|
Draai om je oren Jazz en meer - Weblog |
|
||
|
| |||
ConcertIn de geesten van Ayler Mete Erker Trio + 1, woensdag 11 februari 2026, Brouwerij Martinus, Groningen Het optreden van saxofonist Mete Erker begon met het nummer 'Ghosts' van Albert Ayler en werd afgesloten met zijn eigen compositie 'Ja!'. Dat was, in een notendop, wel zo ongeveer het karakter van het concert. Ayler is een van de helden van Erker - via John Coltrane, zijn vroegste voorbeeld. En met 'Ja!' bevestigde hij de optimistische, lyrische teneur van het recital. Hij bezit een zingende kwaliteit die zich uitstrekt over het hele expressiegebied van de tenorsax, van zacht zalvend tot rauw raspend. Die kwaliteit werd misschien het duidelijkst geëtaleerd in 'Realm Of Nows', een stuk van Jeroen van Vliet. Het begon met ijle, fluisterzachte boventonen die het gefluister aan de bar ongenadig in het volle licht zetten. Hij kon ook à la Ayler rapsodiëren, wat hij demonstreerde in onder meer het reeds genoemde 'Ja!'. Pianist Floris Kappeyne was van de begeleiders - Tijs Klaassen op bas en Wouter Kühne op drums – de primus inter pares. Hij was degene die met zijn linkerhand de moods van de avond naar zijn hand zette. Zo kreeg de muziek soms trance-aspecten. Een brug tussen McCoy Tyner en Simeon ten Holt. Van het viertal was hij het romantische hart. Dat de groep al langere tijd samenspeelt hoorde je in de unisono momenten van piano en saxofoon. Kwam iedereen, inclusief de Ayler-fans dus aan zijn trekken? Ja! Tekst: Eddy Determeyer | Foto: Wim van de Vrugt Labels: Albert Ayler, concert, Floris Kappeyne, Mete Erker, Tijs Klaassen, Wouter Kühne (Eddy Determeyer, 16.2.26) - [print]
- [naar boven] Wat vrij vertaald op het hoesje staat: 'Onze muziek navigeert vrijelijk in het rijk van de oneindigheid van de verbeelding'. Dat hoor je al onmiddellijk in het eerste nummer. Het begint rustig, consonant en traditioneel melodieus - zeg maar zeer toegankelijk beluisterbaar - en het evolueert op een subtiele manier naar een wereld van dissonanten, bruitages die eerder doen denken aan de sfeer bij het nachtelijk blauw van sommige schilderijen van Magritte. De composities krijgen dan een bevreemdende structuur en boeien door het samenspel van de (bas)klarinet die grillige lijnen tekent, begeleid door tintelende arpeggio's van de piano die alle kanten opgaan, ondersteund door het subtiele, dikwijls minimalistische drumwerk. De gitarist gebruikt zijn instrument van clean tot overstuurd, netjes volgens het soms heldere, soms donkere karakter van de melodische lijnen. Deze zeer boeiende manier van musiceren wordt de hele plaat door op hoog niveau aangehouden. Genot verzekerd! Guillermo Celano (gitaar), Joachim Badenhorst (klarinet, basklarinet, tenorsaxofoon), Marcos Baggiani (drums), Wolfert Brederode (piano) Tekst: Marc Van de Walle | Deze recensie verscheen ook in Jazz&mo' Labels: cd, Guillermo Celano, Joachim Badenhorst, Marcos Baggiani, Wolfert Brederode (Marc Van de Walle, 14.2.26) - [print]
- [naar boven] Concert Veertien, nee vijftien saxofoons! Een bigband met een rietsectie van vijftien enthousiaste jongens en meiden! Accordeonist Lawrence Welk, King of Schmalz, leidde in de jaren veertig korte tijd een orkest met louter saxofoons, plus ritmesectie. Een stuk of dertien, veertien, van sopranino tot bassax. Opmerkelijk genoeg klonk dat novelty-orkest beter dan zijn reguliere amusementsorkest, waar een soort wezenloze cleane champagnemuziek uit opborrelde. De Meander Big Band van het gelijknamige Zwolse College heeft Welk tachtig jaar na dato tegen het canvas gewerkt. Het orkest afficheert zich als 'de grootste, gezelligste en gekste bigband van Nederland' en dat lijkt me geen overdreven borstklopperij. De muzikanten, zo tegen de 45 (!) jongelui, klonken ook nog eens opmerkelijk zuiver, wat je wellicht niet zou verwachten. Complimenten dus richting Albert Dam, oprichter en dirigent. Hij gebruikte listige foefjes om de sound te kleuren, zoals de toevoeging van een aantal saxofoons aan de trompetsectie. Saxen zat. De meeste solisten kregen een paar maten ruimte om te soleren en dat was doorgaans ook wel genoeg. Gitarist Bas Douw pakte met een solo die groeide en groeide wat langer en steviger uit in het nummer 'Runaway Baby' van soulpopidool Bruno Mars. Ja hé, het is 2026. De Meander Big Band opende het eerste Big Band & Beyond Festival. Een dagvullend programma met school- en amateurorkesten, semi-professionele groepen en het Millennium Jazz Orchestra (MJO), afgesloten door de Mambo Queens van fluitiste Zulema Herahvarría.
En zo waren er wel meer pareltjes. Zoals het arrangement dat John Clayton schreef van 'On The Sunny Side Of The Street', gespeeld door de Big Band Allotria. Waarbij hij een beetje leentjebuur had gespeeld bij collega Sy Oliver en diens klassieke versie voor het Tommy Dorsey orkest. Zoals ook Rob Pronks 'Opus', vertolkt door de All Times Big Band, dat gebaseerd was op 'How High The Moon'. De Millennium Youth Big Band is, dat kan men wel bedenken, de onderbouw van het MJO. Heel sfeervol hier was 'Abyss', een stuk van Bernard van Rossum. Een stille zweefvlucht in het onbekende. Gastvocaliste Fleurine zong meerminliedjes van verlangen en dromen bij het Millennium Jazz Orchestra. Orkestleider Joan Reinders, die ook een van de initiatiefnemers was van het festival, voorzag haar mijmeringen van golfslag en schuimende achtergronden. Opvallend veel jongelui dus die zich tegenwoordig met bigbandmuziek bezighouden. Plus een aanzienlijke publieke belangstelling en een toffe sfeer. Alle neuzen, die van de musici, de organisatie, de overheid, de sponsors en het publiek, stonden na afloop in dezelfde richting: naar het Big Band & Beyond Festival van 2027. Tekst: Eddy Determeyer | Foto's: Nienke de Groot Labels: All Times Big Band, Big Band & Beyond Festival, Big Band Allotria, Fleurine, Mambo Queens, Meander Big Band, Millennium Jazz Orchestra, Milllenium Youth Big Band (Eddy Determeyer, 12.2.26) - [print]
- [naar boven] De Britse trompettiste Laura Jurd werkte het afgelopen decennium in uiteenlopende samenwerkingsverbanden. Het meest bekend is zij van de groep Dinosaur, waarmee ze regelmatig op de Nederlandse jazzpodia heeft gestaan. Deze avond presenteert Jurd haar laatste album 'Rites & Revelations'. Haar groep wordt gevormd door de ritmesectie van Dinosaur met Ruth Goller op bas en Corrie Dick op de drumkit, met daarnaast Ultan O'Brien op altviool en Tara Cunningham op elektrische gitaar. Accordeonist Martin Green, op de plaat verantwoordelijk voor de toevoeging van folkelementen, is afwezig bij het optreden in Paradox. Deze personele mutatie zorgt er misschien wel voor dat de dynamiek van de plaat in Paradox wordt overtroffen en soms zelfs radicale trekken vertoont. Daarnaast voegt Ruth Goller op elektrische basgitaar een extra dimensie toe aan de melange van folkjazz en impro. De geboren Italiaanse 'bast' niet alleen voortvarend en majestueus, maar produceert tevens een uniek klankuniversum, waarin angstaanjagende grunge naadloos wordt afgewisseld met hypnotiserende patronen, indrukwekkende dissonanten en apocalyptische resonanties. Ondanks de overweldigende dynamiek en het eclectische karakter blijft de muziek voor een belangrijk deel leunen op folkelementen met een Keltisch fundament. Het is overigens geen folkjazz in de oorspronkelijke vorm; daarvoor is de originaliteit en de blijmoedige maar rauwe energie te groot.
