Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Interview
Angelo Verploegen


"Hij móest iets in de muziek gaan doen, dat wist hij als tiener al. Die trompet lukte wel, maar via de buurjongen kwam hij bij de fanfare terecht, want daar waren bugels over. En die bugel liet hem niet meer los. Nu, ruim 45 jaar later, neemt hij een opmerkelijke stap met de opname van een wel heel bijzondere cd. Een album met composities van Duke Ellington, opgenomen enkel met zijn bugel en... een drummer."

Donata van de Ven sprak met Angelo Verploegen, een sympathieke en uiterst bescheiden man, die als trompettist een prominente plek inneemt in het Nederlandse jazzlandschap. Waar wordt hij door gedreven?

Lees hier het volledige interview.

Samen met drummer Jasper van Hulten geeft Angelo Verploegen de komende maanden een aantal concerten in het kader van hun cd 'The Duke Book'. Een mooie kans om dit bijzondere programma live te ervaren. De voorlopige speellijst ziet er als volgt uit:

29-01   Brebl, Nijmegen
30-01   Mahogany Hall, Edam
04-02   Theater 't Hof, Arnhem
30-04   TivoliVredenburg, Utrecht

Foto: Donata van de Ven

Labels:

(Maarten van de Ven, 24.1.20) - [print] - [naar boven]



Concert
Opzwepende ritmes en verslavende riffs

Tom Rainey Trio, zondag 19 januari 2020, DE Singer, Rijkevorsel

Als opmaat naar dit concert in De Snger, Rijkevorsel en dat van bijna een week later in Paradox, Tilburg, besprak ik hier 'Combobulated', het laatste album van het Tom Rainey Trio. Om publiek te trekken, hopelijk is dat ook gelukt en ook om zelf in beetje in de sfeer te komen. Opvallend aan het album is de ritmiek, waar naast Rainey vooral Mary Halvorson voor tekent. Een ritmiek die Ingrid Laubrock een prima bedding biedt voor gloedvolle, vaak opvallend harmonieuze solo's. Nu kiest dit trio voor pure improvisatie, dus spelen wat er op het album staat, is uitgesloten. En toch hoor je direct de signatuur van dit trio zodra de eerste noten klinken. Direct al in het eerste stuk - titels hebben ze niet, die kan ik u dus ook niet geven - gaan Rainey en Halvorson gelijk op, waarbij de dwingende ritmische structuur opvalt. Hier krijg je nog geen speld tussen. En ja hoor, daar is Laubrock op tenorsax met een soepel gespeelde, zeer overtuigende melodie.

Maar het is vooral het Tom Rainey Trio, wat betekent dat het slagwerk een prominente plaats inneemt. Nu is Rainey geen drummer die de show steelt met overweldigend spel. Hij valt veeleer op door zijn techniek, door het onorthodox inzetten van zijn instrumentarium en vooral door die ritmische structuren. En daarbij zit het geheim nogal eens in de details. Neem dat begin na het eerste applaus. Het is Rainey die begint, op de meest simpele manier denkbaar: met een handvol stokken. Beweeg je vingers en er is een begin van ritme. Halvorson tokkelt wat, Laubrock sputtert en komt langzaam tot iets wat de vorm van een melodie gaat aannemen. Tot ook hier het ritme er weer in kruipt, nu op gang gebracht door het verslavend repetitieve gitaarspel van Halvorson, gevolgd door Rainey.

Verderop horen we Rainey boetseren met klank. Het aangename geluid van het tikken met de achterkant van de stok op het bekken, het zorgvuldig krassen op datzelfde bekken - om net de juiste toon en het juiste volume te krijgen - het zachtjes slaan op de rand van de trommel en vooral de balans tussen al deze technieken, maakt dat we ademloos luisteren naar deze introverte passage. Halvorson voegt zich erbij, al even ingetogen en uitgebalanceerd. Het is voor Laubrock het moment om over te stappen op sopraansax, het lid van de saxofoonfamilie dat hier het beste bij past, voor een grillige, ijle melodie. Helemaal aan het eind zit nog zo'n stuk, met tussendoor de zachtste drumsolo die ik ooit hoorde - Rainey met eetstokjes. Een ongepolijst stuk vol onverwachte, stugge wendingen en kwinkslagen.

Maar ze zijn dun gezaaid, deze rustige intermezzo's. Meestal gaat het er een stuk steviger aan toe. Stuwt Rainey de muziek naar grote hoogten, zit Halvorson dicht tegen de rock aan - soms die grens ook overschrijdend - en blaast Laubrock de longen uit haar lijf. Kolkende ritmes, stomende klanken en dat alles in een perfecte samenhang, drie musici die elkaar perfect aanvoelen. Juist op zulke momenten zijn ze op hun best. We verheugen ons al op het weerzien.

Concertfoto's: Cees van de Ven

Morgenavond, vrijdag 24 januari speelt het Tom Rainey Trio in Paradox, Tilburg.

Labels:

(Ben Taffijn, 23.1.20) - [print] - [naar boven]



In memoriam
Jimmy Heath


Het eerste wat opvalt wanneer je zijn YouTube-filmpjes bekijkt, met professionele muzikanten of met studenten, is zijn enthousiasme, zijn immer positieve levenshouding. Zondag 19 januari 2020 overleed saxofonist en componist Jimmy Heath, 93 jaar, in Loganville, Georgia.

James Edward Heaths wieg stond in Philadelphia, waar hij opgroeide met de bevlogen naoorlogse coterie saxofonisten waartoe ook John Coltrane, Benny Golson, Jimmy Oliver en Hen Gates behoorden. Altist Charlie Parker was zijn idool, vandaar ook zijn bijnaam Little Bird. Na zijn debuut bij het legendarische swingorkest van bassist Nat 'Poppa Stoppa' Towles sloot hij zich aan bij de boppers.

Heath werkte met onder anderen de trompettisten Howard McGhee en Dizzy Gillespie. In de tweede helft van de jaren vijftig was hij uit de roulatie vanwege drugsproblemen. Hij was de leider van de Heath Brothers Band (met zijn broers Percy en Albert op bas en drums) en schreef jazzhits als 'CTA' en 'Gingerbread Boy'.

Jimmy Heath was en bleef een echte trooper. Hij was niet te beroerd om, hondsmoe vanwege een overvolle Europese tournee, tijdens het Haagse North Sea Jazz Festival, tussen de poffertjes (iets anders was er die avond laat niet meer te krijgen) en zijn middernachtelijke optreden door een interview te geven aan een journalist uit de provincie.

Foto: Cees van de Ven

Labels:

(Eddy Determeyer, 23.1.20) - [print] - [naar boven]



Concert
Stilzitten is geen optie

Montis, Goudsmit & Directie, maandag 13 december 2019, Paradox, Tilburg

In een vol Paradox presenteerde dit trio hun laatste plaat: 'Taste Of Culture'. Op de hoes is het trio te zien, gezeten aan een overvloedig gevulde dis met heerlijke Aziatische gerechten. De foto is dan ook genomen in het restaurant aan de Amsterdamse Leidsedwarsstraat dat de titel voor deze plaat opleverde. Het ziet er zo aantrekkelijk uit, dat ik daar zeker eens langsga. Ik verwacht een diversiteit aan gerechten met goed gebruik van kruiden en specerijen, verrassende combinaties tussen zoet, zuur en zout. Maar vooral ook spicy kicks in the ass.

De albumtitel is goed gekozen, bleek tijdens het concert. Er werd een muzikale dis voorgeschoteld die het plaatje op de hoes evenaarde of zelfs overtrof. De mannen zetten in met een prachtig eerbetoon aan James Brown en serveerden daarmee een heerlijke appetizer, om meteen daarna de klassieker 'Sunny' in te zetten, die naadloos overging in een 'Chicken Shack'-thema. Man, dat smaakte goed en naar meer vooral. En nog voordat het een beetje verteerd was, kwam er alweer een fantastisch gerecht. Ray Charles' klassieker 'I’ve Got A Woman', maar dan zo stevig gekruid dat echt niemand meer stil kon zitten. Het werd een soort gospelhoogmis, die magistraal toewerkte naar een climax. Drummer Directie nam met verve de rol op zich van eerwaarde, terwijl Goudsmit, beweeglijk als altijd, de sterren van de hemel speelde.

Het trio straalde uit dat ze minstens zoveel plezier hadden als het publiek en zo ontstond er een mooie wisselwerking. Met Directie stuwend op de drums, ongelooflijke accenten leggend. Goudsmit ging los als altijd en liet voortdurend zijn virtuositeit zien. Ondertussen leek Montis minder prominent aanwezig, maar zijn solo's en begeleiding waren magistraal. Bovendien zette hij op zijn Hammond tegelijkertijd heel inventieve baspartijen uit. Hammond met DT!

Met gevoel voor timing werd een rustmoment ingebracht met de schitterende ballad 'RU In Love', een eigen compositie van het trio, waarna het gezelschap een pauze inlaste. Ook dat had de kok goed gezien. Even een drankje en voor sommigen een sigaretje om je voor te bereiden op de volgende gerechten. En die kwamen, allemaal pittig gekruid en met verrassende smaaksensatie.

Zo werden we getrakteerd op een mooie compositie van Montis, het door Goudsmit en Akkerman gecomponeerde 'Jan' en niet te vergeten een prachtige interpretatie van Al Greens klassieker 'Let’s Stay Together'. Op een heel grappige manier werden ook citaten verwerkt zoals Deep Purple's 'Smoke On The Water' en zelfs Luv's 'You’re The Greatest Lover'. Directie maakte er zelfs een soort polonaise van, terwijl Montis even verrast leek door deze improvisatie van Goudsmit.

De gasten genoten met volle teugen en veel van hen namen een doggybag mee in de vorm van een cd. Het was een voortreffelijke avond, met zo veel culinair-muzikale hoogstandjes dat een paar Michelinsterren hier echt op hun plaats zouden zijn.

Klik hier voor foto's van dit concert door Johan Pape.

