Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Interview
Peter Anthonissen & Gert De Bie: Hnita Jazz Club herademt jazz!

Het komt goed! Daarvan zijn Peter Anthonissen, zoon van Hnita-stichter Juul, en bestuurslid Gert De Bie overtuigd. De crowdfundingsactie om de langgevelhoeve van de Hnita Jazz Club te renoveren om tegen midden 2022 te heropenen is op kruissnelheid met over de helft van de verhoopte 50.000 euro.

Bernard Lefèvre sprak met beide mannen over de plannen voor de nieuwe Hnita Jazz Club en blikt tevens terug op de rijke historie van deze bijzondere jazzclub in Heist-op-den-Berg 'of all places'.

Lees hier het volledige interview.

Dit interview verscheen ook op Jazz'Halo | Foto: Bernard Lefèvre

Labels: , , ,

(Maarten van de Ven, 6.5.21) - [print] - [naar boven]



Cd
Trojan Panda - 'Peau' (Carton, 2021)

Opname: februari & augustus 2017 / augustus 2019

Een vast onderdeel van het jazzfestival Middelheim, dat hopelijk dit jaar in augustus weer doorgang kan vinden, zijn sinds enkele jaren de residenties op het kleine podium. Meestal staat dan één musicus een hele dag centraal, die zelf invulling mag geven aan het programma. Op donderdag 3 augustus 2017 was dat toetsenist Jozef Dumoulin. Zodoende hoorde ik voor het eerst Trojan Panda, waarin Dumoulin voor de verandering eens niet te horen was op piano en Fender Rhodes, maar op gitaar. Bijgestaan door de gitaristen Sophie Bernardo en Léo Dupleix, bassist Julien Pontvianne en drummer Hugues Mayot. Onlangs verscheen bij Carton Records het eerste album, 'Peau', met daarop twee stukken uit die bewuste set in 2017, aangevuld met studio-opnamen van eerder dat jaar en uit 2019.

Ik was niet onverdeeld enthousiast over dit Trojan Panda, dat lees ik in ieder geval terug in mijn verslag op Draai om je Oren. Tijd dus om te kijken of ik mijn mening moet bijstellen. Als u jazz verwacht, Dumoulin kennende, moet ik u enigszins teleurstellen. Opener 'Black Madonna' valt namelijk eerder te omschrijven als stevige postrock met drone-achtige elementen dan als jazz. Opvallend aan het stuk is verder dat het sterk repetitief ritmisch begint, maar halverwege voor korte tijd omslaat in ware chaos, iets dat dan weer minder past bij postrock. Na dit muzikale geweld brengen Dumoulin en de zijnen ons met 'Myhtomane' in rustiger vaarwater. Door de slepend ritmische structuur heeft dit stuk verder meditatieve kwaliteiten. Helemaal verbazen doet die grote diversiteit aan stijlen ons niet; we kennen Dumoulin inmiddels als een musicus die zich niet graag in hokjes laat stoppen.

Met het stevige 'Sylvie Coiffure' zitten we weer volop in de stomende en meeslepende postrock. Bijzonder is ook 'Joie De Vivre', een stuk dat ook 'last' heeft van dat tegendraadse, licht chaotische dat we reeds bij 'Black Madonna' signaleerden. Dat zorgt voor extra spanning.

Inmiddels klinkt het laatste nummer 'Animal' en begrijp ik beter waarom ik in 2017 niet onverdeeld enthousiast was. Juist dit stuk komt, samen met het iets meer dan een minuut durende 'Christus Der Uns Selig Macht', uit dat concert. Beide benaderen nog het meest de vrije improvisatie, maar tegelijkertijd zijn het de minst sterke stukken van dit album. De rest van dit album heeft zoals gezegd met jazz weinig te maken, maar zal de avontuurlijk ingestelde rockliefhebbers onder ons zeker aanspreken.

Naschrift
De afgelopen dagen kwam er na aanleiding van deze recensie een correspondentie met Jozef Dumoulin tot stand. Wat blijkt, de stukken die ik met improvisatie associeer zijn gecomponeerd, waarbij 'Christus Der Uns Selig Macht' een koraal is van Johann Sebastian Bach, waar dit kwintet geen noot aan veranderde. De overige stukken zijn niet gecomponeerd, terwijl juist die voor mij wel als zodanig klinken. Dumoulin wilde dit graag aan mij kwijt en ik vond dit dusdanig interessant dat ik mijn verhaal er graag mee aanvul.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Foto: Cees van de Ven

Labels: , ,

(Ben Taffijn, 3.5.21) - [print] - [naar boven]



Onder het stof vandaan / Jazztube
Erroll Garner - 'Up In Erroll’s Room' (Octave, 2020)

Opname: 28-29 november 1967 & 15 februari 1968
Erroll Garner - 'Gershwin & Kern' (Octave, 2020)
Opname: 5-6 augustus 1964, 19 augustus 1965 & 29 november 1967

Op 15 juni van dit jaar is het honderd jaar geleden dat jazzpianist en -componist Erroll Garner werd geboren. Hij overleed in 1977, slechts 55 jaar oud, aan longkanker. Zijn invloed op de jazz is moeilijk te overschatten. 'Concert By The Sea', dat een paar jaar geleden opnieuw werd uitgebracht, behoort tot de bestverkochte jazzalbums allertijden en 'Misty' groeide uit tot een ware klassieker. Samen met zijn manager Martha Glaser begon hij zijn eigen label Octave Records, dat vorig jaar in de aanloop naar Garners eeuwfeest twaalf albums opnieuw uitbracht. Twee daarvan, 'Up In Erroll’s Room' uit 1967 en 'Gershwin & Kern' uit 1976 komen hier aan bod.

De standaardbezetting is op beide albums deels gelijk en dat is minder vreemd dan het lijkt. 'Gershwin & Kern' werd weliswaar in 1976 uitgebracht, maar de opnames stammen uit de jaren '64, '65 en '67, deels zelfs uit dezelfde sessie waar de nummers uit 'Up In Erroll’s Room vandaan komen. Op beide albums horen we het pianotrio plus extra bezetting. In de sessies van 1964 en '65 horen we Garner samen met bassist Eddie Calhoun en drummer Kelly Martin, in die van 1967 met bassist Charles 'Ike' Isaacs en drummer Jimmie Smith. Als vierde man horen we in alle drie de sessies José Mangual op conga's. Op 'Up In Erroll’s Room' horen we daarnaast The Brass Bed, bestaande uit zeven blazers onder leiding van dirigent Richard O. Spencer. Op dat eerste album vinden we een aantal stukken van tijdgenoten van Garner, die inmiddels gelden als standards: Herbie Hancocks 'Watermelon Man', Miles Davis' 'All The Things You Are', Dizzy Gillespies 'Groovin’ High' en 'The Girl From Impanema' van Antônio Carlos Jobim, naast echte klassiekers als 'I Got Rhythm' van George Gershwin en 'Cheek To Cheek' van Irving Berlin. Garner speelde graag klassiekers, iets dat natuurlijk ook blijkt uit 'Gershwin & Kern'.

Wat maakte Garner nu zo bijzonder? De vier jaar geleden eveneens veel te te jong overleden pianiste Geri Allen, die zeer vertrouwd was met de muziek van Garner, verwoorde het aldus: "Erroll Garner personifies the joy of fearless virtuosity and exploration. His playing celebrated the greatest swinging big bands through an innovative and impossible pianism. Singular yet all embracing, Garner blurred the line between great art and popular art, and he was a staunch journeyman of the blues and his Pittsburgh legacy." Ik kan me hier volledig in vinden. Geen pianist speelde met zo veel schwung, met zo veel aanstekelijk enthousiasme. Geen pianist was en is denk ik ook zo goed in staat om zijn zeer complexe spel zo bedriegelijk eenvoudig te laten klinken en dus zeer toegankelijk. Maar let op zijn timing, zijn frasering: die is ongekend. En Garner had musici die hem daarin perfect aanvulden en ondersteunden, musici ook waar hij jarenlang mee samenwerkte. 

Voorbeelden te over. Op 'Up In Erroll’s Room' springen eruit: 'Watermelon Man', 'Groovin’ High', de eerste noten van 'The Girl From Impanema', zijn eigen 'Up In Erroll’s Room' en 'I Got Rhythm'. Een stuk dat natuurlijk ook staat op 'Gershwin & Kern'. Dat verder aanstekelijke uitvoeringen bevat van klassiekers als 'Love Walked In', 'A Foggy Day (In London Town)', 'Nice Work If You Can Get It', 'Dearly Beloved' en 'Maybe You’re The Only One'. Het enige soms ietwat storende is dat Garner bij het type pianisten hoorde dat het niet kon laten mee te neuriën en dat is niet altijd een succes. Maar ja, wat wil je met dit soort muziek!

In de Jazztube hierboven zie je een optreden uit 1968 van het trio van Erroll Garner met Charles 'Ike' Isaacs en Jimmie Smith, aangevuld met José Manguall, live in Kopenhagen. Ze spelen onder andere 'Misty', 'On Green Dolphin Street', 'The Shadow Of Your Smile', 'I Can't Get Started', en 'Blue Moon'.

Labels: , , ,

(Ben Taffijn, 30.4.21) - [print] - [naar boven]



Cd / Downloads / Jazztube
Philipp Rüttgers & Oene van Geel - 'Changing Landscapes' (Just Listen, 2019)

Opname: september 2018
Oene van Geel - 'Connecting Colors, Volume 1 - Acoustic Encounters' (Zennez, 2020)
Opname: mei-juli 2020
Oene van Geel - 'Connecting Colors, Volume 2 - Electric Encounters' (Zennez, 2021)
Opname: mei-december 2020

Oene van Geel is zonder meer een van de meest kleurrijke altviolisten van ons land. Jarenlang was hij lid van Zapp4, het strijkkwartet dat altijd duchtig buiten de lijntjes kleurde, bijvoorbeeld door de muziek van de rockband Radiohead te spelen, terwijl hij tegenwoordig meer op projectmatige basis samenwerking zoekt. Een aantal recente albums tonen zijn veelzijdigheid. Met pianist Philipp Rüttgers nam hij voor Just Listen Records 'Changing Landscapes' op en bij ZenneZ Records verschenen als download het eerste en tweede deel van 'Connecting Colors'.

