|
Draai om je oren Jazz en meer - Weblog |
|
||
|
| |||
ConcertTwee keer Ella Zirina Ben van Gelder, Ella Zirina & Clemens van der Feen, 20 augustus 2026, On The Roof, HoogtIJ, Amsterdam Ella Zirina & Wolfert Brederode, 23 augustus 2026, Delft Jazz Festival, Lutherse Kerk, Delft 2026 is een goed jaar voor gitariste Ella Zirina, die in maart door het blad Gitarist werd gekozen tot beste jazz/fusiongitarist van de Benelux. Daarmee was ze de enige vrouw in deze poll, een fantastische prestatie voor een jonge vrouw die zo'n tien jaar geleden op haar zeventiende vanuit Letland naar Nederland kwam om aan het conservatorium te studeren. Sinds enkele jaren duikt ze als een 'shooting star' overal in het jazzfirmament op, in bezettingen met zo ongeveer het hele spectrum aan jong en gevestigd talent in de Benelux. Ze nam recent het duoalbum 'Dark Yellow' op met die andere eigenzinnige gitaarheld, Teis Semey, en heeft inmiddels vier albums op haar naam staan, naast medewerkingen aan enkele andere producties. Onlangs trad ze twee keer op in verschillende bezettingen, en niet met haar eigen trio. De eerste gelegenheid was het voorlaatste concert van dit seizoen van On The Roof, op het dakterras van gebouw HoogtIJ in Amsterdam-Noord. Deze concertserie brengt verrassende ensembles samen voor innovatieve samenwerkingen. Dit keer waren het drie bijzondere talenten die daarvoor nooit eerder samen hadden gespeeld. Bassist Clemens van der Feen (1980) was ooit zelf NextGen-talent en leerling van onder anderen John Patitucci, en is inmiddels uitgegroeid tot een gevestigde naam. Hij speelde wel eerder met saxofonist Ben van Gelder (1988) op North Sea Jazz, bij de uitvoering van diens compositieopdracht 'The Whole World Is Round'. Van Gelder speelde op zijn beurt vier jaar eerder met gitariste Ella Zirina (1997) bij het Bimhuis JazzFest-minifestival, dat gevestigde namen koppelt aan nieuw talent. Een gelegenheidsformatie dus, waarin de improvisatie overheerst. Het concert opent met twee vrij korte, dromerige stukken van Ella Zirina, waarbij het direct herkenbare timbre van altsaxofonist Van Gelder sterke kleuren toevoegt over een ritmisch aangezette donkere bas. Zirina heeft een geheel eigen, fysieke aanpak in het bespelen van haar instrument: ze tokkelt met beide handen, waarbij haar rechterhand beweeglijk is en soms omhoogschiet naar de hals, met het plectrum omhoog of omlaag geslagen. De klankkleur varieert van folkachtig en Wes Montgomery-fluweel tot klassiek, elektro of flamenco. Het is niet te horen dat de musici niet eerder als trio samenspeelden of het moet zijn door de luisterende kwaliteit van elke muzikant, die zoekend of vragend deelneemt om dan de leidende rol op te pakken. Het is nergens een klassiek trio; de steeds wisselende verhoudingen leiden tot een driegesprek met veel wendingen. Veel improvisatie en beperkte uitgeschreven momenten. De thema's wisselen van ballad naar modaal, latin-getint.
Ze delen een klassieke achtergrond gekoppeld aan de liefde voor jazz en improvisatie, en dat is in hun samenspel steeds hoorbaar. Daarnaast maken ze beiden gebruik van elke uithoek van hun instrument. Pedalen, pianosnaren, klankkast: elk stukje doet mee. Bij het pocketconcert overheerst het pianogeluid enigszins, terwijl in de Luterse kerk een volledige verweving ontstaat, die langs een breed landschap van akoestisch en elektronisch geluid gaat zonder ergens afstandelijk te worden. Waar Zirina's gitaar zweeft, tokkelt en kleurt, legt Brederode's spel er een klassiek geschoolde brede klank van arpeggio's en akkoorden onder. Hij trekt lange lijnen en creëert harmonische ruimte, die Zirina invult met textuur en beweging. Ook hier is het geen begeleider-solist-verhouding, maar gaat het om een dialoog waarin beide instrumenten elkaar afwisselend leiden en volgen: Zirina's fysieke, bijna vocale gitaarspel, dat lijkt te aarzelen tussen fluisteren en uitbarsten, krijgt richting door de piano. Jazz Delft vermeldt in het programma dat hun spel zich kenmerkt door poëzie, eigenzinnigheid en avontuurlijke improvisatie en daarin is geen woord teveel gezegd. Zirini kreeg voor haar eerste album 'Intertwined' meteen een Edison-nominatie. Brederode behoort al wat langer tot de internationale top en maakte meerdere albums voor het prestigieuze ECM-label. Voor zijn laatste album, 'Ruins And Remains', won hij een Edison en hij speelt ook in 2025 en 2026 nog regelmatig werk van dat album, naast zijn trio- en duo-optredens. In Delft speelden Brederode en Zirina stukken uit hun pocketconcert, zowel van zijn als van haar hand. Net als op het dakterras werd het publiek bijna direct meegenomen in de hypnotische tonen van het duo, dat op rustige, haast ingetogen wijze grenzen doorbreekt zonder een moment toegankelijkheid te verliezen. Daardoor nemen ze nieuwe luisteraars mee op een intieme, meeslepende reis door het eigenzinnig universum van geïmproviseerde muziek waarbij het label onbelangrijk wordt. Magie. Tekst: Monica Rijpma | Foto's: Sophie Conin Labels: Ben van Gelder, Bimhuis, Clemens van der Feen, concert, Delft Jazzfestival, Ella Zirina, On The Roof, Wolfert Brederode (Monica Rijpma, 29.8.26) - [print]
- [naar boven] Cd De inmiddels 88-jarige Amerikaanse saxofonist Charles Lloyd bracht tussen 2020 en vandaag alleen al een achttal albums uit, waaronder enkele dubbelaars. Zijn laatste, 'Sangam & Friends', is een muzikaal eerbetoon aan de Indiase tabla-meester Zakir Hussain, die eind 2024 overleed. Lloyd speelde voor het eerst met hem samen in 2001, ter gelegenheid van het overlijden van drummer Billy Higgins in hetzelfde jaar. Daarna richtten beiden samen met Lloyds drummer Eric Harland het trio Sangam op. In 2004 namen ze een concert op in het Lobero Theater in Santa Barbara, Californië. Die opnamen verschenen in 2006 onder de titel 'Sangam', een ECM-uitgave. Drie jaar later speelden ze een concert ter herinnering aan Hussains vader, de percussionist Alla Rakha. Ze werden daarbij begeleid door zanger Vijay Prakash, Rakesh Chaurasia op bansuri, Sabir Khan op sarangi, Ranjit Barot op keyboards en Niladri Kumar op sitar. Die opnamen bleven onuitgegeven tot 2024, toen Lloyd ze samen met andere, niet eerder uitgebrachte studio- en liveopnamen van het trio samenbracht onder de titel 'Sangam & Friends'. Het album verscheen bij Blue Note, telt zeven composities en improvisaties en duurt 45 minuten. 'Sangam & Friends' vormt het overtuigende bewijs dat oosterse en westerse muzikale tradities probleemloos een harmonieus verbond kunnen aangaan. Muziek is dan ook een universele taal, gesproken door iedereen die er het alfabet van kent en er gevoelig voor is. Alle nummers op dit compacte album hebben iets bezwerends en hypnotisch. De zang, het fluitspel van Lloyd, de percussie, de diverse ritmes: ze palmen je onweerstaanbaar in. Gaandeweg raak je helemaal verstrikt in het web van klanken en texturen dat de muziek weeft met quasi-onzichtbare draden. Al van bij het minder dan twee minuten durende openingsnummer 'Clear The Dust' wanen we ons in India, met de stem van Prakash als sfeermaker. Ook op 'The Blessing', goed voor elf minuten, valt Prakash' bijdrage op. Lloyd weeft er prominent en behendig zijn lyrische saxlijnen omheen, terwijl de andere muzikanten vooral op de achtergrond actief zijn. Ook zijn fluitspel draagt mee bij aan het exotische karakter van de muziek, terwijl desondanks toch de geest van de jazz bewaard blijft, vooral in zijn saxpartijen. Opvallend is ook hoeveel ruimte de stilte krijgt toegewezen: ze maakt op zo'n manier deel uit van de improvisaties dat het lijkt alsof ze gecomponeerd is. 'Sangam & Friends' is wereldmuziek op zijn best. Benieuwd waar de wegen van Charles Lloyd ons in de toekomst nog naartoe zullen brengen! Tekst: Patrick Auwelaert | Foto: Louis Obbens | Deze recensie verscheen ook in Jazz&mo' Labels: Blue Note, cd, Charles Lloyd, Eric Harland, Niladri Kumar, Rakesh Chaurasi, Ranjit Barot, Sabir Khan, Vijay Prakash (Patrick Auwelaert, 23.8.26) - [print]
