Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Vooruitblik
Ella Fitzgerald: Just One Of Those Things

Vanavond, 21 januari, brengt de Belgische televisie een documentaire van Leslie Woodhead over het leven en de carrière van de Amerikaanse jazzzangeres Ella Fitzgerald.

Deze documentaire duikt in het leven van Fitzgerald, wier muziek een soundtrack werd voor een tumultueuze eeuw. Haar carrière begon in 1934 met een talentenwedstrijd in het Apollo Theatre in Harlem en strekte zich uit over vijf decennia waarin ze haar passies en zorgen in haar muziek weergaf.

Met interviews met Smokey Robinson, Jamie Cullum, Tony Bennett, Norma Miller en Laura Mvula.

De documentaire is te zien op Canvas, aanvang 23.15 uur.

Labels:

(Maarten van de Ven, 21.1.21) - [print] - [naar boven]



Cd's
Colin Webster & Andrew Lisle - 'New Invention' (A New Wave Of Jazz, 2020)

Opname: 24 mei 2019
Stian Larsen, Andrew Lisle & Colin Webster - 'Zeal And Perseverance' (Va Fungool, 2019)
Opname: 25 februari 2019
Colin Webster, Witold Oleszak, Paweł Doskocz & Andrew Lisle - 'Karate' (Raw Tonk, 2020)
Opname: 4 oktober 2019

In de Britse improvisatie en ver daarbuiten kunnen we zo langzamerhand niet meer heen om de altsaxofonist Colin Webster. Ook in onze contreien is hij, met name door de samenwerking met de gitarist Dirk Serries, een graag geziene gast. Tijd om deze veelzijdige musicus en eigenaar van het label Raw Tonk hier eens uitgebreider te portretteren. Vandaag daarbij ook de schijnwerpers op drummer Andrew Lisle, met wie hij al de nodige jaren intensief samenwerkt.

Laten we daarom beginnen met het op Serries' label A New Wave Of Jazz verschenen 'New Invention', waarop we de twee in duet horen. Beiden hebben een voorliefde voor de onstuimige, op het eerste gehoor meer chaotische vormen van de vrije improvisatie, zo leert ons ook opener 'Knucklas' en het verdere verloop van dit stormachtige album. Er is hier echter wel degelijk structuur, maar door het ongewoon hoge tempo en de grote mate van complexiteit valt het niet altijd mee om die te ontwaren. Daarbij komt de tomeloze energie van Webster, of zoals Guy Peters het noemt binnenin 'New Invention': "his 'punk' spirit". Hij is het type saxofonist die alles uit de kast trekt - vergelijk hem rustig met mannen als John Zorn en Dave Rempis. Ons en zichzelf nauwelijks rust gunnend. Lisle heeft echter geen enkele moeite om hem bij te houden. Een eindeloze stroom roffels, zo nu en dan onderbroken door een spervuur aan gerichte slagen, dicht naadloos ieder gaatje dat er dreigt te vallen. De twee zitten elkaar van begin tot eind op de hielen. De enige uitzondering op al dit muzikale geweld is 'Kuggar', het zesde stuk. Hier laten de beide musici horen ook prima overweg te kunnen met ingetogen noten en de daarbij behorende stiltes.

Op 'Zeal And Perseverance' is het duo uitgebreid met gitarist Stian Larsen. Het album verscheen onder zijn naam bij het Noorse Va Fungool. Opener 'Zeal And Perseverance' leert dat ook Larsen, driftig plukkend aan zijn snaren, prima mee kan met dit duo, maar dit is wel een afwisselender album dan 'New Invention'. Hier treedt reeds in het tweede stuk 'Bark Answers Bark' de rust in, iets wat je overigens bij deze titel niet echt zou verwachten. Een prachtig klankspel ontvouwt zich. Die afwisseling blijkt een constante. In 'Lightsome And Unperturbed' en afsluiter 'Bird Flying On A Broomstick' overheerst het vuurwerk, terwijl 'Sober And Industrious' weer juist zeer ingetogen klinkt en het de heren duidelijk om de schoonheid van de klank te doen is. Interessant is 'Watercress At Evening'. Hier begint het allemaal als een klanksculptuur en eindigt het tumultueus.

Voor het op Raw Tonk verschenen 'Karate' werkten Webster en Lisle samen met hammondorganist Witold Oleszak en gitarist Paweł Doskocz. Het album, opgenomen tijdens het Spontaneous Music Festival, editie 2019, bevat slechts twee titelloze stukken. Het begint allemaal vrij beheerst, maar lang duurt de rust niet. Met name Oleszak en Doskosz - laatstgenoemde op elektrische gitaar - creëren een muur van geluid. De rustigere passages, waarbij voorgenoemd motorblok nogal eens stationair blijft doordraaien, lijken vooral te dienen om weer even lucht te happen. En toch gebeuren juist op deze momenten muzikaal de bijzondere dingen. De vier musici blijken vooral dan in staat om spookachtige momenten te creëren, zoals met name het tweede deel mooi aantoont. Foto: Cees van de Ven

Labels:

(Ben Taffijn, 20.1.21) - [print] - [naar boven]



Onder het stof vandaan
Bill Evans - 'Live at Ronnie Scott’s' (Resonance, 2020)

Opname: juli 1968

Bill Evans zou de geschiedenis ingaan als een briljant pianist en componist, maar wellicht nog wel het meest als de man die voor het pianotrio een compleet nieuwe standaard zette. Het trio met bassist Eddie Gomez en drummer Jack DeJohnette bestond slechts een paar maanden, maar wordt alom gezien als een van de meest innovatieve van die lange serie trio's die Evans had. En fans roepen al vijftig jaar dat de maand dat het trio concerteerde bij Ronnie Scott's in Londen behoorde tot het beste wat Evans ooit heeft gedaan. Er waren alleen geen opnamen. Tot eind vorig jaar 'Live at Ronnie Scott’s' verscheen bij Resonance Records.

Wat we zeker weten is dat het trio speelde op het jazzfestival van Montreux, op 15 juni 1968. Vrijwel zeker bestond het trio toen al een à twee maanden in die samenstelling, nadat DeJohnette Arnie Weiss had vervangen, alleen zijn ook daar geen opnamen van. Mede dankzij Resonance kunnen we het pad verder volgen: op 20 juni staan ze in de legendarische MPS Studio, in 2016 uitgebracht als 'Some Other Time: The Lost Session From The Black Forest' en twee dagen later in de studio in Hilversum, een sessie die in 2017 werd uitgebracht als 'Another Time: The Hilversum Concert'. En dan staan ze in juli dus in Ronnie Scott's. Dát er opnamen waren - ze zaten in de privécollectie van DeJohnette - was al iets langer bekend, maar er werd altijd gedacht dat deze te slecht waren om uit te brengen. Bij nader onderzoek blijkt dat echter alleszins mee te vallen. Er zit hooguit wat ruis op de lijn, maar de verrichtingen van de drie musici zijn prima te volgen en de artistieke kwaliteit maakt veel goed.

Want we kunnen zondermeer stellen dat die fans al die jaren gelijk hadden. Evans' baanbrekende en vernieuwende wijze van werken, nu eigenlijk bij de meeste pianotrio's terug te vinden, horen we hier in optima forma. Verdeeld over twee schijven horen we hier twintig nummers, vrijwel zeker niet terug te voeren tot één concert. Het repertoire bestaat voor een groot deel uit standards en een aantal stukken van Evans, die inmiddels ook als standards zijn te benoemen.

Heel bijzonder in die tijd was de ruimte die Evans zijn medemusici bood. Zo horen we in 'A Sleepin’ Bee', 'Yesterdays' en Stella By Starlight' vrij lange bassolo's die hiervan getuigen en in 'Someday My Prince Will Come' en 'You’re Gonna Hear From Me' substantiële bijdragen van DeJohnette. Maar nog veel belangrijker om te benoemen is de opbouw van de stukken. Neem als voorbeeld de standard 'Turn Out The Stars'. Evans begint solo met een duidelijk melodisch patroon, dan vallen Gomez en DeJohnette bij en valt het hechte samenspel op, volledig gericht op harmonie. Of de al even bekende ballade 'Spring Is Here', met direct vanaf het begin dat prachtige, in elkaar verweven samenspel. En het klinkt opvallend simpel wat hier gebeurt, terwijl je weet dat het dat geenszins is.

Terug in Amerika staan ze nog in de Village Vanguard, waarvan het concert van 23 oktober 1968 ook door Resonance werd uitgebracht, in 2012 als 'Live At Art D’Lugoff’s Top Of The Gate' en in de Webster Hall (samen met het concert in Montreux terug te vinden op 'The Complete Bill Evans On Verve') en dan is het klaar. Eind november wordt bekend dat Tony Williams opstapt bij Miles Davis, die net bezig is met 'In A Silent Way'. Een vacature die wordt ingevuld door Jack DeJohnette.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 18.1.21) - [print] - [naar boven]



Cd's
Ward/Verhoeven/Serries/Roberts - 'Imaginary Junction' (A New Wave Of Jazz, 2020)

Opname: 18 juli 2020
Rubicon Quartet - Crosscurrents' (A New Wave Of Jazz, 2020)
Opname: 14 december 2019
Tonus - 'Monograph 50' (Fort Evil Fruit, 2020)
Opname: 13 oktober 2018

Het duo Dirk Serries - Martina Verhoeven vormt inmiddels een vaste waarde in de Belgische vrije improvisatie en ver daarbuiten. Jazz kunnen we het niet echt noemen, mede door het feit dat Serries' wortels meer in de experimentele muziek liggen, maar klassiek is het evenmin. De muziek die die het tweetal maakt past dan ook vaak beter bij die van de Wandelweiser Groep, het label Another Timbre of Insub dan bij de free jazz en aanverwante stromingen. Twee nieuwe cd's en een cassette, alle verschenen bij Serries' eigen A New Wave Of Jazz-label tonen de veelzijdigheid.

