Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Concert
Muzikale confrontatie en troost

Elliot Galvin, vrijdag 13 februari 2026, Paradox, Tilburg

De groep van toetsenist Elliot Galvin speelt stukken van zijn album 'The Ruin', dat is uitgebracht op 7 februari 2025. De titel van het album is ontleed uit een oud Angelsaksisch gedicht uit de negende eeuw na Christus. In grote lijnen handelt de poëzie over de oude glorie van een verwoeste stad. Het staat symbool voor het leven in Engeland en met name het deel waar Elliot Galvin is opgegroeid: het grijze landschap van de Medway-steden. De composities van 'The Ruin' worden in zijn geheel vertolkt in de vorm van een soundscape gedurende één lange set. Naast Elliot Galvin staan violist Mandura de Saram, bassist/vocalist Ruth Goller en drummer Seb Rochford (bekend van Polar Bear) op het podium.

De solistische opening met piano is al even imponerend als bevreemdend. De eerste elektronische klanken worden razendsnel opgevolgd door spaarzame akoestische pianoklanken waarbij zware, sombere en lichte melancholie elkaar afwisselen. Bij het invallen van de overige instrumenten valt het etherisch gezang direct op. Het roept de vraag op waarvan we getuige zijn? Hoorbaar is een permanente afwisseling tussen akoestische piano-improvisaties, effectvolle synthesizersounds, ritmische variaties, woordloze vocalen, viool- en basgitaarexercities en bij vlagen funky drumpartijen. Zowel hoog-energetisch als laidback en lyrisch of abstract.

De gespeelde stukken volgen in chronologie de titels van het mooie album 'The Ruin', al is de intensiteit van de live-uitvoering van een hoger niveau. De synergie tussen de bandleden is hoogstaand en de individuele solistische bijdragen passen in het cyclisch karakter van het muzikaal concept. Maar er is meer...

De muziek toont zich in verschillende gedaantes: van mysterieus, uitdagend en mooi tot krachtig en meedogenloos. De klankreis heeft een schizofrene en hallucinerende uitwerking en confronteert de luisteraar met de actualiteit van de huidige wereldorde en de ongekende dreiging die dat met zich meebrengt. De soundscape openbaart zich als een kunstzinnige weerspiegeling van het huidig tijdsbeeld: de collectieve maar ook individuele onzekerheid, de wanorde en de mogelijkheid van een totale destructie. Zijn het de ruïnes uit het verleden of de ruïnes die in het verschiet liggen?

Het hoopvolle is dat Elliot Galvin en zijn bandleden een fascinerende, machtige en nieuwe sound genereren, waarin improvisatie, hedendaagse muziek en experiment elkaar omarmen. Dit vindt op dusdanige wijze plaats dat muzikale confrontatie en muzikale troost naast elkaar kunnen bestaan.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Louis Obbens.

Tekst & foto's: Louis Obbens

Labels: , , , ,

(Louis Obbens, 27.2.26) - [print] - [naar boven]



Concert
Van der Leks soul druipt van het vet
Boris van der Lek & the JazzFluencers, zondag 22 februari 2026, Jazzclub Assen, Café Hingstman, Zeijen

Wat hij over tien jaar wil doen, vraagt interviewer Bert Vuijsje aan de piepjonge tenorsaxofonist Boris van der Lek. Het is het eerste grotere interview met die laatste, in de Volkskrant van 30 januari 1984. "Hetzelfde als nu, alleen beter," luidt het antwoord. Inmiddels zijn we 42 jaar (!) en levensbedreigende tournees met Herman Brood en Jules Deelder verder en Van der Lek doet onveranderlijk hetzelfde, maar dan beter. De hanekam staat nog fier overeind.

In het kader van de release van zijn nieuwe langspeelplaat, het in eigen beheer uitgebrachte 'When I Fall In Love' (als een Prestige uit de jaren vijftig zo mooi en zo dik) treedt Van der Lek met zijn JazzFluencers op in zalencentrum Hingstman te Zeijen, onder de rook van Assen. Misschien is dit soort podia ook wel ideaal voor de brute swing van het vijftal. De echt 'serieuze' plekken, de gesubsidieerde jazzhuizen en concertpodia van het land, lijken minder geschikt voor de ongewassen jaren-vijftig swing van Van der Lek en consorten. Mainstream, zo labelde jazzcriticus Stanley Dance het genre ooit. Ergens tussen swing, bop, dixieland, Third Stream-muziek en avant-garde in.

De historie mag bekend verondersteld worden. Op zijn veertiende ging hij om zijn vader een plezier te doen mee naar het Haagse North Sea Jazz Festival en daar popten de schellen van ogen en oren. De Rolling Stones-fan hoorde er Buddy Tate, Illinois Jacquet, Arnett Cobb en Budd Johnson. Binnen no time had hij zijn ouders een tenorsaxofoon afgeperst en zat hij dag en nacht met de platen van zijn nieuwe helden te oefenen.

