Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




Juraj Stanik - 'The Item' (Maxanter Records, 2006)

De jazz wordt niet opnieuw uitgevonden door pianist Juraj Stanik, opgeleid aan het Haagse conservatorium waar hij nu docent is. Maar hij heeft er wel een eigen plekje in gevonden, getuige zijn recente cd in trioformat, met bassist Marius Beets en drummer Joost van Schaik. De drie spelen een programma van twaalf eigen stukken van Stanik, in een gematigd soort mainstreamstijl.

Staniks composities verraden hier en daar invloeden van de klassieke componisten waar-mee een conservatoriumpianist nu eenmaal wordt opgevoed: vooral in de harmonieën en klankkleuren kun je associaties beleven met werk van Debussy, Ravel en Bartok. De melodietjes in zijn stukken zijn niet van het soort dat zich meteen een weg baant in je muzikale geheugen, maar de akkoordenschema's zijn goed genoeg als uitgangspunt voor pittige improvisaties. In Beets en Van Schaik heeft hij een gedegen ondersteuning, met een vracht aan ervaring. Lekkerste stuk: het statige 'Murphy’s'.

Deze recensie verscheen eerder in HVT Magazine.

Labels:

(René de Cocq, 30.11.06) - [print] - [naar boven]





David Liebman & Brussels Jazz Orchestra spelen Liebman
vrijdag 18 november 2006, De Warande, Turnhout

De aanvangstijd werd ruimschoots overschreden omdat Liebmans vliegreis vertraging opliep, maar het geduld van de bezoekers werd ruimschoots beloond. Het was een en al vitaliteit in dit concert en van meet af aan was duidelijk hoezeer het BJO zich had voor-bereid op dit treffen met David Liebman. Deze had eigen werk bijeengebracht, waarmee een uitermate gevarieerd en boeiend programma werd opgediend. Er zat een gezonde spanning op dit concert en dat werd hoorbaar. Na de suite 'MD/Lookout Farm' - in een arrangement van Bill Dobbins - volgde 'Off A Bird', een ode aan Charlie Parker met onder andere een trefzekere en aansprekende solo van trompettist Pierre Drevet en de heerlijk flegmatieke solo op tenorsax van Bart Defoort.

Na het bossa-achtige 'Off Flow' hoorden we sprankelend spel van Liebman en trombonist Marc Godfroid in 'Papoose', een compositie in walstempo die te vinden is op Liebmans soloplaat 'Songs For My Daughter', gespeeld in een fraai arrangement van J.C. Stanford. 'Gazelle' op topsnelheid was een pittig, tricky stuk, maar het BJO ontweek als een echte gazelle alle obstakels en bleef onverstoorbaar op de been. Er was fraai akkoordenspel van pianiste Nathalie Loriers in het intro. Met een abrupt, verrassend slot eindigde deze uitermate swingende uitvoering.

Het door Vince Mendoza gearrangeerde 'When To Love' kruidde Liebman zelf op smaak met zinnenprikkelend spel, waarmee hij BJO-leider Frank Vaganée inspireerde tot een oor-strelende solo. We waren getuige van een pakkende dialoog tussen sopraan- en altsax. Tijdens Jos Machtels bassolo was het goed te constateren dat hij weer grotendeels hersteld is van een recente polsbreuk. In een chase chorus speelden David Liebman en Steffen Schorn op basklarinet kat en muis, onderlijnd door verfijnd subtiel spel op ge-stopte trompetten. In de suspensieve pianissimo passage ontsproot een expressieve lamenterende solo aan Liebmans sopraansax. Dit alles leverde een schitterend sfeervol klankbeeld op van 'Picture Of Dorian Grey And Guided Dream', een contemporain werk van Liebman met een eervolle vermelding voor arrangeur Ingelf.

Het snelle 'Move On Some', met een complex akkoordenschema, begon met een solo intro van drummer Holger Nell. Deze uit Berlijn afkomstige slagwerker moest plotseling de plaats innemen van de vaste BJO drummer Martijn Vink, die door ziekte verstek liet gaan. Nell leverde een prima prestatie, omdat hij zich in zeer korte tijd knap had weten in te lezen in deze voorwaar niet eenvoudige partijen vol verraderlijke valkuilen. Oorstrelend was zijn geluid van bekkens en toms. Zijn drumkit was met zorg samengesteld en bood mogelijkheden als die van een rijk gevulde kleurdoos met talrijke tussentinten. Daarop was het goed soleren voor Liebman, trompettist Gino Latucca en tenorsaxofonist Kurt Van Herck.

Hiermee kwam een einde aan dit memorabele muzikale treffen. Dat vond het publiek ook en een ongekend frisse remake van de Ellington-traditional 'In A Sentimental Mood' was het dankwoord van de musici aan de ruim tweehonderd gefascineerde toehoorders. Liebmans vertolking, in een fraaie orkestratie van Dobbins, was rijk aan ideeën.

Dit concert en eenzelfde concert in Gent werden opgenomen door Klara (VRT). Uit deze opnamen zal een cd worden samengesteld, die in het late voorjaar van 2007 zal worden uitgebracht. David Liebmans goedkeurende en tevreden blikken betekenden non-verbaal zijn instemming met deze geslaagde geëngageerde samenwerking. Gemeten naar dit concert, met een vitaal en gedisponeerd spelende Liebman en de speciale klasse van het BJO, valt ons het wachten zwaar.

Klik
hier voor een fotoverslag van dit concert.

Meer weten?
  • Een zeer uitgebreid interview met David Liebman bij All About Jazz.
  • De website van David Liebman.
  • De website van het Brussels Jazz Orchestra.

    (Cees van de Ven, 29.11.06) - [print] - [naar boven]





    Geri Allen - 'Timeless Portraits And Dreams' (Telarc Jazz, 2006)

    Een bijzonder album, van en rond pianiste Geri Allen. Je kunt het geëngageerd noemen: Allen verwijst in haar uitleg in het cd-boekje naar verschillende sociaal-politiek getinte onderwerpen, waar verschillende composities aan zijn gewijd. De titelsong, deel van een door Allen zelf gecomponeerde suite, is geschreven naar aanleiding van de aanslagen op 11 september 2001, en ging in première op een van de herdenkingen in september 2006. Andere stukken verwijzen naar de Amerikaanse raciale geschiedenis ('I Have A Dream' van Mary Lou Williams en 'Lift Every Voice And Sing', zoiets als het 'zwarte volkslied', naast bewerkingen van enkele spirituals), naar belangrijke musici uit de jazzgeschiedenis (Lil Hardin, Charlie Parker, Billie Holiday).

    Maar het is ook een bijzonder jazzalbum met prachtig pianospel, superieure begeleiding (bassist Ron Carter, die ook de sfeervolle blues 'Nearly' leverde, en drummer Jimmy Cobb) en hier en daar bijzondere toegevoegde elementen. Solozang van jazz-zangeres Carmen Lundy en klassieke tenor George Shirley (dan wordt het wel wat pathetisch), subtiel inkleurende bijdragen van het Atlanta Jazz Chorus. Ook een opvallend stuk: 'In real time', geschreven door Allen samen met haar echtgenoot Wallace Roney, die ook trompet speelt op dit nummer, op een onnadrukkelijke maar wel heel trefzekere manier.

    Voor mij onduidelijk is waarom het eerdergenoemde 'Lift Every Voice And Sing' (met George Shirley) op een aparte cd is gezet. Het reguliere programma omvat 62 minuten, dat ene liedje nog geen 4 minuten, dus dat had er gewoon bij op gekund. Misschien is dat gedaan om het allemaal nog een graadje bijzonderder te maken, maar dan gaat het toch een beetje op kapsones lijken.

    Deze recensie verscheen eerder in HVT Magazine.

    (René de Cocq, 28.11.06) - [print] - [naar boven]





    Oude tijden keren weer, met veel nostalgie
    Lou Donaldson Quartet, maandag 16 oktober 2006, Bimhuis, Amsterdam

    Dat er nog steeds een groot publiek afkomt op een optreden van de nu bijna 80-jarige altsaxofonist Lou Donaldson, mag een prestatie van formaat genoemd worden. Een over-vol en volledig uitverkocht Bimhuis begroette deze sterk door Charlie Parker beïnvloede saxofonist dan ook met een mooi applaus. Broos betraden de leider en zijn op een wan-delstok steunende en van de gebruikelijke tulband op zijn hoofd getooide Hammond-organist Dr. Lonnie Smith een kwartier te laat het podium. Zij werden begeleid door twee jongere musici: gitarist Randy Johnston, een expressieve musicus, vooral geïnspireerd door de latere Grant Green, Kenny Burrell en Wes Montgomery, en een schijnbaar on-bewogen Fukushi Tainaka op slagwerk.

