Tenorsaxofonist Von Freeman zat ook in het eerste orkest van pianist, componist en ziener Sun Ra. "Hij heette toen nog gewoon Sonny Blount. Hij heeft altijd op dezelfde manier gewerkt, droeg dezelfde kledij. Hij was iedereen veertig jaar voor, zonder meer. Hij nam me in zijn orkest op omdat iedereen in Chicago beweerde dat ik 'fout' speelde - hij mocht dat wel. Dat percussie-instrumentarium gebruikte hij toen ook al. Het is nu [1977] in de mode, heb ik gemerkt, maar hij was er indertijd al mee bezig."
In 1977 en 2005 sprak Eddy Determeyer met Von Freeman, Vonski voor intimi.
Cd
Jeanfrançois Prins - 'Blue Note Mode'
GAM, 2024
Wat ons meteen opviel aan deze cd van de Belgische gitarist Jeanfrançois Prins was de Rudy Van Gelder-sound: clean, analytisch, retro. Volledig passend in dit Blue Note-huldebetoon, inclusief de blauwige foto op de hoes, met een mythische Gibson (met synthesizerelement!). De foto's in het boekje tonen dat Prins blijkbaar toch op een andere gitaar speelde bij de opnames. Zijn kompanen hebben allen een indrukwekkende staat van dienst: iets waar je hier met volle teugen kunt van genieten.
De gitarist-notentovenaar - zonder ooit te overdrijven - is niet alleen technisch sterk maar kent zijn fretboard als zijn broekzak en pakt uit met erg mooie solo's, arpeggio's en begeleidingswerk. De sappige klank van zijn hollow body matcht perfect met de sound van de overige instrumentalisten in de originele mainstreamcomposities (vier van eigen hand, ook van o.a. Michel Herr, Wayne Shorter, Ornette, Monk en Clifford Brown). Het is een lust voor het oor de muzikanten zonder enig druk gedoe hun impro's te horen uitwerken, vol energie en swing: de techniek staat de muzikaliteit geen ogenblik in de weg, less is more overheerst. En als het complex wordt, wandelt ook dan iedereen (schijnbaar) moeiteloos door de progressies.
Mooi is ook dat dit album geen dominante gitaar-cd is geworden. Het is duidelijk: dit is een must-listen voor elke serieuze jazzliefhebber. Prins plaatst zichzelf in de reeks groten uit de Belgische gitaarjazz - als hij dat al niet gedaan had.
Jeanfrançois Prins (gitaar, zang), Danny Grissett (piano), Jay Andersen (bas), E.J. Strickland (drums), Jeremy Pelt (trompet), Jaleel Shaw (altsax)
Tekst: Marc Van de Walle | Deze recensie verscheen ook in Jazz&mo'
Concert Van zonnig Californië naar herfstig Frankrijk
Judy Niemack Trio, dinsdag 16 september 2025, De Smederij, Groningen
Honderd procent jazz, dat is vocaliste Judy Niemack. Van binnen en van buiten. Wanneer pianist Barney Green of bassist Joris Teepe soleren staat ze breed glimlachend te luisteren en te deinen. Zelf zingt ze hoegenaamd geen song 'recht'; improvisatie is altijd een basisingrediënt. Ze scat, maar beoefent ook de schone kust van de vocalese, waarbij ze eigen teksten zingt op eigen of andermans materiaal.
Momenteel zijn Berlijn en New York City haar uitvalsbases, maar Niemack komt oorspronkelijk uit Pasadena. Vandaar haar heimwee naar de zon, de stranden en het zwemmen in 'Soy Calif', uit het repertoire van Dexter Gordon. De poëtische tekst was van eigen hand, de bridge een test voor de speelse soepelheid van haar stem.
Nancy Wilson was een vroege invloed. Ik denk dat ze ook veel geluisterd heeft naar de onlangs overleden Sheila Jordan. Voeg daaraan toe dat de fameuze saxofonist Warne Marsh haar eerste vocal coach was (en vice versa) en de kwaliteit van het fundament is wel duidelijk.
In De Smederij liet ze de herfst op ons los. Na 'September Song' trakteerde Niemack haar publiek op 'Autumn Serenade', een ten onrechte halfvergeten standard. Dat leverde een spannend duet met Joris Teepe op. Die interactie werd nog eens geïntensiveerd in 'Autumn Love'. De functie van Barney Green bleef de hele avond overwegend begeleidend, wat niet wegneemt dat het trio halverwege de eerste set wel degelijk een trio werd. In 'Lover Man', om precies te zijn.
Verbluffend ook was haar lange verse (inleidend gedeelte), in behoorlijk onberispelijk Frans, van Jacques Préverts tekst van 'Les Feuilles Mortes', haar toegift. Pas mal du tout.
