Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Cd's
Joe McPhee - 'Flowers' (Cipsela, 2016)

Opname: 4 juni 2009
Marcelo dos Reis - 'Cascas' (Cipsela, 2017)
Opname: juni 2017

Het sinds 2015 bestaande Portugese label Cipsela Records bracht in 2016 een soloalbum uit van Joe McPhee, die op deze blog helaas nog niet aan bod kon komen. Vorig jaar kwam daar een tweede soloalbum bij, van labeloprichter en gitarist Marcelo dos Reis. Tijd om beiden dus maar eens onder de loep te nemen.

Joe McPhee behoort inmiddels tot de iconen van de vrije improvisatie, een van de weinige jazzmusici die zowel de trompet als de saxofoon op eenzaam hoog niveau beheerst. Voor de hand ligt het dan dat McPhee voor 'Flowers', met daarop een optreden dat hij gaf in juni 2009, een keur aan instrumenten uit de kast trekt. Niets is minder waar. We horen de meester hier louter op zijn altsax in een zevental nummers, vrijwel alle opgedragen aan collega's. Een uitzondering is 'Knox', dat hij opdroeg aan Niklaus Troxler, de organisator achter het legendarische Jazz Willisau. Troxler schreef de liner notes, waarin hij zijn herinneringen aan McPhee ophaalt. Maar hij is om nog een andere reden van belang voor deze uitgave. Het optreden van McPhee vond plaats in een galerie in het Portugese Coimbra, waar op dat moment een tentoonstelling plaatsvond met posters van het eerdergenoemde jazzfestival.

McPhee begint bijna onhoorbaar met 'Eight Street And Avenue C'. We horen het beroeren van de kleppen en het blazen van wind, afgewisseld met een enkele scherpe noot. De beeldend kunstenaar Alton Pickens is het die McPhee hier eert, de enige andere niet-musicus. Aansluitend volgt een al even scherpe melodie. Alsof hij aan het schilderen is. In 'Old Eyes' wordt collega saxofonist Ornette Coleman geëerd met een bluesachtige melodie, vol melancholie en breekbaarheid. Die intense kant komt ook aan bod in het eerder genoemde 'Knox', dat hij voor Troxler schreef en dat een aantal bijna aangrijpende passages kent. De overige vier nummers zijn alle vier tributes aan collega-rietblazers: John Tchicai, Mark Whitecage, Anthony Braxton en Julius Hemphill. In 'The Whistler', voor Whitecage, horen we McPhee de eerste drie munten ingetogen fluiten, een ontroerende blijk van erkenning, waarna een ingetogen melodie volgt. Bijzonder is het aan Braxton opgedragen 'Third Circle', waarin McPhee met circulaire ademhaling een vliedende stroom klanken genereert.

'Cascas' is de weerslag van een optreden dat Marcelo dos Reis in juni vorig jaar gaf met louter zijn gitaar. Soms naturel, soms geprepareerd, maar zonder elektronica. In vliegende vaart gaat hij met 'Sónica' van start. Zo snel spelend dat er een krachtige, meeslepende drone ontstaat. Die meeslepende stroom aan geluid vinden we ook in 'Molusco', alleen gaat het er hier minder manisch aan toe. Dos Reis' klank kent hier een onmiskenbaar klassiek element. In 'Crina' heeft de gitarist zijn instrument dusdanig bewerkt dat het meer wegheeft van een zaagmachine dan van een gitaar. Maar je kunt er mooie drones mee maken, zoveel is zeker! De klanken stuiteren door de kamer. Ook in 'Minerva' weet Dos Reis bijzondere klanken uit zijn gitaar te halen, zodat we ons in Aziatische sferen wanen.

Labels:

(Ben Taffijn, 21.2.18) - [print] - [naar boven]



Concert / Jazztube
Bassist en filosoof

Duo Marithé van der Aa-Jonathan Nagel, zaterdag 17 februari 2018, Atelier Il Sole in Cantina, Groningen

De contrabas is natuurlijk een grote kist met een navenant geluid. Jonathan Nagel weet daar alles van; hij trekt onbarmhartig hard aan de snaren, laat ze op de toets ketsen en vult de vijfenzeventig kuub van de Cantina zonder probleem. Wat heet: vijftien meter verderop in de bar humden de leidingen uit volle borst mee. Nagel had moeiteloos in zo'n vooroorlogse bigband gepast waarvan de bassisten steevast compacte knoestige kereltjes waren, die de grootste danszalen op pure akoestische power konden bedienen. (Walter Page, 'Big ’Un', de eerste bassist van de Basie-band, versplinterde zijn instrument al doende ooit in een miljoen fragmentjes.)

Power dus. Maar het wonderlijke was dat Nagel zijn kompane, zangeres Marihé van der Aa, nimmer overpowerde. De twee waren volstrekt gelijkwaardig en het duo bleek voortreffelijk op elkaar ingeslepen. De meeste teksten waren van de hand van de bassist en getuigden van een filosofische inslag. Een liedje ging over het besef dat je alles hebt, eigenlijk volmaakt gelukkig bent, maar dan toch met een onbestemd knagend gevoel blijft zitten dat er nochtans iets mis is - móét zijn. De toegift handelde over datgene in je leven wat je het liefst geheim zou willen houden - wat een interessante paradox opleverde.

Marithé is meer singer dan songwriter, gezegend met zin voor avontuur. Haar eigen songs zijn minder introvert en romantisch dan die van haar partner. Dus na een uurtje was ons ruimschoots voldoende warmte, onzekerheid en liefde toebedeeld.

Voldaan wilden we het trapje naar buiten bestijgen toen er gelijktijdig delegaties van muzikanten en publiek uit VERA en Kult naar binnen kwamen stommelen. Tja, en zo toverde iemand shazam! een drumstel tevoorschijn en stonden er twee saxofonisten te meanderen tussen free jazz en drones. En aangezien Quique Ramirez achter de Gretsch had plaatsgenomen ontstonden er in een mum van tijd fascinerende grooves en soundscapes. Deze menselijke cycloon gaat nog een stuk verder dan koning Midas: hij hoeft niet eens een bekken te ráken om het te laten zingen. Over bekken gesproken: links en rechts floepten ongelovige tongen onsmakelijk tevoorschijn en we gingen niet naar huis. Nog lange niet.

In de Jazztube zie je 'Timidity' door het duo Marithé van der Aa-Jonathan Nagel, een liveopname vanuit het Jazzhouse Copenhagen, 7 juni 2017.

Labels: ,

(Eddy Determeyer, 19.2.18) - [print] - [naar boven]



Jazzradio
Jazz Rules #147


'Constellations' is de nieuwe cd-box van Aka Moon. Het trio van saxofonist Fabrizio Cassol, bassist Michel Hatzigeorgiou en drummer Stéphane Galland bestaat 25 jaar en viert dat met een overzicht van hun carrière, inclusief onuitgegeven materiaal.

'Horizons' van het Fred Delplancq Quartet verscheen eind vorig jaar en naast Delplancq (sax), hoor je ook Vincent Bruyninckx (piano), Sam Gerstmans (bas) en Toon Van Dionant (drums).

Verder is er een vooruitblik op het Gent Jazz Festival, waar onder meer het Vijay Iyer Sextet en Igor Gehenot zullen gaan optreden.

En je hoort livemuziek vanaf Jazz In 't Park in Gent met het tributeconcert voor Paul Feyaerts. Feyaerts overleed een jaar geleden en was uitbater van jazzcafé Het Damberd in Gent. Op de slotdag van Jazz In 't Park stelde trompettist Bart Maris een tributeband samen met daarbij onder anderen Erik Vermeulen, Giovanni Barcella, Manolo Cabras, Michel Mast en John Snauwaert.

Klik hier om Jazz Rules #147 te beluisteren.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 17.2.18) - [print] - [naar boven]



Cd
03 - 'Trashumancia' (Sofa, 2017)

Opname: mei-juni 2015

Tien jaar geleden bracht 03 zijn debuutalbum uit, '... De Las Piedras', bij Another Timbre. Vorig jaar verscheen het tweede album, 'Trashumancia' bij het Noorse Sofa Records. Niet dat het de afgelopen jaren volledig stil was rond dit trio van percussionist Ingar Zach, fluittiste Alessandra Rombolà en accordeonist Esteban Algora, maar het opnemen van een nieuw album was er niet van gekomen. Wel verzorgden ze spraakmakende optredens met een keur aan internationale geestverwanten, zoals het Merce Cunningham Dance Ensemble. Wat zeker niet helpt bij het regelmatig uitbrengen van nieuwe releases is het feit dat de drie musici hun activiteiten niet beperken tot 03 en nu niet bepaald bij elkaar om de hoek wonen. Zach komt uit Noorwegen, Rombolà uit Italië en Algora uit Spanje. Vindt dan maar eens een gaatje in de agenda waarop iedereen kan. In mei en juni 2015 was dat gaatje er wel en toog het trio andermaal naar de Ermita de Nuestra Señora de la Anunciada in het Spaanse Urueña, een elfde-eeuwse Romaanse kerk waar het trio tien jaar eerder ook zijn debuut opnam.

Zelden hoor je een album waar het er zo subtiel aan toe gaat als hier. In 'Amaneceres' horen we bellen - zoals van de koeien in een weiland, die allergrootste trommel in een orkest - de gran cassa, beiden bespeeld door Zach en veel geritsel en gefrunnik, deels percussie van Zach en deels wat aangeduid staat als ceramische objecten, die door Rombolà onder handen worden genomen. En waar komen die ritmische bewegingen, als de golfslag in 'Tras Un Sol violente' vandaan? Het klinkt als een soort van magische dans. In 'Caminar, Caminar, Caminmando' zet de drone van Algora's accordeon de toon, aangevuld met de hoge noten van Rombolà's fluit en de percussie en de elektronica van Zach.

