Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Lp
Andreas Røysum Ensemble - 'Fredsfanatisme' (Motvind, 2021)

Opname: 25-26 februari 2021

Als je je inspiratie haalt bij uiteenlopende kunstenaars als Anthony Braxton, Marvin Gaye, Vashti Bunyan, Roscoe Mitchell, Shirley Collins, Joseph Jarman, Jon Lucien, Leroy Jenkins, Hildegard von Bingen en Zia Mohiuddin Dagar, dan belooft dat wel wat voor je nieuwe album. In dit geval het bij Motvind Records verschenen 'Fredsfanatisme' van de Noorse klarinettist Andreas Røysum. 'Vredesfanatisme' in goed Nederlands, met Fred heeft het dus niets te maken. En Røysum vroeg niet de minsten voor zijn ensemble. Als blazers horen we Henriette Eilertsen op fluit, Signe Emmeluth op altsax en Marthe Lea op tenorsax. Verder vinden we violist Hans P. Kjorstad, cellist Joel Ring, de bassisten John Andrew Wilhite-Hannisdal en Christian Meaas Svendsen en tot slot Ivar Myrset Asheim op percussie.

Ruim vijfenzeventig minuten muziek, verdeeld over vier plaatkanten. Scandinavische free jazz zonder meer. Direct al in het begin van 'Til Tell Teigen' horen we die zo typische gestructureerde chaos die we ook tegenkomen bij het Fire Orchestra, Paal Nilssen-Love's Large Unit en het Angels-project van Martin Küchen. Jazz aangelengd met een flinke scheut bijzonder harmonieuze folk, het blijft een bijzondere combinatie. Røysum speelt klarinet, basklarinet en contrabasklarinet en het is dat laatste instrument met zijn bijzondere klank dat de toon zet in het energieke 'Lalibella'. Verder in dit stuk een meer dan aantrekkelijke drumsolo van Asheim, die de opmaat vormt voor het stomende 'Hina Hina', waarin we duidelijke invloeden horen uit de Ethiopische muziek, onder andere door de samenwerking van The Ex met Fendika ook in onze contreien populair.

'Flipp Ut' kent elementen uit de minimal music. Ook Røysum, die tekent voor alle composities, gebruikt hier lang uitgerekte patronen en geleidelijke verandering. Het gaat er alleen veel minder strak aan toe dan bij de klassieke voorbeelden; het blijft tenslotte wel jazz. Opvallend is dat we hierin tegelijkertijd ook weer de link met folk herkennen. Iets dat overigens nog sterker naar voren komt in het tweede, meer ingetogen deel van het stuk. En eindigen doen we hier in de volière - een kakafonie aan geluid produceren die vier blazers. 'Kvintett (For Leroy Jenkins)' wordt opgestart door de beide bassisten. Harmonieus verkennen ze hier een stroeve klankwereld. Verderop voegt Eilertsen zich erbij. Die hoge klank van de fluit vormt een prachtig contrast met de diepe klanken van de contrabassen. Een hoogtepunt, zeker als het gaat om het gebruik van de contrabasklarinet, is het fascinerende 'Sawakuro'. Maar let hier zeker ook op het bijzonder spannende, slepende ritme. Emmeluth schittert met een prachtige solo, vol afgeknepen geluiden in 'Kvartett (For Joseph Jarman)', Eilertsen doet dat in 'Keine LSD Blues'. Langgerekte solo's vol kleur en bijzondere momenten, ze geven dit album net even dat beetje extra. Dan zwaaien we uit met 'Jakter på Røyskatten', een onovertroffen klankuitbarsting.

Klik hier om dit album te beluisteren. | Foto: Darja Olsevskaja

Labels: ,

(Ben Taffijn, 16.1.22) - [print] - [naar boven]



Cd
Raphaël Imbert Quartet - 'Oraison' (Outnote, 2021)

Opname: 31 oktober - 1 november 2020

'Oraison' is het dorp in de Provence waar rietblazer Raphael Imbert woont, een gemeente van iets meer dan drieduizend inwoners die alle straten in het dorp - en dat is uniek in Frankrijk - vernoemd heeft naar gevallenen in de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Vandaar dat Imbert zijn bij Outhere Music verschenen album 'a meditation on memory' noemt om te vervolgen: 'history and the time that takes music as a poetic-temporal gauge'. Imbert horen we op diverse saxofoons en de basklarinet en weet zich omringd door pianist Vincent Lafont, bassist Pierre Fenichel en percussionist Mourad Benhnammou. Zij zijn verantwoordelijk voor een bijzonder album, de moeite waard om te beluisteren.

Imberts spel is uitstekend geschikt voor een album als dit; zijn toon is warm, diep doorleefd en voorzien van een rafelig randje. En op de zeventien vrij korte stukken weet hij iedere keer de toon op buitengewone wijze te treffen. Maar hij niet alleen, zo schittert Benhammou in het titelstuk 'Oraison' met bijzonder slagwerk, duidelijk meer dan ondersteunend. Op de achtergrond horen we Lafont, met voorzichtige aanslagen. Het album staat vol met verwijzingen naar het thema dat Imbert koos. Er is het indrukwekkende 'Strassen Des Gedenkens' en het introspectieve 'Oraison De Emile Latil', waarin hij stilstaat bij een van de slachtoffers van de Franse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een stuk dat zich uitstekend leent voor de basklarinet. Prachtig klinkt ook het innemende 'L’Atlantique', met wederom een sterke bijdrage van Benhammou.

Het delicate pianospel van Lafont kunnen we optimaal bewonderen in 'For Years' en het krijgt een vervolg in 'Chant De Bataille', waarin Imbert verwijst naar de omstreden dichter Georges Bataille. Een slepend ritmisch patroon hier, wat voor Imbert de voedingsbodem levert voor een bijzonder intieme solo op sopraansax. En verderop horen we Lafont weer solo, het ritme strak met de linkerhand, boeiende motieven met rechts. Een stuk dat in alles weemoed uitstraalt. In 'Oraison d’Eugène Revest' en 'Oraison De Clement Plane' staat Imbert stil bij de kinderen die omkwamen tijdens de Eerste Wereldoorlog en ook hier weet het kwartet op bijzondere wijze de gemoederen in beweging te krijgen. De basklarinet horen we weer in 'Timon En Berceuse' en 'Petite Sauge Couleur Garance', dat hij samen met 'Malo’s Sunset' opdraagt aan zijn drie kinderen.

Foto: Muriel Despiau

Labels: ,

(Ben Taffijn, 13.1.22) - [print] - [naar boven]



Cd
Diego Pinera - 'Odd Wisdom' (ACT, 2021)

Opname: 7 februari 2020

Ik geef eerlijk toe dat ik een persexemplaar van het bij ACT verschenen 'Odd Wisdom' aanvroeg vanwege saxofonist Donny McCaslin en gitarist Ben Monder. Sterker nog, Diego Pinera, onder wiens leiding dit album gestalte kreeg, was mij volkomen onbekend. En toch woont deze uit Uruguay afkomstige drummer al weer bijna twintig jaar in Berlijn, niet zo heel ver hier vandaan. Een veelzijdig talent, zo blijkt uit dit boeiende album, waarop we naast de drie hierboven genoemde musici ook nog bassist Scott Colley horen.

Volgens Pinera zelf is 'Odd Wisdom' een zeer persoonlijk album geworden: "It bringt together all of the sounds and rhythms that I have been working on for the past decade." En dat blijkt een zeer divers palet te zijn, want reeds in opener 'Clave Tune' horen we dat Pinera een drummer is die zich niet beperkt tot de binnen de jazz gangbare ritmische structuren. Hier klinken ook duidelijk zijn Zuid-Amerikaanse wortels door, zonder dat er het etiket 'Latin' opgeplakt kan worden en neigt het zo nu en dan ook zeker naar de percussie zoals die vaak in de meer experimentele muziek klinkt. Maar ondanks Pinera's percussieve uitweidingen klinkt dit album juist nergens bijzonder experimenteel. Integendeel, de nummers liggen uitstekend in het gehoor en zijn over het algemeen ronduit melodieus te noemen.

Dat past natuurlijk ook prima bij een saxofonist als McCaslin, die juist bekend staat om zijn fraaie melodische lijnen, een kwaliteit die je bij Monder eveneens terugvindt. Een hoogtepunt op het album is het langzame stuk 'Conversation With Myself', waarin werkelijk alles klopt. De zeer bescheiden rollen van Pinera en Colley, de fluisterzachte en innemende solo van McCaslin en verderop het ritmische duet tussen McCaslin en Monder, het maakt dit tot een prachtig stuk. Het zijn kwaliteiten waar het al even innemende 'Space' evenzeer aan voldoet. En het staat nergens vermeld, maar aan het Spaans te horen is het volgens mij toch Pinera die we hier horen zingen. 

