Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Onder het stof vandaan
Joel Futterman Trio - 'In-Between Position(s)' (Silkheart, 2020)

Opname: 13 april 1982
Kidd Jorand, Joel Futterman & Alvin Fielder - 'Spirits' (Silkheart, 2020)
Opname: 26 april 1997

Er zijn naar mijn weten niet zoveel jazzmusici die zowel actief zijn in de rol van pianist als in die van saxofonist, maar de op 30 april 1946 in Chicago geboren Joel Futterman behoort daar zeker bij. Hij is nog steeds actief en maakt ook nog steeds cd's. Tegelijkertijd verschijnen er de laatste jaren ook albums met oudere opnames, zoals nu bij het Zweedse Silkheart (tegenwoordig deel van Rogue Art), dat 'In-Between Position(s)' van het Joel Futterman trio met opnamen uit 1982 opnieuw uitbracht en 'Sprits' van tenorsaxofonist Kidd Jordan, Futterman en drummer Alvin Fielder met niet eerder uitgebrachte opnamen uit 1997.

Zoals zovelen in de jaren 60 voelt ook Futterman zich in eerste instantie aangetrokken tot de bebop, tot hij via de musici van de AACM de overstap maakte naar de avantgarde. In 1972 verhuist hij naar Virginia Beach, waar hij nog steeds woont. Zeven jaar later verschijnt zijn eerste album 'Cafeteria'. In de periode daarna werkt hij regelmatig samen met bassist Richard Davis, multi-instrumentalist Hal Russell, altsaxofonist Jimmy Lyons en drummer Robert Adkins. Met de twee laatsten vormt hij zijn eigen trio, waarmee hij onder andere die opnamen uit 1982 maakt, die in 1990 door L+R Records worden uitgebracht. In 1994 ontmoet Futterman Kidd Jordan, die hem voorstelt aan Alvin Fielder en een nieuw trio is geboren. Tot 2018, het jaar waarin Fielder overlijdt, zullen ze actief blijven. 

Uit 'In-Between Position(s)', waarin we Futterman als pianist horen, blijkt direct overduidelijk dat hij de bebop definitief achter zich heeft gelaten. De compositie, bestaande uit acht delen en ontstaan in 1974 toen Futtermans vader overleed, past overduidelijk in de AACM-traditie. Het zijn zeer ritmische, maar ook abstracte akkoorden die Futterman hier speelt, waar Lyons met krachtige bewegingen zijn weg tussendoor vindt, terwijl Adkins het geheel verder van vorm voorziet. Met als gevolg een sterk verdicht, overweldigend klankbeeld, waarin dit trio de luisteraar vrijwel geen moment rust gunt. Een van de hoogtepunten is de drumsolo van Adkins, vrijwel aan het eind van het album.

'Opening', het eerste stuk van 'Spirits', klinkt al even onstuimig en weerbarstig als 'In-Between Positions'. Wellicht geldt het hier nog wel sterker, omdat we Futterman hier ook horen op de sax. Maar 'Serenity' toont aan dat we hier met een veelzijdiger trio van doen hebben, want dit is een uiterst melodieuze ballade waarin Jordan met grote intensiteit zijn stem laat horen. Mooi ook hoe verderop de abstractie het tijdelijk overneemt, mede aangevuurd door Futtermans pianospel. Een krachtige dialoog ontvouwt zich. In 'Double Strike' gaat het trio nog een stap verder en valt met name het krachtige drumwerk van Fielder op, samen met Futterman creëert hij een stevige fundering voor Jordans verrichtingen, ook hier weer bewegend tussen lyriek en abstractie. Wat ook opvalt in het spel van Jordan: hij heeft het gevoel van melancholie dat zo kenmerkend is voor de blues. Bijzonder is ook de dialoog verderop tussen Jordan en Futterman, hier op de Indiase fluit. Ook 'Run-Drop' en 'Start-Stop' zijn stukken die vragen om aandachtig luisteren. Zo valt het laatste stuk op door de dwarse patronen die Futterman en Fielder hier weven. Prachtige opnamen kortom, die door Silkheart terecht van de vergetelheid zijn gered.

Foto: Michael Wilderman

Labels: , ,

(Ben Taffijn, 16.6.21) - [print] - [naar boven]



Boek
Eddie Prévost portret - deel 1

'An Uncommon Music For The Common Man'
Auteur: Edwin Prévost / Uitgeverij: Copula, 2020

Edwin of Eddie Prévost kennen we in eerste instantie als zeer veelzijdig percussionist, actief in wat wij de vrije improvisatie noemen en beroemd geworden door zijn aanwezigheid in een van Europa's belangrijkste ensembles op dat terrein: AMM. Maar Prévost beperkt zijn muzikale activiteiten al lang niet meer tot dit vehikel. Sterker nog, ondanks het feit dat het eerste album van AMM in 1967 verscheen, is hij actiever dan ooit. En niet alleen als musicus, ook als schrijver. De komende weken daarom aandacht voor deze veelzijdige man, waarbij we aftrappen met zijn meest recente boek met de intrigerende titel 'An Uncommon Music For The Common Man'.

Een intrigerende maar ook wat vreemde titel, want als er één groep mensen is die meestal niets moet hebben van dit soort muziek dan is het wel 'de gewone man'. Prévost mag het niet willen, maar zijn muziek spreekt toch vooral hen aan die we betitelen als 'de elite', uitzonderingen daargelaten. Overigens valt Prévost zelf onder die uitzondering, evenals de schrijver van dit stuk. We krijgen dat mee in deze verzameling korte en langere essays, bespiegelingen en artikelen. Een deel - het zijn de leukste stukken om te lezen - gaat over Prévosts jeugd en eerste stappen in de muziek. Hij groeide op in Londen, net na de oorlog, in niet al te beste omstandigheden, waarbij een leven in de muziek nu niet bepaald voor de hand lag.

Buiten dat is dit boek vooral interessant vanwege zijn bespiegelingen over muziek, jazz en klassiek en natuurlijk vrije improvisatie. Daarbij komt een uitspraak van Cornelius Cardew, componist en lid van AMM in het eerste uur, regelmatig voorbij. Een uitspraak die als motto voor dit boek kan dienen: 'We [AMM] are searching for sounds and for the responses that attack to them, rather than thinking them up, preparing them and producing them.' Dit is Prévosts leidraad geworden en zeker niet alleen voor zijn werk in AMM. Hij behandelt de consequenties van deze stelling op meerdere plaatsen in zijn boek, het maakt de essentie uit van improvisatie: improvisatie ontstaat in het hier en nu, is dus per definitie niet voorbereid en niet gestructureerd. Er is dus ook nooit sprake van goed of fout, al kun je achteraf natuurlijk wel meer of minder tevreden zijn met het resultaat.

Dit alles impliceert dat veel van wat we improvisatie noemen helemaal geen improvisatie is, althans niet in de definitie van Prévost. Een solist die in een jazzstandard improviseert op een thema of een musicus die in een gecomponeerd stuk de nodige vrijheid krijgt, vallen beiden niet onder de improvisatie waar hij het over heeft. In beide gevallen is immers sprake van structuur, waarbinnen die improvisatie plaatsvindt. Prévost is het dan ook duidelijk niet eens met recensenten die, vanuit een behoefte aan het maken van indelingen, deze muziek indelen bij de jazz of vergelijkingen trekken met die van een componist als John Cage. De muziek mag dan wellicht soms hetzelfde klinken, de wijze waarop hij tot stand komt is een geheel andere.

Voor Prévost is dit overigens niet zomaar een mening. Improviseren is voor hem een manier van leven, een manier van denken. In Upside Downing zegt hij over improvisatie: 'It's a source of opposition ... For although not explicit, the existence of a 'free' music clearly suggests that its activity has a capacity to represent a wilder social narrative. Any sense of freedom sits squarely opposed to governance. Ruling is enacted by regulations. The appeal of a bureaucracy is fear of play. At best, rulebound muscical compositins are games. No game is possible without the consent, complicity or fear of its subjects performing within overt or implicit operating parameters. Even the most playful of compositions indulge, persuade and then harden a disposition to take orders.' Niet iedereen zal het hiermee eens zijn, maar het maakt wel duidelijk hoe Prévost erin staat en tevens wat hij met de titel van zijn boek bedoelt. Dat hij op meerdere plaatsen in dit boek dan ook fel van leer trekt tegen decennialang neoliberalisme en de schade die dit heeft aangericht, zal u dan ook niet verbazen.

En er staat nog veel meer moois en behartenswaardig in dit boek, bijvoorbeeld over het feit dat improvisatie in brede zin - en dan heeft Prévost het ook nadrukkelijk over jazz - nooit voor vol is aangezien. En ja, ook hij legt daarbij de link met racisme. Belangrijk in dat kader is een stelling van George Lewis: 'The degree to which even European free-jazz musicians, with few or no African Americans around, still experience the reception of their art through the modalities of race.' En dus, voeg ik er dan aan toe, als minder waard. De lineaire denkers, die geloven dat de mens een ontwikkeling doormaakt en stijgt op de ladder van de beschaving, schatten gecomponeerde muziek dan hoger in dan geïmproviseerde, Johann Sebastian Bach is dan een groter kunstenaar dan John Coltrane. De westerse beschaving geldt in die kringen als het summum.

Prévost keert zich radicaal af van dat standpunt en biedt een geheel ander perspectief: 'Free improvisation, whether arising from the jazz tradition or emanating from another vein of experimentation [waar volgens Prévost zijn eigen muziek onder valt], has its roots in a cognitive domain that is more ancient than contemporary musical culture. I have examined this and offer the twin analytical propositions of investigation and communication. These two features are, I believe, at the heart of any meaningful human musical interaction. They are the root of our powers to adapt biologically and have, in the course of time, been transmuted into differentiated cultural phenomena. That is, musical forms which reflect and suit different human historical and social groupings.'

