Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Concert
So, what's next? Snarky Puppy!

maandag 4 november 2019, Muziekgebouw Eindhoven

Op de zaterdagavond van het driedaagse festival So What's Next? stond als hoofdact in de grote zaal van het Muziekgebouw Snarky Puppy op het programma. Ruim voordat het concert begon was de zaal al afgeladen vol. Het was meteen duidelijk dat de band het als publiekstrekker goed doet. Knap om dat op te bouwen in een periode van nog geen tien jaar. De grote doorbraak kwam in 2014 met het verschijnen van het album 'We Like It Here', dat was opgenomen in Kytopia van Colin 'Kyteman' Benders.

De band uit Brooklyn, New York toert de wereld over in wisselende samenstellingen en vult met gemak grote zalen. Bassist en bandleider Michael League verscheen in Eindhoven met een negenkoppige band en kreeg een warm onthaal. Ruim anderhalf uur werd het publiek getrakteerd op een overtuigend concert, waarin de jongste plaat 'Immigrance' centraal stond.

Ook op deze plaat valt geen duidelijk etiket te plakken: jazz, fusion, funk, world? Je hoort er van alles in en toch blijft het ongrijpbaar. Maar lekker is het wel. Het geheel is in ieder geval gebouwd op stevige ritmes, waarvoor League en de drummers Jamison Ross en Nate Werth garant stonden. Verder werd de blazerssectie - Mike Maher op trompet, Chris Bullock op tenorsax en fluit en Bob Reynolds op altsax - op afroep ingezet voor mooie partijen en sublieme solo's. Verder waren er naast de toetsen ook diverse Moog-synthesizers te vinden, vakkundig beroerd door Justin Stanton (ook trompet) en niet te vergeten Shaun Martin. Voeg daarbij het verrassende spel van gitarist Mark Lettieri en je hebt de ingrediënten van een heerlijke avond.

De jonge bijtgrage hondjes bleken nog steeds speels en gretig te zijn. Plezier te halen uit het samen ravotten en nieuwe dingen uitproberen. Maar ook erg gedisciplineerd en respectvol met elkaar om te kunnen gaan. Hier speelt roedelleider League zichtbaar een belangrijke rol in. Met dit talent slaagde hij er overigens ook in om het publiek binnen een paar minuten een muzikale bijdrage te laten leveren, in de vorm van polyritmisch handgeklap.

Een indrukwekkende setlist werd op die manier voortvarend uitgeserveerd. Voor mij waren 'Bad Kids To The Back', 'Chonks' en 'Xavi' de hoogtepunten van een concert dat sowieso van hoog niveau was. De volledige zaal stond tegen het eind van het concert op voor een staande ovatie. De aaibaarheidsfactor van de puppy's is nog steeds erg hoog.

Klik hier voor foto's van dit concert door Johan Pape.

Labels: ,

(Johan Pape, 11.11.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Dichtgemetselde trip

HALA, zaterdag 2 november 2019, VERA, Groningen

Een paar jaar geleden, nog tijdens haar conservatoriumtijd, begon Helene Richter (1989) in Groningen op te vallen met haar eigenzinnige 'ondergrondse' liedjes. Daarin paarde ze de vormentaal van Frank Zappa aan de Duitse chansontraditie, van Eisler/Weill via Hildegard Knef tot Nena. Ze legde een voorliefde aan de dag voor sprookjesachtige teksten en duistere sferen.

'File under Avant-Garde, Experimental, Jazz, Nora Fischer', zo stond haar optreden aangekondigd in de nieuwsbrief van VERA. Daar is wel iets voor te zeggen - het concert in de kelderbar bleek emblematisch voor de vervaging van de grenzen tussen de genres. Liefhebbers van neo-punk kwamen er aan hun trekken, net zo goed als improvisatie-adepten.

De zangeres met haar internationaal samengestelde groep (Duits-Nederlands-Siciliaans-Servisch) vertolkte materiaal van de laatste cd van HALA, 'Blueberry Ink' (Cantina Records). Eerlijk gezegd kwam de aanzienlijke energie van het kwartet er beter tot haar recht dan de subtiliteit die de heksenchansons van Richter kenmerkt. De sousafoon van Arno Bakker, gecombineerd met de gitaar van Leonardo Grimaudo en de bassdrum van Aleksandar Skoric, genereerde op een gegeven moment een onaards gedreun, alsof King Kong met een grote knots op een enorme holle boom aan het beuken was. Ik noem HALA bewust een kwartet; de zangeres zet haar stem vooral als instrument in. Haar krijsen is volledig gewaagd aan het scheuren van de gitaar.

Daarbij heeft Richter - ondanks haar achtergrond in theater, musicals en koren - toch ook iets van een shoegazer in zich. Hoe interessant het concept ook is, ik zou haar wel eens 'kaal' willen horen, begeleid door een bescheiden celesta of zo. Zo'n uitgebalanceerd album als 'Blueberry Ink' laat meer van die kwaliteiten horen dan zo'n dichtgemetselde trip onder de gemetselde bogen.

Concertfoto: Hammie van der Vorst

Labels:

(Eddy Determeyer, 9.11.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Het wezen van de jazz

Dave Douglas & Uri Caine, zaterdag 26 oktober 2019, De Singer, Rijkevorsel

De titel van het album, waar trompettist Dave Douglas en pianist Uri Caine vanavond werk van spelen, zegt eigenlijk al genoeg. 'Devotion' droeg Douglas op aan beroemdheden - vaak uit de jazz, maar niet altijd - die hij een warm hart toedraagt. Hier in De Singer brengt Douglas de stukken live, samen met pianist Uri Caine, maar zonder drummer Andrew Cyrille. Dat is prima; Douglas en Caine vormen een uitstekend duo, hun klanken vallen opvallend vaak prachtig samen en hun toewijding aan de melodie is optimaal. Ze staan dan ook duidelijk niet voor het eerst samen op het podium, zo maakten ze in 2014 al het album 'Present Joy'. Daarnaast delen ze bovendien een voorliefde voor de traditie van de jazz, die hier altijd resoneert. Lyrici zijn het, die middels de muziek sfeer kunnen scheppen en een verhaal kunnen vertellen. Overtuigend, soms zelfs een gevoelige snaar rakend.

'Miljøsang' en 'False Allegiances' schreef Douglas voor Carla Bley, pianiste, componiste, bandleider. De rol van de piano is hier groot en Caine krijgt de kans om de blues gestalte te geven middels krachtige, maar o zo melancholieke frases. Douglas' trompetsolo klinkt eveneens krachtig, puntig, maar met een gruizige ondertoon. Bijzonder is ook 'Curly', dat Douglas opdroeg aan The Three Stooges, een komische act uit de jaren 20 van de vorige eeuw die ongeveer 190 slapstickfilmpjes maakten. Het puntige, ritmische pianospel van Caine, net als de act afkomstig uit Philadelphia, kan zo als soundtrack dienen voor een van die filmpjes. Het is vooral de perfecte timing in dit stuk voor solopiano - op het album is het een duet met Cyrille - die dit nummer zo leuk maakt.

Het concert bevat ook een eerbetoon aan Mary Lou Williams. Zij was een van de weinige zwarte vrouwen in de beginjaren van de jazz en krijgt nog steeds niet de eer die ze verdient. In de titel 'Rose And Thorn' zit verborgen dat Williams geen gemakkelijke dame was, noodzakelijk om staande te blijven in een volledig door mannen gedomineerde muziekwereld. Qua sfeer, maar ook qua speeltechniek, met Caine die de stride inzet, sluit het stuk prima aan bij de jazz die Willams speelde, met name in de jaren 40 en 50. Natuurlijk spelen Douglas en Caine ook een ode aan een van de grootste trompettist uit de geschiedenis van de jazz: Dizzy Gillespie. 'We Pray' heet het stuk en het krijgt een ingetogen, fragiele, maar tegelijkertijd krachtige uitvoering.

Een prachtig hommage, dit concert, diep wortelend in de traditie zonder daarin te blijven hangen. Want dit is zeker contemporaine jazz, met name in het opzwepende, soms zeer uitdagende trompetspel van Douglas. Mannen die van alle markten thuis zijn en al die ervaringen in een eclectische mix samenbrengen. Hier klinkt het wezen van de jazz.

Concertfoto's: Jef Vandebroek

Labels:

(Ben Taffijn, 9.11.19) - [print] - [naar boven]



Concert
New Orleans tot leven gebracht in Amsterdam

John Scofield & Jon Cleary, maandag 28 oktober 2019, Bimhuis, Amsterdam

Het Bimhuis was deze maandagavond stijf uitverkocht voor dit duo. Zelden heb ik zoveel staanplaatsen gezien in deze zaal. Voor zover ik weet was het de eerste keer dat dit tweetal hier samen op het podium stond. Een jaar geleden was Scofield hier ook, maar dan samen met zijn kwartet.

Scofield en Cleary kennen elkaar al een tijd en speelden samen op het album 'Piety Street', dat ruim 10 jaar geleden verscheen. Op deze plaat stortten de mannen zich op gospelmuziek en dat leverde een fraai resultaat op. Later besloten de heren het eens zonder ritmesectie te proberen. Dat beviel zo goed dat ze besloten om samen een programma te maken en te gaan toeren. Cleary op de vleugel en Scofield met zijn 1981 Ibanez AS-200 ("My primary axe for nearly 20 years").

Tijdens het concert bleek dat inderdaad goed te werken, alleen jammer dat Cleary zijn Hammond niet had meegebracht. Het werd een ingetogen en intiem concert, waarbij je je zo nu en dan in New Orleans waande. Het pianospel van Cleary en de begeleiding van Scofield zorgden ervoor dat de ritmesectie niet gemist werd. Bovendien gaven de heren elkaar de ruimte voor mooie solo's en improvisaties. Zo nu en dan leverde Scofield ook een vocale bijdrage in de vorm een bescheiden achtergrondkoortje. De zang van Cleary was authentiek, maar een beetje breekbaar. Als pianist leverde hij voortreffelijk werk.

