Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Cd
Carlos Bica & Azul - 'More Than This' (Clean Feed, 2017)

Opname: 24-26 april 2016

Geen gebrek aan trans-Atlantische samenwerkingen binnen de jazz, al vergt het doorgaans wel inzet, koppigheid en een forse dosis geluk om het boeltje gaande te houden. Een mooi voorbeeld van zo'n internationaal verbond is dat van de Portugese bassist Carlos Bica met de Duitse gitarist Frank Möbus en Amerikaanse drummer Jim Black. Ruim twee decennia na hun eerste album 'Azul' komt het trio op de proppen met album nummer zes, dat aantoont dat hun samenwerking nog altijd garant staat voor een heel eigen geluid.

Zoals bij zo veel andere bands moet je ze eigenlijk live meemaken. Het soms overheersende volume van Jim Black moet je er dan wel bijnemen, maar dit is bij uitstek een band die pas op het podium volledig tot zijn recht komt, die warme interactie demonstreert en de luisteraar met vaak filmisch getinte muziek meeneemt op een reis langs verlaten oorden met weidse vergezichten. Voor een stuk is dat te danken aan de twang van Möbus, die onvermijdelijk vergelijkingen met Frisell oproept, maar het zijn vaak ook de open composities en lome baslijnen van Bica die een ruimte suggereren die veraf staat van het grootstedelijke geharrewar dat doorgaans geassocieerd wordt met moderne jazz. Hier gebeurt het dus anders, wordt vaak de tijd genomen om rustig rond te drentelen in een wereld van roots en romantiek. Eentje die hier en daar herinnert aan die van Frisells trio met Tony Scherr en Kenny Wollesen, maar hier en daar ook aan het Belgische Dans Dans, zoals in opener 'Mafalda'.

Daar suggereert het trio meteen dat 'More Than This' een ingetogen bedoening wordt. Zachtaardig ruisende en resonerende cimbalen krijgen gezelschap van een schimmige gitaar en zoemende contrabas. Samen zoeken ze het terrein op tussen slaaplied en soundtrack bij de prairie van Montana. Dromerig, gemoedelijk, maar wel met een behaaglijk gloeiende lyriek. Het is een aanpak op de wip tussen beeldend en lyrisch, die later nog een paar keer terugkeert en die de band beheerst als weinig anderen. Stukken als 'I Wonder, Wonder I Do', een arrangement van folksong 'Na Rama do Alecrim', en een versie van Amerikaanse folksong 'Silver Dagger' zoeken het ook in die sloom schuifelende uithoek.

Maar dit trio is ook meer dan een producent van gezapige stukken, want hier en daar worden tempo en volume iets opgekrikt, krijgt het samenspel iets meer panache en worden de individuele sterktes en tics iets meer uitgespeeld. Zo krijg je in 'A Lã E A Neve' een echte democratie te horen, waarin het kletterende spel van Black in evenwicht gehouden wordt met het ingetogen spel van zijn collega's, tot het allemaal langzaam begint open te barsten in een zwalpende stroom van wringende energie. Nog beter: 'Whale Rider', dat het contrast tussen het haast mechanische spel van Black en de sobere baslijnen maximaal uitspeelt. Het is een ingenieuze manier om tegelijkertijd rustgevende stilstand en nerveuze beweging te suggereren.

Pas na meerdere beluisteringen wordt het duidelijk dat het album best wat variatie bevat, dat het slingert langs het compacte, springerige 'Skeleton Dance' met die potten- en pannensound, de hoekigere insteek van hoogtepunt 'XY Ungelöst', dat een erg fraaie, huilende climaxwerking krijgt, of het korte 'Jolly Jumper', dat van een gemoedelijk drentelend stukje omslaat in stekelig spel vol gekapte accenten en een plagerige, ontglippende leidraad. In afsluiter 'Sam' dreigt Möbus voortdurend over te stappen naar lawaaierig terrein, maar het blijft bij een aangehouden welles-nietesspanning. Het is een evenwichtsoefening die vooral bands gegeven is waarin de muzikanten elkaar op de tast vinden en stilzwijgende afspraken alles in balans houden. Na meer dan twintig jaar activiteit laten Bica, Möbus en Black horen dat er van sleet op het verbond nog geen sprake is.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be

Labels:

(Guy Peters, 27.4.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Adédèjì - 'Afreekanism' (Dejafrique, 2017)


Zanger-gitarist Adédèjì noodt ons voor een rondvlucht vanaf Muntala Muhammed Airport boven zijn geboorteland Nigeria – en nog een stuk luchtruim daarbuiten. De dubbel-cd 'Afreekanism' begint met een vlot, traditioneel eerbetoon aan de almachtige. 'Oba Edumare' wordt gedragen door de Fonés Group, een verbluffend authentiek klinkend koor van zeven dames uit Nigeria, Arabië en Griekenland. Vervolgens laten meer contemporaine invloeden zich gelden, highlife, soul en jazz, maar de Afrikaanse bodem wordt nimmer uit het oog verloren.

Het album is opgenomen in niet minder dan negen verschillende studio's in de reeds genoemde landen, met een corps van niet meer dan 53 verschillende muzikanten en vocalisten. Dat het product toch een sterk gevoel van eenheid uitstraalt, is des te bewonderenswaardiger. We hebben hier geen houtje-touwtjeproduct in handen, maar een echt state-of-the-art album, waarvoor een Quincy Jones zich niet had hoeven schamen.

Mooi ook dat Adédèjì Adetayo zijn grote inspiratiebronnen allerminst geheim houdt. 'They Don’t Really Care About Us' heeft een jaren 70-soulvibe. In 'Afreeka On My Mind' etaleert trompettist Victor Ademofe, in samenspraak met rapper MC Yinka, zijn Miles Davis-chops en 'If You Don’t Like To Funk' zou niet misstaan op het repertoire van Tower Of Power. In tegenstelling tot een aantal klaagzangen op 'Afreekanism' is dit laatste nummer een zeer opgewekte bedoening.

In '17, 18, 19, Sissi', een ode dacht ik aan die vervelende groupies die altijd bij muzikanten rondhangen, lijkt Earth Wind & Fire's Philip Bailey binnen te stappen. 'Felasophy' heeft, dat ligt voor de hand, Nigeria's eigen volksheld Fela Ransome Kuti tot onderwerp. Is dat de stem van Fela die aan het begin van de song iets zegt over het Engels als voertaal in Nigeria? Overigens mag hier wel even vastgesteld worden dat Adetayo's muzikanten een stuk strakker spelen dan die van Fela destijds. Ook zijn slimme vocale arrangementjes ('C.O.P.') steken uit boven veel van wat elders op dit gebied wordt gepresteerd.

De enige feature voor de orkestleider zelf is het nummer 'Aworan Oyinkan', waarin hij begeleid wordt door Vagelis Stefanopoulos op piano. Dan is de rondvlucht voorbij, twee uur, dat is netjes en kunnen we de rauwe werkelijkheid toetsen aan het beeld dat Adédèjì Adetayo met zijn 'Afreekanism' heeft geschetst.

Klik hier om te luisteren naar een track van dit album: 'They Don’t Really Care About Us'.

Labels:

(Eddy Determeyer, 26.4.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Muzikale zoektocht met magistraal einde

Joost Lijbaart's Batik, vrijdag 14 april 2017, Paradox, Tilburg

Vlak voor aanvang van het optreden neemt Joost Lijbaart het woord. Vanwege fysieke problemen met zijn arm geeft de leider en drummer van Batik aan verstek te moeten laten gaan. Vervolgens maakt Lijbaart melding van het feit dat hij ooit in de jaren tachtig aanwezig is geweest bij een concert van Nat Adderley, waarbij de trompettist geen noot heeft gespeeld vanwege een scheurtje in zijn lip. Ook wordt in herinnering geroepen dat Misha Mengelberg, vanwege vergeetachtigheid, een optreden van het ICP orkest heeft gemist. "Maar zo dramatisch zal het vanavond niet worden," voegt Lijbaart eraan toe. Mark Schilders vervangt hem op de drumkit.

Het improviserend collectief Batik bestaat enkele jaren en vindt zijn oorsprong in een duo dat Joost Lijbaart en Wolfert Brederode in 2005 zijn gestart. Samensmelting en creatie van nieuwe klanken zijn de drijfveren van deze groep. In de eerste jaren wordt dit gezelschap gevormd door gerenommeerde musici uit de Nederlandse jazz- en improvisatiewereld. Naast Lijbaart en Brederode maakten gitarist Ed Verhoeff en basgitarist Mark Haanstra deel uit van Batik. De laatste twee hebben inmiddels plaatsgemaakt voor Bram Stadhouders en Sean Fasciani.

Door personele mutaties blijft deze avond van het oorspronkelijke Batik alleen Wolfert Brederode over. Het blijft gissen wat het wegvallen van Lijbaart voor het groepsgeluid betekent. Feit blijft dat de zoektocht naar de juiste muzikale balans in het eerste deel van het optreden evident aanwezig is. Het sprookjesachtige 'Empty Room' en de percussieve en milde funk van 'Dharma', afkomstig van de plaat 'Headland', worden vakbekwaam en afgemeten uitgevoerd. Brederode weet de messen al voor de pauze te slijpen. 'Headlands', waarin het meanderende pianospel wordt overgoten met een lichte countrysound, en het verstilde 'Glow', dat een weids en sferisch einde kent, getuigen al van meer zeggingskracht.

In de tweede set wordt de vrijheid gevonden. Bepalend hiervoor is de rol van Brederode. Niet alleen door zijn latente leiderschap, maar vooral door zijn creative, oogstrelende spel op de vleugel, wordt het totale groepsgeluid naar een hoger muzikaal niveau gebracht. De staccato basklanken vergezellen de lyrische pianoklanken in 'Arch' en de macabere sfeer die gaandeweg ontstaat zorgt voor een bepalende verteltrant. In 'Menado' zorgt de verwevenheid van gitaar en piano voor een hypnotiserende sfeer. Ook met deze track wordt de rekbaarheid van de muziek aangetoond. De muzikale opvattingen van Steve Reich worden minimalistisch opgevoerd en de compositie wordt op bedwelmende wijze tot een rigoureus einde gebracht. 'Neon' prikkelt direct door Brederode's omzichtige touches, waar, na een onmetelijke solo van Brederode, de muziek weer genadeloos inkrimpt.

Slechts één nieuwe compositie 'Swallow' ziet het daglicht. Maar het is er eentje om in te lijsten. Wispelturigheid, deining en snelheid vormen de sleutels tot een verhalende duikvlucht. Kortom: de waarde van een muzikale zoektocht kan tot een magistraal einde leiden!