De invloeden van Tate, Cobb en Jacquet zijn nog steeds duidelijk aanwijsbaar. Is dat iets om je voor te schamen? Is de uitvoering van het werk van Johann Sebastian Bach iets om je voor te schamen? Microfoons zijn ook niet speciaal voor Boris van der Lek uitgevonden. Wanneer trompettist Koos van der Hout zijn solo in 'Ow!' afrondt, staat Van der Lek nog een heel eind van de mike. Daar begint hij alvast met zijn solobijdrage, maar zo akoestisch is hij eigenlijk even luid en duidelijk te volgen.

De band draait om het thema van 'Our Love Is Here To Stay' heen als een hond om een hete worst. Nochtans zijn de statements van de saxofonist als evenzovele urgentieverklaringen. Een en al sound en druipend van het vet.

Jammer dat de piano van Mark van der Feen een tikje te hard staat afgesteld. Inderdaad, lid van de fameuze Van der Feen-dynastie (en er komt nog meer aan, zo verzekerde hij). Zo klinkt hij gelijk al in het openingsnummer, 'Surgery' (?) van Eddie Lockjaw Davis, nogal hardhandig. Gelukkig zijn al zijn noten to the point. In 'Our Love Is Here To Stay' laat hij wat Erroll Garner doorschemeren. Hij plaatst volmaakt getimede accenten en akkoorden achter de blazers. Energiek en fris. Een aangekondigde boogie valt 'n tikje hilarisch in het water door het gesjouw met piano's en het ompluggen van apparatuur, zodat we met 'C Jam Blues' blijken te eindigen.

Ik weet nog wel een geschikt kroegje in de hoerenbuurt van Groningen.

Tekst: Eddy Determeyer | Foto: Hammie van der Vorst

Labels: , , , , , , , ,

(Eddy Determeyer, 24.2.26) - [print] - [naar boven]



Concert
Veelbelovende kruisbestuiving

'Lost in the Stars' - ft. Lucy Woodward, zondag 1 februari 2026, Paradox, Tilburg

Jazzvocaliste Lucy Woodward heeft internationaal een indrukwekkende carrière, maar is in Nederland nog geen gevestigde naam zoals Fay Claassen, Anna Serierse of Denise Jannah. Haar internationale achtergrond en veelzijdigheid spelen daarin waarschijnlijk een rol. Woodward werd geboren in Londen, groeide op in Nederland en New York en bewoog zich vanaf het begin moeiteloos tussen genres. Haar popdebuut met de hit 'Dumb Girls' bleek slechts een opstap naar een bredere artistieke koers: vocale jazz in de ruimste zin.

Inmiddels strekt haar staat van dienst zich uit over pop, jazz, soul, filmmuziek en theater. Ze werkte met Snarky Puppy, nam twee albums op met Charlie Hunter, en maakte met vocaal trio The Goods twee platen in een stijl tussen de Pointer Sisters en de Andrew Sisters. Daarnaast zong ze op soundtracks, toerde met Rod Stewart, en werkte als achtergrondzangeres voor onder anderen Chaka Khan, Barbra Streisand en Carole King.

Sinds 2020 is Woodward veel in Europa actief, onder meer met de WDR Big Band, verschillende radio- en tv-bigbands en met haar eigen band The Rocketeers (Jelle Roozenburg, Niek de Bruijn, Udo Pannekeet). In 2024 verschenen zowel 'Lucy Woodward & The Rocketeers' als haar zevende studioalbum 'Stories From The Dust'. Pas vorig jaar ontstond ruimte om met dit materiaal te toeren - én om een nieuw project te starten: 'Lost in the Stars'.

Voor dit programma werkt Woodward samen met The Hague String Trio met Justyna Briefjes op viool, Julia Dinerstein op altviool en Miriam Kirby op cello. Het trio staat bekend om klassiek repertoire én herontdekte werken van vervolgde componisten uit de 20ste eeuw. De gedeelde affiniteit met Kurt Weill vormt de kern van 'Lost in the Stars', waarin muziek van Weill en zijn tijdgenoten centraal staat. Woodwards theatrale, soms cabareteske stijl sluit naadloos aan bij de benadering van het trio, gestoeld in kamermuziek.

De bezetting wordt aangevuld met Vinsent Planjer op drums en Marijn van Prooijen op contrabas. Van Prooijen is ook verantwoordelijk voor de arrangementen en theatermaker Annechien Koerselman nam de regie voor haar rekening.

Het publiek in Paradox reageerde enthousiast op de combinatie van Woodwards veelzijdige stem en de warme klank van het ensemble. Bekende Weill-klassiekers als 'September Song' en 'Speak Low' kregen een kamermuzikale gloed die goed past bij een programma dat zich beweegt op het raakvlak van klassiek, jazz en verhalende muziek.

Voor de jazzliefhebber pur sang bood de avond echter weinig improvisatie: zowel Planjer als Van Prooijen bleven grotendeels dienend in plaats van solistisch. Woodward overtuigde met een dramatische vertolking die doet niet onderdoet voor Brechtvertolkers zoals Gisela May of Ute Lemper, maar met de muzikaliteit van een jazzzangeres.

Er staan voor de komende maanden nog vele voorstellingen gepland. 'Lost in the Stars' verbindt heden en verleden, en met iets meer ruimte voor improvisatie kan het programma uitgroeien tot een vernieuwende kruisbestuiving tussen vocale jazz, kamermuziek en muziektheater.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Louis Obbens.

