Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Concert
Een verdicht netwerk van klanken

John Zorn & guests, maandag 5 november 2018, November Music, diverse locaties, Den Bosch

Voor de tweede keer bezoekt John Zorn November Music. Een toevalstreffer die wortelt in het optreden van het Asko|Schönberg Ensemble vorig jaar. Zorns kamermuziek kwam hier aan bod en fluitiste Felicia van den End maakte zo'n indruk op Zorn dat hij spontaan aanbood een nieuw stuk voor haar te schrijven, waarop artistiek directeur Bert Palinckx vond dat Zorn dan ook maar bij de première moest zijn. Prima, zei Zorn, maar dan neem ik wel weer een hele dag mijn vriendjes mee. En zo geschiede. Van den End speelde haar nieuwe stuk, 'Nachträglichkeit' en Zorn en collegae trakteerden ons andermaal op een boordevolle dag Zornklanken.

Het hoogtepunt? Zonder meer 'Jumalattaret', uitgevoerd door sopraan Barbara Hannigan en pianist Steve Gosling. Hannigan is wellicht wel de beste sopraan voor hedendaags gecomponeerde muziek die je je kunt wensen. Ze heeft een fenomenale stem, een meer dan perfecte timing en ze leeft zich zodanig in een rol in dat je niets anders kunt dan je mee laten voeren. Het stuk beleefde deze zomer zijn Europese première op Jazz em Agosto in Lissabon en hier dus zijn Nederlandse première. De titel is Fins voor godinnen en Zorn baseerde de tekst op 'Kalevala', een beroemd Fins epos uit 1835. Het is een vreselijk moeilijk stuk vanwege de enorme contrasten die Zorn gebruikt, vaak in één zin. Instuderen lukte Hannigan, zo vertelt ze in een interview aan René van Peer voor het VPRO-magazine, dan ook alleen samen met Zorn, waarin ze hem ongetwijfeld bij sommige passages op andere gedachten heeft gebracht. Hoe het ook zij, bij deze uitvoering lopen je regelmatig de rillingen over de rug. In dezelfde sfeer past 'The Holy Visions', uitgevoerd door Kirsten Sollek, Elizabeth Bates, Eliza Bagg, Rachel Calloway en Sarah Brailey. Een deel van hen was er ook vorig jaar, toen voor 'The Madrigals'. Zorn put voor dit stuk, dat handelt over het leven en werk van de twaalfde-eeuwse mystica Hildegard von Bingen, uit de gehele traditie van vocale kunstmuziek, van de Renaissance tot de hedendaagse a capella en presenteert ons een ongelofelijke rijkdom aan klankkleuren. In de Grote Kerk van Den Bosch met zijn prachtige akoestiek komt dit sacrale werk volledig tot zijn recht.

Er is meer gecomponeerde muziek te horen op deze dag. We hadden het hierboven reeds over het nieuwe stuk voor fluitiste Felicia van den End. Zorn schreef het stuk 'Nachträglichkeit', ontleend aan het werk van Sigmund Freud dat Zorn op dit moment aan het herlezen is, voor strijkkwartet en dwarsfluit. Volgens het psychoanalytisch woordenboek staat de titel voor het 'begrip waarmee wordt aangeduid dat ervaringen, indrukken en herinneringen naderhand op grond van nieuwe ervaringen in een andere ontwikkelingsfase worden gereactiveerd en een nieuwe betekenis krijgen'. Een prachtig subtiel, ietwat mysterieus stuk, waarin de klanken van het strijkkwartet - ook hier weer Zorns vaste kwartet, het JACK Quartet - prachtig samenvallen met die van de fluit. Sprookjesachtig en poëtisch. Meer kamermuziek hier in kleine bezetting. Het opwindende 'Ouroboros' voor twee cello's, een razend ingewikkeld stuk waarin de extremen waar Zorn zo bekend om is perfect tot uiting komen, dat geweldige solostuk voor cello, 'As Above, So Below', waar Michael Nicolas voor tekent en tot slot Zorns strijkkwartet 'The Alchemist' uit 2011, gebaseerd op het leven en werk van John Dee, een alchemist die in de zestiende eeuw aan het hof van koningin Elizabeth I verbleef.

Meer jazz-georiënteerde muziek is er natuurlijk ook. Met als meest bijzondere de wederopstanding van 'Cobra'. Het dook voor het eerst op in 1984 en kwam voor het eerst op cd uit bij HatHut. 'Cobra' is een door Zorn genoemd game piece. Het aantal musici is vrij, maar er moet altijd een zogenoemde 'prompter' bij zijn. Die houdt kaarten omhoog met daarop instructies en wijst musici aan die deze moeten uitvoeren. Musici kunnen zichzelf ook aanwijzen als vrijwilliger, maar het is aan de prompter om hier al dan niet gehoor aan te geven. Maar musici kunnen wel middels gebaren het stokje overnemen en de muziek een andere kant op sturen. Kortom heerlijke gekte alom en het speelplezier bij deze supergroep, twaalf man/vrouw sterk, spat ervan af. Onvergetelijk is Zorns solo. Eerst op het orgel van de Sint-Jan. Zo moet ongeveer het laatste oordeel klinken! De zware basklanken spreken boekdelen, maar dan zijn daar vederlicht hoge kleuren, als vogels. En een prachtige vinding: ineens is daar wonderbaarlijk gekrijs, hij heeft zowaar zijn altsax even tevoorschijn gegrist. Later bespeelt hij die uitgebreid in het Jheronium Bosch Art Center, eveneens een kerk. Ook hier maakt hij uitgebreid gebruik van de akoestiek. Lagen geluid op elkaar stapelend creëert hij een verdicht netwerk van klanken, een bedwelmende sfeer. Tot slot brengt hij de figuren van Bosch tot leven met louter het mondstuk van zijn sax. In deze wonderlijk geluiden zit de gehele mystieke wereld van deze bijzondere kunstenaar verborgen.

Op 9 juli 2019 staat John Zorn op Gent Jazz met de complete 'Bagatelles'. Hij treedt daar aan met veertien formaties.

Foto's: Lodi Lamie & Claire Chase

Labels:

(Ben Taffijn, 15.11.18) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Christian McBride - 'Christian McBride's New Yawn' (Mack Avenue, 2018)

Opname: 25-27 mei 2017

Toen bassist Christian McBride een kwart eeuw geleden op het toneel sprong, tot de tanden gewapend met skills en visie, was de vraag welke weg hij zou kiezen. Welnu, hij koos gewoon alle wegen. Hij verdiepte zich in pop en hardbop en urban grooves, werd producer, was actief in het onderwijs en op de radio en werd ook nog eens artistiek leider van het Newport Jazz Festival. Plus dat hij een vijftal groepen leidt, waaronder het onderhavige New Yawn, dat ergens tussen hardbop en free jazz opereert. In zijn vrije tijd, lees ik in een recent interview, lummelt hij graag wat rond in zijn favorieten hoeden- en kledingwinkels in Harlem.

Het openingsnummer van deze cd, 'Walkin’ Funny', had zó door het Ministry of Funny Walks gesponsord kunnen zijn. Of het John Cleese intussen nog zou lukken dit maffe pasje daadwerkelijk uit te voeren, mag overigens betwijfeld worden. Hoe McBride een brug slaat tussen hardbop en free jazz horen we in 'The Middle Man', waarin de explosief spelende drummer Nasheed Waits de rest van de band spitsroeden laat lopen.

In 'Pier One Import' staat de interactie tussen de bassist en zijn muzikanten centraal. Mooi is hier de combinatie gestreken bas/basklarinet (van Marcus Strickland), terwijl tevens opvalt hoe dicht het basgeluid bij dat van Waits' tom kan zitten. Daar zou ik wel eens een compleet duet van willen horen.

Dat zijn mentor ooit Ray Brown was hoor je nog wel in de diepe mahonieglans van McBride's bas terug. Die toon is in de loop der jaren alleen maar dieper, zwaarder en massiever geworden. Voor een wonderkind is hij niet slecht terechtgekomen.

In de Jazztube kun je kijken naar een live-uitvoering van een nummer van deze cd, 'John Day', live opgenomen de Jazz Alley in Seattle.

Labels: ,

(Eddy Determeyer, 14.11.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Waar was Manfred Eicher?

Mudita, maandag 1 november 2018, Podium Bloos, Breda

Stemkunstenares Sanne Rambags is aan een gestage opmars bezig binnen de Nederlandse muziek. Ze viel reeds op toen ze deel uitmaakte van het Nationaal Jazz Jeugd Orkest dat in 2015/2016 onder leiding stond van Martin Fondse. Aansluitend vonden we haar terug in diens orkest en kon ze meeprofiteren van het winnen van de Buma Boy Edgar Prijs van Fondse en de serie optredens die dit met zich meebracht. Niet dat Rambags dat nodig had, getuige twee andere projecten die beduidend dichter bij haar ontwapenende persoonlijkheid komen: het trio dat ze vormt met slagwerker Joost Lijbaart en gitarist Bram Stadhouders en dat we naar analogie van het eerste album maar Under The Surface noemen en het trio dat ze vormt met trompettist Koen Smits en pianist Sjoerd van Eijk en dat de naam Mudita draagt. In dit laatste trio horen we Rambags op haar best. Al was het maar omdat dit echt helemaal haar project is. Ze studeerde samen met Smits en Van Eijk in Tilburg en vanaf die tijd musiceren ze reeds op regelmatige basis met elkaar. Die speelsheid, ongedwongenheid zit in de muziek, spat ervanaf. Van het album 'Listen To The Sound Of The Forest', dat verscheen bij Zennesz en hier terecht zeer lovend werd ontvangen door collega Koen Scherer, maar zeker ook van een liveconcert zoals hier in het intieme Podium Bloos, als onderdeel van de concerten die het nieuwe Brabantse initiatief Dock Zuid organiseert.

