Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Cd
Seppe Gebruers, Hugo Antunes, Paul Lovens - 'The Room: Time & Space' (El Negocito, 2019)

Opname: 17 februari 2016

Pianist Seppe Gebruers timmert al enige jaren gestaag aan de weg. In 2011 won hij met Ifa Y Xango, een collectief van gelijkgezinde jonge muzikanten, de wedstrijd Young Jazz Talent Ghent en in 2013 stond hij met Bambi Pang Pang, aangevuld met drummer Andrew Cyrille, op het hoofdpodium van Jazz Middelheim. Aansluitend won hij In 2014 de Sabam Jazz Award voor opkomend talent. Naast Ifa Y Xango en Bami Pang Pang, waarmee hij ook cd's uitbracht, kennen we hem van NEST en een aantal andere samenwerkingen, waaronder een duo met rietblazer Joachim Badenhorst.

Gebruers houdt bovendien van experimenteren en haat hokjes. Vandaar dat hij zowel jazzpiano als klassiek piano studeerde en op 'The Room: Time & Space' weer nieuwe wegen inslaat. Hij omringde zich voor het concert in februari 2016 niet met de minsten. Bassist Hugo Antunes en slagwerker Paul Lovens behoren inmiddels tot de wereldtop van de vrije improvisatie. Maar echt verrassen doet Gebruers zelf. Hij bespeelt niet één, maar twee piano's. De ene is een normaal gestemde piano, de andere is een kwarttoon lager gestemd. Gebruers geeft hiermee ruimte aan wat we microtonaliteit noemen. In de hedendaags gecomponeerde muziek is dat sinds enkele decennia vrij gangbaar, denk daarbij aan componisten als György Ligeti, Harry Partch (die hiervoor zelfs nieuwe instrumenten bouwde), Giacinto Scelsi en Pascal Dusapin. In wat we gemakshalve maar even de jazz noemen, is het werken met microtonale stemming echter minder gebruikelijk.

We bereiken daarmee een andere klank van de piano, die klinkt regelmatig meer als een klokkenspel of een serie belletjes. Het kleurt mooi bij Antunes' bas en Lovens' zeer gevarieerde slagwerk in deze vijf titelloze improvisaties. Vuurwerk blijft op dit album over het algemeen uit, het zijn veeleer schermutselingen in de marge, abstracte klankvelden en dito slagwerkpatronen die we hier gepresenteerd krijgen. Maar daarin ligt nu net de kracht. De precisie, nauwkeurigheid en aandacht waarmee hier wordt gemusiceerd, verraad dat de musici elkaars muzikale uitingen meer dan op prijs stellen, dat er goed wordt gekeken, goed wordt geluisterd.

Een juweel van een cd, zoals we inmiddels van Gebruers wel gewend zijn. Er gaan er hopelijk nog vele volgen.

Klik hier om twee tracks van dit album te beluisteren.

Foto: Cees van de Ven

Labels:

(Ben Taffijn, 24.3.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Fascinerende melange van stijlen

Yotam Silberstein Quartet & Tim Finoulst Trio, vrijdag 15 maart 2019, Paradox, Tilburg

Voorafgaand aan het concert van Silberstein Quartet staat het trio van de Belgische gitarist Tim Finoulst op het podium. In een korte set speelt het trio vier stukken. De muziek is geworteld in pure jazz en volgt zelfs de traditie van legendarische gitaartrio's. Vanaf de standard 'I’ll Be Seeing You', een mooi vertolkte ballad in de geest van het Julian Lage Trio, gaat het crescendo. In het uitgesponnen slotstuk 'Joy', wordt naar hartenlust uptempo en inventief gesoleerd. Het ingenieus en bij herhaling uitstellen van het slot is imposant. Een meer dan verdienstelijk optreden.

Yotam Silberstein verdient een introductie, ook al heeft hij vorig jaar gespeeld op Jazz In Duketown. De gitarist uit Tel Aviv wordt op jeugdige leeftijd als talent herkend. Hij laat de kansen niet onbenut om ervaring op te doen met gevierde jazzmuzikanten uit zijn geboorteland. Hij debuteert al op 21-jarige leeftijd op Umbria Jazz Festival en brengt spoedig daarna zijn eerste album uit. Tournees door Europa en het Midden-Oosten volgen. Uiteindelijk reist hij in 2005, met een studiebeurs op zak, naar het jazzmekka: New York. Hij haalt de finale in de Thelonious Monk International Jazz Guitar Competition. In het laatste decennium is zijn ster rijzende en wordt zijn muziek meer gewaardeerd. Silberstein heeft met verschillende projecten over de hele wereld gereisd. En speelt daarin samen met topmusici zoals John Patitucci, Ivan Lins, Roy Hargrove en Marcus Miller. In maart 2019 lanceert Silberstein zijn nieuwe album 'Future Memories', gevolgd door een wereldwijde albumrelease-tournee, waarbij ook Paradox wordt aangedaan.

Bij het optreden van het Yotam Silberstein Quartet druipt de speelvreugde ervan af. Tijdens het optreden vindt het internationale kwartet een balans tussen het virtuoos spelen van bop-gerelateerde composties en composities waarin vooral traditionele Zuid-Amerikaanse muziek wordt geïncorporeerd. Silberstein schroomt niet zo nu en dan zijn stem in te zetten. Never a dull moment. In de stukken waarbij de jazz prevaleert ligt de nadruk op lang solowerk. Hier toont de Silberstein zich een meester in het spelen van vloeiende, kristalheldere gitaarimproviaties. Door zijn vele reizen heeft Yotam Silberstein door de jaren heen zijn muzikale horizon verbreed. Zijn spel is onder andere verrijkt met muzikale culturen uit Brazilië en Argentinië. De rol van pianist/accordeonist Vitor Gonçalves is hierbij van grote waarde. Het is dan ook veelzeggend dat het duo Silberstein/Gonçalves maar liefst drie meer atmosferische, sensitieve stukken voor zijn rekening neemt. Diep geworteld in de Braziliaanse muziek. Dat ook Silberstein niet los kan staan van moderne Amerikaanse muziek bewijst het stuk 'Wind On The Lake'. Hierin openbaart zich de serene openheid van Pat Metheny, evenals diens fascinatie voor muziek uit Zuid-Amerika.

In welke muziekstijl dan ook, Silberstein zweeft met een positieve vibe door het universum, onder een voortdurend swingend en ritmisch fundament.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 20.3.19) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
David Torn, Tim Berne, Chess Smith - 'Sun Of Goldfinger' (ECM, 2019)

Opname: september 2015 / augustus 2018

In 2014 bracht gitarist David Torn het soloalbum 'Only Sky' uit bij ECM, sindsdien was het rustig - op het vorig jaar bij RareNoise Records verschenen 'Vortex' na. Onlangs, vijf jaar na 'Only Sky', verscheen er een nieuw album bij ECM. En wat voor één! Om te beginnen is dit een atypisch album voor ECM Records, dat zoals u weet excelleert met sfeervolle jazz. Maar daar houden deze musici duidelijk niet van, u bent dus gewaarschuwd. Op twee stukken horen we Torn samen met altsaxofonist Tim Berne en drummer Ches Smith en op één stuk worden de drie vergezeld door pianist Craig Taborn, het Scorchio strijkkwartet en de gitaristen Mike Baggetta en Ryan Ferreira.

Trillend, resonerend klinkt Torns gitaar in 'Eye Meddle', het eerste triostuk, te midden van exotische klanken: Smith op Afrikaans slagwerk in combinatie met elektronica en een vederlicht blazende Berne. Met die toch voor de jazz nog wat ongewone mix van (niet-westerse) instrumenten en elektronica creëert dit trio een allengs steeds dichter wordend klankpatroon. Bijzonder is daarbij het contrast met aan de ene kant Torn en Smith, die samen een gestaag stromende rivier van klank voortbrengen, en andere kant Berne, die steeds verder in extase geraakt. Tot het na een kwartier Torn is die losbreekt uit de stroom, zijn snaren spant en ons trakteert op een gruizige solo.

In 'Soften The Blow' vangt Berne aan met een ijselijk hoog, repeterend patroon op zijn sax, terwijl vanuit de achtergrond de gruizige klanken van Torn en Smith opduiken. Ook hier heeft de muziek een wat onwezenlijk, onbestemd karakter. Smith produceert sciencefiction-achtige geluiden, Torn benut zijn effectpedalen optimaal en Berne blijft de grenzen van zijn instrument opzoeken. En dan is daar ineens weer zo'n bloedmooi, zeer intens solomoment van Berne, die als geen ander de emoties met zijn schrijnende spel weet te beroeren.

'Spartan, Before It Hit' zit tussen de twee triostukken in en vormt aanvankelijk, mede dankzij de aanvullende bezetting een prachtig, zeer melodisch rustpunt. Tevens is dit een opvallend beeldend, bijna filmisch stuk geworden, waarin de diverse instrumentalisten samen deze compositie van Torn op doordachte wijze vormgeven. Rustig eindigen doen ze eveneens, maar daar tussenin komt het toch weer tot een grandioze uitbarsting van klanken.

In de Jazztube hierboven zie je Torn, Berne en Smith aan het werk in het ShapeShifter Lab in Brooklyn, New York. Een opname uit 19 juni 2012.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 19.3.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Een vleugje echte bop

Afscheidstournee Rein de Graaff, woensdag 6 maart 2019, Brouwerij Martinus, Groningen

Natuurlijk zal er in Nederland bebop worden gespeeld, ook nu pianist Rein de Graaff de handdoek in de ring heeft geworpen. Kijk, zoals we weten is het bebop-universum onderdeel van het multi-universum waarin wij gewone stervelingen leven. Heel nu en dan, in een flits, komen die twee heelallen met elkaar in aanraking en de (uitermate) positief geladen bop-partikeltjes laten dan even iets van zich horen. De wetenschap heeft er nog niet echt een verklaring voor. Maar nu: tot verbazing van alle aanwezigen scheerde ons heelal niet alleen langs de bopwereld, maar tegelijk langs die der jump jazz, een nog wat zeldzamer universum. Dat was het geval in het eerste nummer na de pauze van De Graaffs adieu, Charlie Parkers 'Cheryl'. Daar hoorden we namelijk de mooiste bopharmonieën, rechtstreeks uit de Royal Roost anno 1948 én een staaltje 'locked hands'-werk uit diezelfde periode. Denk Milt Buckner. Denk George Shearing, ook goed.

