Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Concert
Richters sprookjes worden gruwelijker

Helene Richters Lummerland, zaterdag 9 februari 2019, Atelier Il Sole in Cantina, Groningen

De sprookjes van Moeder Helene worden grimmiger, zo lijkt het. Grimmiger dan Grimm, anders dan Anderson. Aan haar stemgeluid is niet zo gek veel veranderd. 'When The Walls Are Clad In Ivy', het laatste nummer, begon als een soort heksensabbat waarbij de betreffende dames onderling druk smispelend de nieuwste spreuken en recepten uitwisselen. Dat kleine, haast kinderlijke geluid heeft Helene Richter nog altijd. Maar het is alsof haar verhaaltjes tegenwoordig zijn (over)geschilderd door een stel Neue Wilden - of door Blaue Reiter, kan ook nog. Die stem zou, maar dat terzijde, geknipt zijn voor een avontuurlijk hedendaags progrockbandje. Kruidige Krautrock - Richter, geboren in Rotterdam, bracht lange jaren door in Duitsland.

De primus inter pares van de wildemannen is slagwerker Aleksandar Skoric, die tijdens zijn eerste drumsolo zijn mutsje verloor, tijdens de tweede zijn mutsje plus een bekken en tijdens de derde zijn mutsje plus een tom.

Richter liet zich in deze wisselende samenstelling ook begeleiden door wildevrouwen als Renske de Boer, aanvullende vocalen en Gubija Bartolyte, altsaxofoon. Samen met beatboxer Dimitris Kalamaras produceerde De Boer in 'Geduldsprobe' een soort kale, uitgebeende hiphop, die bewust of onbewust verwees naar Richters eerdere groep Tschip Hopzz. De gefragmenteerde zang was het opvallendste kenmerk van deze exercitie.

Haar liedjes bewogen zich organisch van figuratief naar abstract en weer terug. Vakmanschap houdt de groep bij elkaar en zorgt ervoor dat de muzikanten elkaar telkens weer terugvinden, hoe onbegaanbaar de ingeslagen paden ook mogen lijken. Ook wanneer ze zich enkele maten op verschillende rangeerterreinen schijnen op te houden, wat in het laatste stuk het geval was. Dan kan een dergelijke incarnatie van Helene Richters huidige Lummerland zich zowaar als een degelijk, ouderwets jazzcombo ontvouwen. Waarbij je kunt aantekenen dat Renske de Boer hier in de kolkende collectieven ongenaakbaar hoog boven alles uitsnerpte. Arme meid - ik hoop dat het keeltje inmiddels niet meer zo rauw aanvoelt.

Labels:

(Eddy Determeyer, 20.2.19) - [print] - [naar boven]



Cd's
Ivo Perelman & Matthew Shipp - 'Oneness' (Leo Records, 2018)

Opname: september 2017
Roscoe Mitchell & Matthews Shipp - 'Accelerated Projection' (Rogue Art, 2018)
Opname: 28 augustus 2005
Matthew Shipp - 'Symbol Systems' (Hat Hut, 2018)
Opname: 22 november 1995

De Amerikaanse pianist Matthew Shipp is actiever dan ooit. Alleen al in 2018 verschenen er acht albums (!) waar hij aan meewerkte, waarvan drie soloalbums. Alle reden dus om deze man hier de ruimte te geven. Deze uitgaven verwijzen alle drie naar halverwege de jaren negentig. Daar, in 1996 met Perelmans 'Cama De Terra', begon bijvoorbeeld de samenwerking tussen Shipp en saxofonist Ivo Perelman.

Want de meest opvallende uitgave van 2018 is zonder meer 'Oneness', een 3-cd set van het duo Matthew Shipp - Ivo Perelman. Na de nodige releases samen, waarvan er meerdere hier zijn besproken, doken ze in september 2017 voorlopig voor de laatste keer samen in de studio. Het idee was nog één album op te nemen. Dat werd uiteindelijk deze box, met in totaal 33 titelloze vrij korte stukken. Pure improvisatie, zoals we dat gewend zijn van dit duo. Het feit, zoals hierboven geresumeerd, dat Perelman en Shipp al ruim 20 jaar samen spelen, hoor je in deze set absoluut terug. De term 'op elkaar ingespeeld' is zacht uitgedrukt. Hier is sprake van pure synergie, het is soms net of één musicus twee instrumenten bespeelt. Hoogtepunten? Het springerig pianoritme in het vijfde stuk op de eerste schijf waar Perelman vrolijk op mee huppelt; Shipps pianospel op track acht; het subliem hoge spel van Perelman in het derde stuk van de tweede schijf - of hij aan het praten is, naast het bijna klassieke pianospel van Shipp; het enigmatische pianospel in het vierde stuk; het mooie, zoekende spel in het achtste stuk van de derde schijf. Ach, het is gewoon te veel om op te noemen.

Twee andere uitgaven bevatten oudere opnames van Shipp. De eerste is een bij Rogue Art verschenen concert uit 2005. Ook duo-opnames, maar nu met rietblazer Roscoe Mitchell. Die twee maakten hun eerste plaatopnamen eveneens in 1996. Ze waren op dat moment evenmin onbekenden voor elkaar, want Shipp werd begin jaren negentig lid van Mitchells Note Factory en zou dat gedurende een decennium blijven - vormende jaren voor de pianist. Zeven stukken telt het album, verzameld onder de titel 'Accelarated Projection'. Mitchell speelt altsax, sopraansax en fluit en Shipp vinden we vanzelfsprekend achter de piano. Opvallend in het spel van Mitchell is de continue stroom van noten, waarbinnen zich de meest opwindende patronen ontvouwen. Groots is de solo op altsax in 'III' - de variatie in klankkleur en dynamiek is hier ongeëvenaard. Dan komt Shipp erbij en ontvouwt zich in 'IV' een eindeloze maalstroom aan klanken. Bijzonder is ook 'VI'. Het springerige sopraansaxspel van Mitchell op de ritmische akkoorden van Shipp klinkt als een lust voor het oor.

Tot slot hier aandacht voor Matthew Shipp solo. Zijn eerste soloalbum, met studio-opnames uit november 1995, werd onlangs door Hat Hut opnieuw uitgebracht. Shipps puntige spel komt hier reeds volledig tot uiting. Direct al in opener 'Clocks', met een heel subtiele, ritmische structuur, horen we het terug. Maar helemaal in het hamerende 'Harmonic Oscillator' dat daarop volgt en in het titelstuk 'Symbol Systems', met die weerbarstige structuur. En zo balanceert dit album continu op de grens van ingetogen en onstuimig, met Shipps dwingende en soms wat dwarse, tegendraadse ritmiek als constante.

Labels:

(Ben Taffijn, 19.2.19) - [print] - [naar boven]



Concert / Jazztube
Jamie Saft op de lyrische tour

Jamie Saft, woensdag 6 februari 2019, De Singer, Rijkevorsel

Toetsenist Jamie Saft veelzijdig noemen is een understatement. Niet alleen bespeelt hij alle mogelijke instrumenten - zelfs een aantal zonder toetsen, ook wenst hij zich niet tot een bepaalde muziekstijl te beperken. Sinds eind jaren 90 duikt hij regelmatig op in de projecten van die andere eclectische musicus: John Zorn, maar zijn lijst van samenwerkingsverbanden bevat inmiddels ook uiteenlopende musici als Joe McPhee, Wadada Leo Smith, Roswell Rudd, Balázs Pándi, Merzbow, Joe Morris en Trevor Dunn.

'Solo A Genova' - volgens mij het eerste soloalbum van Saft, die zich daarbij ook nog eens beperkt tot de piano - zag vorig jaar het licht. Een regelrechte anomalie in het oeuvre van de man tot dusver, zo bleek ook tijdens het concert dat hij gaf in De Singer te Rijkevorsel, waarin Saft onder andere stukken van dit album ten gehore bracht. Het is een hommage aan die musici, uit vooral jazz en pop, waar de toetsenist dierbare herinneringen aan heeft. Ongeveer vergelijkbaar met de handvol albums die Bill Frisell uitbracht met covers. Ook hier vindt het eclecticisme hoogtij, tenminste waar het zijn bronnen betreft: van Bob Dylan tot Miles Davis, van ZZ Top tot Joni Mitchell en van Stevie Wonder tot Charles Ives.

Jamie Saft verbindt ze met elkaar met lyrisch, zeer melodieus pianospel, waarin geen onvertogen noot klikt. Hij geeft daarbij de stukken alle ruimte en weet de kenmerken van de diverse artiesten prima te treffen. En dus klinkt 'The Makings Of You' van Curtis Mayfield soulvol vloeiend, krijgt 'Po’ Boy' van Dylan de vereiste puntigheid en klinkt de jazz volop in 'Blue In Green' van Miles Davis en Bill Evans. Dit is met recht een recital, met flair gespeeld en recht doend aan Safts helden.

Het enige is dat ik die andere kant van Saft, zie zijn lijst met samenwerkingen hierboven, wel mis. Het is allemaal wel heel mooi, lyrisch en melodieus wat hier klinkt. In het ene stuk nog net wat meer dan in het andere. Wat ik vaker heb bij deze muziek overkomt me nu dus weer. Na drie kwartier - gelukkig speelt Saft maar één set - weet ik het wel en kan ik een geeuw niet onderdrukken. Tijd voor een paar dissonanten, maar helaas blijven die uit. Volgende keer dan maar.

In de Jazztube hierboven zie je een soloconcert van Jamie Saft tijdens Piano Fields 2016.

Foto: Cees van de Ven

Labels: ,

(Ben Taffijn, 17.2.19) - [print] - [naar boven]





Concert
Brute kracht

BRUUT!, zaterdag 2 februari 2019, Paradox, Tilburg

What's in a name? En dan ook nog een in hoofdletters, mét uitroepteken. Bepaald ondubbelzinnig. Dat belooft wat! Drumstel vóór op het podium en slechts een klein aantal stoeltjes opgesteld in de zaal, zodat er gedanst kan worden. Wellicht oordopjes nodig? Het bleek van niet. Gelukkig niet, zou ik haast zeggen.