Sowieso is dit over het algemeen een vrij ingetogen album, dat zijn kracht ontleent aan zorgvuldig en fijnbesnaard (samen)spel. Zelfs in een wat dynamischer stuk als 'Mi Cosmos' klinkt het allemaal nog steeds vrij ingetogen. Een prachtig stuk overigens, vanwege de indrukwekkende solo van McCaslin, melodieus en experimenteel tegelijk, maar zeker ook door het slagwerk van Pinera, dat hier in een lange solo uitstekend bewonderd kan worden. Die Zuid-Amerikaanse wortels van Pinera vinden we ook mooi terug in 'De Madrugada'. De soepel geblazen solo van McCaslin past prachtig bij de dansbare ritmiek van Pinera en Colley.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels: , , , ,

(Ben Taffijn, 10.1.22) - [print] - [naar boven]



Concert
Big! Band! Bang!

WE Big Band, donderdag 16 december 2021, Pelt Jazz, CC Palethe, Pelt

Soms kun je maar pech hebben. Dan heb je in februari 2020 net met veel enthousiasme en geschikte muzikale maten een kakelverse bigband opgericht, waarvoor je een mooie setlist klaar hebt liggen en dan valt plotseling de gelegenheid om concerten te geven weg. Het overkwam trompettist Carlo Nardozza, artistiek leider van de WE Big Band. De coronapandemie doorkruiste zijn plannen, want de Genkenaar had om zich heen een veelbelovend gezelschap verzameld, met jonge toptalenten uit het Limburgse. Naast het spelen met zijn eigen formaties verdiende Nardozza zijn sporen als graag gezien bandlid in gerenommeerde formaties als het Brussels Jazz Orchestra, de WDR Big Band en het Metropole Orkest. Al die ideeën en ervaringen bleken nu volledig tot wasdom te zijn gekomen in de WE Big Band, die ondanks de coronabeperkingen een indrukwekkend en zeer onderhoudend optreden wist neer te zetten voor Pelt Jazz in CC Palethe.

Een valkuil bij bigbands kan soms zijn dat de verveling na een tijdje toeslaat bij de toehoorder, bijvoorbeeld vanwege een routineuze uitvoering. Niets daarvan bij deze fris klinkende bigband; daar zorgden de gevarieerde setlist, de uitstekende arrangementen en de sterke solistische bijdragen wel voor. De leider gaf zelf het goede voorbeeld met boeiende en verhalende improvisaties op trompet en bugel. Antoine Colin schitterde in 'Juaninfron' met stevig, high energy trompetwerk in de hogere regionen, gevolgd door een sterke sopraansaxsolo van Daniël Daemen. Mooie tutti's met de trompetten in de hoofdrol zorgden voor een filmisch gevoel; het zou zo een Bond-thema kunnen zijn. Nardozza toonde zich bijzonder onderhoudend met leuke anekdotes en milde ironie in zijn aankondigingen. Zo bleek 'Down To Bernina' geïnspireerd te zijn door een soort dollemansrit in een camionette waarmee hij ooit de Berninapas in Zwitserland afdenderde - de rem bleek niet te werken. Het stuk begon als een duo Nardozza-Daemen en werd vervolgens zeer visueel ingevuld door het orkest.

De ballade 'Commencar De Novo' droeg Nardozza op aan de vorig jaar overleden Ack van Rooyen. De volvette klank van zijn bugel, de melancholie en de late night feel vormden een passende ode aan deze gigant. Frederic Weatherly zou tevreden zijn om te merken dat zijn in 1913 geschreven 'Danny Boy' de tand des tijds nog steeds doorstaat. Zeker in zo'n aangenaam warme uitvoering met een feature voor Bram Weijters, die vaste pianist Ewout Pierreux deze avond prima verving. Nog zo'n ballade die langskwam was 'Paisellu Miu' van de Belgisch-Italiaanse zanger Rocco Granata. Een lied over een plek waar je je thuis voelt, dat inmiddels een soort lijflied is geworden voor Nardozza. De WE Big Band sloot af in Zuid-Amerikaanse sferen met 'Caravan', altijd fijn om weer te horen.

Het toch nog talrijke publiek werd tenslotte naar huis gestuurd met een verrassende toegift in de vorm van een als kerstsong verklede versie van 'Felicità', een hit uit 1982 van Al Bano en Romina Power.

Dat de WE Big Band met zijn spelplezier, virtuositeit en saamhorigheid een eigen plek gaat opeisen in het topsegment van de Europese bigbands lijdt eigenlijk geen twijfel. Het zou ook verdiend zijn!

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Labels: , ,

(Maarten van de Ven, 8.1.22) - [print] - [naar boven]



2 Lp's on 1 Cd
The Brothers Sandole - 'Modern Music From Philadelphia'
Opname: juli 1955
John La Porta Septet, Quartet & Duo - 'Conceptions' (Fresh Sound, 2021)
Opname: juni 1956

Jordi Pujol, producer van Fresh Sound Records, ontmoette ik een keer, op het North Sea Jazz Festival in Den Haag. Hij vertelde dat hij een kelder vol had - het was meer en soort bunker, zoals hij het uitlegde - met hagelnieuwe jazz-lp's vanaf circa 1950. Tienduizenden! Jaja, dacht ik, het zal wel. Ik vond dat ik het zelf niet slecht deed, met een halve Lundiakast vol. En dan had ik ook nog drie en een half Croydonboekje volgeplakt met kleurige vliegtuigplaatjes. Waarvoor mij vader zich het schompes had gerookt. Ha!

Wat blijkt, veertig jaar later? Die Pujol moet inderdaad een of meer bunkers hebben met daarin zowat het complete universum aan jazzplaten. En net als het echte heelal breidt zich dat naar hartenlust uit, zo lijkt wel.

Daar vinden we tot dusver onbekende exoplaneten, zoals het onderhavige album van de Sandole Brothers en John La Porta. De wàt Brothers? Adolph en Dennis Sandole. Muziekdocenten in Philadelphia, die in 1955 besloten een jazzplaat op te nemen, maar dan zonder commercieel oogmerk, puur met de muziek die zij op dat moment relevant en tof vonden. En dat werd dus iets tussen jazz (Gillespie, Parker, Mingus), impressionistisch klankvelden en contemporaine kamermuziek in. Hoe ze het label Fantasy zo gek hebben gekregen, geen idee, misschien hebben ze zelf wel honderd exemplaren afgenomen.

Afgaande op titels als 'Wings Over Persia', 'The Boys From Istambul', 'Arabu' en 'Magic Carpet' zou je kunnen concluderen dat de gebroeders of hun voorvaderen oorspronkelijk uit het Midden-Oosten afkomstig waren, dan wel daar affiniteit mee hadden. Doch de familienaam was oorspronkelijk Sandoli. Kennelijk Italiaans.

Gitarist Dennis Sandole heeft de bio-/discografieën nog wel gehaald, als ritmegitarist bij de bigbands van Ray McKinley, Tommy Dorsey, Boyd Raeburn, Gene Krupa en Charlie Barnet. Niet de minsten. Maar zijn belang voor de jazzgemeenschap was toch wel primair zijn docentschap. Hij was de leraar van een groot aantal jazzmuzikanten uit Philly, van James Moody tot Matthew Shipp. En van 1946 tot de vroege jaren vijftig was saxofonist John Coltrane Sandoles meestbelovende student...

De nadruk ligt hier meer op kleuren dan ritmen. Sommige titels ('Perhaps, One Touch Of...') geven je de sensatie dat je je op een in een orkaan golvende hangbrug bevindt, andere nummers ('Magic Carpet') klinken als etudes voor gevorderden. Het kleed in kwestie is kamerbreed en hoogpolig en in gedekte kleuren leverbaar.

Trait d'union van dit album is rietblazer John La Porta, die op alle 21 tracks te horen is. Diens palet is nog groter dan dat van de Sandoles. Van tamelijk straight-ahead jazz tot het meer contemporaine idioom van Luigi Nono cum suis. Intrigerend zijn de duetten met trompettist Lou Mucci. Soms zijn dat studies in contrapunt. Is het allemaal uitgeschreven of toch ter plekke geïmproviseerd? La Porta heeft een camouflagenet over 'Perdido' gespannen (de enige standard op dit album). Zodat zelfs componist Juan Tizol zich even achter zijn oren zou moeten krabben. Pas na 7 minuten begin je iets te vermoeden – en dan resteren nog 33 seconden van twijfel.

Als er nog schijven zijn die om de titel 'Avontuurlijkste heruitgave van 2021' willen strijden moeten ze snel zijn.

Labels: , , ,

(Eddy Determeyer, 31.12.21) - [print] - [naar boven]



Cd
Spinifex - 'Beat The Plague' (TryTone, 2021)

Opname: 22 juni 2021

Het is een nobel streven van Spinifex, nu het COVID-19-drama zich met de komst van Omikron lijkt te gaan herhalen. Weer een algehele lockdown. Dus of de zes heren van dit illustere gezelschap in staat zijn om de plaag te verslaan - 'Beats The Plague' heet deze Spinifex - is maar zeer de vraag, maar helpen doet het zeker. Dit soort muziek maakt vanzelf vrolijk, ook als daar op zich weinig aanleiding toe is. Het motto lijkt te zijn: als het dan toch niet anders is, kunnen we maar beter het beste ervan maken.

