Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




Inschrijving Deloitte Jazz Award 2008 gestart

Kandidaten kunnen zich sinds vandaag inschrijven voor deelname aan de Deloitte Jazz Award 2008. De aanmoedigingsprijs van 20.000 euro (en daarmee de grootste jazzprijs van Nederland) wordt op woensdag 11 juni 2008 voor de zevende maal uitgereikt in het Bimhuis te Amsterdam.

De Deloitte Jazz Award, bestemd voor 'talent deserving wider recognition', is een initiatief van Deloitte. De prijs wordt, evenals twee stimulansprijzen van € 2.500, ter beschikking gesteld met als doel een bijdrage te leveren aan de verdere carrière-ontwikkeling van jazzmusici.

Op dinsdag 6 mei 2008 wordt een voorronde gehouden in comedy/jazzclub Toomler in Amsterdam. De door een vakjury geselecteerde kandidaten worden die avond begeleid door een ritmesectie onder leiding van bassist en voormalig DJA-winnaar Stefan Lievestro.

Nieuw dit jaar is dat de kandidaten ook in de finale door dit kleinere ensemble begeleid worden. Voorts wordt naar de allereerste editie teruggeblikt; Randal Corsen, Francien van Tuinen en Oene van Geel – finalisten respectievelijk winnaar van de eerste editie en inmiddels niet meer weg te denken uit het internationale jazzcircuit – verzorgen een gastoptreden. De presentatie is in handen van Wilfried de Jong.

Kandidaten kunnen zich tot uiterlijk 21 maart 2008 inschrijven. Klik
hier voor informatie over de aanmeldingscriteria en inschrijvingsprocedure.

Meer weten?
  • Ons bericht over de Deloitte Jazz Award-winnaar in 2007, Ben van Gelder.

    (Maarten van de Ven, 31.1.08) - [print] - [naar boven]





    JazzXpress speelt straffe hardbop
    vrijdag 18 januari 2008, Bimhuis, Amsterdam

    Eric Ineke is zichtbaar in zijn element als bandleider. Na vele jaren te hebben gespeeld in onder andere het trio van Rein de Graaff heeft hij daarnaast enkele jaren geleden zijn JazzXpress opgericht. De band speelt straffe hardbop op een swingende en melodieuze ondergrond, met veel bewerkingen op onder meer Herbie Hancock en Chick Corea. In 2007 verscheen de cd 'Flames ’n’ Fire', waarvan vanavond een aantal werken werd gespeeld.

    Ineke introduceert sympathiek en enthousiast zijn bandleden en voorziet ieder nummer uitgebreid van passend commentaar. Ook als drummer zet hij beslist een eigen toon door zeer stevig spel. Scherp spel ook, door veelvuldig gebruik van hout op snare en cimbalen. Brushes worden spaarzaam maar energiek gehanteerd. Al met al sterk slagwerk dat wellicht nog verdieping zou kunnen vinden in het toepassen van wat nuance.

    Ook Ineke's bandleden kregen goed de ruimte. De meest in het oog springende – het moet worden gezegd – was trompettist Rik Mol. In zijn nog korte loopbaan (hij is 22) heeft hij een indrukwekkend cv opgebouwd. Hij is een prettige en open podiumpersoonlijkheid, die schitterde met zeer expressieve solo's. De flugel bespeelde hij prachtig subtiel en warm. Mol speelde ook veel in duet met tenor saxofonist Sjoerd Dijkhuizen. Dit kleurde goed met elkaar en was een prima match. Dijkhuizen zette bovendien een mooi duet neer in 'Portrait Of Jenny' met pianist Rob van Bavel.

    Van Bavel was door het hele concert heen sterk op dreef, speelde lichtvoetig en met veel details, met hoog tempo en melodieuze lijnen. Hij schitterde vooral in een duet piano-drums met Ineke in 'Enigma Interactive'. Naast stukken van Van Bavel waren de meeste composities en bewerkingen van de hand van Marius Beets. De bassist vormde een furieus swingend tandem met de drums van Ineke en had een krachtige solo in 'Lita'.

    (Margretha van den Bergh, 31.1.08) - [print] - [naar boven]





    Martin Speicher - 'Shapes And Shadows' (Clean Feed, 2007)

    Freejazzers, rejoice! Hier is een saxtrio dat werkelijk subliem is. Martin Speicher (sax en klarinet), Georg Wolf (bas) en Lou Grassi (drums) brengen vrije improvisatie van topniveau. Ik kende enkel Grassi van zijn schitterende Avanti Galoppi-cd, want de twee andere muzikanten waren me onbekend, en ten onrechte, want wat ze hier tentoonspreiden is zeer sterk. Hier wordt naar elkaar geluisterd, hier wordt samen gezocht en gevonden, met zeer veel afwisseling per nummer, nu eens intens en gejaagd, dan weer zacht en melancholisch.

    Speicher heeft een warme toon, ook als hij er hard tegenaan gaat, Wolf biedt knappe telepathische interactie en Grassi blijft het geheel voortjagen met krachtig drumwerk. Het album begint al veelbelovend met 'Please, Confirm', dat licht dansend met losse tonen begint, dan evolueert naar een absoluut niveau van lang volgehouden hoogspanning, om weer lichter te eindigen. 'Le Star' biedt traag zoekend werk, met Speicher die de hoge tonen van zijn sax opzoekt, iel, droevig, maar ook krachtig. 'Claire’s Net' begint dissonant abstract, met Speicher op basklarinet en Wolf op arco bas, en hoewel er niet echt kan gezegd worden dat er een melodie ontstaat, is het wonderlijk om te zien hoe uit die losse clusters van noten een muzikale eenheid ontstaat die moeilijk te definiëren valt. Iets dat ook geldt voor de rest van het album.

    De strenge zelfbeheersing en de gemeenschappelijke focus van deze band bij het creëren van hun muzikale visie is heel sterk, en het resultaat mag er zijn. De titelsong sluit de cd af, met Speicher opnieuw op basklarinet, en dit is zonder enige twijfel het hoogtepunt van het album, eindigend in droevig jankende, huilende tonen, zoals je ze zelden gehoord zal hebben. Verwacht geen vaste melodie of ritmes, maar wel een creatieve, intense en impactvolle brok muziek.

    (Stef Gijssels, 30.1.08) - [print] - [naar boven]



    Opmerkelijk

    "Jazz werd vroeger ook wel geschreven als jass. Omdat het woord ass er in voorkomt, spelden ze het later met dubbel z." Een opmerkelijk feitje over het ontstaan van het muziekgenre jazz, gelezen op de
    website van dagblad de Stentor.

    (Maarten van de Ven, 30.1.08) - [print] - [naar boven]





    Zestal rond Jorrit Dijkstra heeft pret voor tien
    The Flatlands Collective, maandag 14 januari, Jazzpower, Wilhelmina, Eindhoven

    Voormalig Eindhovenaar Jorrit Dijkstra heeft in The Flatlands Collective musici om zich heen verzameld die hechtheid en solistische eigenzinnigheid in zich verenigen. Op maandag 14 januari speelde het sextet rond deze altsaxofonist bij Jazzpower een concert vol feestelijke onvoorspelbaarheid. Uiterst trage meerstemmige melodieën konden in een oogwenk omslaan in volkomen vrije improvisaties waarin elk een eigen weg insloeg en in een handomdraai weer de gelederen sloot.

    Door de bezetting van klarinet, trombone, saxofoon en een ritmesectie van drums en bas (en een cello als vreemde eend in de bijt) kon je nog denken dat je van doen had met een eigentijdse draai aan het Dixieland-orkest. Maar vanaf de eerste toon hoorde je hoe ze een volstrekt eigen terrein verkenden en vorm gaven. Vanuit collectief samenspel stoven ze uiteen, gaven ze hun fantasie alle ruimte in solo's die zowel lyrisch als bizar konden zijn. Een knip met de vinger liet de samenhang compleet verdampen; een knik van Dijkstra's hoofd bracht iedereen bliksemsnel weer bij elkaar.

    Ook sfeervolle stukken stonden op het menu, zoals een compositie gebaseerd op misthoorns voor de kust van San Francisco. Lange tonen van de verschillende instrumenten wisselden elkaar af, met de klanken van een steeds verder gedemonteerde klarinet zonder mondstuk als verbazingwekkend middelpunt. Bijna ongemerkt vormden ze zachte, warme akkoorden, waar de klarinet (nu weer in volle glorie hersteld) doorheen golfde. Tegen het eind lieten ze horen dat ze ook zonder voorbehoud konden swingen. In halsbrekende melodieën leken ze een steile muzikale helling af te rollen, onstuitbaar hotsend en botsend als flinke keien. Het speelplezier straalde van het zestal af, en het publiek liet zich daarin van harte meeslepen.

    Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

    Deze recensie verscheen eerder in het Eindhovens Dagblad.

    (René van Peer, 29.1.08) - [print] - [naar boven]





    Piet Noordijk - 'Jubilee Concert' (Jazz 'n Pulz, 2007)

    Het moet voor jongere saxofonisten (zoals, ik noem maar wat, Benjamin Herman, Miguel Martinez, Rolf Delfos, Paul van Kemenade, Bart Suèr en Tineke Postma) redelijk ontmoedigend zijn, zo'n concert mee te maken van Piet Noordijk. Ik bedoel: wanneer komt er nou eens een moment dat die man een beetje minder goed gaat spelen, zodat er een beetje zicht komt op het moment dat je zelf aanspraak zou mogen maken op zoiets als de titel 'beste altist van Nederland'? Die Noordijk gaat maar door, is de 75 jaar royaal gepasseerd, en zegt zelf dat-ie eigenlijk nog maar 45 is – dat belooft weinig goeds voor de jonge(re) garde.

