Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Cd
Mary Halvorson Quartet - 'Paimon, Book Of Angels Vol. 32' (Tzadik, 2017)


Met zijn eigen muziek, het label Tzadik en de club The Stone drukt John Zorn vanuit New York al enkele decennia een stempel op voornamelijk experimentele muziek. Gitariste Mary Halvorson van haar kant ontpopte zich de voorbije 15 jaar als een opvallend productief en indrukwekkend talent. Het Mary Halvorson Quartet sluit nu met Volume 32 het Book Of Angels af, een van de hoofdstukken in het grote Masada-verhaal dat John Zorn in 1994 begon met het akoestische Masada. De 10 nummers van de meer dan 300 die Zorn schreef voor zijn tweede Masada Book 2 die nog niet in deze reeks verschenen waren, zijn nu uitgebracht op de cd 'Paimon'.

Zoals in alle andere composities van het Masada-project verenigt Zorn zijn joodse wortels met vooruitstrevende jazz. Daarbij kan het dan nog vele kanten uit, omdat hij inspiratie vindt in uiteenlopende invloedssferen. Zo komt de elektronische drukte in 'Beniel' even in de buurt van Ornette Coleman, ten tijde van 'Song X' met Pat Metheny. Bij 'Yeqon' kun je dan weer aan een traag opbouwende spaghettiwestern denken en aan richtingen waar het Belgische Dans Dans ook kan uitgaan. Het kan ook mooi melodisch psychedelisch worden, zoals in 'Phul' en om te eindigen zoekt deze cd met 'Rachmiach' het hoge goed van aangrijpende schoonheid op.

Mary Halvorson drukt er een persoonlijke stempel op met haar eigen meer dan slightly out of tune-klanken. Op dit album met gitarist Miles Okazaki in de groep en het keurslijf van compacte nummers komt ze er spaarzamer mee over, maar niet minder efficiënt. Haar stijl, waarin zij zo graag met vervormingen uitpakt, sluit in zekere zin aan bij effecten (en toenemende kansen op haperingen) in een steeds meer gedigitaliseerde wereld - waarin beeld en geluid vaak worden bewerkt en gemanipuleerd. Okazaki speelt anders gitaar en met hem in de band krijgen de grooves een vloeiende beweging mee, die vlotter aansluit bij wat we van gitaristen op grotere podia gewend zijn. Halvorson en Okazaki samen creëren hier een spanningsveld dat trilt en aan bijzondere melodieën en wendingen een extra dimensie geeft.

Het Mary Halvorson Quartet mag dan klinken als de naam van een band die al langer meegaat, het is eigenlijk de zoveelste verschijning van Mary als leider van een groep. De combinatie met drummer Tomas Fujiwara op drums is niet nieuw - die vind je bijvoorbeeld ook op 's mans 'Triple Double' - en bassist Drew Gress kent zij van het Ingrid Laubrock Octet, wat er wellicht toe bijdraagt dat dit kwartet op deze cd zo hecht klinkt.

Het welslagen van dit album ligt anderzijds en ongetwijfeld ook aan de kwaliteiten van de muzikanten én de composities. Fujiwara is hierbij vaak heel prominent aanwezig en toont zich bijzonder geïnspireerd in de eclectische samensmeltingen van Zorn. Een paar keer dacht ik bij zijn keuze van cimbalen aan Chris Joris en elders in rollende rocksferen aan Steven Cassiers - om maar een paar richtingen aan te geven in de smaken van zijn brede pallet en duidelijk te maken dat dit geen mega-elitair plaatje is. Gress valt minder op, maar met zijn spel vormt hij pijlers die medebepalend zijn voor de kracht en het totaalbeeld van klanken. Als hij met een solo op de voorgrond treedt, zoals in 'Verchiel', dan valt de passie in zijn spel niet te missen.

Wie van Bar Kokhba Sextet hun Lucifer houdt of van Dans Dans en nog eens variatie wil, vindt hier mischien wel zijn gading. Wie openstaat voor cross-over met melodische wereldmuziek - in casu joodse sferen - én een parcours met spannende hindernissen aandurft, wacht hier mogelijks meer dan één ontdekking.

Deze recensie verschijnt ook op Jazz'Halo.

Labels:

(Danny De Bock, 20.1.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Met Steve Altenberg door het spitsuur

Ghasem Batamuntu Quintet, dinsdag 16 januari 2018, De Smederij, Groningen

De combinatie sopraansax/baritonsax is niet bepaald gebruikelijk, maar ze werkte dinsdag voortreffelijk. De diepe, ruige sound van Laurens Blinxma's bariton refereerde aan de betreurde meester Leo Parker. De kwikzilveren kromme sopraan van Ghasem Batamuntu had wel wat van John Coltrane geabsorbeerd en voegde er een subtiele glans aan toe. Dat, in combinatie met een ongewoon grote dosis speelplezier, maakte het optreden memorabel.

De motor van deze feestband is drummer Steve Altenberg. Onder het motto 'vooruit jongens, het is maar één keer hemelvaart' joeg hij het gezelschap en de zaal van hoogtepunt naar hoogtepunt. Als een fietskoerier die zich in het stadscentrum door het spitsuur slingert koerste hij door de liedjes. Zijn flitsendfelle breaks hadden het bevrijdend effect van een karbonkel in je nek die na weken eindelijk openbarst, om maar eens een onsmakelijke metafoor te gebruiken. Dat gold vanzelfsprekend voor de (hard)bopstukken; in een ballad als 'A Sketch Of René', een eigen compositie van Batamuntu, droegen zijn schuifelende vegertjes bij aan de serene atmosfeer van de schets. Hier liet de Amsterdamse Amerikaan zich ook horen op de Australische didgeridoo, eveneens een wezenlijk kleurelement van dit impressionistische stuk.

In 'Yellow Moon' (niet die van de Neville Brothers, doch andermaal eigen werk) droeg de saxofonist een gedicht van eigen makelij voor, zodat we een paar minuten behaaglijk weg konden zakken in die goeie ouwe jazz & poetry.

Foto: Katja Draper

Labels:

(Eddy Determeyer, 19.1.18) - [print] - [naar boven]



Cd
Wadada Leo Smith - 'Solo: Reflections And Meditations On Monk' (TUM, 2017)

16-17 november 2014 / 8 augustus 2015

Zo kennen we trompettist Wadada Leo Smith eigenlijk nog niet. Hij speelt hier als solist heel recht en respectvol stukken van Thelonious Monk, afgewisseld met eigen observaties van de Monkse wereld.

Technicus Nikopetri Paakkunainen heeft hem ruimtelijk opgenomen, met een flinke dot echo, waardoor het geluid van de trompettist een etherische dimensie heeft gekregen. Wanneer je Smith qua stijl en aanpak ergens tussen Miles Davis en Don Cherry kunt plaatsen, is hij hier dichter naar de melancholische Miles opgeschoven. Naar Cherry verwijzen frasering, fragmentatie en vervorming.

Duidelijk is dat Monk, als componist en als performer, grote indruk op Wadada Leo Smith heeft gemaakt. Op dit album is het niet zozeer dat hij in de huid of het hoofd van de Hogepriester is gekropen. Nee, hij mijmert meer voor zich uit, waarbij de stilte die zo'n grote rol speelt in het oeuvre van de componist een belangrijk element vormt. Dat komt pregnant naar voren in 'Monk And His Five Point Ring At The Five Spot Café', een verwijzing naar het engagement van Monk in 1958. (Significant: het was een van de eerste langere verbintenissen van de pianist met een jazzclub.) In 'Crepuscule With Nellie', dat van zichzelf al een emotioneel geladen liefdesverklaring is, valt Smiths mooie spel op. Dat kwadrateert hij in 'Monk And Bud Powell At The Shea Stadium', waar het geluid van de trompet zo puur wordt dat het aan het licht raakt.

Labels:

(Eddy Determeyer, 19.1.18) - [print] - [naar boven]



Cd
Timuçin Şahin's Flow State - 'Nothing Bad Can Happen' (Challenge, 2017)

Opname: 23 juni 2016

Het is een geruststellende gedachte: 'Nothing Bad Can Happen'. Het is de titel van het meest recente album van de Turkse gitarist Timuçin Şahin, zijn derde inmiddels bij Challenge Records in de serie 'Between The Lines'. Şahin studeerde in Nederland. Jazzgitaar in Hilversum en compositie in Amsterdam, bij Daan Manneke. En compostie in New York, bij George Crumb. Die New Yorkse connectie vinden we terug op dit laatste album, waarin Şahin zich laat begeleiden door pianist Cory Smythe, drummer Tom Rainey en bassist Christopher Tordini, allen lid van de New Yorkse avant-garde scene. Samen vormen ze Timuçin Şahin's Flow State.

Die naam is volgens Şahin niet zo maar gekozen. De 'Flow State' is voor hem het tegenovergestelde van de 'Default Trance State', zeg maar de automatische piloot, waarin wij normaal leven. De gitarist brengt het als volgt onder woorden: "The default trance state has been exponentially accelarated through virtuality and the posthuman calculus to the point that we've almost resigned from our lives." Şahin wil hier met zijn band een kracht tegenover zetten, "in order to focus on what really matters". Het album vangt aan met het titelnummer, aanvankelijk een ingetogen stuk met een wat zoekende structuur, waarin Şahins gitaarspel ruimschoots aan bod komt. En dat spel is bijzonder vanwege zijn zelfontworpen dubbelnek gitaar, bestaande uit een fretloos deel met zeven snaren en een deel met frets, voorzien van zes snaren. Met dit bijzondere instrument weet Şahin een grote rijkdom aan klanken te produceren, waarin zowel de westerse als de niet-westerse muziek een plaats krijgt.

Zo horen we in 'Mahir’s Plan To Find Scrus' duidelijk de invloed van Şahins geboorteland Turkije; de klank van zijn gitaar heeft hier meer van een citer. Rainey horen we hier heel anders dan we van hem gewend zijn. Bijzonder in dit stuk is tevens het samenspel van Şahin met Smythe. In 'Bakumbaba Is Scrus' komt de Afrikaanse invloed naar voren. Ook in 'One Hundred Days In A Weekend' kunnen we uitgebreid genieten van Şahins bijzondere spel. Grappige titel overigens, hoezo een te kort weekend?! Verwijst 'SNS' naar een van onze banken? Ik kan het nergens terugvinden, maar gezien Şahins eerdere woorden over 'posthuman' lijkt me dat niet erg waarschijnlijk. De eerste associatie bij deze muziek staat dan ook ver af van het bankieren. Onze gitarist schildert hier met zijn collega's op bijna impressionistische wijze met klank en strooit er en passant verfrissende rockelementen doorheen, om aan het eind het geheel naar een stomende climax te sturen.