Voor wie Rambags en Mudita niet kent maar houdt van het geluid van het fameuze ECM Records, doet er goed aan dit album zonder aarzeling aan te schaffen. Spijt zult u er niet van krijgen, want wat deze dame met haar twee vrienden hier ten gehore brengt zou uitstekend passen op dit label van Manfred Eicher. Helaas was hij er niet bij vanavond. Dom van hem, veel gemist. Want dit is muziek die ademt op het ritme van de natuur. Het pulserende, maar zeer bescheiden pianospel van Van Eijk, het omfloerste, licht schurende, gruizige trompetspel van Smits en de fragiele, intieme klanken van Rambags: ze vullen elkaar meer dan goed aan. Bijzonder daarbij is dat deze musici elkaar echt de ruimte geven; niemand is de leider, ze sturen elkaar vanuit gelijkwaardigheid, durven stiltes te laten vallen, maar durven ook hun rol te pakken. Allemaal naar analogie van het woord mudita, dat stamt uit het Sanskriet en dat slaat op vreugde beleven aan het succes van de ander. Hoe vreemd dat voor ons moderne mensen wellicht ook klinkt, je ziet het hier voor je ogen gebeuren. En het is die belangrijke filosofische grondhouding die ervoor zorgt dat hier muziek klinkt die er werkelijk toe doet, die je stil laat staan, zorgt voor een moment van reflectie - voorwaar geen overbodige luxe in deze jachtige tijden.

Bijzonder is 'Atalanta', een nieuw stuk dat zelfs de cd niet heeft gehaald. Sanne Rambags werkt hier met een verbazingwekkend scala aan verbale technieken, die mij op de bovengenoemde beschrijving van stemkunstenaar brengt. Rambags is zoveel meer dan louter zangeres. In dit stuk komt de invloed van de Scandinavische folk voorbij (een passie van Rambags), het Sprechgesang, het scatten, de fantasietaal, het fluisteren en heel veel meer. En dat alles brengt ze met een feilloos gevoel voor theater en een duidelijk sensuele inslag. En - zoals gezegd - aan Smits en Van Eijk heeft ze de ideale partners. Wat Rambags met haar stem doet, doen zij met hun instrumenten: op zoek gaan naar de ziel van de muziek, de ziel van het bestaan. Deze muziek, je kunt er geen genoeg van krijgen!

Labels:

(Ben Taffijn, 12.11.18) - [print] - [naar boven]



Festival
Festival Jazz International Rotterdam 2018


"Het programma van het 18e Festival Jazz International Rotterdam oogt uitdagend. Draai om je oren doet verslag van de eerste twee festivaldagen waarin 'the voice' in de jazzmuziek, ook al is die vaak instrumentaal, het leitmotief vormt. De stem in de betekenis van een eigen muzikaal karakter of uniek (klank)geluid. Een moeilijke opgave voor iedere kunstenaar/musicus."

Louis Obbens bezocht het festival op vrijdag 26 en zaterdag 27 oktober. In LantarenVenster zag hij concerten van Suzana Lașcu (foto), Theo Croker's Star People Nation, Spoken, Donny McCaslin, Anton Goudsmit & Andreas Schaerer, Wietse Voermans, Laura Perruddin en Ben Wendel Seasons Band.

Klik hier om zijn festivalverslag te lezen.

Louis Obbens maakte ook een fotografisch verslag van het Festival Jazz International Rotterdam. Klik hier om zijn foto's te bekijken.

Labels:

(Maarten van de Ven, 11.11.18) - [print] - [naar boven]



Concert
John Scoffield Quartet maakt indruk in uitverkocht Muziekgebouw

woensdag 31 oktober 2018, Muziekgebouw aan 't IJ, Amsterdam

In december 2017 werd gitarist John Scofield 66, ter gelegenheid waarvan hij een nieuwe plaat maakte, 'Combo 66'. De meervoudig winnaar van Grammy Awards richt zich op deze plaat vooral op straight-ahead jazz en swing.

Voorafgaand aan het concert in het Muziekgebouw had Koen Schouten een kort interview met de oude meester. Aan de hand van zorgvuldig gekozen geluids- en videofragmenten ontstond al snel een ontspannen sfeer, waarin Scofield zich duidelijk op zijn gemak voelde en een aantal aardige anekdotes vertelde. Zoals die keer dat hij zijn eerste gitaar ging kopen en de voor hem toen nog onbekende Bob Dylan ook aan het shoppen was. Gevraagd naar het openingsnummer van het concert vertelde de gitarist dat dit 'Icons At The Fair' zou worden. Op de vraag waar dit nummer over gaat kwam de spontane reactie: "It’s a jazz song so it isn’t about anything." Herbie Hancock (icon 1) schijnt aan de haal te zijn gegaan met een aantal akkoorden uit Paul Simons (icon 2) Scarborough Fair. Scofield is hier, op zijn beurt mee aan de slag gegaan en heeft ook nog gebruik gemaakt van een lick van Miles Davis (icon 3).

Het idee van het interview voorafgaand aan het concert is erg sterk en de aanpak van Koen Schouten bleek uitstekend te werken. Ik beveel iedereen aan om bij een volgende gelegenheid een uurtje eerder te komen om dit mee te pikken. Het voegt echt iets toe aan het concert.

'Icons At The Fair' is een frisse en uptempo compositie geworden, die ik met de beste wil van de wereld niet kan koppelen aan het oorspronkelijke Paul Simon-nummer. Maar een sterke opening was het zeker. Direct werd duidelijk dat Scofield zich omringd heeft met een stel topmuzikanten. Gerald Clayton kreeg de ruimte op de vleugel en liet een aantal heerlijke improvisaties horen en het geheel werd door de ritmesectie magnifiek ondersteund. Drummer Bill Stewart bleek een bescheiden tovenaar te zijn, met subtiele tempowisselingen en goed geplaatste accenten. Samen met de al net zo bescheiden maar even virtuoze bassist Vicente Archer vormde hij de degelijke basis van het kwartet.

Er werd meteen stevig doorgepakt met 'Combo Theme' en 'Can’t Dance', waarop Gerald Clayton de vleugel inruilde voor het hammondorgel en het kwartet direct een andere vette sound neerzette. Een stevige swing gierde door het Muziekgebouw en steeds meer mensen begonnen mee te bewegen met de muziek; er werd zichtbaar genoten. Stewart werd door Scofield in het zonnetje gezet met een compositie van zijn hand: 'F U Donald' (van de onlangs verschenen cd 'Band Menu').

Natuurlijk moest er een toegift gespeeld worden. Het werd de standard 'But Beautiful', waarin nog eens gedemonstreerd werd hoe subtiel en gepassioneerd Scofield zijn muziek kan laten klinken. Want ook de ballads stonden als een huis.

Scofield is er in geslaagd met 'Combo 66' een frisse vernieuwende plaat neer te zetten die aantoont dat 66 eerder associaties oproept met Route 66 dan met pensioen gaan. Het enthousiasme waarmee de set gespeeld werd en de gemixte en uitgebalanceerde samenstelling van de band werkten aanstekelijk. Sco's rauwe randje was steeds aanwezig en het speelplezier was zichtbaar. Mooi om te zien dat Scofield zich blijft vernieuwen en er nog steeds zin in heeft. Ik sluit niet uit dat er nog een Grammy Award voor hem in zit.

Klik hier voor foto's van dit concert door Johan Pape.

Labels:

(Johan Pape, 9.11.18) - [print] - [naar boven]



Concert / Cd
Martina Verhoeven / Cyril Bondi, Pierre-Yves Martel & Christoph Schiller live

dinsdag 30 oktober 2018, De Singer, Rijkevorsel
Cyril Bondi, Pierre-Yves Martel & Christoph Schiller - 'Tse' (Another Timbre, 2018)
Opname: 16 november 2017

Bij geïmproviseerde muziek denken we al snel aan jazz, of wat we daar normaal gesproken onder scharen. Daarmee beperken we ons, is de boodschap van Dirk Serries, die zijn horizon langzaam aan het verbreden is, sinds enige tijd een eigen platenlabel beheert - A New Wave Of Jazz - en nu ook op regelmatige basis in De Singer mag programmeren. Wie al kennis heeft genomen van Tonus weet dat Serries meer dan ooit het minimalisme opzoekt en niet terugdeinst voor de stilte als partner van de muziek.

Voor wie er minder in thuis is: we hebben het hier over vrije improvisatie die dichter tegen hedendaags gecomponeerde muziek aanschurkt dan tegen jazz. Sterker nog, vrijwel de meeste musici in dit genre zijn zowel componist als uitvoerend, improviserend musicus. Een ander gemeenschappelijk kenmerk is de aard van de muziek. We noemden het hierboven minimalistisch, maar dat is een understatement. Melodie is er vaak nauwelijks, harmonie evenmin en meestal speelt ook ritme een geringe rol. Wat overblijft is klank en stilte en die twee in een precair evenwicht. En er zijn de eigen, in deze muziek gespecialiseerde labels: het Duitse en alom gerespecteerde Edition Wandelweiser Records van Antoine Beuger, het Engelse Another Timbre met labelbaas Simon Reynell en een handvol labels opgezet door musici: rhizome.s van Bruno Duplant, Second Editions van Eva-Maria Houben en INSUB.records van Cyril Bondi zijn hier voorbeelden van, maar Serries heeft soortgelijke plannen met zijn A New Wave Of Jazz.

In De Singer, op deze eerste avond waar Serries acte de présence geeft als curator, presenteert hij een boeiende double bill. Allereerst pianiste Martina Verhoeven, die we reeds kennen van haar samenwerking met Serries. Alleen nu hier solo met 'Gratitude', een stuk dat Verhoeven baseerde op foto's die zij maakte - Verhoeven is zowel beeldend kunstenaar als musicus - en die als thema de vormen hebben die we tegenkomen bij planten. Verhoeven vergroot die vormen zodanig dat het onderwerp vaak niet langer herkenbaar is, maar nog wel het lijnenspel, de structuur. In haar stuk voor solopiano geeft ze dat eveneens duidelijk vorm. Het is een cyclus waarin we iedere keer op hetzelfde punt lijken uit te komen, mede dankzij één noot, wel telkens een andere, die in een bepaalde fase steeds wordt herhaald en dient als een soort van ankerpunt. Het is daarbij net alsof je iedere keer naar hetzelfde object kijkt, maar dan telkens vanuit een ander gezichtspunt. Een boeiend, in zekere zin hypnotiserend stuk.