Foto's: Asier Gogortza & Andy Newcombe

Labels: , ,

(Ben Taffijn, 12.6.21) - [print] - [naar boven]



Cd
Chris Speed - 'Light Line' (Intakt, 2021)

Opname: oktober 2020

We schrijven zaterdag 18 mei 2019 en zijn in de Handelsbeurs in Gent, waar programmator Wim Wabbes een gevarieerd programma heeft samengesteld voor het Ha'fest aldaar. Een van de musici die dag was rietblazer Chris Speed. 's Avonds speelde hij met Endangered Blood een zinderend en gesmaakt concert met Oscar Noriega, Trevor Dunn en Jim Black.

Maar 's middags om kwart voor zes speelde Speed een soloset op tenorsaxofoon, dat in retrospectief een pre-corona prelude was voor deze nu op Intakt Records uitgebrachte solo-cd op klarinet.

Het concert vond plaats op het terras dat uitmondt op de Ketelvaart. Het was er zonnig, de akoestiek top, met aandachtig publiek zonder mondkapjes en afstandsrestrictie. En Chris Speed maakte hier grote indruk met zijn soloset. Dat kon je aan de bijval en - toen nog - aan de gelaatsuitdrukkingen van het publiek aflezen.

Een jaar later sloeg de nu aflopende pandemie toe en werd iedereen min of meer de dupe. Deze periode deed ook in de cultuursector velen aan het infuus belanden. Koortsachtig zochten jazzmusici en orkesten naar vormen om zich artistiek en financieel met wisselend succes staande te houden.

Chris Speed heeft zich in deze periode onder andere verdiept in het verder ontwikkelen van zijn klarinetspel en zijn techniek nog verder geoptimaliseerd. Al dat is uitstekend tot uitdrukking gebracht op dit soloalbum. Het is een instrumentale krachttoer die straight into your face and ears binnenkomt.

De cd kent korte improvisaties, composities en inspiraties van John Coltrane, Julius Hemphill, Eric Dolphy, Paul Motion, Anrew D'Angelo, Skúli Sverrisson en Hilmar Jensson. Maar bovenal prevaleert Speeds eigenheid: puur, zonder fratsen, ongepolijst en goudeerlijk. Het is niet eenvoudig de juiste woorden te vinden om deze cd van harte aan te bevelen. Daarom kort en bondig: voor iedereen die weet waar Chris Speed voor staat is deze cd niet te missen!

Klik hier om twee tracks van dit album te beluisteren: 'Light Line' en 'Lifting'.

Foto: Cees van de Ven

Labels: ,

(Cees van de Ven, 8.6.21) - [print] - [naar boven]



Cd's /
Urs Leimgruber & Jean Marc Foussat - 'Face To Face' (FOU, 2019)

Opname: 19 & 26 oktober 2018
OM - 'It's About Time' (Intakt, 2020)
Opname: 4-7 februari 2020
The Workers - 'Altbüron' (Wide Ear, 2020)
Opname: 18 oktober 2019

De Zwitser Urs Leimgruber geldt, met een carrière die inmiddels een halve eeuw omspant, nog altijd als een van de belangrijkste saxofonisten van dit moment. Daarom uitgebreid aandacht voor deze musicus met een voorkeur voor de sopraansax. We horen hem in duoverband met Jean Marc Foussat op het bij diens FOU Records verschenen 'Face To Face' en met twee kwartetten, OM en The Workers. Van de eerste groep verscheen 'It's About Time' bij Intakt Records, van de tweede 'Altbüron' bij Wide Ear Records.

Twee concerten gaven Foussat, op de AKS Sinthi (een modulaire synthesizer) en Leimgruber op sopraan- en tenorsax in november 2018, een in Zürich, een ander in Luzern. Twee keer een cd lang, zonder onderbrekingen. Bijzonder hoge en in zekere zin schrijnende klanken in 'Rive De Rêves' (het concert in Züricht bevattend) met Leimgruber op zijn sopraansax afgezet tegen stromende noise van Foussat. Onheilspellend, ontregelend, enigszins geheimzinnig ook, magisch. Een klankspel waarin je als luisteraar ronddwaalt, als in een geheimzinnig woud, zonder al te veel houvast. En dan hebben we het niet eens over de graad van perfectie in het spel van Leimgruber, de prachtige, creatieve vondsten van Foussat, die hier zo mooi op aansluiten en de schitterende opname, waar Foussat eveneens voor tekende. Dit alles tekent ook 'Luxerna', met vanzelfsprekend de opnames gemaakt in Luzern. Ook hier weer die regelmatig aan de natuur refererende geluiden van Foussat en Leimgruber die hier een al even eigenzinnig klankpalet aan toevoegt.

Het kwartet OM bestaat sinds 1972 - volgend jaar dus vijftig jaar - en is qua bezetting nooit gewijzigd: naast Leimgruber horen we gitarist Christy Doran, bassist Bobby Burri en drummer Fredy Studer. In de jaren 70 maakten ze vijf albums, waarna het dertig jaar stil werd. In 2010 verscheen een liveoptreden op het jazzfestival van Willisau en nu hebben we 'It's About Time'. We herkennen het bijzondere geluid van Leimgruber, de afgeknepen, vrij schelle klank van zijn sopraansax. Nieuw is het ritme, waarin het kwartet een voorliefde voor stevige rock verraadt, direct al in 'Like a Lake (Dedicated to Marianne B.)', maar nog sterker in 'Perpetual-Motion Food'. Toch staan er op dit album ook een aantal sfeervolle geluidssculpturen zoals we die op 'Face To Face' aantroffen. Het titelstuk 'It's About Time', 'On a Bare Branch' en String Holder' zijn daar mooie voorbeelden van, evenals delen van het hoogst actuele 'Covid-19 Blues', dat op andere momenten weer onverwachts heftig kinkt.

The Workers is een nieuwe band, al kenden de vier musici elkaar al wel van andere gelegenheden. Twee saxofonisten hier, naast Leimgruber op sopraan horen we Omri Ziegele op alt en op fluit. Verder aanwezig: bassist Christian Weber en drummer Alex Huber. De titel van dit uit slechts één lang stuk bestaande album ontleende de band aan de plek waar de opnames plaatsvonden: tijdens een concert in Bau 4 in het Zwitserse Altbüron. Een mooie, bijzonder afwisselende set. Soms bestaande uit een verstild klanklandschap, dicht aanschurend tegen de stilte, op andere momenten horen we fascinerende dialogen tussen de beide blazers, elkaar als kwetterende vogels de loef afstekend, of worden we verrast door rommelende donder van Weber en Huber. Daartussendoor steekt Ziegele ernstige monologen af.

Labels: , , , ,

(Ben Taffijn, 6.6.21) - [print] - [naar boven]



Concert
Met HALA het nieuwste normaal in

HALA / Duo Renske de Boer-Esat Ekincioğlu, woensdag 26 mei 2021, De Biotoop, Haren

Zo halverwege de set van het HALA-kwartet ondervond ik wat ik het laatste jaar had moeten missen. Tijdens een voortvarende solo van sousafonist Arno Bakker constateerde ik dat het geluid zich niet slechts via mijn gehoorgang manifesteerde, maar dat alle vezels in mijn lichaam met die bastonen resoneerden. Plus, uiteraard, de interactie met oude bekenden en nieuwe vrienden. Het oude gevoel was met andere woorden weer rap terug. Wég met alle ministeriële DVD-tjes!

Komt bij dat het jongste honk voor de Groninger impromuziek voor derden volstrekt onvindbaar is. Het moet namelijk gezocht worden in de krochten van de Biotoop, het voormalige terrein van de faculteit Biologie van de Rijksuniversiteit Groningen. Een nogal gigantisch complex van bijna een vierkante kilometer in de bossen van Haren. Je rijdt de oprijlaan op, neemt bij de splitsing gelijk het pad naar rechts - en op dat moment verdwaal je dus reeds. Zonder de hulp van geduldige voorbijgangers is de ingang van Gebouw F zo goed als ongenaakbaar. Al was het alleen maar, daar de bordjes die de richtingen naar de respectieve vleugels aangeven voor een deel overwoekerd zijn door kruiden met een gezonde groeilust. En wanneer je eenmaal voor de hermetisch gesloten deur van F staat wordt je geacht, een 06-nummer in te toetsen - dat een opgenomen boodschap oplevert waarmee je ook geen steek opschiet. Het wachten is dus op toevallige passanten die over een sleutel beschikken.

Eenmaal binnen is de speurtocht allerminst ten einde. Ik dacht dat ik een trap naar rechts ben afgedaald en een bordje met een pijl 'Afgifte Goederen' heb genegeerd. Daarna volgde in ieder geval een kruip-door-sluip-door odyssee door gangen die door bouwmaterialen zo goed als onbegaanbaar zijn. Instrumenten, apparatuur en bergen snoerenspaghetti bevestigden - eind goed, al goed - dat ik in de studio was geraakt. Ha, daar informeert een zangeres reeds wat ik wens te gebruiken. Een kind kan de was doen.

De betreffende studio is opgetrokken uit beton, gipsplaten, glas en kringloopclubfauteuils. Een systeemplafond is eruit gesloopt, waardoor de oorspronkelijke houtcementplaten weer tevoorschijn zijn gekomen. Helemaal 1963, met andere woorden.

Maar goed, die muziek dus. HALA is de laatste twee jaar grondig gerenoveerd. In plaats van Leonardo Grimaudo (gitaar) en Aleksandar Škorić (drums) zijn Jorrit Westerhof en Gerri Jäger aangetrokken. Westerhof, dat zal niet verwonderen, drukt een stevig stempel op het gebodene. Daar hij ooit op een driesprong bij Clarksdale, MS een pact met Robert Johnson heeft gesloten krijgt hij de blues niet meer uit zijn systeem. Met zijn gitaar in de snijbrandermodus brandt hij schroeiplekken in gehoorgangen en vloerkleden. Zeker zo spectaculair zijn de unisonolijnen met de sousafoon: mooie combinatie, het sonore geluid van de sousa en het hoge, scherpe snerpen van de gitaar. Westerhof hoef je ook niks meer te vertellen over het gas terugnemen en het op strategische plekken laten vallen van gaten.

