Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




Freddie Hubbard overleden

Eén van de laatste oorspronkelijke hardbop trompethelden, Freddie Hubbard, is op 29 december op 70-jarige leeftijd aan een hartaanval overleden. Met een fabelachtige techniek, een prachtig krachtig en warm geluid en vanuit de traditie van Clifford Brown gold hij eind jaren vijftig als een grote belofte, die hij in de jaren zestig volledig zou waarmaken.

De in 1938 in Indianapolis geboren Hubbard speelde halverwege de jaren vijftig met de Montgomery Brothers, waarna hij in 1958 naar New York verhuisde. Hij verscheen als sideman op belangrijke platen als Coltrane's 'The Believer', 'Africa Brass' en 'Olé Coltrane', Eric Dolphy's 'Outward Bound' en Ornette Colemans 'Free Jazz'-album. Hoewel Hubbard zich in die tijd in de periferie van de nieuwste jazz manifesteerde, zou hij uiteindelijk toch niet voor die richting kiezen. Hij bleef trouw aan de traditie.

In de zestiger jaren maakt hij voor het label Blue Note talloze uitstekende platen onder eigen naam, waaronder 'Open Sesame', 'Here To Stay', 'Hub Cap', 'Ready For Freddie', 'Hub-Tones' en 'The Night Of The Cookers'. Van 1961 tot 1965 maakt hij deel uit van Art Blakey's Jazz Messengers. In het midden van de jaren zestig avonturierde hij weer op vrijzinige platensessies van John Coltrane ('Ascension') en Eric Dolphy ('Out To Lunch'). Ondertussen was hij een vermaard en veelgevraagd musicus. Hij verscheen op platen van Wayne Shorter, Hank Mobley, Andrew Hill en op Herbie Hancocks bestseller 'Maiden Voyage'.

In de jaren zeventig krijgt hij contracten aangeboden van CTI en Columbia. Op CTI maakte hij nog enkele sterke albums: 'Red Clay', 'Straight Life' en 'First Light'. Hij ontving een Grammy voor dit laatste album. Op het Columbia-label werden hoofdzakelijk commerciële platen geproduceerd. Hubbard met strijkers en zangeressen. De critici namen hem dat niet in dank af.

Gelukkig nam hij in die tijd deel aan het V.S.O.P. Quintet, een Miles Davis-reunion band met Herbie Hancock, Ron Carter, Wayne Shorter en Tony Williams. Geen kleine jongens bij elkaar. De groep toerde succesvol en nam enkele uitstekende platen op. In de jaren tachtig keerde hij weer terug naar Blue Note en neemt met collega-trompettist Woody Shaw voor het label twee albums op. Zijn activiteiten nemen langzamerhand af en als hij in 1992 lipproblemen krijgt, rest hem niet alleen sober te spelen, maar ook spaarzaam op te treden.

Zijn sterkste periode loopt van 1960 tot 1970. De hoopvol begonnen carrière is een beetje als een nachtkaars geëindigd. Desondanks laat hij een belangrijk en groot platenoeuvre (circa 300 stuks) na.

(Jacques Los, 31.12.08) - [print] - [naar boven]





Freewheelen tussen de standbeelden
Benjamin Herman Quartet, woensdag 17 december 2008, Museum Beelden aan Zee, Den Haag

Museum Beelden aan Zee is een beetje het sterfhuis van de modernistische sculptuur. Er staan sculpturen uit een beeldhouwtraditie die op sterven na dood is, in een sfeer die je met geen mogelijkheid verfrissend kunt noemen, maar past in de sfeer die veel dingen in Den Haag uitstralen: statig, ouderwets en een beetje saai. Of men jazzconcerten is gaan houden om deze sfeer te handhaven, is onbekend, maar indien dat de bedoeling is, is het mislukt: als concertzaal is het museum zeer geschikt en de Nederlandse jazz is - zeker in de persoon van Benjamin Herman - springlevend.

Herman trad op met stukken van zijn nieuwe album 'Hypochristmastreefuzz', en met oud repertoire van zijn cd 'The Itch', die hij met vrijwel hetzelfde kwartet maakte. Dit kwartet bestaat naast Herman uit Anton Goudsmit (gitaar), Ernst Glerum (bas) en Joost Patocka (drums). Op 'Hypochristmastreefuzz' staan nummers van Micha Mengelberg, de nestor van de Nederlandse impro-scene, die met iedereen, van Eric Dolphy tot Peter Brötzmann, heeft samengespeeld.

En deze nummers waren ook live goed vertegenwoordigd, zoals de ballade 'De Sprong, O Romantiek Der Hazen', die Herman van zijn ietwat rustige kant liet zien. Rustig blijft echter relatief, want met het ranzige gitaarwerk van Anton Goudsmit in de buurt swingt alles de pan uit. Goudsmit heeft als geen ander het Dick Dale-idioom in zijn vingers en maakte hier vol genoegen gebruik van in bijvoorbeeld Doris Day's 'Would I Love You, Love You, Love You?', dat ook de bandleider in geweldige vorm liet zien.

Even indrukwekkend was 'Hypochristmastreefuzz', het nummer dat Mengelberg in de jaren zestig schreef voor Eric Dolphy. Dit nummer, met zijn enorme intervallen en extreem lange frase, is een vingerbreker, maar Herman kwam er, zichtbaar worstelend, goed doorheen. Een ander hoogtepunt was toen hij in 'Brozziman', Mengelbergs ode aan Peter Brötzmann zo woest multiphonics blies, dat zijn saxofoon het leek te begeven.

Bassist Ernst Glerum, die ditmaal met een cello optrad, bleef redelijk in de ondersteunende rol achter het geweld van de frontline, maar wist met een aantal mooie solo's een goed tegenwicht te bieden voor het drukke spel van Goudsmit en Herman. Samen met Patocka, die in een beperkt aantal solo's liet zien een prima beheersing te hebben van het hele drumidioom, stuwde hij vooral.

Veel meer doen was ook niet nodig, want dit ensemble is het beste als de frontline compleet op stoom gedreven wordt. Toch is er in dit kwartet geen sprake van egotripperij van de solisten; daarvoor zijn de muzikanten te anarchistisch en te goed op elkaar ingespeeld. Zodat het elke keer weer een verrassing is waar het volgende nummer heengaat.

Draai om je oren presenteert twee fotoverslagen van het Benjamin Herman Quartet, één van hun concert bij Jazzpower, Wilhelmina in Eindhoven op maandag 8 december 2008, gemaakt door Cees van de Ven, en één tijdens hun optreden in het SJU Jazzpodium in Utrecht op zaterdag 13 december 2008, gemaakt door Maarten Jan Rieder.

(Sybren Renema, 30.12.08) - [print] - [naar boven]





Music for Gaza

Een ongewone cd-ruilbeurs ten bate van de muziekschool van Gaza. Iedereen heeft cd's die al jaren onbeluisterd zijn gebleven. Componist Merlijn Twaalfhoven roept muziekliefhebbers op om hun overtollige muziek te delen met elkaar. Bekende dj's waaronder Isis hebben hun platenkast uitgemest en hun platen ingebracht. Met een deel van de ingebrachte cd's wordt een nieuwe fonotheek voor kinderen gemaakt in Gaza.

De Gazastrook is afgesloten van de wereld; fysiek kan niemand deze plek in of uit. Muziek geeft jongeren van Gaza de mentale vrijheid om toch deel te zijn van een wereldwijde gemeenschap. Het Qattan Centre for The Child organiseert creatieve activiteiten voor de veelal getraumatiseerde kinderen in dit zwaar getroffen gebied. Vorig jaar maakte Twaalfhoven enkele grote muziekprojecten in de bezette Westelijke Jordaanoever en Jordanië, waarbij kinderen uit Palestijnse vluchtelingenkampen een grote rol hadden.

Momenteel werkt hij aan een groot concert in samenwerking met het Qattan Centre in de Gazastrook. De focus op positieve ontwikkelingen en muzikale expressie kan de inwoners van Gaza helpen zich te wapenen tegen geweld en extremisme dat dit gebied bedreigt, zowel van buiten- als van binnenuit. Met de cd-ruilavond hoopt hij geld op te halen om dit project mogelijk te maken.