    Het concert werd haast traditioneel geopend door 'Blues Walk', lekker vet aangezet, maar toch ook met de karakteristieke lichtvoetige Lou Donaldson-stijl. Bijna elk stuk deze avond werd met een tweede partij gecontinueerd door Randy Johnston, vloeiend spelend in een geheel eigen stijl en met veel dubbelklanken. De derde partij is elke keer voor Lonnie Smith, in dit openingsnummer met keiharde intervallen met hoge 'gillers en trillers' spelend. Zijn spetterende solo werd door het publiek niet verwacht, omdat Smith juist eerst in laag tempo met zijn solo begonnen was. De musici werden vakkundig door de rustige Fukushi Tainaka begeleid en opgezweept. Kortom, door dit openingstuk was de toon gezet.

    Donaldson bleek ook nog steeds over de nodige humorvolle uitspraken te beschikken: "Tonight we have jazz, no fusion, no confusion, only jazz." Het programma werd in up-tempo vervolgd met 'Wee' van Charlie Parker, met snelle loopjes op de altsax en gitaar, waarna een spetterende drumsolo volgde en de overige drie musici, schijnbaar ongeïn-teresseerd en met de rug naar het publiek, door de grote ramen van het Bimhuis naar donker Amsterdam gingen kijken.

    Al in het derde nummer 'What A Wonderful World' werd duidelijk dat Donaldson deze avond niet in goede doen was, want hij begon behoorlijk valse noten te spelen, daarbij geërgerd naar zijn instrument kijkend alsof hij wilde zeggen 'het ligt niet aan mij maar aan mijn instrument'. De saxofonist beëindigde dit nummer met een humoristische vocale Louis Armstrong-imitatie. 'Fast And Freaky' volgde, met snel en spectaculair ondersteunend voetenwerk van Smith, gevolgd door opnieuw een hoofdrol op slagwerk met wel een 10 minuten durende solo, met prachtig werk op de hihat. Donaldson verdween hierbij voor het eerst van het podium.

    De vette blues 'Suffering Music' volgt, met een nu vooral vocaal humoristische Donald-son: "She's a whisky drinking woman. I love that woman, she's mine oh mine..." En toen waren de jaren vijftig weer helemaal terug met 'The Alligator', een erg funky nummer, waarbij de Lesliebox van Smith qua omwentelingen overuren maakte. Het nummer werd beëindigd met Lonnie Smith, die zittend op zijn knieën met zijn handen de basbars be-diende, om daarna weer 'gillend' zijn Hammond te bespelen, begeleid door opzwepende rockdrums.

    Na de pauze 'Bye Bye Blackbird', waarin Johnston zich steeds meer als dragende kracht in deze groep gaat manifesteren, met prachtige vloeiende en stimulerend gespeelde gitaar-solo's. Vervolgens 'Softly As In A Morning Sunrise', met een schitterend trio-optreden van Johnston, Smith en Tainaka, met mooie dubbelakkoorden en met een enorme, prachtig opgebouwde solo door Lonnie Smith. Het ademloos luisterend publiek was na afloop laaiend enthousiast, maar Donaldson, die al blijk gaf zich niet zo lekker te voelen en last te hebben van zijn lippen, verliet om 23.15 uur het podium. Het overblijvende trio ver-volgde hierop het programma, met onder andere een spectaculaire uitvoering van 'A Night In Tunesia'.

    Ondanks het wegvallen van Lou Donaldson kon het aanwezige publiek terugzien op een erg geslaagd concert.

    Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Hans Sirks en Koen Scherer.

    (Rolf Polak, 26.11.06) - [print] - [naar boven]





    Hod O'Brien Quartet feat. Ted Brown - 'I Hear A Rhapsody' (Blue Jack Jazz, 2006)

    In het begin van de jaren vijftig maakte de jonge tenorsaxofonist Ted Brown deel uit van de coterie rond de legendarische coolpianist Lennie Tristano in New York. Hij verwierf daar een sterke eigen status, en werkte met grootheden als Lee Konitz, Phil Woods, Teddy Kotick en Chet Baker. Hij maakte opnamen met Ronnie Ball, Wendell Marshall, Kenny Clarke, Art Pepper, Bill Evans en Jimmy Giuffre. Bij de opkomst van de free jazz raakte hij uit beeld, maar aan het eind van de jaren zeventig kreeg zijn muziek weer kansen.

    Halverwege de jaren tachtig werkte Brown onder anderen met pianist Hod O'Brien. Ze troffen elkaar op 2 oktober 1987 in het Amsterdamse Bimhuis voor een concert met bas-sist Jacques Schols en drummer John Engels. De opname van die avond houdt niet over, maar de cd-release straalt wel het elan en de drive uit van deze musici. Brown klinkt licht, een beetje alt-achtig, maar elke noot is raak. O'Brien begeleidt een beetje druk, maar soleert sterk. Schols en Engels zijn rotsen in de branding.

    Deze recensie verscheen eerder in HVT Magazine.

    (René de Cocq, 25.11.06) - [print] - [naar boven]





    Zangeres Anita O'Day overleden (1919-2006)

    Zangeres Anita O'Day is donderdag 23 november op 87-jarige leeftijd overleden. Ze werd bekend door haar verbintenis met het Gene Krupa Orchestra en het orkest van Stan Kenton. Ze was een moderne jazzvocaliste, geprezen voor haar scatzang en als vertolk-ster van aansprekende ballads. Haar persoonlijke interpretaties van standards waren ver-nieuwend en uniek.

    O'Day werd geboren in Chicago op 18 oktober 1919. In 1941 kwam ze bij het Gene Krupa Orchestra (1941-43). Met Krupa's trompetist Roy Eldridge had de zangeres met het duet 'Let Me Off Uptown' een million-dollar-seller. In dat jaar werd ze door het toonaangevend jazzmagazine Down Beat uitgeroepen tot 'New Star Of The Year'. Later maakte zij met Stan Kentons band (1944-45) een album met de hit 'And Her Tears Flowed Like Wine'. Ze was progressief en droeg hetzelfde kostuum als de mannelijke bandleden, omdat ze als een van hen gezien wilde worden. Ze voelde zich met haar stem een volwaardig instru-mentalist in het orkest. Eind veertiger jaren begon ze een solocarriere met drummer John Poole, waarmee ze 32 jaar samenwerkte.

    Met haar album 'Anita', dat ze uitbracht op Norman Granz' nieuwe Verve-label, kreeg haar carrière een nieuwe impuls. Ze trad op met grote namen als Louis Armstrong, Dinah Washington, Georg Shearing and Thelonious Monk. Haar beste opnamen met big bands en kleine formaties maakte ze bij Verve (1952-63). Op het Newport Jazz Festival in 1958 wist ze met haar zang en scat het publiek in vervoering te brengen met haar persoonlijke vertolking van 'Sweet Georgia Brown'. Het is op film vastgelegd door Bert Stern en op dvd uitgebracht als 'Jazz On A Summer’s Day'.

    Tot de zestiger jaren trad ze op, ondanks haar heroïneverslaving die haar in 1969 bijna fataal werd door een overdosis. Tenslotte overwon ze deze verslaving en keerde terug op de planken. In 1970 maakte ze haar comeback op het jazzfestival van Berlijn. In 1981 schreef ze haar memoires 'High Times, Hard Times', met assistentie van biograaf George Eels. Een lange documentaire over haar met als titel 'Anita O’Day - The Life Of A Jazz Singer' zal spoedig worden uitgebracht. Op zeer hoge leeftijd bracht ze haar laatste album 'Indestructible' (haar eerste studio-opname in 13 jaar) uit; ze nam het op tussen februari 2004 en november 2005.

    Meer weten?
  • De website van Anita O'Day.
  • Klik hier voor een filmimpressie van O'Day.

    (Cees van de Ven, 24.11.06) - [print] - [naar boven]





    Virtuoos Root 70 blikt terug
    maandag 13 november 2006, Wilhelmina, Eindhoven

    "Mooi, zo zacht als jullie spelen", was het compliment dat iemand uit het publiek in Café Wilhelmina afgelopen maandag gaf aan het jazzkwartet Root 70, "daar moeten jullie voor-al mee doorgaan." Het viertal speelde niet alleen met een opvallend ingehouden volume, het waren stuk voor stuk virtuoze musici die hun materiaal tot in de vingertoppen be-heersten. Maar wat hun optreden miste, was een element van verrassing.

    Hoe hoog het niveau van individuele musici was bleek al uit het feit dat drummer Ted Poor op het laatste moment voor de huidige tour aan de formatie was toegevoegd als vervanger van Jochen Rückert. Zijn spel paste naadloos in het groepsgeluid, was fluwelig waar nodig, maar kon ook de zaak flink opdrijven in versnellingen en felle uithalen. Trom-bonist Nils Wogram en altsaxofonist Hayden Chisholm waren aan elkaar gewaagd in tref-zekere solo's vol snelle noten en spatzuivere unisono melodieën, terwijl Matt Penman op zijn bas een even melodieuze als functionele basis legde.

