Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Ep / Cd
Roest - 'Inloopmuziek' (eigen beheer, 2020)
Rok Zalokar Trio - 'Port Songs' (Modigo, 2019)
Opname: 2-4 juli 2018

In februari 2017 besteedde ik op mijn blog Nieuwe Noten aandacht aan de titelloze debuut-ep van het uit Rotterdam afkomstige Roest, het vehikel van slagwerker Ruud Voesten. Onlangs verscheen het vervolg, 'Inloopmuziek', met wederom vijf straffe, maar ook zeer intense nummers. Inmiddels is Roest overigens van kwartet uitgegroeid tot kwintet met de komst van een tweede gitarist, Jelle Roozenburg, en vervangt Joël Botma Tom Ridderbeekx  als trompettist. 

Wat eveneens veranderd is, is het geluid van deze band. Dat houdt weliswaar nog steeds het midden tussen stevige rock en jazz, maar het klankbeeld is wat meer opgeschoven naar het laatste. Opener en titeltrack 'Inloopmuziek' draagt nog steeds dat dubbele in zich: funky gitaarspel op een niet misselijk ritme, een gloeiende intense solo, maar ter afwisseling ook intens lyrisch trompetspel van Botma. 'Logan' is meer jazz dan we tot nu toe van Roest gewend zijn. Na spannend inleidend spel horen we een wederom lyrische Botma, afgewisseld met al even melodieus gitaarspel. Langzaam lopen de klanken steeds verder in elkaar over tot een harmonieus geheel. Dat geldt ook voor de ballade 'Phoenix', waarin we eveneens Botma horen schitteren, maar waarin zeker ook de rol van Voesten opvalt met zijn ongedwongen spel. Met 'Bob' haken we weer overduidelijk aan bij de rock: stomend gitaarspel, sterk ritmisch slagwerk en dito basspel. Hetzelfde geldt voor 'The Art Of Shaving', al speelt de trompet van Botma een grote rol in dit stuk.

Voesten is ook een van de leden van het mede in Rotterdam residerende Rok Zalokar Trio, samen met bassist Fongara. Zalokar zelf speelt piano. In 2018 speelden ze in Ljubljana, opnames die werden uitgebracht onder de titel 'Port Songs'. Het toont de veelzijdigheid van Voesten dat hij zich bij een in alle opzichten 'klassiek'  pianotrio eveneens thuis voelt. In de lange opener 'Earth From Space' ontdekken we dat pianist Zalokar, van wie ik eerlijk gezegd niet eerder hoorde, prachtige melodieën tevoorschijn kan toveren. Mooie, romige loopjes serveert hij, terwijl Fongara en Voesten op doeltreffende wijze piketpaaltjes slaan. Qua stijl doet het wel wat aan dat veel bekendere Poolse trio van Marcin Wasilewski denken, net zo beeldend en poëtisch. 'Village Blabbermouth' maakt die associatie overigens weer ongedaan, dit is veel te ongestructureerd voor Wasilewksi. Een aantrekkelijk, puntig nummer, waarin de klanken van de drie instrumenten heerlijk met elkaar botsen. Al even grillig is het spel in de ballade 'Perfect Man' en let dan zeker ook op de combi Zalokar-Voesten.  

Het weer sterk melodieuze, maar ook ritmisch stuwende 'Dark Matter' heeft alles in zich om een klassieker te worden en al luisterend vraag ik me af hoe het kan dat ik dit trio nog niet kende. Temeer daar het debuutalbum 'Vol. 1' reeds uit 2013 stamt en toen werd genoemd als een van de beste albums binnen de Sloveense jazz, Zalokars thuisbasis, onder andere resulterend in de uitreiking van de Jazzon Award voor best Slovenian jazz composition. Tevens won hij, eveneens in 2013 de Jazzon Live Competition met juist dit trio. 'Joy With Joyce' is al even sterk met dat gebroken ritme en die puntige lijnen, terwijl hij ons met 'P.S. Taal' weer op onvervalste muzikale poëzie trakteert. Een stuk dat overigens met name zo sterk is door de onmisbare bijdragen van Fongara en Voesten. Van Roesten was ik al fan, nu ben ik het ook van Zalokar en Fongara.

Foto: Sophie Conin

Labels: ,

(Ben Taffijn, 19.9.20) - [print] - [naar boven]



In memoriam
Gary Peacock

Elke artiest met een muzikaal palet dat breed genoeg is om in groepen te spelen met zowel Albert Ayler als Keith Jarrett, heeft de jazzvorm echt onder de knie. Bassist Gary Peacock, die met die baanbrekende bandleiders optrad, stierf op 4 september op 85-jarige leeftijd in de staat New York. 

Peacock voegde zich moeiteloos in het Standards Trio van Jarrett, maar zijn nieuwsgierige en verkennende karakter als persoon zette hem ertoe aan zich ook bezig te houden met de vrijere aspecten van de muziek. Hij leidde een eigen trio en maakte opnames met Paul Bley, Tony Williams en vele anderen. 

"It's less cluttered now", zei de bassist over zijn spel tijdens een interview in 2016 met KQED. "I'm not even sure what I mean by that, but that's the sense I pick up. For sure, playing such a wide variety of music - free music and standards - has brought my appreciation for the depth that's available in any of those areas." 

Peacock werd geboren op 12 mei 1935 in Idaho. Hij bespeelde meerdere instrumenten, voordat hij tijdens zijn diensttijd in Duitsland de overstap maakte naar de bas. Nadat hij zijn naam had gevestigd in de jazzscene, trok Peacock zich in de jaren zestig tijdelijk terug uit de muziek. Hij verhuisde naar Japan om filosofie te studeren. Wederom een voorbeeld van de nieuwsgierige aard van de bassist, die hem op een onverwacht pad bracht. 

De bassist bleef tot op hoge leeftijd actief. Zo bracht hij in de afgelopen jaren bij ECM de albums 'Now This' (2015) en 'Tangents' (2017) uit met zijn trio met drummer Joey Baron en pianist Marc Copland.

Bron: DownBeat | Foto: Francis Wolff

Labels:

(Maarten van de Ven, 18.9.20) - [print] - [naar boven]



Concert
Neve en Nobel in tijden van corona

Jef Neve & Teus Nobel, woensdag 9 september 2020, Brouwerij Martinus, Groningen

De coronacrisis heeft de stichting Jazz in Groningen op elegante wijze opgelost, door haar vaste stek, Brouwerij Martinus, op te delen in twee anderhalvemeterzaaltjes. De helft van de bezoekers (maximaal vijftig onder de huidige omstandigheden) zit comfortabel bij de optredende groep, de andere helft zit al even comfortabel een verdieping lager, waar de gebeurtenissen via een groot scherm live gestreamd worden. In de pauze wisselen de bezoekersscharen van verdieping. 

Uw verslaggever was zo fortuinlijk dat hij de eerste set voor het scherm gezet werd. De tweede helft is immers vrijwel altijd beter - al merkte trompettist Teus Nobel in de pauze pesterig op dat hij zijn kruit inmiddels verschoten had. Diens geluid via de versterking mengde voortreffelijk met het akoestische signaal, dat via de vide rechtstreeks tot ons kwam. Het leek, alsof zijn spel op die manier nog mooier en voller gloeide.

Nobel en pianist Jef Neve zijn aan elkaar gewaagde toonkunstenaars. In een vloek transformeerde die laatste zich van bedachtzaam begeleider tot assertief solist, in een zucht transformeerde die eerste zich van een gevoelig ventje tot een brute macho. Nobel kun je om een boodschap sturen: hij beheerst de jazztrompet tot in alle hoeken en gaten. Volgens mij zou hij ook prima functioneren als eerste in een bigband. Een techniek om van te watertanden; vormgeving en dosering zijn eveneens boven alle kritiek verheven. Hij is een typische exponent van de jongste generatie jazzinstrumentalisten, die van alle markten thuis zijn. Iets dergelijks geldt eveneens voor zijn kompaan -al behoort die al wat langer tot de jongste generatie. Onder de handen van Neve werd de nederige staande piano een joyeuze Steinway.

Het was lastig uit te vogelen welk deel van het recital gecomponeerd was en welk deel volledig geïmproviseerd. Dat is altijd een goed teken. Soms leek het ook een soort potpourri, zoals bij het eerste nummer, dat zich vanuit een gezamenlijke mijmering via McCoy Tyner-achtige basnoten opwerkte tot een soort Miles Davis-universum. Bij tijden bereikten de muzikanten de intensiteit en de diepte van een kinderspel. En dat is geen kinderspel.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

(Eddy Determeyer, 14.9.20) - [print] - [naar boven]



Concert
Hoe je een lockdown goed benut
Corona Basement Recordings Live Part 3 met o.a. Edward Capel, zondag 6 september 2020, POM, Eindhoven

Maandenlang geen muziek maken is voor de musicus natuurlijk geen leven. Toen optreden er eerder dit jaar even niet inzat, zochten velen dan ook naar andere wegen om bezig te blijven. Rietblazer Edward Capel goot het in de vorm van The Corona Basement Recordings. Hij maakte opnames en stuurde die naar musici waar hij normaal mee op het podium staat met het verzoek er muzikaal op te reageren. Dat sloeg aan en toen begin deze zomer de concerten weer op gang kwamen, was de afspraak met Bart van Dongen, de initiatiefnemer van het Paviljoen Ongehoorde Muziek (ofwel POM) in Eindhoven snel gemaakt: live-uitvoeringen van deze muziek. Ik bezocht de derde in rij met naast vaste waarde Capel trompettist Bart Maris, gitaristen Filip Wauters en Jacq Palinckx en percussionist Rik van Iersel. Drie sets speelden ze: solo's, duo's en trio's.