De toegang voor de avond is tenminste 10 cd's, platen of dvd's. Je kunt vervolgens uitzoeken en meenemen wat je mooi vindt tegen een donatie van tenminste €1,- per cd. DJ Safri draait world grooves en er zijn hapjes en drankjes verkrijgbaar. De ruilbeurs is op zondag 18 januari 2009 in het SJU Jazzpodium in Utrecht, van 16.00 uur tot 21.00 uur.

Klik hier voor meer informatie.

(Jacques Los, 30.12.08) - [print] - [naar boven]





Dvd / The Jazztube
Eddie 'Lockjaw' Davis - 'I Can’t Get Started', van 'Live In Copenhagen'
(Storyville, 2008)

Opname: 1985

In Nederland hebben we best wel ons deel aan uitstekende jazzbassisten. Maar Denemarken mag er ook zijn. Niels Henning Orsted Pedersen bijvoorbeeld geldt als een van de beste bassisten in de jazzhistorie, en hier is dan Jesper Lundgaard. Hij ziet eruit als een ordentelijke goedwillende onderwijzer, maar is goed voor een waarlijk loeiende walking bass. Hij levert die achter de tenorsaxofoon van Eddie 'Lockjaw' Davis, tijdens een concert in het Kopenhaagse Jazzhus Slukefter, gefilmd in 1985, een jaar voor het overlijden van de Amerikaan op 64-jarige leeftijd.

Veel beeldmateriaal is er niet van Davis, dus dat dit is opgeduikeld (en door Storyville op dvd is gezet) is pure winst. De tenorist is goed in vorm, swingt ouderwets in een stijl die het midden houdt tussen swing, rhythm & blues en bop, met een toon die het rauwe randje vertoont van de grote 'honkers', zoals Gene Ammons. Hij oogt soms wat routineus, maar wordt redelijk alert gehouden door Jesper Lundgaard, pianist Niels Jørgen Steen en drummer Ed Thigpen (die we vooral kennen van zijn jarenlange associatie met Oscar Peterson, waar pittig swingen het standaardrecept was).

Tussen de standards door doet Davis één bossa nova, 'Meditation' van Jobim, waarin hij zowaar een beetje naar Stan Getz verwijst. De dvd duurt 89 minuten, maar had, vermoed ik, wel iets langer kunnen zijn als het hele concert erop was gezet. Nu begint het met een uptempo versie van 'Take The ‘A’ Train', dat eigenlijk het laatste nummer was van de eerste set; Davis stelt aan het eind zijn podiumgenoten voor en kondigt de break aan. Een curieuze keuze van Storyville, die de vraag oproept wat we hier gemist hebben.

Labels:

(René de Cocq, 29.12.08) - [print] - [naar boven]





Tedere jazz, Stravinsky en veel boventonen
Larry Coryell, woensdag 17 december 2008, Bimhuis, Amsterdam

Larry Coryell geldt als één van de grondleggers van de fusion. Met bijna vier decennia podiumervaring staat er een gitaarlegende in het Bimhuis. Het is hem niet af te zien, want Coryell maakt een zeer bescheiden indruk wanneer hij in een tweedelig beige pak het podium betreedt en er eens rustig voor gaat zitten.

Het is een verademing om Coryell solo te zien spelen: deze setting liet alle ruimte voor improvisatie, details en het benutten van de mogelijkheden van zijn instrument. De techniek van Coryell is fabuleus: één van de dingen die Coryell onderscheidt van anderen is het oprekken van het harmonisch bereik van de gitaar door ter plekke bassnaren lager stemmen en boventonen te spelen middels extended techniques.

Het mooie is dat die noten allemaal perfect binnen de composities pasten en dus een doel hadden. Het model gitaar dat Coryell bespeelde, leende zich daar perfect voor en het prachtige 'bellerige' geluid was ook nog eens perfect uitversterkt (en dit is geen gemakkelijke opgave voor dergelijke gitaren). Wat het optreden afmaakte, is de grote harmonische kennis en hoeveelheid podiumervaring waarmee Coryell speelde. In zijn spel klonk geen enkele aarzeling of overbodige informatie. Vooral dat laatste is een unicum onder gitaristen.

"I'd rather not speak so much, the music speaks for itself," verontschuldigde Coryell zich aan het begin van het concert. Hij beperkte de interactie vaak met het afkondigen van het gespeelde materiaal. Tweemaal speelde hij een stuk van Duke Ellingon, maar ook was er een flard van Stravinsky's 'Sacre' te horen, dat naadloos overliep in een stuk jazz-improvisatie. Aan het begin van de avond was het spel enigszins bluesy, gespeeld in een dwingende vierkwartsmaat en harde plectrumaanslagen, maar later op de avond klonk er teder gespeelde jazz, waar alles aan klopte. Coryell mag dan geen prominente plaats hebben in het gitaristencanon, het optreden in het Bimhuis liet zien hoe onterecht dat is.

Klik hier voor Maarten Jan Rieders fotoverslag van dit concert.

(Eric van Rees, 29.12.08) - [print] - [naar boven]



Jazz Maastricht Masters 2009

De Maastrichtse Jazz Masters-concerten horen inmiddels bij de gerenommeerde Nederlandse jazzevenementen en trekken een eigen, enthousiast publiek. De zesde editie vindt plaats op 20 en 21 maart 2009 in het Theater aan het Vrijthof en is tevens een van de hoogtepunten van het Tijdens Tefaf Festival. Het festival heeft geen massaal programma, maar is goed opgezet met vedetten van wereldnaam, jong en 'Euregionaal' talent en vernieuwende projecten. Jazz Masters beoogt een concertfeest te zijn met betaalbare all-in toegangsprijzen.

De headliners zijn Gino Vannelli (met een Nederlandse All Star Band), Zuco 103, Brad Mehldau, Philip Catherine, en Michel Bisceglia. Speciale vermelding verdienen de jonge vernieuwers en talent uit de Euregio. Daaronder bevinden zich recente prijswinnaars: Cesar Latorre is finalist van de Jazz Hoeilaart-competitie, de groep Bender Banjax is het winnende Jong Jazztalent van Jazz Gent. Gezien de originaliteit van hun creaties en uitvoering krijgt het Jazz Ensemble van Conservatorium Maastricht een eigen podium.

Jazz Maastricht Masters heeft in enkele jaren een toenemende bekendheid gekregen in Nederland, de Euregio en daarbuiten. Het internationale bezoek neemt elk jaar toe. Er wordt gewerkt aan een samenwerkingsverband met collega-organisaties in Luik, Aken, Genk-Hasselt en Heerlen om de internationale uitstraling verder te versterken.

(Jacques Los, 29.12.08) - [print] - [naar boven]





Frank Wingold excelleert in veelbelovend kwartet
Miguel Martinez-Johan Plomp Kwartet, dinsdag 16 december 2008, De Smederij, Groningen

Dit wordt een heel leuk bandje, voor zover het dat nog niet is. Vier krachtige persoonlijkheden en een frontlijn waar je u tegen zegt. Vrijwel uitsluitend eigen werk speelt het vierspan. Nu gebeurt dat wel vaker, en niet zelden blijkt dan maar weer eens dat muziek maken en componeren twee heel verschillende disciplines zijn. Maar voor een melodieuze ballad als 'Grey Eminence' hadden grijze eminenties als Alec Wilder of Tom Adair zich niet hoeven schamen. Hier bewees gitarist Frank Wingold zijn kwaliteiten als begeleider; onder de bassolo van Johan Plomp plaatste hij orkestrale, doch fluisterzachte akkoorden. Gebeurt tegenwoordig veel te weinig, jongelui: solisten die ondersteund worden door welgeplaatste akkoordjes van de rest van de band (mij persoonlijk lijkt het overigens vreselijk om op het podium staan terwijl je niks te doen hebt en met goed fatsoen niet eens uit je neus kunt eten).

Wingold maakte in De Smederij (al twintig jaar elke dinsdag sessies, projecten en bands!) de meeste indruk. Hij kiest zijn noten en de vorm ervan met zorg, kneedt indrukwekkende brokken geluid wanneer dat functioneel is, gebruikt grote intervallen, kan sneller spelen dan welke gesmeerde bliksem ook en gaat door tot waar de lucht ijler wordt. Hij vertelt verhalen. Niet over de kat die diarree heeft of over twee verschillende sokken – al zou hij daar vermoedelijk heel prima over kunnen vertellen. Het zijn eerder abstracte reizen waar hij je voor uitnodigt. Soms hoor je aan zijn sound of zijn attack dat Wes Montgomery een bron voor hem is geweest, maar ongetwijfeld stonden er meer gitaar(cory)feeën aan zijn wiegje.

