Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Cd
Mikael Godée & Eve Beuvens Quartet - 'Ingen Fara'

Igloo, 2023

Na 'Looking Forward', dat ook op Igloo Records verscheen, gaat pianiste Eve Beuvens door met haar Scandinavische bandleden Mikael Godée (sopraansax), Magnus Bergstroem (bas) en Johan Birgenius (drums).

We hebben de indruk dat de melodische lijnen toch een ander karakter krijgen: er zijn talloze verrassende wendingen, maar het geheel blijft vloeiend en gaat dikwijls een andere richting uit dan verwacht. Toch blijven de structuren en de composities duidelijk herkenbaar. Kortom: de schijf is een interessant luisteravontuur.

Er is trouwens een mooi evenwicht in de plaat: vier werken zijn van Beuvens, vier van Godée, en één van Bergstroem. De vrij lyrische sopraan is continu netjes in evenwicht met de piano, en de soms gedurfde - maar altijd binnen mainstream grenzen gehouden - exploraties klinken dan ook energetisch en gedreven. De bassist weet het duo piano-sax mooi te ondersteunen en in te vullen. De drummer viel ons erg op door het subtiele, maar steeds zeer intense en gedreven werk. Geen gemakkelijke klus, zeker niet in de meer ingetogen nummers. Birgenius verstaat de kunst van het doseren en het less is more!

'Ingen Fara' is een Zweedse uitdrukking die 'maak je geen zorgen' betekent. Een houding die deze muzikanten probleemloos kunnen aannemen bij elke set!

Deze recensie verscheen ook in Jazz&Mo'

Labels: , , , ,

(Marc Van de Walle, 25.6.24) - [print] - [naar boven]



Concert
Lewis brengt topband extra soul, kleur en vrijheid

The Messthetics & James Brandon Lewis, zaterdag 25 mei 2024, Ha Concerts, Gent

Dit was er eentje om naar uit te kijken. The Messthetics en James Brandon Lewis, het was al een zinderende match op papier én op hun recent verschenen album, maar de live-ervaring is zoveel meer. Verwachtingen zijn er om voor het licht te houden, binnenstebuiten te keren en fijn te malen.

"Hij moet maar drie seconden blazen en ik voel dat hier", zegt een vriendin vlak na het concert, terwijl ze haar vingertoppen bij elkaar brengt en net boven haar middenrif neerzet. En vervolgens breed lacht. Het klopt. James Brandon Lewis heeft een sound – krachtig, duidelijk gearticuleerd, vurig, herkenbaar uit de duizenden – die ook van daar komt. Of hij nu speelt bij Dave Douglas, Alan Braufman, The Messthetics of zijn eigen bands (Trio, Quartet of Red Lily Quintet), je hoort altijd die door alles heen snijdende, majestueuze toon waarin jazztraditie, gospel, vrijheid en intens-persoonlijke exploratie samenkomen. Lewis spreekt met die sound.

Het is natuurlijk wel andere muziek dan bij zijn eigen projecten. Het album van dit kwartet verscheen dan wel bij het legendarische Impulse!-label, maar is eigenlijk het product van een rockband - weliswaar met een jazzy inslag. Bassist Joe Lally en drummer Brendan Canty vormden ooit de ritmesectie van het iconische Fugazi. Gitarist Anthony Pirog is een snarengeselaar die al te horen viel op Lewis' 'No Filter' en 'An UnRuly Manifesto'. De songs en structuren zijn hier duidelijk en afgelijnd, daar wordt niet veel aan gemorreld. Maar tegelijkertijd lééft die muziek, is ze kneedbaar, kan ze van avond tot avond wijzigen. Speelde de band daags voordien al een prima concert in Doornroosje (Nijmegen), dan voelt het in Gent allemaal wat expressiever, vrijer en wilder aan.

Met 'Emergence' en 'That Thang' in de kop van het concert wordt meteen ook de toon gezet. Dit is gedreven en hechte rock-'n-roll waar de gensters van af springen en Lewis' sax overheen gelegd wordt als een extra bommentapijt. En wat een match! Speelde het trio al een even creatief als vinnig potje instrumentale punk-met-een-hoek-af op 'The Messthetics' (2018) en 'Anthropocosmic Nest' (2019), dan is de komst van Lewis een geschenk dat extra soul, kleur en vrijheid oplevert. Een song als 'Railroad Tracks Home' benadert dan misschien nog het dichtst de jazz, met omwegen langs moerassig terrein waar solo's ongehinderd mogen pruttelen.

Elders bewaart de band een ingenieus afwisselen van dromerig-meanderende passages en explosieve uitspattingen, met een omleiding in 'Three Sisters' die herinnert aan het meest dubby-werk van Fugazi en Pirog, die nu en dan geïnspireerd wordt tot knetterend gehakketak met scheurende effecten en delirische tapping, alsof Eddie Van Halen en Sonny Sharrock een liefdeskind gebaard hadden. En bakken onversneden emotie, zoals in 'Boatly', dat van start gaat als een ballade-op-een-krappe-tegel die vervolgens toewerkt naar zo'n klassieke finale - je voelt 'm aankomen, maar gaat niettemin voor de bij - met Lewis die naar de voorgrond treedt, ter plaatse trappelt en door de knieën gaat, dat instrument vastgeklemd tussen die kaken, steeds feller en intenser, schreeuwend met schrille boventonen, het mes op en door de keel.

Na zo'n drie kwartier zit het 'albumluik' van het concert erop, maar het gezelschap blijft nog even pieken. 'Serpent Tongue' uit hun debuutplaat is een ziedende kopstoot met Lewis en Pirog als onbevreesde recon-soldaten, terwijl 'Fear Not', de afsluiter van Lewis' recente trioalbum 'Eye Of I' (2023), maximaal rendeert met minimale middelen. Een simpele melodie, een zware melancholie en dan die sirene van Lewis erover. Een vulkaan van geluid. Ook zo goed: hun soulvolle, tedere versie van Sonny Sharrocks 'Once Upon A Time'. Een laatste nieuw stuk knalt hondsdol uit de startblokken, maar herinnert je er ook weer aan dat de band vooral uitblinkt in songs met knoerten van melodieën.

Achteraf benadrukt Lewis hoe graag hij speelt met deze band: "Man, dat volume en die rauwheid, dat is... UGH!' En hij grijnst met gebalde vuisten, wipt op-en-neer, nog altijd in een roes. Het is een concert dat klopt, een concert voor hoofd, hart en onderbuik, met een trio dat glansrijk transformeert in een kwartet, en Lewis die nog maar eens imponeert en zijn gestage opmars gewoon aanhoudt. Weinig muzikanten zijn dezer dagen zo actief en zo geïnspireerd, terwijl het 'jazz'-label er eigenlijk niet eens toe doet. Topband, topconcert.

Foto's: Mario Pollé / Deze recensie verscheen ook op Enola.be

Het James Brandon Lewis Trio staat op 11 juli op Gent Jazz.

Labels: , , , , ,

(Guy Peters, 22.6.24) - [print] - [naar boven]



Cd's
Noah Haidu - 'Standards'

Sunnyside, 2023
Noah Haidu - 'Standards II'
Sunnyside, 2023

Wie bij de titels 'Standards' en 'Standards II' beide albums van de Amerikaanse pianist Noah Haidu, direct aan zijn illustere voorganger Keith Jarrett denkt, zit op het goede spoor. Het zijn die iconische albums uit 1983 en 1985 die Haidu zonder meer hiertoe brachten. Het uit 2021 stammende 'Slowly: Song For Keith Jarrett' vormde hier al de opmaat toe. Maakte Jarrett beide albums met diezelfde bezetting waar hij al zijn trioalbums mee maakte - bassist Gary Peacock en drummer Jack DeJohnette, Haidu kiest voor variatie. Op het eerste album horen we afwisselend de bassisten Buster Williams en Peter Washington, naast drummer Lewis Nash, en op het andere album speelt Haidu samen met bassist Williams en drummer Billy Hart, de bezetting waar hij overigens ook dat 'Slowly' mee maakte. Opvallend is verder - en daarin wijkt Haidu af van Jarrett - dat we op het eerste album ook nog altsaxofonist Steve Wilson in een aantal stukken horen.

Standards dus, maar niet dezelfde die Jarrett op die twee albums speelde, ook daarin kiest Haidu zijn eigen pad. Maar standards zijn het, de jazzliefhebber kent ze allemaal, te beginnen met het uit 1938 stammende 'Old Folks' van Willard Robison. Een prachtige ballade waarin Haidu met minimale middelen de melodie neerzet, op een perfecte groove van Williams en Nash. Jule Styne's 'Just In Time' is een stuk dynamischer, een stuk dat met name opvalt door de krachtige bijdragen van Nash, naast puntig spel van Haidu. Opvallend aan beide albums, maar vooral aan het eerste, is dat Haidu zich bij het spelen van die standards duidelijk beperkt tot de kern. Gesoleerd wordt er beduidend minder dan we binnen de jazz gewend zijn. Dat heeft als grote voordeel dat de structuur voorop staat en al die klassiekers ook perfect herkenbaar zijn, zeker in het spel van Haidu. Verder zijn de rustige stukken oververtegenwoordigd, een stijl waarin het spel van deze pianist overigens ook het beste tot zijn recht komt. Zoals hij de noten zorgvuldig afweegt en doseert in Jimmy van Heusens 'All The Way' is gewoon groots en prachtig hoe Williams en Nash hem hier naadloos in volgen. In 'Someday My Prince Will Come' horen we voor het eerst Washington op contrabas in een opvallend zangerige bijdrage. Gevolgd door de eerste bijdrage van Wilson in Arthur Schwartz' 'You And The Night And The Music'. In een felle saxsolo schieten de noten alle kanten op. Prachtige lyriek van Wilson ook in 'Ana Maria', een stuk van Wayne Shorter. Hoagy Carmichaels 'Skylark' is het enige stuk waarin we Haidu volledig solo horen. Groots zoals hij deze compositie hier vormgeeft.

