Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Boek
'Speel jezelf. Gids voor het ontwikkelen van je innerlijk muzikantschip'

Auteur: Onno van Swigchem / Uitgeverij: B for Books, 2018

De aanleiding voor dit boek waren workshops die saxofonist Onno van Swigchem de laatste jaren gaf in Zuid-Frankrijk. De door illustratrice Birgitta Schwansee elegant vormgegeven hardcover is door Van Swigchem zelf uitgegeven. Het is, niet onbelangrijk voor een leerboek, voorzien van een boeklint zodat je niet elke keer weer terug moet zoeken waar je de laatste keer gebleven was. Het boek hoeft trouwens niet open te blijven staan, want de ongeforceerd geformuleerde teksten zijn vrij kort, zodat je de passages na één keer lezen onthoudt.

Van Swigchm schrijft in een aangename soort van spreektaal, zonder vaag of te generaliserend te formuleren. Hij houdt het zoveel mogelijk bij wat hij zelf meegemaakt en ondervonden heeft. Meerdere keren verwijst hij direct naar wat hij zelf in bepaalde omstandigheden gevoeld heeft. Het eerste deel gaat vooral over hoe je het oefenen in improviseren en samenspelen kunt benaderen. Vooral de beschrijvingen van de frustraties van de muzikant en hoe die te overwinnen zijn de moeite waard en direct vanuit de praktijk herkenbaar. Van belang zijn de tips om de verveling of irritatie van eindeloze herhalingen te verzachten. De wereld is overbevolkt met goedwillende muzikanten die het door de sleur van het oefenen opgegeven hebben en op een lager niveau zijn gaan musiceren of er helemaal de brui aan hebben gegeven.

Het tweede deel presenteert 24 concrete oefeningen om niet alleen je technische capaciteiten bij te spijkeren, maar ook om je bewustzijn als muzikant te versterken, zodat je beter kunt functioneren in het samenspel. Van belang is dat dit boek is geschreven met de improviserende musicus in gedachten en met de wetenschap dat het improviseren meestal niet in isolement plaatsvindt. Door de opzet en de heldere opmaak met de losjes gecomponeerde inktschilderingen van Schwansee blijft het boek aangenaam om steeds opnieuw open te slaan. Een aanrader voor eenieder die het even niet zit zitten met al die opgelegde oefeningen. Je creativiteit zal door het boek niet groter worden, maar je gaat er mogelijk afstandelijker, op een andere manier naar kijken. Gezien het grote aantal buitenlandse muziekstudenten in Nederland en de universele geldigheid zou het misschien geen slecht idee zijn om er een Engelse vertaling van uit te geven.

Labels:

(Ken Vos, 19.4.19) - [print] - [naar boven]



Festival
Transition 2019


"Tijdens de vierde editie van Transition deelt de gevestigde orde van de geïmproviseerde muziek de podia met nieuwkomers en grensverleggers. Eigentijdse, gecomponeerde, akoestische jazz naast niet-westerse muziek en geïmproviseerde en vocale jazz. Een belangrijke rol in het programma wordt ingevuld door muzikanten uit de stal van het jubilerende Duitse kwaliteitslabel ECM."

Op zaterdag 6 april bezocht Louis Obbens de vierde editie van het Utrechtse festival Transition. Hij zag er optredens van Kit Downes, Metroplole Orkest & Donny McCaslin, Erik Friedlander's Throw A Glass feat. Uri Caine, Rymden (Bugge Wesseltoft, Dan Berglund & Magnus Öström), Enrico Rava Sextet, Mathias Eick Quintet en Harmen Fraanje & Arve Henriksen.

Klik hier voor zijn festivalverslag.

Klik hier voor een fotoverslag van Transition 2019 door Louis Obbens.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 18.4.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Klanktovenaars in het Bimhuis

Nicole Mitchell / Tomeka Reid / Alexander Hawkins, woensdag 10 april 2019, Bimhuis, Amsterdam

De man-vrouw verhouding is in de jazz nog steeds scheef, maar gelukkig begint daar langzamerhand wel steeds meer verandering in te komen. Op deze woensdagavond in het Bimhuis staan er ineens twee op het podium - en niet de minsten. Fluitiste Nicole Mitchell en celliste Tomeka Reid hebben hun sporen inmiddels ruimschoots verdiend in de wereld van de experimentele improvisatie. Beiden spelen op dit moment in het illustere Art Ensemble Of Chicago.

Aangevuld met de Britse pianist Alexander Hawkins, die volgens mij iedere kans om in Nederland te kunnen spelen met beide handen aangrijpt, laten de twee dames hier in twee sets geïmproviseerde muziek horen waar hun roem op berust. Mitchell is op haar fluit een ware klankkunstenaar. Ze speelt erop - soms lyrisch, maar veel vaker rauw krachtig en met een rafelrandje - maar gebruikt het instrument tevens letterlijk als spreekbuis: zingend door haar fluit. Dat wisselt ze af met vocale klanken die vrijwel niet van die van de fluit te onderscheiden zijn.

Reid kan ook zeker lyrisch zijn, met name wanneer ze haar strijkstok hanteert, maar mag haar cello ook graag inzetten als bron van vreemde, ontregelende geluiden. Op die momenten kraakt, knarst en sputtert het op grootse wijze. Hawkins tenslotte is in dit optreden vaak de ideale begeleider. Hij zet dan mooie accenten en de puntjes op de i. Maar als het even kan mag hij ook graag overdonderend soleren, zijn notenclusters driftig in het rond strooiend.

Memorabele momenten genoeg tijdens dit concert. Reeds in het eerste stuk horen we Mitchell door haar fluit praten, ons een kleurrijk palet aan klanken voorschotelend, terwijl Reid hier het geluid van een bas creëert door haar cello met allerhande knijpertjes te prepareren. Verderop begeleid ze Hawkins met een aanstekelijk maar ook dwars ritme, terwijl de pianist zijn krachten optimaal inzet. In het tweede stuk vangt Reid aan met een ongepolijste, maar zeer intense solo. Hawkins duikt als begeleider onder de klep van de vleugel en vindt daar de bijpassende klanken. Als Mitchell zich erbij voegt - deels met haar fluit, deels met haar stem - verbreedt dat het kleurenpalet aanzienlijk. Mooi is ook het derde, verhoudingsgewijs zeer melodische stuk. Met Mitchell aan de leiding en Hawkins in haar kielzog. Een opwindend duet. Prachtig is ook de solo van de fluitiste in het laatste stuk voor de pauze, licht melodisch en voorzien van een rauw randje. Hawkins sluit aan in dezelfde stijl, terwijl Reid hier zorgt voor spannende accenten, wat uitmondt in een heerlijk ontregelende solo vol kraakgeluiden.

Na de pauze wordt het trio met de komst van drummer Mike Reed geheel onaangekondigd een kwartet. Denderend gaan ze van start, als een buiten haar oevers tredende rivier. Zo klinkt het begin en het einde, met een rustige, experimentele fase daartussenin. Hier gaat het duidelijk om klankkleur. In het tweede stuk horen we wederom Mitchell in een flamboyante fluitsolo, terwijl Reid er een prachtig, gruizig patroon onder legt en piano en drums voor bescheiden accenten zorgen. Bijzonder in dit stuk is het einde, als de vier musici een krachtige maalstroom aan klanken laten horen. Dan is het alweer tijd voor het speels ritmische laatste stuk, waarin met name het abstracte duet tussen Hawkins en Reid opvalt, die laatste met strijkstok. Het is een van die momenten waarmee deze musici de benaming klankkunstenaar verdienen.

De foto's zijn gemaakt door Cristina Marx en zijn afkomstig van het concert dat Mitchell, Reid en Hawkins een dag eerder gaven in Café OTO in Londen.

Labels:

(Ben Taffijn, 16.4.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Een kolkende melange

Chris Potter Circuits, vrijdag 5 april 2019, Paradox, Tilburg

Na het uitbrengen van de akoestische albums 'The Sirens', 'Imaginary Cities' en 'The Dreamer Is The Dream', voor ECM, keert de meester-saxofonist met zijn groep Circuits terug naar de elektronisch geladen en groove-georiënteerde muziek. Het album 'Circuits' is zijn eerste release op het Britse Edition label. De bandleider tourt met het materiaal van dit album uitgebreid door Europa. Soms met drummer Eric Harland en toetsenist James Francies in de gelederen. Maar hij wordt vaker, zoals in het bomvolle Paradox, vergezeld door de topmuzikanten Craig Taborn op toetsen, Tim Lefebvre op basgitaar en Justin Brown op de drumkit. Potter is bij de toevoeging van synthesizersounds en dominante ritmesectie beïnvloed door de elektronische muziek van Herbie Hancock en Weather Report.

Opvallend genoeg opent Potter het optreden met 'The Nerve', ingetogen op dwarsfluit, aangesloten op een looping station. Deze sfeer wordt al snel verlaten. Nadat Lefebre en Brown zich erin mengen met een krachtig gespeeld funky ritme grijpt Potter naar zijn tenorsax. Zijn sound is krachtig en intens. De lange solo getuigt van zowel souplesse als oerkracht. De afwisseling, vernieuwingsdrang en schoonheid die de saxofonist weet te bereiken, is grenzeloos.