Vrije improvisaties lopen op organische wijze over in aanstekelijke rockritmen en funky danswijsjes. Soms lost zo'n ritme zich op in minder begaanbare paden, ongeveer zoals een logo in een televisieleader in myriaden pixels uiteen kan vallen.

Gebleven is het avant-cabaret idioom waarvan zangeres Helene Richter zich bedient. Haar sprookjes hebben niet zelden een morbide karakter - niet helemaal ongebruikelijk bij sprookjes. Zo'n Secret Tower kan er bij daglicht, zo midden in het woud, romantisch uitzien - maar wacht maar tot middernacht!

In het voorprogramma stonden Renske de Boer en Esat Ekincioğlu, zang en bas. Dit recital had een meer etherisch karakter. De contrabas vulde de ruimte tot berstens toe en hoog daarboven zeilde de hoge alt van De Boer. Soms bestond een stuk uit één noot die behoedzaam het gehoorspectrum binnen- en uitgleed.

Toch vreemd hoor, dat ik pas deze week voor de eerste keer in de Biotoop was: het complex is al jaren in gebruik door zo'n 150 kunstenaars. Kun je nagaan hoe wereldvreemd een mens in de klauwen van een virus kan worden. Maar goed, woensdag 2 juni speelt er weer een bandje. Kijken of ik de weg terug nog kan vinden. Had misschien toch broodkruimels en/of kiezelsteentjes moeten meenemen.

Foto's: Hammie van der Vorst

Labels: , ,

(Eddy Determeyer, 4.6.21) - [print] - [naar boven]



Cd
Róbert Benkő, István Grencsó & Ken Vandermark - 'Burning River, Melting Sea' (Audiographic, 2021)

Opname: 21 november 2019

De samenwerking met de Hongaarse rietblazer István Grencsó gaat al enkele jaren terug, van toen Ken Vandermark zich bij diens kwintet voegde, wat het onder de radar gebleven 'Not Slam The Door!' opleverde. Het was de start van een samenwerking die een vervolg moest krijgen. Niet enkel omdat er een goede persoonlijke connectie was, maar ook een artistieke. Vandermark was terug in het begin van 2020 voor een aantal concerten (het zouden zowat zijn laatste voor een hele tijd worden) en de tijd werd ook gebruikt voor opnames waarvoor nieuw materiaal werd geschreven, maar ook een korte geïmproviseerde livesessie in de studio met bassist Róbert Benkő.

De wederzijdse empathie en verwantschap spat alleszins van deze opnames. Het voelt als een ontmoeting van gelijken die slechts een aanzet nodig hebben om op dezelfde golflengte te zitten. Vandermark heeft die bijvoorbeeld ook met Joe McPhee of Ab Baars, maar het lijkt wel alsof hij qua sound en ideeën een soort tweelingbroer vond in de Hongaar, omdat de twee soms amper van elkaar te onderscheiden vallen (dat de info dat de ene in het rechterkanaal zit en de andere in het linkerkanaal niet altijd klopt, maakt het ook wat complexer). Maar dat hoeft geen probleem te zijn, want zelfs in de meest vrije passages zorgt het voor een sterke focus.

Met z'n veertien tracks had 'Burning River, Melting Sea' dan ook een beproeving kunnen zijn, maar het verliep anders. De vrije en gecomponeerde stukken zijn even baldadig als gedisciplineerd, soms verrassend speels, zoals het spelletje over toonladders racen van 'Engarian Hunglish' - en dan weer turbulent, zoals met de schreeuwerige klarinetten in 'Extracted Color' en 'Letters In Any Order'. En als er hier en daar al geneigd wordt naar een beheerste kamermuziekachtige insteek, zoals in 'Woven Paper', dan wordt net zo gretig in duistere hoeken gedoken. 'Like A Jaguar Loves Its Spots' is een sterke oefening in dierlijke dreiging én wispelturigheid.

Buitenbeentje: hun versie van 'Ode To Women' van György Szabados (1939-2011), een pionier van de Hongaarse freejazz, waar zowel Benkő als Grencsó nog mee speelden. Basklarinet en tenorsax beheerst verstrengeld in een statig eerbetoon. Benkő van zijn kant is in zes stukken een goeie sparringpartner voor de twee rietblazers: soms assertief, een gewillige participant in een stevig partijtje worstelen, maar net zo vaak een subtiele kracht op de achtergrond, in stukken waarin hij met de strijkstok genereus kleur toevoegt. Het maakt van 'Burning River, Melting Sea' een rijk, genuanceerd album voor fijnproevers en alweer een mooie illustratie dat de man van Chicago een duurzaam web van Europese connecties heeft uitgebouwd, waar voorlopig nog geen sleet op zit.

Het album verscheen in de 'Systems vs. Artefacts'-reeks van digitale releases op Vandermarks Audiographic Records.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be

Labels: , , ,

(Guy Peters, 2.6.21) - [print] - [naar boven]



Cd
Simin Tander - 'Unfading' (Jazzhaus, 2020)

Opname: december 2019

Na een succesvolle tournee met pianist Tord Gustavsen en drummer Jarle Vespestad volgend op de lancering van het album 'What Was Said' (2016) heeft vocaliste Simin Tander weer een album uitgebracht onder haar eigen naam. Het is wederom een kwartet met een internationale bezetting van topmusici. Namelijk: basgitarist Björn Meyer uit Zweden, de Zwitserse percussionist en drummer Samuel Rohrer en de Tunesische Jasser Haij Youssef op de viola d'amor (een barok strijkinstrument). Het fysieke album, zowel de cd als de release op vinyl, is met zorg ontworpen en ook is de geluidskwaliteit van een audiofiele kwaliteit. Een compliment waard voor de technici van Ocean Sound Recordings in Noorwegen.

De zoektocht en ontdekkingsreis naar haar Afghaanse roots heeft Simin Tander al eerder ingezet op haar vorige albums, 'Wagma' (2011) en 'Where Water Travels Home' (2014). Op haar nieuwe album brengt ze hier een verdere verdieping in aan door het gebruik van authentieke Afghaanse gedichten in het Pastho uit verschillende tijdsvlakken, alle door vrouwen geschreven. Variërend van 1670 tot nu.

De muziek van Simin Tander laat zich niet heel makkelijk omschrijven. Tander heeft bewust gekozen om gedichten te kiezen vanuit het vrouwelijk perspectief. Mystieke en spirituele accenten die als een rode draad door het hele album heen zitten verweven, hebben aan de ene kant wat donkere melancholieke elementen in zich, zoals de vergankelijkheid van het aardse bestaan en aan de andere kant weer wat zachte, zoals het moederschap, de liefde en andere milde tonen in de thematiek. Dit maakt dat Tander dicht bij haarzelf is gebleven en het ook met een bijzondere zeggingskracht en eigen manier kan brengen. Dat maakt het album extra bijzonder en authentiek.

Het nummer 'Nargees' bijvoorbeeld is gebaseerd op het gedicht van de Afghaanse dichter Nazo Tokhi (1659-1717). Zij wordt gezien als een heldin in Afghanistan. De tekst gaat over het vergankelijke van het leven in al zijn schoonheid, gesymboliseerd door de dauwdruppels die van een narcis glijden.

Tanders stem kan klinken als die van een oude ziel, maar ook luchtig en vitaal. Die twee elementen werken synergetisch op elkaar in en maken het geheel krachtig. Het is allesomvattend. Misschien is dat wel het vrouwelijke perspectief waar Simin op doelt.

De instrumentatie is buitengewoon verfrissend. De viola d'amour van Youssef versterkt de mystieke, oosterse spiritualiteit en matcht mooi met de zanglijnen. De keuze voor een basgitarist in plaats van een contrabassist pakt erg goed uit. Meyers punchy trefzekere tonen geven het geheel transparantie met een hele fraaie wendbare touch in het laag en in de te varen koers. Vooral in het duostuk 'I Am Vertical', waar de zang- en baslijnen als het ware om elkaar heen dansen.

Ook in de ritmischere stukken is het Meyer die samen met Rohrer het geheel wat poppy maakt en lucht geeft. Beiden verstaan de kunst van het weglaten. Het is niet dichtgetimmerd, steeds is er balans in diepgang met behoud van transparantie. Dat maakt dat er ruimte is voor de luisteraar om de indringende teksten en klanken in zich op te nemen en daar een eigen invulling aan te geven. Op die manier onderga je de muziek als een beleving, waarbij alle facetten van het leven aan je voorbijtrekken. De afwisseling van melancholieke, wat donkere songs met meer poppy songs met funky riffs zorgt voor balans en afwisseling. 'Yar Kho Laro' is zo'n wat luchtigere song, gebaseerd op de Afghaanse film 'Baaghi' uit 1960. De opzwepende pulse van drums en basgitaar maakt het een hele dansbare song. De track 'Deserted' is weer donkerder. Hier geeft de basgitaar met effecten een oerklank in het diepe laag, als een soort hartslag van het universum.

Een van de kwaliteiten van Simin Tander is dat zij naast het zingen van teksten vanuit een compositie ook vrij kan improviseren met haar stem en daarin kan combineren en afwisselen. Dat zorgt voor een rijkdom aan klankkleuren en expressie. De kracht van Tander is echter niet zozeer dat ze allround is, maar meer dat ze zichzelf is. Ze weet als geen ander haar muziek van een persoonlijke, eigen signatuur te voorzien met een indrukwekkende expressie en intensiteit. Of dit nu in een gecomponeerde song is of in een meer vrije improvisatie, het maakt eigenlijk geen verschil, ze doet het met volle overgave. Tander vertelt verhalen en bezingt het leven als een moeder die over de aarde en onze ziel waakt. Haar kracht is dat ze je daarbij telkens weet te verlichten, te raken en te ontroeren.

