Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Film / Jazztube
Jazz On A Summer's Day

Nog voor de sixties en Woodstock pionierde Bert Stern met de registratie van een meerdaags muziekfestival. 'Jazz On A Summer’s Day' werd een historisch document en de eerste markante concertfilm. Het betreft een klassiek geworden registratie van het Newport Jazz Festival, dat in juli 1958 tegelijk met America's Cup Race voor zeilboten plaatsvond. Stern was eind jaren vijftig al een bekend reclamefotograaf, maar met 'Jazz On A Summer’s Day' leverde hij zijn eerste film af. De film is onlangs uitmuntend gerestaureerd qua beeld en geluid en is vanaf deze week te zien in 45 bioscopen en filmhuizen.

"How you make me feel like a star!", murmelt Mahalia Jackson, de ogen afwendend van het applaudisserend publiek, net voordat haar versie van 'The Lord’s Prayer' de film adembenemend afsluit. Het illustreert de bescheidenheid van de gospelzangeres, maar ook hoezeer deze concertfilm uit 1959 een ander tijdperk weerspiegelt. Best bevreemdend, want door deze nieuwe restauratie lijken we zelf deel te nemen aan het meerdaagse festival. Alleen, in tegenstelling tot de aanwezigen is de kijker zich wél bewust van het unieke karakter van de performances van jazziconen als Thelonious Monk, Anita O'Day, Gerry Mulligan, Dinah Washington en Louis Armstrong tijdens deze editie van het Newport Jazz Festival.

Een van de mooiste optredens komt van zangeres Anita O'Day, gekleed in fraaie zwarte jurk, met witte handschoentjes en elegante hoed. Zij houdt het publiek in haar greep met een prachtige uitvoering van 'Sweet Georgia Brown' en een supersnel uitgevoerde versie van 'Tea For Two'. Stern wisselt de optredens af met shots van het publiek dat op houten stoeltjes zit. Soms lijken ze verveeld - eentje leest zelfs een boek - maar meestal reageren ze enthousiast.

Ook zien we een repetitie van het Chico Hamilton Quintet, met Eric Dolphy op fluit. Hamiltons band had een afwijkende bezetting, inclusief cellist Nathan Gershman, die we met sigaret tussen de lippen de prelude van Bachs eerste cellosuite zien oefenen.

Voor de jazzliefhebber is het achteraf betreurenswaardig dat Stern de optredens van bijvoorbeeld trompettist Miles Davis, met John Coltrane op tenorsax, niet vastlegde, evenmin als Sonny Rollins. In plaats van deze jazzvernieuwers - van Monk krijgen we één nummer - concentreert de film zich op vrij traditionele jazz, blues en gospel. Tekenend is het optreden van Louis Armstrong and his All-Stars, waarbij de nadruk ligt op humor en een gouwe ouwe als 'When The Saints Come Marching In'.

Wie opmerkzaam is, zal naast jazzcriticus Martin Williams ook Newport Jazz Festival-oprichtster Elaine Lorillard signaleren, al rept 'Jazz On A Summer’s Day' met geen woord over het tegendraadse van haar initiatief om jazz en zwarte muzikanten naar het Rhode Island van de witte plutocratische elite te brengen. Toch is Stern niet alleen in de groove geïnteresseerd. Heel subtiel brengt hij een ode aan de kracht van jazzmuziek en popcultuur om een verstarde samenleving wakker te schudden. Ook al is het eind jaren vijftig nog even wachten op 'veranderende tijden'.

In de Jazztube zie en hoor je het Chico Hamilton Quintet tijdens het Newport Jazz Festival 1958 met een uitvoering van 'Blue Sands'.

Bronnen: Filmkrant, NRC

Labels: , ,

(Maarten van de Ven, 31.7.21) - [print] - [naar boven]



In memoriam
Henk Coolen

Hij haalde grote namen zoals John Coltrane en Bill Evans naar Eindhoven en zette café Wilhelminadaarmee op de kaart. Henk Coolen, medeoprichter van Jazzclub Wilhelmina is afgelopen zondag op 83-jarige leeftijd overleden in zijn woonplaats Best. Als jochie was Coolen al bevangen door de jazz, zo vertelt zijn zoon Gijs namens de familie. "Amerikaanse jazz die na de oorlog met de bevrijders mee kwam naar Nederland. Hij vertelde ons dat hij er stiekem naar luisterde op de radio en een tik op de vingers kreeg als zijn ouders hem betrapten. Mijn vader kwam uit een muzikaal nest maar jazz vonden ze maar herrie. Klassieke muziek was de norm."

Het weerhield Coolen er niet van zelf ook muziek te maken. Jazz natuurlijk. In 1965 richt hij het Henk Coolen Trio op dat later werd omgedoopt tot Wheels. Ook was hij bestuurslid van de Eindhovense Jazz Sociëteit in café Poort van Kleef aan de Markt. Begin jaren 70 opende Will Klappe aan het Wilhelminaplein café Wilhelmina en hij vroeg Coolen om hier met Jazzclub Wilhelmina te starten. "Iedere maandag was er een jazzoptreden", aldus zoon Gijs. "Ze hadden goede contacten met een impresariaat dat veel beroemde muzikanten naar Nederland haalde. Maandag was altijd een soort tussendag en bij het impresariaat hadden ze er vooral belang bij dat de muzikanten geen gekke dingen gingen doen. Als die de hele avond naar de kroeg en de hoeren gingen, konden ze ze op de dag van het optreden opvegen. Ze hadden dus liever dat er een optreden in Wilhelmina werd geregeld. Het betaalde bijna niks maar ze wisten in ieder geval wel waar de muzikanten waren."

Coolen schreef ook recensies voor het Eindhovens Dagblad. Een baantje dat hij op een bijzondere manier overnam van Peter Koelewijn, vertelt laatstgenoemde. "In de jaren zestig schreef ik eerst zelf die recensies voor de krant. Punt was alleen dat ik niet altijd tijd of zin had om de hele avond te gaan. Dus dan liep ik tegen het eind nog even binnen en zocht ik Henk op aan de bar. Die had veel verstand van jazz en dan hoefde ik alleen maar te zeggen: 'nou Henk, dat was me het avondje wel'. Vervolgens begon hij breeduit te vertellen over de artiesten en hoe goed ze wel niet gespeeld hadden. Dat verhaal stond dan de volgende dag in de krant."

Het ging goed tot Koelewijn op een avond over een optreden begon dat nog helemaal niet geweest was. "De Amerikaan die zou optreden was ergens opgehouden en moest nog beginnen. Henk was echter allang blij met de publiciteit voor de jazz dus we hebben de samenwerking gewoon in stand gehouden. Toen ik stopte bij het ED heb ik hem voorgedragen als opvolger."

Coolen speelde gedurende zijn leven in meerdere bandjes, vaak als gastmuzikant. In 1995 start hij een samenwerking met de bekende Eindhovense saxofonist en producer Tony Vos. In 2010 stopt hij met muziek maken omdat pianospelen niet meer kan door zijn reuma. Behalve muzikant was Coolen grafisch ontwerper en in die hoedanigheid docent aan de Academie voor Industriële Vormgeving (de huidige Design Academy). Met in die jaren een hele succesvolle lichting met onder andere Piet Hein Eek.

Bronnen: AD, Eindhovens Dagblad | Foto: Cees van de Ven

Labels: ,

(Cees van de Ven, 25.7.21) - [print] - [naar boven]



Festival
Gent Jazz 2021

"Na de openingsdag viel er wat geëmmer te ontwaren over het dansende volkje dat aan het einde van de TaxiWars-set de beschikbare ruimte gebruikte om de benen te strekken, en vooral ook de reactie van het festival. 'Gent Jazz neemt maatregelen tegen dansers' kopte De Standaard een beetje surreëel. Koren op de molen van de vrijheidsliga of zij die er een kans in zagen om de jazzscene na de hippe opmars van de voorbije jaren terug in het duffe hoekje te duwen. Een scheet in een fles, ook. Op 10 juli waren we er vooral voor de muziek, en we waren niet alleen, want van het ontluisterende geroezemoes waar Naima Joris een dag eerder nog mee af te rekenen kreeg viel deze keer weinig te bespeuren. Een dag zonder jazztoeristen, ideaal!"

Op zaterdag 10 juli bezocht Guy Peters het festival Gent Jazz. Vanaf de Bijlokesite doet hij verslag van de concerten van Donder & Apeland, Antoine Pierre URBEX Electric, 3Men In A BoaT ft. Louis Sclavis en Richard Galliano New Musette Quartet.

Klik hier om zijn festivalverslag te lezen.

Foto: Cees van de Ven

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 23.7.21) - [print] - [naar boven]



Concert
Visueel en auditief bombardement

Gido Lahuis & GEIT, vrijdag 17 juli 2021, VERA, Groningen

"Zo, dit wordt hersenschade morgen," stelde het meisje naast me grimmig vast. Dat was nadat gitarist/zanger Gido Lahuis en de zijnen weer eens een geslaagd bombardement op de bezoekers van VERA hadden uitgevoerd. Want het collectief GEIT van deze Friese toonkunstenaar heeft het begrip 'pianissimo' al lang geleden naar de vuilstort afgevoerd. Het volume varieerde van luid tot luid XXL.

Dat bombardement was van auditieve én visuele aard. De geluidsexplosies gingen namelijk gepaard met computeranimaties die Nanne Vuilmasker achter het trio projecteerde. Collages van abstracte golvende beelden en gemanipuleerde marathonlopers die verbeten door het overstroomde Limburg draafden. Inderdaad, de maakster mixte uitermate actuele informatie, water en vuur, op omineuze wijze met non-figuratieve beelden. Voor een deel ging dat à l'improviste. Ik moest op de een of andere manier sterk denken aan 'Koyaanisqatsi' van Godfrey Reggio en Philip Glass uit '82. Ook zo'n hallucinante collage van flitsende beelden en minimalistisch klanken.

De muziek van Lahuis heeft eveneens minimalistische trekjes. Gitaar en slagwerk leverden de repetitieve laagjes; best een avontuur, een minuut of tien identieke ritmische patronen, gelardeerd met de nerveuze apocalyptische visuals. En dat in een vervreemdende sfeer, tafeltjes en stoeltjes en waxinelichtjes - in VERA! Het geheel werd nog eens kracht bijgezet door de door Nanne ontketende lichtflitsen, die als zware wapens werden ingezet. Nikola Tesla was er niets bij. Ik had medelijden met de arme epileptici onder de bezoekers.

