Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Cd's
Nicole Mitchell portret - deel 1

Mark Dresser Seven - 'Ain't Nothing But A Cyber Coup & You' (Clean Feed, 2019)
Opname: 16-18 september 2018
Matthew Shipp Trio & Nicole Mitchell - 'All Things Are' (RogueArt, 2019)
Opname: 7 augustus 2018

Vrouwen zijn nog altijd ondervertegenwoordigd in de jazz, iets dat nog sterker geldt voor zwarte vrouwen. En als je dan ook nog kiest voor de fluit, een instrument dat we niet vaak horen in de jazz, lijkt doorbreken helemaal onmogelijk. Het lukte Nicole Mitchell en al zo'n twee decennia speelt zij een bijzondere rol in de hedendaagse jazz. Een paar projecten van de laatste anderhalf jaar tonen daarbij haar enorme veelzijdigheid.

Dressers septet is een heuse all star band, met naast de naamdrager op bas en Mitchell op diverse fluiten rietblazer Marty Ehrlich, trombonist Michael Dessen, violist Keir Gogwilt, pianist Joshua White en drummer Jim Black. 'Ain’t Nothing But A Cyber Coup & You' is het tweede album van deze band, na het in 2016 verschenen 'Sedimental You'. En een septet mag dan geen bigband zijn, de muziek heeft er opvallend veel van weg. Zeker door de strakke blazersarrangementen, bijvoorbeeld in het titelstuk, die als rustpunten dienen voor de opvallend virtuoze solo's, Mitchell voorop. Zo is ze al uitgebreid te horen in opener 'Black Arthur’s Bounce'. En de fluit mag dan beperkt zijn in het bereik, het gaat geenszins ten koste van de zeggingskracht. Van virtuositeit en zeggingskracht getuigen ook zeker de solo's van Ehrlich en White. In het zeer korte 'Pre-Gloam' - zeer korte en vrij lange stukken wisselen elkaar hier op dit album af - horen we Mitchell op de altfluit, alsof de aarde zich opent. Prachtig is ook haar bijna klassiek klinkende bijdrage in de ballade 'Gloaming', juist de fluit met zijn transparante klank past hier perfect. Volop knarsende noten en dwarse verbanden in 'Let Them Eat Paper Towels' en tegen het einde weer zo'n schitterende fluitsolo, overigens hier op een aantrekkelijk ritmisch patroon van drummer Jim Black. Tot slot moeten we hier het korte, folkachtige melodietje 'Song Tine' nog noemen.

Bijzonder is zeker ook 'All Things Are', de getuigenis van de samenwerking tussen Mitchell en het Matthew Shipp Trio – met naast Shipp, bassist Michael Bisio en drummer Newton Taylor Baker – opgenomen tijdens een hete dag in augustus 2017. De stemmige opener 'Elements' zet Mitchell direct in de schijnwerpers met de drone-achtige klanken van de altfluit, terwijl Shipp de melodie speelt. Verderop schuiven de klanken echter verder naar elkaar toe en ontstaat er een opvallende eenheid, prachtig hoe ze hier samen de melodie weergeven. In 'Well Spring' overheerst de blues, puntig gespeeld door Shipp, uitbundig verfraaid door Mitchell en strak begeleid door Bisio en Baker. Een stemming van melancholie maakt zich van ons meester. Het kenmerkt ook het wat experimentelere 'It', 'Hidden Essence' en 'Blossom'. In die twee laatste valt vooral het krachtige en soms zeer ritmische pianospel van Shipp op. Prachtig klinkt de fluit ook in 'Water And Earth' en 'Fire And Air'. Middels een grote diversiteit aan technieken weet Mitchell de elementen in klank te vangen, op de achtergrond sfeervol ondersteund door dit trio.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 22.11.20) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Rymden - 'Space Sailors' (Jazzland, 2020)

Opname: januari-februari 2020

De Noorse pianist Bugge Wesseltoft heeft sinds het begin van zijn carrière, aan het begin van de jaren 90, altijd de grenzen van de jazz afgetast. Er zijn klassieke invloeden, met name in zijn soloalbums en de albums die hij met zangeres Sidsel Endresen opnam en er zijn invloeden van de experimentele elektronica, met als meest markante voorbeeld het album 'Duo', dat hij in 2011 maakte met de techno-producer Henrik Schwarz. Twee jaar geleden kwam daar een nieuw project bij, een pianotrio, waarin we hem horen met bassist Dan Berglund, waar hij al eerder intensief mee samenwerkte, en drummer Magnus Öström - oftewel Rymden. Hun debuutalbum 'Reflections & Odysseys' volgde al snel en begin dit jaar verscheen het tweede album 'Space Sailors'.

Daarop komen die werelden samen, want een klassiek pianotrio is dit geenszins. Temeer daar alle drie de musici naast hun akoestische instrumenten over een uitgebreid scala aan elektronica beschikken. Bij deze muziek past ook dat de structuur van de stukken over het algemeen nogal uitgesproken is. Bij Rymden geen ingewikkelde manoeuvres, onverwachte wendingen, oeverloze solo's of soortgelijke zaken. Nee, de muziek lijkt ook daarin vaak meer op popmuziek dan op jazz. Neem stukken als het zeer ritmische 'Terminal One', 'The Final Goodbye' of 'The Actor (Gonzo Goes To Pasadena)', waarin alles in dienst staat van een groove waar in het gehele nummer geen centimeter van wordt afgeweken. Kortom, veel meer dan we in de jazz gewend zijn draait het hier primair om ritme en melodie.

'Söndan' en 'Pigrimstad' zijn de onvermijdelijke rustpunten, het eerste gebouwd rond downtempo klanken van de elektronica en het slagwerk, spaarzaam ingekleurd met transparante pianoklanken, het tweede vormgegeven als een klassieke jazzballade, met als start een melancholieke bassolo. En dan is er nog die titel: 'Space Sailors', die de verwachting wekt van een zeker psychedelisch effect. Welnu, daaraan is zeker geen gebrek. We vinden het in 'The Spacesailor', dat helemaal de sfeer van de psychedelische rock ademt, iets wat nog versterkt wordt doordat Wesselftoft achter de Fender Rhodes heeft plaatsgenomen, maar meer nog in de twee delen van 'Arriving At Ramajay', dat iedere liefhebber van dit genre aan moet spreken.

In de Jazztube zie je een liveconcert van Rymden. Opgenomen in jazzclub Victoria, Oslo op 18 januari 2019.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 19.11.20) - [print] - [naar boven]



Cd
Thunderblender - 'Stillorgan' (W.E.R.F., 2020)

Opname: februari 2019 & 2020

Met weeklagen ('Lament') een album beginnen, het oogt misschien niet erg uitnodigend. De spaarzame vormen in het eerste nummer hebben echter hun kracht. Door heel sober warme en kille klanken te combineren kan het beluisteren van 'Stillorgan' al met een louterend effect beginnen. Dat mag dan verrassend zijn, het is het begin van een opeenvolging van nummers waarvan een aantal de luisteraar kan overrompelen.

Gaat 'Movin On!' met een dansbare cool ineens vrij vrolijk vooruit, op 'Last Light Out' staat al haast geen rem meer op de energie en inventiviteit van Thunderblender. Daar rolt het drietal - Hendrik Lasure (piano, effecten), Jens Bouttery (drums, bas synth) en Sam Comerford (tenor- en bassaxofoon, composities) - in een vruchtbare dynamiek een veelzijdig samenspel uit dat imponeert!

Dit album baadt niet in een onmiskenbaar sfeertje, maar ruilt snel bezinning in voor intense prikkels. 'Stillorgan' heeft veel weg van een gedeelde, artistieke weergave van leven met de druk en de complexiteit van de moderne tijd. Of zo ben ik geneigd te willen vatten hoe de muzikale ideeën en titels als 'Doubt', 'Hope', 'Arrival' en 'Last Minute Panic' elkaar opvolgen. Tussen verschillende stemmingen en wisselende situaties lijkt teruggekoppeld te worden naar een innerlijk evenwicht toe. Om steeds opnieuw creatief om te kunnen gaan met nieuwe condities. Zodat je ook zingend door het leven kan gaan, ondanks en dankzij alle commotie soms ('Panix Redux'). En de nodige rust vindt voor het slapengaan ('Lights Out').

Een knappe plaat, van internationale allure.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels:

(Danny De Bock, 17.11.20) - [print] - [naar boven]



Onder het stof vandaan
Keith Jarrett - 'Budapest Concert' (ECM, 2020)

Opname: 3 juli 2016

Deze week maakte de inmiddels 75-jarige Keith Jarrett bekend dat zijn carrière na twee beroertes, gekregen in het voorjaar van 2018 met als gevolg daarvan een enkelzijdige verlamming, vrijwel zeker ten einde is. Naar eigen zeggen is met zijn linkerhand een kopje vasthouden voor de komende tijd het hoogst haalbare. Een tragedie, temeer daar het hier zonder meer gaat om een van de meest boeiende pianisten van de afgelopen decennia en bovendien om een van de weinigen die zowel in het klassieke gecomponeerde genre als in de vrije improvisatie excelleerde. Bijzonder is ook dat Jarrett sinds mensengeheugenis of solo te horen was, of met zijn inmiddels onafscheidelijke begeleiders: de twee maanden geleden overleden bassist Gary Peacock en drummer Jack DeJohnette.

Gelukkig brengt ECM Records met enige regelmaat opnamen uit die daar anders toch maar stof liggen te vergaren, zoals nu met opnames van een concert in Boedapest uit 2016 - dat dit op vrijwel hetzelfde moment gebeurt als waarop Jarrett naar buiten brengt wat hem ruim twee jaar geleden overkwam, is natuurlijk wel enigszins bizar. Twaalf geïmproviseerde delen, natuurlijk, verdeeld over twee cd's en tot slot twee standards: 'It’s A Lonesome Old Town' en 'Answer Me, My Love' als toegift. Een enigszins enigmatisch begin, maar wel direct vol in de actie, waarna hij de blues opzoekt en aansluitend in het tweede deel de stilte tussen de noten weegt. We zien hem zitten, ietwat voorover gebogen, volledig in de concentratie. En dan is er weer even dat moment dat hij zijn mond niet kan houden, iets dat ook zo kenmerkend is voor zijn optredens. De man zit zo verdiept in zijn spel dat het hem simpelweg ontsnapt voor hij er erg in heeft. In de delen drie en vier zoekt Jarrett wederom het ritme en met name in het vierde deel weet hij met die zo voor hem kenmerkende groove meer dan te overtuigen.

