Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Vooruitblik
Gent Jazz Festival


Op zondag 10 juli viert Gent Jazz Festival zijn vijftiende verjaardag met uitsluitend bands uit eigen stad. Balthazar, Flat Earth Society feat. Mauro Pawlowski, Moondog by Roland and friends en Nordmann zijn die dag de bands die de prachtige Bijlokesite in vuur en vlam zullen zetten. 10 jaar geleden in 2006 diende de stad Gent het dossier in om erkend te worden door Unesco als Creative City of Music. Op de Gentse dag van het Gent Jazz Festival zetten de stad en het festival deze erkenning van Gent als Muziekstad nog eens extra in de verf.

Balthazar is een fenomeen, een van de meest relevante Belgische popbands van dit moment. De band rond frontmannen Maarten Devoldere en Jinte Deprez toert al jaren onafgebroken Europa rond en scoort hit na hit. Flat Earth Society feat. Mauro Pawlowski tapt uit een heel ander vaatje, maar is minstens even representatief voor het muzikale spectrum waarbinnen Gent Jazz Festival nu al jaren succesvol grossiert. De Gentse bandleider Peter Vermeersch zal deze keer met gitaargoden Pierre Vervloesem en Mauro Pawlowski een hommage brengen aan Frank Zappa. Pawlowski doet overigens met dEUS een paar dagen later Gent Jazz nog eens aan. Met Moondog brengt Gentenaar en blueslegende Roland samen met een select clubje inlandse topmuzikanten een ode aan de gelijknamige blinde New Yorkse kunstenaar. Moondog ging door het leven als dichter, componist en muzikant, bouwde zijn eigen instrumenten, experimenteerde in zijn kenmerkende viking-outfit met geluiden uit de metro en grootstad en kwam zo tot een knotsgekke kruising tussen jazz, klassiek en spoken word. De mannen van Nordmann vonden elkaar aan het Gentse conservatorium. Ze brengen een uitdagende mix van rock, jazz en improvisatie. Hun samenspel is gewaagd, soms explosief, maar altijd oprecht.

Qua internationale gasten is het Gent Jazz Festival ook uitstekend voorzien, getuige namen als Pat Metheny, Ron Carter, Ibrahim Maalouf, Kamasi Washington en Terence Blanchard. Gitarist John Scofield treedt aan met twee andere grootheden: pianist Brad Mehldau en drummer Mark Guiliana. De Belgische input mag er zijn, met naast de eerdergenoemde zondag optredens van onder meer De Beren Gieren, Steven Delannoye en het Wout Gooris Trio, dat in 2015 de Jong Jazztalent Gent won, een wedstrijd waarbij jaarlijks een band de gelegenheid krijgt om een bijzonder project te realiseren. Het trio maakt die belofte volledig waar met twee gastsaxofonisten: Erwin Vann en Hayden Chisholm. Voor de popliefhebbers staan er met St Germain en Lianne La Havas aansprekende namen op het affiche.

Het Gent Jazz Festival vindt dit jaar plaats van 7 tot en met 16 juli op de Bijlokesite. Klik hier voor meer informatie.

Foto's: Cees van de Ven & Louis Obbens

Labels: , ,

(Maarten van de Ven, 31.3.16) - [print] - [naar boven]



Concert
Excursie door Pennsylvania

Mostly Other People Do The Killing, donderdag 17 maart 2016, Grand Theatre, Groningen

Toen je het adjectief nog kon gebruiken was Mostly Other People Do The Killing waarschijnlijk een postmoderne band genoemd. Uit alle uithoeken van de jazz sprokkelt MOPDTK stijlelementen bij elkaar. Het stemmen der contrabas gaat naadloos over in het eerste nummer, waarin vage en minder vage referenties aan 'Happy Birthday' en 'A Night In Tunisia' komen bovendrijven. Pianist Ron Stabinsky (die trompettist Peter Evans opvolgde) gaat regelmatig op de locked hands-toer en tenorist Jon Irabagon is een vat vol historie. Hij beschikt over een prachtig rijk romig geluid, waar Don Byas model voor zou hebben kunnen staan – of misschien zelfs Dick Wilson.

De zorgvuldig vormgegeven composities van bassist en bandleider Matthew 'Moppa' Elliott zijn allemaal naar plaatsjes in Pennsylvania genoemd. Een vaak hilarische gimmick, want Moppa geeft er gelijk een guided tour bij. Zo leren we dat Jim Thorpe - bevolking in 2013 4721 zielen - oorspronkelijk Mauch Chunk (= berenplek) heette. Toen de mijnen in de jaren vijftig dicht gingen, bezonnen de vroede vaderen zich op een nieuw imago en nieuw elan en het geval wilde dat Olympisch football player Jim Thorpe precies op tijd het loodje legde. Er werd een dealtje met de weduwe gesloten, waarbij het mijnstadje de beschikking kreeg over de stoffelijke resten et voilà. (Nou ja, et voilà: er loopt al jaren een rechtszaak tussen de stad en andere nabestaanden van Thorpe, die willen dat de knoken in Oklahoma herbegraven worden, waar de native American vandaan kwam en waar genoemde knoken volgens indiaans gebruik thuishoren.)

Net als veel andere composities van Elliott bestaat 'Jim Thorpe' uit cellen met elk een specifiek karakter. De groep tackelt de overgangen voorbeeldig en glijdt gelijk de Blue Angels in perfecte formatie van subthema naar subthema. Daarbij blijft het kwartet steeds net een klikje verwijderd van 'normale' muziek. Het organische karakter en de indrukwekkende chops van de muzikanten zorgden voor veel plezier – voor schrijver dezes in ieder geval.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 30.3.16) - [print] - [naar boven]



Concert
Schoonheid met rauwe randen

Erik Truffaz Quartet, donderdag 17 maart 2016, LantarenVenster, Rotterdam

Het podium is gehuld in een zacht schijnsel van warme tinten. In het gedimde licht bewegen de musici bijna ongezien naar hun plaatsen. In alle rust bouwt het kwartet van Erik Truffaz een soundscape uit. De trompet van Truffaz heeft een klank tussen helder en hees, omgeven met galm en elektronische effecten. Pianist Benoît Corboz speelt stuwende, ritmische, en soms swingende motieven op de Fender Rhodes. Verbrokkelende klankclusters transponeert hij chromatisch naar hogere tonen. Bassist Marcello Giuliani speelt groovy licks. Drummer Arthur Hnatek slaat strakke, syncopische ritmes. De associatie met jazzrock is nabij. Het gedimde zaallicht onderstreept het filmische karakter van de muziek van Truffaz.

Erik Truffaz is een man van weinig woorden. Hij straalt kalmte uit met zijn ingetogen gebaren. De jeugd van Truffaz was gedrenkt in de muziek van het dansorkest van zijn vader. Al jong speelde hij daarin mee. In zijn eigen carrière bewoog zijn muziek via jazz naar elementen van elektronische muziek, dance, hiphop en rock. In zijn spel is Miles Davis nog altijd duidelijk herkenbaar. Truffaz maakt vooruitstrevende, progressieve muziek, met invloeden uit Afrika, maar ook met veel ruimte voor lyriek en poëzie.

Op het podium ademt de muziek van Truffaz rust en energie. Melodieën zijn pakkend, maar nooit dwingend. Er blijft steeds ruimte voor een beschouwende afstand. De vele geluidseffecten die over de natuurlijke klanken van de trompet en de piano worden gelegd, versterken deze dualiteit. Afstand en nabijheid. Dit geldt ook voor het spel van Truffaz en Corboz. Beiden drijven op een dienende, ingetogen virtuositeit. Geen competitie, maar wel maximaal gebruik makend van techniek en de mogelijkheden van hun instrumenten. Een boeiende competitie met de wetten van drama, schoonheid en esthetiek.

Ter introductie van een stuk durft Truffaz het aan om een lange solo zonder microfoon te spelen. Kwetsbaar en tot de kern doordringend speelt hij bedachtzame lange lijnen en creëert hij een dromerige sfeer. Wanneer zijn begeleiders zich bij hem voegen, ontwikkelt het stuk zich naar meer swing. Eenzelfde aanpak heeft Corboz als hij de vleugel bespeelt. In slow motion en fragiel, met symfonische akkoorden, brengt hij steeds nieuwe harmonische kleuringen in zijn mijmerende schetsen. Vloeiend schakelt Corboz van verstilling naar funky pianospel met vette grooves. Deze gelaagde opbouw combineert fraai met de lyrische melodielijnen die Truffaz inbrengt. Uiteindelijk gaat het stuk over in een fantasie en fungeren de drums als een spelcomputer.

Truffaz brengt in zijn muziek een mix van progressieve en scenische elementen. Een symfonische complexiteit en een geavanceerde opbouw van elektronische lagen wordt gecompenseerd door heldere melodieën. Schoonheid met rauwe randen. De muziek van Truffaz is complex, maar zeker niet elitair. 'Doni Doni', de titel van zijn nieuwste cd-album dat zojuist is verschenen, sluit daar goed bij aan.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Roland Huguenin, 29.3.16) - [print] - [naar boven]



Cd
Marc Ducret - 'Tower-Bridge' (Ayler, 2014)

Opname: 15 & 21 november 2012

Ada, de hoofdpersoon uit de gelijknamige roman van Vladimir Nabokov, een kind nog, heeft een bijzondere manier gevonden om de zaken die in het leven spelen een plaats te geven. Dagelijkse gebeurtenissen noemt zij 'things'. Bijzondere gebeurtenissen die positief van aard zijn 'real things' en minder leuke dingen 'ghost things'. Gebeuren er meerdere dingen tegelijkertijd dan heeft ze het over een 'tower' en gebeuren er meerdere dingen achter elkaar dan heeft ze het over een 'bridge'. Het zijn dan ook de 'real towers' en de 'real bridges' die het leven de moeite waard maken.

