Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Cd
Pitch Plot 4 - 'Big Eyebrow' (Zennes, 2016)

Opname: mei 2015

Dat het samen maken van een album niet altijd vanzelf gaat, is ons wel bekend. Illustere grootheden als Charles Mingus en Miles Davis jaagden menig medemuzikant in de gordijnen en stonden bekend om hun woede-uitbarstingen en sterallures. Het kan ook anders. Fluitist Jeroen Pek gewaagt ervan in een beschouwing over zijn collega's waarmee hij Pitch Plot 4 vormt. Energie, plezier, wederzijds respect, nieuwsgierigheid en een open blik is wat toetsenist Christian Pabst, drummer Onno Witte en bassist James Cammack naar eigen zeggen met hem delen. Het maakte de tour door Nederland, Frankrijk en Spanje in mei 2015, waarvan de opnames op 'Big Eyebrow' terecht zijn gekomen, duidelijk tot een genoegen.

Mooi, fijn voor deze heren. Maar horen we dat ook terug op dit album? Levert het een goede plaat op? Want daar gaat het tenslotte om. Het antwoord is positief. Het is allereerst een album geworden waarin het groepsgeluid centraal staat. Hier geen dominante ego's die zo nodig de show moeten stelen. Gesoleerd wordt er, maar altijd in dienst van de compositie en geplaatst in een duidelijke context. En ze klinken alle vier zeer energiek en enthousiast. Dus ja, daar kun je zeker aan merken dat de heren het goed met elkaar kunnen vinden.

Een vernieuwend en trendsettend project is Pitch Plot 4 niet. Dat pretenderen ze ook niet. Het is veeleer Peks missie om een groot en gevarieerd publiek aan te spreken. Dus op dit album geen gepiep, geknars en anderszins (on)welkome dissonanten. Integendeel, wat we hier horen valt meer in de categorie opgewekte kamerjazz met een exotisch scheutje. En op een aantal momenten wordt duidelijk de grens met de pop gepasseerd. Muziek ook waarin de melodie voorop staat en de musici een verhaal vertellen met een kop een staart. En daar is niets mis mee.

Om het geheel spannend te houden, wordt op een aantal momenten het instrumentarium wat aangepast. Cammack stapt dan over op de elektrische bas en Pabst haalt de Fender Rhodes erbij, waardoor 'Flabbergasted' een flinke funk- en jazzrockinjectie krijgt. Het vormt een welkome afwisseling. Wat overigens ook geldt voor 'Super Sellam', een nummer van slagwerker Witte dat uit een zorgvuldige en redelijk ingetogen drumsolo bestaat.

Een zeer afwisselend album dus, voor een breed publiek van een kwartet dat hier laat horen waar een goede onderlinge verstandhouding toe kan leiden.

Klik hier om dit album te beluisteren via players van VPRO's Vrije Geluiden.

Foto: Cees van de Ven

Labels:

(Ben Taffijn, 19.1.17) - [print] - [naar boven]



Jazzradio
Jazz Rules #108


In deze aflevering van dit onvolprezen radioprogramma hoor je muziek van de Zwitserse pianist en componist Nik Bärtsch. Hij speelt aanstaande vrijdag op het Brussels Jazz Festival in Flagey en zaterdag in de Handelsbeurs met zijn band Mobile (Extended).

Drummer Lionel Beuvens komt in de studio bij Dirk Roels het nieuwe album Lionel Beuvens MOTU, 'Earthsong', voorstellen.

Drifter, het vroegere Alexi Tuomarila Quartet, start deze week zijn tournee met JazzLab Series. Je hoort werk uit hun recentste plaat 'Flow'. Verder besteedt Jazz Rules veel aandacht aan het Brussels Jazz Festival, met muziek van onder andere Yaron Herman Trio, Brussels Jazz Orchestra featuring Bert Joris en nog veel meer!

Klik hier om Jazz Rules #108 te beluisteren.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 18.1.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Meester van de minzaamheid

Fred Hersch, zondag 11 december 2016, De Roma, Borgerhout

Als pianist Fred Hersch de faam die hij de voorbije dertig jaar opbouwde ergens aan te danken heeft, dan is het ongetwijfeld zijn liefde voor de songs, voor het klassieke jazzrepertoire dat hij als geen ander heeft verkend. In de liner notes voor 'Horizons' (1985), het debuutalbum van de toen dertigjarige pianist, liet hij al optekenen: "I like the concept of a repertory album," says the pianist, who admits to being "a tune freak".

Het werd gaandeweg Hersch' handelsmerk, iets dat hij uitwerkte met een elegantie die snel een synoniem voor zijn naam werd. In dezelfde liner notes schuift hij onder meer Bill Evans, Monk, Wynton Kelly en Paul Bley naar voor als invloeden, en dat hoor je tot op vandaag in zijn spel. Hersch is niet de man van de blues en de vitale expressie, maar van het raffinement, de gedoseerde en compacte verkenning van het bronmateriaal. Beschouwen sommige collega's dat als een springplank om hun fantasieën op bot te vieren, dan blijft het (respect voor het) origineel vooropstaan bij Hersch. Het leverde al pracht op die menig componist zou doen zwellen van trots.

Hersch zou na dat debuut een resem albums opnemen als eerbetoon aan een reeks grote namen. Dat deed hij onder andere met werk van Rodgers & Hammerstein, Antônio Carlos Jobim en Monk, dus het is geen verrassing dat er werk van die iconen in De Roma passeerde, met het stukje Monk zoals gewoonlijk achteraan in de set. Ook opvallend bij het binnenkomen: Hersch had geen zin om op het hoge podium te zitten, waardoor de piano achteraan de zaal op een verhoog werd opgesteld en het publiek plaatsnam aan de andere kant, wat meteen zorgde voor een kleinere afstand en meer intimiteit, iets dat dit concert alleen maar ten goede kwam.

Vanaf het tweeluik 'Olha Maria'/'O Grande Amor' (Jobim) werd immers duidelijk dat je geen grootse gebaren moest verwachten, dat er geen snelheid- of volumerecords zouden sneuvelen. Van meet af aan voelde je dat Hersch een pianist is die evenveel werd beïnvloed door klassieke componisten en jazzkleppers (Brahms en Bach zijn al net zo cruciaal als Hancock en Hines), en binnen schijnbaar nauwe afbakeningen weet hij het potentieel bijzonder fraai uit te buiten. Dat gebeurt dan zonder poeha, waardoor je nooit geconfronteerd wordt met bruuske stijlbreuken. Nee, je krijgt te horen hoe sluimerende melodieën langzaam openbloeien en thema's gestaag aan het dansen slaan. Het is dan geen uitbundige dans, geen gezwier met lijf en leden, maar zacht getrippel, soms met de schuchterheid van nieuwe danspartners. Vol passen die schijnbaar achteloos, als in een onbewaakt moment, gezet worden.

Zoals gewoonlijk passeerde ook wat eigen werk, zoals 'West Virginia Rose', een eerbetoon aan zijn moeder en grootmoeder, en 'Down Home', een stuk voor oude metgezel Bill Frisell. Uit beide stukken, die naadloos in elkaar overvloeiden, sprak een warme tederheid, waarbij de pianist heel even in het vaarwater van Randy Newman leek te belanden. Pop hoeft immers geen vies woord te zijn, en iets later volgde ook nog een bedwelmend mooi 'Both Sides Now' van Joni Mitchell, een liefde van voor de jazz. Noten dwarrelden even als sneeuwvlokken die smolten voor ze goed en wel geland waren. Delicaat en teder, maar nooit melig. En al helemaal niet goedkoop.

Hersch speelde ook een handvol stukken uit zijn recente trioplaat, waarbij het vooral opviel dat eigen compositie 'Serpentine' de hoekigheid van de trioversie had ingeruild voor een veel gaver, meer gestroomlijnd parcours, en Kenny Wheelers lijfsong 'Everybody’s Song But My Own' uitgroeide tot een hoogtepunt. Zelden klonk zwier zo ingetogen, met slechts een paar kleine barokmomenten bij de verkenning van het thema. Iets later buitelde en trippelde hij speels door Ellingtons 'Caravan' en werden korte spurtjes getrokken in een vief 'It Might As Well Be Spring'. Het ene moment zat je te glimlachen bij een speelse vlucht, iets later was het wegdromen bij de romantiek van een cocktailpianist. Maar dan wel een van de best denkbare.

Kortom: het was geen concert van baldadigheden, van opwippen in je stoel en collectief door het lint gaan. Integendeel: dit was op sleeptouw genomen worden door een meester van de minzaamheid en de sierlijke penseelstreek. Wat je kon bij verzuchten bij 'Valentine', eerste toegift en een van zijn eigen klassiekers, kon dan ook gelden als slotconclusie: Hersch, de man van de klasse die het allemaal zo gemakkelijk en vanzelfsprekend doet klinken, blijft imponeren en nooit gaat vervelen.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be

Concertfoto's: Geert Vandepoele

Labels:

(Guy Peters, 17.1.17) - [print] - [naar boven]





Cd's
Perelman/Berger/Cleaver - 'The Art Of The Improv Trio, Vol. 1' (Leo, 2016)

Opname: mei 2016
Perelman/Maneri/Dickey - 'The Art Of The Improv Trio, Vol. 2' (Leo, 2016)
Opname: augustus 2015
Perelman/Shipp/Cleaver - 'The Art Of The Improv Trio, Vol. 3' (Leo, 2016)
Opname: juli 2015
Perelman/Parker/Cleaver - 'The Art Of The Improv Trio, Vol. 4' (Leo, 2016)
Opname: maart 2016
Perelman/Morris/Cleaver - 'The Art Of The Improv Trio, Vol. 5' (Leo, 2016)
Opname: juli 2016
Perelman/Morris/Cleaver - 'The Art Of The Improv Trio, Vol. 6' (Leo, 2016)
Opname: juli 2016

Onder de overkoepelende titel 'The Art Of The Improv Trio' bracht tenorsaxofonist Ivo Perelman bij Leo Records onlangs maar liefst zes(!) cd's uit. Iedere cd in een andere samenstelling, met als rode draad het kenmerkende spel van Perelman zelf en het slagwerk van Gerald Cleaver, die op vijf van de zes albums acte de présence geeft.

