Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Concert
Improviseren op een bed violen
Human Music o.l.v. Pasha Shcherbakov, dinsdag 31 januari 2023, De Smederij, Groningen

Human Music, zo legde leider en componist Pasha Shcherbakov uit, is by human people for human people. Zo simpel is dat. HM is een jaarlijkse traktatie. Elk seizoen stelt Shcherbakov een nieuwe editie samen met professionals en studenten van het Prins Claus Conservatorium. Het repertoire schuift ook telkens een stukje op. Maar de aanpak blijft ruwweg gelijk. Een solist, Shcherbakov zelf, op trombone, trompet en voor het eerst ook op fluit, improviseert op een zacht bedje van strijkers, gesteund door een loeistrakke ritmesectie. Daarbij speelt de klassieke (romantische, impressionistische) traditie een zeker zo grote rol als die van de jazz. Dat de leider zelf aanvankelijk uitsluitend de klassieken bestudeerde en uitvoerde zal daar debet aan zijn. In dat verband is het verhelderend te weten dat hij bij zijn toelatingsexamen voor Prins Claus een blues moest schrijven en spelen. 'Too Much Sugar (And Lemon)' kreeg in De Smederij een geactualiseerde uitvoering en er zal best een bluesstructuur in hebben gezeten. Wanneer je maar ingespannen genoeg luisterde zul je dat ook wel horen. Maar het opus had toch meer van doen met Gabriel Fauré dan met Blind Boy Fuller.

In 'Acoustic Groove' zette Shcherbakov de fluit aan de mond. Helemaal niet slecht voor een debuut, al wisten er wel wat nootjes te ontsnappen. Deze charmante, ietwat melancholieke toonkunst zette mijn oren en mijn geest op het spoor van de jaren veertig. Ik weet ook niet waarom.

De composities van de leider en zijn bewerkingen van stukken van Benny Golson en Esjborn Svensson staken goed in elkaar en werden op het scherp van de snede uitgevoerd. De verschillende klankkleuren die er in de onderscheiden instrumentcombinaties huisden kregen ruim baan. Het strijkkwartet, soms aangevuld met de contrabas van Andrea Caruso, vormde een formidabel, zwaargevooisd wapen. Het kwartet bestond uit Eszter Bránya en Anna Maria Schitsova op viool, Pedro Henrique Santos Marquez op altviool en Emma Zarzuela Castro op cello (met zulke namen krijg je onherroepelijk fantastische muziek, volgens presentator Diederik Idema). Mooi, hoe in het openingsnummer 'Taste Of Tears' de melodie van Brányas viool naadloos oversprong naar de altviool van Pedro et cetera.

De toegift was 'Sláva Ukrayíni', het Oekraïens volkslied, dat door het publiek min of meer werd meegezongen. Shcherbakov, zelf afkomstig uit Kaliningrad, tussen Polen en Litouwen: "In Moskou waren we allemaal de bak ingegooid!"

Foto: Hubert Nauta

Labels: , ,

(Eddy Determeyer, 8.2.23) - [print] - [naar boven]



Concert
Temperament en passie in Paradox

Daniel García Diego Trio, vrijdag 27 januari 2023, Paradox, Tilburg

Daniel Garcia Diego is geboren in Salamanca en kreeg de flamenco met de paplepel ingegoten. Hij ging klassieke muziek studeren aan het conservatorium van Castilla y León. Daarna studeerde aan het Berklee College of Music in Boston, waar de Panamese jazzpianist Danilo Pérez zijn mentor werd. Hij speelde met Arturo Sandoval, Greg Osby and Perico Sambeat. Hij bracht vier albums uit waarop al deze invloeden bij elkaar komen. Hij noemt zichzelf eclectisch en dat is te horen. Allerlei invloeden uit klassiek, jazz en flamenco worden in een centrifuge gegooid en komen er fris, origineel, kleurrijk en verrassend uit.

In hun eerste Nederlandse tour deed het trio een uitverkocht Paradox aan om werk te laten horen van de laatste twee albums 'Travesuras' (2019) en 'Vía De La Plata' (2019). Op de albums zijn onder anderen ook Ibrahim Maalouf (trompet), Anat Cohen (klarinet) en Gerardo Núñez (flamencogitaar) te horen. Die waren niet meegekomen naar Tilburg. Het trio bleek uitstekend in staat om dat gemis creatief op te vangen.

Het trio trapte af met 'Potro De Rabia Y Miel', een hommage aan de in 2014 overleden flamencogitarist Paco de Lucia. De Steinway-vleugel veranderde onder de handen van Garcia Diego in een flamencogitaar die met heel strakke ritmes en typische accenten bespeeld werd, om daarna naadloos over te vloeien in een swingende jazzpiano. Dit alles subtiel maar krachtig ondersteund door het drumwerk van Michael Olivera. En ook bassist Reinier Elizarde 'El Negrón' presenteerde zich sterk met een mooi uitgesponnen solo.

Garcia leidde het tweede nummer in met een verwijzing naar 'Sketches Of Spain', het alom gewaardeerde album van Miles Davis en Gill Evans uit 1960. Hoewel ook Garcia Diego vol lof is over dit album hadden Davis en Evans de principes van de solea flamenco volgens hem niet goed begrepen. In het stuk maakte hij dat overtuigend duidelijk en ontstonden er prachtige contrasten tussen strak gespeelde flamenco-akkoorden en -ritmes en jazz met een onvervalste swing. In 'Calle Compañia' nam het trio ons mee naar Garcia Diego's Salamanca. Het trio maakte indruk met een aaneenschakeling van ritme- en sfeerwisselingen en gedurfde solo's. Olivera was meesterlijk in het subtiel hanteren van zijn brushes en het leggen van verrassende accenten.

Het drietal heeft na een flink aantal jaren samenspelen een soort telepathische manier van communiceren ontwikkeld, wat zorgt voor een mooie en speelse balans in het geheel. Voeg daarbij een zichtbaar speelplezier en het kon niet anders dan dat het applaus steeds luider en langduriger werd. Garcia Diego gaf ook aan hoe belangrijk het publiek voor zijn trio is; het is immers de wisselwerking van energie tussen zaal en podium die tot het eindresultaat leidt. En dat zat wel goed in Paradox. Waarschijnlijk dat ik daarom geen moment de instrumenten heb gemist die op de albums wel te horen zijn. De magie van livemuziek!

Het trio kwam, zag en overwon en werd beloond met een staande ovatie. De toegift was rustiger en ingetogen, een soort slaapliedje waarin de zaal werd uitgenodigd mee te zingen en daar vol overgave op reageerde.

Klik hier voor foto's van dit concert door Johan Pape.

In de Jazztube hieronder zie je het concert dat het Daniel García Diego Trio een dag later gaf in het Bimhuis.

Labels: , , ,

(Johan Pape, 5.2.23) - [print] - [naar boven]



Cd
Martina Verhoeven Quintet - 'Driven - Live At Roadburn 2022'

Klanggalerie, 2022 | Opname: 24 april 2022

"You can't separate the music from the people", zei Cecil Taylor eens. Maar misschien gebeurt het soms toch, onwillekeurig, wanneer die mensen een eenheid worden die schijnbaar loskomt van hun praktijk en een collectief muzikaal gaat leviteren. Het gebeurt een paar keer tijdens deze liveregistratie van het Martina Verhoeven Quintet.

Het concert was een onderdeel van Dirk Serries' vierdaagse als artist in residence tijdens de laatste editie van het Roadburn Festival. Dat is het voorbije anderhalve decennium getransformeerd van een thuishaven voor stoner, doom en postmetal tot een uitgesproken hedendaagse meerdaagse die de deuren openzet voor geluiden uit vele windrichtingen. Aanvankelijk nog met'heaviness' als gemeenschappelijke noemer, maar ook dat lijkt intussen afgezworen. Dat er nog altijd coherentie in de programmatie zit, is dan ook opmerkelijk. En voor Serries, al een paar keer te gast met projecten die min of meer in de identiteit van het festival pasten, was het ook een buitenkans om wat minder vertrouwde muziek binnen te smokkelen.

Dat gebeurde op 24 april in Paradox, dat vanaf de voorbije festivaleditie ook zijn deuren openstelde. Serries' partner Martina Verhoeven had een band rond zich verzameld met allemaal vertrouwde gezichten, die echter nooit in deze combinatie samengespeeld hadden. Er waren een paar langlopende connecties - Serries en altsaxofonist Colin Webster kruisen elkaars paden via het Kodian Trio, in duo en een paar andere projecten, bassist Gonçalo Almeida en drummer Onno Govaert vormen samen de ritmesectie van The Attic, een trio met de Portugese saxofonist Rodrigo Amado - en een paar eerdere ontmoetingen (Govaert nam muziek op in duo met Verhoeven en Serries, terwijl Almeida nog een soloalbum uitbracht op Serries' label), maar dit was iets nieuws.