Foto: Louis Obbens

Labels: ,

(Koen Scherer, 28.5.21) - [print] - [naar boven]



Onder het stof vandaan
Sonny Rollins - 'Rollins In Holland' (Resonance/Nederlands Jazzarchief, 2020)

Opname: 3-5 mei 1967

In mei 1967 was de toen al beroemde tenorsaxofonist Sonny Rollins in Nederland. Hij gaf vier concerten en maakte opnamen voor de radio in Hilversum. Omdat hij alleen was sloten twee Nederlandse jazzmusici aan om hem te begeleiden: bassist Ruud Jacobs en drummer Han Bennink. Niet verbazingwekkend, het gebeurde in die jaren vrij vaak dat Amerikaanse solisten voor langere tijd door Europa toerden en door plaatselijke musici werden begeleid. Deze opnamen zijn uniek en nooit eerder uitgebracht. Een aantal jaren geleden kwamen ze boven water, het uitgebreide boekje bij de box gaat er dieper op in, en eind vorig jaar verschenen ze, als 'Rollins In Holland' bij Resonance Records, in samenwerking met het Nederlands Jazzarchief.

Deze box is ook een belangrijk monument omdat er van Rollins tussen 1965 en 1972 niet veel voorhanden is. Hij nam na 'The Standard' en 'After The Bridge', beide uit 1964, een pauze van enkele jaren. Hij trok zich terug in een ashram, mediteerde, beoefende yoga en gaf vrij sporadisch nog concerten, waaronder dus deze in Nederland met Jacobs en Bennink. Een bijzondere combinatie als we de verdere carrière van deze twee musici onder de loep nemen; ze zouden hierna iedere een totaal andere richting uitgaan.

De korte tour van Rollins begon in de Academie voor Beeldende Kunsten in Arnhem, tevens de eerste keer dat dit trio samenspeelde. Bennink en Jacobs waren nerveus. Rollins had immers niet alleen al een flinke reputatie opgebouwd, hij had als musicus ook een hele ontwikkeling doorgemaakt. Wellicht om de onrust wat weg te nemen beperkte Rollins zich die avond tot standards tijdens een concert van meer dan twee uur, waarvan we hier slechts een deel horen. Eén ding moeten we hier direct stellen, ondanks dat er alles aangedaan is om deze opnames nog een beetje te laten klinken, is het geluid niet bepaald om over naar huis te schrijven. Maar laat u hier zeker niet door weerhouden; kwalitatief is wat hier gebeurt van grote klasse. We beginnen met 'Four', waar de tweede cd mee eindigt (het geheel staat niet in chronologische volgorde). Direct wordt duidelijk dat Rollins er vol gas in gaat en dat de twee begeleiders hierin vanaf het eerste begin worden meegenomen. Bennink hierover: "Sonny had such a strong timing, he made you feel like you were in an elevator. You didn't have to catch or carry him - he carried you."

Zowel Jacobs als Bennink stellen nadien nooit meer zoiets meegemaakt te hebben. Een continue stroom waarin we 'Work Song' van Nat Adderley ontwaren, maar ook George Gershwins 'An American In Paris' en Indiase raga's. En hoezeer Jacobs en Bennink zich op hun gemak voelden blijkt uit hun zeer enthousiaste solo's. Wat volgt is een trits standards, naadloos in elkaar vervlochten, in datzelfde meedogenloze tempo. Tot slot klinkt het ruim twintig minuten durende 'Three Little Words' van Lester Young en Coleman Hawkins dat Rolling graag speelde, waarin de saxofonist zich overigens ook de nodige zijstapjes permitteert. En voor Bennink beluister 'On Green Dolphin Street/There Will Never Be Another You'. Het stuk bevat een van de beste solo's uit zijn carrière. Bezoekers en critici waren het naderhand dan ook roerend met elkaar eens: een concert om nooit te vergeten.

De avond erop staat het trio in de Go-Go Club in Loosdrecht. Het dient als een generale repetitie voor het concert van 5 mei, waarvan een registratie wordt gemaakt voor de televisie. Voorafgaand aan dit concert maken de heren opnamen in de NCRV-studio. Van beide momenten is een deel op de eerste cd van deze set beland. Bij de NCRV-opnamen valt direct de opvallend goede geluidskwaliteit op. Rollins begint solo in een prachtige ballade, 'Blue Room', waarna Jacobs en Bennink uiterst ingetogen aansluiten. En let op de prachtige, swingende bassolo. Dan volgt het swingende 'Four' met een hele krachtige frase waarin we Jacobs en Bennink samen horen. Na een bijzonder lyrische versie van Gerhwins 'Loved Walked In' opent Bennink met enkele roffels het stomende 'Tune Up', de laatste van de vier NCRV-opnamen. En ook hier is hij te horen met een opvallend creatieve drumsolo. Wat nog volgt zijn twee stukken van het avondconcert, 'Sonny Moon For Two' en wederom 'Love Walked In', alleen duurt het stuk nu twee keer zo lang. En net als bij het concert in Arnhem vliegen ook hier de vonken er weer van af.

Foto: Toon Fey

Labels: , , , ,

(Ben Taffijn, 25.5.21) - [print] - [naar boven]



Cd's
Steve Swell - 'The Center Will Hold' (NotTwo, 2020)

Opname: 13 september 2019
Steve Swell Quintet Soul Travellers & Leena Conquest - 'Astonishments' (RogueArt, 2020)
Opname: 13 december 2018

De Amerikaan Steve Swell behoort al enige decennia tot de belangrijkste trombonisten in de free jazz. Wie de lijst met musici bekijkt waar hij in de loop der tijd mee samenwerkte, kan enig gevoel van ontzag niet onderdrukken. Ook voor twee recente albums, waarin Swell deel uitmaakt van een sextet onder zijn leiding is dat het geval.

Echt veel trombonisten kennen we niet in de free jazz. De Duitsers Albert Mangelsdorf en Johannes en Konrad Bauer natuurlijk, de Engelsman Paul Rutherford en laten we onze eigen Wolter Wierbos niet vergeten. Maar veel zijn het er niet en zeker niet in de VS, maar Swell hoort erbij. En ook met deze twee albums weet hij wederom te verrassen. Allereerst met 'The Center Will Hold', met naast Swell de (alt)violist Jason Kao Hwang, cellist Fred Lonberg-Holm (beiden ook te horen op elektronica), pianist en organist Robert Boston, drummer Andrew Cyrille en Ariel Bart op mondharmonica. Het is Cyrille die de toon zet in 'Celestial Navigation' met lange solomomenten, doorsneden met langgetrokken lijnen, bigbandjazz combinerend met experimentele elektronica. Dan breekt Swell er doorheen met een onnavolgbare, bijzonder abstracte solo, de nevels even verjagend. Het blijkt een constante op dit boeiende album; aan de ene kant die strak gearrangeerde akkoorden - het mooiste voorbeeld is 'Robo Call' - en aan de andere kant heftige erupties van klank.

In het titelstuk 'The Center Will Hold' horen we Swell in een iets melodieuzere bijdrage, gevolgd door een prachtig treffen van Boston en Cyrille. De beide strijkers en Bart gaan de dialoog aan op 'Mikrokosmos II' en 'Laugh So You Don't Cry' en vooral in dat laatste stuk schittert Bart in een opvallend melodieuze mondharmonicasolo. Tot slot van dit album horen we Swell uitgebreid in 'Spontaneous Protocols', strak begeleid door de rest van dit wonderlijke sextet, gevolgd door hectische klanken van de beide strijkers en wederom een prachtige bijdrage van Bart. Waarom horen we de mondharmonica overigens niet vaker in de free jazz?

Voor 'Astonishments' breidde Swell zijn kwintet Soul Traveler - Jemeel Moondoc op altsax, Dave Burrell op piano, William Parker op bas en Gerald Cleaver op drums - uit met de vocaliste Leena Conquest voor twee nummers. En ook dit album bevat door Swell gecomponeerde stukken, al dan niet in opdracht. Conquest horen we, half zingend, half pratend al direct in het titelstuk 'Astonishments', een deel van het uit 2017 stammende 'If Trains Could Speak'. Opvallend melodieuze muziek, zeker in vergelijking met het hierboven besproken 'The Center Will Hold'. Burrell trekt op samen met Conquest, Parker en Cleaver begeleiden met schwung, Swell en Moondoc zorgen voor afwisseling. In 'Sketch#7' belanden we weer vol in de free jazz, met andermaal een heerlijk schurende bijdrage van Swell, op dat zo herkenbare ritme van Parker en Cleaver. Ook weer mooi terug te horen in die solo van Parker. En dan die dialoog tussen Swell en Burrell in het vrij stevige 'The Seldom Heard': niet te versmaden. 'For Mondays' biedt Moondoc een podium, prachtig zoals hij en Swell hier met elkaar een pittig gesprek aangaan, terwijl we op de achtergrond die ritmemachine gewaar worden. Conquest horen we weer in 'Being Here', een onderdeel van 'Being Here! America is Not an Abstract Concept', een compositie uit 2006. Andermaal een mooi voorbeeld van het switchen tussen strak gecomponeerd en bijzonder experimenteel. Tot slot klinkt 'Morphogenesis', krachtige blazerslijnen op een pittig ritme, met hoofdrollen voor Cleaver en Burrell.

Foto: Geert Vandepoele

Labels: , , , ,

(Ben Taffijn, 22.5.21) - [print] - [naar boven]



Nieuws
Edo Righini nieuwe directeur Muziekgebouw

In februari 2011 stond gitarist Edo(ardo) Righini en zijn kwintet met Robert Scherpenisse, Jasper Blom, Mark Haanstra en Hans van Oosterhout nog op het podium van Theater aan het Vrijthof in Maastricht. Nu, tien jaar later, bereikte ons het heugelijke nieuws dat hij de nieuwe algemeen directeur wordt van Muziekgebouw Eindhoven.

De in Florence geboren Righini (47) begon zijn loopbaan als klassiek geschoold musicus, en verhuisde daarvoor naar Hilversum, dat werd gezien als het Mekka van het jazzonderwijs. Hij ontwikkelde zich tot een zeer gewaardeerde pop- en jazzmuzikant in binnen- en buitenland, die werkte met onder anderen Tineke Postma, Mike Mainieri, Dee Dee Bridgewater en Amy Winehouse.