Een waardig afscheid, kortom. En iedereen van het kwintet had een bij benadering gelijkwaardige inbreng. Gelijk vanaf de start liet bassist Marius Beets doorschemeren wie er hier nu eigenlijk de touwtjes in handen had. In het openingsnummer 'Ornithology' was hij all over the bass, zowel als begeleider als solistisch. Zo bescheiden als Beets in het dagelijks leven overkomt, zo autoritair functioneert hij als gids van de band. Uiteraard had drummer Eric Ineke wat dat betreft ook het nodige in de melk te brokkelen; met zijn subtiele en melodische brushes-solo in 'Tea For Two' ontlokte hij bovendien de nodige "o's" en "aah's" aan de volle zaal.

Dat altsaxofonisten Benjamin Herman en Maarten Hogenhuis een generatie verschillen zou je uit hun respectieve sounds kunnen opmaken. Hermans geluid is wat voller, wat rijper. Inderdaad, zoals we onze whisky bij voorkeur savoureren. Ietwat verweerd, ook. Gezandstraald met natriumcarbonaat. Het resultaat mocht er wezen - zo mooi als het legato gespeelde 'Old Folks' kom je ze niet vaak meer tegen. Hogenhuis speelt minder vet, maar de nootjes raakt hij wel vol op de smoel. En net als je denkt het wordt nog wel eens wat met die jongen, tovert hij (in 'Parker’s Mood') een perfecte Benny Carter-sound uit zijn hoge hoed.

Deze pros maakt het geen bal uit dat ze 'All The Things You Are' al tweeduizend maal gespeeld hebben. Gemiddeld dan: Rein zit daar ongetwijfeld nog een flink eind boven. Wilt u een compleet nieuw stuk? Doen we. Opvallend is trouwens dat de band het meest onweerstaanbaar swingt in de stukken in medium tempo, of nog iets lager.

In de pakweg zestig jaar die De Graaff op podia doorbracht ontwikkelde hij vanzelfsprekend kenmerkende maniertjes, een persoonlijke aanpak. Je kunt - buiten Bud Powell en Milt Buckner - nog een figuur aanwijzen die een lichtend voorbeeld was voor de Veendammer pianist: Wynton Kelly. Maar De Graaff heeft er dus zijn eigen draai aan gegeven. Zo heeft hij favoriete quotes die in de loop van zo'n recital steevast de revue passeren. 'Did You Ever See A Dream Walking' liep voorbij in 'Tea For Two'. Heel snel hoor; voordat je je realiseerde dat er gequoot werd was het alweer voorbij. 'All This And Heaven Too' maakte zijn opwachting, al even kortstondig, in 'Cheryl'. En voor 'Pop Goes the Weasel' moesten we geduldig wachten tot 'All The Things You Are', halverwege de tweede set. Maar daarmee hebben we dus een vierde bron te pakken: saxofonist Dexter Gordon namelijk, die bij het minste of geringste snippers van andere songs tussen zijn improvisaties placht te schuiven.

We gaan ze missen, die persoonlijke noten. Van de andere kant: Groningen is niet zo gek ver van Veendam en die piano in Martinus blijft daar nog wel even staan.

Hoe dan ook: bedankt, Rein.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 18.3.19) - [print] - [naar boven]



Cd
VLEK - 'Rumble' (El Negocito, 2018)

Opname: 21 april 2016

Zoals VLEK lopen er niet veel rond. Het gezelschap, opgericht in 2009, mag zich zelfs house band van zaal Paradox in Tilburg noemen. Twee cd's brachten ze uit. 'Rumble' is de derde en een vierde - 'Music On The Far Side Of The Moon' - verschijnt zowat tegelijkertijd.

De combinatie van saxofoon (Edward Capel), trompet (Jeroen Doomernik), trombone (Hans Sparla), gitaar (Jacq Palinckx), toetsen (Bart van Dongen), contrabas (Bert Palinckx) en drums (Pascal Vermeer) levert uiterst uiteenlopende muziekjes op. De speelse pop en knipogen naar Franse en Italiaanse soundtracks uit de jaren zestig van de openingstrack 'GLOP', lijken zo geplukt uit het repertoire van de Finse groep Mopo. 'Mr. Emmerson Takes A Walk In The Sun' klinkt inderdaad als de begeleidende muziek bij een wandeling, maar dan eerder eentje bij het sluitingsuur van de clubs, waarbij onderweg af en toe onverwachts nog een deur openzwaait en een late klant buiten sukkelt.

'RumbaRumble' heeft veel weg van een gemuteerde versie van afrobeat, terwijl 'Music On The Far Side Of The Moon' aanvankelijk ingezet wordt als een licht zwevend Scandinavisch sfeerstukje, tot alles ontaardt in rockende jazz à la Don Kapot en MDCIII. De spielereien van 'Intermezzo1' krijg je er zomaar bovenop. Het moet heel plezierig geweest zijn bij JazzCase in Dommelhof Neerpelt toen dit werd ingeblikt.

Klik hier om drie tracks van dit album te beluisteren.


Klik hier voor foto's van het concert in Neerpelt door Cees van de Ven.

Deze recensie verschijnt ook op Jazz'Halo.

Labels:

(Georges Tonla Briquet, 18.3.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Cross-over streams

Nguyên Lê, woensdag 6 maart 2019, TivoliVredenburg, Utrecht

Zo'n 25 jaar geleden kwam ik op het spoor van een Vietnamese gitarist die traditionele Vietnamese muziek combineerde met jazz: Nguyên Lê. Een heel spannende cross-over die te horen is op de plaat 'Tales From Vietnam'. Nu was hij in Utrecht met een nieuwe band vol globetrotters, die ook meespeelden op de laatste plaat 'Streams'. Het typische gitaargeluid van Nguyen gaat daarop wonderwel samen met de xylofoon van Illya Amar en de mooie ondersteuning van bassist Chris Jennings en drummer John Hadfield. Ouder, wijzer, meer gebalanceerd, maar nog immer bevlogen.

Nguyên, afgestudeerd filosoof gespecialiseerd in Visual Arts aan de Parijse Sorbonne, heeft in de tussentijd niet stilgezeten. Hij bouwde een indrukwekkende discografie op en speelde onder anderen met Paolo Fresu, Richard Bona, Randy Brecker, Carla Bley en Dhafer Youssef. De huidige tour van Nguyen Lê staat in het teken van de presentatie van de nieuwe plaat van het gezelschap: 'Streams', een titel die staat voor de culturele stromingen die de wereld overvloeien en die in zijn muziek tot uitdrukking komen. Noem het fusion of cross-over, mooi en interessant is het in ieder geval.

Het concert werd geopend met '6H55', een mooie compositie met een belangrijke rol voor Jennings op bas en sterke tempowisselingen. Onmiddellijk valt het volstrekt eigen geluid van Nguyên op, dat uitzonderlijk goed samenging met de vibrafoon van Amar. Dat dit het eerste optreden was in de Streams European Tour was te merken aan kleine momenten van onzekerheid en de zeer geconcentreerde manier van spelen. Niet gek, als je weet dat Hadfield zowat rechtstreeks vanuit het vliegtuig uit New York hier achter de drums zat. Desondanks werd er hoge kwaliteit geleverd. Met nummers als 'Bamiyan', 'Subtle Body' en 'Swing A Ming' zette het gezelschap een prima set neer.

Nguyên Lê is een meester in het oppakken van traditionele thema's en daarmee aan de haal gaan. Hij maakt er een bijzonder eigentijdse en unieke mix van, met hoogstaand gitaarspel waarin invloeden doorklinken van zijn culturele roots, jazz, rock en pop. Dat resulteert in een uniek geluid dat je blijft verrassen. Het leverde in Utrecht een prachtig en zeer gevarieerd concert op van vier muzikanten die elkaar gevonden lijken te hebben. Dat bleek in het dromerige 'Coromandel', dat gaat over Chinese schepen die met hun lading op weg zijn naar Europa over de Indische oceaan. Maar het was ook te horen in 'Hippocampus', waarin Nguyên op basis van een mooi uitgezet patroon op vibrafoon een meesterlijke improvisatie ontwikkelde.

Het concert in zaal Cloud Nine werd toepasselijk afgesloten met 'Cloud Chamber'.

Klik hier voor foto's van dit concert door Johan Pape.

Labels:

(Johan Pape, 18.3.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Weiss herdefinieert de term jazz rock

Dan Weiss Starebaby, woensdag 8 maart 2019, Paradox, Tilburg

Dan Weiss Starebaby hoorde ik voor het eerst tijdens het North Sea Jazz Festival van vorig jaar. Het titelloze debuutalbum was toen net uit en werd hier kort na het festival uitgebreid besproken. We besteedden toen ook vooral aandacht aan de herkomst van Weiss' bijzondere geluid dat het begrip jazzrock opnieuw definieert, of is de term jazzprogrock wellicht beter op zijn plaats?

Inmiddels zijn we ruim een half jaar verder en is het kwintet aan een korte tour bezig, waarin nieuw materiaal wordt uitgetest voor een nog op te nemen tweede album. We treffen ze in een behoorlijk goed gevuld Paradox, waar opnieuw de plafondplaten van het dak worden gespeeld. Want die cd's zijn natuurlijk prachtig, maar dit soort bands moet je toch primair live horen, of in dit geval live voelen. Dat begint al met 'Annica', afkomstig van het debuutalbum. We horen hier niet alleen de elektrische bas van Dunn en de Fender Rhodes van Craig Taborn, we voelen ze fysiek in ons lijf. Daar draagt de bijzondere bezetting van dit kwintet zonder blazers aan bij. Twee toetsenisten, naast Taborn is dat Matt Mitchell, Weiss op drums, Dunn op bas en Ben Monder op gitaar. Juist ja, dit is eerder de bezetting van een popband dan van een jazzkwintet. Straffe muziek maken deze heren. Ze trakteren ons op lang uitgesponnen muzikale lijnen waarin een flinke dosis progrock doorklinkt en de versterker ruim open wordt gedraaid, zodat we regelmatig vervaarlijk dicht in de buurt van pure noise geraken. Daar tegenover staan de momenten van bijna contemplatieve rust, fragiele klanklandschappen.

