Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Cd
Cannonball Adderley - 'One For Daddy-O' (Nederlands Jazz Archief, 2016)

Opname: 19 november 1960 / 3 juni 1966

Wie het affiche van het Jazz At The Philharmonic-evenement dat op 19 november 1960 neerstrijkt in het Concertgebouw in Amsterdam bekijkt, krijgt stante pede kippenvel. Optredens van Dizzy Gillespie, J.J. Johnson en Stan Getz, een jamsessie met niemand minder dan Coleman Hawkins, Benny Carter en Roy Elridge en als klap op de vuurpijl het kwintet van Cannonball Adderley. Hoe zit het eigenlijk met dat tijdrijzen? Gaat dat nog eens wat worden? Of moeten we ons blijven behelpen met opnames, zoals die van de set die Adderley gaf en die vorig jaar werd uitgebracht door het Nederlands Jazz Archief in de serie 'Jazz At The Concertgebouw'?

Cannonball Adderley had de wind mee, eind 1960. Van zijn eerder dat jaar verschenen album 'The Cannonball Adderley Quintet In San Francisco' waren maar liefst 80.000 exemplaren verkocht en van de single 'This Here' eenzelfde aantal. En de single 'Work Song', een nummer van broer Nat en verschenen op opvolger 'Them Dirty Blues', was een regelrechte hit in de jukebox. De verwachtingen van het publiek in Amsterdam waren dan ook hoog gespannen, vooral omdat Adderley met zijn bijna volledige kwintet kwam. Naast broer Nat op cornet bestaande uit bassist Sam Jones en drummer Louis Hayes. Alleen pianist Bobby Timmons was eerder dat jaar vervangen door Victor Feldman.

Het kwintet zette in met 'Exodus', een nummer van Feldman dat onbekend was voor het publiek, maar door zijn aanstekelijke ritmiek zal dat geen probleem hebben gegeven. Opvolger 'One For Daddy-O' van broer Nat kende een deel van het publiek wel. Het komt van het inmiddels klassieke album 'Somethin’ Else', dat Adderley in 1958 uitbracht en waarvoor hij Miles Davis als sideman wist te strikken, na zelf te hebben meegespeeld op diens 'Milestones' en 'Kind Of Blue'. 'One For Daddy-O' kent een zeer aantrekkelijke melodie en geeft Adderley de gelegenheid om heerlijk te scheuren op zijn altsax. Na 'This Here', aangekondigd als representatief voor de stijl soul jazz, klinkt nog Oscar Pettifords 'Bohemia After Dark', het nummer waar Adderley overrompelend mee debuteerde in juni 1955 in Café Bohemia, New York. In deze razend moeilijke compositie komt Adderley's veelzijdig spel op bijzondere wijze naar voren. Met grote souplesse speelt hij de ene razendsnelle frase na de andere. Maar let zeker ook op de solo van broer Nat en het razende slagwerk van Hayes.

Op 3 juni was Adderley wederom in Nederland, nu alleen. In Theater Bellevue, Amsterdam gaf hij een concert met Nederlandse muzikanten, zoals toen wel vaker gebeurde. We vinden de broers Jacobs, Pim en Ruud, gitarist Wim Overgaauw en drummer Cees See aan zijn zijde. Adderley speelt tijdens deze set een aantal bekende nummers, waaronder 'Work Song', de klassieker 'Stella By Starlight' en Miles Davis' 'Tune Up'. Dit concert mist de vibe van het optreden in het Concertgebouw, maar is niettemin een bijzonder moment in Adderley's discografie. De Jacobs broers zijn een meer dan adequate begeleiding en stuwen Adderley naar grote hoogten. Bijzonder zijn 'Work Song', dat hier een bijzonder swingende uitvoering krijgt met een regelmatig uit de bocht vliegende Adderley en een overrompelend spelend kwartet, en 'Stella By Starlight', waarin Pim Jacobs opvalt met lichtvoetig pianospel.

Foto: Dave Brinkman (ANEFO)

Labels:

(Ben Taffijn, 25.6.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Met de precisie van de nanotechnologie

Tim Armacost, Joris Teepe & Steve Altenberg, dinsdag 20 juni 2017, De Smederij, Groningen

Ze stonden er nu eens niet als docenten of als begeleiders, maar als drie aan elkaar gewaagde jazzcoryfeeën. "Vanavond gaan we met elkaar praten," stelde tenorist Tim Armacost vast. Het trio dateert van 1995, maar speelt slechts incidenteel samen. "Als we elkaar twee jaar niet gezien hebben, spelen we het zó weg," aldus nog steeds Armacost, doelend op de niet bepaald zwakzinnige compositie 'Solitaire' van bassist Joris Teepe. De samenspraak verliep zonder haperen. Soms was er sprake van hardop uitgesproken gedachten en gedachtesprongen. Wanneer drummer Steve Altenberg even compleet loos ging en volledig buiten alle structuren verwijlde, kwam hij als door een magneet aangetrokken toch weer exact in het schema terug. De saxofonist, die rond 1990 aan het Amsterdamse Sweelinck Conservatorium doceerde, heeft een gefocust, hard geluid, met daarin altijd de schreeuw van de blues.

Ook in de standard 'Three Little Words' leek het trio gebruik te maken van telepathische technieken. Buiten de nanotechnologie tref je dit soort precisiewerk niet bepaald frequent aan.

De Smederij zou De Smederij niet zijn wanneer programmeur Diederik Idema geen verrassing voor ons in petto had. De surprise kwam in de persoon van pianist Dolf de Vries, na jaren weer terug op het oude nest. In twee nummers was hij van de partij en de spreekwoordelijke intensiteit van zijn spel en zijn speelplezier waren nog helemaal intact. Zijn bebop-chops etaleerde De Vries in 'I Didn’t Know What Time It Was'. Dat hij gewend is vocalisten te begeleiden zag en hoorde je aan de manier waarop hij zangeres Suzana Lascu de woorden uit de mond keek. Precies de juiste akkoorden eronder, de loopjes die hout sneden.

Labels:

(Eddy Determeyer, 24.6.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Parker/Edwards/Noble - 'PEN' (Dropa Disc, 2017)

Opname: 24 januari 2015

In de werelden van de geïmproviseerde muziek zijn de Britten Evan Parker, John Edwards en Steve Noble heren met een respectabele staat van dienst, maar van dit samenwerkingsverband was nog niets op plaat of cd verschenen toen Sound In Motion in maart op het zelf opgerichte label Dropa Disc de cd 'PEN' uitbracht. Dezelfde organisatie had voor een optreden van deze drie grote mijnheren gezorgd in januari 2015. Nu is er de cd die de happy few kan laten zeggen dat zij erbij waren en waardoor ook de afwezigen – die ongelijk hadden, zoals dat dan heet - kunnen genieten van tenminste een paar flinke brokken uit het concert.

Meer dan 'Track 1' (20'52") en 'Track 2' (17'52") staat er niet op dit schijfje, dat stijlvol is verpakt in een matzwarte kaft met in gouden letters PEN op de front cover, maar dat volstaat ruimschoots om indruk te maken. Het hoesje slaat open met drie luiken die met fijne lijnen portretten weergeven van de drie muzikanten. Het grafische werk (artwork: Pascal Cools) sluit knap aan bij de bewegingen die de muziek maakt – het vormt en bevat een visitekaartje voor improvisatie die stevig aan elkaar hangt, ook al trekken de muzikanten op het eerste gezicht niet de hele tijd dezelfde kant uit. Zeker, soms is de logica in de opeenvolging van bewegingen in geïmproviseerde muziek verre van duidelijk, soms wel en andere keren voel je echt dat het een aan het ander kleeft, dat de samenhang onmiskenbaar is. Dat laatste is het geval op deze cd, hier kan je bijna zeggen dat zowat alles perfect bij elkaar aansluit. Je moet er natuurlijk open voor willen staan, wat soms makkelijker is (om te volgen) en tegelijk spannender als je de muzikanten bezig ziet. Van het trio Parker, Edwards en Nobel mag je vrije muziek verwachten, waarbij het vruchteloos wachten zou zijn als je op zoek bent naar instapklare, uitgesponnen melodieën of als je swingend wilt vingerknippen. Hier hoor je de spontane ontwikkeling van ideeën die soms melodisch zijn, maar snel evolueren of in een eigenzinnige kronkeling ronddraaien. Je hoort de kunst om deze ideeën opwindend te maken en te houden, om meer dan onderhoudend te zijn, want ook overtuigend zonder dat je de muzikanten bezig ziet.

De tracks op 'PEN' startten bassist John Edwards en drummer Steve Noble, wat later viel saxofonist Evan Parker hen bij. Ze deden er geen minutenlange intro over om samen stevige sporen te trekken die als bewegende rails de tenorsax uitnodigden om mee vooruit te stomen. En dan waren ze vertrokken voor een avontuurlijke vaart in de muzikale ruimte tussen hemel en aarde, stijgend en dalend, soms vooruit sjezend, elders draaiend en dan weer dralend. Met volle noten, trekken aan snaren, tikken, slaan en wrijven op cymbalen, vellen en andere percussiemiddelen, grillige lijnen blazend, zowel hoekige figuren trekkend als met mooie rondingen, eventueel in circulaire ademhaling. Samen in een creatief proces dat op verschillende momenten dankzij een ritmische drive in combinatie met een neiging naar abstractie een kunstige tegenhanger ophangt voor swingende jazz. Met een sound en een gedachtegang die na een paar beluisteringen al een zekere herkenbaarheid en vertrouwdheid oproept. Dit trio geeft de intussen klassieke trioformule van sax, bas en drums waar een Sonny Rollins in 1957 mee speelde en zich live mee uitleefde bij thema's en melodieën, een heel persoonlijke invulling. Rond minuut vijf en opnieuw rond 10'25" op 'Track 2' lijkt Parker trouwens een paar keer te verwijzen naar Sonny Rollins' 'Striver’s Row', live in The Village Vanguard zestig jaar geleden...

Klik hier voor een impressie van dit album.

Deze recensie verschijnt ook op Jazz'Halo.

Labels:

(Danny De Bock, 23.6.17) - [print] - [naar boven]



Festival
Amersfoort Jazz 2017


"Van Kemenade's Three Horns And A Bass is al sinds lange tijd een constante in de hedendaagse jazzscene. Composities van Paul van Kemenade werden veelal meerstemmig subliem en glashelder uitgevoerd en naast de altsaxsolo's van Van Kemenade waren ook die van trompettist Angelo Verploegen, trombonist Louk Boudesteijn en – de eenmansritmegroep – bassist Wiro Mahieu van een navenant niveau. Eveneens aangenaam waren de komische, literaire aankondigingen van leider Van Kemenade."

Van donderdag 8 t/m zondag 11 juni bezocht Jacques Los het festival Amersfoort Jazz. Hij zag optredens van Houston Person, Modiga/Dyer/Sikhakhane, Subtext, Vuma Levin Quintet, Stormvogel & Leo Janssen, Paul van Kemenade's Three Horns And A Bass, IdeMo Quintet, Fuensanta Mendez Quintet, Antisia Machneva Quartet, Xavi Torres Trio, Sisters Of Invention, Okabe Family en Licks & Brains.