'Standards II' begint met Harold Arlens 'Over The Rainbow', meer specifiek met een drumsolo van Hart, waarna we Haidu gewaar worden met ingehouden spel. Deze eersteling maakt al direct duidelijk dat Haidu hier voor een meer abstracte benadering van de klassiekers kiest, met meer ruimte voor solo's, hier met name Hart. Bijzonder is ook de versie van George en Ira Gershwins 'Someone To Watch Over Me', met mooie solo's van zowel Haidu als Williams. Een meeslepende uitvoering van trompettist Freddie Hubbards 'Up Jumped Spring' brengt ons verderop op het puntje van onze stoel, mooi triospel hier. Qua stijl wijkt Pedro Flores' 'Obsesión' enigszins af, het trio weet hier echter het latingevoel prima over te brengen. En prachtig die solo van Williams. Niet minder boeiend klinkt de romantiek van Henry Mancini's klassieker 'Days Of Wine And Roses', met wederom luisterrijk spel van Haidu. Onmiddelijk herkenbaar is ook Henry Creamer en Turner Laytons 'After You've Gone', met veel schwung gespeeld door dit uitstekende trio en met een krachtige solo van Hart. Tot slot klinkt Duke Ellingtons 'I Got It Bad (And That Ain't Good)' met onder andere een schitterende en opvallend melodieuze bijdrage van Williams.

Labels: , , , , , ,

(Ben Taffijn, 18.6.24) - [print] - [naar boven]



Concert
Boeiende filmische trip die de jazzgrens doet vervagen

Devin Gray Quartet, zaterdag 8 juni 2024, Lokerse Jazzklub, Lokeren

Een avondje in de gezellige Lokerse Jazzklub is altijd mooi meegenomen. Als enkele unieke parels van de Belgische jazz optreden, dan moeten we daar gewoon bij zijn. Zeg nu zelf: Robin Verheyen (tenor- en sopraansax), Bram De Looze (piano) en Nic Thys (bas), ze behoren tot de uitzonderlijke categorie van muzikanten die hun instrument perfect beheersen en verkennen in improvisatie. De instrumentatie leidt een eigen leven hierdoor. In een woord magisch klinkt het!

Devin Gray op zijn beurt is een drummer die in het verlengde tekeer gaat als zijn Belgische kompanen. Onder Devin Gray Quartet - To The Point vertelt het gezelschap muzikaal twee uur lang een boeiend, spannend verhaal, zonder hun stem te verheffen. Hier staat de instrumentatie centraal.

Net als in een meeslepende film wordt de spanning in uiteenlopende lagen opgedreven. Het klinkt soms intiem, ingetogen door een zwevende sax, die zachtjes botst tegen uiteenlopende pianolijntjes. Een warme contrabas met knetterende drumsalvo's drijven het tempo en de spanning op tot een ware climax.

Het muzikale verhaal stopt niet, nee, het kabbelt als een kolkend beekje rustig verder, zonder dat de aandacht maar kan verslappen. Er is altijd wel iets nieuws of verrassends te ontdekken, De wisselende opbouw, het werken naar een climax toe en de improvisaties, het maakt het interessant. We kregen een twee uur lang (telkens een klein uur door een pauze tussenin) een boeiende, adembenemende, kleurrijke, filmische trip die de jazzgrens deed vervagen.

Na een welgemeend, daverend applaus zetten ze hun instrumentaal vernuft, waarbij de fantasie werd geprikkeld door deze cinematografische aanpak, nog even verder. Muzikaal een open einde, sjiek en mooi, letterlijk een 'neverending story'.

Tekst: Erik Van Damme

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

Deze recensie verscheen ook op Musiczine.net.

Labels: , , , ,

(Maarten van de Ven, 15.6.24) - [print] - [naar boven]



Festival | Vooruitblik
Gent Jazz 2024

Van 5 juli tot en met 20 juli vindt in de heerlijke ambiance van de Bijloke-site voor de 22ste keer Gent Jazz weer plaats. Vorig jaar registreerde het festival ruim 40.000 bezoekers in 7 dagen. Dit jaar belooft nog groter en mooier te worden als je naar de line-up kijkt, die inmiddels bijna compleet is.

De programmering is gebaseerd op jazz, zoals de naam van het festival al duidelijk maakt, maar is veel breder dan dat. Op de main stage in de grote tent staan grote namen, wereldsterren zoals Diana Krall, Jamie Cullum, Bill Frisell, Erik Truffaz, Brad Mehldau & Chris Potter, Joshua Redman, Lee Ritenour & Dave Gruisin, Rodrigo y Gabriela, Nile Rogers & Chic, Luz Casal en Patrick Bruel, om maar eens wat te noemen. Het is een slimme programmering waardoor het mogelijk wordt mooie keuzes te maken. Bovendien is de kracht van het festival de rust en gemoedelijke sfeer. Geen gehol van podium naar podium met een blokkenschema in de hand. Nee, hier is een main stage en een garden stage en dat is het. Makkelijk en erg rustgevend kan ik je verzekeren.

Bovendien staan op de garden stage ook bijzonder aantrekkelijke muzikanten geprogrammeerd, zoals James Brandon Lewis, die onder andere door Sonny Rollins hogelijk gewaardeerd wordt. Voor mij ook veel onbekende namen. Maar let op: dit festival heeft een fijn neusje voor jong aanstormend talent. Het is al vaker gebeurd dat muzikanten die op de garden stage begonnen later met gemak hun debuut maakten op de main stage.

Met een beetje medewerking van de weergoden belooft dit jaar een wederom prachtig festival te gaan worden. Kijk hier voor het volledige programma. Neem je tijd om in deze snoepwinkel iets van je gading uit te kiezen en koop een of meerdere tikets. Ik zal zelf namens Draai om je oren op 11 en 14 juli aanwezig zijn op Gent Jazz en er verslag van doen.

Foto: Cees van de Ven

Labels: ,

(Johan Pape, 13.6.24) - [print] - [naar boven]



Cd | Jazztube
Erik Verwey Trio & Hermine Deurloo - 'About A Home'

Teles Jazz, 2023 | Opname: januari 2023

De mondharmonica, in het geval van Hermine Deurloo een chromatische, met een wat afwisselendere klank, is een zeldzaamheid binnen de jazz. Hier te lande moeten we dan natuurlijk altijd aan Toots Thielemans denken, maar de muziek van Deurloo is minstens zo interessant en ieder geval wat meer eigentijds. In combinatie met het geluid van pianist Erik Verwey, bassist Hendrik Müller en drummer Daniel van Dalen levert het een prachtig energiek album op. Te beginnen met 'Trepidation', op het scherpst van de snede. Al even energiek gaat het eraan toe in 'An Encounter', mede dankzij mooie solo's van zowel Müller als Van Dalen. In de ballade 'What Do You See' [te zien in de Jazztube hieronder] is het aansluitend met name Deurloo die schittert met kristalheldere, maar o zo subtiele noten. Overigens geldt de aanduiding 'ballade' louter voor het eerste deel, verderop brengt dit kwartet er weer de vaart in.

Verderop denk ik ineens The Beatles' 'Norwegian Wood' te horen, maar het blijkt Deurloo in 'Mother’s Lament', de overeenkomst is treffend. In ieder geval een lekker vlot nummer, iets dat ook geldt voor 'Frisk For Two' en 'Keep On Chasing'. Prachtige ballades treffen we ook aan met 'Winter' en 'A Gloomy Undertaking'. Met name in dat eerste nummer aansprekende bijdragen van Deurloo en Verwey. Buiten deze stukken, allemaal van Verweys hand, bevat het album één klassieker: 'Love Theme from "Spartacus"' van Yusef Lateef. Met Deurloo in de rol van de saxofonist, een prima alternief.

Labels: , , , ,

(Ben Taffijn, 9.6.24) - [print] - [naar boven]



Concert
Met de Dutch Mountain Tribe in de oersoep

Dutch Mountain Tribe, woensdag 29 mei 2024, Brouwerij Martinus, Groningen

Je hebt een groep van top-improvisatoren uit vijf landen die elkaar kennen van de Amsterdamse scene en met enige regelmaat op en rond de bergtoppen van de randstad te vinden zijn. De Dutch Mountain Tribe - die naam ligt wel erg voor de hand.

Zelf kreeg ik bij de massieve beat van drummer Mees Siderius inderdaad associaties met bergwandelingen. In kalme, maar gestage cadans, licht voorovergebogen vanwege de rugzak en het klimmateriaal. Als om het landschappelijke van zijn spel te benadrukken had Siderius zijn trommels tussen en bovenop een soort berkenbosje geplaatst. Met swing in de gebruikelijke betekenis had zijn spel niet veel te maken. Eerder hoorde ik er het pompeuze ritme in van de Engelse progrockbands van rond 1970. King Crimson en zo. Mijn Franse vrienden zouden zeggen, "ça swingue comme un pot de yaourt."