De harde kern van weleer - 'Beats The Plague' is het zevende album sinds 2013 - is er nog steeds bij: Tobias Klein op altsax, Gonçalo Almeida op contrabas, Philipp Moser op drums en Jasper Stadhouders op gitaar. En sinds het uit 2017 stammende 'Amphibian Ardour' zorgen tenorsaxofonist John Dikeman en trompettist Bart Maris voor extra beweging. En beweging is er genoeg. Met 'Nillepez' springen we direct in het diepe. Of er een bigband aan het oefenen is. Maat houden is hier een bijzonder rekbaar begrip. Terwijl er op de achtergrond met name dankzij Stadhouders regelrechte herrie wordt geproduceerd, gaan de blazers voorin volledig los in oeverloze, knetterende solo's. Als het aan de achterkant stil valt, blijven drie blazers over die met elkaar druk in gesprek raken, meesterlijk. Na een dergelijke klankexplosie verrast een opening als die van 'The Voice Of Dust And Trash'; Stadhouders relatief intieme gitaarspel contrasteert danig. De blazers volgen met al even intieme lange lijnen, de rest van het sextet sluit aan en geleidelijk loopt de spanning weer op en horen we door de Arabische muziek beïnvloede klanken. We zijn weer even terug bij de voorganger, het uit 2019 stammende 'Soufiflex'. Probeer hier nu maar eens somber bij te blijven, ik wens u veel succes.

Het draait allemaal om het derde stuk, een punk gerelateerde klankuitbarsting: 'Fuck The Pest', juist. 'Bageshri' helpt aansluitend om dit gestalte te geven, ons in feeststemming te brengen, ook al is daar wellicht allesbehalve reden toe. Lekker nummer, strakke lijnen en meesterlijk georganiseerde chaos wisselen elkaar in hoog tempo af. In 'Four20' overheerst met name die laatste component. Wat hier vooral opvalt is het onregelmatige, maar daardoor ook zeer spannende ritme. Laatst in Het Parool: 'In de eerste negen maanden van 2021 zijn 6800 meer kinderen geboren dan in dezelfde periode in 2020. Het is de verwachting dat het aantal geboortes in 2021 op bijna 180.000 uitkomt, een aantal dat sinds 2011 niet meer is bereikt, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).' Ja, dat krijg je als ze alles op slot gooien, 'Sex & Pestilence' met andere woorden. Stomend stuk natuurlijk, een korte, tegen felle rock aanleunende uitbarsting. Het krijgt zijn vervolg in 'Sesler6' met zo'n typische, onmetelijk scheurende en schurende Dikeman-solo. En tot slot is er 'I’ll Call You In A Hundred Meters', met onder andere krachtige en zeer overtuigende solo's van Maris en Stadhouders. We kunnen er weer even tegen.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 25.12.21) - [print] - [naar boven]



Concert / Jazztube
Basklarinetfestijn in de stream

Büyükberber/Klein/Smith/Watanabe & Rudi Mahall/John Schröder, donderdag 16 december 2021, Bimhuis, Amsterdam

Ik had u vandaag willen verrassen met een verslag van het laatste concert in de 2021-editie van het Basklarinetfestijn. De tijd haalde ons echter in, want op zaterdagavond werd duidelijk dat Nederland met ingang van vijf uur zondagochtend wederom in een gehele lockdown moest. En nu zit ik dus achter de tv. Want het eerste concert in een serie van drie vond afgelopen donderdagavond plaats in een leeg Bimhuis, maar met een camera. Dus bespreken we dat concert - het haalt het niet bij een live ervaring, maar het is beter dan niets. Twee bijzondere optredens. Allereerst is het podium voor een van de grootste basklarinettisten in dit genre, Rudi Mahall, die we in een duoset horen met gitarist, drummer en pianist John Schröder. Aansluitend treden de basklarinettisten Oğuz Büyükberber en Tobias Klein aan, samen met de percussionisten Ches Smith en Rie Watanabe.

Schröder begint op piano. Samen leggen hij en Mahall abstracte patronen. Pure improvisatie, dat wordt direct duidelijk. En dat is ook wat het zo jammer maakt als er een concert niet door gaat; iedere keer is immers uniek. Na enkele minuten kruipt Schröder achter zijn drumstel, gebroken ritmes volgen. Mahall blaast intussen onverdroten verder, slingers noten, van laag naar hoog schietend. Die afwisseling wordt een constante in de set. In de scènes waarin Schröder achter het drumstel zit, heeft het ritme de overhand en beweegt Mahall zich soepel tussen Schröders slagen. De combinatie met de pianist Schröder brengt ons in geheel andere sferen. De muziek heeft dan veel weg van hedendaagse kamermuziek, zeker als Schröder even mag soleren. In de toegift vindt Schröder het ritme op de piano. Het vormt een magistrale afsluiting van een bijzondere set.

En dan is het de beurt aan het kwartet Klein, Büyükberber, Smith en Watanabe, ofwel de bijzondere combinatie van twee basklarinettisten en twee percussionisten. Klein en Büyükberber kennen elkaar inmiddels door en door, iets dat zich vertaalt in perfect duospel, waarin ze elkaar naadloos aanvullen. Moeiteloos wisselen ze soleren en begeleiden met elkaar af en dat alles regelmatig in een razend tempo. De beide slagwerkers leggen vaak prachtige accenten, met name Watanabes vibrafoon kleurt mooi bij de klank van de basklarinetten, terwijl ze op andere momenten krachtige ritmische patronen neerleggen, de sfeer naar hun hand zettend. Bijzonder luisterrijk gaat het eraan toe in Büÿukberbers 'Numbered Punctuation', waarin vooral de innemende melodische en ritmische patronen opvallen en slagwerk en basklarinet elkaar op bijzondere wijze afwisselen.

In de Jazztube hierboven kun je het complete concert terugzien.

Labels: , ,

(Ben Taffijn, 22.12.21) - [print] - [naar boven]



Cd's
Evan Parker portret - deel 3
Setoladimaiale Unit & Evan Parker - 'Live At AngelicA 2018' (Setola di Maiale, 2019)

Opname: 16 mei 2018
Alexander Hawkins feat. Evan Parker + Riot Ensemble - 'Togetherness Music' (Intakt, 2021)
Opname: 30 juli 2020

We sluiten ons drieluik van Evan Parker af met twee ensemble-cd's. Setola di Maiale is een van de gezaghebbende labels als het gaat over vrije improvisatie in Italië. In 2018 bestond het label vijfentwintig jaar en dat werd tijdens het festival AngelicA 2018 groots gevierd met een voor die gelegenheid opgericht tentet, de Setoladimaiale Unit met als een van de tien leden Evan Parker. Recent verscheen er bij Intakt 'Togetherness Music', een compositie van pianist Alexander Hawkins voor een aantal jazzmusici en de musici van het in hedendaags gecomponeerde muziek gespecialiseerde Riot Ensemble. Ook hier is Parker van de partij.

Bijzonder aan 'Live In AngelicA 2018' is allereerst het 'Intro', waarin we de componist Philip Corner en zijn vrouw, de choreografe en danseres Phoebe Neville horen op gongs. Een stemmig begin van een prachtige, bijzonder experimentele set. In 'First', het eerste van vijf delen waarin deze improvisatie is gehakt, klinken prachtige klankwolken. Langgerekte noten van de blazers; naast Parker horen we Marco Colonna op klarinetten, Martin Mayes op hoorns, Patrizia Oliva op elektronica en de experimentele schermutselingen van Alberto Novello. Het trio Giorgio Pacorig (piano), Michele Anelli (contrabas) en Stafano Giust (drums en cymbalen) laveert daar met speelse klanken behoedzaam tussendoor. Musici die we kennen van hun diverse projecten bij dit label, musici ook die het vak van de vrije improvisatie tot in de puntjes beheersen. En begint 'First' nog redelijk beheerst, gaandeweg loopt het weer heerlijk uit de hand en is nauwelijks nog te volgen wie er 'aan het woord' is. Wat overigens geenszins betekent dat de rust elders niet wederkeert. Dat gebeurt regelmatig in de vijf delen, iets dat vaak prachtige momenten met zich meebrengt, zoals de klarinetsolo van Colonna in het tweede deel, het duet van hem - hier op basklarinet - met Mayes in het derde deel, de enigszins mystiek aandoende klanken in ditzelfde deel, afgewisseld met imposant basspel van Anelli. En natuurlijk horen we Parker volop met imposante solo's, bijvoorbeeld in het vierde deel.