- [naar boven] Album Een album dat bol staat van creativiteit, muzikaliteit en intuïtief samenspel. Instant composing die je raakt, verrast, verwondert, muziek die je fantasie prikkelt. Albert van Veenendaal is al jaren een gekende en spraakmakende onderzoeker van de piano. Hij verzocht Mieke van Dam om met hem een ad-hoc improvisatieset te spelen in het Orgelpark in Amsterdam die ze ter plekke opnamen. Dit album 'A Pinch Of Sea Salt' bevat een selectie van hun samenspel aldaar. In 2008 programmeerde ik een concert met onder anderen Fay Lovsky en maakte zo voor het eerst kennis met de theremin. De interesse voor dit instrument met zijn schier onbegrensde mogelijkheden is altijd gebleven. Het spel van Mieke van Dam is dan ook een bijzonder aangename hernieuwde kennismaking. Dit digitale album verdient het om gehoord te worden door oren die openstaan voor spannende instant-composing muziek door twee gelijkgezinden, die met 'A Pinch Of Sea Salt' een fraai muzikaal statement realiseerden. Een aanrader voor programmatoren van hedendaagse muziek. Tekst: Cees van de Ven Labels: Albert van Veenendaal, cd, download, Mieke van Dam, piano, theremin (Cees van de Ven, 18.8.26) - [print]
- [naar boven] Aanvankelijk was Kris Defoort louter pianist, jazzpianist. Maar de afgelopen jaren ontwikkelde hij zich steeds meer tot componist en zeker niet alleen voor de piano. Zo hernam de Brusselse Munt nog in 2024 Defoorts opera 'The Time Of Our Singing'. Op twee recente albums vinden we beide aspecten terug, zijn rol als pianist en als componist. In 'Pla(y)ces' horen we hem spelen, samen met Jan Michiels, onvolprezen interpreet van hedendaags gecomponeerde muziek, in een niet aflatende stroom van eigen composities, die van Claude Debussy, 'Somewhere Over The Rainbow' van Harold Allen en improvisaties, alles naadloos aaneen gelast. Op 'Pianoworks' horen we zijn twee boeken 'Dedicatio' voor solo piano, de eerste vertolkt door wederom Jan Michiels, de tweede door Cédric Tiberghien. 'Pla(y)ces' is de weerslag van een liveconcert in het Concertgebouw van Brugge op 16 oktober 2022 en begint met het mooi ingetogen, stemmige 'Moonlight Dialogue'. De twee voelen elkaar naadloos aan, vullen elkaar aan, flarden Debussy komen voorbij, improvisaties klinken. Het lijkt wel of er aansluitend donkere wolken voor de maan trekken in 'Pla(y)cing Ces', voor korte tijd loopt de spanning op. In 'D&D Pla(y)ce' overheerst het experiment, de improvisatie, al horen we ook hier weer de invloed van Debussy. Een spannende stroom aan onverwachte klanken houdt de luisteraar scherp. 'Hommage À S.Pickwick Esq.P.P.M.P.C.' vangt aan met krachtige pianoaanslagen, vrij heftige klankclusters. Het is het negende deel van Debussy's tweede set aan preludes dat het duo hier als uitgangspunt neemt. De titel 'Multicoloured Fireworks' is voor het aansluitende stuk uitstekend gekozen: de klanken dartelen, springen, spatten alle kanten op, de twee pianisten tonen zich hier volledig aan elkaar gewaagd. Debussy's 'Bruyères' brengt de nodige rust, uiterst contemplatieve klanken ontvouwen de twee hier. Al even ingetogen klinkt hun versie van 'Somewhere Over The Rainbow', beter kan haast niet. 'Les Collines D’Anacapri' is wederom van Debussy. Mooi hoe de pianisten hier een stuk voor twee piano's van maken. En wat een vooruitstrevend componist was Debussy, ook dat blijkt hier weer heel mooi. Naadloos gaat het over in 'In Between The Wings', de slotakkoorden van dit boeiende treffen tussen twee meesters.
Beeldende kunst blijkt belangrijk voor Defoort, niet zo verwonderlijk: hij schildert met klank, en dus vinden we in het tweede boek de nodige schilders terug, te beginnen met Wassily Kandinsky. 'Improvisations Aux Éclats Des Couleurs Joyeuses' heet de vrij lange en zeer kleurrijke hommage, terwijl 'Reflets De Lumières Nocturnes' voor Léon Spillaert en 'Sense Of The Unknown' voor Mark Rothko zich met hun uitgebeende noten aan de andere kant van het spectrum bevinden. Zeker bij die laatste is dat overigens nog niet zo gek. Bijzonder zijn ook de twee vrij ritmische hommages aan Louise Bourgeois en Henri Matisse, de eerste heet 'Voilée/Dévoilée' (gesluiterd/ontsluierd), de tweede kreeg als titel 'Dévoilee/Voilée' mee. En natuurlijk kreeg Tiberghen, als pianist van dienst in dit tweede boek, ook zijn hommage: 'Le Réel Transfigurée Par L’Émotion Du Souvenir', overigens niet het gemakkelijkste deel. Verder valt 'What The Nerves And The Skin Remember' op, Defoorts eerbetoon aan de ook door mij zeer gewaardeerde schrijfster Toni Morisson, een krachtige en ritmische compositie. Tekst: Ben Taffijn Labels: cd, Cédric Tiberghien, Jam Michiels, Kris Defoort, W.E.R.F. (Ben Taffijn, 10.8.26) - [print]
- [naar boven] "De veranderingen in de jazz komen van binnenuit, maar ze vinden plaats aan de randen: waar jazz raakt aan iets anders, iets nieuws of een nieuw gebied. Zonder dat er iemand nog een label op heeft geplakt." Recent las ik een uitstekend, actueel en relevant essay door Tom Beek, dat werd gepubliceerd in Jazz Bulletin 139 (juli 2026), een uitgave van het Nederlands Jazz Archief. Hierbij spreek ik mijn dank uit voor de toestemming dit artikel met u te delen. Laten we allen hiervan kennisnemen en ieder op zijn manier en mogelijkheden ons inzetten en bijdragen de titel van dit artikel recht te doen. Klik hier om zijn essay te lezen. Foto: Cees van de Ven Labels: essay, jazz, north sea jazz, Tom Beek (Cees van de Ven, 7.8.26) - [print]
- [naar boven] "Verrassingen van de dag: SML uit Los Angeles, die gelukkig in november weer hier zijn, en Q-Tet, van eigen bodem. Geleid door fluitiste, zangeres en componiste Qisheng Zheng, Qniverse voor haar vrienden, speelt het kwartet aanstekelijke, frisse en energieke songs en stukken waarin oost en west samenkomen, met Pippi Langkous-vrijheid en free impro. Die gaan we zeker nog tegenkomen." Op zondag 12 juli bezocht Monica Rijpma het North Sea Jazz Festival. Zij doet verslag van de concerten van Dee Dee Bridgewater 'We Exist', Hiromi's Sonicwonder, Maria Schneider & Clasijazz Big Band featuring Antonio Lizana, Youssou N'Dour, Jamie Peet Reflex Quartet en Charles Lloyd Quartet. Klik hier om haar festivalverslag te lezen. Foto: Louis Obbens. Klik hier voor een fotoverslag van de derde dag van North Sea Jazz 2026. Labels: Charles Lloyd, Dee Dee Bridgewater, festival, Hiromi, Jamie Peet, Maria Schneider, North Sea Jazz 2026, Q-Tet, Qniverse (Maarten van de Ven, 1.8.26) - [print]
