Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Concert
Muziek die je niet kunt thuisbrengen

Aspen Labelnight met Niels Van Heertum, Poor Isa & Linus + Økland/Van Heertum/Zach, vrijdag 15 oktober 2021, Handelsbeurs, Gent

In drie concerten toonde Aspen Edities waarvoor het Antwerpse label staat: bedachtzaamheid, experiment en minimalisme. Met dempers manipuleerde Niels Van Heertum de klank van zijn eufonium. Met spaarzame en soms nauwelijks hoorbare klanken creëerde hij in zijn eentje een muzikaal universum. Een wat bevreemdende ervaring, maar wel exemplarisch voor de muziek die Aspen Edities uitgeeft, het Antwerpse label dat Van Heertum samen met gitarist Ruben Machtelinckx en schrijfster SanneHuysmans in 2017 heeft opgericht.

In een reeks Aspen label nights treden bands aan die gelieerd zijn met het label. Na Van Heertum was het vrijdagavond de beurt aan Poor Isa, een duoproject van Machtelinckx met collega-gitarist Frederik Leroux, waarin ze banjo spelen. "Veel van wat u hoort, lijkt in de verste verte niet op een banjo", waarschuwde Leroux, terwijl hij een doekje tussen de snaren stak. Toen hij zijn instrument dan ook nog eens met een strijkstok bespeelde, klonk dat inderdaad eerder als een oosterse viool, terwijl Machtelinckx de klankkast van zijn banjo als een soort percussie-instrument gebruikte. Toen de twee aan het eind hun banjo gewoon als een banjo lieten klinken, was dat even een verademing.

Die zin voor experiment typeert veel artiesten van Aspen Edities. Ook het derde concert, het levendigste, was allesbehalve doorsnee. Linus, een samenwerking van Machtelinckx met rietblazer en synthesizerspeler Thomas Jillings, was uitgebreid met Van Heertum en de Noren Nils Økland en Ingar Zach. Die laatste was de ster van de avond. Nooit eerder zagen we een percussionist met zo'n ongewoon instrumentarium aan het werk. Økland gaf met zijn hardangerviool, een traditioneel Noors instrument, de muziek een forse folkinjectie. Mooi.

"Met ons label brengen we muziek die overal tussenin valt", vertelt Machtelinckx. "Er zit vrije improvisatie in, maar free jazz is het zeker niet. Er zitten tòlkelementen in, maar zuivere folk is het zeker niet. Het is muziek die niet echt thuis te brengen valt, en precies daar hou ik van."

Ook Klara houdt ervan. De zender bekroonde 'Porous Structures', een cd van Machtelinkx die ook in deze krant goed werd onthaald, als jazz-cd van 2019. Sommigen zullen zulke trage, minimalistische muziek knap vervelend vinden, anderen worden er net zen van. Het helpt dat elke plaat fraai is vormgegeven. Het label werkt daarvoor samen met grafisch kunstenaars. Sanne Huysmans voorziet elke hoes van een korte, maar veelzeggende quote. 'Er is niet meer bij weinig noch is er minder', staat bijvoorbeeld op 'Sonic Gnostic', de recentste uitgave, van de Amerikaanse violist Eyvind Kang. Daarop speelt Bill Frisell mee, naar jazznormen een grote naam. "Hij is toch hét voorbeeld als het om geïmproviseerde jazzgitaar gaat", zegt Machtelinckx.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Deze recensie verscheen eerder in De Standaard.

Labels: , , ,

(Peter De Backer, 24.10.21) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Paradox Jazz Orchestra - 'Remembering The Skymasters' (eigen beheer, 2021)

Opname: 1-2 maart 2021

Voor dit album gaan we terug naar 1945. Toen ontstond er in opdracht van de AVRO een band die de Nederlandse jazz de vijf decennia daarna, tot 1997, diepgaand zou beïnvloeden: The Skymasters. Iedere week waren ze te horen in het radioprogramma 'Swing Time', live vanuit Nick Vollebregt's Jazz Café in Laren. Zoveel jaren na dato nam Jasper Staps het initiatief om hier iets mee te doen. Hij dook in het archief van de Stichting Omroep Muziek en vond daar de originele arrangementen. Dat en nog een handvol andere aanleidingen leidde tot de oprichting van het Paradox Jazz Orchestra, dat Staps samen met de trompettist Teus Nobel vormgeeft. De standplaats van deze 19 musici tellende bigband is het Tilburgse Paradox, maar dat had u vast al geraden.

Daar speelde het zich vorig jaar allemaal af, daar werden de concerten gegeven, die ik, ondanks dat ik er zeker één mee had willen pikken, allemaal gemist heb. Daar vonden ook de opnames plaats, helaas zonder publiek; covid-19 deed reeds zijn ronde. Een eerbetoon aan The Skymasters en hun muziek betekent ook een ode aan de swing en de typische bigbandmuziek van de eerste decennia na de oorlog. Muziek die hier met veel vakmanschap en enthousiasme wordt gebracht door een gemengd Nederlands-Vlaams gezelschap onder leiding van de eerder genoemde Staps. Zo beginnen we met twee sterke bluesstukken, 'So Here You Are!' van Rob Pronk en het overbekende 'Basin Street Blues' van Spencer Williams in een arrangement van Skymaster Jerry van Rooyen. In die eerste, een mooi stevige opener, valt vooral de solo van Daniël Daemen op sopraansax op, naast het enorme ritmegevoel van bassist Jos Machtel en drummer Niek de Bruijn. Meer nog dan 'So Here You Are' klinkt 'Basis Street Blues' als een echte onvervalste blues, met name meesterlijk slepend vormgegeven door Robin Rombouts op bugel.

'Tough Customer' laat goed horen dat The Skymasters zich beslist niet beperkten tot het naspelen van klassiekers en dat hun eigen werk vaak behoorlijk grensverleggend was. Aan dit stuk van Rik Elings, met duidelijke latin- en popinvloeden, is dan ook geenszins af te horen dat het al een halve eeuw oud is. 'Nem Um Talvez' is niet alleen een prachtig rustpunt, het is vooral ook interessant vanwege de prachtige en bijzonder uitgebalanceerde solo van de inmiddels 91-jarige (!) Ack van Rooyen op de bugel. Qua opvallende solo's moeten we hier ook Joe Gallardo's 'Sambita' noemen - zo vaak horen we Rembrandt Frerichs immers niet op de Fender Rhodes - en de ballade 'No More' van Rob Pronk, waarin we Staps zelf horen, bloedmooi solerend op altsax. Een bijzonder stuk overigens dat Pronk schreef na de tragedie in november 1978 rond trombonist Frank Rosolino, die eerst zijn twee kinderen doodde en toen de hand aan zichzelf sloeg. Afsluiten doen we met twee ballades, waarvan de laatste wederom een blues is, 'Birch And The Blues', de cirkel is rond. 

Het Paradox Jazz Orchestra bewijst met dit album weer eens dat de muziek van The Skymasters nog altijd de moeite waard is en geenszins gedateerd. Staps zegt in een schrijven in het cd-boekje dat er nog werk ligt voor nog zeker vier albums. Laat maar komen zou ik zeggen. Zulke stukken en zo geweldig uitgevoerd, daar kun je onmogelijk genoeg van krijgen. 

In de Jazztube hierboven een terugblik op de opnamesessies voor dit album.

Labels: , ,

(Ben Taffijn, 23.10.21) - [print] - [naar boven]



Concert
Op de Horace Silver-toer

'A Tribute to Horace Silver and More' door Trio Janssen-Van Erk-Janssen, woensdag 13 oktober 2021, Brouwerij Martinus, Groningen

Van de foto's en video's kennen we de jonge pianist en componist Horace Silver als een mager, zeg maar schriel jongmens dat hevig zwetend zijn funky licks aan de piano oplegt. Op de rand van een dubbele longontsteking, maar met een onwrikbare timing en een schroeiende intensiteit.

Niet bepaald een voor de hand liggende inspiratiebron en onderwerp voor het trio Janssen-Van Erk-Janssen, zou je zeggen. Pianist Guus Janssen heeft immers altijd met het stigma moeten leven dat hij een strenge constructivist is, ongehinderd door de conventies die de meer traditionele jazz kenmerken - ja, ook de jazz. En die daarbij schitterende ongelukken beleeft en overleeft. Maar het was natuurlijk ook niet de bedoeling dat we in Martinus een facsimile van de funkjazzmeister te horen zouden krijgen. En zelfs geen exposé van Silvers Greatest Hits.

Dus geen 'Señor Blues', geen 'Song For My Father', zelfs geen 'Psychedelic Sally'. Wél 'Ecorah', dat we kunnen kennen van een legendarische Blue Note-opname uit 1952, waarmee het optreden begon. Het trio had van de bodem van des Silvers schatkist glimmende kleinodiën opgevist, die het op zijn eigen wijze interpreteerde. Dus in plaats van de lange vloeiende lijnen van Horace Silver, waarin de plaatsing van de afzonderlijke noten essentieel was, hoorden we een meer hoekige aanpak met veel herhalingen en zo nu en dan een kenmerkende gemene dissonante uitschieter. Spannend was in dit verband de lange, meanderende intro van 'Melancholy Mood'. "Intimiderend," zo karakteriseerde Guus Janssen het repertoire.

