Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Concert
Meeslepende duo-improvisaties

Arve Henriksen & Harmen Fraanje, 9 oktober 2020, Paradox, Tilburg

Op 6 april 2019 traden Harmen Fraanje en Arve Hendriksen voor de eerste keer als duo op in zaal Club 9 van TivoliVredenburg. Het Transition Festival bood dat jaar ruimte aan muzikanten onder de noemer van 50 jaar ECM. Beide instrumentalisten hebben bijgedragen aan meerdere releases op dit label. Ook hun muzikale uitgangspunten en sfeer zijn enigszins verwant aan de muziek van ECM. Het talrijke publiek was getuige van een boeiend, zoekend en bedachtzaam optreden. Maar dat er meer in het vat zat was duidelijk. Het gevolg is een hernieuwde samenwerking in 2020 met twee optredens, zowel in Paradox als in TivoliVredenburg, in een zogenaamde coronasetting.

Al snel wordt duidelijk dat de twee muzikanten beperkte afspraken hebben gemaakt over de muzikale structuur en nagenoeg geheel improviserend te werk gaan. De synergie is duidelijk aanwezig en de muziek is meeslepend en bij vlagen vurig.

Arve Henriksen maakt muziek die dicht tegen ambient aanligt. De klanken uit zijn trompet zijn, zeker deze avond, gezegend met een rijk vermogen tot rechtstreekse communicatie met de luisteraar. Afdwalen van de muziek is niet mogelijk bij deze 'menselijke' trompettoon. Het ademende timbre van een houten fluit duikt herhaaldelijk op tijdens het optreden. Soms versterkt Henriksen zijn muzikale zeggingskracht met etherische vocalisaties. Veel vaker hanteert de trompettist elektronica om te variëren met de tonen van zijn trompet of sonische dimensies toe te voegen. De onderliggende soundscapes worden in dat geval buitenaards, spooky of zelfs macaber en staan in schril contrast met de broze trompetklanken. Bij de uitgesponnen stukken is meestal geen hoofdmelodie te herkennen, noch zijn ritmes af te tellen. De sprankelende dialogen tussen vleugel en trompet zijn overwegend verhalend. De mysterieuze, muzikale golven zijn desondanks verrassend en effectief. Waarbij opvalt dat Arve Henriksen veel meer speeltijd heeft dan Harmen Fraanje.

De fluisterzachte, fluitende trompetklanken, aangevuld met subtiele elektronica, laten ingrediënten toe van jazz, klassieke en oriëntaalse muziek. Samen met de heerlijke en wijds uitlopende lyriek van Fraanje ontstaan overwegend dromerige, mysterieuze soundscapes. Niet zelden laat Henriksen zich scherp en venijnig horen, dit komt de dynamiek ten goede. De toegift wordt ingeleid door een boeiend en rafelig piano-intro van Fraanje, met veel drang tot experimenteren. De felle tonen uit de piccolo trompet van Henriksen klinken als een aanklacht tegen de huidige Amerikaanse politiek en de raciale spanningen. Het vinnig stuk kent nu wel een melodie, namelijk die van 'America' uit de West Side Story. Het slotakkoord is dan weer ingetogen en zelfs berustend.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 19.10.20) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Lynn Cassiers - 'YUN' (Clean Feed, 2020)

Opname: 11-13 juni 2019

De spreidstand tussen eerbied voor de traditie en een hang naar vernieuwing is een centraal gegeven in de jazz. Je kan het zien als een gracieuze dans in het spanningsveld tussen de begeerte naar vrijheid en de behoefte aan discipline. Weinig artiesten geven aan die balans zo'n opvallende invulling als Lynn Cassiers.

De Brusselse heeft met 'YUN' nog 'maar' een derde release op eigen naam, maar draait natuurlijk al langer mee in de Belgische jazz en improvisatie. Zo is ze geen onbekende voor wie vertrouwd is met haar band. De ritmesectie daarvan - pianist Erik Vermeulen, bassist Manolo Cabras en drummer Marek Patrman, samen ook een trio - hield ze over aan haar Imaginary Band en vult ze hier aan met oude bekenden Bo Van der Werf (baritonsaxofoon) en Jozef Dumoulin (keyboards), die we kennen van onder meer Octurn, Lidlboj en Lilly Joel. Zo ontstaat er een elektroakoestisch sextet, waarmee ze het American Songbook (het merendeel van de stukken vertrekt bij composities van Cole Porter en de Gershwins) kan benaderen vanuit markante perspectieven. Weinig dingen werken zo desoriënterend als het bekende dat plots onherkenbaar lijkt.

Geen voorbeeld beter dan 'But', haar interpretatie van 'But Not For Me' (dat geen enkel van deze stukken de oorspronkelijke titel intact houdt suggereert al dat er geen sprake is van getrouwe uitvoeringen). Was het in de klassieke versie van Judy Garland voorzien van een stevige portie pathos, dan waren heel wat latere versies, zoals die van Ahmad Jamal, John Coltrane of het Modern Jazz Quartet, een stuk speelser of alleszins gejaagder. Of beluister eerst nog eens die bitterzoete, maar lichtvoetige versie van Chet Baker. Zo compact en aandoenlijk vind je ze zelden. Cassiers maakt er slepende, atmosferische versie van, die beweegt aan een tempo dat haast morbide is. Je belandt in een onwerkelijke, in duistere nevelen gehulde sfeer, meer Julee Cruise dan Ella Fitzgerald. De verwantschap met het origineel zit 'm vooral in de tekst.

Het stemt alleszins tot nadenken over de impact die de standards gehad moeten hebben op de jonge Cassiers, en wat haar ertoe aangezet heeft om die impact op deze manier te vertalen. Het sextet schuift regelmatig op richting jazz en hier en daar vang je soms een duidelijkere glimp op van het origineel, maar dat lijkt vooral per ongeluk te gebeuren. Hier is het vooral een oefening om een persoonlijke connectie aan te houden in een voor de rest grondig verbouwde constructie. Daarin is duidelijk plaats voor afspraken en arrangementen, maar de invulling is opvallend vrij. Zo kan het in 'I You We' (gebaseerd op Porters 'I Love You') een paar minuten duren voor er genoeg barsten verschijnen die wat herkenning toelaten. Dit is musiceren op de tast, die deels buitenaardse transmissie en deels subtiel ontluikende compositie is.

Het zet de toon voor de rest van het album. Dat blijft uit de buurt van gratuit atonale of vormloze verwarring, maar is best radicaal in z'n eigenzinnigheid. Door haar voorliefde voor allerhande knopjesdraaierij (dat klinkt oneerbiediger dan het bedoeld is) speelt Cassiers het spelletje sowieso al niet rechttoe rechtaan, maar met deze kompanen draait het regelmatig uit op een schaduwspel van diffuse vormen, met momenten die vrije spacefunk suggereren ('All'), dan toch iets strakker in elkaar zitten ('Move Them Mountains') of de ontregeling opzoeken met stevig vervormde zang, ronkende toetsen en een verloren gelopen pianosolo ('Fair Deep Blue Skies'). Wat het ene moment met haken en ogen aan elkaar lijkt te hangen, maakt even later deel uit van een prikkelende totaalvertelling, met vier collectieve scharnierimprovisaties die de toevalsfactor nog eens aandikken en je voortdurend op het verkeerde been zetten.

Het is geen spek naar de bek van retro-fanaten die graag een rondje 'herken de standard' spelen. Het is wel een fascinerende duik in een origineel proces dat die klassieke bronnen omvormt tot iets helemaal anders. Iets heel persoonlijk ook, want ondanks de combinatie van sterke karakters is dit een Cassiers-album pur sang: vreemd en toch vaag herkenbaar, moeilijk te doorgronden en toch prikkelend, intimiderend én verleidelijk. De term 'sirene' viel nog niet. 'YUN' is geen doorsnee kost, laat staan makkelijk te verteren, maar wel een gewaagd album dat enkel op z'n eigen voorwaarden benaderd wil worden. En dat leverde een uurtje muziek op om steeds opnieuw in verloren te lopen.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be | Foto's: Cees van de Ven

Labels:

(Guy Peters, 17.10.20) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Felipe Salles Interconnections Ensemble - 'The New Immigrant Experience' (Tapestry, 2019)

Opname: 13-14 april 2019

De VS is altijd een van de landen geweest waarin immigratie een grote rol speelde. Verreweg het merendeel van de huidige bevolking heeft hun wortels elders. Zelf afkomstig uit Brazilië, maar sinds 1995 woonachtig in de VS, is Felipe Salles een van die grote groep mensen en de hoes van zijn nieuwe album 'The New Immigrant Experience' - eentje die niets overlaat aan de verbeelding - laat terecht zien welke diversiteit dat met zich meebrengt. Een diversiteit die zich ook vertaalt in de achttien leden waar zijn Interconnections Ensemble uit bestaat.

Maar er is de afgelopen decennia veel veranderd en op dit moment gaat de VS de wereld voor in een scherp anti-immigratie standpunt, iets dat we ook terugzien in Salles' meest recente album. Daar draagt de huidige president zeker aan bij, maar de oorzaken liggen dieper. Zo kent de VS, als land of dreams al heel lang een grote groep illegalen, met name afkomstig uit Latijns-Amerika, maar zeker ook van elders. Reeds in 2001 kwam de Amerikaanse overheid met de Dream Act (staat voor Development, Relief, Eduction Act for Minors) op de proppen om jonge migranten alsnog het staatsburgerschap te geven. Deze wet kwam overigens nooit van de grond. 690.000 mensen van deze groep, naar de wet ook wel Dreamers genoemd, kregen van Obama in 2012 wel een voorlopige status, het Deferred Action for Childhood Arrivals-programma, maar daar bleef het bij. En de huidige president heeft er sindsdien alles aangedaan om dit weer ongedaan te maken. Dat is tot op heden niet gelukt, maar de wet is er ook nog steeds niet door.