Tekst: Eddy Determeyer | Foto: Hammie van der Vorst
Voor liefhebbers van oude jazzopnames vormt het aanbod van Elemental Music een ware schatkamer. Onder andere pianist Bill Evans is hier regelmatig present. De twee meest recente albums bevatten opnames gemaakt tijdens concerten in Finland en Noorwegen. Het eerste album is 'Further Ahead' en bestaat uit opnames tijdens drie concerten, gemaakt in 1964, '65 en '69, met drie verschillende pianotrio's, Evans' meest geliefde vorm. De opnames op 'Bill Evans In Norway' zijn uit 1970, met hetzelfde trio waarmee hij de opnames in 1969 maakte.
De eerste vijf stukken op 'Further Ahead' stammen van 13 augustus 1964, opnamen die nog niet eerder beschikbaar waren. De enige andere opnamen van de tournee die zomer stammen van tien dagen later, gemaakt in Stockholm. Evans' trio bestond op dat moment uit bassist Chuck Israels en drummer Larry Bunker. Met Israels speelde hij al samen sinds de winter van '61, Bunker verving Paul Motian vanaf het voorjaar van '63. Evans was een specialist in het spelen van standards tijdens zijn concerten, iets wat ook op dit dubbelalbum naar voren komt. Daar in Helsinki klonken achtereenvolgens 'How My Heart Sings', 'Come Rain Or Come Shine', 'Nardis' en 'Autumn Leaves'. De enige uitzondering is zijn eigen compositie 'Five'. Direct al in het eerste nummer horen we goed waar de kracht van Evans' trio in lag: de gelijkwaardige bijdragen van alle drie de leden. Puntige, doeltreffende aanslagen van Evans worden mooi aangevuld door Israels en Bunker. De wijze waarop Evans standards speelde was nogal vrijzinnig, een stuk als 'Come Rain Or Come Shine' is dan ook lastig te herkennen, wel een bijzonder mooie bijdrage van Israels hier. Die we overigens ook zeer overtuigend horen in duet met Bunker op 'Autumn Leaves'. Van de tour in het najaar van 1965 zijn veel meer opnamen beschikbaar, maar nu dus ook drie stukken van Evans' bijdrage aan het Helsinki Jazzfestival op 1 november. Eerder dat jaar was hij al in Europa geweest met zijn vaste trio, dit keer ondernam hij zijn tour met bassist Niels-Henning Orsted Pedersen, die vaker Amerikaanse musici tijdens hun Europese tournees begeleidde, en drummer Alan Dawson. Verder was saxofonist Lee Konitz erbij, die we ook in een stuk op dit album horen: 'My Melancholy Baby'. Een van de drie standards die Evans tijdens dat concert speelde, de andere twee waren 'Detour Ahead' en wederom 'Come Rain Or Come Shine'. Zou ik één stuk uit mogen kiezen, dan is dat deze uitvoering van 'Detour Ahead', prachtig zoals Evans de noten hier doseert, uiterst uitgebalanceerd spel.
De tweede cd bevat de opnamen van een concert dat Evans gaf op de universiteit van Tampere, op 28 oktober 1969, eveneens onderdeel van een uitgebreide Europese tournee. Evans speelde inmiddels met bassist Eddie Gomez en drummer Marty Morell, een van de meest consistente trio's in zijn carrière. Evans begint hier met een mooi dynamische eigen compositie, 'Very Early', met onder andere een prachtige solo van Gomez, gevolgd door een serie covers: 'Who Can I Turn To?', waarbij wederom Gomez opvalt, 'Round Midnight', 'Gloria’s Step' van zijn vroegere bassist Scott LaFaro en voorzien van een mooie drumsolo van Morell, 'Turn Out The Stars', waarin vooral de bijdrage van Evans zelf opvalt, en wederom 'Autumn Leaves', met een opvallend ingetogen duet van Gomez en Morell. Het intieme 'Quiet Now' is dan pas weer het volgende stuk van Evans' hand, een boeiend solostuk. Daarna volgen nog twee covers: 'Emily' en wederom Miles Davis' 'Nardis'. Met name die laatste valt op door de overdonderende drumsolo van Morell tegen het einde van het stuk, inderdaad de uitsmijter!