En dan krijg je met wat geluk te maken met de magie van de vrije muziek, waarbij een band zonder repetitie, voorbereiding of eerdere concerten toch een coherent verhaal vertelt. Het gebeurt via twee langere stukken (circa 25 en 15 minuten) en een korte toegift, waarvoor de band soms verrassend sterk freejazz-terrein opzoekt, eerder dan de meer Europese vrije improvisatie die je zou verwachten. Maar dat werkt, vanaf de prikkelende aanzet, waarin zich meteen al een spanning laat voelen onder de pianoklanken, iele gitaarscherven en saxflarden. Een lage grom begint te bijten, Verhoeven dartelt over het ivoor, percussief en kordaat. Na een minuut of drie, vier begint die muziek niet enkel te bewegen, maar lijkt het wel alsof de top van een hindernis bereikt is. Dan gaat het bergaf met de voet van de rem en een kracht die toeneemt en toeneemt.

Pik in rond de achtste minuut, als het crescendo stilaan uit z'n voegen barst, en het klinkt als teringherrie die alle kanten tegelijk uit stuitert, maar je hoort in feite het pieken van een cumulatieve beweging die aan kracht wint zoals een orkaan om dan abrupt stil te vallen (eerste ontlading bij het publiek). Gekartelde solomomenten nemen het over, de muziek wordt even teruggebracht naar kamermuziekproporties, maar dan steekt Verhoeven ook weer de kop op, met een piano die lijkt te ontwaken als een speels dier, de rest aanport, dingen omstoot en struikelt, met een muziekdoosje als komisch accent. Het duurt niet lang of de band is verwikkeld in een tweede climax. En het lijkt opnieuw alsof de muziek helemaal loskomt van vorm en moment en je vraagt je af wat die muzikanten op dat moment denken, als er überhaupt al iets gedacht wordt. Gaat er wel iets door hun hoofd of werden ze een doorgeefluik? Het is alleszins goed voor een extase die opnieuw leidt tot een immense ontlading bij het publiek.

Het tweede stuk neemt ook z'n tijd om open te vouwen, met de gestreken bas die even een donkere lyriek introduceert die wordt gespiegeld door Websters opvallend serene saxlijnen, maar toch zit er weer die onderhuidse spanning in, die belofte van iets dat eruit moet en zal komen. En dat komt, met de muzikanten als radertjes die andere radertjes in beweging houden en de elasticiteit van de muziek helemaal op de proef stellen, van de abstractie van Serries' gewring tot het hectische gerammel van Govaert. Een repetitieve baslijn herinnert even aan Sonny Rollins 'Freedom Suite' (de tweede beweging), zorgt alleszins voor een vergelijkbare, maar pakken heavier stuwing, en het is het laatste opstapje naar een verschroeiende climax met Verhoeven en Webster die het boeltje definitief aan flarden rijten.

De toegift zoekt het even bij een meer textuurgericht spel vol details dat nauwer verwant is aan de stijl van de Britse school waar de meeste van deze muzikanten zich in thuis voelen, maar krijgt ook weer een paar speelse kletsen die uitmonden in een horten en stoten en knallen dat een energiek uitroepteken achter het concert zet. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat deze muziek, die zo vaak wordt afgedaan als moeilijkdoenerij, als navelstaarderig gedoe, zo extatisch wordt onthaald door een publiek waarvan een deel vermoedelijk zelden of nooit eerder aan zoiets blootgesteld werd. Als je te maken krijgt met muzikanten die elkaar meteen vinden en samen de sprong in het diepe wagen, zonder terughoudendheid en met vertrouwen in elkaar, dan kan er iets ontstaan dat genre en noten overstijgt, dat meer te maken heeft met overgave en energie en toewijding. Om dat te kunnen horen en appreciëren zijn er maar een paar dingen nodig: oren en een onbevangen luisterhouding. Het eerste heeft iedereen, het tweede vereist wat goede wil en interesse. 'Driven - Live At Roadburn 2022' doet de rest. Bam.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be | Foto's: Cees van de Ven

Labels: , , , , ,

(Guy Peters, 5.2.23) - [print] - [naar boven]



Concert
Togolese klanken uit de diaspora

Togo All Stars, zaterdag 28 januari 2023, VERA, Groningen

De spijkerharde bassdrumbeat waarmee het optreden van de Togo All Stars begon leek onheilspellend. Hadden we hier weer eens van doen met een geluidstechnicus met punk- of grunge-oren? Gelukkig werd er al snel gas teruggenomen en bleek dat de Togolese band voor elk botje en spiertje wel een beat had. In hun polyritmiek was het soms moeilijk kiezen.

Dat rapmuziek er de laatste twintig jaar een hoge vlucht heeft genomen hoorde je. Amerikaanse voorbeelden werden overigens niet slaafs gekopieerd; de Afrikanen gebruikten hun eigen ritmes.

Het kleine Togo ligt ingeklemd tussen het nauwelijks grotere Benin en grote broer Ghana en dat wordt in de muziek weerspiegeld. De highlife dansmuziek waarvoor saxofonist E.T. Mensah en, later, de band Osibisa de fundamenten legden is niet onopgemerkt voorbijgegaan aan Lormé, de hoofdstad van Togo. Maar na een veelbelovende start in de jaren zestig met coryfeeën als de betreurde Bella Bellow (deze zwarte nachtegaal stierf op haar 28ste in een auto-ongeluk) kwam dictator Gnassinghé Eyadéma aan de macht. En zoals we weten gedijt muziek niet zo best onder dit soort regimes. Vandaar dat veel Togolesen naar Europa uitweken; ook de uit Lormé en omstreken afkomstige All Stars houden tegenwoordig domicilie in Nederland en Frankrijk.

De Sterren worden per project of tournee uit een grotere pool gekozen. Wat de cohesie betrof moest je nochtans vaststellen dat saxofonist Elga Branco en toetsenspeler Jean-Paul D'Abeli Dowornu een verbluffend vol en hecht orkest vormden. De aanpak van de All Stars is poppy. Doch in een enkel nummer waren de intrigerende roots van de muziek, die voodoo-elementen bevat, klip en klaar.

Klik hier voor foto's van dit concert door Mischa Veenema.

Labels: ,

(Eddy Determeyer, 3.2.23) - [print] - [naar boven]



Onder het stof vandaan / Jazztube
Bill Evans - 'Morning Glory'

Resonance, 2022 | Opname: 24 juni 1973
Bill Evans - 'Inner Spirit'
Resonance, 2022 | Opname: 27 september 1979

Het pianotrio, als vorm binnen de jazz, zal voor altijd verbonden blijven met de naam Bill Evans. Niet alleen heeft hij opvallend vaak, zo niet bijna uitsluitend in deze bezetting gewerkt, hij was er ook nog eens een absolute vernieuwer in. Zodanig dat vrijwel eenieder die heden ten dage voor deze vorm kiest zich automatisch schatplichtig toont aan de meester. Iedere uitgave van deze pianist is dan ook meer dan welkom. Iets dat zeker geldt voor de uitgaven van 'Morning Glory' en 'Inner Spirit' door Resonance Records. Ofwel de registraties van concerten in Buenos Aires, gegeven in 1973 en 1979. Lang alleen als bootleg verkrijgbaar, nu ook via de officiële weg.

Het tweede concert in een rij van vijf, tijdens een tournee door Zuid-Amerika, vond plaats op zondagochtend 24 juni 1973, voor een publiek van 2500 man. Tevens het enige concert waarvan voor zover we weten opnames bestaan. Met Eddie Gomez, de bassist waar hij tussen 1966 en 1977 intensief mee samenwerkte, en drummer Marty Morell, die van 1968 tot 1974 deel uit maakte van dit trio, een van de meest gezichtsbepalende uit Evans' carrière. Op het programma standards en een paar stukken van Evans die hij vaak speelde tijdens concerten, waaronder 'Re: Person I Knew', waar het concert mee opende. Hier valt direct op hoe goed Evans en Gomez op elkaar ingespeeld waren, de harmonie die de twee hier bereiken is waarlijk groots. Het laat direct horen waar de grote verandering die Evans inzette uit bestond: bij Oscar Peterson en Ahmad Jamal hoorde je direct wie de leider was, dat is hier niet langer het geval. Nog duidelijker blijkt dit uit Johnny Mandels 'Emily', een stuk dat vrijwel geheel gedragen wordt door Gomez' melodieuze vernuft. 

Evans was ook zeker een van de grootste pianisten uit de geschiedenis van de jazz, wellicht ook wel omdat zijn achtergrond in de klassieke muziek lag. Hij begon reeds op zijn vijfde met pianospelen en studeerde tot zijn dertiende louter klassieke piano. Hij zou er altijd verwantschap mee blijven voelen en het verweven in zowel zijn eigen composities, met als mooi voorbeeld 'T.T.T. (Twelve Tone Tune)' dat ook op dit album staat, als in zijn interpretaties van standards. "Bill was in good spirit", zei Morell tijdens het interview met Marc Myers voor het tekstboekje, "he was due to marry Nenette Zazzara in New York in August. I think he felt his life was changing for the better". Woorden die Myers speciaal koppelt aan de uitvoering van Evans' 'The Two Lonely People'. Volkomen terecht, het is prachtig om te horen hoe hij dit stuk hier gestalte geeft. En het applaus was er dan ook naar. In de Rodgers & Hart-klassieker 'My Romance' horen we Morell schitteren in een paar prachtige solo's en horen we Gomez in de weer met zijn strijkstok.