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 25.4.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Blue Lines Sextet – 'Live At The Bimhuis' (Casco, 2017)

Opname: 2 januari 2016

Naast de improvisaties 540 tot en met 545 bestaat de cd van het Blue Lines Sextet uit composities van Michiel Scheen, 'Goodbye Pork Pie Hat' van Charles Mingus en 'Silence' van Charlie Haden. De laatste twee zijn (toevallig?) bassist. Vanaf het eerste nummer, getiteld 'Chop', ligt het concept vast: een aaneengesloten, compacte, behoedzaam en nauwkeurig uitgevoerde collectieve improvisatie. Slechts een enkele maal wordt dat concept onderbroken door melodisch samenspel in de composities van Haden, Mingus en een enkele van Scheen.

De specifieke free-jazz kenmerken zijn prominent en dominant aanwezig op deze cd, dat wil zeggen vrije solistische improvisaties en idem dito collectie passages. In het serene 'Silence' soleert trompettist Bart Maris ingetogen en klagend, waarna saxofoniste Ada Rave en trombonist Wolter Wierbos inclusief Maris gezamenlijk de klaagzang afsluiten. De interactie speelt een zeer grote rol in het concept van de groep en op basis van veelal summiere muzikale gegevens wordt zowel van de blazers als de ritmesectie - pianist Michiel Scheen, bassist Raoul van der Weide en drummer George Hadow - uiterste concentratie en open oren vereist.

Zowel in de composities van Scheen als het zestal improvisaties is de collectieve improvisatie een constante queeste naar het volmaakte samenspel. Die is hier dan ook overduidelijk goed gelukt. De capaciteiten van de musici staan borg voor een gedegen free-jazz samenspel.

In een enkele uitzondering wordt het subtiele en geserreerde samenspel vervangen door heftige en krachtige muzikale interrupties, zoals in Scheens compositie 'Stumble'. De naam zegt het, nietwaar?

Hieronder kun je het concert, waarvan deze cd een weergave is, beluisteren:

Labels:

(Jacques Los, 24.4.17) - [print] - [naar boven]



Vooruitblik
Gent Jazz Festival 2017


Gewoontegetrouw bestaat het Gent Jazz Festival uit twee delen, waarvan het eerste zich meer richt op een zittend publiek en het tweede meer oog heeft voor wie graag staand, heupwiegend of dansend een festival bijwoont. Die twee belevingswijzen sluiten aan bij de programmatie van vooral jazz in het eerste luik en van muziek in het tweede die bruggen kan slaan tussen liefhebbers van verschillende genres, die ook wel wat jazz lusten. Jazz is de grote noemer, waarbij kruisbestuivingen een grote rol mogen spelen. Elk jaar krijgen we een aantal verrassingen en een aantal publiekstrekkers, grote namen en minder bekende, avontuurlijker en minder gewaagde muziek. In 2017 haalt Gent Jazz een veelbelovende verzameling van artiesten naar de Bijlokesite, onder wie enkele levende legenden en verscheidene beloftevolle jonge helden.

7–8–9 juli
Op de openingsdag kun je niet om Herbie Hancock heen, die op vrijdag 7 juli voor de derde keer op Gent Jazz verschijnt. De pianist maakte zich vijf decennia geleden met een aantal Blue Note-platen onsterfelijk (mede dankzij de hits 'Watermelon Man' en 'Cantaloupe Island') en bleek ook hitgevoelig in de eighties met 'Rockit'. In de jaren 60 speelde hij in het Miles Davis Quintet, waar ook Wayne Shorter toe behoorde. Deze saxofonist schitterde in de seventies met het legendarische Weather Report en hij scheert de laatste jaren ook weer hoge toppen met zijn eigen kwartet. Laat dat nu op zaterdag 8 juli in Gent samen op het podium staan met het Casco Philharmonic orkest om Shorters liefde voor sciencefiction te verklanken, nota bene na het concert van nog een kanjer. Pianist McCoy Tyner, die in de sixties deel uitmaakte van het fabuleuze kwartet van John Coltrane, weet ook nu weer troeven op tafel te gooien, want hij brengt twee pianisten mee die, met elk hun links in de avant-garde, op hun beurt teken(d)en voor geschiedenis en vernieuwing, te weten Geri Allen en Craig Taborn.

Kijken we meteen even verder naar wat uit de meer alternatieve hoek opdruikt, dan merken we de aanwezigheid op van BassDrumBone met Mark Helias, Gerry Hemingway en Ray Anderson, die dit jaar de verjaardag vieren van veertig jaar als trio. Ook niet meteen mainstream zijn twee Belgische trio's die knap hun eigen, aparte gang gaan: het vooruitstrevende LABtrio en het geestige Trio Grande. Exuberant en voor sommigen er ver over zal wellicht het Rêve D'Éléphant Orchestra klinken. En voor gevoelige oren is er nog het internationaal kwintet rond de Poolse pianist Tomasz Stanko en de Italiaanse trompettist Enrico Rava, die Gerald Cleaver, Rueben Rogers en Giovanni Guidi meebrengen.

Tussen onmetelijke status en het aftasten van grenzen vindt u publiekstrekkers in dames en heren van stand die inpikken op tradities en daar op toegankelijke manieren nieuwe invalshoeken aan toevoegen. Van over de grote plas sieren Christian McBride, Norah Jones, Christian Scott en Ben Wendel de affiche. Respectievelijk: een klasbak van een bassist die vorige herfst uitzonderlijk met zijn trio in het clubcircuit te bewonderen viel in De Singer in Rijkevorsel; een zangeres die samenwerkt met toppers en vlot de magazines en grote radiostations haalt; een jonge, zwarte trompetgod die niet vies is van hiphop of commercie en een saxofonist die net zo graag funk speelt als jazz. Van dichterbij zijn er projecten van Franse en van Belgische bodem die tal van harten moeten kunnen inpakken: de warme combinaties van Vincent Peirani & Emile Parisien en het door gospel geïnspireerde Yves Peeters Gumbo bijvoorbeeld. En dan zijn er nog French Quarter als een greep uit jong Frans talent, het aangenaam heldere, jonge duo SCHNTZL, de feestelijke Kleptomatics met een ferme batterij aan blazers en de interculturele grooves van het Omer Avital Quintet.

13-14-15 juli
Niet minder muzikaal hoogstaand wordt het vast in het tweede luik, dat leeft bij een motto als 'jazz is a way of life' en mikt op de brede smaak die openstaat voor alternatieve projecten. Het aanleunen bij funk en soul dat je in het eerste luik kan vinden, mag je beschouwen als een voorproefje op wat allemaal nog kan. Met Makaya McCraven, STUFF., Kamasi Washington en Shabaka & The Ancestors ziet de donderdag er wel héél dansbaar en feestelijk uit, daar vallen uiterst aanstekelijke beats en grooves te verwachten. De jazzliefhebber kan daar misschien zijn hart ook ophalen aan Hoera. feat Hiele of Robert Glasper Experiment. De volgende dagen zijn meer verwant met rock, pop, dance, trance en, last but not least, free jazz. Brain//Child, Hypochristmutreefuzz en Fire! maken nieuwsgierig, omdat er jazzmuzikanten in meespelen. Voorts zijn er de gevestigde waarden DAAU en Einstürzende Neubauten en een uiteenlopende schare te ontdekken talent. De website van Gent Jazz licht met plezier een tip van de sluier op.

Labels: , ,

(Danny De Bock, 24.4.17) - [print] - [naar boven]



In memoriam
Arthur Blythe


De in 1940 geboren altsaxofonist Arthur Blythe groeide op in een gezin waarin muziek een exclusieve plek innam. Zijn moeder bijvoorbeeld was een fervent liefhebster van de blues en had daarnaast een specifieke voorkeur voor de altsaxofonisten Johnny Hodges, Tab Smith en Earl Bostic. Geen wonder dus dat Arthur op vrij jonge leeftijd saxofoonlessen kreeg en al tamelijk snel in rhythm-and-bluesbandjes speelde.

Toen hij echter in aanraking kwam met de muziek van Thelonious Monk was hij 'verkocht' en richtte hij zich op de moderne jazz. Hij raakte al gauw in de ban van John Coltrane en Cannonball Adderley en begon nu werkelijk serieus en intensief saxofoon te studeren.

Begin jaren zestig speelde hij zo'n tiental jaren in de band van Horace Tapscott, met wie hij zijn platendebuut maakte. Hoewel geïnspireerd toentertijd op de muziek en speelwijze van zowel Johnny Hodges als Charlie Parker zocht en vond hij zijn stijl meer in de richting van de vrijere jazz. In de zeventiger jaren trok Blythe naar New York en speelde daar onder meer met Charles Tyler en David Murray. Hij werd alras een prominent muzikant binnen de avant-gardisten van de New Yorkse scene.

Het duurde dan ook niet lang voordat een imposante platencarrière op gang kwam. In 1977 kwam zijn eerste album onder eigen naam uit op het label India Navigation, 'The Grip'. Daarna zouden er nog talloze volgen, waaronder 'In the Tradition', 'Lenox Avenue Breakdown', 'Blythe Spirit', 'Light Blue' – Arthur Blythe Plays Thelonious Monk' en 'Basic Blythe'. Als sideman was hij te horen op albums van van onder anderen McCoy Tyner, Chico Freeman, Joey Barron en Jack DeJohnette.

In 1990 verving hij Julius Hemphill in het World Saxophone Quartet en maakte hij op Enja nog enkele platen. Hij was een avant-gardist die de free jazz niet negeerde, maar in zijn spel eveneens invloeden van blues en hardbop toepaste.

De saxofonist leed al geruime tijd aan de ziekte van Parkinson, waaraan hij op 27 maart overleed op 76-jarige leeftijd in Lancaster, Californië, na een glansrijke loopbaan in de wereld van de actuele jazzmuziek.

Labels:

(Jacques Los, 22.4.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Raul Midón - 'Bad Ass And Blind' (Artistry Music Limited, 2017)


Hij windt er geen doekjes om, singer-songwriter Raul Midón. Bad ass and blind is hij. Geen katje om zonder handschoenen aan te pakken. Medelijden, daar heeft hij niets mee. "Vapor trails and ticket sales from Budapest to Bombay/Crazy lines and neon signs and everybody's willing to pay," zo begint het titelnummer trots. Dat hij als baby in de couveuse van een plattelandsziekenhuis zijn gezichtsvermogen verloor, is in zekere zin zelfs een geschenk. Nu kan hij optische schaduwen als metafoor gebruiken, zoals in 'Sound Shadow'.

Midón meandert tussen pop en jazz. Voor de jazzy tracks heeft hij trompettist Nicholas Payton, pianist Gerald Clayton en drummer Gregory Hutchinson ingehuurd. Zijn teksten zijn sterk, daar is veel energie en tijd ingestoken. Dat Stevie Wonder een belangrijk voorbeeld is hoor je. Raul Midón laat zich van zijn meest poëtische kant horen in een nummer als 'If Only': "Safe inside the light of your embrace/I see a world as it could be/If only."