De Franse gitarist Marc Ducret is een groot liefhebber van het werk van Nabokov en het inspireert hem sinds 2010 tot het 'Tower'-project. Hij schreef een serie composities, die hij in de jaren daarna met een uiteenlopende groep musici opnam. Bij het samenstellen van de diverse bezettingen legde Ducret zichzelf een belangrijke beperking op: in geen van de bezettingen komt een contrabas of elektrische bas voor. In 2012 besloot Ducret de twaalf musici die aan de drie eerdere delen van 'Tower' hadden meegewerkt, bij elkaar te halen voor een tournee. De opnames zijn verzameld op een dubbel-cd met de toepasselijke titel 'Tower-Bridge'.

De drie genummerde composities met als titel 'Real Thing' vormen het hart van dit album. 'Real Thing I', met bijna 30 minuten het langste stuk, begint sferisch. Gitaar, piano en slagwerk wisselen elkaar mooi af. Het is vooral Ducret die hier de onstuimigheid naar binnen brengt en Fred Gastard op zijn majestueuze bassax. Gaandeweg ontstaat er een zwak ritmische structuur. Tot de sfeer ineens omslaat en een passage van stevig aangezet samenspel eerst wordt onderbroken door een fluisterzacht moment - vol kreunende percussie en trompetspel met veel lucht - en dan door ongericht gitaar- en pianospel. Het geheel wordt gevolgd door een overdonderende gitaarsolo van Ducret, ritmisch ondersteund door Gastards bassax. Na nogmaals een zeer ritmisch intermezzo en een wonderlijke dialoog tussen trombone en gitaar vindt het nummer zijn voltooiing in een laatste ritmische uitbarsting.

'Real Thing II' begint aanvankelijk zoekend en klinkt als een alle kanten opschietende exercitie, om zich uiteindelijk te ontwikkelen tot een volgens een ijzeren ritme voortgedreven machine, waarop het voor de blazers heerlijk soleren is. En dan treedt de rust in, enige pianoklanken en Ducrets gitaar. In 'Real Thing III' horen we allereerst de beide slagwerkers, Tom Rainey en Peter Bruun, fragmentarisch afgewisseld met het geluid van de totale band. Wat volgt is een bijna intieme dialoog tussen pianist Antonin Rayon en Ducret, waarna de trombones aan zet zijn, die staan voor de drie hoofdpersonen uit 'Ada': Lucette, Van en Ada zelf. Ze worden ondersteund door het slagwerk in hun enerverende samenspel. Bijna poëtisch klinkt het einde van dit derde deel van 'Real Thing'.

Vermeldenswaard is verder de verzengende gitaarsolo van Ducret in 'Sur L’Electricité' en de heftigheid waarmee 'Softly Her Tower Crumbled In The Sweet Silent Sun' aanvangt. Je ziet de toren in elkaar zakken. En wat een geweldige partij blaast Tim Berne hier op zijn altsax, dit alles verklankend.

Labels:

(Ben Taffijn, 28.3.16) - [print] - [naar boven]



Concert
Meeslepende verhalen uit verre streken

Rembrandt Frerichs Trio ft. Benjamin Glorieux, zaterdag 19 maart 2016, PlusEtage, Baarle-Nassau

Ook tijdens dit concert in de PlusEtage blijkt weer dat pianist Rembrandt Frerichs allesbehalve een stijlpurist genoemd kan worden. Reeds in 'Ashera' vermengt hij met zijn trio op overtuigende wijze jazz, klassieke kamermuziek en muziek uit andere windstreken op eclectische wijze met elkaar. De samenwerking met cellist Benjamin Glorieux blijkt daarbij een gouden greep. In een gloedvolle solo toont hij zijn veelzijdigheid. In 'Hörpu' overheerst de melancholie in Glorieux' zwoele cellospel, in Frerichs' puntige pianospel en in Vinsent Planjers ingehouden slagwerk. 'Stav' is Hebreeuws voor 'herfst'. Het is Glorieux die begint met het neerzetten van een bij de titel passende sfeer, donker en intens. De solo wordt een duet als bassist Tony Overwater zich aansluit en nog donkerder kleuren toevoegt. Wat volgt zijn solo's van respectievelijk Overwater en wederom Glorieux. Beiden gloedvol en diepgravend, slechts zo nu en dan ondersteund door het bekkenspel van Planjer.

Na de pauze neemt Frerichs weer eens zijn Indiase harmonium ter hand voor de 'Perzische Suite'. Op een oosters ritme van Planjer ontvouwt zich een kleurrijke en meeslepende melodie, gevolgd door een spetterend duet van een strak drummende Planjer en een energiek strijkende Glorieux. Dan grijpt Frerichs naar een klein elektrisch apparaatje, made in China, waar je met een pennetje op kunt krassen en dat vreemde geluiden voortbrengt die wel wat relatie vertonen met het harmonium; het kent diezelfde trilling.

In 1905 maakte oud-premier en theoloog Abraham Kuyper een historische reis door het Midden-Oosten. Onlangs is over die reis een documentaireserie gemaakt die op televisie was te zien onder de titel 'Om De Oude Wereldzee'. Overwater heeft de muziek voor deze serie gemaakt en het trio voert hier dan ook het titelnummer uit. Het is muziek passend bij de serie, maar ook bij dit trio. Er worden muzikale vergezichten geschilderd, met name door de evocatieve pianoklanken. Het is kenmerkend voor de gehele set. De muziek van dit trio is poëtisch, beeldend en doet ons dromen van verre oorden en andere culturen. Dan gaat alles nog eenmaal op scherp voor 'The Path', een compositie van de Israëlische musicus Itamar Erez. Op een aanstekelijk ritme voeren Frerichs en zijn vrienden ons mee op een laatste reis.

Klik hier voor foto's van dit concert door Marcel Thomassen.

Labels:

(Ben Taffijn, 27.3.16) - [print] - [naar boven]



Cd
Esther & Mateusz – 'What’s Hard To Find' (eigen beheer, 2015)


Zangeressen zijn er dertien in een dozijn, laat ze aan een microfoon ruiken en ze barsten los in een woeste scat over 'Summertime' – maar die Esther Van Hees is er een om in de gaten te houden. Op het eerste gehoor is haar stem niet bepaald jazzy. Meer iemand voor het folkcircuit, ben je geneigd te denken, of voor een tribuut aan Björk. Maar met die stem doet Van Hees aanmerkelijk meer dan je gemiddelde folkie. Om te beginnen heeft ze een groot bereik en klinkt ze in alle registers even sterk en zuiver. In het laag ('How Long Has This Been Going On') doemt zelfs het diffuse haardbeschenen gelaat van Julie London op. Dat bronstige zuchten – nee, daarvoor moet je bij La London zelf zijn. Het Engels, Frans en Spaans van deze Belgische is, voor zover ik het kan beoordelen, vlekkeloos.

Ze is, samen met haar muzikale partner gitarist Mateusz Pulawski, ook een getalenteerde songschrijver, getuige de titelsong 'What Is Hard To Find'. Dat slaat ook op de hoes, een schilderij van Els Cools, tante van Esther, waarop een bepaalde weggebruiker moeilijk te ontdekken is. Maar ik heb al te veel verklapt. Dat die twee echt liedjes kunnen schrijven bewijzen ze met '19th Day Of The Moon Cycle'.

Het eerste nummer, 'I Will Wait For You', begint a capella. Vaag dringen achtergrondgeluiden door, wat het gebodene een authentieke toets geeft. Iets ambachtelijks zou ik haast zeggen, wanneer je dat nog zou kunnen zeggen. Drie composities zijn van de hand van pianist Bill Evans, wat uiteraard ook het een en ander zegt over de oriëntatie van het duo. Verder valt op dat er veel out-of-tempo gewerkt wordt; de traditionele bepalingen en begrenzingen van de traditionele ballads zeggen Van Hees en Pulawski niet zoveel. Die laatste heeft een mijmerende stijl die goed past in de hele aanpak. Maar dan mijmeren in de zin van lucide dromen. Dit soort muziek is hard to find.

Deze cd verschijnt op 1 april.

Labels:

(Eddy Determeyer, 27.3.16) - [print] - [naar boven]



Jazzradio
Jazz Rules #74-75


In aflevering #74 van Jazz Rules hoor je in primeur nieuw werk van Black Flower, de Ethiojazzband van Nathan Daems en Jon Birdsong. Ook gloednieuw werk van de jonge Gentse band Steiger, die deze maand hun eerste EP voorstellen. In de reeks #25Miles over het leven en werk van jazzlegende Miles Davis gaat het dit keer over de opname van het album 'Walkin’' uit 1954. Er is ook nieuwe muziek van pianist Vijay Iyer en trompettist Wadada Leo Smith en studiogast is deze keer baritonsaxofonist Joppe Bestevaar. Hij speelt onder meer bij Rebirth::Collective en Black Mango. Die laatste groep brengt binnenkort ook een eerste album uit en in Jazz Rules krijg je alvast een voorsmaakje van hoe dat zal klinken!

In Jazz Rules #75 veel aandacht voor het Leuven Jazz Festival. Met muziek van onder anderen Dave Holland en Chris Potter. Ook een interview met organisator Danny Theuwis. Trompettist Avishai Cohen was onlangs in ons land en speelde onder meer in Oostende en Brussel. Dirk Roels had een gesprek met Cohen over zijn nieuwe ECM-plaat, over leven en dood, over zijn onbekende toppianist Yonathan Avishai en over Miles Davis. Uiteraard is er opnieuw de reeks #25Miles over het leven en werk van de jazzlegende. Bassist Nils Vermeulen komt naar de studio en je hoort een livesessie van zijn band Kabas. Ook nog muziek van het David Thomaere Trio.

Klik hier om Jazz Rules #74 te beluisteren.
Klik hier om Jazz Rules #75 te beluisteren.