Het stuk 'Flow State', verdeeld in 'Resurrection', 'Reconstruction' en 'Coexisence' heeft Şahin door het album verweven. Het zijn drie beschouwende, bijna poëtishe stukjes, waarin eens te meer opvalt hoe goed deze vier heren elkaar aanvoelen en aanvullen en hoezeer ze samen in de flow weten te geraken. Fascinerende jazz.

Klik hier voor een trailer van dit album.

Labels:

(Ben Taffijn, 17.1.18) - [print] - [naar boven]



Cd-box
Paul van Kemenade - 'Master Of Lyric - Selected Works 1977-2017' (KEMO, 2017)


Zoals links en rechts al duidelijk is gemaakt, viert altsaxofonist, componist en conceptmuzikant Paul van Kemenade dezer dagen allerlei jubilea. Zelf zestig jaar, daarvan veertig muzikant en het door hem georganiseerde Stranger Than Paranoia-festival vierde eind vorig jaar zijn zilveren feest.

Om een en ander te vieren heeft Van Kemenades stichting een luxe box met vier cd's in gelimiteerde oplage uitgebracht, die een overzicht biedt van zijn carrière. Je gaat natuurlijk zijn alleroudste solo, met pianist Ron van Rossem uit 1981, vergelijken met het nieuwste spul, afgelopen jaar met toetsenprins Jasper van 't hof en drummer Mariá Portugal. Ja, die door Cannonball Adderley geïnspireerde bluesschreeuw heeft er altijd al ingezeten. Maar ik hoor elders ook Charlie Mariano, met name in 'Contra Suite II' en 'Jajaja... M'. 'M' lijkt me voor Charles Mingus te staan, wat dan weer de associatie met Mariano oplevert. Het geluid lijkt door de jaren aan inhoud, aan nuancering te hebben gewonnen. Een beetje analoog aan het uiterlijk van zijn Yamaha YAS-61, die er op recente foto's uitziet als een uit de Golf van Elefsina opgedoken nog niet nader geïdentificeerd artefact van 2500 jaar oud. Hoe dan ook, de passie en de nieuwsgierigheid zijn onverminderd.

In het nummer 'Close Enough' uit 2010 hoor je Van Kemenade ten voeten uit. Binnen het tijdsbestek van een minuut of acht is hij achtereenvolgens lyrisch, assertief en kwetsbaar. Die mood swings verlopen heel naturel en geloofwaardig. Het onderhavige hofje, met Ray Anderson, Frank Möbus, Ernst Glerum en Han Bennink, is overigens zo ongeveer de sterkste combinatie onder Van Kemenades commando. Al mag het trio met trompettist Eric Vloeimans en bassist Wiro Mahieu (2008) ook niet onvermeld blijven. Uniek, dat weemoedige geluid van de twee blazers. Maar ach, elk project leverde voor de betrokken muzikanten en de luisteraars spannende momenten op.

Zijn thema's – vrijwel alles is eigen werk – hebben de eenvoud van volksmuziek. Het zijn de kleuren en de variaties die de stukken fascinerend maken. Met hun simpele vormen kunnen ze makkelijk blijven haken. Ik had 'Mex' drie jaar niet meer gehoord, maar floot het zó mee.

Een ander hoogtepunt is 'Freeze' uit 2001, met het Metropole Orkest. Arrangeur Jim McNeely vergrootte het geluid en het idioom van de saxofonist heel mooi naar het 53-koppig ensemble. Of, in een ogenschijnlijk meer intieme setting, met de gitaristen Jacques Palinckx en Maurice Leenaars. Hoe de saxofonist tegen de rauw krijsende gitaar van Palinckx opklimt en gaandeweg energie wint.

Punten van kritiek tenslotte: waarom moest een aantal nummers ingekort worden? Nota bene de allereerste solo mogen we niet tot het einde beluisteren! Vreemder nog, gezien de zorg en de munten die er in de productie zijn gestoken, is de titel van de collectie. 'Master Of Lyric'. Hoezo de Meester van de Tekst? Uit het bijgesloten boekje maak ik op dat 'Master Of Lyricism' is bedoeld. Ai.

Paul van Kemenade is momenteel op tournee met Ray Anderson, Ernst Glerum en Han Bennink. Klik hier voor tourdata.

Labels:

(Eddy Determeyer, 16.1.18) - [print] - [naar boven]



Vooruitblik / Festival
Sound Of Europe


Als het gaat om jazz dankt Breda zijn naam en faam aan het festival dat de eerste twintig jaar van zijn bestaan, sinds 1971, bekend stond als het Oude Stijl Jazz Festival Breda. De jazz tot aan de swing, zeg 1940, stond hierin centraal. Dat mag dan inmiddels veranderd zijn, voor de ontwikkelingen die van jazz een hedendaagse muzieksoort maken, kun je Breda met Hemelvaart nog steeds beter mijden. Op andere tijden van het jaar was dat tot voor kort overigens niet veel anders. Maar de verandering is dagende. Stichting Beaux Jazz timmert met concerten in het Chassé Theater op dit moment hard aan de weg en heeft ook voor dit seizoen een aantal sterke concerten geprogrammeerd, met als hoogtepunt het festival Sound Of Europe, dat op 3 en 4 februari aanstaande plaats vindt. Gedurende de zaterdagavond en de gehele zondag zijn er diverse concerten, verspreid over meerdere zalen van het theater. En zo geprogrammeerd dat u geen enkele act hoeft te missen. En het zijn niet de minsten die programmeur Frank van der Kooij naar Breda heeft gelokt.

Op zaterdagavond vinden we allereerst pianiste Saskia Lankhoorn, een concert waarmee Van der Kooij direct laat zien dat we op dit festival niet alleen maar hardcore jazz tegenkomen. Lankhoorn is een klassiek pianiste, die al enkele jaren zeer succesvol aan de weg timmert met hedendaags repertoire en als een van de weinige Nederlandse musici een album uitbracht bij het prestigieuze ECM Records, met daarop de muziek van de Australische componiste Kate Moore. 'Dances And Canons' heet dit album en Lankhoorn zal een deel van deze bedwelmende, aan minimal music verwante pianomuziek ten gehore brengen. Op dezelfde avond die andere Nederlander die albums uitbrengt bij ECM, Wolfert van Brederode. Hij komt met zijn trio. Bijzonder kan ook het concert worden van cellist Thomas van Geelen. Hij stelde voor dit festival een nieuw kwintet samen met Ab Baars op klarinet en shakuhachi, Moisés Toscano Fuentes op fluit en bansuri, Emiel van Rijthoven op piano en Fender Rhodes en Tarang Poddar op tabla en percussie. Afgaand op deze musici en hun instrumentarium kan het niet anders dan dat we hier gaan genieten van muziek uit alle windstreken.

Op zondagmiddag staat de cross-over eveneens centraal. Vibrafonist Pascal Schumacher en gitarist Maxime Delpierre nemen naast deze instrumenten de nodige elektronica mee om een wervelende show neer te kunnen zetten, terwijl de Noorse tubaspeler Daniel Herskedal juist aansluiting vindt bij de folktraditie van zijn eigen land, maar ook bij die van de Oriënt. Gitarist Gijs Idema zal deze middag er ongetwijfeld voor gaan zorgen dat we op dit festival ook onversneden moderne jazz horen. Samen met saxofonist Ben van Gelder en pianist en Wurlitzer-virtuoos Koen Schalkwijk kan het niet anders dan dat ook dit concert zal slagen.

En dan is er nog de avond waarop we allereerst meestersaxofonist Marius Neset aantreffen. Deze Noor heeft zich de afgelopen jaren met zijn lyrische stijl ontwikkeld tot een van de beste saxofonisten van dit continent. Om nog maar te zwijgen over de drie musici waar hij zijn kwartet mee vormt. Pianist Ivo Neame en drummer Anton Eger, beiden bekend van Phronesis en bassist Petter Eldh, onder andere lid van de onvolprezen Gard Nilssen's Acoustic Unity, horen eveneens tot de Europese top. Maar kwaliteit vinden we deze avond ook van Nederlandse bodem. Pianist Rogier Telderman, hij was in 2016 nog Young VIP, komt met violist Adam Bałdych, een van de verrassende artiesten op het Duitse ACT-label en cellist Vincent Courtois in een set die wel eens intiem zou kunnen worden. Percussionist Joost Lijbaart, gitarist Bram Stadhouders en stemkunstenares Sanne Rambags zullen in ieder geval onze zinnen strelen. Het trio verraste bijna een jaar geleden met het bijzondere album 'Under The Surface' en zal hier ongetwijfeld een boeiend vervolg aan geven.

En voor de armlastige jazzliefhebbers: de concerten van Thomas van Geelen, Gijs Idema en Sanne Rambags zijn gratis te beluisteren.

Klik hier voor meer informatie over Sound Of Europe.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 15.1.18) - [print] - [naar boven]



Cd
Mark Guiliana Jazz Quartet – 'Jersey' (Motema, 2017)

Opname: 27-28 oktober 2016

Wanneer je achter de ketels hebt gezeten bij David Bowie, Avishai Cohen, Dave Douglas, Danny McCaslin en Brad Shepik kun je wat. Mark Guiliana, 37, geldt als een van de hotste drummers van New York. Op 'Jersey', zijn zevende album onder eigen naam, hoor je voldoende om je bij het koor der aanprijzers te scharen.

Hij komt met zijn rockvaste beat sterk binnen in het openingsnummer, 'Inter-Are' - met behulp van bassist Chris Morrissey, dat wel. Guiliana geeft zich wat meer bloot in 'Our Lady', dat hij met hippe accenten, roffeltjes en patroontjes optuigt. Ook in het meer subtiele werk is hij een meester. 'Where Are We Now?' vraagt de band zich op de laatste track af. Een introspectief proces, met uiterst subtiel slagwerk op de vierkante centimeter.
So far so good.

Het probleem lijkt hier bij tenorist Jason Rigby te liggen. Een brave borst die keurig zijn themaatjes oplepelt, doch nergens echt los wil komen. Pas in 'Big, Big Jones' - we zijn dan al ruim over de helft - kiest hij het luchtruim. Terwijl mij persoonlijk lijkt dat elke kruk met zo'n Marc Guiliana achter zijn kont automatisch boven zichzelf uit gaat stijgen.