Potter maakt hierna plaats voor een psychedelische feature van Craig Taborn. De groep speelt in deze set overwegend materiaal van 'Circuits', maar laat ook geheel nieuw materiaal horen. In een titelloze compositie met veel ruimte voor suspense en in 'Embryo' laat Potter zich voor een substantieel deel onbegeleid horen. Het titelstuk klinkt aanvankelijk sensitief door een combinatie van synthesizer en tenorsax. Als op een gepast moment de drums en bas binnenvallen met een voortstuwende groove snijdt Potter door de inmiddels wervelende keyboardklanken heen. Vervolgens soleert de saxofonist in hoog tempo, verkwikkend en messcherp in een ongrijpbare free-jazz mood naar het einde.

Na de gedwongen break hanteert Potter opnieuw de fluit, maar nu in een mystieke Afrikaanse sfeer. In 'Koutomé' zijn innoverende, ritmische elementen aanwezig en is de spirituele, mysterieuze stijl van Potter leidend en onderscheidend. Bij de introductie van 'Hold It' laat de rietblazer zich opnieuw zonder begeleiding gelden. Rafelig, abstract en in ruime mate voorzien van staccato gespeelde noten. Om het optreden met een klassieke, collectieve swing te vervolgen.

In het voorlaaste nummer wordt gegrepen naar een oud stuk: 'The Dreamer Is The Dream'. In vergelijking met voorgaande stukken is sprake van een meanderende en etherische sfeer. Het nummer wordt voorzien van een mooie en akoestische pianobijdrage. De compositie 'Exclamation' is het uitgebreide slotakkoord van de avond. Jachtige melodielijnen, onheilspellende baslijnen en hectische percussie doen bijna punkachtig aan. Een draaikolk aan emoties, met vuige saxsolo's en smerige keyboardklanken, doet de zaal zinderen.

De opwindende, kolkende melange van akoestische en elektronische geluiden in combinatie met intelligente en robuuste solo's is zorgvuldig gekozen, maar wekt ook de indruk van een immense, spontane jamsessie.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 12.4.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Composities te kust en te keur

Daniele Nasi & Zhu Mang, woensdag 10 april 2019, Brouwerij Martinus, Groningen

"The giants of the future", zo werden saxofonist Daniele Nasi en pianist Zhu Mang woensdag afgekondigd. Dat moeten we nog even afwachten, maar de studenten van het Prins Claus Conservatorium bleken zo goed als volleerde vaklui, solide solisten en kundige componisten. Om het laatste ging het: periodiek nodigt de stichting Jazz in Groningen compositiestudenten uit om de stand van zaken te peilen.

Welnu, Nasi's 'Water Eyes (Ice?)' heeft de karakteristieken en de kwaliteit van een standaard-ballad. Ik kan mij hier wel een tekst bij voorstellen. En in zijn 'Waltz For Palestine' was ruimte voor mooi contrapunt van de sopraan van de componist en de alt van Michael Moore. Moore doceert behalve rieten ook compositie aan het PCC, vandaar zijn aanwezigheid.

Zhu Mang had fascinerende 'Variations On 7' geschreven. In de intro van Moores 'Coalition' speelde hij alle vermoedens, variaties en varianten die hij kon bedenken – daar waren we wel even zoet mee.

Inderdaad, ook de veteranen hadden origineel materiaal op de lessenaars gelegd. Bassist Bert van Erk verraste om te beginnen met 'Ditty Do', dat op dalende lijnen gebaseerd is en een Ornette Coleman-achtig karakter bezit. Zijn 'Tak' had zó in het repertoire van de Jazz Messengers gepast. Ook als de contrabassist met de grootste oren van Groningen, direct en adequaat reagerend op zijn omgeving, viel oude rot Van Erk weer eens op. De Paul Chambers van Noord-Nederland, heb ik hem zo wel eens genoemd? Bij dezen dan.

Concertfoto: Sieben Laning

Labels:

(Eddy Determeyer, 12.4.19) - [print] - [naar boven]



Cd
Wojtek Justyna TreeOh! - 'Get That Crispy' (eigen beheer, 2018)


In september 2015 besprak ik 'Definitely Something', het debuut van het trio van de Poolse gitarist Wojtek Justyna. Ludiek doopte hij zijn trio: Wojtek Justyna Tree… Oh!? Twee jaar later ligt het vervolg er: 'Get That Crispy' en is de bandnaam een echt statement: Wojtek Justyna TreeOh! klinkt het nu zonder enige schroom. Opmerkelijk, aangezien dit trio helemaal geen trio meer is, maar met de komst van Diogo Carvalho op percussie en Moog synthesizer is uitgegroeid tot een kwartet. Uitmaken doet het natuurlijk niets, want Justyna slaagt erin, wederom samen met bassist Daniel Lottersberger en drummer Alex Bernath, om een serie aanstekelijke, sterk bluesgeoriënteerde nummers aan ons te presenteren. Zo horen we hem heerlijk vet janken op zijn gitaar in titelstuk 'Get That Crispy' over heerlijk strak spel van de ritmesectie. In 'Cologne' speelt hij juist ingetogen, met veel gruis op de lijn.

Doken er op het debuutalbum her en der nog een paar gasten op, op deze schijf horen we alleen een strak spelend en goed op elkaar ingesteld kwartet, waarbij de toevoeging van Carvalho een goede zet genoemd kan worden. Het geluid is er voller door geworden - op sommige momenten mag het gerust overrompelend genoemd worden - en het klankbeeld afwisselender. Een leuk nummer is 'Chit Chat With A Chick From Chad' met loom slagwerk van Bernath en Carvalho en prachtig lyrisch en ingetogen gitaarspel van Justyna zelf. Melancholiek, maar door de rauwe randjes in zijn spel nergens sentimenteel en met een sterk, vrij stevig tweede deel. Een nummer om even lekker bij in de flow te raken. Hetzelfde geldt voor het afsluitende 'Sleeping Cow', waarin tevens Carvalho's percussiespel volop aan bod komt. Evenals in het exotisch klinkende 'Swamp'. Blues meets latin, is hier het devies, maar dan wel op zijn Justyna's.

Een hemelbestormend album is 'Get That Crispy' wederom niet, maar dat past ook helemaal niet bij Justyna. Hij zegt het mooi in zijn dankwoord: "It is so much fun to do all this with y’all!" Gewoon samen goede muziek maken en daarvan genieten, dat was het doel. En daarin is hij zeker geslaagd.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 11.4.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Goed huwelijk tussen kamermuziek en impro

Mark Alban Lotz: Solo & Duo, zondag 31 maart 2019, Brouwerij Martinus, Groningen

Best vreemd, die dynamiek in de wereld der Groninger podia. Nog een paar weken en dan sluit de Cantina, het souterrain waar je altijd de meest extreme muziek kon horen, haar luiken. Edoch ziet: in een wijk waar nooit iets te doen was loopt sinds twee weken de open jamsessie State Of The Art. Drummer Jeroen van Olphen heeft zijn Afro- en electrofunkavonden van de inmiddels gesloopte Silo naar de zaterdagmiddag in gebouw De Kameraad verplaatst. Een mooi afgetrapt gebouwtje waar ook vechtersbazen en koorzangers bijeenkomen. En sinds een paar maanden draait de Martinus Klassieke Affaire, waarbij geprogrammeerd wordt op het snijvlak van het improvisatiegenre en klassieke kamermuziek.

In dat kader gaven fluitist Mark Alban Lotz en bassist Andrea Caruso een fijnzinnig recital in de bovenzaal van de brouwerij aan de Kostersgang. Kan zijn dat Lotz, zoals hij zelf waarschuwt, een luie student was en is, die zich eigenlijk meer had moeten inspannen om een ordentelijke klassieke fluitist te worden. Maar ik vind zijn interpretatie van het werk van bijvoorbeeld Anton Webern op zijn minst charmant. Juist die minieme hobbels en oneffenheden geven zijn spel karakter, een persoonlijke touch. Met zijn slap-tongue effecten (zo noem ik het voor het gemak maar even) komt de fluit opmerkelijk dicht bij een geplukte altviool. Hij gebruikt de circulaire blaastechniek functioneel en muzikaal. Lotz laat zijn instrumenten boventonen zingen die volledig losgeblazen lijken van de grondmelodieën. Met vocale toevoegingen worden ze echte verlengstukken van zijn stem. Ik moet teruggaan naar een optreden van nieuwe technieken-pionier Robert Dick, in een donkergrijs, om niet te zeggen pikzwart verleden om een vergelijkbare ervaring op te roepen.

Daarbij wordt de fluitist op voorbeeldige wijze bijgestaan door Andrea Caruso. In 'Pata Pata', dat de muzikanten niet hadden voorbereid, valt het verschil tussen de altfluit en de contrabas weg. Caruso speelt helder en trefzeker en past zijn dynamiek voorbeeldig aan bij de structuur van het betreffende liedje.

En alles volledig akoestisch, ook nog eens. Waar kom je dat nog tegen? Ja, in de tijd en het Wenen van Webern.

Concertfoto's: Sieben Laning

Labels:

(Eddy Determeyer, 6.4.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Monk geraffineerd getransformeerd

Baron, De Looze & Verheyen: 'MiXMONK' + Nils Vermeulen & Wilbert De Joode, vrijdag 29 maart 2019, Handelsbeurs, Gent

Als support vooraf mocht Nils Vermeulen een half uur met Wilbert de Joode aantreden. Vermeulen speelt in heel verschillende bands (o.a. Laughing Bastards, Kabas, Jukwaa) en stippelt nu een parcours uit om ook solo wat te gaan doen. In zijn verkennend klankonderzoek zal hij op 18 mei op Ha'fest met de grote William Parker naast zich staan.