De veelzijdigheid blijkt direct bij het beluisteren van de eerste twee stukken van 'Changing Landscapes'. Het prachtig ingetogen en enigszins melancholische 'Cinematic Gestures' is een bijna klassiek stuk, waarin je verder duidelijk de invloed van andere culturen dan de onze terughoort; Van Geels liefde voor de Indiase muziek sijpelt door de tonen heen. Het beduidend speelsere 'Running Man' is al even veelzijdig, soms overheerst de jazz, dan weer hoor je duidelijk de invloed van de Roma en de Klezmer. En de twee musici vormen een prima koppel, Rüttgers blijkt al net zo'n muzikale duizendpoot als zijn fijnbesnaarde collega. We horen hier terug wat Rüttgers in het cd-boekje als volgt verwoordt: "From the first movement" - en dan de pianist op de eerste keer dat ze samenspeelden in het Amsterdamse Splendor - "it felt familiair and special. I felt that I had found a musical friend." En verderop gaat hij ook nog in op die eclectische aanpak: "When we play together we make music from sound and space... We are curious about new sounds, musical genres, challenging rhythms, literature, the human spirit and natural phenomena." Het levert een ijzersterk album op vol pakkende stukken, waarin de chemie tussen deze twee musici een belangrijke rol speelt. En bijzondere stukken genoeg: het prachtig klassieke 'Morgentau', waarin we Rüttgers horen in een mooie solopartij, het krachtig ritmische 'Nymphaea' en 'Seven Riffs', het spannende 'Limtang' en het experimentele 'The Hidden Cave' zijn hier slechts voorbeelden van.

Toen Van Geel vorig jaar maart ineens over een lege agenda bleek te beschikken, besloot hij het over een andere boeg te gooien. Hij leende opnameapparatuur van een vriend en stuurde zijn opnamen naar muzikale vrienden over de hele wereld met het verzoek tot een 'muzikaal schaakspel', zoals Van Geel het zelf zo mooi omschrijft. Eind vorig jaar verscheen 'Acoustic Encounters', het eerste deel van wat een serie van drie moet worden. Onlangs kwam het tweede deel uit, 'Electric Encounters'. Het geheel draagt de prachtige overkoepelende titel 'Connecting Colors'.

Het eerste dat opvalt is dat Van Geel meer instrumenten beheerst dan ik dacht. We horen hem niet alleen op de altviool, maar ook op de cello, de trompetviool, de f-quinton (een altviool met een extra lage vijfde snaar) en diverse soorten percussie. Dat laatste kleurt bijvoorbeeld 'The Birds' op 'Acoustic Encounters', waarin hij gezelschap krijgt van Heidi Heidelberg, die zichzelf volkomen terecht presenteert als 'anarchistisch sopraan'. Percussie van het opzwepende soort kenmerkt 'Seyir', dat Van Geel opnam met de ney-speler Cengiz Arslanpay. Bijzonder is ook 'The Unknown Meadow', waarin hij het gezelschap zoekt van violist John James Garner en zichzelf in een begeleidende rol plaatst. De liefde voor andere culturen dan de onze vinden we in een aantal stukken terug. Mooie voorbeelden daarvan zijn 'Shamanic Tom’, waarin de klank van Tom van Dycks sopraansax associaties met de Oriënt oproept en 'OguZone', waarin we de basklarinettist Oguz Büyükberber horen, iemand waar Van Geel vaker mee samenspeelt.

Op 'Electric Encounters', een album met vanzelfsprekend een wat ander karakter, horen we naast duo's ook een aantal trio's en zelfs een kwartet. Het licht psychedelische 'Melancholic Outburst' is er daar een van. Naast Van Geel horen we hier Rüttgers op keyboards en Sun Mi Hong op drums. Bijzonder is ook het tussen klassiek en postrock laverende 'Deathstar Of Riverdale', waarin Van Geel gezelschap krijgt van gitarist Graham Campbell. Als er iemand niet mag ontbreken op deze serie albums dan is het Michel Banabila. De twee muzikanten brachten samen tot nu toe twee albums uit, 'Music For Viola And Electronics' deel 1 en 2. Nu maakten ze het opwindende 'Kroky', waaraan ook de zangeres Maryana Golovchenko meewerkte. Het net iets meer dan een minuut durende 'Crackelitis', waarin we Van Geel solo horen, is zonder enige twijfel het meest experimentele stuk van beide albums en vormt een mooie opmaat voor de metal in 'Oozing'. Florian Magnus Maier neemt hier de vocalen voor zijn rekening. Thomas Niehof mocht het mixen.

U ziet het, Van Geel gaat niets uit de weg op deze twee albums. Zeer stevige rock ook op 'Tales Of Self Destruction', hoe kan het ook anders met zo'n titel. Gitarist Theo Holsheimer en Van Geel konden hier in ieder geval alle coronastress prima in kwijt. Het aansluitende 'Creek' vormt hiermee een prachtig contrast. We horen Van Geel een fijnzinnige melodie spelen op altviool, terwijl Yonga Sun voor een stromende begeleiding zorgt op de modulaire synthesizer. Tot slot klinkt 'Lockdown', waarin we naast Van Geel wederom Büyükberber horen, saxofonist Quinsin Nachoff en toetsenist Jozef Dumoulin. Een indrukwekkende, zeer subtiele geluidssculptuur en een prachtige afsluiting van wederom een bijzonder album.

Labels: , , ,

(Ben Taffijn, 26.4.21) - [print] - [naar boven]



Cd's
Gordon Grdina's Nomad Trio - 'Nomad' (Skirl, 2020)

Opname: 27 januari 2018
Gordon Grdina Septet - 'Resist' (Irabagast, 2020)
Opname: 1 juli 2017

De uit Vancouver afkomstige gitarist Gordon Grdina is een zeer actief vertegenwoordiger van zijn beroepsgroep. Alleen vorig jaar al bracht hij vijf nieuwe albums uit. Hier besteden we aandacht aan de twee albums waarmee hij direct ook twee nieuwe projecten lanceerde. Met zijn Nomad Trio maakte hij 'Nomad' en met zijn septet realiseerde hij 'Resist'. Het tijdschrift Guitarist zei ooit over Grdina dat hij 'evokes what Radiohead might sound like if they were still making guitar focused records', iets dat de muziek van deze man direct in perspectief plaatst.

Bijzonder aan Grdina is daarbij dat hij niet alleen de gitaar bespeelt maar ook de oed - u weet wel, dat aan de luit verwante instrument dat in het Midden-Oosten bijzonder populair is. Verder horen we in het Nomad Trio niemand minder dan pianist Matt Mitchell en drummer Jim Black. Over hun veelzijdigheid zegt Grdina zelf: "Knowing what Matt and Jim can do, the possibilities were wide open. I could be as imaginative as I wanted to be, which was really exciting." Iets dat terugkomt in zowel de naam van dit trio als in de titel van dit album, 'Nomad'. Ze zwerven alle drie niet alleen al toerend over de wereld, ze zwerven hier ook muzikaal tussen de muziekstijlen, zonder zich ergens te vestigen. En dus treffen we al in de opener 'Wildfire' een qua intensiteit steeds heftiger wordende draaikolk van free jazz en rock, duidelijk beïnvloed door de Arabische muziek. Bij het beluisteren van het titelstuk vallen tevens twee andere zaken op: ten eerste het vrij rauwe, sterk naar rock refererende spel van Grdina - vandaar die opmerking in Guitarist - en ten tweede het weerbarstige karakter van deze muziek. Er is zeker sprake van een neiging tot melodievorming, maar altijd voorzien van een zekere stroefheid. Het relatief rustige 'Ride Home' is hiervan wellicht nog wel het beste voorbeeld. Tot slot noemen we hier nog 'Lady Choral' vanwege de uitgebreide oedsolo.

Voor 'Resist' van Grdina's septet, met saxofonist Jon Irabagon, celliste Peggy Lee, de violisten Jesse Zubot en Eyvind Kang, bassist Tommy Babin en drummer Kenton Loewen, gaan we terug naar het TD Vancouver International Jazz Festival van 2016, dat Grdina voor die gelegenheid een compositieopdracht gaf. Donald Trump was net gekozen tot president en in het Verenigd Koninkrijk speelde de Brexit. Het ruim drieëntwintig minuten durende titelstuk 'Resist' is Grdina's antwoord: "It seemed like there was a huge change happening socially and politically, xenophobia, homophobia and racism were raising their heads again, and it's only gotten worse since then. I wondered, what can I do?". Het enige antwoord was natuurlijk om ten strijde te trekken met zijn belangrijkste middel, de muziek: "I wanted to dedicate this music to everybody that's fighting against these ideas all the time, whether they're doing it as a defendant or just at the dinner table. Making art is a political act; it's important for humanity, to make our lives better and to express our resistance to these hindrances." Alle reden dus om muzikaal eens flink van leer te trekken, maar niet bij Grdina. De eerste minuten zijn voor de drie strijkers en hun bijna klassieke aanpak. Dan sluiten Grdina en Irabagon aan en krijgt het stuk een ritmischer en uiteindelijk ook wat opstandiger karakter. Bijna halverwege keren we weer terug naar de melancholie, onder andere vorm gegeven door een prachtige oedsolo. En dit laveren tussen uitersten blijkt een procedé dat Grdina gedurende dit gehele stuk volgt. Ook op de andere stukken van dit album vinden we die boeiende tegenstelling tussen wat melancholieke harmonie aan de ene en boeiende experimenten aan de andere kant. Nog dan op 'Nomad' overschrijdt Grdina hier veelvuldig muzikale grenzen.

Foto: Jason C.K. Wang

Labels: ,

(Ben Taffijn, 21.4.21) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Vijay Iyer - 'Uneasy' (ECM, 2021)

Opname: december 2019

Pianotrio's, ik kan er geen genoeg van krijgen. Nu is het weer Vijay Iyer die ons verrast. Mede dankzij de aanwezigheid van bassiste Linda May Han Oh en drummer Tyshawn Sorey. 'Uneasy' verscheen bij ECM, het label waar de laatste jaren vaker werk van deze opmerkelijke pianist verscheen. Die titel is overigens allesbehalve toeval: "The word 'uneasy' feels like brutal uderstatement, too mild for cataclysmic times," zegt Iyer zelf. Daarom dit hart onder de riem met stukken van de laatste twintig jaar en een tweetal covers.  