Nadat Salles Tereza Lee had ontmoet, zelf een Dreamer, begon het onderwerp bij hem te leven en ontstond het plan voor dit album. Hij maakte video-opnames van de persoonlijke verhalen van leden die onder deze groep vallen en liet zich door die verhalen inspireren voor zijn muziek. Naast twee cd's bevat dit album echter ook een dvd. Daarop horen we de muziek, maar komen ook de mensen die Salles interviewde uitgebreid met hun verhalen aan bod.

Een stemmig en langzaam patroon in 'Introduction', gespeeld door pianist Nando Michelin. Op de video zien we een spoorlijn, afgewisseld met portretten. Intussen zwelt de muziek verder aan. Aansluitend volgen negen indrukwekkend pijnlijke stukken, waarin telkens een Dreamer centraal staat, allereerst Teresa May. Op de dvd vertelt ze haar verhaal tegen de achtergrond van de muziek, we zien beelden van het orkest en straatscènes. Als er iets duidelijk wordt, dan is het wel het onmenselijke van illegaliteit. Geworteld zijn en er toch niet bij mogen horen. Geen rijbewijs kunnen halen, geen hoger onderwijs kunnen volgen en geen paspoort hebben, waardoor je je familie nooit meer kunt bezoeken! "I have no rights, or fewer than I deserve", horen we Nathan Ferraz erover zeggen. Pijnlijk, helemaal als je bedenkt dat deze illegalen nooit de keuze hiervoor hebben gemaakt; als jonge kinderen werden ze immers meegenomen door hun ouders.

Negen prachtige verhalen van kwetsbare, maar tegelijkertijd veerkrachtige mensen die ondanks alle moeilijkheden waar ze mee geconfronteerd worden met hoop naar de toekomst kijken. De muziek van Salles sluit prachtig beeldend aan bij die verhalen, beurtelings krachtig en enerverend versus ingetogen en contemplatief.

Dvd en cd's maken dit werkstuk tot meer dan een muziekalbum. Het is een politiek statement van de eerste orde, waarin Salles op zeer succesvolle wijze aandacht vraagt voor de tweedeling in onze huidige wereldorde. Het maakt het tot een bijna verplicht album voor eenieder die zich dit daadwerkelijk aantrekt.

In de Jazztube zie je impressies van het concert dat het Felipe Salles Interconnections Ensemble gaf in The National Sawdust Theater, Brooklyn, NY op 11 april 2019.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 14.10.20) - [print] - [naar boven]



Boek
'Des duivels? Naar de roots van de populaire muziek'

Auteur: Maarten Schuermans / Uitgeverij: EPO, 2020

Maarten Schuermans is niet de enige die de oude blues ontdekte door het beluisteren van The Rolling Stones, in dit geval 'Paint It Black'. Sterker nog: toen de band in de jaren 60 aan zijn opmars begon wisten vele Amerikanen, waar de muziek van dit Engelse kwartet al snel aansloeg, niet eens dat de muzikale wortels van de muziek hun eigen cultuur betrof! Mick Jagger en Keith Richards waren al vroeg fan van de echte Amerikaanse blues en lieten lp's uit Amerika overkomen. Het zou een trend worden. Overal in de VS, maar ook in Europa, adopteerden rockgroepen de blues. Zelfs tot in Nederland en België drong het door en dus ook in het ouderlijk huis van Schuermans. Hij ging echter een stap verder en begon zich, net als Jagger en Richards, te interesseren voor de oorsprong. Dat groeide uit tot een liefde voor wat we vaak aanduiden als rootsmuziek: de folk uit de Appalachen, country, blues, jazz, cajun, zydeco, tex-mex en wat al niet meer.

Schuermans koesterde door die hobby een steeds sterkere wens om ook eens af te reizen naar waar het allemaal begon: de zuidelijke staten van de VS. In de zomer van 2018 kwam het er eindelijk van en trok Schuermans samen met de muzikanten Bjorn Eriksson en Alain Rylant, beiden actief in de rootsmuziek, naar het warme zuiden van de VS. Onlangs verscheen bij EPO onder de titel 'Des Duivels? Naar de roots van de populaire muziek' zijn reisverslag. Met een paar kanttekeningen kan ik niet anders constateren dan dat het een leuk en volgens mij ook redelijk compleet boek is geworden. En zeker voor de muziekliefhebber die in deze stijlen wat minder thuis is, valt er veel te halen. Schuermans stijl is aangenaam, al moeten de Nederlanders soms even wennen aan de voor ons wat ongebruikelijke zinsformuleringen, en informatief. En in de 250 bladzijden die het boek telt geeft Schuermans veel informatie en mooie portretten, allereerst over de blues - zijn grootste passie - maar ook over al die andere stijlen die hierboven voorbijkwamen. Nieuwe inzichten levert dat niet op, Schuermans is geen musicoloog, maar hij zet het weer eens mooi op een rijtje. Ieder hoofdstuk wordt daarnaast afgesloten met een selectie albums om daadwerkelijk zelf tot luisteren te komen. Verder staat er achterin het boek een QR-code die ons op het spoor brengt van een Spotify-playlist, waarmee Schuermans de drempel heel laag legt.

Kanttekeningen zijn er echter ook te maken. Het reisverslag waar de portretten en informatieve stukken doorheen verweven zijn, is uitermate zwak. Veel verder dan vertellen wat ze gegeten en gedronken hebben - veel bier - en waar ze hebben geslapen komen we niet. Terwijl er toch zeker interessante gesprekken zijn geweest. Waar hadden Schuermans, Eriksson en Rylant het met elkaar over? Die twee laatsten waren er vaker, traden er zelfs een aantal keren op. Je leest er niets over. Maar ik mis nog iets veel belangrijkers. De omslag van het boek geeft het al aan, op de foto staat King Oliver's Creole Jazz Band met Lil Hardin, bestaande uit vijf zwarte muzikanten. En lees dit boek of eender welke geschiedenis van deze muziek en je komt geen blanke tegen; allemaal zwarte muzikanten. En wat Schuermans terecht aantoont is dat nagenoeg onze complete popmuziek hierdoor beïnvloed is! Zonder dat deze musici daar de credits voor kregen. Veel bluesmusici die reeds sinds de jaren 30 actief waren kregen pas erkenning toen in de jaren 60 door de folkrevival hun nummers door blanke musici werden gespeeld.

Een van de vele voorbeelden - en Schuermans noemt ze niet - is het verhaal van Skip James. Ernstig ziek kon hij in de jaren 60 worden geopereerd van de royalty's doordat het Britse Cream een nummer van hem coverde. Zijn eigen opnames brachten vrijwel niets op. Een ander voorbeeld is het gesprek dat Sam Philips van Sun Records voert met Ike Turner in 'The Road to Memphis', een film van Richard Pearce en Robert Kerner. Phililps was de man die blanke musici, Elvis Presley voorop, lanceerde met nummers van zwarte musici. Tegen Turner zegt hij dat hij de zwarten daarmee toch maar mooi hielp. Turner blijkt hier toch iets anders tegenaan te kijken, brengt dat ook in, maar echt snappen doet Philips het niet. Hoe kan het ook, hij is immers niet zwart. En dat fenomeen, juist dat, had meer aandacht moeten krijgen. Zeker als we bedenken dat deze reis in 2018 plaatsvond tijdens "the error of Trump", zoals Joe McPhee dat formuleerde. De verdere polarisatie, de sterk verslechterde omstandigheden van de zwarte bevolking, de opkomst van de Black Lives Matter-beweging, we krijgen er niets van mee. Het is net of deze reis plaatsvond in een vacuüm, in plaats van in het heden. Een gemiste kans dus.

Of is het te veel gevraagd? Kan het volstaan dat Schuermans gewoon een liefhebber is die daar met dit boek uiting aan geeft? Wellicht, maar jammer is het wel. Wat niet wil zeggen dat u dit boek dan maar niet moet kopen. Zo heel veel boeken hebben we in ons taalgebied immers niet over deze muziek.

Labels:

(Ben Taffijn, 11.10.20) - [print] - [naar boven]



Concert
Verrassende klanken, donkere kleuren

Ziv Taubenfeld's Full Sun, vrijdag 2 oktober 2020, Paradox, Tilburg

Ziv Taubenfeld's Full Sun is een septet dat naast de ritmesectie - piano, bas en drums - vier blazers telt: sax/klarinet, basklarinet, trompet en trombone. In Paradox heeft basklarinettist Taubenfeld de band teruggebracht tot een kwintet, wat leidt tot een meer opvallende bezetting. Een bezetting met als blaasinstrumenten louter de basklarinet en de trombone komen we immers niet vaak tegen. De donkere kleuren geven de composities echter wel een bijzondere sfeer mee.

Een jaar geleden schreef ik voor deze blog een portret van Taubenfeld aan de hand van vier cd's waar hij op meespeelde. Albums die voor mij 's mans enorme talent aantonen en tevens zijn veelzijdigheid. Dit concert moest ik dan ook bijwonen. Want hier is de man niet alleen de basklarinettist, het instrument waar hij zich volledig op heeft gestort, maar ook de componist. Alle stukken zijn van zijn hand en worden door de musici nauwkeurig gevolgd, al is er natuurlijk altijd ruimte voor improvisatie.

We starten het concert, één lange set zonder pauze, met de eerste van drie eerbetuigingen deze avond: die aan Jemeel Moondog, de beroemde Amerikaanse muzikant en componist die zo ongeveer zijn hele leven straatmuzikant is gebleven. Direct horen we wat zo kenmerkend is voor Taubenfelds spel: die combi van melodische lyriek en onvervalste rauwheid. Het een gaat bij hem nooit zonder het ander. Aansluitend het eerste duet met trombonist Joost Buis, die dan juist weer uitblinkt met zijn loepzuivere klank. Maar vooral mooi hier is hoe die donkere klankkleuren met elkaar mengen. Intussen is ons reeds opgevallen dat pianist Nico Chietararoli, bassist Omer Govreen en drummer Onno Govaert het vuur hoog kunnen opstoken en de groove geenszins schuwen.