Wilbert de Joode (Ab Baars Trio, BraamDeJoodeVatcher, 1000, etc.) is een Nederlandse gevestigde waarde, een bijzonder innemende persoonlijkheid. Improvisatie zit hem sinds vele jaren in de vingers. Van hem straalden het vertrouwen en het speelplezier af terwijl hij met de veel jongere Nils Vermeulen het podium deelde. Tijdens hun uitwisseling van ideeën begeleidde en gidste hij zijn kompaan, die geleidelijk met meer gretigheid voorstellen lanceerde.

Zonder uitgeschreven composities is het natuurlijk altijd aftasten. Waar en hoe ga je met twee contrabassen al dan niet ritmisch, eventueel melodisch en in een of andere vorm van harmonie magische momenten creëren? Zeker was het een ontmoeting tussen een zoekende kracht en een ervaren vakman. Dat de tweede uit zijn indrukwekkende bagage kon putten hielp onmiskenbaar, maar geleidelijk slaagden zij erin om klanken, noten en patronen bij elkaar te brengen die konden boeien. Echt grootse magie bleef misschien uit, maar er groeiden mooie dingen.

De muzikaliteit van het hoofdprogramma was er een van een heel andere soort. Dat composities en de speelstijl van Thelonious Monk aan de basis van het MixMONK-project liggen, was bij de eerste nummers niet expliciet te horen. 'Fifty Fifty' kwam zo fijn, lyrisch en perfectionistisch over dat ik eerder een ode aan Ralph Alessi zou vermoeden, maar dan zonder trompet. 'Dance' verwees dan hoorbaarder naar Monk, maar bewoog zich in een richting waarbij ik zou wensen dat ik meer namen kon noemen uit de klassieke muziek. Om te genieten van de schoonheid van de muziek was dat gelukkig geen vereiste.

Ook wanneer stukken van de legendarische pianist aangepakt werden en meer herkenning van de composities in het spel kwam, was duidelijk dat dit trio voor een heel eigen benadering staat. Die is er een op hoog niveau, uitmuntend in menig opzicht en door eigenzinnigheid een die fijntjes naar Monk knipoogt. De vergelijking van Bernlef over solo's van Monk, met van de trap vallen en toch niet, was hier zo goed als niet aan de orde. Hoekigheid werd hier en daar op frisse wijze in de muziek geloodst. Spelen met ritme, tijd en melodie mocht dan aan Monk refereren, maar na de ontleding hadden Baron, De Looze & Verheyen blijkbaar een aparte transformatie voor ogen.

In de zaal van de Handelsbeurs was het een troef dat alles zonder enige versterking kon doorgaan. Robin Verheyen schitterde in zijn spel op tenor- en sopraansax. Welk een raffinement! Pianist Bram De Looze toonde zich weer eens geniaal, zowel in zijn ritmische ondersteuning als in en naast de melodie. Zijn subtiel gevarieerd toucher in melodie, herhalingen en wonderlijke solo's waren om duimen en vingers bij af te likken. En de gerenomeerde drummer Joey Baron wisselde, zoals hij dat zo speels en monter kan, natuurlijk meesterlijk eenvoud en complexiteit af om te zorgen voor de gepaste inkleuring. Klasse, dat is wel het minste wat je hiervan kan zeggen.

Cees van de Ven maakte foto's van de concerten van Nils Vermeulen & Wilbert de Joode en Baron, De Looze & Verheyen.

Deze recensie verschijnt ook op Jazz'Halo.

Labels:

(Danny De Bock, 6.4.19) - [print] - [naar boven]



Concert / Cd
Leyla McCalla live

vrijdag 22 maart 2019, De Warande, Turnhout
Leyla McCalla - 'The Capitalist Blues' (Jazz Village, 2019)

De opkomst in de Warande viel een beetje tegen voor de Haïtiaans-Amerikaanse singer-songwriter en multi-instrumentaliste Leyla McCalla. Ze heeft net een prachtige nieuwe (derde) plaat uit onder de veelzeggende naam 'The Capitalist Blues'. Geïnspireerd door het verdeelde klimaat in Amerika maakte ze een verzameling songs over de psychologische en emotionele invloed van het leven in een kapitalistische maatschappij, een systeem waardoor mensen zich soms geïsoleerd gaan voelen en zichzelf kwijtraken. De Capitalist Blues staat voor dit gevoel, en de songs van het album zetten je aan om je hier niet in te verliezen en je te verzetten. McCalla is sterk beïnvloed door traditionele Creoolse en Haïtiaanse muziek, cajun en Amerikaanse jazz en blues, en dat vindt je dus allemaal terug op deze plaat. Het merendeel van de mensen die gekomen waren bestond uit fans van McCalla, waarvan sommigen een eind gereisd hadden - een enkeling zelfs uit Duitsland.

McCalla - deze avond op cello, gitaar en banjo - was overgekomen met een drietal begeleiders die keurig hun werk deden, waarbij gitarist David Hammer samen met McCalla voor de zware taak stond om de veel uitgebreidere bezetting die op de plaat te horen is te doen vergeten. Helaas bleek dit in een aantal gevallen onmogelijk. De titelsong 'The Capitalist Blues' ontleent een deel van zijn kracht aan de bezetting met brass en viool. Het hele album is aantrekkelijk door de variatie in de songs die een breed scala voorbij laten komen, variërend van zydeco, blues, creoolse en Haïtiaanse muziek. Op de cd uitgevoerd met passende bezetting en tijdens het concert in een kleinere bezetting met naast McCalla en Hammer bassist Peter Olynciw en drummer Shawn Myers. Hoewel de songs op zichzelf qua tekst en melodie sterk genoeg zijn en het kwartet er een mooie uitvoering van verzorgde, bleef toch het gevoel dat de cd een veel rijker palet van klankkleuren laat horen.

Mede door de beperkte opkomst met een publiek dat naar de maatstaven van McCalla erg rustig en bescheiden was en de kleine bezetting werd het wel een heel intiem concert. Na afloop was er volop belangstelling voor de signeersessie, waarbij McCalla uitermate toegankelijk bleek. Maar het blijft jammer dat de grote diversiteit die op de plaat te horen is live niet uit de verf kwam.

Klik hier voor foto's van dit concert door Johan Pape.

Labels: ,

(Johan Pape, 4.4.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Watch her fly!

Shayna Steele, zaterdag 16 maart 2019, Paradox, Tilburg

Er kwam een moment waarop het niet meer genoeg was. De achtergrondkoortjes, altijd in de schaduw van anderen staan. Mooie jaren waren het, waarin ze zong met veel grote artiesten. Dankbaar, geïnspireerd, maar gegroeid en zeer gemotiveerd was ze klaar om vóór op dat podium te staan. Om zelf te bepalen wat, hoe en wanneer, om haar eigen talent te exposeren. En dat talent - de stem - heeft ze, de drive en het temperament ook. Dus Shayna Steele spreidde haar bevallige vleugels en vloog uit. De wijde wereld in.

Shayna Steele werd geboren in Californië (1975), groeide op in Mississippi en woont nu in New York. Haar carrière laat zich sieren door haar aandeel in de backing vocals bij onder anderen Rihanna, Kelly Clarkson, Bette Midler, John Legend en Moby. De lijst is lang en uitgebreid. Steele floreert in verschillende genres - variërend van soul, blues en gospel - en schakelt moeiteloos over naar retro, r&b en jazz. Ze werkte samen met Bjorkestra, Dave Douglas en trad op met verschillende bigbands. De doorbraak kwam in 2014 op het North Sea Jazz Festival, waar ze de lead vocals deed bij Snarky Puppy. Dit werd zo goed ontvangen dat ze besloot de track 'Gone Under' op te nemen. Hiermee gaf ze het startschot voor een serieuze solocarrière. Inmiddels staan er een ep en twee cd's op haar naam, waarvan ze op 'Rise' de medewerking kreeg van gevestigde jazznamen als Christian McBride, Andy Schnitzer en Eric Garland. Haar derde album 'Watch Me Fly' komt binnenkort uit.

Op het Tilburgse jazzpodium werd heel snel duidelijk wie Steele is, wat ze kan en waar ze voor staat. Haar stem is gigantisch, haar persoonlijkheid charismatisch en haar performance heeft de drive van een uitbarstende vulkaan. Ze presenteerde er onder meer stukken van haar nieuwe album, waaronder eigen composities en een aantal klassiekers. Hierbij werd ze begeleid door een zonder meer fantastische band, waarvan drummer Ross Pederson de monden deed openvallen met zijn technische veelzijdigheid, ingewikkelde ritmieken en geconcentreerde toewijding. Veel van alles soms, maar de stuiterende vuurbal - als visualisatie van de chemie die ontstond - schroeide alle overtollige ballast rustend op onze schouders weg die hij denderend door de zaal tegenkwam. Daarmee en met een paar kleine, gevoelige ballads won deze diva de harten van het publiek. Toch heel fijn zo op het einde van een drukke week.

Steele vertelt verhalen over haar leven. Bijvoorbeeld dat ze met haar familie over de wereld hopte en zich daardoor soms ontheemd voelde: "I grew up all over the world and it was hard to call any place home for most of my life." Ze vertelde over de diepe band met haar vader, die trompettist was en nog niet zo lang geleden overleed, en over de liefde voor haar jonge dochter. Al die verhalen vertaalde ze in composities, songs die op eerdere albums staan of nu op het nieuwe worden uitgebracht. "I am outrageous, larger than life" zijn de eerste veelzeggende woorden op deze nieuwe plaat, verklankt in de eerste track 'Be'. Woorden die getuigen van kracht, hoop en zelfvertrouwen.