Samenvattend heeft de gelaagde muziek een weldadige uitwerking op de luisteraar door de originaliteit van de composities en met name de tomeloze energie van bandleider Laura Jurd en bassist Ruth Goller. Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Louis Obbens. Tekst & foto's: Louis Obbens Labels: concert, Corrie Dick, folkjazz, Laura Jurd, Martin Green, Ruth Goller, Tara Cunningham, Ultan O'Brien (Louis Obbens, 10.2.26) - [print]
- [naar boven] De invloed van pianist en componist Cecil Taylor op de hedendaagse jazz kan moeilijk overschat worden. In zijn prachtige, bij Wolke Verlag verschenen, biografie 'In the Brewing Luminous: The Life & Music of Cecil Taylor' laat Philip Freeman ons daar weer eens nadrukkelijk bij stilstaan. Die wijdverbreide erkenning was er zeker niet vanaf het allereerste begin: zo gaat dat met de voorlopers in de kunst. Zo schreef Zita Carno in 1958 in reactie op het enige album dat Taylor met John Coltrane maakte, 'Hard Driving Jazz' : "There is only one thing wrong with this recording, but it is a major factor - Cecil Taylor's accompanying. He is an over-busy comper who interferes with the soloist", lees Coltrane. Het zegt alles over de stijl van deze pianist die zich vanaf zijn eerste album, het twee jaar daarvoor verschenen 'Jazz Advance' nooit inhield en volstrekt zijn eigen weg ging. Opvallend aan de muziek van Taylor was dat hij vanaf het allereerste begin, dat hierboven genoemde 'Jazz Advance', wist wat hij wilde laten horen en dat hij daar tot aan het einde van zijn lange leven aan zou vasthouden. Niet dat zijn muziek niet evalueerde - dat deed het zeker - zoals Freeman ook mooi laat zien, maar in de kern is alles al aanwezig op dat eerste album. Zo is een belangrijk onderdeel van zijn muziek altijd improvisatie geweest; ook van zijn gecomponeerde stukken voor groot ensemble maakte dat altijd een integraal onderdeel uit. Voor Taylor was dat niet meer dan normaal. In een interview uit 1959: "It's one... how can you compose without improvising? You didn't ask me what kinds of improvisation there might be, or what are the aesthetics that might seperate my kind of improvisation or composition from someone else's, but it seems to me that basicaly improvisation is composition, in other words, a complete musical thought." En daarin ging hij zijn eigen weg, zich volledig bewust van zijn (muzikale) wortels. In 'Les Grandes Répétitions', een serie documentaires van Gérard Patris en Luc Ferrari waarvan de opnames werden gemaakt in 1966, zit een mooie scène waarin de interviewer Taylor vraagt wat hij vindt van de muziek van John Cage, Johann Sebastian Bach en Karlheinz Stockhausen. Taylor antwoordt iedere keer met de zin "He isn't from my community." Hij voelt zich meer verwant met stride pianisten als Thomas "Fats" Waller en James P. Johnson en een componist als Duke Ellington, musici waarvan je de invloed duidelijk terughoort in zijn muziek. En in 1970 merkte hij op tegen Valerie Wilmer: "There are two cats, two pianists, that they never talk about in relation to myself which is unfortunate, the two being Bud Powell and Horace Silver. I listened to them a lot because, in a way, Monk was the most difficult to get to, to hear and to listen what he was doing."
Opereerde Taylor de eerste jaren noodgedwongen in de marge, zijn vooruitziende blik en compromisloze houding werd, zoals we reeds zagen, niet door iedereeen gewaardeerd, gaandeweg kreeg hij meer populariteit en zoals dat vaker ging met Amerikaanse zwarte musici: meer in Europa dan in de VS. Met name Berlijn ontving hem jarenlang met open armen. Met als absoluut hoogtepunt zijn verblijf in die stad in 1988, resulterend in een serie optredens die nog altijd een hoogtepunt vormen in de geschiedenis van de experimentele jazz. De door FMP uitgebrachte box 'In Berlin ’88' geldt dan ook niet voor niets al jaren als een veelgezocht collector's item. Dat 'In the Brewing Luminous: The Life & Music of Cecil Taylor' ook nog een essay van Markus Müller bevat over die serie optredens is dan ook niet meer dan terecht. Feeman laat al die hoogtepunten en nog veel meer passeren in dit boeiende boek, waarin de nadruk vooral op de muziek ligt, geen album of optreden blijft onbesproken. Taylors privéleven komt eveneens aan bod, maar steekt wel wat karig af bij zijn muziek. Heel veel krijgen we daar niet van mee. Beschouw het boek daarom vooral als een luistergids bij al die wonderlijke muziek die deze onsterfelijke pianist maakte. Tekst: Ben Taffijn | Foto: Maarten Jan Rieder Labels: boek, Cecil Taylor, freejazz, impro, Philip Freeman (Ben Taffijn, 9.2.26) - [print]
- [naar boven] Fred van Duijnhoven was een drummer in hart en nieren, met een onorthodoxe stijl die wortelde in de freejazzperiode van de jaren zeventig. Met het trio Wave van Jos Engelhard won hij in 1974 een (gedeelde) eerste prijs op het Loosdrecht Jazzconcours. Uit die periode dateert ook zijn vriendschap met Terts Brinkhof, later directeur van De Parade, waar Fred ooit soloconcerten gaf, gezeten in een levensgroot vogelnest. Fred maakte deel uit van grotere ensembles van Jos Engelhard en speelde vanaf het eind van de jaren zeventig in talloze improvisatiegroepen met Nederlandse musici. Van grote betekenis was zijn langdurige betrokkenheid bij de vele projecten van I Compani, waarin hij ruim twintig jaar actief was. In de beginperiode van pianist Michiel Braam speelde hij in Bentje Braam en later in Bik Bent Braam. Vrijwel vanzelfsprekend was ook zijn deelname aan de diverse slagwerkensembles van zijn broer Martin. Met het Prisma Orkest van bassist Ed de Vos speelde hij jarenlang; iets later maakte hij deel uit van verschillende groepen van Ig Henneman. Tussen 1988 en 2010 bestond Bo's Art Trio, met Van de Graaf en Braam. Met dit trio werden succesvolle producties uitgevoerd, waaronder 'Niet met de Deuren Slaan', improvisatiemuziek gebaseerd op liedjes uit de televisieserie Ja Zuster, Nee Zuster. Van 2001 tot 2010 was dichter en performer Simon Vinkenoog regelmatig te gast bij het trio, dat ook optrad met musici als Saartje van Camp, Arjen Gorter, Theo Loevendie en Han Bennink. Naast musicus was Fred een bevlogen vogelaar. Hij bestudeerde niet alleen vogelzang, maar vooral ook de bewegingen van vogels, een fascinatie die duidelijk doorklonk in zijn spel. Naast zijn muzikale loopbaan was Fred van 1983 tot 2015 docent tekenen en handvaardigheid aan het Canisius College in Nijmegen. Op 10 april (zijn verjaardag) zal er een herdenkingsconcert georganiseerd worden in Brebl Nijmegen. Tekst: Bo van de Graaf | Foto: Cees van de Ven In de Jazztube hieronder kun je kijken naar een portret van Fred van Duijnhoven door Bas Andriessen, in uitzending van De Muzen van 26 augustus 2018. Labels: Fred van Duijnhoven, in memoriam (Bo van de Graaf, 7.2.26) - [print]