Foto: Cees van de Ven

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 26.3.16) - [print] - [naar boven]



Festival / Jazztube
Accordeons zoeken grens op

Internationaal Accordeonfestival Stadskanaal, zondag 13 maart 2016, Theater Geert Teis, Stadskanaal

In de zaal van Theater Geert Teis zweeft een nauwelijks waarneembare harmonische wolk. Ze is ontsnapt uit tweehonderd kelen van binnensmonds meeneuriënde bezoekers van het vierde Internationaal Accordeonfestival. In het spotlicht zit een kleine grijze man achter een grote accordeon en hij speelt 'Plaisir d’Amour'. Het is Henny Langeveld, bouwjaar 1941 en jarenlang eerste accordeonist en arrangeur van het Tango-Rumba-orkest van Malando.

Als er volmaakt accordeonspel bestaat hoorden we het zondagmiddag 13 maart. Langevelds spel is gedetailleerd als Brusselse kant en regelmatig als een kassenlandschap in het Westland. Hij drukt ons ook maar weer eens met onze neus op het feit dat Émile Waldteufel (1837-1915) als componist van memorabele melodieën niet onderdeed voor Franz Léhar of Jerome Kern. Zijn wals 'España' bevat vijf of zes subthema's die het stuk voor stuk ook op eigen kracht zouden redden. In dat opzicht en ook in bepaalde overgangen leek het stuk verwant aan de rags die Scott Joplin cum suis vijftien jaar later zouden componeren. Ik hoorde er ook 'Hot Doggity' in terug, Perry Como's hit uit 1956.

Jazzier was Giorgio Albanese, 30, geboren in Ostuni, Brindisi en tegenwoordig werkzaam in Italië, de Verenigde Staten en de rest van de wereld. In een nummer als 'Billie’s Bounce' leek hij daar verder te gaan waar Johnny Meyer ooit was opgehouden en elders leek hij nieuwsgierig naar wat het publiek nog net aan woeste improvisaties kon verstouwen.

Hoeveel invloed tango nuevo-voorvechter Astor Piazolla de laatste veertig jaar op accordeonmuziek heeft gehad, bleek tijdens dit festival. De aanwezige vedetten speelden, op Langeveld na, allen composities van de Argentijnse meester, of stukken in diens geest. Albanese drukte zich het meest subtiel uit, zijn twee jaar jongere landgenoot Pietro Adragna het meest uitbundig. Hij zit op zijn stoel te dansen als een gekooide Fred Astaire en is daarbij gezegend met de mimiek annex motoriek van een Charles Chaplin. In zijn handen worden ook de meest weerbarstige composities zacht als was. U wilt 'De Vlucht Van De Hommel' in dubbeltempo – u krijgt 'De Vlucht Van De Hommel' in dubbeltempo. Twee melodielijnen die door elkaar schuiven – geen probleem. Griezelig. Geen wonder dat deze jongeman reeds een twaalftal eerste prijzen en kampioenschappen op zijn naam heeft staan.

Er waren ook twee entr'actes. De twaalfjarige Jan Timmer was door organisator Jac Puts in Eelde ontdekt en speelde hier 'Olé Guapa' tussen de sterren. Het Drie Sterren Trio uit de stad Groningen bracht een gevarieerd programma van klassieke swing, Oost-Europese dansmuziek en latinritmen. Van de drie viel gitarist en violist Don Hofstee op. Ondanks een niet misselijke schouderblessure spreidde Hofstee op viool een soort achteloze virtuositeit ten toon. Ook als gitarist wist hij een loeistrakke timing met een swingende notenkeuze te combineren.

Speciaal voor degenen die nog altijd in de mening verkeren dat met de Three Jacksons het non plus ultra op trekzakgebied is bereikt, wordt zondag 12 maart 2017 het eerste lustrum gevierd van het Internationaal Accordeonfestival.

Foto: Bert van Erk

In de Jazztube hierboven zie je Giorgio Albanese met 'Valse Piccolo' tijdens het Internationaal Accordeonfestival. Hij wordt begeleid door bassist Bert van Erk en drummer Rene van Astenrode.

Labels: ,

(Eddy Determeyer, 26.3.16) - [print] - [naar boven]



Cd
The Preacher Men - 'Preaching Out Loud' (InOvation Music, 2016)


Drie oudgedienden uit de Nederlandse jazz hebben de krachten gebundeld en belijden onder 'The Preaching Man' hun geloof in het traditionele hammondorgeltrio. 'Preaching Out Loud' heet het debuut, waarvan akte. Met opener, het alom bekende 'Loverman', geven saxofonist Efraïm Trujillo, organist Rob Mostert en drummer Chris Strik direct hun visitekaartje af. Op een strak geslagen beat en een lang aangehouden, slechts langzaam veranderende grondtoon op orgel, zet Trujillo in, licht gruizig, warm en met ingehouden swing. En dan pakt Mostert de groove, een groove zoals je alleen maar kunt krijgen met Hammond B3. 'Speeddate', een compositie van Trujillo doet zijn naam alle eer aan. Hij blaast de melodische partij in de hoogste versnelling, aangevuurd door zijn mede-preacher men. En ook de solopartij die Mostert hier verzorgt, is niet te versmaden. Wat een groove, wat een swing!

'I Want A Little Girl' is een roomzachte ballad waarin de Hammond een grootse en meeslepende rol speelt. Het verlangen naar het kleine meisje klinkt door in iedere noot. Een titel overigens die heden ten dage wellicht wat verdacht klinkt. Maar goed, het is een cover, dus dat mogen we de heren niet aanrekenen. In 'Sticks Tricks' horen we allereerst Strik in opzwepend ritmisch slagwerk, waarna Trujillo een vet groovende partij inzet, geflankeerd door Mostert. Dit gezamenlijk geschreven nummer behoort onmiskenbaar tot een van de hoogtepunten van dit album, getuige ook de energieke dialoog tussen Mostert en Strik, waar de vonken vanaf spatten.

Afgesloten wordt er met een klassieker van pianist en componist Horace Silver, 'The Show Has Begun'. En dit is Silver ten voeten uit. Zeer ritmisch en melodisch loodsen The Preacher Men ons door deze geweldige compositie heen. Als je je debuutalbum eindigt met een compositie die deze titel draagt, geef je aan dat je van plan bent om het niet te laten bij dit debuut. Nou, we zijn er klaar voor. Op naar meer van dit energieke moois van The Preacher Men. Spread the word!

Klik hier om te luisteren naar een track van dit album: 'Going Back To Memphis'.

Labels:

(Ben Taffijn, 24.3.16) - [print] - [naar boven]



Concert
Op naar de 50

The Ob6sions, dinsdag 1 maart 2016, De Smederij, Groningen

In feite wordt het zilveren jubileum van de Smederij Sessies als het zo uitkomt al een jaar of twee gevierd, maar dinsdag 1 maart was het ook officieel zover. 25 Jaar eerder hielp pianist en sessieleider Diederik Idema voor het eerst mee de tafeltjes aan de kant te schuiven om in eetcafé De Smederij plek vrij te maken voor een groepje jamlustigen. Afgezien van de zomermaanden, waarin de leider in New York op krachten pleegt te komen, is het sindsdien elke dinsdagavond aan de Tuinstraat een komen en gaan geweest van Veelbelovend Grut en Gevestigde Namen.

Maar om nou te zeggen dat het een echte jubileumavond was, met toespraakjes en bitterballen, nou nee. Het was gewoon business as usual, met de voormalige huisband van wijlen Radio 6, die wat stroefjes uit de startblokken leek te komen. De eerste paar standards werden plichtmatig uitgevoerd, maar vanaf Deodato's 'Super Strut' ging alles lekker stomen en borrelen. Jazzfunk à la The Brecker Brothers is toch het ding van de Ob6sions.

Laat drummer Victor de Boo maar lekker doorratelen wanneer hij zich eenmaal in zijn groove genesteld heeft. Met zijn spijkerharde, gortdroge beats geeft hij het begrip 'talking drum' nieuwe dimensies. Hij zou zó mee kunnen lopen in elke willekeurige street parade in New Orleans. Ik zou hem wel eens aan het werk willen zien in het Maison (v/h Maison de la Musique) aan Frenchmen Street. Opzienbarend vond ik het toetsenwerk van Jeroen van Helsdingen. Deze jongeman barst van de energie en zijn fantasie heeft eveneens lak aan begrenzingen.

Tijdens de pauze draaiden de gesprekken vanzelfsprekend zorgelijk om nieuwe verdienmodellen in deze barre tijden. Maar ik zat naast een rijtje middelbare scholieren. Die hadden het niet over hoe je jezelf het best op Facebook profileert. Die discussieerden over het bluesgehalte van de jazz.

Labels:

(Eddy Determeyer, 22.3.16) - [print] - [naar boven]



Concert / Poëzie
Campert, jazz en een heleboel ziel

'Campert' door Pierre Bokma & Benjamin Herman Quartet & 'Lamento' door Tom America, woensdag 16 maart 2016, ParaBIEBop, Paradox, Tilburg

'De wereld swingt als de pest, de rest is gemompel van bedelaars' (Remco Campert)

Deze tweede editie van ParaBIEBop was wel een hele bijzondere. Een muzikaal en literair treffen tussen de top van de Nederlandse schrijvers, Remco Campert, en topmuzikant Benjamin Herman. De melancholische gedichten van Campert, smaakvol ingekleurd met swingende, dan wel heerlijk meeslepende (jazz)muziek van Herman en zijn kwartet bezorgden het enthousiaste publiek een prachtige avond in het Tilburgse Paradox. Het was tevens een mooie aftrap voor literair festival Tilt, dat van 16 tot en met 19 maart plaatsvond in Tilburg.