Toch eens informeren hoe het inmiddels met mijn buurmeisje gaat. De incubatietijd moet zo langzamerhand toch wel zo'n beetje voorbij zijn.

Foto's: Richard Postma

Labels: , ,

(Eddy Determeyer, 19.7.21) - [print] - [naar boven]



Cd's
Eddie Prévost portret - deel 4

N.O. Moore, Eddie Prévost & Jason Yarde - 'Nous' (Matchless, 2020)
Opname: 22 februari 2020
John Butcher, Eddie Prévost en Guillaume Viltard - 'Iklectic Live One' (Matchless, 2020)
Opname: 23 november 2016

Tot slot van een serie rondom percussionist Edward (Eddie) Prévost nog twee trio's waarvan nieuwe albums verschenen, beiden bij Prévosts eigen Matchless Recordings. In 'Nous' horen we hem samen met N.O. (Nathan) Moore, een combinatie die eerder voorbij zagen komen op 'The Secret Handshake With Danger' en saxofonist Jason Yarde, die ook de elektronica hanteert. Op 'Iklectic Live One' horen we Prévost met saxofonist John Butcher en bassist Guillaume Viltard.

In het boekje bij 'Nous' wordt stilgestaan bij het wezen van improvisatie, net als Prévost uitgebreid doet in zijn boek 'An Uncommon Music For The Common Man', waar deze serie mee begon. Nogal eens wordt improvisatie 'instant composition' genoemd, een term waar Prévost het mee oneens is en - zo blijkt uit dit boekje - Moore eveneens. Die noemt het 'social composition', het gaat om "the construction of social situations where such music can be played and heard". Prévost zal instemmen met 'social', maar niet met 'composition'. Voor hem hebben compositie en improvisatie niets met elkaar gemeen. Over het eerste worden immers allerlei afspraken gemaakt, zowel vooraf als tijdens de uitvoering, bij het tweede ontbreekt dat totaal. En het is goed om ons dat weer eens te realiseren bij het beluisteren van deze twee albums: alles wat we horen ontstond in het moment, in de Vortex, respectievelijk Iklectic, twee jazzclubs in Londen. Dat juist deze muziek het afgelopen jaar in de verdrukking kwam, moge duidelijk zijn: juist bij improvisatie is een concert met publiek van enorm belang. De opnames van 'Nous' stammen dan ook van vlak voor de eerste lockdown, die van 'Iklectik Live One' van november 2016.

'Nous' bestaat uit vijf stukken, te beginnen met het vrij onrustige 'Attunement'. Yarde en Moore creëren repetitieve patronen, terwijl Prévost op de achtergrond de overgebleven ruimte vult, uitmondend in een relatief strakke solo van de laatste. Moore en Yarde sluiten weer aan, met elkaar zoekend naar klanken, boeiende lijnen trekkend. In 'Lorelei Of Music' trekt het trio deze lijn door. We horen Yarde hier op sopraansax, wat de 'Lorelei' van de titel verklaart. Hij laat zijn instrument vervaarlijk janken en krijsen. 'Between You And Me And' is het gewenste rustpunt, waarin vooral de elektronica een belangrijke rol speelt. Onbestemde klankuitingen krijgen gezelschap van Yardes melodieuze schermutselingen. In het lange 'Impossible Meaning' belanden we weer in een kleurrijke maalstroom, waarin andermaal dat prachtige spel van Yarde opvalt, maar waarin ook Moore flink aan de snaren trekt. Een bijzonder onstuimige set, die zijn voltooiing vindt in 'A Tune Meant'.

Na een korte, maar onstuimige drumsolo horen we John Butcher in 'Electric', het eerste deel van de 'Chinese Whispers Suite' oftewel 'Iklectic Live One'. Sputterende klanken op de sopraansax. Viltard voegt zich erbij met opvallend ritmisch basspel en dan valt het even helemaal stil. Prévost gaat met bekkens in de weer, waarna we wederom Butcher en Viltard horen. De bassist valt verderop op met een tegen een drone aanhangend klankpatroon, gerealiseerd door te werken met de strijkstok, waar Butcher en Prévost dankbaar gebruik van maken. Verder in dit eerste deel, van een set die net als 'Nous' raakvlakken met free jazz heeft, mooie solo's van zowel Butcher als Prévost. Dat bijzondere spel van Viltard vinden we ook in 'Light', het tweede deel. Het maakt dit tot een bijzondere set waarin twee vormen van improvisatie, zoals Prévost die ook in zijn boek beschrijft, samenkomen: de vorm die op de free jazz voortbouwt, naast een vorm die je meer Europees kunt noemen. De solo's van Butcher verderop, eerst op tenor- dan op sopraansax, zijn evengoed voorbeelden van dit balanceren tussen twee opvattingen van improvisatie. Maar ook 'On', het derde deel van deze suite, bevat prachtige momenten van de vorm van improvisatie die meer gaat om het zoeken naar de relatie tussen de klanken en waarin ritme en melodische patronen ontbreken. Alle drie de musici weten hier prima raad mee - zoals ook te horen is in 'Click' - maar schakelen even gemakkelijk weer over naar die andere vorm, waarvan ritme en melodie een onlosmakelijk onderdeel vormen. Wederom een zeer geslaagd album.

Klik hier voor de complete serie over Eddie Prévost.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 13.7.21) - [print] - [naar boven]



Festival
Jazz & Impro Lokaal Feerwerd 2021

"Wanneer Andrea Caruso de Oscar Pettiford van het Noorden is, mag Bert van Erk als de Paul Chambers van die contreien beschouwd worden. Samen met Caruso zou hij met zijn voorkeur voor het laag een interessant orkest vormen, stel ik me zo voor."

Eddy Determeyer bezocht Jazz & Impro Lokaal Feerwerd. Hij zag er VrijJazzie, de Austèja Zvirblyté Group, Harry Niehof en het Alto Kwartet, Andrea Caruso All Stars en de Feerwerd Forever Hot Five.

Klik hier om zijn festivalverslag te lezen.

Foto: Hammie van der Vorst

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 9.7.21) - [print] - [naar boven]



Interview / Jazzradio
Susana Santos Silva bij Radio Panik

De Portugese trompettist, improvisator en componiste Susana Santos Silva heeft zichzelf de afgelopen jaren sterk op de kaart weten te zetten. Opererend vanuit Stockholm is ze altijd al geïnteresseerd geweest in het uitbreiden van de mogelijkheden van haar instrument, het verkennen van nieuwe manieren van expressie binnen muziek en het oplossen van de grens tussen compositie en improvisatie. Haar invloeden reiken van klassieke en hedendaagse muziek tot jazz en geluidskunst.

DownBeat noemde haar 'een van de meest opwindende improvisatoren ter wereld'. Haar muziek is afwisselend beschreven als bedwelmend, intens, overweldigend, betoverend, innovatief, gedurfd en creatief.

Santos Silva kennen we als co-leader van duo's met Kaja Draksler en Torbjörn Zetterberg - ook in trio met Hampus Lindwall en Chris Pitsiokos (Child of Illusion) en de kwartetten Hearth en Here's To Us. Ook was ze te horen in formaties als Fire! Orchestra, Mats Gustafssons Nu Ensemble, Julien Deprez/Rob Mazureks T(ro)pic en ONJ.

In 2018 bracht ze op Clean Feed haar eerste soloalbum uit, 'All The Rivers', live opgenomen in het National Pantheon in Lissabon. Ze is inmiddels een veelgevraagd muzikant; zo speelde ze onder meer met Fred Frith, Evan Parker, Joëlle Léandre, Mat Maneri, Paul Lovens en Hamid Drake.

Nico Bogaerts van Radio Panik, een vrije radio die zichzelf definieert als associatieve radio van expressie en creatie en als multi- en intercultureel, heeft een tweedelig interview met Santos Silva. Het eerste deel van het interview kun je hier beluisteren. Het tweede deel volgt op 13 juli.

Foto: Cees van de Ven

Labels: , ,

(Maarten van de Ven, 6.7.21) - [print] - [naar boven]



In memoriam / Jazztube
Jon Hassell

Op zaterdag 26 juni overleed op 84-jarige leeftijd trompettist en componist Jon Hassell.

Gedurende zijn lange carrière waardeerde Hassell eclecticisme en experiment. Zijn eerste prominente release was het album 'Fourth World, Vol. 1: Possible Musics' (1980), een samenwerking met de Engelse artiest en producer Brian Eno. Door criticus Robert Christgau beschreven als "esoterische omgevingskitsch" en door Hassell zelf als "een verenigd primitief-futuristisch geluid dat kenmerken van etnische wereldstijlen combineert met geavanceerde elektronische technieken". De opname werd gedomineerd door Hassells bijzondere trompetwerk, te midden van tapeloops, lagen percussie, elektronica en effecten.

In 1980 was Hassell te horen op het gevierde album 'Remain In Light' van Talking Heads, en in latere jaren werkte hij met een breed scala aan artiesten, waaronder Peter Gabriel, David Sylvian, Ry Cooder, Jackson Browne, Tears For Fears, Ani DiFranco, Ibrahim Ferrer en producer Hal Willner.

Hassells eigen carrière als (co-)leider startte in 1977 met het album 'Vernal Equinox', waarop de ideeën te horen zijn die hij daarna als Fourth World zou bestempelen. Zijn definitie van die term bleef fluïde, maar in de kern beschreef het een stijl die moderne technologie omarmt en plaatst binnen een intercultureel kader, niet gebonden aan specifieke muzikale tijdperken.

Meer cryptisch schreef Hassell ooit over zijn concept: "Fourth World is an entire week of Saturdays. It's about heart and head as the same thing. It's about being transported to some place which is made up of both real and virtual geography."

Jon Hassell werd geboren op 22 maart 1937 in Memphis, Tennessee, waar hij een vroege liefde voor bigbandjazz ontwikkelde. Hij begon cornet te spelen en vervolgens trompet. Later behaalde Hassell een master in moderne klassieke compositie aan de Eastman School of Music in Rochester, New York. Hij bestudeerde zowel de jazztrompetstijlen van Miles Davis en Chet Baker als de baanbrekende vroege elektronische muziek van Karlheinz Stockhausen. In de jaren zestig en zeventig werd Hassell beïnvloed door avant-gardisten als Terry Riley en LaMonte Young.