Evans beperkte zich niet tot jazzstandards, getuige een mooie uitvoering van folkzangeres Bobbi Gentry's 'Mornin' Glory' waar de tweede cd mee opent. 'Up With the Lark', een poëtische ballade uit de film 'Centennial Summer', had Evans pas begin dat jaar in zijn repertoire opgenomen. Zo te horen een prima keuze. Het publiek was zeker ook enthousiast over 'Esta Tarde Vi loLer' van de Mexicaanse componist Armando Manzanero, door dit trio met veel gevoel en overtuigingskracht gebracht. Schitterend is ook het bijzonder ritmische duet tussen Evans en Morell in de lange versie van 'Beautiful Love'. 

Een jaar voor zijn dood was Evans wederom in Buenos Aires, maar nu met een ander trio. Na wat wijzigingen in 1978 bestond dat hier uit bassist Marc Johnson en drummer Joe LaBarbera. Een trio dat bij elkaar zou blijven tot Evans dood op 15 september 1980. 'Re: Person I Knew' was een stuk waar Evans graag mee opende, zie ook het concert in '73, maar hier koos hij voor het klassieke 'Stella By Starlight', een nummer waarin Johnson alle ruimte kreeg om te schitteren. Het concert gaat vrij rustig van start, pas bij het 'Theme From M*A*S*H' - dat sinds een jaar op Evans' repertoire stond - en zijn eigen uit '66 daterende 'Turn Out The Stars' begint het te vonken. 'My Romance', ook te vinden op 'Morning Glory', past eveneens in het rijtje en biedt LaBarbera alle mogelijkheid te schitteren. Maar over het algemeen is dit concert meer ingetogen dan dat uit '73.

Bijzonder is in dit opzicht 'Letter To Evan', dat zijn debuut beleefde tijdens deze tour. Geschreven voor zijn zoontje, toen vier jaar oud, die zijn vader door al die concerten iedere keer moest missen. De eerste cd sluit ermee af. In dezelfde lijn ligt Evans' overtuigende, tegen klassiek aanliggende spel in Gershwins 'I Loves Your, Porgy'. LaBarbera: "Bill created an atmosphere, and you had to get inside of that." Beide musici bewijzen verderop dat ze dat prima aanvoelden. En prachtig het pianospel in 'If You Could See Me Now' en in het langgerekte 'Nardis', het hoogtepunt en de afsluiter van de avond, waarin verderop ook Johnson en LaBarbera alle ruimte krijgen om volop te overtuigen.

In de Jazztube hieronder kun je kijken naar het Bill Evans Trio met 'Laurie', opgenomen en uitgezonden door de Italiaanse televisie in 1979.

Labels: , , ,

(Ben Taffijn, 1.2.23) - [print] - [naar boven]



Concert
Bezielende improvisatie

Dave Douglas Quintet, vrijdag 20 januari 2023, Paradox, Tilburg

Als jazzliefhebber is het onmogelijk een trompettist met de status van Dave Douglas te miskennen. Deze exceptionele muzikant en componist verwierf zijn bekendheid in de jaren 90 met twee belangrijke groepen: Tiny Bell Trio en Dave Douglas Sextet. Hierna volgt een extreem productieve en creatieve periode met een essentiële rol in John Zorns Masada en met de Charms Of The Night Sky-groep. Centraal hierin staat de versmelting van jazz met joodse muziek respectievelijk Oost-Europese volksmuziek. Na deze periode komen belangrijke albums uit met het akoestisch jazzkwartet, waarin ook Chris Potter speelde, zoals: 'Magic Triangle' en 'Leap Of Faith'. Harmonie en lyriek zijn sleutelbegrippen in deze oorspronkelijke maar zeer toegankelijke groepssamenstelling. Het kwintet met pianist Uri Caine en saxofonist Chris Potter produceert maar liefst zeven platen. Dave Douglas is vanaf deze tijd leading trumpet player. Met het album 'Witness' wint elektronica aan invloed en wordt de muziek meer politiek geëngageerd. De wens tot onafhankelijkheid mondt uit in een eigen label: Greenleaf Music. Een nieuwe elektrische groep Keystone en een hagelnieuwe akoestische groep met Donny McCaslin als saxofonist wordt geformeerd. Hierna volgt Dave Douglas zijn eigen weg en neemt de aandacht voor deze muzikant af. Dat neemt niet weg dat hij nog steeds uitstekende jazz uitbrengt, bijvoorbeeld met Joe Lovano.

In Paradox presenteert de trompettist 'Songs Of Ascent', waarin psalmen uit de bijbel worden herdacht. Het Dave Douglas Quintet speelt twee lange en uiteenlopende sets, beide energiek en vol bezieling. De eerste set waarin stukken als 'Never Let Me Go', 'Deceitful Tongues' en 'Lift Up My Eyes' elkaar naadloos opvolgen vergen veel van de luisteraars in de zaal. Met een uitgestrekt palet aan rijke melodieën baant het kwintet zich een weg vol harmonische en gepassioneerde uitdagingen. Het tempo wordt afwisselend opgevoerd en gematigd. De solo's van Douglas en de uitzinnige saxofonist Jon Irabagon zijn in dit stadium overwegend abstract en meeslepend. De ritmesectie draagt de muziek door bloedstollende intervallen en ragfijne tegendraadse accenten. De uitgekiende avant-garde vraagt om een adempauze.

De tweede set is van een gelijke schoonheid, maar vergt veel minder van het publiek. De stukken zijn niet alleen minder uitgesponnen en overzichtelijker van structuur; de aard en toon zijn sensitief en prikkelend. De meeslepende avant-gardistische sfeer uit de eerste set wordt vervangen door een geslaagde zoektocht naar vernieuwende post-bop. Met saxofonist Jon Irabagon, pianist Marta Warelis, bassist Nick Duston en drummer Rudy Royston, blijkt de groep in staat tot extraverte, mysterieuze en experimentele vernieuwing, maar bereikt het ook de luisteraar met introspectieve, gevoelige muziek. Onderlinge dialogen en een scala aan kleuringen, timbres en tempowisselingen maken het noodzakelijk de muziek na te luisteren en dat nog eens te doen. Dave Douglas maakt als uitvoerend muzikant en als componist nog steeds gedurfde muziek. Zijn abstracte en bezielende concept is magistraal.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels: , , ,

(Louis Obbens, 30.1.23) - [print] - [naar boven]



Cd / Lp
Eyvind Kang - 'Sonic Gnostic'

Aspen Edities, 2021

Componist en multi-instrumentalist (vooral bekend als altviolist) Eyvind Kang heeft de voorbije kwarteeuw zijn sporen nagelaten in diverse werelden, van jazz en avant-gardemuziek tot pop en noise. Van John Zorn en Bill Frisell tot Laura Veirs en Sunn O))), allemaal deden ze beroep op Kang, die daarnaast ook een stevige reeks soloalbums uitbracht, vaak samenwerkingen met zijn partner, vocaliste Jessika Kenney. 'Sonic Gnostic' is het resultaat van een liveopname uit het najaar van 2016 en valt zowel op door z'n bezetting als aanpak.

Wat je hier te horen krijgt zijn vier instrumentale stukken, variërend van 13 tot 17 minuten, waarvoor Kang (kamancheh, akoestische gitaar) zich drie keer laat ondersteunen door een achtkoppige band: Jessika Kenney (stem), Bill Frisell (gitaar), Timothy Young (gitaar), Diego Gaeta (elektrische piano), Tim Tsang (piano), Louis Coy (klarinet, fluit), Breana Gilcher (hobo, fluit) en Jesse Quebbeman-Turley (drums). Meest opvallende naam is natuurlijk Frisell, een van Kangs langstlopende connecties, al krijg je die hier niet in zijn meest herkenbare gedaante te horen. Het vierde stuk wordt solo uitgevoerd door pianiste Adrienne Varner.

Meer bepalend voor de sound van 'Sonic Gnostic' is de aard van de muziek, die het vooral moet hebben van een geconcentreerde kaalheid die zichzelf haast wegcijfert. Hier wordt gezocht met een intense focus, maar het spel is afgemeten, haast rigoureus, soms voorzien van een ceremonieel gewicht. Het is daarmee misschien wat verwant aan de deep listening-praktijk van een Pauline Oliveros, al hebben de nonet-stukken ook wel wat van de reductionistische esthetiek van Radu Malfatti of ensembles als Polwechsel, waarin elke klank, hoe klein of stil ook, een gelijk gewicht toegekend krijgt.

Kang maakt zelf een onderscheid tussen twee benaderingen. Bij de twee gitaarstukken ('Binnah' en 'Plainlight', het eerste en vierde deel van het album) heeft hij het over een 'oceanische' aanpak: na een tijd gaan ze vertragen en belanden ze bij een grondtoon. Je hoort dat heel mooi in de opener, waarin vertrokken wordt bij de Oosterse klankgolven van Kangs kamancheh en laag voor laag toegevoegd wordt, tot de gitaren naar de voorgrond komen met zorgvuldig uitgetekende patronen en een sound die neigt naar ambient, hier en daar zelfs wat verwant lijkt aan Badalamenti's filmmuziek en statig voortschrijdt, tot de zachte harmonie in het tweede deel verbroken wordt met staccatobewegingen.