Dat de band na een bescheiden repetitie al zo'n hechte indruk maakte pleit voor de muzikaliteit en het vakmanschap van de gebroeders Janssen en bassist Bert van Erk. Na programma's gewijd aan onder anderen Thelonious Monk, Charles Mingus en Herbie Nichols is het trio zo langzamerhand een echt orkestje geworden. Alleen hadden sommige stukken een laten we zeggen experimenteel einde, waaraan je de nieuwigheid kon afhoren.

Foto: Hammie van der Vorst

Labels: , ,

(Eddy Determeyer, 20.10.21) - [print] - [naar boven]



Concert
Vakmanschap is meesterschap

Bill Frisell Trio, early night concert, zaterdag 9 oktober 2021, Paradox, Tilburg

In de nadagen van de pandemie is, vanwege de inperking van het aantal bezoekers, vooralsnog sprake van twee separate sets. Voor de eerste en waarschijnlijke laatste maal wordt de intieme zaal door een lint afgescheiden van het podium. Deze maatregelen kunnen niet wegnemen dat deze avond de intimiteit zegeviert.

Gitarist Bill Frisell produceert als bandleider en als sideman albums bij de vleet. Het meest recente album in trioverband, 'Valentine', kent een identieke line-up als tijdens de huidige tour. Het album uit 2020 is het resultaat van twee jaar optreden met bassist Thomas Morgan en drummer Rudy Royston. Op het album staan veel herinterpretaties van eigen en andermans composities. 'Valentine' staat voor een mooie maar zuinige, terughoudende en zachte muzikale aanpak. Toegankelijke jazz in de traditionele zin van het woord, met onbetwistbare invloeden van americana.

Het besef van muzikale eendrachtigheid wordt ook live on stage consequent en indrukwekkend uitgedragen. Eerst wordt in een rustig en hypnotiserend midtempo met een vakkundig gevoel voor melodie en timing de optimale synergie behaald. Vervolgens zijn er kortstondige en kwetsbare solo's in bekende, maar niet platgetreden tunes. Het trio verrast vervolgens door het voorspelbare, de vernuftige en rustieke variaties, achter zich te laten.

Het volledige arsenaal aan rand- en effectapparatuur van de meestergitarist wordt op magistrale wijze benut als een natuurlijk verlengstuk van zijn sound. Lange aanhoudende spacy gitaarlijnen vormen de opmaat voor een vrijere, avant-gardistische aanpak. Zonder enige vorm van terughoudendheid zoekt het trio de harmonische dissonantie. Hierbij wordt Frisell de ruimte geboden om te soleren, vol gruizige en vervreemde vervorming en zonder enige vorm van effectbejag. Soms meedogenloos wild en bij vlagen met een knisperend plezier.

Frisell voegt weinig woorden toe aan de repertoirekeuze van deze avond. Overwegend bekende nummers, waaronder composities van Thelonious Monk en Sonny Rollins, worden voorzien van ingenieuze bruggetjes, die aan elkaar geregen worden uitgevoerd. Thomas Morgan en Rudy Royston zijn geen begeleiders in de letterlijke zin van het woord. Het drietal staat in een halve cirkel opgesteld en is dan ook voortdurend visueel met elkaar in contact. Hierdoor ontstaat drierichtingsverkeer waaruit een ruimtelijk en dartelend collectief geluid ontstaat. Maar ook het vloeiende, empathische drumwerk en de zorgvuldige gekozen basaanslagen staan volledig ten dienste van het muzikale eindresultaat.

Een 80 minuten durend verhalend concert, waarbij de voor Frisell zo onderscheidende mijmerende, poëtische en heldere gitaarklanken worden afgewisseld door een zinsbegoochelend avant-gardisme, vol verrassende ritmische wendingen en accenten.

Naar verluid is deze meesterlijke proeve van bekwaamheid later op de avond in de tweede set op onnavolgbare wijze voortgezet, in 105 minuten, zonder ook maar een enkele doublure.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels: ,

(Louis Obbens, 19.10.21) - [print] - [naar boven]



Cd
Amir ElSaffar Rivers Of Sound Orchestra – 'The Other Shore' (Outhere Music, 2021)

Opname: 3-5 december 2019 / 10 januari 2020

Zeventien musici telt het Rivers Of Sound Orchestra, op zowel westerse als oosterse instrumenten, iets dat ook geldt voor de instrumenten die Amir ElSaffar zelf beheerst; we horen hem zowel op de trompet als op de santoor, de Indiase variant van de cimbalom of hakkebord en daarnaast als vocalist. In die laatste hoedanigheid direct aan het begin van het vrij lange 'Dhuma', de opener van het nieuwe album 'The Other Shore'. Een perfecte mix tussen jazz en Indiase muziek, prachtig hoe hij deze twee werelden hier aan elkaar koppelt, zonder dat de een de ander overheerst. Het begin doet, mede door die typische zang van Elsaffar vrij traditioneel aan, de invloed van Indiase muziek is duidelijk aanwezig, maar gaandeweg krijgt de jazz steeds meer de overhand. Opvallend daarbij zijn de blazerslijnen: strak, maar niet geheel zonder rafelrandje. Halverwege schiet de compositie weer even terug naar de meer oosters georiënteerde muziek van het begin om zich dan weer langzaam richting jazz te bewegen. In het wat meer ingetogen 'Transformations' slaagt Elsaffar er eveneens op bijzondere wijze in om de diverse muzikale werelden met elkaar te vermengen, iets waar voor ons ongebruikelijke instrumenten als de mridangam, de oud en de dumbek een grote rol in spelen, maar ook horen we hier Elsaffar zelf in een vloeiende, intense solo op trompet.

Aan inspiratie ontbrak het deze man niet en het album mag dan slechts acht stukken tellen, het duurt in totaal wel bijna tachtig minuten! En in al die stukken klinkt, zoals hierboven reeds geconstateerd, de missie van Elsaffar onmiskenbaar door: "My desire is to expand beyond ideas of culture, in the sense of one style of music 'belonging' to a particular group of people or a society. Rivers Of Sound proposes an alternative musical model by embracing a multitude of musical expressions, by focusing on the interactions between individual musicians. When we begin with an inherent sense of unity and interconnectedness, and think of musicians as individuals, not as representatives of a culture, there is no longer a need to 'build bridges'".

Helt hij in 'Transformations' wat meer over naar de Indiase muziek, in 'Reaching Upward' horen we aanvankelijk stemmige klanken die je terugvoeren naar de wortels van de jazz. Tot een repetitief patroon het overneemt, dat wel wat weg heeft van minimal music. Mooi hoe dit steeds verder groeit in complexiteit. En ook hier een verrassende solo op trompet, alleen nu bruisend van energie en heerlijk buiten de lijntjes kleurend. Overigens is ElSaffar een van de weinigen die we regelmatig horen soleren, per saldo zijn de stukken opvallend hecht doortimmerd en harmonieus. Uitzonderingen zijn de solo's van bassist Carlo De Rosa in het fijnzinnig ritmische 'Ashaa' (met ruim een kwartier het langste stuk van het album) en die van Zafer Tawil op de oud in het flamboyante 'Lightning Flash'. De invloed van de Arabische muziek werden we reeds eerder gewaar op dit album, maar hij klinkt het sterkst door in het aangenaam ritmische 'March', zonder meer een van de aantrekkelijkste stukken van dit album.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 17.10.21) - [print] - [naar boven]



Concert
De heilige Ellington

Duke Ellingtons 'Sacred Concert' door Big Band Friesland & NHL Stendenkoor, zondag 10 oktober 2021, Openluchttheater Roderwolde

"Het belangrijkste wat ik ooit gedaan heb," zei componist, pianist en orkestleider Duke Ellington in zijn autobiografie 'Music Is My Mistress'. Hij doelde op zijn zogeheten 'Sacred Concert', die hij na de première in 1965 een vijftigtal malen heeft uitgevoerd. Dat is nogal een uitspraak voor iemand die 'Solitude' heeft geschreven en 'Reminiscing In Tempo' en de soundtrack voor 'Anatomy Of A Murder'. Nochtans geloof ik dat de componist hier doodserieus was: na een, laten we zeggen, uitbundig leven werd het tijd voor diepborende introspectie.

In het intieme openluchttheater van Roderwolde (acht kilometer van de stad Groningen) gaven de Big Band Friesland en het NHL Stendenkoor een uitvoering van het 'Sacred Concert' die er niet om loog. Om te beginnen betrof het twee ensembles die elk op hun eigen terrein de lat hoog legden. Verder was dirigent Hans de Wilde erin geslaagd koor en orkest tot een naadloze eenheid te smeden. Met zijn lenige, beweeglijke gebarentaal trok hij in met name 'Praise God' alle registers open, haalde alle dynamiek uit de muzikanten en de vocalisten en liet de combinatie als een dolle swingen.