Klik hier om zijn festivalverslag te lezen.

Klik hier voor foto's van Amersfoort Jazz 2017 door Maarten Jan Rieder.

Labels:

(Maarten van de Ven, 22.6.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Anthony Braxton - 'Quintet (Basel) 1977' (Hatology, 2016)

Opname: 2 juni 1977

Anthony Braxton heeft er tijdens zijn lange carrière - hij maakte zijn eerste opnames in 1967 - regelmatig op gewezen dat hij zichzelf in eerste instantie ziet als componist en niet als jazzmuzikant. Dat zijn muzikale taal door de jazztraditie is beïnvloed doet daar niets aan af. Sterker nog, hij wijdt het gebrek aan erkenning als componist in zijn thuisland, de VS, voor een groot deel aan het feit dat hij zwart is. En zwarten zijn jazzmuzikanten en geen componisten. Dat neemt niet weg dat ook daar de appreciatie van zijn werk aan het veranderen is, mede door de komst van de Tri-Centric Foundation die over zijn erfenis waakt.

Dat Braxton niet altijd primair als componist werd gezien, komt overigens ook omdat zijn stijl van componeren gedurende decennia nu niet bepaald volgens de standaardmethode plaatsvond, die van de uitgeschreven partituur die door anderen wordt gespeeld. Braxton heeft altijd gewerkt met wat hij zelf noemt multi-structural logics. Stukken van de composities zijn uitgeschreven, soms in noten, maar ook heel vaak op een grafische manier, terwijl andere stukken louter aanwijzingen bevatten of bestaan uit ingecalculeerde ruimte voor improvisatie. Deze wijze van componeren vinden we heden ten dage bij meer componisten terug, maar was zeker in de jaren zeventig nog zeer ongewoon.

Onlangs bracht Hat Hut opnames opnieuw uit die Braxton met een kwintet opnam in 1977 in Basel. Bijzondere opnames, omdat het kwartet waarmee Braxton tot op dat moment veel had gewerkt - Braxton op rieten, trompettist Kenny Wheeler (en de laatste twee jaar trombonist George Lewis), bassist Dave Holland en drummer Barry Altschul - uit elkaar was gevallen. De combinatie die we hier horen is dan ook goed te definiëren als een gelegenheidsformatie. Met George Lewis, dat wel, en met pianist Muhal Richard Abrams. De twee werkten niet vaak samen, maar waren zeker geen onbekenden voor elkaar. Het was op een album van Abrams dat Braxton in 1967 zijn debuut maakte en ook in de jaren daarna troffen ze elkaar regelmatig. Maar zijn verschijnen hier in Basel is ook een bijzondere, omdat Abrams toen reeds - maar nu nog steeds - een van de belangrijkste vernieuwers was binnen de hedendaagse muziek. Verder vinden we bassist Mark Helias en drummer Charles 'Bobo' Shaw. Musici waar Braxton niet veel vaker mee heeft gespeeld.

Vier stukken telt dit album, met de voor Braxton kenmerkende naam 'Composition', gevolgd door een nummer: 69 J, 69 N/G, 69 M en 40 B. In 'Composition 69 J' horen we vooral Lewis, met vibrerende uithalen, geflankeerd door stevig slagwerk van Shaw. In eerste instantie in een vrij heftige setting, uitmondend in een verfijnde solo waarin goed te horen is hoezeer Lewis zich thuis voelt bij Braxtons idioom. Aansluitend horen we Braxton zelf in een uitzinnige solo op sopranino saxofoon en Abrams en Shaw in duet, de eerste uitzinnig strooiend met clusters noten. In het ruim 26 minuten durende '69 N/G' gaat het er aanvankelijk een stuk ingetogener aan toe. Bijzonder hoe de vijf musici elkaar hier aanvullen, ieder met zijn eigen klankrijkdom. Verderop slaat de sfeer weer om richting up tempo, met als hoogtepunt de solo van Braxton op altsax. 'Composition 40 B' is het enige stuk op dit album dat iets van een melodie in zich heeft, meesterlijk geblazen door Lewis. En ja, het pianospel van Abrams is hier niet te versmaden.

Klik hier om het album te beluisteren.

Muhal Richard Abrams geeft op zondag 9 juli tijdens het North Sea Jazz Festival een soloconcert.

Labels:

(Ben Taffijn, 21.6.17) - [print] - [naar boven]



Festival
Swingin' Groningen 2017


"In 'Cariñoso De Pixinguinna' omwikkelde contrabassist Andrea Caruso van Human Music zijn toehoorders met bedwelmend geurende sluiers. Dus toen ik mijn ogen weer opendeed zag ik de hele ruimte voor het podium gevuld met innig in elkaar verstrengelde dansparen. Maar mooi niet dus! Groningen is dansvrij. Afgezien van de obligate anderhalve halve gare danst er hier niemand."

Van donderdag 15 tot en met zaterdag 17 juni bezocht Eddy Determeyer in de binnenstad van Groningen de 23ste editie van het festival Swingin' Groningen. Hij zag optredens van Human Music, EVA, Berkman-Teepe-Altenberg, Lex Jasper Trio & Marjorie Barnes, Elektra en concerten in het kader van de Northern European Jazz Talent Contest.

Klik hier om zijn festivalverslag te lezen.

Foto: Zoltan Acs

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 20.6.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Mete Erker Trio – 'Live' (Sympathetic Vibrations, 2016)

Opname: 2-3 juni 2015

De live-cd van het Mete Erker Trio, die in 2015 werd opgenomen in Stella by Starlight in Arnhem, bruist van de dynamische, hedendaagse jazz. Wellicht heeft de locatie en het dicht op het publiek zitten daar eveneens toe bijgedragen. Maar natuurlijk zijn het de musici die het eclatante resultaat hebben opgeleverd.

Erkers kompanen, bassist Johan Plomp en drummer Makki van Engelen, swingen en stuwen welhaast ongekend in onder andere Monks 'Evidence'. Ook in de andere nummers wordt het constante groovy ritmische niveau gehandhaafd. Het veroorlooft Mete Erker dan ook zeer expressief te soleren op zowel zijn eigen composities als die van onder meer Carla Bley, Pharoah Sanders en Johan Plomp.

In Sanders' 'Greetings To Idris' en Erkers eigen 'Mamita Rica' raast, tiert en giert (in de goede zin van het woord) de saxofonist door en over het thema met inachtneming van al de mogelijkheden die de 'free jazz saxofoon' te bieden heeft. Reminiscenties aan de freejazzers van weleer als Archie Shepp, Albert Ayler, de latere John Coltrane, Pharoah Sanders dus en de Europeanen Peter Brötzmann en Willem Breuker zijn dan ook zeer nabij.

Inclusief Erkers warme tenorgeluid en technisch vaardige en geïnspireerde improvisaties en de uitermate competente ritmetandem is dit een cd van grote klasse, die besloten wordt met een subtiele, melodieuze 'Mediocre Blues' van Mete Erker.

Klik hier om drie tracks van deze cd te beluisteren: 'Greetings To Idris', 'Papillon' en 'Mamita Rica'.

Labels:

(Jacques Los, 19.6.17) - [print] - [naar boven]



Vooruitblik
North Sea Jazz Festival


Op 7 juli aanstaande start in het Rotterdamse Ahoy alweer de 42ste editie van het North Sea Jazz Festival. En na 30 jaar in Den Haag is dit intussen de 12e editie in Rotterdam. Inmiddels een begrip in binnen- en buitenland biedt het festival ook deze keer voor iedere liefhebber van jazz en aanverwante stijlen een rijk programma. Zo rijk, dat in het bestek van deze voorbeschouwing slechts een aantal verwachte hoogtepunten aan bod kunnen komen.

Een van die onbetwistbare hoogtepunten is zonder meer de komst van niemand minder dan de inmiddels 75 jaar oude Chick Corea in de rol van 'artist in residence'. Maar liefst drie concerten gaat deze pianist verzorgen, op iedere dag één. Op vrijdag speelt hij met zijn Electric Band, op zaterdag met banjospeler Bela Fleck – met wie hij al twee albums opnam - en op zondag met het Noorse Trondheim Jazz Orchestra. Maar vanzelfsprekend is Corea niet de enige oudgediende die acte de présence geeft op 7, 8 en 9 juli. Het is Wayne Shorter die op vrijdag het spits mag afbijten met zijn huidige kwartet, waarin we verder Danilo Pérez, John Pattitucci en Brian Blade vinden en dat zich hier tevens ondersteund weet door het Casco Philharmonic. Op zaterdag optredens van George Benson, Herbie Hancock (solo) en Diana Reeves. En tot slot op zondag een bijzonder concert van het McCoy Tyner Trio met als speciale gasten de pianisten Craig Taborn en Geri Allen en een solo-optreden van een van de belangrijkste vernieuwers uit de jazz, pianist Muhal Richard Abrams.

Vaste waarden sinds jaar en dag zijn de uitreiking van de Paul Acket Award, die dit jaar wordt uitgereikt aan saxofonist Donny McCaslin en de compositieopdracht, die ieder jaar wordt gegeven aan een veelbelovende Nederlandse jazzcomponist. Dit jaar viel hoornist en componist Morris Kliphuis die eer te beurt. McCaslin werd bij het grote publiek bekend door zijn medewerking aan het laatste album van David Bowie, 'Blackstar', maar hij is al veel langer actief binnen de jazz. Hij maakte deel uit van Steps Ahead en speelde in het orkest van Maria Schneider. Hij zal zondag het slotconcert in de Hudson verzorgen. Kliphuis timmert eveneens al geruime tijd aan de weg. Met Kapok, maar steeds vaker ook met composities op het snijvlak van jazz en hedendaags gecomponeerd. Hij zal dan ook ongetwijfeld op vrijdag, zowat het eerste concert op het festival, de toon gaan zetten.

Jazz leeft is de boodschap van dit festival en de jazzmuzikanten van nu laten zich niet altijd meer vastpinnen op een stijl of een richting. De nieuwe lichting ziet jazz veeleer als een middel om zich te uiten, al dan niet maatschappelijk bewust. Heilige huisjes worden dan ook regelmatig omvergeschopt en hokjes opgerekt. Zo gebruiken zangeressen als Solange en Mavis Staples hun teksten om aandacht te vragen voor de rassenongelijkheid die in de VS nog steeds aan de orde van de dag is en rapt Mick Jenkins eveneens over deze wantoestand. Maar ook anderen laten zich horen. De boodschap van Kamasi Washington klonk vorig jaar reeds luid en duidelijk, nu is hij terug met nieuw materiaal. Muzikanten als Yussef Kamaal, Marquis Hill en Shabaka & The Ancestors passen in ditzelfde rijtje.

