Concert Alle jonge gasten en meiden aan de bigband
Big Band & Beyond Festival, zaterdag 31 januari 2026, Theater Odeon, Zwolle
Veertien, nee vijftien saxofoons! Een bigband met een rietsectie van vijftien enthousiaste jongens en meiden! Accordeonist Lawrence Welk, King of Schmalz, leidde in de jaren veertig korte tijd een orkest met louter saxofoons, plus ritmesectie. Een stuk of dertien, veertien, van sopranino tot bassax. Opmerkelijk genoeg klonk dat novelty-orkest beter dan zijn reguliere amusementsorkest, waar een soort wezenloze cleane champagnemuziek uit opborrelde.
De Meander Big Band van het gelijknamige Zwolse College heeft Welk tachtig jaar na dato tegen het canvas gewerkt. Het orkest afficheert zich als 'de grootste, gezelligste en gekste bigband van Nederland' en dat lijkt me geen overdreven borstklopperij. De muzikanten, zo tegen de 45 (!) jongelui, klonken ook nog eens opmerkelijk zuiver, wat je wellicht niet zou verwachten. Complimenten dus richting Albert Dam, oprichter en dirigent. Hij gebruikte listige foefjes om de sound te kleuren, zoals de toevoeging van een aantal saxofoons aan de trompetsectie. Saxen zat. De meeste solisten kregen een paar maten ruimte om te soleren en dat was doorgaans ook wel genoeg. Gitarist Bas Douw pakte met een solo die groeide en groeide wat langer en steviger uit in het nummer 'Runaway Baby' van soulpopidool Bruno Mars. Ja hé, het is 2026.
De Meander Big Band opende het eerste Big Band & Beyond Festival. Een dagvullend programma met school- en amateurorkesten, semi-professionele groepen en het Millennium Jazz Orchestra (MJO), afgesloten door de Mambo Queens van fluitiste Zulema Herahvarría.
Er was ook een prijswinnaar. Gordon Spasovski, uit Macedonië, was ingevallen als dirigent van de All Times Big Band en hij had tevens het winnende arrangement ingestuurd. Drieduizend euro's voor zijn compositie 'Lioness', kassa. De jury meldde over het stuk: "Een verrassende folk-klassieke introductie, een sterke opbouw over de hele lijn, helemaal tot het slot, een indrukwekkend hoogtepunt." Cultuurwethouder Anja Roelofs, die de prijs overhandigde, repte van het opstoten van Zwolle in de vaart der volkeren, of woorden van die strekking.
En zo waren er wel meer pareltjes. Zoals het arrangement dat John Clayton schreef van 'On The Sunny Side Of The Street', gespeeld door de Big Band Allotria. Waarbij hij een beetje leentjebuur had gespeeld bij collega Sy Oliver en diens klassieke versie voor het Tommy Dorsey orkest. Zoals ook Rob Pronks 'Opus', vertolkt door de All Times Big Band, dat gebaseerd was op 'How High The Moon'.
De Millennium Youth Big Band is, dat kan men wel bedenken, de onderbouw van het MJO. Heel sfeervol hier was 'Abyss', een stuk van Bernard van Rossum. Een stille zweefvlucht in het onbekende. Gastvocaliste Fleurine zong meerminliedjes van verlangen en dromen bij het Millennium Jazz Orchestra. Orkestleider Joan Reinders, die ook een van de initiatiefnemers was van het festival, voorzag haar mijmeringen van golfslag en schuimende achtergronden.
Opvallend veel jongelui dus die zich tegenwoordig met bigbandmuziek bezighouden. Plus een aanzienlijke publieke belangstelling en een toffe sfeer. Alle neuzen, die van de musici, de organisatie, de overheid, de sponsors en het publiek, stonden na afloop in dezelfde richting: naar het Big Band & Beyond Festival van 2027.
Concert
Folkjazz met een vrije opvatting
Laura Jurd, vrijdag 30 januari 2026, Paradox, Tilburg
De Britse trompettiste Laura Jurd werkte het afgelopen decennium in uiteenlopende samenwerkingsverbanden. Het meest bekend is zij van de groep Dinosaur, waarmee ze regelmatig op de Nederlandse jazzpodia heeft gestaan. Deze avond presenteert Jurd haar laatste album 'Rites & Revelations'. Haar groep wordt gevormd door de ritmesectie van Dinosaur met Ruth Goller op bas en Corrie Dick op de drumkit, met daarnaast Ultan O'Brien op altviool en Tara Cunningham op elektrische gitaar. Accordeonist Martin Green, op de plaat verantwoordelijk voor de toevoeging van folkelementen, is afwezig bij het optreden in Paradox.
Deze personele mutatie zorgt er misschien wel voor dat de dynamiek van de plaat in Paradox wordt overtroffen en soms zelfs radicale trekken vertoont. Daarnaast voegt Ruth Goller op elektrische basgitaar een extra dimensie toe aan de melange van folkjazz en impro. De geboren Italiaanse 'bast' niet alleen voortvarend en majestueus, maar produceert tevens een uniek klankuniversum, waarin angstaanjagende grunge naadloos wordt afgewisseld met hypnotiserende patronen, indrukwekkende dissonanten en apocalyptische resonanties. Ondanks de overweldigende dynamiek en het eclectische karakter blijft de muziek voor een belangrijk deel leunen op folkelementen met een Keltisch fundament. Het is overigens geen folkjazz in de oorspronkelijke vorm; daarvoor is de originaliteit en de blijmoedige maar rauwe energie te groot.
Twee stukken in het optreden zijn exemplarisch voor de avontuurlijke dadendrang van Laura Jurd en haar groep. In het lang uitgerekte tweede stuk van maar liefst dertig minuten wordt in een hoge abstractievorm muziek gespeeld. Donker, effectvol en onheilspellend wordt in een soort jamsessie vrij en intuïtief gemusiceerd. Het vurige geluid van de basgitaar, de kronkelige trompetpassages en de exploderende drums zijn volledig complementair aan elkaar. In de tweede set wordt het overbekende 'St. James Infirmary' (o.a. Louis Armstrong en Billie Holiday) getransformeerd. Bij aanvang van het nummer is de blues uit het begin van de vorige eeuw nog herkenbaar. Maar al snel maakt de melancholie plaats voor een meedogenloze opwinding en emotie. Waarin het al even betoverende als monsterlijke trompetspel wedijvert om aandacht met de noise van haar overige bandleden. Het is veelzeggend dat Jurd en haar groep zich ook nog wagen aan een try-out, een uptempo compositie die niet op haar album staat. In deze spontane jazz-exercitie worden de trompetvaardigheden van Jurd ten volle benut.
Samenvattend heeft de gelaagde muziek een weldadige uitwerking op de luisteraar door de originaliteit van de composities en met name de tomeloze energie van bandleider Laura Jurd en bassist Ruth Goller.
Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Louis Obbens.
Boek
'In the Brewing Luminous: The Life & Music of Cecil Taylor'
Auteur: Philip Freeman | Uitgave: Wolke Verlag, 2024
De invloed van pianist en componist Cecil Taylor op de hedendaagse jazz kan moeilijk overschat worden. In zijn prachtige, bij Wolke Verlag verschenen, biografie 'In the Brewing Luminous: The Life & Music of Cecil Taylor' laat Philip Freeman ons daar weer eens nadrukkelijk bij stilstaan. Die wijdverbreide erkenning was er zeker niet vanaf het allereerste begin: zo gaat dat met de voorlopers in de kunst. Zo schreef Zita Carno in 1958 in reactie op het enige album dat Taylor met John Coltrane maakte, 'Hard Driving Jazz' : "There is only one thing wrong with this recording, but it is a major factor - Cecil Taylor's accompanying. He is an over-busy comper who interferes with the soloist", lees Coltrane. Het zegt alles over de stijl van deze pianist die zich vanaf zijn eerste album, het twee jaar daarvoor verschenen 'Jazz Advance' nooit inhield en volstrekt zijn eigen weg ging.
Opvallend aan de muziek van Taylor was dat hij vanaf het allereerste begin, dat hierboven genoemde 'Jazz Advance', wist wat hij wilde laten horen en dat hij daar tot aan het einde van zijn lange leven aan zou vasthouden. Niet dat zijn muziek niet evalueerde - dat deed het zeker - zoals Freeman ook mooi laat zien, maar in de kern is alles al aanwezig op dat eerste album. Zo is een belangrijk onderdeel van zijn muziek altijd improvisatie geweest; ook van zijn gecomponeerde stukken voor groot ensemble maakte dat altijd een integraal onderdeel uit. Voor Taylor was dat niet meer dan normaal. In een interview uit 1959: "It's one... how can you compose without improvising? You didn't ask me what kinds of improvisation there might be, or what are the aesthetics that might seperate my kind of improvisation or composition from someone else's, but it seems to me that basicaly improvisation is composition, in other words, a complete musical thought." En daarin ging hij zijn eigen weg, zich volledig bewust van zijn (muzikale) wortels.