Perelmans spel komt op deze uitputtende set in al zijn facetten naar voren. Het wortelt duidelijk in de traditie van Hawkins, maar ook in die van Ayler en Coltrane, en voegt daar nog het zijne aan toe. Bijzonder bij Perelman is zijn klankkleur: doortastend, indringend en het complete spectrum beschrijvend van romantisch tot fel en rauw. En slechts weinigen bestrijken het complete register van de tenorsax zoals Perelman dat doet; razendsnel manoeuvrerend tussen de diverse toonhoogtes, van ijselijk hoog tot diep grommend laag. En dat alles met een enorme intensiteit, die regelmatig door merg en been snijdt.

Op Volume 1 is het pianist Karl Berger die het trio met zijn puntige, uitgebeende, maar evengoed poëtische spel completeert. Cleavers bijdrage is op dit album uiterst beperkt, wat vooral Perelman in staat stelt zijn kunsten optimaal te vertonen. Vanzelfsprekend bepaalt de derde man en zijn instrument voor een belangrijk deel het geluid van het trio. Op Volume 2 is deze derde man altviolist Mat Maneri, naast drummer Walt Dickey. De tweede cd is daarmee de enige waarop Gerald Cleaver niet meedoet. Het meest opvallende op dit album is het samenspel van Perelman en Maneri. Vooral als Perelman uitwijkt naar het hoge register zijn de twee bijna niet van elkaar te onderscheiden. En door het spel van Dickey is dit een van de meer ritmische albums van deze collectie.

Op Volume 3 is de derde man weer een pianist. Deze keer Matthew Shipp. En als we dit album vergelijken met het eerste, dan valt op hoe anders de toon is. Want zo puntig en minimalistisch als Berger speelt, zo melodisch en vooral ritmisch speelt Shipp. Daarmee ook Perelman en Cleaver bewegend tot al even ritmisch en soms ook heftig musiceren. Het maakt deze cd tot een van de spannendste van de set.



En daar hebben we dan de eerste bassist; op Volume 4 worden Perelman en Cleaver vergezeld door William Parker. Dit album bestaat uit twee korte stukken en één bijzonder lang, van ruim veertig minuten. En juist hier, in dit lange stuk glorieert Perelman in onnavolgbare frases, opgezweept door de stomende ritmes van Cleaver / Parker. Dit nummer, simpelweg 'Part 2' geheten – op alle albums zijn de nummers op deze wijze van titels voorzien – vormt beslist een van de hoogtepunten van deze set.

Op de laatste twee delen horen we Joe Morris als derde man. Op Volume 5 als gitarist en op cd 6 als bassist. Vooral dat vijfde schijfje is zeer de moeite waard. Perelman, Morris en Cleaver gaan hier een vaak doorleefde dialoog aan, met als hoogtepunten wederom 'Part 2', waarin Perelman een ongekende intensiteit bereikt met zijn instrument, waarmee hij consequent de hogere registers verkent; 'Part 4', waarin het experiment voorop staat in een serie felle uitbarstingen, die uitmonden in een eclatante solo van Morris en 'Part 6' waar de drie als volleerde acrobaten over elkaar heen tuimelen en waarin we een van de weinige drumsolo's van Cleaver tegenkomen.

Volume 6, de enige plaat die live is opgenomen, bestaat bijna geheel uit 'Part 1', dat ruim 42 minuten in beslag neemt. Tomeloze energie, nog versterkt doordat het allemaal voor publiek plaatsvindt, wordt hier ons deel. Morris en Cleaver zorgen hier voor een niet te stuiten ritme en Perelman laveert hier op grootse wijze tussendoor, meesterlijk wisselend tussen hoog en laag. En dan die solo van Morris, we zijn dan bijna tien minuten op weg, waarbij hij zijn strijkstok gebruikt en zo een duistere, dramatische klank produceert, ondersteund door Cleavers ritmische spel.

Laten we maar besluiten met Perelmans eigen woorden over deze set: "But it's all the same saxplayer, that's constant. And it is an incentive to growth, to have such brilliant musicians reacting to one dominant voice. So I decided to make it a method: The Art Of The Improv Trio."

Labels:

(Ben Taffijn, 15.1.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Met brave boogies het nieuwe jaar in

Nieuwjaarsconcert met Eeco's Jazz & Boogie Express, zondag 1 januari 2017, De Hertenkamp, Assen

In de handen van Frank Robberscheuten is de tenorsaxofoon zo licht als een veertje. Hij heeft de Lester Young-Stan Getz School met goed gevolg doorlopen en met zijn bescheiden ronde geluid swingt hij subtiel, maar hij swíngt. En helemaal akoestisch, just like the doctor ordered. Met bassist Alex Milo speelde hij 'You’d Be So Nice To Come Home To' als een verstild duet, als een soort smeekbede tegen beter weten in, zoiets. En dat paste dan weer precies in de ambiance van de Nieuwjaarsbijeenkomst van de Jazzclub Assen. Want achter mij werd met verve verhaald van poes Pieternel die pas 's middags was teruggevonden in de wijnkelder en van het Skypegesprek met zoon Herbert die in Nieuw-Zeeland zit, waar het 23 graden is. Tenminste, als ik het goed gevolgd heb. Men zal begrijpen dat de medewerking van dit grijze Griekse koor De Hertenklamp op dit soort momenten in een jodenkerk veranderde. Maar alla, op de voorste rij was het discrete discours van sax en bas goed te volgen. En live is en blijft nu eenmaal levendig. Bovendien nam Robberscheuten in 'Lady Be Good' revanche door zijn klarinet tot in de verste uithoeken te laten snerpen.

Nu had het gebodene als geheel ook een ingetogen karakter. Amos Milburn had de Classic Jazz & Boogie Express gemist, maar Jimmy Yancey was aan boord. In de geest dan - of hoorde ik toch diens 'Sweet Patootie'? Behalve Yancey is Albert Ammons duidelijk favoriet van pianist Eeco Rijken Rapp. Doch het gewicht van Ammons bezit die niet, qua postuur noch qua power. 'Caldonia' kreeg een uitgesproken tamme uitvoering. In 'Wait ’Til The Sun Shines, Nellie' maakte de pianist van de nood een deugd door in een onmogelijk tempo, ergens tussen ballad en medium in, onbehoorlijk te swingen en zijn Express (lees Choo Choo) met hem. Hier ging de saxofonist zowaar een potje honken. Het geheel bleek meer dan de som der delen. Drummer David Herzel wiegde de band met zijn soepele bekkens comfortabel – maar in zijn soli zit teveel boem-boem. Met zijn meegehumde solo's zei Alex Milo gedag tegen Major Holley.

In de laatste set zong Mary Veldkamp, Assen's First Lady of Jazz, nog twee nummertjes mee. Toen Eeco Rijken Rapp 'Cheek To Cheek' naar haar smaak een beetje te slijperig inzette, werd hij door Veldkamp onmiddellijk teruggefloten met "lekker een beetje dansbaar". Aldus geschiedde.

Concertfoto's: Hans Mijsbergh

Labels:

(Eddy Determeyer, 15.1.17) - [print] - [naar boven]



Nieuws
Stad Antwerpen en VRT verzekeren toekomst Jazz Middelheim


De stad Antwerpen neemt de praktische organisatie van Jazz Middelheim op zich. Daarnaast zal de stad het festival als merkversterkend evenement ondersteunen, zowel logistiek als op het vlak van communicatie en marketing.

In 1969 organiseerde de toenmalige Belgische Radio- en Televisieomroep (BRT) - de voorloper van de VRT - voor het eerst Jazz Middelheim. Oorspronkelijk in het Middelheimpark, later in park Den Brandt. Bij al die edities verleende de stad Antwerpen haar medewerking en zorgde ze voor financiële en logistieke ondersteuning. Op die manier konden over de jaren heen duizenden muziekliefhebbers gedurende meerdere dagen de grote namen van de jazzwereld aan het werk zien. Naast internationale bekendheden stonden er steevast verschillende Belgische artiesten op het programma. Het festival, waarop alle jazzstromingen aan bod komen, bouwde daarmee een internationale uitstraling en uitstekende reputatie op.

Na 35 succesvolle edities van Jazz Middelheim neemt de stad Antwerpen de fakkel nu over van de VRT. De openbare omroep zal het festival blijven ondersteunen. Klara zal het festival blijven coveren en live uitzenden vanaf het festivalterrein. De praktische organisatie van het evenement draagt VRT over aan de stad en de vzw Jazz en Muziek. De stad is daarnaast ook eigenaar van de locatie waar het evenement plaatsvindt. "Dankzij deze overeenkomst is een mooie toekomst verzekerd en blijft Jazz Middelheim de baken en het ankerpunt van de Belgische jazz. De stad helpt zo verder bouwen aan de eigen jazzscene met plaats voor onze eigen muzikanten, plaats voor vernieuwing en een opstap naar het grote publiek", zegt Schepen voor Cultuur Caroline Bastiaens. "Het festival richt zich niet alleen tot de echte jazzliefhebbers, maar blijft zich expliciet profileren als een open, cultureel familiefeest met een gemoedelijke en ongedwongen sfeer."

Foto: Bruno Bollaert

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 14.1.17) - [print] - [naar boven]



Concert
All Ellington – en een beetje Boeren

donderdag 29 december 2016, Bimhuis, Amsterdam

Met enig misprijzen zat een oudere Ellingtonfan naar het drumwerk van Michael Vatcher te kijken. Nochtans hield die zich voor zijn doen donderdagavond rustig. Ook de slagwerkers van pianist, componist en bandleider Duke Ellington bleven doorgaans in de luwte. Voor Sonny Greer was het niet elke avond Oudjaarsfeest, zoals bij het orkest van Benny Goodman, met de zwetende en opzwepende Gene Krupa achter de ketels. Maar anders dan Greer heeft Vatcher er een handje van de ritmische flow te breken met bokkige zijsprongen en impulsieve interjecties. Dat is natuurlijk het hele eieren eten: All Ellington is een Nederlands orkest – al is het merendeel van de muzikanten niet hier geboren. Dat houdt in dat de inspiratiebronnen minstens tweeledig zijn. De Ellington-canon én de impro-traditie zoals die in Nederland en de rest van Europa de afgelopen vijftig jaar vorm heeft gekregen.