Het orkest, drie blazers, drie snarenspelers en de drummer, was in het zwart gekleed met daaroverheen een soort roomse grijze stola's. Het gebrachte smaakte naar oersoep waarin solisten kortstondig hun koppen opstaken, bij wijze van toegevoegde specerijen. Als drenkelingen op de woelige baren, wanhopig roepend om hulp, zou je met lichte overdrijving kunnen zeggen.

Dat leider en rietblazer Koen Boeijinga exotische instrumenten verzamelt, zag en hoorde je aan de myriaden fluitjes, ocarina's, doedelzakken (twee stuks!), ukeleles, koebellen en ander klein spul dat hij aan zijn muzikanten had uitgedeeld. Onderhoudende combinaties waren die van basklarinettist Giuseppe Doronzo met achtereenvolgens cellist Pau Sola Masafrets en de leider, die een soort bastaard-hobo speelde.

De groep bestaat sedert afgelopen najaar en won reeds de Keep an Eye Award 2023. 'De muziek zit vol energie en opwinding en we kunnen niet wachten om te horen hoe de plaat gaat klinken,' schreef de jury. Welnu, de cd, op ZenneZ, is inmiddels klaar. Zodat u in uw luie stoel mee op expeditie kunt met het Nederlandse bergvolkje.

Foto's: Willem Schwertmann

Labels: , , , ,

(Eddy Determeyer, 6.6.24) - [print] - [naar boven]



Concert
Op de grens van ritmiek, melodie en abstractie

Schlippenbach Trio ft. Rudi Mahall & Dag Magnus Narvesen, woensdag 15 mei 2024, Bimhuis, Amsterdam

De free jazz deed zijn intrede in Europa in de tweede helft van de jaren 60 van de vorige eeuw. Van al die musici die deze nieuwe stijl van musiceren omarmden zijn er, inmiddels zo'n zestig jaar verder, niet meer zo heel veel onder ons. Maar tot die steeds kleiner wordende groep - vorig jaar ontviel ons nog een van de meest bekende, Peter Brötzmann - behoort zonder meer de pianist Alexander von Schlippenbach. In 1966 formeerde hij een van de meest beroemde gezelschappen binnen de Europese vrije improvisatie, de Globe Unity Orchestra, en in 1968 stond hij mede aan de wieg van FMP, een gezaghebbend platenlabel van deze belangrijke stroming in de jazz. Vele albums en optredens zouden in de jaren daarna volgen, een lijn die in ieder geval doorloopt tot deze woensdag, toen Von Schlippenbach in het Bimhuis te horen was met klarinettist Rudi Mahall, een generatie jonger en drummer Dag Magnus Narvesen, twee generaties jonger.

Hij is wat moeilijk ter been, maar verder zie je die zesentachtig jaar er bij Von Schlippenbach niet van af. En horen doe je het, zodra hij achter het klavier heeft plaatsgenomen, al helemaal niet. Anderhalf uur gaat het, met na een uur slechts één korte onderbreking, non-stop door. Alles in die door hem zo gekoesterde stijl van spelen, op de grens van ritmiek, melodie en abstractie.

We beginnen vrij rustig met een duet tussen Von Schlippenbach en Mahall, die laatste op de hem zo geliefde basklarinet, tot Narvesen zich erbij voegt en de hectiek oploopt, culminerend in een duet van piano en drums: abstractie vermengd met ritmiek. Als Mahall zich er met krachtige lijnen weer bijvoegt, loopt de hectiek al snel verder op met botsende, wild alle kanten opschietende klanken, in een oorverdovend tempo. Tot het ineens rustig is en louter Von Schlippenbach nog te horen is in een bijna klassiek aandoende frase, hij studeerde niet voor niets in de jaren 60 compositie aan de Hochschule für Musik Köln bij Rudolf Petzold en Bernd Alois Zimmermann. Narvesen ondersteunt het met een enkel accent op de bekkens en brengt het richting een nieuwe triofrase, maar nu meer ingetogen en relatief melodieus, al mag Mahall er nog wel eens een weerbarstige, krakende lijn in aanbrengen en weet ook Narvesen het geheel zo nu en dan flink te kruiden.

Verderop in datzelfde uur verrast Von Schlippenbach ons andermaal met een indringende solopassage, waarin Mahall de tijd krijgt om zijn klarinet gereed te maken. Met hoog spel glipt hij naar binnen, waarna de ritmiek er weer in sluipt dankzij piano en drums. Mahall valt ook nu weer op door zijn experimentele spel, waarbij genoeg te associëren valt. Zo hoor ik ratelende machines, een volière in de stress, een jankende kat en een op hol geslagen alarm. Intussen blijven Von Schlippenbach en Narvesen hem van brandstof voorzien, waarna Narvesen eindelijk eens mag soleren op zijn Bimhuis-drumstel. Aansluitend pakken de drie musici de draad gewoon weer op: wederom tijd voor een serie onbegrensde abstracties, waarin Mahall weer overstapt op de basklarinet, prachtig ingebed in het werk van zijn beide kompanen. En hoor ik daar 'Tea For Two'? Het heeft er alle schijn van, Mahall lacht in ieder geval alsof hij op iets ondeugends betrapt is.

Eindelijk mogen we applaudisseren, we zijn bijna een uur op weg. De rust is echter van korte duur. Narvesen opent met een overdonderende drumsolo, met bijzondere geluiden door het koperen schaaltje gelegen op de floortom te bespelen. Een tribale ritmiek kenmerkt deze vurige solo. Overigens niet leidend tot een hectisch vervolg, maar juist tot een vrij ingetogen klankspel, waarbij Von Schlippenbach zich onder de klep begeeft, trekkend aan de snaren, en ook Mahall subtiele klanken produceert, zeker voor zijn doen. Het is pas verderop en heel geleidelijk dat de spanning weer oploopt en er meer dynamiek in het spel komt en de drie musici wederom tot meer experimentele uitingen komen. Hoogtepunten in dit laatste krappe half uur zijn zonder meer Narvesens derde solo, als rollende donder, aangevuld met een enkel akkoord van Von Schlippenbach en die dynamische triopassage waar dit tweede deel mee afsluit.

Foto's: Dirk Jochmann & Cees van de Ven

Labels: , , ,

(Ben Taffijn, 3.6.24) - [print] - [naar boven]



Onder het stof vandaan
Ahmad Jamal - 'Emerald City Nights - Live At The Penthouse 1966-1968'

Jazz Detective, 2023 | Opname: 20 september 1966, 24 augustus 1967 & 26 april 1968

Februari vorig jaar kwamen hier opnames voorbij uit de jaren 60 van het Ahmad Jamal Trio. Onder de vlag van 'Emerald City Nights - Live At The Penthouse' besprak ik toen opnames die pianist Ahmad Jamal tussen 1963 en 1966 maakte in The Penthouse, een beroemde jazzclub in Seattle. Eind vorig jaar kreeg dit een vervolg bij Elemental Music met opnames gemaakt tussen 1966 en 1968. Het album met de opnames in 1965 en 1966 besluit met het concert dat het trio met bassist Jamil Nasser en drummer Frank Grant verzorgden op 20 september 1966. 'Emerald City Nights: Live at the Penthouse 1966-1968' vangt aan met het concert van acht dagen later. In diezelfde bezetting, die overigens gedurende deze jaren niet wijzigde.

We beginnen de set met ingetogen, maar bijzonder doelgerichte noten, iets dat altijd al een kwaliteit van Jamal is geweest, in 'Gloria' van Leon René. Nasser horen we zacht op de achtergrond. Nasser en Grant laten met een speels ritme van zich horen in 'Fantastic Vehicle' van Joe Kennedy, gecombineerd met ritmische akkoorden en krachtige accenten van Jamal. Zo ongeveer halverwege komt het spel echt los en horen we die bijzondere combinatie van puntig spel waar hij de melodie mee vorm geeft en meer spontane uitspattingen, noem het maar de versiering. Errol Garners 'Misty' completeert de opnames van deze set, mooi en ritmisch spel van Jamal hier. En prachtig hoe Jamal halverwege het ritme neerzet, terwijl Grant soleert. Van het concert op 24 augustus 1967, bijna een jaar later dus, bevat het album twee stukken. We horen een opvallend lange versie van meer dan een kwartier van Henry Mancini's 'Mr Lucky' en aansluitend de standard 'Autumn Leaves'. Een strak ritme in dit 'Mr. Lucky', strak en meeslepend, een prima bodem voor Jamals opwindende spel, minder strak dan we van hem gewend zijn, vrolijk zijpaadjes verkennend. En we zijn nog niet op de helft als we zowel Grant als Nasser overtuigend horen soleren. En groots hoe de spanning hier steeds verder oploopt, zonder meer een van de hoogtepunten van dit album.

