Festival
Summer Bummer 2025 - Part 3
zaterdag 30 augustus 2025, Trix, Antwerpen
Zoals eerder gemeld duurde het door Sound in Motion georganiseerde Summer Bummer dit jaar drie dagen in plaats van de gebruikelijke twee en dat allemaal vanwege het feit dat dit prachtige festival inmiddels alweer tien jaar bestaat. Bij mij gaat het terug tot 2018, zo leert de zoekfunctie op deze blog, en heb ik alleen 2020 - dat was om bekende redenen een online editie - en 2021 gemist. Ieder jaar is het weer feest en ook deze zaterdag, de derde dag, bevatte weer de nodige bijzondere concerten. Vier dames waren zowel op vrijdag als op zaterdag te horen: Sakina Abdou, Camille Émaille, Lisa Ullén en Ava Mendoza. Geheel toeval is dit niet, want Sound in Motion zorgt er al jaren voor dat vrouwelijke musici een belangrijk deel uitmaken van de programmering, iets dat helaas nog niet overal het geval is.
Op zaterdag klonk de Franse percussioniste Camille Émaille als onderdeel van het trio OTTO, dat ze vormt met twee andere percussionisten: Gabriel Valtchev en Pol Small en dat naar mijn mening het hoogtepunt van deze dag vormde. Uiterst geconcentreerd werkte het trio van fluisterzacht naar oorverdovend hard, maar in een zeer geleidelijke opbouw. Met name het eerste deel, waarin alle drie louter een grote trommel hanteerden, was daarbij van een grote schoonheid. Prachtig hoe deze drie percussionisten elkaar aanvullen, zodanig dat je op menig moment het gevoel had naar één instrument te luisteren, in plaats van naar drie. Bijzonder was ook het gebruik van feedback, door de trommel tegen een microfoon te houden, als onderdeel van deze set.
Saxofoniste Sakina Abdou was eveneens onderdeel van een trio en wel het nieuwe 1984, genoemd naar het geboortejaar van de drie leden en met een knipoog naar George Orwells fameuze boek, verder bestaande uit gitarist Kobe Van Cauwenberghe en Mariam Rezaei in de weer met draaitafels en elektronica. En vooral die laatste gaf een interessante draai aan dit geheel uit vrije improvisatie bestaande concert. Inspiratie haalde het trio niet alleen bij Orwell, maar ook bij Ursula Le Guins sciencefiction van 'The Dispossessed' en Henry Threadgills baanbrekende band Zooid. Een concert ook waarin een brede mix klonk van muzikale stijlen, van vrije impro naar hedendaags gecomponeerd en van rock naar dance.
Pianiste Lisa Ullén trad deze zaterdag aan met een trio waar ze al langer deel van uitmaakt en dat ook in 2022 al optrad: Space, dat verder bestaat uit bassist Elsa Bergman en drummer Anna Lund. Mooi van dit trio is dat het een trio van piano, bas en drums is en geen pianotrio. Met andere woorden: Ullén heeft zeker niet de leiding, maar wisselt regelmatig stuivertje met de andere twee in een bijzonder dynamische, zinderende set.
En tot slot van de vier was er gitariste Ava Mendoza, die het festival mocht afsluiten met drummer Hamid Drake in een gloedvolle, sterk naar rock overhellende set. Al was wellicht het laatste deel, waarin Drake te horen was op de handtrommel en het tempo een stuk naar beneden ging wellicht wel het mooiste deel. Mendoza had duidelijk de leiding tijdens dit concert, iets waar Drake totaal geen moeite mee had. Prachtig om te zien hoe hij zich volledig dienstbaar opstelde en met zijn spel iedere keer precies dat toevoegde wat er nodig was.
