Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Reportage / Jazztube
Honderd jaar na dato

Lezing over de eerste jazzplaat door Hans Esman en Victor Bronsgeest, met muzikale illustraties, zondag 26 februari 2017, Le Petit Theatre, Groningen

Het was zondagmiddag 26 februari half vier precies honderd jaar geleden dat vijf jongelui de studio van de Victor Talking Machine Co., 46 West 38th Street (elfde verdieping) in New York binnenstapten om daar 's werelds eerste jazzplaat op te nemen. Deze historische daad van de Original Dixieland Jazz Band (ODJB) werd in Le Petit Theatre, 5933 kilometer verderop, gevierd met een lezing met livemuziek. En eerlijk is eerlijk: de 'Livery Stable Blues' bleek live een stuk sterker dan wat de mannen van cornettist Nick La Rocca, gehinderd door de technische beperkingen van die tijd, ervan bakten. De matige geluidskwaliteit van die eerste Victor-78 toerenplaten is een handicap voor de huidige generatie luisteraars – live zal de ODJB ongetwijfeld heel wat krachtiger en spannender zijn geweest.

ODJB-kenners Hans Esman en Victor Bronsgeest deden het verhaal van die historische opnamen powerpuntig uit de doeken. (Het eigentijdse gehannes met laptops, snoertjes, een Victrola-hoorn en microfoons was een charmante en adequate vertaling van de problemen van de betrokkenen in 1917.) De verrichtingen van de jazzpioniers werden door de inleiders in historisch perspectief geplaatst. Van sommige onderwerpen, zoals betreffende de veile vrouwen Mata Hari en Marlene Dietrich, werd niet helemaal duidelijk wat die met die eerste jazzplaat te maken hadden. Maar de gememoreerde torpedering van de RMS Lusitania, op 7 mei 1915, was wel degelijk relevant. Die daad was aanleiding voor de Verenigde Staten om zich actief met de Eerste Wereldoorlog te gaan bemoeien. Wat op zich een linke zaak was, daar destijds een op de tien Amerikanen van Duitse afkomst was, zoals Esman opmerkte. Vandaar dat het nummer 'War Cloud', dat op 25 juni 1918 werd opgenomen, werd omgedoopt in 'Fidgety Feet'.

Pianist Nanne van der Werff maakte met een stevig stukkie stride duidelijk dat er, behalve dixieland jazz, ook andere vormen van op ragtime gebaseerde muziek populair werden in de jaren tien. Zoals ook de blues, die gastvrouw Sharon Doelwijt ('Ain’t Nobody’s Business') liet klinken. Ad Houtepen (cornet en sax), Bronsgeest (trombone), Hans Bosch (klarinet en sax), Van der Werff en Lielian Tan (slagwerk) kweten zich nauwgezet van hun taak. Die oude stukken zijn zo simpel nog niet. Je moet een goed evenwicht zien te vinden tussen individuele vrijheid en de cohesie van het collectief. Op cornet heeft Houtepen net dat breekbare dat kenmerkend is voor honderd jaar oud porselein, casu quo koper.

Hoe jazz er een eeuw na 'Livery Stable Blues' in Nederland bijstaat, kon je na de herdenkingsplechtigheid in brouwerij en proeflokaal Martinus horen, het nieuwe, stijlvolle pied-à-terre van de Stichting Jazz in Groningen. Daar speelde het trio van tenorist Mete Erker enerverende en coherente muziek, waarin je met een beetje goeie wil de erfenis van klarinettist Larry Shields nog terug kon horen, plus echo's van tussenpausen Sonny Rollins en John Coltrane.

Meer informatie over het ODJB-project: bronsgeest@quicknet.nl.

In de Jazztube hierboven kun je die eerste jazzplaat, 'Livery Stable Blues', beluisteren.

Labels: ,

(Eddy Determeyer, 23.3.17) - [print] - [naar boven]



Cd's
Earth Tongues - 'Ohio' (Neither Nor, 2016)

Opname: 18 juli 2015
Carlo Costa's Acustica - 'Strata' (Neither Nor, 2015)
Opname:20 mei 2014
Raphael Malfiet - 'Noumenon' (Ruweh, 2016)
Opname: 25 november 2015

Wanneer wordt geluid muziek? Een relevante vraag voor een ieder die zich verdiept in het werk van Carlo Costa. De uit New York afkomstige percussionist doet niets liever dan met gelijkgestemde musici de hierboven geschetste grens aftasten. De albums die hij uitbrengt op zijn eigen label Neither Nor Records - what's in a name - zijn op zijn minst apart te noemen en zullen door sommigen worden afgedaan onder de verzuchting: "Dit is geen muziek!" Helaas, want ze doen Costa en zichzelf daarmee te kort.

Op het onder de naam Earth Tongues uitgebrachte 'Ohio' werkt Costa samen met Joe Moffet en Dan Peck. Hun instrumenten zijn de trompet respectievelijk de tuba en in beide gevallen een cassetterecorder. Gezamenlijk creëren de drie musici twee abstracte kunstwerken bestaande uit klank. Subtiele geluiden, vaak ondefinieerbaar, niet toe te schrijven aan een instrument, maar uiterst fascinerend. Er zit vrijwel geen ritme, geen melodie, geen harmonie in de stukken, louter klank. Geluiden. In de muziek gebeurt dus vrijwel niets. Ja, gepruttel en zo nu en dan een uithaal, maar dat is het dan wel. Zeker in het eerste driekwart van de beide stukken. Pas aan het einde, en dat geldt zowel voor 'Ohio Part 1' als voor 'Ohio Part 2', creëert het trio een constellatie die ons doet denken aan muziek, met een beetje goede wil. En toch, het is spannend en boeiend wat hier gebeurt. Tenminste als je als luisteraar bereid bent om alle conventies los te laten en je mee te laten voeren, de eerste keer ruim 40 minuten en de tweede keer 52 minuten.

In 'Strata' heeft Costa een beduidend grotere formatie tot zijn beschikking voor zijn experimenten: Carlo Costa's Acustica telt maar liefst dertien man. De naam zegt het al: er komt geen elektrisch instrument aan te pas, dus ook geen cassetterecorders. Al omschrijft Costa zijn inspiratie voor dit album als volgt: 'The title of this piece refers to the layers of sedimentary rock and soil, known as strata (singular: stratum), which can be observed as horizontal stripes of different colored or differently structured material in cliffs, river banks or in excavations.' Het maakt voor het resultaat niet zo veel uit. Het verschil tussen die gekleurde rotslagen en een abstract schilderij, waar 'Ohio' je aan doet denken, is niet zo groot. De overeenkomst tussen beide albums is dan ook, ondanks het verschil in bezetting, bijzonder groot. Net als in 'Ohio' staat in 'Strata' het verkennen van klanken en het opzoeken van de grenzen tussen geluid en muziek centraal.

We kennen Carlo Costa inmiddels ook van zijn samenwerking met de Belgische basgitarist Raphael Malfiet. Na een aantal liveoptredens ligt er nu ook een album, 'Noumenon', waarop we Malfiet en Costa horen in gezelschap van gitarist Todd Neufeld. De muziek heeft zeker raakvlakken met de twee hiervoor genoemde albums, maar 'Noumenom' heeft in een aantal nummers, alle van de hand van Malfiet, een meer harmonische structuur. In het lange 'Kandy', waar het album mee opent, in 'Kort', dat bestaat uit een korte solo van Neufeld, en in het zeer ingetogen 'Arcana', waarin de drie musici een subtiel klankevenwicht bereiken.

Labels:

(Ben Taffijn, 22.3.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Free jazz als vanouds

Amado/McPhee/Kessler/Corsano, woensdag 8 maart 2017, Bimhuis, Amsterdam

Het zijn de laat vijftiger jaren en de jaren zestig, zeventig en tachtig dat free jazz op zijn hoogtepunt was. In 1958 en '59 bracht pionier en altsaxofonist Ornette Coleman platen uit met als titel 'Something Else!!!!', 'The Shape Of Jazz To Come' en 'Change Of The Century'. Een regelrechte sensatie, die de jazz een totaal andere richting deed inslaan en alras tweespalt veroorzaakte bij de jazzliefhebbers. Het onder meer verlaten van harmonieën, thema's en ritmiek veroorzaakten bij velen rillingen over de rug en gehoorfobieën. De vrijheid in de jazz was echter niet meer te stuiten en andere prominente vernieuwers van de vrije improvisatiemuziek, waaronder Archie Shepp, Cecil Taylor, Albert Ayler, Sun Ra, Pharoah Sanders, werden iconen van dit nieuwe jazzgenre.

Ook in Nederland waren er al snel freejazzers te vinden op de diverse podia. Vooral het Bimhuis, ontstaan in 1974, was de plek voor avant-gardisten als Misha Mengelberg, Willem Breuker, Han Bennink en vele anderen.

Inmiddels is de animo voor de free jazz bij zowel liefhebbers als musici behoorlijk afgenomen. Het kwartet Amado/McPhee/Kessler/Corsano heeft de freejazzfakkel overgenomen en blaast het stuiptrekkende genre weer nieuw leven in. In de twee sets, die vanaf de eerste tot en met de laatste noot uitsluitend geïmproviseerd waren, herleefde deze vitale jazzstroming van weleer op zeer welluidende en magnifieke wijze. Het kwartet musiceerde meer dan voortreffelijk, uitzonderlijk geconcentreerd en de interactie tussen de muzikanten onderling was perfect. Het samenspel, gebaseerd op summiere muzikale afspraken, getuigde van grote individuele beheersing van instrumenten en idioom.

Tenorsaxofonist Rodrigo Amado imponeerde door zijn technisch vermogen op zijn instrument en het toepassen van alternatieve tonen, zoals multiphonics, false fingering en toptones. De tweede blazer – sopraansax, pockettrompet - in het kwartet, de veteraan Joe McPhee (geboren in 1939), heeft een enorme staat van dienst en een lange reeks cd's op zijn naam, in het bijzonder op het Zwitserse HatHut-label. Hij stelde zich deze avond vooral bescheiden op, zowel in de collectieven als in zijn solo's. Gelet op zijn leeftijd is dat niet zo verwonderlijk. Drummer Chris Corsano en bassist Kent Kessler vormden een magisch en bij tijd en wijle stormachtig stuwend ritmeduo. Zij musiceerden geheel in het free-jazzkader met open oor en (soms) oog voor wat gaande was in de collectieve en individuele improvisaties van beide blazers.