In 'Les Grandes Répétitions', een serie documentaires van Gérard Patris en Luc Ferrari waarvan de opnames werden gemaakt in 1966, zit een mooie scène waarin de interviewer Taylor vraagt wat hij vindt van de muziek van John Cage, Johann Sebastian Bach en Karlheinz Stockhausen. Taylor antwoordt iedere keer met de zin "He isn't from my community." Hij voelt zich meer verwant met stride pianisten als Thomas "Fats" Waller en James P. Johnson en een componist als Duke Ellington, musici waarvan je de invloed duidelijk terughoort in zijn muziek. En in 1970 merkte hij op tegen Valerie Wilmer: "There are two cats, two pianists, that they never talk about in relation to myself which is unfortunate, the two being Bud Powell and Horace Silver. I listened to them a lot because, in a way, Monk was the most difficult to get to, to hear and to listen what he was doing."
Taylor zag zijn muziek niet als minder dan de westerse kunstmuziek, maar als een andere vorm van dezelfde taal. En voelde hij zich aanvankelijk nog een jazzmusicus, al dacht zijn omgeving daar vaak anders over, ook dat liet hij in deze eeuw los. Wat bleef was die eigenzinnige kijk op muziek. In de hierboven genoemde documentaire zegt hij ook: "The problem with written music is that it devides the energies of creativity. In other words, while my mind may be devided looking at a note, my mind is instead involved with hearing that note, playing that note, combining the action - making one thing of an action. Hearing is playing. Music doesn't exist on paper." En hij zou nog verder gaan door gedichten te reciteren tijdens zijn concerten en door, vanaf 1975, dans te integreren in zijn concerten, dat laatste onder andere geïnspireerd door de diverse Afrikaanse culturen.
Opereerde Taylor de eerste jaren noodgedwongen in de marge, zijn vooruitziende blik en compromisloze houding werd, zoals we reeds zagen, niet door iedereeen gewaardeerd, gaandeweg kreeg hij meer populariteit en zoals dat vaker ging met Amerikaanse zwarte musici: meer in Europa dan in de VS. Met name Berlijn ontving hem jarenlang met open armen. Met als absoluut hoogtepunt zijn verblijf in die stad in 1988, resulterend in een serie optredens die nog altijd een hoogtepunt vormen in de geschiedenis van de experimentele jazz. De door FMP uitgebrachte box 'In Berlin ’88' geldt dan ook niet voor niets al jaren als een veelgezocht collector's item. Dat 'In the Brewing Luminous: The Life & Music of Cecil Taylor' ook nog een essay van Markus Müller bevat over die serie optredens is dan ook niet meer dan terecht. Feeman laat al die hoogtepunten en nog veel meer passeren in dit boeiende boek, waarin de nadruk vooral op de muziek ligt, geen album of optreden blijft onbesproken. Taylors privéleven komt eveneens aan bod, maar steekt wel wat karig af bij zijn muziek. Heel veel krijgen we daar niet van mee. Beschouw het boek daarom vooral als een luistergids bij al die wonderlijke muziek die deze onsterfelijke pianist maakte.
In memoriam | Jazztube
Fred van Duijnhoven
10 april 1948 - 3 februari 2026
Fred van Duijnhoven was een drummer in hart en nieren, met een onorthodoxe stijl die wortelde in de freejazzperiode van de jaren zeventig. Met het trio Wave van Jos Engelhard won hij in 1974 een (gedeelde) eerste prijs op het Loosdrecht Jazzconcours. Uit die periode dateert ook zijn vriendschap met Terts Brinkhof, later directeur van De Parade, waar Fred ooit soloconcerten gaf, gezeten in een levensgroot vogelnest.
Fred maakte deel uit van grotere ensembles van Jos Engelhard en speelde vanaf het eind van de jaren zeventig in talloze improvisatiegroepen met Nederlandse musici. Van grote betekenis was zijn langdurige betrokkenheid bij de vele projecten van I Compani, waarin hij ruim twintig jaar actief was. In de beginperiode van pianist Michiel Braam speelde hij in Bentje Braam en later in Bik Bent Braam.
Vrijwel vanzelfsprekend was ook zijn deelname aan de diverse slagwerkensembles van zijn broer Martin. Met het Prisma Orkest van bassist Ed de Vos speelde hij jarenlang; iets later maakte hij deel uit van verschillende groepen van Ig Henneman.
Tussen 1988 en 2010 bestond Bo's Art Trio, met Van de Graaf en Braam. Met dit trio werden succesvolle producties uitgevoerd, waaronder 'Niet met de Deuren Slaan', improvisatiemuziek gebaseerd op liedjes uit de televisieserie Ja Zuster, Nee Zuster. Van 2001 tot 2010 was dichter en performer Simon Vinkenoog regelmatig te gast bij het trio, dat ook optrad met musici als Saartje van Camp, Arjen Gorter, Theo Loevendie en Han Bennink.
Naast musicus was Fred een bevlogen vogelaar. Hij bestudeerde niet alleen vogelzang, maar vooral ook de bewegingen van vogels, een fascinatie die duidelijk doorklonk in zijn spel.
Naast zijn muzikale loopbaan was Fred van 1983 tot 2015 docent tekenen en handvaardigheid aan het Canisius College in Nijmegen.
Op 10 april (zijn verjaardag) zal er een herdenkingsconcert georganiseerd worden in Brebl Nijmegen.
Tekst: Bo van de Graaf | Foto: Cees van de Ven
In de Jazztube hieronder kun je kijken naar een portret van Fred van Duijnhoven door Bas Andriessen, in uitzending van De Muzen van 26 augustus 2018.
Concert
Intiem kijkje in belevingswereld
Milena Casado, woensdag 21 januari 2026, Paradox, Tilburg
Trompettiste Milena Casado was een 'nieuwkomer' op North Sea Jazz 2025, en viel meteen op tijdens de uitvoering van 'We Insist 2025!' van Terri Lyne Carrington (TLC) en Christie Dashiell.
Ze toerde onlangs in Europa om aandacht te vestigen op haar kwintet en de release van haar eerste album 'Reflection Of Another Self'. TLC was co-producer van het album en wordt door Casado genoemd als een van de belangrijke mentors. Dat begon tijdens haar studie aan Berklee. De andere co-producer is multi-instrumentalist Morgan Guerin, die tijdens de tour naast haar staat op het podium met zijn Electronic Wind Instrument (EWI), samen met drummer Jongkuk Kim, Lex Korten op piano en toetsen en de tengere Kanoa Mendenhall op contrabas.
Het concert in Paradox Tilburg is op een woensdagavond en dat verklaart misschien waarom de zaal niet afgeladen vol is. Casado wordt gezien als een rijzende ster en ze levert met haar album een persoonlijk en intiem inkijkje in haar belevingswereld. Het concert begint zoals de cd met een korte soundbite, 'This Is My Hair', direct gevolgd door 'O.C.T (Ode To Crazy Times)'.
Meteen blijkt dat die intiem persoonlijke aanpak deel is van de andere zelf die de muzikant Casado met haar publiek wil delen. De soundclip heeft overheersende synthesizerklanken waaronder of -over haar stem spreekt over gevoelens betreffende haar grote donkere krullenbos. Zoals zovelen had ze liever juist het tegenovergestelde gehad, sluik haar. Direct daarna zetten piano en stevige drums in en zetten de blazers de onrust door in geluidsslierten, die worden afgezet tegen word-art.
De muziek wordt gekenmerkt door met elkaar verweven akoestische en elektronische soundscapes en thema's, afgezet door stemmen die al dan niet zingen. Casado bespeelt trompet, elektronica en spreekt of zingt. Guerin is het tweelingbroertje die aanvult, uitbreidt, commentaar geeft en dan zijn eigen pad doorzet met de EWI die vaag herinnert aan George Duke uit de jaren 90, helemaal op de momenten wanneer Casado lijnen dubbelt met haar stem.
Alle nummers van de cd komen aan bod en tussendoor gaat Casado het gesprek aan met het publiek. Dit is een van de grote voordelen van live ten opzichte van het album. Het publiek wordt binnengehaald in de gedachtewereld van de jonge Spaans Amerikaanse baanbreker. Thema’s zoals introspectie, de invloed van boeken en lezen ('Lidia Y Los Libros') fouten maken en herhalen ('Circles'), liefde, volharding en moed worden elk omgezet in woorden, geluiden, elektronica, improvisaties, harmonie of juist dissonantie. Een voor een komen de andere 'jonge honden' op het podium in beeld. De gemiddelde leeftijd op het podium ligt, schat ik, rond de 25.