Scofield speelde zoals gebruikelijk de sterren van de hemel. Hij voelt zich duidelijk thuis in dit repertoire. De setlist bestond uit 13 nummers, waaronder eentje van Johnny 'Guitar' Watson, Fats Domino ('Let The Good Times Roll'), de klassieker 'Fever' en van 'Piety Street' onder andere 'Walk With Me' en het geweldige 'Stardust', dat door Scofield werd voorzien van een kippenvel bezorgende intro en dito solo.

Al met al werd het een prachtige avond, waarin teruggegaan werd naar de roots van New Orleans, waar de Brit Cleary het grootste deel van zijn leven woont en werkt. Prachtige referenties naar gospel, r&b, blues en zo nu en dan funk, gebracht door een elkaar versterkend duo.

De avond werd in stijl afgesloten met een hartverscheurende uitvoering van de door Joe Senaca gecomponeerde song 'Talk To Me' (1958). Daarmee kan een mens de nacht in.

Klik hier voor foto's van dit concert door Johan Pape.

Labels:

(Johan Pape, 8.11.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Harmonie in ruimte van verstilling

Wolfert Brederode, Ernst Glerum & Marzio Scholten, vrijdag 25 oktober, Paradox, Tilburg

De behoefte om alleen te willen zijn, naar de betekenis van Isolophilia, werd in dit concert uitgediept en muzikaal vormgegeven. Natuurlijk introspectief, maar met een open blik die genoeg aan de verbeelding van de luisteraar overliet. Puttend uit een rijkdom aan inspirerende materie werd je meegesleept in het verhaal van de muziek en ontstond er eenstemmigheid, harmonie.

Een opvallend trio is het wel, met pianist Wolfert Brederode, bassist Ernst Glerum en gitarist Marzio Scholten. Drie eigenzinnige muzikanten, of beter nog, muzikanten met een geheel eigen signatuur en achtergrond. Best spannend dus dat zij besloten samen dit bijzondere album 'Isolophilia' te maken. Brederode, technisch zeer sterk en met een klassieke achtergrond, doet op zich niets grotesks in de zin van bombastische akkoorden of snelle virtuoze loopjes over zijn klavier, zou je dat al verwachten. Hij kiest zijn klanken zorgvuldig, laat ze resoneren en hij luistert... Hij zoekt en creëert ruimte, ook voor de anderen. En dat is groots! Het is sowieso een eigenschap die dit drietal verbindt, er wordt ter plekke gearrangeerd. In die ruimte van verstilling was zeker ook plaats voor ritme. Ruimte die overigens zonder meer gecreëerd werd door het ontbreken van een drummer. Ritme werd subtiel ingeschoven door Glerum, meester op die kleine bas. Hij speelt geheel intuïtief, soms spannend plukkend, dan weer melancholisch strijkend.

Frontman Marzio Scholten, die zich vanavond vooral van zijn beschouwende kant liet zien, is een veelzijdige gitarist, die naast jazz net zo makkelijk blues, folk of americana speelt, waarvan verdwaalde elementen subtiel in zijn spel verweven zijn. Hij is de frisse wind die langswaait. Fraaie, vaak korte melodielijnen en meanderende loopjes - al dan niet elektronisch versterkt - brengen de muziek tot leven. Het is echter nooit teveel en het integreert moeiteloos binnen de harmonie van het totaalgeluid: sfeervol en melodieus.

Klik hier voor foto's van dit concert door Donata van de Ven.

Labels:

(Donata van de Ven, 6.11.19) - [print] - [naar boven]



Boek
'Tales Of Souteast Asia’s Jazz Age'

Auteur: Peter Keppy / Uitgeverij: NUS Press, 2019

De plaats van jazz binnen de muziek in zijn totaliteit is in de loop van de tijd ingrijpend gewijzigd. Ooit begonnen als de muziek van de zwarte Amerikaanse bevolking groeide het al snel uit tot een belangrijk onderdeel van de populaire cultuur, waar dus ook door de elite op werd neergekeken. In de jaren 50 en 60 volgt echter de omslag. Met de opkomst van de popmuziek wordt jazz gemarginaliseerd en vindt het in toenemende mate zijn weg naar een relatief kleine schare liefhebbers. Die elite, zo u wilt.

Maar zoals gezegd, ooit was dat anders. En niet alleen in Amerika en Europa, maar ook, zoals Peter Keppy overduidelijk aantoont in 'Tales Of Southeast Asia’s Jazz Age', in het toenmalige Nederlands-Indië en op de Filipijnen. Twee landen die we niet automatisch associëren met jazz en aanverwante populaire cultuur. Aan de hand van twee, in de jaren 20 en 30 zeer populaire en gek genoeg nu totaal vergeten artiesten, Luis Borromeo en Miss Riboet, schrijft Keppy zijn verhaal.

De in 1879 geboren Filipijn Luis Borromeo, afkomstig uit een zeer gegoede Filipijnse familie, besloot in 1915, tijdens een bezoek aan San Francisco, tot een carrière in de muziek. Daar in Amerika - de Filipijnen werden op dat moment door de VS bestuurd - maakte hij kennis met de jazz. Die nam Borromeo mee naar de Filipijnen, maar niet in pure vorm. De jazz werd gaandeweg een van de ingrediënten van een nieuw soort vaudeville theater dat al snel gold als een enorme publiekstrekker en naast jazz Spaanse invloeden kende - de Filipijnen waren tot 1896 een Spaanse kolonie - maar ook invloeden uit de eigen volksmuziek en elementen uit het theater in zich had. En dat theater had impact.

Wat Keppy goed duidelijk maakt in deze wetenschappelijke, zeer doorwrochte studie is dat het ontstaan van deze populaire cultuur nauw samenhing met de opkomst van een plaatselijke elite in de steden - Borromeo zelf kwam uit Cebu, de tweede stad van het land - en een groeiend politiek bewustzijn. De Spaans-Amerikaanse oorlog van 1896 was ontstaan door het streven naar onafhankelijkheid van de Filipijnen en de overgang naar de VS was bedoeld als tussenfase naar de onafhankelijkheid, die echter maar niet kwam. Dat leidde bij de bevolking echter niet tot het verwerpen van alles wat Amerikaans was, maar veeleer tot een integratie van twee werelden en het inpassen van Amerikaanse elementen in de eigen cultuur, waar die elite zich steeds beter bewust van werd. Een trend waar iemand als Borromeo een grote rol in speelde.

Iets soortgelijks deed zich voor in Nederlands-Indië, al was de politieke situatie daar totaal anders. Het streven naar onafhankelijkheid van de Filipijnen werd door de VS niet gezien als een probleem, hooguit vond men dat de tijd er nog niet rijp voor was. Onafhankelijkheid voor Nederlands-Indië was echter totaal niet bespreekbaar en diegenen die daar wel op zinspeelden werden hard aangepakt. Miss Riboet, die in de jaren 20 een vergelijkbare status als Borromeo zou verwerven, hield zich dan ook verre van politiek, iets wat haar halverwege de jaren 30 ook verweten werd, maar sprak zich wel maatschappelijk uit. Mede hierdoor speelde ook zij een belangrijke emanciperende rol binnen de toenmalige samenleving, waarin eveneens een plaatselijke elite begon op te staan. Haar specifieke vorm van wat we de Maleise opera noemen, bevatte eveneens invloeden uit de jazz en de musical, maar ook uit de volksmuziek en het theater. En opvallend genoeg, en dat geldt zowel voor Borromeo als Riboet: het sprak alle lagen van de bevolking aan. De voorstellingen, waar soms duizenden mensen op afkwamen, werden bezocht door zowel de laagste klassen als, in het geval van Miss Riboet, de Nederlandse bestuurlijke elite, inclusief de gouverneur.

Dat dit niet zonder slag of stoot ging, moge duidelijk zijn. Zo moesten nogal wat katholieke puristen op de Filipijnen niets hebben van deze nieuwe cultuur, werden danseressen regelmatig gelijkgeschakeld met prostituees en werden danslokalen gezien als poelen des verderf. Kritiek kwam soms echter ook uit heel andere hoek. Zo maakte in Nederlands-Indië Jaap Kunst, een beroemd Nederlands etno-musicoloog, zich zorgen over de teloorgang van de 'echte' Indische muziek door deze nieuwe cultuur van vermenging.

Met 'Tales Of Souteast Asia’s Jazz Age' schreef Peter Keppy zonder meer een bijzonder interessant boek over de rol van populaire cultuur in twee allesbehalve voor de hand liggende landen. De invloed van alles wat wij als westers en hedendaags labelen - zo blijkt overduidelijk uit deze studie - speelde daarbij een veel grotere rol dan tot nu toe werd aangenomen. Een emanciperende, identiteit verlenende en dus ook politieke rol. Het laat onmiskenbaar zien waar de kracht van muziek uit bestaat en hoe deze kan bijdragen aan brede veranderingen met grote betekenis.

Labels:

(Ben Taffijn, 5.11.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Klassiek en impro versterken elkaar

Helena Basilova & Reinier Baas, zondag 27 oktober 2019, Brouwerij Martinus, Groningen

In de jazz wordt met enig wantrouwen naar de combinatie piano-gitaar in een band gekeken. Grosso modo hebben die instrumenten een vergelijkbare functie en dan liggen de respectieve geluidspectra ook nog eens bij elkaar in de buurt.

Van dat soort zorgen was zondag in Martinus weinig te merken. In de stukken waarin de instrumenten beide aan het werk waren hoorden we welluidende unisono-passages (zoals in Morton Feldmans 'Work For Two Pianos') en composities waarin gitarist Reinier Baas vrolijk tussen de noten van pianiste Helena Basilova huppelde ('Regard Du Père' van Olivier Messiaen). In de 'Regard' werden donderende pianoakkoorden geaccentueerd met royaal pedaalgebruik en daardoorheen dan het gieren van de gitaar. Zo'n Messiaen-compositie heeft wel iets van de Eiffeltoren: veel robuust gietijzer, maar toch nog meer gaten. Dit werk heeft ook wel iets van Erik Satie, maar dan verzwaard en voorzien van een onstuimige ziel. Ik maak me trouwens sterk dat een beetje kenner genoeg heeft aan een paar noten of akkoorden om te concluderen dat we met een Messiaen van doen hebben.