Vier goedgeklede mannen, strak in het pak, bestijgen het podium en zetten zonder al teveel poeha in. Non-stop strakke grooves, fris en energiek, dat wel, maar de eerste nummers doen de spanningsboog toch een beetje afnemen. Het publiek in een volgepakt Paradox wordt wat rumoerig en eigenlijk wacht ik ook op de klik. Ik moet de ziel van deze band nog even vinden. Maar dan een rustig stuk; het vraagt direct de aandacht terug. Geen fijnzinnige lyriek - ook de gevoelige melodieën zijn eenvoudig en strak - maar het komt binnen en maakt indruk. Vanaf dat punt komt de voortdenderende trein goed op stoom.

Hier staat een band met een explosieve, innerlijke drive, met Maarten Hogenhuis als grommend middelpunt. Eén brok dynamiek die man. Zijn saxen laat hij meedogenloos dwalen langs alle hoeken van de composities. Steeds kortdurende impulsen, zodat de energie alleen maar opbouwt. Ondertussen kan hij zich zonder omzien verlaten op de formidabel vaste hand van drummer Felix Schlarmann. Voeg daar voor een nostalgisch effect de unieke klanken van een hammondorgel aan toe, et voilà: BRUUT!

Op het podium staat een grote 'V'. Alle bedenkingen ten spijt betekent het niks ingewikkelds, maar staat het voor 'vijf'. Hun vijfde album dat ze vanavond komen promoten. De titels zijn allemaal kort en krachtig, net als het album zelf. Geen gecompliceerde jazz, maar robuuste, (h)eerlijke swing met een verdiepend randje. Vrolijk, sfeervol en vitaal.

Klik hier voor foto's van dit concert door Donata van de Ven.

Labels:

(Donata van de Ven, 15.2.19) - [print] - [naar boven]



Cd's
Lotz Of Music - 'Live At Jazzcase' (El Negocito, 2018)

Opname: 15 september 2016
Mark Lotz / Alan Purves- 'Food Foragers' (Unit, 2018)
Opname: 12 & 28 juni 2017
Alan "Gunga" Purves - 'Hide & Squeak' (Brokken, 2017)

Fluitist Mark Alban Lotz bracht eind vorig jaar een cd uit met liveopnames gemaakt tijdens een JazzCase-concert in de Dommelhof, Neerpelt. Daarvoor gaan we terug naar september 2016. Leuk, want ik was bij het concert en schreef erover. Altijd weer benieuwd hoe dit dan klinkt als je het terugluistert. Het is direct een goede gelegenheid om een tweetal andere cd's te bespreken die hier al wat langer liggen. De eerste is er een van Lotz met de veelzijdige percussionist Alan Purves, die er ook bij was in Neerpelt, de tweede betreft een soloalbum van diezelfde Purves.

Maar eerst dus terug naar Neerpelt. Bij het teruglezen van de recensie van het concert valt op dat de band een aantal stukken van andere titels heeft voorzien of heeft weggelaten. Zo kom ik nergens 'Habibi Brown Fish' tegen en heet 'Yumurta' waarschijnlijk 'The Egg Jam Encore'. 'Yumurta' is Turks voor ei. Niet getreurd, het maakt voor de kwaliteit van de muziek niet uit. Die is evengoed boeiend, neem bijvoorbeeld het - en dat valt nu pas op - bijzonder ritmische begin van 'Of Royal Haring', waar cellist Jörg Brinkman voor tekent. Aansluitend belanden we zomaar in Arabische sferen. Mijn conclusie toen, 'grenzen bestaan hier eenvoudigweg niet en de muziek wordt beïnvloed door uiteenlopende muzikale werelden als jazz, blues, niet-westerse muziek, avant-garde, musique concrète en folk', blijft dan ook onverkort van kracht. Wat ons tijdens het concert reeds opviel en waarvan de cd eveneens getuigt is de grote rijkdom aan klanken, terug te voeren op het uitgebreide instrumentarium dat de vijf leden - met naast Lotz, Purves en Brinkman ook pianist Albert van Veenendaal en Claudio Puntin op verrassende wijze hanteren. Ook het samenspel mag er zijn en dat Putin die avond zijn debuut maakte als vijfde lid van Lotz Of Music is nergens aan af te horen.

Bijna een jaar later treffen Lotz en Purves elkaar voor het duoalbum 'Food Foragers'. Lotz op een uitgebreide collectie fluiten - bij ieder stuk staat aangegeven welke hij gebruikt - en Purves zoals vanouds met een kist aan objecten en slagwerk. Ook hier valt de eclectische aanpak weer op; zo stamt opener 'Abu In The Sky' uit Mali en heeft ook 'Belly Buttons' dat we verderop op het album vinden daar elementen van. Bijzonder zijn het subtiele 'Echoes Of A Life Hereafter' en 'Endurance'. De prachtige klank van de fluit in zijn diverse gedaante krijgt hier volop de ruimte, terwijl Purves voor een kalm, ritmisch patroon zorgt. In 'Ice Breath' horen we Lotz op zijn megagrote PVC contrabasfluit. Het diepe, sonore geluid contrasteert prachtig met de ijselijk hoge noten van Purves' belletjes. Ronduit bizar klinkt het duo in het titelstuk, 'Food Foragers'. In welk vreemd klankuniversum zijn we nu weer aanbeland? Het lijkt de dierentuin wel!

Alan "Gunga" Purves solo is een verhaal apart. Naast prachtige, dikwijls hilarische tekeningen van Purves, alleen al een reden om dit album aan te schaffen, treffen we binnenin een groslijst aan van instrumenten en voorwerpen die de maestro gebruikt om zijn wonderlijke wereld te creëren. De lijst doornemend valt op dat het hier niet louter percussie betreft; we treffen ook de nodige, vaak exotische snaar- en blaasinstrumenten aan. We maakten er reeds kennis mee op de voorgaande albums, maar hier in deze solosetting valt helemaal op wat deze kunstenaar in huis heeft. We missen op dit opvallend ingetogen album, bestaand uit 14 miniaturen, de collega-musici dan ook geenszins. De muziek is vaak ritmisch - wat te verwachten is bij een percussionist - en meestal net zo exotisch als het instrumentarium. 'Zombie Wackers' kan daarbij goed als illustratie dienen. Verrassend zijn ook 'Speeding Down & Slowing Up', met onalledaagse geluiden op een loom ritme, en 'Pig Happy', met een hoofdrol voor de belletjes.

Klik hier om drie tracks van 'Live At Jazzcase' van te beluisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 12.2.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Een wedstrijd op de vierkante millimeter

Jakob Bro Trio ft. Joey Baron & Thomas Morgan, vrijdag 1 februari 2019, Paradox, Tilburg

Ergens in de tweede set kunnen we de conclusie trekken. Dit is de muziek waar ECM Records - waar het laatste album van dit trio, 'Bay Of Rainbows', op uitkwam - het patent op heeft: zeer harmonieus, met een weemoedige ondertoon. Voorspelbaar? Zeker, hier gebeurt niets onverwachts, er klinkt geen onvertogen noot. Maar het is allemaal van een dusdanig hoog niveau dat het voorspelbare de muziek op geen enkele wijze schaadt. Dit trio, gitarist Jakob Bro, bassist Thomas Morgan en drummer Joey Baron, speelt een wedstrijd op de vierkante millimeter en moet het hebben van hun fabelachtige oog voor detail.

Direct aan het begin van 'Gefion', afkomstig van hun eerste album uit 2015, geeft dit trio zijn visitekaartje af. Hier gaat het om triospel. Baron en Morgan zijn allesbehalve de begeleiders van Bro. Integendeel, ze bouwen hier met drie man sterk aan het ingenieuze en poëtische melodische patroon. In 'Mild' en 'Evening Song', beide afkomstig van het laatste album, borduren we hierop voort, met fijnzinnig dubbelspel van Morgan en Bro in 'Mild' en met overtuigend triospel in 'Evening Song'. Mooi hoe Baron hier zijn handen gebruikt om te trommelen en het geluid van de drie musici hier bijna synchroon klinkt. Eveneens prachtig is de zangerige gitaarsolo van Bro verderop in dit nummer.

Een hoogtepunt in de tweede set is 'Heroines', afkomstig van het tweede album van dit trio, 'Streams'. Met name ook weer vanwege het coherente, harmonische triospel en de dwingende ritmiek. Als basis dient het brushesspel van Baron, waar hij verderop ook nog eens groots mee soleert. Maar ook valt hier, zoals eigenlijk in alle stukken, het spel van Morgan op en zijn vermogen om met de bas te klinken als een echte lyricus, wonderschoon.

Op deze verstilde avond zijn er twee uitzonderingen. De eerste is 'Dug', afkomstig van 'Bay Of Rainbows'. Hier zijn Morgan en Baron de begeleiders. Ze leggen een aantrekkelijk ritmisch tapijt neer voor Bro, die hier veel steviger dan in de andere nummers op soleert. Met zijn versterker goed open produceert hij een gruizig rockachtig geluid. En Baron zou Baron niet zijn als hij deze kans om eens stevig uit te halen niet zou benutten. Zo weet hij extra spanning te creëren. Later in de tweede set komt er nog zo'n moment met 'Nordland'. Bro produceert met zijn gitaar iets wat nog het meest weg heeft van een elektronische drone en het is wederom Baron die hier opvalt met zijn gerichte ritmische slagen.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Ben Taffijn, 10.2.19) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Paul van Kemenade - 'Stranger Than Paranoia' (KEMO, 2018)

Opname: februari/juni 2018

Ter gelegenheid van de 26e editie van het Stranger Than Paranoia-festival bracht Paul van Kemenade een cd uit met dezelfde titel. Behalve dat het een van zijn oudere composities is, is het dus ook de naam van een roemrucht festival dat jaarlijks tussen kerst en oud en nieuw plaatsvindt. En nu dus ook de titel van een plaat. Van Kemenade spreekt op de hoes van een trilogie.

Geheel in de geest van het festival is op de cd ook een groot scala aan muziekstijlen te vinden en, zoals we inmiddels van Van Kemenade gewend zijn, heel bijzondere composities en combinaties. De liefhebbers van het festival komen dus ongetwijfeld aan hun trekken met deze plaat en kunnen hun verlangen naar de volgende editie ermee voeden.