Guiliana is de auteur van de helft van het repertoire. Zijn 'September' is een door de gestreken bas gedragen dirge die nog lang in je hoofd blijft naspoken. Wie tenslotte benieuwd is hoe het 'The Mayor Of Rotterdam' is vergaan, een compositie van Morrissey: dat feestje kwam rustig op gang, om het woord saai niet in de mond te nemen. Maar uiteindelijk slaat, gelukkiggelukkig, de vlam in de pan, zodat het toch nog een pan werd daar in Rotterdam.

Klik hier om het album te beluisteren.

Labels:

(Eddy Determeyer, 13.1.18) - [print] - [naar boven]





Jazztube
Charles Mingus: Triumph of the Underdog


Deze film uit 1998 geeft een compleet overzicht van het leven van de Amerikaanse jazzmusicus Charles Mingus. Over de man die beroemd was om zijn muziek, zijn temperament en zijn vermogen om soul, blues en gospel te vermengen in zijn eigen muziek. Mingus was een enorm gedreven bassist en ook nog eens een fantastische componist, wiens muzikale erfenis heden ten dage in leven wordt gehouden door weduwe Sue Mingus en de Mingus Big Band.

Klik op de afbeelding om deze fascinerende Jazztube te bekijken.

Labels:

(Maarten van de Ven, 13.1.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Een boeiende collage

DUETS, vrijdag 5 januari 2018, Willem Twee Concertzaal, Den Bosch

Voor de vierde keer organiseert de Willem Twee Concertzaal, de voormalige Toonzaal, het fenomeen DUETS. De opzet is simpel: één muzikant begint solo, waarna na vijf minuten een tweede muzikant het podium betreedt en het eerste duo-optreden vorm krijgt. Na weer vijf minuten wordt de eerste muzikant afgelost, waardoor we een serie van twaalf zeer afwisselende optredens krijgen van elk vijf minuten, tot helemaal aan het eind één muzikant weer solo mag eindigen. We zijn dan inmiddels 70 minuten verder.

De Vlaamse trompettist Bart Maris mag beginnen. Eerst op piccolotrompet en dan op bugel strooit hij zijn noten uit over de zaal in een continue stroom. Het ritme doet zijn intrede als hij gezelschap krijgt van drummer Yonga Sun. Melodische patronen leggen zij ons voor, die door hoornist Morris Kliphuis moeiteloos worden voortgezet. Even breken ze hier met de code: Kliphuis vraagt Maris nog even te blijven, samen blazen ze verstilde noten. De komst van Bram Stadhouders, vijf minuten later, brengt het tempo naar beneden. Stadhouders laat hier weer horen als gitarist vooral te excelleren in het fijnzinnige metier. Aan bassist Stefan Lievestro krijgt hij een goede partner. Vijf minuten contemplatie is het devies.

Je hoeft als musicus natuurlijk niet altijd aan te sluiten bij wat er gaande is. John Dikeman kiest er juist voor om de stilte aan flarden te blazen. Vanuit de coulissen horen we zijn ferme uithalen op tenorsax. Lievestro schakelt over op elektronica en Dikeman voert met hoge, afgeknepen klanken langzaam maar zeker het tempo op. Dan beklimt tablaspeler Niti Ranjan Biswas het podium, om met Dikeman een boeiend en krachtig vraag-en-antwoordspel aan te gaan. Na een laatste stevige saxstoot is het de beurt aan Reinier Baas, die naadloos aansluiting vindt bij Biswas. Mooi is ook de combi die hij aansluitend vormt met de hier vooral experimenterende pianist Fulco Ottervanger. Zijn percussieve spel past prima bij het wat stevigere gitaarspel van Baas. De verstilling zoekt Ottervanger in het hierop volgende duet met stemkunstenares Sanne Rambags. Haar hoge uithalen en wendbare stem vormen een prachtig geheel met de hoge noten die Ottervanger uit zijn piano tovert en waarbij hij vooral onder de klep is te vinden.

En dan doet accordeonist Tuur Florizoone zijn intrede en start de boeiendste vijf minuten van de avond. Florizoone en Rambags blijken elkaar meer dan goed aan te voelen, in een aardse intensiteit voorzien van een voorzichtige ritmiek. Je houdt als luisteraar de adem in. Iedere noot valt hier perfect op zijn plek. Florizoone's zachte, hoge noten klinken als een zomerbries, terwijl Rambags' gefluisterde woorden eromheen cirkelen. Pure fragiliteit. De combi Florizoone met altsaxofonist Ben van Gelder is al net zo de moeite waard. Prachtig melodieus materiaal leveren de twee ons hier, die combi van accordeon en altsax willen we vaker horen! Melodieus is tevens het duet van Van Gelder met pianist Harmen Fraanje, die tot slot al even harmonieus, gegrond in de beste jazztraditie, solo mag eindigen.

Het zit er weer op. Waarbij wel weer opvalt dat de jazz nog steeds een mannenwereld is. Twaalf heren stonden er op het podium en slechts één vrouw. Die wist overigens wel het meest te raken, dat dan weer wel. Maar alles bij elkaar een mooie en onverwachte avond. Op naar de vijfde editie.

Concertfoto's: Paul Janssen

Labels:

(Ben Taffijn, 11.1.18) - [print] - [naar boven]



Cd
1000 - '1000 Anthems To Work On A Good End' (Umland/El Negocito, 2017)

Opname: 15 januari 2017

Het is geen alledaags gegeven dat een nationale hymne in een andere context wordt gespeeld dan om de eer van de natie hoog te houden. Nog ongewoner is het dat muzikanten er hun speeltuin van maken. Op zoek naar nieuw materiaal popte bij Jan Klare en co het idee op om nationale volksliederen te gaan bewerken. De saxofonist/fluitist was al langer geboeid door luistergewoonten en verwachtingen. Van de vraag hoe melodieën inwerken op mensen is het niet zo'n vergezochte sprong naar muziekstukken die bedoeld zijn om grote groepen mensen achter een bepaalde vlag te laten lopen. Daar dan een nieuw repertoire rond bouwen mag dan weinig evident klinken, met 1000 wordt het een verrassende reis langs verre werelddelen.

1000 is een kwartet van muzikanten die graag improviseren, dus hoeft het niet te verbazen dat de cd opent met een eigen uitvinding - een om een cd vol vrije muziek mee te beginnen. Dan volgt een knap ingevuld spanningsveld tussen structuren die vastliggen en originele bewerkingen. Dat betekent hier dat grenzen aan het schuiven gaan, want deze jongens kleuren niet enkel buiten de lijntjes, zij spelen er mee alsof ze elastisch zijn. De blazers Klare en Maris vullen elkaar schitterend aan in harmonische en minder orthodoxe speelwijzen, met de geweldig creatieve ritmetanden van De Joode en Vatcher erom heen.

Soms kan je er op '1000 Anthems To Work On A Good End' niet naast dat je een vertolking hoort van een nationaal volkslied, bijvoorbeeld wanneer je een duidelijke verwantschap hoort met westerse, militaire marsen of een toegankelijke, statige melodie. Daarbij klinkt een verband met folk en kleinkunst soms niet ver weg. Wat verder zou je dat weer bijna vergeten, bijvoorbeeld als de sierlijke noten van de blazers en het regelmatige slagwerk je meevoeren naar een karavaan die traag opschiet door een warm en dor gebied. Als de rijkdom van de percussie dan meer doet klingelen dan aan karren of lastdieren kan hangen te klingelen, als de muzikaliteit van een verre realiteit met veel verbeelding wordt verklankt. Als dan tussendoor ook nog enkele feestelijke thema's voorbij komen dansen, zo geinig dat je vanzelf vrolijk wordt, dan verlies je zelfs uit het oog dat het gekozen materiaal vooral afkomstig is uit Aziatische conflictgebieden met bloederige geschiedenissen.

De keuze van de nationale hymnes lijkt uit te zijn gegaan naar gebieden die door hun strategische ligging niet gespaard zijn gebleven van veroveringszucht en totalitaire regimes. (Het hadden er dus misschien net zo goed van dichterbij kunnen zijn.) Reeksen van volksliederen die elkaar in de 20ste eeuw opvolgden in Cambodja en Afghanistan beslaan het grootste deel van dit album. Daartussen zitten het eigen 'Refugia', een oud volkslied van China en een van Syrië. Na de Afghaanse reeks volgen er nog twee van Niue (een eiland in de Grote Oceaan), waarna de cd wordt afgewikkeld in een staat van korte bezinning. Zonder politieke statements te maken raakt de muziek wel aan onderwerpen en tendensen die pijnlijk kunnen uitdraaien. De groepsbewegingen zijn muzikaal soms warm en dan weer kil en rafelig, maar de vluchtelingenproblematiek wordt nergens expliciet in verband gebracht met klimaatveranderingen. Het viertal sleutelt en morrelt intuïtief en op het gevoel aan volksliederen en doet dat zowel met speelplezier en humor als ernst. Om dat live te doen, moesten ze intussen op zoek gaan naar een nieuwe vierde man – sinds kort is dat pianiste Marta Warelis. Op deze cd hoor je nog hun jarenlange drummer van dienst, Michael Vatcher, die in 2017 terug naar de USA is verhuisd.

1000 zien en horen is een belevenis, de cd '1000 Anthems To Work On A Good End' verdient minstens een plaatsje als unieke voetnoot in een gedurfde geschiedenis van de muziek.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels:

(Danny De Bock, 10.1.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Stralende snaren in schitterend spookhuis

Cuerdas, zaterdag 6 januari 2018, Museum De Vosbergen, Eelde

Is het verstandig om u Museum De Vosbergen aan te bevelen als intiem en sfeerrijk concertpodium? Kijk, het is natuurlijk een voortreffelijk onderhouden, ruim bemeten villa uit 1890 op 110 hectare bosgrond. De vier meter hoge concertzaal is, mede dankzij het parket, qua akoestiek pico bello. Je zit er midden tussen 800 historische muziekinstrumenten, in vitrines, in de vensterbanken, aan de muren, op de schoorsteenmantels en gewoon nonchalant in de hoeken. Hele klarinetfamilies natuurlijk, tot en met een Griekse aulos van 500 jaar v.C. Maar ook trompetten met extra klankkamers, wonderlijke trombones met haakse hoeken, ophicleïdes, serpenten en - de nieuwste en oudste aanwinst - witte benen kleppers in de vorm van handjes uit het Egypte van omstreeks 1700 v.C. De deskundigen zijn er nog niet uit hoe precies ze gebruikt werden.

Ook hoe je door het echtpaar Dick en Rieteke Verel ontvangen wordt, dat de collectie in zes decennia bijeenbracht en restaureerde, niets dan lof. ("Een biertje? Dat haal ik wel even voor u uit de kelder.")