Ook 'Naturaleza Inerte' start met een diepe bastoon van de accordeon, zo te horen aangevuld met elektronica. Opvallend is de spanning die hier wordt gecreëerd, mede dankzij de verontrustend klinkende percussie. In 'Lobiziniega', wellicht wel het hoogtepunt van het album, komen we weer dat bijna tribale ritme tegen. Duister, ontleend aan die eerdergenoemde gran cassa, elders aangevuld met felle uithalen op de accordeon tot een aards, onstuimig geheel. Subtiel is dit stuk muziek allerminst, brekend met de muziek tot op dat moment. Met afsluiter 'Al Caer La Noche' keert de rust echter weer terug. Geluiden als die van de natuur worden ons deel.

Bijzonder aan dit album is zonder meer ook de kwaliteit van de opname gemaakt door Miguel Angel Tolosa, geholpen door de prachtige akoestiek van deze kerk. Het is of je erbij bent, bij dit bijzondere trio.

Labels:

(Ben Taffijn, 16.2.18) - [print] - [naar boven]



Concert
De denkbare muziek van Jasper Blom

Jasper Blom Quartet feat. Nils Wogram, woensdag 7 februari 2018, Brouwerij Martinus, Groningen

Wanneer je in een bandje van tenorist Jasper Blom speelt moet je wel tot tien kunnen tellen. En wel tot 32,5 ook. Want hij maakt het zijn medemusici niet makkelijk. Ze tellen zich het schompes en lezen zich het leplazarus. Idealiter zou je zo'n groep eerst een week of twee, drie laten oefenen, zodat het materiaal zich kan zetten. Zodat de instrumenten solide verbindingen kunnen aangaan.

Het optreden in Groningen was het tweede in een korte reeks. Inmiddels is, dacht ik, de tournee met trombonist Nils Wogram voorbij en is de liveregistratie in het Amsterdamse Bimhuis een feit. Die zal vermoedelijk een wat grotere eenheid en een meer ontspannen karakter hebben. Ja, kijk, de tijden dat zo'n Eddie Ellington een groepje getalenteerde jongelui kon charteren en met hen vervolgens vijftig jaar lang dag in, dag uit aan het werk kon gaan, zijn definitief voorbij.

Het openingsnummer, 'Running Gag', zou je exemplarisch voor Bloms aanpak kunnen noemen. Het begon als een soort collage van stemmingen, kleuren en effecten om geleidelijk-aan te versmelten tot een op zich simpel thema van een loopje omhoog en een reeksje omlaag. Ook 'The Least Of Your Worries' (al het materiaal was van de hand van de leider) was zo'n gefragmenteerd melodietje. Nou, melodietje - een behoorlijk gecompliceerde melodie zal je bedoelen. Je vraagt je af hoe je zoiets uit je hoofd leert. Van de andere kant: klassieke muzikanten hebben vaak wel wat anders, en vooral méér in en aan hun hoofdjes.

Petje af dus voor de ritmesectie van Frans van der Hoeven (contrabas) en Martijn Vink (drums), die de zaak op de rails hielden. Van der Hoeven huppelde daarbij met puntige, heldere noten door de schema's, ondanks de akoestiek die op de plek waar hij stond een stuk minder clement was dan waar het publiek zat. Dat had te maken met de nogal asymmetrische ruimte en akoestiek, inclusief een ruim bemeten galmgat waarlangs het bier van de brouwerij naar het restaurant en het café wordt getakeld.

Van gasttrombonist Nils Wogram hoorden we in het cerebrale 'Whirl' een solo die zo fijnmazig was als Brusselse kant. Elders liet hij zijn instrument versmelten met de tenor van de leider, wat de muziek in de unisono thema's en ballads etherische kwaliteiten verleende. Van de overige solisten mag gitarist Jesse van Ruller niet onvermeld blijven. In het reeds gememoreerde 'The Least Of Your Worries' presteerde hij het simultaan te strummen en te soleren. Er zal wel een logische verklaring zoor zijn - iets met het onzekerheidsprincipe van Heisenberg of zo. In 'Candy', een soort guilty pleasure van Jasper Blom (disco!) detoneerde de twangy country gitaar van Van Ruller plezierig in deze dansmuziek voor gevorderden. Disco, jawel, maar dan van het slag waarop met succes vivisectie is gepleegd.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 15.2.18) - [print] - [naar boven]



Cd
Judith Wegmann - 'Le Souffle Du Temps - X (Retro-) Perspectives' (HatHut, 2017)

Opname: februari-maart 2016

De Zwitserse pianiste Judith Wegmann balanceert op het snijvlak van klassiek, jazz en vrije improvisatie en geeft met 'Le Souffle Du Temps – X (Retro-) Perspectives' een alleszins boeiend visitekaartje af. De stukken, eenvoudig genummerd van één tot tien in Romeinse cijfers, zijn stuk voor stuk abstracte klankwerelden, waarin Wegmann de traditionele pianosound vermengt met de klanken veroorzaakt door het preparen van zeven toetsen - klanken die daar vaak veel weghebben van klokken en bellen - en door het werken met allerhande mechanische geluidjes.

Verder valt bij Wegmann het tempo op, dat is aan de bijzonder lage kant. Sterker nog, Wegmanns spel beperkt zich regelmatig tot geïsoleerde aanslagen, van elkaar gescheiden door lange pauzes en regelmatig, bijvoorbeeld in 'II', doorsneden door die eerder genoemde mechanische geluiden. Dat gebrek aan tempo en dus aan ritme en melodie dwingt je tot aandachtig luisteren en scoort een bijna heilzaam effect, in overeenstemming met de titel van het album. 'Le Souffle Du Temps' betekent zo veel als 'de adem van de tijd' en dat is ook wat we hier ervaren.

Er mag dan relatief weinig gebeuren, saai is dit spel geenszins. Soms weet Wegmann daarbij ook onverwachts te verrassen. Wat ze bijvoorbeeld in 'III' en 'VI' precies doet blijft ongewis. Er klinkt in beide stukken in ieder geval een ritmische structuur, die schijnbaar wordt veroorzaakt doordat er iets mechanisch wordt aangedreven en die contrasteert met de spaarzame pianoaanslagen en voor een onwezenlijk effect zorgt. In 'VI' en 'VIII' gebeuren er eveneens bijzondere dingen. Ook hier horen we een wereld aan onheilspellende geluiden mee resoneren met het pianospel.

En ja, de stijl van Wegmann doet ons zeker bij tijd en wijle denken aan die van componisten als John Cage, Morton Feldman en George Crumb, maar Wegmanns stijl is speelser. Zij is niet in eerste instantie een componist, waardoor dit spel ook de liefhebbers van de betere improvisatie zal aanspreken en verrassen.

Klik hier voor een impressie van dit album.

Labels:

(Ben Taffijn, 14.2.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Creatief en overdonderend

Mats Eilertsen SkyDive Trio, vrijdag 2 februari 2018, Paradox, Tilburg

Het SkyDive Trio bestaat uit bassist Mats Eilertsen, gitarist Thomas T Dahl en de Finse drummer Olavi Louhivuori. Ze hebben acht jaar samengewerkt. In het Mats Eilertsen Quartet met Tore Brunborg op sax, het Mats Eilertsen's Skydive Quintet met Brunborg op sax en Alexi Tuomarila op piano en uiteraard het SkyDive Trio.

Dit trio past niet in het clichébeeld van de moderne Scandinavische jazz, die binnen de geïmproviseerde muziek, naast de Amerikaanse jazz, een prominente positie inneemt. De wijdse, onafhankelijke, contemplatieve Nordic Sound, met een kenmerkende vermenging van Europese compositievormen en toevoeging van moderne elektronica, wordt vooral in de eerste set voor een deel tenietgedaan! In deze set geen delicate soundscapes, maar uitgesponnen en experimentele improvisaties, vaak gedrenkt in heftige rockritmes. De soms spijkerharde avant-noise gitaarsolo's tonen zich uniek in zijn soort. Mats Eilertsen speelt tijdens het hele optreden op de elektrische bas. Het geluid doet denken aan het strakke maar wendbare basgeluid van Tim Lefebvre. Het grootste bezwaar is de dichtgetimmerde wijze waarop de muziek in de eerste set voor het voetlicht wordt gebracht. Ondanks de zeer muzikale en sprankelende manier van drummen door Olavi Louhivuori.

In de tweede set zijn de balans en de variatie optimaal en is de muziek ook toegankelijk. De vloeiende legatolijnen van gitarist Dahl zijn onderscheidend en vol zeggingskracht. Zijn zwevende, melodische exercities en natuurlijke interactie met Eilertsen tilt de muziek naar hogere sferen. Het transparante geluid komt voort uit een afwisseling van hemelse en hoog-energieke gitaarklanken en de overgang van ruige, extraverte naar verfijnde basgitaargeluiden. De gestreken brushes van Louhivuori klinken al even effectief als de onverwachte, harde uithalen. Deze compromisloze muziek is zowel delicaat als onheilspellend. En ook creatief en overdonderend, als een ware jamsessie!

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 13.2.18) - [print] - [naar boven]



Cd
Tomas Fujiwara – 'Triple Double' (Firehouse 12, 2017)

Opname: 31 januari - 1 februari 2017

Een dubbeltrio is bepaald geen alledaagse samenstelling voor een groep. In een jazzgerelateerde context is het niet vergezocht om dan terug te denken aan de opnamen van het Ornette Coleman Double Quartet van 1960. Die zorgden voor deining toen ze uitkwamen op de lp 'Free Jazz', met twee plaatkanten lang doorlopende collectieve improvisatie. Triple Double beweegt zich meer dan vijftig jaar later in een heel ander tijdvak. Intussen zijn er markante improvisatoren en componisten blijven komen, technieken zijn geëvolueerd en kruisbestuivingen gaan,
misschien minder ophefmakend en volgens sommigen als oude wijn in nieuwe zakken, toch weer onvermoede richtingen uit.

