Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Cd
Sven Hammond - 'Sphere - A Tribute to Thelonious Monk' (VG-Music/Caroline, 2021)

Alle perikelen de laatste maanden hebben musici bepaald geen goed gedaan; optredens werden en masse afgezegd en ook nu er weer meer ruimte komt geldt dat zeker nog niet overal en voor iedereen. Sommige musici hadden echter wat meer geluk. Neem Sven Figee, beter bekend vanwege zijn band Sven Hammond, die na een telefoontje van presentator Matthijs van Nieuwkerk eerder dit jaar zijn carrière ineens in een stroomversnelling zag komen. We zouden bijna vergeten dat hij al vijftien jaar bezig is en dat het succes hem zeker niet kwam aanwaaien. Het klappen van de zweep kent hij inmiddels dus wel en wie daar nog bewijs voor nodig heeft, beluistert het beste 'Sphere - A Tribute To Thelonious Monk', 's mans laatste wapenfeit.

Terug naar de kern: gitarist Tim Eijmaal, bassist Glenn Gaddum, drummer Joost Kroon en Figee dus op die Hammond vormen Sven Hammond. En het mag Monk zijn die hier centraal staat, de muziek is meer blues en soul dan jazz. Opvallend vind ik daarbij de combinatie hammondorgel-bas, die laatste ontbreekt immers meestal; het orgel heeft van zichzelf genoeg bas. Maar dus niet bij Sven Hammond en het moet gezegd, neem direct maar de opener 'Monk's Dream', het werkt prima. Hoogtepunten zijn de slepende uitvoering van 'Ruby My Dear, waarin Figee zijn instrument krachtig laat swingen, 'Pannonica', een mooi voorbeeld van Figees stilistische vernuft, waarin hij de melodie zorgvuldig doseert en een krachtige spanningsboog bouwt, en het aanstekelijk swingende 'Bye Ya'.

Minder gecharmeerd ben ik van de stukken waarvoor Figee een gastvocalist(e) uitnodigde. De rappers Typhoon, in 'Locomotive - Doucement (Hittegolf)' en Akwasi, in 'Thelonious - Mijn Tempel', hebben zeker hun kwaliteiten, maar ik vind beide nummers niet echt passen op dit album, temeer omdat hier ook nog eens het orgel - toch de drijvende kracht op dit album - ontbreekt. Gelukkig is dat bij 'Evidence - I'll Never Let You Go', waarin we zangeres Zoë Love Smith horen, niet het geval. De band verkent hier overtuigend het pad van de vette soul, waardoor dit nummer ook muzikaal een stuk dichter bij het overige werk staat. Zo nu en dan skip ik dus gewoon een nummer, er blijft nog genoeg moois over.

Klik hier om 'Evidence - I'll Never Let You Go' te beluisteren.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 19.9.21) - [print] - [naar boven]



Jazztube
Charles Mingus Quintet in 'Jazz Pour Tous'

Begin 1964 stelde Charles Mingus een van de grootste combo's uit de jazzgeschiedenis samen. Het sextet bestond uit Mingus op bas, Dannie Richmond op drums, Jaki Byard op piano, Johnny Coles op trompet, Clifford Jordan op tenorsaxofoon en Eric Dolphy op altsaxofoon, fluit en basklarinet. Mingus noemde zijn experimentele groep The Jazz Workshop.

In april van dat jaar begonnen Mingus en zijn band aan een drie weken durende tournee door Europa, waarvan een groot deel is vastgelegd op film en geluidsband. De tour wordt herinnerd als een van de hoogtepunten in de carrière van Mingus. Zoals Rob Bowman schrijft in de liner notes bij de Jazz Icons-dvd 'Charles Mingus Live In '64':

'The tour effectively introduced two new compositions, 'Meditations On Integration' and 'So Long Eric', while the band walked a fine line between Mingus's usual amalgam of bop, swing and New Orleans jazz and the free-jazz leanings of the cataclysmic Dolphy. The result, of course, was something that could only be called Mingus Music - a galvanizing, high-energy sonic stew that, while the product of the kinetic interplay of six musicians, could only have been conjured up with Mingus as the master of ceremonies.'

Het bovenstaande optreden werd opgenomen door de Belgische televisie op zondag 19 april 1964 in het Palais des Congrés in Luik. De band was twee avonden eerder onverwacht teruggebracht tot een kwintet, toen Coles op het podium in Parijs instortte en met spoed naar het ziekenhuis werd gebracht met wat later werd gediagnosticeerd als een maagzweer. In de tv-uitzending Jazz Pour Tous compenseert pianist Byard de ontbrekende trompetpartijen in drie Mingus-composities: 'So Long Eric', 'Peggy’s Blue Skylight' en 'Meditations On Integration'.

Labels: , ,

(Maarten van de Ven, 15.9.21) - [print] - [naar boven]



Cd
Chad McCullough - 'Forward' (Outside In Music, 2020)

Opname: 4 april 2019

Trompetist Chad McCullough ken ik met name vanwege zijn samenwerking met de Belgische toetsenist Bram Weijters. Sinds 2009 kennen ze elkaar en als duo maakten ze inmiddels twee albums, 'Feather' en 'Pendulum', die beide ook hier voorbij kwamen. Het was ook Weijters die mij op het bij Outside In Music verschenen 'Forward' attendeerde, het nieuwe album van McCullough dat hij maakte met pianist Rob Clearfield, bassist Matt Ulery en drummer Jon Deitemyer. Tot zover een klassiek trompetkwartet, ware het niet dat McCullough op een drietal stukken een vijfde man toevoegde: Ryan Cohan, die we in de weer horen met keyboards en elektronica, waarmee hij een extra element inbrengt.

Zonder de overige musici tekort te willen doen, is dit wel heel duidelijk het album van McCullough. Met zijn prachtig lyrische, ietwat omfloerste toon is hij de constant aanwezige. Opvallend daarbij is het melodisch vernuft in de stukken, die ook nog eens alle van zijn hand zijn. Neem bijvoorbeeld de ballad 'Oak Park', waarin we naast mooie partijen van Clearfield ook Cohan tegenkomen, die zorgt voor sfeervolle muzikale ondersteuning. Er spreekt een zekere hang naar klassieke muziek uit, zoals ook al te horen viel op 'Pendulum'. Maar wat hier vooral blijkt - en dat geldt zeker ook voor de overige stukken - is dat het gehele kwartet/kwintet volledig in dienst staat van de compositie. Ullery, Deitemyer en soms dus Cohan zijn daarbij belangrijke factoren; zij zorgen voor de muzikale bedding waar McCullough en op sommige momenten Clearfield een melodieuze weg in vinden.

Het tempo is daarbij opvallend laag, het gaat hier vooral om aangenaam ingetogen stukken, met zo nu en dan een wat dynamischer uitstapje. Vreemd is dat niet want het is dit soort muziek waarin McCulloughs kwaliteiten het beste aan bod komen. Wat dat betreft heeft McCullough aan Clearfield een prima partner. Zijn vederlichte aanslag, fluwelen toon verreikt menige compositie. Als mooi voorbeeld kan het begin van 'Grace At The Gavel Or Grace At The Gallows' dienen, waarin de twee elkaar prachtig afwisselen in de opbouw van de melodie. Maar let hier ook zeker op de onopvallende, maar des te belangrijkere begeleiding en de strijkersarrangementen van Cohan. Een ander prachtig voorbeeld van McCulloughs talent is het bijzonder uitgebalanceerde 'Water Tower Sunset' waar het album mee afsluit en dan met name de combinatie Clearfield-Cohan aan het begin van het stuk. Als McCullough dan zelf invalt, met die ietwat rafelige, maar boterzachte toon, lopen de rillingen je over de rug.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Foto: Mark Sheldon

Labels: ,

(Ben Taffijn, 13.9.21) - [print] - [naar boven]



Cd
Mark Lewis Quartet - 'Naked Animals' (Audio Daddio, 2021)

Opname: 11 maart 1990

Het Mark Lewis Quartet mag dan al bestaan sinds 1979, het is daarmee tevens een van de langst bestaande Nederlandse jazzbands, maar toch had ik er nog nooit van gehoord. Twee Amerikanen, die hier ooit zijn blijven hangen, saxofonist en fluitist Mark Lewis en bassist James Long en twee Nederlanders, pianist Willem Kühne en drummer Frans van Grinsven. Veel albums maakte het kwartet tot nu toe niet. Op Discogs vind ik alleen het uit 1988 stammende 'Spirits'. Dat er dan nu ineens nieuw materiaal ligt, mag een klein wonder heten. Alhoewel nieuw niet helemaal de lading dekt. Het kwartet gebruikte de afgelopen tijd, zonder concerten, goed en stofte maar eens wat oud materiaal af. Het resulteerde in het onlangs verschenen 'Naked Animals', met daarop nooit eerder uitgebrachte studio-opnames uit 1990.

Het kwartet bestond in '79 uit Lewis, Kühne, drummer Pieter Henrard en bassist Bart Rademakers. Een eerste wissel zorgde ervoor dat Hein van de Geyn Rademakers verving en Frans van Grinsven Henrard. Een derde wissel liet Long het stokje overnemen van Van de Geyn. Het is de bezetting die we op dit album horen en die nog steeds bestaat. Als alles goed gaat komt er eerdaags nog een album met opnames van vlak voor de lockdown. Mooie oude foto's sieren het album. Jonge honden waren het nog dertig jaar geleden, volledig in vorm daar in een studio in het Zeeuwse Vrouwenpolder, waar de opnames werden gemaakt. We gaan met 'Moonflower' rustig en harmonieus van start. De melodie van Kühne klinkt puntig en aangenaam, de groove van Long en Van Grinsven stuwend en meeslepend en dan komt Lewis zelf in, hier op altsax, zeer melodieus, met een roomzachte klank. Dat melodieuze kenmerkt ook 'Mercurian Rendezvous'. Met veel souplesse beweegt Lewis zich hier door de noten, een verhalenverteller pur sang. Maar het is wellicht wel Long die hier het meest opvalt met zijn stevige groove.