Tekst: Monica Rijpma | Foto's: Louis Obbens

Labels: , , , , , , , ,

(Monica Rijpma, 23.2.26) - [print] - [naar boven]



In memoriam
Michel Portal

27 november 1937 - 12 februari 2026

De Franse klarinettist Michel Portal was muzikaal gezien een alleskunner. Hij speelde net zo overtuigend Mozart als free jazz en componeerde veel filmmuziek. Op 12 februari overleed Portal op 90-jarige leeftijd in Parijs.

Portal, geboren in 1935 in Bayonne, Frankrijk, begon op 8-jarige leeftijd klarinet te spelen. Hij zal worden herinnerd als een pionier van de moderne Europese jazz, al was hij tevens een belangrijke figuur in de ontwikkeling van de moderne klassieke muziek.

Naast klarinet speelde Portal ook saxofoon, bandoneon en taragot. Als basklarinettist zorgde hij voor belangrijke stilistische en technische impulsen. In een interview uit 1978 zei hij: "Ik ben een kameleon met instrumenten en ook een kameleon in mezelf."

Nadat hij in 1959 de eerste prijs voor klarinet had gewonnen aan het Conservatorium van Parijs, leidde zijn reputatie als solist ertoe dat hij ging samenwerken met componisten van hedendaagse muziek als Pierre Boulez, Luciano Berio en Karlheinz Stockhausen.

Daarnaast werkte Portal, samen met pianist François Tusques, trompettist Bernard Vitet, drummer Charles Saudrais en tenorsaxofonist Barney Wilen, aan een verdere verdieping en verbreding van het werk van de toonaangevende Amerikaanse vertegenwoordigers van de avant-gardejazz, als onderdeel van de opkomende Franse freejazz-beweging.

Zijn album 'Free Jazz' uit 1965 wordt beschouwd als een mijlpaal in de Europese pogingen om de grenzen te verleggen van een genre dat grotendeels in de VS geworteld was. In 1969 was hij medeoprichter van de improvisatiegroep New Phonic Art en een jaar later richtte hij zijn eigen Michel Portal Unit op, een internationaal gerenommeerde experimentele freejazzgroep. Hij werkte samen met geestverwanten als Don Cherry, Anthony Braxton, Joachim Kuhn en John Surman. Zijn soloalbum 'Dejarmé' uit 1979 is een meesterwerk van overdubbing, waarop Portal al zijn gebruikelijke instrumenten bespeelt, plus percussie en zang.

Zijn glorieuze, lyrische klarinetklank is goed te horen op het titelnummer van Aldo Romano's 'Il Piacere' uit 1979, een duet met gitarist Claude Barthélémy.

Hij was ook actief als klassiek klarinettist. Zo heeft hij vele klassieke albums uitgebracht met onder andere het Cherubini-Quartett, pianist Michel Dalberto, Paul Meyer en Georges Pludermacher.

Naast zijn carrière als uitvoerend muzikant schreef Portal muziek voor meer dan 50 films, waaronder het bekroonde historische drama 'Le Retour de Matin Guerre' (1982), 'Balles Perdues' (1983) en 'Les cavaliers de l'orage' (1984). Hij won drie Franse César-prijzen voor zijn filmmuziek.

In Nederland verscheen hij regelmatig op het North Sea Jazz Festival. In 2020 vierde hij daar nog zijn 85ste verjaardag. Portals laatste album 'MP85', uitgebracht in 2021, won de prijs voor jazzalbum van het jaar bij de Franse Victoires-muziekprijzen.

Tekst: Maarten van de Ven | Foto's: Cees van de Ven

Labels: , ,

(Maarten van de Ven, 19.2.26) - [print] - [naar boven]



Concert
De ruimte tussen de noten

The Art Of The Quartet, woensdag 11 februari 2026, Paradox, Tilburg

Eupen, Praag, Bergen, Londen, Tilburg. Een jazz-supergroep waarvoor je een dag later bij Ronnie Scott's in Londen diep in de buidel moet tasten, staat op een miezerige doordeweekse avond voor een enthousiast en dankbaar publiek in Paradox Tilburg. The Art Of The Quartet is het project van de Deense saxofonist Benjamin Koppel, samen met drie topmusici uit de internationale jazzwereld: drummer Peter Erskine, bassist Scott Colley en pianist Kevin Hays.

Bij elkaar hebben deze musici op honderden albums gespeeld. Het idioom is geen fusion, maar toch roept de avond herinneringen op aan Weather Report - niet alleen door het spel van Erskine, maar ook door de subtiliteit en gelaagdheid van de muziek. Koppel, Colley en Erskine werkten al jaren samen voordat dit kwartet werd gevormd. Hays heeft op zijn beurt een indrukwekkende staat van dienst; zo werkte hij al samen met onder anderen Sonny Rollins, Ron Carter, Jack DeJohnette, Chris Potter en Joshua Redman.

Maar het is Benjamin Koppel die de drijvende kracht achter The Art Of The Quartet vormt. Hij is medeoprichter van het platenlabel Cowbell Music, waarop hij tientallen albums uitbracht die voortkwamen uit zijn internationale netwerk en zijn ongelooflijke productiviteit. In 2020 verscheen de cd 'The Art Of The Quartet', met naast Koppel en Colley ook Jack DeJohnette en pianist Kenny Werner.

