Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




Festivalverslag Jazz Middelheim 2007: Dag 3
vrijdag 17 augustus 2007, Park Den Brandt, Antwerpen

Journalist Koen Van Meel bezocht het vijfdaagse festival Jazz Middelheim. Hij maakte van elke dag een apart verslag. Fotograaf Jos Knaepen zorgde voor de bijpassende foto's. De derde dag, vrijdag 17 augustus, was een stuk toegankelijker dan de avontuurlijke tweede festivaldag. Optredens van de Briskey Big Band, Buscemi en Toots Thielemans zorgden dan ook voor een hoge publieksopkomst.

Klik hier voor het verslag van de derde dag.

(Maarten van de Ven, 31.8.07) - [print] - [naar boven]





Column Herbert Noord
Het gaat goed met de jazz in Nederland


"Langzamerhand staat in elk gehucht wel jazz geprogrammeerd op het jaarlijkse culturele festival en het woord 'jazzfestival' kom je te pas en te onpas tegen in de door de plaatselijke VVV uitgegeven evenementengidsjes. Een terloopse blik op het aangebodene doet echter vermoeden dat het begrip jazz aan forse inflatie onderhevig is. Organisatoren schijnen tot de onverbiddelijke conclusie te zijn gekomen dat er in navolging van Jazz Impuls zonder zang geen sprake van jazz kan zijn. Mijn verklaring voor deze omslag in de jazzcultuur is een heel simpele, namelijk dat de huidige generatie jazzliefhebbers steeds minder via het oor en steeds meer via het oog van het gebodene genieten."

Herbert "een beetje cynisme is mij niet vreemd" Noord over jazz als potentieel museumstuk. Klik op bovenstaande button om de complete column te lezen.

(Maarten van de Ven, 31.8.07) - [print] - [naar boven]





Festivalverslag Jazz Middelheim 2007: Dag 2
donderdag 16 augustus 2007, Park Den Brandt, Antwerpen

Verslaggever Koen Van Meel en fotograaf Cees van de Ven presenteren een uitgebreid concertverslag in woord en beeld van de tweede dag van Jazz Middelheim 2007, donderdag 16 augustus, die veel avontuurlijke jazz-en-meer bood, met optredens van Le Monde de Kôta, Mâäk's Spirit featuring Misha Mengelberg en Lee Konitz met het Brussels Jazz Orchestra.

Klik hier voor het verslag van de tweede dag.

Meer zien?
  • Bekijk Cees van de Vens fotoverslagen van Le Monde de Kôta, Mâäk's Spirit feat. Misha Mengelberg en
        Lee Konitz & Brussels Jazz Orchestra.

    (Maarten van de Ven, 30.8.07) - [print] - [naar boven]





    The Jazztube
    Kenny Dorham in Stockholm 1964


    Vandaag is het de geboortedag van een van de beste trompettisten die de jazz ooit gekend heeft: Kenny Dorham. Hij werd in Texas geboren op 30 augustus 1924 en overleed op 48-jarige leeftijd in New York op 5 december 1972 aan de gevolgen van een nierziekte.

    Dorham maakte naam en faam als beboptrompettist; zo speelde hij onder meer in het kwintet van Charlie Parker. Daarnaast was hij te horen in de bigbands van Billy Eckstine, Dizzy Gillespie en Lionel Hampton. Samen met Horace Silver, Hank Mobley, Doug Watkins en Art Blakey maakte hij deel uit van de oerversie van de Jazz Messengers. Hij verving Clifford Brown in het kwintet van Max Roach na diens dood in 1956.

    Hij leidde ook zijn eigen groepen, zoals de Jazz Prophets, waarmee hij te horen is op het fameuze Blue Note-album 'Round About Midnight At The Cafe Bohemia' (die in 2002 als dubbel-cd werd uitgebracht in de geremasterde Rudy Van Gelder Edition van dat label). Met tenorsaxofonist Joe Henderson en de destijds piepjonge drummer Tony Williams aan boord maakte hij in 1963 de klassieker 'Una Mas'.

    Als sideman was hij op vele platen te horen, zoals op albums van Thelonious Monk, Sonny Rollins, Joe Henderson, Jackie McLean, Cedar Walton, Andrew Hill en Milt Jackson. Dat hij ook kon componeren getuigt de jazzstandard 'Blue Bossa', die verscheen op het album 'Page One' van Joe Henderson.

    Om nog eens te horen hoe goed deze trompettist was, hebben we op You Tube interessant beeldmateriaal gezocht... en gevonden. Het gaat om een optreden in de Golden Circle in Stockholm uit januari 1964. Dorham trad daar aan met een Zweeds getint kwartet, bestaande uit Goran Lindberg (piano), Goran Pettersson (bas) en Leif Wennerstrom (drums). We zien en horen 'Skyblue' en 'Scandia Skies'. Enjoy!

    Klik
    hier om de clip te bekijken.

    Labels:

    (Maarten van de Ven, 30.8.07) - [print] - [naar boven]





    Billy Stein Trio - 'Hybrids' (Barking Hoop, 2006)

    Op zijn debuutalbum brengt gitarist Billy Stein samen met bassist Reuben Radding en drummer Rashid Bakr een interessante tussenvorm van vrije improvisatie en postbop. De drie muzikanten zoeken en draaien om elkaar heen, muziek creërend die verrassend is, soms herkenbaar, soms ritmisch, maar nooit eentonig.

    Stein zelf speelt gitaar als een dirigent. Met zijn zachte toon en zijn dito aanwezigheid geeft hij vooral de indruk de twee andere groepsleden richting te willen geven en aan te zetten om hun ding te doen. En dat doen ze ook. Radding en Bakr zijn geen onbekenden in de meer avant-garde jazz, maar hier laten ze zich van hun meest toegankelijke kant horen, en ze doen dat behoorlijk knap. Tot echte melodieën of thema's komt het niet, wel tot een wervelend ritmisch geheel van klank en tegenklank, nooit opdringerig, wel creatief.

    (Stef Gijssels, 29.8.07) - [print] - [naar boven]





    Nieuw Duits muziekfestival OffsideOpen redelijk succesvol

    Ter hoogte van Venray, maar dan net over de Duitse grens, ligt het plaatsje Geldern waar van vrijdag 17 tot en met zondag 19 augustus een nieuw jazzfestival heeft plaatsgevonden: OffsideOpen. Burkhard Hennen, de man die jarenlang het vermaarde Moers Jazzfestival organiseerde, heeft in Geldern een unieke en prachtige plek gevonden om een nieuw en interessant openlucht jazzfestival op poten te zetten. De opzet lijkt uitstekend geslaagd; meer dan 3000 bezoekers hebben het driedaags festival bezocht.

    Waaronder onze correspondent Jacques Los, die er een uitgebreid verslag over schreef, met foto's van Petra van Nieuwkoop. Lees het
    hier.

    (Maarten van de Ven, 29.8.07) - [print] - [naar boven]





    DuoDuo – 'We See' (eigen beheer, 2007)

    DuoDuo noemen zij zich, twee musici die voornamelijk in het Amsterdamse circuit actief zijn: contrabassist Andreas Metzler en gitarist Florian Hierdeis.

    Er is wel eens geschreven dat zij jazzmuziek op een spontane manier spelen. En inderdaad houdt hun stijl van spelen het midden tussen traditionele jazz en moderne interplay. Het is maar hoe je het ervaart natuurlijk. In ieder geval spelen zij mainstream jazz zonder dat de standards als oudbakken overkomen. Het tegenovergestelde is eerder het geval: hun spel is fris, ongepolijst en gelukkig zonder veel opsmuk.

    'Wee See' opent met Sonny Rollins' 'No Moe', waarbij Andreas Metzler start met de themamelodie, die met mooie dubbelklanken wordt ingevuld, overgaand in solistisch werk van Florian Hierdeist, uiteraard met vloeiende baslijnen ondersteund.

    Het overnemen van het solistische spel door de ander hapert in diverse stukken af en toe licht, maar wordt toch meestal behendig opgelost. Leuk is te constateren dat Metzler zich in het openingsstuk een bekwaam strijkende bassist toont, via een bijzondere en aansprekende solo. 'Everything Happens To Me', gevolgd door 'I Remember You' en 'My Romance'; inderdaad stuk voor stuk standards, maar deze worden subtiel en origineel ingekleurd.

    Een hoogtepunt vormt Ornette Colemans 'Turnaround'; dit komt in een volledig nieuwe interpretatie overtuigend over het voetlicht. Via 'Body And Soul' komt de luisteraar bij het titelstuk van dit album, 'We See', indertijd geschreven door Thelonious Monk. Met dynamisch solospel wordt deze debuutplaat van dit DuoDuo afgesloten, een tweetal waarvan wij ongetwijfeld meer zullen vernemen.

    'We See' is dan ook een kanjer van een album, verfrissend volgespeeld met uitsluitend twee snaarinstrumenten door twee jeugdige musici, en biedt veel plezierig luistermateriaal.

    Meer weten?
  • Op de website van Florian Hierdeis kun muziek beluisteren van DuoDuo.
  • Naast zijn duo-activiteiten treedt Andreas Metzler ook op met zijn New Solution Quartet, waarmee hij
        niet zo lang geleden een eerste album uitbracht. Lees hier een recensie van hun concert in De Badcuyp
        in Amsterdam.

    (Rolf Polak, 28.8.07) - [print] - [naar boven]





    Tineke Postma opent 'vrouwendag' op Jazz Middelheim in Antwerpen
    woensdag 15 augustus, Park den Brandt, Antwerpen

    Tineke Postma - alt- en sopraansax / Marc van Roon - piano / Frans van der Hoeven - bas / Dré Pallemaerts - drums.

    Het aardige van de recente concerten van het Tineke Postma Quartet is de steeds wisselende bezetting. Dit keer was het er eentje met Marc van Roon en Dré Pallemaerts. Dat houdt de zaak fris en spannend, en bevordert alertheid. Postma maakt momenteel een speurbare muzikale groei door en ontwikkelt stap voor stap een eigen muzikale persoonlijkheid. Niet alleen compositorisch, maar ook qua spel. Het is moeilijk een keuze te maken op welk instrument zij het meest boeit, want op beide saxen zijn haar toon en zeggingskracht uitstekend.

    Over Frans van der Hoeven gaan we het hier niet hebben. Er zijn al voldoende en terechte superlatieven over hem geschreven, ook weer in dit kwartet. Nee, vermeldenswaard was de bijdrage van Marc van Roon. Moest Postma het op North Sea Jazz nog opnemen tegen Randal Corsen met zijn energiek en opruiend spel, hoe anders was het met Van Roon aan de vleugel. Deze hanteert een ander speelpalet en mengt zijn fills en begeleidingsakkoorden op geheel eigen wijze. Met sterke solistische bijdragen en een natuurlijke, inzichtelijke verhaallijn zette hij Postma's composities extra luister bij. Dré Pallemaerts' spel was ogenschijnlijk introvert, maar rendeerde maximaal, met ragfijn inkleurend en aansluitend drumwerk.

    Het gespeelde repertoire bestond vanzelfsprekend uit werk van haar nieuwste cd 'A Journey That Matters'. Het werd een goed en afwisselend optreden, divers qua sfeer en tempi. En het talrijke publiek gaf veelvuldig blijk van waardering. Waren de aankondigingen in het Engels ongewenst of had men nog meer peper in haar receptuur verwacht, wie zal het zeggen, maar een verdiende encore zat er hier niet in.

    Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.