Labels: ,

(Johan Pape, 21.1.20) - [print] - [naar boven]



Boek
'111 Jazz-Alben Die Man Gehört Haben Muss'

Auteur: Roland Spiegel & Rainer Wittkamp / Uitgeverij: Emons, 2019

Als recensent van deze blog word je geconfronteerd met een niet te bij te houden stroom aan nieuwe jazzalbums. U hoort mij niet klagen, maar het heeft wel één groot nadeel: als je niet oplet, kom je niet meer aan ouder werk toe. Daarom begonnen wij hier een aantal jaren geleden de serie Jazz Class-X, waarin bepalende albums als 'Out To Lunch' van Eric Dolphy en 'Birth Of The Cool' van Miles Davis voorbijkwamen. Tot mijn spijt, ik leverde daar de grootste bijdrage aan, is dit plan helaas aardig verzand. Deze zomer kwam ik echter een alleraardigst boekje tegen wat het gedoofde vlammetje weer wat zuurstof geeft: '111 Jazz-Alben Die Mann Gehört Haben Muss' van Roland Spiegel en Rainer Wittkamp, verschenen bij Emons, die een hele serie van die '111'-boekjes heeft, telkens rond een ander thema.

Spiegel en Wittkamp, beiden grote jazzliefhebbers, hebben de onmogelijke taak opgepakt om middels 111 albums honderd jaar jazzgeschiedenis samen te vatten en trapten daarbij gelukkig niet in de valkuil om een rangorde aan te brengen. Want een album aanwijzen dat moet gelden als beste jazzalbum aller tijden is natuurlijk absurd. De chronologische aanpak die zij kozen, is dan ook een veel beter uitgangspunt. Dus beginnen we met King Oliver, de eerste echte jazzster en de man bij wie Louis Armstrong zijn carrière begon. Nu rijst hier natuurlijk direct een moeilijkheid: het jazzalbum zoals wij dat kennen, komt natuurlijk pas bij de lp. Voor de eerste vijf musici, Oliver, Armstrong, Bessie Smith, Jerry Roll Morton en Django Reinhardt kozen deze schrijvers dan ook voor verzamel-cd's, waarbij het u natuurlijk vrij staat om een andere compilatie aan te schaffen.

Natuurlijk komen in dit boekje, met links een pagina tekst en rechts de foto van de hoes, alle hoogtepunten voorbij. Het zijn die albums waar niemand omheen kan. Van dat fameuze concert in 'Carnegie Hall' dat Benny Goodman met zijn band gaf in 1938, memorabel omdat hij voor het eerst in zijn bigband zowel zwarte als blanke musici opnam, tot dat inmiddels reeds beroemde jubileumconcert van Alexander von Schlippenbachs Globe Unity Orchestra dat plaatsvond in 2016 en ook op deze blog is besproken. Dus staan er stukjes in over 'Ellington At Newport', Erroll Garners 'Concert By The Sea', Coleman Hawkins' 'The Hawk Flies High', Thelonious Monks 'Monk’s Music' en 'Thelonious Himself', Cannonball Adderley's 'Somehtin’ Else', Art Blakey's 'Moanin’', Ornette Colemans 'The Shape Of Jazz To Come', Miles Davis' 'Kind Of Blue' en 'Bitches Brew', Max Roach' 'We Insist! Freedom Now Suite', John Coltrane's 'My Favourite Things' en 'A Love Supreme', Oliver Nelsons 'The Blues And The Abstract Truth', Bill Evans' 'Walz For Debby’, Sonny Rollins' 'The Bridge', Charles Mingus' 'Pithecanthropus Erectus' en 'The Black Saint And The Sinner Lady’, Lee Morgans 'The Sidewinder', het eerder genoemde 'Out To Lunch' van Dolphy en nog heel veel meer.

Bijzonder is ook dat Spiegel en Wittkamp zich niet beperken tot de mainstream. De free jazz komt uitgebreid aan bod, zowel de Amerikaanse als de Europese, maar ook een album als de titelloze eerste van John Zorns Naked City en 'Metropolis' van Willem Breuker. Natuurlijk, zelfs bij 111 albums blijft de keuze ook altijd arbitrair, iets dat zeker speelt bij de albums van de laatste 15 jaar. Zo zet ik mijn vraagtekens bij 'Certain Beauty' van Heinz Sauer en Michael Wollny, 'Black Orpheus' van Masaumi Kikuchi en 'Pas De Géant' van Camille Bertault. En kijken we naar de belangrijkste musici van de laatste decennia, dan mis ik er hier nog wel een paar. In willekeurige volgorde mis ik bijvoorbeeld Anthony Braxton, William Parker, Vijay Iyer, Bill Frisell, ICP Orchestra, Craig Taborn, Nate Wooley, Ken Vandermark en zo kunnen we nog wel even doorgaan.

Maar ook bij de gekozen albums kun je je soms afvragen of die nu het meest representatief zijn voor de desbetreffende artiest. Is dat eerder genoemde album van Naked City nu het meest kenmerkende voor Zorn, of had hier het alom geprezen 'Masada Live In Middelheim' beter gepast? En neem trompettist Chet Baker. De keuze voor die eerste sessies met Gerry Mulligan, onder andere baanbrekend door de bezetting bestaande uit twee saxofonisten, bas en drums, is prima te verdedigen; de tweede keuze, Bakers allerlaatste optreden vind ik minder sterk. Een album als 'Chet Baker Sings' had hier veel beter gepast. En soms kun je als samenstellers niet anders. 'The Köln Concert' is bij lange na niet het beste soloalbum van Keith Jarrett, maar het is wel de meest populaire - het is met 3,5 miljoen verkochte exemplaren het best verkochte piano-solo album aller tijden - en dan rest je niets ander dan die te kiezen.

Kanttekeningen genoeg, maar het blijft een leuk boek, met leuke weetjes over de albums. Met eindeloos bladeren, snuffelen en luisteren tot gevolg. En ja, hoog tijd dat we weer eens aan de slag gaan met onze serie Jazz Class-X.

Labels:

(Ben Taffijn, 19.1.20) - [print] - [naar boven]



Concert
Een muzikale brug tussen Oost en West

Florin Niculescu Quintet, woensdag 15 januari 2020, De Centrale, Gent

Onbekend maakt onbemind? Dat geldt niet voor dit concert dat programmator Jos Lootens deze avond op het podium brengt. Het kwintet van violist Florin Niculescu - hij is van Roma-afkomst, geboren in Boekarest en woonachtig in Parijs - verzorgt een zeer geapprecieerd concert. Een snuifje Romeense folklore, maar vooral een gesmaakte dosis jazz met memorabele improvisaties en naar eigen hand gezette standards passeren de revue. Zoals 'The Nearness Of You' in een ongekende uptempo versie.

Gitarist Christophe Brunards aandeel in het concert is bescheiden en doet verlangen naar meer. Drummer Bruno Ziarelli en bassist Philippe Aerts leggen een gezonde basis voor de leider Florin Niculescu en de Russische pianist Daniel Kramer. En juist deze laatste is de ultieme verrassing van de avond!

Kramer nam deel aan gerenommeerde internationale jazzfestivals zoals Münchner Klaviersommer (Duitsland), Manly Jazz Festival (Australië), European Jazz Festival (Spanje), Baltic Jazz (Finland), Foire de Paris (Frankrijk) en laat ons hopen ook spoedig op een van de grote jazzfestivals bij ons. Dan kunnen nog meer jazzliefhebbers kennis nemen van deze begenadigde pianist/performer, die een verbazingwekkende techniek en improvisatorisch vermogen koppelt aan een aanstekelijk en authentiek speelplezier, dat geen enkele toehoorder onberoerd laat.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Labels: ,

(Cees van de Ven, 18.1.20) - [print] - [naar boven]



Cd's
Stephan Crump, Ingrid Laubrock & Cory Smythe - 'Channels' (Intakt, 2019)

Opname: 1 december 2017
Tom Rainey Trio - 'Combobulated' (Intakt, 2019)
Opname: 15 september 2017
Ingrid Laubrock & Aki Takase - 'Kasumi' (Intakt, 2019)
Opname: 15-16 september 2018

Drie albums bracht de inmiddels New Yorkse saxofoniste Ingrid Laubrock vorig jaar uit bij Intakt Records. Het toont haar veelzijdigheid en de positie die ze binnen de experimentele jazz inmiddels heeft verworven. Met bassist Stephan Crump en pianist Cory Smythe maakte ze eerder, in 2015 'Plantonic Finales'. Nu volgt 'Channels', met daarop opnamen van het Unerhört! Festival, december 2017, gehouden in de beroemde Rote Fabrik in Zürich. Een aparte bezetting, die van tenorsax, bas en piano. Het geeft dit uit vier delen bestaande album een bijzondere allure, waarbij vooral opvalt hoe prachtig de klanken samenvallen zonder dat dominante drumstel. Laubrock, geroemd om haar delicate en zangerige spel, tekent voor het melodieuze materiaal in 'Fluvium'. Smythe en Crump kleuren het verder in, in een stijl die vaak meer wegheeft van kamermuziek dan van jazz. En dan dat speels ritmische duo-moment van Laubrock en Crump, klinkend als een dans. Gaandeweg raakt de muziek in een stroomversnelling en valt Laubrock op met die voor haar zo kenmerkende ietwat stugge bewegingen. 'Benthos' start met een intieme, zeer beeldende solo van Crump, alsof hij een verhaal vertelt. Springende noten van de sopraansax volgen, naast klatergoud van de piano. En ook hier vinden we verderop bijna klassieke passages, prachtig van kleur. Aan het eind van dit stuk stapt Laubrock weer over naar tenorsax, waarmee ze een serie duistere getormenteerde klanken produceert. Een vleugje weemoed vinden we in 'Medium', in de kalme passages te midden van de turbulentie. Na een dwingend ritmische passage doet Crump ons uitgeleide met alweer zo'n prachtige bassolo. 'Prensence' vangt aan als een fragiel klankspel waarin de drie instrumenten nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn, om de luisteraar daarna weer mee te nemen in de onbestemde klankwereld van dit bijzondere trio.