Het Stendenkoor nam geen blad voor de verzamelde monden. Het kon buitengewoon krachtig uit de hoek komen, maar verstond ook de kunst verleidelijk te fluisteren. Een pluspunt was dat de verhouding kerels-dames hier een stuk evenwichtiger was dan bij menig ander koor, waar de dames oververtegenwoordigd plegen te zijn. Dat resulteerde in een fraai sonoor geluid. Mede door de (onberispelijke) versterking waande ik me soms ('Freedom') weer even in 1952, in de kathedrale basiliek Sint Jan, 's-Hertogenbosch. Daar kon je 's zondags tijdens de hoogmis de onvolprezen schola cantorum aan het werk horen. (Ja jongens, ik ben jullie niet vergeten!)

Van het orkest moeten de solisten Libbe Oosterman, trompet, Bert de Vries, tenorsax en Pieterklaas de Groot, drums gememoreerd worden. In zijn solo in 'The Beauty Of God' gebruikte invaller Oosterman eerst een demper, om vervolgens 'open' uitzinnig uit te pakken. 'David Danced Before The Lord' was een feature voor De Groot, die hier al zijn fantasie, creativiteit en techniek in kwijt kon. En nooit geweten dat Ben Webster een klein broertje had dat Bert heet.

Vocaliste Eva de Wilde, die de solopartijen zong, bleek geknipt voor dit werk. Haar fijngeslepen stem had meer van doen met Kay Davis dan met Ivie Anderson of Betty Roche. En eerlijk gezegd maakte ze meer indruk dan Alice Babs destijds.

Viel er dan helemaal niets te klagen? Zeker wel: rechts vóór het orkest had nog een bescheiden podium gebouwd kunnen worden voor een tapdanser. Zoals Baby Laurence of Bunny Briggs maken ze ze tegenwoordig niet meer. Maar in Nederland en omstreken zijn beslist voldoende capabele hoofers te vinden die dit gedeelte van de presentatie nog wat meer cachet hadden kunnen geven.

Foto's: Hammie van der Vorst

Labels: , , , ,

(Eddy Determeyer, 16.10.21) - [print] - [naar boven]



Concert
Pelt heeft weer Jazz!

Belcirque, donderdag 7 oktober 2021, Pelt Jazz, CC Palethe, Pelt

Na het ter ziele gaan van het podium JazzCase leken er qua jazzprogrammering sombere tijden aan te breken voor de gemeente Pelt, maar ziedaar: een nieuw podium richtte zich op uit de erfenis en Pelt Jazz is inmiddels een feit. Met de opdracht om een breed publiek aan te spreken met jazz en aanverwante muziek. Het eerste concert was meteen een getuigenis van de 'grote oren' van programmator Cees van de Ven, want met Belcirque stond er in een goed bezet CC Palethe een formatie op het podium die nu niet meteen het improviseren hoog in het vaandel had staan, maar des te meer grossierde in mooie, klein gehouden arrangementen.

De nucleus van de Gentse band Belcirque wordt gevormd door vijf vriendinnen die elkaar ontmoetten op de middelbare school en in 2007 een kwintet begonnen. In het begin waren ze vooral een theatrale straatact, met livemuziek, buitenissige kostuums en veel humor. Ze hielden alle vijf van reizen, dus trokken ze door Europa in hun Ford Transit Camionette.

Belcirque is zonder meer een bijzondere band, al was het alleen maar door de sterke vrouwelijke inbreng met zes vrouwen en 'slechts' een man. Overigens wel een belangrijke, want Yves Peeters kleurt de songs mooi met zijn even subtiele als summiere percussie. De eigenzinnige en sfeervolle muziek put inspiratie uit swing, jazz, barbershop, blues, pop, Amerikaanse en Afrikaanse muziek.

Wat Belcirque nét dat beetje meer geeft is de fraaie veelgelaagde (samen)zang waarop zij de luisteraar trakteren, meertalig dan nog. Leadzangeres Astrid Creve steelt daarbij de show met haar warm-enthousiaste présence en rijke vocale capaciteiten. Knap als je de toehoorders zo mee kunt nemen in het muzikale discours dat je wilt vertellen.

Als je dan een ultrabetrouwbaar baken achter je hebt staan zoals Peeters en Kris Auman (bas), dan is dat mooi meegenomen. Om maar niet te spreken van de gitarist van dienst, Marijke Hellemans, die op een onnadrukkelijke manier de show weet te stelen met haar puntig-prikkelende spel, waarmee ze de songs soms echt van een Afrikaanse touch voorziet, zoals in het aanstekelijke 'Le Miroir'.

Een sterk punt van Belcirque is de kwaliteit van hun composities. De meeste daarvan komen van de hand van Creve. Songs als 'The Tallest Man' en 'La Grande Fête' nestelen zich direct in je muzikale geheugen met catchy hooks en leuke wendingen.

Enig minpuntje waren de wat schoolse bijdragen die de zangeressen Julia Emmery en Seraina De Bock leverden op respectievelijk trombone en trompet. Misschien is het een idee om Bart Maris - die op hun sterke tweede album 'The Tallest Man' nog een gastbijdrage had - eens mee op tournee vragen in de toekomst. Dat zou Belcirques bijzondere muzikale propositie in mijn optiek alleen nog maar sterker kunnen maken.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 15.10.21) - [print] - [naar boven]



Cd's
Orchestre National De Jazz - 'Dancing in Your Head(s)' (ONJ, 2021)

Opname: 7 juni 2019
Orchestre National De Jazz - 'Rituels' (ONJ, 2021)
Opname: 2-5 september 2019

Het was lang stil bij het Franse Orchestre National De Jazz, althans wat cd-uitgaven betreft. Niet zo verwonderlijk als je bedenkt dat dit orkest iedere vier jaar van bezetting en leider verandert. Van 2014 tot 2018 was dat Olivier Benoit en nu is dat Frédéric Maurin. Muziek schrijven, elkaar leren kennen, veel samenspelen en een tijdje corona en je bent zo weer een paar jaar verder. Onder Benoit gooiden ze ook op deze blog hoge ogen met een serie cd's rondom de Europese hoofdsteden: Parijs, Berlijn, Rome en Oslo. En nu liggen er de albums 'Dancing in Your Head(s)' en de dubbelaar 'Rituels' onder leiding van Maurin. Eens kijken of dit orkest nog net zo spraakmakend is.

Eerst 'Dancing in Your Head(s)' waarvan de opnamen in juni 2019 plaatsvonden tijdens het Kesselhaus Festival. Zet 'Feet Music' op en het eerste wat je denkt is dat er iets niet helemaal goed is met je geluidsinstallatie; zo hoorde je blazers nog nooit. Dan valt het orkest bij en ben ik overtuigd. Superstrakke en zeer swingende bewegingen worden afgewisseld met rauwe interrupties, wat een spanning! De eerste solo is voor tenorsaxofonist Fabien Debellefontaine, die u natuurlijk net zomin als ik kent. Al eerder klaagde ik erover dat Franse jazz hier niet doordringt en hoe onterecht dat is. Willen de programmeurs van North Sea Jazz nu direct gaan bellen, graag! Ja, met dat dansen zit het op dit album wel goed. Bestaat 'Rituels' uit eigen composities van dit orkest, dit 'Dancing in Your Head(s)' bestaat uit zeer knap bewerkte covers. Zeven daarvan zijn afkomstig van Ornette Coleman, als eerbetoon aan een van de grootsten. Daarnaast horen we 'Something Sweet, Something Tender' van Eric Dolphy, met een prachtige solo op trombone van Daniel Zimmermann en 'Dogon A.D.' van Julius Hemphill, met saxofonist Tim Berne als gastsolist. Die horen we overigens ook op een zeer sfeervolle uitvoering van Colemans 'Lonely Woman'. Wat de nummers gemeenschappelijk hebben is de zeer aantrekkelijke groove, met dank aan de twee gitaristen, Pierre Durand en de eerder genoemde Maurin, Bruno Ruder op keyboards, Sylvain Daniel op elektrische bas en Rafaël Koerner op drums. 

Drie maanden later stond het orkest in de Bauer Studio's in het Duitse Ludwigsburg voor de opnamen van 'Rituels'. Een conceptalbum rondom het thema rituelen. Alle componisten putten daarbij voor inspiratie uit de rituelen, zoals beschreven in het boek 'Les Techniciens Du Sacré' van Jerome Rothenberg. Zang - een kwartet bestaande uit Ellinda, Keïla Martial, Linda Oláh en Romain Dayez - speelt dan ook een grote rol op dit album. De gebruikte teksten staan afgedrukt, maar zoals het Fransen betaamt natuurlijk alleen in hun eigen taal. Maar ook los van de zang is dit een totaal ander album dan 'Dancing in Your Head(s)'. Hier gaat het, conform de inhoud, veel meer om sfeer dan om groove. Hoofd en hart zijn hier belangrijker dan de voeten. Wat in het verlengde hiervan ook betekent dat de individuele bijdragen meer opvallen. Zo wordt opener 'Le Monde Fleur' stevig gekleurd door de bijdragen van altsaxofonist Julien Soro en trombonist Bruno Ruder. Het album heeft bovendien kenmerken van de klassieke avant-garde, zowel in de muzikale opbouw als in de stijl van zingen. Mooie voorbeelden zijn het uit twee delen bestaande titelstuk, een compositie van Maurin, 'La Métamorphose' van Grégoire Letouvet, met name vanwege de gesproken tekst te midden van wonderschone klankwolken en de zang verderop van Dayez, en 'Femme Délit' van Leïla Martial, waarin ook de invloed van volksmuziek opvalt. Al met al een bijzonder album, op de grens van hedendaags gecomponeerd en jazz. En o ja, nog deze maand verschijnt Maurins visie op 'Dracula'. We kunnen niet wachten.