    Hoe goed Noordijk (nog) is, is uitstekend gedocumenteerd op de live-registratie van zijn jubileumconcert (ter gelegenheid van zijn zestigjarig bestaan als professionele muzikant). Op 25 mei 2007 trad hij in het Amsterdamse Bimhuis op met drie bezettingen: combinaties waarmee hij eerder in zijn loopbaan al de sterren van de hemel speelde. En dat doet hij hier weer. Met ongebroken toon, razende techniek, een onblusbare stroom van ideeën, een feilloos gevoel voor timing.

    Het concert opent met drie stukken door het bandje dat de titel Pete's Groove voert en waarin Noordijk zich laat bijstaan door hammondveteraan Jack van Poll, gitarist Martijn van Iterson, bassist Frans van Geest en drummer Gijs Dijkhuizen. Twee meeslepende swingers omlijsten de mooie ballad 'And Then Some' van de hand van Van Poll (die we in het algemeen veel te weinig horen).

    Dan komt, ook met drie stukken, de revival van het legendarische Misha Mengelberg/Piet Noordijk Quartet, met Ruud Jacobs op bas en Han Bennink op drums. Mengelberg stelt zich geheel dienstbaar op aan Noordijk, door gewoon lekker jazzy te begeleiden, en soleert zelf speels en sober. Jacobs en Bennink vormen een klassiek-strakke ritmetandem. Op het programma: de klassiekers 'Take The "A" Train' van Billy Strayhorn en 'All The Things You Are' van Hammerstein, en het vrolijke Mengelberg-stuk 'Driekusman Total Loss', een boppy themaatje waar Noordijk wel weg mee weet. De heren zwepen elkaar gepast op tot een fel swingend feestje.

    Tenslotte het bandje waarmee de jubilaris tegenwoordig rondtoert: het Piet Noordijk Boptet, met trompettist Rik Mol, pianist Peter Beets, bassist Marius Beets en drummer Joost Patocka. Een kwintet in de stijl van de grote hardboppers uit de fifties dus, dat opent met een stuwende vertolking van 'Scrapple From The Apple' van Charlie Parker (die naam mocht op dit concert natuurlijk niet ontbreken). Dan volgt een medley van vier traditionele ballads. Hoe een saxofonist een ballad speelt is een soort lakmoesproef van zijn talent, en Noordijk komt andermaal met vlag en wimpel door de test. De flitsende finale is voor 'Groovin’ High' van Dizzy Gillespie. De jonge Mol, die eerder onder meer te horen was in projecten van en met Rob van Bavel en Eric Ineke, toont zich een vaardige stilist, zowel op trompet als op bugel. De gebroeders Beets en drummer Joost Patocka is hun rol in deze ambiance op het lijf geschreven.

    Deze recensie was eerder te lezen in HVT Magazine.

    (René de Cocq, 28.1.08) - [print] - [naar boven]





    Het brein van Honsinger
    Tristan Honsingers Strijkorkest, zondag 20 januari 2008, Grand Theatre, Groningen

    Misschien komen in 'The Retired Pirate Of Trieste', Tristan Honsingers jongste project, alle eindjes wel bij elkaar. Honsingers klassieke roots; op zijn twaalfde gaf hij al regelmatig cellorecitals en tourde hij "met een aartsvrome organiste" door de Verenigde Staten om in kerken Vivaldi, Bach en Händel te spelen. Op zich kun je daar al best een beetje lijp van worden, wat bij Tristan zijn beslag kreeg toen hij in Canada – om uitzending naar Vietnam te ontlopen – vier jaar op straat en bij Le Jazz Libre de Quebec werkte. En dan zijn ervaringen vanaf 1974 in Europa, waar hij een prominente rol heeft gespeeld bij het ontdekken van nieuwe wegen in de improvisatiemuziek en het absurdistische muziektheater. Ik ken bijvoorbeeld geen mens die zo intens naast een gordijn kan staan.

    Zijn dertienkoppige piratenschip navigeert onbekommerd tussen Samuel Barber en space (the place). Canonachtige structuren vloeien over in een bedachtzaam zingen van de celli en de bassen, met daarboven warm grommende altviolen. En hoog boven dit alles de kirrende en giechelende violen, als een zomerdag in het Bio-vakantieoord. Met cartoonachtige sprongen en bezwerende gebaren dirigeert de leider al spelend zijn orkest, wat het geheel een ritueel karakter geeft.

    En voortdurend zijn er kleine voorvallen, die even plotseling verdwijnen als ze de kop opsteken, als kattenogen in de nacht. Een hot duet tussen de violisten Stefano Lunardi en Alexander Kolkowski: heel even Sem Nijveen en Benny Behr. Een kwintetstuk dat door het meestampen van Honsinger en altvioliste Mary Oliver tot een hedendaagse hommage aan Ginger Rogers en Fred Astaire wordt getransformeerd.

    In deze bijt vol vreemde eenden leken Franky Douglas en Louis Moholo uit de toon te vallen. Gitarist Douglas omdat hij als enige versterkt speelde – goed gedoseerd gaf hij zo het hele gezelschap wat extra pit. En Moholo, de leeuw van Kaapstad, was zo mak als een lammetje. Hij stelde zich voortdurend dienstbaar op en in het pizzicato stuk voor de pauze was zijn drumstel snaarinstrument met de snaarinstrumenten geworden.

    Ik denk dat dit programma gewoon een model is van Honsingers ongewone brein.

    (Eddy Determeyer, 26.1.08) - [print] - [naar boven]





    Myriam Alter - 'Where Is There' (Enja, 2007)

    Dit is de derde plaat van Myriam Alter waarbij ze niet als uitvoerder, maar enkel als componiste op het voorplan komt. Naar eigen zeggen stelt deze Belgische, klassiek geschoolde pianiste haar bands samen op basis van de sound die ze wil en dat is haar op deze plaat perfect gelukt. 'Where Is There' baadt in de geuren en kleuren van de zuiderse, joodse en chansoncultuur, maar dan niet in de pikante of felle varianten, maar wel in zachte tinten en lichtjes zoete aroma's.

    De bezetting die ze kiest voor haar ensemble blinkt uit in delicate zachtheid. Met sopraansaxofoon, klarinet en cello blijft de muziek weg uit extreme toonhoogteregionen en de respectievelijke muzikanten Pierre Vaiana, John Ruocco en Jaques Morelenbaum staan ook niet meteen bekend als krachtpatsers. De ritmesectie met de sobere pianist Salvatore Bonafede, het lichte basgeluid van Drew Gress en de natuurlijke drive van de onvervangbare drummer Joey Baron sluit daar naadloos bij aan.

    De samenstelling van het sextet vindt haar weerklank in Alters muziek, die het niet moet hebben van uitgepuurde harmonieën of complex contrapunt. Het melodische is aan zet en blijft dat de hele plaat lang, ook wanneer er geïmproviseerd wordt; steeds stellen de muzikanten zich ten dienste van de muziek. Hierdoor kan die optimaal haar vertellende rol spelen: meeslepend, maar nooit pathetisch, op en top menselijk en herkenbaar.

    Alleen zo kan 'In Sicily' een milde glimlach uitlokken, als een nostalgische mijmering bij de gedachte aan lang vervlogen Siciliaanse dorpsfeesten. Net om diezelfde reden kan het mooi vermengen van de instrumentkleuren in 'Was It There' haar werk doen en kan Alter verschillende oosterse, zuiderse en westerse invloeden combineren zonder te verzanden in een potje wereldmuziek.

    Naast de geraffineerde schoonheid is de muziek op 'Where Is There' ook begiftigd met een secure drive, afkomstig van Joey Baron. Aan het beschrijven van de buitengewone kwaliteiten van deze Amerikaanse drummer zijn ondertussen al liters inkt en kilobytes opgegaan, maar op dit album laat hij zich bijzonder expliciet horen als de meester van de details. Het spelen met zijn handen, waarmee hij het geluid van traditionele percussie oproept, of zijn solo in 'Come With Me', waar hij toonhoogtes ontlokt aan zijn trommen door de vellen te manipuleren; het klinkt alsof het allemaal de normaalste zaak van de wereld is. De manier waarop hij in 'I’m Telling You' met borsteltjes te werk gaat – vanuit de hihat systematisch opbouwend qua kleur en ritme – is ongeëvenaard, waardoor het moeilijk wordt om het album voor te stellen met een andere drummer.

    'Where Is There' is een plaat die bijzonder hoog zal scoren in de lijstjes van muziekliefhebbers die plat gaan voor de pure en complexloze schoonheid van melodie en klankgevoeligheid. Ook bij diegenen die zich normaal gezien niet tot het jazzkamp rekenen.

    (Koen Van Meel, 26.1.08) - [print] - [naar boven]





    Jazz op verzoek #2
    Marc Ribot / Eric Boeren Quartet


    Een dubbelaflevering van het VPRO-radioprogramma Jazz@vpro bracht twee bijzondere Bimhuis-concerten: Marc Ribot solo en het Eric Boeren Quartet. Deze concertopnamen zijn on demand te beluisteren via de website. Beluister hier het eerste deel met de eerste sets van bovengenoemde concerten. De tweede sets kun je hier vinden.