    (Cees van de Ven, 27.8.07) - [print] - [naar boven]



    Pure Jazz 2007

    De tweede editie van Pure Jazz zal plaatsvinden in het weekend van 7 en 8 september in het culturele hart van Den Haag. Evenals vorig jaar zullen het Lucent Danstheater, Studio3, het Theater aan het Spui, het Mercure Hotel en het Spuiplein het speelterrein van Pure Jazz vormen. Dit jaar schenkt de organisatie van het festival extra aandacht aan Jazz & Words.

    De naam 'Pure Jazz' dekt – zoals bij vele grote festivals – allang de lading niet meer. De vorig jaar ingezette versmelting van verschillende stijlen in de (jazz)muziek krijgt dit jaar een vervolg. Nieuwe ontwikkelingen met aanverwante stijlen als afro, latin, hiphop, world en andere podiumkunsten staan naast elkaar in het programma. Jazz blijft echter de rode draad. Toch zou het al die festivalorganisatoren van grote moed getuigen als de benaming 'jazz' veranderd wordt in 'muziek'. Nota bene één van de headliners is de Amerikaanse zangeres Oleta Adams, hoezo jazz?!

    Andere grote namen op het programma zijn de jazzvocalgroep The New York Voices en de legendarische 78-jarige tenorsaxofonist Benny Golson, die een ode zal brengen aan een andere held, John Coltrane. Er is een mengeling aangetrokken van internationale artiesten uit diverse muzikale windstreken. Bojan Marcovic met zijn Balkan Brassband, het breed doorgebroken (en voorganger in een nieuwe dansstroming) Jazzanova, de jonge getalenteerde Nederlandse zanger Wouter Hamel, routiniers Hans Dulfer en Ack van Rooijen, maar ook Philip Harper, Gerard Presencer, Ralph Peterson, Joris Teepe, Sinas, Peter Beets en Ben Westbeech.

    Verder presenteert Pure Jazz op verschillende podia met trots de voorpremière van Jules Deelder & New Cool Collective, het programma van Kees van Kooten & Corrie van Binsbergen en de samenwerking met de rappers Def P en Andy Ninvalle.

    Voor uitgebreide informatie klik op de
    website van Pure Jazz.

    (Jacques Los, 27.8.07) - [print] - [naar boven]





    Dennis González Yells At Eels - 'Geografía' (eigen beheer, 2006)

    Dennis González is een trompettist die ik bij momenten zeer graag hoor. Zijn toon is warm en beheerst, maar zijn muziek avontuurlijk, zonder over de schreef te gaan. Yells At Eels is het trio dat hij heeft met zijn twee zonen Stefan (drums, vibes) en Aaron (bas), meestal aangevuld met enkele gastmuzikanten, zoals hier Carl Smith op tenor, Devon Wells op fluit, Kim Corbet op trombone, Bill Pohl op elektrische gitaar, en dat afwisselend telkens op één of twee nummers.

    De muziek van Yells At Eels is open, bluesy, rustig, mooi en begeesterend. Het accent ligt in de eerste plaats op de gezamenlijke creatie, met de muzikanten die tonale lagen door elkaar weven en eerder zoeken naar een gemeenschappelijk compositie dan hun technisch improvisatorisch kunnen op hun instrument tentoon te spreiden. En die functionaliteit komt de muziek zeer sterk ten goede.

    De nummers vloeien voorbij als wolken of rivieren, het ene na het andere, melancholisch, dramatisch, traag, bij momenten indrukwekkend en impactvol. Vooral het lange 'Crow Soul' is de moeite waard en doet qua ritme, baslijn, mood en toon soms aan Terje Rypdals 'Rolling Stone' denken (van de Odyssey-lp versie), en vloeit naadloos over in het volgende, bijna even lange, energetischer 'Mutation Station', dat eindigt in een grootse climax. Het laatste nummer is opgedragen aan William Parker. Een ander sterk punt van de cd is de volgehouden eenheid van stijl. Knap.

    Labels:

    (Stef Gijssels, 27.8.07) - [print] - [naar boven]



    Rod Levitt

    Rod Levitt herdacht

    Op 8 mei jongstleden overleed de legendarische (althans onder vakgenoten en critici) trombonist, componist en arrangeur Rodney Charles Levitt aan de gevolgen van de ziekte van Alzheimer.

    "Rod Levitt maakte meteen faam na zijn eerste plaat op Riverside in het begin van de jaren zestig. Daarna volgden er nog twee van hetzelfde niveau, maar ze verkochten matig, vermoedelijk doordat het pr- en publiciteitsbeleid van RCA Victor (weer zo'n te grote maatschappij voor dit soort unieke muziek) het liet afweten. Daardoor moest hij van dit label - vermoedelijk om de sales wat op te krikken - een meer commerciële plaat maken, als afronding van het contract. Helemaal geen slechte lp, maar een heel stuk minder interessant dan de eerste drie."

    Aldus Jaap de Rijke, die een paar weken geleden een speciale
    radio-uitzending aan de trombonist wijdde bij de Concertzender. Lees hier zijn uitgebreide necrologie.

    (Maarten van de Ven, 26.8.07) - [print] - [naar boven]





    Festivalverslag Jazz Middelheim 2007: Dag 1
    woensdag 15 augustus 2007, Park Den Brandt, Antwerpen

    Voor de Belgische website Kwadratuur.be bezocht journalist Koen Van Meel het gerenommeerde festival Jazz Middelheim. Hij maakte een aantal verslagen, die de komende week op Draai om je oren te lezen zullen zijn. Fotograaf Jos Knaepen zorgde voor de bijpassende festivalbeelden. De openingsdag, woensdag 15 augustus, stond in het teken van jazzvrouwen, met optredens van het Tineke Postma Quartet (waarover onze verslaggever Cees van de Ven binnenkort uitgebreider zal berichten in woord en beeld), het Tania Maria Brasil Quartet, Myriam Alter en Dianne Reeves.

    Klik hier voor het verslag van de eerste dag.

    (Maarten van de Ven, 25.8.07) - [print] - [naar boven]





    Jazz at Home

    Kennismaken met jazz in een ongedwongen, intieme huiselijke sfeer. Een gezellige babbel met de muzikanten, een warm onthaal door de gastheer(-vrouw), kortom: gezellig jazz-genieten. Wat leent er zich beter toe dan een Mechelse huiskamer?

    In Mechelen is sinds enkele jaren een positieve muzikale tendens aan de gang. Wat echter veel mensen niet weten is dat deze Belgische stad ook in de jazzwereld iets te betekenen heeft. Heel wat bekende jazzmusici zijn met Mechelen verbonden, zoals Frank Vaganée, saxofonist en leider van het Brussels Jazz Orchestra, Tom Mahieu, saxofonist en leerkracht aan het Mechels Conservatorium, de internationaal bekende percusionnist Chris Joris en de beroemde dwarsfluitist Stefaan Bracaval.

    Elke tweede en vierde vrijdag van de maand is er live jazzmuziek te beluisteren in de Jazzzolder. Regelmatig worden er kleine jazzoptredens gegeven in de gezellige cafeetjes op de Vismarkt, zoals Mille, Den Akker en 't Ankertje aan de Dijle. Ook het kunstencentrum nOna programmeert jazzconcerten. Er is dus ruimschoots interesse voor jazz in Mechelen.

    'Jazz at Home' is oorspronkelijk een idee van JCI (Junior Chamber International) Mechelen, die dit evenement tweemaal succesvol organiseerde. Voor de derde editie van 23 september 2007 neemt de Jazzzolder het voortouw in samenwerking met Cultuurcentrum Mechelen en JCI Mechelen.

    Start- en eindpunt is in de Mechelse Stadsschouwburg (Keizerstraat 3), waar je ook iets kunt eten en drinken. Tussen 13.30 en 14.00 uur leg je er je jazz@home-namiddag vast. Je kiest drie optredens uit en begeeft je met je routekaart naar (historische) huiskamers, binnentuinen en andere mooie plekjes in de Mechelse binnenstad. Kijk
    hier voor het programma. Je betaalt één prijs voor alle concerten. 's Avonds vanaf 19.00 uur genieten alle deelnemers samen van de avondapotheose bestaande uit een supporting act (4in1 met Jean-Paul Estiévenart, winnaar van de Django d'Or 2006 jong talent) en een hoofdact (het internationaal bekende Aka Moon).

    Tickets kunnen hier online besteld worden of per telefoon (0032) (0)15294000.

    (Cees van de Ven, 24.8.07) - [print] - [naar boven]





    Een memorabele avond in jazzy Lissabon
    André Fernandes Quarteto, Hot Clube de Portugal, donderdag 2 augustus 2007, Lissabon

    Wat is er leuker dan je in de vakantie onder te dompelen in de lokale jazz? Lissabon bevindt zich niet in het epicentrum van de jazz, maar kent wel een levendige jazzscene. Wat opvalt aan Lissabon is dat de jazz er druk beoefend wordt. Er zijn festivals (het grote festival Jazz Im Augosto, met nationale en internationale vooruitstrevende muziek), clubs (waaronder de 60 jaar oude Hot Club met bijbehorend conservatorium), labels en een uitstekende winkel (Trem Azul).

    In de oudste jazzclub van Lissabon trad op 2, 3 en 4 augustus het kwartet van de jonge Portugese gitarist André Fernandes aan. Hoewel Lissabon op dat moment door de Portugezen is verruild voor de aangenamere temperatuur aan de kust, puilt de kleine, sfeervolle club uit met vrienden, bekenden en jazzminnende toeristen. Fernandes is een jonge gitarist die dit jaar in het Bimhuis te zien was met Lee Konitz, waar hij met diens bigband speelde. Geen geringe prestatie voor een jonge Portugees.

    Fernandes heeft een frisse kijk op moderne jazz en is niet vies van pop- en rockinvloeden in zijn composities. Met zijn kwartet speelt hij twee sets van ongeveer een uur, waarin recent en minder recent werk wordt vertolkt en uitgediept. Wat daarbij opviel, was hoezeer Fernandes denkt in compacte songstructuren die onmiskenbaar uit de popmuziek komen. De band opent met een aantal korte stukken, terwijl later op de avond meer ruimte is voor lange solo's.

    De opening van de avond is ijzersterk: een mooi lyrisch stuk, gedragen door een pianomelodie. Denk aan dromerige, verstilde muziek van het ECM-label. Maar dan wordt snel overgeschakeld naar een harder volume en lijkt de muziek richting rock te verschuiven. Lijkt, want Fernandes benadert muziek vanuit de melodie, die altijd centraal staat.

    Elk stuk heeft een aansprekende, toegankelijke melodie die als uitgangspunt dient voor gitaarsolo's, hierbij gesteund door pianist Mário Laginha. Daarbij zijn vergelijkingen met Pat Metheny en Lyle Mays (wat dichter bij huis komt een pianist als Harmen Fraanje in de buurt) eigenlijk onvermijdelijk, wat ook te maken heeft met het cleane gitaargeluid van Fernandes, dat overeenkomsten vertoont met dat van Metheny. De invloeden van Metheny en Mays storen nergens, aangezien Fernandes zijn composities altijd wel weer een interessante draai weet te geven door nieuwe, onvoorziene wegen in te slaan. Ook gebruikt hij veel effectapparatuur, maar dat doet hij om zijn geluid te vormen in plaats van te vervormen. Met name het volumepedaal wordt effectief ingezet, een kunst die niet elke gitarist even goed beheerst.

    Naast veel volume- en tempowisselingen in de langere stukken, is er tijd voor een aantal Metheny-achtige ballads, met Fernandes op akoestische gitaar. Desgevraagd geeft Fernandes grif toe het triowerk van Metheny te verkiezen boven zijn werk met de Pat Metheny Group, gezien de kwaliteit en diversiteit ervan. De akoestische stukken van Fernandes werken het best in een kleine club als hier, terwijl hardere stukken minder enthousiast ontvangen worden door wat oudere jazzliefhebbers. Ook door de lengte van een aantal stukken, waarin eindeloos gesoleerd wordt over een eenvormig klinkend schema, verslapt de aandacht meerdere malen. Fernandes is zelf teveel aan het woord, terwijl de mooiste solo van de avond afkomstig is van Laginha, die er met slechts een paar korte solo's bekaaid vanaf komt.