Uit de avant-garde van de laatste decennia is misschien geen subgenre ontstaan onder zo'n nieuwe vlag, maar continu zijn stromingen in ontwikkeling en in de weer met voorbedachte en spontane compositie. De muzikanten die drummer Tomas Fujiwara hier verzameld heeft, houden zich op in deze milieus. Hij kent hen van andere projecten, zoals Mary Halvorson's Code Girl, Taylor Ho Bynum Sextet, Tomaka Reid Quartet en Thumbscrew. Zij zoeken en tasten ook graag af, werkten zich in de kijker aan de zijde van bekenden als Anthony Braxton en minder grote namen. Zulke ervaringen droegen hun steentje bij in het tot stand komen van dit album, dat een aantal recensenten heeft verwelkomd als een van de beste die het jaar 2017 te bieden had.

Triple Double heeft tien eigen composities in petto en die komen met soms intoxicerende effecten. Met vaak twee trompettisten, twee gitaristen en twee drummers tegelijk spelen ze verdubbeling en ontdubbeling zo uit dat een volle, intrigerende sound ontstaat. Dat gaat meermaals gepaard met krachtige uitbarstingen en injecties van een flinke dosis rock, zoals in 'Blueberry Eyes', dat aansluit op 'Diving Quarters'. Dat is de opener van deze cd, die begint met een intro van twee gitaren, die al aangeven dat grillige en vrije bewegingen een belangrijke plaats zullen krijgen. 'Diving Quarters' ontplooit zich in bijna elf minuten langs compositorische lijnen die wat aan de schrijfstijl van Halvorson schatplichtig lijken. Eigenzinnige kronkels en bogen leiden hier geleidelijk naar rollende golven. Fujiwara laat voelen dat hij als componist geen beginneling is.

De dubbele triobezetting laat toe om te spelen met complementariteit en contrastwerking en dat gebeurt hier dan ook. Cornet en trompet brengen sowieso al een verschillende klankkleur aan en deze blazers ontwikkelden door de jaren ook een eigen stem. Taylor Ho Bynum aast graag op een schreeuweriger en rafeliger geluid, Ralph Alessi blaast meestal lyrischer en vloeiender. De freaky speelstijlen van de gitaristen Mary Halvorson en Brandon Seabrook versterken elkaar en wisselen elkaar af met uiteenlopende vervormingen. Nu en dan zijn ze gelukkig te identificeren, omdat zij in het linker- en hij in het rechterkanaal zit. De drummers - met naast Fujiwara Gerald Cleaver - lijken zo close als een Siamese tweeling, een tweespan dat op eenzelfde golflengte ondersteunt, aandrijft, doorrolt.

Tussen en naast spannende composities zitten ook een paar 'Hurry Home'-sfeerstukjes die hun charme hebben en bijna een moment van ontspanning voorzien. Ongeveer halverwege de cd bevindt zich een originele ode aan Alan Dawson. Fujiwara verwerkt er tapes in van toen hij als 10-jarige van hem les kreeg. Dit is een hommage die de aandacht grijpt en vasthoudt met louter drums en hier en daar stemmen, vergezeld van oude ruis. Het is een prestatie om bewaarde herinneringen uit de kindertijd in een fascinerende ode te vereeuwigen, maar als je de cd regelmatig draait, vormt het soms een breekpunt in de flow. Dat helpt dan weer om kritisch te blijven, al is wat volgt opnieuw meeslepend. 'Love And Protest' trekt daana weer sterk aan en al is dat misschien niet zo'n fantastisch nummer als het eerst scheen, het rolt in die aanpak van een dubbeltrio slim en handig de loper uit naar een hoger niveau in 'Decisive Shadow'.

'Triple Double' hoeft over vijftig jaar niet als een klassieker overeind te staan om nu sterke indruk te maken en nog vaak voor luisterplezier te kunnen zorgen, als toch wel iets bijzonders.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Deze recensie verschijnt ook op Jazz'Halo.

Labels:

(Danny De Bock, 12.2.18) - [print] - [naar boven]



Festival
Sound Of Europe 2018


De eerste editie van dit festival werd in het weekend van 3 en 4 februari gehouden in de uitstekende, maar misschien wat grote, accommodatie van het Chassé Theater. Het festival is bedoeld om naast het gerenommeerde Breda Jazz ook de geïmproviseerde en moderne jazz een plek te geven op de kalender. Het programma liet een gevarieerd en breed aanbod zien. Mijn keuze viel op de zondagavond. Als die avond een representatief beeld geeft van de overige dagdelen dan heeft dit festival zeker bestaansrecht en is een het een uitstekende aanvulling op de Bredase cultuuragenda.

De avond werd geopend door Rogier Telderman, pianist/componist en mede-initiatiefnemer van het festival. Voor de gelegenheid heeft hij de Poolse violist Adam Baldych en de Franse cellist Vincent Courtois uitgenodigd om gezamenlijk de grenzen van de geïmproviseerde muziek te verkennen. Hun eerste ontmoeting in persoon had een dag eerder plaatsgevonden. Het trio speelde erg geconcentreerd en nog een beetje onwennig. Niet vreemd natuurlijk als je een dag na de eerste ontmoeting samen het podium opstapt. Het leverde een aantal bijzonder mooie en spannende stukken op, die verrasten door de opbouw van de composities en de vrijheid van de improvisaties. De snaarinstrumenten werden hierbij op allerlei mogelijke manieren ingezet, als strijk-, tokkel- en slaginstrument, waardoor direct bijzondere sferen ontstonden.

De knaller van de avond was voor mij toch wel de Noor Marius Neset, de rijzende ster op tenor- en altsaxofoon. Hij werd vergezeld door drummer Anton Eger, bassist Michael Janisch en pianist Ivo Neame. Dit optreden vormde het laatste in hun tour en de heren gingen er helemaal voor. Wat een gepassioneerd en krachtig spel, wat een tapijt van in elkaar geweven ritmes en wat een beheersing van technieken. De veelzijdigheid van Neset bleek in de gevarieerde opbouw van de setlist, die het ruimschoots aanwezige talent de kans geeft zich te tonen. Akkoordentapijten worden in hoog tempo uitgerold, terwijl de tempowisselingen als een soort schietspoel door de nummers heen bewegen. En dan ineens een erg contrasterende, maar beeldschone ballad op de sopraan.

Inmiddels was de jonge stemkunstenares Sanne Rambags in de foyer al begonnen aan haar optreden. Samen met gitarist Bram Stadhouders en percussionist Joost Lijbaart werden een aantal bijzondere soundscapes gecreëerd, waarin weer een totaal andere dimensie van het begrip vrije geïmproviseerde muziek werd geëtaleerd. Een aandachtig publiek zat, vaak met de ogen dicht, in volledige overgave naar dit optreden te luisteren.

Sound Of Europe heeft een aantal jaren gekregen om zich te bewijzen. Deze eerste editie is een goede aftrap. Er zullen ongetwijfeld lessen te trekken zijn uit deze eerste. Misschien een stevigere programmering op zaterdag en een doorlopend programma op zondag. De programmering zit qua breedte en diversiteit wel snor, met misschien nog wat meer Europese diversiteit.

Klik hier voor foto's van dit concert door Johan Pape.

Labels:

(Johan Pape, 11.2.18) - [print] - [naar boven]



Jazzverhaal
Blues for Copie


'Copie Martin was dead. No more would that goose-necked little black man touch people in the night with the cry of his clarinet.' Willard Manus schreef een pakkende short story over deze fictieve jazzmuzikant, dat Draai om je oren met enige trots mag presenteren.

Willard Manus (Los Angeles, 28 september 1930) behoort tot de snel verdwijnende generatie van Amerikaanse schrijvers voor wie jazz een belangrijke inspiratiebron is. In dat opzicht is hij tot de beat generation te rekenen.

Hij begon professioneel te schrijven in 1953 en publiceerde romans, filmkritieken en een groot aantal toneelstukken. Zijn bekendste werk schreef hij in de jaren zestig, toen hij naar Rhodos was verhuisd, waar hij tot in de jaren negentig zou blijven wonen en werken. Dat was 'Mott The Hoople', waar een Engelse hardrockband zich naar zou vernoemen.

Van zijn theaterstukken waarin muziek een belangrijke rol speelt kunnen worden genoemd 'Prez: The Lester Young Story', 'Frank and Eva', 'Central Avenue' en 'Bird Lives!'. Zijn jeugdboek 'A Dog Called Leka' (2012) werd door Gerrit Brand als 'Leka de Hond' in het Nederlands vertaald. Het verhaalt van de lotgevallen van een jongen en zijn hond, die op een zelfgebouwde catamaran tussen de Griekse eilanden navigeren.

Will Manus woont tegenwoordig in Beverley Hills.

Klik hier om 'Blues for Copie' te lezen.

Labels:

(Eddy Determeyer, 10.2.18) - [print] - [naar boven]



Cd's
Kaiserbuck - 'Hysteresis' (Wide Ear, 2017)

Opname: april 2015
Things To Sounds - '3 [42:02] Live' (Wide Ear, 2017)
Opname: 14 mei 2016
Innlaandds - 'Innlaandds' (Wide Ear, 2017)

Wide Ear Records wil, zo zeggen zij op hun website, een platform zijn van musici voor musici. In eerste instantie Zwitserse musici, want dit label heeft zijn residentie in Zürich, en in tweede instantie voor musici uit het buitenland die zich verbonden voelen met het type muziek dat hier wordt gebracht. En die muziek is over het algemeen van het avontuurlijkere soort op het snijvlak van jazz, rock en impro. Met soms ook voor ons bekende namen en verder Zwitsers die we hier (nog) niet kennen.

