Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Cd-box / Jazztube
Portret Joe McPhee Part 2
DKV & Joe McPhee - 'The Fire Each Time' (Not Two, 2019)

Opname: 13, 15 & 16 november / 27-28 december 2017

McPhee's carrière ging langzaam. In Amerika kwam hij maar moeizaam op gang en jarenlang gebruikte hij zijn vrije dagen - hij werkte tot 1981 in een fabriek - om in Europa te kunnen optreden. Hij voelde zich er thuis, na in de jaren 60 een deel van zijn diensttijd in Duitsland te hebben doorgebracht. Daar zaten ook zijn fans, met als meest belangrijke de Zwitser Werner X. Uehlinger, die in 1975 een nieuw platenlabel oprichtte om 'Black Magic Man' uit te kunnen brengen. Het zou het eerste album worden van het fameuze Hat Hut. Zes jaar later kreeg McPhee de leiding over het kantoor in de VS, waarna hij weer vier jaar later volledig de overstap naar de muziek kon maken.

Teug naar die muziek. Het uitbrengen van de verrichtingen tijdens de kleine tour van het DKV Trio - ofwel drummer Hamid Drake, bassist Kent Kessler en rietblazer Ken Vandermark - met McPhee is in alle opzichten een gouden greep te noemen. Zelden hoor je spel op dit hoge niveau. Een ritmetandem die zonder meer tot de beste van dit moment behoort en twee blazers die juist door hun zeer verschillende stijl elkaar perfect aanvullen.

Direct in het eerste concert, opgenomen in Parijs op 13 november 2017, horen we waar dit toe kan leiden; luister naar de melodische en zeer ritmische stroom noten in 'Le Select - Chicago Defenders - Nation Time', culminerend in een zeer energieke solo van Drake, of naar de prachtige bassolo van Kessler, fijnzinnig ondersteund door Drake in 'Rue De Tournon' en u weet genoeg.

Twee dagen later speelde het kwartet in Poznan. McPhee en Vandermark maken in hun versie van Thelonious Monks 'Circumstantial Evidence' indruk met zeer intens en getormenteerd spel, dat uitmondt in een prachtige melodische frase. Eenzelfde indrukwekkende behandeling krijgt George Gershwins 'Summertime'. Dan is er die meesterlijke, zangerige solo van Kessler met de strijkstok en die van Vandermark op klarinet, zeer swingend begeleid door Drake op '137 West 71st Street'. Een duet dat eindigt met een solo van Drake, die andermaal getuigt van zijn ongelofelijke gevoel voor ritme. Een dag later staan ze in Pardubice, Tsjechië en spelen ze een superstrakke en zeer opwindende versie van 'West 128th Street'. Prachtig, die zeer ritmische en enerverende combinatie van wederom 'Circumstantial Evidence', maar nu gekoppeld aan 'Nation Time'. Beslist een van de hoogtepunten van deze box. Een tweede komt daar overigens direct achteraan: McPhee op zijn zaktrompet. Blazend, sputterend en pratend werkt hij zich een weg door de eerste minuten van 'Impressions Of Knox'.

In deze box een boekje met twee teksten. De eerste heeft de prachtige titel 'Tell me, how long has Trane been gone' en staat natuurlijk stil bij de dood van John Coltrane. Door de mensen die hij ontmoette bij de begrafenis - waaronder Ornette Coleman, Charles Moffatt, Billy Higgins en Jimmy Garrison - een in meer dan een opzicht belangrijk moment in het leven van McPhee, zoals blijkt uit eerder genoemd interview in Wire Magazine (nr. 420). De tweede tekst handelt over de positie van de zwarte Amerikanen, 'Nation Time for real this time (in this error of Trump)' luidt het veelzeggend, refererend aan de titel van McPhee's eerste album uit 1971, 'Nation Time'. Beide teksten spelen een rol in deze muziek, die niet alleen overduidelijk wortelt in de traditie van McPhee's grote voorbeelden - naast Coltrane ook Eric Dolphy, Ornette Coleman en Albert Ayler - maar ook nog eens impact heeft. Op menig moment maakt dit kwartet met intens en energiek spel duidelijk dat dit muziek is met een boodschap.

De tweede helft van de box bestaat uit concerten in Milwaukee (27-12, cd 4) en Chicago (28-12, cd 5 en 6). Groots hier: Vandermark met een stomende solo op baritonsax, geflankeerd door het strakke ritme van Drake en Kessler in 'L’Abbaye', op de vierde schijf. Je had erbij willen zijn. Aansluitend horen we Kessler in 'P.S.' met een schitterende solo, gevolgd door een van folk doortrokken duet met Vandermark. Maar de grootste verrassing blijft die baritonsax. We horen hem ook in een prachtige, pompende solo op 'Les Deux Magots'. Een aanwinst vormen ook zeker de bewerkingen van standards. Hoorden we eerder 'Summertime', dit concert bevat een prachtige versie van 'Ol’ Man River' met een intens spelende McPhee. En dan hebben we in het zeer ritmische 'Leukerbad' weer die knetterende baritonsax en een ritmetandem die de platen uit het plafond speelt. Met een knipoog naar New Orleans. En weer horen we 'Impressions Of Knox' - sommige stukken komen we meerdere keren tegen in deze box - maar nu nog net een fractie intenser dan de vorige keren. Hoogtepunt van de laatste cd is zonder meer 'Saint-Paul-de-Vence', vanwege de manier waarop het ritme hier wordt opgebouwd en vanwege de spetterende drumsolo van Drake en de zeer verstilde, intense bassolo van Kessler. Eindigen doen we deze set, heel toepasselijk, met een vibrerende versie van 'Nation Time'.

In de Jazztube zie je een deel van het concert dat het DKV Trio & Joe McPhee op 11 november 2017 gaven in Manghha, Krakau.

Op vrijdag 13 december treedt Joe McPhee op met Universal Indians (saxofonist John Dikeman, bassist Jon Rune Strøm en drummer Tollef Østvang) in De Singer, Rijkevorsel.

Foto: Cees van de Ven

Labels: , ,

(Ben Taffijn, 12.12.19) - [print] - [naar boven]



Cd's
Portret Joe McPhee Part 1

Joe McPhee / Paal Nilssen-Love - Song For The Big Chief' (PNL, 2019)
Opname: 9 december 2017
Joe McPhee / John Edwards / Klaus Kugel - 'A Night In Alchemia' (Not Two, 2019)
>Opname: 20 oktober 2018
Susan Alcorn, Joe McPhee & Ken Vandermark - 'Invitation To A Dream' (Astral Spirits, 2019)
>Opname: 13 september 2017

"Keep putting one foot in front of the other, test the ground to see if it is secure, then keep on keeping on!", zo vatte Joe McPhee onlangs zijn levensovertuiging samen in een interview met Daniel Spicer voor het Britse Wire Magazine (nr. 420). Vorige maand werd hij tachtig, een leeftijd die je hem geenszins geeft als je hem op het podium aan het werk ziet, iets dat binnenkort weer kan in De Singer te Rijkevorsel. McPhee begon op zijn achtste op de trompet, onder andere door lessen van zijn vader, die eveneens trompettist was. Na het horen van Don Cherry combineerde hij het instrument in 1963 met de zaktrompet en in 1968 besloot hij onder invloed van Albert Ayler om de saxofoon erbij te nemen. Niet bepaald gewoon, maar wel een combinatie waarmee McPhee zou gaan excelleren.

Actiever dan ooit speelde de man alleen al dit jaar op acht(!) nieuwe albums mee, waaronder het prachtige en zeer enerverende, uit liefst zes cd's bestaande 'The Fire Each Time', waarop een zestal concerten uit november en december 2017 zijn verzameld van McPhee met het DKV Trio. Verder nam hij een album op met drummer Paal Nilssen-Love en liggen er twee albums van trio's, de een met bassist John Edwards en drummer Klaus Kugel, de ander met rietblazer Ken Vandermark en pedalsteel-virtuoos Susan Alcorn. We gaan ze in twee recensies uitgebreid bespreken.

Twee albums getuigen van de sterke connectie die McPhee altijd heeft gehad met Europa, in het verlengde van zijn diensttijd die hij deels in het Duitse Würzburg doorbracht. Het eerste, 'Song For The Big Chief', bevat de opnames van een concert dat hij in december 2017 - midden in de tour met het DKV Trio, waarop we uitgebreid ingaan in de tweede recensie - gaf in het Londense Café Oto, samen met de Noorse drummer Paal Nilssen-Love. De twee kennen elkaar sinds 2001, toen het eerste album van The Thing 'She Knows...' verscheen, waar McPhee op meespeelde. Vele duo-optredens volgden, waarvan een belangrijk deel is vastgelegd op de bij PNL Records verschenen box 'Candy'. Een dag voor het concert waar we het hier over hebben, overleed een van de meest spraakmakende drummers uit de geschiedenis van de jazz: Sunny Murray. Het maakte het concert tot een hommage en geeft duiding aan de titel, verwijzend naar het klassieke album van Murray uit 1969, 'Big Chief'. En dus beginnen we met de titeltrack 'Song For The Big Chief, McPhee's intense bewerking van de Kern & Hammerstein-klassieker 'Old Man River'. Na vijf minuten valt Nilssen-Love in, met de vilten stokken een rollend onweer veroorzakend. We herkennen al snel deze drummer met zijn dichtgemetselde patronen en zijn enorme, overrompelende tempo, dat ook McPhee opzweept tot grote hoogten. En de drumsolo verderop, met een prachtige frase voor bekkens, vormt zonder meer een prachtig eerbetoon aan Murray. Dan volgt McPhee's 'Knox', waarin hij met behulp van Nilssen-Love de ritmische melodie subtiel uitbouwt.

In 2018 verscheen het eerste album van het trio McPhee/Edwards/Kugel, 'Journey To Parazzar', daarmee refererend - ondanks het feit dat de opnames in Zaporozhye, Oekraïne werden gemaakt - aan de jazzclub in Brugge en aan de kort daarvoor overleden Rik Bevernage, voormalig concertprogrammeur en labelman van W.E.R.F. Records. Onlangs verscheen het tweede album, 'A Night At Alchemia', met opnames gemaakt in de gelijknamige club in het Poolse Krakau. Het zijn Edwards en Kugel die beginnen in 'Burden Of Proof', een van de vier stukken die hun titels danken aan het gelijknamige gedicht van Laura Winter. Intens, ietwat melancholiek en zeer zorgvuldig opgebouwd. McPhee doet zijn intrede op tenorsax, doorleefd en met een rauw randje. 'Just To Wait' opent met een getormenteerde, zeer intense solo van Edwards, zoals alleen hij dat kan, waarna het vuur in het trio wederom ontbrandt. Kugel soleert verderop, met een veel ingetogenere, beheerstere stijl dan Nilssen-Love, maar duidelijk de sfeer bepalend.