'Dedicated to the innovative', zo prijst het in New York gevestigde platenlabel PI Recordings zichzelf aan. Het is een terecht statement, want met muzikanten als Jonathan Finlayson, Henry Threadgill, Steve Lehman, Tyshawn Sorey, Muhal Richard Abrams, Mark Dresser en nog heel veel meer in de kaartenbak mag je wel zeggen dat je je onderscheidt. North Sea Jazz zet het label op zondag uitgebreid in het zonnetje. Middels vier concerten in Darling, waaronder het eerder genoemde met Abrams, treedt een keur aan innovatieve musici voor u op.

Foto's: Cees van de Ven & Louis Obbens

Labels: ,

(Ben Taffijn, 19.6.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Mats-Up - 'The Nature Of The Blues' (Unit, 2016)
Opname: 19-20 december 2015 / 20 februari 2016

Afgaande op het eerste nummer van het nieuwe album van de Zwitserse trompettist Matthias Spillmann en zijn kwintet Mats-Up verwacht je een zeer ingetogen album van een trompettist die schildert met klank. Hij is daarbij met name geïnteresseerd in de kleinste nuances van klankkleur, zoals die gestalte krijgt tussen de noten en in de zogenoemde boventonen. 'Alpsegen' bevat dan ook lange ijle geblazen lijnen. Als je tegelijkertijd naar de foto op de binnenhoes van het album kijkt, waarop een eenzame figuur over een gletsjer ploetert, begrijp je meteen wat Spillmann wil zeggen.

'The Nature Of The Blues' heet het album waarop Spillmann en de zijnen een tribuut brengen aan dit oergevoel. Want die ijle inleiding waarin de trompettist zo mooi met klank schildert, zegt niets over het vervolg van het album. Reeds in het tweede stuk, 'Balubarumba', wordt al uit een ander vaatje getapt. Wat blijft is Spillmanns ijle trompetklank waarmee hij zo mooi tussen de noten door laveert. Wat erbij komt is de rest van het kwintet: een heerlijk drummende Dominic Egli, die in zijn eentje al voor de blues kan zorgen, een ontspannen plukkende Raffaele Bossard achter de bas, Marc Méan op de virtuele piano en Reto Suhner op zowel altsax als altfluit.

Die stomende blues is wat de rest van het album kenmerkt. Al horen we in 'Melt The Stone' aanvankelijk wederom Spillmann zoeken naar de nuance in de klank, nu begeleid door zacht repetitief slagwerk en de vreemde klanken die Méan uit zijn kastjes tovert. Alleen dit nummer blijft allesbehalve ingetogen; ook hier kruipt de blues weer naar binnen en het kwintet stookt het vuurtje aardig op. In 'Paris-Dakar IV' horen we allereerst weer Méan met een geluid dat het midden houdt tussen een Fender Rhodes en een overstuurde gitaar. En dan Spillmann, nu met een wat traditioneler trompetgeluid, gevolgd door weer Méan met een solo die thuishoort in de psychedelische rock, of blues zo u wilt. In 'Paris-Dakar V' en 'VI' dient de Afrikaanse muziek zich aan, zeg maar het Dakar-deel. Het leidt tot een aantrekkelijk ritmisch nummer, waarop je zo weg kunt dansen.

Al met al een lekkere, ritmische plaat, een prima cross-over tussen jazz, blues en rock. Maar die andere kant van Spillmann, zeg maar die van de klankschilder, blijft jammer genoeg wat buiten beeld. Alleen afsluiter 'Verkehrserziehung' heeft er nog iets van.

Klik hier voor een compilatie van 'The Nature Of The Blues'.

Labels:

(Ben Taffijn, 18.6.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Wild Man Conspiracy - 'Short Stories' (Clazz Music, 2016)

Opname: 22 mei / 18 december 2015

Zeg nou zelf, bij een naam als Wild Man Conspiracy stel je je toch een bende ongure sujetten voor, die plannen beramen om alle jonkvrouwen uit Oud-Zuid te schaken en in onderaardse gewelven bijeen te drijven om er niet nader te noemen handelingen mee te verrichten? Ik wel, hoor. Maar dat is het grappige van de onderhavige Wild Men: die doen precies wat je niet verwacht. Die vertellen elkaar in hun rovershol verhalen over hoe trompettist Miles Davis in 1980 besloot de coke te kicken en serieus rijk te worden. Wat hem voor de helft lukte.

'Short Stories' lijkt inderdaad een eerbiedig eerbetoon aan de prins der duisternis. Helemaal, wanneer Gerard Kleijn een Harmon-demper in zijn trompet plaatst. Zoals in het openingsnummer, 'Song In D(avis?)'. Ook dat typische stokkende ritme wijst in die richting. Zo hebben de overige tracks eveneens iets berustends, om niet te zeggen plechtstatigs. 'Gollem II', net als 'Song In D' van de hand van gitarist Guillermo Celano, begint bedachtzaam, maar ontwikkelt zich gaandeweg tot een opgewekt, levenslustig opus. 'Nobody Knows The Trouble I’ve Seen' heeft een al even gedragen begin, met Joost Kesselaar die zich met behulp van brushes moeizaam voortsleept. Vervolgens opent Kleijn het thema, waarbij Celano een lome dans om hem heen uitvoert. Aarzelend waagt de eerste maagd zich op de dansvloer.

Klik hier om vier tracks van 'Short Stories' te beluisteren.

Labels:

(Eddy Determeyer, 17.6.17) - [print] - [naar boven]



Jazzradio
Jazz Rules #125-126


In speciale uitzending #125 van Jazz Rules kom je alles te weten over het Gent Jazz Festival. Dat vindt dit jaar plaats van 6 tot en met 15 juli op de Bijlokesite in Gent. Dirk Roels ontvangt festivaldirecteur Bertrand Flamang. Die loodst je door het programma, vertelt alle laatste nieuwtjes over het festival en geeft duiding bij een aantal artiesten.

Uiteraard hoor je veel muziek van de muzikanten die naar het festival komen, waaronder Kamasi Washington, Makaya McCraven, Herbie Hancock, LABtrio, Hoera, Shabaka And The Ancestors, Tomasz Stanko en nog vele anderen.

Klik hier om Jazz Rules #125 te beluisteren.

Presentator Dirk Roels ontvangt in aflevering 126 zangeres, pianiste en componiste Lori Van Gremberghe. In de herfst neemt ze een eerste album op met haar band Raekrm. Die bestaat uit contrabassiste Anneleen Boehme (LABtrio), gitarist Geert Hendrickx (Gizmo) en drummer Simon Raman (Steiger). Raekrm heeft momenteel een crowdfundingcampagne lopen in samenwerking met Gent Jazz/Jazz Middelheim, JazzLab Series en De Werf.

Er is livemuziek vanop de Ham Sessions met het concert van Thunderblender. Dat is het trio van de Ierse saxofonist Sam Comerford, pianist Hendrik Lasure (SCHNTZL) en drummer Jens Bouttery. Ze brengen avontuurlijke geïmproviseerde muziek.

Verder aandacht voor het Michel Bisceglia Trio, dat 20 jaar bestaat en onlangs een compilatiealbum heeft uitgebracht.

Klik hier om Jazz Rules #126 te beluisteren.

Labels: , ,

(Maarten van de Ven, 17.6.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Wolter Wierbos / Jasper Stadhouders / Tim Daisy - 'Sounds In A Garden' (Relay Recordings, 2016)

Opname: 17 april 2016

Op 20 april 2015 maakten we kennis met het trio Wolter Wierbos, Jasper Stadhouders en Tim Daisy in de gitaarstudio van Jaspers vader Walter. Gitaarleraar in Tilburg en de man die zijn twee zoons, Jasper en Bram, de liefde voor dit instrument met die befaamde paplepel toediende. Het werd een knotsgekke zondagmiddag, waar niemand die deze heren kent verbaasd van zal staan.

Inmiddels heeft het trio ook een album uitgebracht, 'Sounds In A Garden', waarop het trio al even flamboyant klinkt als toen op die zondagmiddag. Wierbos, onze kunstenaar op de trombone, presenteert ook hier weer zijn befaamde combinaties van losse, bijna terloopse klanken en romantisch aandoende melodietjes. Terwijl Stadhouders, ook hier zoals tegenwoordig vaker zowel te horen is op elektrisch gitaar als op basgitaar, en Daisy zorgen voor de onderliggende structuur. Als er van enige structuur sprake is, want dat is bij dit trio natuurlijk lang niet automatisch het geval.

Zo loopt 'Happy To Play', ach, what's in a name, al snel uit in creatief gepiel en gesputter. De heren, heerlijk op dreef, creëren de ene wonderbaarlijke reeks klanken na de andere. Met dat speelplezier zit het dus wel goed. Maar er is meer, want al het speelplezier gaat geenszins ten koste van de kwaliteit. We hebben het hier over improvisatie op het allerhoogste niveau, waarbij de drie laten horen dat ze elkaar perfect aanvoelen. Zo is het langste nummer van dit album, het ruim 22 minuten durende 'Loose Cannon', een eindeloze en extatische aaneenschakeling van muzikaal vernuft. En wat doet die wesp daar nu weer helemaal aan het eind?

En wel eens een grizzly beer tevreden horen grommen? Het kan nu. Als we onze vrienden in 'The Grizzly Purr' moeten geloven klinkt dat in ieder geval heel relaxed, met name dankzij Wierbos' vloeiende bewegingen en Stadhouders' riffs.

Klik hier om de albumtrack 'Loose Cannon' te beluisteren.

Klik hier voor de recensie van het concert van Wierbos / Stadhouders / Daisy op 20 april 2015 in de gitaarstudio van Walter Stadhouders in Tilburg.

Labels:

(Ben Taffijn, 16.6.17) - [print] - [naar boven]



Boek
Stef Slembrouck (redactie) - 'Meer dan Jazz' (Acco, 2017)


In de eerste helft van 2015 werd er in het Gentse Blandijn een academische lezingencyclus georganiseerd over jazz in brede zin. Deze lezingen zijn inmiddels onder redactie van Stef Slembrouck, hoogleraar taalkunde aan de Universiteit Gent en groot jazzliefhebber, gebundeld onder de veelzeggende titel 'Meer dan Jazz'. Veelzeggend inderdaad, want uw recensent interpreteerde de titel al direct anders dan de redactie bedoelt. Het boek gaat namelijk niet over jazz als brede muziekvorm met alle vormen van cross-over. Het meer dan jazz moet anders worden opgevat. Dit boek is geen chronologische geschiedenis van deze muziekstijl, maar een bundel artikelen waarin jazz onder andere wordt geconfronteerd met sociologie, psychologie, film en literatuur. Meer dan jazz dus.