- [naar boven] Trompettiste Milena Casado was een 'nieuwkomer' op North Sea Jazz 2025, en viel meteen op tijdens de uitvoering van 'We Insist 2025!' van Terri Lyne Carrington (TLC) en Christie Dashiell. Ze toerde onlangs in Europa om aandacht te vestigen op haar kwintet en de release van haar eerste album 'Reflection Of Another Self'. TLC was co-producer van het album en wordt door Casado genoemd als een van de belangrijke mentors. Dat begon tijdens haar studie aan Berklee. De andere co-producer is multi-instrumentalist Morgan Guerin, die tijdens de tour naast haar staat op het podium met zijn Electronic Wind Instrument (EWI), samen met drummer Jongkuk Kim, Lex Korten op piano en toetsen en de tengere Kanoa Mendenhall op contrabas. Het concert in Paradox Tilburg is op een woensdagavond en dat verklaart misschien waarom de zaal niet afgeladen vol is. Casado wordt gezien als een rijzende ster en ze levert met haar album een persoonlijk en intiem inkijkje in haar belevingswereld. Het concert begint zoals de cd met een korte soundbite, 'This Is My Hair', direct gevolgd door 'O.C.T (Ode To Crazy Times)'. Meteen blijkt dat die intiem persoonlijke aanpak deel is van de andere zelf die de muzikant Casado met haar publiek wil delen. De soundclip heeft overheersende synthesizerklanken waaronder of -over haar stem spreekt over gevoelens betreffende haar grote donkere krullenbos. Zoals zovelen had ze liever juist het tegenovergestelde gehad, sluik haar. Direct daarna zetten piano en stevige drums in en zetten de blazers de onrust door in geluidsslierten, die worden afgezet tegen word-art. De muziek wordt gekenmerkt door met elkaar verweven akoestische en elektronische soundscapes en thema's, afgezet door stemmen die al dan niet zingen. Casado bespeelt trompet, elektronica en spreekt of zingt. Guerin is het tweelingbroertje die aanvult, uitbreidt, commentaar geeft en dan zijn eigen pad doorzet met de EWI die vaag herinnert aan George Duke uit de jaren 90, helemaal op de momenten wanneer Casado lijnen dubbelt met haar stem.
Mendenhall laat zien hoeveel power en zeggingskracht in haar schuilgaat, zowel in een lyrische gestreken bassolo als in een uptempo bop-passage. Daarnaast is ze als een groovende wandelaar steeds aanwezig. Korten geeft samen met de EWI en het digitale workstation van Casado klank aan het elektronische deel, met een hand steeds op het toetsenbord van de piano. Aanvankelijk duurde het een paar nummers voor het geheel goed op gang kwam, maar drummer Jongkuk Kim leek van meet af aan in zijn groove. Zijn spel is subtiel en krachtig tegelijk, met soms iets te veel volume, waardoor de drums overheerste. Milena Casado zet met haar composities en spel een fascinerende musicus neer: momenten van Miles met gedempte trompet, momenten van jaren 80-fusion, helderheid maar mysterie, het samenspel tussen EWI, trompet, stem, toetsen... zij is de spil van deze galaxy. Concluderend is het lastig om te besluiten wat beter is: dit kwintet live meemaken of het album kopen. Waarom niet allebei? Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Louis Obbens. Tekst: Monica Rijpma | Foto's: Louis Obbens Labels: concert, Kanoa Mendenhall, Lex Korten, Milena Casado, Morgan Guerin, Terri Lyne Carrington (Monica Rijpma, 2.2.26) - [print]
- [naar boven] Pianiste Roberta Piket studeerde bij onder anderen Fred Hersch en een van de (eigen) nummers die ze in De Smederij liet horen was 'Ballad For Bill Evans'. Dan zou je wellicht verwachten dat ze een etherisch, bezonken stuk zou laten horen, iets in de geest van 'Waltz For Debby'. Niets is evenwel minder waar. Piket beschikt namelijk over een forse, om niet te zeggen genadeloze aanslag. Maar misschien gebruikte ze die wel opzettelijk, als om te maskeren dat de piano, zeker in het hoge register, in niet zo'n beste stemming verkeerde. Het weer, hè. Alleen het gespeelde arrangement van 'Alone Together' had een etherisch karakter, de rest van de avond speelde ze vooral luid en duidelijk. Piket is een tante die weet waar ze de mosterd kan bekomen. Dat demonstreerde ze onloochenbaar in 'If I Were A Bell'. Dat haar rapport met drummer Billy Mintz weinig te wensen overliet had wellicht te maken met het gegeven dat Piket en Mintz niet alleen het podium, maar ook de sponde delen. Hoe dan ook, de drummer (ex-Lee Konitz, Bassist Joris Teepe dichtte alle gaten, zodat we naar een echt, hecht trio luisterden. Zijn soli in 'There Is No Greater Love' en 'All The Things You Are' waren vernuftig, verrassend en zeer muzikaal. Het is bekend: Teepe haalt, als hoofd van de jazzafdeling van het Groninger Prins Claus Conservatorium sinds jaar en dag met grote regelmaat docenten uit New York. Roberta Piket is daar een van. Of dat goed geoliede systeem ook toekomstbestendig is zal binnenkort moeten blijken. In de hogere regionen van het conservatorium heeft een tijdje geleden namelijk een machtswisseling plaatsgevonden en er waait thans een frisse wind. Het kan niet vaak genoeg gezegd worden: hoedt u voor frisse wind. Tekst: Eddy Determeyer | Foto: Diederik Idema Labels: Billy Mintz, concert, Joris Teepe, Roberta Piket (Eddy Determeyer, 26.1.26) - [print]
- [naar boven] Saxofonist Paul Dunmall is een legende van de vrije vleugel van de Britse jazz en improvisatie. Hier is hij een nobele onbekende, iets waar de bijziende obsessie met aanstormend jong geweld misschien voor iets tussen zit. De veteraan samenbrengen met een van die jongere vertegenwoordigers, trompettiste Laura Jurd, is misschien wel een manier om het boeltje open te breken. Aan de kwaliteit zal het niet liggen, want Jurds materiaal voor Dunmalls kwartet en koperkwintet op 'Fanfares & Freedom' is even vrij als opwindend en genereus. De weelderigheid is verankerd in de diepste wortels van de jazz, maar krijgt hier een immense stuwing en klankkleur. Het is even wennen, zo'n pompommende tuba en een wervelend, vrij improviserend viertal in dezelfde kamer, maar het werkt wonderwel, met een combinatie van fanfare-achtige kamermuziek, die hier en daar wat herinnert aan Bill Frisells topplaten van een jaar of dertig geleden, en momenten vol bluesy baldadigheid of breed uitgesmeerd getoeter.
