Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Interview
El XYZ de Michiel Braam


"Ik vraag muzikanten altijd om wie ze zijn en wil ze zeker niet veranderen. Integendeel, ik hoop altijd dat ze zoveel mogelijk hun persoonlijke verhaal vertellen. Je kunt dus mede aan de keuze van muzikanten zien welk programma ik geschreven heb. Son Bent Braam bestaat uit muzikanten die, minder dan bij Bik Bent Braam het geval was, niet overwegend vrij geïmproviseerde muziek spelen. Ik probeer ze op hun gebied uit te dagen en ze improviseren allemaal op voor hen bekend gebied, vaak met een klein hoekje eraan."

Maarten van de Ven sprak pianist, componist en zelfbenoemd 'bentleider' Michiel Braam over het hoe, wat, waarom en waartoe van 'El XYZ de Son Bent Braam', een spraak- en smaakmakend nieuwe project, dat eind vorig jaar in première ging met concerten in Nijmegen en Tilburg.

Klik hier om het interview te lezen.

Foto: Louis Obbens

Labels:

(Cees van de Ven, 28.5.20) - [print] - [naar boven]



Nieuws
BIM presenteert leden in Spotify-lijst


De Beroepsvereniging Improviserende Musici (BIM) behartigt sinds 1971 de belangen van jazz en geïmproviseerde muziek in Nederland. Om de muziek van haar leden te presenteren heeft zij op Spotify een lijst samengesteld met toegankelijke, maar spannende tracks die een goed beeld geven van het actuele geluid van de Nederlandse jazz.

Dat veel van de artiesten op deze lijst het momenteel zwaar hebben is een understatement. Zij kunnen immers geen optredens geven. Het bestuur van BIM wil ze graag een hart onder de riem steken en werkt aan een toekomstperspectief met kansen voor haar leden, zowel op artistiek als zakelijk gebied. De BIM maakt zich hard voor passende honoraria en behoud van de infrastructuur van goede jazzpodia.

Deze lijst is niet alleen samengesteld om aan het publiek de schoonheid en veelzijdigheid van deze muziek te laten horen, maar ook voor de programmeurs van de podia. De lijst verleidt hen om artiesten die ze nog niet kenden te ontdekken en straks ook weer te programmeren. Iedere artiest heeft een favoriete track uit zijn eigen oeuvre toegevoegd.

Veel bands die in deze lijst zijn opgenomen zijn uitermate geschikt voor de podia, die hopelijk spoedig weer kunnen beginnen met 30 of 100 man publiek. De BIM ziet de link tussen artiesten en organisatoren, clubs en festivals als een ecosysteem met wederzijdse belangen en passie. De vereniging is in gesprek met alle spelers in de sector over hoe publiek, organisator en artiest meer voor elkaar kunnen betekenen. BIM werkt ook nauw samen met andere belangenorganisaties zoals de Creatieve Coalitie, Kunstenbond en Kunsten 92, zeker nu in deze coronacrisis.

Dit is dé tijd om mooie en spannende muziek te ontdekken. In de lijst, die in de toekomst zal worden aangevuld met nieuwe tracks, staan 80 verschillende ensembles. Door naar ze te luisteren en de opnames te verspreiden wordt de kunst van jazz en improvisatie in Nederland gesteund. Daarnaast kunnen de artiesten ook gesteund worden door nu alvast een kaartje voor een toekomstig concert te kopen of een album aan te schaffen.

Klik hier om de lijst te beluisteren. iTunes-gebruikers kunnen deze link volgen.

Labels:

(Maarten van de Ven, 26.5.20) - [print] - [naar boven]



Cd's
Ig Henneman, Jamie Branch & Anne La Berge - 'Dropping Stuff And Other Folk Songs' (Relative Pitch, 2019)

Opname: 2 december 2018
Duo Baars-Buis - 'Moods for Roswell' (Wig, 2020)
Opname: 12 oktober 2017

Binnen de wereld van de Nederlandse vrije improvisatie nemen altvioliste Ig Henneman en rietblazer Ab Baars al decennialang een bijzonder plaats in. Regelmatig zijn ze samen te horen - niet zo verwonderlijk als je onder een dak woont - maar vaak gaan ze ook hun eigen weg, zoals we op twee recente albums ervaren. Henneman bekwaamt zich de laatste jaren steeds verder in het vak van componist, stukken schrijvend voor anderen dan haarzelf. Maar soms komt er dan ineens weer een proeve van improvisatiebekwaamheid voorbijschuiven. In 2016 zag het ook hier besproken 'Live @ The Jazz Happening Tampere' het licht, waarop ze te horen was naast partner Baars en het echtpaar Ingrid Laubrock - Tom Rainey en eind vorig jaar viel 'Dropping Stuff and Other Folk Songs' op de mat, waarin Henneman samenwerkt met fluitiste Anne La Berge - die eveneens hedendaags gecomponeerd met impro combineert, bijvoorbeeld als lid van MAZE - en de Amerikaanse trompetiste Jamie Branch.

Dat dit geen doorsnee jazz oplevert, weet eenieder die deze drie dames een beetje kent. 'Sauntering New Roads' bevindt zich dan ook op het grensvlak van de hierboven genoemde geluidswerelden en paart noise aan impro. In 'Gigging' blaast Branch krachtige lijnen, bouwt La Berge ritmes en horen we Henneman de gaatjes dichtplamuren. De jazz, met een knipoog naar New Orleans, komt pas echt aan bod middels een gemankeerde melodie in 'Stevens’ Dog', een bewijs dat deze dames iets wezenlijk nieuws weten toe te voegen aan de traditie. Henneman opent solo in 'When Bells Stop Ringing', op de achtergrond klinkt La Berge, blazend over het mondstuk van haar fluit, dan komt ook Branch erbij en raakt het experiment op stoom. Heerlijk experimenteel gaat het er ook aan toe in 'Soup'. Ontstemde vrije klanken vormen hier een opwindend geheel, met onverwachte samenhang. De interpretatie van het begrip folksong blijkt bij deze dames met andere woorden nogal een bijzondere. Neem het vrij korte 'Slamming'. Al blazend over het mondstuk, La Berge en al krassend over de snaren, Henneman, krijgt het ritme hier gestalte, terwijl Branch accenten plaatst.

'Moods For Roswell' van het duo Baars-Buis is net uit. Hiertoe kunnen we een driehoek tekenen. Het eerste punt is dit duo. Ab Baars en Joost Buis kennen elkaar al een tijdje en treden regelmatig op als duo - ik herinner me nog een spontaan optreden toen bekend werd gemaakt dat Wilbert De Joode de Buma Boy Edgar Prijs had gewonnen - maar een album bleef tot op dit moment uit. De tweede hoek van de driehoek is de in 2017 overleden collega-trombonist Roswell Rudd, die heel wat voetstappen in Nederland heeft liggen en een warme relatie met deze twee onderhield. De derde punt wordt gevormd door de tien stukken op dit album, afkomstig van Duke Ellington en Billy Strayhorn. Componisten waar zowel Rudd als Baars en Buis de nodige affiniteit mee hebben. Dat deze affectie niet leidt tot simpelweg spelen van covers, moge duidelijk zijn. Niet voor niets kregen alle tien de stukken een nieuwe titel, er zit net zoveel Ellington/Strayhorn in zo'n stuk als Baars/Buis.

En natuurlijk is de bezetting bijzonder, klarinet en trombone, zonder ritmesectie. Missen doen we die laatste geenszins, want wat een prachtig harmonieus spel laten deze twee giganten ons hier horen! Reeds in de innemende opener 'Spootywing', waar Ellingtons 'Black Butterfly' achter schuilgaat valt het op. En regelmatig acteren we even op het scherpst van de snede, zoals Baars in 'Catsills Cyclist / Sonnet for Caesar'. En ook als duo kun je swingen, blijkt uit 'Two Ways / Wig Wise', een bescheiden dansje is mogelijk. Magnifiek is ook de wijze waarop de twee de melodie gestalte geven in 'Hopkins Rudd / Jack de Bear', samenspel op het hoogste niveau. Iets dat overigens ook geldt voor het hoogstvermakelijke 'Little March / Klop', met name door de wijze waarop het duo de mars hier volledig laat ontsporen. Afsluiten doen we dit album met een bekender stuk van Ellington, 'In A Sentimental Mood'. Het gaat schuil achter 'Moods For Roswell'. En juist hier, bij een stuk dat we kennen, horen we hoe goed deze twee musici bestaande klassiekers weten te vertalen. Een album dat, mede vanwege de lengte van iets meer dan een half uur, smaakt naar meer. Veel meer.

Beluister 'Dropping Stuff and Other Folk Songs' en 'Moods For Roswell'.

Labels:

(Ben Taffijn, 26.5.20) - [print] - [naar boven]



Nieuws / Festival
Bel Jazz Fest: 'United We Jazz!'


De huidige crisis treft jazzmusici hard. Publieke concerten zijn even niet mogelijk en perspectief ontbreekt voorlopig. Een hele sector heeft het zwaar te verduren, terwijl de muzikanten hun publiek missen en het publiek de muzikanten.

Dat de Belgische jazzwereld dynamisch, veerkrachtig én solidair is, bewijst de samenwerking van 11 gevestigde festivals in de organisatie van een groots online festival: Bel Jazz Fest. Op vrijdag 29 en zaterdag 30 mei worden vanuit Flagey in Brussel maar liefst 24 concerten uitgezonden via een livestream in hoge audio- en beeldkwaliteit. Je kunt online van podium wisselen en via een chat met andere kijkers van gedachten wisselen. Bovendien hoef je geen noot te missen van concerten die deels gelijktijdig verlopen; met je ticket blijft de content tot een week na het festival beschikbaar!

De bezetting is een mooie staalkaart van de actuele Belgische jazz- en improscene, met optredens van onder meer Anneleen Boehme Music, Antoine Pierre Urbex Electric, Bert Cools, Bram De Looze, De Beren Gieren, Eve Beuvens, Jean-Paul Estiévenart Quartet, Mâäk Quintet, Nordmann, Schntz en Tuur Florizoone.

Een ticket voor tweedaagse festival kost 15 euro, maar steun in de vorm van een extra donatie is natuurlijk zeer welkom. Klik hier voor meer informatie.