Verderop zitten er nog twee hommages, opgedragen aan saxofonist John Tchicai en drummer Sunny Murray. Dat 'Tchicai' opvalt door krachtige solo's van zowel Taubenfeld als Buis hoeft niet te verbazen; het past bij een eerbetoon aan deze nog altijd veel te weinig bekende saxofonist. In 'Blues For Sunny' is de hoofdrol echter niet voor Govaert, maar voor Chientaroli. Hij is het die begint met een bedachtzame solo - jammer dat er net nu iemand bier moet gaan halen - waar langzaamaan de blues inkruipt. Balancerend op de grens van melodisch en abstract laat Chientaroli hier weer eens horen wat een interessante pianist hij is. Dan breekt Govaert in met een aantal welgemikte slagen en kondigt het stomende vervolg af. En als Chientaroli zijn solorol verderop weer oppakt, klinkt het beduidend abstracter dan aan het begin.

In het afsluitende 'Gold Wood' komt alles nog één keer samen. Als een langzame dans klinkt de groove in dit stuk, waarin we Taubenfelds Joodse wortels terughoren. Mooi hoe de twee blazers bijna gelijk optrekken, wederom die donkere kleuren mengend. En dan die krachtige solo van Buis en eindelijk ook eentje van Govaert. We kunnen er weer even tegen.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Ben Taffijn, 8.10.20) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Antoine Pierre Urbex Electric - 'Suspended - Live at Flagey' (Outhere Music, 2020)

16 januari 2020

Het is augustus 1969 als Miles Davis een van de meest baanbrekende albums uit de geschiedenis van de jazz opneemt: 'Bitches Brew'. Het zou het begin markeren van een geheel nieuwe stijl waarin jazz, rock en elektronica een verbintenis aangaan en waar velen, tot op de dag van vandaag, door geïnspireerd zouden worden.

Een van hen is de Belgische drummer Antoine Pierre, die nu met 'Suspended' een eerbetoon aan dit album brengt. Op 16 januari van dit jaar nam hij het album live op in het Brusselse Flagey. Bijzonder aan dit album is dat het volledig bestaat uit composities van Pierre zelf en dus geen enkele cover van Miles bevat. Het is dus meer een album in de geest van, iets dat blijkt uit het feit dat deze zinsnede van Miles, die hij uitte tegen een journalist van DownBeat, een plaats kreeg in het cd-boekje: "You write to establish the mood. That's all you need. Then we can go on for hours. If you complete something, you play it, and it's finished. Once you resolve it, there's nothing more to do. But when it's open, you can suspend it...'

Een Belgisch/Nederlands nonet verzamelde onze drummer onder de naam Antoine Pierre Urbex Electric: naast hemzelf op drums vinden we Jean-Paul Estévenart op trompet, Ben van Gelder op altsax, Bert Cools en Reinier Baas op gitaar, Bram de Looze op piano, Jozef Dumoulin op Fender Rhodes en live elektronica, Felix Zurstrassen op elektrische bas en Frédéric Malempré op percussie. Voorwaar niet de minsten die hij voor dit project uitnodigde, de muziek is ernaar.

Na een korte trompetsolo van Estévenart zet de uitgebreide ritmesectie the mood in, stomend, meeslepend klinkt de opener 'Steam' (ZIE JAZZTUBE HIERBOVEN). In de geest van Miles krijgen we ook hier zeer coherente, hecht doortimmerde muziek. De stap die Miles zette sloot dan ook meer aan bij de pop dan bij de jazz, was meer gericht op ritme en melodie dan op vrije expressie en kan goed gezien worden als een reactie op de free jazz, waar de man niet zo veel mee ophad. En dus komen we in 'Obsession' direct op stoom met slagwerk en bas - wat een groove! - terwijl we op de achtergrond Dumoulin horen, waarna de beide blazers unisono met de melodie invallen, stevig geschraagd, gevolgd door de gitaristen en de Fender Rhodes van Dumoulin. Aansluitend soleert Van Gelder te midden van die niet aflatende groove. Verderop horen we Estévenart en zeer uitgebreid Dumoulin, met een prachtig repetitief patroon.

Iets minder gestroomlijnd gaat het eraan toe in 'Abstract: Peace' en verderop in 'Abstract: Tide'. Qua sfeer houdt dit een beetje het midden tussen elektronische jazz, experimentele elektronica en symfonische rock. Iets dat overigens ook geldt voor het lange 'What U Expect!', dat tussen deze twee stukken zit ingeklemd en waarin een grote rol is weggelegd voor de beide gitaristen. Krachtig klinken 'You Nod But You Ain’t', met wederom een grote rol voor de elektrische instrumenten en 'Drums Take Over', waarin we Pierre natuurlijk solo horen en waarin hij bewijst tot de beste drummers van zijn generatie te behoren. De rest van het album, waarin een zeer geslaagde poging wordt gedaan Miles' werk eer aan te doen, getuigt van zijn meesterschap als componist, culminerend in de stevige afsluiter 'Sound Barrier'.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Foto: Stefaan Temmermans

Labels: ,

(Ben Taffijn, 4.10.20) - [print] - [naar boven]



Vooruitblik / Jazztube
Jasper Blom - Boy Edgar Prize Tour

Het Jasper Blom Quartet, met naast saxofonist Jasper Blom gitarist Jesse van Ruller, bassist Frans van der Hoeven en drummer Martijn Vink bestaat inmiddels veertien jaar en bracht zes albums uit. De laatste jaren speelt de groep vaak met bekende internationale solisten. Voor de komende Boy Edgar Prize Tour trekt het kwartet door Nederland met de jonge Keulse pianist Pablo Held. Hij is het boegbeeld van de jonge Duitse jazzgeneratie en toerde met de grote jazzhelden du moment, zoals John Scofield en Chris Potter.

Vorig jaar bracht het Jasper Blom Quartet onder de naam 'Polyphony' een dubbelalbum uit met liveopnames uit het Bimhuis, met als gasten de Belgische trompettist Bert Joris en de Duitse trombonist Nils Wogram. In deze 'Polyphony'-serie gaat het gezelschap nu verder met Pablo Held.

In 2019 won Jasper Blom de Buma Boy Edgar Prijs, de belangrijkste prijs in Nederland op het gebied van jazz en geïmproviseerde muziek. Uit het juryrapport: 'Sinds vele jaren, en met niet aflatende bezieling, deelt Jasper Blom zijn zin voor het grote muzikale avontuur, de diversiteit, humor, connectie, improvisatie en zijn omvangrijke, diepgaande oeuvre met ons, de luisteraars.'

Tourschema

14-10   Brebl, Nijmegen
16-10   Paradox, Tilburg
18-10   Taste of Jazz, Deventer
21-10   SJIG, Groningen
22-10   Bimhuis, Amsterdam
23-10   Jazzpodium de Tor, Enschede
29-10   Jazz in Maastricht, Maastricht
30-10   Muziekpodium Zeeland, Goes
31-10   Hothouse, Leiden
01-11   Jazz Inverdan, Zaandam

Jazztube: Jasper Blom Quartet & Pablo Held - 'Toonklok 6', Bimhuis, 4 december 2019
Foto: Cees van de Ven

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 3.10.20) - [print] - [naar boven]



Concert
De vrije matriarchen

Trio Rave-Warelis-Renfrow, woensdag 23 september 2020, Brouwerij Martinus, Groningen

Het hele freejazz-spectrum werd door het trio Rave-Warelis-Renfrow bestreken. Van kakelfonische slierten en structuren tot meditatief gemompel.

Vroeger kon je van een dame nog wel goedkeurend zeggen dat ze als een kerel speelde - tegenwoordig is dat vrouwonvriendelijk of politiek incorrect of fake news, weet ik veel. Nou, die Ada Rave speelt dan misschien niet als een kerel, maar dan toch zeker als een bootwerker. Goeiedag. Haar geluid refereert in de verte aan dat van Sonny Rollins, maar dan maximaal versterkt en gefragmenteerd. Een melodische flard haalt bij haar zelden de volgende maatstreep. Ze heeft er ook een handje van het geluid van de sax met conservenblikken en waterloopleinpandeksels aan te passen en te dempen. Waardoor het lijkt alsof ze uit alle macht van achter een veloursvelum staat te toeteren. Maar wanneer ze haar keiharde noten blaast, zonder demping, gaat de piano van Marta Warelis spontaan meezingen. Ook wanneer het trio zich in rustiger vaarwater begeeft, blijft die band tussen saxofoon en klavier. Dat orkestrale aspect hoorde je de hele avond terug in het opmerkelijke rapport tussen de instrumentalisten.

In rustiger vaarwater zat er een fijnmazig ensemble waarvan de leden elkaar alle ruimte gaven. Het abstractieniveau werd er niet minder door: er ontstonden klankschappen waarin Wassily Kandinsky de weg had geweten, maar die sindsdien slechts incidenteel betreden waren.

Marta Warelis, na jaren terug op Groninger bodem, bracht een groot deel van het recital door in lotushouding, gezeten voor het binnenwerk van haar instrument. Voor haar is de wereld onder het toetsenbord zeker zo relevant als die erboven. Met allerhand speeltjes, klemmetjes en frutseldingetjes ging ze de snaren te lijf, waardoor de staande piano behalve melodie- en percussie-instrument ook een strijkinstrument werd. Wanneer ze bepaalde snaren dempte, leek het alsof het klavier er een elektrische dimensie bijkreeg - terwijl er in het geheel geen microfoon in da house was!

Drummer Tristan Renfrow had de ondankbare taak het sluitende narratief van de dames met roffels en knallen te ondersteunen. Mooi was zijn bijdrage aan een van de zachtere passages: met zijn vingers bracht hij de vingerplant naast hem tot ritselen.

Wanneer dit de voorbode was van het nieuwe matriarchaat, teken ik ervoor.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 28.9.20) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
James Brandon Lewis & Chad Taylor - 'Live In Willisau' (Intakt, 2020)

1 september 2019

Een been in het verleden, een in de toekomst. Veel van de beste jazz slaagt erin om de verworvenheden van de voorgangers bij elkaar te brengen met een persoonlijke en progressieve visie. Vaak wordt daarbij de metafoor gebruikt van het op de schouders van reuzen staan. Waar we nu toe in staat zijn hebben we niet enkel te danken aan onszelf, maar ook aan het voorbereidende werk van de voorgangers. Weinig artiesten zoeken die spreidstand met zo'n toewijding op als saxofonist James Brandon Lewis. Zijn tweede album met drummer Chad Taylor bevestigt al het goede van 'Radiant Imprints' twee jaar geleden.