    Velen kennen hem als gitarist op vele platen van Tom Waits, maar dat is maar de ene kant van Marc Ribot. Hij speelde ook heel veel met John Zorn. Vorig jaar maart maakte hij veel indruk met zijn eigenzinnige trio Ceramic Dog, door hemzelf omschreven als een free-punk-funk-experimental-psychedelic-post-elektronica powertrio. Op 7 november 2007 gaf hij een solo-programma in het Bimhuis, "waarbij Ribot nogmaals liet zien waarom zoveel muzikanten de man inhuren voor tournees en opnameklussen", aldus onze recensent ter plaatse Eric van Rees.

    Op 12 december 2007 gaf het Eric Boeren Quartet een (afgaande op de eerste set - zie hieronder) prima concert in het Bimhuis. Paul Lovens toonde zich daar een uitstekende vervanger voor Han Bennink, die in de eerste incarnatie van dit kwartet drumde, bijvoorbeeld op de cd's 'Joy Of A Toy' en 'Soft Nose'. Op die albums nemen de composities van Ornette Coleman nog een prominente plaats in, maar de laatste tijd verschuift de focus naar stukken van Boeren zelf. Ook zijn composities maken goed gebruik van de pianoloze bezetting (met naast Boeren en Lovens rietblazer Michael Moore en bassist Wilbert de Joode) met compacte, fris-springerige improjazz en pakkende thema's.

    "Wat mij betreft gaat onze spontaan-creatieve muziek over diepgang. Diepgang krijg je als de muzikanten met elkaar kunnen lezen en schrijven, als ze elkaar goed kennen," zei Boeren in een interview met Draai om je oren. Deze concertopnamen laten die diepgang duidelijk horen.

    Meer weten?
  • De website van Jazz@vpro.
  • Onze recensies van de concerten die Marc Ribot vorig jaar gaf met Ceramic Dog in Middelburg en
        Amsterdam.
  • Onze recensie van Ribots soloprogramma in het Bimhuis op 7 november 2007.
  • Eric Boeren's Take Ten.

    (Maarten van de Ven, 25.1.08) - [print] - [naar boven]



    Concert The Ploctones afgelast

    Wegens omstandigheden kan het concert van The Ploctones vanavond in de Toonzaal in Den Bosch niet doorgaan. Het zal verplaatst worden naar een andere datum. Houd onze concertagenda in de gaten.

    (Maarten van de Ven, 25.1.08) - [print] - [naar boven]





    Torns eclectische scheurgitaar
    David Torn & Prezens, vrijdag 11 januari 2008, Bimhuis, Amsterdam

    Gitarist David Torn heeft een brede staat van dienst. Hij heeft samengewerkt met mensen als Bowie, Madonna, David Sylvian en Jeff Beck, maakte ambient music en 'integrated noise'-materiaal. Torn presenteert zich nu met Prezens (geïntroduceerd op de gelijknamige cd in 2007).

    Torn heeft ook filmmuziek gemaakt en dat is te horen. Op gitaar creëert hij heftige en vluchtige klanken die qua sfeer lang na-ijlen. Maar niet zachtjes, want hij is zeer aanwezig en de gekozen naam Prezens is meer dan passend. Het klinkt organisch en niet in één hokje te vangen. Misschien moet je dit eclectische scheurgitaar noemen. Schitterende, sterk hogere sferen neerzetten kan hij uitstekend. Toch wel veel naar binnen gericht is hij eindeloos bezig met het vervormen en manipuleren van zijn geluid. En dat met de nodige (of onnodige) decibellen.

    Drummer Tom Rainey kan het zeer goed invullen, maar voor de pauze worden altsaxofonist Tim Berne en keyboardspeler Craig Taborn door Torns akoestische geweld tamelijk tot vrijwel geheel overstemd. Heel jammer, maar dat wordt na de pauze enigszins goedgemaakt. Berne, die dan wat meer ruimte krijgt, laat krachtig en warm spel horen, ook in de hoge expressieve flageoletten. Taborn krijgt te weinig soloruimte, behalve richting het einde van het concert. Daar komt hij goed in beeld met inventief werk en mooie klankkleuren.

    Rainey speelt zeer sterk (en ook versterkt) en is samen met Torn de principale richtinggever in dit optreden. Hij heeft een tamelijk kleine kit, waarmee hij wel heel creatief omgaat. Alles wordt geslagen, beklopt en gedempt met sticks, brushes, mallets en ellebogen. Trommelvliezen worden geaaid met de handen. Zelfs de plastic zak met alle utensils erin bewerkt hij als een nieuw gevonden instrument. Het past allemaal goed. Hij is de rustige uitstraling zelve, maar ook enorm toegewijd en onvermoeibaar in zijn werk, en speelt enkele keren naar een explosie toe die mij nog lang na zal blijven.

    Onder het enthousiaste publiek zitten ook aardig wat gitaarfans, sommigen wachtend op een handtekening van Torn. Een toegift wordt gevraagd en verkregen.

    (Margretha van den Bergh, 24.1.08) - [print] - [naar boven]





    Jazzvers / The Jazztube
    Anton Goudsmit


    het hele lijf
    om de gitaar gevouwen
    smeedt hij zijn snaren
    als ze heet zijn

    de geschiedenis van de gitaar
    in één man samengevat

    zingt wat hij speelt
    speelt wat hij zingt
    het kalende hoofd met bril
    knikt en schudt het ritme
    bijna epileptisch
    maar dan alles in de hand

    had ik ook maar
    alle dagen grote borden
    erwtensoep gegeten

    Erno Mijland over de impact van gitarist Anton Goudsmit. Morgenavond speelt hij met zijn Ploctones in een uitverkochte Toonzaal te Den Bosch. Draai om je oren zal erbij zijn en verslag doen. The Jazztube presenteert in dit kader 'Short Cuts', live tijdens het festival Jazz op het Dak 2005 (op het dak van Science Centre NEMO in Amsterdam). Een opname van 3 juli 2005.

    Klik op bovenstaande afbeelding om de clip te bekijken en te beluisteren.

    Labels: ,

    (Maarten van de Ven, 24.1.08) - [print] - [naar boven]



    Jazz Middelheim vanaf 2008 georganiseerd door Blue Note Records Festival

    De Vlaamse staatsomroep VRT heeft beslist de organisatie van Jazz Middelheim uit te besteden. Ze heeft hiervoor het vertrouwen gesteld in de organisatoren van het Blue Note Records Festival in Gent. Deze samenwerking zal ertoe leiden dat Jazz Middelheim opnieuw jaarlijks kan plaatsvinden en zowel op organisatorisch als programmatorisch vlak een nieuwe stap kan zetten.

    Jazz Middelheim zal in zijn nieuwe hoedanigheid voor de eerste keer in 2008 plaatsvinden. Beide partners benadrukken dat Jazz Middelheim een VRT-omroepfestival blijft. De praktische uitwerking en programmering worden echter uitbesteed aan de organisatoren van het Blue Note Records Festival, die voor de productionele en inhoudelijke invulling instaan. Nauw overleg met de VRT garandeert een dynamische interactie tussen het festival en radio, tv en internet.

    De nieuwe organisatoren en de VRT beklemtonen dat het bekende Jazz Middelheim in Park Den Brandt in Antwerpen met veel respect voor het verleden zal georganiseerd worden en herkenbaar zal blijven voor de trouwe bezoekers. Middelheim is een fantastisch festival dat in 2007 een recordaantal bezoekers haalde met een erg mooie affiche. De sfeer en setting van het festival zijn uniek en dat moet behouden blijven. Ook de periode, rond 15 augustus, blijft behouden.

    Meer weten?
  • Lees de uitgebreide verslagen van Jazz Middelheim 2007 door Koen Van Meel: dag 1, dag 2,
        dag 3, dag 4 en dag 5

    (Maarten van de Ven, 24.1.08) - [print] - [naar boven]





    Axel Hagen Quartet - 'As Long As There’s Music' (Baltic/Blue Jack, 2007)
    Opname: 2006

    Een mooi stukje internationale samenwerking, het kwartet van de Duitse gitarist Axel Hagen. Hij studeerde onder meer in Nederland, bij de pianoveteraan Frans Elsen, en die bezet hier de pianokruk. De ritmetandem vertoont een vergelijkbaar beeld: een Nederlandse veteraan op bas (Jacques Schols) en een veel jongere Duitse slagwerker (Peter Kahlenborn).

    De vier spelen samen alsof ze dat elke dag doen en alsof er geen generatieverschil is, in een idioom dat we aanduiden als mainstream: een gematigd soort moderne jazz, gebaseerd op de bebop, met wat voelbare invloed van de periode die de naam 'cool' heeft gekregen, de glorietijd van mensen als pianist Lennie Tristano en saxofonist Lee Konitz.

    De sessie levert geen uitgesproken verrassingen op, maar wel soepel swingende muziek, waarin de heren elkaar attent begeleiden en wederzijds inspireren. Het programma omvat wat standards (Gershwin, Ellington, Cahn, Weill), een stuk van Charlie Parker ('Segment') en twee weinig gespeelde titels van Tadd Dameron ('Smooth As The Wind' en 'The Scene Is Clean').

    Deze recensie was eerder te lezen in HVT Magazine.

    (René de Cocq, 24.1.08) - [print] - [naar boven]





    VPRO/Boy Edgar Prijs 2008 voor Pierre Courbois

    De belangrijkste prijs in Nederland op het terrein van de jazz en geïmproviseerde muziek, de VPRO/Boy Edgar Prijs, is dit jaar toegekend aan slagwerker, componist en bandleider Pierre Courbois. De prijs, die bestaat uit een plastiek van Jan Wolkers en een geldbedrag van 12.500 euro, zal maandag 19 mei 2008 worden uitgereikt tijdens een feestelijk programma in het Bimhuis te Amsterdam. VPRO-radio maakt opnamen van de prijsuitreiking en zendt deze uit op zaterdag 14 juni van 21.00 tot 01.00 uur op Radio 6 (te volgen via www.vprojazzlive.radio6.nl). Van oktober tot met december 2008 volgt een landelijke tournee.