Hier ging het kortom voortreffelijk samen, de klassieke doch krachtige klanken van de piano en de improviserende gitaar. Wat ook de opzet is van deze reeks zondagmiddagconcerten. In sommige improvisaties (op 'Canto De Ossanha' van Baden Powell en Vinicius de Moraes) ging Baas uit van het klassieke motief dat we even eerder van Basilova hadden gehoord.

Bij dit alles deed de akoestische piano niet onder voor de stevig versterkte gitaar. Alsof Basoliva een Steinway van drie meter bespeelde, maar dan - toegegeven - zonder de bijbehorende detaillering. In 'Cradle Song' van pa Alexander Basilova staken de instrumenten om beurten hun nieuwsgierige snoetjes boven de rand van de wieg uit.

En u gelooft dat natuurlijk niet, maar toen de laatste noot van het slotstuk, Harmen Fraanjes 'Aneris' was weggestorven begonnen de klokken van de belendende Sint Josefkerk te beieren. De zoveelste keer was dat. Die directe telefoonlijn tussen de brouwerij en de kosterij werkt dus prima. En het bijbehorende kratje bier, vanzelfsprekend.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 4.11.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Over synergie gesproken

The Necks, woensdag 23 oktober 2019, Paradox, Tilburg

In 1998 maakte het Australische trio The Necks zijn eerste Europese tournee, waarbij de groep onder andere het Tilburgse Paradox aandeed. Nu, ruim twintig jaar later staan ze er voor de zesde keer. Bijzonder veel veranderd is er in die twintig jaar niet. Ze zijn wat ouder, grijzer, wijzer wellicht - dat valt niet direct te beoordelen - maar hun muziek is nog altijd herkenbaar en dat is al 32 jaar zo. Gelukkig maar, want dat is natuurlijk wat The Necks die bijzondere plek laat innemen binnen het genre van de pianotrio's. Waarin natuurlijk allereerst de gelijkwaardige rol van de drie musici opvalt, die de klankmogelijkheden van hun instrumenten iedere keer weer zodanig inzetten dat het iets toevoegt aan het totaal. Als er één band is waar de term synergie op van toepassing is, dan is het op The Necks.

Verder maakt The Necks eigenlijk helemaal geen jazz. Of althans niet de jazz die we van doorsnee pianotrio's gewend zijn. Jazz is slechts een van de onderdelen van deze compleet authentieke mix van stijlen, die eveneens raakvlakken vertoont met minimal music, postrock, Afrikaanse percussie, drone, noise en ja, ook vrije improvisatie. Die mix is er altijd en de opbouw van de stukken - meestal een per set - verloopt dan ook altijd volgens eenzelfde patroon. Ook hier weer in Paradox. Een van de musici begint - voor de pauze is dat bassist Lloyd Swanson, na de pauze drummer Tony Buck - met een verkenning. Nummer twee sluit aan, gevolgd door nummer drie. Vaak zijn het in die fase nog redelijk op zichzelf staande bijdragen. In de eerste set begint Swanson, voorzien van de strijkstok met een eenvoudig langzaam patroon, Buck gooit er wat belletjes in en Abrahams strooit wat noten in het rond. Heel langzaam vloeit het in elkaar, fragiel nog. Dan begint Swanson aan een ritmisch patroon. De opmaat tot een verdere integratie van de klanken, waarbij de drie dichter naar elkaar toe kruipen en die synergie onmiskenbaar ontstaat. Het totaalgeluid is nu veel belangrijker dan de individuele input. Je hoort niet meer wie wat bijdraagt - met name het geval bij Buck en Swanson - en dat is ook niet nodig. Het tempo loopt op, de intensiteit neemt toe, het geheel brengt door het repetitieve, meeslepende karakter de luisteraar in trance. Tot zeer geleidelijk de daling inzet en we uiteindelijk eindigen waar we begonnen.

De tweede set verloopt qua opbouw niet wezenlijk anders, al duurt het hier langer voor die stroom ontstaat, die wildwaterrivier die alles meesleept. In deze set blijven we wat langer hangen in de weerbarstigheid, geheel te danken aan Buck, die vanaf het begin kiest voor een dwarse, ritmische structuur, maar ook aan Abrahams, die er duidelijk voldoening in schept om hier tegenover de lyriek te plaatsen. Maar als die stroom dan eindelijk hoorbaar wordt, nadat Swanson op het startsein van Abrahams zelfs iets van een soort solo heeft gespeeld, blijkt hij sterker en pregnanter dan in de eerste set. Er is nu geen ontkomen meer aan. De muziek, hier met een overduidelijk tribaal karakter, overheerst alles, maakt denken onmogelijk. Dan valt Buck stil, gevolgd door Swanson en speelt Abrahams de laatste noten. En ook dat is altijd weer een bijzonder moment bij muziek van dit kaliber. Even waren we immers volledig van de wereld, vastgekluisterd aan dit meeslepende ritme, volledig in het moment. Nu worden we weer teruggezet in het heden. O ja, Paradox, trein halen.

Foto: Bruce Lindsay & Camille Walsh

Labels:

(Ben Taffijn, 3.11.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Esthetisch raffinement en weerbarstige drive

Gilad Hekselman Trio, vrijdag 18 oktober 2019, Lantaren-Venster, Rotterdam

Het leven lacht de relatief jonge Hekselman toe! De Israëlische gitarist heeft in 2018 het geprezen album 'Ask For Chaos' uitgebracht. Uit de opnamesessies, bestaande uit twee verschillende trio's, blijkt dusdanig goed materiaal te destilleren dat een tweede release, met de voor de hand liggende naam 'Further Chaos', is uitgebracht. Een van deze trio's is ZuperOctave, een basloze line-up met Aaron Parks op toetsen en Kush Abadey op drumkit. Het tweede trio, het gHex Trio met Rick Rosato op bas en Jonathan Pinson op drum, zet het klassieke gitaartrio-geluid, waar Hekselman een belangrijk deel van zijn roem aan ontleent, voort. Onder de noemer van het Gilad Hekselman Trio betreden deze drie musici het podium in Rotterdam om daar twee uur en twee toegiften later pas vanaf te stappen. Zonder een moment van verveling.

De muziek past geenszins in de klassieke betekenis van het gitaartrio-concept. De hierbij geldende regels worden op een vernuftige manier vermeden. Stijlen worden versneden en verrassende, gevarieerde en complexe composities worden uitgevoerd naast een enkele jazzstandard. Hekselman schuwt het gebruik elektronica, zoals een looping-station, niet en laat de gitaar een octaaf hoger klinken om het gewenste resultaat te behalen. Moderne, sprankelende gitaarmuziek.

Met veel sustain opent Hekselman met een blues-rock getiteld 'Scofield', dat naadloos aansluit op het zeer invoelbare nummer 'It Will Be Better'. Melancholisch en fragiel gespeeld. Het derde stuk, 'Tokyo Cookie', start met een luchtige cadans, waarop het thema kort wordt aangehaald en daarna breekt de hel los. Vuige, weelderige solo's maken een einde aan het eenvoudige thema. Drums en bas zwellen aan, waardoor de dynamiek wordt geïntensiveerd.

De oeroude Monk-klassieker '’Round Midnight' opent vederlicht met de sensitieve tikken van Jonathan Pinson op de cimbalen. Geleidelijk wordt de standard onstuimiger en vindt Hekselman een weg om langdurig en virtuoos te improviseren. Het lang uitgestelde, melodische outro is exemplarisch voor het creatief vermogen van de gitarist. Zijn drift tot improvisatie droogt niet op. Met een octaaf hoger en door de inzet van loopings accelereert Hekselman door. Uiteindelijk wordt het slotstuk 'Do Re Mi Fa Sol', een dromerige ballad, gespeeld. Met subtiele aanrakingen van de snaren en een laagdrempelig, gefloten refrein.

Echter, het trio slaat nogmaals toe met een aantal extra nummers. Gilad Hekselmans vermogen om esthetisch raffinement af te wisselen met weerbarstige gedeelten zorgt voor spanning en sensatie. Het verzoek vanuit het publiek om het vloeiende 'Verona' uit 2015 als toegift te willen horen, spreekt boekdelen. Passievolle, moderne muziek met kristalheldere, open gitaarlijnen, met aandacht voor melodie en een immense groove.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 31.10.19) - [print] - [naar boven]



Cd's
Hubro Label Night Part 2
Lumen Drones - 'Umbra' (Hubro, 2019)

Opname: 2016-2018
Frode Haltli - 'Border Woods' (Hubro, 2019)
Opname: augustus 2017 & april 2018
Ståle Storløkken - 'The Haze Of Sleeplessness' (Hubro, 2019)

In dit tweede Hubro-portret in aanloop naar de Label Night in het Rotterdamse LantarenVenster staan we allereerst stil bij Lumen Drones. Dit trio, bestaande uit violist Nils Økland, gitarist Per Steinar Lie en drummer Ørjan Haaland, blijkt een klasse apart. De term postrock schiet ons te binnen bij opener 'Inngang'. Iets wat nog versterkt wordt door het hermetisch ritmische en opzwepende 'Droneslag', waarin Lie en Haaland een perfecte basis leggen voor Øklands verrichtingen. Vuurwerk van het betere soort. Jazz is dit allang niet meer, we malen er niet om, we zitten gekluisterd aan de luidsprekers. En dan het meeslepende, gruizige, ietwat onbehagelijke 'Gottlaus Slatt'. De desolaatheid van die hut in een besneeuwd landschap die de hoes siert, wordt hier verklankt. Via het al even pakkende 'Umbra', met een pakkend repetitief getokkeld patroon, belanden we in een lawine, 'Avalanche In A Minor'. Zet u dus schrap en laat u niet volledig overspoelen door de stroom van ruige klanken die het trio hier aan hun instrumenten ontlokt! In 'Speil' en 'Etnir' horen we de viool van Økland. Eerst in een prachtige, indringende, van rafelrandjes voorziene solo - melancholie in pure vorm - en aansluitend meebewegend op een deinend ritme van Haaland. Postrock dus op dit tweede album, 'Umbra' van Lumen Drones, maar zeker ook alternatieve folk, twee stijlen die elkaar raken. Hier zeer consistent vertolkt in negen meeslepende stukken. Grijsdraaien dat album.