    Toch was het al met al een memorabele avond. Fernandes schrijft en speelt mooie melodieën, is een innemend frontman en weet heel goed wat hij met zijn muziek wil. Het is prettig te merken dat dergelijke melodieuze jazz, gecombineerd met improvisatie en uitstekende instrumentbeheersing, mooie resultaten oplevert zonder te vervallen in technische krachtpatserij of voortkabbelend geneuzel.

    (Eric van Rees, 23.8.07) - [print] - [naar boven]





    Nagl/Bernstein/Akchoté/Jones - 'Big Four Live' (Hatology, 2007)

    Na het succes (relatief gezien dan) van hun eerste studioalbum 'Big Four', is deze 'Big Four Live' een welkome aanvulling. De band bestaat uit een op het eerste zicht wat vreemde verzameling muzikanten: Max Nagl op sax, Steven Bernstein op trompet, Noël Akchoté op gitaar en Bradley Jones op bas. Nagl is Oostenrijker, en vooral gekend van zijn meer avant-garde initiatieven, net zoals de Franse gitarist. Bernstein is een goede mainstream trompettist, maar vooral een knap arrangeur en breder gekend van zijn 'Diaspora'-cd's op het Tzadik-label. Brad Jones is een Amerikaan die bas speelt bij de bands van Don Byron, Marc Ribot, Elvis Costello, Sheryl Crow en anderen.

    Het klikt perfect tussen deze vier heren, omdat ze door hun technisch kunnen ongeveer alle jazzgenres en subgenres aankunnen en dat hier tentoonspreiden met veel tongue in cheek en spelplezier. De hele jazzgeschiedenis wordt er doorgehaald, van traditionele 12-bar blues, over New Orleans swing, bop, hardbop, maar dan telkens gebracht door een intimistisch free-jazz kamerensemble, dat bij momenten swingt als de pest.

    Elk nummer begint met strak voorbereid samenspel, een kwestie van de lijnen uit te zetten, en dat op zich is al leuk, want de melodieën en de perfecte uitvoering zijn al een plezier om te horen, maar het wordt natuurlijk nog leuker als ze met de thema's gaan spelen, die vervormen, naar elkaar toegooien en teruggekaatst krijgen.

    Dat het leeuwendeel van de nummers uit Bernsteins pen komen, hoeft niet te verrassen - hij heeft zonder enige twijfel de diepste kennis van de jazzgeschiedenis - maar dat hij als trompettist deze vrijheid en bijwijlen zelfs avant-gardistisch spel aan zou kunnen, verrast me. Maar het omgekeerde kan ook worden gezegd van Nagl en Akchoté: hun kennis van het klassiek idioom en het vlot gemak en plezier waarmee ze de meer mainstream stukken aanpakken, is echt leuk om horen. En dat vindt het publiek ook, dat gepast enthousiast juicht en klapt, en misschien nog het hardst na het lange, aanstekelijke 'New Viper Dance', waarin Jones de kans krijgt om zijn basgevoeligheid te tonen tijdens een lange solo.

    De 'Teahouse Tango' begint met wat avant gitaargekraak van Akchoté, dat door de andere drie na een tijdje met unisono stoten tot ritme gebracht wordt, maar ergens onbegrensd blijft hangen. 'Big Four' is misschien nog het mooiste nummer, moderner qua melodie, meer free, het gevoeligst, met prachtige door elkaar slingerende solo's van de blazers, terwijl Jones ritmisch ondersteunt, vol afwisseling. 'Muddy' evolueert van een jazzy tune naar een Muddy Waters-ode, met Akchoté die een mooie solo op de traditionele pentatonische blues toonladder speelt, tof, leuk, knap, en de ondersteuning van bas en blazers is simpel maar doeltreffend. Kortom, het vakmanschap, het samenspel, de veranderingen in tempo en ritme, het terugkaatsen van de thema's, het spelplezier, de call-and-response, het citeren uit de jazzgeschiedenis: dit is allemaal snoep voor de oren, een album om van te genieten.

    (Stef Gijssels, 22.8.07) - [print] - [naar boven]





    Max Roach, 1924–2007

    Max Roach, één van de meest invloedrijke drummers die de jazz tot nu toe gekend heeft, is op 16 augustus jl. op 83-jarige leeftijd in New York City overleden.

    In de late jaren veertig en vroege jaren vijfig ontwikkelden Kenny Clarke en Roach een geheel nieuwe manier van drummen. Door het ontstaan van de bebop en de samenwerking met Charlie Parker en Dizzy Gillespie werd een polyritmische stijl ontwikkeld, waarbij de beat gevarieerd op de bekkens werd geslagen, terwijl op de snaredrum relevante accenten werden geplaatst. Ook is Roach vermaard om zijn uitermate melodische drumsolo's.

    Op tienjarige leeftijd speelde hij al drums in gospelgroepen. Hij groeide op in Brooklyn en studeerde op de Manhattan School of Music. In zijn tienerperiode drumde hij bij Duke Ellington en werd hij de huisdrummer in Monroe's Uptown House. Daar kwamen de nieuwe jazzhelden – Parker, Gillespie, Monk, Powell, Davis - spelen en jammen. In het begin van zijn carrière maakte hij plaatopnamen met Miles Davis (het befaamde album 'Birth Of The Cool') , Bud Powell, Coleman Hawkins en Fats Navarro.

    In 1954 formeerde hij het befaamde kwintet met trompettist Clifford Brown. Door een tragisch auto-ongeval in 1956, waarbij zowel Brown als pianist Richie Powell het leven lieten, heeft de band maar kort bestaan. In die tijd heeft de groep op het EmArcy label enkele voortreffelijke albums - 'Brown And Roach, Inc.', 'Study In Brown' en 'At Basin Street' – geproduceerd. Vanaf die tijd tot en met de zestiger jaren was Roach een veelgevraagd slagwerker. Hij speelde onder anderen met Charles Mingus, Stan Getz, Eric Dolphy en Stanley Turrentine, en leidde zijn eigen groepen waarin competente musici zaten, zoals Booker Little, George Coleman en Hank Mobley.

    Roach was ook een politiek geëngageerd musicus. In 1960 nam hij het album 'We Insist! Max Roach's Freedom Now Suite' op met zangeres Abbey Lincoln, met wie hij vanaf 1962 tot en 1970 getrouwd is geweest. Inmiddels kan dat album een classic genoemd worden en behoort het tot een hoogtepunt in Roach's discografie.

    In de jaren zeventig en tachtig tot en met de laatste jaren toonde hij zijn interesse in de avant-garde jazz door platen op te nemen met prominenten als Anthony Braxton, Archie Shepp en Cecil Taylor. Hij formeerde een tienmans percussie-ensemble M'Boom en experimenteerde met een dubbelkwartet waarin Odean Pope, Cecil Bridgewater, Tyrone Brown en het Uptown String Quartet werden samengebracht.

    Max Roach schreef muziek bij de toneelstukken van Sam Shepard en bij balletten van Alvin Ailey. Hij deed ook veel soloconcerten en werkte samen met videoartiesten, hiphoppers en gospelkoren. Zijn filosofie luidde: "You can't write the same book twice. Though I've been in historic musical situations, I can't go back and do that again. And though I run into artistic crises, they keep my life interesting."

    (Jacques Los, 21.8.07) - [print] - [naar boven]





    Rita Reys - 'Live In Carré' (Brilliant Jazz, 2007) DVD

    Het is maar weinigen gegeven om op 82-jarige leeftijd nog een liveprogramma op dvd uit te brengen. Aanleiding was de toekenning en uitreiking van de Edison Oevre Prijs aan de Nederlandse jazzzangeres Rita Reys.

    En als we deze opnamen tot ons nemen is de conclusie simpel, deze Edison is absoluut terecht. Ik peins er niet over schoonheidsfoutjes, die er ook zijn, hier te accentueren, die vergeven we haar wat graag met zoveel moois dat zij in haar lange leven al heeft gegeven. Werk uit haar hoogtijdagen hebben we grijpklaar in onze collectie toch?! Dus we nemen Reys bruto, want er is hier ook voldoende te beleven dat zeer de moeite waard is.

    Onbetwist is zij nog steeds 'onze' First Lady Of Jazz, een eretitel die ze nog steeds verdient, ook al staan er uitstekende vocalisten klaar om in haar voetsporen de weg naar grote en internationale erkenning te gaan. Fay Claassen, Paulien van Schaik, Heleen Schuttevaer, Vera Westera, Lydia van Dam, (volgens Rita Reys ook) Sanna van Vliet en anderen.

    We horen nog steeds een Reys met haar fabelachtige, fascinerende timing en dictie. En voor hen die vinden dat jazz moet swingen: nou, die komen zeker aan hun trekken. Rita Reys werd in Carré terzijde gestaan door pianist Peter Beets (hij maakte ook de arrangementen), gitarist Martijn van Iterson, gastspeler Ferdinand Povel (tenorsax), Ruud Jacobs (bas) en Joost Patocka (drums). Met zulke heren achter je heb je niet veel te klagen dunkt me! Vakmanschap en spelvreugde worden omgezet in aanstekend enthousiasme, verrukkelijk ensemblespel en soli van Beets, Povel en Van Iterson. Zij worden ritmisch helemaal op hun wenken bediend door een onberispelijk soepel bassende Jacobs en Patocka op drums, die altijd een uitstekende indruk maakt met stimulerend, helder gedefinieerd spel.

    Met haar jeugdige elan in het zonnige 'So Danco Samba' zou La Reys probleemloos de meest verwende loverboy om haar vingers winden. Ook oude successen ontbreken niet, zoals 'I’m Old Fashioned', 'Love For Sale', 'Summertime' en '’s Wonderfull'. En regelmatig laat ze horen waarom zij onontkoombaar was in haar beste jaren en ook nu op respectabele leeftijd nog alle respect verdient. Daarom - nogmaals gezegd - werd haar terecht de Edison Oevre Prijs toegekend en is het goed dat deze dvd met bonus cd er is gekomen.

    (Cees van de Ven, 20.8.07) - [print] - [naar boven]





    Cocqolumn #9
    Garth Hudson en de jazz


    De lichte muziek kent tegenwoordig het begrip Americana. Amerikaanse muziek, daar gaat het om, dat begrijpt een kind. Maar lang niet alle Amerikaanse muziek valt eronder. Dingen als hiphop, dance, R&B (in de tegenwoordige variant), ambient, gothic – vraag me niet wat het allemaal is, ik weet het niet, ik weet alleen dat die niet onder Americana vallen. Americana is muziek die is opgebouwd uit oudere elementen: bluegrass, soul, country rock, texmex, blues, boogiewoogie, folk en jazz. Het grappige is dat de meeste van die muzieksoorten op zichzelf ook al weer zijn ontstaan uit fusies van eerdere muziekvarianten, en zeker geldt dat voor jazz (hoewel die binnen zijn eigen stijlkenmerken natuurlijk wel een groot aantal opmerkelijke ontwikkelingen heeft doorgemaakt).

    Goed. Americana dus. Een groep die je misschien wel als model kunt beschouwen voor al die artiesten die zich daar nu mee bezighouden was The Band. Dit vijftal (vier Canadezen en één Amerikaan) - ontstaan uit een rockgroep met de naam The Hawks (begeleiders van zanger Ronni Hawkins) - maakte eerst naam als de nieuwe begeleidingsband van Bob Dylan, toen die zich 'bekeerde' tot de rock.