Zo bestaat het trio Kaiserbuck dat met 'Hysterisis' zijn debuut lanceert, uit gitarist Sascha Henkel, tubaspeler Marc Unternährer en drummer Alex Huber. Voorwaar een bijzondere bezetting. In '94 85 1 523 053​-​0' wordt dat instrumentarium wel heel creatief ter hand genomen. Dit lijkt, met die sinusgolven en drone-achtige klanken, meer op experimentele elektronica dan op impro. Ook 'She Got What She Wanted' is een wat vreemde compositie en dan met name vanwege het bijzondere geluid dat Unternäher hier op zijn tuba produceert en dat wordt afgezet tegen een zeer strak drummende Huber. In 'Paranoia' en 'You Really Believe That?' zit het driemanschap meer in de impro-modus, dwarse klankuitbarstingen combinerend met vreemde geluiden. Afsluiten doen ze in stijl: 'Ebene' is een fragiele geluidssculptuur vol wonderlijke klankkleuren.

Things To Sounds is eveneens een trio, bestaand uit Tobias (altsax) en David Meier (drums) en pianist Yves Theiler. Met '3 [42:02] Live' brachten ze opnamen uit gemaakt tijdens het Oostenrijkse Limmitationes Festival, editie 2016. Het staat in één track op de schijf. Beginnend met een ritmische maalstroom van klanken in de beste improtraditie tot in de vijftiende minuut de rust zijn intrede doet en we vooral subtiele klanken van de drums en de piano horen, verwikkeld in een percussief treffen. Langzaam mondt deze episode uit in wat nog het meest wegheeft van het repeterende geluid van een machine, waar Tobias Meier bovenuit priemt met zijn altsax. Tot die machine overgaat in een klok en aansluitend in een breekbare klankmist. Om dan doodleuk weer opnieuw te beginnen. Het hoogtepunt bereikt het net voorbij het half uur met een amechtige solo van Tobias, waar Theiler met ritmische patroontjes op aansluit.

En dan hebben we het kwartet Innlaandds. Het gelijknamige album is ogenschijnlijk het meest traditioneel. Een standaard triobezetting van piano (Michel Wintsch), bas (Raphael Ortis) en drums (Bernard Trontin), maar wel aangevuld met een synthesizer die atmosferische geluiden produceert en een zanger (Antoine Läng) die heel traditioneel croonend zingt, wat soms wonderlijke combinaties oplevert met de vaak redelijk experimentele klanken van het trio. Neem 'Skyline', waarin Läng zich een ronduit klassiek jazzzanger betoont en zet dat af tegen de instrumentale bijdrage en dan met name het strakke slagwerk van Trontin. Vreemdsoortig, anders kan ik het niet noemen. Of luister naar het zeer energetische 'Silent Stays', waarin Trontin wederom zeer aanwezig is, ondersteund door de zware bas van Ortis en Wintsch' atmosferische synthesizerklanken, maar waarin bovenal Läng ons meesleept. De tegenstellingen bereiken het kookpunt in 'The Victory Of The Matter'. Dit is pure punk!

Labels:

(Ben Taffijn, 9.2.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Verrassende improvisaties en poëtische melodieën

Jasper Somsen Trio feat. Jean-Michel Pilc & Jasper van Hulten, vrijdag 26 januari 2018, Paradox, Tilburg

In 2013 zagen we de Nederlandse contrabassist Jasper Somsen ook op het Tilburgse jazzpodium Paradox, toen in het trio van de Italiaanse pianist Enrico Pieranunzi. Een oorstrelend concert, wat qua sfeer uitblonk in lyriek en melancholie en waar alles draaide om de kracht van de melodie. Nu is het Somsen die het voortouw neemt en in zijn trio de Franse meesterpianist Jean-Michel Pilc aan zijn zijde heeft. Met hem en drummer André Ceccarelli nam hij afgelopen jaar het tweeluik 'A New Episode In Life' Part I & II op. Twee prachtige albums waarmee Somsen een nieuwe fase in zijn leven bespiegelt. Voor dit concert in Paradox nam slagwerker Jasper van Hulten de honneurs waar voor Ceccarelli.

Met nog steeds een voorliefde voor haast poëtische melodielijnen ligt met deze samenwerking de nadruk meer op dieper gravende improvisaties. De composities - grotendeels van Somsens hand - verpakt in suites of soepel uitvloeiende standards, zoeken de grenzen van het avontuur op. Pilc heeft daar een stevig aandeel in door zijn formidabele techniek. Hij verrast met ofwel rauwe akkoorden, dan wel met een doeltreffend gekozen, subtiel notenspel. Hij daagt uit en verbindt en legt daarbij een bijna ondeugende impulsiviteit aan de dag, die evengoed kan omslaan in diepe ernst. Zover zijn verbeeldingskracht reikt.

Somsen gaat niet alleen moeiteloos mee, maar zoekt tevens de confrontatie en biedt nieuwe ideeën om het spel verder te spelen. Steeds met de lyrische fijngevoeligheid die hem zo eigen is. Grote interactie dus tussen Somsen en Pilc. Op zoek naar harmonie volgt Van Hulten met geraffineerde daadkracht, het is beslist een compliment waard. Een frisse en verrassende combinatie, dit trio. Het voert je mee op de schoonheid van de muziek, waarbij je ook regelmatig op het puntje van je stoel zit.

Klik hier voor foto's van dit concert door Donata van de Ven.

Labels:

(Donata van de Ven, 7.2.18) - [print] - [naar boven]



Cd
Julian Lage – 'Modern Lore' (Mack Avenue, 2018)


Da's grappig. Heel toevallig had ik net een lp gedraaid van de jaren-veertig rockabilly-avant-la-lettre artiest Arthur 'Guitar Boogie' Smith. Julian Lages nieuwe album sluit daar, zeventig jaar na dato, naadloos bij aan. Ik bedoel, de lasnaad zou je slechts met behulp van ultrageluid kunnen detecteren.

Ik denk dat de snel rijzende ster dat ook zo bedoeld heeft. Met 'Modern Lore' brengt hij impliciet een ode aan al die gitaristen die hem gevormd hebben. In het stomende openingsnummer, het lekkere twangy 'The Ramble', hoor je naast Boogie Smith ook echo's die uit de galmapparatuur van Les Paul afkomstig hadden kunnen zijn.

En de drumbeat waarmee Kenny Wollesen 'General Thunder' opentimmert, conditioneert je oren onverbiddelijk richting Mersey River. Lages zorgvuldig geconcipieerde solo lijkt een halfslachtige poging om Beatlesnummers als 'Strawberry Fields' en - vooral - 'A Hard Day’s Night' te camoufleren. Zoals een roofdier zijn prooi voor de concurrentie verbergt.

Aanbevolen voor wie Julian Lage uitsluitend kent van zijn vrijere werk met Nels Cline en Fred Hersch.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels:

(Eddy Determeyer, 7.2.18) - [print] - [naar boven]





Jazzradio
Jazz Rules #145-146


In aflevering 145 van Jazz Rules hoor je nieuwe muziek van Bram Weijters Crazy Men. De band is momenteel op tournee door Vlaanderen met als uitgangspunt het cultalbum 'Here Comes The Crazy Man' van Koen De Bruyne en de Belgische jazzrock en fusion uit de jaren zeventig.

Mephiti is de groep van saxofonist Erik Bogaerts. Zij brengen in maart een gloednieuw album uit en je hoort er al enkele nummers uit. Verder in primeur een track uit de nieuwe, nog te verschijnen plaat van Flat Earth Society. Eind vorig jaar verscheen 'Le Voyage' van het Filippo Bianchini Quartet. Dit is een tribute aan Salvatore Adamo, met onder anderen Nicola Andrioli op piano, Jean-Louis Rassinfosse op bas en Jean-Paul Estiévenart op trompet.

Close Up 5 is een nieuw project van basklarinettist, trombonist en componist Claude Evence Janssens, met onder meer Michel Paré op trompet en Jean-Philippe Collard-Neven op piano. En last but not least het gloednieuwe album van het Bobo Stenson Trio. Dat heet 'Contra La Indecision' en is uitgebracht door ECM.

Klik hier om Jazz Rules #145 te beluisteren.

'When The Birds Leave' is het nieuwe album van saxofonist Robin Verheyen. Hij verzamelde hiervoor een aantal New Yorkse muzikanten om zich heen, met een grote staat van verdienste: pianist Marc Copland, bassist Drew Gress en drummer Billy Hart. Binnenkort komt dit kwartet zijn nieuwe album voorstellen in België. Je hoort ook nog een paar vroegere nummers van Robin Verheyen.

'Inenen' is de nieuwste productie op het label Solidude Records. Het is een album van het Gentse trio Bestiaal. Dat bestaat uit gitarist Jakob Haeghebaert, bassist Sebastiaan Gommeren en drummer Sebastiaan Vekeman. Laatstgenoemde zorgde voor alle composities en Bestiaal stelt het album binnenkort ook voor op drie locaties, waaronder in Gent.

Verder hoor je muziek van Octurn ('Songbook Of Changes'), Rudresh Mahanthappa's Indo PAK Coalition en Henri Texier. Het nieuwe album van de Franse bassist Texier heet 'Sand Woman' en ook zijn zoon, saxofonist Sebastien Texier, speelt erop mee.

Klik hier om Jazz Rules #146 te beluisteren.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 5.2.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Jazz meets classic bij Jazzlab Series

Rawfishboys / Heleen Van Haegenborgh & Christian Mendoza, donderdag 25 januari 2018, Rataplan, Antwerpen

Twee duo's in deze Jazzlab Series: Rawfishboys, Joachim Badenhorst en Brice Soniano tekenen voor de eerste set en het pianoduo Heleen Van Haegenborgh - Christian Mendoza verzorgt de tweede set. Beide duo's brachten vorig jaar een album uit bij W.E.R.F., dat ook op deze blog voorbijkwam. Collega Danny De Bock boog zich over 'Copper' van Van Haegenborgh en Mendoza en ondergetekende nam onlangs 'Fengling' van Rawfishboys nog onder de loep. Maar nu dus live en dat is altijd een meerwaarde, omdat het weer andere aspecten belicht van de muziek, al zijn de stukken die hier op het programma staan ook op de cd's vinden.

