Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Cd
Ben Sluijs - 'Solo Recordings' (eigen beheer, 2018)


In het genre en bij muziekvormen die tegen jazz en improvisatie aanleunen melden zich de laatste decennia tal van getalenteerde jongens en meisjes. Soms kan je ervan staan kijken hoe ver sommigen onder hen durven te gaan met gevoelige en niet-commerciële muziek. Dat is een combinatie waarin de altsaxofonist en fluitist Ben Sluijs zich intussen al geruime tijd verdiept.

Ben Sluijs (°1967) mag je gerust bij de fijnste jazzmuzikanten van België rekenen. Hij scheelt in leeftijd maar een jaar met altsaxofonist Frank Vaganée en drie jaar met altsaxofonist Fabrizio Cassol. Die werden respectievelijk beroemd met Brussels Jazz Orchestra en Aka Moon, gezelschappen die zij oprichtten in 1993 en 1992. Sluijs speelde een tijdje altsax bij Octurn dat ook rond die tijd ontstond en nog steeds bestaat. Een groot deel van zijn discografie vind je net als die van Octurn trouwens terug in de catalogus van De Werf, dat een label improviseerde in 1993.

Sluijs ging zich gaandeweg concentreren op andere samenwerkingen. Door de jaren heen leidde hij eigen kwartetten en een kwintet, speelde solo en zocht de begeleiding op van poëzie en spoken word (bijvoorbeeld met Tom Van Bauwel en werk van Paul van Ostaijen, met Remco Campert, Jules Deelder, Pjeroo Roobjee). Hij ging in duo spelen met pianist Erik Vermeulen en dat werd een muzikaal poëtische samenwerking die nu al meer dan 25 jaar meegaat. Enkele jaren terug kwam er een klein verbond bij met 3/4 Peace, dat fijne kamerjazz brengt, met Christian Mendoza aan de piano en op contrabas Brice Soniano. Plots was er ook een nieuw kwartet met drummer Dré Pallemaerts (iemand van zijn generatie), pianist Bram De Looze en bassist Lennart Heyndels. En rond de jaarwisseling, in januari van 2018, verscheen louter digitaal een solo-uitgave van de tedere saxofonist.

Het zijn tien stukjes waarvan negen in tijdsduur variëren van twee tot vier minuten. De uitzondering is de afsluiter met zeven en een halve minuut. De meeste nummers komen over alsof het instrumentale versies konden zijn van liedjes. Was iemand als Jon Hendricks tijdens de opnamen binnengewandeld, hij had bij 'Easy For You' of bij 'How Did I Get Here' in een handomdraai een tekst kunnen improviseren en inzingen. Niet dat de structuur er een is van begin-strofe-refrein, maar de stukjes zijn melodieus en afgelijnd. Van bij 'Easy For You' klinkt het al zangerig, hoor je een verteller die met heldere klank en leuke variatie in de intonatie je aandacht trekt. In een volgend nummer zit de stemming opvallend vaak anders dan in het vorige, zoals bij 'Presq’heureux' dat wat minder 'leuk' is dan de openingstrack. Hier komt iets aan te pas als een op de tenen gaan staan om er toch alsjeblief bij te geraken. Die afwisseling zorgt voor andere schakeringen, die niet vergezocht zijn of verstoren.

De tonen die Ben Sluijs met zijn altsaxofoon blaast, doen mij in hun zachtheid denken aan ribfluweel en tegelijk aan ochtenddauw. Er klinkt vaak een tedere gevoeligheid in door en aldoor is er dat uitgepuurde, met een persoonlijke korrel. Dat belet Ben niet om lekker te swingen, zoals op 'Little Suede Shoes' en dan aanstekelijk aan de energie van Charlie Parker te refereren. Wat verder zou je dan weer bijna tot tranen bewogen geraken als hij van Ornette Coleman 'What Reason Could I Give' vertolkt.

Door zijn gevoelige stijl en een zekere lichtheid dacht ik wel eens aan Jimmy Giuffre. Omdat Sluijs voor het merendeel eigen composities brengt, aangevuld met een paar standards, is het ook moeilijk om niet te denken aan zijn ontmoetingen met Erik Vermeulen. Toch hoef je hier nergens een tweede instrument te missen. Dit dik half uur compleet solo boeit met zijn vloeiende opeenvolging van thema's en motieven van begin tot eind. Het langere 'Dearly Beloved' is misschien het minst laagdrempelig, maar dan louter omdat het de korte tijdsduur doorbreekt, want qua ideeën en uitwerking zet dit het rijtje glans bij.

Hier kun je dit album streamen en downloaden.

Labels:

(Danny De Bock, 22.5.18) - [print] - [naar boven]



Concert
De toekomst van de jazz ziet er rooskleurig uit!

Dinosaur, zaterdag 12 mei 2018, Paradox, Tilburg

Laura Jurd, componist en trompettist, is de bandleider van de groep Dinosaur. Zij maakt daarnaast deel uit van Jesper Hoiby's formatie Fellow Creatures. De trompettiste oogt bescheiden op het podium maar legt, samen met haar muzikale partners, de lat hoog. Dinosaur draagt op imposante wijze bij aan de ontwikkeling van akoestische jazz, in combinatie met elektronica. De formatie is in 2016 doorgebroken met het debuutalbum 'Together, As One' en recent is 'Wonder Trail' verschenen op het label Edition Records. Dinosaur onderstreept dat in Engeland het momentum van de jazz ligt.

De groep speelt met het verwachtingspatroon van de luisteraar. De loop van het optreden is permanent aan verandering onderhevig. Vaak komt de muzikale ontknoping wonderbaarlijk tot stand. Het concert opent met een ferme klap en de scherp gearticuleerde staccato statements van Jurd overtuigen direct. De contrasterende elektronica uit de koker van keyboard wizard Elliot Galvin verlopen van vernuftig via puntig naar sacraal.

In de tweede compositie staan de onheilspellende spacy soundscapes haaks op de melodische lijnen van de trompettiste. Vervolgens evolueert het nummer zich, onder aanvoering van de hardwerkende ritmesectie, richting vrije funk. De variatie aan stijlkenmerken is onuitputtelijk. In het groovy 'Forgive Forgot' wedijveren de ingetogenheid van Galvin en de vurige noten van Jurd met elkaar. Het nummer 'Old Times Sake’ gaat van een fiere jazzy volksdans over in een opwekkend marspatroontje.

Het afwisselende, virtuoze trompetspel van Laura Jurd domineert tijdens het gehele concert. Het staat bol van afwisseling en korte passages, maar ook de lange lyrische passages worden overtuigend voor het voetlicht gebracht. Foutloos, creatief en meeslepend. Galvin produceert atypische keyboardsounds en fluittonen, naast dissonante en bewust kitscherige aangebrachte geluiden. Op andere momenten wordt zijn spel onheilspellend en ruw. Hij laat zwervelende stormen razen of reduceert zijn sound tot slechts ruis. De onderlinge harmonieën tussen het natuurlijke trompetgeluid en de artificiële handelswijze op de toetsen pakken wonderbaarlijk mooi uit. Jurd zingt kortstondig op twee tracks, passend in de context. Dit korte samenspel met drummer Corrie Dick, waaronder 'And Still We Wonder', zorgt voor meerkleurigheid.

Het kwartet volbrengt het auditief spektakel, met een rijkheid aan inkleuringen, overrompelingen en improviserende verrassingen, tot het einde van het optreden. Het toevoegen van nieuwe alternatieve muzikale vormen en structuren is een ambitieus streven. Het resultaat doet de balans positief uitslaan. Wat ziet de toekomst van de jazz er dan rooskleurig uit!

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 19.5.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Conservatoriumstudenten schitteren in ode aan de vrijheid

We Re-Insist!, woensdag 9 mei 2018, De Singer, Rijkevorsel

Het is 1960 en de strijd voor gelijke rechten voor de zwarte Amerikanen is in volle gang als drummer Max Roach zijn album 'We Insist! Max Roach’s Freedom Now Suite' uitbrengt. Er werkt een groot aantal gerenommeerde jazzmusici mee aan dit album, waaronder saxofonist Coleman Hawkins, trombonist Julian Priester, trompettist Booker Little en zangeres Abbey Lincoln. Die strijd ging ook daarna door en culmineerde in een rumoerig 1968, een momentum in de geschiedenis dat dit jaar overal ter wereld wordt herdacht. Want laten we eerlijk zijn - en het is wrang, maar dit album is nog steeds actueel. Actueel genoeg in ieder geval voor twee docenten aan het Koninklijk Conservatorium Antwerpen en jazzmusici drummer Teun Verbruggen en bassist Nicolas Thys om met vijf studenten een ode aan dit album te brengen. Drie stukken spelen ze van het originele album, natuurlijk in eigen versies - al was het maar omdat de bezetting niet geheel overeenkomt met het origineel - aangevuld met muziek van tijdgenoten en eigen stukken.

Om met de drie nummers van het originele album te beginnen; dit septet weet er goed raad mee en laat hier horen de geest van het album te hebben begrepen. Het is dan ook echt 'Freedom Day' in het gelijknamige stuk. De unisono geblazen passages vertellen het ons, de solo's van Hanne De Backer op baritonsax, Bart Borremans en Lennert Baerts op tenorsax en pianist Andreas Bral vertellen het ons en zangeres Dunja Mees is een prima alternatief voor Abbey Lincoln. Ze zingt haar regels met veel overtuigingskracht en schittert in de opening van 'Driva’ Man' waarin we haar solo horen, zichzelf begeleidend op tamboerijn. Hier staat de blues centraal in al zijn rauwheid en Mees weet hem te raken. Tot slot horen we 'Tears For Johannesburg', waarin dit septet eveneens weet te overtuigen en ons weet te imponeren. Verbruggen vermaakt zich eveneens en maakt het publiek regelmatig duidelijk dat dit een album is met een drummer als leider. Het roffelende spel van Roach, klinkend als een onweersbui, weet hij daarbij prima te vangen.