Cyril Bondi, Pierre-Yves Martel en Christoph Schiller zijn in de wereld van deze vorm van improvisatie inmiddels grote namen. Het mag dan ook zeker bijzonder heten dat Serries deze heren naar Rijkevorsel wist te halen, dinsdag stonden ze nog in het Londense Café Oto. Bijzonder van dit trio is allereerst het instrumentarium. Een Indiaas harmonium, een spinet en een viola da gamba zijn geen instrumenten die we associëren met vrije improvisatie. We denken dan, zeker bij het spinet en de viola da gamba, eerder aan klassieke muziek uit de renaissance. Maar Bondi, Martel en Schiller laten hier horen dat juist deze instrumenten uitermate geschikt zijn voor de muzikale wereld die ze willen creëren. Een wereld waar de schoonheid van klank voorop staat en de fragiliteit alle ruimte krijgt. Ze spelen slechts iets meer dan een half uur, maar in die korte tijd krijgen we een prachtige muzikale wereld voorgeschoteld, alsof je kijkt door een microscoop. Bijzonder is verder dat de klanken van deze oude instrumenten gecombineerd worden met die van allerhande objecten en noise opgewekt met behulp van een ebow, die een magnetisch veld creëert waarmee de snaren in trilling worden gebracht.

Wie er niet bij was en door dit verhaal nieuwsgierig is geworden kan terecht bij Another Timbre, waar onlangs 'Tse' verscheen. De vijf genummerde stukken op dit album zijn exemplarisch voor het werk van deze musici. In 'II' horen we de boventonen die je krijgt door met een strijkstok langs metaal te strijken, in combinatie met het geluid van de viola da gamba en afgewisseld met rommelige, ondefinieerbare klanken. Een vreemd aandoend geheel, dat desondanks weet te boeien. In 'IV horen we Martel met zijn ebow in actie - het lijkt verdorie wel een zwerm insecten. Voor de echte liefhebbers zeggen we dan. De liefhebbers van bijzondere klanken.

Klik hier voor een interview met Pierre-Yves Martel.

Klik hier om 'Tse' te beluisteren.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 7.11.18) - [print] - [naar boven]



In memoriam
Roy Hargrove


Op zaterdag 3 november 2018 is door zijn manager, Larry Clothier, wereldkundig gemaakt dat trompettist Roy Hargrove is overleden in een ziekenhuis in New York. Hargrove streed lange tijd tegen een hardnekkige nierziekte en werd gedialyseerd. Een hieraan gerelateerd hartfalen is hem uiteindelijk fataal geworden. Roy Hargrove laat zijn vrouw Aida Brandes en zijn dochter Kamala Hargrove achter.

De tengere Roy Hargrove is geboren op 16 oktober 1969 in Waco, in de staat Texas. Hij bezocht meerdere muziekscholen, waaronder de Barklee College in Boston. In de jaren negentig steeg in rap tempo zijn aanzien als rasimprovisator. Met als gevolg een serie prijzen: DownBeat 'Rising Star Trumpet' en twee Grammy Awards. De trompettist is geprezen om zijn veelzijdigheid, van hardbop tot latin jazz, van r&b tot hiphop. In een live-setting was hij op zijn allerbest. Hij wist zijn publiek te raken met snelle, gedreven, vloeiende hardbopsolo's en muisstil te krijgen in een mysterieuze of sensuele ballad.

Roy Hargrove speelde op zijn plaat 'With The Tenors Of Our Time' uit 1994 samen met Joe Henderson, Joshua Redman, Branford Marsalis, Johnny Griffin en Stanley Turrentine. Maar ook 'Habana', gedreven door Afro-Cubaanse ritmes, gooide hoge ogen. Gespeeld met zijn groep Crisol, waar ook David Sanchez en Cucho Valdez deel van uitmaakten. In 2002 maakte de trompettist samen met Herbie Hancock en Michael Brecker het gelauwerde album 'Directions In Music: Live At Massy Hall'. Een jaar later werd het neo-jazzalbum 'Hardgroove' een artistiek en commercieel succes. Hierin liet Hargrove elementen uit de r&b en hiphop samensmelten met jazz. Dit keer met zijn groep RH Factor, met als gastspelers als Eryka Badu, Common en D'Angelo. De lijst met muzikanten waarmee Roy Hargrove heeft samengewerkt is immens. Van Shirly Horn tot D'Angelo en van Sonny Rollins tot Roy Haynes.

In Nederland was Roy Hargrove, met name op het North Sea Jazz Festival, waarin hij als 17-jarige debuteerde, vaak te bewonderen. Door zijn ziekte en het drugsgebruik was zijn muzikale creativiteit de laatste jaren min of meer uitgedoofd. Hierdoor bleven nieuwe albums uit en waren de optredens wisselend van niveau. Bij zijn laatste optreden op North Sea was bij vlagen zijn oude virtuositeit terug te horen.

Foto: Louis Obbens

Labels:

(Louis Obbens, 6.11.18) - [print] - [naar boven]



Concert / Cd
Flat Earth Society live

donderdag 25 oktober 2018, De Singel, Antwerpen
Flat Earth Society - 'Untitled #0' (Igloo, 2018)
Opname: 2017

Volgend jaar bestaat de meest vermaarde bigband van België, Flat Earth Society (FES), 20 jaar! Dat lijkt me straks wel een feestje waard. Of vond dat feest reeds plaats in de Antwerpse De Singel ter gelegenheid van de nieuwe dubbelaar 'Untitled #0'? Want een feest was het om dit kleurrijke, vijftien koppen tellende orkest weer eens aan het werk te zien en natuurlijk te horen. Hun muziek, ze kwamen hier al vaker voorbij, is wellicht wel het beste te beschrijven als een smeltkroes. Hokjes zijn immers voor frontman en klarinettist Peter Vermeersch en zijn kompanen een gruwel. Dus krijgen we, zonder uitputtend te zijn, naast onvervalste bigbandjazz (Vermeersch toont zich onder meer aan Duke Ellington schatplichtig), rock (waarin we de invloed van Frank Zappa herkennen), filmmuziek (met verwijzingen naar Ennio Morricone) en hedendaags gecomponeerde muziek (zo horen we de invloed van Igor Stravinsky). En dat natuurlijk allesbehalve in een logische volgorde. Integendeel, Vermeersch hangt de shocktherapie aan. Een bijna romantisch moment wordt direct gevolgd door een uitbarsting stevige rock, een bijna klassieke melodie door een mal, suf patroontje dat we eerder verwachten bij een stel amateurs. Verfrissend, zoveel is wel zeker. Een show van FES zit er vol mee en dit releaseconcert dus ook.

Neem 'Apes, Spies & Apps'. Eerst zet het orkest in op volle snelheid, met unisono geblazen akkoorden, afgewisseld met korte solo's van drummer Teun Verbruggen. Dan gaat het tempo ineens naar beneden en horen we jaren 20 klassieke romantische klanken - dit kan zo in een film. Prachtig ook die dwarsfluitsolo van Bruno Vansina. Dan gaat het tempo weer omhoog, gevolgd door een ritmisch patroon dat past bij de 'Spies' uit de titel. Zeer spannend en met een sterk aan rock gerelateerde bijdrage van gitarist Frederik Leroux en over elkaar heen tuimelende blazers.

En o, wat zijn we blij dat we eindelijk 'Miss Man’s Mist' op de schijf hebben. Over deze mini-opera, waarin tubaspeelster Berlinde Deman een grote rol speelt, schreven we eerder naar aanleiding van het concert dat de band in 2016 gaf tijdens Stranger Than Paranoia: 'De rest van de band verlaat op dat moment demonstratief het podium. Demans diepe geluid wordt doorspekt met de meest bizarre door elektronica voortgebrachte, onderwereldachtige geluiden. Dat is FES in een notendop. De gekte ten top.' We staan er nog steeds achter en in De Singel bleek weer eens waarom. We vervangen nu alleen de onderwereld door de dierentuin. Deman blijkt in dialoog verwikkelt met een gorilla! Knotsgek gaat het er ook aan toe in 'Mr. Cooper At The Dentist' - wat wil je ook met zo'n titel. Hier knallen de musici in volle vaart tegen elkaar, maar vinden we tevens een aantal van de meest fraaie solo's op deze dubbelaar. 'Drstkova Polevka', volgens Vermeersch Oost-Vlaams voor 'Antwerpen', is geënt op minimal music. Een zeer strakke, repeterende melodie doet ons zonder moeite meebewegen. Deze opener van schijf 2 positioneert FES tijdens het concert vrijwel aan het einde, om ons wakker te houden?

Prachtig is ook zeker de bewerking van George Gershwins 'Summertime', een van de hoogtepunten uit 'Porgy And Bess'. Maar geef hier nu maar weer eens een originele draai aan. Vermeersch lukt het zonder meer, onder andere door te beginnen met veldgeluiden van vogels. Bijna melig, maar hier uitstekend passend. Verder weet de band de romantische sfeer goed te vangen, zonder in het sentiment te belanden.

Afsluiten tijdens het concert doen we met het zeer melodische 'No One Left', het tweede nummer van het album. Een krachtig, repeterend ritme kenmerkt dit nummer en nog één keer horen we Vermeersch in de rol van klarinettist met een prachtige solo. We deinen de zaal uit. Het album eindigt met 'A. Maximus'. Zijn we hier andermaal in de dierentuin beland? Zo begint het in ieder geval, maar nee, het is het circus. Het FES-circus welteverstaan. Op naar 'Untitled #1'!

Klik hier om dit album te beluisteren.

Op vrijdag 23 november speelt Flat Earth Society in het Bimhuis, Amsterdam.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 5.11.18) - [print] - [naar boven]



Cd
Ben Sluijs Quartet - 'Particles' (On Purpose, 2018)


Het Ben Sluijs Quartet verscheen in 2016 op Jazz Middelheim als een beloftevol nieuw kwartet en stond daar dit jaar opnieuw op het podium. Met het album 'Particles' kunnen we nu eender waar beluisteren hoe mooi het klikt in deze groep rond Ben Sluijs. Nu eens zet de ene en dan weer een andere een nummer in en telkens zorgt een hechte band voor een bekorende uitvoering.

In drummer Dre Pallemaerts vindt Ben Sluijs een kompaan uit zijn jonge jaren, die ook een zwak voor tedere en liefdevolle muziek heeft uitgediept. Met bassist Lennart Heyndels en pianist Bram De Looze heeft hij een veelzijdig en veelgevraagd jong talent in de groep. Op verfijnde wijze komt in openingstrack 'Particles' meteen de grote zeggingskracht van elk van de vier muzikanten aan bod. In deze trage compositie laten zij horen hoe delicaat en innemend zij in een sober melodieus stuk kunnen klinken. Wat volgt op dit album zet deze aanpak kleurrijk verder en voegt daar levendig speelplezier aan toe.