Totaal afwijkend van alle voorgaande concerten en ietwat atypisch voor Summer Bummer was het concert van Zinc & Copper. Deels kwam dit doordat Vandenhoudt en Kumpen voor deze editie samenwerkten met Oei!, een jong duo bestaande uit Jakke Jalink en Eline Cremers, dat dit jaar voor iedere dag een act mocht aandragen. Donderdag was dat het duo van Katariin Raska en Villem Jahu, met de opmerkelijke combinatie van een doedelzak en zelfgebouwde synthesizers en van noise en vrije improvisatie; vrijdag Joke Caimo met het 'Human Organ Concerto', waarin bezoekers middels de ademhaling een orgel tot klinken brengen en zaterdag dus dit Zinc & Copper. Robin Hayward op tuba en elektronica, Elene Kakallagou op hoorn en Hilary Jeffrey op trombone brachten een concert gebaseerd op een grafische partituur van Hayward, geïnspireerd door het werk 'Words of Paradise' van de renaissance-wetenschapper Johannes Goropius Becanus. Volgens hem werd in het paradijs Brabants gesproken, aangezien dat in zijn ogen de meest simpele taal was! Een bijzonder minimalistisch stuk, dat 'Words of Paradise', dat vrij traag op gang komt en pas halverwege wat dynamischer wordt. Prachtige muziek, maar niet het type muziek dus wat ik verwacht op Summer Bummer, maar meer op een festival als Echonance. Aan de andere kant: van Sound in Motion kun je alles verwachten, gelukkig wel!
Festival
Summer Bummer 2025 - Part 2
vrijdag 29 augustus 2025, Trix, Antwerpen
Dag 2 van het Summer Bummer-festival kenmerkt zich door een minder grote diversiteit aan muzikale stijlen dan de eerste dag. De nadruk op vrijdag lag vooral op de vrije improvisatie, iets waar Sound in Motion, die dit festival organiseert, in eerste instantie ook bekend om is. En dan is het leuk om te horen hoe groot de diversiteit alsnog kan zijn. Vergelijk het concert van Farida Amadou, Sakina Abdou, Eva Mendoza en Heather Leigh met dat van David Toop, Ecka Mordecai en Christian Kobi en u weet wat ik bedoel. Beiden komen hier nog uitgebreid aan bod, maar werkelijk het enige wat die twee concerten met elkaar gemeen hadden, was dat het geïmproviseerde muziek betrof. Dat zegt denk ik al genoeg.
Maar eerst even aandacht voor die andere improvisator die alle drie de dagen twee keer per dag te horen is: Bart van Dongen. Samen met beeldend kunstenaar Antoon Versteegde creëert hij de 'Electric Grand'. Een steeds wisselende installatie bestaande uit een bamboeconstructie met daaraan 72 omgekeerde bloempotten met een speaker erin. Die speakers zijn verbonden met van Dongens Yamaha CP70B en iedere noot die Van Dongen speelt klinkt dus uit een andere speaker. Als luisteraar loop je rond tussen die over de ruimte verspreide bloempotten, zo het geluid opvangend. Een bijzondere ervaring. Iedere dag begint hiermee en deze zaterdag liepen de verstilde klanken van deze elektrische vleugel mooi over in het eerste concert, dat van Marmalsana. Een trio bestaande uit gitarist Maurice Louca, bassist Tony Elieh - op een eerlijk gezegd door mij nooit eerder gespotte akoestische basgitaar - en drummer en percussionist Burkhard Beins. Het soort vrije improvisatie dat hier klonk is het soort waar ik het meest van houdt: vrije improvisatie die primair draait om de aard van de klank, al was er in deze set ook zeker sprake van melodie en harmonie. Laten we zeggen dat die twee vormen elkaar hier mooi afwisselden. Bijzonder in zo'n klankgerichte set is vaak ook dat de musici kiezen voor een onorthodox gebruik van hun instrumenten. Louca en Elieh propten van alles tussen hun snaren, Elieh legde zijn gitaar regelmatig plat op zijn schoot om er allerlei schaaltjes en bakjes op mee te laten trillen en Beins had een koffer vol kleine percussie meegenomen. Het zijn dan ook optredens die je niet alleen moet horen, maar zeker ook moet zien. Hetzelfde geldt voor het hierboven reeds genoemde optreden van Toop, Mordecai en Kobi, al draaide het hier louter en alleen om klank. Voor mij dus een van de hoogtepunten van de dag. Zelden een celliste zo ingetogen zien spelen als Mordecai, zelden een saxofonist zo weinig geluid horen maken als Kobi en dat alles terwijl Toop zijn verzameling fluiten afwisselde met bakjes, potjes en papier, al dan niet bewerkt met een strijkstok.