In de ritmesectie was dat nog het duidelijkst. Bij pianist Oscar Jan Hoogland zul je vergeefs speuren naar sporen van Ellingtons elegante, verfijnde melodievorming. Hoogland is meer van de ritmische accenten en de gehamerde herhalingen. Maar hij weet ook rechtstreeks echte melodieën te ontlokken aan het binnenwerk van de vleugel. De meesten van zijn klaviercollega's houden zich wat dat betreft bij het plaatsen van al dan niet grappige accentjes.

Een compositie als 'Strange Feeling' werd voorafgegaan door piepjes en knarsjes die je typisch Europees zou kunnen noemen en werd uiteindelijk ook weer ontbonden in losse pixels. Maar het arrangement daartussenin was wonderschoon. Iets dergelijks gold voor het merendeel van het gespeelde materiaal. Cornettist en leider Eric Boeren had de handicap dat hij slechts zes blazers tot zijn beschikking had, in plaats van Ellingtons dertien of veertien krachten. Maar Duke kon natuurlijk ook prima een compleet orkest toveren uit drie of vier blazers. Incidenteel gebeurde dat hier ook, het laten samensmelten van rieten en koper.

Ellington had op zijn concerten ook altijd ruimschoots ruimte ingeruimd voor zijn solisten, in de vorm van specifieke concerto's. Die ontbraken in het Bimhuis, al werd er uiteraard wel gesoleerd. Boeren zelf was te horen in een lange solo met demper, maar de solist die de meeste indruk maakte was baritonsaxofonist Giuseppe Doronzo. Zoals Harry Carney bijna een halve eeuw de hoeksteen van de Ellington-band was, zo domineerde ook Doronzo All Ellington. Een duidelijk geval van reïncarneyatie. Tot en met het circulair geblazen coda van 'Sophisticated Lady'. Griezelig, hoor. De rietsectie, met Gideon Tazelaar en Natalio Sued, maakte sowieso de meeste indruk. Mooi romig, mooi homogeen, mooi van coloriet en mooi zacht, als het arrangement dat eiste. Die microfoons die erbij stonden maakten niet zoveel uit: de band bepaalde zijn balans akoestisch – lekker ouderwets.

Dat er een contingent echte Ellingtonkenners in de uitverkochte zaal zat had te maken met de bijeenkomst, eerder op de dag, van de fanclub.

De Dutch Ellingtonians, op volle sterkte doen er ook zeven Belgen mee, zijn een jaar geleden op initiatief van Louis Tavecchio en Piet Schilte opgericht. Simpel omdat het uiterst plezierig is je liefde voor de heilige hertog met andere aanbidders te delen. Zo luisterde een select gezelschap in een zaaltje net buiten Amsterdam naar elkaars ontboezemingen, herinneringen en inzichten. Tenorsaxofonist Ad Oud legde uit hoe hij spelenderwijs steeds dichter bij de kern van 'All Too Soon' komt. Het gezelschap luisterde naar uitvoeringen van Ellingtons composities door Simon Rattle en Joe Jackson en keek naar de Duke aan de Côte d'Azur en in Parijs. Met close-ups van altsaxofonist Johnny Hodges, die de beste oogjes van de business had. Daar in die spleetjes hield hij alles in de gaten: de leider, zijn medeblazers, alle mooie dames in de zaal.

Alvast voor uw nieuwe agenda: Duke op het Diemerplein, in Diemen, op 11 juni. En Louis Tavecchio presenteert Ellington dinsdag om de veertien dagen op de Concertzender. Alle inlichtingen omtrent de activiteiten van de Ellingtonians: contacteer Piet Schilte.

Foto's: Maarten van de Ven & Cees van de Ven

In de Jazztube hierboven zie en hoor je All Ellington live in Zaal 100, Amsterdam, op 17 december 2015. Ze spelen 'The Village Of The Virgins'.

Labels:

(Eddy Determeyer, 13.1.17) - [print] - [naar boven]



Vooruitblik
Jazztalks: praten over de liefde voor jazz


De Lindenberg presenteert in samenwerking met saxofonist/componist Bo van de Graaf een serie gesprekken over jazz. De serie start op vrijdag 13 januari 2017 om 20.15 uur in de Lindenberg. De andere Jazztalks vinden plaats op vrijdag 10 februari en vrijdag 10 maart 2017.

In Jazztalks nemen twee bijzondere gasten elkaar en het publiek mee in hun persoonlijke fascinatie voor jazzmuziek. Samen spitten ze door hun eigen lievelingscollectie aan platen, cd's en filmfragmenten, brengen live muziek ten gehore en leggen de ziel van jazz als energieke en experimentele muziekvorm bloot. De duo's bestaan uit een jazzmuzikant en een jazzprogrammeur, criticus of liefhebber. De serie is bedoeld voor iedereen die op een andere manier wil luisteren naar de muziek en nieuwsgierig is naar persoonlijke verhalen over liefde voor jazz.

Rietblazer Joris Roelofs en journalist Bert Vuijsje bijten het spits af op vrijdag 13 januari 2017. Roelofs speelde met bekende jazzmusici zoals Brad Meldau en James Carter. Hij ontving diverse prijzen en maakte compositieopdrachten voor onder andere het North Sea Jazz Festival 2016. Vuijsje schrijft sinds 1962 over jazzmuziek, onder meer voor De Volkskrant, als columnist in Jazzism en als redacteur van Jazz Bulletin. Hij ontving diverse onderscheidingen voor zijn bijzondere journalistieke prestaties.

Op vrijdag 10 februari spreken fluitist/componist Ronald Snijders en muziekprogrammeur Marcel Roelofs met elkaar. Snijders maakte reeds 50 cd's en platen, waarop zijn Surinaamse roots verweven zijn met jazz. Hij trad over de hele wereld op en werkte samen met Willem Breuker en Theo Loevendie, het Metropole Orkest en de Dutch Jazz Orchestra of the Concertgebouw. Roelofs is verwoed ambassadeur van de nieuwste stromingen in de jazz en impromuziek. Hij organiseert de festivals ZomerJazzFietsTour en Les Trois Jours, maakte radioprogramma's en was de impresario van onder anderen Sean Bergin.

Op vrijdag 10 maart zijn jazzmuzikant Pieter Douma en acteur/trompettist Hans Dagelet te gast bij Jazztalks. Douma is actief in het grote gebied tussen jazz en pop en speelt in eBraam, roots-improvisatieorkest BGUTI en het roots/rockproject Any Vegetable. Dagelet is als trompettist actief en speelde met Vera Vingerhoeds en recenter bij Spinvis. Hij is zo bevlogen van jazz dat hij zijn kinderen namen gaf van jazzmusici: Mingus, Tatum en Charlie Chan.

Klik hier voor meer informatie over de serie Jazztalks.

Foto: Cees van de Ven

Labels:

(Maarten van de Ven, 12.1.17) - [print] - [naar boven]



Cd's / Tapes
Kabas - 'Abel' (El Negocito, 2016)

Jukwaa - 'Harbinger Of Imminent Ruin' (El Negocito, 2016)
Jan Daelman, Dirk Serries & Thijs Troch - 'Daelman/Serries/Troch' (Tombed Visions, 2016)

Jan Daelman en Thijs Troch. We kennen de beide heren van het duo Keenroh en het daaruit voortgekomen Keenroh XL, waarin ze bewezen het vak van de vrije jazzimprovisatie, ondanks hun nog jonge leeftijd, reeds op hoog niveau te beheersen. Vooral het debuut als duo, met die subtiele combinatie van piano en fluit, was een schot in de roos. De heren hebben echter meer in hun mars, zo bleek de afgelopen maanden.

In Kabas vinden we ze in goed gezelschap van bassist Nils Vermeulen en drummer Elias Devoldere en op hun gezamenlijke album 'Abel' staat, evenals bij Keenroh het geval is, het experiment centraal. In het nog geen twee minuten durende 'Gilles' horen we Daelman wonderlijke, maar ook onheilspellende geluiden uit zijn fluit puren, waarna de rest van het kwartet bijvalt in een chaotisch klinkende constellatie. In 'Monocle' gaat het er wat beheerster aan toe. Hier staat het klankonderzoek centraal. Vermeulen laat zijn bas vervaarlijk krassen en Daelman wijkt hier uit naar de onderste regionen van zijn klankpalet. Dit terwijl Devoldere en Troch hier zorgen voor meer dan accenten om tot een spannend geheel te komen. 'Ex Id 3' levert ons een onstuimig om zich heen slaande Devoldere in duet met Vermeulen, die hier om het contrast te vergroten de strijkstok hanteert en een bijna klassiek geluid produceert.

Voor Jukwaa ging Troch vreemd, want maatje Daelman is hier niet van de partij. Wel Vermeulen. En de rest van de line-up verraadt dat het hier om wat steviger muziek zal gaan. Zo kennen we saxofonist Otto Kokke van Dead Neanderthals en zijn gitarist Jonas Van den Bossche en drummer Sigfried Burroughs eveneens musici die we niet in eerste instantie met jazz associëren. En ja, het klopt. Op 'Fantome' blaast Kokke ijle, piepende notenslierten op zijn sopraansax en zorgt Burroughs voor een behoorlijk straf tempo. Maar het kan nog bonter. In het titelnummer 'Harbinger Of Imminent Ruin' waait de geest van de punt en in 'Rose' en 'Blossom' zet het kwintet je met hun titels helemaal op het verkeerde been. Want dit is pure metal jazz, voor de meer avontuurlijke geesten onder ons, zoveel is wel duidelijk.

En tot slot zijn daar de twee recent verschenen cassettes, met in totaal twee uur(!) muziek - ook verkrijgbaar als download voor diegenen die niet langer de beschikking hebben over zo'n prehistorisch apparaat om deze dingen af te kunnen spelen. Hierop vinden we Thijs Troch en Jan Daelman in gezelschap van gitarist Dirk Serries.