Paul Dunmall (tenorsax, sopraansax), Liam Noble (piano), Caius Williams (bas), Miles Levin (drums). Laura Jurd (trompet), Chris Batchelor (trompet), Alex Paxton (tombone), Raphael Clarkson (trombone), Oren Marshall (tuba) | Paul Dunmall (tenorsax, sopraansax), Percy Pursglove (trompet), Richard Foote (trombone), Alicia Gardener-Trejo (baritonsax), James Birkett (gitaar), Andrew Woodhead (synthesizers, orgel, Fender Rhodes), Glen Leach (piano, orgel, stem), James Owston (bas), Jim Bashford (drums).
Tekst: Guy Peters | Deze recensie verscheen ook in Jazz&mo' Labels: cd, Laura Jurd, Paul Dunmall (Guy Peters, 23.1.26) - [print]
- [naar boven] Een schot in de roos. Niet lang geleden ontmoette saxofonist Bert Brandsma tijdens een optreden met een grote bezetting Galya Sky. Celliste uit Litouwen die in 2016 in Nederland belandde en onder de hoede kwam van Ernst Reijseger. Brandsma was wel gecharmeerd van haar kunnen en toen de vaste bassist van zijn Dixieland Crackerjacks een keer verhinderd was vroeg hij Sky. Et voilà. De cello heeft, zeker in haar handen, een prominenter, doordringender geluid dan de meer gebruikelijke contrabas. Dus met die functie zit het wel snor. Een aantal keren betrapte ik me erop dat ik eerst de bassax en vervolgens de bastrommel bestudeerde alvorens ik erachter kwam dat die diepe beat wel degelijk van de bescheiden cello afkomstig was. Met de strijkstok kan ze het orkestrale karakter van de band benadrukken. Zo kreeg 'Do You Know What It Means To Miss New Orleans' een geheel nieuw leven. Samen met de cornet van Bas Toscani en de trombone van Slidin' Selena Kuiper spreidde Sky een warm veren bedje voor de saxofoon van Brandsma. Eerder had ze in een duet met de leider (op bassaxofoon) 'Oh Lady Be Good' al onder stroom gezet. Spanning en sensatie. In 'Five Feet Two, Eyes Of Blue' demonstreerde Brandsma op altsax dat er leven was vóór Charlie Parker - en nog steeds een beetje, kennelijk. Toch een beetje spijtig dat het nu al tachtig jaar draait om het aantal nootjes per seconde in plaats van de soul per zucht. Van de oude stempel bleek ook Léon Rohrbach, banjo, gitaar en vocals. Die was nog niet geboren toen crooner Bing Crosby, een duidelijke inspiratiebron, kwam te overlijden, in 1977, op een golfcourse bij Madrid. (Famous last words, nadat hij een potje had gewonnen: "That was a great game of golf, fellas. Now let's have a coke.") Het zou me niks verbazen dat de soul van Bing, of een deel daarvan, in Rohrbach terecht is gekomen. Sinds hun debuut in 1994 hebben de Dixieland Crackerjacks heel wat wijzigingen in de bezetting meegemaakt. Bert Brandsma was altijd de constante factor. Laten we hopen dat de huidige versie een lang leven beschoren is. Galya Sky met name gunnen we een onbezorgde oude dag bij de Crackers. Tekst: Eddy Determeyer | Foto: Hammie van der Vorst Labels: Bas Toscani, Bert Brandsma, concert, Dixieland Crackerjacks, Galya Sky, Léon Rohrbach, Slidin' Selena Kuiper (Eddy Determeyer, 20.1.26) - [print]
- [naar boven] Gitarist en componist Reinier Baas (1985) is de winnaar van de Boy Edgar Prijs 2025, de belangrijkste prijs in de Nederlandse jazz en improvisatiemuziek. De jury prijst Reinier Baas als 'een veelzijdig fenomeen en een authentieke vernieuwer.' Volgens de jury heeft hij een uniek vermogen om traditie en experiment te combineren, waarmee hij een nieuwe generatie muzikanten inspireert en complexe muziek toegankelijk maakt voor een breed publiek. 'Hij zoekt daarin vaak verbinding met andere kunstvormen en genres.' Met twee Edison Awards, elf albums als (mede)leider en samenwerkingen met muzikanten als Louis Cole, Dave Douglas, Mary Halvorson en Gregory Porter, is Baas een van de meest veelzijdige en invloedrijke gitaristen van zijn generatie. Zijn hybride muzikale taal, die invloeden van Bartók, Stravinsky, hiphop en improvisatie combineert, leverde hem internationale erkenning op en compositieopdrachten van onder meer het Metropole Orkest, Pynarello, het Koninklijk Concertgebouw, November Music en het Südtirol Jazzfestival. Daarnaast is hij actief in projecten als Deadeye en Bughouse, en vormt hij al jaren een hecht duo met saxofonist Ben van Gelder, vaak begeleid door muzikanten als Han Bennink en Jeff Ballard. Afgelopen november bracht hij samen met Kit Downes en Jonas Nurgwinkel het nieuwe album 'In Orbit' uit. Baas is verbonden aan het Conservatorium van Amsterdam en Jazzcampus Basel, en in het seizoen 2025-2026 zal hij het Nationaal Jeugd Jazzorkest dirigeren [zie ook de Jazztube hieronder]. Hiermee speelt hij een steeds grotere rol in de ontwikkeling van een nieuwe generatie jazzmusici. Reinier Baas is vereerd dat hij de prijs in ontvangst mag nemen. Hij mag zich in een rijtje plaatsen met musici die hij zeer bewondert, onder wie Han Bennink, Benjamin Herman, Tony Roe en Tineke Postma. De Boy Edgarprijs wordt op 25 maart uitgereikt tijdens een feestelijke avond in het Bimhuis in Amsterdam. Tekst: Maarten van de Ven | Foto: Cees van de Ven Labels: boy edgar prijs, jazztube, Nationaal Jeugd Jazzorkest, NJJO, Reinier Baas (Maarten van de Ven, 13.1.26) - [print]
- [naar boven] Vandaag zet ik de schijnwerpers op de Amerikaanse drummer Eric McPherson. Als student speelde hij al in de band van de beroemde saxofonist Jackie McLean en in 2007 bracht hij zijn eerste album onder eigen naam uit. Vorig jaar voegde hij aan de gestage stroom albums 'Double Bass Quartet' toe. Een album onder zijn leiding, dat werd uitgebracht door Giant Steps Arts, met John Hébert en Ben Street op contrabas en David Virelles achter de piano. En op het bij Intakt Records verschenen 'Star Mountain' van het Otherlands Trio speelt McPherson mee als belangrijke sideman. Tja, als beroemde drummers als Max Roach, Michael Carvin, Charles Moffett en Feddie Waits al bij je ouders over de vloer komen, is het wellicht ook niet meer dan logisch dat je drummer wordt. En wat dan ook niet verwonderlijk is, is dat we McPhersons stijl in die klassieke jazz kunnen plaatsen. Het album begint dan ook met een stuk van een andere beroemde musicus waar McPherson mee samenwerkte: pianist Andrew Hill. Samen met Hébert zat hij in het laatste trio van Hill voor zijn dood in 2007. 'Ode To Von' en de ballade 'Ashes' verderop op dit album, zijn dan ook een eerbetoon aan deze grensverleggende pianist, met in het eerste stuk een grote rol voor Virelles, waarmee McPherson ook al jaren samenwerkt. Zo horen we de twee samen met Street ook op Virelles' 'Carta'. Maar in dit kwartet dus twee bassisten - ook dat is niet nieuw, Duke Ellington kwam in de jaren 40 van de vorige eeuw al eens op dat idee, maar echt vaak komt het aan de andere kant ook weer niet voor. Het geeft een wat steviger, donkerder geluid, iets wat bijvoorbeeld mooi tot uiting komt in de ballade 'Blind Pig', een stuk van Hébert. Met name als Virelles even stil is en we alleen het bas-drums trio horen. Maar goed, McPherson staat hier centraal en dat horen we mooi in Stanley Cowells 'Illusion Suite', een stuk waar de drummer zorgt voor de structuur. Maar nog beter horen we hem in het bijna zes minuten durende, bijzonder boeiende 'Solo Drum'. De bassisten krijgen weer alle ruimte in de standard 'Darn That Dream' van Jimmy Van Heusen. Bijzonder is ook zonder meer de ballade 'Transmission’ van Virelles, met uiterst afgewogen pianospel en doeltreffend slagwerk op de achtergrond. Waar Virelles ook uitstekend raad mee weet is Thelonious Monks 'Skippy', we herkennen de meester direct.