Een sleutel in de overtuigingskracht van deze muziek is geleidelijkheid. Die wordt zowel binnen composities als in de volgorde van de nummers gehanteerd. 'Song For Yusef', met dwarsfluit, bouwt rustig naar het thema om zich vandaar en daarrond tot een meeslepend jazznummer te ontwikkelen. 'Miles Behind' nodigt uit om sensueel de schouders te bewegen, om dan over te gaan tot een dansje - met de oren aldoor gespitst voor het knappe spel van de muzikanten! Waarna een rustig mijmeren bij 'Air Castles' welkom kan zijn en een nieuwe opstoot van energie volgt met 'Cell Mates'.

De afwisseling van langzame en snellere stukken zet zich door en steeds weer is er die inventieve inbreng van de muzikanten om de fijne composities iets extra's te geven. Wat vastligt kleuren zij in met grote klasse en originaliteit, daarbovenop tonen zij zich rijk aan ideeën om samen op verder te borduren en te improviseren. Hoogtepunten in beide opzichten zijn voor ondergetekende het levendige 'Jemima' en het emotioneel pakkende 'Ice Chrystal'. Het zou u niet moeten verbazen als dit schijfje ook een plaatsje verovert in een eindejaarslijstje bij een gerespecteerd medium dat nog gedrukt van de pers rolt.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels:

(Danny De Bock, 3.11.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Verrassend omgaan met de traditie

Inland Empire, woensdag 24 oktober 2018, Paradox, Tilburg

Inland Empire, grote kans dat u dit kwartet niet kent. Cd's zijn er (nog) niet en in september 2016 lieten ze pas voor het eerst van zich horen. Nu staan ze ineens in Paradox met driekwart van de originele bezetting. Bassist Ole Morten Vågan, drummer Øyvind Skarbø en rietblazer Fredrik Ljungkvist zijn van de partij, pianiste Kris Davis helaas niet. Een nieuwe baan aan Princeton University gaat even voor. Niet getreurd: met pianist Alexander Hawkins is een meer dan uitstekende vervanger geregeld. Waardoor Inland Empire overigens beslist anders zal klinken, gezien de verschillende stijlen van beide pianisten.

De kwartetbezetting is een klassieke en dat geldt eveneens voor de ritmische, melodische basis van de zes stukken waar de set uit bestaat. De kracht zit hem in wat deze heren er vervolgens mee doen. Dat klassieke materiaal dient dan ook maar al te vaak als opstapje voor enigmatische uitweidingen, waarbij de klanken van de vier instrumenten telkens op verrassende wijze samenvallen. Hawkins kennen we daarbij inmiddels; hij is veelvuldig in het Amsterdamse circuit aan te treffen, als een pianist die op geheel eigen wijze vorm geeft aan het begrip ritme. Ook hij kent zijn klassiekers, maar is verre van een kopiist. Ljungkvist, onder andere actief in het fameuze Atomic, bedient zich van al even krachtige frases, maar is ook zeker in staat om een uitgebreid kleurenpalet in zijn spel naar voren te brengen. In 'Jag Vet', een stuk van Ljunkvist, horen we ze aanvankelijk samen en het is prachtig om te horen hoe de klanken van de beide instrumenten - Ljungkvist hier op klarinet - met elkaar verweven raken. Dan voegen op al even melodische wijze Vågan en Skarbø zich erbij, een prachtige ballad ontvouwt zich. Oeverloos klinkt Hawkins in de navolgende triopassage; schijnbaar achteloos knoopt hij de ene reeks akkoorden aan de volgende, zonder de melodie daarbij uit het oog te verliezen.

Vågan blijkt daarbij uitstekend te zijn in het neerzetten van een spannende groove, maar valt vooral op door de sfeer die hij met zijn contrabas weet neer te zetten. Grosso modo geldt ditzelfde voor Skarbø. Bijvoorbeeld in het begin van 'Hindright Bias', een compositie van de drummer, waar we het trio Ljungkvist (hier op tenorsax), Vågan en Skarbø horen in een straf ritmisch-melodisch patroon. En als Hawkins het patroon overneemt, is het aan Ljunkvist om te gaan dwalen in een vurige solo en aan Skarbø om zijn rockkant aan te spreken. Het lijdt tot een bijzonder explosief mengsel. Bijzonder is ook zeker 'Little Cage', een stuk van Vågan. De wijze waarop de diverse klanken hier met elkaar worden vermengd, is subliem: de hoge boventonen van de klarinet vallen prachtig samen met de melodie van de piano en de percussie van Skarbø - hij bedient zich hier van vilten stokken - vormt hier een prachtig contrast mee. Verder valt het zeer efficiënte gebruik van stiltes hier op, het verhoogt de spanning. In afsluiter 'Fighter' balt de energie zich nog één keer samen in een enerverende, coherente muzikale trip. We kunnen er weer even tegen.

Foto's: Cedric Craps & Cees van de Ven

Labels:

(Ben Taffijn, 3.11.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Met blijdschap geven wij kennis

Dutch Experience, dinsdag 23 oktober 2018, De Smederij, Groningen

Het nummer 'Birth Of A Band' is een door orkestleider Quincy Jones geschreven standard - maar dinsdag konden we live meemaken hoe dat in de praktijk in zijn werk gaat. De leden van Dutch Experience hadden elkaar 's middags voor het eerst ontmoet en een paar uur later reeds stond er een echt bandje op de bühne. Ik bedoel, je hoorde natuurlijk wel dat lang niet alles geolied verliep: in de toegift 'On Green Dolphin Street' wandelden bassist Damien Erskine en drummer Tarik Abouzied kennelijk een paar stappen lang door een andere straat dan saxofonist Efraim Trujillo en gitarist Michiel Stekelenburg. Er werd nog driftig op schermpjes getuurd, maar aan de andere kant heeft het ook wel iets, zo'n kwartet dwalende ontdekkingsreizigers. En eerlijk is eerlijk, in de opener, 'Easy Way Out', konden we vaststellen dat de Dutch Experience wel degelijk een Gestalt was. Eerder een zorgvuldig vormgegeven organisch geheel dan een hortende en stotende machine.

Op sopraansax was Trujillo bezwerend in 'Footprints' en in 'Sun Delirium' moest je concluderen dat zo'n delirium deze gretige gebruiker prima bekomt. Hij zou nog wat meer kunnen gaan 'zingen' op zijn instrument - in dat opzicht boden de fascinerende unisono passages met gitarist Stekelenburg de nodige perspectieven. Die laatste haalt zijn kracht uit rock en West-Afrikaanse ritmepatronen en zijn vensters op de jazz werden zo te horen op maat gesneden door George Benson en John Scofield. Maar hij is ook zeker in staat een coherent verhaal te vertellen.

Een ding staat vast: de groove is bij deze heren in goede handen. Hoewel drummer Tarik Abouzied prima traditioneel ch-k-ch-k kan spelen, vormen de niet aflatende dansritmen, de breaks en de accenten zijn grootste wapen.

Programmeur Diederik Idema stelde de band en het publiek (volle bak) een tweede optreden in het vooruitzicht, ergens in het volgend seizoen. Van mij mag het ook wel eerder.

Foto: Louis Obbens & Donata van de Ven

Labels:

(Eddy Determeyer, 1.11.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Tutu zingt Joni

Tutu Puoane 'The Joni Mitchell Project' feat. Tineke Postma, vrijdag 19 oktober 2018, Paradox, Tilburg

Joni Mitchell wordt gezien als een van de belangrijkste artiesten van de twintigste eeuw. Haar unieke stemgeluid, puurheid en gedreven verlangen om vrij en onafhankelijk te zijn vormen de basis voor meesterlijke liedjes en een indrukwekkende serie albums, die alle stadia van haar carrière typeren. Hiermee laat zij diepgewortelde sporen na, in ieder geval bij de sixties-generatie. Ze is dan ook wereldwijd een groot voorbeeld voor andere artiesten en haar imposante oeuvre een inspiratiebron voor velen. Zo won Herbie Hancock een Grammy met zijn 'The Joni Letters' en in eigen land bracht Mathilde Santing een ode aan de Canadese zangeres met een theatershow en de cd 'Both Sides Now'. Heel interessant dus nu om hier in het Tilburgse Paradox de interpretatie te beleven van de Belgisch/Zuid-Afrikaanse Tutu Puoane.

Puoane is als jazzzangeres een rising star van deze tijd en liep al langer rond met een idee voor een project rondom het werk van Mitchell. Ze voelde een diep verwantschap met Mitchell en soms werd ze ook geduid op overeenkomsten in haar klank en frasering. Wat begon met een eenmalig concert tijdens de opening van TivoliVredenburg in 2014, mondde uit in een concerttour en een (live)cd: 'The Joni Mitchell Project'.

Tutu Puoane heeft een prachtige, warme stem met een mooie vibrato. Ze creëert een geheel eigen dynamiek - die eigenzinnigheid heeft ze ook gemeen met Mitchell. Flarden van haar Zuid-Afrikaanse roots geven de songs een spannend accent en maken het authentiek. Wat ook opvalt, is dat ze juist niet voor alleen maar Joni-hits gekozen heeft, maar in haar selectie ook voor onbekendere werken heeft gekozen. En het is waar, soms - ook als je de cd beluistert - hoor je Joni Mitchell terug in haar klank, een bepaalde zin, een verbuiging, haar timing.

Daarnaast laat de zangeres zich begeleiden door uitstekende jazzmuzikanten waardoor het geheel mooie, verdiepende momenten krijgt. Ze musiceren lekker vrij met jazzy intervallen. De band gaat af en toe ook wat steviger los, niet in de laatste plaats door de electronics op de saxen van Tineke Postma en het heerlijk soepele drumwerk van Jasper van Hulten. Prachtig lyrisch spel ook van Postma en bassist Clemens van der Feen als repliek op de zang van Puoane.

Tutu Puoane zet met haar project een zonder meer waardige bespiegeling van Joni Mitchell en haar songs neer. Dat doet ze stemmig en respectvol, zonder daarbij haar eigenheid te verliezen.

Klik hier voor foto's van dit concert door Donata van de Ven.