'Bill Evans In Norway' bevat de opnamen, in dezelfde bezetting, van een concert tijdens het Kongsberg Jazz Festival, op 26 juni 1970. Ook hier weer de nodige standards, waarbij direct duidelijk wordt wat de favorieten van Evans in die dagen waren, want ook op dit album staan versies van 'Come Rain Or Come Shine', waar dit album ook mee begint, 'Turn Out The Stars', 'Autumn Leaves', 'Gloria’s Step', 'Emily', 'Who Can I Turn To?' en 'Nardis'. Michel Legrands 'What Are You Doing The Rest Of Your Life?' speelde Evans alleen tijdens dit concert, een mooi ingetogen solostuk, prachtig hoe hij de noten hier weegt. Ook '34 Skidoo', een stuk van Evans zelf, kwam hier nog niet aan bod, een fijn uptempo stuk met mooi abstract spel van de meester. Ook het solostuk 'Quiet Now' vinden we op dit album, gevolgd door Miles Davis' 'So What', een stuk dat we eveneens niet eerder hoorden. Frisse ritmiek met een grote rol van Morell, die we hier ook horen soleren en voor Gomez, die we eveneens horen in een broeierige solo. Er staan nog twee andere stukken op dit album die Evans niet in Finland speelde: zijn eigen 'Midnight Mood' en 'Some Other Time', beide stukken zijn van Evans zelf. Het eerste is een mooi midtempo stuk en bevat onder andere een opvallend melodieuze solo van Gomez, het tweede is een prachtige ballade waarin Evans' prachtige spel volop tot uiting komt.
Concert | Cd Franz von Chossy Group lanceert Mirror 9
"Mirror 9 is geen ruimteschip, laat staan een oorlogsraket. Het is de titel van een suite gecomponeerd door pianist Franz von Chossy, geïnspireerd door de negen persoonlijkheidstypes uit het enneagram. Von Chossy identificeert zich als de peacekeeper, het negende type uit het enneagram. Er zijn inmiddels hele boekenkasten geschreven en peacekeeper wordt in de Nederlandse vertalingen de verbinder of de bemiddelaar. Deze maand lanceert Von Chossy zijn cyclische muziekstuk met een cd-release en drie concerten, gevolgd door nog eens drie optredens in februari volgend jaar."
Monica Rijpma was aanwezig bij het concert dat de Franz von Chossy Group gaf in Paradox, Tilburg op vrijdag 12 september. Daar sprak ze ook met de pianist over het ontstaan van 'Mirror 9'.
Klik hier om haar uitgebreide verhaal annex recensie te lezen.
Twee dagen eerder fotografeerde Cees van de Ven de Franz von Chossy Group tijdens het eerste 'Mirror 9'-concert in Brebl, Nijmegen. Klik hier voor zijn fotoverslag.
Festival
Summer Bummer 2025 - Part 3
zaterdag 30 augustus 2025, Trix, Antwerpen
Zoals eerder gemeld duurde het door Sound in Motion georganiseerde Summer Bummer dit jaar drie dagen in plaats van de gebruikelijke twee en dat allemaal vanwege het feit dat dit prachtige festival inmiddels alweer tien jaar bestaat. Bij mij gaat het terug tot 2018, zo leert de zoekfunctie op deze blog, en heb ik alleen 2020 - dat was om bekende redenen een online editie - en 2021 gemist. Ieder jaar is het weer feest en ook deze zaterdag, de derde dag, bevatte weer de nodige bijzondere concerten. Vier dames waren zowel op vrijdag als op zaterdag te horen: Sakina Abdou, Camille Émaille, Lisa Ullén en Ava Mendoza. Geheel toeval is dit niet, want Sound in Motion zorgt er al jaren voor dat vrouwelijke musici een belangrijk deel uitmaken van de programmering, iets dat helaas nog niet overal het geval is.
Op zaterdag klonk de Franse percussioniste Camille Émaille als onderdeel van het trio OTTO, dat ze vormt met twee andere percussionisten: Gabriel Valtchev en Pol Small en dat naar mijn mening het hoogtepunt van deze dag vormde. Uiterst geconcentreerd werkte het trio van fluisterzacht naar oorverdovend hard, maar in een zeer geleidelijke opbouw. Met name het eerste deel, waarin alle drie louter een grote trommel hanteerden, was daarbij van een grote schoonheid. Prachtig hoe deze drie percussionisten elkaar aanvullen, zodanig dat je op menig moment het gevoel had naar één instrument te luisteren, in plaats van naar drie. Bijzonder was ook het gebruik van feedback, door de trommel tegen een microfoon te houden, als onderdeel van deze set.
Saxofoniste Sakina Abdou was eveneens onderdeel van een trio en wel het nieuwe 1984, genoemd naar het geboortejaar van de drie leden en met een knipoog naar George Orwells fameuze boek, verder bestaande uit gitarist Kobe Van Cauwenberghe en Mariam Rezaei in de weer met draaitafels en elektronica. En vooral die laatste gaf een interessante draai aan dit geheel uit vrije improvisatie bestaande concert. Inspiratie haalde het trio niet alleen bij Orwell, maar ook bij Ursula Le Guins sciencefiction van 'The Dispossessed' en Henry Threadgills baanbrekende band Zooid. Een concert ook waarin een brede mix klonk van muzikale stijlen, van vrije impro naar hedendaags gecomponeerd en van rock naar dance.