Klik hier voor foto's van dit concert door Maarten Jan Rieder.

Labels:

(Jacques Los, 21.3.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Billy Childs – 'Rebirth' (Mack Avenue, 2017)

Opname: 2-4 december 2015

Pianist en componist Billy Childs zet je hier een paar keer op het verkeerde been. Althans, dat deed hij bij mij. Aan zo'n openingstrack 'Backwards Bop' hoor ik niet zoveel achterstevorens. Integendeel, ik hoor Dizzy Gillespie en meer in het bijzonder hoor ik 'Rays’s Idea' uit het repertoire van zijn 1946-bigband. Enigszins, dan. Aan 'Shiva' hoor ik ook niks Indiaas. Ik hoor een originele, uitbundige, behoorlijk gecompliceerde melodie die nochtans losjes wordt gespeeld. Ik hoor de interactie tussen piano, bas en drums en ik hoor de sopraansaxofoon van Steve Wilson alle kanten opschieten. Niet zo vreemd wanneer je zoveel armen tot je beschikking hebt. En zo hoor ik in 'The Starry Night', wederom een eigen compositie van de pianist, ook niets van het vredig fonkelende hemelgewelf uit 'The Story Of A Starry Night' (de oorlogshit die gebaseerd was op de Zesde Symfonie van Pjotr Iljitsj Tsjaikovski, de 'Pathétique'). Anno 2015 is de wetenschap een stuk verder gevorderd en Billy Childs heeft ook neutronensterren, supernovae en andere helse hemellichamen in de mix gestopt.

Een saaie bedoening wordt het kortom nooit. In 'Rebirth' toont Childs zijn indrukwekkende techniek, afgewisseld met zwaar geplaatste McCoy Tyner-akkoorden. De stem van medecomponiste Claudia Acuña is hier smaakvol ingezet en evenwaardig aan de sopraansaxofoon, met dien verstande dat haar partij volledig uitgeschreven is. Een uitbundige affaire, zo'n wedergeboorte. Horace Silvers 'Peace' is dan weer opgetuigd met mooie harmonieën en rijke decoraties.

Wordt het zo zoetjesaan geen tijd dat die Billy Childs (Freddie Hubbard, J.J. Johnson, Grover Washington) eens degelijk doorbreekt?

Labels:

(Eddy Determeyer, 20.3.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Tot op het bot opwindend

James Brandon Lewis Trio, woensdag 8 maart 2017, Paradox, Tilburg

Bandleider en tenorsaxofonist James Brandon Lewis vormt, samen met Luke Stewart op elektrische bas en Warren G. 'Trae' Crudup op drums, een trio dat nu al gerekend wordt tot een van de meest opwindende en vooruitstrevende jazzensembles van de laatste tijd. En dat uit Amerika! In de ontwikkeling van de jazz is Europa inmiddels de Verenigde Staten gepasseerd. Jazzmuziek, geworteld in de 20e eeuw, is taaier dan weleens wordt gedacht. In beperktere mate geldt dat ook voor een klein deel van de muzikanten, afkomstig van het Amerikaanse continent. Zij zijn bereid te veranderen. De luisteraars, die na een 'oorwassing' Paradox hebben verlaten, zijn niet anders dan overweldigd door de muzikale bezieling van het drietal.

James Brandon Lewis heeft in 2016 zijn vierde plaat uitgebracht. Het materiaal dat vaak zonder pauzes voorbij dendert, is in belangrijke mate afkomstig van het onder eigen beheer uitgebrachte 'No Filter'. Na zijn debuutalbum 'Moments' uit 2010 zijn vooral 'Divine Travels' en 'Days Of Freeman' met gejuich ontvangen. Op zijn debuut voor het Okeh-label met de avonturiers William Parker en Gerald Cleaver wordt de vrije muzikale opvatting van Lewis vooral geïnspireerd door het spirituele. 'Days Of Freeman' uit 2015, met drummer Rudy Royston en baslegende Jamaaladeen Tacuma, wordt primair beinvloed door de hiphop.

Tijdens het hele optreden lijkt, vooral in de eerste set, het traject van de hogesnelheidstrein te zijn verlegd. Alsof de duivel op de hielen zit stoomt het trio in een razend tempo en zonder scrupules door. Brandon Lewis speelt uitgesproken, agressief en in extremis hard. Vaak met optimale urgentie en soms met korte statements. Het is echter de verbluffende en rijke gedetailleerdheid van zijn tenorspel die een mens doet zinderen. Ook nu komen elementen van spirituele muziek en hiphop terug in het spel. Maar is de toevoeging van de vrije funk van Ornette Coleman's Prime Time-band onderscheidend voor de avant-gardistische aanpak van Lewis. Het basgeluid van Stewart spreekt de taal van Tacuma, wars van enige consideratie. Zijn bas legt heftig en schijnbaar vrijelijk een eigen weg af. Funky en met smoel. Crudups woeste percussie is onmenselijk accuraat. Jachtig onderstreept de drummer de onstuimigheid die deze muziek zo kenmerkt.

Na de pauze wordt de onbevreesde, energetische aanpak vervolgd en ontstaat er net iets meer ruimte tussen de noten. Bij vlagen wordt het tempo zelfs enigszins vertraagd en worden onverwachte wendingen in de sfeer van de muziek aangebracht. De muziek blijft gedomineerd worden door vrije funkopvattingen, al steken soms swing- en calypso-elementen de kop op. Geen hapklare brokken, eerder als ingrediënten voor sluipmoordenaars. De rekening wordt meedogenloos betaald. Het trio speelt eendrachtig met het idee beter zelf te verslinden dan verslonden te worden. Zelfs het spelen van een ballad wordt niet geschuwd. Echter wel met een spijkerhard en intens gearticuleerd geluid, mystiek en somber. De rauwe, ongepolijste street sound blijft het optreden domineren. Pure Afro-Amerikaanse roots wordt vol trots, zelfbewust en strijdbaar uitgedragen. Brandon Lewis rijgt het spirituele, de hiphop en de complexe vrije funk aaneen met jazz.

'Bamako Love' van Don Cherry is de melodische afsluiting van een dampend en niets ontziend avontuur, onder leiding van het James Brandon Lewis Trio.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 18.3.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Joshua Green & The Cyborg Orchestra - 'Telepathy & Bop' (eigen beheer, 2016)


Josh Green is zo'n mannetje dat in New York achter tal van schermen aan de touwtjes trekt. Hij schrijft en produceert voor televisie, film, Broadway en meer experimenteel theater. Met zijn Cyborg Orchestra voert hij een favoriet tweedelig stuk uit, 'Telepathy & Bop', waaraan hij in 2007 begon te werken, naar aanleiding van de dood van de door hem bewonderde saxofonist Michael Brecker. In dit stuk gaan de improvisaties ongemerkt over in uitgeschreven passages. Het motiefje van vijf klimmende nootjes duikt overal op, in het ensemblespel en in de solo's. Heel sfeerrijk. Gitarist Sungwon Kims bijdrage, een soort sprokkelhout dat vluchtig op muziek is gezet, klinkt als een ode aan de abstracte jaren zeventig-collega's.

Een soortgelijke opwaartse beweging kenmerkt eveneens het openingsstuk, 'Boy & Dog In A Johnnypump'. Ook hier is Sungwon Kim de belangrijkste solist. Het orkest hobbelt over een springerig ritme en bereikt een Kentonesque bombast. Daarbij confronteert Green een traditionele rietsectie met een hedendaags strijkkwartet.

'The Lauer Faceplant, Based On A True Story' gaat verder waar Astor Piazolla ophield. Een tenorist, vermoedelijk Charles Pillow, spint zichzelf in met loops en de hele compositie voelt en ademt als een collage. Zo gooit de componist het over velerlei boegen. Er zijn echo's van Claude Debussy en Igor Stravinsky, van Eddie Sauter en van de kermis. Maar misschien kun je nog het beste met een leeggemaakt hoofd naar deze fascinerende expeditie van het Cyborg Orchestra luisteren.

Klik hier om de openingstrack van dit album te beluisteren: 'Boy & Dog In A Johnnypump'.

Labels:

(Eddy Determeyer, 18.3.17) - [print] - [naar boven]



Jazz Class-X
Kaufman/Landfermann/Lillinger - 'Grünen' (Clean Feed, 2010)

Opname: 1 april 2009

Uw nederige dienaar krijgt tal van cd's door vele labels en muzikanten, veel meer dan mogelijk zijn om zelfs maar te beluisteren, laat staan om ze allemaal te recenseren. Veel van de albums waarover ik niet schrijf hebben één ding gemeen: een gebrek aan muzikaliteit.

Soms zijn de ideeën er wel, maar op een cerebraal niveau, of is het creatief alleen maar om creatief te zijn, apart alleen om apart te zijn, luidruchtig om luidruchtig te zijn, choquerend puur om te choqueren. Muzikaliteit en invoelbaarheid (qua flow, geluid, tempo, interactie...) vereist echter talent, en niet alleen conceptueel denken en technische vaardigheden.

Dit Duitse trio belichaamt deze notie van 'muzikaliteit', uitgedrukt in acht improvisaties. Pianist Achim Kaufmann, bassist Robert Landfermann en drummer Christian Lillinger brengen een mix van jazz en vrije improvisatie, maar allemaal met een ongelooflijk gevoel voor lyriek en spanning. Dat laatste is het gevolg van de vele variaties en uitdagende contrasten tussen de drie instrumenten, met vreemde rolverschuivingen tussen de melodische en ritmische instrumenten. De spanning vloeit ook voort uit het contrast tussen lichte, bijna impressionistische momenten en donkere, ritmische passages, zoals in het lange 'Khaki'.

De schoonheid van dit alles ligt in de boeiende storytelling, met regelmatig nieuwe verhaallijnen die de aandacht trekken, zodat je steeds benieuwd bent naar wat er gaat komen. Het trio neemt de luisteraar mee in een soms overweldigende, meeslepende en fascinerende trip, door middel van onverwachte geluidsverkenningen op 'Reed' of 'Loden', vol weirde wendingen, of juist door de rustgevende gevoeligheid van 'Ur'.

De albumtitel refereert aan verschillende kleurtinten en wordt ook weerspiegeld in de titels van de tracks, vrije associaties van het woord 'groen', maar steeds in lijn met hun muziek. Geen voorspelbare kleuren, want net als de kleur is de muziek heel fris en ongerept, met af en toe schaduwen van hetzelfde materiaal, maar toch weer heel anders.