Alhoewel het de bedoeling was dat Campert zelf aanwezig zou zijn om zijn gedichten voor te dragen, moest hij helaas om gezondheidsredenen verstek laten gaan. Een teleurstelling voor velen natuurlijk, maar daar werd een uitstekende oplossing voor gevonden in de persoon van acteur Pierre Bokma. "Gelukkig gaat het met Campert weer goed, hij is uit het ziekenhuis en rookt nog steeds als een ketter," schertste Benjamin Herman bij de aankondiging.

Bokma won twee keer de Louis d'Or, de belangrijkste toneelprijs van Nederland en vier maal een Gouden Kalf voor zijn rollen in verschillende Nederlandse films en televisieseries. Daarnaast heeft Bokma, net als Campert en Herman, een hart voor jazz. Hij speelde ook in het theaterstuk 'Koeien', een opera van en over componist en pianist Misha Mengelberg. Bokma, Campert en Herman kennen elkaar van de Amsterdamse kunstenaarssociëteit De Kring en waren regelmatig samen op de Nederlandse televisie te zien. De link naar Bokma was mede door toedoen van Herman snel gelegd.

De avond werd ingeleid door Tom America. Hij vermuzikaliseerde twee gedichten van Campert met samples en elektronica op zijn keyboard. Bij zijn compositie van 'Licht van mijn leven' maakte cineast Leonard Retel Helmrich later een korte film met de door hem zelf ontwikkelde Single Shot Cinema-methode. Zoals America aankondigde: een voorgelezen arabesk in woord en beeld. De indrukwekkende film werd getoond aan het begin van deze boeiende avond in een stijf uitverkocht Paradox.

Het tweede stuk creëerde de Tilburgse componist rondom 'Lamento'. Een meesterwerk van Campert met zorgvuldig gekozen woorden, onafgemaakte zinnen en strategisch gekozen herhalingen. "Het woord 'altijd' bijvoorbeeld komt in het gedicht 24 keer voor. Normaal gesproken is dat ondenkbaar, maar Campert komt ermee weg," aldus America. Later op de avond speelde het Benjamin Herman Quartet hun versie van 'Lamento'. Want juist door het ritme van het gedicht is het heel goed geschikt om op muziek te zetten. Bokma las het voor terwijl het kwartet speelde. De muziek afgestemd op de ritmiek van de woorden, aanzwellend tot een onheilspellende climax; de uitspraak 'Ik zie muziek' kreeg er gedaante mee.

Remco Campert is zelf ook een groot jazzfan. Hij schreef over verschillende grote jazzmusici en dat wekte de aandacht van Benjamin. Uiteindelijk resulteerde die samenwerking in het album 'Campert'.

Saxofonist Benjamin Herman is een alleskunner. Of het nou swingende pop, soul, zwoele - of juist stomende - jazz is, hij kan het allemaal. Als het hem maar inspireert. Deze avond besteeg hij het podium met kompanen Daniël von Piekartz (zang, piano), Ernst Glerum (cello) en drummer Joost Patocka. Herman liet veel ruimte voor de anderen. Er waren diverse soli van Patocka en Glerum, en Von Piekartz zong met overgave diverse gevoelige ballads. Het kwartet vulde de door Bokma gelezen gedichten aan, of speelde inspirerende intermezzo's. Met de jonge Von Piekartz heeft Herman een opvallende pijler in zijn gezelschap. Hij zingt en speelt met bezieling én een ontwapenende frisheid, waarmee hij de harten van het publiek verovert. Campert zou er vast van genoten hebben.

Klik hier voor foto's van deze avond door Donata van de Ven.

In de Jazztube hierboven zie je 'Licht van mijn leven', een gedicht van en door Remco Campert, op muziek van Tom America in een film door cineast Leonard Retel Helmrich.

Labels: ,

(Donata van de Ven, 22.3.16) - [print] - [naar boven]



Cd
Carate Urio Orchestra - 'Lover' (Klein, 2016)

Opname: februari 2015

Joachim Badenhorsts Carate Urio Orchestra heeft zich de afgelopen jaren ontpopt tot een van de meest bijzondere experimentele groepen van België. In 2013 zag 'Sparrow Mountain' het licht en nu ligt er 'Lover'.

Reeds met 'Preacher' is het raak. Het septet produceert hier een vreemde, tegendraadse klanksculptuur met een industrieel karakter. Om vervolgens met 'Ar Antiphon' een absoluut totaal andere weg in te slaan - ook dit is Carate Urio Orchestra. Sean Carpio zingt met prachtige stem een ballad, zichzelf op gitaar begeleidend. Een nummer dat op een singer-songwritersalbum niet had misstaan. Op de achtergrond klinkt intussen een soort van omgevingsruis steeds dominanter, tot het Carpio eenvoudigweg naar de achtergrond drukt en het nummer eindigt in een ware kakafonie. Het contrast met het begin kan daarmee niet groter zijn. 'Iron Bird' is daarentegen weer te betitelen als een hulde aan het minimalisme. Snaren en slagwerk zetten hier samen de toon in een compositie waarin repeterende klanken centraal staan.

'Lover', het titelnummer, is een verhaal apart. Een wereld van invloeden vinden we hier terug: vleugjes funk, zang van Badenhorst – maar dan met een voicedecoder zodanig vervormd dat het meer op science fiction lijkt - en prachtige, bijna romantische blazerslijnen van trombonist Sam Kulik. En opvallend: het nummer stopt midden in de melodie, alsof Badenhorst het wel weer genoeg vond met al dat poppy gedoe. Tijd weer voor het echte werk, 'Crazy Wind Laid Down' geheten. En zo'n titel schept natuurlijk verwachtingen. We stappen dan ook een unheimische klankwereld binnen en worden door dit septet meegenomen de kale vlakte op, om daar in het donker een partijtje te gaan staan verkleumen. Nee, dan klonk 'Lover' toch een stuk gezelliger! Want hier giert de wind, kraakt de oude schuur waarin we onderdak hebben gezocht vervaarlijk en is het schrale melodietje dat Badenhorst blaast het enige dat nog een beetje troost biedt. Hoezo is de wind gaan liggen?

In dit steeds wisselen van klankwerelden past ook 'Feet History', een compositie van gitarist Nico Roig. Hier 'gewoon' een melodie uit één stuk, met een kop en een staart, ritmisch en een kruising tussen jazz, Americana en folk, waarbij Roigs gitaarspel leidend is. Bij afsluiter 'Fremdenzimmer' mag de klemtoon liggen op het eerste samenstellende woord. Hier klinken weer de onderaardse noisegeluiden die we reeds eerder voorbij hoorden komen, nu vergezeld van een ritme dat wel wat weg heeft van een tikkende klok. En passant wordt er vervolgens heel stemmig geblazen en gezongen. Ietwat getergd klinkt Badenhorst, waarbij hij wordt ondersteund door het achtergrondkoor bestaande uit de overige musici. Een indrukwekkend slot. Ook dat is het Carate Urio Orchestra.

Na beluistering van dit album kunnen we concluderen dat hier een bijzonder werkstuk ligt. Eclectisch en getuigend van een bijzonder muzikaal gevoel. Zelden hoor je zoveel muzikale werelden op één album, zonder dat dit leidt tot de bekende ratjetoe. Integendeel, 'Lover' is niet minder dan een meesterwerk dat we gerust nu al tot een van de beste platen van 2016 kunnen rekenen.

Klik hier om twee tracks van dit album te beluisteren: 'År Antiphon' en 'Fremdenzimmer'.

Labels:

(Ben Taffijn, 21.3.16) - [print] - [naar boven]



Concert / Jazztube
Heilige twee-eenheid

Nels Cline & Julian Lage + 3times7, vrijdag 26 februari 2016, Grand Theatre, Groningen

Hoe is het in godsnaam mogelijk dat een muzikant in zijn eentje gitaar speelt? Dat vraag ik me af sinds ik het gitaarduo Nels Cline-Julian Lage in actie heb gezien. Met z'n tweeën legden die namelijk de lat voor sologitaar weer een stuk hoger. Inderdaad, het klinkend resultaat van hun samenwerking leek uit één instrument te komen. Vaak speelde Lage solostem, waarbij zijn kristallen geluid ondersteuning kreeg van Clines meer gruizige, omfloerste inbreng. Maar de rollen konden ook worden omgedraaid en soms hoorden we collectieve improvisaties, waarbij de individuele bijdragen grondig door de mixer gingen. Nergens ontstonden dreigende situaties, deze heren moeten honderden uren geoefend hebben. Daarbij viel op dat de gitaristen zich slechts van kleine kale versterkers bedienden; geen pedaal te zien, geen loopstation te bekennen. De voetjes hadden vrij.

Het recital begon als een beschaafde conversatie tussen twee gelijkgestemden; mij kwamen de verrichtingen van het duo George Barnes-Carl Kress uit de jaren zestig voor de geest. Ook Jim Hall bleek een toetssteen. Maar even zo makkelijk daalden de heren af naar de crypten van de middeleeuwse muziek: ik hoorde de namen van Julian Bream en John Williams in de wandelgangen rondzingen. Daar kan ik zelf dan die van Charlie Christian aan toevoegen, met wiens 'Seven Come Eleven' Cline en Lage de grenzen van de swingmuziek verkenden en overschreden. Het overige repertoire was van de hand van de interpreten. Hallucinant.

Het Grand was al degelijk opgewarmd door 3times7, een trio met Jorrit Westerhof, Marco Curcic en Aleksandar Skoric, gitaar, bas en drums respectievelijk. Westerhof heeft de energie en de extase van de rock een plek gegeven in de improvisatiemuziek. Daarbij laat hij zich behaaglijk richting de blues afdrijven. Eigenlijk is dit prima dansmuziek, maar ja, je kent ze, de Nederlanders. In ieder geval is weer eens duidelijk geworden dat die Jimi Hendrix veel kleinkinderen heeft verwekt.