Het Tom Rainey Trio, met naast de drummer en naamdrager Mary Halvorson op gitaar en Ingrid Laubrock op sax, bestaat inmiddels tien jaar en lanceerde dit jaar met 'Combobulated' het vierde album. En ook hier gaat het weer om liveopnames, gemaakt in Firehouse 12 in New Haven, Connecticut. Hier dus wel drums. Rainey legt direct in het lange titelstuk een slepend ritme neer, Halvorson trekt het door, Laubrock varieert erop. Een hecht klinkend trio, die tien jaar hoor je er onmiskenbaar in terug. Het is met name Halvorson die hier opvalt met een bijna esoterische klank, gecreëerd middels een serie effectpedalen. Samen met Rainey bouwt ze een verslavend ritme, waar Laubrock voorzichtig omheen beweegt. Als het stuk klaar lijkt, horen we Rainey nog heel zachtjes spelen. Wat een einde leek, blijkt een opmaat tot een opmerkelijk ingetogen solo, gevolgd door een duet met Halvorson, die uit haar gitaar bijzonder ijle, spacerock-achtige klanken ontfutselt. En dan is daar weer Laubrock met een serie onnavolgbare patronen op tenorsax. Een uitgesproken tumultueuze frase volgt, een wilde stroom aan klanken. 'Point Reyes' vormt een oase na al dat muzikale geweld. Terwijl Rainey hier zijn vilten stokken inzet, werken de dames aan een intrigerende geluidssculptuur, waarin de klanken van sax en gitaar op prachtige wijze samenvallen. Halvorson laat haar gitaar vervaarlijk janken op 'Fact', terwijl Rainey haar spel lardeert met krachtige roffels. Als Laubrock erbij komt belanden we in een partijtje onvervalste rock, van het stevige soort. Van uitzinnig naar subtiel, van de rock in 'Fact' naar de ingetogen bewegingen in 'Isn’t Mine'. Althans zo begint dit allengs ritmischer wordende stuk. Ook hier weer Halvorson en Laubrock met in elkaar verstrengelde klanken. Laubrock treffen we op haar best in 'Splays Itself', solo. Melodisch, maar ook dwars, schokkerig en weerbarstig. Ze beheerst haar instrument tot in de kleinste details.

Toen Ingrid Laubrock in 2016 door JazzFest Berlin werd gevraagd met wie ze een duet wilde doen, hoefde ze niet lang te na te denken: pianiste Aki Takase. Twee jaar na dit eerste treffen betrokken ze een studio en nu ligt er 'Kasumi'. In veertien relatief korte stukken horen we de twee in stemmige, over het algemeen melodische duetten. Laubrock regelmatig op sopraansax, haar klank soms nauwelijks te onderscheiden van die van de piano, zoals bijvoorbeeld in 'Brookish'. Prachtig is ook het beeldende en zeer innemende 'Harlekin'. We wanen ons in het circus, eerst harmonieus, dan heerlijk ontsporend. En dan Laubrock weer solo, dit keer zeer harmonieus en fragiel in 'Sunken Forest'. Partners deze twee, samen verstilde momenten creërend, harmonieus en tegelijkertijd vol spanning. Ze voelen elkaar aan, dagen elkaar uit, vaak met een luisterrijk resultaat. Al met al drie totaal verschillende albums, die alle drie een ander facet van deze veelzijdige saxofoniste belichten.

Het Tom Rainey Trio speelt op zondag 19 januari in De Singer, Rijkevorsel en op vrijdag 24 januari in Paradox, Tilburg.

Labels:

(Ben Taffijn, 18.1.20) - [print] - [naar boven]



Concert
Op de melodische toer

Lotz Of Music, woensdag 8 januari 2020, Beauforthuis, Austerlitz

Lotz Of Music, het project van fluitist en componist Mark Alban Lotz, is op deze blog reeds een aantal keren onderwerp van gesprek geweest. Zo was ik zelf bij het concert dat het kwintet gaf bij Jazzcase in september 2016 en betoonde ik mij enthousiast over de cd met de opnames daarvan, die in februari vorig jaar bij El Negocito verscheen. Inmiddels heeft Lotz nieuw materiaal geschreven voor dit kwintet, dat hij gedurende twee concerten, in het Beauforthuis te Austerlitz en in het Bimhuis, ten gehore brengt. Dus nu maar eens gekozen voor het Beauforthuis, voor de in Zeist wonende Lotz een thuiswedstrijd en voor mij een nieuwe locatie. Dat ik hier nooit eerder kwam, heeft zeker te maken met het feit dat hier niet veel jazzconcerten plaatsvinden. Wat overigens niet wil zeggen dat er zo nu en dan geen pareltjes tussen zitten, waar dit concert zeker ook onder valt.

Tijdens die bewuste avond bij JazzCase maakte Claudio Puntin zijn debuut als vijfde lid, naast pianist Albert van Veenendaal, percussionist Alan Purves Gunga en cellist Jörg Brinkmann. Dat beviel blijkbaar goed, want ook hier staat Puntin weer op zijn plaats. Opvallend aan het nieuwe materiaal, dat klinkt in een vrij korte tweede set, is dat het een stuk melodieuzer is dan wat we tot nog toe gewend zijn. Klassiekers als 'Royal Hering', 'Quasimodo', 'Waiting For Prey' en 'Strollin’ A Reef', die ook op bovengenoemde cd zijn te vinden, voldoen meer aan wat ik ooit een "fijnzinnig klankfestijn" heb genoemd.

Neem het begin van 'Of Royal Hering', dat bestaat uit een klanknevel waarin we de elektronica van Puntin herkennen, naast de basfluit van Lotz. Brinkman tokkelt bescheiden op zijn cello en Purves laat wat belletjes rinkelen. Dat onbestemde karakter kenmerkt de hier genoemde stukken allemaal. Nu ligt dat natuurlijk wel in de lijn van de verwachting als we naar deze musici kijken. Van Veenendaal zit vaker onder de klep dan achter de toetsen en Purves schept er behagen in om vreemde geluiden te maken, gebruikmakend van 'other surprising sound objects', zoals het zo mooi staat op de achterkant van die El Negocito-cd. Verder valt hier in Austerlitz op dat het samenspel tussen Lotz en Puntin er in de loop van de tijd alleen nog maar beter op geworden is.

Een mooi moment in de eerste set is 'Seahorse Duet' van Lotz - op dwarsfluit - en Brinkmann. Door de vrij klassieke melodie die we hier horen, vormt dit stuk gepositioneerd tussen 'Strollin’ A Reef' en 'Quasimodo' een welkome afwisseling. Prachtig klinkt ook weer 'Nistru', dat Lotz schreef tijdens een bezoek aan Moldavië. De Nistru is de rivier die 'door oneindig laagland' stroomt - ja, net zoals bij ons, zoals Marsman al opmerkte. En oneindig saai volgens Lotz, iets dat overigens niet opgaat voor deze compositie, hoe harmonieus het er ook aan toe gaat. Opvallend in dit stuk, en overigens niet alleen hier, is de invloed van folk.

Na de pauze de nieuwe stukken, te beginnen met 'Endurance', verwijzend naar het gelijknamige schip waarmee Ernest Shackleton in 1914 zijn noodlottige expeditie naar Antarctica maakte in zijn poging het continent over te steken. Een wals krijgen we hier, met een grote bijdrage van Brinkmanns cellospel. In 'Tiga Ngova' gaan we met Lotz terug naar de jaren die hij in Afrika doorbracht. Prachtige percussie klinkt hier, gespeeld op de fluit. Plopgeluiden wisselen elkaar ritmische af, Brinkmann slaat op de snaren, Puntin laat zijn basklarinet sputteren. Een opwindend ritmisch stuk. Ook 'Under The Jhapthal' klinkt melodisch. En het krijgt een extra dimensie doordat Lotz hier de bamboefluit ter hand neemt, om een oosterse sfeer te bereiken.

Foto's: Cees van de Ven

Labels: ,

(Ben Taffijn, 14.1.20) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Montis, Goudsmit & Directie - 'Taste Of Culture' (ZIP, 2019)


Met gitaar, Hammond orgel en drums als bezetting is de kans op muzikaal vuurwerk groot, en als we die instrumenten dan vervolgens aantreffen in handen van respectievelijk Anton Goudsmit, Frank Montis en Cyril Directie, dan weten we dat die belofte zonder meer zal worden ingevuld. Op 'Taste Of Culture', hun nieuwe album, zie je ze zitten aan een rijk gedekte tafel vol met exotische gerechten. Dat is natuurlijk geen toeval: stomen, dampen en (over)koken zijn werkwoorden die deze drie in hun muzikale keuken naar hartenlust inzetten, met al even hete muziek als resultaat. Snel, een glas water! Na een kort intro gaat het in 'Dimongo Special' direct los. Een sterk, duidelijk Afrikaans geïnspireerd ritme sleept ons mee, Montis' orgel stampt, Goudsmits gitaar jankt en Directies drumstel maakt overuren.

Hoorde overigens nooit eerder zo'n 'CEO'. Weer eens wat anders dan zo'n babyboomer in saai grijs. Eindelijk eens een CEO waar je mee kunt swingen! Een stap verder gaat het trio met 'Don Rocko'. Zoals de naam reeds aangeeft, ontstijgen we hier de jazz. Dit is onvervalste stampende, broeierige rock, waarmee de heren onbekommerd teruggrijpen op hun roots en jeugdliefdes. Terwijl Montis en Directie voor stevige humus zorgen, gaat Goudsmit los in een magnifieke solo. Aansluitend is het stuivertje wisselen en mag Montis soleren. Na dit geweld past 'R.U. In Love'. Wordt er nog geschuifeld? Dat zou hier namelijk perfect op kunnen. Mooi overigens hoe Goudsmit hier de melodie uit zijn gitaar peutert en Montis met die voor de Hammond zo kenmerkende warme accenten strooit. 'RHB' raakt eveneens eerder aan gruizige rock, met bijpassend overstuurd gitaarspel, dan aan jazz. En let dan vooral ook op dat meeslepende ritme.

Terug naar de wortels. Met 'Joppa Dengé' worden we er weer even aan herinnerd dat die ritmische klanken toch echt niet uit onze contreien stammen, we mogen er hooguit wat op voortbouwen. Iets dat dit trio prima kan. Want als één ding duidelijk wordt bij het beluisteren van dit album, dan is het dat Montis, Goudsmit en Directie niet alleen weten wat 'ritme' is, maar het ook nog eens uitstekend in kunnen zetten. Dat je daarmee dan automatisch leentjebuur speelt is onvermijdelijk, zolang het maar goed gebeurt. Vernieuwend is deze muziek geenszins, experimenteel ook al niet, aan hoogvliegen doen deze heren al evenmin. Gelukkig maar.