'Corcovado (Quiet Nights Of Quiet Stars)' van Antônio Carlos Jobim speelde Jamal graag. Het stuk maakte ook deel uit van het concert dat het trio zeven dagen later gaf op 31 augustus en dat we terugvinden op de tweede cd. Solo bouwt Jamal de eerste minuten aan de melodie, waarna Nasser en Grant zich erbij voegen en het stuk snelheid krijgt - ook hier is weer sprake van overdonderende dynamiek. En blijf maar eens stil zitten bij die duofrase van Nasser en Grant, onmogelijk! Bijzonder fascinerend spel ook in Lionel Barts 'Where Is Love?'. Prachtig hoe Jamal hier op eclatante wijze de melodie vormgeeft, het ene moment romantisch ingetogen, het andere moment heerlijk fel, fraai ondersteund door de ritmesectie. John Handy's 'Dance To The Lady', het derde stuk uit deze set, valt met name op door die swingende bassolo van Nasser en die krachtige bijdragen van Grant. Het laatste concert op dit album is dat van 26 april 1968. De hier bijeengebrachte opnames beginnen met het stemmige 'Naked City Theme' van Billy May en Milt Raskin uit 1961. Prachtig klinkt ook Burt Bacharachs 'Alfie', waarin Jamal zich weer de nodige abstracties veroorlooft, zodanig dat het originele stuk vaak amper te herkennen is. Daartussen horen we Jamal nog een keer solo, in Johnny Mandels 'Emily'.

Labels: , , , ,

(Ben Taffijn, 31.5.24) - [print] - [naar boven]



Concert
Tijs Klaassen denkt orkestraal

Tijs Klaassen Quintet, woensdag 22 mei 2024, Brouwerij Martinus, Groningen

Als er een gemeenschappelijk kenmerk van de huidige generatie jonge jazzmuzikanten aan te wijzen is, is dat misschien toch wel hun veelzijdigheid. Ze schrijven en spelen net zo makkelijk neo-bop als impro of fusion.

Bassist Tijs Klaassen (1993) is zo iemand. Zijn horizon reikt van impressionisme à la Bill Evans tot kamermuziek van de laatste honderd jaar. Hoewel hij een competente, puntig spelende bassist is die exact weet en voelt waar welke noten geplaatst moeten worden, is zijn werk als componist interessanter. Hij denkt uitgesproken orkestraal en weet met de combinatie alt- en tenorsaxofoon en keyboards wonderschone harmonieën te realiseren. Millimeterwerk met kleine tolerantie, zoals we dat in de werktuigbouw zeggen.

Nochtans blijft er tussen de bedrijven door veel ruimte voor de solisten. Mo van der Does reist op de klarinet tot voorbij waar Jimmy Giuffre ophield. Dat liet hij horen in de compositie 'Nelles' - genoemd naar het Amsterdamse verzorgingshuis Nellestein, waar Klaassen tijdens de covidperiode met de bewoners werkte ("een beetje tegenop gezien, maar achteraf een zeer positieve ervaring"). In 'Adhocism', het titelstuk van de nieuwe cd van het kwintet, ging toetsenspeler Floris Kappeyne een flink eind de ruimte in.

Drummer Wouter Kühne was de enige die buiten de leider een compositie had aangedragen. Hij droeg 'Shallow Reflections' op aan zijn helden, wier werk hij nooit zou evenaren, doch slechts vlakke spiegelingen ervan kon realiseren. Gezien zijn spel met versnellingen en vertragingen zou Martin van Duynhoven zomaar een van die helden kunnen zijn.

Foto: Willem Schwertmann

Labels: , , , ,

(Eddy Determeyer, 30.5.24) - [print] - [naar boven]



Interview
Jimmy Oliver

James Henry Oliver (1920-2005) was een tenorsaxofonist en bandleider, gevestigd in Philadelphia. Actief vanaf het midden van de jaren veertig speelde hij in bands met onder anderen Philly Joe Jones, Steve Davis, Red Garland, Johnny Coles, Charlie Rice, Sam Reed en Mickey Roker. Hij was een tijdgenoot en vriend van John Coltrane en wordt beschouwd als diens belangrijkste voorbeeld, naast Dexter Gordon.

"Ik heb altijd gevonden dat er na de bebop een gat viel. Je hoorde wel spreken van een generatiekloof een paar jaar geleden. En gezien wat er gebeurd is, geloof ik daar ook in. Op de een of andere manier stokte er iets. Alsof iemand het licht uit had gedaan."

In 1992 sprak Eddy Determeyer met Jimmy Oliver in zijn woonplaats Philadelphia.
Klik hier om het interview te lezen.

Labels: ,

(Donata van de Ven, 29.5.24) - [print] - [naar boven]



Festival
Jazz in Duketown 2024

"Voor de vijftigste keer werd de historische Bossche binnenstad omgebouwd tot een groot festivalterrein. Het festival is uniek vanwege zijn omvang, aantrekkelijk gratis programma en de grote groep enthousiaste vrijwilligers die dit keer op keer voor elkaar krijgen. Elke dag is er een enorme keuze tussen grote publiekstrekkers als Candy Dulfer en Trijntje Oosterhuis, internationale bands zoals Yellow Jackets en Jazzmeia Horn. Maar ook vooraanstaande jazzmuzikanten als het Paul van Kemenade Classic Quintet en Hans Dulfer's Total Response. Voeg daarbij het aanbod van meer experimenteel werk van bijvoorbeeld Ernst Glerum en John Dikeman en vrolijke mobiele acts en de hele stad staat drie dagen bol van muziek, die voor iedereen wat te bieden heeft."

Van vrijdag 17 tot en met zondag 19 maart dompelde Johan Pape zich onder in het bijzondere festival Jazz in Duketown in de binnenstad van 's-Hertogenbosch.

Klik hier om zijn festivalverslag te lezen.

Johan Pape maakte ook een fotografisch verslag van Jazz in Duketown 2024. Hier kun je zijn foto's bekijken.

Labels: , , , ,

(Maarten van de Ven, 26.5.24) - [print] - [naar boven]



Cd | Jazztube
John Scofield - 'Uncle John's Band'

ECM, 2023 | Opname: augustus 2022

Tja, als dit in de bus valt, dan weten we het eigenlijk al. Scofield blijft een meester met een unieke muzikale stem. Met een bassist en drummer van dit formaat (Vincente Archer en Bill Stewart) bereikt hij weer hoogtes waar de lucht ijl is. Het blijft mooi om te beluisteren hoe hij 'Mr. Tambourine Man' van Dylan of 'Old Man' van Neil Young aanpakt. Hij fileert de basisthema's ongenadig, daarna wordt er vrijelijk geïmproviseerd, soms ver weg van het origineel, maar altijd valt alles netjes op zijn pootjes. De gitarist is magistraal in het uiteenrafelen van een thema, het hoekig benaderen ervan vanuit het laag of het hoog, 'in en out' de toonladder wevend met lekkere dissonanten.

De eerste schijf van deze dubbel-cd bevat bijna uitsluitend werk van de gitarist (met uitzondering van de genoemde titels, en ook 'Budo' van Miles Davis). Op de tweede cd hoor je ook werk van Malneck, Bernstein, Raymond Brown en Jerry Garcia. Het laatste nummer is het titelnummer en is een favoriet uit de Garcia/Hunter Grateful Dead-tunes, waarover Scofield zelf zegt (typisch voor het ganse album, overigens): 'I love playing this way with Vincente, he knows what to do, and so does Bill. I feel like we can go anywhere.' En dat laatste voelen wij wel degelijk ook. Scofield mag zichzelf herhalen, hij doet het altijd meesterlijk. Een juweeltje!

Deze recensie verscheen ook in Jazz&Mo'

In de Jazztube hieronder zie je een optreden van het John Scofield Trio in de Klejtrup Musikefterskole in Hobro, Denemarken op 27 oktober 2023.

Labels: , , ,

(Marc Van de Walle, 24.5.24) - [print] - [naar boven]



Concert
De preludes van Don Braden

Don Braden, Joris Teepe & Nitin Parrée, dinsdag 14 mei 2024, De Smederij, Groningen

Een van de aantrekkelijke aspecten van de wekelijkse Jazz Jams in de Groninger Smederij is dat je er zo frequent fris talent kunt ontdekken. Vaak gebeurt dat in de afsluitende sessie met studenten van het Prins Claus Conservatorium, maar dinsdag betrof het de drummer van het Don Braden Trio, Nitin Parrée.

Parrée (1996) studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag (Eric Ineke!) en werkt momenteel aan zijn master in Amsterdam. Onderwerp van zijn research: Tony Williams. Met Williams (en met Elvin Jones, een andere held) heeft hij in ieder geval een tomeloze energie gemeen. Hij is de hittepomp die de band van brandstof voorziet. Daarnaast weet hij zijn noten verbazingwekkend ingenieus te kleuren en besteedt hij ook ruime aandacht aan de dynamiek. Hij zit zeevast. Kicken like chicken.

Het was alweer zeven jaar geleden dat tenorist/fluitist Don Braden voor het laatst in De Smederij aantrad. Met zijn buddy Joris Teepe (contrabas) werkt hij inmiddels 32 jaar samen. Chapeau. Dat is natuurlijk in de muziek te horen. 32 jaar, de echtparen die het zo lang uithouden kun je gerust de kost geven. Met zijn fluit liet Braden in het nummer 'Angel Eyes' een pastorale sfeer over de zaal neerdalen. Maar vergis je niet: die ogen kunnen ook vuurspuwen, met Teepe achter de bas. Die laatste speelde een cruciale rol in het totaalgeluid. Vaak waren het zijn vamps, melodisch-ritmische frasen, die de muziek structureerden.