Accordeonist Frode Haltli kwam onlangs eveneens met een nieuw album, 'Border Woods'. De verdere bezetting valt op: twee percussionisten, Hakon Stene en Eirik Raude, en Emilia Amper op de nyckelharpa, een Zweeds snaarinstrument dat veel wordt gebruikt binnen de volksmuziek. In 'Wind Through Aspen Leaves' ontvouwt zich een wonderschoon klanklandschap, vol prachtige nuances in het hoog en met een meeslepende onderstroom. De percussionisten hanteren hier duidelijk de strijkstok. In 'Mostmägg Polksa' ontvouwt zich op een percussief patroon een aantrekkelijke volksmelodie, gespeeld op de nyckelharpa. Haltli valt bij en er ontstaat een prachtige dialoog tussen de twee instrumenten, aangevuld met een pakkend ritme. Mooi ook hier dat melodische passages worden afgewisseld met meer abstracte, het is tenslotte geen folkalbum. Haltli komt uitgebreid aan bod in 'Taneli’s Lament (Sorrow Comes To All...)' en laat hier horen dat een accordeon als geen ander instrument melancholie kan verklanken. Dat gebeurt ook in 'Valkola Schottis' door de percussie, maar dan op een veel abstracter niveau. Een waaier van boventonen ontvouwt zich hier. Verderop laat de invloed van de folk zich weer gelden en horen we Haltli weer op een meeslepend ritme. Prachtig verstild, weemoedig gaat het eraan toe in het afsluitende 'Quietly The Language Dies'. De kroon op een prachtig album, waarin traditie en experiment elkaar op spannende wijze ontmoeten.

Last but not least komt hier Ståle Storløkken aan bod, die als enige een soloalbum uitbracht, Iets dat verder nergens aan af te horen is. Met een batterij aan toetsinstrumenten - synthesizers, mellotron, Fender Rhodes, hammondorgel en zo nog wat meer - creëert hij op 'The Haze Of Sleeplesness' een bijzonder klanklandschap. Aanvankelijk nog enigszins feeëriek en sfeervol, krijgt het al snel spookachtige, zich richting horror bewegende trekken. Geheel passend bij de titel, zullen we dus maar zeggen. Meer dan de andere albums is dit stuk te zien als een soort van doorlopende suite in zeven delen. We beginnen dan ook met een 'Prelude', waarin de toon wordt gezet. Daarna neemt Storløkken ons mee op een trip door prachtige klanknevels. Bijzonder is 'Stranded At Red Ice Desert. Remember Your Loved Ones (In Memory Of My Dear Mother)'. We horen hier vreemde geluiden, een repeterend ritme en een kale, onbestemde, vervreemdende melodie. Klanken die in het aansluitende 'Turbulence' nog verder uit het lood worden getrokken. Storløkken kiest hier voor pure noise, een door distortion volledig vervormde klankstorm. Zelden was een titel zo toepasselijk. Dit korte stuk vindt zijn voltooiing in het zeer ritmische 'Skyrocket Hotel', waarna we in 'Nitro Valley' weer worden geconfronteerd met duistere klanknevels, een spookachtige spanning en een stevig er-is-hier-iets-niet-pluis gevoel.

De Hubro Labelnight vindt plaats op 31 oktober in LantarenVenster, Rotterdam. Er zijn optredens van Building Instrument, Bushman's Revenge en het Erlend Apneseth Trio.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 30.10.19) - [print] - [naar boven]



Festival
A New Wave Of Jazz Festival


"Noem het gerust een showcase. Een volgend voorlopig hoogtepunt in de weg die Dirk Serries aan het verkennen is. Van ambient, via strakke improvisatie met een knipoog naar de postrock, naar de vrijere vormen van improvisatie en de gecomponeerde muziek. Op dit eenmalige tweedaagse festival in De Singer komen die werelden allemaal samen op één podium."

Op 18 en 19 oktober bezocht Ben Taffijn het A New Wave Of Jazz Festival in De Singer. Hij zag er concerten van Tom Malmendier & Dirk Serries + Tom Jackson, Dante Boon, Benedict Taylor & Anton Mobin, Tonus, Daniel Thompson & Colin Webster, Asmus Tietchens, Antoine Beuger en Martina Verhoeven & Kris Vanderstraeten.

Klik hier om zijn festivalverslag te lezen.

Concertfoto: Geert Vandepoele

Labels:

(Maarten van de Ven, 30.10.19) - [print] - [naar boven]



Cd's
Hubro Label Night Part 1
Skarbø Skulekorps - 'Skarbø Skulekorps' (Hubro, 2019)

Opname: 17-18 december 2018
Jo Berger Myhre & Ólafur Björn Ólafsson - 'Lanzarote' (Hubro, 2019)
Mats Eilertsen - 'Reveries And Revelations' (Hubro, 2019)


De Noorse experimentele muziek, de term 'jazz' dekt de lading bij lange na niet, heeft met Hubro Music al jarenlang een uitstekende vertegenwoordiger. Dat LantarenVenster op 31 oktober een Hubro label night organiseert, is dan ook een prima keuze. Drie bands zullen er te horen zijn: Building Instrument, Bushman's Revenge en het Erlend Apneseth Trio. Van alle drie verschenen onlangs ook nieuwe albums. Maar dwars als we zijn - we lijken wel Hubro Music - bespreken we die later, samen met het verslag van de avond en besteden we hier nu, verdeeld over twee recensies, aandacht aan zes andere releases, om het Hubro-portret nog wat breder te trekken en de grote mate van verscheidenheid zichtbaar te maken.

En laten we dan maar direct met het meest bizarre album beginnen. Het titelloze debuut van Skarbø Skulekorps, het nieuwe septet van drummer Øyvind Skarbø. De foto op de hoes suggereert een fanfare. En ja, die krijgen we, maar ook een bigband, discomuziek, close harmony, zomerse rock, soul, doowop, funk, onversneden jazz, rock... ja, wat eigenlijk niet! Het is de verdienste van Skarbø dat hij deze overvloed aan muzikale stijlen aan elkaar weet te breien, van een ruggengraat weet te voorzien en er zonder meer mee weet te overtuigen. Beluister het heftig stomende 'Turnamat' en u bent verkocht. Klarinettist Eirik Hegdal mag met een bezwerende solo 'Pilabue' aftrappen, dat al snel omslaat in een melig jaren 70-deuntje dat door de drie blazers, met naast Hegdal Signe Emmeluth en Stian Omenas, met veel schwung wordt benaderd. Ook 'Farrier And The Hoof' vangt aan met ingetogen blazersklanken, maar wel voorzien van een onwaarschijnlijk dwars element, waarna ook hier Skarbø en de zijnen erin slagen om muzikaal verwarring te creëren. Een dwars en tegelijkertijd bijzonder album, of de complete collectie Hubro-albums tegelijkertijd in de speler is beland.

Dat 'Lanzarotte', het tweede album na 'The Thrid Script', van het duo Jo Berger Myhre en Ólafur Björn Ólafssson verscheen bij hetzelfde label, zegt veel. Want zo overdadig en divers als 'Skarbø Skulekorps' klinkt, zo subtiel en ingetogen klinkt 'Lanzarotte'. De titel is allesbehalve willekeurig gekozen. Het is het eiland waar Ólafsson de laatste keer samen was met zijn vriend, de IJslandse componist Jóhann Jóhanssen, die in 2018 onverwachts overleed. 'Grain Of Sand' is dienovereenkomstig doortrokken van melancholie, met zware basklanken van Myhre en ingetogen pianospel van Ólafsson. Die verstilde melancholie, soms dramatisch aangezet door piano en bas en aangevuld met boeiende elektronica, blijkt een constante. 'Atomised / All We’ve Got' vormt daar een mooi voorbeeld van. Mooi ook hoe dit stuk gaandeweg steeds ritmischer en dwingender wordt, tot de verstilling weer zijn intrede doet. In 'Both Worlds' klinkt de verlatenheid door, nog versterkt door de schrale trompetsolo van gastmusicus Eiríkur Orri Olafsson en de diepe, door elektronica mooi vervormde bassolo van Myhre. Ólafsson op drums staat centraal in het indrukwekkende 'Mimophant'. De duistere, zware slagen vallen prachtig samen met Myhre's sterk resonerende, kale basklanken. Een stuk pure postrock ontwikkelt zich hier. Het duister speelt ook een grote rol in 'Conjure Up The Past'. Donkere verschuivende klankwolken en een tikkend geluid, dat ervoor zorgt dat je van de spanning plakjes kunt snijden.