    Uit het juryrapport: 'Pierre Courbois is één van de belangrijkste vormgevers van de moderne Nederlandse jazz, een vooraanstaand ambassadeur daarvan in het buitenland, en een belichaming van de creatieve geest die de muziek kenmerkt. Zijn gebruik van aan andere culturen ontleende oneven maatsoorten heeft het ritmische vocabulaire van de Nederlandse jazz en geïmproviseerde muziek aanzienlijk uitgebreid. Met zijn krachtige en virtuoze spel heeft hij er sterk toe bijgedragen dat de jazz zich ook in ons land ontwikkelde als ware groepsmuziek, waarin niemand een dienende rol speelt. Hij is in ons land de onbetwiste meester in de onderschatte kunst van het spelen met brushes. Courbois is altijd een groot en uniek stilist gebleven, getuige zijn huidige Vijfkwarts Sextet, waarin alle mogelijkheden om te swingen in die maatsoort worden uitgebuit in frisse, originele en meeslepende composities.'

    De jury bestond uit Dineke Bogchelman (programmeur, Hot House Leiden), Frank van Herk (recensent, De Volkskrant), Walter van de Leur (hoogleraar jazz, UvA), Jacques Los (recensent, Draai om je oren) en Frank Slijpen (hoofd publiciteit, Bimhuis).

    Meer weten?
  • Onze Take Ten van Pierre Courbois.
  • Onze recensie en geluidsopnamen van een concert van het Pierre Courbois Vijfkwarts Sextet in Musis
        Sacrum, Arnhem, op 17 april 2005.
  • Een artikel over Pierre Courbois door Rinus van der Heijden uit 2005.

    (Maarten van de Ven, 23.1.08) - [print] - [naar boven]





    Pete Candoli overleden

    In Californië is trompettist Pete Candoli overleden. Hij overleed op 84-jarige leeftijd aan kanker in zijn huis in Studio City. In de muziekwereld werd hij beschouwd als een van de meest precieze en eloquente jazz-interpretatoren. Onder liefhebbers hadden hij en zijn in 2001 overleden broer Conte, die ook trompet speelde, een cultstatus.

    Hoewel hij vooral als jazztrompettist bekend stond, was zijn muzikale achtergrond en ervaring gevarieerd genoeg om ook op het gebied van klassieke muziek en pop te kunnen excelleren.

    Candoli maakte deel uit van vele (big)bands, waaronder die van Glenn Miller en Count Basie. Hij werd beroemd door zijn excentrieke optredens in de swingband van Woody Herman, waar hij tijdens zijn solo's een Superman-kostuum droeg. Hij verdiende er zijn bijnaam Superman with a Horn mee.

    Over zijn manier van spelen zei hij: "I'm radical! I never play the same jazz thing twice! I'm like a chameleon and I play what I feel, although I may favor some patterns. Also, I'm a little staccato, on edge of my fiery type of playing."

    De trompettist arrangeerde nummers voor onder anderen Judy Garland, Ella Fitzgerald en Peggy Lee. Frank Sinatra liet Candoli in het verleden vaak overvliegen naar Las Vegas voor optredens.

    Candoli werkte mee aan meer dan 5000 plaatopnamen. Het magazine Look rekende hem tot een van de zeven beste jazztrompettisten, naast Dizzy Gillespie en Louis Armstrong, die hij overigens perfect kon imiteren.

    (Maarten van de Ven, 21.1.08) - [print] - [naar boven]





    Symbiose met ruimte voor eigen sounds
    The Flatlands Collective, zondag 13 januari 2008, SJU Jazzpodium, Utrecht

    Relaxed achterover leunen en tegelijkertijd op het puntje van je stoel geslingerd worden door spannende sounds. Vaste composities, die van het begin tot het einde aan elkaar worden geïmproviseerd. Het lijkt tegenstrijdig, maar het kan - ik heb het meegemaakt tijdens een concert van The Flatlands Collective.

    The Flatlands Collective is een jazzsextet bestaande uit één Nederlander en vijf musici uit Chicago. Het vlakke land waarin ze opgroeiden hebben ze met elkaar gemeen. Hun naam is dus niet willekeurig gekozen, sterker nog: omgeving vormt een belangrijke bron van inspiratie voor de band. Zo zijn de composities geïnspireerd door zaken als misthoorns en schommelstoelen, wat verrassende geluiden oplevert, zoals een trombone zoals je hem nog nooit hebt gehoord - droog, schurend of soepel glijdend, maar altijd loepzuiver - of een saxofoon die, naast de meeslepende tonen waarvan je hem kent, ook frisse, klakkende geluidjes kan voortbrengen.

    Bijzonder is de ruimte die elk instrument binnen de band krijgt. Hoewel de blazers echt de sterren van de hemel spelen, zowel solo als in samenspel, zijn er ook hoofdrollen weggelegd voor de anders zo vaak weggestopte drums en contrabas. De cello heeft een compleet eigen geluid, dat geheel meevloeit in de kabbelende beken en wild uiteenspattende watervallen van de rest.

    Elkaar zoveel ruimte geven voor eigen sounds en tegelijkertijd in volledige symbiose met zes man op het podium staan; een muzikale topprestatie die je mijns inziens niet mag missen. Dat experimentele jazz zo liefdevol kan zijn!

    The Flatlands Collective bestaat uit: Jorrit Dijkstra (altsaxofoon, lyricon), James Falzone (klarinet), Jeb Bishop (trombone), Fred Lonberg-Holm (cello), Jason Roebke (contrabas) en Frank Rosaly (drums).

    (Hann van Schendel, 21.1.08) - [print] - [naar boven]





    Ulrich Drechsler - 'Humans & Places' (Cracked Anegg, 2006)

    All About Jazz leidt de recensie over dit album in met volgende zin: 'Ulrich Drechsler asks and answers the question: how can the saddest music in the world be delivered with so much hope?' en ik vind dit een zeer accurate omschrijving van deze cd. Dit is mainstream jazz met zeer open visie, en Drechsler creëert iets unieks voor zijn debuutalbum. Zijn basklarinet kleurt inderdaad de ruimte in tussen enkele van de diepere menselijke emoties, tussen droefenis en hoop, tussen melancholie en vreugde.

    Zoals ik al eerder deed, zal ik Myriam Alters 'If' als een referentie nemen: de intimiteit van kamermuziek, een zeer lichte tred, zorgvuldig gecomponeerde composities, uitstekend samenspel, een gevoel van breekbaarheid in alle nummers, prachtige melodieën, en droefenis, droefenis, droefenis, ...van een intensiteit die je in stukken dreigt te doen vallen terwijl je luistert. Dit is jazz met een interessante mix van Europese stads- of straatmuziek, gecombineerd de Amerikaanse blues feeling, nogal sterk verwant aan Gianluigi Trovesi of Tomasz Stanko.

    De leden van de band zijn absoluut uitstekend, met Tord Gustavsen (piano), Oliver Steger (bas), Jörg Mikula (drums) en Peter Ponger (piano op twee stukken). Knappe muziek.

    (Stef Gijssels, 21.1.08) - [print] - [naar boven]





    Billie Holiday onverbloemd
    vrijdag 11 januari 2008, Theater De Vest, Alkmaar

    Van de drie producties over zangeres Billie Holiday die ik tot dusver zag, is de musical die momenteel door Nederland tourt de meest overtuigende. De film met Diana Ross was op zich misschien niet eens zo slecht, maar had bitter weinig met het leven en de persoon van Holiday van doen. De Engelse musical 'The Billie Holiday Story', die een jaar geleden in Hoogeveen opdook, leed onder zwak stemmenmateriaal en een script waarbij je grote vraagtekens kon zetten.

    Om met dat laatste te beginnen: voor de huidige Holiday heeft Pieter van de Waterbeemd (Pleidooi, You're the Top, De Scheepsjongen van Bontekoe) een verhaal vol vaart geschreven dat de hoogte- en dieptepunten uit haar leven onverbloemd en onbarmhartig in je gezicht smijt. Het stuk begint en eindigt met de dood van haar soulmate Lester Young, op wiens begrafenis ze niet mocht zingen omdat dat volgens de weduwe alleen maar toestanden en ellende zou geven. Daartussenin wordt Holidays levensverhaal in min of meer chronologische flashbacks verteld. Daarbij heeft Van de Waterbeemd zich aan de feiten gehouden. Voor flauwekul als een zogenaamde rivaliteit tussen Ella Fitzgerald en Billie Holiday, zoals de makers van de Britse musical die hadden verzonnen, is in de huidige productie geen plaats. Ik fronste even de wenkbrauwen toen de legendarische filmactrice en jazzfan Tallulah Bankhead ten tonele werd gevoerd als minnares van de hoofdpersoon. Maar inderdaad, die relatie is er geweest, zij het denk ik aanzienlijk eerder in haar carrière dan nu wordt gesuggereerd.

    Een dramatisch hoogtepunt in het tweede bedrijf is de scène waarin Holiday en Young concluderen dat ze beiden op hun retour zijn en waarbij Lester haar wanhopig vraagt waarom ze het niet bij booze en pot kan houden, net als vroeger.