Terug naar de VS, waar we McPhee vinden naast rietblazer Ken Vandermark (die McPhee, afkomstig uit Poughkeepsie, iets ten noorden van New York, eind jaren 90 introduceerde in de Chicago-scene) en Susan Alcorn. 'Invitation To A Dream' heet het album. Meest bijzondere is hier natuurlijk Alcorn, die de pedalsteel bespeelt, een instrument dat we nog altijd zelden tegenkomen in de jazz. Twee blazers en een steelgitaar dus, waarmee je prima microtonale klanken kunt voortbrengen, iets dat hier ook doorlopend gebeurt. Resonerende, abstracte wolken van klank horen we, waardoor dit album geheel anders van karakter is dan de overige die hier voorbijkomen. Al is dat andere er ook. Zo gaat in het titelstuk Vandermark gelijk op met Alcorn, bovengenoemde wolken producerend, terwijl McPhee op zijn zaktrompet hier knettert, sputtert en door zijn instrument praat - en zo de boel grandioos op scherp zet. 'I Am Because You Are' bevat een soortgelijke aanpak. Prachtig is ook 'Bing Says Ming', vanwege de betoverende klanken die Alcorn hier met haar instrument weet te creëren. Een zeer bijzonder album.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 9.12.19) - [print] - [naar boven]



Concert / Jazztube
Op het scherp van de snede

Atomic, donderdag 21 november 2019, JazzCase, Dommelhof, Pelt

De Noors-Zweedse band Atomic was te gast in JazzCase Dommelhof. Al ruim twintig jaar behoort de groep tot de voorhoede van de Scandinavische en Europese moderne jazzscene. Het was uitkijken naar de anarchistische vrijheid en free jazz waarmee Atomic geassocieerd wordt.

Een free-jazzconcert is in de eerste plaats een live ervaring, en niet altijd in woorden te vatten. Free jazz roept vaak weerstand op, omdat het niet de meest voor de hand liggende muziekvorm is met zijn vele improvisaties en vaak uitgebreide solo's.

Geen spoor hiervan bij Atomic. Op het podium stond een hechte solide band met muzikanten die perfect op elkaar waren afgestemd. Een band die ontspannen en met veel speelplezier haar nummers bracht. Geen vervelende solo's, maar vooral een mooi samenspel in functie van het globale groepsgeluid. Dit zorgde ervoor dat het concert geen moment verveelde.

Atomic is een voldragen band, wars van alle routine en musicerend op het scherp van de snede. Naast de composities van de hand van pianist Håvard Wiik en saxofonist Fredrik Ljungkvist sprongen ook de bewerkingen van de composities van Edgar Varèse en Steve Lacy in het oog, nummers die terug te vinden zijn op hun meest recente cd 'Pet Variations'.

Een concert waarbij ingetogen melodische nummers werden afgewisseld met explosieve en inventieve uptempo nummers met verrassende wendingen. In de korte eerste set werd ik stil van 'Un Grand Sommeil Noir', een melodisch en ingetogen compositie van Varèse. Heel ontspannen gebracht met uiterst subtiele percussie van Hans Hulbækmo, Ingebrigt Håker Flaten met de strijkstok op contrabas, het kleine pianospel van Håvard Wiik en het sublieme samenspel van sax en trompet van Fredrik Ljungkvist en Magnus Broo.

De tweede set was uitbundiger, met als hoogtepunt 'Art' een compositie van Steve Lacy. Meeslepend en traag, ingehouden gebracht. Met het magistrale bisnummer 'Louange à l’Éternité de Jésus', een compositie van Olivier Messiaen, werden we warm uitgeleid.

Een concert als een ontdekkingstocht door de eigenzinnige vrije wereld van Atomic, waarbij vrijheid en op Amerikaanse free jazz geïnspireerde improvisatie hand in hand gingen en uitmondden in een evenwichtig en inventief groepsgeluid. Een subliem concert.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

In de Jazztube hierboven zie je Atomic in JazzCase met 'Un Grand Sommeil Noir'. Met dank aan Wim Mollen.

Labels: ,

(Robert Kinable, 6.12.19) - [print] - [naar boven]



Cd's
Evan Parker & Matthew Wright: Trance Map+ - 'Crepescule In Nickselsdorf' (Intakt, 2019)

Opname: 22 juli 2017
Derek Bailey, Han Bennink & Evan Parker - 'Topographie Parisienne' (Fou, 2019)
Opname: 3 april 1981

Een hoogtepunt tijdens de laatste editie van November Music was zonder meer het optreden van Evan Parker en Matthew Wight tijdens de Kunstmuziekroute op zondag 3 november. De twee, Wright achter de elektronica en Parker op sopraansax - maakten in 2011 samen 'Trance Map', waarna het duo in 2017 werd uitgebreid tot het kwintet Trance Maps+ ter gelegenheid van een festival waarbij Basil Kirchin werd geëerd, een van de eerste componisten die met elektronica werkte. In de zomer van 2017 volgde een optreden tijdens Konfrontationen in Nickelsdorf, dat onlangs door Intakt op cd werd uitgebracht onder de titel 'Crepescule In Nickselsdorf'. Zeven delen bevat het album, waarin we allereerst een bijzonder rijke wereld aan elektronisch voortgebrachte geluiden horen, met name sfeervolle veldopnames. Parker beweegt zich hier met een vederlichte toon op sopraansax soepel tussendoor.

Wrigth had in zijn eentje minder ter beschikking in Den Bosch, eerder noise en ruis dan veldgeluiden, maar wist met dit veel kalere muzikale landschap eveneens te overtuigen. Ook dat verhield zich prachtig tot Parkers overrompelende spel. Maar het moet gezegd, wat vooral opvalt bij Trance Map+ is de combinatie van veldgeluiden, deels duidelijk van vogels en van de sopraansax, die zeker in handen van Parker daar nogal eens naadloos mee samenvalt. In het tweede stuk krijgt de elektronica een ritmischer karakter, wat Parker de gelegenheid geeft om hier met zijn circulaire ademhalingstechniek een eindeloze stroom noten overheen te leggen. Het derde stuk, met een klanklandschap van kraak- en knarsgeluiden waar Parker de strijd mee aangaat, lijkt nog het meest op de set in Den Bosch. De typische Parker-stijl horen we ook in alle glorie in het zesde deel van dit bijzondere album, gevolgd door een mooie en zeer spannende elektronicafrase.

Een ander hoogtepunt in de carrière van Parker, die inmiddels een halve eeuw beslaat, is 'The Topography Of The Lungs', dat hij in juni 1970 opnam met gitarist Derek Bailey en drummer Han Bennink. Een samenwerking die in deze pure vorm pas een vervolg zou krijgen in 1977, waar geen opnames van beschikbaar zijn, en in 1981. Dat treffen op 3 april in het Parijse Théâtre Dunois werd eerder dit jaar door Fou Records, onder de titel 'Topographie Parisienne' uitgebracht, verdeeld over vier cd's. Tegen de vier uur muziek, en dat van één concert! De eerste twee cd's bestaan uit twee lange opnames van het trio. Op de eerste met bijzonder dwars spel van zowel Bailey als van Bennink; de noten schieten alle kanten op. Begint Parker nog redelijk melodieus, al snel geeft hij zich gewonnen. En terwijl Parker letterlijk noten uit zijn sopraansax perst, horen we Bennink met een serie spontane erupties. Bailey horen we ver op de achtergrond, zeer bescheiden plukkend aan zijn snaren, een ritmische bedding gevend. We hebben hier kortom te maken met een uiterst spontane vorm van improvisatie, waarin de drie musici continu op zoek zijn naar opwindende en spannende klanken en waarbij de ene prachtige muzikale vondst de andere opvolgt.

De tweede trioset vangt aan met hevig sputterend spel van Parker, waarna het trio in de groef schiet. Een prachtig hoogtepunt hierbij is de zeer ritmische solo van Bennink, waarin hij zijn stokjes benut op alles behalve zijn drumstel - een gimmick die we maar al te goed van hem kennen - en waar Bailey en Parker groots op inhaken met een spervuur aan klanken. De twee triosets worden aangevuld met diverse duosettings - we horen twee keer Bailey en Parker, twee keer Bennink en Parker, eenmaal Bailey en Bennink en twee solo's van Parker, waarin hij, in de eerste op sopraansax en in de tweede op tenorsax, die zo bekende, eindeloze stroom kleurrijke noten produceert. Bijzonder daarbij is dat hij verschillende patronen met elkaar weet te verweven, net alsof er meer dan één saxofonist aan het werk is. Van de duosets zijn met name die waarin Bennink een rol speelt bijzonder. En dan vooral omdat Bennink zich hier niet beperkt tot het drumstel. Zo horen we hem in de sets met Parker op klarinet en in het duet met Bailey op piano, harmonica en trombone.

Opvallend is verder dat, als Bennink eenmaal plaatsneemt achter zijn drumstel, hij dan ook volledig zijn eigen gang gaat en zich vrij weinig gelegen laat aan zijn medemusici. Dat pakt niet altijd even goed uit. Het meest kenmerkende voorbeeld van dat laatste is het begin van die set met Bailey. Filigramfijne geluiden zit deze te maken, nauwelijks hoorbaar, tot Bennink zich erin mengt en de nuance volledig aan gort slaat. Wat minder heftig had hier niet misstaan. Maar goed, het hoort bij de man, zoals we inmiddels weten.

Na vier schijven muziek, in al deze combinaties, is duidelijk wat we eigenlijk al vanaf het begin merkten: hier is sprake van grenzeloze creativiteit in musiceren en vooral improviseren. Sprankelend en onvermoeibaar. Een prachtig initiatief van dit Franse label om deze opnames zoveel jaar na dato alsnog uit te brengen.