Nadeel van dit soort bundels is dat de stukken heel divers zijn en dat de onderlinge samenhang vaak onduidelijk is of simpelweg ontbreekt. Dat neemt niet weg dat dit boek een aantal interessante bijdragen bevat. Vooral voor de liefhebber die de geschiedenis van de jazz en de diverse stijlen daarbinnen grofweg wel kent. De schrijvers gaan daar namelijk meestal wel van uit. Bijzonder is bijvoorbeeld het stuk van Matthijs de Ridder over de receptie van jazz na de Eerste Wereldoorlog. En hoe die voor Europa nieuwe muziekvorm werd ge- versus misbruikt vanuit politieke en maatschappelijke overtuigingen. Zo werd de heropening van de Alhambraschouwburg in Brussel door de Belgen die voor de instandhouding van België als eenheid waren, aangegrepen om België op te stuwen in de vaart der volkeren. De Mitchell's Jazz Kings werden geprogrammeerd, het eerste jazzconcert in België om te laten zien hoe modern België was. In Frankrijk werd de jazz echter heel anders gepercipieerd. Daar liet de Ligue contre le Jazz-band, een ultrarechtse beweging, weten niets te moeten hebben van deze nieuwe muziekstijl. Het pamflet eindigde met de denigrerende zinssnede: "Parijs is Timboektoe niet!"

Wij kunnen ons nu natuurlijk niet meer voorstellen dat jazz zo veel losmaakte. Op zijn best wordt jazz nu gezien als onschuldig tijdverdrijf van een elite. Dat was in het verleden dus wel anders! Dat leert ook het stuk over muziek in met name de Amerikaanse film van de jaren 40 en 50 door Pascal Vandelanoitte. Het stuk heet niet voor niets 'Verderf en vertier'. De schrijver maakt overduidelijk dat jazz door veel regisseurs heel bewust werd ingezet om moreel en seksueel verval te illustreren. Deugdzame mensen luisteren klassiek en slechte mensen jazz, zo was wel ongeveer de boodschap. Verder kwamen zwarte muzikanten er in de film ook al niet al te best van af in die jaren. Zo mochten deze muzikanten nooit in één beeld met een blanke worden gezien.

Een leuk hoofdstuk is ook dat over de jazz en technologie van Matthias Heyman. Hier gaat het vooral over de opnametechniek. En die is natuurlijk niet altijd zo geavanceerd geweest als hij nu is. Zo kon tot 1925 louter akoestisch worden opgenomen, waarbij trillingen in een wasplaat werden gegrift. Een drummer opnemen was daarbij onmogelijk; de naald zou te veel schokken. Voor plaatopnamen werd dan ook uitgeweken naar een tuba en naar klein slagwerk als woodblocks. Gevolg was dat men in Europa, zo gaat het verhaal, louter op basis van de platen dacht dat jazz zo gespeeld moest worden en dus helemaal geen drums meer gebruikten. Die platen - ook de latere 78 toerenplaten - hadden verder als nadeel dat ze bijzonder kort waren, maximaal vier minuten per kant en dat er dus geen lange solo's op konden. Die mogelijkheid kwam pas in de jaren 50 met de komst van de 45 toerenplaat. Ach, allemaal zaken waar wij nu niet meer door worden gehinderd met onze cd's, streams en downloads.

'Meer dan Jazz' bevat verder een aantal hoofdstukken over de jazz als muziek. Stuk voor stuk interessante bijdragen, al wordt niet geheel duidelijk waarom juist voor dat specifieke stuk is gekozen. Waarom een bijdrage over de jazz in Londen vanaf eind jaren 60 tot de eeuwwisseling? Christopher Hall was erbij en dat geeft een interessante invalshoek. Maar waarom Londen is gekozen wordt niet duidelijk. Of waarom een tweetal portretten, een van Andrew Hill en een van John Zorn? Het is op zich prijzenswaardig dat er niet gekozen is voor de 'standaard' iconen als Miles Davis en John Coltrane, maar deze keuze roept wel vragen op. Andrew Hill is weliswaar een belangrijk pianist geweest, maar niet echt voor de ontwikkeling van de jazz. En bij John Zorn kun je je afvragen of het überhaupt jazz is.

Maar goed, dit zijn slechts een paar kritische noten bij een verder zeer interessante bundel artikelen. Zeer welkom ook, want Slembrouck stelt terecht dat het op wetenschappelijke wijze naar jazz kijken in Vlaanderen achterblijft. Overigens, wat ons betreft geldt dat zeker ook voor Nederland. De lezingencyclus in Gent en dit boek zijn dan ook belangrijke stappen voorwaarts.

Foto: Francis Wolff

Labels:

(Ben Taffijn, 14.6.17) - [print] - [naar boven]



Festival
Waanzinnig en wezenloos workshopwerk

Jazz te Gast, zaterdag 10 juni 2017, diverse podia, Zuidhorn

Het concept voor deze tweede editie van Jazz te Gast, een openluchtfestival in de tuinen van acht villa's, was simpel. Zet een stuk of twaalf jonge en wat oudere improvisatiemuzikanten bij elkaar in een inspirerende omgeving en kijk wat daar uitrolt. Wel, het zal niemand verbazen dat het resultaat van deze snelkookcursusjes nogal uiteenliep. Van saaie improsoepzooi tot opmerkelijke vondsten en klankcombinaties. Noordpool Brass, een koperkwartet van Groninger azen, zorgde voor een gespreid bedje voor de onaardse gitaar van Reinier Baas. Luttele minuten later nam het op een belendend tuinpodium deel aan een geleide improvisatie met Michael Moore, Ben van Gelder en Joris Roelofs. Daarbij fungeerde trombonist Pavel Shcherbakov als stoorzender én als baken, door op gezette tijden lekker hard door het ensemble te knetteren. Het gezelschap reageerde als een kikkerkoor dat na de schorre liefdeskreet van brulkikker numero uno heel even stilvalt. 'Murmurs' heette het stuk toepasselijk.

Janne Schra zong, geschraagd door de Noordpool Troupe, van haar recente album 'Vasalis' enkele gedichten van de noordelijke poet laureate. Afwisselend teder aaiend en voluit schreeuwend gaf ze de teksten nieuwe dimensies.

Bij wijze van contragewicht voor de vrije improvisaties putte het trio TBA in de tuin van De Kolk uit het Great American Songbook. Hier hoorde je meteen het fundamentele verschil tussen in workshops gebrouwen combinaties en een ingespeeld trio. TBA staat voor Tobias (Nijhuis, contrabas)-Borislav ('Bobby' Petrov, drums)-Anne (Guus Teerhuis, elektrische piano). Deze alumni van het Groninger Prins Claus Conservatorium functioneerden als een orkest. Te vergelijken met hoe pianist Ahmad Jamal zijn muzikanten inzet – al houdt de vergelijking in stilistisch opzicht daarmee ook gelijk op. De goed op elkaar ingeslepen muzikanten hebben hun eigen gewoonten om bekende standards te fileren en te frituren. Zo'n 'Body And Soul' krijgt met al die elkaar kruisende ritmische lijnen een uiterst ingrijpende facelift. Het speelplezier van bassist en drummer in 'All Blues' was niet gespeeld.

Na het noenmaal aan houten tafels langs De Gast, de weg waar de podiumvilla's honderd jaar en langer geleden werden opgetrokken, was het aan het Noordpool Orkest van Reinout Douma om het festival af te sluiten. Net als hun alter ego, het Metropole Orkest, gaan de noorderlingen geen genre uit de weg. En zo hoorden we opera en bigbandswing en zo'n beetje alles daartussenin. Vergeleken met twee jaar geleden waren blazers en strijkers aanmerkelijk beter in balans. Zo kwam 'Rope Dancer' van Joris Roelofs, met zijn intrigerende vloeiende versmelting van de secties, optimaal tot zijn recht. In de pianissimo passages mochten de residerende vogels meedoen. In de gauwigheid telde ik een zevental verschillende stemmen, maar de echte vogelaars onder de bezoekers hoorden er ongetwijfeld meer.

Klik hier voor foto's van Jazz te Gast door Janette Hamminga.

Labels:

(Eddy Determeyer, 14.6.17) - [print] - [naar boven]



Cd's
1982 - 'Chromola' (Hubro, 2017)

Opname: 11-12 mei 2016
Trio Kimmig-Studer-Zimmerlin & John Butcher - 'RAW' (Leo, 2016)
Opname: 25 januari 2015
Staub Quartet - 'House Full Of Colors' (JACC, 2017)
Opname: 11 september 2015

Strijkers in de jazz. Het blijft een zeldzaamheid. Blazers genoeg, maar strijkers - en dan ook nog in een hoofdrol - treffen we minder aan. Op drie recente cd's is dit echter wel het geval.

Het Noorse trio 1982, dat inmiddels 10 jaar bestaat, koppelt op 'Chromola' de viool en de Hardangerviool, beide in handen van Nils Økland, aan het drumstel van Øyvind Skarbø en afwisselend aan een harmonium en een kerkorgel, waar Sigbjørn Apeland voor tekent. Het trio levert hallucinerende klanken op zeven titelloze nummers. In het tweede bijvoorbeeld legt Skarbø een sloom repetitief patroon neer, waar Økland ronduit hemels op varieert. En dan klinkt Apeland op dat majestueuze orgel in het kerkje in Bergen, waar dit album is opgenomen. Het verleent het nummer een onverwachte intensiteit, een duistere kant. Hetzelfde horen we in het vijfde stuk. Daar klinkt Skarbø's slagwerk echter nog pregnanter, als in een mars. Al heeft dit stuk ook wel iets weg van de muziek bij een volksdans. Bijzonder subtiel is het derde stuk. We horen Apeland op de achtergrond met lange, ijle lijnen en Øklands bijna voorzichtige, breekbare spel op de Hardangerviool. Hier, en dat geldt voor meer plaatsen op dit album, raakt de muziek van 1982 qua stijl meer aan hedendaags gecomponeerd dan aan vrije improvisatie.

Het Zwitserse trio van violist Harald Kimmig, bassist Daniel Studer en cellist Alfred Zimmerlin, hier samen met saxofonist John Butcher, blijft dichter bij het idioom van de geïmproviseerde muziek. Maar wat op dit album wellicht nog het meest opvalt is hoe goed Butchers saxofoonklank, vooral als hij zijn tenorsax inzet, past bij de drie strijkinstrumenten. Het zegt veel over Butchers uitgebreide klankpalet, waar we onlangs reeds aan refereerden naar aanleiding van een concert met het Portugese RED Trio. Dat zal dit trio eveneens aangesproken hebben. Na enige jaren als trio besloten ze eind 2014 gasten te gaan uitnodigen. Eén daarvan was John Butcher en getuige 'RAW' was dit treffen succesvol. In vier nummers met opvallend poëtische titels maakt het kwartet ons deelgenoot van dit samenzijn. Niet dat die titels altijd zo logisch overkomen. De muziek in 'Cloudless Sky And The Sun' klinkt eerder als druk razend verkeer bij een kapot verkeerslicht dan als die spreekwoordelijke wolkeloze hemel. Wat dat betreft dekt 'Morning Star Shining On Hydrangea' de lading beter. Hier klinkt dit kwartet overeenkomstig subtiel. Overigens net als in afsluiter 'Croaks Of Frogs At Midnight Under The Milky Way'.