Koppel vertelt dat het repertoire voor het concert in Paradox is geïnspireerd door onder anderen John Coltrane en Charles Ives, maar dat er ook veel eigen composities van alle vier de musici klinken - inclusief Hawaïaanse muziek en fusion. Als rode draad loopt de improvisatie van begin tot eind door de avond.

Het project wil een vernieuwende benadering van het klassieke jazzkwartet neerzetten, en dat is overtuigend gelukt. Die benadering is opvallend stil: de ruimte tussen de noten vormt een essentieel onderdeel van de dynamiek.

De muziek lijkt binnen te waaien. De saxofoon zet in als een slangenbezweerder onder een Arabische sterrennacht. De vier meesters verweven hun muzikale conversatie bijna achteloos; grenzen tussen compositie en improvisatie vervagen onmiddellijk. Alles valt op zijn plaats, en pas wanneer de vier kaarten die samen een kwartet vormen in één hand bijeenkomen, volgt het slot en het voldane gevoel van perfecte harmonie. Er wordt zelden gelijktijdig gesoleerd - er wordt juist veel weggelaten. Daardoor klinken de momenten als een gesprek tussen geliefden die elkaars zinnen afmaken. De vier musici verstaan de kunst van vervolmaking, die bijna telepathisch tot stand lijkt te komen.

De stukken vloeien in elkaar over, met slechts af en toe een korte pauze, een uitleg of een grap. Het materiaal komt van alle vier. Kevin Hays brengt de invalshoek van pop, songwriting (met Grammy-erkenning) en wereldmuziek. Peter Erskine geeft zijn ritmische fundament de subtiliteit van een compositie; zijn melodische spel blijft altijd hoorbaar, zowel in het ensemble als in zijn solo's. Zijn aanwezigheid is dragend zonder ooit opdringerig te worden - zelfs de drums krijgen een poëtische, bijna harmonische kwaliteit.

Scott Colley is zijn spiegelbeeld: nergens bravoure, geen enkele misplaatste noot. Zijn spel klinkt als frivool, bijna slenterend plezier. Zelfs in uptempo passages is er geen spoor van haast; je hoort iemand die elke millimeter van zijn instrument liefheeft.

De 'stilte' in de muziek komt vooral van Hays en Koppel. Koppel kan piepen en knorren als het moet, maar zegt meer met subtiel swingende, zachte bluesnoten. De geest van Jimmy Giuffre waart door de zaal. Ongeacht het tempo blijven timing, melodie en onderliggende harmonie voelbaar aanwezig.

Het is muziek die een vreugdevolle glimlach oproept, en leidt tot een nazit waarin je de halve nacht op YouTube opnames terugzoekt.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Louis Obbens.

Tekst: Monica Rijpma | Foto's: Louis Obbens

Labels: , , , , ,

(Monica Rijpma, 17.2.26) - [print] - [naar boven]



Concert
In de geesten van Ayler

Mete Erker Trio + 1, woensdag 11 februari 2026, Brouwerij Martinus, Groningen

Het optreden van saxofonist Mete Erker begon met het nummer 'Ghosts' van Albert Ayler en werd afgesloten met zijn eigen compositie 'Ja!'. Dat was, in een notendop, wel zo ongeveer het karakter van het concert.

Ayler is een van de helden van Erker - via John Coltrane, zijn vroegste voorbeeld. En met 'Ja!' bevestigde hij de optimistische, lyrische teneur van het recital. Hij bezit een zingende kwaliteit die zich uitstrekt over het hele expressiegebied van de tenorsax, van zacht zalvend tot rauw raspend. Die kwaliteit werd misschien het duidelijkst geëtaleerd in 'Realm Of Nows', een stuk van Jeroen van Vliet. Het begon met ijle, fluisterzachte boventonen die het gefluister aan de bar ongenadig in het volle licht zetten. Hij kon ook à la Ayler rapsodiëren, wat hij demonstreerde in onder meer het reeds genoemde 'Ja!'.

Pianist Floris Kappeyne was van de begeleiders - Tijs Klaassen op bas en Wouter Kühne op drums – de primus inter pares. Hij was degene die met zijn linkerhand de moods van de avond naar zijn hand zette. Zo kreeg de muziek soms trance-aspecten. Een brug tussen McCoy Tyner en Simeon ten Holt. Van het viertal was hij het romantische hart. Dat de groep al langere tijd samenspeelt hoorde je in de unisono momenten van piano en saxofoon.

Kwam iedereen, inclusief de Ayler-fans dus aan zijn trekken? Ja!

Tekst: Eddy Determeyer | Foto: Wim van de Vrugt

Labels: , , , , ,

(Eddy Determeyer, 16.2.26) - [print] - [naar boven]



Cd | Jazztube
Celano | Badenhorst | Baggiani feat. Wolfert Brederode - 'Carnet Imaginaire'

Challenge, 2022 | Opname: 6-7 januari 2021

Wat vrij vertaald op het hoesje staat: 'Onze muziek navigeert vrijelijk in het rijk van de oneindigheid van de verbeelding'. Dat hoor je al onmiddellijk in het eerste nummer.