De 9 composities die op de plaat zijn terechtgekomen bieden ruim 45 minuten luisterplezier. Vanzelfsprekend opent de plaat met de titeltrack 'Stranger Than Paranoia'. En meteen worden we verrast door de bijdrage van flamencogitarist Eric Vaarzon Morel. De ijzersterke compositie klinkt hierdoor weer fris en verrassend. Het geeft ook meteen Van Kemenades voorliefde voor bijzondere samenwerkingen aan en zijn neiging om altijd over muzikale grenzen heen kijken. In het muzikale universum van deze saxofonist bestaan geen grenzen en paspoorten, het is een heerlijke melting pot.

'Hymne To Whom It May Concern' is daar ook weer een voorbeeld van. Een gedragen intro leidt uiteindelijk tot fraai a-capella gezang van Capella Pratensis, dat zijn sporen heeft verdiend met het vertolken van renaissanceliederen. Deze niet voor de hand liggende combinatie klinkt echter volledig natuurlijk, bijna vanzelfsprekend en dat is knap. In 'Shout, Shit & Sing', een nog spannendere en avontuurlijkere compositie, keert dit gezelschap nog eens terug. Gestreken bas en de heerlijk lyrisch bespeelde saxofoon maken van het aanvankelijke geschreeuw een door de bas voortgestuwde swing, die de opmaat vormt voor de harmonieën van Capella Pratensis.

Pianist Jasper van 't Hof opent onmiskenbaar de door hem gecomponeerde ballad 'The Way She Looks', die hij samen met Van Kemenade uitvoert. De heren voelen en vullen elkaar prachtig aan. Geen idee wie de she uit de titel is, maar het moet een prachtig schepsel zijn geweest. Na dit rustpunt op de plaat knalt 'Kyle Wins Again' de speakers uit. Heerlijk om de hammondorgels van Hammond Sandwich tekeer te horen gaan terwijl de blazers een eenvoudig thema neerzetten en de slagwerker ook een stevige duit in het zakje doet.

'My Son K.' is dan weer zo'n heerlijk met gevoel geblazen compositie, die begint als ballad, voortreffelijk ondersteund door contrabas en trombone. Het geheel mondt uit in een vrolijke en aanstekelijke melodie, waarop weldadig ritmisch geïmproviseerd wordt. Lekker contrasterend opent 'Empty Heart' met somber stemmende donkere tonen, waartegen een schitterende solo op sax wordt gespeeld. Plotseling wordt ritmisch uit een ander vaatje getapt en beweegt de solerende Van Kemenade mee door extatisch gespeelde tonen uit het hoge register te halen. Het nummer gaat ogenschijnlijk naadloos over in 'The Black Cocketoo'.

Het epische 'Element Dm' sluit de cd mooi af. Een gedragen intro op de Hammonds legt een mooie basis voor prachtige solo's op trompet en sax. Een neiging om te gaan applaudisseren voor een toegift valt moeilijk te onderdrukken.

'Stranger Than Paranoia' is als compositie en als festival al vele malen geroemd. Deze cd sluit hier perfect bij aan. Het geeft een prachtige staalkaart van waar Van Kemenade al jaren met groot succes mee bezig is: het maken van grenzeloos mooie muziek met iedereen die ervoor openstaat. Muziekliefhebbers met dezelfde mentaliteit moeten deze plaat in de kast hebben.

In de Jazztube hierboven kun je kijken naar de videoclip van 'Stranger Than Paranoia'.

Labels: ,

(Johan Pape, 8.2.19) - [print] - [naar boven]



Masterclass
Hiphopgeschiedenis met Rich Medina

woensdag 30 januari 2019, VERA, Groningen

Met rapmuziek maakte ik kennis toen ik voor de eerste keer in New York was, in '81. In de Ritz, een schitterende art-deco ballroom waar, zo stelde ik me voor, in de jaren dertig de orkesten van Paul Specht en Ray Miller kind aan huis waren, maakte ik een 'Night of Rapture' mee. Met Grandmaster Flash and the Furious Five, de Sugarhill Gang, de meidengroep Sequence en zelfs een rappende buikspreekpop. Ik was zwaar onder de indruk. Helemaal toen pal naast me een meiske bezwijmde. Uit volle borst scandeerde ik "Don't push me / 'Cause I'm close tot the edge / I'm trying / Not to lose my head."

Nieuwe muziek, dacht ik, met draaitafeltovenaars en een wonderlijk soort spreekzang. Maar toen ik nog eens goed in mijn geheugen roerde herinnerde ik me het cassettebandje van The Last Poets, dat ik in '68 had gehoord. Het vroege, vooroorlogse repertoire van het Golden Gate Quartet kwam bovendrijven en ook bepaalde hits van zanger/saxofonist Louis Jordan. Ik realiseerde me dat The Dozen, het spelletje waarbij de opponenten elkaars ego's en met name mama's door het slijk haalden, nog een stuk ouder was. Ook in de moves van de B-Boys herkende ik elementen van het zwarte eccentric dancing en de Lindy Hop, uit de jaren dertig en veertig.

Dat alles kwam eigenlijk niet aan de orde in het college 'Hip Hop Origins', dat Rich Medina in VERA gaf, de club voor de internationale pop-underground. Medina, die al jong lid was van Afrika Bambaata's Universal Zulu Nation, doceert tegenwoordig hiphop aan Cornell University in New York. Zijn universitaire curriculum van vijftien weken had hij in Groningen gecomprimeerd tot een uur. Als DJ Lil' Ricky verkreeg hij street credibility, hij is een makkelijke prater en maakte duidelijk dat er maar één plek was waar de nieuwe zwarte jeugdcultuur kon ontstaan: de South Bronx. Een plek waar rond 1970 brandstichting door huiseigenaren die verzekeringspenningen wilden opstrijken aan de orde van de dag was. Waar stadsarchitect Robert Moses, dezelfde die New York zijn 'projects' had geschonken, de flats met ingebouwde armoede, en in de jaren vijftig en zestig de Cross Bronx Expressway realiseerde. Die snelweg maakte een eind aan een bloeiende multiculturele samenleving, vergelijkbaar met het effect van de I-10, die in New Orleans dwars door Treme werd aangelegd. Op de puinhopen van het stadsdeel ontstonden de bendes met hun sterke wijkbesef, de messen, de guns. Maar ook nieuwe underground cultuuruitingen. Bij de Hispanics was dat salsa, bij de Afrikaans-Amerikanen rap.

Kool Herc was vermoedelijk de eerste turntablist. Op twee draaitafels liet hij twee identieke lp's of singles lopen en de breaks, de stukjes met alleen drums en eventueel bassen, laste hij met een mixer aan elkaar, waarmee hij ruimte creëerde voor de B-Boys en hun dansskills. Medina maakte aannemelijk dat het allemaal was begonnen op 11 augustus 1973, in 1520 Sedgwick Avenue. Het feest heette de Back to School Jam en DJ Kool Herc (Clive Campbell) onthulde er zijn nieuwe draaitafeltechniek. Daarbij werd hij geassisteerd door Coke La Rock, die over de beats rapte en daarmee de eerste MC was. Mom Campbell serveerde snacks en pa had bij de groothandel bier en limonade gehaald. Tot de gasten behoorden Grandmaster Flash, Afrika Bambaata en KRS-One.

Opmerkelijk was dat zowel Herc als Flash en Bambaata Jamaicaanse achtergronden had. Het 'toasten', zingen over reggaenummers door DJ's was al langer en vogue in Kingston. Vervolgens introduceerde Grand Wizzard Theodore (Theodore Livingston) het ‘scratchen’, waarbij een plaat met de hand heen en weer werd bewogen, wat een ritmisch effect tot gevolg had.

Rich Medina wees ook op de rol die Sylvia Robinson met haar label Sugarhill Records in de ontwikkeling van het genre heeft gespeeld. Hij noemde haar een mislukte zangeres, maar dat lijkt mij toch een tikje te weinig eer. Met gitarist Mickey Baker nam 'Little Sylvia' in 1956 het nummer 'Love Is Strange' op, een gigantische R&B-hit. Later, in 1970, scoorde ze nog eens met 'Pillow Talk'.

Medina maakte ook duidelijk dat hij niet zoveel opheeft met de huidige generatie hiphopartiesten. Van die gasten die behangen met blingbling ter waarde van driekwart ton en omringd door een zestal bolle bodyguards hun nummertje komen zingen. Die ouwe rappers timmerden er zelf op los wanneer dat zo uitkwam.

Klik hier voor foto's van deze avond door Bob de Vries.

Labels:

(Eddy Determeyer, 5.2.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Uit de comfortzone!

Abraxas, woensdag 23 januari 2019, De Singer, Rijkevorsel

Begin jaren 90 begon John Zorn zijn Masada-project, eerst met een eigen kwartet met, naast hemzelf op altsax, Dave Douglas op trompet, Greg Cohen op bas en Joey Baron op drums. Gaandeweg gingen ook anderen met het muzikale materiaal aan de haal. Het leidde ertoe dat het tweede Masada-corpus, dat bekend werd onder de naam 'Book Of Angels' door een grote diversiteit aan artiesten werd uitgevoerd, van bijna klassiek - bijvoorbeeld het Masada String Trio - tot meer rock-georiënteerd, waar Electric Masada een voorbeeld van is. Hetzelfde geldt voor het laatste en derde boek dat vorig jaar het licht zag: 'Book Of Beri’ah'.

Abraxas, opgericht door Shanir Ezra Blumenkranz is een van die groepen die het op zich nam dit werk uit te voeren. Zij namen nr. 19 op van 'Book Of Angels' en nr. 5 van 'The Book Of Beri’ah' en nu staan ze in De Singer voor een spetterend liveoptreden. Blumenkranz deed Zorn ooit het idee aan de hand van een band gebaseerd op noise, vanuit de gedachte dat overweldigende muziek iets meditatiefs over zich heeft; het sleept de luisteraar mee in een draaikolk van klanken waarin nadenken niet langer mogelijk is. Om dit te bereiken nam Blumenkranz twee gitaristen op in zijn band: Eyal Maoz en Aram Bajakian, die beiden naast hun gitaren een kist vol effectpedalen aanslepen, en een meedogenloze drummer: Kenny Grohowski. Blumenkranz zelf verruilde zijn bas voor een gimbri. Ook een soort bas, maar dan afkomstig uit de Sahellanden.