Klik hier voor foto's van dit concert door Donata van de Ven.

Op 26 april komt 'Watch Me Fly' uit bij MustHave - Membran.

Labels: ,

(Donata van de Ven, 2.4.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Eentonig vuurwerk

Mammal Hands, Paradox, vrijdag 22 maart 2019, Paradox, Tilburg

De populariteit van Mammal Hands groeit en groeit. Het is dan ook niet verwonderlijk dat alle concerten van de Britse formatie in Nederland drukbezocht zijn. Paradox is tot de nok toe uitverkocht. Mammal Hands kan in een adem genoemd worden met energieke pianotrio's zoals GoGo Penguin en Phronesis. Ook Mammal Hands maakt moderne gecomponeerde jazz met de nadruk op ritmische gedrevenheid. De basloze bezetting met piano, saxofoon en drums onderscheidt zich van bovengenoemde groepen. Het trio Mammal Hands heeft in kort tijdsbestek drie albums uitgebracht. Na het debuut 'Animalia' en de opvolger 'Floa' is 'Shadow Work' het derde album. De uit Norwich afkomstige bandleden nemen bij het laatste album ook de productie voor rekening.

Mammal Hands speelt met jeugdig, onbevangen elan. Van meet af aan wordt met een grenzeloze dosis energie gespeeld. De groep vult de leemte van een bassist met wervelende piano- en saxofoonlijnen. Ook wordt compensatie bereikt doordat de drumkit is verrijkt met alternatieve percussie, zoals Indiase tabla's. Dit resulteert in een zeer evenwichtige en eclectische sound. Het trio maakt regelmatig gebruik van repetitieve bouwstenen. Langs de weg van de herhaling ontstaat een hypnotiserende trance. De instrumenten leggen een prachtig muzikaal tapijt over elkaar heen. Het tempo wordt opgevoerd en de klankintensiteit wordt aangewakkerd. De toegepaste methode van herhaalde riffs wordt dusdanig expliciet en frequent ingezet dat uiteindelijk de eentonigheid toeslaat.

De complexiteit, variatie en slagkracht die Jesse Barrett uit zijn kit haalt zijn grondig en avontuurlijk. Zeker wanneer de tabla's de Zuid-Aziatische atmosfeer accentueren. Het saxofoongeluid is met effecten beladen, maar kan niet verhullen dat de zeggingskracht en creativiteit van Jordan Smart regelmatig te wensen over laat. Het is prijzenswaardig het geluid van blaasinstrumenten op te rekken, maar de saxofoonklank vertoont regelmatig kitscherige trekken en klinkt blikkerig. Het pianospel van Nick Smart, bij vlagen wervelend in de cyclische groepsinteractie, wordt soms te veel naar de achtergrond verdrongen. Maar zijn spel is meedogenloos krachtig en toegewijd. Naarmate de avond vordert ontkomt ook de pianist niet aan het opvoeren van herhaaloefeneningen.

Het publiek staat op het einde op de banken van enthousiasme. Het Britse trio Mammal Hands vormt, ondanks alles, het bewijs dat hedendaagse, boeierige jazz een breed publiek kan aanspreken. Niets mis met de tomeloze energie, maar het onderscheid in het gespeelde materiaal mag in de live-setting groeien, net als de balans tussen de gespeelde solo's van de gebroeders Smart. Met andere woorden een dot minder saxofoon ten faveure van de piano. Het trio heeft met name op het studioalbum 'Shadow Work' universum, onder een voortdurend swingend en ritmisch fundament.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 1.4.19) - [print] - [naar boven]



Cd's
Christy Doran - 'Undercurrent' (Intuition, 2018)

Opname: 7 september 2017
Martial Solal - 'My One And Only Love' (Intuition, 2018)
Opname: 17 november 2017

In 2015 begint het Duitse tijdschrift Jazzthing, samen met de WDR, Stadt Gütersloh en Challenge Records aan een serie huldes aan de musici die de Europese jazz mede vorm hebben gegeven. Dieter Glawischnig mag het project, dat 'European Jazz Legends' wordt gedoopt, aanvangen. Sindsdien volgden een dozijn legenden, waaronder Günter Baby Sommer, Miroslav Vitous, Fred Frith, Louis Sclavis, Alexander von Schlippenbach en Jasper van 't Hof. Vorig jaar verschenen de delen 14, gewijd aan Christy Doran en 15, Martial Solal. Tijd om dus weer eens bij deze serie stil te staan.

Ieder album bestaat uit liveopnames, gemaakt in het theater van Gütsersloh. Zo ook die van het concert dat de Zwitsers-Ierse gitarist Doran verzorgde in september 2017 met zijn Sound Fountain Trio, dat bestaat sinds 2014 en waarin we ook bassist Franco Fontanarrosa en drummer Lukas Mantel aantreffen. Doran is reeds sinds de jaren 70 actief binnen de internationale jazz en heeft veel betekend voor de ontwikkeling van deze muziek in Zwitserland, onder andere door aan de wieg te staan van de jazzafdeling van het conservatorium van Luzern. Dat Doran eind jaren 70 hoge ogen gooide met de jazzrock-fusionband OM horen we in 'Undercurrent' onversneden terug. Opener 'You’d Never Know You Know' is gedrenkt in de blues, met opvallend vet spel van Fontanarrosa op elektrische bas en slepend spel van Mantel. In 'For The Kick Of It' horen we de fusie tussen jazz en rock voor het eerst. Een meeslepend, lekker fel stuk.

Doran is echter bovenal een uitstekend gitarist. Vrije uitweidingen, zoals in het titelstuk 'Undercurrent', zijn er genoeg, maar echt abstract wordt het nergens. De melodie staat altijd voorop, maar de wijze waarop hij met zijn medemusici hier gestalte aan geeft is iedere keer weer verrassend. Juist dat toont zijn meesterschap. Een ander mooi voorbeeld is 'Leakin’', waarin Doran betoverende klanken aan zijn gitaar ontlokt tijdens een half melodieuze-half abstracte solo.

De Franse pianist Martial Solal maakte zijn debuut in 1963 op het jazzfestival van Newport met Paul Motian op drums en Teddy Kotick op bas. Het begin van een lange loopbaan, die inmiddels dus ruim een halve eeuw beslaat en waarin Solal met vele grote namen optrad in diverse settings, van duo's tot bigbands. Daarnaast is hij ook gekend als componist, onder andere van filmmuziek. In november 2017 trad hij in Gütersloh echter solo aan voor een recital met standards en eigen composities. Bij zijn debuut schreef Duke Ellington: 'Martial Solal has, in abundance, those indispensables of the musicians' craft: sensitivity, creativity and a prodigeous technique. Most of all, he sparkles with refreshment.' Welnu, deze hulde is nog even actueel als toen in 1963.

Solal heeft niet veel nodig om een melodie neer te zetten, de herkenning bij de luisteraar op te roepen en evenmin om te swingen, zoals de medley met Duke Elington-stukken laat horen. Knap aan de eigen composities is dat ze eveneens klinken als standards. Neem het zeer melodische en breekbare 'Köln Duet', dat zich onmiddellijk vastzet in je hoofd. En dan zijn uitvoering van 'Body And Soul': de balans van de noten, de stiltes die hij precies op het juiste moment laat vallen en die de spanning verhogen, het fijne toucher, het is bijna té mooi. Of 'Night And Day', de klassieker van Cole Porter. De melodie staat hier recht overeind, maar de versieringen eromheen zijn al even de moeite waard.

Twee prachtige monumenten wederom, die twee belangrijke musici weer eens in het zonnetje zetten. Op naar deel 16.

Klik hier om te luisteren naar 'My One And Only Love'.

Labels:

(Ben Taffijn, 31.3.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Caine goochelt met muziek Zorn

Uri Caine, woensdag 20 maart 2019, LantarenVenster, Rotterdam

In 2006 speelde de Amerikaanse pianist Uri Caine het zesde album van John Zorns 'Book Of Angels' in, 'Moloch'. Caine speelt daarop die zo voor Zorn kenmerkende melodieën speelt, een mengsel van jazz, klassiek en bovenal Joodse folk.

Nu, 13 jaar later, speelt hij deze muziek nog steeds, zoals nu in het Rotterdamse LantarenVenster. Maar nu wel op een totaal andere wijze dan op het album. Na afloop van het concert geeft hij zijn redenen, waarbij de basis lag in de zaal die hem vroeg toch zeker vijf kwartier te spelen. Maar zo veel Zorn-stukken heeft Caine niet en bovendien leent, volgens de pianist, die muziek zich niet om vijf kwartier op te teren. Daar zit wel wat in, de stukken zijn immers op zichzelf stuk voor stuk redelijk eenvoudig. Het is een vaak bezwerend melodisch patroon dat op verschillende wijzen wordt herhaald en veranderd, maar veel meer gebeurt er niet.