Pianiste Lisa Ullén trad deze zaterdag aan met een trio waar ze al langer deel van uitmaakt en dat ook in 2022 al optrad: Space, dat verder bestaat uit bassist Elsa Bergman en drummer Anna Lund. Mooi van dit trio is dat het een trio van piano, bas en drums is en geen pianotrio. Met andere woorden: Ullén heeft zeker niet de leiding, maar wisselt regelmatig stuivertje met de andere twee in een bijzonder dynamische, zinderende set.
En tot slot van de vier was er gitariste Ava Mendoza, die het festival mocht afsluiten met drummer Hamid Drake in een gloedvolle, sterk naar rock overhellende set. Al was wellicht het laatste deel, waarin Drake te horen was op de handtrommel en het tempo een stuk naar beneden ging wellicht wel het mooiste deel. Mendoza had duidelijk de leiding tijdens dit concert, iets waar Drake totaal geen moeite mee had. Prachtig om te zien hoe hij zich volledig dienstbaar opstelde en met zijn spel iedere keer precies dat toevoegde wat er nodig was.
Totaal afwijkend van alle voorgaande concerten en ietwat atypisch voor Summer Bummer was het concert van Zinc & Copper. Deels kwam dit doordat Vandenhoudt en Kumpen voor deze editie samenwerkten met Oei!, een jong duo bestaande uit Jakke Jalink en Eline Cremers, dat dit jaar voor iedere dag een act mocht aandragen. Donderdag was dat het duo van Katariin Raska en Villem Jahu, met de opmerkelijke combinatie van een doedelzak en zelfgebouwde synthesizers en van noise en vrije improvisatie; vrijdag Joke Caimo met het 'Human Organ Concerto', waarin bezoekers middels de ademhaling een orgel tot klinken brengen en zaterdag dus dit Zinc & Copper. Robin Hayward op tuba en elektronica, Elene Kakallagou op hoorn en Hilary Jeffrey op trombone brachten een concert gebaseerd op een grafische partituur van Hayward, geïnspireerd door het werk 'Words of Paradise' van de renaissance-wetenschapper Johannes Goropius Becanus. Volgens hem werd in het paradijs Brabants gesproken, aangezien dat in zijn ogen de meest simpele taal was! Een bijzonder minimalistisch stuk, dat 'Words of Paradise', dat vrij traag op gang komt en pas halverwege wat dynamischer wordt. Prachtige muziek, maar niet het type muziek dus wat ik verwacht op Summer Bummer, maar meer op een festival als Echonance. Aan de andere kant: van Sound in Motion kun je alles verwachten, gelukkig wel!
Concert Heimwee naar De Spieghel
cd-presentatie 'Country City' door Martini Grey, donderdag 11 september 2025, Martiniplaza, Groningen
Hm, fris bandje dat in weerwil van zijn prille bestaan al een opmerkelijke cohesie vertoont. Dat was al snel na de melodische intro van drummer en leider Ancel Klooster duidelijk. Beetje jaren tachtig mainstream bop met een snufje soul. Pittig, origineel en mooi vormgegeven repertoire. Beetje Criss Cross-idioom, met het fantastisch mengende koningskoppel Suzan Veneman (trompet en bugel) - Efraïm Trujillo (sopraan- en tenorsaxofoon). Solopassages van de respectieve blazers krijgen reliëf door contrapunktuele rudimentaire melodietjes. Heel effectief allemaal, heel smaakvol.
Dan verhaalt de leider, die de nummers met veel verve aankondigt ("heel in het kort, dan") hoe hij aan de jazz raakte. Dat moet in 1980 of '81 zijn geweest, toen hij vanuit het idyllische Scheemda naar de grote stad, in casu Groningen, verhuisde en daar gelijk met de neus in de boter, in casu de riolen viel. Het optreden namelijk van het vuurspuwende George Adams-Don Pullen Quartet, met Danny Richmond op drums en, als ik me goed herinner, Cameron Brown op bas in het toch wel legendarische Jazzcafé De Spieghel. (O, wacht even, waar bevonden jelui je op twintig centimeter van het ride cymbal van Philly Joe Jones? Nou dan.) Het publiek stond erbij te dansen, staat de leider van Martini Grey nog bij. De Martinitoren wordt hier in de volksmond wel D'Oale Grieze genoemd, vandaar. Dat is natuurlijk vragen om problemen in de verslavingssfeer.