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels:

(Eddy Determeyer, 22.4.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Karsu versus de angst voor het onbekende

donderdag 13 april 2017, De Kring, Roosendaal

Turkije. Het land is de laatste tijd nogal eens in het nieuws. Sterker nog, er gaat geen dag voorbij of de media besteedt volop aandacht aan zijn president en diens voor- en tegenstanders. De Turkse Nederlanders hebben het er eveneens nogal druk mee. Bij alle polarisatie die met name door de heer Erdoğan wordt opgeroepen zouden we bijna vergeten dat grote groepen Turkse Nederlanders zich ook nog met geheel andere zaken bezighouden. Muziek maken bijvoorbeeld.

De in Amsterdam geboren en getogen zangeres en pianiste Karsu Dönmez zet haar Turkse roots - haar ouders komen er vandaan - dan ook zo in. Het maakt een belangrijk bestanddeel uit van haar muziek, net als dat westerse klassieke muziek dat doet, en jazz, soul en flamenco. Karsu is duidelijk van alle markten thuis. Dat bewees ze reeds op haar twee albums, 'Confession' en 'Colours', en dat bewijst ze nu weer tijdens haar theatertour met de naam 'Play My Strings'. De veelkleurigheid komt ook daarin terug. Allereerst in de bezetting, violiste Çisem Özkurt komt uit Turkije, altvioliste Yanna Pelser uit Nederland en celliste Celia Torres Ruiz uit Spanje, en vervolgens in de muziek. Onder leiding van de vier dames, met Karsu voorop, maken we een muzikale reis waarin alle grenzen worden geslecht.

Karsu is daarbij een verleidster pur sang die met haar grenzeloze enthousiasme en spontaniteit zelfs de grootste chagrijn mee weet te krijgen. Dat is ook waar haar show in eerste instantie op drijft. Maar Karsu heeft ook een boodschap. In deze tijd van polarisatie wil ze verbinden. Ze rept met geen woord over de huidige gespannen situatie, maar uit alles blijkt dat Karsu niet in het kamp van de hardliners zit. Tegen het einde van de show maakt ze het zeer expliciet middels de drie lampen op het podium, ingepakt in touwen als een macramé kunstwerk. Twee bezoekers, die elkaar niet kennen, vraagt ze om een touw van de linkerlamp vast te maken aan die van de rechter. Twee onbekenden ontmoeten elkaar zo. Want daar ligt voor Karsu het probleem, de angst voor het onbekende. En die angst leidt tot erger, zo is haar boodschap.

Ze is wellicht nog wat naïef. De wereld zit zo niet in elkaar. Helaas. Maar dan nog, beter een wat naïeve Karsu - met haar 26 jaar mag het nog - dan al die cynische wereldleiders die elkaar het licht niet in de ogen gunnen en de wereld alleen maar verder in het verderf kunnen storten. En dan zouden we bijna nog vergeten dat ze bijzonder fijne liedjes schrijft, fantastisch zingt en piano speelt en een showdier is in hart en nieren. Waarvan akte.

Labels:

(Ben Taffijn, 21.4.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Christian Wallumrød Ensemble - 'Kurzsam And Fulger' (Hubro, 2017)

Opname: april 2015
Dans Les Arbres - 'Phosphorescence' (Hubro, 2017)
Opname: 30-31 augustus 2015

De Noorse pianist Christian Wallumrød nam met zijn Ensemble tussen 2001 en 2012 een vijftal albums op voor ECM en brengt nu, met een tot kwintet uitgedund ensemble, het zesde wapenfeit uit bij het eveneens Noorse Hubro. 'Kurzsam And Folger' heet het album. Na een vrij ritmische opening met 'Haksong', waarin we vooral Wallumrød uitgebreid horen, slaat het kwintet met 'Fulgsam' een totaal andere weg in. Dit nummer bestaat louter uit minimalistisch klokkenspel van slagwerker Per Oddvar Johansen. Het wordt gevolgd door 'Langsam', dat wel iets weg heeft van een volksmelodie. We horen de twee blazers, trompettist Eivind Lønning en saxofonist Espen Reinertsen in een vrijwel unisono geblazen partij, slechts afgewisseld door bescheiden slagwerk. Gaandeweg voegen Wallumrød en cellist Tove Törngren zich erbij, maar langzaam blijft het.

Maar het kan nog minimalistischer. In 'Phoniks' produceert het vijftal een Noorse klankmist die het zicht op de individuele instrumenten fors belemmert, terwijl de muziek in het korte 'Klafferas' nog het meest lijkt op een auto die niet wil starten. Zeer subtiel is ook het relatief lange 'Arpsam' waarin we Wallumrøds minimalistische pianospel horen, als een fragiel klankweefsel. Clusters van noten laat hij langzaam wegsterven, bijna als een soort van ritueel. En dan is er afsluiter 'Kurzam Und Onward', waarin een simpel pianomelodietje - zo een die je leert bij les 5 voor beginners - wordt afgewisseld met vrijwel onhoorbaar gepiel.

Ook Dans Les Arbres is geen nieuwe groep, ze bestaan reeds sinds 2004, maar hun albumproductie is niet om over naar huis te schrijven. 'Phosphorescence' is pas hun derde. Dans Les Arbres is een kwartet waarin we naast Wallumrød - die hier zijn piano heeft geprepareerd en verder de synthesizer bespeelt - gitarist Ivar Grydeland, percussionist Ingar Zach en klarinettist Xavier Charles vinden. En ook dit album kan in de kast opgeborgen worden onder de categorie 'experimenteel'.

In 'Sciure' waait een elektronische bries en in 'Fluorescent' wanen we ons in een donker pakhuis, waar van alles en nog wat beweegt en geluid maakt. Maar wat? Geen idee. In 'Laminescent' horen we wederom klokkenspel, maar nu in een veel uitgebreidere vorm. Het heeft soms wel wat weg van die Zwitserse koeien. Noorse dan in dit geval. Het langste stuk, 'Phosphorescent', is een ingenieuze klankstudie en met de spannende combinatie van wonderlijke klanken en effectief gebruik van stilte weet dit kwartet ook hier te overtuigen.

Labels:

(Ben Taffijn, 20.4.17) - [print] - [naar boven]



Festival
Het kabaalfestival

Transition Festival, zaterdag 8 april 2017, TivoliVredenburg, Utrecht

Het staat op de achterflap van het programmaboekje van het Transition Festival, dat plaatsvond in Utrechts megalomane muziektempel TivoliVredenburg: 'Tot volgend jaar! Transition / 14 april 2018. Wel, met uw welnemen, ik zal het niet meemaken. En wel hierom!

Op zaterdag 8 april was ik aanwezig bij de tweede editie van dit jaarlijkse festival. Een festival dat qua programmering de nadruk legt op de hedendaagse stromingen in de jazz. In dat opzicht is het zeker een interessant festival. Dit keer zijn onder meer geprogrammeerd: Branford Marsalis met zanger Kurt Elling, GoGo Penguin, Christian Scott, Guillaume Perret, Steve Coleman, Jeff Parker en Nederlanders als Joris Posthumus, Jasper Stadhouders en de formatie Bruut. Niet gering dus, dit allemaal.

In zeven zalen en een enkel plein zijn in het totaal 31 optredens. In twee zalen zijn zitplaatsen en voor de rest is het staan en hangen over balustrades en eventueel zitten op betonnen trappen. Ja, ja, dat hoort bij jazz. Maar niet heus. Door het gehele gebouw is het een drukte van belang, een constante stroom van mensen die zich continu aan het verplaatsen is. Overal in de gangen, hallen, pleinen en foyers is een irritant en constant muziekkabaal van draaiende dj's, muziekoptredens en opengaande deuren van de diverse zalen. Overal eettentjes: sushi, patat, hamburgers, pasta en bieren en cocktails. Lange, lange rijen er voor, die de doorstroom van het publiek letterlijk in de weg staan. De enige plek van rust en stilte, nadat eenieder zijn jas had opgehangen, was de garderobe bij de grote zaal. Wat een beleving was dat!

Alvorens ik met een opgelucht gevoel en rasse schreden het festival heb verlaten, heb ik nog twee concerten bijgewoond. Het eerste, het Kaja Draksler Octet in de Cloud Nine in de nok van het gebouw. Pianiste Kaja Draksler laat zich vooral inspireren door de hedendaags gecomponeerde klassieke muziek en improvisaties uit de hoek van de free jazz. Het ensemble heeft een niet al te gebruikelijke bezetting, met onder meer twee vocalisten en een violist. Twee vrouwelijke saxofonisten, bas en drums completeren het octet. Het repertoire omvatte nogal serene, verstilde composities, die zelfs in enkele vocalen neigden naar renaissancemuziek. Een optreden dus dat geconcentreerd luisteren gebiedt, hetgeen niet meeviel vanwege het immer wisselende en zich verplaatsende publiek en de geluidsflarden van de naast liggende zaal, de Club Nine.

Op naar het tweede concert: Christian Scott in de Ronda, een grote betonnen popzaal. Al bij de soundcheck was al te horen dat er dove geluidsmensen achter de knoppen zaten. Gewend als ze zijn aan de knetterharde popconcerten, werden ook voor Christian Scott de schuiven van de P.A.-installatie totaal opengezet. Het snoeiharde, schelle, scherpe geluid van Scotts trompet en Logan Richardsons altsax in combinatie met het bombardement-geluid van bas en drums maakte dit concert totaal ongenietbaar. Enig moment van nuance was in die grote betonnen popzaal absoluut niet te vinden.

Totaal overdonderd door dit gigantische kermisspektakel nam ik als een haas de kuierlatten.

Klik hier voor foto's van Transition door Maarten Jan Rieder.

Labels:

(Jacques Los, 20.4.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Morgan Freeman - 'Blessed Virgin Mary’s Face-To-Face Encounter With The Divine Bullshit' (Trytone, 2016)

Opname: 5 september 2015

Wanneer de dagelijkse tredgang je boven het boordje stijgt en je van mening bent dat je kanis wel weer eens een fikse tik kan gebruiken, ben je bij Morgan Freeman aan het goede adres. Dit internationale in Amsterdam residerende kwartet heeft niets met de befaamde acteur van doen en het houdt niet van liflafjes. Hun punkjazz lijkt geworteld in de New Yorkse No Jazz van de jaren tachtig, ik hoor zelfs verre, bijna weggestorven echo's van Ornette Coleman, van zijn kwartetten en van Prime Time.