    Toen Diana Ross destijds voor de hoofdrol werd gevraagd, had ze nog nooit van Holiday gehoord. Ruth Jacott, de ster van de Nederlandse productie, hapte meteen: "Ik ben een groot fan van Billie Holiday. Haar stem, gecombineerd met tekstbehandeling, is en blijft onovertroffen," liet ze optekenen. Wijselijk heeft ze niet getracht de idiosyncratische zangstijl van Lady Day te imiteren. De muziek van Ad van Dijk en Glenn Gaddum is sober ('Solitude' is een hoogtepunt) maar tijdsgetrouw, en dat maakt dat het leven van de zangeres overtuigend en onversneden over het voetlicht komt. Een beetje royale zakdoek is geen overbodige luxe, dames. (Heren ook.)

    Was het alleen maar kommer en kwel? Dat geloof ik niet. Volgens mij heeft Billie Holiday, ondanks de jeugdtrauma's, de middelen en de foute mannen, een bij vlagen uitermate tof leven gehad. "Ik was alleen gelukkig met de jongens," zegt ze tegen het einde. Dat zal wel kloppen.

    Tot slot: best lullig dat je niet op de begrafenis van je maatje mag zingen. Maar vlak ook het sterven van de zangeres zelf niet uit. Na een mensonwaardig einde onder politiebewaking (het volgende drugsproces stond alweer op de rol) verordonneerde kardinaal Spellman dat er in geen geval een uitvaartmis in de St. Patrick's Cathedral gehouden mocht worden.

    (Eddy Determeyer, 18.1.08) - [print] - [naar boven]





    Nieuw programma Bik Bent Braam

    Aanstaande zaterdag is de première van een nieuw programma van Bik Bent Braam: 'Extremen'. Deze eigenzinnige bigband zoekt daarin de extremen van de muzikale mogelijkheden op.

    Dertien nieuwe Braamstukken, die de bandleden kunnen inzetten wanneer ze dat willen. Via een ingenieus spel van regie-aanwijzingen dwingen ze elkaar tot extremen in volume (keisthard, fluweelstzacht, mezzo'st-piano), toonhoogte (torensthoog, zinnigstdiep), dichtheid (ijlst, amorfst), temperament (kameelstrelaxed, hyperstnerveus) en speelbaarheid (eitjestmakkelijk, hondstmoeilijk).

    Aanstaande zaterdag heeft Lantaren/Venster in Rotterdam de première van 'Extremen'. Daarna is het programma nog te zien en te horen in Nijmegen, Middelburg, Zaandam, Keulen, Maasmechelen, Amsterdam, Groningen, Tilburg, Utrecht, Antwerpen, Edam en Wageningen.

    Bik Bent Braam neemt als jazzorkest internationaal een unieke positie in. Sinds de oprichting van de 13-koppige band in 1986 door pianist/componist Michiel Braam is het verloop van concerten steeds minder vooraf vast komen te staan. Braam wil met de Bik Bent net zo vrij kunnen spelen als met een trio. Ieder bandlid krijgt een stuk muziek toegewezen, dat hij naar eigen inzicht kan inzetten in het programma. Tijdens de concerten is er geen bandleider, geen setlijst, en geen voorgeschreven stijl of tempo. Improvisatie voert de boventoon.

    De bezetting is om van te watertanden: Michiel Braam (piano), Wilbert de Joode (contrabas), Frans Vermeerssen (tenor- en baritonsaxofoon), Frank Gratkowski (altsaxofoon, klarinetten), Jan Willem van der Ham (altsaxofoon, fagot), Bart van der Putten (altsaxofoon, klarinet), Peter Haex (tenortuba), Eric Boeren (cornet), Angelo Verploegen (trompet), Wolter Wierbos (trombone) en drie nieuwe bandleden: Peter van Bergen (tenorsaxofoon, klarinetten), Carl Ludwig Hübsch (tuba) en Michael Vatcher (slagwerk).

    Meer informatie?
  • Kijk op onze concertagenda voor meer informatie over de speeldata en locaties van de 'Extremen' tour
        van Bik Bent Braam.
  • Onze recensie van een concert van Bik Bent Braam met hun vorige programma '13 Concerten' in de
        Toonzaal in Den Bosch op 17 februari 2006.

    (Maarten van de Ven, 15.1.08) - [print] - [naar boven]





    Ja, dit is ook jazz!
    Zapp String Quartet, donderdag 20 december 2007, JazzCase, Dommelhof, Neerpelt

    Het Zapp String Quartet met Jasper le Clercq en Friedmar Hitzer op viool, Oene van Geel op altviool en Emile Visser op cello mag dan wel een kwartet met een atypische jazzbezetting zijn, wat ze brachten was wel degelijk jazz maar eigenlijk veel meer dan jazz alleen. Zappend van de ene stijl en stemming naar de andere integreren ze moeiteloos invloeden uit rock, wereldmuziek en folk. Deze avond bracht Zapp voornamelijk werk van hun nieuwe, in maart uit te komen cd 'Jumping The Rocky Mountains'.

    Hoewel je een strijkkwartet spontaan associeert met klassieke muziek, waren in de muzikale aanpak van Zapp de typische stijlelementen van jazz overduidelijk aanwezig, zoals improvisatie, interactie tussen de muzikanten en bovenal swing. Deze andere invulling van het traditionele repertoire van een strijkensemble was een boeiende ervaring, die verfrissend overkwam omwille van de originaliteit, het enthousiasme en de speelse en soms spetterende benadering.

    Het erg ritmische 'Peculiar' van John Scofield was opgebouwd rond een stevige groove en werd aangedreven door cellist Visser. Later op de avond kwam met 'Bluesy' nog meer werk van Scofield aan bod, maar ook werk van Mark Feldman, Brent Fischer en eigen composities. 'Unseen Variation' was dan weer weemoedig, romantisch en doorspekt met Aziatische invloeden. Erg gevoelige muziek die bij gesloten ogen filmische beelden opriep.

    Het bizarre en ook moeilijk gestructureerde 'Gita Minor' van de hand van Mike Keneally, die tot Frank Zappa's excentrieke Mothers Of Invention behoorde, zat vol tempowisselingen, onrustig en soms schreeuwerig. Maar wel boeiend om progressieve rock op strijkers te beleven. Hetzelfde gold voor het bebopnummer 'La Blues', dat door Gene DiNovi oorspronkelijk voor een saxofoonkwartet geschreven was. Bebop en Charlie Parker op strijkers, een ongewoon maar wel mooi klankenpallet.

    Pareltje van de avond was het wondermooie en speelse 'Picasso & Luv', waarbij relaxed rond een stevige beat gemusiceerd werd met spetterende passages, aanzwellend naar een climax. Genieten was het ook van het magistrale 'Undiscoverd Rainforest' en het dwingende 'De Hamer', opgebouwd rond een hamerende groove. Leuk was ook de pop-rock benadering van een nummer van Mark Feldman, met opvallend cellospel van Visser, en Le Clercq, Hitzer en Van Geel, die hun violen virtuoos als gitaren betokkelden.

    Al bij al een uiterst boeiend concert. Misschien dan wel aan de periferie van jazz, maar wel degelijk muziek, waarbij elk jazzliefhebber met een open mind ongetwijfeld met volle teugen van genoten heeft. En uiteindelijk: who cares of dit nu al dan niet jazz is? Belangrijk is dat er constant op een hoog niveau gemusiceerd werd en dat ook een strijkerbenadering avontuurlijk, verfrissend en verrassend blijkt te zijn.

    Klik hier voor een fotoverslag van Cees van de Ven en hier voor een fotoverslag van Maarten van de Ven.

    (Robert Kinable, 15.1.08) - [print] - [naar boven]





    Andrew Hill - 'Mosaic Select' (Mosaic, 2005)
    Opnamen: 1967-1970

    Was de vorig jaar overleden Andrew Hill een van de meest originele grootheden die de jazz ooit heeft voortgebracht? Het lijkt erop, als je deze door producer Michael Cuscuna samengestelde driedubbele cd-box, met alle onuitgebrachte sessies van de pianist uit de Blue Note-archieven, beluistert. Ieder zichzelf respecterend label zou opnamen met zo'n surplus aan kwaliteit tegenwoordig als de sodemieter uitbrengen.

    Deze box van Pandora wordt geopend met een uitstekend sextet, waarin opvallende rollen zijn weggelegd voor Charles Tolliver (bekend van zijn avontuurlijke bigband en sterke oorspronkelijke composities) en Pat Patrick, een Sun Ra-alumnus. Tolliver toont zijn klasse met een soaring solo in opener 'Without Malice', een gestopte trompetsolo in 'Ocho Rios' over Ron Carters memorabele repetitieve basfiguur en fraaie tonale verbuigingen in het soulvolle 'Diddy Wah'. Patrick kleurt sterk in met bijdragen op fluit, altklarinet, altsax, baritonsax en altklarinet. In het abstracte kunstwerkje 'Ode To Infinity' trekt componist Andrew Hill met zijn spel de luisteraar naar de speaker. Naast eerdergenoemden verdienen ook Bennie Maupin (op fluit, tenor en basklarinet) en drummers Paul Motian en Ben Riley (die ieder een sessie spelen) lof voor hun spel. De enige reden die wij kunnen bedenken dat deze opnamen destijds niet zijn uitgebracht, kunnen een paar aarzelende inzetten en niet-spatgelijk samenspel in de blazerssectie zijn. De ingewikkelde partituren zaten er kennelijk nog niet helemaal goed in. Maar de composities en de solo's zijn stuk voor stuk sterk en boeiend.