De eerste cassette is voor twee duo's, met Serries als constante factor. Pure improvisatie is wat we hier krijgen. In het duo met Daelman, hier voor de verandering op altsax, gaat het er daarbij redelijk stevig aan toe en horen we Serries ook op geheel andere wijze dan we meestal van hem gewend zijn. Het is Daelman die hier de toon zet. Pas helemaal tegen het einde, Daelman is inmiddels overgestapt op fluit, krijgt de muziek een meer ambient karakter. In de set met Troch gaat het er rustiger, subtieler aan toe en horen we de beide musici met name als creatieve klankkunstenaars, elkaar aftastend, in een serie improvisaties met elk een andere sfeer.

De tweede cassette bevat een registratie van een concert dat het trio gaf in De Singer, Rijkevorsel op 17 november 2015. Op de eerste kant vinden we een al even subtiele improvisatie, waarin de lange, ambientachtige lijnen opvallen van Daelmans fluit en Serries' gitaar. Op de tweede kant heeft Serries duidelijk de leiding. Dit is muziek die het beste aansluit bij wat we van de man kennen: duistere, atmosferische muziek.

Beluister de hierboven beschreven albums en tapes van Kabal, Jukwaa en Daelman/Serries/Troch.

Labels:

(Ben Taffijn, 11.1.17) - [print] - [naar boven]



Festival
Jazz op het scherpst van de snede

Stranger Than Paranoia, donderdag 29 december 2016, Paradox, Tilburg

Een belangrijke doelstelling van Stranger Than Paranoia, zo herhaalt organisator Paul van Kemenade diverse keren, is het publiek in contact brengen met andere vormen van jazz dan waar ze in eerste instantie voor komen. Het festival programmeert dan ook zeer breed, van meer traditionele jazz tot experimenteel en vergeet ook aanpalende stijlen als soul, blues en gipsy niet.

Zo krijgen we op de afsluitende avond Knalpot Extended. Knalpot is het duo van slagwerker Gerri Jäger, onder andere bekend van Naked Wolf, en gitarist Raphael Vanoli. Beiden zijn graag geziene gasten binnen de Amsterdamse impro-scene. Onlangs waren ze nog van de partij tijdens de October Meeting. Ze paren een grote mate van creativiteit aan een onorthodox gebruik van hun instrumenten. Vanoli bewerkt zijn gitaar met allerhande apparaten, maar vooral door tegen zijn snaren te blazen of deze met zijn tanden te bewerken. En Jäger is tegenwoordig zodanig met elektronica bezig dat zijn drumspel soms bijna niet meer herkenbaar is. Tijdens Stranger Than Paranoia krijgen ze versterking van Jozef Dumoulin, zijn Fender Rhodes en nog een berg aanvullende elektronica. Voor Jäger is dit na een concert van de onvolprezen The Black Napkins de tweede keer dat hij met Dumoulin op een podium staat. Repetitietijd was er niet, dus in plaats van een knetterende en knallende set zoals we van Knalpot gewend zijn, brengen ze een relatief ingetogen, volledig geïmproviseerde set, die het vooral moet hebben van de subtiliteit en het meeslepende karakter. Maar de chemie is er, alsof Knalpot al jaren uit drie leden bestaat.

De set van het Vlaamse LABtrio, reeds tien jaar bij elkaar en dat terwijl de leden nog geen 30 zijn (!), is een lust voor het oor. Dynamische, felle jazz, doorspekt met een veelvoud aan invloeden, van Michael Sembello's 'Maniac' tot de 15e 'Goldberg Variatie' van de heer J.S. Bach. Dit trio kan het allemaal, met verve. De leden, drummer Lander Gyselinck, bassist Anneleen Boehme en pianist Bram de Looze zijn perfect op elkaar ingespeeld en creëren zo het ene magische moment na het andere. Gyselinck heeft zich in no time ontwikkeld tot een begenadigd drummer, zoals we ook al in STUFF. mochten constateren. De Looze heeft een vrij klassieke stijl van spelen, is een prima solist, maar verstaat ook de kunst van het begeleiden door zijn empathisch gehoorvermogen. In 'Igor' bijvoorbeeld, waar het Boehme is die mag uitpakken met een lyrische, bijna dramatisch mooie solo. In die composities trouwens, bijna allemaal van eigen hand op de bovengenoemde twee na, combineert het trio eveneens jazz, pop en klassiek op prachtige wijze met elkaar. Het pianotrio mag dan zo langzamerhand een versleten vorm lijken, het LABtio laat horen dat er nog steeds veel mogelijk is met deze bezetting. Gewoon doen! En nu die nieuwe cd nog in februari, we gaan het beleven.

Afsluitend was het tijd voor een feestje met de soul van Myles Sanko & Band. De vloer wordt vrijgemaakt voor bezoekers die juist dit optreden van dichtbij willen meemaken om er voorzichtige danspassen op te zetten. De achtpersoons band van deze Britse 'lovechild of soulmusic' verwierf bekendheid als voorprogramma van Gregory Porter, die Sanko meenam op enkele tours. De zanger is overduidelijk geïnspireerd door old school-soul, jazz en funk en beïnvloed door grote namen als Otis Redding, Al Green, Bill Withers en Marvin Gaye, wiens 'Mercy Mercy Me' en 'What’s Going On' door Sanko wordt samengebald tot één stuk. Wellicht ligt daar nu ook juist het probleem met dit soort concerten: juist omdat je de voorbeelden kent en er volop uit dat idioom wordt geput, ga je al dan niet bewust toch vergelijken. En dan blijkt het weliswaar muzikaal allemaal verantwoord te zijn, met fijne spicy injecties van de blazers en Sanko die zijn best doet, maar dat het topniveau van diens idolen niet wordt aangetikt. Echt spannend wil het concert dan ook niet worden.

Desalniettemin mag opnieuw de conclusie worden getrokken dat de avontuurlijke en gevarieerde opzet van het Stranger Than Paranoia-festival met deze programmering alle eer is aangedaan.

Klik hier voor foto's van deze festivalavond door Cees van de Ven. En hier vind je foto's van deze avond door Louis Obbens.

Labels: ,

(Ben Taffijn & Maarten van de Ven, 10.1.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Sun Ra - 'Singles - The Definitive 45s Collection' (Strut, 2016)

Opname: 1952-1991

Sun Ra (1914-1993) is het soort artiest waar platenverzamelaars van gaan kwijlen: hij construeerde niet enkel een volledig eigenzinnige sciencefictionmythologie rond zijn persoon, maar liet ook een bijzonder omvangrijke en kwalitatieve discografie achter. Voor de minder toegewijde luisteraars kwamen de laatste jaren al enkele verzamelaars uit met hoogtepunten, en nu voegt Strut daar nog een verzameling aan toe van alle 45-toerensingles die Sun Ra ooit uitbracht. 'Singles' omvat bijna zeventig nummers, min of meer chronologisch gespreid over drie cd's.

Sun Ra bracht vooral aan het begin van zijn muzikale carrière in de jaren vijftig veel singles uit, voornamelijk op zijn eigen label Saturn Records, maar bleef ook daarna sporadisch bondiger materiaal op 45 toeren drukken. Soms waren dat tracks die ook op albums te vinden waren, al dan niet in langere versies, maar nog meer van deze nummers waren exclusief op het singlegebeuren gericht. Dat zorgt ervoor dat er enkele behoorlijk verrassende dingen op deze compilatie staan, zelfs naar Sun Ra-normen. Neem bijvoorbeeld het duo 'It’s Christmas Time' en 'Happy New Year To You!', twee bijzonder aanstekelijke songs die tussen doowop en barbershopmuziek schommelen, en zich meteen prominent in onze eindejaarsplaylist genesteld hebben. Elders is zelfs een compleet van muziek gespeende speech te horen op 'Cosmo Drama (Prophetika 2)', waarin Sun Ra met zijn sappig zuiders accent zijn filosofie uiteenzet.

Door de grotendeels chronologische volgorde is deze compilatie vooral interessant om de continue evolutie van Sun Ra's muzikale idioom te volgen. Zo zijn de songs op de eerste cd voor het merendeel thuis te brengen als swing jazz met een hoek af, experimenten met commerciële doowop (met vooral de instant meefluiter 'Daddy’s Gonna Tell You No Lie', hier in twee versies te horen), en opruiende bebop. Op die vroege opnames hoor je verschillende incarnaties van het altijd evoluerende en om de haverklap van naam veranderende Arkestra, maar een constante is het strakke samenspel en de relatief conventionele muzikale taal die Sun Ra hier nog gebruikte. Op de tweede cd begint dat langzaamaan plaats te ruimen voor een lossere, opzettelijk rommeligere aanpak, om op de derde schijf te culmineren in het soort chaotische exploraties tussen spirituele jazz, vrije improvisatie, dissonante keyboardjams en spacy experimenten waarvoor Sun Ra het meest bekend is.

De grote merite van deze compilatie is dat het een mooie dwarsdoorsnede van muzikale facetten toont, door in te zoomen op minder bekend werk uit de gehele carrière van Sun Ra. De nadruk mag dan wel eerder op ouder, en dus iets minder typisch herkenbaar werk liggen, het is net dat gedeelte dat zowel voor de leek als de kenner veel lekkers om te ontdekken biedt.

Hoogtepunten aanduiden in deze omvangrijke collectie is haast onbegonnen werk, zeker aangezien de kwaliteit eigenlijk continu hoog ligt. Sommige latere opnames zijn weliswaar van bedenkelijke geluidskwaliteit, zoals een wel erg lo-fi groovend 'Journey To Saturn', maar zelfs door de ruis heen blijven de nummers boeien. Voor de derde cd is weliswaar een wat avontuurlijker aangelegde maag wenselijk, door enkele behoorlijk dissonante en zelfs ronduit lawaaierige escapades, maar de erg korte duur van een plaatkant op een 7" zorgt er in feite voor dat ook dit soort composities steeds bondig en verteerbaar wordt gehouden.

Is 'Singles' de best mogelijke introductie tot het werk van Sun Ra? Wellicht niet, daarvoor ligt de nadruk iets te sterk op het vroege, meer conventionele werk en te weinig op het afrofuturistische aspect van ’s mans muziek. Maar het is wel zonder meer een boeiende inkijk in de artistieke evolutie van een van de opmerkelijkste muzikanten uit de twintigste eeuw en een omvangrijke schatkist aan songs van allerlei allooi om eindeloos in te grasduinen.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be

Klik hier om deze compilatie te beluisteren.