'Imaginary Junction' namen Serries en Verhoeven op met twee Engelse gelijkgestemde musici, waar ze reeds eerder mee samenwerkten: Cath Roberts op baritonsax en Tom Ward op fluit, klarinet en basklarinet. Twee zeer intense sets, waarin dit kwartet op zoek lijkt te gaan naar hoe de vier instrumenten en de klanken die ze kunnen voortbrengen (Serries bespeelt op alle drie de albums akoestische gitaar, Verhoeven de piano) zich tot elkaar verhouden. Echt samenvallen doet de muziek daarbij vrijwel nergens, het blijft schuren. Gelukkig, want dat maakt dit album nu net zo spannend. Soms herkennen we de wezenlijke kenmerken van een instrument, klinkt duidelijk de klarinet van Ward, of Verhoevens piano, maar regelmatig is dat helemaal niet het geval. Dan horen we geritsel, gekraak, geknars, een feest van onbestemde klanken, niet direct te herleiden tot een van deze instrumenten. Wat dit album nog specialer maakt is de wijze waarop het tot stand kwam. Waar reizen het afgelopen jaar niet lukte, bracht het internet uitkomst. Serries en Verhoeven zaten in Sint-Lenaerts in de studio, Roberts en Ward in het Engelse Brockley. Via JackTrip-software werden zo letterlijk grenzen overschreden.

Van Covid-19 had het tweede kwartet dat hier aan bod komt, het Rubicon Quartet, tijdens de opnamen in december 2019 gelukkig nog geen last. Een bijzonder kwartet overigens, dat naast Serries en Verhoeven bestaat uit twee oudgedienden uit de Belgische impro: saxofonist Cel Overberghe en trompettist Patrick De Groote. Het zorgt ervoor dat 'Crosscurrents' - wellicht nog wel het meest van alle albums op dit label tot nu toe - de free jazz dicht nadert, al is dat niet de eerste indruk bij opener 'Tonic Field'. Aarzelende noten zoekend naar een melodie, krijgen we hier. Maar met name de stijl van De Groote en Overberghe herinnert ons hier wel aan. Dat die twee overigens inmiddels aardig op leeftijd zijn, bemerk je hier hooguit in positieve zin: hun ervaring betaalt zich hier zonder meer uit. Onder andere in het prachtige samenspel, waarbij ik de dialoog in 'Verbatim' tot de hoogtepunten van dit album reken. De Groote zachtjes, met een demper op zijn trompet, Overberghe met fluwelen toon op zijn altsax. Maar vermeldenswaard is zeker ook 'Airs Out', waarin fragiliteit, weemoed en verlangen hand in hand gaan. Een bijzonder en memorabel album, dat alles in zich heeft om een klassieker te worden.

Tonus is qua samenstelling een wisselend collectief. En voor het concert op 13 oktober 2018 in De Singer, Rijkevorsel, ter gelegenheid van Serries' vijftigste verjaardag, op cassette bij Fort Evil Fruit verschenen onder de titel 'Monograph 50', vroeg hij naast Verhoeven en De Groote saxofonist Colin Webster (met wie Serries vaak samenwerkt), altviolist Benedict Taylor en bassist Nils Vermeulen. De eerste acht minuten van 'Monograph 50.1' horen we nagenoeg niets, de altviool van Taylor klinkt vaag, de gitaar van Serries, een enkele zwakke aanslag van Verhoeven. Heel langzaam krijgt het stuk volume, doemt een boeiend klanklandschap op uit de mist. Juist op dit album schaart Serries zich bij de bovengenoemde, tegen hedendaags gecomponeerde muziek aanschurkende, improvisatoren. '50.2' vertoont een gelijkaardige opzet, al ligt het volume hier wel iets hoger. Ook hier neemt het sextet ons mee op een boeiende reis door de wereld van de klank, waarbij stiltes een bijzonder grote rol spelen.

Labels:

(Ben Taffijn, 15.1.21) - [print] - [naar boven]



In memoriam / Jazztube
Howard Johnson

Op 11 januari overleed Howard Johnson, misschien wel de bekendste tubaspeler in de hedendaagse jazz van de afgelopen decennia. Hij werd 79 jaar oud.

Johnson, geboren in Montgomery, Alabama, op 7 augustus 1941, was een veelzijdige muzikant. Zo speelde hij niet alleen tuba en baritonsax, maar ook andere rietinstrumenten en cornet. Hij verhuisde in 1963 naar New York, waar hij samenwerkte met Charles Mingus (1964-1966), Hank Crawford en Archie Shepp.

In 1966 begon Johnson een samenwerking met Gil Evans, die met tussenpozen zo'n twintig jaar zou gaan omvatten. Eind jaren zeventig vormde hij de tuba-band Gravity, die in 1996 eindelijk de kans kreeg om de studio in te gaan - en te spelen op het Monterey Jazz Festival. Met Howard Johnson's Nubia maakte hij voor het Verve-label als baritonsaxofonist in 1995 zijn debuut met 'Arrival', een hommage aan Pharoah Sanders.

Johnson nam ook op met de bands van Rahsaan Roland Kirk, McCoy Tyner, Jack DeJohnette, Gerald Wilson, Jimmy Heath, Charles Tolliver, George Russell, George Gruntz en The Jazz Composer's Orchestra. Hij beperkte zich niet alleen tot jazz, getuige zijn bijdragen aan albums van Taj Mahal, The Band ('Rock Of Ages', 1972), Muddy Waters' ('The Muddy Waters Woodstock Album', 1975), John Lennon en Yoko Ono ('Double Fantasy', 1980). Ook was Johnson in de jaren zeventig muzikaal leider van de huisband van het satirische programma Saturday Night Live.

In de Jazztube een aflevering van Liner Notes Legends, waarin Howard Johnson vertelt over zijn muzikale opvoeding, een toevallige ontmoeting met Eric Dolphy die hem naar New York bracht en de diverse muzikale relaties die hij heeft opgebouwd gedurende zijn carrière. Met een optreden van Howard's tuba-ensemble Gravity aan het Harlem Meer in Central Park.

Foto: Cees van de Ven

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 13.1.21) - [print] - [naar boven]



Cd-box
Anthony Braxton & Eugene Chadbourne - 'Duo (Improv) 2017' (Braxton New House, 2020)

Opname: 27-30 november 2017

Tussen 27 en 30 november 2017 ontmoetten rietblazer Anthony Braxton en gitarist Eugene Chadbourne elkaar in het fameuze Firehouse 12 in New Haven, Connecticut. Vier decennia wachtte Chadbourne naar eigen zeggen op dit moment! De opnames daarvan werden onlangs door de Tri-Centric Foundation, de stichting die het erfgoed van Braxton beheert, uitgebracht in een acht cd's tellende box: 'Duo (Improv) 2017'.

Het is op zich natuurlijk een bijzonder duo, Braxton en Chadbourne. Ze hebben weliswaar de free jazz met elkaar gemeen, maar verschillen in een aantal zaken als dag en nacht. Komt Braxton overduidelijk uit de jazztraditie, Chadbourne heeft een achtergrond in de americana en de country. Het meegebrachte instrumentarium laat dit duidelijk zien. Braxton heeft zo ongeveer alle type saxofoons bij zich, van de sopranino tot de zelden gebruikte contrabassax, evenals een contrabasklarinet en Chadbourne bezit een uitgebreidde collectie gitaren en banjo's, deels geprepareerd. Genoeg hardware dus voor dit muzikale avontuur, verdeeld over acht schijven en evenzoveel stukken, gewoon aangeduid met 'Improv One' tot 'Improv Eight'. Ze duren allemaal net geen uur, een zandloper bewaakte de tijd.

En het is, zoals eigenlijk altijd bij vrije improvisatie, boeiend om te horen hoe de twee hier samen hun weg zoeken. Ze bieden elkaar uitgebreid de ruimte voor solo's, vaak ook het geschikte moment om van instrument te wisselen, intussen wachtend op het geschikte moment om iets bij te kunnen dragen dan wel het geluid te verrijken. Soms putten deze musici zich uit in abstracties, klanken zonder bestemming, maar regelmatig vinden ze elkaar ook in een melodie, in een ritmisch patroon. Mooie voorbeelden zijn de duidelijk aan folk referende passages op verschillende momenten in deze sessies.

Daarbij is dit een mooie combinatie van instrumenten. Want waar vindt je een banjo in de free jazz? En dat in combinatie met een contrabassaxofoon. Alleen al die combinatie van instrumenten maakt deze box meer dan de moeite waard. Die collectie saxofoons geeft Braxton de gelegenheid lange lijnen te trekken, waarin boventonen een grote rol spelen, terwijl Chadbourne zich meestal tot tokkelen beperkt, een totaal ander scala aan klanken oproepend, zeker als het gaat om die banjo. Van vermenging is dan ook meestal geen sprake. Al zijn er ook op die regels uitzonderingen. Zo grijpt Chadbourne op meerdere momenten naar zijn elektrische gitaar om vergelijkbare klankwerelden op te kunnen roepen.

Over het algemeen gaat het er redelijk beheerst aan toe in deze improvisaties. Het lijkt de twee meer te doen om het bouwen van een interessante klankwereld dan om te overdonderen. Maar ook op deze regel zijn uitzonderingen: zo nu en dan laat Chadbourne zijn gitaar wel heel vervaarlijk grommen en janken, iets dat Braxton nogal eens uitnodigt om er met zijn bassax nog een schepje bovenop te doen.

Klik hier om deze cd-box te beluisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 9.1.21) - [print] - [naar boven]



Cd
Michael Moore portret - deel 3

Hemingway, Phillips & Moore - 'Slips' (Ramboy, 2020)
Opname: 13-14 februari 2020

Ook dit album werd live opgenomen in Splendor (een maand later dan 'Cretan Dialogues'), maar is een heel ander beestje. Kreeg je op de kwartetplaat vooral Moore de componist en bandleider te horen, dan gaat het hier om de improvisator. En daarvoor krijgt hij gezelschap van twee andere uitgeweken Amerikanen. Drummer Gerry Hemingway, die vooral faam verwierf via het legendarische Quartet van Anthony Braxton, speelde voor het eerst met Moore in de late jaren tachtig en is sinds zijn verhuizing naar Zwitserland weer vaker in de buurt. Derde man is bassist Barre Phillips, veteraan van vele veldslagen, pionier van de soloperformance en een muzikant die speelde met talloze van Moore's muzikale helden, van Steve Lacy (die eer bewezen wordt via de songtitels) en Jimmy Giuffre tot Ornette Coleman en Paul Bley. Samen gaan deze drie resoluut voor de vrijheid.