Wanneer we het over composities hebben, mag 'Klaagzang' niet ontbreken. Dit stuk van saxofonist Miguel Martinez lijkt met zijn lange lijnen en zijn schaamteloze lyriek een hommage aan componist/saxofonist Ornette Coleman, bij wie Martinez niet lang geleden op visite was. Om de harmologica uitgelegd te krijgen, vanzelfsprekend. Enfin, als het maar werkt.

"Dit is het beste wat ik hier ooit heb gehoord", sprak een ademloze bezoeker. Dat kan ik beamen, al is het alleen maar omdat ik zo'n slecht geheugen heb. Maar goed, tot 6 januari, wanneer het Dutch Palladium Orchestra in De Smederij staat, concentreren we ons op de oliebollen, terwijl we via Youtube of Hyves kijken naar de registratie die Vidimah van het Martinez-Plomp Kwartet heeft gemaakt.

(Eddy Determeyer, 27.12.08) - [print] - [naar boven]





Succesvolle jazz-ontmoetingsplaats kan best zonder wereldmuziek
Dutch Jazz Meeting 2008, donderdag 11 t/m zaterdag 13 december 2008, Bimhuis, Amsterdam

Sinds 1998 organiseert de Dutch Jazz Connection de tweejaarlijkse Dutch Jazz Meeting. Het doel hiervan is de Nederlandse jazz te presenteren aan onder andere internationale jazzorganisatoren. In dat kader worden alle registers opengetrokken om de Nederlandse jazz optimaal te promoten. In één weekend zijn er korte podiumoptredens van - door een commissie geselecteerde - professionele groepen en is er een informatiemarkt waar musici/ensembles en genodigde organisatoren contacten leggen.

Op 11, 12 en 13 december jongstleden vond de zesde editie plaats in het Bimhuis in Amsterdam. Behalve een promotiefestival kan de Meeting ook gekenschetst worden als een party van de Nederlandse jazz. Naast de internationale genodigden was iedereen er. Het 'ons-kent-ons gehalte' was hoog. Geen wonder dat het Bimcafé veelvuldig - ook tijdens de mini-concertjes - werd gefrequenteerd. Zelfs door de massieve, geluidswerende deuren was het caférumoer tijdens de concerten hoorbaar.

De vraag doet zich dan ook voor of een dergelijke manifestatie – de bevordering van de Nederlandse jazz in den vreemde – tot gewenst resultaat leidt. Daar is onderzoek naar verricht. Vincent van der Velde concludeert in zijn onderzoek 'Resultaten en effecten Dutch Jazz Meeting 2005 & 2006' dat meer dan de helft van de buitenlandse organisatoren Nederlandse jazz programmeert. Een deel daarvan deed dat al vóór het ontstaan van de Dutch Jazz Meeting, een ander deel is dat gaan doen na een bezoek aan deze manifestatie. Niet alle musici/ensembles hebben baat bij deelname aan zo'n Meeting. Een groot deel geeft aan dat dit geen directe invloed heeft gehad op het aantal internationale concerten dat zij hebben gegeven. Wel blijkt dat het actief en regelmatig onderhouden van contacten een positieve uitwerking heeft. Voor musici/ensembles is het vergroten van hun netwerk van groot belang (dat lijkt mij overigens een open deur, waar geen onderzoek voor nodig was geweest). Over het geheel genomen zijn alle deelnemers positief over de Meeting.

Op de donderdag- en vrijdagavond was ik aanwezig bij de showcase van de Nederlandse ensembles, blij verrast door de kwalitatieve presentaties van het Starvinsky Orkestar, Michael Moore's Fragile Quartet (abrupt en onbenullig afgebroken door een BIM-technicus vanwege tijdsuitloop), Wolfert Brederode Quartet, Kaufmann/Gratkowski/DeJoode en een lekker hip en funky DASH. Daarentegen irriteerde ik me aan de wereldmuziekgroepen (meer world dan jazz) die de vrijdagavond domineerden: het Afrikaanse A Fula's Call, de Turkse muziek van Fidan, de balkan van Stricat (wel een goed ingespeeld feestelijk trio met een hoofdrol voor trompettist Gijs Levelt) en de salsa van Bernie's Lounge.

Mag het over twee jaar wat minder wereldmuziek zijn, want dat hoort toch meer thuis in het Tropenmuseum?

Klik hier voor Maarten Jan Rieders fotoverslag van deze Dutch Jazz Meeting.

Meer weten?
Klik hier wanneer u meer wilt lezen over de resultaten van bovengenoemd onderzoek. Selecteer 'Downloads' in de linkerkolom en ga dan naar 'Resultaten en effecten Dutch Jazz Meeting 2005-2006'.

(Jacques Los, 24.12.08) - [print] - [naar boven]





Bart Defoort - 'Sharing Stories On Our Journey' (W.E.R.F., 2008)

De Belgische tenorsaxofonist Bart Defoort heeft met zijn nieuwe album een aangename luisterplaat afgeleverd. Er is maar weinig spierballenvertoon, maar de muziek blijft boeien. Dat komt doordat de frontline van Defoort en medetenorist Emanuele Cisi prachtig harmonieert. Dit samenspel blijft iets vreugdevols om naar te luisteren.

Defoort heeft zich laten inspireren door de standards en ballads van weleer en zegt zelf een muzikant te zijn die dichter bij Bach en Debussy staat dan bij de avant-gardistische componisten van de twintigste eeuw. Dat is goed te horen, want iets van de gemoedelijke, licht melancholische 'Lush Life'-sfeer op dit album ademt de harmonie van ouderwets vakwerk.

En daar komt nog een fijne dosis modaliteit en post-bop bovenop. Deze genres zijn voor veel jazzliefhebbers inmiddels ofwel de enige vorm van jazz, ofwel ouderwetse hap. Dit album is een mooi voorbeeld van het feit dat iedereen er naast zit; het is nog steeds mogelijk een album in die stijl te maken zonder Johnny Griffin, Hank Mobley, Sonny Rollins of de vroege John Coltrane te plagiëren. Kwaliteit zit dan meer in de details. En dat betekent dat er meerdere luistersessies nodig zijn voordat dit album helemaal verteerd is. Dat mag echter geen straf heten, want deze cd is het resultaat van muzikanten die veel te delen hebben en dat gul doen.

Meer horen?
Op de
MySpace-pagina van Bart Defoort kun je luisteren naar vier tracks van deze cd: 'Home', 'Alma La Diva', 'Easy Living' en 'Keys To The Kingdom'.

Labels:

(Sybren Renema, 23.12.08) - [print] - [naar boven]





Teddy Charles improviseert als instant-arrangeur
Teddy Charles & Walter Wolff Trio, zaterdag 8 november 2008, De Burcht, Leiden

Gezien de bomvolle Marekerk donderdag 6 november jongstleden viel de opkomst bij het concert van Teddy Charles met het Walter Wolff Trio in De Burcht flink tegen. Tijdens de presentatie in de kerk was de organisatie van de presentatie van het boek 'Leidse Jazz Geschiedenis' erin geslaagd om half ondernemend Leiden binnen te halen. Sommigen zeiden nu dat die bezoekers dan toch geen echte jazzliefhebbers genoemd konden worden, aangnu ze niet komen opdagen. De akoestiek van de Marekerk is zonder hulpmiddelen overigens zó hopeloos, dat luisteraars daar ook gedurende de tien minuten van het optreden nauwelijks een indruk hadden kunnen krijgen van de artistieke capaciteiten van de vibrafonist met het pianotrio.

De musici ogen ontspannen in de tuinzaal van De Burcht, zeker als je weet dat ze nog minder dan een week met elkaar hebben gespeeld. Het optreden begint rustig met twee bopstandards, 'Billie’s Bounce' en 'Out Of Nowhere', waarbij meteen enkele eignschappen van het trio opvallen. De drie jonge musici - twintigers die bij elkaar opgeteld nog niet eens de leeftijd van de tachtigjarige Charles bezitten - hebben een moderne, melodieuze benadering van de jazz, die typisch lijkt voor de Europese jazzmuziek. De uit Helsinki afkomstige pianist Wolff heeft een mooi, moeiteloos lijkend toucher. Daarnaast heeft hij een zeer sterk ontwikkeld gevoel voor harmonie, wat hem in staat stelt om origineel met het thematisch materiaal om te gaan. Zijn onorthodoxe solo in 'Hot House' is daar later op de avond een fraai voorbeeld van.