Labels:

(Gowaart Van Den Bossche, 9.1.17) - [print] - [naar boven]



Concerten
Gaan we weer swingen?

Nederlands Studenten Jazzorkest / Bigband Prins Claus Conservatorium, dinsdag 13 december 2016, Simplon / De Smederij, Groningen

Het aardige met die bigbands is dat je bijna altijd een volle bak hebt, met al die vrienden, vermaagden en verre nichten. Zo ook met de optredens van het Nederlands Studenten Jazzorkest in Simplon en - een paar honderd meter verderop - in De Smederij de bigband van het Prins Claus Conservatorium. Aan het gejuich kon je aflezen welk orkestlid van het NSJO in Groningen geronseld was.

Twee bigbands dus, met een compleet verschillende aanpak. Wat een luxe. Het NSJO is een monsterverbond met een strijkkwintet en zeven, acht, toen raakte ik de tel kwijt, trompetten. Ondanks die afmetingen werd er naar hartelust gefunkt en gegrooved. Arrangeur Robert Scherpenisse had een voedzame mix van drum-'n-bass, hiphop en bombast bereid, waarin hij de strijkers bedeeld had met een prominente en contrasterende plek in het geheel. Gastvocalist bij deze korte (zes avonden achter elkaar) lustrumtournee was Pete Philly. Bij de aftrap in Simplon moest je concluderen dat de timing van de rapper nog niet helemaal spoorde met die van het orkest. Het belette de aanwezigen niet er stevig de danspas in te zetten.

In De Smederij werd uit een traditioneler vaatje getapt. Orkestleider Kurt Weiss steekt zijn liefde voor componist Thad Jones niet onder stoelen of banken, maar wel op de lessenaars van zijn Prins Claus-studenten. Veel aandacht voor het coloriet derhalve. Met plastische gebaren kneedt Weiss het bij vlagen indrukwekkende orkestgeluid. De toegift 'Second Line' was min of meer geïmproviseerd. Hier initieerde de orkestleider ter plekke lijntjes voor de saxofoons en wees hij de solisten aan, die er vervolgens een vreselijk vrolijke New Orleans-gumbo van stoofden. Inmiddels stond het publiek op tafels te swingen.

Is de bigband summa summarum het medium om het jonge volkje weer aan het dansen (écht dansen bedoelen we) te krijgen? Het zou zomaar kunnen.

Klik hier voor foto's van het concert van het Nederlands Studenten Jazzorkest in Simplon door Zoltan Acs.

Labels:

(Eddy Determeyer, 9.1.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Dog Life - 'Dog Life' (Omlott, 2014)

Opname:15 november 2013

Door de duivel achterna gezeten. Dat was de associatie die ondergetekende had bij saxofoniste Anna Högberg tijdens het concert van Dog Life als onderdeel van een Oorstof-programma in mei van dit jaar.

Bij het beluisteren van het reeds in 2014 verschenen album doemt hetzelfde beeld op. In 'New Public Management' horen we Högberg met een alarmerende, verontrustende toon, ingebed in het rauwe drumspel van Mårten Magenfors en het stuwende basspel van Finn Loxbo. Opzwepend, anders kunnen we het niet noemen. In 'Bakgrundsmusik' - Zweeds voor achtergrondmuziek - is de klank van Högbergs altsaxofoon bijna klagelijk, schrijnend, met een mooi ongepolijst randje en naar het einde toe bijzonder explosief, mede dankzij de ritmesectie. Als dit achtergrondmuziek is, dan ben ik benieuwd wat dan voorgrondmuziek is bij Högberg. Het vrij lange 'Piston Honda' is niet minder explosief. Hoogtepunt hier is de dumsolo en het bijna zenuwslopende spel van Högberg, hier op baritonsax.

En dan dat pompende, overweldigende, hypnotiserende ritme in 'Cigg Eller Filter' (sigaret of filter), komend in een niet aflatende stroom noten. En laat u niet misleiden door 'Waltz For Bubby'. Hier geldt hetzelfde als met die achtergrondmuziek. Het is allesbehalve een wals, dit trio houdt helemaal niet van dit soort rustige dansen. Het betreft hier louter een nieuwe uitbarsting van klanken. In afsluiter 'Barrikad' (gebarricadeerd) is wederom een grote rol weggelegd voor de drums. Een strak en hoekig ritme legt Magnefors hier. Dwingend qua structuur. Högberg stuitert er krachtig tussendoor, hoge noten blazend op haar alt. Gebarricadeerd? Ik niet!

Klik hier om naar twee tracks van dit album te luisteren: 'Piston Honda' en 'Cigg Eller Filter'.

Labels:

(Ben Taffijn, 8.1.17) - [print] - [naar boven]



Festival
Traditie en vernieuwing gaan hand in hand bij Stranger Than Paranoia

dinsdag 27 december 2016, Paradox, Tilburg

Ook op de tweede avond van het Stranger Than Paranoia-festival in Paradox slaagt saxofonist-organisator Paul van Kemenade, die overigens zelf zijn aanwezigheid beperkt tot aankondigen en luisteren, er weer in om een aantal bijzondere acts te presenteren.

Onvervalste jazz, in de traditie geworteld, krijgen we middels Reeds & Deeds. Een sextet dat zich vernoemd heeft naar het gelijknamige album van saxofonist en legende Rahsaan Roland Kirk en dat naast een uitstekende ritmesectie bestaat uit een drietal rietblazers: Alex Coke, Bo van de Graaf en Frans Vermeerssen, waarbij Coke zich wegens verplichtingen elders hier laat vervangen door Efraïm Trujillo. Bijzonder vernieuwend is hun muziek niet en alle clichés vermijden lukt evenmin, maar op topniveau spelen kunnen de heren als geen ander.

Reeds in het eerste nummer weten ze Paradox op zijn kop te krijgen, met als basismateriaal de geweldige composities van Kirk. Want Kirk mag dan vooral zijn faam ontlenen aan het feit dat hij twee, soms zelfs drie saxofoons tegelijkertijd bespeelde; zijn composities mogen er eveneens zijn. Lyrisch en verhalend en vaak voorzien van een prachtige spanningsboog maken composities als 'The Inflated Tear', 'From Bechet, Fats And Byas' en 'Lovelleveliloqui' indruk. Reeds & Deeds brengt ze met verve en verrijkt ze her en der met schitterende solo's, vooral van de blazers. Trujillo op tenorsax in 'From Bechet, Fats and Byas' – op geen enkele manier is te horen dat hij niet tot de vaste bezetting van dit sextet behoort; Bo van de Graaf eveneens op tenorsax in 'Lovelleveliloqui' en tot slot ook nog in 'Lady’s Blues', waarin tevens een dialoog zit met pianist Michiel Braam, subtiel en overrompelend.

Tijdens een optreden in Rusland ontmoette Van Kemenade het Espen Eriksen Trio en besloot op basis van hun optreden om het trio dit jaar uit te nodigen voor het festival. Dit pianotrio past geheel in de traditie van het vernieuwde pianotrio waarin de pianist niet langer de leiding heeft, maar geldt als een van de deelnemende musici. We horen bassist Lars Tormod Jenset dan ook even vaak soleren als Eriksen en ook drummer Andreas Bye speelt een belangrijke rol met zijn ritmische spel. De strakke en stijlvolle composities - alle van Eriksen - wortelen in de Scandinavische volksmuziek en de jazz en hebben dat Noorse, melancholische gevoel dat we vaker bij musici uit die contreien tegenkomen en dat zijn hoogtepunt vindt in 'Never Ending January', waarin Eriksen zijn problemen met de lange Scandinavische winter verklankt. Probleem met dit trio is wel dat wat ze doen al heel vaak is gedaan. Het klinkt dan ook allemaal zeer bekend, al hebben we Eriksen en zijn maten nog nooit aan het werk gehoord. En dat is geen compliment.

Bij Flat Earth Society (FES) werkt het precies andersom. Die hebben we al heel vaak gehoord en toch blijft hun muziek klinken alsof het nieuw is. Iedere keer weer. De Belgische grootmeesters hebben een patent op het verrassingseffect. Het vandaag 13-koppige ensemble mengt jazz, rock, varieté en circus op vlotte manier. Het houdt daarbij van messcherpe overgangen en wisselt verslavend vette ritmes af met dwarse uitbarstingen, waar met de beste wil van de wereld geen touw aan vast te knopen is. Melige melodietjes met stevige gitaarsolo's op het conto van Pierre Vervloesem, waar menige rockgitarist jaloers op is.

Hoogtepunt? 'Miss Man’s Mist', met een solo op tuba door Berlinde Deman. De rest van de band verlaat op dat moment demonstratief het podium. Demans diepe geluid wordt doorspekt met de meest bizarre door elektronica voortgebrachte, onderwereldachtige geluiden. Dat is FES in een notendop. De gekte ten top. Een band die met niets is te vergelijken. Wellicht soms met het ICP Orchestra, zeker als het gaat om de bizarre stijlwisselingen en de knotsgekke titels van klarinettist en componist Peter Vermeersch, maar in FES zit meer rock. En ja, er is zeker overeenkomst met het werk van Zappa, waar ze overigens nog niet zo lang geleden nog een geheel programma aan wijdden, maar FES heeft weer meer jazz. Kortom een unieke band, die hopelijk nog jaren mee kan.

Klik hier voor foto's van deze festivalavond door Paul Janssen.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 5.1.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Christian Ferlaino – 'Bad Habits' (Autrecords, 2016)

Opname: oktober-december 2015

Naar eigen zeggen heeft altsaxofonist Christian Ferlaino met dit soloalbum een brug willen slaan tussen de volksmuziek uit Calabria (die hij bestudeerde) en de vrije improvisatiemuziek. Tot dusver hield hij die twee werelden altijd zorgvuldig gescheiden. Ik neem aan dat Ferlaino mij haarfijn zou kunnen uitleggen waar precies je die schakelingen en kruisbestuivingen zou kunnen vinden, maar vooralsnog kan ik er weinig chocolade van fabriceren.