    Maar al snel ontwikkelde de groep zich tot een muzikaal gegeven op geheel eigen kracht, gedragen door de bijzondere talenten van haar leden: Robbie Robertson (gitarist en schrijver van bijna het gehele repertoire), Rick Danko (zanger en basgitarist), Richard Manuel (zanger en pianist), Garth Hudson (organist en saxofonist) en Levon Helm (de Amerikaan van het gezelschap, zanger en drummer).

    Toen The Band zijn eerste elpees opnam, achteraf bezien monumenten in de popgeschiedenis, bestond het woord Americana nog niet. Maar de muziek van Robertson, zelf van Indiaanse afstamming droeg er alle kenmerken van. Hij gebruikte elementen uit countrymuziek, rock, soul, jazz en folk, en zijn teksten waren veelal gebaseerd op gebeurtenissen en emoties die te maken hadden met de Amerikaanse geschiedenis.

    Waarom dit verhaal, op deze plaats? Omdat ik vandaag een cd beluisterde van Garth Hudson, voormalig lid van The Band. Een live-opname van hem en zijn vrouw Maud, in 2002 gemaakt in een club in het plaatsje London in de Canadese provincie Ontario. En de muziek van Garth Hudson heeft van alles te maken met The Band (natuurlijk), maar is vooral ook heel Amerikaans, Americana dus, en daarnaast is er een opmerkelijk sterke aanwezigheid van de jazz als kenmerkende invloed.

    Hudson speelt hier geen orgel maar piano, en laat in zijn haast orkestrale spel zo'n beetje alle pianostijlen van de jazz samenvloeien, met uitzondering van de free jazz. Stridepiano, blues, ragtime, een snufje soul jazz, een toefje Erroll Garner – voor jazzliefhebbers valt hier heel wat te genieten. Hier en daar zingt Maud er wat doorheen, dat is soms wat afzien, maar in één geval, in de klassieke ballad 'Willow Weep For Me' levert dat een onvervalst brok in de keel op. Je moet ook even doorbijten bij nummer 9, waar Hudson even op accordeon laat horen dat hij zo houdt van Roemeense volksmuziek. Romania, jawel, moet misschien kunnen.

    Garth Hudson zal niet worden bijgeschreven in de annalen van de jazz. Maar als je zijn pianospel hoort zou dat niet misstaan.

    (Anoniem, 19.8.07) - [print] - [naar boven]





    Wadada Leo Smith & Günter Sommer - 'Wisdom In Time' (Intakt, 2007)

    Op 'Wisdom In Time' gaan Wadada Leo Smith (trompet, bugel) en Günter 'Baby' Sommer (drums, percussie) terug naar hun samenwerking van tien jaar geleden, maar nu dan zonder de bas van wijlen Peter Kowald. Deze cd ligt muzikaal dan ook meer in het verlengde van 'Compassion' van Smith van vorig jaar, en de duosetting schijnt hem te passen als gegoten, en hij - of eerder zij - duiken in de zuiver emotionele en spirituele kracht van pure klank, met melodie en ritme die vooral een latente aanwezigheid hebben ten gunste van patroonloze helderheid en intense interactie.

    Deze voorzichtige en aandachtige, bijna attentievolle en respectvolle behandeling van klank door Wadada Leo Smith is natuurlijk niets nieuws voor hem, maar ik heb de indruk dat hij die tot nog hogere niveaus van perfectie tilt, nog abstracter en toch toegankelijker, een combinatie die moeilijk in woorden te vatten is. Sommer speelt uitstekend van begin tot eind en hij plaatst niet enkel accenten hier en daar, maar reageert en jaagt Smith vooruit bij momenten, door een bijna tribale klankkleur toe te voegen, met name op 'Woodland Trails To The Giants' en 'Old Times Roll'. Dit in tegenstelling tot de zachtere, meer meditatieve benadering van Adam Rudolph op het vorige album van Smith. Die gebruikt af en toe wat elektronica, niet excessief, maar net genoeg om wat reliëf en diepgang te bieden aan zijn kristalheldere langgerekte tonen.

    De ode aan Peter Kowald in 'Bass-Star Hemisphere' biedt absolute zuivere muzikale schoonheid, in een combinatie van droefenis en vreugde, afgewisseld met korte dans-achtige intervallen, of donkere dreigend geroffel en sombere belklanken. Smith en Sommer beheersen hun muzikale ruimte perfect en ze weerstaan ook het normale verlangen om de stilte tussen de noten op te vullen. Dit is muziek die ontdaan is van elke mogelijke nodeloze franje of melodische ankerpunten, waardoor een gevoel van wijdse ruimte en openheid wordt gecreëerd, dat de luisteraar opslorpt in hun spirituele tocht. Adembenemend mooi.

    (Stef Gijssels, 17.8.07) - [print] - [naar boven]



    Jazz Garden Party

    Voor de zevende keer vindt op de schitterende terreinen van Bomencentrum Nederland in Baarn een Jazz Garden Party plaats. Op zaterdag 25 augustus vanaf half vier 's middags treden in de theaters gerenommeerde jazzartiesten op. Op vijf verschillende podia concerteren 19 orkesten, waaronder Rita Reys, Peter Beets, Frits Landesbergen, Greetje Kauffeld, Trijntje Oosterhuis, de good old Ramblers en het Rosenberg trio.

    Klik
    hier voor meer informatie.

    (Jacques Los, 17.8.07) - [print] - [naar boven]



    North Sea Jazz

    North Sea Jazz impressies: Mâäk's Spirit
    zaterdag 14 juli 2007, Ahoy, Rotterdam

    De concerten in de Murrayzaal anno 2007 op het North Sea Jazz Festival zal ik niet snel vergeten. En dat niet alleen vanwege de aldaar genoten concerten, maar bovenal vanwege de ongewenste en buitengewoon storende bijgeluiden uit andere locaties op het festivalterrein. Ik heb veel waardering voor de musici van Mâäk's Spirit, die onverdroten hun programma speelden. En natuurlijk kan Mâäk's Spirits muziek wel tegen een stootje, maar dit heeft hen zeker ook parten gespeeld.

    En dan de muziek, laten we het daar eens over hebben. Mâäk's Spirit maakte een zeer solide indruk met gedegen ensemblewerk en individuele improvisaties. Hier was een groep aan het woord met een overtuigende geloofwaardigheid, die ik bij een eerder concert in maart van dit jaar moest ontberen. Hier was coherentie, interactie en ensemblespel dat prikkelde en fascineerde. Oké, deze muziek zal niet iedereen direct aanspreken - dat is ook niet de opzet - maar het aanwezige publiek sprak met zijn bijval terecht waardering uit voor deze onorthodoxe creatieve formatie die als koorddansers zonder net gedurfde muzikale creaties uitvoerden. Een optreden met veel geslaagde interacties!

    Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.

    (Cees van de Ven, 16.8.07) - [print] - [naar boven]





    In memoriam Art Davis

    De op 29 juli jongstleden overleden bassist Art Davis was vooral in de jaren vijftig en zestig een zeer gevraagd muzikant. Hij speelde in de bands van Max Roach, Dizzy Gillespie, Gigi Gryce, Booker Little, Quincy Jones, Rahsaan Roland Kirk, Oliver Nelson, Freddie Hubbard en Art Blakey. In december 1964 nam hij met tenorist Archie Shepp deel aan de opnamen van John Coltrane's 'A Love Supreme'. Pas op Deluxe Edition van 'A Love Supreme' zijn die opnamen in 2002 uitgebracht. Ook is Davis te horen op Coltrane's albums 'Ascension', 'The Africa Brass Sessions' en 'Olé'.

    Naast zijn drukke werkzaamheden in de jazzsector speelde hij ook regelmatig in tv- en klassieke orkesten, zoals NBC Staff Orchestra, New York Philharmonic, Los Angeles Philharmonic en Radio City Music Hall Symphony.

    In de jaren zeventig begon hij psychologie te studeren en vanaf het begin van de tachtiger jaren was hij werkzaam als psycholoog. In 1986 vertrok hij naar California, waar hij een eigen praktijk begon, maar daarnaast ook nog musiceerde. Hij speelde op jamsessies en duo met pianist Hilton Ruiz.

    Als sideman is hij op talloze platen te beluisteren. Behalve de reeds genoemde albums zijn nog vermeldenswaard: Max Roach – 'Deeds Not Words', Dizzy Gillespie – 'Live At Newport 1960', Coleman Hawkins – 'Bean Stalkin', Abbey Lincoln – 'Straight Ahead', Booket Little – 'Out Front', Roland Kirk – 'We Free Kings', Gil Evans – 'Into The Hot' en Pharoah Sanders – 'Rejoice'.

    Onder eigen naam zijn helaas weinig albums van hem verschenen. In 1980 'Reemergence' op Interplay met pianist Hilton Ruiz, in 1985 'Life' met saxofonist Pharoah Sanders op het label Soul Note en in 1995 met Herbie Hancock en Ravi Coltrane 'A Time Remembered' op Jazz Planet. Davis is overleden aan een hartinfarct op 73-jarige leeftijd.

    Klik
    hier voor een uitgebreide discografie van Art Davis.

    (Jacques Los, 14.8.07) - [print] - [naar boven]



    North Sea Jazz

    North Sea Jazz impressies: Eric Vloeimans' Gatecrash
    zaterdag 14 juli 2007, Ahoy, Rotterdam

    Eric Vloeimans blijft verbazen. Deze trompettist is nooit voor een gat te vangen; immer op zoek naar nieuwe klankmogelijkheden en wenkende improvisatorische perspectieven. Een veelbelovend voorbeeld daarvan is zijn 'elektronische' formatie Gatecrash.

    Opvallend om te zien en te horen bij het slotoptreden van de tweede dag North Sea Jazz was dat Gatecrash, in vergelijking met de liveopnames van 'Gatecrashin’', duidelijk nog aan kracht en zelfvertrouwen heeft gewonnen. Klinkt de band op die cd af en toe misschien net iets te bedeesd, hier werden de composities krachtig, stretching out en risico's nemend voor het voetlicht gebracht, voor een afgeladen en enthousiaste Missouri-zaal.

    Over de sterke grooves van ritmetandem Gulli Gudmundsson/Jasper van Hulten - die beiden een bescheiden, maar belangrijke rol spelen in het groepsgeluid - kunnen Eric Vloeimans en Jeroen van Vliet zich volledig uitleven. Laatstgenoemde voelt zich in Gatecrash als een vis in het water. Achter zijn elektronisch gestuurde en uitgebouwde Fender Rhodes, keyboards en laptop tovert hij een fraai arsenaal aan geluiden, soms lekker compact klinkend, dan weer vervreemdend en vervormd, reminiscerend aan Sun Ra's buitenissige toetsenwerk. Vloeimans gaf zijn solospel verrassende dieptes met tweestemmige akkoorden, experimenteerde met echo's en 'synthetiseerde' zijn uithalen in het hogere register.

    Een van de sterke punten van deze nieuwe Vloeimans-constellatie is het aantrekkelijke repertoire waaruit geput wordt. De nadruk lag op de voortreffelijke composities van hun cd, zoals het langdurige (maar nooit langdradige) 'To Jon', Vloeimans even spacy als breezy ode aan de Canadese pionier van het ambient trompetspel, Jon Hassel. Prachtige opbouw ook, met dat hallucinerende basloopje, rustige ambient, plotse krachtige groove en afsluitend rustig coda, met andermaal die baslijn. Of 'Laurine', een showcase voor Vloeimans' en Van Vliets elektronisch gemanipuleerde soundscapes. Maar af en toe kwamen er ook nieuwe pareltjes langs, zoals Van Vliets 'Git'.