'Reveries And Revelations', het nieuwe soloalbum van bassist Mats Eilertsen, die we hier ook horen op gitaar, harmonium en keyboard, sluit qua sfeer aan bij 'Lanzarotte'. Eilertsen koos er bij de opnamen van dit album niet voor om alles alleen in te spelen. We horen in de diverse stukken gastbijdragen van de gitaristen Geir Sundstøl en Eivind Aarset, de percussionisten Per Oddvar Johansen en Thomas Strønen en trompettist Arve Henriksen. We beginnen met het stemmige 'Nightride', waarin de sfeer van verlate snelwegen goed wordt verklankt, gevolgd door het al even desolaat klinkende 'Tundra'. Voorbij schuivende klankclusters worden ons deel. Repeterende basklanken - het heeft wel wat weg van de muziek van Anton Dreyblatt - klinken in 'Endless'. Ze gaan vergezeld van sfeervolle klanken en hebben inderdaad iets tijdloos. 'Signal' breekt met deze contemplatieve lijn met een abstract klankspel, waarin de percussionisten centraal staan - alsof er met allerlei gereedschap wordt rondgesjouwd - terwijl we op de achtergrond donkere geluidstrillingen waarnemen. Ook 'Polynesia Pluck' is een abstract werkstuk, bestaande uit een groot scala aan 'geplukte klanken'. Tussen deze twee in klinkt het tonale 'Venus', maar met een zeer duistere ondertoon. Eilertsen onderneemt hier samen met Strønen een vruchtbare zoektocht naar de allerlaagste klanken. Met 'Hardanger' weet de bassist eveneens een gevoelige snaar te raken, maar het is hier vooral Sundstøl die opvalt met zijn zeer contemplatieve gitaarspel. Afsluiten doen we met 'Appreciate', waarin we naast Eilertsen Johansen en Henriksen horen, de laatste met ietwat schrille, zeer subtiele blaaspartijen.

De Hubro Labelnight vindt plaats op 31 oktober in LantarenVenster, Rotterdam. Er zijn optredens van Building Instrument, Bushman's Revenge en het Erlend Apneseth Trio.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 28.10.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Some funky tribute!

Skunk Funk International, zaterdag 19 oktober 2019, Paradox, Tilburg

Een zevenkoppig internationaal gezelschap bevolkte het podium van een goed gevuld Paradox op zaterdag 19 oktober. Het concert moest een eerbetoon worden aan het werk van de Brecker Brothers (Randy en Michael), een band die in de jaren 70 furore maakte met fusionmuziek. Een van hun nummers 'Some Skunk Funk' leverde de inspiratie voor de naam van deze tributeband.

Het gezelschap knalde er meteen goed in met het monumentale 'Straphangin’'. De keuze van deze titel als openingsnummer zal wel geen toeval zijn geweest. De muziek van de Brecker Brothers kenmerkt zich door strakke ritmes, spannende solo's en erg degelijk samenspel. Geconcentreerde gezichten alom in de band lieten zien dat men er serieus voor wilde gaan. Het publiek reageerde enthousiast. Ook na 40 jaar klinkt deze muziek nog aanstekelijk en fris. Sean Freeman pakte op tenorsax de rol van Michael Brecker met verve op en Teus Nobel leverde weer topwerk af in de rol van trompettist Randy Brecker. Beiden overigens met een prachtige eigen signatuur. Nummers als 'Funky Sea, Funky Dew' en 'African Sky' klonken alsof ze vorige week geschreven waren, een compliment waard.

Voor de pauze werd een prima set afgeleverd, waarbij de band een voorkeur voor de meer funky stukken uit het repertoire liet horen. De sterke ritmesectie, bestaande uit de Noorse drummer Erik Smith, de Italiaanse bassist Lorenzo Feliciati en de van Curaçao afkomstige percussionist Martin Verdonk, legde een stevig en degelijk fundament en kreeg een enkele keer de gelegenheid te soleren. Gitarist Jens Thorensen droeg zijn steentje bij met doeltreffend funky riffs en zo nu en dan een ingetogen solo. De hoofdrollen werden glansrijk ingevuld door Teus Nobel, die zich duidelijk in zijn element voelde met dit repertoire, en Sean Freeman, die naast uitstekend samenspel met Nobel ook verrassend goede interpretaties leverde in de solostukken.

Ik moet bekennen dat ik geen groot kenner ben van het werk van de Brecker Brothers. Dit concert motiveert wel om nog eens op zoek te gaan naar de platen. Het smaakt simpelweg naar meer. En ik was duidelijk niet de enige in de zaal met dit gevoel. Een staande ovatie was de beloning voor een puik concert, waarin het goed was om te zien hoe nieuwe generaties het werk van oudgedienden ontdekken, oppoetsen en weer tot leven brengen. Dat is een heel mooi fenomeen. Hopelijk blijft de band hiermee bezig en kunnen op termijn wellicht ook eigen composities worden toegevoegd aan dit repertoire.

Klik hier voor foto's van dit concert door Johan Pape.

Labels:

(Johan Pape, 27.10.19) - [print] - [naar boven]



Cd
Uri Caine - 'The Passion Of Octavius Catto' (816 Music, 2019)

Opname: 23 augustus 2018

Dat de Amerikaanse pianist Uri Caine een veelzijdige muzikale smaak heeft, was ons reeds bekend. Hij mag graag afwijken van de gebaande paden, iets dat hij aantoonde met een eigen interpretatie van George Gershwins 'Rhapsody In Blue', een cd vol standards met The Frankfurt Radio Big Band en vrij recent een album met het Lutoslawski Strijkwartet. Caine zette onlangs nog een stap verder met het componeren van het oratorium 'The Passion Of Octavius Catto', een groots opgezet werk voor solisten, koor en orkest. Naast Barbara Walker, de Nedra Neal Singers en het Philadelphia Choral Ensemble, horen we hier het Catto Freedom Orchestra onder leiding van André Raphel, aangevuld met bassist Mike Boone, drummer Clarence Penn en Caine zelf achter piano.

Caine, woonachtig in Philadelphia, grijpt hier terug naar het leven van Octavius Catto, een zeer ontwikkelde zwarte man die in de tweede helft van de negentiende eeuw in datzelfde Philadelphia opkwam voor gelijke rechten voor de zwarte bevolking, iets dat hij in 1871, op 32-jarige leeftijd, met de dood moet bekopen. Vermoord. Caine schetst in 'The Passion Of Octavius Catto' de strijd van de zwarte bevolking in het algemeen en die van Catto in het bijzonder.

Strijdvaardige klanken horen we in de 'Prologue' en het koor, aangevuld met Walker, dat ons vertelt waar we naar gaan luisteren. Caine geeft hiermee direct zijn visitekaartje af: dit is een hommage aan de gospel. Het wordt gevolgd door een gebeurtenis die een jaar voor Catto's geboorte plaatsvond: het in brand steken van de Pennsylvania Hall, de plaats waar de anti-slavernij demonstranten samenkwamen. Caine speelt hier een hoofdrol, qua stijl refererend aan de beginjaren van de jazz. Het orkest verklankt op zijn beurt de turbulentie en de tragiek.

Walker is een fantastische keuze, zo blijkt uit 'No East, No West', gebaseerd op een van Catto's redevoeringen. "No East, no West, no North, no South, just one destiny for all!" Probeer hierbij maar eens stil te blijven zitten. In 'The Philadelphia Streetcar Protest', dat gaat over discriminatie in het openbaar vervoer, zetten orkest, koor en Walker nog een tandje bij. 'Baseball Star Of 1867' - Catto was meer dan een burgerrechtenactivist - vormt een luisterrijk instrumentaal intermezzo. "There must come a change!" roept Walker aansluitend, met een prachtige tweede stem van de koren. Hier regeert de gospel, doortrokken van blues. Zeer opzwepende, steeds verder in tempo oplopende muziek.

Je hoort aan alles dat deze euforie niet kan duren en dat doet het ook niet. De moord, op 10 oktober 1871 tijdens de verkiezingen met Frank Kelly als dader, wordt krachtig verklankt. Disruptief, verontrustend, chaotisch, terwijl de schoten klinken. 'The Lament Of Caroline Le Count' geeft aansluitend een stem aan zijn geliefde, die zonder hem achterblijft. Walker begint sprekend, eindigt zingend, met gebroken stem, een snik wegdrukkend. Imposant. Dan rest nog 'The Martyr Rests', verhalend over het eerbetoon na Catto's dood. Caine speelt de blues, Walker en het koor vullen aan.

Caine is geen vernieuwende componist, maar weet deze geschiedenis wel op boeiende wijze en vooral met veel gevoel voor het voetlicht te brengen. Daarbij gebruikmakend van de rijke muzikale geschiedenis van de zwarte bevolking. Hij mag dan zelf niet zwart zijn, zich verplaatsen in het leed lukt hem meer dan goed. Een statement dat aandacht verdient in deze gepolariseerde wereld!

Op de website van Uri Caine kun je geluidsfragmenten van dit album beluisteren.


Uri Caine speelt ook nog gewoon jazz. Zaterdag 26 oktober bijvoorbeeld samen met trompettist Dave Douglas in De Singer, Rijkevorsel.

Labels:

(Ben Taffijn, 25.10.19) - [print] - [naar boven]



Interview / Vooruitblik / Cd
Crossing Canada met Ineke Vandoorn en Marc van Vugt


Zangeres Ineke Vandoorn en gitarist Marc van Vugt presenteren met hun nieuwe cd 'Crossing Canada' wederom een sterke proeve van bekwaamheid. Het Utrechtse stel brengt met dit livealbum een sfeerrijke staalkaart van twee tournees door Canada in 2016 en 2018. De mooie cadans, de sensitieve vocalen en de kristalheldere gitaarklanken nemen je direct mee op reis.

Wij spraken met Marc en Ineke over de totstandkoming van dit album.
Klik hier om het interview te lezen.

'Crossing Canada' wordt zondag 27 oktober gepresenteerd met een concert in TivoliVredenburg, waarbij Vandoorn en Van Vugt een ander duo zullen ontmoeten: de Engelse jazzzangeres Norma Winstone en de Italiaanse pianist Glauco Venier. Ook zij delen een gemeenschappelijke liefde voor improvisatie, songs en melodie. Beide duo's zullen deze avond in wisselende combinaties spelen.