En dan dient zich ineens een gast aan. Op 'Jan' horen we die andere gitarist, juist, Jan Akkerman. Een heerlijk dynamisch nummer met twee gitaristen die elkaar zo te horen prima liggen. Maar vlak ook hier de tandem Montis–Directie niet uit. Intussen zijn we bij de 'Mozzarella' aanbeland. Romige, boterzachte, nee mozzarella-zachte klanken worden ons deel. Dan is het tijd voor twee toegiften. 'Dimongo Special' wordt onder de titel 'Dimongo Special Go!' nog net even wat sterker aangezet en de klassieker 'Let’s Stay Together' krijgt hier een wel heel originele lezing. Een prima afsluiter van een energieke album. Benieuwd hoe dit live klinkt.

Het trio tourt de komende maanden door Nederland. Klik hier voor het tourschema.

In de Jazztube zie Montis, Goudsmit & Directie in de studio tijdens de opname van 'Don Rocko'.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 12.1.20) - [print] - [naar boven]



Boek
'The Instant Composers Pool and Improvisation Beyond Jazz'

Auteur: Floris Schuiling / Uitgeverij: Routledge, 2019

Met 'The Instant Composers Pool and Improvisation Beyond Jazz' schreef musicoloog Floris Schuiling een bijzonder boek. Bijzonder omdat hij in dit Engelstalige boek niet alleen de geschiedenis van het huidige ICP Orchestra beschrijft, maar ons ook een inkijkje gunt in de wijze waarop dit inmiddels vermaarde tentet functioneert. Maar eerst duiken we natuurlijk in de geschiedenis en dan niet alleen van dat vermaarde collectief, maar ook in wat daaraan voorafging. Het verhaal begint op 4 september 1960, dit jaar op de kop af 60 jaar geleden, als Misha Mengelberg en Han Bennink voor het eerst samen op het podium staan. Ze zitten dan allebei nog op school, Mengelberg op het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en Bennink op wat nu de Gerrit Rietveld Academie heet in Amsterdam. De muziek is dan nog onvervalste jazz, met als hoogtepunt het concert met Eric Dolphy op 2 juni 1964 dat een van de laatste zou zijn van de meester en nu onder de titel 'Last Date' nog steeds verkrijgbaar is.

Komt Mengelberg uit een muzikale familie, zijn oom was de beroemde dirigent Willem Mengelberg, Bennink heeft een geheel andere achtergrond en is in de muziek een autodidact. De derde musicus, Willem Breuker, zit daar zo ongeveer tussenin. Met hun drieën speelden ze een belangrijke rol in de Europese free jazz zoals die rond 1967 ontstaat. Schuiling maakt daarbij duidelijk dat we ons om het werk van Mengelberg te begrijpen - hij was tenslotte de motor achter het geheel - niet louter tot de geschiedenis van de jazz moeten beperken. Integendeel, de beeldende kunst en bewegingen als Fluxus en Dada zijn wellicht nog wel van veel groter belang voor de ontwikkeling van de muziek in die dagen.

Het was een roerige tijd en Schuiling staat dan ook uitgebreid stil bij het politieke gehalte van de muziek. Zeker Mengelberg was daar niet ongevoelig voor, iets dat ook gold voor Breuker, maar de muziek duidelijk inzetten om een maatschappelijke verandering in gang te zetten trok de twee geenszins aan. Dat betekent overigens niet dat er geen maatschappijkritiek in doorklonk, veeleer dat het geen doel op zich was. Dit uitgangspunt komt ook duidelijk naar voren als we een vergelijking maken tussen de Amerikaanse zwarte free-jazzmusici en de blanke Europese musici. De houding van de Amerikanen, die de jazz zagen als voertuig van de black power-beweging en op de barricaden gingen voor burgerrechten, werd in Europa niet altijd begrepen. Mengelberg en Bennink zagen dit veeleer als iets wat afleidde van het maken van muziek.

Na het vertrek van Breuker, in 1974, slaat Mengelberg een andere weg in en begint hij muziek te componeren voor een steeds vaster wordende bezetting van wat eind jaren 70 het ICP Orchestra zal worden. De weg die Mengelberg gaat is uniek te noemen binnen de avant-gardemuziek, zoals Schuiling mooi laat zien, en bestaat uit een combinatie van gecomponeerde en geïmproviseerde muziek. We zijn dan inmiddels bij het tweede deel, waarin Schuiling beschrijft hoe hij als een antropoloog jarenlang met het orkest optrok, concerten bezoekend, pratend met de musici en schrijvend. Langzaam krijgt hij grip op dit bijzondere tentet en hun wijze van werken.

Een corpus composities - veel van Mengelberg, maar inmiddels ook van de andere leden - dient als een soort van geraamte en wordt afgewisseld met vrije improvisaties. Er is een setlist, die overigens expres pas op het laatste moment door een paar musici wordt samengesteld, maar die dient louter als leidraad. Het ware geheim van dit ensemble zit in de traditie, zoals trompettist Thomas Heberer het uitlegt in een van die interviews met Schuiling: "The strategies that the ICP incorporates have not been invented by a composer. They have not been invented by Misha, they have developed. And the development started forty years ago. So the way the ICP operates now is the result of thinking about certain musical problems for decades. And both Misha and Han... I don't think they had a vision beforehand. I think Misha had certain ideas about blending different aesthetics, from early on, but he didn't know to get there, and he didn't have the musicians to do this."

Inmiddels dus wel. Maar het is van het grootste belang om Heberers woorden nauwkeurig te beschouwen. Het niveau dat het ICP Orchestra bereikt is louter te begrijpen vanuit de geschiedenis van dit tentet, de wijze waarop de individuele musici passen binnen het totaal, de mate waarop ze op elkaar zijn ingespeeld en alles wat ze inmiddels al met elkaar delen. En dat is een wonder op zich, want kijk naar de individuen en je ziet meer verschillen dan overeenkomsten. Zowel qua persoonlijkheid als in de wijze van spelen. Neem bassist Ernst Glerum en drummer Han Bennink. De eerste befaamd om zijn klassieke toon en zijn beheerste spel. Buiten het ICP Orchestra treffen we hem dan ook meestal aan bij de wat meer modale jazz. Bennink is zo ongeveer het tegenovergestelde, zoals u ongetwijfeld al eens heeft ervaren. Of neem de twee rietblazers Michael Moore en Ab Baars, ook hier zijn de verschillen groter dan de overeenkomsten. Maar juist die verschillende muzikale werelden komen hier zo mooi samen.

En dat nu al 40 jaar. Staat het ICP Orchestra eigenlijk al op de Werelderfgoedlijst van de Unesco? Het wordt hoog tijd. Maar tot dat gebeurt, hebben we in ieder geval dit prachtige boek. Een boeiende hommage aan een van 's werelds meest interessante jazzensembles.

Labels:

(Ben Taffijn, 8.1.20) - [print] - [naar boven]



Cd's
40 jaar Leo Records Part 3

Perelman / Maneri / Feldman / Hwang - 'Strings 1' (Leo, 2018)
Opname: maart 2018
Perelman / Maneri / Roberts / Rothenberg - 'Strings 2' (Leo, 2018)
Opname: augustus 2018
Perelman / Maneri / Wooley - 'Strings 3' (Leo, 2019)
Opname: februari 2018
Perelman / Maneri / Wooley / Shipp - 'Strings 4' (Leo, 2019)
Opname: juli 2018

In dit slot van een portret gewijd aan Leo Records aandacht voor de meest productieve musicus op dit label: saxofonist en beeldend kunstenaar Ivo Perelman. Onder de titel 'Strings' voegde hij vorig jaar en dit jaar weer vier nieuwe albums toe aan die alsmaar uitdijende discografie. Naar analogie van de titel zijn er twee factoren constant op deze albums: altviolist Mat Maneri en saxofonist Perelman. Een inmiddels beproefde combinatie (zes cd's samen in vijf jaar). In een begeleidend schrijven citeert Neil Tesser Perelman over hun samenwerking: "When I play with him I have the best of both worlds. I have the wonderful sounds that a string instrumunt can produce... but I also get the wonderful phrasing of a woodwind player." Een vaardigheid die Perelman wijdt aan de invloed van Maneri's vader, klarinettist Joe Maneri, op diens spel.

Op 'Strings 1' horen we een alternatief strijkkwartet, door de medewerking van de violisten Mark Feldman en Jason Hwang, waarbij Perelman de rol van cellist op zich neemt. Niet letterlijk, want hij speelt ook hier tenorsax, maar wel figuurlijk. Overigens delen de cello en de tenorsax meer dan op het eerste gezicht lijkt. Ze hebben allebei hetzelfde bereik en dezelfde klankkleur. Verder bespeelde de Argentijn Perelman als kind de cello en is de klank hem zeer dierbaar: "The cello just drives me crazy. It's a powerfull thing: the deep, deep sound - it speaks to my soul immediately." Iets dat je terug hoort in zijn spel als saxofonist. In de negen titelloze delen van deze 74 minuten durende cd vormen de vier instrumenten dan ook een onlosmakelijke eenheid. Sterker nog, soms zou je zweren dat je louter strijkers hoort! Wie het werk van Perelman een beetje kent en de passie van labelbaas Leo Feigin in ogenschouw neemt, weet inmiddels dat het daarbij flink kan knetteren, zie het eerste deel, maar dat er ook momenten van pure poëzie in voorkomen. Voor dat laatste verwijs ik graag naar die wonderlijke solo van Perelman in deel twee, eentje die inderdaad klinkt als een cello. Ook prachtig is het vierde stuk, met pizzicato bijdragen van de strijkers en een vederlichte solo van Perelman.