Om te beginnen hoor ik nergens de specifieke (tarantella)ritmen die uit Italiës tenen komen. Met enige goede wil kan ik volkswijsjes destilleren uit 'Cutting Grace', met zijn hoboachtige geluid, of uit 'The Jaw Trick (For Nicola)', met zijn beverige karakter. En een slaapliedje hier en daar wil ook nog wel lukken. Maar daar houdt het wel mee op. Het grappige is dat ik op zijn vorige album, 'New Dog', wél echo's waarnam van de orgelende accordeons die kenmerkend waren en zijn voor de populaire muziek uit Calabria.

Wat resteert is een soort nawoord bij het geluidsonderzoek waarmee we in de jaren zeventig werden opgezadeld. Voor elk nummer lijkt de saxofonist/componist een andere parameter te hebben gekozen. Een specifieke blaastechniek of een consequente afwisseling van noten. Zo horen we in 'All’s Well That Ends Well' noten die vergezeld gaan van hun zwakke echo's, als een schaduwspel waarin het duister het licht contouren geeft. 'The Thesaurus Of Musical Invective' draait uit op een amechtige draaimolen, waarin Ferlaino twee schurende melodieën simultaan speelt, circulair ademhalend.

Ik zal de komende zomer de kermis van Corigliano persoonlijk moeten bezoeken, er zit niets anders op.

Klik hier om drie tracks van dit album te beluisteren: 'Le Cattive Abitudini Dello Zampognaro', 'The Four Bass Hierarchy' en 'All’s Well That Ends Well'.

Labels:

(Eddy Determeyer, 4.1.17) - [print] - [naar boven]



Cd / Concert
Bart Wirtz - 'Beneath The Surface' (Coast To Coast, 2016)

Bart Wirtz Quintet live
woensdag 21 december 2016, De Bussel, Oosterhout

Met zoveel jazz op de grotere podia zouden we bijna vergeten dat er, gelukkig, ook nog op heel wat andere plaatsen prima jazz te beluisteren valt. Zoals in het Brabantse Oosterhout, waar onder de poëtische naam 'Liever in de Kluiz dan ThuiZ' – in een voormalige archiefruimte, vandaar de naam - iedere derde woensdag van de maand jazz klinkt. Ditmaal die van altsaxofonist Bart Wirtz, die enige maanden geleden zijn nieuwe album 'Beneath The Surface' ten doop hield. Op dit album is Wirtz een nieuwe weg ingeslagen, of eigenlijk een oude. Want eindelijk is hij gaan doen wat hij altijd al wilde. De muziek spelen die hem het meest na aan het hart ligt en die bestaat uit een synthese van jazz, rock en funk. Muziek waarin hij zich even schatplichtig toont aan Miles Davis als aan Prince en waarin een belangrijke rol is weggelegd voor de elektronica in handen van alleskunner Frank Wienk.

De muziek leent zich uitstekend voor op het podium - in dit geval voor een keer dan van de grote zaal van theater De Bussel, waar wij als bezoekers deze avond eveneens plaats mogen nemen – en werkt wel zo aanstekelijk. Nummers als 'Yusef', 'Minor Robots', 'Beta Blocker' en 'French Press & A Bottle Of Coke' weten de luisteraar mee te slepen door de aantrekkelijke groove, maar bovenal door het frisse en puntige geluid van Wirtz en het soulvolle spel van toetsenist Emiel van Rijthoven, vooral als hij met die vroeg-jaren-zeventig klank zijn Fender Rhodes bedient.

Maar de cd biedt zeker een meerwaarde, met name vanwege de uitgebreidere instrumentatie en de gastvocalisten. Zo horen we op het eerdergenoemde 'Minor Robots', het openingsnummer van de cd, Mete Erker, die het podium helaas niet haalde, op basklarinet in het repeterende basispatroon, terwijl Wirtz bij de melodie ondersteuning krijgt van gasttrombonist Loek Boudesteijn. Daardoor wint de compositie beslist aan zeggingskracht. Op het aantrekkelijk swingende 'Beta Blocker' horen we naast gitarist Lucas Meijer de beide zangeressen Ntjam Rosie en Ai Ming Oei, wat bijna vanzelfsprekend een andere sfeer geeft aan het nummer. Wel valt op dat deze en soortgelijke composities qua sfeer beter tot hun recht komen op het podium dan op de cd.

Vermeldenswaard zijn verder 'Beneath The Surface' en 'Growth & Change' met een gastrol van rapper Soweto Kinch, waarmee Wirtz andermaal laat horen niet in een hokje te willen passen. De manier waarop Wirtz hier jazz, hiphop, soul en funk met elkaar vermengt is verfrissend en laat zien dat de jazz nog steeds, het is bijna 2017, springlevend is.

Concertfoto: Gerard Kievits

Labels: ,

(Ben Taffijn, 3.1.17) - [print] - [naar boven]



In memoriam
Jacques Schols


In zijn woonplaats Ede overleed vrijdag 30 december bassist Jacques Schols. De in Delft geboren muzikant werd 81.

Rond de tijd dat Schols naar het Haags conservatorium ging, 1957, werd hij beroeps. Zijn eerste vaste verbintenis had hij met het Zaans Rhythm Quartet (1957-58), waarvan ook drummer Han Bennink deel uitmaakte. Deze groep won de AVRO Jazzcompetitie.

Zijn finest hour beleefde Schols toen hij in 1959 bij de Diamond Five aanmonsterde, de toonaangevende moderne jazzgroep van Nederland. Daarmee werkte hij dagelijks in de Amsterdamse jazzclub Sheherazade. Tevens speelde hij in de bands van de pianisten Boy Edgar, Louis van Dijk, Frans Elsen en Pia Beck. Hij excelleerde als walking bass-speler, waarbij alle noten aandacht kregen. Dat werkte ook heel goed met meer avontuurlijk ingestelde geesten, zoals rietblazer Eric Dolphy (album 'Last Date', 1964).

Hij speelde al geruime tijd bij The Ramblers toen Schols in 1997 het stokje van leider Marcel Thielemans overnam. Na achttien jaar nam hij zelf als leider afscheid en stond hij zijn plaats af aan drummer Cees Kranenburg jr. Hij bleef evenwel met kleinere combo's werken. De Jacques Schols Combination en het Bourgondisch Combo hadden de laatste zeven jaar zelden een vrij weekend. De cd 'Ik Zei Ja' uit 2014 van die laatste groep bevat de zwanenzang van Jacques Schols.

Foto: Cees van de Ven

Labels:

(Eddy Determeyer, 1.1.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Wilde nacht, heidense nacht

Zane Massey & Aleksandar Škorić, maandag 19 december 2016, Klinkhamer, Groningen

Antiquariaat Klinkhamer fungeert de laatste tijd wel vaker als pop-up podium voor improvisatiemuziek. Ook vandaag waren wat vitrines en kastjes verschoven om plaats te maken voor het duo Zane Massey-Aleks Skovic. Tussen het tafelzilver, de lederen tassen, de oude ansichten en de vroegtwintigste-eeuwse keramiek gaven de muzikanten een optreden waarbij exploration en communication de uitganspunten waren. In de woorden van tenorist Zane Massey dan (Roy Campbell, Ronald Shannon Jackson, Jemeel Moondoc, Malachi Thompson).

En dat klopte heel aardig. Want bij alle vrijheid die het duo nam, werd er toch heel goed naar elkaar geluisterd. Massey zette een themaatje van twee noten in en Škorić voegde daar met mallets zijn commentaar aan toe. Even verderop speelde die laatste een Max Roach-figuurtje, waar Massey fluks een kortstondig melodietje over drapeerde. Zo waren weer er wel meer bakens waar het tweetal langs laveerde: Duke Ellington, Albert Ayler, Rashied Ali. Tijdens zijn hommage aan Ali zoog Aleksandar Škorić alle energie om hem heen op, wat in een barrage resulteerde die dermate ging spannen dat de drummer niets anders restte dan er luidkeels bij te gaan huilen. En daar voegde de saxofonist dan weer zijn eigen jankpartij aan toe.

Škorić spreidde een Benninkiaanse aanwezigheid ten toon: op elk vakje van het muzikale ganzenbord had hij zijn pionnen, elke milliseconde werd benut. Nochtans hoorde ik hem een paar weken terug een avond lang keurig in vieren vegen, wat een der aanwezigen de ontboezeming ontlokte dat die Škorić toch wel een echte jazzdrummer was. (Op deze plek heb ik hem per abuis wel eens een Rus genoemd, waar Aleks zeer verguld mee bleek.)

Om de kerststemming te intensiveren eindigden de muzikanten hun recital met 'Jingle Bells'. Maar ach, ach, de rendieren sloegen op hol, de kindertjes smakten, voor zover ze al niet in het engelenhaar verstrikt en gestikt waren tegen de o denneboom, een jingle bell kreeg zelfs een krasje. Ook met kerstmis blijven we lachen.

Concertfoto's: Evelien Brak

Labels:

(Eddy Determeyer, 31.12.16) - [print] - [naar boven]



Cd
Anthony Burr & Anthony Pateras - 'The Long Exhale' (Immediata, 2016)

Opname: 2014-2015

Klarinettist Anthony Burr en pianist Anthony Pateras delen naast hun voornaam het land van herkomst, Australië, en hun muzikale activiteiten, die zich bevinden op het snijvlak van hedendaags gecomponeerde muziek en de daarmee verwante experimentele avant-garde. Zo werkte Burr bijvoorbeeld samen met musici als Jim O'Rourke, John Zorn en Laurie Anderson.

Op de cd 'The Long Exhale' bundelen zij hun krachten in een zevental meditaties voor klarinet, piano en elektronica (de synthesizer ARP 2600). In het woord 'meditatie' zit de aard van de muziek besloten: subtiel en zeer bescheiden. Zo horen we in het openingsstuk 'Some Association That I Didn’t Know About' een constante donkere toon van de synthesizer, niet echt heel opvallend maar wel degelijk aanwezig, die op sommige momenten wordt doorsneden door de klank van de geprepareerde piano, die hier bijna klinkt als een Javaans gamelanorkest. 'Dead Right, Of Course' is een duet tussen de piano, hier voor de verandering niet geprepareerd, en de klarinet en doet qua sfeer denken aan de muziek van Morton Feldman, wiens muziek Burr goed kent als uitvoerder. Het bezit dezelfde balans tussen dynamiek en stilte, dezelfde combinatie van lichtheid en zwaarte, dezelfde intensiteit. 'That Wasn’t The Idea At All' bezit dit ook, maar dan wel wat zwaarmoediger getoonzet. Mooi hoe de klarinet hier klinkt in al zijn donkere nuances.