De tweede cd bevat de delen vijf tot en met twaalf en de twee standards. Zeker voor Jarretts begrippen vrij korte en relatief melodieuze stukken. Zo heeft het vijfde deel onmiskenbaar iets van een intieme ballade, net als het prachtige zevende deel, waarbij vooral de opbouw bijzonder is en de wijze waarop hij hier de linker- en de rechterhand met elkaar combineert. Na in het zangerige achtste deel met de rechterhand een frisse regenbui te hebben gesimuleerd, keert Jarrett in deel negen weer terug naar de abstractie. Golven weerbarstige noten stromen de Béla Bartók Concert Hall in. Tot slot van zijn improvisatie, na het zeer intieme elfde deel, keert de blues terug in uptempo. En Jarrets 'Lonesome Old Town' is in alles een oude, stille stad. De noten krijgen hier alle ruimte om weg te waaien.

Foto: Woong Chul An

Labels: ,

(Ben Taffijn, 14.11.20) - [print] - [naar boven]



Digitaal album
Peter Evans - 'Standards' (More Is More, 2020)

Peter Evans die wat doet met standards, dat is niet nieuw. Denken we bijvoorbeeld aan 'Stardust' op het album 'Ghosts' (2011) of aan 'All The Things You Are' op 'Live in Lisbon' (2009). En een album met louter trompet en piano, dat deed hij ook al. Denken we maar aan 'Weatherbird' met Cory Smythe, dat het gelijknamige nummer in de historische samenwerking tussen Louis Armstrong en Earl Hines als vertrekpunt had.

De geschiedenis van de jazz was en is voor Peter Evans studiemateriaal en een bron voor inspiratie. Meestal gaat hij met oude composities om als een muzikant die hongert naar vernieuwing. Naspelen is dan niet aan de orde. Het worden heuse bewerkingen, vaak ferme vertimmeringen.

Voor zijn doen doet de trompettist de traditionele jazz bijzonder veel eer aan op 'Standards'. Natuurlijk is hij niet te verlegen om origineel uit de hoek te komen. Dat hij hier vijf composities presenteert die zeven, acht, negen minuten duren geeft het al aan. Hij speelt er mee, brengt toevoegingen aan, rekt ze uit... En daarbij blijft hij opvallend trouw aan de geest van het materiaal.

Het openingsnummer is tekenend voor elk volgend stuk. De pianist begeleidt, zoals bij een zangeres, het verhaal. De bezongen emoties krijgen een aarding mee en achtergrondkleuren, alsook aansluitende bedenkingen. Al zijn de vertolkers maar met twee, het geheel wordt meer dan de som der delen. 'Everything Happens To Me' overstijgt, zoals in verschillende versies van uiteenlopende artiesten, het zelfmedelijden omdat alles tegenzit. Het fatalistische zelfbeklag krijgt relativerende noten mee.

De intro bij 'I’ll Remember April' mag de oren doen spitsen en er de spanning even inhouden voor wat komt. Het kondigt de uitgebreide verklanking aan van vurige vlammen en gloeiende assen, herinneringen om later het hart aan te verwarmen. Zoals de tekst het wil die gaat over een affaire in de lente - "The fire will dwindle into glowing ashes..."

Techniek en gevoel, vorm en inhoud worden - de teksten indachtig - op meeslepende manieren verenigd. Het hemelse en het aardse worden aan elkaar gepaard in 'Heaven' van Duke Ellington, uit het Second Sacred Concert. Dat elke track weer zo bijzonder en uiterst genietbaar kan worden - bij herhaalde beluistering opnieuw en opnieuw - is zeker mede toe te schrijven aan het superieure trompetspel van Peter Evans. De verdienste van het welslagen ligt niet minder bij de compagnon, pianist Samuel Gapp. De jonge, (eveneens) klassiek geschoolde kracht toont zich een fijngevoelig talent en raakt beheerst en uiterst gepast de toetsen, zoals op het eigen 'Blues', maar ook op 'Embraceable You'.

Deze recensie verscheen ook op Jazz'Halo | Foto: Cees van de Ven

Labels: ,

(Danny De Bock, 12.11.20) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Terje Rypdal - 'Conspiracy' (ECM Records, 2020)

Opname: februari 2019

De Noorse gitarist Terje Rypdal maakte in 1971 zijn eerste album voor ECM Records, eenvoudigweg 'Terje Rypdal' geheten, het was zijn tweede plaat. In de bijna een halve eeuw die ons scheidt van dat moment is hij het label altijd trouw gebleven en het nog maar net verschenen 'Conspiracy' vormt daarvan het beste bewijs. Nu werd het ook wel weer eens tijd voor een nieuw album; het laatste stamt uit 2013 en dat betrof de opnames van een voor Rypdal gecomponeerd werk, 'Melodic Warrior'. Voor het laatste jazzalbum, 'Crime Scene', moeten we zelfs terug naar 2010.

Maar nu dus, op zijn drieënzeventigste, komt hij met dit 'Conspiracy', opgenomen met een kwartet bestaande uit Ståle Storløkken op keyboards, Endre Hareide Haltre op elektrische bas, Pål Thowsen op drums en percussie en Rypdal zelf natuurlijk op gitaar. Het is een vrij kort album geworden, ruim een half uur, maar met een grote intensiteit. 'As If The Ghost... Was Me!?' zet wat dat betreft direct de toon. De breed uitwaaiende gitaarklank, Storløkken die voor de tweede stem zorgt, Thowsen heel zacht op de achtergrond. Het is weer eens zo'n onvervalste, ietwat duistere, maar zeer sfeervolle Scandinavische klankwolk, iets waar Rypdal in is gespecialiseerd. Het gaat bij hem nooit primair om de melodie, al is die er vaak wel, maar veel meer om het oproepen van een bepaalde sfeer door middel van breed uitwaaierende patronen. Ook 'What Was I Thinking' is daar een prachtig voorbeeld van. En daarin past dat dit kwartet musiceert als een hechte eenheid; hier is het groepsgeluid doorslaggevend, gesoleerd wordt er niet. Het gaat iedere keer weer om die samenballing van energie. Om die unieke veelkleurige, gelaagde klanksculptuur.

Rypdal is dan ook eigenlijk helemaal geen jazzgitarist. Deze muziek, en het titelstuk 'Conspiracy' maakt dat nog mooier duidelijk, staat eigenlijk veel dichter bij postrock dan bij jazz. Rypdal laat hier zijn gitaar vervaarlijk janken, het is ineens gedaan met de rust. Hij krijgt stevige ritmische ondersteuning van Haltre en Thowsen en sleept ons mee in een vervaarlijke maalstroom. Met 'By His Lonesome' keert de rust terug en horen we Rypdal een wat omfloerste melodie spelen, terwijl de rest van het kwartet de klankwolken voor zijn rekening neemt. Het laatste substantiële stuk, 'Baby Beautiful' zit een beetje tussen de twee werelden in. Het kent schitterende klanksculpturen - let hier vooral ook Storløkkens keyboards - maar ook forse, rock-achtige momenten. Tot slot een duistere wolk, het korte 'Dawn', bijna als een soort van toegift.

In de Jazztube zie je 'Conspiracy' live ter gelegenheid van de 70ste verjaardag van Terje Rypdal. Opgenomen in jazzclub Victoria, Oslo op 26 augustus 2017. Met naast Rypdal op gitaar Ståle Storløkken op keyboards, Nicolai Eilertsen op bas en Pål Thowsen op drums.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 10.11.20) - [print] - [naar boven]



Nieuws | Festival
Amersfoort Jazz 2020

Drie dagen, drie streams, drie podia. Van 20 t/m 22 november streamt het festival Amersfoort Jazz 19 concerten live vanuit Theater De Lieve Vrouw en De Observant. Voor het typische festivalcachet wordt gezorgd vanuit het online Amersfoort Jazz Café, met presentatie door onder meer Izaline Calister, SaraLee Vos, Bart Wirtz en Rolf Delfos. De uitzending wordt opgeluisterd door DJ Maestro. Het evenement is gratis online te beleven.

In het theater geven gerenommeerde jazzformaties en -artiesten acte de présence, zoals Tineke Postma, Izaline Calister en Margriet Sjoerdsma Odelion. Voor grensoverschrijdende verrassingen zorgen Artvark & Drums United, Efe Erdem Three4 en Stormvogels Alter Ego Jazzbarock Consort.

In de Observant zijn vrijdag- en zaterdagavond Amersfoort Jazz Club Nights, met Steffen Morrison, Shirma Rouse, Saskia Laroo, Alexander Beets & The Round Midnight Orchestra ft. Paul van Kessel en Gallowstreet Brassband, terwijl op zondag de intimiteit wordt gezocht met de tango van Naos en de elegante Caribbean jazz van actrice Manoushka Zeegelaar Breeveld.

Amersfoort Jazz presenteert de nieuwe generatie met ondermeer Sun-Mi Hong, Kika Sprangers, Xavi Torres, Thomas Pol, Sebastiaan van Bavel, Gideon Tazalaar, Tim Hennekes en Simio (de driedubbele winnaar van het Prinses Christina Concours). In samenwerking met de Spaanse partners Jazz I Am, Jazz Terrassa en Institute Ramon Llull stelt het festival een jong kwintet samen van de grootste talenten uit Nederland en Spanje.

Amersfoort Jazz eert ook de legendes. Hans Dulfer (80) keert terug met zijn nieuwe formatie. Boy Edgar Prijs-winnaar Jasper van 't Hof neemt plaats achter de vleugel en de synthesizer. Trompettiste Ellister van der Molen speelt en vertelt over de filmmuziek van Miles Davis. In De Lieve Vrouw zijn drie filmvoorstellingen van de spraakmakende film 'Miles Davis: Birth of the Cool' (2019).

Het festival is live te volgen via de website van Amersfoort Jazz.