'Strings 2' is uniek vanwege de verdere instrumentatie. Zowel cellist Hank Roberts als basklarinettist Ned Rothenberg komen we nooit tegen op albums van Perelman. Hier wel en dan ook nog eens regelmatig tegelijkertijd. Regelmatig, want het is wel het enige album van de vier waarop de gasten niet het gehele album meespelen. Op de negen stukken horen we Rothenberg vier keer en Roberts acht maal. Het begint met een hoge mate van abstractie in het eerste stuk. We horen hier Perelman en Rothenberg in nauw met elkaar verweven spel. Nog opvallender is de grote mate van verwevenheid tussen blazers en strijkers. Zo is het ook hier vaak bijzonder lastig om de klank van de tenorsax eruit te pikken te midden van de altviool en cello. Perelmans klank in het zesde stuk benadert die van de altviool in bijzonder grote mate. Prachtig is ook het daaropvolgende nummer, waarop we Rothenberg diepe klanken horen produceren, die prachtig samenvallen met de cello, terwijl tenorsax en altviool elkaar eveneens aanvullen. Het slotstuk is met ruim een kwartier verreweg het langste stuk. De vier musici creëren hier een harmonieus en fijnzinnig klanklandschap.

Hoorden we op de delen een en twee van deze serie strijkers en rietblazers, op de delen drie en vier van deze serie doet het koper zijn intrede in de persoon van trompettist Nate Wooley. In eerder genoemd interview zegt Perelman daarover: "So then another question came to mind: 'What if there is a brass element in that relationship between woodwinds and strings?' And when I have a question like that, the only way to answer is to book the studio time and go for it." En aldus geschiedde. Voordeel daarbij was dat hij met Wooley reeds samenwerkte op het ook hier besproken 'Octagon' en 'Philosopher’s Stone'. Direct aan het begin soleert Maneri, met een opvallend donkere klank, waarna Perelman en Wooley aansluiten. Het blijkt al snel een prima combinatie, mede door Wooley's wijze van spelen. Zijn ietwat schrille klank past perfect bij de combinatie tenorsax - altviool. En neem de eerste minuut van het tweede stuk, waarin Perelman en Wooley elkaar met lange lijnen aanvullen, of het vervolg waarin het lijkt of we in een volière beland zijn. In het zevende nummer leidt de combinatie tot een serie repetitieve patronen, waarbij de blazers elkaar prachtig aanvullen.

En wat als je er nu ook nog een piano aan toevoegt? En dat met niemand anders dan Matthew Shipp, waarmee Perelman de afgelopen jaren intensief samenwerkte. Hij brengt een totaal ander perspectief binnen. Of zoals Perelman het uitdrukt: "With just the three of us playing it is like a painting. But Matt turns it into a sculpture." En inderdaad, de komst van de piano geeft het geheel meer diepgang. Iets dat alles te maken heeft met een eigenschap die strijkers en blazers met elkaar gemeen hebben en die de piano mist: noten lopen naadloos in elkaar over. Maar hier wordt een nadeel een voordeel, want de piano legt de accenten waardoor die diepgang ontstaat. Prachtige voorbeelden zijn het derde en het zesde stuk, waarin de spanning hoog oploopt. Deel vier klinkt op het scherpst van de snede, met een prachtig trompetspel van Wooley en extreem hoge noten van Perelman. Een meer dan interessant project en hulde aan Feigin, die dit voor ons ontsloot.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 6.1.20) - [print] - [naar boven]



Festival
Braambrekende mix bij Stranger Than Paranoia

MixMonk, Trio Picatrix & El XYZ de SON Bent Braam, maandag 23 december 2019, Paradox, Tilburg

De 27ste editie van Stranger Than Paranoia ging traditiegetrouw van start in het Tilburgse Paradox. En zoals we inmiddels gewend zijn van organisator en saxofonist Paul van Kemenade met een zeer divers programma, een dwarsdoorsnede biedend van wat we op dit moment allemaal onder de noemer 'jazz' rangschikken. Aftrappen mocht MixMonk, waarvan hier nog maar zeer onlangs het titelloze debuutalbum voorbij kwam. Nu zijn cd's natuurlijk altijd leuk, maar er gaat toch niets boven een band live horen, zo bleek ook weer in dit geval.

Dus valt het lyrische, melodische spel van pianist Bram De Looze extra op, zet dat strakke ritme van drummer Joey Baron zich nog sterker vast in je hoofd en blijf je je verbazen over die fluwelen, omfloerste toon van saxofonist Robin Verheijen. En dit trio mag dan pas sinds 2017 bestaan, het feit dat de musici in andere samenstellingen reeds vaker met elkaar speelden is hier duidelijk te horen. Op de plaat, maar zeker ook live. Neem die mooi uitgebalanceerde versie van Thelonious Monks 'Ugly Beauty', met die vederlichte toon van Verheijen, de perfecte timing, die glasheldere intonatie. Met dat bijna voorzichtige, ingetogen toucher van De Looze en die strakke, welkome accenten van Baron. Naadloos laat Verheijen het aansluitend overlopen in een stuk van De Looze, 'Mind Mirror'. Een stuk waarin we ook de andere kant van dit trio horen: ritmisch en enerverend. Verheijen mag hier even lekker scheuren. Een bijzonder stuk is ook het eveneens van Monk afkomstige 'Oska T'. We horen hier prachtige ritmische passages van Baron en De Looze en een fascinerende, mooi springende sopraansaxsolo van Verheijen.

Na een korte pauze staat er wederom een trio op het podium, maar dat is dan ook de enige overeenkomst met MixMonk. Trio Picatrix bestaat uit pianiste Nora Mulder, violiste Mary Oliver en stemkunstenares Greetje Bijma. Wie deze dames kent, weet dat hier het experiment voorop staat. Het trio debuteerde tijdens Le Guess Who? in 2017 en bracht onlangs eveneens een debuutalbum uit vol wervelende composities, waarvan de dames vanavond een deel ten gehore brengen - naast een aantal improvisaties. Zo denken we bij de start in een opera beland te zijn, afgaande op Bijma's vocale klanken. Als Oliver, hier op altviool, en Mulder zich erbij voegen komen we echter in ander vaarwater terecht. Echt verrassend wordt het in 'Birds', waarin we Bijma horen kraken, schuren en krijsen. Vogels dus. Ook Olivers vioolspel doet daaraan denken. De improvisatie die hierop volgt is eveneens een wonder van creativiteit. De muziek doet ietwat oosters aan en Bijma's zang lijkt op een taal uit het Verre Oosten, een die wij met geen mogelijkheid kunnen verstaan.

Aansluitend laten Mulder en Oliver horen waar hun wortels liggen. Dit is klassieke kamermuziek, een vioolsonate ergens uit het eind van de negentiende eeuw. Tot Bijma aansluit en we ons ineens in een Berlijns theater in de jaren twintig van de vorige eeuw wanen. In 'Donaudampfschiff' kan ze haar theatrale kwaliteiten prima kwijt; ze weet ons mee te nemen op een enerverende reis in de tijd. Ook 'Wally Wally' is niet te versmaden. Nu zitten we ineens in Schotland, dat is tenminste de associatie die ik heb bij deze folk. Klinkt het aanvankelijk nog redelijk authentiek, met Oliver op de hardanger fiddle en Bijma met bijpassende zang, al snel wijkt het stuk volledig af van de ingezette weg en kiest Bijma het ruime sop.

25 jaar geleden schreef pianist en componist Michiel Braam 'Het Xyz Der Bik Bent Braam', dat in 1996 ook op cd werd uitgebracht. 26 composities, voor elke letter van het alfabet één. Ter gelegenheid van dit jubileum stofte Braam het geheel af, goot het in een latin jasje - met als titel 'El XYZ de SON Bent Braam' - en bracht het hier met twaalf collega's. Vier koperblazers, vier rietblazers, drie percussionisten, bas en Braam zelf achter de piano. Een mooier einde van zo'n eerste avond is natuurlijk moeilijk denkbaar. Swingende jazz, in een Zuid-Amerikaans jasje van een meer dan uitstekende band. Grensverleggend of vernieuwend is dit geenszins, maar swingen doet het. En dat is wel waar festivals voor zijn, toch?

Klik hier voor een fotoverslag van deze avond door Louis Obbens.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 5.1.20) - [print] - [naar boven]



Cd
Teus Nobel - 'Saudade' (Wedgeview Studios, 2019)

Opname: 2017-2019

2019 was een erg productief jaar voor trompettist Teus Nobel. In februari bracht hij de alom geprezen cd 'Journey Of Man' uit. Hij toerde met de Liberty Group om deze plaat live uit te serveren. Maar hij toerde ook met de Belgische pianist Jef Neve en ook nog eens met de formatie Skunk Funk International. Alle zeer succesvol en goede recensies oogstend. Verder verliet hij het het Orkest van de Koninklijke Luchtmacht, werd zijn zoon geboren en overleed zijn vader. En dan ben ik vast nog een aantal dingen vergeten. Onlangs kwam na een periode van drie jaar werken het album 'Saudade' uit, met muziek van de Braziliaanse componist, pianist en zanger Antonio Carlos Jobim.

De titel van het album laat niets te raden over en de timing van het verschijnen had waarschijnlijk niet beter kunnen zijn: de donkere dagen voor kerst, waarin overpeinzingen en weemoed sowieso al komen bovendrijven. Saudade is een woord uit het Portugees en beschrijft de mengeling van gevoelens van verlies, gemis, afstand en liefde. Maar het is ook een van de meest moeilijk te vertalen woorden. Luister naar deze plaat en je krijgt een perfect op muziek gezette vertaling.

Tien stukken telt deze plaat, die allemaal door Roeland Jacobs op verrassende wijze zijn gearrangeerd voor wisselende bezettingen. We horen onder andere de strijkers van het Radio Philharmonisch Orkerst, de loepzuivere woordeloze zang van Anna Serierse, de gitaren van Daniel de Moraes en Tim Langedijk en de piano's van Roeland Jacobs en Jef Neve. Er is duidelijk niet over een nacht ijs gegaan, om in winterse termen te blijven.

Er wordt met veel gevoel heel subtiel gemusiceerd en dat begint meteen in het openingsnummer 'Falando De Amor', dat wordt geopend door de strijkers, waarna Nobel het thema op weergaloze wijze inzet. Je voelt de saudade meteen, waarna Frans van Geest op bas de improvisatie inzet, die vervolgens doeltreffend wordt overgenomen door Nobel, om uiteindelijk terug te keren bij het thema. De toon is gezet en eens te meer blijkt de veelzijdigheid van de trompettist. De plaat staat vol met pareltjes, waarbij het werk van Jobim weliswaar naar eigen hand gezet wordt, maar altijd met zo veel respect en vakmanschap dat het een mooi eerbetoon wordt.