In 'Faded Into The Light Mist' lijkt Patera pogingen te doen om te komen tot iets als een melodie, maar iedere keer lost het, zoals de titel natuurlijk ook aangeeft, op in het niets. Passend bij Burr, die hier op zijn klarinet louter lange, verkleurende noten blaast. Deze hele wijze van musiceren geeft dit stuk iets ongrijpbaars. Dat geldt veel minder voor 'To Crowd And Keep Off Balance', een hoogtepunt op het album, met name vanwege de ingetogen melodie die Burr hier blaast en die subtiel ondersteund wordt door de ook hier weer als een gamelanorkest klinkende geprepareerde piano.

Burr en Patera creëren op dit album een wonderlijke, verstilde, maar zeer harmonieuze muzikale wereld. Heerlijk om bij weg te dromen of om op te mediteren. Het kan allebei. Aan u de keuze.

Klik hier om te luisteren naar twee tracks van dit album: 'Some Association That I Didn’t Know About' en 'Dead Right, Of Course'.

Labels:

(Ben Taffijn, 31.12.16) - [print] - [naar boven]



Jazzradio
Jazz Rules #107 / Belgian Jazz Rules Top 15


In de voorlaatste uitzending van Jazz Rules in 2016 ontvangt Dirk Roels contrabassist Piet Verbist. Verbist heeft er al een lange carrière opzitten als sideman. Nu heeft hij opnieuw een eigen plaat uit met het Mamutrio. Piet komt 'Primal Existence' voorstellen in de studio. Hij heeft nog een aantal verrassende, favoriete platen meegenomen.

Verder is er muziek van het Wolfert Brederode Trio. Zij brachten eerder dit jaar het album 'Black Ice' uit op het gerenommeerde ECM-label. Onlangs gaf het trio nog een prachtig concert in één lange set bij Axes in Eindhoven. Ook van de Amerikaanse vibrafonist Warren Wolf verscheen een fijne plaat. 'Convergence' werd opgenomen met een line-up bestaande uit Brad Mehldau, Christian McBride, John Scofield en Jeff "Tain" Watts.

Klik hier om Jazz Rules #107 te beluisteren.

In de laatste aflevering van dit jaar brengt Jazz Rules traditiegetrouw de Belgian Jazz Rules Top 15. Nooit eerder verschenen er zoveel Belgische jazzalbums als in 2016! Je hoort de lijst van de 15 favoriete albums van 2016, samengesteld door de luisteraars van Jazz Rules Urgent FM. Dirk Roels ontvangt in de studio verschillende muzikanten die in de lijst staan en hij belt er ook nog een aantal op. And the winner is...



Klik hier om de Belgian Jazz Rules Top 15 te beluisteren.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 30.12.16) - [print] - [naar boven]



Festival
Mooie start van traditioneel feest van de improvisatie

Stranger Than Paranoia, vrijdag 23 december 2016, Paradox, Tilburg

De dagen tijdens het kerstreces vullen met niet alledaagse, geïmproviseerde muziek is uitgegroeid tot een niet meer weg te denken traditionele happening. Paul van Kemenade organiseert dit jaar voor de vierentwintigste keer zijn festival Stranger Than Paranoia met vier avonden in Paradox, Tilburg en één avond in Brebl, Nijmegen. De variatie aan muzikale stijlen is in het oog springend. Dit jaar vormt de Britse new soul-sensatie Miles Sanko en zijn zevenkoppige band het stralende middelpunt dat op 28 en 29 december in Paradox de avond mag afsluiten. De openingsavond lijkt op voorhand spektakel te bieden met de confrontatie tussen pianist Jasper van 't Hof en altsaxofonist Paul van Kemenade, Marciano Madretsma alias Sniggy (beatbox) en als afsluiting het kwartet van Deurloo, Frerichs, Brinkmann en Sartorius.

Volgens de afsluitende woorden van Jasper van 't Hof is met de muzikale ontmoeting met Paul van Kemenade een langdurige wens van de pianist in vervulling gegaan. Het experiment is geslaagd, maar gaat aanvankelijk niet van een leien dakje. In het eerste titelloze stuk is het zoeken naar onderlinge samenhang. De flarden van sacrale en spacy keyboardklanken schuren muzikaal met het bijtende saxofoongeluid. Dit is echter de charme van levendige muziek. Zeker als bij het horen van het grillige 'Round Midnight' al snel geconcludeerd kan worden dat de synergie is gevonden. In de compositie 'Dry Four' van de hand van Van 't Hof vormt de humoristische sound van een draaiorgel de basis voor melancholische lyriek uit de altsaxofoon. De muzikale zoektocht kent een imponerend slot. In het rijk uitgesponnen 'Dance On The Water' wordt, langs ingewikkelde maatsoorten, een soulvol en funky stuk op de mat gelegd. De schreeuwende en virtuoos aanvallende saxofoon-erupties onderschrijven nut en noodzaak van het nemen van risico's.

Marciano Madretsma, oftewel Sniggy, is met een missie naar Paradox gekomen: "Het propageren van de muziekstijl uit de Beatbox." Het kenmerk van deze stijl is dat door de stem impulsen en percussie-instrumenten worden geïmiteerd. De microfoon wordt met beide handen tegen de lippen geduwd om met de ademhaling geluiden te produceren. Ook vocal scratching, het imiteren van het scratchen van een draaitafel, wordt op imponerende wijze voor het voetlicht gebracht. Het gelijktijdig voortbrengen van beats en zang vormt een ware proeve van bekwaamheid. Het repertoire bevat inspiraties van Bill Withers, James Brown, filmmuziek van het epos 'The Godfather' en cartoons. Al met al een geslaagd intermezzo!

Hermine Deurloo, chromatische mondharmonica, en Rembrandt Frerichs, piano, musiceren sinds 2013 samen. Dit is ontegenzeggelijk merkbaar. De gezamenlijke concerten leiden tot een uitgebalanceerde diepgang en muzikaal vernuft. Het kwartet wordt gecompleteerd met cellist Jörg Brinkmann en de muzikale slagwerker Julian Sartorius. In alle stukken is zonder uitzondering sprake van een spanningsopbouw. Naast de met speels gemak opererende Frerichs weet cellist Jörg Brinkmann op hoog niveau te improviseren. Groovend of strijkend als een contrabassist, maar ook vervaarlijk solerend als een gitarist herontdekt Brinkmann op onorthodoxe wijze de cello. In de fantasierijke en gevarieerde composities zijn de dromerige en afwisselend vrolijke, melodische solo's van Deurloo van toegevoegde waarde. In de toegift, een ontregelende compositie van Misha Mengelberg, zorgt de snelle en warrige drumsolo van Sartorius voor een van de hoogtepunten van dit harmonieus en rijk optreden.

Klik hier voor foto's van deze festivalavond door Louis Obbens.

Labels: ,

(Louis Obbens, 28.12.16) - [print] - [naar boven]



Cd's
Alexander von Schlippenbach - 'Jazz Now! Live At Theater Gütersloh' (Intuition, 2016)

Opname:3 oktober 2015
Schlippenbach Trio - 'Warsaw Concert' (Intakt, 2016)
Opname:16 oktober 2015

Pianist Alexander von Schlippenbach is een van die musici die halverwege de jaren 60, onder andere met het Global Unity Orchestra, aan de wieg stond van de Europese vrije improvisatie. Inmiddels is hij 78 en gelukkig nog steeds actief, getuige een aantal recente cd's.

Zo werden op 3 oktober 2015 opnames gemaakt in Theater Gütersloh, waar Von Schlippenbach zich liet vergezellen door basklarinettist Rudi Mahall, bassist Anonio Borghini en drummer Heinrich Köbberling. Het album bevat bijna 80 minuten muziek op topniveau, zoals we van de meester gewend zijn, met veel ruimte voor diens briljante pianospel. Het kwartet speelde die avond naast een aantal improvisaties stukken van een tweetal door Von Schlippenbach zeer gewaardeerde musici, waarvan we vaker stukken terugvinden in 's mans oeuvre, Herbie Nichols en Eric Dolphy. Hoogtepunten op deze cd zijn dan ook Nichols' 'The Gig', met een onbekommerd, maar messcherp swingende Mahall en Von Schlippenbach en met een flitsende solo van Borghini; 'Serene' van Dolphy, met als bijna vanzelfsprekend een hoofdrol voor Mahall, die hier zijn basklarinet tegelijkertijd liefelijk en onstuimig laat klinken; 'Something Sweet Something Tender', eveneens van Dolphy, dat hier uitgroeit tot een prachtige ballade met een bijna dramatisch klinkende Mahall en tot slot Nichols' 'Every Cloud', met een enerverende passage van de ritmetandem en een heerlijk lyrisch spelende Von Schlippenbach.

De lange en zeer enerverende improvisatie, die achteraf de naam 'Tropi' meekreeg, mag evenmin onvermeld blijven. De leden van dit kwartet laten hier horen volledig aan elkaar gewaagd te zijn. Aangezien de cd van het concert in Gütersloh deel uitmaakt van de serie European Jazz Legends, een initiatief van het tijdschrift Jazzthing in samenwerking met een aantal partners, waaronder het Theater Gütersloh en de WDR, wordt het concert gevolgd door een interview dat Götz Bühler had met Von Schlippenbach en waarin de aard van improvisatie, het vijftigjarig bestaan van het Global Unity Orchestra en het belang van Herbie Nichols voor de jazz aan bod komen.

Een tweede cd biedt de registratie van een liveoptreden van het reeds decennia bestaande en inmiddels legendarische Schlippenbach Trio, waarin de pianist in één lange, volledig geïmproviseerde set de samenwerking met tenorsaxofonist Evan Parker en drummer Paul Lovens andermaal gestalte geeft. Boeiend is wat Von Schlippenbach zelf zegt over deze samenwerking: "Wir spielen schon so lange zusammen, dass es eigentlich egal ist, ob wir weitermachen oder nicht. Wenn wir aufhöhren, dann würde zwar etwas fehlen (das Antidrepressivum u.a.), aber es könnte auch in mancher Hinsicht zu einer Erleichterung beitragen. Wenn wir weitermachen is es auch gut, weil unser Musik ja in der Tat gebracht wird und auch nog einiges zu sagen wäre. Also machen wir weiter."