Hawkins liet zich voor 'Togetherness Music', zijn eerste proeve van bekwaamheid als componist, inspireren door Parkers circulaire ademhalingstechniek. Een van de mooiste solo's kenmerkt dan ook het begin van het eerste stuk, 'Indistinguishable From Magic'. En magie is dit, pure magie. De structuur van Parkers solo houdt Hawkins vast in het verdere verloop van het stuk, in de vorm van langzaam voortbewegende klankwolken. En hier wordt de rol van het Riot Ensemble duidelijk, want Hawkins' compositie kent zowel invloeden uit de geïmproviseerde muziek als uit de gecomponeerde. In 'Sea No Shore' valt in dit licht allereerst de prachtige bijdrage van percussionist Mark Sanders op en aansluitend het duet van hem met trompettist Percy Pursglove, die eveneens thuis is in beide muzieksoorten. Hawkins staat bekend om zijn bijzonder brede muzikale interesse. Dat hij in 'Ensembe Equals Together' uitgebreid citeert uit de wereld van de swing en de musicals behoeft dan ook niet te verbazen. Mooi hoe hij dit combineert met meer eigentijdse, abstracte klanken en dit stuk verderop volledig laat ontsporen. Prachtige stijlcitaten ook in 'Leaving The Classroom Of A Beloved Teacher', met een hoofdrol voor pianist Hawkins. Tot slot wil ik hier nog even stil staan bij 'Optimism Of The Will' en dan vooral vanwege het samenspel tussen Sanders en bassist Neil Charles, de opmaat tot een mooi ritmische passage, waarin we ook nog Pursglove horen schitteren.

Foto: Cees van de Ven

Labels: , , , ,

(Ben Taffijn, 19.12.21) - [print] - [naar boven]



Concert
Reeds & Deeds-Roland Kirk 3-1

Reeds & Deeds, zondag 12 december 2021, Jacobuskerk, Feerwerd

De groep Supersax had vier blazers nodig om de solo's van Lester Young en Charlie Parker te reconstrueren en harmoniseren. Frans Vermeerssen kan het met Reeds & Deeds, zijn hommage aan multi-instrumentalist Rahsaan Roland Kirk, met drie rieten af. Waarbij kan worden aangetekend dat Kirk in zijn eentje drie saxen simultaan liet swingen - en dan rekenen we Kirks neusfluit even niet mee. Ook nadat Rahsaan na een zwaar herseninfarct eenzijdig verlamd raakte, ging hij koppig door met zijn one-man orkest.

Met de tenoren van Vermeerssen en Alex Coke en de altsax van Bo van de Graaf wist die eerste het geluid van de in 1977 overleden Kirk verbluffend dicht te benaderen. Geen idee of die transcripties lastig waren, maar het geluid van Reeds & Deeds sloot naadloos aan bij wat ik in mijn hoofd terugvond. Daarbij gaf Coke op fluiten, in combinatie met de alt van Van de Graaf, het geheel een exotisch smaakje, als een soort versterkte zingende schalmei. In het openingsnummer, 'Three For The Festival', benadrukte Vermeerssen de solide R&B-roots van zijn held.

De akoestiek van de Jacobskerk is erg 'nat', voor grotere ensembles dus tricky. Zo stond er met twee saxen al gauw een bigband op het koor. Bo van de Graaf, een van de weinigen die de erfenis van Willem Breuker levend houdt, maakte optimaal gebruik van de echo's in het godshuis.

De spannendste solist van de zondagmiddag was voor mij pianist Michiel Braam. Zijn timing zit lekker achter de beat en soms ('Porthaan's Walk') vertraagde hij het geheel ook nog eens, wat de muziek extra liet swingen. Daar bij raakte hij in latinsferen; zijn begeleiding van Cokes fluitsolo in 'Bright Moments' noodde ons op een aanstekelijk mambofeestje.

De foto's zijn gemaakt door Maarten van de Ven tijdens het concert dat Reeds & Deeds op 24 november jl. gaven bij JIN in Brebl, Nijmegen.

Labels: ,

(Eddy Determeyer, 16.12.21) - [print] - [naar boven]



Cd's
Evan Parker portret - deel 2
Jubileum Quartet - 'A Uiš?' (Not Two, 2020)

Opname: 18 mei 2018
Natural Information Society & Evan Parker - 'Descension (Out Of Our Constrictions)' (Aguirre, 2021)
Opname: 9 juli 2019

In het tweede deel van een drieluik rondom saxofonist Evan Parker allereerst aandacht voor het bij Not Two Records verschenen 'A Uiš?', met daarop de opnamen van een concert dat de drummer-percussionist Zlatko Kaučič in 2018 aangeboden kreeg door het Cerkno Jazzfestival ter gelegenheid van zijn veertigjarig jubileum in het vak. Met Joëlle Léandre op contrabas, Agustí Fernández op piano, Parker op tenorsax en Kaučič zelf op drums betekende dat een treffen van titanen. Verder sta ik stil bij het eerder dit jaar bij Aguirre Records verschenen 'Descension (Out Of Our Constrictions)' van Joshua Abrams' Narural Information Society, met een gastrol voor Parker. Een totaal ander album, maar minstens zo boeiend.

'A Uiš?' bevat slechts één lang stuk waarin de kwaliteiten van deze musici optimaal tot uiting komen. Het begint allemaal met wat schermutselingen, waarin met name Parker en Léandre de toon zetten. Kaučič en Fernández kiezen in deze fase met name voor ondersteunende noten. Iets verderop zijn het Léandre en Fernández die elkaar in een mooi stug duet treffen. We horen die eerste heftig plukken en strijken. En dan slaat de hectiek toe en komen we in een maalstroom van klanken terecht. Kaučič en Léandre vormen een hecht duo, Fernández beukt ijverig op zijn piano en Parker stoot meedogenloos zijn patronen uit. Groot is het contrast met de solo van Léandre als het tumult is uitgeraasd. Dat Léandre tot de top behoort op dit instrument mag inmiddels als bekend worden verondersteld, maar deze veel te korte solo bewijst weer eens waar dat op gebaseerd is. Parker voegt zich erbij, Fernández en uiteindelijk ook Kaučič: tijd voor een tweede klankeruptie. Rond de vijfentwintigste minuut treffen Léandre en Kaučič elkaar voor een ronduit stomend intermezzo, wederom de opmaat vormend voor een maalstroom aan klanken, tot het ook nu weer Leándre is die de kans krijgt te soleren, nu de laagste snaar van haar bas inzettend voor sombere, duistere noten. Tot slot loopt ook nu de spanning weer op en aan alles voel je dat het naar een climax toe beweegt.

De muziek van Natural Information Society wordt het meest gekleurd door Joshua Abrams' spel op de gimbri, een soort van bas, afkomstig uit West-Afrika en de inzet van de harmonium door Lisa Alvarado, de twee vaste leden van dit verder qua samenstelling wisselende gezelschap. Zij zorgen in eerste instantie voor het meanderende geluid, dat zijn wortels duidelijk heeft in wat we gemakshalve wel eens desert blues noemen. Naast Evan Parker vinden we op dit album - live opgenomen in het Londense Cafe Oto - Jason Stein op basklarinet en drummer Mikel Patrick Avery, die overigens regelmatig onderdeel uitmaakt van dit ensemble. Totaal andere muziek dus dan op 'A Uiš?', maar wel muziek waar Parkers specifieke stijl prima bij past. Want deze trancemuziek leent zich natuurlijk bijzonder goed voor de circulaire ademhaling die Parker regelmatig in zijn solo's hanteert. Een prachtige frase aan het eind van het eerste deel van het uit vier delen bestaande 'Descension (Out Of Our Constrictions)' vormt al voldoende bewijsmateriaal en dan moeten de andere drie delen nog volgen. Dat hij zich hier dan ook beperkt tot de sopraansax hoeft niet te verbazen, die leent zich met zijn hoge geluid het beste voor de meanderende patronen.  

Foto: Cees van de Ven

Labels: , , ,

(Ben Taffijn, 15.12.21) - [print] - [naar boven]



In memoriam / Artikel
Barry Harris

Zijn fameuze wekelijkse workshops vormden jarenlang de ruggengraat van de New Yorkse bebopscene. In een ziekenhuis in Weehawken, New Jersey overleed woensdag 8 december pianist Barry Harris aan de gevolgen van corona. Twee weken eerder was hij er opgenomen; de pianist werd op een week na 92.

Barry Doyle Harris zag het levenslicht in Detroit en maakte daar in de jaren vijftig snel naam als een ideale begeleider en een begaafd solist. Hij kan beschouwd worden als een representant van de tweede generatie boppianisten. Pianist Michael Weiss, een leerling van Harris, vatte zijn stijl samen: "Barry orkestreerde de melodieën en bouwde zijn improvisaties op in een relaxt, ongehaast en los narratief - een lyriek die geserveerd werd met een laissez-faire houding, waarbij hij nooit overging tot virtuositeit om de virtuositeit, maar complex of eenvoudig naar gelang de behoefte."

"Eigenlijk is hij een logische voortzetting van Bud Powell en het komt mij altijd voor dat Barry Harris dingen speelt die Powell had willen spelen," schreef pianist Rein de Graaff over zijn "wonderbaarlijke" collega. Klik hier om het artikel te lezen.

Labels: , ,

(Eddy Determeyer, 14.12.21) - [print] - [naar boven]



Cd
Susana Santos Silva & Torbjörn Zetterberg - 'Tomorrow' (Carimbo Porta-Jazz, 2021)

Het moment was eindelijk rijp om een vervolg te maken op 'Almost Tomorrow' (2013). De bagage en ervaring zijn uitgebreid, de interactie nog inniger verstrengeld, de aanpak even consistent. 'Tomorrow' is bovenal een oefening in dosering en poëzie, met vergankelijke klanken en betekenisvolle stiltes verwikkeld in een innige dans.