Het is Capel die solo begint, voor de verandering noise en ander geknetter uit een knoppenkast toverend. De glimlach op zijn gezicht zegt genoeg. Van Iersel bezit ook een aantal leuke apparaatjes en borduurt vrolijk verder op de ingeslagen weg, tevens gebruikmakend van eerder opgenomen stemmen. Palinckx zet de zaak nog wat verder op scherp met een sterk repetitief patroon en lekker veel distortion: hier overheerst stomende blues. Maris trekt aansluitend lange vibrerende lijnen en middels looping horen we gaandeweg steeds meer trompettisten. De overgang naar Wauters - hier op pedal steel gitaar - is naadloos. Bijzonder daarbij is dat hij niet kiest voor het typische geluid van dit instrument, maar zijn klanken eveneens grondig bewerkt met elektronica.

Ook de duo-sets worden afgetrapt door Capel, nu samen met Van Iersel. Meanderend spel op de altklarinet valt ons ten deel, terwijl Van Iersel met een uitgebreid scala aan gongs in de weer is. Het geeft het geheel een wat oosterse sfeer. Wauters en Palinckx kruisen daarna de gitaren en scheuren de sfeer die Capel en Van Iersel hebben gecreëerd meedogenloos aan stukken. Het duo Capel-Maris - de eerste op altsax, de tweede op zaktrompet - betekent een terugkeer naar de harmonie; prachtig vallen de klanken hier samen. Bijzonder is ook het duo Van Iersel-Palinckx, waarbij laatstgenoemde zijn gitaar inzet als percussie. De gitaar op zijn schoot, een kleine gong op de snaren en spelen maar. Tot slot horen we Wauters met Maris. Het geluid van Wauters' pedal steel, die nu een stuk traditioneler klinkt, mengt zich prachtig met Maris' trompet in het hoge register, al is het contrast, als Maris lage noten speelt, ook zeker de moeite waard.

Dan volgen er vier trio's. Capel, Maris en Van Iersel bijten het spits af. Capel hanteert de sopraansaxofoon, Maris de bugel en samen creëren ze een boeiende eenheid van elkaar aftroevende klanken, terwijl Van Iersel met percussie en elektronica zorg draagt voor de accenten. Het is een rol die Van Iersel eveneens speelt in het trio met Palinckx en Wauters, waarin gitaar en pedal steel tot grootse harmonie blijken te komen. In de set van Palinckx, Maris en Capel wordt deze lijn losgelaten. Het is tijd voor een experimentele klankcollage. Tot slot van de trio's neemt Wauters de plek van Capel in, maar verandert er verder weinig aan het klankbeeld. Waarna tenslotte Capel en Van Iersel aanhaken voor een daverend slot als kwintet.

Op zondag 11 oktober vindt het vierde en laatste deel van deze concertreeks plaats. Van alle vier de concerten worden video-opnames gemaakt, waar Capel in een later stadium nog mee naar buiten wil komen. Hoe en wanneer is nog niet duidelijk.

Foto's: Jef Vandebroek

Labels:

(Ben Taffijn, 12.9.20) - [print] - [naar boven]



Cd
EAST - 'EAST' (ZenneZ, 2020)


De band EAST ontstond in 2018, toen bassist Damian Erskine (inderdaad familie van Peter Erskine, namelijk een neef) in Europa een tournee met Gino Vannelli had afgerond en hij wat meer tijd in Nederland wilde verblijven en musici uit Nederland wilde ontmoeten. Zijn maatje, drummer Tarik Abouzied uit Seattle, verbleef ook in Europa. Platenbaas John Weijers van ZenneZ Records bracht de heren in contact met gitarist Michiel Stekelenburg en saxofonist Efraïm Trujillo. De eerste letter van de achternamen vormen samen de bandnaam EAST.

Hun debuut-cd bestaat uit acht tracks. Elk bandlid heeft een of meerdere stukken geschreven. Met vier muzikale persoonlijkheden staat dat garant voor variatie en een frisse sound. Van East Coast tot Europese invloeden, met stijlkenmerken uit de jazz, funk en poprock levert dat spannende fusion op. Fusion kan soms het nadeel met zich meebrengen dat het vlees noch vis is, maar dit is hier zeker niet het geval. De composities zijn heel eigen en klinken authentiek. Deze vier musici zijn ook niet de eersten de besten, technisch zeer vaardig en ieder met een eigen geluid.

Gitarist Stekelenburg heeft een mooie droge sound, hij speelt geen stortvloed aan noten, maar kiest ze zorgvuldig en fraai gedoseerd. Deze finesse hoor je goed terug in zijn compositie 'Flowerisms'. Een mooi repeterend thema, dat bij de luisteraar echt in het hoofd blijft hangen. Basgitarist Erskine ondersteunt de solisten met een trefzekere vloeiende baslijn, waarin hij samen met drummer Abouzied ook accenten plaatst. Laatstgenoemde doet dat onder andere met sterk gekozen en getimede roffels. Trujillo soleert sterk in zijn compositie 'Easy Way Out'. Funky jazzinvloeden, waar Trujillo een voorliefde voor heeft in zijn eigen projecten, zijn ook aan deze heren goed besteed. Het swingt enorm. Abouzied soleert krachtig en trefzeker op deze dampende groove.

Zo is elk nummer voorzien van een eigen signatuur. De tempowisselingen zijn goed gekozen en de mooi opgebouwde harmonieën vloeien heel vanzelf in elkaar over.

Het was de bedoeling om een tournee te doen, maar helaas gooide corona roet in het eten. Gelukkig is er wel deze fraaie release, waarbij je de energetische flow die bij een concert kan vrijkomen ook bij het beluisteren ervan kan ondergaan. Ontzettend knap als je dat zoals EAST weet vast te leggen. Hopelijk komt er in de toekomst nog een mogelijkheid om deze vier muzikale persoonlijkheden live te mogen aanschouwen. Ik verheug me erop!

Klik hier voor geluidsfragmenten van dit album.

Labels:

(Koen Scherer, 10.9.20) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Never Weather - 'Blissonance' (Ridgeway, 2020)

Opname: 15-16 september 2018

Drummer en vibrafonist Dillon Vado is een van de opvallendste jonge musici in de Jazzscene van San Francisco en omgeving, The Bay Area. Hij groeide op in San Jose, begon op zijn achtste te drummen en studeerde aansluitend in Berkeley aan de California Jazz Conservatory, waar hij in 2017 afstudeerde. Drummers die ook vibrafoon spelen zijn er niet zo heel veel en Vado, die in 2014 juist op dit instrument de Jazz Search Competition won, lijkt er talent voor te hebben. Beoordelen kan ik het niet, want voor me ligt 'Bissonance' van Never Weather, 's mans nieuwe vehikel, en hierop speelt hij louter drums. Verder vinden we in deze band Aaron Wolf op saxen, Josh D. Reed op trompet, Tyler Harlow op bas en Justin Rock op gitaar. Met tien van de twaalf stukken van Vado's hand drukt deze niet alleen zijn stempel op dit album als leider, maar ook nog eens als componist.

Opener 'Never Catch Up' maakt duidelijk dat Vado zijn klassiekers kent en daar ongedwongen op verder borduurt. Maar geenszins is hij de slaafse volger of de kopiist, daarvoor klinkt de muziek te eigentijds. We krijgen hier direct ook een prima beeld van de lyrische stijl van trompettist Reed in een gloedvolle en lyrische solo. Wolf volgt hem op, maar klinkt iets meer ingetogen, af en toe afgewisseld met een aantal van Vado's frisse roffels. Heel anders klinkt de ballade 'Mask' met zowel Reed als Wolf in omfloerste solo's en gitarist Rock met heldere, stemmige loopjes. Een mooi uitgebalanceerd en introspectief stuk. Diezelfde Rock leverde ook een compositie: het ijzersterke 'There Is No Secret'. De gitarist begint zelf met een puntig ritmisch patroon dat in allerlei gedaanten het gehele nummer bij ons blijft. Maar het is niet alleen het ritme dat indruk maakt; de zeer gestructureerde wijze waarop dit ruim acht minuten durende stuk is opgebouwd doet dat zeker ook. En natuurlijk horen we Rock hier solo met een zeer ingetogen bijdrage, zangerig van klank.

Diverse korte intermezzo's kleuren het album, bijvoorbeeld 'Resolute', dat geheel bestaat uit een innemende solo van bassist Harlow. Het gaat naadloos over in het titelstuk 'Blissonance': aanvankelijk een naar verhouding vrij abstracte klanksculptuur, waarin de melodie van ondergeschikt belang is, tot Reed met een messcherpe solo de dynamiek erin brengt en de muziek alsnog in een maalstroom geraakt. Bijzonder zijn ook het innemende 'Always Setting' met die onverwacht krachtige trompetsolo - maar let hier ook zeker op Vado en Harlow en de wijze waarop zij het licht slepende ritme vorm geven, het fijn pittige 'Morbique' en het stemmige 'Bring Back The Color'. Als afsluiting koos Vado voor een cover: het niet vaak gespeelde 'Introspection' van Thelonious Monk.

In de Jazztube hierboven zie je een live-uitvoering van 'Blissonance' door Never Weather, opgenomen op 19 januari 2018 in Art Boutiki, San Jose.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 8.9.20) - [print] - [naar boven]



Concert
Therapeutisch concert

Alto Kwartet, zondag 30 augustus 2020, De Engelstede, Engelbert

Drie maanden werkte het Alto Kwartet voornamelijk in verzorgingstehuizen. En dat zal nog wel even zo blijven. In De Engelstede, een schattig krakend dorpspodium waar bluesbandjes spelen en bruiloften plaatsvinden en waar de tijd al decennia stilstaat, voerde Hans Bosch' saxofoonkwartet dat programma uit.

Het zwaartepunt van het Retro Project wordt gevormd door de populaire hits van de jaren vijftig en zestig. Bosch stak ze in een wat moderner frakje. Een enkele uitschieter ging richting prehistorie, zoals het 'Grunnens Laid', dat het inmiddels 101 jaar heeft volgehouden. Net zo lang dus als 'All Quakers Are Shoulder Shakers', dat helaas niet werd gespeeld.