Labels: , ,

(Ben Taffijn, 13.10.21) - [print] - [naar boven]



Concert
Mateloos muzikaal plezier

Teus Nobel Liberty Group, dinsdag 5 oktober 2021, Theater Het Hof, Arnhem

Het voelde een beetje onwennig om weer op pad te gaan voor Draai om je oren. In een kort gesprekje met tompettist Teus Nobel voor het optreden bleek hij er ook allerlei gevoelens bij te hebben. Blij dat het weer kan, verbaasd over hoeveel plezier een simpele handdruk geeft en toch ook een beetje bezorgdheid over de vraag: hoe lang gaat dit goed? Voor ons beiden bleek het ook de kennismaking te zijn met Theater het Hof in Arnhem. Met enige regelmaat organiseert de Stichting Jazz in Arnhem hier met succes concerten. En ik begrijp heel goed dat de reacties van publiek én muzikanten goed zijn. Wat een mooie ambiance in dit kleine theater en - zo zou later blijken - wat een akoestiek. Nobel heeft het hele concert onversterkt kunnen spelen en genoot daar zichtbaar van.

In de lovende recensies van het album 'Pleasure Is The Measure' wordt terecht de kwaliteit van de liveopnamen in Paradox Tilburg als hoogstaand geroemd. Ik was zelf ook onder de indruk van die kwaliteit, maar werd desondanks in Het Hof omvergeblazen door de echte liveuitvoering. Natuurlijk speelt de ervaring een rol, vier topmuzikanten vol passie bezig te zien in zo'n eerste post-corona concert. Maar de bijzondere akoestiek in deze zaal heeft er zeker een rol in gespeeld.

Het concert wordt geopend met een nieuwe compositie van de hand van pianist van Alexander van Popta: 'When Rico Saw The Colours Dancing'. Het is de derde keer dat het stuk voor publiek wordt uitgevoerd. Maar het is een geweldige opening, waarin de leden van de groep meteen goed aan de bak moeten en de gelegenheid krijgen zich muzikaal voor te stellen. Zij doen dit met gretigheid en virtuositeit.

'Wabi Sabi' is de titel van het volgende stuk en betekent zoveel als: zie de schoonheid in de imperfectie. Net als de albumtitel verwijst dit naar de visie van deze groep. In de moeilijke coronaperiode is het zwaar geweest om vast te houden aan de eigen uitgangspunten. De enige maatstaf die telt is het plezier en de voldoening die jezelf als muzikant en kunstenaar gaande houdt. De liefhebber, ook zonder enige muzikale kennis, herkent en waardeert dit. Daar gaat het om en nergens anders. Ondersteund door een heerlijke ingezet ritme van bassist Jeroen Vierdag en drummer Tuur Moens, later ondersteund door Van Popta, zet Nobel het thema in en gaat ermee aan de slag om vervolgens het stokje door te geven aan Van Popta om er zijn sprankelende variaties aan toe te voegen.

De door Van Popta geschreven ballad 'Merino' is van een ingetogen schoonheid door mooi uitgesponnen solo's van Nobel op zijn flugelhorn en Van Popta zelf. Synergie en respect zijn misschien wel sleutelwoorden voor dit gezelschap. Elkaar ruimte geven en inspireren verbindt deze heren die wel via 5G met elkaar in verbinding lijken te staan, zo alert en direct wordt er op elkaar gereageerd. De sublieme ritmesectie Moens-Vierdag zorgt niet alleen voor een stevig fundament, maar gooit daar zoveel creativiteit en variatie in dat het veel meer is dan alleen ondersteuning. Dat blijkt ook wel uit de setlist, waarin van elk bandlid composities voorkomen.

In ruim anderhalf uur wordt 'Pleasure Is The Measure' uitgevoerd voor een steeds enthousiaster publiek. Het slotnummer is 'Journey Of Man', de beoogde titeltrack van de vorige plaat die er niet op verscheen, omdat het nog niet voldragen was. Nu wel! Ik durf te stellen dat Nobel met deze laatste aanwinst in zijn toch al succesvolle oeuvre een nieuwe winnaar heeft toegevoegd.

Klik hier voor foto's van dit concert door Johan Pape.

Labels: ,

(Johan Pape, 11.10.21) - [print] - [naar boven]



Cd
Barry Altschul's 3Dom Factor - 'Long Tall Sunshine' (NotTwo, 2021)

De Amerikaanse drummer Barry Altschul is inmiddels zo'n vijfenvijftig jaar actief in de meer experimentele vormen van de jazz. Hij speelde in het trio van Paul Bley, vormde samen met Chick Corea, Dave Holland en Anthony Braxton de band Circle en werkte ook in de jaren daarna intensief samen met Braxton. Maar hij werkte ook samen met musici als Lee Konitz en Art Pepper, die we meer onder de hardbop scharen. En Altschul is nog steeds actief, zo verscheen onlangs bij Not Two Records 'Long Tall Sunshine' van zijn 3Dom Factor, een trio dat verder bestaat uit bassist Joe Fonda en saxofonist Jon Irabagon.

Opvallend aan dit trio is de gelijkwaardigheid van de deelnemers. Irabagon is direct in het titelstuk opvallend aanwezig met een prachtig geblazen melodie, inclusief aangename zijpaadjes, maar de bijdragen van Altschul en Fonda gaan hier duidelijk verder dan louter begeleiden. Ze leveren zelfs niet alleen de brandstof voor Irabagons niet aflatende, enthousiaste spel, hier op tenorsax. In een duetpassage halverwege dit eerste stuk laten ze ook horen hoe melodieus een ritmesectie op zichzelf kan klinken. 'The 3Dom Factor' beweegt zich tussen melodie en abstractie Toepasselijk, want dat geldt niet alleen voor dit stuk, maar tekent dit trio. Die abstractie zit overigens met name bij Altschul en Fonda, al blijft er altijd ook sprake van een ritmische onderstroom. Irabagon beweegt zich hier met benijdenswaardige souplesse doorheen, vrijwel zonder stiltes om eens adem te halen. Soms vrij melodieus, maar vaker met eindeloos meanderende klankpatronen. En ook in dit stuk vinden we een prachtige duetpassage. De twee tasten elkaar af, versterken elkaar en vullen elkaar aan.

Hoe goed Irabagon feitelijk is, wordt het meest duidelijk tijdens de solo iets verderop, en met solo bedoelen we hier dan ook echt solospel. Kleurrijk ritmische patronen worden hier afgewisseld met bijzonder experimentele klanken, geproduceerd met een bonte variatie aan technieken. In de ballade 'Irina' horen we hem op de altklarinet en met veel gevoel blaast hij hier de melancholieke melodie. Maar besteed hier zeker ook aandacht aan de begeleiding, de wijze waarop Fonda zijn baspartij ernaast zet en waarop Altschul het geheel van structuur voorziet. De mooiste partij van Altschul en Fonda samen zit in 'Be Out Scool'. Het ritmische samenspel van de twee werkt aanstekelijk, al is de passage die erna komt met Irabagon erbij, die juist weer vrij abstract is, evenmin te versmaden, met name dankzij het zeer hoge, ietwat schrille geluid van de vrij zeldzame soprillosaxofoon. Een solo van Altschul mag op dit album natuurlijk niet ontbreken, in 'Martin’s Stew' is het zover, maar dan zijn het er ook direct twee. Opvallend kleurrijk en onderhoudend en tegelijkertijd ritmisch op een vrij stuwende wijze. Alleen al deze solo's maken dit album de moeite waard.

Foto: Dmitry Mandel

Labels: ,

(Ben Taffijn, 9.10.21) - [print] - [naar boven]



Concert
Staalkaart van de hedendaagse Zuid-Afrikaanse orkestrale jazz

Afro Vibes met Metropole Orkest Big Band o.l.v. Marcus Wyatt, donderdag 30 september 2021, Bimhuis, Amsterdam

Wie gedacht had dat het Afro Vibes-concert van het Metropole Orkest onder leiding van trompettist en arrangeur Marcus Wyatt een licht zou werpen op de fascinerende Zuid-Afrikaanse bigbandcultuur van de jaren dertig, veertig en vijftig, kwam van een koude kermis thuis. Het optreden van het Metropole (zonder strijkers) had meer met Thad Jones van doen dan met de legendarische Merry Blackbirds, de Jazz Maniacs, of de Harlem Swingsters.