Bijzonder is ook de uitvoering van 'Police And Thieves', een nummer van Junior Murvin uit 1976 en later gecoverd door The Clash. "Police and thieves in the street, oh yeah. Fighting the nation with their guns and ammunition." Mees zingt het met veel overtuiging en soul in haar stem, al even soulful begeleid door pianist Bral. Maar het is Borremans die hier de show steelt in een getergde solo op tenorsax en ja Thys, helemaal in het begin met die lyrische en zeer elegante bassolo voor hij overstapt op het ritme en het nummer zijn aanvang neemt. Met 'Straight Ahead' van Abbey Lincoln krijgen we een prachtig ingetogen en slepende ballade. Zang en pianospel wisselen elkaar hier mooi af en de blazers zorgen voor strakke en ingetogen ondersteunende lijnen. Ronduit opvallend is de bewerking van Bob Dylans 'Blowing In The Wind': nooit eerder klonk dit plat gespeelde deuntje zo swingend. Van het eigen werk van de musici valt 'Invasion Of The Nerds' op van De Backer, met name door de zeer swingende solo waarin de saxofoniste enerzijds soepel meebeweegt met het ritme en zich er anderzijds zo nu en dan scherp tegen afzet.

Een eenmalig project dat een try-out verzorgt, hier in De Singer en aansluitend nog twee concerten. Het is wel wat mager. Dus beste programmeurs nog op zoek naar een originele band? Dit kan zo in de herhaling. Deze jonge musici en dit project verdienen het!

Concerfoto's: Tom Baeten

Labels:

(Ben Taffijn, 17.5.18) - [print] - [naar boven]



Cd
Hornstrom - 'Dark' (Challenge, 2017)

Opname: januari 2016

Het blijft een aparte combinatie: twee trombones, contrabas en drums. Het Duitse kwartet Hornstrom laat op 'Dark', hun tweede album na het in 2008 verschenen 'Endlich Sinnfrei', ‎ echter horen dat dit uitstekend kan uitpakken. Lekkere vlotte, stomende jazz maakt dit kwartet, waarbij de klanken van de twee trombonisten, Tobias Wember en Klaus Heidenreich, elkaar prachtig beïnvloeden. Maar vlak de ritmesectie niet uit. Bassist Markus Braun en drummer Silvio Morger verzorgen de stevige basis, waar de rock in doorklinkt. Het is de voedingsbodem voor de spetterende composities die grotendeels van Wembers hand zijn. En het knappe is: je mist ze niet, de piano, de gitaar, de overige blazers. Verbazingwekkend kleurrijk is het palet dat de twee trombones bestrijken en verbazingwekkend spannend klinkt de muziek, mede dankzij Braun en Morger.

Zo slaat Morger driftig om zich heen in 'Optimistic', terwijl Wember en Heidenreich hun ritmische akkoorden uitstoten. Ingetogen kan echter ook, getuige 'Cloud Above The Zoo'. Lang uitgesponnen lijnen krijgen we hier van de beide blazers en een grote rijkdom aan klankkleuren, terwijl Braun en Morger hier voor een slepend ritme zorgen dat je doet denken aan de blues. Mooi slagwerk en basspel horen we weer in het uptempo 'Restive Region', deels vormgegeven in korte solo's. Overigens is de zeer boeiende, soms hoog oplopende dialoog die de twee trombonisten hier met elkaar aangaan, evenmin te versmaden. En dan de solo van Heidenreich op zijn compositie 'Snug': lyrisch, verhalend, uitmondend in een prachtig klinkend groepsmoment. Nergens ligt het tempo zo laag als in 'Faint Hope', het past wel bij zo'n titel. Ingetogen plukt Braun hier aan de snaren, terwijl we op de achtergrond de twee trombones horen en Morgers brushes, zachter kan niet. Het maakt deel uit van een prachtig uitgebalanceerde ballade. Tot slot is er 'Perky', de perfecte afsluiter. Swingend naar de uitgang.

Een bijzonder kwartet, dat Hornstrom. Met 'Dark' leveren ze een prachtig uitgebalanceerd, coherent album af, waarmee ze de unieke eigenschappen van de trombone vol in de schijnwerpers zetten.

Op de website van Hornstrom kun je geluidsfragmenten van dit album beluisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 16.5.18) - [print] - [naar boven]





Cd / Concert
Aka Moon - 'Now' (Outhere Music, 2017)

Aka Moon live
vrijdag 4 mei 2018, Paradox, Tilburg

Muziek is wat het trio Aka Moon naar eigen zeggen al 25 jaar maakt. Jazz, wereldmuziek, you name it; voor hen doet het er niet toe. Het samenspel hebben de drie heren, altsaxofonist Frabrizo Cassol, bassist Michel Hatzigeorgiou en drummer Stéphane Galland, zich inmiddels volledig eigen gemaakt, zo wordt al snel duidelijk tijdens dit concert in Paradox. Het speelplezier spat er van alle kanten af. Aka Moon is dan ook typisch zo'n band die je live moet zien, iets dat een grote schare trouwe fans duidelijk ook vindt. Niet dat hun nieuwe album 'Now', het eenentwintigste inmiddels, het niet verdient in de cd-speler te belanden. Integendeel, maar het spetterende enthousiasme waarmee een liveoptreden gepaard gaat kan het nu eenmaal niet evenaren.

Het is vooral de groove waar Galland en Hatzigeorgiou voor zorgen - het optreden begint er direct mee in de vorm van 'Spiritual Exile (For Ezgi)', waarmee dit trio ons weet te imponeren. Hatzigeorgiou is wat dat betreft de ideale bassist. Hij laat zijn elektrische Fenderbas naar hartenlust janken en grommen in zijn van Afrikaanse ritmes en funk doortrokken spel. 'Persevering' is daar een goed voorbeeld van. Galland kruidt menig nummer met zijn ritmische, strakke slagwerk.

De muziek van Aka Moon is daarbij opvallend consonant en sfeervol. De drie muzikanten, met Cassol in de rol van componist en saxofonist voorop, zijn primair verhalenvertellers. Verhalen van verre reizen en exotische oorden, waarin de muziek van west en oost op boeiende wijze samensmelt. Een hoogtepunt daarbij, zowel op het nieuwe album als tijdens dit concert, is daarbij zonder meer 'Nomadism'. Mede dankzij het prachtige spel van Hatzigeorgiou, die we hier zeer funky horen soleren, met name in Paradox. Met zo'n bassist heb je geen gitarist nodig!

Na de pauze klinkt 'The Year Of Fire Horse'. Het stuk begint rustig, als een ietwat weemoedige ballade met ingetogen frases, prachtig geblazen door Cassol, terwijl Galland de blues erin brengt middels zijn ietwat slepende begeleiding totdat ook hier de sfeer omslaat en het ritme weer zijn intrede doet. De bedding die Galland en Hatzigeorgiou leggen vormt een prima basis voor Cassols lyrische en zeer muzikale saxofoonspel. Met een compilatie van de oudere stukken - 'Aka Moves', 'Aka Dance' en 'Rumanian Christmas' brengt het trio het concert naar een daverende climax. De stevige ritmes, het treffende samenspel en het grenzeloze enthousiasme doet het publiek na afloop in een stevig en welverdiend applaus losbarsten.

Concertfoto's: Gemma van der Heyden

Labels: ,

(Ben Taffijn, 14.5.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Dansen op Dulfer

Hans Dulfer Quintet, maandag 7 mei 2018, Brouwerij Martinus, Groningen

Zestig jaar op de bühne – en dat is dan nog krap gemeten. Dan weet je wel wat je publiek wil. En diep in hun harten willen ook Groningers niets liever dan dansen. Dat zou je misschien niet zeggen, maar het is wél zo. En dus danste een volle Martinus voluit op de discojazz van tenorist Hans Dulfer en zijn secondanten.

Dulfer weet ook precies hoe je een show effectief op moet bouwen. Dan start je de avond met een stukje strakke ska ('Riding West'), dat als het voorprogramma beschouwd kan worden. Bescheiden als hij is treedt de bandleider opzij om alle soloruimte aan trompettist Rob van Wouw, gitarist Jerome Hol en bassist Eric Barman te geven.

En dan is het star time! Op een New Orleans-shuffle van drummer Cyril Directie stapt de saxofonist de lichtcirkel binnen voor zijn eerste bijdrage. 'Dirk!' heet dit opus en het is navenant laagbijdegronds. Nog altijd werkt het vervreemdend, jazzsolo's op een discobeat. Maar het werkt wel. Jerome Hol brengt zijn bluesrock-oriëntatie in. Hij is de meest extraverte muzikant van het vijftal, maar hij kan ook heel subtiel een solo van Van Wouw begeleiden.

'Caravan' zwelt aan en aan. Alsof je aan de monding van de Mersey gebiologeerd naar de opkomende vloed zit te staren. De muziek komt spontaan over, maar is knap geconstrueerd. Over de effecten is goed nagedacht - en ze hebben effect. Inclusief de rituele ommegang door het publiek, waarbij een jongedame uitgebreid beserenadeerd wordt.

Niemand eiste zijn geld terug.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 13.5.18) - [print] - [naar boven]



Jazzradio
Jazz Rules #152


In deze aflevering weer aandacht voor nieuwe releases uit de nationale en internationale jazzscene. Dit keer 'A Beginners Guide To Diving And Flying', een akoestisch album van pianist Jozef Dumoulin. Hij omringde zich met toppers uit de Franse improvisatiewereld.

'Sketches' is het nieuwe album van de Italiaanse gitarist en componist Matteo Di Leonardo. Di Leonardo woont al een tijdje in Brussel en daar leerde hij onder anderen de grootmeester Philip Catherine kennen. Catherine speelt ook mee op de plaat.