Ten tijde van dat eerste duo-album voelde het nog aan alsof trompettiste Susana Santos Silva in volle transformatie zat. Er zat een duidelijke noodzaak in om minder conventionele oorden op te zoeken, het terrein van jazz regelmatig te verlaten, een beweging te maken naar hedendaagse geluiden, experimentele oorden en een focus op klank. Haar traject werd een voorbeeld van een moderne veelzijdige artiest die zich zowel kan inschakelen in grotere projecten (o.a. Eve Rissers White Orchestra en Fire! Orchestra) als graag meetings aangaat met verwanten uit verschillende hoeken, van Kaja Draksler tot Fred Frith en Gonçalo Almeida.

Partner en bassist Torbjörn Zetterberg stond daarbij vaak aan haar zijde. Zo nam het koppel een album op met organist Hampus Lindwall en met rietblazer Chris Pitsiokos, dat ze nog kwamen voorstellen tijdens het Portugees gekleurde BRAND! Festival van 2018, waar Santos Silva de centrale gast was. Ook haar concert met het Red Trio en de soloperformance die ze gaf in de Sint-Romboutskathedraal in Mechelen getuigden van karakter en maturiteit. En dat is ook het geval op 'Tomorrow'. Trompet en bas, meer komt er niet aan te pas, maar door een imposante instrumentbeheersing en inventief gebruik te maken van de mogelijkheden die de Petruskerk in Stockholm bood, blijf je hier op het puntje van je stoel.

Opener 'Arriving', met die diep brommende bas en een trompet die klinkt als een tunnelsirene, heeft even iets van elektronisch bewerkte interactie met een soort industriële vibe. Het is vermoedelijk het resultaat van afwisseling van technieken en inventieve plaatsing van micro's, want het gaat er regelmatig net zo excentriek als verschillend aan toe, vergelijk gewoon even met 'Contemplating The One' of het meer natuurlijke geluid van 'Ema'. Santos Silva geeft de trompet regelmatig de warme, rondere sound van een bugel, schuift moeiteloos naar spiralende bewegingen of brengt haar zinderende soloalbum 'All The Rivers (Live At Panteão Nacional)' uit 2018 in herinnering.

Het is echter het samenspelen van de twee dat met de hoofdprijs gaat lopen, want ze wentelen zich samen op gang, laten iele klanken ontglippen en werken met contrasten. Heeft Zetterbergs strijkstokwerk het ene moment iets van een trage ritualistische grandeur ('Observing The One'), dan gaat het net zo vaak om een soort klankonderzoek dat de trompetverkenningen van weerwoord dient. De muziek dikt aan en dunt uit, laat ruimte en overlapt, nu eens expressief grommend en ruisend, en dan weer ingetogen, verwikkeld in een schuchtere dialoog. Dit zijn fijnzinnige conversaties die naakt en fragiel zijn en geen afleiding verdragen. 'Tomorrow' is een album om alleen en in opperste concentratie te beluisteren. Niet omdat de details anders verloren gaan, maar omdat het zo intiem is dat het publiek een voor een deelgenoot wordt van wat zich afspeelt.

Klik hier om twee tracks van dit album te beluisteren.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be | Foto: Cees van de Ven

Labels: , ,

(Guy Peters, 12.12.21) - [print] - [naar boven]



Cd's
Evan Parker portret - deel 1
Evan Parker & Paul Lytton - 'Collective Calls (Revisited Jubilee)' (Intakt, 2020)

Opname: 29 maart 2019
Evan Parker & Matthew Shipp - 'Leonine Aspects' (Rogue Art, 2020)
Opname: 22 augustus 2017
Foussat/Lazro/Parker - 'Cafe Oto 2020' (FOU, 2020)
Opname: 22 januari 2020

De carrière van Evan Parker, dit voorjaar werd hij zevenenzeventig, start half jaren 60 van de vorige eeuw als hij zijn studie botanie aan de universiteit van Birmingham afbreekt om zich aan de muziek te wijden. Sindsdien is Parker, met zijn kenmerkende saxgeluid, niet meer weg te denken uit de wereld van de vrije improvisatie. Gelukkig is hij nog altijd actief en een klein stapeltje cd's noopt dan ook tot een nieuw drieluik. Vandaag daarin allereerst aandacht voor twee duoalbums. 'Collective Calls (Revisted Jubilee)' bevat opnames met drummer Paul Lytton en verscheen bij Intakt, terwijl we hem op het bij Rogue Art verschenen 'Leonine Aspects' horen met pianist Matthew Shipp. Tot slot besteden we aandacht aan 'Cafe Oto', waarop we Parker horen met collega-saxofonist Daunik Lazro en de in elektronica gespecialiseerde Jean-Marc Foussat, verschenen op Foussats Fou Records.

In 1969 hoort Parker Lytton op de radio. Hij neemt contact op met de drummer en een jaar later vindt hun eerste treffen plaats. Een samenwerking die inmiddels dus een halve eeuw in beslag neemt, vandaar dat 'Revised Jubilee'. Veertig jaar geleden zei Parker tegen Derek Bailey: "The people I've played with the longest actually offer me the freest situation to work in." Een uitspraak die in deze studio-opnamen zonder meer zijn beslag krijgt. We horen hem hier louter op tenorsax, maar wel in de voor hem zo kenmerkende stijl, zwaar leunend op de circulaire ademhaling. Langgerekte, kleurrijke patronen ontvouwen zich, tegen een al even kleurrijke achtergrond van percussie. Het zijn opvallend korte stukken die hier klinken, elf in totaal, met ieder een eigen karakter. Soms bijzonder pittig, zoals in '...Confused About England', soms melancholiek en verstild, waar 'England Feels Very Remote To mM' een mooi voorbeeld van is. En niet alleen is Parker een bijzondere saxofonist, Lytton is een bijzondere drummer, of eigenlijk percussionist. 'Becoming Transfigured', waarin we Lytton solo horen, is daar een mooi bewijs van. Maar wat dit album zo de moeite waard maakt is toch vooral dat samenspel en de wijze waarop zich dat in een halve eeuw heeft ontwikkeld.

Een van de belangrijkste voorbeelden voor Parker is nog altijd John Coltrane en 'Leonine Aspects', live opgenomen in augustus 2017 in Mulhouse, is een tribuut aan een saxofonist die zowel voor hem als voor pianist Matthew Shipp - en ja, voor wie in de jazz eigenlijk niet - van onschatbare waarde is. Eén lange set en een toegift bevat dit album. Een stomende en vrij abstracte set waarin de twee laten horen dat ze elkaar prima aanvoelen en tot grote hoogte weten te stuwen. En toch bevat ook dit concert een aantal zeer melodieuze momenten, als Shipp de toetsen ingetogen beroert tijdens een van die solo's of juist de groove zoekt, of als Parker - vaak daartoe aangezet door zo'n groove - felle patronen ten beste geeft. En dan moet die prachtige solo rond de vijftiende minuut op altsax worden genoemd, een prachtig staaltje circulaire ademhaling, hij kan het gelukkig nog steeds. In de toegift zijn hun klanken volledig in elkaar verstrengeld.

Het dubbelalbum 'Cafe Oto 2020' bevat een weergave van het concert dat Jean-Marc Foussat in januari 2020 gaf in het Londense Cafe Oto. Op de eerste cd horen we hem solo, op de tweede samen met Evan Parker en Daunik Lazro. Twee saxofonisten, Parker op sopraan en Lazro op tenor en bariton, hun klanken innig in elkaar verstrengeld, samen met Foussat, die met zijn synthesizer een kleurrijk klanklandschap in elkaar knutselt. Hoe anders de stijl van Lazro is dan die van Parker blijkt mooi uit de solo van eerstgenoemde als de set ongeveer een kwartier op dreef is. Zo ongenaakbaar en rauw klinkt Parker nooit. De rol van Foussat is in het geheel over het algemeen ondersteunend. Hij geeft de twee blazers volop de ruimte, al zijn er zeker ook momenten waarop hij zijn synthesizer flink laat piepen, ratelen en ploppen. Sowieso is dit een bijzonder aangename, maar ook heerlijk onverwachte combinatie van instrumenten.

In de Jazztube hierboven zie je het bewuste optreden dat Jean-Marc Foussat, Evan Parker en Daunik Lazro op 22 januari 2020 gaven in Cafe Oto.

Labels: , , , ,

(Ben Taffijn, 9.12.21) - [print] - [naar boven]



Concert
Bedwelmende cross-over

Gijs Levelt Spoken Quartet, vrijdag 26 november 2021, Paradox, Tilburg

Halverwege de première van het Gijs Levelt Spoken Quartet vertelt de trompettist vol trots over de ontstaansgeschiedenis van zijn groep. Levelt, bekend van de Amsterdam Klezmer Band, STriCat en Spinifex, heeft in coronatijd in de thuisstudio solostukken voor trompet met effectapparatuur opgenomen. Via crowdfunding heeft dit uiteindelijk geleid tot de realisatie van een cd met als titel 'Spoken'. Na opnames voor de 2 Meter Sessies heeft Levelt, na jarenlang als sideman actief te zijn geweest, zijn eigen kwartet opgericht. Naast de bandleider maken toetsenist Stefan Schmid, basgitarist Mark Haanstra en drummer Joost Lijbaart deel uit van deze groep.