Foto: Wim Riemens

Labels:

(Ben Taffijn, 5.12.19) - [print] - [naar boven]





Cd's
Half Easy Trio - 'Dark Is Bright' (Optomusic, 2019)

Opname: 2019
Tijs Klaassen Quintet - 'Clavius' (eigen beheer, 2019)
Opname: 2019
Guy Salamon - 'Unfollow The Leader' (Eigen Beheer, 2019)
Opname: najaar 2018

Stichting Keep an Eye timmert al jaren stevig aan de weg om jonge muzikanten een steuntje in de rug te geven bij het opbouwen van hun carrière. Een van de manieren is het project 'The Records', waarbij een drietal bands, bestaande uit alumni van de diverse conservatoria, de gelegenheid krijgen om een eerste cd op te nemen. De jury reikt hiervoor € 10.000,- per band uit. Tevens wordt dit prijzengeld uitgebreid met een tour langs een fors aantal podia, door samenwerking met de VIP (Vereniging van Jazz en Improvisatiemuziek Podia), al jaren de drijvende kracht achter de Young VIPs Tour. Op 7 december presenteren de winnaars van de 2018 competitie, die inmiddels hun cd klaar hebben, hun muziek in het Bimhuis. Tevens worden hier de winnaars van de competitie van dit jaar bekend gemaakt. Alle reden dus om hier bij deze drie albums stil te staan en u alvast een impressie te geven van wat u mag verwachten.

Laten we aftrappen met het Half Easy Trio, dat op 'Dark Is Bright' composities speelt van de Bulgaarse drummer Martin Hafizi. Verder vinden we in dit trio de Oostenrijkse bassist Johannes Fend en de Duitse pianist Franz von Chossy, een bezetting die overigens weer eens duidelijk maakt hoe internationaal de studentenpopulatie aan onze conservatoria op dit moment is. De composities hebben een nauwe link met folk, maar ook de invloed van de klassieke muziek horen we terug. Von Chossy, van wie we inmiddels weten dat hij graag mag balanceren tussen jazz en andere stijlen, speelt een grote rol op dit album met zijn beklijvende melodieën. In opener 'Schizo' betoont Hafizi zich direct een sterk componist, die graag werkt met hechte structuren en repetitief ritmische patronen. Ook 'Can’t Wait', waarin een zeer verdicht patroon op piano wordt geschraagd door de ritmesectie, is daar een pakkend voorbeeld van. Duistere, met de strijkstok gemaakte klanken op 'Interlude' bouwen de spanning verder op. Als Von Chossy aansluit horen we de invloed van de Bulgaarse volksmuziek, maar ook een verre echo van Béla Bartók. In 'Folks’ Meadow' en 'Me vs mE' zet het trio met prachtig samenspel andermaal de zaken op scherp met krachtige, zeer ritmische passages. Besluiten doen we met een tweeluik, 'Bright Is Dark' en het titelstuk 'Dark Is Bright'. Het eerste stuk heeft aanvankelijk het karakter van een ballade, maar wordt in zijn uitwerking steeds dominanter. Het eindigt met innemend spel op de bas, met een wat duistere ondertoon en mooie slagwerkaccenten, terwijl Von Chossy noten in het rond strooit. Op tegenhanger 'Dark Is Bright' steekt het trio direct ritmischer in, met een prachtige solo van Fend. Het Half Easy Trio staat met dit debuut op de kaart, een krachtige binnenkomer. Liefhebbers van The Necks moeten dit album beslist luisteren.

Van Rotterdam gaan we naar Amsterdam. Daar resideert het kwintet van contrabassist Tijs Klaassen, dat verder bestaat uit altsaxofonist Mo van der Does, tenorsaxofonist Matthias Van den Brande, pianist Floris Kappeyne (tevens te horen op synthesizer) en drummer Wouter Kühne. 'Clavius' is het debuut van dit kwintet. Stemmig, dat is de eerste indruk als je opener 'Secondary Flow' beluistert. Inderdaad stromend, gemoedelijk, met zo nu en dan een zijspoor. Mooi, puntig pianospel van Kappeyne, sfeervolle lijnen van de blazers Van den Brande en Van der Does en krachtig slagwerk van Kühne. Bandleider Klaasssen beweegt zich hier soepel tussendoor. Het zet zich door in 'Douze Points', onder meer middels strak ritmisch spel van Klaassen, dat de toon zet voor het verdere verloop. Andermaal een mooi stuk waarin diverse muzikale stijlen prachtig samenvallen en waarin de leden van dit kwintet boeiend melodisch materiaal afwisselen met stijlvolle solo's. Klaassen pakt de leidersrol in het zeer stemmige titelstuk, een prachtig duet met Kappeyne volgt. Als die overstapt op de synthesizer, horen we een luisterrijk duet met Van der Does. 'Ukkel' verloopt aanvankelijk prachtig in slow motion, om verderop het ruime sop te kiezen. Ook hier weer een opvallende bassolo van Klaassen. Afsluiter 'Anti-Aliasing' bevat eveneens zo'n mooi melodische solo, naast een stemmige bijdrage van Van den Brande. De conclusie is ook hier duidelijk: in de gaten houden die Klaassen!

Ondanks het feit dat de Israëlische drummer Guy Salamon pas in 2018 afstudeerde aan het Amsterdams conservatorium, speelde hij reeds samen met een aantal gevestigde namen in de Nederlandse jazzwereld - musici als Jesse van Ruller, Reinier Baas, Jasper Blom en Tineke Postma. Hier horen we hem met zijn eigen supergroep, bestaande uit elf musici, waarmee hij 'Unfollow The Leader' - wat een originele titel overigens - opnam. Met vier blazers, piano, gitaar, ritmesectie en drie zangeressen pakt de drummer hier groots uit. Allereerst zeer ingetogen, verfijnd op 'Free Up Space', een eerste visitekaartje van Salamon als componist. Prachtig harmonisch en gaandeweg aan kracht winnend, met mooi scherpe solopartijen van de blazers. Met het titelstuk belanden we echter direct in geheel ander vaarwater. Opwindend, tegen rock aanleunend gitaarspel van Teis Samey en funky blazersarrangementen zetten hier de toon, tot het ineens stilvalt en we verrast worden door de meer experimentele kant van Salamon. De innemende ballade 'E Shell' wordt gedragen door mooi bluesachtig pianospel van Youngwoo Lee en een ietwat melancholieke tenorsaxsolo van Lucas Martinez. In het opwindende 'The Longest Road, Cows, Music' wanen we ons bij Frank Zappa en in het stemmige 'Our Voice' - daar zijn de drie zangeressen! - grijpt Salamon terug naar zijn Joodse wortels. Ook niet te versmaden is uitsmijter 'Blues For Jaja'. Lekker vet en een beetje over de top, maar dat mag hier. Salamon heeft met 'Unfollow The Leader' een zeer afwisselend album heeft gemaakt. Strakke, maar zeer afwisselende composities, waarin hij een grote diversiteit aan muzikale stijlen samenbrengt.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 3.12.19) - [print] - [naar boven]



Cd
Udo Pannekeet - 'Electric Regions' (In And Out Of Focus, 2019)

Opname: september 2019

Bassist Udo Pannekeet is in Nederland vooral bekend geworden door zijn aandeel in het Tim Langedijk Trio, Great Eyeballs en The Pitch Pine Project. In 2013 kwam zijn eerste soloalbum 'On' uit, met pianist Jeroen van Vliet, drummer Pascal Vermeer en saxofonist Erwin Vann.

De afgelopen drie jaar maakte Pannekeet internationaal furore met Focus. Hij sloeg zijn vleugels uit, reisde de wereld over en werd er, naar eigen zeggen, een betere muzikant van. Met 'Electric Regions' geeft hij de luisteraar daar een inkijkje van en is zijn tweede soloalbum een feit.

De cd bestaat uit vijf tracks, waarvan de eerste ruim de helft van de totale speeltijd beslaat. Interessant! Het idee voor 'Electric Regions' ontstond ergens in 2015, waarbij Pannekeet voor de uitvoering al meteen een groot ensemble in gedachten had. Het belandde door allerlei redenen op de plank, waar het jaren later, in 2018, weer vanaf kwam.

Pannekeets omzwervingen hadden hem nieuwe energie gebracht, en dus input voor nieuwe muziek. Je kunt dit album dan ook beschouwen als een tussenstop, een som van momenten op een muzikale wereldreis. Het vertaalt tevens zijn persoonlijke ervaringen in composities, bouwend op de ontwikkeling die hij als muzikant de afgelopen jaren heeft doorgemaakt.

Met de intro van de eerste track, 'Electric Regions Part One', maakt Pannekeet meteen een statement. Kort en melodieus zet hij zich als bassist op de voorgrond en bepaalt hiermee het uitgangspunt van deze cd. Daarna ontrolt zich een tapijt van klanken, ritmes en stijlen. Een patchwork van wereldse geluiden en ervaringen. De verschillende 'regionen' in het nummer zijn eigenlijk zorgvuldig aan elkaar geregen avonturen op zich. Lekker in het gehoor liggende, stevig swingende scènes, afgewisseld met jazzy intermezzo's en melodieuze beschouwingen. De blazers als sectie maken het orkestraal en individueel zijn ze zeer mooi op goedgekozen momenten ingezet. Omgevingsgeluiden die hier en daar subtiel op de achtergrond te horen zijn, geven een indicatie van een sfeer of locatie uit Pannekeets beleving en daardoor richting aan het verhaal.

Ook 'The Antibes Situation' is een oudere compositie (2004). Het werd nooit eerder opgenomen, maar voor de gelegenheid in een nieuw jasje gestoken. Het is geïnspireerd op een dag die rampzalig begon, maar uiteindelijk toch een hele goede bleek te zijn. In de muziek is de urgentie voelbaar. Verder bevat deze cd drie nieuwe stukken, waarvan 'Little Nura' opvalt door de eenvoud. Pannekeet schreef het voor zijn pasgeboren dochter. De gevoelige melodie is klein en kwetsbaar, maar groot in het gebaar.

Aan dit project werkten maar liefst 15 muzikanten mee - Pannekeet weet zich te omringen met Neerlands topmusici, waarvan vijf gitaristen! Verlekkert u zich dus gerust op meerdere virtuoze soli. Naast onbegrensde muzikaliteit ademt dit project samenwerking, vriendschap en liefde voor de muziek. Kortom, 'Electric Regions' is een boeiend relaas dat uitstekend geschikt is voor meerdere, aangename luistermomenten.

Klik hier om dit album te beluisteren. En lees hier een interview met Udo Pannekeet.