Nu we toch op het historische pad dwalen: de associatie die zich zondagmiddag bij mij opdrong was die met het Amerikaanse 29th Street Saxophone Quartet. Niet zozeer qua repertoire of richting: de Yanks speelden eigen materiaal, met plenty jazzsolo's die alle kanten opgingen. Meer in ritmisch opzicht: staccato is hier de voertaal. Dat ritme is niet voorbehouden aan Julia Flenter, wier betonnen bariton een take-no-prisoners mentaliteit uitstraalde. De overige blazers doen net zo vlijtig mee. En dat blijkt goed te werken in met name popnummers als 'Radar Love'. In de ballads miste ik soms een ritme-instrument, om het even welk.

De jazzsector was vertegenwoordigd met Duke Ellington ('Mood Indigo', altist Jan Schoemaker kon hier zijn Johnny Hodges-neigingen botvieren), Dave Brubeck en Miles Davis. 'It's A Raggy Waltz' versmolt met 'All Blues' tot de medley 'All Waltz'. Brubeck kwam even verderop nog een keer terug, met zijn (of liever Paul Desmonds) 'Take Five'.

De muzikanten hebben allen een eigen sound. A fortiori geldt dat voor tenorist Hugo Beukema. Eerder heb ik hem op deze plaats al eens gekarakteriseerd als 'vermoedelijk van alle Nederlandse horeca-uitbaters 's werelds beste saxofonist' en daar neem ik geen woord van terug. Het Alto Kwartet begon ooit, twee jaar geleden, in zijn destijds ten dode opgeschreven Café Alto in Groningen. In autodidact Beukema horen we de straattaal nog het meest onomwonden. Zijn zware, ruw vormgegeven geluid contrasteert prettig de lichtere, heldere sound van Bosch. Het fraaist kwam dat tot zijn recht in 'Buena Sera', waar Bosch en Beukema beurtelings Butera speelden. Maar heer Hugo, waard van het betreurde Alto, kan ook op de achtergrond sonoor gonzen. Daarbij wordt het totaalgeluid een stuk orkestraler. Dat hij soms met twee liedjes tegelijk bezig lijkt te zijn, ach, voer voor kniesoren.

Julia Flenter bezit ook een niet geringe strot, zoals ze in 'Sous Le Ciel De Paris' liet horen. Ze vertrouwde ons toe dat bij diepdemente bejaarden, met wie communicatie zo goed als verdwenen is, toch een vingertje mee gaat bewegen als er zo'n hit uit hun jeugdjaren klinkt. Het komt allemaal wél binnen, wil maar zeggen.

Concertfoto's: Hammie van der Vorst

Labels:

(Eddy Determeyer, 4.9.20) - [print] - [naar boven]



In memoriam / Interview
Charli Persip


Zondag 23 augustus 2020 overleed Charles Lawrence Persip, 'Sip' voor vrienden en intimi, in het Mount Sinai Morningside verzorgingstehuis in New York City, 91 jaar oud. Hij werd geboren in Morristown, New Jersey en wordt wel de beste jazzdrummer die niet bij het grote publiek bekend is genoemd. Tijdens het NOS Meervaartfestival van 1985, waar hij met de groep van trombonist Craig Harris optrad, keek hij in gesprek met Eddy Determeyer terug op een lange, rijke carrière.

De beste herinnering van zijn carrière? Daar hoefde Persip niet lang over na te denken. Dat waren de twee weken dat altist Charlie Parker als gast meespeelde bij het orkest van zijn baas Dizzy Gillespie, in de New Yorkse club Birdland. "Ik had het voorrecht om met hem te mogen werken. Dat was in het jaar dat hij stierf. So I was privileged to play - boy, that was something."

Klik hier om het interview te lezen.

Foto: Francis Wolff

Labels: ,

(Eddy Determeyer, 2.9.20) - [print] - [naar boven]



Cd
180⁰ - 'Submental' (Splitrec, 2019)

Opname: 27-28 september 2018

Australiër Jim Denley is een man van één instrument: de basfluit. Maar die beheerst hij dan ook tot in detail. In het nieuwe trio 180⁰ werkt hij samen met gitarist Nick Ashwood en stemkunstenares Amanda Stewart. Beluister opener 'Scalene' op het debuutalbum 'Submental' en je weet niet wat je hoort. Denley fluistert, schreeuwt, lispelt en blaast door zijn instrument en vermengt dit met elektronica. Tegelijkertijd horen we Stewart, die haar stem al even spannend weet in te zetten en Ashwood, die zijn snaren op onconventionele wijze bewerkt. Het is een magisch klank- en schimmenspel, dat hier klinkt en dat opvallend veel weg heeft van een ritueel. Het wordt al snel duidelijk dat zowel de natuur als de cultuur van de Aboriginal volkeren hier van invloed is geweest.

Een mooi en humoristisch statement in het persbericht mag hier niet onvermeld blijven: 'Are these recordings a set of songs? Yeah-Naah. Does Amanda Sing? Naah-Yeah. Does Nick play chord sequences? Sorta... naaah. Does Jim play melodies? Naaah... yeah.' Kortom, hier wordt alles gedaan wat een middle-of-the-road artiest nooit zou doen, maar wat dit album nu nét zijn charme verleent. En dus klinkt 'Equilateral' aanvankelijk als een duistere onweerswolk, prachtig vormgegeven door Denley, waarna Stewart op totaal onverwachte wijze de taal naar binnen brengt. Denley verrast in 'Oblique' met krachtige uithalen op zijn fluit, terwijl we Ashwood horen kraken en piepen, waarna weer zo'n frase volgt waarin het bos tot leven lijkt te komen. Het geeft voeding aan de zin die de hoes siert: All opposites unite at the point at which they diverge. En dus horen we licht naast duisternis, natuurgeluiden naast de menselijke stem en liefelijke klanken naast industrieel aandoende noise.

Het kan nog extremer: het bijna een kwartier durende 'Isosceles', dat het hart van dit album vormt en waarin de stemkunst het summum bereikt, maar waarin ook een prachtig serene scène zit waarin Ashwood zijn gitaar als gong inzet, waarna Denley zijn fluit al even percussief laat klinken. In 'Acute' horen we weer de tegenstelling mens-natuur. Sfeervolle klanken, naast duistere, akoestische naast machinale. In 'Degenerate' en 'Esquiangular' voegt dit trio hier nog veel meer voorbeelden aan toe. Een zeer bijzonder en afwisselend album.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 1.9.20) - [print] - [naar boven]



Nieuws | Festival
GIST Festival


Op donderdag 3 september verzorgt het nieuwe Utrechtse collectief GIST een eerste festivalavond in Museum Speelklok. GIST bestaat uit vijf jazzmusici met een voorliefde om buiten muzikale grenzen te treden. En waar kan dat beter dan in de speelse omgeving van Museum Speelklok? Naast drie hoofdacts op het hoofdpodium zijn er ook verscheidene entr'actes te zien in dialoog met de museumcollectie en de ruimte van de voormalige kerk. GIST laat zien dat het muzikaal borrelt in Utrecht, en uiteraard voorziet de avond daarbij ook in eetbare (gegiste) resultaten.

Het muziekcollectief GIST bestaat uit saxofonist Ad Colen, fluitist Mark Alban Lotz, klarinettist Steven Kamperman en bassist Dion Nijland, en het jonge trompettalent Ruben Drenth. Zij opereren muzikaal onder het ruime motto 'als het beweegt, is het jazz'.

Op het programma op het hoofdpodium staat het kersverse Kwantum Trio, een trio waarin niets is wat het lijkt, met Steven Kamperman op klarinetten en slagwerk, Albert van Veenendaal op geprepareerde piano en ten slotte strijker Oene van Geel op altviool, cello en cajon. Vervolgens treedt aan het pianoloze kwintet DEON rond bassist Dion Nijland, dat eerder al furore maakte met pakkende stukken en ongrijpbare improvisaties op het U-Jazz Festival. Het duo van fluitist Mark Alban Lotz / Alan Purves (percussie) maakt een reis door een onbenoembaar humoristisch klankuniversum, volop gebruikmakend van speelgoedinstrumenten en elektronische effecten. De avond wordt afgesloten met het Organism Orchestra, met medewerking van alle musici die op de avond te horen zijn geweest.

Bestel hier je ticket. Let op: het GIST! Festival wordt volgens de coronarichtlijnen georganiseerd, wat betekent dat het aantal toegangsplaatsen beperkt is.

Foto: Cees van de Ven

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 28.8.20) - [print] - [naar boven]



Cd
Laura Polence - 'Side By Side' (Just Listen, 2019)

Opname: januari 2018

De uit Letland afkomstige Laura Polence woont sinds 2007 in Nederland. Ze kwam hier studeren aan het conservatorium van Amsterdam en bleef hangen. We kennen haar nog niet heel goed, al maakt ze deel uit van het Kaja Draksler Octet en Snowapple. Een jaar geleden bracht ze haar eerste eigen album uit, 'Side By Side', dat nu maar eens aan bod moet komen. Simpelweg omdat dit gewoon een zeer aantrekkelijk en afwisselend album geworden is. Folk is wat we horen op het uit drie delen bestaande 'Viena Pati Dveselite'. Krachtig gezongen, dromerige folk, waarin Polence zich laat vergezellen door gitarist en altviolist George Dumitru, bassist Lennart Heyndels en een klein koortje van achtergrondzangeressen. Met deze trilogie is de toon reeds gezet en bewijst Polence niet alleen uitstekend te kunnen zingen, dat wisten we al, maar ook nog eens overtuigende composities te kunnen schrijven.