Het Portugese Staub Quartet, dat met 'House Full Of Colors' zijn debuut uitbrengt, beperkt zich tot louter snaren. Naast meesterviolist Carlos Zingaro horen we gitarist Marcelo dos Reis, cellist Miguel Mira en bassist Hernani Faustino, tevens bassist van het hierboven genoemde RED Trio. De link met moderne kamermuziek ligt hier voor de hand. Niet alleen qua instrumentarium, maar zeker ook muzikaal. In opener 'Quiet Arcs' zijn het Faustino, Mira en Dos Reis die voor een dwingend ritmische structuur zorgen, waar Zingaro zangerig op varieert. In 'Red Curtains' en 'Knots Of Light' gaat het er onstuimiger aan toe, al is ook hier de ritmische structuur een constante. Dat geldt eveneens voor 'Opacity Rings', dat nog het meest wegheeft van een slepende dans.

Beluister hier een track van 'Chromola' van 1982.

Labels:

(Ben Taffijn, 11.6.17) - [print] - [naar boven]



Festival
10 jaar JazzCase


"Misschien zaten het mooie weer en familiale aangelegenheden er voor iets tussen dat de opkomst bij JazzCase in de zaal wat tegenviel; aan het programma mag het niet gelegen hebben. De affiche was voor deze verjaardag samengesteld in samenwerking met het Gentse Citadelic-festival, dat ook aan zijn tiende editie toe was. Als alles goed gaat, komt daar nog meer van, in de release van liveopnamen uit de JazzCase-reeks door El Negocito Records. Nu is er alvast een vrij lijvig fotoboek '10 jaar JazzCase', vol prachtig beeldmateriaal van programmator en fotograaf Cees Van de Ven, knap samengesteld door Gerda Boel."

Op 2 en 3 juni vond in Dommelhof Neerpelt een festival plaats ter gelegenheid van het tienjarige jubileum van het plaatselijke JazzCase-podium. Robert Kinable en Danny De Bock waren respectievelijk op vrijdag en zaterdag getuige van de concerten van Osama Abdulrasol, het Paul Van Gysegem Trio, Llop, Moker en het Samuel Blaser Trio. Danny doet tevens verslag van een jazzy boswandeling langs visuele partituren in het Klankenbos, dat aan Dommelhof ligt. Contrabas-ensemble Bassss en contrabassist en beeldend kunstenaar Paul Van Gysegem interpreteerden daar enkele hedendaagse visuele partituren van Belgische componisten.

Klik hier om het festivalverslag te lezen.

Klik hier voor foto's van dit festival door Cees van de Ven.

Labels:

(Maarten van de Ven, 9.6.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Portugal, Van Kemenade & Van 't Hof - 'Daytime Sketches' (Kemo, 2017)

Opname: 14 & 17 februari 2017

Vergeleken met vorige projecten en bands, zoals Three Horns And A Bass, is het trio waarmee altist Paul van Kemenade zich hier presenteert een losse, om niet te zeggen losbandige boel. De muziek van Three Horns etc. was opgetrokken uit strak gearrangeerde elementen en sequenties waarin de muzikanten elkaar trefzeker niet op de tenen dansten. Aan 'Daytime Sketches' is weinig gearrangeerd. Ja, in 'Dry Four' en 'Dance On The Water' zijn passages uitgeschreven, maar voor het overige vertrouwen de musici op hun ervaring, instincten en reflexen.

De losse sfeer daalt gelijk in het eerste nummer, 'Prime Time Serenade', over je neer. Van Kemenade herinnert je er en passant aan, dat hij een van de meest gepassioneerde en lyrische altsaxofonisten benoorden Goirle is. Goed om Jasper van 't Hof achter de toetsen te treffen. Ook een vrije geest – maar pas op: there's a system in his madness. Een noot volgt altijd logisch op haar voorgangster. In het titelnummer horen we het keyboard van Van 't Hof vertrouwd ritmisch borrelen en golven. Intrigerend als vanouds.

Over intrigerend gesproken: hoe zit het met die drummer Mariá Portugal? In de duetten en trio's klinkt ze alsof ze aardig getalenteerd is, doch net bezig – of omgekeerd. Maar luister naar haar timing in 'Dance On The Water' en je moet concluderen dat ze een natuurtalent is met reeds enige ervaring. Die gewoon elk loopje en alle noten als nieuw beschouwt. (Moet ik haar niet eens gaan googlen? Straks, eerst die cd op repeat.)

Klik hier voor geluidsfragmenten van dit album.

Labels:

(Eddy Determeyer, 8.6.17) - [print] - [naar boven]



Cd's
Michael Moore Fragile Quartet - 'Live In Chicago' (Ramboy, 2016)

Opname: 19 april 2014
Michael Moore - 'Felix Quartet' (Ramboy, 2016)
Opname: 22 augustus 2014

Twee recente albums van rietblazer Michael Moore laten horen wat een veelzijdig vakman deze musicus is. Want de twee kwartetten waar Moore in speelt verschillen van elkaar, mede door zijn medemusici, als dag en nacht. Zo melodieus en ingetogen als het Fragile Quartet klinkt, zo dwars en onstuimig gaat het eraan toe bij het Felix Quartet.

In het Fragile Quartet vinden we naast Moore, op beide albums op klarinet en altsax, drie meesters in het zachte en ingetogene: pianist Harmen Fraanje, bassist Clemens van der Feen en slagwerker Michael Vatcher. Opener 'Tryptich' op het live in Chicago opgenomen album zet direct de toon. Dit is zeer melodieuze en zorgvuldig opgebouwde kamerjazz. Opvallend is hier de hammer dulcimer die Vatcher hanteert, met zijn metalige geluid dat wel wat weg heeft van de klavecimbel. En natuurlijk het geluid van Moore. Weinig klarinettisten hebben zo'n prachtige warme en ronde toon als Moore. Hier zet hij hem vol in. Moore is een troubadour, een verhalenverteller, hij zingt met zijn instrument. En misschien wel nergens zo mooi als in 'A Wall / Shrink'. Met speelse, bewegelijke klanken, als in een dans. Wat Moore kan op zijn klarinet en sax, kan Fraanje op piano. Ook hij is een verhalenverteller, getuige 'Boogie Man'. En ook hij zoekt het graag in de fijnzinnige nuance en de fraaie toon. Verderop in het nummer mogen we overigens ook de ingetogen kunsten van Van der Feen uitgebreid bewonderen. Een ander hoogtepunt is het heerlijk deinende 'Sonora', waarop andermaal Moore's warme klarinetgeluid de aandacht vraagt, naast Fraanje's puntige pianospel.

Bij het Felix Quartet waait een wat andere wind. Gezien de bezetting is dat ook niet meer dan logisch. Vatcher is wederom van de partij, maar die heeft al vaker bewezen net zo veelzijdig te zijn als Moore. Verder treffen we Wilbert de Joode op bas en Wolter Wierbos op trombone, beiden musici die de meer experimentele vormen van improviseren hoog in het vaandel hebben staan. Het klinkt hier dan ook allemaal wat minder gepolijst, wat minder fijnzinnig. Hier wordt onderzocht, verkent. En dat kan tot een mooie melodie of een mooi ritme leiden. Dat kan, maar evengoed gebeurt dat niet, dan leidt het zoals in het eind van opener 'Ramses' tot weirde capriolen van Wierbos, of tot een soort van vreemd vertraagd klinkend orkest in 'A Drubbing'. Of tot hondengehuil in - ja, hoe kan het ook anders - 'Big Dog'. Maar hier klinkt ook de blues, zo'n vette meedein-blues. Die blues zit ook in 'Cry', maar dan meer als gevoelswaarde. Ach, wat janken de blazers hier lekker...

Labels:

(Ben Taffijn, 6.6.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Boeiende reis door oeuvre Loevendie

Theo Loevendie's Wellingtonians, donderdag 1 juni 2017, Bimhuis, Amsterdam

De inmiddels 86-jarige Theo Loevendie heeft zich nooit wat aangetrokken van muzikale stijlen, vakjes en do's en dont's. Hij heeft een indrukwekkende carrière achter de rug als componist van hedendaagse muziek en is daarin nog steeds even actief als vroeger. Maart 2016 bracht Erik Bosgraaf samen met Holland Baroque nog de première van zijn nieuwe blokfluitconcert, 'Reflex', en onlangs verscheen het album 'Strides', waarop Ralph van Raat Loevendie's composities voor piano vertolkt.

Maar evengoed is Loevendie sinds de jaren vijftig actief in de jazz en geïmproviseerde muziek, al gaat hij ook met deze definities weer speels om. Tijdens het concert in het Bimhuis met de Wellingtonians refereert hij er nog aan. Is het nieuwe 'Lazy Ted' eigenlijk wel jazz, vraagt hij zich af. Het had er bijna toe geleid dat het stuk niet gespeeld zou worden. Althans, dat wil Loevendie ons doen geloven. Uiteindelijk blijkt het allemaal reuze mee te vallen, ondanks de kabouters die Loevendie bij het horen van de klanken door het bos ziet wandelen. Het stuk had dan ook bijna 'Kabouters Wandelen Door Het Bos' geheten, maar dat vond hij weer iets te veel van het goede, dus dan maar 'Lazy Ted'. Dit vanwege het ballad-karakter. Qua stijl had het zo uit het American Songbook kunnen komen.

De naam Wellingtonians is niet afgeleid van de hoofdstad van Nieuw-Zeeland, Wellington genaamd, en evenmin van de eerste Engelse hertog van Wellington die Napoleon in 1815 bij Waterloo definitief versloeg. Nee, de naam Wellingtonians heeft een prozaïscher oorsprong. Het refereert aan het café in Amsterdam-Zuid, Welling, waar dit kwintet zijn thuisbasis heeft. En om de zo veel tijd staan ze als kwintet in het Bimhuis, samen met een gast. Dit keer Angelo Verploegen op flügelhorn, of zo u wilt de bugel. Familie van de trompet, maar dan met een wat melancholieker geluid, volgens Loevendie.

Ze maken jazz, met een zeer flinke scheut blues, ongeveer 40% van alle nummers voldoet aan die kwalificatie. Ze staan bol van de melancholie, nog versterkt door het gitaarspel van Maarten van der Grinten. Zijn stijl, vooral als hij zijn dobrogitaar met de slidetechniek hanteert, doet ons overigens vaak meer denken aan Americana en country dan aan jazz. Maar zoals reeds gezegd: bij Loevendie maakt dat niets uit. En voor ons evenmin. Wat telt is dat dit sextet ons op een zeer boeiende wijze een avond muzikaal op sleeptouw neemt. Met veel passie en speelplezier leiden ze ons door het oeuvre van Loevendie, waarbij zowel nieuw werk passeert als het uit de eind jaren vijftig stammende 'Finch Eye', waarmee Loevendie verwijst naar de toen zeer controversiële dichter Simon Vinkenoog (waarbij overigens opvalt hoe ver Loevendie zijn tijd toen vooruit was).