"Wow", horen we Weiss roepen tijdens een van de nieuwe, nog titelloze stukken. Geen wonder, want de band zit er weer eens helemaal in. Mitchell is aan een uitbundige solo achter de piano bezig, terwijl Weiss en Dunn een meeslepend ritme neerleggen, waarbij Monder en Taborn het geheel verder inkleuren. Zo'n moment waarop je als publiek niets anders kunt doen dan je overgeven aan wat hier gebeurt. Prachtig is ook het nieuwe stuk dat begint met een partij voor vier handen achter de piano. In een bijna gemoedelijke, klassieke melodie horen we hier Taborn en Mitchell, terwijl Weiss, Dunn en Monder zorgen voor de ritmische ondersteuning. Tot Monders gitaar de melodie gruizig komt versterken en Weiss en Dunn een paar tandjes bijschakelen. Weg klassieke beleving.

De sterk ritmische aanpak valt met name op in een ander nieuw stuk, volgens Weiss een sequel van 'Episode 8', dat op het debuutalbum staat. Monder en Dunn gaan hier direct in de aanval met een zeer stevig ritmisch patroon, terwijl Weiss zijn drumstel geselt en Taborn en Mitchell, beiden achter de synthesizer, de gaatjes die nog open zijn dichten. Ook in dit nummer vinden we echter een broeierig intermezzo, de spreekwoordelijke stilte voor een nieuwe storm, aangemoedigd door Weiss' ritmische spel op de bekkens. Pure energie volgt, strak georkestreerd. En dan die opvallend rijk gekleurde bassolo van Dunn, de opmaat tot een finale die in twee delen uiteen valt: een eerste zeer heftige passage en een tweede verstild deel.

Genoeg voor nu, laat dat tweede album maar komen.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Ben Taffijn, 17.3.19) - [print] - [naar boven]



Cd
Alex Koo - 'Appleblueseagreen' (Clever Tree, 2019)


De jonge Belgische pianist Alex Koo studeerde enige tijd in New York. Hij vormde er een trio met Mark Turner en Ralph Alessi. 'Appleblueseagreen' is de titel van hun eerste cd. Die titel laat al vermoeden dat het muziek met enige eigenheid is. Ik weet niet of er voor de kleur appelblauwzeegroen een Engelse vertaling is - ze is blauw noch groen, maar verwar haar vooral niet met turquoise. Misschien is 'Blues In Green' van Miles Davis een verre inspiratie, omdat de trompettist op dat nummer ook klankkleuren en diverse muzikale sferen met elkaar mengt en de muziek een eigen persoonlijkheid geeft. Op deze cd staat kamerjazz, met composities die door subtiele inkleuring de luisteraar laten wegdromen naar onbestemde en meestal ijle sferen.

Mark Turner en Ralph Alessi werden bereid gevonden mee te spelen met de jonge Belgische pianist/componist, wat iets zegt over het talent van Alex Koo. Hij weet in deze intieme en vrij ongebruikelijke bezetting de twee blazers er mooi te laten uitkomen. Turner en Alessi vormen dan ook een uitzonderlijke combinatie, die elkaar zeer goed aanvoelen.

Na het openingsnummer, elektronische hocus pocus, volgt een stuk ingetogen solo piano. Daarna komt de muziek met zijn drieën, waarbij de muzikanten elkaar niet voor de voeten lopen, wat de muziek ademruimte geeft. Pianist/componist Koo speelt complexloos mee in dit verhaal dat hij samen met Turner en Alessi geduldig opbouwt. Drie etudes voor solo piano brengen reliëf aan in het geheel en in 'Bodily Fluids' gaat het trio zelfs even uit de bol. Maar op het einde van de cd blijft vooral het ingetogen samenspel als trio hangen.

Met de speellengte van een klassieke lp houdt dit trio het spannend en geconcentreerd, zonder oeverloze passages die de nummers moeten rekken. De soli duren ook niet langer dan nodig. Zo blijf je als luisteraar geconcentreerd tot de laatste noot gespeeld is. Met deze cd, die perfect in de catalogus van een label als ECM zou passen, levert Alex Koo een knap staaltje van zijn kunnen.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Foto: Robert Hansenne

Deze recensie verschijnt ook op Jazz'Halo

Labels:

(Iwein Van Malderen, 14.3.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Blues not blues uit Mali

Samba Touré, donderdag 28 februari 2019, VERA, Groningen

Het genre wordt wel met desert blues aangeduid. De bekendste representant van de stijl is Ali Farka Touré. Hoe het in de woestijnen van Mali klinkt, daar kan ik niet over meepraten. Met blues zoals we die in het Westen kennen heeft het werk van Samba Touré niet zo gek veel te maken. Zeker, de gitaar van de leider is, net als de ngoni en de bas, versterkt. En Touré vervormt het geluid, vergelijkbaar met hoe alle grote bluesmannen dat plachten en plegen te doen. De bekende bluesvorm evenwel zal je bij hem vergeefs zoeken. Qua sound zou je de gitarist nog wel ergens tussen John Lee Hooker en Guitar Slim kunnen situeren. En soms, ja soms als het tempo niet te hoog ligt, hebben de dichte structuren van gitaar, ngoni, bas en percussie wel iets van de eeuwige bluesjam, waar elke seconde ergens op de globe een groepje muzikanten aan begint.

Vanzelfsprekend speelt herhaling en daarmee trance of hypnose een grote rol in deze muziek. Doch alsof de muzikanten willen voorkomen dat de aanwezige dansers zich massaal aan levitatie gaan overgeven worden nummers na vier of vijf minuten bruusk afgekapt. Ik zou wel eens willen weten of het er in Bamako ook zo aan toegaat. Dachten de muzikanten op de eerste avond van hun vier weken Europa soms dat die witten zoveel trance niet konden verdragen?

Met het massaal meebrullen hadden de Groningers in ieder geval geen probleem. "Yoko-Hara-Yoko-Se-Sambe", zoiets was het. Geen idee waar dat voor staat. Wanneer ik nog eens met mijn bandje op tournee ga (ik kan altijd nog zangles nemen), ga ik hele gore teksten over schoonmoeders en kapelaans schrijven - sorry schoonmoeders - die ik dan de kids in Bamako of Reykjavik luide laat scanderen.

Maar laten we ons niet verlustigen aan dit soort mooie dromen. Opvallend is het geluid van de ngoni van Djimi Sissoko, dat ergens tussen de banjo (even percutant, maar dan metaliger) en de kora zit en een belangrijk aandeel heeft in de ritmische basis. Sprekend van het ritme: de patronen die Souleymane Kane op zijn kalebas trommelt zijn opmerkelijk gevarieerd, ook qua geluid. Dat dat allemaal uit zo'n klein bolletje kan komen, sprak de dame naast mij. Bovendien heeft hij met die ene kalebas en die twee stokken 's werelds meest compacte drumstel tot zijn beschikking. Ach, heren drummers, daar heeft u vast wel eens over gefantaseerd: spelen in een orkest waarvan alle collega's meer te sjouwen hebben dan jij zelf.

Concertfoto's: Bob de Vries

Labels:

(Eddy Determeyer, 12.3.19) - [print] - [naar boven]



Cd
The Clifford Thornton Memorial Quartet - 'Sweet Oranges' (Not Two, 2018)

Opname: 20 juli 2017

De trombonist en trompettist Clifford Edward Thornton stierf in 1983 op 48-jarige leeftijd. Bekend werd hij met name met zijn laatste album: 'The Gardens Of Harlem' uit 1974, met een bezetting om bij te watertanden: Roland Alexander, Carla Bley, Pat Patrick, Marvin Peterson, Dewey Redman, Wadada Leo Smith, Bob Stewart en Carlos Ward. Dit album was voor Hans Falb, de man achter het Nickelsdorff Jazz Festival in Oostenrijk aanleiding om in 2015 een tweedaags festival te organiseren rond dit album en de erfenis van Thornton. Trompettist Joe McPee, voor wie Thornton veel betekende, trok dit project. In 2017 kreeg het een vervolg op hetzelfde festival, nu met een kwartet dat voor die gelegenheid de naam The Clifford Thornton Memorial Quartet meekreeg. De opnames van dit optreden verschenen vorig jaar bij Not Two Records onder de titel 'Sweet Oranges', een titel die McPhee ontleende aan een van de stukken op 'The Gardens Of Harlem'.

Wellicht was 'Blood Oranges' een betere titel geweest, stelt McPhee in de liner notes, refererend aan "southern trees bear strange fruit, blood on the leaves and blood on the root". Een zin uit het gedicht 'Bitter Fruit' van Abel Meeropel uit 1937, dat twee jaar later beroemd zou worden in de uitvoering van de song 'Strange Fruit' door Billie Holiday. McPhee refereert hiermee aan de 'toxic global climate' anno 2018 en ja, ook dat zit in de muziek.

The Clifford Thornton Memorial Quartet bestaat uit McPhee op trombone en tenorsax, Daunik Lazro op bariton- en tenorsax, Jean-Marc Foussat op analoge synthesizer en Makoto Sato op drums. Slechts twee stukken telt het album. Het titelstuk 'Sweet Oranges' begint met een breekbaar melodisch patroon van McPhee op trombone, met Sato's percussie zacht op de achtergrond. Dan voegt Lazro zich erbij met een tegenstem en ontstaat er een spannende dialoog. Boeiend zijn de bijdrages van Foussat, die de onbestemdheid naar binnen brengt en zo u wilt de 'Blood Oranges'. Pure improvisatie horen we hier in een krachtige, intense mix van klanken, waarbij de blazers en de analoge synthesizer een vruchtbare samenwerking aangaan en Sato op de juiste momenten zijn ankers uitgooit. Bijzonder is het fragment rond de 25e minuut en dan met name hoe een hectische passage door Foussarts analoge synthesizer in zeg maar gerust spirituele sferen wordt geloosd, waarna we Lazro solo horen op baritonsax en de band weer opstart. Verderop in dit lange stuk zit nog zo'n moment waarin we met zeer experimentele klanken worden verrast.