    Voor 'Images Of Washington' inviteerde Vloeimans zangeres Fay Lovsky op het podium. Een fraai gezongen hoogtepunt, met de nodige crossover-potentie voor airplay, iets wat Vloeimans' label Challenge Records kennelijk ook gedacht moet hebben; de bonus track van de cd 'Gatecrashin’' is een radio-edit van dit nummer. Lovsky schreef de tekst, die losjes geënt lijkt te zijn op de huidige Amerikaanse politiek-maatschappelijke realiteit, fantasierijk geherinterpreteerd en gegoten in woord en klank. "Money talks in Washington way to loud. The power of the people is not for everyone". Een zweem van een protestsong, het bestaat nog... en dan eentje met een prachtige, catchy melodie.

    Eric Vloeimans' Gatecrash is het levende bewijs dat het gebruik van elektronica in een impro- of jazzcontext de gimmick kan overstijgen en wel degelijk een verrijking van het klankbeeld kan betekenen.

    Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

    (Maarten van de Ven, 13.8.07) - [print] - [naar boven]





    Mark Helias' Open Loose - 'Atomic Clock' (Radio Legs, 2006)

    Bassist Mark Helias brengt met zijn ensemble Open Loose, bestaande uit Tony Malaby op sax en Tom Rainey op drums, een zeer knap trio-album, met Ellery Eskelin die hen op één nummer bijtreedt op sax. Deze drie topmuzikanten brengen moderne jazz zoals die hoort te klinken: opwindend, gevoelig, technisch sterk en in symbiotisch samenspel.

    Enkele hoogtepunten zijn de schrijnende solo van Malaby op 'Chavez', de ritme- en tempowisselingen in 'Cinematic', het tragere, bluesy 'Momentum Interrupted', de op elkaars schouders huilende saxen van Eskelin en Malaby op 'Modern Scag', het avant-gardistische, maar superkorte 'Atomic Clock', de emotionele spankracht van 'Zephyr'. Nogal wat hoogtepunten voor één cd.

    De naam van de band is niet toevallig. Helias legt een solide fundering met zijn composities, maar als die eenmaal duidelijk is, bouwen de muzikanten er een zeer open en losse improvisatie rond, één die nog alle kanten kan uitgaan en die de muzikale uitdrukkingskracht slechts verhoogt.

    (Stef Gijssels, 13.8.07) - [print] - [naar boven]





    Heilige vuur ontbreekt bij veelbelovend kwartet
    Jeff 'Tain' Watts Quartet, vrijdag 27 juli 2007, Bimhuis, Amsterdam

    Binnen een tijdsbestek van twee weken concerteerden drie Amerikaanse topdrummers met hun formatie in het Bimhuis. Wat zij gemeen hebben is, dat ze gedurende een relatief lange periode hebben samen gewerkt met key figures in de jazz. Als eerste Rashied Ali, Coltrane's drummer gedurende diens laatste jaren en te horen op onder meer de onvergetelijke Impulse-albums 'Concert In Japan' en 'Interstellar Space'. Daarna Al Foster, die 13 jaar deel heeft uitgemaakt van Miles Davis' groep, en tenslotte Jeff 'Tain' Watts, die vooral bekend is geworden door zijn samenwerking met zowel Wynton als Branford Marsalis. In 2003 speelde Watts met het Branford Marsalis Quartet in het oude Bimhuis een aanstekelijk 'A Love Supreme'-concert, dat zowel op cd als dvd is uitgebracht.

    Nu trad Watts aan met zijn eigen kwartet, waarin tenor- en sopraansaxofonist Marcus Strickland, bassist Yunior Terry Cabrera en gitarist David Gilmore, voor twee avonden gecontracteerd. Geen overbodige luxe, want de publieke interesse was beide avonden erg groot.

    Als je met grote jongens als de Marsalis broertjes speelt, met mensen als Micheal Brecker, Courtney Pine, Alice Coltrane, Greg Osby en Steve Coleman hebt gespeeld en dan ook nog in 1988 en 1993 gekozen bent als beste drummer in het 'Modern Drummer Magazine', dan moet je wel heel wat in je mars hebben. En dat heeft 'Tain' Watts ongetwijfeld. Maar er ontbreekt wel enige nuance in zijn spel. Hij is een dominant drummer en mept er soms behoorlijk op los. Dat is jammer. Hij timmert (letterlijk) de boel regelmatig dicht, waardoor vooral de solo's van saxofonist Strickland en gitarist Gilmore verzuipen in een bombardement van roffels en accenten.

    Saxofonist Marcus Strickland, die beschouwd wordt als een aanstormend talent, kon, op enkele uitzonderingen na, niet geheel overtuigen. Zijn geluid was wat dun en zijn solo's, geënt op Coltrane-licks, waren niet altijd geïnspireerd. In het stuk 'Sigmund Groid' - voor de pauze – werd door Strickland in samenwerking met de krachtig meppende Watts even het heilige vuur ontstoken. Freejazz passages in zowel het toptones-register als 'scheurend' naar de lage Bes.

    Ook gitarist Gilmore kwam niet echt los. In de geest van Jim Hall en Kenny Burrell soleerde hij weliswaar zeer bekwaam en smaakvol, maar erg indrukwekkend was het niet en zeker niet fris en vernieuwend. Bassist Yunior Terry Cabrera was wat mij betreft een ontdekking. Onverstoorbaar, consistent stuwend en trefzeker solerend met een vet geluid maakte hij een sterke indruk. Hij was ook de enige die zich niet door de leider/baas Jeff 'Tain' Watts liet intimideren en wegspelen.

    Nog even dit: waarom toch beginnen de concerten in het Bimhuis altijd standaard minimaal 15 minuten te laat. Is dat lamlendigheid? Onverschilligheid naar het publiek toe? Bepalen de musici dat? Of is de BIM-organisatie laks dan wel onverschillig?

    Klik hier voor Govert Driessens fotoverslag van dit concert.

    (Jacques Los, 11.8.07) - [print] - [naar boven]





    Wijziging in programma OffsideOpen

    Het programma van het gloednieuwe International New Music Festival Gelderland (17-19 augustus), OffsideOpen getiteld, is op één onderdeel gewijzigd. De combinatie Archie Shepp met David Murray is vervallen en daarvoor in de plaats is het World Saxophone Quartet & Political Blues gecontracteerd. De bezetting van deze formatie is: David Murray, Oliver Lake, Hamiet Bluiett en Toni Kofie op saxen, gitarist Herve Samb, bassist Jamaaladeen Tacuma en drummer Calvin Weston.

    Naast het grote hoofdpodium zijn er twee kleinere podia, waarop op zaterdag 18 en zondag 19 augustus zeer interessante en alternatieve groepen zijn geprogrammeerd. Zoals Aki Takase, Alexander von Schlippenbach, Rudi Mahall, Oliver Steidl en musici uit het Japanse Shibusa Shirazu Orchestra. Omdat het programma van het festival ook een sterk Nederlandse kleur heeft, wordt het festival door NPS Radio opgenomen en later uitgezonden.

    Klik
    hier voor uitgebreide informatie over dit festival.

    (Jacques Los, 10.8.07) - [print] - [naar boven]





    North Sea Round Town
    Bert van den Brink, zaterdag 14 juli, Laurenskerk, Rotterdam

    Met het idee dat er in Rotterdam niets muzikaals te beleven is, willen de Rotterdammers graag afrekenen. Het North Sea Jazz Festival drie dagen binnen de muren van het Ahoy-complex "op Zuid" is daarvoor niet voldoende. Met 141 concerten op 50 binnen- en 8 buitenpodia is Rotterdam van 30 juni t/m 16 juli de jazzstad van Nederland. Dit alles onder de noemer van North Sea Round Town en met verschillende thema's, zoals Jazz Around The World, Jazz op Zuid, Jong Talent Podium, Jazzheldinnen aan de Maas én Orgel Anders.

    Op zaterdag 14 juli bespeelt Bert van den Brink het Marcussen-hoofdorgel van de Laurenskerk. De winnaar van de VPRO/Boy Edgar Prijs behoeft nauwelijks introductie, maar de Laurens met zijn orgel misschien wel. De vijf eeuwen oude laatgotische kerk staat voor velen symbool voor de geschiedenis van Rotterdam. Op 14 mei 1940 wordt de kerk zwaar getroffen door het bombardement op Rotterdam en blijven alleen de muren overeind staan. In 1947 start de heropbouw en pas in 1968 wordt de kerk weer volledig in gebruik genomen. Overigens is de kerk door de huidige situering geen stralend middelpunt van de stad geworden. Het plein voor de kerk is omsloten door weinig fraaie achterkanten van bedrijven en woningen.

    Dan het orgel, of beter gezegd de orgels: tijdens de wederopbouw van de kerk ontstond de uitzonderlijke mogelijkheid alle orgels in de Laurenskerk door één en dezelfde bouwer (Marcussen & Søn, Denemarken) te laten vervaardigen. Een situatie die nergens anders voorkomt. Het hoofdorgel is het grootste volledig mechanische orgel van Europa en telt 85 registers en bijna 7.700 pijpen. De langste pijpen zijn 10 meter lang. Sinds 2005 is Hayo Boerema de vaste organist; hij begeleidde Bert van den Brink tijdens zijn kennismakingstocht op dit orgel.

    Bert van den Brink opent het concert om zijn publiek te laten wennen aan het orgelgeluid. Verscholen achter het immense orgel is hij onzichtbaar voor het publiek, wat natuurlijk ook omgekeerd is. Vervolgens laat hij in zijn 'Improvisaties' alle facetten van het orgel horen. Het is nauwelijks te bevatten dat dit gigantische instrument een heel fijn, subtiel en zuiver geluid kan voortbrengen. Bovendien is het heel goed mogelijk om de emotie en de essentie van jazzmuziek te laten horen. Van den Brink doet dat op zijn inlevende en fijngevoelige wijze met 'My Funny Valentine', 'Bossa Blues' van Clare Fischer en Duke Ellingtons 'Sophisticated Lady'. En wat dan te denken bij deze (goddeloze of juist goddelijke) jazzmuziek in dit godshuis? Het concert vervolgt met de klanken van een Beach Boy-favoriet 'God Only Knows'. Een gospelblues sluit het concert af met hallelujah-klanken en Van den Brink neemt, nu zichtbaar op het balkon naast de klavieren, een staande ovatie in ontvangst.

    Klik
    hier voor een fotoverslag.

    (Eddy Westveer, 10.8.07) - [print] - [naar boven]





    Radio KUKA Orkest - 'Songs For Broadcast' (W.E.R.F., 2007)

    Dit Belgische orkest met een ongewone bezetting - Kristof Roseeuw (bas & zang), Lode Vercampt (cello & zang), Tom Wouters (klarinet, basklarinet, percussion & zang) en Philippe Thuriot (accordeon & zang) - is op verzoek van het radiostation Klara in 2005 door Roseeuw tot stand gekomen. Zij spelen hier zowel geschreven als geïmproviseerde muziek. Een programma met nieuwe composities, geïmproviseerde benaderingen en bewerkingen van reeds bestaand materiaal. Kamerjazz in optima forma. En een geslaagde verbintenis van muziek in het 'klassieke' idioom en creatieve jazzimprovisaties.

    Hier levert men het bewijs dat grenzen vervagen en er meer en meer een universele muziek aan het ontstaan is, waarbij uitputtend geput wordt uit klassiek, wereldmuziek, pop etcetera, hetgeen tot welluidende nieuwe en verrassende klankwerelden kan leiden. Voorwaarde is wel dat creatieve musici met verbeeldingkracht de zaken aanpakken. En dat is op deze cd het geval. Geen enkel moment gaat je aandacht door een dip, zoveel valt er hier te beleven. En wat goed voor ons liefhebbers dat Klara het uitstekende label van De Werf heeft gevraagd dit frisklinkende en fantasievolle product op de markt te brengen.