En gitarist Pierre Vervloesem amuseerde zich met het remixen van de tracks op 'Boggamasta' van Flat Earth Society feat. David Bovée. Binnenkort verschijnt 'Boggamasta - Dub Version' bij Igloo Records. Dirk Roels laat je al een voorsmaakje horen!

Klik hier om Jazz Rules #152 te beluisteren.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 13.5.18) - [print] - [naar boven]



Cd's
Ab Baars Solo - 'And She Speaks - A Collection Of Ballads' (WIG, 2018)

Opname: 21-22 augustus 2017
Duo Baars-Henneman - 'Canzoni Di Primavera' (WIG, 2018)
Opname: 12 december 2017

Hoewel rietblazer Ab Baars van alle markten enigszins thuis is, voelt hij zich in pure impro het lekkerst in zijn vel. Sommige van zijn composities op zijn nieuwe solo-album 'And She Speaks' zijn gebaseerd op standards, maar daar luister je licht overheen. Alle kans dat je bij een eerste draaibeurt 'Body And Soul' of 'Solitude' hooguit in een vlaag vaag herkent. Alsof je in een doolhof ronddwaalt en nu en dan het pad van zo'n evergreen kruist en tegelijkertijd weet dat je je vlak bij de uitgang bevindt.

De shakuhachi (Japanse fluit) leent zich door zijn klankkleur voor het mysterie: zo klinkt 'Sail Deep Saffron' als een oeroud ritueel. Maar ook op klarinet ('And She Speaks Purple Amaranth') is de religieuze ervaring nooit ver weg. Hier lijkt de blazer klankschalen te triggeren. Sowieso heeft Baars meer met oosterse dan met Europese, Amerikaanse of Afrikaanse tradities.

Soms hoor je ook liedjes die er helemaal niet zijn. In 'Poor Wheel Persian Blue' (alle titels verwijzen naar kleuren) schemert een antieke smartlap door - maar welke? Deze gaat misschien wel verder terug dan Pisuisse. Klopt: Misha Mengelberg was hier de vader van.

Dat Ab Baars en altvioliste Ig Henneman ook in het dagelijks leven op goede voet met elkaar staan en op diezelfde voet met gemak door een deur raken, hoor je af aan de wijze waarop hun kleuren mengen. Dat geldt voor de shakuhachi en de klarinet, maar ook voor de tenorsax.
Gedichten vormen hier de inspiratiebronnen. En dan geen zoete rijmelarij uit het Candlelight-genre - iemand zou eens uit moeten zoeken hoeveel schade dat radioprogramma heeft veroorzaakt. Deze gedichten en de daaraan ontsproten improvisaties hebben een bite. Krachtige taal ('Verwoed De Woede'). 'That Magical Frontier' en 'Zijdezacht' komen nog het dichtst bij een dichterlijke stemming. Maar neem 'The Trees' (naar het gelijknamige gedicht van Philip Larkin). Het poëem handelt over de eeuwige kringloop waaraan knoppen en bladeren onderworpen zijn. Ook het muziekstuk is doordesemt van een bijna roerloze statigheid.

Soms beginnen de stukken van Baars en Henneman als composities die gaandeweg in improvisaties uitrafelen; in andere nummers wordt het procedé omgedraaid. Daarbij kan Ab Baars op tenor ('A Light Exists In Spring') onwaarschijnlijk grote intervallen springen, alsof hij twee melodieën tegelijkertijd in de lucht houdt. In 'No Rou-Cou' is de klarinet uit fase met de viool. Lijkt me niet eenvoudig.

Voor wie het kortom geen probleem vindt door een woord gestoken te worden, of door een klank geveld.

Labels:

(Eddy Determeyer, 13.5.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Knutselen met klankkleuren

Imagine Raymond, donderdag 26 april 2018, De Casino, Sint-Niklaas

De toenemende digitalisering doet in onze wereld evoluties versnellen. Multimedia is snel een oud woord geworden, dat toch van pas blijft komen. Het adjectief was toepasselijk bij het concert van Imagine Raymond dat livemuziek met goed getimede projecties combineerde.

Stijn Engels met elektrische piano en Dijf Sanders met nog meer elektronische middelen duwden en trokken de drie blazers uit de frontlinie in een geestige mix. Minder opvallend, maar niet minder aanwezig onderhielden bassist Xavier Verhelst en drummer Jonathan Callens de ritmische gang van zaken. Met zeven muzikanten pakte Imagine Raymond uit als een compact orkestje. Dat voorzag vlotte muziekjes van meeslepende solo's en zorgde met slimme tempowisselingen voor vertier en variatie. Met afwisselend zwartwit en kleurig beeldmateriaal verhoogde Victor Van Rossem de entertainmentfactor. De projecties sloten aan bij de muzikale bron van inspiratie en deden vaak denken aan de verbeelding van de jaren vijftig en daarna. Experimenteerdrift ging hand in hand met druk- en draaiknoppen, modulators, computers, een gamma aan machines die de mens het werk uit handen zouden nemen - tot vliegende schotels toe. Ze zetten de tijdsgeest in de verf waarin de toen zo vooruitstrevende componist Raymond Scott zich uitleefde.

Zowel de akoestische en elektronische fasen van pionier Scott werden in de set van Imagine Raymond samengebracht. De klank zelf verwees tussendoor ook naar mono-opnamen. Als tenorsaxofonist Michel Mast, cornettist Jon Birdsong en klarinettist Mattias Laga tegelijk de zaal inbliezen, scheen de muziek door één kanaal gestuurd te worden. Een heel hedendaagse soundmix hoorden we wanneer de blazers in solo's of in duo combinaties aangingen met elkaar of met de elektrische dan wel akoestische piano en Sanders waaier van elektronica. Het knutselen met klankkleuren zat zo ingenieus in de arrangementen dat associaties met ingenieurs en hoogstaande technieken helemaal op hun plaats waren. Niettemin vervlochten de updates en herwerkingen van de nalatenschap van Raymond Scott oud en modern in een heel toegankelijke voorstelling. Daarin passeerde ook humor die zich ooit leende voor tekenfilms uit de stal van Warner Brothers. In de ingekapselde ruimte voor improvisatie konden we voorin geïnspireerde solo's bewonderen van Birdsong, Laga en Mast. Van opzij haalden de toetsenisten bijzonder fijn uit en ook de ritmesectie mocht hier en daar extra accenten leggen.

Als sluitstuk en de uitsmijter werd nog een keer de cartooneske kant uitbundig uitvergroot. Het was volgens een strak stramien dat de kers op de slagroom boven op de taart kwam.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Deze recensie verschijnt ook op Jazz'Halo.

Labels:

(Danny De Bock, 11.5.18) - [print] - [naar boven]



Cd's
Ivo Perelman / Matthew Shipp - 'Live In Brussels' (Leo, 2017)

Opname: 21 mei 2017
Ivo Perelman / Matthew Shipp / Jeff Cossgrove - 'Live In Baltimore' (Leo, 2017)
Opname: 25 juni 2017
Ivo Perelman / Matthew Shipp / Nate Wooley - 'Philosopher’s Stone' (Leo, 2017)
Opname: juni 2017
Ivo Perelman / Nate Wooley / Brandon Lopez / Gerald Cleaver - 'Octagon' (Leo, 2017)
Opname: juni 2017
Ivo Perelman / Matthew Shipp / Joe Hertenstein - 'Scalene' (Leo, 2017)
Opname: juni 2017
Ivo Perelman / Matthew Shipp / William Parker / Bobby Kapp - 'Heptagon' (Leo, 2017)
Opname: mei 2017

De toewijding van Leo Feigin, de man achter Leo Records, aan Ivo Perelman lijkt oneindig. Naast het uit zes delen bestaande 'The Art Of The Improv Trio' in 2016 en het uit zeven cd's bestaande 'The Art Of Perelman-Shipp' uit begin 2017 verschenen er eind vorig jaar nog eens zes cd's met werk van deze saxofonist in diverse bezettingen, alle opgenomen in mei en juni 2017. Bijna is het een vervolg op 'The Art Of Perelman-Shipp', aangezien Matthew Shipp op vijf van de zes albums is te horen. 'Octagon' vormt hierop de enige uitzondering.

Laten we dit verhaal live beginnen, dicht bij huis. De datum is 21 mei 2017, de plaats is L'Archiduc, Brussel, op het podium Perelman en Shipp. De improset is verdeeld over twee cd's en louter van nummers voorzien. Direct gaan de twee van start, zeer herkenbaar in hun aanpak. Saxofonist Perelman zoals altijd bijna onnavolgbaar, eindeloos zijn complexe en zeer kleurrijke frases aan elkaar plakkend, die soms op logische wijze op elkaar volgen, maar vaker boeiende contrasten creëren. Pianist Shipp kan dit ook, maar zijn stijl is hoekiger, massiever. Al is zijn solo in de zevende minuut van 'Set 1, Part 1' weer weldadig lyrisch. Bij Perelman krijg je overigens ook altijd het gevoel dat hij een gesprek voert met zijn tenorsax. Zijn klank heeft qua timbre en frasering meer dan gemiddeld veel weg van de menselijke stem.

Een dag eerder stonden de twee in het Bimhuis, opnames die overigens nog steeds terug te luisteren zijn via Bimhuis Radio. We merkten toen op: 'Meer nog dan op de albums valt op hoe ongelofelijk goed die twee op elkaar zijn ingespeeld. Elkaar aankijken hoeft daarbij blijkbaar niet meer, aanvoelen is genoeg.' Het geldt onverkort voor dit concert, waarin meerdere momenten zijn aan te wijzen waarvan je je bijna niet kunt voorstellen dat er wordt geïmproviseerd. Slechts één voorbeeld: 'Set 1, Part 2', rond de 16e minuut. Samen rijgen ze de verstilde miniatuurtjes tot een ketting aaneen.