Na dit lange stuk van bijna drie kwartier volgt nog een intiem vormgegeven 'Encore' ter afsluiting. McPhee en Lazro blazen subtiele lijnen, Sato beroert zijn trommels met verborgen ritme en Foussat mag het geheel ook hier verder inkleuren. Een prachtige afsluiting van een boeiend concert waarin free jazz en experimentele elektronica een meer dan interessante samenwerking aangaan. Het tekent McPhee, die ook hier weer de grenzen van de jazz opzoekt.

Foto: Cees van de Ven

Labels:

(Ben Taffijn, 10.3.19) - [print] - [naar boven]



Concert / Cd
Teus Nobel Liberty Group live

zaterdag 23 februari 2019, Paradox, Tilburg
Teus Nobel Liberty Group - 'Journey Of Man' (Painted Dog, 2019)
Opname: 17-19 juli 2018

'Journey Of Man', alweer de vierde cd van de bejubelde trompettist Teus Nobel, werd in Paradox gepresenteerd. Deze is het resultaat van de masteropleiding die Nobel cum laude afsloot, na een stevige studie van het werk van de Amerikaanse trompettist Woody Shaw (1944-1989).

Zeven composities zijn op het album 'Journey Of Man' te vinden: drie van Nobel, twee van pianist Alexander van Popta, een van drummer Tuur Moens en 'Actual Proof' van Herbie Hancock, in een arrangement van bassist Jeroen Vierdag. Het titelnummer heeft de cd niet gehaald, maar werd vanavond wel uitgevoerd. Wat mij betreft had het er gewoon op gemogen. Blijkbaar zijn de criteria erg scherp gehanteerd. Het concert werd bijgewoond door de hoogzwangere vrouw van Nobel, die meldde dat de boreling heftig reageerde op het programma. Met de paplepel ingeven in optima forma.

Het concert opende sterk met 'Chasing Reality', met Nobel op een gedempte trompet sterk solerend en improviserend, later even sterk gevolgd door Van Popta op de nieuwe Steinway van Paradox. De ritmesectie legde er krachtige patronen onder. 'Iseo' liet weer een hele andere Nobel horen; hier produceerde hij een heel warm geluid zonder demping. Van Popta soleerde heel sterk in deze spannende compositie met verschillende verrassende wendingen. Moens en Vierdag brachten mooi op elkaar inspelend het stuk naar een einde.

Subtiel zette Van Popta 'My Favorite Vice' in, een prachtige gedragen ballad met Nobel deze keer op flügelhorn, een perfecte keuze hiervoor. Juist in dit stuk valt de passie van het kwartet op, de ruimte die de muzikanten elkaar bieden en hoezeer ze op elkaar weten in te spelen. 'Plastic Battle' begint met een vrij staccato ritme, waarop voortgeborduurd wordt, zodat er langzaam maar zeker een heel mooi klanktapijt uitgerold wordt met alweer sterke solo's van Van Popta en Nobel. Het vrolijke 'Kelewele', met mooi werk van Moens op slagwerk, verwijst naar een Ghanese lekkernij waarvan de trompettist gesmuld heeft. Nu is het een al even smakelijk en vermakelijk muzikaal gerecht geworden met diverse knappe tempowisselingen.

Met mooi slagwerk opende Moens 'Actual Proof', terwijl Vierdag schitterend werk op bas afleverde. Het werd een heel bijzondere uitvoering van Hancocks compositie, die geheel vrij door het kwartet is geïnterpreteerd. Wat mij betreft een heel overtuigende versie die indruk maakt. 'Crush' sluit het album af, een knap uitgevoerde, ietwat hoekige compositie met erg verrassende wendingen die qua timing en frasering mooie staaltjes vereisen van de muzikanten.

Er ligt een prachtige cd, die nog eens duidelijk maakt dat Teus Nobel terecht een stevige eigen plek heeft verworven. Live werd de passie waarmee het gemaakt is zichtbaar en voelbaar. Wie de kans heeft: ga kijken en ga luisteren, je zult verrast worden.

Klik hier voor foto's van dit concert door Johan Pape.

Labels: ,

(Johan Pape, 9.3.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Volstrekte eenheid tussen muzikanten en publiek

Jakob Bro Quartet, Returnings, zaterdag 23 februari 2019, TivoliVredenburg, Utrecht

Jakob Bro timmert in 2019 met zijn trio aan de weg. De gitarist heeft in de winter op gerenommeerde jazzpodia een serie van uitstekende concerten neergezet. Het is verheugend dat Bro zich ook laat horen met zijn kwartet waarin de bekende Sandinavische trompettist Palle Mikkelborg speelt. In maart 2018 is het album 'Returnings' voor ECM Records verschenen met naast Mikkelborg Thomas Morgan op bas en Jon Christensen op drums. Laatstgenoemde heeft dit optreden om gezondheidsredenen moeten afzeggen en is vervangen door de Amerikaanse ster-drummer Joey Baron.

De gitarist is overigens niet onbekend in het samenspel met een trompettist. Zijn doorbraak is het album 'Dark Eyes' van het Tomasz Stanko Quintet. Het nummer 'Terminal 7' is de dreigende openingstune uit de beroemde serie 'Homeland', waarin Bro ijzingwekkende gitaarlijnen produceert. Senior Palle Mikkelborg heeft voor vele labels muziek uitgebracht. Maar is vooral in de spotlights gekomen door het schrijven en produceren van het mooie album 'Aura' van Miles Davis. Hij maakte dat album ter ere van Miles, toen die eind 1984 de Léonie Sonning Music Prize won. Aanvankelijk zou de legendarische trompettist slechts op één nummer meespelen, maar uiteindelijk deed hij ruim veertig minuten mee. Palle Mikkelborg geeft in de liner notes van het album aan dat het geluid van Miles en zijn muzikale universum zeer bepalend zijn geweest in zijn leven. In het optreden in TivoliVredenburg is dit onmiskenbaar het geval.

In Bro's muziek is geen sprake van doldrieste bravoure of goedkoop effectbejag. De muziek dwaalt, zwiert en er worden subtiele details en verschuivingen aangebracht. De soundscapes zijn voorzien van diepte, warmte en schoonheid. Grote delen van het optreden zijn doorspekt met dit warme, akoestische en organische geluid. Maar regelmatig wordt de muziek getransformeerd naar meer donkere, abstracte muziek door de op Miles geïnspireerde rauwe, staccato (muted) trompetklanken uit de jaren zeventig. Afgewisseld met een ingehouden lyrische speeltrant en voorzien van doodse stiltes. Zelfs de podiumpresentatie van Palle Mikkelborg, gebogen en op zoek naar zijn medemuzikanten, is geïnspireerd op Miles. Tijdens deze passages wordt het fijnzinnige gitaarwerk door elektronica gestuurd zoals loopings en andere randapparatuur!

Het kwartet speelt veel stukken van het album 'Returnings', die relatief dicht bij de originelen blijven. De vederlichte, verbindende weemoedigheid van Bro verbindt zich in 'Strands' en 'Song For Nicolai' nadrukkelijk en exceptioneel met de krachtige contrabas-accenten van Morgan en de sierlijke percussie, met soms machtige uithalen van Joey Baron. Het laat zich rijkelijk aanvullen met de kwetsbare, lyrische kwaliteiten van Palle Mikkelborgs trompet en het spaarzame gebruik van zijn hemels vervormd stemgeluid. Bro put ook uit materiaal van zijn trio met 'Gefion', het titelstuk van zijn debuut bij ECM, 'Oktober' en met de toegift 'Lycaster'. In deze stukken wordt variatie gevonden tussen rustieke, intrinsieke country-achtige sferen. Het kwartet kan echter ook culmineren naar mededogenloze soundscpaes en door felle ritmes gedomineeerde muziek. De herinterpretatie van deze stukken worden door hartverscheurend echo's uit de hoorn van Mikkelborg ook expressief van aard. Bro stelt Mikkelborg in staat te excelleren.

Gevoelsmatig is er sprake van een volstrekte eenheid tussen de muzikanten en het publiek. Wars van de buitenwereld, die zich pas weer aan de openbaarheid toont nadat de laatste bezoeker vanuit de nok van Tivolivredenburg de lange tocht naar beneden is begonnnen.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 8.3.19) - [print] - [naar boven]



Cd's
Simon Nabatov, Max Johnson & Michael Sarin- 'Free Reservoir' (Leo, 2017)

Opname: 11 januari 2016
Simon Nabatov String Trio - 'Situations' (Leo, 2018)
Opname: 21 november 2015
Akira Sakata, Simon Nabatov, Takashi Seo & Darren Moore - 'Not Seeing Is A Flower' (Leo, 2018)

Pianist Simon Nabatov is van 1959 en zag in Moskou het levenslicht. Zijn vader was professioneel pianist en koordirigent, dus kreeg de jonge Nabatov de muziek met de paplepel ingegoten. Hij zat dan ook als driejarig jochie achter de toetsen, schreef op zijn zesde zijn eerste compositie en besloot na een concert van Duke Ellington in Moskou - we zijn dan inmiddels in 1971 beland - om jazzpianist te worden. In 1979 kreeg het gezin toestemming de Sovjet-Unie te verlaten; dat werd joden die naar Israël wilden vergund. Het gezin trok echter via Italië naar de VS, waar Nabatov van 1980 tot 1984 de befaamde Julliard School bezocht. Niet lang daarna, in 1989, toog Nabatov naar Keulen, waar hij nog steeds woont.