    Maar hoe virtuoos en geconcentreerd de musici ook speelden en hoe fraai en afgewogen hun melodieën ook waren, na verloop van tijd ging de spanning er toch uit. De groep zet-te nauwelijks stappen buiten tamelijk nauw getrokken stilistische grenzen. Ze kondigden hun eerste nummer aan als een nieuwe interpretatie van een oude Broadway-tune, en bleven trouw aan de klank van vroeger jaren. Je had steeds het gevoel dat de vier in hun benadering vooral terugblikten. Ze konden verrassend uit de hoek komen, zoals toen Chisholm een knap staaltje keelzang ten beste gaf, terwijl zijn maten de muziek even stil leken te zetten in lange diepe tonen. Met meer van zulke momenten had het concert een grotere indruk gemaakt.

    Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.

    Deze recensie verscheen eerder in het Eindhovens Dagblad.

    (René van Peer, 22.11.06) - [print] - [naar boven]





    Project O - 'Now As Then' (Justin Time, 2003)

    Combinaties waarin een Hammond B3-orgel meedoet zijn daar meestal op ingesteld, in die zin dat het orgel min of meer centraal wordt gesteld. In Project O is dat niet het geval: daarin vervult het orgel in de handen van Gary Versace 'gewoon' de functie van toets-instrument en doet tussendoor ook de baspartijen. Verder gaat het om een nogal regulier aandoende neobopband, met in de frontlinie leidster Ingrid Jensen op trompet en bugel, in verschillende stukken bijgestaan door nog een of twee blazers: altist Steve Wilson (in één stuk op altfluit), tenorist Seamus Blake, altiste Christine Jensen (in één stuk op sopraan). Op drums tenslotte horen we Jon Wikan.

    De hoestekst rept ervan dat hier een voorschot wordt genomen op de jazz van de 22e eeuw, maar vooralsnog hoor ik niet veel meer (of minder) dan een pittig swingende band in het idioom van de 20e eeuw. Daar is niks op tegen natuurlijk. Het programma omvat acht uitgesponnen stukken, waarin iedereen aangenaam solowerk levert. Opvallendste stuk is het ingetogen 'Gloria' van Mary Lou Williams, met subtiel ensemblewerk.

    Deze recensie verscheen eerder in HVT Magazine.

    Meer horen?
  • Kijk op de website van National Public Radio om twee tracks van 'Now As Then' te beluisteren: het
        titelnummer en 'Silver Prelude/Silver Twilight'.

    (René de Cocq, 21.11.06) - [print] - [naar boven]





    Van Itersons working band top Nederlandse jazz
    vrijdag 10 november 2006, café Kraaij & Balder, Eindhoven

    Op vrijdagavond 10 november presenteerde gitarist Martijn van Iterson zijn laatste album 'Streetwise' aan het publiek in Kraaij & Balder. De meeste nummers van de nieuwe cd passeerden dan ook de revue. Het was duidelijk te horen dat het hier een 'working band' betrof. De bezetting die Martijn meenam was precies dezelfde als die waarmee hij de cd opnam. En dat was te horen ook.

    Het werd een prachtig concert waar het publiek ademloos op reageerde. Indrukwekkend was het om te zien hoe de soms toch lastige stukken vloeiend en met kracht en over-tuiging werden gespeeld. Duidelijk is dat het hier om de top van de Nederlandse jazz gaat. Drummer Martijn Vink en bassist Frans van Geest behoren al een paar jaar tot de sterkste ritmetandems in Nederland en ook het spel van pianist Karel Boehlee was van grote klasse.

    Van Iterson speelde in zijn typisch onderkoelde, maar haarscherpe stijl op zijn oude Gibson ES 125. In vergelijking met de vorige cd 'The Whole Bunch' lijkt 'Streetwise' wat toegankelijker, maar schijn bedriegt. De arrangementen zijn uitdagend en de improvisaties zijn van topniveau, waardoor de aandacht van het publiek moeiteloos werd vastgehou-den. Naast begenadigd gitarist ontpopt Van Iterson zich steeds meer als een getalen-teerde componist. Behalve een prachtig gereharmonizeerde uitvoering van 'Body And Soul' waren alle stukken van de hand van Martijn zelf.

    'Streetwise' is zonder meer een hedendaagse jazzgitaar-cd van wereldklasse, die zich moeiteloos kan meten met het beste werk van topgitaristen als Jesse van Ruller en Peter Bernstein.

    Klik hier voor een fotoverslag van dit concert. Klik hier voor de Engelstalige versie van deze concertrecensie.

    Meer weten?
  • Klik hier voor onze cd-recensies van 'Streetwise'.
  • De website van Martijn van Iterson.

    (Dick Onstenk, 20.11.06) - [print] - [naar boven]





    Joe Henderson – 'In ’n Out' (Blue Note, 2004) ****

    Deze reeds in 1964 opgenomen cd heeft de tand des tijds ruimschoots doorstaan. Het is frisse moderne hardbop die – gelukkig - nog steeds door tallozen gespeeld wordt.

    Joe Henderson, die sinds zijn contract in 1992 met het label Verve plotseling doorbrak
    als één van de meest belangrijke tenorsaxofonisten in de jazz en vanaf dat moment alle toonaangevende jazzpolls won, bevond zich ten tijde van deze opname nog aan het begin van zijn carrière en zou gedurende de komende decennia tot het uitstekende tweede echelon van topsaxofonisten gaan behoren.

    Met behulp van trompettist Kenny Dorham, die ook op dit album meespeelt, kreeg Hen-derson een contract aangeboden bij Blue Note. Het resultaat was een aantal voortreffe-lijke opnamen in het begin van de jaren '60 met onder anderen Andrew Hill, Pete LaRoca, Lee Morgan en Bobby Hutcherson. Zo ook de cd 'In ’n Out', met Dorham, pianist McCoy Tyner, bassist Richard Davis en drummer Elvin Jones.

    Hendersons spel is dan al exemplarisch voor zijn speelwijze in de komende tijd. Zijn sound is fier, robuust en scherp, en zijn fraseringen zijn uitermate gevarieerd. In het uptempo titelnummer van de cd blijkt reeds zijn capaciteit om inside- en outside-licks virtuoos toe te passen en daarmee tijdloze muziek te creëren. De ritmesectie is superieur en pianist Tyner soleert hier al even intens en rapsodisch als we hem kennen van het John Coltrane Quartet. Kortom, de Blue Note-reissues zijn niet te versmaden.

    (Jacques Los, 20.11.06) - [print] - [naar boven]





    Wolfert Bredero in 'Kunststof'

    De onlangs uitgekomen cd 'One' van pianist Wolfert Brederode en drummer Joost Lijbaart staat hoog op mijn lijstje van beste Nederlandse jazz-cd's van dit jaar. Wolfert Brederode was deze week te gast in het NPS radioprogramma 'Kunststof'. Een interessant interview, dat voor degenen die deze uitzending gemist hebben
    hier alsnog te beluisteren is.

    Meer weten?
  • De website van Wolfert Brederode.

    (Cees van de Ven, 20.11.06) - [print] - [naar boven]





    Gefeliciteerd, Roswell!

    "I once saw Roswell Rudd play a show with Steve Lacy where he rapped about soap. At the time, in the confusion, I was unable to fully appreciate what it was he was doing. I thought it was avant, but now (with maturity and the grace of wisdom in age) I have come to realize that if anything, it was at least interesting, which is far more than I can say for most of the music that is coming down the pipe these days." Fred Jung van All About Jazz over de trombonist, die vandaag zijn 71e verjaardag viert.

    Terwijl wij hier op de redactie 'Everywhere' in de cd-lade schuiven - Rudds klassieker voor het Impulse-label uit 1966, waarop hij kundig wordt begeleid door Robin Kenyatta (as), Giuseppi Logan (fl, bcl), Lewis Worrell (b), Charlie Haden (b) en Beaver Harris (d) - kunt u het interview lezen, dat Jung met Rudd had in februari 2004. Ze spraken onder meer over zijn samenwerking met Steve Lacy, het New York Art Quartet en zijn nieuwe cd 'Broad Strokes' op Knitting Factory.

    Lees het hier.

    (Maarten van de Ven, 17.11.06) - [print] - [naar boven]





    Mazen Kerbaj - 'BRT VRT ZRT KRT' (Al Maslakh, 2006) ****½

    De lieflijkheid van gepruttel en gefoeter of de Libanese interpretatie van de muzikale vrij-heid. Natuurlijk gaat deze cd niet over Libanon, maar de muzikant komt wel uit Beiroet, de stad die bij voorkeur door nieuwslezer Philip Freriks altijd verkeerd wordt uitgesproken als 'bajroet'. Op het kruispunt van westerse en West-Aziatische cultuur (niet te verwar-ren met het verschil tussen bijvoorbeeld Nederland en Vietnam of Dubai en Nieuw-Guinea, want al die culturen zijn volgens sommige Europeanen op één oosterse hoop te gooien) wordt de muzikale kruistocht omgekeerd overgedaan. De titel zegt het al: gewoon ono-matopeeën die er toe doen als je je instrument, in dit geval de trompet, niet alleen goed beheerst, maar ook op avontuur wilt.