Ondertussen had Marco Curcic na een nummer of vier een onbedaarlijk bloedende vinger opgelopen. Na de bloeding gestelpt te hebben met een partituur sloeg Curcic zich manmoedig door de rest van het repertoire. Music is the healing force of the universe, of niet dan. Dus wast dacht je, aan het eind? De wonde had zich ontwikkeld tot een heuse kwetsuur.

Nu weten we ook waarom Aleksandar Skoric zijn lokken vóór het gelaat laat vallen. Zo beschermde de drummer, die zijn geuzenaam Animal eer aandeed, zichzelf tegen rondsuizende sticktips en ander splijtend gerei. Na afloop had het podium van het Grand wel wat van Asperen na het Aspergefestival.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 20.3.16) - [print] - [naar boven]



Concert / Jazztube
De stilte van afwezigheid

Avishai Cohen Quartet, zaterdag 5 maart 2016, TivoliVredenburg, Utrecht

De Herzzaal van TivoliVredenburg is bedoeld voor onversterkte kamermuziek. Sinds het geluidslek gedicht is, wordt de zaal ook ingezet voor akoestische jazzconcerten. De zaal leent zich daar prima voor en kenmerkt zich door een fijne kleine galm. Het Avishai Cohen Quartet maakt daar veelbetekenend gebruik van, want het onderstreept immers gevoelens van verlatenheid, inkeer, intimiteit en verstilling. En dat is nu net het spectrum van emoties waarin dit kwartet zich deze avond graag beweegt.

Als Avishai Cohen de demper op zijn trompet zet tijdens het nummer 'Life & Death' weerklinkt levensgroot die herkenbare lyrische en breekbare toon van zijn grote voorbeeld Miles Davis. Maar Cohen is te avontuurlijk ingesteld om die herkenning verder te exploiteren. Hij gebruikt het als een ouverture van waaruit hij verder dwaalt.

Hij speelt deze avond integraal zijn laatste album 'Into The Silence'. Dit album kreeg zijn vorm en betekenis door Cohens reflecties op en nagedachtenis aan zijn vader, die kort voor dit project overleed. Hij wilde deze gebeurtenis doorvoelen en troost vinden door daar muzikaal uitdrukking aan te geven. De albumtitel licht Cohen als volgt toe: 'Het is de stilte van afwezigheid, zoals foto's van iemand die er niet meer is. Je kan hem niet meer horen, voelen en zien.'

Met veel introspectie verkent en onderzoekt hij emoties zoals verlatenheid, pijn, weemoed, twijfel, gemis, verwarring en bezinning. En zwervend langs die emoties ontdekt hij muzikaal troost in moed, liefde, berusting, overgave en hoop. De emoties stapelt hij als herdenkingssteentjes tot een torentje, zoals je dat vaak op Joodse graven ziet. Zo schept hij het requiem waarmee hij zijn vader wil eren. De man die zo graag zelf een instrument had willen leren bespelen, maar dat niet kon omdat hij het mogelijk wilde maken dat zijn kinderen naar het conservatorium gingen en allemaal uiteindelijk verdienstelijke musici werden. Anat Cohen als klarinettiste en Yuval Cohen als saxofonist.

Hij vroeg zijn zielebroeders bassist Barak Mori, drummer Nasheet Waits en pianist Yonathan Avishai om met hem deze zoektocht aan te gaan. Het kwartet heeft weinig leiding nodig; ze weten en voelen wat Cohen wil uitdrukken en weten dat vitaal en urgent voor henzelf te maken. Yonathan Avishai zorgt met zijn texturen van repeterende of over elkaar verschuivende motieven voor een inspirerende voedingsbodem. Iedereen krijgt en neemt voldoende ruimte om op eigen manier het onderwerp in te duiken en bij te dragen aan de toonzetting van de avond.

Het is Cohens contemplatieve benadering en kleuring die je als luisteraar raakt. Een soort intensiteit die soms uitbundig is maar altijd net een tandje wordt ingehouden. Verstilde harmonieën en melodieën met veel lucht om de tonen, waardoor je zijn belevingswereld in kan stappen. Het is dat tomeloze onderzoeken dat hij wil belichamen. Dat is wat fascineert.
Zelf zegt hij het zo:
'By playing who you are there aren't really any mistakes possible. Like Dr. Seuss said: "No one is - youer- than you". Everyday we are someone else. And if you are trying to create who you were yesterday the search is over.'

Foto's: Koen Peters

In de Jazztube hierboven zie je een interview met Avishai Cohen.

Labels: ,

(Kees Schreuders, 18.3.16) - [print] - [naar boven]



Cd
Ralph Alessi - 'Quiver' (ECM Records, 2016)

Opname: september 2014

Ralph Alessi's stijl van trompet spelen valt wellicht nog het best te omschrijven als afgemeten en precies. Hij doseert zijn spel op meesterlijke wijze en laat geen noot te veel horen. Het komt de emotie die hij op zijn nieuwe album 'Quiver' over wil brengen beslist ten goede. In zijn streven weet hij zich prima ondersteund door pianist Gary Versace en zijn vaste ritmesectie bestaande uit bassist Drew Gress en drummer Nasheet Waits, voorwaar niet de eerste de besten. 'Heist' maakt mooi duidelijk waar Alessi voor staat. Redelijk traditioneel in zijn techniek blaast hij hier een ballad-achtige melodie, zonder tierlantijnen, strak en intens. Versace zoals vaker op dit album is duidelijk zijn partner en pakt de melodie over met even gericht als minimaal pianospel. Op de achtergrond horen we Gress en Waits het geheel versieren.

Op de twee vorige albums van Alessi, 'Cognitive Dissonance' en 'Baida' was Jason Moran de dienstdoende pianist. Het leverde pittige albums op waarvoor vooral Moran tekende met zijn puntige pianospel. Met 'Quiver' slaat Alessi echter een andere weg in en de keuze voor Versace is dan ook niet meer dan logisch. Het titelstuk staat voor deze omslag. De trompettist speelt hier een poëtische partij, die door Versace's dromerige pianospel prima wordt geflankeerd. Ook 'Gone Today, Here Tomorrow' is een goed voorbeeld van dienstbaarheid aan de melodie. Het kwartet pakt de melodie iedere keer in volledige harmonie op, om op andere momenten elkaar de vrijheid te geven voor meer individuele bijdragen.

Al met al ligt hier een album met een grote poëtische zeggingskracht, waarin een belangrijke plek is ingeruimd voor de beeldende melodieën waar Alessi in grossiert. Een typische ECM-plaat en in dit geval geldt dat beslist als een compliment.

Klik hier voor geluidsfragmenten van dit album.

Labels:

(Ben Taffijn, 17.3.16) - [print] - [naar boven]



Concert
Onstuimig en subtiel

SAKA / Darian Gray, Lau, Mota, Lauro, Lobo & Di Domenico, zondag 6 maart 2016, Oorstof, DE Studio, Antwerpen

En weer komt het muzikale geweld uit Scandinavië. Ditmaal luistert het naar de Japans aandoende naam SAKA. Dit trio, bestaande uit saxofonist Kristoffer Berre Alberts - die ook deel uit maakt van Cortex, dat in januari vorig jaar aantrad tijdens de Oorstof-serie, bassist Jon Rune Strøm - onder andere bekend van Friends & Neighbours en Universal Indians, en tot slot de in onze landen nog volslagen onbekende slagwerker Dag Erik Knedal Andersen, zorgt in DE Studio voor drie kwartier ongepolijste powerjazz. Vergelijkbaar met trio's als The Thing en Fire! worden we ook hier vergast op een regelrechte onweersbui. De snoeiharde riffs van Knedal Andersen, het woeste gepluk van Strøm en de schier eindeloze reeks buitenissige klanken van Alberts doen ons naar adem snakken. Rustige momenten? Ze zijn op één hand te tellen. Dit is een doordravende trein die de tere zieltjes niet spaart. Wellicht wel iets té voortvarend, want veel variatie blijkt er niet in te zitten. Daar gaat de vergelijking met het eerder genoemde The Thing en Fire! dan toch mank. Die slagen er beter in om een spanningsboog te trekken en de aandacht vast te houden.

Eén set is dan ook genoeg. Het is dan ook een genot dat Oorstof voor na de pauze weer een gelegenheidsformatie heeft geformeerd. Zo langzamerhand een beproefd concept. En ook nu blijkt het weer een gouden greep. En zo overdonderend als Saka was, zo subtiel vangt dit ensemble zijn set aan. Op wonderlijke wijze mengen de klanken van de diverse instrumenten zich tot een klanksynthese, waarbij het heerlijk wegdromen is. Audrey Lauro tovert ijselijke klanken uit haar altsax, Darian Gray doet alles met zijn bas, behalve er normaal op spelen en Manuel Mota laat zo nu en dan zijn gitaar vervaarlijk janken. Gaandeweg loopt de spanning steeds verder op, tot je je op enig moment realiseert dat dit allerminst nog stemmig klinkt, integendeel. Het zomerbriesje is tot een heuse storm uitgegroeid, mede door de scheurende drone die Giovanni Di Domenico met zijn Fender Rhodes produceert en het ritmische en intense slagwerk van Joao Lobo. En de gierende solo, die Lauro blaast op ongeveer twee derde van de set, gaat door merg en been. En dan gaat de storm liggen en horen we de licht echoënde klanken van de Fender Rhodes, Lauro's gorgelende saxspel en subtiele bijdrages van Mota en Pak Yan Lau op geprepareerde piano. Maar ook nu voert het sextet de druk weer op, met name nu onder leiding van Mota, die zijn gitaar pijnlijk laat schuren en janken. Maar deze set voltooien doet Lauro, gruizig en intens in een laatste ademtocht.