Farida Amadou gaf vorig jaar een concert samen met Leigh, iets wat weer voortkwam uit het feit dat beiden eerder tijdens het festival met Peter Brötzmann hadden gespeeld, terwijl zowel Mendoza als Abdou een soloconcert gaven. En zoals dat dan gaat tijdens festivals: de musici leren elkaar kennen, er is een klik en een nieuw project en Koen Vandenhoudt en Christel Kumpen bleken geïnteresseerd. Of zoals het programmaboek zegt: 'The spark that ignited last year between these four prominent voices in adventurous music, is ready to become a fire on stage.' Welnu, dat laatste bleek volledig te kloppen. Wie tot gisteren 18.15 uur nog dacht dat vrouwen liefelijke en rustige muziek maken, is inmiddels voorgoed genezen. Want dit was verreweg het meest dynamische en luidruchtigste concert van dit festival. Met name Mendoza en Amadou stookten het vuur menigmaal hoog op en creëerden een ware geluidsmuur, die door Abdou en Leigh alleen nog maar verder werd verstevigd. Middels intens samenspel, iets wat met name deze set kenmerkte, wist dit kwartet in alles te overdonderen.
Datzelfde lukte percussioniste Camille Émaile. Ik zag haar vorig jaar november voor het eerst, toen samen met saxofonist Evan Parker en nu solo. Iets waardoor haar bijzondere geluidswereld nog beter tot zijn recht komt. Het meest opvallende is en blijft die wonderlijke constructie van een grote trommel, één die we eerder in een orkest tegenkomen dan bij een drummer, met daarop een ijzeren buis en daaroverheen gespannen snaren. Die worden bestreken, beklopt en pizzicato bespeeld met prachtige klanken als resultaat. En verder gebruikte Émaille ook hier een uitgelezen collectie aan percussie, meestal bespeeld liggend op de diverse trommels en met een eindeloos veelzijdige geluidswereld als resultaat.
Het project 'Dafnie Extended' van de Noorse altsaxofoniste Amalie Dahl kwam mede tot stand door Vandenhoudt en Kumpen, die Dahl aanraadden om haar kwintet Dafnie verder uit te breiden. Zo geschiedde en gisterenavond trad ze aan met een bigband, bestaand uit vijf blazers, accordeon, synthesizer, piano, twee bassisten en twee drummers, waaronder de enige senior in het geheel: Paal Nilssen-Love. Allemaal jonge, onbekende musici die de sterren van hemel speelden in een set bijzonder boeiende composities. Dahl gaf, zoals dat hoort, vrijwel alle musici de kans uitgebreid te soleren, maar de stukken bevatten vooral veel interessante duo's en trio's en natuurlijk, daar lijken die Scandinaviërs wel patent op te hebben, lekker hectische, alle kanten opstuivende gezamenlijke uitbarstingen. Het ideale slotconcert van de tweede dag.
Brötzmann was een oorlogskind, groeide op in Remscheid en vertrok om te gaan studeren, tegen de zin in van zijn ouders, naar Wüppertal, waar hij de rest van zijn leven zou wonen. Beide carrières, die van beeldend kunstenaar en die van musicus ontwikkelden zich vrijwel gelijktijdig, elkaar beïnvloedend. En die oorlog, zo geeft Brötzmann zelf aan in 'Soldier of the Road', was van groot belang. Hoe meer hij hierover las, hoe meer hij er afstand van wilde nemen. Schuldig voelde hij zich niet, zo zegt hij tegen Josse, maar schaamte was er wel. Volgens Brötzmann een reden waarom de freejazz juist in Duitsland zo aansloeg, als manier van verzet. Het belang van Brötzmann, die begon op klarinet in een swingband, voor deze stroming kan moeilijk worden overschat. Want als er één iconisch album is binnen dit genre dan is het wel het uit 1968 stammende 'Machine Gun', al was het maar omdat Brötzmann musici van geheel Europa voor dit project bij elkaar bracht. Een bruggenbouwer, en dat zou hij zijn leven lang blijven. Dat musiceren - we zien een overvloed aan liveopnames voorbijkomen in de film - was voor Brötzmann daarbij allesbehalve onschuldig tijdverdrijf, hij blies of zijn leven ervan afhing. De wereld veranderen kon hij niet, zo naïef was hij niet, maar een steen verleggen in het water, daar geloofde hij zonder meer in. Met een andere attitude musiceren was wat hem betreft in feite gewoon onmogelijk. "Force you’re own shit as much as possible" zegt hij tegen Josse, voorwaar: zijn credo. Dat studenten aan conservatoria denken te leren wat hij met bloed, zweet en tranen heeft moeten doorwerken, gaat er, zo vertelde hij aan Spicer, bij hem dan ook niet in: de blues kun je niet leren, die moet je voelen.