Kaufmann, Landfermann en Lillinger creëren iets nieuws met het traditionele pianotrio-format, met een hoge mate van muzikaliteit en creativiteit. Deze drie kunstenaars maken geen muziek, ze zijn muziek.

Klik hier om te luisteren naar een track van dit album: 'Signal'.

Labels: ,

(Stef Gijssels, 17.3.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Niet zus maar zo

Wilbert de Joode: Core & More 2, zaterdag 4 maart 2017, Hot House, Leiden

Het is de dag nadat de onbetwiste grootmeester van de geïmproviseerde muziek, Misha Mengelberg, het tijdelijk voor het eeuwige verwisselde. Mengelberg was niet zomaar een musicus. Met een handvol geestverwanten stond hij aan de wieg van de Europese geïmproviseerde muziek en in de afgelopen 50 (!) jaar drukte hij een onuitwisbaar stempel op de internationale impro-beweging, stimuleerde jong en oud en zette en passant Nederland op de kaart als belangrijk land als het gaat om muzikale innovatie. Het is dan ook niet meer dan logisch dat Wilbert de Joode deze avond met Core & More 2 een hommage brengt aan een musicus en componist die ook voor hem van onschatbare waarde is geweest.

Samen met de vaste crew bestaande uit drummer Onno Govaert en saxofonist/klarinettist Tobias Delius en pianiste Marta Warelis (De 'Core' van Core & More 2 - in Core & More 1 zit gitarist Jasper Stadhouders) en aangevuld met trombonist Joost Buis (de 'More' dus) bewerkt het kwintet het op ICP 049 verschenen 'Niet Zus Maar Zo' op geheel eigen wijze. Zingt Mengelberg in het origineel de knotsgekke zin: "Ik schijn een hond te zijn, afijn, afijn, afijn", om te besluiten met "hoe ik ook heet, het maakt uit geen reet", dit kwintet kiest voor een instrumentale versie waarin de ballade-achtige melodie herkenbaar is, evenals Mengelbergs eclectische kijk op muziek waarin jazz met exotischere muziekstijlen wordt vermengd. Maar als intro op het stuk is het De Joode zelf die in zijn kenmerkende stijl soleert. Letterlijk trekkend en duwend haalt hij de geluiden uit zijn bas. Het kraakt, wringt, knettert aan alle kanten. De Joode zondigt tegen alle regels, maar creëert met zijn bas en zijn strijkstok hier wel poëzie van een ongenaakbare schoonheid.

De combinatie Buis–Delius is een bijzondere en zorgt op menig moment voor prachtige muzikale vergezichten. Het concert begint er nota bene mee. De twee, Delius hier op klarinet, vullen elkaar op luisterrijke wijze aan, terwijl het driemanschap De Joode–Govaert–Warelis een abstract klanklandschap in elkaar sleutelt. Vlak erna zit de eerste solo van de Poolse pianiste Marta Warelis, die reeds eerder opviel bij het concert ter gelegenheid van de Boy Edgar Prijsuitreiking aan De Joode in het Bimhuis. We roemden toen reeds haar 'zangerige, heldere, maar ook zeer ritmische pianospel'. Die beschrijving is onverkort van kracht, met nu nog als toevoeging dat het eveneens bijzonder puntig klinkt.

Opvallend in dit concert is dat het doortrokken is van weemoed. Het zal met het overlijden van Misha te maken hebben. Maar de blues doet regelmatig zijn intrede op deze wonderlijke avond. In het poëtische duet van De Joode en Buis, waarin de gestreken noten zo mooi samenvallen met de weemoedige toon van Buis' trombone, tevens voorzien van een rafelrandje. Het vormt de opmaat voor een langere scène waarin De Joode en Govaert met een slepend ritme begeleiden, Buis en Delius excelleren in solo's en waarin Warelis op haar knieën gezeten de onderkant van de opengemaakte buffetpiano bespeelt. En in de tweede set heft Delius een ware klaagzang aan op tenorsax, spaarzaam begeleid door enige aanslagen van De Joode. En na een melodieuze fase waarin Warelis weer eens loos mag gaan, straf begeleid door Govaert en De Joode, keert ook nu de blues weer terug om ons aan de hand mee naar huis te nemen.

Klik hier voor foto's van dit concert door Ken Vos.

Labels:

(Ben Taffijn, 17.3.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Rich Halley / Carson Halley – 'The Wild' (Pine Eagle, 2016)

Opname: 27 juni & 27 augustus 2015

Vader Rich (tenorsax en fluit) en zoon Carson Halley (drums) gaan al bijna twintig jaar regelmatig bij elkaar zitten om een uurtje te jammen. Zonder afspraken, geen vangnet, helemaal spontaan. Voor de verandering hebben ze dat nu ook eens in een studio gedaan en het resultaat staat op 'The Wild'.

Soms is de muziek zuiver associatief: de ene noot lokt de volgende uit. Zoals in een doorgecomponeerd werk in de klassieke muziektraditie – alleen is hier sprake van spontane composities. Maar vaker dringen zich toch al gauw structuurtjes op, of is er sprake van duidelijke spanningsbogen.

Rich Halley krijgt hier alle kans om zijn rijke, goedgevulde sound te etaleren. Als je hem zou vergelijken met die onbetwiste grootmeester van de vrije associatie en de lange adem, Sonny Rollins, dan moet je vaststellen dat Halley minder vloeiend speelt en eerder op de korte baan scoort.

Rich staat tot Rollins als Carson staat tot Roach. Dat is het duidelijkst het geval in 'The Stroll', waarin Carson Halley zich een Max Roach-groove heeft aangemeten. Hij begeleidt gevarieerd, maar luistert met alle oren. Dat geldt ook voor zijn – schaarse - solowerk.

Nochtans is een uur vrij zwoegen en zwingen een tikje te veel van het goede. Liever hoor ik vader en zoon in grotere ensembles, waarin de saxofonist kan schurken tegen en zich scherpen aan andere blazers. Wel, de catalogus van Pine Eagle Records biedt wat dat betreft voldoende mogelijkheden.

Klik hier om naar 'Wild Lands' te luisteren, de openingstrack van dit album.

Labels:

(Eddy Determeyer, 16.3.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Available Jelly back to the roots

zaterdag 11 maart 2017, PlusEtage, Baarle-Nassau

PlusEtage is een podium in Baarle-Nassau. Dit dorp in Brabant is onoverzichtelijk verstrengeld met Baarle-Hertog, waarbij eigenlijk niemand weet waar België stopt en Nederland begint. Bij een pak huizen ligt de woonkamer in Nassau en de slaapkamer in Hertog. Ideaal terrein voor een band als Available Jelly, die formele grenzen alle betekenis laat verliezen.

Ze klinken als een prettig gestoord orkest bij een surrealistische theaterrevue. Available Jelly ontstond dan ook als begeleidingsband van een rondreizende mimegroep. Maar mispak je niet. Net als je denkt dat het te veel camp lijkt te worden – een van hun cd's kreeg als titel 'Happy Camp' mee – gaan ze zich te buiten aan een waanzinnige improvisatie. Of wordt zoals tijdens dit concert een ode aan Mengelberg gebracht, waarbij je een krop in de keel krijgt.

Meer dan dertig jaar bestaan ze. De bezetting wijzigde een aantal keren en voor deze tour kwam Gregg Moore over vanuit het land van McDonald waar hij 15 jaar geleden terug naartoe trok. Samen met zijn broer Michael Moore en zijn Amerikaanse landgenoot Michael Vatcher vormt hij de kern van originele groep, die Nederlandse versterking kreeg toen ze zich in Amsterdam vestigden. Trompettist Erik Boeren en trombonist Wolter Wierbos maken dan ook al geruime tijd deel uit van dit gezelschap.

Hoogtepunten waren er voldoende tijdens de twee weelderige sets. 'Fables Of Faubus' van Mingus bijvoorbeeld, of een dronkemans houthakkerslied waarbij een zingende Vatcher het publiek behoorlijk opjutte. De indianenkreetjes van de groepsleden bij 'Wigwam' met die hypnotiserende drums klonken ook niet mis, evenmin het instrumentale koeiengeloei en varkensgeknor om Eric Boeren op het podium te roepen voor de tweede set. 'Fuck De Boere, Free Mandela!', riep Michael Moore en meteen werd een link gemaakt naar dagen die niet meer terugkomen, dagen van Broeziemann en Sean Bergin, van wie twee nummers op de setlist stonden. Dagen toen muziek een statement kon maken.

Met Gregg Moore terug in de Lage Landen werd van de gelegenheid gebruikgemaakt om te grasduinen in ouder repertoire. Met 'Gwidza' van Abdullah Ibrahim als bisnummer werd een betoverende trip in de tijd magistraal besloten. En die trip klonk niet melig nostalgisch, omdat Available Jelly toen zijn tijd ver vooruit was en omdat schoonheid een rafelig randje heeft.

Available Jelly slaagt erin een ruim publiek te bekoren door vooral zichzelf te blijven. Ze wisselen bloedstollende melodieën met vier blazers af met de gekste impropassages en vergeten niet te kijken/luisteren of het publiek nog bij de les is. Serious fun, die circusmuziek van een hogere orde.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cedric Craps.

Deze recensie verschijnt ook op Jazz'Halo.

Morgenavond, op woensdag 15 maart, sluit Available Jelly zijn jubileumtour af met een concert in Paradox, Tilburg.

Labels:

(Iwein Van Malderen, 14.3.17) - [print] - [naar boven]



Lp / Cd
Saint Francis Duo - 'Los Bordes De Las Respuestas' (Dropa Disc, 2016)

Opname: 8 oktober 2014
Kris Vanderstraeten - 'Trommels!' (Dropa Disc, 2016)
Opname: 23 november 2014
Parker/Edwards/Noble - 'PEN' (Dropa Disc, 2017)
Opname: 24 januari 2015

Dropa Disc. Zo heet het platenlabel dat Sound in Motion, bekend van de Oorstof-serie, eind vorig jaar lanceerde. Inmiddels zijn er reeds drie releases. Alle reden dus om dit kersverse label eens onder de loep te nemen. De albums die Koen Vandenhout uitbrengt zijn allemaal liveopnamen van concerten die in die inmiddels fameuze Oorstof-serie plaatsvonden en de moeite waard werden geacht om op lp en - incidenteel - cd uit te brengen.