De gitaren nemen ook direct het voortouw in de afsluiter; even delicaat en geduldig, maar met een iets meer houvast, melodie en melancholie, tot ook daar de muziek een meer manische toon krijgt, met steeds gruis en volume, tot het in de staart zelfs op duister droneterrein belandt. Een sterk contrast met 'Grass', waar pianoaanslagen uitgezet worden met een mysterieuze openheid, voorzien van echo's van andere instrumenten die verschuilen achter de effecten van het sustainpedaal. Gaandeweg gaat de strakheid verloren, worden de accenten minder dik aangezet, de laagjes ontveld van elkaar, al blijft de muziek hier een afstandelijkheid behouden die minder aanwezig voelt in de gitaarstukken. Solostuk 'Grass Study' is desolaat, voelt haast aan als een ontkenning van eeuwen tradities op de piano, beweegt steeds grilliger, maar dan wel met behoud van de ruimte.

'Sonic Gnostic' zit (nog) verder weg van het jazz/improvisatie-idioom van de andere releases op het label, maar past eigenlijk helemaal binnen de esthetiek van Aspen Edities, waar muziek samenkomt die, wars van trends of concessies, op zoek gaat naar een puurheid binnen diverse klanklandschappen. De verbindende factor lijkt een soort van muzikale ascese. Opnieuw past het frappante artwork – deze keer van Bart De Clercq – helemaal bij de muziek.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be

Labels: ,

(Guy Peters, 23.1.23) - [print] - [naar boven]



Concert
Hartverwarmende hommage aan een vreemde gast

Frans Elsen Factor o.l.v. Eric Ineke, woensdag 18 januari 2023, Brouwerij Martinus, Groningen

Beetje vreemde gast toch, die Frans Elsen (1934-2011). Beboppianist en docent aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Zijn voormalige studenten zijn vol lof over hem - maar geven ook volmondig toe dat hij een 'moeilijke' leermeester was en dito mens. Ik had ooit een discussie met hem over moderne jazz en moderne kunst in het algemeen. Ik liet mij ontvallen dat ik Dada als de belangrijkste kunststroming van de twintigste eeuw beschouwde, waarop hij in woede ontstak. Dada had juist een einde gemaakt aan de kunst! Vreemde gast.

Toen hij in 1970 in een huwelijkscrisis belandde, trok hij met een contingent kameraden en drank naar Noorwegen, waar hij (bij wijze van therapie?) aan het componeren sloeg. Dat resulteerde niet in een reeks bopnummers, wat je bij hem wellicht zou vermoeden, doch voor die tijd geavanceerde souljazz, zoals die met name op het label Blue Note verscheen.

Het was Frank Jochemsen, de immer alerte opperspeurneus van het Nederlands Jazzarchief, die op een goede dag op een aantal mysterieuze radio- en liveopnamen stuitte. Met de Noorse composities van Elsen, in prima staat, uitgevoerd door zijn septet, met een hoofdrol voor altist Piet Noordijk. Via Elsens toenmalige drummer Eric Ineke kwam hij erachter dat er nog bladmuziek van die bewuste formatie bestond en zo raakten er wat balletjes aan het rollen. Niet alleen is het materiaal door het NJA onlangs op de markt gebracht ('Norway', te bestellen via info@jazzarchief.nl), ook heeft Ineke, het enige overlevende lid van de toenmalige groep, een nieuwe band opgetuigd om het repertoire live uit te voeren.

Wie bij 'Noorse jazz' akelige visioenen krijgt van klaaglijke maagden die op rotspunten zitten te grienen om hun weggelopen koe, kan opgelucht ademhalen. Daar heeft deze muziek niets mee te maken. Het is gewoon straight-ahead jazz. Misschien leunt het tegen de jazzrock, maar daar heeft de drummer lekker niks mee te schaften. Het ritme veert soepel. Ineke is een albatros die loom en superieur zijn rondjes draait boven een fjord, terwijl slagwerker Bart Fermie de muilezel is die honderd meter dieper in een opgewekte gang de rotspaadjes afdraaft. Zijn finest hour beleefde die laatste in het nummer 'Ringbu 2', een soort samba, waarin hij een hallucinante solo gaf op nietige percussie-instrumentjes. Alsof er onder het raam van Martinus een compleet trommelorkest van het carnaval in Rio de Janeiro voorbijmarcheerde.

De twee meest prominente solisten waren pianist Juraj Stanik en trompettist/bugelblazer Gidon Nunes Vaz. In het geluid van Nunes Vaz hoorde je, met name in de compositie 'Otta', dat hij alle boptrompettisten heeft geabsorbeerd. Hij is ook een balladeer met ballen, getuige zijn solo in 'Body And Soul'. Samen met altist Marco Kerver vormt hij een voor dit genre ideale blazerssectie. Denk: Art Blakey. Denk: Horace Silver.

Dat Juraj Stanik van alle markten thuis is wisten we al. In hetzelfde 'Otta' hoorden we dat hij alle zijpaadjes als zijn broekzak kent. Maar niet alleen daar. Geen enkele route is voor hem vanzelfsprekend of uitgesleten.

Met breaks en rolls gaf Eric Ineke vorm aan de muziek. 75 jaar nadat hij zijn eerste rammelaar ter hand nam swingt hij onverminderd en onvermoeibaar door.

Foto's: Hammie van der Vorst Marco Kegel, Gidon Nunes Vaz

Labels: , ,

(Eddy Determeyer, 21.1.23) - [print] - [naar boven]



Cd
Andy Emler MegaOctet - 'No Rush!'

La Buisonne, 2022 | Opname: 29-31 augustus 2021

Herinneringen aan de eerste kennismaking met dit gezelschap dateren van 3 oktober 2010 in het Concertgebouw Brugge. Met nagenoeg dezelfde bezetting zal op 3 februari de release zijn van de cd 'No Rush!'.

Pianist, componist, arrangeur, toneel- en geluidsregiseur Andy Emler componeerde voor zijn selectie musici van naam en faam een suite. Sferische verstilde orkestrale stukken worden afgewisseld met vurige jachtige uptempo stukken. De composities ademen inspiraties van Schönberg, Ligeti en Stravinsky.

Vanaf het eerste moment verbaast en fascineert Emler met zijn harmonische klankkleuren en verrassende inzet van virtuoze en creatieve topmusici.

Met de rustige opneningstrack 'Ouv’ La Case' geeft hij de luisteraar een inkijkje in wat er nog te wachten staat. Het vervolg, de titeltrack 'No Rush', zet je op het verkeerde been. Hier klinkt duistere suspense aangevoerd door de lage register-instrumenten, maar in een vlot tempo en zeker geen no rush. 'Think Or Sink' is een feature voor de marimba van François Thuillier en de percussive van Eric Echampard.

Laurent Blondiau's trompet en Dehors' klarinet soleren in het haast Wagneriaanse 'Fondamental 6' . 'Minicrobe 2' doet je opveren en stemt je positief. Hoe gedegen en punctueel er unisono wordt gespeeld is te horen in het eerste deel van 'Just A Beginning', met in het tweede deel gitarist Nguyên Lê in de hoofdrol. Hij werd speciaal uitgenodigd omdat hij deelnam aan de eerste versie van het MegaOctet in 1989. De cd eindigt met 'Good Timing'.

Dit album vraagt om herbeluisteren en is zeker een aansporing om het Andy Emler MegaOctet live te gaan beleven op hun release-concerten.

Fotocollage: Cees van de Ven

Labels: ,

(Cees van de Ven, 17.1.23) - [print] - [naar boven]



Festival / Vooruitblik
UJazzfest 2023

Op zaterdag 21 januari vindt in Utrecht het jaarlijkse UJazzFest plaats, met in deze editie veel on-Nederlandse artiesten en exotische instrumenten. Spanje, cello, Senegal, hobo, Colombia, viola... het wordt een avontuurlijke, gevarieerde reis op het puntje van je stoel, met onder meer Hermine Deurloo, Maripepa Contreras en Ernst Reijseger.

Maripepa Contreras is een groot talent op de hobo. Ze heeft klassiek hobo gestudeerd in Spanje en in Amsterdam specialiseerde ze zich in de jazz. Aangezien er destijds nog geen jazz-hobodocent op het conservatorium was, kreeg ze les van saxofonist Ben van Gelder. De frasering van Contreras op de hobo, een instrument met een karakteristiek zacht geluid, is bijzonder fraai. Ze speelt met een mooie flow en hoog energetisch gehalte. Contreras speelde al in projecten van onder anderen Morris Kliphuis, Rembrandt Frerichs en Bo van de Graaf.

Cellist Ernst Reijseger, pianist Harmen Fraanje en de Senegalese zanger-percussionist Mola Sylla creëren live hun eigen taal. Misschien niet direct te doorgronden, maar te voelen des te meer. Expressief, direct, verrassend en eclectisch, soms zelfs spiritueel. 'Het perfecte amalgaam van jazz, Afrikaanse liedkunst en klassieke muziek', aldus een recensent.