Foto's: Joachim Ceulemans

Labels:

(Ben Taffijn, 14.3.16) - [print] - [naar boven]



Artikel / Cd / Vooruitblik
Pascal Niggenkemper


"De Frans-Duitse bassist Pascal Niggenkemper is aardig op weg om een van de meest zichtbare en originele bassisten van het moment te worden, een artiest die steeds zelfzekerder naar buiten komt en zijn potentieel nu pas volledig begint te tonen. Hij is een van de boeiende smaakmakers van vandaag, goed op weg om een van de groten van morgen te worden."

Guy Peters schreef een profiel over de Frans-Duitse bassist Pascal Niggenkemper. In dit artikel zijn tevens recensies verwerkt van enkele albums waarop Niggenkemper als leider te horen is: 'Urban Creatures' (met zijn Trio), 'Lucky Prime' (met Vision7), 'Upcoming Hurricane' (met Simon Nabatov en Gerald Cleaver) en 'Look With Thine Ears' (solo).

Klik hier om het artikel te lezen.

Op donderdag 24 maart geeft Pascal Niggenkemper een concert met Le 7ème Continent bij JazzCase in Dommelhof Neerpelt. Het betreft een dubbelconcert: in het eerste deel van de avond speelt pianist Simon Nabatov solowerk van Herbie Nichols. Klik hier voor meer informatie.

Labels: , ,

(Maarten van de Ven, 13.3.16) - [print] - [naar boven]





Concert / Jazztube
Soms is één moment van magie genoeg

Cécile McLorin Salvant + Metropole Orkest, dinsdag 1 maart 2016, Muziekgebouw aan 't IJ, Amsterdam

Het succes van het hybride Metropole Orkest tekent zich af door hommages aan Duke Ellington, Disney, Quincy Jones, Frank Sinatra en samenwerkingen met jong aankomend en net gearriveerd talent uit de pop- en jazzwereld. Zoals Snarky Puppy, Laura Mvula, Kovacs, Madeleine Peyroux, Robert Glasper, Gregory Porter, Tory Amos, John Scofield, Dino Saluzzi en nog vele anderen.

Dit gevierde orkest kan zich gelukkig prijzen met begenadigde solisten, zoals pianist Jasper Soffers, trompettist Rik Mol, trombonist Bart van Lier en altsaxofonist Paul van der Veen. Tijdens de laatste Grammy Awards werd de gevleugelde samenwerking met Snarky Puppy bekroond. Reden genoeg om de artistieke leiding en het ondernemerschap van dit orkest lof toe te wuiven.

Vanavond treden zij aan met die andere kersverse Grammy Award-winnares: Cécile McLorin Salvant, die haar status van - aankomend talent - inmiddels al ruim ontstegen is. Afgelopen december bewees ze dat op onverschrokken wijze en zorgde met haar trio voor een imponerende avond in de North Sea Jazz Club.

Deze avond lijkt een gelopen race, want de combinatie van groot orkest met haar zang lijken elkaar vanzelfsprekend te complementeren. Als ouverture start het orkest met 'Home Coming', een instrumentale compositie van dirigent/arrangeur Vince Mendoza. Het is altijd indrukwekkend hoe een 52-koppig orkest met een enorm driedimensionaal klankspectrum de ruimte weet te veroveren. Daarnaast is het boeiend om te zien hoe een dirigent vanaf de bok de popelende geestdrift van het orkest beteugelt. Zo'n orkest heeft een enorm palet aan klankkleuren en kan laveren tussen golvend en puntig, tussen intiem en brutaal, tussen ragfijn en grofkorrelig, tussen intens en uitkraaiend. Maar in die veelheid van schakeringen schuilt ook het gevaar van overdaad.

Cécile McLorin Salvent verschijnt op het podium en neemt haar bescheiden plekje op het podium in. Op de setlist staan naast eigen composities fris bewerkte klassiekers, zoals 'Good Morning Heartache' en 'All Or Nothing At All'. Maar haar markante kracht toont zich met name als ze redelijk onbekend werk van bekende componisten met zó'n intimiteit weet te brengen dat het voelt alsof het standards zijn die je al jaren kent. Maar dan moet ze als muzikante wel voldoende ruimte krijgen om dingen naar haar hand te kunnen zetten. En daar begint de avond te wringen.

Er is te veel orkest, letterlijk en figuurlijk. Te veel crescendo's en te aanwezige arrangementen. In de twee nummers die McLorin met trio speelt, de dirigent van het podium verdwijnt en zij de regie in handen krijgt, hoor je duidelijk het verschil. Ze weet donders goed wat ze wil en laat dat in deze kleine bezetting ook horen. Hier kan ze veel meer buigen, trekken en rekken. En kan ze veel meer subtiele expressie en meer nuances, textuur en fraseringen in haar stem leggen. Met de voor haar kenmerkende luie bluesachtige timing in plaats van de dwingende puntige timing van het orkest.

Het is het verhaal van twee kapiteins op een schip, die te beleefd naar elkaar blijven. Het leidt niet tot synergie. Natuurlijk hebben we met een fantastisch orkest te maken, maar in dit geval had het zich dienender mogen opstellen en wat kleiner en in verhouding mogen spelen. Mclorin heeft qua stem en persoonlijkheid nu net niet zulke intense en kleurrijke arrangementen nodig. Naarmate de avond vorderde kreeg het orkest steeds meer bravoure en ging McLorin meer van de grommende lage registers van haar stem gebruikmaken als tegengewicht voor dat alomtegenwoordige orkestgeluid.

Ondanks alles kwam er een moment waarop de avond kantelde van aangenaam naar magisch. Als toegift met een geduldig wachtend orkest, zonder zaalversterking, weet ze alleen met haar stem de zaal compleet te vullen met een adembenemende en strijdvaardige versie van Bessie Smiths 'You Ought To Be Ashamed (How You Treated Me..)'. Huiveringwekkend hoe zij het ademloos luisterende publiek weet in te pakken; publiek dat niet anders dan uitgelaten kan reageren met een staande ovatie. En in dat ene zichzelf ontstijgende moment vergeef je in één keer alle tekortkomingen en kan je alleen maar spreken van een prachtige avond.

In de Jazztube hierboven zingt Cecile McLorin Salvant a capella 'Poor Butterfly'.

Labels: ,

(Kees Schreuders, 11.3.16) - [print] - [naar boven]



Jazzradio
Jazz Rules #72-73


Contrabassist Christophe Devisscher gaat deze maand op tournee door Vlaanderen met zijn eigen kwartet. In Jazz Rules #72 is hij studiogast en vertelt hij over zijn nieuwe plaat 'A Fisherman’s Tale', over de samenwerking met zijn vrouw Kristen Cornwell en ook over heavy metal! Er is nieuw werk van Rebirth::Collective feat. Jesse van Ruller, de Natashia Kelly Group, Machtelinckx/Jensson/Badenhorst/Wouters, de reeks ‪#‎25Miles over Miles Davis, het trio Harmen Fraanje/Brice Soniano/Thomas Goudband en livemuziek van Black Mango en Brad Mehldau.

In aflevering #73 komt de Gentse trompettist Bart Maris naar de studio en hij heeft zijn trompet mee! "Ik wil nog veel kunnen doorgeven aan andere en aan beginnende muzikanten." Je hoort ook een reactie van Gent Jazz Festival-directeur Bertrand Flamang over de line-up van de editie 2016. "Kamasi Washington is de spokesman van een generatie aan het worden." En er is opnieuw een aflevering over Miles Davis die dit jaar een kwarteeuw geleden overleden is. Frederik Goossens in #25Miles: "Miles Davis wordt in Parijs onthaald als een ster." Verder is er muziek van onder meer Wout Gooris Trio, Piet Verbist Zygomatik, Alain Pierre Tree-Ho en Ibrahim Malouf.

Klik hier om Jazz Rules #72 te beluisteren.
Klik hier om Jazz Rules #73 te beluisteren.

Foto: Guy Van de Poel

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 10.3.16) - [print] - [naar boven]



Cd / Lp
Linus - 'Linus + Skarbø / Leroux' (El Negocito, 2015)

Opname: februari 2015
Linus + Økland / Van Heertum - 'Felt Like Old Folk' (eigen beheer, 2015)
Opname: 14 februari 2015

Begin vorig jaar zocht Linus, het duo bestaand uit gitarist Ruben Machtelinckx en saxofonist Thomas Jillings, de samenwerking met gitarist Frederik Leroux en slagwerker Øyvind Skarbø. Na een residentie bij JazzCase in Neerpelt volgde een reeks concerten, waaronder in Paradox, Tilburg. Bij beluistering van het titelloze album dat in diezelfde tijd uitkwam bij El Negocito Records valt wederom de invloed van de Amerikaanse folk op, zoals ook genoemd in de concertrecensie. Met 'Down' wordt je in één klap gekatapulteerd naar een stoffig woestijnstadje, middels een ritmische op banjo gespeelde melodie en een krassende saxofoonbijdrage van Jillings. In 'Finco' horen we beide gitaristen, op een aantrekkelijk ritme van Skarbø, in subtiel en verdicht samenspel en komt Jillings met zijn typische, gruizige, van veel lucht gepaard gaande stijl van blazen ertussendoor piepen.

In 'Porch' horen we Machtelinckx en Leroux in rustgevend banjospel, geflankeerd door mysterieus synthesizerspel van Jillings, de sfeer van een warme, doelloze middag op de veranda vertolken. In 'La Boeuf' staat Jillings centraal in een zeer fijnzinnige en zacht aangezette partij. Tot Skarbø ervoor kiest om er een bluesritme in te gooien, waardoor het nummer in een aangename tred belandt. Naast de composities van Machtelinckx en Jillings bevat dit album een drietal alleszins spannende improvisaties met de humoristische titels 'Vaag', 'Vlaag' en 'Vraag'.