Je kunt je ook afvragen of de geacheveerde Metropolians wel het juiste vehikel zijn voor de ruwe, rauwdouwerige sound van de klassieke jazzorkesten uit Johannesburg en omgeving. Die muzikanten hadden over het algemeen geen deugdelijke scholing, ik maak me sterk dat er zonder bladmuziek werd gespeeld - afgezien dan van de pianist, misschien. De orkesten, die zich door de bank genomen van korte, simpele riffjes bedienden, klonken als uitvergrotingen van de instrumentalisten: los en toch intens, met ruwe randjes. Het is in dit verband dan ook interessant dat Marcus Wyatt twee arrangementen voor amateurmuzikanten beschikbaar heeft gesteld (je vindt ze op deze pagina). Ik maak me sterk dat de Big Band Avanti uit Bovenkarspel een boeiende vertolking kan geven van dit soort materiaal.

Terwijl het toch veelbelovend begon. Het openingsnummer, Dudu Pukwanas 'Tete And Barbs In My Mind', een soort koraal, verwees naar de grote invloed die de Zuid-Afrikaanse kerk heeft gehad op de vocale én de instrumentale populaire muziek uit die beginjaren. Menige jazzveteraan was zijn muzikale loopbaan ooit begonnen in een koperorkest van de kerk of van het Leger des Heils. Pukwanas stemmige stuk ging min of meer naadloos over in diens 'Mra'. Aram Kersbergen trok een opgeruimd kwela-ritme uit zijn contrabas, drummer Martijn Vink vulde dat verder adequaat in en zo zaten we midden in Port Elizabeth. Daarbij kan worden aangetekend dat Vink er voor de eerste maal bijzat: éénmaal met het Metropole gerepeteerd, via Zoom. Wat een gast! Maar zoals gezegd, in de rest van het programma schemerden de kwela-wortels slechts vaagjes door.

Trombonist Louk Boudesteijn verdient een speciale vermelding: zijn dwingende en swingende sound en zijn onstuimige solowerk pasten naadloos in het idioom. Big Band Avanti: dit is uw gastsolist! Speciale vermelding verdient ook vocalist Siyabonga Mthembu, wiens domein voor een deel in het spoken word-genre lag. Hij gaf het repertoire een onmiskenbaar Zuid-Afrikaans smaakje. Sommige stukken waren allerminst lichtvoetig van aard. De 'Song For Ellen Pakkies' van Benjamin Jephta bijvoorbeeld handelde over een moeder die ten einde raad haar aan crystal meth verslaafde zoon ('een lege huls') om het leven bracht. Het leven beëindigen van degene aan wie je het leven hebt gegeven.

'Stimela' van trompettist Hugh Masekela was een treinsong. Toch maf, hoeveel liedjes er over treinen en treinreizen zijn geschreven, zeker als je het vergelijkt met het aantal songs over de Boeing 737.

Foto's: Hammie van der Vorst

Labels: , , ,

(Eddy Determeyer, 4.10.21) - [print] - [naar boven]



Downloads
Thollem's Astral Travelling Sessions – deel 2

Thollem - 'Thollem & Tatuya Nakatani' (Astral Spirits, 2020)
Opname: 2019
Thollem - 'Thollem & John Dieterich' (Astral Spirits, 2021)
Opname: 2019
Thollem - 'Thollem & Rova Saxophone Quartet' (Astral Spirits, 2021)
Opname: 1 augustus 2019

We besteden nog een tweede keer aandacht aan Thollem (Thollem McDonas) en zijn bij Astral Spirits lopende serie 'Astral Travelling Sessions'. Er is gewoonweg te veel moois om niet nog een keer bij deze musicus en zijn samenwerkingspartners stil te staan. Daarom vandaag allereerst twee duosessies, de eerste met slagwerker Tatsuya Nakatani en de tweede met John Dieterich op dobro, en tot slot de sessie met het Rova Saxophone Quartet. Op de eerste twee albums horen we Thollem op synthesizer, op de derde bespeelt hij de piano.

Thollem horen we in deze serie net iets vaker op synthesizer - vaak de Waldorf Blofeld - dan op piano, zo ook hier met de Japanse percussionist Tatsuya Nakatani. Het is het soort improvisatie dat duidelijk is gericht op het creëren van een zo boeiend mogelijk klanklandschap en de geluiden doen daarbij vaak opvallend natuurlijk aan. Vooral Nakatani valt hier op met zijn zeer diverse instrumentarium. Zoals vaker in deze serie is de muziek, met invloeden vanuit de experimentele elektronica, free jazz, noise en hedendaagse gecomponeerde muziek, ook een combinatie van westerse en niet-westerse klanken. De eclectische aanpak van Thollem, waar zijn reizen onlosmakelijk mee zijn verbonden, werpt zo zijn vruchten af. Zo ook hier, waarin duidelijk de invloeden vanuit de Japanse muziek doorklinken. Iets soortgelijks hoorden we in de set met de Mexicaanse stemkunstenares Carmina Escobar, die hier de vorige keer voorbijkwam.

Een ander boeiend duoalbum is dat van Thollem met John Dieterich, beter bekend als een van de leden van Deerhof, op de dobro. Net als de pedalsteel van Susan Alcorn een instrument dat we niet direct associëren met vrije improvisatie, maar dat zich daar - getuige dit album - prima voor leent. Het is niet het eerste album dat de twee samen maakten, eerder verschenen 'All For Now' en 'Bad News From Houston'. En ook hier voelt Thollem, wederom op synthesizer, zijn muzikale partner prima aan. De klanken vermengen zich op prachtige wijze tot een onverwacht stevige en eclatante mix van folk, free jazz en noise. Muziek die naast de liefhebbers van deze experimentele vormen van muziek ook die van de experimentele rock en de fans van Deerhof zou moeten aanspreken.

Het treffen met het Rova Saxophone Quartet vond live plaats en wel in het Center for New Music in San Francisco, augustus 2019. En het moge dan een saxofoonkwartet zijn, tijdens dit concert kozen ze voor een iets andere bezetting. We horen Bruce Ackley op sopraan, John Raskin op bariton en Larry Ochs op tenor en sopranino, terwijl Steve Adams zijn altsax verwisselde voor een laptop. In tegenstelling tot de twee andere albums is dit veel meer een onvervalst, zij het experimenteel jazzalbum. De drie blazers wisselen elkaar af met krachtige en vrij experimentele solo's, de melodie soms dicht naderend, terwijl de twee resterende blazers, Adams en Thollem, zoals gezegd hier op piano, zorgen voor een stevige inbedding. Dit is de jazz die we verwachten van een liveconcert, waarbij de musici de luisteraars onderdompelen in klank. En prachtig is dat samenspel tussen Adams en Thollem halverwege het eerste stuk, Adams' dreigende klankwolken en Thollems opvallend ingetogen, bijna romantische spel. Zo horen we hem niet vaak op deze albums.

Foto: Jason Finkelman

Labels: ,

(Ben Taffijn, 3.10.21) - [print] - [naar boven]



Concert
Veelzijdige Postma rekt muzikale grenzen op

Tineke Postma Inventions Group ft. Miles Okazaki, vrijdag 24 september 2021, Paradox, Tilburg

In het voorjaar van 2020 wordt het zevende album van Tineke Postma, 'Freya', zeer goed ontvangen door de internationale pers. Opgenomen in New York met een line-up om van te watertanden: Ralph Alessi (trompet), Matt Brewer (contrabas), Kris Davis (piano) en Dan Weiss (drums). Na een periode van radiostilte valt het op dat Postma nadrukkelijk op zoek is geweest naar muziek met gelaagdheden, naar vernieuwing.

Op 'Freya' wisselt Postma de alt- en sopraansaxofoon nog af. Maar in haar nieuw project, geformeerd voor de compositieopdracht van het Bimhuis, staat de sopraansaxofoon centraal. Ook haar Inventions Group bestaat voor een deel uit internationale muzikanten. Het kenmerkt de dadendrang van Postma dat zij wederom haar muzikale grenzen wil oprekken. Postma heeft een fascinatie voor de rol van de vrouw in de geschiedenis en in het huidig tijdsgewricht. Dat is niets nieuws onder zon, op het album 'Freya' is dit thema ruimschoots verkend. Tijdens deze minitour geeft de samenstelling van haar band hier ook blijk van. Naast Postma, pianist Marc van Roon, bassist Jeroen Vierdag en de Amerikaanse gitarist Miles Okazaki staan ook Sun Mi Hung (drums) en Fuensanta Mendez (zang en contrabas) op het podium.

À la minute wordt duidelijk dat ritmiek en groove, aangevuld met een opvallende rol voor de vrouwelijke stem, bouwstenen zijn van de muziek. Verdeeld over twee sets worden acht uitgesponnen stukken gespeeld. Zonder uitzondering geschreven door Tineke Postma en geïnspireerd door het conceptuele gedachtengoed van M-Base, van onder andere Steve Coleman. Uitgangspunt is dat ervaringen de muziek voeden en de muzikale structuur en het improvisatiegehalte geen beperkingen kent. Ondanks de excellente groove doet dit concept aanvankelijk academisch aan. Vanaf het derde stuk vindt de muziek, ondanks de complexiteit en de gelaagdheid, een natuurlijke weg. Als gevolg van de toename van de ruimtelijkheid in de muziek is de spanning zinderend en invoelbaar. De afwisseling tussen ingetogenheid en bedwelmende extraversie is oorstrelend. De gitaarskills van Miles Okazaki zijn boven elke twijfel verheven. Zijn unieke gitaarafstelling is onderscheidend, maar meer in het bijzonder vindt Okazaki een superbe balans tussen ingewikkelde ritmes, melodie en harmonie. Ook de voordrachtkunsten en het innemende stemgeluid van de jonge Fuensanta Mendez zijn van toegevoegde waarde binnen het brede fusionpalet dat wordt voorgeschoteld.