    Oké, de totale vrijheid wordt gesuggereerd, maar wel binnen een jazzkader, dat wil zeg-gen met suggesties van swing en relativering. In de praktijk is dat vooral veel geratel door middel van metalen platen tegen de trompet, maar dan wel met nieuw bedachte klanken. Dat geluid wordt plots aan het eind nog versterkt, doordat Mazen in het laatste stuk een rietmondstuk aan een kunststof buis naar zijn instrument verbindt, zodat er een soort abstracte blues ontstaat. Opvallend ontspannen en eerlijke muziek die we in Neder-land ook zouden moeten horen.

    Meer weten?
  • De Al Maslakh-uitgaven (nu zeven titels) zijn hier te zien en te bestellen.

    (Ken Vos, 17.11.06) - [print] - [naar boven]





    Time, geluid en harmonisch besef
    basclinic Hans Mantel, zondag 29 oktober 2006, Kraaij & Balder, Eindhoven

    Deze drie belangrijke pijlers voor elke bassist aldus Hans Mantel, kwamen ruimschoots aan de orde in een door hem gegeven basclinic. Voor dit door Stichting Live Jazz Promotions georganiseerd evenement had zich een zevental contrabassisten ingeschreven. Allen kwamen uitputtend aan bod. Een impressie van deze clinic.

    Mantel pleitte voor het bewust zijn van de bas in de jazztraditie, om van daaruit het eigen spel verder uit te bouwen. "Luisteren naar de grote bassisten van toen en van nu is van belang om te ontdekken en begrip te krijgen wat er zo bijzonder en persoonlijk is aan hun spel, wat hen maakt tot wie ze zijn en waarom ze zo spelen als ze doen."

    "Frasering in je solospel is heel belangrijk. Van saxofonist Lester Young is bekend dat hij zich verdiepte in de songteksten alvorens hij het uitvoerde. En de frasering van de tekst hoor je als je hem hoort spelen; het gaat met het ritme van je ademhaling mee. Een bas-sist hoort de grondtoon en de opbouw en functie van een akkoord, omdat hij daarop is getraind. Het is van belang om daar, bijvoorbeeld in een ballad, bovenop te zitten. Anders kan dat afbreuk doen aan een zorgvuldig opgebouwde spanning. Altijd eerst de grondtoon spelen moet je doen als je dat wilt, maar niet omdat je niet anders kunt. Speel hem uiteraard als de muziek daarom vraagt, maar het is ook een uitdaging om een ver-antwoord alternatief te vinden. Als de muziek er maar beter van wordt."

    "Ook moet de bassist hulp bieden bij het levend blijven van het ritme. Niet alleen harmo-nisch, maar ook door accentueringen en verrassende ritmische alternatieven. Die kunnen ervoor zorgen dat er iets spannends gebeurt en lokken weer interacties uit... Goede pia-nisten zullen in het begeleiden van bij voorbeeld vocalisten niet meteen over de melodie heen spelen, maar vooral in de rusten van de melodie aanvullingen en antwoorden spelen".

    Een van de deelnemers oppert dat hij bij het spelen van een standard soms gebrek heeft aan harmonische ideeën. Hans Mantel verzoekt hem ter illustratie iets te spelen. "Ik hoor dat je vingers soms achterblijven bij je ideeën. Een advies dat vaak geldt is: Hoe minder je doet, hoe beter het vaak is. Het scheppen van ruimte in muziek is heel belangrijk. Het exposeren van technische hoogstandjes gaat vaak ten koste van de essentie in het spel, dat is echt van belang. Virtuositeit op zichzelf is niet interessant; het is alleen een hulp-middel dat je inzet wanneer je ideeën daarom vragen."

    "Het is goed om te oefenen in het spelen van sterke, betekenisvolle frases, dat stelt je immers in staat om fraaie muzikale volzinnen te maken... Laat je muzikale verhaal of idee essentieel en zo compact mogelijk tot leven komen. Probeer ook met je registers te kleuren. Door je registers te gebruiken heb je een groot scala aan interessante harmo-nische mogelijkheden. Luister in dit verband maar eens naar de muziek van Bach. In de dienende functie als bassist moet je zorgen dat het liedje of de melodie een onderkant krijgt. Dat is de belangrijkste functie van je als bassist. Om het liedje of de melodie zelf hoef je je niet te bekommeren; dat wordt echt wel gespeeld. Bedenk: 'it’s all about the melody' of wat de solist op dat moment speelt. De bassist heeft, net als de andere begeleiders, de taak om dat er zo fraai mogelijk uit te laten komen."

    's Avonds werd een aantal aan de orde gekomen aspecten nogmaals doorgenomen en met de deelnemers gepraktiseerd. Gedurende de middag en avond werd Mantel uitste-kend ter zijde gestaan door pianist Jaap van der Voet en drummer Jeroen Ophoff. Ook de op uitnodiging aanwezige saxofonist Jaap van Arkel en gitarist Dick Onstenk leverden mooie muzikale momenten op in samenspel met Mantel en zijn begeleiders, maar ook met de aanwezige deelnemers.

    Aan wie het horen wilde heeft Hans Mantel op voortreffelijke en inzichtelijke wijze zijn baswijsheden doorgegeven. Moeiteloos wist deze geroutineerde causeur en ervaren bassist alle aandacht vast te houden. Zijn persoonlijke en sympathieke benadering van de deelnemers, het respect voor ieders kunnen en bovenal zijn deskundigheid werd door iedereen erg op prijs gesteld. Er kan niet anders worden geconcludeerd dan dat deze clinic ten volle is geslaagd.

    Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.

    Meer weten?
  • Klik hier voor een interview van Jacques Los met Hans Mantel.

    (Cees van de Ven, 16.11.06) - [print] - [naar boven]





    Oscar Peterson - 'Meets Roy Hargrove And Ralph Moore' (Telarc Jazz, 1996)

    De bezetting is die van een standaardkwintet uit de hardbop-periode: trompet, tenor-saxofoon, piano, bas en drums. Maar het gaat in het geval van pianist Oscar Peterson nooit om hardbop; zijn idioom is een milde (maar altijd swingende) vorm van mainstream-jazz, wel wortelend in de bebop, maar zonder scherpe kantjes. In deze sessie uit 1996 heeft hij zijn trio (met bassist Niel-Henning Ørsted Pedersen en drummer Lewis Nash) aangevuld met twee gastmusici van de nieuwe generatie van dat moment: trompettist Roy Hargrove en saxofonist Ralph Moore.

    Peterson, in een extra creatieve bui, schreef zeven nieuwe stukken in overwegend bluesy sfeer en vulde die aan met drie bestaande liedjes, waaronder de standard 'My Foolish Heart'. Achter de pittig spelende jonge blazers bewijst Peterson eens te meer een vrijwel ideale begeleider te kunnen zijn. Als solist is hij lekker op dreef in zijn specifieke eigen stijl, met ietwat funky akkoorden en altijd passende loopjes. Ørsted Pedersen en Nash zijn de rotsvaste basis, als immer.

    Deze recensie verscheen eerder in HVT Magazine.

    (René de Cocq, 15.11.06) - [print] - [naar boven]





    Amerikaans abdijbier eert Thelonious Monk

    De North Coast Brewing Company uit het Amerikaanse Fort Bragg brouwt sinds enige maanden een speciaalbier waarvoor Thelonious Monk, pianist en jazz-icoon, model stond. Het Belgian-style abdijbier met een alcoholpercentage van 9% heet - hoe toepasselijk - Brother Thelonious.

    "Being a huge fan of Monk and his music has made working on this project something special," vertelt Doug Moody, North Coast's Senior Vice-President en presentator van een eigen jazzprogramma op het lokale radiostation KMFB. "We're honored to be associa-ted with a world class organization like the Thelonious Monk Institute of Jazz and feel that this terrific beer will represent its namesake well." Van elke verkochte fles gaat er een percentage van de opbrengst naar het Monk Institute Of Jazz in Washington, D.C. ter ondersteuning van educatieve programma's op jazzgebied.

    Monks zoon Thelonious Monk Jr. was aanwezig bij de presentatie van het bier en was onder de indruk van de smaak van Brother Thelonious. "In any club in the world, a jazz musician would get a percentage of the door, never the bar. Isn't this wonderfully ironic that for once the musician gets a piece of the bar?"