Mendenhall laat zien hoeveel power en zeggingskracht in haar schuilgaat, zowel in een lyrische gestreken bassolo als in een uptempo bop-passage. Daarnaast is ze als een groovende wandelaar steeds aanwezig. Korten geeft samen met de EWI en het digitale workstation van Casado klank aan het elektronische deel, met een hand steeds op het toetsenbord van de piano.
Aanvankelijk duurde het een paar nummers voor het geheel goed op gang kwam, maar drummer Jongkuk Kim leek van meet af aan in zijn groove. Zijn spel is subtiel en krachtig tegelijk, met soms iets te veel volume, waardoor de drums overheerste.
Milena Casado zet met haar composities en spel een fascinerende musicus neer: momenten van Miles met gedempte trompet, momenten van jaren 80-fusion, helderheid maar mysterie, het samenspel tussen EWI, trompet, stem, toetsen... zij is de spil van deze galaxy. Concluderend is het lastig om te besluiten wat beter is: dit kwintet live meemaken of het album kopen. Waarom niet allebei?
Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Louis Obbens.
Concert
Het toucher van Roberta Piket
Roberta Piket Trio, dinsdag 20 januari 2026, De Smederij, Groningen
Pianiste Roberta Piket studeerde bij onder anderen Fred Hersch en een van de (eigen) nummers die ze in De Smederij liet horen was 'Ballad For Bill Evans'. Dan zou je wellicht verwachten dat ze een etherisch, bezonken stuk zou laten horen, iets in de geest van 'Waltz For Debby'. Niets is evenwel minder waar. Piket beschikt namelijk over een forse, om niet te zeggen genadeloze aanslag. Maar misschien gebruikte ze die wel opzettelijk, als om te maskeren dat de piano, zeker in het hoge register, in niet zo'n beste stemming verkeerde. Het weer, hè. Alleen het gespeelde arrangement van 'Alone Together' had een etherisch karakter, de rest van de avond speelde ze vooral luid en duidelijk.
Piket is een tante die weet waar ze de mosterd kan bekomen. Dat demonstreerde ze onloochenbaar in 'If I Were A Bell'. Dat haar rapport met drummer Billy Mintz weinig te wensen overliet had wellicht te maken met het gegeven dat Piket en Mintz niet alleen het podium, maar ook de sponde delen. Hoe dan ook, de drummer (ex-Lee Konitz, -Mose Allison, -Charles Lloyd) is een muzikant die een puls vaak liever impliceert of suggereert dan erin hamert. Soms bedenkt hij allerlei versieringen, combinaties en figuren die het ritmisch moment dreigen onder te sneeuwen. Zijn coördinatie van de respectieve onderdelen van de kit was in ieder geval om door een ringetje te halen. Zijn dynamiek was al even functioneel en onberispelijk.
Bassist Joris Teepe dichtte alle gaten, zodat we naar een echt, hecht trio luisterden. Zijn soli in 'There Is No Greater Love' en 'All The Things You Are' waren vernuftig, verrassend en zeer muzikaal.
Het is bekend: Teepe haalt, als hoofd van de jazzafdeling van het Groninger Prins Claus Conservatorium sinds jaar en dag met grote regelmaat docenten uit New York. Roberta Piket is daar een van. Of dat goed geoliede systeem ook toekomstbestendig is zal binnenkort moeten blijken. In de hogere regionen van het conservatorium heeft een tijdje geleden namelijk een machtswisseling plaatsgevonden en er waait thans een frisse wind. Het kan niet vaak genoeg gezegd worden: hoedt u voor frisse wind.
Cd's
Laura Jurd & Paul Dunmall - 'Fanfares & Freedom'
Discus Music, 2024 Paul Dunmall - 'Red Hot Ice'
Discus Music, 2024
Saxofonist Paul Dunmall is een legende van de vrije vleugel van de Britse jazz en improvisatie. Hier is hij een nobele onbekende, iets waar de bijziende obsessie met aanstormend jong geweld misschien voor iets tussen zit. De veteraan samenbrengen met een van die jongere vertegenwoordigers, trompettiste Laura Jurd, is misschien wel een manier om het boeltje open te breken. Aan de kwaliteit zal het niet liggen, want Jurds materiaal voor Dunmalls kwartet en koperkwintet op 'Fanfares & Freedom' is even vrij als opwindend en genereus. De weelderigheid is verankerd in de diepste wortels van de jazz, maar krijgt hier een immense stuwing en klankkleur. Het is even wennen, zo'n pompommende tuba en een wervelend, vrij improviserend viertal in dezelfde kamer, maar het werkt wonderwel, met een combinatie van fanfare-achtige kamermuziek, die hier en daar wat herinnert aan Bill Frisells topplaten van een jaar of dertig geleden, en momenten vol bluesy baldadigheid of breed uitgesmeerd getoeter.
Nog beter is misschien 'Red Hot Ice' van een ander nonet, deze keer met vier blazers, maar ook twee toetsenisten, gitaar, bas en drums. Ook dit is een buitenbeentje in Dunmalls oeuvre, met spiritueel getinte grooves, somptueuze arrangementen à la Mingus, spacy elektronica en wat verrassingen, zoals een knipoog naar Jimi Hendrix. Dit is al net even veelkleurig als 'Bright Light A Joyous Celebration' van een tijd geleden, en een werkstuk dat ondanks al die ideeën, stemmen en vrijgevigheid nergens verzandt in overdaad of willekeur. Integendeel: je hoort een band die meesterlijk gestuurd wordt. Ook dit is fantastische UK-jazz.
Paul Dunmall (tenorsax, sopraansax), Liam Noble (piano), Caius Williams (bas), Miles Levin (drums). Laura Jurd (trompet), Chris Batchelor (trompet), Alex Paxton (tombone), Raphael Clarkson (trombone), Oren Marshall (tuba) | Paul Dunmall (tenorsax, sopraansax), Percy Pursglove (trompet), Richard Foote (trombone), Alicia Gardener-Trejo (baritonsax), James Birkett (gitaar), Andrew Woodhead (synthesizers, orgel, Fender Rhodes), Glen Leach (piano, orgel, stem), James Owston (bas), Jim Bashford (drums).
Tekst: Guy Peters | Deze recensie verscheen ook in Jazz&mo'
Concert
Een nieuwe cello, een nieuw geluid
Dixieland Crackerjacks o.l.v. Bert Brandsma, zondag 18 januari 2026, Zalencentrum Hingstman, Zeijen
Een schot in de roos. Niet lang geleden ontmoette saxofonist Bert Brandsma tijdens een optreden met een grote bezetting Galya Sky. Celliste uit Litouwen die in 2016 in Nederland belandde en onder de hoede kwam van Ernst Reijseger. Brandsma was wel gecharmeerd van haar kunnen en toen de vaste bassist van zijn Dixieland Crackerjacks een keer verhinderd was vroeg hij Sky. Et voilà. De cello heeft, zeker in haar handen, een prominenter, doordringender geluid dan de meer gebruikelijke contrabas. Dus met die functie zit het wel snor. Een aantal keren betrapte ik me erop dat ik eerst de bassax en vervolgens de bastrommel bestudeerde alvorens ik erachter kwam dat die diepe beat wel degelijk van de bescheiden cello afkomstig was. Met de strijkstok kan ze het orkestrale karakter van de band benadrukken. Zo kreeg 'Do You Know What It Means To Miss New Orleans' een geheel nieuw leven. Samen met de cornet van Bas Toscani en de trombone van Slidin' Selena Kuiper spreidde Sky een warm veren bedje voor de saxofoon van Brandsma. Eerder had ze in een duet met de leider (op bassaxofoon) 'Oh Lady Be Good' al onder stroom gezet. Spanning en sensatie.
In 'Five Feet Two, Eyes Of Blue' demonstreerde Brandsma op altsax dat er leven was vóór Charlie Parker - en nog steeds een beetje, kennelijk. Toch een beetje spijtig dat het nu al tachtig jaar draait om het aantal nootjes per seconde in plaats van de soul per zucht.
Van de oude stempel bleek ook Léon Rohrbach, banjo, gitaar en vocals. Die was nog niet geboren toen crooner Bing Crosby, een duidelijke inspiratiebron, kwam te overlijden, in 1977, op een golfcourse bij Madrid. (Famous last words, nadat hij een potje had gewonnen: "That was a great game of golf, fellas. Now let's have a coke.") Het zou me niks verbazen dat de soul van Bing, of een deel daarvan, in Rohrbach terecht is gekomen.