Die persoonlijke geschiedenis, zijn wortels in de klassieke muziek via zijn vader en zijn duidelijke keuze in zijn vroege tienerjaren voor de jazz, vinden we terug in zijn muziek. Nabatovs muzikale wereld heeft van het begin af altijd in beide tradities gestaan, sterker nog, hij heeft beide tradities ontegenzeggelijk verrijkt. En met wie hij ook speelt, zijn stijl is altijd onmiskenbaar Nabatov. Beluister 'Free Reservoir' op het gelijknamige album en u weet wat ik bedoel. Met name in het tweede deel horen we zowel de erfenis van Béla Bartók als die van de free jazz in Nabatovs overrompelende, kleurrijke spel, hier groots begeleid door bassist Max Johnson en drummer Michael Sarin. Prachtig is ook het verstilde 'Slow Droplets', dat verrassend veel weg heeft van hedendaags gecomponeerde kamermuziek. Duistere, bijna mysterieuze basklanken van Johnson, geflankeerd door minimaal, maar zeer trefzeker notengebruik van Nabatov horen we hier. Sarin komt overtuigend aan bod met een fascinerende solo in 'Tap Dance Inferno', naast het spel van Nabatov dat hier inderdaad het ritme van een tapdans eeft.

Om een trio bestaande uit piano, altviool en cello een String Trio te noemen is een bijzondere, al klopt het strikt genomen natuurlijk wel; ook een piano is in wezen een snaarinstrument. Samen met altviolist Gareth Lubbe en cellist Ben Davis sluit Nabatov op 'Situations' het sterkst aan bij de klassieke muziek. Opener 'Unfold-Fold' is aanvankelijk een wonder van subtiliteit: vederlichte, melodieuze aanslagen van Nabatov en op de achtergrond flinterdunne strijkerslijnen. Gaandeweg ontvouwt zich echter een meeslepend ritmisch patroon, waarin we duidelijk de invloed van Igor Stravinsky herkennen. Maar ook in de overige vijf stukken van wat een doorlopende suite is geworden horen we invloeden van de hedendaagse gecomponeerde muziek. Bijzonder is daarbij 'Stern Looks', waarin subtiele strijkersklanken worden afgewisseld met heftige ritmische pianopassages.

'Not Seeing Is A Flower' is een liveregistratie van een concert in Japan. Nabokov kende de Australische drummer Darren Moore, die recent enige jaren in Tokyo doorbracht en daar onder anderen met saxofonist Akira Sakata en bassist Takashi Seo speelde. Hij was het die hen vroeg voor dit bijzondere kwartet. Free jazz die je op het puntje van de stoel doet belanden, maar waar evengoed ingenieus met klank wordt geschilderd, bijvoorbeeld in 'Uncoil', waarin de klanken die deze vier musici ten gehore brengen vrijwel niet van elkaar zijn te onderscheiden. Exotisch ruig en typisch Japans is de zang van Sakata in 'Ritual', geflankeerd door subtiele klankkleuren. 'Surge' en 'Resolve' zijn eveneens bijzonder, met name vanwege het samenspel op het scherpst van de snede tussen deze vier musici. Dit album vormt zonder meer een prachtig monument van een bijzondere ontmoeting.

Labels:

(Ben Taffijn, 7.3.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Zwitserse klasse op Belgische bodem

Pilgrim, donderdag 21 februari 2019, JazzCase, Dommelhof, Neerpelt

Christoph Irniger toert al enige jaren met Pilgrim door Europa en sinds kort ook door de Verenigde Staten. In Neerpelt speelden ze het eerste concert van een tour die hen ook naar de Heist-op-den Berg en Baarle zou brengen. Afgelopen jaren kregen we voldoende kansen om de band te zien en telkens klinken ze anders. De constante blijft hun muziek die alle kanten kan uitgaan, wat het spannend maakt voor muzikanten en publiek. Hun verschillende passages door ons land in de afgelopen jaren leverde hen ook een aantal overtuigde volgers op. Gezien de kwaliteit die ze brengen is dat niet eens verwonderlijk.

Bij het concert in Neerpelt bespeelden ze opnieuw een breed muzikaal palet, waarbij de geleidelijke opbouw opviel - alsof het enige tijd vergde om te beslissen welke richting uit te gaan. In veel gevallen namen improvisatie en exploratie ongemerkt een sluipweg naar het rijk van catchy melodieën en groovy ritmes. Die overgangen kwamen onverwachts en gebeurden razendsnel. Dit pleit niet alleen voor de cohesie van de groep, maar ook voor het genie van componist Christoph Irniger.

Irniger gaf ook uitleg over de manier van musiceren binnen de groep. Pilgrim bestaat uit verschillende mensen die elk hun eigenheid hebben en elk hun eigen weg lijken op te gaan. Op een zeker moment zetten de groepsleden soms een stapje achteruit om vanuit hun eigen realiteit verbaasd, geërgerd of benieuwd te luisteren naar wat de ander vertelt. Vanuit die dynamiek kan dan het gesprek starten waarbij uiteindelijk gemeenschappelijke grond gevonden wordt. En zo is het maar net! Het is alsof de muziek aanschouwelijk maakt wat op een workshop groepsdynamica of een colloquium maatschappijanalyse verteld wordt.

Als saxofonist is het duidelijk dat Christoph Irniger een klasse apart is. Hij bezit een licht hese toon en is niet opdringerig, maar wel aanwezig. Stefan Aeby zorgde als pianist voor finesse van klassieke snit met oog voor een intelligente opbouw. Hij liet de piano soms heel intrigerend klinken door gebruik van elektronica, waarbij het als luisteraar even duurde voor je besefte waarom hij nu voortdurend met zijn hand in de klankkast zat. Gitarist David Gisler is zonder meer een prijsbeest. Hij maakt pertinent gebruik van pedalen en effecten en weet daardoor steeds wisselende sferen weet te scheppen. Hij bezorgt de muziek ook een rafelige rand, die het spannend houdt. Als die combinatie van hese sax, fijne piano en gestoorde gitaar dan nog kan rekenen op een zeer bewegelijke bassist Rafaelle Bossard en een drummer als Michi Stulz om alles in goede banen te leiden, kan er weinig fout gaan.

Pilgrim overtuigde de aficionado's die de groep al enige tijd volgden en zorgde met dit concert voor een lading nieuwe overtuigden. Mocht je deze band ergens op een affiche zien staan: niet twijfelen, doen!

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Deze recensie verschijnt ook op Jazz'Halo

Labels:

(Iwein Van Malderen, 6.3.19) - [print] - [naar boven]



Cd's
Extra Large Unit - 'More Fun Please' (PNL, 2018)

Opname: 20 mei 2017
Paal Nilssen-Love - 'New Japanese Noise' (PNL, 2019)
Opname: 4 juli 2018
Paal Nilssen-Love - 'New Brazilian Funk' (PNL, 2019)
Opname: 5 juli 2018

De drie albums die we in deze recensie bespreken zijn alle voortgekomen uit opdrachten die drummer en bandleider Paal Nilssen-Love kreeg van festivals. 'More Fun Please' van de Extra Large Unit bevat de opnames van een concert in 2017 tijdens het Only Connect-festival in het Noorse Ny Musikk en 'New Japanese Noise' en 'New Brazilian Funk' zijn de opnames van concerten tijdens het festival van Roskilde, Denemarken in 2018.

Paal Nilssen-Love's Large Unit kennen we inmiddels. Sinds 2013 bracht de groep zes albums uit en toerde over de gehele wereld. Een bijzondere bigband met een bijzonder geluid. Toen vroeg het Noorse Ny Musikk in 2015 Nilssen-Love om een stuk voor het Oslo Sinfonietta, voor het Only Connect Festival van 2016. Dat idee paste echter onmogelijk in de overbezette agenda van onze drummer en het plan werd doorgeschoven naar 2017. Een verschuiving die Nilssen-Love tevens de gelegenheid bood om Oslo Sinfonietta te verruilen voor zijn Large Unit waar hij zich beter bij thuis voelt. Ny Musikk ging akkoord, maar toverde nog wel een konijn uit de hoge hoed: breidt de Large Unit uit met studenten van de Norwegian Academy of Music. Zo gezegd, zo gedaan, en ineens waren er 28 musici en was de Extra Large Unit geboren.

'More Fun Please' begint met 18 seconden stilte. Nilssen-Love had opengelaten wie de eerste noten zou gaan spelen en ja, na 18 seconden was één van de trombonisten eruit. Dan gaat de muziek heel geleidelijk van start, bijna verkennend. Aansluitend verwacht je een crescendo, maar wat we krijgen is het tegenovergestelde: een diminuendo. Een reeks ijselijk hoge noten, met een serie slagwerkuitbarstingen, geflankeerd door klokkenspel en piano als climax. Wat volgt is een heerlijk chaotische, atonale klankuitbarsting, zoals we die bij dit orkest wel vaker aantreffen. In het tweede deel van het stuk deelt Nilssen-Love het orkest in tweeën, met ieder een eigen dirigent en het gebruik van bordjes, zoals we dat ook kennen van John Zorn's Cobra. Zijn doelstelling om deze jonge musici uit hun comfortzone krijgen, mag hierbij als geslaagd worden beschouwd, want de spanning loopt hier flink op, als een trein op stoom. Bijzonder is daarbij dat de muziek soms voor enige seconden volledig stilvalt om dan weer op volle kracht verder te denderen. Uiteindelijk komen we in wat rustiger vaarwater terecht, waarbij een traag ritme gedragen door de tuba's een hoofdrol speelt, gevolgd door een bijna introvert en verstild lang uitgesponnen einde, dat met name opvalt door zijn rijke klankkleur. In de finale horen we het langzaam uitdovende vioolspel van Torfinn Hofstad. Een prachtige afsluiting van een bijzonder stuk.