Toen begon het jazzleven van Ancel Klooster daadwerkelijk. Hij rept van een epifane ervaring. De drummer maakte kilometers in jazzmusicals en in het gevolg van pianist Boelo Klat, een plaatselijk fenomeen. Voor zijn eigen groep Martini Grey had hij vier muzikanten bijeengezocht die allen Groninger wortels gemeen hebben, maar inmiddels uitgevlogen zijn. Ja, wist ik niet, inclusief Efraïm Trujillo, die weliswaar de eerste vijf jaar van zijn leven in Lynwood, Los Angeles doorbracht, maar wel degelijk in de Martinistad heeft gewoond en tegenwoordig ook les geeft aan het Prins Claus Conservatorium. Trujillo stond bij de cd-presentatie als vanouds te dansen en te swingen. Zijn spel is navenant lenig. Mooi contrast met de koele trompet van Veneman.
Over De Spieghel gesproken: pianist Joost Swart mag zijn werkterrein dan naar verre dreven hebben verlegd, maar ik herinner me de jaren negentig toen hij wekelijks in De Spieghel speelde. Aangezien ikzelf daar ook door de bank genomen twee dagen in de week woonde heb ik hem er best vaak in het bovenzaaltje bezig gezien. (Kan iemand zich nog een van de allereerste optredens daar van pianiste Marta Warelis herinneren, toen ze op het Prins Claus net haar tanden had gezet in James P. Johnson?) Swarts bijdrage 'Saint Martini' ligt niet zo ver van 'Saint Thomas', de klassieke calypso van Sonny Rollins. Een warme zondagmiddag op een terrasje aan de Grote Markt. En zo blijkt Aartswoud dichtbij Vermont te liggen, getuige het door gastvocaliste Francien Tuinen op de cd gezongen 'Maanlicht In Aartswoud', met een eigen tekst. Aartswoud is de plek waar Van Tuinen tegenwoordig woont, maar ook zij kan bogen op Noord-Nederlandse wortels.
Dat alles staat nu vlekkeloos op 'Country City', de boreling van Klooster. Met name het mellow geluid van Veneman schittert in zowel elk nummer. Bassist Jeroen Vierdag (Haren, dat tegenwoordig ook bij de stad Groningen hoort) huppelt onbekommerd door de schema's.
Met stevig en stuwend spel houdt Klooster zijn kloosterlingen in de refter. Deze cd zou je moeten beluisteren wanneer je de band onverhoopt niet live kunt checken. Live én in de cd-speler kan natuurlijk ook.
Martini Grey - 'Country City' (Tetra Records, 2025)
Tekst: Eddy Determeyer | Foto's: Hammie van der Vorst
Festival
Summer Bummer 2025 - Part 2
vrijdag 29 augustus 2025, Trix, Antwerpen
Dag 2 van het Summer Bummer-festival kenmerkt zich door een minder grote diversiteit aan muzikale stijlen dan de eerste dag. De nadruk op vrijdag lag vooral op de vrije improvisatie, iets waar Sound in Motion, die dit festival organiseert, in eerste instantie ook bekend om is. En dan is het leuk om te horen hoe groot de diversiteit alsnog kan zijn. Vergelijk het concert van Farida Amadou, Sakina Abdou, Eva Mendoza en Heather Leigh met dat van David Toop, Ecka Mordecai en Christian Kobi en u weet wat ik bedoel. Beiden komen hier nog uitgebreid aan bod, maar werkelijk het enige wat die twee concerten met elkaar gemeen hadden, was dat het geïmproviseerde muziek betrof. Dat zegt denk ik al genoeg.
Maar eerst even aandacht voor die andere improvisator die alle drie de dagen twee keer per dag te horen is: Bart van Dongen. Samen met beeldend kunstenaar Antoon Versteegde creëert hij de 'Electric Grand'. Een steeds wisselende installatie bestaande uit een bamboeconstructie met daaraan 72 omgekeerde bloempotten met een speaker erin. Die speakers zijn verbonden met van Dongens Yamaha CP70B en iedere noot die Van Dongen speelt klinkt dus uit een andere speaker. Als luisteraar loop je rond tussen die over de ruimte verspreide bloempotten, zo het geluid opvangend. Een bijzondere ervaring. Iedere dag begint hiermee en deze zaterdag liepen de verstilde klanken van deze elektrische vleugel mooi over in het eerste concert, dat van Marmalsana. Een trio bestaande uit gitarist Maurice Louca, bassist Tony Elieh - op een eerlijk gezegd door mij nooit eerder gespotte akoestische basgitaar - en drummer en percussionist Burkhard Beins. Het soort vrije improvisatie dat hier klonk is het soort waar ik het meest van houdt: vrije improvisatie die primair draait om de aard van de klank, al was er in deze set ook zeker sprake van melodie en harmonie. Laten we zeggen dat die twee vormen elkaar hier mooi afwisselden. Bijzonder in zo'n klankgerichte set is vaak ook dat de musici kiezen voor een onorthodox gebruik van hun instrumenten. Louca en Elieh propten van alles tussen hun snaren, Elieh legde zijn gitaar regelmatig plat op zijn schoot om er allerlei schaaltjes en bakjes op mee te laten trillen en Beins had een koffer vol kleine percussie meegenomen. Het zijn dan ook optredens die je niet alleen moet horen, maar zeker ook moet zien. Hetzelfde geldt voor het hierboven reeds genoemde optreden van Toop, Mordecai en Kobi, al draaide het hier louter en alleen om klank. Voor mij dus een van de hoogtepunten van de dag. Zelden een celliste zo ingetogen zien spelen als Mordecai, zelden een saxofonist zo weinig geluid horen maken als Kobi en dat alles terwijl Toop zijn verzameling fluiten afwisselde met bakjes, potjes en papier, al dan niet bewerkt met een strijkstok.