Als opmaat voor het festival is er vrijdagavond 20 januari een al even afwisselend double-bill clubconcert. Oene van Geel, Pau Sola Masafrets en Philipp Rüttgers brengen een wonderlijke mix van kamermuziek, kosmopolitische jazz en filmische vergezichten. Ze improviseren binnen en buiten de structuren van hun uitdagende, volstrekt eigen composities, met volle inzet van hun vakmanschap en beheersing van een breed scala aan muzikale invloeden. Het tweede concert van die avond wordt verzorgd door Tico y Aguabajo, de band van pianist Tico Pierhagen. Zij brengen een dansbare cocktail van jazz, funk en neoklassieke muziek, gedrenkt in Columbiaanse ritmiek.

Alle optredens vinden plaats in de zalen van DUMS. Klik hier voor meer informatie over UJazzFest 2023.

Foto: Antonio Torres Olivera

Labels: , , , ,

(Maarten van de Ven, 14.1.23) - [print] - [naar boven]



Concert
Een elektrisch koor

Francien van Tuinen & Tripod feat. Jasper Blom, Jeroen Vierdag & Joost Patocka, dinsdag 10 januari 2023, De Smederij, Groningen

Nee, dit is niet zomaar een zangeres met een begeleidend triootje. Tripod is een eenheid, een oersolide band.

Francien van Tuinen versmelt met haar groep; de leden daarvan maken zodoende een soort Gesamtkunstwerk. Daarbij is met name haar samenwerking met tenorsaxofonist Jasper Blom opvallend. Blom, in zijn hart in feite een robuuste romanticus, speelt akoestisch, maar liet zich ook horen via een Maestro Sound System, waarmee hij zijn geluid kan verbuigen, verdubbelen en van een echo voorzien. Een beetje zoals de Varitone van Eddie Harris. Samen met de stem van Van Tuinen ontstond er zo iets als een elektrisch koor. Ook al, daar die laatste een uitgesproken instrumentale aanpak hanteert.

Het openingsnummer, 'The Deep', werd deels unisono gepeeld - een vervreemdende ervaring. In 'Tenderly' bewees de zangeres ten overvloede dat ze een jazzbeest pur sang is: lijntjes zijn er voor haar om enthousiast buiten te kleuren.

Foto: Jeroen Werkman

Labels: , ,

(Eddy Determeyer, 13.1.23) - [print] - [naar boven]



Cd's
Euripides Dionysiadis - 'Aegean Suite'

eigen beheer, 2022
I Compani - 'Tempoo'
Icdisc, 2022 | Opname: 13-17 april 2022
Jazz Orchestra Of The Concertgebouw - 'Threnody'
Challenge, 2022 | Opname: 31 oktober, 1-2 november 2021

Bigbands zijn er in alle soorten en maten. Vandaag drie cd's van bands van eigen bodem. De Griekse bandleider en componist Euripides Dionysiadis, residerend in Rotterdam, schreef met 'Aegean Suite' een prachtige ode aan de Egeïsche zee, I Compani pakt na corona eindelijk weer eens breed uit met 'Tempoo' en het Jazz Orchestra Of The Concertgebouw speelt op het bij Challenge Records verschenen 'Threnody' de muziek van pianist en componist Jim McNeely.

Het was de herinnering aan de Egeïsche zee die Dionysiadis niet alleen inspireerde, maar ook overeind hield toen hij tijdens corona vastzat in zijn Rotterdamse appartement. Mooi is dat bij ieder deel van deze suite - vier in totaal - een verhaal hoort, door de componist opgetekend in het boekje bij deze fraai vormgegeven cd. Daar wordt ook duidelijk dat de vijftien musici nergens allemaal tegelijkertijd te horen zijn, ieder deel kent zijn eigen klankkleur. Het begint met 'Earth And Water', waarin Dionysiadis op het eiland Amorgos gemaakte veldopnames verwerkt. Er is ook een andere kant: juist deze zee wordt steeds vaker door vluchtelingen gebruikt om naar Europa te komen, een gegeven waar 'The Boy With The Suitcase' over handelt. Een indrukwekkend stuk, met name door de bijdragen van basklarinet, strijkers en Dionysiadis' eigen elektronica. 'What We Leave Behind' gaat over een ander probleem waar de zeeën mee worden geconfronteerd: plastic afval. Middels prachtig ingetogen blazerslijnen geeft Dionysiadis hier vorm aan. Het laatste stuk is het uit drie delen bestaande 'Lefkes' en is het meest persoonlijke. Dionysiadis bracht een gelukkige tijd door op het eiland Amorgos, zoveel wordt hier wel duidelijk.

De muziek die I Compani maakt, lijkt in niets op die van de bigband van Dionysiadis. Waar die hedendaags gecomponeerd combineert met jazz, kiest I Compani, onder leiding van Bo van de Graaf, zonder voorbehoud voor het laatste. En dan jazz van het overdadige, theatrale soort. Dat op dit album composities als 'De Sprong O Romantiek Der Hazen' van Misha Mengelberg en 'JoJoJive' van Guus Janssen klinken, naast stukken van Nino Rota, Giuseppe Verdi en Van de Graaf zelf, behoeft dan ook niet te verbazen. Die combinatie van jazz, circus, variété en film, waar het ICP Orchestra zo beroemd door werd, horen we ook in dit orkest terug. Hooguit is hier de invloed van de Italiaanse film sterker aanwezig. Muziek kortom waar je je onmogelijk bij kunt vervelen, mits het goed gespeeld wordt. Welnu, ik kan u verzekeren, dat is hier geen enkel probleem. De musici hadden er duidelijk weer zin in tijdens deze twee concerten, het speelplezier spat ervan af. Alleen al die heerlijk vette trombonesolo van Arjen Reeser in het tweede deel van Van der Graafs 'Maar Nooit Vergeten (...Don't Forget)', waarna we Van de Graaf verderop zelf horen, zegt al genoeg. Typisch voor I Compani zijn stukken als 'Il Duca Di Württemburg' van Nino Rota, waarin alle gekte en speelplezier op perfecte wijze samenkomen en 'JoJoJive' van Guus Janssen, waarin ineens het thema van 'Rawhide' klinkt. 

Van de drie bigbands klinkt het Jazz Orchestra Of The Concertgebouw het meest als een orkest. Dat ligt niet zo zeer aan de grootte - met veertien musici is het niet echt veel groter dan I Compani - maar wel aan de stijl waarin dit orkest werkt: echte bigbandjazz. En McNeely blijkt de ideale componist, arrangeur en dirigent voor dit orkest. We starten met het lekker felle 'The Race To Nowhere', een van de stukken die McNeely componeerde en waarin zowel prachtige orkestpassages zitten als twee heerlijke solo's: op tenorsax horen we Sjoerd Dijkhuizen, op trombone Ilja Reijngoud. En ook verderop vinden we mooie dynamische stukken, het stomende 'Un Cri De Coeur' met aantrekkelijke blazersbewegingen en 'Martijn's Thing', met een grote rol voor drummer Martijn Vink, die McNeely al zo'n twintig jaar kent. Maar wellicht komt de prachtige klank van dit orkest nog wel het meest tot zijn recht in de rustigere stukken, zoals dat ingetogen 'Just Trying To Smile', overigens met een mooie solo van altsaxofonist Jasper van Damme en McNeely's arragement van de klassieker 'My Foolish Heart', met nu Marco Kegel op altsax. Ingeklemd tussen meeslepende bluesstukken als 'Pyramid Scheme' en het titelstuk 'Threnody' vinden we 'Old School', een stuk waarin McNeely zijn grote voorgangers en voorbeelden eert, musici als Art Blakey en Count Basie. Want daar komt het uiteindelijk natuurlijk allemaal vandaan.

Labels: , , ,

(Ben Taffijn, 12.1.23) - [print] - [naar boven]



Interview
Marc van Vugt

Met 'The Lonely Coyote' heeft gitarist Marc van Vugt een gevarieerd en rijkgeschakeerd album uitgebracht.

"Toen ik besloot om een sologitaar-album op te nemen was een van mijn voornemens om terug te gaan naar de essentie van deze stukken." In een mooi gelaagd klankbeeld laat de gitarist zien dat zijn compositorische vernuft hem niet in de steek heeft gelaten; zo zou 'Sunny Side Up' dankzij de sterke melodielijn zomaar tot een hit kunnen uitgroeien.

Naar aanleiding van dit zeer geslaagde album ontstond het idee om Marc te interviewen, maar dan wel vanuit het idee om het geïnteresseerde publiek zelf vragen te laten stellen aan de gitarist. Het interview kwam zodoende tot stand aan de hand van vragen van volgers van Marcs sociale media en de lezers van Draai om je oren.

Lees hier het volledige interview.

Foto: Jiri Büller

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 8.1.23) - [print] - [naar boven]



Cd's / Jazztube
Ziv Taubenfeld's Full Sun - 'Out Of The Beast Came Honey'

Clean Feed, 2022 | Opname: 10 oktober 2020
Owlman - 'Owlman'
Creative Sources, 2022 | Opname: 11 september 2020

'Out Of The Beast Came Honey', dat deze zomer uit kwam bij Clean Feed en het titelloze debuut van Owlman, dat ongeveer in dezelfde tijd verscheen bij Creative Sources, hebben drie musici gemeen: basklarinettist Ziv Taubenfeld, pianist Nico Chientaroli - de man achter Owlman - en drummer Onno Govaert.