Al vroeg begon Hassell de toepassing van elektronica op zijn trompetspel te onderzoeken, waarbij het natuurlijke geluid van het instrument vaak zodanig werd veranderd dat het niet langer leek op een hoorn die werd aangedreven door de adem van een mens. Hij raakte gecharmeerd van Indiase klassieke muziek en streefde ernaar raga's op trompet te interpreteren. Later introduceerde hij Afrikaanse, Pacifische, Zuid-Amerikaanse en Aziatische elementen in zijn muziek.

In de jaren tachtig verkende Hassell verschillende muzikale stijlen tegelijk, waarmee hij zijn eigen creaties uit de Fourth World verder ontwikkelde. Zijn trompetpartijen zijn te horen op diverse opnamen van progressieve popartiesten. Hij trad op op het eerste WOMAD-festival, het geesteskind van Gabriel, in 1982. Een tweede album, geproduceerd door Eno, dit keer in coproductie met Daniel Lanois, verscheen in 1986: 'Power Spot', een van de twee Hassell-albums die door het ECM-label werden uitgebracht. 'Seeing Through Sound', Hassells laatste studioalbum, verscheen in 2020.

In de Jazztube zie je een deel van het concert dat Jon Hassell gaf tijdens het festival Jazz Onze+ in Lausanne in oktober 2009.

Bron: JazzTimes | Foto: Henryk Kotowski

Labels: , ,

(Maarten van de Ven, 2.7.21) - [print] - [naar boven]



Cd's
Eddie Prévost portret - deel 3

Marilyn Crispell, Eddie Prévost & Harrison Smith - 'ConcertOTO' (Matchless, 2021)
Opname: 7 november 2012
Eddie Prévost, Edward Lucas & Daniel Kordík - 'High Laver Reflections' (Matchless, 2020)
Opname: april 2019

Vandaag twee trioalbums van percussionist Eddie Prévost, beiden uitgebracht door zijn eigen Matchless Recordings. De eerste maakte hij met pianiste Marilyn Crispell en rietblazer Harrison Smith en heet kortweg 'ConcertOTO', naar dit inmiddels beroemde podium in Londen, de tweede, 'High Laver Reflections' nam Prévost op in de All Saints Church in High Laver, Essex, samen met trombonist Edward Lucas en Daniel Kordík op de modulaire synthesizer. Twee totaal verschillende albums. Staat 'ConcertOTO' in de traditie van de free jazz, 'High Laver Reflections' komt meer voort uit de westerse traditie en sluit dus goed aan bij de muziek van AMM.

'ConcertOTO' bevat vijf kwartier aan muziek, een zeer ruime keuze van wat er die avond in 2012 werd gespeeld door Prévost, Crispell en Smith in het Londense Cafe OTO. Ze zijn geen onbekenden voor elkaar, deze musici, met Prévost als spil, iets dat zich uitbetaald in de vijf bijzondere stukken op dit album. Neem bijvoorbeeld de perfecte wijze waarop Crispell en Prévost elkaar aanvullen op 'An Exploratory Introduction', waarna Smith met een repetitief patroon zich er naadloos tussen wurmt. Maar improviseren is ook kijken, luisteren en elkaar de ruimte geven en dus beperkt Prévost zich tot wat geritsel en Crispell zich tot enkele doelgerichte aanslagen tijdens de melodieuze lijnen, die Smith trekt aan het begin van het bijna een half uur durende 'Main Part 1'. En ook verderop, daar waar het tempo oploopt, hoor je hoe goed ze naar elkaar luisteren, hoe goed ze elkaar aanvullen. Maar dit verhaal gaat over Prévost en dus mag die geweldige drumsolo halverwege dit stuk hier niet ontbreken. Evenmin te versmaden: het duet van Crispell en Smith even verderop. En dan is er nog het tweede 'Main Part', waarin het er een stuk onstuimiger aan toegaat, iedere lyriek ver buiten beeld blijft, op die bijna klassieke solo van Crispell na, maar waarin we Prévost wel weer horen in één van zijn geweldige solo’s.

Zoals gezegd is 'High Laver Reflections' een totaal ander album. Dat betekent dat we Prévost direct in een geheel andere rol horen, meer vergelijkbaar met die in 'Ore', het album dat hij met Derek Bailey opnam en dat hier eerder voorbij kwam. Het arsenaal aan percussie is nu veel meer een klankbron. Bekkens en schalen worden aangestreken met een strijkstok, oppervlaktes van trommels worden betast en drumsolo's ontbreken. Wolken van klank zijn het gevolg, die zich mengen met Lucas' trombone en Kordiks onderaardse geluiden. In 'Dried Mud Passing Trains' klinkt het allemaal nog net iets experimenteler dan in opener 'Cancel, Nave, Tower'. Lucas perst de meest onmogelijke klanken uit zijn trombone, nauw samenwerkend met Kordík, die een soortgelijke klankwereld uit zijn synthesizer weet te halen. Prévost reageert met al even onrustbarende, metalig klinkende geluiden. Onstuimig gaat het er ook aan toe in 'Peal Away'. Met de akoestiek van deze kerk is het net of we in een fabriekshal zijn beland. Maar verderop horen we Prévost zowaar op zijn trommels slaan, al is het van korte duur. Meer hiervan op 'Crumbling Orbit'. Prévost is hier duidelijk in de weer met vilten stokken, geflankeerd door Lucas' scherpe uithalen.

Foto: John Sharpe

Labels: , ,

(Ben Taffijn, 30.6.21) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Micheal Mayo - 'Bones' (Artistry, 2021)

Op de gestage stroom fusionjazzalbums die zich door huize Determeyer wurmt komt niet vaak een echt opmerkelijk exemplaar bovendrijven. Dat gebeurde een paar weken geleden met zanger Michael Mayo en zijn cd 'Bones'. _Hè, wat?_ was mijn reactie, zijn de Four Freshmen op de psychedelische toer gegaan of zo? Maar met dubbeltracking en het inzingen en stapelen van harmonische partijen weten Mayo en zijn producer Eli Wolf inderdaad een onwezenlijk geluidsbeeld te creëren. Alsof Manhattan Transfer, New York Voices en The Beach Boys onder de bezielende leiding van Bobby McFerrin de stemmen ineen hebben geslagen.

Op de cover staat de artiest afgebeeld, omhoogturend in een decor van hemellichamen, een UFO en... een soort zeebaars. Een min of meer parallel universum, met andere woorden. Voor de goede orde: in een beetje kosmos hoor je niet zozeer 'Set The Controls For The Heart Of The Sun' schallen, maar eerder gesis, gekraak, geknal en dergelijke. Voor zover je in de kosmos überhaupt iets hoort, vanzelfsprekend.

Hoe dan ook, Mayo en Wolf hebben een verbluffende klankwereld opgetrokken, zoveel is zeker. Zoals in 'Stolen Moments' - niet het bekende stuk van Oliver Nelson, overigens. Daar evoceren loops, stem en effecten een traag deinende oceaan. Een intrigerend brouwsel. Een soort puzzel ('Robot Man'). Een soort - halleluja! - wederopstanding van de Four Freshmen ('20/20').

Ik zou die Michael Mayo wel eens live willen meemaken. Al was het alleen maar om te zien en te horen wat hij buiten de studio allemaal klaarspeelt.

In de Jazztube zie je een uitvoering van '20/20'.

Labels: , ,

(Eddy Determeyer, 25.6.21) - [print] - [naar boven]



Cd's
Eddie Prévost portret - deel 2

Derek Bailey & Eddie Prévost - 'Ore' (Matchless, 2020)
Opname: 13-14 mei 2000
Eddie Prévost Band - 'Bean Soup And Bouquets' (Matchless, 2020)
Opname: 17 februari 2020
Olie Brice, Binker Golding, Henri Kaiser, N.O. Moore & Eddie Prévost - 'The Secret Handshake With Danger, Volume 1' (577, 2021)
Opname: 12 maart 2020

Na zijn boek 'Uncommon Music For The Common Man' de komende weken aandacht voor de muzikale verrichtingen van Eddie Prévost. Vandaag besteden we aandacht aan drie cd's met verschillende bezettingen. Allereerst twee albums die verschenen bij Prévosts eigen Matchless Recordings. Het eerste bevat opnamen uit 2000 met gitarist Derek Bailey, die reeds in 2001 verschenen onder de titel 'ORE' en onlangs opnieuw werden uitgebracht, het tweede bevat opnamen gemaakt op 17 februari 2020, een reünieconcert van de Eddie Prévost Band, met verder tenorsaxofonist Geoff Hawkins, trompettist Gerry Gold en bassist Marcio Mattos, uitgebracht onder de titel 'Bean Soup And Bouquets'. Verder horen we Prévost naast bassist Olie Brice, saxofonist Binker Golding en de beide gitaristen Henri Kaiser en N.O. Moore op het bij 577 Records verschenen 'The Secret Handshake With Danger, Volume 1'. Alles geïmproviseerd en dus ontstaan in het moment.

Cornelius Cardew, een van de leden van de vroege AMM, waar ook Prévost deel van uitmaakte zei ooit: "We [AMM] are searching for sounds and for the responses that attack to them, rather than thinking them up, preparing them and producing them." Het is een opmerking die Prévost op het lijf is geschreven; hij citeert deze uitspraak dan ook een aantal keren in bovengenoemd boek. Het is ook wat we hem en Bailey horen doen op dit 'ORE'. Zeven stukken bevat het album, genoemd naar zeven metalen. Maar dat doet verder niet ter zake, want zoals dat hoort in de vrije improvisatie zit er ook achter dit album geen verhaal. Twee musici troffen elkaar, op twee dagen in maart 2000, voor de verandering in een studio en gingen samen op zoek naar klank. Gitaar en percussie en opvallend vaak lopen de klanken van daarvan mooi in elkaar over. En natuurlijk beperken beiden zich niet tot de conventionele uitingen. Wat Prévost onder percussie verstaat mag je ruim nemen en ook Bailey stond er om bekend dat hij van alles deed op zijn gitaar wat zijn leraren nooit toejuichten. Alles in dienst van die zoektocht naar klank. Een die soms heftig klinkt, over elkaar buitelend, ietwat rommelig, vaak ook zeer intiem en subtiel.