Bel Jazz Fest wordt georganiseerd door de programmatoren van gevestigde Belgische festivals BRAND! Mechelen, Brosella, Brussels Jazz Festival, Brussels Jazz Weekend, Jazz à Liège, Gaume Jazz Festival, Gent Jazz, Jazz Brugge, Jazz Middelheim, Leuven Jazz en Tournai Jazz Festival en ondersteund door DB Video, Stilletto PRoductions, JazzLab en VI.BE.

Foto: Cees van de Ven

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 24.5.20) - [print] - [naar boven]





Jazztube
Trio Grande & Eric Vloeimans


Een essentieel kenmerk van een goede muzikant is improvisatievermogen, gekoppeld aan een empathische state of mind, zodat de muzikant in kwestie zich in diverse settings staande kan houden. Precies dat was er aan de orde op 24 april 2014 bij JazzCase in Dommelhof, Neerpelt, waar Trio Grande en Eric Vloeimans elkaar ontmoetten.

Na een week in residentie te zijn geweest, presenteerden zij voor een bomvolle zaal een spannend concert, waarbij het viertal nieuwe interessante muzikale perspectieven schetste in een aansprekende mix van eigen composities, aangevuld met resulaten van hun gezamenlijke repetities in Dommelhof van eerder die week. Het leidde tot een betoverende synergie van vier sterke partners.

Je hoort en ziet Eric Vloeimans op trompet, Laurent Dehors op de bijzondere
contrabasklarinet, Michel Massot op tuba en Michel Debrulle op drums.

Video: Cees van de Ven

Labels:

(Maarten van de Ven, 24.5.20) - [print] - [naar boven]



Cd's / Jazztube
Dell Lillinger Westergaard - 'Grammar II' (Plaist, 2019)

Opname: 12 juni 2019
Christian Lillinger - 'The Meinl Session' (Plaist, 2019)
Opname: 2-3 mei 2019

Drummer Christian Lillinger, vibrafonist Christopher Dell en bassist Jonas Westergaard horen inmiddels tot de top van de zich steeds weer vernieuwende Duitse jazz, getuige ook hun nieuwe album, 'Grammar II'. Een album dat te zien is als een verdere verkenning van eerder ingeslagen wegen - onder andere op het uit 2012 stammende 'Grammar' - en nadrukkelijk de grenzen aftast tussen open vormen van compositie en vrije improvisatie. De vier delen 'Duration - Structure', alle gecomponeerd door Lillinger, vormen daarbij nadrukkelijk een eenheid, zonder afbreuk te willen doen aan wat live, in het moment, ontstaat. Dat dit een livealbum is, opgenomen in de fameuze Loft in Keulen, is dan ook bijna een vanzelfsprekendheid.

Bijna schuchter start het eerste deel. Omtrekkende bewegingen maakt het trio hier, de structuur verkennend, aftastend. Daarbij komen de klanken van deze bijzondere bezetting in hun breekbare, vrij losse samenhang prachtig tot hun recht. In het tweede deel komt er meer vaart in het stuk. De structuur is inmiddels helder - daar geven Lillinger en Westergaard voortvarend invulling aan - en Dell beweegt hier met raak geplaatste clusters van noten voorzichtig richting een melodie, zijn spel kruidend met onverwachte wendingen. Je zou kunnen stellen dat het derde deel een soort van synthese is van de eerste twee. Het bezit het zoekende karakter van het eerste deel en paart dit aan de ritmische kwaliteiten van het tweede. Het vierde en laatste deel is het meest onstuimige en tevens het meest ritmische en vormt daarmee een prachtige afsluiting van dit boeiende album.

Vrijwel gelijktijdig verscheen bij Plaist ook de ep 'The Meinl Session', met liveopnamen van 2 en 3 mei vorig jaar, gemaakt in Mesanicmusic, Berlijn. We horen hier wederom Lillinger, zowel als drummer als componist, maar nu met twee andere bassisten waarmee hij vaker werkt: Petter Eldh en Robert Landferman, saxofonist Otis Sandsjö en Elias Stemeseder op synthesizer. Maar dit is wel een totaal ander album dan het hierboven besproken 'Grammar II', iets dat de veelzijdigheid van Lilinger goed naar voren brengt.

Direct in 'Setting I' wordt duidelijk dat Stemeseder met zijn synthesizer vooral, samen met Lillingers vaste stijl van drummen, de ritmische kant verzorgt. Het is de eerste van in totaal zeven 'Settings', waarin we telkens dit duo horen met stevige, aan allerlei dance-vormen verwante ritmes. In vier andere stukken duiken ook de andere leden op. Zo gaat het in 'C O R', mede dankzij de groove van de twee bassisten, al snel richting techno en bewegen we met 'Plastic' en vooral met 'A.S.G.' richting de impro. Daarbij is overigens een belangrijke rol weggelegd voor de mij onbekende Sandsjö op tenorsax, die met name in het laatste stuk een zeer enerverende solo weggeeft. Zo levendig als dit nummer klinkt, zo strak en monotoon ritmisch klinkt 'Setting V (For Eldh)', waarna in 'Koma Kali' Sandsjö en de beide bassisten op knappe wijze op dit ritme variëren. Tot slot sluiten we dit wel heel bijzondere jazzalbum af met nog twee 'Settings', waarin vooral Lillingers kwaliteiten sterk naar voren komen.

In de Jazztube zie je Christian Lillinger met een live-uitvoering van 'C O R'.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 21.5.20) - [print] - [naar boven]



Jazztube / Special
Jazzvitaminen in coronatijd #2


Al enige tijd geleden zijn alle concerten stopgezet vanwege de coronacrisis. Sombere en harde tijden voor alle artiesten die hierdoor een belangrijk deel van hun inkomsten moeten missen. En natuurlijk voor muziekliefhebbers die zich verheugd hadden op een mooi concert. Maar in deze uitzonderlijke periode ontstaan ook prachtige initiatieven die het mogelijk maken om, vanuit je luie stoel, toch met enige regelmaat een klein concertje tot je te nemen. Ook hier geldt: samen komen we er wel door! In deze bijdrage een klein overzichtje van het moois dat je via internet wordt aangeboden. Tips kun je sturen naar johanpape6@gmail.com.

Het is al even geleden dat ik over dit onderwerp schreef. Ondertussen raken we na zo'n twee maanden 'intelligente lockdown' gewend aan de situatie. Dat er online nog steeds heel veel gebeurt, zal niemand ontgaan zijn. Op 15 april las ik op Facebook een bericht van jazzzangeres Fleurine. Een soort oproep aan toonkunstenaars om te stoppen met het ingooien van de eigen ruiten door hun muziek gratis aan te bieden. Als je daar even over nadenkt, kun je het als muziekliefhebber alleen maar met haar eens zijn. Ondertussen kwam er in Brabant nog een ramp overheen: de nieuwe coalitie in het provinciaal bestuur besloot een streep te zetten door de gedeputeerde van cultuur en de subsidiestroom in de richting van de sector af te gaan bouwen.

Ondertussen werd in het Tilburgse Paradox het idee geboren om te starten met de 1½ Meter Sessies. Met een knipoog naar het bekende televisieprogramma 2 Meter Sessies organiseerde Paradox op vrijdag 1 mei de eerste van de reeks. Op de reguliere concertavond en concerttijd - vrijdag om 20.30 uur - werd er een liveconcert gestreamd van pianist Jeroen van Vliet en zijn Moon Trio. Geheel indachtig Fleurines oproep De concerten zijn gratis te volgen via YouTube en diverse Facebookpagina's, maar indachtig Fleurines hartenkreet kun je er als kijker ook voor betalen, volgens het principe 'pay what you want'. Via de website van Paradox kun je vooraf een kaartje kopen oftwel een donatie doen die ten goede komt aan de uitvoerende musici. Dit kan trouwens ook na afloop van het concert.

Op 8 mei volgden Eric van der Westen, Aaron Raams en Koen Smits en vorige week was het de beurt aan de Teus Nobel Liberty Group. Ik heb de laatste twee concerten bekeken en ik werd omvergeblazen. Van der Westen en consorten speelden een prachtig ingetogen set bluesrepertoire, maar met een volledig eigen inkleuring. Opvallend goede geluidskwaliteit en echt heel strak beeld vanuit divers perspectief. Kortom, een topconcert vanuit je luie stoel: heerlijk. Wat echt even wennen is dat het applaus uitblijft als een nummer afgerond wordt. Zeker als er zo mooi gemusiceerd wordt is dat heel gek. Ook voor de muzikanten moet het een vreemde ervaring zijn om niet die spontane enthousiaste feedback te krijgen.

Van het concert van de Teus Nobel Liberty Group heb ik de livestream via YouTube gevolgd. Wederom was de beeld- en geluidstechniek van topkwaliteit en de overgave van de muzikanten fenomenaal. Er werd een fraaie set gespeeld met werk van de cd 'Journey Of Man'. Via de chatfunctie kon je zien dat er voortdurend enthousiaste reacties vanuit diverse huiskamers verstuurd werden. Het concert is alleen al via YouYube bijna 600 keer bekeken en aan de reacties van Teus Nobel op Facebook is af te leiden dat het met de donaties ook lekker is gegaan.

Aanstaande vrijdag 22 mei is het de beurt aan Paul van Kemenade. Altsaxofonist en componist Paul van Kemenade opent de set met Three Horns And A Bass, een kwartet met de ongebruikelijke bezetting van drie hoornisten - Louk Boudesteijn (trombone), Angelo Verploegen (flügelhorn) en Paul van Kemenade (altsax en composities) - en bassist Wiro Mahieu. Daarna volgt het duo Van Kemenade & Budha Building, een spannende mix van duistere elektronica die Hans Timmermans alias Budha Building creëert als een fundament voor improvisaties van de altsaxofonist. Ook dit belooft een spannend concert van topniveau te worden.

Paradox verdient een pluim voor dit geweldige initiatief, waardoor het mogelijk wordt om de live-ervaring zo dicht mogelijk te benaderen en de uitvoerenden op professionele manier te ondersteunen. Als het publiek zichzelf nu ook serieus neemt: koop een kaartje of doneer, maar doe recht aan de inspanningen van de muzikanten.

Klik hier om een kaartje te bestellen voor het online concert van Paul van Kemenade met Three Horns And A Bass en Budha Building.

