|
Draai om je oren Jazz en meer - Weblog |
|
||
|
| |||
ConcertDe ruimte tussen de noten The Art Of The Quartet, woensdag 11 februari 2026, Paradox, Tilburg Eupen, Praag, Bergen, Londen, Tilburg. Een jazz-supergroep waarvoor je een dag later bij Ronnie Scott's in Londen diep in de buidel moet tasten, staat op een miezerige doordeweekse avond voor een enthousiast en dankbaar publiek in Paradox Tilburg. The Art Of The Quartet is het project van de Deense saxofonist Benjamin Koppel, samen met drie topmusici uit de internationale jazzwereld: drummer Peter Erskine, bassist Scott Colley en pianist Kevin Hays. Bij elkaar hebben deze musici op honderden albums gespeeld. Het idioom is geen fusion, maar toch roept de avond herinneringen op aan Weather Report - niet alleen door het spel van Erskine, maar ook door de subtiliteit en gelaagdheid van de muziek. Koppel, Colley en Erskine werkten al jaren samen voordat dit kwartet werd gevormd. Hays heeft op zijn beurt een indrukwekkende staat van dienst; zo werkte hij al samen met onder anderen Sonny Rollins, Ron Carter, Jack DeJohnette, Chris Potter en Joshua Redman. Maar het is Benjamin Koppel die de drijvende kracht achter The Art Of The Quartet vormt. Hij is medeoprichter van het platenlabel Cowbell Music, waarop hij tientallen albums uitbracht die voortkwamen uit zijn internationale netwerk en zijn ongelooflijke productiviteit. In 2020 verscheen de cd 'The Art Of The Quartet', met naast Koppel en Colley ook Jack DeJohnette en pianist Kenny Werner. Koppel vertelt dat het repertoire voor het concert in Paradox is geïnspireerd door onder anderen John Coltrane en Charles Ives, maar dat er ook veel eigen composities van alle vier de musici klinken - inclusief Hawaïaanse muziek en fusion. Als rode draad loopt de improvisatie van begin tot eind door de avond. Het project wil een vernieuwende benadering van het klassieke jazzkwartet neerzetten, en dat is overtuigend gelukt. Die benadering is opvallend stil: de ruimte tussen de noten vormt een essentieel onderdeel van de dynamiek.
De stukken vloeien in elkaar over, met slechts af en toe een korte pauze, een uitleg of een grap. Het materiaal komt van alle vier. Kevin Hays brengt de invalshoek van pop, songwriting (met Grammy-erkenning) en wereldmuziek. Peter Erskine geeft zijn ritmische fundament de subtiliteit van een compositie; zijn melodische spel blijft altijd hoorbaar, zowel in het ensemble als in zijn solo's. Zijn aanwezigheid is dragend zonder ooit opdringerig te worden - zelfs de drums krijgen een poëtische, bijna harmonische kwaliteit. Scott Colley is zijn spiegelbeeld: nergens bravoure, geen enkele misplaatste noot. Zijn spel klinkt als frivool, bijna slenterend plezier. Zelfs in uptempo passages is er geen spoor van haast; je hoort iemand die elke millimeter van zijn instrument liefheeft. De 'stilte' in de muziek komt vooral van Hays en Koppel. Koppel kan piepen en knorren als het moet, maar zegt meer met subtiel swingende, zachte bluesnoten. De geest van Jimmy Giuffre waart door de zaal. Ongeacht het tempo blijven timing, melodie en onderliggende harmonie voelbaar aanwezig. Het is muziek die een vreugdevolle glimlach oproept, en leidt tot een nazit waarin je de halve nacht op YouTube opnames terugzoekt. Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Louis Obbens. Tekst: Monica Rijpma | Foto's: Louis Obbens Labels: Benjamin Koppel, concert, Kevin Hays, Peter Erskine, Scott Colley, The Art Of The Quartet (Monica Rijpma, 17.2.26) - [print]
- [naar boven] Deze week aandacht voor wat recente ECM-cd's, zoals wel vaker bij dit label balancerend tussen jazz, hedendaags gecomponeerd en folk. Allereerst 'Dance Of The Elders', het tweede album van het trio dat gitarist Wolfgang Muthspiel vormt met bassist Scott Colley en drummer Brian Blade. Hun debuut 'Angular Blues' gooide in 2020 hoge ogen en ook dit nieuwe album is zonder meer de moeite waard. 'Dance Of The Elders' begint met bijzonder spaarzame gitaarnoten in 'Invocation'. Nevelslierten worden akkoorden, akkoorden monden uit in een melodie. Een verstild duet tussen Muthspiel en Colley, tot er wat ritmische patronen insluipen. Bijzonder ingetogen spel van Blade horen we op de achtergrond. Vervolgens is het aan Colley en zijn zangerig, klassiek aandoend spel op de contrabas. Een opvallend afwisselend stuk, waarin het trio prachtig laveert tussen abstractie en melodie, waarbij het laatste in het tweede deel de overhand krijgt. 'Prelude To Bach' maakt inderdaad de indruk of de muziek van de meester ieder moment kan klinken, een soort van abstracte verkenning in klank.