Tja, wat moeten we dan aansluitend met al die jongeren op het podium, musicerend in 'the spirit of Brötzmann'? Hebben die voldoende de blues? De een zeker, de ander wat minder; Brötzmanns zijn het natuurlijk niet, al kan dat nog komen. De enige die er in de buurt komt is Parker, maar die stond al naast hem tijdens de opnames van 'Machine Gun'. Maakt het uit? Nee, geenszins, ze doen meer dan hun best en dat is voor deze avond ruim voldoende, al verlang je soms even terug naar dat compromisloze van de meester zelf. De Backer is een geweldige saxofoniste, helemaal op die baritonsax, waarop ze eindeloze creativiteit laat horen, maar ze klinkt eerder lyrisch en ritmisch dan verwoestend, iets dat Van De Velde met zijn stevige slagwerk deels goedmaakt. Noulet en Vanheerentals hoorde ik al tijdens de laatste editie van Summer Bummer, toen met saxofonist Cel Overberghe, die deze zaterdag ten gevolge van ziekte helaas verstek moest gaan en met De Backer een vervanger vond. Leuk om deze drie saxofonistes te vergelijken met Sonore, het trio dat Brötzmann vormde met Ken Vandermark en Mats Gustafsson en waar we opnames van zien in Josse's film. Een verschil van dag en nacht. Want waar hier drie hanen elkaar zowat naar het leven staan, horen we deze avond drie beminnelijke vrouwen die samen op zoek gaan naar harmonie.
Nee, dan Amadou en Desprez. Want in het enige concert waarin we geen saxofoon horen, komt de muziek, met name door de bijdragen van Desprez, nog het dichtst in de buurt van die altijd weer verontrustende optredens van Brötzmann. Freejazz, punkrock en noise gaan hier hand in hand in een improvisatieset, scherp op de snede. En dan mogen Parker en Émaille afsluiten. De ene helft van dit duo is mij natuurlijk meer dan bekend, de andere totaal niet. Deze Franse dame kwam niet eerder op mijn netvlies en zo te horen gold dat niet alleen voor mij. Maar goed, we kennen Parker en zijn reputatie en dus... En ja, werkelijk magnifiek! Ik zag al veel percussionisten, maar zelden zo creatief als deze dame. Dat begint al met die wonderlijke constructie van een grote trommel, een die we eerder in een orkest tegenkomen dan bij een drummer, met daarop een ijzeren buis en daaroverheen gespannen snaren. Die worden bestreken, beklopt en pizzicato bespeeld met prachtige klanken als resultaat. En dat naast een keur van andere geluiden waarmee ze Parker begeleid, de ene keer op tenorsax, de andere keer op sopraansax. Parkers spel biedt geen verrassingen meer, dat was met Brötzmann ook al niet meer het geval, maar dat maakt niets uit, het is nog altijd van een adembenemende schoonheid.
Foto's: Laurent Orseau
In de Jazztube hieronder zie je een gedeelte uit de film 'Soldier of the Road', uit het concert van het Peter Brötzmann Chicago Tentet op 13 februari 2009 in het Bimhuis, Amsterdam.
LP / Jazztube
Thurston Moore, Farida Amadou, Steve Noble & Peter Brötzmann - 'M.A.N. - B.A.N.' (Dropa Disc, 2021)
Opname: 23-24 augustus 2019
Kreeg het Summer Bummer Festival van 2019 een jaar later al een staartje via de release van 'Front To Front' van Fred Van Hove en Peter Brötzmann, dan wordt er nu een kloek vervolg aan gebreid met 'M.A.N. - B.A.N.', dat de uit hun voegen barstende slotconcerten van die twee avonden bij elkaar brengt.