We worden gewaarschuwd voordat het kwartet met 'Din' losgaat en dat is niet geheel ten onrechte, want vanaf de eerste maat belanden we in een zinderende draaikolk. En al snel openbaart zich de rolverdeling. Maoz en Bajakian zorgen voor de solo's: ruig, overstuurd, maar zeer gloedvol en vol aparte effecten door middel van de extra elektronica. Grohowski en Blumenkranz zorgen voor de ondergrond. Meeslepende en krachtige ritmes, waarbij vooral Grohowski er stevig ingaat. Blumenkranz horen we zo nu en dan ook soleren op dit prachtige instrument met zijn warme, ietwat droge klank, bijvoorbeeld in 'Bittul'. Hier klinkt hij melodisch, ritmisch, het tempo steeds verder opzwepend tot de twee gitaristen erbij komen en elkaar afwisselen met broeierige solo's. Als Blumenkranz dan de melodie weer terugpakt, geflankeerd door Grohowski, gebeurt dat zeer ingetogen en wiegend. Samenwerken doen de twee ook in 'Maspiel', waarin ze om het ritme heen draaien tot Maoz' gitaar de melodie naar binnen brengt. Dit is ook het nummer waarin Grohowski mag soleren, een niet te stuiten onweersbui, soms onderbroken door bliksemflitsen van zijn collega's.

Aan het begin van de tweede set legt Blumenkranz nog eens uit waar die herrie voor dient: hij wil ons uit onze comfortzone halen! Welnu, dat lukt hem prima. In 'Kavannot' kan er zelfs nog een tandje bij, resulterend in een ondoordringbare geluidsmuur en in 'Pagam' is het wederom Grohowski die met zijn slagwerk weet te overrompelen, al laten zijn medemusici zich ook hier niet onbetuigd. Gekruide geluidsexplosies onderbreken zijn spel op regelmatige basis. Rustig is het nog even aan het begin van 'Qiyyum', maar dan davert de trein onafwendbaar naar het einde.

Concertfoto's: Jef Vandebroek

Labels:

(Ben Taffijn, 3.2.19) - [print] - [naar boven]



Cd
Anthony Braxton Quartet - '(Willisau) 1991 Studio' (Hat Hut, 2018)

Opname: 4-5 juni 1991

In 1991 brengt componist Anthony Braxton een 'Catalog Of Works' uit, waarin hij vastlegt dat al zijn composities en alle delen van composities tegelijkertijd gespeeld kunnen worden, in alle mogelijke combinaties en door alle instrumenten. De regels die hij daarbij stelt zijn: "take risks - have fun - be creative - try something different".

De opnames die zijn beroemdste kwartet - naast Braxton bestaande uit pianiste Marilyn Crispell, bassist Mark Dresser en drummer Gerry Hemingway - in juni 1991 maakte in de studio van het Willisau Festival, zijn daar een prima voorbeeld van. Hat Hut bracht ze onlangs weer uit, terwijl later dit jaar de liveopnames daaraan worden toegevoegd. In het verlengde van het bovenstaande begint cd 1 met compositie 'No. 160', waarin we Braxton op klarinet horen, terwijl Crispell de pianopartij van 'No. 5' speelt. Bijzonder hierbij is dat Braxton bij 'No. 160' een duidelijk beeld voor ogen had: "see two people walking down the street, beautiful trees in the fall, snow, winter coming. They're thinking about their lives, trying to have some hope for the future even though it's always complex." We horen dit terug in de klarinetpartij en in de weemoedige, bijzonder verhalende partij van Dresser, maar gek genoeg ook in Crispells bijdrage, al stamt het materiaal daarvoor uit een geheel andere compositie. Ook typisch voor de muziek van Braxton: naadloos glijden we in compositie 'No. 40J', dat oorspronkelijk voor trio werd geschreven. Een en ander verklaart de titels, hier: 'No. 160 (+5) + 40J'. Ook compositie 'No. 161' is een 'story piece': "Suddenly you see three guys in the pool room, having fun, talking about their feelings of pessimism for the future. Yet, these three guys are very strong and we can still have hope for them."

Iets anders vinden we in 'No. 23M (+10 + 108D)' - het lijken wel wiskundige formules - dat in twee versies is opgenomen. '23M' is een zogenoemde 'material structure', gecomponeerd in 1971, ontworpen "to generate a post-bebop improvisational continuum as solidified in the Mingus/Coleman continuum of trans-African functionalism". De solo, want dat is het, is opgedragen aan saxofonist Warne Marsh. Maar die solo moet wel gespeeld worden samen met een zogenaamde 'pulse track', bijvoorbeeld 'No. 108D', waarin we Dresser en Hemingway horen. Tegelijkertijd doet Crispell ook hier weer haar eigen ding met 'No. 10'. Wie nu bij het lezen denkt, dat wordt dus chaos, moet dit album echt eens luisteren.

In composities 'No. 158' en 'No. 159' komen we nog een ander element van Braxtons stijl tegen. Iets wat hij 'C(onnector)-class prototypes' noemt en waarbij iedere musicus een gecomponeerde partij speelt die steeds wordt herhaald, gescheiden door improvisaties waarvan het aantal maten vastligt en steeds hetzelfde blijft. Verder overlapt het gecomponeerde materiaal voor de diverse spelers elkaar deels. Door deze werkwijze ontstaat een sterk verdicht klankpatroon, waarin herhaling vanzelfsprekend een grote rol speelt.

Tekenend voor de hierboven beschreven werkwijze van Braxton is ook 'No. 23C + 32 + 105B (+30)' op de tweede cd. Na improvisaties van Braxton (op fluit) en Hemingway, speelt Dresser materiaal van 'No. 96' en kiest Crispell, naast improvisatie, voor delen van 'No. 10' en 'Piano Piece No. 1'. En dat allemaal als onderdeel van 'No. 23C'. Verderop loopt het naadloos over in 'No. 32', dat oorspronkelijk werd geschreven voor solo piano en dat Braxton opdroeg aan Herbie Nichols. We horen hem hierin op klarinet. Na een wolk van pianoklanken schakelen we door naar 'No. 105B', terwijl Crispell stukken uit 'No. 30' speelt.

Eenduidiger kan het ook, zoals in de prachtige versie van 'No. 40B', te vinden op de eerste cd, dat als toevoeging van Braxton meekreeg: "Medium fast to fast line for solo extension (chords are optional)", met name vanwege de spetterende solo van Braxton op altsax en het elektrificerende pianospel van Crispell. En nu maar hopen dat de liveopnames niet al te lang op zich laten wachten.

Labels:

(Ben Taffijn, 1.2.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Door de wringer en in de centrifuge

Baas Van Gelder & Downes, 23 januari 2019, Brouwerij Martinus, Groningen

Kit Downes (32), pianist uit Londen, was een nieuwe naam voor mij. Niet voor altsaxofonist Ben van Gelder, die vertelde dat hij al op zijn negentiende op Downes was gestuit, een jaar of elf geleden dus. Downes deelde het podium met niet de minsten: Joe Locke, Gerard Presencer, Seb Rochford, Iain Bellamy. Hoe dan ook, in een uitpuilend Martinus konden we vaststellen dat de Engelsman zich niet bepaald beperkt tot één stijlopvatting of geloofsovertuiging. Met een zestal composities, van eigen hand of van Ornette Coleman, opende hij solo de avond.

Gelijk in het eerste stuk, zijn eigen 'Pinwheel', onthaalde hij ons op een smakelijke collage-stew van bopharmonieën, een geval van George Shearing meets Keith Jarrett. Grotere brokken kregen we voor onze kiezen in de daaropvolgende 'Mob Job' (van Coleman). Meer energie, ook. In 'Ashani' (als ik zijn handschrift goed heb ontcijferd) viel Downes' geraffineerde pedaalgebruik op. Hier was de pianist spaarzaam en introvert. Alsof het 'Requiem' van Lennie Tristano door de centrifuge en de wringer was gehaald - of omgekeerd, natuurlijk. Elders gaf Downes je de sensatie van de allereerste keer in de Octopus - maar dan zonder de bijbehorende kots.

Nog spannender werd het toen gitarist Reinier Baas zich naast de piano zette. Innig versmolten gloeide het duo als een dovend vuurtje - maar dan achterstevoren. Kwestie van negatieve entropie of zoiets. En voordat we het in de gaten hebben betreden we daarmee het domein van de imaginaire getallen, waar het uitkijken geblazen is.

In duo met Van Gelder demonstreerde Baas alle tot dusver bekende technieken en stijlen van de jazzgitaar. De dynamische contrasten waren groot. Op een gegeven moment leek Reinier zelfs te citeren uit het uit de vijftiende eeuw stammende Handtboeck der Spaensche Guitarre en dan driemaal versneld. Tussen neus en lippen door schoof het tweetal ook nog even nonchalant een klassiek klinkende ballad tussen de geluidsweefsels. En dan allemaal heel bescheiden, doorgaans. De elektrische gitaar overschreeuwde de onversterkte altsax eigenlijk nergens. Of het moest zijn toen Baas een soort staande golf in de concertruimte genereerde.

In de sound van de ogen- en orenschijnlijk flegmatieke Ben van Gelder zit altijd een soort juichkreet verborgen. Listig gecamoufleerd met zuivere (in de zin van pure) noten. Soms zijn zijn solo's opgetrokken uit verrassende permutaties van noten en frasen. Bij dit alles was opvallend hoeveel ruimte de muzikanten elkaar gunden.

De bezoekers verlieten de Brouwerij in een euforische stemming. Niemand die in de sneeuw uitglibberde.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 30.1.19) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Michael Varekamp - 'Elektra' (Sound Of Arts, 2018)

Opname: mei 2017

Miles Davis. Jimi Hendrix. Als je dergelijke grote namen noemt als inspiratiebron voor je muziek, leg je de lat wel heel erg hoog. Trompettist Michael Varekamp doet het gewoon. Hij trok met een aantal muzikanten de studio in. Behalve de vraag wat er zou zijn gebeurd als Davis en Hendrix ooit hadden samengespeeld, was er niets. Het album is dus in zijn geheel geïmproviseerd.

Varekamp, als adoptiekind uit Trinidad opgegroeid in Nederland, heeft al een behoorlijke staat van dienst en speelde onder meer met Lester Bowie, Scott Hamilton en David Murray, produceert daarnaast theatervoorstellingen (MILES!, Billie! en I'm A Soulman) en is ook nog actief als beeldend kunstenaar. Varekamp verplaatst zich hier in de rol van Davis, terwijl Jerome Hol zich inleeft in Hendrix. Het duo wordt ondersteund door Wiboud Burkens op toetsen, Harry Emmery op contrabas en Erik Kooger op drums. Blijkbaar was er veel inspiratie, want het project is uitgebracht op een dubbel-cd met negen stukken.