Iyer is een academicus, ook in zijn pianospel. Niet dat het koud of statisch is, geenszins, maar zijn spel kenmerkt zich wel door een zeer zorgvuldige, vaak redelijk analytische aanpak en door een vrij grote mate van complexiteit. 'Children Of Flint' maakt echter direct duidelijk dat hij met Oh en Sorey twee musici heeft gekozen die zorgen dat het aardse het cerebrale in evenwicht houdt. Dit is een stuk dat leeft, broeit en bruist. Een al even krachtig statement is 'Combat Breathing'. Vrij ruig pianospel hier, krachtige ritmische slagen van Sorey en een duidelijke groove van Oh. En dan die cover van Cole Porter's 'Night And Day'. Bijna tien minuten trekt dit trio ervoor uit. Zo nu en dan herken je Porter, maar veel vaker is het vooral Iyer, eindeloos zijpaadjes bewandelend, terwijl op de achtergrond Sorey en Oh hem in het gareel houden. 

Stuk voor stuk meeslepende stukken, waarin de doeltreffende timing opvalt. Als voorbeeld mag 'Touba' dienen, het enorme ritmegevoel en het vermogen om de luisteraar vast te pakken en gedurende dit vrij lange album niet meer los te laten. Of zoals Iyer het zelf zo treffend stelt: "The most turbulent music may contain stillness, coolness, even wisdom." Waarvan akte. Inmiddels zijn we bij 'Drummer's Song' van Sorey's in 2017 helaas veel te vroeg overleden collega Gerri Allen. Natuurlijk speelt Sorey in dit ritmische stuk een hoofdrol, maar bijzonder is ook zeker Iyers percussieve spel. Veel slagwerk ook in 'Configurations', in de vorm van een reeks korte solo's. Tussen deze twee stukken in vinden we de ballade 'Augury', met bij vlagen bruisend, enigszins dwingend pianospel.

Een album zonder enige zwakke plek, want ook de tussen ballade en meer uptempo balancerende stukken als 'Uneasy' en 'Retrofit' weten van begin tot eind te boeien, zowel door het onovertroffen pianospel van Iyer als door de strakke begeleiding van Sorey en Oh. Tot slot klinkt de prachtig uitgebalanceerde ballade 'Entrustment'. Een mooier einde is moeilijk denkbaar.

In de Jazztube geeft Vijay Iyer een toelichting op het album.

Labels: , , , ,

(Ben Taffijn, 17.4.21) - [print] - [naar boven]



Cd's
Fred Frith & Ikue Mori - 'A Mountain Doesn’t Know It’s Tall' (Intakt, 2021)

Opname: 24 januari 2015
Takashi Masubuchi & Shizuo Uchida - 'Dripping Nocturne' (Headlights, 2020)
Opname: mei 2019

De invloed van Fred Frith op de hedendaagse muziek kan moeilijk worden overschat. Hij speelde in Henry Cow, John Zorn's Naked City, Massacre en nog zo wat andere grensverleggende bands op het snijvlak van rock, noise en vrije improvisatie. De laatste jaren is hij vooral meer opgeschoven naar dat laatste, zoals ook weer blijkt uit het recent verschenen 'A Mountain Doesn’t Know It’s Tall' dat hij voor Intakt Records opnam met laptopkunstenares Ikue Mori. Takashi Masubuchi is voor mij nieuw - en ik zal niet de enige zijn. Toch bouwde ook hij de afgelopen jaren aan een aardige discografie, met drie albums in het afgelopen jaar, waaronder het bij Headlights verschenen 'Dripping Nocturne', waarin we hem horen met bassist Shizuo Uchida.

Frith en Mori kennen elkaar zo'n veertig jaar, maar maakten vreemd genoeg nooit eerder samen een geïmproviseerd album. En als ze toen in januari 2015 niet een dag over hadden gehad, ze werkten samen aan een soundtrack, was dit album er wellicht ook nooit gekomen. Soms zit het ons dus mee. Het bijzondere aan dit album is dat we Frith kennen als gitarist, maar dat hij maar in twee stukken, 'Nothing To It' en 'Now Here', op dit instrument is te horen! Op de achterzijde van het album staat verder 'home-made instruments, various toys and objects'. En dat, in combinatie met de laptop van Mori, levert een enorme diversiteit aan geluiden, samenvallend tot een kaleidoscopisch kunstwerk waarin het experiment vooropstaat. En probeer daarbij vooral niet om uit te vinden wie nu precies welk geluid maakt, onbegonnen werk. We missen die gitaar dus geenszins, al klinkt hij prachtig gruizig, tegen noise aanleunend in 'Nothing To It', meeslepend in 'Now Here' en denken we hem te horen in 'Hishriyo', maar blijkbaar is dat Mori's laptop.

'Dripping Nocturne' is een geheel ander album en bezit de voor een nocturne vereiste duisternis. De Ierse componist John Field, hij leefde van 1782 tot 1837, geldt als de grondlegger van deze vorm, volgens Wikipedia: 'een muzikale compositie die geïnspireerd is op de sfeer van de nacht, een romantisch of dromerig geheel.' In drie naamloze stukken creëren Masubuchi en Uchida een sfeer die hier uitstekend bij past. Bijna toevallig klinkende noten, vaak met een grote mate van resonantie, vormen een melancholiek en dromerig klanklandschap. Bijzonder daarbij is de onderlinge verwevenheid van gitaar en bas, beide natuurlijk snaarinstrumenten, maar dat verklaart dit niet in zijn geheel. Het heeft vooral te maken met een gedeelde attitude van deze twee Japanse musici, waarbij het onorthodox inzetten van instrumenten zeker niet wordt geschuwd. In het tweede deel van het eerste stuk horen we bijvoorbeeld een klankspectrum dat ons eerder aan de bouwmarkt doet denken dan aan de muziekstudio. Het tweede stuk kenmerkt zich door een sterk repetitief ritme, dat vooral op het conto van Ushida geschreven mag worden. Het derde stuk heeft weer hetzelfde onbestemde, enigszins duistere karakter dat ook het eerste deel kenmerkte.

Labels: , , , ,

(Ben Taffijn, 14.4.21) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Tania Giannouli Trio - 'In Fading Light' (Rattle, 2020)

Met die albumtitel en een hoesfoto van een verlaten zwembad dat stilaan overwoekerd wordt door de natuur creëer je al snel een indruk van somberte. Die indruk wordt ook bevestigd door de muziek van het trio rond de Griekse pianiste Tania Giannouli, ook al krijgt die gaandeweg extra nuance.

Giannouli is geen pianiste van de uitbundige acrobatie of de oeverloze complexiteit. Haar spel verraadt invloeden uit klassiek, jazz en volksmuziek, maar lijkt vooral een middel ter exploratie van emoties en sferen, met vaak ingetogen, bedwelmende muziek. Daar zal ook de ongewone instrumentatie voor iets tussen zitten. Door de combinatie met oed (Kyriakos Tapakis) en trompet (Andreas Polyzogopoulos) wordt de Europees aanvoelende stijl van Giannouli naar exotischer oorden gestuwd. Niet die van zomerse zwier of lijfelijkheid, maar wel badend in de warmte van een avondzon in een nagloeiende valavond.

Opener 'Labyrinth' is meteen representatief, vanuit de voorzichtige piano-aanzet is het een bedachtzaam zoeken en aftasten. Niet vanuit totale vrijheid, maar vanuit vastliggende patronen die door subtiele effecten en overgangen toch een hoge mate van spontaniteit suggereren. Het zet de toon voor het album, waarin melancholie en mysterie de boventoon voeren, zoals in het geduldig verhalende 'Hinemoa’s Lament' of 'Fallen', een duet voor piano en trompet dat directe statements inruilt voor suggesties en indrukken die de verbeelding aanzwengelen. Ook mooi: 'Moth', een solostuk voor oed, dat je meeneemt op een wandeling door een glooiend, zongeblakerd landschap.

De lyriek, ruimte en ingetogenheid van die stukken wordt op regelmatige tijdstippen onderbroken voor zijstappen die nergens de flow van het geheel onderuit halen, maar wel voor wat extra reliëf en variatie zorgen. 'When Then' is een vroeg hoogtepunt, waarin gedempte pianoklanken en bluesy oed zorgen voor een percussieve stuwing, bijna een groove. De repetitiviteit herinnert wat aan de wentelende trancebewegingen van Nik Bärtsch, al is dit een stuk minder mechanisch, met Giannouli die even helemaal verdwijnt in het lage register met een intensiteit à la Keith Tippett.

Verderop zorgt het prima getitelde 'Bela’s Dance' voor een nieuwe energie-opstoot. Het gaat er even wat rauwer aan toe, met een fysieke aanval op toetsen en snaren, en extatische trompetvegen. Naar het einde van het album valt vooral 'Disquiet' op, dat het trio op z'n meest open en uitdagend laat horen, in de weer met een forsere dynamiek en wat bokkige sprongen. Niet alleen een goede manier om je bij de les te houden, maar ook een bijzonder contrast met de gaafheid van 'Inland Sea' dat erop volgt.

Giannouli benadrukt dat muziek en kunst in het algemeen een noodzaak zijn. Ze zijn een middel om liefde, hoop en mededogen uit te dragen en die menselijkheid krijgt ook knap gestalte op 'In Fading Light'. Het spel van Giannouli en Polyzogopoulos past naadloos in een traditie van Europese jazz die eerder lonkt naar het oosten en het zuiden dan naar het westen, en met de oed van Tapakis proef je even van de wereld van figuren als Anouar Brahem, Kamilya Jubran & co. Het maakt van 'In Fading Light' een mooi album, dat geografische en stilistische grenzen negeert met een consistente en poëtische aanpak. Die is ongewoon genoeg voor avonturiers en toegankelijk genoeg voor een breed publiek. Een fijne ironie is dat het album verscheen bij een Nieuw-Zeelands label.

In de Jazztube zie je het Tania Giannouli Trio tijdens het Jazzfest Berlin 2018.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be

Labels: , ,

(Guy Peters, 10.4.21) - [print] - [naar boven]



Cd's
Samuel Leipold - 'Viscosity' (QFTF, 2020)

Andrea Massaria – 'New Needs Need New Techniques' (Leo, 2020)
Opname: 29 juli 2020

Vandaag aandacht voor twee jazzgitaristen, van twee verschillende generaties, die onlangs een soloalbum afleverden. De Zwitser Samuel Leipold is van 1988, hij studeerde af in 2014 en bracht op QFTF met 'Viscosity' zijn eerste soloalbum uit. De Italiaanse gitarist Andrea Massaria loopt al wat langer mee, hij is van 1965 en realiseerde 'New Needs Need New Techniques' voor Leo Records.