    Zeer apart zijn de bijdragen van een heus strijkkwartet op twee sessies uit juli/augustus 1969. Luister naar hun haunting tegenmelodie in het overigens groovy 'Monkash'. Pizzicato zetten zij samen met de pianist het thema van 'Mahogany' neer, van waaruit tenorist Carlos Garnett snijdende solo's inzet. Andermaal leidt Hill hier een voortreffelijke band, met naast Garnett Bennie Maupin, bassisten Ron Carter en Richard Davis, en drummers Mickey Roker en Freddie Waits (allen individueel spelend). Hill kiest voor veel variatie; in elke compositie wordt het strijkkwartet weer op een andere wijze gebruikt, beurtelings ondersteunend, converserend, tegensprekend, soms bijna agerend. Zelfs als de strijkers orenschijnlijk minder prominent aanwezig zijn, geven ze een vrij eenvoudig funky stuk als 'Soul Mate' toch net dát beetje extra diepgang.

    De trio-opnamen met bassist Ron Carter en drummer Teddy Robinson op disc 2 getuigen van een sessie waarin de vrijheid hoog in het vaandel staat, maar waarin de drie muzikanten elkaar uitstekend volgen, stimuleren en aanvullen. Behalve met intrigerend top-of-the-hill pianowerk verrast Hill ons hier met een paar bijdragen op sopraansax en orgel. Complimenten voor Robinson, waarover niet zoveel bekend is (hij werkte met het Donald Byrd-Pepper Adams Quintet en speelde op een album van altsaxofonist Byron Allen), maar die hier een voortreffelijke indruk achterlaat met sensitief drumwerk.

    De meest spannende en intense stukken van deze box zijn zonder twijfel terug te vinden op disc 3, waarin Hill achtereenvolgens een septet en een sextet aanvoert. Stuk voor stuk fascinerende, intense en aangrijpende composities, met sterke solistische bijdragen van muzikale alleskunners als rietblazers Sam Rivers en Robin Kenyatta, trompettist Woody Shaw en bassist Cecil McBee. Twee vrijzinnige sessies, die diamantjes opleverden als het broeierige 'Enamorado' en de tone poem 'Now', met een contemplatieve Hill en een empathische McBee, die je weer doet realiseren hoe onderschat deze bassist eigenlijk is. Kenyatta en Rivers klinken zeer geïnspireerd en on the edge. Nadi Qamar vult het drumwerk van Teddy Robinson perfect aan met boeiende interjecties op belletjes, Afrikaanse drum en duimpiano. Hill, die de piano hier afwisselt met het orgel, betovert je met zijn unieke en eigenzinnige spel.

    Het is werkelijk een aderlating voor de jazz dat deze grootmeester van het klavier niet meer onder ons is.

    (Maarten van de Ven, 14.1.08) - [print] - [naar boven]





    Een Menu met buitengewoon stimulerende jazz
    Jan Menu Quartet, maandag 7 januari 2008, Old Quarter, Amsterdam

    Voor jazzmusici moet het een fijne ervaring zijn, wanneer er bij een gepland concert veel publiek komt opdagen. Vooral wanneer de weersomstandigheden bar zijn en je de parkeerproblematiek in hartje Amsterdam in ogenschouw neemt. Maar dit etablissement bleek op deze maandagavond (niet echt een uitgaansavond) goed bezet. En dat is al vijf seizoenen lang het geval, want programmeur en sympathieke gastheer Paul Lehwald weet in hotel-café Old Quarter, in de Warmoesstraat vlakbij de rosse buurt, elke maandagavond een aansprekend concert voor te schotelen dat tot een uur of elf duurt, waarna een jamsessie tot één uur losbarst.

    Dit keer werden de jazzliefhebbers verrast door een bijzonder samengesteld kwartet onder leiding van baritonsaxofonist Jan Menu. Deze saxgigant had voor deze gelegenheid contrabassist Clemens van der Veen (ook actief in het Concertgebouworkest), gitarist Jesse van Ruller en Gijs Dijkhuizen op drums uitgenodigd. Een illuster gezelschap, waarvan elk lid zijn sporen al meer dan verdiend heeft. Toch staat elk concert natuurlijk op zichzelf, zeker als je niet elke keer in dezelfde bezetting met elkaar musiceert.

    Na het aanschouwelijk in elkaar zetten van de drumset, het uittesten van de diverse meegenomen rieten, het stemmen van de bassnaren en het spelen van snelle gitaarriffs, werd haast onmerkbaar gestart met het openingsnummer 'Limelight' van Gerry Mulligan. En net als bij de opnamen die indertijd in 1988 gemaakt werden tijdens Mulligans concerten in Californië met Chet Baker, startte Jan Menu dit nummer ook onstuimig en driftig op zijn bariton en trad Jesse van Ruller in de rol van Baker, door Jan Menu in dit geval te omspelen en als diens schaduw te volgen.

    Gijs Dijkuizen begeleidde fel met zijn brushes en Clemens van der Veen dook vol in zijn dwingend gespeelde en erg stimulerende baspartij. Alle oren van het aanwezige publiek waren direct gespitst, want hier was een geweldige groep met een enorme drive vreselijk goed aan de gang. Direct na afloop gevolgd met het te verwachten waarderende klaterende applaus.

    Dit gehele concert etaleerde Menu dat hij er echt zin in had. En zijn mede-kwartetleden hadden ontegenzeggelijk het plan opgevat om hem hierbij op een melodieuze en stimulerende wijze te zullen begeleiden. Begeleiden is eigenlijk niet het juiste woord, want het akkoordenspel van Van Ruller deed het ontbreken van een pianist (net als indertijd bij Mulligan) geheel vergeten. Zoals dit gehele concert vaak gebruikelijk nam hij de tweede solo voor zijn rekening en leek het er op alsof hij met twee gitaren tegelijk stond te excelleren. Zijn spel was ongelooflijk melodieus en soepel van opbouw. Wat een solist!

    Clemens van der Veen en Gijs Dijkhuizen luisterden tijdens de begeleiding in dit concert uiterst geconcentreerd en pasten hun spel continu aan op dat van beide solisten. Een voorbeeld: nog vóór het moment daar was dat Van Ruller de climax in zijn solo bereikte, had Dijkhuizen zijn sticks al paraat voordat de boel explodeerde. En op het moment dat de daaropvolgende mooie bassolo werd gespeeld, was hij alweer teruggekeerd naar een lagere versnelling en speelde hij bijna ongemerkt weer met zijn brushes. 'It Could Happen To You', 'My Ideal' en een blues volgden, waarna dit concert afgesloten werd met een aansprekende en hoekige versie van 'Walkin’ Shoes'.

    Een heel bijzondere en stimulerende ervaring, dit schitterend spelende kwartet van Jan Menu!

    (Rolf Polak, 13.1.08) - [print] - [naar boven]





    Victor Goines - 'Love Dance' (Criss Cross, 2007)

    Niet alle jazz uit New Orleans staat met twee voeten in de traditie van King Oliver en Louis Armstrong. Een goed voorbeeld is de uit de onlangs zo zwaar geteisterde jazzstad afkomstige rietblazer Victor Goines, die zich in deze sessie een vaardige bopper toont. Wel eentje met een goed gevoel voor de jazztraditie.

    Op tenor- en sopraansaxofoon en klarinet, ondersteund door een geroutineerd trio met Peter Martin (piano), Reuben Rogers (bas) en Greg Hutchinson (drums), speelt hij een plezierig swingende selectie van andermans en (vooral) eigen stukken. Hij brengt zelf trouwens ook routine mee; zo maakte hij bijvoorbeeld tussen 1993 en 2006 deel uit van de ensembles van en rond Wynton Marsalis in het Lincoln Center in New York.

    Opvallend is de prachtige ingetogen klarinettoon die hij demonstreert in 'Love Dance'. Stralend middelpunt van het programma is een gedreven versie van Charlie Parkers 'Confirmation', dat hij ook op klarinet doet, en hoe curieus dat ook klinkt, hij komt er probleemloos mee weg. De uitsmijter is de elegante blues 'Home', die Goines laat horen als een mooie stilist op sopraan.

    Deze recensie was eerder te lezen in HVT Magazine.

    (René de Cocq, 12.1.08) - [print] - [naar boven]





    Swingende Uiteinden voor heidenen en andere gelovigen
    zondag 30 december 2007, Grand Theatre, Groningen

    Voor ons arme heidenen zijn die zogenaamde feestdagen elk jaar weer een bezoeking. Vandaar dat er her en der in den lande opbeurende festivalletjes worden georganiseerd. In Groningen sloegen Stichting Jazz in Groningen, Stichting Prime en het Grand Theatre de handen ineen en daar kwam Uiteinden uit, een presentatie van vier acts met Groninger roots.

    Het Groningst van die vier is Ammerlaans Band van bassist Gerard Ammerlaan. Jarenlang heeft die laatste zich vooral met componeren bezig gehouden, maar sinds een paar maanden is hij weer op de plaatselijke podia te vinden. In zekere zin is zijn huidige orkest een soort verlengde van Artisn't, de roemruchte exponent van het Groninger Swingtij van de jaren tachtig. De stekelige swing van zijn band krijgt een menselijke stem door de toevoeging van Wolter Wierbos, de welbespraaktste trombonist van Nederland. Openheid versus massiviteit lijken de belangrijkste parameters voor Ammerlaan. Soms zweeft de muziek weg naar ECM-achtige sferen, waarin de gitaar van Dick Rusticus de belangrijkste structurerende factor is. Je mag hopen dat de band de kans krijgt zich te ontwikkelen; Ammerlaan heeft namelijk nog véél meer in zijn laptopje.