Foto: Jiri Büller

Labels: , ,

(Maarten van de Ven, 23.10.19) - [print] - [naar boven]



Concerten
Jubileumweek 40 jaar SBM


"Vanaf zaterdag 12 oktober heeft de viering van 40 jaar Stichting Bevordering Muziekimprovisatie plaatsgevonden met 12 optredens van diverse ensembles. Paradox is formeel het eigendom van de SBM, die werd opgericht door een aantal Tilburgse jazzmuzikanten. Het doel is om, zonder winstoogmerk, muziekstromingen die in het reguliere circuit zelden aan bod komen een kans te bieden."

In de jubileumweek bezocht Louis Obbens concerten van De Link, VLEK, Ernst Reijseger/Harmen Fraanje, Paul van Kemenade Classic Quintet feat. Mete Erker, Peter Bernstein Quartet en Ziv Ravitz/Itamar Borochov/Nizan Bar.

Klik hier om zijn concertverslag te lezen.

Bekijk hier een fotoverslag van de jubileumweek 40 jaar SBM door Louis Obbens.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 22.10.19) - [print] - [naar boven]



Vooruitblik
Festival Jazz International Nijmegen 2019


Op donderdag 24 oktober gaat Festival Jazz internationaal Nijmegen (FJIN) van start met een divers en eigentijds programma, dat zich kenmerkt door een gebalanceerde mix van iconen, pioniers en jong talent. Vier dagen lang zijn er concerten bij onder andere Brebl, Doornroosje, de Lindenberg en LUX. Een greep uit het uitgebreide programma:

Saxofonist Paul van Kemenade komt met zijn Three Horns and A Bass en gaat donderdagavond in Brebl ongetwijfeld knallen met drie Zuid-Afrikaanse gastmuzikanten. Het vermaarde Britse powertrio Phronesis doet ons land niet vaak aan. Dus met deze typische representant van de hedendaagse jazz, waarbij het draait om het totale geluid en niet om de afzonderlijke groepsleden, heeft FJIN iets bijzonders in huis. Met zijn kwartet Ronin tekent de Zwitserse pianist en componist Nik Bärtsch voor een zeer eigen en herkenbaar geluid, dat ergens zweeft tussen jazz, funk en hedendaagse compositie in. Het optreden dat trombonist Ryan Porter zaterdagavond in Doornroosje gaat geven, belooft ook bijzonder te worden. Voor dit concert neemt Porter de leden uit het collectief The West Coast Down mee, waaronder tenorsaxofonist Kamasi Washington en bassist Miles Mosley. Zij gaan ongetwijfeld bruggen slaan tussen jazz, elektronische geluiden en hiphop.

Wij kijken alvast uit naar het optreden van het Zweedse collectief Angles 8 op vrijdagavond in de Lindenberg. Met sterke composities van Martin Küchen, geïnspireerd door allerlei invloeden - van een kindertijdsherinnering tot aan volksmuziek, is Angles 8 een band die je ook vooral zelf live moet ervaren. "Verduiveld knappe groove met een flinke dosis rock, waar tevens de invloed van Zweedse volksmuziek en balkanmuziek in doorklinkt," zoals onze recensent Ben Taffijn hier al eens verwoordde. "Maar voor hen die het werk van bandleider en saxofonist Küchen kennen, weten dat de man nooit genoegen neemt met simpele rechttoe-rechtaan melodieën. Nee, ontsporen is een hobby van deze heer en van zijn kompanen."

The Pack Project is een jaarlijks terugkerend onderdeel van Festival Jazz International Nijmegen. Het idee is dat een jong toptalent een nieuwe band samenstelt (een 'Pack'), nieuwe composities schrijft en deze primetime presenteert op het hoofdpodium en tevens op dat van zusterfestival Festival Jazz International Rotterdam. Dit jaar wordt The Pack Project samengesteld door de Turkse trombonist Efe Erdem, die sinds 2008 in Rotterdam woont. Na zijn studie aan het Hacettepe Conservatory in Ankara studeerde hij in 2012 af bij Bart van Lier en Ilja Reingoud aan Codarts in Rotterdam. Erdem speelt al vanaf jonge leeftijd in orkesten en bands en houdt ervan te improviseren.

Met het gratis toegankelijke festivalonderdeel Free Jazz verspreiden de jazzvibes zich door de hele stad. Nederlands en regionaal talent krijgt een podium op bijzondere, onverwachte pop-up locaties, bij voorkeur in de vorm van bijzondere samenwerkingen. Hiermee presenteert FJIN jazztalent voor een breed en nieuwsgierig publiek. Vanaf donderdagavond zijn er optredens van onder anderen Jesse Schilderink met zijn Nijmegen Rotterdam Collective, Simin Tander & Jörg Brinkmann en Ad Colen met A Birds' Eye View.

Klik hier voor meer informatie over Festival Jazz internationaal Nijmegen.

Foto's: Cees van de Ven & Eric van Nieuwland

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 20.10.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Free jazz zoals die bedoeld was

Linda Sharrock Network, vrijdag 4 oktober 2019, FridayNITE, De Machinefabriek, Groningen

Dit was weer free jazz zoals free jazz bedoeld was. De mannen van stemkunstenares Linda Sharrock fungeerden als een organisme waarin symbiotische en individuele factoren verenigd waren. De belangrijkste parameters waren reactie, intuïtie, spontaniteit en toeval (niet noodzakelijk in die volgorde), wat tot een bijzonder krachtige oersoep leidde. Vormgeving - in de gangbare zin - en melodie kwamen pas daarna, of volgden heel direct uit het maakproces.

De meest veelzijdige muzikant van dit vijfmans Network was Mario Rechtern. Deze Duits-Oostenrijkse toonkunstenaar was thuis op niet alleen een bonte verzameling rietinstrumenten, maar ook op een soort zelfbouw viool-met-kalebas. Daarop kon hij niet slechts lustig krassen, maar ook - à la berimbau - percussieve elementen aan de bouillabaisse toevoegen.

Linda Sharrock (73) kennen we nog van haar samenwerking, in de jaren zestig en zeventig, met echtgenoot Sonny Sharrock (gitaar), maar ook in ensembles onder leiding van saxofonist Pharoah Sanders en fluitist Herbie Mann. Lynda noemde ze zich toen. Tussen 2009 en 2012 was ze uit de running, als gevolg van een hartaanval die haar gedeeltelijk verlamde. Het legde ook haar stem aan banden. Songs of gedichten declameren als vroeger zit en niet meer in. Ze bepaalt zich thans tot fluisterend gesmiespel of schurend krijsen. Een puur instrumentaal gebruik dus van haar instrument. Dat element zat trouwens altijd al in haar muziek. Ze komt zo in de buurt van het brute baritonblazen van Rechtern, met wie ze overigens al een aantal jaren werkt. Denk om de gedachten te bepalen aan vocaliste Abbey Lincoln, in haar duet met echtgenoot Max Roach op drums in het deel 'Protest' van de compositie 'Triptych'. Fascinerend en enerverend, maar ook mededogen wekkend.

Tegelijkertijd werkten de eerstejaars van de klas Illustratie 57 van Academie Minerva onverdroten aan een muurschildering van niet te kinderachtige proporties. Veel cartooneske mennekes en stichtelijke citaten over liefde en zo. Muziek en mural gingen vanzelfsprekend uitstekend samen.

Concertfoto's: Gijs Dedens

Labels:

(Eddy Determeyer, 20.10.19) - [print] - [naar boven]



Cd's
Ketil Bjørnstad - 'Rainbow Sessions' (Grappa, 2019)

Opname: 23 juni, 9 augustus & 20 december 2004, maart 2013 t/m juni 2017
Ketil Bjørnstad & Anneli Drecker - 'A Suite Of Poems' (ECM, 2018)
Opname: juni 2016
Ketil Bjørnstad & Eva Bjerga Haugen - 'Hus Som Kjenner Tristheten Ved Ting' (Grappa, 2018)
Opname: juni 2017

De Noorse Jazzpianist Ketil Bjørnstad bracht in 1975 zijn eerste soloalbum uit en is ook sindsdien regelmatig solo achter het klavier te vinden. Een hoogtepunt in dit oeuvre vormen zonder meer de zogenoemde 'Rainbow Sessions' uit 2004, die in 2006 door EmArcy op drie cd's werden uitgebracht. Het album werd vernoemd naar de vermaarde studio in Oslo, waar Bjørnstad tot op dat moment veel had samengewerkt met opnametechnicus Jan Erik Kongshaug. In de zomer van 2004 verhuisde de studio naar een andere plek en werd er tevens een nieuwe Steinway-piano aangeschaft. Bjørnstad kwam met het lumineuze idee om zowel in de oude als in de nieuwe studio solo opnames te maken. Aldus geschiedde in juni, augustus en december van dat jaar. Toen het Noorse platenlabel Grappa onlangs op het idee kwam om deze opnieuw uit te brengen, besloot Bjørnstad om er een vierde schijf aan toe te voegen met stukken opgenomen tussen 2013 en 2017, wederom in die Rainbow Studios en weer met Konshaug als technicus.

Naast pianist is Bjørnstad componist en alle stukken op deze albums, op drie na (op een totaal van 80), zijn dan ook van zijn hand. En in dat componeren vinden we zijn achtergrond als klassieke pianist onmiskenbaar terug. Na in Oslo bij Amelie Christie en Robert Riefling te hebben gestudeerd, vervolgde hij zijn studies in Londen en Parijs, won op veertienjarige leeftijd een muziekconcours in Oslo en debuteerde in 1969 bij het Oslo Filharmoniske Orkester met het derde pianoconcert van Béla Bartók. Pas na het horen van Miles Davis' 'In A Silent Way' stapte hij over op jazz, zonder dat klassieke toucher te verliezen. Dat Bjørnstad sinds zijn debuut in 1993 uit zou groeien tot een van de belangrijkste artiesten van het vermaarde ECM-label behoeft dan ook niet te verbazen. Zijn werk past daar perfect. Hij is een lyricus pur sang en weet zijn muzikale materiaal op een welhaast perfecte wijze te doseren, waarbij hij een afgemeten, bijna voorzichtige wijze van spelen hanteert, met een . Zijn timing is ronduit voortreffelijk is. Je hebt bij deze man kortom continu het gevoel dat het niet anders kan dan zo.