Een album kortom met goed in het gehoor liggende stukken, met een duidelijke opbouw. Stukken die helemaal voldoen aan het etiket 'jazz'. Prachtig en zeer overtuigend gespeeld, gloedvol en met pit, zonder dat de melodie geweld wordt aangedaan. Hier geen oeverloze solo's gehuld in abstracties, maar hecht samenspel in dienst van de compositie. Ballade 'Ghost Of Change' en het pittige titelstuk getuigen er op boeiende wijze van, evenals de twee eerder genoemde stukken. Kühne is daarbij net zo'n sfeermaker als Lewis, ze voelen elkaar perfect aan. Een hoogtepunt is overigens diens elektrificerende bijdrage aan dit 'Naked Animals'.

Een kleine breuk met het voorgaande is het zeer langzame 'A Dance With Monique', allereerst omdat we Lewis hier op fluit horen en ten tweede vanwege de mooie, zeer intieme bijdrage van Long, met zingende bassnaren. 'City Slicker' brengt de blues binnen, in een aangenaam, meeslepend laag tempo, waarna we in '4-D' weer opveren uit onze stoel dankzij fijn pittige bijdragen van Lewis, Kühne en vooral van de ritmesectie. Afsluiter 'The Seven Angels' sluit hier op aan, een energiek album prachtig samenvattend.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 9.9.21) - [print] - [naar boven]



Cd
Dalgoo - 'Liberté Égalité Fraterité' (Jazzwerkstatt, 2020)

Opname: 8-9 januari 2020

Dalgoo, dat naast Tobias Klein bestaat uit medesaxofonist en klarinettist Lothar Ohlmeier, bassist Meinrad Kneer en drummer Christian Marien, verbrak met het bij Jazzwerkstatt verschenen 'Liberté, Égalité, Fraterité' een stilte van vijftien jaar, een gebeurtenis van formaat.

De titel van dit album drukt allereerst uit dat Klein niet de leider is van het gezelschap, al leverde hij wel de meeste composities. Leider zijn ze allemaal, net hoe het uitkomt. En dat betekent hier geenszins dat we in de chaos belanden, veeleer dat het kwartet 'Vibrate(s) In Sympathy'. Zo luidt heel toepasselijk het eerste nummer waarin we direct Ohlmeier aantreffen in een pakkende, heerlijk dynamische solo, terwijl Kneer en Renfrow op de achtergrond krachtige lijnen uitzetten. Dan komt Klein erbij en zitten we in een van die wonderlijke ontmoetingen die dit album kenmerken.

Kneer trapt 'Arabian Oil' af met een solo die, dankzij het gebruik van de strijkstok, wel wat van hedendaagse gecomponeerde muziek wegheeft en waarin inderdaad ook een vleugje Arabische muziek doorklinkt. Een sfeer die bij ons blijft in het verdere verloop van dit relatief lange stuk. Mooi ook hoe Ohlmeier op basklarinet hier Klein op klarinet ondersteunt en hoe de ritmesectie het vuur verder opstookt.

Zoals gezegd betekent geen eenduidig leiderschap hier geenszins chaos. Daarvan getuigen aangenaam melodische stukken als 'Irr Und Sinn', dat zich kenmerkt door strak samenspel, 'Listopad', waarin eveneens een aangenaam oosters sfeertje hangt en 'Eens En Oneens', dat met name bijzonder is vanwege het prachtige, zeer ritmische duet van Marien en Kneer. Tegelijkertijd krijgt iedere musicus volop de ruimte om zijn eigen pad te volgen in de drie heerlijk experimentele en veel te korte titelstukken 'Égalité', 'Liberté' en 'Fraternité', maar ook in een stuk als 'Lakeish', waarin de beide blazers heerlijk losgaan en in het speelse 'Gap-Toothed Smile'.

Een hoogtepunt is verder 'Die Zeit Steht Still' met die langgerekte tonen van de blazers, een duistere klankwolk van Kneer en mooie ritmische accenten van Marien.

Labels: , ,

(Ben Taffijn, 6.9.21) - [print] - [naar boven]



Onder het stof vandaan
Malaby/Dumoulin/Ber – 'Maps & Synecdoches' (Silkheart, 2020)

Opname: 19-20 mei 2018 | 9 november 2015

Zet Tony Malaby, Jozef Dumoulin en Samuel Ber bij elkaar, en de goede verstaander weet dat je geen doorsnee jazzke gepresenteerd zal krijgen. Toch zal de eigenzinnigheid van 'Maps & Synecdoches' misschien toch verrassen. Deze drie gaan voor een even fascinerende als bevreemdende droomwereld die te grillig is om zich zomaar te laten vatten, maar ook te bedwelmend om af te doen als een folieke van het moment.

Zoals gezegd: je had dat wel kunnen verwachten. Wie Malaby introduceert, heeft het vaak over zijn links met onder meer Fred Hersch en Charlie Haden, Grote Namen van de jazz, maar de saxofonist heeft er ook een half leven in de experimentele vleugel van de moderne jazz en improvisatie op zitten. Hij experimenteert graag met vormen, bezettingen en klankkleuren en speelt graag met verwanten die de platgetreden paden mijden of headfirst in de vrijheid duiken.

De buitenste satellieten, dat is ook de favoriete zone van keyboards-meester Jozef Dumoulin. Die maakt van zijn excursies op Fender Rhodes en andere instrumenten steevast interstellaire excursies die de luisteraar mee op sleeptouw nemen naar onherbergzame oorden vol narcotische uithoeken. En soms, zoals in Lilly Joel, zijn duo met Lynn Cassiers, levert het muziek op die even verslavend als buitenaards klinkt, aankomt als een sonische drug. Om maar te zeggen dat de jonge drummer Ber, die zich in geen tijd ontpopte tot een van de grote talenten van de Belgische jazz, hier niet de minsten inschakelde.

Het siert hem wel dat hij ze niet zomaar voor zijn kar spant, maar ook zelf het heft in handen neemt. Het vijftiendelige 'Maps & Synecdoches' is een verzameling van improvisaties en composities, waarbij die laatste allemaal van Ber zijn. Hij nam trouwens ook de productie voor zijn rekening en ook daar laat hij zich gelden, door lustig gebruik te maken van editing en dus eindverantwoordelijke te zijn bij deze puzzel. Het levert alleszins een raamwerk op dat de luisteraar regelmatig op het verkeerde been zet, onderdompelt in wringende experimenten, een rad voor de ogen draait of het ongewisse in stuurt.

Korte startstukjes 'Threshold I' en 'Eau En Poudre (Emanation)' zetten de toon met geritsel en geschuifel, zwalpend blaaswerk en krappe toetsenriedels, en een eerste duik in spacey oorden met Lilly Joel-mysterie. Vervolgens ben je vertrokken voor een rit van een dik uur, waarbij je soms naar boven komt om zuurstof te happen, maar vooral overgeleverd bent aan een stel geluidslaboranten die combinaties en texturen uittesten. De ene keer met duidelijke houvast door aanhoudende golven of terugkerende motieven, maar net zo vaak met uitvergrote details en patroontjes, waarbij de grens tussen improvisatie en compositie vervaagt. Wat ongetwijfeld de bedoeling was.

Wat voor ongetrainde (of weinig tolerante) oren kan klinken als een vrij willekeurig, grillig samenraapsel van ideeën, herbergt regelmatig een fijnzinnige neus voor contrasten en combineren van temperamenten, met pompende passages vol klaterende drums en schallende sax ('Highway To Sfumato III') die kunnen bestaan naast een processie op planeet Altair IV ('As If It Were Tomorrow'), een manische combinatie van scheursax, tuimeldrums en kronkelsynth ('An Electronic Birthday Cake') en allerhande tussenvormen. Titels als 'Sfumato I & II' zijn trouwens veelzeggend: hier vinden de boeiendste dingen soms plaats in schemerzones tussen werelden die soms ver van elkaar verwijderd zijn, en toch in elkaars nabijheid gestuurd zijn.

Dat maakt van 'Maps & Synecdoches' zeker geen evidente kost. Wie uit is op een vingerknip, een duidelijke koers of een handleiding, die komt hier van een kale reis terug. Wie bereid is om zich bij de hand te laten nemen door drie driftig experimenterende kleppers die hier spelen met open vizier en zonder remmingen, die zal op z'n minst deelgenoot worden van iets ongewoons en in het beste geval een nieuwe wereld ontdekken, een aurale variant op mysterieuze arthouse sciencefiction, waar ook naar gehint wordt met het artwork van Sophie Saporosi. Die kans laat toch geen nieuwsgierig mens liggen?

Klik hier om dit album te beluisteren.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be | De foto's zijn afkomstig van hun concert op Jazz Middelheim 2021, gemaakt door Cees van de Ven.

Labels: , , , ,

(Guy Peters, 6.9.21) - [print] - [naar boven]



Festival
ZomerJazzFietsTour 2021


"Het voelde nog een beetje onwennig, deze 35ste en gelimiteerde editie van de ZomerJazzFietsTour. De capaciteit was beperkt tot een goede zeshonderd deelnemers, die uit drie vaste routes konden kiezen, waar driemaal vier bands optraden."

Op zaterdag 28 augustus bezocht Eddy Determeyer in het Groningse Reitdiepdal de ZomerJazzFietsTour. Hij zag er optredens van het Orgel Trio & Brass, Ben van Gelder/Reinier Baas/Han Bennink, Son Bent Braam en Tobias Delius Booklet. De dag erna kon hij afkicken in Roderwolde, elf kilometer van de stad, in de studio annex tapperij Het Rode Hert. Daar speelde op zondag 29 augustus de groep Jazz Express, een samenwerkingsverband tussen Groninger, Oldenburger en Bremer muzikanten.

Klik hier om zijn festivalverslag te lezen.