Caine is echter in eerste plaats een jazzpianist die in de beste tradities in staat is om een publiek te boeien met een grote diversiteit aan muzikale uitingen. Het ene moment met een fluweelzachte, intieme aanslag, het volgende moment met beide armen beukend op het klavier en daartussenin zijn alle nuances mogelijk. Naadloos schakelend tussen het ene melodische patroon en het volgende. En hier ligt de basis voor de oplossing van de hierboven geschetste uitdaging: Caine maakte ter plekke nieuwe composities, bestaand uit stukken 'Book Of Angels' - je herkent het direct aan de bezwerende melodieuze patronen, standards en improvisaties en dat alles samengesmeed tot een caleidoscopisch geheel. Het gemak waarmee Caine dit doet verraadt allereerst zijn enorme vakmanschap en zijn inmiddels lange staat van dienst, het verraadt echter ook zijn brede belangstelling binnen de jazz. Dompelt hij je het ene moment onder in de wereld van Zorn, het volgende moment waan je je in een bordeel in St. Louis, een van die plekken waar de jazz ontstond.

Voorop staat daarbij altijd de lyriek en de harmonie. Caine hoort bij het type pianisten dat met een paar akkoorden een verhaal kan neerzetten en dat even snel weer om zeep helpt om ergens anders op over te schakelen. Saai wordt het nooit in deze muzikale achtbaan, temeer niet omdat Caine er duidelijk zin in heeft. Het verklaart ook waarom dit concert, inclusief de twee toegiften, uiteindelijk twee uur in beslag neemt, zonder pauze welteverstaan!

Al met al een meer dan boeiende ervaring, waarin Caine duidelijk de grenzen op zoekt en verschillende muzikale werelden op succesvolle wijze met elkaar verbindt. En dat op de avond van de verkiezingen voor de Provinciale Staten. Daar kunnen politici nog iets van leren.

Foto's: Cees van de Ven

Labels:

(Ben Taffijn, 29.3.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Magische droomwereld

Under The Surface, donderdag 21 maart 2019, JazzCase, Dommelhof, Neerpelt

Under The Surface is het project van singer-songwriter, componist en - voornamelijk - improvisator Sanne Rambags, samen met gitarist Bram Stadhouders en drummer Joost Lijbaart, waarbij improvisaties,sfeer, poëzie en samenspel het uitgangspunt zijn. Dit avontuurlijke trio dat door de jonge zangeres werd samengebracht nam ons in JazzCase Dommelhof mee op een magische reis.

Hoe vat je een concert in woorden dat als een trip aan je voorbijtrekt en je meevoert naar een andere wereld? Een concert als een lang uitgerekte soundscape en waarbij je weinig houvast hebt om het in woorden te gieten, op het gevaar af dat het ervaringsmoment kristalliseert en ontsnapt. Wellicht geeft volgend citaat, dat ik van hun cd 'Trinity' haalde, een glimp van de gelaagdheid van de muziek weer:

Through them all there winds the curving shoreline, and beyond the sea,
While under the trees life, with all its complexity of grieve and joy, carries on.


Het trio creëerde een magische droomwereld waarin allerlei sounds ontloken en dit niet enkel door de muzikanten op het podium, want ook door de geluidsman achter in de zaal werden allerlei sounds richting podium gestuurd die zich met het geheel versmolten. Een meditatieve, religieuze atmosfeer, die de muzikanten oversteeg en waarin ze samen met het publiek in werden opgenomen en meegevoerd.

De ijle en uiterst wendbare stem van Rambags met een ongelooflijk breed bereik, de sublieme en veelzijdige percussie van Lijbaart en de galmende klanken van Stadhouders op akoestische gitaar en synthesizers, vormden een in mist gehuld klankentapijt. Intieme stiltes en ingetogen parlando momenten gingen over via een beklemmende spanningsboog in een overdonderende geluidsmuur. Gefluister en kreten diep uit het hart. Overweldigend, zowel in de stiltes als in de heftigere passages. De poëtische tekstflarden - deels van eigen hand, maar ook teksten van Edward Much - riepen een bezwerende sfeer op en de oosterse klankinvloeden voerden je naar een mythische wereld.

Kortom, erg gelaagde muziek en een totaal nieuw intrigerend geluid vol open improvisaties. Avontuurlijke muziek op de grens van verschillende stijlen en culturen, waarbij de energie stroomt.

Wil je toch vergelijkingspunten dan komt Melanie De Biasio wellicht het dichts in de buurt, maar bij dit trio is de muziek opener en vrijer en heeft de stem van Sanne Rambags een instrumentale functie met veel improvisatieruimte. Het trio bracht reeds twee cd's uit, 'Under The Surface' en 'Trinity'. Deze laatste werd live op verschillende locaties opgenomen en geeft heel goed de sfeer van het concert weer.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

(Robert Kinable, 27.3.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Theatraal grommen en krijsen

Hiske Oosterwijk Band, dinsdag 19 maart 2019, De Smederij, Groningen

Dat de begeleidingsgroep van zangeres Hiske Oosterwijk van grote klasse is lijdt geen twijfel. Toetsen, bas en drums vormen normaliter de groep Boom XL, zo ongeveer het beste funkbandje van Noord-Nederland. Dat bleek maar weer eens toen ze met een verherbiehancockte versie van het aloude 'All The Things You Are' in slofunk de tweede set openden. Maar of ze in deze situatie de meest ideale begeleiders waren is de vraag. Het slagwerk van Claude Cisa was dermate luid dat het merendeel van de fijne nuances van de zang in de decibels ten onder ging. De repertoirekeuze - D'Angelo, Corinne Bailey Rae - verwees rechtstreeks naar min of meer actuele urban-bronnen. New Soul noemen ze het zelf. Misschien was het gewoon een kwestie van balans.

Over balans gesproken: ik zou La Oosterwijk wel eens met een deugdelijk uitgebalanceerde bigband willen horen. Zo een die kan spuiten én fluisteren. Of anders met een sobere akoestische piano.

Tussen de knallen door kon je overigens wel degelijk vaststellen dat de vocaliste haar stem als penseel gebruikt. Gesteund door haar theatrale voordracht schilderde ze doeken vol met haar persoonlijk klinkende liefdesbetuigingen en wanhoopskreten. Daarbij is ze niet te bleu om haar publiek doordringend aan te kijken, zodat je regelmatig het gevoel had dat ze speciaal voor jou zong. (Hè toe, niet zo flauw, gun me die illusie.)

Theatraal schreef ik. Niet: gekunsteld. Integendeel, Oosterwijk kroop diep weg in haar songs, zodat die een hyperpersoonlijk karakter kregen. Ze kon ook in een en dezelfde ademtocht van een hoog en helder krijsen omslaan naar een erotisch doorrookt grommen.

Met zijn bescheiden bijdragen had gitarist Rudmer van der Meer een relatief grote rol in de vormgeving van het materiaal. En basgitarist Benson Itoe had er lol in de muziek ogenschijnlijk te laten verongelukken, om net voor het moment dat de tegenligger de voorruit vulde soepeltjes naar de eigen weghelft te sturen.

Concertfoto's: Eddy Taatgen en Zoltan Acs

Labels:

(Eddy Determeyer, 26.3.19) - [print] - [naar boven]



Cd
Spinifex - 'Soufifex' (TryTone, 2019)

Opname: oktober 2018

Een cd moet geen meesterwerk zijn om te boeien. Het helpt natuurlijk als kwaliteit en spitsvondigheid ervan afspatten. Spinifex speelt het klaar met groot muzikaal talent en verbindingen die niet voor de hand liggen, maar wel werken.

Voor de Belgische luisteraar is de bekendste naam bij Spinifex nu Bart Maris, de energieke trompettist die in tig samenwerkingen blijft opduiken. Energiek is een adjectief dat ook helemaal past bij het hele gezelschap en de aanpak van Spinifex. De andere muzikanten - saxofonisten Tobias Klein en John Dikeman, gitarist Jasper Stadhouders, bassist Gonçalo Almeida en Philipp Moser - zijn gevestigd in Nederland en bewegen zich ook in verscheidene milieus. Samen verwerken zij in dit project tal van invloeden. De rode draad voor Soufifex ligt, zoals de titel van de cd verklapt, in Soefi-tradities.

De zeven nummers op deze cd zijn als cocktails die de ene keer opvallender dan de andere rond Soefi-bestanddelen draaien. In de mengsels vinden we daarnaast de kracht van rockmuziek en metal, de wilde verbetenheid van punk en de eigenzinnige scheppingsdrang van improvisatie. Hier en daar is het, met de strakke ritmes, de elektrische gitaar en bas en de invloeden van culturen uit meerdere windrichtingen, niet moeilijk om ook wel eens aan The Ex te denken.

Spinifex hanteert de stevige en soms explosieve ingrediënten niet lukraak, maar verwerkt ze in figuren die sterk uitgewerkt zijn. De meeste nummers gaan vlot boven de zeven minuten. Wilde uitbarstingen en kronkelige draaiingen hebben hun plaats in vooraf uitgedokterde structuren, waarin het kan wemelen van tegenstellingen. Zoals opener 'Confrerie' meteen duidelijk maakt, van enige complexiteit kan je beter niet vies zijn om Spinifex te smaken. Anderzijds heeft de muziek toch lekker weg van een opeenvolging van chemische verbindingen die heel efficiënt tot resultaten leiden.

In de opbouw kan het net zo goed heel rustig beginnen ('Drinks & Logistics') als melodieus en levendig ('Zarbi Owj'). Soms is de ontwikkeling die van een vrij klassieke spanningsboog, die zoals in 'Marifa' een gestage sfeerschepping kent, naar een trance schijnt toe te werken en dan opzwepend wordt - alsook geleidelijk afgebouwd. Meermaals gaat het er wat gewaagder aan toe, met samenvoegingen van elementen die ver van elkaar staan. Zo doen verbindingen tussen soefi en metal misschien het oorspronkelijke karakter van beide deels verdampen, het nieuwe mengsel pakt toch maar. 'AHAP' bijvoorbeeld volgt een weg die van religieus ingegeven inkeer schijnt te vertrekken, vurig vervolgt en dan in een wilde orkestratie belandt die de verbeelding tart - met een schep humor bovenop.