Labels: , ,

(Johan Pape, 19.5.20) - [print] - [naar boven]



Onder het stof vandaan
Fred Hersch Trio - '10 Years / 6 Discs' (Palmetto, 2019)

Opname: 2010-2017

Het trio van pianist Fred Hersch bestaat 10 jaar in dezelfde bezetting. Reden voor een feestje en voor een box met de zes albums die in de loop van de tijd zijn verschenen. Echt stof is daar niet opgekomen, daar is Hersch tegenwoordig gewoonweg te populair voor. De twee laatste van de zes schrijven kwamen hier reeds eerder uitgebreid voorbij. Collega Eddy Determeyer schreef in 2016 over 'Sunday At The Village Vanguard'. Hij concludeerde: 'Nu al een klassiek album, dat een trotse plaats bezet in de rij van al die eerdere opnamen uit de Carnegie Hall van de jazz, van Bill Evans, John Coltrane, het Thad Jones-Mel Lewis Jazz Orchestra.' Ikzelf boog mij in 2018 over 'Live In Europe' en betoonde mij al even enthousiast over dat concert in Brussel. De eerste vier albums kwamen hier nooit aan bod, iets dat we nu maar eens inhalen.

'Whirl' heet het debuut uit 2010, opgenomen in de studio en gevuld met een half dozijn stukken van Hersch' hand en een aantal standards. Met bij ieder stuk in het boekje een paar korte persoonlijke regels. Zo schreef hij 'Snow Is Falling' gezeten achter de piano, terwijl het buiten sneeuwde. En heus, beluister dit stuk en je ziet de vlokken vallen. De kwaliteiten van Hersch als pianist komen prachtig tot uiting in het ietwat mysterieuze 'Blue Midnight' van Paul Motian. Even boeiend is het om hier zijn beide kompanen, bassist John Hébert en drummer Eric McPherson, aan het werk te horen. Met zijn eigen 'Skipping' laat Hersch horen nooit uit te zijn op goedkope effecten, goed in het gehoor liggende melodieën of rechttoe rechtaan ritmes. Met als gevolg dat het zelfs bij een bekende standard soms even duurt voordat je doorhebt wat hij speelt. Het titelstuk is een eerbetoon aan de ballerina Suzanne Farrell, lid van het New York City Ballet. Op bijzondere wijze geeft Hersch hier het ritme van de dans weer in zijn compositie.

Twee albums nam dit trio op in de Village Vanguard, het hierboven genoemde 'Sunday At The Village Vanguard' is daarvan de tweede. Eerder in 2012 verscheen de dubbelaar 'Alive In The Vanguard'. Dat Hersch warme gevoelens heeft bij deze club, waar hij eerst als jonge bezoeker kwam en nu als musicus, is aan deze twee schijven goed te horen. Hier wordt door het trio gemusiceerd op het scherpst van de snede. Draai het meer dan energieke 'Segment' van de eerste cd en je weet genoeg. Of pak het puntige spel in de koppeling van Ornette Colemans 'Lonely Woman' met Miles Davis' 'Nardis' en luister dan direct naar die strakke ritmesectie op de achtergrond en die grandioze bassolo van Hébert. Drie musici die perfect op elkaar zijn ingespeeld en die na al die optredens samen elkaar feilloos aanvoelen. Schitterend ook hoe Hersch vorm geeft aan de klassiekers 'Softly As In A Morning Sunrise', waarin hij met strak gedoseerde noten een ragfijne melodie opbouwt, en 'I Fall In Love to Easily'. Let hier ook zeker op de intieme solo van Hébert en het verfijnde slagwerk van McPherson. En ook niet te versmaden: Hersch' eigen 'Jackalope', met dat aantrekkelijke ritme en puntige pianospel.

'Floating' is een studioalbum, maar het is ingedeeld als een liveconcert. Hersch: "This cd is sequenced the way we play a live set in a club or a concert. We often open with a standard, play some original music, the penultimate tune is a ballad from the American Popular Songbook - and we almost always end with a Monk tune." Dat gezegd hebbende, beginnen we hier met een mooi pittige versie van 'You & The Night & The Music'. Prachtig samenspel ook, direct in deze opener. Dan volgen die eigen nummers, waarbij het opvalt dat ze bijna allemaal aan iemand zijn opgedragen. Het innemende 'West Virginia Rose' bijvoorbeeld aan zijn moeder en het opwindende, zeer energieke 'Arcata' voor bassiste Esperanza Spalding: "who has amazing energy and loves cool bass lines". De eerdergenoemde ballad is het een na laatste nummer, 'If I Ever Would Leave You' van Alan Jay Lerner en als Monk krijgen we een grandioze uitvoering van 'Let’s Cool One'.

Foto's: Fred Hersch Trio op Jazz Middelheim 2018 door Cees van de Ven

Labels: ,

(Ben Taffijn, 17.5.20) - [print] - [naar boven]





Jazztube
Ben Sluijs & Erik Vermeulen - 'Off Minor'


Als in de Lage Landen één duo is waarvan de muzikanten elkaar telkens moeiteloos weten te vinden, dan is het toch wel de combinatie Ben Sluijs - Erik Vermeulen. Het levert immer interessante jazz op, die het tweetal uitserveert op een dis vol warme en omfloerste klanken, rijk aan lyrische harmonie, intimistische introspectie en prikkelende wendingen. De saxofonist en de pianist geven in hun concerten blijk van respect voor de traditie, zonder dat ze zich erdoor laten beperken.

Zo gaven ze op 13 februari 2014 op het podium van JazzCase in Pelt een karakteristieke eigen draai aan 'Off Minor'. Deze Monk-compositie 'dient enkel als vehikel van waaruit beide muzikanten vertrekken om er hun eigen verhaal rond te weven, waarbij ze van de ene herkenbare noot naar de andere een nieuwe wereld opbouwen van uitgesponnen en vernuftige improvisaties', zoals Gerda Boel destijds schreef in een
concertrecensie op deze website.

Video: Cees van de Ven

Labels:

(Maarten van de Ven, 16.5.20) - [print] - [naar boven]



Cd
Shiroishi / Golia / Fujioka / Cline - 'Borasisi' (Astral Spirtis, 2019)

Opname: 7 oktober 2018

De combinatie van twee saxofonisten en twee drummers is geen gebruikelijke. Maar aangezien in de hedendaagse improvisatie alles mogelijk is - de eigen fantasie is de enige beperking - hebben we met 'Borasisi' een mooi voorbeeld waar dit toe kan leiden. Patrick Shiroishi en Vinny Golia op saxofoon, Dylan Fujioka en Alex Cline op drums en percussie. De twee oudgedienden, Golia en Cline, behoeven niet echt meer een introductie. Anders is het met de twee relatief jonge musici, Shiroishi en Fujioka. Zij waren mij in ieder geval totaal onbekend en zoeken op internet levert ook niet al te veel op. Beiden zijn echter woonachtig in Los Angeles en delen zo te zien aan hun namen een Japanse achtergrond, al krijg ik dat nergens bevestigd.

Maar goed, uiteindelijk gaat het daar allemaal niet om. De muziek, dat is wat ertoe doet. Op het eerste van de slechts twee stukken, 'Right Eye Sun', horen we direct dat er meerdere saxofoons worden gebruikt. Wie welk instrument bespeelt valt niet te achterhalen, maar wat direct opvalt is de harmonische wijze waarop de klanken hier met elkaar samenvallen. Hier is zonder meer sprake van een dialoog. De twee percussionisten houden zich wat op de achtergrond, breken soms even in, maar het zijn de saxen, sopraan en tenor, die zeer overtuigend en met overgave de leiding nemen. In de loop van het nummer roeren de slagwerkers zich echter steeds meer, worden het steeds meer twee duo's. En het mooie is de spanning die dit oplevert. Ze vullen elkaar aan, maar ook weer niet. Een schurende harmonie, hoe vreemd het ook mag klinken.

In het tweede stuk 'Left Eye Moon' zijn het de percussionisten die beginnen. Hun spel is zoekend, verkennend. Langzaam wordt er een ritme gebouwd. Ziehier het voordeel van twee drumstellen: de prachtige volle klank, ieder gaatje wordt gevuld. Dan valt de percussie nagenoeg stil en horen we de snerpend hoge klank van de sopraansax in een fragiele melodie, vergezeld door een enkel accent van de bekkens. De tenorsax komt erbij en wederom vinden de twee saxofonisten elkaar in een spannende dialoog. Aanvankelijk ligt het tempo hier vrij laag, maar gaandeweg loopt ook in dit stuk het tempo verder op en ontvouwt zich eenzelfde patroon als in 'Right Eye Sun'. Percussionisten en saxofoons bereiken wederom een precair en spannend evenwicht. Een meer dan geslaagd treffen.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 13.5.20) - [print] - [naar boven]



Boek / Cd
Ernst Glerum - 'ALBUM' (Favorite, 2020)


Stin-kend jaloers. Kijk, dat die Glerum een god op de contrabas is, meer dan verdienstelijk piano speelt en, vooruit, ook heel best met de brushes uit de voeten kan, is tot daaraan toe. Maar dat hij ook nog eens een stuk virtuozer en gevarieerder dan ikzelf tekent of getekend heeft! Je zult zien, binnenkort verschijnt in een of ander literair blad zijn (definitieve) essay over Lloyd Lambert, diens pionierswerk op de elektrische bas en belang als wegbereider voor de soulmuziek.

Dat wordt allemaal pijnlijk duidelijk in het album 'ALBUM', dat zijn negotie Favorite in een gelimiteerde oplage van 250 stuks heeft uitgebracht. Het is een aantrekkelijk (door Suze Swarte) vormgegeven plaatjesboek geworden, met Glerums teken- en schilderwerk vanaf circa 1974, toen de kunstenaar achttien of negentien was. Plus een cd.

Een van die eerste potloodtekeningen, een aardewerken kruik met potloden, stiften en mesjes, is gelijk raak. Want zo tekende ik op de middelbare school ook. Ik kan me een stenen waterput herinneren, met een vergelijkbaar spel van licht en donker, van schaduwen en glimlicht. Maar waar Ernst Glerum zich ontwikkelde tot een alleszins geloofwaardige alleskunstenaar bleef ik steken in karikaturen van docenten, politici en vliegtuigen. Kleur, daar ben ik nooit aan begonnen, dat was een wereld apart. Afgezien van een tekening van een F-100 in de kleuren van het stuntteam The Skyblazers. Toen moet ik dus vijftien of zestien zijn geweest. Glerum stapte al snel over van zachte potloden naar inkt en waterverf en krijt, naar (zelf)portretten, alledaagse voorwerpen en uiteindelijk landschappen.