Gijs Levelt maakt direct duidelijk dat zijn muziek is geïnspireerd door het elektronisch gemanipuleerd trompetgeluid van illustere voorgangers. De sounds van de livebands van Miles Davis uit de jaren 70 en de dit jaar overleden trompettist Jon Hassell zijn geïncorporeerd in het totale groepsgeluid. Vooral het dynamisch gebruik van de elektronische toetsen van Stefan Schmid draagt in hoge mate bij aan afwisseling en spanning in kenmerkende fusion. De tijdsbewaking van het kwartet is adequaat, de complexe ritmes zijn rijk en voorbeeldig en benadrukken de veelzijdigheid van drummer Joost Lijbaart. In deze constellatie is Lijbaart niet alleen muzikaal fijnzinnig; hij drumt ook bevlogen, meedogenloos en funky.

Zonder deze schakels van onheilspellende sounds, bedwelmende passages en breaks zou de cross-over van jazz, rock en space aan muzikale expressie hebben ingeboet. Levelt speelt met het timbre van zijn instrument door afwisselend de demper te gebruiken. Door toevoeging van elektronica zoals loopings worden de trompetdistortions verder doorgevoerd, waardoor vaak korte bezwerende soundscapes ontstaan. Ook de spaarzame, staccato ingezette trompetklanken en de daarmee gepaard gaande stiltes worden herhaaldelijk toegepast. Op de dag van de uitvaart van Ack van Rooyen draagt Levelt de compositie 'Dizzy' op aan de meester met zijn prachtige, ronde en akoestische toon. Na een intense bassolo van Mark Haanstra wijkt de groep nog een keer af van het fusion-soundscape idioom en wordt in 'Dolmus Havasi' op lieflijke wijze een klezmer ten gehore gebracht. Hierdoor ontstaan creatieve intermezzo's die de mogelijk te eenzijdige muzikale reis tijdig kunnen afwenden.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels: , , , ,

(Louis Obbens, 6.12.21) - [print] - [naar boven]



Cd
Eskina - 'We Were The Moon' (Challenge, 2021)

Opname: 12-13 december 2020

Eskina is een bijzondere verschijning in het muzikale landschap, een kwintet dat zich lastig laat vastpinnen. Dat begint al met de bezetting die oprichter en gitariste Merel van Hoek een aantal jaren geleden koos. De aanwezigheid van altvioliste Kellen McDaniel en celliste Berber Heerema, naast basgitarist Joop de Graag en percussionist Mischa Porte, doet ons immers niet primair aan jazz of pop denken. En toch is dit pop, maar ook jazz en folk en zijn er invloeden van ambient en neo-klassiek, zo valt te beluisteren op het bij Challenge Records verschenen debuutalbum 'We Were The Moon', waarop we als gast ook Maarten Vos horen, in de weer met live elektronica.

In de 'Prologue - Waking Up In An Old World' horen we vooral folk. Inderdaad, hier klinken eeuwenoude melodische lijnen, ingetogen gespeeld en zeer harmonieus vormgegeven. Een hele cd hiervan zou voor mijn gevoel doodsaai zijn, maar dat krijgen we dan ook niet. In het tweede stuk 'Eudaimonia' zit al iets meer pit, maar in 'Matri' komt het kwintet na een strijkersintro echt op stoom. Van Hoek, De Graaf en Porte zetten een mooi ritme neer, waar de twee strijkers prachtig in mee gaan, een toegankelijke mix van pop, jazz en folk. Verderop wordt het zelfs nog scherper met noise van Van Hoek en De Graaf. Het contrasteert mooi met de strijkers.

'De liefhebbers van ingetogen jazz en ambient kunnen hun hart ophalen aan 'Setting Sun'. Wolken van klank worden hier prima in toom gehouden door spaarzaam, maar zeer aanwezig slagwerk. Het titelstuk 'We Were The Moon' zit in dezelfde hoek, al overheerst hier de dromerige variant van de folk. 'True Love Waits' is al net zo'n dromerig stuk - een etiket dat je op het merendeel van de stukken kunt plakken - maar cello en basgitaar zorgen hier wel voor net dat extra beetje spanning dat dit tot een aangenaam stuk maakt.  

In 'Part Two' worden de snaren weer eens gespannen. Harmonieuze momenten met vliedende strijkersklanken worden hier afgewisseld met ritmische passages, iets dat zich doorzet in 'Dreaming Of Each Other'. Een mooi breekpunt na de voorgaande serie van meer ingetogen stukken. En dan is er 'Epilogue - Nighty Night' en zijn we weer terug bij de sfeer van het begin.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 4.12.21) - [print] - [naar boven]



Concert
Saaiheid buiten de deur
Guido Nijs Kwintet, woensdag 17 november 2021, Liever in de Kluiz dan Thuiz, Theater de Bussel, Oosterhout

Het concert van Guido Nijs en zijn kwintet kenmerkt zich door goed in het gehoor liggende jazz. We worden getrakteerd op een serie bijzonder melodieuze stukken, waarin harmonieus samenspel overheerst en onvertogen noten en dwarse solo's ontbreken. Saaiheid ligt hier dan ook op de loer. Maar dan kent u tenorsaxofonist Guido Nijs en zijn kompanen niet. Hij weet, samen met pianist Jeroen van Vliet, bassist Eric van der Westen, drummer Pascal Vermeer en trompettist Koen Smits, de proef glansrijk te doorstaan. Als je met zoveel drive en overtuigingskracht speelt, blijft saaiheid gegarandeerd buiten de deur.

Tijdens de hoogtepunten - en die zijn er meerdere tijdens dit concert - stromen de klanken onbekommerd, is de groove meeslepend, dringt de muziek uit de postbop, waar deze muziek zeker schatplichtig aan is, zich aan ons op en kunnen we amper nog op onze stoelen blijven zitten. Nummers als opener 'Circle', 'Aggregate' en 'This And That' zijn daar mooie voorbeelden van. Nijs noemt het laatste stuk niet voor niets "een wervelstorm in een glas water". Maar ook een langzamer stuk als Van der Westens 'Lobe' past in dat rijtje, vanwege het strakke melodische patroon.

Met dit nummer valt er ook een bruggetje te slaan naar de individuele bijdragen. Smits levert hier namelijk een prachtige subtiele solo, toch wel een beetje zijn handelsmerk. Zo valt ook het verschil op tussen Smits' solo op bugel in het eerder genoemde 'Circle' en die van Nijs. De eerste is boterzacht en romig, de tweede lekker hoekig en wat scherp. Wat kan die man swingen, iets dat je ook op andere momenten opvalt. Ook Van de Westen valt meerdere keren op met bijzonder zangerige solo's, bijvoorbeeld in 'Pitch Black'.

Het concert maakt onderdeel uit van een kleine tour waarin Nijs zijn nieuwe lp presenteert, 'Train Of Thought’, opgenomen met ditzelfde kwintet en uitgebracht door Greenbag. Een deel van de stukken is daar natuurlijk ook op terug te vinden. Het album hoorde ik niet, maar afgaande op dit concert en recensies van het album door collega's kan het niet anders dan dat u zich daar geenszins een buil aan zult vallen. Nu kan dat ook niet echt met deze musici, want Van Vliet, Van der Westen en Vermeer hebben hun sporen inmiddels wel verdiend, evenals Nijs zelf. De enige relatieve nieuwkomer is Smits. Die houdt zich echter prima staande tussen deze oudgedienden, een trompettist die zich de afgelopen jaren prima ontwikkeld heeft.

Foto's: Donata van de Ven

Labels: ,

(Ben Taffijn, 2.12.21) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Coen Kaldeway Quartet - 'Vanishing Point' (Flyin' High, 2021)

Opname: 2020

Zo af en toe heb je wel eens dat je een cd in handen krijgt van een muzikant die je al heel lang kent, waarvan je weet wat zijn muzische kwaliteiten zijn en desondanks toch nog enorm positief verrast kan raken. Dit is het geval bij 'Vanishing Point' van Coen Kaldeway. Het betreft het debuutalbum van deze sympathieke Utrechtse saxofonist, die al jaren actief is in de plaatselijke jazzscene en daar samen met anderen veel initiatieven van de grond heeft getild dan wel aan meewerkte, denk aan Jazz op Tilt en de wekelijkse sessie bij Back & Fourth (pre-corona). Daarnaast speelde hij in allerlei bands, waaronder Atanga Boom, de Konrad Koselleck Big Band en de formaties van Myrthe van de Wetering, Caro Emerald en Tanja Kross. De coronaperiode, met alle gevolgen van dien voor heel veel musici, heeft Kaldeway aangewend om te werken aan zijn eigen debuutalbum. En dat mag er wezen!