Leipold studeerde aan de jazzafdeling van de Musikhochschule Luzern bij Roberto Bossard, Christy Doran, Frank Möbus, Chris Wiesendanger, Nils Wogram en Nat Su en is actief sinds 2014. Intussen deelde hij het podium met onder anderen Hayden Chisholm, Adrian Mears, Claudio Puntin, Peter Schärl, het Lucerne Jazz Orchestra en het Swiss Jazz Orchestra, en er verschenen reeds twee albums van zijn kwartet. Opvallend aan 'Viscosity' is de grote mate van diversiteit die Leipold hier met zijn elektrische gitaar realiseert. Zo vallen het titelstuk, 'Parsi' en 'Antimon' op door de dwingende ritmiek. Vooral het tweede stuk is zeer meeslepend, terwijl de drie delen 'Sediment' en 'Ex Machina' te beschrijven zijn als een subtiele geluidssculptuur, waarin nauwkeurig geformuleerde klanken en stiltes elkaar afwisselen. Verder zitten er twee vreemde eenden in deze bijt: op 'Shō' krijgt Leipold ondersteuning van de basklarinettist Toni Bechtold, iets dat dit stuk zeker verrijkt en in het zeer spannende en ietwat duistere ‘Piano & Guitar' horen we Leipold, zoals de titel reeds aangeeft, ook op de piano.

Andrea Massaria begon op zijn zevende met de gitaar, studeerde klassieke gitaar bij Guido Percacci en Pierluigi Corona en stapte in 1990 over op de jazz en de vrije improvisatie. Inmiddels is het aantal samenwerkingen niet meer te tellen en wordt hij in binnen- en buitenland beschouwt als een van de belangrijkste Italiaanse gitaristen. Des te opvallender is het dat dit 'New Needs Need New Techniques' zijn eerste soloalbum is. Drie totaal verschillende Amerikaanse kunstenaars inspireerden hem voor dit album: Mark Rothko, Robert Rauschenberg en Jackson Pollock. Aan eenieder wijdde hij drie stukken en zoals de titel al aangeeft en overigens ook duidelijk wordt door de foto op doe hoes, beperkt Massaria zich hierbij geenszins tot die gitaar. Integendeel, hij gebruikt een compleet arsenaal aan pedalen en andere elektronica om een geheel eigen klankwereld te bouwen. Horen we die drie kustenaars erin terug? Niet op een heel directe wijze, maar iets van de sfeer herken je wel. Zo gebruikt Massaria in 'RA3' gesproken opnames, iets dat natuurlijk prima past bij pop-art, horen we in de stukken gewijd aan Pollock klanken die goed passen bij de dripping-techniek waar deze kunstenaar zo beroemd door werd en hebben de stukken gewijd aan Rothko nog het meest weg van sfeervolle geluidssculpturen, iets dat die overwegend monochrome doeken goed benadert. Kortom een zeer afwisselend album van een bijzondere gitarist.

Labels: , ,

(Ben Taffijn, 7.4.21) - [print] - [naar boven]



Cd / Lp
Blast - 'Vortographs' (ReR Megacorp, 2021)

Opname: 2016-2020
Chris Schlarb & Chad Taylor - 'Time No Changes' (Astral Spirits, 2021)
Opname: 14 december 2019

Twee duoalbums van gitaristen: Frank Crijns blies Blast weer nieuw leven in, een collectief van wisselende samenstelling. Op 'Vortographs' verzamelde hij opnames die hij de afgelopen vier jaar maakte met multi-instrumentalist Dirk Bruinsma. Verder aandacht voor gitarist Chris Schlarb, die met drummer Chad Taylor voor zijn eigen Big Ego Record in samenwerking met Astral Spirits de lp 'Time No Changes' uitbracht.

Typerend voor Frank Crijns is zijn grote mate van diversiteit. Zo bracht hij een aantal jaren terug een album uit met zijn hedendaags gecomponeerde werk, '[B] One' en kwam hij in 2017 met zijn metalvehicle Betonfraktion op de proppen. Een jaar later bracht met 'Shade Of Impulse' elektronische muziek. Gezien die enorme veelzijdigheid zou je Crijns de John Zorn van de Lage landen kunnen noemen. Zijn freejazz-band Blast richtte Crijns op in 1989. Het was al even geleden dat hun laatste album verscheen. Maar nu hebben we dus het energieke 'Vortographs', dat zeker onder de free jazz te scharen is, al blijft Crijns met zijn gitaarspel altijd ook flirten met de rock. Bandnaam en albumtitel vormen hier overigens een eenheid: het vorticisme is namelijk een kunststroming uit de jaren 10 en 20 van de vorige eeuw, toen het wemelde van de nieuwlichters. Zoals vrijwel al die bewegingen gaven ook zij een tijdschrift uit dat de naam 'Blast' droeg en de hoes van het album, vormgegeven door Bruinsma en Marit Shalem, draagt duidelijk nog de sporen van deze kunststroming, die overeenkomsten vertoonde met het kubisme en het futurisme. Maar ook de muziek past erbij met zijn duidelijk ritmische, wat hoekige structuur en de grote mate van complexiteit. Dat we hier met een duo van doen hebben, is bijna niet te geloven.

Chris Schlarb is componist (met name van filmmuziek), gitarist, producer en labelbaas van Big Ego. Een druk bezet man dus, geen wonder dat zijn laatste album verscheen in 2015. Maar ook van deze gitarist, die ik overigens nog niet kende, dus nieuw werk. 'Time No Changes' is de weerslag van een improvisatie met drummer Chad Taylor, die ook de mbira (duimpiano) bespeelt, terwijl we Schlarb horen op akoestische en twaalfsnarige gitaar, hammondorgel en Moog-synthesizer. Over de rol van de musici in de improvisatie maakt Schlarb een paar interessante opmerkingen op de hoes van de lp: 'They listen. They absorb. And they respond. Music - especially improvised music - is an exchange between the players, a give-and-take. It's a gradually unfolding conversation that, at its best, reveals a hidden layer. Or maybe a whole hidden universe.' Muzikaal is dit verder een totaal ander album dan 'Vortographs'. Allereerst is Schlarbs stijl heel anders dan die van Crijns. Waar die laatste refereert aan de rock, refereert de stijl van Schlarb meer aan klassiek en folk. Het komt mooi tot uiting in het uit twee delen bestaande titelstuk, waarin we Taylor sterk ritmisch horen op zowel de drums als de mbira. Dat ritme, vaak met tribale elementen, blijkt overigens een constante - luister maar eens naar het sterk repetitieve 'Creedmoor'. Het vormt een prima voedingsbodem voor Schlarbs meeslepende spel op dit zeer verhalende album.

Labels: , , ,

(Ben Taffijn, 3.4.21) - [print] - [naar boven]



In memoriam
Tom Wouters
1971-2021

Zondag 28 maart vernamen we het triestige nieuws van het overlijden van multi-instrumentalist Tom Wouters. Naast drums, marimba en vibrafoon speelde hij ook klarinet en basklarinet.

Zo'n dertig jaar geleden studeerde hij bij Frank Nuyts aan het Conservatorium van Gent. Hij ontmoette er bassist Kristof Roseeuw, die er als vrije leerling de lessen volgde. Ze werden, nog lang voor de samenwerking in Flat Earth Society, compagnons de route. Eerst in de improband Kamikaze (met eveneens gitarist Filip Wauters en Bart Maris op trompet en bugel) die ze samen uit de grond stampten en daarna met het legendarische trio Payday In March (met saxofonist Edward Capel), waar Tom bandleider van was. Bertrand Flamang (Gent Jazz en Jazz Middelheim) vond destijds dat dit de enige band was met potentieel om internationaal te scoren. Met Kamikaze speelden ze ieder jaar ter afsluiting van de Gentse feesten in Bertrands café Den Turk. De reden hiervoor omschrijft Roseeuw als volgt: "Omdat hij en entourage toen in schoonheid zouden kunnen eindigen en diegenen die hij in versneld tempo liever buiten wou door onze muziek dat ook deden."

Tom maakte samen met Kristof ook deel uit van Nic Roseeuws chamber-jazz-punk ensemble Orteké (met o.a. Jan Kuyken). Ook stond hij samen met Kristof aan de wieg van RadioKUKAorkest, een ensemble opgericht voor het Klara-programma Kunstkaravaan.

In een recensie voor Kwadratuur schrijft Pieter Van den Brande: 'Tom Wouters' klarinet neigt af en toe naar Messiaen-esque vogelgeluiden, maar kan ook heel lyrisch uit de hoek komen. Dat laatste is bijvoorbeeld het geval in de bewerking van Fabian Fiorini's 'Carnivale'. Deze zeemzoete huppelwals wordt echter halverwege volledig omgegooid naar een bevreemdende chaotische improvisatie en deint uit in een gezamenlijke zangstonde. In het speelse 'Petite Suite Satie' rijgt Wouters een aantal fragmenten uit verschillende stukken van de Franse impressionist aan elkaar.'

Daarnaast speelden Tom en Kristof in zovele projecten, waaronder Flat Earth Society, maar ze deelden ook graag hun gemeenschappelijk kunnen spelen van kamermuziek. Lange tijd vertolkten ze samen hedendaagse muziek met het Spectra Ensemble. Ze deden dit met een soort punkenergie die ze in Payday In March ook zo voortreffelijk met Edward Capel wisten te delen.

Tom zorgde ook voor de percussie bij The Simpletones, de band van hedendaags componist Johan De Smet. Hij was tevens gastklarinettist op het album 'Marchandise' van het Mishtu Orchestra. Maar Tom verleende ook zijn diensten aan onder andere het Magik Ballet Ensemble, Das Kammerorchestra, Ambush, Arno, dEUS, Wim De Wulf, Gerard van Dungen Kwintet, WOFO, Think Of One, Raymond van het Groenewoud, John Watts, Les Pilliers de Cabaret en Funcke T.

Met het overlijden van Tom Wouters verliest de Belgische jazz- en improvisatiescene een van zijn avontuurlijke musici.