Iets van dat beeldende aspect vind je terug in de muziek. En dan bedoel ik vanzelfsprekend niet dat er een een-op-een verband bestaat tussen zijn klinkende composities en zijn picturale schetswerk. Hoewel hij piano's heeft verbeeld en muziekpapier en contrabassen - al is van die laatste categorie niets meegenomen. Nee, ik denk eerder aan een stuk als 'Taag' van Guus Janssen, dat klinkt als een wandeling langs een serie kalligrafische prenten van Willem Hussem.

Hij is een traditionalist, heeft Glerum bij herhaling laten optekenen. Van zijn werk met het Amsterdam String Trio en het ICP Orkest kennen we hem als een durfal, als iemand voor wie de toekomst relevanter is dan het verleden. Al had hij ook bij dat soort bands een ankerfunctie. Maar we kennen hem ook als een, inderdaad, stijlvaste artiest die net zo goed en oprecht geïnteresseerd is in de einder achter ons. Denk in dit verband aan zijn samenwerking met tenorist J.C. Tans en zijn salonorkest de New Klookabilities. Maar ook aan zijn meer recente albums onder eigen naam.

Nadat hij zijn klassieke papieren heeft getoond met de gestreken solo 'Big Violin Fantasy' vervolgt Glerum zijn odyssee met 'Slam Blues'. We herkennen dat als 'Slam Slam Blues' van bassist Slam Stewart, maar dan zonder diens karakteristieke meeneurieën. Vandaar éénmaal 'Slam'. Maar intussen klinkt het wel als een voorbeeldig gerestaureerde opname uit 1945. Pianist en componist Herbie Nichols komt om de hoek kijken in 'Conga Cacao' en, vooral, 'Symphony' (niet de standard uit '45). Vervolgens is ook piano-icoon Ramsey Lewis nog even nadrukkelijk aanwezig, in 'Sort Of Trouble'. Eveneens van eigen hand komt 'Trilmij', dat door Bill Evans of Paul Bley in 1960 gespeeld had kunnen zijn. Ja, dat niveau dus. In 'I Surrender Dear' (van Harry Barris; gepopulariseerd door crooner Bing Crosby) horen we een samensmelten van gestreken bas en orgel (harmonium?), waarbij de eigenlijke melodie zo goed als afwezig blijft. Een beetje te vergelijken met hoe tenorsaxofonist Coleman Hawkins in 1939 'Body And Soul' aanpakte.

Maar welke weg Glerum ook inslaat, of hij Bach voor beginners speelt ('Contrapunt') of zich door (kleindochter?) Emilie Glerum voor haar karretje laat spannen ('Tea For Two' en 'Jig Saw'), de ideeën zijn helder en worden vormvast uitgevoerd.

Nu u bulkt van het geld vanwege de sluiting der tapperijen is het juiste moment aangebroken om uzelf (of een dierbare) met dit kostbare kleinood te verwennen. www.ernstglerum.nl.

Klik hier om de cd van dit 'ALBUM' te beluisteren.

Labels: ,

(Eddy Determeyer, 12.5.20) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Reijseger Fraanje Sylla - 'We Were There' (Just Listen, 2020)


Het trio van cellist Ernst Reijseger, pianist Harmen Fraanje en percussionist/zanger Mola Sylla is in de afgelopen jaren uitgegroeid tot een ware publiekslieveling, die tot voor kort overal zorgde voor uitverkochte zalen. Nu natuurlijk even niet en mede daarom komt hun nieuwe album 'We Were There' zeer gelegen. Maar het werd ook wel weer eens tijd voor een nieuwe schijf. 'Count Till Zen' dateert alweer van 2015. De populariteit van Reijseger-Fraanje-Sylla ligt natuurlijk voor een belangrijk deel in de allesbehalve alledaagse samenstelling, waarbij pianist Fraanje nog de meest gangbare is. Verder verwacht je dan een bas, waar je een cello krijgt. En dan ook nog eens een cellist die qua muzikale opvattingen net zo dicht tegen klassiek aanschurkt als tegen jazz. En tot slot is daar Sylla, die als percussie niet het drumstel hanteert, maar de mbira en de xalam, die gangbaar zijn in zijn vaderland Senegal, maar hier vrijwel nooit te horen zijn. Daarnaast doet hij ook als zanger dienst. Verder wijkt zijn stijl van spelen op een aantal punten fors af van wat we normaal gesproken onder jazz scharen.

Met Sylla's 'Boulmanine' gaat het album ingetogen van start. Fraanje speelt een poëtische melodie, Reijseger kleurt het plaatje op de achtergrond verder in en dan komt Sylla erbij, eerst met een repetitief patroon op de mbira, de officiële benaming voor wat we ook wel de duimpiano noemen, en dan met zijn overrompelend imponerende zang. Ook 'Xeeg' is van Sylla en in beide nummers valt op hoe dicht de americana en de blues nog altijd bij de West-Afrikaanse muziek staan, hoezeer een deel van blank Amerika die invloed ook wil ontkennen. Met name 'Xeeg' is pure blues. Een loom ritme van Reijseger en Sylla, bijpassende zang en mooie loopjes van Franje. Het geluid van Reijsegers cello, hier gehanteerd alsof het een gitaar is, en Sylla's xalam - een soort van banjo - kleuren hier perfect bij elkaar. Fraanje - en '51' is daar een mooi voorbeeld van - is als geen ander in staat om middels muziek een sfeer neer te zetten, vaak van filmische allure. In 'Bodensee' horen we aansluitend de pianist zelf met een prachtige, bijna klassieke partij. Een volgend voorbeeld van de eclectische stijl van dit trio. Reijsegers 'Landscape Of The Soul', het eerste stuk van zijn hand op dit album, valt op door de sterke ritmiek die het stuk een zekere spanning meegeeft. Alleen Fraanje ontsnapt eraan met een bescheiden melodie. Op de achtergrond horen we Sylla zingen, terwijl Fraanje hier voor het ritme zorgt.

Ook 'Charlotte' en 'Albatros', twee stukken van Fraanje, bezitten dat sterk verhalende, beeldende karakter. Daarnaast horen we in 'Charlotte' de invloed van folk, met name door de zang van Sylla, en valt in 'Albatros' dat voor Fraanje zo kenmerkende vederlichte pianospel op. 'Koluté' is dan weer typisch Sylla, teruggrijpend op de voor zijn cultuur zo kenmerkende ritmische patronen, al bereikt hij hier met de toevoeging van de piano en de cello een krachtige synthese. De laatste drie stukken van het album zijn van de hand van Reijseger. In 'Biruta' valt daarbij vooral de zang van Sylla op, zeer spaarzaam begeleidt door Reijseger en de ingetogen melodie van Fraanje. Het maakt het stuk tot een enigszins dramatische ballade. Van de drie musici slaagt Reijseger er wellicht nog het beste in om uit al die diverse muzikale stijlen een nieuwe eigen wereld te creëren. 'Raykwela' en 'Where You There' voldoen met hun geheel eigen, unieke klankwereld in ieder geval perfect aan die beschrijving.

In de Jazztube zie je Reijseger Fraanje Sylla live aan het werk in Plaza Futura, Eindhoven, opgenomen op 20 september 2012 door Cees van de Ven.

Labels:

(Ben Taffijn, 9.5.20) - [print] - [naar boven]



Jazz Class-X / Jazztube
Keith Jarrett - 'Köln Concert' (ECM, 1975)

Opname: 24 januari 1975

24 januari 1975 was voor Keith Jarrett nu niet bepaald een fijne dag. Hij kwam vrij laat aan in het operagebouw van Keulen na een vijf uur durende autorit vanuit Zürich, had veel pijn in zijn rug en had mede daardoor slecht geslapen en nog niet gegeten. En toen zag hij de piano staan. In tegenstelling tot de gevraagde Bösendorfer Imperial-concertvleugel stond daar een kleiner exemplaar, eigenlijk alleen geschikt voor repetities. Omruilen ging niet meer. Maar voor het instrument naar de zin van de meester was gestemd, waren we wel vijf uur verder. Jarrett had dan ook flink de pest in en wilde die avond - het concert stond gepland om half twaalf, na een opera - eigenlijk niet spelen. Gelukkig liet hij zich overhalen en werden er zelfs opnamen gemaakt, voor privégebruik.

Het was niet het eerste soloconcert dat Jarrett, op dat moment 29 jaar oud, speelde. Andere solorecitals vonden plaats in maart en juli 1973, respectievelijk in Lausanne en in Bremen, maar veel ervaring met deze vorm had hij op dat moment nog niet. Tot dan toe was hij vooral bekend als pianist in het Charles Lloyd Quartet en door zijn bijdragen aan het Miles Davis Septet.

45 jaar later is het 'Köln Concert', want over dat album hebben we het hier, uitgegroeid tot het best verkochte album uit de geschiedenis van de jazz. Het zette het ECM-label definitief op de kaart. De roem reikt inmiddels zo ver dat er zelfs partituren van het stuk bestaan, waar Jarrett aanvankelijk zeer op tegen was, en opnamen van pianisten die het stuk eveneens spelen. En dat terwijl Jarrett hier, zoals altijd, volledig improviseerde. Maar waardoor is dit album nu eigenlijk zo ongelooflijk populair geworden? Want strikt genomen is het zeker technisch - wat natuurlijk voor een belangrijk deel te wijten is aan die tekortschietende piano - niet zijn beste soloalbum. De reden moet hem liggen in een combinatie van factoren. Het heeft er alle schijn van dat Jarrett, toen hij eenmaal besloot er maar het beste van te maken, er ook helemaal voor ging. Die eerste paar, voorzichtige noten in 'Part I', waar hij heel geleidelijk een melodie mee opbouwt, soms zichzelf even een zijpaadje veroorlovend: magnifiek. En dan komt de swing erin, de lyriek, onbeschaamd, tegen de kitsch aan schurkend. Komt het omdat Jarrett vooraf de muziek van die opera had gehoord? Ik kan nergens vinden welke er die avond op het programma stond, maar het zou zo maar kunnen. Die lyriek bouwt hij aansluitend groots uit, tussendoor neuriënd. Patronen die zich vastzetten in je hoofd, om er nooit meer uit te verdwijnen. Kippenvel, iedere keer weer.