Tekst: Ben Taffijn Labels: Ben Street, cd, Darius Jones, David Virelles, Eric McPherson, John Hébert (Ben Taffijn, 11.1.26) - [print]
- [naar boven] Geheel onverwacht overleed op maandag 5 januari 2026 jazzbassist Wiro Mahieu. Mahieu werd op 24 december 1964 geboren in Nijmegen. Op zijn dertiende begon hij bas te spelen, eerst basgitaar, later ook de contrabas. Hij kreeg les aan het Huis voor de Kunsten De Lindenberg in Nijmegen, daarna studeerde hij aan het ArtEZ-conservatorium in Arnhem. "De band Queen was toen een van mijn eerste favoriete bands, maar toen ik 18 werd en ook contrabas ging spelen interesseerde ik mij langzamerhand steeds meer voor jazz. Ik ben het meest beïnvloed door het Bill Evans Trio met bassisten als Eddie Gomez en Scott Lafaro. Soulbands als bijvoorbeeld The Whispers, Pleasure en Cameo en musici als George Duke en Herbie Hancock zijn ook een grote inspiratiebron voor mij." Tussen 1989 en 1992 toerde Mahieu uitgebreid door Europa met de groep van Indonesische jazzviolist Luluk Purwanto. Hij maakte deel uit van het Waterland Sextet van pianist-componist Loek Dikker en de groep Vandoorn van zangeres Ineke van Doorn en gitarist Marc van Vugt. Hij speelde met tal van prominente Nederlandse jazzmuzikanten, waaronder Rob van den Broeck, Eric Vloeimans, Jeroen Pek, Masha Bijlsma, Denise Jannah, Pierre Courbois en Bo van de Graaf, met wie hij op kerstavond nog optrad in Brebl Nijmegen. In 2004 volgde hij Eric van der Westen op als bassist in het Paul van Kemenade Quintet. Ook speelde hij met Van Kemenade in diens Three Horns And A Bass. Zijn basspel is te horen op tientallen albums. Met zijn eigen Low Motion Trio speelde op het North Sea Jazz Festival. Ook toerde hij met de befaamde Amerikaanse saxofonist Charlie Mariano. Mahieu manifesteerde zich ook als een enthousiaste en belangrijke inspirator voor de jazzscene in en rond zijn geboortestad. Zo was hij een van de organisatoren van het Nijmeegse jazzfestival 'East of Eastern', waarbij hij zelf ook vaak aantrad met diverse formaties. In de Nijmeegse binnenstad gaf hij leiding aan ontelbare jazz-jamsessies, voor cafés als Odessa en Wunderkammer en podia als Brebl en de Lindenberg. Tussen 2008 en 2015 doceerde hij op het Artez Conservatorium te Arnhem, waar hij Henk Haverhoek - bij wie Wiro in 1990 afstudeerde met een 9 - opvolgde als hoofdvakdocent contrabas Jazz & Pop. Zijn gedreven en gepassioneerde basspel zal worden gemist. Cees van de Ven maakte een eerbetoon aan Wiro Mahieu, dat je hieronder kunt bekijken én beluisteren. Tekst: Maarten van de Ven | Video & foto's: Cees van de Ven
Labels: bas, in memoriam, jazztube, Wiro Mahieu (Maarten van de Ven, 6.1.26) - [print]
- [naar boven] Concert | Jazztube Motian Love is een nieuw gloednieuw kwintet dat zich volledig richt op de muziek van drummer en componist Paul Motian. De band brengt toonaangevende muzikanten uit de Belgische jazz- en improvisatiescene samen, verspreid over verschillende generaties.
Het geluid van Motian Love sluit nauw aan bij het legendarische trio van Joe Lovano, Bill Frisell en Paul Motian. Met dezelfde basloze bezetting, maar nu met een dubbele bezetting van tenorsax en gitaar, ontstaat een rijke gelaagdheid van melodieën en harmonieën. Daarmee verwijst de groep ook naar de energie van The Electric Bebop Band, waarmee Motian destijds uitgebreid opnam en toerde.
In de Jazztube hierboven kun je het hele concert terugkijken en beluisteren.
Bezetting: Nicolas Kummert (sax), Erwin Vann (sax), Artan Buleshkaj (gitaar), Vitja Pauwels (gitaar), Nico Chkifi (drums).
Video & fotoverslag: Cees van de Ven
Labels: Artan Buleshkaj, concert, Erwin Vann, jazztube, Motian Love, Nico Chkifi, Nicolas Kummert, Vitja Pauwels (Cees van de Ven, 4.1.26) - [print]
- [naar boven] Ondanks zijn Angelsaksische naam is trompettist Ian Cleaver gewoon in Amsterdam geboren en getogen. Paradoxaal genoeg vertoeft hij de laatste vijf jaar vooral in New York, waar hij ook zijn meest recente album 'Yarn!' opnam. En dat voert hij momenteel dus live uit - in Nederland. Willie Bowman ("gevonden ergens in Brooklyn") is eveneens een link met NYC: hij is de drummer op de bedoelde geluidsdrager. En dat complementeert hij dan door na slechts een paar weken in ons land al een aardig mondje Nederlands te praten. Zo zit de wereld tegenwoordig dus in elkaar.
De muziek is intussen zo Amerikaans als een pancake met maple syrup. Soort van neo-bop en dan meer neo dan bop. Het openingsnummer in Feerwerd was 'Midge', dat een Ornette Coleman-feel had, maar ook geparenteerd was aan Sonny Rollins' 'Doxy'. Meteen liet altist Ben van Gelder horen dat hij meer een Rollinsdenker is dan een Colemanman, gezien zijn zware en volle geluid. Als tweede stem achter de soli van Cleaver gaf hij het geheel een orkestraal karakter. Een volgend keer zou de leider ook zijn bugel moeten meebrengen, kijken hoe dat mengt, wat voor kleurtjes. Hij imponeerde nu met luid en duidelijk zuiver spel, waarbij zijn overgangen van noot naar noot soms een 'oh'-gevoel opriepen.
Als deze gast in Nederland blijft hangen zitten wij gebeiteld. Maar ja, erg honkvast zijn ze niet, die jazzmuzikanten van tegenwoordig.