    Toetsenspeler Joost Swart en bassist Floris Vermeulen hebben zich op Miles Davis' 'Bitches Brew' gestort, het roemruchte album dat de jazzrock inluidde. Het eerste deel van dat project, dat eerder in 2007 werd uitgevoerd, heb ik gemist; met 'Bitches Brew Part Two' schoven we heel plezierig het hippietijdperk in. Eigenlijk is het heel goed te vergelijken, wat Davis deed en wat de Groningers nu gedaan hebben. Gewoon een aantal voortreffelijke muzikanten bij elkaar zetten en dan maar pielen met grooves en vamps en verdichtingen en verdunningen. Het structureren daarvan liet de trompettist destijds over aan toetsenspeler Joe Zawinul. Swart/Vermeulen cum suis hebben geprobeerd het oorspronkelijke proces zo dicht mogelijk op de huid te zitten. Dus geen hedendaags cumputergedoe of drumsynthesizers, alleen wat wah-wah pedalen en wat dies meer zij. Ja, er was een turntablist toegevoegd, Lamont, doch diens bijdragen bleven goeddeels ongehoord onder de keyboardlagen.

    Alles bij elkaar een valide onderneming, dunkt me. Want wat je verder ook van 'Bitches Brew' vindt – ik heb het altijd maar een rommelige jamsessie gevonden, maar misschien moet ik het binnenkort weer eens draaien – het vormde wél de directe basis voor een aantal formidabele bands: Return To Forever, het Mahavishnu Orchestra en Weather Report, de parel aller fusionbands.

    Een glansrol was weggelegd, zoals dat heet, voor de dynamisch drummende Harrie Arling. Zelfs als het ritme roemloos dreigde te ontsporen, wist hij fluks de juiste draad uit de kluwen op te pikken.

    Het programma werd geopend met de Jacob Ter Veldhuis Boombox, drie stukken voor saxofoons en tapes. Bij Ter Veldhuis mag geglimlacht worden; hij is niet vies van een stukkie minimalistische hardcore hiphop (in 'Grab It!'). In het eerste nummer, 'Tatatata', meende ik flarden van kerstliedjes op te vangen. Dat kan verbeelding zijn geweest. Ook al probeer je je zo goed mogelijk te beschermen tegen die zooi, door bijvoorbeeld de hele dag zachtjes het thema van 'The Eyes And The Ears Of The World' te neuriën, of te proberen hoe ver je komt met het uit het hoofd reciteren van Dan Proppers 'The Fable Of The Final Hour', altijd sijpelt er wel wat engelenhaar doorheen. In 'The Garden Of Love' had Ter Veldhuis de tekst van William Blake elektronisch verfrommeld en sopraansaxofonist Remco Jak volgde de partituur dermate strak, dat het leek of hij de tape met zijn frasering triggerde. Hij gaf in ieder geval een nieuwe invulling aan het begrip vocaliseren.

    Het Carlama Orkestar knoopte de laatste Uiteindjes aan elkaar met pittige dansmuziek van voorbij de Donau. De formule, percussie plus saxofoons, oogt spectaculair en klinkt fantastisch. De vier saxen kunnen verdovende drones blazen of funky riffjes of, wanneer er twee sopraans worden ingezet, effectief huilen. Op de ongelijk hobbelende ritmes is het goed dansen; er gebeurt zoveel in de muziek dat elke move bij voorbaat raak is. De solide bassax van Henk Spies zorgt er daarbij wel voor dat niemand kan omduikelen.

    Het wordt wel een goed jaar.

    (Eddy Determeyer, 10.1.08) - [print] - [naar boven]



    Karel Appel Jazz

    In het Cobra Museum voor Moderne Kunst in Amstelveen is vanaf 9 februari de expositie 'Karel Appel Jazz' te zien. De tentoonstelling gaat over de periode 1958 tot 1962, de jaren waarin Karel Appel een nieuwe vormentaal vond en wereldwijd doorbrak.

    "Het zijn ook de jaren waarin hij sterk onder de invloed was van jazzmuziek en bevriend met wereldberoemde jazzmusici als Dizzy Gillespie, Count Basie en Miles Davis", verklaart een woordvoerster van het museum de titel.

    De expositie omvat ruim 23 topstukken op groot formaat: ongeveer twintig schilderijen uit het begin van de jaren zestig en een aantal van de schilderijen die in 1961 op kasteel Groeneveld werden gemaakt tijdens de filmopnamen voor Jan Vrijmans legendarisch geworden documentaire 'De werkelijkheid van Karel Appel'.

    Bron: Trouw

    (Maarten van de Ven, 10.1.08) - [print] - [naar boven]





    Leidse Jazzweek 2008

    De Leidse Jazzweek vindt plaats van 23 tot en met 27 januari 2008. Onder de oude naam is het traditionele stadsevenement terug op de kaart. De realisatie van het evenement ligt in handen van een nieuwe organisatie, onder aanvoering van Leids ondernemer Trudy Kwik. Op het affiche van het vijfdaagse evenement staan namen als Toots Thielemans, Wouter Hamel, Alain Clark, Monsieur Dubois en The Houdini's.

    Meer weten?
  • Klik hier voor een uitgebreid programmaoverzicht en nadere informatie.

    (Cees van de Ven, 10.1.08) - [print] - [naar boven]





    The Jazztube
    The Superstar Quintet - 'Clear Ways'


    Zaterdag 17 juli 1982, Nederlands Congresgebouw, Den Haag. Op de tweede dag van het North Sea Jazz Festival betreden om kwart over acht 's avonds vijf muzikanten het podium van de PWA Zaal voor een optreden van het zogenoemde Superstar Quintet. En die naam blijkt goed gekozen, getuige de bezetting: Freddie Hubbard op trompet en flugelhorn, Joe Henderson op tenorsax, Kenny Barron op piano, Ron Carter op bas en wervelwind/krachtcentrale Tony Williams op drums. Dit inmiddels legendarische concert in de geschiedenis van het North Sea Jazz Festival werd gelukkig vastgelegd door de AVRO-camera's.

    Zo horen en zien we Hubbard in volle glorie en niet geteisterd door de embouchureproblemen die hem later parten zouden gaan spelen, een krachtig klinkende Henderson, nog vóór zijn late erkenning in zijn 'tweede jeugd' in de jaren negentig, smaakvol pianowerk van Barron, Carters volle toon en voorwaartse drive en last but not least de wervelwind annex krachtcentrale die Tony Williams heette.

    Klik op bovenstaande afbeelding om de video te bekijken en te beluisteren.

    Labels:

    (Maarten van de Ven, 8.1.08) - [print] - [naar boven]





    Steve Lacy - 'New Jazz Meeting Baden-Baden 2002' (hatOLOGY, 2007)
    Opname: 2007

    Dit is een van de meer uitdagende en tegelijk meer esoterisch aandoende opnamen van sopraansaxofonist Lacy. Hij zou ons twee jaar daarna ontvallen. Uitsluitend geïmproviseerde stukken in wisselende bezettingen. Vooral de nadruk op kleine dynamische verschillen is de charme van deze bezetting. Naast Lacy bestaat de Brits-Duits-Oostenrijkse formatie uit bassist Peter Herbert, drummer Wolfgang Reisinger, Philip Jeck (draaitafels), Christof Kurzmann (elektronica) en Bernhard Lang (elektronica). De musici concentreren zich vooral op klankvariaties en minder op ritmische spanningsbogen. Samples spelen een belangrijke rol, omdat de virtuele instrumenten een grotere bezetting kunnen suggereren.

    In het eerste stuk wordt met verve een dynamische spanning opgebouwd die bijna filmisch aandoet. Juist in combinatie met de elektronica weet de hier af en toe wat lethargisch klinkende Lacy heel goed gebruik te maken van zijn verstilde dynamiek. Soms klinkt de muziek daardoor wat dun en energieloos, maar het meeste plezier is juist te beleven aan de subtiele verdeling van de klanktaken. Natuurlijk zijn de klanken in het hoge bereik door het slanke geluid van de sopraansax bij uitstek geschikt om zich te vermengen met de hoge synthetische klanken van de laptop.

    De sterkste momenten zijn echter te vinden in de stukken waarop de andere musici de gelegenheid geven aan Lacy om zijn eigen ruimte te creëren, zoals in 'DW 1.2 Remix 7.7', een duo met Jeck.

    De carrière van Lacy bestond uit het langzaam ontwikkelen van een eigen vocabulaire, en uiteindelijk, enige maanden van zijn dood, lijkt dit de bevestiging dat de sopraansaxofonist zijn eigen muzikale wereld heeft weten te creëren. Zijn eigen geluid had Lacy altijd al, maar hij is steeds bezig geweest om dat geluid deel van een groter verband te maken.

    Het is moeilijk te zeggen of dit album een uitschieter is in het repertoire van Lacy, ook omdat hij zoveel heeft opgenomen dat bijna niemand daar een idee van heeft. In mijn collectie is het een van de mooiste. Twee van de zes stukken zijn eerder uitgebracht op 'New Jazz Meeting Baden-Baden' van Trio X 3, eveneens op het hatOLOGY-label.