Sinds 2008 heeft Polence haar hart verpand aan de Braziliaanse muziek: de samba, bossanova, choro, forro, et cetera. Geen wonder dus dat we in veel stukken op dit album daar overduidelijk de invloed van terugvinden. Bijvoorbeeld in het titelstuk 'Side By Side', maar ook in het daaropvolgende 'You’re Right', waarin we bovendien de Amerikaanse musicaltraditie herkennen en waarbij tevens het gevoel voor theater van deze zangeres opvalt.

Er wordt al even prachtig gemusiceerd. Neem het duet van Heyndels met Polence in 'Short Summary', waarin Heyndels met zijn staande bas net zo goed zingt als Polence. Als verderop dan Dumirtru aansluit op gitaar komen we weer in Zuid-Amerikaanse sferen. Twee begeleiders, het lijkt wat kaal, maar in deze stukken voldoet het zonder meer. 'Sometimes I Find A Sometimes' en 'A Thought From Your Reality' zijn intieme ballades, ze vallen mede op door het harmonieuze samenspel van Heyndels op gestreken bas en Dumitru op altviool.

In 'Mosen’ Zeileit’ Viesti Nesa' kiest Polence weer voor het Lets en de folk. Hypnotiserende zang en een repetitief ritmisch patroon kenmerken dit aantrekkelijke volkslied. Tot slot klinkt 'Esta Melodia', een compositie van Rogério Bicudo, die we hier ook horen als gitarist. Het zijn Rogério's maandelijkse Clube do Samba in Amsterdam die Polence de nodige inspiratie opleverde voor dit speelse en afwisselende album.

Foto: Cees van de Ven

Labels:

(Ben Taffijn, 26.8.20) - [print] - [naar boven]



Vooruitblik | Jazztube
De kunst van het lichte reizen


Trompettist Angelo Verploegen wilde al geruime tijd muzikaal reflecteren op de reizen die hij als muzikant maakte. Ironisch genoeg haalde de realiteit dat idee in, aangezien op dit moment het reizen nagenoeg tot stilstand is gekomen vanwege de wereldwijde uitbraak van het coronavirus. Voor Verploegen reden te meer om eens stil te staan bij het reizen op zich.

"Mijn vele reizen vertegenwoordigen een gemengd gevoel van melancholie, om mijn geliefde familie weer te moeten verlaten, en van opwinding over het duiken in het onbekende. En dan is er nog het ongemak wat het reizen zelf met zich meebrengt, dat ik zoveel mogelijk probeer te verlichten door zo weinig mogelijk mee te nemen: de kunst van het lichte reizen", aldus Verploegen.

Dit weerspiegelt zich in de transparante bezetting zonder bas, maar met het weelderige geluid van gitarist Wim Bronnenberg en de sensitiviteit van drummer Jasper van Hulten. En in het gekozen repertoire; zoals Misha Mengelbergs 'Een Beetje Zenuwachtig', het gevoel van weemoed bij vertrek in 'You’d Be So Nice To Come Home To', of het gevoel van desoriëntatie op vreemde plekken in Verploegens 'File Under Exit'. Muziek over reizen, in een tijd waarin reizen niet meer zo vanzelfsprekend is.

In de bijzondere, maar intieme bezetting van flügelhorn, gitaar en drums heeft het trio Verploegen, Bronnenberg & Van Hulten de cd 'The Art Of Traveling Light' opgenomen. Het is het derde album dat Verploegen uitbrengt op Just Listen Records, na 'The Sweetest Sound' in 2009 en het onvolprezen 'The Duke Book' in 2019. Op donderdag 27 augustus geeft het trio twee concerten in de Toonzaal van Willem Twee in Den Bosch. Wil je erbij zijn? Er zijn nog kaarten!

In de Jazztube hierboven zie je het trio aan het werk en vertelt Verploegen wat meer over het project.

Lees hier een verdiepend interview met Angelo Verploegen.

Foto: Donata van de Ven

Labels: ,

(Donata van de Ven, 25.8.20) - [print] - [naar boven]



Cd
Various artists - 'Vol Pour Sidney (Retour)' (Nato, 2020)


In 1991-1992 prepareerde het label Nato 'Vol Pour Sidney (Aller)'. Titel en hoes verwezen naar het Kuifje-album Vlucht 714 (Vol 714 Pour Sidney). De Nato-verzamelaar behelsde composities van rietblazer Sidney Bechet in kleurrijke uitvoeringen. Bekende en minder bekende muzikanten benaderden aspecten van Bechets oeuvre vanuit verschillende hoeken. Onder het schoon volk dat eraan bijdroeg bevinden zich drummers Elvin Jones, Charlie Watts en Han Bennink, blazers Lol Coxhill en Lee Konitz en multi-instrumentalist Taj Mahal.

In het gezegende jaar 2020 bracht Nato 'Vol Pour Sidney (Retour)' op de markt. Opnieuw is gekozen voor een gevarieerde aanpak. Ook op dit album wisselen muzikanten die beïnvloed zijn door verschillende muziekstijlen luchtiger materiaal af met zwaardere interpretaties. Zo kan het wel eens vrij psychedelisch worden ('When The Sun Sets Down South') en dan ineens heel dansbaar ('Viper Mad').

Net als de 'Aller'-cd opent de 'Retour'-cd met een versie van 'Petite Fleur'. Ditmaal klinkt het als een zijstapje van een rockgitarist die iets heeft met een jazzzangeres. Verderop merk je dat hij de gitarist is in een groep (Ursus Minor) die in meer dan één richting vlot met oude composities aan het dollen gaat, maar nooit zo heavy als John Dikeman en Simon Goubert met American Rhythm.

Meerdere muzikanten passeren meermaals in de bloemlezing. Het Amerikaanse Matt Wilson Quartet valt daarbij op met gemakkelijk klinkende, maar geraffineerd gebrachte, dus toch niet zomaar rechttoe rechtaan benaderingen van kwaliteitsvolle oude stijl. Hen hoor je ook live in een lekkere negen minuten lange versie van 'Blue Horizon' met de Franse klarinettiste Catherine Delaunay, opgenomen op Sons d'Hiver in 2017. Die avond vormde blijkbaar het startsein voor een vervolg op 'Vol Pour Sidney' uit 1992. En met Delaunay krijgt de klarinet op deze cd in een aantal nummers met andere gezellen een belangrijke rol. Die bleef achterwege op de cd van de heenvlucht; daar hoorde je vaker een sopraansax, het instrument waarvoor Sidney Bechet zo belangrijk was als Coleman Hawkins voor de tenorsax in de jazz.

Wederkerend zijn er verder blues (in sterk verschillende thema's), aanstekelijk vrolijke melodieën (echt een specialiteit van Bechet) en interesse voor andere culturen (vier delen 'Original Haitian Music', telkens in andere handen).

Een en ander kan zin doen krijgen in het originele werk van de in New Orleans geboren innovator die, weliswaar 20 jaar nadat hij er in de cel was beland voor een schietincident, uitgroeide tot een Franse held. Als je dan in je eigen collectie te weinig vindt, kan je terecht bij een paar recente dubbelaars, uitgebracht 50 jaar na het heengaan van Bechet. Zo zijn er 'Sidney Bechet Plays Sidney Bechet' (2cd, Jazz Images) dat 3 lp's uit de jaren 50 bijeenbrengt en 'Petite Fleur' (Nimbus Records), een anthologie die zijn hele carrière omspant.

Deze recensie verschijnt ook op Jazz'Halo | Foto: William P. Gottlieb

Labels:

(Danny De Bock, 22.8.20) - [print] - [naar boven]



Nieuws
Brandbrief


Tientallen musici, orkesten, ensembles en podia pleiten samen met de conservatoria voor rijkssteun voor jazz, klezmer, geïmproviseerde en Afro-Caribische muziek. Het Fonds Podiumkunsten heeft onlangs vrijwel alle aanvragen voor steun voor deze muziekgenres negatief beoordeeld.

Sommige aanvragen kregen wel een positief stempel, maar geen geld. "Desastreus", schrijft het Jazz Orchestra of the Concertgebouw namens alle ondertekenaars vrijdag in een brandbrief aan de Tweede Kamer, minister Ingrid van Engelshoven van Cultuur en minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken.

Volgens de briefschrijvers zal de positie van Nederland als internationaal toonaangevend jazzland afbrokkelen. "Jazz uit Nederland is internationaal een begrip door de muzikale ontwikkelingen die hier plaatsvinden." Bovendien staan arbeidsplaatsen bij de ensembles, de toeleveringsbedrijven en podia op de tocht. Op de langere termijn is er geen arbeidsperspectief voor studenten aan de conservatoria.

"Het is onbegrijpelijk", staat in de brief. "Voornoemde muziekstijlen zijn relevanter dan ooit in een tijd waarin culturele diversiteit, en spanningen die voortkomen uit culturele identiteit, hoog op de agenda staan." De briefschrijvers willen dat er geld uit de cultuurbegroting wordt vrijgemaakt om de "ensembles die onder de zaaglijn van het Fonds Podiumkunsten zijn beland alsnog te honoreren."

Illustratie: Kamagurka / Bron: ANP

Labels:

(Maarten van de Ven, 22.8.20) - [print] - [naar boven]



Cd | Jazztube
Laughing Bastards - 'Unanimal' (HAM, 2019)

Opname: april 2019

Laughing Bastards is het vehicle van de in Gent residerende saxofonist Michel Mast, ook bekend van de jaarlijks met Pinksteren georganiseerde HAM Sessions in zijn achtertuin. Voor het nieuwe album trommelde hij gitarist Jan-Sebastiaan Degeyter op, celliste Eline Duerinck, bassist Nils Vermeulen en drummer Marcos Della Rocha. Een 'Unanimal', ofwel een man met een inktvis op zijn kop, diende als inspiratie. Mens of dier, mens noch dier, mens en dier? Laten we het houden op het laatste, dat sluit ook het beste aan op de enerverende opener 'The Birds Near Her House’, een stuk van John Lurie en gearrangeerd door Della Roccha. Een ritmische start en dan prachtig uitwaaierende gitaarklanken van Degeyter, waarna we de warme, gloedvolle melodie horen, gespeeld door Mast. Een stuk dat staat als een huis.