Zijn liefde voor muziek kreeg hij al vroeg mee van zijn vader, een groot operaliefhebber. De 14-jarige Righini zag zijn vrienden echter gitaar spelen en vond dat veel interessanter. "Ik vroeg toen aan mijn vader waarom er geen gitaar in een opera zat. Hij gaf mij toen een plaat die mijn leven heeft veranderd: het Concierto de Aranjuez van Joaquín Rodrigo. Ik vond het ge-wel-dig en dat was het begin."

Vandaag de dag draait hij "zeker niet" alleen maar jazz. Hij blijkt een omnivoor: van de cellosuites van Bach tot en met Jimi Hendrix. Grinnikend: "Ik ben eigenlijk een muzikale kameleon." De eerste plaat die hij kocht? 'The Incredible Jazz Guitar' van Wes Montgomery. Gitaar spelen doet hij nu alleen nog voor de lol.

Righini is momenteel adjunct-directeur van het Conservatorium van Amsterdam en hoofd van de afdeling jazz en populaire muziek. Per 1 augustus neemt hij het stokje over van Wim Vringer als algemeen directeur van Muziekgebouw Eindhoven.

De foto hierboven is afkomstig uit de fotoset die Cees van de Ven maakte van het concert van het Edo Righini Kwintet in het Theater aan het Vrijthof op 1 februari 2011.

Bron: Eindhovens Dagblad

Labels: , ,

(Cees van de Ven, 20.5.21) - [print] - [naar boven]



In memoriam
Mario Pavone

Contrabassist/componist Mario Pavone was een avontuurlijk musicus, die actief was in hedendaagse jazz en improvisatie. In de late jaren 60 was hij actief in de New Yorkse scene met onder meer Thomas Chapin, Paul Bley en Anthony Braxton. Daarnaast werkte hij ook met trompettisten Steven Bernstein en Dave Douglas, pianist Craig Taborn en vele anderen.

Mario zag het levenslicht in Waterbury (Connecticut) op 11 november 1940. Hij startte pas op 24-jarige leeftijd als contrabassist. Hoofdzakelijk was hij autodidact, maar nadat hij zijn ingenieursdiploma behaalde aan de University of Connecticut nam hij een aantal lessen bij de virtuoze Bertram Turetzky. Toentertijd waren er nog geen basversterkers en dat compenseerde hij met zijn gespierde speelstijl. In 1965 begon hij zijn professionele carrière als musicus. In 1967, nadat hij de begrafenis van John Coltrane bijwoonde, besloot hij om zich enkel nog met muziek bezig te houden. Vanaf dit jaar tot 1968 werkte hij samen met Paul Bley.

In de New Yorkse loft-scene musiceerde hij met onder anderen trompettist Bill Dixon en Archie Shepp. In de jaren 70 richtte hij zijn eigen label Alacra op. In dezelfde periode stichtte hij samen met andere musici uit Connecticut (waaronder Ray Anderson, Pheeroan AkLaff, Gerry Hemingway, Anthony Davis, Mark Helias, Wadada Leo Smith) het Creative Musicians' Improviser's Forum. In de jaren 80 nam Mario geregeld op met Bill Dixon voor Soul Note.

Het was in dezelfde periode dat hij een cruciale rol speelde in het legendarische Thomas Chapin Trio (met drummer Michael Sarin). Hij zou van 1980 tot aan het overlijden van Chapin, in februari 1998, zijn muzikale kompaan blijven. In de jaren 90 werkte hij veelvuldig samen met Marty Ehrlich, Joshua Redman, Matt Wilson en Peter Madsen.

In 2001 speelde hij met drummer Marcello Pellitteri op het debuutalbum 'Trio' (Playscape Recordings) van zijn zoon en gitarist Michael Pavone. Een andere partner waar hij intens mee musiceerde was gitarist Michael Musillami. Ze namen verschillende platen op voor Michaels Playscape-label. Het Musillami/Pavone Quartet met pianist Peter Madsen en drummer Michael Sarin was trouwens in november 2002 te gast tijdens de Jazz'Halo Music Days in het Bimhuis Amsterdam en De Werf Brugge.

Op de cd 'Street Songs' uit 2014 brengt hij een ode aan de stoop music (straatmuziek uit het multiculturele Waterbury van zijn jeugd). Naast Mario spelen ook Carl Testa, een tweede contrabassist, accordeonist Adam Matlock, trompettist Dave Ballou, drummer Steve Johns, pianist Peter Madsen op dit prachtige album.

Mario Pavone was ook een schitterend plastisch kunstenaar, die veel van zijn eigen platenhoezen ontwierp (o.a. voor 'Chrome' van het Dialect Trio uit 2017 en 'Dancer’s Tales' van Mario Pavone uit 1997).

Op 15 mei verloor Mario een zeven jaar lange strijd tegen kanker.

In zijn Downbeat-artikel van 4 mei jongstleden omschrijft Kevin Whitehead de stijl van Mario Pavone als volgt: 'On stage, Mario Pavone doesn’t move like other bass players; his hands follow different routes around the neck. He likes splayed intervals: a low G plus a high B a tenth above it, say. It comes from his visualizing the fingerboard as if standing before it, seeing not just all the note positions, but the various intervals, scales and chords radiating out from and connecting them. He plays with a lot of force.'

Deze in memoriam verscheen ook op Jazz'Halo | Foto's: Maarten van de Ven

Labels: ,

(Jos Demol, 18.5.21) - [print] - [naar boven]



Cd / Lp
Femi Kuti & Made Kuti - 'Legacy +' (Partisan, 2021)

Opname: 2019

De invloed van de Nigeriaanse musicus Fela Kuti op de Afrikaanse muziek kan moeilijk worden overschat. 'Afrobeat' noemde Kuti zijn muziek, een mix van de muziek uit zijn eigen cultuur en die van het westen, die hij onder andere leerde kennen tijdens zijn verblijf als student in Londen. Hij zou er de wereld mee veroveren. Geheel in de traditie werd zijn zoon Femi eveneens muzikant, iets dat inmiddels ook geldt voor zijn kleinzoon Made, een gebeurtenis die de in 1997 overleden Fela helaas niet mee mocht maken. Partisan Records gaf ze onlangs allebei de ruimte op het dubbelalbum 'Legacy +'.

De link met Fela is producent Sodi Marciszewer, die de laatste zes albums van Fela produceerde en nu voor dit 'Legacy +' tekent. 'Stop The Hate' is de ondertitel van het album van Femi, zijn elfde inmiddels, waarop we overigens ook Made horen, op bas, saxofoon en percussie. Zoals de titel al aangeeft - en Femi treedt hiermee in de voetstappen van zijn vader - is dit een sterk politiek georiënteerd album. In eerste instantie klaagt Femi hier de regering in zijn eigen land aan, waar geweld en corruptie welig tieren en een groot deel van de bevolking, ondanks de rijkdom aan grondstoffen, in armoede leeft. Maar zijn boodschap is natuurlijk universeler en gaat ons allemaal ter harte. En natuurlijk raakt de muziek aan die van Fela, Femi speelde sinds 1979 in Egypt '80, de band van zijn vader, en kreeg de afrobeat dus met de paplepel ingegoten. Tegelijkertijd is dit de muziek van onze tijd en is Femi zeker geen kopiist.

Made begon op zijn beurt in de Positive Force Band van zijn vader en met dit 'For(e)ward' maakt hij zijn debuut met zijn eerste eigen album. Inderdaad, het stokje wordt weer doorgegeven. In eerste instantie natuurlijk muzikaal met die prachtige mix van jazz, soul en Afrikaanse muziek (al klinkt Made's album een stuk hipper en eigentijdser) en in tweede instantie met de politieke lading die ook hij aan zijn album gaf. Zo verklaarde hij in een interview: "No matter where you live, nothing works the way that it should." Maar niet alleen corruptie krijgt aandacht; in 'Young Lady' stelt de jongste Kuti-telg het seksueel grensoverschrijdende gedrag aan de universiteit van Lagos en elders aan de kaak. En denk maar niet dat je daar als jonge vrouw aan kunt ontsnappen. Made: "There is almost no hope for a young lady in that position."

Ondanks die weinig opbeurende boodschap is dit zeker geen negatief album. Alleen die muziek al, daar kun je je onmogelijk mistroostig bij voelen, maar ook qua boodschap overheerst uiteindelijk het positieve. Zo stelt Made over de single 'Free Your Mind': "I think the true meaning of 'Free Your Mind' is to be critical. It means use your mind to its full potential - to think, to try to find answers and ask the right questions."

Labels: , , , ,

(Ben Taffijn, 18.5.21) - [print] - [naar boven]



Artikel / Jazztube
Charles Mingus

Eddy Determeyer bezocht hét jazz-evenement van 1975: het Hammerfeld Jazzfestival in Roermond, met een "onwaarschijnlijke" line-up, maar ook met een barre sleep-in.

"Het Charles Mingus Quintet maakte alles perfect. Wat een vuur, wat een power, wat een intensiteit! De groep, met trompettist Jack Walrath, tenorsaxofonist George Adams, pianist Don Pullen en drummer Danny Richmond, stak in bloedvorm."

In twee Jazztubes zien we de markante en passionele bassist met zijn kwintet tijdens het Montreux Jazz Festival op 20 juli 1975. Je hoort 'Devil’s Blues' en 'Sue’s Changes'.

Klik hier om het artikel te lezen en de Jazztubes te bekijken.