Deze in memoriam verscheen ook op Jazz'Halo | Foto's: Cees van de Ven

Labels: ,

(Jos Demol, 30.3.21) - [print] - [naar boven]



Lp / Cd
Martin Küchen - Det Försvunnas Namn' (Thanatosis Produktion, 2020)

Opname: 30 augustus / 18 november 2019
Martin Küchen & Landaeus Trio - 'Mind The Gap Of Silence' (Clean Feed, 2020)
Opname: 14 maart 2019

De Zweedse saxofonist Martin Küchen liet vorig jaar weer eens van zich horen met een soloalbum: het bij Thanatosis Produktion verschenen 'Det Förvunnas Namn', wat zoveel betekent als 'De namen van de verlorenen'. Het is het derde deel in een trilogie, na 'Hellstorm (Man Erkennt Langsam Das Elend, Das Über Uns Gekommen Ist)' uit 2012 en 'Lieber Heiland, Laß Uns Sterben' uit 2017. Verder bracht Clean Feed onder de titel 'Mind The Gap Of Silence' het derde album uit van Küchen samen met het Landaeus Trio (na twee lp's bij Moserobie Music Production), ofwel pianist Mathias Landaeus, bassist Johnny Åman en drummer Cornelia Nilsson.

De bariton- en de altsax bespeelt Küchen op zijn soloalbum, maar die dienen vooral als geluidsbronnen, want zijn iPod, een paar luidsprekers en wat elektronica spelen een allesbepalende rol. Direct al in 'I' creëert Küchen met behulp van zijn baritonsax een duistere klanknevel, die door middel van looping eindeloos wordt uitgerekt, terwijl de altsax verderop dient om er weer wat licht in te krijgen. Spookachtige geluiden in 'Sheer Life Asleep', of hij ergens midden in een grot zijn saxofoons aan het schoonmaken is, gevolgd door het vreemd ritmische, redelijk amechtig klinkende 'Unexit Here'. Gaat het wel goed met Küchen? Zo horen we het instrument in ieder geval slechts zelden. In het titelstuk, 'Det Förvunnas Namn', gooit hij er nog een schepje bovenop, het levert een wel heel aparte melodie op, terwijl op de achtergrond zijn iPod klassieke muziek afspeelt.

Een Hippotami is een nijlpaard. Volgens Küchen kun je het geluid dat dit beest maakt goed nabootsen met een sax en wat randapparatuur. En ja, 'Hippotami Mit Mensch' nodigt niet echt uit om dichterbij te komen. Küchens geluidswereld blijft verbazen. Ook weer in 'Wasser Töten, Luft Töten', waarbij het ritme veel weg heeft van een flinke regenbui. Ritmisch klinkt ook 'Lilla Atem Choir', maar dan wel weer op totaal andere wijze. Overigens zit ik mij bij al die stukken continu af te vragen hoe hij dit nu toch weer voor elkaar krijgt. In 'The 5th December 1931 02:00 AM' keert Küchen weer terug naar zijn klanknevels, terwijl we op de achtergrond mensen horen praten. Maar we keren ook terug in de tijd, want op die dag vielen opstandelingen de Christus-Verlosserkathedraal in Moskou aan.

Het voordeel van een soloalbum is dat niemand je ook maar enige beperking oplegt en je dus volledig je (experimentele) gang kan gaan. 'Mind The Gap Of Silence' is dan ook, ondanks dat alle composities van Küchen zijn, een wat minder vreemd album en dat komt onder andere omdat hier de elektronica ontbreekt. Maar er is meer aan de hand. Want dit album is een onverwachts klassiek jazzalbum, klassieker dan dat ik bij Küchen gewend ben. Neem het titelstuk. De solo op tenorsax klinkt hier, afgewisseld met fijnzinnig pianospel van Landaeus, ronduit romantisch. Typisch Küchen is dan wel weer de wat schrijnende, klaaglijke toon, die er soms tussendoor piept.

Met 'Old Harriot Hat' gaan we nog verder terug in de tijd. Dit klinkt als jaren 40-jazz met een kwinkslag. Mooie bijdragen hier ook van dit zeer enthousiast spelende trio. En wat klinkt die sopraansax prachtig, eigenlijk ronduit teder, in 'East Hastings Satian Slow Stomp'. Je kunt je zonder enig probleem laten meevoeren op deze wonderlijke noten. Het imposante 'Love, Flee Thy House (In Breslau)' nam Küchen eerder op met zijn eigen Angles 9, het staat op 'Disappeared Behind the Sun'. En hoewel ik het origineel prefereer, is ook deze versie zeker de moeite waard.

Labels: , ,

(Ben Taffijn, 30.3.21) - [print] - [naar boven]



Cd
Ben Zucker - 'Fifth Season' (Amalgam, 2020)

Opname: 23 juli 2019

De vibrafonist Ben Zucker, momenteel woonachtig in Chicago, is hier te lande niet echt een bekende figuur. Hetzelfde geldt min of meer voor de overige drie musici waarmee hij zijn bij Amalgam Music verschenen debuut als bandleider opnam: pianiste Mabel Kwan, bassist Eli Namay en drummer Adam Shead, al is die laatste hier wellicht wat bekender. Dat maakt dit album echter geenszins minder de moeite waard. Sterker nog: het betreft hier een opmerkelijk debuut, waarin we Zucker leren kennen als een veelzijdig musicus en componist.

Het hart van het album wordt gevormd door het uit vier delen bestaande titelstuk, 'Fifth Season'. Een opmerkelijke compositie van Zucker, waarin hij jazz op mooie wijze met hedendaags gecomponeerd weet te combineren. Na een korte frase waarin we Namay horen met gestreken bas, ontvouwt zich in het eerste deel een abstract thema op vibrafoon, aangevuld met piano en drums. Bijzonder daarbij is dat die vibrafoon hier eerder klinkt als een verzameling klokken en bellen dan als een instrument waar je een melodie mee kunt spelen. Het tweede deel is een stuk ritmischer, met dank aan Shead en Namay, terwijl we van Zucker en Kwan soms zelfs aanzetten tot een melodie horen. Zucker horen we optimaal in het derde deel van deze cyclus, een rustig deel waarin hij voor het eerst een echte melodie ontvouwt, uiterst subtiel vormgegeven en slechts minimaal begeleid door zijn medegroepsleden. Om de cirkel rond te maken klinkt ook het vierde deel weer overwegend abstract, mooi ook hoe hier het spel van Kwan en Zucker met elkaar samenvalt en hoe met name Shead hier voor het ritme zorgt.

Naast deze cyclus bevat het album bevat ook twee delen (A en B) 'Sussurigation'. Ritmisch stromende delen, waarin Kwan en Zucker elkaar afwisselen met aansprekende noten, ingebed in een stevige groove van de ritmesectie en met name in deel B komt het kwartet zo tot bijzonder samenspel. En dan is er nog het vrij lange 'Moths Eating The Wallpaper Of Concorde', dat aanvangt met een spannend duet tussen Zucker en Shead, de laatste op bekkens, waarna Namay zich er met enkele krachtige plukken op zijn bas bijvoegt, gevolgd door bij Zucker aansluitend pianospel van Kwan. Dan creëert Nemay de overgang naar een meer ritmische frase, waartegen Zucker fonkelend vibrafoonspel afzet. Bijzonder is ook de passage verderop waarin een abstract klankspel centraal staat. Afsluiten doen we met 'Sixth Skin Pataforming', waarin Kwan een opvallende melodie verklankt, weggezet tegen een ietwat duister klanklandschap.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 26.3.21) - [print] - [naar boven]



Cd
Karoline Wallace - 'Stiklinger' (Øra Fonograms, 2021)

Opname: 12 mei 2020

De Noorse Karoline Wallace behoort bij het type componist/musicus dat zich net zo gemakkelijk beweegt binnen de jazz en geïmproviseerde muziek, wat ze studeerde aan de Grieg Academy in Bergen en aan het Royal College of Music in Stockholm, als in de gecomponeerde muziek, onder andere bezegeld door het behalen van een master aan de Rhythmic Music Academy in Kopenhagen. Het komt allemaal samen op haar nieuwe album 'Stiklinger', waarvoor ze alle stukken schreef, uitgevoerd door een octet en waarop ze zelf te horen is als vocaliste.

Als inspiratiebron diende de tuin van haar oma (zie foto hieronder), waar een wereld achter schuilgaat: "Grandma's garden may seem like a normal garden, but it is full of magic. Just about every plant that grows there comes from cuttings she has collected throughout her life. From experiences, travels, and meaningful encounters. In it, you can discover plants that originate from my mom's bridal bouquet, bushes from her childhood home in Lofoten and cacti she stuffed in her purse when on vacation in the Gambia with Grandpa."

'Stiklinger' bevat zes gecomponeerde stukken waarin die verrassende wereld muzikaal tot uiting komt. Typisch 'jazz' zijn de strakke ritmische patronen en de blazerslijnen die bij een bigband niet zouden misstaan. Typisch voor de jazz zijn ook de solo's, maar die ontbreken hier nagenoeg. Wat we wel horen is een cassettespeler, direct al in 'Rosehus', met daarop gesproken tekst, iets dat weer meer doet denken aan de wereld van de experimentele avant-garde, ook vanwege de enigszins anarchistische intermezzo's die de structuur onverwachts kortstondig om zeep helpen. En het zijn niet zo maar cassettebandjes. Ze bevatten opnames uit haar privécollectie, waarop we haar ouders en oma horen praten en lachen.

'Tri Loopår' levert nog meer verrassingen op, aangezien we hier allereerst een mix van rock en improvisatie à la Mats Gustafson/Paal Nilssen-Love voorgeschakeld krijgen, afgewisseld met cabareteske passages, waarin wederom die cassettebandjes een hoofdrol spelen. Maar we zijn er nog niet, want 'Plis Rosalin' en 'Ett Er Nødigt' vallen goed te omschrijven als ingetogen folk, waarbij overigens Wallace's vocale kwaliteiten mooi tot uiting komen. Ook op 'Om Du E 1.60 Høy?' en 'Nei, Karoline, Nå Kommer Sola' ruim baan voor de cassettebandjes, in samenspel met Wallace's stem respectievelijk Thibault Gomez' geprepareerde piano, wat prachtige geluidssculpturen oplevert.