"When I chose the repertoire for these three sessions, I was thinking of the instrument, the studio's acoustics and my mood on each respective day" zegt Bjørnstad in het boekje bij de box, om er verderop aan toe te voegen dat de seizoenen bij die repertoirekeuze niet echt een rol speelden. En ook dat horen we terug. 'Lucian', te vinden op 'The Long Farewell' (dat de opnames van juni 2004 bevat) past prima bij het voorjaar, terwijl je het bedachtzame, wat melancholieke 'Hymn For Johanne' eerder zou verwachten op 'The Way Through The Woods' met de in december opgenomen sessie. Iets wat natuurlijk helemaal opvalt bij 'In The Bleak Midwinter', eveneens onderdeel van de juni-sessie en een van de drie covers. Wat niet wil zeggen dat er geen verschil zit tussen de sessies. Die van juni is intiem, sterk gericht op de lyriek, terwijl in die van augustus, 'The Rainbow', veel meer ritme zit. Stuwende patronen krijgen we hier, zoals in het titelstuk. En wat klinkt deze - dan nog nieuwe - piano prachtig! De klank kent nog veel meer nuances, waardoor het spel van Bjørnstad nog meer diepte krijgt. En dan de sessie van december, die heeft toch net wat meer intensiteit, kent een wat meer verstild en contemplatief karakter, zonder in weemoed te vervallen. Een sfeer die past bij die donkere dagen - zeker in Oslo, zo vlak voor het eind van het jaar. Het meest opvallende aan de vierde schijf 'The Third Instrument' is dat het opvallend korte stukken betreft, het merendeel zo rond de twee minuten. Er passen dan ook 29 nummers op dit deel. Verder komen we ook hier weer het dromerig melodische materiaal tegen.

De stijl van Bjørnstad leent zich ook uitstekend voor de begeleiding van vocalisten. Twee albums, allebei uit 2018, kwamen hier nog niet aan bod, maar bieden daar prachtige voorbeelden van. De eerste, 'A Suite Of Poems', verscheen bij ECM Records. We horen hier zangeres Anneli Drecker in een gedichtencyclus van Lars Saabyre Christensen. Dertien gedichten schreef hij in hotels over de gehele wereld, die hij vervolgens naar zijn vriend Bjørnstad stuurde. Aangezien die zelf inmiddels de nodige tijd in hotels heeft doorgebracht, begrijpt hij de sfeer van deze gedichten maar al te goed, iets dat eveneens geldt voor Drecker. De twee brengen deze liederen op een bijna klassieke wijze. Dreckers zang klinkt ingetogen, met weinig franje, geen vibrato, soms bijna sprekend. De begeleiding van Bjørnstad is al even bescheiden en beeldend. Hij plaats de juiste accenten, soms soleert hij even. Op het bij Grappa verschenen 'Hum Som Kjenner Trisheten Ved Ting', wat zoveel betekent als 'zij die de triestheid van de dingen kent', vinden we Bjørnstad in het gezelschap van Eva Bjerga Haugen met gedichten van de Noorse Kjersti Annesdatter Skomsvold. Haugen heeft een wat diepere, vollere stem dan Drecker en geeft prachtig vorm aan deze prachtige, ietwat melancholieke liefdesgedichten.

Foto: Synnøve Barth Bredesen

Labels:

(Ben Taffijn, 17.10.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Tussen traditie en toekomst

Guus Janssen: Tribute To Herbie Nichols, woensdag 9 oktober 2019, Brouwerij Martinus, Groningen

Het begint een mooie traditie te worden, het trio Janssen-Van Erk-Janssen dat in Martinus werk van specifieke componisten uitvoert. Dat begon met excerpten van Guus Janssens eigen oeuvre, werd vervolgd met stukken van Misha Mengelberg en nu lagen er composities van Herbie Nichols (1919-1963) op de lessenaars. (Een volgende keer Lennie Tristano of James P. Johnson zoals al gesuggereerd werd, of toch maar Earl Hines?)

Of de muziek van Nichols moeilijk te spelen is kan ik niet echt beoordelen. Ik kan me voorstellen dat de muzikanten soms binnensmonds tellen zitten te prevelen. Het merkwaardige is echter dat die grillig vormgegeven composities heel lekker klinken. Je zou ze zó mee kunnen fluiten. Misschien heeft dat met de achtergrond van het onderwerp te maken. Op zijn achttiende voegde Nichols zich bij een New Yorkse band van leeftijdgenoten, de Royal Barons. Die speelden een soort geavanceerde swingmuziek, geïnspireerd op het oeuvre van de band van Jimmie Lunceford en dan meer in het bijzonder van diens voornaamste arrangeur Sy Oliver. Het zal geen toeval geweest zijn dat toen Oliver in 1939 naar de graziger weiden van het Tommy Dorsey Orchestra verkaste, Billy Moore, de arrangeur van de Barons, zijn plek bij Lunceford innam.

Hoe dan ook, ik hoor in die excentrieke muziek van Herbie Nichols duidelijk sporen van die fantastische, halfvergeten ballads uit de jaren dertig en veertig. Een stuk als 'The Happenings' heeft een lineair karakter, mijlen verwijderd van de nerveuze opengeknipte composities van altist Charlie Parker en andere boppers. Ook in de 'Spinning Song' hoor je die continuïteit, die brug tussen de traditie en de avant-garde. 'Change Of Season' klinkt bedachtzaam, weemoedig en misschien wel toepasselijk, nu de zomer definitief tot het verleden behoort. Guus Janssen steeg boven zichzelf uit in 'Old 52nd Street Rag', dat Nichols als een geintje had geschreven, bedoeld als kerstwens voor zijn vrienden. Hier konden we onszelf verliezen in het ragfijne toucher van de pianist, de sublieme dynamiek, het weloverwogen gebruik van de pedalen - en de verre echo's van ragtime. 'Lady Sings The Blues', de enige hit die Herbie Nichols schreef, werd met een Bach-tic geserveerd.

Bij dat alles schitterde Wim Janssen achter de drumkit. Hij bleek - ook in zijn solo's - uitzonderlijk vormvast en ondersteunde zijn collega's voorbeeldig. Nichols zelf, die met beestmensen als Art Blakey, Max Roach, Art Taylor en Danny Richmond in de studio zat, zou hier goedkeurend hebben geknikt. Hij had een studie gemaakt van Afrikaanse muziek en volgens hem zouden jazzmensen veel meer ritmische variëteit in hun muziek moeten stoppen. Toen dat uiteindelijk op gang kwam was hij al twintig jaar dood.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 14.10.19) - [print] - [naar boven]



Cd
Benedict Taylor & Anton Mobin - 'Close | Quarters' (A New Wave Of Jazz, 2019)

Opname: 4-5 september 2017

Een 'prepared chamber', zo noemt de Franse geluidskunstenaar Anton Mobin - het alias van de Franse componist Anthony Baron - zijn zelfgebouwde instrument. Het is een houten kistje met daarin verschillende objecten die met elkaar zijn verbonden en waarvan het geluid wordt versterkt door gitaarelementen en elektrische contactmicrofoons. Een soort combinatie van percussie en elektronica dus. Stop 'Close | Quarters', het album dat Mobin maakte met Britse violist Benedict Taylor, in de speler en u weet niet wat u overkomt. Het piept, gromt, knarst en knettert op grandioze wijze. Direct in opener 'For An Old Man'. Slaat dat op het stramme bewegen? Iets waar de klanken naar lijken te verwijzen. Dat een viool eveneens een grote variatie aan klanken in zich bergt, weten we. De twee zijn in 'Minimal Muck' dan ook amper van elkaar te onderscheiden. Samen creëren ze een overvloed aan onbestemde geluiden.

Dit 'Close | Quarters' is zonder meer een van de meest abstracte albums die ik de laatste tijd hoorde. De verrichtingen van Mobin en Taylor vragen dan ook een geheel andere wijze van benaderen. Hier vrijwel geen melodie, geen harmonie, geen ritme, geen klassieke aanknopingspunten van welke aard dan ook. Alleen geluiden, waar je je continu van zit af te vragen waar het vandaan komt en wie hier nu aan zet is. Het zegt veel over Dirk Serries dat hij juist dit duo vroeg voor een album op zijn New Wave Of Jazz-label, sterker nog: hij nodigde ze uit voor zijn eerste festival in oktober van dit jaar. Grenzen aftasten kunnen we dit gerust noemen, luisteraars uitdagen. Want dit is het soort albums waar hele volksstammen van roepen dat dit toch echt geen muziek is.

Onterecht, want dit is wel degelijk muziek, alleen niet verlopend volgens de geëigende hierboven geschetste patronen. Maar van een dialoog is in 'The Lumber Guy' intussen wel degelijk sprake en van afwisseling in klanken eveneens. Hier wordt zo maar een soort van muzikaal verhaal vertelt, vol spannende wendingen en mooie klankkleuren. Meer is niet nodig. In 'Lay In The Low' zit nog iets meer structuur, een vaag melodisch patroon van Taylor op een aanhoudende toon van Mobin. Nooit een krassende viool gehoord? Dit is uw kans! Groots krassend en met flair beweegt Taylor zich over die drone, de tandarts jaloers makend.

Een volgende stap in het op het verkeerde been zetten is 'Love Song'. Een titel die je op dit album nu niet een twee drie verwacht. Maar beluister het en u kunt waarschijnlijk een glimlach niet onderdrukken. Bekijk het als minnen tussen twee geliefden en de vreemde klanken van de beide instrumenten krijgen ineens een geheel andere lading.

Benedict Taylor en Anton Mobin spelen op de eerste dag, vrijdag 18 oktober, tijdens het A New Wave Of Jazz Festival in De Singer in Rijkevorsel.