Met het openingsnummer, 'A Gde Kruzhechka? Nu I Skazechkal' wordt de deur brutaal opengetrapt. Versterkt met de gesamplede gitaren van drummer Tristan Renfrow trekken de trompet (Dennis Sekretarev) en de tenorsax (Andrius Dereviancenko) agressieve vitale staccato unisono lijnen; de energie die hier vrijkomt zal sterrenkundigen als muziek in de oren klinken. De platen en optredens van Spinifex zijn bruikbaar vergelijkingsmateriaal. (Een kooi van Faraday zou helemaal niet zo'n onverstandige investering zijn.)

'I Hate You, Please Die (Mosquito)' - met de titels is niets mis - is een aangenaam duet van Matt Adomeits bas en de drums van Renfrow, waarbij het slagwerk de zaak transformeert, laat desintegreren en weer bij elkaar veegt. Het eindigt met intrigerende hoekige lijnen.

Ik weet niet of het verstandig is, de verklankte ruzie van 'What Is This' meer dan een keer of tien achter elkaar te draaien. Het klinkt wel authentiek ("I don't fucking lie! Okay?"; "Asshole!"; "Shut up!"), maar het tweenotige liedje dat eromheen is gedrapeerd klinkt toch wat simpeltjes.

Wel denk ik dat je met deze ietwat slordige, ambachtelijke hete hutspot goede sier kunt maken bij je neefjes, die immers net toe zijn aan Kamasi Washington.

Klik hier om vier tracks van dit album te beluisteren.

Labels:

(Eddy Determeyer, 19.4.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Sterk, sterker, Stronger!

Gare Du Nord, zaterdag 8 april 2017, Paradox, Tilburg

Met een Edison-nominatie en een top 10-notering voor het laatste nieuwe album 'Stronger!' op zak, deed Gare Du Nord na een radiostilte van vier jaar overtuigend een greep terug naar de top van de Nederlandse muziekscene. Hun 15-jarig bestaan (in 2016) en een uiterst positief ontvangen comeback-album waren reden genoeg voor een swingend feestje met hun nog steeds groeiende achterban. Een grote schare trouwe fans reizen hen al jaren overal achterna en nieuwe bewonderaars sluiten vol enthousiasme aan. De uitgebreide jubileumtour doet het smeulende vuur weer hevig opvlammen. Ook in een tot de nok toe gevuld Paradox was dat precies wat er gebeurde.

Twee uur lang – zonder pauze! - kolkt de energie over het podium met shining star Dorona Alberti als hartstochtelijk middelpunt. Vanaf de eerste klanken is de opwinding voelbaar en word je meegevoerd in een reeks swingende, maar ook ontroerende songs en instrumentaal kwalitatief hoogstaande composities. De verbinding van heden en verleden zit hem in de meer naar diepte neigende tracks, die voller en met veel ruimte voor sax, gitaar en keys ook meteen meer jazzy curves krijgen. Gitarist Aron Raams schreef met Lennaart Raams en Barend Fransen het grootste deel van 'Stronger!'. Waarop overigens ook twee composities van het duo (Ferdi) Lancee en Fransen staan, met wie het in 2001 allemaal begon.

Raams weet als geen ander met een melodie te raken en door zijn lyrische manier van spelen is hij een uitstekende partner voor Alberti om het hart van de band groot te laten kloppen. De chemie tussen die twee spat van het podium. Alberti heeft daarnaast nog meer topmuzikanten om zich heen verzameld, waardoor het allemaal klinkt als een klok en staat als een huis. Complimenten voor drummer Marc Schenk en bassist Guus Bakker, die in al die energie het ritme strak houden en hun stempel weten te drukken op het hoge groove-gehalte. Waarbij ook laatste nieuwkomer Ferry Lagendijk, met zijn keyboards, een groot aandeel heeft. Bij dit concert in Tilburg konden we ook nog eens genieten van het kleurrijke, expressieve saxofoonspel van Efraim Trujillo.

En over curves gesproken... Dorona Alberti heeft een dijk van een stem. De noten lijken moeiteloos in alle richtingen over haar stembanden te rollen. Ze koketteert met haar geluid én haar lijf. Haar tomeloze expressie doet het publiek aan haar lippen hangen. Niet alleen de noten dansen, zelf danst ze iedere dans. Deze prachtige dame straalt een stoute manmoedigheid uit en exposeert haar rondingen met trotse elegantie. Waarvoor hulde! 15 jaar klinkt misschien als een lange tijd, maar met deze inner drive staat ons ongetwijfeld nog veel meer moois van Gare Du Nord te wachten.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Donata van de Ven, 18.4.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Pablo Held Trio - 'Lineage' (Pirouet, 2016)

opname 30 en 31 januari 2016

Pianist Pablo Held richtte zijn trio met bassist Robert Landfermann en drummer Jonas Burgwinkel in 2006 op in Keulen. De drie zaten op dat moment nog op het conservatorium. Nu, tien jaar later en acht albums verder, ligt er 'Lineage' of 'afstamming' in goed Nederlands. Een album dus waarop stilgestaan wordt bij de muzikale invloeden die de muziek van dit pianotrio kenmerkt en die, zoals Held aangeeft, zowel wortelt in de Amerikaanse muziek als in de Europese klassieke muziek.

Held heeft zich in die jaren niet alleen ontwikkeld tot een uitstekende pianist, maar ook tot een veelzijdige componist. Ook nu zijn weer alle stukken van zijn hand. Zijn stijl van spelen is helder, verhalend en zeer to the point. Onbetwist de leider van het trio, maar nooit al te dominant. Het spel van Landfermann en Burgwinkel sluit op zeer natuurlijke wijze aan. Eigenlijk continu alsof het alleen zó kan klinken en niet anders.

Een aantal nummers op dit album springt eruit. Soms vanwege het verhaal erachter. Zo schreef Held het redelijk lange 'Lament' tijdens een moeilijke periode in zijn leven. De muziek trok hem erdoor heen: "It was my way of coping with my grief. I tried to work on something to the point where I could live with it and get on with my life." Bij menige andere componist had het bovenstaande geleid tot al te sentimenteel gedoe, maar niet bij Held. 'Lament' mag dan een klaagzang zijn, het is tevens een bekoorlijk nummer geworden, waarin je Helds zoektocht in zijn pianoklanken terughoort. Soms ingehouden, terwijl hij op andere momenten juist weer heel krachtig klinkt, daar vurig ondersteund door Burgwinkel.

Titeltrack 'Lineage' en 'Ammedea' vallen beide eveneens op. Maar nu met name door de verhalende kracht in Helds manier van componeren. Beide stukken zitten vol opwindende melodische patronen, die door het trio met verve worden gespeeld.

Samenvattend kunnen we concluderen dat dit trio zo nog wel even kan doorgaan. Niet bij Pirouet, want dat label hield er onlangs mee op, maar elders zal er zeker plaats zijn voor deze ondernemende heren.

Klik hier om naar een track van dit album te luisteren: 'Hidden'.

Labels:

(Ben Taffijn, 18.4.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Melancholisch verlangen

Yuri Honing Acoustic Quartet, donderdag 16 maart 2017, JazzCase, Dommelhof, Neerpelt

Tenorsaxofonist Yuri Honing staat al jaren aan de internationale top. Hij is een veelzijdig artiest, die naast muziek ook bezig is met literatuur en beeldende kunst. Zijn muziek reikt ver over de grenzen van jazz heen, met niet alleen invloeden uit de popmuziek, maar ook uit de klassieke en oude muziek. Honing stelt ook duidelijk dat hij zelden naar jazz luistert, maar vooral naar klassieke en popmuziek. In een gesprek na afloop van het concert vertrouwde hij me toe dat er het afgelopen jaar vier meesterwerken zijn uitgebracht die hem inspireerden, waaronder 'Skeleton Tree' van Nick Cave, 'Blackstar' van David Bowie en 'You Want It Darker' van Leonard Cohen.

In JazzCase bracht hij werk uit 'Desire' en nieuw werk dat later dit jaar zal verschijnen op het album 'Goldbrunn'. De betekenis van het woord Goldbrunn is in geen woordenboek terug te vinden en heeft naar mijn gevoel een wat Wagneriaanse geladenheid. Met zijn Acoustic Quartet, bestaande uit pianist Wolfert Brederode, drummer Joost Lijbaart en bassist Gulli Gudmundsson, zette hij een subliem concert neer.

De krachtige korte eerste set, opgebouwd uit twee nieuwe nummers bestemd voor 'Goldbrunn' en twee nummers van 'Desire', nam je mee in zijn magisch weemoedige wereld. Een wereld vol filmische wegdromerige scapes, maar ook vaak met een dreigende ondertoon. Zowel de nummers van 'Desire' als de nieuwe, die nog geen titel hebben, ademen dezelfde sfeer van een universeel menselijk verlangen uit, dat door de muziek heen zindert en via die taal heel sterk binnenkomt. Sterk is de ingehouden spanning in 'Messenger', dat wordt opgebouwd door de sublieme percussie van Lijbaart en de subtiele bas van Gudmundsson. Eenzelfde onheilspellende en onderhuidse spanning die je ook terugvindt in de muziek van Nick Cave. Met 'Desire' werd de eerste set afgesloten. De melancholische weemoed die van het nummer uitgaat, verklankt een onbeschrijflijk verlangen.

De tweede set opende met 'Mina Daiski', wat zoveel betekent als 'ik hou van je', maar dan in het Japans, een weids nummer met een onderkoeld ritme en met zachte en brede uithalen op sax en sterke drumpartijen. Beklijvend en aangrijpend was 'Lasciate Mi Morire', een vrije interpretatie van de aria uit opera 'Ariane' van Claudio Monteverdi, een renaissancemadrigaal verwijzend naar een doodsverlangen. 'Laat mij sterven', een verlangen naar de dood, waarvan ook een zekere geladen rust en overgave uitging. Ingetogen, sober en uitgekleed tot de essentie. Opmerkelijk is Honings fascinatie voor de dood. Zowel David Bowie als Leonard Cohen maakten hun album kort voor hun overlijden en op 'Skeleton Tree' worstelt Nick Cave met het overlijden van zijn zoontje. Maar ook het mooie gedicht 'Ons Hart' op de binnenhoes van 'Desire' van de hand van Joost Zwagerman verwijst naar een doodsverlangen. Met de melancholische ballad 'After All', een nummer van Bowie uit 1972, werd de tweede set afgesloten.

Een concert doordrongen van een melancholisch en weemoedig verlangen in de meest ruime betekenis van het woord. Mooie melodieuze nummers met een knagende ondertoon werden afgewisseld met meer speelse nieuwe nummers, die deel zullen uitmaken van het nieuwe album dat in het najaar verschijnt. Het perfecte samenspel van tenorsax, piano, percussie en bas maakten van dit concert misschien wel het mooiste van wat we in de afgelopen 10 jaar in JazzCase zagen.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Labels:

(Robert Kinable, 17.4.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Kuhn Fu – 'Kuhnspiracy' (Unit, 2017)

Opname: 21-22 april 2016

Kuhn Fu is geëvolueerd van een soort van vrije rockband, waarin de gitaar van leider Christian Kühn een centrale rol speelde, naar een echte band in een moeilijk te duiden genre. Die gitaar is dus enigszins naar de achtergrond verdwenen; in de groep domineert thans geen enkel instrument.