In dezelfde tijd waarin dit album werd opgenomen, februari 2015, dook Linus ook met twee andere kompanen de studio in: Nils Økland en Niels van Heertum. De opnames van deze sessie zijn intussen ook als fysiek product verkrijgbaar onder de naam 'Felt Like Old Folk'. Op 'Felt' na, een compositie van Machtelinckx, bestaat dit album uit improvisaties. Vanzelfsprekend drukt Linus op dit album zijn stempel, maar door de toevoeging van Nils Øklands Hardangerviool en Van Heertums euphonium ligt er hier wel een totaal ander werkstuk.

Wat blijft is de dromerige, landerige sfeer en het volstrekt pretentieloze musiceren. Alleen is het op dit album nog sterker aangezet. Op het album met Skarbø en Leroux is nog sprake van stukken met een duidelijke kop en staart, een melodie en een verhaallijn. Op 'Felt Like Old Folk' is daar geen sprake van. In plaats daarvan creëert dit viertal een ingenieus klanklandschap vol prachtige kleuren en onverwachte vergezichten, waarbij je je tijdens het luisteren continu zit af te vragen waar al die geluiden vandaan komen. Het titelstuk 'Felt' heeft dezelfde sfeer als de improvisaties, maar met meer structuur. Een structuur die vooral wordt bepaald door de bezwerend repeterende gitaarakkoorden van Machtelinckx, die prachtig contrasteren met de klanknevel die Økland aan zijn fiddle ontleent.

Een vruchtbare maand dus, februari 2015. Ligt er nog meer op de plank? Laat maar doorkomen, zou ik zeggen. En dan graag ook weer in dat prachtige design van Ante Timmermans. Beide cd's zitten in een nogal afwijkende verpakking, het formaat dat we gewend zijn van dvd's. Mooi papier, ingenieus gevouwen en bedrukt. Vooral 'Felt Like Old Folk' is naast een feest voor het oor ook een feest voor het oog. Echter, er zijn er maar 500 van gemaakt. Dus haast u!

Op 18 september 2015 speelde Linus met Økland en Van Heertum in De Bijloke te Gent. Klik hier om video-opnamen van dat concert te zien en te horen.

Labels:

(Ben Taffijn, 8.3.16) - [print] - [naar boven]



Concert
Het goede voorbeeld noemen ze dat

Paul Bollenback met Diederik Idema, Hans Lass & Steven Altenberg, dinsdag 16 februari 2016, De Smederij, Groningen

Al meteen in het eerste nummer, 'Alone Together', nam gitarist Paul Bollenback zijn begeleiders en ons mee op een spannende trip langs alle toevoerstromen en vertakkingen van de song. Dat ging er woelig en vrij aan toe, zodat alleen bassist Hans Lass met zijn vastberaden tred de expeditie op koers hield. Zo spoelden we als vanzelf aan in het Verre Oosten, in 'Isfahan' om precies te zijn. Daar toonde Bollenback dat hij ook heel breekbaar durft te soleren. Maar dat duurde niet lang, want in het daaropvolgende 'Speak Low' riep hij overmoedig: "Speak Low? Ammehoela! Kurt Weill, pak 'n keil!" En in plaats van dat drummer Steve Altenberg water op het vuur gooide, strooide die kwistig met brandspiritus, zodat de vlammen al snel sissend en krakend het dak uitsloegen. Goed dat de brandweer op tijd kwam: die kon en passant de slagwerker uit een van zijn grooves bevrijden, waar hij zich zo diep in had gegraven dat hij er op eigen kracht niet meer uit kwam.

Enfin, dit was allemaal te beschouwen als het goede voorbeeld voor de talrijke conservatoriumstudenten die elkaar na de pauze stonden te verdringen voor een plekje op het podium, of wat daarvoor moet doorgaan. Een vorige keer signaleerde ik trombonist Vladimir Psaruk reeds in deze kolommen – hij was andermaal van de partij. Hij had gezelschap gekregen van onder anderen saxofonist Artem Badenko, die als een vurig steppenveulen stond te trappelen om het Grote Verhaal van de Tenorsaxofoon uit de doeken te doen, van voor naar achter, achterstevoren, binnenstebuiten en ondersteboven. In 'If I Should Lose You' schakelde hij om te beginnen zonder de anderen erin te kennen naar een dubbeltempo en van climaxen is hij bepaald niet vies.

Ja ja, zag je zijn collega-studenten denken, wacht maar, ik ga lekker een week lang elke dag twaalf uur studeren en dan moeten jullie komende dinsdag eens opletten. Ha!

Foto: Don Hofstee

Labels:

(Eddy Determeyer, 8.3.16) - [print] - [naar boven]



Concert
Pure essentie

Esther Van Hees, donderdag 18 februari 2016, JazzCase, Dommelhof, Neerpelt

Esther Van Hees was enkele dagen in residence in Dommelhof Neerpelt op uitnodiging van JazzCase. De zangeres kreeg daarbij het volste vertrouwen en carte blanche om samen met pianist Jeroen van Vliet en saxofonist Joris Roelofs haar eigen ding uit te werken. Het leverde een uniek en uitzonderlijk eindresultaat op, met aan het einde van haar verblijf in Dommelhof een gedurfd en moedig concert.

Van Hees, die in Amsterdam woont maar haar roots heeft in Mol, koos voor populaire Nederlandstalige nummers, het merendeel uit Vlaanderen. Liedjes die in hun originele versie diep in ons collectieve geheugen gegrift staan. Hits meestal van voor haar tijd, die ze als kind thuis hoorde via de radio en de platencollectie van haar vader. Nummers van Louis Neefs, Ann Christy, Wim De Craene, Stijn Meuris, Della Bosiers, Raymond van het Groenewoud en Ramses Shaffy... artiesten die in Vlaanderen een sterrenstatus verwierven, maar op de laatste twee na in Nederland nauwelijks gekend zijn en waar ook beide begeleiders, Van Vliet en Roelofs, voor het eerst mee kennismaakten. Met hun sobere arrangementen wisten ze uitstekend de essentie van deze nummers te vatten.

Het was voor Van Hees een uitdaging en iets wat ze nooit eerder deed: Nederlandstalige klassiekers in een jazzbenadering brengen. Het getuigt van durf en klasse om als jazzzangeres deze nummers uit te kleden tot hun pure essentie, ze naar je hand te zetten en er in te slagen de originele versies te doen vergeten.

De eerste twee nummers, 'Benjamin' van Louis Neefs en 'Twee Meisjes Op Het Strand' van Raymond van het Groenewoud, voelden nog wat onwennig aan, maar vanaf het derde nummer 'Van God Los' van Stijn Meuris was het meteen raak. Van het Groenewouds 'Gelukkig Zijn' was kwetsbaar en breekbaar. De unieke samensmelting van haar stem met de diepe donkere klanken van Roelofs' basklarinet en het subtiele pianospel Van Vliet maakte het heel bijzonder. Alhoewel ik de tekst van het nummer al eeuwen ken en hem haast woordelijk uit het hoofd kan reciteren, kwam deze nog nooit zo sterk en betekenisvol binnen... Ook de meer verhalende nummers zoals 'Rosanne' van Wim De Craene kwamen echt tot leven.

Door pareltjes als 'Sammy' (Shaffy), 'Horizontaal' en 'Fleur De Budda' (Bosiers) en 'Zoals Een Mooi Verhaal' (Christy) klein, broos en met intensiteit te brengen, kwamen de teksten des te sterker binnen. Esther Van Hees geeft haar eigen interpretatie aan deze nummers. Door de emotie in haar stem bouwt ze een spanning op waarmee ze de toeschouwer op sleeptouw neemt. De straffe arrangementen - met voldoende ruimte voor improvisaties van haar medemuzikanten - in combinatie met Van Hees' kwetsbare stemtimbre maakte dat de klik tussen de muzikanten onmiskenbaar voelbaar was.

Als kers op de taart kregen we als toegift het wondermooie 'Laat Me' van Ramses Shaffy, waarbij Van Hees enkel begeleid werd door een sublieme Van Vliet op vleugel die daarbij voluit ging.

Van Hees bewees met het brengen van deze liedjes dat ze een persoonlijkheid is met een eigen originele stijl en dat ze niet enkel in een jazzhokje te vangen is. Naast de jazzzangeres Esther van Hees heeft ze onder de naam Esther Von Haze net een cd uitgebracht met voornamelijk popmuziek, waarbij ze op een ruimer publiek mikt... Erg benieuwd om deze te horen.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Labels:

(Robert Kinable, 7.3.16) - [print] - [naar boven]



Cd
Ziv Taubenfeld/Shay Hazan/Nir Sabag - 'Bones' (Leo Records, 2015)

Opname: mei 2015

In het inlaytje heeft basklarinettist Ziv Taubenfeld het over dromen en bespiegelingen, die soms nergens toe leiden en juist daarom waardevol zijn. Hij trekt dat idee door naar de muziek. Ook daar heb je situaties dat ideeën de ene keer rijpen tot aangenaam ooft en een andermaal in het creatieve proces zelf blijven rondcirkelen.

Wel, afgaande op wat er op 'Bones' gebeurt zou ik zeggen dat Taubenfeld vaker vruchten plukt dan dat hij in zijn dromen blijft hangen. Alle composities zijn van zijn hand – doorgaans lijken ze te beginnen als al dan niet collectieve vrije improvisaties, om pas tegen het eind hun melodie prijs te geven. Het is veelzeggend dat het enige stuk dat echt als een liedje klinkt, 'Citron Village', met twee minuten ook het kortst is.

In 'Under The Ab Tree', waarmee de cd opent, wordt de kwaliteit van het geluid van de basklarinet onder de loep genomen. Dat gebeurt in slow motion, als een soort tai chi. Dat de sound van Taubenfelds instrument goed blijkt te mengen met der buren boor beschouw ik als een positieve zaak. In het laag klinken nog vage echo's van Eric Dolphy door, hoe kan het ook anders, maar die associatie beklijft niet. Meer interactie met de bas van Shay Hazan en de drums van Nir Sabag is er in 'Blue Key'. Hier laat Hazan horen hoe weelderig zijn instrument kan klinken.

