|
Draai om je oren Jazz en meer - Weblog |
|
||
|
| |||
In memoriam De Franse klarinettist Michel Portal was muzikaal gezien een alleskunner. Hij speelde net zo overtuigend Mozart als free jazz en componeerde veel filmmuziek. Op 12 februari overleed Portal op 90-jarige leeftijd in Parijs. Portal, geboren in 1935 in Bayonne, Frankrijk, begon op 8-jarige leeftijd klarinet te spelen. Hij zal worden herinnerd als een pionier van de moderne Europese jazz, al was hij tevens een belangrijke figuur in de ontwikkeling van de moderne klassieke muziek. Naast klarinet speelde Portal ook saxofoon, bandoneon en taragot. Als basklarinettist zorgde hij voor belangrijke stilistische en technische impulsen. In een interview uit 1978 zei hij: "Ik ben een kameleon met instrumenten en ook een kameleon in mezelf." Nadat hij in 1959 de eerste prijs voor klarinet had gewonnen aan het Conservatorium van Parijs, leidde zijn reputatie als solist ertoe dat hij ging samenwerken met componisten van hedendaagse muziek als Pierre Boulez, Luciano Berio en Karlheinz Stockhausen. Daarnaast werkte Portal, samen met pianist François Tusques, trompettist Bernard Vitet, drummer Charles Saudrais en tenorsaxofonist Barney Wilen, aan een verdere verdieping en verbreding van het werk van de toonaangevende Amerikaanse vertegenwoordigers van de avant-gardejazz, als onderdeel van de opkomende Franse freejazz-beweging. Zijn album 'Free Jazz' uit 1965 wordt beschouwd als een mijlpaal in de Europese pogingen om de grenzen te verleggen van een genre dat grotendeels in de VS geworteld was. In 1969 was hij medeoprichter van de improvisatiegroep New Phonic Art en een jaar later richtte hij zijn eigen Michel Portal Unit op, een internationaal gerenommeerde experimentele freejazzgroep. Hij werkte samen met geestverwanten als Don Cherry, Anthony Braxton, Joachim Kuhn en John Surman. Zijn soloalbum 'Dejarmé' uit 1979 is een meesterwerk van overdubbing, waarop Portal al zijn gebruikelijke instrumenten bespeelt, plus percussie en zang. Zijn glorieuze, lyrische klarinetklank is goed te horen op het titelnummer van Aldo Romano's 'Il Piacere' uit 1979, een duet met gitarist Claude Barthélémy. Hij was ook actief als klassiek klarinettist. Zo heeft hij vele klassieke albums uitgebracht met onder andere het Cherubini-Quartett, pianist Michel Dalberto, Paul Meyer en Georges Pludermacher. Naast zijn carrière als uitvoerend muzikant schreef Portal muziek voor meer dan 50 films, waaronder het bekroonde historische drama 'Le Retour de Matin Guerre' (1982), 'Balles Perdues' (1983) en 'Les cavaliers de l'orage' (1984). Hij won drie Franse César-prijzen voor zijn filmmuziek. In Nederland verscheen hij regelmatig op het North Sea Jazz Festival. In 2020 vierde hij daar nog zijn 85ste verjaardag. Portals laatste album 'MP85', uitgebracht in 2021, won de prijs voor jazzalbum van het jaar bij de Franse Victoires-muziekprijzen. Tekst: Maarten van de Ven | Foto's: Cees van de Ven Labels: freejazz, in memoriam, Michel Portal (Maarten van de Ven, 19.2.26) - [print]
- [naar boven] De invloed van pianist en componist Cecil Taylor op de hedendaagse jazz kan moeilijk overschat worden. In zijn prachtige, bij Wolke Verlag verschenen, biografie 'In the Brewing Luminous: The Life & Music of Cecil Taylor' laat Philip Freeman ons daar weer eens nadrukkelijk bij stilstaan. Die wijdverbreide erkenning was er zeker niet vanaf het allereerste begin: zo gaat dat met de voorlopers in de kunst. Zo schreef Zita Carno in 1958 in reactie op het enige album dat Taylor met John Coltrane maakte, 'Hard Driving Jazz' : "There is only one thing wrong with this recording, but it is a major factor - Cecil Taylor's accompanying. He is an over-busy