Het begint rustig, consonant en traditioneel melodieus - zeg maar zeer toegankelijk beluisterbaar - en het evolueert op een subtiele manier naar een wereld van dissonanten, bruitages die eerder doen denken aan de sfeer bij het nachtelijk blauw van sommige schilderijen van Magritte. De composities krijgen dan een bevreemdende structuur en boeien door het samenspel van de (bas)klarinet die grillige lijnen tekent, begeleid door tintelende arpeggio's van de piano die alle kanten opgaan, ondersteund door het subtiele, dikwijls minimalistische drumwerk.

De gitarist gebruikt zijn instrument van clean tot overstuurd, netjes volgens het soms heldere, soms donkere karakter van de melodische lijnen.

Deze zeer boeiende manier van musiceren wordt de hele plaat door op hoog niveau aangehouden. Genot verzekerd!

Guillermo Celano (gitaar), Joachim Badenhorst (klarinet, basklarinet, tenorsaxofoon), Marcos Baggiani (drums), Wolfert Brederode (piano)

Tekst: Marc Van de Walle | Deze recensie verscheen ook in Jazz&mo'

Labels: , , , ,

(Marc Van de Walle, 14.2.26) - [print] - [naar boven]



Concert
Alle jonge gasten en meiden aan de bigband

Big Band & Beyond Festival, zaterdag 31 januari 2026, Theater Odeon, Zwolle

Veertien, nee vijftien saxofoons! Een bigband met een rietsectie van vijftien enthousiaste jongens en meiden! Accordeonist Lawrence Welk, King of Schmalz, leidde in de jaren veertig korte tijd een orkest met louter saxofoons, plus ritmesectie. Een stuk of dertien, veertien, van sopranino tot bassax. Opmerkelijk genoeg klonk dat novelty-orkest beter dan zijn reguliere amusementsorkest, waar een soort wezenloze cleane champagnemuziek uit opborrelde.

De Meander Big Band van het gelijknamige Zwolse College heeft Welk tachtig jaar na dato tegen het canvas gewerkt. Het orkest afficheert zich als 'de grootste, gezelligste en gekste bigband van Nederland' en dat lijkt me geen overdreven borstklopperij. De muzikanten, zo tegen de 45 (!) jongelui, klonken ook nog eens opmerkelijk zuiver, wat je wellicht niet zou verwachten. Complimenten dus richting Albert Dam, oprichter en dirigent. Hij gebruikte listige foefjes om de sound te kleuren, zoals de toevoeging van een aantal saxofoons aan de trompetsectie. Saxen zat. De meeste solisten kregen een paar maten ruimte om te soleren en dat was doorgaans ook wel genoeg. Gitarist Bas Douw pakte met een solo die groeide en groeide wat langer en steviger uit in het nummer 'Runaway Baby' van soulpopidool Bruno Mars. Ja hé, het is 2026.

De Meander Big Band opende het eerste Big Band & Beyond Festival. Een dagvullend programma met school- en amateurorkesten, semi-professionele groepen en het Millennium Jazz Orchestra (MJO), afgesloten door de Mambo Queens van fluitiste Zulema Herahvarría.

Er was ook een prijswinnaar. Gordon Spasovski, uit Macedonië, was ingevallen als dirigent van de All Times Big Band en hij had tevens het winnende arrangement ingestuurd. Drieduizend euro's voor zijn compositie 'Lioness', kassa. De jury meldde over het stuk: "Een verrassende folk-klassieke introductie, een sterke opbouw over de hele lijn, helemaal tot het slot, een indrukwekkend hoogtepunt." Cultuurwethouder Anja Roelofs, die de prijs overhandigde, repte van het opstoten van Zwolle in de vaart der volkeren, of woorden van die strekking.

En zo waren er wel meer pareltjes. Zoals het arrangement dat John Clayton schreef van 'On The Sunny Side Of The Street', gespeeld door de Big Band Allotria. Waarbij hij een beetje leentjebuur had gespeeld bij collega Sy Oliver en diens klassieke versie voor het Tommy Dorsey orkest. Zoals ook Rob Pronks 'Opus', vertolkt door de All Times Big Band, dat gebaseerd was op 'How High The Moon'.

De Millennium Youth Big Band is, dat kan men wel bedenken, de onderbouw van het MJO. Heel sfeervol hier was 'Abyss', een stuk van Bernard van Rossum. Een stille zweefvlucht in het onbekende. Gastvocaliste Fleurine zong meerminliedjes van verlangen en dromen bij het Millennium Jazz Orchestra. Orkestleider Joan Reinders, die ook een van de initiatiefnemers was van het festival, voorzag haar mijmeringen van golfslag en schuimende achtergronden.

Opvallend veel jongelui dus die zich tegenwoordig met bigbandmuziek bezighouden. Plus een aanzienlijke publieke belangstelling en een toffe sfeer. Alle neuzen, die van de musici, de organisatie, de overheid, de sponsors en het publiek, stonden na afloop in dezelfde richting: naar het Big Band & Beyond Festival van 2027.