Sinds hun debuut in 1994 hebben de Dixieland Crackerjacks heel wat wijzigingen in de bezetting meegemaakt. Bert Brandsma was altijd de constante factor. Laten we hopen dat de huidige versie een lang leven beschoren is. Galya Sky met name gunnen we een onbezorgde oude dag bij de Crackers.
Tekst: Eddy Determeyer | Foto: Hammie van der Vorst
Nieuws | Jazztube
Reinier Baas wint Boy Edgarprijs
Gitarist en componist Reinier Baas (1985) is de winnaar van de Boy Edgar Prijs 2025, de belangrijkste prijs in de Nederlandse jazz en improvisatiemuziek.
De jury prijst Reinier Baas als 'een veelzijdig fenomeen en een authentieke vernieuwer.' Volgens de jury heeft hij een uniek vermogen om traditie en experiment te combineren, waarmee hij een nieuwe generatie muzikanten inspireert en complexe muziek toegankelijk maakt voor een breed publiek. 'Hij zoekt daarin vaak verbinding met andere kunstvormen en genres.'
Met twee Edison Awards, elf albums als (mede)leider en samenwerkingen met muzikanten als Louis Cole, Dave Douglas, Mary Halvorson en Gregory Porter, is Baas een van de meest veelzijdige en invloedrijke gitaristen van zijn generatie. Zijn hybride muzikale taal, die invloeden van Bartók, Stravinsky, hiphop en improvisatie combineert, leverde hem internationale erkenning op en compositieopdrachten van onder meer het Metropole Orkest, Pynarello, het Koninklijk Concertgebouw, November Music en het Südtirol Jazzfestival.
Daarnaast is hij actief in projecten als Deadeye en Bughouse, en vormt hij al jaren een hecht duo met saxofonist Ben van Gelder, vaak begeleid door muzikanten als Han Bennink en Jeff Ballard. Afgelopen november bracht hij samen met Kit Downes en Jonas Nurgwinkel het nieuwe album 'In Orbit' uit.
Baas is verbonden aan het Conservatorium van Amsterdam en Jazzcampus Basel, en in het seizoen 2025-2026 zal hij het Nationaal Jeugd Jazzorkest dirigeren [zie ook de Jazztube hieronder]. Hiermee speelt hij een steeds grotere rol in de ontwikkeling van een nieuwe generatie jazzmusici.
Reinier Baas is vereerd dat hij de prijs in ontvangst mag nemen. Hij mag zich in een rijtje plaatsen met musici die hij zeer bewondert, onder wie Han Bennink, Benjamin Herman, Tony Roe en Tineke Postma.
De Boy Edgarprijs wordt op 25 maart uitgereikt tijdens een feestelijke avond in het Bimhuis in Amsterdam.
Cd's
Eric McPherson - 'Double Bass Quartet'
Giant Steps Arts, 2025 | Opname: 9 juli 2022 Otherlands Trio - 'Star Mountain'
Intakt, 2025 | Opname: 23 januari 2025
Vandaag zet ik de schijnwerpers op de Amerikaanse drummer Eric McPherson. Als student speelde hij al in de band van de beroemde saxofonist Jackie McLean en in 2007 bracht hij zijn eerste album onder eigen naam uit. Vorig jaar voegde hij aan de gestage stroom albums 'Double Bass Quartet' toe. Een album onder zijn leiding, dat werd uitgebracht door Giant Steps Arts, met John Hébert en Ben Street op contrabas en David Virelles achter de piano. En op het bij Intakt Records verschenen 'Star Mountain' van het Otherlands Trio speelt McPherson mee als belangrijke sideman.
Tja, als beroemde drummers als Max Roach, Michael Carvin, Charles Moffett en Feddie Waits al bij je ouders over de vloer komen, is het wellicht ook niet meer dan logisch dat je drummer wordt. En wat dan ook niet verwonderlijk is, is dat we McPhersons stijl in die klassieke jazz kunnen plaatsen. Het album begint dan ook met een stuk van een andere beroemde musicus waar McPherson mee samenwerkte: pianist Andrew Hill. Samen met Hébert zat hij in het laatste trio van Hill voor zijn dood in 2007. 'Ode To Von' en de ballade 'Ashes' verderop op dit album, zijn dan ook een eerbetoon aan deze grensverleggende pianist, met in het eerste stuk een grote rol voor Virelles, waarmee McPherson ook al jaren samenwerkt. Zo horen we de twee samen met Street ook op Virelles' 'Carta'. Maar in dit kwartet dus twee bassisten - ook dat is niet nieuw, Duke Ellington kwam in de jaren 40 van de vorige eeuw al eens op dat idee, maar echt vaak komt het aan de andere kant ook weer niet voor. Het geeft een wat steviger, donkerder geluid, iets wat bijvoorbeeld mooi tot uiting komt in de ballade 'Blind Pig', een stuk van Hébert. Met name als Virelles even stil is en we alleen het bas-drums trio horen. Maar goed, McPherson staat hier centraal en dat horen we mooi in Stanley Cowells 'Illusion Suite', een stuk waar de drummer zorgt voor de structuur. Maar nog beter horen we hem in het bijna zes minuten durende, bijzonder boeiende 'Solo Drum'. De bassisten krijgen weer alle ruimte in de standard 'Darn That Dream' van Jimmy Van Heusen. Bijzonder is ook zonder meer de ballade 'Transmission’ van Virelles, met uiterst afgewogen pianospel en doeltreffend slagwerk op de achtergrond. Waar Virelles ook uitstekend raad mee weet is Thelonious Monks 'Skippy', we herkennen de meester direct.
Tussen 2017 en 2024 vormden drummer Eric McPherson en bassist Crump samen met pianiste Kris Davis het Borderland Trio. Ze brachten in die jaren drie cd's uit, waarvan 'Wandersphere' ook hier aan bod kwam, alle via Intakt Records. Davis kreeg het ongetwijfeld druk met andere projecten en aangezien de samenwerking tussen McPherson en Crump naar meer smaakte, was het tijd voor een nieuw trio, nu bestaande uit McPherson, Crump en altsaxofonist Darius Jones. Het Otherlands Trio was geboren en onlangs verscheen hun debuutalbum op Intakt: 'Star Mountain'. Voordeel van een trio-album is dat we een nog beter beeld krijgen van de drummer McPherson. Het vangt bijzonder ingetogen aan met het langste stuk van het album, 'Metamorphose', een wolk van klank. Dan is het Jones die ontsnapt met een diep doordringend patroon en verderop een boeiende melodie, fijn meanderend tussen McPhersons slagwerk. Vervolgens horen we van deze drummer nog een paar opvallende solo's, puntig en in een mooie dialoog met Jones. Bijzonder ook die eindeloze repetitieve saxpatronen die we regelmatig van Jones horen, prima passend bij de ritmiek. In 'Lateral Line' is de klank van Jones' altsax helemaal aan de hoge kant, soms lijkt het meer op sopraan- dan op een altsax. Maar bijzonder spel is het zonder meer. En let op de strakke ritmiek in 'Diadromous', McPherson en Crump in optima forma en wederom die repetitieve patronen van Jones. En schitterend zoals de klank tegen het einde volledig ontspoort. Een toon waarmee hij ook te horen is in het opvallend korte 'Instared'. Het laatste stuk, het iets meer dan een kwartier durende 'Imago' begint met een marsachtige ritmiek van McPherson, Crump breekt zo nu en dan door en verderop horen we Jones in die inmiddels herkenbare stijl.
Geheel onverwacht overleed op maandag 5 januari 2026 jazzbassist Wiro Mahieu.
Mahieu werd op 24 december 1964 geboren in Nijmegen. Op zijn dertiende begon hij bas te spelen, eerst basgitaar, later ook de contrabas. Hij kreeg les aan het Huis voor de Kunsten De Lindenberg in Nijmegen, daarna studeerde hij aan het ArtEZ-conservatorium in Arnhem.
"De band Queen was toen een van mijn eerste favoriete bands, maar toen ik 18 werd en ook contrabas ging spelen interesseerde ik mij langzamerhand steeds meer voor jazz. Ik ben het meest beïnvloed door het Bill Evans Trio met bassisten als Eddie Gomez en Scott Lafaro. Soulbands als bijvoorbeeld The Whispers, Pleasure en Cameo en musici als George Duke en Herbie Hancock zijn ook een grote inspiratiebron voor mij."