Naar analogie van de titels formeerde Nilssen-Love voor Roskilde een band met Japanse musici, naast de Braziliaanse gitarist Kiki Dinucci en één met Braziliaanse musici, aangevuld met altsaxofonist Frode Gjerstad. Met de titel 'New Japanese Noise' weet u natuurlijk direct hoe laat het is. Levende legende Akira Sakata blaast zich direct in 'Sfiff Upper Lip Jeeves' de longen uit het lijf op zijn altsax, terwijl Nilssen-Love samen met Kohei Gomi en Toshiji Mikawa met hun elektronica en Dinucci met zijn gitaar een stortvloed van geluid over ons uitstort. De rust in 'Up The Line To Death' is een verademing. Ritmisch spel van Nilssen-Love en een zeer intense solo van Sakata worden geflankeerd door boeiende elektronica-uitstapjes. Tot het ook hier weer op grootse wijze ontspoort en Gomi, Mikawa en Dinucci ons trakteren op een ronduit bizar klankspel. Bijzonder zijn ook 'Eats, Shites And Leaves', waarin we Sakata op Bb klarinet horen, een schrijnend, piepend geluid producerend, te midden van wederom aparte elektronische klanken, en 'The Bone People', waarin de Japanse taal een belangrijke rol speelt.

Tussen Japanse noise en Brazilaanse funk zit niet zo'n heel groot verschil, althans dat is de gedachte als je 'Biggles And The Gun-Runners' opzet, Gjerstad vervangt Sakata, maar verder tref je hier dezelfde stortvloed van geluid aan. Maar ik overdrijf, want in 'Beating Back Pain' en het naadloos daarop aansluitende 'Rural Riders' zit wel degelijk een funky ritme, mede dankzij Paulinho Bicolor op de cuíca, een Braziliaans soort rommelpot, en Nilssen-Love op percussie, maar dan wel van het meest rauwe soort. Een hoogtepunt is zonder enige twijfel het beukende, bluesachtige ritme in 'Five Dollars And A Jug Of Rum', gevolgd door een enerverende solo van Dinucci. 'Fruit Of The Lemon' is eveneens het vermelden waard, vanwege de bijzondere klanken die Bicolor hier uit zijn cuíca weet te toveren.

Labels:

(Ben Taffijn, 5.3.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Een nieuw soort dixie

Blue Lines Sextet, woensdag 20 februari 2019, Brouwerij Martinus, Groningen

"Eindelijk eens een collectief dat écht werkt," sprak pianist Michiel Scheen tijdens de pauze niet zonder trots. Sinds de jaren tachtig is hij in de weer met bands en projecten waarin de verhoudingen tussen uitgeschreven muziek, groepsimprovisaties en solowerk worden uitgeprobeerd. In het Blue Lines Sextet heeft de queeste haar voorlopige beslag gekregen.

Strikt genomen is het overigens niet Scheens orkest ("Er is geen leider"), al draagt hij composities aan, schrijft hij de arrangementen, soleert hij uitgebreid en ment hij het zesspan van achter het klavier. Bassist Raoul van der Weide vroeg in 2012 drummer George Hadow voor een nieuw combo; met Scheen erbij was het Blue Lines Trio geboren. Twee jaar daarna werden de drie blazers toegevoegd et voilà.

Een nieuw soort dixieland, zo zou je het gebodene kunnen karakteriseren, wanneer die term niet zo beladen was. Maar de collectieve improvisaties die die vroege jazzvormen kenmerkten zijn ook voor BL6 een bruikbaar uitgangspunt. De overhand hebben ze evenwel niet: er zijn ook zorgvuldig uitgewerkte arrangementen die met veel gevoel voor kleur en nuance worden uitgevoerd. Daarbij wordt vrijmoedig uit de jazzhistorie geput. Charlie Hadens 'Silence' bevat een stuk onversneden chick-a-chick slagwerk. Elders lijkt de muzikale taal van bassist/componist Charles Mingus een inspiratiebron. In het openingsstuk 'Bigs Blues' van Scheen, dat qua karakter zweeft tussen fragmentarisch en centripetaal, horen we klassieke jazzakkoorden in mineur. Onder de kleurige kledij van de compositie vermoed je de verfijnde lingerie van het gewilde merk 'What Is This Thing Called Love' - ik wel, tenminste. De pianist laat het stuk in etherische nootjes verstuiven. Ook van zijn hand is 'Clouds And Sunny Charts', waarin we een trip maken door de krochten van 's mensen geest.

We horen ook de dominante rol van Wolter Wierbos' trombone. Zijn respectabele arsenaal aan geluiden vormt de basis voor een brede aanpak, waarbij hij het totaalgeluid oppimpt met opbeurende accenten en commentaar. Maar vlak tenoriste Ada Rava ook niet uit. Met haar uitermate forse havenarbeiderssound vult ze Martinus met gemak tot het dak. Ze weet hoe je een solo vorm kunt geven - en hoe je haar afrondt. In een opera zou ze eerder de rol van de bas-bariton vertolken dan die van coloratuursopraan. Hoewel ze dus de meeste indruk maakt met haar gespierde geluid (ik ga nu toch twijfelen tussen het havengebied, de sportschool en de kraakscene) speelt ze in de collectieven een bescheiden, functionele rol.

En Raoul van der Weide dan, de zaaddonor immers van de Blauwe Lijnen? Hij is het die met zijn puntige, verende en toch accurate spel de groep in toom houdt. Zonder zijn standvastigheid zou de band in een stuk als 'Het Zwarte Pad' van het paadje glijden en onherstelbaar beschadigd raken. Vaak is hij de enige betrouwbare wegwijzer, een enkele keer springt hij uit alle banden wanneer hij zijn contrabas loslaat op de wereld van de vrije percussie. En vice versa.

Het is weer helemaal Amsterdam 1970, horen we een bezoeker goedkeurend mompelen.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 4.3.19) - [print] - [naar boven]



Cd
Sylvie Courvoisier Trio - 'D’Agala' (Intakt, 2018)

Opname: 22 juni / 25 september 2017

De Zwitserse pianiste Sylvie Courvoisier, die in 1998 naar New York verhuisde, kan een indrukwekkende reeks samenwerkingen voorleggen. Klinkende namen als Evan Parker, John Zorn, Mary Halvorson, Mark Feldman en Ellery Eskelin mogen daarbij duiden op zin voor avontuur. Techniek en compositie combineert zij graag met improvisatie.

Met haar trio met drummer Kenny Wollesen en bassist Drew Gress bracht zij in 2018 het allesbehalve doordeweekse album 'D’Agala' uit. Elk van de negen stukken daarop zijn opgedragen aan personen die zij bewondert of die voor haar van grote invloed zijn geweest. Daarmee belandt de muziek in heel verschillende sferen, die door bijzonder hecht samenspel verbonden blijven. Afwisseling zit er meteen binnen het bestek van het eerste nummer, dat zij schreef voor haar vader, die een amateurpianist oude stijl was.

'Imprint Double' start de pianiste met de laagste bastonen, waarop haar kompanen haar zó begeleiden dat een oude trein aan het rijden schijnt te gaan. Al gauw komen er hogere noten in melodieuze lijnen, maar ook pauzes aan te pas. Na die contrastwerking verandert het perspectief en improviseert het drietal iets als een rustig landschap. In die ruimte tekenen de drie muzikanten een samenhangend plaatje, dat ook weer spannend wordt. Waarop die vaart als van een trein weerkeert.

Het openingsnummer zet met veel verve de toon voor een gevarieerd album. Melodie en structuur duiken nog regelmatig op, net zoals improvisaties die nu eens klinken als een samen rondwaren en dan weer als collectief bouwen of boetseren. Bij 'Bourgeois’s Spider' voor beeldhouwster Louise Bourgeois passen voor mijn part associaties met getransformeerde dubmuziek en tintelende auditieve sculpturen.van Ornette Coleman. De lezing ervan in duo met Mary Halvorson op 'Crop Circles' deed deze compositie al blinken, met dit trio wordt het nog schitterender.

Het kan dan wel lijken dat je hiermee de hoogste hoogtepunten op deze cd al gehad hebt, maar toch excelleert het hele schijfje in intensiteit en hecht samenspel, zowel doordacht als spontaan inspelend op elkaar. Ook in een less-is-more-passage op het titelnummer voor Geri Allen is de impact groot. Tot en met het laatste nummer komen kortere en wijdere bewegingen op verschillende snelheden en met de nodige tempowisselingen prikkelend en meeslepend aanzetten. In Kenny Wollesen en Drew Gress vindt de pianiste heren van stand die haar muzikaal uitmuntend aanvullen.

Klik hier om twee tracks van dit album te beluisteren: 'Imprint Double' en 'Bourgeois’s Spider'.

Deze recensie verschijnt ook op Jazz'Halo / Foto: Cees van de Ven

Labels:

(Danny De Bock, 4.3.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Als twee BMX'ers

Markus Stockhausen & Florian Weber, zaterdag 9 februari 2019, Paviljoen Ongehoorde Muziek, Eindhoven

Muziek en sport zijn twee heel verschillende zaken. Met vergelijkingen tussen de twee begeef je je onherroepelijk op glad ijs, vol plekjes waar je doorheen kunt zakken met een nat pak als loon. En toch kom je er soms niet onderuit. Neem nu het virtuoze optreden dat trompettist Markus Stockhausen en pianist Florian Weber verzorgden in het intieme Paviljoen Ongehoorde Muziek. Het speelde zich af in een grensgebied tussen compositie en improvisatie.

Getweeën stortten de musici zich in een parcours waarvan start en finish vastlagen. Ze hadden globale routes vastgelegd in sfeervolle, romantisch getinte stukken van eigen hand, maar bepaalden ter plekke hoe ver ze daarvan wilden afwijken. Stockhausen gooide versnelling op versnelling, sloeg kronkelpaadjes in, kneep soms radicaal in zijn remmen alsof hij een plots opdoemend obstakel moest omzeilen. Een enkele keer struikelde hij, en glimlachte dan schuldbewust naar teamgenoot Weber, die de muziek met rap hamerende akkoorden voortjoeg.