Ziv Taubenfeld is een basklarinettist bij wie ik niet gelijk aan Eric Dolphy moet denken. (Ja, kijk, als je er echt naar gaat zoeken en over na gaat denken - dan wel, natuurlijk.) In het naar hem genoemde nummer 'Taubenfeld' komt zijn donkere geluid pas aan de beurt na een gitaarbarrage en studentikoos gegalm.

Zoals gezegd, de stijl van Kuhn Fu is niet eenvoudig te omschrijven. Is het jazz? Nou nee. Rock? Nauwelijks. De enige associatie die zich opdringt is die met gitarist, zanger en componist Frank Zappa. Een soortgelijke compositietechniek, met abrupte tempo- en stemmingswisselingen. Een enkele keer ('Deus Ex Machina') heeft de muziek het karakter van een kapot kinderliedje. Een pastoralere melodie ('Maharani'), gebaseerd op het rijke contrabasgeluid van Esat Ekincioglu, twee noten slechts, wordt wreed verstoord door erupties van gitaar plus klarinet, gelijk onwelriekende flotsen uit een reigerreet. In 'Eiger Nordwand' geen storm en drang, geen ijsregens en geen bevroren tenen. Dit is een elegie voor ene Hans Schmidt, die op 21 juli van het jaar zoveel volgens Kühn de Eiger beklom, wat hij beter niet had kunnen doen.

Iets van Christian Kühns absurde gevoel voor humor vinden we ook in het begin van 'Signore Django Cavolo' (met sterk accent: "Why do you want me to do this? I don't want to do this. But if you really like, why not?") De volgende cd moet maar live worden opgenomen, compleet met de maffe aankondigingen van de leider.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels:

(Eddy Determeyer, 17.4.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Hecht kwartet speelt intense impro

Eric Revis Quartet, woensdag 12 april 2017, Bimhuis, Amsterdam

De 49-jarige Amerikaanse bassist Eric Revis is al geruime tijd een befaamd vertegenwoordiger van de hedendaagse internationale jazzscene. Hij kreeg vooral bekendheid door de jarenlange samenwerking met saxofonist Branford Marsalis, met wie hij een achttal cd's heeft opgenomen. Zijn statuur is dus onbetwist en in het kader daarvan heeft hij een kwartet geformeerd met een drietal eveneens gerenommeerde hedendaagse jazzers: tenorsaxofonist/klarinettist Ken Vandermark, pianiste Kris Davis en drummer Chad Taylor.

Als een van de laatste optredens van hun Europese tournee werd het Bimhuis in Amsterdam aangedaan. Middels veelal summiere gecomponeerde fragmenten werd een kader gelegd voor vrije interpretaties en improvisaties. Binnen het totale samenspel en de individuele improvisaties ontstond eveneens ruimte voor solo's en diverse duo- en triovormen. Het strakke en exacte basspel van Revis en het zeer gevarieerde, stuwende en swingende slagwerk van Taylor legde het ritmische fundament voor de emotionele uitbarstingen op de tenorsax van Vandermark, die nauwelijks technische begrenzingen kent. Het was kenmerkend voor de intensiteit van dit hedendaagse impro-genre. Met stevige pianoclusters in combinatie met rapsodische single notes droeg Davis bij aan het hoge niveau van het geheel, met daar bovenop nog eens haar eigen solo's.

Naast het compacte en goeddeels heftig pulserende repertoire was er ook ruimte voor contemplatieve en verstilde momenten, waarop Vandermark de klarinet van de grond tilde, Davis de piano prepareerde, Taylor de duimpiano hanteerde en Revis bij tijd en wijle de bas met de strijkstok bespeelde.

Eric Revis en zijn medemusici lieten na de slottonen een voldaan gevoel achter.

Concertfoto's: Govert Driessen

Labels:

(Jacques Los, 16.4.17) - [print] - [naar boven]



Cd-box
Willem Breuker Kollektief - 'Out Of The Box' (BVHaast, 2017)


Willem Breuker maakte als componist en muzikant zijn debuut op 17 juli 1966 tijdens het jazzconcours van Loosdrecht met een achttien koppen tellend orkest dat 'Litany For The 14th Of June, 1966' ten gehore bracht, waarin Breuker teruggreep op een uit de hand gelopen demonstratie een maand eerder. Dit eerste optreden had reeds een aantal elementen in zich die de rest van zijn carrière zouden kenmerken, totdat hij op 23 juli 2010 stierf, slechts 65 jaar oud. Zo was Breuker in de eerste plaats componist en pas in de tweede plaats musicus, schreef hij voor uiteenlopende ensembles en was hij verre van een academicus. Integendeel, zijn muziek was naar eigen zeggen mensenmuziek, wat ook betekende dat het met beide benen in de maatschappij stond.

De net verschenen, uit 11 cd's bestaande verzamelbox 'Out Of The Box' met een dwarsdoornsnede van Breukers muziek, uitgevoerd door het Willem Breuker Kollektief (WBK), is dan ook een reis door het oeuvre van deze componist. De oudste opnames stammen uit 1970, de meest recente uit 2012. Laten we één opmerking vooraf maken: het is natuurlijk gekkenwerk om te proberen het immense oeuvre van deze legendarische figuur te vangen in 11 cd's. Het zal de samenstellers ongetwijfeld heel wat hoofdbrekens hebben gekost. Wat moet erin en bovenal: wat mag eruit blijven. Maar goed, nu ligt die box er.

Recht doen aan Breuker en zijn oeuvre was daarbij het uitgangspunt. Dat betekent allereerst zijn veelzijdigheid door de jaren heen aan bod laten komen, want Breuker mag dan nog zo herkenbaar zijn, waarover straks meer, ook zijn muziek evalueerde. Maar die veelzijdigheid was zonder enige twijfel hét handelsmerk van de saxofonist. Een mooie anekdote in het boek bij de box maakt dit duidelijk. In 1981 wilde Breuker een tournee maken door de VS. Joe Popp, de manager van het Public Theater in New York, reageerde als volgt: "Ik heb de platen van het WBK beluisterd. Met groot plezier. Ze zijn werkelijk verbazingwekkend en erg origineel. Het meest interessante aspect is eigenlijk dat je niet zou weten in welke categorie ze thuishoren. En dat maakt ze helaas ook onverkoopbaar in dit land." Wat het laatste betreft had Popp het gelukkig niet bij het juiste eind, want het Kollektief zou 20 keer optreden in de States. Maar dat de muziek van Breuker totaal ongrijpbaar is en in geen enkele manier in een hokje is te plaatsen, is een understatement.

Naast een duidelijke invloed vanuit de klassieke muziek, de bigbandtraditie binnen de jazz, de wereld van tango's, polka's en andere niet westerse dansen, speelt circus, variété en theater een belangrijke rol in zijn werk. Niet alleen muzikaal, maar ook letterlijk. Het WBK voerde complete voorstellingen op, waarin de musici zich als halve clowns en acrobaten gedroegen. Het boek bevat er prachtige foto's van. Naast dat de basis van de stukken altijd gecomponeerd is, biedt Breukers muziek de musici ook uitgebreid de mogelijkheid te improviseren. Zet een van die cd's op en je weet niet wat je overkomt.

Van jongs af aan had Breuker een grenzeloze honger naar alles wat muziek genoemd kan worden. Hij spijbelde om muziek te kunnen luisteren en raakte tijdens zijn middelbare schooltijd reeds in de ban van Ives, Schönberg, Webern en Varèse en ontdekte aansluitend de cool jazz en de bebop, die hem naar eigen zeggen minder deden. In diezelfde tijd raakte hij ook maatschappelijk betrokken, wat hem onder andere in '66 bracht tot het schrijven van bovengenoemd stuk. Die liefde voor de klassieken zou zijn muziek blijvend kleuren en mede de breuk met Han Bennink en Misha Mengelberg in gang zetten, met wie hij in 1967 ICP had opgericht. Breuker wilde zich niet beperken tot één bepaalde stijl of wijze van werken, op geen enkele wijze. Hij wilde componeren, experimenteren en de wereld veranderen. Maar vindt maar eens musici die begrijpen wat je wilt en mee kunnen bewegen in dat eindeloze scala van stijlen. Een vast collectief ligt dan voor de hand. En zo ontstond het WBK.

Een overvolle doos dus, die verzamelbox. De eerste 5 cd's besteden op thematische wijze aandacht aan dit zo opmerkelijke oeuvre en bevatten opnames die voor een belangrijk deel op niet meer leverbare lp's staan. Verder bevat deze box, gelukkig, veel nooit eerder uitgebracht materiaal. Allereerst de opnames van twee concerten. De opnames van het concert van 27 oktober 1978 in het Zweedse Umea en het concert van 18 mei 1980 in het Franse Angouleme maken beide deel uit van deze box. Weliswaar betreft het natuurlijk een cd en geen dvd, maar ook zo krijg je als luisteraar het theatrale aspect, zo tekenend voor het WBK mee.

De box bevat ook de opnames van het allerlaatste concert in het Bimhuis, Breuker was toen reeds overleden, op 31 december 2012. Verder vinden we een integrale opname van 'Faust' verspreid over 2 cd's, die eerder alleen op dvd is uitgebracht. In 2003 kreeg Breuker de opdracht om voor deze klassieke film van Friedrich Murnau uit 1926 nieuwe muziek te schrijven, wat hij eveneens vanzelfsprekend op geheel eigen wijze heeft vormgegeven.

De missie, Breukers veelzijdigheid recht doen, mag beslist als geslaagd worden beschouwd. Het is een huldebetuiging aan één van de grootste en kleurrijkste Nederlandse componisten van de vorige eeuw. Van mensenmuziek, laten we dat nooit vergeten.

Labels:

(Ben Taffijn, 14.4.17) - [print] - [naar boven]



Jazzradio
Jazz Rules #118-119


In Jazz Rules #118 komt gitarist, componist en althoornist Mathias Van De Wiele het nieuwe album van Wheels voorstellen in de studio bij Dirk Roels. Wheels is het trio met Van De Wiele, bassist Manolo Cabras en drummer Jakob Warmenbol. Het album, 'Souletude', verscheen onlangs bij El Negocito Records. Maar Mathias kennen we ook van de band Moker.

De soloplaat 'Piano E Forte' van pianist Bram De Looze is verschenen bij Outhere Music. Je hoort er een aantal stukken uit. Ook aandacht voor 'JK's Kamer', dat is de soloplaat van multi-instrumentalist en euphoniumspeler Niels Van Heertum. Hij is bekend van onder andere Book Of Air, Ifa Y Xango en Linus/Ökland/Van Heertum.