Tussen 1989 en 1992 toerde Mahieu uitgebreid door Europa met de groep van Indonesische jazzviolist Luluk Purwanto. Hij maakte deel uit van het Waterland Sextet van pianist-componist Loek Dikker en de groep Vandoorn van zangeres Ineke van Doorn en gitarist Marc van Vugt. Hij speelde met tal van prominente Nederlandse jazzmuzikanten, waaronder Rob van den Broeck, Eric Vloeimans, Jeroen Pek, Masha Bijlsma, Denise Jannah, Pierre Courbois en Bo van de Graaf, met wie hij op kerstavond nog optrad in Brebl Nijmegen. In 2004 volgde hij Eric van der Westen op als bassist in het Paul van Kemenade Quintet. Ook speelde hij met Van Kemenade in diens Three Horns And A Bass. Zijn basspel is te horen op tientallen albums. Met zijn eigen Low Motion Trio speelde op het North Sea Jazz Festival. Ook toerde hij met de befaamde Amerikaanse saxofonist Charlie Mariano.
Mahieu manifesteerde zich ook als een enthousiaste en belangrijke inspirator voor de jazzscene in en rond zijn geboortestad. Zo was hij een van de organisatoren van het Nijmeegse jazzfestival 'East of Eastern', waarbij hij zelf ook vaak aantrad met diverse formaties. In de Nijmeegse binnenstad gaf hij leiding aan ontelbare jazz-jamsessies, voor cafés als Odessa en Wunderkammer en podia als Brebl en de Lindenberg. Tussen 2008 en 2015 doceerde hij op het Artez Conservatorium te Arnhem, waar hij Henk Haverhoek - bij wie Wiro in 1990 afstudeerde met een 9 - opvolgde als hoofdvakdocent contrabas Jazz & Pop.
Zijn gedreven en gepassioneerde basspel zal worden gemist.
Cees van de Ven maakte een eerbetoon aan Wiro Mahieu, dat je hieronder kunt bekijken én beluisteren.
Tekst: Maarten van de Ven | Video & foto's: Cees van de Ven
Concert
An American in Feerwerd
Ian Cleaver Quintet, zondag 21 december 2025, Jacobskerk, Feerwerd
Ondanks zijn Angelsaksische naam is trompettist Ian Cleaver gewoon in Amsterdam geboren en getogen. Paradoxaal genoeg vertoeft hij de laatste vijf jaar vooral in New York, waar hij ook zijn meest recente album 'Yarn!' opnam. En dat voert hij momenteel dus live uit - in Nederland. Willie Bowman ("gevonden ergens in Brooklyn") is eveneens een link met NYC: hij is de drummer op de bedoelde geluidsdrager. En dat complementeert hij dan door na slechts een paar weken in ons land al een aardig mondje Nederlands te praten. Zo zit de wereld tegenwoordig dus in elkaar.
De muziek is intussen zo Amerikaans als een pancake met maple syrup. Soort van neo-bop en dan meer neo dan bop. Het openingsnummer in Feerwerd was 'Midge', dat een Ornette Coleman-feel had, maar ook geparenteerd was aan Sonny Rollins' 'Doxy'. Meteen liet altist Ben van Gelder horen dat hij meer een Rollinsdenker is dan een Colemanman, gezien zijn zware en volle geluid. Als tweede stem achter de soli van Cleaver gaf hij het geheel een orkestraal karakter. Een volgend keer zou de leider ook zijn bugel moeten meebrengen, kijken hoe dat mengt, wat voor kleurtjes. Hij imponeerde nu met luid en duidelijk zuiver spel, waarbij zijn overgangen van noot naar noot soms een 'oh'-gevoel opriepen.
Zonder iets af te willen afdoen aan de verrichtingen van bassist Steve Zwanink en pianist Timothy Blanchart (niemand in dit land die een storm zo tot bedaren weet te bedwingen), moeten we toch vaststellen dat Willie Bowman (21) hier de primus inter pares was. Niet alleen gaf hij de band stuwkracht, altijd een eerste vereiste voor een drummer, ook zijn accenten, variaties in dynamiek en kennis van de wetenschap hoe men vuurtjes brandend dient te houden imponeerden. Oortjes, polsjes.
Als deze gast in Nederland blijft hangen zitten wij gebeiteld. Maar ja, erg honkvast zijn ze niet, die jazzmuzikanten van tegenwoordig.
Cd's
Mark Turner - 'Reflections On: The Autobiography Of An Ex-Colored Man'
Giant Steps Arts, 2025 Benjamin Lackner - 'Spindrift'
ECM, 2025 | Opname: maart 2024 Billy Hart Quartet - 'Just'
ECM, 2025 | Opname: december 2021
De Amerikaanse tenorsaxofonist Mark Turner timmert aardig aan de weg. Hier allereerst aandacht voor het bij Giant Steps Arts verschenen 'Reflections On: The Autobiography Of An Ex-Colored Man', waarop we Turner horen met trompettist Jason Palmer, pianist David Virelles, bassist Matt Brewer en drummer Nasheet Waits. Verder aandacht voor twee recente albums waarop we hem als sideman horen. Pianist Benjamin Lackner vroeg hem voor zijn kwintet, dat verder bestaat uit trompettist Mathias Eick, bassist Linda May Han Oh en drummer Matthieu Chazarenc, en drummer Billy Hart nodigde hem uit voor zijn kwartet, met verder pianist Ethan Iverson en bassist Ben Street. Zowel 'Spindrift' als 'Just' verschenen bij ECM Records.
De albumtitel ontleent Turner aan het boek 'The Autobiography Of An Ex-Colored Man' van James Weldon Johnson, een voormalige Amerikaanse burgerrechtenactivist, diplomaat en professor. Het boek is een half fictief verhaal over een gekleurde man, die zo licht van teint is dat hij door kan gaan voor wit. In tien delen, 'Movements', waarin Turner ook stukken voorleest uit het boek, brengt hij middels pakkende jazzklanken een eerbetoon aan dit boek. Hij betoont zich daarmee niet alleen een uitstekend saxofonist - luister bijvoorbeeld naar de uitgebreide solo in 'Movement 3. Pulmonary Edema' - maar tevens ook een zeer onderhoudende componist. Daarbij valt allereerst op dat hij zijn medemusici opvallend veel ruimte geeft, zo bevat 'Movement 2. Juxtaposition' een uitgebreid duet van Virelles en Waits, bevat 'Movement 4. Europe' een prachtige trompetsolo van Palmer en kennen zowel 'Movement 4. Europe' als 'Movement 5: New York' bijzondere solo's op synthesizer van Virelles. En verder is opmerkenswaard dat de blazers opvallend vaak samen te horen zijn, wat regelmatig de indruk wekt dat we hier met een kleine bigband van doen hebben, in plaats van met een kwintet.
'Spindrift' vangt aan met het titelstuk, waarin we direct Turner horen met een uiterst lyrische solo. Slechts enkele saxofonisten hebben zo'n opvallend mooie toon als Turner, weten zo goed met dit instrument de juiste sfeer te creëren. Een nog mooier voorbeeld is 'See You Again My Friend'. Indrukwekkend hoe hij hier, iets wat overigens ook voor Eick geldt, het juiste gevoel weet over te brengen. Turners bijdrage in 'Mosquito Flats' valt eveneens op en mooi hoe Eick en Turner elkaar hier afwisselen, samen de melodie vormgevend. Lackner horen we uitgebreid in 'More Mesa' met uiterst verstild pianospel, waarna Turner en Eick zich er unisono spelend bijvoegen, opvallend intieme muziek klinkt hier. Prachtig is ook de meeslepende ritmiek in 'Chambary', zonder meer een van de hoogtepunten van dit album, met name vanwege de bijdrage van de twee blazers. Opvallend aan dit album is ook dat de ritmesectie een redelijk bescheiden rol speelt. Oh en Chazarenc zijn zeker aanwezig, bijvoorbeeld in het mooie 'Fair Warning', met een bijzondere solo van Eick, maar geenszins op opdringerige wijze.
Het boeiende van drie albums van dezelfde saxofonist achter elkaar luisteren is dat je de stijl gaat herkennen. We horen Turner direct uitgebreid, hij is hier ook de enige blazer, in 'Showdown', de opener van 'Just'. Met diezelfde lyriek die we op de twee andere albums hoorden. 'Aviation' heeft een wat ander karakter, een vlot stuk, met mooi uptempo spel van zowel Turner als Iverson. 'South Hampton' ligt in het verlengde, met mooi puntig pianospel van Iverson en krachtige bijdragen van Hart. Het titelstuk 'Just' en 'Billy’s Waltz' klinken beide ook heerlijk fel, met name door de solo's van Turner, die overigens qua lyriek niet onderdoen voor zijn meer ingetogen spel. Het maakt dit album zonder meer afwisselender dan 'Spindrift'. Het laatste stuk valt overigens ook op door de boeiende solo van Iverson. Bijzonder intens klinkt 'Bo Brussels', met name door het slagwerk van Hart, dat het spel van de overige drie musici flink opstuwt. Dat Hart de leider van dit kwartet is, is ook goed te horen in het afsluitende stuk, 'Top Of The Middle', waarin hij overduidelijk de structuur neerzet.