Bekijk hier een fotoverslag van de ZomerJazzFietsTour 2021 door Willem Schwertmann.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 2.9.21) - [print] - [naar boven]



Film
Zappa

Onlangs was, na maanden vertraging, de documentaire 'Zappa' van Alex Winter te zien in de Nederlandse bioscopen. Een bijzondere film over Frank Zappa, waarvoor Winter onbeperkt toegang kreeg tot een schat aan materiaal, waaronder beelden van optredens, interviews, familietaferelen en animatiefilmpjes. De documentaire geeft dan ook niet alleen een boeiend beeld van de muziek van deze icoon, maar ook van zijn vaak stormachtige privéleven. En als deze documentaire, waarin het verhaal volledig verteld wordt middels archiefmateriaal en we Zappa zelf uitgebreid aan het woord horen, iets duidelijk maakt, dan is het wel hoezeer alles bij deze man met elkaar samenhing. Zijn muziek, zijn kunstopvatting, zijn privéleven en zijn politieke standpunten.

De documentaire begint met het concert in Praag, 1991, de laatste keer dat Zappa live te horen was bij een gelegenheid die hem meer dan beviel: de herdenking van de daar verkregen vrijheid twee jaar eerder. Want als er iemand was die gedurende zijn hele carrière politiek bewustzijn toonde, dan was het wel Zappa. De beelden van dit concert worden gevolgd door die van zijn archief. Als dat allemaal nog uitgebracht moet worden... letterlijk duizenden tapes op meters planken! We zien het huwelijksfilmpje van zijn ouders en horen Zappa zelf, in 1970, vertellen dat hij als jochie geïnteresseerd was in scheikunde en dan met name explosies, mede op gang gebracht door de oefeningen met gasmaskers in het kader van de Koude Oorlog. De liefde voor muziek kwam in zijn tienerjaren en met name de ontdekking van Edgar Varèse zou diepe indruk maken. Dat je dit soort muziek kon maken, betekende een openbaring. Op Lancaster Highschool leert hij Don Van Vliet kennen - later beter bekend als Captain Beefheart - en de blues. Vooral dat laatste zou zijn gitaarspel diepgaand beïnvloeden. Maar eerst zat hij nog achter de drums, in 1956 bijvoorbeeld bij The Blackouts. De gitaar volgt en al snel zijn eigen band: The Mothers Of Invention, waarin al die verschillende muzikale werelden samenkwamen. Het is inmiddels 1965.

En Zappa's muziek was uniek, zeker in het begin. Twee zaken waren daarbij volgens Bunk Gardner, lid van de band in die jaren, opmerkelijk: de toevoeging van blazers en het integreren van klassieke muziek. Zappa's hoge standaard legde daarbij de nodige druk op de musici. Of zoals Ian Underwood het uitdrukt: "Each show was a composition." Dat niet iedereen daar in die dagen mee wegliep hoeft niet te verbazen. Gail maakt mooi duidelijk dat we Zappa in eerste instantie als componist moeten zien, die iedere avond er alles aan deed om zo dicht mogelijk bij zijn oorspronkelijke, kunstzinnige idee te komen. intussen gaat het leven door: hij ontmoet Gail, zijn dochter Moon wordt geboren, het gezin gaat terug naar Los Angeles in 1968 en Gail went aan zijn polygame levenswijze: "The main thing is, don't have that conversations" merkt ze later, wijs geworden, op. Op zoek naar meer flexibiliteit formeert Zappa in 1970 een nieuwe band, The Mothers.

"My desire is simple. All I wanna do is get a good performance and a good recording of everything I've ever wrote, so I can hear it. And if everybody else wants to hear it than that's great too. Sounds easy, but it's really hard to do." Of zoals Steve Vai het omschrijft: "Frank Zappa was a slave to his inner ear." En dus vroeg hij het uiterste van zijn musici, verlegde hij hun grenzen. Bij dit traject hoorde ook de stap naar een eigen platenmaatschappij. Nu heel gewoon, maar eind jaren 70 was Zappa een van de eerste musici die deze stap maakte. 'Sheik Yerbouti' was in 1979 het eerste album op Zappa Records. Ook muzikaal blijft hij zich verder ontwikkelen en grenzen slechten. Zo ontstaat begin jaren 80 'None Of The Above' op verzoek van het Kronos Quartet. Violist David Harrington gaat in de documentaire uitgebreid in op de invloed die deze musicus op hem heeft gehad. Intussen schrijft Zappa ook stukken voor orkest en huurt hij uiteindelijk het London Symphony Orchestra en Kent Nagano in om zijn muziek te spelen. Suboptimaal, maar gelukkig vindt hij begin jaren 90 Ensemble Modern, een groep jonge musici die er echt voor openstaan om zijn stukken te spelen, iets waar Zappa nooit van had durven dromen.

Intussen wordt Amerika steeds conservatiever en komt Zappa steeds vaker in aanvaring met de instituties, bijvoorbeeld in 1986 vanwege de stickers op cd's met waarschuwingen voor ouders. Dan stort het communisme in en blijkt Zappa in Oost-Europa te staan voor het begrip vrijheid. Hij ontmoet Václav Havel en wordt onthaald als een ware held. Lang heeft hij van deze status, een opsteker bij alle tegenwerking in de VS, niet kunnen genieten. Eind 1991 wordt prostaatkanker gediagnosticeerd, waar hij twee jaar later aan overlijdt. Een meer dan boeiend leven is ten einde, een leven waar deze film een prachtig portret van vormt. Gelukkig hebben we zijn muziek nog, onsterfelijk.

Klik hier om deze documentaire te bekijken.

Labels: , ,

(Ben Taffijn, 2.9.21) - [print] - [naar boven]



Concert
Waarom leeftijd er niet toe doet

Peter Brötzmann Full Blast, vrijdag 20 augustus 2021, Ruhrtriennale, Gebläsehalle, Duisburg

Michel Portal, 86 inmiddels, logenstrafte op Jazz Middelheim het beeld dat we vaak hebben van ouderen. In het gezelschap van musici die qua leeftijd zijn kinderen en kleinkinderen hadden kunnen zijn, speelde hij de sterren van de hemel. Peter Brötzmann, in maart van dit jaar 80 geworden, past ook nog altijd in dit rijtje. Sterker nog, het type muziek dat hij vrijdagavond in de serie Machinehausmusik, onderdeel van de Ruhrtriennale met Full Blast liet horen, is voor menige jongere te extreem. Een betere naam dan Full Blast is voor dit trio, met naast Brötzmann bassist Marino Pliakas en drummer Michael Wertmüller, dan ook nauwelijks denkbaar.

Brötzmann horen we afwisselend op de altsax, de tenorsax en de taragot, een instrument uit de Balkan dat qua vorm veel weg heeft van een klarinet, maar qua klank meer op een sopraansax lijkt. Pliakas bespeelt een fretloze elektrische bas en Wertmüller een zeer goed versterkt klassiek drumstel. De laatste twee zetten met name de toon met sterk verdichte, vaak zeer repetitieve klankwolken, waarvoor met name Pliakas tekent en stevige onweerswolken, op het conto van Wertmüller. Daartussen beweegt Brötzmann zich, opvallend melodieus voor zijn doen. Neem zijn solo op de taragot, waarmee hij solo het tweede stuk opent: prachtig uitgebalanceerde, loepzuivere klanken zweven door de Gebläsehalle - de akoestiek van dit industriële gebouw verricht hier weer wonderen. Pliakas en Wertmüller voegen zich er een voor een bij en voeren samen na enige minuten het tempo op, Brötzmann stapt over op de tenorsax om meer power te kunnen leveren en tegen het einde wanen we ons in een orkaan.

Ook het derde stuk begint rustig, als een innemende ballade, licht gruizig spel van Brötzmann op altsax en ook hier stapt het trio al snel over op andere sferen. Mooi hier is het sterk ritmische spel van Wertmüller op de floortom, een geluid als van rollende donder, mede door de prachtige versterking. Prachtig is ook die passage verderop waarin we Brötzmann horen op de alt. Geleidelijk werkt hij hier toe naar een steeds grotere mate van abstractie en hoge, piepende noten. Na iets meer dan 45 minuten is het standaardprogramma klaar. Maar een bijzonder enthousiast publiek neemt hier geen genoegen mee en weet de drie heren twee keer te laten terugkomen. Opvallend hierbij is dat dit tegelijkertijd de twee meest experimentele bijdragen zijn. Klonk Brötzmann, zoals gezegd, vrijwel de gehele set opvallend melodieus, nu laat hij dat volledig los. Vooral de tweede keer valt daarbij op, op een tegen blues aanleunend ritme van Piakas en Wertmüller kleurt hij weer eens prachtig buiten de lijntjes. Tja, je bent zo oud als je je voelt en Brötzmann is nog steeds die jonge rebel.

Foto's: Sabrina Richmann

Labels: , ,

(Ben Taffijn, 30.8.21) - [print] - [naar boven]



Cd
Arthur Possing Quartet - 'Natural Flow' (Double Moon/Challenge, 2021)

Opname: 16-18 oktober 2020

'Possing speelt op 'Natural Flow' een warme moderne jazz die geraffineerd, veelzijdig en opwindend is', aldus het persbericht dat deze release begeleidt. En dat is nog een understatement. Ben bij het luisteren naar dit uitstekende kwartet flink bij de lurven gegrepen! Energie, collectief en solistisch spel doen je watertanden...

Het spel van de Luxemburgse pianist, componist en leider Arthur Possing is als een metafoor voor de titel van deze cd, een natural flow. Aan techniek en creativiteit en pittig toucher geen gebrek. De Franse trompetist, flugelhornist en gastspeler Thomas Mayade mag voor mij bij wijze van spreken altijd in de basisopstelling staan. En laten we alsjeblieft ook de tandem bassist Sebastian Flach en drummer Niels Engel niet vergeten. Want zij zijn het die het geheel de body en groove geven waarop alles gedijt.

'Le Roi Arthur', een compositie van saxofonist Pierre Cocq-Amann, vraagt om een sterk hart en solide seat bells om deze energieke stevige compositie te doorstaan. Als dat gelukt is ben je een ervaring rijker. En meteen erna komt als genoegdoening het verstilde 'Memory'.

Dit kwartet speelt doorgrondelijke, aansprekende en eigentijdse jazz met sterke melodieën en een stevige beat, die je omarmt. Maar wát graag zou ik dit kwartet volgend seizoen op het Pelt Jazz-podium brengen. Wie weet gaat dat lukken ook. Maar tussentijds is deze cd 'Naturel Flow' van het Arthur Possing Quartet van harte aanbevolen. Een viersterrenwaardering is dan ook zonder schroom terecht mijns inziens.