De composities zijn van de bandleider zelf, waarin hij een mooie balans heeft gevonden wat betreft tempi en stijlkenmerken. Kaldeway heeft zijn stukken gebaseerd op de traditionele bebop- en hardboptraditie. Hij laat horen dat daar helemaal niks mis mee is, integendeel. Zelfs de meest kritische jazzpuristen komen aan hun trekken.

Meteen al bij het eerste nummer 'Rat Race' komt de straight-ahead jazz je huiskamer binnen knallen. Met een flink uptempo en een indrukwekkende intro waar drummer Mark van Kersbergen met fraaie tegenbeats en snaredrumroffels excelleert. Ook de kwaliteiten van de andere musici vallen direct op. Pianist Daan Herweg soleert met een ontspannen drive en swing en bassist Tobias Nijboer (bekend van Fuse) speelt loepzuiver. 'Autumn Beauty' is een ontspannen ballad. De frasering van de saxofonist is bijzonder fraai. Ook hier valt de zuivere toon van bassist Nijboer op. Dat is een van de voorwaarden waar elk ander bandlid beter door gaat spelen. Het loopt als een rode draad door het hele album heen.

'36201 Feet' is gebaseerd op een zevenkwartsmaat. Dat heeft een verfrissende uitwerking. Af en toe schuurt het een beetje, maar juist dat maakt het spannend. Ook hier hoor je de knappe timing en valt de mooie snaredrumsound van Van Kersbergen weer op. 'Sibel’s Dance' heeft Kaldeway geschreven voor zijn kleine nichtje. Een intiem stukje met zachte klankkleuren. In 'Knuckle Down' gaat het gas er weer op en Kaldeway speelt een heerlijke solo, mooi opgebouwd in verschillende lagen in een uptempo. Krachtig en to the point! Een hoogtepunt wat mij betreft.

'Punchline' heeft een wat funky inslag, die een beetje doet denken aan Joshua Redman. Zowel de bandleider als pianist Herweg soleren met verve. Opvallend in het titelstuk 'Vanishing Point' en eigenlijk bij alle composities is het hechte groepsgeluid, waarbij iedereen de ruimte krijgt en dat ook aan elkaar gegund wordt. Naast het goede spel zelf is dit ook een van de kwaliteiten van saxofonist Coen Kaldeway, resulterend in een pracht van een debuutalbum.

In de Jazztube hierboven zie je het Coen Kaldeway Quartet tijdens de opname van de titeltrack van 'Vanishing Point'.

Labels: , ,

(Koen Scherer, 1.12.21) - [print] - [naar boven]



In memoriam / Interview
Slide Hampton

Slide Hampton, die 20 november jongstleden op 89-jarige leeftijd overleed, wordt wel beschouwd als een van de beste bebop-trombonisten die in het kielzog van J.J. Johnson furore maakten. Daarnaast was hij een alom gerespecteerde arrangeur. In die laatste hoedanigheid schreef hij charts voor Buddy Johnson, Maynard Ferguson, Woody Herman, zijn eigen Octet, de World Of Trombones en de Ultra Big Band.

Geboren op 21 april 1932 in Jeannette, Pennsylvania als Locksley Wellington Hampton kreeg hij de muziek met de bekende paplepel ingegoten. Het hele gezin speelde namelijk instrumenten, vader, moeder, acht broers en vier zussen; de meesten maakten korte of langere tijd deel uit van Deacon Hampton and his Orchestra. Clarke 'Deacon' Hampton was arrangeur en hij zal de interesse van de jonge Locksley in het arrangeren en orkestreren hebben gewekt.

In november 2008 had Eddy Determeyer een gesprek met de trombonist. Klik hier om het interview te lezen.

Foto: Cees van de Ven

Labels: , ,

(Eddy Determeyer, 29.11.21) - [print] - [naar boven]



Cd
Bo van de Graaf - 'Off The Record' (Toondisc, 2021)

Saxofonist Bo van de Graaf is een positieve jazzwappie om te koesteren! Het is mij een raadsel waarom aan Van de Graaf nog altijd niet de Buma Boy Edgar Prijs is toegekend. Als er iemand is die al meer dan 25 jaar een grootmeester is in de discipline 'buiten de lijntjes kleuren' dan is hij het wel. En dat altijd op een gepassioneerde, indrukwekkende en eigenzinnige manier. Dit nieuwe album heeft niet voor niets als ondertitel 'eccentric music for audio hunters'.

Deze cd levert andermaal het bewijs. Zelfs zonder het surplus van een liveperformance horen we hier zijn veelzijdigheid en orginaliteit ten voeten uit. Michiel Braam, Hans Sparla, Frans Vermeerssen, Arjen Gorter, Bram & Jasper Stadhouders en Fred van Duijnhoven; het zijn zomaar een aantal van de vele muzikanten die hun medewerking verleenden aan dit album. Autoclaxons, dichtklappende autoportieren, draailieren, participatie van publiek: het zijn slechts enkele ingrediënten buiten de gevestigde instrumenten en vocalen die in zijn compositierecepten worden gebruikt.

In 'I Don’t Have A Record Player' leveren de stemmen van celebrities als Urula Andrews, Brigitte Bardot, Greta Garbo, Greta Thunberg en Anita Ekberg ook een bijdrage.

Als de Stichting Boy Edgar Prijs (tegenwoordig ondergebracht in het Fonds Podiumkunsten) doof blijft voor deze musicus, componist en performer van formaat, raad ik de juryleden aan om eens te luisteren naar deze cd en talloze andere. Of bezoek zijn concerten voor het hierboven genoemde surplus.

Kijk voor meer informatie op www.icompani.nl.

Foto: Cees van de Ven

Labels: ,

(Cees van de Ven, 26.11.21) - [print] - [naar boven]



Concert
Onder een nostalgische voile

The Ramblers met Joke Bruijs & Ronald Douglas, zondag 21 november 2021, Singer Concertzaal, Laren

Zo moet de rook van de cigarettes op een zondagmiddag in de jaren dertig in Casino Hamdorff in Laren hebben gehangen, wanneer daar een thé dansant met The Ramblers Dance Band werd gehouden. IJl en transparant en bijna roerloos, maar onmiskenbaar aanwezig.

Nee, er werd deze zondagmiddag niet gerookt, zelfs geen cigarettes, en we bevonden ons ook niet in Hamdorff, maar op een steenworp afstand daarvandaan, in de Singer Concertzaal. Die cigarettesrook moest je er dus bij denken; in plaats daarvan hing er een warm, zoet parfum dat door de rijpere matrones in het publiek werd uitgewasemd. Van die Gooische Vrouwen die de illusie wilden wekken dat ze het zich allemaal heel best herinnerden, die uren in Hamdorff. Toen we net een beetje door de crisisjaren heen waren en ons nog schrap moesten zetten voor de invasie van het Herrenvolk. Natuurlijk was dat allemaal een illusie: het Casino had zijn deuren in de jaren zeventig gesloten (schat ik), om plaats te maken voor nette nieuwbouw.

Maar die geur dus, die vermengde zich in 'Veel Mooier Dan Het Mooiste Schilderij' met het gedempte vleugje zang van de zaal. Meer van Eddy Christiani dan van Marcel Thielemans, akkoord, maar puttend uit hetzelfde vaatje nostalgie. En een pareltje uit het rijke oeuvre van Han Dunk, dat mag ook wel weer eens een keer gezegd worden.

De link met de 'oude' Ramblers was in eerste instantie de leider, Kees Kranenburg jr., die vanaf 1972 achter de ketels zit. Kleinzoon van Kees Kranenburg sr., die er vanaf het prille begin bij had gezeten en die Nederland eind jaren dertig (eindelijk) leerde swingen.

Een feest der herkenning. Voor mij was de aha-erlebnis het nummer 'Steeple Chase' (aka 'Hindernisrennen', aka 'Chasse A Courir'), A.D. 1937, met de gestopte trompetten van Loet van der Lee, Harry Sevenstern en Ellister van der Molen unisono en spatgelijk. Temeer bewonderenswaardig daar Van der Lee en Van der Molen die middag invielen. "We hebben er ook flink op geoefend," verklaarde die laatste bescheiden.

Het jubileumconcert ter gelegenheid van het 95-jarig bestaan (feitelijk 96, maar covid telt niet mee) van het legendarische orkest werd sterk geopend met 'Avalon', waarin David Lukáks op klarinet soleerde. De band telt wel meer eersteklas solisten, maar we genoten toch vooral van het ensemblewerk. Soms blijkt dat ensemblespel uitermate minimalistisch. De orkestrale achtergrond voor Gerlo Hesselinks altsolo in 'In A Sentimental Mood' bestond uit een obligaatpartij van de trombone van Matthias Konrad. Meer niet. De gedwongen retraite van het orkest in aanmerking nemend moet gezegd worden dat de secties alleszins homogeen klonken. In de arrangementen was veel plaats voor subtiele accenten.