Concert
Liever aan de Hoofdstraat dan Basin Street
Jazz-O-Matic Four Plus One, zondag 14 december 2025, Jazzclub Assen, Café Hingstman, Zeijen
"Het volgend nummer is uit de oude doos," kondigt banjoïst Tom Stuip monter aan. "'Tiger Rag', uit 1917." "1911," bromt pianist Hans de Bruijn achter hem corrigerend.
De plek is Zalencentrum Hingstman te Zeijen, onder de rook van Assen. Hier resideert de Jazzclub Assen tegenwoordig. Een eerbiedwaardig dorpsetablissement met een toneelzaaltje, dat er honderd jaar geleden weliswaar heel anders uitzag, aan de buiten- en aan de binnenkant, maar in feite nog altijd als zodanig functioneert.
Deze zondagmiddag is de aloude, om niet te zeggen eerbiedwaardige Jazz-O-Matic Four Plus One er te gast. Jazz uit de roaring twenties, met eeuwig groene deunen als 'Ain't Misbehavin'', 'Chloe' en 'The World Is Waiting For The Sunrise', vakkundig uitgevoerd door het kwintet. Qua stijlopvatting ergens in de buurt van Joe Venuti's Blue Four en Six. Over Venuti gesproken: violiste Carmen Jacobs was de meest prominente solist van het gezelschap. Mooi van opbouw, die solo's. In rechte lijn zat zij een meter of zes van bugelblazer Peter Ivan en het was grappig om hun onderlinge communicatie te bestuderen, met vingertjes en wenkbrauwen. Ivan blies ook nog op een grappig klein zwart fluitje, dat aan een Zuid-Afrikaanse penny whistle deed denken, doch een sopraninoblokfluit bleek.
Het programma was ambitieus uit de startblokken gegaan met 'June Night', waarbij Leo van Oostrom op bassaxofoon in z'n eentje een complete bigband plus dubbelgemengd koor moest zien te evoceren. Dat lukte natuurlijk prima. De Jazz-O-Matic, ook alweer in de veertig, reageert met stalen smoelen wanneer een vocalist een maatje of anderhalf te vroeg inzet. De band rommelt gewoon onbekommerd door. En ach ja, dat 'Basin Street', 95 jaar geleden in New Orleans misschien inderdaad nog 'The street where the elite meet and greet'. Sinds jaar en dag is het een mistroostige route langs parkeerterreinen zo groot als stadscentra, loodsen en achterkanten. Nee, dan kunt u beter aan de Hoofdstraat in Zeijen zitten.
Tekst: Eddy Determeyer | Foto: Hammie van der Vorst
Cd
Reinier Baas & Ben van Gelder - 'This Is Water'
DoYouMind?, 2024
In elf relatief korte stukken wordt zeer intens gecommuniceerd tussen gitarist Reinier Baas en saxofonist Ben van Gelder, aangevuld met vier gastmuzikanten die de hele schijf nog interessanter en complexer maken.
'This Is Water' refereert aan een speech van D.F. Wallace met het bekende verhaal van twee jonge vissen die een oudere soortgenoot ontmoeten. Die vraagt hoe het water aanvoelt vandaag, waarop de twee jonkies zich afvragen: Wat is water? De parabel is duidelijk: bewustwording van de meest evidente gegevens is essentieel voor een dieper doordringen in de werkelijkheid. Dat is wat ook gebeurt op deze cd.
Muzikaal wordt diep geboord naar microtonaliteit. En daar zijn de gasten niet vreemd aan. Allen geven ze het beste van zichzelf in de composities die voor hen speciaal werden geschreven en die getuigen van een rijk klankenpalet, waarbij een bravo voor de zeer functionele inzet van elektronica. Dit werk blijft fascineren op het vlak van muzikale dialoog, verbinding en expressieve kracht, uitmondend in een krachtig statement dat je dwingt op een intense manier naar de muziek te luisteren.
Er wordt soms hoekig, wringend en schurend, maar ook vloeiend en vlot gecommuniceerd, en dat door een mooi evenwicht tussen tonale spanning en ontspanning. Een plaat zonder compromissen, en zo hebben we het graag.
Reinier Baas (gitaar), Ben van Gelder (altsaxofoon, harmonium), Jeff Ballard (drums), Cory Smythe (piano), Han Bennink (drums, percussie), Marta Warelis (piano)
Tekst: Marc Van de Walle | Deze recensie verscheen ook in Jazz&mo'
Concert | Jazztube
Fascinerende instant composing
Interlinie #2, met Berlinde Deman & Old Adam On Turtle Island, woensdag 10 december 2025, Paviljoen Ongehoorde Muziek, Eindhoven
Interlinie is een serie evenementen gericht op kruisbestuiving tussen Nederlandse en Belgische improvisatie, experimentele muziek en jazz. Paviljoen Ongehoorde Muziek bood tijdens de tweede editie plaats aan twee bijzondere acts uit de Lage Landen.
De Belgische tubaïste Berlinde Deman opende de avond. In Eindhoven werd haar onlangs verschenen en alom geprezen solo-cd 'Plank 9' live uitgevoerd. Deman, hier op serpent, betoverde het publiek met intimistische klankkleuren die tot de verbeelding spraken en de ziel raakten. Met het karakteristieke geluid van de serpent en middels loops en elekronica schiep Deman fascinerende instant composing. Muziek om gedachten de vrije loop te laten, om in deze hectische tijd wat tot contemplatie te komen en schoonheid te ervaren. Beslist een aanrader, dit concert, dat je hier kunt bekijken.
Na de pauze was het de beurt aan het kwartet Old Adam On Turtle Island. En als je de namen van dit illustere kwartet even tot je laat doordringen, weet je dat wat te wachten staat niet voor watjes is bedoeld maar voor diehard freejazz-oren die tegen een stootje kunnen. Het verschil na de serene klanken van Deman kon immers niet groter zijn. Maar nochtans was onder aanvoering van saxofonist John Dikeman de set kwalitatief van hoog niveau. Pianiste Marta Warelis, bassist Aaron Lumley en last but not least drumster Sun-Mi Hong zijn allemaal musici waarvoor de uitdrukking 'buiten de lijntjes kleuren' een volslagen understatement is. Het bewijs wordt geleverd in deze Jazztube.
Concert | Jazztube
Gedenkwaardige muzikale reis
Nawras Altaky Septet, zaterdag 6 december 2025, Paradox, Tilburg
De sterk aan de weg timmerende muzikant Nawras Altaky verdient een introductie. De zanger/componist/oedspeler is in 1995 geboren in het zuiden van Syrië, relatief dicht bij de grens met Jordanië. Een streek die in de nasleep van de oorlog nog steeds onrustig is. Altaky is als componist en zanger afgestudeerd aan het conservatorium in Utrecht. Opvallend is zijn compositie 'SOS Moria' waarin aandacht en steun wordt ge-vraagd voor de vijfhonderd kinderen uit het vluchtelingenkamp Moria. Tijdens het optreden in Paradox is zijn persoonlijke geschiedenis, en die van zijn land dat hij 10 jaar geleden ontvluchtte, op indringende wijze aanwezig.
Het septet bestaat uit een mix van westerse en oosterse instrumenten met Oene van Geel op altviool, Teis Semey op elektrische gitaar, Marianne Noordink op ney en fluit, Kinan Abuakel op buzuk, Remy Dielemans op contrabas en Udo Demandt op percussie. Gedurende één set worden composities uitgevoerd van zijn debuutalbum 'Arise! Journey Of Resilience' dat in februari 2026 uitkomt. De presentatie en de cross-over van stijlen, waarin regionale traditionele muziek (Arabische maqam) samenkomt met jazz en improvisatie, is verleidelijk en avontuurlijk. Het spel op de oed, in combinatie met het warme, meerkleurige stemgeluid van Altaky, is om door een ringetje te halen. Zijn stem is in staat oprechte emoties zoals ontroering en blijdschap over te brengen.
Zijn composities zorgen voor een verbinding tussen oosterse mystiek en westerse dynamiek en improvisatie. Zonder de bijdragen van andere bandleden tekort te doen vervult Teis Semey een fundamentele rol. De uit Denemarken afkomstige gitarist speelt op authentieke wijze: ritmisch, tegendraads, rauw en energiek. Zijn gitaargeluid vloeit op natuurlijke wijze samen met het geluid van Altaky's oed én verlengt en verdiept daarnaast het totale groepsgeluid. De avond wordt onvergetelijk omdat Nawras Altaky deze avond openhartig vertelt over zijn persoonlijke ervaringen tijdens zijn vlucht uit een geteisterd gebied. Zoals de 'niet-vruchtdragende Eucalyptusboom', die ons als vluchteling heeft waargenomen, 'bij gebrek aan een routekaart' de aanwezige seinen moeten volgen zoals voetsporen van voorgangers, met bloed besmeurde sandalen en de 'filosofische dans tussen kans en keuze'.