Postma wordt geïnspireerd door filosofen, schrijvers en activisten. De lange titels van haar stukken verwijzen hier (bijna) zonder uitzondering naar. Het sleutelstuk van het optreden verwijst naar een uitspraak van Angela Davis: 'Walls Turned Sideways Are Bridges'! Aanvankelijke verkent de compositie de uitgangspunten van de free jazz in een machtige ritmische cadans. De snijdende sopraansax staat symbool voor de strijd voor rechtvaardigheid, onder vurige aanvalsgolven uit de drumkit van Sun Mi Hung. Op natuurlijke wijze maakt de zwaarmoedige sfeer plaats voor een contemplatieve stemming. Dat afwisseling loont blijkt ook uit het afsluitende stuk, waarin kracht en melancholie met elkaar strijden om de gunst van de luisteraar. In de toegift wordt in een zwierig, vrolijk stuk, voorzien van een virtuoze Okazaki en een hartstochtelijk spelende Hung, de avond meesterlijk afgesloten.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels: , ,

(Louis Obbens, 2.10.21) - [print] - [naar boven]



In memoriam
Dr. Lonnie Smith

Dinsdag 28 september overleed op 79-jarige leeftijd hammondorganist Dr. Lonnie Smith.

Smith was een van de meest unieke Hammond-stylisten die voortkwam uit het gouden tijdperk van de orgelensembles uit de jaren 60, een scene die zijn wortels had in zwarte Amerikaanse buurtlocaties. Muzikaal weefde Smith een buitenaards en soulvol tapijt, dat meedogenloos groovende baslijnen samenvoegde met opzwepende melodieën en harmonieën. Als bandleider en artiest had Smith een pittige en viscerale speelstijl, waarmee hij fans over de hele wereld wist te bereiken.

Smith werd geboren in Lackawanna, New York, een voorstad van Buffalo, op 3 juli 1942. Zijn moeder liet hem kennismaken met gospel, blues, jazz en vroege rhythm-and-blues. Als tiener in de jaren vijftig begon Smith muziek op het gehoor te leren en speelde hij trompet en andere koperinstrumenten op school. Hij begon ook te zingen op lokale podia in een doo wop-groep die bekend staat als The Supremes, een ensemble dat dateerde van vóór het beroemde vocale Motown-trio.

Na een korte periode bij de luchtmacht keerde Smith begin jaren zestig terug naar huis in Buffalo, waar hij in aanraking kwam met de muziek van Blue Note-sterorganist Jimmy Smith. De drang om muzikant te worden werd sterker, maar een instrument had hij nog niet gekozen. Rond diezelfde tijd begon hij een muziekwinkel te bezoeken die eigendom was van de lokale accordeonist Art Kubera, die een katalyserend effect zou hebben op de carrière van Smith.

"One day the owner [Kubera] said 'Son, why do you sit here every day until closing time?'", herinnerde Smith zich. "I told him, 'Sir, if I had an instrument I could work, and if I could work, I could make a living. One day I went there, and he closed the place. We went to his house in the back, and there was a brand-new Hammond organ. He told me, 'If you can get this out of here, then it's yours.' It was snowing in Buffalo, but I did. Art was my angel."

Smith ontwikkelde zich razendsnel op het orgel. Hij begon in bands te spelen in de Midwest, New York City en in Buffalo. Veel van de groepen waarmee Smith optrad waren begeleidingsbands voor soulzangers en instrumentalisten op het tourcircuit. In 1964 brak Smith door in de internationale jazzscene toen de jonge gitarist van organist Jack McDuff, George Benson, zijn functie neerlegde en een eigen groep vormde. Benson gaf Smith de orgelstoel in zijn nieuwe kwartet. Na residenties in Harlem's Palm Cafe en Minton's Playhouse werden zowel Benson als Smith getekend door Columbia Records en maakten ze albums als leiders. Ze vestigden een nieuwe stijl, die zinderende bebop combineerde met r&b. De muziek was dansbaar, maar bevatte de taal van de jazztraditie.

Zijn doorbraak kwam toen saxofonist Lou Donaldson Smith en Benson inhuurde voor het Blue Note-album 'Alligator Boogaloo' uit 1967, waarvan het titelnummer verrassend op de Billboard Hot 100-hitlijst belandde. Dit succes leidde ertoe dat Smith in 1968 een platencontract kreeg bij Blue Note als bandleider. Hij maakte binnen twee jaar vijf succesvolle albums voor het label. In 1971 verliet Smith Blue Note. In de jaren 70 begon hij zijn kenmerkende tulbanden te dragen. Hoewel niet expliciet religieus, droeg hij ze als een symbool van universele spiritualiteit, liefde en respect.

In de jaren negentig brak de op groove gebaseerde acid jazz-beweging door in Engeland en de VS, waar de hiphop door middel van sampling de jazz van de late jaren 60 en vroege jaren 70 weer hip maakte. Als gevolg hiervan was Smith opnieuw een veelgevraagd gastartiest. Als leider bracht hij een reeks van vier veelgeprezen albums uit voor Palmetto Records in de vroege jaren 2000.

In 2016 keerde Smith terug naar Blue Note. Hij werd benoemd tot NEA Jazz Master en maakte opmerkelijke, genre-overschrijdende samenwerkingen met Norah Jones en The Roots. Op zijn laatste album, 'Breathe' uit 2020, werkte de organist succesvol samen met Iggy Pop.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 2.10.21) - [print] - [naar boven]



Concert
Ontroerend en essentieel

Azolia, zaterdag 25 september 2021, Lokerse Jazzklub, Lokeren

De Lokerse Jazzklub had het zeer goede idee om voor een van de slechts twee Belgische concerten (!) het Berlijnse kwartet Azolia uit te nodigen. Gezien de zeer hoge kwaliteit van dit project is het verbazingwekkend dat deze groep niet meer speeldata kan vinden in België (noch in Frankrijk of ergens anders). Dat zou verholpen moeten worden.

In Berlijn valt de muur al meer dan 30 jaar, maar we moeten helaas constateren dat hij nog steeds erg aanwezig is als het gaat om 'de grenzen verlaten' of eroverheen gaan. Deze grenzen zijn vaak het onderwerp geweest van conflicten. Dit is precies waar 'Not About Heroes', het nieuwste album van Azolia, over gaat.

Het kwartet heeft een schitterend repertoire opgebouwd rond de geschriften van de Engelse dichter en journalist - antimilitaristische en onwillige soldaat - Wilfried Owen, die aan de vooravond van de wapenstilstand van 1918 op het slagveld sneuvelde. De kracht van de woorden en de boodschap die de dichter wilde overbrengen, wordt wonderbaarlijk en intelligent versterkt door arrangementen die sober maar zeker niet krachteloos zijn. Dit is kamerjazz met een eigenaardige sfeer die vooral uitnodigt tot reflectie, meditatie, melancholie, maar zeker ook een soort van optimisme.

Azolia wordt dan ook geleid door Sophie Tassignon (zang) en Suzanne Folk (altsax, klarinet, zang), die uitstekend begeleid worden door Andreas Waelti op contrabas en Lothar Ohlmeier op basklarinet of sopraansax.

Elk stuk is een verhaal, een gezichtspunt, een allegorie die de menselijke domheid benadrukt. De poëzie is serieus, de boodschap is sterk. Waren de oorlogen van '14, '40 en volgende echt niet genoeg? Zullen we het ooit leren? Dat zijn de vragen waarmee Azolia ons confronteert.

Het talrijke publiek in de Lokerse Jazzklub toont zich geboeid door het onderwerp en de muziek van de groep. Het moet ook gezegd worden dat de stem van Sophie Tassignon iets magnetisch heeft. Het unieke bereik en het zeer specifieke timbre zijn bij uitstek geschikt voor deze groepsformatie. De klanken, vaak gedempt, staan in dienst van bitterzoete melodieën. Basklarinet en altsax roepen deze verdigriskleur op, deze olijf- en okerpatina's, terwijl de contrabas de houtachtige en rokerige kant van grote villa's uit de vorige eeuw, doordrenkt van geschiedenis, verder versterkt. De muziek is heel suggestief en tegelijkertijd heel open. De muzikanten weten een intieme sfeer te creëren, vol subtiliteiten en nuances, maar ook met verrassingen en inventiviteit.