Tekst: Eddy Determeyer | Foto's: Nienke de Groot

Labels: , , , , , , ,

(Eddy Determeyer, 12.2.26) - [print] - [naar boven]



Concert
Folkjazz met een vrije opvatting

Laura Jurd, vrijdag 30 januari 2026, Paradox, Tilburg

De Britse trompettiste Laura Jurd werkte het afgelopen decennium in uiteenlopende samenwerkingsverbanden. Het meest bekend is zij van de groep Dinosaur, waarmee ze regelmatig op de Nederlandse jazzpodia heeft gestaan. Deze avond presenteert Jurd haar laatste album 'Rites & Revelations'. Haar groep wordt gevormd door de ritmesectie van Dinosaur met Ruth Goller op bas en Corrie Dick op de drumkit, met daarnaast Ultan O'Brien op altviool en Tara Cunningham op elektrische gitaar. Accordeonist Martin Green, op de plaat verantwoordelijk voor de toevoeging van folkelementen, is afwezig bij het optreden in Paradox.

Deze personele mutatie zorgt er misschien wel voor dat de dynamiek van de plaat in Paradox wordt overtroffen en soms zelfs radicale trekken vertoont. Daarnaast voegt Ruth Goller op elektrische basgitaar een extra dimensie toe aan de melange van folkjazz en impro. De geboren Italiaanse 'bast' niet alleen voortvarend en majestueus, maar produceert tevens een uniek klankuniversum, waarin angstaanjagende grunge naadloos wordt afgewisseld met hypnotiserende patronen, indrukwekkende dissonanten en apocalyptische resonanties. Ondanks de overweldigende dynamiek en het eclectische karakter blijft de muziek voor een belangrijk deel leunen op folkelementen met een Keltisch fundament. Het is overigens geen folkjazz in de oorspronkelijke vorm; daarvoor is de originaliteit en de blijmoedige maar rauwe energie te groot.

Twee stukken in het optreden zijn exemplarisch voor de avontuurlijke dadendrang van Laura Jurd en haar groep. In het lang uitgerekte tweede stuk van maar liefst dertig minuten wordt in een hoge abstractievorm muziek gespeeld. Donker, effectvol en onheilspellend wordt in een soort jamsessie vrij en intuïtief gemusiceerd. Het vurige geluid van de basgitaar, de kronkelige trompetpassages en de exploderende drums zijn volledig complementair aan elkaar. In de tweede set wordt het overbekende 'St. James Infirmary' (o.a. Louis Armstrong en Billie Holiday) getransformeerd. Bij aanvang van het nummer is de blues uit het begin van de vorige eeuw nog herkenbaar. Maar al snel maakt de melancholie plaats voor een meedogenloze opwinding en emotie. Waarin het al even betoverende als monsterlijke trompetspel wedijvert om aandacht met de noise van haar overige bandleden. Het is veelzeggend dat Jurd en haar groep zich ook nog wagen aan een try-out, een uptempo compositie die niet op haar album staat. In deze spontane jazz-exercitie worden de trompetvaardigheden van Jurd ten volle benut.

Samenvattend heeft de gelaagde muziek een weldadige uitwerking op de luisteraar door de originaliteit van de composities en met name de tomeloze energie van bandleider Laura Jurd en bassist Ruth Goller.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Louis Obbens.

Tekst & foto's: Louis Obbens

Labels: , , , , , , ,

(Louis Obbens, 10.2.26) - [print] - [naar boven]



Boek
'In the Brewing Luminous: The Life & Music of Cecil Taylor'

Auteur: Philip Freeman | Uitgave: Wolke Verlag, 2024

De invloed van pianist en componist Cecil Taylor op de hedendaagse jazz kan moeilijk overschat worden. In zijn prachtige, bij Wolke Verlag verschenen, biografie 'In the Brewing Luminous: The Life & Music of Cecil Taylor' laat Philip Freeman ons daar weer eens nadrukkelijk bij stilstaan. Die wijdverbreide erkenning was er zeker niet vanaf het allereerste begin: zo gaat dat met de voorlopers in de kunst. Zo schreef Zita Carno in 1958 in reactie op het enige album dat Taylor met John Coltrane maakte, 'Hard Driving Jazz' : "There is only one thing wrong with this recording, but it is a major factor - Cecil Taylor's accompanying. He is an over-busy comper who interferes with the soloist", lees Coltrane. Het zegt alles over de stijl van deze pianist die zich vanaf zijn eerste album, het twee jaar daarvoor verschenen 'Jazz Advance' nooit inhield en volstrekt zijn eigen weg ging.

Opvallend aan de muziek van Taylor was dat hij vanaf het allereerste begin, dat hierboven genoemde 'Jazz Advance', wist wat hij wilde laten horen en dat hij daar tot aan het einde van zijn lange leven aan zou vasthouden. Niet dat zijn muziek niet evalueerde - dat deed het zeker - zoals Freeman ook mooi laat zien, maar in de kern is alles al aanwezig op dat eerste album. Zo is een belangrijk onderdeel van zijn muziek altijd improvisatie geweest; ook van zijn gecomponeerde stukken voor groot ensemble maakte dat altijd een integraal onderdeel uit. Voor Taylor was dat niet meer dan normaal. In een interview uit 1959: "It's one... how can you compose without improvising? You didn't ask me what kinds of improvisation there might be, or what are the aesthetics that might seperate my kind of improvisation or composition from someone else's, but it seems to me that basicaly improvisation is composition, in other words, a complete musical thought." En daarin ging hij zijn eigen weg, zich volledig bewust van zijn (muzikale) wortels.