De beide blazers, Verploegen en tenorsaxofonist Gideon Tazelaar, vullen elkaar perfect aan met aantrekkelijke solo's, drummer Joost Lijbaart en bassist Mark Haanstra zorgen voor de in de muziek van Loevendie zo belangrijke en kleurrijke ritmes en Van der Grinten stookt regelmatig het vuurtje hoog op. Loevendie is daarbij duidelijk de leider. Hij verzorgt de praatjes, geeft aanwijzingen en komt op de meest onverwachte momenten met mooie loopjes op de piano. Van die 86 jaar is intussen niets te merken. Dit kan nog jaren zo doorgaan, zoveel is wel duidelijk. En wat ons betreft is dat geen enkel probleem.

Foto's: Geert Vandepoele & Cees van de Ven

Labels:

(Ben Taffijn, 5.6.17) - [print] - [naar boven]



Jazz Class-X
Charles Mingus - 'Tijuana Moods' (RCA Victor, 1962)

Opname: 18 juli / 6 augustus 1957

Een van de meest memorabele bassisten in de jazz is Charles Mingus. Toen zijn 'Tijuana Moods' in 1962 uitkwam, noemde hij het – hij schreef zelf het grootste deel van de liner notes - de beste plaat die hij ooit maakte. Hij had er toen al aan vele meegewerkt en onder eigen naam enkele essentiële platen uitgebracht. In 1956 had hij met 'Pithecanthropus Erectus' de deur mede opengezet voor het begin van de free jazz. In 1959 was 'Mingus Ah Um' verschenen, met onder meer de onsterfelijke 'Fables Of Faubus', 'Better Git It In Your Soul' en 'Goodbye Pork Pie Hat'. Een van zijn meest ambitieuze lp's, 'The Black Saint And The Sinner Lady', zou in 1963 volgen.

De opnamen van 'Tijuana Moods' dateren van 1957, het jaar waarin ook 'The Clown', 'Mingus Three', 'East Coasting' en 'A Modern Jazz Symposium Of Music And Poetry' werden opgenomen (en wel uitgebracht). Drummer Dannie Richmond is naast Mingus de grote constante. Hij was toen nog maar kort van tenorsax naar drums overgeschakeld en zou voor meer dan twintig jaar Mingus' vaste drummer blijven. Behalve op de trioplaat waren ook trombonist Jimmy Knepper en saxofonist Shafi Hadi er in 1957 telkens bij. Met trompettist Clarence Shaw vormden zij een schitterend blazersfront, tot Shaw na een heftige ruzie met Mingus de muziekwereld de rug toekeerde.

'Tijuana Moods' was het muzikale reisverslag van Mingus, die wegvluchtte omdat het was uitgeraakt met zijn toenmalige vrouw. Onderweg naar Tijuana herschreef hij alvast 'Woody ‘n’ You' van Dizzy Gillespie tot 'Dizzy Moods'. Hij verwerkte er zijn verwachtingen in op basis van wat hij al had gehoord over de wilde stad in Mexico. Zo anticipeerde hij met andere woorden op een stapje in de wereld onder invloed van een of ander. Met zijn allen leggen de muzikanten een stevige bodem, swingend en elkaar het woord gevend, om dromerig te soleren. De latin touch die al in de lucht hangt, materialiseert bij 'Ysabel’s Table Dance' in de castagnetten van Ysabel Morel, die onder andere met haar beweeglijke handen de band opjut en een heftige scène in een stripteasebar in het leven roept. Daarbij springen vooral de verbazend soepele Knepper op trombone, Hadi op altsax en de immer passionele bassist naar voren. Het is een dans die uit verschillende bewegingen bestaat en zowel een patroon volgt als improvisatie behelst.

Het is ook lol trappen in de 'Tijuana Gift Shop', maar niet zo lang als in de bar of op straat met 'Los Mariachis'. Dit stuk begint wel vlot en bijna zo snel als 'Tijuana Gift Shop' werd aangedaan, maar het bedrukte gezicht van de toerist die Mingus was moet boekdelen gesproken hebben. Dit stuk lijkt te verhalen hoe de straatmuzikanten hem vlotjes wilden benaderen, maar verkozen om behoedzaam op zijn gemoedstoestand in te spelen en dan naargelang zijn reacties geestige dingetjes af te wisselen met blues. De piano wordt er als een externe verteller bijgehaald, een rol die de obscure Bill Triglia met glans opneemt. Bij 'Ysabel’s Table Dance' en 'Los Mariachis (The Street Musicians)' horen we hoe goed het kon worden als Mingus zijn groep aanstuurde en zijn bandleden in een gezamenlijke roes boven zichzelf wilde laten uitstijgen. Enerzijds wou hij de controle, anderzijds hield hij van collectieve improvisatie. Tegelijk sloot hij aan op de muzikale geschiedenis - check New Orleans, swing, Duke Ellington - én werd hij gedreven door een vurige vernieuwingsdrang. In die jaren zocht hij volop wegen om compositie en improvisatie te verbinden en was hij dan ook mee met de modale jazz en de zogenaamde Third Stream. Dat laat zijn sporen na op 'Tijuana Moods', maar deze plaat is meer een gevoelsmatig en warmbloedig verhaal.

De lp sloot indertijd af met een fijne, instrumentale versie van het liedje 'Flamingo'. In 1941 een hit voor Duke Ellington, met een zanger en orkest, in 1957 voor Mingus en zijn groep een vehikel om met beheerste timing en articulatie emotioneel uit te bollen. Op cd-uitgaven kwam er later 'A Colloquial Dream (Scenes in the City)' bij, opgediept uit de originele opnamen van de Tijuana-sessies in 1957. Lonnie Elder is daarop verteller van dienst, een levendig voorbeeld van Mingus die muziek met poëzie wilde versmelten – een project waar hij ook bij zou zijn in 1958 was 'The Weary Blues With Langston Hughes' – schrijver en exponent van de Harlem Renaissance.

Op 18 juli 2017 zijn de opnamen van 'Tijuana Moods' 60 jaar oud. Nog altijd zijn ze goed voor een warm en begeesterend reisje in de jazzgeschiedenis.

Labels: ,

(Danny De Bock, 2.6.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Heerlijke luisterliedjes

Becca Stevens Band, vrijdag 26 mei 2017, Paradox, Tilburg

De uit Brooklyn, New York afkomstige zangeres Becca Stevens bezoekt dit jaar de grote jazzfestivals in Europa om haar nieuwe album 'Regina' te promoten. Maar eerst staat ze in het onvolprezen Tilburgse Paradox, voor haar enige clubconcert in Nederland. Kunnen we alvast genieten. Stevens is strikt genomen geen jazzzangeres. Haar stem en haar nummers wortelen daarvoor te diep in de Amerikaanse roots van country, Americana en folk. De jazz en de blues zijn echter nooit helemaal buiten beeld.

Al die stijlen smeedt Stevens tot een aantrekkelijk en eclectisch geheel aaneen, leidend tot fijne luisterliedjes, waarbij zij zich overigens vrijwel altijd laat vergezellen door de zang van bandleden Liam Robinson (verder verantwoordelijk voor de toetsen) en bassist Chris Tordini.

Mooie luisterliedjes, die echter ook meestal een andere kant in zich bergen. Stevens heeft zeker ook oog voor de weemoed, de melancholie en - zo u wilt - de duisternis. Het zit in haar teksten, maar het zit ook in de arrangementen. Hoe melodisch ook, in haar liedjes zit ook altijd iets onbestemds, iets dat verstorend werkt op de harmonie.

De nummers komen bijna allemaal van het nieuwe album. Titelnummer 'Regina' is een kwetsbare ballade in de traditie van de beste folk met Stevens zelf op mandoline. 'The Muse' is een al even ingetogen compositie, terwijl 'Well Loved' geldt als een klinkende ode aan de liefde, met een prachtige tweede en derde stem. Uitschieter richting de rock is Stevens' ode aan wijlen Freddy Mercury, toepasselijk 'Mercury' geheten. Het refrein luidt, hoe kan het ook anders: "I want it all and I want it now." Het is duidelijk niet het sterkste nummer. Het rocken is niet echt helemaal haar ding, ze is er naar eigen zeggen niet cool genoeg voor. Dat zijn haar woorden, maar zeker is wel dat Stevens het best op haar plek is met kleine liedjes die er zijn om te raken. Dus heeft u de kans deze zomer, ga dan zeker luisteren naar deze bijzondere band.

Klik hier voor foto's van dit concert door Donata van de Ven.

De Becca Stevens Band treedt op 8 juli op tijdens het North Sea Jazz festival en op 6 augustus tijdens Jazz Middelheim.

Labels:

(Ben Taffijn, 31.5.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Joost Lijbaart, Sanne Rambags & Bram Stadhouders - 'Under The Surface' (Challenge, 2017)
Opname: 11-12 oktober 2016

Slagwerker Joost Lijbaart en gitarist Bram Stadhouders kennen elkaar van Batik, dat ze samen vormen met pianist Wolfert Brederode en bassist Sean Fasciani. Op 'Under The Surface' werken Lijbaart en Stadhouders echter samen met zangeres Sanne Rambags. Grote kans dat u dit Tilburgse fenomeen nog niet kent. Tenzij u regelmatig Paradox bezoekt, want daar is zij regelmatig te vinden. In het publiek, maar steeds vaker ook op het podium. Nog maar zeer onlangs won zij echter ook de Conservatorium Talent Award 2017, waarbij ze maar liefst acht medefinalisten achter zich liet en uiteindelijk de geldprijs van 5000 euro won. Volgens de jury: 'Sanne heeft een formidabele stembeheersing en ze varieert schijnbaar moeiteloos van ritmische spoken word naar ijle melodielijnen.'

Dat is een belangrijke opmerking die ook onverkort geldt voor haar rol op 'Under The Surface'. Op dit zeer sfeervolle en volledig geïmproviseerde album horen we haar net zo vaak praten als zingen, met haar innemende, fragiele stemgeluid. Dit is een zangeres die excelleert op de vierkante millimeter, in de zachte details. Het past prachtig bij het al even ingetogen gitaarspel van Stadhouders, die in de afgelopen jaren als componist al bewees veel te hebben met een ingetogen klankwereld. Maar ook Lijbaart, die we kennen als een drummer die ook echt wel raad weet met het uptempo werk, is hier perfect op zijn plaats. Zijn gerichte slagen geven de nummers vaak net dat beetje extra en met zijn percussie creëert hij menig ingetogen moment.

Bijzonder is ook hoe een aantal stukken relatie heeft met trance en tribale ritmes. Zo geeft in 'Adem' Rambags het ritme vorm middels haar stem en is 'Going Native' eveneens gebaseerd op een aantrekkelijk ritme. Rambags klinkt hier navenant sjamanistisch. Door het volledig geïmproviseerde karakter van dit album is Rambags' zang vaak beperkt tot het uiten van klanken, die overigens prachtig mengen met de klanken van Lijbaart en Stadhouders. Alleen 'Sybilla' en 'Kyrie', stukken van Rambags, bevatten teksten.

Het trio heeft met dit album een alleszins geslaagd album afgeleverd. Het gaat niet bij deze ene blijven, althans dat hopen we!

In de Jazztube hierboven zie je dit drietal live aan het werk in 'Africa', opgenomen in De Pletterij, Haarlem op 18 augustus 2016.