Andreas Waelti gebruikt lichte effecten op de contrabas. Zijn vingers glijden over de snaren en behouden het 'ongemak'. Als hij de strijkstok gebruikt is het om ons nog dieper in de diepten van de ziel te trekken. Meer eigentijdse grappen, zoals een abstracter lied of een hikkende scat ('Happiness'), schudden onze zekerheden door elkaar. Verrassende ontsnappingen van Ohlmeier, op de sopraan ('Futility') en vooral op de basklarinet, destabiliseren ons.

De dialoog tussen altviool en contrabas, of tussen klarinet en contrabas, biedt alle vrijheid aan de verbeelding. Ja, we zijn in de geest van de dichter. En het is niet de solo van Suzanne Folk in een circulaire ademhaling ('Greater Love') waardoor we eraan zullen ontsnappen.

Een rilling loopt over je rug als stem en basklarinet perfect samenkomen, precies op de noot. Geweldige kunst. Evenzo wanneer Sophie en Suzanne merken dat ze canon zingen. De controle is totaal en de emotie is gegarandeerd. Het is 'gewoon' mooi.

Dit project is ontroerend en vooral essentieel. Dus een mooie, grote tour in België en elders zou deze wereld er alleen maar beter op kunnen maken.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Labels: , ,

(Jacques Prouvost, 30.9.21) - [print] - [naar boven]



Downloads / Cd's
Thollem's Astral Travelling Sessions – deel 1

Thollem - 'Thollem/Escobar & Thollem/Wimberly/Parker/Cline' (Astral Spirits, 2020)
Opname: december 2019
Thollem - 'Thollem / Susan Alcorn' (Astral Spirits, 2021)
Opname: december 2019
Thollem - 'Thollem / Portland Improvisers'
Opname: 10 augustus 2019

Toetsenist Thollem McDonas, of liever kortweg Thollem, blijkt niet alleen muzikaal zeer veelzijdig, maar ook nog eens enorm productief. Vorig jaar omstreeks deze tijd startte Astral Spirits onder de titel 'Thollem’s Astral Travelling Sessions' een serie van maar liefst vijfentwintig albums, allemaal opgenomen in 2019! De serie is bijna voltooid. Thollem reisde de wereld over en werkte samen met een onwaarschijnlijk diverse groep musici als Alex Cline, Carmina Escobar, Raven Chacon, Amy Denio, William Parker, Ravish Momin, Hafez Modirzadeh, leden van het Sicilian Improvisers Orchestra, Avreeayl Ra, Michael Snow, Karl Berger, Susan Alcorn en Tatsuya Nakatani. Een paar cd's, een enkele cassette en verder downloads is het resultaat. Ze allemaal aan bod laten komen is natuurlijk ondoenlijk, laat de willekeur in twee verslagen dan dus maar overheersen.

Een mooie start is de weergave van een optreden van Thollem samen met de Mexicaanse stemkunstenares Carmina Escobar. Thollem horen we hier met elektronica in de weeer, aangevuld met een grote diversiteit aan niet te benoemen objecten, Escobar met haar stem die alles lijkt te kunnen en waarmee ze alle (on)mogelijkheden op grootse wijze verkent. Een stem, op haar website noemt ze zichzelf 'extreme vocalist', waarin traditie en moderniteit elkaar afwisselen en die zich prachtig verhoudt tot Thollems elektronica. En extreem is die stem zeker, niet alleen qua heftigheid of dramatisch gehalte, al is daar zeker ook sprake van, maar vooral qua veelzijdigheid, souplesse en vernuft. In het tweede stuk op deze download horen we Thollem, nu op piano, in gezelschap van gitarist Nels Cline, bassist William Parker en drummer Michael Wimberley. Een in het begin relatief ingetogen en verstilde klanksculptuur, waarin vooral de onderlinge samenhang tussen de instrumenten opvalt. Tegen de helft komt het geheel in een stroomversnelling, waarbij vooral de ritmiek van Parker opvalt en het experimentele spel van Cline.

In dezelfde maand, december 2019, speelde Thollem met Susan Alcorn, een van de weinige musici die de pedalsteelgitaar inzet binnen de experimentele muziek. Sfeervolle wolken van klank worden hier afgewisseld met veel heftigere, disruptieve momenten, waarbij het onderscheid tussen elektronica en pedalsteel lang niet altijd duidelijk is. Experimentele muziek, waarin we ook sporen van rock, folk en noise terugvinden. De opnames van dit treffen zijn verkrijgbaar als download, maar ook op cd, samen met de set die Thollem speelde met slagwerker Aex Cline.

Memorabel is ook zeker het optreden in Portland met vocaliste Aurora Josephson, de saxofonisten Ralph Thomas, John Gross en John Savage; Scott Looney, Thollem en Alissa DeRubeis op synthesizer en tot slot drummer Tim DuRoche and bassist Andrew Jones. De dreiging in de foto zit ook zonder meer in deze spannende muziek. Duistere klankwolken trekken aan ons voorbij, waarin de geluiden van de saxen en de synthesizers naadloos in elkaar overgaan, terwijl DuRoche en Jones het vuur flink opstoken. Maar dit concert was ook een in memoriam voor André St. James. DuRoche over hem: 'It’s hard to even talk about the deep chasm that André’s sudden death created for all those who knew him. "Bright moments", he would always say, and so here we are (after so much this last year or more) continuing to light the way, like so many fireflies in an expanse of deep, night sky, with our songs, our voice, or poems, or protest, and sheer presence. Bright moments.' Het geeft een extra lading aan deze muziek, waarin hedendaags gecomponeerd, experimentele elektronica en free jazz op boeiende wijze samenvallen.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 27.9.21) - [print] - [naar boven]



Cd's
Boi Akih - 'Storyteller' (eigen beheer, 2020)

Opname: oktober 2020
Bará - 'Bolo Saba' (Homerecords, 2020)

Twee albums van musici die de grenzen tussen (muzikale) culturen overschrijden. Allereerst aandacht voor Boi Akih, bestaande uit de Nederlands-Molukse zangeres Monica Akihary en gitarist Niels Brouwer. Voor 'Storyteller' nodigden zij koraspeler Sekou Dioubate en blokfluitist Dodó Kis uit. Het album verscheen eind vorig jaar in eigen beheer, maar de geplande tour kon toen niet doorgaan, die vindt dit najaar plaats. Alle reden dus om dit album hier alsnog aan bod te laten komen. Ik koppel het graag aan het bij Homerecords verschenen 'Bolo Saba' van Bará, een trio dat bestaat uit Baba Sissoko, Jozef Dumoulin en Afra Mussawisade - ook dat album ligt hier al veel te lang.

Het 'Storyteller'-project had al eerder te maken met tegenslag. Tijdens de voorbereidingen begin vorig jaar overleed koraspeler Zoumana Diarra, die in eerste instantie deel zou gaan uitmaken van de groep. Brouwer had net samen met hem een speciale kora ontwikkeld, die gebruikt kon worden voor de eclectische muziek van dit project. Gelukkig werd met Dioubate een prima alternatief gevonden, wat de redding van dit project betekende. De veelzijdigheid van de musici maakt dat dit album in geen enkel vakje valt te passen. De kora brengt ons natuurlijk naar West-Afrika, maar daar past de stem van Akihary weer niet echt bij, noch de blokfluit van Kis, die eerder doet denken aan de Balkanmuziek. Puristen kunnen deze cd dus beter aan zich voorbij laten gaan. Voor de avontuurlijkere geesten, die net als ondergetekende vinden dat in de muziek zo ongeveer alles geoorloofd is, zolang het maar goed gebeurt, hebben hier een mooi album aan.

Daarbij valt allereerst de prachtige stem van Akihary op. Zij zingt met veel gevoel, deels in het Haruku, de taal van haar vader, en deels in het Engels. Ze weet ieder stuk van de bijpassende sfeer te voorzien. Samen met haar drie mede-instrumentalisten - zelf bespeelt ze ook nog de baskalimba - ontstaat ook verder een vaak betoverend klankpalet. Gastrollen zijn er daarnaast voor percussionisten Vernon Chatlein en Nippy Noya. Bijzonder is verder dat dit album zowel een aantal strak gestroomlijnde stukken kent, zoals de eerste twee, 'Anin' en 'Au Pawahe', maar dat er ook ruimte is voor het onverwachte. Zo zit er een leuk spontaan intermezzo in 'Everything Is Everywhere', begint 'Déja Vu' opvallend losjes en veroorlooft Akihary zich de nodige vrijheden in 'Imaginary Journey'.

Bará is een iets minder divers trio; de muziek is hier sterker gelieerd aan die van West-Afrika, iets dat alleen al blijkt uit het gebruik van de call and response zang, zo kenmerkend voor deze muziek. Die nadruk op de muziek van deze regio is best opvallend, gezien het feit dat alleen Sissoko daar vandaan komt, specifieker uit Mali. Dumoulin en Mussawisade voelen zich echter naadloos thuis in het discours, of zoals Dumoulin het omschrijft: 'I have so much love and respect for traditional music and in particular for that of Mali, that I would never wish only to copy it.' En dat gebeurt dus ook niet; ook hier hebben we dus geenszins van doen met pure, traditionele muziek. Daarvoor is bijvoorbeeld de invloed van elektronica, met name in handen van die laatste twee, te groot. Maar wat dit album het meest de moeite waard maakt is de energieke wijze van musiceren. Met ballades hebben deze mannen niets, van ieder stuk spat het enthousiasme en het speelplezier af. Een band die je live moet zien. Tot die tijd hebben we gelukkig dit prachtige album.