Farida Amadou gaf vorig jaar een concert samen met Leigh, iets wat weer voortkwam uit het feit dat beiden eerder tijdens het festival met Peter Brötzmann hadden gespeeld, terwijl zowel Mendoza als Abdou een soloconcert gaven. En zoals dat dan gaat tijdens festivals: de musici leren elkaar kennen, er is een klik en een nieuw project en Koen Vandenhoudt en Christel Kumpen bleken geïnteresseerd. Of zoals het programmaboek zegt: 'The spark that ignited last year between these four prominent voices in adventurous music, is ready to become a fire on stage.' Welnu, dat laatste bleek volledig te kloppen. Wie tot gisteren 18.15 uur nog dacht dat vrouwen liefelijke en rustige muziek maken, is inmiddels voorgoed genezen. Want dit was verreweg het meest dynamische en luidruchtigste concert van dit festival. Met name Mendoza en Amadou stookten het vuur menigmaal hoog op en creëerden een ware geluidsmuur, die door Abdou en Leigh alleen nog maar verder werd verstevigd. Middels intens samenspel, iets wat met name deze set kenmerkte, wist dit kwartet in alles te overdonderen.
Datzelfde lukte percussioniste Camille Émaile. Ik zag haar vorig jaar november voor het eerst, toen samen met saxofonist Evan Parker en nu solo. Iets waardoor haar bijzondere geluidswereld nog beter tot zijn recht komt. Het meest opvallende is en blijft die wonderlijke constructie van een grote trommel, één die we eerder in een orkest tegenkomen dan bij een drummer, met daarop een ijzeren buis en daaroverheen gespannen snaren. Die worden bestreken, beklopt en pizzicato bespeeld met prachtige klanken als resultaat. En verder gebruikte Émaille ook hier een uitgelezen collectie aan percussie, meestal bespeeld liggend op de diverse trommels en met een eindeloos veelzijdige geluidswereld als resultaat.
Het project 'Dafnie Extended' van de Noorse altsaxofoniste Amalie Dahl kwam mede tot stand door Vandenhoudt en Kumpen, die Dahl aanraadden om haar kwintet Dafnie verder uit te breiden. Zo geschiedde en gisterenavond trad ze aan met een bigband, bestaand uit vijf blazers, accordeon, synthesizer, piano, twee bassisten en twee drummers, waaronder de enige senior in het geheel: Paal Nilssen-Love. Allemaal jonge, onbekende musici die de sterren van hemel speelden in een set bijzonder boeiende composities. Dahl gaf, zoals dat hoort, vrijwel alle musici de kans uitgebreid te soleren, maar de stukken bevatten vooral veel interessante duo's en trio's en natuurlijk, daar lijken die Scandinaviërs wel patent op te hebben, lekker hectische, alle kanten opstuivende gezamenlijke uitbarstingen. Het ideale slotconcert van de tweede dag.
Concert Iets als The Blob
Water Damage, zaterdag 6 september 2025, VERA, Groningen
Twee beelden uit de werelden der sciencefiction drongen zich al snel na het begin van het optreden/de performance van Water Damage op. Om te beginnen dat van de film 'The Blob' uit 1958, betreffende een lava-achtige entiteit, afkomstig van een neergestorte meteoriet, gloeiend en zachtjes borrelend en ongetwijfeld ook kwalijk riekend, die dol is en goed gedijt op mensenvlees. De tweede associatie is met een boek dat ik nu in de gauwigheid niet terug kan vinden. Het handelt over een verlaten schip dat al jaren ronddobbert in de doldrums. Intussen is de lading, specerijen en ander koolhydratenrijke spullen, vrolijk aan een eigen evolutie begonnen, compleet met een kloppend hart. Heel handig, zo'n evolutie, zeker wanneer je alvast de beschikking hebt over wat aminozuren en simpele eiwitten.