Prévost richtte zijn Eddie Prévost Band op eind jaren 70 van de vorige eeuw, een kaars die een aantal jaren later alweer uitdoofde. Er volgde nog een concert in 1993 en ten slotte een in februari 2020, waarvan de opnamen dit 'Bean Soup And Bouquets' vormen. 'Bean Soup' duurt ruim veertig minuten en vormt dus het hart van het album. Een stuk dat begint met een uitgebreide passage van Mattos en Prévost, waarbij het er overigens nogal stevig aan toe gaat. En dan komen de beide blazers erbij, elkaar soepel afwisselend. Een sprankelend stuk waarin de vier musici krachtig samenspel leveren, maar waarin ook alle ruimte is voor solo's. En zoals dat hoort bij improvisatie krijgt eenieder hiervoor ruimschoots de tijd. Neem die mooi ritmische bassolo van Mattos ergens op tweederde van dit eerste stuk en de wijze waarop Prévost zich er bij aansluit. Uiterst bescheiden in het begin, dan steeds meer aanwezig tot het een dialoog wordt. De beide blazers laten het verder vorm krijgen en pas als Mattos en Prévost laten horen dat het tijd wordt, voegen ze in. 'Bouquets' begint met het duo Prévost-Hawkins, gevolgd door een vrij lange drumsolo en ook hier valt weer op hoe onstuimig het er in deze set dikwijls aan toe gaat. Vooral het spel van Prévost bezit in dit concert een grote, dwingende kracht.

Enkele uren voor de eerste lockdown op 25 maart 2020 voltooiden Brice, Binker, Kaiser, Moore en Prévost de gezamenlijke opnamen van 'The Secret Handshake With Danger'. Deel een is inmiddels uit, deel twee volgt nog. Twee stukken telt dit eerste deel, samen net geen veertig minuten. Brice en Prévost mogen beginnen, al snel gevolgd door de gitaristen en Binker. Zonder Brice, Prévost en Binker tekort te willen doen, zijn het toch vooral Moore en Kaiser en hun sterk overstuurde gitaren die hier de toon zetten. Binker sluit hier overigens naadloos bij aan met zijn springerige saxpatronen. Bijzonder spannende jazz is dit, met een sterk gevoel van urgentie. Al zijn er zeker ook rustigere passages, waarin de gitaristen wolken aan klank produceren, Binkers stijl aan een ballade doet denken en Brice en Prévost het geheel aangenaam stofferen. Maar deze frases vormen altijd de opmaat naar een volgend elektrificerend moment, meestal aangezwengeld door Kaiser of Moore. Bijzonder is ook het begin van het tweede stuk: een futuristische klank, met beide gitaristen in actie en Brice en Prévost op de achtergrond. En dan het gitaarduo verderop, dat klinkt als een volledig op hol geslagen machine, het hoogtepunt van dit album.

Labels: , ,

(Ben Taffijn, 22.6.21) - [print] - [naar boven]



Onder het stof vandaan
Joel Futterman Trio - 'In-Between Position(s)' (Silkheart, 2020)

Opname: 13 april 1982
Kidd Jorand, Joel Futterman & Alvin Fielder - 'Spirits' (Silkheart, 2020)
Opname: 26 april 1997

Er zijn naar mijn weten niet zoveel jazzmusici die zowel actief zijn in de rol van pianist als in die van saxofonist, maar de op 30 april 1946 in Chicago geboren Joel Futterman behoort daar zeker bij. Hij is nog steeds actief en maakt ook nog steeds cd's. Tegelijkertijd verschijnen er de laatste jaren ook albums met oudere opnames, zoals nu bij het Zweedse Silkheart (tegenwoordig deel van Rogue Art), dat 'In-Between Position(s)' van het Joel Futterman trio met opnamen uit 1982 opnieuw uitbracht en 'Sprits' van tenorsaxofonist Kidd Jordan, Futterman en drummer Alvin Fielder met niet eerder uitgebrachte opnamen uit 1997.

Zoals zovelen in de jaren 60 voelt ook Futterman zich in eerste instantie aangetrokken tot de bebop, tot hij via de musici van de AACM de overstap maakte naar de avantgarde. In 1972 verhuist hij naar Virginia Beach, waar hij nog steeds woont. Zeven jaar later verschijnt zijn eerste album 'Cafeteria'. In de periode daarna werkt hij regelmatig samen met bassist Richard Davis, multi-instrumentalist Hal Russell, altsaxofonist Jimmy Lyons en drummer Robert Adkins. Met de twee laatsten vormt hij zijn eigen trio, waarmee hij onder andere die opnamen uit 1982 maakt, die in 1990 door L+R Records worden uitgebracht. In 1994 ontmoet Futterman Kidd Jordan, die hem voorstelt aan Alvin Fielder en een nieuw trio is geboren. Tot 2018, het jaar waarin Fielder overlijdt, zullen ze actief blijven. 

Uit 'In-Between Position(s)', waarin we Futterman als pianist horen, blijkt direct overduidelijk dat hij de bebop definitief achter zich heeft gelaten. De compositie, bestaande uit acht delen en ontstaan in 1974 toen Futtermans vader overleed, past overduidelijk in de AACM-traditie. Het zijn zeer ritmische, maar ook abstracte akkoorden die Futterman hier speelt, waar Lyons met krachtige bewegingen zijn weg tussendoor vindt, terwijl Adkins het geheel verder van vorm voorziet. Met als gevolg een sterk verdicht, overweldigend klankbeeld, waarin dit trio de luisteraar vrijwel geen moment rust gunt. Een van de hoogtepunten is de drumsolo van Adkins, vrijwel aan het eind van het album.

'Opening', het eerste stuk van 'Spirits', klinkt al even onstuimig en weerbarstig als 'In-Between Positions'. Wellicht geldt het hier nog wel sterker, omdat we Futterman hier ook horen op de sax. Maar 'Serenity' toont aan dat we hier met een veelzijdiger trio van doen hebben, want dit is een uiterst melodieuze ballade waarin Jordan met grote intensiteit zijn stem laat horen. Mooi ook hoe verderop de abstractie het tijdelijk overneemt, mede aangevuurd door Futtermans pianospel. Een krachtige dialoog ontvouwt zich. In 'Double Strike' gaat het trio nog een stap verder en valt met name het krachtige drumwerk van Fielder op, samen met Futterman creëert hij een stevige fundering voor Jordans verrichtingen, ook hier weer bewegend tussen lyriek en abstractie. Wat ook opvalt in het spel van Jordan: hij heeft het gevoel van melancholie dat zo kenmerkend is voor de blues. Bijzonder is ook de dialoog verderop tussen Jordan en Futterman, hier op de Indiase fluit. Ook 'Run-Drop' en 'Start-Stop' zijn stukken die vragen om aandachtig luisteren. Zo valt het laatste stuk op door de dwarse patronen die Futterman en Fielder hier weven. Prachtige opnamen kortom, die door Silkheart terecht van de vergetelheid zijn gered.

Foto: Michael Wilderman

Labels: , ,

(Ben Taffijn, 16.6.21) - [print] - [naar boven]



Boek
Eddie Prévost portret - deel 1

'An Uncommon Music For The Common Man'
Auteur: Edwin Prévost / Uitgeverij: Copula, 2020

Edwin of Eddie Prévost kennen we in eerste instantie als zeer veelzijdig percussionist, actief in wat wij de vrije improvisatie noemen en beroemd geworden door zijn aanwezigheid in een van Europa's belangrijkste ensembles op dat terrein: AMM. Maar Prévost beperkt zijn muzikale activiteiten al lang niet meer tot dit vehikel. Sterker nog, ondanks het feit dat het eerste album van AMM in 1967 verscheen, is hij actiever dan ooit. En niet alleen als musicus, ook als schrijver. De komende weken daarom aandacht voor deze veelzijdige man, waarbij we aftrappen met zijn meest recente boek met de intrigerende titel 'An Uncommon Music For The Common Man'.

Een intrigerende maar ook wat vreemde titel, want als er één groep mensen is die meestal niets moet hebben van dit soort muziek dan is het wel 'de gewone man'. Prévost mag het niet willen, maar zijn muziek spreekt toch vooral hen aan die we betitelen als 'de elite', uitzonderingen daargelaten. Overigens valt Prévost zelf onder die uitzondering, evenals de schrijver van dit stuk. We krijgen dat mee in deze verzameling korte en langere essays, bespiegelingen en artikelen. Een deel - het zijn de leukste stukken om te lezen - gaat over Prévosts jeugd en eerste stappen in de muziek. Hij groeide op in Londen, net na de oorlog, in niet al te beste omstandigheden, waarbij een leven in de muziek nu niet bepaald voor de hand lag.

Buiten dat is dit boek vooral interessant vanwege zijn bespiegelingen over muziek, jazz en klassiek en natuurlijk vrije improvisatie. Daarbij komt een uitspraak van Cornelius Cardew, componist en lid van AMM in het eerste uur, regelmatig voorbij. Een uitspraak die als motto voor dit boek kan dienen: 'We [AMM] are searching for sounds and for the responses that attack to them, rather than thinking them up, preparing them and producing them.' Dit is Prévosts leidraad geworden en zeker niet alleen voor zijn werk in AMM. Hij behandelt de consequenties van deze stelling op meerdere plaatsen in zijn boek, het maakt de essentie uit van improvisatie: improvisatie ontstaat in het hier en nu, is dus per definitie niet voorbereid en niet gestructureerd. Er is dus ook nooit sprake van goed of fout, al kun je achteraf natuurlijk wel meer of minder tevreden zijn met het resultaat.

Dit alles impliceert dat veel van wat we improvisatie noemen helemaal geen improvisatie is, althans niet in de definitie van Prévost. Een solist die in een jazzstandard improviseert op een thema of een musicus die in een gecomponeerd stuk de nodige vrijheid krijgt, vallen beiden niet onder de improvisatie waar hij het over heeft. In beide gevallen is immers sprake van structuur, waarbinnen die improvisatie plaatsvindt. Prévost is het dan ook duidelijk niet eens met recensenten die, vanuit een behoefte aan het maken van indelingen, deze muziek indelen bij de jazz of vergelijkingen trekken met die van een componist als John Cage. De muziek mag dan wellicht soms hetzelfde klinken, de wijze waarop hij tot stand komt is een geheel andere.