Tekst: Eddy Determeyer | Foto: Jan Tempel Labels: Ben van Gelder, concert, Ian Cleaver, Steve Zwannink, Timothy Blanchart, Willie Bowman (Eddy Determeyer, 31.12.25) - [print]
- [naar boven] De Amerikaanse tenorsaxofonist Mark Turner timmert aardig aan de weg. Hier allereerst aandacht voor het bij Giant Steps Arts verschenen 'Reflections On: The Autobiography Of An Ex-Colored Man', waarop we Turner horen met trompettist Jason Palmer, pianist David Virelles, bassist Matt Brewer en drummer Nasheet Waits. Verder aandacht voor twee recente albums waarop we hem als sideman horen. Pianist Benjamin Lackner vroeg hem voor zijn kwintet, dat verder bestaat uit trompettist Mathias Eick, bassist Linda May Han Oh en drummer Matthieu Chazarenc, en drummer Billy Hart nodigde hem uit voor zijn kwartet, met verder pianist Ethan Iverson en bassist Ben Street. Zowel 'Spindrift' als 'Just' verschenen bij ECM Records.
De albumtitel ontleent Turner aan het boek 'The Autobiography Of An Ex-Colored Man' van James Weldon Johnson, een voormalige Amerikaanse burgerrechtenactivist, diplomaat en professor. Het boek is een half fictief verhaal over een gekleurde man, die zo licht van teint is dat hij door kan gaan voor wit. In tien delen, 'Movements', waarin Turner ook stukken voorleest uit het boek, brengt hij middels pakkende jazzklanken een eerbetoon aan dit boek. Hij betoont zich daarmee niet alleen een uitstekend saxofonist - luister bijvoorbeeld naar de uitgebreide solo in 'Movement 3. Pulmonary Edema' - maar tevens ook een zeer onderhoudende componist. Daarbij valt allereerst op dat hij zijn medemusici opvallend veel ruimte geeft, zo bevat 'Movement 2. Juxtaposition' een uitgebreid duet van Virelles en Waits, bevat 'Movement 4. Europe' een prachtige trompetsolo van Palmer en kennen zowel 'Movement 4. Europe' als 'Movement 5: New York' bijzondere solo's op synthesizer van Virelles. En verder is opmerkenswaard dat de blazers opvallend vaak samen te horen zijn, wat regelmatig de indruk wekt dat we hier met een kleine bigband van doen hebben, in plaats van met een kwintet.
Tekst: Ben Taffijn Labels: Ben Street, Benjamin Lackner, Billy Hart, cd, David Virelles, Ethan Iverson, Jason Palmer, Linda May Han Oh, Mark Turner, Mathias Eick, Matt Brewer, Nasheet Waits (Ben Taffijn, 29.12.25) - [print]
- [naar boven] "Het volgend nummer is uit de oude doos," kondigt banjoïst Tom Stuip monter aan. "'Tiger Rag', uit 1917." "1911," bromt pianist Hans de Bruijn achter hem corrigerend.
De plek is Zalencentrum Hingstman te Zeijen, onder de rook van Assen. Hier resideert de Jazzclub Assen tegenwoordig. Een eerbiedwaardig dorpsetablissement met een toneelzaaltje, dat er honderd jaar geleden weliswaar heel anders uitzag, aan de buiten- en aan de binnenkant, maar in feite nog altijd als zodanig functioneert.
Deze zondagmiddag is de aloude, om niet te zeggen eerbiedwaardige Jazz-O-Matic Four Plus One er te gast. Jazz uit de roaring twenties, met eeuwig groene deunen als 'Ain't Misbehavin'', 'Chloe' en 'The World Is Waiting For The Sunrise', vakkundig uitgevoerd door het kwintet. Qua stijlopvatting ergens in de buurt van Joe Venuti's Blue Four en Six. Over Venuti gesproken: violiste Carmen Jacobs was de meest prominente solist van het gezelschap. Mooi van opbouw, die solo's. In rechte lijn zat zij een meter of zes van bugelblazer Peter Ivan en het was grappig om hun onderlinge communicatie te bestuderen, met vingertjes en wenkbrauwen. Ivan blies ook nog op een grappig klein zwart fluitje, dat aan een Zuid-Afrikaanse penny whistle deed denken, doch een sopraninoblokfluit bleek.
Het programma was ambitieus uit de startblokken gegaan met 'June Night', waarbij Leo van Oostrom op bassaxofoon in z'n eentje een complete bigband plus dubbelgemengd koor moest zien te evoceren. Dat lukte natuurlijk prima. De Jazz-O-Matic, ook alweer in de veertig, reageert met stalen smoelen wanneer een vocalist een maatje of anderhalf te vroeg inzet. De band rommelt gewoon onbekommerd door. En ach ja, dat 'Basin Street', 95 jaar geleden in New Orleans misschien inderdaad nog 'The street where the elite meet and greet'. Sinds jaar en dag is het een mistroostige route langs parkeerterreinen zo groot als stadscentra, loodsen en achterkanten. Nee, dan kunt u beter aan de Hoofdstraat in Zeijen zitten.
Tekst: Eddy Determeyer | Foto: Hammie van der Vorst Labels: Carmen Jacobs, concert, Jazz-O-Matic Four Plus One, Joe Venuti, Leo van Oostrom, Peter Ivan, Tom Stuip (Eddy Determeyer, 23.12.25) - [print]
- [naar boven] In elf relatief korte stukken wordt zeer intens gecommuniceerd tussen gitarist Reinier Baas en saxofonist Ben van Gelder, aangevuld met vier gastmuzikanten die de hele schijf nog interessanter en complexer maken.
'This Is Water' refereert aan een speech van D.F. Wallace met het bekende verhaal van twee jonge vissen die een oudere soortgenoot ontmoeten. Die vraagt hoe het water aanvoelt vandaag, waarop de twee jonkies zich afvragen: Wat is water? De parabel is duidelijk: bewustwording van de meest evidente gegevens is essentieel voor een dieper doordringen in de werkelijkheid. Dat is wat ook gebeurt op deze cd.
Muzikaal wordt diep geboord naar microtonaliteit. En daar zijn de gasten niet vreemd aan. Allen geven ze het beste van zichzelf in de composities die voor hen speciaal werden geschreven en die getuigen van een rijk klankenpalet, waarbij een bravo voor de zeer functionele inzet van elektronica. Dit werk blijft fascineren op het vlak van muzikale dialoog, verbinding en expressieve kracht, uitmondend in een krachtig statement dat je dwingt op een intense manier naar de muziek te luisteren.
Er wordt soms hoekig, wringend en schurend, maar ook vloeiend en vlot gecommuniceerd, en dat door een mooi evenwicht tussen tonale spanning en ontspanning. Een plaat zonder compromissen, en zo hebben we het graag.
Reinier Baas (gitaar), Ben van Gelder (altsaxofoon, harmonium), Jeff Ballard (drums), Cory Smythe (piano), Han Bennink (drums, percussie), Marta Warelis (piano)
Tekst: Marc Van de Walle | Deze recensie verscheen ook in Jazz&mo' Labels: Ben van Gelder, cd, Cory Smythe, Han Bennink, Jeff Ballard, Marta Warelis, Reinier Baas (Marc Van de Walle, 22.12.25) - [print]
- [naar boven] Interlinie is een serie evenementen gericht op kruisbestuiving tussen Nederlandse en Belgische improvisatie, experimentele muziek en jazz. Paviljoen Ongehoorde Muziek bood tijdens de tweede editie plaats aan twee bijzondere acts uit de Lage Landen.