Labels:

(Donata van de Ven, 30.10.18) - [print] - [naar boven]



Concert / Cd's
The Thing live

vrijdag 20 oktober 2018, Het Bos, Antwerpen
The Thing - 'Again' (Trost, 2018)
2-3 juli 2017
Fire! - 'The Hands' (Rune Grammofon, 2018)
10-12 mei 2017

Met The Thing, het eerste titelloze album verscheen in 2001, gaat Mats Gustafsson meer dan in zijn andere projecten back to basics. The Thing is dan ook een powertrio, dat Gustafsson sinds het allereerste begin bij elkaar houdt. Samen met bassist Ingebrigt Håker Flaten, wisselend te horen op contrabas en elektrische bas, en drummer Paal Nilssen-Love weet het drietal telkenmale te verrassen met heftige klankuitbarstingen. Zo bleek ook weer tijdens het concert in Het Bos, te Antwerpen. Al kwamen hier ook twee zeer intieme ballades aan bod.

In een nieuw stuk vangt Gustafsson aan met een serie monotoon geblazen rauwe akkoorden, terwijl Håker Flaten zo nu en dan aan zijn bassnaren plukt. Na enkele minuten start het ritmische drummen van Nilssen-Love, uitmondend in aanzwellende roffels. Met de rust is het nu gedaan. Klinkt het eerst nog redelijk recalcitrant, gaandeweg wordt het stuk steeds ritmischer en melodischer en wordt er hier en daar zelfs nog een beetje gedanst. En dan na een kwartier keert de rust weer. Gustafsson speelt ingetogen hoge noten. De solo van Håker Flaten die hierop volgt is intens. Driftig trekt hij aan de snaren van zijn contrabas. De spanning is voelbaar, ritme en tegendraadsheid omarmen elkaar hier. Wat er naadloos op volgt zijn de melodische lijnen van 'PHW', maar dan wel met een rauw randje, ritmisch en krachtig begeleid. In het vervolg horen we Gustafsson zowaar bijna romantische noten blazen. Met veel gevoel blaast hij de melodie op zijn altsax, ondersteund door een meeslepend, enerverend ritme. Eindigen doen we hier met een paar rauwe kreten, of we een gewond dier aanschouwen. Het moment ook voor Håker Flaten om over te stappen op zijn elektrische bas. De getormenteerde solo vormt daarmee de brug naar het hoogtepunt van het concert: 'Vicky Di'. Håker Flaten en Nilssen-Love trekken een voor The Thing typische muur van geluid op, waar Gustafsson maar moeilijk doorheen komt. Het culmineert in een solo waarin Håker Flaten zijn gitaar geselt en uitstekend gebruik maakt van de feedbackloop van de versterker. Het trio eindigt de set echter met een intieme ballade. Zelden hoorden we Gustafsson en Håker Flaten in een zo fragiel duet.

Inmiddels ligt er ook een nieuw album bij het Oostenrijkse Trost, toepasselijk (The Thing) 'Again' geheten. Drie stukken met in totaal nog geen veertig minuten, opgenomen in de studio. In opener 'Sur Face' zitten we direct op full speed en creëert het trio een eerste rustpunt na ruim vier minuten met een lange solo van Håker Flaten, waarin vooral de passage met de strijkstok opvalt, eerst rafelig dan melodisch. Een melodie, duidelijk geïnspireerd op de Scandinavische volksmuziek, die Gustafsson aansluitend oppakt en verder uitbouwt. Als Håker Flaten mag soleren mag Nilssen-Love het ook, met wederom een grandioze, overdonderende solo. En de opmaat voor een volgend nietsontziend stuk jazz-metal. Op 'Decision In Paradise', een cover van Frank Lowe, krijgt het trio ondersteuning van Joe McPhee op zaktrompet. Het begin klinkt opmerkelijk ingetogen. Om beurten zetten Gustafsson en McPhee de fragiele melodie neer, terwijl we vooral Håker Flaten horen in de begeleiding. Ruimte voor felle uithalen is er eveneens. Tot het geheel aan het einde toe alsnog explodeert. 'Vicky Di', het derde stuk op het album kwam hierboven reeds ter sprake.

Van dat andere trio van Gustafsson, Fire!, verscheen er onlangs eveneens een nieuw album, 'The Hands'. Sinds 2009 spelen bassist Johan Berthling, drummer Andreas Werliin en Gustafsson in deze bezetting, en sinds 2013 ook in het uitgebreide Fire! Orchestra. Eén van de verschillen met The Thing is dat we Gustafsson hier ook horen op live elektronica. Ritmisch is Fire! ook zeker een ander trio. Meer rock dan jazz. Een beukend, zeer heftig ritme kenmerkt dan ook opener en titelstuk 'The Hands'. In 'When Her Lips Collapsed' schakelen Berthling en Werliin een paar tandjes terug en leggen een loom ritme neer, waar Gustafsson met zijn baritonsax heerlijk getormenteerd op soleert. Bijzonder is ook zeker het - met name door Werliins percussiespel - opzwepende 'Washing Your Heart In Filth', met een al even enerverende bijdrage van Gustafsson. 'Up.And Down.' is al even stevig rockend. In 'To Shave The Leaves. In Red. In Black.' tenslotte gaan het trage, zeer strakke ritme en Gustafssons schurende saxofoonspel door merg en been.

Het nu dertien leden tellende Fire! Orchestra speelt op 17 november in het Bimhuis.

Klik hier voor foto's van het concert door Hans van der Linden.

Klik hier om 'Again' te beluisteren.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 27.10.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Fay Claassen op de cabarettoer

Fay Claassen & Jazz Orchestra Of The Concertgebouw, vrijdag 19 oktober 2018, De Nieuwe Kolk, Assen

Toch altijd een problematische relatie geweest, die tussen de Nederlandse taal en de jazz. Het experimentele begin was er in 1959, toen Rita Reys 'Zon In Scheveningen' en 'Venus Bespied' voor Philips vastlegde. Helemaal niet onaardig, elegant zelfs en hip - maar zelf was ze er naar verluidt niet erg enthousiast over. Een paar maanden later zong Janny Stalknecht 'Laiverd Kom Weer Bie Mie' en drie andere door haar echtgenoot Jan Groenendal uit het Engels in het Gronings vertaalde liedjes voor de microfoon van platenmaatschappij CNR. En toen bleef het lange tijd stil.

De laatste tijd verschijnen er mondjesmaat nieuwe producties, waarbij opvalt dat het veelal om albums en projecten gaat in een streektaal. Kennelijk is een dialect vaak soepeler dan het Algemeen Beschaafd, laat het zich makkelijker naar jazz-inflexies voegen.

Met haar 'Dutch Songbook' is ook Fay Claassen op de Nederlandse toer gegaan. Grappig genoeg kwam het initiatief uit de gelederen van de WDR Big Band. Toch is het resultaat veel minder jazzy dan je op grond van haar reputatie zou verwachten. Kun je van 'Aan de Amsterdamse Grachten' een jazzsong maken? Natuurlijk kun je dat. De melodie is er sterk genoeg voor. Maar ondanks Claassens lekkere losse timing bleef het pareltje van Pieter Goemans een 'recht' cabaretliedje. Meer in het idioom van de musical getrokken dan van de jazz. Dat gold ook voor materiaal van Toon Hermans, Herman van Veen, Doe Maar en Rob van Kreeveld. Soms, ja soms hoorden we 'echte' jazz, zoals in 'Find That Screw' en in 'Dat Mistige Rooie Beest' vormde de vocaliste al scattend een volwaardige sectie van het begeleidende Jazz Orchestra Of The Concertgebouw. In 'Zing, Lach (etc.)' van Ramses Shaffy kon ze haar niet geringe kracht kwijt.

De solisten van het orkest kwamen in korte, functionele en nauwkeurig begrensde bijdragen aan bod; met pianist Peter Beets had Fay Claassen een bijzondere klik. De blazers kregen vrij baan in het laatste nummer vóór de toegift, Benjamin Hermans' 'Five Up High' - dat volgens mij gestolen is, of toch op zijn minst per ongeluk meegenomen, van Stevie Wonder.

Labels:

(Eddy Determeyer, 23.10.18) - [print] - [naar boven]



Cd
Jukwaa - 'Cushion' (Smeraldina-Rima, 2018)

Opname: februari 2017

Na een titelloos album in eigen beheer in 2014, verscheen in 2015 Jukwaa's 'Harbringer Of Imminent Ruin' bij het Gentse El Negocito Records. Een stap die tevens de uitbreiding van trio naar kwintet betekende. Naast Thijs Troch op toetsen, Nils Vermeulen op bas en Sigfried Burroughs op drums hoorden we hier ook gitarist Jonas Van den Bossche en saxofonist Otto Kokke. Eerlijk is eerlijk, dat album smaakte naar meer. Maar nee, Troch, Vermeulen en Burroughs dachten er anders over. Want nu, drie jaar later, ligt er 'Cushion'. Jukwaa is wederom een kwintet, maar de bezetting is andermaal ingrijpend gewijzigd, Van den Bossche en Kokke zijn vervangen door een tweede ritmesectie, bestaande uit bassist Laurens Smet en drummer Elias Devoldere. Een pianotrio in het kwadraat dus.

Vier dagen trok het kwintet uit in de Gentse Bijloke om met elkaar te spelen, te discussiëren en uiteindelijk dit album op te nemen. Na het ingetogen en redelijk traditionele 'Feodorovna', waarin overigens de dubbele ritmesectie wel degelijk opvalt, horen we in 'Tatu' voor het eerst echt de meerwaarde van Jukwaa. Hier klinken alle vijf de instrumenten als slagwerk in een ietwat vreemde, stroeve ritmiek. Vleugjes Afrikaans, overgoten met Jukwaa-saus. De gestreken bas verrast vervolgens, zet het geheel op zijn kop en brengt op de valreep heel andere sferen binnen. Ook
'Yakhont' klinkt verrassend. In de verte heeft dit stuk iets oosters in het gebruik van de instrumentatie en de sfeer. Ook hier overheerst het percussieve, natuurlijk bij de beide drummers, maar ook bij de bassisten en zelfs bij Troch, die hier de binnenkant van zijn vleugel verkent. In 'Vekselberg' verkent het kwintet het begrip ritme op eensluidende wijze. Een dwingend, pregnant aanwezig ritme, als van een machine.