Foto's: Willem Schwertmann & Petra Beckers

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 9.11.20) - [print] - [naar boven]



Cd
Cyclope - 'Uilenvlucht' (eigen beheer, 2020)

Opname: oktober 2019

Deze cd kan het beste worden beluisterd in totale afzondering en volledige luisterbereidheid, uw gsm op stil en aan uw voordeur het bordje NIET STOREN. Dat zijn voorwaarden om al het moois dat door Lode Vercampt op cello en Jean-Philippe op klarinetten juist op waarde te schatten. Zet u schrap voor Cyclope!

Samenspel, toonvorming en muzikale verstandhouding frapperen. Zelden hoor je op klarinet zulke beheerste langgerekte verfijnde glissandi tot in het uiterste pianissimo, zoals in het stuk 'Insomnia'. De aangrijpende verhaallijn van Poncin op een bedje van geplukte single notes van Vercampt is van een grote schoonheid.

Volkomen muzikale eensgezindheid hoor je onder andere in 'Laudes'. Daar is geen speld tussen te krijgen. De wijze waarop dit duo in deze uitgave-in-eigen-beheer tot klinken werd gebracht verdient alle waardering.

Van bovenstaande superlatieven moet geen woord worden teruggenomen. Het luisterplezier van 'Uilenvlucht' is van dien aard dat ik het bordje NIET STOREN nog even laat hangen en de repeat-toets van de speler nog eens indruk.

Ook voor Lode Vercampt en Jean-Philippe Poncin geldt het motto: SUPPORT ARTIST, BUY THEIR STUFF, SHARE THEIR WORK.

Klik hier om te luisteren naar een track van dit album: 'Venijnbomen'.

Labels:

(Cees van de Ven, 5.11.20) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Met een mondmasker achter de tv

Tobias Klein, Oguz Büyükberber & Rie Watanabe, zondag 25 oktober 2020, De Ruimte, Amsterdam

Optredens met maximaal 30 man publiek waren vorige week nog toegestaan, zodat het eerste concert als onderdeel van het tweejaarlijkse Basklarinet Festijn, georganiseerd door Fie Schouten en haar partner Tobias Klein, gewoon kon doorgaan. En wat een zegen, ik kon thuis meegenieten. Iets wat overigens ook voor u geldt, want het concert is via de JazzTube hieronder nog gewoon te bekijken. Een trio vanavond met allereerst twee musici die in onze contreien hun sporen op die basklarinet inmiddels wel hebben verdiend en ook al jaren regelmatig samenspelen: de eerder genoemde Tobias Klein en Oguz Büyükberber. Ze worden ondersteund door percussioniste Rie Watanabe.

De video had wat later aangekund, nu zitten we wel heel lang te kijken naar de voorbereidingen en de beeldkwaliteit laat behoorlijk te wensen over, maar dat alles mag de pret geenszins drukken in deze doorlopende set van ongeveer drie kwartier en een korte toegift. Een sputterende dialoog van de beide klarinettisten zet direct de toon, op de achtergrond is Watanabe in de weer met keukengerei. Flarden van melodieën, losse invallen, het zoeken naar verbinding, kortom vrije improvisatie. Subtiel en indringend. Dan stapt Klein over op een coherent patroon, terwijl Büyükberber ondersteuning biedt met enkele gerichte grepen en Watanabe overschakelt naar de vibrafoon. Toch spreekt het moment dat daarop volgt mij meer aan, het moment waarop Büyükberber weer overstapt op zijn eigen patronen en de spanning tussen de twee toeneemt.

De bijdrage van Watanabe is opvallend bescheiden, je moet de oren spitsen om haar goed te kunnen horen. Overigens betekent dat geenszins dat die bijdrage er niet toe zou doen, want juist in die onnadrukkelijke opstelling zit de kracht, met name omdat het zo goed past bij het vaak al even subtiele geluid van de twee basklarinetten. Het mooie van een basklarinet is - we horen het optimaal terug in dit concert - het grote bereik dat reikt van een relatief schril hoog tot diep laag. Mooie momenten zijn dan ook die waarin de twee elkaar afwisselen en samen het complete palet van kleurrijke klanken aan ons voorschotelen. Zeer subtiel kan, een mooie frase zit zo rond de 35e minuut, maar flink uithalen behoort ook tot de mogelijkheden, beluister Büyükberber in de 38e minuut. Hier mooi in het hoog, terwijl Klein diep in het laag accenten plaatst en Watanabe met een bekken in de weer is.

Een mooie start van dit interessante festival waarin zowel aandacht is voor vrije improvisatie als hedendaags gecomponeerd. Klik hier voor meer informatie over het Basklarinet Festival.

In de Jazztube hierboven kun je dit concert terugkijken. Mocht je een donatie willen doen daarvoor, dan wordt dat zeer op prijs gesteld natuurlijk.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 3.11.20) - [print] - [naar boven]



In memoriam
Tony Vos

Op 6 oktober jl. overleed de legendarische saxofonist/producer/arrangeur Tony Vos. Als saxofonist (*Eindhoven, 1931) stond Vos aan de wieg van de naoorlogse jazz in Nederland. In de jaren 50 won hij diverse prijzen in het jonge genre, maakte furore met Herman Schoonderwalt en prijkte met zijn eigen kwartet op de Brusselse poster naast Chet Baker. Hij schreef muziekgeschiedenis met de reeks 'Jazz Behind The Dikes' (Phonogram), de facto de eerste Nederlandse jazzgrammofoonplaten van betekenis.

Talloze jazzspelers schaarden zich gretig aan zijn zijde, zoals Rob Madna, Wessel Ilcken, Rita Reys, Frans Elsen, Piet Noordijk, Ack en Jerry van Rooyen, Pim en Ruud Jacobs, Ruud Pronk en vele anderen. Vanaf 1960 traden spelers als Jan Huydts, John Engels, Greetje Kauffeld, Han Bennink, Rob van den Broeck, Misha Mengelberg, Wim Essed, Leo de Ruyter, Hennie Vonk en Jack van Pol toe tot de entourage van de bescheiden altist. Voor al deze spelers was Vos een lichtend voorbeeld en velen hebben zich later - en tot op de dag van vandaag - schatplichtig betuigd aan de jazzpionier. De ouderen onder ons zullen hem kennen van het tv-programma van schrijver/dichter Simon Carmiggelt, waarvoor Tony Vos de Duke Ellington-klassieker 'In A Sentimental Mood' leverde, (omdat het origineel te duur was, aldus wijlen Cees Schrama). Het saxofoonspel van Vos was lyriek in optima forma. Het bracht de jonge Ferdinand Povel ertoe om plaatjes van Tony Vos in zijn agenda te plakken.

Vanaf de jaren 60 was Tony Vos producer van Phonogram en aldus de man achter de doorbraak van diverse bekende artiesten, zoals Boudewijn de Groot, Cuby & The Blizzards en Ekseption. In die tijd werd hij tevens programmamaker bij Radio Veronica op zee. Ook scoorde hij zelf hits, als zanger, zoals met 'Zwoele Zotte Zomer Net Als Vroeger'. Aan het succesverhaal kwam in 1969 echter een abrupt einde, toen Vos samen met zijn echtgenote Tineke de Nooij betrokken was bij een ernstig auto-ongeluk en hij vanwege een intensieve revalidatie lange tijd uit de muzikale running was.

Eerst in 1976 pakte hij de altsaxofoon weer op, met name in de omgeving van Baarn, waar hij in die tijd woonde. Cees van der Wilden, David de Marez Oyens, Jan Verwey en Rindert Meijer werden zijn speelkameraden. Aldaar werd hij in 2006 tijdens Festival de Muzen vereerd met de Amer Award uit handen van zijn vriend Cees Schrama, en getrakteerd op een tribute-concert waar zijn kinderen SaraLee (zang) en JaiJai (drums) aan meewerkten. Daarna verhuisde hij met zijn geliefde Esma terug naar Eindhoven, waar hij sporadisch nog wel gezien werd in het jazzcircuit, maar zoetjesaan in de herfst van zijn leven belandde.

Amersfoort Jazz nodigde de oude meester in 2019 weer uit om als 'living legend' een gastrol te vervullen bij de Amersfoortse bigband On The Move, waar hij jarenlang deel van had uitgemaakt. Het was een roerend weerzien met zijn oude speelkameraden, die hem op handen dragen. Zijn mooie toon was er nog, zijn onverbeterlijke jazz feel ook; wel vergat hij soms in welk nummer hij aan het soleren was. Hij werd na het concert namens Amersfoort Jazz geïnterviewd door zijn 9-jarige kleindochter Joïa Vosje Bakker.

Deze recensie verscheen ook in Jazzism | Foto's: Cees van de Ven

Labels:

(Storm Bakker, 1.11.20) - [print] - [naar boven]



Concert
Sublieme interactie

Jef Neve solo, zaterdag 10 oktober 2020, Warande, Turnhout

Onlangs verscheen een nieuw album van Jef Neve: 'Mysterium'. Er stond een mooie tour gepland om het album te lanceren. Toen kwam corona en werd alles anders. Neve is echter niet voor een gat te vangen en begon vanuit huis live streams uit te zenden en bedacht een andere invulling voor zijn tour. Dat werd deze voorstelling, waarin de pianist op zoek gaat naar verhalen van bezoekers om die als basis voor zijn improvisaties te gebruiken. Om toch voldoende mensen de gelegenheid te geven de voorstelling bij te wonen, zijn het vaak twee en soms drie voorstellingen na elkaar. Ik reisde af naar de Warande in Turnhout voor 'Jef Neve Speelt met U!' en kreeg ook de gelegenheid Neve even te spreken tussen twee voorstellingen door. We hadden het vooral over het album 'Mysterium'. En ik kan alvast verklappen dat het een pareltje is geworden. Luister zelf alvast op Spotify of ren naar de winkel om hem aan te schaffen.

Ik tref Neve in de artiestenfoyer waar het gezelschap bestaande uit de pianist, zijn manager en de sound engineer net een maaltijd heeft genuttigd. Neve vertelt dat hij is geboren in Turnhout, maar opgroeide in het nabijgelegen Geel. Hij heeft een speciale band met dit theater en speelt er graag en regelmatig. Hij voelt steeds een bepaalde energie als hij hier speelt. Er heerst een heel ontspannen sfeer in de ruimte waarin nog even nagepraat wordt over de eerste voorstelling en de verhalen die daarin opgevist zijn. Het publiek was heel open geweest en kwam met verrassende verhalen. De onvoorspelbaarheid maakt elke show ook weer anders en spannend, ook op en achter het podium. Het zijn dan ook intensieve optredens voor Neve; je moet voortdurend scherp zijn en er zijn geen ankers om je aan vast te klampen.