    Met de instrumenten die hier gebruikt worden, kan men zich wel een beeld vormen wat hier aan klankkleuren wordt geboden. Geen conventionele jazz, maar grensoverschrijdende, spraakmakende jazzy stukken, die je beroeren en inpalmen. KUKA kiest hoofdzakelijk voor een intimistische benadering, zoals onder andere in het adembenemende openingsstuk 'Hey Honey It’s A Twistin’ Paper Star' van Tom Wouters of 'Petite Suite' van Eric Satie. Lichtvoetig en bijna dansant in driekwartsmaat is 'Carnivale', een compositie van Fabian Fiorini. Er is voldoende afwisseling in repertoire.

    Geen extreme expressiviteit qua volume of instrumentgebruik, maar dat betekent niet dat hier braaf wordt gemusiceerd, integendeel. De hoge mate van muzikaliteit bepaalt hier de impact. Sporadisch worden ook vocalen als kleuraccenten ingezet, zoals in 'Ca Va Mr. Lupain?'. Een cd voor organisatoren van jazzpodia en programmamakers van hedendaagse 'klassieke' concerten die overtuigd willen worden. En iedereen die open staat voor spannende klankexperimenten in toegankelijke en zeer genietbare composities, komt met 'Songs For Broadcast' zeker niet bedrogen uit.

    (Cees van de Ven, 9.8.07) - [print] - [naar boven]





    Avontuurlijke Dino Saluzzi doet met zijn familie Bimhuis aan
    donderdag 19 juli, Bimhuis, Amsterdam

    Dino Saluzzi is een muzikant 'hors categorie'. Hij heeft een eigen, onnavolgbare stijl, een fabelachtige techniek, met de meest onmogelijke grepen op de bandoneon. Als één van de weinigen kan hij improviseren op de bandoneon én ook nog goed componeren. Hij is de enige bandoneonist die met zo'n wijd scala van muzikanten heeft opgetreden uit jazz (o.a. Louis Sclavis, David Friedman, Edward Vesala, Marc Johnson), pop (o.a. Kip Hanrahan, Al Dimeola) en klassiek (o.a. Rosamunde Kwartet).

    Saluzzi komt het best tot expressie in kleine ensembles, waarin hij prachtig de klank van de bandoneon kan laten excelleren. Getuige daarvan is zijn onlangs verschenen cd 'Ojos Negros' (ECM) met de celliste Anja Lechner. Ook het trio met José Saluzzi (gitaar) en Marc Johnson op bas behoort tot zijn beste werk.

    In het Bimhuis trad Dino Saluzzi op met zijn familie: zoon José (gitaar), neef Matias (bas), broer Felix (klarinet, sax) en de Italiaanse drummer U.T. Gandhi. Deze samenstelling betekende wel dat de bandoneon behoorlijk versterkt moest worden om tegen het geweld van de drums op te kunnen. Hierbij ging een deel van de pracht en de nuance van het instrument verloren.

    Deze familiegroep past de bandoneonist als een handschoen. Juist omdat hij zich zo thuis voelt, is er minder ambitie de grenzen van zijn kunnen te verkennen. Even werd er schijnbaar vrolijk gerefereerd aan zijn paar jaar geleden overleden broer Celso (ook bandoneonist) met 'I’ll Meet Him In Heaven', maar de tranen waren dichtbij. Daarop volgde het stuk 'Y Amo Su Hermano Hasta El Fin'.

    Het optreden bestond voor het grootste deel uit het repertoire van de laatste groeps-cd 'Juan Condori'. Hoewel Dino niet uit de tangowereld voortkomt, maar uit de wereld van de volksmuziek, begon hij met 'Milonga De Mis Amores' van Pedro Laurenz uit het gouden repertoire.

    In de meer meditatieve nummers, waarin het slagwerk een bescheiden ondersteunende rol speelde, kwam de groep het beste tot zijn recht. In 'Las Cosas Amadas' waren mooie duetten van bandoneon en klarinet te horen. Felix 'Cuchara' Saluzzi trad niet op de voorgrond, maar gaf op een mooie manier kleur aan dit ensemble. Zijn présence oogde niet zo, maar zijn spel was emotioneel en doorleefd.

    Ontroerend was het hoe Dino vertelde (en liet horen) hoe hij als jongetje, buiten zittend in zijn dorp Campo Santo, aan het ritselen van bladeren kon horen welke dieren passeerden. Deze herinnering was verwerkt in de compositie 'Chiriguano'. Het stuk begon met de nabootsing van deze geluiden en culmineerde in een spetterend groepsgeluid.

    Soms zegt Dino gedurende een heel concert niets, behalve een "thank you" op het laatst. Deze keer zat de bandoneonist op zijn praatstoel en hield hij lange, warrige monologen, waarvan het ongewis was waar ze heen gingen. Zoals een pleidooi voor het zich openstellen voor intuïtie en tegen een aangeleerde esthetiek. Een andere monoloog eindigde met "I love you", maar waarom is mij ontgaan. Laat Dino Saluzzi maar niet teveel praten en gewoon mooie muziek maken...

    (Hugo de Vries, 8.8.07) - [print] - [naar boven]





    ZomerJazzFietsTour 2007

    Op zaterdag 25 augustus gaat de 21ste aflevering van de ZomerJazzFietsTour van start. Langs een prachtige route door het Reitdiepdal, ten noordwesten van de stad Groningen, kan een keuze gemaakt worden uit 26 concerten in kerkjes, borgen en boerenschuren. Volgens beproefd concept kan de nieuwe jazz per fiets worden verkend.

    Het voorlopige programma ziet er weer indrukwekkend uit. Zo worden onder meer verwacht: Greetje Bijma & Zou Diarra, Jasper van 't Hof & Han Bennink, het Pow Ensemble met Joseph Bowie, Tobias Delius & Cor Fuhler, Michael Zerang & Alexander von Schlippenbach Monk's Casino, Sean Bergin New Mob, Bo's Art Trio en het Sjoerd Dijkhuizen/Ben van Gelder Quartet. Dan is er vrijdag nog de proloog op Noorderzon met Ictus Ensemble: Waits/Weill en Mr. Genius.

    Wij komen hier later nog op terug wanneer het definitieve programma bekend is. Leg in ieder geval de laatste zaterdag van augustus vast in uw agenda voor één van de leukste en interessantste festivals in Nederland.

    (Jacques Los, 8.8.07) - [print] - [naar boven]



    North Sea Jazz

    North Sea Jazz impressies: Randy Weston African Rhythms Trio
    zaterdag 14 juli 2007, Ahoy, Rotterdam

    Pianist Randy Weston was niet alleen de oudste (81) muzikant van North Sea, hij was ook de langste. Als hij opstond leek de toch niet kinderachtige vleugel achter hem te verschrompelen tot speelgoedpiano.

    Reken overigens maar niet, dat hij versleten, beverige muziek speelde. Weston is nog vingervast, hij heeft een fraai toucher en ontlokt een opvallend warme klank aan zijn instrument. Vaak beginnen zijn stukken met bezonken improvisaties die allengs meer momentum krijgen, niet in de laatste plaats door het energieke geransel van bassist Alex Blake. Wanneer die laatste zijn solo's ook nog met zangerige uitroepen kracht bijzet, is het feest compleet.

    Weston bracht jaren door in Afrika en heeft ook lange tijd een soort Afro-jazz gespeeld. Inmiddels is hij daar bovenuit gestegen en zijn alle invloeden in een alles omspannende stijl geïntegreerd. Een indrukwekkend optreden.

    (Eddy Determeyer, 8.8.07) - [print] - [naar boven]





    Dutch Swing College Band - '1955' (Timeless/Lake, 2007)
    Opname: 1955

    Halverwege de jaren vijftig gold de Dutch Swing College Band, onder aanvoering van klarinettist/sopraansaxofonist Peter Schilperoort, als de absolute top van de Europese oudestijlrevival. Niet alleen in eigen land, maar ook in buitenlanden als Denemarken, Duitsland en Engeland, die zelf toch ook beschikten over orkesten met grote reputatie.

    De onweerlegbare kwaliteit van de DSCB van die tijd wordt (weer eens) aangetoond met de release van de live-opnamen die werden gemaakt in het Kurhaus in september 1955, het afscheid van Schilperoort. Vanaf de tune ('Way Down Yonder In New Orleans') tot en met het slotnummer 'Steamboat Stomp' is sprake van superieur swingende, virtuoze jazz. De heren wisselen geregeld van instrument, waardoor het afwisselend en spannend blijft, en behalve de klarinetten van Schilperoort en Dim Kesber staat er ineens ook nog een derde klarinet in de frontlijn: opvolger Jan Morks.

    Commentator Mike Durham is terecht lyrisch. En (even terecht) iets minder euforisch over de vijf toegevoegde studiotracks, met zangeres Neva Raphaelo: daar wordt het heilige vuur van het podium gemist.

    Deze recensie was eerder te lezen in HVT Magazine.

    (Anoniem, 8.8.07) - [print] - [naar boven]





    Sal Mosca overleden (1927–2007)

    Remco Campert dichtte indertijd:

    Het staat vast
    dat alle mensen sterven
    maar van alle mensen het eerst
    de jazzmusici.

    Gelukkig geldt dat niet voor de op zaterdag 28 juli jl. in White Plains, New York overleden Sal Mosca. Deze als Salvatore Joseph Mosca geboren belangrijke pianist is namelijk 80 jaar oud geworden.

    Hij begon op twaalfjarige leeftijd pianolessen te nemen en kwam er al snel achter dat hij zijn aanwezige muzikale talent alleen zou kunnen ontwikkelen door hard werk en constante oefening. Mosca studeerde aan de universiteit van New York en The New York College Of Music, aangevuld met een acht jaar durende studie (1947-1955) bij pianist Lennie Tristano. Vooral Tristano heeft op zijn manier van spelen belangrijke invloed uitgeoefend, al ontwikkelde Mosca onmiskenbaar een eigen muzikale persoonlijkheid.

    Sal Mosca speelde regelmatig met de saxofonisten Lee Konitz en Warne Marsh; midden jaren zeventig maakte hij deel uit van hun kwintet. Verder trad hij op met zijn eigen ensembles, meestal in kleine bezetting.

    De pianist besteedde een groot deel van zijn carrière aan het lesgeven; vooral in de de laatste periode van zijn leven werden zijn publieke optredens schaars. Zijn laatste concert in Nederland vond plaats op vrijdag 12 januari 2007 in het Amsterdamse Bimhuis (lees hier onze recensie).

    Meer weten?
  • De website van Sal Mosca.

    (Rolf Polak, 7.8.07) - [print] - [naar boven]



    North Sea Jazz

    North Sea Jazz impressies: Bert Joris Quartet
    zaterdag 14 juli 2007, Ahoy, Rotterdam

    Bert had het nog wel zo mooi uitgedacht; hij had Kurt van Herck speciaal gevraagd voor zijn optreden op het North Sea Jazz Festival, omdat de saxofonist net als hijzelf beschikt over een fraaie, warme toon, uitstekend geschikt dus voor een intimistische set in de fraaie Murray-zaal, een ouderwetse spiegelcaroussel met veel hout en zeildoek. Maar helaas, de nabijgelegen Central Square - een soort plein vol winkeltjes en eet- en drinkgelegenheden - en de omliggende zalen zorgden voor een enorme buzz, waartegen de boeiende luisterjazz van Joris niet echt bestand bleek, een onmogelijke opgave ook.