Zijn bizarre persoonlijke ervaring wordt getransformeerd naar een hoopvolle en gedenkwaardige muzikale reis. De mooie composities van Altaky maken deze avond niet alleen zeer genoeglijk, maar ook muzikaal inspirerend.
Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Louis Obbens.
Tekst & foto's: Louis Obbens
In de Jazztube hieronder zie je het concert dat het Nawras Altaky Sextet op 21 februari 2025 gaf in het Bimhuis, Amsterdam.
Cd
Het Orgel Trio - 'Colors Of Hendrix'
ZenneZ, 2025
Het Orgel Trio (HOT) ontstond ruim tien jaar geleden toen organist Berry van Berkum, vaste bespeler van het imposante orgel in de Utrechtse Nicolaïkerk, bassist Dion Nijland uitnodigde voor een jazzconcert in de kerk. De ontmoeting bleek een schot in de roos. Altklarinettist Steven Kamperman voegde zich bij hen en zo werd de bezetting compleet. Vanaf dat eerste concert levert het trio steevast producties af die het pijporgel uit zijn sacramentele voegen trekken en het instrument een nieuwe rol geven: niet langer uitsluitend gewijd aan liturgie, maar ook aan improvisatie, jazz en experiment.
De drie musici brengen ieder hun eigen achtergrond mee. Van Berkum is een klassiek geschoolde organist die zich al vroeg inliet met jazz, improvisatie en hedendaagse muziek. Hij ziet het orgel niet als een museumstuk, maar als een levend instrument dat zich kan mengen in de taal van jazz. Dion Nijland is een veelzijdige contrabassist, actief in talloze ensembles en bekend om zijn warme toon en ritmische flexibiliteit. Hij speelde onder meer met Dimami, VanBinsbergen Playstation en met zijn eigen band DEON. Steven Kamperman, altklarinettist en componist, beweegt zich tussen jazz, wereldmuziek en theater. Samen vormen ze met Het Orgel Trio en gasten ensembles die steeds nieuwe wegen inslaan.
Eerder namen ze de muziek van Charlie Parker en Duke Ellington onder handen, en recent nog die van Jan Pieterszoon Sweelinck, de zeventiende-eeuwse componist en organist die zelfs Johann Sebastian Bach inspireerde. Sweelinck leek een logische keuze: een organist met contrapuntische werken die zich lenen voor improvisatie en hercompositie. Maar met 'Colors Of Hendrix' gaat HOT verder met een gewaagd experiment: elf composities van gitaarlegende Jimi Hendrix krijgen hier een volledig nieuwe interpretatie.
De vraag dringt zich op: kan dat? Werkt het? Kan een pijporgel, klarinet en contrabas een nummer als 'Hey Joe' vertalen zonder alles te verliezen waarvan Hendrix-fans houden? Het trio speelt bovendien zonder drums, iets wat ze deels opvangen door een percussieve aanpak op contrabas en orgel. Voor dit album komt er versterking van gastcellist Pau Sola Masafrets, een verrassende keuze die de klankkleur verbreedt. Geen vocalen, geen gitaar, geen elektrische versterking, geen wahwah of fuzz - en toch klinkt het overtuigend.
'Purple Haze' opent met lange gestreken lijnen van de cello die oplossen in een enkele noot, waarna het orgel de compositie met bas en cello openbreekt. De klarinet neemt de zangpartij over: "Excuse me while I kiss the sky." Het orgel keert terug met stevige akkoorden die de klappen van de drums vervangen. Het gaat naadloos verder met 'Foxy Lady', waarin de bas plukt en trekt als een berimbau. Dan opeens vormen orgel en klarinet samen de klank van die oerkreet waarmee Hendrix de wereld veroverde. Er volgt een swingende klarinetsolo voordat het orgel de meest herkenbare gitaarriff uit de rockgeschiedenis zwaar nadreunend bij ons achterlaat.
'The Wind Cries Mary' opent in de handen van de cellist zo gevoelig als Hendrix zelf kon spelen. In zijn korte leven koppelde Hendrix een knallende mannelijkheid aan intens zachte emoties, die in zijn improvisaties als zweet uit de poriën van zijn gitaar leken te stromen. HOT weet dat subtiele evenwicht te raken. 'Voodoo Child (Slight Return)' is het meest herkenbare stuk op het album: de funky bluesriff, normaal gedreven door wahwah en fuzz, wordt hier vertaald naar orgel en bas en blijft van begin tot eind doorlopen onder de improvisaties.
Het bijzondere van dit album is dat HOT niet probeert Hendrix te imiteren, maar zijn geest te kanaliseren. De spanning, de verrassing, de wendingen, het spel van hard en zacht, de onderbuikklanken, het zuchten en schreeuwen, de blues maar ook de kinderlijke verwondering richting het oneindige - het is allemaal terug te horen. Het orgel neemt de rol van slagwerk en harmonie over, de klarinet vervangt de stem en de bas houdt alles bij elkaar met een percussieve drive. De cello voegt een nieuwe dimensie toe, soms lyrisch, soms ritmisch.
Zo ontstaat een album dat zich als een integraal werk laat beluisteren. Het is niet alleen een ontdekkingstocht door de veelzijdigheid van Hendrix' nalatenschap, maar ook een statement van HOT zelf: dat jazz en improvisatie geen grenzen kennen en dat zelfs een pijporgel kan swingen. Het experiment werkt, en hoe.
Een live-uitvoering met enkele gezongen nummers zou nog een ander aspect kunnen toevoegen. En mocht dat in de kerk gebeuren, dan zouden er zomaar wat zieltjes verlost kunnen worden van het kwade - want dit is muziek die de geest opent.
Concert
Kamermuziekachtige setting geeft Spinifex nieuwe impuls
Spinifex Maxximus, zaterdag 6 december 2025, PlusEtage, Baarle-Nassau
In 2005 begonnen Gijs Levelt, Ned McGowan en Tobias Klein het Spinifex Orchestra. Twintig jaar later is het gewoon Spinifex en is alleen Klein van het driemanschap nog aan project verbonden. De band wisselde van samenstelling en bestaat sinds 2010 vooral in een kleinere bezetting, eerst een kwintet en later een sextet. Projecten uit de laatste jaren betroffen 'Bollycore' (2014), 'Maximus' (2015), 'Amphibian Ardour' (2017), 'Soufifex' (2019), 'Beats the Plague' (2021), 'Spinifex Sings' (2022), met als gasten de solisten Björk Nielsdottir en Priya Purushothaman, en nu ligt er het alweer tiende album 'Spinifex Maxximus'. Deze zaterdag speelde de band in de PlusEtage, Baarle-Nassau als laatste stop van een korte jubileumtour.
De kern van Spinifex, het sextet, bestaat al enige jaren uit Tobias Klein op basklarinet en altsax, John Dikeman op tenor- en bassax, Bart Maris op trompet, Jasper Stadhouders op gitaar, Gonçalo Almeida op contrabas en Philipp Moser op drums. Uitbreiding vond plaats met Jessica Pavone op altviool, Elisabeth Coudoux op cello en Evi Filippou op vibrafoon. Dat was ook de line-up in de PlusEtage, met alleen Salome Amend als invaller voor Filippou die verhinderd was. Maar het is niet louter de uitbreiding die opvalt, ook de muziek heeft een nieuwe impuls gekregen en roept opvallend vaak eerder associaties op met hedendaags gecomponeerde muziek dan met de jazz die we van deze band gewend zijn. De zes composities, waar vijf van de musici aan hebben bijgedragen - ook dat tekent Spinifex - bezitten weliswaar ieder hun eigen karakter, maar passen tegelijkertijd wonderlijk goed bij de nieuwe stijl.
Waarom Klein en consorten de stukken in een andere volgorde spelen dan ze op de cd staan weet ik niet, maar veel maakt dat natuurlijk niet uit. Hier dus de volgorde van het concert, dat begint met 'Annie Golden' van Maris. We horen Amend met een strijkstok langs de toetsen van haar vibrafoon strijken en de weldadig intieme klanken van het strijktrio. Dan klinken de bassax van Dikeman, zelden te horen in de jazz, en aansluitend de andere blazers. Heuse kamerjazz. Langzaam loopt het tempo op en kruipt de ritmiek naar binnen. In grote lijnen is de muziek natuurlijk hetzelfde op de cd, alleen maakt die overrompelende solo van Dikeman live toch echt meer indruk; daar voel je de spanning in je eigen lijf!