Even later merk ik wat hij bedoelt. Na een fraai openingsnummer van het concert wordt de vraag gesteld: wie heeft er een bijzondere reis meegemaakt? Er gaan meteen een paar handen omhoog en de microfoon belandt bij een man die vertelt dat hij een tijd geleden met zijn partner op reis ging om op Bali te gaan trouwen. In geuren en kleuren en met een fantastische Vlaamse tongval wordt het verhaal uit de doeken gedaan. Hoe zijn vrouw in traditionele Balinese kleding gestoken werd, dat de muziek een beetje saai was. Even later zet Neve in met een Aziatisch themaatje en werkt dat op een uiterst creative manier uit. Je hoort het verhaal terug in de muziek. Je ziet het publiek genieten en bij de volgende vragen gaan de handen steeds sneller omhoog om ook een verhaal te vertellen. Door de keuze van de vragen en de manier van doorvragen verzamelt Neve steeds voldoende informatie om mee aan de slag te kunnen. Keer op keer slaagt hij erin om met zijn muzikale vertaling van de antwoorden mooie stukken te creëren, waarin hij het hele palet van zijn kunnen aan moet spreken.

Zo was er een mevrouw die op de vraag 'wie heeft er steeds terugkerende dromen' de microfoon aangereikt kreeg. Zij vertelde dat ze regelmatig geplaagd wordt door een droom waarin ze in een veilige omgeving is (thuis) en achterna gezeten wordt door de bliksem. Een jongetje dat bovenaan zijn wishlist een parachutesprong heeft staan en daar vol passie en met bravoure over vertelde. Neve zette het feilloos om in beeldende muziek, waarin emoties als angst, euforie, humor, romantiek heel herkenbaar waren. Na ruim een uur en een dankbaar applaus sloot Neve af met een prachtige uitvoering van 'One For The Road'.

Met deze voorstelling laat Neve zien dat hij over de veerkracht beschikt die nodig is in de huidige tijd. Behalve een virtuoos pianist, componist en improvisator blijkt hij ook als een echte entertainer te kunnen optreden. Mocht je in de gelegenheid zijn, ga zeker eens kijken. Neve staat garant voor prachtige muziek in sublieme interactie met het publiek.

Binnenkort volgt op Draai om je oren een interview/recensie naar aanleiding van het album 'Mysterium'.

Klik hier voor foto's van dit concert door Johan Pape.

Labels:

(Johan Pape, 30.10.20) - [print] - [naar boven]



Cd's
Spirit In Spirit - 'Live At Zaal 100' (Elvir, 2019)

Opname: 9 oktober 2018
Scrambled Harmonies - 'Stella Art' (eigen beheer, 2020)
Opname: 14 januari 2020

Twee albums, beide opgenomen in het Amsterdams Zaal 100, "toen het nog kon", zeggen we dan en beide met dezelfde ritmesectie: Raoul van der Weide op bas en Onno Govaert op drums. Twee musici, die, al zijn ze allebei van een andere generatie, fors hun stempel drukken op de hedendaagse geïmproviseerde muziek in onze landen.

Laten we beginnen met het trio Spirit In Spirit waarin we naast Van der Weide en Govaert de Portugese altsaxofonist José Lencastre aantreffen. Vreemd ritmisch gaat het eraan toe in de opener van 'Live At Zaal 100', 'Illogical Truth'. Ik neem Afrikaanse invloeden waar in het spel van Van der Weide, maar vooral in dat van Govaert, die hier ruim baan krijgt en - ondanks dat hij met brushes werkt - weet te overtuigen met krachtig spel. Aansluitend doorbreekt Lencastre het ritme met een soepel glijdende partij. Intussen zorgt Van der Weide op de achtergrond voor de groove, tot het aan hem de beurt is om te soleren. Krassend horen we hem over de snaren raggen, de grenzen van het betamelijke aftastend.

Meanderend spel op de sax in 'A Call For Healing?', terwijl Govaert en Van der Weide op boeiende wijze weerwoord bieden. En ja, ook hier speelt het ritme een grote rol, al gebeurt dat wederom op ongewone wijze. 'Walk In The City', aanvankelijk een duet tussen Govaert en Van der Weide klinkt al net zo dwars creatief. Bijzonder is ook 'Whispering Clouds', dat begint met spannend spel van Van der Weide, die zich bedient van de strijkstok. Aansluitend haakt Govaert aan en vermengen de klanken zich tot een fel en repetitief ritmisch patroon. Een patroon dat door wordt getrokken in 'Spirit In Spirit' en dat, mede dankzij het hoge spel van Lencastre, wel wat weg heeft van de zogenoemde fife & drum-muziek uit het noorden van Mississippi. Tot slot klinkt 'That’s It', een mooie titel voor een laatste nummer.

In Scrambled Harmonies vinden we naast Van der Weide en Govaert twee musici waar ze vaker mee samenspelen: gitarist Henk Zwerver en toetsenist Nico Chientaroli. Als vijfde horen we tenslotte de voor mij onbekende tenorsaxofonist Andrius Dereviancenko. Op 'Stella Art', gezien de hoes duidelijk verwijzend naar het befaamde biermerk, staan vijf enerverende stukken.

Met 'Pointing' belanden we al direct in een maalstroom van klanken, waarbij vooral de bijdragen van Dereviancenko en Zwerver opvallen. 'Sof A Spud' werpt licht op de naam van dit kwintet; hier klinkt geen noot normaal. Zo onwezenlijk als de door Van der Weide ontworpen hoes van dit album, zo onwezenlijk geklutst klinkt hier de muziek. Gaandeweg komt het peloton echter op stoom en geraken we onvermijdelijk weer in een maalstroom terecht. Ook niet te versmaden: de psychedelische klanken die Chientaroli verderop uit zijn keyboard perst. En over structuur gesproken, de titel van 'Cracklescramble' zegt natuurlijk al genoeg. En toch ontwaren we juist hier een zeer lyrische saxpartij van Dereviancenko, tegen de stroom in roeien noemen we dat. In 'Extended Undertones' speelt deze man eveneens een grote rol, geflankeerd door Govaert, wiens spel hier uitermate getergd en getormenteerd klinkt. Tot slot klinkt 'Didn’t We Do This Before...?', wat ik wederom een bijzonder leuke titel vind voor een laatste stuk.

Labels:

(Ben Taffijn, 27.10.20) - [print] - [naar boven]



Concert
Cross-over tot kunst verheven

'Transcending Liszt' door het StarkLinnemann Trio, zondag 18 oktober 2020, Studio 15, Tilburg

In deze donkere dagen, waarin het weer steeds moeilijker wordt concerten te organiseren en te spelen, heeft het StarkLinnemann Trio besloten elke derde zondag van de maand een optreden te verzorgen in samenwerking met Stichting Ateliers Tilburg. In het pand waarin ook de repetitieruimte en de studio's van UCM-Records gevestigd zijn, kunnen maximaal 20 gasten volledig coronaproof ontvangen worden. Op 18 oktober vond het tweede concert plaats en stond de sonate in b-mineur van Fransz Liszt op het affiche.

Pianist, arrangeur en componist Paul Stark nam dit werk in 2010 al eens op. En nu is het stuk ook toegevoegd aan het repertoire van het StarkLinnemann Trio, met Stark op piano, Jonas Linnemann op drums en percussie en Maciej Domaradzki op bas. In de introductie werd door Linnemann met een glimlach gesproken over het levenswerk van Paul Stark. Hij speelt het stuk al zo'n 20 jaar. Eerst klassiek, maar na verloop van tijd is hij begonnen het stuk op geheel eigen wijze te arrangeren en er een eigentijdse jazz-interpretatie aan te geven. Zo bezien vormt dit stuk de basis voor het repertoire van het StarkLinnemann Trio. Behalve dit stuk heeft het trio ook de tanden gezet in stukken van Moessorgski en Chopin. In dit Beethovenjaar brengt het gezelschap zelfs twee platen uit gebaseerd op muziek van Beethoven. Universal crossover music noemt het trio deze benadering. Klassiek repertoire transcenderen naar eigentijdse jazzy muziek.

Al zeven albums heeft het trio uitgebracht en het gezelschap speelt bij voorkeur live en by heart, dus zonder bladmuziek. Het leverde hen al vele mooie recensies en prachtige podia op. Het moet zuur zijn om nu door de nieuwe coronamaatregelen dit even niet te kunnen. Zo werd hun optreden van volgende week in het Concertgebouw geannuleerd en gaat ook de tour die gepland stond in China niet door. Maar hoe mooi is het dan dat ze nu telkens een kleine groep in hun repetitieruimte ontvangen en met nimmer aflatend enthousiasme en passie hun concerten geven. En uiterst gastvrij hun gasten ontvangen en tracteren op een mooi concert en ook nog eens na afloop met ieder die dat wil het gesprek aan gaan onder het genot van een drankje.

Ik kende de sonate niet en liet me dus volledig verrassen. In de aankondiging werd gezegd dat het stuk om en nabij een uur zou duren. Ik vroeg me af hoe ik dit in godsnaam zou kunnen recenseren en fotograferen - ik merk dat ook ik uit de flow ben geraakt van regelmatig concertbezoek. En dan begint het trio te spelen. Er wordt een mysterieuze cadans ingezet, maar al snel wordt de cross-over hoorbaar door een stevige swing in het stuk met een op hol slaande ritmesectie. Even daarna wordt duidelijk dat Liszt een vertegenwoordiger was van de romantiek en zitten we in een subtiel uitgevoerde passage die klinkt als een gevoelige ballad. En zo ging het maar door met een aaneenschakeling van elkaar afwisselende sequenties. Waar Linnemann en Domaradzki af en toe nog even de bladmuziek raadpleegden, speelde Stark alles volledig uit het hoofd. En ook al speel je een stuk al zo lang dat je het kent als je broekzak, dat blijft onvoorstelbaar.