Bradens compositie 'Eddieism' was geïnspireerd op het oeuvre van tenorist Eddie Harris. En inderdaad, je kon er zó diens 'Listen Here' overheen zingen. Twee nummers eerder had Braden een liedje aangekondigd dat volgens hem echt iedereen kende. Luister maar. Goed, doen we. Intro. Na een minuut: ? Na twee minuten: ? Maar net wanneer je begon te twijfelen of je inderdaad zo'n oen was die als enige de song niet herkende, brak 'Take Five' door. In vieren. Ook Herbie Hancocks 'Maiden Voyage' kreeg een dergelijke inleiding.

Wanneer Braden de volgende keer in De Smederij optreedt – en laten we hopen dat we daar weer geen zeven jaar op moeten wachten (die itch..) – kan hij misschien een avond lang uitsluitend preambuleren.

Foto: Diederik Idema

Labels: , , ,

(Eddy Determeyer, 19.5.24) - [print] - [naar boven]



Concert
Ruimtelijkheid en transparantie

Marius Neset Quartet, vrijdag 3 mei 2024, Paradox, Tilburg

Marius Neset speelt nog altijd met jeugdig elan hoewel de Noorse saxofonist al meer dan 10 jaar aan de weg timmert. Opvallend genoeg niet met een Nordic sound, maar met een hedendaagse visie op de Amerikaanse jazzsax-stijl. Met een gedrevenheid als die van Chris Potter. In Paradox treedt Neset regelmatig in verschillende groepssamenstellingen op. Voor het laatst op 7 mei 2022 als (begeleidend) saxofonist van de Arild Andersen Group. Dit keer wordt de saxofonist omringd door Magnus Hjorth op piano, Anton Eger op drums en Conor Chaplin op elektrische bas.

Met repeterende piano-aanslagen, subtiel tikkende percussie en uiteindelijk met zorgvuldig geblazen tonen op de tenorsaxofoon wordt het optreden uiterst fijnzinnig begonnen. Het krachtdadige intermezzo is kortstondig maar enerverend, het rustieke einde is een nagenoeg klassieke interactie tussen piano en saxofoon. Hierna voegt de ritmesectie zich toe en wordt de muziek gedreven. Door de vele muzikale stemmingen die worden opgeroepen is al snel duidelijk dat in de eerste set veel aaneengeregen stukken worden uitgevoerd. Het oeuvre waaruit het Marius Neset Quartet kan putten is groot en kwalitatief van hoog niveau. Ondanks de onmetelijke rijkdom aan noten, de complexiteit van de melodieën en de vele ritmewisselingen is het muzikale eindresultaat een raadsel van ruimtelijkheid en transparantie.

Nesets diepgravende improvisaties op tenor- en sopraansaxofoon, in dit optreden vaak voorzien van een latin-flavour, klinken te allen tijde natuurlijk en spontaan. Ondanks de energie, de virtuositeit, de hoge snelheid en de complexiteit van het ritme blijft de muziek stralen en fonkelen. Na de korte pauze wordt het niveau schijnbaar moeiteloos geëvenaard. Een vrije improvisatie waarin aanvankelijk percussie en saxofoon fragmentarisch en spaarzaam spelen, mondt uiteindelijk uit in een meesterlijk swingende calypso. Ingewikkelde en kleurrijke muzikale patronen worden verwisseld, uitmondend in een fel duel met slagwerker Anton Eger.

Bij de in elkaar overlopende stukken wordt de luisteraar voortdurend muzikaal verleid én van de ene muzikale surprise naar de andere geleid. Dit betekent niet dat het optreden een onemanshow is. Vaak worden Hjorth, Eger en Chaplin uitgenodigd te soleren en worden in duoverband intensieve muzikale relaties verkend. Sensitief samenspel tussen Hjorth en Neset of een imposant ritmische compositie, waarin het kwartet langs uiteenlopende sferen en klankkleuren zwerft.

In de toegift laat Neset zijn rieten op zijn tenor nog een keer knarsen, tjilpen, fladderen, kakelen en snateren. Virtuoos percussief door met de vingers te trommelen op de kleppen van zijn instrument. Hij laat moeiteloos verschillende melodielijnen naast en door elkaar lopen en speelt vliegensvlugge intermezzo's. Een gepast einde van een muzikaal spektakelstuk!

Foto's: Louis Obbens. Klik hier voor meer foto's van dit concert.

Labels: , , , ,

(Louis Obbens, 18.5.24) - [print] - [naar boven]



Cd
De Beren Gieren - 'What Eludes Us'

Sdban, 2024

Zijn er naast De Beren Gieren eigenlijk nog Belgische jazzbands die vijftien jaar bestaan in ongewijzigde bezetting, met minstens zeven albums op hun palmares? Zijn die er ooit geweest? Het is een vreemde vaststelling dat dit ooit zo groene driespan eigenlijk tot de stabiele instituten van onze jazzscene gerekend moet worden.

Dat ze er al die tijd in geslaagd zijn om hun sound niet te laten stollen tot een uitgedroogde drab, mag best indrukwekkend genoemd worden. Dat ze een volstrekt eigen uithoek van bijna onherkenbaar vermangelde jazz uitgebouwd hebben, maakt het alleen nog maar beter. Anno 2024 kunnen Fulco Ottervanger (keyboards), Lieven Van Pée (bas) en Simon Segers (drums & percussie) een plaat op gang trekken met een schonkige muziekmobiel, om vervolgens een lichtjes zwalpende dans uit te voeren op het raakvlak tussen stuiterende, met elektronica bedisselde postrock, malle postkaartjesexotica, frivole lentekraut, excentriek Casio-minimalisme en, ja, iets dat vaag op moderne jazz lijkt.

Swingen doet het nog maar zelden, en de gebalde akoestische trio-energie van de begindagen hoor je enkel nog via vage referenties, maar wie goed luistert hoort een band die intussen enkel nog zijn eigen wetten gehoorzaamt en samen met producer Jørgen Træen iets in elkaar gebokst heeft dat luisterbeurt na luisterbeurt de schijnbewegingen op elkaar stapelt zonder te vervallen in berekend geëpateer.

Een fijn, ongrijpbaar plaatje voor nerveuze middagen.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Deze recensie verscheen ook in Jazz&Mo'

Labels: , , , ,

(Guy Peters, 16.5.24) - [print] - [naar boven]



Concert
Greatest pianohits

Guus Janssen, Bert van Erk & Wim Janssen, dinsdag 7 mei 2024, De Smederij, Groningen

Wat hebben Duke Ellington, Herbie Nichols, Thelonious Monk, Charles Mingus, Horace Silver en Abdullah Ibrahim met elkaar gemeen? Het waren stuk voor stuk begenadigde componisten, die ook nog eens begenadigde pianisten waren. Ja, ook Mingus. Al die artiesten waren in de loop der jaren al eens onderwerp van studie en uitvoering door het trio Guus Janssen-Bert van Erk-Wim Janssen. In De Smederij werd een soort 'greatest hits' programma uitgevoerd.

Bij 'House Party Warming', een toepasselijke opening van het programma, werden meteen twee dingen duidelijk. Herbie Nichols had er een handje van om triostukken een orkestraal karakter mee te geven en de pianostemmer had zich in het huisnummer vergist of zo.

De gebroeders Janssen verschenen ooit op het toneel als typische representanten van de Hollandse Improschool, met een voorkeur voor heldere, om niet te zeggen strenge structuren. Dat is in hun spel nog wel terug te vinden. Al zijn ze in de loop der tijd in de richting van de mainstream opgeschoven. Dat is niet denigrerend bedoeld, voor alle duidelijkheid. Guus, pianist, blijft ook in zijn improvisaties dicht bij de melodie en broer Wim, drums, toont nog steeds een voorkeur voor de 'klare lijn'. Meer Kuifje dan Dick Bos (zelf is hij ook een getalenteerde striptekenaar). In Monks 'Four In One' voerden de gebroeders een spannend duel uit.

Over bassist Bert van Erks unieke vibrerende toon, boordevol leven en warmte, heb ik het al eens eerder gehad. Met de Janssens vormde hij een compleet orkest - een blazer erbij zou een muzikant teveel zijn geweest.

Het geval wilde dat de Roemeense drummer Anton Gabriel Matei eerder op de avond met een sextet eindexamen had gedaan in het Prins Claus Conservatorium. Met die groep opende hij de jamsessie na het eigenlijke concert. Jaren-zeventig neobop, in de geest van Joe Henderson, Michael Brecker en Art Blakey. Maar voor mij was het meest memorabele optreden dat van de Bulgaarse drummer Simeon Simeonov. Een pittig kereltje, dynamisch - dus ook op pp-niveau prima functionerend - maar vooral onbeschaafd hard swingend.

Roemenië, Bulgarije - zou het toch in de yoghurt zitten?

Foto: Annie Suijkerbuijk

Labels: , , ,

(Eddy Determeyer, 14.5.24) - [print] - [naar boven]



Concert
Parels van covers

Teus Nobel 'After Hours', woensdag 17 april 2024, De Bussel, Oosterhout

We naderen reeds het einde van het concert bij Liever in de KluiZ dan Thuiz in het Oosterhoutse theater De Bussel als trompettist Teus Nobel een voor een jazzmusicus bijzondere standard aankondigt: 'Little Wing' van Jimi Hendrix. Gitarist Tim Langedijk en bassist Thomas Pol creëren een zompige, langzame blues, waarin Nobel met prachtig spel, hier op de bugel, kan excelleren. Opvallend hoe weinig noten Hendrix nodig had voor het overbrengen van zijn ideeën. Het is slechts een van de parels waar dit trio ons op trakteert. Ruim een half jaar geleden verscheen Nobels laatste album 'After Hours', waarna het trio het afgelopen half jaar zo'n vijftig concerten gaf met de nodige stukken van dit album, aangevuld met ander werk.