Nieuw op dit derde album - eerder verschenen 'Drumless, Yet Soulful' en 'Old Masterplans' - is celliste Duerinck. Het maakt het door Degeyter geschreven 'Erato' aanvankelijk tot een bijna klassiek stuk, waarin tevens de invloed van de filmmuziek doorklinkt. Mooi ook hoe halverwege de sfeer hier omslaat en het stuk richting stevige rock beweegt, mede dankzij het stomende ritme en het gitaarspel van Degeyter.

Een veelzijdig kwintet, dit Laughing Bastards: in Vermeulens 'Viit' klinken overduidelijk tropisch Zuid-Amerikaanse, ietwat weemoedige klanken; in 'Traditional' vindt men aansluiting bij de betere bigbandtraditie (die Mast goed kent van zijn deelname aan de Flat Earth Society), in 'Georg' bij het romantische Franse chanson en in 'Kazimir' bij het Russische levenslied. Het gemeenschappelijke in al deze stukken is het uitstekende gevoel voor krachtige melodieën, iets dat we zowel herkennen in het werk van Degeyter als in dat van Vermeulen.

En dan zijn we weer terug bij John Lurie, van wie het kwintet ook 'Queen Of All Ears' opnam en waarin deze vijf musici volledig los gaan, Mast voorop. Ook 'Rut' is een cover, van Carla Bley. Een prachtig stuk, met name door de samenwerking tussen de snaren, waar Mast soepel en luisterrijk doorheen beweegt. Een mooi en zeer afwisselend album met voor iedere jazzliefhebber een paar parels.

In de Jazztube zie je een live rehearsal door Laughing Bastards. Ze spelen 'Erato'.

Labels:

(Ben Taffijn, 19.8.20) - [print] - [naar boven]



Cd
Bite The Gnatze - 'Good Bike Fair Wheel' (TryTone, 2019)


Bite The Gnatze is een te weinig bekende band met veel volk uit de Amsterdamse scene dat al een kwarteeuw actief is. Gitarist/bandleider Paul Pallesen, trombonist Joost Buis, klarinettist Michel Duijves en drummer Alan Purves zitten er al van het begin bij en kregen later gezelschap van bassist Meinrad Kneer, rietblazer Steven Kamperman en pianist Frank van Bommel. Meerdere leden dubbelen op andere instrumenten, waardoor je een behoorlijk breed en ongewoon klankenpalet krijgt (met onder andere banjo, lapsteelgitaar en harmonium), waarmee de wereld van kamermuziek en rootsy zijsporen binnen handbereik is.

Pallesens composities zijn transparant en gevarieerd. Ze laten vrijheid toe, maar worden strak in de hand gehouden door een gedisciplineerde band die de sterke thema's met veel zwier uitvoert en humor laat binnensijpelen zonder er een carnavaleske bedoening van te maken. De klankkleur en schwung herinnert meer dan eens aan de klassieke bezettingen van Mingus, met in de kop meteen het knalvoorbeeld 'Knorrepot', waarin de ritmesectie vinnig blijft rollen, terwijl Van Bommel even binnen wankelt à la Monk. Even aanstekelijk: het pompende 'Sjans!', dat herinnert aan het sardonische werk van Billy Jenkins, en het compacte 'Don’t Mess With Miss Maison Moderne', waarin Kamperman bevlogen soleert op sopraansax.

Het zijn stukken die ook dienen als contrastwerking, want elders worden soms meer ingetogen of formeel klinkende oorden opgezocht. Zo neigt het schuifelende 'From D To G To A To D' naar uitgebeende kamermuziek en speelt 'I See The World Spinning Round' ook met een meer etherische sfeer. 'Zonnetje Watertje Windje' start met een kinderlijk melodietje op celesta en is een eerste hint naar een roots-achtig, marcherend geluid. Verderop herinneren 'Knock Around The Corner' en 'I Met A Lazy Horse' misschien wat aan Frisell-klassiekers als 'This Land' of 'Have A Little Faith'. Het dromerig-walsende titelnummer suggereert dan weer dat het allemaal ingebeeld kan zijn. Deze vijfde van Bite The Gnatze is niet enkel bijzonder onderhoudend, maar misschien ook een ideale kennismakingsplaat. Maak er werk van.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be

Labels:

(Guy Peters, 16.8.20) - [print] - [naar boven]



Cd
Nick Finzer - 'Cast Of Characters' (Outside In Music, 2019)


"Each of us responds and develops along our journey with the influence of the people we meet along our path. We follow, we depart, we react, and we grow in myriad ways based on the experiences we encounter. We laugh, we cry, we celebrate, we learn, and we forge our own path on the shoulders of those who came before us. We are both the sum of our experience and the product of our influences. We are who we chose to embrace", aldus de Amerikaanse trombonist Nick Finzer, zoals afgedrukt op de binnenkant van de hoes van zijn laatste album 'Cast Of Character'. Het tekent deze man dat hij zich ook op dit album duidelijk schatplichtig betoont aan roemruchte voorgangers in de jazz, ook al is hij met alle onderscheidingen en ervaring - zowel in de rol van musicus als van docent - inmiddels iemand die zelf tot voorbeeld genomen kan worden. Bij ons is deze Amerikaan echter een stuk minder bekend, iets dat ook voor de overige leden van dit sextet geldt: op rieten Lucas Spino, op gitaar Alex Wintz, op piano Glenn Zaleski, op drums Dave Baron en op bas Jimmy MacBride. Tijd dat daar verandering in komt!

Wellicht is Finzer in eerste instantie een zeer goede componist, getuigen de zorgvuldig opgebouwde composities, die een scherp oor voor details verraden. Maar niet alleen dat, Finzer heeft ook, zoals ook uit bovenstaand citaat blijkt, een verhaal te vertellen. In dit geval dat van inspiratie, leermeesters en beïnvloeding. We vinden het terug in de benamingen van de delen van deze doorlopende suite. En over invloed gesproken, de trombonist blijkt vooral beïnvloed door de rijke bigbandtraditie, zeg maar van na de swing. Zo valt direct al in 'A Sorcerer (Is A Myth)' het feilloze samenspel op, waarin de solo's - eerst van Finzer zelf, dan van Pino op tenorsax - prima hun plek in vinden. Finzers toon is daarbij opvallend subtiel en rijk aan details, die van Pino wat feller, krachtiger. Verderop in 'Evolution Of Perspective' horen we pianist Zaleski als meester van de melodie. Een mooi voorbeeld van compositorisch vernuft vind ik 'Patience, Patience'. De manier waarop hier klarinet en piano beginnen met een wiegend ritme en de wijze waarop na elkaar Finzer, MacBride en tot slot Baron aansluiten is even simpel als groots. En dan die bassolo van MacBride, ingetogen, maar met een zangerige melodie. Vervolgens komen heel bescheiden de blazers weer in beeld, met zachte lange lijnen. Prachtig klinkt ook 'You’ll Never Know The Alternative' met een poëtische solo van gitarist Wintz.

Bij dit sextet, met Finzer voorop, is de klassieke jazz duidelijk springlevend, zonder dat het daarmee een slap aftreksel wordt van al die voorgangers. Integendeel: dit klinkt allemaal zeer fris, onstuimig en overtuigend.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 14.8.20) - [print] - [naar boven]



Opinie
Je zult in Groningen wonen, zeg


"Popmuziek is populaire muziek, dus die hoeft per definitie niet gesubsidieerd te worden," zei pianist, componist en orkestleider Misha Mengelberg ooit. Om daaraan toe te voegen: "Tenzij er een andere reden is om dat wél te doen, natuurlijk."

Hij zou raar staan te kijken van de verdeling van de (deze periode buitengewoon schaarse) subsidiegelden door het Fonds Podiumkunsten. Zijn eigen ICP Orkest valt buiten de boot, terwijl het Tilburgse hardrockfestival Roadburn 75 mille kan incasseren. Laten we vooropstellen dat 'hardrock' tegenwoordig een paraplu is waar veel genres en stijlen onder passen. Inderdaad, de traditionele grommende wijdbeense gitaarruiters met hun machissimo en fortissimo riffs vind je nog steeds op Roadburn. Maar ook allerhand gerecycleerd jaren zeventig- en tachtig-spul, zoals monotone new age, hypnotische soundscapes en gitaar-tsunamis à la Sonic Youth. Een eclectische partij, met andere woorden, die alleen al daarom ondersteuning zou verdienen.

Maar het Instant Composers Pool Orkest timmert al vijftig jaar aan de weg, om precies te zijn aan de voorkant van de weg. Even leek het er op, dat de ICP na het overlijden van oprichter en vormgever Mengelberg het moede hoofd in de schoot zou leggen. Edoch ziet: met de laatste cd, 'De Hondenmepper', een samenwerkingsverband met Nieuw Amsterdams Peil, zitten de impromuzikanten weer lekker in de voorhoede aan de weg te prutsen.

Drie improvisatiemuziekensembles kunnen de komende vier jaar rekenen op rijkssteun. Dat is een schrale toestand, vergeleken met de steun aan 58 festivals. Ik weet het, al tientallen jaren zijn klein- en grootschalige festivals een trend. Mensen lopen zich kennelijk liever in het zweet om tien bandjes vanaf honderd meter te ondergaan dan dat ze voor een tiende van de ticketprijs een bandje op een meter afstand kunnen meemaken. Bizar, hoor.

Echt ongemakkelijk wordt het, wanneer we de verdeling van de gelden per stad of regio bekijken. Dan blijkt namelijk dat 54% in Amsterdam terechtkomt en 90% in de Randstad (inclusief Almere). Voor Noord-, Oost- en Midden-Nederland - in oppervlak ruim de helft van het totaal - resteert een lachwekkende 4%...