    De North Coast Brewing Company, een Amerikaanse pionier op het gebied van de zwaar-dere bieren, opende in 1988 als een lokale brouwerij-annex-pub in Fort Bragg aan de Californische Mendocino-kust. Onder leiding van meesterbrouwer Mark Ruedrich vergaarde de brouwerij een sterke reputatie; ze won meer dan 70 onderscheidingen in nationale en internationale competities.

    Met dank aan: Down Beat

    (Maarten van de Ven, 15.11.06) - [print] - [naar boven]





    David Murray 4tet + Strings - 'Waltz Again' (Justin Time, 2005)

    Na alle projecten die de avontuurlijke tenorsaxofonist David Murray ooit aanpakte, be-hoort zijn experiment met strijkers tot het meest recente. Hoe dat bij deze jazzgooche-laar uitpakt, laat de Amerikaan meteen horen in het 26 minuten durende openingsstuk, de zevendelige 'Pushkin Suite'.

    Met strijkers wordt muziek snel de klassieke hoek ingetrokken. Dat gebeurt hier ook, maar hoe. David Murray zet de strijkers de ene keer in om er contrastrijk tegenin te blazen, een andere keer om onder zijn ongebreidelde solo's uitgesponnen vioolpartijen te span-nen. Maar Murray trekt de strijkers ook uit hun klassieke hokje; ze mogen swingen en improviseren van hem en dan gaan deze toevoegingen plots elementen vormen waarop Murrays kwartet kan aangrijpen.

    Deze prachtige suite bevat alles wat David Murray kan, maar ook de invloeden die hem tot zo'n belangrijke jazzmusicus hebben gemaakt. Ook in de andere vier stukken van het album is te horen hoe Murray met grote bezettingen - zijn kwartet plus vijf violisten, twee altviolisten, twee cellisten en een contrabassist - jazzmuziek een volstrekt nieuw gezicht kan geven.

    Deze recensie verscheen eerder in het Brabants Dagblad.

    (Rinus van der Heijden, 14.11.06) - [print] - [naar boven]





    Cocqolumn #5
    Het parket van de Carrouselzaal


    "Alles is anders dan vroeger, het North Sea Jazz Festival is verhuisd, het Bimhuis is ver-huisd, (bijna) alle jazzmuzikanten komen van het conservatorium. Maar mijn herinnering aan mijn eerste North Sea is nog levend. Juli 1988, twee dagen jazz in Den Haag, en ik heb na afloop een persoonlijk verslag geschreven, dat ik onlangs terugvond in een plak-boek."

    De hardheid van het parket in de Carrouselzaal, "dat zich als een vlijmscherp mes door je ledematen schijnt te willen werken", staat René de Cocq nog haarscherp voor ogen. "Is dit nu het North Sea Jazz Festival? Deze voortdurende teistering van lijf en leden, dit chronische Turkse bad, dit geschuifel door etende en drinkende en vooral zwetende medebezoekers, dit steeds weer moeten aansluiten aan de rij bij weer een ander zaaltje waarin zich iets afspeelt dat er op papier veelbelovend uitziet?"

    Klik op de button om de column te lezen.

    (Maarten van de Ven, 14.11.06) - [print] - [naar boven]





    E.S.T. - 'Tuesday Wonderland' (ACT, 2006)

    Wanneer je naar 'Seven Days Of Falling' luistert en aanneemt dat de grenzen zo onge-veer wel bereikt zijn, bijvoorbeeld bij de opbouw en de climax van het nummer 'Elevation Of Love', is er geen beter vervolg denkbaar dan 'Tuesday Wonderland'. Het album opent rustig, maar 'Fading Maid Preludium' kent geen opbouw zoals we die gewend zijn van het Esbjörn Svensson Trio. De climax komt hard en onverwacht halverwege het nummer. Dit belooft wat voor de rest van de plaat. Bij het tweede nummer keren de welbekende klan-ken van de uitgesponnen bas, de doorlopende pianosolo en de lichte, doch aanhoudende drums terug. Het doet erg denken aan 'Seven Days Of Falling', maar de muzikale grenzen en mogelijkheden lijken toch wat verlegd te zijn.

    'The Goldhearted Miner' is een ballad waarbij gek genoeg gebruik wordt gemaakt van een banjo-achtig geluid. Vaak zijn deze trage nummers bij E.S.T. redelijk 'cheesy' en op het randje, daarop is 'The Goldhearted Miner' helaas niet echt een uitzondering. Gelukkig ont-breekt bij deze ballad wel het stemgeluid van Esbjörn himself, want eerlijk gezegd was dit op de hidden track van 'Seven Days Of Falling' niet erg succesvol. Het vierde nummer van het album, 'Brewery Of Beggars', is een uptempo en opzwepend stuk. Het blijft eerst nogal eentonig, maar ontwikkelt zich later met de strijkende Dan Berglund op contrabas met distortion - zodanig vervormd dat je associaties krijgt met het hardrockgitaargeluid van Zappa of Vai - om vervolgens weer terug te keren tot enkele minimale tonen. Deze resulteren dan in het vervolgnummer 'Beggar’s Blanket', dat zeer minimaal en zweverig blijft en wel iets weg heeft van de IJslandse electro/ambientformatie Sigur Rós.

    Het nummer dat hierop volgt, kan er bijna niet meer van verschillen. 'Dolores In A Shoe-stand' is vrolijk, eindigt soms net op een onverwachte toon en is ofwel live opgenomen, of er is gebruik gemaakt van live-effecten. Mensen klappen mee, zingen mee en applau-disseren. Ik mis hier echter wel juist die freak- en experimenteerdrift die E.S.T. eigen is. 'Where We Used To Live' is beslist één van hun betere ballads, het heeft een zware bluesy feel, de solo is niet te lang en uitgesponnen, maar to the point en krachtig en straalt toch rust uit. Svensson raakt hier de goede noten op de goede plek. 'Eighthund-red Streets By Feet' is eigenlijk wel een geijkte E.S.T.-compositie, hoewel ietwat myste-rieuzer en sfeervoller. Met name de geluiden in de laatste minuut van het nummer geven meer een sfeer weer dan een verhaal. Dit valt overigens op te merken over de gehele cd. Er zijn niet meer climaxen, de cd is niet veel heftiger dan vorige, maar sferischer, experi-menteler en gericht op het verkennen van de scheidingslijn tussen klank en betekenis.

    Het stuk 'Goldwrap' is ook te beluisteren op hun website. Een stuk waar ze trots op zijn blijkbaar, maar dat mag ook wel. Hier laten ze zien, dat het maken van muziek met gevoel nog steeds het beste is wat ze kunnen. Het klinkt simpel, maar het heeft net die lading die een muziekstuk nodig heeft om iemand te raken. Het voorlaatste nummer is weer een ballad, maar met een ander tintje, daar zorgt de bassist in dit geval voor. Verder blijft het stuk enigszins op één niveau: geen uitschieter. Het laatste nummer van het album begint bijna als een klassiek hardrocknummer en is een voortzetting of reprise van het eerste nummer. Er zitten in dit nummer jammer genoeg minder climaxen en het einde is voor mijn gevoel zelfs een anticlimax. Dezelfde minimalistische klanken zoals bij 'Beggar’s Blanket' keren terug.

    Ook deze cd heeft een hidden track. Dit is misschien wel het ultieme sferische experi-ment, het nummer is meer een soundscape dan een echte compositie. Hopelijk karak-teriseert dit nummer wat Svensson nog meer voor ons in petto heeft. Want na het luisteren van de cd voel ik toch nog een gemis. Van mij mogen ze de sluizen nog wat verder openzetten en nog meer dan nu het sferische en experimentele combineren met de heftigheid en climaxen die soms te vinden zijn bij E.S.T.

    (Alexandra Mientjes, 13.11.06) - [print] - [naar boven]



    European Jazz Competition gelanceerd

    De tweejaarlijkse European Jazz Competition (EJC), een samenwerking tussen de partners European Broadcasting Union (EBU), het North Sea Jazz Festival en de Stichting Euro-pean Jazz Competition, werd donderdag 2 november jl. in Delft bekrachtigd met het tekenen van een officiële overeenkomst. De EBU produceert via haar netwerk van Euro-pese publieke omroepen de voorronden en de selectie van vier finalisten. De finale vindt plaats tijdens het North Sea Jazz Festival 2007 en wordt georganiseerd door de Stichting European Jazz Competition. De EBU verzorgt daarvan Europese radio-uitzendingen.

    Mede-intiatiefnemer van de European Jazz Competition, de Stichting Dutch Jazz Competi-tion, is verheugd dat ook de laatste winnaar van het Nederlandse jazzconcours, Franz van Chossy Trio, als vijfde groep aan de Europese finale zal deelnemen. De Europese en Nederlandse varianten van de Jazz Competition worden vanaf 2007 jaarlijks afwisselend georganiseerd. De Dutch Jazz Competition vindt daardoor voor het eerst weer plaats in 2008.