De uit Bari afkomstige bassist Francesco Angiuli, de nu weer in Kopenhagen wonende drummer Andreas Fryland en Wolff kennen elkaar van het Koninklijk Conservatorium. Angiuli valt op door zijn toonvastheid, juist in het hoog, en melodieuze improvisaties. Fryland is een slagwerker die de verschillende timbres van het drumstel goed combineert. Het enige waar het bij dit trio af en toe aan ontbeert, zijn ritmische contrasten. Daar zorgt juist Charles voor, die op de meest onverwachte momenten melodieuze accenten verschuift en tempoverdubbelingen of -halveringen invoert. Hij speelt als een arrangeur die steeds weer nieuwe klankcontrasten zoekt. Bijzonder spannend is de uitvoering van Mingus' 'Nostalgia In Times Square', waarin flink met de tempi wordt gegoocheld. Daarvoor hebben de luisteraars kunnen genieten van twee intrigerende eigen stukken van Wolff: 'I Hardly Think About You' (gecomponeerd met Eef van Breem) en 'Archipelago' die vooral melodieus overtuigen.

Het absolute hoogtepunt is Charles' intro en solo in Monks 'Round Midnight', waarin de spanning ongekend wordt opgevoerd door middel van asymmetrisch geplaatste fraseringen en haast mysterieuze harmonische verwijzingen. Zo mooi heb ik deze vaak gespeelde standard niet eerder gehoord.

Deze recensie verscheen eerder in het Leidsch Dagblad.

Meer weten?
Klik hier voor een verslag in woord en beeld van de uitreiking van het eerste exemplaar van het boek 'Leidse Jazz Geschiedenis 1899 tot 2009' in de Marekerk, Leiden op donderdag 6 november 2008.

(Ken Vos, 22.12.08) - [print] - [naar boven]





Yuri Honing presenteert 'Winterreise 2'

Op maandag 29 december presenteert saxofonist Yuri Honing in het Amsterdamse Paradiso 'Winterreise 2'. Een avond vol verrassende muziek.

Zanger Huub van der Lubbe (De Dijk) brengt samen met Honing gedichten op basis van blues spirituals. Ze kozen daarvoor tien gedichten, die door Honing en kompanen op muziek zijn gezet. Werk van onder anderen Gerrit Komrij, Jean Pierre Rawie en Paul van Ostaijen zal de revue passeren. Behalve de liefde voor gedichten delen Van der Lubbe en Honing ook de liefde voor vette rhythm 'n' blues, vandaar de keuze voor Nico Brandsen op Hammondorgel en drummer Louis Debij (Spinvis).

Met dance-producer FLORiS (bekend van onder meer Room Eleven) presenteert Honing een nieuw project. Ze hebben nieuwe muziek gecomponeerd op basis van de gehele discografie van Honing, met medewerking van onder anderen de vocalisten Janne Schra en Leine (winnares Grote Prijs van Nederland). Deze muziek beleeft zijn première tijdens 'Winterreise 2'.

De concertavond zal worden geopend door het Yuri Honing Trio. De presentatie van de avond ligt, net als bij de voorgaande editie, in handen van Peter Heerschop.

Meer zien en horen?
Yuri en Huub gaven op 8 december in De Wereld Draait Door (VARA) een voorproefje van hun optreden. Klik hier om deze uitzending te bekijken.

(Jacques Los, 22.12.08) - [print] - [naar boven]





The Vandermark 5 - 'Beat Reader' (Atavistic, 2008)
Opname: 2006

Fred Lonberg-Holm is één van de belangrijkste jazzcellisten van het moment. Zijn toetreden tot The Vandermark 5 - eind 2006 verving hij trombonist Jeb Bishop - zorgde voor een flinke portie peper en een verandering van perspectief in deze free-jazz band, die stevig is geworteld in de traditie en wordt gekarakteriseerd door Ken Vandermarks wijdse, soulvolle en vaak funky solo's. Die eigenschappen zijn weliswaar nog steeds van toepassing, maar het kwintet beweegt zich nu meer richting avant-garde en vrije improvisatie, met invloeden van kamerjazz en progressieve rock. We horen zelfs Hendrix-achtige geluiden, al zijn die niet afkomstig van een gitaar, maar van een cello!

Er is volop variatie, met vele onverwachte wendingen, zoals in 'Signposts'. Lonberg-Holm en Kessler creëren hier met hun strijkstokken een nerveuze achtergrondrazernij, waarover Vandermark en Rempis langzame en ingehouden melancholische frases spelen, waarna Daisy de zaak openbreekt door in een snel tempo een duo aan te gaan met de basklarinet. En net als je denkt dat het free-bop wordt, valt het stuk uiteen in langzaam spel, waarna het tempo weer wordt opgevoerd door de klarinet going crazy. Een ferme slag van Rempis roept het stuk even tot een halt, waarna arco bas een kamermuziek-achtige melodie speelt, die eindigt in kakofonie wanneer de cello en de andere instrumenten invallen, alvorens het stuk plotseling en onverwacht eindigt met unisono gespeelde ritmische beats.

'Speedplay' is prachtige free-bop, in een hoog tempo, met veel energie en speelplezier, eindigend met een minutenlange passage waarin de cello Hendrix naar de kroon steekt. Geen enkele track kent eenheid van stijl of benadering; de stukken zijn opgebouwd uit verschillende delen, zonder dat iets ten koste gaat van de coherentie. Misschien is dat wel een van Vandermarks sterkste compositorische kanten; hij weet zorgvuldig te structureren met pakkende melodische lijnen (luister naar de schoonheid van 'Any Given Number'), maar laat genoeg handelingsvrijheid. Zo weet hij steeds iets nieuws te scheppen, altijd met behoud van de fenomenale drive van deze band. Onstuimig woest, teder en hypnotiserend.

Een boeiend, verrassend en intens album.

Bezetting: Ken Vandermark (baritonsax & klarinetten), Dave Rempis (alt- & tenorsax), Fred Lonberg-Holm (cello & elektronica), Kent Kessler (bas) en Tim Daisy (drums).

(Stef Gijssels, 21.12.08) - [print] - [naar boven]





Eenmalige gebeurtenis zonder weerga
Fred Van Hove / Barry Guy / Wilbert de Joode, woensdag 10 december, Kasteel Vilain XIIII, Leut-Maasmechelen

Fred Van Hove kreeg van programmeur Hugo Haeghens carte blanche om zijn trio samen te stellen voor dit concert. De keuze was op zijn minst ongebruikelijk. De Engelse allround bassist Barry Guy en de Nederlandse vrije-impro bassist Wilbert de Joode. Met dit avontuurlijk trio van gelauwerde improvisatoren kon het alle kanten uit en dat was ook het geval. Er was geen programma, geen afspraken. Alles was open en mogelijk. Wat volgde was instant composing op het scherpst van de snede en van het zuiverste water.

Op het podium een vleugel, een accordeon en links aan Barry Guy's kant een zuiltje met daarop strijkstok, mallets en ander gereedschap om de snaren te lijf te gaan. Ter rechter zijde Wibert de Joode met voor zich een lessenaar die enkel dienst deed als aflegplaats voor zijn strijkstok; geen bladmuziek te zien. En daarmee moest het publiek het doen. Iedereen voelde dat hier wat bijzonders stond te gebeuren. Een eenmalig en niet te versmaden concert zou het gaan worden. Eén lange set werd het, waarbij iedereen de adem inhield.

Fred Van Hove zette steeds de toon en voerde regie. Ongeremd liet hij zijn ideeënstroom vloeien van hoofd naar armen, vuisten, handen en vingers, om daarmee gedachten vorm en klank te geven. Soepel als een gymnast beroerde de oude meester het klavier. Het ene moment teder, subtiel en met fraai toucher. Dan weer bruusk, percussief, maar altijd boeiend eigenzinnig. Zijn medespelers reageerden alert, vulden aan en speelden complementaire solo's waar het vereist was. Slechts zelden klonken hun instrumenten waarvoor ze in oorsprong gebouwd werden. Guy exploiteerde en exposeerde voornamelijk de hogere registers van zijn bas. Onderwijl bewoog De Joode zich meer aan de donkere kant ervan. En op diens klankspel en ritmische vondsten stond vanavond geen maat.