Nou zal het best zo zijn dat die eenvoudige agrariërs daar nog allemaal in plaggenhutten resideren en dat hun favoriete culturele bezigheid het ganstrekken is. Maar is dat niet juist een reden om wat dukaten richting deze nijvere lieden te laten rollen? Die misgun je hun verheffing toch zeker niet?

Geografische spreiding was jarenlang een criterium bij het vaststellen van de verdeling van de gelden. Van dat principe resteert niets meer.

Je zult in Groningen wonen, zeg.

Illustratie: Kamagurka | foto: Cees van de Ven

Labels:

(Eddy Determeyer, 13.8.20) - [print] - [naar boven]



Cd
Instant Composers Pool & Nieuw Amsterdams Peil - 'De Hondemepper' (ICP)

11-12 november 2018

Ook na zijn overlijden blijft de geest van Misha Mengelberg bepalend voor de muziek, zowel live als opgenomen, van Instant Composers Pool. Bijzonder is wel dat de eerste zaadjes voor deze samenwerking tussen ICP en het flexibele nieuwe muziekensemble Nieuw Amsterdams Peil al geplant werden in 1985. Hoketus, een ensemble van Louis Andriessen, voerde toen Mengelbergs 'Rokus De Veldmuis' uit, iets dat blijkbaar niet zonder morren gebeurde, want zelfs voor de uitvoerende muzikanten gaapte er een (te) brede afstand tussen de werelden van vrije en gecomponeerde muziek.

NAP-pianist Gerard Bouwhuis was er toen bij, en is nu weer van de partij, samen met vijf collega's. Het is dan ook treffend dat 'Een Hutje Van Gras' uit 'Rokus' de kop opsteekt, net als het negendelige 'Dressoir', dat veertig jaar geleden al opgenomen werd door Orkest De Volharding (weer een ensemble van Andriessen, waar ook Ab Baars toen deel van uitmaakte), maar door ICP hiervoor enkel live gespeeld werd. Ook hier is de suite goed voor een veelkleurige negen minuten, met energieke fanfarepassages, filmisch gefleem en verrassende klanken in ICP-context (zoals banjo en fagot). De combinatie van deze zestien muzikanten houdt echter steek, zeker ook omdat de arrangementen verdeeld werden over verschillende muzikanten en soms nieuwe deelfracties gevormd werden.

Die banen zich een weg door het niet eerder uitgevoerde titelnummer en ouder Mengelberg-materiaal ('A La Russe' van het album 'Oh, My Dog', 'Vieze En Lekkere Lucht' en 'De Purperen Sofa' van 'Bospaadje Konijnehol I & II') met sprekend gemak, slalommend tussen die nieuwe muziek, vrijheid en gesaboteerde hoempapa. Daarnaast steken ook de bekende Mengelberg-obsessies de kop op: Baars' plagerige 'Pools And Pals' verwijst naar Ellington en Strayhorns 'Depk', Herbie Nichols' 'Cro-Magnon Nights' swingt lekker losjes met drie klarinetten en een fagot in een arrangement van Guus Janssen, en helemaal achteraan wordt een statig wiegende versie van Monks 'Reflection' gevuld met onder meer een panfluit-solo (!). Maar er wordt ook dieper in Mengelbergs persoonlijke geschiedenis gedoken, met een beweging uit 'Trio' - hier uitgevoerd op klarinet, viool en fagot - dat zijn vader Karel schreef in 1940.

Door de sterkere focus op (door-)gecomponeerd materiaal en de toevoeging van Nieuw Amsterdams Peil zou je kunnen denken dat ICP hier een stukje van zijn dwarse identiteit moet opgeven, maar niets is minder waar. De twee partijen vormen een prima match. Het bevestigt nog maar eens dat Mengelbergs befaamde vlaggenschip nooit voor één gat te vangen was, en zich duidelijk comfortabel voelt in uiteenlopende werelden. Of die werelden gewoonweg naar z'n hand zet. Dat mag met al die ervaring en individuele kwaliteiten natuurlijk niet verbazen. Opnieuw een onmisbaar werkstuk én ook weer een mooi eerbetoon aan de meester.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be

Labels:

(Guy Peters, 10.8.20) - [print] - [naar boven]



Festival
Doek Festival 2020

LOOT, zaterdag 1 augustus 2020, Bimhuis, Amsterdam / Owlman, zondag 2 augustus 2020, De Roze Tanker, Amsterdam

Het Doek Festival 2020 zit erop, een van de weinige festivals die, weliswaar met twee maanden vertraging, dit jaar doorgingen. Een prestatie van formaat. Echt druk was het niet, ondanks een nog steeds rondwarend virus zijn toch veel mensen met vakantie en toeristen trekt dit niet, maar wel heel sfeervol en gezellig. En het bood een prima gelegenheid voor alle musici om weer eens samen te spelen voor publiek - alleen al een reden om het festival, met wat extra geld van het Fonds Podiumkunsten toch te laten doorgaan. Ik was erbij op zaterdagavond in het Bimhuis en op zondagavond in De Roze Tanker, maar vernam dat ook de andere concerten kwalitatief zeer de moeite waard waren.

Helaas ging van de twee aangekondigde concerten in het Bimhuis er maar één door. Aangezien drummer Tristan Renfrow keelklachten had, besloot het trio van Ada Rave, Marta Warelis en eerstgenoemde niet op te treden. Aangezien ze met hun drieën intensief hadden geoefend, hoorde een duoset van Rave met Warelis helaas ook niet tot de mogelijkheden. Gelukkig was LOOT, dat voor de tweede set stond geprogrammeerd, bereid om het programma twee keer te spelen. Het splinternieuwe kwartet rondom pianist Oscar Jan Hoogland had simpelweg nog niet genoeg materiaal om dat te voorkomen. Voordeel hiervan is dan wel dat je een beter beeld krijgt van de stukken. Hoogland sluit in zijn nieuwe werk aan bij de traditie zoals ooit ingezet door Misha Mengelberg onder de naam instant composing en later opgepakt door anderen, zoals Guus Janssen. Net als zijn illustere voorgangers koos ook Hoogland ervoor om een geraamte te componeren en dat door rietblazer Ab Baars, bassist Uldis Vitols en drummer Onno Govaert nader te laten invullen.

Deze nieuwe stukken van Hoogland zijn in de kern opvallend gestructureerd en melodisch. Een belangrijke rol daarbij is weggelegd voor Baars, die we in bijna alle stukken horen op tenorsax en één keer op klarinet, maar Hoogland zou Hoogland niet zijn als hij diezelfde melodieën niet regelmatig groots zou laten ontsporen. Zo treffen we in dit nieuwe werk dus een krachtige mix tussen het duidelijk voortbouwen op de traditie van de jazz en frisse, speelse experimenten, waarin we de signatuur van Hoogland overduidelijk herkennen. Neem 'Sleeping Policeman' met dat overduidelijk melodische patroon, maar tegelijkertijd heeft Baars' spel hier iets ongrijpbaars en belanden we met de daaropvolgende passage voor trio in speelse chaos.

Een hoogtepunt van het concert is zonder meer het tweeluik 'Impala' / 'Lamantijn' (die laatste behoort tot de soort van de zeekoeien). In 'Impala' zie je dit lenige beestje rennen en springen op de kwikzilveren pianoaanslagen, terwijl het kwartet in 'Lamantijn' kiest voor spaarzaamheid en zich richt op de kleur van de klank. Vliedend, als de zee waarin dit logge beest ronddobbert. Mooi hoe Baars hier onverwachte klanken uit het mondstuk van zijn tenorsax tovert, die prachtig blijken te mengen met Vitols' bas en het brushesspel van Govaert.

Maar optreden blijft improviseren dezer dagen. Zo staat Owlman, het nieuwe octet van Nico Chientaroli op zondagavond in het pand van De Roze Tanker, terwijl het publiek buiten zit, de band bekijkend en beluisterend door de twee openslaande deuren. Het komt de akoestiek allemaal niet ten goede en zeker bassist Renato Ferreira, drummer Onno Govaert en Chientaroli zelf zijn - doordat ze wat meer aan de zijkant staan - niet altijd optimaal te horen. Maar ja, beter zo dan geen concert. Gelukkig ligt het volume door de duidelijke aanwezigheid van een elektrische component over het algemeen redelijk hoog. En hiermee komen we bij het uitgangspunt van dit octet, dat op deze avond door het ontbreken van cellist Pau Sola tot septet is gereduceerd: een band formeren waar akoestische en elektrisch gelijk opgaan. En dus vinden we hier drie blazers, drums en piano aan de ene kant en elektrische gitaar, bas en synthesizer aan de andere.

Het levert muzikaal een boeiende mix van jazz, rock, blues, Zuid-Amerikaans, slam poetry, punk, experimentele elektronica en geluidskunst. Een eclectische mix kortom van verrassende klanken van een musicus die al eerder heeft bewezen tot de experimentele voorhoede te behoren. Het is te hopen dat Chientaroli met dit project doorgaat en we eerdaags onder betere omstandigheden nog eens van deze wonderlijke muziek kunnen genieten.

Cristina Marx a.k.a. Photomusix maakte van beide concerten fotoverslagen op Facebook: klik hier voor LOOT en klik hier voor Owlman.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 8.8.20) - [print] - [naar boven]



Cd | Jazztube
Rorschach - 'Rorschach' (El Negocito, 2019)

Opname: 31 juli / 1 augustus 2017
DOKO - 'Ikebana' (El Negocito, 2019)
Opname: 16-17 maart 2018

Het Gentse El Negocito-label is voor de Belgische jazz al enkele jaren van onschatbare waarde. Niet alleen worden er met grote regelmaat nieuwe cd's uitgebracht - het was El Negocito dat albums uitbracht met opnames van het helaas ter ziele gegane JazzCase - ook als concertorganisator is Rogé, de man achter het label, zeer actief. Zo waren er deze maand meerdere gratis concerten in het Gentse Citadelpark te bezoeken en wordt dit vrijdag 7 en zaterdag 8 augustus herhaald. Om u een indruk te geven van de veelzijdigheid van dit label besteden we hier aandacht aan twee vrij recente albums.