Live volgt dan 'Phoenix' van Klein. Naast een paar scherpe akkoorden valt ook hier aanvankelijk de kamermuziekachtige setting op: subtiel pizzicatospel van de strijkers, ingetogen noten van Maris, valse lucht van Dikeman en verderop een mooi staaltje abstracte geluidskunst, overgaand in een opvallend trage ritmiek. 'Springend', een compositie van celliste Coudoux, vangt aan met een heerlijk duet tussen Maris en Moser, waarna het stuk vooral gekenmerkt wordt door abstracties, regelmatig onderbroken door strakke passages van de blazers. Maar de hoogtepunten zijn de twee solo's vlak achter elkaar, die echter in alles van elkaar verschillen: die van Coudoux zelf is zangerig intiem, die van Stadhouders ruw en ongepolijst.
Na de pauze klinkt eerst 'Smitten' van Stadhouders. Een fragiele melodie van de blazers opent het stuk, gevolgd door een wat meer ritmische passage van drums en vibrafoon - het is tenslotte een stuk van Stadhouders - en hectiek van de blazers. Van Almeida klinkt 'The Privilege Of Playing The Wrong Notes', muziek die lange tijd klinkt als een traag stromende rivier met een al even verstilde, ietwat vreemd aandoende passage van het strijkerstrio, maar die tegen het einde opvallend versnelt. We sluiten het concert af met het vrij hectische 'Sack & Ash' van Klein. Een stuk vol contrasten. Zetten de musici het ene moment de zaak behoorlijk op scherp, op andere momenten kiest men voor opvallend fragiele schermutselingen en solo's.
De foto's zijn gemaakt tijdens het concert van Spinifex Maxximus op 3 december bij Podium JIN in Nijmegen.
"Met Miles ging de muziek een hele andere richting uit - zoals we inmiddels allemaal weten. In de laatste maanden nam ik zelfs mijn contrabas niet meer mee op tour; ik speelde alleen nog basgitaar. En dat zat me dwars, want ik wilde niet vervreemden van mijn instrument. Daarnaast bleef die vrije, meer open muziek in mijn hoofd rondzingen. Ik voelde dat ik die weg moest volgen, terwijl Miles duidelijk andere plannen had met zijn muziek,
hoezeer ik zijn werk ook bewonderde en hoe bijzonder het was om met hem te spelen."
Op woensdag 22 oktober gaf de legendarische jazzbassist Dave Holland een optreden in de Singer, Rijkevorsel, met saxofonist Jaleel Shaw & drummer Nasheet Waits. Het zou een bijzonder concert worden van een man die niet is weg te denken uit de moderne jazzgeschiedenis. Voorafgaand aan dat optreden had Nico Kanakaris een uitgebreid gesprek met Dave Holland over zijn ontwikkeling als bassist en een aantal mijlpalen uit zijn lange carriëre.
Concert Goeie ouwe free jazz
Tatatacouf, woensdag 3 december 2025, SJIG, Brouwerij Martinus, Groningen
Met drie over elkaar schuivende klankvelden openen de muzikanten de performance. Lida Brouskari tovert een hoge, lang aangehouden toon uit haar kleine Korg-synthesizer. Raoul van der Weide strijkt de contrabas en slagwerker Thomas Jaspers laat een soort aangehouden gong klinken - achteraf bleek, dat er een mechanische muis op een gebutst deksel rond had gesnuffeld.
Welkom in de sferen van Tatacouf. Uit de velden vloeit een minimalistisch pianopatroon. Alsof er een sample uit Simeon ten Holts 'Canto Ostinato' is geknipt. Een klein koket Cantootje, zeg maar. Dan worden we de free jazz ingetrokken, die goeie ouwe free jazz. Cecil Taylor anno 1960, om de gedachten te bepalen. Met een mini-bekken (gejat van een kleinzoon?) plus strijkstok gaat Van der Weide zijn instrument te lijf.
De drie muzikanten vormen nochtans een eenheid. Dat blijkt wanneer de gezamenlijke chaos verstilt tot een 'echt liedje'. Je zou zweren dat het drietal met elastische koorden met elkaar verbonden is. Die koorden worden gevierd en aangehaald en soms lijken ze in de lucht op te lossen. Het trio schrikt er ook niet voor terug elkaars respectieve terreinen binnen te vallen. Op cd beluisterd zou je er nog een hele kluif aan hebben de individuen uit elkaar te houden.
Nu en dan komt het hele bedrijf stil te liggen. Maar dan zorgt het minste of geringste geluidje ervoor dat het proces over het kantelpunt wordt getild.
En dan te bedenken dat de artiesten nog tientallen gereedliggende fluitjes, rateltjes en onduidelijke dingetjes niet eens gebruikt hebben.
Concert
De kameraden nemen afscheid
I Compani Extended, zondag 30 november 2025, TivoliVredenburg, Utrecht
Veertig jaar lang trokken de kameraden langs steden en wegen, in de voetsporen van het circus en de cinema. Oprichter, saxofonist, componist en arrangeur Bo van de Graaf besloot dat het na 40 jaar een goed moment was de stekker eruit te trekken. Tijd voor nieuwe dingen. Dat afscheid gebeurt met een traan en een lach, op feestelijke wijze. Er is een boek en nieuw programma waarmee de komende weken nog de podia worden aangedaan. Dus ga snel mee met het laatste rondje op de carrousel, want daarna is het echt BASTA.
Onder leiding van opperhoofd Van de Graaf reisden de kameraden als een karavaan door het rijk van de improvisatie. Hun wortels liggen in de jaren tachtig, in de tijd dat lef en durf de toon zetten. Van de Graaf belde zonder blikken of blozen de secretaresse van Federico Fellini om partituren te bemachtigen en schonk later Maria Sneider een lp van zijn groep Neptet, alsof het een magisch relikwie was. Zo bouwde hij zijn muzikale toevluchtsoord, een rijk van muziek dat zich voedde met inspiratie van Nino Rota, Verdi, Fellini, diva's of de acrobaten van het kerstcircus.
De geesten van Rota en Fellini zijn voelbaar aanwezig op 30 november in de zaal Cloud 9 van TivoliVredenburg, waar het grote ensemble I Compani Extended met lekker veel mensen op het podium luchtige fratsen uithaalt met serieuze instrumenten. Het wordt een middag vol momenten van vrolijke gestructureerde chaos en nostalgie.
Inspiratie komt initieel van de filmmuziek van Nino Rota, maar breidt zich uit naar eigen werk en invloeden van Verdi, Gato Barbieri en tromgeroffel van het circus. De wortels van het ensemble zijn verankerd in de ICP- en Willem Breuker-fase van de Nederlandse jazzscene.
Voor het programma 'BASTA' is het septet van de laatste jaren uitgebreid en zijn enkele oude kameraden teruggekeerd. Bassist Carel van Rijn en trompettist Paul Vlieks en tenorist Frank Nielander zijn erbij. Monique de Adelhart zorgt voor een arrangement, aankondigingen en zang, daarbij versterkt door Annelie Koning.
De twee zangeressen delven het onderspit bij de grote ensemblestukken, waar je wel monden ziet bewegen maar nauwelijks klank hoort vanwege de overheersing van de blazers. Dat verandert bij solistische momenten zoals C. Buddings 'Blauwbilgorgel' of een stuk gebaseerd op een Emily Dickinson-gedicht.
Saxofoons grommen, de contrabas en viool strijken, tokkelen en wandelen, de trombone murmelt, de bandoneon snikt en dan is daar opeens het hemels geluid van een fagot. Twee pianisten swingen de boogie, begeleiden of soleren tot de zaal in een jive uit z'n dak gaat. Bo van de Graaf schittert op sopraan-, alt- en tenorsaxofoon, waarbij hij soms Barbieri kanaliseert en dan weer lyrische nostalgie uit de sopraansax laat druipen.
De filmmontages op het grote scherm achter de muzikanten zijn niet langer grensverleggend zoals toen I Compani begon en het nog knip-en-plak- en pionierswerk was. Dat veranderde door de komst van VJ Martijn Grootendorst, die uitsneden van films, opera, circus en andere nostalgische kleuren ook voor dit programma meesterlijk vertaalt naar pakkende videobeelden.
Mis dit niet en laat je nog één keer meevoeren met de muzikale avonturen van I Compani zolang het nog kan. Daarna rest nog het prachtige boek, gebaseerd op lange interviews die Tom Beetz voerde met Van de Graaf.
Tijdens optredens zijn er nog de cd's als toegift bij gesigneerde exemplaren. Bo van de Graaf heeft zijn zinnen gezet op het oppakken van plannen die veertig jaar geleden werden geparkeerd, vanwege de kameraden.
Kortom, verwacht het onverwachte.
Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Louis Obbens.