Spinifex brengt meer dan straffe toeren. Precisie, structuur en improvisatie binnen - en al eens net buiten - afgemeten grenzen.

De groep sluit een Europese tournee af op zaterdag 30 maart in Den Haag op het Rewire Festival.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Deze recensie verschijnt ook op Jazz'Halo.

Foto: Cees van de Ven

Labels:

(Danny De Bock, 25.3.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Een powerhouse

Branford Marsalis Quartet, zondag 17 maart 2019, TivoliVredenburg, Utrecht

Ik zag Branford Marsalis en zijn kwartet voor het laatst in het concertgebouw in juli 2017. De band tourde toen met Kurt Elling met het project Upward Spiral. Een van de bijzondere samenwerkingen die hij aanging. Het werd een mooi concert, maar eerlijk is eerlijk, hoe bijzonder het ook was, ik vond de zang van Elling toch vaak afleiden van de kracht van Marsalis.

Nu is er een nieuwe plaat en een nieuwe tour: 'The Secret Between The Shadow And The Soul'. Geen vocalen deze keer, slechts het kwartet met een zevental stukken: het pure echte werk dus. Wat een mooie verzameling composities van Revis (2), Calderazzo (2), Marsalis (1), Andrew Hill en Keith Jarrett. In een goed gevulde grote zaal van TivoliVredenburg opende het kwartet met 'Dance Of The Evil Toys'. Al snel viel op dat het viertal er zin in had, ze maakten grappen en grollen. En dat bleef zo, gedurende het hele concert was het speelplezier zichtbaar en voelbaar.

Alle leden zijn virtuoos op hun instrument en creëren een onvoorstelbare synergie. Pianist Joey Calderazzo speelt voortreffelijke solo's die uitblinken door creativiteit, maar is ook als begeleider inventief met mooie loopjes en interrupties. Bassist Eric Revis is van het kwartet degene die het minst op de voorgrond treedt, maar vergis je niet: ook hij draagt zijn steentje bij door verrassende timing, loopjes en uitzonderlijke afstemming met drummer Justin Faulkner en Calderazzo, die zijn piano ook regelmatig als ritme-instrument inzet, al dan niet met gedempte snaren.

Faulkner is een verhaal apart. De energie die deze drummer in de band gooit is overweldigend. Hij beheerst alle modi: zeer bescheiden met zijn brushes, maar full power als het nodig is. Ik weet niet of er een metertje ontwikkeld is om het aantal beats per minute te registreren, maar ik denk dat Faulkner wel eens wereldrecordhouder zou kunnen zijn. O ja, en dan was er nog ene Branford Marsalis, op tenor- en sopraansaxofoon. Zoals John Coltrane, een van Marsalis' inspiratiebronnen, nog immer tot de verbeelding spreekt, zo doet Marsalis dat nu. Het zou mij niet verbazen als Marsalis dezelfde status gaat bereiken. Het is ongekend hoe hij emotie uit zijn instrument weet te persen, of het nou op tenor- of sopraansax is. Luister naar zijn interpretatie van 'The Windup' van Keith Jarrett en het is duidelijk wat ik bedoel.

Het concert was een geweldige combinatie van nummers van de nieuwe plaat en een aantal interpretaties van jazzstandards, elk natuurlijk met een volstrekt eigen invulling, maar onmiskenbaar met een verwijzing naar de roots in New Orleans. Zo hoorden we respectvolle, maar volstrekt originele interpretaties van standards als 'On The Sunny Side Of The Street' en 'Mood Indigo'.

Een ovationeel staand applaus was het terechte slot van deze misschien wel legendarische avond, die helemaal niet meer kapot kon toen als toegift de band nog even los ging op 'It Don’t Mean A Thing, If It Ain’t Got That Swing'.

Concertfoto's: Johan Pape

Labels:

(Johan Pape, 25.3.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Vloeibare improvisaties

Jaeger/Punkt/Hemingway, zondag 17 maart 2019, Brouwerij Martinus, Groningen

In het ideale geval kunnen bij dit soort concerten van improvisatiemuziek de instrumenten in elkaar overvloeien. Dat geval was een paar keer het geval tijdens de tweede set van het trio Jaeger-Punkt-Hemingway. Ook qua functies. Zo kregen de saxofoon en de contrabas ritmische taken en zo zong Gerry Hemingway een abstract liedje in een soort op de snaartrommel geplaatste conus.

Hemingway (1955) is sowieso een van de meest melodische drummers van zijn generatie. Ik stel me ook voor dat hij zijn trommels voor elk optreden zorgvuldig stemt. Hij kan zich op zoveel zijpaadjes begeven, de puls blijft bij hem altijd voelbaar. Wanneer hij een microfoon tegen het vel van diezelfde snare laat rondzingen, steeds zachter en zwakker, nemen de klokken van de nabijgelegen kathedrale basiliek St. Joseph de ritmische cadans over. Lof? Lauden? (De Voorzienigheid Zelve?)

Het geluidsonderzoek, friends and neighbors, is kortom dood noch begraven. Zo onderzocht tenorist Michael Jaeger niet slechts de sounds die bij de aankoop van het instrument niet bijgeleverd waren. Hij stelde ook een onderzoek in naar de buitengeluiden van zijn losse mondstuk en naar de overgang van dat mondstuk naar de complete saxofoon. Om de gedachten te bepalen: wat gebeurt er precies wanneer een of meer F 16's in de lucht bijgetankt worden - maar dan anders. Dat gebeurde allemaal tegen een achtergrond van gestreken bas en dito bekken. Een combinatie die op zich al buitenaardse effecten bezit.

Tegen die tijd had het publiek zich gewonnen gegeven en was het met de muziek en de muzikanten samengevloeid.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 24.3.19) - [print] - [naar boven]



Cd
Seppe Gebruers, Hugo Antunes, Paul Lovens - 'The Room: Time & Space' (El Negocito, 2019)

Opname: 17 februari 2016

Pianist Seppe Gebruers timmert al enige jaren gestaag aan de weg. In 2011 won hij met Ifa Y Xango, een collectief van gelijkgezinde jonge muzikanten, de wedstrijd Young Jazz Talent Ghent en in 2013 stond hij met Bambi Pang Pang, aangevuld met drummer Andrew Cyrille, op het hoofdpodium van Jazz Middelheim. Aansluitend won hij In 2014 de Sabam Jazz Award voor opkomend talent. Naast Ifa Y Xango en Bami Pang Pang, waarmee hij ook cd's uitbracht, kennen we hem van NEST en een aantal andere samenwerkingen, waaronder een duo met rietblazer Joachim Badenhorst.

Gebruers houdt bovendien van experimenteren en haat hokjes. Vandaar dat hij zowel jazzpiano als klassiek piano studeerde en op 'The Room: Time & Space' weer nieuwe wegen inslaat. Hij omringde zich voor het concert in februari 2016 niet met de minsten. Bassist Hugo Antunes en slagwerker Paul Lovens behoren inmiddels tot de wereldtop van de vrije improvisatie. Maar echt verrassen doet Gebruers zelf. Hij bespeelt niet één, maar twee piano's. De ene is een normaal gestemde piano, de andere is een kwarttoon lager gestemd. Gebruers geeft hiermee ruimte aan wat we microtonaliteit noemen. In de hedendaags gecomponeerde muziek is dat sinds enkele decennia vrij gangbaar, denk daarbij aan componisten als György Ligeti, Harry Partch (die hiervoor zelfs nieuwe instrumenten bouwde), Giacinto Scelsi en Pascal Dusapin. In wat we gemakshalve maar even de jazz noemen, is het werken met microtonale stemming echter minder gebruikelijk.

We bereiken daarmee een andere klank van de piano, die klinkt regelmatig meer als een klokkenspel of een serie belletjes. Het kleurt mooi bij Antunes' bas en Lovens' zeer gevarieerde slagwerk in deze vijf titelloze improvisaties. Vuurwerk blijft op dit album over het algemeen uit, het zijn veeleer schermutselingen in de marge, abstracte klankvelden en dito slagwerkpatronen die we hier gepresenteerd krijgen. Maar daarin ligt nu net de kracht. De precisie, nauwkeurigheid en aandacht waarmee hier wordt gemusiceerd, verraad dat de musici elkaars muzikale uitingen meer dan op prijs stellen, dat er goed wordt gekeken, goed wordt geluisterd.

Een juweel van een cd, zoals we inmiddels van Gebruers wel gewend zijn. Er gaan er hopelijk nog vele volgen.

Klik hier om twee tracks van dit album te beluisteren.

Foto: Cees van de Ven

Labels:

(Ben Taffijn, 24.3.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Fascinerende melange van stijlen

Yotam Silberstein Quartet & Tim Finoulst Trio, vrijdag 15 maart 2019, Paradox, Tilburg

Voorafgaand aan het concert van Silberstein Quartet staat het trio van de Belgische gitarist Tim Finoulst op het podium. In een korte set speelt het trio vier stukken. De muziek is geworteld in pure jazz en volgt zelfs de traditie van legendarische gitaartrio's. Vanaf de standard 'I’ll Be Seeing You', een mooi vertolkte ballad in de geest van het Julian Lage Trio, gaat het crescendo. In het uitgesponnen slotstuk 'Joy', wordt naar hartenlust uptempo en inventief gesoleerd. Het ingenieus en bij herhaling uitstellen van het slot is imposant. Een meer dan verdienstelijk optreden.