Een hoogtepunt van de plaat is 'Passarim'. De manier waarop Anna Serierse haar warme stem hier aanvlijt tegen het even warme spel van Nobel, is subliem. Het geheel is omgetoverd tot een prachtige ballad. Zoiets gebeurt ook met het fameuze 'The Girl From Ipanema'. Dat nummer zit toch in ieders geheugen gegrift in de uitvoering van Astrud Gilberto, waarmee zij de bossanova in Nederland populair maakte. Op dit album is ook dit nummer omgevormd tot een zwaardere versie, waarin het saudadegevoel de overhand krijgt.

Dat is misschien de enige kanttekening die je zou kunnen maken bij dit album. De selectie van het repertoire uit het rijke oevre van Jobim is erg gericht op het zwaardere werk. Niet gek natuurlijk als je de titel 'Saudade' neemt. Maar Jobim had ook een lichtere kant, die hem tot de belangrijkste exponent van de bossanova maakte. Die hoor je nauwelijks terug in dit album. Het arrrangement van het slotnummer 'Olha Maria' laat iets meer van deze kant horen door de percussie, gitaar en pianobegeleiding.

Deze cd is een must-have voor liefhebbers van goede muziek, die af en toe behoefte hebben aan rust en bezinning. Het gevoel van saudade bekruipt ons allemaal op gezette tijden. Dan is deze plaat heel fijn om in huis te hebben. Tijdloos, dus hij kan heel lang mee. Dikke kans dat je je eraan gaat hechten.

In de Jazztube hierboven zie je de trailer van dit album.

Labels: ,

(Johan Pape, 3.1.20) - [print] - [naar boven]





Concert
All Ellington alle kleuren

zaterdag 28 december 2019, Bimhuis, Amsterdam

Het oeuvre dat pianist en bandleider Duke Ellington in zo'n zes decennia bij elkaar schreef, een verbijsterende schatkist van duizenden composities, blijft een onuitputtelijke bron voor muzikanten en liefhebbers. En zeker voor cornettist Eric Boeren. Zijn All Ellington-orkest speelt elke maand in de Amsterdamse Zaal 100, incidenteel op festivals en elk jaar in het Bimhuis. Er worden regelmatig 'nieuwe' stukken op de lessenaars gelegd en de muzikanten zelf vervaardigen ook eigen composities, zodat elke uitvoering fris is.

Van de eigen stukken viel zaterdag vooral 'Dan Op De Fiets’ van tenorist Natalio Sued op, naar verluidt geconcipieerd na een grondig bezoek aan een tapperij. Het werd op plastische wijze verbeeld door pianist Oscar Jan Hoogland, die zijn krukje ondersteboven tot een rudimentair rijwiel recycleerde en er zo het podium op rondroste. Een andere eigen compositie, 'Wailing Years' (?) bevatte een ragfijn door de rieten geweven einde. Maar dit deel van het repertoire - de band werd daarvoor herdoopt tot All Us - vormt slechts een klein segment van het geheel.

Van Ellington zelf werden bekende en onbekende ('Sweet Mama', 'Azalea') werken gespeeld; de vertrouwde stukken kregen óf een getrouwe óf een vrije vertolking. Zo bleef de band in composities en arrangementen als 'Rockin’ In Rhythm', 'I Like The Sunrise' en 'Jack The Bear' dicht bij het origineel. Die nummers waren van huis uit al aardig volmaakt, daar hoef je niet zo gek veel aan te vertimmeren. 'Azure' kreeg een pakkende stemmige intro. Als een pauw spreidde het orkest zijn kleurenpracht; hier kwam de akoestische dynamiek van de blazers mooi tot haar recht. Een van de sonnetten uit 'Such Sweet Thunder' werd door de polyfone mangel gehaald, zodat we in de buurt van Charles Mingus belandden.

Baritonblazer Guiseppe Doronzo, die als solist grote indruk maakte met zijn koninklijke volle en diepe geluid, speelde in de meeste nummers eerste stem in het saxofoonkoor. Maar soms was het de benjamin van de band, Mo van der Does, die op klarinet de toon aangaf, waardoor een volledig andere sound werd geschilderd. Overigens viel die laatste met bijzonder krachtig solowerk op de alt op, waarbij hij níet aan Johnny Hodges refereerde - zoals je wellicht zou verwachten. Doronzo was diep in de ziel van Harry Carney gekropen en iets dergelijks gold voor trombonist Joost Buis (Juan Tizol) en Eric Boeren (Cat Anderson, in 'Happy Go Lucky Local').

Concertfoto: Hammie van der Vorst

Labels: ,

(Eddy Determeyer, 1.1.20) - [print] - [naar boven]



Concert
Nimfen en Sirenen

Mudita / Under The Surface, woensdag 18 december 2019, De Bussel, Oosterhout

Vorige week sloot ook Liever in de KluiZ dan ThuiZ 2019 af. Het Oosterhoutse (Noord-Brabant) jazzpodium, huizend in Theater De Bussel, weet al dertien jaar interessante musici te programmeren en gaat daar ook volgend jaar vrolijk mee door. Maar dit laatste concert was extra bijzonder. Een duo concert met Sanne Rambags als verbindende factor. Voor de pauze Mudita, na de pauze Under The Surface. Dat was pas één keer eerder gebeurd, zo verzekerde Rambags ons, tijdens haar eindexamen aan het Tilburgse conservatorium in 2016.

In mei 2017 was ik de eerste die op deze blog over Rambags schreef. Begin van dat jaar was het eerste album van Under The Surface bij Challenge Records verschenen, een trio dat ze vormt met percussionist Joost Lijbaart en gitarist Bram Stadhouders. In 2019 verscheen de tweede, 'Trinity'. Ook over dat andere trio, Mudita, dat Rambags vormt met trompettist Koen Smits en pianist Sjoerd van Eijk, schreef ik naar aanleiding van een concert in Breda eind vorig jaar, terwijl collega Koen Scherer het bij ZenneZ verschenen 'Listen To The Sound Of The Forest' - dat eerder dit jaar een Edison kreeg - recenseerde. En het archief door struinend valt mij op dat niet alleen Scherer en ondergetekende de vocale kunsten van deze zangeres kunnen waarderen.

Het zal aan de tijd van het jaar liggen, waarin we feesten vieren gebaseerd op mythes en verhalen, dat ik daags na het concert dacht aan de Loreley. Daar stokte echter mijn herinnering. Het blijkt hier te handelen om een rots in de Rijn, bij Sankt Goarshausen, die daar ook nog eens een scherpe bocht maakt. Een berucht punt waar nogal eens schepen vergingen, iets dat tot legenden leidt. In dit geval die van de nimfen, de Rijndochters. Ze spelen een rol in Richard Wagners 'Der Ring des Nibelungen' en in de legende van Lorerey. Die nimf zong zo prachtig, hoog bovenop die rots gezeten, dat de schippers volledig in vervoering pardoes op de rots voeren. Waar hebben we dat eerder gehoord? Juist, de Sirenen, Griekse halfgodinnen. Ze werden het meest bekend door Homerus 'Odyssseus', waarin de hoofdfiguur zichzelf aan de mast liet vastbinden - hij wilde deze gezangen horen zonder in gevaar te komen - en de bemanningsleden hun oren dicht liet stoppen met was.

Terug naar de realiteit. Sanne Rambags als hedendaagse nimf of Sirene? Goed, we zaten niet op een schip deze woensdag en rotsen waren er niet. Maar verder, het publiek in vervoering brengen kan ze als geen ander. Al doet ze dat zeker niet in haar eentje. De vier klankmagiërs die ze meebracht leverden daar zeker ook een groot aandeel in. Smits bouwt prachtige klanksculpturen met zijn trompet en een batterij aan effectpedalen en Van Eijk verrast iedere keer weer aangenaam met harmonische akkoorden, zo vorm gevend aan het breekbare melodische materiaal. Prachtig ook hoe de samenwerking tussen deze drie jonge musici verloopt. Aan alles is te merken dat ze het heerlijk vinden om samen te musiceren.

Klankmagiërs Lijbaart en Stadhouders leveren op hun beurt een grote bijdrage aan het geheel andere geluid van Under The Surface. Maalstromen van geluid, soms van postrock-achtige allure. Meeslepend en enerverend, met een krijsende Rambags. Op andere momenten kun je echter spelden horen vallen. Rammelt Lijbaart met een klokje, strijkt Stadhouders over de snaren en horen we Rambags ietwat lispelen. Het is maar goed dat er geen rotsen zijn.

Liever in de Kluiz dan Thuis organiseert iedere derde woensdag van de maand een concert in Theater De Bussel. Op 15 januari is het podium voor Martin Fondse, Kika Sprangers en Jörg Brinkmann.

Concertfoto's: Gerard Kievits

Labels: ,

(Ben Taffijn, 31.12.19) - [print] - [naar boven]



Cd's
40 jaar Leo Records Part 2

Simon Nabatov - 'Readings - Gileya Revisited' (Leo, 2019)
Opname: 7-8 december 2018
Simon Nabatov - 'Readings - Red Cavalry' (Leo, 2019)
Opname: 7-8 december 2018

In dit tweede deel van het portret gewijd aan Leo Records belichten we twee cd's van pianist Simon Nabatov, waarvoor hij zijn inspiratie haalde uit de Russische literatuur, iets wat hij overigens al drie keer eerder deed. Nu met als basis een kwartet bestaand uit rietblazer Frank Gratkowski - eveneens veel te vinden op dit label - drummer Gerry Hemingway, Marcus Schmickler op elektronica en natuurlijk Nabotov zelf. Verder vinden we op beide albums een andere vocalist. Op 'Readings - Gileya Revisited' is dat Jaap Blonk en op 'Readings - Red Cavalry' schuift Phil Minton aan. Nabotov, hij was 20 toen hij met zijn ouders de Sovjet-Unie verliet om via Italië en de Verenigde Staten uiteindelijk in Keulen te belanden, groeide op met deze teksten.

'Gileya' was de naam van een groep schrijvers en dichters die rond 1910 deel uitmaakte van de beweging van de Russische Futuristen en verwantschap vertoonde met het Duitse Dada, het Franse Surrealisme en het Italiaanse Futurisme. Stuart Broomer citeert Nabatov in het begeleidend schrijven bij de cd als volgt: "I loved the idea of these guys, full of bustling energy and irreverence and the talent to back it all up! It gave me a very liberating feeling! I would say, among other factors, this helped me to cross from preinstalled piety for classical music... to the world of improvisation, jazz, fooling around, getting free from the burden of trying to be a part of a heavy legacy."