De Belgische tubaïste Berlinde Deman opende de avond. In Eindhoven werd haar onlangs verschenen en alom geprezen solo-cd 'Plank 9' live uitgevoerd. Deman, hier op serpent, betoverde het publiek met intimistische klankkleuren die tot de verbeelding spraken en de ziel raakten. Met het karakteristieke geluid van de serpent en middels loops en elekronica schiep Deman fascinerende instant composing. Muziek om gedachten de vrije loop te laten, om in deze hectische tijd wat tot contemplatie te komen en schoonheid te ervaren. Beslist een aanrader, dit concert, dat je hier kunt bekijken.
Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.
Na de pauze was het de beurt aan het kwartet Old Adam On Turtle Island. En als je de namen van dit illustere kwartet even tot je laat doordringen, weet je dat wat te wachten staat niet voor watjes is bedoeld maar voor diehard freejazz-oren die tegen een stootje kunnen. Het verschil na de serene klanken van Deman kon immers niet groter zijn. Maar nochtans was onder aanvoering van saxofonist John Dikeman de set kwalitatief van hoog niveau. Pianiste Marta Warelis, bassist Aaron Lumley en last but not least drumster Sun-Mi Hong zijn allemaal musici waarvoor de uitdrukking 'buiten de lijntjes kleuren' een volslagen understatement is. Het bewijs wordt geleverd in deze Jazztube.
Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.
Tekst, foto's & video's: Cees van de Ven
Labels: Aaron Lumley, Berlinde Deman, concert, jazztube, John Dikeman, Marta Warelis, Old Adam On Turtle Island, Sun-Mi Hong (Cees van de Ven, 21.12.25) - [print]
- [naar boven] De sterk aan de weg timmerende muzikant Nawras Altaky verdient een introductie. De zanger/componist/oedspeler is in 1995 geboren in het zuiden van Syrië, relatief dicht bij de grens met Jordanië. Een streek die in de nasleep van de oorlog nog steeds onrustig is. Altaky is als componist en zanger afgestudeerd aan het conservatorium in Utrecht. Opvallend is zijn compositie 'SOS Moria' waarin aandacht en steun wordt ge-vraagd voor de vijfhonderd kinderen uit het vluchtelingenkamp Moria. Tijdens het optreden in Paradox is zijn persoonlijke geschiedenis, en die van zijn land dat hij 10 jaar geleden ontvluchtte, op indringende wijze aanwezig.
Het septet bestaat uit een mix van westerse en oosterse instrumenten met Oene van Geel op altviool, Teis Semey op elektrische gitaar, Marianne Noordink op ney en fluit, Kinan Abuakel op buzuk, Remy Dielemans op contrabas en Udo Demandt op percussie. Gedurende één set worden composities uitgevoerd van zijn debuutalbum 'Arise! Journey Of Resilience' dat in februari 2026 uitkomt. De presentatie en de cross-over van stijlen, waarin regionale traditionele muziek (Arabische maqam) samenkomt met jazz en improvisatie, is verleidelijk en avontuurlijk. Het spel op de oed, in combinatie met het warme, meerkleurige stemgeluid van Altaky, is om door een ringetje te halen. Zijn stem is in staat oprechte emoties zoals ontroering en blijdschap over te brengen.
Zijn bizarre persoonlijke ervaring wordt getransformeerd naar een hoopvolle en gedenkwaardige muzikale reis. De mooie composities van Altaky maken deze avond niet alleen zeer genoeglijk, maar ook muzikaal inspirerend.
Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Louis Obbens.
Tekst & foto's: Louis Obbens
In de Jazztube hieronder zie je het concert dat het Nawras Altaky Sextet op 21 februari 2025 gaf in het Bimhuis, Amsterdam.
Labels: concert, jazztube, Kinan Abuakel, Marianne Noordink, Nawras Altaky, Oene van Geel, Remy Dielemans, Teis Semey, Udo Demandt (Louis Obbens, 19.12.25) - [print]
- [naar boven] Het Orgel Trio (HOT) ontstond ruim tien jaar geleden toen organist Berry van Berkum, vaste bespeler van het imposante orgel in de Utrechtse Nicolaïkerk, bassist Dion Nijland uitnodigde voor een jazzconcert in de kerk. De ontmoeting bleek een schot in de roos. Altklarinettist Steven Kamperman voegde zich bij hen en zo werd de bezetting compleet. Vanaf dat eerste concert levert het trio steevast producties af die het pijporgel uit zijn sacramentele voegen trekken en het instrument een nieuwe rol geven: niet langer uitsluitend gewijd aan liturgie, maar ook aan improvisatie, jazz en experiment.
De drie musici brengen ieder hun eigen achtergrond mee. Van Berkum is een klassiek geschoolde organist die zich al vroeg inliet met jazz, improvisatie en hedendaagse muziek. Hij ziet het orgel niet als een museumstuk, maar als een levend instrument dat zich kan mengen in de taal van jazz. Dion Nijland is een veelzijdige contrabassist, actief in talloze ensembles en bekend om zijn warme toon en ritmische flexibiliteit. Hij speelde onder meer met Dimami, VanBinsbergen Playstation en met zijn eigen band DEON. Steven Kamperman, altklarinettist en componist, beweegt zich tussen jazz, wereldmuziek en theater. Samen vormen ze met Het Orgel Trio en gasten ensembles die steeds nieuwe wegen inslaan.
Eerder namen ze de muziek van Charlie Parker en Duke Ellington onder handen, en recent nog die van Jan Pieterszoon Sweelinck, de zeventiende-eeuwse componist en organist die zelfs Johann Sebastian Bach inspireerde. Sweelinck leek een logische keuze: een organist met contrapuntische werken die zich lenen voor improvisatie en hercompositie. Maar met 'Colors Of Hendrix' gaat HOT verder met een gewaagd experiment: elf composities van gitaarlegende Jimi Hendrix krijgen hier een volledig nieuwe interpretatie.
De vraag dringt zich op: kan dat? Werkt het? Kan een pijporgel, klarinet en contrabas een nummer als 'Hey Joe' vertalen zonder alles te verliezen waarvan Hendrix-fans houden? Het trio speelt bovendien zonder drums, iets wat ze deels opvangen door een percussieve aanpak op contrabas en orgel. Voor dit album komt er versterking van gastcellist Pau Sola Masafrets, een verrassende keuze die de klankkleur verbreedt. Geen vocalen, geen gitaar, geen elektrische versterking, geen wahwah of fuzz - en toch klinkt het overtuigend.
'Purple Haze' opent met lange gestreken lijnen van de cello die oplossen in een enkele noot, waarna het orgel de compositie met bas en cello openbreekt. De klarinet neemt de zangpartij over: "Excuse me while I kiss the sky." Het orgel keert terug met stevige akkoorden die de klappen van de drums vervangen. Het gaat naadloos verder met 'Foxy Lady', waarin de bas plukt en trekt als een berimbau. Dan opeens vormen orgel en klarinet samen de klank van die oerkreet waarmee Hendrix de wereld veroverde. Er volgt een swingende klarinetsolo voordat het orgel de meest herkenbare gitaarriff uit de rockgeschiedenis zwaar nadreunend bij ons achterlaat.
Het bijzondere van dit album is dat HOT niet probeert Hendrix te imiteren, maar zijn geest te kanaliseren. De spanning, de verrassing, de wendingen, het spel van hard en zacht, de onderbuikklanken, het zuchten en schreeuwen, de blues maar ook de kinderlijke verwondering richting het oneindige - het is allemaal terug te horen. Het orgel neemt de rol van slagwerk en harmonie over, de klarinet vervangt de stem en de bas houdt alles bij elkaar met een percussieve drive. De cello voegt een nieuwe dimensie toe, soms lyrisch, soms ritmisch.