Labels: ,

(Cees van de Ven, 29.8.21) - [print] - [naar boven]



Festival
Jazz Middelheim 2021 Dag 4


"Jazz Middelheim 2021 kan weer bijgeschreven worden in de analen. Knap hoe dit festival dit jaar wederom heeft kunnen plaatsvinden en dan nog wel met zoveel grote namen, met name op deze slotdag: Joe Lovano, Joey Baron, Greg Cohen, Philip Catherine, Bert van den Brink en Avishai Cohen. Ze maken hun reputatie ook op dit festival meer dan waar. Maar vlak ook zeker de jongeren niet uit; zij zorgen er net zo goed voor dat er de gehele dag op een constant hoog niveau wordt gemusiceerd. Lara Rosseel en haar band, de drie studenten die Joe Lovano begeleiden en Angelo Mustapha, percussionist van dienst in de band van Catherine, maken diepe indruk."

Ben Taffijn bezocht op maandag 16 augustus de laatste festivaldag van Jazz Middelheim.

Klik hier om zijn festivalverslag te lezen.

Foto: Cees van de Ven

Labels: ,

(Ben Taffijn, 28.8.21) - [print] - [naar boven]



Cd
Luís Vicente Trio - 'Chanting In The Name Of' (Clean Feed, 2021)

Opname: 9-10 januari 2021

Traag maar gestaag blijft trompettist Luís Vicente zich naar de frontlinie van de Europese improvisatie wurmen en het lijkt erop dat de man op een scharniermoment in zijn carrière staat. Niet lang na onder meer een indrukwekkende solorelease en een gelauwerd album met Amerikanen William Parker, Hamid Drake en John Dikeman, staat hij er opnieuw, dit keer met zijn eigen trio. Dat pakt uit met even eenvoudige als efficiënte composities, een knoert van een hart en bakken vrijheid.

De voorbije zes à zeven jaar groeide Vicente uit tot een bevlogen en productief muzikant, die nog veel vaker dan de meeste van zijn landgenoten de grens overstak. Dat bracht hem regelmatig in onze contreien, maar ook in het gezelschap van kleppers uit Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en anderen. Zijn eigen werk laat hij nu horen met goed volk aan z'n zijde: de immens productieve en half-Nederlandse bassist Gonçalo Almeida en drummer Pedro Melo Alves, een van de centrale vertegenwoordigers van de generatie Portugese improvisatoren na Vicente en Almeida.

Een trompettrio, dat zie je niet zo vaak, dus ergens maakt hij er wel een statement mee, alsof hij wil zeggen dat zijn instrument - net als een sax, piano of gitaar - meer dan voldoende is om een trio aan te voeren en de strijd met een ritmesectie aan te gaan. Vicente mag dan wel de leider zijn, van een scheefgetrokken balans is geen sprake. Ze nemen alle drie het voortouw, doen meer dan zomaar ten dienste staan, houden elk op hun manier de muziek in beweging en in voortdurende transformatie. Vicente zorgde voor het thematisch materiaal, maar dat is summier, een springplank. Dit is geen muziek van de complexe soort, met gedetailleerde arrangementen, maar een evenwicht van houvast en vrijheid. Nauwer verwant aan de (free) jazz dan de meeste van hun andere projecten, maar te grillig om zich te laten labelen.

Twee van de composities introduceerde Vicente jaren geleden al via de band What About Sam?. Opener 'Anahata' gaat van start met een bassolo die de geest van Charlie Haden lijkt op te roepen, misschien wel de meest lyrische van de klassieke vrije(re) bassisten en ongetwijfeld van invloed op Almeida, die de voorbije jaren ook diep in de solopraktijk dook. Het is een aanzet die meteen een groot soortelijk gewicht implementeert, een intense statigheid die na goed 100 seconden transformeert in majestueus samenspel met een thema dat recht naar het hart gaat. Dat brengt vervolgens een trompetsolo op gang die steeds woeliger om zich heen cirkelt en een arsenaal aan technieken betrekt. Maar pik er de bas of drums uit en je hoort al net zo'n diepe betrokkenheid, met rituele toets.

De titeltrack vormt het hart van het album. Opnieuw mag Almeida de aanzet geven, deze keer met zingende strijkstok, terwijl Vicente zich er zacht murmelend bijvoegt en een vat vol melancholie opent. De manier waarop het stuk na een minuut of drie helemaal openbloeit is van een prachtige, ingetogen schoonheid; muziek die oprijst uit as en iets nieuws introduceert, met een warm gloeiende trompet die zweeft op die diep resonerende ritmesectie. Niet minder dan pakkend, al sluipt er ook hier een spanning in die connectie die de naden van het samenspel test en de sound net niet laat ontsporen. Vicente geeft opnieuw treffende voorbeelden van zijn instrumentbeheersing - virtuoos zonder goedkoop effectbejag, met aan het einde een herneming van het thema.

Die twee stukken vormen misschien wel het hart van het album, maar ze worden gecombineerd met nog een paar sterke tracks. 'Keep Looking' gaat vrij van start met korte, grillige statements, maar belandt al snel in een simultaan motief van bas en trompet met een haast komisch effect, alsof de twee samen een trap afdalen. Er wordt een versnelling opgezet, de aanleiding voor Vicente om zijn bereik en technieken uit de doeken te doen, met geschetter, gesputter, geruis en geschraap, terwijl zijn kompanen al net zo ongedurig zoeken en variëren of de boel even overnemen en naar de intense finale sturen.

Kortere stukken 'Connecting The Dots' en 'May’s Flavour' hanteren al net zo'n fijn evenwicht tussen elasticiteit en grove korrel, met het eerste dat vinnigheid aan zwalpende melodieën koppelt, en het tweede dat iets beheerster blijft, met zachte effecten op trompet en brushes op de drums die een mysterieuze waas over het samenspel gooien. Opnieuw zijn het momenten van totale spontaniteit met een stabiel element in het achterhoofd. Samen met de andere stukken zorgen ze voor een album dat zonder overdreven poeha z'n punt maakt. Vicente & co. maken gebruik van vaste elementen, maar overgieten die met een spontane saus die het geheel laat sudderen alsof er nooit een andere optie was.

Anders gezegd: dit is vrijheid met focus en controle. Niet omdat er iets in bedwang gehouden moet worden, maar omdat ze zo goed voorbereid aan de meet komen. Het is net omdat ze zo goed weten wat ze kunnen, wie ze zijn en wat ze te zeggen hebben, dat ze alles zo vrij kunnen omspelen. 'Chanting In The Name Of' is een prachtig staaltje modern samenspel van kerels die voorbestemd zijn om nog veel bijzondere dingen te doen. Pik hier in op een willekeurig moment en je hoort het.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be | Foto's: Cees van de Ven

Labels: , , ,

(Guy Peters, 26.8.21) - [print] - [naar boven]



Concert
Sneller dan het menselijk oor

Jimmy Rosenberg Trio, donderdag 19 augustus 2021, EM2, Groningen

In de toekomst wordt het wellicht mogelijk via kwantumtechnieken een live battle tussen Django Reinhardt en Jimmy Rosenberg te realiseren. In de tussentijd heeft Reinhardt natuurlijk ijverig geoefend, maar toch weet ik niet of ik mijn geld wel op hem zou zetten. Die Rosenberg heeft namelijk ruimschoots 15.000 uur in zijn vingers zitten. In 'Them There Eyes' en 'Schwarze Augen' speelde hij tempi die voor het menselijk oor niet meer te volgen waren. Ik bedoel, tegen de tijd dat ik min of meer in de gaten had waar die gast mee bezig was, was hij alweer halverwege het volgende nummer. Maar een ballad was bij hem eveneens in goede handen, getuige de doorleefde vertolking van 'For Heaven's Sake'.

De naam van het Franse icoon is gevallen. Dat is ook lastig te vermijden. Jimmy Rosenberg heeft Reinhardts École de Swingue met goed gevolg doorlopen. Hij klinkt wat 'moderner' dan zijn voorbeeld. Voor een deel heeft dat te maken met zijn gebruik van de elektrische gitaar - wat de fijne nuances van zijn performance enigszins uitvlakte. Maar dan realiseer je je dat Django Reinhardt zelf in 1946 was overgestapt naar de elektrische Epiphone en dat hij een van de eerste muzikanten in Europa was die de nieuwe bebop omarmde.

Nochtans hoorden we Jimmy Rosenberg her en daar typische Django-loopjes en -licks spelen. Vanzelfsprekend waagde hij zich ook aan diens repertoire, waarbij kan worden aangetekend dat 'Nuages' grondig was verbouwd. Van alto stratus naar cirrus, zeg maar. Tamelijk bizar eigenlijk.

Dat tal van bezoekers in het goed gevulde EM2 de kop en de vingers van de artiest vereeuwigden is begrijpelijk. Al was het alleen maar daar Rosenberg een typisch vooroorlogs jazzgezicht heeft. Dat zijn gitaar tijdens de pauze eveneens door meerdere fotografen op de korrel werd genomen zegt iets over de verbijstering en de devotie van het publiek.

Foto's: Eddy Taatgen

Labels: ,

(Eddy Determeyer, 26.8.21) - [print] - [naar boven]



Festival
Jazz Middelheim 2021 Dag 3


"De zondag van Jazz Middelheim begint altijd een tweetal uren vroeger, wat mij ertoe bracht - een recensent moet tenslotte ook schrijven - om het eerste concert, het Overseas-project van Toine Thys en Ihab Radwan aan mij voorbij te laten gaan. Wat volgt zijn concerten van Michel Portal, in het kader van zijn vijfentachtigste (!) verjaardag, Youn Sun Nah en Ulf Wakenius, Stefano di Battista met zijn 'Morricone Stories' en tot slot Anouar Brahem, die integraal het uit 2009 stammende 'The Astounding Eyes Of Rita' speelt. Een bijzonder afwisselende dag, waarin de vele gezichten van hedendaagse jazz aan bod komen."

Ben Taffijn bezocht op zondag 15 augustus Jazz Middelheim.

Klik hier om zijn festivalverslag te lezen.

