunted Spire, aangevuld met Jaak De Digitale. Het is het meest experimentele album van de drie die hier aan bod komen en laat een geheel andere kant van Verbuggen horen. Vier geluidssculpturen krijgen we hier voorgeschoteld, waarin we de invloed van ambient, veldopnames, experimentele elektronica en post-rock terugvinden en waarbij allerhande elektronica een grotere plaats inneemt dan de akoestische instrumenten. Het lange 'Django En Rani' is daarbij wellicht het meest bijzondere: een kolkende stroom machinaal klinkende elektronica, doorbroken door Verbruggens experimentele slagwerk.

Op 14 september treedt Teun Verbruggen met Chaos Of The Haunted Spirit op tijdens Dock Fest in Breda.

Foto: Cees van de Ven

Labels:

(Ben Taffijn, 12.9.19) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.