- [naar boven] Tenorsaxofonist Joe Henderson (1937-2001) was een van de titanen van de naoorlogse jazz. Al tijdens zijn muziekstudies in Detroit verbaasde hij zijn muziekleraars met zijn blaastechniek en perfecte toonbeheersing, het gevolg van honderden uren solo's van Lester Young en Charlie Parker naspelen. Begin jaren zestig leerde Henderson in New York trompettist Kenny Dorham kennen, die hem introduceerde bij Blue Note en in wiens band hij speelde in de periode 1962-1963. Hendersons eerste plaatopname was op Dorhams 'Una Mas' in 1963. In hetzelfde jaar verschenen zijn eerste twee albums onder eigen naam: 'Our Thing' en 'Page One', én speelde hij een schitterende solo op de titeltrack van Lee Morgans 'The Sidewinder'. In 1964 herhaalde hij die stunt nog eens op de titeltrack van het album 'Song For My Father' van pianist Horace Silver, in wiens kwintet hij speelde van 1964 tot 1966. Tussen 1963 en 1968 speelde Henderson op een dertigtal Blue Note-albums van onder meer Blue Mitchell, Grant Green, Larry Young, Pete La Roca en Andrew Hill. Die opnamen waren zeer verscheiden: van hardbopsessies tot avant-garde-experimenten. Eind jaren zestig speelde de saxofonist een tijdje bij Herbie Hancock en Miles Davis. Met die laatste kwam het helaas niet tot een plaatopname. Na een korte samenwerking met cross-overband Blood, Sweat & Tears in 1971 verhuisde Henderson naar San Francisco waar hij les begon te geven. Hij trad nog op en maakte nog tal van opnamen, maar de waardering van het jazzpubliek bleef uit. Dat neemt niet weg dat hij in de jaren zeventig en ook in de daaropvolgende decennia nog vaak van zich liet horen met schitterende albums, waaronder vooral 'The State Of The Tenor: Live At The Village Vanguard' (1985) en 'Lush Life: The Music Of Billy Strayhorn' (1992) een speciale vermelding verdienen. Bij Resonance Records verscheen van Henderson recent een dubbele live-cd (ook digitaal en als driedubbelelpee verkrijgbaar) onder de titel 'Consonance: Live At The Jazz Showcase'. Het gaat om nooit eerder uitgegeven opnamen van concerten uit februari 1978 die Henderson speelde in het befaamde jazzcafé van Joe Segal in Chicago. Hendersons begeleiders waren pianiste Joanne Brackeen, contrabassist Steve Rodby en drummer Danny Spencer. Hoewel de saxofonist zich toentertijd in een 'luwe' periode bevond, speelde hij in de Showcase de concerten van zijn leven. Henderson had een hoekige, gespierde speelstijl, maar daaronder ging dikwijls lyriek van de zeldzame soort schuil. Op 'Consonance', wat 'gelijkluidendheid' betekent, komt zijn unieke frasering en ritmische drive vooral tot uiting in lang uitgesponnen nummers. De dubbel-cd telt negen tracks, waarvan vijf ruimschoots de twintigminutengrens overschrijden. Het gaf de saxofonist de kans om zijn inventiviteit, expressiviteit en explosiviteit de vrije loop te laten, en die kans greep hij met beide handen, want de opnamen barsten van energie, emotie en intensiteit. Nu eens laat hij tedere melodische lijnen op de luisteraars los, dan weer neemt hij een diepe duik in virtuoze arpeggio's of gromt hij als een hongerige beer die een prooi ruikt. Hendersons begeleiders deden daarbij nauwelijks voor hem onder. Joanne Brackeen genoot onder meer bekendheid als de enige vrouwelijke muzikant die ooit bij Art Blakey's Jazz Messengers speelde (van 1969 tot 1972), en als bandleider: tot haar discipelen behoorden onder meer Terence Blanchard, Michael Brecker, Jack DeJohnette en Branford Marsalis. Zelf was ze sterk beïnvloed door McCoy Tyner. Contrabassist Steve Rodby speelde lang bij The Pat Metheny Group en producete ook albums van de gitarist. Tijdens de opnamen van Consonance stond hij aan het begin van zijn carrière en was hij zowat de huisbassist van de Jazz Showcase. Drummer Danny Spencer is altijd ondergewaardeerd gebleven. Zijn naam is vooral verbonden aan het Contemporary Jazz Quintet, dat twee albums uitbracht bij Blue Note en waarin ook Joe Hendersons broer Leon speelde. In de loop van zijn carrière toerde hij en nam hij op met muzikanten als Art Farmer, Dexter Gordon, Dizzy Gillespie en Sonny Stitt. Bassist Bob Hurst, bekend van zijn samenwerking met Wynton en Branford Marsalis, zei ooit over hem: "He's the first drummer I played with who lit a fire under you." Spencer was zelf sterk beïnvloed door Elvin Jones, net als McCoy Tyner een begeleider van John Coltrane. Met de ritmesectie van Hendersons band in Chicago zat het dus meer dan goed, temeer omdat Coltrane zelf een van de grote voorbeelden van Henderson was.
De tweede cd opent met Hendersons Latijns getinte 'Recorda Me', dat verscheen op zijn debuutalbum 'Page One' en dat ook uitgroeide tot een standard. Het is een nummer dat de saxofonist tijdens vrijwel al zijn concerten speelde, net als 'Good Morning Heartache' van Billie Holiday, opnieuw een vehikel waarop hij zijn machtige soleerkunsten vertoont. 'Round Midnight’ is nog zo'n onverwoestbare klassieker. Brackeen zet er een solo van hoog McCoy Tyner-gehalte op neer. Afsluiten doet de band met het 24 minuten durende 'Softly, As in a Morning Sunrise' van Sigmund Romburg, en met 'Isotope', opnieuw een compositie van Henderson, die hij schreef als hommage aan Monk en aan diens gewoonte om humor in zijn muziek te integreren. Kort samengevat is 'Consonance: Live At The Jazz Showcase' een steengoed voorbeeld van hoe muzikanten veel meer expressie en inventiviteit kunnen leggen in nummers die ze spelen voor een publiek. Niet gehinderd door de voorschriften van veel platenmaatschappijen om albums uit te brengen die behapbare en dus overwegend korte tracks bevatten, kunnen ze live nummers uitkleden tot op het bot, om ze daarna op hun onnavolgbare manier opnieuw aan te kleden. Dat ze daar tijd voor nodig hebben is niet meer dan normaal. Goed nieuws is dat de vaults van Joe Segal nog vele honderden uren aan niet eerder uitgebrachte concertopnamen bevatten, en dat de beste daarvan stapsgewijs zullen worden uitgebracht. Dat is nu al het geval voor opnamen van onder meer Yusef Lateef, Ahmad Jamal en Sun Ra. Breek je spaarvarken alvast open! In de Jazztube hieronder kun je kijken naar het optreden van het Joe Henderson Trio op het North Sea Jazz Festival 1993 in Den Haag. Met op bas Dave Holland en op drums Al Forster. Tekst: Patrick Auwelaert | Foto: Veryl Oakland | Deze recensie verscheen ook in Jazz&mo' Labels: cd, Danny Spencer, Jazz Showcase, Joanne Brackeen, Joe Henderson, Joe Segal, Steve Rodby (Patrick Auwelaert, 30.7.26) - [print]
- [naar boven] "Je zou het een 3Gen3-concert kunnen noemen (naar het gelijknamige trio van Pierre Courbois): Kenny Barron als vertegenwoordiger van de grondleggersgeneratie, Christian McBride als eminentie van de hardbop én fusion-erfenis, en de 38-jarige Julian Lage als de vernieuwende generatie die alles op zijn kop zet. Zo leven jazz en improvisatie voort." Op zaterdag 11 juli bezocht Monica Rijpma het North Sea Jazz Festival. Zij doet verslag van de concerten van Jon Batiste, Ronald Snijders Band, Pat Metheny & Tyn Wybenga Brainteaser Orchestra, Flea & The Honora Band, Cécile McLorin Salvant, Fatoumata Diawara, Artchipel Orchestra, Estrella Morente en Christian McBride/Kenny Barron/Julian Lage. Klik hier om haar festivalverslag te lezen. Foto: Louis Obbens. Klik hier voor een fotoverslag van de tweede dag van North Sea Jazz 2026. Labels: Cécile McLorin Salvant, Christian McBride, Fatoumata Diawara, festival, Flea, Kenny Barron, North Sea Jazz 2026, Pat Metheny, Ronald Snijders, Tyn Wybenga (Maarten van de Ven, 24.7.26) - [print]