'Tales In Time' opent cd 1 met psychedelische klanken en de vervormde trompet van Varekamp, een lekker stuwend ritme op de bas en slaggitaar van Hol. Het thema op trompet blijft zich herhalen in allerlei variaties. Hol gaat halverwege het nummer tegengas geven op gitaar en dat leidt tot een spannende interactie. Het ritme wordt verder opgezweept door Emmery en Kooger. Het nummer dooft langzaam uit en gaat via spacy geluidseffecten naadloos over in de titelsong 'Elektra', die zo'n 30 minuten duurt. Burkens en Varekamp produceren een hallucinerende soundscape, waarin goed getimede baselementen en flarden gitaar weerklinken als tegenwicht voor de improvisatie op trompet. De bijdrage op gitaar klinkt wel erg braaf en na 10 minuten word ik toch wat ongeduldig, maar dan hebben we nog 20 minuten te gaan. Ergens in de dertiende minuut wordt er een kabbelend ritme onder gelegd door bas en drums en lijkt het stuk op gang te komen. Varekamp heeft zijn trompet inmiddels van een demper voorzien en het ritme wordt alsmaar steviger. Er sluipt een heerlijk orgeltje in en ook Hol laat van zich horen met mooie improvisaties. De titel van het nummer is evident door de hoeveelheid gebruikte elektronica. 'Miles From Here' begint met een lome dialoog tussen trompet en gitaar, waar de bas zich na een paar minuten bijvoegt. Burkens volgt op toetsen, het tempo gaat langzaam omhoog en de improvisaties worden wat uitbundiger. Maar het nummer komt pas echt op gang in de zestiende minuut, als Varenkamp over een stevig gespeeld patroon voortdurend twee langgerekte tonen speelt. Het wordt verder uitgewerkt met toevoeging van elektronische effecten om over te gaan naar 'In Orbit', een elektronisch outro op basis van een hartslag.

'Space Cowboy No I' opent cd 2 met een jankende gitaar van Hol tegen de achtergrond van een grommend hammondorgel. Met enkele geplaatste noten voegt Varekamp er zijn trompet aan toe, om over te gaan in 'Black Madonna', dat stevig wordt geopend door Hol, die hier lekker zijn gang gaat. Ook Varekamp gaat op deze track lekker los en het nummer komt het dichtst in de buurt bij wat ik me voorstel bij een ontmoeting Davis-Hendrix. Mooie improvisaties ondersteund door een sterke ritmesectie, met een glansrol voor Emmery op bas. 'Space Grease' sluit hier via elektronische effecten op aan. Ook nu weer een erg uitgesponnen nummer van ruim 14 minuten, waarbij ik mezelf erop betrap het tellertje in de gaten te houden. De muzikanten zoeken, maar vinden niet echt, hoewel er mooie passages zijn als er eenmaal een thema wordt gevonden, dat uptempo wordt uitgewerkt. Wat volgt is 'Americana'. Hol opent met een mooi thema, waarna Varekamp weerwoord komt bieden. Halverwege is er een sterke improvisatie van Emmery, die de opmaat is voor een dialoog tussen trompet en gitaar, die langzaam toewerkt naar een climax en vervolgens overgaat in het slotnummer 'The Sun & The Moon', dat begint met lieflijk getingel op keyboard. En met een paar subtiel geplaatste noten van Varekamp op trompet wordt het kaarsje uitgeblazen.

Zoals gezegd, het was een uitdagend project. Er wordt soms voortreffelijk gemusiceerd, daar niet van. Wat mij betreft is het heel erg veel Miles en (te) weinig Hendrix. Ik kan me voorstellen dat de methode van de studio ingaan zonder afspraken of schema's goed werkt. Daar is deze plaat het bewijs van. In die zin is het een interessant document. Wellicht was het beter geweest als Varekamp er nog een slag overheen had gegooid en het beste materiaal had gecombineerd tot composities die op 1 cd passen.

In de Jazztube zie je Michael Varekamp en zijn band in het tv-programma 'Tijd voor MAX' met een uitvoering van de Miles Davis-klassieker 'So What'.

Labels:

(Johan Pape, 28.1.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Dichte mist in gedoemde (?) Cantina

Nebula & Austeja Zvirblyte, zaterdag 19 januari 2019, Atelier Il Sole in Cantina, Groningen

Eerst het goede nieuws dan maar. Het optreden van de groep Nebula trok zaterdagnacht een volle bak in Atelier Il Sole in Cantina. Nu is een volle bak in de Cantina snel gepiept: met een mannetje of veertig is het dringen geblazen in het souterrain. En wie dus dacht dat de band wel op tijd zou beginnen, zo'n half uur, drie kwartier na de aanvangstijd, stuitte op een stugge muur van winterjacks en hoofden.

Volledige improvisatie, dat is het uitgangspunt van Nebula. Zo waarden we rond in soundscapes van wisselende dichtheid en textuur. Soms had het wel iets van een clubje lammen die met een delegatie blinden rondtastten in een dichte mist bij min zeven. Het kon er stevig tekeergaan, maar even zo vaak gingen de stormen weer liggen. Dan ontspande een nummer zodanig dat het bijna knapte.

Daarbij viel de instrumentale aanpak van vocaliste Austeja Zvirblyte op. De repeterende frasen van de gastvocaliste bleken uitstekend te mengen met het gitaarwerk van Stanimir Lambov. Austeja was dan niet zozeer een toevoeging aan het trio (met rietblazer Yasar Kan en drummer Aleksandar Skoric), als wel een volledig geïntegreerd lid van Nebula.

Het slechte nieuws is dat de Cantina wel eens op haar laatste benen zou kunnen lopen. Aan de horizon doemt namelijk een nieuwe eigenaar van het pand op. Tot mei voeren de Groninger Sicilianen onder Leonardo Grimaudo nog de regie, daarna is het beeld zwart. Je zou kunnen aanvoeren dat de ruimte ongeschikt is voor bewoning en evenmin erg aantrekkelijk als opslagkelder. Ja, een rijtje weckflessen, dat zou nog net kunnen. En die zeventiende-eeuwse plavuizenvloer, kan die niet op de monumentenlijst? Voor gesprekken met de gemeente en het conservatorium lijken de komende weken mij uitstekend geschikt.

Labels:

(Eddy Determeyer, 26.1.19) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Oriol Roca Trio - 'Mar' (El Negocito, 2017)

Opname: 18 februari 2017

De namen van bassist Manolo Cabras en pianist Giovanni Di Domenico verbond ik al langer met boeiende muziek. Toen ik vorig jaar deze 'Mar' hoorde, kwam de naam van drummer Oriol Roca als een ontdekking. Als een mooie herinnering aan 2018 breng ik daarom graag nog even dit fijne schijfje onder de aandacht. Voor vijf van de zeven nummers tekende Roca. Cabras en Di Domenico voegden er elk een aan toe.

Op de hoes staat een foto met zeezicht in blauw en wit. Uit de zee steekt, onder de horizon en donker tegen de einder, iets wat lijkt op de top van een mast of een vuurtoren. Het water rondom is in beweging.

Meer dan van een postkaart heeft de afbeelding wat weg van een kader om aan een muur te hangen. Een werkstuk om de ogen over te laten dwalen en eventueel weg te dromen. Iets vergelijkbaars valt te zeggen over de muziek op deze cd. Je kan je er auditief in onderdompelen en gedurende de meestal rustige nummers genieten van de bewegingen die zich afspelen, of je kan je gedachten laten afdwalen.

Vooral de kunst van het gevoelige pianotrio krijgt hier fijne uitwerkingen. Nummers als opener 'Straight Line' en verderop 'Canço Sense lletra', 'Heart’s Hiccups' en 'Canço De Bressol' schuiven traag verder, terwijl onder het oppervlak heel wat emotie leeft. Je kan je dan rustig mee laten voeren door de delicate zin voor melodie van drie Zuid-Europese muzikanten en misschien wel diep geroerd raken.

Voor mezelf was met de zee als titel de link met een vakantie of een keer uitwaaien aan zee gauw gelegd. Maar dat is maar een invalshoek. Als alternatief voor een ontspannende en verkwikkende strandwandeling kan deze cd tot op zekere hoogte dienst doen, maar je wordt er natuurlijk anders op je zintuigen door aangesproken. Je kan er rust bij vinden en behalve eb is er ook vloed, zoals in de rollende drums van 'In Dyotta'. Ergens tussendoor vind je al speelse prikkels, die heel elegant blijven ('What’s Next?'). Op het eind komt een energieke afsluiter, getiteld 'You’re Not Maurice Chevalier'.

'Mar' rept met geen woord over de betekenissen die de zee voor het Oriol Roca Trio heeft, maar indrukken van harmonie, schittering en diepe banden en verbanden geeft dit album werkelijk heel fijn mee.

In de Jazztube hierboven een liveopname van 'In Dyotta' door het Orial Roca Trio tijdens Mercat de Música Viva de Vic 2017.

Labels: ,

(Danny De Bock, 23.1.19) - [print] - [naar boven]



Festival
Better Get Hit


Nadat toetsenist Cory Henry op vrijdagavond met een bevlogen concert in Paradox het festival geopend had, was zaterdag 12 januari de dag dat het nieuwe festival zijn bestaansrecht moest gaan bewijzen. Urban Soul & Jazz was de ondertitel dat Better Get Hit had meegekregen van de organisatoren Toine Hultermans, Linda van Berkel en Eric van der Westen. Breed programmeren was de boodschap en met namen als Caro Emerald, Cory Henry, Fresku, Jay-Way, Sarah Jane, Laura Vane, het Paul van Kemenade Classic Sextet en het Metropole Orkest op het affiche zag je dat dit serieus genomen was. In het cultuurcomplex Theaters Tilburg, waar een aantal grote en kleine zalen en foyers mooie podia bieden en makkelijk met elkaar verbonden zijn, begon het programma om kwart over drie met Sanne Rambags om ver na middernacht te eindigen met Michelle David & The Gospel Sessions.