Foto: Donata van de Ven

Labels:

(Donata van de Ven, 1.12.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Dicht bij Calloway

'Jump’n Jive plays a tribute to Cab Calloway' o.l.v. Leo van de Giessen, woensdag 20 november 2019, Hedon, Zwolle

Ghost bands, reconstructies van legendarische concerten, het naspelen kortom van historisch materiaal zijn niet bepaald populair bij de meeste hardcore jazzliefhebbers. Alles moet immers, zo lijkt het vigerende credo, bij voorkeur allemaal zo nieuw en oorspronkelijk mogelijk zijn.

Daar valt natuurlijk wel wat voor te zeggen. Jazzmuziek is nu eenmaal bij uitstek een kunstvorm die op het moment zelf ontstaat, gedragen door een hoogstpersoonlijke interpretatie en heet van de naald, beluisterd door de liefhebber. Toch: waarom is het spelen van Bach, Beethoven en Brahms de normaalste zaak van de wereld, terwijl er met gefronste oren naar gereconstrueerde muziek van Basie, Brubeck of Bechet geluisterd dient te worden?

Zelf vind ik weinig situaties zo enerverend als live naar een heftig swingende, vroeger heette dat spuitende bigband te luisteren. Liefst met je neus er bovenop. Die impact, die drive, die dwingende, haast hypnotiserende sound, daar kunnen geen honderd garagebandjes tegenop. Daar kan men mij 's nachts wakker voor maken (overdag trouwens ook).

Dat was ook zo'n beetje het gevoel dat je kreeg bij de première van 'Jump’n Jive plays a tribute to Cab Calloway', dat bassist en bandleider Leo van de Giessen in Hedon had aangericht. Met zes blazers in plaats van de organieke dertien bij het Calloway-orkest. Dat hij daar, ondanks de beperkte repetitietijd, toch een complete bigband mee suggereerde, pleit voor Van de Giessens arrangeerkunst. In feite zaten we in Hedon tussen Calloways grote orkest en zijn latere Cab Jivers, die drie of vier blazers telden.

Wat niet wegneemt dat de zang aanvankelijk het loodje dreigde te leggen in het totaalgeluid. Uiteraard waren alle instrumenten versterkt; dat is sinds de opkomst van de popmuziek verplicht. In de jazz en de western swing kwam de versterking in de jaren dertig op kousenvoetjes binnensluipen. En dan aanvankelijk voor de gitaar en de zang, plus, een paar jaar later, de bas. Op foto's van die ouwe bigbands zie je een, hooguit twee microfoons, voor de zang en de solisten. Versterkte drums? Ze hadden je voor gek verklaard. Een orkest moest zelf een balans zien te vinden en dat was, afhankelijk van de akoestiek en de grootte van de zaal, soms een hele toer. En drums hoorden zéker niet te overheersen.

Maar goed, de geest is uit de fles en die zal er niet meer in terug te frommelen zijn. En dus horen er bij een drumstel minstens vier microfoons te staan. Jammer, ook in dit eerbetoon: veel van de nuances en de kleur van het orkest ging in de decibels verloren. Jammer ook voor vocalist Willem de Beer, die de zangstijl van den Cab verbazingwekkend goed in de vingers bleek te hebben. Hij heeft présence en bravoure. Met name in het hoog benaderde hij de melancholieke touch van zijn voorbeeld. Een beetje meer dans erbij zou geen overbodige luxe zijn.

Voor de beweging zorgden de jitterbugs in de zaal en de tapdanseressen op het podium. May Lian Robin en Doortje Peters hadden goed naar de Nicholas Brothers gekeken. Ze speelden een glansrol in dit arrangement van 'The Jumpin’ Jive', dat gekopieerd was van de in de film 'Stormy Weather' gebruikte versie - dat significant afweek van de oorspronkelijke hit van vier jaar eerder. Het tappen was zeker aansprekend en mooi getimed, al zullen Fayard en Harold Nicholas nimmer geëvenaard worden, laat staan overtroffen. De goede luisteraar hoorde hier overigens bij de trompetten de eerste sporen van de in 1943 nakende bebop.

Behalve 'The Skunk Song', 'The Jumpin’ Jive', 'Everybody Eats When They Come To My House', 'Minnie The Moocher' en 'San Francisco Fan' werd ook materiaal gespeeld van zanger en saxofonist Louis Jordan en andere tijdgenoten. In dit verband zou je ook een vergelijking kunnen trekken tussen Van de Giessen, die voor deze gelegenheid zijn Jump 'n' Jive combo uitwalste tot bigbandformaat en Jordan, die in 1951 iets dergelijks deed met zijn Tympany Five.

Een vondst was het shuffle-ritme in 'Route 66', waardoor het wegverkeer gezelschap kreeg van een happy-go-lucky local. Een enkele keer was het materiaal nog een maatje te groot voor Van de Giessen en zijn maten. Ben Websters 'Cotton Tail', met zijn woest meanderende tutti, was daar een voorbeeld van. Pluspunt verder: achtergrondprojecties die een perfecte illustratie waren van de muziek. Minpunt: de te lange, quasi-historische inleiding, ingesproken en geprojecteerd. Die zou compacter kunnen, waarbij meteen een aantal vergissingen en onjuistheden weggesnoeid zouden kunnen worden.

Maar als deze revue de kans krijgt zich te ontwikkelen en vorm te vinden, zodat de band soepeler en organischer zou gaan spelen, kunnen we over een tijdje gelukzalig met de oortjes klapperen, de voetjes trappelen en met de vingertjes knippen.

Men onthoude alvast: op hi-de-hi-de-hi-de-hi rijmt slechts hi-de-hi-de-hi-de-hi.

Concertfoto's: Lumen Lineas

Labels:

(Eddy Determeyer, 30.11.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Het eiland van mijn vader: ontroerend en intiem

Thijs Borsten & Izaline Calister, zondag 10 november 2019, Paradox, Tilburg

Acht seizoenen trok Thijs Borsten met zijn programma 'De Uitdaging' volle zalen. Het is dapper om een succesformule te stoppen of in ieder geval grondig te wijzigen. De kracht van de uitdaging was het bij elkaar zetten van twee uiteenlopende vocalisten en die eigen en elkaars repertoire te laten zingen. Afgewisseld met korte presentaties over hun achtergrond leverde dit steevast boeiende en originele muzikale confrontaties op.

Borsten heeft nu besloten om zijn ritmesectie thuis te laten en met slechts één vocalist te werken. Ter voorbereiding gaat hij samen met deze persoon op reis op zoek naar de wortels van de gast en gaandeweg de repertoirekeuze hierop te baseren. Izaline Calister heeft haar wortels liggen op Curaçao en had de eer het spits te mogen afbijten. Het tweetal is afgereisd naar het eiland van Calisters vader en heeft zich daar door hem laten rondleiden. Tijdens het concert werden beeldfragmenten van deze reis vertoon, soms interactief. Dat deze formule veel meer verdieping oplevert werd deze middag duidelijk. Calister greep de kans om haar veelzijdigheid als zangeres te etaleren en maakte dat helemaal waar.

Thijs Borsten heeft tijdens 'De Uitdaging' natuurlijk overtuigend bewezen niet alleen een uitstekend muzikant op piano en gitaar te zijn en een bijzonder knap arrangeur, maar vooral ook een verbinder pur sang. Hij slaagt erin op een heel natuurlijke manier een sfeer van vertrouwen te creëren, waarin zijn gasten zichtbaar op hun gemak zijn en daardoor ook bereid zijn zich te openen voor het publiek. De spanning die in zijn vorige programma zat door twee verschillende zangers aan elkaar te koppelen, komt nu voort uit de interactie tussen Borsten en zijn gast. Hierdoor ontstaat er zo mogelijk een nog intiemere sfeer, die in de ambiance van Paradox perfect op zijn plaats was.

Mooi om te zien dat het publiek van een zeer gemixte samenstelling was, qua leeftijd, sexe en etniciteit. Uit de reacties werd duidelijk dat iedereen geraakt werd door de fraaie repertoirekeuze, de verhalen en de beelden. Mooie vertolkingen van onder andere Gerard van Maasakkers' 'De Lucht Zit Nog Vol Dagen' en een prachtig gearrangeerde versie van de Beatles-classic 'Blackbird' waren voor mij enkele van de pareltjes die uitgeserveerd werden.

Het ingetogen en intieme programma werd afgesloten met een fraaie 'Tumba'. Het thema dat een Nederlander als Borsten geen tumba zou kunnen spelen, had als een running gag door het hele programma gelopen. Natuurlijk kon Borsten dat. Net zoals hij er uitstekend in geslaagd is een nieuwe vorm voor zijn series te vinden. Beste bewijs dat hij een geslaagde formule heeft gevonden is dat je nu al nieuwsgierig wordt naar de tweede gast in deze serie, Lucretia van der Vloot.

Klik hier voor foto's van dit concert door Johan Pape.

Labels:

(Johan Pape, 28.11.19) - [print] - [naar boven]



Cd
Tico Y Aguabajo - 'Puro' (eigen beheer)


De in Colombia geboren en in Nederland opgegroeide pianist Tico Pierhagen komt met zijn vierde album van zijn band Aguabajo. Voor dit album heeft hij zowel met zijn Colombiaanse als zijn Nederlandse band opnamen gemaakt op verschillende locaties, in beide landen en zelfs in Italië.

De wens van Pierhagen was om de muziek van zijn roots in Colombia, die heel eigen specifieke ritmes kent, te gebruiken en dat naar zijn eigen hand te zetten en een brug te slaan met meer westerse muziek zoals jazz, funk en ook klassiek. Hij heeft uit die twee werelden dan ook gelijk maar de topmusici gevraagd.

De stukken zijn dan ook zeer gevarieerd. Van ingetogen, wat romantische stukken met mooie harmonieën, zoals 'El Condor', tot prikkelende en bruisende jazzfunk, zoals het schitterende 'Funkbia', waarin de blazers Frans Cornelissen op trombone en Efraïm Trujillo op tenorsax excelleren. Beiden geven het geheel veel body en swing en hebben een mooie frasering. Percussionist Martin Verdonk brengt veel nuance aan, zorgt daarmee voor finetuning en maakt het geheel rond.