Barry Guy bediende zich veelvuldig van een strijkstok, al kon dat ook een afgedankt exemplaar zijn zonder bespanning, waarin zaagtanden waren aangebracht waarmee hij zijn bassnaren teisterde. Ook gebruikte hij mallets, die hij tussen de snaren vlocht voor speciale effecten. Een Michael Vatcher op bas als het ware. In de gestreken flageoletten klonk zijn bas soms als een vervormde menselijke stem.

Het tweede stuk werd solo ingezet door Van Hove. Daarin leverden linker- en rechterhand gelijkwaardige bijdragen. Het was een genot om te zien hoe hij de het klavier beroerde. Soms wekte hij de indruk of hij de toetsen met zijn vingers wilde ontdoen van denkbeeldige ongerechtigheden. Een 'poetsend toucher' als het ware. In enkele passages gespte hij zijn accordeon om en voegde het specifieke klankidioom ervan toe aan het klankbeeld, dat door De Joode en Guy verder werd vervolmaakt. Deze pionier van de avant-garde jazz liet zich ook dit keer niet stigmatiseren. In zijn spel doorklonk het verleden, het heden, maar zeker ook de toekomst van de pianoliteratuur. Hij bezigde een groot spectrum aan harmonieën, ritmiek en dynamiek. En fluisterzachte, intimistische passages werden afgewisseld met heftige, expressieve improvisaties.

Van Hove boetseerde zijn muzikale sculpturen vaak beginnend aan de diepe linkerkant van het toetsenbord om gaandeweg, gebruikmakend van alle hem ten dienste staande manipulaties, het bouwsel via het totale klavier verder vorm te geven. Hij was onbetwist het sympathieke en fascinerende epicentrum van deze welhaast onbeschrijfelijke eenmalige muzikale gebeurtenis.

Klik
hier voor een fotoverslag van dit concert.

(Cees van de Ven, 19.12.08) - [print] - [naar boven]



ECM Touchstones

ECM, de meest prestigieuze Europese jazzstal, staat volop in de belangstelling. Onlangs nog is het label uitgeroepen tot beste label en is producer en oprichter Manfred Eicher benoemd tot beste producer, door lezers én critici van het Amerikaanse magazine DownBeat.

In het kader van zijn 40-jarig jubileum heeft ECM 40 titels van de te verwachten muzikanten van stal gehaald en tegen budgetprijs uitgebracht, in de nieuwe reeks ECM Touchtones. Alles, van het diepgravende, introspectieve 'Open, To Love' van Paul Bley tot Shankars manische world-fusion op 'Song For Everyone', is zonder verdere toevoegingen of aanpassingen te krijgen.

Of dit niet tevens gedaan is om het commerciële succes van de Blue Note reissue-serie te pareren, is niet bekend, maar Blue Note lijkt zijn zaakjes beter voor elkaar te hebben. Niet alleen wordt er door dat label veel meer uitgebracht, ook heeft hun serie wél de nodige extra's. Daardoor is de nieuwe Rudy Van Gelder Edition ook altijd een verfrissende kijk op een historisch document, terwijl de ECM-albums in hun krappe hoesje met weinig plaats voor artwork een beetje zuinigjes aandoen.

Dit alles neemt natuurlijk niet weg dat ECM hiermee een welkome handreiking doet naar de kleine portemonnee, want de gemiddelde ECM-cd kost over de twintig euro en dat blijft een hoop geld. De Touchstone-reeks kan zodoende mensen in aanraking brengen met een aantal van de spannendste muzikanten ter wereld. En doordat er behalve de geijkte albums ook een paar onverwachte keuzes zijn, is er voor de trouwe aanhanger ook nog wat te verzamelen.

(Sybren Renema, 19.12.08) - [print] - [naar boven]





Birthday! Wadada Leo Smith

Trompettist, componist en muziekdocent Ishmael Wadada Leo Smith viert vandaag zijn 67ste verjaardag. Als improvisator heeft dit beruchte lid van the Association for the Advancement of Creative Musicians zich verdiept in diverse muziekculturen, van Japans en Indonesisch tot Afrikaans. Smith is vooral bekend vanwege zijn muziektheorie over jazz en wereldmuziek en zijn creatieve notatiesysteem 'Ankhrasmation'.

Tijdens het North Sea Jazz Festival van 2006 gaf hij in de wat weggestopte Missouri-zaal een optreden dat de aanwezigen nog lang zou blijven heugen. Geconcentreerd gezeten achter een 'effectenbak' profileerde de avant-gardist zich jong en vrij van geest met een set die het publiek tot een behoorlijke luisterinspanning dwong.

Meer weten?
Beluister muziek van Wadada Leo Smith op zijn MySpace-pagina.

Klik hier voor een recensie en fotoverslag van het concert van Wadada Leo Smith's Golden Quartet tijdens North Sea Jazz 2006.

(Maarten van de Ven, 18.12.08) - [print] - [naar boven]





Column Herbert Noord
Au, mijn oren!


"Een vriend van mij vertelde dat hij laatst in een restaurant zat te eten waar op de achtergrond Billie Holliday te beluisteren viel... tenminste, dat dacht hij. Maar toen hij eventjes beter luisterde, wist hij meteen dat het Holliday niet kon zijn, vanwege de timing - of beter - het gebrek daaraan. Hij vroeg wie deze imitatrice wel mocht zijn. Bleek het ene Madeleine Peyroux. Heeft ongetwijfeld ontelbare cd's verkocht met deze volksverlakkerij."

Jazzcynicus Herbert Noord vraagt zich af of er op de Albert Cuyp nog iemand rondloopt die weet wie Sarah Vaughan was. Klik op bovenstaande button om zijn column te lezen.

(Maarten van de Ven, 17.12.08) - [print] - [naar boven]





Een handjevol Hammond-gruis
Mona Lisa Overdrive, vrijdag 12 december 2008, Club Bazart, Den Haag

Na een eerste nummer in de Haagse Club Bazart maakte bassist en bandleider Stefan Lievestro het droeve nieuws bekend: wegens auteursrechtelijke problemen zal Mona Lisa Overdrive haar naam veranderen. Vanaf de tweede cd, die in januari opgenomen wordt, zal de band Mona Lisa Supersize heten. Een minder mooie naam, die even wennen is. Mona Lisa Overdrive bekt nou eenmaal lekkerder.

Gelukkig was dit de enige 'smet' op de avond, want de band was goed in vorm. Naast Lievestro bestaat deze uit Jesse van Ruller (gitaar), Hans van Oosterhout (drums) en de nieuwste Hammond-god van het land: Arno Krijger. Deze haalde alles uit zijn orgel en zorgde voor een groove zo gruizig als zelfs Medeski, Martin & Wood - de godfathers van de nieuwe generatie orgelbands - hem zelden maken. Met de beukende bas en sleurende drums leek de muziek bij vlagen zelfs op stonerrock.

Alleen Van Ruller viel af en toe wat weg in het geweld. Al tijdens de soundcheck worstelde hij met een technicus die duidelijk niet gewend is dit soort muziek te versterken. Maar als hij er bovenuit kwam, speelde hij meesterlijke slierten staccato noten. Bovendien ging hij dan vernuftig de dialoog aan met Krijger, door allerlei effecten toe te passen die het onmogelijk maakten te onderscheiden waar de gitaar ophield en het orgel begon. Ook Van Oosterhout kreeg de vrijheid om los te gaan. Hij speelde dan weer slepend, dan weer stuwend, en zijn solo tijdens 'Gerommel In De Polder' was indrukwekkend.

Het was duidelijk te zien dat de muzikanten plezier hadden in hun samenspel, en dat is belangrijk voor een band als deze, die geworteld is in het eindeloze jammen. De volgende cd zal hopelijk net zo geïnspireerd zijn als de liveoptredens. Dat de naam veranderd moet worden is jammer. Nu neemt Ibrahim Electric de fakkel over als band met de coolste naam in Hammondland.

(Sybren Renema, 17.12.08) - [print] - [naar boven]





Red Rocket - 'Mitten' (Rat Records, 2007)

'Mitten' is het debuutalbum van Red Rocket, een trio met de Belg Joachim Badenhorst op tenorsaxofoon en klarinet, en de Ieren Simon Jermyn op gitaar en Sean Carpio op drums.