    Van zijn kwartet met de Italiaanse pianist Dado Moroni, bassist Philippe Aerts en drummer Dré Pallemaerts verscheen onlangs de cd 'Magone' op het Franse Dreyfus-label. Daaruit werd dan ook geput op deze zaterdagavond, zij het door een anders samengesteld kwartet, zonder piano. Dat gaf de muziek veel ruimte om te ademen, en als je het omgevingsgeruis even vergat, viel er genoeg te genieten.

    Al was het maar vanwege de voor Aerts invallende Frans van der Hoeven, die imponeerde met ijzersterk basspel, alsof hij al jaren in deze bezetting speelde. Zijn empathisch vermogen is buitengewoon goed ontwikkeld; geen wonder dat hij een van Nederlands meest gevraagde jazzbassisten is. De voor ondergetekende eerste kennismaking met Dré Pallemaerts beviel prima. Zijn drumwerk is niet te overheersend en valt perfect in het klankbeeld. Zijn crashbekken had een uitgesneden stuk, waardoor het geluid wat werd gedempt, apart en ideaal voor deze band. Pallemaerts is een drummer die ook zacht durft te spelen.

    Het aan de Belgische topgitarist Philip Catherine opgedragen openingsnummer 'To Philip' zette direct de toon: Van Herck en Joris bliezen mooie unisono's (hun klanken harmoniseerden wonderschoon), we hoorden sterke melodielijnen, en het geheel klonk klein, compact en - vooruit - intiem. In de ballad 'Connections' toonde Joris zijn forte: terwijl de trompettist (hier overigens op bugel) helemaal opging in zijn spel, leken zijn solo's welhaast organisch uit de beker te vloeien. Na een sterke en karaktervolle set moderne postbop werden we in de bluesy finale getrakteerd op lekkere vuige uithalen door Joris en een af en toe exploderende Pallemaerts. Zelfs de doorgaans rustige Van Herck klonk wat ruiger in deze prima afsluiter, waarin we ook nog konden genieten van een woody bassolo van Van der Hoeven.

    Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

    (Maarten van de Ven, 6.8.07) - [print] - [naar boven]





    Moderne reïncarnatie van Art Blakey's Jazz Messengers
    Rashied Ali Quintet, dinsdag 17 juli 2007, Bimhuis, Amsterdam

    In 1966 verving Rashied Ali Elvin Jones in John Coltrane's groep. In 1967 nam Coltrane samen met Ali het vermaarde duoalbum 'Interstellar Space' op. Ali had reeds in het begin van de jaren zestig naam gemaakt in de freejazz scene. Zo speelde hij onder meer met Pharoah Sanders en Albert Ayler. De samenwerking met Coltrane heeft niet lang kunnen duren. Coltrane overleed op 17 juli 1967. Nadien speelde Rashied nog een tijd met Alice Coltrane en organiseerde hij concerten in zijn New Yorkse loft Ali's Alley. In de tachtiger en negentiger jaren speelde hij met Ken McIntyre, David Murray en James Blood Ulmer en maakte hij platen op labels als Knitting Factory en Survival.

    Momenteel toert de oude meester door Europa en behalve onze eigen Joris Teepe op bas heeft hij trompettist Jumaane Smith, tenorsaxofonist Lawrence Clark en pianist Greg Murphy bij zich. Allen relatief niet al te bekende musici. En dat is geheel ten onrechte. Op hoofdzakelijk post-bebop gerelateerde composities van onder anderen James Blood Ulmer, John Coltrane en Joris Teepe werd fris en inside out geïmproviseerd.

    Je zou dit kwartet de moderne reïncarnatie van Art Blakey's Jazz Messengers kunnen noemen. De aanstekelijke thema's werden merendeels strak en unisono gespeeld, terwijl Ali zowel een soepele als strakke beat produceerde. De solisten begeleidde hij subliem door zeer gevarieerde accenten te plaatsen. In samenwerking met het stuwende bassen van Joris Teepe en de open akkoordenbegeleiding van pianist Greg Murphy werd een magische groove gerealiseerd.

    Jumaane Smith is een veelbelovend trompettist die de licks van Woody Shaw en Freddie Hubbard goed bestudeerd heeft. Met veel bravoure en volume raasde hij over de schema's heen. Het had misschien wat subtieler gekund, maar indrukwekkend was het zeker. Dat laatste gold eveneens voor tenorist Clark. Hij stapelde razendsnel reeksen van kwartnoten alsmaar variërend op elkaar. Coltrane's sheets of sound, maar dan turbo. Hij blies lange solos die geen moment verveelden. Zijn toon was ouderwets vol en vet. De toptones, echter, behoorden niet tot zijn favoriete range. Hij maakte er dan ook spaarzaam gebruik van en soms kreeg hij ze niet zuiver uit zijn toeter. Evenals Clark liet pianist Greg Murphy grote indruk achter. Zijn pianospel was open; een combinatie van McCoy Tyner en Cecil Taylor. In zijn solos werden razendsnelle single-note lijnen afgewisseld met ruige 'Taylorclusters'.

    Degenen die, om welke reden dan ook, dit concert niet konden bijwonen, raad ik aan de op het label Survival verschenen cd's 'Judgment Day' vol. 1 & 2 aan te schaffen. Lekker thuis en in alle rust genieten van de fascinerende muziek van Rashied Ali's Quintet.

    Klik
    hier voor Govert Driessens fotoverslag van dit concert.

    (Jacques Los, 6.8.07) - [print] - [naar boven]





    The Jazztube
    Bik Bent Braam - 'AABA4 (Metafiziese Jazz)'


    Gebaseerd op een gedicht van Paul van Ostaijen schreef pianist/bandleider Michiel Braam in 1988 een bijzonder compositie, vol afwisseling en met de nodige humor. We zien Braam in een redelijke unieke rol: als declamator. De destijds nog jonge Bik Bent Braam (opgericht in 1986) klinkt hier al net zo strak en leip als de latere incarnaties. De band schakelt soepel tussen vrije, abstracte passages en lekker swingende old school. Met een tenorsaxsolo van Frank Nielander. Dit stuk werd uitgezonden op 24 maart 1988 ter gelegenheid van de openingsavond van de televisiezender Nederland 3.

    Klik op bovenstaande afbeelding om de video te bekijken en te beluisteren.

    Labels:

    (Maarten van de Ven, 6.8.07) - [print] - [naar boven]





    Jazz Middelheim 2007: jazzvrouwen, jong vs oud, avontuur en jazzlegenden

    Terwijl de verslaggeving van het afgelopen North Sea Jazz Festival nog in volle gang is, staat het volgende jazzfestival alweer voor de deur. Van 15 tot en met 19 augustus vindt in Park Den Brandt, deSingel en Petrol in Antwerpen het tweejaarlijkse Jazz Middelheim plaats. Met een zeer interessante affiche...

    Dit jaar is de programmering van Jazz Middelheim geënt op een aantal thema's. Zo staat de openingsdag, woensdag 15 augustus, in het teken van jazzvrouwen, met onder meer optredens van Tineke Postma en Dianne Reeves. Programmeur Miel Vanattenhoven beschouwt de tweede dag van het festival de avontuurlijkste, met aandacht voor het contrast tussen oude en jongere muzikanten. De laatste categorie wordt vertegenwoordigd door het onorthodoxe en 'multinationale' Le Monde de Kôta en de enerverende neojazz van het Belgische Mâäk's Spirit met als gastpianist de oude onvoorspelbare avonturier Mischa Mengelberg. Ook de confrontatie tussen de legendarische altsaxofonist Lee Konitz en het Brussels Jazz Orchestra prikkelt de geest.

    Een gedurfde zet is de programmering van het eerste deel van vrijdag 17 augustus, dat met optredens van de Briskey Big Band en Buscemi gereserveerd is voor de combinatie van samples en live muzikanten. De dag wordt echter vertrouwd afgesloten door vaste waarde Toots Thielemans, zodat ook hier weer verschillende generaties naast elkaar staan. Thielemans speelt met een kwartet waarin pianist Bert van den Brink een centrale rol vervult.

    Het thema van zaterdag 18 is het niet al te veelzeggende 'Jazz & Beyond'. Al is het programma gevarieerd genoeg, zoals het funky jazztrio van Eric Legnini en de Matthew Herbert Big Band, een orkest dat de inzet van elektronica niet schuwt in dansbare, poppy en meer experimentele contexten. En natuurlijk niet te vergeten het enerverende Root 70, de band van meestertrombonist Nils Wogram, zeker nu die voor de gelegenheid wordt uitgebreid met de Russische klavierleeuw Simon Nabatov.

    Zondag 19 augustus heet met recht de 'Grand Finale'. Op deze slotdag drie Belgische groepen: het trio van Jef Neve, Nicolas Thys & The 68 Monkeys en het Bert Joris Quartet (waarvan binnenkort een recensie van hun North Sea Jazz-optreden). Het slotconcert van Ornette Coleman belooft de absolute klapper van Jazz Middelheim 2007 te worden. Coleman, die onlangs de Grammy Lifetime Achievement Award in ontvangst mocht nemen, zal in Antwerpen aantreden met een pianoloos kwartet met twee bassisten.

    Meer weten?
  • De website van Jazz Middelheim.
  • Klik hier voor een uitgebreide voorbeschouwing door Koen Van Meel.
  • Klik hier voor interviews met Frank Vaganée (Brussels Jazz Orchestra) en Nicoals Rombouts (Dez
        Mona) over hun Jazz Middelheim-beleving.

    (Maarten van de Ven, 5.8.07) - [print] - [naar boven]



    North Sea Jazz

    North Sea Jazz impressies: Roberta Gambarini Quartet
    zaterdag 14 juli 2007, Ahoy, Rotterdam

    Vorig jaar stond Roberta Gambarini in tijdens het North Sea Jazz Festival in dezelfde zaal (Darling) op het podium met George Mraz op bas, Willie Jones III op drums en de toen 87-jarige Hank Jones (geboren 31 juli 1918) aan de vleugel. Ook dit jaar staat het Hank Jones/Roberta Gambarini Quartet geprogrammeerd. Voor de zekerheid stond in de timetable al een extra pianist, Tamir Hendelman, vermeld. En inderdaad: vanwege gezondheidsredenen – "niets ernstigs", wordt er benadrukt – is Jones de vlucht naar Europa ontraden.

    Roberta is inmiddels al enige jaren een regelmatig terugkerende gast op het North Sea Jazz Festival. Dit jaar verblijft ze zelfs al eerder in North Sea Jazz-sferen als optredend gast aan boord van het cruiseschip MS Rotterdam, samen met onder anderen Marcus Miller, Dee Dee Bridgewater en Roy Hargrove. Voor Gambarini lijkt 2007 het jaar van de erkenning en de doorbraak te worden. De Jazz Journalists Association heeft Roberta met genomineerden Cassandra Wilson, Diana Krall, Dianne Reeves, Nancy Wilson en Tierney Sutton uitgeroepen tot 2007's Female Vocalist of the Year.

    De afwezigheid van Hank Jones wordt goed gecompenseerd. Om te beginnen met het geluid. Het is mij tijdens het afgelopen festival opgevallen dat we niet te vaak getrakteerd worden op een mooi evenwichtig geluid. Dreunende rondzingende en irritant dominerende bassen waren helaas vaak ons deel. Voorafgaande aan dit concert loopt manager en producer Larry Clothier het geluid na; hij stelt voor ieder instrument het niveau af en blijft ook bij de knoppen staan. Deze aandacht komt ongetwijfeld het geluid voor publiek en muzikanten te goede.