Allereerst hebben we de bijzondere combinatie van twee pianisten, Seppe Gebruers en Erik Vermeulen, en twee drummers, Eric Thielemans en Marek Patrman, en hun album 'Rorschach'. Voor wie de Belgische scene een beetje volgt, weet dat we hier met het neusje van de zalm van doen hebben. Mooi is de zin die afgedrukt staat boven de zeven stukken zonder titel: "Please, title the music pieces with your own associations. Thanks." Tja, het heet allemaal niet voor niets 'Rorschach'. Goed, dan zal ik u niet vermoeien met mijn associaties, beluister het album daarvoor vooral zelf. En dus richt ik mij op de klanken die vrij over elkaar heen buitelen, langs elkaar schuren, tumultueuze verrichtingen waarbij de pianisten opvallend percussief spelen. Vrije improvisatie kortom, op het scherpst van de snede. Spaarzame ingetogen momenten, het tweede stuk bijvoorbeeld, waarin duidelijk ook de binnenkant van de piano wordt bespeeld, vormen daarmee een boeiend contrast. En zowaar, in het derde stuk verwijst de muziek naar een melodie, maar ook niet meer dan dat. Onstuimig, maar wel ritmisch klinkt aanvankelijk de vierde improvisatie, mooi bedachtzaam het vervolg. Het vijfde stuk is verreweg het langste van het album en tevens het meest melodieuze, met dank aan de pianisten.

De Oostenrijkse saxofonist, klarinettist en geluidskunstenaar Gregor Siedl werkt al enige jaren samen met de in Brussel residerende drummer Nicolas Chkifi onder de naam DOKO. Een Japans woord dat vertaald zoiets betekent als 'waar?'. Een groepsnaam die prima het uitgangspunt van dit duo afdekt: het ontstaat volledig in het moment, blijkt ook uit hun album 'Ikebana'. En het tekent El Negocito dat beide albums, het hierboven genoemde 'Rorschach' en dit 'Ikebena' verschenen bij één en hetzelfde label. Ze hebben de improvisatie met elkaar gemeen, maar dan heb je het ook wel gehad. 'Ikebana' is pure experimentele elektronica met stevige techno-invloeden en zal zeker niet iedere jazzliefhebber aanspreken. Avontuurlijke geesten die over de schutting durven kijken, zullen de stevige ritmes in 'Sweet Violet' en het speelse noiseritme in 'Rattlesnake Master' echter zeker weten te waarderen. Mooi hoe Siedls elektronica en Chkifi's slagwerk elkaar aanvullen en versterken tot een verdichte klanksculptuur. Bijzonder is ook de felle hectiek in 'Wild Indigo'. Het lijkt wel of we hier met een complete bigband van doen hebben in plaats van met een duo! In 'Schwitchwort' wordt de taal erbij betrokken met samples van woorden die ritmisch de zaal in worden geslingerd. En in 'Cattail II' gaan de twee zich prachtig te buiten aan een stortvloed van klanken. Beluister ook zeker het speelse 'Go-To-Bed-At-Noon'. De combinatie van Siedls spel op de sax in het allerhoogste register en Chkifi's zeer aparte percussie is van grote klasse. Iets dat overigens ook geldt voor het vervolg, waarin Siedl overschakelt op de analoge synthesizer.

In de Jazztube hierboven zie je een live-uitvoering van '4.....' door Rorschach.

Op vrijdag 7 en zaterdag 8 augustus organiseert El Negocito weer concerten in het Gentse Citadelpark, met per dag 4 optredens. Zie hier voor meer informatie.

Labels:

(Ben Taffijn, 4.8.20) - [print] - [naar boven]



Cd
Yuri Honing Acoustic Quartet - 'Bluebeard' (Challenge, 2020)


Saxofonist Yuri Honing is een muzikant die zich door van alles laat inspireren. Literatuur, schilderkunst, geschiedenis, jazz en klassieke muziek: ze komen allemaal samen in de albums met zijn akoestische kwartet, waarin hij zich laat ondersteunen door bassist Gulli Gudmundsson, pianist Wolfert Brederode en drummer Joost Lijbaart, die hem al bijstaat sinds zijn debuut 'A Matter Of Conviction' uit 1992.

Voor 'Bluebeard' liet Honing zich inspireren door het gelijknamige personage, vooral bekend door het sprookje van Charles Perrault en sindsdien al opgedoken in het werk van talloze schrijvers (van Vonnegut tot Max Frisch), componisten (Bartók) en zelfs in Suske en Wiske.

Meer specifiek was het eigenlijk een sonnet van Edna St. Vincent Millay over Blauwbaard, dat Honing zelf voordraagt in 'Sonnet No. 6 Bluebeard'. De andere titels verwijzen naar werk van (onder anderen) Lord Byron, Elisabeth Bishop en Dylan Thomas. De muziek is vanaf 'Bluebeard Maze' doorgaans traag en sereen - op het etherische af - met Honing die een zalvende sax blaast over een ondergrond van ruisende cimbalen, wiegende baslijnen en spaarzame pianotekeningen. Meerwaarde is ook Brederode's gebruik van harmonium en vibrafoon, wat het droomkarakter van 'Bluebeard' nog eens extra benadrukt.

Bij het beluisteren van deze Scandinavisch getinte brokjes lijkt het haast ondenkbaar dat Honing ooit nog enkele platen opnam met Misha Mengelberg. Je benadert deze composities dan ook best niet als weinig substantiële wandelingen met een teveel aan zuurstof en een tekort aan weerhaakjes, maar als uitgepuurde, haast minimalistische hersenschimmen, pogingen om het suggestieve van poëzie in muziek te vertalen.

Hier en daar hebben de stukken door de beperkte dynamiek en parelende uitvoeringen de neiging om in elkaar over te vloeien, maar te vroeg afhaken zou jammer zijn. Helemaal aan het einde heeft het kwartet met 'Do Not Go Gentle Into That Good Night' immers een onderhuidse broeierigheid te pakken die duidelijk maakt dat elke benevelende noot van tel is.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be

Foto: Cees van de Ven

Labels:

(Guy Peters, 2.8.20) - [print] - [naar boven]



Cd | Jazztube
Antimufa - 'Grillos' (Patagonia, 2019)

Opname: 15 april 2018
Trio Humana - 'Live in De Pletterij' (YouTube, 2020)
Opname: 8 juli 2020

De sprinkhaan op de hoes van 'Grillos', het vorig jaar verschenen album van het Argentijns-Nederlandse Antimufa zit mij al enige maanden aan te kijken. Het album is het zoveelste bewijs van de vruchtbare samenwerking tussen gitarist Guillermo Celano en drummer Marcos Baggiani. En ik loop achter, want inmiddels zijn de twee ook al Trio Humanes gestart met de Mexicaans-Nederlandse bassiste en vocaliste Fuensanta Méndez. En dat in deze bizarre tijden. Die overigens één heel groot voordeel hebben: concerten worden steeds vaker ook als stream aangeboden. En dus nam ik plaats achter het beeldscherm om het concert dat dit trio op 8 juli jongstleden gaf in De Pletterij te Haarlem te bekijken (te zien in de video hieronder). En ja, ik zal nu ook nog eens iets zeggen over 'Grillos', dan kan die sprinkhaan tenminste de kast in.

Dat Amsterdam, het conservatorium en de plaatselijke jazzscene als een magneet werken op buitenlandse musici heeft één bijzonder groot voordeel: de muziek wordt door al die invloeden enorm verrijkt. Zo blijkt ook weer eens uit dit optreden van Trio Humanes. En nu eens niet op de geijkte wijze van de latin jazz. Daar heeft deze muziek vrijwel niets van weg. Ik hoor eerder de klassieke stijlen, zoals de tango, vermengt met hedendaags geïmproviseerde muziek. En Méndez is niet zomaar een bassiste die zo nu en dan een paar regels zingt, maar een pracht van een zangeres. De structuur van de nummers mag dan wortelen in de klassieken, de gitaarsolo's van Celano, bijvoorbeeld in het tweede stuk - titels kan ik niet verstaan - schuren wel degelijk tegen de rock aan en ook Baggiani's vaak pittige spel mag er zijn. Een hoogtepunt in het concert is het intense derde stuk. Overtuigende zang van Méndez - ze straalt erbij - en mooi slagwerk door Baggiani op een grote trom die je ook in looporkesten aantreft. Halverwege het concert krijgt het trio versterking van pianist Folkert Oosterbeek. Het duet verderop dat hij en Baggiani optuigen, vormt een mooi voorbeeld van de wijze waarop vrije improvisatie de traditie nieuw leven inblaast.

Antimufa is een kwartet, naast Celano en Baggiani, bestaand uit rietblazer Natalio Sued en bassist Adán Mizrahi. Als gast vinden we verder in een aantal nummers Martín Sued op bandoneón. 'Grillos' is hun tweede album, waarop ze net als op het debuut uit 2015 teruggrijpen op de Argentijnse muziektraditie. 'Tres Barrios' zet als opener direct de toon: een luisterrijke melodie en prachtig samenspel. Met name dat tussen Natalio en Martín Sued valt op. De eerste op klarinet, de tweede op bandoneón. Maar dit gezelschap, Celano en Baggiano voorop, kiest er ook nu weer niet voor om klakkeloos klassiekers na te spelen. Al snel sijpelt ook hier de jazz in door. Bijvoorbeeld in de prachtige melodie die Sued blaast in 'Lila En La Pirámide' en let dan ook zeker op het zeer ritmische slagwerk op de achtergrond. Ook 'Enredaderas' is een prachtig voorbeeld van deze relatie tussen de Argentijnse traditie en de jazz. Geniet van de krachtig uitdagende solo van Celano en het romige spel van Sued op de tenorsax. Of neem het enigszins grillige spel op de basklarinet in het puntig ritmische titelstuk 'Grillos', ook dit is pure jazz. De melancholie, die zo prachtig vertolkt wordt in veel Zuid-Amerikaanse muziek treffen we optimaal in 'Juntos Solo' en vindt zijn hoogtepunt in het klarinet- en bandoneón spel van de gebroeders Sued.