Foto: Cees van de Ven

Labels: ,

(Ben Taffijn, 24.8.21) - [print] - [naar boven]



Cd
Heinie Beau & Milt Bernhart – 'Moviesville Jazz / The Sound Of Bernhart' (Fresh Sound, 2021)

Opname: maart-juni 1958

Zonder veel tamtam is het Spaanse Fresh Sound Records uitgegroeid tot het toonaangevende label voor heruitgaven van obscure jazz-lp's uit met name de jaren vijftig en zestig. Recentelijk bracht het belangwekkende albums uit van vibrafonist Terry Gibbs, met pianiste Alice McLeod, de latere mevrouw Coltrane en (in een 3cd-box) het complete werk van gitarist Arv Garrison.

In zijn serie Rare and Obscure Jazz Albums heeft Fresh Sound nu een cd op de wereld gezet met daarop de lp's 'Moviesville Jazz' van rietblazer Heinie Beau en 'The Sound Of Bernhart' van trombonist Milt Bernhart. Beau, die het grootste deel van zijn carrière in studio-orkesten doorbracht, verwierf enige faam als saxofonist in de bigband van trombonist Tommy Dorsey. Ik schrijft bewust 'enige faam': veel soloruimte kreeg hij daar niet - trompettist Ziggy Elman en drummer Buddy Rich waren de belangrijkste solisten van het toenmalige orkest. Maar daar hebben we te maken met een extraverte, warmbloedige blazer. Op het album uit 1958 onder eigen naam, zijn eerste, op Coral, horen we merkwaardig genoeg eveneens weinig solowerk. Ik denk dat Heinie Beau voornamelijk lead speelde. Hij manifesteert zich hier vooral op fluit - en dan nog vaak samen met Ted Nash. Zo worden in het thema van 'The Three Heads Of Adam' beide fluitisten geconfronteerd met de lage bariton (bassax?) van Bill Ulyate. Een mooi effect.

Het idioom is cool jazz - voor het geval je aan labels hecht. In de geest van trompettist en orkestleider Shorty Rogers, om de gedachten te bepalen. 'Opgewekt', daar zou je de muziek ook mee kunnen karakteriseren.

Trombonist Milt Bernhart is geheel andere koek. Deze alumnus van het Stan Kenton Orchestra blijkt in 1958 aansluiting te zoeken en te vinden bij het Third Stream-idioom van Eddie Sauter, John Lewis en Jimmy Giuffre. Maar op de een of andere manier is Bernharts aanpak warmer, een tikje minder cerebraal. Om te beginnen is hij als solist een lekkere ouderwetse knetteraar. Voor het nummer 'Don’t Blame Me' schreef Calvin Jackson luxe achtergrondjes voor de trombone. Misschien is dat wat ik nog het meest mis bij hedendaagse jazzensembles: die harmonieën achter de solist. Dat terzijde. 'Get Out Of Town' kreeg van arrangeur Fred Katz een fugatisch einde. Verrassend eigentijds klinkt de Katz-compositie 'Legend'. De vier (!) cello's zoemen geanimeerd en leveren de dynamiek. Van cellofenomeen Katz verscheen op Fresh Sound trouwens in 2012 al het dubbelalbum 'Fred Katz And His Music', met niet minder verbijsterende opnamen uit dezelfde periode.

Tegen het eind van de Bernhart-sessie van 21 april 1958 waren nog zes minuten over. Besloten werd met de negen aanwezige muzikanten een volledig vrije improvisatie te proberen. Dat resulteerde in 'Carte Blanche' van 4'54". Een meesterwerk van meestermuzikanten.

Ik merk dat de superlatieven vandaag niet van de lucht zijn. Volgende keer weer een dodelijk saai schijfje, goed?

Labels: , ,

(Eddy Determeyer, 22.8.21) - [print] - [naar boven]



Festival
Jazz Middelheim 2021 Dag 2


"Het voelt haast onwezenlijk, weer naar een festival. Met een lichte spanning reis ik dan ook op de tweede dag af naar Jazz Middelheim. En toch, eenmaal aangekomen voelt het al snel weer vertrouwd. Vijf concerten staan er vandaag gepland, tijdens wat een lange dag gaat worden van drie uur 's middags tot middernacht. Vandaag op het programma: het Belgische sextet John Ghost, projecten rondom drummer Samuel Ber en pianist Kris Defoort, MixMonk en tot slot het trio John Zorn/Laurie Anderson/Laura Cromwell."

Ben Taffijn bezocht op zaterdag 14 augustus in het Antwerpse park Den Brandt Jazz Middelheim.

Klik hier om zijn festivalverslag te lezen.

Foto: Cees van de Ven

Labels: ,

(Ben Taffijn, 20.8.21) - [print] - [naar boven]



Cd
Larry Coryell & Philip Catherine - 'The Last Call - Jazz At Berlin Philharmonic XI' (ACT Music, 2021)

Opname: 24 januari 2017

Het zijn de opnames van het allerlaatste concert dat de wereldberoemde gitarist Larry Coryell gaf. Om precies te zijn op 24 januari 2017 in de Berlijnse Philharmonie, als onderdeel van de serie 'Art Of Duo'. We horen hem samen met die andere grootheid op de snaren, de Belg Philip Catherine en in een aantal nummers met trompettist Paolo Fresu, pianist Jan Lundgren en bassist Lars Danielsson. 'The Last Call' verscheen bij het Duitse ACT Music, dat regelmatig opnames van jazzconcerten in de Berlijnse Philharmonie uitbrengt. Het was zeker niet het eerste treffen tussen deze twee gitaristen. Ze kennen elkaar al een halve eeuw en maakten eind jaren 70 samen reeds een tweetal albums.

In de eerste vier stukken horen we de twee samen als duo, te beginnen met 'Miss Julie'. Soms in harmonisch samenspel, soms in de rol van solist en begeleider. Fragiele klanken, veel oog voor detail en sfeervol spel waarin altijd de melodie centraal staat: het zijn de gemeenschappelijke kenmerken van deze grootmeesters. Hier geen vreemde experimenten, geen avant-gardistische uitspattingen. Wie op welke momenten de leiding heeft kan ik niet altijd uitmaken (dat had als informatie wel op het hoesje gemogen, maar helaas), daarvoor ken ik de musici niet goed genoeg. Veel maakt het niet uit, de melodie in 'Homecomings' is desalniettemin wonderschoon. Mooi hoe die hier zeer verstild voor het voetlicht wordt gebracht, uiterst sober, maar doeltreffend begeleid. Jazz, maar de klassieke traditie en die van de volksmuziek klinkt er ook in door. Het exotische element vinden we vooral terug in 'Manhã De Carnaval' uit de film 'Orfeu Negro', de overbekende compositie van Luiz Bonfá en Antonio Maria. Overbekend, maar de twee gitaristen weten het prachtig op te frissen. Met het dynamische 'Jermin-Eye’n', net als de twee eerste stukken een compositie van het duo, wordt deze set afgesloten. Overigens is dit zonder meer het beste stuk om een optimaal beeld te krijgen van het onwaarschijnlijk goede samenspel tussen de twee.

De duoset wordt gevolgd door de klassieker 'Embraceable You' van George Gershwin, waarin Catherine te horen is met Lundgren en Milt Jacksons 'Bags' Groove', waarin we Coryell horen met Danielsson. Het eerste stuk laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Gloedvol maar ingetogen legt Catherine hier de melodie neer, gevolgd door Lundgren die zich iets meer variatie veroorlooft op de piano. Dat dit duo - overigens net als dat van Coryell en Danielsson - nooit eerder samenspeelde, valt geenszins op; samen vormen ze een mooie eenheid. 'Bags Groove' dateert van een andere tijd en dat hoor je er natuurlijk direct aan af, Coryell voelt zich er duidelijk bij thuis en geeft met veel ritmegevoel vorm aan deze klassieker, met hulp van de groovy bas van Danielsson. Tot slot klinkt er nog een klassieker, 'Green Dolphin Street' van Oscar Peterson. Nu haakt ook Fresu's trompet aan en horen we voor het eerst het complete kwintet. Een hoofdrol ligt hier voor Fresu, die in eerste instantie de melodie vormgeeft, zo te horen gevolgd door Catherine. Een mooie afsluiting van een bijzonder concert.

Klik hier om dit album te beluisteren.

PHILIP CATHERINE TREEDT OP MAANDAG 16 AUGUSTUS OP TIJDENS JAZZ MIDDELHEIM.

Labels: , ,

(Ben Taffijn, 15.8.21) - [print] - [naar boven]





Scene report
Hot STUFF. op Jazz Middelheim

Lopend over het festivalterrein tijdens deze jubileumeditie (de 40ste!) van Jazz Middelheim waande de bezoeker zich weer in pre-corona tijden. De cross-over getinte programmering van de eerste dag lokte een groot publiek met veel jongeren naar het mooie Antwerpse Park Den Brandt. Dat, gecombineerd met de gunstige weersomstandigheden en het verlangen naar 'de festivalervaring' zorgde voor een sfeervolle setting, waarbij het te hopen valt dat de coronacheck aan de deur voor voldoende veiligheid heeft gezorgd.

Qua muziek viel er niet veel te klagen, op een teleurstellend concert van ECHT! na (de trend van bandnamen met hoofdletters is helaas nog niet voorbij). Sterker nog, Dans Dans, die op het laatste moment voor Alfa Mist moest invallen, zette een dijk van een optreden neer. Gitarist Bert Dockx trok je met zijn hallucinante spel mee in een gevarieerde en boeiende set. Zijn fingerpicking deed je af en toe vermoeden dat hier een zoon van Hank Marvin op het podium stond.

Het concert van het Portico Quartet was voor velen letterlijk achtergrondmuziek tijdens het gelaten wachten in meterslange rijen voor de bar. Anderhalf uur later kon je met het felbegeerde drankje constateren dat het podium alweer gereed werd gemaakt voor het volgende concert.