Yotam Silberstein verdient een introductie, ook al heeft hij vorig jaar gespeeld op Jazz In Duketown. De gitarist uit Tel Aviv wordt op jeugdige leeftijd als talent herkend. Hij laat de kansen niet onbenut om ervaring op te doen met gevierde jazzmuzikanten uit zijn geboorteland. Hij debuteert al op 21-jarige leeftijd op Umbria Jazz Festival en brengt spoedig daarna zijn eerste album uit. Tournees door Europa en het Midden-Oosten volgen. Uiteindelijk reist hij in 2005, met een studiebeurs op zak, naar het jazzmekka: New York. Hij haalt de finale in de Thelonious Monk International Jazz Guitar Competition. In het laatste decennium is zijn ster rijzende en wordt zijn muziek meer gewaardeerd. Silberstein heeft met verschillende projecten over de hele wereld gereisd. En speelt daarin samen met topmusici zoals John Patitucci, Ivan Lins, Roy Hargrove en Marcus Miller. In maart 2019 lanceert Silberstein zijn nieuwe album 'Future Memories', gevolgd door een wereldwijde albumrelease-tournee, waarbij ook Paradox wordt aangedaan.

Bij het optreden van het Yotam Silberstein Quartet druipt de speelvreugde ervan af. Tijdens het optreden vindt het internationale kwartet een balans tussen het virtuoos spelen van bop-gerelateerde composties en composities waarin vooral traditionele Zuid-Amerikaanse muziek wordt geïncorporeerd. Silberstein schroomt niet zo nu en dan zijn stem in te zetten. Never a dull moment. In de stukken waarbij de jazz prevaleert ligt de nadruk op lang solowerk. Hier toont de Silberstein zich een meester in het spelen van vloeiende, kristalheldere gitaarimproviaties. Door zijn vele reizen heeft Yotam Silberstein door de jaren heen zijn muzikale horizon verbreed. Zijn spel is onder andere verrijkt met muzikale culturen uit Brazilië en Argentinië. De rol van pianist/accordeonist Vitor Gonçalves is hierbij van grote waarde. Het is dan ook veelzeggend dat het duo Silberstein/Gonçalves maar liefst drie meer atmosferische, sensitieve stukken voor zijn rekening neemt. Diep geworteld in de Braziliaanse muziek. Dat ook Silberstein niet los kan staan van moderne Amerikaanse muziek bewijst het stuk 'Wind On The Lake'. Hierin openbaart zich de serene openheid van Pat Metheny, evenals diens fascinatie voor muziek uit Zuid-Amerika.

In welke muziekstijl dan ook, Silberstein zweeft met een positieve vibe door het universum, onder een voortdurend swingend en ritmisch fundament.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 20.3.19) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
David Torn, Tim Berne, Chess Smith - 'Sun Of Goldfinger' (ECM, 2019)

Opname: september 2015 / augustus 2018

In 2014 bracht gitarist David Torn het soloalbum 'Only Sky' uit bij ECM, sindsdien was het rustig - op het vorig jaar bij RareNoise Records verschenen 'Vortex' na. Onlangs, vijf jaar na 'Only Sky', verscheen er een nieuw album bij ECM. En wat voor één! Om te beginnen is dit een atypisch album voor ECM Records, dat zoals u weet excelleert met sfeervolle jazz. Maar daar houden deze musici duidelijk niet van, u bent dus gewaarschuwd. Op twee stukken horen we Torn samen met altsaxofonist Tim Berne en drummer Ches Smith en op één stuk worden de drie vergezeld door pianist Craig Taborn, het Scorchio strijkkwartet en de gitaristen Mike Baggetta en Ryan Ferreira.

Trillend, resonerend klinkt Torns gitaar in 'Eye Meddle', het eerste triostuk, te midden van exotische klanken: Smith op Afrikaans slagwerk in combinatie met elektronica en een vederlicht blazende Berne. Met die toch voor de jazz nog wat ongewone mix van (niet-westerse) instrumenten en elektronica creëert dit trio een allengs steeds dichter wordend klankpatroon. Bijzonder is daarbij het contrast met aan de ene kant Torn en Smith, die samen een gestaag stromende rivier van klank voortbrengen, en andere kant Berne, die steeds verder in extase geraakt. Tot het na een kwartier Torn is die losbreekt uit de stroom, zijn snaren spant en ons trakteert op een gruizige solo.

In 'Soften The Blow' vangt Berne aan met een ijselijk hoog, repeterend patroon op zijn sax, terwijl vanuit de achtergrond de gruizige klanken van Torn en Smith opduiken. Ook hier heeft de muziek een wat onwezenlijk, onbestemd karakter. Smith produceert sciencefiction-achtige geluiden, Torn benut zijn effectpedalen optimaal en Berne blijft de grenzen van zijn instrument opzoeken. En dan is daar ineens weer zo'n bloedmooi, zeer intens solomoment van Berne, die als geen ander de emoties met zijn schrijnende spel weet te beroeren.

'Spartan, Before It Hit' zit tussen de twee triostukken in en vormt aanvankelijk, mede dankzij de aanvullende bezetting een prachtig, zeer melodisch rustpunt. Tevens is dit een opvallend beeldend, bijna filmisch stuk geworden, waarin de diverse instrumentalisten samen deze compositie van Torn op doordachte wijze vormgeven. Rustig eindigen doen ze eveneens, maar daar tussenin komt het toch weer tot een grandioze uitbarsting van klanken.

In de Jazztube hierboven zie je Torn, Berne en Smith aan het werk in het ShapeShifter Lab in Brooklyn, New York. Een opname uit 19 juni 2012.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 19.3.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Een vleugje echte bop

Afscheidstournee Rein de Graaff, woensdag 6 maart 2019, Brouwerij Martinus, Groningen

Natuurlijk zal er in Nederland bebop worden gespeeld, ook nu pianist Rein de Graaff de handdoek in de ring heeft geworpen. Kijk, zoals we weten is het bebop-universum onderdeel van het multi-universum waarin wij gewone stervelingen leven. Heel nu en dan, in een flits, komen die twee heelallen met elkaar in aanraking en de (uitermate) positief geladen bop-partikeltjes laten dan even iets van zich horen. De wetenschap heeft er nog niet echt een verklaring voor. Maar nu: tot verbazing van alle aanwezigen scheerde ons heelal niet alleen langs de bopwereld, maar tegelijk langs die der jump jazz, een nog wat zeldzamer universum. Dat was het geval in het eerste nummer na de pauze van De Graaffs adieu, Charlie Parkers 'Cheryl'. Daar hoorden we namelijk de mooiste bopharmonieën, rechtstreeks uit de Royal Roost anno 1948 én een staaltje 'locked hands'-werk uit diezelfde periode. Denk Milt Buckner. Denk George Shearing, ook goed.

Een waardig afscheid, kortom. En iedereen van het kwintet had een bij benadering gelijkwaardige inbreng. Gelijk vanaf de start liet bassist Marius Beets doorschemeren wie er hier nu eigenlijk de touwtjes in handen had. In het openingsnummer 'Ornithology' was hij all over the bass, zowel als begeleider als solistisch. Zo bescheiden als Beets in het dagelijks leven overkomt, zo autoritair functioneert hij als gids van de band. Uiteraard had drummer Eric Ineke wat dat betreft ook het nodige in de melk te brokkelen; met zijn subtiele en melodische brushes-solo in 'Tea For Two' ontlokte hij bovendien de nodige "o's" en "aah's" aan de volle zaal.

Dat altsaxofonisten Benjamin Herman en Maarten Hogenhuis een generatie verschillen zou je uit hun respectieve sounds kunnen opmaken. Hermans geluid is wat voller, wat rijper. Inderdaad, zoals we onze whisky bij voorkeur savoureren. Ietwat verweerd, ook. Gezandstraald met natriumcarbonaat. Het resultaat mocht er wezen - zo mooi als het legato gespeelde 'Old Folks' kom je ze niet vaak meer tegen. Hogenhuis speelt minder vet, maar de nootjes raakt hij wel vol op de smoel. En net als je denkt het wordt nog wel eens wat met die jongen, tovert hij (in 'Parker’s Mood') een perfecte Benny Carter-sound uit zijn hoge hoed.

Deze pros maakt het geen bal uit dat ze 'All The Things You Are' al tweeduizend maal gespeeld hebben. Gemiddeld dan: Rein zit daar ongetwijfeld nog een flink eind boven. Wilt u een compleet nieuw stuk? Doen we. Opvallend is trouwens dat de band het meest onweerstaanbaar swingt in de stukken in medium tempo, of nog iets lager.

In de pakweg zestig jaar die De Graaff op podia doorbracht ontwikkelde hij vanzelfsprekend kenmerkende maniertjes, een persoonlijke aanpak. Je kunt - buiten Bud Powell en Milt Buckner - nog een figuur aanwijzen die een lichtend voorbeeld was voor de Veendammer pianist: Wynton Kelly. Maar De Graaff heeft er dus zijn eigen draai aan gegeven. Zo heeft hij favoriete quotes die in de loop van zo'n recital steevast de revue passeren. 'Did You Ever See A Dream Walking' liep voorbij in 'Tea For Two'. Heel snel hoor; voordat je je realiseerde dat er gequoot werd was het alweer voorbij. 'All This And Heaven Too' maakte zijn opwachting, al even kortstondig, in 'Cheryl'. En voor 'Pop Goes the Weasel' moesten we geduldig wachten tot 'All The Things You Are', halverwege de tweede set. Maar daarmee hebben we dus een vierde bron te pakken: saxofonist Dexter Gordon namelijk, die bij het minste of geringste snippers van andere songs tussen zijn improvisaties placht te schuiven.