comper who interferes with the soloist", lees Coltrane. Het zegt alles over de stijl van deze pianist die zich vanaf zijn eerste album, het twee jaar daarvoor verschenen 'Jazz Advance' nooit inhield en volstrekt zijn eigen weg ging. Opvallend aan de muziek van Taylor was dat hij vanaf het allereerste begin, dat hierboven genoemde 'Jazz Advance', wist wat hij wilde laten horen en dat hij daar tot aan het einde van zijn lange leven aan zou vasthouden. Niet dat zijn muziek niet evalueerde - dat deed het zeker - zoals Freeman ook mooi laat zien, maar in de kern is alles al aanwezig op dat eerste album. Zo is een belangrijk onderdeel van zijn muziek altijd improvisatie geweest; ook van zijn gecomponeerde stukken voor groot ensemble maakte dat altijd een integraal onderdeel uit. Voor Taylor was dat niet meer dan normaal. In een interview uit 1959: "It's one... how can you compose without improvising? You didn't ask me what kinds of improvisation there might be, or what are the aesthetics that might seperate my kind of improvisation or composition from someone else's, but it seems to me that basicaly improvisation is composition, in other words, a complete musical thought." En daarin ging hij zijn eigen weg, zich volledig bewust van zijn (muzikale) wortels. In 'Les Grandes Répétitions', een serie documentaires van Gérard Patris en Luc Ferrari waarvan de opnames werden gemaakt in 1966, zit een mooie scène waarin de interviewer Taylor vraagt wat hij vindt van de muziek van John Cage, Johann Sebastian Bach en Karlheinz Stockhausen. Taylor antwoordt iedere keer met de zin "He isn't from my community." Hij voelt zich meer verwant met stride pianisten als Thomas "Fats" Waller en James P. Johnson en een componist als Duke Ellington, musici waarvan je de invloed duidelijk terughoort in zijn muziek. En in 1970 merkte hij op tegen Valerie Wilmer: "There are two cats, two pianists, that they never talk about in relation to myself which is unfortunate, the two being Bud Powell and Horace Silver. I listened to them a lot because, in a way, Monk was the most difficult to get to, to hear and to listen what he was doing."
Opereerde Taylor de eerste jaren noodgedwongen in de marge, zijn vooruitziende blik en compromisloze houding werd, zoals we reeds zagen, niet door iedereeen gewaardeerd, gaandeweg kreeg hij meer populariteit en zoals dat vaker ging met Amerikaanse zwarte musici: meer in Europa dan in de VS. Met name Berlijn ontving hem jarenlang met open armen. Met als absoluut hoogtepunt zijn verblijf in die stad in 1988, resulterend in een serie optredens die nog altijd een hoogtepunt vormen in de geschiedenis van de experimentele jazz. De door FMP uitgebrachte box 'In Berlin ’88' geldt dan ook niet voor niets al jaren als een veelgezocht collector's item. Dat 'In the Brewing Luminous: The Life & Music of Cecil Taylor' ook nog een essay van Markus Müller bevat over die serie optredens is dan ook niet meer dan terecht. Feeman laat al die hoogtepunten en nog veel meer passeren in dit boeiende boek, waarin de nadruk vooral op de muziek ligt, geen album of optreden blijft onbesproken. Taylors privéleven komt eveneens aan bod, maar steekt wel wat karig af bij zijn muziek. Heel veel krijgen we daar niet van mee. Beschouw het boek daarom vooral als een luistergids bij al die wonderlijke muziek die deze onsterfelijke pianist maakte. Tekst: Ben Taffijn | Foto: Maarten Jan Rieder Labels: boek, Cecil Taylor, freejazz, impro, Philip Freeman (Ben Taffijn, 9.2.26) - [print]
- [naar boven] Lees verder in het archief...
|
Archief
Artikelen Cd-recensies Concertrecensies Colofon Festivalverslagen Interviews Jazz in memoriams Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken? |