    (Ken Vos, 8.1.08) - [print] - [naar boven]





    Intimiteit en introspectie
    Tineke Postma Quartet, dinsdag 18 december 2007, Mahlerei, Musis Sacrum, Arnhem

    In een uitpuilend café-restaurant Mahler bij Musis Sacrum in Arnhem konden we getuige zijn van een jonge overtuigende sopraan- en altsaxofoniste, die zich nog middenin een zoektocht naar onontgonnen muzikale gebieden bevindt. Tineke Postma dus, die deze avond aantrad met pianist Randal Corsen, bassist Jeroen Vierdag en drummer Flin van Hemmen.

    Het spel van het laatstgenoemde jonge drumtalent was symptomatisch voor een concert waarin intimiteit en introspectie de kernwaarden bleken, onaangedaan door het constante geroezemoes in de zaal. Op zijn relatief kleine kit deed Van Hemmen bijna alles met snaredrum en bekkens; zijn tom gebruikte hij veelal voor het plaatsen van accenten. Met zijn smaakvolle en subtiele slagwerk betoonde hij zich een meester in de beperking. Postma kon er uitstekend mee uit de voeten.

    'Fleurette Africaine' is een rafelig miniatuurtje van Duke Ellington, dat is terug te vinden op de plaat 'Money Jungle', waarop de pianist een trio vormt met Max Roach en Charles Mingus. De saxofoniste gaf het een zeer fraaie interpretatie met fijnzinnig sopraansaxspel, waarin het kwartet de schoonheid van een Afrikaanse vrouw leek te benadrukken. Corsen imponeerde met een eloquente pianosolo. 'Prelude To A Kiss' kreeg van Postma dan weer een veel 'hippere' uitvoering, die heel anders klonk dan Ellingtons origineel: powerful en redelijk uptempo. Dan is het handig om Vierdag achter je te hebben staan. Of je deze bassist nu op contrabas of op basgitaar hoort, het maakt niet uit: zijn spel is altijd rocksteady en energiek, zijn toonvorming onberispelijk.

    De setlist bevatte ook veel Postma-originals, die niet te versmaden zijn, zoals 'Cannonball' (de bijnaam van haar idool, altsaxofonist Julian Adderley), het lyrische 'Bar Celta', het op een bas/piano-vamp drijvende 'Travelling Circus' en de lekker lazy backbeat van 'Comprendo'. De saxofoniste schreef 'Short Conversations' voor Wayne Shorter, een ritmisch gezien door reggae beïnvloede ode met een krachtige beat en pakkende baslick. Opvallend om te horen hoe Corsen, deze avond toch al in topvorm, het ritme als het ware ontbond in vrijheid tijdens zijn sterke, onbegeleide solo.

    's Middags had Tineke Postma nog een nieuw stuk geschreven, dat 's avonds al zijn vuurdoop kreeg. Deze van een leuke melodielijn voorziene compositie in walstempo was een showcase voor de cohesie van dit kwartet. Haar companen pakten het materiaal overtuigend op en inspireerden de saxofoniste tot een sterke solo.

    Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

    Meer zien en horen?
  • Bekijk en beluister het Tineke Postma Quartet in 'Bar Celta' en 'Travelling Circus' in een aflevering van
        VPRO's Vrije Geluiden.

    (Maarten van de Ven, 5.1.08) - [print] - [naar boven]





    The Claudia Quintet - 'For' (Cuneiform, 2007)

    Percussionist John Hollenbecks Claudia Quintet behoort tot een genre op zich; het houdt het midden tussen jazz, progrock en kamermuziek. Het Claudia Quintet is aan zijn vierde cd toe, met nog steeds dezelfde bezetting: Chris Speed op klarinet en sax, Matt Moran op vibes, Ted Reichman op accordeon, Drew Gress op bas en Hollenbeck zelf op drums.

    De composities zijn licht kabbelende rivieren met sterk repetitieve ondertonen, complexe interagerende melodielijnen en vaak wisselende ritmes. Het algemeen muzikaal effect is op zich belangrijker dan de solo's van de muzikanten. Die zijn er wel, maar ze dragen de muziek niet. Hier zijn geen emotionele uitbarstingen, geen scheurende saxen, geen ellenlange uitwijdingen. Het geheel zit strak in elkaar, met ongewone melodieën die over elkaar heen schuiven, met elk instrument dat nu samenspeelt, dan weer een ander muzikaal pad volgt, om toch weer in de melodie te vallen.

    Het vergt geoefende en sterk op elkaar ingespeelde muzikanten om dit voor elkaar te brengen, en het hoeft dan ook niet te verwonderen dat het Claudia Quintet bij elk album beter wordt. Hollenbeck blijft creatief componeren. Naar analogie van Ken Vandermark zijn alle nummers aan iemand opgedragen (vandaar uiteraard de titel 'For'), zelfs één aan 'all music teachers' en één 'for you'. 't Is maar dat je 't weet.

    Eén van de sterkste stukken is 'Be Happy', waar klarinet, vibes en accordeon unisono een repetitief thema blijven herhalen à la Philip Glass, als ondersteuning van een betoverende bassolo van Gress, dat dan evolueert naar een slepend en bonkend geheel met de ganse band. Het emotioneel sterkste stuk is 'This Too Shall Pass', waarin de accordeon iele monotone klanken produceert, de arco bas en de klarinet de moeder van alle droefenis uit hun instrumenten halen, maar waarin vooral Morans bluesy vibrafoon de show steelt. Maar het is niet allemaal kalm en rustig. Op het kortere en uptempo 'Rug Boy' slaan de stoppen van de ritmesectie door, terwijl de klarinet en accordeon een trage melodie spelen.

    Hoewel dit album 100% Claudia Quintet is, zijn de melodieën en de composities nog ongewoner. Sterk!

    Meer weten?
  • Lees onze recensie van het concert van het Claudia Quintet in het Bimhuis op 8 december 2005.

    Labels:

    (Stef Gijssels, 5.1.08) - [print] - [naar boven]





    I Compani brengt Winterknallers

    I Compani presenteert vanavond in het Nijmeegse Lux-theater een nieuwjaarsfestival met vier groepen van musici die in dit vermaarde jazzensemble spelen. Met Bo's Art Trio, Strijkkwartet Kaas, de Barockpuppies en Veenendaal/Kneer/Sun. Verder nog een deel waar ook het publiek aan mee mag doen.

    De feestelijke improvisatiemuziek van Bo's Art Trio heeft een groot beeldend vermogen, direct uit de tube, spontaan, met een voorliefde voor felle kleuren, hier en daar gelardeerd met fijne nuances en miniatuurtjes. Zij presenteren hun nieuwe cd 'Jazz Is Free And So Are We'. Met Bo van de Graaf op saxen, Michiel Braam op piano en Fred van Duijnhoven op drums.

    Pianist Albert van Veenendaal, bassist Meinrad Kneer en drummer Yonga Sun zijn drie eigenzinnige musici, die zich laten leiden door intuïtie en inspiratie. Ze kunnen eenzelfde compositie telkens weer heel anders laten klinken. Epische muzikale avonturen, geleid door een ijzersterk gevoel voor vorm en groove. Morgen spelen ze overigens in het Bimhuis, samen met Michiel Braam's Wurli Trio.

    Het Kaas Strijkkwartet bestaat uit vier strijkers uit drie verschillende landen, met zeven verschillende achtergronden, die een nieuwe drive geven aan bekende en minder bekende stukken uit het pop-, folk- en jazzrepertoire. Met hier en daar een flinke scheut improvisatie. Ook spelen ze nieuwe composities van hedendaagse componisten.

    De Barockpuppies is een nieuw project van beeldend kunstenaar/veejay Martijn Grootendorst en altvioliste Saskia Meijs. Een optreden van Barockpuppies is een beeldend concert, waarin oude en nieuwe muziek elkaar afwisselen. De projecties vertellen het verhaal achter de muziek of andersom. Ook met tapdanseres Marije Nie en violiste Manon Meijs.

    Maar het publiek doet ook mee. Tijdens een stuk dat door alle 13 musici gespeeld wordt, mag het publiek het podium op om met mobieltjes foto's en filmpjes te maken. In de pauze kun je het materiaal per Bluetooth versturen. De veejay gaat vervolgens aan de slag en aan het einde van de avond wordt het stuk nogmaals gespeeld, maar dan met de visuele bijdragen van het publiek.

    Meer weten?
  • Kijk op de website van I Compani voor meer informatie.
  • Klik hier voor praktische informatie over het Winterknallers-festival.

    (Maarten van de Ven, 4.1.08) - [print] - [naar boven]



    Oscar Peterson op Radio 6

    Jazzpianist Oscar Peterson, die zondag 23 december jl. overleed, is spelend en sprekend te horen op zondagochtend 6 januari tussen 10.00 en 11.00 uur in het Radio 6-programma Mezzo.

    In een interview met Imme Schade van Westrum sprak de jazzvirtuoos over zijn vriendschappen met de collega-pianisten Art Tatum (Petersons grote voorbeeld) en zijn klassieke evenknie Vladimir Horowitz, die volgens Peterson thuis graag zelf jazz speelde. Verder definieert Peterson het genre jazz als de belangrijkste muziek uit Amerika: "Zoals in Europa Mozart zijn stempel drukte op een periode, denk ik dat jazz over 100 jaar wordt beschouwd als dé muziek van de 20ste eeuw".

    Het programma is online te beluisteren via de site van
    Radio 6.

    Meer weten?
  • René de Cocq schreef een Oscar Peterson-necrologie. Klik hier.

    (Maarten van de Ven, 3.1.08) - [print] - [naar boven]


    Lees verder in het archief...






  • Menupagina's:

    Redactieadres:

    Hoekstraat 1 B17
    3910 Neerpelt
    België
    (0032) 11747180
    (0032) 498788554

    Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
    Mail de redactie.