Als een echte plus op het programma was er in een iets te kleine zaal een literair programma neergezet waar schrijvers Jules Deelder, Christine Otten, Ellen Deckwitz, Kees van Kooten, Babs Gons en Ronald Giphart kruisbestuivingen aangingen met gerenommeerde muzikanten als Boris van der Lek, Corrie van Binsbergen, Martin Fondse en Remy van Kesteren. Slim om een portier bij de deur te zetten die alleen mensen toeliet als er nog ruimte was in de zaal. Dit gaf de rust die nodig was, maar leidde ook tot een flink aantal wachtenden voor de deur.

Ruim 1400 bezoekers waren erop afgekomen en dat was een mooi aantal. Het zorgde voor goed gevulde zalen, een mooie ambiance en vooral ook een relaxed gevoel van Brabantse gemoedelijkheid. Ook de catering, niet onbelangrijk tijdens een festival, verliep vlekkeloos en was van goede kwaliteit. Het leuke van zo'n brede programmering is dat er een heel divers publiek verschijnt: van jong tot oud, met uiteenlopende levensstijlen. De programmering daagt uit om kennis te maken met minder voor de hand liggende muziekstijlen en dat is zeker ook een kracht van het festival. Zelf ben ik niet direct iemand die een kaartje koopt voor rappers. Toch raakte ik bij Jay-Way en Fresku onder de indruk van wat deze artiesten live neerzetten.

Natuurlijk kruipt het bloed waar het niet gaan kan en zocht ik ook Cory Henry op, die samen met het Metropole Orkest een imponerende set speelde in de prachtige Concertzaal. Eerder al had het Metropole een concert gewijd aan het werk van Charles Mingus, waar natuurlijk zijn 'Better Get Hit In Your Soul' werd gespeeld. And the public got hit, right between the eyes!

Helaas kampte het concert van Defunkt-frontman Joseph Bowie met Licks And Brains met geluidsproblemen. Als krachtige bühnepersoonlijkheid hield de trombonist het toch nog knap overeind.

Caro Emerald vervulde haar rol als publiekstrekker met verve in de Schouwburgzaal. Alle hits en nieuw werk werden met enthousiasme professioneel uitgeserveerd. De zaal raakte er terecht opgewonden van. Er was een overlap met het concert dat Sarah Jane met haar band gaf in de Studiozaal. Ook zij ging er helemaal voor en creëerde een bijzondere sfeer met onvervalste soul. Puur en met kracht en humor gebracht. Even later stond in dezelfde zaal Judith Hill, protegee van Michael Jackson. Ook deze zangeres bracht een gepassioneerd concert voor een enthousiaste zaal die deels bevolkt werd door mensen die speciaal voor haar gekomen waren.

Zoals bij elk festival moet je keuzes maken en kun je niet alles meemaken. Soms is dat jammer en blijk je achteraf misschien verkeerde keuzes te hebben gemaakt. Hoe dan ook, er werd een rijk menu geserveerd met voldoende keuze uit gerechten van hoge kwaliteit. Ik verliet het festival met een voldaan gevoel en zoals met een voortreffelijke maaltijd wel vaker gebeurt; het gevoel iets te veel gegeten te hebben omdat het zo lekker was. Waarschijnlijk mede veroorzaakt door de variatie die geboden werd. Je wilt alles op zijn minst even proeven.

Better Get Hit is een mooi festival dat zeker een vervolg verdient. Een nieuwe parel op de concertagenda.

Klik hier voor een fotoverslag van dit festival door Johan Pape.

Labels:

(Johan Pape, 22.1.19) - [print] - [naar boven]



In memoriam
Joseph Jarman


Multi-instrumentalist Joseph Jarman, vooral bekend als lid van The Art Ensemble Of Chicago, stierf op 9 januari aan een hartaanval.

Jarman werd geboren in Pine Bluff, Arkansas, op 14 september 1937. Hij groeide op in Chicago en volgde DuSable High School, waar hij drumles kreeg van Walter Dyett, een van de meest prominente muziekpedagogen van de stad. In 1955 verliet Jarman de middelbare school en ging hij het leger in, waar hij dienst deed als parachutist in de 11e Airborne Division. Lang voordat de VS formeel Vietnam binnenviel, werd hij ingezet in Zuidoost-Azië en raakte gewond bij een inval in een dorp, die resulteerde in de dood van 18 Amerikaanse soldaten. Jarman bracht de rest van zijn diensttijd door in West-Duitsland, waar hij saxofoon en klarinet speelde in de concertgroep van zijn divisie.

Na zijn diensttijd keerde hij terug naar Chicago en ging naar het Woodrow Wilson Junior College, waar hij in 1961 Roscoe Mitchell ontmoette. Andere studenten in die tijd waren onder meer bassist Malachi Favors en saxofonisten Anthony Braxton en Henry Threadgill. Samen met Mitchell en Favors trad Jarman toe tot de experimentele band van pianist Muhal Richard Abrams. Hij speelde daarnaast ook in een hardbop-sextet met Mitchell. In mei 1965 was hij een van de oprichters van de Association for the Advancement of Creative Musicians (AACM), een sleutelmoment in de geschiedenis van de Amerikaanse avant-garde. Niet alleen omdat het een platform bood voor creatieve en educatieve projecten, maar ook omdat het gestuurd werd door de muzikanten zelf.

IVoor het Delmark-label nam Jarman twee van de vroegste albums op die zijn gekoppeld aan de AACM: 'Song For' (1967) - met daarop het 14-minuut lange 'Non-Cognitive Aspects Of The City', waarin hij een gedicht reciteert tussen instrumentale solo's - en 'As If It Were The Seasons' (1968). Het AACM-platform vormde ook het startpunt voor de groep waaraan dit platform zijn faam vooral te danken heeft: het Art Ensemble Of Chicago, met naast Joseph Jarman onder anderen rietblazer Roscoe Mitchell, trompettist Lester Bowie en bassist Malachi Favors. Hun geïmproviseerde muziek kenmerkt zich door vrijheid. Melodielijnen duiken kortstondig op, om weer net zo snel te verdwijnen. Harmonie en ritme zijn de basiselementen van de improvisaties die, anders dan een eerste kennismaking doet vermoeden, wel degelijk uit gecomponeerde stukken voortkomen. Jazz was voor hen als term te beperkend; ze speelden leentjebuur bij andere muziekstijlen en noemden hun muziek zelf liever Great Black Music.

Kort na de release van 'As If It Were The Seasons' trad Jarman toe tot wat toen bekend stond als het Roscoe Mitchell Art Ensemble. Toen de groep in 1969 naar Parijs vertrok, voegde een promotor 'Of Chicago' toe aan de naam van de groep, en die bleef hangen. Jarman bracht theatrale en multimedia-elementen in het Art Ensemble. Zo trad hij op in kleurrijke Afrikaanse gewaden en met gezichtsverf, terwijl Mitchell eruitzag als halve professor en Bowie zich hulde in een witte laboratoriumjas. Daarnaast bracht Jarman ook zang en gedeclameerde poëzie in de groep. Jarman was in sommige opzichten het meest politieke en confronterende lid van het Art Ensemble; zo stripte hij wel eens tijdens een concert.

Gedurende de laatste twee decennia was Jarman minder actief met muziek bezig en richtte hij zich vooral op andere bezigheden, met name als boeddhistische priester en aikido-instructeur. Maar hij bleef ook optreden en opnemen. Zo vormde hij samen met AACM-violist Leroy Jenkins en pianist Myra Melford het trio Equal Interest en speelde hij met musici als Marilyn Crispell, Scott Fields, Reggie Workman en Lou Grassi.

Labels:

(Maarten van de Ven, 20.1.19) - [print] - [naar boven]



Concert
De inauguratie van een echte Steinway!

Feestelijke Steinway Estafettemiddag, zondag 13 januari 2019, Paradox, Tilburg

Sinds 1998 droomt pianist Jeroen van Vliet van een echte Steinway in het Tilburgse jazzpodium Paradox. Op een zeer gedenkwaardige, mooie, ontroerende en regenachtige zondagmiddag gaat deze langgekoesterde wens eindelijk in vervulling. De oude vleugel was overigens wel aan vervanging toe. Vlak voor het jaar waarin het jazzpodium zijn 40-jarig jubileum gaat vieren is door een succesvol verlopen crowdfundingproject het benodigde bedrag ruimschoots binnengehaald. Muzikanten, publiek en vrijwilligers hebben hiervoor de handen ineengeslagen. Binnen no time heeft een kleine 300 donaties ervoor gezorgd dat een amper 5 jaar oude Steinway B-211 concertvleugel kon worden geplaatst. De piano ontleent haar naam aan de lengte (211 centimeter) en bestaat uit zo'n 12.000 verschillende onderdelen en bijna 250 snaren. Elke Steinway-piano is met veel toewijding geproduceerd en heeft een individueel, eigen geluid. Ieder stuk hout zorgt voor een unieke trilling; het zeer genuanceerde klankbeeld wordt dan ook door professionals geroemd. De oude Yahama-vleugel, waar gelauwerde pianisten de toetsen van hebben beroerd, verdwijnt niet. Deze vleugel zal in de nabije toekomst dienst blijven doen op de bovenverdieping van Paradox. Deze verdieping gaat onderdak bieden aan de muzikale broedplaats, waar talenten zich kunnnen ontwikkelen en professionals worden ondersteund in hun creatieve proces. Het mes snijdt zogezegd aan twee kanten.

In een volledig uitverkocht Paradox, met een zeer opgetogen publiek, laat (klassiek) pianist Hanneke van Overbeek eerst het verschil tussen de oude en de nieuwe vleugel horen, om zich daarna te laten omringen door een violist en een cellist. Na het het optreden van Draai om je oren-oprichter Erno Mijland, die een aantal jazzy gedichten voorleest uit zijn gedichtenbundel 'Een olifant sla je niet dood tegen de muur', wordt de middag ook muzikaal een doorslaand succes.