Beginnen doen we met het door Blonk gelezen 'Manifesto', begeleid door morsesignalen. "Of course I had to start there", merkt Nabatov op. "In my youth Morse code announced something cryptic and important, a kind of 'Attention, Attention', a call in a secret language." De combinatie Russische Futuristen en Jaap Blonk is een gouden combinatie, zo blijkt al snel. Het absurdistische element is bij hem in goede handen. In 'Kho-Bo-Ro' klinkt hij als een Rus met iets te veel wodka achter de kiezen, overigens prachtig begeleid door een fel blazende Gratkowski. Prachtig ook de taalcapriolen in 'The Heights', vormgegeven als een soort vreemdsoortige dialoog.

Maar het is niet alleen Blonk die deze materie uitstekend aanvoelt. In 'Spring' horen we Nabatov zelf met een voor hem typische prachtig abstracte solo, terwijl we hem in 'Shokretys' van zijn klassieke kant horen, overigens samen met een repeterend patroon van Gratkowski, die even daarvoor, in 'Intermission 2', zijn saxofoon nog binnenste buiten keerde. In 'Intermission 3' speelt Schmickler een grote rol in het combineren van originele geluidsopnamen met verontrustende noise, gevolgd door een onrustige solo van Hemingway.

Als basis voor 'Readings - Red Cavalry' diende het gelijknamige boek van Isaac Babel, de vermaarde Russische, maar ook Joodse schrijver en dichter. Joden werden weliswaar niet vervolgd in de Sovjet-Unie, maar evenmin verwelkomt. Iets dat ook Nabatov, eveneens Joods, aan den lijve ondervond. Het voornemen om iets te doen met Babel leefde dan ook al langer, maar was tot nu toe een brug te ver. Hij zegt er zelf over: "One of those elephants in the room is my Soviet-Jewish background, something I never accentuated much, and not all in music. After all, what was or is there to accentuate? Like most of 'us', I was not given any proper religious or historic education in that direction, and yet I was firmly attached to being Jewish, as seen by the majority in the Soviet Union, which is more or less clearly antisemitic in its core." Wat Nabatov aantrekt in 'Red Cavalry' is de wijze waarop Babel hier het gegeven thematiseert dat de communistische droom geen ruimte laat voor andere denkwerelden. Zoals Nabatov zelf aangeeft, heeft dit album wel iets van een hoorspel.

In 'Crossing The River Zbrucz' worden originele opnamen van Russische volksmuziek vermengd met de musici en de stem van Phil Minton. Pure hectiek, afgewisseld met fijnzinnige details. In 'The Church Of Novograd' horen we Minton de tekst voorlezen, om dat af te wisselen met getormenteerde stemklanken. Huilend, krijsend. Krachtig, staccato slagwerk kenmerkt het begin van 'Intermezzo 1', gevolgd door een puntig spelend kwartet. 'Gedali' klinkt intiem, met een intense klarinetsolo van Gratkowski en verstilde noten van Nabatov. Hemingway horen we zacht op de achtergrond, terwijl Minton zijn tekst uitspreekt. In 'The Tachanka Theory' speelt Gratkowski eveneens een hoofdrol. Op klarinet beweegt hij mee met Minton, terwijl Nabatov krachtige accenten plaatst. Tot slot van deze bijzondere set cd's horen we Schmickler en Nabatov in 'After The Battle' met een klankspel in het hoogste register, Minton flankerend.

Tot eind van dit jaar is een groot deel van de catalogus van Leo Records extreem goedkoop in het kader van The Sale of the Century.

Foto: Cees van de Ven

Labels: ,

(Ben Taffijn, 29.12.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Niet-werkende computers en andere ongemakken

Felicity Provan Quintet, zaterdag 14 december 2019, PlusEtage, Baarle-Nassau

In het aan de Europese free jazz gewijde 'Northern Sun, Southern Moon' staat Mike Heffley uitgebreid stil bij de verschillen tussen Europese en Amerikaanse free jazz, maar ook bij de verschillen in de jazz tussen de Europese landen onderling. Floris Schuiling, die onlangs 'The Instant Composers Pool and improvisation beyond jazz' uitbracht - dat hier nog uitgebreid besproken zal worden - refereert aan hem als hij duidelijk maakt wat uniek was en is voor Nederland. Heffley: "The Dutch were the louder anarchists, the humourists, the ironists, the rugged individualists and musical gamesters / tricksters, radicalized around their own folk and music theatre traditions." Schuiling citeert ook nog 'Tetteretet - Interviews met Nederlandse improviserende musici' van Bas Andriessen, waarin de meeste geïnterviewden de humor als kenmerkend beschouwden, naast de link met hedendaags gecomponeerde muziek.

Ik moest hieraan denken bij het optreden van het Felicity Provan Quintet in de PlusEtage, Baarle Nassau, ook al hebben vier van de vijf leden van dit kwintet, waaronder trompettiste/vocaliste Felicity Provan zelf, hun wortels elders. Ze zijn onmiskenbaar besmet met het Nederlandse virus zoals hierboven beschreven. Neem 'Soundblaster Incompatible', net als bijna alles vanavond een stuk van Provan. Het handelt over de stress die technologie Provan oplevert als het allemaal niet werkt. Herkenbaar. Maar voor mij wel typisch Nederlands. Ik zie Peter Brötzmann geen stuk schrijven over een niet-werkende computer! Maar wat heerlijk origineel is dit, met name het begin waarin we cellist Harold Austbø in het Noors, drummer Michael Vatcher in het Engels en saxofoniste Ada Rave in het Spaans allerlei teksten van hun telefoon horen voorlezen. Provan gooit er passende trompetklanken doorheen en stemkunstenaar Han Burhs leest een soort van gedicht voor. Als aansluitend iedereen is overgestapt op het instrument horen we Burhs nog woorden eruit gooien: "floppydisk", "firewall". Als dat geen humor is.

Of neem 'Let’s Cook - Song For Ciska', dat begint met de vijf leden die de namen van allerlei gerechten scanderen, en dan natuurlijk niet geheel in de maat. Gaandeweg nemen de instrumenten het over. Wat blijft is het puntige staccato ritme, dat een prima voedingsbodem levert voor een knallende solo van Rave op tenorsax. Nog een voorbeeld: 'Flutter Clutter', door Provan geschreven naar aanleiding van het zwerfvuil in de Amsterdamse straat waar ze woont. Ze trakteert ons op een log, slepend ritmisch patroon. Het biedt structuur aan Buhrs' stemkunst, die continu het midden houdt tussen zang en het produceren van ondefinieerbare geluiden, waardoor het onbestemde, bevreemdende, maar ook ietwat melancholische van dit stuk volop de ruimte krijgt. Dan krijgt Austbø het podium voor een opmerkelijke solo waarin de triestheid doorklinkt. Steeds hogere noten produceert hij, een hoog dat je bij de cello maar zelden hoort, tot we eindigen met wat nog het meest wegheeft van een piepend scharnier.

Maar het is zeker niet alleen de humor en het licht theatrale dat dit kwintet bijzonder maakt, waarmee en passant het begrip 'liedje' in een heel ander daglicht wordt geplaatst. Er wordt ook gewoon zeer goed gemusiceerd door deze vijf musici, gezichtsbepalende actoren in de nog steeds vernieuwende Amsterdamse jazzscene. Vatcher blijft een bijzondere slagwerker, die niet alleen zeer ritmisch kan spelen, maar ook - mede met behulp van een prachtig percussiearsenaal - een interessante klankwereld weet neer te zetten. Austbø noemde ik reeds, met Vatcher vormt hij menigmaal een prachtige ritmetandem - de bas wordt geenszins gemist - maar ook als solist vormt hij een factor van formaat. Rave, hier op tenorsax en op klarinet en Provan op trompet trekken regelmatig samen op met frisse harmonieën. Rave draagt daarnaast een aantal keren bij met spetterende solo's, terwijl Provan met haar zang regelmatig de samenwerking met Buhrs aangaat. Laatstgenoemde is niet alleen vocalist, maar zeker ook vijfde instrumentalist, menig ondefinieerbaar geluid producerend. Een feestelijke afsluiting van 2019 in de PlusEtage, wat wil een mens nog meer.

Foto: Geert Vandepoele

Labels: ,

(Ben Taffijn, 28.12.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Soul met strijkers

'Spirits of Soul' door het Nederlands Studenten Jazz Orkest, dinsdag 17 december 2019, Simplon, Groningen

'Spirits of Soul' is een soort overzicht van een halve eeuw soulmuziek. De 2019-editie van het Nederlands Studenten Jazzorkest heeft er de tanden ingezet en Groningen beleefde de première.

Bijzonder was het aandeel dat de tien strijkers hadden. Strijkers zijn of waren op zich niet ongebruikelijk in de soul. Veel hits van de Philly Soul-scene uit de jaren zeventig werden opgetuigd met violen en al eerder, rond 1960, hadden The Drifters en Dinah Washington wat dat betreft pionierswerk verricht. Maar soul revues die met strijkers op pad gingen, ze zullen er wel zijn geweest, maar ik ken ze niet. Doorgaans was ook de begeleidende bigband uit economische overwegingen teruggesnoeid tot een viertal blazers. In Simplon hoorden we zoals het ook kan, met vijf trompetten, vier trombones, vijf saxen, een ritmesectie van vijf man en drie vocalisten, plus dan die strijkinstrumenten. Dat resulteerde in een aanstekelijke show; het speelplezier spatte ervan af en sloeg over op het publiek.

Het openingsnummer, 'It’s A Man’s, Man’s, Man’s World', opende met een soort Third Stream-ouverture die de oortjes deed spitsen. Maar al snel daalden de muzikanten af naar aardsere dreven. De potpourri van klassiekers van James Brown, Aretha Franklin, Stevie Wonder, The Three Degrees en andere idolen ging erin als koek, pardon, als grits and gravy. Terwijl het toch voor een groot deel muziek betrof uit de tijd van de ouders, ja, van de grootouders van de aanwezigen.