- [naar boven] Tenorsaxofonist James Brandon Lewis, al jaren hot en hip, combineert in zijn composities diverse genres: gospel, blues, post-bop, modale jazz, avant-garde jazz en spirituele jazz. Met zijn kwartet, bestaande uit pianist Aruán Ortiz, contrabassist Brad Jones en drummer Chad Taylor, gooide hij in 2025 terecht hoge ogen op tal van eindejaarslijstjes wereldwijd met het album 'Abstraction Is Deliverance'. En nu is er 'Omni', het zesde album van het kwartet, dat in het teken staat van spirituele jazz, in de lijn van albums als 'A Love Supreme' en 'Meditations' van John Coltrane. Zo verwijst Omni naar de drie gedaanten van God: God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest. Ook de titels van de tracks - negen in totaal, goed voor drie kwartier muziek - wijzen in die richting: 'The Sermon', 'Call To Worship', 'Spirit Of The Livin', 'Omnipresent'. Omni bouwt voort op Lewis' concept 'Molecular Systematic Music'. Dat begon jaren geleden met composities gebaseerd op zes- en zeventonige cellen, groeide uit tot een twaalftoonsbenadering, en krijgt op 'Omni' opnieuw een uitbreiding. Lewis spreekt hier impliciet over 'twelve-tone gospel': een combinatie van seriële of modale structuur met de retoriek en emotionele lading van gospel en prediking. Dat alles leidt tot een album waarop minder vuurwerk te horen is - denk maar aan de twee albums die hij opnam met The Messthetics - en meer bezinning. De muziek klinkt tegelijk spiritueel, avant-gardistisch en diep geworteld in blues en gospel. Ze is opgebouwd volgens het call-and-response principe, herhaling, opbouw en ontlading. De ritmesectie speelt zelden een rechte swingbegeleiding. Ze fragmenteert het ritme, verschuift accenten en creëert een gevoel van voortdurende beweging. De toon van Lewis is een van de meest herkenbare in de hedendaagse jazz. Zijn spel klinkt als een synthese van meerdere tradities: de spirituele kracht van Coltrane, de rauwe blues van Albert Ayler en de ritmische precisie van Sonny Rollins. 'Omni' is een vernuftig album dat meerdere luisterbeurten vraagt voor je ontdekt dat het James Brandon Lewis' antwoord is op Coltranes 'A Love Supreme', een meesterwerk van buitencategorie - wat ook geldt voor 'Omni'. Tekst: Patrick Auwelaert | Deze recensie verscheen ook in Jazz&mo' Labels: Aruán Ortiz, Brad Jones, cd, Chad Taylor, James Brandon Lewis (Patrick Auwelaert, 22.7.26) - [print]
- [naar boven] "Amerika 250 jaar, Miles Davis '100 jaar' en North Sea Jazz 50 jaar... wat is de overeenkomst tussen al die verjaardagen? Je zou kunnen zeggen dat de grote golfbeweging van de tijd ons laat zien hoe positieve vernieuwing altijd het gevolg is van respect voor traditie, gekoppeld aan experiment en improvisatie. Amerika, Miles en het North Sea Jazz Festival gaven ons met jazzmuziek een levende geschiedenis die zich blijft vernieuwen." Op vrijdag 10 juli bezocht Monica Rijpma het North Sea Jazz Festival. Zij doet verslag van de concerten van Snarky Puppy & Metropole Orkest, Questlove with Robert Glasper & Christian McBride, Roy Hargrove's RH Factor, Esperanza Spalding, Kenny Barron "Songbook", Gonzalo Rubalcaba, Chris Potter, Larry Grenadier & Eric Harland en Joshua Redman Quartet. Klik hier om haar festivalverslag te lezen. Foto: Louis Obbens. Klik hier voor een fotoverslag van de eerste dag van North Sea Jazz 2026. Labels: Chris Potter, Christian McBride, Esperanza Spalding, festival, Joshua Redman, Kenny Barron, Metropole Orkest, North Sea Jazz 2026, Questlove, Snarky Puppy (Maarten van de Ven, 19.7.26) - [print]
- [naar boven] Dit album is genoemd naar de 'Trilogue - Live!' opname van het optreden van trombonist-componist Albert Mangelsdorff, bassist Jaco Pastorius en drummer Alphonse Mouzon op de Berliner Jazzdagen in 1976. Dat was een alom bejubeld en geprezen concert als gevolg van groot vakmanschap, creativiteit en onderlinge cohesie. De onlangs verschenen en eveneens live opgenomen cd 'Trilogue + 15' is een tribute aan Albert Mangelsdorff en doet hem alle eer aan. De Frankurt Radio Big Band met trombonist Nils Wogram en composities van Mangelsdorff werden voor het concert op het Duitse Jazzfestival Frankfurt in 2018 imponerend gearrangeerd door leider Jim McNeely. Ik ben al jaren erg gesteld op persoon, componist en trombonist Nils Wogram. Deze cd viel in mijn postbus midden in het WK Voetbal. En na het beluisteren ervan en de euforie over het gebodene lanceer ik met volle overtuiging: Nils Wogram, de Lionel Messi op trombone. Overdreven? Ik dacht het niet! Luister maar eens naar 'Accidental Meeting'. In 'Zores Mores' beleef je imaginair hoe elke muzikant zijn verhaal kwijt wil en het gelijk aan zijn kant wil hebben, overtuigd als ze zijn van de relevantie van hun muzikale statement. Het is Wogram die iedereen weer tot de orde blaast en tot rust maant. Ik was dolgraag bij dit concert aanwezig geweest, maar ben anderzijds dankbaar dat dit liveconcert voortreffelijk is opgenomen en uitgebracht, zodat je het intens kunt herbeleven. Alle liefhebbers van zinderend, hoogstaand bigbandspel en solist-trombonist Nils Wogram met zijn onmiskenbare creativiteit en improvisatorische zeggingskracht zou ik dit album willen aanraden. 'Trilogue + 15' is niet te missen! Labels: Albert Mangelsdorff, cd, Frankfurt Radio Big Band, Jim McNeely, Nils Wogram (Cees van de Ven, 12.7.26) - [print]
- [naar boven] Kijk, ook dat is jazz. 's Middags viel Diederik Idema, pianist (en samensteller van de wekelijkse Jazz Jams in De Smederij) van zijn fiets toen hij met succes een vogel wist te ontwijken. Een gebroken linkerarm was zijn deel. Links, dus zelfs een 'Concert voor Linkerhand' zit er voorlopig niet in. In allerijl werd gitarist Winfred Buma als vervanger opgetrommeld, vijf minuten voor het optreden werden er wat afspraken doorgenomen en om kwart over negen stipt (de in De Smederij gehanteerde begintijd) stak het gloednieuwe Renske de Boer Kwartet van wal. Inmiddels had de gehandicapte gewoon zijn gebruikelijke voorbereidende werk verricht: het temmen van de geluidsinstallatie, het uitdelen der consumptiebonnen en de aankondiging van de band. Dat het optreden wat ruwe plekken en gammele verbanden vertoonde was dus niet zo vreemd. Het eerste nummer, 'Night And Day', begon wat aarzelend, maar al snel had de formatie haar groove te pakken. Met haar licht doorrookte alt en haar gewoonte liedjes naar eigen inzicht te kneden, bleek Renske de Boer een echte jazzzangeres. 'How Deep Is The Ocean' en 'I Thought About You' waren daar mooie voorbeelden van. Soms zong ze een noot op het randje: net niet vals, wat de expressie eveneens ten goede kwam. En de paden die de zangeres en de band bewandelden liepen niet altijd parallel. In 'Easy Living' was de balans tussen vocaliste en de begeleiding een moment ver te zoeken - maar voordat het nummer klaar was hadden de muzikanten hun evenwicht weer gevonden. Daarentegen zette haar samenspraak met Buma in de intro van 'I Love You' de muziek aangenaam onder spanning. Dat gold ook voor haar scatten in de 'One Note Samba', dat een perfecte eenheid werd met de gitaar. Wat natuurlijk hielp was dat bassist Hans Lass en drummer Sebastian Demydszuk al jaren samenwerken. Dus al dreigde de muziek hier en daar uit de bocht te vliegen, hun rotsvaste, verende basis (en boeiende solowerk) hield iedereen uiteindelijk binnen boord. Enfin, Didi heeft nu even tijd om te recupereren. Tekst: Eddy Determeyer | Foto: Hammie van der Vorst Labels: concert, Diederik Idema, Hans Lass, Renske de Boer, Sebastian Demydczuk, Wilfred Buma (Eddy Determeyer, 6.7.26) - [print]
- [naar boven] Een diepzinnige conversatie tussen twee heren. Zo was het optreden van Guus Janssen (piano) en George Hadow (drums) misschien nog wel het best te omschrijven. De muzikanten luisterden naar elkaar, leverden commentaar en zo kreeg het gesprek voortdurend nieuwe wendingen. Wanneer ze dat lang genoeg zouden volhouden zou je vanzelf de aanzet tot een perpetuum mobile krijgen. (Met twee AI's zou het nog beter lukken.) Janssen putte, behalve uit het arsenaal van de Nederlandse improvisatiemuziek en de meer traditionele jazz, ook uit de barok en de Zuid-Afrikaanse townshiptradities. Dat leverde vanzelfsprekend een boeiend relaas op. Vaak waren die ingrediënten niet meer dan vluchtige suggesties. Zo kwam het thema van 'Misty' slechts in vage mistvlagen voorbij. En in Janssens interpretatie van 'Island In The Sun' hoorde ik een maat of vier lang toch echt 'Moonlight Becomes You'. (De zon en de maan hebben bij benadering dezelfde booggrootte. Daar moet het mee te maken hebben.) 'Creole Love Call' werd gedemonteerd waar we bij zaten en net zo makkelijk weer geassembleerd. Van de meest vage suggestie maakte de pianist een liedje. Dat kon de vorm van bijvoorbeeld een kinderliedje aannemen. Daarbij was het zo dat wanneer Guus Janssen een bepaalde noot aansloeg hij wel degelijk die noot bedoelde en geen andere. Wat dat betreft kwam zijn aanpak overeen met die van zijn held Thelonious Monk. George Hadow is een slagwerker die in melodische structuren denkt. Elke maffe bevlieging van de pianist kreeg gelijk lik op stuk. Zo versterkten de heren elkaars relazen. En nu moeten we de maanden juni, juli en augustus braaf uitzitten voordat de Martinus zijn poorten weer openzet voor de jazzliefhebbers. Een normaal mens houdt dat niet vol. Tekst: Eddy Determeyer | Foto: William Maail Labels: Brouwerij Martinus, concert, George Hadow, Guus Janssen (Eddy Determeyer, 29.6.26) - [print]