Het zaadje voor deze dubbel-lp werd trouwens op datzelfde festival geplant, maar dan een paar jaar eerder. Het mooie van een evenement dat inzet op generatie-overstijgende kruisbestuivingen is immers dat er voortdurend nieuwe banden ontstaan en/of plannen gesmeed worden. De jonge Belgische bassiste Farida Amadou leerde er zo de Britse drummer Steve Noble kennen. Het duo - laten we ze A.N. noemen - had een klik en hop, het de was de start van een vruchtbare samenwerking. Daar wordt nu dit materiaal aan toegevoegd met twee collega-improvisatoren die ook present waren op het festival, en niet de minsten: Thurston Moore, die M.A.N. vervolledigt, en Peter Brötzmann, het sluitstuk van B.A.N..
Zonder de muzikanten over een kam te willen scheren, kan je natuurlijk wel al een paar voorspellingen doen. Zo zal het niemand verbazen dat de volumes en densiteit regelmatig in het rood gaan. Amadou en Noble hebben een zwak voor texturen en dynamiek, maar zullen die ook ten volle uitspelen tijdens daverende stormen van geluid, waaruit soms eigenlijk moeilijk op te maken valt waar de instrumenten elkaar raken. Hun partners hebben er ook al een parcours via beproevende omwegen op zitten. 'M.A.N. - B.A.N.' is dan ook uitermate geschikt om loeihard door de ruimte te knallen. Het heeft een intense lijfelijkheid, een vitale Sturm & Drang die pas echt tot z'n recht komt als je het voelt ter hoogte van de onderbuik.
Het concert van M.A.N. (dat op het festival eigenlijk de dag na B.A.N. kwam) start met gefrunnik en accenten die snel aan het sudderen geraken. Het is een verkrampende ondergrond van woelig geluid, een jungle van dichte klanken die via het cimbaalgehamer van Noble opbouwt naar een massieve trance. Moore krijgt eigenlijk een vrije rol toegediend, die hij niet zozeer aanwendt om te gaan domineren, maar om de sound open te trekken én compact te houden: er is regelmatig een koptelefoon voor nodig om de overgangszones tussen de artiesten te detecteren. De storm gaat nu en dan wel eens liggen en de overgang van A- naar B-kant wordt gebruikt voor wat welgekomen zuurstoftoevoer, maar het maximalisme spant de kroon. Noble regeert over de volledige kit, Amadou beweegt van grillige effecten naar rauwe betonmolenfurie en Moore reageert met een abstracte onstuimigheid die de ritualistisch aanvoelende massa enkel nog meer gewicht geeft. Een performance die de luisteraar bedekt met een vette gulp sonische ongedurigheid.
B.A.N. laat meteen een heel ander geluid horen. Niet enkel omdat de elektrische gitaar vervangen wordt door dat akoestische wapen, de tenorsax, maar ook omdat je te maken krijgt met een muzikant die er vanaf de eerste seconde geen twijfel over laat bestaan wie hij is. Op 78-jarige leeftijd blaast Brötzmann nog altijd die lange, scheurende lijnen met wortels in de jazztraditie die vervolgens de boel binnenstebuiten keren. Het is ook een improvisator die een ritmesectie totale vrijheid gunt zonder het overzicht te verliezen. Het is onvermijdelijk dat gedachten nu en dan uitgaan naar eerdere ritmesecties - Pliakas/Wertmüller bij Full Blast, Pupillo/Nilssen-Love in Hairy Bones, Laswell/Jackson bij het legendarische Last Exit - maar toch heeft dit trio een heel eigen, struikelende kracht. Brötzmann jeremieert woest op een brommende, voortdurend transformerende ondergrond, maar zet ook regelmatig een stap terug. En net als je denkt dat het samenspel monochroom dreigt te worden, krijg je weer een wending voor de kiezen die je eraan herinnert dat dit beestjes zijn met een killersinstinct.
Het maakt van 'M.A.N. - B.A.N.' een stevige kluif. Dit zijn performances die geen concessies doen, maar evenmin teren op routine of voorspelbare trajecten. Sterke persoonlijkheden, die zet je niet zomaar opzij, dus ergens klinkt het zoals verwacht, en toch is het weer helemaal anders. Het sluit mooi aan bij de geest van het festival, waar altijd weer verrassingen te rapen vallen en ontmoetingen verstrekkende gevolgen kunnen hebben.
In de Jazztube hierboven zie je een gedeelte van het optreden dat M.A.N. gaf in Cafe OTO in Londen op 28 oktober 2018.