Foto: David Redfern

(Maarten van de Ven, 16.5.21) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Mudita - 'Nature Of The Netherlands' (ZenneZ, 2021)

Opname: oktober 2020

In 2018 verscheen het debuutalbum van Mudita, 'Sound Of The Forest'. Het album kreeg prompt een Edison in de categorie Jazz Nationaal Vocaal voor de bijdragen van Sanne Rambags, die samen met trompettist Koen Smits en pianist Sjoerd van Eijck dit trio vormt. Inmiddels ligt er het tweede album, waarop het trio andermaal een ode brengt aan de natuur en nu specifieker de 'Nature of the Netherlands'. Het maakt onderdeel uit van een project waar ook Staatsbosbeheer, het Nationale Parken Bureau en EMS Films aan mee doen. In eenentwintig korte stukken verklankt Mudita de eenentwintig Nationale Parken die Nederland rijk is. 

Naar aanleiding van een concert in 2018 betoonde ik mij reeds enthousiast over dit bijzondere trio: 'Dit is muziek die ademt op het ritme van de natuur. Het pulserende, maar zeer bescheiden pianospel van Van Eijk, het omfloerste, licht schurende, gruizige trompetspel van Smits en de fragiele, intieme klanken van Rambags: ze vullen elkaar meer dan goed aan". Dat is op dit nieuwe album niet anders. Ook hier valt weer op hoe goed deze drie musici op elkaar zijn ingespeeld, hoe perfect Rambags stem aansluit op de klank van Smits' trompet - soms zijn de klanken bijna niet van elkaar te onderscheiden - en hoe trefzeker Van Eijks akkoorden ons in de stemming weten te brengen. Een paar stukken bevatten een tekst, afgedrukt in het cd-boekje, maar meestal gaat Rambags voor pure klank. We zijn het inmiddels wel gewend van haar.

'Lauwersmeer' heeft een tekst, over de kracht van water. Ingetogen gezongen op een bedwelmend repetitief patroon van Van Eijk en Smits. Maar zoals gezegd, vaak beperkt Rambags zich tot klanken, waarmee ze de mystiek en het gevaar die in de natuur nu eenmaal ook zit prima weet te vangen. Het bijzondere 'Drents-Friese Wold' met krachtige stemkunst en het mystieke 'De Biesbosch' zijn mooie voorbeelden, die laatste overigens ook door de rillingen die Smits' trompetklanken je hier bezorgen. Maar er zijn meer mooie voorbeelden van de wijze waarop dit trio de natuur in klank weet te vangen. De stuifduinen van 'De Loonse en Drunense Duinen' hoor je terug in de wegwaaiende klanken, de 'Duinen van Texel' in de wind die door de muziek waait en in 'De Grote Peel' klinkt weer de mystiek van het gevaar door. Kortom, ook dit album is weer een prachtige ode aan de natuur. Dat het dit trio inspireerde, moge duidelijk zijn. Voor de luisteraar is het niet anders; je krijgt direct zin om erop uit te trekken.

In de Jazztube hoor je Mudita met 'Nieuw Land', een nummer dat is terug te vinden op dit album. Live opgenomen in het Bimhuis, Amsterdam op 29 augustus 2020.

Labels: , , ,

(Ben Taffijn, 13.5.21) - [print] - [naar boven]



Cd
Irène Schweizer & Hamid Drake - 'Celebration' (Intakt, 2021)

Opname: 26 juni 2019

Je moet geen viroloog zijn om te constateren dat deze nieuwe Intakt-cd van pianist Irène Schweizer en drummer Hamid Drake een virusremmer is die door elke free jazz-verstaander met enthousiasme zal worden ontvangen! Deze liveopname kwam tot stand op het 40th Festival for Free and Improvised Music @ Konfrontationen Nickelsdorf.

Het zou zomaar fake news kunnen zijn, maar hier was geen sprake van enig overleg vooraf; enkel oog- en oorcontact tussen deze twee klasse instrumentalisten. Met nagenoeg uitsluitend composities van Schweizer is dit een niet te missen liveopname. De toehoorders die erbij waren waardeerden het duo met overweldigende bijval. Zoals te horen is in het zinderende openingsstuk 'A Former Dialogue'.

Deze cd doet ons nog maar eens verlangen naar liveoptredens na zo'n lange drooglegging.

Klik hier om een aantal tracks van dit album te beluisteren.

Labels: , ,

(Cees van de Ven, 10.5.21) - [print] - [naar boven]



In memoriam / Jazztube
Curtis Fuller

Lester Young, Yusef Lateef, Wayne Shorter, John Coltrane: er zijn maar weinig prominente naoorlogse jazzsaxofonisten met wie hij niet heeft gewerkt. Op 8 mei overleed Curtis Fuller, 86 jaar oud.

Curtis Dubois Fuller werd op 15 december 1934 in Detroit geboren en groeide op in een weeshuis. Door een non werd hij meegenomen naar een optreden van showsaxofonist Illinois Jacquet, waarbij hij diep onder de indruk raakte van diens trombonist J.J. Johnson. De invloed van Johnson zou altijd hoorbaar blijven in Fullers aanpak. Hij kon even snel spelen als zijn idool, maar zijn geluid was uitgesproken warm, met zelfs echo's van oldtimers als Jack Teagarden.

Zijn diensttijd bracht hij door in een militaire kapel waarvan Julian Cannonball Adderley de dirigent was. Gitarist Kenny Burrell bezorgde hem in 1955 zijn eerste echte job, in Klein's Showbox, in zijn geboorteplaats. Daarna steeg Fullers ster snel. Hij was onder meer verbonden aan de groepen van Benny Golson (Fuller was medeoprichter van diens Jazztet), Art Blakey en Dizzy Gillespie.

Curtis Fuller is ook lange tijd actief geweest als muziekdocent. In 1999 ontving hij een eredoctoraat van het Berklee College of Music en acht jaar later werd hij door de NEA (National Endowment for the Arts) uitgeroepen tot Jazz Master.

Fuller is een van de muzikanten wier vroege opnamen, in casu oorspronkelijke masterdiscs en -tapes, verloren gingen tijdens de grote brand in de Universal-studio in 2008.

In de Jazztube zie je Curtis Fuller bij Art Blakey & The Jazz Messengers met een mooie feature tijdens een uitvoering van 'In The Wee Small Hours Of The Morning'.

Foto: Francis Wolff

Labels: , ,

(Eddy Determeyer, 10.5.21) - [print] - [naar boven]



Cd's
Ombak Trio - 'Trough Eons To Now' (Setola Di Maiale, 2020)

Opname: 30 september 2019
Jars - 'Jars' (Setola Di Maiale, 2020)
Opname: 16-17 maart 2019

Vandaag aandacht voor de man achter het Italiaanse label Setola Di Maiale: de drummer Stefano Giust. Van hem verschenen vorig jaar twee albums in trioverband. Van het Ombak Trio, dat hij vormt samen met saxofonist Cene Resnik en cellist Giovanni Maier, verscheen 'Through Eons To Now' en van Jars, waarin Giust samenspeelt met klarinettist-gitarist Henry Marić en bassist Boris Janje, verscheen een titelloos album. Beide bestaan, het kan eigenlijk niet anders op dit label, volledig uit geïmproviseerde stukken. 

'Through Eons To Now' begint bijzonder stevig en de titel die opener 'Rapidly Changing Contexts' mee kreeg, blijkt daarbij uitstekend gekozen. Geen moment rust gunt dit trio ons hier. Resnik geeft zich over aan scherpe uitbarstingen, Giust grossiert in ferme roffels en Maier zorgt voor een al even krachtige vibe. Ook in 'A Wrong Way To Be Right' voert het trio de spanning op. Prachtig ook hoe hier het enigszins melodisch materiaal in elkaar wordt geschoven tot een hecht, maar ook steeds hectischer klinkend geheel. En ook hier horen we Resnik de klank van zijn sax tot in het extreme oprekken. In 'Practice Of Principle' gaat het er iets rustiger aan toe, maar ook hier is de onderhuidse spanning duidelijk voelbaar, met name door de aan noise verwante patronen van Guist en Maier. Pas in 'Watching Under the Carpet' treffen we iets van een ballade aan. Opvallend intiem getokkel van Maier, in afwisseling met mooi zwevende lijnen van Resnik. Bijzonder zijn ook zeker de twee laatste stukken, 'Consequences Of A Doubt' en 'End Of Western Criteria', met name vanwege het duistere cellospel van Maier en het schrijnende spel van Resnik op de sopraansax. 

Jars maakt subtielere muziek, zo leert 'Oped Mravi' ons. Marić lijkt hier op basklarinet primair geïnteresseerd in het wezen van klank, middels zijn lang getrokken noten. Het contrasteert prachtig met het ritmische spel van Janje en Giust. Ritme speelt ook een grote rol in 'Jazzavac U Kuhinji', vooral dat van Janje, een verder mooi ingetogen stuk dat duidelijk aansluiting zoekt bij de volksmuziek. Heeft dit stuk al de nodige elementen van een klankspel, dat geldt helemaal voor 'Mačkaste Kocke' en 'Okleto', waarin we Marić horen op een geprepareerde elektrische gitaar. Aardse, ruwe klanken produceert het drietal hier, in een bijzondere samenhang. Naadloos gaat het laatste stuk over in 'Slon Živaca' waarin het ritme weer terugkeert, evenals de link met volksmuziek, en we Marić horen op klarinet. Klinkt het begin nog vrij ingetogen, verderop loopt de spanning op tot grote hoogte. 'Avtobus' en 'Žabe Na Žici' hebben van alles wat. Er zitten zeker elementen in van dat eerder genoemde klankspel, maar vooral het spel van Marić, hier op de basklarinet, neigt zeker ook naar het melodieuze, terwijl het spel van Janje en Giust tegen het ritmische aanleunt. Daarvan is zeker ook sprake in 'Stara Kuina', een stuk dat overigens vooral opvalt door de prachtige klarinetklanken en de wijze waarop Giust hier zijn trommels inzet. Het mooi ingetogen en delicaat klinkende 'Kinesko Ljeto', met nog geen tweeënhalve minuut veel te kort, vormt de perfecte afsluiting van dit wonderlijke album.

Klik hier om drie tracks te beluisteren van 'Jars'.

Labels: , , , ,

(Ben Taffijn, 9.5.21) - [print] - [naar boven]



Interview
Peter Anthonissen & Gert De Bie: Hnita Jazz Club herademt jazz!