- [naar boven] In 3/4 Peace (wat staat voor three for peace) vinden drie sterke persoonlijkheden uit de Belgische scene elkaar in een subtiele vorm van kamerjazz. Het trio, bestaande uit saxofonist Ben Sluijs, pianist Christian Mendoza en contrabassist Brice Soniano, bouwt al meer dan vijftien jaar aan een hecht muzikaal verhaal waarin verfijning, luisterbereidheid en interactie centraal staan. Sluijs beschrijft de esthetiek van dit trio met een citaat van Sting: "Muziek spelen is liefde projecteren." Hun repertoire beweegt zich vrij tussen eigen composities en gezamenlijke improvisaties, waarbij invloeden uit de jazz en de klassieke muziek naadloos in elkaar overvloeien. Technische beheersing staat daarbij steeds ten dienste van de muzikale zeggingskracht. Het resultaat is een transparante, gelaagde klankwereld waarin nuance, ruimte en stilte even belangrijk zijn als de gespeelde noten. Op zaterdag 13 juni was 3/4 Peace te gast in de Lokerse Jazzklub. Cees van de Ven was er ook en maakte dit fotoverslag en de onderstaande video, die een mooie indruk biedt van de ingetogen intensiteit en het samenspel waarmee dit trio het aanwezige publiek wist te betoveren. Tekst: Maarten van de Ven | Foto & video: Cees van de Ven Labels: Ben Sluijs, Brice Soniano, Christian Mendozza, jazztube, Lokerse Jazzklub (Maarten van de Ven, 27.6.26) - [print]
- [naar boven] De centrale figuur op deze twee albums is de Noorse trompettist en expert in subtiele elektronica Arve Henriksen. Op het bij ECM Records verschenen 'Arcanum' horen we hem met saxofonist Trygve Seim, bassist Anders Jormin en drummer, percussionist Markku Ounaskari. Op het bij April Records verschenen 'Sounds & Sequences' is hij te horen met bassist Johannes Lundberg, eveneens actief op elektronica en drummer Daniel Sommer. 'Arcanum' bevat zestien vrij korte stukken, slechts een enkele compositie komt boven de vier minuten uit. Het album vangt aan met het zo goed als unisono geblazen 'Nokitpyrt', althans voor het op boeiende wijze ontspoort. Op 'Blib A' horen we subtiele elektronica in de vorm van een aangename klanknevel, Ounaskari op bekkens scherpt de sfeer verder aan. Naadloos gaat het over in de bijzonder subtiele bassolo van 'Armon Lapset', gevolgd door een even intiem duospel van Seim, hier op sopraansax, en Henriksen. Het opwekkende 'Folksong' vormt een prachtig intermezzo, met stuwend spel van Ounaskari en een mooi springerige sopraansaxsolo van Seim. Zijn eigen compositie 'Trofast' is net zo goed door volksmuziek beïnvloed. Schitterend wat hij hier met die sopraansax doet, met de bas van Jormin discreet op de achtergrond. Verderop krijgt dit stuk meer dynamiek en vallen met name de bijdragen van de blazers op. Op het scherpst van de snede klinkt Henriksen aan het begin van 'Old Dreams', een heerlijk disruptief stuk te midden van dit harmonieuze album. Luisterrijk unisono spel wederom in 'Koto' en 'Elegy' en prachtige subtiliteiten in 'Polvere Uno', Hendriksens elektronica in combinatie met Seims sopraansax. Op trompet klinkt Henriksen weer zeer overtuigend in 'Morning Meditation'. Hier horen we duidelijk die subtiel meanderende klank waar zijn spel zo bekend om is. 'Le Fontaine' is de moeite van het noemen eveneens waard vanwege de solo op tenorsax van Seim en het stuwende slagwerk van Ounaskari. En dan nog een keer Henriksen, voor wat betreft dit album dan: 'Shadow Trail' is een titel die uitstekend past bij de wolken van klank die hij hier neerzet.
Tekst: Ben Taffijn Labels: Ambre Vuillermoz, Anders Jormin, Arve Henriksen, cd, Daniel Sommer, Johannes Lundberg, Markku Ounaskari, Robert Lucaciuc, Trygve Seim (Ben Taffijn, 24.6.26) - [print]
- [naar boven] Concert Gelijk in de eerste maat, met de knallende en doordringende bastrommel van Victor Villestas, wisten we: met deze Tex Mex-band waren we niet bepaald onderweg naar Mendocino. Het was rap duidelijk: de dagen van Doug Sahm liggen ver, ver achter ons en die van Freddy Fender nog veel verder. Ook die brachten fusies van rock en Tex Mex border music tot stand. Orkesta Mendoza deed het op zijn eigen, meer eigentijdse manier. Dus werd hier de Tex Mex niet alleen verrijkt met hardrock, maar ook met invloeden uit Cuba, Colombia en Brazilië. "We like all flavors," zegt grondlegger, leider, toetsenist en vocalist Sergio Mendoza eenvoudig. De band werd in 2009 in Tucson, Arizona opgericht, maar Mendoza komt oorspronkelijk uit het grensstadje Ambos Nogales. Het eerste project was een eerbetoon aan mambo- en chacha-chapionier Pérez Prado, dus die internationale oriëntatie zat er van meet af aan in. Wanneer je langs die diepe, zware basdreunen heenluisterde - niet bepaald een simpele uitdaging - en de orkestrale wolken trokken even open, dan hoorde je in de solo's van Mendoza (op met name accordeon), Paul Marques (trompet) en Quetza Guerrero (viool) wel degelijke echo's van de tradities van de grensstreek. Een trompet, ja: Mexicaanse muziek zonder trompet zou ook wel een beetje kaal zijn. Deze gasten, dat werd wel duidelijk, zijn allemaal meesters op hun respectieve instrumenten. Met zijn vioolsolo in 'Mambo Lupita' zou Guerro zó het podium van de New Yorkse Carnegie Hall kunnen betreden. De solo's van deze heren gaven de muziek adem en reliëf. Het sterke punt van het Orkesta was evenwel de wonderschone vocal group, bestaande uit Mendoza, Guerrero en percussionist Ozzie Acosta. En ik vond de manier waarop 'Hernando's Hideaway' hier binnengesmokkeld werd in 'Ojos Negros' een vondst. Je woont in een grensstreek of niet. Tekst: Eddy Determeyer | Foto: Marc de Krosse, meer foto's te zien via VERA Labels: concert, Orkestra Mendoza, Ozzie Acosta, Paul Marques, Quetza Guerrero, Sergio Mendoza, Victor Villestas (Eddy Determeyer, 20.6.26) - [print]
- [naar boven] Red Hot Flea en veel groove bij twee Bourgondische voorjaarsjazzfestivals Er is iets eigenzinnigs aan steden die ooit onder het Bourgondische hertogdom vielen. Den Bosch, Breda en Antwerpen deelden eeuwenlang niet alleen een vorst maar ook een levenshouding. Bourgondisch staat nog steeds voor gastvrijheid, overvloed en de kunst van het genieten - en
natuurlijk veel muziek.
In de binnenstad van Breda bepaalt de mix van New Orleans-parades, jivende bezoekers en bourgondische overvloed de sfeer tijdens het
festival in het Hemelvaartweekend. Tien dagen later is Park Den Brand in Antwerpen intiemer van schaal, maar het blijft Bruegheliaans genieten voor jong en oud. Gigantische percussie-instrumenten in het gras voor de kinderen, ijsemmertjes met Chardonnay voor hun ouders. Jazz Middelheim schept onder eeuwenoude bomen de sfeer van een dorpsfeest waarin iedereen harmonisch samen uit zijn dak gaat.
Vaste routes helpen de bezoeker een weg te vinden door het enorme aanbod. Het Vleesmarktplein is voor salsa - dit jaar bracht Josee Koning
er haar nieuwe programma met muziek van Sergio Mendes. Het bluespodium leunt tegen de Grote Kerk, zodat de whisky drinkende zondaar meteen kan gaan biechten. Swing en jive domineren rond KNA, terwijl bigbands knallen op het grote podium op de Markt en het Spaanjaardsgat.