Laat ik beginnen met Taubenfeld's Full Sun. Naast Chientaroli en Govaert omringt de basklarinettist zich in dit sextet met Michael Moore op altsax en klarinet, Joost Buis op trombone en Omer Govreen op bas. Met als doel 'to create paths that lead to the big unknown, the place where beauty is free'. 'Gold Wood' geeft het startsein. In golven komt de muziek, abstract en enerverend. Een totaal ander soort harmonie dan in 'Spider Jungle'. Chientaroli begint met zachte aanslagen, Govreen en Govaert horen we op de achtergrond. Dan sluiten de blazers aan, unisono. Iets van een melodie dient zich aan. En iets verderop horen we dat instrument waar het hier om gaat: die basklarinet met zijn herkenbare geluid. Nog duidelijker klinkt hij mooi ingetogen aan het begin van 'MoonDoctor'. Buis volgt, met een al even intense solo, waarna net over de helft Taubenfeld het duister opzoekt. Prachtig klinkt ook zijn spel in 'Andalus Fig Tree', maar let hier ook zeker op Govaert en zijn kwaliteiten als percussionist. We eindigen met de verrassende en abstracte klanken van 'Blues For Sunny', waarin vooral Zaubenfeld een grote rol speelt. Daarnaast horen we Moore in een prachtige solo, de cirkel is rond.

Owlman, een maatje groter dan Ziv Taubenfeld's Full Sun, zag en hoorde ik tijdens het Doek Festival van 2020, een concert in De Roze Tanker, de band was toen net opgericht. De omstandigheden waren toen, midden in corona verre van optimaal, wat mij nu bijzonder nieuwsgierig maakt naar dit album. Naast Taubenfeld, Govaert en Chientaroli horen we altsaxofonist Hernán Samá, baritonsaxofonist en fagottist Jan Willem van der Ham, gitarist Miguel Petruccelli, cellist Pau Sola (die er tijdens het concert helaas niet bij was), bassist Renato Ferreira en Jarno van Es achter de elektronica. De muziek is een boeiende mix van jazz, rock, blues, Zuid-Amerikaans, slam poetry, punk, experimentele elektronica en geluidskunst. Dat is goed te horen op 'Profeta Originario', waar dit album mee opent. Een energiek stuk dat niets te wensen over laat en dat evenveel rock bevat, vooral door die geweldige gitaarsolo van Petruccelli, als vrije improvisatie. 'Buda Metabólico' bevat dan weer marsmuziek, latin, gesproken teksten - waar Chientaroli zelf voor tekent - en freejazz. Kortom hier klinkt niets als verwacht. Grenzen worden fors overschreden en wij als luisteraars worden regelmatig op het verkeerde been gezet. Maar 'El Drágon' bewijst dat het ook dan altijd nog een tikkeltje heftiger kan, een soort anarchistische mix van punk en freejazz is het resultaat. Een hoogtepunt is 'La Danza Del Fuego', waarin de anarchie plaatsmaakt voor een aantrekkelijk en bijzonder opzwepend ritme. In 'El Flaco' horen we Taubenfeld, die met een mooi ingetogen melodisch patroon Chientaroli's woorden ondersteunt. Als toetsenist komt Chientaroli volop aan bod in het afsluitende en weer mooi hectische en onstuimige 'Pepi i Sus Tambores'.

In de Jazztube hieronder zie je een optreden van Owlman, opgenomen op 13 november 2019 in het auditorium van Zaal 100 in Amsterdam.

Labels: , , , , ,

(Ben Taffijn, 3.1.23) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Efraïm Trujillo & Rembrandt Frerichs - 'The Standards Collection Vol. 1'

ZenneZ, 2022 | Opname: 2020, 2022

Twee gekende Nederlandse jazzmusici, te weten tenorsaxofonist Efraïm Trujillo en pianist Rembrandt Frerichs hebben met 'The Standards Collection Vol. 1' een uitstekende cd uitgebracht. Op de valreep van dit jaar, waarbij toonaangevende recensenten, jazzwebsites en andere media hun Best of 2022-lijstjes al hebben gepubliceerd, doen beide musici hier toch alsnog een niet geringe duit in het zakje.

Bij het beluisteren ervan word je maar weer eens gewaar met welke klasse musici we hier van doen hebben. Jazeker, het betreft hier een aantal welbekende standards, zoals 'Blue In Green' (Bill Evans), 'Prince Of Darkness' (Wayne Shorter) en 'Think Of One' (Thelonious Monk), maar dan wel op een volstrekt eigenwijze vormgegeven en gespeeld. 'Peace' (Horace Silver) is een liveopname uit het Bimhuis (check de Jazztube hieronder!).

Het spreekwoord luidt 'een goed verstaander heeft aan een half woord genoeg'. Welnu, maak van dat half woord maar een een halve noot! Er is hoorbare chemie tussen Trujillo en Frerichs die zich uitbetaalt in virtuoos, avontuurlijk en ideeënrijk samenspel. Het is een open deur dat je bij beiden al bij voorbaat naar het puntje van je stoel schuift om maar zeker niets te missen.

Op donderdag 26 januari 2023 staat het Rembrandt Frerichs Trio featuring Efraïm Trujillo op het podium staan van Pelt Jazz.

Labels: , , ,

(Cees van de Ven, 31.12.22) - [print] - [naar boven]



Concert
Tom en Jerry op avontuur in de klassieke muziek

StarkLinnemann Trio/StarkLinnemann Quintet, vrijdag 16 december 2022, Paradox, Tilburg

Pianist Paul Stark en drummer Jonas Linnemann zijn al een flinke tijd bezig het klassieke repertoire als inspiratie te gebruiken voor wat ze cross-overmuziek noemen. In Paradox presenteerden ze alweer hun achtste album, dit keer gewijd aan het oeuvre van Franz Liszt. Voor de pauze speelden ze drie van de vier stukken op deze plaat. Stark en Linnemann, die beiden de 'hercomposities' voor hun rekening namen, werden ondersteund door bassist Maciej Domaradzki.

Het trio opende met een fraai stuk waarin meteen duidelijk werd dat de heren de muziek van Liszt volledig naar hun eigen hand gezet hebben. Op de vraag van Linnemann wie het stuk herkend had bleef de zaal stil. Niemand had enig vermoeden dat het stuk geïnspireerd was op 'Liebestraum'. Waarop Linnemann liet weten dat het voor hem een soort psychedelische droom was geworden. Vervolgens werd het tweede stuk ingeleid: 'Hungarian Rhapsody No. 2'. Iedereen zou dit wel moeten herkennen, volgens Linnemann. Hij kende het zelf van de tekenfilmreeks Tom and Jerry en beval aan dat filmpje op YouTube maar eens op te zoeken. Dat heb ik gedaan en ik heb me kostelijk geamuseerd. Tom, de kat, uitgedost als concertpianist is er helemaal klaar voor en zet het nummer in. Jerry, de muis, wordt ruw uit zijn slaap gerukt en begint de pianist danig te ontregelen. Gedreven en gepassioneerd laat Tom zich niet uit het veld slaan. Hij vindt voor alle listen van Jerry wel weer een oplossing en brengt het stuk op een spectaculaire wijze tot een goed einde.

Stark en Linnemann doen ook zoiets. Ze dagen elkaar uit, zwepen elkaar op, komen met verrassende en speelse wendingen en tempowisselingen. Zo schakelt hun interpretatie van Liszts muziek moeiteloos van klassiek naar jazz, latin en pop. Bovendien is het trio weergaloos in de dynamiek, van fluisterstil tot alle registers open - het is meesterlijk. Domaradzki doet vol overgave mee in dit geheel en gaat moeiteloos van subtiel gestreken bas naar heerlijk plukken, altijd strak, soms ondersteunend, af en toe tegendraads, dan weer volledig in lijn met het trio. 'Vallée d'Oberman' sluit de set voor de pauze af. Ruim twintig minuten is het gezelschap hiermee onderweg. Ze etaleren nogmaals hun originele benadering van klassieke muziek, waarin geconcentreerd en met passie het publiek keer op keer verrast wordt met mooie solo's en briljante invalshoeken. Wat opvalt is dat het op een unieke manier inzetten van drums en percussie steeds een belangrijke bijdrage levert aan de transformatie van de muziek.

Het trio mag trots zijn op dit album. Ze laten horen dat het klassieke repertoire rijk genoeg is om op deze manier opgepoetst te worden en een nieuw leven te krijgen.

Na de pauze worden deel twee en vier van Beethovens 'Eroica' uitgevoerd. Daartoe wordt het trio versterkt met Iman Spaargaren op klarinet en saxofoon en Vincent Veneman op trombone. Spaargaren speelde vaker met dit trio en levert op klarinet en sax nog meer virtuositeit aan het geheel. De toevoeging van trombone past prachtig in het geheel en levert qua klankkleur een kleurrijk palet op.

Een voldaan publiek beloonde het gezelschap met een warm applaus. Mooi om te zien dat de leden van het trio elkaar daarna opzochten om elkaar een stevige knuffel te geven. Zoals bij Tom en Jerry ook vaak te zien is op het einde. Ze hebben elkaar gepest en geplaagd, maar ze realiseren zich dat daar heel veel lol in zit.