Het komt goed! Daarvan zijn Peter Anthonissen, zoon van Hnita-stichter Juul, en bestuurslid Gert De Bie overtuigd. De crowdfundingsactie om de langgevelhoeve van de Hnita Jazz Club te renoveren om tegen midden 2022 te heropenen is op kruissnelheid met over de helft van de verhoopte 50.000 euro.

Bernard Lefèvre sprak met beide mannen over de plannen voor de nieuwe Hnita Jazz Club en blikt tevens terug op de rijke historie van deze bijzondere jazzclub in Heist-op-den-Berg 'of all places'.

Lees hier het volledige interview.

Dit interview verscheen ook op Jazz'Halo | Foto: Bernard Lefèvre

Labels: , , ,

(Maarten van de Ven, 6.5.21) - [print] - [naar boven]



Cd
Trojan Panda - 'Peau' (Carton, 2021)

Opname: februari & augustus 2017 / augustus 2019

Een vast onderdeel van het jazzfestival Middelheim, dat hopelijk dit jaar in augustus weer doorgang kan vinden, zijn sinds enkele jaren de residenties op het kleine podium. Meestal staat dan één musicus een hele dag centraal, die zelf invulling mag geven aan het programma. Op donderdag 3 augustus 2017 was dat toetsenist Jozef Dumoulin. Zodoende hoorde ik voor het eerst Trojan Panda, waarin Dumoulin voor de verandering eens niet te horen was op piano en Fender Rhodes, maar op gitaar. Bijgestaan door de gitaristen Sophie Bernardo en Léo Dupleix, bassist Julien Pontvianne en drummer Hugues Mayot. Onlangs verscheen bij Carton Records het eerste album, 'Peau', met daarop twee stukken uit die bewuste set in 2017, aangevuld met studio-opnamen van eerder dat jaar en uit 2019.

Ik was niet onverdeeld enthousiast over dit Trojan Panda, dat lees ik in ieder geval terug in mijn verslag op Draai om je Oren. Tijd dus om te kijken of ik mijn mening moet bijstellen. Als u jazz verwacht, Dumoulin kennende, moet ik u enigszins teleurstellen. Opener 'Black Madonna' valt namelijk eerder te omschrijven als stevige postrock met drone-achtige elementen dan als jazz. Opvallend aan het stuk is verder dat het sterk repetitief ritmisch begint, maar halverwege voor korte tijd omslaat in ware chaos, iets dat dan weer minder past bij postrock. Na dit muzikale geweld brengen Dumoulin en de zijnen ons met 'Myhtomane' in rustiger vaarwater. Door de slepend ritmische structuur heeft dit stuk verder meditatieve kwaliteiten. Helemaal verbazen doet die grote diversiteit aan stijlen ons niet; we kennen Dumoulin inmiddels als een musicus die zich niet graag in hokjes laat stoppen.

Met het stevige 'Sylvie Coiffure' zitten we weer volop in de stomende en meeslepende postrock. Bijzonder is ook 'Joie De Vivre', een stuk dat ook 'last' heeft van dat tegendraadse, licht chaotische dat we reeds bij 'Black Madonna' signaleerden. Dat zorgt voor extra spanning.

Inmiddels klinkt het laatste nummer 'Animal' en begrijp ik beter waarom ik in 2017 niet onverdeeld enthousiast was. Juist dit stuk komt, samen met het iets meer dan een minuut durende 'Christus Der Uns Selig Macht', uit dat concert. Beide benaderen nog het meest de vrije improvisatie, maar tegelijkertijd zijn het de minst sterke stukken van dit album. De rest van dit album heeft zoals gezegd met jazz weinig te maken, maar zal de avontuurlijk ingestelde rockliefhebbers onder ons zeker aanspreken.

Naschrift
De afgelopen dagen kwam er na aanleiding van deze recensie een correspondentie met Jozef Dumoulin tot stand. Wat blijkt, de stukken die ik met improvisatie associeer zijn gecomponeerd, waarbij 'Christus Der Uns Selig Macht' een koraal is van Johann Sebastian Bach, waar dit kwintet geen noot aan veranderde. De overige stukken zijn niet gecomponeerd, terwijl juist die voor mij wel als zodanig klinken. Dumoulin wilde dit graag aan mij kwijt en ik vond dit dusdanig interessant dat ik mijn verhaal er graag mee aanvul.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Foto: Cees van de Ven

Labels: , ,

(Ben Taffijn, 3.5.21) - [print] - [naar boven]



Onder het stof vandaan / Jazztube
Erroll Garner - 'Up In Erroll’s Room' (Octave, 2020)

Opname: 28-29 november 1967 & 15 februari 1968
Erroll Garner - 'Gershwin & Kern' (Octave, 2020)
Opname: 5-6 augustus 1964, 19 augustus 1965 & 29 november 1967

Op 15 juni van dit jaar is het honderd jaar geleden dat jazzpianist en -componist Erroll Garner werd geboren. Hij overleed in 1977, slechts 55 jaar oud, aan longkanker. Zijn invloed op de jazz is moeilijk te overschatten. 'Concert By The Sea', dat een paar jaar geleden opnieuw werd uitgebracht, behoort tot de bestverkochte jazzalbums allertijden en 'Misty' groeide uit tot een ware klassieker. Samen met zijn manager Martha Glaser begon hij zijn eigen label Octave Records, dat vorig jaar in de aanloop naar Garners eeuwfeest twaalf albums opnieuw uitbracht. Twee daarvan, 'Up In Erroll’s Room' uit 1967 en 'Gershwin & Kern' uit 1976 komen hier aan bod.

De standaardbezetting is op beide albums deels gelijk en dat is minder vreemd dan het lijkt. 'Gershwin & Kern' werd weliswaar in 1976 uitgebracht, maar de opnames stammen uit de jaren '64, '65 en '67, deels zelfs uit dezelfde sessie waar de nummers uit 'Up In Erroll’s Room vandaan komen. Op beide albums horen we het pianotrio plus extra bezetting. In de sessies van 1964 en '65 horen we Garner samen met bassist Eddie Calhoun en drummer Kelly Martin, in die van 1967 met bassist Charles 'Ike' Isaacs en drummer Jimmie Smith. Als vierde man horen we in alle drie de sessies José Mangual op conga's. Op 'Up In Erroll’s Room' horen we daarnaast The Brass Bed, bestaande uit zeven blazers onder leiding van dirigent Richard O. Spencer. Op dat eerste album vinden we een aantal stukken van tijdgenoten van Garner, die inmiddels gelden als standards: Herbie Hancocks 'Watermelon Man', Miles Davis' 'All The Things You Are', Dizzy Gillespies 'Groovin’ High' en 'The Girl From Impanema' van Antônio Carlos Jobim, naast echte klassiekers als 'I Got Rhythm' van George Gershwin en 'Cheek To Cheek' van Irving Berlin. Garner speelde graag klassiekers, iets dat natuurlijk ook blijkt uit 'Gershwin & Kern'.

Wat maakte Garner nu zo bijzonder? De vier jaar geleden eveneens veel te te jong overleden pianiste Geri Allen, die zeer vertrouwd was met de muziek van Garner, verwoorde het aldus: "Erroll Garner personifies the joy of fearless virtuosity and exploration. His playing celebrated the greatest swinging big bands through an innovative and impossible pianism. Singular yet all embracing, Garner blurred the line between great art and popular art, and he was a staunch journeyman of the blues and his Pittsburgh legacy." Ik kan me hier volledig in vinden. Geen pianist speelde met zo veel schwung, met zo veel aanstekelijk enthousiasme. Geen pianist was en is denk ik ook zo goed in staat om zijn zeer complexe spel zo bedriegelijk eenvoudig te laten klinken en dus zeer toegankelijk. Maar let op zijn timing, zijn frasering: die is ongekend. En Garner had musici die hem daarin perfect aanvulden en ondersteunden, musici ook waar hij jarenlang mee samenwerkte. 

Voorbeelden te over. Op 'Up In Erroll’s Room' springen eruit: 'Watermelon Man', 'Groovin’ High', de eerste noten van 'The Girl From Impanema', zijn eigen 'Up In Erroll’s Room' en 'I Got Rhythm'. Een stuk dat natuurlijk ook staat op 'Gershwin & Kern'. Dat verder aanstekelijke uitvoeringen bevat van klassiekers als 'Love Walked In', 'A Foggy Day (In London Town)', 'Nice Work If You Can Get It', 'Dearly Beloved' en 'Maybe You’re The Only One'. Het enige soms ietwat storende is dat Garner bij het type pianisten hoorde dat het niet kon laten mee te neuriën en dat is niet altijd een succes. Maar ja, wat wil je met dit soort muziek!

In de Jazztube hierboven zie je een optreden uit 1968 van het trio van Erroll Garner met Charles 'Ike' Isaacs en Jimmie Smith, aangevuld met José Manguall, live in Kopenhagen. Ze spelen onder andere 'The Shadow Of Your Smile', 'I Can't Get Started', en 'Blue Moon'.

Labels: , , ,

(Ben Taffijn, 30.4.21) - [print] - [naar boven]



Cd / Downloads / Jazztube
Philipp Rüttgers & Oene van Geel - 'Changing Landscapes' (Just Listen, 2019)

Opname: september 2018
Oene van Geel - 'Connecting Colors, Volume 1 - Acoustic Encounters' (Zennez, 2020)
Opname: mei-juli 2020
Oene van Geel - 'Connecting Colors, Volume 2 - Electric Encounters' (Zennez, 2021)
Opname: mei-december 2020

Oene van Geel is zonder meer een van de meest kleurrijke altviolisten van ons land. Jarenlang was hij lid van Zapp4, het strijkkwartet dat altijd duchtig buiten de lijntjes kleurde, bijvoorbeeld door de muziek van de rockband Radiohead te spelen, terwijl hij tegenwoordig meer op projectmatige basis samenwerking zoekt. Een aantal recente albums tonen zijn veelzijdigheid. Met pianist Philipp Rüttgers nam hij voor Just Listen Records 'Changing Landscapes' op en bij ZenneZ Records verschenen als download het eerste en tweede deel van 'Connecting Colors'.