Lokale helden staan naast internationale coryfeeën. Voor vader en zoon Antoine en Tijn Trommelen is het festival hun woonkamer. Pianist
Harry Kanters vierde zijn 50ste podiumverjaardag toepasselijk op het podium zelf. Trompettist Michael Varekamp nodigde, in het kader van zijn Miles Davis-eerbetoon, Erik Vloeimans en Ben van den Dungen uit voor een spetterend concert in Hotel Nassau. Vloeimans raakte met zijn vertolking van 'Footprints', en het knetterende Fender Rhodes-geluid van het trio met de rock-fusion sound gaf de blazers van Den Dungen en Varekamp vleugels. 'Miles100!' is een grootschalig project van Varekamp met concerten, theatervoorstellingen en een nieuw album.
Een van de muzikale hoogtepunten was het optreden van het Paradox Jazz Orchestra (PJO) met zangeres Anna Serierse. Dirigent Jasper Staps is druk bezig van het PJO een bigband te maken die de roem van de legendarische Skymasters naar het heden tilt. De derde cd in zijn serie 'Remembering The Skymasters' richt zich op The Vocal Years - en werd tijdens het festival nog overtuigender vertolkt dan op de opnames. De tweede Breda Festival Award ging naar drummer en vibrafonist Frits Landesbergen, die als residentieartiest elke dag met een andere formatie te horen was: als drummer bij Dutch Swing College, dan weer als vibrafonist met de West Coast Dream Band.
Antwerpen: kosmopolitisch en intiem De grote publiekstrekker was Flea - bassist van Red Hot Chili Peppers roem - die meer trompet dan bas speelde met zijn Honora Band. Dit
is zijn eerste uitstap naar geïmproviseerde muziek, en eerlijk gezegd werkt de cd beter dan het liveoptreden. Zangvogel Cécile McLorin Salvant was op dezelfde avond een klasse apart. Op zondag brachten BXL X en Tutu Puoane elk hun publiek in extase. Het pianotrio van Fred Hersch en bossanova-grondlegger Marcos Valle raakten de gevoelige snaren, altsaxofonist Immanuel Wilkins zette de hedendaagse hardbop krachtig neer, en herrezen 70's funkgroep Cymande bracht de beentjes van het gras.
Maandag sloot het festival af met grote namen als Chris Potter, Billy Cobham en Buena Vista Social Club - perfecte afsluiters voor een
festival dat garant staat voor Bourgondisch genieten op menselijke maat.
Klik hier voor foto's van Jazz Middelheim 2026 door Sophie Conin.
Tekst: Monica Rijpma | Foto's: Sydney Korsse & Daria Miasoedova Labels: Breda Jazz Festival, festival, Flea, jazz middelheim, Nabou, Paradox Jazz Orchestra (Monica Rijpma, 19.6.26) - [print]
- [naar boven] Altsaxofonist en componist Sam Newbould (1990) weet twee saxofoons en een ritmesectie tot een compleet orkest te kneden. Vaak speelt hij eerste stem en tenorist Bernard van Rossum tweede, waardoor gonzende en glanzende harmonieën ontstaan, een enkele keer wordt er unisono uitgepakt, dan weer zoeken de muzikanten de buitengrenzen van de harmonische boventonen op. Er is veel tijd gestoken in denken, vormgeven, uitproberen en repeteren - dat hoor je. Dit kwintet zou ook niet goed werken met invallers, stel ik me voor.
Bij de combinatie alt- en tenorsaxofoon denk je al gauw aan het duo Lee Konitz-Warne Marsh, dat in 1955 zijn iconische album voor Atlantic opnam. Welnu, soms heeft de werkwijze en het resultaat bij Newbould wel iets weg van de Tristanotrance waarin Konitz en Marsh verkeerden. Met vrolijke lenteregens doorbreekt drummer Guy Salamons de betovering, heel creatief en muzikaal.
Het eerste nummer, 'Small Movement', doet qua sfeer en sound denken aan middeleeuwse Franse hofmuziek. Het ideaal, pure schoonheid, wordt bereikt in 'The Rod' (althans, zo verstond ik het), een uitgeschreven duet van Newbould met pianist Xavi Torres.
Sam Newbould is niet vies van een likje natuur. Het titelnummer van zijn laatste album, 'Homing', is geïnspireerd door een Poolse duif die een tijdje op zijn Amsterdamse terras kwam bivakkeren, alvorens zich terug te spoeden naar het baasje. Hier wordt het kwintet weer een echt orkest, waarbij de ritmesectie de band van levensreddende sappen voorziet, zoals Newbould zijn leenduif van granen en water. 'Beeline' schreef de componist toen hij een bij systematisch van bloemetje naar bloemetje zag zoemen, op hetzelfde terras. De harmonische mogelijkheden van het vijftal komen hier mooi uit de verf.
Echt ouderwets swingen gaat het Sam Newbould Quintet in de toegift, 'Doxy', dat door de zaal binnensmonds wordt meegezongen. Ter nagedachtenis aan de Newk, die onlangs door de ballotage van het engelenkoor kwam.
Tekst: Eddy Determeyer | Foto: Jeroen Jetten Labels: Bernard van Rossum, Brouwerij Martinus, concert, Guy Salamon, Sam Newbould, Xavi Torres (Eddy Determeyer, 15.6.26) - [print]
- [naar boven] Concert Zijn we nu reeds aan het oefenen voor het volgende carnaval? Trekt het circus naar de stad? Of is dit een hommage aan de Amerikaanse componist Charles Ives? Niets van dit alles en dit alles tegelijkertijd. Het is de Instant Composers Pool - volgend jaar bestaan ze 60 jaar - in een van die onvergetelijke composities van de oprichter en voormalige pianist van dit gezelschap: Misha Mengelberg. Inmiddels een instituut, dat onderhand wel eens de onderscheiding immaterieel erfgoed van Unesco mag krijgen, met nog altijd een grotendeels consistente line-up. Weliswaar horen we nu, hier in het Bimhuis, als onderdeel van het Misha Kosmos Festival, Oscar Jan Hoogland op piano - hij vervangt Guus Janssen - en is Harald Austbø op cello de permanente vervanger van Tristan Honsinger, maar verder is het als vanouds, met Thomas Heberer op trompet, Joost Buis op trombone, Michael Moore, Ab Baars en Tobias Delius op klarinetten en saxen, Mary Oliver op (alt)viool, Ernst Glerum op contrabas en Han Bennink op drums.
We wisten het natuurlijk al, maar dit concert met hoofdzakelijk stukken van Mengelberg maakt weer eens duidelijk wat een unieke componist deze man was. Zijn muzikale taal, waarin de traditie van zowel de klassieke muziek en de lichte muziek als de jazz op grootse wijze samenkomt, is altijd direct herkenbaar. Muziek waar je vrolijk van wordt, die troost biedt, je gedachten alle kanten opstuurt. De onverwachte wendingen, humoristische fratsen en buitenissige stemmingen, waar deze musici sinds jaar en dag uitstekend raad mee weten, kunnen niet camoufleren dat Mengelberg uitstekend wist wat hij deed en de Nederlandse jazz op een ongekend hoog niveau heeft gebracht. The New York Times zei ooit over de musici, zoals geciteerd op de site van het Bimhuis waar dit concert plaatsvond: 'they are scholars and physical comedians, critics and joy-spreaders'. Zo is het maar net.
'Complex 9' klinkt dan weer veel experimenteler. Hoogland haalt hier zijn hart op met zijn koffer vol attributen, inclusief een cassettespeler met muziek van een tijd geleden. Het orkest reikt een ietwat belegen ritmiek aan, terwijl Hoogland onverstoorbaar blijft verstoren, door Moore en Delius gebruikt voor heerlijke solo' op altsax en tenorsax. 'Aan & Uit' is zo kort dat we amper doorhebben dat het klinkt, al is het aantrekkelijk speels, maar 'Flute' maakt veel goed. Weer zo'n typisch Mengelberg-stuk, springerig vrolijk met een repetitieve ritmiek. En ja, natuurlijk loopt dat uit in complexe chaos, staat iedereen door elkaar heen te tetteren en vraag je je af hoe dit nog goed kan komen. Welnu, dat komt het: gaandeweg pikken ze de ritmiek weer op om strak te eindigen.
De man heeft zo veel geschreven dat niet alles tot het standaardrepertoire behoort. Zo vonden ze onlangs 'Dan Nu, Dan H' terug. Een prachtig stuk dat begint met een marsachtig patroon, maar dan wel op z'n Mengelbergs. Militaire discipline is hier ver te zoeken, hoe strak het op zich ook klinkt. Steeds vrolijker wordt het, tot het culmineert in klarinetspel van Baars en een solo van Bennink. Een klassiek aandoend strijktrio, een kwetterende klarinet en aansluitend een blues: Mengelbergs muzikale universum kende op geen enkele wijze beperkingen, zo bemerken we ook weer op deze bijzondere middag. Muziek die nog decennia mee kan, wat zeg ik: eeuwen!