Klik hier voor foto's van dit concert door Johan Pape.

Labels: ,

(Johan Pape, 25.12.22) - [print] - [naar boven]



Cd / Download
Sanne Rambags, Mark Schilders & Lucija Gregov - 'Paradis'

SONNA, 2021 | Opname: 19 april 2021
Sanne Rambags - 'Sister'
SONNA, 2022 | Opname: 16-18 augustus 2021, 17 januari 2022

Op haar eigen label SONNA Records bracht Sanne Rambags tot nu toe drie albums uit: de als download verkrijgbare 'SONNA' en 'Paradis' en de cd 'Sister'. De twee laatste, waarvan Sister' pas een paar maanden oud is, staan in dit stuk centraal. 'Paradis' maakte Rambags samen met cellist Lucija Gregov en drummer Mark Schilders, voor 'Sister' klopte ze aan bij gitariste en vocaliste Oddrun Lilja Jonsdottir en - voor het titelstuk - bij een aantal medevocalistes.

'Paradis' is een soundtrack bij de gelijknamige Noorse documentaire van Alexander Turpin, die dit jaar in première is gegaan. De film handelt over de wijze waarop wij met de aarde omgaan en in het verlengde daarvan besloot het trio de opbrengsten van het album te schenken aan 350.org, een organisatie die zich sterk maakt voor het uitbannen van fossiele energie. De film duurt maar zestien minuten, iets dat dus ook geldt voor dit album. Het begint met een rauwe 'Scream', waarna we in 'Paradise I' Rambags' stem prachtig horen interacteren met de cello van Gregov en in 'Paradise II' met een al even subtiel spelende Schilders. Subtiliteit is sowieso wat dit album kenmerkt. Prachtig is in dit verband ook 'Ending II', met name door de combinatie cello-vocalen en de indringende wijze van zingen. Muzikaal is het verder interessant op te merken dat het album - maar dat geldt vaker voor de muziek van Rambags - zich ophoudt in het grensgebied tussen Scandinavische folk en geïmproviseerd, waarin bovengenoemde subtiliteit naadloos past. In dit kader mag ook zeker 'Ancestors - Moder Jord' worden genoemd en dan met name vanwege Schilders' ritmische slagwerk.

Rambags is niet alleen vocaliste, ze schrijft ook haar eigen teksten. Vaak bijzonder persoonlijke teksten, waardoor we ook een kijkje krijgen in haar leven. Het is dan ook fijn dat de cd 'Sister' een boekje met de teksten bevat. Uit die teksten doemt een gevoelig en ontvankelijk persoon op, iets dat overigens ook blijkt uit haar wijze van zingen en de gekozen instrumentatie; de samenwerking met Jensdottir verloopt dan ook vlekkeloos. Overigens horen we Rambags hier ook op gitaar en percussie, wat ik niet eerder voorbij zag komen. De teksten gaan vaak over de liefde, en dan niet alleen de romantische variant, maar regelmatig ook over hoe we ons verhouden tot de wereld. Zo stelt 'Do Not Listen, Watch':

Today, she waits
and sees this day becomes darker
Today, she doesn't want to hear
and doensn't want to listen
to the cries of this city

Mooi en herkenbaar, wie wil zich niet zo nu en dan afsluiten van alles wat er om zich heen gebeurt? Hoe moeilijk dat wellicht ook is, immers: she walks on the streets in the footsteps of all those other people.

En de liefde voor het noorden, de uitgestrekte natuur, ook die komt terug. In de muziek, maar bijvoorbeeld ook in de opening van 'Let Things Come To You': He had been up north where her heart has belonged since long ago. En verdeop: Birch trees lose their leaves and she leaves home to admire them and feel at her ease. Daar hoort de liefde voor de natuur bij en dat bewustzijn over de staat van onze planeet, wat natuurlijk ook al uit 'Paradis' bleek, maar wat we ook terughoren in een prachtig nummer als 'Seat Of The Soul', waarin Rambags zich in alles bewust toont van haar positie. Of in een frase uit 'Goodnight, My Love': Goodnight, seagull above the sea, think what you want of me. Tot slot noem ik nog even het titelstuk 'Sister', waarin Rambags gezelschap krijgt van een groeiend aantal zangeressen, een prachtig stukje samenzang.

Labels: , , , ,

(Ben Taffijn, 22.12.22) - [print] - [naar boven]



Concert
Fascinerende piano-improvisaties
Fergus McCreadie Trio, zaterdag 10 december 2022, Paradox, Tilburg

Na het uitbrengen van het derde officiële album 'Forest Floor' treedt het trio onder bezielende leiding van pianist Fergus McCreadie op in Paradox. 'Forest Floor' vindt zijn inspiratie in het uitgestrekte, ruige Schotse landschap en wordt beïnvloed door Schotse traditionele muziek. De pianist wordt zowel op de plaat en als tijdens het optreden vergezeld door stablemates David Bowden op contrabas en Stephen Henderson op drums. De groepsleden hebben elkaar ontmoet aan het Koninklijk Conservatorium van Schotland en vormen de spil van de inmiddels vitale jazzscene in Glasgow. De groep heeft in 2021, na het verschijnen van het album 'Cairn', meer bekendheid gegenereerd.

Zonder de gebruikelijke introductie neemt McCreadie bij aanvang van het concert minutenlang een solo voor zijn rekening. Met uiteenlopende stemmingen legt de pianist de lat direct al hoog. De ritmesectie draagt uiteindelijk ingetogen bij aan het openingsnummer, waarin de dynamiek centraal staat. Langzaamaan wordt het mooie maar enigszins brave triogeluid toegerust met intens, virtuoos pianowerk. De eerste drie composities worden zonder pauze, als een kolkende muzikale maalstroom, voor het voetlicht gebracht. De bij voortduring aanzwellende en wegebbende muziek zorgt voor een gedenkwaardig balans tussen spaarzame lyriek en bedwelmende uptempo gedeelten. McCreadie gebruikt zijn instrument niet alleen als onvervalst jachtig middel voor zijn piano-improvisaties, maar verkent nadrukkelijk ook het percussieve element van zijn instrument. Staccato ritmes worden regelmatig geïncorporeerd. Soms unisono met bassist David Bowden.

De muziek mag dan sterk leunen op folkmuziek uit Schotland, deze avond gebeurt dat slechts in beperkte of impliciete mate. De dominante bouwstenen zijn stuwende jazz met veel ruimte voor melodie en improvisatie, gelardeerd met klassieke elementen. De interactie tussen contrabassist David Bowden en drummer Stephen Henderson is empathisch en harmonieus. De ritmesectie heeft, in tegenstelling tot pianist McCreadie, solistisch weinig in de pap te brokkelen. Het swingelement in de muziek wordt niet geschuwd. Dit wordt vooral inzichtelijk in het eerste stuk na de pauze. De aanvallende drumriff van Henderson doet denken aan de legendarische riffs van Art Blakey. In deze compositie is de relatie met de hardbop van de voormalige Amerikaanse topdrummer makkelijk te leggen. Dit neemt niet weg dat het trio van Fergus McCreadie hoofdzakelijk zijn eigen weg zoekt tussen de gedenkwaardige Europese pianotrio's van de afgelopen decennia. En dat is beslist geen sinecure.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Het Fergus McCreadie Trio is geboekt voor het Transition Festival in voorjaar 2023 en de pianist zal het Matt Carmichael Quintet in Paradox bijstaan op 27 februari 2023.

Labels: ,

(Louis Obbens, 21.12.22) - [print] - [naar boven]



Nieuws
Ragazzi wint de Dutch Jazz & Crossover Competition 2022

Ragazzi heeft zaterdagavond in het Bimhuis zowel de prijs voor de Beste Band als de Publieksprijs van de Dutch Jazz & Crossover Competition 2022 gewonnen.

De voorzitter van de vakjury Will Maas motiveerde het aldus: "Met de voor jazz bijzondere bezetting van cello's en violen, het sublieme samenspel, de gezamenlijk uitgewerkte composities en de inventieve arrangementen, hield Ragazzi zowel het publiek als de jury op het puntje van haar stoel."

Ragazzi wint een geldprijs van 8000 euro en een tournee langs relevante festivals. De tweejaarlijkse Dutch Jazz Competition heeft als doel talentvolle Nederlandse of in Nederland woonachtige muzikanten de mogelijkheid te bieden zich te presenteren aan een groter publiek, de pers en de muziekindustrie. De competitie werd 23 jaar geleden geïnitieerd op aandrang van de jazzmusici verenigd in de grootste muzikantenvakbond Ntb, het North Sea Jazz Festival, de NPO en Buma Cultuur. De competitie is verder onderscheidend door de open inschrijfstructuur: groepen van alle stijlen en formaten jazzmuziek, crossovers en aanverwante stijlen kunnen meedingen.

De bands worden natuurlijk beoordeeld op de mate van virtuositeit en samenspel. Maar daarnaast wordt meegewoogen of de band ook in staat is om het publiek op welke manier dan ook te raken. Bezit het een zekere originaliteit en stuwt het jazz verder op naar vernieuwing?