Het is Jarretts gevoel voor ritme en timing dat hij hier met zoveel succes volledig uitserveert, een kwaliteit die me laatst ook weer opviel bij het terugluisteren van het concert van het Charles Lloyd Quartet in 1967 tijdens het Montreux Jazz Festival. Daarmee dwars ingaand tegen alle regels van de avant-garde jazz, waar hij zelf eveneens deel van uitmaakte - beluister de opnamen van oktober 1974 met het American Quartet en je zit in een compleet andere wereld.

Het tweede deel van het concert leidde tot hoofdbrekens bij ECM. Paste het eerste deel nog mooi op een lp-kant, het tweede werd in drie stukken geknipt en verdeeld over de resterende kanten van het dubbelalbum. Zo heeft de cd nog steeds vier stukken, al zijn het er eigenlijk maar twee (de eerste cd's uit 1983 missen bovendien het vierde stuk). Repetitief ritmisch vangt dit deel aan, je hoort dat Jarrett zich concentreert op het midden van zijn klavier, waar telkens een attractieve melodie doorheen piept. Na een wat ingetogenere fase pakt hij, in wat nu 'Part IIb' heet, met zijn linkerhand het ritme weer op, terwijl hij er met zijn rechterhand op improviseert. Een van de mooiste passages op dit album. Stomend dendert hij richting 'Part IIc'. Dit concert... ik had erbij willen zijn.

In de Jazztube zie je een soloconcert van Keith Jarrett, opgenomen in 1977 in Vermont.

Labels: , ,

(Ben Taffijn, 7.5.20) - [print] - [naar boven]



Cd
Thomas / Butcher / Solberg - 'Fictional Souvenirs' (Astral Spirits, 2019)

Opname: 19 juli 2017

Als trio mag de combinatie Thomas/Butcher/Solberg nieuw zijn, de drie leden hebben in diverse combinaties met elkaar wel een geschiedenis. Toetsenist Pat Thomas, tevens bekwaam in het live bedienen van allerhande elektronica, werkte al eerder intensief samen met saxofonist John Butcher, bijvoorbeeld in het London Improvisers Orchestra en recent nog in een uitgebreidere versie van Common Objects. Thomas op zijn beurt werkte samen met de derde man, de Noorse drummer Ståle Liavik Solberg, in een ad-hoc kwartet dat verder bestond uit saxofoniste Lotte Anker en bassist Ingebrigt Håker Flaten. Verder werken Butcher en Solberg regelmatig samen als duo, getuige ook het in 2016 bij Clean Feed verschenen 'So Beautiful, It Starts To Rain'.

Dit album, live opgenomen tijdens een concert in het Londense Iklectik, is met name bijzonder door de rol van Thomas, die hier naast zijn iPad de beschikking heeft over een Moog Theremini, een elektronische versie van de theremin. De vreemde, spacy klanken van dit ding trekken direct de aandacht in opener 'Dust' en gaan een interessante verbinding aan met het gerommel van Solberg. Aansluitend perst Butcher wat losse klanken uit zijn tenorsax. Samen op zoek naar eenheid. Die komt er iets verderop; Solberg spreidt een ritmisch kleedje, Butcher gaat los met klanken die een fakir jaloers maken en Thomas horen we op de achtergrond op zijn manier de rol van bassist invullen.

Maar die momenten zijn vrij spaarzaam; het meest opvallende aan dit album is juist het gebrek aan die gebruikelijke vormen van structuur. Er zit vrijwel geen ritme in, melodieën ontbreken volledig en meestal is er evenmin sprake van harmonie. De muziek heeft daardoor een sterk zoekend karakter en werkt nogal eens behoorlijk vervreemdend. Zo horen we in 'Heartaches' vooral Solberg met een rijk scala aan nogal willekeurig aandoende geluiden. Thomas komt er soms doorheen met ritmische wrijfbewegingen en Butcher met drone-achtige lijnen, maar de sfeer doorbreken ze nergens. Verderop loopt de spanning op, mede door Thomas' theremin. Opvallend in dit stuk is ook het gebruik van stiltes, die de korte erupties van elkaar scheiden.

Ook in 'The Solutions' zoekt dit trio de grenzen op van het begrip muziek. At random strooien de drie met klanken. Soms weten ze elkaar even te vinden in een welluidende combinatie, maar veel vaker gaat ieder zijn weg. Rond de zevende minuut komt het geheel toch nog onverwachts samen. Butchers afgeknepen klank past perfect bij Thomas' trillende lijnen en Solbergs ritmische bewegingen geven het geheel extra spanning. In 'The Effort And A Smile' creëren de drie een vrij duistere sfeer. Donkere klankwolken, met lichte accenten van een paar stukken percussie. Ritmische fragmenten, te kort om te beklijven. En ook in dit stuk gaat het primair om klank en niet om structuur. Tot slot klinkt 'Keys', waarin Solberg de uitzondering brengt die de regel bevestigt: een heuse drumsolo!

Klik hier om dit album te beluisteren.

Foto: Geert Vandepoele

Labels:

(Ben Taffijn, 4.5.20) - [print] - [naar boven]



Interview
Efraïm Trujillo: jazzmusicus in coronatijd


Voor een uitvoerend jazzmusicus is het ten tijde van de coronacrisis en de daarmee gepaard gaande maatregelen een moeilijke periode. Concerten, cd-presentaties en festivals worden afgelast. Daarmee worden musici en podia ineens geconfronteerd met minder inkomsten en een onzekere toekomst. Hoe komen zij de coronacrisis door? In de media wordt veel geschreven over nare consequenties en de schaduwzijden van het artiestenbestaan.

Saxofonist Efraïm Trujillo pleit ervoor om ook een positief geluid te laten horen, om de waarde en het maatschappelijk belang van muziek te benadrukken: "We moeten als musici juist nu zichtbaar blijven." Koen Scherer zocht contact met Trujillo voor een persoonlijke toelichting.

Lees hier het volledige interview.

Foto: Tami Toledo Matuoka

Labels:

(Maarten van de Ven, 2.5.20) - [print] - [naar boven]



Cd
Tijs Klaassen Quintet - 'Clavius' (eigen beheer, 2020)

Opname: 2019

Met zijn cd 'Clavius' negeert het Tijs Klaassen Quintet de oproep tot social distancy. Dat zit zo.

Vanwege de coronamaatregelen was ook de Keukenhof gesloten voor het publiek. Maar een uitzending van Omroep Max gunde ons toch een fraai beeld van al het moois dat er te zien was.

En een metafoor bij uitstek voor dit album. Diversiteit aan kleur, compositie, samenhang, lijnenspel, detaillering, bewondering, verwondering en waardering. Het is allemaal van toepassing op dit kwintet, bestaande uit Mo van der Does (altsax), Matthias Van den Brande (tenorsax), Floris Kappeyne (piano/juno), Wouter Kühne (drums) en last but not least Tijs Klaasen (contrabas/composities).

Het nummer 'Douze Points', dat we kennen als het maximaal aantal punten dat men mag geven bij het Eurovisie Songfestival, slaat de spijker op de kop wat betreft de kwaliteit van deze cd. Klaasen tekende voor verrassende composities en arrangementen. Samenspel en improvisaties van zijn muzikale trawanten zorgen vaak voor aaahhh's en ooohh's.

Een hoogtepunt qua eigenheid, zeggingskracht en orkestratie is 'Bella Eats After Dinner'.

Dit album zal de tand des tijds glansrijk doorstaan. Ook de geluidskwaliteit is uitstekend. Het is uitkijken naar een liveconcert of een vervolg-cd, maar dan met wat meer aandacht voor de vormgeving/verpakking om vorm en inhoud met elkaar in balans te brengen.

Tenslotte nog dit: wat er ook geadviseerd wordt met betrekking tot social distancy. Met deze cd in de speler is dat niet vol te houden. Bij herhaling koesteren, omarmen en genieten des te meer!

Klik hier om dit album te beluisteren.

Foto: Marlon Dijkshoorn

Labels:

(Cees van de Ven, 29.4.20) - [print] - [naar boven]



Boek
'Tropenjazz – Jazz in Indië 1919-1950'

Auteur: Henk Mak van Dijk / Uitgeverij: Limasan Musik, 2019

Een paar maanden geleden besprak ik hier 'Tales Of Southeast Asia’s Jazz Age' van Peter Keppy, over de jazz in Nederlands-Indië en de Filipijnen in de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw. Een openbaring, omdat ik er daarvoor nooit ook maar één moment aan had gedacht dat ook daar jazz werd gespeeld. Ongeveer gelijktijdig verscheen 'Tropenjazz – Jazz in Indië 1919-1950' van Henk Mak van Dijk, wat dus deels hetzelfde gebied en dezelfde tijd beslaat. Daarmee houdt ook verder iedere vergelijking op. Keppy schreef een wetenschappelijke studie en had als invalshoek de relatie tussen de opkomst van de populaire cultuur en de emancipatie en het toenemende politieke bewustzijn van de lokale bevolking. Van Dijk staat hier nagenoeg niet bij stil en richt zich vooral op een overzicht van de jazz in die jaren, in wat toen nog onze kolonie was. Het meest opvallende is echter dat Keppy een duidelijk eigen standpunt heeft, wat hij terdege beargumenteerd - het kenmerk van wetenschap - terwijl Van Dijk ervoor kiest om te documenteren en te beschrijven.

Een en ander doet overigens niets af aan het werk dat Van Dijk heeft geleverd, zeker als je bedenkt dat alles wat hij ons hier - met Nederlandse en Engelse teksten - presenteert hem niet bepaald op een presenteerblaadje is aangereikt. Het meest frustrerende daarbij is, en daar kan Van Dijk niets aan doen, is dat er geen noot van alles waar hij over schrijft beluisterd kan worden. Er is tot nu toe helemaal niets aan muziek overgebleven! Wat we gelukkig nog wel hebben zijn foto's en programma's, waar Van Dijk ruimschoots gebruik van maakt in dit kleurrijke boek.