'Milonga' is dan weer zo'n ding dat niet rechtstreeks verwijst naar de Latijnse dans, maar blijft dromen over de lengte van de splitten in de japonnen van de dames en de vraag welke pommades de heren nu toch weer voor hun snorren hebben gekozen. Drummer Nir Sabag geeft de mallets de ruimte in 'Gold Wood' en roept Han Bennink op in zijn snaresolo in 'Egge'.

Het gaat niet snel vervelen – maar dat neemt niet weg dat je dit soort dromen eigenlijk live moet meemaken.

Labels:

(Eddy Determeyer, 6.3.16) - [print] - [naar boven]



Concert
Braskiri even flexibel als Lochs-Balthaus-Herskedal

vrijdag 22 januari 2016, Jazz International, Eduard Flipse Zaal, De Doelen, Rotterdam

Braskiri is de opvolger van het trio Lochs-Balthaus-Herskedal, uitgebreid naar een kwartet. Daniel Herskedal is een veelgevraagde tubaïst, die in verschillende genres actief is. Zijn opvolger is Steffen Granly, ook een tubaspeler uit Noorwegen, voor wie Herskedal het grote voorbeeld is. Het vierde lid is drummer Wim Kegel, een van Nederlands meest veelzijdige drummers, zoals zijn recente album 'Drumwise' bewijst.

'Braskiri' is de fonetische samentrekking van 'brass', 'keyboards' en 'ritme'. In de Doelen vond de presentatie plaats van 'Killing The Mozzarella', de cd die in november op het Duitse label Berthold Records uitkwam. In tegenstelling tot de twee voorafgaande trio-albums zijn nu alle composities van de hand van Bert Lochs. Zoals in het trio dubbelt Dirk Balthaus op piano en Fender Rhodes, net als Lochs op trompet en bugel dubbelt. Dat maakt ook een groot deel van de identiteit van de band uit, want de beide leiders spelen bewust anders op hun verwante instrumenten. Balthaus klinkt lichtvoetiger en ritmischer op de elektrische piano, Lochs vinniger en agressiever op de trompet, zodat een breed palet aan klanken wordt gecreëerd. In grote lijnen volgt Granly het voorbeeld van Herskedal, doordat hij in staat is harmonisch extra nuances aan te brengen in ritmische complexe begeleidingspartijen. Kegel is een toegevoegde waarde door zijn gedoseerde variaties in de begeleiding en lichtvoetige swing. Een speciale kwaliteit is het samenspel, waarin het naar elkaar luisteren essentieel is.

De akoestiek van de Eduard Flipse Zaal is in principe droog, maar er zit door het hoge plafond toch wat weerkaatsing van het geluid in, waardoor dat diffuser wordt. Het gevolg is dat live de band iets minder strak klinkt dan op de cd. Er worden naast stukken van het album ook nieuwere composities gepresenteerd. Bij de keuze van de stukken wordt gelet op de balans tussen harmonieën en ritmiek, de vrije improvisatie is er af en toe wel, maar speelt een ondergeschikte rol. Het optreden bestaat uit één lange set die met zorg is samengesteld, zodat de spanningsboog lang is. Het optreden begint met het romantische, elegante 'Brave Mr. Blackbird'. Als gast blijkt dichter en schrijver Hanz Mirck in het publiek te zitten. Zijn gedichten zijn een van Lochs' inspiratiebronnen. Het tweede stuk is 'Koempel', dat na een voordracht van Mirck gestaag op gang komt om met een stuwend ritme te eindigen.

Er zijn drie nieuwe stukken: 'Pic De Bugarach' en 'La Futa', die zich op uitheemse bestemmingen en onder spannende omstandigheden afspelen, en 'Doc Brown', dat naar 'Back To The Future' verwijst. Samen met de oudere composities 'Capriccioso', 'Not The Man With The Horn' (over Avishai Cohen) verbeelden ze gebeurtenissen uit het leven van Lochs, die kennelijk tussen kalme zelfreflectie en blinde paniek kunnen liggen. Ook zo'n aanleiding heeft 'Killing The Mozzarella', dat is ingegeven door een gebeurtenis waarbij Bert Lochs een zakje mozzarella doorprikte, waarmee voor zijn kinderen het beeld van het doodschieten van het kaasbolletje is ontstaan. Het resultaat is een puntig upbeat stuk met humoristische wendingen. Het fraaie en stemmige 'Elegy' vormt een logisch slot van deze verzameling muzikale korte verhalen van Lochs voor Braskiri. Het kwartet klinkt misschien minder intiem dan het oorspronkelijke trio, maar levert ook niets in qua muzikale flexibiliteit.

Klik hier voor foto's van dit concert door Ken Vos.

Labels:

(Ken Vos, 5.3.16) - [print] - [naar boven]



Cd
Chicago Reed Quartet - 'Western Automatic' (Aerophonic, 2015)

Opname: 21 juni & 10 augustus 2014
The Rempis Percussion Quartet - 'Cash And Carry' (Aerophonic, 2015)
Opname: 31 augustus 2014

In 2014 nam saxofonist Dave Rempis, actief in de jazzscene van Chicago, met een tweetal kwartetten nieuw werk op. De overeenkomst is Rempis, maar verder verschillen deze kwartetten van elkaar als dag en nacht. The Chicago Reed Quartet is qua bezetting de meest bijzondere van de twee. Want, zoals de naam reeds aangeeft, dit kwartet bestaat uit vier rietblazers. Naast Rempis zijn dit Nick Mazzarella, Mars Williams en Ken Vendermark. Aan 'Burn Out' van Williams ligt een melodie ten grondslag die afkomstig lijkt uit het klassieke bigband-swingrepertoire. Onverwachts melodisch en ritmisch voegen de vier saxofonisten zich hier naar elkaar. In 'P.O.P.' laat Williams horen ook van andere markten tuis te zijn. Hier worden zeer melodieuze, bijna mystiek aandoende delen afgewisseld met recalcitrant kwetterende intermezzo's. Ook in 'Remnant', een compositie van Mazzarella – alle vier de musici leverden ieder twee composities voor dit album, overheerst de harmonie en kleuren de instrumenten op prachtige wijze bij elkaar. Snerpend hoog wordt met sonoor brommend laag aangelengd tot een aantrekkelijke climax. Terwijl in 'Camera Obscura' de harmonieuze patronen een prima decor vormen voor de intense sopraansaxsolo van Williams.

Boeiend aan dit album is dat elke componist een ander idioom inbrengt. Williams is duidelijk de meest traditionele, terwijl Rempis zich totaal aan de andere kant van het spectrum bevindt. Mazzarella en Vandermark vertegenwoordigen beide richtingen op wat gematigder wijze. Zo zorgt Vandermark, de enige van de vier die de klarinetten hanteert op dit album, in 'Detroit Fields' met zijn basklarinet voor een sonore grondtoon, terwijl de andere blazers in diverse grijstinten voor verdere inkleuring zorgen. Het resultaat heeft wel wat weg van een orgelconcert waarbij het klankspectrum gaandeweg verandert van diep laag naar een climax in ijselijk hoog. 'Broken Record Fugue' klinkt opgewekt springerig en speels en biedt Vandermark een podium voor een aantal onnavolgbare solo's. Met 'The Rush' - hoe kan het ook anders met zo'n titel - levert Rempis het meest enerverende stuk van het album. Een grandioos swingende melodie wordt hier afgewisseld met dwarse en gruizige noten, zoals alleen Rempis ze kan blazen. "Of het uit zijn tenen komt," zeggen we dan. En 'Hotsy Totsy' klinkt bij tijd en wijle als een op hol geslagen kermisattractie.

Het tweede kwartet waarvan een nieuw album verscheen is The Rempis Percussion Quartet, dat vorig jaar zijn tienjarig bestaan vierde. Met twee drummers, Tim Daisy en Frank Rosaly, en bassist Ingebrigt Håker Flaten is dit een waar powerkwartet. In het bijna veertig (!) minuten lange 'Water Full Run Amok' horen we Rempis zoals we hem het beste kennen, op tenorsax en in een niet aflatende stroom schelle, heftige en vervormde noten, terwijl op de achtergrond Daisy en Rosaly grossieren in roffelende donderslagen en Håker Flaten heftig aan zijn bas staat te plukken. Na ruim acht minuten de longen uit zijn lijf te hebben geblazen, eindigt de partij in wat nog het meest wegheeft van een schreeuw, waarna de rust intreedt, Håker Flaten zijn strijkstok hanteert en Rempis zowaar melancholische noten blaast, geflankeerd door sfeervol slagwerk. Dat deze rustige passage uiteindelijk iets dreigends krijgt, mag niet verwonderen. Totdat de rest van de band Rempis alle ruimte biedt om, minimaal begeleid, zijn spel vrij te laten meanderen. Ritmische patronen en meer atonale momenten wisselen elkaar hierbij af en vormen de opmaat voor een zeer ritmische passage, met dank aan het slagwerk. Hoé ritmisch wordt duidelijk als Rempis even een adempauze neemt en de capriolen van Håker Flaten vrij spel krijgen. De terugkeer van Rempis geschiedt op baritonsax in een hartverscheurende solo, waarbij hij de donkere kant van het instrument sfeervol benut.

In 'Better Than Butter' starten de beide slagwerkers en Håker Flaten met experimentele noten waarna Rempis, op altsax, lijn in het stuk brengt, middels een dynamische reeks springerige noten, geflankeerd door steeds heftigere golven slagwerk. Wat dit alles met boter te maken heeft, blijft onduidelijk. Maar boeiend is het allemaal wel.

Klik hier om twee tracks van het Chicago Reed Quartet te beluisteren: 'Burn Unit' en 'Remnant'. En beluister hier de track 'Water Full Run Amok' van The Rempis Percussion Quartet.

Labels:

(Ben Taffijn, 5.3.16) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.