Pierhagen toont zich hier naast een goede pianist ook een bekwame componist en arrangeur; de blazers laat hij zowel afwisselende melodielijnen spelen als strakke funky latin-motieven. Dit hoor je ook terug in de andere tracks, zoals het openingsstuk 'Ahi Nos Vamos' en 'LLegando A Laureles'. De pianist leidt het geheel met strakke hand en soleert met groot gemak. Het klinkt allemaal of het heel vanzelf gaat, maar het zijn bepaald geen makkelijke stukken om te spelen door de variatie en changes in de latin-ritmes en dat is een groot compliment voor Pierhagen en zijn musici. Pianistisch is het ook vrij knap gespeeld door met de linkerhand een ritmisch motief te spelen en daar met de rechterhand een melodielijn bij te spelen.

Colombiaanse folklore heeft heel eigen specifieke kenmerken. De cumbia en de bambuco zijn van oorsprong dansmuziekstijlen met symbolische volkse thema's, zoals liefde of vreugdedans. Bij gecompliceerde ritmes, gecombineerd met jazz en funk, speelt de bassist een cruciale rol. Zowel de Nederlandse bassist Dave Breidenbach als zijn Colombiaanse collega Jose Miguel Juvinao spelen present, strak en zeer zuiver - een voorwaarde voor al het andere. Dat geldt natuurlijk ook voor de drummers en percussionisten. Pierhagen is de kapitein op het schip; hij bepaalt het tempo en orkestreert het geheel.

'Hit And Run!' is zo'n lekker pakkend jazzy funknummer, waarin het swingt en bruist en waarbij Pierhagen zijn groovende solo mooi in spanning opbouwt. In 'Bondadoso' is de lyrische kant van Pierhagen te horen. Trujillo soleert met overtuiging en geeft kleur met zijn warme tenorsound. In dit nummer is een strijkwartet toegevoegd, waarin je de passie van Pierhagen voor klassieke muziek hoort. In het slotstuk 'Listen To Your Inner Sounds' speelt hij een duet met de Italiaanse altsaxofonist Gianni Vancinni. Pierhagen legt fraaie jazzakkoorden en harmonische liggingen neer op de toetsen en speelt lyrische melodielijnen, waarop Vancinni zijn solo bouwt. Met dit stuk wordt het album heel mooi gedoseerd en intiem afgesloten.

De missie van Pierhagen om zijn verschillende voorliefdes voor traditionele Colombiaanse folklore met westerse muziek als jazz en funk te verbinden, is meer dan geslaagd. De veelzijdigheid gecombineerd met Pierhagens creativiteit en vakmanschap en de prestaties van zijn muzikale vrienden staan hiervoor garant. Tico Pierhagen is bij uitstek een muzikale verbinder en bruggenbouwer, zonder concessies te doen in authenticiteit. En dat is een muzikale prestatie van jewelste.

Klik hier om het album te beluisteren.

Labels:

(Koen Scherer, 27.11.19) - [print] - [naar boven]



Cd
Jasper Blom Quartet - 'Polyphony' (Whirlwind, 2019)

Opname: 21 mei 2016 / 10 februari 2018

Op woensdag 4 december is het zover, dan krijgt saxofonist en componist Jasper Blom de felbegeerde Buma Boy Edgar Prijs uitgereikt in het Amsterdamse Bimhuis. Het zal een waar feest worden, waarbij Blom in diverse samenstellingen zal optreden. Een van die bands, noem het gerust zijn basisopstelling, is het Jasper Blom Quartet, dat eerder dit jaar het vijfde album, 'Polyphony' uitbracht. Het is een dubbelalbum geworden met daarop twee optredens in datzelfde Bimhuis. Op beide concerten liet het kwartet zich vergezellen door een extra solist. In mei 2016 door trompettist Bert Joris en in februari 2018 door trombonist Nils Wogram. Tijdens de prijsuitreiking op 4 december zal het kwartet overigens samenspelen met pianist Pablo Held, als opmaat voor het volgende album.

Het concert van mei 2016, de eerste schijf, begint met een aantrekkelijk ritmisch patroon van bassist Frans van der Hoeven, drummer Martijn Vink en gitarist Jesse van Ruller, waar Bert Joris zich behendig overheen beweegt. Als Blom zich erbij voegt, valt vooral op hoe mooi hij aansluiting zoekt. 'Waltz For Magnus' heet het stuk, waarin Van Ruller al snel de leiding neemt met een melodische solo, strak ondersteund door Van der Hoeven en Vink. Als de blazers zich voor de tweede keer in het strijdgewoel mengen, is dat wederom met veel oog voor het melodische gehalte. Geheel anders gaat het eraan toe in het spannende 'Virelai'. Ook hier is sprake van structuur, maar dan veel meer als een los raamwerk, waar de vijf musici grondig de grenzen van aftasten. Spannend vuurwerk, onder andere door een flitsende solo van Joris. Ronduit briljant is de ballade 'Fontayne' en dan met name door het samenspel van Blom en Joris en door het bijzondere, innemende gitaarspel van Van Ruller. Dit nummer vormt ook aanleiding om te beginnen over de positie die Blom inneemt binnen dit kwartet en de wijze waarop hij zich tot de gastsolist verhoudt: opvallend bescheiden. De saxofonist is hier vooral de man op de achtergrond, de aangever. Iemand die een ander de plek onder de schijnwerper gunt. Zo krijgt Van der Hoeven in 'Homme Armé' uitgebreid de ruimte voor een prachtig melodieuze solo, waarna we wederom het duo Blom-Joris horen in harmonisch samenspel. Van Ruller weet te overtuigen met zangerig gitaarspel in 'Beatus Vir'.

Ruim anderhalf jaar later staat het kwartet wederom in het Bimhuis, nu met trombonist Nils Wogram. Ze gaan, vastgelegd op de tweede schijf, prachtig van start met het ietwat slepende 'Decidophobia'. En let hier met name op de wijze waarop de klanken van tenorsax en trombone samensmelten tot een boeiend geheel. En Blom mag zichzelf dan goed kunnen wegcijferen, we horen hem hier evengoed in een krachtige, ietwat getormenteerde solo. Bijzonder is ook het repetitieve patroon in 'Running Gag', waar Blom en Wogram vorm aan geven, nog versterkt door de inspanningen van de ritmesectie. Bij Blom is Lucy vervangen door Nancy. Met 'Nancy In The Sky' krijgen we een eclatante ballade met een prachtige bijdrage van een intiem spelende Van Ruller en subtiele lijnen van de blazers. Op 'Least Of Your Worries' gaat het er wat minder gestructureerd aan toe en botsen de klanken van de blazers in een door Van der Hoeven en Vink gecreëerde dynamische setting. Tevens horen we Van Ruller in een tegen rock aanschurkende solo. Tot slot klinkt het innemende 'Antidote', waarin andermaal het harmonieuze samenspel tussen de beide blazers opvalt.

We wisten het natuurlijk al, dit album vormt louter weer een bevestiging: de Buma Boy Edgar Prijs voor Jasper Blom is welverdiend.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Foto: Cees van de Ven

Labels:

(Ben Taffijn, 26.11.19) - [print] - [naar boven]



Concert
De Noren en de Oriënt

Daniel Herskedal Quartet, vrijdag 15 november, Paradox, Tilburg

Noren die de muziek spelen van de Oriënt, het is weer eens iets anders. En ze kunnen het, de leden van dit kwartet rondom blazer Daniel Herskedal: pianist Eyolf Dale, percussionist Helge Andreas Norbakken en violist Bergmund Waal Skasilen. Geen bassist, dat is niet nodig, want Herskedal is niet zo maar een blazer; hij bespeelt de tuba en de bastrompet, instrumenten die het laag meer dan voldoende vertegenwoordigen. Kan me overigens niet heugen wanneer ik voor het laatst een bastrompet hoorde. Een meer dan interessant instrument, dat ook nog eens heel mooi klinkt, vooral als je hem zo subtiel bespeelt als Herskedal.

Het kwartet bracht reeds drie albums uit: 'Slow Eastbound Train', 'The Roc' en 'Voyage'. Vatten we hun muziek samen, dan valt op dat alle nummers zeer ingenieus in elkaar zitten en Herskedal grossiert in aantrekkelijke melodieën en stevige ritmes. Het zijn kortom stukken waarin geen onvertogen noot klinkt en alles perfect op zijn plek valt.

In 'Seeds Of Language' gaat Dale dan ook direct vol gas met een flamboyante melodie op de piano, waarna Skaslien in 'Slow Eastbound Boat' verrast met een pakkende, fijnzinnige vioolsolo, waar de Scandinavische weemoed in doorklinkt. Hier - en dat zal ons de rest van het concert blijven opvallen - klinkt ook in hoge mate de invloed van folk door. Opmerkelijk in dit stuk is ook de rol van Norbakken en zijn percussie. Die wijkt in alles af van de standaard, bestaande uit Afrikaanse trommels, een basdrum, velgen in de rol van bekkens en een grote collectie aan gongs. Hij creëert er een boeiend geluid mee. Dat slagwerk speelt ook een grote rol op 'Chatham Dockyard', een zeer sfeervol stuk, waarin Herskedal de wereld van het avontuur uitstekend weet te vangen.

In tegenstelling tot de eerste set, die voor een groot deel uit ouder werk bestaat, kiest Herskedal voor de tweede set vooral uit stukken van het laatste album, 'Voyage'. Het vangt aan met 'The Horizon', dat een mooi voorbeeld vormt van harmonische inventiviteit. De wijze waarop de blazer hier de hoge klanken van de percussie mengt met die van de piano is opvallend. Je kunt bijna niet onderscheiden wie precies welk geluid maakt. Het wordt gevolgd door een zeer fijnzinnige solo op bastrompet en een prachtig lyrische pianosolo van Dale. De uitvoering van 'The Mediterranean Passage In The Age Of Refugees', waarin Herskedal duidelijk aandacht vraagt voor een van de meest schrijnende misstanden van onze tijd, vormt zonder meer een van de hoogtepunten tijdens dit concert. Hij schildert hier prachtige muzikale vergezichten, waarin de wanhoop en de vertwijfeling onmiskenbaar doorklinken. Een stuk dat uitnodigt tot reflectie.