Op 28 juni 1919 klinkt in Indië het eerste jazznummer: 'Fidgety Feel Jazz One Step'. De plaats is het terras van de Deli Bioscoop in Medan, Java. Verder op het programma van het filmorkest staan 'Wiener Blut', een wals van Johann Strauss, een stuk uit Guiseppe Verdi's opera 'Aida' en een stuk Hawaï-muziek, eveneens zeer populair in Indië in die dagen. Dit overzichtje geeft direct een goed beeld van wat in die eerste jaren wordt verstaan onder wat we nu jazz noemen: dansmuziek. En het spelen van jazz samen met andere soorten muziek zou nog wel even voortduren. Opvallend daarbij is dat titels van stukken, bijvoorbeeld tijdens radio-uitzendingen, niet worden genoemd. Men volstaat met aanduidingen als 'jazz', 'hot’jazz' of 'sweet-jazz'. Een mooi voorbeeld van vermenging is ook het duo Paul Schramm en Dini Soetermeer, dat een programma brengt met als titel 'Von Strauss zum Jazz'.

Ook Van Ham maakt weer mooi duidelijk dat de jazz in die jaren niet door iedereen werd gewaardeerd en dat zeker de zwarte musici te maken hadden met racisme, en niet alleen in de VS. Nederlanders zijn dan zogenaamd niet racistisch, maar ik vond toch heel wat voorbeelden die anders suggereren. Zo schrijft de Sumatra Post op 30 december 1930 over de Amerikaan Frank Geo Silver, bijgenaamd Dr. Jazz: 'Een hoop tanden, een schildpadden bril, dan een heele tijd niets, en tenslotte een klein zwart kneveltje, ziedaar Dr. Jazz, de neger, die thans opgenomen is in den band van het Grand Hotel en Zaterdagavond het publiek hoopt te onthalen op geweldige jazz-prestaties op de piano en songs van zijn negerhome... Ook zong hij de laatste "hits" uit de sprekende films, waarbij de voordracht, negers eigen, goed was.'

Het racisme strekte zich ook uit tot de Indische musici. Van Dijk noemt diverse voorbeelden, bijvoorbeeld op blz. 110: 'In vergelijking met de collega-musici van overzee worden Indische bands aanzienlijk minder vaak vermeld in advertenties en berichten, uitzonderingen daargelaten. Vaak wordt de naam niet eens genoemd en wordt volstaan met 'een jazz', in de trant van: "Twee jazz-bands zorgden voor vroolyke wijsjes, waarop den geheelen avond en nacht zeer druk werd gedanst." In de jaren 30 neemt het racisme toe, met name doordat de NSB zich ook hier laat gelden. Onder het mom van een gebrek aan professionaliteit van Indische musici - ze zijn altijd te laat, nemen te lange pauzes, etc. - worden er duurbetaalde buitenlandse musici aangetrokken en komen Indische bands op de grote podia niet aan bod. Wat daarnaast meespeelt is dat die stugge Nederlanders het expressieve niet echt kunnen waarderen, iets dat neerbuigend wordt omschreven als 'jungle-jazz'. Het is des te schrijnender als je beseft - Van Dijk had dat best wat explicieter aan de orde mogen stellen - dat de échte vernieuwing in de jaren 40 en 50 uitgerekend kwam van deze musici.


Het mooiste voorbeeld daarvan is wellicht wel Lud van Zele. Hij studeert klassieke piano in Frankrijk, maar richt zich terug in Indië noodgedwongen op de jazz, omdat een Indiër nu eenmaal geen klassiek pianist kan zijn. Maar het is hij die in 1938 zijn 'Jazzconcerto voor piano en orkest' componeert, dat voor die tijd redelijk baanbrekend was. Van Dijk, zelf pianist, heeft de partituur enige jaren geleden teruggevonden en een uitvoering op het Haagse Tong Tong Festival van 2017 verzorgd met een bigband onder leiding van Timothy Galloway. Een daad van eerherstel. Iets waar dit boek overigens eveneens van getuigt. Terecht merkt Van Dijk op dat het er nog heel wat verborgen schatten op zolder moeten liggen, zowel in Indonesië als hier. En hopelijk zitten daar dan ook eens geluidsopnames bij!

Labels:

(Ben Taffijn, 27.4.20) - [print] - [naar boven]



Onder het stof vandaan / Jazztube
Charles Lloyd Quartet - 'Montreux Jazz Fesival 1967' (TCB, 2019)

Opname: 18 juni 1967

Voor de allereerste editie van het Montreux Jazzfestival vroeg Claude Nobs, de organisator, onder andere Charles Lloyd met zijn kwartet. Het is 18 juni 1967 als hij daar twee concerten geeft die beiden worden opgenomen voor de Zwitserse radio. Een aantal stukken verschenen in 1994 op een obscure cd van het Charles Lloyd Quartet featuring Keith Jarrett met als titel 'Forest Flower', maar tot een goede uitgave van het gehele concert moesten we tot vorig jaar wachten. De twee sets werden onlangs in zijn geheel uitgebracht als deel 46 in de Swiss Radio Days Jazz Series van het platenlabel TCB, eindelijk. Het Charles Lloyd Quartet, bestaande uit Lloyd, Jarrett, bassist Ron McClure (die sinds januari 1967 Cecil McBee verving) en drummer Jack DeJohnette, bestaat op het moment van dit concert ruim een jaar en heeft in die korte tijd al een stevige reputatie verworven. Kort na elkaar kwamen er drie lp's uit: 'Dream Weaver', 'Journey Within’' en 'Love-In'. Het kwartet gaf spraakmakende concerten tijdens het Monterey Jazz Festival, het jazzfestival in Antibes en - als eerste jazzband ooit - in de Fillmore, de poptempel in San Francisco.

De eerste set in Montreux, in die middag van de 18e juni, vangt aan met 'Days And Nights Waiting' van Jarrett. Lloyd zet direct in op tenorsax met dat voor hem zo kenmerkende geluid: haarscherp, uiterst melodieus en weloverwogen, daarna komt Jarrett, gevolgd door McClure en DeJohnette. Intussen valt op hoe ongelooflijk goed deze opnames klinken, alsof je er zelf bij bent. Na deze vrij korte introductie, overigens met een prachtig lyrische bassolo van McClure, gaan we verder met 'Lady Gabor', een stuk van gitarist Gábor Szabó, waar Lloyd eerder mee had samengewerkt. We horen hem hier op fluit in zijn gekende flamboyante stijl. En wie zingt daar op de achtergrond? Natuurlijk, Jarrett. Dat kon hij ook toen al niet laten. Maar evengoed horen we hem hier onvoorstelbaar ritmisch piano spelen; alles wat hij de decennia erna zou laten horen, zit hier reeds in.

Ruim een half uur duurt 'Sweet Georgia Bright', een stuk van Lloyd zelf. We trappen af met schermutselingen van DeJohnette, een accent van Jarrett en McClure en een groeiende melodie van Lloyd, weer terug op zijn sax. Een meesterlijke solopartij volgt, ritmisch springend van hoog naar laag. Op sommige momenten op de achtergrond ondersteund door aanzwellend spel van DeJohnette en McLure. Dan raakt hij het ritme aan, pakt DeJohnette het verder op en komt het stuk, mede door Jarretts krachtige spel, in een stroomversnelling. Een rustmoment vormt de zangerige solo van McClure, waarna we horen waarom we DeJohnette tot een van de allergrootste drummers mogen rekenen. Zouden Jarrett en hij toen al hebben vermoed dat ze uiteindelijk, samen met Gary Peacock, een langlopend legendarisch trio zouden gaan vormen? Maar wat een solo, wat een variatie, wat een inventiviteit! Jammer dat het publiek moeite heeft met stil zijn.

De tweede sessie opent met een ander stuk van Lloyd, 'Love Ship', een titel die zonder meer aanhaakt bij de geest van de tijd. Boterzacht, zonder vals sentiment, klinkt de meester hier, zich soepel bewegend tussen de klankgolven van DeJohnette. Even later is het de beurt aan Jarrett. Met fluwelen toucher, we kennen het van hem, sluit hij aan in deze prachtig ballad. Lloyds 'Love Song To A Baby' begint met een solo van Jarrett, waarna het kwartet er vaart achter zet, met als hoogtepunt die passage waar Jarrett eindeloze slierten noten uit zijn instrument tovert, opgezweept door de ritmesectie. Lloyd, weer eens op fluit, horen we verderop in een ragfijne, intieme solo.

Tot slot van deze set klinkt 'Forest Flower', op dat moment wellicht de meest bekende compositie van Lloyd. De melodie tekent hij direct voor ons uit, krachtig begeleid door de overige leden, de latin-invloeden doen zich gelden. Jarrett neemt het stokje over en bouwt de melodie verder uit, waarna Lloyd de boel laat ontvlammen. Zeer ritmisch gesoleerd wordt er aansluitend door McClure, strak begeleid door DeJohnette op een soort van woodblock. Als McClure stopt gaat DeJohnette alleen verder en pookt hij het vuur hoog op. Hoogtepunten zijn echter die twee spetterende, minutenlange dialogen van Jarrett en DeJohnette verderop in deze bijna een halfuur durende versie. Het applaus na afloop is overdonderend en welverdiend. Het knappe van Lloyd is dat er een halve eeuw later niets is veranderd. We waren er afgelopen zomer nog getuige van tijdens Jazz Middelheim, toen hij optrad met Kindred Spirits.

In de Jazztube een liveopname van het concert dat het Charles Lloyd Quartet in 1967 gaf op het Prague International Jazz Festival.