In vier stukken, samen goed voor een uur, spelen ze muziek die wortels heeft in de Amerikaanse freejazztraditie, maar hier in evenwicht gehouden met een meer Europees getinte insteek. De drie beheersen de jazztaal dan ook tot in de puntjes, iets dat onvermijdelijk doorsijpelt in hun spel, maar begeven zich ook richting non-idiomatische vrijheid. Doorheen dit geduldige uurtje krijg je een behoorlijk brede staalkaart aangereikt, met momenten van abstract textuuronderzoek, maar ook passages die teren op dwingende repetitiviteit of nu en dan zelfs een verrassend melodieus moment. Hemingway oefent een indrukwekkende controle uit op klankkleur en timbres, en verkiest soms een ultra-rudimentaire aanpak, maar gaat soms ook perfect op met de geïnspireerde Phillips, die zowel met vingerwerk als met de strijkstok imponeert.

Moore belandt zo in een zetel en krijgt de vrijheid om altsax, klarinet, basklarinet en even zelfs bird whistles in te zetten. Soms gebeurt dat met een samenhang en vanzelfsprekendheid die suggereert dat er geplande passages in zitten, maar vermoedelijk is niets minder waar. De drie musiceren vanuit het moment, maar houden duidelijk ook de spanningsboog in het achterhoofd, want je hebt voortdurend het gevoel dat het ergens naartoe gaat. De gemoedelijke ambiance spat van de opnames, maar ook van het spaarzame commentaar tussen de stukken, met het ritualistisch getinte 'Slides' als slotstuk van een afwisselende reis langs kamermuziekachtige verfijning, oefeningen in abstractie en momenten waarop alle stukjes plots op hun plaats vallen (hoor eens hoe mooi het album uitdooft).

Geen makkelijk tussendoortje en al helemaal geen robuuste energiestoot, maar een beheerste collectieve exploratie die eigenzinnig ingevuld wordt. En dat heeft het album dan weer gemeen met de twee andere. Bij Moore gaat het er altijd net dat ietsje anders aan toe. Het referentiekader voelt vertrouwd aan, de uitvoering zorgt soms voor een verrassende struikelbeweging. Het houdt ook de luisteraar op z’n qui vive.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be | Foto: Cees van de Ven

Labels: ,

(Storm Bakker, 6.1.21) - [print] - [naar boven]



Cd's
Vicente/Brice/Sanders - 'Unnavigable Tributaries' (MulitKulti Project, 2020)

Opname: 20 mei 2019
Rubicon Quartet - 'Goes Without Saying, But It's Got To Be Said' (JACC, 2020)
Opname: 19 juli 2020
In Layers - 'Pliable' (FMR, 2020)
Opname: 17 mei 2018

De ook in onze contreien bekende Portugese trompettist Luís Vicente timmerde in het voorbije jaar behoorlijk aan de weg. Niet alleen verscheen er het soloalbum 'Maré', dat door collega Cees van de Ven hier enthousiast werd besproken, ook verschenen 'Unnavigable Tributaries', dat Vicente opnam met bassist Olie Brice en drummer Mark Sanders, en 'Goes Without Saying, But It's Got To Be Said', dat hij maakte met saxofonist John Dikeman, bassist William Parker en drummer Hamid Drake. Tot slot verscheen 'Pliable', een nieuw album van In Layers, dat Vicente vormt met gitarist Marcelo Dos Reis, pianist Kristján Martinsson en drummer Onno Govaert.

Op 'Unnavigable Tributaries' klinkt Vicente vaak opvallend lyrisch. In opener 'Côa' bijvoorbeeld, al kruidt hij ook hier zijn spel regelmatig. Overigens net als in 'Tua', waar we Sanders en Brice hermetisch ritmische patronen horen produceren, terwijl Vincente zich op zijn trompet op creatieve wijze tussen melodie en abstractie beweegt. Ze sporen elkaar hier duidelijk aan tot grote hoogte. Dat Sanders een meer dan bijzondere drummer is, merk je in de razende solo in ditzelfde stuk. Bijzonder is ook Vincentes klank in 'Sabor'. De hoge klank, duidelijk veroorzaakt door het gebruik van een demper, en het wah-wah effect maken dit tot een zeer boeiend stuk. Bijzonder zijn ook zeker de zeer experimentele stukken 'Corgo' en 'Tavora', die zijn soloalbum weer in herinnering roepen. Vincente bespeelt zijn trompet hier afwisselend zeer onorthodox en op wat meer traditioneel melodische wijze, mede dankzij de wederom ritmische structuur, die uitmondt in twee krachtige stukken.

Een deel van het kwartet Vicente-Dikeman-Parker-Drake kennen we reeds. Dikeman maakte met Parker en Drake het prachtige 'Live At La Resistenza' en in 2019 waren ze nog te horen bij Sound In Motion. Naar aanleiding van het concert merkte ik op: 'Ook deze set, maar dat is dan ook onderhand het handelsmerk van dit trio, is van een meer dan aanstekelijke ritmiek. Vooral bassist Parker is als geen ander in staat om met heel weinig klank zeer ritmisch te spelen. Drake doet daar geenszins voor onder, al heeft hij wel iets meer nodig om hetzelfde doel te bereiken'. Op 'Goes Without Saying, But It's Got To Be Said' - ook de weerslag van een liveconcert, maar nu van juli 2020 - kunnen we hetzelfde etiket plakken. Constant is hier sprake van dat stomende ritme, waar vooral Parkers bas debet aan is en wat voor de twee blazers de perfecte voedingsbodem vormt voor de meest dwarse solo's denkbaar. Een prachtig moment zit net voorbij de helft van de '1st Sentence'. Het ritme is dansbaar en de twee wisselen elkaar af met enthousiaste, kruidige solo's. Na een smaakvol en harmonieus '2nd Sentence' horen we Drake zingen in '3de Sentence', op rustiek basspel van Parker. Hier worden allereerst de Afrikaanse wortels van de jazz geëerd, gevolgd door een lucide klankspel waarin trompet en tenorsax elkaar prachtig afwisselen.

Vincente mag ook 'Pliable' openen. Het eerste nummer 'Supple' vangt aan met een zeer aangename, ingetogen solo, waarin melodisch materiaal wordt afgewisseld met indrukwekkende klanksculpturen. Dos Reis, Martinsson en Govaert horen we zacht op de achtergrond. Het verdere verloop is al even ingetogen en vol akoestische verrassingen. In 'Malleable' valt vooral het dwarse staccato gitaarspel van Dos Reis op, waar Vicente verderop overigens prachtig op aansluit. Al even grillig is het pianospel van Martinsson in 'The Whippy', even later uitmondend in een enthousiast duet met Dos Reis. En ook hier weer een prachtig melodieuze solo van Vicente, overigens wederom voorzien van dat ruwe randje en doorsneden door Govaerts duistere slagen. En slaat 'Elastic' op Vicente's trompet? Hij klinkt hier in ieder geval alsof hij hem binnenstebuiten heeft gekeerd. Schurend, ploppend en proestend werkt hij zich hier door de noten heen, geflankeerd door zachte klanken van zijn kompanen. Na het vrij ritmische 'Ductile' horen we het kwartet tot slot in het verstilde 'Pilant'. Ook hier is het vooral het gitaarspel van Dos Reis dat opvalt, geflankeerd door de droge slagen van Govaert.

Labels:

(Ben Taffijn, 3.1.21) - [print] - [naar boven]



Cd-box
Ken Vandermark e.a. - 'Unexpected Alchemy' (NotTwo, 2019)

Opname: 7-10 november 2017 / 14 mei 2018

Het is bijna 2021 en om dan nog een album op te pakken uit 2019... Dat moet dan wel heel bijzonder zijn. Nu dat geldt zeker voor 'Unexpected Alchemy'. Heel veel platenmaatschappijen zijn er immers niet die het aandurven om een 7 cd-box met alternatieve jazz uit te brengen. NotTwo doet het, al jaren. Zo ook de weerslag van deze 'Unexpectable Residency' van Ken Vandermark tijdens de Jazz Autumn 2017 in het Poolse Krakow, met een keur aan vooraanstaande musici. Alleen al daarom moet deze, ook nog eens prachtig uitgevoerde box alsnog aan bod komen. Bij deze.

Verspreid over zes cd's krijgen we hier nagenoeg alle concerten die tijdens de eerste vier dagen van deze residentie plaatsvonden. En of dat nog niet genoeg is, vinden we nog een bonus-cd met een concert van een half jaar later in München, waarover later meer.

7 November. We starten deze residentie met een optreden van het duo dat Vandermark vormt met trompettist Nate Wooley. Twee lange stukken spelen ze hier in Krakow. De muziek beweegt zich tussen prachtig harmonisch samenspel en knetterende improvisatie, waarbij de grenzen van de mogelijkheden die deze instrumenten bieden, danig worden overschreden. En het meest bijzondere hier is dat die twee werelden elkaar consequent afwisselen. De tweede helft van deze schijf vult drummer Steve Noble met al even aantrekkelijk als 'unexpected' spel. Twee dames besluiten deze avond: Ikue Mori en Mette Rasmussen, met een zeer fascinerend klanklandschap. De geluiden uit Mori's computer en Rasmussens altsax versterken elkaar hier op grootse wijze.