Intussen wordt er ook prachtig gemusiceerd door de overige leden van dit octet. De twee blazers, altsaxofonist en klarinettist Jonas Engel en trompettist Erik Kimestad, celliste Ida Nørby, pianist Thibault Gomez, bassist Petter Asbjørnsen, drummer Szymon Pimpon en Kristian Tangvik, die de cassettespeler mag bedienen. Opvallend, en dat maakt Wallace toch primair tot een componist, is de hechte structuur van die stukken en de wijze waarop de diverse bijdrages met elkaar samenvallen. Wallace liet werkelijk niets aan het toeval over.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 22.3.21) - [print] - [naar boven]



Cd | Jazztube
Matthieu Bordenave, Patrice Moret & Florian Weber – 'La Traversée' (ECM, 2020)

Opname: oktober 2019

Als inspiratie voor dit album diende, aldus tenorsaxofonist Matthieu Bordenave, het beroemde trio van Jimmy Giuffre met bassist Steve Swallow en pianist Paul Bley. De Fransman liet zich voor deze gelegenheid, het in 2019 opgenomen 'La Traversée', begeleiden door bassist Patrice Moret en pianist Florian Weber. Negen composities, alle van Bordenave's hand, bevat het album.

Het album opent en sluit met 'River', aan het begin in een versie voor piano en tenorsax en aan het eind in een versie voor trio. Borndenave's sax klinkt ingetogen, met een fluwelen lyriek, terwijl Weber al even zorgvuldig zijn toetsen beroert, iedere noot zorgvuldig afwegend. Dan volgt het al even ingetogen 'Archipel', waarin we voor het eerst de spaarzame, maar zeer melodieuze basklanken van Moret gewaarworden. Maar vooral is dit een nummer waarin de lyrische kwaliteiten van Bordenave nog beter tot ons doordringen. Wat een prachtige toon heeft deze man. Daarbij heeft hij blijkbaar een hekel aan grof geschut, wilde solo's en anderszins druk vertoon - 'La Traversée' is wat dat betreft een typisch ECM-album - en grossiert hij in al deze stukken in uiterste subtiele klankbehandeling. Ook Moret en Weber blijken zich hier overigens uitstekend bij thuis te voelen, iets dat overigens eerder voor Giuffre, Swallow en Bley gold.

Jazz dus die tegen klassieke muziek aanleunt, met een snuifje romantiek op de koop toe. Het zijn sfeerplaatjes die Bordenave op dit album schetst, dromerige aquarellen. Je ziet hem in 'The Path' dan ook zo lopen, door de weidse natuur, zonder haast. Een slingerend pad, een enkele boerderij, daar in de verte een bos, ach, vul het zelf maar verder in. En dan bereikt hij de 'Ventoux'. Langzaam klimmen, niet buiten adem raken. Dat kan op het zorgvuldig lage tempo van Morets spel op de bas. Met verborgen ritmiek en zangerige noten begeleidt hij tijdens de klim, tot Weber het overneemt met een al even contemplatieve melodie. Prachtig pianospel ook in 'Chaleur Grise'. Zorgvuldig geeft Weber hier zijn patronen weer, terwijl Bordenave erop varieert. En dan is het weer tijd voor 'River' en is de cirkel rond.

In de Jazztube hierboven speelt het trio een track van dit album: 'Dans Mon Pays'.

Labels: , , , , ,

(Ben Taffijn, 19.3.21) - [print] - [naar boven]




Jazztube
Dijf Sanders - 'Parvati'

Een van de leukste platen van het afgelopen jaar was ongetwijfeld 'Puja' van de muzikale ontdekkingsreiziger Dijf Sanders. Na de spannende grooves en exotische soundscapes rond field recordings uit Indonesië op zijn succesalbum 'Java' (2017) liet hij zich voor dit album inspireren door de Nepalese, Tibetaanse, Chinese en Indiase cultuur en dat zorgde andermaal voor een heerlijk schijfje met een verslavende werking. Daarbij vakkundig ondersteund door Mattias De Craene (sax), Nicolas Mortelmans (sitar) en Simon Segers (drums).

In een interview met Enola zei Sanders: "Ik denk dat 'Puja' een ceremoniële plaat is geworden. Het sacrale timbre van de muziek die ik in Nepal ontdekte, heeft een bezwerendere, soms donkere toon. Meestal vertoefde ik er ook in monnikensferen. De muziek die ze maken is vaak een heel heftige clash van dissonante, koperen klankbronnen."

In de Jazztube brengt Dijf Sanders een nummer van dit album: 'Parvati', opgedragen aan de Hindoeïstische godin van de schoonheid. Sanders leidt het zelf in.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 16.3.21) - [print] - [naar boven]



Cd
Sara Serpa - 'Recognition' (Biophilia, 2020)

Opname: maart 2019

De Portugese Sara Serpa, sinds 2008 verblijvend in New York, heeft zich de laatste jaren ontpopt tot een ware stemkunstenares die tevens haar eigen composities schrijft. Op het bij Biophilia Records verschenen 'Recognition', dat ontstond op uitnodiging van John Zorn, horen we verder een bijzondere bezetting, bestaande uit harpiste Zeena Parkins, tenorsaxofonist Mark Turner en pianist David Virelles.

Maar bovenal vertelt Serpa hier een belangrijk verhaal, dat van het Portugese kolonialisme in Afrika. In haar eigen familiearchief vond ze filmmateriaal uit de jaren 60 van de vorige eeuw, opgenomen in Angola, dat ze bewerkte tot een zwijgende film. De muziek die daarbij hoort, vinden we op dit album. Ze heeft daarbij oog voor de gevolgen van het kolonialisme voor de plaatselijk bevolking, maar staat ook stil bij de repatrianten die na de onafhankelijkheid terug moesten naar Portugal, al waren ze daar soms nog nooit geweest. Wie nu verwacht dat dit album vol staat met liederen waarin Serpa middels scherpe teksten het diverse onrecht aan de kaak stelt, komt bedrogen uit. Ze gebruikt namelijk vrijwel geen teksten, meestal horen we louter klanken. Klanken die prachtig interacteren met de drie andere instrumenten.

Serpa heeft wel een boodschap, maar die verpakt ze in de muziek en brengt ze dus op een veel subtielere wijze. Opvallend daarbij is dat de muziek bijzonder ritmisch is, en dat zonder bas en drums. Die ritmiek doet overigens vaak eerder denken aan die van de minimal music dan aan die van de jazz. Een mooi voorbeeld zijn de vrij dwingende composities 'Free Labour' en 'Propaganda'. Ook hierin betoont Serpa zich in eerste instantie componiste en dan pas vocaliste.

'Beautiful Gardens' en 'Queen Nzinga' vormen een mooie uitzondering op het eerder genoemde gebrek aan tekst. In het eerste spreekt ze een tekst uit, waarbij ze zichzelf door elektronica vermenigvuldigt, in prachtig samenspel met Virelles' opwindende en bij tijd en wijle verontrustende pianospel en in het tweede zingt ze. Eigenlijk is dit nog het meest maatschappelijke stuk. Let hier overigens ook op het prachtige samenspel tussen Serpa en Turner, strak begeleid door Virelles.

Klik hier om een aantal tracks van dit album te beluisteren.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 14.3.21) - [print] - [naar boven]



Cd | Jazztube
ICP Septet + Joris Roelofs + Terrie Ex - 'Komen & Gaan' (ICP, 2021)

Opname: 10-11 oktober 2020

Pakte 'De Hondemepper' niet zo lang geleden nog uit met een relatief strak programma, dan worden de teugels weer gevierd op 'Komen & Gaan', misschien wel het meest speelse en spontane album van deze vrijbuiters in jaren. De optelsom van negen muzikanten, een uitzonderlijke locatie en een "eigenlijk is er niks fout"-filosofie leidt tot een apart hoofdstuk in het ICP-verhaal.

Voor het eerst in jaren krijg je ook - om voor de hand liggende redenen - een uitgedunde versie van het orkest te horen, waarin Tobias Delius, Tristan Honsinger en Thomas Heberer ontbreken. Hun afwezigheid wordt gecompenseerd door het uitnodigen van twee bekende gezichten: basklarinettist Joris Roelofs, die intussen al een hele tijd samenspeelt met Han Bennink, en gitarist Terrie Hessels van The Ex, een improvisator in hart en nieren die intussen ruim drie decennia speelt met diverse ICP'ers. Als Roelofs met zijn techniek en bagage naadloos aansluit bij het gezelschap, dan was Hessels altijd al een verwante geest die uitblinkt in de rebelse frictie waar het orkest zich zo graag van bedient.

Ook opmerkelijk: de locatie. Geen traditionele studio, maar Le Brocope, een theatercafé/restaurant in Friesland, waar kunst en muziek al jaren centraal staan. Op zich is het al een charmante plek, maar het karakter ervan werd expliciet in de kijker gezet, wat je ook mooi kan zien via een reeks video's waarmee je eigenlijk het volledige opnameproces kan volgen. Voor sommige stukken zaten alle muzikanten samen in het restaurant te spelen. Voor andere weken ze uit naar verschillende ruimtes in het gebouw of werd er zelfs bewegend gemusiceerd, met geluidsman Marc Schots die je achter en tussen de muzikanten ziet lopen met een extra microfoon.

Het is naturalisme ten top: je hoort het kraken van de vloer, de verschuivende akoestiek, de tingeltangelende huispianola en de aanmoedigingen van honden Hansje en Lou. Of zoals Bennink in een van de video's meegeeft: "Je hoort het komen en gaan, en dat zou ik zo graag willen op deze cd. Eigenlijk is er niks fout." Je zou dat kunnen interpreteren als gemakzuchtigheid, als gebrek aan professionaliteit, maar je hebt natuurlijk te maken met muzikanten die graag teren op risico en dat kunnen, het moment uitbuiten met een combinatie van spontaniteit en discipline. Beluister hoe ze zich voor het eerst een weg banen door Glerums 'De Linkerschoen, De Rechterschoen' en vervolgens verbaasd zijn over hoe goed die versie meteen zat. Niettemin krijg je er aan het andere uiteinde van het album nog eentje bij.