In 'Les Grandes Répétitions', een serie documentaires van Gérard Patris en Luc Ferrari waarvan de opnames werden gemaakt in 1966, zit een mooie scène waarin de interviewer Taylor vraagt wat hij vindt van de muziek van John Cage, Johann Sebastian Bach en Karlheinz Stockhausen. Taylor antwoordt iedere keer met de zin "He isn't from my community." Hij voelt zich meer verwant met stride pianisten als Thomas "Fats" Waller en James P. Johnson en een componist als Duke Ellington, musici waarvan je de invloed duidelijk terughoort in zijn muziek. En in 1970 merkte hij op tegen Valerie Wilmer: "There are two cats, two pianists, that they never talk about in relation to myself which is unfortunate, the two being Bud Powell and Horace Silver. I listened to them a lot because, in a way, Monk was the most difficult to get to, to hear and to listen what he was doing."

Taylor zag zijn muziek niet als minder dan de westerse kunstmuziek, maar als een andere vorm van dezelfde taal. En voelde hij zich aanvankelijk nog een jazzmusicus, al dacht zijn omgeving daar vaak anders over, ook dat liet hij in deze eeuw los. Wat bleef was die eigenzinnige kijk op muziek. In de hierboven genoemde documentaire zegt hij ook: "The problem with written music is that it devides the energies of creativity. In other words, while my mind may be devided looking at a note, my mind is instead involved with hearing that note, playing that note, combining the action - making one thing of an action. Hearing is playing. Music doesn't exist on paper." En hij zou nog verder gaan door gedichten te reciteren tijdens zijn concerten en door, vanaf 1975, dans te integreren in zijn concerten, dat laatste onder andere geïnspireerd door de diverse Afrikaanse culturen.

Opereerde Taylor de eerste jaren noodgedwongen in de marge, zijn vooruitziende blik en compromisloze houding werd, zoals we reeds zagen, niet door iedereeen gewaardeerd, gaandeweg kreeg hij meer populariteit en zoals dat vaker ging met Amerikaanse zwarte musici: meer in Europa dan in de VS. Met name Berlijn ontving hem jarenlang met open armen. Met als absoluut hoogtepunt zijn verblijf in die stad in 1988, resulterend in een serie optredens die nog altijd een hoogtepunt vormen in de geschiedenis van de experimentele jazz. De door FMP uitgebrachte box 'In Berlin ’88' geldt dan ook niet voor niets al jaren als een veelgezocht collector's item. Dat 'In the Brewing Luminous: The Life & Music of Cecil Taylor' ook nog een essay van Markus Müller bevat over die serie optredens is dan ook niet meer dan terecht. Feeman laat al die hoogtepunten en nog veel meer passeren in dit boeiende boek, waarin de nadruk vooral op de muziek ligt, geen album of optreden blijft onbesproken. Taylors privéleven komt eveneens aan bod, maar steekt wel wat karig af bij zijn muziek. Heel veel krijgen we daar niet van mee. Beschouw het boek daarom vooral als een luistergids bij al die wonderlijke muziek die deze onsterfelijke pianist maakte.

Tekst: Ben Taffijn | Foto: Maarten Jan Rieder

Labels: , , , ,

(Ben Taffijn, 9.2.26) - [print] - [naar boven]



In memoriam | Jazztube
Fred van Duijnhoven
10 april 1948 - 3 februari 2026

Fred van Duijnhoven was een drummer in hart en nieren, met een onorthodoxe stijl die wortelde in de freejazzperiode van de jaren zeventig. Met het trio Wave van Jos Engelhard won hij in 1974 een (gedeelde) eerste prijs op het Loosdrecht Jazzconcours. Uit die periode dateert ook zijn vriendschap met Terts Brinkhof, later directeur van De Parade, waar Fred ooit soloconcerten gaf, gezeten in een levensgroot vogelnest.

Fred maakte deel uit van grotere ensembles van Jos Engelhard en speelde vanaf het eind van de jaren zeventig in talloze improvisatiegroepen met Nederlandse musici. Van grote betekenis was zijn langdurige betrokkenheid bij de vele projecten van I Compani, waarin hij ruim twintig jaar actief was. In de beginperiode van pianist Michiel Braam speelde hij in Bentje Braam en later in Bik Bent Braam.

Vrijwel vanzelfsprekend was ook zijn deelname aan de diverse slagwerkensembles van zijn broer Martin. Met het Prisma Orkest van bassist Ed de Vos speelde hij jarenlang; iets later maakte hij deel uit van verschillende groepen van Ig Henneman.

Tussen 1988 en 2010 bestond Bo's Art Trio, met Van de Graaf en Braam. Met dit trio werden succesvolle producties uitgevoerd, waaronder 'Niet met de Deuren Slaan', improvisatiemuziek gebaseerd op liedjes uit de televisieserie Ja Zuster, Nee Zuster. Van 2001 tot 2010 was dichter en performer Simon Vinkenoog regelmatig te gast bij het trio, dat ook optrad met musici als Saartje van Camp, Arjen Gorter, Theo Loevendie en Han Bennink.