Door het duoformaat met sax/drums zetten Lewis en Taylor zich meteen in een lange traditie, waarin de aanwezigheid van John Coltrane en Rashied Ali natuurlijk niet weg te denken is. Het is diezelfde Coltrane die ook centraal stond op heel wat composities van 'Radiant Imprints'. Die keren allemaal terug op dit album, een registratie van het slotconcert van het 45ste jazzfestival van Willisau. De Coltrane-referenties zullen wel opgepikt worden door de liefhebber, maar zijn meer dan zomaar herkauwen. Ze hinten naar Coltrane, diens spirituele kant en exploraties, maar worden overgezet naar een kader waar Lewis' andere invloeden - gospel, funk, hiphop - ook onlosmakelijk deel van uitmaken.

Lewis speelt ritmischer dan veel van zijn voorbeelden en tijdgenoten. Hij houdt ervan om motiefjes en ideeën voor het licht te houden, binnenstebuiten te plooien met een waaier aan variaties; soms haast manisch repetitief, dan weer transformerend. Het stelt hem in staat om vrijheid een kader te geven, en de luisteraar een houvast, met daarin een cruciale rol voor Taylor. Die volgt de cadans, maar doet meer dan oppoken en volgen. Hij omspeelt het spel van Lewis, voorziet een puls, slaagt erin om zowel explosief als melodieus te reageren en te anticiperen. De interactie in 'Twenty Four' is stuwend, rollend en scheurend, met driftige salvo's als reacties op het ontvlambare blaaswerk van Lewis, die de kronkelende flow een modern aanvoelende hoekigheid geeft.

Kaler, haast ontbeend, gaat het er aan toe in 'Radiance', waarin even een hiphop-groove binnen handbereik is. Ook 'Imprints', voorzien van een motief dat zich meteen vastzet in je achterhoofd (Lewis is een van die saxofonisten die je, ondanks de hoge graad van vrijheid in zijn muziek, wel steeds opzadelt met oorwurmen die dagen door je kop kunnen spoken), slaat al snel aan het zoeken, met gospelvuur, emotionele kreten en de sputterende staccato slierten die een van Lewis' handelsmerken geworden zijn, samen met die ladders op en af dalende riedels. Opnieuw goed voor een hoogtepunt: 'With Sorrow Lonnie', op gang gebracht door Taylors mbira, met Lewis die de sax intens laat zingen. Een preek die tot in de poriën dringt.

Bovenal is het hier echter de overkoepelende flow die imponeert, want het duo koppelt de persoonlijke Coltrane-hommages naadloos aan eigen en andermans werk. Taylors 'Matape' wordt aangegrepen voor een lesje in gecontroleerde opbouw, die gevolgd wordt door een bedwelmend mooie interpretatie van Ellingtons 'Come Sunday', die door de mbira hier een onbevangenheid krijgt die normaal voorbehouden is voor concerten in de meest intieme omstandigheden. Mal Waldrons obscure 'Watakushi No Sekai' lijkt daadwerkelijk een Japans-getinte puurheid te hebben (of is het inbeelding?), terwijl 'Willisee' verwijst naar een duo-opname van Dewey Redman en Ed Blackwell (verschenen als 'Red And Black In Willisau') die exact 39 jaar voor deze performance plaatsvond op het Zwitserse festival. Het is duidelijk een compositie die het duo op het lijf geschreven is: bluesy, funky, dansend met een onbedwingbare, speelse schwung.

Ook 'Under/Over The Rainbow', een stuk van Harold Arlen dat intussen al tachtig jaar wordt uitgevoerd door talloze jazzartiesten, krijgt hier een uitvoering die hommage en introspectie in evenwicht houdt. De warme reactie van het publiek is dan ook navenant. Je kan immers theoretiseren en analyseren zoveel je wilt, maar als er iets bijzonders gebeurt, dan volstaat het soms om gewoon op je oren te vertrouwen. Je hoeft geen kenner te zijn om te horen dat James Brandon Lewis en Chad Taylor in staat zijn om je mee te slepen in hun belevingswereld. Het spat van het album af.

In de Jazztube hierboven zie je een optreden van James Brandon Lewis en Chad Taylor in het kader van de serie The Quarantine Concerts. Een studio-opname van 8 augustus 2020.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be | Foto: Cees van de Ven

Labels: ,

(Guy Peters, 27.9.20) - [print] - [naar boven]



Concert / Jazztube
De eclectische jazz van Dinosaur

vrijdag 18 september 2020, Paradox, Tilburg

De Britse jazz is sinds enkele jaren aan een gestage opmars bezig. Uiteenlopende bands als Sons Of Kemet, Shabaka And The Ancestors, GoGo Penguin en Phronesis zijn inmiddels op ieder zichzelf respecterend jazzfestival headliners en in hun kielzog treffen we namen aan als Nubya Garcia, Moses Boyd, Theon Cross en bands als Slowly Rolling Camera, Jasper Høiby's Fellow Creatures en Dinosaur. Naast alle verschillen hebben deze artiesten één ding met elkaar gemeen: hun jazz is kosmopolitisme in uitvoering. Brexit of niet, voor deze musici is een wereld waarin culturen door elkaar lopen al lang geen onderwerp van discussie meer. De Afrikaanse roots, de muziek van de Caraïben, jazz, blues, soul, rock en pop: het komt hier allemaal samen.

Neem Dinosaur, het kwartet rond trompettiste Laura Jurd, verder bestaande uit pianist Elliot Galvin, bassist Conor Chaplin en drummer Corrie Dick. In Paradox lieten ze overtuigend horen tot de Britse school te horen, juist door geenszins deel uit te maken van een school.

In mei van dit jaar verscheen 'To The Earth', het derde album van de groep, waarvan de muziek centraal staat in de twee concerten die de band speelt. Ik ben bij het bijna uitverkochte eerste concert, waarin de band laat horen hoe eclectisch de muziek klinkt. 'Mosking' haalt allereerst zijn inspiratie bij de Afrikaanse muziek weg, mede vormgegeven door Dick, die zijn snaredrum met de handen bewerkt. Als Jurd aansluit en de dynamiek verstevigt, horen we ook de Caraïbische invloeden en de jazz. Bijzonder is ook de drumsolo verderop, of eigenlijk kunnen we beter spreken van een duet bas-drums, omdat Chaplin voor een aantrekkelijk bluesy groove zorgt ter flankering van Dicks gerichte slagen.

Het totale concert in gedachten terughorend valt op dat de muziek van Dinosaur, in ieder geval vanavond, opvallend ingetogen klinkt: het is de blues die overheerst. Niet zozeer als muziekstijl, maar wel als gevoel. Slepende ritmische patronen, een duidelijke groove en een mooie, wat omfloerste trompetklank van Jurd zijn daarbij de onbetwiste ingrediënten. Een hoogtepunt in deze is de Billy Strayhorn-cover 'Absinthe', waarin we Jurd horen excelleren met haar krachtige en tegelijkertijd breekbare klank, waarmee ze wederom bewijst dat ze tot de beste trompettisten van haar generatie behoort.

In de Jazztube zie je Dinosaur met 'Living, Breathing'.

Labels:

(Ben Taffijn, 23.9.20) - [print] - [naar boven]



Cd
Bram De Looze - 'Colour Talk' (Sbdan, 2020)

Soms beklaag ik me omdat ik liveconcerten in deze tijd vaak aan me voorbij laat gaan vanwege besmettingsgevaar. Toch kan plotseling humeur en welbevinden een positieve boost krijgen door iets of iemand die je pad kruist. Dat was het geval toen ik de solo-cd 'Colour Talk' van pianist Bram De Looze in handen kreeg.

Bij het beluisteren ben je minutenlang sprakeloos, omdat De Looze je onontkoombaar beetpakt met zijn omvangrijke en persoonlijke techniek, zijn buitengewone creativiteit en ideeënrijkdom. Een #metoo-ervaring van formaat en permissie!

Het album is afwisselend en meandert qua composities tussen introvert, repetatief, melodieus, weird, spannend en avontuurlijk. De compositie 'Obstacle' doet je bijvoorbeeld schaterlachen, omdat De Looze het speelt als een muzikale stand-upcomedian. Een heerlijke track.

Deze cd getuigt overal van een one of the kind en te koesteren talent van 'eigen' bodem. Ben er maar zeker van dat spoedig zijn naam en faam tot ver over de landsgrenzen zal worden gekend, onderkend en omarmd! Bram De Looze wacht een mooie toekomst.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels:

(Cees van de Ven, 22.9.20) - [print] - [naar boven]



Ep / Cd
Roest - 'Inloopmuziek' (eigen beheer, 2020)
Rok Zalokar Trio - 'Port Songs' (Modigo, 2019)
Opname: 2-4 juli 2018

In februari 2017 besteedde ik op mijn blog Nieuwe Noten aandacht aan de titelloze debuut-ep van het uit Rotterdam afkomstige Roest, het vehikel van slagwerker Ruud Voesten. Onlangs verscheen het vervolg, 'Inloopmuziek', met wederom vijf straffe, maar ook zeer intense nummers. Inmiddels is Roest overigens van kwartet uitgegroeid tot kwintet met de komst van een tweede gitarist, Jelle Roozenburg, en vervangt Joël Botma Tom Ridderbeekx  als trompettist. 