    De in New York wonende Italiaanse jazzvocaliste put uit een uitgebreid repertoire van standards. Gambarini brengt met haar heldere stem veel werk van Ellington. Als speciale gast wordt trompettist Roy Hargrove ten tonele gevoerd, die ook later zijn vocale inbreng zal leveren. Vervolgens voegt bijna onherkenbaar en min of meer incognito verborgen onder een hoedje Dee Dee Bridgewater zich bij het gezelschap. Dit levert een paar mooie duetten en plaatjes op. Door het ogenschijnlijk niet geregisseerde intermezzo met Bridgewater verliest Roberta haar tijdsbesef en kondigt 20 minuten voor het eind het laatste nummer aan. De fout herstellend komt het kwartet terug voor een toegift van een half uur. Roy Hargrove heeft het podium verlaten, maar al scattend laat Roberta Gambarini de trompet nog eens klinken, zoals alleen zij dat kan.

    Wie Roberta Gambarini dit jaar nog eens wil zien en horen kan dat doen in Newport, Los Angeles, Seattle, het Ibiza Jazz Festival, het Duke Ellington Jazz Festival, The Blue Note in New York, Toronto, Moskou én haar favoriete jazzclub Porgy en Bess in Terneuzen. De datum van het laatstgenoemde concert is nog niet bekend, maar houd de
    agenda in de gaten!

    Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.

    (Eddy Westveer, 5.8.07) - [print] - [naar boven]





    Roscoe Mitchell Trio - 'No Side Effects' (Rogue Art, 2006)

    Roscoe Mitchell is natuurlijk één van de absolute boegbeelden van de free jazz, lid van het Art Ensemble of Chicago voor vele jaren, en nu al enkele jaren productief in kleinere settings, duo's en trio's. Op deze dubbelaar brengt hij samen met Harrison Bankhead (bas, cello) en Vincent Davis (drums) 24 composities die variëren van 2 minuten tot bijna 14 minuten.

    Het trio improviseert op een zeer strakke opgelegde structuur, en het samenspel en het technisch vernuft van de drie muzikanten - zeker van Mitchell zelf - staan buiten kijf. Alleen ontbreekt hier voor mij één van de wezenlijke aspecten van muziek: soul! Dit is allemaal zeer doordacht, zeer knap gedaan, maar waar zit die pijn, die angst, die droefenis, die vreugde, dat plezier, en al die andere gevoelens die muziek hoort op te roepen?

    Af en toe worden alle remmen losgegooid, zoals in het lange 'Parched Plains', 'Enfold' en 'Shake Up', maar voorts komt deze cd uitermate beheerst en ingehouden over. Het geheel komt naar mijn bescheiden mening al bijna in de buurt van moderne klassieke muziek, soms esthetisch mooi en creatief. Maar toch... Emotie, Roscoe, emotie...

    (Stef Gijssels, 5.8.07) - [print] - [naar boven]



    North Sea Jazz

    North Sea Jazz impressies: Steely Dan
    zaterdag 14 juli 2007, Ahoy, Rotterdam

    Vakmanschap is meesterschap. Als er een band is waarop die slogan van toepassing is, dan moet dat Steely Dan wel zijn. Met een welhaast vanzelfsprekend gemak produceert deze Amerikaanse formatie - het geesteskind van zanger/toetsenist Donald Fagen en (bas)gitarist Walter Becker - al sinds 1972 inch-perfect muziek. Het resultaat: negen albums vol hoogwaardige, fraai geharmoniseerde en slim gearrangeerde muziek, een karakteristieke symbiose van pop, rock, soul, blues en jazz.

    De laatste keer dat de Dan Nederland aandeed was in 2000, toevalligerwijze ook in het voormalige Rotterdamse sportpaleis. Geen wonder dan ook dat de Nilezaal uitpuilde van het publiek, voornamelijk van middelbare leeftijd, waaronder ook de nodige muzikanten. Gek is dat niet, wanneer je de kwaliteit van de opgetrommelde bandleden in ogenschouw neemt. Het gaat hier om een vrij hechte clan, waarvan de meesten al te horen waren op de laatste twee studioalbums van Steely Dan - het met vier Grammy's bekroonde 'Two Against Nature' (2000) en 'Everything Must Go' (2003), en eveneens op Fagens laatste solo-cd 'Morph The Cat' (2006). Opvallend genoeg werd er maar 1 nummer gespeeld van dat trio: het funkjazzy 'Godwhacker'.

    Steely Dan pendelde dus behendig en gewiekst door haar eigen verleden, en putte er diverse highlights uit; van de verrassende opener 'Time Out My Mind', via 'Peg' (daar heeft Candy Dulfer de mosterd dus gehaald) en 'Dirty Work' (een feature voor de achtergrondzangeressen Carolyn Leonhart en Cindy Mizelle) naar de onweerstaanbare swing van toegift 'Bodhisattva'. Alles even smaakvol als energiek uitgevoerd, met - heel clever - een opvallend grote inbreng voor de vierkoppige blazerssectie onder leiding van trompettist/arrangeur Michael Leonhart (inderdaad, de broer van Carolyn). Het concert werd overigens toepasselijk in- en uitgeleid met een jazzstuk door de band minus Fagen en Becker.

    De twee oude rotten hadden het merkbaar naar hun zin in hun "beste liveband ooit", aldus Becker, die daarmee de spijker op z'n kop sloeg. Zo is muzikaal leider Jon Herrington een gitarist om van te watertanden, terwijl trombonist Jim Pugh zijn sporen verdiende in Woody Herman's Thundering Herd en Chick Corea's Return To Forever Band. Donald Fagen, nog opmerkelijk goed bij stem, kon relaxed de melodica ter hand nemen en grooven op zijn keyboard, mede omdat toetsenist Jeff Young de echt lastige partijen voor zijn rekening nam. De als altijd stoïcijns aan zijn snaren plukkende Becker fungeerde als mild-ironische spreekstalmeester.

    Maar motorblok én smeerolie-leverancier van Steely Dan was toch wel Keith Carlock uit Greenville, Mississippi, die de power van een rockdrummer combineert met de swingende drive van een jazzdrummer. Het uitgesponnen pièce de résistance 'Aja' bood hem alle gelegenheid zijn dynamiek en slagkracht te tonen. Een fenomeen.

    Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

    (Maarten van de Ven, 2.8.07) - [print] - [naar boven]



    North Sea Jazz

    North Sea Jazz impressies: Kim Hoorweg
    zaterdag 14 juli 2007, Ahoy, Rotterdam

    Goed, Carlos Sarduy, trompettist van de Spaanse drum 'n flamencogroep Ojos de Brujo, gaf ik zo op het oog krap-aan tien jaar, maar vocaliste Kim Hoorweg (14) schijnt de jongste artiest van het festival te zijn geweest. In de voorpubliciteit was daar het nodige over te doen. Wat moet zo'n meiske nou met volwassen liefdesliedjes? Wat heeft zo'n schaap nou helemaal meegemaakt?

    Tijdens haar sprankelende optreden ging de zangeres daar op humoristische wijze op in. Ze had wat van de kritiek opgestoken, zei ze, en ging dus maar een liedeke zingen dat meer bij haar leeftijd paste: 'Klap Eens In Je Handjes'. Waarop ze losbarstte in een swingend 'Clap Your Hands And Sing Hallelujah!'

    Ella Fitzgerald is kennelijk het grote voorbeeld voor Hoorweg, al kon je haar niet op na-aperij betrappen. Haar openingsnummer, een gescat 'Rockin’ In Rhythm', had ze van Ella geleend, vertelde ze, vandaar dat haar versie van het daaropvolgende 'It Don’t Mean A Thing (If It Ain’t Got That Swing)' van een eigen tekst was voorzien. 'Oh, Lady Be Good' was eveneens een ode aan haar idool ("Ella be good to me"), maar een song als 'Willow Weep For Me' was inderdaad nog een maatje te groot. In 'Caravan' zong ze verrassende en leuke harmonische lijntjes met haar blazers.

    Kim Hoorweg is gezegend met humor, intellect en een fraaie hesige stem in het hoog en het midden. Ze komt zelfverzekerd over zonder dat het irritant wordt en schrijft samen met vader Erwin Hoorweg, de pianist, eigen liedjes. En ze zingt ook nog eens consequent de verses, de prologen van de songs. Het moet wel heel raar lopen wanneer we daar binnenkort geen U tegen gaan zeggen.

    (Eddy Determeyer, 2.8.07) - [print] - [naar boven]





    Pierre Van Dormael/Octurn - 'North Country Suite' (W.E.R.F., 2007)

    Zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit van Van Dormaels composities, maar hij heeft het natuurlijk ook wel getroffen met de interpreten en vertolkers van Octurn. Deze succesvolle Belgische formatie blijkt hier immers een rijke voedingsbodem, waarin Van Dormaels sterke composities tot wasdom kunnen komen.

    Melodieus, groovy en funky stukken worden hier in alle vrijheid onder handen genomen, gepolijst en in een pakkende context gegoten. Pierre Van Dormael is een gitarist met ballen. Niet macho, maar wel met een stevig geluid, zonder poespas of effectbejag. En wel met diepgang, verzorgd en creatief spel.

    Fabian Fiorini (piano) en Jozef Dumoulin (Fender Rhodes) zijn beiden van belang en beeldbepalend. In hoge mate eigentijds is het idioom waarin gespeeld wordt, en al is de muziek melodieus, het betekent niet dat het hapklare kost is. Spannende muziek is het wel. Chander Sardjoe (drums) zorgt met Jean-Luc Lehr (elektrische bas) en Christophe Minck (elektrische en akoestische bas), voor een steady ritmebasis. Iets minder expliciet, maar onontbeerlijk voor harmonisatie en kleuring, zijn Bo van der Werf (baritonsaxofoon) en Guillaume Orti (alt- en C-melody saxofoon).

    Wat opvalt is de grote ritmische en harmonische verscheidenheid en het feit dat na elke hoek of bocht weer nieuwe verrassingen opdoemen. Zoals schurende dissonante riffs die organisch overgaan in een gitaarimprovisatie of saxlijn. Trompettist Laurent Blondiau trekt alle oren in zijn richting in het weemoedige 'All Places' en zo zijn er voldoende grote en kleine muzikale parels te vinden op deze cd.

    Pierre van Dormael en Octurn zijn erin geslaagd van 'North Country Suite' een consistente harmonische eenheid te maken en de 15 stukken onder een allesomvattende spanningsboog te houden, waarbij de prominente solistische bijdragen van Van Dormael als aangenaam bindmiddel fungeren.

    (Cees van de Ven, 2.8.07) - [print] - [naar boven]





    Blue Note Records Festival 2007
    zondag 8, dinsdag 10, woensdag 11 & donderdag 12 juli 2007, De Bijloke, Gent

    "In de Bijloke in Gent was het Blue Note Records Festival alweer toe aan zijn zesde editie. Als vorige jaren was er wederom gestreefd naar een gevarieerd en evenwichtig programma. Hoewel platenfirma Blue Note, die voor de nodige ondersteuning zorgde, als vanouds specialist is in oerdegelijke jazzmuziek, werden niet-jazzgerelateerde muziekstromingen niet geschuwd. Een programmering dus met erg ruime grenzen. Ook de opzet van het festival, dat maar liefst 11 dagen besloeg, was uitstekend. Kortom, een aanrader voor liefhebbers van jazzfestivals."

    Lees hier het uitgebreide festivalverslag van Jacques Los of bekijk de foto's van Hans Speekenbrink.

    (Maarten van de Ven, 1.8.07) - [print] - [naar boven]


    Lees verder in het archief...






  • Menupagina's:

    Redactieadres:

    Hoekstraat 1 B17
    3910 Neerpelt
    België
    (0032) 11747180
    (0032) 498788554

    Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
    Mail de redactie.