De eerste Dropa Disc is die van het Saint Francis Duo. Het betreft hier een van de acts op een zomerfestival in het Zuiderpershuis, Antwerpen. De opnamen werden uitgebracht onder de titel 'Los Bordes De Las Respuestas'. Het Saint Francis Duo - ze kwamen hier enige tijd geleden voorbij met een live-cd - bestaat uit impro-drummer Steve Noble en rockgitarist Stephen O'Malley. O'Malley's drone klinkt vanaf het allereerste begin, terwijl Noble met metalen in de weer is, alsof hij de boel aan het stuk slaan is. Dan schakelt Noble over op zeer dwingend ritmisch spel. Waar O'Malley zijn faam aan dankt, met name door zijn bijdrage aan Sunn O))), wordt aansluitend al snel duidelijk; zijn zware gitaarriffs geselen de luisteraar. Maar het meest opvallende aan deze set is de grote mate van afwisseling in vergelijking met het eerder genoemde concert dat door Trost Records werd uitgebracht. Beide musici komen uitvoerig aan bod en halen het donkerste in elkaar naar boven. Een alleszins gedenkwaardig en overrompelend concert.

De Belgische percussionist Kris Vanderstraeten is reeds sinds de jaren zeventig actief in de Belgische impro-scene en toont hier op de lp 'Tommels' dat hij ook prima in staat is om solo een publiek te boeien. Dat zit hem voornamelijk in de enorme creativiteit waarmee Vanderstraeten zijn klankwereld vormgeeft. De benaming 'drummer' is dan ook veel te beperkt voor deze geluidskunstenaar, die zich naast percussie tevens bedient van de nodige fluitjes. Wat hij hier ten tonele voert, kan gerust een klankcollage genoemd worden. Opvallend daarbij is dat het er bij Vanderstraeten zeer rustig aan toe gaat. De muziek neigt soms eerder naar het resultaat dat je krijgt bij het maken van veldopnames dan naar wat we ons voorstellen bij percussie.

Dropa Disc 004 is een zeer recente, hij wordt op 19 maart samen met nummer 5 feestelijk ten doop gehouden en bevat liveopnamen van een bijzonder trio, bestaande uit saxofonist Evan Parker, bassist John Edwards en de reeds eerder genoemde Steve Noble, dat met 'PEN' zijn debuut maakt. Van dit concert deden we eerder uitgebreid verslag in deze kolommen. Boeiend om het nu weer terug te horen, dat gebeurt je immers niet zo heel vaak. En ook nu weer valt op wat een bijzonder concert dit was. De woorden van toen zijn nog onverminderd van kracht: 'In perfecte samenhang en volledig aan elkaar gewaagd speelden ze een hallucinerende set vol complexe patronen en polyforme ritmes.'

Nummer 5 moet nog uitkomen. Het is een liveopname van Ballister, het powertrio van saxofonist Dave Rempis, drummer Paal Nilssen-Love en cellist Fred Lonberg-Holm. Ook dit concert is hier eerder gerecenseerd. De lp/dvd wordt op 19 maart aanstaande gepresenteerd in DE Studio in Antwerpen. Natuurlijk in aanwezigheid van Ballister, dat ongetwijfeld ook nu weer zal schitteren.

De lp's en cd's zijn verkrijgbaar via Sound in Motion.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 14.3.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Urge Trio en Rotozaza slaan dubbelslag

donderdag 23 februari 2017, Oorstof, De Singel, Antwerpen

Sound In Motion is een verplaatsbaar jazzpodium dat muziek uit het vrijere segment aanbiedt in Antwerpen, een sporadisch uitstapje richting achterland niet te na gesproken. Ze komen naar buiten met Oorstof-concerten, waarbij het stof vooral geen gelegenheid krijgt om de buis van Eustachius te verstoppen. Eind februari sloegen ze hun tenten op in de catacomben van De Singel voor een fel gesmaakt dubbelconcert.

De avond werd geopend door het Urge Trio. Rietblazer Keefe Jackson en celliste Tomeka Reid maken deel uit van de Chicago-scene. Voor dit trio kregen ze gezelschap van de Zwitserse saxofonist Christoph Erb. Erb en Jackson speelden voornamelijk tenorsax, sporadisch basklarinet en sopraansax. Met twee rieten brachten ze een boeiend en rijk verhaal met een uitdagend klankenpalet. Technieken als slap tonguing en het geluid dempen door de beker van de sax tegen het dijbeen te houden, maakten er integraal deel van uit. Aangezien de twee saxofonisten zich van elkaar trachtten te onderscheiden maar ook naar gemeenschappelijke grond zochten, werd het geen opbod van technieken.

Zeker zat celliste Tomeka Reid daar ook voor iets tussen. Ze doet graag aan klankverkenning (inclusief geprepareerde snaren), maar ze leek ook een melodische lijn te suggereren, waar ze een draai aan gaf als de richting te evident werd. En zo werd Urge een trio dat op intense wijze ademt, strijkt en verwondert. Voor mij waren vooraf de leden van het trio minder bekende namen, wat de verrassing des te groter maakte.

Waar het Urge Trio bedachtzaam opbouwde en eerder intiem speelde, ging Rotozaza behoorlijk tekeer met een rauw geluid, brute kracht en een ongelofelijke honger zich te laten gaan. Rudi Mahall speelde basklarinet met een ogenschijnlijke roekeloosheid, maar wist best waar hij naartoe wou met zijn holderdebolder-improvisaties. Idem dito drummer Christian Lillinger, die met overgave drumde en gebruikt maakte van diverse hulpmiddelen om mee te bouwen aan een gedeformeerd en bijzonder geluidsdecor. Gitarist Nicola L. Hein was in niet geringe mate verantwoordelijk voor dat decor. Hij ging als een razende tekeer. Zijn improvisaties op de gitaarpedalen droegen in niet geringe mate bij tot het pandemonium. Bassist Adam Pultz Melbye stak met beknopte themaatjes en riffjes eveneens de nodige energie zijn bijdrage.

Met de mentaliteit van een bende non-conformisten koppelde Rotozaza free jazz aan geluidsimprovisaties. Een lel van jewelste, deze Berlijnse formatie.

Normaal lokken de Oorstof-concerten voldoende volk voor minder evidente muziek. Deze keer was het anders en dat was gezien de gebrachte kwaliteit des te jammer. De afwezigen hadden ongelijk. Een beklijvende avond dus, daar in de catacomben van De Singel.

Cedric Craps maakte foto's van de concerten van het Urge Trio en Rotozaza.

Deze recensie verschijnt ook op Jazz'Halo.

Labels:

(Iwein Van Malderen, 13.3.17) - [print] - [naar boven]



Jazzradio
Jazz Rules #114-115


In aflevering 114 van Jazz Rules ontvangt Dirk Roels pianiste Heleen Van Haegenborgh in de studio. Ze komt er het nieuwe album 'Copper' voorstellen dat ze opnam voor De Werf Records, samen met pianist Christian Mendoza. Heleen heeft ook nog wat favoriete jazzmuziek bij.

Ook is er nieuw werk van Rawfishboys te horen. Dat is het duo van rietblazer Joachim Badenhorst en de Franse contrabassist Brice Soniano. Hun album verschijnt eveneens bij De Werf. Zowel Van Haegenborgh/Mendoza als Rawfishboys stelden hun album voor op het B Major Festival in Brugge.

Verder is er nieuwe muziek van het Igor Gehenot Quartet en van Aki Takase en David Murray.

Klik hier om Jazz Rules #114 te beluisteren.

Pianist Igor Gehenot komt zijn nieuwe album 'Delta' voorstellen in de studio. Gehenot nam het op met een nieuw en internationaal kwartet.

Hélène Defosse van het label Igloo Records vertelt over de nieuwe releases op het label, met onder andere muziek van het duo Raphaelle Brochet & Philippe Aerts.

Docent jazzgeschiedenis Frederik Goossens is opnieuw van de partij naar aanleiding van de allereerste jazzplaat ooit, opgenomen en uitgebracht in 1917. Bovendien komt er binnenkort een nieuwe reeks met Frederik over de geschiedenis van de Belgische jazz.

Tevens aandacht voor de vijfde editie van Leuven Jazz, het festival dat dit jaar plaatsvindt van zaterdag 18 tot en met zondag 26 maart.

Klik hier om Jazz Rules #115 te beluisteren.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 13.3.17) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Reinier Baas - 'Reinier Baas Vs. Princess Discombobulatrix' (BaasPex Productions, 2016)

Opname: 6-7 januari & 12 mei 2016

Wie houdt er nu niet van een goed verhaal? Zeker als het een bijna-volledig instrumentaal opera-annex-stripverhaal is. Reinier Baas (gitaar, composities en bij een paar nummers ook nog op piano) kreeg in 2015 de compositieopdracht van North Sea Jazz. Met als resultaat een nieuwerwetse opera, maar dan (bijna) zonder zang. Gespeeld door een grote bezetting, met veel blazers. Daar word je toch blij van! Naast de blazerssectie van klarinet, basklarinet, saxofoon en trompet horen we contrabas, drums en gitaar of piano. Voor de cd verder aangevuld met cello's, nóg een bas, hobo en zang (sopraan Nora Fischer).

De bijzondere bezetting alleen al is een reden om deze cd te luisteren. Maar daar blijft het niet bij. Reinier Baas heeft echt een pakkend verhaal weten te componeren. In drie aktes, net als een echte opera. Met thema's voor elk van de hoofdpersonen. Vergelijkbaar met Peter en de Wolf. Die thema's komen terug in de nummers waar de betreffende persoon een rol speelt. Uiteraard heeft prinses Discombobulatrix de hoofdrol. Maar elke keer net even anders. De snelle, soms uitermate spannende thema's die Baas heeft bedacht, worden superstrak gespeeld. Tussen de thema's blijft genoeg ruimte voor diverse solisten om te improviseren. Zeker live gebeurt dat, maar de spanning die hoort bij improvisatie is op de cd gelukkig ook aanwezig.

Het verhaal begint met het ontwaken van het dorp. Zachte, rustige muziek. Dan verschijnt prinses Discombobulatrix ten tonele. Vrolijke, dartele muziek. Drie mannen - een tovenaar, de hertog van Waalwijk en een generaal - vinden haar wel wat en strijden om haar. Melodieus, maar ook tegen elkaar ingaande melodieën, met stevige bas- en drumlijnen. De tovenaar blijkt de grootste smiecht, maar krijgt de prinses niet te pakken: ze gaat in rook op. Maar ze komt terug en revancheert zich. En hoe! Mooie melodieën en klanken worden afgewisseld met spannende, vingerbrekende loopjes. En dat door alle muziekinstrumenten heen. Niemand verschuilt zich. Het is niet alleen snel en langzaam dat met speels gemak in elkaar overgaat, ook harder en zachter wisselen elkaar af; pas als je oplet valt het op. Een knap stukje componeerwerk.