De Duitse componist en vocalist Theo Bleckmann nam voor ECM het album 'Elegy' op. Met niemand minder dan Shai Maestro, Ben Monder, Chris Tordini en John Hollenbeck.

Klik hier om Jazz Rules #118 te beluisteren.

In aflevering #119 een vooruitblik naar twee Gentse festivals: de Ham Sessions, met onder andere het Ben Sluijs Quartet en Compro Oro, en het Citadelic Summer Festival Ghent, met onder meer Mark Turner, Al Foster en Paul Van Gysegem.

Toetsenist Gilles Vandecaveye en bassist Kobe Boon van het jonge Gentse trio Steiger komen in de studio bij Dirk Roels uitleg geven over hun nieuwe album 'And Above All', die onlangs uitkwam bij El Negocito Records.

Ook nieuwe muziek van een Belgische top bigband: de Bravo Big Band. Hun album 'Another Story' is uit bij Soul Factory Records. Het Scandinavisch-Britse trio Phronesis nam een album op met de Frankfurt Radio Big Band. Daarnaast aandacht voor John Coltrane. Het is bijna een halve eeuw geleden dat de jazzlegende stierf.

Klik hier om Jazz Rules #119 te beluisteren.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 13.4.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Enerverend modern robuust swingend

Joris Posthumus – Tokyo's Bad Boys, vrijdag 7 april 2017, Bimhuis, Amsterdam

De doorbraak voor alt- en sopraansaxofonist Joris Posthumus kwam in de periode dat hij op zijn dertigste besloot naar het conservatorium in Tilburg te gaan. Vandaar kwam hij in de zeer levendige Tilburgse jazzscene terecht en had hij zijn relevantie gevestigd. Vanuit het Tilburgse toerde hij met de formatie State Of Monc in China, alwaar hij de Japanse altsaxofonist Yuchiro Tokuda ontmoette. Dat was in 2011.

Posthumus en Tokuda werden bevriend, hetgeen resulteerde in wederzijdse bezoeken en tournees door Japan, Korea en Nederland. Ook kwamen daarnaast allerlei contacten tot stand met jonge, enthousiaste Japanse moderne jazzmusici. Daaruit zijn de Bad Boys tot stand gekomen.

In het kader van het uitkomen van de cd 'Joris Posthumus Group, Tokyo's Bad Boys' toerde de formatie deze maand in Nederland. In een goed gevuld Bimhuis werd het repertoire van dit album vol energie, enthousiast en continu virtuoos swingend uitgevoerd. Naast Posthumus en Tokuda bestond de band verder uit tenorsaxofonist Yuki Nakae, pianist Shunichi Yanagi, bassist Satoshi Tokuda en drummer Gaku Hasegawa.

Het sextet genereerde een ongekend powerful hedendaags jazzconcert. Een mix van moderne hardbop en messcherpe furieuze freejazz-elementen. Een bruisende, swingende ritmesectie met stuk voor stuk formidabele, meer dan competente begeleiders. In het bijzonder slagwerker Hasegawa, die alert en secuur zorgde voor een continue sterke groove.

Dat was de basis waarop de drie saxofonisten als een orgel klinkend zowel meerstemmig harmonieus samenspeelden als heftig en razend virtuoos soleerden. Leider Posthumus leverde alle composities en arrangementen, die varieerden van uptempo tot ballads. Zijn speelwijze getuigde van een gedegen techniek, maar vooral van een enorme passie. Ook zijn enthousiaste presentatie en Japanse 'memoires' droegen bij aan het bevlogen optreden van het sextet.

Zonder de overige musici tekort te doen: opvallend en zeer modern tenorsaxspel – met veel dank aan de latere Coltrane – werd welluidend door Yuki Nakae gedemonstreerd.

Summa summarum, een enerverend en modern robuust swingend concert, dat het Bimhuis op zijn grondvesten deed denderen.

Klik hier voor foto's van dit concert door Maarten Jan Rieder.

Labels:

(Jacques Los, 12.4.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Steiger - 'And Above All' (El Negocito, 2017)

Opname: september 2017

In de jaren 1990 was er al het Zweedse Esbjörn Svensson Trio (EST) dat als pianotrio invloeden van rock, pop, klassieke muziek en techno in hun jazz vermengde. Vanuit Amerika kwam na de millenniumwisseling met een sterke oriëntatie op populaire rockhits ook The Bad Plus aangewaaid. Misschien hebben sommige jonge muzikanten die vandaag het mooie weer maken thuis via de collectie van de ouders wel cd's van die bands gehoord, misschien ook niet. De laatste decennia zijn kruisbestuivingen alomtegenwoordig geworden en het is de normaalste zaak van de wereld om in diverse stijlen te gaan grasduinen. Het maakt dus misschien niets uit wat papa en mama oplegden. In elk geval typeren een rock-attitude en de neiging om bij heel uiteenlopende genres inspiratie te halen nu ook Steiger.

Steiger is een pianotrio van drie jongens uit Gent die vast goede leraren hadden aan onder anderen Erik Vermeulen, Christophe Devisscher en Teun Verbruggen; zo te horen bulken zij zelf ook van talent. Op enkele nummers op deze cd doen zij enigszins denken aan De Beren Gieren en klinken zij bijna alsof ze evenveel ervaring hebben, terwijl ze ongeveer mid-twintig zijn en niet lang afgestudeerd. Tot een associatie/vergelijking met De Beren Gieren nodigen zeker de eerste nummers uit. 'Sturm Der Liebe' wisselt kracht af met verstilling, herhaling met ontwikkeling. 'Saint Roch' speelt vrolijk met tijd en tempowisselingen. Je hoort de drie muzikanten elk zowel passend begeleiden als zelf sterk op de voorgrond treden in een compositie en samenwerking die zowel fijn en soepel is als krachtig. 'Hymne Without God' kiest dan een andere invalshoek en komt onderweg via de bas met de sereniteit van de latere Charlie Haden aanzetten.

Niet alleen komen de nummers op zich sterk over, de opbouw van de cd maakt van 'And Above All' een indrukwekkend werkstuk, dat met het artwork erbij een knap verpakt album vormt. Halverwege de cd treedt de muziek helemaal een andere arena in, waarbij je bij het slot van 'Inverse/Reverse' even zou kunnen denken aan Orchestra Nazionale Della Luna of SCHNTZL. Of je maakt, naargelang je eigen luisterervaringen, andere associaties met jazzmuzikanten die graag wat elektrische snufjes aan hun akoestische jazz toevoegen.

De elektronica van 'Berlin Revisited' sleept de gedachten daarna weer mee naar weer andere oorden, misschien wel naar een aparte danceclub - of een raveparty in open lucht waar een kampvuur knettert - waar een fusie plaatsvindt tussen jazz en electro. Mee in de mix gaan daarbij gaan verschillende ingrediënten, zoals daar zijn: een fijne baslijn, tromgeroffel van een militaire mars en toetsen die op een roeseffect mikken. Waarop 'Zes Uur Verder' prettig gestoord de ontnuchtering schetst en het trio met 'Kayip' een fijngevoelige kant uittekent. In de spanningsboog die groeit komen de drums van Simon Raman krachtig naar voren, maar vallen ook de piano van Gilles Vandecaveye en de contrabas van Kobe Boon weer op. Voordat nummer 10 met weinig middelen, erg karig in feite, de cd laat uitbollen is er nog 'Part One', een compositie die flirt met noisy rock. De zin voor afwisseling blijft gedoseerd, het een blijft passen bij het ander. Het is bijna jammer te noemen dat 'You Is You?' om af te sluiten weinig om het lijf heeft, al is het een logisch slot.

In 2016 bracht Steiger in eigen beheer een EP uit en was deze cd in de maak. De reacties waren toen al lovend. We kunnen na herhaalde beluistering van 'And Above All' alleen maar bevestigen dat Steiger hoge ogen gooit.

Klik hier om zeven tracks van dit album te beluisteren.

Labels:

(Danny De Bock, 11.4.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Trio met tegenstelling

Kamperman/Massot/Demydczuk, zondag 2 april 2017, kerkje Oostum, Garnwerd

Aangezien de muziekprogrammering van het Groninger Grand Theatre tegenwoordig niet zo gek veel meer voorstelt, heeft de organisatie van de jaarlijkse ZomerJazzFietsTour (26 augustus, even noteren) bij wijze van compensatie in het kerkje van Oostum een serie van 'voorronden' van de koers georganiseerd. Zondag werd het startschot gelost met het trio van klarinettist Steven Kamperman. Een trio met een ingebouwde tegenstelling. De kwikzilveren klarinetten versus de grommende en brommende sousafoon van Michel Massot namelijk.

Al vormde de wijze waarop de instrumentalisten zegenend hun rondgang door het godshuis maakten een overeenkomst. Kamperman ('Duoloog 2') voerde daarbij een soort schuifelende en stampende klompendans uit, terwijl Massot in diens solostuk ('Bamako, Sur Le Bord Du Niger') het meer in de weldadige wereld der wellness zocht, met een yogadans. Daarbij maakte hij optimaal gebruik van de akoestiek van het interieur. Zijn machtige geluid vulde de circa 600 kuub tot in alle hoeken en gaatjes, daar waar normaal gesproken slechts spinnen en stofvlokjes verwijlen. Wanneer de Belg zijn gouden toeter liet zwaaien, als een levende Leslie-box, kon je de luchtverplaatsing, ik zweer het je, op de eerste twee rijen gewaar worden.

'Lament', zoals het merendeel van het repertoire een eigen compositie van Kamperman, werd door hem opgeblazen met harmonische boventonen, zodat hij in zijn eentje een compleet monnikenkoor kon opvoeren. Al deze avontuurlijke verrichtingen werden bijeengehouden door drummer Sebastian Demydczuk, die behalve het ritme ook de melodieën bewaakte. Angstwekkend precies en heel losjes.

Concertfoto's: Holly Moors

Labels:

(Eddy Determeyer, 10.4.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Cameron Graves - 'Planetary Prince' (Mack Avenue, 2017)


Pianist Cameron Graves is afkomstig uit de coterie rond de bejubelde saxofonist Kamasi Washington. Sterker: hij is een van de oprichters van het West Coast Get Down collectief, de groep muzikanten die in Los Angeles actief is in zowel hiphop als jazz en improvisatiemuziek.

Toch is 'Planetary Prince' geen sterk album geworden. Graves is ontegenzeglijk een vingervlugge muzikant en Horace Silver en Junior Mance voelen zich vermoedelijk thuis in zijn cd-speler, sorry, op zijn Spotify-lijst. Maar zijn dynamiek is beperkt, zijn attaque eenvormig; je vraagt je af of hij piano heeft leren spelen op een 'echt' instrument of op een keyboard.