Elke seconde van het lange stuk boeide en verbaasde. Dat is de kracht van dit trio dat cross-over tot een waarachtige kunst verheven heeft. En eigenlijk is het een klein mirakel dat men dit met slechts drie instrumenten voor elkaar krijgt. Op 15 november staat Beethoven op het programma. Ben er op tijd bij, want de capaciteit is beperkt.

Klik hier voor foto's van dit concert door Johan Pape.

Labels:

(Johan Pape, 24.10.20) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Susan Alcorn Quintet - 'Pedernal' (Relative Pitch, 2020)

Opname: 12 november 2019
Susan Alcorn - 'The Heart Sutra - Arranged by Janel Leppin' (Ideologic Organ, 2020)
Opname: 31 mei 2012

Susan Alcorn heeft zich er nooit iets van aangetrokken dat door zowat iedereen de pedalsteelgitaar wordt geassocieerd met countrymuziek. Zo nam ze vorig jaar het ook hier besproken 'Invitation To A Dream' op met Joe McPhee en Ken Vandermark en verschenen onlangs 'Pedernal' en 'The Heart Sutra', waarin we eveneens grote namen uit de hedendaagse jazz tegenkomen. Het kwintet dat Alcorn voor 'Pedernal' vormde bestaat voor een groot deel uit musici waar ze reeds intensief mee samenwerkte. Gitariste Mary Halvorson kent ze door mee te spelen in haar octet, met bassist Michael Formanek nam ze diverse albums op en ook met drummer Ryan Sawyer zijn de banden hecht. Het enige lid in dit kwintet waar Alcorn niet eerder mee werkte is violist Mark Feldman. Terugblikkend op dit project zegt ze: "I just never felt I'd have an opportunity to do it right, with a budget [mogelijk gemaakt door een beurs die ze kreeg, RED.]. I wanted to play with people who were my friends, and who could read difficult music, could easily go into the harmonic spaces that the music required. And they also had to be good improvisers."

Alcorns veelzijdigheid vertaalt zich in dit album. Het is geen country, geen folk, geen jazz, geen klassiek, maar eerder van alles wat. Maar vooral is het een plaat geworden die uitnodigt tot zorgvuldig luisteren, want de kracht zit zonder meer in de nuance. We horen dat dit direct terug in het titelstuk waar het allemaal mee begint. Zeer ingetogen, bijna klassieke klanken horen we hier. Dan ontstaat de melodie en komen de andere musici erbij en horen we de kracht van dit kwintet dat, op de drummer na, louter uit snaren bestaat. Op schitterende wijze verweeft Alcorn al die klanken van hoog tot laag met elkaar. 'Circular Ruins' is abstracter en bevat een aantrekkelijk duet tussen Halvorson en Alcorn. Een kunstwerk van geluid, waarin de boventonen de hoofdmoot vormen. Maar let hier ook zeker op het slagwerk verderop en de fragiele vioolsolo van Feldman. 'R.U.R.' is qua stijl en dynamiek wellicht nog het beste als jazz te bestempelen: een duidelijke structuur als kern en volop ruimte voor abstracte improvisaties. 'Night In Gdansk' sluit qua stijl weer wat meer aan bij de eerste twee stukken, ook hier die luisterrijke combinatie van klassiek, folk en vrije improvisatie. Het album wordt afgesloten met 'Northeast Rising Sun', waarin Alcorns roots - die wel degelijk in de country liggen - het duidelijkst naar voren komen, maar dan wel op haar geheel unieke wijze.

In 2012 had Alcorn een residentie in de Issue Project Room in Brooklyn, New York. De opnames van het concert waar deze residentie mee werd afgesloten verschenen onlangs als download bij Ideologic Organ, onder de titel 'The Heart Sutra'. En ook hier vinden we een indrukwekkende bezetting: gitarist Anthony Pirog, celliste Janel Leppin (die ook de arrangementen maakte), altviolist Eyvind Kang, bassist Skúli Sverisson, klarinettist Doug Wieselman en zangeres Jessika Kenney. Veel van wat we hierboven over 'Pedernal' schreven gaat hier eveneens op, al is de invloed van hedendaags gecomponeerde muziek groter en voelen we de invloed van de deep listening-filosofie van Pauline Oliveros, waar Alcorn sterk door is beïnvloed. Traag stromende, drone-achtige klanken in 'The Royal Road' en een intense solo op basklarinet van Wieselman. Heel bijzonder is ook hoe in het begin van 'Broken Obelisk' het ritme wordt opgebouwd, waarna we zo de nevel in lopen. Het verdere verloop van het album is aangenaam grillig. Sfeervolle klanknevels worden doorsneden met lucide solo's, zoals die van altviolist Kang in 'Gilmore Blue'. Een bijzondere rol is ook weggelegd voor Kenney. In 'Suite For Ahl' zingt ze daadwerkelijk een tekst, van Leppin, maar op veel andere plaatsen zet ze haar krachtige stem zeer overtuigend in als instrument.

Maar hoe verschillend ook, ze passen beiden in Alcorns wijze van werken: "There are basically four directions to the music I play and have played for years - the composition and recording of my own music, adaptation of adventurous works of music written by others that speak to me in a personal way, free improvisation with like-minded musicians, and collaborations with various outlier musicians on the fringe of music and society who have important things to say."

In de Jazztube hierboven zie je het Susan Alcorn Quintet live in The Dance, Manhattan tijdens het NYC Winter Jazzfest 2020.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 22.10.20) - [print] - [naar boven]



Actie
Blijf in de picture met een gratis jazzbanner!

Draai om je oren blijft jazzmuzikanten in deze moeilijke tijden graag steunen. Gedurende deze maanden, waarin veel jazzpodia gedwongen door coronabeperkingen weer half in een soort lockdown zitten, bieden we muzikanten gratis een persoonlijke banner aan op onze homepage. Dit aanbod geldt ook voor jazzpodia en andere jazzorganisaties en -initiatieven.

Verwijs naar je website, Bandcamp- of Facebookpagina en houd zo het publiek op de hoogte van nieuwe releases, concerten en andere initiatieven.

Stuur je banner in jpg-formaat van 160 bij 160 pixels mét de bijbehorende link naar maartenvandeven@gmail.com en we geven hem een plaatsje in de rechtermarge van onze website.

(Maarten van de Ven, 22.10.20) - [print] - [naar boven]



Concert
Meeslepende duo-improvisaties

Arve Henriksen & Harmen Fraanje, 9 oktober 2020, Paradox, Tilburg

Op 6 april 2019 traden Harmen Fraanje en Arve Hendriksen voor de eerste keer als duo op in zaal Club 9 van TivoliVredenburg. Het Transition Festival bood dat jaar ruimte aan muzikanten onder de noemer van 50 jaar ECM. Beide instrumentalisten hebben bijgedragen aan meerdere releases op dit label. Ook hun muzikale uitgangspunten en sfeer zijn enigszins verwant aan de muziek van ECM. Het talrijke publiek was getuige van een boeiend, zoekend en bedachtzaam optreden. Maar dat er meer in het vat zat was duidelijk. Het gevolg is een hernieuwde samenwerking in 2020 met twee optredens, zowel in Paradox als in TivoliVredenburg, in een zogenaamde coronasetting.

Al snel wordt duidelijk dat de twee muzikanten beperkte afspraken hebben gemaakt over de muzikale structuur en nagenoeg geheel improviserend te werk gaan. De synergie is duidelijk aanwezig en de muziek is meeslepend en bij vlagen vurig.

Arve Henriksen maakt muziek die dicht tegen ambient aanligt. De klanken uit zijn trompet zijn, zeker deze avond, gezegend met een rijk vermogen tot rechtstreekse communicatie met de luisteraar. Afdwalen van de muziek is niet mogelijk bij deze 'menselijke' trompettoon. Het ademende timbre van een houten fluit duikt herhaaldelijk op tijdens het optreden. Soms versterkt Henriksen zijn muzikale zeggingskracht met etherische vocalisaties. Veel vaker hanteert de trompettist elektronica om te variëren met de tonen van zijn trompet of sonische dimensies toe te voegen. De onderliggende soundscapes worden in dat geval buitenaards, spooky of zelfs macaber en staan in schril contrast met de broze trompetklanken. Bij de uitgesponnen stukken is meestal geen hoofdmelodie te herkennen, noch zijn ritmes af te tellen. De sprankelende dialogen tussen vleugel en trompet zijn overwegend verhalend. De mysterieuze, muzikale golven zijn desondanks verrassend en effectief. Waarbij opvalt dat Arve Henriksen veel meer speeltijd heeft dan Harmen Fraanje.

De fluisterzachte, fluitende trompetklanken, aangevuld met subtiele elektronica, laten ingrediënten toe van jazz, klassieke en oriëntaalse muziek. Samen met de heerlijke en wijds uitlopende lyriek van Fraanje ontstaan overwegend dromerige, mysterieuze soundscapes. Niet zelden laat Henriksen zich scherp en venijnig horen, dit komt de dynamiek ten goede. De toegift wordt ingeleid door een boeiend en rafelig piano-intro van Fraanje, met veel drang tot experimenteren. De felle tonen uit de piccolo trompet van Henriksen klinken als een aanklacht tegen de huidige Amerikaanse politiek en de raciale spanningen. Het vinnig stuk kent nu wel een melodie, namelijk die van 'America' uit de West Side Story. Het slotakkoord is dan weer ingetogen en zelfs berustend.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 19.10.20) - [print] - [naar boven]



Cd
Lynn Cassiers - 'YUN' (Clean Feed, 2020)

Opname: 11-13 juni 2019

De spreidstand tussen eerbied voor de traditie en een hang naar vernieuwing is een centraal gegeven in de jazz. Je kan het zien als een gracieuze dans in het spanningsveld tussen de begeerte naar vrijheid en de behoefte aan discipline. Weinig artiesten geven aan die balans zo'n opvallende invulling als Lynn Cassiers.

De Brusselse heeft met 'YUN' nog 'maar' een derde release op eigen naam, maar draait natuurlijk al langer mee in de Belgische jazz en improvisatie. Zo is ze geen onbekende voor wie vertrouwd is met haar band. De ritmesectie daarvan - pianist Erik Vermeulen, bassist Manolo Cabras en drummer Marek Patrman, samen ook een trio - hield ze over aan haar Imaginary Band en vult ze hier aan met oude bekenden Bo Van der Werf (baritonsaxofoon) en Jozef Dumoulin (keyboards), die we kennen van onder meer Octurn, Lidlboj en Lilly Joel. Zo ontstaat er een elektroakoestisch sextet, waarmee ze het American Songbook (het merendeel van de stukken vertrekt bij composities van Cole Porter en de Gershwins) kan benaderen vanuit markante perspectieven. Weinig dingen werken zo desoriënterend als het bekende dat plots onherkenbaar lijkt.