Trompettist Natanael Ramos en saxofonist Ben van Gelder zijn een genot om naar te luisteren. Net als het stuwende drumwerk van Martijn Vink. Het samenspel en de solo's van basklarinettist Jori Roelofs en klarinettist David Kweksilber verdienen een afzonderlijke en bijzondere vermelding. Dit is echt iets speciaals.

Mocht je de muziek alleen niet genoeg vinden, dan is er de mogelijkheid om de special edition te kopen: een heel mooi blikken doosje met daarin de cd, maar ook een poster, een aantal ansichtkaarten en als klap op de vuurpijl een stripboek van Reinier Baas, getekend door Typex. Deze laatste bracht eerder een veelgeprezen graphic novel uit over Rembrandt. De tekeningen uit het stripboek werden ook vertoond bij de optredens van Reinier Baas en zijn band. Wat ons betreft heeft Typex goed naar de muziek geluisterd; zijn tekeningen sluiten er prima op aan en vormen een mooie aanvulling op de toch al prachtige muziek. Sommige elementen uit de tekeningen hoor je echt terug in de muziek en andersom. Kortom, een goed verhaal om (vaak) naar te luisteren.

In de Jazztube hierboven spelen Reinier Baas en band een aantal delen uit deze cd, live opgenomen in het Bimhuis voor het VPRO-programma Vrije Geluiden.

Labels: ,

(Sabine Schols & Armand Fanchamps, 12.3.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Ontroering en verontrusting in ode aan Misha Mengelberg

Yuri Honing Acoustic Quartet, vrijdag 3 maart 2017, Paradox, Tilburg

Op de gedenkwaardige dag waarop Misha Mengelberg is overleden, een van de meest betekenisvolle, avontuurlijke en ongrijpbare jazzmuzikanten van Nederland, vindt onder de noemer van Jazzhelden het optreden van saxofonist Yuri Honing plaats. Jazzhelden.nl is een initiatief van het Nederlands Jazz Archief (NJA) en stelt zich ten doel de Nederlandse jazz, in beeld en geluid, breder onder de aandacht te brengen. De eerste stappen naar een website met honderd portretten van Nederlandse Jazzhelden zijn gezet. De ambitie van het NJA is om Jazzhelden verder uit te breiden met Jazzportretten, verdieping aanbrengen in een tijdlijn van de Nederlandse jazzhistorie en het portretteren van jonge Nederlandse jazzmuzikanten. Misha Mengelberg is een Jazzheld! Om onverklaarbare redenen is zijn portret onvindbaar op de site.

Yuri Honing opent de avond in een licht nostalgische sfeer, gedreven door melancholie. De compositie is voorzien voor het aanstaande album van het Acoustic Quartet. Het tweede stuk brengt meer verontrusting. Pianist Wolfert Brederode becommentarieert dit door het spelen van een onderhuids verlangen, de felle uithalen van de saxofonist zijn een waarachtige cris du coeur ter nagedachtenis van Misha Mengelberg. Hierna staat Honing ook kort stil bij het overlijden van de rasimprovisator. Er komen volgens de woorden van saxofonist deze avond geen composities van Misha Mengelberg langs. Hij draagt de hele avond op aan de man die "het scherpste mes is uit de lade van de improviserende muziek". Nee, geen anekdotes over de held en inspirator van Yuri Honing. De emotionele impact van 'Desire' en het daaruit niet mis te verstane intens verlangen spreken boekdelen.

Het telepathisch overleg tussen de groepsleden vormt de opmaat voor een compositie die nog het meest doet denken aan de weerbarstigheid van Mengelberg. Breekbaar en fluisterzacht zijn de eerste speldenprikken uit de hoorn. De latente, zwierige swing getuigt al van een dubbele bodem. De mokerslagen van Lijbaart vormen de aanzet tot een verraderlijk en energetisch slot. In de compositie 'Mina Daiski', ontsproten na een bezoek aan de ordentelijke metropool Tokyo, komt een dampende en bijtende saxofoonsolo voor. Dit vraagt om het nadrukkelijk vastklikken van safety belts! Hierna keert de rust terug en prevaleert de melodie. De zachtheid van de omlijsting door de brushes van Lijbaart en de gestreken bassolo van de IJslander Gulli Gudmundsson zijn introspectief. De vele zielenroerselen en emotionele uitingsvormingen zoals verdriet, verlangen, hoop en retrospectie vragen om een sensitieve, muzikale aanpak. Deze wordt vervolgens als een warme deken aangedragen.

'After All' van Bowie's album 'The Man Who Sold The World' en de vingerwijzing naar Joost Zwagermans libretto 'Ons Hart', als bijdrage aan het album 'Desire', zijn stille getuigen van het wegvallen van iconen. Integer en zeer muzikaal over het voetlicht gebracht door het Yuri Honing Acoustic Quartet, op een ogenschijnlijk willekeurige avond in Tilburg.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 9.3.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Maarten Hogenhuis Trio - 'Mimicry' (eigen beheer, 2017)

Opname: 2016

Saxofonist Maarten Hogenhuis, die vooral furore maakt in de hippe, funky formatie Bruut!, heeft zich met zijn trio-cd 'Mimicry' vooral begeven op het - laten we zeggen - subtiele kamerjazz-muziekgenre. Het album bevat op twee nummers na - 'The Single Petal Of A Rose/Le Sucrier Velours' van Duke Ellington en Vincent Youmans 'Tea For Two' - uitsluitend composities van Hogenhuis.

Hogenhuis heeft een prachtig intiem geluid op de altsax en soleert beheerst en technisch zeer vaardig. In het bijzonder in de ballads en het arabisch georiënteerde nummer 'Sonder' musiceert hij zeer ingetogen, inclusief een welhaast klassieke toonvorming. In de meer uptempo swingende nummers schroomt hij niet met vingervlugge en emotioneel geblazen licks het klassieke stramien enigszins aan te tasten. Emotie en beheersing vormen het muzikale bestanddeel van zijn speelwijze en passen uitstekend in het concept van deze cd.

Hoewel de bezetting van het trio nogal kaal is - geen akkoordinstrument zoals piano, gitaar of orgel, waardoor het geheel warmer en voller klinkt - is dat geen enkel gemis voor dit vol klinkende album. Drummer Mark Schilders en bassist Thomas Rolff excelleren in een uiterst compacte en stuwende begeleiding. Beiden spelen intensief en anticiperen zeer muzikaal op de composities en improvisaties van leider Maarten Hogenhuis.

Een extra pluim nog voor Mark Schilders, die zich totaal, zeer muzikaal en intens heeft overgeleverd aan het trioconcept.

Klik hier voor twee tracks van dit album: 'Coko' en 'Sonder'.

Op vrijdag 10 maart aanstaande wordt deze cd live gepresenteerd in Paradox, Tilburg.

Labels:

(Jacques Los, 8.3.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Rodrigo Amado verrast met kwartet van wereldklasse

Amado/McPhee/Kessler/Corsano & Almeida/Di Domenico/Pándi, woensdag 1 maart 2017, De Singer, Rijkevorsel

Sound in Motion, oftewel de organisator van de Oorstof-serie, breidt zijn territorium langzaam uit. Bleven de concerten in het verleden beperkt tot het Antwerpse, sinds vorig jaar worden ook locaties aangedaan in Brussel, Mechelen, Hasselt en nu ook Rijkevorsel. Ja, u leest het goed, dit concert is een co-productie tussen De Singer en Oorstof. En meteen maar een double bill. Met voor de pauze een gloednieuw trio en na de pauze een reeds wat langer bestaand kwartet, dat echter vier jaar geleden voor het laatst samenspeelde.

Gonçalo Almeida, Giovanni Di Domenico en Balász Pándi mogen het spits afbijten met hun nieuwe trio dat de naam Cement Shoes draagt. Die naam heeft een betekenis. Cementen schoenen krijg je aangemeten door de maffia als je teveel in de weg loopt, nog voor ze je te water laten. Dit trio is minder agressief. Alhoewel. Het woord 'DOOM' [een Britse grindcore-band, red.] siert Pándi' t-shirt en doom is dan ook wat we krijgen. Vormgegeven in een overweldigend noise-spektakel. Pándi's krachtige slagen bepalen het ritme, Almeida's duistere riffs op basgitaar bieden de structuur en Di Domenico brengt vette accenten aan middels zijn Fender Rhodes, die voorzien is van een rijtje knoppenkastjes. En in de rustige momenten creëren de heren een klankmoeras waarin verdwalen geheid op de loer ligt, als niet één of ander afzichtelijk monster je mee de diepte intrekt. Muzikaal leveren zij echter alleszins een imposant geheel en de gemaakte opnames komen we dan ook graag te zijner tijd weer tegen.

Het kwartet dat het tweede concert op deze avond verzorgt is er een met louter grote namen. Tenorsaxofonist Rodrigo Amado is een van de belangrijkste musici uit de steeds verder uitdijende Portugese impro-scene (mede dankzij het label Clean Feed), trompettist en saxofonist Joe McPhee behoort internationaal tot een van de meest gevraagde musici - de lijst van samenwerkingspartners is te lang om hier te vermelden. Hetzelfde geldt voor bassist Kent Kessler en inmiddels ook voor drummer Chris Corsano, ook al is hij de jongste van het stel. In 2015 brachten ze hun tot nu toe enige album uit, 'This Is Our Language' bij Not Two Records, en nu zijn ze hier als onderdeel van een korte tour.

De vier stukken die ze spelen, de toegift niet meegerekend, kenmerken zich met name door de enorme energie waarmee deze vier musici hun repertoire brengen. Alle vier spelen ze met volle overgave, op het scherpst van de snede. In hun solo's, maar zeker ook in hun samenspel. Zo is het duet van Amado en McPhee in het eerste stuk, McPhee hier op sopraansax, absoluut het vermelden waard. De klanken smelten hier zodanig samen dat bijna niet meer te onderscheiden is uit welke sax de noten komen. Aansluitend zet Amado zijn tenor in de gruizige stand en sluit McPhee aan met springerige noten uit dat kleine zaktrompetje. En hier is een opmerking over de ritmesectie op zijn plaats. Corsano laat hier horen tot een van de beste drummers van dit moment te behoren. Fel, ritmisch en tegelijkertijd met grote inventiviteit smeedt hij het geheel aaneen, daarbij geholpen door Kessler, die beurtelings plukkend en strijkend voor een al even pakkende groove zorgt.