Wat eveneens veranderd is, is het geluid van deze band. Dat houdt weliswaar nog steeds het midden tussen stevige rock en jazz, maar het klankbeeld is wat meer opgeschoven naar het laatste. Opener en titeltrack 'Inloopmuziek' draagt nog steeds dat dubbele in zich: funky gitaarspel op een niet misselijk ritme, een gloeiende intense solo, maar ter afwisseling ook intens lyrisch trompetspel van Botma. 'Logan' is meer jazz dan we tot nu toe van Roest gewend zijn. Na spannend inleidend spel horen we een wederom lyrische Botma, afgewisseld met al even melodieus gitaarspel. Langzaam lopen de klanken steeds verder in elkaar over tot een harmonieus geheel. Dat geldt ook voor de ballade 'Phoenix', waarin we eveneens Botma horen schitteren, maar waarin zeker ook de rol van Voesten opvalt met zijn ongedwongen spel. Met 'Bob' haken we weer overduidelijk aan bij de rock: stomend gitaarspel, sterk ritmisch slagwerk en dito basspel. Hetzelfde geldt voor 'The Art Of Shaving', al speelt de trompet van Botma een grote rol in dit stuk.

Voesten is ook een van de leden van het mede in Rotterdam residerende Rok Zalokar Trio, samen met bassist Fongara. Zalokar zelf speelt piano. In 2018 speelden ze in Ljubljana, opnames die werden uitgebracht onder de titel 'Port Songs'. Het toont de veelzijdigheid van Voesten dat hij zich bij een in alle opzichten 'klassiek'  pianotrio eveneens thuis voelt. In de lange opener 'Earth From Space' ontdekken we dat pianist Zalokar, van wie ik eerlijk gezegd niet eerder hoorde, prachtige melodieën tevoorschijn kan toveren. Mooie, romige loopjes serveert hij, terwijl Fongara en Voesten op doeltreffende wijze piketpaaltjes slaan. Qua stijl doet het wel wat aan dat veel bekendere Poolse trio van Marcin Wasilewski denken, net zo beeldend en poëtisch. 'Village Blabbermouth' maakt die associatie overigens weer ongedaan, dit is veel te ongestructureerd voor Wasilewksi. Een aantrekkelijk, puntig nummer, waarin de klanken van de drie instrumenten heerlijk met elkaar botsen. Al even grillig is het spel in de ballade 'Perfect Man' en let dan zeker ook op de combi Zalokar-Voesten.  

Het weer sterk melodieuze, maar ook ritmisch stuwende 'Dark Matter' heeft alles in zich om een klassieker te worden en al luisterend vraag ik me af hoe het kan dat ik dit trio nog niet kende. Temeer daar het debuutalbum 'Vol. 1' reeds uit 2013 stamt en toen werd genoemd als een van de beste albums binnen de Sloveense jazz, Zalokars thuisbasis, onder andere resulterend in de uitreiking van de Jazzon Award voor best Slovenian jazz composition. Tevens won hij, eveneens in 2013 de Jazzon Live Competition met juist dit trio. 'Joy With Joyce' is al even sterk met dat gebroken ritme en die puntige lijnen, terwijl hij ons met 'P.S. Taal' weer op onvervalste muzikale poëzie trakteert. Een stuk dat overigens met name zo sterk is door de onmisbare bijdragen van Fongara en Voesten. Van Roesten was ik al fan, nu ben ik het ook van Zalokar en Fongara.

Foto: Sophie Conin

Labels: ,

(Ben Taffijn, 19.9.20) - [print] - [naar boven]



In memoriam
Gary Peacock

Elke artiest met een muzikaal palet dat breed genoeg is om in groepen te spelen met zowel Albert Ayler als Keith Jarrett, heeft de jazzvorm echt onder de knie. Bassist Gary Peacock, die met die baanbrekende bandleiders optrad, stierf op 4 september op 85-jarige leeftijd in de staat New York. 

Peacock voegde zich moeiteloos in het Standards Trio van Jarrett, maar zijn nieuwsgierige en verkennende karakter als persoon zette hem ertoe aan zich ook bezig te houden met de vrijere aspecten van de muziek. Hij leidde een eigen trio en maakte opnames met Paul Bley, Tony Williams en vele anderen. 

"It's less cluttered now", zei de bassist over zijn spel tijdens een interview in 2016 met KQED. "I'm not even sure what I mean by that, but that's the sense I pick up. For sure, playing such a wide variety of music - free music and standards - has brought my appreciation for the depth that's available in any of those areas." 

Peacock werd geboren op 12 mei 1935 in Idaho. Hij bespeelde meerdere instrumenten, voordat hij tijdens zijn diensttijd in Duitsland de overstap maakte naar de bas. Nadat hij zijn naam had gevestigd in de jazzscene, trok Peacock zich in de jaren zestig tijdelijk terug uit de muziek. Hij verhuisde naar Japan om filosofie te studeren. Wederom een voorbeeld van de nieuwsgierige aard van de bassist, die hem op een onverwacht pad bracht. 

De bassist bleef tot op hoge leeftijd actief. Zo bracht hij in de afgelopen jaren bij ECM de albums 'Now This' (2015) en 'Tangents' (2017) uit met zijn trio met drummer Joey Baron en pianist Marc Copland.

Bron: DownBeat | Foto: Francis Wolff

Labels:

(Maarten van de Ven, 18.9.20) - [print] - [naar boven]



Concert
Neve en Nobel in tijden van corona

Jef Neve & Teus Nobel, woensdag 9 september 2020, Brouwerij Martinus, Groningen

De coronacrisis heeft de stichting Jazz in Groningen op elegante wijze opgelost, door haar vaste stek, Brouwerij Martinus, op te delen in twee anderhalvemeterzaaltjes. De helft van de bezoekers (maximaal vijftig onder de huidige omstandigheden) zit comfortabel bij de optredende groep, de andere helft zit al even comfortabel een verdieping lager, waar de gebeurtenissen via een groot scherm live gestreamd worden. In de pauze wisselen de bezoekersscharen van verdieping. 

Uw verslaggever was zo fortuinlijk dat hij de eerste set voor het scherm gezet werd. De tweede helft is immers vrijwel altijd beter - al merkte trompettist Teus Nobel in de pauze pesterig op dat hij zijn kruit inmiddels verschoten had. Diens geluid via de versterking mengde voortreffelijk met het akoestische signaal, dat via de vide rechtstreeks tot ons kwam. Het leek, alsof zijn spel op die manier nog mooier en voller gloeide.

Nobel en pianist Jef Neve zijn aan elkaar gewaagde toonkunstenaars. In een vloek transformeerde die laatste zich van bedachtzaam begeleider tot assertief solist, in een zucht transformeerde die eerste zich van een gevoelig ventje tot een brute macho. Nobel kun je om een boodschap sturen: hij beheerst de jazztrompet tot in alle hoeken en gaten. Volgens mij zou hij ook prima functioneren als eerste in een bigband. Een techniek om van te watertanden; vormgeving en dosering zijn eveneens boven alle kritiek verheven. Hij is een typische exponent van de jongste generatie jazzinstrumentalisten, die van alle markten thuis zijn. Iets dergelijks geldt eveneens voor zijn kompaan -al behoort die al wat langer tot de jongste generatie. Onder de handen van Neve werd de nederige staande piano een joyeuze Steinway.

Het was lastig uit te vogelen welk deel van het recital gecomponeerd was en welk deel volledig geïmproviseerd. Dat is altijd een goed teken. Soms leek het ook een soort potpourri, zoals bij het eerste nummer, dat zich vanuit een gezamenlijke mijmering via McCoy Tyner-achtige basnoten opwerkte tot een soort Miles Davis-universum. Bij tijden bereikten de muzikanten de intensiteit en de diepte van een kinderspel. En dat is geen kinderspel.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

(Eddy Determeyer, 14.9.20) - [print] - [naar boven]



Concert
Hoe je een lockdown goed benut
Corona Basement Recordings Live Part 3 met o.a. Edward Capel, zondag 6 september 2020, POM, Eindhoven

Maandenlang geen muziek maken is voor de musicus natuurlijk geen leven. Toen optreden er eerder dit jaar even niet inzat, zochten velen dan ook naar andere wegen om bezig te blijven. Rietblazer Edward Capel goot het in de vorm van The Corona Basement Recordings. Hij maakte opnames en stuurde die naar musici waar hij normaal mee op het podium staat met het verzoek er muzikaal op te reageren. Dat sloeg aan en toen begin deze zomer de concerten weer op gang kwamen, was de afspraak met Bart van Dongen, de initiatiefnemer van het Paviljoen Ongehoorde Muziek (ofwel POM) in Eindhoven snel gemaakt: live-uitvoeringen van deze muziek. Ik bezocht de derde in rij met naast vaste waarde Capel trompettist Bart Maris, gitaristen Filip Wauters en Jacq Palinckx en percussionist Rik van Iersel. Drie sets speelden ze: solo's, duo's en trio's.

Het is Capel die solo begint, voor de verandering noise en ander geknetter uit een knoppenkast toverend. De glimlach op zijn gezicht zegt genoeg. Van Iersel bezit ook een aantal leuke apparaatjes en borduurt vrolijk verder op de ingeslagen weg, tevens gebruikmakend van eerder opgenomen stemmen. Palinckx zet de zaak nog wat verder op scherp met een sterk repetitief patroon en lekker veel distortion: hier overheerst stomende blues. Maris trekt aansluitend lange vibrerende lijnen en middels looping horen we gaandeweg steeds meer trompettisten. De overgang naar Wauters - hier op pedal steel gitaar - is naadloos. Bijzonder daarbij is dat hij niet kiest voor het typische geluid van dit instrument, maar zijn klanken eveneens grondig bewerkt met elektronica.

Ook de duo-sets worden afgetrapt door Capel, nu samen met Van Iersel. Meanderend spel op de altklarinet valt ons ten deel, terwijl Van Iersel met een uitgebreid scala aan gongs in de weer is. Het geeft het geheel een wat oosterse sfeer. Wauters en Palinckx kruisen daarna de gitaren en scheuren de sfeer die Capel en Van Iersel hebben gecreëerd meedogenloos aan stukken. Het duo Capel-Maris - de eerste op altsax, de tweede op zaktrompet - betekent een terugkeer naar de harmonie; prachtig vallen de klanken hier samen. Bijzonder is ook het duo Van Iersel-Palinckx, waarbij laatstgenoemde zijn gitaar inzet als percussie. De gitaar op zijn schoot, een kleine gong op de snaren en spelen maar. Tot slot horen we Wauters met Maris. Het geluid van Wauters' pedal steel, die nu een stuk traditioneler klinkt, mengt zich prachtig met Maris' trompet in het hoge register, al is het contrast, als Maris lage noten speelt, ook zeker de moeite waard.