De muziek dan. Hoewel de bezoekers van de kamerconcerten die de Verels hier om de paar weken organiseren gewend zijn aan en verwend zijn met adembenemende sopranen, stijlvaste strijkkwartetten en een enkele singer-songwriter, vallen de verrichtingen van Cuerdas in vruchtbare aarde. Het snarentrio combineert de flamencogitaar van Pascal 'Pascalito' Binneweg met de gipsyswing van Don Hofstee op gitaar en viool en de allround jazz van bassist Bert van Erk.

Binneweg, die de meeste stukken schreef, heeft een fascinatie voor de Cermona's, die in het bevrijde Spanje van na Franco de traditionele flamencomuziek optuigden met pop, afro en jazz. Zijn 'Tango Carmona' getuigt ervan en in feite is dat ook het hele concept van Cuerdas. De flamencodans hoor je in het klakken van de hakken van de musici. Zelf is Pascalito een uiterst solide ritmegitarist en in zijn bewerking van een Spaans mijnwerkerslied zingen de instrumenten de ontbrekende tekst. In het stuk 'In A Gentle Way' beweegt het trio in een aangename golfbeweging, als een perfecte machine. Het swingt robuuster nog in Hofstee's walsje 'Sugar Island', dat de componist aan zijn Eilandjes van Langerhans heeft opgedragen ("ik denk, daar wordt niet zoveel voor geschreven, voor die eilandjes"). Wat heeft die Hofstee een lekkere Django-sound. Een samba heeft de allure van een standard. De muzikanten stralen eenheid en speelplezier uit. Dus ook dat was eigenlijk allemaal prima de luxe.

Het probleem was en is: je moet er natuurlijk wel op stuiten, op dat landgoed en zijn villa. Want, zo bekenden enkele inheemsen mij, zelf hadden ze er ook wel moeite mee, zo in het donker. Kijk, je verlaat de bebouwde kom ergens in het zuidoosten, richting vliegveld zeg maar en dan duik je ergens in de bosrand een zwart zandgat in dat een soort spooklaantje blijkt en zich al snel tot een redelijk uitgestrekt spookdoolhof ontwikkelt en op dat moment gaat Tante Tom Tom kuren vertonen en dan eindelijk, ergens in de verte tussen de bomen door, zie je een verlicht venster. Wanneer je tot dan toe alle kuilen hebt weten te ontspringen, is het nog maar een peuleschil.

Ik hoop dat de muziekminnaars die in de buurt van Huis De Duinen verdwaalden, of nog verder Lappenvoort in, helemaal tot aan de Eelder Schipsloot misschien wel, dat die inmiddels gevonden zijn.

Labels:

(Eddy Determeyer, 9.1.18) - [print] - [naar boven]



Cd's
Tom Rainey Obbligato - 'Float Upstream' (Intakt, 2017)

Opname: 26 januari 2017
Borderland Trio - 'Asteroidea' (Intakt, 2017)
Opname: 18 december 2016
Elliott Sharp, Mary Halvorson & Marc Ribot - 'ERR Guitar' (Intakt, 2017)
Opname: 25-26 juli 2016

Een belangrijke rode draad in de catalogus van het Zwitserse Intakt Records is de aandacht voor de New Yorkse avant-garde. Vrij recent zagen drie albums van vertegenwoordigers van deze stroming het licht. De drie albums delen het een en ander; de musici die we horen spelen immers allemaal op regelmatige basis met elkaar samen, maar kennen ook de nodige opmerkelijke verschillen.

De eerste betreft het nieuwe album van Tom Rainey's kwintet Obbligato. In 2014 viel het eerste titelloze album reeds op door de keuze van het materiaal; het is volledig gevuld met jazzstandards. Op het recent verschenen 'Float Upstream' trekt Rainey deze lijn door. Ook hier zes standards, die gekozen zijn door het kwintet. Alle musici voelen iets van een band met deze stukken. Met het kiezen voor standards benadrukt Rainey de tweeledigheid van hedendaagse jazz op onmiskenbare wijze: er zijn individuele bijdragen en er is samenspel. Die twee staan op gespannen voet met elkaar, zoals altijd. En dan zijn het ook nog eens voor een belangrijk deel heel bekende stukken. Zoals opener 'Stella By Starlight' uit 1944, een stuk van Victor Young uit de soundtrack van de film 'The Univited'. Trompettist Ralph Alessi komt met de fragiele melodie, waar saxofoniste Ingrid Laubrock zwoel tegenaan schurkt. Of neem Cole Porters 'What Is This Thing Called Love'. Het tempo ligt hoog bij de beide blazers en de ritmetandem, Rainey en bassist Drew Gress, stookt het vuur hoog op. En dan is daar pianiste Kris Davis, clusters noten in het rond slingerend. Het kwintet presenteert ons hier een opmerkelijk vitale lezing van deze klassieker. In Bob Haggarts 'What’s New' horen we allereerst Gress in een prachtig beeldende solo, gevolgd door ingetogen aanslagen van Davis, Laubrock op sopraansax en Rainey bescheiden op de achtergrond. Als dan Alessi het front komt versterken, ontstaat andermaal dat eclatante samenspel. In al deze nummers en tevens ook in degenen die we hier niet noemen, valt op hoe goed die individuele bijdragen passen in het grotere geheel. Hoe goed dit kwintet erin slaagt om een coherent stuk neer te zetten, terwijl ieder lid tevens optimaal de ruimte krijgt.

Kris Davis is ook een van de leden van het kersverse Borderland Trio, dat verder bestaat uit bassist Stephan Crump en drummer Eric McPherson. De aanduiding 'een van de leden' is een terechte, aangezien dit allesbehalve een traditioneel pianotrio is waarin de pianist automatisch de leidersrol heeft. Het debuut 'Asteroidea' maakt duidelijk waar we het over hebben. Opener 'Borderlands', dat met bijna een half uur ongeveer de helft van het album beslaat, is een aan minimal music refererende ritmische compositie, waarin de drie leden om beurten de toon zetten en tegelijkertijd samen voor een coherent geheel zorgen. Davis is dus duidelijk niet de leider, maar speelt om een andere reden wel een heel belangrijke rol binnen dit trio, en wel door het geluid van haar piano. Door alle preparaties gelijkt de klank maar al te vaak op alles, behalve op een piano. In de overige stukken op dit album speelt het ritme eveneens een belangrijke rol. Zo heeft 'Flockwork' een bijna tribaal karakter, met name door het spel van McPherson en ook hier is het weer Davis' klank die een bijzondere wending aan het stuk geeft.

'ERR Guitar' bestaat uit een set van duo-opnamen, die gitarist Elliott Sharp in de zomer van 2016 maakte met respectievelijk Marc Ribot, met wie hij reeds 30 jaar samenspeelt, en met Mary Halvorson, die hij inmiddels een decennium kent. Aangevuld met twee triostukken, die echter niet als zodanig werden opgenomen. Zo speelde Halvorson haar bijdrage voor 'Blindspot', waar het album mee begint, pas later in. Dat nummer is overigens een zeer sfeervolle improvisatie van in elkaar vloeiende klanken. Een gemene deler in de stukken - en het maakt wat dat betreft niet uit of Sharp nu met Ribot speelt of met Halvorson - is de afwisseling van ritmische en melodische fragmenten met vaak gewaagde klankexperimenten. Voeg daarbij het veelvuldig gebruik van elektronische hulpmiddelen en u krijgt een idee wat u bij het beluisteren te wachten staat. Waarbij het er over het algemeen redelijk beheerst en ingetogen aan toegaat. De intimiteit van het duo staat op dit album duidelijk voorop. Maar het is waar wat Sharp zelf opmerkt over de muziek: "It revels in its twists and turns, its imperfections, breaks and its provocations while springing from a postive and heartfelt vision."

Labels:

(Ben Taffijn, 8.1.18) - [print] - [naar boven]



Festival
Brokkenfestival 2017

zaterdag 30 december 2017, Bimhuis,
Amsterdam


Het is Corrie van Binsbergen weer gelukt om met een sterke programmering het publiek te vervoeren met een delicate aaneenschakeling van vernieuwende optredens van bevlogen muzikanten. In het sfeervolle Bimhuis, waar je op de achtergrond een fraai uitzicht hebt op het altijd drukke Amsterdam, werd de avond geopend door Sólin. Roosmarijn Tuenter beschikt over een mooie krachtige stem en bespeelt haar viool op een schitterende manier, ook als tokkelinstrument. Bassist Sjoerd de Roij en drummer Mees Siderius vullen haar met veel gevoel aan. Binnen no-time bevind je je in een andere wereld, waarin folk en pop samen een nieuw genre ontwikkelen.

Maar het programma moet door met het uitserveren van lekkers en dus wordt Too Noisy Fish aangekondigd, zeg maar de ritmesectie van Flat Earth Society. Dit trio, bestaande uit Peter Vandenberghe (piano en composities), Kristof Roseeuw (bas) en Teun Verbruggen (drums), pakt het publiek meteen in met een aantal composities waarin met name Vandenberghe met groot enthousiasme en op originele wijze soms volkomen los gaat. Op andere momenten wordt het uiterst ingewikkelde samenspel weer teruggebracht tot een bijzondere melodische ballad.

Een korte pauze is de opmaat naar een ander onderdeel van het programma. De zichzelf op piano begeleidende zangeres LAVALU krijgt de zaal stil en in vervoering door haar bijzondere stem en frasering, eigenwijze composities en haar sterke pianospel.

Vervolgens treedt Alan Purves aan, een bijzondere Schotse percussionist, die vanavond uitsluitend met allerlei speelgoed binnen de kortste keren een akoestisch landschap weet te creëren. Dit combineert hij met de nodige humor. Als hij een gordel van opblaasganzen heeft omgeknoopt en spontaan bij iemand uit het publiek op schoot gaat zitten, lijkt dit onschuldig. Maar op het moment dat hij weer opstaat leidt dit tot een hilarische kakofonie aan geluid door de zich met lucht vullende ganzen. Succes verzekerd. Fantastisch om te zien hoe Purves erin slaagt met gevonden voorwerpen een universum te creëren waarin je langer wilt blijven.

Dianne Verdonk ontwikkelt en bouwt haar eigen instrumenten. Haar prachtige stemgeluid combineert perfect met de unieke soundscapes die ze met haar instrumentarium weet te creëren. De Diantenne is een metalen plaat, die door buigingen en ritmisch getik zeer bijzondere effecten produceert. Een enorm soort zitzak die uitloopt in een trechter, de bellyhorn, blijkt eveneens bijzonder sfeervolle geluiden te produceren als Verdonk haar hoofd al zingend daarin steekt.