8 November. Op verzoek van Rasmussen ontbreekt haar soloset in deze box. Tijd dus voor een volgend duo, dat van John Butcher en Nate Wooley. En ook hier valt de vrije expressie op, de speelsheid en de verrassende, vaak opvallend verstilde klankwereld. De verrichtingen van deze twee blazers doen hier dan ook soms meer denken aan experimentele elektronica dan aan free jazz. De set van het trio Vandermark-Mori-Noble behoort zonder meer tot de hoogtepunten van deze box. Schitterend hoe Mori en Noble hier een uitermate spannende klankwereld weten te creëren, waar Vandermark naar hartenlust in kan rond dwalen. Daarbij ontlokt hij de meest onwaarschijnlijke klanken aan zijn instrumenten.

9 November. Eerst Joe McPhee solo, een prachtige monoloog. McPhee is een verhalenverteller, iets dat hij hier doet middels zijn tenorsax en zaktrompet, al horen we hem soms ook vocale kreten uiten. Mooie harmonieuze, bijna ontroerende momenten wisselt hij af met rauwe klanken, golven valse lucht en driftig kleppenspel. Daarna bundelen Butcher en Vandermark hun krachten in een grenzeloos ritueel. Prachtig hoe de twee elkaar hier al sputterend, ploppend, kermend en knarsend aanvullen. Tot slot van die avond klinkt het enige kwartet tijdens deze marathon: Kessler-Noble-Rasmussen-Wooley. Over 'unexpected alchemy' gesproken, daar is hier zeker sprake van. Rasmussen en Wooley trekken zodanig samen op dat maar met moeite te onderscheiden is wie aan zet is en het duo Kessler-Noble zorgt hier voor een ritmisch spervuur aan klanken.

10 November. We beginnen met een boeiende en vaak verrassend ingetogen set van Kessler-McPhee. Iets dat het gebruik van een enigszins verontrustend klankpalet geenszins uitsluit. Bijzonder ook hoe dicht het geluid van de tenorsax en de contrabas elkaar hier raken. John Tilbury horen we niet vaak meer in de vrije improvisatie, iets dat deze set met John Butcher al bijzonder maakt. De spanning zit er direct in met heftige piano-aanslagen waar Butcher zich met hoge noten tussen wringt. Lange tijd bepaalt dit het klankbeeld, tot Tilbury zich in melodieuzere sferen begeeft en de twee in meer dan boeiend samenspel belanden. Een tweede hoogtepunt van deze box. Tot slot nog een trio met twee nieuwe deelnemers: de percussionisten Hamid Drake en Eddie Prévost, nog zo iemand die we niet vaak meer op het podium vinden, en de aanstichter van al dit moois: Ken Vandermark. Het zijn hier Drake en Prévost die beginnen met een vrij lange, enigmatische partij, waarna Vandermark in dezelfde stijl aansluiting zoekt. De opmaat tot een zeer afwisselende set, waarin met name de hechte samenwerking tussen Drake en Prévost opvalt, een duo dat gaandeweg voor een strak ritme zorgt waar Vandermark prachtig op inspeelt.

De bonus-cd bevat opnamen van het trio Prévost-Tilbury-Vandermark van 14 mei 2018 in München. Het is hetzelfde trio dat tijdens het festival op 11 november aantrad. Blijkbaar vonden de heren deze set echter meer geschikt om in deze box uit te brengen. Wederom een prachtig concert, tevens geheel anders van karakter dan het voorgaande. Dit is vrije improvisatie die meer aan hedendaags gecomponeerde muziek doet denken dan aan free jazz. Gezien de achtergrond van Prévost en Tilbury natuurlijk ook niet zo verwonderlijk. Spookachtige klanknevels, relatief veel stilte, een enkele lang resonerende noot. Een set die uitnodigt tot contemplatie.

Foto: Cees van de Ven

Labels:

(Ben Taffijn, 29.12.20) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Michael Moore portret - deel 2

Michael Moore Fragile Quartet - 'Cretan Dialogues' (Ramboy, 2020)
Opname: 13-14 februari 2020

Moore's Fragile Quartet startte in 2007 door het bij elkaar brengen van twee generaties uit twee continenten. Enerzijds had je Moore en collega-expat Michael Vatcher (drums), en daarnaast jongelingen Harmen Fraanje (piano) en Clemens van der Feen (bas), muzikanten met een heel andere achtergrond, maar wel de souplesse om aan de slag te gaan met de schetsen van de leider. Binnen het Fragile Quartet, waarin Vatcher nu vervangen werd door meester Gerry Hemingway, een oude bekende, wordt doorgaans gemusiceerd op meer ingetogen terrein, maar dan wel met een forse portie vrijheid. De composities zijn vaak beknopt en/of eenvoudig en krijgen gaandeweg meer uitwerking. Of zoals een tekstflard in het artwork samenvat: You travel, you get ideas. A time, a place, and unsolicited information coming in. Flesh it out, give it to the musicians and there you have it.

De ideeën komen spontaan, en met een vergelijkbare openheid worden ze vervolgens uitgewerkt. Moore deed voor deze plaat inspiratie op tijdens een reis naar Kreta, en die krijgt hier gestalte in twee mini-suites en een reeks meer op zichzelf staande composities. De twee 'Cretan Dialogues' bestaan elk uit drie delen en laten het kwartet op z'n meest coherent en gestroomlijnd horen. Het eerste trio start met een repetitieve ondergrond en fladderende altsax, met Fraanje die zich opnieuw ontpopt tot een van de subtielste pianisten van het moment, met een toucher dat vaak sterker aan de klassiek herinnert dan aan de jazz. Verderop laat Moore de altsax zingen met een delicaat-hunkerende sound.

Parelende piano en pulserende bas starten de tweede trilogie, die melancholisch dobbert op een mediterrane flair. 'Doldrums' en 'Leaving Paleochora' zijn uitgedund en samengesteld met uiterst subtiele tinten. Op de rest van het album worden sound, sfeer en aanpak iets meer opengetrokken en kan de muziek bewegen tussen sobere passages, die herinneren aan klassieke Jimmy Giuffre-opnames, naar krachtigere interactie. Zo start 'Content (For Saul Leiter)' een wispelturige interactie op, die ook terugkeert in het even korte als ongrijpbare 'A Little Box Of Jazz', dat volgestouwd is met muzikale schijnbewegingen. En als 'Rola-Turca' even herinnert aan exotisch geschuifel à la ICP, dan verdampt het iele 'Slowly, Slowly' terwijl je erop staat te kijken.

Ook nu wordt weer duidelijk dat het Fragile Quartet een bijzondere plaats inneemt, in het oeuvre van Moore, maar ook binnen de Nederlandse jazz. Het gestroomlijnde dat in veel van de muziek zit, gaat steevast samen met een forse dosis vrijheid die ondanks een zachtaardig karakter voldoende pit heeft. Bovendien krijg je hier en daar plaagstootjes uitgedeeld, zodat je je er steeds weer van bewust bent dat je overgeleverd bent aan een band die de teugels in handen heeft en het vermogen om de muziek op elk moment te kunnen transformeren zonder toevlucht te moeten nemen tot opzichtig geharrewar. Alweer een mooie plaat dus, bovendien live opgenomen in Splendor, een culturele vrijplaats die wordt gerund door meer dan 50 muzikanten.

In de Jazztube zie je het concert dat het Michael Moore Fragile Quartet op 19 januari 2020 gaf in de Pletterij, Haarlem.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be

Labels: , ,

(Guy Peters, 28.12.20) - [print] - [naar boven]



Festival
Overtreffende drumtrap

Sun-Mi Hong Quintet, zondag 22 november 2020, Amersfoort Jazz Online, De Lieve Vrouw, Amersfoort

Amersfoort Jazz Online presenteerde 19 Dutch World Jazz-acts voor een internationaal kijkerspubliek online. Daarbij lag de nadruk op eigenzinnige vrouwen in de muziek, die we in een serie van vier recensies de revue laten passeren. Vandaag het vierde en laatste deel.

Na de uitgebreide aandacht in Jazzism, de landelijke dagbladen, de NPO-televisie en zo'n beetje alle radioprogramma's, podcasts en webmagazines die er zijn, is het verhaal van Sun-Mi Hong gevoeglijk bekend. Zij groeide op in kerkelijke kringen in Zuid-Korea en moest hemel en aarde bewegen om op drumles te mogen. Ze kwam naar Nederland om te studeren aan het Conservatorium van Amsterdam, waar ze het eerst heel moeilijk had, omdat ze geen Engels kon. Spoedig werd haar talent erkend door haar docenten en medespelers en werd ze op handen gedragen en overstelpt met loftuitingen en beloningen. Het festival Amersfoort Jazz maakte haar tot Artist in Residence en liet haar optreden met Alto For Two en haar eigen SMH Quintet. Het waren a priori hoogtepunten in haar jaar, want de crisis haalde een genadeloze streep door de internationale tournee van 60 concerten.

Wij zagen de kleine Zuid-Koreaanse al een paar keer eerder met haar kwintet, steevast bestaande uit Alistair Payne, Alessandro Fongaro, Nicolò Ricci en Young Woo Lee. Het optreden op zondagmiddag in De Lieve Vrouw was van deze reeks de overtreffende trap.

Het materiaal kwam van het album 'A Self Strewn Portrait'. Een suite opgebouwd uit 10 compositorische pareltjes; de gelaagde muziek bevindt zich op het kruispunt van impressionisme en expressionisme. Uitgebalanceerde, vernieuwende, organische post-bop-almost-free-jazz, waarbij de uiteenlopende kwaliteiten van het vijftal tot het uiterste benut worden. De muziek is als een organische suite, vanuit stilte evoluerend tot grof geweld, dan weer deinend op dromerige repetitie van Ravelliaanse akkoorden, met uitgestrekte melodielijnen. Subtiel polyritmisch, spelend met klankkleur, reliëf en ruimte.