Veel muziek van het complete nonet bij elkaar krijg je dus niet. In opener 'Lucht' wordt letterlijk gespeeld met lucht, tot Ab Baars binnenwandelt met de shakuhachi en hier en daar geluiden ontglippen: een zachte altsaxgolf, gebrap van de basklarinet. Gaan de twee versies van Glerums compositie meteen in de richting van de zwierige Ellington/Strayhorn-traditie, dan is het materiaal ertussen grilliger en vrijer van aard. De drie stukken 'Komen En Gaan' zijn kleurrijke wandelingen met maffe klanken (kijk hierboven hoe trombonist Wierbos de interactie wil aangaan met een hond), driftig klaterende erupties, flarden kamermuziek-achtige elegantie en carnavaleske gekte, maar ook verrassende momenten van schoonheid (deel 3, zie hieronder).

Daarnaast: muziek die klinkt als de begeleiding bij een stille film ('Pianola Potpourri'), een serene uitvoering van Misha Mengelbergs 'Kroket', en een serie kleine bezettingen, met pianist Guus Janssen die Hessels een stukje Bach voorschotelt (en een hoop dissonant gewring terugontvangt) en in Roelofs een partner krijgt die al even virtuoos reageert, en het trio Bennink, Baars en Hessels dat geen baldadige of volumineuze anarchie nodig heeft om indruk te maken. De improvisaties zijn grillig en onvoorspelbaar, en in combinatie met hun korte duur en de talloze afwisselingen voelt het aan alsof je voortdurend opnieuw op het verkeerde been gezet wordt.

Dat maakt van 'Komen & Gaan' een album dat voor nieuwkomers misschien een beproeving kan zijn, maar eigenlijk best toegankelijk is. "Het moet een muzikale collage worden," zegt regisseur Bennink ergens, en het gezelschap hield woord, met beide termen die evenveel belang afdwingen. Dus je kan wel blijven lullen over hoe het in Mengelbergs tijd allemaal anders klonk (nee toch), maar dan maak je meteen ook duidelijk dat je het punt mist. Deze ICP'ers staan nog altijd met een been in de traditie en met het andere op het ijs. De evenwichtsoefening is er een van meesters van het moment.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be

Labels: , , , ,

(Guy Peters, 11.3.21) - [print] - [naar boven]



Cd's
Jaap Blonk's Retirement Overdue - 'New Start' (Kontrans, 2020)

Opname: 11-12 december 2019
Jaap Blonk, Lou Mallozzi & Ken Vandermark - 'Improvisors' (Kontrans, 2020)
Opname: 21 november 2019

Van alle vocalisten en stemkunstenaars die er rond lopen in de wereld van de jazz en de geïmproviseerde muziek is Jaap Blonk zonder meer een van de meest opvallende. Al sinds decennia staat hij aan de top van de internationale stemkunst. Meer nog dan zanger kunnen we hem instrumentalist noemen. Een instrumentalist die zich allereerst bedient van zijn stembanden en daarnaast steeds vaker van elektronica. Met twee recente albums, die vorig jaar bij zijn eigen label Kontrans uitkwamen, 'New Start' en 'Improvisers', verrast hij andermaal.

In Jaap Blonk's Retirement Overdue - Blonk is inmiddels 65 - omringt hij zich met musici die zijn zonen hadden kunnen zijn: de gitaristen Miguel Petruccelli en Jasper Stadhouders, die ook om beurten de basgitaar hanteren en drummer Frank Rosaly. Wie deze jongens en Blonk kent, weet wat dit betekent: onvervalst vuurwerk.

Twee keer tien nummers biedt dit album. En zoals gezegd, zingen doet hij nauwelijks. Hij praat, fluistert, schreeuwt, kreunt, kermt en vormt hiermee een onlosmakelijk onderdeel van dit kwartet. Hierbij gebruikmakend van fantasiewoorden, soms ook van bestaande, maar dan vrijwel altijd losgerukt uit de context, bijvoorbeeld door eindeloos "What the president will say and do" te herhalen in het gelijknamige nummer. Het gaat Blonk duidelijk niet om het vertellen van een verhaal, of het moet een muzikaal verhaal zijn, zoals in 'Talking Drum', waarin hij als 'percussionist' de dialoog aangaat met Rosaly. Uitzonderingen op de regel zijn 'My First Nightmares', 'Measure The Night' en die bizarre cover van Leonard Bernsteins 'Somewhere'. In dat laatste nummer horen we hem dan ook nog zingen, alhoewel... Blonk mag ook graag hele verhalen vertellen in talen die wij niet machtig zijn, zoals in 'Wob Hape', 'Pook Naw', 'Kown Sah' en 'Nem Boha', niet toevallig de vier puur geïmproviseerde stukken. Hoogtepunten vind ik verder 'Aggeloeche' en 'I Saw A Wobbzag', met name vanwege het angstaanjagende gitaarspel en dito zang van Blonk.

Ik ben geen Blonk-deskundige, dus over het feit of dit nu echt een nieuwe start is of gewoon een voortzetting van wat Blonk al decennia doet, daarover laat ik mij niet uit, maar over de kwaliteiten van dit kwartet hoeven we het niet lang te hebben. Laat Blonk vooral honderd worden en nog vele cd's maken met deze "wonderful younger musicians".

In november 2019, toen het nog kon, trad Blonk met Lou Mallozzi, die werkt met bandrecorders, cd-spelers en andere gadgets, en rietblazer Ken Vandermark op in Chicago. Door de bezetting is 'Improvisers' natuurlijk een totaal ander album geworden, maar wel een dat bijzonder goed blijkt te werken. Opvallend aan deze zes stukken is dat vaak nauwelijks is uit te maken of we nu met Blonk, Mallozzi of Vandermark van doen hebben. Natuurlijk, Blonk gebruikt zijn stem, maar Mallozzi heeft zijn cassettes en de geluiden van Vandermark doen vaak opvallend veel aan elektronica denken. Kortom, zes prachtige geluidssculpturen zonder houvast, zonder richting en zonder doel, waarbij de musici op grootse wijze bij elkaar aansluiting vinden en waarin de creativiteit onuitputtelijk is.

Foto: Cees van de Ven

Labels: ,

(Ben Taffijn, 9.3.21) - [print] - [naar boven]



Cd | Jazztube
Michel Benita - 'Looking At Sounds' (ECM, 2020)

Opname: maart 2019

Met het bij ECM Records verschenen 'Looking At Sounds' presenteert de Algerijns-Franse bassist Michel Benita zijn nieuwe kwartet. Toetsenist Jozef Dumoulin is nieuw in dit kwartet en naast Benita hoort u de Zwitser Matthieu Michel op bugel en de Franse drummer Philippe Garcia, die u al kent van zijn band Ethics. Het waren vooral de verrichtingen van Dumoulin op de Fender Rhodes en de bijpassende elektronica die inspireerden tot het nieuwe materiaal dat we op dit album horen, naast een paar covers.

En inderdaad is het ook vooral Dumoulin die dit album zijn specifieke geluid geeft. Reeds in 'Darvish Diva', een van die stukken waarin we Benita's oriëntaalse wortels terughoren, is hij het die voor het repetitieve patroon zorgt, waar Michel zijn romige melodie over uitspreidt. Het is aan de man zijn kwaliteiten te wijten dat het zo klinkt, maar zeker ook aan de kenmerken van dit bijzondere instrument; een bugel klinkt nu eenmaal omfloerster dan een trompet. Bijzonder is ook de ingetogen combinatie van Kristen Noguès' 'Berceuse' en Benita's 'Gwell Talenn', waarin dit kwartet een opperste harmonie bereikt. Benita zelf horen we goed met zijn repetitieve patroon in 'Looking At Sounds'. Overigens een mooi abstract stuk, waarin ook Dumoulin uitstekend tot zijn recht komt.

Hoogtepunten zijn 'Slick Team' en 'Cloud To Cloud'. Het eerste met name door de wijze waarop aan het begin Dumoulin en Michel zorgen voor een indrukwekkend klanklandschap. Later voegt Garcia zich hierbij met een strak ritme, waarmee hij dit enerverend stromende stuk verder uitbouwt. In het tweede stuk creëren Dumoulin en Benita, hier op zijn laptop, een indrukwekkende klanknevel. Dan horen we die laatste op zijn bas, met een zangerig geluid en voegt ook Michel zich erbij. Maar het album bevat ook beduidend abstractere stukken, zoals het eerder genoemde titelnummer, maar ook 'Barroco' en 'Body Language' vallen daaronder. Stukken waarin je goed de invloed van Dumoulin op dit album terughoort. Als slot van het album klinkt 'Never Never Land', van Julie Styne, Betty Comden en Adolph Green, waarin we Benita solo horen op zijn bas, op ingetogen wijze de noten vormgevend. Een prachtige afsluiting van een bijzonder album.

In de Jazztube zie je een teaser voor dit album.

Labels: , ,

(Ben Taffijn, 6.3.21) - [print] - [naar boven]



Cd
Lauroshilau - 'Live At Padova' (El Negocito, 2021)

Opname: 30 november 2018

De cd schuift in mijn speler juist op het moment dat Marsrover Perseverance geland is op Mars. Deze gaat de komende jaren onder meer op zoek naar sporen van vroeger leven. Spannend!

Over consistentie gesproken, wat een toeval. Vanaf het begin van de cd is de associatie van wat je hoort en de verbeelding van het desolate Marsoppervlak langdurig aanwezig. Het onbekende, vreemde en spannende van deze missie en wat het nog teweeg gaat brengen is ook van toepassing op wat deze muzikale thriller met je doet.

Het is fascinerend dat je in deze lange soundscape totaal geen behoefte hebt te weten welk instrument je hoort, maar enkel gefocust bent op geluid, klankbeeld en de subtiele detailleringen ervan. Minimal electro-acoustic soundscapes met doorzicht en fijnzinnige, zachtaardige geluiden allerhande. Pure schoonheid!

Hoewel je dit concert maar wát graag live had willen beleven, maakt de door Giovanni Di Domenico uitstekend gemasterde cd je aangenaam deelgenoot van wat Audrey Lauro (altsaxofoon en voorbereidingen), Pak Yan Lau (speelgoedpiano's, synthesizer en elektronica) en Yuko Oshima (drums) aan saamhorigheid, intense interacties en empathie tot stand hebben gebracht.

Na ruim veertig minuten land je, een zalige muzikale belevenis rijker, weer terug op aarde. Wederom een parel in de collectie van El Negocito Records.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels: , ,

(Cees van de Ven, 4.3.21) - [print] - [naar boven]



Cd's
Sanne Rambags - 'SONNA' (Sonna, 2020)

Opname: februari 2020
Hanna Schörken - 'Luma' (Leo, 2020)
Opname: juni 2020

In deze recensie staan twee vocalisten centraal die het aandurfden om zonder enige vorm van begeleiding met louter hun stem te werken, te verrassen en te ontroeren. De Nederlandse Sanne Rambags realiseerde haar debuut als solozangeres met 'SONNA', op haar eigen nieuwe gelijknamige label. Eerst als download, maar inmiddels ook als lp, en de Duitse Hanna Schörken bracht 'Luma' uit via Leo Records.