En dan komt Corrie van Binsbergen zelf aan bod. In haar reeks projecten met schrijvers wordt nu 'Olijven moet je leren lezen' voorbereid. In het voorjaar moet dit in première gaan. We krijgen alvast een voorproefje, waarbij schrijfster Ellen Deckwitz een passage uit haar boek op een aangename manier voorleest en Van Binsbergen op onnavolgbare wijze perfect bij de teksten aansluitende klanken uit haar gitaar tovert. Het begrip luisterboek krijgt zo een volledig nieuwe betekenis. Dit smaakt zeker naar meer.

Het slotakkoord van de avond wordt verzorgd door Dimlicht, een sextet met bijzondere samenstelling. Doordat het programma iets uitliep kon ik dit helaas niet meer meemaken. Volgend jaar graag weer een Brokkenfestival!

Klik hier voor foto's van deze avond door Johan Pape.

Labels:

(Johan Pape, 6.1.18) - [print] - [naar boven]



Cd
Glerum Omnibus – 'Handful' (Favorite, 2017)

Opname: 4 juli 2016

Dat bassist Ernst Glerum de laatste jaren meer en meer de 'traditionele' kant op lijkt te gaan, is iedereen opgevallen die hem een beetje volgt. Nee gekkie, niet op de asociale media bedoel ik, maar met de Instant Composers Pool, zijn eigen Omnibus of via zijn albums. Zijn mini-album met pianist Uri Caine van drie jaar eerder bevatte al louter evergreens.

Een voordeel van al dat gewroet in het hiervoormaals is dat je alle kanten op kunt - want deze lieden laten zich niet in hokjes stoppen. Zo stopt de Omnibus in 'Fifth' (dat is de derde halte hier) bij het Les McCann Trio van 1969. Maar dan alsof de muzikanten nog teenagers zijn, een beetje ongedurig, tikje wild, die voor het eerst met dit soort souljazz geconfronteerd worden. 'Sriwanah' is opgedragen aan bassist Victor Kaihatu en drummer Broer Pronk. Dus geen wonder dat je hier met Howard Hughes in hoogsteigen persoon mee mag vliegen, in zijn Sikorsky, in het maanlicht boven de Tik Kumai baai. Ik bedoel, veel romantischer wordt het niet, jongens en meisjes (o sorry, dat mag je niet meer zeggen). Mensjes dus.

Philly is dood, leve Jamie. Ik denk niet dat ik de enige ben die altijd vrolijk wordt als hij Jamie Peet achter de vellen en de deksels ontwaart. Jamie is hier ontegenzeglijk ook zeer aanwezig, als een kind dat eropuit is meer dan een derde van de taart binnen te hengelen. En hoor hem bezig met de vegertjes, zo vormvast en zo genuanceerd, hoe hij het ritme springlevend houdt. Ik maak me sterk dat Jamie vroeger in de klas de grootste moeite had langer dan een halve les stil te zitten.

Pianist Timothy Banchet is een vis die zich in alle wateren thuis voelt. In zijn eigen compositie 'Cuaida' is hij een zalm die barstend van de energie tegen de stroom inspringt. Glerum zelf leverde niet alleen de helft van het gespeelde materiaal, hij is ook echt de leider. Leider in de zin van scout. Heel duidelijk is dat in 'Kinda Trouble' en 'Cry Me A River'. Maar ook in de overige nummers kun je niet om zijn stuwende pizzicato's en loepzuivere arco's heen.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels:

(Eddy Determeyer, 5.1.18) - [print] - [naar boven]



Festival
Aangenaam en eigenzinnig

Stranger Than Paranoia: Elliot Galvin Trio & Jasper Høiby Fellow Creatures, woensdag 27 december 2017, Paradox, Tilburg

Altsaxofonist, componist, bandleider en concertprogrammeur Paul van Kemenade heeft dit jaar vol verve de jubileumeditie van zijn festival Stranger Than Paranoia georganiseerd. De eerste editie vond plaats in 1993 in Paradox. Inmiddels is het festival toe aan de 25e editie, die van 23 tot en met 29 december uitbundig werd gevierd in verschillende steden. Het credo is nog steeds de dagen tijdens het kerstreces vullen met de lichtheid en sprankeling van grensverleggende, geïmproviseerde muziek. Op woensdag na kerstmis krijgt dit gestalte door twee droomformaties uit het Verenigd Koninkrijk met als onderschrift: 'Paranoia goes Exit Brexit'.

Een zachte hoge toon, in een verstilde sfeer, vraagt bij aanvang van het optreden van het Elliot Galvin Trio ogenblikkelijk om aandacht. Drummer Simon Roth is verantwoordelijk voor het verfijnde geluid, afkomstig van een licht getoucheerde kleine metalen kom. De gestreken baslijnen en de meanderende, pastorale pianoklanken maken al direct bij aanvang duidelijk dat een onorthodoxe aanpak het handelsmerk van dit trio is. De relatief onbekende, jonge Galvin ontpopt zich deze avond niet alleen als een onderscheidend en creatief pianotalent. Hij bespeelt een variëteit aan andere instrumenten, waaronder een gemodificeerde melodica en een elektrische speelgoedgitaar! Gedurende het enerverende optreden schakelt het trio moeiteloos van hogere tempi naar grillige tegendraadsheid, in een zuiver akoestisch setting of juist voorzien van elektronica. Om de klankkleuren te veranderen wordt de voortstuwende contrabas van Tom McCredie incidenteel ingewisseld voor de elektrische gitaar. Elliot Galvin kan de piano, voorzien van allerlei randapparatuur, afwijkend laten klinken. Deze effecten zorgen voor een rauw randje, een kwinkslag of een eigenzinnige draai in de muziek. Hij laat de elektronisch geladen piano klinken als een klavecimbel, beroert rechtstreeks de snaren van de vleugel of bespeelt de speelgoedgitaar om de sound naar zijn hand te zetten. Overwegend aangenaam, vreemdsoortig en soms prettig chaotisch. Daarbij verliest Roth de ritmische cadans nooit uit het oog.

Tussen het Elliot Galvin Trio en Jasper Høiby Fellow Creatures duikt de mystery guest Earl Okin op. Deze zorgt, ter overbrugging en voorzien van een soort vrolijke meligheid, voor een aantal standards en bossanovaliedjes. De kwalitatief hoogstaande muzikale avond wordt er lichtelijk door ontsierd. Niet meer doen!

De Deense Jasper Høiby behoort inmiddels tot een van de meest spraakmakende bassisten uit de moderne jazz. Het meest bekend is Høiby van het trio Phronesis. Maar in zijn door blazers gedomineerde Fellow Creatures worden nieuwe ideeën uitgewerkt. Deze door Britten gedomineerde band bestaat, naast Høiby, uit Laura Jurd op trompet, Mark Lockheart op tenorsaxofoon, Will Barry achter de piano en Corrie Dick op drums. De balans tussen de uiteenlopende composities en de individuele bijdragen is om van te watertanden. Vooral de muzikale impact van de voortdurende dialoog tussen de trompettist en saxofonist is markant en duizelingwekkend mooi. Deze blazerstandem zorgt voor de signature van deze groep. Jurd en Lockheart kunnen een verfrissend samensmeltend geluid produceren, maar ze kunnen hun individuele bijdragen ook op een volstrekt natuurlijke wijze uit elkaar laten lopen. Ook de kort op elkaar geplaatste muzikale statements, als een vraag-en-antwoordspel, zijn aanvullend of juist contrastrijk en altijd bomvol spanning. Opvallend genoeg is Høiby deze avond niet de dominante solist. Hij is de vormgever en componist, maar solistisch gelijkwaardig en ook vaak, met een mooi en indrukwekkend contrabasgeluid, slechts dienend aan het intrigerende muzikale geheel. De setlist wordt op democratisch wijze op het podium bepaald. Deze band klinkt als een klok en heeft nog heel wat in petto!

Klik hier voor foto's van deze festivalavond door Louis Obbens.

Tip: in het voorjaar van 2018 spelen Elliot Galvin en Laura Jurd samen in de vernieuwende groep Dinasour in Paradox.

Labels: ,

(Louis Obbens, 4.1.18) - [print] - [naar boven]



Cd
De Beren Gieren - 'Dug Out Skyscrapers' (SDBAN, 2017)


Het trio De Beren Gieren timmert al even aan de weg en kan intussen een indrukwekkend parcours voorleggen. In 2012 wonnen ze Jazz Hoeilaart, terwijl de groep inviel omdat een van de geselecteerde finalisten er niet bij kon zijn. Sindsdien versierden ze optredens in zowat heel Europa. Daarnaast spelen ze elk in nog enkele andere groepen en valt vooral pianist Fulco Ottervanger op in mediaberichtgeving, onder andere als stadscomponist van Gent. Het drietal bracht in het najaar met 'Dug Out Skyscrapers' de wellicht voorlopig beste plaat van De Bieren Gieren op de markt. De elektronica die zij al een tijd aanwenden, wordt nu bijzonder vernuftig ingezet.

Hun vorige langspeler 'One Mirrors Many' stak ook al weloverdacht in elkaar, maar hier balanceren humor en lichtvoetiger spel op indrukwekkender wijze met ernst en zeg maar zwaarwichtige ideeën. 'Dug Out Skyscrapers' presenteren zij als geïnspireerd op mogelijke verhalen die toekomstige archeologen zullen samenstellen op wat zij opgraven uit onze tijd.

Het album opent elegant met 'Broensgebuzze 9' en dat straalt meteen een volwassen sérieux uit. Sierlijk en ernstig klinkt het ook verderop, bijvoorbeeld in 'De Belofte Treurwals', waar het trio, met een hen kenmerkende speelse spot, de drang naar grandeur een draai geeft en een fascinerende evenwichtsoefening in elkaar sleutelt. Die fraaie bewegingen passen in het coherent opgebouwde geheel van de plaat, die diep ingaat op onvermijdelijke tijdelijkheid. Het spooky 'Voorlopige Dagen' is een van de nummers die daarbij een onheilspellende kaart trekken. Elektronische effecten en trage, nogal monotone drums begeleiden gefragmenteerde, melodische lijnen. Als luisteraar kan je er, zoals wat later in 'We Dug Out Skyscrapers', makkelijk associaties bij maken met voorbijglijdende en uit elkaar waaiende wolkenlandschappen. Hier lijkt ook een eerste keer een radarwerk aan bod te komen - dat gaat haperen.