Klik hier om 'Grillos' te beluisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 31.7.20) - [print] - [naar boven]



Vooruitblik
Doek Festival 2020


Oorspronkelijk zou het Doek Festival dit jaar gewoon plaatsvinden in juni, net als altijd. Maar zoals u ook weet ging dat niet en dus besloot de organisatie om te kijken of het festival later in de zomer alsnog kon doorgaan. Inmiddels is duidelijk dat dit is gelukt en vanaf dinsdag 28 juli zijn er de gehele week tot en met zondag 2 augustus concerten. Voor de concerten van dinsdag tot en met vrijdag heeft het festival daartoe de samenwerking gezocht met het initiatief van De Warme Winkel. Zij bedachten enige tijd geleden 'The Peepshow Palace': een cirkel van privécabines, net als bij een peepshow, opgetuigd rondom het podium. Het wordt op meerdere plekken in Nederland inmiddels toegepast, waaronder De Brakke Grond in Amsterdam. Stichting Doek wist afspraken te maken met deze zaal en kon de gehele week om 22.30 uur terecht voor impro, na de reguliere toneelvoorstelling. Op zaterdagavond vindt het festival plaats in het Bimhuis, op zondagmiddag op diverse plekken in Amsterdam en het slotconcert, zondagavond, is bij te wonen in De Roze Tanker.

Stichting Doek heeft ook dit jaar weer een bijzonder gevarieerd programma samengesteld, waarin we naast de leden van Doek een keur aan impro--musici voorbij zien komen. Zo gooide Wollo's Brass Blast, met de vijf koperblazers Eric Boeren, Wolter Wierbos, Joseph Bowie, Patrick Votrian en Salvoandrea Lucifora dinsdagavond al hoge ogen en konden we ook vuurwerk verwachten van QUINTET, dat zijn debuut maakte op de 2018-editie van het festival. We kennen violiste Mary Oliver, gitarist Jasper Stadhouders, bassist Uldis Vitols, drummer Frank Rosaly en elektronicaman Harpo 't Hart inmiddels goed genoeg om daarvan uit te gaan. Een aantal musici treedt dit jaar meerdere keren op. Zo is Oliver ook zondagmiddag te horen als onderdeel van het onvergetelijke Picatrix, zijn Ada Rave en Oscar Jan Hoogland zowel samen te horen op de donderdag, als ieder apart in het weekend en maakt Stadhouders ook deel uit van The Persons, dat verder bestaat uit rietblazer Michael Moore, gitarist Jeroen Kimman, bassist Miguel Petruccelli en drummer Michael Vatcher. Zij treden vrijdag op.

Op zaterdagavond staan er twee concerten, waarvan alleen voor de eerste nog kaarten zijn. Maar dat is dan wel het concert van het trio Ada Rave, pianiste Marta Warelis en drummer Tristan Renfrow. Aansluitend is er LOOT, samengesteld door Hoogland, die ook tekent voor de composities en verder met Ab Baars op rieten, wederom Vitols en drummer Onno Govaert. De zondagmiddag kreeg als werktitel 'Musicians Open Ateliers' mee en bestaat uit een serie intieme concerten op verschillende plaatsen in Amsterdam. Het eerder genoemde Picatrix treedt op, maar ook Your Thang, een nieuw ensemble met John Dikeman, Marta Warelis, Aaron Lumely en Frank Rosaly. Plaatsen en tijden zijn nog niet allemaal bekend, dus houdt vooral de website in de gaten.

Aan toetsenist Nico Chientaroli de eer om af te sluiten met het octet Owlman in De Roze Tanker. Een concert bestaande uit twee sets waarin akoestisch en elektrisch hand in hand gaan en 'whose personality could be shaped by different grooves in combination with texts and psychedelic atmospheres', aldus de website.

Labels: , ,

(Ben Taffijn, 29.7.20) - [print] - [naar boven]



Cd | Download
Tim Berne's Snakeoil - 'The Fantastic Mrs. 10' (Intakt, 2020)

Opname: 29 mei 2019
Tim Berne's Snakeoil - 'The Tower Tapes #1' (Jazz Club Ferrara, 2020)
Opname: 3 november 2017

Als altsaxofonist Tim Berne Julius Hemphill nooit had horen spelen was hij wellicht nooit overgestapt op de jazz en nooit in New York terecht gekomen. Het is eind jaren 70 als Berne besluit om van Oregon te verhuizen naar New York om les te nemen bij Hemphill en Anthony Braxton. Sindsdien werkte Berne zo ongeveer met iedereen die in de regio actief is. Sinds 2012 gooit hij hoge ogen met zijn kwartet/kwintet Snakeoil. Aangezien daar onlangs zowel een nieuw album van uitkwam bij Intakt Records alsook een download van een compleet concert, opgenomen in de Italiaanse jazzclub Ferrara, hierbij een wat uitgebreider portret van Berne's meest kenmerkende project.

'The Fantastic Mrs. 10' is het zesde album van Snakeoil. Op het eerste album, het bij ECM Records verschenen 'Snakeoil', is het nog een kwartet, naast Berne bestaande uit Oscar Noriega op klarinet en basklarinet, Matt Mitchell op piano en synthesizer en Ches Smith op percussie, een formatie die ook te horen is op het tweede album 'Shadow Man'. Voor het daaropvolgende 'You've Been Watching Me' wordt het kwartet, door de komst van gitarist Ryan Ferreira, uitgebreid tot kwintet. Op het alleen digitaal verkrijgbare 'Anguis Oleum' doet deze overigens niet mee, maar wel weer op 'Incidentals'. Op het nieuwste album 'The Fantastic Mrs. 10' horen we ook een kwintet, maar nu is de gitarist van dienst Marc Ducret, waar Berne overigens al eerder mee samenwerkte.

Opvallend aan de muziek van deze band - het valt direct op bij het titelstuk waar het album mee opent - is de groove die Berne's roots in de soul verraden. Maar die groove zit hier wel meestentijds onderhuids. Want meer nog dan ritmisch is de muziek van Berne grillig, ongrijpbaar en soms behoorlijk tegendraads. Zo wijkt hij in datzelfde nummer al vrij snel totaal af van de ingezette lijn voor een oeverloos abstracte solo, terwijl de rest van de band vrijwel stil valt. En toch, ook in die solo zit de groove, zit de soul, warmbloedig tot in de kern. Ducret brengt er aansluitend nog meer abstractie in, contrasterend met het patroon dat Mitchell en Smith neerleggen. 'Surface Noise' begint met spaarzame hoge noten van Mitchell en Smith, als klokjes in de wind. Dan horen we Berne weer met een van zijn enigmatische melodieën. Tot ook hier die groove zijn intrede doet, overigens net zo snel weer onderduikend. Bijzonder in dit stuk is ook de solo van Noriega. Unisono en zeer complexe groepsverrichtingen aansluitend in 'Rolo'. En over groove gesproken: beluister hier het ijzersterke sax-en-drumduet van Berne en Smith. Of het het bijzonder swingende en zeer strakke 'Third Option'. Ook in 'The Amazing Mr. 7' schieten de klanken als balletjes in een flipperkast weer alle kanten op, onstuimig en overweldigend. Als voorbeeld mag de wijze dienen waarop Berne en Noriega over elkaar heen buitelen.

De jazzclub Ferrara werd net als alle jazzpodia begin maart getroffen door sluiting. Zij bedachten een truc, opende een Bandcamp-kanaal en vulde deze met streams. Gratis te beluisteren en tegen betaling te downloaden. Een van de concerten betreft dat van Tim Berne's Snakeoil, als kwartet, op 3 november 2017, anderhalf jaar voor de opnames van 'The Fantastic Mrs. 10'. Twee complete sets lanceerde de club via dit platform, zonder verdere verdeling in nummers. We trappen opvallend luisterrijk en harmonieus af met Berne, Noriega en Mitchell. Speels en melodieus. Dan sluit Smith aan op vibrafoon, een mooie eenheid met de piano creërend. En ook hier loopt de spanning op, al gaat het er in zijn geheel iets minder heftig aan toe dan op 'The Fantastic Mrs. 10'. Deels is dat te wijten aan het ontbreken van een gitarist en aan het feit dat Mitchell zijn analoge synthesizer thuis heeft gelaten. En over groove gesproken: beluister zeker het begin van het tweede nummer in de eerste set (vanaf 16"30). Mooi ook hoe na vier minuten het stuk overgaat in een briljant duet tussen Mitchell en Smith. En ronduit fascinerend klinkt de steeds verder ontsporende basklarinetsolo van Noriega halverwege deze set. Het derde stuk is andermaal een mooi voorbeeld van het laten groeien van een ritme uit slechts enkele noten.

De tweede set begint direct zeer puntig en opwindend, met onder andere een grootse bijdrage van Noriega. Dan neemt het tempo af en schittert Berne in een romige saxsolo, spaarzaam begeleid door Mitchell. Het tweede stuk begint met een aantrekkelijk duet tussen Smith en Mitchell, waarna wederom een strakke ritmische frase volgt. Bijzonder is ook het derde stuk, mede vanwege ook hier een prachtig duet tussen deze twee musici. Tot Noriega zich er op klarinet met lange lijnen tussen wringt, verderop Berne zich erbij voegt en het geheel aansluitend weer magnifiek ontspoort.

Klik hier om 'The Tower Tapes #1' te beluisteren of te downloaden.

Foto: Cees van de Ven

Labels:

(Ben Taffijn, 23.7.20) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...








Menupagina's:




Blijf in de picture met
een gratis jazzbanner!






















Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.