    Jan Willem Luyken, directeur van het North Sea Jazz Festival, is eveneens blij met dit Europese initiatief. "Door de jaren heen hebben we op het gebied van jazztalent een verschuiving gezien van merendeels Amerikaanse naar ontzettend veel Europese groepen. Het is natuurlijk fantastisch dat er nu een competitie komt met een topafvaardiging van aanstormend talent uit Europa, en dat de finale ervan plaats vindt op het North Sea Jazz Festival."

    Bron:
    E-ventmagazine

    (Maarten van de Ven, 13.11.06) - [print] - [naar boven]





    Nieuw werk van As Guests in Jazz at the Crow
    vrijdag 13 oktober 2006, Kraaij & Balder, Eindhoven

    Het is alweer enkele jaren geleden (2004) dat As Guests de Pim Jacobs Muziekprijs en de Dutch Jazz Competition won. Daarna kwam hun cd 'Enter > As Guests' uit en nu was het podium aan Michal Vanoucek (Tsjechië, piano), Miro Herak (Slowakije, vibrafoon), Janos Bruneel (België, bas) en Vinsent Planjer (Nederland, drums) om hun muzikale progressie te laten horen. En inderdaad, dit multiculturele gezelschap is uitgegroeid tot een homogeen, en bondig kwartet. Zelfs met nieuweling Vinsent Planjer in hun gelederen. Ze speelden een afwisselend en aansprekend programma. Luie laid back-stukken werden afgewisseld met opzwepende en uptempo composities, waarbij invloeden van diverse wereldmuziek geïncorporeerd werden.

    As Guests klinkt fris en eigentijds, maar steeds doorklinken hun wortels in de jazztraditie. De composities oren aangenaam, toegankelijk en het swingt de pan uit. Nergens is echter sprake van gemakzucht of oppervlakkigheid. Integendeel, het zijn vaak complexe stukken, maar ze worden gespeeld alsof het een eitje is. En Planjer verdient alle lof voor de manier waarop hij zich in korte tijd het repertoire wist eigen te maken. Het samenspel van piano en vibrafoon, de versmelting en het elkaar bijna telepathisch muzikaal vinden van de twee Oost-Europeanen Vanoucek en Herak: het was effectief en bewonderenswaardig. Ondanks hun jeugd speelden zij gerijpt en doorwrocht.

    Janos Bruneel is een bassist die in elk gezelschap een rol van betekenis speelt. Hij heeft goede ideeën, een trefzekere intonatie en een toon om te omarmen. Boeiend waren zijn chorussen met of zonder dubbelgrepen, zoals in 'Sunset Boulevard'. De wisselingen van tempi en grooves, van heftig expressief naar rustig meditatief, werden beheerst en vloeiend uitgevoerd. Komend van een complexe maatsoort en unisono riffs, ging het plotseling moeiteloos over in onbedaarlijke swingtime, inclusief een vette walking bass. Dit alles en meer maakte dit concert tot een bijzondere belevenis.

    Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.

    (Cees van de Ven, 12.11.06) - [print] - [naar boven]



    Nieuwe cd-recensies in Onze draai

    Draai-bezoekers van het eerste uur zullen zich de rubriek 'Onze draai' nog wel herinneren. Sinds de cd-recensies gewoon op de homepage verschijnen, lijdt deze pagina een min of meer slapend bestaan, af en toe onderbroken door een recensie die om wat voor redenen dan ook niet als aparte blog kon worden geplaatst.

    Hoogste tijd dus voor een injectie nieuw bloed met acht korte cd-recensies van René de Cocq. Hij bespreekt (al dan niet) nieuwe releases van Houston Person, Simply Bass, Mike Stern, Ray Brown, State Of Monc, Billie Holiday, Peter Giger en Nat King Cole. Klik
    hier om ze te lezen.

    Deze recensies verschenen eerder in HVT Magazine.

    (Maarten van de Ven, 10.11.06) - [print] - [naar boven]





    IJslandse jazz is mix van mondiale invloeden
    European TryTone Festival, vrijdag 3 november 2006, Paradox, Tilburg

    Wie vrijdagavond naar Paradox was getogen om een antwoord te krijgen op de vraag 'Wat is IJslandse jazz?', zit waarschijnlijk nu nog met die vraag in zijn maag. Want de drie groepen die in het kader van het International TryTone Festival uit het hoge noorden waren afgezakt, lieten een concreet antwoord achterwege. In plaats daarvan mag worden geconcludeerd, dat IJslandse improviserende musici hun bouwstenen uit muzikale werelden van overal vandaan halen.

    Het festival kreeg een niet verwacht begin toen Napoli 23 plaatsnam op het podium. Met twee gitaren, viool en slagwerk werden luie klanklandschappen geschapen, vol tere en uitvloeiende, lang aangehouden melodielijnen. Is dit jazz? Jazeker, en tevens het bewijs dat de wereld grenzenloos is voor IJslandse improvisatoren. Zoals Eivind Kang zijn viool behandelde leek het instrument de ene keer op een sitar en dan weer op een pipa (Chinese luit). De totaalklank van het kwartet kwam het dichtst bij de dromerige muziek van Stephan Micus.

    Van geheel andere orde was Flis, een trio jonge muzikanten. Pianist David Thor Jonsson gaf er blijk van graag in het binnenste van zijn instrument te grabbelen. Ook het gebruik van trompet deed hem zichtbaar goed. Het trio zat het dichtst tegen West-Europese geïmproviseerde muziek aan en gaf in die hoedanigheid ook blijk van humor door een compositie 'The Wonderful World Of Written Music' te noemen.

    Uitsmijter en klapper van de avond was Tyft, opnieuw een trio, maar nu een dat de oerkrachten in jazz trachtte los te weken. Dat ging met duivels geweld, in ijltempo en hoog volume. In de groep zat als spin in een web de Amerikaanse slagwerker Jim Black. Hij droeg als het ware de muziek, die verder werd vertolkt door de altsax en basklarinet van Andrew D'Angelo en de gitaar van Hilmar Jensson. Zo bescheiden als deze laatste zich opstelde in Napoli 23, zo 'gewelddadig' was hij hier. Zijn pregnante gitaargeluid vulde de gehele ruimte. Maar boven alles spande zich het majestueuze slagwerkgeluid van Black. Met een jagende en speurende altsax en de exploderende gitaar ontspon zich hier jazz in de puurste vorm. Opvallend was het krachtspel van D'Angelo. Met gebroken akkoorden, talloze tempowisselingen en een onverbiddelijke toon deed hij terugverlangen naar de ooit zo goede dagen van altsaxofonist Courtney Pine.

    Deze recensie verscheen eerder in het Brabants Dagblad.

    Meer horen?
  • Op de site van zaterdagavond@vpro kun je een online-registratie horen van het European TryTone
        Festival 2006 op 4 november jl. in het Bimhuis.

    (Rinus van der Heijden, 9.11.06) - [print] - [naar boven]





    Chet Baker – 'In New York' (Riverside, 2001) ****

    Met de regelmaat worden reissues uitgebracht van voormalige importante jazzlabels. De firma Fantasy (inmiddels overgenomen door Concord) brengt onder de titel Original Jazz Classics vroegere lp's van onder andere Riverside, Prestige en Contemporary geremas-tered uit op cd, vaak aangevuld met bonustracks.

    Al enige tijd is bovenvermelde cd verschenen. De oorspronkelijke opname is uit september 1958. In die periode speelt de controverse West Coast- versus East Coast-jazz. Dé ex-ponent van de West Coast-jazz, ook wel cool jazz genoemd, is trompettist Chet Baker. Hij heeft op deze cd een viertal voortreffelijke hardbopmuzikanten om zich heen ver-zameld. Het resultaat is dan ook dat er no-nonsense, straight ahead swingende warm-bloedige jazz wordt gemaakt en dat de grenzen tussen cool jazz (West Coast) en hard-bop (East Coast) geheel vervagen.

    Op drie van de zeven tracks is tenorist Johnny Griffin naast Baker de tweede belangrijke solist. Hij verkeert in een glanzende vorm. Voor zijn doen speelt hij ingetogen. Zijn toon
    is robuust juichend en zijn techniek en muzikale ideeën zijn van bijzondere klasse. Luister naar zijn magnifieke interpretatie van de medium ballad 'Blue Thoughts'. Velen van ons hebben deze Little Giant gelukkig vele malen op de vaderlandse podia kunnen beluisteren in de zeventiger en tachtiger jaren. De pianokruk wordt bezet door Al Haig, een blanke boppianist die furore maakte in de jaren '40 door geruime tijd met Parker en Gillespie te spelen. Zowel solistisch als begeleidend is hij uiterst competent, hoewel niet echt spec-taculair. De ritmesectie bestaat verder uit bassist Paul Chambers en drummer Philly Joe Jones. Dan heb je wel wat! Beter kan haast niet. Dat wist Miles Davis ook al.