Die bijzondere bezetting van trompet, gitaar en contrabas hebben we overigens te danken aan een andere trompettist: Chet Baker. Twintig jaar geleden, zo vertelt Nobel, viel hij als een blok voor het album 'Someday My Prince Will Come'. Baker stond in oktober 1979 in de befaamde Kopenhaagse jazzclub Montmartre, samen met gitarist Doug Raney en bassist Niels-Henning Orsted Pedersen. De opnamen kwamen uit bij Steeple Chase, verspreid over drie albums: 'Daybreak', 'This Is Always' en dat eerdergenoemde 'Someday My Prince Will Come'. Wat Nobel vooral aantrok was het schijnbare gemak waarmee Baker deze hondsmoeilijke stukken speelde. Iets wat ik gisterenavond overigens ook voelde, met name bij dat relaxte spel van Langendijk. Ik had zo willen roepen: "Geef maar hier die gitaar, dat kan ik ook" en dat terwijl ik er nog geen fatsoenlijke noot uitkrijg! Het is overigens een prachtige bezetting, waarbij het spel van Pol en Langedijk mooi in elkaars verlengde liggen, zolang ze natuurlijk niet soleren en zo Nobels spel, afwisselend op trompet en op bugel, mooi inbedden.

Zoals al eerder besproken nam Baker de meeste covers die op 'After Hours' staan - het is na acht albums overigens het eerste album van Nobel met covers - wel op, maar niet in die bewuste bezetting van 'Someday My Prince Will Come', wat ervoor zorgt dat Nobels album allesbehalve een letterlijke kopie is. Het is meer dat Nobel speelt in de sfeer van en langs deze weg Baker dicht benadert. Een belangrijk element daarbij is het feit dat Nobel werkelijk excelleert in subtiel, ragfijn spel, iets waar ook Baker om bekend stond. En ja, aan Langedijk en Pol heeft hij prima medemusici, waarbij het feit dat ze er nu al zo'n vijftig concerten op hebben zitten een mooi surplus oplevert. Dat Nobel dit project ook alleen met deze musici wilde doen, begrijp ik volkomen. Hij betoont er volop zijn enthousiasme over, laat ons wel tien keer voor die twee applaudisseren.

Covers dus, een mooi stukje jazzgeschiedenis. We horen de ook op het album te vinden stukken 'Sad Walk' van Bob Zieff (mooi zo, met die demper op de trompet), 'It Never Entered My Mind' van Richard Rogers, 'In My Solitude' van Duke Ellington (als toegift) en 'Look For The Silver Lining' van Jerome Kern, maar ook 'Love Vibration' van Horace Silver (waarin dat soulvolle van Silver prachtig tot uiting komt), 'My Little Brown Book' van Billy Strayhorn (geblazen met een dubbele demper, wat een heerlijk schel geluid oplevert) en dus 'Little Wing' van Hendrix.

Nobel speelt ook twee stukken van eigen hand, die beide ook op het album staan: 'Blues For Paul' en 'No Goodbye'. Het eerste stuk, een fijne uptempo blues waarin met name Langedijk zich heerlijk uitleeft, schreef Nobel voor de man die een flinke financiële injectie gaf aan dit album, het tweede schreef hij ter nagedachtenis aan zijn inmiddels overleden vader. Het is Pol die dit prachtige stuk opent door met zijn strijkstok duistere klanken aan zijn bas te onttrekken. Repetitief pizzicato spel afgewisseld met kloppen op de klankkast markeert de overgang en de komst van Langedijk en Nobel. De schelle klanken van Nobels trompet snijden door de ziel, hier wordt pijn en verdriet verklankt, zoveel is wel duidelijk. Het eerdergenoemde 'Love Vibration' volgt; Nobel wil ons niet gedeprimeerd naar huis sturen.

Foto's: Louis Obbens

Labels: , , ,

(Ben Taffijn, 12.5.24) - [print] - [naar boven]



Concert
Genre-overstijgend

Dominic Miller Group, woensdag 1 mei 2024, Paradox, Tilburg

Gitarist Dominic Miller is al decennialang de vaste begeleider van Sting. De lijst van popmuzikanten waarmee Miller heeft samengewerkt is omvangrijk en bestaat onder anderen uit Tina Turner, Yousou N'Dour, Peter Gabriel en Steve Winwood. Al in 1995 wordt zijn eerste soloplaat uitgebracht. Miller debuteert in 2017 bij ECM met het album 'Silent Light', waarop hij zich heeft laten beïnvloeden door Zuid-Amerikaanse ritmes, begeleid door slechts één percussionist. Op 'Absinthe' verbreedt hij zijn muzikaal pallet en is zijn begeleidingsband uitgegroeid tot een kwintet met onder anderen een bandoneonspeler. In Paradox staat zijn meest recent uitgebrachte album 'Vagabond' centraal. Ook in de livesetting bijgestaan door sterdrummer Ziv Ravitz (Avishai Cohen, Uded Tzur), de Zweedse pianist Jacob Karlzon en de Belgische bassist Nicolas Fiszman.

Onder de bezielende leiding van Dominic Miller speelt de groep gedurende twee sets een hele waslijst aan stukken, afkomstig van diverse albums. Miller heeft nagedacht over zijn repertoirekeuze. In de eerste set overheerst het intieme geluid en de zachtheid van de muziek, omkleed met veel melancholie en licht mysterieus spel. Het wordt ook meteen duidelijk dat Dominic Miller een groep muzikanten om zich heen heeft verzameld die muzikaal veel hebben in te brengen. Ziv Ravitz is een fenomenale en muzikale drummer, die niet alleen het ritme meesterlijk bewaakt, maar ook harmonieën en melodielijnen als wezenlijke onderdelen van muziek beschouwt. Hoogenergetisch of subtiel de trommels en cymbalen beroerend laat de drummer zijn percussie dansen en zingen. De klassiek geschoolde pianist Jacob Karlzon toont op gracieuze en vloeiende wijze zijn voorliefde voor schoonheid en harmonie. Hij staat daarbij steeds in contact met Miller om het geheel vloeiend te laten verlopen. Nicolas Fiszman is bekend als gitarist én bassist en dat is merkbaar in de manier waarop hij met grote souplesse op zijn vijfsnarige basgitaar speelt.

Miller improviseert nauwelijks en benadert de composities van eigen hand of van andere musici als luistermuziek met een kop en een staart. Met uitzondering van de toegift speelt hij warm en impressionistisch de nylon snaren van zijn witte K Yairi-gitaar. Geen grote gebaren, maar wel een open, fijnzinnig en uiterst muzikale benadering. De gitarist prefereert lichtheid en ruimtelijkheid boven snelheid en geldingsdrang. Zijn gitaarspel verandert nauwelijks in de tweede set, maar wel wordt onder zijn leiding de muziek energieker en avontuurlijker. De impulsen van Karlzon en de weergaloos drummende Ravitz dragen hier in belangrijke mate aan bij.

De muziek van Dominic Miller wijkt af van het brede jazz- en improvisatiepalet dat de mensen in Paradox vaak voorgeschoteld krijgen. Het is een warm en muzikaal bad, met gelijkwaardigheid als credo, waarin het groepsgeluid wordt omarmd met een zeer prettige, humoristisch presentatie van Miller.

Foto's: Louis Obbens. Klik hier voor meer foto's van dit concert.

Labels: , , , ,

(Louis Obbens, 8.5.24) - [print] - [naar boven]



Cd
Palle Mikkelborg, Jakob Bro & Marilyn Mazur - 'Strands - Live At The Danish Radio Concert Hall'

ECM, 2024

Een ontmoeting van drie generaties Deense boegbeelden. Trompettist Palle Mikkelborg (*1941) werkte al eerder samen met gitarist Jakob Bro (*1978) aan 'Returnings' (2018). Op die plaat speelden ze met bassist Thomas Morgan en wijlen drummer Jon Christensen. Voor deze opname doen ze het met percussioniste Marilyn Mazur (*1955).

Het materiaal komt uit 'Returnings' en 'Gefion' van Bro, met wat extra songs. Maar meer dan om songs draait het hier eigenlijk om sound en samenspel, met het iele, in galm gedrenkte geluid van Mikkelborg, dat naadloos opgaat in het zachtaardige schaduwspel-met-effecten van Bro, en het percussieve arsenaal van Mazur, die soms lijkt te kleuren met het allerfijnste penseel.

Af en toe is het zoeken en schuren, doorgaans erg lyrisch, intiem en mooi, soms ook wat te etherisch, in z'n vluchtige betekenis.

Deze recensie verscheen ook in Jazz&Mo'

Labels: , , ,

(Guy Peters, 4.5.24) - [print] - [naar boven]




Concert

Mozaïek met ontbrekende steentjes

Joris Roelofs & Han Bennink, woensdag 24 april 2024, Brouwerij Martinus, Groningen

Een beschaafde conversatie tussen twee heren. Zo zou je het optreden van het duo Joris Roelofs - Han Bennink, basklarinet en slagwerk respectievelijk, kunnen karakteriseren. Niet alleen voor de muziek zelf gold dat, ook voor de aankondigingen, die niet zelden de vorm kregen van hilarische uiteenzettingen, compleet met publieksparticipatie.