Bij Rawfishboys valt vooral de vibe op die alle nummers kleurt en die de muziek een heel natuurlijk, heel aards karakter geeft. Dat heeft zeker met Soniano's basspel te maken, dat een zangerig karakter heeft, maar ook met Badenhorst en de speelse lange, golvende muzikale lijnen die hij blaast. Soms zoals in 'Yama' geholpen door de circular breathing-techniek, hier op basklarinet. Maar het mooist blijft 'Angel Song' met dat wat raspende, repeterende patroon van Soniano en die zo ingetogen blazerspartij. En je pikt nog eens iets nieuws op. Zo wist Badenhorst mij na afloop te vertellen dat dit project zijn oudste is; Soniano ontmoette hij op het Koninklijk Conservatorium in Den Haag waar hij zes jaar studeerde. Dat blijkt met terugwerkende kracht nog een goede greep, want hij heeft hier nog menig goed contact aan overgehouden. Nu was dat voor mij nieuw, maar het verklaart wel waarom we hem als een van de weinige Vlamingen regelmatig boven de rivieren aantreffen.

Van Haegenborgh en Mendoza spelen hun stukjes met verve. Meestal qautre-mains, soms solo. De bewerkingen die de Hongaarse componist György Kurtág maakte van stukken van Bach om samen met zijn vrouw Márta te kunnen spelen, brengen ze hier ten gehore alsmede de eigen composities 'Copper' 1 t/m 8. Ze beginnen als op het album, met het tumultueuze 'Copper 1', gevolgd door Bachs 'Alle Menschen Müssen Sterben', in die bewerking van Kurtág. En dan weerklinkt 'Regina', dat Van Haegenborgh eerder opnam voor 'Signaux' en dat ze hier samen uitvoeren. Mendoza achter de toetsen en Van Haegenborgh in de weer met nylondraden onder de klep. Het stuk kreeg ook niet voor niets de ondertitel 'Piece For Wired Piano' mee. En de twee zijn aan elkaar gewaagd in deze exercitie op het snijvlak van klassiek en experimenteel. Dit is Van Haegenborghs wereld en een kant van Mendoza die we nog niet kenden.

Foto: Cees van de Ven

Labels:

(Ben Taffijn, 5.2.18) - [print] - [naar boven]



Cd
Rinus Groeneveld - 'MeWe Regroovable' (eigen beheer, 2017)


Met zijn nieuwe album borduurt saxofonist Rinus Groeneveld voort op de richting die hij ooit met Greenfield insloeg. Een poppy mix van jazz, funk en r&b. Maar waar Groeneveld zijn instrument vroeger ondergeschikt placht te maken aan het groepsgeluid, staat de saxofoon hier meer centraal. Hij schaamt zich daarbij niet voor zijn idolen: Dexter Gordon (in het 'Sidewinder'-achtige 'Joy Rider') en Pharoah Sanders ('Anthem' en uiteraard de Sanders-compositie 'Thembi').

Net zo eclectisch goochelt hij met stijlen. Vroeger had hij nog wel de neiging in zijn eentje een Tower Of Power neer te zetten, hier horen we hem de ruimte verkennen in de spleten tussen jazz, latin, hiphop en meer eigentijdse r&b. Een beetje het terrein dat ooit door DJ Guru en Us3 in kaart werd gebracht. Daar is wat mij betreft overigens nog niet alles over gezegd.

'MeWe' is een studioplaat, wat onder meer geresulteerd heeft in kleine ritmische verstoringen en verschuivingen in 'Filthy McNasty'. Geen ramp hoor, uiteindelijk komt het liedje weer op z'n pootjes terecht.

Labels:

(Eddy Determeyer, 3.2.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Thank you, Marcin!

Marcin Wasilewski Trio, vrijdag 26 januari 2018, Het Paard, Den Haag

Het aangrijpende 'Night Train To You' halverwege het optreden in het Haagse Paard vormt niet alleen het muzikale hoogtepunt van de avond. De Wasilewski-compositie met een eenvoudige basismelodie voert de luisteraar mee in uitgesponnen soloreeksen voor piano en drum. Het stuk kenmerkt zich door de vele vertragingen en versnellingen, zoals een intercitytrein die kent. 'Night Train To You' snelt in een motorische cadans langs onbeduidende stations, onmetelijke, fonkelende, uitgestrekte landschappen en stedelijke gebieden in donkere nachten, op weg naar een geliefde.

Het nummer kan evenzogoed symbool staan voor de geboorte, het leven en de dood. Het verwachtingsvolle aanvangstempo met het melancholieke pianospel, het opgevoerde tempo en de urgentie van het dynamische middenstuk, vol ritmische wendingen en machtige lyriek. En uiteindelijk de aarzeling, de uitdovende energie en de berusting. De kracht en de souplesse van het trio komt in dit stuk tot volle wasdom. Het subtiele en prachtig opgebouwde pianospel van Wasilewski is dan in volstrekte harmonie met de bevlogen spelende ritmetandem.

Het album 'Faithful' van Marcin Wasilewski is de laatste aangetroffen geluidsdrager in de mediaspeler van mijn vader. Het mag om deze redenen duidelijk zijn dat twee stukken, waaronder 'Night Train To You', een prominente plaats op de uitvaartbijeenkomst hebben ingenomen. Het inspirerende spel van het Wasilewski Trio zal voor altijd verbonden zijn aan een strijdvaardig leven.

Voorafgaand hieraan bezorgt het trio - Wasilewski met zijn neus op het toetsenbord - een hypnotiserend voorspel met zacht zingende cymbalen en ingetogen tom-toms. Uiteindelijk leiden de instrumentale variaties tot een hoopgevend muzikaal perspectief en hogere energetica. De linkerhand van Wasilewski hamert bij vlagen meedogenloos ritmisch op de pianotoetsen, terwijl de rechter fonkelend en vloeiend improviseert. Wasilewski is een waardige pleitbezorger van de melodie. Hij speelt prachtige akkoordenschema's en in harmonie met de warme basklanken en gepaste percussie leidt dit tot een verbluffend muzikaal effect.

Marcin Wasilewski begint op zevenjarige leeftijd piano te spelen en studeert aanvankelijk klassieke muziek op de middelbare school. De synergie die het trio nu heeft bereikt, wordt verklaard doordat de pianist op 13-jarige leeftijd wordt ondergedompeld in de jazzmuziek, samen met zijn huidige muzikale partners Slawomir Kurkicwicz op contrabas en Michal Miskiewicz op drums. Het trio heeft voor de internationale doorbraak verschillende albums uitgebracht. Hierna wordt het trio ontdekt door de fameuze Poolse trompettist Tomasz Stanko. Het huidige Marcin Wasilewski Trio vormt de ritmesectie van de trompettist en het kwartet brengt 'The Soul Of Things', 'Suspended Night' en het volprezen 'Lontano' uit. Wasilewski, Kurkicwicz en Miskiewicz tekenen in 2005 voor het label ECM Records van Manfred Eicher. Naast het debuutalbum is 'January' in 2008 verschenen. Het prachtige 'Faithful' dateert uit 2011 en 'Spark Of Life' met saxofonist Joakim Milder uit uit 2014. Het lange wachten op de opvolger van het laatstgenoemde album en een volgend optreden is begonnen. Thank you, Marcin!

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Vanavond speelt het Marcin Wasilewski Trio in het Bimhuis.

Labels:

(Louis Obbens, 1.2.18) - [print] - [naar boven]



Cd's
Christoph Erb / Jim Baker / Frank Rosaly - '...Don’t Buy Him A Parrot...' (HatHut, 2017)

Opname: 2 mei 2014
Christoph Erb / Jim Baker / Frank Rosaly - 'Parrots Paradise' (Veto, 2017)
Opname: 2 mei 2014

Rietblazer Christoph Erb, pianist Jim Baker en percussionist Frank Rosaly speelden voor het eerst samen op het Umbrella Festival in 2013. Dit treffen was weer een gevolg van Erbs verblijf van vier maanden in Chicago twee jaar daarvoor. De Zwitser had daar reeds kennisgemaakt met zowel Baker als Rosaly. Zoals dat vaker gaat met dit soort gelegenheidsensembles, het volgend optreden vond plaats in mei 2014, in The Experimental Sound Studio, Chicago. Dit concert is onlangs uitgekomen op een tweetal cd's: eentje verscheen op HatHut onder de titel '...Don’t Buy Him A Parrot...', de andere op Erbs eigen label Veto Records, 'Parrots Paradise'.

Die papegaai is niet zo maar gekozen. Zoals het essay bij de HatHut-cd aangeeft is een gekooide papegaai zo ongeveer het tegenovergestelde van een vrij improviserende musicus. Die papegaai kan nergens heen en het woord papegaaien staat voor ons gelijk aan nabootsen. Beiden zijn toestanden die haaks staan op de vrijheid en creativiteit van de improviserende musicus. De titels van de nummers zijn dan ook meer dan leuk gekozen. Op het titelstuk horen we allereerst Erb, die op tenorsax kleine motiefjes rondstrooit, doorkruist door gerichte aanslagen van Baker en na verloop van tijd door stuwend slagwerk van Rosaly. De muziek klinkt hier als een papegaai die eindeloos heen en weer loopt op dat kleine stokje in die benauwde kooi. Nerveus is wellicht nog wel de beste omschrijving. In '[Parrot, Figuring]' gaat het er zo mogelijk nog heftiger aan toe. Baker en Rosaly steken elkaar hier naar de kroon, terwijl Erb kiest voor bijna lyrische frases.