Een brede waaier aan invloeden komt nu hechter dan ooit samen in dit sterke bouwwerk. Donkerder en kunstzinniger dan op hun vorige werk blijft het trio trouw aan hun speelse vindingrijkheid. De Beren Gieren hebben zich altijd al fantasierijk getoond, steeds verwerkten zij ook rockinvloeden in hun muziek. Die vind je onder meer terug in 'Weight Of An Image', dat geweldig krachtig uithaalt met luide drums en meeslepende tempowisselingen. Al vanaf hun beginperiode leken zij tevens een zwak te hebben voor expressionistische films en die indruk geven zij nog, misschien het meest bij 'Oude Beren'. Het trio klinkt op hun nieuwste schijf dan ook soms typisch De Beren Gieren, maar alweer een aantal grote passen vooruit. Niet verwonderlijk dat sommigen dit de beste Belgische jazzplaat van 2017 vinden!

Beluister hier 'We Dug Out Skyscrapers'.

Labels:

(Danny De Bock, 2.1.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Musiceren vanuit het vertrouwen dat je elkaars taal verstaat

Irène Schweizer & Han Bennink, woensdag 27 december 2017, Bimhuis, Amsterdam

De Zwitserse pianiste Irène Schweizer, een van de grondleggers van de Europese jazz, kwam al vroeg in aanraking met de Zuid-Afrikaanse jazz. Ze is reeds sinds begin jaren zestig bevriend met de drummer Louis Moholo-Moholo. Hij speelde op dat moment in de Blue Notes, een groep bestaande uit in exile levende Zuid-Afrikaanse musici onder leiding van de pianist Chris McGregor. De band speelde regelmatig in Jazzcafe Africana in Zürich en het was daar dat Schweizer deze muziek ontdekte en ging waarderen. Die waardering was wederzijds. Schweizer voelde zich eveneens gezien en gewaardeerd, iets wat voor vrouwen binnen de jazz in die tijd allerminst vanzelfsprekend was.

Nu, zoveel decennia later, is die muziek een onlosmakelijk onderdeel geworden van haar muzikale identiteit en bepaalt het op vanzelfsprekende wijze het duo-optreden met Han Bennink, die ze overigens ook al een halve eeuw kent. De twee ontmoetten elkaar voor het eerst in 1966 op het jazzfestival van Lugano en spelen sinds drie decennia regelmatig als een duo. In 2015 leidde dit nog tot 'Welcome Back', het tweede bij Intakt Records verschenen album na het titelloze debuut van het duo uit 1996.

Hier in het Amsterdamse Bimhuis staat een serie relatief korte stukken op het programma, waarin Schweizer duidelijk de leiding neemt. Zij zet de sfeer, reikt de melodische patronen aan waarin de Zuid-Afrikaanse muziek op flamboyante wijze doorklinkt en weet te overtuigen met haar puntige, klare stijl. Schweizer houdt duidelijk niet van opsmuk. Iedere noot die hier klinkt, moet ook klinken. Bennink sluit hier groots op aan. Hij heeft er duidelijk schik in en geniet zichtbaar van Schweizers stuwende spel. Bennink speelt ritmisch, zijn spel is nog steeds scherp en doeltreffend, swingend, maar met de voor hem kenmerkende speelsheid, losheid en ontwapenende bravoure. Bij vlagen ongemeen fel en opzwepend. Meestal gezeten achter zijn drumstel, maar we kennen hem maar al te goed: drummen op de vloer van het podium levert eveneens prachtige resultaten op.

De twee zijn na al die jaren duidelijk aan elkaar gewaagd. Ze hebben respect voor elkaars kunnen, maar durven ook hun eigen weg te gaan. Beiden musicerend vanuit het vertrouwen dat ze elkaars taal verstaan. Een hoogtepunt van die samenwerking zit in de tweede set. Bennink kiest het ruime sop in een stevige, ritmische solo. Schweizer kijkt het even aan en duikt dan onder de klep van de vleugel. Het leidt tot een al even ritmische serie geluiden, precies datgene biedend wat hier nodig is.

Foto's: Geert Vandepoele

Labels:

(Ben Taffijn, 31.12.17) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Roscoe Mitchell - 'Bells For The South Side' (ECM, 2017)

Opname: september 2015

'Bells From The South Side', het dubbelalbum dat saxofonist Roscoe Mitchell onlangs uitbracht bij ECM verscheen in diverse jaarlijstjes. Hier kwam hij nog niet aan bod. Een omissie, tijd om het goed te maken. Mitchell is tenslotte niet de eerste de beste. Hij stond vijftig jaar geleden aan de wieg van de in Chicago gevestigde Association for the Advancement of Creative Musicians (AACM) en was daarmee een van de grondleggers van de belangrijke Chicago-scene. 'Bells From The South Side' moet gezien worden in het licht van die organisatie, het werd opgenomen in dezelfde ruimte waar in 2015 een tentoonstelling gewijd aan het jubileum van de AACM te zien was; de vier slagwerkers op dit album maakten gebruik van de in het kader van deze expositie opgestelde percussie.

De composities op deze plaat getuigen van een grote diversiteit. Er zijn een aantal stukken voor triobezetting - voor dit album bracht Mitchell een viertal trio's bij elkaar - en een aantal stukken voor de complete bezetting. In 'Six Gongs And Two Woodblocks' en 'R509A Twenty B' horen we Mitchell met rietblazer James Fei en percussionist William Winant. Beiden zijn collega's bij het Mills College, waar hij als professor aan verbonden is. Afwisselend horen we Mitchell en Fei met weldadige klanken, vaak sterk in het hoge register. Winant decoreert het geheel met zeer intieme percussie. Vooral in 'Six Gongs And Two Woodblocks' leidt dit tot bovenaardse, bijna mystieke klanken, alsof we in een andere wereld zijn aanbeland. Met het tweede trio, dat naast Mitchell bestaat uit trompettist Hugh Ragin en slagwerker Tyshawn Sorey nam Mitchell 'Prelude To A Rose' op. Een ballad-achtig stuk waarbij vooral het samenspel van de drie vermeldenswaard is. Op poëtische wijze geven ze invulling aan deze prelude, bij tijden melodieus, maar regelmatig ook zoekend, verkennend, soms bijna schuchter klinkend. En bijzonder: Sorey speelt hier trombone!

Percussionist Kikanju Baku en pianist Craig Taborn vormen met Mitchell het derde trio en 'Dancing In The Canyon' is zonder meer een van de hoogtepunten van dit album. De drie musici creëren hier een ongekende maalstroom van geluid en nemen de luisteraar mee op een bizarre trip. Tot slot hebben we het trio dat Mitchell formeerde met twee musici waarmee hij reeds sinds de jaren zeventig regelmatig samenspeelt, bassist Jaribu Shahid en percussionist Tani Tabbal. Ze spelen 'Prelude To The Card Game, Cards For Drums, And The Final Hand'. Bijzonder is hier allereerst het duet van Mitchell met Shahid, die hier de strijkstok gebruikt. Beiden trekken met hun instrument gevoelige lange lijnen. Aansluitend mag Tabbal soleren. Golven geluid rollen door de ruimte, stuwende roffels afgewisseld met oosters aandoende klanken op de bekkens.

Buiten deze stukken voor triobezetting bevat het album zoals gezegd nog een zestal stukken voor de complete bezetting. In 'Spatial Aspects Of The Sound' krijgt u daarbij wat de titel belooft. We horen Taborn met spaarzame, nagalmende pianoaanslagen, die doorgezet worden door de percussie. Het stuk doet daarbij meer denken aan de muziek van componist Morton Feldman dan aan jazz. Dat slagwerk, vier zeer uitgebreide sets, maakt een groot deel uit van de klank van de stukken. Zo zit er in 'Panoply' een overweldigende solo van alle slagwerkers tezamen en wordt met de percussie in 'EP 7849' een spookachtige en onheilspellende sfeer gecreëerd. Bijzonder is hier ook de rol van Fei op de contra-altklarinet. De zeer diepe klanken sluiten prachtig aan bij de mysterieus klinkende percussie. In het titelstuk 'Bells For The South Side' krijgen we juist dat, een op een carillon gelijkend klokkenspel met daardoorheen Ragin op zijn piccolotrompet in een fragiele solo. Taborns enigmatische patronen horen we uitgebreid in 'The Last Chord', naast al even mysterieus slagwerk. En tot slot is er het bijna een half uur durende 'Red Moon In The Sky / Odwalla', waarin een uitgebreid klanklandschap wordt geopenbaard, een waardige afsluiting van dit bijzondere album.

In de Jazztube een impressie van de muziek op dit album. Je ziet en hoort Roscoe Mitchell live aan het werk met onder anderen Craig Taborn en Tyshawn Sorey.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 30.12.17) - [print] - [naar boven]



(Cees van de Ven, 30.12.17) - [print] - [naar boven]



Jazzradio / Interview
Hot in Belgium: de Jazz Rules Top 25 van 2017

Een interview met programmamaker Dirk Roels

De dag voor kerst kon je op de Gentse universiteitsradio Urgent FM luisteren naar de Belgian Jazz Rules Top 25 van 2017, de 25 beste jazzalbums van België. Radioproducer en presentator Dirk Roels en zijn team maakten er een drie uur durende show van, met reacties van verschillende muzikanten uit die lijst. De luisteraars van Jazz Rules konden hun favoriete top 3 doorsturen en daar werd een totaallijst van gemaakt. Een gesprek met Dirk Roels over het hoe en waarom van de Belgian Jazz Rules Top 25.

Waar komt het idee vandaan om zo'n top 25 te organiseren met alleen Belgische jazz?

"Het is al het derde jaar op rij dat we dit doen. Omdat we vinden dat er zo veel goede jazz gemaakt wordt in België en dat dit op het einde van het jaar zeker de nodige aandacht mag krijgen. In elk muziekgenre kom je toch lijstjes tegen rond eind december? Waarom dan niet eentje vol jazz van bij ons? In 2015 was het nog een Top 15 die samengesteld was door jazzspecialisten zoals journalisten en organisators. Een jaar later hebben we de Top 15 laten bepalen door de luisteraars en dat was meteen een schot in de roos. Dus hebben we dit jaar gekozen om dit opnieuw zo te doen. Maar aangezien we liefst 93 Belgische jazzalbums hebben kunnen traceren, die uitgekomen zijn tussen januari en december, hebben we er een Top 25 van gemaakt. Waarschijnlijk hebben we zelfs nog een paar albums over het hoofd gezien."

Hoe zou jij zelf die Top 25-lijst omschrijven, zonder de nummer 1 te verklappen?