Tekst: Ben Taffijn | Foto's: John Dikeman & Cees van de Ven Labels: Ab Baars, concert, Ernst Glerum, Han Bennink, Harald Austbo, ICP Orchestra, Joost Buis, Mary Oliver, Michael Moore, Misha Mengelberg, Oscar Jan Hoogland, Tobias Delius (Ben Taffijn, 13.6.26) - [print]
- [naar boven] Op zondag 7 juni overleed Sem van Gelder. Jarenlang was hij het gezicht van Swingmaster, de Groningse platenzaak die uitgroeide tot een begrip voor jazz- en bluesliefhebbers uit binnen- en buitenland.
Met zijn overlijden verliest de Nederlandse jazzwereld een kenner, verzamelaar, organisator en verbinder die gedurende bijna een halve eeuw een centrale rol speelde in het noordelijke muziekleven.
Zijn vriend Eddy Determeyer haalt mooie herinneringen op aan Sem in een persoonlijk in memoriam. Lees het hier. Labels: in memoriam, Sem van Gelder, Swingmaster (Maarten van de Ven, 11.6.26) - [print]
- [naar boven] Nog even aansluitend op mijn recensie van het Duketown Jazz Festival (wel lezen die handel, hè): ik neig uiteindelijk toch naar de kleine jazzclub, ook als plek waar novieten kennis kunnen maken met de muziek. Zoals dinsdagavond in De Smederij - en veel kleiner kom je ze niet tegen. Volle bak voor pianiste/vocaliste Dena DeRose en overwegend een studentenpubliek, onder wie veel onbeschreven blaadjes. En genieten, hoor.
Op haar beurt werd Dena DeRose gegrepen door jazz toen ze pianisten als Hank Jones en Mulgrew Miller live hoorde. Ze hanteert een no-nonsense aanpak en heeft soms de neiging, voor in de tel te gaan zitten, wat de boel onder stroom, stoom en swing zet. Haar lijnen zijn lang, met duidelijke markeringen. Ze beweegt zich in principe niet rechtstreeks van A naar B, maar maakt tussenstops wanneer dat zo uitkomt. In vocaal opzicht is ze even onvoorspelbaar en avontuurlijk, getuige haar variaties in 'In A Mellotone'.
De avond was begonnen met een minuut stilte voor saxofoongigant en componist Sonny Rollins (1930-2026). Ook het programma was opgedragen aan Newk, al werden er geen specifieke nummers van hem gespeeld. Pas in het laatste stuk, 'On The Inside, Looking At The Outside', toen tenorist Daniel Torres zich bij het trio voegde, hoorden we 'St. Thomas' voorbijkomen. In een flits, zoals een ziel ten hemel stijgt.
De begeleiding was in de kundige handen van Joris Teepe en Frits Landesbergen, contrabas en drums respectievelijk. Teepe maakte indruk met lange en breed uitgesponnen solo's die je op het puntje van je stoel hielden. Mij in ieder geval wel. Dat was bijvoorbeeld het geval in het genoemde 'Inside'. Ook zijn intro voor Langston Hughes' 'Hold Fast To Your Dreams', vol uitweidingen en bespiegelingen, betoverde de zaal. Tip voor mevrouw DeRose in dit verband: check ook Sterling Brown.
Zo, wordt het zo langzamerhand niet weer eens tijd voor een echt jazzfestival?
Tekst: Eddy Determeyer | Foto: Diederik Idema Labels: concert, Daniel Torres, Dena Rose, Frits Landesbergen, Joris Teepe, Smederij (Eddy Determeyer, 6.6.26) - [print]
- [naar boven] De Amerikaanse saxofonist Joe Lovano blijft verrassen. Op 'Paramount Quartet', zijn laatste album, pakt hij uit met een nieuw kwartet waarin elke muzikant van een andere generatie is. Gitarist Julian Lage bracht eerder dit jaar al een album uit onder eigen naam: 'Scenes From Above'. Bassist, componist en bandleider Asante Santi Debriano speelde in de jaren 70 en 80 met Archie Shepp en Sam Rivers. Drummer Will Calhoun, ten slotte, zat sinds de jaren 80 achter de drumkit van de Amerikaanse popgroep Living Colour, die bekend was om zijn unieke mix van funk, metal, jazz en hiphop.
Aan zeven composities hebben Lovano en de zijnen genoeg om te overtuigen. Lovano schreef er vijf, 'First Song' is van Charlie Haden en 'Lady Day' - een hommage aan Billie Holiday - van Wayne Shorter. 'First Song' opent met intimistische gitaarklanken van Lage, waarna Lovano bijna fluisterend op zijn sax invalt. Het nummer ontspint zich als een zachte conversatie tussen twee geliefden en laat vooral een gevoel van grote schoonheid na. Lages gitaarpartijen zijn daarbij van een ontwapenende helderheid en doen me wat dat betreft soms denken aan die van 'onze' Bruno De Groote. 'Amsterdam' zet energieker en sneller in - omdat Amsterdam een bruisende stad is? -, met Lovano op taragot, een houten enkelriet blaasinstrument dat het uiterlijk heeft van een klarinet, maar waarvan de klank meer lijkt op die van een sopraansax. De bas en de drums geven flink van jetje en ook Lages gitaar steekt gaandeweg een tandje bij. Er gaat van deze track dan ook een gevoel van urgentie uit.
'The Call' is opnieuw bezadigder van aard. Lovano's sax klinkt alsof ze van fluweel gemaakt is en Debriano bespeelt zijn bas met de strijkstok. 'Fanfare For Unity' volgt het spoor van 'Amsterdam' en laat een kwieke en fitte indruk na. Lage grossiert in snelle loopjes, terwijl Lovano hem energiek van antwoord dient. 'Lady Day' is een van die bijzonder sterke composities waar Wayne Shorter een patent op had. Lage maakt op deze gevoelige track veel indruk met fijnzinnige partijen. Op'‘The Great Outdoors' drukt het kwartet flinke statements uit, maar daar heeft het - gelet op de titel van de track - dan ook alle ruimte voor. 'Congregation' is een waardige afsluiter van een gevarieerd, 44 minuten durend album waarop je sporen aantreft van americana, abstractie, freejazz en kamermuziek. Het bevat bovendien tal van texturen die samen een naadloze lappendeken vormen. Helende muziek, uitstekend geproducet door ECM-baas Manfred Eicher. Hopelijk laat Lovano's nieuwe kwartet in de toekomst nogmaals van zich horen!
Tekst: Patrick Auwelaert | Deze recensie verscheen ook in Jazz&mo'
Labels: Asante Santi Debriano, cd, jazztube, Joe Lovano, julian lage, Will Cahoun (Patrick Auwelaert, 5.6.26) - [print]
- [naar boven] Interview | In memoriam 'De op 25 mei 2026 overleden saxofonist Walter Theodore 'Sonny' Rollins was een bedachtzame prater. In tegenstelling, misschien, tot zijn manier van improviseren, die vaak een stream-of-consciousness karakter had. Dat was zijn ideaal, zei hij, dat de muziek automatisch uit hem zou vloeien. Maar in de praktijk moest hij gewoon over elke noot nadenken.'
Met een interview dat hij in 1980 voerde met deze jazzlegende, blikt Eddy Determeyer terug op diens rijke en lange carrière.
Klik hier om het artikel te lezen.
Foto's: Cees van de Ven Labels: in memoriam, interview, Sonny Rollins (Maarten van de Ven, 2.6.26) - [print]
- [naar boven] Toegegeven, met carnaval, als de optocht door Oeteldonk trekt, is de binnenstad drukker. Maar Jazz in Duketown hoefde zich allerminst te schamen voor de bezoekersaantallen. Gezellig druk, dat was het.
In het verleden is er wel discussie geweest over het ervaren van jazzmuziek op festivals versus de clubs en kleine cafés. Ook ik zie liever mijn zweet (of kwijl) op de schoenen van de saxofonist druipen dan dat ik op honderd meter afstand op de tweede rang sta. Maar van de andere kant: zo'n openluchtfestival trekt duizenden voor wie jazz (nog) geen levensbehoefte is. Zodat ze wellicht beseffen dat er ook nog leven naast Bolle Dries is. Zelf maakte ik ook ooit kennis met live jazz in, toevallig, hetzelfde Den Bosch. (The Skymasters tijdens 's-Hertogenbosch Muziekstad, in 1954, in de Casinotuin. Ha, welke Bosschenaar kan mij dat nazeggen?)