Een setlist, daar hebben de HH nog nooit van gehoord. Er werd ergens begonnen en de goden zegenden de greep. Zo mondde een improvisatie uit in een Monk-compositie. Samen met de zaal stelde Roelofs vast dat het 'Ugly Beauty' moest zijn geweest. Hij besloot ook 'Song Of The Volga Boatmen' te spelen - dat Bennink niet bleek te kennen; het betrof dus een première. Daarbij legde hij uit dat de legendarische laaggetimbreerde bas-bariton Paul Robeson (1898-1976), op wiens repertoire het sleperslied stond, de Boatmen beroemd had gemaakt. Robeson trad vaak voor duizenden arbeiders op. Een multitalent (sportman, jurist, schrijver, zanger, polyglot, linkse activist) dat in de jaren dertig vanwege het ondraaglijke racisme in zijn geboorteland Amerika zijn toevlucht had gezocht in het communisme en de Sovjet-Unie. Dat bracht hem begrijpelijkerwijs in de problemen en zijn paspoort werd hem ontnomen. Cancelen heet dat tegenwoordig. Na zes jaar kreeg hij het document terug, nadat het Hooggerechtshof had vastgesteld dat de inname ongrondwettelijk was geweest. Net als bijvoorbeeld de dichter Langston Hughes had Robeson rondgereisd in de Sovjet-Unie en beiden waren onder de indruk geraakt van de afwezigheid van racisme daar. Maar anders dan Hughes liet de zanger zijn bewondering voor dictator Josef Stalin cum suis nimmer varen. Enfin, Bennink liet zich uiteraard niet uit het veld slaan en sloeg mooie instant begeleidingsfiguurtjes.

Het recital was begonnen met een exotische improvisatie - althans, ik kon geen melodie herkennen - waarin de drummer een impliciet eerbetoon bracht aan Gene Krupa, naar wie hij in zijn jeugd uitgebreid moet hebben geluisterd. Pa Bennink was namelijk een slagwerker met een voorliefde voor Benny Goodman. Het klinkend resultaat van de improvisatie leek nog het meest op een muur waarvan het behang hier en daar had losgelaten, zodat je ook de bakstenen weer zag. Samen vormden de muzikanten een compleet orkest.

Met bescheiden, fijnzinnige zang opende Bennink de tweede set. Het lied was 'De Sprong O Romantiek Der Hazen' van zijn oude makker Misha Mengelberg. Er was eerder sprake van vrije associaties dan van vaste notenstructuren. Ook van de hand van Mengelberg was 'Hypochristmastreefuzzz'. Dat gaf weer aanleiding tot bespiegelingen over rietblazer Eric Dolphy, met wie de componist en de drummer het stuk hebben opgenomen. Bennink bleek overigens ook gewoon op een standaard drumkit te kunnen spelen. Zijn spel was een mozaïek waar steentjes uit hadden losgelaten. En Roelofs liet 'Skylark' rustig deinen, zodat we uitermate vrolijk gestemd de tapperij verlieten.

Foto's: Niels Tempel

Labels: , ,

(Eddy Determeyer, 1.5.24) - [print] - [naar boven]



Festival
Sound of Europe Festival - Dag 2

Dit Sound of Europe Festival, verspreid over twee dagen, laat ook mooi zien hoe de muziek in ons deel van Europa de afgelopen decennia steeds kleurrijker geworden is en hoe groot de invloed van diverse niet-westerse culturen op het muzikale landschap inmiddels is. De conservatoria dragen daar overigens in belangrijke mate aan bij. Studenten van over de gehele wereld weten Nederland steeds beter te vinden en hebben nogal eens de neiging na afloop te blijven hangen. Kijk maar naar de Amsterdamse jazzscene, die inmiddels voor een groot deel bestaat uit musici van over de hele wereld. Die muzikanten nemen instrumenten mee die we hier niet kennen, zoals de kemancheh en de kora en anders wel ritmes en maatsoorten die we hier niet gewoon zijn. Het kwam ook op de tweede dag van Sound of Europe, zaterdag 13 april, weer prachtig samen.

De grote verrassing daarbij was zonder enige twijfel de Zuid-Koreaanse pianiste Sujin Park. Zij verzorgde met trompettist Koen Smits, bassist Jeroen Vierdag en drummer Jasper van Hulten het openingsconcert. Direct in het openingstuk 'Nowhere', de eerste van een serie eigen composities, valt op wat een ongelofelijk knappe composities deze dame, die nota bene nog studeert, schrijft. Stuk voor stuk meeslepende stukken met een duidelijke structuur. In vrijwel alle gevallen vormt een duidelijke groove de basis, maar veroorlooft Park zich spannende zijpaadjes en kronkelwegen. En prachtig pianospel, dat me in dat 'Nowhere' wel wat doet denken aan dat van Abdullah Ibrahim, al heeft Park geheel andere wortels. En wat een vondst om Smits te vragen, een idee overigens van pianist Sjoerd van Eijck, die dit project heeft geïnitieerd. Een vondst, omdat zijn stijl en die van Park bijzonder goed bij elkaar passen: lyrisch, maar vooral uiterst fijnzinnig. Het komt prachtig tot uiting in 'My Way', dat voor een groot deel bestaat uit een duet tussen deze twee musici. En mooi zoals Vierdag en Van Hulten zich erbij voegen, het stuk meer dynamiek gevend. Nu al zo goed, dat belooft wat voor de toekomst! Een dame om in de gaten te houden.

Emine Bostanci komt uit Istanbul en bespeelt de kemancheh, een instrument dat wij hier niet kennen. Het lijkt qua vorm wat op een viool, maar wordt rechtopstaand - als een cello dus - bespeeld. De klank lijkt echter op geen van beide instrumenten. Iets wat mooi duidelijk wordt omdat we in Dareyn, de groep waarmee ze hier optreedt, ook de celliste Maya Fridman vinden. Verder bestaat het kwartet uit pianist Franz von Chossy en percussionist Vinsent Planjer. Vier musici waarvan we weten dat ze graag buiten de hokjes kleuren. De kemancheh, een gewoon instrument in het oosten van Turkije en de Kaukasus, klinkt voor ons als vrij melancholiek, al bewijst Bostanci dat dit instrument zich ook prima leent voor vrij heftige passages. Het is die combinatie van muzikale sferen die dit concert en het album 'Q.7' bijzonder de moeite waard maakt.

De combinatie jazz, wereldmuziek en klassiek komen we ook tegen in de uitvoering van 'Ruins And Remains', de veelgeprezen compositie van Wolfert Brederode. Het album, verschenen bij ECM Records, viel niet voor niets bij de laatste Edison-uitreiking in de prijzen. Volkomen onterecht kwam het hier nooit aan bod, zo blijkt ook nu bij de integrale uitvoering, waarin we naast Brederode op piano en Joost Lijbaart op drums en percussie het Matangi kwartet horen in een voor hen wat ongewone rol. Het lange stuk begint en eindigt nagenoeg op dezelfde wijze, met ingetogen pizzicato spel van het kwartet, terwijl er door Lijbaart wordt gestreken langs metalen percussie. Tussen die twee rustige momenten in voltrekt zich opvallend melancholische muziek, maar wat wil je ook met zo'n titel. Vaak verstild en introspectief, maar regelmatig ook behoorlijk dynamisch meeslepend.

Het tweede echte hoogtepunt, na het optreden van Park, zit voor mij vrij laat op de avond: de tweede set van de Zwitserse rietblazer Jan Galega Brönnimann, de uit Israël afkomstige percussionist Omri Hason en de Senegalese zanger, koraspeler Prince Moussa Cissokho. De ballade 'Diber', wat staat voor 'zondag', ontlokt aan Hason de opmerking dat het voor Cissokho op vrijdag zondag is, moslim immers, voor Hason zaterdag en voor Brönnimann iedere dag, die is jazzmuzikant. Een mooi stuk dat ook nog door iets anders sterk opvalt: de dans van buikdanseres Sophia la Rubia, die het trio onlangs ontmoette in Amsterdam. 'Embrace your sensuality' staat op haar kaartje, iets wat ze hier volop doet. En het inspireert een Senegalese bezoeker om in een volgende opzwepende percussiefrase, waarin we ook Cissokho en Brönnimann op deze instrumenten horen, spontaan het podium op te springen! Maar wat een concert, wat een samenspel laten deze drie musici hier horen, zonder enige overdrijving en zonder enig effectbejag.

Foto's: Mischa Keijser

Labels: , , , , , , , ,

(Ben Taffijn, 29.4.24) - [print] - [naar boven]



Cd
Jasper Staps-Rembrandt Frerichs Quartet - 'The First At Last'

Just Listen, 2023

Pianist Rembrandt Frerichs en saxofonist Jasper Staps, like minds, lanceren na vijfentwintig jaar hun eerste kwartetopname (vandaar de titel). Het is een intrigerende dialoog geworden, waarbij melodie, compositie, structuur en vooral luisteren naar en inspelen op elkaar opvallen. Op de opnames geven zij twee jonge muzikanten, Braziliaanse bassist Matheus Nicolaiewsky en de Nederlandse drummer Mitchel Damen, alle kansen - hun muzikale bijdrage en integratie is niet te onderschatten.