In 'Hen' gaat andermaal het roer om. Zo dwingend als het er in 'Vekselberg' aan toegaat, zo subtiel en vluchtig klinkt het hier. Strijkstokken worden langs bekkens gehaald - u kent het geluid dat hiermee gepaard gaat - en Troch slaat een enkele hoge noot aan. Langzaam groeit de compositie, neemt het geheel vorm aan. Het kwintet sluit af met 'Trellis', waarin het vooral lijkt te gaan om de samenhang tussen de klanken. De piano speelt hier met wonderlijke klankclusters een hoofdrol, terwijl de slagwerkers en de bassisten het effect op boeiende wijze versterken.

Jukwaa dus, benieuwd waar ze volgende keer weer mee komen.

Klik hier om naar een track van dit album te beluisteren: 'Tatu'.

Labels:

(Ben Taffijn, 22.10.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Magiërs met buitenaardse inzichten

Sylvie Courvoisier & Mary Halvorson / Dré Pallemaerts Seva, vrijdag 12 oktober 2018, Handelsbeurs, Gent

'Eigenzinnige stemmen' plaatste de Handelsbeurs bij deze dubbelaffiche. Van twee verschillende werelden, zo bleek, de ene buitengewoner dan de andere.

Het internationale kwartet Seva voorzag in eigen varianten van melodieuze en nette jazz. Drummer en spil Dré Pallemaerts bouwde en liet bouwen op toegankelijke jazztradities. Enkele nummers hadden titels in het Sanskriet en spraken zijn belangstelling uit in oosterse spiritualiteit. Die zat verweven in een warmhartig, heel aards, muzikaal groepsgebeuren. Daar zaten naast eigen nummers een ode bij aan Toots Thielemans en 'Goodbye' van Frank Sinatra.

Hoe Dré finesses aanbrengt in zijn drumspel is niet anders dan meesterlijk te noemen. Zijn spelen met klankkleuren in tedere zowel als in groovende passages en zijn genuanceerd inkleuren van talrijke details zijn om duimen en vingers bij af te likken. Zijn handen en armen stuurt hij beweeglijk naar de verschillende delen van zijn drumstel. Zijn hele lichaam legt dan soepel en bevlogen perfectie aan de dag.

De jongere muzikanten in Seva dragen minder jaren ervaring mee, maar zijn uitgelezen, getalenteerde kompanen. Clemens van der Feen bewees zich, ook in deze groep, alweer als een contrabassist die met zijn elegante inbreng bewegende funderingen kan leggen. Hoe de jonge Sebastian Gille zeer expressief en warm zijn tenorsaxofoon aanblies deed een beetje denken aan grote namen uit de jazzgeschiedenis. Hij straalde daarbij de honger uit van de jeugdigheid en dat deed ook de verfrissende pianist Pablo Held. Die rijzende ster lag alert op de loer om zowel ritmisch als melodisch iets extra aan te bieden.

Een deel van het publiek was duidelijk in de wolken met de positieve vibes die de verfijnde muziek van Seva uitdroeg. Dat een aantal stoelen niet opnieuw waren ingenomen en dat sommigen tijdens de set vertrokken, toonde aan dat een deel van het publiek was opgekomen voor wat voorafging: de unieke kans om Sylvie Courvoisier en Mary Halvorson samen te zien spelen. Wat zij presteerden maakte het voor sommigen gewoon moeilijk om het optreden van Seva helemaal naar waarde te schatten.

De pianiste en de gitariste, die intussen al flink wat jaren elk hun eigen parcours afleggen, vormen een uitzonderlijk duo. Zij bewegen zich graag in avant-middens, maar hebben niet minder de geschiedenis onder de knie. Zij hadden ook een nummertje mee voor een onvergetelijke held, namelijk 'Eclats For Ornette'. Courvoisier citeerde ergens stokoude stride, maar gaf daar tegelijk een hoogstpersoonlijke draai aan. Vervorming is voor dit duo een stijlkenmerk. Met een enkele ingreep maakte de pianiste een geprepareerde piano van haar instrument. De gitariste speelde, gewoontegetrouw, zoals geen ander met elektronische effecten.

Dat Halvorson achter haar pupiter verscholen zat was visueel geen meerwaarde, maar hielp te benadrukken hoe snel zij partituren kan lezen en spelen. De belichting bleef bij dit optreden een pak soberder dan bij het tweede, maar in de muziek schitterden de onderdeeltjes sneller na elkaar meer kanten uit. Tegelijk plakte alles perfect aan elkaar. Vloeiende lijnen en hoekige punten figuren schikten zij in een verbijsterend knappe taal. Zij musiceerden als magiërs die buitenaardse inzichten in hun technieken legden. Tederheid en kinderlijke onschuld passeerden net zo goed als intellectueel genot in buitengewone constructies. De match tussen de twee dames resulteerde van begin tot eind in overweldigende uitvoeringen van eigen composities.

Foto's: Geert Vandepoele

Deze recensie verschijnt ook op Jazz'Halo.

Labels:

(Danny De Bock, 19.10.18) - [print] - [naar boven]



Cd
Giuseppe Doronzo - 'GOYA' (Tora, 2018)

Opname: 23 januari 2018

Bevatte zijn eerste album met zijn trio AVA, 'Music From An Imaginary Land' (2017), nog referenties aan een - toegegeven - imaginair land, met zijn soloproject 'GOYA' begeeft baritonsaxofonist Giuseppe Doronzo zich op abstract terrein. Hier geen denkbare dansjes meer uit een streek die ergens tussen Italië en Oost-Europa zou moeten liggen; hier gaat het om klankklompen die een statisch karakter hebben en langzaam in elkaar overvloeien. Prima meditatiemateriaal, zo'n
'Arundo Choir', waarmee 'GOYA' opent. 'Flusso Di Coscience' bevat nog een register meer aan boventonen, waarin een SOS-signaal gegenereerd wordt van een dolende poolvorser (is het Nobile?), wiens zender onherroepelijk ten onder gaat in de ruis en het kraken van het ijs. Dat Doronzo zijn instrument perfect beheerst is inmiddels wel duidelijk.

Met het kale karakter van de kleppen en het riet maken we nader kennis in 'Nesciobrug'. Zoals Nescio aan de buiten(lees: voor)kant van de literatuur opereerde, zo bekommert Doronzo zich om het buitengebied van de bari. Doch luttele seconden later schemert en scheurt de typerende majestueuze sound van de sax door, die geconfronteerd wordt met extreme fluittonen. Al circulair blazend lijkt de saxofonist eer te betonen aan Harry Carney, die niet alleen de grondlegger was van de jazzbariton, maar ook een pionier op het terrein van circular breathing.

Allengs tekent zich meer lijn en melodie af. Zo is 'Canti Dal Grano', het slotnummer, een soort samenvatting van het voorafgaande. Wederom circulair blazend klinkt Giuseppe Doronzo bepaald triomfantelijk. Al dat spul waar hij jarenlang op oefende staat er toch maar mooi op.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels:

(Eddy Determeyer, 17.10.18) - [print] - [naar boven]





Concert
Een heel andere concentratie

Tonus / Dirk Serries 50, zaterdag 13 oktober 2018, De Singer, Rijkevorsel

Het oeuvre van Dirk Serries bevat een paar terugkerende principes - de fascinatie voor pure klank, een onderzoek naar het spanningsveld tussen tijd en ruimte - maar de uitwerking daarvan kende intussen al erg uiteenlopende vormen. Na de sprong in de vrije improvisatie, die enkele jaren geleden begon, is er nu een andere substroom bijgekomen, vertegenwoordigd door het project Tonus. Met vijf gelijkgezinden liet de man horen dat lage volumes en ijzingwekkende intensiteit elkaar niet uitsluiten.

De ambientwerken van Serries zijn (of waren, want dat hoofdstuk zou afgesloten zijn) soms van zo'n uitgepuurde aard, dat het voor de luisteraar eigenlijk ook een confrontatie wordt met zichzelf. Tot hoe ver kan die meegaan in de radicale ontmanteling en micro-aanpak van pure sound? Bij Tonus, een project dat gestalte kreeg tijdens een residentie in JazzCase, gaat het nog een stuk verder. De volledig akoestische muziek is zo kaal, zo uitgebeend, dat haast meer opvalt wat er niet is dan wat er wel is. Daardoor vergt het een heel andere concentratie, word je als het ware gedwongen om met een vergrootglas boven op de muziek te zitten. Daarnaast ga je ook beseffen hoe moeilijk het is om complete stilte te bewaren, want de muziek van Tonus was bij momenten zó stil en sober dat elk geschuifel, geschraap en gefluister meteen uitvergroot werd. Je hoorde gewrichten kraken, je hoorde zelfs luisteraars ademen.

Tonus is vooral een vehikel om minimalistische strategieën mee uit te werken en dus is een vaste line-up geen vereiste. Voor deze performance werd Serries bijgestaan door Martina Verhoeven (piano), Nils Vermeulen (contrabas), Colin Webster (altsax), Benedict Taylor (altviool) en Patrick De Groote (trompet/flügelhorn). Vooral die laatste was een verrassing, want terwijl de anderen allemaal al eens opdoken aan de zijde van de leider, in gelijkaardige context, is De Groote vooral gelinkt aan de free jazz en vrije improvisatie. Maar de man staat open voor een uitdaging en liet horen ook een mooie bijdrage te kunnen leveren binnen een heel andere discipline.

Saxofonist Webster gaf het voor het concert al mee: het is aartsmoeilijk om een fluisterniveau aan te houden op een instrument dat gemaakt is om vitaal te laten schallen. Het vergt een aanzienlijke technische bagage en controle om bijvoorbeeld de juiste lipspanning aan te houden, en bovendien een immense concentratie, want je werkt samen met anderen aan een zacht schuifelende processie van geluid. In twee relatief compacte sets (35-40 minuten) werden simpele motieven en timbres eindeloos tegen het licht gehouden. Het was niemands egotrip, er zat geen stersolist in. Dit was een les in gelijkwaardigheid. Er werd ook niet gewerkt met strak aanzwellende crescendo's of volumineuze ontlading. Nee, zelfs dat was je niet gegund, want de muziek zwol hier en daar wel aan, maar dunde steeds opnieuw weer uit, plooide terug op zichzelf.