Voor Prévost is dit overigens niet zomaar een mening. Improviseren is voor hem een manier van leven, een manier van denken. In Upside Downing zegt hij over improvisatie: 'It's a source of opposition ... For although not explicit, the existence of a 'free' music clearly suggests that its activity has a capacity to represent a wilder social narrative. Any sense of freedom sits squarely opposed to governance. Ruling is enacted by regulations. The appeal of a bureaucracy is fear of play. At best, rulebound muscical compositins are games. No game is possible without the consent, complicity or fear of its subjects performing within overt or implicit operating parameters. Even the most playful of compositions indulge, persuade and then harden a disposition to take orders.' Niet iedereen zal het hiermee eens zijn, maar het maakt wel duidelijk hoe Prévost erin staat en tevens wat hij met de titel van zijn boek bedoelt. Dat hij op meerdere plaatsen in dit boek dan ook fel van leer trekt tegen decennialang neoliberalisme en de schade die dit heeft aangericht, zal u dan ook niet verbazen.

En er staat nog veel meer moois en behartenswaardig in dit boek, bijvoorbeeld over het feit dat improvisatie in brede zin - en dan heeft Prévost het ook nadrukkelijk over jazz - nooit voor vol is aangezien. En ja, ook hij legt daarbij de link met racisme. Belangrijk in dat kader is een stelling van George Lewis: 'The degree to which even European free-jazz musicians, with few or no African Americans around, still experience the reception of their art through the modalities of race.' En dus, voeg ik er dan aan toe, als minder waard. De lineaire denkers, die geloven dat de mens een ontwikkeling doormaakt en stijgt op de ladder van de beschaving, schatten gecomponeerde muziek dan hoger in dan geïmproviseerde, Johann Sebastian Bach is dan een groter kunstenaar dan John Coltrane. De westerse beschaving geldt in die kringen als het summum.

Prévost keert zich radicaal af van dat standpunt en biedt een geheel ander perspectief: 'Free improvisation, whether arising from the jazz tradition or emanating from another vein of experimentation [waar volgens Prévost zijn eigen muziek onder valt], has its roots in a cognitive domain that is more ancient than contemporary musical culture. I have examined this and offer the twin analytical propositions of investigation and communication. These two features are, I believe, at the heart of any meaningful human musical interaction. They are the root of our powers to adapt biologically and have, in the course of time, been transmuted into differentiated cultural phenomena. That is, musical forms which reflect and suit different human historical and social groupings.'

Foto's: Asier Gogortza & Andy Newcombe

Labels: , ,

(Ben Taffijn, 12.6.21) - [print] - [naar boven]



Cd
Chris Speed - 'Light Line' (Intakt, 2021)

Opname: oktober 2020

We schrijven zaterdag 18 mei 2019 en zijn in de Handelsbeurs in Gent, waar programmator Wim Wabbes een gevarieerd programma heeft samengesteld voor het Ha'fest aldaar. Een van de musici die dag was rietblazer Chris Speed. 's Avonds speelde hij met Endangered Blood een zinderend en gesmaakt concert met Oscar Noriega, Trevor Dunn en Jim Black.

Maar 's middags om kwart voor zes speelde Speed een soloset op tenorsaxofoon, dat in retrospectief een pre-corona prelude was voor deze nu op Intakt Records uitgebrachte solo-cd op klarinet.

Het concert vond plaats op het terras dat uitmondt op de Ketelvaart. Het was er zonnig, de akoestiek top, met aandachtig publiek zonder mondkapjes en afstandsrestrictie. En Chris Speed maakte hier grote indruk met zijn soloset. Dat kon je aan de bijval en - toen nog - aan de gelaatsuitdrukkingen van het publiek aflezen.

Een jaar later sloeg de nu aflopende pandemie toe en werd iedereen min of meer de dupe. Deze periode deed ook in de cultuursector velen aan het infuus belanden. Koortsachtig zochten jazzmusici en orkesten naar vormen om zich artistiek en financieel met wisselend succes staande te houden.

Chris Speed heeft zich in deze periode onder andere verdiept in het verder ontwikkelen van zijn klarinetspel en zijn techniek nog verder geoptimaliseerd. Al dat is uitstekend tot uitdrukking gebracht op dit soloalbum. Het is een instrumentale krachttoer die straight into your face and ears binnenkomt.

De cd kent korte improvisaties, composities en inspiraties van John Coltrane, Julius Hemphill, Eric Dolphy, Paul Motion, Anrew D'Angelo, Skúli Sverrisson en Hilmar Jensson. Maar bovenal prevaleert Speeds eigenheid: puur, zonder fratsen, ongepolijst en goudeerlijk. Het is niet eenvoudig de juiste woorden te vinden om deze cd van harte aan te bevelen. Daarom kort en bondig: voor iedereen die weet waar Chris Speed voor staat is deze cd niet te missen!

Klik hier om twee tracks van dit album te beluisteren: 'Light Line' en 'Lifting'.

Foto: Cees van de Ven

Labels: ,

(Cees van de Ven, 8.6.21) - [print] - [naar boven]



Cd's /
Urs Leimgruber & Jean Marc Foussat - 'Face To Face' (FOU, 2019)

Opname: 19 & 26 oktober 2018
OM - 'It's About Time' (Intakt, 2020)
Opname: 4-7 februari 2020
The Workers - 'Altbüron' (Wide Ear, 2020)
Opname: 18 oktober 2019

De Zwitser Urs Leimgruber geldt, met een carrière die inmiddels een halve eeuw omspant, nog altijd als een van de belangrijkste saxofonisten van dit moment. Daarom uitgebreid aandacht voor deze musicus met een voorkeur voor de sopraansax. We horen hem in duoverband met Jean Marc Foussat op het bij diens FOU Records verschenen 'Face To Face' en met twee kwartetten, OM en The Workers. Van de eerste groep verscheen 'It's About Time' bij Intakt Records, van de tweede 'Altbüron' bij Wide Ear Records.

Twee concerten gaven Foussat, op de AKS Sinthi (een modulaire synthesizer) en Leimgruber op sopraan- en tenorsax in november 2018, een in Zürich, een ander in Luzern. Twee keer een cd lang, zonder onderbrekingen. Bijzonder hoge en in zekere zin schrijnende klanken in 'Rive De Rêves' (het concert in Züricht bevattend) met Leimgruber op zijn sopraansax afgezet tegen stromende noise van Foussat. Onheilspellend, ontregelend, enigszins geheimzinnig ook, magisch. Een klankspel waarin je als luisteraar ronddwaalt, als in een geheimzinnig woud, zonder al te veel houvast. En dan hebben we het niet eens over de graad van perfectie in het spel van Leimgruber, de prachtige, creatieve vondsten van Foussat, die hier zo mooi op aansluiten en de schitterende opname, waar Foussat eveneens voor tekende. Dit alles tekent ook 'Luxerna', met vanzelfsprekend de opnames gemaakt in Luzern. Ook hier weer die regelmatig aan de natuur refererende geluiden van Foussat en Leimgruber die hier een al even eigenzinnig klankpalet aan toevoegt.

Het kwartet OM bestaat sinds 1972 - volgend jaar dus vijftig jaar - en is qua bezetting nooit gewijzigd: naast Leimgruber horen we gitarist Christy Doran, bassist Bobby Burri en drummer Fredy Studer. In de jaren 70 maakten ze vijf albums, waarna het dertig jaar stil werd. In 2010 verscheen een liveoptreden op het jazzfestival van Willisau en nu hebben we 'It's About Time'. We herkennen het bijzondere geluid van Leimgruber, de afgeknepen, vrij schelle klank van zijn sopraansax. Nieuw is het ritme, waarin het kwartet een voorliefde voor stevige rock verraadt, direct al in 'Like a Lake (Dedicated to Marianne B.)', maar nog sterker in 'Perpetual-Motion Food'. Toch staan er op dit album ook een aantal sfeervolle geluidssculpturen zoals we die op 'Face To Face' aantroffen. Het titelstuk 'It's About Time', 'On a Bare Branch' en String Holder' zijn daar mooie voorbeelden van, evenals delen van het hoogst actuele 'Covid-19 Blues', dat op andere momenten weer onverwachts heftig kinkt.

The Workers is een nieuwe band, al kenden de vier musici elkaar al wel van andere gelegenheden. Twee saxofonisten hier, naast Leimgruber op sopraan horen we Omri Ziegele op alt en op fluit. Verder aanwezig: bassist Christian Weber en drummer Alex Huber. De titel van dit uit slechts één lang stuk bestaande album ontleende de band aan de plek waar de opnames plaatsvonden: tijdens een concert in Bau 4 in het Zwitserse Altbüron. Een mooie, bijzonder afwisselende set. Soms bestaande uit een verstild klanklandschap, dicht aanschurend tegen de stilte, op andere momenten horen we fascinerende dialogen tussen de beide blazers, elkaar als kwetterende vogels de loef afstekend, of worden we verrast door rommelende donder van Weber en Huber. Daartussendoor steekt Ziegele ernstige monologen af.

Labels: , , , ,

(Ben Taffijn, 6.6.21) - [print] - [naar boven]



Concert
Met HALA het nieuwste normaal in

HALA / Duo Renske de Boer-Esat Ekincioğlu, woensdag 26 mei 2021, De Biotoop, Haren

Zo halverwege de set van het HALA-kwartet ondervond ik wat ik het laatste jaar had moeten missen. Tijdens een voortvarende solo van sousafonist Arno Bakker constateerde ik dat het geluid zich niet slechts via mijn gehoorgang manifesteerde, maar dat alle vezels in mijn lichaam met die bastonen resoneerden. Plus, uiteraard, de interactie met oude bekenden en nieuwe vrienden. Het oude gevoel was met andere woorden weer rap terug. Wég met alle ministeriële DVD-tjes!