Dan volgen er vier trio's. Capel, Maris en Van Iersel bijten het spits af. Capel hanteert de sopraansaxofoon, Maris de bugel en samen creëren ze een boeiende eenheid van elkaar aftroevende klanken, terwijl Van Iersel met percussie en elektronica zorg draagt voor de accenten. Het is een rol die Van Iersel eveneens speelt in het trio met Palinckx en Wauters, waarin gitaar en pedal steel tot grootse harmonie blijken te komen. In de set van Palinckx, Maris en Capel wordt deze lijn losgelaten. Het is tijd voor een experimentele klankcollage. Tot slot van de trio's neemt Wauters de plek van Capel in, maar verandert er verder weinig aan het klankbeeld. Waarna tenslotte Capel en Van Iersel aanhaken voor een daverend slot als kwintet.

Op zondag 11 oktober vindt het vierde en laatste deel van deze concertreeks plaats. Van alle vier de concerten worden video-opnames gemaakt, waar Capel in een later stadium nog mee naar buiten wil komen. Hoe en wanneer is nog niet duidelijk.

Foto's: Jef Vandebroek

Labels:

(Ben Taffijn, 12.9.20) - [print] - [naar boven]



Cd
EAST - 'EAST' (ZenneZ, 2020)


De band EAST ontstond in 2018, toen bassist Damian Erskine (inderdaad familie van Peter Erskine, namelijk een neef) in Europa een tournee met Gino Vannelli had afgerond en hij wat meer tijd in Nederland wilde verblijven en musici uit Nederland wilde ontmoeten. Zijn maatje, drummer Tarik Abouzied uit Seattle, verbleef ook in Europa. Platenbaas John Weijers van ZenneZ Records bracht de heren in contact met gitarist Michiel Stekelenburg en saxofonist Efraïm Trujillo. De eerste letter van de achternamen vormen samen de bandnaam EAST.

Hun debuut-cd bestaat uit acht tracks. Elk bandlid heeft een of meerdere stukken geschreven. Met vier muzikale persoonlijkheden staat dat garant voor variatie en een frisse sound. Van East Coast tot Europese invloeden, met stijlkenmerken uit de jazz, funk en poprock levert dat spannende fusion op. Fusion kan soms het nadeel met zich meebrengen dat het vlees noch vis is, maar dit is hier zeker niet het geval. De composities zijn heel eigen en klinken authentiek. Deze vier musici zijn ook niet de eersten de besten, technisch zeer vaardig en ieder met een eigen geluid.

Gitarist Stekelenburg heeft een mooie droge sound, hij speelt geen stortvloed aan noten, maar kiest ze zorgvuldig en fraai gedoseerd. Deze finesse hoor je goed terug in zijn compositie 'Flowerisms'. Een mooi repeterend thema, dat bij de luisteraar echt in het hoofd blijft hangen. Basgitarist Erskine ondersteunt de solisten met een trefzekere vloeiende baslijn, waarin hij samen met drummer Abouzied ook accenten plaatst. Laatstgenoemde doet dat onder andere met sterk gekozen en getimede roffels. Trujillo soleert sterk in zijn compositie 'Easy Way Out'. Funky jazzinvloeden, waar Trujillo een voorliefde voor heeft in zijn eigen projecten, zijn ook aan deze heren goed besteed. Het swingt enorm. Abouzied soleert krachtig en trefzeker op deze dampende groove.

Zo is elk nummer voorzien van een eigen signatuur. De tempowisselingen zijn goed gekozen en de mooi opgebouwde harmonieën vloeien heel vanzelf in elkaar over.

Het was de bedoeling om een tournee te doen, maar helaas gooide corona roet in het eten. Gelukkig is er wel deze fraaie release, waarbij je de energetische flow die bij een concert kan vrijkomen ook bij het beluisteren ervan kan ondergaan. Ontzettend knap als je dat zoals EAST weet vast te leggen. Hopelijk komt er in de toekomst nog een mogelijkheid om deze vier muzikale persoonlijkheden live te mogen aanschouwen. Ik verheug me erop!

Klik hier voor geluidsfragmenten van dit album.

Labels:

(Koen Scherer, 10.9.20) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Never Weather - 'Blissonance' (Ridgeway, 2020)

Opname: 15-16 september 2018

Drummer en vibrafonist Dillon Vado is een van de opvallendste jonge musici in de Jazzscene van San Francisco en omgeving, The Bay Area. Hij groeide op in San Jose, begon op zijn achtste te drummen en studeerde aansluitend in Berkeley aan de California Jazz Conservatory, waar hij in 2017 afstudeerde. Drummers die ook vibrafoon spelen zijn er niet zo heel veel en Vado, die in 2014 juist op dit instrument de Jazz Search Competition won, lijkt er talent voor te hebben. Beoordelen kan ik het niet, want voor me ligt 'Bissonance' van Never Weather, 's mans nieuwe vehikel, en hierop speelt hij louter drums. Verder vinden we in deze band Aaron Wolf op saxen, Josh D. Reed op trompet, Tyler Harlow op bas en Justin Rock op gitaar. Met tien van de twaalf stukken van Vado's hand drukt deze niet alleen zijn stempel op dit album als leider, maar ook nog eens als componist.

Opener 'Never Catch Up' maakt duidelijk dat Vado zijn klassiekers kent en daar ongedwongen op verder borduurt. Maar geenszins is hij de slaafse volger of de kopiist, daarvoor klinkt de muziek te eigentijds. We krijgen hier direct ook een prima beeld van de lyrische stijl van trompettist Reed in een gloedvolle en lyrische solo. Wolf volgt hem op, maar klinkt iets meer ingetogen, af en toe afgewisseld met een aantal van Vado's frisse roffels. Heel anders klinkt de ballade 'Mask' met zowel Reed als Wolf in omfloerste solo's en gitarist Rock met heldere, stemmige loopjes. Een mooi uitgebalanceerd en introspectief stuk. Diezelfde Rock leverde ook een compositie: het ijzersterke 'There Is No Secret'. De gitarist begint zelf met een puntig ritmisch patroon dat in allerlei gedaanten het gehele nummer bij ons blijft. Maar het is niet alleen het ritme dat indruk maakt; de zeer gestructureerde wijze waarop dit ruim acht minuten durende stuk is opgebouwd doet dat zeker ook. En natuurlijk horen we Rock hier solo met een zeer ingetogen bijdrage, zangerig van klank.

Diverse korte intermezzo's kleuren het album, bijvoorbeeld 'Resolute', dat geheel bestaat uit een innemende solo van bassist Harlow. Het gaat naadloos over in het titelstuk 'Blissonance': aanvankelijk een naar verhouding vrij abstracte klanksculptuur, waarin de melodie van ondergeschikt belang is, tot Reed met een messcherpe solo de dynamiek erin brengt en de muziek alsnog in een maalstroom geraakt. Bijzonder zijn ook het innemende 'Always Setting' met die onverwacht krachtige trompetsolo - maar let hier ook zeker op Vado en Harlow en de wijze waarop zij het licht slepende ritme vorm geven, het fijn pittige 'Morbique' en het stemmige 'Bring Back The Color'. Als afsluiting koos Vado voor een cover: het niet vaak gespeelde 'Introspection' van Thelonious Monk.

In de Jazztube hierboven zie je een live-uitvoering van 'Blissonance' door Never Weather, opgenomen op 19 januari 2018 in Art Boutiki, San Jose.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 8.9.20) - [print] - [naar boven]



Concert
Therapeutisch concert

Alto Kwartet, zondag 30 augustus 2020, De Engelstede, Engelbert

Drie maanden werkte het Alto Kwartet voornamelijk in verzorgingstehuizen. En dat zal nog wel even zo blijven. In De Engelstede, een schattig krakend dorpspodium waar bluesbandjes spelen en bruiloften plaatsvinden en waar de tijd al decennia stilstaat, voerde Hans Bosch' saxofoonkwartet dat programma uit.

Het zwaartepunt van het Retro Project wordt gevormd door de populaire hits van de jaren vijftig en zestig. Bosch stak ze in een wat moderner frakje. Een enkele uitschieter ging richting prehistorie, zoals het 'Grunnens Laid', dat het inmiddels 101 jaar heeft volgehouden. Net zo lang dus als 'All Quakers Are Shoulder Shakers', dat helaas niet werd gespeeld.

Nu we toch op het historische pad dwalen: de associatie die zich zondagmiddag bij mij opdrong was die met het Amerikaanse 29th Street Saxophone Quartet. Niet zozeer qua repertoire of richting: de Yanks speelden eigen materiaal, met plenty jazzsolo's die alle kanten opgingen. Meer in ritmisch opzicht: staccato is hier de voertaal. Dat ritme is niet voorbehouden aan Julia Flenter, wier betonnen bariton een take-no-prisoners mentaliteit uitstraalde. De overige blazers doen net zo vlijtig mee. En dat blijkt goed te werken in met name popnummers als 'Radar Love'. In de ballads miste ik soms een ritme-instrument, om het even welk.

De jazzsector was vertegenwoordigd met Duke Ellington ('Mood Indigo', altist Jan Schoemaker kon hier zijn Johnny Hodges-neigingen botvieren), Dave Brubeck en Miles Davis. 'It's A Raggy Waltz' versmolt met 'All Blues' tot de medley 'All Waltz'. Brubeck kwam even verderop nog een keer terug, met zijn (of liever Paul Desmonds) 'Take Five'.