Zo vooraan als het droge drummen van Ronald Bruner jr. in de mix staat, zo ver weg klinken de blazers. Alsof ze in de kamer ernaast spelen, of, beter nog, op een naburige planeet die langzaam wegdrijft. Ze zijn duidelijk later aan de ritmegroep geplakt. Van enige interactie is geen sprake. Nochtans is Cameron Graves niet slechts de leider van de groep en haar meest prominente solist, hij heeft het album ook geproduced en gemixt, dus mag je aannemen dat het resultaat ook echt zo bedoeld was. Het heeft ook wel wat hoor, die verre solisten, iets mysterieus.

Graves werkt afwisselend met twee bassisten. Stephen 'Thundercat' Bruner klinkt lenig en levendig ('The End Of Corporatism'), Hadrien Faraud meer zangerig, à la Jaco Pastorius.

Misschien moet de pianist zijn volgende album maar eens door iemand anders laten producen. Zo'n Thundercat bijvoorbeeld – enfin, Cameron Graves kent er ongetwijfeld veel meer dan ik.

Klik hier om samples van dit album te beluisteren.

Labels:

(Eddy Determeyer, 9.4.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Simone Honijk – 'From This Moment On' (eigen beheer, 2016

Opname: 5-6 maart 2016

Op late leeftijd (38) heeft Simone Honijk dan toch eindelijk besloten haar carrière een andere wending te geven en te kiezen voor de vocale jazz. Die keuze is beslist geen slechte. Na het conservatorium en (gast)lessen van onder anderen Greetje Kauffeld en Deborah Brown heeft ze een vaste plek gevonden op de jazzpodia en jazzfestivals.

Na reeds twee cd's te hebben uitgebracht, is inmiddels haar nieuwste album 'From This Moment On' verschenen. De cd is een mix van enkele standards en originele composities van Honijk, Dirk Balthaus, Thomas Winther Andersen, Clare Fisher, Joe Henderson en Kenny Kirkland.

De cd opent met Honijks compositiedebuut 'Astronaut', waarin meteen haar zangkwaliteit tot uiting komt: een warme stem, soepel en swingend fraserend, met een groot gevoel voor timing. Dus dat hakt er al in. In de goede zin welteverstaan. De gehele cd weet Honijk dat hoge niveau te handhaven, waarbij nadrukkelijk vermeld moet worden dat het begeleidend trio – pianist Balthaus, bassist Anderson en drummer Niek van Wiggen – haar meer dan adequaat begeleidt.

Solistisch valt er ook nog te genieten van de glasheldere pianosolo's van Balthaus, het strak plukkende basspel van Andersen en gastsoliste Ellister van der Molen op bugel of trompet. Ze toont een goede beheersing op haar instrument en soleert beheerst en uiterst melodieus, zelfs in het razendsnelle titelstuk van de cd.

Het is goed dat Simone Honijk de carrièreswitch heeft gemaakt, want dat heeft voor jazzminnend Nederland deze verrassende cd opgeleverd.

Klik hier om een track van dit album te beluisteren: 'Astronaut'.

Labels:

(Jacques Los, 7.4.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Verlate Mardi Gras in Appingedam

The Boomerangs Band van Bas de Jager, zondag 19 maart 2017, Landgoed Ekenstein, Appingedam

Als ik beweer dat landgoed Ekenstein in een streek ligt die bestrooid is met landhuizen en boerenbedrijven waar de oude grandeur van afstraalt, plus complete complexen die tot pittoreske ruïnes zijn vervallen, zegt u natuurlijk, die Determeyer kan het mooi verzinnen. Wanneer ik daaraan toevoeg dat het landgoed zondagmiddag erg dicht langs het Louis Armstrong Park in New Orleans scheerde, is dat voor u wellicht aanleiding, dit stuk weg te scrollen. Nochtans: beide uitspraken kloppen.

In de eerste twee stukken die The Boomerangs Band van tubaspeler Bas de Jager in het Koetshuis van Ekenstein speelden, lag eigenlijk zo'n beetje de hele recente geschiedenis van de straatmuziek van New Orleans besloten. 'Little Liza Jane' was het meest swingende stuk dat de Hurricane Brass Band in 1975 opnam en dat de bron was van alle hippe hedendaagse straatfunk van New Orleans en omstreken, in casu Appingedam. 'Kidd Jordan’s Second Line' is, dacht ik, een product van de samenwerking van Edward 'Kidd' Jordan, een vooraanstaande vrije saxofonist, met de Dirty Dozen Brass Band. En als we weten dat Jordan zijn loopbaan in de Crescent City ooit, zestig jaar geleden, bij de r&b-groep The Hawketts begon en in de tussentijd vanzelfsprekend met Jan en Alleman marcheerde, is er weer een cirkel rond. 'Mardi Gras Mambo' van The Hawketts heeft het heel wat carnavals uitgehouden.

En het was een beetje Mardi Gras op Ekenstein – een paar weken overtijd, maar alla. Ancel Klooster, die op drums inviel, kwam zijn beste Second Line-beentje voorzetten. Aangezien hij ooit les heeft gehad van Johnny Vidacovich, die sinds jaar en dag als de meest geraffineerde en begaafdste drummer van New Orleans geldt, leverde dat geen problemen op. Het regenachtige weer was mooi meegenomen. Nu waren de parapluutjes aanwezig waarmee gedanst kon worden. Op 'When My Dreamboat Comes Home' bijvoorbeeld, dat in een uitermate relaxed tempo werd gespeeld, wat prima uitpakte.

Van de solisten vielen vooral de saxofonisten op. Altiste Tineke Koops bezit een sound met daarin een neiging tot jammeren, wat effectief werkt. Voor Hemmo Kieft en zijn tenorsax is ooit het epitheton 'robuust' uitgevonden. Voor de gelegenheid had hij zijn stijl in de Hans Dulfer/Lee Allen-modus gezet en dat beviel best. Maar vlak de bas van de baas ook niet uit. Was ooit op snaartrommel het swingendste jongetje van de klas op de Adam Olivier Academie, verraste later als verdienstelijke trompettist en hanteerde nu dus de sousafoon. Eens een wonderkind, altijd een wonderkind. 'Just A Closer Walk With Thee' begon hij op zachte vilten voetjes en hier herinnerde het Hammondorgel van Michiel Mens ons er fijntjes aan dat we ons deze zondagochtend maar weer eens akelig verslapen hadden voor de hoogmis. Mens speelt normaal gesproken sousafoon in de Boomerangs, doch een lipblessure kluisterde hem aan het klavier. Prima hoor, deze integratie van de Hammond in het bluesy funkgeluid van de band. Als Bas de Jager moest zingen, liet Michiel diens baslijn mooi doorlopen. Elders versterkte het orgel het orkestrale karakter van de band. Zoals in de achtergrondfiguurtjes achter de bugel van Ramses Helmus in het gospelachtige 'Smooth Talk', een eigen compositie van De Jager.

Het grote verschil tussen het optreden van The Boomerangs Band in Ekenstein en dat van een willekeurige brassband in het Louis Armstrong Park is dat dat laatste park gekrioeld zou hebben van de jongelui, terwijl de jeugd van Appingedam kennelijk wat anders aan haar hoofdjes had. Vermoedelijk zat die thuis of bij de bushalte verwoed te twitteren of te whatsappen. Je bent sociaal of je bent het niet.

Concertfoto: Sandra van der Veen

Labels:

(Eddy Determeyer, 7.4.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Kristijan Krajncan – 'DrummingCellist' (eigen beheer, 2017)


De naam van 'DrummingCellist' Kristijan Krajncan kunt u kennen van de groep Identikit van gitarist Marzio Scholten. De in 1986 in Kranj, Slovenië geboren muzikant componeerde ook muziek voor de televisieserie De Fractie.

Zoals de titel al aangeeft combineert Krajncan zijn twee liefdes, voor de klassieke cello en de drums uit de improvisatiemuziek. Daartoe heeft hij eigen werk en composities van Johann Sebastian Bach en Alban Berg op cello opgenomen, waar hij later slagwerk aan heeft toegevoegd. Vaak speelt die percussie een bescheiden rol, accentueert ze slechts het discours. Duidelijk is zijn beheersing van de materie en de instrumenten; de dialoog tussen de twee muzikale werelden klinkt nergens geforceerd. Zijn slagwerk lijkt soms georiënteerd op de stijl van Ed Blackwell.

Ik heb het niet allemaal uitgezocht, maar ik heb de indruk dat de cellosequenties straight worden gespeeld, bijna als evenzovele springplanken voor het commentaar van de trommels, de gongs en de bekkens. Wel kan hij het karakter van de cello elektronisch manipuleren. Zo kan hij het instrument transformeren tot een soort half kwartet. Zijn eigen werk is beïnvloed door procesmatige muziek, die hij vervolgens opschudt met percussiepatronen en –accenten, die zich ogenschijnlijk weinig aantrekken van de rimpelingen van het grondmateriaal.

Twee muzikale werelden dus, die op een intrigerende wijze botsen en samengaan.

Klik hier om het album 'DrummingCellist' te beluisteren.

Labels:

(Eddy Determeyer, 6.4.17) - [print] - [naar boven]





Jazzvers
Wereldklanken

Ingetogen kracht
wereldmuziek
in Yuri Honing kwartet
zeker niet zoet
maar krachtig
beheerste klanken
van de zwart-witte toetsen
prachtig ondersteunde
vooral niet overheersende drums
zacht strelend en tokkelend door de bas
desire, verlangen naar
alles wat de mens zich wenst
de sax, soms scherp
maar altijd melodisch
verwoorden klanken
maar altijd in harmonie
daar waar woorden tekortschieten
geven de klanken hun kleur
weergaloos, verlangende verten

Een gedicht van Anke Wind, geschreven tijdens het concert van het Yuri Honing Acoustic Quartet op donderdag 16 maart 2017 in JazzCase, Dommelhof te Neerpelt.

Klik hier voor een fotoverslag van bovengenoemd concert door Cees van de Ven.

Labels:

(Maarten van de Ven, 5.4.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Leo Grimaudo is gegroeid

Gris Ensemble o.l.v. Leonardo Grimaudo, zaterdag 25 maart 2017, Atelier Il Sole in Cantina, Groningen

Leonardo Grimaudo, de mentor en motor van Atelier Il Sole in Cantina, is gegroeid, als gitarist, maar ook als vormgever. Zijn taal is complexer geworden en de elektronica bespeelt en integreert hij tegenwoordig ook met meesterhand. Bovendien schrijft hij intrigerende stukken, die door hun contrasten en onvermoede klankkleuren niet snel vervelen.