Anderhalve maand later speelt het tweetal in Baltimore samen met drummer Jeff Cosgrove. De tweede set is hier vastgelegd en er ontvouwt zich een lijn in deze serie uitgaven. Perelman: "With every new batch of recordings, I always try to focus on some differtent methodology. So I derive more learning in each batch. And what I learned here is: What a difference a drummer makes." Vier verschillende vinden we er op deze zes albums. Naast Cosgrove zijn dat Joe Hertenstein, Bobby Kapp en Gerald Cleaver. Cosgrove en Perelman ontmoetten elkaar via Shipp en dit concert is hun eerste optreden als trio. Je zou het niet zeggen zo mooi als dat de klanken hier samenvallen, een zeldzaam staaltje chemie vol introspectieve, bijna spirituele momenten. Vooral Shipp klinkt hier anders dan we gewend zijn.

De vier overige cd's zijn opgenomen in de Park West Studio in Brooklyn NY. Op twee daarvan speelt Perelman samen met trompettist Nate Wooley. Een primeur, want in die enorme catalogus van Perelman is geen ander album te vinden waarop een trompettist meespeelt. Gezien hoe vaak we saxofoon en trompet samen aantreffen een nogal bizar gegeven, waar Perelman overigens wel een verklaring voor heeft: "I was very hesitant to do that because the trompet is so dominant. I was afraid I wouldn't be able to find my space within that time-tested format." Die aarzeling heeft Perelman gelukkig overwonnen en hier vinden we Wooley dan direct op twee albums naast Perelman. Op 'Philosopher’s Stone' samen met Shipp en op 'Octagon' met bassist Brandon Lopez en drummer Gerald Cleaver.

Beginnend met 'Philosopher’s Stone' valt op hoezeer de twee blazers een boeiend duo vormen, terwijl Shipp hier meer de begeleidersrol vervult. Beiden weten het experiment te zoeken, bijvoorbeeld in 'Part 6', maar weten evengoed op ingetogen wijze de luisteraar te raken, 'Part 2'. En verdorie, 'Part 10' lijkt wel een volkslied, maar dan een van het ontregelende soort. Op 'Octagon' is niet alleen Wooley nieuw, ook met Lopez werkte Perelman niet eerder samen. "He gives a very special identity to this cd", stelt Perelman, en we kunnen hem niet meer dan gelijk geven. De bassist is op de goede manier zeer aanwezig en zijn samenspel met Cleaver is imponerend. Tot in de derde minuut van 'Part 2' vormen ze een trio, dan komt Wooley erin - hij klinkt als een alarm. Het is fascinerend om te horen hoezeer hij ook hier het album weet te verrijken. En ja, het is eveneens fascinerend om te horen hoe Cleaver als drummer een geheel ander geluid neerzet dan de eerdergenoemde Cosgrove.

En dan zijn er nog twee schijven over. Beide met Perelman en Shipp. En beide weer met een andere drummer. Op 'Scalene' horen we Joe Hertenstein, op 'Heptagon' Bobby Kapp, met hier meesterbassist William Parker als vierde lid. Hertenstein is zonder meer de meest aanwezige drummer van het viertal die we hier voorbij horen komen. Zo aanwezig dat hij letterlijk de toon zet op 'Scalene' en daarmee het samenspel van Perelman en Shipp diepgaand beïnvloedt. Op 'Heptagon' valt de maalstroom in 'Part 3' op, het enerverende ritme van Kapp en Parker en de meeslepende frases van Perelman. Maar tevens is 'Heptagon' het meest lyrische en misschien wel het meest toegankelijke album van deze set.

Labels:

(Ben Taffijn, 9.5.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Ragfijn maar stevig

Daniel Juárez Trio, zaterdag 28 april 2018, Atelier Il Sole in Cantina, Groningen

Dat ragfijn spel en liedjes vol 'lucht' een stevige aanpak annex output niet in de weg hoeven te zitten, bewees het trio van tenorist Daniel Juárez zaterdagnacht in de Cantina. De leider en componist beschikt over een warm, vol en bij tijden breathy geluid, een ouderwetse sound die aan helden als Gene Ammons en Hank Mobley refereert. Die sound is een sterk punt dat hij nog verder uit kan bouwen. Ook zijn composities stralen een ouderwets soort degelijkheid uit. Na een zorgvuldig vormgegeven serie roffels van drummer Quique Ramirez klonk het openingsnummer 'Flowing Inside Dreams' als een obscure jaren-veertig ballad, gevonden op een losgescheurde vergeelde en beduimelde pagina uit een proefdruk van het Great American Songbook. Dat idee had je bij dit optreden vaker: hee, is dit geen variant op... vul maar in.

Dat Juárez zich had verzekerd van de diensten van wat vermoedelijk het sterkste ritmeteam van Noord-Nederland genoemd mag worden, hielp in niet geringe mate. In het nummer 'Russy’s Land' luisterden en reageerden bassist (Andrea Caruso) en drummer dermate geconcentreerd naar en op elkaar, dat hun instrumenten leken te versmelten tot een nog niet eerder waargenomen contraptie. Een soort entiteit begiftigd met Artificial Intelligence van het aangename soort. Caruso is uitermate vormvast. In dit gezelschap kon je hem zelfs regelmatig betrappen op een zekere mate van verlicht despotisme. Hij was met andere woorden een uitermate belangrijk fundament van dit orkest. Wat een zekere elegantie overigens niet in de weg stond.
Bij Ramirez hoef je maar op een knopje te drukken of hij zit alweer in een nieuwe groove. Zijn trommels had hij zo gestemd dat ze in de kleine ruimte optimaal klonken. Subtiele dynamiek, weet hij, werkt effectiever dan knalhard bonken.

Dat het Daniel Juarez Trio in de smaak viel bleek uit het applaus na de solo's. In bepaalde Groninger kringen is dat allerminst gebruikelijk.

Foto: Luis Peña

Labels:

(Eddy Determeyer, 6.5.18) - [print] - [naar boven]



Cd
Llop - 'J, Imp' (El Negocito, 2017)


De musici achter Llop zijn inmiddels geen onbekenden meer binnen de jazzwereld en de projecten waaraan zij deelnemen kwamen hier ook reeds voorbij. Saxofonist Erik Bogaerts kennen we bijvoorbeeld van Mephiti, gitarist Benjamin Sauzereau onder meer van Les Chroniques De L'Inutile en samen met drummer Jens Bouttery van het Jens Maurits Orchestra. In 2014 brachten zij als trio 'Lampke' uit, waarna ze bassist Brice Soniano, die we onder andere kennen van zijn samenwerking met Harmen Fraanje en Magic Malik, ontmoetten en hem deelgenoot maakten van het bondgenootschap. De samenwerking beviel en vorig jaar verscheen 'J, Imp'.

Het album werd opgenomen in een klein kerkje in Harlösa, Zweden, dezelfde plek als waar in 2015 het trio en Soniano elkaar leerden kennen. Die plek is het vermelden waard, aangezien dat kerkje daar in Zweden in de muziek is gekropen. Beluister het onbestemde geluid van 'Seagal' en u begrijpt wel waar we heen willen. Maar dit stuk doet ons ook zeker denken aan het werk van Sauzereau en Bouttery, zoals we dat hier reeds eerder tegenkwamen, bijvoorbeeld het uit 2016 stammende 'They Do It For A Reason' van het Jens Maurits Orchestra, het is muziek op de grens van jazz, rock en elektronica. 'Älskling' is dan weer opvallend ingetogen, de Zweedse leegte verklankend. Bogaerts snijdt hier voorzichtig door Sauzereau's gitaarklanken.

Bouttery, zo wisten we reeds, kan ook zingen, getuige zijn compositie 'Il Pleut', dat nog het meest wegheeft van een Franse chanson en zo de veelzijdigheid van dit kwartet tot het maximale oprekt. Met 'Kalmpjes' - wat een heerlijke titel - zitten we weer in die Zweedse bossen, waar zo te horen het titelstuk 'J, Imp' zich eveneens afspeelt. Ook hier valt weer de zoetgevooisde toon, met een wat ijle nasmaak, van Bogaerts op, evenals het soepele spel van Sauzereau en de warme klanken van Soniano. Die laatste horen we overigens uitgebreid met ritmisch spel in 'Washandje' en in de weer met de strijkstok in 'Après Un Long Moment De Mutisme, Oscar Retrouve L’Usage De La Parole' en ook hier valt weer zijn warme, zonnige spel op.

Beluister hier een vijftal tracks van dit album.

Labels:

(Ben Taffijn, 3.5.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Een mooi afscheidsfeestje!

Grandmothers Of Invention 'Farewell Tour', vrijdag 27 april 2018, Paradox, Tilburg

Er moesten tafels en stoelen uit Paradox om alle liefhebbers de kans te geven aanwezig te zijn bij dit waarschijnlijk laatste concert van de groep in deze samenstelling. Saxofonist Bunk Gardner (bijna 85), toetsenist Don Preston (85), percussionist Ed Mann (64) en drummer Christopher Garcia (?) serveren al een flinke tijd de muzikale erfenis van Frank Zappa uit. Nu dus in Paradox, waar ze al een keer eerder te gast waren.

In blauwe glitterjasjes besteeg het gezelschap het podium. Al snel verdween Ed Mann alweer om nog een aantal sticks te gaan halen in de kleedkamer. Bunk Gardner vulde de tijd met de volgende bekentenis: "I am ready to play my ass off". Het concert wordt geopend met een doowopnummer, waarschijnlijk afkomstig van de lp 'Robin And The Jets' uit 1968. Daarna verdween Christopher Garcia achter zijn drumstel en grotendeels uit het zicht. Verder was hij gedurende het hele concert wel luid en duidelijk aanwezig als betrouwbare ritmische motor die geen moeite had met tempowisselingen en complexe composities. Ook nam hij regelmatig even krachtig de zangpartij voor zijn rekening. Daarin klonken de senioren in het gezelschap wel een beetje broos, terwijl ze als instrumentalist nog steeds hun mannetje staan. De typerende hoge koortjes kwamen toch nog behoorlijk over.