Komt bij dat het jongste honk voor de Groninger impromuziek voor derden volstrekt onvindbaar is. Het moet namelijk gezocht worden in de krochten van de Biotoop, het voormalige terrein van de faculteit Biologie van de Rijksuniversiteit Groningen. Een nogal gigantisch complex van bijna een vierkante kilometer in de bossen van Haren. Je rijdt de oprijlaan op, neemt bij de splitsing gelijk het pad naar rechts - en op dat moment verdwaal je dus reeds. Zonder de hulp van geduldige voorbijgangers is de ingang van Gebouw F zo goed als ongenaakbaar. Al was het alleen maar, daar de bordjes die de richtingen naar de respectieve vleugels aangeven voor een deel overwoekerd zijn door kruiden met een gezonde groeilust. En wanneer je eenmaal voor de hermetisch gesloten deur van F staat wordt je geacht, een 06-nummer in te toetsen - dat een opgenomen boodschap oplevert waarmee je ook geen steek opschiet. Het wachten is dus op toevallige passanten die over een sleutel beschikken.

Eenmaal binnen is de speurtocht allerminst ten einde. Ik dacht dat ik een trap naar rechts ben afgedaald en een bordje met een pijl 'Afgifte Goederen' heb genegeerd. Daarna volgde in ieder geval een kruip-door-sluip-door odyssee door gangen die door bouwmaterialen zo goed als onbegaanbaar zijn. Instrumenten, apparatuur en bergen snoerenspaghetti bevestigden - eind goed, al goed - dat ik in de studio was geraakt. Ha, daar informeert een zangeres reeds wat ik wens te gebruiken. Een kind kan de was doen.

De betreffende studio is opgetrokken uit beton, gipsplaten, glas en kringloopclubfauteuils. Een systeemplafond is eruit gesloopt, waardoor de oorspronkelijke houtcementplaten weer tevoorschijn zijn gekomen. Helemaal 1963, met andere woorden.

Maar goed, die muziek dus. HALA is de laatste twee jaar grondig gerenoveerd. In plaats van Leonardo Grimaudo (gitaar) en Aleksandar Škorić (drums) zijn Jorrit Westerhof en Gerri Jäger aangetrokken. Westerhof, dat zal niet verwonderen, drukt een stevig stempel op het gebodene. Daar hij ooit op een driesprong bij Clarksdale, MS een pact met Robert Johnson heeft gesloten krijgt hij de blues niet meer uit zijn systeem. Met zijn gitaar in de snijbrandermodus brandt hij schroeiplekken in gehoorgangen en vloerkleden. Zeker zo spectaculair zijn de unisonolijnen met de sousafoon: mooie combinatie, het sonore geluid van de sousa en het hoge, scherpe snerpen van de gitaar. Westerhof hoef je ook niks meer te vertellen over het gas terugnemen en het op strategische plekken laten vallen van gaten.

Vrije improvisaties lopen op organische wijze over in aanstekelijke rockritmen en funky danswijsjes. Soms lost zo'n ritme zich op in minder begaanbare paden, ongeveer zoals een logo in een televisieleader in myriaden pixels uiteen kan vallen.

Gebleven is het avant-cabaret idioom waarvan zangeres Helene Richter zich bedient. Haar sprookjes hebben niet zelden een morbide karakter - niet helemaal ongebruikelijk bij sprookjes. Zo'n Secret Tower kan er bij daglicht, zo midden in het woud, romantisch uitzien - maar wacht maar tot middernacht!

In het voorprogramma stonden Renske de Boer en Esat Ekincioğlu, zang en bas. Dit recital had een meer etherisch karakter. De contrabas vulde de ruimte tot berstens toe en hoog daarboven zeilde de hoge alt van De Boer. Soms bestond een stuk uit één noot die behoedzaam het gehoorspectrum binnen- en uitgleed.

Toch vreemd hoor, dat ik pas deze week voor de eerste keer in de Biotoop was: het complex is al jaren in gebruik door zo'n 150 kunstenaars. Kun je nagaan hoe wereldvreemd een mens in de klauwen van een virus kan worden. Maar goed, woensdag 2 juni speelt er weer een bandje. Kijken of ik de weg terug nog kan vinden. Had misschien toch broodkruimels en/of kiezelsteentjes moeten meenemen.

Foto's: Hammie van der Vorst

Labels: , ,

(Eddy Determeyer, 4.6.21) - [print] - [naar boven]



Cd
Róbert Benkő, István Grencsó & Ken Vandermark - 'Burning River, Melting Sea' (Audiographic, 2021)

Opname: 21 november 2019

De samenwerking met de Hongaarse rietblazer István Grencsó gaat al enkele jaren terug, van toen Ken Vandermark zich bij diens kwintet voegde, wat het onder de radar gebleven 'Not Slam The Door!' opleverde. Het was de start van een samenwerking die een vervolg moest krijgen. Niet enkel omdat er een goede persoonlijke connectie was, maar ook een artistieke. Vandermark was terug in het begin van 2020 voor een aantal concerten (het zouden zowat zijn laatste voor een hele tijd worden) en de tijd werd ook gebruikt voor opnames waarvoor nieuw materiaal werd geschreven, maar ook een korte geïmproviseerde livesessie in de studio met bassist Róbert Benkő.

De wederzijdse empathie en verwantschap spat alleszins van deze opnames. Het voelt als een ontmoeting van gelijken die slechts een aanzet nodig hebben om op dezelfde golflengte te zitten. Vandermark heeft die bijvoorbeeld ook met Joe McPhee of Ab Baars, maar het lijkt wel alsof hij qua sound en ideeën een soort tweelingbroer vond in de Hongaar, omdat de twee soms amper van elkaar te onderscheiden vallen (dat de info dat de ene in het rechterkanaal zit en de andere in het linkerkanaal niet altijd klopt, maakt het ook wat complexer). Maar dat hoeft geen probleem te zijn, want zelfs in de meest vrije passages zorgt het voor een sterke focus.

Met z'n veertien tracks had 'Burning River, Melting Sea' dan ook een beproeving kunnen zijn, maar het verliep anders. De vrije en gecomponeerde stukken zijn even baldadig als gedisciplineerd, soms verrassend speels, zoals het spelletje over toonladders racen van 'Engarian Hunglish' - en dan weer turbulent, zoals met de schreeuwerige klarinetten in 'Extracted Color' en 'Letters In Any Order'. En als er hier en daar al geneigd wordt naar een beheerste kamermuziekachtige insteek, zoals in 'Woven Paper', dan wordt net zo gretig in duistere hoeken gedoken. 'Like A Jaguar Loves Its Spots' is een sterke oefening in dierlijke dreiging én wispelturigheid.

Buitenbeentje: hun versie van 'Ode To Women' van György Szabados (1939-2011), een pionier van de Hongaarse freejazz, waar zowel Benkő als Grencsó nog mee speelden. Basklarinet en tenorsax beheerst verstrengeld in een statig eerbetoon. Benkő van zijn kant is in zes stukken een goeie sparringpartner voor de twee rietblazers: soms assertief, een gewillige participant in een stevig partijtje worstelen, maar net zo vaak een subtiele kracht op de achtergrond, in stukken waarin hij met de strijkstok genereus kleur toevoegt. Het maakt van 'Burning River, Melting Sea' een rijk, genuanceerd album voor fijnproevers en alweer een mooie illustratie dat de man van Chicago een duurzaam web van Europese connecties heeft uitgebouwd, waar voorlopig nog geen sleet op zit.

Het album verscheen in de 'Systems vs. Artefacts'-reeks van digitale releases op Vandermarks Audiographic Records.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be

Labels: , , ,

(Guy Peters, 2.6.21) - [print] - [naar boven]



Cd
Simin Tander - 'Unfading' (Jazzhaus, 2020)

Opname: december 2019

Na een succesvolle tournee met pianist Tord Gustavsen en drummer Jarle Vespestad volgend op de lancering van het album 'What Was Said' (2016) heeft vocaliste Simin Tander weer een album uitgebracht onder haar eigen naam. Het is wederom een kwartet met een internationale bezetting van topmusici. Namelijk: basgitarist Björn Meyer uit Zweden, de Zwitserse percussionist en drummer Samuel Rohrer en de Tunesische Jasser Haij Youssef op de viola d'amor (een barok strijkinstrument). Het fysieke album, zowel de cd als de release op vinyl, is met zorg ontworpen en ook is de geluidskwaliteit van een audiofiele kwaliteit. Een compliment waard voor de technici van Ocean Sound Recordings in Noorwegen.

De zoektocht en ontdekkingsreis naar haar Afghaanse roots heeft Simin Tander al eerder ingezet op haar vorige albums, 'Wagma' (2011) en 'Where Water Travels Home' (2014). Op haar nieuwe album brengt ze hier een verdere verdieping in aan door het gebruik van authentieke Afghaanse gedichten in het Pastho uit verschillende tijdsvlakken, alle door vrouwen geschreven. Variërend van 1670 tot nu.

De muziek van Simin Tander laat zich niet heel makkelijk omschrijven. Tander heeft bewust gekozen om gedichten te kiezen vanuit het vrouwelijk perspectief. Mystieke en spirituele accenten die als een rode draad door het hele album heen zitten verweven, hebben aan de ene kant wat donkere melancholieke elementen in zich, zoals de vergankelijkheid van het aardse bestaan en aan de andere kant weer wat zachte, zoals het moederschap, de liefde en andere milde tonen in de thematiek. Dit maakt dat Tander dicht bij haarzelf is gebleven en het ook met een bijzondere zeggingskracht en eigen manier kan brengen. Dat maakt het album extra bijzonder en authentiek.

Het nummer 'Nargees' bijvoorbeeld is gebaseerd op het gedicht van de Afghaanse dichter Nazo Tokhi (1659-1717). Zij wordt gezien als een heldin in Afghanistan. De tekst gaat over het vergankelijke van het leven in al zijn schoonheid, gesymboliseerd door de dauwdruppels die van een narcis glijden.

Tanders stem kan klinken als die van een oude ziel, maar ook luchtig en vitaal. Die twee elementen werken synergetisch op elkaar in en maken het geheel krachtig. Het is allesomvattend. Misschien is dat wel het vrouwelijke perspectief waar Simin op doelt.

De instrumentatie is buitengewoon verfrissend. De viola d'amour van Youssef versterkt de mystieke, oosterse spiritualiteit en matcht mooi met de zanglijnen. De keuze voor een basgitarist in plaats van een contrabassist pakt erg goed uit. Meyers punchy trefzekere tonen geven het geheel transparantie met een hele fraaie wendbare touch in het laag en in de te varen koers. Vooral in het duostuk 'I Am Vertical', waar de zang- en baslijnen als het ware om elkaar heen dansen.