De aimabele drumster leidt haar manschappen met straffe hand door haar muziek. Enigszins gekromd en voorovergebogen, met de ogen dicht en waar nodig de tong tussen de lippen geperst, verorbert zij haar drumstel met een verrassende intensiteit. In haar spel verenigt zij op indrukwekkend innovatieve wijze elementen die wij alleen kennen van de grote slagwerkers, waarvan zij zelf het merendeel niet schijnt te kennen. Accelererende fills, prikkelende ghost notes, elitaire tikjes op de rand, ruisende bekkens, zingende toms. Alles zit erop, alles komt voorbij, zo ook de traditionele buk-drums in het nummer 'Kasi', door Amersfoort Jazz gebombardeerd tot anthem van het festival.

De Italiaanse saxofonist Ricci en de Schotse trompettist Payne, die wij zelden waarnemen buiten de band van Hong, zijn twee tonale schilders, die het ongebreidelde van Picasso verenigen met het bedachtzame van Mondriaan. En soms blijven de heren in hun eentje over. Hoogtepunt is wanneer Payne zijn zuivere trompetklank stapsgewijs laat veranderen in voorgewende musique concrete: een huilende baby, een kermende vrouw, een krolse kater, een huilende wind. De ingetogen pianist Young Woo Lee is en blijft ongrijpbaar. Zijn ontwikkelde spel, een eigenaardige mix van Monk en Ravel, is zowel lyrisch als intellectualistisch van aard. Opvallend is dat Lee altijd en overal in dienst staat van het geheel, terwijl zijn spel van begin tot eind juist eigenaardig blijft. Naar verluidt was het concert in Amersfoort zijn laatste publieke optreden in Nederland, omdat zijn vaderland hem opeist voor militaire dienst. Een groot gemis voor Sun-Mi Hong, die na het optreden aan ons laat weten dat zij nog niet weet hoe ze het gemis gaat opvangen. De dag ervoor speelde ze met Xavi Torres, binnenkort met Harmen Fraanje, maar misschien probeert ze het met nog een blazer.

Foto's: Nico Brons

Labels: ,

(Storm Bakker, 27.12.20) - [print] - [naar boven]



Cd's
Mars Williams - 'Mars Williams Presents An Ayler XMas - Volume 3: Live in Krakow' (NotTwo Records, 2019)

Opname: 9 december 2018
Mars Williams - 'Mars Williams Presents An Ayler XMas - Volume 4: Chicago Vs NYC' (Astral Spirits, 2020)
Opname: 15 en 21 december 2019

Het blijft een succesnummer, kerstliedjes combineren met de muziek van Albert Ayler, een van de grondleggers van de free jazz, waar saxofonist Mars Williams en zoveel anderen meer dan schatplichtig aan zijn. En na de delen een en twee van 'Mars Williams Presents An Ayler XMas', verschenen in 2017 en 2018 bij Williams' eigen Soul What Records, begint het zo langzamerhand een traditie te worden. Vorig jaar verscheen deel drie bij NotTwo Records, dat hier nog niet aan bod kwam, en een paar weken geleden volgde deel vier bij Astral Spirits.

Ik betoonde mij hier reeds enthousiast over de eerste twee delen, mede dankzij het feit dat Williams ermee rondreist, overal spelend met plaatselijke musici. Iets dat ervoor zorgt dat ook deze twee cd's - of eigenlijk drie, want deel vier is een dubbelalbum - iedere keer een andere bezetting kennen. Zo vinden we voor het concert in Krakow, waarvan drie stukken op deel drie zijn verzameld, naast Williams trompetiste Jamie Branch, bassist Mark Tokar, drummer Klaus Kugel en gitarist Knox Chandler, samen met Branch ook verantwoordelijk voor de elektronica. Een bezetting die vuurwerk voorspelt. Het begin van 'The Hanukkah-XMas March Of Truth For 12 Days Of Jingling Bells With Spirits' maakt het reeds waar. Als in een koortsdroom, tot Willams en Branch invallen en de kerstsfeer zich af begint te tekenen in stemmige blazerslijnen, via een steeds sneller ritme uitlopend in de welbekende chaos. Dat blijkt een patroon en niet alleen in dit nummer.

Ook in 'Noel Omega / 't Was The Night Before The Frosty Island Harvest XMas' geeft dit kwintet weer een bijzonder explosieve draai aan die melige kerstklassiekers, inclusief een voordracht door Willams. En wat daarbij het meest opvalt is het onbekommerde speelplezier en het grote enthousiasme waarmee deze musici deze bijzondere combinatie van eigenlijk niet bij elkaar passende muziekstijlen ten gehore brengen. Maar daar blijft het niet bij. De wijze van musiceren is zeker zo bijzonder, vernieuwend en grensverleggend. Zo zitten in beide stukken en in 'The Heavenly Home Carol Of The Bells' een aantal passages die we eerder tegenkomen in de wereld van de experimentele elektronica dan in die van de free jazz.

Deel vier, met concerten opgenomen in Chicago en New York, doet er niet voor onder, al speelt de elektronica hier geen noemenswaardige rol. Wel komen we weer 'The Hanukkah-XMas March [...]' tegen; het stuk werd zowel in Chicago als in New York gespeeld. En natuurlijk klinken alle drie de uitvoeringen totaal anders. Onder andere doordat Williams zich in Chicago liet vergezellen door Josh Berman op cornet, Jim Baker op piano, altviool en analoge synthesizer, Kent Kessler op bas, Brian Sandstrom op gitaar, bas en trompet, Katinka Kleijn op cello en Steve Hunt op drums, die overigens dit stuk mag openen. Verder vallen hier zeker de bijdragen van altviool, cello en contrabas op. Het lijkt soms wel hedendaagse kamermuziek. En o ja, hier komt ook nog 'O Dennenboom' voorbij. Voor het concert in New York bond hij trombonist Steve Swell, bassist Hilliard Greene, drummer Chris Corsano, gitarist Nels Cline en cellist Fred Lonberg-Holm aan zich. Vermeldenswaard hier is de prachtige en zeer onstuimige solo van Cline, naast de spannende bijdragen van Williams en Swell.

'Noel Omega' vinden we op deze cd eveneens twee keer, maar hier gecombineerd met 'Change Has Come For The Three Kings Who Lit The Tiny Candles', met als toevoeging 'In Chicago' respectievelijk 'In NYC'. Het zijn wederom spraakmakende uitvoeringen, waarin mierzoete melodieën gekruid worden met dwarse uitspattingen. Een ander mooi voorbeeld van uitersten is 'Did You Hear They Found Light In Darkness Looking For Chestnuts?' uit het concert in New York, waarin stemmige momenten worden afgewisseld met heftige partijen.

Beluister Mars Williams Presents An Ayler Xmas Volume 3 en Volume 4.

Labels:

(Ben Taffijn, 23.12.20) - [print] - [naar boven]



Festival
Betoverend fluistersprookje

Margriet Sjoerdsma Odelion Orchestra, vrijdag 20 november 2020, Amersfoort Jazz Online, De Lieve Vrouw, Amersfoort

Amersfoort Jazz Online presenteerde 19 Dutch World Jazz-acts voor een internationaal kijkerspubliek online. Daarbij lag de nadruk op eigenzinnige vrouwen in de muziek, die we in een serie van vier recensies de revue laten passeren. Vandaag het derde deel.

Het is anno 2020 bon ton om als Nederlandse jazzzangeres in Noorwegen in retraîte te gaan. Om tot rust te komen, in harmonie met de natuur te komen, te zoeken naar de stem van de aarde, de oermelodie. Ook Marloes Sjoerdsma trok zich er terug, in 2017, in een eenzame blokhut vernoemd naar Sint Odilia van de Elzas, waar zij de muziek en teksten naar de oppervlakte van haar gemoed masseerde.

De zangeres met de vele gezichten (ze staat op elke foto weer anders en ondergaat een voortdurende mysterieuze morfose) stelde vervolgens een ensemble samen onder de naam Odelion, waarmee zij rustieke dramapop vertolkte. Het pareltje 'Lying Hearts That Lie Awake At Night' floreert op internet. Inmiddels is het ensemble omgevormd tot een klein kamerorkest met drie blazers en drie strijkers, gegroepeerd rond de meditatieve pianist Jeroen van Vliet. Met dit ensemble, Odelion Orchestra genoemd, beklimt ze zo goed en kwaad als het kan vanwege de crisis de podia. Vrijdag 20 november opende zij de 42ste editie van het live-gestreamde festival Amersfoort Jazz met de suite 'Northern Lights'.

Wij mochten daar als een van de weinigen bij zijn en konden als liefhebber ons geluk niet op. Het magistraal klinkende miniorkest Odelion overtuigde in de verder lege theaterzaal van De Lieve Vrouw van begin tot eind met uitgesponnen, dynamische, fijnbesnaarde en breekbare neo-klassiek. 'Northern Lights' is eclectische kamermuziek met elementen van folk, jazz, pop en kleinkunst, smaakvol gearrangeerd door de bandleden zelf, waaronder celliste Annie Tångberg en trombonist Louk Boudesteijn. Zonder drums, bas en elektrische gitaar klinkt deze bezetting veel akoestischer dan de vorige bezetting, wat goed blijkt in de uitvoering van 'Lying Hearts'. Op gezette tijden hield Sjoerdsma even stil en was er ruimte voor fantasierijke improotjes door bastrombonist Pablo Martinez, die bovendien een staaltje gipsy vocalen mocht vertonen, en hoornist Romain Bly. Uiteraard zongen de violisten Isabella Petersen en Vera van der Bie meerstemmig mee en speelde de laatste als eerste een stukje op haar zingende zaag.

Indrukwekkend, hoe het ensemble voor de lege tribune bezield muziek maakte, zonder de ontvankelijke partij - die de handen zeker had stukgeklapt. Nu maar hopen dat de mensen thuis genoten hebben van de suite, die als een fluistersprookje aan het geestesoor voorbij trekt. Margriet Sjoerdsma zingt ons een verhaal voor het slapen gaan. Zij laat de luisteraars denkbeeldig neervlijen aan haar boezem en wiegt hen sussend naar haar mistige dromenland. Zij verbrak zelf de betovering toen ze opeens reclame begon te maken voor haar plaat. Dat doen artiesten gewoonlijk aan de bühne, om nog wat over te houden aan de muze. Maar gelukkig hield de frêle schoonheid het kort en zette ze met een ijle uitvoering van 'Wish Upon A Star' en een mixolydische oorwurm over de liefde een mooie streep onder het optreden.