Badenhorst is een klarinettist die nadien de sax erbij nam. Na zijn studies in Antwerpen ging hij verder studeren aan de academie in Den Haag, waar hij les kreeg van onder anderen John Ruocco. De muziek van dit technisch en compositorisch zeer sterke trio is echt leuk om te horen; hun muziek klinkt zeer fris en open, mede door de interessante melodische exploraties en de rock-invloeden.

Ze wisselen abstractere harmonische oefeningen af met intensere momenten, en ondanks de openheid klinkt de muziek vol en uitermate afgewerkt. De solo's van Badenhorst zijn zeer knap - hij varieert, is emotioneel, gestructureerd en gefocust - maar ook Jermyn en Carpio zijn uitstekende muzikanten. Fans van Chris Speed, Jim Black en Hilmar Jensson zullen hier zeker plezier aan beleven.

Meer horen?
Op de
MySpace-pagina van Red Rocket kun je luisteren naar vier tracks van deze cd: 'Red Rocket', 'La Familia', 'Upwelling' en 'Mitten'.

(Stef Gijssels, 15.12.08) - [print] - [naar boven]





Anca Parghel overleden

De Roemeense jazzzangeres Anca Parghel is vrijdag 28 november op 51-jarige leeftijd overleden. Parghel, die vaak met Yma Sumac en Ella Fitzgerald werd vergeleken, doceerde ook zang aan diverse muziekhogescholen, onder andere in België.

De Roemeense werkte samen met beroemde jazzfiguren als Philip Catherine, Billy Hart, Archie Shepp, Larry Corell, Jean-Louis Rassinfosse, Marc Levine, Claudio Roditi, Thomas Stanko, John Engels, Ricardo Del Fra en Stephane Galland.

Parghel werd geboren in Câmulung Moldovenesc, een stadje in het noorden van Roemenië. Zij deed haar muziekstudies in de nabijgelegen universiteitsstad Iasi. Haar discografie beslaat vijftien albums. Een half jaar geleden werd bij haar een kwaadaardige kanker vastgesteld. Vrijdagochtend overleed zij aan deze ziekte in een kliniek in Timisoara.

Meer weten?
  • De website van Anca Parghel, die vreemd genoeg - in ieder geval tot de hieronder vermelde datum - met geen woord rept van bovenstaande tragische ontwikkeling.

    (Maarten van de Ven, 15.12.08) - [print] - [naar boven]





    Rita Reys gewond na val

    Zangeres Rita Reys is zondagavond gewond geraakt bij een optreden. De 83-jarige zangeres maakte tijdens het zingen een val, waarbij ze haar pols brak. De jazzzangeres trad op in het Pim Jacobs Theater in Maarssen. Al na een paar liedjes ging het mis.

    Reys werd per ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Na een ingelaste pauze heeft haar band het concert, zonder Rita, vervolgd. Via een communicatiemedewerker liet de zangeres aan RTL Boulevard weten dat het inmiddels al weer beter met haar gaat, en dat zij het plan heeft op korte termijn haar optredens te hervatten. Reys liet verder weten in ijzersterkte conditie te zijn, en er naar uit te zien spoedig weer aan het werk te gaan.

    Bron: RTL Boulevard

    (Maarten van de Ven, 15.12.08) - [print] - [naar boven]





    Rein de Graaff's Bebop Boek #3
    Dexter Gordon


    Dexter Gordon mag gerekend worden tot één van de beste tenorsaxofonisten van de hardbop-jazz. Vanaf het midden van de jaren veertig tot aan zijn dood in 1990 zijn talloze opnamen van hem verschenen op prestigieuze labels als Blue Note, Prestige, Columbia en SteepleChase. Vooral bekend zijn de tenor battles met Wardell Gray en Teddy Edwards in de veertiger jaren en later met little giant Johnny Griffin.

    Vanaf 1962 tot 1976 verbleef Gordon in Europa. In die tijd was hij dan ook veelvuldig in Nederland te horen. Het was welhaast vanzelfsprekend dat de saxofonist zijn oog liet vallen op het trio van bop-pianist Rein de Graaff om hem tijdens de Nederlandse tournees te begeleiden.

    Hoe dat ging is te lezen in het verslag dat De Graaff destijds tijdens één van die tournees schreef. Klik
    hier om het te lezen.

    (Jacques Los, 14.12.08) - [print] - [naar boven]





    Frank Vaganée workshopleider en solist bij Sonic Blast Big Band
    zondag 26 oktober 2008, Plein 5, Deurne

    Sonic Blast Big Band mag worden gerekend tot een van de beste amateurbigbands van Nederland, met de nadruk op amateur. Al verschillende keren presteerden zij bovenmatig op grote bigband-competities, waaraan ook bands deelnamen met een mix van amateurs en professionals. In 2003 en 2004 legde dit orkest achtereenvolgens beslag op de eerste en tweede plaats op het Nationaal Big Band Concours in Hoofdorp. En in 2007 en 2008 wonnen zij de tweede plaats op de Dutch Big Band Contest in Enschede. Muzikaal leider is Richard Beeren en co-leader is Roel Penterman. De kwaliteiten van leiding en leden, die gepaard gaat met inzet en goede saamhorigheid, betalen zich uit in gepassioneerd en welluidend samenspel.

    Sonic Blast heeft ambitie, getuige het feit dat men zich eenmaal per jaar een weekend lang terugtrekt om zich onder deskundige leiding verder en specifieker te bekwamen. Zo gingen Ruud Breuls, Peter Guidi en Martijn Sohier Frank Vaganée al voor. Hij was het die in het weekend van 25 oktober een workshop verzorgde. Op de slotdag van de workshop gaf hij als gastsolist met het orkest een concert in Deurne. Het gespeelde repertoire was zeker niet doorsnee en bepaald niet eenvoudig, met stukken van onder anderen Oliver Nelson, Paul Ferguson, Strazzeri/Pronk, Jasper Blom/Johan Plomp en - vanzelfsprekend - Frank Vaganée.

    Opvallend was het verzorgde ensemblespel, waarbij ook de vaak veronachtzaamde dynamiek zorgde voor toegevoegde waarde. Solisten kregen van het orkest de juiste bedding als extra stimulans. In het eigentijdse 'Movin’ On', een tricky en lastig stuk, werd maatwerk afgeleverd. Hier blonk in het bijzonder de zeer homogene saxsectie uit. Stemming en onderlinge balans stonden helemaal op punt en de hand van Penterman was hier hoorbaar. Vaganée en trompettist Paul van Rooy bliezen pakkende solo's, waarin drummer Cees van Rooden relevante accenten plaatste.

    Ook de trombonesectie verdiende lof. Deze was mooi in balans, fraai van kleuring en technisch accuraat in Gordon Goodwins 'Count Bubba', met uitstekend solowerk van Penterman en Vaganée, beiden op altsaxofoon. De ritmesectie - met naast Van Rooden Henk Colen op piano en Han Verberne op bas - stelde niet teleur, al had de afstelling van snaredrum en toms wel wat kleurrijker gemogen. High-blower Mike Giezen zocht het overtuigend hogerop in 'The Deep' van componist Jasper Blom.

    Hetzelfde niveau werd doorgetrokken in de pittig geschreven Vaganée-original 'The Blues Goose'. Voor deze bekende compositie was door diens Brussels Jazz Orchestra al de norm gezet. Sonic Blasts moed werd hier beloond. Het orkest speelde akoestisch en dan zijn 'grote oren' een absoluut vereiste. Dat was voor de trompetsectie hier niet altijd het geval. Deze sectie heeft beslist meer in zijn mars, maar vereist intensieve exploitatie. In 'Langourous Ballad', een juweeltje van Vaganées hand, werden de bell notes aan het begin door het orkest niet goed uitgevoerd en ontbeerde de trompetsectie een juiste stemming.

    Maar Vaganées solo met zijn kristalheldere toon en aangename verteltrant, waaronder de band met grote precisie en goed in balans uitgestrekte akkoorden legde, maakte weer veel goed. Het concert werd besloten met 'The Hopper', een compositie van de workshopleider en gastspeler Vaganée. Voor een bigband met louter amateurs wel wat hoog gegrepen, maar wel een uitdaging die getuigde van lef.

    Klik hier voor een fotoverslag.

    Meer weten?
  • De website van Sonic Blast Big Band.