Naast musicus was Fred een bevlogen vogelaar. Hij bestudeerde niet alleen vogelzang, maar vooral ook de bewegingen van vogels, een fascinatie die duidelijk doorklonk in zijn spel.

Naast zijn muzikale loopbaan was Fred van 1983 tot 2015 docent tekenen en handvaardigheid aan het Canisius College in Nijmegen.

Op 10 april (zijn verjaardag) zal er een herdenkingsconcert georganiseerd worden in Brebl Nijmegen.

Tekst: Bo van de Graaf | Foto: Cees van de Ven

In de Jazztube hieronder kun je kijken naar een portret van Fred van Duijnhoven door Bas Andriessen, in uitzending van De Muzen van 26 augustus 2018.

Labels: ,

(Bo van de Graaf, 7.2.26) - [print] - [naar boven]



Concert
Intiem kijkje in belevingswereld

Milena Casado, woensdag 21 januari 2026, Paradox, Tilburg

Trompettiste Milena Casado was een 'nieuwkomer' op North Sea Jazz 2025, en viel meteen op tijdens de uitvoering van 'We Insist 2025!' van Terri Lyne Carrington (TLC) en Christie Dashiell.

Ze toerde onlangs in Europa om aandacht te vestigen op haar kwintet en de release van haar eerste album 'Reflection Of Another Self'. TLC was co-producer van het album en wordt door Casado genoemd als een van de belangrijke mentors. Dat begon tijdens haar studie aan Berklee. De andere co-producer is multi-instrumentalist Morgan Guerin, die tijdens de tour naast haar staat op het podium met zijn Electronic Wind Instrument (EWI), samen met drummer Jongkuk Kim, Lex Korten op piano en toetsen en de tengere Kanoa Mendenhall op contrabas.

Het concert in Paradox Tilburg is op een woensdagavond en dat verklaart misschien waarom de zaal niet afgeladen vol is. Casado wordt gezien als een rijzende ster en ze levert met haar album een persoonlijk en intiem inkijkje in haar belevingswereld. Het concert begint zoals de cd met een korte soundbite, 'This Is My Hair', direct gevolgd door 'O.C.T (Ode To Crazy Times)'.

Meteen blijkt dat die intiem persoonlijke aanpak deel is van de andere zelf die de muzikant Casado met haar publiek wil delen. De soundclip heeft overheersende synthesizerklanken waaronder of -over haar stem spreekt over gevoelens betreffende haar grote donkere krullenbos. Zoals zovelen had ze liever juist het tegenovergestelde gehad, sluik haar. Direct daarna zetten piano en stevige drums in en zetten de blazers de onrust door in geluidsslierten, die worden afgezet tegen word-art.

De muziek wordt gekenmerkt door met elkaar verweven akoestische en elektronische soundscapes en thema's, afgezet door stemmen die al dan niet zingen. Casado bespeelt trompet, elektronica en spreekt of zingt. Guerin is het tweelingbroertje die aanvult, uitbreidt, commentaar geeft en dan zijn eigen pad doorzet met de EWI die vaag herinnert aan George Duke uit de jaren 90, helemaal op de momenten wanneer Casado lijnen dubbelt met haar stem.

Alle nummers van de cd komen aan bod en tussendoor gaat Casado het gesprek aan met het publiek. Dit is een van de grote voordelen van live ten opzichte van het album. Het publiek wordt binnengehaald in de gedachtewereld van de jonge Spaans Amerikaanse baanbreker. Thema’s zoals introspectie, de invloed van boeken en lezen ('Lidia Y Los Libros') fouten maken en herhalen ('Circles'), liefde, volharding en moed worden elk omgezet in woorden, geluiden, elektronica, improvisaties, harmonie of juist dissonantie. Een voor een komen de andere 'jonge honden' op het podium in beeld. De gemiddelde leeftijd op het podium ligt, schat ik, rond de 25.

Mendenhall laat zien hoeveel power en zeggingskracht in haar schuilgaat, zowel in een lyrische gestreken bassolo als in een uptempo bop-passage. Daarnaast is ze als een groovende wandelaar steeds aanwezig. Korten geeft samen met de EWI en het digitale workstation van Casado klank aan het elektronische deel, met een hand steeds op het toetsenbord van de piano.

Aanvankelijk duurde het een paar nummers voor het geheel goed op gang kwam, maar drummer Jongkuk Kim leek van meet af aan in zijn groove. Zijn spel is subtiel en krachtig tegelijk, met soms iets te veel volume, waardoor de drums overheerste.

Milena Casado zet met haar composities en spel een fascinerende musicus neer: momenten van Miles met gedempte trompet, momenten van jaren 80-fusion, helderheid maar mysterie, het samenspel tussen EWI, trompet, stem, toetsen... zij is de spil van deze galaxy. Concluderend is het lastig om te besluiten wat beter is: dit kwintet live meemaken of het album kopen. Waarom niet allebei?

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Louis Obbens.

Tekst: Monica Rijpma | Foto's: Louis Obbens

Labels: , , , , ,

(Monica Rijpma, 2.2.26) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...








Menupagina's:




Album van de maand:
Mete Erker - Tilburg
Noord | Tilburg B-Side
Klik hier voor meer informatie









Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.