Foto: Cees van de Ven

Labels: ,

(Ben Taffijn, 25.4.20) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Jozef Dumoulin & Lidlboj - 'Live In Neerpelt' (El Negocito, 2018)

Opname: 13 januari 2011
Reeds & Deeds - 'Live At Jazzcase' (El Negocito, 2019)
Opname: 15 november 2018

Eerder op deze blog kwam het bericht voorbij dat JazzCase, het jazzpodium dat zijn plek had gevonden in cultureel centrum Dommelhof te Neerpelt er na 13 seizoenen mee ophoudt. Het was niet omdat de inmiddels tachtigjarige Cees van de Ven nu eindelijk wel eens met pensioen wilde. Integendeel, toen ik hem enige maanden terug sprak, zat hij nog vol plannen. De reeds ingeslagen weg - musici een residentie van een paar dagen aanbieden, ze nieuw materiaal laten ontwikkelen en ze een eerste podium bieden - was hij verder aan het uitbouwen. Podia als Paradox in Tilburg, De Singer in Rijkevorsel en POM in Eindhoven wilden graag samenwerken om de musici de kans te bieden het nieuwe werk ook elders ten gehore te brengen. Ook zouden er meer cd's bij El Negocito gaan verschijnen, waar Van de Ven al enige tijd mee samenwerkt. Nu alleen nog subsidie, detail. Want wie zou niet zo'n uniek initiatief willen ondersteunen? De wegen van onze op geld beluste machthebbers zijn echter ondoorgrondelijk en dus liep JazzCase zijn subsidie mis. Einde podium. Triest, zeer triest.

Op mijn stapel nog te recenseren liggen nog twee albums met liveopnames van JazzCase die al wat langer uit zijn en die ons nu al met nostalgie vervullen. Tijd om ze dus maar eens ter hand te nemen en aan u te presenteren, mocht dat nog nodig zijn. Op 13 januari 2011 stond toetsenist Jozef Dumoulin op het podium in Dommelhof, samen met zijn kwintet Lidlboj, dat verder bestaat uit vocaliste/toetseniste Lynn Cassiers, saxofonist Bo Van der Werf, bassist Dries Laheye en drummer Eric Thielemans. Laheye deed voor het eerst mee en Dumoulin is voor de verandering eens niet te horen op de Fender Rhodes. Als puzzelstukjes schuiven de keyboardklanken in elkaar in 'Roger Et Ses Gateaux'. Van der Werfs baritonsax en Cassiers' stem sluiten er naadloos op aan. Voorzichtig bouwen ze een melodie. Een wat aarzelende ritmiek van Thielemans vormt de opmaat voor pure poëzie. In 'August 22nd' kunnen we uitgebreid genieten, op een sloom ritme, van het spel van Van der Werf. Soepel beweegt hij zich tussen hoog en laag. Sfeervolle klanken van de keyboards kenmerken aanvankelijk 'Ik Roep'. Gaandeweg loopt het tempo echter op en belanden we in een ritmische stroom. De zang van Cassiers komt uitgebreid aan bod in 'Walk 3' en 'Onze-Lieve-Vrouw Van Vlaanderen' - in die laatste creatief elektronisch bewerkt. Tot slot klinken spacy klanken in 'January 9th / Lips (excerpt)'.

Reeds & Deeds wortelt in het werk van de vermaarde rietblazer Rahsaan Roland Kirk, die zich als voorganger van dit sextet niets aantrok van muzikale conventies. Natuurlijk zijn alle composities die de rietblazers Frans Vermeerssen, Bo van de Graaf en Alex Coke, pianist Michiel Braam, bassist Arjen Gorter en drummer Makki van Engelen op 15 november 2018 in Dommelhof ten gehore brachten van Kirks hand.

Fel ritmisch klinkt 'A Laugh For Rory'. Braam zet de toon met krachtige aanslagen. De drie blazers zetten de speelse melodie neer. De klanken van alle soorten saxofoons, fluit en piccolo bieden de onmisbare afwisseling. In 'Gifts And Messages' deinen we heerlijk mee op roomzachte klanken van de tenorsax en op 'Three For The Festival' op spannende sopraansaxklanken. Een schitterende toevoeging is de fluit. Een instrument dat een verhoudingsgewijs marginale rol vervult binnen de jazz. Maar de bijdrage van Coke op 'Steppin’ Into Beauty' maakt weer eens duidelijk hoe jammer dat eigenlijk is. Overigens is de bassolo van Gorter hier evenmin te versmaden. In 'Silverization' raken we weer op stoom, culminerend in een indrukwekkende drumsolo van Van Engelen. Wonderschoon en heerlijk speels saxspel ook op 'The Haunted Melody', inclusief percussief spel op de kleppen en door Braam op de piano. 'Vertigo Ro' is de stomende afsluiter van dit enerverende album. Virtuoos pianospel van Braam, pittig spel van de ritmesectie en wederom energieke capriolen van de blazers.

Rest me nog één ding te zeggen: dank Cees, voor al die prachtige concerten!

In de Jazztube zie je Reeds & Deeds live op het JazzCase-podium op 15 november 2018 met 'The Haunted Melody'.

Beluister tracks van de albums van Jozef Dumoulin & Lidlboj en Reeds & Deeds.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 23.4.20) - [print] - [naar boven]



In memoriam
Henry Grimes


Op 15 april jl. overleed Henry Grimes aan de gevolgen van het coronavirus. Hij werd 84 jaar. Grimes, op 3 november 1935 geboren in Philadelphia, begon op 12-jarige leeftijd met vioolspelen, later werd dat de contrabas. Hij zou een belangrijke rol gaan spelen in de avant-garde jazz van de jaren zestig.

Martin Rohde schreef een nagedachtenis aan Henry Grimes. Waarom trok hij zich eind jaren zestig terug uit de muziek en werd hij pas in 2002 teruggevonden door een maatschappelijk werker, door velen doodgewaand?

Klik hier om het artikel te lezen.

Foto: Cees van de Ven

Labels:

(Maarten van de Ven, 22.4.20) - [print] - [naar boven]



Onder het stof vandaan
Paul Van Gysegem Sextet - 'Aorta' (Futura Marge, 2011)

Opname: 21 januari / 16 maart 1971

Regelmatig verschijnen er cd's met opnames uit lang vervlogen tijden. Soms gaat het daarbij om heruitgaven, vaak niet eerder uitgebracht op cd, soms ook om opnames die nog nooit zijn verschenen, van banden die stof lagen te verzamelen ergens in een studio. Omdat er inmiddels een aardig stapeltje van dit soort albums ligt, laten we ze hier de komende tijd voorbijkomen met de toepasselijk titel Onder het stof vandaan.

'Aorta', het enige album van het al niet meer bestaande Paul Van Gysegem Sextet had hier al veel eerder besproken moeten worden, de heruitgave op cd dateert uit 2011. Ik kreeg het album echter niet zo lang geleden in handen toen Van Gysegem, de leider en saxofonist van dit sextet, en Patrick De Groote, de trompettist van dienst, te horen waren bij JazzCase in Neerpelt. En ach, waarom ook niet. Een cd is immers nieuw als je hem nooit eerder hebt gehoord. Echt bekend is dit album uit 1973 nooit geworden. Volstrekt onterecht, want dit album vormt zonder meer een prachtig tijdsbeeld.

De musici vormden de voorhoede van de vooruitstrevende Europese jazz, die in het kielzog van de Amerikaanse free jazz furore maakte. Bassist Van Gysegem begon halverwege de jaren 60 - en ja, hij staat nog steeds op het podium - en was al snel te vinden op menig concert en festival. We vinden hem hier in gezelschap van twee Nederlandse jazzpioniers, drummer Pierre Courbois en pianist Jasper van 't Hof - beiden gelukkig ook nog steeds zeer actief. Verder horen we op dit album nog Nolle Neels op tenorsax en Ronald Lecourt op vibrafoon.

Extra nummers lagen er blijkbaar niet op de plank, zodat deze cd de lengte heeft van lp, zeg maar zo'n 40 minuten. 'Nummer 86 Is Een Kerrygerecht' - het lijkt wel een stuk van Misha Mengelberg, die had ook altijd van die prozaïsche titels - vangt aan met gekras van Van Gysegem, en dat bedoel ik zeker niet oneerbiedig, waarna we Lecourt zijn stokken wild over zijn vibrafoon horen bewegen, geflankeerd door een al even enthousiaste Courbois. Van 't Hof zet het feest voort, terwijl De Groote er letterlijk tussendoor piept. Tot slot springt Neels in het gehoor. Dit is krachtig, spontaan speelplezier op het scherpst van de snede.

Zo anarchistisch als dat gerecht van hierboven klinkt, zo harmonisch gaat het er aanvankelijk aan toe in 'Voor Anouk'. Van Gysegem slaat het ritme aan, Lecourt mengt zich er prachtig in en dan horen we De Groote, ijl, heerlijk scherp. Courbois brengt accenten aan, met allengs steeds minder subtiele percussie. Aansluitend gooit Neels roet in het eten, een actie waar de overige leden gretig op voortborduren. En dan is er die solo van Courbois - wie brengt die oude opnames van deze fantastische drummer nu eens uit? 'Frans En Zijn Muze' is al evenmin te versmaden. Wie Frans is, kon ik zo gauw niet vinden, maar dit nummer is prachtig. Die bijdrage van Lecourt... wat een vibrafonist! Een wolk van klank bouwend, waar Van 't Hof heerlijk tegenaan schurkt. En dan De Groote en Neels die hier speels op mee vibreren, terwijl we op de achtergrond Van Gysegem en Courbois ontwaren.

In het lange titelstuk 'Aorta' zetten de blazers aanvankelijk de toon, geflankeerd door een stevig drummende Courbois. Het is de opmaat tot weer zo'n elektrificerend moment. Als volleerde acrobaten buitelen de zes musici hier over elkaar heen. Dan wat rust in de vorm van een schitterende dialoog tussen Van 't Hof, Courbois en Lecourt. En o ja, wie bouwt er nu eens die tijdmachine? Dan laat ik me in één keer katapulteren naar de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent, waar dit stuk op 21 januari 1971 werd gespeeld. Gaat u mee?

Foto's: Cees van de Ven

Labels: ,

(Ben Taffijn, 20.4.20) - [print] - [naar boven]



In memoriam / Jazztube
Lee Konitz


Wanneer je zijn eerste soli hoort, anno 1947 met het avontuurlijk georiënteerde salonorkest van pianist Claude Thornhill, is het alsof een kat met vilten voetjes op een fluwelen kussen landt. Die specifieke kleine sound heeft Lee Konitz altijd behouden, al werd zijn geluid met de jaren penetranter en harder en breder. Maar altijd bleef hij herkenbaar. Konitz overleed op 15 april 2020 aan het coronavirus. Hij werd 92.