Enfin, zo ongeveer. De in Austin residerende band bestaat uit twee drummers, twee basgitaristen, een drietal gitaristen en een soort foekepottenbakker, die gezamenlijk decibellenrijke geluidsklonten maken. Iets tussen noiserock en ongelikte minimal music in. De opmaat was een snerpende cirkelzaag die gretig in een matig verdoofd speenvarken hapte. Op een gegeven moment meende je in die amorfe massa toch eenvoudige melodietjes te ontwaren. Maar dat kan ook mijn eigen brein zijn geweest dat trucjes uithaalde. Een beetje een akoestisch moiré-effect. Dat kloppende hart werd geëvoceerd door de steady doorkloppende bassdrums. Wat later kregen de snaartrommels gaandeweg een groter aandeel in de puree. De bezoekers zag je even geleidelijk losweken uit hun trance en voorzichtig beginnen te bewegen en schuifelen. Echt dansen kon je het nog niet noemen.
Het bleef nog lang suizen in de stad.
Tekst: Eddy Determeyer | Foto: Marc de Krosse, meer foto's te zien via VERA
Cd | Jazztube
Stéphane Galland & The Rhythm Hunters - 'Positivv'
Challenge, 2024
Stéphane Gallands nieuwste project lijkt wat in het verlengde te liggen van zijn '(The Mystery of) KEM' van enkele jaren geleden, maar dan met een bredere line-up. Opvallend: de meesterdrummer omringt zich uitsluitend met goed volk uit de jonge generatie. Voor hem een buitenkans om zijn muziek fris en hedendaags te houden, voor hen de mogelijkheid om met een kanon van de Belgische jazz te spelen.
Zoals de bandnaam al aangeeft wordt er op 'Positivv' volop gespeeld met ritme, waarvoor de muzikanten inspiratie opdoen in alle windstreken, van de Balkan en Afrika tot India. Het wordt allemaal verwerkt in vaak krachtige, maar soms ook knap gedoseerde composities die zich profileren als het betere precisie- en millimeterwerk.
Het wordt allemaal in elkaar gepast met een intimiderende strakheid, geen verrassing voor wie vertrouwd is met Gallands werk met Aka Moon. Voor fans van die band is dit dan ook smullen. Maar ga ze zeker ook live bekijken, want dan komt het genereuze hart van het sextet pas echt tot wasdom.
Stéphane Galland (drums), Shoko Igarashi (tenorsax), Sylvain Debaisieux (altsax), Pierre-Antoine Savoyat (trompey, bugel), Louise van den Heuvel (basgitaar), Wajdi Riahi (piano).
Tekst: Guy Peters | Deze recensie verscheen ook in Jazz&mo'
Festival
Summer Bummer 2025 - Part 1
donderdag 28 augustus 2025, Trix, Antwerpen
Afsluiting van de zomer of opmaat naar een nieuw concertseizoen? Hoe het ook zij, het jaarlijkse Summer Bummer Festival, voor de derde keer in muziekcentrum Trix is weer aangebroken. En omdat het festival dit jaar tien jaar bestaat duurt het drie dagen in plaats van de gebruikelijke twee. Of wordt dit de nieuwe standaard? Bij Koen Vandenhoudt en Christel Kumpen, samen vormen ze Sound in Motion dat al dit moois organiseert, weet je het maar nooit. Wat direct opvalt bij deze eerste dag is de veelzijdigheid van de muzikale uitingen, die was niet eerder zo groot en overschrijdt de grenzen van jazz-gerelateerde vrije improvisatie op menig moment. De muziek van HxH, The Handover, Craig Leon en Cassell Webb valt daar immers moeilijk onder te scharen.
Zo is wat HxH, het duo van Chris Williams en Lester St. Louis (beiden maken ook deel uit van het Metropolis Ensemble), maakt pure experimentele elektronica, al horen we Williams hier ook zijn trompet gebruiken. Een mooie set, met name het eerste vrij ingetogen deel is meer dan de moeite waard. Prachtig hoe dit duo hier met subtiele noise een boeiend klanklandschap weet neer te zetten, waarbij de sterke onderstroom voor extra spanning zorgt. Gaandeweg loopt de dynamiek op, mede door de trompetklanken van Williams en de spanning, al haalt deze frase het niet bij het enerverende eerste deel.
Een ander elektronica-duo, veel bekender overigens, bestaat uit Craig Leon en Cassell Webb. Hun optreden later op de avond bestaat uit de muziek van het uit drie delen bestaande legendarische 'Anthology Of Interplanetary Folk Music'. Leon liet zich voor dit kunstwerk, waarvan het eerste deel al in 1981 verscheen, inspireren door de mythes van de Dogon, een volk in het huidige Mali. In 2019 verscheen 'The Canon' samen met de achtergrond van het project en volgend jaar staat het afsluitende 'Nyphos' gepland, waarvan het duo hier reeds enkele delen speelt. Wat Leon en Webb doen was met name begin jaren 80 baanbrekend en vernieuwend en is sindsdien veel gekopieerd. De combinatie van (dark) ambient en polyritmiek was toen nog uiterst vernieuwend, maar is dit inmiddels al lang niet meer. Leuk natuurlijk om dit legendarische duo aan het werk te zien en te horen, maar muzikaal is het inmiddels toch wel wat voorspelbaar en weinig verrassend, terwijl dat nu juist is waar dit festival patent op heeft.