Op twaalf tracks, onder andere van de hand van Cole Porter, Gerry Mulligan, Jerome Kern, Frerichs en Staps zelf (alleen of samen) laten zij een erg laidback geluid horen: Staps herinnert aan Paul Desmond met een zoete, rustig aangeblazen tonaliteit, die perfect matcht met de sound van Frerichs, die voor deze opnames een Erard-piano van 1903 gebruikt. Transparant in het hoog, maar zachter dan een Steinway of Yamaha, iets meer getemperd in het laag: een fijne combinatie.

De eigen composities, vermengd met subtiele bewerkingen van standards ('Isfahan' van Strayhorn/Ellington, 'Mélodie Antique' met duidelijke verwijzingen naar Brubecks 'Take Five') geven deze cd een heel eigen cachet met veel variatie en verrassingen. Een topalbum, dat via ingespannen beluistering rijker blijkt dan aanvankelijk gedacht.

Deze recensie verscheen ook in Jazz&Mo'

Labels: , ,

(Marc Van de Walle, 28.4.24) - [print] - [naar boven]



Concert
Overweldigend en emotioneel geladen

James Brandon Lewis Quartet, woensdag 17 april 2024, TivoliVredenburg, Utrecht

Tenorist en componist James Brandon Lewis is een muzikant met diepgang en dadendrang. Het album 'Transfigration' is zijn derde album binnen een jaar. Hij speelt verschillende soorten muziek, van experimentele progressieve rock/punk, zoals bij The Messthetics, spirituele jazz/gospel, maar vooral geeft hij vooruitstrevende impulsen aan de hardbop en de free jazz. James Brandon Lewis heeft in maart 2024 nog in Nederland gespeeld als sideman bij trompettist Dave Douglas. Pianist Aruán Ortiz, bassist Brad Jones en drummer Chad Taylor zijn al jarenlang, zowel in de studio als live, een essentiële factor in zijn eigen bands.

Het kwartet speelt bijna zonder onderbreking in een goedgevulde Cloud Nine. Geen woord te veel, de hoogstaande jazz moet vooral voor zichzelf spreken. Dit is ontegenzeggelijk het geval, met als kanttekening dat dit niet wordt opgediend in muzikaal hapklare brokken. James Brandon Lewis speelt zowel composities van het album 'Code Of Being' als van 'Transfigration', opgenomen met dezelfde bezetting als in Cloud Nine. Het saxofoongeluid van Lewis is krachtig en gezaghebbend. Zijn virtuoze techniek stelt hij ten dienste van zijn niet aflatende muzikale zoektocht naar vernieuwing en improvisatie. De geesten van John Coltrane en Sonny Rollins zijn latent aanwezig als inspiratiebron, tegen de achtergrond van de muzikale erupties en uitdagende soli. Maar het leidt geen twijfel dat Lewis zijn eigen geluid heeft en een zelfgekozen muzikaal pad bewandelt.

De energie en de rauwheid van emoties zijn leidend in de eerste stukken van het concert. Bij vlagen onstuimig, onnavolgbaar inventief en indringend wordt een stevig appèl gedaan op het aanwezige publiek. Compromisloos, puur en direct wordt de weg gevonden in veelal vrije jazzvormen. Op dat moment zijn de solo's van zijn begeleiders spaarzaam, hun muzikale ondersteuning is echter empathisch en treffend.

In het tweede deel van dit diepgravend optreden wordt geen gas teruggenomen, maar wel met meer ruimte geïmproviseerd. Een emotionele ballad met een oplopende intensiteit verandert heel even in een zacht walsje. Hierna worden de Zuid-Amerikaanse ritmes grondig geïnspecteerd en voorzien van een zinderende solo door Aruán Ortiz op de Fender Rhodes en zwiert Lewis' saxofoon gracieus mee op deze aanstekelijke cadans. Vervolgens is het intro op de piano een opmaat voor een verhalende saxofoonlijn waarin, met het vorderen van het stuk, onheilspellend en meedogenloos wordt geïmproviseerd. Vleugjes calypso en een terugkerend thema waarin de circular breathing-techniek wordt toegepast. Dit wordt opgevolgd door een afwisseling van zwevende en gedempte saxofoongeluiden, waarbij de uitgebreide skills van Lewis over het voetlicht worden gebracht, zonder effectbejag.

James Brandon Lewis heeft de beschikking over het meest felle, aanvallende saxofoongeluid in de moderne jazz. Cerebraal én emotioneel geladen. Niet alleen onberispelijk en rijk gedetailleerd in de uitvoering, maar ook onbevreesd en vol verrassingen. Lewis wordt ondersteund door musici die de meestersaxofonist niet alleen begrijpen maar ook polyritmisch weerwoord geven, wat hem tot grote hoogten leidt.

Foto's: Louis Obbens. Klik hier voor meer foto's van dit concert.

Labels: , , , , ,

(Louis Obbens, 26.4.24) - [print] - [naar boven]



Festival
Sound of Europe Festival - Dag 1

Categoriseren, ik zal niet de enige zijn die daar behoefte aan heeft. Hoe berg je anders die alsmaar uitdijende hoeveelheid cd's op. Pop, jazz, klassiek als hoofdcategorieën en daartussen weer subcategorieën, dat houdt de zaak overzichtelijk. Probleem is alleen dat steeds meer musici zich niet zoveel aantrekken van mijn behoefte en vrolijk grensoverschrijdend bezig zijn. Het Sound of Europe Festival in Breda biedt ze dezer dagen een podium. 'Unexpected Crossover' kreeg het festival als ondertitel mee: 'Het gaat om muzikanten die de gebaande paden verlaten en nieuwe elementen uit andere stijlen integreren. Improvisatie behoort daarbij altijd tot de kern.' En daar zit ik dan met mijn hokjes.

Nicolò Ricci's Ambergris, dat op vrijdag 12 april het festival mag openen, houdt zich overigens nog redelijk aan de regels en vermengt de jazz hooguit met wat Zuid-Europese folk. Hun debuutalbum 'BellissimƏ' kwam hier eerder aan bod, in het kader van Keep an Eye on the Records, en ook nu valt op hoezeer de musici aan elkaar gewaagd zijn. Opvallend is wederom de rol van pianist Emanuele Pellegrini. Met piano en synthesizer creëert hij stevig ritmische, maar ook minimalistisch aandoende patronen. Stuwend en opzwepend. Voeg daarbij de ritmesectie en het feest is compleet. Ricci mag daar graag wat mee contrasteren. Zijn kracht ligt met name in het blazen van superieure melodieën op zijn altsax, echt een verhalenverteller deze man. Verder valt in 'A Bag Of Bags' de bassolo op van Alessandro Fongaro: verstild en melodieus.

Linda Frederiksson is al minder stijlvast. Of beter gezegd: de drie musici die ze heeft meegebracht - toetsenist Tuomo Prättälä, bassist Mikael Saastamoinen en drummer Olavi Louhivuori - zijn dat. Frederiksson zelf maakt pure jazz in de traditie van Mats Gustafsson. Dus lees: met veel power, repetitieve patronen en een grote variatie aan diverse technieken. Al kan ze ook, en daarin onderscheidt ze zich van iemand als Gustafsson, de noten gevoelig raken en onverwacht emotionerend uit de hoek komen. Maar het mooist klinkt ze als ze volledig los gaat, alsof de duivel haar op de hielen zit. Bijzonder is 'Pinetree Song'. Het hart van dit stuk bestaat uit opnames van een oude boom, krakend in de wind en prachtig gecombineerd met de overige instrumenten. De Fender Rhodes-solo van Prättälä doet aansluitend de rest.

Het Belgische Dishwasher_ kwam op deze blog ook al aan bod met. Hun titelloze debuutalbum kwam enige maanden geleden hier voorbij. Saxofonist Werend Van Den Bosche, hier overigens op altsax, bassiste Louise van den Heuvel en drummer Arno Grootaers dienen ons ook nu weer een diner op met een overvloed aan verschillende gerechten. We horen jazz, funk, rock, folk, experimentele elektronica, dance en alles wat ik hier vergeten ben, met een knipoog naar de vroege jaren 70 van de vorige eeuw, toen deze jongelui nog niet eens geboren waren. Het livegebeuren voegt echt wat toe aan de cd. Dat geldt voor alle bands, maar zeker voor dit Dishwasher. Het speelplezier spat er werkelijk van af!

De Belgisch-Ghanese multi-instrumentaliste Esinam Dogbatse werkt onder haar voornaam. In haar muziek vermengt ze haar Afrikaanse wortels, zich met name uitend in de ritmiek met jazz, funk en rock. Behalve dat ze in de weer is met elektronica horen we haar op de dwarsfluit. Soms doet de muziek me wel wat denken aan die van Chris Hinze uit de jaren 80 en 90, die zich ook duidelijk liet beïnvloeden door andere culturen dan de westerse. Alleen is hier de groove nog sterker aanwezig en is de muziek, met dank aan de Moog-synthesizer, nog veel vuriger en meer opzwepend.

Foto's: Mischa Keijser

Labels: , , , , , ,

(Ben Taffijn, 24.4.24) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...








Menupagina's:




Cd van het moment:
Robin Verheyen Trio - 'Zabonpr​é​s Sessions'

Klik op de hoes om dit album te beluisteren en voor meer informatie





Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.