Sanne Rambags is in de afgelopen jaren uitgegroeid tot een bijzondere stemkunstenares, die stevig aan de weg timmert. Zo kwam ze hier voorbij met zowel Under The Surface als Mudita. En dat zijn dan nog maar twee van de projecten waarbij ze betrokken is. Ze zegt zelf heel open over haar ontwikkeling als kunstenaar, maar vooral als mens: "In de afgelopen jaren heb ik ervaren hoe mijn groei als uitvoerend musicus een geweldige emotie van geluk veroorzaakt heeft en tegelijkertijd een diepte van destructiviteit. Het is in die destructieve tijden geweest hoezeer ik besefte dat mijn stem mijn bron is voor genezing. De oerkracht die ik teweeg kan brengen in een moment van totale overgave aan klanken. De mogelijkheid om mijzelf uit te drukken is mijn krachtigste medicijn."

Je hoort het onverkort terug in dit bijna mystieke album, vol gezongen rituelen, prachtig opgenomen in de kerk van Riel. Vijfentwintig miniaturen bevat het, meestal van nog geen twee minuten. Nu ben ik inmiddels redelijk vertrouwd met Rambags' stemgeluid en haar manier van zingen en op echte verrassingen had ik dan ook niet gerekend. Dat blijkt dus niet te kloppen, want Rambags gaat hier duidelijk een paar stappen verder dan wat ik tot nu toe van haar hoorde. Conform haar eigen woorden is dit album een soort van sjamanistisch ritueel, waarbij haar voorliefde voor de noordelijke streken van Europa sterk doorklinkt. Ze grijpt je op een aantal momenten, die zoals gezegd gelukkig niet al te lang duren, met haar vocale kunsten danig bij de strot. Om bang van te worden.

Hanna Schörken was mij onbekend en dit 'Luma' is dus de eerste kennismaking. Schörken blijkt zowel schrijfster als zangeres en improvisator en studeerde daarnaast musicologie. 'Luma' is weliswaar haar debuut voor Leo Records, maar is haar tweede soloalbum, na het in 2018 bij Creative Sources verschenen 'You Told Me How To Dance'.

Meer dan Rambags past Schörken in de traditie van de vocale avant-garde en de stukken op dit album doen me dan ook vaker denken aan het werk van hedendaags gecomponeerde componisten, George Aperghis voorop, dan aan de aan jazz verwante geïmproviseerde muziek. Daarbij past dat ze zeker teksten gebruikt, maar haar stem ook bijzonder vaak inzet als instrument, met als mooie voorbeelden de percussieve geluiden in 'Forests' en de link naar elektronica in 'Land'. Bijzonder is ook zeker 'Rest' en dan met name om de wijze waarop ze hier haar tekst op redelijk hilarische wijze behandelt. Een interessant album, waarmee we Schörken primair leren kennen als een bijzondere stemkunstenares. En waar Rambags vooral de luisteraar weet te raken en te ontroeren, wekt Schörken met name bewondering vanwege haar bijzondere prestaties.

In de Jazztube zie een clip van 'Lethe', terug te vinden op het album 'SONNA' van Sanne Rambags.

Labels: , , ,

(Ben Taffijn, 2.3.21) - [print] - [naar boven]



Cd
Allegra Levy - 'Lose My Number' (SteepleChase, 2020)

Opname: oktober 2019

Grote kans dat u de vocaliste Allegra Levy nog niet kent. Het bij SteepleChase Records verschenen 'Lose My Number', waarop ze composities van trompettist John McNeil ten gehoren brengt, is haar derde album. Samen met drie andere vrouwen - pianiste Carmen Staaf, bassiste Carmen Rothwell en percussioniste Colleen Clark - weet ze echter op zeer aangename wijze te verrassen.

Want het is beslist een bijzonder album geworden, temeer daar McNeil nooit liederen heeft geschreven. Zijn composities zijn instrumentele stukken waar Levy zelf teksten bij heeft gemaakt. McNeil, die deze stukken componeerde in de laatste twee decennia van de vorige eeuw, zegt over deze bewerkingen: "Allegra Levy's lyrics have a somewhat cynical, noir-ish take on the world - right up my alley."

McNeil kennen we van het Thad Jones/Mel Lewis Orchestra, het Horace Silver Quintet en zijn samenwerking met Gerry Mulligan, maar zeker ook van de vele composities die de trompettist schreef en waarvan de uit New York afkomstige Levy er op dit album dus een deel ter hand neemt. Reflecterend op dit project zegt ze: "He's always been in my corner, and always been such an empathetic and important person in my life. I always felt that his melodies were really memorable, and that they told these stories." Daarmee maakte ze het zichzelf allesbehalve gemakkelijk. Het zijn dan ook echt verhalen die Levy hier brengt, half pratend, half zingend. Soms gebaseerd op de verhalen van McNeil, die hem inspireerden tot de originele composities, soms ook op Levy's eigen ervaringen. Dat het boekje bij de cd de teksten bevat van de liederen is dan ook een welkome aanvulling.

Opvallend is ook zeker het trio dat Levy op dit album ondersteunt. Het pianospel van Staaf onderscheidt zich niet enkel door de lyriek, maar zeker ook daar haar ritmisch stuwende spel. Rothwell blijkt te beschikken over een aanstekelijke groove en Clark weet iedere keer net op het goede moment de sfeer te verrijken met haar perfecte timing. Een hoogtepunt is de ballade 'Tiffany', waar een verhaal van McNeil aan ten grondslag ligt: 'It was his future wife's birthday, and he'd just come off a gig. McNeil found himself walking by Tiffany's, the posh jewelry store, in the early morning, thinking: If only I could buy Lolly something from here. Something nice.' Hij hield zich echter in - spullen genoeg - en schreef in plaats daarvan dit stuk voor haar.

Op een aantal stukken horen we McNeil zelf, bijvoorbeeld in 'Strictly Ballroom' en 'C.J.' In de eerste horen we hem in een prachtige, mooi subtiele trompetsolo, maar let hier zeker ook op de bijdragen van Staaf en Rothwell en in de tweede klinkt hij krachtig en swingend. Een stuk waarin overigens ook Clark prachtig aan bod komt. Tot slot kan ik niet anders dan Levy's vocale kwaliteiten in alle toonaarden prijzen, een klassieke jazzzangeres in de beste traditie.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 27.2.21) - [print] - [naar boven]



Cd's
Alexander Hawkins & Tomeka Reid - 'Shards And Constellations' (Intakt, 2020)

Opname: 13 april 2019
Joe Morris & Tomeka Reid - 'Combinations (RogueArt 2020)
Opname: 9 december 2018

Sinds haar verhuizing naar Chicago in 2000 is celliste Tomeka Reid uitgegroeid tot een van de gezichtsbepalende musici in de plaatselijk scene. Ze werkt intensief samen met musici als Roscoe Mitchell, Nicole Mitchell, Dee Alexander en Mike Reed en maakte haar debuut onder eigen naam in 2015. Onlangs nam ze zowel een album op met de pianist Alexander Hawkins, 'Shards and Constellatations' voor Intakt Records, als een met gitarist Joe Morris, het bij RogueArt verschenen 'Combinations'.

'Shards And Constellations' bevat acht improvisaties en twee composities: 'Peace On You' van Muhal Richard Abrams en 'Albert Ayler (His Life Was Too Short)' van Leroy Jenkins, twee musici uit de begindagen van de AACM (Association for the Advancement of Creative Musicians), die de jazz in Chicago vormgaven. De wijze waarop dit duoalbum gestalte wordt gegeven, heeft iets van een dans. Prachtig hoe de twee musici hier samen op zoek gaan naar een delicaat evenwicht, waarbij wrijving geenszins wordt geschuwd. Nog wat schuchter, maar gaandeweg steeds ritmischer in 'If Becomes It', wat bewegelijker in het titelstuk 'Shards And Constellations', ronduit onstuimig in het toepasselijke 'Danced Together' en met weerbarstige energie in 'Sung Together'. Wat daarbij vooral opvalt is de wijze waarop Reid haar instrument bespeelt, we horen haar pizzicato spelen, col legno, maar ook de kast inzetten als percussie en ja, zo nu en dan gebruikt ze haar strijkstok om de snaren op klassieke wijze te bewerken, het mooist in die Abrams-cover 'Peace On You', een rustpunt in de hectiek. Direct daarna pakken Reid en Hawkins de draad weer op, zoals bijvoorbeeld blijkt uit het spannende 'A Guess That Deepens', met zijn gemankeerde ritmiek.

David Brown wijst er aan de binnenkant van het hoesje van 'Combinations' terecht op dat duoalbums van cello en gitaar in de jazz nogal zeldzaam zijn. Eigenlijk is dat vreemd, want ook dit album toont weer aan dat de klanken van deze twee instrumenten, zoals we dat ook in de klassieke muziek zien, een prachtige eenheid vormen. 'Are You Ready?' vragen de twee ons in het eerste nummer, het antwoord afwachten doen ze niet. De samenwerking staat direct als een huis en vormt de opmaat naar het substantiële en zeer harmonieuze 'Chicago', waarin deze verder gestalte krijgt. Doordat Reid hier pizzicato speelt, liggen de klanken prachtig in elkaars verlengde. Een krachtige stugheid kenmerkt 'Together Yet Always Apart', het past wel bij die titel, een conditie die wordt doorgetrokken in 'Parallax Strolls', al treffen we hier meer ritme aan. Bijzonder is ook 'New York', waarin Reid de strijkstok hanteert en de muziek dus veel meer contrast krijgt. Een welkom intermezzo tussen het hectische 'Percussive Play' en het onstuimige 'In The Mid Ground', met in dit laatste stuk wel heel bijzonder spel van Reid. Tot slot moet hier 'Rainbow Gladiator' nog even aan bod komen, vanwege die vette knipoog naar de folk.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 25.2.21) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...







Menupagina's:




Blijf in de picture met
een gratis jazzbanner!


































Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Pelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.