Twee andere gedenkwaardige momenten in deze set zijn de solo's van Norbakken en Herskedal, respectievelijk in 'Batten Down The Hatches' en 'Crosswind Landing'. De percussiesolo van Norbakken heeft veel weg van een ritueel. Met zijn onorthodoxe drumset weet hij hier zeer bijzondere klanken te produceren. Hij bespeelt de Afrikaanse trommels met dunne stokjes, benut een rijk scala aan gongs en bellen en creëert een bezwerend ritueel. Dat hij daarbij ook nog murmelt, roept, schreeuwt en percussiegeluiden met zijn stem maakt, maakt het allemaal nog spannender. Zet deze man gerust een avond solo op het podium, het zal geenszins vervelen. Herskedal soleert in 'Crosswind Landing' op zijn tuba. Middels circulaire ademhalingstechnieken roept het geluid daarbij associaties op van een rijdende stoomtrein, een machine of wat er verder nog pruttelt, stottert en gromt.

Klik hier voor een fotoverslag van Louis Obbens.

Labels:

(Ben Taffijn, 24.11.19) - [print] - [naar boven]



Cd
ECM 50 jaar Part 3
Ethan Iverson Quartet with Tom Harrell - 'Common Practice' (ECM, 2019)

Opname: januari 2017

In 2017 stelde pianist Ethan Iverson (bekend van The Bad Plus) een kwartet samen om trompettist Tom Harrell in de Village Vanguard een repertoire van standards te laten spelen. Harrell maakte in de beginjaren van zijn carrière deel uit van het orkest van Stan Kenton, de bigband van Woody Herman en het Horace Silver Quintet. Intussen is hij al jaren een gelauwerd muzikant-componist, die zijn eigen groepen samenstelt. Op 'Common Practice' hoor je hem nog een keer in een andere setting schitteren.

Het feit dat het album om standards draait die in een nieuw jasje verschijnen, maakt dat je 'Common Practice' perfect als achtergrondmuziek kunt
inzetten. Maar de kans is groot dat je al bij het eerste nummer heel aandachtig wilt luisteren of beseft dat je dat toch een keer zal moeten doen. 'The Man I Love' komt in zo'n uitgeklede versie, dat je niet naast zijn kwetsbaarheid kan. Dat gebeurt evenwel rustig, op een uitgekiende en sobere manier die geen emotionaliteit losweekt. Een verrassing die de oren doet spitsen. 'Philadelphia Creamer' van Iverson en bebopklassieker 'Wee' drijven daarna het tempo op. Daarbij worden de schouders van de luisteraar uitgenodigd om in beweging te komen. Geleidelijk mogen daarbij de kwaliteiten beginnen op te vallen van de drummer en de bassist. Hoe Eric McPherson (ook bekend van het Fred Hersch Trio) aan 'Wee' van Denzil Best, wiens roots op Barbados lagen, een latin-getinte drive meegeeft die bassist Ben Street lekker ondersteunt, illustreert glansrijk de gekende stelling dat it don't mean a thing if it ain't got that swing.

De aantrekkingskracht van schoonheid in verstilling valt evenwel evenmin te ontkennen. Op 'I Can’t Get Started' gaat het al terug de trage kant op en wordt de luisteraar zonder overdreven sentimentaliteit met de neus op de nood aan een geliefde gedrukt. Zoals wel vaker op deze cd trekt een pianosolo na een trompetsolo de aandacht, zoals het hele album door met een zekere, 21ste-eeuwse klasse. Een hoogtepunt vind ikzelf, als iemand die ook graag danst, is 'Sentimental Journey'. Dit nummer komt uit de tijd van orkesten die speelden om mensen te laten dansen en dat dansbare voel je hier al bij de intro van de pianist. Je kunt dan misschien aan een dansje à la Thelonious Monk denken, maar het trompetspel roept eerder een beeld op van een sensueel bewegende dame. Intussen prikkelt het fijnere tik- en slagwerk en helpt de bas onopvallend het bloed om te blijven stromen.

Van zodra een nummer eruit springt, kan een mens bang worden dat de volgende daar duidelijk voor zouden onderdoen. Maar 'Out Of Nowhere' swingt bijzonder lekker en heeft hier en daar een verrassende draai in petto. 'Polka Dots And Moonbeams' is sinds de jaren 40 al veel gezongen en gespeeld, in fijnere en oppervlakkigere uitvoeringen. Zoals het op deze cd wordt gebracht kan het een romantische ziel onverwacht week maken. Dan werkt de uptempo versie van 'All The Things You Are' daarna meteen versterkend en verkwikkend. Iversons 'Jed From Teaneck' zal de status van standard wel niet bereiken, maar misstaat allesbehalve op dit album. Het swingt ontspannen, gracieus en enthousiasmerend de volgende twee nummers tegemoet, te weten 'I’m Getting Sentimental Over You' en 'I Remember You'. Te ontdekken, echt!

Deze recensie verschijnt ook op Jazz'Halo

Labels: ,

(Danny De Bock, 24.11.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Bezield eerbetoon aan Herbie Hancock

Don Braden & Rob van Bavel Quartet, dinsdag 12 november 2019, De Smederij, Groningen

Met termen als 'de beste' of 'de creatiefste' moet je oppassen. Niet alleen zijn die termen doorgaans subjectief, ook beoordeel je een persoon, een situatie of een proces doorgaans op onvolledige gegevens. Als je bijvoorbeeld afgaat op de (militaire) radioprogramma's die tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Verenigde Staten werden opgenomen en gedistribueerd, zou je moeten concluderen dat Dinah Shore met afstand de beste, de meest geliefde jazzzangeres van die tijd was.

Nochtans zijn velen geneigd toetsenspeler en componist Herbie Hancock (1940) als de meest vooraanstaande jazzmuzikant van de laatste tijd te beschouwen. Ik kan ze geen ongelijk geven. Vandaar de Tribute to Herbie Hancock die rietblazer Don Braden en bassist Joris Teepe, beiden verbonden aan het Groninger Prins Claus Conservatorium, op poten hebben gezet. In De Smederij kregen we de 'maiden voyage' van dit project te horen; inmiddels is er als het goed is een plaatopname van.

Het programma opende dan ook, heel toepasselijk, met het nummer 'Maiden Voyage', een vroege hit die Hancock in 1964 op de plaat zette, twee jaar na zijn overrompelende debuut onder eigen naam, 'Takin’ Off'. 'Watermelon Man' (van dat eerste album) was door Teepe in een compleet nieuw jasje met een afwijkend patroon gestoken. Dat het ritme op onverwachte momenten struikelde belette Braden niet flink uit zijn slof te schieten. Als een meloenverkoper die naar huis wil en zijn waar zo snel mogelijk aan de man probeert te brengen. De ritmische valkuilen waren in goede handen bij drummer Owen Hart Jr., die erin slaagde om het tegen de haren strijkende funkkarakter tot zijn en ons voordeel om te buigen. Zijn aanpak lijkt op het eerste oor te karakteriseren als een monoloog, maar in wisselwerking met de overige muzikanten bleek het toch eerder een polyloog. Hij is niet simpelweg een ideale drummer, zijn aandeel in het totaalgeluid is zeker zo groot als dat van de collega's. Zijn combinaties van bekkens en snaar resulteerden in een primaire, om niet te zeggen vulgaire beat die oh's en ah's losmaakte. Hart had niet voor niets vóór het optreden twintig minuten besteed aan het stemmen van de trommels. En doorgaans is zoiets een gunstig teken.

Het tenorgeluid van Don Braden is gepolijst en vervolgens licht gezandstraald. Afgestudeerd aan de Art Blakey University lijkt hij primair geïnspireerd door Wayne Shorter. Zijn altfluit leende zich prima voor dromerige ballads als 'Butterfly'. 'Role Model' was een compositie van Teepe. Oorspronkelijk geconcipieerd als bluesschema voor de periodieke jamsessies van de conservatoriumstudenten was het stuk omgewerkt tot een volwaardige compositie. Het was zó nieuw dat de saxofonist tijdens de solo's van de anderen half achter een pilaar verscholen de juiste noten moest spieken en internaliseren. Dat lukte uiteraard voortreffelijk. Pianist Rob van Bavel was een van die solisten, die ook in 'Role Model' bruisende bijdragen leverde.

En nu maar even afwachten hoe de cd (of het virtuele equivalent daarvan) is geworden.

Foto's: Hammie van der Vorst

Labels:

(Eddy Determeyer, 23.11.19) - [print] - [naar boven]



Vooruitblik
Le Ravage d'Ali Baba


Verhalen en impressies uit vluchtelingenkampen verwerkt in een creatieve, uitdagende voorstelling met muziek, woord en beeld. Dat mag je verwachten van Le Ravage d'Ali Baba, een JazzLab-concertreeks die zondag 1 december van start gaat in KAAP/Vrijplaats O. in Oostende. Dit concert, een project van De Koffie Van Morgen, is een poging om met abstracte middelen een situatie te schetsen die juist heel werelds is. Door afstand te nemen van te snelle meningsvorming en te kiezen voor reflectie over zo'n gevoelig thema proberen de muzikanten dichter bij de mensen zelf te komen.

De Koffie Van Morgen is het creatief platform van drummer en grafisch artiest Simon Plancke. Als vrijwilliger bij Vzw Humain ontstond bij hem het idee om iets te doen met verhalen van vluchtelingen, nadat nadat hij vaststelde dat de beeldvorming over deze groep mensen te eenzijdig was en niet strookte met zijn ervaringen. Die drang werd vertaald in een multimediale voorstelling.

Voor de muziek deed Plancke een beroep op een paar jonge kleppers van de Belgische jazz: Hendrik Lasure, Thijs Troch en Elias Devoldere, bekend van onder andere SCHNTZL, An Pierlé Quartet, Nordmann en Hypochristmutreefuzz. Ze trokken met vrijwilligers van Vzw Humain naar vluchtelingenkampen in Brussel en Duinkerke. De gesprekken die ze daar hadden met mensen op de vlucht duiken op in een concertreeks bij JazzLab (vanaf 1/12), maar ook op een album dat ze opnamen bij Koen Gisen.

Op 1 december verschijnt via WERF Records een boek met cd, dat wordt voorgesteld tijdens de première in KAAP/Vrijstaat O. in Oostende Het boek bevat teksten van negen geëngageerde auteurs die ook meegingen naar de vluchtelingenkampen en hun indrukken en opgetekende verhalen verwerkten in persoonlijke bijdragen: Anne Provoost, Yasmien Naciri, Aya Sabi, Dalilla Hermans, Carmien Michels, Sabrine Ingabire, Rachida Lamrabet, Birsen Taspinar en Ann Lamon. Daarnaast bevat het boek fotomateriaal van Light Of The Children, dat kinderen zelf foto's liet maken in de vluchtelingenkampen.