    In de jaren '50 was Chet Baker een 'rising star'. Hij had alreeds een groot aantal platen gemaakt met het Gerry Mulligan Quartet en onder eigen naam met onder anderen de pianisten Russ Freeman, Dick Twardzik en Bobby Timmons en de altisten Bud Shank en Art Pepper. Wellicht mede door de geweldig swingende ritmesectie improviseert Baker hier zeer gespierd, trefzeker en met technisch bravoure. Zowel in up-tempo nummers (zoals 'Hotel 49'), als in de ballad 'Polka Dots And Moonbeams' en de easy medium blues 'Soft Winds' speelt hij geconcentreerd en intens. Fantasievol improviseert hij over de chorus-sen.

    Het is goed dat vroegere lp's - en zeker deze – wederom op de markt verschijnen. Voor een nieuw, hopelijk jong, publiek en om de stukgedraaide lp's te vervangen.

    (Jacques Los, 9.11.06) - [print] - [naar boven]





    Metropole Orkest moet alle zeilen bijzetten

    "Het Metropole Orkest, een van de vlaggenschepen van de Nederlandse muziek, dreigt
    in zwaar weer te raken. Door de bezuinigingen bij de omroep moet er een allengs groter wordend gat worden gedicht. Gaat dat lukken met populaire projecten rond Marco Borsato cum suis?"

    Eddy Determeyer ging op onderzoek uit en besprak de te volgen koers met Anton Kok, directeur van het Muziekcentrum voor de Omroep in Hilversum. Over de niet aflatende zoektocht naar politieke legitimatie van een van de belangrijke iconen van de Neder-landse cultuur. Kok vertelt over de dubbele koers van het Metropole Orkest: naast het uitvoeren van projecten op het gebied van jazz, niet-westerse muziek en modern klas-siek, wordt het begeleiden van artiesten in het zogeheten Nederlandstalige genre een belangrijk aandachtspunt in het beleid.

    Klik hier om het volledige artikel te lezen.

    (Maarten van de Ven, 8.11.06) - [print] - [naar boven]





    Tom Chant - 'Sharif Sehnaou Cloister' (Al Maslakh Recordings, 2006) ***½

    Saxofonist Chant uit Londen en gitarist Sehnaoui uit Libanon gaan hier op ouderwets doortastende klankexploratie, met veel aandacht voor elkaars dynamiek. De sopraan-saxofonist let vooral op de relatie geluid en ruimte, terwijl de gitarist veel werkt met variaties in het timbre van zijn instrument. Chant werkt graag met korte, droge geluiden, zelden uitmondend in spel waarin de saxofoon op een meer traditionele manier te horen is. Sehnaoui strijkt en wrijft driftig met allerlei gebruiksvoorwerpen, maar van de klankkast van zijn instrument merkt de luisteraar ook al vrij weinig.

    Dat levert soms een ongemakkelijk, want niet altijd even rustig klankbeeld op. Compen-satie vinden we echter geheel in de boeiende wisselwerking tussen de musici, die voort-durend minder voor de hand liggende keuzes maken. Zo worden leuke grappen met rit-mische patronen gesuggereerd in het laatste stuk. De drie lange improvisaties zijn geheel verschillend qua opbouw en klank, maar vergelijkbaar qua dynamiek en intensie. Wie in is voor jonge, originele klankexperimentatoren, moet toch eens deze cd beluisteren.

    Meer weten?
  • De website van Al Maslakh.
  • (Ken Vos, 8.11.06) - [print] - [naar boven]





    Interview Willem van Manen

    "Helaas is de hele Nederlandse jazzscene de laatste jaren achteruit gekacheld. De infra-structuur, die door mensen als Mengelberg, Breuker, Dulfer en mijzelf destijds is bedacht, bestaat amper nog. Wij stonden aan de basis van de opleving aan het eind van de zes-tiger jaren. Wij bepaalden niet alleen de muzikale vernieuwende ideeën, maar beseften eveneens dat er een organisatie voor nodig was. Middels de Stichting Jazz in Nederland hebben we dat van de grond getild."

    Jacques Los had een uitgebreid interview met trombonist/bandleider/componist Willem van Manen. Lees het hier.

    (Jacques Los, 7.11.06) - [print] - [naar boven]





    Marc van Vugt & Ineke Vandoorn - 'Dawn' (Timeless/NPS, 2006)

    Gitarist Marc van Vugt en zangeres Ineke van Doorn (artiestennaam Vandoorn) hebben iets met grotere bezettingen. In 2004 maakten ze een bijzonder album ('Van Doesburg Suite') met hun semi-bigband Big Bizar Habit, en nu is ook (alsnog) uitgebracht een project dat ze in 2002 opnamen met het Metropole Orkest. Eigen stukken van Van Vugt (muziek) en Van Doorn (tekst), eerder geschreven voor BBH en het trio Vandoorn, speciaal gearrangeerd door Van Vugt en Jeff Beal.

    Van Doorn zingt en scat goed, Van Vugt speelt goed, de songs zijn interessant, maar de hoofdrol is hier voor het orkest, een unicum in de internationale lichte muziek, dat onder leiding van Vince Mendoza en John Clayton sublieme backings levert, en hier en daar nog wel meer dan dat. Een wonderbaarlijke mix van strijkers, blazers en ritme, perfect samen-spelend, met in de eigen gelederen sterke solisten. Een bijzonder intermezzo is 'Hyoshi', zonder stem, voor alleen de strijkers van het Metropole en het Gustav Klimt String Quartet.

    Deze recensie verscheen eerder in HVT Magazine.

    (René de Cocq, 6.11.06) - [print] - [naar boven]





    Aanvulling interview Dino Saluzzi

    Hugo de Vries had een interview met bandeonist Dino Saluzzi, van wie aanstaande zon-dag tussen tien en twaalf uur 's avonds een integraal concert vanuit Muziekgebouw aan 't IJ wordt uitgezonden door de Concertzender. Door een technisch mankement ontbrak daarin een belangwekkende passage over schoonheid. Saluzzi zegt daar onder meer het volgende over: "Schoonheid heeft geen nationaliteit. Het wordt niet met een persoon geboren en sterft niet met een mens. Schoonheid is een deel van de maatschappij. Zonder schoonheid geen communicatie. Schoonheid bindt ons allen en dat bindende effect is er ook in de muziek."

    Klik hier om het gecompleteerde interview te lezen.

    (Maarten van de Ven, 6.11.06) - [print] - [naar boven]





    Een muzikale conferentie
    Herb Robertson Quintet 'NY Downtown Allstars', woensdag 4 oktober 2006, Paradox, Tilburg

    De verwachtingen waren hooggespannen met dit selecte gezelschap freejazzers. Hun concert bestond uit één lange set in quasi-suitevorm, waarin iedereen ruimschoots aan het woord kwam. Dat wil zeggen voor zover de kaders met veel uitgeschreven partijen dat toelieten.

    Altsaxofonist Tim Berne, die ook al met Robertson speelde op diens onlangs heruitge-brachte en
    hier gerecenseerde cd 'X-Cerpts: Live At Willisau', heeft een fraai, bijna klassiek geluid dat hij regelmatig etaleerde. Op andere momenten zocht hij expressie in flageoletten en vervormde en verdraaide hij zijn saxgeluid alsof hij vreemd ging. Silvie Courvousier speelde een subliem concert. Zij is een fascinerende creatieve pianiste die beschikt over een rijk arsenaal aan klanken en kleurend vermogen. Hierbij schuwt ze niet om attributen als een metalen kogel en gaffertape op de snaren los te laten. Ze maakte gebruik van het gehele klavier en wist zodoende zowel lichtere majeur- alsook donkere mineur-getinte improvisaties spannend te verklanken.

    Bassist Mark Dresser speelde stevig en creatief zoals we van hem gewend zijn. Daarbij regelmatig gebruik makend van klankmanipulatieapparatuur. Hij was met drummer Tom Rainey - die opvalt door zijn onopvallend, wars van uiterlijk vertoon, maar inhoudelijk rijk basaal en solistisch spel - de betrouwbare onderbouw en ritmische motor van het kwintet. Robertsons composities wisselden rustige passages af met enerverende, heftige passages. Hijzelf was weer nadrukkelijk muzikaal aanwezig en speelde vitaal, energiek en eruptief. Hij sputterende, growlde en hyperventileerde zijn notenreeksen veelal in de hoge registers van zijn trompet.

    Dit concert klonk als een conferentie waarbij iedereen zijn ideeën voor een muzikaal bouwwerk inbracht. Dit leidde vervolgens tot instemming en bijval of tot het aandragen van verhelderende alternatieven. Het resultaat was een bouwwerk dat de toehoorders spannende en verrassende in- en doorkijkjes bood, waarbij iedereen wel naar gelang passende en 'behaaglijke' plekjes kon vinden.