Melancholiek klinken Erb en Baker in 'For Canaries, Career Oppotunities In The Mining Industry'. Met name doordat Erb hier kiest voor de basklarinet, die hij ingetogen hanteert en waarmee hij vooral donkere, zoetgevooisde klanken produceert. Baker strooit er lichte noten doorheen en als Rosaly zich erbij voegt, is dat al even ingetogen. Bijzonder is ook het enigszins enigmatische duet van Baker en Rosaly aan het eind van dit boeiende stuk. In 'It Isn’t Hard To Follow A Man Who Carries A Bird Cage With Him Wherever He Goes...' horen we allereerst een fluisterzacht krassende Rosaly en aansluitend Erb in een piepende en ploppende solo op tenorsax. Een boeiend duet. Baker voegt zich erbij met gerichte loopjes, waarop de compositie zich ontvouwt tot het meest experimentele stuk van dit album.

Zoals hierboven gezegd werd onlangs de andere helft van het concert op cd uitgebracht onder de titel 'Parrots Paradise', verdeeld in twee stukken met als titel 'Paradise One' en 'Paradise Two'. De papegaaien zijn hier duidelijk bevrijd. Die conclusie is alleen al te trekken uit het feit dat Baker hier zijn piano heeft verruild voor een analoge synthesizer, waar hij de meest bizarre geluiden uit tovert, die het midden houden tussen een flipperkast en een op hol geslagen videogame. Maar ook Erb laat zich hier niet onbetuigd en blaast op zijn basklarinet geen enkele normale noot. Verder valt in het eerste stuk Rosaly's ietwat tribale drumstijl op, veroorzaakt door het werken met vilten stokken. De gezamenlijke inspanningen leiden uiteindelijk tot een prachtig symbool van de vrijheid, een paradijs voor papegaaien.

Labels:

(Ben Taffijn, 31.1.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Alle kanten op met Monk

Moore, Witmer, Robaard, Kesselaar: 'Tribute to Monk', dinsdag 23 januari 2018, De Smederij, Groningen

Dat de band 'Bemsha Swing' na drie maten stillegde begrijp ik wel: iets met een andere toonsoort, of een compleet ander liedje of zo. Maar toch. Stel dat de muzikanten stoïcijns op de afzonderlijk ingeslagen wegen waren doorgegaan, dat had volgens mij in principe best gekund. Het materiaal, maar ook de spelers zelf, zijn er sterk genoeg voor. Ik bedoel, zo'n Thelonious Monk werkte misschien weken, maanden aan een song - hij was niet echt een flitsende componist. Tot dat stuk dus helemaal compleet was, als een standbeeld ten tijde van de onthulling. Vervolgens kan een muzikant zich helemaal verzadigen aan zo'n werk, dat heeft tijd nodig, maar daarna kan-ie er wel mee doen wat hem of haar goeddunkt. Alle toonaarden, met andere woorden, alle ritmen, alle melodieën zelfs staan tot je beschikking.

Dat is wat pianist Cajan Witmer in De Smederij liet horen. In hetzelfde 'Bemsha Swing', take 2 dus, bouwde hij solo's op, haalde daar vervolgens weer bepaalde elementen uit om die door alternatieve aspecten te vervangen en gaf al doende een afwijkende kijk op het fenomeen feestmuziek. In 'Shuffle Boil' liet de pianist horen dat je met behulp van virtuele, doch listige algoritmen, een al even denkbeeldige 3D-printer en vluchtige koolstofvezels avontuurlijke bouwwerken kunt optrekken, met geheimzinnige doorgangen, uitbundige uitbouwsels en weelderige daktuinen. Let wel: een bouwwerk dat volgens de gangbare sterkte-analyses niet zou kunnen bestaan. Geen wonder dat die Witmer de nederige staande piano van De Smederij al doende transformeerde tot een Steinway van drie en een halve meter.

Michael Moore, klarinet en altsax, leek aanvankelijk wat minder gefocust. Pas in de tweede helft, tijdens het al gememoreerde 'Shuffle Boil', bracht hij de zaal met onbeschaafd raspende harmonischen aan de kook. Daardoor was het vooral drummer Joost Kesselaar, die naast Witmer de solohonneurs waarnam. Ook Kesselaar heeft Monk geïnternaliseerd; in zijn solobijdragen bleef je de melodie altijd horen. Hij kan een verhaal vertellen dat uit louter accenten is samengesteld.

Heel heilzaam voor lichaam en ziel, zo'n avonddienst opgedragen aan de hogepriester zelve.

Foto's: Daniel Patriasz & Cees van de Ven

Labels:

(Eddy Determeyer, 30.1.18) - [print] - [naar boven]



Cd's
Erlend Apneseth Trio - 'Åra' (Hubro, 2017)

Opname: januari 2017
Erland Dahlen - 'Clocks' (Hubro, 2017)
Stein Urheim - 'Utopian Tales' (Hubro, 2017)
Opname: maart/september 2017

Het Noorse Hubro Music heeft in de afgelopen jaren een veelzijdige catalogus opgebouwd, waarin het experiment niet wordt geschuwd. De musici die hier onder contract staan, trekken zich dan ook geen van allen ook maar iets aan van muzikale stijlen en grenzen. Jazz, experimentele elektronica, hedendaags gecomponeerd, krautrock, postrock, Scandinavische folk: het is er allemaal. Een bepaalde stijl mag dan soms dominant zijn, de andere invloeden zijn er ook altijd.

Zo wortelt de muziek van Erlend Apneseth vanzelf in de folk omdat hij de Hardangerviool bespeelt, het instrument dat zich kenmerkt door de vier extra snaren naast de vier snaren die een gewone viool ook heeft en die we resonantiesnaren noemen. Samen met gitarist Stephan Meidell, die we hier ook achter de elektronica vinden en percussionist Øyvind Hegg-Lunde bracht hij onlangs zijn tweede album Åra uit. Voor het debuut, 'Det Andre Rommet' kreeg hij nog een Norwegian Folk Award in de open categorie, want traditionele folk maakt Apneseth geenszins. Reeds in opener 'Utferd' zorgt Meindel voor onverwachte en aangename effecten die de traditie overstijgen. En in 'Tundra' horen we de leegte, het uitgestrekte landschap verklankt door een wiegend ritme. Datzelfde effect sorteert het trio met 'Stryk' en 'Saga'. Lange droneachtige lijnen, de ambient sfeer en de geslaagde mix tussen akoestisch en elektronica nemen je als luisteraar mee op reis. De Hardangerviool is zondermeer een bijzonder instrument, met name door het zangerige karakter, veroorzaakt door de resonantiesnaren en door het warme geluid. Beleef 'Oyster' en beter nog 'Undergrunn' en u weet wat we bedoelen. Vooral in dit laatste stuk excelleert Apneseth. Leuk is overigens dat in dit stuk halverwege het ritme een zeer belangrijke rol krijgt, wat een mooi contrast vormt met Apneseth's spel.

Erland Dahlen doet het op 'Clocks' volledig in zijn eentje. Met een onafzienbare collectie percussie en elektronica creëert hij enerverende nummers. Met opener 'Clocks' zet hij stevig en ritmisch in. Een dansbaar nummer, met duidelijke invloeden uit de wereld van de rock en de dance. De hoes van het album is wat dat betreft goed gekozen. Dit is muziek om te draaien in de auto tijdens een lange rit op een rustige weg. Nee, niet té hard rijden! Dat dwingende, aan dance refererende ritme blijft bij ons, al neemt het wel steeds een ander gedaante aan. 'Ship' klinkt vooral hypnotiserend, is trance-gestuurd en kan zo gedraaid worden op een loungeavond. Imposant duister klinkt Dahlen op 'Bear'. Het zijn de beukende, nadreunende slagen, de inktzwarte drones en het ijl jankende geluid van de zingende zaag die je hier aan de zetel doen kluisteren.

Multi-instrumentalist Stein Urheim bracht eerder drie soloalbums uit en komt nu met 'Utopian Tales', waarvoor hij een sextet formeerde. Urheim bespeelt een range aan instrumenten, maar excelleert met name op de slidegitaar in zangerige, dromerige melodieën. Maar vergis u niet, dit is het meest experimentele album van de drie. Vreemd vliedende klanken worden dan ook ons deel in 'Mikrotonia' en het ruim acht minuten durende 'Just Intonation Island' klinkt tropisch en surrealistisch door de ijle wolken elektronica. Het past goed bij de wonderlijke tekst die bij het nummer is afgedrukt: 'An anual meeting was being held at the Tone & Interval Explorations Club on Just Intonation Island.' Wie hier voor welk geluid verantwoordelijk is valt onmogelijk te achterhalen, maar tezamen leidt het tot een zeer bizarre, maar wel opwindende geluidscollage, bestaande uit geluiden van akoestische instrumenten, machines, gesampelde teksten en andere elektronische uitingen. En dan is daar 'Letter From Walden Two', het meest jazzy nummer van de drie albums tot nu toe, met dank aan saxofonist Kjetil Møster en trompettist Per Jørgensen. Een en ander op een typisch Afrikaanse, zeer opzwepende beat. Niet te stuiten dit sextet. In 'Trouble In Carnaticala' gaan ze dan ook gewoon door, nu in een Zuid-Amerikaans georiënteerde bedding. Pas in de laatste nummers vinden ze de nodige rust, om stemmig te eindigen.