Nee, dan The Art Ensemble Of Brussels. Hier als septet zet dit in wisselende samenstelling opererend collectief in het café op de helft van de eerste dag de zinnen volledig op scherp. Muzikaal is het zeker niet het beste optreden van de avond, al creëren de zeven musici menig aantrekkelijk moment, maar qua performance is dit onovertroffen. Danseres en vocaliste Yipoon Chiem weet haar lichaam in alle (on)mogelijke bochten te wringen, blinkt uit in breakdance, maar weet eveneens te overtuigen met haar vocale toeren, terwijl vocalist Pierre Michel Zaleski al kletsend op alle mogelijke manieren probeert de overige musici van hun spel af te houden, iets dat hem overigens nergens echt lukt. Het levert menig hilarisch moment op. Vrije improvisatie kortom waar de geest van dada in rondwaart.
Muzikaal springen er twee concerten uit op deze eerste dag, het optreden van het duo van saxofonist Steve Baczowski en bassist Brandon Lopez en dat van The Handover. Mijn hooggespannen verwachting wisten zowel Lopez als Baczowski volledig in te lossen. Die eerste door werkelijk iedere centimeter van zijn contrabas op hoogst originele wijze te bespelen. Geen onderdeel van de lange snaren bleef onberoerd en ook de kast zette Lopez regelmatig in. Sterker nog: de meest boeiende momenten waren die vol percussieve klanken, tevens afkomstig van de ver doorontwikkelde techniek van Baczowski, al ploppend en klikkend werkte hij zich door de notenbrij. Een concert waarin ruimte was voor grenzeloze hectiek, maar tevens voor bijzonder intieme momenten; voor boeiende solo's en voor overtuigend duospel van twee musici die volledig aan elkaar gewaagd waren.
Maar het hoogtepunt was toch het enerverende concert van oedspeler Aly Eissa, violist Andrew Nasser, beide afkomstig uit Egypte, en toetsenist Jonas Cambien, die samen The Handover vormen. Ware virtuosen die twee snarenbespelers, gloedvol en vol energie regen ze het ene ritmische patroon hier aan het andere, vaak mede opgezweept door de heerlijk nasale klanken van Cambien. Prachtig hoe oed en viool hier elkaar continu afwisselden in melodie en ritme, en hoe dit trio klassieke Arabische muziek vermengt met Egyptische volksmuziek en vrije improvisatie. Een concert waarin de tijd omvloog en dat niet voor niets werd gevolgd door een staande ovatie, volkomen verdiend.
Concert
Ongehoord goede muziek verdient meer publiek
Zack Lober's NO FILL3R, zondag 31 augustus 2025, Paviljoen Ongehoorde Muziek, Eindhoven
Na het uitstekende album 'NO FILL3R' was er alle reden om dit trio - inmiddels een kwartet - eens live te beleven. Naast de mij bekende Sun-Mi Hong en Jasper Blom was dit een eerste 'live' kennismaking met trompetiste Suzan Veneman en bassist Zack Lober. Na een lange carrière als sideman kiest Lober met NO FILL3R zijn eigen weg, met een mix van pakkende, meezingbare liedjes en spontane collectieve improvisatie.
De setlist bestond voornamelijk uit stukken van de onlangs verschenen cd 'So We Could Live' (ZenneZ Records) en enkele van de hierboven genoemde trio-cd 'NO FILL3R'. Composities en arrangementen zijn van de hand van Zack Lober en tenorsaxofonist Jasper Blom. Boy Edgar Prijs-winnaar Blom werd terzijde gestaan door de getalenteerde Veneman met haar 'malse' geluid en verstrekkende, trefzekere techniek op haar instrument. Zack Lober fungeerde als rots in de muzikale branding met stevig, creatief baswerk dat er niet om loog, bijvoorbeeld in 'Dad/Besame Mucho'. En last but not least op slagwerk Sun-Mi Hong. Een genot om haar aansprekende, spanningsvolle en onontkoombare drumwerk te beleven. Beluister haar solo in 'Feathered Head' maar eens en geniet van haar 'slagvaardigheid'.
Het werd een avond die lang zal heugen. Het bewijst eens te meer de meerwaarde van het bijwonen van concerten, mede vanwege de toegevoegde waarde en interactie tussen musici en publiek. Daarvoor is onder andere het Paviljoen Ongehoorde Muziek in Eindhoven zeer geschikt. Het concert van Zack Lober's NO FILL3 verdiende dan ook zonder twijfel een grotere opkomst.