De veelzijdigheid blijkt direct bij het beluisteren van de eerste twee stukken van 'Changing Landscapes'. Het prachtig ingetogen en enigszins melancholische 'Cinematic Gestures' is een bijna klassiek stuk, waarin je verder duidelijk de invloed van andere culturen dan de onze terughoort; Van Geels liefde voor de Indiase muziek sijpelt door de tonen heen. Het beduidend speelsere 'Running Man' is al even veelzijdig, soms overheerst de jazz, dan weer hoor je duidelijk de invloed van de Roma en de Klezmer. En de twee musici vormen een prima koppel, Rüttgers blijkt al net zo'n muzikale duizendpoot als zijn fijnbesnaarde collega. We horen hier terug wat Rüttgers in het cd-boekje als volgt verwoordt: "From the first movement" - en dan de pianist op de eerste keer dat ze samenspeelden in het Amsterdamse Splendor - "it felt familiair and special. I felt that I had found a musical friend." En verderop gaat hij ook nog in op die eclectische aanpak: "When we play together we make music from sound and space... We are curious about new sounds, musical genres, challenging rhythms, literature, the human spirit and natural phenomena." Het levert een ijzersterk album op vol pakkende stukken, waarin de chemie tussen deze twee musici een belangrijke rol speelt. En bijzondere stukken genoeg: het prachtig klassieke 'Morgentau', waarin we Rüttgers horen in een mooie solopartij, het krachtig ritmische 'Nymphaea' en 'Seven Riffs', het spannende 'Limtang' en het experimentele 'The Hidden Cave' zijn hier slechts voorbeelden van.

Toen Van Geel vorig jaar maart ineens over een lege agenda bleek te beschikken, besloot hij het over een andere boeg te gooien. Hij leende opnameapparatuur van een vriend en stuurde zijn opnamen naar muzikale vrienden over de hele wereld met het verzoek tot een 'muzikaal schaakspel', zoals Van Geel het zelf zo mooi omschrijft. Eind vorig jaar verscheen 'Acoustic Encounters', het eerste deel van wat een serie van drie moet worden. Onlangs kwam het tweede deel uit, 'Electric Encounters'. Het geheel draagt de prachtige overkoepelende titel 'Connecting Colors'.

Het eerste dat opvalt is dat Van Geel meer instrumenten beheerst dan ik dacht. We horen hem niet alleen op de altviool, maar ook op de cello, de trompetviool, de f-quinton (een altviool met een extra lage vijfde snaar) en diverse soorten percussie. Dat laatste kleurt bijvoorbeeld 'The Birds' op 'Acoustic Encounters', waarin hij gezelschap krijgt van Heidi Heidelberg, die zichzelf volkomen terecht presenteert als 'anarchistisch sopraan'. Percussie van het opzwepende soort kenmerkt 'Seyir', dat Van Geel opnam met de ney-speler Cengiz Arslanpay. Bijzonder is ook 'The Unknown Meadow', waarin hij het gezelschap zoekt van violist John James Garner en zichzelf in een begeleidende rol plaatst. De liefde voor andere culturen dan de onze vinden we in een aantal stukken terug. Mooie voorbeelden daarvan zijn 'Shamanic Tom’, waarin de klank van Tom van Dycks sopraansax associaties met de Oriënt oproept en 'OguZone', waarin we de basklarinettist Oguz Büyükberber horen, iemand waar Van Geel vaker mee samenspeelt.

Op 'Electric Encounters', een album met vanzelfsprekend een wat ander karakter, horen we naast duo's ook een aantal trio's en zelfs een kwartet. Het licht psychedelische 'Melancholic Outburst' is er daar een van. Naast Van Geel horen we hier Rüttgers op keyboards en Sun Mi Hong op drums. Bijzonder is ook het tussen klassiek en postrock laverende 'Deathstar Of Riverdale', waarin Van Geel gezelschap krijgt van gitarist Graham Campbell. Als er iemand niet mag ontbreken op deze serie albums dan is het Michel Banabila. De twee muzikanten brachten samen tot nu toe twee albums uit, 'Music For Viola And Electronics' deel 1 en 2. Nu maakten ze het opwindende 'Kroky', waaraan ook de zangeres Maryana Golovchenko meewerkte. Het net iets meer dan een minuut durende 'Crackelitis', waarin we Van Geel solo horen, is zonder enige twijfel het meest experimentele stuk van beide albums en vormt een mooie opmaat voor de metal in 'Oozing'. Florian Magnus Maier neemt hier de vocalen voor zijn rekening. Thomas Niehof mocht het mixen.

U ziet het, Van Geel gaat niets uit de weg op deze twee albums. Zeer stevige rock ook op 'Tales Of Self Destruction', hoe kan het ook anders met zo'n titel. Gitarist Theo Holsheimer en Van Geel konden hier in ieder geval alle coronastress prima in kwijt. Het aansluitende 'Creek' vormt hiermee een prachtig contrast. We horen Van Geel een fijnzinnige melodie spelen op altviool, terwijl Yonga Sun voor een stromende begeleiding zorgt op de modulaire synthesizer. Tot slot klinkt 'Lockdown', waarin we naast Van Geel wederom Büyükberber horen, saxofonist Quinsin Nachoff en toetsenist Jozef Dumoulin. Een indrukwekkende, zeer subtiele geluidssculptuur en een prachtige afsluiting van wederom een bijzonder album.

Labels: , , ,

(Ben Taffijn, 26.4.21) - [print] - [naar boven]



Cd's
Gordon Grdina's Nomad Trio - 'Nomad' (Skirl, 2020)

Opname: 27 januari 2018
Gordon Grdina Septet - 'Resist' (Irabagast, 2020)
Opname: 1 juli 2017

De uit Vancouver afkomstige gitarist Gordon Grdina is een zeer actief vertegenwoordiger van zijn beroepsgroep. Alleen vorig jaar al bracht hij vijf nieuwe albums uit. Hier besteden we aandacht aan de twee albums waarmee hij direct ook twee nieuwe projecten lanceerde. Met zijn Nomad Trio maakte hij 'Nomad' en met zijn septet realiseerde hij 'Resist'. Het tijdschrift Guitarist zei ooit over Grdina dat hij 'evokes what Radiohead might sound like if they were still making guitar focused records', iets dat de muziek van deze man direct in perspectief plaatst.

Bijzonder aan Grdina is daarbij dat hij niet alleen de gitaar bespeelt maar ook de oed - u weet wel, dat aan de luit verwante instrument dat in het Midden-Oosten bijzonder populair is. Verder horen we in het Nomad Trio niemand minder dan pianist Matt Mitchell en drummer Jim Black. Over hun veelzijdigheid zegt Grdina zelf: "Knowing what Matt and Jim can do, the possibilities were wide open. I could be as imaginative as I wanted to be, which was really exciting." Iets dat terugkomt in zowel de naam van dit trio als in de titel van dit album, 'Nomad'. Ze zwerven alle drie niet alleen al toerend over de wereld, ze zwerven hier ook muzikaal tussen de muziekstijlen, zonder zich ergens te vestigen. En dus treffen we al in de opener 'Wildfire' een qua intensiteit steeds heftiger wordende draaikolk van free jazz en rock, duidelijk beïnvloed door de Arabische muziek. Bij het beluisteren van het titelstuk vallen tevens twee andere zaken op: ten eerste het vrij rauwe, sterk naar rock refererende spel van Grdina - vandaar die opmerking in Guitarist - en ten tweede het weerbarstige karakter van deze muziek. Er is zeker sprake van een neiging tot melodievorming, maar altijd voorzien van een zekere stroefheid. Het relatief rustige 'Ride Home' is hiervan wellicht nog wel het beste voorbeeld. Tot slot noemen we hier nog 'Lady Choral' vanwege de uitgebreide oedsolo.

Voor 'Resist' van Grdina's septet, met saxofonist Jon Irabagon, celliste Peggy Lee, de violisten Jesse Zubot en Eyvind Kang, bassist Tommy Babin en drummer Kenton Loewen, gaan we terug naar het TD Vancouver International Jazz Festival van 2016, dat Grdina voor die gelegenheid een compositieopdracht gaf. Donald Trump was net gekozen tot president en in het Verenigd Koninkrijk speelde de Brexit. Het ruim drieëntwintig minuten durende titelstuk 'Resist' is Grdina's antwoord: "It seemed like there was a huge change happening socially and politically, xenophobia, homophobia and racism were raising their heads again, and it's only gotten worse since then. I wondered, what can I do?". Het enige antwoord was natuurlijk om ten strijde te trekken met zijn belangrijkste middel, de muziek: "I wanted to dedicate this music to everybody that's fighting against these ideas all the time, whether they're doing it as a defendant or just at the dinner table. Making art is a political act; it's important for humanity, to make our lives better and to express our resistance to these hindrances." Alle reden dus om muzikaal eens flink van leer te trekken, maar niet bij Grdina. De eerste minuten zijn voor de drie strijkers en hun bijna klassieke aanpak. Dan sluiten Grdina en Irabagon aan en krijgt het stuk een ritmischer en uiteindelijk ook wat opstandiger karakter. Bijna halverwege keren we weer terug naar de melancholie, onder andere vorm gegeven door een prachtige oedsolo. En dit laveren tussen uitersten blijkt een procedé dat Grdina gedurende dit gehele stuk volgt. Ook op de andere stukken van dit album vinden we die boeiende tegenstelling tussen wat melancholieke harmonie aan de ene en boeiende experimenten aan de andere kant. Nog dan op 'Nomad' overschrijdt Grdina hier veelvuldig muzikale grenzen.

Foto: Jason C.K. Wang

Labels: ,

(Ben Taffijn, 21.4.21) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...







Menupagina's:




Blijf in de picture met
een gratis jazzbanner!


































Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Pelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.