De muzikanten hebben allen een eigen sound. A fortiori geldt dat voor tenorist Hugo Beukema. Eerder heb ik hem op deze plaats al eens gekarakteriseerd als 'vermoedelijk van alle Nederlandse horeca-uitbaters 's werelds beste saxofonist' en daar neem ik geen woord van terug. Het Alto Kwartet begon ooit, twee jaar geleden, in zijn destijds ten dode opgeschreven Café Alto in Groningen. In autodidact Beukema horen we de straattaal nog het meest onomwonden. Zijn zware, ruw vormgegeven geluid contrasteert prettig de lichtere, heldere sound van Bosch. Het fraaist kwam dat tot zijn recht in 'Buena Sera', waar Bosch en Beukema beurtelings Butera speelden. Maar heer Hugo, waard van het betreurde Alto, kan ook op de achtergrond sonoor gonzen. Daarbij wordt het totaalgeluid een stuk orkestraler. Dat hij soms met twee liedjes tegelijk bezig lijkt te zijn, ach, voer voor kniesoren.

Julia Flenter bezit ook een niet geringe strot, zoals ze in 'Sous Le Ciel De Paris' liet horen. Ze vertrouwde ons toe dat bij diepdemente bejaarden, met wie communicatie zo goed als verdwenen is, toch een vingertje mee gaat bewegen als er zo'n hit uit hun jeugdjaren klinkt. Het komt allemaal wél binnen, wil maar zeggen.

Concertfoto's: Hammie van der Vorst

Labels:

(Eddy Determeyer, 4.9.20) - [print] - [naar boven]



In memoriam / Interview
Charli Persip


Zondag 23 augustus 2020 overleed Charles Lawrence Persip, 'Sip' voor vrienden en intimi, in het Mount Sinai Morningside verzorgingstehuis in New York City, 91 jaar oud. Hij werd geboren in Morristown, New Jersey en wordt wel de beste jazzdrummer die niet bij het grote publiek bekend is genoemd. Tijdens het NOS Meervaartfestival van 1985, waar hij met de groep van trombonist Craig Harris optrad, keek hij in gesprek met Eddy Determeyer terug op een lange, rijke carrière.

De beste herinnering van zijn carrière? Daar hoefde Persip niet lang over na te denken. Dat waren de twee weken dat altist Charlie Parker als gast meespeelde bij het orkest van zijn baas Dizzy Gillespie, in de New Yorkse club Birdland. "Ik had het voorrecht om met hem te mogen werken. Dat was in het jaar dat hij stierf. So I was privileged to play - boy, that was something."

Klik hier om het interview te lezen.

Foto: Francis Wolff

Labels: ,

(Eddy Determeyer, 2.9.20) - [print] - [naar boven]



Cd
180⁰ - 'Submental' (Splitrec, 2019)

Opname: 27-28 september 2018

Australiër Jim Denley is een man van één instrument: de basfluit. Maar die beheerst hij dan ook tot in detail. In het nieuwe trio 180⁰ werkt hij samen met gitarist Nick Ashwood en stemkunstenares Amanda Stewart. Beluister opener 'Scalene' op het debuutalbum 'Submental' en je weet niet wat je hoort. Denley fluistert, schreeuwt, lispelt en blaast door zijn instrument en vermengt dit met elektronica. Tegelijkertijd horen we Stewart, die haar stem al even spannend weet in te zetten en Ashwood, die zijn snaren op onconventionele wijze bewerkt. Het is een magisch klank- en schimmenspel, dat hier klinkt en dat opvallend veel weg heeft van een ritueel. Het wordt al snel duidelijk dat zowel de natuur als de cultuur van de Aboriginal volkeren hier van invloed is geweest.

Een mooi en humoristisch statement in het persbericht mag hier niet onvermeld blijven: 'Are these recordings a set of songs? Yeah-Naah. Does Amanda Sing? Naah-Yeah. Does Nick play chord sequences? Sorta... naaah. Does Jim play melodies? Naaah... yeah.' Kortom, hier wordt alles gedaan wat een middle-of-the-road artiest nooit zou doen, maar wat dit album nu nét zijn charme verleent. En dus klinkt 'Equilateral' aanvankelijk als een duistere onweerswolk, prachtig vormgegeven door Denley, waarna Stewart op totaal onverwachte wijze de taal naar binnen brengt. Denley verrast in 'Oblique' met krachtige uithalen op zijn fluit, terwijl we Ashwood horen kraken en piepen, waarna weer zo'n frase volgt waarin het bos tot leven lijkt te komen. Het geeft voeding aan de zin die de hoes siert: All opposites unite at the point at which they diverge. En dus horen we licht naast duisternis, natuurgeluiden naast de menselijke stem en liefelijke klanken naast industrieel aandoende noise.

Het kan nog extremer: het bijna een kwartier durende 'Isosceles', dat het hart van dit album vormt en waarin de stemkunst het summum bereikt, maar waarin ook een prachtig serene scène zit waarin Ashwood zijn gitaar als gong inzet, waarna Denley zijn fluit al even percussief laat klinken. In 'Acute' horen we weer de tegenstelling mens-natuur. Sfeervolle klanken, naast duistere, akoestische naast machinale. In 'Degenerate' en 'Esquiangular' voegt dit trio hier nog veel meer voorbeelden aan toe. Een zeer bijzonder en afwisselend album.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 1.9.20) - [print] - [naar boven]



Nieuws | Festival
GIST Festival


Op donderdag 3 september verzorgt het nieuwe Utrechtse collectief GIST een eerste festivalavond in Museum Speelklok. GIST bestaat uit vijf jazzmusici met een voorliefde om buiten muzikale grenzen te treden. En waar kan dat beter dan in de speelse omgeving van Museum Speelklok? Naast drie hoofdacts op het hoofdpodium zijn er ook verscheidene entr'actes te zien in dialoog met de museumcollectie en de ruimte van de voormalige kerk. GIST laat zien dat het muzikaal borrelt in Utrecht, en uiteraard voorziet de avond daarbij ook in eetbare (gegiste) resultaten.

Het muziekcollectief GIST bestaat uit saxofonist Ad Colen, fluitist Mark Alban Lotz, klarinettist Steven Kamperman en bassist Dion Nijland, en het jonge trompettalent Ruben Drenth. Zij opereren muzikaal onder het ruime motto 'als het beweegt, is het jazz'.

Op het programma op het hoofdpodium staat het kersverse Kwantum Trio, een trio waarin niets is wat het lijkt, met Steven Kamperman op klarinetten en slagwerk, Albert van Veenendaal op geprepareerde piano en ten slotte strijker Oene van Geel op altviool, cello en cajon. Vervolgens treedt aan het pianoloze kwintet DEON rond bassist Dion Nijland, dat eerder al furore maakte met pakkende stukken en ongrijpbare improvisaties op het U-Jazz Festival. Het duo van fluitist Mark Alban Lotz / Alan Purves (percussie) maakt een reis door een onbenoembaar humoristisch klankuniversum, volop gebruikmakend van speelgoedinstrumenten en elektronische effecten. De avond wordt afgesloten met het Organism Orchestra, met medewerking van alle musici die op de avond te horen zijn geweest.

Bestel hier je ticket. Let op: het GIST! Festival wordt volgens de coronarichtlijnen georganiseerd, wat betekent dat het aantal toegangsplaatsen beperkt is.

Foto: Cees van de Ven

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 28.8.20) - [print] - [naar boven]



Cd
Laura Polence - 'Side By Side' (Just Listen, 2019)

Opname: januari 2018

De uit Letland afkomstige Laura Polence woont sinds 2007 in Nederland. Ze kwam hier studeren aan het conservatorium van Amsterdam en bleef hangen. We kennen haar nog niet heel goed, al maakt ze deel uit van het Kaja Draksler Octet en Snowapple. Een jaar geleden bracht ze haar eerste eigen album uit, 'Side By Side', dat nu maar eens aan bod moet komen. Simpelweg omdat dit gewoon een zeer aantrekkelijk en afwisselend album geworden is. Folk is wat we horen op het uit drie delen bestaande 'Viena Pati Dveselite'. Krachtig gezongen, dromerige folk, waarin Polence zich laat vergezellen door gitarist en altviolist George Dumitru, bassist Lennart Heyndels en een klein koortje van achtergrondzangeressen. Met deze trilogie is de toon reeds gezet en bewijst Polence niet alleen uitstekend te kunnen zingen, dat wisten we al, maar ook nog eens overtuigende composities te kunnen schrijven.

Sinds 2008 heeft Polence haar hart verpand aan de Braziliaanse muziek: de samba, bossanova, choro, forro, et cetera. Geen wonder dus dat we in veel stukken op dit album daar overduidelijk de invloed van terugvinden. Bijvoorbeeld in het titelstuk 'Side By Side', maar ook in het daaropvolgende 'You’re Right', waarin we bovendien de Amerikaanse musicaltraditie herkennen en waarbij tevens het gevoel voor theater van deze zangeres opvalt.

Er wordt al even prachtig gemusiceerd. Neem het duet van Heyndels met Polence in 'Short Summary', waarin Heyndels met zijn staande bas net zo goed zingt als Polence. Als verderop dan Dumirtru aansluit op gitaar komen we weer in Zuid-Amerikaanse sferen. Twee begeleiders, het lijkt wat kaal, maar in deze stukken voldoet het zonder meer. 'Sometimes I Find A Sometimes' en 'A Thought From Your Reality' zijn intieme ballades, ze vallen mede op door het harmonieuze samenspel van Heyndels op gestreken bas en Dumitru op altviool.

In 'Mosen’ Zeileit’ Viesti Nesa' kiest Polence weer voor het Lets en de folk. Hypnotiserende zang en een repetitief ritmisch patroon kenmerken dit aantrekkelijke volkslied. Tot slot klinkt 'Esta Melodia', een compositie van Rogério Bicudo, die we hier ook horen als gitarist. Het zijn Rogério's maandelijkse Clube do Samba in Amsterdam die Polence de nodige inspiratie opleverde voor dit speelse en afwisselende album.

Foto: Cees van de Ven

Labels:

(Ben Taffijn, 26.8.20) - [print] - [naar boven]



Vooruitblik | Jazztube
De kunst van het lichte reizen


Trompettist Angelo Verploegen wilde al geruime tijd muzikaal reflecteren op de reizen die hij als muzikant maakte. Ironisch genoeg haalde de realiteit dat idee in, aangezien op dit moment het reizen nagenoeg tot stilstand is gekomen vanwege de wereldwijde uitbraak van het coronavirus. Voor Verploegen reden te meer om eens stil te staan bij het reizen op zich.