Ook in de ritmischere stukken is het Meyer die samen met Rohrer het geheel wat poppy maakt en lucht geeft. Beiden verstaan de kunst van het weglaten. Het is niet dichtgetimmerd, steeds is er balans in diepgang met behoud van transparantie. Dat maakt dat er ruimte is voor de luisteraar om de indringende teksten en klanken in zich op te nemen en daar een eigen invulling aan te geven. Op die manier onderga je de muziek als een beleving, waarbij alle facetten van het leven aan je voorbijtrekken. De afwisseling van melancholieke, wat donkere songs met meer poppy songs met funky riffs zorgt voor balans en afwisseling. 'Yar Kho Laro' is zo'n wat luchtigere song, gebaseerd op de Afghaanse film 'Baaghi' uit 1960. De opzwepende pulse van drums en basgitaar maakt het een hele dansbare song. De track 'Deserted' is weer donkerder. Hier geeft de basgitaar met effecten een oerklank in het diepe laag, als een soort hartslag van het universum.

Een van de kwaliteiten van Simin Tander is dat zij naast het zingen van teksten vanuit een compositie ook vrij kan improviseren met haar stem en daarin kan combineren en afwisselen. Dat zorgt voor een rijkdom aan klankkleuren en expressie. De kracht van Tander is echter niet zozeer dat ze allround is, maar meer dat ze zichzelf is. Ze weet als geen ander haar muziek van een persoonlijke, eigen signatuur te voorzien met een indrukwekkende expressie en intensiteit. Of dit nu in een gecomponeerde song is of in een meer vrije improvisatie, het maakt eigenlijk geen verschil, ze doet het met volle overgave. Tander vertelt verhalen en bezingt het leven als een moeder die over de aarde en onze ziel waakt. Haar kracht is dat ze je daarbij telkens weet te verlichten, te raken en te ontroeren.

Foto: Louis Obbens

Labels: ,

(Koen Scherer, 28.5.21) - [print] - [naar boven]



Onder het stof vandaan
Sonny Rollins - 'Rollins In Holland' (Resonance/Nederlands Jazzarchief, 2020)

Opname: 3-5 mei 1967

In mei 1967 was de toen al beroemde tenorsaxofonist Sonny Rollins in Nederland. Hij gaf vier concerten en maakte opnamen voor de radio in Hilversum. Omdat hij alleen was sloten twee Nederlandse jazzmusici aan om hem te begeleiden: bassist Ruud Jacobs en drummer Han Bennink. Niet verbazingwekkend, het gebeurde in die jaren vrij vaak dat Amerikaanse solisten voor langere tijd door Europa toerden en door plaatselijke musici werden begeleid. Deze opnamen zijn uniek en nooit eerder uitgebracht. Een aantal jaren geleden kwamen ze boven water, het uitgebreide boekje bij de box gaat er dieper op in, en eind vorig jaar verschenen ze, als 'Rollins In Holland' bij Resonance Records, in samenwerking met het Nederlands Jazzarchief.

Deze box is ook een belangrijk monument omdat er van Rollins tussen 1965 en 1972 niet veel voorhanden is. Hij nam na 'The Standard' en 'After The Bridge', beide uit 1964, een pauze van enkele jaren. Hij trok zich terug in een ashram, mediteerde, beoefende yoga en gaf vrij sporadisch nog concerten, waaronder dus deze in Nederland met Jacobs en Bennink. Een bijzondere combinatie als we de verdere carrière van deze twee musici onder de loep nemen; ze zouden hierna iedere een totaal andere richting uitgaan.

De korte tour van Rollins begon in de Academie voor Beeldende Kunsten in Arnhem, tevens de eerste keer dat dit trio samenspeelde. Bennink en Jacobs waren nerveus. Rollins had immers niet alleen al een flinke reputatie opgebouwd, hij had als musicus ook een hele ontwikkeling doorgemaakt. Wellicht om de onrust wat weg te nemen beperkte Rollins zich die avond tot standards tijdens een concert van meer dan twee uur, waarvan we hier slechts een deel horen. Eén ding moeten we hier direct stellen, ondanks dat er alles aangedaan is om deze opnames nog een beetje te laten klinken, is het geluid niet bepaald om over naar huis te schrijven. Maar laat u hier zeker niet door weerhouden; kwalitatief is wat hier gebeurt van grote klasse. We beginnen met 'Four', waar de tweede cd mee eindigt (het geheel staat niet in chronologische volgorde). Direct wordt duidelijk dat Rollins er vol gas in gaat en dat de twee begeleiders hierin vanaf het eerste begin worden meegenomen. Bennink hierover: "Sonny had such a strong timing, he made you feel like you were in an elevator. You didn't have to catch or carry him - he carried you."

Zowel Jacobs als Bennink stellen nadien nooit meer zoiets meegemaakt te hebben. Een continue stroom waarin we 'Work Song' van Nat Adderley ontwaren, maar ook George Gershwins 'An American In Paris' en Indiase raga's. En hoezeer Jacobs en Bennink zich op hun gemak voelden blijkt uit hun zeer enthousiaste solo's. Wat volgt is een trits standards, naadloos in elkaar vervlochten, in datzelfde meedogenloze tempo. Tot slot klinkt het ruim twintig minuten durende 'Three Little Words' van Lester Young en Coleman Hawkins dat Rolling graag speelde, waarin de saxofonist zich overigens ook de nodige zijstapjes permitteert. En voor Bennink beluister 'On Green Dolphin Street/There Will Never Be Another You'. Het stuk bevat een van de beste solo's uit zijn carrière. Bezoekers en critici waren het naderhand dan ook roerend met elkaar eens: een concert om nooit te vergeten.

De avond erop staat het trio in de Go-Go Club in Loosdrecht. Het dient als een generale repetitie voor het concert van 5 mei, waarvan een registratie wordt gemaakt voor de televisie. Voorafgaand aan dit concert maken de heren opnamen in de NCRV-studio. Van beide momenten is een deel op de eerste cd van deze set beland. Bij de NCRV-opnamen valt direct de opvallend goede geluidskwaliteit op. Rollins begint solo in een prachtige ballade, 'Blue Room', waarna Jacobs en Bennink uiterst ingetogen aansluiten. En let op de prachtige, swingende bassolo. Dan volgt het swingende 'Four' met een hele krachtige frase waarin we Jacobs en Bennink samen horen. Na een bijzonder lyrische versie van Gerhwins 'Loved Walked In' opent Bennink met enkele roffels het stomende 'Tune Up', de laatste van de vier NCRV-opnamen. En ook hier is hij te horen met een opvallend creatieve drumsolo. Wat nog volgt zijn twee stukken van het avondconcert, 'Sonny Moon For Two' en wederom 'Love Walked In', alleen duurt het stuk nu twee keer zo lang. En net als bij het concert in Arnhem vliegen ook hier de vonken er weer van af.

Foto: Toon Fey

Labels: , , , ,

(Ben Taffijn, 25.5.21) - [print] - [naar boven]



Cd's
Steve Swell - 'The Center Will Hold' (NotTwo, 2020)

Opname: 13 september 2019
Steve Swell Quintet Soul Travellers & Leena Conquest - 'Astonishments' (RogueArt, 2020)
Opname: 13 december 2018

De Amerikaan Steve Swell behoort al enige decennia tot de belangrijkste trombonisten in de free jazz. Wie de lijst met musici bekijkt waar hij in de loop der tijd mee samenwerkte, kan enig gevoel van ontzag niet onderdrukken. Ook voor twee recente albums, waarin Swell deel uitmaakt van een sextet onder zijn leiding is dat het geval.

Echt veel trombonisten kennen we niet in de free jazz. De Duitsers Albert Mangelsdorf en Johannes en Konrad Bauer natuurlijk, de Engelsman Paul Rutherford en laten we onze eigen Wolter Wierbos niet vergeten. Maar veel zijn het er niet en zeker niet in de VS, maar Swell hoort erbij. En ook met deze twee albums weet hij wederom te verrassen. Allereerst met 'The Center Will Hold', met naast Swell de (alt)violist Jason Kao Hwang, cellist Fred Lonberg-Holm (beiden ook te horen op elektronica), pianist en organist Robert Boston, drummer Andrew Cyrille en Ariel Bart op mondharmonica. Het is Cyrille die de toon zet in 'Celestial Navigation' met lange solomomenten, doorsneden met langgetrokken lijnen, bigbandjazz combinerend met experimentele elektronica. Dan breekt Swell er doorheen met een onnavolgbare, bijzonder abstracte solo, de nevels even verjagend. Het blijkt een constante op dit boeiende album; aan de ene kant die strak gearrangeerde akkoorden - het mooiste voorbeeld is 'Robo Call' - en aan de andere kant heftige erupties van klank.

In het titelstuk 'The Center Will Hold' horen we Swell in een iets melodieuzere bijdrage, gevolgd door een prachtig treffen van Boston en Cyrille. De beide strijkers en Bart gaan de dialoog aan op 'Mikrokosmos II' en 'Laugh So You Don't Cry' en vooral in dat laatste stuk schittert Bart in een opvallend melodieuze mondharmonicasolo. Tot slot van dit album horen we Swell uitgebreid in 'Spontaneous Protocols', strak begeleid door de rest van dit wonderlijke sextet, gevolgd door hectische klanken van de beide strijkers en wederom een prachtige bijdrage van Bart. Waarom horen we de mondharmonica overigens niet vaker in de free jazz?

Voor 'Astonishments' breidde Swell zijn kwintet Soul Traveler - Jemeel Moondoc op altsax, Dave Burrell op piano, William Parker op bas en Gerald Cleaver op drums - uit met de vocaliste Leena Conquest voor twee nummers. En ook dit album bevat door Swell gecomponeerde stukken, al dan niet in opdracht. Conquest horen we, half zingend, half pratend al direct in het titelstuk 'Astonishments', een deel van het uit 2017 stammende 'If Trains Could Speak'. Opvallend melodieuze muziek, zeker in vergelijking met het hierboven besproken 'The Center Will Hold'. Burrell trekt op samen met Conquest, Parker en Cleaver begeleiden met schwung, Swell en Moondoc zorgen voor afwisseling. In 'Sketch#7' belanden we weer vol in de free jazz, met andermaal een heerlijk schurende bijdrage van Swell, op dat zo herkenbare ritme van Parker en Cleaver. Ook weer mooi terug te horen in die solo van Parker. En dan die dialoog tussen Swell en Burrell in het vrij stevige 'The Seldom Heard': niet te versmaden. 'For Mondays' biedt Moondoc een podium, prachtig zoals hij en Swell hier met elkaar een pittig gesprek aangaan, terwijl we op de achtergrond die ritmemachine gewaar worden. Conquest horen we weer in 'Being Here', een onderdeel van 'Being Here! America is Not an Abstract Concept', een compositie uit 2006. Andermaal een mooi voorbeeld van het switchen tussen strak gecomponeerd en bijzonder experimenteel. Tot slot klinkt 'Morphogenesis', krachtige blazerslijnen op een pittig ritme, met hoofdrollen voor Cleaver en Burrell.