Dat de heren er nog steeds zin in hebben werd snel duidelijk. Volgens Gardner is daar een simpele verklaring voor: "We have reached a stage in which we only play what we like".

Een groot aantal Zappa-klassiekers kwam in behoorlijk tempo voorbij: 'Dog Breath', 'Suzy Cream-Cheese', 'Free Energy' en nog een flink aantal andere stukken. Een aardig overzicht van de diversiteit en soms ook absurditeit van het oeuvre van Zappa. Onderweg waren er diverse solo's van Gardner op tenorsax en dwarsfluit, die met een bewonderenswaardig krachtig geluid liet horen dat zijn leeftijd nog geen vat op hem gekregen heeft. Don Preston had er ook duidelijk lol in en presenteerde de set. Een enkele keer ook met een bijzonder grappige op rijm gezette dialoog met Gardner. De twee blijken al een leven lang beste vrienden te zijn. Mann leverde op zijn elektronische xylofoon een belangrijke bijdrage aan de typische Zappa-sound en schitterde een aantal keren met een geweldige solo.

Het concert eindigde toepasselijk met een melancholische blues, waarna de toegift 'Brown Shoes Don’t Make It' het gezelschap een langdurige staande ovatie opleverde. Kortom, het was een heerlijk Zappa-avondje, waarbij het overigens wel jammer was dat er geen gitarist was meegekomen om het instrument van de oude meester zelf te bespelen. Ik hoop dat de heren erin slagen om de erfenis over te dragen aan grand children of invention die het repertoire levend kunnen houden.

Klik hier voor foto's van dit concert door Johan Pape.

Labels:

(Johan Pape, 2.5.18) - [print] - [naar boven]



Cd's
Trespass Trio - 'The Spirit Of Pitești' (Clean Feed, 2017)

Opname: 29 november 2015
Martin Küchen - 'Lieber Heiland, Lass Uns Sterben' (Sofa, 2017)
Opname: 10 mei 2016

De Zweedse rietblazer Martin Küchen toont zich telkenmale een politiek bewust musicus en componist. Het laatste album van zijn belangrijkste project Angles 9 had 'Disappeared Behind The Sun' als titel, een titel die sloeg op wat velen overkomt: 'Just like that: no relative, no sister, no brother, no lover, no friend will ever know where they forced you, to which dark place.' En in de hoes van het laatste album van zijn andere project het Trespass Trio, 'The Spirit Of Pitești' staan de volgende woorden van Dumitru Bacu uit het boek The Anti-Humans afgedrukt: 'And it begins with those who destroy the values within man, who destroyed his equilibrium without substituting anything in its place. The vacuum give birth to the disorientation. And this disorientation unleashed the madness.'

Het is allemaal belangrijke informatie voor het beluisteren van dit album. Bijvoorbeeld om de klaagzang die Küchen op baritonsax aanheft in 'Sounds & Ruins (take 3)' waar het album mee opent en 'Take 2' waar het album mee besluit, te kunnen plaatsen. Van pijn doordrenkt, maar tegelijkertijd met een diep humaan element. Op de achtergrond horen we de onrustige roffels van drummer Raymond Strid en het intense basspel van Per Zanussi, Küchens partners in dit trio, dat met dit album zijn vierde uitbrengt sinds 2009. Ook in het titelstuk 'The Spirit Of Pitești' komt de geschiedenis om de hoek kijken. De titel verwijst naar de heropvoeding van politieke gevangenen die hier plaatsvond onder de Roemeense communistische secretaris-generaal Gheorghe Gheorghiu-Dej tussen 1949 tot 1951, waarbij menige andersdenkende het leven liet. Een ingetogen geluidswereld wordt hier ons deel, waarin we Küchen op altsax horen in flinterdunne lijnen. Ook 'In Tears' is een fijnzinnige ballade. We horen Küchen wederom op bariton in een zeer intense partij, terwijl Strid zachtjes zijn trommels beroert en Zanussi net dat extra beetje donker toevoegt. 'Fri Koko' vormt een mooi contrast met de twee voorgaande stukken. Strid pookt het vuur lekker op, onder meer met een heerlijk felle drumsolo, en ook Küchen en Zanussi tonen hier hun felheid.

Ongeveer tegelijkertijd bracht Küchen een soloalbum uit onder de eveneens veelzeggende titel 'Lieber Heiland, Lass Uns Sterben'. Bekijk hier dan ook zeker de hoes, waarop we gevangenen in een Pools strafkamp zien en in de rechterbovenhoek het stempel Secret. Het gaat weer eens om zaken die het daglicht niet kunnen verdragen. Een soloalbum dus, waarop we Küchen overigens niet alleen op sax horen, maar waarop hij ook veelvuldig gebruik maakt van elektronica. In het titelstuk klinkt dat als een vreemdsoortig noiselandschap. Daardoorheen horen we muziek voor drie altsaxen, verklankt middels overdub. In 'Music To Silence Music' speelt de ruimte waarin dit album werd opgenomen, de crypte van de domkerk in Lund, een grote rol. We horen de wat bedompte ruimte hier prachtige meegalmen in Küchens spel en zijn vreemde aanvullende geluidjes.

In 'Purcell In The Eternal, Deir Yassin' komen een groot aantal muzikale invloeden samen: de Indiase muziek en zijn drone-achtige structuur, de opera middels Küchens radiootje, Purcell en nog zo wat meer. En ook hier speelt de geschiedenis een rol. Deir Yassin was een Palestijns dorpje vlak bij Jeruzalem waar in 1948 750 Palestijnen tijdens een bloedbad om het leven kwamen. In dit bijna mystieke stuk van ruim elf minuten staat Küchen stil bij deze en andere barbaarse gebeurtenissen. In 'Ruf Zu Mir, Bezprizorni...' - het laatste is Slovaaks voor verlaten - rijzen de haren je te berge door de disruptieve klanken die Küchen hier uit zijn sax puurt. Het staat in schril contrast met het wat belegen pianospel dat we op de achtergrond horen.

En dan is er afsluitend het wat bizarre 'Atmen Choir', waarin Küchen juist dat doet: ademen door zijn sax. Het stuk bezit een ontwapenende intensiteit, zoals alleen Martin Küchen dat kan. En dan is het klaar en krijgt tot slot het toeval zijn plek. De klokken van de dom worden geluid, zacht dringt het door tot in de crypte. Een mooier einde is niet denkbaar.

Labels:

(Ben Taffijn, 2.5.18) - [print] - [naar boven]



Concert
De stijlen in goede handen

Guus Janssen, Bert van Erk & Sebastian Demydczuk, woensdag 18 april 2018, Martinus, Groningen

Guus Janssen heeft misschien een naam als componist en interpreet van stugharkende en -springende impro, maar ook hij kon van Misha Mengelbergs 'Peer’s Counting Song' niets anders maken dan wat het was: een écht mooie ballad. In zijn eigen 'Jojo’s Jive', opgedragen aan het legendarische renpaard Jojo Buitenzorg, etaleerde Janssen een soort van hoekige swing. Alsof een beginnende deejay slordig wat beats gesampeld en gemonteerd had. Alsof dat dekselse peerd op Duindigt verdorie de buitenbocht nam en toch weer als eerste finishte.

Ellingtons swingende 'Serenade To Sweden' werd met blokakkoorden uitgemolken. 'Guus’ Fiets Is Stuk' van Theo Loevendie was dermate gefragmenteerd dat je nooit geloofde dat het ooit weer goed komt met het rammelende rijwiel. Door zijn voeten tegen de snaren van de (staande) piano te drukken verruimde Janssen het klankarsenaal aanzienlijk. Eenheid in stijl ammehoela. Monks 'Let’s Cool One' werd snoeihard in elkaar gemept, zodat slechts drommen duizelende druïden achter dwaallichtjes resteerden.

De avond was geanimeerd en toepasselijk begonnen met Herbie Nichols' 'House Party Starting'. Een veelluik van meer en minder samenhangende taferelen. Een aantal andere hoogtepunten stipte ik reeds aan. 'Lennie’s Pennies' mag niet onvermeld blijven ("van Lennie Tristano, mijn favoriete pianist," aldus de pianist). Vroeger had Guus Janssen nog wel eens de gewoonte met een soort rolschaats over de toetsen te roetsjen, wanneer rappe riedels gewenst waren. Nu liet hij zijn vingers sneller dan de vleugelslag van een kolibrie over het klavier fladderen, zodat de vingers onstoffelijk werden en de muziek fluïde.

Concertfoto's: Willem Schwertmann

Klik hier voor een video-opname van 'House Party Starting' door Janssen, Van Erk en Demydczuk in Martinus.

Labels:

(Eddy Determeyer, 30.4.18) - [print] - [naar boven]





Concert
Young VIPs 2018: van meditatie tot opwinding

Kika Sprangers Quintet / Sebastiaan van Bavel Trio ft. Vera Naus en Jasper Blom, vrijdag 13 april 2018, Paradox, Tilburg

Jonge jazzmuzikanten gekozen tot Young VIPs vanwege hun talent en muzikale aspiraties, daar gaat het vanavond over. Inspirerende musici die in de startblokken staan van een hopelijk succesvolle carrière en staan te trappelen om zich te laten horen.

Het concert is het vierde in de tour en de zaal zit lekker vol. Allebei de VIPs spelen een set met eigen band, met daartussen een pauze. Pianist Sebastiaan van Bavel trapt af met zijn trio, voor de vip-gelegenheid aangevuld met saxofonist Jasper Blom en zangeres Vera Naus. Zij spelen muziek van het album 'Cosmic Dance'.