Wolfert Brederode, Martin Fondse, Harmen Fraanje, Rembrandt Frerichs en Jeroen van Vliet nemen in een daverende estafette steeds het stokje van elkaar over. Aangevuld met prominenten uit de jazzscene - trompettist Erik Vloeimans, altsaxofonist Paul van Kemenade, altviolist Oene van Geel, contrabassist Eric van der Westen en zangeres Sanne Rambags - worden 10 duostukken als een aaneengeregen spektakelstuk over het voetlicht gebracht. Zwaar aangezet, rafelig, teder en twinkelend worden de 88 pianotoetsen liefdevol en majestueus bediend. Vaak lyrisch, soms mysterieus en bij vlagen ritmisch. In volledige harmonie met Vloeimans rijke trompetgeluid, Van Kemenades bluesy altsax, Van der Westens warme basklanken, Van Geels zingende viool en Rambags volleerde stemkunsten vliegt deze estafette als een zinderende en muzikale sneltrein voorbij. Na de duostukken treden alle muzikanten nog eenmaal gezamenlijk op. De compositie van Jeroen van Vliet vormt een weergaloze apotheose. Met quatre-mains op de oude en de nieuwe vleugel, Martin Fondse op harmonium en Oene van Geel op percussie, gecompleteerd met zang en blazers. Gedenkwaardig, feestelijk en historisch.

In de nabije toekomst zullen klaviertijgers die lyriek omarmen, expressionisten, onvoorspelbare improvisatoren of percussief ingesteld pianisten hun proeve der bekwaamheid afleggen in Paradox. Allen onlosmakelijk verbonden met de sprankelende klankwereld van de Steinway. We kijken er reikhalzend naar uit!

Klik hier voor foto's van deze middag door Louis Obbens.

Labels: ,

(Louis Obbens, 19.1.19) - [print] - [naar boven]



Cd
Mephiti - 'Mephiti' (El Negocito, 2018)

Opname: 2-3 december 2016

Mephiti is een Vlaams/Europees sextet rondom saxofonist Erik Bogaerts, met verder de broers Bert en Stijn Cools, Ruben Machtelinckx, Indrė Jurgelevičiūtė en Brice Soniano. Hun debuutalbum kwam onlangs uit in bij El Negocito.

Wie deze musici kent - en dat zou zo maar kunnen, ze zijn immers allen in meerdere samenstellingen actief - weet dat de muziek op dit album van een ingetogen karakter zal zijn, harmonisch en voorzien van meer dan vleugje folk. Alleen al de instrumentatie waarin de snaren zijn oververtegenwoordigd duidt hierop. Met twee gitaristen, Bert Cools en Machtelinckx, bassist Soniano en Jurgelevičiūtė op kanklès (een soort zither) zijn zij ruim vertegenwoordigd. Dat gegeven geeft een geheel eigen karakter aan de muziek en vooral die kanklės is daarbij natuurlijk vrij ongewoon.

Klinkt 'Shilly' nog wat verstild en ingetogen, in 'Hymne I' krijgen we boeiende ritmische patronen, voorzien van spannende wendingen. Het bijzondere geluid van de kanklès met zijn wat droge klank komt mooi tot zijn recht in het ritmische patroon van 'Hanneke', dat Bogaerts een prima achtergrond biedt voor een verhalende saxsolo. In 'Krevelstraat' kabbelen de klanken in een rustig tempo op mooi slagwerk van Stijn Cools en puik basspel van Soniano. Ingetogen klanken ook in het tweede deel van 'Hymne'. Hier valt met name het samenspel tussen de twee gitaristen op, subtiel en uiterst harmonieus.

Naast de 'Krevelstraat' komt ook de 'Oude Steenweg' aan bod. Cools verklankt met zijn slagwerk de stenen, alsof hij ze op maat aan het hakken is. Tot slot krijgen we nog 'Kat Kreupel'. De associaties die je bij zo'n titel hebt, worden gelukkig niet waargemaakt.

Klik hier om vier tracks van dit album te beluisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 19.1.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Springen in het diepe

DUETS, vrijdag 4 januari 2019, Willem II Concertzaal, Den Bosch

DUETS, waarmee de Bossche Willem II Concertzaal het nieuwe jaar opent, begint zo langzamerhand een traditie te worden. Ook nu weer treedt een keur aan improvisatoren aan om met elkaar in het diepe te springen. Niels Broos mag aftrappen, van achter het orgel. Dat we op dat moment naar een leeg podium staren is de eerste paar minuten nog hoorbaar aan een ietwat rumoerig publiek. Broos' zachte orgelklanken dwingen echter al snel tot luisteren; je hoort de wind waaien. Dan worden de hoge orgelklanken vergezelt door al even hoge zang, het eerst duet is begonnen. Want zie hier de formule: de eerste speelt iemand vijf minuten solo, om dan een duo te vormen en na vijf minuten het stokje weer door te geven, waarna als in een estafette de rest volgt, tot helemaal aan het eind de laatste na vijf minuten soleren er een einde aan breit.

Greetje Bijma en Broos, het is een wonderlijke combinatie. De ene keer heft deze zangeres een aria aan, de andere keer pruttelt ze vreemde klanken, ijselijk hoog, maar soms ook diep laag. Samen met Jasper Blom al evenzo, al doet door Blom hier de lyriek zijn intrede. Een lyriek die hij vasthoudt als de Vlaamse pianist en opkomende ster Bram De Looze zijn intrede doet. De Looze begeleidt aanvankelijk redelijk spaarzaam; het is hier Blom die met een fraaie melodie op tenorsax de toon zet. Anders wordt het met Kika Sprangers op sopraansax. De rollen zijn nu gelijker verdeeld en er ontvouwt zich een avontuurlijk duet. Pianist wisselt met pianist en terwijl De Looze nog net het pedaal ingedrukt kan houden, schuift Wolfert Brederode achter het klavier. Maar vergissen kunnen we ons niet, want deze twee pianisten verschillen wel degelijk van elkaar. Zo jazzy als De Looze klinkt, zo klassiek speelt Brederode. We krijgen krachtige, stuwende akkoorden, wederom lyriek en een mooi duet met Sprangers, maar vooral met Diamanda Dramm, die na vijf minuten haar plaats overneemt.

Een beetje een vreemde eend in de bijt vanavond: Dramm is immers in eerste instantie een violist die zich profileert binnen de hedendaagse gecomponeerde muziek, improviseren doet ze zelden. Maar de twee vinden elkaar hier. Ze legt een lange golf van klanken neer als een onderlegger voor de sprankelende noten van Brederode. Echt spannend wordt het als hij vervolgens onder de klep van de vleugel duikt en ze beiden het hoog aftasten. Maar helaas, de vijf minuten zijn om en trombonist Louk Boudesteijn neemt het stokje over. Het duet dat volgt - het lijkt wel een gesprek - heeft iets komisch, maar komt niet echt op gang. De twee vallen regelmatig stil en het geheel is helaas een van de zwakkere momenten van de avond. Beter gaat het samen met gitarist Prashant Samlal, al komt ook deze beter tot zijn recht bij bassist Eric van der Westen, die met een paar ferme slagen op zijn snaren aangeeft dat Boudesteijns tien minuten erop zitten. Samlal en Van der Westen kiezen de blues als lijn en bouwen een spannende set. Meesterdrummer Teun Verbruggen start aansluitend het klassieke ritmetandem op en de twee creëren menig spannend en zeer ritmisch moment.

Echt experimenteel was het tot op heden nog niet, maar daar brengt Achim Zepezauer nu wel verandering in. Gezeten achter een berg elektronica gaat hij direct onstuimig van start. Nu weten we dat Verbruggen daar niet heet of koud van wordt, zie zijn samenwerkingen met musici als Jozef Dumoulin en Keiji Haino. Creatieve geluidsstormen worden dan ook ons deel in een zinderende partij. Zepezauer mag verder bouwen met drummer Jamie Peet, maar de magie die hij had met Verbruggen ontstaat hier niet opnieuw; daarvoor doen de twee te veel hun eigen ding. Peet is dan ook het best in de laatst vijf minuten als hij mag soleren. Een waardig slot van een wederom boeiende avond duetten.

Foto's: Donata van de Ven & Cees van de Ven

Labels:

(Ben Taffijn, 17.1.19) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Sly & Robbie meet Nils Petter Molvaer feat Eivind Aarset and Vladislav Delay - 'Nordub' (OKeh, 2018)

Opname: 13-15 november 2016

Sly & Robbie, een roemrucht Jamaicaans reggaeproducersduo dat bestaat uit drummer Sly Dunbar en bassist Robert Shakespeare en al actief is sinds de jaren 70, komt hier normaal gesproken niet aan bod. Dat dit nu wel zo is heeft alles te maken met een album dat vorig jaar verscheen bij Okeh Records, 'Nordub' geheten, waarop het duo de samenwerking zocht met trompettist Nils Petter Molvær, gitarist Eivind Aarset - beiden bekend uit de Scandinavische jazzscene - en een keur aan artiesten die zich hebben onderscheiden in de wereld van de experimentele elektronica, zoals Vladislav Delay, Erik Honoré en Jan Bang.

De reggae-achtergrond van Sly & Robbie zit er natuurlijk in: het lome, wiegende ritme horen we direct in 'If I Gave You My Love' - Dunbar met het stokje op de rand van de trommel. Het fragiele, ijle geluid van Molvær past er perfect bij, evenals de veldopnames die Honoré maakte. Een innemende opener. In 'How Long' is het ritme nadrukkelijker aanwezig, ondersteund door met behulp van elektronica gecreëerde klankwolken. In 'White Scarf In The Mist' zitten we weer midden in de lome reggae, alleen nu een paar tandjes hoger. Robbie legt een heerlijk patroon neer met zijn bas en we horen Molvær andermaal in schitterend trompetspel.

Aarset speelt een grote rol in 'Was In The Blues'. Een stevig, rock-georiënteerd nummer, waar deze gitarist zijn snaren flink aanspant, maar waarin we tevens de nodige experimentele elektronica tegenkomen. Met 'European Express' is het aansluitend weer back to basics, tot we met 'Politically KKKorrrekkkttt.' afsluiten we in stijl en geleidelijk naar het einde deinen.

'Nordub' doet zijn naam alle eer aan. Het muzikale gedachtengoed van Sly & Robbie wordt hier in een nieuw, fris jasje gestoken. Reggaeliefhebbers doen er goed aan dit album eens te beluisteren, evenals avontuurlijke jazzgeesten. Puristen kunnen deze schijf maar beter laten liggen.