Waarmee we zijn aanbeland bij het door velen gesmaakte hoogtepunt van deze dag: STUFF. (hun hoofdlettergebruik vergeven we ze dan maar even). De ontwikkeling die deze band heeft doorgemaakt is ongekend. Het concert trok als een goed geoliede locomotief aan onze ogen en oren voorbij, met drummer Lander Gyselinck steevast aan het roer in de machinekamer. De opzwepende breakbeats en het aanstekelijke speelplezier van het vijftal gaven precies die energieboost die we in deze tijden zo goed kunnen gebruiken.

Klara zorgt voor live verslaggeving van Jazz Middelheim. Alle concerten worden rechtstreeks uitgezonden en zijn achteraf terug te luisteren. Je kunt het festival hier volgen.

Foto: Maarten van de Ven

Labels: , , ,

(Maarten van de Ven, 14.8.21) - [print] - [naar boven]



Cd
Flat Earth Society - 'Boggamasta III' (Igloo, 2021)

Voor zo'n grote bezetting - zestien leden, die krijg je niet zomaar bij elkaar - blijft Flat Earth Society ongemeen productief. Drie jaar na dubbelaar 'Untitled #0' is de bende van Peter Vermeersch terug met een vervolg voor 'Boggamasta'. Zet je opnieuw schrap voor een portie uit z'n voegen barstende, multicolore spacefunkjazz.

Er viel geen tijd te verliezen, dus werd volume 2 gewoon overgeslagen. Wél weer van de partij: origineel bandlid David Bovée, die net als op de voorganger een stevige bijdrage levert aan het karakter van het album, met onder ranzige effecten bedolven zangpartijen en snedig gitaarwerk. Maar natuurlijk heeft dit orkest in reguliere bezetting ook al meer dan genoeg volk in de rangen om te stunten. Met deze tien blazers - inclusief bandleider Peter - kan (en zal) de band het volledige spectrum verkennen van schetterende trompetten, scheurende trombones, knallende en flitsende saxen, zwierige fluit en die pompommende tuba van Berlinde Deman.

Het is ook deze keer weer een excentrieke boel, met strak geregisseerde schijnbewegingen en uit hun haak hangende crossovers. De compacte opener 'Dust From The Stars' is een intentieverklaring, in goed 200 tellen binnen en buiten. Steek de begintune van Star Trek, ruimteprofeet Sun Ra en de magistrale gele van The B-52’s bij elkaar, en je hebt er ongeveer een idee van waar het naartoe gaat, met lekker ronkende baritonsax en de sirenenzang van Deman en Pauline Leblond. Dit is Fregglesjazz, onweerstaanbare cartoonkolder, kitsch op Ph.D.-niveau. Even goed: het latin-getrippel van 'Trust In Me', met opnieuw die verleidelijke meisjesstemmen die opduiken in een hoorspel met Ellingtoneske allure. Vooral knap ook hoe de blazers ingezet worden, de kleuren voortdurend veranderen.

En als 'Sit Rise' al opzichtig zwiert met die kloeke heupen, dan is het epische 'What' een uitgebreide staalkaart van favoriete tactieken. Een slepende elektrische bas versus een zingende, gestreken bas, met verderop plotse versnellingen, Zappa-stemmetjes met maffe accenten, kontschuddende ritmes, psychedelische effecten, breed uitgerolde trombones in surreëel samenzweerderige turbojazz met noir-randje, die enkel in deze contreien kan ontstaan. Natuurlijk: die cartooneske toestanden zijn niks voor wie het graag droog en gestroomlijnd heeft, want dit is een groep die écht gebruik maakt van de mogelijkheden die ter beschikking staan.

Struikelende ritmes, funky heen-en-weergeroep, verenneweerde hiphop-ideeën, aanzwellende statigheid, percussieweelde, musical-bombast... het zit er allemaal in. En als Ellington, Sun Ra en Zappa al klassieke referenties zijn, doe er dan gerust nog Barry Adamson, Nino Rota, Raymond Scott, Lalo Schifrin en The Residents bij. Een van de enige bands uit deze contreien die even consequent eclectisch en virtuoos kon zijn, was het Willem Breuker Kollektief, maar die klonk dan weer compleet anders. Het geeft wel een idee van de weelde. Ook letterlijk, want de digitale versie doet nog eens twee songs bovenop de dubbel-lp. Heerlijke onzin. En ja, het mag ietske meer zijn.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be | Foto: Jan Gitanes

Labels: ,

(Guy Peters, 13.8.21) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Joe Lovano Trio Tapestry - 'Garden Of Expression' (ECM, 2021)

Opname: november 2019

Twee jaar geleden verscheen het titelloze debuut van het nieuwe trio van saxofonist Joe Lovano, het Tapestry Trio. Onlangs kwam, wederom bij ECM Records, het vervolg uit: 'Garden Of Expression'. De samenstelling bleef ongewijzigd en dus vinden we naast Lovano pianiste Marilyn Crispell en percussionist Carmen Castaldi. Over het debuut betoonde ik mij meer dan enthousiast, met name vanwege de grote aandacht voor details. De lat ligt bij dit tweede album dan ook hoog. En niet alleen bij ons, Lovano zelf zegt: "I hope to inspire the Treasured Moments within us that bring us all together in an global tapestry of love, peace and understanding." 

Een opgave die in acht stukken gestalte krijgt. Acht wederom zeer verfijnde miniaturen waarin iedere noot op zijn plaats valt. Te beginnen met 'Chapel Song'. Een breekbare melodie, zorgvuldig door Crispell uitgerold en een al even subtiele, omfloerste bijdrage van Lovano. In 'Night Creatures' hebben de twee nog minder nodig om te overtuigen. Ragfijne lijnen blaast Lovano hier, terwijl op de achtergrond de subtiele noten van Crispell klinken. Pas als Lovano stilvalt komt Crispell op de voorgrond. En dan is er het spel van Castaldi. Viel hij op het debuutalbum al amper op, hier is zijn bijdrage nog bescheidener. Wat geenszins wil zeggen dat die er niet toe doet, integendeel. Juist die spaarzame geluiden voegen net dat beetje extra toe, kruiden de muziek op onverwachte wijze.

Dit is net als het debuut kortom een album dat het verdient om zorgvuldig te beluisteren en dat qua klankwereld uitstekend past bij wat we van deze platenmaatschappij gewend zijn. Vuurwerk klinkt er niet, spetterende solo's ontbreken. Veeleer overheersen hier de ingetogen bewegingen en het prachtige en trefzekere samenspel. Spel zoals je dat eigenlijk alleen kunt verwachten van musici die de nodige vlieguren hebben gemaakt, iets dat hier natuurlijk zeker aan de orde is. Wellicht is het mooiste voorbeeld van interne afstemming wel het titelstuk 'Garden Of Expression' en dan met name vanwege het samenspel tussen Crispell en Castaldi, waarin klank en stilte hand in hand gaan en het duo de spanning perfect doseert. Een goede tweede is dan 'Treasured Moments', waarin we alle drie de musici in perfecte interactie horen. Castaldi speelt een hoofdrol in 'Sacred Chant'. Percussiespel dat associaties oproept met mystieke rituelen, prachtig aangelengd met Crispells spaarzame noten. Het album sluit af met 'Zen Like', iets dat ik eigenlijk voor het hele album vindt gelden. De mate van subtiliteit is hier groot, zonder meer, maar het wijkt niet echt af van de overige stukken. Vaak beluisteren dit album, vooral geschikt voor sombere winteravonden.

In de Jazztube hierboven zie je het Trio Tapestry in actie met een uitvoering van 'Seeds Of Change' tijdens Jazzfest Bonn 2019.

OP MAANDAG 16 AUGUSTUS TREEDT JOE LOVANO OP TIJDENS JAZZ MIDDELHEIM, SAMEN MET JOEY BARON EN GREG COHEN.

Labels: , , , ,

(Ben Taffijn, 11.8.21) - [print] - [naar boven]



Cd
Bugpowder - 'Cage Tennis' (TryTone, 2021)

Opname: 30 juni 2020

Deze vier heren herinterpreteren en gaan los op een aantal composities van Ornette Coleman uit de jaren 70 en 80 'and an odd one from the 60s'.

In 'Happy House' horen we een prominente inbreng van drummer Tristan Renfrow. In 2014 viel hij al op toen hij met KHQ, een internationale band uit Amsterdam rond pianist Keno Harriehausen, de finale won van de tweede JazzContest in Mechelen.

Jeroen Kimman (electrische gitaar, basgitaar) en Jasper Stadhouders (basgitaar, akoestische gitaar) brengen rust in de intro van Charlie Hadens 'Song For Che', waarna Tobias Klein met fraaie toon op zijn basklarinet de melodie alle eer aandoet. Ook in de snelle stukken op altsaxofoon blijft hij dankzij zijn techniek glashelder en messcherp te volgen. Bij Bugpowders vertolking van 'Sleep Talk' doet niemand ook maar één oog dicht.

Als je van avontuurlijk en pittige free jazz houdt ben je met deze cd aan het juiste adres. Voor mij was Bugpowder eerder Hugpowder van topkwaliteit!

Klik hier om drie tracks van dit album te beluisteren.

Labels: , ,

(Cees van de Ven, 9.8.21) - [print] - [naar boven]



Vooruitblik / Festival
Jazz Middelheim 2021

Zou het doorgaan? Kunnen we volgende week vrijdag naar Jazz Middelheim? Je kunt het bijna niet geloven, na zo'n lange tijd geen concerten en festivals. Is dat op zich al bijzonder, wat echt aan het surrealistische grenst is het programma. Want laten we eerlijk zijn, een programma met overwegend Belgische musici en een paar uit wat omringende landen was geenszins vreemd geweest. Maar nee hoor, deze editie doet gewoonweg niet onder voor eerdere jaren! Het enige wat dit keer ontbreekt is het kleine podium waar we de afgelopen paar jaar aan gewend waren geraakt. Daar staat tegenover dat we nu vier dagen lang vijf acts per avond krijgen, in totaal dus twintig concerten voor diegenen die vier dagen gaan.

Vrijdag 13 augustus is daarbij ingeruimd voor de avonturiers en de enige avond waar het publiek mag staan. Hier een aantal bekenden, waaronder het Belgische STUFF. en het Engelse Portico Quartet, naast nieuwkomers Alfa Mist, Emma-Jean Thackray en ECHT! Verwacht hier musici die naast jazz putten uit soul, hiphop, rock en elektronica en laten horen dat de jazz nog altijd springlevend is en zich blijft vernieuwen.