    (Cees van de Ven, 11.12.08) - [print] - [naar boven]





    Oliver Jones Trio - 'Second Time Around' (Justin Time, 2008)
    Opname: 2007

    Dit nieuwe album van de uit Canada afkomstige, nu 74-jarige pianist Oliver Jones bevat een mix van eigen composities en bekende nummers. Jones is eigenlijk een laatbloeier in de moderne jazz, want hij was al in de vijftig toen hij de jazzwereld ontdekte. Duidelijk is op dit nieuwe album hoorbaar dat hij bij de zuster van Oscar Peterson, ene Daisy, heeft gestudeerd, want de Peterson-(familie)invloed is nog steeds duidelijk in zijn spel te ontdekken. Ook op 'Second Time Around' is zijn moderne mainstream-stijl met boeiende technische hoogstandjes en een behoorlijk vlotte swing te beluisteren.

    De samenstelling van zijn trio is met bassist Eric Lagacé en Jim Doxas behoorlijk stabiel en doet aangenaam aan. Alle trioleden spelen een schijnbaar moeiteloos vloeiend spel. Doxas is eigenlijk een heel bescheiden drummer, die swingend zijn werk doet, maar bassist Lagacé laat zijn contrabas lekker tekeer gaan, waardoor Jones een goede basis krijgt om te excelleren.

    Een heerlijke cd die er evenwel als trioplaat niet echt uitspringt, door het ontbreken van een gezonde dosis moderniteit. Het klinkt uiteindelijk allemaal toch een beetje te braaf.

    Labels:

    (Rolf Polak, 10.12.08) - [print] - [naar boven]





    Siteseeing #16
    Shouting Jazz


    Volkskrants jazzmedewerker en schrijver van de interessante interviewbundel 'Jazzhelden' Koen Schouten heeft een (ongeveer) wekelijks verschijnende blog: Shouting Jazz. Het gaat daarin over nieuwe en oude jazz en meer. De blog is actueel, verrassend, grappig, maar ook serieus, en staat vol met audio- en filmfragmenten. Schoutens voor- en afkeuren en eigenzinnige meningen worden met een vette knipoog verkondigd.

    In één van zijn meest recente weekafleveringen – 3 december 2008 – gaat het over saxen. Over de niet al te bekende, maar wel voortreffelijke tenorist Plas Johnson. Hij is de solist in Henry Mancini's 'Pink Panther'. Het aardige van Shouting Jazz is dan dat Schouten drie leuke filmpjes met Johnson op zijn blog plaatst. Naast de tenorsaxofonist zijn daarin ook nog te zien en te horen: Phil Woods, Benny Carter en een Japanse tenorheld, genaamd Hidehiku Matsumoto.

    Vanaf april 2007 kan er in het archief gegraaid worden en dat is beslist de moeite waard. Ik doe het willekeurig en kom in maart 2007 de tenoristen Joshua Redman en James Carter tegen. Beiden spelen in die maand in het Bimhuis. Op de blog heeft Schouten een filmpje geplaatst waarin beiden battle-den in de Carnegie Hall.

    In januari 2008 gaat het vooral over de blokfluit en de doedelzak, en is er een filmpje van een geweldig trompettalent. Vooral aandoenlijk is een fragment van het Polygoonjournaal van Lionel Hamptons optreden in 1956. Dat waren nog eens tijden. De jeugd ging toen massaal naar jazzconcerten. Enkele jaren later werd het stil in de jazz door de niet te stuiten opkomst van de popmuziek.

    In mei is er aandacht voor New Cool Collective en een kunstzinnige clip met Steven Bernstein en drummer Ben Perowsky met de geliefde zanger Anthony. Tot slot van die maand een stukje retegoeie jazz (woorden van Koen Schouten) van drummer Buddy Rich en tenorsaxofonist Flip Phillips. Ouderwetse recht-door-zee swing.

    Na in augustus even kort op vakantie te zijn geweest, komt Schouten in september weer terug. Daarin een bespreking met muziekfragmenten van een tiental heruitgebrachte Blue Note-cd's en een serie 'gloedjenieuwe jazzplaten', waaronder Carla Bley, Bill Frisell en Marc Ribot. Uiteraard ook weer met geluidsfragmenten.

    In oktober geeft Schouten enkele concerttips en zijn er filmpjes te zien van Dr. Lonnie Smith en Roy Hargrove. Verder besteedt hij uitgebreid aandacht aan Pharoah Sanders, middels vijf audio- en filmfragmenten.

    Het is goed toeven in de grabbelton van
    Shouting Jazz.

    (Jacques Los, 9.12.08) - [print] - [naar boven]





    Tineke Postma gaat succesvol op avontuur
    woensdag 19 november 2008, Bimhuis, Amsterdam

    Altsaxofoniste Tineke Postma typeerde dit concert voor zichzelf als erg spannend.
    Want nooit eerder had zij een trio weten samen te stellen met de andere twee geweldenaren: bassist Ernst Glerum en drummer Han Bennink. Ook vond ze het een hele eer om haar trio voor de allereerste keer in deze samenstelling juist in het Bimhuis te kunnen presenteren. En dat voor een musicus die in 2003 cum laude aan het conservatorium van Amsterdam afstudeerde en lessen nam bij onder anderen Dick Oats en Chris Potter. Zelfs Carnegie Hall is inmiddels geen onbekend terrein meer voor Postma. Bijzonder dus haar typering voor dit concert.

    Het werd inderdaad een gedenkwaardige avond, die via vrije impressie geopend werd met 'Chippie', een stuk van Ornette Coleman. Men zou zich kunnen indenken dat de samenvoeging van saxofoon, bas en drums een niet voor de hand liggende combinatie vormt. Echter, de altsaxofoon en contrabas gingen dit concert een duoverband aan; Postma en Glerum gaven meerdere malen blijk van een intense muzikale wisselwerking. De meerstemmigheid, waarbij elke melodische stem binnen het geheel toch een zelfstandig bestaan leek te leiden, kwam in dit openingsstuk al goed tot haar recht.
    En wat al te verwachten was gebeurde; Bennink was van meet af aan zijn drumstel aan het verbouwen. Ondanks dit feit was hij doodleuk zijn beide collega's aan het begeleiden. Deze avond kreeg het publiek te maken met een geniaal stel.

    Of het saxofoongeluid van Postma soms deed denken aan Paul Desmond of Lee Konitz doet niet ter zake, want ondanks oorverdovende interrupties van Bennink, speelde zij en ook Glerum onverschrokken hun partijen. Vooral de saxofoniste stond als een huis te spelen. Het door Postma geschreven 'The Eye Of The Mind' volgde, een soort jazzwals met een vloeiende baslijn, drumintervallen, en wisselwerking tussen brushes en sticks. Mooie en soepel in het gehoor liggende verkennende bewegingen van Postma, vaak in het hoogste register, zorgden voor tussentijds klaterend applaus. Een schitterende bassolo met mooie lijnen, tweeklanken en de tegendraads bespeelde drums van Bennink deden dit stuk mooi eindigen. Schitterend allemaal.

    'Villa Lobos', met een arrangement van Postma, volgde: een mooi, melodieus en klassiek aandoend stuk, eerder bekend geworden door onder meer Branford Marsalis. Maar nu in een wonderschoon samenspel met Glerums gestreken baspartij en een geniaal spelende Bennink. Opvallend is hoe scherp laatstgenoemde luistert naar zijn collega's en daarbij toch zijn eigen weg weet te vinden. Als een suite waardig eindigde dit stuk in wonderschone sereniteit. Nadat Bennink voor de pauze nog op zijn bekende wijze - en tot enthousiasme van het publiek - op het podium had zitten drummen, volgde in de tweede set een grootse, intens gespeelde drumsolo van Bennink in Ornette Colemans 'When Will The Blues Leave'.

    Volgens Postma mocht het mooie 'Fleurette Africaine' van Duke Ellington niet ontbreken. In dit stuk bespeelde ze de sopraansaxofoon over een repeterende baspartij en ditmaal subtiele ondersteuning van Bennink. Kippenvel veroorzakend, zo mooi gespeeld, waarna dit stuk door het drietal welhaast binnenstebuiten werd ontleed.

    Na 'On Green Dolphin Street' - unisono gespeeld door bas en altsaxofoon - en 'Hot House' werd tot slot van dit schitterende concert het titelstuk van Postma's derde album 'A Journey That Matters' gespeeld. Een heerlijk druk nummer, waarin alle trioleden ruimschoots aan bod kwamen. Een langdurige staande ovatie werd hun deel.

    Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Hans Sirks.

    (Rolf Polak, 9.12.08) - [print] - [naar boven]





    Masha Bijlsma Band – 'Whispers And Moans' (Lion Jazz, 2008)

    Na een succesvolle tournee in 2007 - naar aanleiding van haar 15-jarig jubileum - dook zangeres Masha Bijlsma even later de studio in (Wuppertal, Duitsland) om de cd 'Whispers And Moans' op te nemen. Met haar vaste band – pianist Rob van den Broeck, bassist Henk de Ligt en drummer Dries Bijlsma, aangevuld met saxofonist Tony Lakatos en trombonist Bart van Lier – werd een album geproduceerd bestaande uit vooral ballads en medium-tempo nummers. Composities van onder anderen Mal Waldron, Milton Nascimento, Kate Bush, Joni Mitchell, Henk de Ligt en Rob van den Broeck getuigen van een interessant en gevarieerd repertoire.

    Bijlsma is één van de weinige zangeressen die zelf zeer bekwaam teksten op bestaande of originele composities schrijft. Ook voor deze cd heeft zij teksten geleverd voor de composities van Henk de Ligt en Rob van den Broeck. Op dit album past het zeer volwassen, warme en volle stemgeluid van Bijlsma uitstekend; het geeft extra diepte aan zowel de teksten als de composities. De combinatie eigen teksten en eigenzinnige repertoirekeuze maakt dat zij een uniek jazz- en zangtalent is in de Nederlandse jazzwereld.

    Tony Lakatos soleert ingetogen in de titelsong van de cd op de tenorsax. Zijn toon is warm en zijn notenkeus is gepast sober. Trombonist Bart van Lier speelt – met demper – een prachtige solo in 'If You Go' en swingt soepel in 'Song For Ella'. Joni Mitchells 'Both Sides Now' wordt zeer intens gezongen en uitgevoerd, met een prominente rol voor bassist Henk de Ligt. Gelukkig krijgt, good old pianist Rob van den Broeck veel ruimte toebedeeld om relaxed, helder en muzikaal te soleren, getuige onder meer Mal Waldrons 'Soul Eyes'. In 'Breathing' van Kate Bush wordt zeer gewaagd collectief geïmproviseerd door Lakatos en Van Lier. Zeer prijzenswaardig is het muzikale, stuwende, ingetogen drummen van – vader – Dries Bijlsma, wat er mede toe bijdraagt dat 'Whisper And Moans' een prachtig album is vol intieme, intense songs. Luistermuziek van de eerste orde.

    Meer horen?
    Op hun
    MySpace-pagina kun je muziek beluisteren van de Masha Bijlsma Band.

    Labels:

    (Jacques Los, 5.12.08) - [print] - [naar boven]





    Meer jazz dan 'wereld' bij de Edisons
    vrijdag 28 november 2008, Muziekcentrum, Eindhoven

    Dé verrassing bij de uitreiking van de Edisons voor jazz en wereldmuziek in het Eindhovense Muziekcentrum kwam toen schrijver Remco Campert het podium opliep om de prijs te overhandigen aan Benjamin Herman. De altsaxofonist had de muziek gemaakt bij een documentaire over de schrijver. Maandag 8 december is hij met zijn kwartet The Itch te zien bij Jazzpower in Wilhelmina in Eindhoven.

    Vanuit het hele land was het publiek gekomen om het gala en de optredens bij te wonen. De winnaars werden begeleid dioor het Metropole Orkest onder leiding van Vince Mendoza. Gé Reinders maakte indruk met een liedje over twee verstandelijk gehandicapten die een grote liefde koesteren voor blaasmuziek. Opvallend was dat de Limburger zijn prijs won in de categorie wereldmuziek, toch een ondergeschoven kindje in dit geheel.

    Zangeres Trijntje Oosterhuis, die met haar tweede Burt Bacharach-cd in de prijzen viel, mocht in de tweede helft van het programma een duet zingen met Al Jarreau. De Amerikaan ontving een Edison voor zijn hele oeuvre.

    Klik hier voor een fotoverslag van deze avond.

    Deze recensie verscheen eerder in het Eindhovens Dagblad.

    (René van Peer, 4.12.08) - [print] - [naar boven]





    Edison Oeuvreprijs voor Piet Noordijk

    Piet Noordijk heeft vrijdag 28 november een oeuvreprijs gekregen tijdens de Edison Jazz/World Awards. De jazzsaxofonist kreeg de Edison Jazz Oeuvre Nationaal in het Muziekcentrum Frits Philips in Eindhoven. Noordijk was lange tijd vaste saxofonist bij het Metropole Orkest.

    Noordijk ontving op 19 oktober jongstleden al de Blijvend Applaus Prijs 2008. Op advies van een jury bestaande uit Maartje den Breejen, Martijn Sanders en Imme Schade van Westrum werd hem die prijs toegekend uit waardering voor zijn gehele carrière en voor zijn opvallende bijdragen aan het Nederlandse muziekleven.

    Ook Trijntje Oosterhuis en Benjamin Herman werden vrijdagavond in het zonnetje gezet. De twee jazzartiesten kregen, zoals eerder deze maand al was bekendgemaakt, een Edison in respectievelijk de categorieën jazz vocaal en jazz nationaal. De Edison in de categorie jazz internationaal ging naar het Brad Mehldau Trio. Zanger Gé Reinders sleepte een prijs in de wacht in de categorie wereldmuziek. De jazzband Sensuàl kreeg de Edison Jazzism Publieksprijs.

    Klik hier voor een fotoverslag van deze avond.

    (Jacques Los, 4.12.08) - [print] - [naar boven]





    dOeK Festival #7

    Op 19 en 20 december vindt in het Bimhuis de zevende editie van het dOeK Festival plaats. Zoals in eerdere edities stellen de dOeK-oprichters – Eric Boeren, Tobias Delius, Cor Fuhler, Wilbert de Joode en Wolter Wierbos - ieder een ensemble samen. In april is pianist Oscar Jan Hoogland tot de dOeK-kern toegetreden, dus natuurlijk is hij ook te horen tijdens het festival.

    Een blik op het programma laat meteen zien hoe divers de wereld van improvisatiemuziek eigenlijk is: vrije improvisatie, improvisaties op basis van geschreven stukken, melodieuze wereldklanken, vulkanische uitbarstingen, verstild klankonderzoek, trio's, kwartetten, septetten, improvisatoren van het eerst uur en aanstormend talent. Dit brede scala wordt twee avonden omarmt door het dOeK Festival.

    Op vrijdag 19 december geven de volgende ensembles acte de présence: EKE (Yedo Gibson - rieten, Oscar Jan Hoogland - piano, Gerri Jäger - slagwerk), The Ed Prubufu Four (Cor Fuhler - piano, Christian Pruvost - trompet, John Edwards - contrabas, Tony Buck - slagwerk) en Eric Boeren's Seven (Eric Boeren - cornet, Tobias Delius - tenorsax/klarinet, Michael Moore - altsax/klarinet, Mike Majkowski & Wilbert de Joode - contrabas, Han Bennink & Paul Lovens - slagwerk).

    Zaterdag 20 december biedt optredens van: D/L/T (Tobias Delius - tenorsax/klarinet, Clayton Thomas - contrabas, Christian Lillinger - slagwerk), ScrutinizerS (Frances Marie Uitti - cello, Cor Fuhler - elektronica, Wilbert de Joode - contrabas) en Wollo's World (Monica Akihary - zang, Wolter Wierbos - trombone, Layba Diawara - kora/balofon, Niels Brouwer - akoestische gitaar, Michael Vatcher - slagwerk).

    Nieuw dit jaar is een speciaal familieconcert op zaterdagmiddag van BBC-prijswinnaars Kidsamonium. Dit concert is een echte belevenis – grappig, onderhoudend en zeer interactief! Het publiek speelt percussie, zingt, danst en gaat op tocht door het Muziekgebouw. Geschikt voor alle leeftijden vanaf 6 jaar.

    Voor uitgebreide informatie klik hier.

    (Jacques Los, 1.12.08) - [print] - [naar boven]


    Lees verder in het archief...






  • Menupagina's:

    Redactieadres:

    Hoekstraat 1 B17
    3910 Neerpelt
    België
    (0032) 11747180
    (0032) 498788554

    Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
    Mail de redactie.