Geen voorbeeld beter dan 'But', haar interpretatie van 'But Not For Me' (dat geen enkel van deze stukken de oorspronkelijke titel intact houdt suggereert al dat er geen sprake is van getrouwe uitvoeringen). Was het in de klassieke versie van Judy Garland voorzien van een stevige portie pathos, dan waren heel wat latere versies, zoals die van Ahmad Jamal, John Coltrane of het Modern Jazz Quartet, een stuk speelser of alleszins gejaagder. Of beluister eerst nog eens die bitterzoete, maar lichtvoetige versie van Chet Baker. Zo compact en aandoenlijk vind je ze zelden. Cassiers maakt er slepende, atmosferische versie van, die beweegt aan een tempo dat haast morbide is. Je belandt in een onwerkelijke, in duistere nevelen gehulde sfeer, meer Julee Cruise dan Ella Fitzgerald. De verwantschap met het origineel zit 'm vooral in de tekst.

Het stemt alleszins tot nadenken over de impact die de standards gehad moeten hebben op de jonge Cassiers, en wat haar ertoe aangezet heeft om die impact op deze manier te vertalen. Het sextet schuift regelmatig op richting jazz en hier en daar vang je soms een duidelijkere glimp op van het origineel, maar dat lijkt vooral per ongeluk te gebeuren. Hier is het vooral een oefening om een persoonlijke connectie aan te houden in een voor de rest grondig verbouwde constructie. Daarin is duidelijk plaats voor afspraken en arrangementen, maar de invulling is opvallend vrij. Zo kan het in 'I You We' (gebaseerd op Porters 'I Love You') een paar minuten duren voor er genoeg barsten verschijnen die wat herkenning toelaten. Dit is musiceren op de tast, die deels buitenaardse transmissie en deels subtiel ontluikende compositie is.

Het zet de toon voor de rest van het album. Dat blijft uit de buurt van gratuit atonale of vormloze verwarring, maar is best radicaal in z'n eigenzinnigheid. Door haar voorliefde voor allerhande knopjesdraaierij (dat klinkt oneerbiediger dan het bedoeld is) speelt Cassiers het spelletje sowieso al niet rechttoe rechtaan, maar met deze kompanen draait het regelmatig uit op een schaduwspel van diffuse vormen, met momenten die vrije spacefunk suggereren ('All'), dan toch iets strakker in elkaar zitten ('Move Them Mountains') of de ontregeling opzoeken met stevig vervormde zang, ronkende toetsen en een verloren gelopen pianosolo ('Fair Deep Blue Skies'). Wat het ene moment met haken en ogen aan elkaar lijkt te hangen, maakt even later deel uit van een prikkelende totaalvertelling, met vier collectieve scharnierimprovisaties die de toevalsfactor nog eens aandikken en je voortdurend op het verkeerde been zetten.

Het is geen spek naar de bek van retro-fanaten die graag een rondje 'herken de standard' spelen. Het is wel een fascinerende duik in een origineel proces dat die klassieke bronnen omvormt tot iets helemaal anders. Iets heel persoonlijk ook, want ondanks de combinatie van sterke karakters is dit een Cassiers-album pur sang: vreemd en toch vaag herkenbaar, moeilijk te doorgronden en toch prikkelend, intimiderend én verleidelijk. De term 'sirene' viel nog niet. 'YUN' is geen doorsnee kost, laat staan makkelijk te verteren, maar wel een gewaagd album dat enkel op z'n eigen voorwaarden benaderd wil worden. En dat leverde een uurtje muziek op om steeds opnieuw in verloren te lopen.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be | Foto's: Cees van de Ven

Labels:

(Guy Peters, 17.10.20) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Felipe Salles Interconnections Ensemble - 'The New Immigrant Experience' (Tapestry, 2019)

Opname: 13-14 april 2019

De VS is altijd een van de landen geweest waarin immigratie een grote rol speelde. Verreweg het merendeel van de huidige bevolking heeft hun wortels elders. Zelf afkomstig uit Brazilië, maar sinds 1995 woonachtig in de VS, is Felipe Salles een van die grote groep mensen en de hoes van zijn nieuwe album 'The New Immigrant Experience' - eentje die niets overlaat aan de verbeelding - laat terecht zien welke diversiteit dat met zich meebrengt. Een diversiteit die zich ook vertaalt in de achttien leden waar zijn Interconnections Ensemble uit bestaat.

Maar er is de afgelopen decennia veel veranderd en op dit moment gaat de VS de wereld voor in een scherp anti-immigratie standpunt, iets dat we ook terugzien in Salles' meest recente album. Daar draagt de huidige president zeker aan bij, maar de oorzaken liggen dieper. Zo kent de VS, als land of dreams al heel lang een grote groep illegalen, met name afkomstig uit Latijns-Amerika, maar zeker ook van elders. Reeds in 2001 kwam de Amerikaanse overheid met de Dream Act (staat voor Development, Relief, Eduction Act for Minors) op de proppen om jonge migranten alsnog het staatsburgerschap te geven. Deze wet kwam overigens nooit van de grond. 690.000 mensen van deze groep, naar de wet ook wel Dreamers genoemd, kregen van Obama in 2012 wel een voorlopige status, het Deferred Action for Childhood Arrivals-programma, maar daar bleef het bij. En de huidige president heeft er sindsdien alles aangedaan om dit weer ongedaan te maken. Dat is tot op heden niet gelukt, maar de wet is er ook nog steeds niet door.

Nadat Salles Tereza Lee had ontmoet, zelf een Dreamer, begon het onderwerp bij hem te leven en ontstond het plan voor dit album. Hij maakte video-opnames van de persoonlijke verhalen van leden die onder deze groep vallen en liet zich door die verhalen inspireren voor zijn muziek. Naast twee cd's bevat dit album echter ook een dvd. Daarop horen we de muziek, maar komen ook de mensen die Salles interviewde uitgebreid met hun verhalen aan bod.

Een stemmig en langzaam patroon in 'Introduction', gespeeld door pianist Nando Michelin. Op de video zien we een spoorlijn, afgewisseld met portretten. Intussen zwelt de muziek verder aan. Aansluitend volgen negen indrukwekkend pijnlijke stukken, waarin telkens een Dreamer centraal staat, allereerst Teresa May. Op de dvd vertelt ze haar verhaal tegen de achtergrond van de muziek, we zien beelden van het orkest en straatscènes. Als er iets duidelijk wordt, dan is het wel het onmenselijke van illegaliteit. Geworteld zijn en er toch niet bij mogen horen. Geen rijbewijs kunnen halen, geen hoger onderwijs kunnen volgen en geen paspoort hebben, waardoor je je familie nooit meer kunt bezoeken! "I have no rights, or fewer than I deserve", horen we Nathan Ferraz erover zeggen. Pijnlijk, helemaal als je bedenkt dat deze illegalen nooit de keuze hiervoor hebben gemaakt; als jonge kinderen werden ze immers meegenomen door hun ouders.

Negen prachtige verhalen van kwetsbare, maar tegelijkertijd veerkrachtige mensen die ondanks alle moeilijkheden waar ze mee geconfronteerd worden met hoop naar de toekomst kijken. De muziek van Salles sluit prachtig beeldend aan bij die verhalen, beurtelings krachtig en enerverend versus ingetogen en contemplatief.

Dvd en cd's maken dit werkstuk tot meer dan een muziekalbum. Het is een politiek statement van de eerste orde, waarin Salles op zeer succesvolle wijze aandacht vraagt voor de tweedeling in onze huidige wereldorde. Het maakt het tot een bijna verplicht album voor eenieder die zich dit daadwerkelijk aantrekt.

In de Jazztube zie je impressies van het concert dat het Felipe Salles Interconnections Ensemble gaf in The National Sawdust Theater, Brooklyn, NY op 11 april 2019.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 14.10.20) - [print] - [naar boven]



Boek
'Des duivels? Naar de roots van de populaire muziek'

Auteur: Maarten Schuermans / Uitgeverij: EPO, 2020

Maarten Schuermans is niet de enige die de oude blues ontdekte door het beluisteren van The Rolling Stones, in dit geval 'Paint It Black'. Sterker nog: toen de band in de jaren 60 aan zijn opmars begon wisten vele Amerikanen, waar de muziek van dit Engelse kwartet al snel aansloeg, niet eens dat de muzikale wortels van de muziek hun eigen cultuur betrof! Mick Jagger en Keith Richards waren al vroeg fan van de echte Amerikaanse blues en lieten lp's uit Amerika overkomen. Het zou een trend worden. Overal in de VS, maar ook in Europa, adopteerden rockgroepen de blues. Zelfs tot in Nederland en België drong het door en dus ook in het ouderlijk huis van Schuermans. Hij ging echter een stap verder en begon zich, net als Jagger en Richards, te interesseren voor de oorsprong. Dat groeide uit tot een liefde voor wat we vaak aanduiden als rootsmuziek: de folk uit de Appalachen, country, blues, jazz, cajun, zydeco, tex-mex en wat al niet meer.

Schuermans koesterde door die hobby een steeds sterkere wens om ook eens af te reizen naar waar het allemaal begon: de zuidelijke staten van de VS. In de zomer van 2018 kwam het er eindelijk van en trok Schuermans samen met de muzikanten Bjorn Eriksson en Alain Rylant, beiden actief in de rootsmuziek, naar het warme zuiden van de VS. Onlangs verscheen bij EPO onder de titel 'Des Duivels? Naar de roots van de populaire muziek' zijn reisverslag. Met een paar kanttekeningen kan ik niet anders constateren dan dat het een leuk en volgens mij ook redelijk compleet boek is geworden. En zeker voor de muziekliefhebber die in deze stijlen wat minder thuis is, valt er veel te halen. Schuermans stijl is aangenaam, al moeten de Nederlanders soms even wennen aan de voor ons wat ongebruikelijke zinsformuleringen, en informatief. En in de 250 bladzijden die het boek telt geeft Schuermans veel informatie en mooie portretten, allereerst over de blues - zijn grootste passie - maar ook over al die andere stijlen die hierboven voorbijkwamen. Nieuwe inzichten levert dat niet op, Schuermans is geen musicoloog, maar hij zet het weer eens mooi op een rijtje. Ieder hoofdstuk wordt daarnaast afgesloten met een selectie albums om daadwerkelijk zelf tot luisteren te komen. Verder staat er achterin het boek een QR-code die ons op het spoor brengt van een Spotify-playlist, waarmee Schuermans de drempel heel laag legt.