    Toch ontkwam je niet aan de indruk dat hier nog niet echt het optimale resultaat klonk van een working band. Daarvoor ontbrak het soms aan trefzekerheid, compactheid en allertheid in de interacties. Mogelijk dat deze formatie met dit repertoire nog te weinig speeluren had om werkelijk maximaal te kunnen overtuigen.

    Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.

    (Cees van de Ven, 5.11.06) - [print] - [naar boven]



    MuziekWeb blijft digitaal jazz uitlenen

    De Centrale Discotheek Rotterdam (CDR) gaat door met het gratis digitaal uitlenen van muziek. Op 4 november 2005 startte de CDR met een landelijke proef van een jaar om digitaal muziek uit te lenen via
    MuziekWeb. En met succes: tijdens de proefperiode zijn al meer dan een half miljoen tracks digitaal geleend. Genoeg reden voor de CDR om de proef tot 1 januari 2008 te verlengen.

    Vanaf 3 november zijn ook weer nieuwe labels toegevoegd aan het aanbod. Hiermee komt het totaal aantal digitaal te lenen albums uit op 6000. Op jazzgebied zijn nu ook de cd's van het label Jazz 'n Pulz te leen, met onder anderen de zangeressen Fay Claassen en Francien van Tuinen en de pianisten Ted Rosenthal en Kenny Werner.

    Meer weten?
  • Klik hier voor ons eerdere bericht over digitaal lenen via MuziekWeb.

    (Maarten van de Ven, 5.11.06) - [print] - [naar boven]





    Don Cherry – 'Symphony For Improvisers' (Blue Note, 2005)
    Opname: 1966

    Even als Ornette Colemans 'Free Jazz', John Coltrane's 'Ascension' en Dave Burrells 'Echo' kan Don Cherry's 'Symphony For Improvisers' een collectieve vrije improvisatie genoemd worden. Midden jaren '60 stond bol van de vernieuwing in de jazz (en niet alleen in de jazz). Het waren roerige jaren waarin de free jazz hoogtijdagen kende.

    Cornettist Don Cherry, die al naam had gemaakt in het kwartet van Ornette Coleman, toerde in die tijd regelmatig door Europa. Hij maakte opnamen voor het Franse BYG label (zoals in 1969 'Mu First Part' en 'Mu Second Part') en formeerde een internationaal kwintet. Met enkelen uit dat kwintet - tenorsaxofonist Gato Barbieri, vibrafonist Karl Berger, bassist Jean-Francois Jenny-Clark – aangevuld met Pharoah Sanders op piccolo en tenorsax, bassist Henry Grimes en drummer Ed Blackwell nam hij in september 1966 dit album op.

    In het circa 20 minuten durende 'Symphony For Improvisers' is één van de belangrijkste solisten Sanders op piccolo; in de jazz een niet al te vaak toegepast instrument. Het pregnant scherpe geluid is zeer dominant. Virtuositeit op deze mini fluit kan Sanders
    niet ontzegd worden. Het 'aangenaamste' deel van de 'Symphony' is het ouderwets swingende laatste stuk met spannende soli van Cherry, Berger en Sanders.

    'Manhattan Cry', het tweede en laatste lange stuk van de cd, is meer gestructureerd dan het voorgane. Na het ballad-intro, fraai geblazen door cornettist Cherry en even fraai begeleid - in dit geval op piano - door Berger, krijgt Barbieri in het medium up-tempo deel 'Lunatic' de gelegenheid met zijn bekende growl-geluid uit te pakken. Na die energieke solo doet Sanders het nog eens dunnetjes over in het derde deel van de suite, 'Sparkle Plenty'. In dit razend snelle nummer soleert vibrafonist Berger zeer competent. In het vrije laatste deel 'Om Nu' is er soloruimte voor Sanders, Berger en Cherry en collectieve improvisaties voor het gehele ensemble.

    De twee suites zijn exemplarisch voor de vrije benadering van de jazz, die vanaf die periode gedurende meer dan een decennium niet alleen controversen zou oproepen, maar ook het jazzspectrum zou wijzigen. Het is goed wederom kennis te kunnen nemen van de hoogtepunten van de toenmalige free jazz, waaruit huidige belangrijke hedendaagse improvisatoren hun inspiratie hebben kunnen putten.

    (Jacques Los, 4.11.06) - [print] - [naar boven]





    Dutch Dare brengt Nederlandse topjazz naar Australië

    Op het Wangaratta Festival Of Jazz is de Nederlandse inbreng dit jaar opvallend groot. Available Jelly, het ICP Orkest, het Eric Boeren 4tet en het Tobias Delius Quartet zullen op 3, 4 en 5 november optredens verzorgen op dit belangrijkste jazzfestival van Australië.

    Deze concerten vinden plaats in het kader van 'Dutch Dare', een hedendaags, multi-disciplinair cultureel programma van Nederlandse activiteiten in Australië, in het kader van de viering van 400 jaar bilaterale betrekkingen tussen Nederland en Australië. Dit programma is op verzoek van de Nederlandse ambassade te Canberra en in opdracht van de ministeries van Buitenlandse Zaken en OCW samengesteld door de Stichting Inter-nationale Culturele Activiteiten, de Mondriaan Stichting en het Fonds voor de Amateur-kunst en Podiumkunsten.

    Overigens zullen Available Jelly en het ICP voordat ze terugkeren naar Nederland en aansluitend op het festival nog een drietal optredens verzorgen in Australië, te weten in Adelaide, Brisbane en Sydney. Saxofonist Tobias Delius komt met zijn kwartet eerst naar Nederland voor tweetal concerten in Amsterdam (Bimhuis, 16/11) en Tilburg (Paradox, 17/11), alvorens af te reizen naar Duitsland en Oostenrijk voor een kort tourneetje.

    Meer weten?
  • Klik hier voor een artikel over 'Dutch Dare & Beyond' op de website van The Age, met onder meer een
        interview met Tobias Delius.

    (Maarten van de Ven, 3.11.06) - [print] - [naar boven]





    Roberta Gambarini - 'Easy To Love' (Groovin' High/Kindred Rhythm, 2006) ****

    De Italiaanse zangeres Roberta Gambarini, die in ons land nog geen grote bekendheid geniet, wordt op deze opname terzijde gestaan door Tamir Hendelman (piano), Gerald Clayton (piano in 'Only Trust Your Heart'), bassisten John Clayton en Chuck Berghofer, drummers Willie Jones III en Joe La Barbara en speciale gast James Moody (tenorsax & vocals in 'Loverman' en 'Centerpiece').

    Gambarini's stem is warm en aangenaam. Ze beschikt over een goede dictie en frasering, is trefzeker in haar intonaties en heeft een groot bereik, zoals te horen is in 'On The Sunny Side Of The Street' waarin ze ook haar scatvermogen etaleert. Een imponerende uitvoering zonder meer! Om haar vocalisme enigszins te duiden kan Sarah Vaughan als referentiepunt dienen.

    Met dit album geeft zij ook blijk van haar arrangeerkwaliteit. 'Lover Come Back To Me', in up-tempo, is daarvan een heerlijk swingend bewijs. Het repertoire, bestaande uit min of meer bekende titels uit het Great American Songbook, is dus niet bijzonder, maar deze verpersoonlijkte vertolkingen van Roberta Gambarini maken er toch weer iets spraak-makends van.

    (Cees van de Ven, 1.11.06) - [print] - [naar boven]





    Take Ten Marc Mommaas

    In een nieuwe aflevering van onze rubriek Take Ten worden de vragen beantwoord door de in New York woonachtige saxofonist/componist Marc Mommaas. "Vanaf het eerste moment dat ik in New York was, wist ik dat ik daar thuis hoorde. Er is daar een enorme diversiteit aan muziekstijlen en scenes. Muzikanten van over de hele wereld komen naar New York om hun muzikale kwaliteiten verder te ontwikkelen," verklaarde Mommaas zijn woonplaats in een interview met Henk Aalbers (De Gelderlander, 18 november 2004).

    De saxofonist bracht als leider tot nu toe drie cd's uit: 'Global Motion Trio' (1999), 'Global Motion' (2003) en 'Balance' (2005). Uit onze recensie van 'Global Motion': "Mommaas' saxgeluid is warm en zangerig en zijn soli getuigen van een grote rijkdom aan smaakvolle ideeën en intensiteit."

    Klik op hier om Mommaas' Take Ten te lezen.

    (Cees van de Ven, 1.11.06) - [print] - [naar boven]


    Lees verder in het archief...






  • Menupagina's:

    Redactieadres:

    Hoekstraat 1 B17
    3910 Neerpelt
    België
    (0032) 11747180
    (0032) 498788554

    Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
    Mail de redactie.