De concerten worden bovendien aangevuld met nieuw beeldmateriaal van filmmaakster Lisa Tahon. De concertreeks zal ook gepaard gaan met een inzamelingsactie in samenwerking met de diverse locaties en hulporganisatie Vzw Humain.

Na de première in KAAP/Vrijplaats O. volgen er nog 11 concerten. Klik hier voor meer informatie.

Foto: Frederik Van den Broeck

Labels:

(Maarten van de Ven, 23.11.19) - [print] - [naar boven]



Festival
Rockit 2019


"De derde editie van Rockit presenteert, meer dan afgelopen jaren, een mix van jazz en andere muziekstijlen, zoals experimentele pop, alternative music en hedendaags gecomponeerde muziek. En bewijst hiermee dat hedendaagse muziek niet als een enkele genre te duiden is. Het festival, waar maar liefst 21 acts in zes zalen te bewonderen zijn, wordt dit jaar gedomineerd door de trompet."

Louis Obbens bezocht op zaterdag 9 november het festival Rockit. In de Oosterpoort Groningen zag hij concerten van Maarten Hogenhuis Trio +3, Jaimie Branch, Tigran Hamasyan & Mathias Eick, Nik Bärtsch's Ronin, Ibrahim Maalouf en Christian Scott.

Klik hier om zijn festivalverslag te lezen.

Louis Obbens maakte ook een fotografisch verslag van Rockit. Klik hier om zijn foto's te bekijken.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 21.11.19) - [print] - [naar boven]



Cd's
ECM 50 jaar Part 2
Larry Grenadier - 'The Gleaners' (ECM, 2019)

Opname: december 2016
Louis Sclavis - 'Characters On A Wall' (ECM, 2019)
Opname: oktober 2018

Feest bij ECM Records, het label bestaat 50 jaar. En dat wordt van 21 t/m 24 november groots gevierd in het Brusselse Flagey. Onder andere met releaseconcerten van een aantal recente albums uit de catalogus. Eerder deze week kwam 'Not Far From Here' van het Julia Hülsmann Quartet aan bod, samen met 'Playing The Room' van het duo Avishai Cohen - Jonathan Avishai. In dit tweede verslag besteden we aandacht aan een bijzonder soloalbum van contrabassist Larry Grenadier, 'The Gleaners', dat eerder dit jaar verscheen en het gloednieuwe album van Louis Sclavis, dat de titel 'Characters On A Wall' meekreeg.

'The Gleaners' is een zeer persoonlijk album geworden. Grenadier zegt er zelf over in het cd-boekje: "The process for making this record began with a look inward, an excavation into the core elements of who I am as a bass player. It was a search for a center of sound and timbre, for the threads of harmony and rhythm that formulate the crux of a musical identity." Het is dan ook een onderneming waarin je je als bassist volledig blootgeeft. Jij alleen met je instrument, niemand anders die aandacht vraagt, niemand waar je je achter kunt verschuilen. De positie die Grenadier sinds de begin jaren 90 heeft verworven, door samen te spelen met musici als Kenny Wolleson, Paul Motian, Jeff Ballard, Wolfgang Muthspiel, Lee Konitz, Brian Blade, John Scofield en Jack DeJohnette, maakt nieuwsgierig naar zijn opvattingen en aanpak.

In twaalf, vaak relatief korte stukken - ongeveer de helft van eigen hand, de andere helft covers - maakt hij zijn statement. Opener 'Oceanic' klinkt weids, passend bij de titel, gebruikmakend van een opvallend luisterrijk, maar ook repetitief patroon. Met 'Pettiford' brengt Grenadier een hommage aan Oscar Pettiford, de in 1960 overleden bassist, die gold als een van de wegbereiders van de bebop. Grenadier doet hem zonder meer recht in een prachtige solo, abstracte lijnen plukkend. 'The Gleaner', een verwijzing naar de film 'The Gleaners And I' van Agnès Varda, eveneens een eigen stuk, toont een geheel andere kant van Grenadier. Middels de strijkstok kiest hij hier voor een veel klassiekere invalshoek, met een vleugje melancholie. Het album bevat ook een aantal covers. Grenadier speelt 'Compasion / The Owl Of Cranston' van John Coltrane en Paul Motian, twee bagatelles van Wolfgang Muthspiel en klassieker 'My Man’s Gone Now' van George Gershwin. Grenadier blijkt een meester in die solostukken en weet in ieder miniatuur perfect de sfeer te treffen. Uiterst melodieus, soms ritmisch en met een perfect gevoel voor timing.

In 2003 bracht Louis Sclavis het album 'Napoli’s Walls' uit, waarvoor hij zich liet inspireren door de foto's van fotograaf Ernest Pignon-Ernest. Nu, meer dan 15 jaar later, neemt hij Pignon-Ernests werk wederom als uitgangspunt voor een album. Op 'Characters On A Wall' stelt hij ons zijn nieuwe kwartet voor, waarin we naast Sclavis op klarinet en basklarinet pianist Benjamin Moussay, bassist Sarah Murcia en drummer Christophe Lavergne aantreffen. Zoals Sclavis zelf zegt moeten we deze stukken niet zien als een 'illustration in sound' bij het werk van deze beeldend kunstenaar. Het is veeleer zo dat Sclavis zich laat inspireren door de sfeer van het beeld en die sfeer vertaalt in een persoonlijk verhaal. Met deze klassieke bezetting, het is voor het eerst dat hij deze bij een ECM album inzet, brengt Sclavis een sfeervolle ode aan zijn vriend. We horen hem zelf natuurlijk op zijn geliefde instrument, de (bas)klarinet. Maar hier opvallend vaak ingebed in het totale, hechte, zeer harmonieuze geluid van het kwartet.

Al zijn er ook solo's, zoals bijvoorbeeld die bijzonder beeldende in 'Shadows And Lines' op basklarinet: zangerig, springerig, afwisselend het diepe laag rakend en het hoog aftastend. Maar let hier zeker op de overige drie leden van het kwartet en de wijze waarop zij de ritmische structuur van dit stuk vormgeven. Prachtig klinkt de basklarinet in het melancholieke 'La Dame De Martigues'. Sclavis toont zich hier een meester in het neerzetten van sfeer, schilderend met klank. En hoor hoe de contrabas en de basklarinet samenvallen in het spannende, ietwat duistere 'Exquisse 1', hoe de pianist Moussay hier kristalheldere accenten plaatst. Het duurt maar kort, maar het krijgt een ingetogen vervolg met deel 2, waarin we Sclavis op klarinet horen. Beide stukken omlijsten het enerverende 'Prison'. Afsluiten doen we met het prachtige 'Darwich Dans La Ville', waar Sclavis andermaal bewijst, wederom op klarinet, waar zijn roem op gebaseerd is: weinigen weten zo goed een verhaal te vertellen met hun instrument.

Larry Grenadier treedt op 23 november op, Louis Sclavis op 24 november. Het concert van Grenadier is inmiddels inmiddels uitverkocht, voor dat van Sclavis zijn nog kaarten. Klik hier voor meer informatie.

Foto: Cees van de Ven

Labels: ,

(Ben Taffijn, 20.11.19) - [print] - [naar boven]



Concert
De hardbopkant van Akinmusire

Ambrose Akinmusire Quartet, woensdag 6 november 2019, Paradox, Tilburg

De naam van Ambrose Akinmusire is inmiddels wel gevestigd als toptrompettist. Niet zo gek als je ziet wie zijn leermeesters waren: Steve Coleman, Herbie Hancock, Wayne Shorter en Terence Blanchard, om er maar eens een paar te noemen. Hij schuwt het experiment niet en zoekt voortdurend de grenzen op door bijzondere samenwerkingen aan te gaan. Hij stond al een aantal keren in Paradox. Deze keer met zijn kwartet.

De avond werd geopend met een lange en ingetogen solo van Akinmusire, waarmee meteen duidelijk werd dat zijn faam terecht is. Puur zonder poespas, soms uiterst gevoelig, dan weer ruw en ongepolijst. Al snel bleek dat ook de andere bandleden niet alleen als begeleiding wensten te figureren. Met name pianist Sam Harris liet regelmatig van zich horen met tegendraadse improvisaties en fraaie begeleiding. Dit leverde regelmatig mooie dialogen op tussen Harris en Akinmusire. Ook Justin Brown toverde op de drumkit verrassende ritmes tevoorschijn. Bassist Matt Brewer sprong van het viertal het minst in het oog, maar legde op de achtergrond een stevige basis voor het geheel.

Het is jammer dat een begenadigd muzikant als Akinmusire zo weinig aandacht besteed aan de presentatie van zijn niet altijd even toegankelijke werk. Natuurlijk, muziek moet voor zich zelf spreken en dat doet het ook zeker. Maar een korte introductie van de gespeelde stukken en misschien wat interactie met het publiek zou zeker iets waardevols toevoegen. Dat het werkt werd duidelijk bij het stuk dat wél voorzien werd van een korte inleiding. Akinmusire schreef een nummer ter nagedachtenis aan de vorig jaar overleden trompettist Roy Hargrove. Erg mooi, een oprecht en doeltreffend stuk muziek.

De band leverde een set af waarin de meer jazzy hardbopkant van Akinmusire te horen was. Gedurende het concert werd zijn veelzijdigheid als trompettist goed hoorbaar, met warme klankkleuren, technisch vernuft en tomeloze creativiteit. Daarnaast was Sam Harris met regelmaat net zo creatief en bevlogen op de vleugel. Af en toe leek het een beetje of beide heren op hun eigen eilandje opereerden, maar dan kwam een en ander weer perfect samen.

Een prima concert. En toch blijft me het gevoel bekruipen dat het qua samenspel en presentatie beter had gekund.

Klik hier voor foto's van dit concert door Johan Pape.