Kanttekeningen zijn er echter ook te maken. Het reisverslag waar de portretten en informatieve stukken doorheen verweven zijn, is uitermate zwak. Veel verder dan vertellen wat ze gegeten en gedronken hebben - veel bier - en waar ze hebben geslapen komen we niet. Terwijl er toch zeker interessante gesprekken zijn geweest. Waar hadden Schuermans, Eriksson en Rylant het met elkaar over? Die twee laatsten waren er vaker, traden er zelfs een aantal keren op. Je leest er niets over. Maar ik mis nog iets veel belangrijkers. De omslag van het boek geeft het al aan, op de foto staat King Oliver's Creole Jazz Band met Lil Hardin, bestaande uit vijf zwarte muzikanten. En lees dit boek of eender welke geschiedenis van deze muziek en je komt geen blanke tegen; allemaal zwarte muzikanten. En wat Schuermans terecht aantoont is dat nagenoeg onze complete popmuziek hierdoor beïnvloed is! Zonder dat deze musici daar de credits voor kregen. Veel bluesmusici die reeds sinds de jaren 30 actief waren kregen pas erkenning toen in de jaren 60 door de folkrevival hun nummers door blanke musici werden gespeeld.

Een van de vele voorbeelden - en Schuermans noemt ze niet - is het verhaal van Skip James. Ernstig ziek kon hij in de jaren 60 worden geopereerd van de royalty's doordat het Britse Cream een nummer van hem coverde. Zijn eigen opnames brachten vrijwel niets op. Een ander voorbeeld is het gesprek dat Sam Philips van Sun Records voert met Ike Turner in 'The Road to Memphis', een film van Richard Pearce en Robert Kerner. Phililps was de man die blanke musici, Elvis Presley voorop, lanceerde met nummers van zwarte musici. Tegen Turner zegt hij dat hij de zwarten daarmee toch maar mooi hielp. Turner blijkt hier toch iets anders tegenaan te kijken, brengt dat ook in, maar echt snappen doet Philips het niet. Hoe kan het ook, hij is immers niet zwart. En dat fenomeen, juist dat, had meer aandacht moeten krijgen. Zeker als we bedenken dat deze reis in 2018 plaatsvond tijdens "the error of Trump", zoals Joe McPhee dat formuleerde. De verdere polarisatie, de sterk verslechterde omstandigheden van de zwarte bevolking, de opkomst van de Black Lives Matter-beweging, we krijgen er niets van mee. Het is net of deze reis plaatsvond in een vacuüm, in plaats van in het heden. Een gemiste kans dus.

Of is het te veel gevraagd? Kan het volstaan dat Schuermans gewoon een liefhebber is die daar met dit boek uiting aan geeft? Wellicht, maar jammer is het wel. Wat niet wil zeggen dat u dit boek dan maar niet moet kopen. Zo heel veel boeken hebben we in ons taalgebied immers niet over deze muziek.

Labels:

(Ben Taffijn, 11.10.20) - [print] - [naar boven]



Concert
Verrassende klanken, donkere kleuren

Ziv Taubenfeld's Full Sun, vrijdag 2 oktober 2020, Paradox, Tilburg

Ziv Taubenfeld's Full Sun is een septet dat naast de ritmesectie - piano, bas en drums - vier blazers telt: sax/klarinet, basklarinet, trompet en trombone. In Paradox heeft basklarinettist Taubenfeld de band teruggebracht tot een kwintet, wat leidt tot een meer opvallende bezetting. Een bezetting met als blaasinstrumenten louter de basklarinet en de trombone komen we immers niet vaak tegen. De donkere kleuren geven de composities echter wel een bijzondere sfeer mee.

Een jaar geleden schreef ik voor deze blog een portret van Taubenfeld aan de hand van vier cd's waar hij op meespeelde. Albums die voor mij 's mans enorme talent aantonen en tevens zijn veelzijdigheid. Dit concert moest ik dan ook bijwonen. Want hier is de man niet alleen de basklarinettist, het instrument waar hij zich volledig op heeft gestort, maar ook de componist. Alle stukken zijn van zijn hand en worden door de musici nauwkeurig gevolgd, al is er natuurlijk altijd ruimte voor improvisatie.

We starten het concert, één lange set zonder pauze, met de eerste van drie eerbetuigingen deze avond: die aan Jemeel Moondog, de beroemde Amerikaanse muzikant en componist die zo ongeveer zijn hele leven straatmuzikant is gebleven. Direct horen we wat zo kenmerkend is voor Taubenfelds spel: die combi van melodische lyriek en onvervalste rauwheid. Het een gaat bij hem nooit zonder het ander. Aansluitend het eerste duet met trombonist Joost Buis, die dan juist weer uitblinkt met zijn loepzuivere klank. Maar vooral mooi hier is hoe die donkere klankkleuren met elkaar mengen. Intussen is ons reeds opgevallen dat pianist Nico Chietararoli, bassist Omer Govreen en drummer Onno Govaert het vuur hoog kunnen opstoken en de groove geenszins schuwen.

Verderop zitten er nog twee hommages, opgedragen aan saxofonist John Tchicai en drummer Sunny Murray. Dat 'Tchicai' opvalt door krachtige solo's van zowel Taubenfeld als Buis hoeft niet te verbazen; het past bij een eerbetoon aan deze nog altijd veel te weinig bekende saxofonist. In 'Blues For Sunny' is de hoofdrol echter niet voor Govaert, maar voor Chientaroli. Hij is het die begint met een bedachtzame solo - jammer dat er net nu iemand bier moet gaan halen - waar langzaamaan de blues inkruipt. Balancerend op de grens van melodisch en abstract laat Chientaroli hier weer eens horen wat een interessante pianist hij is. Dan breekt Govaert in met een aantal welgemikte slagen en kondigt het stomende vervolg af. En als Chientaroli zijn solorol verderop weer oppakt, klinkt het beduidend abstracter dan aan het begin.

In het afsluitende 'Gold Wood' komt alles nog één keer samen. Als een langzame dans klinkt de groove in dit stuk, waarin we Taubenfelds Joodse wortels terughoren. Mooi hoe de twee blazers bijna gelijk optrekken, wederom die donkere kleuren mengend. En dan die krachtige solo van Buis en eindelijk ook eentje van Govaert. We kunnen er weer even tegen.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Ben Taffijn, 8.10.20) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Antoine Pierre Urbex Electric - 'Suspended - Live at Flagey' (Outhere Music, 2020)

16 januari 2020

Het is augustus 1969 als Miles Davis een van de meest baanbrekende albums uit de geschiedenis van de jazz opneemt: 'Bitches Brew'. Het zou het begin markeren van een geheel nieuwe stijl waarin jazz, rock en elektronica een verbintenis aangaan en waar velen, tot op de dag van vandaag, door geïnspireerd zouden worden.

Een van hen is de Belgische drummer Antoine Pierre, die nu met 'Suspended' een eerbetoon aan dit album brengt. Op 16 januari van dit jaar nam hij het album live op in het Brusselse Flagey. Bijzonder aan dit album is dat het volledig bestaat uit composities van Pierre zelf en dus geen enkele cover van Miles bevat. Het is dus meer een album in de geest van, iets dat blijkt uit het feit dat deze zinsnede van Miles, die hij uitte tegen een journalist van DownBeat, een plaats kreeg in het cd-boekje: "You write to establish the mood. That's all you need. Then we can go on for hours. If you complete something, you play it, and it's finished. Once you resolve it, there's nothing more to do. But when it's open, you can suspend it...'

Een Belgisch/Nederlands nonet verzamelde onze drummer onder de naam Antoine Pierre Urbex Electric: naast hemzelf op drums vinden we Jean-Paul Estévenart op trompet, Ben van Gelder op altsax, Bert Cools en Reinier Baas op gitaar, Bram de Looze op piano, Jozef Dumoulin op Fender Rhodes en live elektronica, Felix Zurstrassen op elektrische bas en Frédéric Malempré op percussie. Voorwaar niet de minsten die hij voor dit project uitnodigde, de muziek is ernaar.

Na een korte trompetsolo van Estévenart zet de uitgebreide ritmesectie the mood in, stomend, meeslepend klinkt de opener 'Steam' (ZIE JAZZTUBE HIERBOVEN). In de geest van Miles krijgen we ook hier zeer coherente, hecht doortimmerde muziek. De stap die Miles zette sloot dan ook meer aan bij de pop dan bij de jazz, was meer gericht op ritme en melodie dan op vrije expressie en kan goed gezien worden als een reactie op de free jazz, waar de man niet zo veel mee ophad. En dus komen we in 'Obsession' direct op stoom met slagwerk en bas - wat een groove! - terwijl we op de achtergrond Dumoulin horen, waarna de beide blazers unisono met de melodie invallen, stevig geschraagd, gevolgd door de gitaristen en de Fender Rhodes van Dumoulin. Aansluitend soleert Van Gelder te midden van die niet aflatende groove. Verderop horen we Estévenart en zeer uitgebreid Dumoulin, met een prachtig repetitief patroon.