De zaterdag is al even avontuurlijk ingericht, al blijven we hier wel iets dichter bij de traditie. Het Belgische John Ghost dat de dag zal openen is voor mij nieuw, maar de rest van het programma is om je vingers bij af te likken. Tony Malaby, Jozef Dumoulin en Samuel Ber gaan geheid voor vuurwerk zorgen, iets wat ook zeker gaat gelden voor pianist Kris Defoort die de degens kruist met Wolter Wierbos en Han Bennink. Bij MiXMONK zal het er wat harmonischer aan toegaan, maar dat mag de pret geenszins drukken, want dit trio van Robin Verheyen, Bram De Looze en Joey Baron heeft zijn sporen inmiddels al lang verdiend. Avant-gardisten kijken echter reikhalzend uit naar de slotact van deze avond: John Zorn, Laurie Anderson en Bill Laswell. Het doet ons mijmeren over 2009, toen Zorn en Anderson hier stonden met wijlen Lou Reed voor een van de beste concerten uit de geschiedenis van dit festival, al dacht een groot deel van het publiek - dat duidelijk kwam voor een andere Lou Reed - daar geheel anders over. Laswell kennende, zou dit concert overigens nog wel eens een graadje extremer uit kunnen vallen.

Zondag 15 augustus begint aan het andere einde van het spectrum. Bij musici als Toine Thys en Harmen Fraanje verwachten we het summum aan harmonisch vernuft, maar rietblazer Michel Portal zal deze lijn zeker niet door gaan trekken. Nils Wogram, Lander Gyselinck en Bojan Z zullen daar mede garant voor staan. Verrassen laat ik me door vocaliste Youn Sun Nah, die optreedt met de heel wat bekendere gitarist Ulf Wakenius en door 'Morricone Stories' van saxofonist Stefano di Battista. Anouar Brahem mag met de muziek van zijn album 'The Astounding Eyes Of Rita' de dag afsluiten. Verrassen zal hij niet, maar je zult een speld kunnen horen vallen.

Ook de maandag is de dag van de grote namen. Joe Lovano komt met Joey Baron en Greg Cohen, bassist Avishai Cohen neemt Elchin Shirinov en Roni Kaspi mee en Philip Catherine deelt het podium met Bert van den Brink, Nicola Andrioli en Angelo Mustapha. Verder op het podium: het Pete Agora's Trio, waar Lovano bij aansluit, en de Lara Rosseel Band met een negental Belgische coryfeeën. Genoeg reden dus om een of meerdere dagen af te reizen naar Antwerpen, het kan weer!

Klik hier voor meer informatie over Jazz Middelheim 2021.

Foto's: Cees van de Ven

Labels: , ,

(Ben Taffijn, 6.8.21) - [print] - [naar boven]



Cd's / Download
Ig Henneman - 'Solo Songs For Instruments' (Wig, 2020)

Opname: 9 juni 2015 / 13 november 2016 / 28 november & 13 december 2019
Baars / Dumitru / Henneman / Masafrets - 'Aforismen, Aforisme, Aforismes' (Evil Rabbit, 2021)
Opname: 30 juni 2019
Ig Henneman Sextet & Guus Janssen - 'FERVID' (Catalytic Sound, 2020)
Opname: 12 december 2010

Zonder enige twijfel behoort (alt)violiste Ig Henneman tot de meest interessante musici/componisten van ons land. Al zo'n vijftig jaar actief in zowel de geïmproviseerde als de gecomponeerde muziek slaat zij daarbij bruggen tussen verschillende muzikale werelden. Beiden komen hier uitgebreid aan bod. Op het eigen Wig-label verscheen onlangs gecomponeerd werk, een aantal 'Solo Songs For Instruments', een serie waar Henneman steeds nieuwe stukken aan toevoegt en op Evil Rabbit verscheen een cd, die om recht te doen aan het internationale karakter als titel meekreeg 'Aforismen Aforisme Aforismes', waarop we Henneman horen met partner Ab Baars en collega-strijkers George Dumitru en Pau Sola Masofrets. Henneman en Baars horen we ook op 'FERVID', met daarop liveopnames van het Ig Henneman Sextet, aangevuld met Guus Janssen op orgel. Dat album verscheen als download bij Catalytic Sound.

Hennemans achtergrond ligt in de klassieke muziek. Als kind studeerde ze in Haarlem piano en later viool en vervolgde dit met studies op piano aan het conservatorium van Amsterdam, om daar later over te stappen op viool en vervolgens altviool. Na haar studies komt ze met andere muziekstijlen in aanraking en via de pianist Nedly Elstak ontdekt ze begin jaren 80 de geïmproviseerde muziek. In 1985 begint ze haar eigen groep waar die twee werelden, gecomponeerde muziek en vrije improvisatie, samenkomen. Intussen begint ze ook met componeren voor anderen. Om daar meer thuis in te raken studeert ze in 1988 bij Robert Heppener. Het leidt tot een carrière in twee sporen die tot vandaag de dag doorloopt, al is de laatste jaren het accent wat meer verschoven naar gecomponeerd werk.

Een belangrijk onderdeel daarin vormt die serie 'Solo Songs For Instruments'. Op het gelijknamige album vinden we er vijf, die voor cello, viool, altviool, klarinet/basklarinet en fagot. Alle vijf vinden de basis in een gedicht - een andere passie van Henneman - dat door haar vooraf muzikaal wordt ontleed en aansluitend het geraamte vormt van het stuk. En niet alleen als inspiratie; de woorden, uitgesproken door de solist, maken er iedere keer weer integraal deel van uit. Zo horen we direct aan het begin in 'As if', de 'Solo Song For Cello', de openingswoorden van Emily Dickinsons 'I Felt A Cleaving In My Mind' terug. 'As if my brain has split' luidt de tweede regel, het verklaart de duistere en ontregelende klanken, waarin celliste Lidy Blijdorp excelleert. Verderop volgen de woorden, naadloos passend in het spel. Een ander mooi voorbeeld van verklanking, in dit geval van 'Im Gewitter Der Rosen' van Ingeborg Bachmann, is de 'Solo Song For Violin - In The Storm Of Roses'. Die liefelijke roos, die ook doorns heeft, wordt hier perfect verklankt door de viool van Diamanda La Berge Dramm. En ja, de honden zijn overduidelijk hoorbaar in 'Solo Song For Bassoon - Hardwood Floorboards', prachtig gespeeld door Dana Jessen.

Het componeren weerhoudt Henneman geenszins van het spelen. Bijvoorbeeld met violist George Dumitru, die haar ooit benaderde omdat hij meer wilde weten over de altviool, en met cellist Pau Sola Masafrets. En aangezien Ab Baars toch in huis was, werd een trio al snel een kwartet. Een twee jaar geleden door Dumitru en Pau georganiseerde opnamesessie resulteerde in 'Aforismen Aforisme Aforismes'. Drie strijkers en Baars op klarinet en shakuhachi wisselen elkaar af met een bont klankpalet. Vrij zachte klanken, gestreken nevels, hoge fluittonen, spannende glissandi, driftig geklop en gekraak en machtig mooi, spontaan samenspel: het levert een klankwereld op die redelijk vaak doet denken aan de natuur. Soms nauwelijks hoorbaar door de stortregens die ons deze zaterdagmiddag teisteren. Mooie voorbeelden van de diverse klankuitingen vormen twee aan elkaar tegengestelde stukken: 'Laagveen' en 'Dune'; de associatie met de natuur leeft duidelijk niet alleen bij mij. Kenmerkt het eerste stuk zich met name door langgerekte, fluisterzachte strijkerslijnen, in het tweede staan veel stroevere klanken centraal, inclusief de klanken die je krijgt als je de kast bewerkt.

Alle inkomsten van de download 'FERVID' gaan naar PEN International, een idee van Henneman. Wat zij doen is volgens de Bandcamp-pagina 'helping to promote cultural understanding and fight for persecuted writers, safeguard civil society and education programmes worldwide, defend freedom of expression, protect writers at risk, defend linguistic rights, and promote literature across frontiers'. Alleen dat al maakt de aanschaf van dit album de moeite waard.

Maar er is meer, natuurlijk is er meer. Er is de muziek, de weerslag van een concert in de Philharmonie, Haarlem, december 2010. We horen een geluid dat veel weg heeft van geschuifel op een grindpad, gevolgd door een krachtige, robuuste solo van trompettist Axel Dörner, geflankeerd door Marilyn Lerner op piano. De melodie van 'Cut A Caper' volgt daarna - het sextet, dat behalve Henneman en Baars verder nog bestaat uit bassist Wilbert de Joode en klarinettist Lori Freedman, is compleet. Janssen klinkt in 'Toe And Heel', een improvisatie voor het pijporgel. Mooie, zware klanken, van Freedman op basklarinet en De Joode volgen in 'Brain And Body', afgewisseld door Dorner en Baars, hier op tenorsax. Dan krijgt het stuk swing, Freedman beweegt zich er soepel doorheen. Spannende klanken, balancerend tussen orde en vrijheid, zijn ook te horen in het soms wat circusachtige 'Light Verse', met hoofdrollen voor Henneman en De Joode. Janssen horen we nog een keer in 'A Far Cry', naadloos aansluitend bij het sextet.

Foto: Cees van de Ven

Labels: , , ,

(Ben Taffijn, 3.8.21) - [print] - [naar boven]



Film / Jazztube
Jazz On A Summer's Day

Nog voor de sixties en Woodstock pionierde Bert Stern met de registratie van een meerdaags muziekfestival. 'Jazz On A Summer’s Day' werd een historisch document en de eerste markante concertfilm. Het betreft een klassiek geworden registratie van het Newport Jazz Festival, dat in juli 1958 tegelijk met America's Cup Race voor zeilboten plaatsvond. Stern was eind jaren vijftig al een bekend reclamefotograaf, maar met 'Jazz On A Summer’s Day' leverde hij zijn eerste film af. De film is onlangs uitmuntend gerestaureerd qua beeld en geluid en is vanaf deze week te zien in 45 bioscopen en filmhuizen.