Foto's: Peter Putters

Labels: ,

(Storm Bakker, 21.12.20) - [print] - [naar boven]



Cd
Michael Moore portret - deel 1

The NDR Bigband with Michael Moore - 'Sanctuary' (Ramboy, 2020)
Opname: 22 juni 2017

Door zijn ingetogen stijl zie je het snel over het hoofd, maar rietblazer Michael Moore blijft een van de sleutelspelers van de Nederlandse jazz en improvisatie. Zijn veelzijdigheid en meesterschap - als componist, arrangeur, bandleider en improvisator - bewees hij een tijd geleden nog met drie fraaie releases op zijn eigen Ramboy-label. Vandaag het eerste schijfje: 'Sanctuary', Moore's samenwerking met de NDR Bigband.

Op de drie dozijn releases die Moore intussen uitbracht via Ramboy hoor je vooral kleinere bezettingen, van trio's tot kwintetten, maar natuurlijk heeft de man ook ervaring met grotere ensembles. Zo organiseerde hij ter gelegenheid van zijn zestigste verjaardag nog een 8-koppig Bigtet, hoorde je hem onlangs met het Xavier Pamplona Sextet, en dan is er natuurlijk het ICP Orchestra, een tentet dat regelmatig in de weer is met extra gasten, zoals op hun recentste worp, 'De Hondemepper'. Maar een echte bigband is natuurlijk nog wat anders. Een uitnodiging door de 18-koppige Hamburgse NDR Bigband laten schieten was geen optie. In januari van 2019 kwam de bende een week samen voor repetities, opnames en performances, met Sanctuary als resultaat.

In plaats van te werken met een nieuw repertoire koos Moore ervoor om eigen materiaal te recycleren. De meerderheid van de composities verscheen op eerdere Ramboy-releases, sommige uit het vorige millennium. Twee arrangementen bestonden al, de rest was op maat van dit project. Het resultaat is wat grootser opgevat dan de doorsnee releases (wat wil je, met naast de leider nog dertien blazers), maar getuigt al net zozeer van Moore's veelzijdigheid. Overweldigend ensemblespel hoor je hier trouwens zelden, het is niet dat soort plaat. Veeleer dan in te zetten op collectieve kracht, bonkende swing en bombast, maakt Moore vooral gebruik van dynamische mogelijkheden, variatie in klankkleur en stijl.

Er gaapt zo een behoorlijke afstand tussen de Stravinsky-hommage 'Igor' (dat een pak meer vrijheid toelaat dan een gemiddelde orkest-performance), het sepiakleurige 'Trouble House' (een prachtig ontluikend stukje americana) en 'Fogo Von Slack', dat Moore ooit schreef voor een blazerskwintet, maar hier sereen uitgevoerd wordt door een klarinettrio. De medley waarmee geopend wordt, 'Sweet-Briar/Southwesterly', was oorspronkelijk geschreven voor Moore's Fragile Quartet en krijgt hier een toepasselijk genuanceerde uitvoering, terwijl 'Anomalous Soul', ooit nog opgenomen door Moore met Fred Hersch en Mark Helias, ook hier innig samenspel van klarinet, piano en bas in de kijker zet.

De fijnbesnaarde arrangementen neigen soms haast naar de klassieke wereld, maar blijven ook verrassen. Zo breekt Sandra Hempels gitaar 'Brunheiras' stekelig open, wordt er in 'Providence' lekker uitvoerig gesoleerd zonder er zo'n klassieke bigband-parade van te maken en gaat het titelnummer, een stuk voor Moore's moeder, uiteindelijk mikken op de heupen, met de leider die de ronkende basklarinet nog eens ter hand neemt. Moore en compagnie blijven op smaakvol en elegant terrein, maar dan zonder de steriele interactie of pompeuze kitsch die daar vaak bij komt kijken. Je hoort het spelplezier, ook al is het dan van een heel andere soort dan de Hollandse anarchie. Mooie bonus: achter de drumkit zit niemand anders dan Tom Rainey.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be | Foto: Cees van de Ven

Labels: ,

(Guy Peters, 19.12.20) - [print] - [naar boven]



Concert
Invoelbare vrijheid

Joost Lijbaart ft. Kika Sprangers & Wolfert Brederode, vrijdag 11 december 2020, Paradox, Tilburg

Het is paradoxaal dat een muzikant, in dit geval multi-percussionist Joost Lijbaart, juist in coronatijd een nieuw album met de naam 'Free' uitbrengt. Een geheel of gedeeltelijke lockdown brengt, zeker voor een muzikant, eerder beperkingen dan mogelijkheden met zich mee. Deze beperkingen zijn voor de reislustige Lijbaart niet anders geweest, maar kennelijk heeft hij van de nood een deugd gemaakt. Een intens verlangen om een soloalbum te creëren is hiermee gerealiseerd. Behalve drums bespeelt de sideman van Youri Honing Acoustic Quartet en lid van Under The Surface het harmonium, een diversiteit aan gestemde percussie, het klokkenspel, Chinese trommels en vibrafoon. Soloalbums van drummers zijn een zeldzaamheid. De drummer is essentieel bij de totstandkoming van de sound van een muziekformatie, maar in de kern is deze begeleidend van aard. Joost Lijbaart zal ongetwijfeld inspiratie hebben geput uit het oeuvre van illustere voorgangers. Ook biedt de voortschrijdende techniek op het gebied van multitracking een zee aan mogelijkheden.

Voor de live-uitvoering van het album 'Free' wordt de drummer echter begeleid door saxofonist Kika Sprangers en pianist Wolfert Brederode. Het arsenaal aan percussie-instrumenten op het podium is immens, maar staat haaks op het muzikale beeld. Harde, energieke passages blijven achterwege, een enkele uitzondering daargelaten. De dominante sfeer is die van een langgerekte, ongrijpbare mysterieuze soundscape. Voorzien van aanlokkelijke, veelkleurige nuances, zoals in de openingstrack 'Stranger From The Sky'. Het daaropvolgende 'Half Moon' met omgevingsgeluiden uit het oerwoud en een mild swingende percussieve cadans hypnotiseert. In beide stukken zijn de gracieuze saxofoonsupplementen als een kroon op het werk. In 'Corona Spiritual' zwelt het harmonium langzaam en weemoedig aan. De melancholische stemming wordt plotseling onderbroken door zware gongslagen en gevolgd door fluitende passages. Ze vormen de overbrugging naar verlichtend spel op het klokkenspel en xylofoon door respectievelijk Sprangers en Brederode. Hierbij vormt de intensiteit van de rijke drumpartijen een virtuoos contrast. Sporadisch ontstaat ruimte voor heftiger drumwerk, waar de spaarzame lange noten uit Sprangers sopraansaxofoon dromerig doorheen sijpelen.

De muziek is veel meer dan de slagkracht van de percussie. De uitgestrektheid en de veelkleurigheid van de percussie is wezen en ziel van dit muzikaal bevrijdend concept. De schoonheid staat voor nuance, ruimte en zelfs stilte. De muziek is duidelijk het product van een innerlijke reis en de gevonden vrijheid is buitengewoon invoelbaar.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 18.12.20) - [print] - [naar boven]



Cd
Noah Haidu - 'Doctone' (Sunshine, 2020)

Opname: zomer 2019

De in 1998 op 44-jarige leeftijd overleden pianist Kenneth David Kirkland, beter bekend als Kenny Kirkland, had als bijnaam 'Docter of Tone'. Eén die Noah Haidu graag parafraseert in de titel van zijn nieuwe album, het bij Sunnyside Records verschenen 'Doctone', een hommage aan Kirkland. De kern is een trio met naast hemzelf op piano, Billy Hart - die intensief met Kirkland samenwerkte - op drums en Todd Coolman op bas. Daarnaast nodigde Haidu vier gasten uit om de nummers verder inhoud te geven.

De bewondering van Haidu voor de muziek van Kirkland gaat terug tot zijn jeugd en leidde naast dit album tot een boek en een film, geregisseerd door Jeffrey Chuang, die afgelopen september uitkwam. Haidu stelt zelf over het album: "Doctone is the first recording dedicated entirely to Krikland's original music. I view Kenny as the most unique composer and pianist of his generation. Because he died young and avoided the spotlight his brilliant compositions have been overlooked for too long."

Na een korte improvisatie van Haidu en Hart in de geest van, refererend aan die bijnaam van Kirkland, start de eigenlijke hommage met Kirklands 'Midnight Silence'. En wat hier geldt, gaat op voor het gehele album: de melodieën zijn van Kirkland, maar de musici geven er wel hun persoonlijke draai aan en verrijken op sommige momenten de stukken met eigen improvisaties.

Overigens, als er één ding duidelijk wordt door dit album - Haidu refereert er hierboven reeds aan - dan is het wel dat Kirkland melodieën kon schrijven als geen ander. Zo'n ballade als 'Midnight Silence' zet zich direct vast in je hoofd en met bekendere stukken als 'Steepian Faith' en 'Dienda' weet hij eveneens te overtuigen. Wat beslist helpt om dit voor het voetlicht te krijgen, is Haidu's heldere, maar ook zeer lyrische spel, krachtig ondersteund door Hart en Coolman en de strakke wijze waarop hij het materiaal ter hand heeft genomen, met als resultaat dit klassieke jazzalbum. Haidu beperkt zich overigens niet tot de piano, in 'Blasphemy' bijvoorbeeld horen we hem ook op keyboards, wat dit nummer een fusion-achtige uitstraling geeft.