Iets minder gestroomlijnd gaat het eraan toe in 'Abstract: Peace' en verderop in 'Abstract: Tide'. Qua sfeer houdt dit een beetje het midden tussen elektronische jazz, experimentele elektronica en symfonische rock. Iets dat overigens ook geldt voor het lange 'What U Expect!', dat tussen deze twee stukken zit ingeklemd en waarin een grote rol is weggelegd voor de beide gitaristen. Krachtig klinken 'You Nod But You Ain’t', met wederom een grote rol voor de elektrische instrumenten en 'Drums Take Over', waarin we Pierre natuurlijk solo horen en waarin hij bewijst tot de beste drummers van zijn generatie te behoren. De rest van het album, waarin een zeer geslaagde poging wordt gedaan Miles' werk eer aan te doen, getuigt van zijn meesterschap als componist, culminerend in de stevige afsluiter 'Sound Barrier'.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Foto: Stefaan Temmermans

Labels: ,

(Ben Taffijn, 4.10.20) - [print] - [naar boven]



Vooruitblik / Jazztube
Jasper Blom - Boy Edgar Prize Tour

Het Jasper Blom Quartet, met naast saxofonist Jasper Blom gitarist Jesse van Ruller, bassist Frans van der Hoeven en drummer Martijn Vink bestaat inmiddels veertien jaar en bracht zes albums uit. De laatste jaren speelt de groep vaak met bekende internationale solisten. Voor de komende Boy Edgar Prize Tour trekt het kwartet door Nederland met de jonge Keulse pianist Pablo Held. Hij is het boegbeeld van de jonge Duitse jazzgeneratie en toerde met de grote jazzhelden du moment, zoals John Scofield en Chris Potter.

Vorig jaar bracht het Jasper Blom Quartet onder de naam 'Polyphony' een dubbelalbum uit met liveopnames uit het Bimhuis, met als gasten de Belgische trompettist Bert Joris en de Duitse trombonist Nils Wogram. In deze 'Polyphony'-serie gaat het gezelschap nu verder met Pablo Held.

In 2019 won Jasper Blom de Buma Boy Edgar Prijs, de belangrijkste prijs in Nederland op het gebied van jazz en geïmproviseerde muziek. Uit het juryrapport: 'Sinds vele jaren, en met niet aflatende bezieling, deelt Jasper Blom zijn zin voor het grote muzikale avontuur, de diversiteit, humor, connectie, improvisatie en zijn omvangrijke, diepgaande oeuvre met ons, de luisteraars.'

Tourschema

14-10   Brebl, Nijmegen
16-10   Paradox, Tilburg
18-10   Taste of Jazz, Deventer
21-10   SJIG, Groningen
22-10   Bimhuis, Amsterdam
23-10   Jazzpodium de Tor, Enschede
29-10   Jazz in Maastricht, Maastricht
30-10   Muziekpodium Zeeland, Goes
31-10   Hothouse, Leiden
01-11   Jazz Inverdan, Zaandam

Jazztube: Jasper Blom Quartet & Pablo Held - 'Toonklok 6', Bimhuis, 4 december 2019
Foto: Cees van de Ven

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 3.10.20) - [print] - [naar boven]



Concert
De vrije matriarchen

Trio Rave-Warelis-Renfrow, woensdag 23 september 2020, Brouwerij Martinus, Groningen

Het hele freejazz-spectrum werd door het trio Rave-Warelis-Renfrow bestreken. Van kakelfonische slierten en structuren tot meditatief gemompel.

Vroeger kon je van een dame nog wel goedkeurend zeggen dat ze als een kerel speelde - tegenwoordig is dat vrouwonvriendelijk of politiek incorrect of fake news, weet ik veel. Nou, die Ada Rave speelt dan misschien niet als een kerel, maar dan toch zeker als een bootwerker. Goeiedag. Haar geluid refereert in de verte aan dat van Sonny Rollins, maar dan maximaal versterkt en gefragmenteerd. Een melodische flard haalt bij haar zelden de volgende maatstreep. Ze heeft er ook een handje van het geluid van de sax met conservenblikken en waterloopleinpandeksels aan te passen en te dempen. Waardoor het lijkt alsof ze uit alle macht van achter een veloursvelum staat te toeteren. Maar wanneer ze haar keiharde noten blaast, zonder demping, gaat de piano van Marta Warelis spontaan meezingen. Ook wanneer het trio zich in rustiger vaarwater begeeft, blijft die band tussen saxofoon en klavier. Dat orkestrale aspect hoorde je de hele avond terug in het opmerkelijke rapport tussen de instrumentalisten.

In rustiger vaarwater zat er een fijnmazig ensemble waarvan de leden elkaar alle ruimte gaven. Het abstractieniveau werd er niet minder door: er ontstonden klankschappen waarin Wassily Kandinsky de weg had geweten, maar die sindsdien slechts incidenteel betreden waren.

Marta Warelis, na jaren terug op Groninger bodem, bracht een groot deel van het recital door in lotushouding, gezeten voor het binnenwerk van haar instrument. Voor haar is de wereld onder het toetsenbord zeker zo relevant als die erboven. Met allerhand speeltjes, klemmetjes en frutseldingetjes ging ze de snaren te lijf, waardoor de staande piano behalve melodie- en percussie-instrument ook een strijkinstrument werd. Wanneer ze bepaalde snaren dempte, leek het alsof het klavier er een elektrische dimensie bijkreeg - terwijl er in het geheel geen microfoon in da house was!

Drummer Tristan Renfrow had de ondankbare taak het sluitende narratief van de dames met roffels en knallen te ondersteunen. Mooi was zijn bijdrage aan een van de zachtere passages: met zijn vingers bracht hij de vingerplant naast hem tot ritselen.

Wanneer dit de voorbode was van het nieuwe matriarchaat, teken ik ervoor.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 28.9.20) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
James Brandon Lewis & Chad Taylor - 'Live In Willisau' (Intakt, 2020)

1 september 2019

Een been in het verleden, een in de toekomst. Veel van de beste jazz slaagt erin om de verworvenheden van de voorgangers bij elkaar te brengen met een persoonlijke en progressieve visie. Vaak wordt daarbij de metafoor gebruikt van het op de schouders van reuzen staan. Waar we nu toe in staat zijn hebben we niet enkel te danken aan onszelf, maar ook aan het voorbereidende werk van de voorgangers. Weinig artiesten zoeken die spreidstand met zo'n toewijding op als saxofonist James Brandon Lewis. Zijn tweede album met drummer Chad Taylor bevestigt al het goede van 'Radiant Imprints' twee jaar geleden.

Door het duoformaat met sax/drums zetten Lewis en Taylor zich meteen in een lange traditie, waarin de aanwezigheid van John Coltrane en Rashied Ali natuurlijk niet weg te denken is. Het is diezelfde Coltrane die ook centraal stond op heel wat composities van 'Radiant Imprints'. Die keren allemaal terug op dit album, een registratie van het slotconcert van het 45ste jazzfestival van Willisau. De Coltrane-referenties zullen wel opgepikt worden door de liefhebber, maar zijn meer dan zomaar herkauwen. Ze hinten naar Coltrane, diens spirituele kant en exploraties, maar worden overgezet naar een kader waar Lewis' andere invloeden - gospel, funk, hiphop - ook onlosmakelijk deel van uitmaken.

Lewis speelt ritmischer dan veel van zijn voorbeelden en tijdgenoten. Hij houdt ervan om motiefjes en ideeën voor het licht te houden, binnenstebuiten te plooien met een waaier aan variaties; soms haast manisch repetitief, dan weer transformerend. Het stelt hem in staat om vrijheid een kader te geven, en de luisteraar een houvast, met daarin een cruciale rol voor Taylor. Die volgt de cadans, maar doet meer dan oppoken en volgen. Hij omspeelt het spel van Lewis, voorziet een puls, slaagt erin om zowel explosief als melodieus te reageren en te anticiperen. De interactie in 'Twenty Four' is stuwend, rollend en scheurend, met driftige salvo's als reacties op het ontvlambare blaaswerk van Lewis, die de kronkelende flow een modern aanvoelende hoekigheid geeft.

Kaler, haast ontbeend, gaat het er aan toe in 'Radiance', waarin even een hiphop-groove binnen handbereik is. Ook 'Imprints', voorzien van een motief dat zich meteen vastzet in je achterhoofd (Lewis is een van die saxofonisten die je, ondanks de hoge graad van vrijheid in zijn muziek, wel steeds opzadelt met oorwurmen die dagen door je kop kunnen spoken), slaat al snel aan het zoeken, met gospelvuur, emotionele kreten en de sputterende staccato slierten die een van Lewis' handelsmerken geworden zijn, samen met die ladders op en af dalende riedels. Opnieuw goed voor een hoogtepunt: 'With Sorrow Lonnie', op gang gebracht door Taylors mbira, met Lewis die de sax intens laat zingen. Een preek die tot in de poriën dringt.

Bovenal is het hier echter de overkoepelende flow die imponeert, want het duo koppelt de persoonlijke Coltrane-hommages naadloos aan eigen en andermans werk. Taylors 'Matape' wordt aangegrepen voor een lesje in gecontroleerde opbouw, die gevolgd wordt door een bedwelmend mooie interpretatie van Ellingtons 'Come Sunday', die door de mbira hier een onbevangenheid krijgt die normaal voorbehouden is voor concerten in de meest intieme omstandigheden. Mal Waldrons obscure 'Watakushi No Sekai' lijkt daadwerkelijk een Japans-getinte puurheid te hebben (of is het inbeelding?), terwijl 'Willisee' verwijst naar een duo-opname van Dewey Redman en Ed Blackwell (verschenen als 'Red And Black In Willisau') die exact 39 jaar voor deze performance plaatsvond op het Zwitserse festival. Het is duidelijk een compositie die het duo op het lijf geschreven is: bluesy, funky, dansend met een onbedwingbare, speelse schwung.

Ook 'Under/Over The Rainbow', een stuk van Harold Arlen dat intussen al tachtig jaar wordt uitgevoerd door talloze jazzartiesten, krijgt hier een uitvoering die hommage en introspectie in evenwicht houdt. De warme reactie van het publiek is dan ook navenant. Je kan immers theoretiseren en analyseren zoveel je wilt, maar als er iets bijzonders gebeurt, dan volstaat het soms om gewoon op je oren te vertrouwen. Je hoeft geen kenner te zijn om te horen dat James Brandon Lewis en Chad Taylor in staat zijn om je mee te slepen in hun belevingswereld. Het spat van het album af.

In de Jazztube hierboven zie je een optreden van James Brandon Lewis en Chad Taylor in het kader van de serie The Quarantine Concerts. Een studio-opname van 8 augustus 2020.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be | Foto: Cees van de Ven

Labels: ,

(Guy Peters, 27.9.20) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...








Menupagina's:




Blijf in de picture met
een gratis jazzbanner!

























Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.