Het was Serries die van start ging met een strijkstok op gitaar, waarna de anderen een na een invielen. Vermeulen roteerde de strijkstok over de snaren, Verhoeven produceerde losse noten en liet een stokje door de pianobuik glijden, Taylor creëerde iele, amper hoorbare glijklanken, en Webster en De Groote hielden de ademhaling zo sterk mogelijk onder controle, met zuchtende ruis, aarzelende harmonieën en lucht die met mondjesmaat ontsnapte aan het koper. Het was muziek met een grote vrijheid, want de zes stemmen werden in steeds andere constellaties op elkaar gelegd, maar er was ook een enorme discipline aan het werk, want niemand werd verondersteld uit de band te springen. Het was De Groote die misschien nog het breedst kleurde, vooral dan met de warme, lyrische sound van de flügelhorn.

Voor de tweede set schakelde Serries over op een klavieraccordeon, maar ook daar bleef het gebruik van knoppen beperkt. Ook de aanpak veranderde, want hier kreeg Verhoeven een iets meer sturende rol toebediend, met haar noten/akkoorden als rode draad, en de band die er vervolgens rond en tussendoor speelde. Het bereik van klanken breidde een beetje uit - Taylor ging iets nadrukkelijker plukken en wrijven, Vermeulen liet de strijkstok stuiteren tegen de klankkast, Webster hanteerde zachte plop-effecten, De Groote smakte en piepte - en het sextet leek soms een beetje te zigzaggen over een herhaling van twee, drie noten, maar het totaalgeluid bleef confronterend in zijn hardnekkige weigering om de strenge principes opzij te zetten.

Het maakte van de avond best wel een uitdaging, ook voor getrainde oren. Voor de muzikanten was het een must om binnen dat kader maximale controle te bewaren en toch voortdurend oog te hebben voor elkaar en de transformerende groepssound, voor de luisteraar betekende het even alle verwachtingen en automatismen opzij zetten en een maximale focus op de interactie. Het resultaat was een intense, gedeelde ascese, die appreciatie teweegbracht voor zowel de glorieuze kracht van de stilte, als die van pure klank.

Het concert viel samen met Serries' 50ste verjaardag én de release van drie nieuwe albums op het New Wave Of Jazz-label. Die kunnen via Bandcamp beluisterd en gekocht worden.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be

Labels:

(Guy Peters, 15.10.18) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Imagine Raymond - 'Imagine Raymond' (W.E.R.F., 2018)


Met Imagine Raymond zet saxofonist Michel Mast het verhaal verder dat begon met 'Wofo Plays Raymond Scott'. De Amerikaanse componist/pianist/bandleider Raymond Scott was een buitenbeentje, die een tijd lang de swing een hoogsteigen draai wou geven. Veel van zijn muziek uit die periode werd opgepikt voor Looney Tunes en andere tekenfilms uit de stal van Warner Bros. Vanuit zijn interesse in opnametechnieken en het sturen van klanken ontpopte Scott zich tot een pionier in de elektronische muziek en uitvinder.

Met Dijf Sanders heeft Imagine Raymond ook iemand in de rangen die zich opwerkt als elektronicawizard. Voor de rijkdom in klankkleuren tekenen daarnaast klarinetten, cornet, piano, elektrische bas, drums en natuurlijk de tenorsax van Mast. Composities van Scott uit zijn elektronische periode vormen de basis en dat materiaal werd met de hele groep geïnspireerd gearrangeerd. De blazers blazen letterlijk nieuw leven in stukken die in de uitvoeringen van Imagine Raymond aan warmte winnen. Soms blijft het ensemble vrij dicht bij het origineel, soms maken zij er een bijna orkestrale gebeurtenis van - en meestal zit het daar ergens tussen.

Meermaals is een voorliefde aanwezig voor een aanpak die wat aanleunt bij die van Flat Earth Society rond Peter Vermeersch. 'Baltimore Gas & Electric Co' is daar meteen een lekker voorbeeld van, met leuke wendingen tussen luchtige en zwaardere passages. Elegantie wordt gecombineerd met humor. Grappig is bijvoorbeeld het tellen in het West-Vlaams op 'Rhythm Modulator', dat fijntjes verder huppelt. De cartooneske en filmische trekjes van Scott doet Imagine Raymond met een warm hart alle eer aan.

In een eclectische aanpak passeren diverse stijlinvloeden, die hier meestal een lichtvoetigheid uitstralen. De opvallendste uitzondering daarop is 'Blue Grotto In Capri', dat meer emotionaliteit bevat. Of het er nu sober aan toe gaat (zoals in 'Bass Line Generator') dan wel zottekes wild ('Celebration On The Planet Mars'), schijnbaar onbekommerde combinaties van sierlijke lichtheid en verdraaide gewichtigheid zijn voor deze cd typerender. Erg leuk randje-kitsch is trouwens de lounge van 'Lightworks'.

Geestig en fijn is elk nummer op de cd, al valt het hier en daar, en dan eigenlijk trouw aan het origineel, wat dunnetjes uit. Dan treedt voor mij het omgekeerde effect op als bij de live-voorstelling. Die zat bij momenten zo heerlijk vol met de begeleiding van projecties erbij (in interactie met de muziek!) dat je gewoon niet altijd alles mee kon hebben. Dan is het jammer dat er nu enkel de cd is en geen dvd.

In de Jazztube kun je kijken naar een live-uitvoering van 'Rhythm Modulator', opgenomen tijdens een concert van Imagine Raymond in de Handelsbeurs, Gent op 18 april 2018.

Labels: ,

(Danny De Bock, 14.10.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Drie city birds ontwapenen Tilburg

Philippe Lemm Trio, woensdag 10 oktober 2018, Paradox, Tilburg

New York, stad waar het bruist van creativiteit in een melting pot van culturen, maar waar je gemakkelijk ook met heel veel mensen heel eenzaam kunt zijn. Het is alweer zeven jaar de stad van de in Amsterdam opgegroeide slagwerker Philippe Lemm. Met de nieuwe cd 'City Bird' in de reiskoffer, tourt hij deze maand met zijn trio in Europa. De band trakteerde Tilburg 's middags op een masterclass voor studenten aan het conservatorium én een erg fijn optreden, 's avonds in zaal Paradox.

Het Philippe Lemm Trio bracht twee sets toegankelijke, maar toch ook avontuurlijke jazz, met een geluid waarin de tradities en actuele muzikale ontwikkelingen van Europa en de Verenigde Staten elkaar treffen. De band speelt thema's die gemakkelijk in het gehoor liggen. Soms zijn ze zelfs aandoenlijk lieflijk, bijvoorbeeld als Lemm met een kleine xylofoon een dartel melodietje inbrengt. Het avontuur zit vooral tussen de thema's, met solo's van de drie muzikanten of een vonkend samenspel op weg naar een beheerste climax. Het trio brengt deze avond eigen composities en put uit de grenzeloos rijke muziektraditie met arrangementen van stukken van Simon & Garfunkel, Le Mystère des Voix Bulgares (een 'kopanitsa') tot Irma Thomas ('Anyone Knows What Love Is').

Lemm, sinds kort met een master degree op zak van de Manhattan School of Music, beschikt over een rijk arsenaal aan registers om zijn drumstel zowel zoet als vlijmscherp te laten klinken, waarbij hij gemakkelijk schakelt, vaak in een scherpe hoek van 180 graden. Dan speelt hij een subtiel bekkenspel, om vervolgens zonder mededogen op zijn snare te meppen. Daarbij blijft hij steeds in full control. Lemm is ontwapenend in zijn aankondigingen, zichtbaar blij dat hij weer voor even in Nederland is. Pianist Angelo Di Loreto speelt met veel flair zijn mooie arrangementen van bekende muziek. Maar hij weet ook te raken met eigen werk, zoals het wonderschone 'Emerge', dat zich met een melancholiek dansende melodielijn als een oorwurm in je geheugen nestelt. Hij blijft muzikaal bescheiden, geeft vooral ruimte en legt de basis. Dat doet hij samen met bassist Jeff Koch die met verve speelt, waarbij hij afwisselend de contrabas en de elektrische bas hanteert.

Hier spelen drie vrienden, 'city birds' die voortdurend oogcontact houden, zichtbaar plezier hebben in het spel dat ze aan het spelen zijn. Het publiek geniet mee. En dan mag het trio uiteraard geen afscheid nemen zonder toegift. Het wordt een improvisatie op Charlie Chaplins 'Smile'. Ik kijk rond in de zaal en zie glimlachen die verraden dat die boodschap is overgekomen.

Draai om je oren bezocht eerder een concert van het trio in 2016 in Zwolle. Op zondag 4 november is het Philippe Lemm Trio te zien in Vrije Geluiden bij de VPRO. Voor een overzicht van de concerten die dit drietal binnenkort geeft, klik hier.

Foto: Erno Mijland

Labels:

(Erno Mijland, 11.10.18) - [print] - [naar boven]



Concert
De voetjes en de kaken

Anton Goudsmit, Bert van Erk & Victor de Boo, woensdag 3 oktober 2018, Brouwerij Martinus, Groningen

Van een goed concert hou je vaak moeë voetjes over, vanwege het meetikken, het op de plaats dansen. Van een optreden van baasjes van het kaliber Goudsmit, Van Erk en De Boo hou je bovendien een degelijke kaakkramp over, vanwege de lol op het podium en in de zaal. Bij hen is het ook niet zozeer een kwestie van dat ze muziek produceren; het lijkt eerder of ze achter de muziek aanlopen, heel wonderlijk.

"DjippiedoeljedieBeng!Beng!" roept gitarist Goudsmit naar drummer De Boo, wanneer hij niet zo gauw op de titel van het volgende nummer kan komen. Hij maakt er een sierlijk danspasje bij, ter verduidelijking. Zo gezegd, zo gespeeld. Opmerkelijk is de vrolijke vrijheid waarin een en ander zich voltrekt. Daarbij lijken de standards meer ruimte te bieden dan de eigen nummers. 'Bye-Ya', 'In Your Own Sweet Way' en 'Love Me Tender' hebben zich dieper in de herinnering en de motoriek genesteld dan het eigen spul, daarmee kunnen de musici beter en verder uit de voeten.