Ook de solo's zijn niet te versmaden. McPhee op diezelfde zaktrompet aan het begin van het tweede stuk. Zijn geluid doet je aan van alles denken, maar niet aan een trompet. Hij bromt, knettert, keert zijn instrument binnenstebuiten. En als er dan toch een ietwat normale toon volgt, is die klagelijk, tergend en ten hemel schreiend. Of de solo van Corsano, verderop in dit stuk, waarbij hij zijn gevoel voor ritme ten volle uitleeft en met name zijn grote trom geselt. En dan Amado, soms fel, bijna over de top, soms ingetogen, subtiel, maar altijd lyrisch en met een soort gretigheid, alsof hij meer noten wil blazen dan hij kan.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Labels:

(Ben Taffijn, 7.3.17) - [print] - [naar boven]



Cd
VanBinsbergen Playstation - 'Tales Without Words' (Buzz, 2017)

Opname: 24-25 januari 2016

Corrie van Binsbergen tourde de afgelopen jaren intensief met een aantal schrijvers langs de Nederlandse podia. Zij lazen hun gedichten en verhalen en Van Binsbergen met haar medemusici zorgden voor de muzikale ondersteuning. Bekend zijn de optredens met Remco Campert en Toon Tellegen. Een aantal van die composities heeft Van Binsbergen nu bewerkt tot op zichzelf staande kleinnoodjes en samen met haar Playstation verzameld op een nieuw album. Toepasselijk 'Tales Without Words' geheten.

Het album start met het stemmige 'Night Sky', waarin we Van Binsbergen ingetogen op haar gitaar aan het werk horen, prachtig ondersteund door hoornist Morris Kliphuis en trombonist Joost Buis. Terwijl pianist Albert van Veenendaal ter ondersteuning fijne nootjes strooit. De drie stukken die de titel 'Pagan Goddess' hebben meegekregen, stralen iets mysterieus uit. Onder andere doordat Van Veenendaal zijn piano zodanig geprepareerd heeft dat deze wel iets weg krijgt van een gamelanorkest, maar zeker ook door de blazers met hun experimentele klanken. Buis voorop, maar ook Mete Erker op klarinet en Miguel Boelens op saxen laten zich hier niet onbetuigd. En Van Binsbergens solo halverwege het derde deel is evenmin te versmaden. Ook 'Dreamlike' is een soort van suite, maar dan een waarin het experiment op een inderdaad dromerige wijze centraal staat.

Maar welke titels Van Binsbergen haar stukken ook heeft meegegeven, ze hebben met elkaar de compositorische kwaliteit gemeen die we inmiddels van deze dame gewend zijn. Het zijn stuk voor stuk verhalen die ook buiten de context van de literaire avonden prima standhouden. Verhalen die geen woorden nodig hebben. De muziek zegt genoeg.

Neem het eveneens uit drie delen bestaande 'Sketches In Dark Blue'. In het eerste deel staat de gitaar van Van Binsbergen centraal, ragfijne lijnen trekkend. De andere musici reageren spaarzaam, subtiel en zeer genuanceerd. In het tweede deel horen we Eker in een solorol op klarinet, soepel en met een zeldzaam gevoel voor klankkleur. In het derde deel is de solorol wederom voor de gitaar, die hier iets ritmischer klinkt dan in het eerste deel.

'Tales Without Words' mag beslist geslaagd genoemd worden. Een album vol merendeels subtiele en impressionistische verhalen. Voor de late uurtjes.

Op vrijdag 10 maart aanstaande wordt deze cd live gepresenteerd in het Bimhuis, Amsterdam.

Labels:

(Ben Taffijn, 5.3.17) - [print] - [naar boven]



In memoriam
Misha Mengelberg


Componist, pianist, soort van bandleider en dwarsdenker Misha Mengelberg, die op 3 maart 2017 in een Amsterdams verpleeghuis overleed, werd al langer gezien als voortrekker, inspirator en boegbeeld van de Europese improvisatiemuziek. Dat die internationale waardering op korte termijn verdwijnt, is niet erg waarschijnlijk. "What made him a force of nature was his fearless and faultless sense of the absurd," reageert pianist Ethan Iverson op het bericht van het overlijden.

Een van de eerste muzikale herinneringen van de in 1935 in Kiev als zoon van een harpiste en een componist/dirigent geboren Misha was een optreden van zijn oom. De roemruchte oom Willem dirigeerde het Concertgebouworkest. Hij was toen een jaar of zeven en vertelde dat hij het na tien minuten wel bekeken had, die 'Matthäus'. Saai! Meer zag de jonge blaag in het Surrealisme en het Futurisme en meer in het bijzonder Dada. Hij vulde zijn zakgeld aan door werkjes van Kurt Schwitters en anderen per pakjes van vier stuks van de ouderlijke boekenkast naar een welwillende antiquair te transporteren.

Componist en pianist Thelonious Monk – en Herbie Nichols – ontdekte hij al vroeg. Tekenend is dat toen Mengelberg zich vanaf 1959 begon te manifesteren, dat als avontuurlijke jazzpianist was én als Fluxuskunstenaar. Zijn 'In Memoriam Hans van Zweeden', een oeverloos preludium, was een vroeg voorbeeld van wat later minimal music zou gaan heten.

Al snel bleek dat Misha Mengelberg een componist was van onconventionele doch toegankelijke stukken, waar de jazz- en musicaltradities ruim baan hadden. Daarnaast speelde de toonkunstenaar een belangrijke rol als bestuurder en adviseur in tal van culturele organisaties en raden.

Nadat het Misha Mengelberg Kwartet het in 1966 tot het Amerikaanse Newport Jazz Festival had gebracht, ontwikkelde het zich van een furieus swingende bopaggregatie tot een veel vrijer gezelschap, waarin ook theatrale elementen ruim baan kregen. Zijn belangrijkste creatie was het Instant Composers Pool Orkest, dat tot op de dag van vandaag actief is. In dat ensemble etaleerde Mengelberg de opvattingen en ingevingen van hemzelf en zijn medemuzikanten in een unieke, intuïtieve samenhang. "Hij houdt ervan te zien wat mensen doen in situaties waar ze zich niet vertrouwd mee voelen," vatte saxofonist en ICP-er Michael Moore de tactiek van de orkestleider in Kevin Whiteheads 'New Dutch Swing' samen. "Ik belazer mensen graag. Dat ze denken: is dit het nou?" verduidelijkte Mengelberg zelf tegen Koen Schouten in de Volkskrant.

Hij trok zich na 2000 geleidelijk aan terug uit zijn orkest. Zozeer was de band een zelfstandige entiteit geworden. Geestelijk was de oprichter de laatste jaren aan het wegglijden uit de realiteit. In 2013 filmde Cherry Duyns Mengelberg en zijn ICP Orkest in Londen, wat in een ontroerende documentaire resulteerde ('Misha enzovoort', ICP 053). Daarna verergerde de dementie.

Voor ons is het een troost dat het Instant Composers Pool Orkest het nog wel een tijdje zal rooien.

Foto's: Cees van de Ven

Labels:

(Eddy Determeyer, 5.3.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Geestig feestgedruis

Meinrad Kneer Quintet, donderdag 16 februari 2017, JazzCase, Dommelhof, Neerpelt

Bassist Meinrad Kneer praat verrassend vlot Nederlands voor een Duitser. Hij verbleef dan ook anderhalf decennium in Amsterdam. Enige tijd terug trok hij naar Berlijn, waar hij dit fijne kwintet op poten zette. In Amsterdam wonen een aantal muzikanten die diverse invloeden in hun muziek laten binnensijpelen en in-and-out spelen op een hoger niveau hoger brengen. In Berlijn wonen een aantal muzikanten die hun eigen draai aan die recente ontwikkelingen geven.

Een groep met drie blazers en geen piano of gitaar biedt bijzondere mogelijkheden. En als trombone en trompet zich vervoegen bij een eenzame altsax in de frontlijn, leidt dat tot een andere sound dan de iets meer gebruikte formule met twee saxen annex trompet. Een mini-mini bigband zou je denken, al was het maar omwille van de uitgekiende ensembles, waarbij ieder instrument zijn kleur aan het ensemble gaf. Gladjes werd het echter niet. Trombonist Gerhard Gschlössl hield te veel van een dirty growl op tijd en stond. Met sardonisch genoegen gaf trompettist Sebastian Piskorz zijn trompet wat extra glans om de koperblazers te laten blinken. En dan ging altsaxofonist Peter Van Huffel even aan de haal met een bevlogen solo, alsof hij zeggen wou dat naast vorm ook inhoud belangrijk is. Van Huffel, zoon van een Belgische vader die eind jaren vijftig van Sint-Niklaas naar Canada trok, is getrouwd met een Belgische. Om de cirkel niet helemaal rond te maken wonen ze niet in Sint-Niklaas, maar in Berlijn. Zijn bio leest als de muziek: een verhaal met hybride wortels, eigenzinnige wendingen, maar met een op de achtergrond aanwezige band met een groter verhaal.

Andreas Pichler drumde zonder complexen en met power. Af en toe klonk een feestelijke New Orleans-shuffle. In plaats van de gangbare clichés erbij te spelen, zodat een Limburgs carnaval op gang kon komen, speelde Meinrad Kneer alternatieve baslijnen die de muziek een andere laag gaven. Naast de rijke gelaagde klankkleur van de blazers zorgde de tweekoppige ritmesectie ook voor enige variatie, om zich niet te laten vastpinnen op een stijl of genre.

'Tautology' gebruikte, hoe kan het anders, een motiefje dat steeds kwam opdagen. 'Open Book' was een ode aan Booker Little en klonk als groovy choraal. In een nieuw nummer zette het kwintet mij volledig op het verkeerde been. Terwijl ik, na een start met impressionistisch en vrij getoeter van de blazers, aanknopingspunten dacht te hebben bij een hedendaagse hertaling van barokmuziek, verklaarde Kneer achteraf dat het bedoeld was als 'bedoeïenenmuziek'. En bij nader inzien kon je zo naast verheven gedachten aan polyfonie en Bach evengoed aan woestijnzand en kamelen denken. 'Tre Palle Mille Lire', waarop de drummer zich kon uitleven, bleek grootstadsfunk, weggeplukt uit een lawaaierige kermis. In 'City Fireflies' liet hij zijn piepende drumstoel trouwens integraal deel uitmaken van een bruisende solo.