"How you make me feel like a star!", murmelt Mahalia Jackson, de ogen afwendend van het applaudisserend publiek, net voordat haar versie van 'The Lord’s Prayer' de film adembenemend afsluit. Het illustreert de bescheidenheid van de gospelzangeres, maar ook hoezeer deze concertfilm uit 1959 een ander tijdperk weerspiegelt. Best bevreemdend, want door deze nieuwe restauratie lijken we zelf deel te nemen aan het meerdaagse festival. Alleen, in tegenstelling tot de aanwezigen is de kijker zich wél bewust van het unieke karakter van de performances van jazziconen als Thelonious Monk, Anita O'Day, Gerry Mulligan, Dinah Washington en Louis Armstrong tijdens deze editie van het Newport Jazz Festival.

Een van de mooiste optredens komt van zangeres Anita O'Day, gekleed in fraaie zwarte jurk, met witte handschoentjes en elegante hoed. Zij houdt het publiek in haar greep met een prachtige uitvoering van 'Sweet Georgia Brown' en een supersnel uitgevoerde versie van 'Tea For Two'. Stern wisselt de optredens af met shots van het publiek dat op houten stoeltjes zit. Soms lijken ze verveeld - eentje leest zelfs een boek - maar meestal reageren ze enthousiast.

Ook zien we een repetitie van het Chico Hamilton Quintet, met Eric Dolphy op fluit. Hamiltons band had een afwijkende bezetting, inclusief cellist Nathan Gershman, die we met sigaret tussen de lippen de prelude van Bachs eerste cellosuite zien oefenen.

Voor de jazzliefhebber is het achteraf betreurenswaardig dat Stern de optredens van bijvoorbeeld trompettist Miles Davis, met John Coltrane op tenorsax, niet vastlegde, evenmin als Sonny Rollins. In plaats van deze jazzvernieuwers - van Monk krijgen we één nummer - concentreert de film zich op vrij traditionele jazz, blues en gospel. Tekenend is het optreden van Louis Armstrong and his All-Stars, waarbij de nadruk ligt op humor en een gouwe ouwe als 'When The Saints Come Marching In'.

Wie opmerkzaam is, zal naast jazzcriticus Martin Williams ook Newport Jazz Festival-oprichtster Elaine Lorillard signaleren, al rept 'Jazz On A Summer’s Day' met geen woord over het tegendraadse van haar initiatief om jazz en zwarte muzikanten naar het Rhode Island van de witte plutocratische elite te brengen. Toch is Stern niet alleen in de groove geïnteresseerd. Heel subtiel brengt hij een ode aan de kracht van jazzmuziek en popcultuur om een verstarde samenleving wakker te schudden. Ook al is het eind jaren vijftig nog even wachten op 'veranderende tijden'.

In de Jazztube zie en hoor je het Chico Hamilton Quintet tijdens het Newport Jazz Festival 1958 met een uitvoering van 'Blue Sands'.

Bronnen: Filmkrant, NRC

Labels: , ,

(Maarten van de Ven, 31.7.21) - [print] - [naar boven]



In memoriam
Henk Coolen

Hij haalde grote namen zoals John Coltrane en Bill Evans naar Eindhoven en zette café Wilhelminadaarmee op de kaart. Henk Coolen, medeoprichter van Jazzclub Wilhelmina is afgelopen zondag op 83-jarige leeftijd overleden in zijn woonplaats Best. Als jochie was Coolen al bevangen door de jazz, zo vertelt zijn zoon Gijs namens de familie. "Amerikaanse jazz die na de oorlog met de bevrijders mee kwam naar Nederland. Hij vertelde ons dat hij er stiekem naar luisterde op de radio en een tik op de vingers kreeg als zijn ouders hem betrapten. Mijn vader kwam uit een muzikaal nest maar jazz vonden ze maar herrie. Klassieke muziek was de norm."

Het weerhield Coolen er niet van zelf ook muziek te maken. Jazz natuurlijk. In 1965 richt hij het Henk Coolen Trio op dat later werd omgedoopt tot Wheels. Ook was hij bestuurslid van de Eindhovense Jazz Sociëteit in café Poort van Kleef aan de Markt. Begin jaren 70 opende Will Klappe aan het Wilhelminaplein café Wilhelmina en hij vroeg Coolen om hier met Jazzclub Wilhelmina te starten. "Iedere maandag was er een jazzoptreden", aldus zoon Gijs. "Ze hadden goede contacten met een impresariaat dat veel beroemde muzikanten naar Nederland haalde. Maandag was altijd een soort tussendag en bij het impresariaat hadden ze er vooral belang bij dat de muzikanten geen gekke dingen gingen doen. Als die de hele avond naar de kroeg en de hoeren gingen, konden ze ze op de dag van het optreden opvegen. Ze hadden dus liever dat er een optreden in Wilhelmina werd geregeld. Het betaalde bijna niks maar ze wisten in ieder geval wel waar de muzikanten waren."

Coolen schreef ook recensies voor het Eindhovens Dagblad. Een baantje dat hij op een bijzondere manier overnam van Peter Koelewijn, vertelt laatstgenoemde. "In de jaren zestig schreef ik eerst zelf die recensies voor de krant. Punt was alleen dat ik niet altijd tijd of zin had om de hele avond te gaan. Dus dan liep ik tegen het eind nog even binnen en zocht ik Henk op aan de bar. Die had veel verstand van jazz en dan hoefde ik alleen maar te zeggen: 'nou Henk, dat was me het avondje wel'. Vervolgens begon hij breeduit te vertellen over de artiesten en hoe goed ze wel niet gespeeld hadden. Dat verhaal stond dan de volgende dag in de krant."

Het ging goed tot Koelewijn op een avond over een optreden begon dat nog helemaal niet geweest was. "De Amerikaan die zou optreden was ergens opgehouden en moest nog beginnen. Henk was echter allang blij met de publiciteit voor de jazz dus we hebben de samenwerking gewoon in stand gehouden. Toen ik stopte bij het ED heb ik hem voorgedragen als opvolger."

Coolen speelde gedurende zijn leven in meerdere bandjes, vaak als gastmuzikant. In 1995 start hij een samenwerking met de bekende Eindhovense saxofonist en producer Tony Vos. In 2010 stopt hij met muziek maken omdat pianospelen niet meer kan door zijn reuma. Behalve muzikant was Coolen grafisch ontwerper en in die hoedanigheid docent aan de Academie voor Industriële Vormgeving (de huidige Design Academy). Met in die jaren een hele succesvolle lichting met onder andere Piet Hein Eek.

Bronnen: AD, Eindhovens Dagblad | Foto: Cees van de Ven

Labels: ,

(Cees van de Ven, 25.7.21) - [print] - [naar boven]



Festival
Gent Jazz 2021

"Na de openingsdag viel er wat geëmmer te ontwaren over het dansende volkje dat aan het einde van de TaxiWars-set de beschikbare ruimte gebruikte om de benen te strekken, en vooral ook de reactie van het festival. 'Gent Jazz neemt maatregelen tegen dansers' kopte De Standaard een beetje surreëel. Koren op de molen van de vrijheidsliga of zij die er een kans in zagen om de jazzscene na de hippe opmars van de voorbije jaren terug in het duffe hoekje te duwen. Een scheet in een fles, ook. Op 10 juli waren we er vooral voor de muziek, en we waren niet alleen, want van het ontluisterende geroezemoes waar Naima Joris een dag eerder nog mee af te rekenen kreeg viel deze keer weinig te bespeuren. Een dag zonder jazztoeristen, ideaal!"

Op zaterdag 10 juli bezocht Guy Peters het festival Gent Jazz. Vanaf de Bijlokesite doet hij verslag van de concerten van Donder & Apeland, Antoine Pierre URBEX Electric, 3Men In A BoaT ft. Louis Sclavis en Richard Galliano New Musette Quartet.

Klik hier om zijn festivalverslag te lezen.

Foto: Cees van de Ven

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 23.7.21) - [print] - [naar boven]



Concert
Visueel en auditief bombardement

Gido Lahuis & GEIT, vrijdag 17 juli 2021, VERA, Groningen

"Zo, dit wordt hersenschade morgen," stelde het meisje naast me grimmig vast. Dat was nadat gitarist/zanger Gido Lahuis en de zijnen weer eens een geslaagd bombardement op de bezoekers van VERA hadden uitgevoerd. Want het collectief GEIT van deze Friese toonkunstenaar heeft het begrip 'pianissimo' al lang geleden naar de vuilstort afgevoerd. Het volume varieerde van luid tot luid XXL.

Dat bombardement was van auditieve én visuele aard. De geluidsexplosies gingen namelijk gepaard met computeranimaties die Nanne Vuilmasker achter het trio projecteerde. Collages van abstracte golvende beelden en gemanipuleerde marathonlopers die verbeten door het overstroomde Limburg draafden. Inderdaad, de maakster mixte uitermate actuele informatie, water en vuur, op omineuze wijze met non-figuratieve beelden. Voor een deel ging dat à l'improviste. Ik moest op de een of andere manier sterk denken aan 'Koyaanisqatsi' van Godfrey Reggio en Philip Glass uit '82. Ook zo'n hallucinante collage van flitsende beelden en minimalistisch klanken.

De muziek van Lahuis heeft eveneens minimalistische trekjes. Gitaar en slagwerk leverden de repetitieve laagjes; best een avontuur, een minuut of tien identieke ritmische patronen, gelardeerd met de nerveuze apocalyptische visuals. En dat in een vervreemdende sfeer, tafeltjes en stoeltjes en waxinelichtjes - in VERA! Het geheel werd nog eens kracht bijgezet door de door Nanne ontketende lichtflitsen, die als zware wapens werden ingezet. Nikola Tesla was er niets bij. Ik had medelijden met de arme epileptici onder de bezoekers.

Toch eens informeren hoe het inmiddels met mijn buurmeisje gaat. De incubatietijd moet zo langzamerhand toch wel zo'n beetje voorbij zijn.

Foto's: Richard Postma

Labels: , , ,

(Eddy Determeyer, 19.7.21) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...







Menupagina's:


































Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Pelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.