"Het is volgens mij een staalkaart van de actuele Belgische jazz. En die is uiteraard enorm gevarieerd. Jazz is zoveel meer geworden dan het vroeger was. Niet iedereen zal het hier misschien mee eens zijn, maar ik vind dat je jazz als een ruim begrip moet bekijken. Zoals Dave Holland bij het begin van de uitzending zegt: "I think it's a big umbrella that we live under when we are talking about jazz, and to me it's an inclusive music. So to say that it's got to be this or that, is a mistake." Dat is volgens mij de nagel op de kop. Waar het om gaat is creativiteit, spelplezier, improvisatie, maar ook swing of luistermuziek. In de lijst vind je eerder traditionele bands, maar ook behoorlijke experimentele, of bands die andere genres vermengen in hun muziek. Denk maar aan Nordmann, Dijf Sanders, STUFF. of Veder. Veel jazzpuriteinen haken daar op af. Ik vind het net een positief signaal dat de muziek blijft evolueren en dat vooral de jonge generatie van muzikanten niet meer bezig is met de term 'jazz'. Zij willen af van dat zogenaamde hokjesdenken, van dat labelen van muziekgenres. Wie weet moet ik binnenkort wel de naam van mijn programma veranderen (lacht)."

Je praat tijdens de show ook met heel wat muzikanten die in de Top 25 staan. Hoe waren hun reacties?

"Dat was heel tof. Uiteraard is iedereen die in die lijst staat blij, want het is toch een mooie herkenning van het publiek. Sommigen waren enorm verrast, anderen gingen er van uit dat ze er bij zouden zijn. En waarschijnlijk zullen er ook misnoegd zijn dat ze er niet bij waren. Maar ik denk dat het ook niet onbelangrijk is om dit allemaal een beetje te relativeren. Uiteindelijk was het onze bedoeling om aandacht te vragen voor de Belgische jazz. Daar zijn de muzikanten uiteraard tevreden mee en voor de luisteraars is het, denk ik, aangenaam om zo'n overzicht te krijgen. Het was zeer aangenaam om al die muzikanten te mogen ontvangen. En uiteraard dronken we champagne met de nummer 1!"

Dat is eigenlijk waar Jazz Rules om draait, aandacht vragen voor de Belgische jazz?

"Inderdaad. Een paar jaar geleden toen we begonnen werd er heel weinig Belgische jazz gedraaid op de radio. Intussen is dat al verbeterd. Maar de jazzscene is ook enorm groot geworden en door de verstuiving met andere genres is er ook veel nieuwe interesse in het genre. Die interesse komt van mensen die vroeger eerder sceptisch stonden tegenover alles wat met jazz te maken heeft. Muzikanten zoals Kamasi Washington, of bij ons Stuff., De Beren Gieren, Steiger, TaxiWars en Black Flower hebben daar mee voor gezorgd. Maar ook labels zoals Granvat of Aspen Edities. Die moet je maar eens opzoeken. In Jazz Rules heb ik intussen al zo'n honderd Belgische jazzmuzikanten geïnterviewd. Ik ben altijd nieuwsgierig naar hun verhaal. Ok, er is de muziek, maar ook, hoe komt iemand tot zo'n muziek? Als presentator kun je dat zelf vertellen of je kunt de makers aan het woord laten. Dat is wat wij doen."

Wat waren voor jou de opvallendste Belgische jazzalbums van 2017?

"Dat is moeilijk te zeggen, want er zijn er zoveel (lacht). Persoonlijk vind ik 'Fengling' van Rawfishboys heel mooi. Dat is bijna sacrale muziek. Het album is opgenomen in een kerk en een kapel en je voelt dat. De manier waarop rietblazer Joachim Badenhorst en bassist Brice Soniano samenspelen... puur kippenvel. Maar uiteraard ook De Beren Gieren en Steiger maakten indruk op mij, naast nog zoveel anderen. Internationaal was ik dit jaar vooral verrast door de nieuwe EP van Kamasi Washington, door Binker And Moses, de bigband van bassist Christian McBride. En zeker niet te vergeten: het Craig Taborn Quartet!"

Hoe zie jij de jazz in België verder te evolueren?

"Ik denk dat dit wel goed zit, met al die creativiteit. Aan de ene kant merk je dat er steeds meer kwaliteit bijkomt en aan de andere kant merk je dat er een steeds groter publiek aandacht krijgt voor het genre. Programmatoren van festivals en concertorganisaties zetten de laatste jaren ook meer Belgen op hun affiche, veel meer dan dat vroeger het geval was. We hebben momenteel een echt luxeprobleem in België. En het mooie er aan is dat we spreken over België en niet over Vlaanderen en Wallonië, zoals dat hier al te vaak de gewoonte is (lacht)."

Klik hier om de Belgian Jazz Rules Top 25 te beluisteren.

Labels: , ,

(Maarten van de Ven, 29.12.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Begeesterde hommage aan Albert Ayler

Mars Williams' An Ayler XMas, woensdag 20 december 2017, Zuiderpershuis, Antwerpen

Mars Williams houdt er in Chicago met Witches & Devils al enige jaren de gewoonte op na om hommages aan Albert Ayler in een kerstprogramma te gieten. Voor december 2017 plande hij een internationale kersttournee in, met andere, lokale muzikanten in elke stad die hij aandeed. Omdat het in Antwerpen bedoeld was als een benefiet voor de Oorstofconcerten had een talrijker opkomst niet misstaan, maar de blije gezichten maakten veel goed. Muzikaal werd het een festijn om traditionele kerstliederen als 'O Denneboom', 'Stille Nacht' of '12 Days Of Christmas' verenigd te horen met stukken van Albert Ayler en andere uitingen van free jazz.

Mars Williams is zelf een saxofonist die van verscheidene markten thuis is. Omdat hij jarenlang bij The Psychedelic Furs speelde en vaak met Billy Idol optrad, heeft een breed publiek hem gehoord zonder het te beseffen of te onthouden. In jazzmiddens is zijn naam verbonden met de improvisatiescene van Chicago en groepen als Vandermark 5 of Peter Brotzmann Tentet. Voor het kerstconcert in het Zuiderpershuis stelde hij in samenwerking met de organisatie van Sound In Motion een sextet samen. In de geplande jonge groep sprong euphoniumspeler Niels Van Heertum in het oog, die sinds een paar jaar stevig opmars maakt. De naam die bijna niemand iets zei, was die van pianist Jonas Cambien (die 10 jaar geleden naar Oslo trok om er een jaar te studeren en daar is blijven wonen). Uitgerekend hij zou de enige op het podium zijn die al eerder met Williams had samengespeeld. De groep wijzigde nog op het laatste moment omdat Van Heertum ziek had afgebeld. Enkele uren voor het concert belde drummer Warmenbol daarom naar Bart Maris met de vraag of hij de namiddag en avond nog vrij had.

Dat Maris niet aanwezig was bij de repetities de dag ervoor was wel te zien, maar niet te horen. De doorwinterde trompettist toonde zich de ideale versterking in de voorste rangen. Je zag hem nauwlettend de bladmuziek en Mars Williams in de gaten houden – en die gaf als een enthousiaste leider de richting aan. Door gezamenlijk in te zetten om de eerste krachtlijnen uit te tekenen, lieten de muzikanten direct een kleine schokgolf door de ruimte gaan. Van bij de eerste noten stuurden zij een drang naar sacraliteit à la Ayler de zaal in, de legendarische figuur die John Coltrane de vader had genoemd, Pharoah Sanders de zoon en zichzelf de heilige geest. Tijdens het vervolg kregen zijn vaak schetsmatige aanpak, zijn chaotische kant, zijn drang naar vernieuwing, maar ook zijn verwijzingen naar folk en marsmuziek een doorleefd eerbetoon. Naar de klank en gevoelsmatige manier van spelen van Ayler op sax verwees Williams zelf, die er eigen ideeën en speelgoedinstrumenten aan toevoegde, terwijl traditionele liedjes en materiaal van Ayler de revue passeerden. Overgangen kwamen er op zijn aangeven en daarbij wees hij aan wie de volgende passage speelde. Zo konden alle muzikanten zich tonen in solo's, begeleiding en sfeerschepping, zich smijten in collectieve uitbarstingen of in versnellend tempo toewerken naar een climax.

Mars Williams zorgde voor meer structuur in het geheel dan Albert Ayler dat wellicht ooit deed. Als de groep na een lange aaneenrijging van thema's en improvisaties een warm applaus in ontvangst had genomen, kondigde hij een volgend stuk niet zomaar aan als "another song from our repertoire". Als je erbij was en nadien de nieuwe cd 'An Ayler Xmas' beluisterde, kon je enkele structuren en een aantal blijkbaar wederkerende details herkennen. Met lokale muzikanten, een verschillende instrumentatie en de insteek dat composities van Ayler en uit het publieke domein naar free jazzterrein werden getrokken, kregen we natuurlijk een originele invulling - eentje met het enthousiasme en de ingevingen van het moment. Groots in melodieën en grillige bewegingen schitterden naast Williams toetsenist Jonas Cambien, gitarist Elko Blijweert, drummer Jakob Warmenbol, elk met een klein arsenaal aan extra's, trompettist Bart Maris, die met dempers zijn eigen effecten toevoegde, en de energieke Simon Beeckaert op contrabas. Zij maakten er een onvergetelijke, begeesterde avond van. Sound In Motion zij geprezen!

Concertfoto's: Geert Vandepoele

Deze recensie verschijnt ook op Jazz'Halo.

Labels:

(Danny De Bock, 29.12.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Rawfishboys - 'Fengling' (W.E.R.F., 2017)

Opname: 18-21 juli 2016

De Belgische rietblazer Joachim Badenhorst, ook boven de rivieren een graaggeziene gast, bracht begin dit jaar een duoalbum uit met de Franse bassist Brice Soniano. Ze noemen zich de Rawfishboys. 'Fenging', dat in mooi en stemmig artwork tot ons komt, werd in juli 2016 opgenomen in de Brugse Blindekeskapel en de Sint-Godelieve Abdij, wat volgens de musici van grote invloed was op de composities.

Beide musici zijn geen onbekenden meer. Badenhorst heeft zijn eigen onvolprezen Carate Urio Orchestra, maakt tegenwoordig deel uit van Lama en duikt op de meest onverwachte plekken als gast op. Soniano kennen we onder andere van Ben Sluijs' 3/4 Peace en zijn samenwerkingen met Harmen Fraanje en Lionel Beuvens. Maar hier dus samen op een album met verstilde, zelfs enigszins spirituele composities. Badenhorst op klarinet en basklarinet en Soniano op bas, maar ook op orgel en harmonium.