Met pianist Lennie Tristano, bij wie Konitz rond 1950 studeerde en met wie hij incidenteel optrad, mag hij tot de grondleggers van de 'cool jazz' gerekend worden. Hij was een van de weinige jazzsaxofonisten die zich destijds niet of nauwelijks door Charlie Parker liet beïnvloeden. Zijn helden waren Benny Carter, Johnny Hodges, Willie Smith, Louis Jordan en Don Stovall. Konitz was ook een der eersten die, in 1949, volledig 'vrij' ging spelen, zoals te horen op 'Intuition' en 'Digression'.

De op 13 oktober 1927 in Chicago geboren blazer luisterde als tiener veel naar de bigbands van Benny Goodman en Glenn Miller, wanneer die 's avonds op de radio te horen waren. Zelf ging hij klarinet spelen, maar schakelde later over op de altsax. Hij werkte met lokale dansorkesten en in die beginjaren was hij eerder een uitbundige 'honker' dan een introverte balladspeler. Ook bezondigde hij zich aan blueszang, wat een onwezenlijk gezicht moet zijn geweest, een spierwit jongmens met een Harold Lloyd-brilletje in het voor het overige pikzwarte orkest van Harold Fox.

In de band van Thornhill maakte hij kennis met diens arrangeur Gil Evans. Dat leidde tot zijn lidmaatschap van het Miles Davis Nonet, waar Evans een belangrijke vormgever van was. In 1952-53 zat hij in de bigband van pianist Stan Kenton, daarna ging hij freelancen en lesgeven. Hij woonde ook geruime tijd in Europa, waar zijn stijl meer op prijs werd gesteld dan in zijn geboorteland.

Lee Konitz stond erom bekend dat hij steeds dezelfde songs speelde, zoals 'All The Things You Are', maar dan elke keer net even anders. Het was de muziek zelf die hem leidde, zei hij.

In de loop van de tijd nam de abstractiegraad van zijn werk toe. Zelden leidde hij voor langere tijd eigen combo's; hij verkoos om met ad-hocgroepen te werken. Vlak voor zijn overlijden speelde hij nog als gast met pianist Barry Harris in het Lincoln Center in New York.

In de Jazztube hierboven een live-uitvoering van 'My Melancholy Baby', een populaire song uit 1912 op de muziek van Ernie Burnett, door Lee Konitz (altsax), Bill Evans (piano), Niels Henning Ørsted Pedersen (bas) en de onvolprezen Alan Dawson (drums). Opgenomen in Berlijn op 29 oktober 1965.

Foto's: Cees van de Ven

Labels: ,

(Eddy Determeyer, 20.4.20) - [print] - [naar boven]



Cd
Kentura's Kitchen - 'Mosavans' (eigen beheer, 2019)


'Mosavans' is het derde album van Kenturah's Kitchen, een trio bestaande uit pianist Ed Baatsen, bassist Han Slinger en drummer Bert Kamsteeg. De titel 'Mosavans' ontstond als een soort van werktitel en verwijst naar Monk, Satie en Bil Evans.

Daarmee wordt al aangeduid dat de drie heren verschillende stijlkenmerken met elkaar verweven. Alle composities zijn van Baatsen. Je hoort verschillende invloeden. Sommige passages klinken als op de klassieke leest geschoeid, zoals in het prachtige 'Bretagne'. Ook rock- en hiphopinvloeden zijn te horen, bijvoorbeeld in het eerste deel van het drieluik 'Trammelant', maar wel op een geheel eigen wijze.

Het trio speelt nadrukkelijk niet als een standaard pianojazztrio. Alle drie de musici hebben een volstrekt gelijkwaardige rol. Op een manier zoals ook het beroemde trio van Bill Evans dat had, met naast Evans bassist Scott LaFaro en drummer Paul Motion. Geen strak conservatief pianotrio, maar een hele transparante manier van spelen, waarbij melodielijnen van de piano en bas elkaar omhelzen en in elkaar overlopen, ritmes van de drummer voortgaan in die van de piano en bas en vice versa. De sound van bassist Slinger is fenomenaal. Met een trefzekere vingerzetting is hij op een prettige manier present. Hij speelt ook loepzuiver én ritmisch. Drummer Kamsteeg doseert fraai. Hij geeft het geheel lucht door het niet dicht te spelen; zijn spel is juist sterk interactief.

Baatsen heeft in zijn composities veel ruimte gelaten voor improvisaties. Dit op een hele muzikale manier; de geschreven noten vloeien als vanzelf over in improvisaties en komen zo los van het papier. Ze krijgen een eigen dynamiek. Dit gaat haast organisch; om het wat oneerbiedig te zeggen zijn de drie musici als een soort van communicerende vaten. Waar de een wat terugneemt, geeft de ander wat meer. Dat kan zijn in melodielijnen die in elkaar overlopen of elkaar aanvullen, maar ook in ritmisch opzicht wordt er gevarieerd en uitgedaagd. De drie musici krijgen hier alle vrijheid in. Je voelt als luisteraar de ruimte die er zo gecreëerd wordt. Dat geeft een duidelijke spanningsboog. Het maakt je als publiek deelgenoot van het geheel. Dat live-gevoel wordt nog eens versterkt doordat de tracks zijn opgenomen in een en dezelfde ruimte en de musici niet gescheiden waren in afzonderlijke cabines.

Alles omvattend kan je spreken van een jazztrio met een heel eigen signatuur en frisheid. Met drie fantastische musici, die er niet op uit zijn om bombastisch en met een stortvloed van noten tekeer te gaan. Nee, er is een evenwichtig én dynamisch geheel waar ruimte is voor avontuur, met aandacht voor het fijnzinnige. Dit maakt het album bijzonder, een waar pareltje.

Via de website van Kenturah's Kitchen kun je fragmenten van dit album beluisteren.

Foto: Cees van de Ven

Labels:

(Koen Scherer, 18.4.20) - [print] - [naar boven]



Cd
Christian Meaas Svendsen portret - deel 2

Christian Meaas Svendsen with Nakama & Rinzai Zen Center Oslo - 'New Rituals' (Nakama, 2019)
Opname: oktober 2017 / januari 2018

Bijzondere tijden, zo ongeveer alles ligt stil door een om zich heen grijpend virus, vragen om bijzondere muziek. 'New Rituals' is daarvoor op maat gesneden. Het verhaal neemt een aanvang als bassist Christian Meaas Svendsen op een zondag in 2012 voor het eerst het Rinzai Zen Center in Oslo bezoekt, na het lezen van een stukje tekst over het boeddhisme. In de loop van de tijd ontstaat het idee om iets te doen met de soetra's die gebruikt worden als onderdeel van de meditatie en zie, 'New Rituals' is het resultaat. Het werd uiteindelijk een uitgave in drie delen waarbij de tien soetra's drie keer worden uitgevoerd: door Nakama en het koor van het zencentrum, door Nakama zonder koor en solo door Svendsen op bas. Beginnen doen we dus met het koor en Nakama, bestaande uit vocaliste Agnes Hvizdalek, violist Adrian Løseth Waade, pianist Ayumi Tanaka, drummer Andreas Wildhagen en Svendsen zelf. De gezangen kennen een tekst, maar die is er niet om begrepen te worden, verre van. Die tekst dient veeleer om in een trance te geraken. Een gebruik waar Svendsen in zijn composities nauw bij aansluit.

Doordringend is het ritmisch patroon in de 'Lotus Sutra', opvallend de rol van pianist Tanaka. Hij neemt zeer percussief de leiding, terwijl we het koor de woorden horen dreunen. De kracht van dit eerste, bijna 17 minuten durende stuk zit in de monotonie. Juist door de herhaling en de zeer geringe mate van variatie ontstaat de trance. In 'Shakyamuni Eko' horen we de Ino, zeg maar de voorzanger, solo: Peter Davami. Het gaat toepasselijk vergezeld van gongslagen en ander slagwerk, waarna het koor weer ritmisch bijvalt. Svendsen sluit met veel respect aan bij de gezangen die in de zenpraktijk worden gebruikt. Aan alles is te merken dat hij zich hier duidelijk thuisvoelt. Tegelijkertijd gaat hij absoluut een paar stappen verder. De vioolpartij in 'Patriarch Eko' is duidelijk geïnspireerd op de westerse klassieke muziek en stukken uit de eerdergenoemde 'Lotus Soetra' doen ook denken aan Scandinavische folk.

Voor Nakama hanteert Svendsen hetzelfde geraamte, maar hij vult het wel geheel anders in. Hier herkennen we zeker ook de vrije improvisatie waarmee Svendsen - deel uitmakend van Paal Nilssen-Love's Large Unit, Hungry Ghosts en The Big Yes! - meer dan vertrouwd is. Mooi klinkt het zeer subtiele spel van Svendsen, Tanaka en Wildhagen in 'Heart Sutra'. Samen geven ze een ietwat duister, sloom ritme vorm. Wildhagen horen we uitgebreid met zeer stemmig percussiespel in 'Shakyamuni Eko', een versie waarin ook zang te horen is. In 'Dharani For The Great Passionate One' trekt Hvizdalek unisono op met de instrumentalisten. Het repetitieve, zo kenmerkend voor deze rituelen, weet het kwintet hier uitstekend te treffen. Dit deel wordt afgesloten met het meesterlijk trage 'The Four Great Vows'.

Op de derde schijf vinden we Svendsen solo. Door het gebruik van de strijkstok en de ingetogen klankwereld sluit Svendsen hier nog het meest aan bij de hedendaags gecomponeerde muziek. Bijzonder is de afwisseling in 'Lotus Sutra' tussen het donkere repetitieve motief en de lichte accenten. In 'Heart Sutra' horen we Svendsen zelf chanten terwijl hij in een vaag ritme aan zijn snaren plukt. Hetzelfde procedé volgt hij in 'Dharani for Preventing Disaster', maar dan ritmischer en met vocale klanken die diep uit zijn keel komen. Apart is ook het sterk stromende, zeer ritmische spel in 'Dharani for the Great Passionate One'. Wat Svendsen hier precies doet is me niet duidelijk, maar het klinkt absoluut zeer bijzonder. In 'Patriarch Eko' zoekt Svendsen het dan weer in een relatief hoog register. Bijzonder is ook het tribaal ritmische col legno spel in 'The Final Instructions of Master Közen Daito', voor we ook deze schijf eindigen met een stemmige klankwolk: 'The Four Great Vows'.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 16.4.20) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...








Menupagina's:




Blijf in de picture met
een gratis jazzbanner!



















Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.