Van Bavel heeft een voorliefde voor zowel jazz als klassieke muziek. Al op jonge leeftijd sleept hij een aantal onderscheidingen in de wacht. Voor zijn (trio-)debuutalbum 'As The Journey Begins' ontvangt hij in 2014 een Edison. Talent is er dus. Dat Van Bavel een visie heeft, is ook duidelijk, welke visie dat is, nog niet helemaal. De eerste hint geeft hij als hij om een moment van absolute stilte vraagt om vanuit de juiste concentratie het eerste nummer te kunnen beginnen. Het 'ohm', een oerklank. Een tijdje is het echt doodstil in het Tilburgse Paradox, op het podium gebeurt ogenschijnlijk niets. Hierdoor wordt de sfeer een beetje beladen, maar het publiek werkt van harte mee.

De muziek is introspectief, meditatief haast. Je ziet en voelt dat Van Bavel op zoek is naar een diepere connectie. Iedereen is heel bezielend bezig en de blikken zijn ernstig, wat bijdraagt aan het groter geheel, maar wat het onnodig zwaar maakt. De intentie is niet helemaal vreemd - de composities zijn gebaseerd op teksten van de Indiase poëet Sri Aurobindo - echter enige lichtheid vanuit de poëzie was wellicht een welkome afwisseling geweest. Vera Naus heeft een groot aandeel in de stukken. Met haar mooie, warme stemgeluid bepaalt ze voor een groot deel het verhalend gedeelte in de composities, afgewisseld met prachtige reflecterende soli van Van Bavel en Blom.

Door de intense uitvoering komt het soms heel nauw met de stem, vooral in het hoog en gaat het een beetje mis met de zuiverheid en harmonie. Op zich niet zo gek; wanneer de focus ligt op stilte en breekbaarheid vallen die uitschieters juist op. Aan de andere kant laat Van Bavel zien dat hij het lef heeft om dicht bij zichzelf te blijven en zich kwetsbaar op te stellen. Daarvoor verdient hij, met zijn groep, absoluut respect.

Na de pauze is het de beurt aan saxofoniste Kika Sprangers met haar kwintet. In februari 2017 debuteerde Sprangers met haar EP 'Leaves Of Lily', waarmee ze zich flink in de kijker speelde en lovende recensies scoorde. Maar de carrière van Sprangers nam al een hoge vlucht toen ze tijdens haar studie aan het conservatorium werd geselecteerd als leider van de saxofoonsectie van het Nationaal Jeugd Jazz Orkest onder leiding van Martin Fondse. De ervaring die ze opdeed tijdens de tour met dit orkest heeft haar naar eigen zeggen grotendeels gevormd tot de muzikante die ze nu is: charismatisch, onverschrokken en vastbesloten om het publiek te raken met haar muziek.

Sprangers straalt, is naar buiten gericht en de interactie is groot, zowel met de musici om haar heen als met de mensen in de zaal. Haar muziek is afwisselend groovend met momenten van lyrische overpeinzingen, waarin melodie en ritmiek de sleutelwoorden zijn. Heel opwindend en kleurrijk, met telkens een enorme drive van binnenuit. De band staat als een huis en dit kwintet kan voor de gelegenheid zelfs nog uitgebreid worden tot een large ensemble, waarin een zang- en blazerssectie zijn toegevoegd om de arrangementen te vervolmaken. Veelbelovend!

Het is mooi om op één avond muziek te horen die uit totaal andere perspectieven ontstaat, die je op een ander niveau raakt en kan bekoren. Toch was er ook een stil verlangen om deze Young VIPs nog samen het podium te zien delen. Wellicht iets voor een volgende keer?

Donata van de Ven maakte foto's van beide concerten: klik hier voor foto's van het Sebastiaan van Bavel Trio ft. Vera Naus en Jasper Blom en hier voor foto's van het Kika Sprangers Quintet.

Je kunt de Young VIPs nog aan het werk zien in het Bimhuis, Amsterdam (29 april), Corrosia Theater, Almere Haven (8 mei) en Brebl, Nijmegen (9 mei).

Labels:

(Donata van de Ven, 28.4.18) - [print] - [naar boven]



Jazzradio
Jazz Rules #151


In deze aflevering van het radioprogramma Jazz Rules op Urgent FM aandacht voor het nieuwe album van Jukwaa, 'Cushion'. Dat is het trio van pianist Thijs Troch, bassist Nils Vermeulen en drummer Sigfried Burroughs. Het trio is voor deze derde plaat uitgebreid met een extra bassist en een extra drummer. Jukwaa stelde dit album afgelopen dinsdag voor in de Handelsbeurs in Gent, samen met Lynn Cassiers Imaginary Band, een nieuwe formatie die daar haar eerste cd presenteerde, die onlangs werd uitgebracht op het Clean Feed-label.

Dirk Roels draait verder nieuw werk van Bardo, het kwintet van toetsenist Gilles Vandecaveye-Pinoy, ook bekend van Steiger. Met naast hem ook onder meer Lieven Van Pée op bas, Rob Banken op sax en Elias Devoldere op drums.

En een voorsmaakje van de nieuwe Kamasi Washington, de Amerikaanse saxofonist die in augustus op Jazz Middelheim te bewonderen zal zijn!

Klik hier om Jazz Rules #151 te beluisteren.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 28.4.18) - [print] - [naar boven]



Festival
Transition 2018


"Op het Transition-festival staan zo'n 25 formaties met meer dan 100 musici in zes zalen. Transition vormt samen met Rockit en So What's Next? een mooie aanvulling op het jaarlijkse North Sea Jazz-spektakel. Jong en oud is komen opdraven in TivoliVredenburg, waar niet te ontkomen valt aan de keuzestress die nu eenmaal bij een festival hoort."

Op zaterdag 14 april bezocht Louis Obbens de derde editie van het Utrechtse festival Transition. Hij zag er optredens van Phronesis & New Rotterdam Jazz Orchestra Extended, Sons Of Kemet, Morris Kliphuis Dimlicht, Dhafer Youssef, John Surman's Invisible Threads en het Lage Lund Trio.

Klik hier voor zijn festivalverslag.

Klik hier voor een fotoverslag van Transition 2018 door Louis Obbens.

Labels:

(Maarten van de Ven, 27.4.18) - [print] - [naar boven]



Cd
Bestiaal - 'Inenen' (Solidude, 2018)

Opname: 2016

Bestiaal heet het nog jonge trio, bestaand uit drie Gentenaren: gitarist Jakob Haghebaert, bassist Sebastiaan Gommeren en drummer Sebastiaan Vekeman. Debuteren deden ze in 2016 met 'Absoluut' en onlangs verscheen hun tweede album, 'Inenen'.

In 'Beiden Vlier' komen ze langzaam op gang, eerst Haghebaert en Gommeren, voorzichtig aftastend, alsof ze aan het warmdraaien zijn. Ze zeggen het zelf in hun toelichting bij dit stuk: "Gelukkig bestaan er nog geesten. Snel gewekt zijn ze, maar na een winterslaap zo stram van leden dat ze zich omstandig hebben uit te rekken." Wij zijn er deelgenoot van tot Vekeman het pad met spannend tromgeslag doorkruist. In de tiende minuut is het Haghebaert die ons definitief over de streep trekt en "eenmaal op kruissnelheid is het een wagen bij valavond op een eindeloze weg." Ja, lekker hard gaan, met de muziek dan hè, niet met de auto! Maar de rust keert weer, de bas wordt gestreken, de gitaarsnaren liefdevol beroerd en Vekeman deelt zo nu en dan een rake klap uit, tot ook hier die aanstekelijke mix van jazz en rock weer de kop opsteekt en ons langzaam, doch gestaag de duisternis invoert.

De titels op dit album zijn van een onbegrijpelijke poëtische schoonheid. Wat betekent 'Beiden Vlier'? En wat 'De Lap In De Vrucht'? Geen idee, maar de laatste klinkt heerlijk terloops, alsof het eigenlijke stuk nog moet gaan beginnen. En ja, zelf maken ze de vergelijking van iets dat "kleppert tegen de vlaggenmast". Het slaat vooral op Vekemans slagwerk, dat inderdaad nogal nadrukkelijk aanwezig is. 'XVI', weer zo'n ongrijpbare titel , heeft iets van een dans, maar dan wel een van het stroevere soort. En dan is er het wonderlijke 'Honder Heft Zich (Dat Blanke Gevoel Op Die Te Dichte Huid)'. Muziek als op een lenteavond, innemend sfeervol gitaarspel, donkere baslijnen en een drumstel dat maar net wordt beroerd. Tot de spanning langzaam maar zeker wordt opgevoerd, steeds een tandje hoger. Ongetwijfeld Honder dat zich verheft. Hier gebeurt het, voor onze oren. Een wonderlijk trio, dat Bestiaal.

Klik hier om twee tracks van dit album te beluisteren: 'Honder Heft Zich' en 'XVI'.

(Ben Taffijn, 26.4.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Ida Lupino zonder Cleaver en Petrella mist klasse

Guidi/Espinoza/Sclavis/Lobo, vrijdag 13 april 2018, De Singer, Rijkevorsel

Wie deze vrijdag de dertiende speciaal voor Louis Sclavis naar de heerlijke club in de Kempen was afgezakt - of gewoon voor een goed jazzconcert - kwam zeker niet bedrogen uit. Het enthousiasme van het talrijk opgekomen publiek liet daar geen twijfel over bestaan. De groep had beslist om één lange set te spelen en die kon duidelijk op bijval rekenen. De muziek ging lange tijd zo soepel van de ene compositie over in een volgende, dat de toeschouwers daarbij heel aandachtig bleven luisteren en applaus achterwege bleef. Dat duurde tot de groep op aangeven van Sclavis met 'Jeronimo' naar een opwindend hoogtepunt werd toegewerkt. De stuwende drang waar dit nummer eerst bijna onvermoed toe leidde, hernam hij zo dwingend dat het voor een enorme ontlading zorgde.