Foto: Geert Vandepoele

Labels: , , , ,

(Ben Taffijn, 22.5.21) - [print] - [naar boven]



Nieuws
Edo Righini nieuwe directeur Muziekgebouw

In februari 2011 stond gitarist Edo(ardo) Righini en zijn kwintet met Robert Scherpenisse, Jasper Blom, Mark Haanstra en Hans van Oosterhout nog op het podium van Theater aan het Vrijthof in Maastricht. Nu, tien jaar later, bereikte ons het heugelijke nieuws dat hij de nieuwe algemeen directeur wordt van Muziekgebouw Eindhoven.

De in Florence geboren Righini (47) begon zijn loopbaan als klassiek geschoold musicus, en verhuisde daarvoor naar Hilversum, dat werd gezien als het Mekka van het jazzonderwijs. Hij ontwikkelde zich tot een zeer gewaardeerde pop- en jazzmuzikant in binnen- en buitenland, die werkte met onder anderen Tineke Postma, Mike Mainieri, Dee Dee Bridgewater en Amy Winehouse.

Zijn liefde voor muziek kreeg hij al vroeg mee van zijn vader, een groot operaliefhebber. De 14-jarige Righini zag zijn vrienden echter gitaar spelen en vond dat veel interessanter. "Ik vroeg toen aan mijn vader waarom er geen gitaar in een opera zat. Hij gaf mij toen een plaat die mijn leven heeft veranderd: het Concierto de Aranjuez van Joaquín Rodrigo. Ik vond het ge-wel-dig en dat was het begin."

Vandaag de dag draait hij "zeker niet" alleen maar jazz. Hij blijkt een omnivoor: van de cellosuites van Bach tot en met Jimi Hendrix. Grinnikend: "Ik ben eigenlijk een muzikale kameleon." De eerste plaat die hij kocht? 'The Incredible Jazz Guitar' van Wes Montgomery. Gitaar spelen doet hij nu alleen nog voor de lol.

Righini is momenteel adjunct-directeur van het Conservatorium van Amsterdam en hoofd van de afdeling jazz en populaire muziek. Per 1 augustus neemt hij het stokje over van Wim Vringer als algemeen directeur van Muziekgebouw Eindhoven.

De foto hierboven is afkomstig uit de fotoset die Cees van de Ven maakte van het concert van het Edo Righini Kwintet in het Theater aan het Vrijthof op 1 februari 2011.

Bron: Eindhovens Dagblad

Labels: , ,

(Cees van de Ven, 20.5.21) - [print] - [naar boven]



In memoriam
Mario Pavone

Contrabassist/componist Mario Pavone was een avontuurlijk musicus, die actief was in hedendaagse jazz en improvisatie. In de late jaren 60 was hij actief in de New Yorkse scene met onder meer Thomas Chapin, Paul Bley en Anthony Braxton. Daarnaast werkte hij ook met trompettisten Steven Bernstein en Dave Douglas, pianist Craig Taborn en vele anderen.

Mario zag het levenslicht in Waterbury (Connecticut) op 11 november 1940. Hij startte pas op 24-jarige leeftijd als contrabassist. Hoofdzakelijk was hij autodidact, maar nadat hij zijn ingenieursdiploma behaalde aan de University of Connecticut nam hij een aantal lessen bij de virtuoze Bertram Turetzky. Toentertijd waren er nog geen basversterkers en dat compenseerde hij met zijn gespierde speelstijl. In 1965 begon hij zijn professionele carrière als musicus. In 1967, nadat hij de begrafenis van John Coltrane bijwoonde, besloot hij om zich enkel nog met muziek bezig te houden. Vanaf dit jaar tot 1968 werkte hij samen met Paul Bley.

In de New Yorkse loft-scene musiceerde hij met onder anderen trompettist Bill Dixon en Archie Shepp. In de jaren 70 richtte hij zijn eigen label Alacra op. In dezelfde periode stichtte hij samen met andere musici uit Connecticut (waaronder Ray Anderson, Pheeroan AkLaff, Gerry Hemingway, Anthony Davis, Mark Helias, Wadada Leo Smith) het Creative Musicians' Improviser's Forum. In de jaren 80 nam Mario geregeld op met Bill Dixon voor Soul Note.

Het was in dezelfde periode dat hij een cruciale rol speelde in het legendarische Thomas Chapin Trio (met drummer Michael Sarin). Hij zou van 1980 tot aan het overlijden van Chapin, in februari 1998, zijn muzikale kompaan blijven. In de jaren 90 werkte hij veelvuldig samen met Marty Ehrlich, Joshua Redman, Matt Wilson en Peter Madsen.

In 2001 speelde hij met drummer Marcello Pellitteri op het debuutalbum 'Trio' (Playscape Recordings) van zijn zoon en gitarist Michael Pavone. Een andere partner waar hij intens mee musiceerde was gitarist Michael Musillami. Ze namen verschillende platen op voor Michaels Playscape-label. Het Musillami/Pavone Quartet met pianist Peter Madsen en drummer Michael Sarin was trouwens in november 2002 te gast tijdens de Jazz'Halo Music Days in het Bimhuis Amsterdam en De Werf Brugge.

Op de cd 'Street Songs' uit 2014 brengt hij een ode aan de stoop music (straatmuziek uit het multiculturele Waterbury van zijn jeugd). Naast Mario spelen ook Carl Testa, een tweede contrabassist, accordeonist Adam Matlock, trompettist Dave Ballou, drummer Steve Johns, pianist Peter Madsen op dit prachtige album.

Mario Pavone was ook een schitterend plastisch kunstenaar, die veel van zijn eigen platenhoezen ontwierp (o.a. voor 'Chrome' van het Dialect Trio uit 2017 en 'Dancer’s Tales' van Mario Pavone uit 1997).

Op 15 mei verloor Mario een zeven jaar lange strijd tegen kanker.

In zijn Downbeat-artikel van 4 mei jongstleden omschrijft Kevin Whitehead de stijl van Mario Pavone als volgt: 'On stage, Mario Pavone doesn’t move like other bass players; his hands follow different routes around the neck. He likes splayed intervals: a low G plus a high B a tenth above it, say. It comes from his visualizing the fingerboard as if standing before it, seeing not just all the note positions, but the various intervals, scales and chords radiating out from and connecting them. He plays with a lot of force.'

Deze in memoriam verscheen ook op Jazz'Halo | Foto's: Maarten van de Ven

Labels: ,

(Jos Demol, 18.5.21) - [print] - [naar boven]



Cd / Lp
Femi Kuti & Made Kuti - 'Legacy +' (Partisan, 2021)

Opname: 2019

De invloed van de Nigeriaanse musicus Fela Kuti op de Afrikaanse muziek kan moeilijk worden overschat. 'Afrobeat' noemde Kuti zijn muziek, een mix van de muziek uit zijn eigen cultuur en die van het westen, die hij onder andere leerde kennen tijdens zijn verblijf als student in Londen. Hij zou er de wereld mee veroveren. Geheel in de traditie werd zijn zoon Femi eveneens muzikant, iets dat inmiddels ook geldt voor zijn kleinzoon Made, een gebeurtenis die de in 1997 overleden Fela helaas niet mee mocht maken. Partisan Records gaf ze onlangs allebei de ruimte op het dubbelalbum 'Legacy +'.

De link met Fela is producent Sodi Marciszewer, die de laatste zes albums van Fela produceerde en nu voor dit 'Legacy +' tekent. 'Stop The Hate' is de ondertitel van het album van Femi, zijn elfde inmiddels, waarop we overigens ook Made horen, op bas, saxofoon en percussie. Zoals de titel al aangeeft - en Femi treedt hiermee in de voetstappen van zijn vader - is dit een sterk politiek georiënteerd album. In eerste instantie klaagt Femi hier de regering in zijn eigen land aan, waar geweld en corruptie welig tieren en een groot deel van de bevolking, ondanks de rijkdom aan grondstoffen, in armoede leeft. Maar zijn boodschap is natuurlijk universeler en gaat ons allemaal ter harte. En natuurlijk raakt de muziek aan die van Fela, Femi speelde sinds 1979 in Egypt '80, de band van zijn vader, en kreeg de afrobeat dus met de paplepel ingegoten. Tegelijkertijd is dit de muziek van onze tijd en is Femi zeker geen kopiist.

Made begon op zijn beurt in de Positive Force Band van zijn vader en met dit 'For(e)ward' maakt hij zijn debuut met zijn eerste eigen album. Inderdaad, het stokje wordt weer doorgegeven. In eerste instantie natuurlijk muzikaal met die prachtige mix van jazz, soul en Afrikaanse muziek (al klinkt Made's album een stuk hipper en eigentijdser) en in tweede instantie met de politieke lading die ook hij aan zijn album gaf. Zo verklaarde hij in een interview: "No matter where you live, nothing works the way that it should." Maar niet alleen corruptie krijgt aandacht; in 'Young Lady' stelt de jongste Kuti-telg het seksueel grensoverschrijdende gedrag aan de universiteit van Lagos en elders aan de kaak. En denk maar niet dat je daar als jonge vrouw aan kunt ontsnappen. Made: "There is almost no hope for a young lady in that position."

Ondanks die weinig opbeurende boodschap is dit zeker geen negatief album. Alleen die muziek al, daar kun je je onmogelijk mistroostig bij voelen, maar ook qua boodschap overheerst uiteindelijk het positieve. Zo stelt Made over de single 'Free Your Mind': "I think the true meaning of 'Free Your Mind' is to be critical. It means use your mind to its full potential - to think, to try to find answers and ask the right questions."

Labels: , , , ,

(Ben Taffijn, 18.5.21) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...







Menupagina's:


































Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Pelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.