We gaan ze missen, die persoonlijke noten. Van de andere kant: Groningen is niet zo gek ver van Veendam en die piano in Martinus blijft daar nog wel even staan.

Hoe dan ook: bedankt, Rein.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 18.3.19) - [print] - [naar boven]



Cd
VLEK - 'Rumble' (El Negocito, 2018)

Opname: 21 april 2016

Zoals VLEK lopen er niet veel rond. Het gezelschap, opgericht in 2009, mag zich zelfs house band van zaal Paradox in Tilburg noemen. Twee cd's brachten ze uit. 'Rumble' is de derde en een vierde - 'Music On The Far Side Of The Moon' - verschijnt zowat tegelijkertijd.

De combinatie van saxofoon (Edward Capel), trompet (Jeroen Doomernik), trombone (Hans Sparla), gitaar (Jacq Palinckx), toetsen (Bart van Dongen), contrabas (Bert Palinckx) en drums (Pascal Vermeer) levert uiterst uiteenlopende muziekjes op. De speelse pop en knipogen naar Franse en Italiaanse soundtracks uit de jaren zestig van de openingstrack 'GLOP', lijken zo geplukt uit het repertoire van de Finse groep Mopo. 'Mr. Emmerson Takes A Walk In The Sun' klinkt inderdaad als de begeleidende muziek bij een wandeling, maar dan eerder eentje bij het sluitingsuur van de clubs, waarbij onderweg af en toe onverwachts nog een deur openzwaait en een late klant buiten sukkelt.

'RumbaRumble' heeft veel weg van een gemuteerde versie van afrobeat, terwijl 'Music On The Far Side Of The Moon' aanvankelijk ingezet wordt als een licht zwevend Scandinavisch sfeerstukje, tot alles ontaardt in rockende jazz à la Don Kapot en MDCIII. De spielereien van 'Intermezzo1' krijg je er zomaar bovenop. Het moet heel plezierig geweest zijn bij JazzCase in Dommelhof Neerpelt toen dit werd ingeblikt.

Klik hier om drie tracks van dit album te beluisteren.


Klik hier voor foto's van het concert in Neerpelt door Cees van de Ven.

Deze recensie verschijnt ook op Jazz'Halo.

Labels:

(Georges Tonla Briquet, 18.3.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Cross-over streams

Nguyên Lê, woensdag 6 maart 2019, TivoliVredenburg, Utrecht

Zo'n 25 jaar geleden kwam ik op het spoor van een Vietnamese gitarist die traditionele Vietnamese muziek combineerde met jazz: Nguyên Lê. Een heel spannende cross-over die te horen is op de plaat 'Tales From Vietnam'. Nu was hij in Utrecht met een nieuwe band vol globetrotters, die ook meespeelden op de laatste plaat 'Streams'. Het typische gitaargeluid van Nguyen gaat daarop wonderwel samen met de xylofoon van Illya Amar en de mooie ondersteuning van bassist Chris Jennings en drummer John Hadfield. Ouder, wijzer, meer gebalanceerd, maar nog immer bevlogen.

Nguyên, afgestudeerd filosoof gespecialiseerd in Visual Arts aan de Parijse Sorbonne, heeft in de tussentijd niet stilgezeten. Hij bouwde een indrukwekkende discografie op en speelde onder anderen met Paolo Fresu, Richard Bona, Randy Brecker, Carla Bley en Dhafer Youssef. De huidige tour van Nguyen Lê staat in het teken van de presentatie van de nieuwe plaat van het gezelschap: 'Streams', een titel die staat voor de culturele stromingen die de wereld overvloeien en die in zijn muziek tot uitdrukking komen. Noem het fusion of cross-over, mooi en interessant is het in ieder geval.

Het concert werd geopend met '6H55', een mooie compositie met een belangrijke rol voor Jennings op bas en sterke tempowisselingen. Onmiddellijk valt het volstrekt eigen geluid van Nguyên op, dat uitzonderlijk goed samenging met de vibrafoon van Amar. Dat dit het eerste optreden was in de Streams European Tour was te merken aan kleine momenten van onzekerheid en de zeer geconcentreerde manier van spelen. Niet gek, als je weet dat Hadfield zowat rechtstreeks vanuit het vliegtuig uit New York hier achter de drums zat. Desondanks werd er hoge kwaliteit geleverd. Met nummers als 'Bamiyan', 'Subtle Body' en 'Swing A Ming' zette het gezelschap een prima set neer.

Nguyên Lê is een meester in het oppakken van traditionele thema's en daarmee aan de haal gaan. Hij maakt er een bijzonder eigentijdse en unieke mix van, met hoogstaand gitaarspel waarin invloeden doorklinken van zijn culturele roots, jazz, rock en pop. Dat resulteert in een uniek geluid dat je blijft verrassen. Het leverde in Utrecht een prachtig en zeer gevarieerd concert op van vier muzikanten die elkaar gevonden lijken te hebben. Dat bleek in het dromerige 'Coromandel', dat gaat over Chinese schepen die met hun lading op weg zijn naar Europa over de Indische oceaan. Maar het was ook te horen in 'Hippocampus', waarin Nguyên op basis van een mooi uitgezet patroon op vibrafoon een meesterlijke improvisatie ontwikkelde.

Het concert in zaal Cloud Nine werd toepasselijk afgesloten met 'Cloud Chamber'.

Klik hier voor foto's van dit concert door Johan Pape.

Labels:

(Johan Pape, 18.3.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Weiss herdefinieert de term jazz rock

Dan Weiss Starebaby, woensdag 8 maart 2019, Paradox, Tilburg

Dan Weiss Starebaby hoorde ik voor het eerst tijdens het North Sea Jazz Festival van vorig jaar. Het titelloze debuutalbum was toen net uit en werd hier kort na het festival uitgebreid besproken. We besteedden toen ook vooral aandacht aan de herkomst van Weiss' bijzondere geluid dat het begrip jazzrock opnieuw definieert, of is de term jazzprogrock wellicht beter op zijn plaats?

Inmiddels zijn we ruim een half jaar verder en is het kwintet aan een korte tour bezig, waarin nieuw materiaal wordt uitgetest voor een nog op te nemen tweede album. We treffen ze in een behoorlijk goed gevuld Paradox, waar opnieuw de plafondplaten van het dak worden gespeeld. Want die cd's zijn natuurlijk prachtig, maar dit soort bands moet je toch primair live horen, of in dit geval live voelen. Dat begint al met 'Annica', afkomstig van het debuutalbum. We horen hier niet alleen de elektrische bas van Dunn en de Fender Rhodes van Craig Taborn, we voelen ze fysiek in ons lijf. Daar draagt de bijzondere bezetting van dit kwintet zonder blazers aan bij. Twee toetsenisten, naast Taborn is dat Matt Mitchell, Weiss op drums, Dunn op bas en Ben Monder op gitaar. Juist ja, dit is eerder de bezetting van een popband dan van een jazzkwintet. Straffe muziek maken deze heren. Ze trakteren ons op lang uitgesponnen muzikale lijnen waarin een flinke dosis progrock doorklinkt en de versterker ruim open wordt gedraaid, zodat we regelmatig vervaarlijk dicht in de buurt van pure noise geraken. Daar tegenover staan de momenten van bijna contemplatieve rust, fragiele klanklandschappen.

"Wow", horen we Weiss roepen tijdens een van de nieuwe, nog titelloze stukken. Geen wonder, want de band zit er weer eens helemaal in. Mitchell is aan een uitbundige solo achter de piano bezig, terwijl Weiss en Dunn een meeslepend ritme neerleggen, waarbij Monder en Taborn het geheel verder inkleuren. Zo'n moment waarop je als publiek niets anders kunt doen dan je overgeven aan wat hier gebeurt. Prachtig is ook het nieuwe stuk dat begint met een partij voor vier handen achter de piano. In een bijna gemoedelijke, klassieke melodie horen we hier Taborn en Mitchell, terwijl Weiss, Dunn en Monder zorgen voor de ritmische ondersteuning. Tot Monders gitaar de melodie gruizig komt versterken en Weiss en Dunn een paar tandjes bijschakelen. Weg klassieke beleving.

De sterk ritmische aanpak valt met name op in een ander nieuw stuk, volgens Weiss een sequel van 'Episode 8', dat op het debuutalbum staat. Monder en Dunn gaan hier direct in de aanval met een zeer stevig ritmisch patroon, terwijl Weiss zijn drumstel geselt en Taborn en Mitchell, beiden achter de synthesizer, de gaatjes die nog open zijn dichten. Ook in dit nummer vinden we echter een broeierig intermezzo, de spreekwoordelijke stilte voor een nieuwe storm, aangemoedigd door Weiss' ritmische spel op de bekkens. Pure energie volgt, strak georkestreerd. En dan die opvallend rijk gekleurde bassolo van Dunn, de opmaat tot een finale die in twee delen uiteen valt: een eerste zeer heftige passage en een tweede verstild deel.

Genoeg voor nu, laat dat tweede album maar komen.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Ben Taffijn, 17.3.19) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.