Zo ontstaat een album dat zich als een integraal werk laat beluisteren. Het is niet alleen een ontdekkingstocht door de veelzijdigheid van Hendrix' nalatenschap, maar ook een statement van HOT zelf: dat jazz en improvisatie geen grenzen kennen en dat zelfs een pijporgel kan swingen. Het experiment werkt, en hoe.
Een live-uitvoering met enkele gezongen nummers zou nog een ander aspect kunnen toevoegen. En mocht dat in de kerk gebeuren, dan zouden er zomaar wat zieltjes verlost kunnen worden van het kwade - want dit is muziek die de geest opent.
Tekst: Monica Rijpma | Foto: Allard Willemse Labels: Berry van Berkum, cd, Dion Nijland, Het Orgel Trio, HOT, Steven Kamperman (Monica Rijpma, 16.12.25) - [print]
- [naar boven] In 2005 begonnen Gijs Levelt, Ned McGowan en Tobias Klein het Spinifex Orchestra. Twintig jaar later is het gewoon Spinifex en is alleen Klein van het driemanschap nog aan project verbonden. De band wisselde van samenstelling en bestaat sinds 2010 vooral in een kleinere bezetting, eerst een kwintet en later een sextet. Projecten uit de laatste jaren betroffen 'Bollycore' (2014), 'Maximus' (2015), 'Amphibian Ardour' (2017), 'Soufifex' (2019), 'Beats the Plague' (2021), 'Spinifex Sings' (2022), met als gasten de solisten Björk Nielsdottir en Priya Purushothaman, en nu ligt er het alweer tiende album 'Spinifex Maxximus'. Deze zaterdag speelde de band in de PlusEtage, Baarle-Nassau als laatste stop van een korte jubileumtour.
Waarom Klein en consorten de stukken in een andere volgorde spelen dan ze op de cd staan weet ik niet, maar veel maakt dat natuurlijk niet uit. Hier dus de volgorde van het concert, dat begint met 'Annie Golden' van Maris. We horen Amend met een strijkstok langs de toetsen van haar vibrafoon strijken en de weldadig intieme klanken van het strijktrio. Dan klinken de bassax van Dikeman, zelden te horen in de jazz, en aansluitend de andere blazers. Heuse kamerjazz. Langzaam loopt het tempo op en kruipt de ritmiek naar binnen. In grote lijnen is de muziek natuurlijk hetzelfde op de cd, alleen maakt die overrompelende solo van Dikeman live toch echt meer indruk; daar voel je de spanning in je eigen lijf!
Na de pauze klinkt eerst 'Smitten' van Stadhouders. Een fragiele melodie van de blazers opent het stuk, gevolgd door een wat meer ritmische passage van drums en vibrafoon - het is tenslotte een stuk van Stadhouders - en hectiek van de blazers. Van Almeida klinkt 'The Privilege Of Playing The Wrong Notes', muziek die lange tijd klinkt als een traag stromende rivier met een al even verstilde, ietwat vreemd aandoende passage van het strijkerstrio, maar die tegen het einde opvallend versnelt. We sluiten het concert af met het vrij hectische 'Sack & Ash' van Klein. Een stuk vol contrasten. Zetten de musici het ene moment de zaak behoorlijk op scherp, op andere momenten kiest men voor opvallend fragiele schermutselingen en solo's.
De foto's zijn gemaakt tijdens het concert van Spinifex Maxximus op 3 december bij Podium JIN in Nijmegen.
Tekst: Ben Taffijn | Foto's: Maarten van de Ven Labels: Bart Maris, concert, Elisabeth Coudoux, Gonçalo Almeida, Jasper Stadhouders, Jessica Pavone, John Dikeman, Phillipp Moser, Salome Amend, Spinifex, Tobias Klein (Ben Taffijn, 15.12.25) - [print]
- [naar boven] "Met Miles ging de muziek een hele andere richting uit - zoals we inmiddels allemaal weten. In de laatste maanden nam ik zelfs mijn contrabas niet meer mee op tour; ik speelde alleen nog basgitaar. En dat zat me dwars, want ik wilde niet vervreemden van mijn instrument. Daarnaast bleef die vrije, meer open muziek in mijn hoofd rondzingen. Ik voelde dat ik die weg moest volgen, terwijl Miles duidelijk andere plannen had met zijn muziek,
hoezeer ik zijn werk ook bewonderde en hoe bijzonder het was om met hem te spelen."
Op woensdag 22 oktober gaf de legendarische jazzbassist Dave Holland een optreden in de Singer, Rijkevorsel, met saxofonist Jaleel Shaw & drummer Nasheet Waits. Het zou een bijzonder concert worden van een man die niet is weg te denken uit de moderne jazzgeschiedenis. Voorafgaand aan dat optreden had Nico Kanakaris een uitgebreid gesprek met Dave Holland over zijn ontwikkeling als bassist en een aantal mijlpalen uit zijn lange carriëre.
Klik hier om het interview te lezen.
Cees van de Ven maakte een fotoverslag van het concert in De Singer en in de Jazztube hieronder zie je een opname uit datzelfde concert van zijn hand.
Tekst: Maarten van de Ven | Interview: Nico Kanakaris | Foto & video: Cees van de Ven Labels: Dave Holland, interview, jazztube (Maarten van de Ven, 11.12.25) - [print]
- [naar boven] Concert Met drie over elkaar schuivende klankvelden openen de muzikanten de performance. Lida Brouskari tovert een hoge, lang aangehouden toon uit haar kleine Korg-synthesizer. Raoul van der Weide strijkt de contrabas en slagwerker Thomas Jaspers laat een soort aangehouden gong klinken - achteraf bleek, dat er een mechanische muis op een gebutst deksel rond had gesnuffeld.
Welkom in de sferen van Tatacouf. Uit de velden vloeit een minimalistisch pianopatroon. Alsof er een sample uit Simeon ten Holts 'Canto Ostinato' is geknipt. Een klein koket Cantootje, zeg maar. Dan worden we de free jazz ingetrokken, die goeie ouwe free jazz. Cecil Taylor anno 1960, om de gedachten te bepalen. Met een mini-bekken (gejat van een kleinzoon?) plus strijkstok gaat Van der Weide zijn instrument te lijf.
De drie muzikanten vormen nochtans een eenheid. Dat blijkt wanneer de gezamenlijke chaos verstilt tot een 'echt liedje'. Je zou zweren dat het drietal met elastische koorden met elkaar verbonden is. Die koorden worden gevierd en aangehaald en soms lijken ze in de lucht op te lossen. Het trio schrikt er ook niet voor terug elkaars respectieve terreinen binnen te vallen. Op cd beluisterd zou je er nog een hele kluif aan hebben de individuen uit elkaar te houden.
Nu en dan komt het hele bedrijf stil te liggen. Maar dan zorgt het minste of geringste geluidje ervoor dat het proces over het kantelpunt wordt getild.
En dan te bedenken dat de artiesten nog tientallen gereedliggende fluitjes, rateltjes en onduidelijke dingetjes niet eens gebruikt hebben.
Tekst: Eddy Determeyer | Foto: Willem Schwertmann Labels: concert, Lida Brouskari, Raoul van der Weide, Tatatacouf, Thomas Jaspers (Eddy Determeyer, 9.12.25) - [print]
- [naar boven] Lees verder in het archief...
|
Archief
Artikelen Cd-recensies Concertrecensies Colofon Festivalverslagen Interviews Jazz in memoriams
Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken? |