Het begint allemaal met wat gerust mooi genoemd mag worden. Een lyrische, zuiver geblazen klarinetsolo, redelijk in het hoge register, beeldend zangerig begeleid door Soniano. 'Onze Lieve Vrouw Van Blindekes' heet het stuk. Je zou ervan gaan geloven. In het titelstuk produceert Soniano een golvend, repeterend ritme, waar Badenhorst een wat onbeholpen melodietje bij fluit. Het nummer krijgt daardoor iets gezelligs. Maar we horen hem toch liever op klarinet, bijvoorbeeld in 'Nek Aan Ek' (sic) met een heerlijke meedeinmelodie, terwijl Soniano op het harmonium het ritme verzorgt. Laatstgenoemd instrument horen we natuurlijk vooral in 'Harmonium', een kort, maar bijna spiritueel stuk van Soniano's hand.

En dan is er het intense 'Angel Song'. Badenhorst klinkt hier hemels op zijn basklarinet. Met lange, verstilde lijnen schept hij de sfeer, die versterkt wordt door Soniano's repeterende basspel. Bijzonder is ook het repetitieve patroon dat Badenhorst blaast in 'Yama' en dat eveneens iets transcendents in zich heeft en het enigszins mystieke 'Starliner' met die donkere golvende toon, veroorzaakt door basklarinet en contrabas. Afgesloten wordt er met 'Broen', waarin we Soniano horen op het orgel, ongetwijfeld opgenomen in de abdij.

'Fengling' is een bijzonder album geworden van twee musici die excelleren in het neerzetten van sfeer. Eigenlijk prachtige muziek voor deze regenachtige, sombere maanden. Lekker voor in die luie stoel bij de kachel.

Klik hier om te luisteren naar de titeltrack van dit album, 'Fengling'.

Labels:

(Ben Taffijn, 27.12.17) - [print] - [naar boven]



In memoriam
Roswell Rudd


Roswell Rudd, de man die de hele geschiedenis van de jazztrombone speelde, van Kid Ory tot free en verder, overleed op 21 december 2017. Vier jaar had hij tegen kanker geknokt; hij werd 82.

Roswell Hopkins Rudd jr. werd in Sharon, CT geboren in een muzikaal gezin: beide ouders waren amateurmuzikanten. Op school kreeg hij hoorn- en zangles en als middelbare scholier maakte hij zijn eerste plaatopnamen met een dixielandbandje, Eli's Chosen Six. Zijn grote idool was Tricky Sam Nanton van de Ellington-band. Midden jaren vijftig werkte hij met de goden van de New Yorkse classic jazz scene: Edmond Hall, Eddie Condon, Wild Bill Davison.

Via Herbie Nichols en Steve Lacy, die destijds eveneens actief waren in de traditionele jazz, kwam Rudd in de jaren zestig in de free jazz terecht. Sommigen zullen zich zijn feestelijke optreden met saxofonist Archie Shepp in de Rotterdamse Doelen herinneren, in 1967. De trombonist moest evenwel vaststellen dat gunstige kritieken en DownBeat-prijzen geen belegd brood garandeerden en nam tal van buitenmuzikale klussen aan om het hoofd boven water te houden. Maar ook werk als assistent van Alan Lomax en als muziekdocent.

In de jaren negentig begon Roswell Rudd weer traditionele jazz te spelen, naast zijn overige projecten. Zijn laatste album, 'Embrace', kwam in november uit.

Foto: Cees van de Ven

Labels:

(Eddy Determeyer, 26.12.17) - [print] - [naar boven]



Cd
François Bourassa Quartet - 'Number 9' (Effendi, 2017)


Dit is een album waarop intuïtie en structuur met elkaar in conclaaf gaan. Soms in een en hetzelfde nummer. Zoals in het merkwaardige 'Frozen', dat een gewijde sfeer heeft, maar waarin de piano van baas François Bourassa ook speels op onderzoek uitgaat. Lennie Tristano is niet ver weg, constateren we. En de tenorsax van André Leroux speelt leentjebuur bij de free blazers van het eerste uur. De compositie (al het materiaal komt uit de pen van Bourassa) heeft een soort suitevorm en dat geldt voor meer stukken op deze schijf. Vaak is er sprake van gecompartimenteerde structuren die elk op zich specifieke uitstralingen afwisselen.

'Carla Und Karlheinz' is een nerveuze zoektocht naar, ja, naar wat? Naar de eventuele verwantschap tussen Bley en Stockhausen? Lijkt me nogal een klus. Hier springt de fluit van Leroux rond als een kip die net door heeft gekregen wat het doel is van het pakhuis waarin ze is gehuisvest.

Over Bley gesproken: in '5 And Less' kun je met wat goede wil echo's horen van de eveneens uit Montreal afkomstige pianist en componist Paul Bley en diens zangerige, op lange lijnen gebaseerde idioom. De lyrische uitweidingen van Bourassa sluiten daar in ieder geval mooi op aan.

Een goed voorbeeld van de vrijheid die de structuren van de leider bieden is 'Lostage'. De vergezichten en inzichten wisselen elkaar in snelle opeenvolging af. '11 Beignes' begint pointillistisch, het heeft een dodecafonisch karakter, maar krijgt in de loop van de 6'21" een wat minder abstracte behandeling. Van mij had het ook '111 Beignes' mogen heten.

Afgezien van het wat plichtmatige 'Past Ich' is dit improvisatiemuziek vol beweging en afwisseling, maar met een overwegend cerebrale insteek.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels:

(Eddy Determeyer, 23.12.17) - [print] - [naar boven]



Cd's
Andrew Cyrille Quartet - 'The Declaration Of Musical Independence' (ECM, 2016)

Opname: juli 2014
Trio 3 - 'Visiting Texture' (Intakt, 2017)
Opname: 21-22 juli 2016

Collega Danny De Bock stond in deze blog onlangs uitgebreid stil bij het overlijden van drummer Sunny Murray. In dit stuk maakt hij gewag van de ommezwaai waar slagwerkers als Murray in de jaren zestig voor zorgden: drummen is meer dan het ritme aangeven. Het is een terechte opmerking als het gaat om het spel van Murray. Maar hij was natuurlijk niet de enige. Een andere icoon die deze verandering mede vormgaf is Andrew Cyrille.

Vrij recent bracht hij twee albums uit, een met een kwartet en een met een trio, waarin we die vernieuwende stijl van drummen kunnen beluisteren. Het album van het Andrew Cyrille Quartet, dat naast de drummer bestaat uit gitarist Bill Frisell, pianist Richard Teitelbaum en bassist Ben Street, heeft de zeer toepasselijke titel 'The Declaration Of Musical Independence'. De composities op dit album zijn van de hand van deze musici op één na, het openingsnummer. 'Coltrane Time' is van John Coltrane. Het is een curiositeit, dit nummer. De saxofonist zelf nam het nooit op en Cyrille kwam het op het spoor dankzij Rashied Ali, de drummer waar Coltrane de laatste jaren van zijn leven mee werkte. Cyrille begint solo op de snaredrum en de bekkens, ritmisch. Hij verhaalt over het stuk: "It comes from the period when Coltrane was very much in the zone of Indian music, and the piece is basically about this longform meter." Welnu, dat is duidelijk te horen. Verder horen we hier Frisell in een van zijn meest felle bijdragen in tijden.

In 'Kaddish' [check: Music], een stuk van Frisell, herkennen we de gitarist zoals we hem de laatste jaren vaker horen. Verstild, met veel gevoel voor nuance, louter ondersteund door een zeer bescheiden Street en een paar roffels van Cyrille op de achtergrond. In 'Sanctuary' horen we Cyrille op de wijze die hem beroemd maakte. Er is ritme, maar dan op die onafhankelijke, vrijmoedige wijze zoals de titel van het album weergeeft. De vier leden van het kwartet tasten hier elkaar af, cirkelen om elkaar heen, zijn samen op zoek naar het perfecte geluid. Hetzelfde geldt voor 'Dazzling (Perchordially Yours)', het langste nummer op het album. Hier weet het kwartet mede dankzij Teitelbaums bijdrage op synthesizer een filmische sfeer neer te zetten, waarin Cyrille ruim baan krijgt om zijn percussie in te zetten als een geheel op zichzelf staande klankwereld. Dit speelse, onnadrukkelijke, maar tegelijkertijd zeer sfeervolle komen we in meer stukken tegen. Het zit in Frisells 'Begin' en in het groepsstuk 'Manfred' en kenmerkt in wezen dit album.

Trio 3 maakte twintig jaar geleden zijn debuut met 'Live In Willisau', het vermaarde Zwitserse jazzfestival. Sindsdien zijn bassist Reggie Workman, saxofonist Oliver Lake en drummer Andrew Cyrille een trio, al brachten ze de laatste jaren vooral albums uit met diverse gastpianisten. Nu is er echter eindelijk weer een trio-album: 'Visiting Texture'. "Nothing wrong with a quartet," zo stelt Lake, "but we all enjoy playing in an very open setting. I guess it's because that's the way we've worked for so many years."

De heren zijn inmiddels op leeftijd, Workman werd afgelopen juni 80, maar daar is op dit album weinig van te merken. In de composities, op een na van de hand van de leden van dit trio, is die 'open setting' in alles hoor- en voelbaar. In 'Bonu' staat Lake's expressieve geluid centraal, terwijl we op de achtergrond Workman en Cyrille horen in die cryptische vorm van ritmiek waar we hierboven reeds over spraken. 'Composite' is een nog beter voorbeeld van het type drummen waar Cyrille zijn faam aan dankt, iets wat overigens ook voor het basspel van Workman geldt. Alle drie de leden van het trio spelen hier een eigen, onafhankelijke rol, brengen hun eigen typische kleur in. Van een ritmesectie is geen sprake.

'Epic Man' valt met name op door de ingetogen solo van Workman, die hier met behulp van zijn strijkstok zijn bas prachtig laat zingen, en de solo van Lake, hier op sopraansax. Daardoorheen beweegt Cyrille zich, de gaten opvullend met zijn stuwende spel. De cover op dit album is van Ornette Coleman. Cyrille nam eerder, in 1980, 'A Girl Named Rainbow' op. Lake speelt hier een grote rol met een intense, fragiele solo op tenorsax. Cyrille en Workman horen we op de achtergrond, minimale accenten aanbrengend. Tot slot speelt het trio het titelstuk 'Visiting Texture', een lang uitgesponnen ode aan de stijl van muziek maken waar Cyrille voor staat.

Klik hier om twee tracks van dit album te beluisteren: 'Bumper' en 'Bonu'.

Labels:

(Ben Taffijn, 22.12.17) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.