De set was energiek ingezet en er was duidelijk een volgorde afgesproken van de stukken die aan bod zouden komen. De uitwerking mocht zo te zien volgens de ingevingen van het moment gebeuren. Dat wou de ene keer beter dan de andere uitdraaien, wat zeker niet te wijten was aan de Franse klarinettist. Hij vormde een voorname schakel in dit kwartet en tilde meermaals het niveau omhoog. De meest fascinerende solo's kwamen gewoon van hem. Pianist Giovanni Guidi deed er ook alles aan om de zaak boeiend te houden en misschien ging het daarom wel zo vaak zo vlot vooruit. In elk geval was dit toch wel een heel andere 'Ida Lupino' dan het kwartet op de cd met Gerald Cleaver en Gianluca Petrella.

Dat Cleaver er niet bij zou zijn was al lang geweten. Met drummer João Lobo speelt Guidi al langer samen en de chemie tussen de twee paste ook hier grotendeels goed. Maar wie er op gerekend had om de trombone van Gianluca Petrella in het geheel te horen kon toch op zijn honger blijven zitten. Niet alleen veranderde het kleurenpalet sterk met een tenorsaxofoon in de plaats; de Russisch-Italiaanse invaller Dimitri Grechi Espinoza viel duidelijk een maatje kleiner uit naast Sclavis. Met heel aanwezig te zijn en wat luider spelen dan de klarinettist kon hij dat niet goedmaken.

Wie naar dit concert was gekomen met de cd uit 2016 als referentiekader, miste hier ook spanning, gevoeligheid en adembenemende interactie. In de improvisaties kwamen Espinoza en zelfs Lobo er weleens wat bleekjes uit (of zelfs opdringerig over). De weemoed die de cd kon verklanken miste vanavond dan ook nog de versie van 'Ida Lupino'. Anderzijds bleven de rangen goed gesloten en de meeslepende bewegingen volgden elkaar vlot op. De Italiaanse pianist legt een betoverende zwier in zijn spel. Sclavis zorgde voor schitterende klankencombinaties in de muziek, die toegankelijk bleef en wisselend goed of erg knap, tot in het dansbare toe. Eigenlijk zagen we de Fransman zowel als professionele teamplayer als van zijn gepassioneerde, meesterlijke kant.

Samengevat: schoonheid genoeg vanavond om blij te zijn dat je erbij was, maar helaas ontbrak het hier en daar aan klasse.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Deze recensie verschijnt ook op Jazz'Halo.

Labels:

(Danny De Bock, 23.4.18) - [print] - [naar boven]



Cd
I Compani – '33' (Icdisc, 2018)

Opnamen: 1990-2016

33 jaar bestaan I Compani van saxofonist en componist Bo van de Graaf en dat vindt hij een mooi getal. Vandaar dit overzicht van de verrichtingen van het Nijmeegse orkest door de jaren heen. Zijn oorspronkelijke faam verwierf de band met zijn vertolkingen van soundtrackmuziek van Nina Rota en Frederico Fellini, maar daar is op dit album niets van te horen. Ook niet van projecten rond saxofonist Gato Barbieri of componist Loek Dikker: dit is, zeg maar, het vrije werk.

Meer dan een jazzbigband waren de kompanen altijd een kamermuziekensemble dat zich met wat jazzspulletjes (sound, ritme) verkleed had. Een vergelijking met de stugge muziek van het Willem Breuker Kollektief ligt voor de hand - en die is dan ook vaak gemaakt. Ook Van de Graaf heeft een voorkeur voor cut-up technieken en hoempa schuwt hij evenmin.

Op sommige tracks is de ritmetandem van het Kollektief, Arjen Gorter-Rob Verdurmen, aanwezig. Er zijn ook duidelijke verschillen. Bij Van de Graaf krijgen de solisten, met name in live situaties, meer ruimte en zijn orkest bezit een élégance en een persoonlijkheid die Breuker vreemd waren. In Nijmegen kunnen ze ook onbeschaamd naar pure schoonheid streven, waar de Mokumers hun vingers en lippen niet aan zouden hebben durven branden.

Hun afkomst als filmorkest verloochenen I Compani niet; de muziek kenmerkt zich door haar beeldende kwaliteit. De synthesizer van Cristoph Mac-Carty geeft de track 'Barbarella' een passend science fiction-decor. De stemfragmenten van Brigitte Bardot en Greta Garbo in de eponieme tracks benadrukken eveneens de connectie met het witte doek.

In de loop der jaren lijkt Van de Graaf zijn jazzsoul meer ruimte te geven. Dat belooft wat, zo tegen 2051.

De cd is verkrijgbaar via de website van I Compani.

Labels:

(Eddy Determeyer, 23.4.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Van komkommers en bedoeïenen

Meinhard Kneer Quintet, zondag 15 april 2018, Kerkje Oostum

Kopermuziek en middeleeuwse Groninger terpkerkjes zijn een match made in heaven. Dat weten we al sinds de eerste ZomerJazzFietsTour (ho, even de agenda erbij: 25 augustus) en dat werd in het kerkje van Oostum weer eens bevestigd. Trompettist Sebastian Piskorz en trombonist Gerhard Gschlösst glorieerden er op hun voordeligst. In de ballad 'Lonely Weekend' ("gecomponeerd toen ik me een klein beetje alleen voelde," bekende bassist en leider Kneer) vormde het koper met de altsax van Peter Van Huffel een statige dissonante koraal, die zich in het godshuis goed thuis voelde. In 'City Fireflies' speelden de blazers niet minder hemels - of op z'n minst als een Leger des Heilsband op acid. Gschlösst toonde zich op zijn welbespraaktst in het Mingusische 'Himmel Und Hölle', waar hij met dempers demonstreerde hoe Tricky Sam Nanton anno 2018 bij benadering had kunnen klinken.

Het merendeel van Kneers composities had een abstract karakter, maar zijn 'Rhapsody À La Bedouinien' was uitgesproken beeldend. Na een chaotisch begin in wervelend woestijnzand, compleet met vallende dempers en associatieve prevelementen, raakte de band op gegist bestek, gok ik, in zijn eerste thema. Een trompetsolo die nu en dan dubbelklapte, mondde uit in een huilerige Arabische melodie: Oost West, Aleikum Salaam.

Een mankende drumsolo van Andreas Pichler, een soort contrapunt tussen snaar en bas, leidde 'Hau Den Lukas' (Kop van Jut) in. Leider Kneer, die zijn band de hele middag met trefzeker spel op koers hield, hoorden we op zijn fijnzinnigst in 'Aus Dem Wundersamen Leben Des Salatgurke', dat hij geschreven had als zijn bijdrage aan de ontvoogding van de komkommer. Zijn gestreken solo gonsde van de extremen qua toonhoogte en snelheid. Zo'n gurk heeft het inderdaad niet makkelijk, realiseer je je dan.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 22.4.18) - [print] - [naar boven]



Cd's
The Rempis Percussion Quartet - 'Cochonnerie' (Aerophonic, 2017)

Opname: 20 oktober 2015
Dave Rempis - 'Lattice' (Aerophonic, 2017)
Opname: 24, 26, 27 april / 4 mei 2017

De kwaliteiten van The Rempis Percussion Quartet kwamen hier reeds eerder aan bod, naar aanleiding van het in 2015 verschenen 'Cash And Carry' en een liveoptreden in de Antwerpse DE Studio. We noemden het kwartet, dat naast saxofonist Dave Rempis bestaat uit bassist Ingebrigt Håker Flaten en de drummers Tim Daisy en Frank Rosaly, toen een powerkwartet. Twee jaar later verscheen 'Cochonnerie', dat op dezelfde wijze indruk maakt.

Drie stukken telt het album, waarbij opener 'Straggler' het eerste half uur vult. Het begint rustig met wat speelse akkoorden, terwijl de ritmesectie zich warm lijkt te spelen. Die speelse akkoorden - we horen Rempis op de tenorsax - monden uit in een woeste stroom noten. Maar wat ook hier weer opvalt is die ritmesectie. De associaties met een wild stromende rivier ten gevolge van overvloedige regenval dient zich aan. Een rivier die buiten zijn oevers treedt, alles meesleept met zijn overweldigende kracht. En het gaat maar door! Rempis' klanken worden rauwe kreten, schreeuwen. Daisy en Rosaly slaan hun trommels zowat aan gort en Håker Flaten trekt woest aan de snaren. Je ziet ze voor je in Elastic Arts, Chicago, op die dinsdagavond in oktober 2015. De grondvesten trillen. En dan is het ineens rustig en horen we vooral het zeer ritmische geluid van Håker Flaten. Een wereld zit er in dat bescheiden plukken. Dan klinkt Rempis op altsax in een bezwerende melodie op een loom ritme, waarin de bassist voorop gaat. Ook hier drijft het kwartet het tempo op, maar anders dan in het eerste deel blijft de melodie hier centraal staan. In 'Green And Black' klinkt het kwartet opmerkelijk ingetogen. Rempis intens en met een lichte ruis, Håker Flaten voorzichtig plukkend en naar het einde wat duisternis brengend, terwijl de beide drummers met hun brushes voor sfeer zorgen. In 'Enzymes' zoekt het kwartet weer op grootse wijze het ritme, wat Rempis de gelegenheid biedt om op hoog tempo zijn noten naar buiten te persen.