Labels:

(Ben Taffijn, 28.1.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Een frisse, uitdagende droomgroep

Ray Anderson - Han Bennink - Ernst Glerum - Paul van Kemenade, vrijdag 19 januari 2018, Paradox, Tilburg

Paul van Kemenade streek met zijn internationale droomgroep neer in thuishaven Paradox. Het werd een topavond, waarin alle bandleden volop de ruimte kregen om te schitteren. De heren lieten zien, horen en voelen dat de lange en gevarieerde loopbanen van elk van hen en de kilometers op de teller geen afbreuk hebben gedaan aan het frisse en vernieuwende elan van hun muziek.

In een tiental nummers, waarbij een gebalanceerde keuze was gemaakt uit oud en meer recent werk, spatte het speelplezier ervan af. 'A Tune For N.' werd in de aankondiging opgedragen aan Niko Langenhuijsen, "de Tilburgse Godfather van de geïmproviseerde muziek". De heren lieten meteen zien dat ze er zin in hebben en gewoon veel muzikaal plezier willen maken.

In 'Checking Out' zaten sterke solo's van Han Bennink en Ernst Glerum, vandaag op mini/baby bas. Een bluesy intro van Ray Anderson op trombone leidde 'Left Shoe' in, waarin de trombone en de altsax van Paul lekker naar elkaar toe kropen, om elkaar heendraaiden en perfecte harmonieën lieten horen. Dit mooie gedragen stuk werd door een geweldige solo van Glerum verbonden met 'Interlock', een lekker uptempo nummer. Bennink was scherp, zoals deze avond vaker zou blijken. Hij deelde rake, onverwachte klappen uit of wist met zijn brushes net dat toe te voegen wat nodig was. Zo nu en dan werden nog wat extra's van de vloer geplukt of uit de tas getoverd om een subtiel effectje toe te voegen. Anderson leidde met gevoel voor humor zijn compositie 'Alligatory Merengue' in. Het werd een echt feestje, dat duidelijk maakte hoezeer dit kwartet op elkaar is ingespeeld, met een ritmesectie die de blazers subliem ondersteunt.

Na de pauze opende Ernst Glerum met een mooi gestreken solo op zijn mini bas. Er ontstond wat verwarring, omdat blijkbaar iets anders gepland stond. "Maar we speelden toch het Wilhelmus?!" riep Han Bennink met gevoel voor humor uit. Vervolgens werd een strakke uitvoering van 'Nothing Is Every' gespeeld. Met een solo van Anderson, waarin hij zijn veelzijdigheid nog eens kracht bij zette door lekker diep, donker, scheurend en fluisterend spel te combineren.

'Who’s In Charge?' is een terechte vraag in dit gezelschap. Het antwoord is echter niet duidelijk te geven. Ieder bandlid krijgt en neemt volop de ruimte om zijn individuele klasse te bewijzen. Tegelijkertijd zijn ze zo op elkaar ingespeeld en beleven zo veel plezier aan het samenspel, dat de vraag helemaal niet relevant meer is. Dit uptempo nummer laat dat duidelijk zien.

'Hommage For Charles Moffett' was het volgende hoogtepunt van de avond. Ray Anderson liet nog eens horen hoe hij zijn instrument kan laten scheuren, fluisteren en ontroeren. Hij speelde met veel gevoel voor ritme dat, hoe kan het ook anders, magistraal door Han Bennink werd ondersteund en soms overgenomen. Met een heerlijk uitvoering van een oud stuk werd deze mooie avond afgesloten.

Paul van Kemenade had er duidelijk lol in vanavond. Er werd flink gegrapt en gegrold op het podium en tijdens zijn solo's werden zijn veelzijdigheid en eigen geluid voortdurend onderstreept. Wat we zagen was een viertal muzikanten die stuk voor stuk virtuoos zijn op hun instrument en een indrukwekkende berg ervaring meebrengen. Ze zijn uitstekend op elkaar ingespeeld en voelen elkaar perfect aan. Daardoor zijn ze in staat hun muziek fris, spannend en uitdagend te houden.

Klik hier voor foto's van dit concert door Johan Pape.

Labels:

(Johan Pape, 27.1.18) - [print] - [naar boven]



In memoriam
Hugh Masekela


Hugh Masekela was een van de Zuid-Afrikaanse muzikanten die de westerse wereld in de jaren zestig confronteerde met de misdadige apartheidspolitiek van zijn regering. De trompettist kampte al langer met gezondheidsproblemen, hij overleed op 23 januari 2018 in Johannesburg en werd 78.

Geboren in Witbank bij Johannesburg begon Ramopolo Hugh Masekela al jong piano te spelen en te zingen. De film 'Young Man With A Horn' (1949), losjes gebaseerd op het leven van Bix Beiderbecke - met de trompet van Harry James op de soundtrack - maakte diepe indruk en op zijn veertiende begon hij op trompet in de Huddleston Jazz Band. Louis Armstrong had het instrument gedoneerd waarop hij speelde.

Inmiddels was apartheid de officiële doctrine geworden en Masekela's carrière voltrok zich grotendeels ondergronds. Beïnvloed door de platen van Dizzy Gillespie en Miles Davis werd hij een van de vooraanstaande jazzmuzikanten van zijn land, die hardbop met traditionele dansmuziek vermengden. Als lid van de cast van de musical 'King Kong' belandde hij in Londen en besloot niet terug te keren naar zijn vaderland. Hij werkte met vocaliste en activiste Miriam Makeba, met wie hij ook trouwde, en was te horen op Paul Simons album 'Graceland'. Na het ineenstorten van het apartheidsregime keerde Hugh Masekela terug naar Zuid-Afrika.

Foto: Fred van Wulften

Labels:

(Eddy Determeyer, 26.1.18) - [print] - [naar boven]



Jazzradio
Jazz Rules #144


In de eerste aflevering van 2018 al meteen drie gloednieuwe Belgische jazzalbums. Zoals 'We Have A Dream' van het Brussels Jazz Orchestra featuring Tutu Puoane. Dit album bevat een verzameling bekende en minder bekende protestsongs en verschijnt naar aanleiding van de moord op Martin Luther King, bijna vijftig jaar geleden.

'Strange Deal' is de nieuweling van The Magnificent Seven van de jonge Belgische jazz: het LG Jazz Collective. Gitarist Guillaume Vierset tekende voor alle composities.

Het RBV Quartet is een nieuwe, jonge Gentse band rond gitariste Rebekka Van Bockstal. Via een crowdfundingcampagne brachten ze onlangs hun eerste album 'Crossing Dimensions' uit.

Verder hoor je muziek van Tom Rainey Obbligato, Koen De Bruyne en Or Baraket.

Klik hier om Jazz Rules #144 te beluisteren.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 25.1.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Mâäk 20 years

MikMâäk, dinsdag 16 januari 2018, Bussels Jazz Festival, Flagey, Brussel

Het leek wel of de muziek in Dolby Surround begon bij de begingeneriek van een film. Op het podium had nog geen enkele muzikant plaatsgenomen, maar van de balkons aan weerszijden van de zaal weerklonken trompetten en andere blazers. Rustig en verfijnd, maar niet zonder daar de eerste tekenen van suspense in te verwerken, vatten die de soundtrack aan voor twintig jaar Mâäk. Toen de jonge drummer Samuel Ber met koperen belgeluidjes de aandacht naar het podium trok, was dat voor het vervolg van de eerste compositie. Omdat hij dat deel solo inleidde en de spots hem alleen belichtten, lag het voor de hand om even aan een echte film te denken over een drummer en zijn leraar.

MikMâäk speelde natuurlijk geen soundtrack en al evenmin tekende de bigband voor een doordeweeks concert, al was het dan een dinsdag. Pianist Fabian Fiorini, als enige in kostuum, wierp zich na het openingsstuk op als presentator. Het eerste stuk heette 'Aller/Retour' en was van altsaxofonist Guillaume Orti. Met een kwinkslag duidde Fiorini de Franse inslag van de compositie. Hij vervolgde met een opsomming van de titels die zij zouden brengen, die hij elk van een verklarend woordje uitleg voorzag. Om te besluiten dat dat eigenlijk allemaal bijzaak was en dat alles draaide om het geluid, om de klanken.

Toen viel het talrijk opgekomen publiek een rijkelijk gevulde set te beurt, vaak met een gestage en weloverdachte uitbreiding van de aanwezige instrumenten. Naargelang de compositie of de passage verschoof de focus naar de verschillende muzikanten, zodat alle instrumenten en klankkleuren op de voorgrond kwamen. Bijvoorbeeld lustig danserig de fluit, gespeeld geënerveerd de trombone, met virtuoze zwier de piano, als voor een sacrale gelegenheid de contrabas met strijkstok.

Zoals het een bigband betaamt die traditie en vernieuwing omarmt, droegen een aantal stukken een dermate verkwikkelijke drive uit dat het moeilijk was om stil te blijven zitten. En zoals je van Mâäk mag verwachten, mondde het hier en daar uit in een gecontroleerde, wilde uitbarsting, waarin verschillende partijen door en met elkaar een georganiseerde chaos ten beste gaven. Elders was het dan puur genieten van superbe schoonheid, die in haar afgemeten opbouw verwant scheen aan Europese klassieke muziek.

Waar solo's zouden eindigen, waar precies andere muzikanten de solo gingen begeleiden of opnieuw zouden invallen met de volgende partij; het lag minder vast dan de passages die deel vormden van de compositie. Het was dan ook, typisch jazz, heel spannend voor zowel het publiek als de muzikanten, die er zichtbaar de volle aandacht bij hielden. Daarbij gaven vooral Blondiau, Orti en Fiorini tekens aan hun collega's, waarbij de pianist geleidelijk de rol van orkestleider op zich nam en zich lopend, springend, soms in de handen klappend of gesticulerend tot podiumbeest ontpopte.