De gastbijdragen op dit album zijn eveneens van grote klasse. Zo is de bijdrage van Steve Wilson op sopraansax in 'Steepian Faith' ronduit prachtig. Meesterlijk hoe hij de melodie hier in alle subtiliteit uitbouwt, terwijl Haidu zich bij de ritmesectie voegt. In 'Blasphemy' schittert Jon Irabagon in een lange en complexe solo op tenorsax, terwijl Gary Thomas in 'Mr J.C.' extra kleur inbrengt. Let hier ook zeker op de wijze waarop de ritmesectie ondersteuning biedt.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 17.12.20) - [print] - [naar boven]



Livestream
Uitreiking Buma Boy Edgar Prijs aan Ack van Rooyen

Vanavond ontvangt bugelspeler en trompettist Ack van Rooyen de Buma Boy Edgar Prijs 2020 in TivoliVredenburg, Utrecht. Ack van Rooyen zal tijdens 'zijn' concertavond samenspelen met het gerenommeerde Metropole Orkest. De belangrijkste Nederlandse prijs voor jazz en geïmproviseerde muziek bestaat verder uit de bronzen sculptuur 'John Coltrane' van Jan Wolkers en een geldbedrag van € 12.500.

Naar aanleiding van de maatregelen vanuit de overheid om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, kan er helaas geen publiek bij aanwezig zijn. Maar... gelukkig kun je de uitreiking en het concert live bekijken via de onderstaande stream. Schakel in om 20.00 uur.

Labels: , ,

(Maarten van de Ven, 15.12.20) - [print] - [naar boven]



Festival
Vijf glanzende vruchten

Alto For Two ft. Kika Sprangers & Irene Reig, zaterdag 21 november 2020, Amersfoort Jazz Online, De Lieve Vrouw, Amersfoort

Amersfoort Jazz Online presenteerde 19 Dutch World Jazz-acts voor een internationaal kijkerspubliek online. Daarbij lag de nadruk op eigenzinnige vrouwen in de muziek, die we in een serie van vier recensies de revue laten passeren. Vandaag deel twee.

Vol verwachting nestelen we ons zaterdagavond 21 november voor het scherm, samen met een bevriend echtpaar, waarvan de man een jazzkenner is en de vrouw meer gecharmeerd van andere muziek. We eten en bespreken de coronamaatregelen, maar ook de aanstaande concerten en het thema vrouwen in de muziek, aangezwengeld door een recente VPRO-podcast, een concert van Alban Lotz in het Beauforthuis en de voorgesprekken aan tafel van het online Amersfoort Jazz Café.

Het project Alto For Two, een initiatief van festival Amersfoort Jazz en haar Spaanse partners (waaronder Jazz Terrassa) brengt vijf unieke talenten bij elkaar, waarvan twee uit Nederland, twee uit Spanje en een uit Zuid-Korea. Alto For Two heeft naar verluidt als achterliggende bedoeling de jonge vrouw in de hedendaagse jazz te profileren. Wij nemen het met een korreltje zout. Mogelijk is het een kapstok om de muziek aan op te hangen, bedoeld om de subsidiabiliteit van het project mee te legitimeren, zoals we wel vaker zien in de Nederlandse top-down gereguleerde sector. Sprangers en Reig zelf willen waarschijnlijk gewoon hun muziek ten gehore brengen, zonder gekunstelde bijbedoelingen en opgelegd engagement. Het zou ook een beetje overdreven zijn voor de muzikale freules voor wie in Nederland met fluwelen handschoenen de rode lopers worden uitgerold, om opeens heel feministisch uit de hoek te komen. Wij houden het erop, dat Kika en Irene gewoon graag hun eigen muziek willen maken, non-conformistisch en genderneutraal, omdat ze nu eenmaal die intrinsieke artistieke neiging hebben.

We hebben wel te doen met het vijftal. Door de crisis zijn tal van internationale concerten doorgestreept en werd grote hinder in aanloop naar dit enige optreden ondervonden. Er kon nauwelijks gerepeteerd worden en tijdens het concert spelen ze (elkaars composities) in feite voor de eerste keer samen. De kans bestaat in dat soort onvoorbereide vuurdopen dat de muziek niet tot volle bloei komt en tevens dat de visuele concertbeleving ontsierd wordt door naarstig leeswerk en meters partituur. Maar gelukkig is het niveau van alle musici in dit ensemble buitengewoon hoog en hebben met name de Amsterdamse alumni hun gezamenlijke metertjes gemaakt.

Saxofoniste Kika Sprangers geldt als het meest vooraanstaande talent van Nederland. In Alto For Two speelt zij behalve altsax ook sopraan, en die momenten waren naar onze smaak het fijnst. Niet alleen grossiert zij met bedachtzame lijnen op zuivere toon, de volle sound zorgt voor balans in de arrangementen. Want, zoals onze vriend al opmerkte voorafgaand aan het optreden: "Eén alt is meestal meer dan genoeg!" Het was zijn eerste keer dat hij Sprangers live zag spelen en om de aangename verrassing toe te lichten vertellen wij dat zij alom wordt gelauwerd met prijzen en nominaties, sectieleider was bij het Young Metropole, de grote podia beklimt met haar eigen ensembles of als gast bij de oude meesters, binnenkort Artist in Residence is van TivoliVredenburg Utrecht en speelt met het Metropole Orkest. Onze vriend knikt instemmend, onder de indruk. Alleen haar dansjes vindt hij not done in jazz.

Ook de Catalaanse saxofoniste Irene Reig is geloofd en geprezen (Master in Jazz Performance en Dutch Jazz Competition), maar meer bescheiden. Zij maakt wat zij enigszins tekortschiet aan uiterlijke flair goed met integere soli van de bovenste plank, geïnspireerd door Sonny Stitt, aldus onze kenner, met soms een snufje Coltrane. Zij is een altist met een rondborstig geluid van een tenorist. Bassist Thomas Pol - die al een album opnam in New Orleans - is een revelatie en speelt met de tong uit zijn mond, navigerend als een oude meester. Pianist Xavi Torres, het paradepaardje van het CvA - die het predikaat talent inmiddels ontstegen is en ook als solopianist op het festival floreert - kwam helaas iets te weinig solistisch aan bod. Wel gaf hij op zijn eigen wijze invulling aan de meesterlijke compositie van Sun-Mi Hong 'Thoughts To Be Spoken', door akkoorden te drummen op het klavier. De Zuid-Koreaanse drumster zelf, Artist in Residence tijdens het festival, is een lust voor het oor en het oog, met haar smaakvolle en veelzijdige invulling en dynamiek de gedroomde slagwerker van elk post bop ensemble. Ons oordeel was unaniem: vijf glanzende vruchten gerijpt aan onze conservatoria in Amsterdam, Utrecht en Rotterdam, een prachtig visitekaartje namens de Dutch World Jazz.

Foto's: Nico Brons

Labels: , ,

(Storm Bakker, 15.12.20) - [print] - [naar boven]



Cd's
Rich Halley & Matthew Shipp Trio - 'The Shape Of Things' (Pine Eagle, 2020)

Opname: 16 augustus 2019
Matthew Shipp, John Butcher & Thomas Lenn - 'The Clawed Stone' (RogueArt, 2020)
Opname: 18 oktober 2017
Matthew Shipp - 'The Piano Equation' (Tao Forms, 2020)

Op 8 december jongstleden werd Matthew Shipp 60 jaar. Om dat te vieren en omdat het hier gaat om een van de belangrijkste en interessantste jazzpianisten van dit moment, zetten we hem dit weekend in het zonnetje. Vandaag aandacht voor zijn trio, dat eerder dit jaar 'The Shape Of Things' uitbracht met saxofonist Rich Halley op diens eigen Pine Eagle Records. Verder het bij RogueArt verschenen 'The Clawed Stone' - het verslag van een ontmoeting met Thomas Lehn en John Butcher - en het bij Tao Forms verschenen soloalbum 'The Piano Equation'.

Shipp houdt ervan om bij zijn trio, dat naast hem bestaat uit bassist Michael Bisio en drummer Newman Taylor Baker, regelmatig andere musici uit te nodigen. Nog onlangs besteedden we hier aandacht aan het album dat het trio met Nicole Mitchell uitbracht en nu is er dus dit 'The Shape Of Things', het tweede album dat het trio opnam met tenorsaxofonist Rich Halley (vorig jaar verscheen 'Terra Incognita'). Een belangrijk kenmerk van Shipps muziek en die van zijn geestverwanten is die boeiende mix tussen abstractie en lyriek. Beluister de eerste twee nummers van dit album en u weet exact wat ik bedoel. In 'Tetrahedron' overheerst de abstractie, de wegen van de musici zijn hier vaak ronduit ondoorgrondelijk, terwijl de lyriek toch nooit ver weg is. In 'Vector' is het precies andersom: ook de zijpaadjes moeten worden verkend. En de eigenlijk veel te korte ballade 'Spaces Between', waarin Shipp en Halley laten horen elkaar perfect aan te voelen, vormt de spreekwoordelijke uitzondering die de regel bevestigt. Een uitzondering, want 'Oblique Angles', 'Lower Strata' en 'The Curved Horizon' bruisen wederom van creatieve energie, waarbij dwarse noten geenszins worden geschuwd.

In de herfst van 2017 trof Matthew Shipp saxofonist John Butcher en de met een analoge synthesizer werkende Thomas Lehn in een Franse studio, opnamen die RogueArt uitbracht onder de titel 'The Clawed Stone'. De drie vinden elkaar in een rijk, maar ook opvallend eensgezind klankpalet, waarbij de combinatie saxofoon-analoge synthesizer-piano bijzonder goed uitpakt. Vooral de bijdragen van Butcher en Lehn blijken daarbij nogal eens fors te overlappen, wolken van klank producerend waar Shipp zijn onnavolgbare solo's tegenover kan plaatsen, met als mooiste voorbeeld 'Tapping Signs'. En ja, ook dit trio excelleert in creatieve expressie. Het prachtige 'Trippy Revelation' vormt daarin zonder meer een hoogtepunt: scherpe, enigszins ontwrichtende bijdragen genoeg, maar Shipp mag afsluiten met een hier volledig haaks op staande fragiele solo. Of neem de dynamische loopjes in 'Off Kitter', waar Butcher zo heerlijk tegenaan schuurt met zijn gruizige saxklank.