In de Jazztube hierboven kun je kijken naar een concert van Sly & Robbie met Nils Petter Molvær, Eivind Aarset en Vladislav Delay tijdens de Summer Jazz Days in Warschau op 12 september 2015.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 15.1.19) - [print] - [naar boven]



Cd
Jazz Orchestra of the Concertgebouw - 'Crossroads' (Challenge, 2018)

Opname: 30-31 oktober 2017

Een dubbelaar gevuld met tien composities van leden van het Jazz Orchestra Of The Concertgebouw (JOC). Allemaal origineel en nieuw werk, waarin het orkest een staalkaart van zijn kunnen presenteert. En dat is nogal wat. Het orkest is een verzameling topmuzikanten, die elk hun sporen ruimschoots verdiend hebben.

Het album opent met 'Shortcut', een compositie van gitarist Martijn van Iterson, waarin niet alleen door hem gesoleerd wordt, maar ook door Sjoerd Dijkhuizen op tenorsax en Hans Vroomans op piano. Een heerlijk uptempo en swingend nummer met een catchy thema, dat knap wordt uitgewerkt naar het orkest op volle sterkte, waarna de solo van Vroomans een rustpunt vormt. Langzaam sluipt het orkest weer binnen om naar een geweldige climax toe te werken. 'Oliver’s Dance' van saxofonist Simon Rigter wordt lekker puntig gespeeld en bevat lyrische solo's van Rigter op tenor, Jan van Duikeren op trompet en Sjoerd Dijkhuizen op tenor. De ritmesectie van Marcel Seriese op drums, Vroomans op piano en Frans van Geest op bas levert een stevig en strak fundament.

'English Heart' is een mooie gedragen ballad van Ilja Reijngoud. Je waant je al snel in een ballroom, zeker als Reijngoud op trombone warme en subtiele tonen laat horen, direct gevolgd door een prachtig uitgesponnen solo van Jorg Kaaij op sopraansax. Knap ook hoe mooi de Amerikaanse dirigent Dennis Mackrel het orkest heel gedoseerd inzet. Het nummer eindigt met een subtiele interactie tussen de inmiddels gedempte trombone en de altsax. Jorg Kaaij componeerde 'Jane St. 2 AM', waarin we een ontmoeting van de alt van Jorg Kaaij en de trombone van Bert Broeren te horen krijgen. Er ligt een stevige swing onder van het orkest, dat op gezette tijden lekker komt opzetten om samen met de solisten naar diverse hoogtepunten te werken. Ook Vroomans laat op piano een perfecte solo horen.

Martijn van Iterson leverde met 'Sixmas' en 'Swarms' nóg twee composities waarmee het eerste schijfje eindigt. Hij laat zien een goed ontwikkeld componeertalent te hebben met catchy melodieën en een geweldige opbouw, waarbij de verschillende secties van het orkest onnavolgbaar ingezet worden. Voeg daaraan toe de virtuositeit van solisten als Van Iterson zelf op gitaar, Jan van Duikeren op trompet en Simon Rigter op tenor en je hebt bigband van wereldklasse.

Rietblazer Joris Roelofs vult zo'n 27 minuten op de tweede cd met drie composities: 'Para Poli', 'Ataraxia' en 'The Ninth Planet', waarin zijn prachtige beheersing van de basklarinet te beluisteren is. Een ondergewaardeerd instrument, dat hier in zijn volle glorie knap in het zonnetje wordt gezet. In deze nummers wordt het bigbandgenre verder opgerekt in de richting van de free jazz en ontstaan er verrassende combinaties met solo's van Martijn van Iterson op gitaar en Martijn Vink op drums en niet te vergeten de geweldige solo van Ruud Breuls (trompet) op het ietwat zware en gedragen 'Ataraxia'.

Nog één keer komt het orkest tot al zijn kracht in het mooie 'A Minor Confusion', goed gekozen als slot van de plaat. Alle secties schitteren nog een keer en Breuls en Rigter leveren prachtige solo's af.

'Crossroads' is een mooi uitgebalanceerde plaat geworden met een perfecte volgorde van de nummers, waarin het hele spectrum van meer traditionele bigband naar de interpretatie van het JOC goed te beluisteren is. Het Jazz Orchestra Of The Concertgebouw heeft met deze plaat bigband opnieuw gedefinieerd en dat is een stevig compliment waard.

Op de Soundcloud-pagina van het JOC kun je 'Crossroads' beluisteren.

Labels:

(Johan Pape, 14.1.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Tegendraads zeilen naar de zon

Boundless Trio, donderdag 13 januari 2019, Citadelic, S.M.A.K., Gent

Samen met mijn gezellen Patrick en Chris
maak ik deze wonderbare reis.
Tegendraads
scherp aan de wind
zeilen we naar de zon.
En onverhoeds,
verschijnt een regenboog en een
palet van kleuren,
terwijl duizend klankflarden
de hemel vullen
met nieuwe geluiden, tekens
en eeuwige gebaren.


Woorden van schilder, beeldhouwer en bassist Paul Van Gysegem bij 'Boundless', het album dat deze Vlaamse pionier van de vrije muziek in 2017 uitbracht met collega's Patrick De Groote (trompet, bugel) en Chris Joris (drums, percussie). Het is meteen ook een mooie samenvatting van de opmerkelijke synergie die plaatsvond; eentje die, net als bij andere bezettingen die steek houden, actie en reactie in evenwicht houdt, zowel zinspeelt op een creatieve daad (de muzikanten maken de reis, en ze doen dat bewust), als op de rijkdom die zich gaandeweg aan hen openbaart en betekenis krijgt. Er leken een paar afspraken te zijn, maar dat ging dan meer over wie zou starten met wie, en op welk instrument, dan over een stilistische koers of een opgelegde structuur. De vrijheid regeerde.

De eerste improvisatie, meteen goed voor een kloeke twintig minuten (terwijl de stukken op het album varieerden tussen drie en acht minuten) eindigde zoals ze startte: met de gestreken bas van Van Gysegem. Die kreeg al snel gezelschap van De Groote, die vaak gebruik maakte van dempers, wat zijn insteek een intieme, lyrische flair gaf. Hier geen bruut geklieder, maar een meer genuanceerd beeld, waarin soms wel kwieke spurtjes of abrupte wendingen opdoken. Het is ook altijd even wachten hoe de akoestiek van een ruimte reageert op de muziek, maar daar werd verstandig op ingespeeld, ook door Joris, die zich aanvankelijk vooral focuste op de cimbalen en die langzaam liet zinderen door de ruimte. Het werd een muzikaal gesprek met Van Gysegem als voortrekker, waarin soms verrassende harmonieën opdoken, terwijl Joris beweeglijk door en rond de interactie borstelde.

Dat je te maken had met ervaren muzikanten bleek ook uit het geduld dat tentoongespreid werd. Hier geen drang om te epateren, de luisteraar te bedelven onder een onophoudelijke stroom van ideeën. Integendeel: Joris ging af en toe eens op wandel en De Groote zette een stap opzij. Dat gaf de muziek regelmatig een soberheid, bijna op het ascetische af, die van het concert een soort van ritueel maakte, zeker wanneer Joris die statigheid ook liet horen via een stel schaaltjes of drumwerk dat de interactie van (en met) zijn kompanen op een elegant verhoogje plaatste.

En zo slalomde het trio van ingetogen, haast etherische momenten (zeker wanneer De Groote de zachtere bugel bespeelde), naar woeliger zones met ruwere, expressieve vegen, een grillige potten- en pannensound of een mooie wending, zoals toen Joris een dialoog aanging met Van Gysegem op een Afrikaanse handtrom. De bassist hanteerde zijn instrument als klankkast, waardoor het een percussieduet was tot de terugkeer van De Groote.

Ook hier geen exacte wetenschap en geen hoogtechnologische acrobatie, maar interactie van mensen met een eigen temperament die in het onbekende duiken ('boundless', inderdaad), zich bewust van de risico's, maar ook van de momenten vol verrassingen en die 'regenboog' waar Van Gysegem het over had, die meer dan eens een halve cirkel van minstens zeven kleuren door de ruimte trok. Een mooie start van het concertvoorjaar.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be

Labels:

(Guy Peters, 12.1.19) - [print] - [naar boven]



Cd's
Frame Trio - 'Luminária' (FMR, 2018)

Opname: 28 november 2017

Het Portugese Frame Trio kent een bijzondere bezetting: gitaar, trompet en contrabas. De leden zijn bekenden in de vrije improvisatie. Trompettist Luís Vicente en gitarist Marcelo dos Reis zijn belangrijke spelers in de Portugese scene en de Belgische bassist Nils Vermeulen kennen we onder andere van Kabas en Jukwaa. Ze zijn op 'Luminária', hun debuut, aan elkaar gewaagd.

Zes titelloze stukken bevat het album, waarin de drie musici hun interesse in buitengewone klanken volop etaleren. Reeds in het eerste stuk valt Vincente op met een wat afgeknepen geluid, een delicate melodie blazend, terwijl we op de achtergrond Dos Reis en Vermeulen in een lyrische dialoog tegenkomen. In het tweede stuk horen we Vicente fluisterzachte, ietwat schurende klanken produceren, terwijl Dos Reis en Vermeulen bescheiden akkoorden aanslaan. Dan klinkt ineens een vol en mooi transparant trompetgeluid, terwijl zijn twee kompanen hun snaren wat intensiever beroeren, overlopend in een ietwat broeierig ritmisch patroon. En wie maakt dat vreemde, ritmische geluid in het derde stuk? Aangezien we eerst Vermeulen horen in een boeiende solo en aansluitend Vicente, moet dat Dos Reis zijn. Hoe hij het doet, geen idee, maar het klinkt smakelijk.

Verontrustende, maar ook zeker spannende bas- en gitaarklanken in 'Luminária IV'. En ook hier is het geluid van Vicente weer meer dan bijzonder; het lijkt meer op fluiten dan op blazen. Mooi is ook het melodische patroon dat Dos Reis verderop ten gehore brengt, het fijnere snarenwerk. Soms, zoals in het vijfde stuk, doet de muziek denken aan folk, met name door de ritmische structuur die Dos Reis en Vermeulen hier neerzetten en waar de trompettist met een hoge, ijle klank op varieert. In het afsluitende 'Luminária VI' valt allereerst de gitaarsolo van Dos Reis op, transparant en zeer ritmisch. Vermeulen valt bij met ietwat weemoedig basspel en Vicentes klank zit al even vol van melancholie.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 11.1.19) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.