Voor The Ramblers waren de vocalen altijd een belangrijk onderdeel van het repertoire. En ze kwamen weer (bijna) allemaal voorbij: 'Dag Schatteboutje', 'Diep In Mijn Hart', 'Wie Is Loesje'. Die vocalen waren nu in de ervaren handen van Joke Bruijs en Ronald Douglas. Velen zullen Bruijs kennen van haar televisieseries en musicals. Doch hier vermelden we dat ze al op haar vijftiende bij het VARA Dansorkest zong, om vervolgens gevraagd te worden door onder meer The Skymasters, The Ramblers (jaja), Frans Poptie, het Metropole Orkest en Cor Bakker. Ook op jazzgebied dus een door de wol geverfde tante, die ergens tussen Rita Reys en Ann Burton geplaatst kan worden, om ons tot de vaderlandse ijkpunten te bepalen. Dat lekker doorrookte, dat vind je niet bij elke musicalster of televisiejuf.

Het zou me sterk verbazen wanneer The Ramblers, met of zonder Joke Bruijs, de 192 niet halen.

Foto's: Hammie van der Vorst

Labels: , , ,

(Eddy Determeyer, 25.11.21) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
La Nuée - 'La Nuée' (Umland, 2021)

Opname: 2020-2021

La Nuée (een geschiktere naam voor deze band valt moeilijk te bedenken) zet de saxofoon centraal en put ook inspiratie uit het instrument zelf. Dat leidt op dit debuutalbum tot een intimistische wereld die even open als afgebakend is.

Altsaxofonist Johannes Eimermacher richtte de band in 2017 op, maar terwijl dat aanvankelijk in een eclectische bezetting was, reduceerde hij het groepsgeluid naar een focus op de saxofoon. Naast hemzelf zijn er nog altsaxofonisten Frans Van Isacker en Audrey Lauro, en daarnaast nog tenorsaxofonist Sylvian Debaisieux en baritonsaxofoniste Hanne De Backer. Dit blazerskwintet wordt vervolgens aangevuld met drummer João Lobo. Stuk voor stuk muzikanten die thuis zijn de jazz of de vrije improvisatie die daar regelmatig aan gelinkt wordt, maar hier krijg je ze te horen in een heel andere context.

Dit is immers een wereld die verticale diepte en horizontaal tijdsgebruik combineert, met lagen die op elkaar gelegd worden en klanken die, hoe onconventioneel ook, kunnen renderen, voor het licht gehouden worden, terug naar de achtergrond kunnen sluipen. De muziek ontstond al improviserend, maar wat het beste werkte vormde regelmatig de houvast in een conventionele of grafische partituur, terwijl er ook ruimte blijft voor vrijheid, al dan niet binnen afgesproken parameters. Kortom: het draait hier grotendeels om het klankenreservoir van de saxofoons, en die wordt verkend met een ijzeren discipline. Hier immers geen gescheur of geharrewar, laat staan lekker swingende ensemblespel, maar een duik in kwarttonen, multiphonics en zogenaamde extended techniques.

Opener 'Flottant' laat de meest gave, uitgepuurde versie van de band horen, met een sax die zacht golvend via circulaire ademhaling de toon zet en stapsgewijs gezelschap krijgt van extra saxen. Het is géén geluidssoep die blijft aandikken of waarin je elke bijdrage meteen kan identificeren (zelfs niet de baritonsax), maar een combinatie van tonen en kleuren die rijker wordt, maar tegelijk heel gedoseerd blijft. De saxen zetten soms een stap achteruit, maar kunnen ook innig verstrengelen, al is dat dan steeds met de bedenking dat ze net niet exact hetzelfde spelen. Het geeft de rust een randje onrust die herinnert aan elektronische vibraties, zeker wanneer het hoge register opgezocht wordt in de tweede helft van het stuk.

In 'L’Éveil' gaat het zo mogelijk nog spaarzamer van start, al blijft de klankkleur hier iets minder zacht. De golven schuren, worden grover, krijgen meer reliëf, en de beheersing kent geen echte rust maar een lichtjes benauwende, onderhuidse spanning. Sluitstuk is het half uurtje van 'Le Départ', waarmee het sextet nog eens laat horen dat ze meer gemeen heeft met het volk dat labels als Wandelweiser of Another Timbre bevolkt dan meer jazzgerichte labels. Hier wordt klank het meest open benaderd, met in de kop vooral zachte ruis, hoorbare ademhaling, geritsel als wind door een kier en binnendruppelende accenten van saxen, maar verderop ook van Lobo, die al even ingetogen te werk gaat.

De saxen voegen vanop de zijlijn steeds meer stemhebbende klank toe, terwijl Lobo's cimbalen subtiel naar de voorgrond tikken en suizen. Het is de start van een genuanceerde opgang die beheersing en beweging voortdurend in evenwicht houdt en ondanks de toenemende kracht- en decibelniveaus nooit helemaal openbarst. Daarvoor is het drone-effect te sterk. Een voor de hand liggende emotionele ontlading wordt ingeruild voor een stelselmatige ontmanteling naar roerende brushes, geruis en, uiteindelijk, onbestemd gefrutsel. Dat maakt van 'La Nuée' een album dat enkel op z'n eigen termen beoordeeld kan worden, als een gedisciplineerd hoorspel - of, inderdaad, het synchrone zwermen van vogels - dat de luisteraar een duidelijk kader biedt, maar daarbinnen wel een enorm vat aan mogelijkheden opentrekt. Wie er de openheid en concentratie voor opbrengt, wordt deelgenoot van een brede reikwijdte aan nuances en klankkleur.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be | Foto's: Wanda Detemmerman

Labels: , ,

(Guy Peters, 24.11.21) - [print] - [naar boven]



Concert
Trippen door Songbook

Fay Lovsky & Arthur Ebeling, zaterdag 13 november 2021, Het Rode Hert, Roderwolde

'Ouwe meuk is altijd leuk' was het motto van het duo Fay Lovsky-Arthur Ebeling zaterdagavond. En zo startte hun recital in het coronaproof theaterzaaltje van Het Rode Hert met 'I'm A Rolling Stone' van Hank Williams, de cowboy van het droeve figuur. Vervolgens kregen we een royale bloemlezing uit het Great American Songbook, die met veel respect en liefde voor het materiaal werd uitgevoerd.

Mij bevalt de no-nonsense aanpak van Het Hert wel. Simpele plastic kuipstoeltjes in drie concentrische kwartcirkels rond het al even sobere podium. Een zwart gordijn als achterwand, et voilà. "Zijn er nog mensen in de zaal die in de pauze een portie bitterballen zouden willen hebben?" informeert Hans Wijngaarden - uitbater, programmeur, technicus, saxofonist en wat al niet van de nering - aan het begin van de voorstelling. "Vier, vijf. Bien, leg ze maar vast in de pan."

We werden voor het zover was vergast op een opmerkelijk breed menu. Wanneer je als tiener gegrepen wordt door singer-songwriters als Joni Mitchell en vervolgens furore maakt in de pop, ben je daarom nog niet verloren voor 'echte' muziek, zo leert de biografie van vocaliste en multi-instrumentaliste Fay Lovsky. Ziet: Laurel & Hardy met The Beau Hunks, de Ukelélé Club de Paris, het North Sea Jazz Festival met gitarist Pat Metheny, filmmuziek, tekenfilms, samenwerking met opera-icoon Claron McFadden, de 'Dreigroschenblues' met composities van Kurt Weill.

Maar ook de palmares van gitarist en zanger Arthur Ebeling mogen er zijn. Debuut bij de legendarische spiegodeliese Groep 1850 in Amsterdam, rock-'n-roll met Jump Dickie Jump en meer en meer country-and-western. Indrukwekkend is Ebelings gitaarspel. De kwalificatie 'meesterlijk' lijkt mij hier wel op haar plaats. Hij kent en verkent alle hoeken en gaten van zijn elektrische gitaar en weet er heel listig zelfs onversneden pedalsteelgitaarklanken aan te ontfutselen. Gewoon met de vingertjes, hè. Basnoten idem dito. En dat hij, met de akoestische gitaar van Lovsky, het complete elektronische orkest van Les Paul en Mary Ford terug weet te toveren is een prestatie van formaat. Van dit unieke pre-rock-'n-rollduo werden zelfs twee covers gespeeld, 'Mockingbird Hill' en 'How High The Moon'. Dan zit het diep, mensen.

De twee zeer contrasterende stemmen vulden elkaar mooi aan. Zo kregen we politiek (in)correcte songs als 'Baby It's Cold Outside' (Lovsky: "de eerste song die door de MeToo-beweging in de ban werd gedaan") en 'Smoke! Smoke! Smoke! (That Cigarette)' op ons bordje. Waarbij kan worden aangetekend dat Tex Williams het in 1947 reeds op de plaat zette. Het mild-satirische nummer was de anti-tabakscampagne van Dokter Meinsma daarmee een paar jaar vóór.

In de pauze bleek ik net te laat voor de bitterballen, dat was dan wel weer jammer.

Foto's: Hammie van der Vorst & Albert van Holthoon

Labels: , ,

(Eddy Determeyer, 22.11.21) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...







Menupagina's:





































Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.