Op woensdag 31 mei treden Joost Lijbaart, Sanne Rambags & Bram Stadhouders op bij JINJAZZ@Brebl in Nijmegen.

Sanne Rambags heeft op 14 juni haar eindexamenconcert in Paradox, Tilburg. Dit concert is vrij toegankelijk.

Labels:

(Ben Taffijn, 30.5.17) - [print] - [naar boven]



Concert / Jazzradio
Een perfecte symbiose

Ivo Perelman & Matthew Shipp, zaterdag 20 mei 2017, Bimhuis, Amsterdam

Saxofonist Ivo Perelman en pianist Matthew Shipp werken inmiddels zo'n 25 jaar samen. Als onderdeel van grotere bezettingen, maar ook regelmatig als duo. De gigantische stroom albums die Leo Records van de twee uitbrengt en waarvan er een aantal in deze kolommen is besproken, zijn hier de fysieke getuigen van. Optreden in onze lage landen doen ze minder. Met name Perelman verlaat New York niet graag. Dat ze nu samen in het Bimhuis staan, mag dan ook bijzonder heten.

Want hoe bijzonder die albums ook zijn, er gaat niets boven de twee hun kunsten niet alleen te horen maar ook te zien verrichten. Meer nog dan op de albums valt dan ook op hoe ongelofelijk goed die twee op elkaar zijn ingespeeld. Elkaar aankijken hoeft daarbij blijkbaar niet meer, aanvoelen is genoeg. Een scène in de tweede set maakt het mooi duidelijk. Het geluid gelijkt nog het meest op een stel kwetterende vogels, maar de hoge noten van Perelman op zijn tenorsax en die van Shipp op de piano vallen hier zo perfect samen dat vrijwel niet meer te onderscheiden is wie nu eigenlijk wat doet. Op deze momenten zijn de twee één en creëren ze tezamen een wonderlijk spectrum aan kleurrijke klanken. Wat het nog extra bijzonder maakt is dat er geen noot van dit concert op papier staat; het is allemaal pure improvisatie wat hier klinkt.

In twee enerverende sets neemt het duo ons mee op een extatische trip, waarin ze grenzeloze energie koppelen aan een van spontaniteit bol staande muzikaliteit. Shipp hamert als een bezetene op zijn toetsen, menig slagwerker naar de kroon stekend, terwijl Perelman de ene uitzinnige notensliert na de andere produceert. Als luisteraar val je van de ene verbazing in de andere. En dat terwijl alles erop wijst dat de beide heren slechts bezig zijn met de zoveelste aflevering uit een dik boek, dat zo te horen nog lang niet uit is. Laten we het in ieder geval hopen.

Het concert is er terug te horen via Bimhuis Radio:



Klik hier voor foto's van het concert van Ivo Perelman & Matthew Shipp op 17 mei 2017 in L'Archiduc, Brussel door Hans van der Linden.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 29.5.17) - [print] - [naar boven]



Jazzradio
Jazz Rules #123-124


Binnenkort zijn er in Gent opnieuw de Ham Sessions. Organisator Michel Mast komt het programma toelichten bij Dirk Roels. In Jazz Rules #123 hoor je muziek van de bands die er zullen spelen, waaronder Chris Joris Home Project feat. Naima, Les Chroniques de l'Inutile, Brain//Child, Ben Sluijs Quartet en Mark Schilders.

Nieuwe muziek van i.f.o., het duo van pianist Alex Koo en drummer Attila Gyàrfàs. Ze toeren momenteel door Vlaanderen.

De Amerikaanse pianist Craig Taborn heeft een nieuw album samen met saxofonist Chris Speed, bassist Chris Lightcap en drummer Dave King. Je hoort een paar nummers van dit album, 'Daylight Ghosts' (ECM).

Klik hier om Jazz Rules #123 te beluisteren.

In aflevering 124 ontvangt Dirk Roels de manager van het Gentse platenlabel El Negocito Records in de studio: Rogé Verstraete. Daar zijn alweer verschillende nieuwe releases op uitgebracht. Je hoort nieuwe muziek van het trio Paul Van Gysegem/Chris Joris/Patrick De Groote, van het trio Charles Gayle/Manolo Cabras/Giovanni Barcella en van het kwartet Llop van saxofonist Erik Bogaerts, gitarist Benjamin Sauzerau, bassist Brice Soniano en drummer/vocalist Jens Bouttery.

Verstraete is ook organisator van het Citadelic Summer Festival Ghent, dat intussen aan zijn tiende editie toe is. Het loopt van 31 mei tot en met 5 juni in het Gentse Citadelpark. Op 2 en 3 juni is er Jazzcase in het Dommelhof in Neerpelt, want ook dat festival blaast tien kaarsjes uit. Je komt alles te weten over de verschillende concerten op deze festivals. Muziek van o.a. Moker, Lilly Joel en De Beren Gieren. Daarnaast En Rogé heeft ook twee favoriete jazz classics meegenomen naar de studio.

Klik hier om Jazz Rules #124 te beluisteren.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 27.5.17) - [print] - [naar boven]



In memoriam
Gijs Hendriks


Op 21 mei jongstleden overleed saxofonist Gijs Hendriks op 79-jarige leeftijd in het Bartholomeus Gasthuis te Utrecht. De op 26 februari 1938 in Utrecht geboren saxofonist was binnen de Nederlandse jazzmuziekwereld een markante persoonlijkheid. Niet alleen muzikaal, maar ook verbaal verkondigde hij zijn eigenzinnige verhaal. Hoewel bekwaam op de klarinet en alle saxofoons, produceerde hij vooral op de tenorsax een eigen uniek geluid.

Reeds op zijn zeventiende speelde hij voor de Amerikaanse militairen in Duitsland en Frankrijk. Zijn roem neemt een aanvang vanaf midden zestiger jaren en zal met wat ups en downs voortduren tot rond de eerste jaren van de 21ste eeuw. Behalve met zijn eigen formaties, van kwartet tot en met kleine bigband, zat hij ook in de bigband van Boy Edgar en bromde hij – wat hijzelf met een grijns zei – op baritonsax zijn partijtje mee in VARA's Dansorkest.

In 1971 ontvangt hij de Wessel Ilcken Prijs en in 1973 wordt zijn plaat 'Rockin' uitgeroepen tot plaat van het jaar. Van zijn woonplaats Utrecht krijgt hij in 1978 de Cultuurprijs van de stad Utrecht en in 1995 – uitgereikt door Ivo Opstelten – de Gouden Stadspenning.

In al die jaren speelt hij ook samen met internationaal vermaarde grootheden als Johnny Griffin, Nina Simone, Kenny Wheeler, Stan Tracey, Tom Harrell en Beaver Harris. Met de eveneens in Utrecht woonachtige drummer Michael Baird werkt hij jarenlang samen.

Zijn platenproductie is imposant. Om enkele albums te noemen: 'Rockin' (Polydor), 'Close To The Edge' (Timeless), 'Dom Rocket' (Timeless), 'Summer Sessions' (VARA Jazz), 'Live Recordings (Waterland), 'Samer' (VARA Jazz), 'On The Way' (SWP Records), 'Sound Compound' (A-Records), 'Change The Backing' (Munich Records) en 'Live In Nijmegen' (Jazz Live).

Naast al die muzikale activiteiten was hij medeoprichter van het SJU Jazzpodium en organiseerde en leidde hij talloze jazzworkshops. Hendriks was een invloedrijke jazzmuzikant in Nederland.

Klik hier voor een uitgebreid interview met Gijs Hendriks uit 2005.

Foto: Maarten Jan Rieder

Labels:

(Jacques Los, 26.5.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Don Byas meets The Jacobs Brothers - 'Groovin’ High' (Nederlands Jazz Archief, 2016)

Opname: 4 juli 1964

Het is typisch Nederlands. De Amerikaanse tenorsaxofonist Don Byas woonde alles bij elkaar 17 jaar in Nederland. Hij trad hier echter zelden op, wel veel in de rest van Europa. Waarom? Men vond dat hij te veel geld vroeg! Een van de spaarzame keren dat hij hier wel optrad, was op 4 juli 1964 in het Rembrandttheater in Haarlem. Het concert werd vorig jaar door het Nederlands Jazz Archief terecht op cd gezet.

Byas had reeds een behoorlijke staat van dienst opgebouwd toen hij begin 1947 tijdens een Europese tournee besloot om in Parijs te blijven. Hij had in de eerste bigband gezeten van Lionel Hampton en was erbij in 1944 toen de bebop geboren werd. Ook in de Europese jaren speelde hij veel samen met andere Amerikaanse muzikanten die in Europa waren gebleven en met grote namen die hier op tournee kwamen, zoals Dizzy Gillespie en Charlie Parker. In 1955 verhuisde Byas naar Amsterdam, vanwege de liefde, zo gaan de dingen. Gaandeweg vergat het Amerikaanse publiek hem, maar musici kwamen nog graag om met hem te spelen. Voor Sonny Rollins en John Coltrane gold hij als een voorbeeld. Byas stierf in Amsterdam op 24 augustus 1972, slechts 59 jaar oud.

De opnamen van het concert, waarin we naast Byas pianist Pim Jacobs, bassist Ruud Jacobs en drummer John Engels horen, maken duidelijk wat een groot saxofonist Byas was. Hij was een bebopsaxofonist maar verweefde eveneens elementen uit de post-bop in zijn spel. Zijn toon is warm en vol, soms met een wat weemoedige ondertoon, bijvoorbeeld in de prachtige versie van Benny Golsons 'I Remember Clifford', waarin deze collega de trompettist Cilfford Brown herdacht. Aansluitend horen we al even delicate solo's van respectievelijk Pim en Ruud Jacobs. In Charlie Parkers 'Billie’s Bounce' neemt aanvankelijk ritmetandem Ruud Jacobs–John Engels de leiding, op en top swingend, waarna Byas zich naadloos invoegt. Zijn stijl is hier levendig, speels, met een ruw, ongepolijst randje. Groots is ook het duet met Pim Jacobs in Tadd Damerons 'Lady Bird' en de aansluitende solo van broer Ruud. De titel van het album 'Goovin’ High' wordt hier alle eer aan gedaan.

Opvallend is verder de goede kwaliteit van deze ruim vijftig jaar oude opnames. Dus al met al hulde aan het Nederlands Jazz Archief voor het uitbrengen van dit concert. Het doet recht aan deze gigant onder de saxofonisten.

Labels:

(Ben Taffijn, 25.5.17) - [print] - [naar boven]



Concert
De ongeborgen gekte

Plan Kruutntoone & Ravivo Strijkkwartet, vrijdag 19 mei 2017, Vera, Groningen

De muziek van Hansko Visser en zijn Plan Kruutntoone is een duizelingwekkende dooltocht met autobiografische flarden, poëtische observaties en de godsdienstwaanzin die altijd op de loer ligt. De muzikale parameters zijn ruim: er is ruimte voor Beefheart-achtige bluesderivaten, gespatieerde rock and poetry en op Ernö Király geïnspireerd strijkwerk met melancholieke kamerbrede akkoorden. "Xenakis is er niks bij," om Visser te citeren.