Labels:

(Johan Pape, 19.11.19) - [print] - [naar boven]



Cd's / Jazztube
ECM 50 jaar Part 1
Julia Hülsmann Quartet - 'Not Far From Here' (ECM, 2019)

Opname: maart 2019
Avishai Cohen & Yonathan Avishai - 'Playing The Room' (ECM, 2019)
Opname:september 2018

ECM Records bestaat 50 jaar. Sinds 1969, het jaar waarin Manfred Eicher het label oprichtte, is er veel gebeurd en is ECM uitgegroeid tot een begrip in de wereld van de jazz en later ook in die van de hedendaags gecomponeerde muziek. Wellicht is geen label zo bejubeld en verguisd - dat gaat vaker zo - om zijn herkenbare geluid als ECM. Dat er in het Brusselse Flagey tussen 21 en 24 november uitgebreid wordt stilgestaan bij deze verjaardag is dan ook niet meer dan terecht. Veel fans vinden dat eveneens, want een deel van de concerten is inmiddels reeds uitverkocht. Tussen al het fraais zitten vier zogenaamde releaseconcerten, waarin artiesten hun recentste cd spelen. Verdeeld over twee recensies gaan we deze bij DRAAI OM JE OREN uitvoerig voor u ontsluiten. Als u de liveconcerten gaat meemaken, heeft u hiermee een inleiding. Zo niet, nodigt het u wellicht aan tot een aanschaf.

Pianiste Julia Hülsmann bracht met haar kwartet, verder bestaande uit tenorsaxofonist Uli Kempendorff, bassist Marc Muellbauer en drummer Heinrich Köbberling, haar derde album voor ECM uit: 'Not Far From Here'. Hülsmann is een bescheiden pianiste, die maar heel weinig klanken nodig heeft om prachtige muzikale vergezichten te schetsen. Neem het begin van de enige cover op dit album, 'This Is Not America', een stuk van David Bowie en Pat Metheny uit 1985, en hoor hoe zorgvuldig en breekbaar ze hier haar lijnen uitzet. Kempendorf is verhoudingsgewijs veel meer aanwezig met zijn warme, lyrische klank, waarin echter ook ruimte is voor scherpe randjes en stevige uithalen. Muellbauer en Köbberling zorgen intussen voor een strakke ritmische structuur. Maar Muellbauer kan meer, zo horen we in Hülsmanns 'Weit Weg', waarin ze hun klanken subtiel met elkaar vermengen, pure poëzie leverend. Terug naar Kempendorfs spel op de tenorsax. Zet 'Streiflicht' op: prachtig melodieus, maar luister ook hoe hij hier de randen opzoekt en zijn sax soms aantrekkelijk laat schuren. Krachtig, flamboyant spel ook op 'No Game' en let dan direct op de wijze waarop Hülsmann hier accenten plaatst, het spel van de sax als het ware in goede banen leidt, om vervolgens de leiding over te nemen met een puntige, ritmische solo. Mooi gelijk optrekken doen ze in 'Einschub', empathisch ondersteund door Muellbauer en Köbberling. Sterk samenspel is er ook in 'Colibri 65'. Een stevige solo van Kempendorff, krachtige accenten van Köbberling, pittig pianospel van Hüllsmann: in dit nummer komt het allemaal bij elkaar.

Trompettist Avishai Cohen presenteert op het festival eveneens een nieuw album. Samen met pianist Yonathan Avishai, met wie hij al jaren samenwerkt in diverse combinaties, maakte hij 'Playing The Room'. Ook dit is een album in de beste ECM--traditie. Subtiele, breekbare akkoorden speelt Avishai in 'The Opening', ragfijne lijnen trekt Cohen daar overheen. Prachtig valt het samen en en wordt het een welluidende eenheid. 'Two Lines' mag u letterlijk nemen; die van Avishai heeft aanvankelijk een ritmische structuur, die van Cohen een melodische, maar gaandeweg lopen ze steeds meer door elkaar en raken ze verstrengeld. Dit album kent twee eigen stukken, van beide muzikanten een, en bestaat verder uit covers van de grote meesters. Zo speelt de trompettist op meesterlijk subtiele wijze 'Crescent' van John Coltrane. Kraakhelder en met prachtige, scherpe uithalen, uiterst subtiel begeleid door Avishai. Duke Ellingtons 'Azalea' speelt Cohen met een demper op de trompet. Het levert een mooi afgeknepen, ietwat donker geluid op, bovendien voorzien van mooie rafelrandjes. Avishai horen we uitgebreid en met een mooie ritmiek in Abdullah Ibrahims 'Kofifi Blue', maar let ook zeker op de wijze waarop Cohen aansluiting zoekt. Ook in de twee meer ritmische stukken, 'Dee Dee' van Ornette Coleman en 'Ralph’s New Blues' van Milt Jackson, bereiken de twee een bijzondere eenheid. Vooral bij het stuk van Jackson is stilzitten niet langer mogelijk. Een prachtig uitgebalanceerd album, waarin beide musici optimaal tot hun recht komen.

Zowel het Julia Hülsmann Quartet als Avishai Cohen en Yonathan Avishai treden op 23 november op. Het concert van Hülsmann is inmiddels uitverkocht, voor dat van Cohen en Avishai zijn nog kaarten. Klik hier voor meer informatie.

Labels: , ,

(Ben Taffijn, 17.11.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Het geheel en de delen

Quique Ramirez Quintet, zaterdag 9 november 2019, Atelier Il Sole in Cantina, Groningen

Het Quique Ramirez Quintet speelt Europese jazz. Niet zozeer geworteld dus in de Amerikaanse 4/4 jazz en evenmin zozeer in de improvisatiemuziek van na 1960. Nee, de diverse afkomst van de muzikanten maakt hier een heel apart verhaal van. Leider en drummer Quique Ramirez speelt eigenlijk nooit keurig in vieren. Hij suggereert wel een soort vierkwartsmaat, noodt tot dansen, maar daarin gebeurt voortdurend wat. Het is iets funky's met daarin een wereld aan versieringen.

In dit zorgvuldig vormgegeven concept speelt vocaliste Austèja Zvirblytè een centrale rol. Vocaliste is hier niet helemaal het juiste woord. Haar abstracte geluiden en uithalen zijn evenwaardig aan die van de instrumentalisten. Een aantal malen versmolt de stem zó met de sound van Erdogan Cem Evins gitaar dat je die respectieve bijdragen bijna niet meer van elkaar kon onderscheiden. Dat ze ook trompettiste is speelt hier, denk ik, ook een rol.

Toch, ondanks de overduidelijke toewijding waarmee de muziek werd gebracht, geloof ik dat er nog veel meer in haar stem en in haar aanpak zit. Alleen al daarom is het spijtig dat dit kwintet nauwelijks levensvatbaar lijkt. Deze band is bij elkaar gekomen omdat de muzikanten elkaar op het Prins Claus Conservatorium hebben ontmoet; na afronding van hun studie zullen ze huns weegs gaan. Slechts een hoogst enkele keer blijft zo'n groep bijeen. Dan moet er wel sprake zijn van een ijzersterk concept. In de gauwigheid kan ik me slechts Kuhn Fu voor de geest halen waarbij dat gelukt is. In andere conservatoriumsteden zal dat, neem ik aan, niet veel anders zijn.

Het geheel is hier duidelijk meer dan de som der delen. Alleen al daarom gun je zo'n bandje bestaansrecht. Zodat de muzikanten samen kunnen werken aan een lossere, meer soepele benadering. Daarmee zou het collectief ongetwijfeld sterker worden. Een paar keer per jaar optreden in de Cantina, dat zou al heel wat zijn. Maar ja, de dagen van het souterrain lijken nu toch echt geteld. Hoewel... dat zeiden ze ook telkens van Heintje Davids.

Concertfoto's: Hammie van der Vorst

Labels:

(Eddy Determeyer, 17.11.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Onvermoeibare Hancock blijft inspireren

Herbie Hancock, maandag 4 november 2019, TivoliVredenburg, Utrecht

Ruim voor openingstijd stond er al een flinke rij voor de grote zaal van TivoliVredenburg. Het publiek bleek een erg gevarieerd gezelschap te zijn met een mooie mix van leeftijden. Herbie Hancock, inmiddels 79, heeft als pionier in jazzrock en fusion een geweldige naam en faam opgebouwd en dat was hier dus te zien.

De met een Oscar en veertien Grammy's gelauwerde Hancock trad vandaag aan met een band bestaande uit Lionel Loueke op gitaar, James Genus op bas, de jonge drummer Justin Tyson en de al even jonge fluitiste Elena Pinderhughes. In navolging van zijn mentor Miles Davis, waarmee hij zo'n vijf jaar speelde, zijn de bands van Hancock ook kweekvijvers van jong talent. Dat hij daar een goede neus voor heeft bleek vooral door het weergaloze spel van Pinderhughes.

Er werd een indrukwekkende setlist afgewerkt, die zo'n twee en een half uur duurde. Het publiek kreeg dus waar voor zijn geld. Hancock nam de tijd voor een praatje en een kwinkslag en had zichtbaar plezier. Er werd een ruime greep gedaan in het oeuvre van de meester, maar altijd onvoorspelbaar en met verrassende wendingen. Ook dat kenmerkt Hancock: het neerzetten van een stevige basis om daarover zo fraai mogelijk te improviseren. Dat kan hijzelf nog steeds als geen ander, maar hij daagt de overige bandleden uit om ook los te gaan. En Pinderhughes deed dat met een overtuiging en enthousiasme die ook Hancock zichtbaar raakte. Wat mij betreft was ze de revelatie van de avond; zij plaatste de dwarsfluit op een erepodium. En daarnaast bleek ze ook nog eens fantastisch te kunnen zingen.

De stevige basis werd door bassist Genus en drummer Tyson vakkundig in elkaar gemetseld, met als resultaat een heel vette funky fundering die stond als een kasteel. Loueke voegde daar speelse en interessante riffs aan toe en nam met regelmaat een overtuigende solo voor zijn rekening. Ook hij maakte hier volop gebruik van de ruim aanwezige elektronica op het podium. Hancock stond tijdens de introductie van de band ook even stil bij de hoeveelheid pedalen van bassist Genus. Die zou even later een sterke bassolo afleveren met diverse loops, waarmee hij een eigen compositie creëerde.

Niet alleen met nummers als 'Cantaloupe Island' en 'Chameleon' wist Hancock het publiek te vervoeren. De titel 'Actual Proof' (1974) had vanavond een dubbele betekenis. Hier werd het bewijs geleverd dat 'Watermelon Man' Hancock er nog steeds toe doet en er zin in heeft. De avond eindigde met een langdurige toegift, een staande ovatie en een onvermoeibare Hancock, die nog de tijd nam om uitgebreid handjes te schudden.

Klik hier voor foto's van dit concert door Johan Pape.

Labels:

(Johan Pape, 15.11.19) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...







Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.