Zijn compositie 'Walking Home' is een beeldverhaal waarin de componist listig gebruik maakt van vervorming en instabiliteit. Industrieel geknetter zet hij af tegen de lieflijke cello van Kristijan Krajncan. Op een gegeven moment leek slagwerker Aleksandar Skoric de enige die in real time speelde. Zijn kompanen bogen zich eensgezind over laptop en knoppenarsenaal, op zoek naar lekkere loops en gezonde doses dissonantie. Op die momenten leken de muzikanten de voorboden van de nieuwe generatie die, zo snel werkt de evolutie ook wel weer, gebocheld geboren zal worden. Er zijn wetenschapsmensen die voor 2019, beginnende in Beijing, een pandemische toename voorspellen. Maar we dwalen af.

In het nummer 'Il Sole In Cantina' mocht altviolist George Dumitriu zich uitleven in fantastische freakfolkfollies, op de solide bourdontoon van collega Krajncan. Op het wildemandrummen van Skoric reageerden de strijkers ontsteld en ook hier regeerden contrast en schoonheid. De Servische drumderwisj is, dat heb ik al eerder geschreven, een natuurverschijnsel en als zodanig vermoedelijk een van de weinige gunstige gevolgen van de klimaatsomslag. In 'Scherzo In Z' introduceerde hij bergachtige ritmes die de abstracte conversatie van de overigen houvast boden.

Grimaudo toonde met deze vier composities fraaie vormen, waarbinnen het flink kon spoken. Dan was het internationale gezelschap ineens een bende van vier Siciliaanse boefjes.

Foto: Willem Schwertmann

Labels:

(Eddy Determeyer, 4.4.17) - [print] - [naar boven]



Cd's
Bushman's Revenge - 'Jazz, Fritt Etter Hukommelsen' (Rune Grammofon, 2016)

Opname: 2-3 mei 2016
Hedvig Mollestad Trio - 'Black Stabat Mater' (Rune Grammofon, 2016)

Waar associeert u een gitaartrio het eerst mee? Rock of jazz? De twee trio's die onlangs nieuw werk uitbrachten op het Noorse Rune Grammofon, Bushman's Revenge en het Hedvig Mollestad Trio, laten horen dat kiezen tussen deze twee stijlen niet nodig is: ze leveren beiden.

Zo presenteert Bushman's Revenge, ook wel de missing link tussen Albert Ayler en Black Sabbath genoemd, op het nieuwe album 'Jazz, Fritt Etter Hukommelsen', ofwel jazz uit het geheugen, ons zowel eigen werk als twee standards: 'Contemplation' van McCoy Tyner en 'Angels' van Albert Ayler. Gitarist Even Helte Hermansen schittert in 'Contemplation' met een grootse solo, inclusief feedback en distortion, waarmee hij deze klassieker in een heel ander licht zet. Ook Aylers 'Angels' krijgt een bijzondere bewerking met een glansrol voor Hermansen. Intens en met veel gevoel voor detail geeft hij de melodie vorm, spaarzaam begeleid door bassist Rune Nergaard en drummer Gard Nilssen.

In '0500', een compositie van Nergaard, gaat het er aanvankelijk beheerster aan toe. Hier valt ook het triospel op. Het melodieuze gitaarspel van Hukommelsen, die enig effectbejag zeker niet uit de weg gaat, het zeer ritmische, stuwende slagwerk van Nilssen en de doordringende basklanken van Nergaard. En zo beheerst als dit stuk aanvangt, zo heftig ontwikkelt dit trio het door tot, ja, een stevig rocknummer. 'Bo Marius' is een slepende bluesballade van Hermansen, waar onze gitarist hoorbaar plezier aan beleeft. Ach, wat kan hij zijn gitaar hier heerlijk laten janken! En Nergaard doet op de achtergrond heerlijk bluesy mee. Maar nergens gaat het er zo onstuimig aan toe als in 'Gamle Plata Til Arne'. Het is geen Black Sabbath, maar wel Jimi Hendrix die we hier horen. Hermansen is duidelijk in zijn element. Afsluiter 'Lola Mit Dem Gorgonzola' zit aan het andere uiterste van het spectrum. Hermansens spel klinkt hier klassiek, de begeleiding al even ingetogen.

Gaat het er bij Bushman's Revenge doorgaans al niet zachtzinnig aan toe, Hedvig Mollestad zet met haar trio in het vierde album, 'Black Stabat Mater', de boel nog verder op scherp en de vergelijking met gitaristen uit de wereld van de zware metalen dient zich aan. Mollestads felle en tegelijkertijd zeer soepele spel is reeds in opener 'Approaching' een lust voor het oor. En dat de muziek hier meer rock is dan jazz, mede dankzij de beukende slagen van drummer Ivar Loe Bjørnstad en de felle riffs van bassiste Ellen Brekken, is niet meer dan een gegeven.

De titel 'Black Stabat Mater' is dan ook bijzonder goed gekozen, vooral als je 'On Arrival' beluisterd. Huiveringwekkend door de erupties vol distortion, waarmee het trio tegen de duistere metal aanschurkt. Maar wat een kracht! Ook in 'In The Court Of The Trolls' gaat het er heftig aan toe. Mollestad laat haar gitaar vervaarlijk janken en gieren tegen een muur van geluid, opgetrokken door Brekken en Bjørnstad. Een zeer spannende compositie die duidelijk maakt dat je bij die trollen beter niet te lang kunt blijven. '-40' is een uiterst ingetogen compositie, klinkend als een ijskoude wind door Bjørnstads bekkenspel, inclusief gekras, Mollestads ingetogen, repetitieve getokkel en de diep grommende basaanslagen van Brekken. Het laat een geheel andere kant horen van dit explosieve trio.

Klik hier om 'Contemplation' van Bushman's Revenge te beluisteren. En hier hoor je 'Approaching' van het Hedvig Mollestad Trio.

Labels:

(Ben Taffijn, 4.4.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Free jazz gecombineerd met harmonieuze composities

Chris Lightcap's Bigmouth, zondag 19 maart 2017, Bimhuis, Amsterdam

De formatie Bigmouth van bassist Chris Lightcap bestaat uit zeer moderne jazz-gelouterde, door de wol geverfde avant-gardisten. Muzikanten waarbij het vrije jazzidioom door de aderen stroomt. In hun thuisland Amerika behoren zij tot de gekenden van dit moderne jazzgenre.

Het huidige kwintet bestaat naast leider Lightcap uit de tenorsaxofonisten Tony Malaby en Chris Cheek, pianist Craig Taborn en drummer Gerald Cleaver. Een all-star kwintet en dat was te horen ook. Het samenspel en de gezamenlijke improvisaties van de twee tenoristen klonken als een klok. Qua toonvorming was het geluid van Malaby nogal scherp en strak in het hoge register, dat van Cheek sonoor en enigszins ouderwets. Beiden beschikken over een zeer rappe techniek, waarbij Malaby iets meer overtuigt.

Craig Taborn, regelmatig te gast in het Bimhuis, soleerde prominent en met razend snelle reeksen op de vleugel en elektrische piano en zelfs met breed verspreide notenclusters op freejazzwijze, oftewel de Cecil Taylor-methode.

Chris Lightcap tekent grotendeels voor het repertoire, dat gekenmerkt wordt door zeer melodieus gedragen muzikale lijnen. Het heeft een welhaast hymne-achtige uitstraling. Het roept reminiscenties op aan vroegere composities van freejazzpionier Ornette Coleman. Met strakke baslijnen en het dito drumwerk van Gerald Cleaver wordt er zowel gestructureerd als free gemusiceerd.

Dit concert bewees voluit dat een symbiose tussen de vroegere free jazz – denk aan Ornette Coleman, Cecil Taylor, Albert Aylor – en de hardbop van onder anderen Miles Davis, Cannonball Adderley en Hank Mobley tot sublieme en prachtige hedendaagse jazz kan leiden. Met heel veel dank aan Bigmouth.

Klik hier voor foto's van dit concert door Maarten van de Ven.

Labels:

(Jacques Los, 3.4.17) - [print] - [naar boven]



Cd
LABTrio - 'Nature City' (Outhere Music, 2017)


Het bij onze zuiderburen inmiddels razend populaire LABTrio, dat niets met een laboratorium van doen heeft (alhoewel?), maar zijn naam ontleent aan de initialen van de drie leden: slagwerker Lander Gyselinck, bassiste Anneleen Boehme en pianist Bram De Looze, is in Nederland een stuk minder bekend. 'Nature City', het langverwachte tweede album bewijst dat daar maar eens rap verandering in moet komen. Op de laatste editie van Stranger Than Paranoia lichtten de drie reeds een tipje op van de sluier en nu we op ons gemak kennis kunnen nemen van dit splinternieuwe kleinood neemt de bewondering alleen nog maar toe. In 'Elevator' mag Boehme aftrappen met een beheerst groovende baspartij, terwijl we op de achtergrond De Looze's Fender Rhodes horen zoemen. Een zeer sfeervol intro van deze Gyselinck-compositie. Dan blijkt de lift ook nog eens omhoog te gaan, het trio neemt ons mee in zeer opwindend en ritmisch samenspel.

Naar eigen zeggen gaat het trio, na tien jaar samenspelen, op dit album op zoek naar zijn identiteit. Tja, zo'n jubileum is natuurlijk hét moment om terug én vooruit te kijken. Gelukkig doen ze dit met prachtige en wel zeer originele stukken. Zelfs eeuwige inspiratiebron Johann Sebastian Bach komt voorbij. Allereerst met de vijftiende variatie uit de 'Goldberg Variaties' en later met de fuge, uit het zogenoemde 'Das Wohltemperierte Klavier'. Misstaan doet het geenszins dit uitstapje, het laat veeleer horen hoe veelzijdig dit trio aan de weg timmert.

De overige composities komen echter van de musici zelf. We noemden 'Elevator' reeds. Niet minder bijzonder is 'Ihor'. Aanvankelijk een wonder van subtiliteit, waarin de drie musici de eerste minuten gebruiken om middels sfeervol spel de melodie vorm te geven. De Looze valt hierop met zijn heldere, bijna voorzichtige pianospel en Boehme met haar warme, intieme basspel. Tussendoor horen we Gyselicnk, met name op de bekkens. Heel geleidelijk krijgt het nummer vaart en kan Gyselinck zijn ei kwijt in een stuwend ritmisch patroon. De echt dynamische passages zijn op dit album overigens in de minderheid. Het LABTrio heeft niet zoveel met powerplay. Het kiest liever de weg van de subtiliteit, van de nuance, waarin het samenspel optimaal de ruimte kan krijgen. Het is muziek om bij weg te dromen. En wie wil dat niet?

Klik hier om het album 'Nature City' te beluisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 1.4.17) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...







Schrijf je in voor onze gratis Nieuwsbrief! Klik op de button hieronder om je aan te melden:


Menupagina's:


Zoek in deze website:

Google

web deze website


Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, meewerken?
Mail de redactie.


(advertenties)