Een klein feestje werd het dus, daar in het verre Neerpelt, met vijf muzikanten die perfect wisten hoe ze een eigen brouwsel konden prepareren van bekende ingrediënten, tot tevredenheid van het aanwezige publiek.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Deze recensie verschijnt ook op Jazz'Halo.

Labels:

(Iwein Van Malderen, 4.3.17) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Kristina Fuchs – 'Linden' (TryTone, 2016)


Het wortelgraven is nog niet gedaan, friends and neighbors, integendeel. In Amerika leven jongelui zich weer uit in roots music, ontdekken James P. Johnson en Bob Wills. En dus dacht vocaliste Kristina Fuchs, import-Nederlandse, dat moet hier ook kunnen. Aldus ging ze in de nalatenschap van Ate Doornbosch (1926-2010) spitten, die jarenlang met zijn bandrecorder stad en land afstroopte, op zoek naar vergeten volkswijsjes. Op 'Linden' - naar Doornbosch' radioprogramma 'Onder De Groene Linden' - heeft ze veertien van die stokoude deuntjes verzameld.

Merkwaardig dat een in Biel, Zwitserland geboren zangeres dat heeft gedaan. Nog merkwaardiger is dat een in Louisville, Kentucky geboren vibrafonist haar daarin is voorgegaan. In 1956 verscheen van Lionel Hampton het album 'Hampton And The Old World, waarop hij onder meer 'Zeg Kwezelken Wildet Gij Dansen' en 'Toen Onze Mop Een Mopje Was' vertolkte – in zeer aantrekkelijke arrangementjes.

"Frisia non cantat" is een gevleugelde uitspraak van de Romeinse senator en geschiedschrijver Publius Cornelius Tacitus (54-117). Het lied heeft bij ons door de eeuwen heen in laag aanzien gestaan. Vergeleken met de ons omringende landen bakten we er maar bar weinig van. En in zekere zin is dat onverminderd zo. Kunst en cultuur zijn linkse hobby's, vindt Gekke Geert van de Partij voor de Vreemdelingen en daar zal het merendeel van zijn stemmers mee instemmen. Het is niet verwonderlijk dat de enige vorm van cultuur die naar de maatstaven van de PVV subsidiabel is het circus is. Nee, serieus. Maar dit terzijde.

Hoewel die Friezen (lees: Nederlanders) dus hoegenaamd niet zongen, heeft Kristina Fuchs een aantal pareltjes van de groene linden weten te plukken. Meest liefdesliedjes. En behoorlijk expliciete liedjes ook: "Ach minnaar, laat mij met rust / Ik lig in mijn slaap gerust / Met jou te paren heb ik geen lust" (uit 'Wat Hoord’ Ik Daar'), zou dat zó op Sky Radio kunnen?

De bronnen van het materiaal noemt Fuchs niet, maar het zou me niet verbazen wanneer het merendeel uit de zuidelijke Nederlanden (inclusief België dus) afkomstig is. Met haar lichte accent klinkt de zangeres ook een tikje Vlaams. De sfeer is ingetogen, ook bij een schelmensong als 'Heer Albert'. Zo puur en zuiver klinken ook haar begeleiders, rietblazer Mete Erker en toetsenman Jeroen van Vliet. De basklarinet van Erker krijgt soms het karakter van een hommel of een draailier, waarmee bourdontonen kunnen worden gegenereerd. De improvisaties en de sterke bewerkingen van het materiaal trekken de muziek naar het heden. Zo krijgt een lied als 'Naar Het Rozenland Zijn Wij Gevaren' een opknapbeurt waar het niet slechter van is geworden. Overigens moeten we vaststellen dat dit spul, op 'Daar Boven Op Een Kamerken' na, in melodische zin niet bijster veel om hakken heeft.

Volgens niet bevestigde geruchten (nepnieuws??) heeft de PVV de hele oplage van 'Linden' opgekocht. Naar het doel daarvan kunnen we slechts gissen. Worden de albums cadeau gedaan bij de Inburgeringscursus voor de Vreemdelingen? Of toch gewoon verbrand?

In de Jazztube hierboven zie je een impressie uit het programma 'Linden', een liveopname in Eindhoven, gemaakt op 21 december 2014.

Labels: ,

(Eddy Determeyer, 3.3.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Bruut! doet zijn naam eer aan

zondag 19 februari 2017, Simplon, Groningen

Het recyclingproces in de muziek gaat gewoon door. Het kwartet Bruut! verwijst met zijn mix van ballads, beats en boogaloos naar het Popcorn-fenomeen van midden-jaren negentig, maar ook verder terug.

Net als op Popcorners Eddy de Clercq en Gerry Arling destijds oefent de muziek van vóór de grote jaren-zestig popexplosie een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit op de brute broeders. Saxofonist Maarten Hogenhuis sluit in zijn spel aan bij coryfeeën als Mano Dibango en King Curtis en glanst in zijn ballads zelfs zo zinnelijk als Benny Carter of de vergeten Freddy Gardner. Van alle jonge Nederlandse saxofonisten heeft hij misschien wel de rijkste, puurste sound. Zich beperkend tot de hals van zijn instrument weet hij daar zelfs een oudtestamentische ramshoorn aan te ontlokken.

Folkert Oosterbeek kan de prachtigste rapsodieën uit zijn Hammond laten opkringelen, maar is zeker zo effectief wanneer hij er beukende twee-noten-riffjes uit pompt. Heel goor: als samples van een allerminst gefaket orgasme. De heren zijn van alle markten thuis, dus 'walkt' contrabassist Thomas Rolff het ene moment door een klassiek klinkend jazzstuk, om zich een nummer verderop lenig als een aap door de funky schema's te slingeren. En 'let there be drums' vindt Felix Schlarmann met Sandy Williams.

De band staat in hoefijzervorm opgesteld, wat de cohesie ongetwijfeld bevordert. Kenmerkend voor Bruut! is de scherpe afwisseling in dynamiek en sfeer. De band kan zich in een relaxte groove tergend zacht door een ballad zuchten, om plotseling tachtig decibel omhoog te schieten in een afgrijselijk schuimend en swingend gebeuk. En vice versa, dus. En daarbij zo koel als een komkommer blijven, hè. Alleen aan de bewegingen van het saxofoonkoordje kon je zien dat Maartens boord een maatje of vier, vijf opzwol.

Foto's: Bruut! tijdens Stranger Than Paranoia 2013 in Paradox door Cees van de Ven.

Labels:

(Eddy Determeyer, 1.3.17) - [print] - [naar boven]



Vooruitblik / Jazztube
Jubilerende Available Jelly op tour


Het roemruchte eclectische ensemble Available Jelly bestaat dit jaar 40 jaar. Een mooie gelegenheid voor een tournee! Dit keer met founding father - en broer van Michael - tubaspeler Gregg Moore in de gelederen. Dat is zeer bijzonder, want Available Jelly speelde de laatste jaren in deze originele bezetting alleen in de Verenigde Staten.

Naast Greg en Michael Moore (sax, klarinet) bestaat deze line-up uit Eric Boeren op cornet, Wolter Wierbos op trombone en Michael Vatcher op percussie. De bekende en geliefde brassband, opgericht door Gregg Moore in Salt Lake City, is vanaf het begin van de jaren tachtig gevestigd in Amsterdam en kende de afgelopen 35 jaar diverse bezettingswijzigingen.

Available Jelly heeft een brede kijk op muziek. Op een geheel eigen wijze wordt met allerhande genres van binnen en buiten de jazz en geïmproviseerde muziek omgesprongen. Daarbij is nooit sprake van pastiches of een collage-achtige aanpak. Steeds wordt de essentie uit de muziek gepuurd en in een eigentijds licht geplaatst. Available Jelly kan rauw en uitgelaten klinken, maar ook verfijnd en ingetogen. Hecht samenspel, een rijk klankenpalet, doorgewinterde solisten en een ongebreidelde speeldrift maken een concert van Available Jelly steeds tot een muzikaal feest.

De tour begint op woensdag 1 maart met een concert bij stichting Jazz & Impro Nijmegen (JIN) in Brebl.

Speellijst
01-03   Brebl, Nijmegen
03-03   Bimhuis, Amsterdam
05-03   Jazz Inverdan, Zaandam
10-03   De Pletterij, Haarlem
11-03   Plusetage, Baarle Nassau
15-03   Paradox, Tilburg

In de Jazztube hiernaast een liveopname uit 2011 van Available Jelly in de oerbezetting, in The Hideout, Chicago.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 1.3.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Martin Blume presenteert nieuw kwartet

Delius/Kaufmann/Manderscheid/Blume, zaterdag 18 februari 2017, PlusEtage, Baarle-Nassau

De in 1956 geboren drummer en percussionist Martin Blume heeft inmiddels een lange staat van dienst opgebouwd en trad sinds zijn debuut in de begin jaren tachtig zo ongeveer met alle groten in de geïmproviseerde muziek op. Zo hoorde we hem nog zeer onlangs, samen met collega-percussionist Paul Lovens, vibrafonist Els Vandeweyer en pianist Fred Van Hove tijdens de marathon die Van Hove's tachtigste verjaardag markeerde. Dat we hier wederom over Blume schrijven hangt samen met een nieuw kwartet dat hij vorig jaar presenteerde in Keulen. Een kwartet dat naast Blume op slagwerk bestaat uit bassist Dieter Manderscheid, pianist Achim Kaufmann en saxofonist/klarinettist Tobias Delius en dat nu zijn opwachting maakt in de PlusEtage. Voorwaar een sterbezetting. Manderscheid heeft, als generatiegenoot van Blume, al ongeveer net zo'n indrukwekkende staat van dienst opgebouwd. En voor Kaufmann en Delius geld hetzelfde, al zijn zij een generatie jonger. Waarbij Delius, sinds 1984 woonachtig in Nederland, voor ons natuurlijk het meest bekend is.