Eerdere winnaars van de Dutch Jazz & Crossover Competition zijn onder meer Agog, As Guests Quartet, Fransz Von Chossy Quartet, The Blazin' Quartet, Kapok en Sun Mi Hong Quartet.

Labels: , ,

(Maarten van de Ven, 19.12.22) - [print] - [naar boven]



In memoriam / Artikel
Jack van Poll

Op zondag 4 december overleed - enkele dagen na zijn 88ste verjaardag - de Nederlandse jazzmusicus, arrangeur, componist, muziekproducent en clubeigenaar Jack van Poll.

"Een bijzonder moment blijft me bij toen ik met Jack en ook Hein van de Geyn bij Toots Thielemans op bezoek ging en ik de intense muzikale verwantschap voelde tussen Jack en Toots, de warme gloed die er tussen hen uitstraalde, beiden vervuld van de muziek die uitgaat van het hart. Dat was helemaal Jack ten voeten uit: integer en authentiek!"

Bernard Lefevère schreef een mooi afscheid voor een pianist "die een bezielende rol speelde voor onze gouden jazzgeneratie".

Klik hier om het artikel te lezen.

Dit artikel verscheen ook op Jazz'Halo | Foto: Cees van de Ven

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 18.12.22) - [print] - [naar boven]



Concert
Orkest in percussiewinkeltje

Dado Moroni Trio, dinsdag 6 december 2022, De Smederij, Groningen

De soul was weer te snijden. Wat is er toch aan de hand met Eetcafé de Smederij? Twee weken geleden zag en hoorde ik er de New Yorkse pianist Danny Grissett, met Joris Teepe op bas en Owen Hart jr. achter de drums en dat werd een soulfeestje dat over de plinten klotste. (Nee, niet over geschreven. Drukdruk. Halen we nog wel eens in.) En nu zat op dezelfde plek Dado Moroni, zoon van Genua en leeuw van het klavier. Een pianist van het subtiele gebaar. Er zit veel licht en lucht in zijn aanpak, hij heeft een voorliefde voor zijpaadjes ('What's New', 'Speak Low') en etaleert nochtans orkestrale ambities. In zekere zin maakt hem dat een waardige erfgenaam van Ahmad Jamal.

In dat orkestrale verhaal speelt Jeroen de Rijk met zijn latinpercussiewinkeltje een prominente rol. Het is lang geleden dat ik een slagwerker hoorde met vergelijkbare melodische faculteiten. Voor hem zijn de conga, de bongo's, de triangel et cetera evenzovele orkestrale stemmen. Hij levert de accenten, de knooppunten van de liedjes. Zijn gevoel voor structuur is onberispelijk. Maar zijn belangrijkste functie in het trio is toch die van motor. Wat zeg ik, die van motor met nabrander. Zijn montuno werd een machtige macho machine. Daarbij articuleert hij als een redeRijker. Geen wonder dat sommige breaks onwillekeurige bewonderende aahs! en oohs! aan het volgepakte zaaltje ontlokten. En hij speelt ook nog eens met de brushes keurig in vieren, als dat zo uitkomt. Net zo makkelijk.

Joris Teepe was zoals gebruikelijk de onverstoorbaarheid zelve. Die bas steekt hij bepaald niet onder stoelen of banken. Wat heet: wat dat betreft zou je zijn stijl gerust autoritair mogen noemen. Met zijn van Al McKibbon geleende 'Manteca'-vamp gaf hij het eerste nummer na de pauze een solide en bestendige basis. Bij navraag bleek het om een eigen nummer van Moroni te gaan. Kennelijk was de bodem van de verkleedkist in zicht.

Halverwege de jamsessie na het formele optreden zag ik de laatste bus aan den einder opdoemen. Maar ik had nog net de tijd om de Koreaanse vocaliste Jinju Kim te beluisteren, die in recente maanden indruk maakt in het Groningse. Haar aanpak leunde in eerste instantie sterk op Ella Fitzgerald, maar daar lijkt ze zich inmiddels van los te weken. Ze heeft de echte jazzspirit, schuwt het melodische avontuur niet en zou wel eens een, ahum, hele grote kunnen worden. Zoals ze al zelf zong: 'It could happen to you'. Dus goed en breed blijven luisteren en je eigen stem proberen te destilleren - maar dat is een raad die je aan alle jonge muzikanten kunt geven, nietwaar?

Foto's: Hubert Nauta & Diederik Idema

Labels: , , , ,

(Eddy Determeyer, 13.12.22) - [print] - [naar boven]



Cd's / Cassette
Tom Jackson, Dirk Serries & Kris Vanderstraeten - 'Dandellion'

A New Wave of Jazz, 2022 | Opname: 6 oktober 2021
Dirk Serries, Anton Mobin & Quentin Stokart - 'Stochastic Regions'
A New Wave of Jazz, 2022 | Opname: 4 maart 2022
Guilherme Rodrigues & Dirk Serries - 'The Sage Flower'
Creative Sources, 2022 | Opname: 15 maart 2022

Vandaag drie recente albums waarop we gitarist Dirk Serries horen in de rol van improvisator. Ik begin met de oudste opnames, die van oktober 2021 en tegelijkertijd de meest recente cd: 'Dandellion'. We horen Serries hier in het gezelschap van klarinettist Tom Jackson en percussionist Kris Vanderstraeten. Aansluitend schakel ik door naar maart 2022. Serries maakte toen duo-opnames met Anton Mobin - werkend met zijn 'prepared chamber', gitarist Quentin Stokart en cellist Guilherme Rodrigues. De eerste twee opnames belandden op het bij A New Wave Of Jazz uitgebrachte 'Stochastic Regions', waar ook 'Dandellion' verscheen. Het derde album kwam uit bij Creative Sources Recordings onder de titel 'The Sage Flower'.

Serries en Vanderstraeten stonden begin deze zomer in de PlusEtage, alleen toen met celliste Lucija Gregov. In gedachten zie ik Vanderstraeten weer zitten en denk ik terug aan wat ik toen schreef: 'Vanderstraeten is een verzamelaar van allerlei attributen waar je geluid mee kunt maken, letterlijk een koffer vol. Een handvol kleine trommeltjes dient daarbij vaker als ondergrond dan als instrumenten om zelf te bespelen'. Je herkent die vaak wat ongewone en soms vreemde geluiden hier dan ook direct. Geluiden die ook nu weer een prachtig decor vormen voor de invallen van Jackson en Serries. Overigens vaak meesterlijke invallen, zoals de prachtig zangerige partij van Jackson in 'Violet Blue', waarin we hem moeiteloos het complete register van zijn instrument horen bespelen, overigens wel met een voorkeur voor het hoog. En verderop horen we hem in een prachtig ingetogen duet met Vanderstraeten. Bijzonder is ook het begin van 'Bright Yellow' en de schermutselingen van Serries en Vanderstraeten.

De cassette 'Stochastic Regions' bevat zoals gezegd twee duetten. Op kant A horen we Serries met Mobin, op kant B met Stokart. Mobin werkt vrijwel altijd - en dus ook hier - met zijn 'prepared chamber', een houten kistje met percussie en elektronica, terwijl we Serries op een archtop-gitaar horen. Het is een bijzondere combinatie die we op deze negen, vrij korte stukken horen, waarbij de klanken vaak opvallend goed met elkaar samenvallen. In het duet met Stokart is voor mij - ik speel geen gitaar - al helemaal niet meer te onderscheiden wie nu precies welk geluid maakt, een boeiend en over het algemeen vrij abstract snarenspel ontvouwen de twee gitaristen hier, vol onverwachte wendingen en muzikale vergezichten. Het gaat er soms heftig aan toe, terwijl we op andere momenten getrakteerd worden op bijzonder fragiele klanken, in '2.4' overigens binnen één stuk.

Een paar dagen later zat Serries met de Portugese cellist Rodrigues in de studio voor de opnames van 'The Sage Flower'. Een prachtige en op sommige momenten bijzonder heftige set. Neem bijvoorbeeld het onstuimige 'Punctuation Marks', waarin we Serries en Rodrigues krachtige klanksalvo's horen afvuren. Je krijgt de indruk meer te horen dan een gitaar en een cello, iets dat geenszins het geval is. Op andere momenten schurken we aan tegen de stilte, klinken als in 'Bloom' louter wat losse aanslagen die alle tijd krijgen om in de ruimte op te lossen. Over het algemeen spelen ritme en melodie in dit soort muziek een vrij kleine rol, in 'Dandellion' en 'Stochastic Regions' heb ik deze dan ook niet gehoord, maar het begin van 'The Woody Stems' vormt een uitzondering; we horen hier zowel ritme als melodie, al is het wel van korte duur. In het verdere verloop zoeken de twee weer de abstractie en is structuur ver te zoeken. Ook in het vrij korte 'A Palm' klikt een structuur die we voorzichtig als melodie kunnen definiëren. In 'Landing II' rijzen de klanken op boeiende wijze op uit de stilte, we horen duidelijk Serries, in de weer met zijn e-bow, terwijl Rodrigues op de achtergrond een mooi patroon op zijn cello ten gehore brengt.

Foto: Cees van de Ven

Labels: , , , , , ,

(Ben Taffijn, 12.12.22) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...








Menupagina's:






Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.