Weber nam zelf geregeld de kop over in ratelende omspelingen van de melodie, en akkoorden die steeds verder ontspoorden en de muziek in onvermoede richtingen stuurden. Ze leken op twee BMX'ers die zich door een afwisselend landschap repten, door modderige poelen ploegden, in afnemend tempo een heuvel op zwoegden, soms zij aan zij, dan weer in dolle achtervolging. Maar steeds bereikten ze gebroederlijk het eindpunt.

En daar zakt de vergelijking dus prachtig door het ijs. Dat natte pak nemen we op de koop toe.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Deze recensie verscheen ook in het Eindhovens Dagblad

Labels:

(René van Peer, 3.3.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Een droom die werkelijkheid werd

Joshua Redman Quartet, 21 februari 2019, De Warande, Turnhout

De goed gevulde grote zaal van schouwburg De Warande herbergde ook een flink aantal Nederlanders die de grens waren overgestoken voor dit concert. Redman komt pas in juli naar Nederland voor een concert tijdens North Sea Jazz.

De groep Still Dreaming waarmee hij in de Warande aantrad bestond stuk voor stuk uit absolute toppers. Scott Colley is vooral gekend als bassist bij Herbie Hancock en trompettist Ron Miles leidt succesvol eigen groepen en is tevens een vaste waarde aan de zijde van Bill Frisell. Brian Blade tenslotte is een van de strafste drummers ter wereld. In de jazz maakt hij furore in het kwartet van jazzlegende Wayne Shorter.

Redmans vader Dewey speelde ooit bij Ornette Coleman en startte later het kwartet Old And New Dreams als eerbetoon aan Coleman. Nu neemt Dewey's zoon het stokje over met zijn kwartet Still Dreaming. Joshua Redman kan gezien worden als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de neo-bop. Het kwartet maakt technisch en ritmisch gecompliceerde muziek, die rijk is aan harmonieën, vaak met sterk melodische lijnen die vanuit de emotie gespeeld worden.

Het concert opende met 'It’s Not The Same', waarschijnlijk niet voor niets als opening gekozen. Het maakte duidelijk dat Joshua Redman er wel een heel eigen ding van gemaakt heeft en dat was onmiskenbaar zo. Daarnaast was het een mooi en relatief rustig stuk, waarmee de bandleden lekker konden opwarmen. Tijdens het tweede nummer 'Dewey’s Tune' van vader Redman gingen wel alle registers open en werd meteen stevig gesoleerd door Redman en Miles, terwijl de ijzersterke ritmesectie op virtuoze maar ook subtiele manier zijn bijdrage leverde. Er bleek vooraf niets te veel gezegd: hier stond een topformatie te spelen.

De tenor van Redman en de cornet van Miles vormden een voortreffelijke twee-eenheid die elkaar naadloos aanvulden, balletjes heen en weer speelden en elkaar opjutten. De roem van Colley bleek terecht door zijn creatieve en altijd melodieuze baslijnen, die lekkere extra lagen in de muziek aanbrachten. Dat gold ook voor drummer Blade, die wat mij betreft voortaan door het leven kan als Razor Blade, want hij drumt zo scherp en strak als een scheermes, zonder dominant te worden. Om een idee te krijgen, kijk eens naar deze uitvoering van 'Unanimity', dat ook hier gespeeld werd.

Het album 'Still Dreaming' werd op voortreffelijke wijze ten gehore gebracht en aangevuld met een aantal extra's. En zoals zo vaak, live is het allemaal nog veel beter omdat je het enthousiasme en de passie waarmee het gemaakt wordt ziet en voelt. Het publiek smulde ervan en gaf een staande ovatie die beantwoord werd met een magistrale toegift. Zoals gezegd, het kwartet staat in juli op Norh Sea Jazz. Ik zou zeggen: een aanrader. Het is een droom die werkelijkheid is geworden.

Klik hier voor foto's van dit concert door Johan Pape.

Labels:

(Johan Pape, 3.3.19) - [print] - [naar boven]



Cd
CHOIVA - 'Guru’s Girlfriend' (eigen beheer, 2019)


CHOIVA is een formatie die is geïnitieerd door Marieke Snijders (piano, vocalen) en Wieke Garcia (harp, percussie en vocalen). In 2017 vatten zij het plan op om in alle rust te werken aan een muzikaal project met eigen composities en teksten. Ook om even te kunnen ontsnappen aan de hectiek van alledag. Wekelijks kwamen ze in een ontspannen sfeer bij elkaar om ideeën uit te wisselen. Ze vroegen trombonist Frans Cornelissen, bassist Marco van Os en drummer Yordi Petit erbij om hun EP 'Guru’s Girlfriend' op te nemen. Deze is onder meer verkrijgbaar als digitale download. Een cd volgt nog. De EP is opgenomen in de Groenland Studios in Hilversum en de geluidskwaliteit is opvallend goed.

Wat direct opvalt is de verfrissende instrumentatie en open sound met verschillende klankkleuren en karakters. Heldere melodische lijnen met samenzang worden afgewisseld met wat meer percussieve composities. Een centraal thema van de EP is het evenwicht tussen binnen- en buitenwereld. Dat is een interessant uitgangspunt. Muziek is bij uitstek een taal en idioom om daar gestalte aan te geven. En dat vraagt lef en durf, om jezelf kwetsbaar op te stellen en met overtuigingskracht niet op safe te spelen.

'Cloth And Lace' bijvoorbeeld is gebaseerd op het verhaal van de in Parijs woonachtige kleermaker Franz Reichelt, die in 1912 met een zelfgemaakte parachute een poging durfde te wagen om van de Eifeltoren te springen. Waar de poging van deze dappere man dramatisch eindigde en hij ter plekke neerstortte, gebeurt dat bij Choiva juist niet. Je wordt als luisteraar opgetild en meegenomen in een muzikaal verhaal waarbij allerlei essentiële emoties passeren. 'Cloth And Lace' gaat over het durven wagen van een sprong in het diepe, om je vleugels uit te spreiden. De jazzy compositie is erg mooi opgebouwd met meerdere lagen, waarbij de prachtig heldere stem van Marieke Snijders eruit springt. Haar stembereik is groot. Ze switcht met gemak tussen verschillende toonhoogten. Haar pianospel in haar eigen compositie sluit goed aan bij het thema. Soms zwelt het aan, om dan weer af te zwakken. De sprong wagen of niet... De spanning wordt hierdoor extra opgebouwd.

De stem van Wieke Garcia, die bij het grotere publiek ook bekend is door haar deelname in de theatervoorstellingen van Herman van Veen, heeft een heel ander timbre. Ze heeft iets jeugdigs in haar stem en ook een plezierige opgewektheid. In haar vocale improvisaties hoor je haar gevoel voor ritmiek en achtergrond als percussionist terug. Met haar stem kan ze enorm uithalen, zoals in haar compositie 'Come Back To Me'. Beide vocalisten hebben gemeen dat ze heel dichtbij kunnen zingen. 'Endeavor' is een wat explosiever nummer met een poppy karakter. Hier hoor je het percussieve in de solo van Garcia, zowel vocaal als met de harp. Drummer Yordi Petit heeft een stimulerende en verbindende rol. Maar hij drumt het nergens dicht of vol. 'Knowing From The Inside' gaat over het volgen van je hart, op je intuïtie vertrouwen. Garcia's stem klinkt heel vitaal, trombonist Cornelissen soleert creatief rondom de stemmen van Snijders en Garcia. Mooi present en krachtig. In 'Quiet Passion', een bijzondere compositie van Garcia, hoor je veel variatie, met wat Afrikaanse invloeden in de ritmes. Repeterende percussieve motieven met wat minimal invloeden geeft het een transcendent spiritueel karakter.

Wat eigenlijk op alle tracks opvalt is dat de muziek en teksten elkaar versterken. Het blijft ook hangen in je hoofd, ze spreken voor zich. Wat de insteek was van Snijders en Garcia om de tijd te nemen voor een muzikaal project om een tegenwicht te bieden aan de hectiek van alledag, om in het moment te kunnen zijn, wordt doorgegeven aan de luisteraar. 'Guru’s Girlfriend' geeft je een muzikale energetische boost. Je bent even helemaal in het hier en nu bij het luisteren, waarbij je je geen moment verveelt. Dat komt door de kwaliteit van de muziek, die duidelijk met liefde, toewijding én vakmanschap is gemaakt en daardoor zeer authentiek klinkt.

Klik hier om deze EP te beluisteren.

Labels:

(Koen Scherer, 1.3.19) - [print] - [naar boven]



Nieuws / Vooruitblik
Volhouder Rein de Graaff stopt ermee


De man met zo ongeveer de langste adem in de Nederlandse jazzgeschiedenis stopt ermee. Pianist Rein de Graaff gaat in maart op afscheidstournee. Behalve zijn vaste trio van de laatste jaren, met bassist Marius Beets en drummer Eric Ineke, neemt hij twee altisten mee: Benjamin Herman en Maarten Hogenhuis. De 76-jarige beboppianist speelde met jazzgrootheden als Art Taylor, Dexter Gordon, Sonny Stitt, Philly Joe Jones, Hank Mobley, Johnny Griffin, Charlie Rouse, Teddy Edwards, Curtis Fuller, Red Holloway en Harold Land.

Veel van zijn wapenfeiten zijn misschien wel vergeten. Wie weet er nog dat het Trio Rein de Graaff het eerste concert van Roy Hargrove in Nederland begeleidde? De Graaff speelde in 1987 met Frank Morgan en de toen nog piepjonge en enigszins onzekere trompettist in Den Haag.

De Graaf is een man met een lange staat van dienst, niet alleen als pianist, maar ook vooral als organisator van tournees. Hij haalde menig jazzheld uit de Verenigde Staten naar Europa - velen daarvan logeerden ook bij hem - en bouwde stevig aan de bekendheid van de bebop. De Graaff voedde het jazzpubliek op door ze bij te spijkeren in een serie van lessen, de Stoomcursus Bebop en later de Vervolgcursus Bebop.