Deze registratie is intussen weer zo'n ongekend enerverend moment van dit trio, waarvan de leden elkaar weer onwaarschijnlijk goed aanvoelen en aanvullen en samen de muziek tot grote hoogten weten te brengen. Alleen al die solo van Parker - we zijn dan ruim een half uur onderweg. Een magisch moment waarin Parker, middels de voor hem zo kenmerkende wijze van spelen, je aan je stoel nagelt. Alleen al die paar minuten maken de aanschaf van dit album meer dan waard.

Klik hier voor geluidsfragmenten van 'Jazz Now! Live At Theater Gütersloh' en hier voor samples van 'Warsaw Concert'.

Labels:

(Ben Taffijn, 28.12.16) - [print] - [naar boven]



Festival
Incubate brengt het experiment

Incubate Festival, 10-11 december 2016, Tilburg

Het Incubate festival is sinds 2005 dé plek om nieuwe dingen te ontdekken, niet gehinderd door muzikale stijlen en daarbij behorende etiketten. Puristen kunnen maar beter wegblijven, maar muziekliefhebbers die muziek verdelen in kwalitatief goed/niet goed en zich verder nergens door laten hinderen, kunnen hun hart hier ophalen. Geruchten als zou dit weekend het laatste zijn dat we van Incubate horen, zijn dan ook hopelijk niet meer dan geruchten...

De uit Oostenrijk afkomstige Mia Zabelka speelt viool, solo. De eerste associatie is dan zo'n solo sonate, van de heer Bach bijvoorbeeld. Nu wel, dan gaat u bij deze dame flink de mist in. Ooit metal gehoord op viool? Het komt aardig in de buurt. Een duister klanktapijt legt Zabelka, dat door middel van looping-techniek steeds verder verdicht. Op een ander moment kruipt ze tegen de folk aan door de getokkelde patronen op haar instrument op dezelfde wijze met elkaar te verweven. Een hallucinerende set met een onvergetelijke climax, waarin ze volledig los gaat en een oorverdovend spektakel creëert. En dan Ignatz en De Stervende Honden. Ignatz is de uit België afkomstige Bram Devens. Hij schrijft intense, dramatische, aan folk en country verwante liedjes met een sterk slepende, hypnotiserende sfeer. Kluistert je als luisteraar aan zijn gitaar. En doet dat hier met De Stervende Honden, lees drummer Erik Heestermans en bassist Tommy Denys. Of we rond het kampvuur zitten in plaats van bij de kerstboom! Maar wat een optreden, wat een intensiteit, intens ontwapenend.

In de elektronicahoek vinden we allereerst het uit Tilburg afkomstige SUM, oftewel een voortzetting van het legendarische Psychick Warriors Ov Gaia. Waar dit collectief duistere, maar dansbare techno produceerde, gaat SUM voor sfeervolle ambient, met een vleugje techno, dat dan weer wel. Bijzonder aan het concert, in Paradox, is dat door het werken met een surround system de wonderlijke klanken, soms met een akoestische basis en dan weer meer machinaal, van alle kanten komen. Ook het eerste concert dat drummer Gerri Jäger op zondag met Monodeer en Marieke Verbiesen verzorgt onder de naam Loud Matter is sterk gebaseerd op elektronisch voortgebrachte en dansbare ritmes. Monodeer, oftewel Mark van den Heuvel, maakt daarvoor onder andere gebruik van Nintendo-gameboys. Samen met Jägers ritmische slagen levert het een spannende, bezwerende set op. Verbiesens visuals - met behulp van een soort overheadprojector creëert ze die live - leveren de nodige afwisseling. Jäger trekt zich, zo veel is inmiddels wel duidelijk voor wie de man volgt, duidelijk niets aan van muzikale grenzen.

Stevig rocken kan het ook op Incubate. Als bijzonder werd het integraal uitgevoerde 'Pink' aangekondigd van Boris, een Japans trio dat zich vernoemde naar een nummer van The Melvins en dat duistere metal speelt. Vooral Wata, de dame in het trio, weet met haar gitaar flink opzien te baren. 'Pink' is echter niet Boris' beste, want iets teveel op de populaire toer, met al te herkenbare patronen en riffs, al levert het geheel een plezante show. Dat geldt niet voor de set van Wrekmeister Harmonies, wellicht het hoogtepunt van deze Incubate-editie. Wrekmeister Harmonies is een duo de uit Chicago, bestaande uit zanger, componist en gitarist J.R. Robinson en Esther Shaw, die piano, keyboard en viool speelt en met haar betoverende zang een en ander verder inkleurt. Op hun laatste album 'Light Falls' werkt het duo bovendien samen met de uit Canada afkomstige Godspeed You! Black Emperor-leden Thierry Amar (bas), Sophie Trudeau (pedal steel) en Tim Herzog (drums). En juist deze bezetting treedt aan in Tilburg. Dat mag bijzonder heten gezien de overvolle agenda van Godspeed You! Black Emperor. Helaas kampen ze met falende apparatuur en een slechte akoestiek, maar het mag de pret niet drukken. Wat een intensiteit! Als Robinson zingt, fluisterzacht, snijdt het door de ziel. Als Shaw viool speelt, aan folk verwant, raakt het diep. En dan de opzwepende delen als het kwintet ons tot grote hoogte brengt. Het mag dan geen jazz zijn, het is ongelofelijk goed. En daar gaat het om, toch?

Klik hier voor foto's van het concert van Ignatz en De Stervende Honden door Hans van der Linden.

Labels:

(Ben Taffijn, 26.12.16) - [print] - [naar boven]



Concert
Cadeautjes uitpakken met Francien

Francien van Tuinen & Reinier Baas, zondag 11 december 2016, Jazzcafé Alto, Groningen

Van Francien van Tuinen kun je denk ik zeggen dat ze een door de wol geverfde jazzzangeres is. Een goede jazzfeel had ze vanaf het begin en ze heeft ook altijd als een instrumentalist gedacht. Ze heeft geleerd hoe je een song reliëf geeft, door sferen te contrasteren en met de dynamiek te sturen.

Dat alles etaleerde ze in Alto, samen met gitaarbaas Reinier Baas. Een opmerkelijke combinatie. Want Baas voelt zich in met name vrijere vormen als een vis in het water; je associeert hem niet gelijk met traditionele jazznummers. Zijn begeleiding, als je dat zo moet noemen, bestond uit repeterend voortstromende notenmassa's, een soort cellen met onderop de basnoten, daarboven melodische akkoorden en daar tussenin allerlei wirwar, zwerfvuil en onbestemde stokoude gore bluesriffs. In de intro van 'Stardust' haalde hij een compleet Les Paul-orkest uit zijn gitaar, met dynamiek en al. Verderop (in 'Get Out Of Town') contrasteerde een zenuwachtige gitaarlijn effectief met de maagdelijke zang. Ja, ik weet het, Soesja Citroen werd lange jaren geadverteerd als de Virgin Voice, maar ik vermoed dat ook La Tuinen ooit onbevlekt ontvangen is.

Ze toont een voorkeur voor ballads van klassieke snit, plus meer hedendaags werk van Kenny Wheeler, Jasper Blom, Kenny Rankin en eigen makelij. Daarbij duurde het naar eigen zeggen acht jaar eer ze alle oorspronkelijke akkoorden uit haar 'Something Like This' had gesloopt en vervangen door nagelnieuwe exemplaren. Een liedje laat zich door Van Tuinen strelen, zodat een regel gaat opgloeien. Ze toont de schoonheid alsof ze een cadeautje uitpakt.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 23.12.16) - [print] - [naar boven]



Cd
SCHNTZL - 'Schntzl' (W.E.R.F., 2016)


Dit duo is ongetwijfeld een van de meest spraakmakende formaties van dit jaar. Dat zit hem voornamelijk in de eigenheid en het nieuwe verfrissende geluid van Hendrik Lasure (piano, keys) en Casper Van De Velde (drums, percussie).

Heb ik het goed gezien dat Manfred Eichner van ECM achter de struiken stond te luisteren tijdens hun concert in Jazz in 't Park in Gent dit jaar, maar weer vertrok toen SCHNTZL zich ook buiten de lijntjes begaf? Daar liet het duo horen wat nu op cd is vastgelegd.

Wat opvalt in 'Vluchtigheid' is de frisse lichtheid van Lasure's pianospel op het pulserende groovy drumwerk van Van De Velde. Het is knap hoe dit jonge duo een stuk als 'Genster' fraai op zachte geluidsterkte gaandeweg opbouwen naar een weldadig forte en de spanning erin houden. Sinister en beklijvend is het kortstondige 'Doggy', waarbij subtiel en uitgekiend elektronica wordt ingezet. En net als je uitkijkt naar wat nog komen gaat, is het alweer voorbij!

Het is niet te doen om in 'He Sees Only Bird' en 'The Big Silver Pepper' niet te gaan meebewegen en de aandrang om enkele danspasjes te maken te onderdrukken. SCHNTZL weet die reflexen hier feiloos aan te boren. 'Flow My Tears' zou zomaar de soundtrack kunnen zijn onder de gruwelijke beelden uit het Aleppo anno nu. Ook het open einde van deze compositie zet aan tot overpeinzen van de complexe problemen in de wereld waarin we leven.

SCHNTZL laat op deze debuut-cd horen over een eigen geluid met zeggingskracht te beschikken. Laat ons hopen dat ze zich bij het label uit Brugge goed verzorgd weten en de creatieve ruimte krijgen zich verder te ontwikkelen en ideeën vorm te geven. Deze cd biedt in ieder geval meer dan voldoende variëteit aan eigen composities en persoonlijke aanpak om ze op de voet te blijven volgen.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Vanavond speelt SCHNTZL in NONA in Mechelen. Een double bill met Lorriers-Postma-Thys.

Labels:

(Cees van de Ven, 23.12.16) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...







Schrijf je in voor onze gratis Nieuwsbrief! Klik op de button hieronder om je aan te melden:


Menupagina's:


Zoek in deze website:

Google

web deze website


Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, meewerken?
Mail de redactie.


(advertenties)