Zo'n uitstapje naar het soulvolle verleden staat of hangt met een deugdelijk functionerende ritmesectie. Welnu, die stond als een huis. Met name bassist Berend van Deelen fungeerde als de al even spreekwoordelijke rots in de branding. Trompettist Jan van Duikeren was de stersolist van het spul. Paar jaartjes ouder dan de collega's - maar ach, een beetje muzikant blijft zijn leven lang student, nietwaar. Van Duikeren, van vele markten thuis, is in principe een sectieman, maar excelleerde in Simplon in trefzekere en functionele solo-exercities. Bijna macho. In het nummer ‘Perugia’ was het eerste violiste Cuun Koek die met een onmogelijk hoog candenza de aanwezige bekken deed openvallen. Een onvervalst en overtuigend stukje hedendaagse hot jazz.

Dat een afvaardiging van het orkest op de tonen van 'Lady Marmalade' de zaal introk hielp zeker de algehele feestvreugde op te stoken. En dan was er de falset van David Dam, die het repertoire de gewenste kleur gaf. In de Michael Jackson-medley liet hij zelfs een helemaal niet onverdienstelijk staaltje moonwalking zien.

Jammer dat de tournee van het Nederland Studenten Jazzorkest tegen de tijd dat u dit leest alweer afgesloten is.Hier in Groningen hadden we er nog veel meer pap van gelust.

Concertfoto's: Ejam Maail

Labels: ,

(Eddy Determeyer, 27.12.19) - [print] - [naar boven]



Cd's
40 jaar Leo Records Part 1

Pago Libre - 'Cinémagique 2.0' (Leo, 2018)
Opname: april 2000
John Wolf Brennan - 'Nevergreens' (Leo, 2018)
Opname: juni 2019

Als Leo Feigin, geboren in 1938 in wat toen nog Leningrad heette, in 1979 Leo Records opricht, kan hij niet bevroeden dat het label zal uitgroeien tot een van de belangrijkste labels voor de vrije improvisatie. Illustere namen als Marilyn Crispell, Cecil Taylor, Anthony Braxton, Eugene Chadbourne, Evan Parker, William Parker, Joëlle Léandre, Simon Nabatov en Ivo Perelman weet hij aan zich te binden. Maar bovenal is Feigin in die eerste jaren een pleitbezorger van jazz uit Oost-Europa, toen nog de andere kant van het IJzeren Gordijn. Voor ons totaal onbekende musici als Sergey Kuryokhin, Valentina Pomomareva en Sainkho Namtchylak bracht hij onder de aandacht, gevolgd door de 1989 uitgebrachte monumentale box 'New Music From Russia'. Slechts één ding geldt daarbij voor Feigin, zoals hij begin dit jaar zei tegen Peter Margasak van DownBeat: "The origin of the music is not important, what is important is the originality of the music." Zet deze quote naast de inmiddels zeer uitgebreide catalogus en u weet genoeg. Tijd dus om deze man, die inmiddels 40 jaar in het vak zit, ook op deze blog eens uitgebreid in het zonnetje te zetten. Dat doen we door het bespreken van recente cd's van Simon Nabatov en Ivo Perelman, die hier reeds eerder aan bod kwamen, maar ook door het bespreken van in onze contreien wat minder bekende musici.

Zo zag ik Pago Libre nog nooit live, al bestaat dit kwartet inmiddels 30 jaar en brachten Arkady Shikloper, Tscho Theissing, Daniel Patumi en John Wolf Brennan inmiddels tien albums uit - het merendeel bij Leo Records - waarvan de laatste, 'Cinémagique 2.0' hier centraal staat. Bekijken we dit kwartet wat nauwkeuriger, dan vallen een paar zaken op. Allereerst is dit een echt Europees kwartet. Shikloper, te horen op hoorn, cornet en alphoorn, komt uit Rusland, violist Theising is een Oostenrijker, toetsenist Brennan is half Iers, half Zwitsers en bassist Patumi is een Italiaan. Ten tweede, u heeft het wellicht reeds opgemerkt, bevat dit kwartet geen slagwerk! Iets dat we niet vaak tegenkomen. Verder valt op dat alle vier de leden naast hun instrumenten ook nog over vocale kwaliteiten beschikken. Op 'Cinémagique 2.0', dat de band uitbracht om hun 30-jarig jubileum te vieren - maar met opnames uit 2000, komt dat allemaal bij elkaar. Zoals de titel aangeeft vinden we hier muziek, die soms lijkt geïnspireerd door een film, op andere momenten klinkt als soundtrack voor een niet-bestaande film en heel soms ook voor een echt bestaande film.

Zet 'Enciting' op en er valt nog een vierde aspect op: dit is allesbehalve 'zuivere' jazz. Dit is een puur Europees mengelmoesje van klassiek, folk, jazz en wat we nog meer kunnen bedenken. Kortom, we hebben hier te maken met een aanstekelijke pastiche van stijlen. Maar wel direct met een klinkend en zeer ritmisch duet van viool en bas. 'A Bout De Souffle' refereert natuurlijk aan de gelijknamige film van Jean-Luc Godard, iets dat je alleen al hoort aan het meeslepende ritme. Welluidend en welhaast klassiek klinkt Shiklopers cornet in 'Synopsis', met klaterende noten begeleid door Brennan, terwijl Theissing en Patumi het geheel stofferen. Ook 'Nostalgia' is geïnspireerd door een bestaande film, de gelijknamige van Andrej Tarkovsky. De solo van Shikloper klinkt passend intens, terwijl we duistere basklanken op de achtergrond waarnemen. En dan Theissings viool, die exact de sfeer van deze film weet te treffen. De diversiteit van dit kwartet herkennen we ook in 'Entr’actes Le Tango d’E.S.' en 'Folk Song', dat die voor Europese jazz zo typische mix van jazz en folk bevat en waarin Shikloper en Theissing elkaar solerend afwisselen. Maar ook in het zeer ritmische 'Little Big Horn', met een prachtige blaaspartij van Shikloper. In 'Sonatina', met een hoofdrol voor Brennans toetsen, hoor je dan weer de invloed van de klassieke muziek terug.

John Wolf Brennan, de van oorsprong Ierse pianist van Pago Libre (maar al heel lang woonachtig in de Zwiserse Alpen) is ook solo actief. Eind jaren tachtig, begin jaren negentig bracht hij een drietal albums uit, die ook bekend staan als de 'Blue Trilogy', gevolgd door drie albums uit de jaren nul van deze eeuw, die samen de 'Yellow Trilogy' vormen. Voor 'Nevergreens', het twaalfde album dat hij uitbrengt bij Leo Records, putte Brennan uit deze twee cycli. Dierbare stukken die hij opnieuw speelde in een nieuwe, frisse context, dwars door de beide cycli heen. Twintig, relatief korte stukken, waarin Brennan ons meeneemt op een muzikale reis - de stukken ontstonden tijdens zijn omzwervingen door Europa - door zijn schatkamer. Onderhoudende stukken waarin melodie, maar vooral ritme een grote rol spelen, maar waarin ook ruimte is voor experiment. Een album om met grote regelmaat te draaien. Wegdromen gegarandeerd.

Tot eind van dit jaar is een groot deel van de catalogus van Leo Records extreem goedkoop in het kader van The Sale of the Century.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 27.12.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Fado krijgt vleugels

Maria Mendes feat. John Beasley, zaterdag 14 december 2019, Paradox, Tilburg

De in Portugal geboren, maar in Nederland wonende Maria Mendes wil liever niet in een hokje geplaatst worden. Haar een fadozangeres noemen zou haar zonder meer tekort doen. Toch kun je fado en Mendes niet los van elkaar zien. Door haar afkomst en moedertaal zijn ze onherroepelijk met elkaar verbonden. Het is een genre waarin heimwee, nostalgie en verlangen opgesloten ligt. Mendes' beleving - en daardoor uitstraling - is zo intens, die kun je met recht hieronder scharen. Er naar luisteren alleen is ook niet genoeg, dat verlangen moet je voelen. Op haar cd's kom je veel fado tegen. Niet vreemd natuurlijk, het is het fundament van haar muziek. Maar daarmee is lang niet alles gezegd.

Mendes is een perfectioniste pur sang. Een real diva op het podium, alles tot in de puntjes verzorgd. Ze heeft een beminnelijk charisma en vertelt met liefde over de achtergrond van de composities en de verhalen uit haar leven. Empathisch is ze zeer sterk, je moet haast wel van haar houden. Haar nieuwe album 'Close To Me' is een mooie afspiegeling van haar persoonlijkheid en unieke muzikaliteit. Haar stem is hoog en zuiver, vrij en wendbaar in alle registers. Ze tikt soms extreem hoge noten aan, maar kan ook heel intiem, klein en kwetsbaar klinken.

Mendes wil met dit album dicht bij zichzelf blijven én de diepte in, al bouwend rond de fado. Haar muziek ontstaat doordat ze de ruimte neemt om die te herontdekken, de jazz van Maria Mendes. Ambitieus als ze is heeft ze hiervoor de beste musici om zich heen verzameld. Het prachtige Metropole Orkest, de Amerikaanse pianist, arrangeur én producent John Beasley (Miles Davis, Herbie Hancock, James Brown, Steely Dan) en de Nederlandse topmuzikanten Karel Boehlee (piano), Jasper Somsen (bas), Jasper van Hulten (drums) en Vincent Houdijk (vibrafoon).

Bij dit concert in Paradox mochten we de synergie meebeleven tussen Beasley en Mendes en de momenten waarop de muziek tussen hen beiden een wonderlijk verbond sloot. En het gaat niet meer alleen over bestaande verhalen en songs met woorden, verteld of gezongen. Ook woordeloos gezongen klanken worden in samenspel tot melodieën gesmeed. Die fabuleuze stem danst dan weer op de poëtisch rondzingende klanken van Somsens bas, of is verwikkeld in een vurig duel met de percussie van Van Hulten: grenzen worden opgezocht en overstegen. Zo krijgt Mendes' muziek vleugels en worden nieuwe verhalen gecreëerd. Fado met de onbegrensde vrijheid van jazz.

Klik hier voor foto's van dit concert door Donata van de Ven.

Labels: ,

(Donata van de Ven, 24.12.19) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...








Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.