Bovenstaande namen overziend zal het u niet verrassen dat het kwartet de gehele set kiest voor de pure improvisatie zonder enige afspraak vooraf. Het levert in de twee sets menig verrassend en boeiend moment op, waarbij opvalt dat het kwartet zijn beste prestaties levert als het goed op stoom is. Als Blume en Manderscheid een stevig ritmisch patroon neerleggen, dat door Kaufmann wordt benut om er zijn verdichte notenclusters tegenaan te gooien en door Delius om hartverscheurende lijnen te blazen op zijn tenorsax. Met net dat kleine beetje onzuiverheid, dat kleine rafelrandje om het spannend te maken. Natuurlijk zijn er ook rustige momenten, zoals het duet tussen Manderscheid en Blume in de eerste set, waarbij Manderscheid zijn bas zo prachtig laat zoemen en vibreren, waarna Delius en Kaufmann al even subtiel aansluiten. Delius hanteert overigens op dit soort momenten regelmatig de klarinet, die net even iets beter past bij de ingetogen boodschap die hij wil overdragen. Met weemoedig laag of juist snerpend hoog en maar al te vaak getormenteerd, schrijnend en verontrustend klinkend, neemt hij ons mee.

Een ander boeiend rustig moment is het einde van het eerste stuk. Blume wrijft hier met een houtblok over zijn snaredrum, intussen trommelend met zijn andere hand, terwijl Manderscheid hoge, snerpende klanken aan zijn contrabas ontleent met behulp van zijn strijkstok. Fluisterzacht vullen Kaufmann en Delius aan tot het ineens gedaan is.

In de tweede set is het Kaufmann die nadrukkelijk aanwezig is met zijn felle, massieve pianospel en die Blume en Manderscheid beweegt tot ritmischer spel dan tijdens de eerste set. En ook nu is het Delius die op menig moment het uiterste vergt van zijn tenorsax in een niet aflatende stroom bijna angstaanjagende klanken. Met het uiterste aan bezieling en passie beweegt hij zich in diepe concentratie over het podium.

Foto's: Geert Vandepoele & Cees van de Ven

Labels:

(Ben Taffijn, 28.2.17) - [print] - [naar boven]



Nieuws
Presentatie cd-box Willem Breuker Kollektief


Op woensdag 1 maart vindt in het Bimhuis te Amsterdam de presentatie plaats van een 11-cd box van het Willem Breuker Kollektief: 'Out Of The Box', die wordt uitgebracht op het BV Haast-label.

Willem Breuker heeft ruim 45 jaar een grote rol gespeeld in het Nederlandse muziekleven, als muzikant, componist, arrangeur en organisator. Met zijn Kollektief bracht hij een avontuurlijke en vernieuwende melange van jazz, vrije improvisatie, hedendaags klassiek en theater- en circusmuziek, vaak verlevendigd door zijn persoonlijke gevoel voor humor.

Kollektief-leden van het eerste uur Arjen Gorter en Bernard Hunnekink hebben nu uit dit enorme oeuvre een bloemlezing samengesteld, te vinden op deze 11 schitterend geremasterde cd's. Thema's als muziek voor film, theater en strijkers komen langs, evenals songs en langere, complexere stukken. Veel van de gepresenteerde opnamen zijn elders niet meer verkrijgbaar, of verschijnen nu voor het eerst, zoals de complete soundtrack voor de film 'Faust', en het afscheidsconcert 'Happy End'. Tevens bijgesloten is een uitgebreid boekje van 84 pagina's, met foto's door de decennia heen en geschreven teksten van Jean Buzelin, Filippo Bianchi, Kees Stevens en Alan Stanbridge.

Bezoekers van de presentatie in het Bimhuis kunnen de cd-box ter plekke kopen voor € 50,-. Daarna is de box te bestellen bij BVHAAS door een mail te sturen naar wbk@xs4all.nl, ofwel door € 69,- inclusief verzendkosten over te maken op NL69INGB0003236920 t.n.v. Haast Grammofoonplaten, met vermelding van het postadres waar het naartoe moet. Ook verkrijgbaar via Subterrannean Distribution.

Foto: Cees van de Ven

Labels:

(Maarten van de Ven, 28.2.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Vederlicht en ongrijpbaar

Oded Tzur Quartet, woensdag 15 februari 2017, Paradox, Tilburg

Soms is het amusant om geluid te laten horen zonder het instrument te tonen. Kees Schilperoort is door het telefoonspelletje 'Raden Maar', als onderdeel van het KRO-radioprogramma 'Van Twaalf Tot Twee' bekend door geluiden te laten raden. Maar dit terzijde.

Oded Tzur heeft jaren geïnvesteerd om tot een unieke speelwijze en techniek te komen. De liefde voor traditionele jazz en de erfenis van grote saxofonisten wordt, na lange bestudering van Indiase muziek en een leerschool bij beroemde Indiase fluitist Pt. Hariprasad Chaurasia, geleidelijk tot een uniek muzikaal kunstwerk uitgewerkt. Om het geluid tussen de noten te bereiken maakt Tzur gebruik van de microtonaliteit van de Indiase muziek. Het westerse toonstelsel verdeelt een octaaf in twaalf gelijke intervallen van een halve toonafstand. De intervallen die Tzur gebruikt zijn kleiner dan een halve toon en de omvang bedraagt meer dan twaalf tonen in een octaaf.

De Israëlische saxofonist, componist en bandleider, die momenteel in New York woont, produceert een zeldzaam en exceptioneel tenorgeluid. Hij noemt dit The Middle Path, een term uit de leer van het boeddhisme. Voor een instrumentalist is een herkenbaar eigen geluid het hoogst haalbare doel. Oded Tzur schept een vederlicht, ongrijpbaar en atypisch tenorgeluid, zonder indrukwekkende uithalen en groovende passages. Zijn ijle, fluitende tonen zijn eerder hemels. Ondanks het uitblijven van ogenschijnlijk grote gebaren is zijn ingetogen geluid, paradoxaal genoeg, swingend en intens. Horen en zien is geloven!

Oded Tzur weet zich in Paradox omringd door geestverwanten: pianist Nitai Hershkowitz, de onstuitbare drummer Ziv Ravitz en contrabassist Petros Klampanis. Het kwartet, onder leiding van de saxofonist, bestaat uit ware verhalenvertellers. Deze vertellingen worden opgediept uit de albums 'Like A Great River' en het nog niet officieel verschenen 'Translator’s Note'. De lange uitgesponnen composities scheppen geen lineair verhaal, maar kennen talloze vertakkingen. Deze staan bol van de spanning en scheppen ruimte voor een vervolg. De sfeer die wordt opgeroepen is mysterieus en vol verlangen.

Het is jazzmuziek vol improvisatie van alle instrumentalisten. In de kern draagt het bij tot een natuurlijke verbinding tussen westerse en oriëntaalse muziek. Het resultaat is een vorm van moderne jazz beïnvloed door de kenmerken van de klassieke Indiase muziek. De hechte groep speelt in de eerste, opvallend korte, set twee tracks: 'Single Mother' en 'Welcome', beide afkomstig van de laatste plaat. De tweede set neemt de meeste ruimte in beslag. Daarin worden twee nummers van het oude repertoire virtuoos over het voetlicht gebracht. Het sprookjesachtige 'The Song Of The Silent Dragon' en het zweverige 'The Dance'. Met tussendoor een nieuwe compositie, het weelderige 'The Three Statements Of Garab Dorje'.

De toegift is een heerlijke verrassing. De standard 'Body And Soul' wordt zeer sensitief gebracht. Met als kleine dissonant het fluiten van drummer Ziv Ravitz in een verder gedenkwaardig optreden. Oded Tzur is met het berijden van The Middle Path een eind op weg gekomen.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 27.2.17) - [print] - [naar boven]



Cd
De Groote-Faes Duo - 'Symphony For 2 Little Boys' (El Negocito, 2017)

Opname: juni/november 2016

Een cd waar je na enkele seconden beluisteren meteen warm van wordt? Het kan zomaar met 'Symphony For 2 Little Boys' van het De Groote-Faes Duo. Als twee kleine kinderen stoeien beide musici onbekommerd in muziekland. Op drie nummers krijgen ze hulp van grote jongen Dave Douglas.

Bruno De Groote speelde tango, blues en rock en weet vooral een heel eigen gitaargeluid te creëren. Een echte jazzgitarist kan hij niet genoemd worden, maar hij zoekt het wel bij gitaristen als Marc Ribot en Bill Frisell. Die hebben ook lak aan de do's en don'ts van een genre en komen toch met een consistent verhaal op de proppen. Bassist Ben Faes stamt uit de wereld van klassieke muziek en wereldfolk. Hij speelde bij zangers als Wannes Van de Vele of Marc Hauman. In elk nummer van deze cd zit wel een passage met ruimte voor improvisatie, maar het duo verliest zich niet in eindeloze solo's. Ze bereiden hun muzikaal recept met de nodige kruiden en overgave en hebben oog voor de opbouw van een song.

In drie nummers komt trompettist Dave Douglas meeblazen. 'Fermeture' is een prettig gestoord Midden-Oosters getint nummer en doet denken aan Douglas zijn Tiny Bell Trio, meer dan aan Masada. Falafeljazz, noemt de trompettist het. 'Bastien' (zonder Douglas) is een gekapseisde ode aan Bach met een ferme gitaarmelodie. Het filmische 'La Bataille' klinkt als een dramatische klankevocatie en voelt aan als een droge woestijnwind. 'Endormi' lijkt ontworpen als een speels slaapnummer met een huppelend melodietje. 'Help (I Need It)' is dan weer een liedje dat op een ontwapende manier gezongen wordt door De Groote.

Eigenlijk zijn de meeste nummers op de cd een beetje liedjes. Het zijn vertellingen zonder woorden met een uitgesproken karakter, met de instrumentale virtuositeit van jazzmusici, maar gebracht door muzikanten die niet zijn groot geworden met Charlie Parker, wel met alles van Armstrong over Cream tot Zappa (and beyond). Een andere invalshoek... met eigenzinnig en fris resultaat.

Bruno De Groote en Ben Faes brengen hun kijk op de wondere wereld van duizend-en-één-muziekjes. Hiermee kunnen ze muziekliefhebbers van diverse pluimage bekoren, maar zeker ook jazzfanaten.

Klik hier om een aantal tracks van dit album te beluisteren.

Deze recensie verschijnt ook op Jazz'Halo.

Labels:

(Iwein Van Malderen, 26.2.17) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...







Schrijf je in voor onze gratis Nieuwsbrief! Klik op de button hieronder om je aan te melden:


Menupagina's:


Zoek in deze website:

Google

web deze website


Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, meewerken?
Mail de redactie.


(advertenties)