Kortom een bijzonder mooi en ingetogen album, helemaal in de stijl van dit vermaarde label. Foto: Zuzanna Gasiorowska Labels: Brian Blade, ECM, Gard Nilssen, Scott Colley, Wolfgang Muthspiel (Ben Taffijn, 7.11.23) - [print]
- [naar boven] Ik geef eerlijk toe dat ik een persexemplaar van het bij ACT verschenen 'Odd Wisdom' aanvroeg vanwege saxofonist Donny McCaslin en gitarist Ben Monder. Sterker nog, Diego Pinera, onder wiens leiding dit album gestalte kreeg, was mij volkomen onbekend. En toch woont deze uit Uruguay afkomstige drummer al weer bijna twintig jaar in Berlijn, niet zo heel ver hier vandaan. Een veelzijdig talent, zo blijkt uit dit boeiende album, waarop we naast de drie hierboven genoemde musici ook nog bassist Scott Colley horen. Volgens Pinera zelf is 'Odd Wisdom' een zeer persoonlijk album geworden: "It bringt together all of the sounds and rhythms that I have been working on for the past decade." En dat blijkt een zeer divers palet te zijn, want reeds in opener 'Clave Tune' horen we dat Pinera een drummer is die zich niet beperkt tot de binnen de jazz gangbare ritmische structuren. Hier klinken ook duidelijk zijn Zuid-Amerikaanse wortels door, zonder dat er het etiket 'Latin' opgeplakt kan worden en neigt het zo nu en dan ook zeker naar de percussie zoals die vaak in de meer experimentele muziek klinkt. Maar ondanks Pinera's percussieve uitweidingen klinkt dit album juist nergens bijzonder experimenteel. Integendeel, de nummers liggen uitstekend in het gehoor en zijn over het algemeen ronduit melodieus te noemen.
Sowieso is dit over het algemeen een vrij ingetogen album, dat zijn kracht ontleent aan zorgvuldig en fijnbesnaard (samen)spel. Zelfs in een wat dynamischer stuk als 'Mi Cosmos' klinkt het allemaal nog steeds vrij ingetogen. Een prachtig stuk overigens, vanwege de indrukwekkende solo van McCaslin, melodieus en experimenteel tegelijk, maar zeker ook door het slagwerk van Pinera, dat hier in een lange solo uitstekend bewonderd kan worden. Die Zuid-Amerikaanse wortels van Pinera vinden we ook mooi terug in 'De Madrugada'. De soepel geblazen solo van McCaslin past prachtig bij de dansbare ritmiek van Pinera en Colley. Klik hier om dit album te beluisteren. Labels: Ben Monder, cd, Diego Pinera, Donny McCaslin, Scott Colley (Ben Taffijn, 10.1.22) - [print]
- [naar boven] Lees verder in het archief...
|
Archief
Artikelen Cd-recensies Concertrecensies Colofon Festivalverslagen Interviews Jazz in memoriams
Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken? |