Het verzoek om 'Love Me Tender' is afkomstig van een dame die voor geen goud zou willen toegeven dat ze de film gezien heeft toen die voor het eerst rouleerde. (Goed, goed, ze zal met haar leeftijd gesjoemeld hebben, wat met haar toenmalige figuurtje een koud kunstje zal zijn geweest.) 'Love Me Tender' dus, wordt een dronken dialoog van twee wenende heren aan de bar, waarbij de bediening achter hun ruggen reeds bezig is de stoeltjes te stapelen. Met gestreken contrabas en veel sustain op de gitaar slagen de muzikanten erin ook 'Take The A Train' en 'Mood Indigo' in de tedere liefde te betrekken.

In 'Isfahan' zit Goudsmit op een George Benson-kick. Dat hij de neiging heeft met zijn gitaarlijnen mee te mompelzingen versterkt dat effect. Bij hem is het alsof de gitaar naar boven staat te roepen, of die stem ook buiten wil komen spelen.

En zo zijn er wel meer fenomenen die de aandacht vragen. De grote oren van Victor de Boo bijvoorbeeld, die voortdurend op het puntje van zijn krukje zit en wiens brein perfect synchroon loopt met dat van de overige twee. Of de gestreken basbegeleiding in 'I’ve Got A Woman', waar je toch normaliter een geplukt ostinato zou verwachten. De galmende Link Wray-achtige riffjes van Goudsmit in 'Duppin’ Around' - als ik de titel goed heb verstaan. En, meer in het algemeen, de heerlijke neiging van de gitarist bij het minste of geringste in een zieke popmodus te schieten.

Het was nog lang onrustig aan de bar.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 11.10.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Oum brengt de woestijn naar het Bimhuis

Oum, zaterdag 29 september 2018, Bimhuis, Amsterdam

De Marokkaanse zangeres Oum El-Ghait Ben Essahraoui trad drie keer op in Nederland, het laatste concert uit deze serie vond plaats in een uitverkocht Bimhuis in Amsterdam. Zoals te verwachten waren in het publiek ook diverse gasten met een Marokkaanse achtergrond die zeer enthousiast reageerden op haar muziek. Een dame in een mooi rood gewaad met zwarte hoofddoek werd uitgenodigd om samen met Oum een dansje te doen op het podium. De muziek werd in de aankondiging getypeerd als een unieke mix van moderne soul, akoestische jazz, bossanova en gnawa, de Marokkaanse woestijnblues.

Er werd veel werk gespeeld van haar album 'Zarabi' - de titel verwijst naar de kleden die vrouwen in de Sahara weven van oude kleding. Een mooie metafoor om de mengeling van oud en nieuw en verschillende invloeden weer te geven. Het resultaat is per definitie uniek te noemen. Dat geldt ook voor de muziek die gespeeld werd. Je hoorde en voelde de woestijn, en ook al was het Arabische dialect Darija voor mij totaal niet te volgen, de zeggingskracht en sfeer kwamen zeer duidelijk over.

De bezetting van de begeleiding was ook bijzonder te noemen. Vanzelfsprekend zorgde de door Yacir Rami meesterlijk bespeelde oed voor dat typische woestijnsfeertje, neergelegd op het ritmische tapijt dat door bassist Damian Nueva en percussionist Inor Sotolongo vakkundig werd geweven. Het verrassende en vernieuwende zat hem in het toevoegen van de trompet van Arno de Casanove. En natuurlijk in de composities, de stem en niet te vergeten in de verschijning van Oum zelf.

Het geheel leverde een mooi en verrassend concert op, waarin zo nu en dan ook mooie solo's en interacties van de muzikanten te horen waren. Voor mij was deze eerste kennismaking met Oum een eyeopener. Ik ben altijd geïnteresseerd in cross-overs waarin verschillende culturen op een originele manier met elkaar worden verbonden en dat is iets wat in dit concert voortdurend gebeurde. Het publiek was een beetje verdeeld. Je zag een aantal mensen voortijdig het pand verlaten, maar de overgrote meerderheid bleef zitten en werd alsmaar enthousiaster. Een toegift kon dan ook niet uitblijven.

Een hoogtepunt was 'Hna', waarin de trompet een heel mooie interactie aanging met de stem van Oum. Onmiskenbaar ook een nummer met wortels in de Sahara-cultuur, maar op eigenzinnige wijze van een voortreffelijk jazzy sausje voorzien, waarin de heerlijke bas en percussie voor een stevige basis zorgden. Iets dergelijks gebeurde ook in het prachtige 'Taragalte', waarin ook de typische Afrikaanse vibrato verweven zat.

Een prachtig concert met bevlogen muzikanten, die zeer geconcentreerd het concert tot in perfectie uitvoerden. Al leidde dat misschien wel tot het onbestemde gevoel dat er meer in had gezeten als het wat losser en spontaner was uitgevoerd.

Klik hier voor foto's van dit concert door Johan Pape.

Labels:

(Johan Pape, 8.10.18) - [print] - [naar boven]



Vooruitblik
Jazz On The Sofa


Op zondag 4 november presenteren artiesten uit Japan, Cuba, India, Duitsland, Italië en Nederland zich op Jazz On The Sofa. Voor het festival zijn zes woonkamers in Zeist omgetoverd tot podia waar de bezoeker samen met de artiesten beleeft hoe puur de muziek tot je kan komen.

Als in een woonkamer muziek wordt gemaakt, gaat dat verder dan een kunstje doen. Dan communiceert muziek tussen maker en toehoorder. Heel direct. Het zoveel mogelijk akoestisch spelen, zonder tussenkomst van technische snufjes, versterkt dat gevoel. Dat is waarom Jazz On The Sofa is begonnen. Er komen ook veel bezoekers die niet gemakkelijk de drempel naar een podium overstappen, maar nieuwsgierig zijn naar concerten met een meerwaarde. En wat is er leuker voor jou als concertbezoeker als je niet weet wat de middag zal brengen, wie je zult ontmoeten en waar je terecht zal komen?

Jazz On The Sofa is een middag met verrassingen. Het festival staat voor een intieme setting, persoonlijke betrokkenheid en kwaliteit. De organisatie heeft gekozen voor een combinatie van (inter-)nationale artiesten, musici uit de eigen regio en nieuwe talenten. De line-up voor 2018 bestaat uit: Ernst Reijseger/Harmen Franje, Ramon Valle, Wakaba Otsu/Tiago Lageira, Toon Roos/Karel Boelhee, Steven Kamperman/Ad Colen en Mark Lotz/Reinier Baas.

Klik hier voor meer kaarten en meer informatie.

Foto: Cees van de Ven

Labels:

(Maarten van de Ven, 7.10.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Bloms revanche prikkelt Juuls oren

Jasper Blom Quartet + Pablo Held, donderdag 20 september 2018, JazzCase, Dommelhof, Neerpelt

JazzCase startte het nieuwe seizoen met het Jasper Blom Quartet, aangevuld met Pablo Held. Naast saxofonist Jasper Blom op sax bestond de band uit Jesse van Ruller op gitaar, Frans van der Hoeve op bas en twee uit Keulen afkomstige muzikanten: Jonas Burgwinkel, die inviel voor Martijn Vink, op drums en Pablo Held op piano. Het gezelschap was enkele dagen in Dommelhof in residentie en bracht een aantal dagverse composities die nog niet van titels voorzien waren en gewoonweg nummer 1, 2 en 3 genoemd werden.

Voor aanvang van het concert werd de jazzdocumentaire 'Juul’s Ears' vertoond, een beklijvend portret van de in 2008 overleden Juul Anthonissen: vermaard jazzkenner, -verzamelaar en –journalist en oprichter van de befaamde Hnita-Jazz Club in Heist-op-den-Berg. Na de documentaire weerklonk bij het binnenkomen van de concertzaal de gelijknamige compositie 'Juul’s Ears', sober gebracht door Jasper Blom en Pablo Held. Deze warme en melancholische compositie schreef Etienne Verschueren als ode aan Anthonissen. Het vormde een gepaste overgang van documentaire naar concert.

Het optreden werd door de volledige band ingezet met een stevig uptempo nummer, waarbij Blom, Van Ruller en Held elkaar solerend afwisselden. Deze fonkelnieuwe en zelfs wat funky aandoende compositie kreeg als werktitel 'Nummer 2' mee. Hierna volgde 'Lumen', een meeslepende ballad met een zingende sax, warm en sferisch aangevuld door piano en gitaar. Compositie 'Nummer 3' was een swingend uptempo nummer met veel tempowisselingen. Een aanstekelijk ritme met sterke interacties tussen Held en Burgwinkel, waarbij ook Van Ruller het voortouw nam. 'Nummer 1' ontvouwde zich als een melodische ballad met mooie donkere baslijnen van Frans van der Hoeven. De subtiele percussie- en pianopartijen rond een lyrische sax werden ingekleurd met sferische gitaaraccenten.

Opmerkelijk was de anekdote die Jasper Blom vertelde over zijn frustrerende ervaring met Juul Anthonissen aan het begin van zijn carrière. Toen de jonge en ambitieuze Blom met zijn band deelnam aan een jazzcompetitie in Hoeilaart, maakte Anthonissen deel uit van de jury. Al voor de start van de wedstrijd liep Juul rond met een t-shirt met daarop de naam van de latere winnaar. Blom eindigde met zijn band op een gedeelde laatste plaats. Als revanche schreef hij kort na de wedstrijd een magistraal nummer, dat er nog steeds mag zijn. Deze 30 jaar oude compositie, geschreven uit frustratie, was een juweeltje dat door iedereen werd gesmaakt.

Als toegift kregen we een eigenzinnige interpretatie van de oude klassieker 'Besame Mucho'.

Een krachtig en eigentijds swingend bebopconcert, zonder onderbreking en mooi gebalanceerd, waarbij uptempo en ballads elkaar evenwichtig afwisselden. Sterk melodisch, maar toch ook met de nodige improvisatiemomenten... wat wil je nog meer. Vermeldenswaard is dat het Jasper Blom Quartet tegen het eind van dit jaar twee cd's zal uitbrengen, 'Polyphony' en 'More Polyphony', die live werden opgenomen met respectievelijk trompettist Bert Joris en trombonist Nils Wogram.

Na afloop van het concert kon het publiek in de foyer van Dommelhof nog genieten van een prachtige expositie in het kader van de vertoonde documentaire 'Juul’s Ears', met zorg geselecteerd en gepresenteerd door Gerda Boel. Met foto's, brieven, aantekeningen en affiches uit het omvangrijke archief van Juul Anthonissen.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Labels:

(Robert Kinable, 6.10.18) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.