"Mijn vele reizen vertegenwoordigen een gemengd gevoel van melancholie, om mijn geliefde familie weer te moeten verlaten, en van opwinding over het duiken in het onbekende. En dan is er nog het ongemak wat het reizen zelf met zich meebrengt, dat ik zoveel mogelijk probeer te verlichten door zo weinig mogelijk mee te nemen: de kunst van het lichte reizen", aldus Verploegen.

Dit weerspiegelt zich in de transparante bezetting zonder bas, maar met het weelderige geluid van gitarist Wim Bronnenberg en de sensitiviteit van drummer Jasper van Hulten. En in het gekozen repertoire; zoals Misha Mengelbergs 'Een Beetje Zenuwachtig', het gevoel van weemoed bij vertrek in 'You’d Be So Nice To Come Home To', of het gevoel van desoriëntatie op vreemde plekken in Verploegens 'File Under Exit'. Muziek over reizen, in een tijd waarin reizen niet meer zo vanzelfsprekend is.

In de bijzondere, maar intieme bezetting van flügelhorn, gitaar en drums heeft het trio Verploegen, Bronnenberg & Van Hulten de cd 'The Art Of Traveling Light' opgenomen. Het is het derde album dat Verploegen uitbrengt op Just Listen Records, na 'The Sweetest Sound' in 2009 en het onvolprezen 'The Duke Book' in 2019. Op donderdag 27 augustus geeft het trio twee concerten in de Toonzaal van Willem Twee in Den Bosch. Wil je erbij zijn? Er zijn nog kaarten!

In de Jazztube hierboven zie je het trio aan het werk en vertelt Verploegen wat meer over het project.

Lees hier een verdiepend interview met Angelo Verploegen.

Foto: Donata van de Ven

Labels: ,

(Donata van de Ven, 25.8.20) - [print] - [naar boven]



Cd
Various artists - 'Vol Pour Sidney (Retour)' (Nato, 2020)


In 1991-1992 prepareerde het label Nato 'Vol Pour Sidney (Aller)'. Titel en hoes verwezen naar het Kuifje-album Vlucht 714 (Vol 714 Pour Sidney). De Nato-verzamelaar behelsde composities van rietblazer Sidney Bechet in kleurrijke uitvoeringen. Bekende en minder bekende muzikanten benaderden aspecten van Bechets oeuvre vanuit verschillende hoeken. Onder het schoon volk dat eraan bijdroeg bevinden zich drummers Elvin Jones, Charlie Watts en Han Bennink, blazers Lol Coxhill en Lee Konitz en multi-instrumentalist Taj Mahal.

In het gezegende jaar 2020 bracht Nato 'Vol Pour Sidney (Retour)' op de markt. Opnieuw is gekozen voor een gevarieerde aanpak. Ook op dit album wisselen muzikanten die beïnvloed zijn door verschillende muziekstijlen luchtiger materiaal af met zwaardere interpretaties. Zo kan het wel eens vrij psychedelisch worden ('When The Sun Sets Down South') en dan ineens heel dansbaar ('Viper Mad').

Net als de 'Aller'-cd opent de 'Retour'-cd met een versie van 'Petite Fleur'. Ditmaal klinkt het als een zijstapje van een rockgitarist die iets heeft met een jazzzangeres. Verderop merk je dat hij de gitarist is in een groep (Ursus Minor) die in meer dan één richting vlot met oude composities aan het dollen gaat, maar nooit zo heavy als John Dikeman en Simon Goubert met American Rhythm.

Meerdere muzikanten passeren meermaals in de bloemlezing. Het Amerikaanse Matt Wilson Quartet valt daarbij op met gemakkelijk klinkende, maar geraffineerd gebrachte, dus toch niet zomaar rechttoe rechtaan benaderingen van kwaliteitsvolle oude stijl. Hen hoor je ook live in een lekkere negen minuten lange versie van 'Blue Horizon' met de Franse klarinettiste Catherine Delaunay, opgenomen op Sons d'Hiver in 2017. Die avond vormde blijkbaar het startsein voor een vervolg op 'Vol Pour Sidney' uit 1992. En met Delaunay krijgt de klarinet op deze cd in een aantal nummers met andere gezellen een belangrijke rol. Die bleef achterwege op de cd van de heenvlucht; daar hoorde je vaker een sopraansax, het instrument waarvoor Sidney Bechet zo belangrijk was als Coleman Hawkins voor de tenorsax in de jazz.

Wederkerend zijn er verder blues (in sterk verschillende thema's), aanstekelijk vrolijke melodieën (echt een specialiteit van Bechet) en interesse voor andere culturen (vier delen 'Original Haitian Music', telkens in andere handen).

Een en ander kan zin doen krijgen in het originele werk van de in New Orleans geboren innovator die, weliswaar 20 jaar nadat hij er in de cel was beland voor een schietincident, uitgroeide tot een Franse held. Als je dan in je eigen collectie te weinig vindt, kan je terecht bij een paar recente dubbelaars, uitgebracht 50 jaar na het heengaan van Bechet. Zo zijn er 'Sidney Bechet Plays Sidney Bechet' (2cd, Jazz Images) dat 3 lp's uit de jaren 50 bijeenbrengt en 'Petite Fleur' (Nimbus Records), een anthologie die zijn hele carrière omspant.

Deze recensie verschijnt ook op Jazz'Halo | Foto: William P. Gottlieb

Labels:

(Danny De Bock, 22.8.20) - [print] - [naar boven]



Nieuws
Brandbrief


Tientallen musici, orkesten, ensembles en podia pleiten samen met de conservatoria voor rijkssteun voor jazz, klezmer, geïmproviseerde en Afro-Caribische muziek. Het Fonds Podiumkunsten heeft onlangs vrijwel alle aanvragen voor steun voor deze muziekgenres negatief beoordeeld.

Sommige aanvragen kregen wel een positief stempel, maar geen geld. "Desastreus", schrijft het Jazz Orchestra of the Concertgebouw namens alle ondertekenaars vrijdag in een brandbrief aan de Tweede Kamer, minister Ingrid van Engelshoven van Cultuur en minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken.

Volgens de briefschrijvers zal de positie van Nederland als internationaal toonaangevend jazzland afbrokkelen. "Jazz uit Nederland is internationaal een begrip door de muzikale ontwikkelingen die hier plaatsvinden." Bovendien staan arbeidsplaatsen bij de ensembles, de toeleveringsbedrijven en podia op de tocht. Op de langere termijn is er geen arbeidsperspectief voor studenten aan de conservatoria.

"Het is onbegrijpelijk", staat in de brief. "Voornoemde muziekstijlen zijn relevanter dan ooit in een tijd waarin culturele diversiteit, en spanningen die voortkomen uit culturele identiteit, hoog op de agenda staan." De briefschrijvers willen dat er geld uit de cultuurbegroting wordt vrijgemaakt om de "ensembles die onder de zaaglijn van het Fonds Podiumkunsten zijn beland alsnog te honoreren."

Illustratie: Kamagurka / Bron: ANP

Labels:

(Maarten van de Ven, 22.8.20) - [print] - [naar boven]



Cd | Jazztube
Laughing Bastards - 'Unanimal' (HAM, 2019)

Opname: april 2019

Laughing Bastards is het vehicle van de in Gent residerende saxofonist Michel Mast, ook bekend van de jaarlijks met Pinksteren georganiseerde HAM Sessions in zijn achtertuin. Voor het nieuwe album trommelde hij gitarist Jan-Sebastiaan Degeyter op, celliste Eline Duerinck, bassist Nils Vermeulen en drummer Marcos Della Rocha. Een 'Unanimal', ofwel een man met een inktvis op zijn kop, diende als inspiratie. Mens of dier, mens noch dier, mens en dier? Laten we het houden op het laatste, dat sluit ook het beste aan op de enerverende opener 'The Birds Near Her House’, een stuk van John Lurie en gearrangeerd door Della Roccha. Een ritmische start en dan prachtig uitwaaierende gitaarklanken van Degeyter, waarna we de warme, gloedvolle melodie horen, gespeeld door Mast. Een stuk dat staat als een huis.

Nieuw op dit derde album - eerder verschenen 'Drumless, Yet Soulful' en 'Old Masterplans' - is celliste Duerinck. Het maakt het door Degeyter geschreven 'Erato' aanvankelijk tot een bijna klassiek stuk, waarin tevens de invloed van de filmmuziek doorklinkt. Mooi ook hoe halverwege de sfeer hier omslaat en het stuk richting stevige rock beweegt, mede dankzij het stomende ritme en het gitaarspel van Degeyter.

Een veelzijdig kwintet, dit Laughing Bastards: in Vermeulens 'Viit' klinken overduidelijk tropisch Zuid-Amerikaanse, ietwat weemoedige klanken; in 'Traditional' vindt men aansluiting bij de betere bigbandtraditie (die Mast goed kent van zijn deelname aan de Flat Earth Society), in 'Georg' bij het romantische Franse chanson en in 'Kazimir' bij het Russische levenslied. Het gemeenschappelijke in al deze stukken is het uitstekende gevoel voor krachtige melodieën, iets dat we zowel herkennen in het werk van Degeyter als in dat van Vermeulen.

En dan zijn we weer terug bij John Lurie, van wie het kwintet ook 'Queen Of All Ears' opnam en waarin deze vijf musici volledig los gaan, Mast voorop. Ook 'Rut' is een cover, van Carla Bley. Een prachtig stuk, met name door de samenwerking tussen de snaren, waar Mast soepel en luisterrijk doorheen beweegt. Een mooi en zeer afwisselend album met voor iedere jazzliefhebber een paar parels.

In de Jazztube zie je een live rehearsal door Laughing Bastards. Ze spelen 'Erato'.

Labels:

(Ben Taffijn, 19.8.20) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...








Menupagina's:




Blijf in de picture met
een gratis jazzbanner!






















Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.