Labels: , ,

(Ben Taffijn, 24.9.21) - [print] - [naar boven]



Cd
Rodrigo Amado This Is Our Language Quartet - 'Let The Free Be Men' (Trost, 2021)

Opname: maart 2017

Met deze nieuwe release van Rodrigo Amado's This Is Our Language Quartet (zo genoemd naar de eerste release van deze bezetting) wordt een trio releases afgerond waarvan vooral de onlosmakelijke samenhang opvalt. Dit is even koortsige als bedachtzame muziek, met een onverzettelijkheid die zich nooit hoeft te bedienen van gratuit geweld.

Dat de afzonderlijke releases zo'n mooi geheel vormen heeft deels misschien ook te maken met het feit dat 'A History Of Nothing' (2018) en deze opvolger opgenomen werden in dezelfde week. De eerste tijdens een vrije dag in een studio in Lissabon, dit nieuwe album enkele dagen eerder, live in Kopenhagen, al zou die net zo goed kunnen doorgaan voor een studiorelease, want de sound is buitengewoon goed en op enkele aanmoedigingen na hoor je hier geen publiek. De focus gaat helemaal naar de muziek.

En die is standvastig, vastberaden en gefocust, zonder zich te verliezen in chaotisch geharrewar of energieverspilling. 'Let The Free Be Men' bevat, net als andere albums met Amado aan het roer, samenspel dat vertrekt bij een onbeschreven blad, maar tegelijkertijd een enorme focus bevat. Een titel als 'Resist' is veelzeggend, maar het eerste stuk wordt uitgewerkt met geduld en maturiteit, een stapsgewijze actie die energie en nuance in evenwicht houdt. En dat begint al helemaal bij het begin, met Chris Corsano die de vellen laat zingen, de trommels laat tollen en cimbalen laat ruisen.

Het verzet sluipt er met mondjesmaat in, met tenorsax en pockettrompet die via sprongetjes en repetitieve, staccato stootjes beginnen aan een weefwerk. Daar zit meteen een puls in en die is een springplank voor soleerwerk van Amado (met hier en daar verwijzingen naar zijn aanzet) en accenten van Joe McPhee. En dan werkt het cumulatief, wordt de vlam steeds groter en zodra McPhee de sopraansax aan z'n lippen zet is er geen weg meer terug. Al valt ook nu weer op hoe gevoelig het stuk aan z'n einde komt. En dat is een aanpak die terugkeert. Ook afsluiter 'Never Surrender' vult die belofte subtiel in, met bas en drums die met zachte passen rond elkaar wentelen. Verderop: een solo die vintage Amado is, met dat rokerige timbre en die onderhuidse woeligheid.

De twee stukken tussen de uitersten zijn verwant én anders. Het titelnummer is misschien wel het hoogtepunt van het album, startend met ingetogen, droney drama en al snel verwikkeld in broeierig samenspel dat je bijvoorbeeld hoorde toen McPhee zich bij het Trespass Trio voegde. Dit is meeslepend ritualisme, muzikale slow cooking die gaandeweg een onstuitbare stuwing krijgt, rollend en tollend en trekkend aan de naden; muziek van betrokkenheid en collectieve dadendrang en luid kloppende harten als galiameloenen. Het iets kortere 'Men Is Woman Is Man' duikt even opnieuw onder in de natuur, met een bonte mix van kleuren en texturen, om uiteindelijk te belanden bij een ongedurige, springerige interactie met schijnbewegingen.

Het maakt van 'Let The Free Be Men' niet zozeer een album dat een nieuw geluid introduceert, als wel een illustratie van hoe diep de interactie van deze vier karakters gaat. Want hoe spontaan er ook wordt gereageerd, hoe rijk en ingenieus de gehanteerde taal ook is; het is vooral de warmbloedige en haast sensuele besluitvaardigheid die hier onderstreept dat dit kwartet voortdurend speelt met een gebalde vuist die van alle tijden is.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be | Foto's: Maarten Jan Rieder

Labels: , , , ,

(Guy Peters, 21.9.21) - [print] - [naar boven]



Cd
Sven Hammond - 'Sphere - A Tribute to Thelonious Monk' (VG-Music/Caroline, 2021)

Alle perikelen de laatste maanden hebben musici bepaald geen goed gedaan; optredens werden en masse afgezegd en ook nu er weer meer ruimte komt geldt dat zeker nog niet overal en voor iedereen. Sommige musici hadden echter wat meer geluk. Neem Sven Figee, beter bekend vanwege zijn band Sven Hammond, die na een telefoontje van presentator Matthijs van Nieuwkerk eerder dit jaar zijn carrière ineens in een stroomversnelling zag komen. We zouden bijna vergeten dat hij al vijftien jaar bezig is en dat het succes hem zeker niet kwam aanwaaien. Het klappen van de zweep kent hij inmiddels dus wel en wie daar nog bewijs voor nodig heeft, beluistert het beste 'Sphere - A Tribute To Thelonious Monk', 's mans laatste wapenfeit.

Terug naar de kern: gitarist Tim Eijmaal, bassist Glenn Gaddum, drummer Joost Kroon en Figee dus op die Hammond vormen Sven Hammond. En het mag Monk zijn die hier centraal staat, de muziek is meer blues en soul dan jazz. Opvallend vind ik daarbij de combinatie hammondorgel-bas, die laatste ontbreekt immers meestal; het orgel heeft van zichzelf genoeg bas. Maar dus niet bij Sven Hammond en het moet gezegd, neem direct maar de opener 'Monk's Dream', het werkt prima. Hoogtepunten zijn de slepende uitvoering van 'Ruby My Dear, waarin Figee zijn instrument krachtig laat swingen, 'Pannonica', een mooi voorbeeld van Figees stilistische vernuft, waarin hij de melodie zorgvuldig doseert en een krachtige spanningsboog bouwt, en het aanstekelijk swingende 'Bye Ya'.

Minder gecharmeerd ben ik van de stukken waarvoor Figee een gastvocalist(e) uitnodigde. De rappers Typhoon, in 'Locomotive - Doucement (Hittegolf)' en Akwasi, in 'Thelonious - Mijn Tempel', hebben zeker hun kwaliteiten, maar ik vind beide nummers niet echt passen op dit album, temeer omdat hier ook nog eens het orgel - toch de drijvende kracht op dit album - ontbreekt. Gelukkig is dat bij 'Evidence - I'll Never Let You Go', waarin we zangeres Zoë Love Smith horen, niet het geval. De band verkent hier overtuigend het pad van de vette soul, waardoor dit nummer ook muzikaal een stuk dichter bij het overige werk staat. Zo nu en dan skip ik dus gewoon een nummer, er blijft nog genoeg moois over.

Klik hier om 'Evidence - I'll Never Let You Go' te beluisteren.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 19.9.21) - [print] - [naar boven]



Jazztube
Charles Mingus Quintet in 'Jazz Pour Tous'

Begin 1964 stelde Charles Mingus een van de grootste combo's uit de jazzgeschiedenis samen. Het sextet bestond uit Mingus op bas, Dannie Richmond op drums, Jaki Byard op piano, Johnny Coles op trompet, Clifford Jordan op tenorsaxofoon en Eric Dolphy op altsaxofoon, fluit en basklarinet. Mingus noemde zijn experimentele groep The Jazz Workshop.

In april van dat jaar begonnen Mingus en zijn band aan een drie weken durende tournee door Europa, waarvan een groot deel is vastgelegd op film en geluidsband. De tour wordt herinnerd als een van de hoogtepunten in de carrière van Mingus. Zoals Rob Bowman schrijft in de liner notes bij de Jazz Icons-dvd 'Charles Mingus Live In '64':

'The tour effectively introduced two new compositions, 'Meditations On Integration' and 'So Long Eric', while the band walked a fine line between Mingus's usual amalgam of bop, swing and New Orleans jazz and the free-jazz leanings of the cataclysmic Dolphy. The result, of course, was something that could only be called Mingus Music - a galvanizing, high-energy sonic stew that, while the product of the kinetic interplay of six musicians, could only have been conjured up with Mingus as the master of ceremonies.'

Het bovenstaande optreden werd opgenomen door de Belgische televisie op zondag 19 april 1964 in het Palais des Congrés in Luik. De band was twee avonden eerder onverwacht teruggebracht tot een kwintet, toen Coles op het podium in Parijs instortte en met spoed naar het ziekenhuis werd gebracht met wat later werd gediagnosticeerd als een maagzweer. In de tv-uitzending Jazz Pour Tous compenseert pianist Byard de ontbrekende trompetpartijen in drie Mingus-composities: 'So Long Eric', 'Peggy’s Blue Skylight' en 'Meditations On Integration'.

Labels: , ,

(Maarten van de Ven, 15.9.21) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...







Menupagina's:


































Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Pelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.