Ondanks de 20 jaar dat Rempis inmiddels actief is en de status die hij binnen de Chicago-scene heeft verworven, was een soloalbum er nog steeds niet van gekomen. Maar de tijd is rijp en Rempis ondernam in de lente van 2017 een tour van 31 concerten, waarin hij zowel soleerde als samenspeelde met lokale musici. Een aantal van die solo's, waarin hij zich een veelzijdig saxofonist toont, kwamen op 'Lattice' terecht. In 'A Flower Is A Lovesome Thing' van Billy Strayhorn horen we hem zeer ingetogen op baritonsax, intense noten afwisselend met innemende blaasgeluiden. In 'Loose Snus' is hij juist weer fel zoals op 'Cochonnerie'. Zijn hoge noten op de altsax klinken niet minder dan alarmerend en zijn ritmegevoel is simpelweg verslavend. Indrukwekkend is ook 'If You Get Lost In Santa Paula', waarin Rempis met ritmisch kleppenspel zijn ritme bouwt. En in 'Horse Court' overtuigt hij met lang aangehouden klanken, klagelijk als een gewond dier. Het geluid van zijn baritonsax snijdt hier door de ziel. Na beluistering van dit schijfje kunnen we niet anders dan concluderen dat de tijd voor een soloalbum rijp was. Laten we hopen dat het niet bij deze ene blijft.

Klik hier om 'Cochonnerie' en hier om 'Lattice' te beluisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 22.4.18) - [print] - [naar boven]



Concert / Jazzradio
Message of love

Jazzmeia Horn Quartet, zondag 15 april 2018, Bimhuis, Amsterdam

Een dag voor haar 27ste verjaardag stond Jazzmei Horn in een uitverkocht Bimhuis. Het was meteen duidelijk dat haar roem als rising star haar vooruitgesneld was. Het publiek ontving haar met open armen en raakte gaandeweg steeds enthousiaster. Vanaf de start straalde de zangeres zelfvertrouwen uit en maakte ze een heel ontspannen indruk.

Het concert opende met Betty Carters 'Tight'. Dit werd een lekkere uptempo versie, waarin haar talent om te scatten meteen ruim werd geëtaleerd. Deze dame beschikt over een enorm bereik, ook in het hoge register. Het visitekaartje werd overtuigend afgegeven. In het tweede nummer ontstond een geweldige interactie tussen Horn en drummer Henry Conerway III. Dat het een feestje zou worden was nu wel duidelijk. Het publiek werd al snel uitgedaagd mee te zingen met 'Night And Day/I Love Myself'. Ondersteund door een latin ritme is dat geen enkel probleem. En... the message is love!

Het debuutalbum 'A Social Call' werd op een mooie manier toegelicht. Het is het aaneensmeden van de generaties; oud, nieuw en toekomstig. Verbinden van generaties en doorgeven van de liefde voor jazz is wat deze dame doet. Wat volgde was de ballad 'The Peacocks (A Timeless Place)'. Ondersteund door slechts het voortreffelijke pianospel van Victor Gould werd dit prachtig ingetogen stuk overtuigend neergezet. Ritmisch stampend op haar hakken zette ze daarna de klassieker 'September In The Rain' (Harry Warren & Al Dubin, 1937) in. Over teruggrijpen op vorige generaties gesproken. Maar wat een mooie en vernieuwende draai werd eraan gegeven. De bandleden lieten in dit stuk hun individuele klasse op hun instrument horen door heerlijk te soleren. Een uitstekende ritmesectie.

De respectvolle manier waarop Horn na de pauze - terecht - de bandleden een compliment gaf voor het vormen van het stevige fundament waarop zij haar stem als solo-instrument de ruimte kan geven, dwong respect af. 'Lover, Come Back To Me' (Billie Holiday) in een uptempo uitvoering maakte nog eens duidelijk dat het compliment volledig op zijn plaats was. En Jazzmeia gooide alle registers open: scatten, frasering en presentatie, alles klopte.

In 'East Of The Sun And West Of The Moon' werd dit nog eens onderstreept. Op fenomenale wijze zocht Horn nog eens het hoge register op, terwijl Gould nog een mooie solo kreeg. Bovendien ontstond er nog een spannende dialoog tussen de zangeres en drummer Henry Conway III. Daarna volgde een eigen stuk, gecomponeerd op uitdaging van een van haar docenten. Een geweldige ballad, waaruit bleek dat naast haar vocale talent ook deze kwaliteit aanwezig is. En meteen daarna nog een eigen composities: 'Searching'.

Samenvattend: hier stond een zelfverzekerde multi-getalenteerde jonge vrouw met een eigen visie op jazz en een geweldige motivatie. Ze heeft een verzameling topmuzikanten om zich heen verzameld, die haar de fundering en de ruimte geven om te schitteren en daarbij zelf ook goed in beeld komen. We gaan nog veel van Jazzemeia Horn horen; zij heeft potentie om een hele grote te worden.

Het concert is terug te horen via Bimhuis Radio:



Klik hier voor foto's van dit concert door Johan Pape.

Labels: ,

(Johan Pape, 21.4.18) - [print] - [naar boven]



Jazzradio
Jazz Rules #150


In deze aflevering nieuwe Belgische jazz met Small World, het kwintet van pianist Ewout Pierreux en de Zuid-Afrikaanse trompettist Marcus Wyatt. Hun eerste album is uit bij Soulfactory Records en het is een liveopname uit 2016. Ze speelden toen in de Bird's Eye Jazz Club in Basel, Zwitserland. Met op saxofoon de onwaarschijnlijke Steven Delannoye, op bas de Zuid-Afrikaanse Romy Brauteseth en op drums Teun Verbruggen.

Het Wout Gooris Trio won in 2015 de Jong Jazz Talent-wedstrijd op het Gent Jazz Festival. Een jaar later speelden ze er op het hoofdpodium, samen met de saxofonisten Erwin Vann en Hayden Chisholm (bekend van Nils Wogram's Root 70). Ze namen toen ook een album op, 'Some Time', dat onlangs is verschenen.

Sons Of Kemet brachten onlangs 'Your Queen Is A Reptile' uit op het befaamde Amerikaanse Impulse-label. Binnenkort stellen ze het voor op Volta in Brussel, samen met SCHNTZL en De Beren Gieren.

Klik hier om Jazz Rules #150 te beluisteren.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 21.4.18) - [print] - [naar boven]



Cd
Jacqueline Hamelink, Aart Strootman & Stevko Busch - 'Derelict' (Sounding Bodies, 2017)

Opname: 9 september 2016

Celliste Jaqueline Hamelink is op geen enkele manier vast te pinnen, zelfs met de aanduiding 'celliste' doen we haar tekort. Klassiek opgeleid en met een voorliefde voor hedendaags gecomponeerde muziek schrikt zij allerminst terug voor popmuziek en geïmproviseerd en werkt ze samen met theatermakers en dansers, bijvoorbeeld in 'swan[remix]', dat onlangs in première ging en waarvoor ze samenwerkt met hiphopdanser Johnny Lloyd. Het maakt voor Hamelink allemaal niet uit, zolang ze haar verhaal maar kan vertellen.

Onlangs verscheen haar eerste cd 'Derelict', die binnenkort ook als vinyl verkrijgbaar zal zijn. Voor dit album nodigde ze in september 2016 twee musici uit, pianist Stevko Busch en gitarist Aart Strootman, om te komen improviseren in een verlaten fabriekshal in Tilburg, aan de noordkant van het station. Niet de minsten. Strootman is primair actief als componist en won vorig jaar de Gaudeamus Award en de uit Zuid-Afrika afkomstige Busch kennen we hier met name van zijn samenwerking met saxofonist Paul van Kemenade. Strootman en Busch kenden elkaar niet, maar beiden hadden wel samengewerkt met Hamelink. Ruim anderhalf uur aan materiaal van dit concert is hier teruggesnoeid tot een klein uur en verdeeld over zeven stukken.

We horen allereerst Busch met zijn warme poëtische pianospel en de echo van die enorme hal, aangevuld met onbestemde geluiden van Strootman en Hamelink, tot Hamelinks cellospel de ruimte doorklieft. In het tweede titelloze stuk - de stukken worden aangeduid met symbolen - bouwt Strootman de spanning op met zijn enigmatische gitaarspel, waar Busch en Hamelink aansluiting bij zoeken. Busch plukt aan de snaren, waardoor we een stuk voor strijktrio krijgen. Een voorlopig hoogtepunt bereikt het trio in het derde stuk, waarin we dat rustgevende pianospel van Busch weer horen. Kristalheldere miniaturen in combinatie met dito gitaarspel van Strootman, terwijl Hamelink hier zorgt voor een atmosferische klanknevel. Droommuziek.

De fabriekshal diende oorspronkelijk voor het onderhoud van locomotieven. Het moet in de gedachte van de muzikanten hebben gezeten bij het vierde stuk. Wie hier nu precies welke hoge klanken voortbrengt blijft wat onduidelijk. We horen de meest rechtse toetsen van Busch' piano en Strootman is hier ook te onderscheiden, maar ook onmiskenbaar een locomotief die langzaam op gang komt. Het repeterende geluid dat in snelheid toeneemt tot hij op volle snelheid is, gesymboliseerd door het symbool van een trap. In het vijfde deel is het Hamelink die verrast, door de wijze waarop ze Busch' lieflijke spel op getormenteerde wijze doorsnijdt en later in een eclectisch duet met Strootman haar klassieke achtergrond alle eer aandoet.

Het absolute hoogtepunt is het eerste deel van het zesde stuk, waarin we de de celliste aanvankelijk solo horen, optimaal gebruikmakend van de kracht die ruimte biedt. Rauw, heftig, gekweld en dan een Zuid-Afrikaans ritme opbouwend. Strootman klinkt op de achtergrond met zijn drone en dan klinkt er geschreeuw, echoënd door de ruimte. Hamelink? Busch? Het is in ieder geval ijselijk hoog, het klinkt aards en mengt zich met Strootmans hoge gitaarnoten. Een wonderlijk moment op een wonderlijk album.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 19.4.18) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.