Klik hier om dit album te beluisteren.

(Ben Taffijn, 14.10.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Adembenemend en energetisch

Jeroen van Vliet & Mete Erker, donderdag 3 oktober 2019, TivoliVredenburg, Utrecht

Pianist Jeroen van Vliet en saxofonist Mete Erker zijn twee bevriende musici die elkaar al enkele decennia kennen en ook samenwerken in verschillende formaties, zoals Estafest en het project 'Zeeland Suite Revisited'. In 2004 namen ze als duo hun eerste plaat 'Unseen Land' op. Dit album was gebaseerd op schilderkunstwerken van Mattie Schilders.

Nu reizen de twee sympathieke muzikanten het land door om hun tweede duo album 'Pluis' te presenteren en te promoten. De cd, die live is opgenomen in het Beauforthuis, maakte al grote indruk en kreeg veel lovende recensies. Mooie eigen composities met een zekere prikkelende ingetogenheid en fraaie klankkleuren in een hecht samenspel. Mijn interesse was gewekt om te ervaren hoe deze muziek overkomt bij een liveoptreden.

Het was een indrukwekkende ervaring. In de eerste set speelden ze de composities grotendeels zoals ze ook op de cd zijn gerangschikt. In de tweede set waren ook wat nieuwe composities te horen. Dat leverde een fraaie afwisseling op van klankkleuren en dynamiek. Wat al vanaf de eerste minuut opviel was het intense samenspel. De twee musici voelen elkaar perfect aan en het publiek zat zeer aandachtig te luisteren. In de stiltemomenten kon je een speld horen vallen.

In het openingsstuk 'Seeker' hoorde je al direct de intensiteit, die eigenlijk het hele concert aanwezig bleef. Van Vliet beheerst zijn pianospel zo goed dat hij alle kanten op kan met zijn creativiteit, hetzelfde geldt voor Erker. Van Vliet kan als geen ander zijn akkoorden als het ware laten landen in afwisseling met melodische versnellingen. Hij legt zijn akkoorden met een zekere vanzelfsprekendheid neer op de toetsen. Dat geeft een extra energetisch element in zijn spel. Erker weet zijn tenorsax fenomenaal te doseren en kan ook heel fijnzinnig zacht spelen. Zoals 'Rond', een compositie die goed aansluit bij het idee waar de heren voor staan: prikkelend, dichtbij en intens spelen, soms wat wringend. De twee dartelen in dit stuk om elkaar heen en ze spelen als het ware naar de harmonie toe. Dat geeft een extra lading. Dit hoor je ook terug in 'Mick'.

Sommige stukken hebben een wat introvert karakter, zonder zwaarmoedig te worden. Afgewisseld met wat extraverte stukken zorgt dat voor balans. 'Dandelion' is bijvoorbeeld zo'n opgewekte compositie van Erker. Van Vliet heeft hier zijn piano iets bewerkt, wat voor extra accenten zorgt en tevens een versterkend ritmisch effect heeft. Erker heeft een fantastische sound op zijn sopraansax en improviseert met groot gemak, aangespoord door de groovende akkoorden van Van Vliet. 'Mick' is een hommage aan een vriend. Een gedragen stuk, met toewijding gespeeld. 'Flow' is een haast klassiek stuk, waarbij Van Vliet laat horen hoe goed zijn techniek is. Hij kan met de linker- en rechterhand onafhankelijk spelen, dat is razend moeilijk. Melodielijnen van piano en sax kruisen elkaar en de compositie is rijk aan harmonie en frasering. Op de toegift na was het titelstuk 'Pluis' het laatste stuk van de avond. Het is een allesomvattende compositie. Alle aspecten van voorgaande stukken en stijlen komen hier bij elkaar. De jazzakkoorden en melodielijnen van zowel Van Vliet en Erker op zijn sopraansax zijn van een adembenemende schoonheid.

Naast dat je naar twee fantastische musici hebt zitten luisteren gebeurde bij dit concert meer. Er vond een soort van energetische transitie plaats tussen de musici onderling, maar ook naar het publiek. Die energie ging niet verloren, integendeel, die bleef haast lijfelijk voelbaar. Als je dat voor elkaar hebt weten te krijgen bij een concert, kun je wel spreken van een enerverende ervaring. Want dat was het op die derde oktober in het Utrechtse TivoliVredenburg.

Foto's: Cees van de Ven

Labels:

(Koen Scherer, 12.10.19) - [print] - [naar boven]



In memoriam
Ginger Baker

19 augustus 1939 - 6 oktober 2019

Als 15-jarig jongetje begon Peter Edward 'Ginger' Baker zijn carrière in jazzbands. Hij kreeg les van de Engelse jazzdrummer Phil Seamen, om daarna door te gaan als een van de meest invloedrijke rockdrummers van zijn tijd.

Baker leidde een hard leven, getekend door ruzies, vechtpartijen en drugs. Diverse samenwerkingen in zijn muzikale carrière liepen stuk op zijn eigenzinnigheid en temperamentvolle karakter. Desondanks was hij een briljant drummer en werd hij door zijn fans op handen gedragen. Baker stierf afgelopen zondag op 80-jarige leeftijd. Hij was al jaren ziek en leed aan hartfalen, COPD en vele andere aandoeningen.

Ginger Bakers grootste succes was ongetwijfeld Cream. Een band die hij oprichtte met gitarist Eric Clapton en bassist Jack Bruce. Met de laatste had Baker een ontvlambare relatie, zowel persoonlijk als professioneel, stammend uit een eerdere samenwerking. Toch maakte Cream hem beroemd en rijk.

Geworteld in de jazz was Bakers speelstijl inventief en vrij en in zijn muziek vertoonde zich door de jaren heen een bijzondere mengeling van jazz, r&b, met Afrikaanse invloeden. Zijn drumkit met dubbele bassdrum en verticale opstelling van de tomtoms leende zich uitstekend voor instrumentale jams en lange, snoeiharde drumsolo's. In 'Toad' haalde hij soms makkelijk 20 minuten.

Cream (the cream of the crop) werd gezien als de beste rockband ooit, maar hield het - mede door de ruzies tussen Baker en Bruce - nog geen drie jaar vol. Ze maakten vier albums, met 'Sunshine Of Your Love' en 'White Room' als grootste hits. In 1968 nam Cream afscheid van het publiek in de Royal Albert Hall in Londen en in 2005 beleefde Cream een laatste reünie op dezelfde locatie.

Met Clapton en Steve Winwood begon Baker daarna de band Blind Faith, maar die samenwerking was geen lang leven beschoren. Weinig succesvol was ook de Ginger Bakers Airforce en in de jaren 70 verhuisde Baker naar Afrika, waar hij vaak met Fela Kuti speelde en muziek opnam in zijn studio. Ginger Baker werkte verder samen met onder anderen Gary Moore, Hawkwind, Public Image Ltd en met Bill Frisell en Charlie Haden in het Ginger Baker Trio.

In de Jazztube kun je kijken naar de geruchtmakende documentaire 'Beware of Mr. Baker' (2012) van de Amerikaanse regisseur Jay Bulger.

Foto: Geert Vandepoele

Labels: ,

(Donata van de Ven, 8.10.19) - [print] - [naar boven]



Concert / Jazztube
Over appels en peren

Tom Harrell: Infinity, zondag 29 september 2019, Bimhuis, Amsterdam

Waarom mag je eigenlijk geen appels met peren vergelijken? Het is tenslotte allebei fruit en daarnaast, afmetingen zijn vrijwel gelijk en de kleur vaak ook. Oké, ze smaken anders. Nee, vergelijken gaat prima. En dus mag ik ook het kwintet van Tom Harrell, dat onlangs het Bimhuis aandeed vergelijken met dat van Paul Van Gysegem, dat ik eerder hoorde bij JazzCase in Neerpelt. Het gaat in beide gevallen om een kwintet - dat Harrell een gitarist laat opdraven en Van Gysegem een pianist mag de pret niet drukken - en het is allebei jazz. Dat we daarmee de vergelijkingen wel ongeveer hebben gehad, doet al evenmin ter zake.

Tom Harrell is een gevierd trompettist en net als Patrick De Groote horen we ook Harrell op flügelhorn, toch nog een overeenkomst. Maar dan is er de muziek. Harrell kan melodieën schrijven, lyrische, perfect uitgebalanceerde melodieën. Ze zetten zich vast in je hoofd. En deze man gebruikt dat kwintet om die kleine verhaaltjes, want zo kun je die composities best noemen, te kunnen vertellen. Hier geen vreemde wendingen, dwarse experimenten, zijweggetjes en dwaaltochten. Dat leidt alleen maar af. En dus voegen tenorsaxofonist Mark Turner en gitarist Charles Altura zich perfect naar de lijn die Harrell uitzet. Het resultaat is luisterjazz op het allerhoogste niveau en een uitverkocht Bimhuis.

Wat voor de solisten geldt, geldt grosso modo voor de ritmesectie, die exact doet wat de naam belooft: ritme toevoegen en structuur brengen. De enige die zich zo nu en dan wat minder houdt aan die mores is drummer Jonathan Blake, die het op die momenten niet kan laten de muziek naar zich toe te trekken.

Dit alles laat onverlet dat er zeer goed wordt gemusiceerd. Harrell is als geen ander in staat om op koper wonderlijk subtiele, bijna liefelijke noten te blazen, iets dat voor Turner eveneens geldt. En dan hebben we Altura, die op zijn gitaar een al even fragiele klankwereld weet te creëren. Allemaal heel mooi, bijna te mooi, te perfect. Want hier valt geen onvertogen noot, het zijpaadje wordt niet gekozen, verdwalen kunnen we niet. Dat zou immers alleen maar afbreuk doen.

Appels en peren. Doe mij maar appels. Lekker stevig, ietwat zurig. U krijgt van mij die rijpe peer. Ruilen?

In de Jazztube hierboven kun je het concert integraal bekijken.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 7.10.19) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.