Komen de kwaliteiten van een pianist het best naar voren in een soloalbum? Dat ligt eraan hoe je het bekijkt, maar feit is wel dat je als musicus solo vol in de schijnwerpers staat; er zijn immers geen andere musici waarachter je je zou kunnen verschuilen. Niet dat Shipp dat nodig heeft, zo blijkt ook al snel uit 'The Piano Equation'. En ook hier vinden we weer die boeiende combinatie van abstractie en lyriek. Bijvoorbeeld in de ritmische aanzetten in 'Swing Note From Deep Space', die echter in alle gevallen oplossen in vrijere vormen van expressie en in de incomplete, maar niet minder melodische patronen van 'Piano In Hyperspace'. Maar op dit album valt nog iets anders op dat hierboven nog niet aan bod kwam: Shipp heeft een feilloos ritmegevoel. Want ondanks alle zijpaden die hij bewandelt, bijvoorbeeld in 'Void Equation', 'Tone Pocket' en 'Radio Signals Equation', keert hij toch altijd weer terug naar de groove. Foto: Willem Schwertmann

Labels:

(Ben Taffijn, 13.12.20) - [print] - [naar boven]



Festival
Onderbewustzijn van het slot

Tineke Postma Quartet, zaterdag 21 november 2020, Amersfoort Jazz Online, De Lieve Vrouw, Amersfoort

Amersfoort Jazz Online presenteerde 19 Dutch World Jazz-acts voor een internationaal kijkerspubliek online. Daarbij lag de nadruk op eigenzinnige vrouwen in de muziek, die we in een serie van vier recensies de revue laten passeren. Stuk voor stuk componerende bandleidsters met bijzondere opvattingen. Amersfoort Jazz bewijst dat in Nederland de vrouwen een toontje meeblazen op het hoogste niveau.

Het succesverhaal van Tineke Postma is gevoeglijk bekend. De Friezin studeerde succesvol in Amsterdam en New York, won talloze awards waaronder de Boy Edgar Prijs 2015 en geldt inmiddels als het bekendste exportproduct van de Nederlandse jazz aller tijden. Ze prijkt hoog in de polls van het prestigieuze magazine DownBeat, beklimt de podia met internationale grootheden als Kenny Barron, Greg Osby, Esparanza Spalding, Terry Lyne Carrington, Wayne Shorter, Vinnie Collaiuta, Zakir Hussain en Herbie Hancock. En toch is ze zo gewoon gebleven, het nuchtere Friese famke dat wij een slordige 13 jaar geleden van dichtbij leerden kennen.

We zagen haar dit jaar al drie keer eerder: met de bigband van Ilja Reijngoud tijdens UJazz Fest, met Eric Ineke in een Tribute aan Charlie Parker en met fluitist Mark Alban Lotz in het Beauforthuis Zeist, een concert onder het mom van 'Rebelse Vrouwen uit de wereldgeschiedenis'. Een ding werd daarbij wel duidelijk: als instrumentaliste vergt Postma meer dan ooit een groot uithoudingsvermogen van de luisteraar. Zij verenigt de moeilijkste Bird met de sluwste Slonimksy en sleurt vriend en vijand onvermoeibaar mee naar een wereld van atonale alchemie, met als alles verzengend doel de veredeling van de zuivere dissonant.

Postma's laatste album verscheen dit jaar, aan de vooravond van de wereldwijde crisis, maar het materiaal is reeds opgenomen in 2018 met een Amerikaanse line-up. De plaat geldt als haar 'comeback as a leader', en werd - hoewel de composities zeer complex zijn - warm onthaald door de internationale pers. De naam Freya verwijst naar de Noordse godin van de liefde, maar de chauvinistische saxofoniste duidt haar als een Friese moedergodin. Op die wijze geeft Postma haar eigen elementaire draai aan het thema 'sterke vrouwen', refererend aan haar oorsprong, leven en moederschap.

Haar huidige working band bestaat uit Clemens van der Feen op contrabas, Tristan Renfrow op drums en Ian Cleaver op trompet. Het is de eerste keer dat we Renfrow meemaken; een fenomenale slagwerker die voortdurend lijkt te improviseren ins Blaue hinein, maar dat bij nader inzien weloverwogen, subtiel en secuur doet. De rustige Cleaver (in 2016 winnaar van het Prinses Christina Concours) is een rijzende ster in de Nederlandse jazz, een speler die op jonge leeftijd reeds boven de materie verheven lijkt. Hij is een prima invaller voor de Amerikaan Ralph Alessi, die vanwege de crisis niet naar Europa kan komen om met Postma te touren.

Het pianoloze kwartet trakteert de luisteraar op 75 minuten abstracte toonkunst in optima forma. Door het ontbreken van een harmonisch instrument (normaliter speelt Postma met kunstenaars als Marc van Roon of Kris Davis), heeft de luisteraar nauwelijks nog houvast. Het is muziek waarbij het onderbewustzijn van het slot gaat; soms schrikken we op uit een passage, of een stilte moment, betrappen we onszelf op vage gedachten die de vrije loop namen. Door het overvloedig gebruik van dissonanten, vreemde maatsoorten en ongrijpbare structuren gaat deze muziek het gewone volk boven de pet. Zelfs voor het geoefende oor van de meest doorgewinterde jazzgeleerden gaat deze vernuftige muziek welhaast te ver. Kortom: ook als componiste is onze Tinus volledig afgedreven van het hapklare en verklaarbare. Dat Freya desondanks de hoofdact van de zaterdag is tijdens Amersfoort Jazz, bewijst wel dat het 42-jarige festival anno 2020 qua programmering het avontuur niet schuwt.

Foto's: Nico Brons

Labels: , ,

(Storm Bakker, 10.12.20) - [print] - [naar boven]



Cd
Luís Vicente - 'Maré' (Cipsela, 2020)

Opname: 17 november 2017

Bij het beluisteren van deze solo-cd van de Portugese trompettist Luís Vicente gingen mijn gedachten terug naar 1950. Ik was tien jaar en kreeg op de Eindhovense Muziekschool les van Jan van Thiel, trompetist bij Het Brabants Orkest.

Het was alles Jean-Baptiste Arban wat de klok sloeg. Speerpunt was, naast het trefzeker spelen van wat in het lesboek genoteerd stond, alle lucht die je blies in je instrument omzetten in fraai en puur geluid. Niets meer en niets minder.

Daaraan moest ik denken toen ik de zalige vrijheid van vorm, inhoud en geluid hoorde op dit sublieme album van Luís Vicente. Zo evalueert wat hoort, wat moet naar wat kan, wat mag en duizend tinten mooi.

Deze cd getuigt van eigenheid en vrijheid. Een welkome luisterervaring in een tijd waarin onze eigenheid en vrijheid danig op de proef worden gesteld.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels:

(Cees van de Ven, 8.12.20) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
37Fern - '37Fern' (Trytone, 2020)

Opname: 5 november 2019

De (bas)klarinettisten Tobias Klein en Oguz Büyükberber kennen elkaar inmiddels zo'n 15 jaar en treden graag samen op. Ze openden onlangs, samen met percussioniste Rie Watanabe het Basklarinet Festijn in De Ruimte, een concert waar we hier verslag van deden, en zijn in december op meerdere locaties te horen met een kwartet waarin we naast deze drie musici Ches Smith op vibrafoon aantreffen. Ten minste als Covid-19 niet wederom roet in het eten gooit. Maar er is ook nog 37Fern, waarin de twee basklarinettisten samenwerken met twee sopranen: Claron McFadden en Kristina Fuchs, een kwartet dat voor het eerst van zich liet horen tijdens het Basklarinet Festijn van 2018 en waarvan onlangs de eerste cd uitkwam.

Het is een bijzonder kwartet, vanwege de samenstelling die bepaald ongewoon te noemen is, maar ook vanwege de muziek die teruggrijpt naar die van Anatolië, waar Büyükberbers wortels liggen. Jazz dus, maar ook muziek die in het verlengde daarvan ligt, zo leert ons dit boeiende album. Want 'Zeynep Kizi' en 'Aci Meleke' mogen dan traditionele volksliederen zijn, in deze arrangementen van Büyükberber worden het innemende jazzballades, waarin stem en basklarinet verrassend goed samenvallen en elkaar weten te versterken. Het verschil met 'Trog', een stuk van Klein, van wie de Anatolische wortels ontbreken, is eigenlijk helemaal zo groot niet, die laatste klinkt hooguit iets experimenteler. Iets, want ook hier overheerst de stemmige interactie tussen deze vier stemmen. Mooi, dat repetitieve zangpatroon, ingebed in enigszins duistere klankwolken.

'Calliste' en 'Asparagus' zijn stukken waar het kwartet in gezamenlijkheid aan werkte. Stukken ook die duidelijk in het moment zijn ontstaan en waarbij de vier musici hun plek zoeken in een spel van aantrekken en afstoten. Bijzonder hoe de klanken van de menselijke stemmen en die van de klarinetten elkaar hier raken en overlappen, soms zodanig dat niet echt duidelijk wordt wie we hier nu precies horen. Tot we in 'Sils' belanden en we aan de melodie de signatuur van Büyükberber herkennen. Een ander prachtig voorbeeld van synergie tussen deze vier instrumenten vormt 'Kale'. En let hier dan met name op de wijze waarop de klanken die Büyükberber voortbrengt op de klarinet samenvallen met de stem van McFadden.

Zeer de moeite waard is ook het bijzonder ritmische 'A Glove Turned Around'. Klein legt hier het ritme op de contrabasklarinet, terwijl Büyükberber op de basklarinet de swingende melodie vormgeeft. Op de achtergrond zorgen de beide sopranen voor een boeiend contrast.

In de Jazztube een gedeelte van het concert dat 37Fern gaf tijdens het Basklarinet Festijn in 2018.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 6.12.20) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...







Menupagina's:




Blijf in de picture met
een gratis jazzbanner!































Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.