Net toen ik bedacht dat de uiteenlopende stemmingen en sferen die elkaar opvolgden zich toch in vooral Europees aandoende kleedjes bewogen, kwamen Oost en West nog aan bod. Richting Arabische invloeden trok het met Grégoire Tirtiaux op baritonsax in een hoofdrol en doorspekt met Amerikaanse postbopinvloeden speelde trompettist Jean-Paul Estiévenart een briljante lange solo - nadat even daarvoor, schijnbaar bij verrassing, Bart Maris een kort, maar heerlijk solootje had ingevoegd. Voor het afronden van de show stelde Fiorini, bij een luid intermezzo op bas en drums, nog alle muzikanten voor, waarna krachtig het slotboeket de zaal in werd gespeeld. Laat ik zelf dit korte bestek afsluiten met te wijzen op nog een kans om MikMâäk live te zien: 4 mei in De Roma in Antwerpen. Dames en heren, ga dat beleven!

Concertfoto's: Olivier Lestoquoit

Deze recensie verschijnt ook op Jazz'Halo.

Labels:

(Danny De Bock, 24.1.18) - [print] - [naar boven]



Cd
Thomas Fonnesbaek & Justin Kauflin - 'Synesthesia' (Storyville, 2017)

Opname: 14-15 juni 2017

Wie zich Justin Kauflin herinnert uit de documentaire 'Keep On Keepin’ On' uit 2014, over zijn relatie met zijn mentor, de dodelijk zieke trompettist Clark Terry, zal hem hier niet meer terug kennen. Zo onzeker en zenuwachtig als de pianist daarin overkwam, zo krachtig en zelfverzekerd speelt hij hier.

Let alleen eens op zijn pedaalgebruik - en dan die timing, perfect in synch met die van bassist Thomas Fonnesbaek. De Zweed is een duivelskunstenaar, een tovenaar met kleuren die zijn instrument in alle toonaarden laat zingen. Ik moest denken aan Scott LaFaro, ook zo levendig, ook zo'n briljante technicus.

De muzikanten zijn twee rotsen in de branding die je ene moment ziet, om ze het volgende ogenblik weer uit het oog te verliezen. Maar wanneer het erop aankomt zijn ze er. Je kunt je hier bijna geen drummer bij voorstellen, dat zou onherroepelijk op een crowd uitlopen. De heren leveren ook nog eens prima werk als schrijvers van pakkende melodieën. Dit is zeer zeker niet een van de minste jazzalbums van het afgelopen jaar.

Labels:

(Eddy Determeyer, 23.1.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Met muziek de wereld kleiner maken

Louis Sclavis Quartet, vrijdag 19 januari 2018, Beaux Jazz, Chassé Theater, Breda

Met zijn project 'Silk And Salt' brengt de Franse klarinettist Louis Sclavis een ode aan de eeuwenoude contacten tussen de volkeren van de wereld. Immigratie op de schaal zoals vandaag de dag plaatsvindt mag dan ongekend zijn in de geschiedenis, de wederzijdse beïnvloeding is dat allerminst. Eeuwenlang werden goederen als zijde en zout van oost naar west gebracht. Eerst over land middels een uitgebreid net aan karavaanroutes, later over zee. Met die goederen kwam de cultuur mee, waaronder de muziek.

Sclavis, die al sinds de tweede helft van de jaren zeventig in het vak zit, staat al decennia bekend als een musicus die doorheeft dat de Franse - beter nog de Europese - jazz een vermenging is van de Amerikaanse oervorm, de Europese volksmuziek en die andere invloeden die al eeuwen deel uitmaken van onze cultuur. Als geen ander slaagt hij erin om die diverse muzikale werelden te verklanken in over het algemeen zeer melodieuze, lyrische, van een zekere weemoedigheid doortrokken composities, zo als het ware de wereld kleiner makend. Wat onverlet laat dat de man zijn (bas)klarinet ook vervaarlijk kan laten klinken, op het scherpst van de snede. Daar is ook debet aan de bijdrage van gitarist Gilles Coronado, die met zijn spel regelmatig de wereld van de rock weet te raken.

'Dance For Horses' is zo'n typisch Sclavis-stuk. De gitaarsolo van Coronado is prachtig verhalend, met een lyrische basis, ondersteund door de oriëntaalse percussie van de uit Iran afkomstige Keyvan Chemirani, die hier een aardewerken kruik bespeelt. Als Sclavis vervolgens aansluit ontstaat er een meeslepend, ritmisch patroon, waarin hij laat horen waar hij zijn faam aan ontleend; Sclavis bezit als geen ander het vermogen om je als luisteraar in vervoering te brengen. De stuwende maalstroom aan klanken die het trio zonder Sclavis vervolgens produceert, is overigens al even imponerend, net als de melodie die pianist Benjamin Moussay hieruit losmaakt en waar Sclavis later bij aansluit. Diezelfde Moussay trakteert ons in 'Road To Algiers' op een poëtische en ook wat weemoedige solo, alsof we in een pianorecital verzeild zijn geraakt. Met de komst van eerst Sclavis en vervolgens Coronado wordt het thema verder uitgebouwd en ook hier schuift uiteindelijk weer het ritme naar binnen: een trage, slepende dans op Sclavis' weemoedige klanken. Die groove vinden we ook in het titelstuk 'Sel Et Soie' oftewel 'Silk And Salt', waarin we tevens een fel solerende Sclavis tegenkomen.

Al met al is 'Silk And Salt' een alleszins boeiend project te noemen, waarin Sclavis ons er weer eens aan herinnerd dat zoiets als een zuivere cultuur de grootst mogelijke onzin is. Gelukkig maar, want al die invloeden hebben ons deze en andere prachtig muziek gebracht. Voor wie deze muziek op cd wilt beluisteren, kan terecht bij het in 2014 bij ECM verschenen 'Silk And Salt Melodies'.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Ben Taffijn, 23.1.18) - [print] - [naar boven]



Cd
Mary Halvorson Quartet - 'Paimon, Book Of Angels Vol. 32' (Tzadik, 2017)


Met zijn eigen muziek, het label Tzadik en de club The Stone drukt John Zorn vanuit New York al enkele decennia een stempel op voornamelijk experimentele muziek. Gitariste Mary Halvorson van haar kant ontpopte zich de voorbije 15 jaar als een opvallend productief en indrukwekkend talent. Het Mary Halvorson Quartet sluit nu met Volume 32 het Book Of Angels af, een van de hoofdstukken in het grote Masada-verhaal dat John Zorn in 1994 begon met het akoestische Masada. De 10 nummers van de meer dan 300 die Zorn schreef voor zijn tweede Masada Book 2 die nog niet in deze reeks verschenen waren, zijn nu uitgebracht op de cd 'Paimon'.

Zoals in alle andere composities van het Masada-project verenigt Zorn zijn joodse wortels met vooruitstrevende jazz. Daarbij kan het dan nog vele kanten uit, omdat hij inspiratie vindt in uiteenlopende invloedssferen. Zo komt de elektronische drukte in 'Beniel' even in de buurt van Ornette Coleman, ten tijde van 'Song X' met Pat Metheny. Bij 'Yeqon' kun je dan weer aan een traag opbouwende spaghettiwestern denken en aan richtingen waar het Belgische Dans Dans ook kan uitgaan. Het kan ook mooi melodisch psychedelisch worden, zoals in 'Phul' en om te eindigen zoekt deze cd met 'Rachmiach' het hoge goed van aangrijpende schoonheid op.

Mary Halvorson drukt er een persoonlijke stempel op met haar eigen meer dan slightly out of tune-klanken. Op dit album met gitarist Miles Okazaki in de groep en het keurslijf van compacte nummers komt ze er spaarzamer mee over, maar niet minder efficiënt. Haar stijl, waarin zij zo graag met vervormingen uitpakt, sluit in zekere zin aan bij effecten (en toenemende kansen op haperingen) in een steeds meer gedigitaliseerde wereld - waarin beeld en geluid vaak worden bewerkt en gemanipuleerd. Okazaki speelt anders gitaar en met hem in de band krijgen de grooves een vloeiende beweging mee, die vlotter aansluit bij wat we van gitaristen op grotere podia gewend zijn. Halvorson en Okazaki samen creëren hier een spanningsveld dat trilt en aan bijzondere melodieën en wendingen een extra dimensie geeft.

Het Mary Halvorson Quartet mag dan klinken als de naam van een band die al langer meegaat, het is eigenlijk de zoveelste verschijning van Mary als leider van een groep. De combinatie met drummer Tomas Fujiwara op drums is niet nieuw - die vind je bijvoorbeeld ook op 's mans 'Triple Double' - en bassist Drew Gress kent zij van het Ingrid Laubrock Octet, wat er wellicht toe bijdraagt dat dit kwartet op deze cd zo hecht klinkt.

Het welslagen van dit album ligt anderzijds en ongetwijfeld ook aan de kwaliteiten van de muzikanten én de composities. Fujiwara is hierbij vaak heel prominent aanwezig en toont zich bijzonder geïnspireerd in de eclectische samensmeltingen van Zorn. Een paar keer dacht ik bij zijn keuze van cimbalen aan Chris Joris en elders in rollende rocksferen aan Steven Cassiers - om maar een paar richtingen aan te geven in de smaken van zijn brede pallet en duidelijk te maken dat dit geen mega-elitair plaatje is. Gress valt minder op, maar met zijn spel vormt hij pijlers die medebepalend zijn voor de kracht en het totaalbeeld van klanken. Als hij met een solo op de voorgrond treedt, zoals in 'Verchiel', dan valt de passie in zijn spel niet te missen.

Wie van Bar Kokhba Sextet hun Lucifer houdt of van Dans Dans en nog eens variatie wil, vindt hier mischien wel zijn gading. Wie openstaat voor cross-over met melodische wereldmuziek - in casu joodse sferen - én een parcours met spannende hindernissen aandurft, wacht hier mogelijks meer dan één ontdekking.

Deze recensie verschijnt ook op Jazz'Halo.

Labels:

(Danny De Bock, 20.1.18) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.