Voor de line-up van het festival was Koen Graat verantwoordelijk, bekend als jazzscribent, podcastmaker en programmeur van Paradox in Tilburg. Dus voor flauwekul hoefden we niet te vrezen. Het programma was lekker breed, zoals dat een goed festival betaamt. En om maar met de deur in huis te vallen: de vaderlandse souljazz deed het weer goed. De New Cool Collective Big Band maakte zijn naam als groovemachine meer dan waar. De grooves werden op smaak gebracht met de solo's van leider Benjamin Herman en zijn coryfeeën. Een daarvan was tenorist Efraïm Trujillo, die even eerder met zijn Preacher Men op een ander podium te horen was geweest. De Preacher Men funkten, zoals we wel weten, of de Dag des Oordeels (eindelijk) daar was. Een nieuw nummer was 'Lazy Sundays', dat Trujillo schreef toen het dashboard van zijn wagen als een kerstboom begon op te lichten en het voertuig elegant tot stilstand kwam. Dat was ter hoogte van Amersfoort en in de tijd dat Rob Mostert, zijn orgelman, nodig had om van het Arnhemse naar het Amersfoortse te racen met verlossende volts, ontstond de compositie. Als om de meterstand (2%) te evoceren liet Mostert het volume van zijn Hammond dalen tot omstreeks 2%. Even maar hoor.
Het optreden van tenorist Chris Potter vond ik wat mat. Hij bezit weliswaar een indrukwekkende toon, maar er gebeurde gewoon niet veel op het podium. Bassist Matt Drewer en drummer Kendrick Scott hielden de band strak, gelijk tuidraden. Maar daarmee brachten ze niet echt leven in de brouwerij.
Zien we elkaar volgend jaar weer op het terras van De Paternoster? Wel een beetje op tijd graag, anders zijn de Bossche bollen op.
Klik hier voor een fotoverslag van de optredens van Tyn Wybenga's Brainteaser Orchestra en Chris Potter door Louis Obbens.
Tekst: Eddy Determeyer | Foto's: Louis Obbens Labels: Benjamin Herman, Brainteaser Orchestra, Chris Potter, Efraïm Trujillo, festival, Jazz in Duketown, Kika Sprangers, Mete Erker, New Cool Collective Big Band, The Preacher Men, Ton Wybenga (Eddy Determeyer, 1.6.26) - [print]
- [naar boven] Klarinettist Louis Sclavis komt op deze blog om de zoveel tijd voorbij. Ik houd van zijn toon en van zijn eclectische benadering van muziek. Het is jazz, folk, klassiek en hij vermengt moeiteloos de westerse muziektraditie met die van andere continenten. Nu weer op 'India', de titel zegt al genoeg, dat hij maakte met zijn kwintet dat sinds 2015 al twee albums eerder uitbracht, 'Loin Dans Les Terres (Live At Theater Gütersloh)' uit 2017 en 'Characters On A Wall' uit 2019. Op dit nieuwe, bij Yolk Records verschenen 'India', vinden we wederom naast Sclavis op klarinetten Olivier Laisney op trompet, Benjamin Moussay op piano, Sarah Murcia op contrabas en Christophe Lavergne op drums. Verder horen we in één stuk violist Dominique Pifarély in een gastrol.
India dus, waar Sclavis goede herinneringen aan heeft en waar hij naar verwijst in de diverse door hem gecomponeerde stukken, te beginnen met een ode aan 'Phoolan Devi', die opklom van bandietenleider tot parlementslid en in 2001 werd vermoord. We horen eerst Moussay en dan een aantrekkelijk melodieus patroon, culminerend in zo'n typisch warmbloedige Sclavis-solo op basklarinet. Het is wederom Moussay die we in een relatief lange solo horen aan het begin van 'Un Théatre Sur Les Docks', volgens de tekst bij de cd zich bevindend in Calcutta. Moussay stapt over op een repetitief patroon dat verder vorm krijgt door Laisney. Maar het hoogtepunt is toch die prachtig doorwrochte bassolo van Murcia. Sclavis horen we weer heel mooi in 'Mousson', met uiterst subtiel klarinetspel op een boeiend patroon van Moussay. Gaandeweg krijgt het stuk meer vaart, met name door het stuwende slagwerk van Lavergne. De basklarinet speelt een grote rol in 'A Night In Kali Temple', aanvankelijk in een boeiend duet met Murcia, donkere kleuren mengen zich. Vrij grillig pianospel volgt, afgewisseld met met melodieuze frases.
We maken een reis door India, van Calcutta - dat overigens sinds 2001 officieel Kolkata heet - naar 'Madras' en de Gangus, 'Gange'. Het eerste is een vrij dynamisch stuk met een stevige ritmiek en vooral overtuigend trompetspel, het tweede een opvallend langzaam stuk, zoals een brede rivier als de Ganges stroomt, gestaag. Dan volgen 'Long Train' en 'Short Train', die eindeloze treinreizen door dit immense land verklankend. Direct in dat 'Long Train' is het ritme dat van een trein - Murcia verklankt het, Sclavis varieert er op boeiende wijze op, de klanken van zijn basklarinet vormen meesterlijke patronen. En verderop is het wederom dat puntige pianospel van Moussay dat weet te boeien, maar let ook zeker op die stevige groove van het duo Murcia-Lavergne, culminerend in een bijzonder creatieve solo van die laatste. Het gaat hier overigens ook echt om een 'long train', met een duur van tien munten en een 'short train'’, met net nog geen minuut het kortste stuk van het album. Maar het is in dit stemmige momentum wel dat we de viool van Pifarély horen. Afsluiten doen we met 'Montée Au K2'. De K2 is met 8611 meter de op een na hoogste berg ter wereld, op de grens van Pakistan en China. Niet de hoogste, volgens kenners wel de moeilijkste. Ik ga er dan ook van uit dat het kwintet geen poging gewaagd heeft; muziek maken gaat ze beter af, veel beter.
Tekst: Ben Taffijn Labels: Benjamin Moussay, cd, Christophe Lavergne, Louis Sclavis, Olivier Laisney, Sarah Murcia (Ben Taffijn, 30.5.26) - [print]
- [naar boven] In memoriam Foto: Cees van de Ven Labels: fotografie, in memoriam, Sonny Rollins (Maarten van de Ven, 27.5.26) - [print]
- [naar boven] Eerder dit jaar verscheen het nieuwste album van Boris van der Lek en de JazzFluencers. Het concert van deze zondag in Cloud 9 van TivoliVredenburg stond volledig in het teken van het repertoire van die plaat. De nostalgisch ogende lp vloog na afloop over de tafel alsof de 33 toeren er 78 waren.
De zaal was goed gevuld met trouwe fans, zichtbaar blij hun idool in uitstekende vorm terug te zien. Het pad van Van der Lek liep niet altijd over rozen. In 2024 schreef hij daarover zijn memoires, 'Gebit zonder einde': een eerlijk relaas over de keerzijde van de muziekwereld en de gevolgen wanneer een saxofonist ernstige gebitsproblemen krijgt. Als jonge knul bezocht de Hagenaar met zijn kunstzinnige ouders het North Sea Jazz Festival, waar hij getuige was van een van de legendarische saxofoonbattles. Binnen tien jaar stond hij er zelf op hetpodium, toerde hij internationaal met The Boulevard Of Broken Dreams Orchestra en met de nog altijd actieve Houdini's. Hij werkte met hippe vogels als Jules Deelder, Herman Brood en Golden Earring, maar zijn hart ligt in de mainstream saxtraditie, met het ruige geluid van spelers als Illinois Jacquet en Buddy Tate. Ook zijn samenwerking met Hans Dulfer in Tough Tenors liet die roots duidelijk horen: blues- en ritmeschema's die de swing dragen, afgewisseld met ballads waarin de tenor de melodie uitspint zoals een vocalist dat zou doen. Alles draait om sound, timing, intonatie en de stilte tussen de noten.
In de ballads komt de blue en sentimental zijde bij Van der Lek volledig tot zijn recht, zoals in 'You Don’t Know What Love Is' en 'When I Fall In Love', het titelnummer van de nieuwe lp.
Boris van der Lek is terug van weggeweest als een toonaangevende Nederlandse saxofonist die moeiteloos een brug slaat tussen pop-, blues-, swing- en jazzpubliek. Het optreden in Cloud 9 werd enthousiast ontvangen en bovendien live opgenomen voor de Concertzender. Houd dus in de gaten wanneer u deze hippe kater binnenkort in een zaal bij u in de buurt kunt zien.
Tekst: Monica Rijpma | Foto's: Syndey Korsse Labels: Boris van der Lek, concert, Dolf Helge, Jules Monen, Koos van der Hout, Mark van der Feen (Monica Rijpma, 26.5.26) - [print]
- [naar boven] Lees verder in het archief...
|
Archief
Artikelen Cd-recensies Concertrecensies Colofon Festivalverslagen Interviews Jazz in memoriams
Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken? |