Ook in het buitenland maakte de pianist naam. Zo schreef de Britse krant The Observer op 6 juni 2010: 'Rein de Graaff is one of the unsung heroes of European jazz. A superb pianist in his own right, he is renowned as a master accompanist, a match for the biggest and most demanding of jazz stars.'

Of Rein de Graaff in de afgelopen 13 jaar positiever is geworden over de toekomst van de jazzmuziek durven we niet te zeggen, maar in 2005 zei hij in een interview met Draai om je oren nog het volgende: "We krijgen het niet meer voor elkaar jongeren in jazz te interesseren. Daar zijn al genoeg discussies en conferenties over geweest met alle mogelijke hotemetoten en deskundigen. Jazz hoort niet meer bij deze maatschappij. Het is een underground iets. Dat is voorbij. De groten van de jazz leven niet meer en de overgeblevenen worden tot ster gebombardeerd. Maar dat zijn ze niet en dat werkt niet. De jazz gaat ter ziele."

Afscheidstournee
01-03   De Tor, Enschede
02-03   Mahogany Hall, Edam
03-03   TivoliVredenburg, Utrecht
06-03   Brouwerij Martinus, Groningen
08-03   De Harmonie, Leeuwarden
10-03   Theater van Beresteyn, Veendam
15-03   Bimhuis, Amsterdam

Foto's: Cees van de Ven

Labels:

(Maarten van de Ven, 28.2.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Experiment met weinig reliëf

FrankieZ Experiment & Tereza Catarov, zaterdag 16 februari 2019, Atelier Il Sole in Cantina, Groningen

Alsof iedereen later wil kunnen zeggen: "De Cantina, zeker kwam ik daar wel." Het is opvallend dat je in het nederige souterrain aan de X-straat de laatste weken over de koppen kunt lopen - wanneer het plafond niet zo laag zou zijn. Nog steeds lijkt het erop dat het vestzakzaaltje in mei de luiken voorgoed moet sluiten, wegens verkoop van het pand.

In de nacht van 16 op 17 februari was het er voller dan ik ooit had meegemaakt. Vergeleken met de soms behoorlijk extreme bandjes die er met regelmaat te vinden zijn houdt FrankieZ Experiment er tamelijk orthodoxe praktijken op na. De brandstof wordt geleverd door de ratelende en rollende ritmetandem van Patrice Blanchard (basgitaar) en Frankie Ercsei (leider en drums). Op elektronische wijze manipuleert Tereza Catarov haar stemgeluid. Ze voegt er echo aan toe en laat het zo traag vibreren dat de vocalen meer zwaarte krijgen. Beweren dat ze haar stem instrumentaal gebruikt doet geen recht aan haar rol. Catarov zingt eerder uitgesproken orkestraal. In een van de stukken zong ze perfect unisono met de saxofoon. Een perfectie die je zelden tegenkomt. Sommige nummers hebben een hoog popgehalte. Maar het is allemaal allerminst vrijblijvend, getuige ook het gedicht van Maya Angelou dat in 'Enlightment' gereciteerd wordt.

Tenorist Daniele Nasi is een eloquente romanticus, die de beste elementen van Joe Henderson en Michael Brecker in zijn overigens bescheiden geluid verwerkt. Nee, veel vet op de botten heeft de sound van Nasi niet. Eigenlijk was hij daarmee exemplarisch voor het gebodene. De composities waren niet echt sterk te noemen, het ontbrak aan reliëf. Geen idee hoe lang het Experiment al loopt, maar het klonk nog niet erg overtuigend. Dit is typisch zo'n bandje dat je over een jaartje wel weer eens zou willen zien. Nu de Cantina verdwijnt is die kans een stuk kleiner geworden.

Foto (top): Jethro Bijleveld

Labels:

(Eddy Determeyer, 26.2.19) - [print] - [naar boven]



Cd
Michel Meis 4tet - 'Lost in Translation' (Double Moon, 2018)

Opname: oktober-november 2017

Drummer Michel Meis is hier een volstrekt onbekende, iets dat overigens ook geldt voor de drie andere leden van zijn kwartet: trombonist Alisa Klein, pianist Cédric Hanriot en bassist Stephan Goldbach. Meis komt uit Luxemburg en het bij Double Moon verschenen album 'Lost In Translation' is zijn debuut. Alleen al op papier is dit echter een interessant album. Niet alleen zijn kwartetten met een drummer als leider schaars, kiezen voor een trombone als enige blaasinstrument is al helemaal niet voor de hand liggend.

In 'King Kong' vangen Hanriot en Goldbach aan. De eerste met een ritmisch motiefje, de tweede opvallend zangerig. Dan komen Meis en Klein erbij, de laatste lyrisch en met een warme klank. Maar dat is slechts het intro, want al snel kiest het kwartet het ruime sop en getuigen de vier musici van een grote mate van muzikaliteit. Qua stijl sluit het kwartet duidelijk aan bij de Europese mainstream jazztraditie: verhalend, melodieus en allerminst wereldschokkend. Gewoon fijne jazz, met een vleugje melancholie. In het aansluitende 'Desire' bewijst Klein de toegevoegde waarde van de trombone, soepel, intens en met gevoel voor nuance beweegt ze zich hier door de melodie. Let in dit nummer overigens ook op de solo van Hanriot - niet te versmaden - en het stuwende, ritmische spel waar bandleider Meis iedere keer een belangrijke rol in speelt. Bijzonder is ook het fragiele 'Reflection' met de breekbare, ietwat schuchtere klank van Klein in de hoofdrol, verfraaid met de verstilde basaanslagen van Goldbach, een enkel parelend akkoord van Hanriot en zo nu en dan een gerichte roffel van Meis.

Er staan meer van dit soort intieme stukken op dit album. 'In A Dream' valt eronder, hoe kan het ook anders met zo'n titel en 'Heaven' eveneens, waarop we Hanriot overigens horen op een elektrische piano, terwijl Goldbach hier duistere klanken uit zijn contrabas peurt. Afsluiten doen we met het wat meer uptempo 'Morena'. Meis heeft met 'Lost In Translation' een mooi en vooral intiem album afgeleverd, de moeite van het luisteren waard.

Klik hier voor geluidsfragmenten van dit album.

Labels:

(Ben Taffijn, 26.2.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Vogelzanglijnen in compositorisch perspectief

Ad Colen - A Bird's Eye View, zaterdag 2 februari 2019, Bimhuis, Amsterdam

In de geschiedenis van de jazz is de vogel een belangrijke inspiratiebron. In gesprek met oudere Nederlandse jazzmusici zal dit beestje ongetwijfeld vallen als het gaat over (meestal al enige tijd geleden gestorven) collega's uit de glorietijd van de jazz. En natuurlijk is de bijnaam van Charlie 'Ornithology' Parker, Bird, niet willekeurig gekozen. Slagwerker Han Bennink heeft wel eens laten weten dat hij geïnspireerd is door de specht. En zo kunnen we nog wel even doorgaan.

Jazzsaxofonist en componist Ad Colen heeft zich eveneens laten inspireren door de gevederden. De specht komt echter niet voor in de setlist van het Ad Colen Quintet, wel vogels als de buizerd, de zwartkop en de winterkoning. 'Sinds zijn vroege jeugd kwam jazzsaxofonist en componist Ad Colen elke vakantie in een huisje vlak over de grens met België. Een plek midden in een uitgestrekt bos, waar geen stromend water en elektriciteit is. Hier speelde hij samen met de vogels en vond hij de inspiratie voor een uniek muziekproject; A Bird's Eye View.' (adcolen.com) "Ik heb allerlei vogelgeluiden uitgezocht, die ik soms letterlijk heb verwerkt in mijn stukken. Die vogels trekken me zo aan omdat deze noten uit de natuur zo puur zijn en die klanken heel eigenwijs zijn. Ze hebben geen grenzen en een eigen tonaliteit", licht Colen toe tijdens het optreden.

Na een aan de vogel gewijd gedicht van Armando start het kwintet de vogelsafari met een ode aan de boomleeuwerik oftewel de lullula. Deze onomatopee is helder terug te horen in de Wurlitzerlijnen van Mike Roelofs. Na de klinkende solo's van Colen en Roelofs zet Rogier Hornmans cello de vrije val van de leeuwerik in, totdat we weer terug zijn bij het thema. Vervolgens is in 'Five Jackdaws Having A Chat' de kauw aan de beurt. Een onvoorspelbaar gesprek dat wordt verklankt door het donkere, puntige strijkwerk van Hornman, de complexe ritmes van Sun, en de dissonanten van Colen en Roelofs.

Ad Colen brengt muziek met een boodschap. Wie meer wil weten over de inspiratiebronnen van de saxofonist kan terecht op de website van de vogelbescherming. Leden van deze vereniging ontvangen bovendien vijf euro korting bij aanschaf van de cd. In 'Limosa’s Lament', een klaagzang opgedragen aan de door de toenemende landbouwnijverheid in het nauw gedreven grutto, neemt het kwintet de luisteraar in een onrustige vogelvlucht mee naar het schaarse ongerepte land.

Colen weet op tenor- en sopraansax te binden en te overtuigen. De lyrische lijnen van de verschillende vogels worden niet alleen nauwkeurig gevolgd, ze worden door Colen in een boeiend compositorisch perspectief geplaatst. En dat perspectief ontvouwt zich in het Bimhuis tot een verfrissend, swingend optreden, waarin de ritmesectie van Dion Nijland en Yonga Sun en de instrumentele bijdragen van Mike Roelofs, Rogier Hornman en Ad Colen mooi in balans zijn.

Het is Colen gelukt een bezetting te vinden die het orkest van de gevederde natuur prima tot uitdrukking brengt. En misschien overbodig om te melden, maar de muziek van 'A Bird’s Eye View' is zeker ook geschikt voor de luisteraar die geen affiniteit heeft met vogels.

Klik hier voor een fotoverslag door Cees van de Ven van het concert dat het Ad Colen Quartet op 20 mei 2018 gaf in De Bastei te Nijmegen.

Deze recensie verschijnt ook op Jazz'Halo.

Labels:

(Robin Arends, 24.2.19) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.