Jammer dat het Ravivo Strijkkwartet, dat een paar intermezzi verzorgde, niet wat verder was geïntegreerd in de ongeborgen gekte van Plan Kruutntoone. Dat zou nog eens een mooie knalpuzzel opleveren! Wordt nog aan gewerkt, volgens de componist.

De dichter/zanger beschikt over een heldere VPRO-stem, waarmee hij eigen, sterk associatief werk en abstracte strofen van Samuel Beckett voordraagt. Een soort persoonlijke catharsis. Daar is Dada! Het gaat allemaal weinig nadrukkelijk, de teksten lijken ter plekke verzonnen, terwijl er wellicht maanden op is gezwoegd. Op sommige momenten hoor je Derek Bailey op halve snelheid, maar over het algemeen heeft Vissers gitaarwerk een vloeiend karakter, wat dan weer mooi accordeert met het stekelige ritme van drummer Chris Muller. Die laatste zul je niet snel op een groove betrappen. Zijn bijdragen zijn gespatieerd en zorgvuldig in het totaalgeluid geïntegreerd. Hij levert handige handvatten, maar ook gemene boobytraps en trapdoors.

Een uurtje in de uitgebeende wereld van Hansko Visser, zoals altijd was het er weer aangenaam vertoeven. Het optreden was onderdeel van een bescheiden tournee ter gelegenheid van het uitkomen van de lp 'Wat Doen De Handen'. Deventer (De Periferie, 24 juni), Rotterdam (Vrooom, 25 juli) en Nijmegen (Valkhof Festival, 19 juli) staan nog op het programma.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 23.5.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Rein Godefroy Trio – 'It Will Come' (Safe Sound, 2017)

Opname: 2017

Pianist Rein Godefroy groeide op in een familie van klassieke musici. Dat leidde ertoe dat hij als vierjarig jochie al achter de piano zat. Na verloop van tijd richtte hij zich meer op de jazz. Hij studeerde op het Koninklijk Conservatorium in Den Haag bij pianisten als Rob van Bavel en Juraj Stanik en slaagde zeer eervol.

Op zijn onlangs uitgebrachte debuut cd 'It Will Come' zijn onmiskenbaar klassiek georiënteerde, melodische motieven te beluisteren in zowel de improvisaties als composities, die allen door hemzelf geschreven zijn. Daarnaast zijn jazz-, latin- en rockinvloeden ontegenzeggelijk in grote mate aanwezig.

Het trio vormt met de voortreffelijke bassist Guus Bakker en idem dito drummer Pim Dros een zeer goed ingespeeld en homogeen geheel en sluit naadloos aan bij het moderne jazz trio-idioom van grootheden als Bill Evans, Keith Jarrett en Chick Corea. Daarnaast schuwt het drietal de ritmische, funky patronen van Ahmad Jamal en Ramsey Lewis niet.

Het album omvat prachtig ingetogen composities – 'It Will Come', 'Moon', 'Uninvited' naast pittige rockachtige nummers, zoals 'Blinkert', 'Knit Knat' en 'Cycle'. Godefroy etaleert op dit album een open, heldere speelwijze, een groot gevoel voor melodische improvisaties en een niet geringe technische kwaliteit. Het Godefroy Trio is een aanwinst in Nederland jazzland en – natuurlijk – verderop.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels:

(Jacques Los, 23.5.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Overrompelend samenspel

RED Trio & John Butcher, maandag 17 mei 2017, De Singer, Rijkevorsel

Het Portugese RED Trio, bestaande uit pianist Rodrigo Pinheiro, bassist Hernani Faustino en slagwerker Gabriel Ferrandini, heeft de afgelopen jaren in het thuisland een belangrijke positie opgebouwd binnen de geïmproviseerde muziek. In onze landen zijn zij nog een stuk minder bekend en het concert in De Singer betekent dan ook hun Belgisch debuut. Na het concert kunnen we slechts concluderen dat het voor dit debuut hoog tijd werd. Zelden hoor je een pianotrio dat op zo'n knappe wijze de luisteraar weet te boeien.

Het trio maakte de afgelopen jaren diverse uitstapjes richting kwartet. Zo maakte ze eerder albums met trompettist Nate Wooley en vibrafonist Matthias Ståhl en zag vorig jaar 'Summer Skyshift' het licht met saxofonist John Butcher. Dat smaakte naar meer, want ook hier in De Singer treedt Butcher aan. Het zorgt er ongetwijfeld voor dat de zalen voller zitten, Butcher is immers inmiddels een redelijk bekende naam. Maar de combinatie mag er alleszins zijn. Als Butcher speelt is hij nadrukkelijk aanwezig, maar hij geeft tevens het trio volop de ruimte om te excelleren in hun samenspel.

En dat samenspel, noem het gerust een symbiose, is het geheim van dit trio. Op een meesterlijke wijze rijgt dit trio de zeer ingenieuze muzikale patronen aan elkaar. De repeterende ritmes zijn daarbij een constante, afgewisseld met clusters van noten waarin het lijkt of de drie volledig de weg kwijt zijn. Maar wonder boven wonder: ineens klinkt het weer logisch wat er gebeurt. De drie zijn daarnaast stuk voor stuk creatieve meesters op hun instrumenten. Pianist Pinheiro weet net zo goed de weg op zijn toetsen als in het binnenste van de vleugel, waarbij hij zoetgevooisde klanken vermengt met spijkerhard slagwerk, bassist Faustini komt snaren tekort voor zijn ingewikkelde patronen en slagwerker Ferrandini weet constant te verrassen met een scala aan hulpmiddelen.

Butcher voelt zich bij deze heren als een vis in het water en zijn ongenaakbare, soms wat rauwe geluid past perfect bij het basismateriaal van dit trio. Daarbij valt op hoe inventief Butcher omgaat met zijn tenor- en sopraansax en wat een enorme diversiteit aan klanken hij uit zijn instrument weet te halen. Hij lispelt, fluistert, sputtert, reutelt en - ja - blaast soms ook naar hartenlust.

Hoogtepunten? Het hele concert is één hoogtepunt, maar als het dan moet. De drumsolo in de eerste set waaraan Ferrandini begint door met zijn brushes de trommels af te stoffen. Althans zo klinkt het. Gaandeweg komen de eerste slagen. Zelden zo'n spannende drumsolo gehoord. Een tweede hoogtepunt zit helemaal aan het einde van het concert. Butcher in een extravagante solo op sopraansax, met behulp van circular breathing weet hij de aandacht eindeloos vast te houden. Het vormt een prachtig einde van een meer dan geslaagd concert. En nu maar hopen dat we dit trio vaker gaan horen.

Concertfoto's: Jef Vandebroek

Labels:

(Ben Taffijn, 22.5.17) - [print] - [naar boven]



Vooruitblik
10 jaar JazzCase


JazzCase bestaat 10 jaar! Op 2 en 3 juni wordt dit gevierd met een heus jazzfestival in Dommelhof Neerpelt. Het wordt georganiseerd in samenwerking met het eveneens jubilerende Citadelic-festival van El Negocito Records, dat gelijktijdig plaatsvindt in het Citadelpark te Gent.

Al 10 jaar wordt naarstig gewerkt aan een straffe programmatie van jazz en improvisatiemuziek in Dommelhof Neerpelt. Al die jaren heeft het jazzpodium de nieuwsgierige jazzliefhebber weten verrassen met een gewaagde programmering. De focus ligt daarbij op vernieuwende, avontuurlijke jazz, waarbij de grenzen worden afgetast met respect voor de roots van het genre. Meermaals werkten jonge muzikanten op het domein in residentie aan een nieuw repertoire en toonden het resultaat meteen op het einde van hun verblijf aan het publiek. Op maandelijkse basis werden in totaal meer dan 80 concerten georganiseerd. Binnen het Vlaamse jazzlandschap heeft JazzCase duidelijk zijn plaats verworven. Het podium geniet veel respect van zowel het publiek als de muzikanten. De organisatie van de concerten gebeurt in samenwerking met Dommelhof Neerpelt en het Limburgse jazzplatform Motives for Jazz.

Programmator Cees van de Ven, al jarenlang actief als fotograaf voor Draai om je oren, heeft een goed oog maar ook een goed oor voor muzikanten. Hij doet dit met evenveel kennis en overgave als enthousiasme en heeft al heel wat topmusici kunnen overtuigen om bij hem het beste van zichzelf te geven. Hij is ook jazzfotograaf en tijdens het festivalweekend wordt een fotoalbum over 10 jaar JazzCase met concertfoto's van hem voorgesteld.

Het festival trapt op vrijdag 2 juni af met muzikant, componist en beeldend kunstenaar Osama Abdulrasol. Zijn oorsprong is Irakees, zijn paspoort Belgisch, maar hij is vooral kosmopolitisch. Zijn nieuwe project probeert een brug te leggen over de gehele wereld vanuit Irak naar Brazilië over België en Nederland. Abdulrasol (qanun) treedt aan met een kwartet, dat verder bestaat uit Helena Schoeters (stem), Henk de Laat (contrabas, stem) en Renato Martins (percussie). Daarna volgt het trio van bassist Paul Van Gysegem Trio, met Giovanni Barcella op drums en Erik Vermeulen aan de piano. Alle drie mogen we hen stilaan éminences grises noemen van de jazz en de vrije muziek in België.

Op zaterdag 3 juni gaat het verder met Llop. Dit Belgisch-Franse trio speelt veelal geïmproviseerde song-achtige muziek, vaak geïnspireerd door traditionele jazz. Daarna volgt 'Follow The Red Line', een jazzy boswandeling lang visuele partituren in het Klankenbos, dat aan Dommelhof ligt. In het kader van 10 jaar JazzCase is het contrabas-ensemble Bassss uitgenodigd om enkele hedendaagse visuele partituren van Belgische componisten te interpreteren. Als afsluiter zal contrabassist en beeldend kunstenaar Paul Van Gysegem een improvisatie brengen bij zijn eigen visuele partituren. Dan is het tijd voor Moker, een Belgisch-Italiaans jazzcollectief. De groep staat bekend om zijn energieke en overtuigende optredens met veelal eigen composities en gesmaakte improvisaties. Afsluitend is er een optreden van het Samuel Blaser Trio. Blaser is een Zwitserse trombonist en rising star in de hedendaagse avontuurlijke jazzmuziek, pendelend tussen New York en Berlijn. In zijn trio weet hij zich omringd door twee klassebakken: Marc Ducret op gitaar en Peter Bruun op drums.

Daarnaast is in Dommelhof van 20 april tot en met 4 juni mei een expositie te zien met sculpturen, schilderijen en tekeningen van Paul Van Gysegem en Osama Abdulrason.

Klik hier voor meer informatie.

Labels:

(Maarten van de Ven, 21.5.17) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...







Schrijf je in voor onze gratis Nieuwsbrief! Klik op de button hieronder om je aan te melden:


Menupagina's:


Zoek in deze website:

Google

web deze website


Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, meewerken?
Mail de redactie.


(advertenties)