|
Draai om je oren Jazz en meer - Weblog |
|
||
|
| |||
EvenementLegendarische zangeressen in het zonnetje Vriendendag van het Nederlands Jazzarchief, VARA studio 8, zondag 26 oktober 2025, Hilversum Twee Nederlandse jazzzangeressen die in de jaren zestig en zeventig successen vierden stonden tijdens de Vriendendag van het Nederlands Jazzarchief centraal. Henny Vonk (1937) en Milly Scott (1933) zijn nog onder ons. Vonk zit in een verpleeghuis en communiceert niet langer - tot je haar een basgitaar in de handen drukt. Dan is er ineens niets mis met haar timing, attack, toon en glasheldere lijnen. Documentairemaaksters Rinske Bosch en Annelies Kruk brachten haar leven in beeld en toonden onder meer een fragment waarin ze een eigen jazzy gedicht declameert. Dan besef je dat dat in Paramaribo geboren meiske bepaald niet onderdeed voor onze Vijftigers (m, wit). Milly Scott maakte naam als musicalster en soapie, maar was tegelijkertijd een fenomenale jazzartieste met een diep, indringend geluid. Van haar werd een historische versie van 'That Old Devil Moon' gedraaid, die dat onderstreepte. Ze was in levenden en zo te zien nog aardig levenslustigen lijve aanwezig en werd door Frank Jochemsen van het Archief geïnterviewd. Het Archief heeft onlangs een album uitgebracht, 'Trouble In Mind', met een selectie van haar jazzwerk. Ook slagwerker Pierre Courbois (1940) was in levenden lijve aanwezig en toonde aan dat er nog meer dan genoeg leven in het lijf zit. Hij werd eveneens geïnterviewd en speelde daarna een solo waarbij hij uitging van het zingen der cymbalen en eindigde met gongslagen van bijbelse allure. Wisselende gedachten en stemmingen die mooi in elkaar overvloeiden. Dat is geen muzikant maar een musicus, had Neef gezegd. Geen drummer maar een percussionist.
Ook is het Archief naarstig bezig met het verzamelen van zoveel mogelijk opnamen van het betreurde radioprogramma 'TROS Sesjun', dat van 1973 tot 2004 liep en daarmee vermoedelijk het langs durende jazzprogramma ter wereld is. Van de 1631 afleveringen is inmiddels circa twintig procent achterhaald. Het NJA is met andere woorden benieuwd naar uw zolder, waarde lezer. Het grote nieuws voor mij was de aankondiging van de biografie 'Misha Mengelberg geboekstaafd'. Journalist Erik van den Berg werkt al een paar jaar aan de reconstructie van leven en werk van de componist, pianist en bandleider. Misha, zo verklaarde Van den Berg in de wandelgangen, was iemand die nooit iets weggooide. Ook eerste schetsjes van composities niet. En die niet slechts door de muziekliefhebbers maar ook door zijn gezin op handen werd gedragen. We zullen nog een jaartje of twee moeten wachten voor Van den Berg met zijn monnikenwerk annex titanenarbeid gereed is. Intussen konden de verslaafden (tot verslaafd gemaakten?) zich laven aan de boeken, lp's en cd's die het Archief had afgestoten. De verbeten rij voor de tafels was ondoordringbaar, zodat ik me gelukkig mocht prijzen dat ik een exemplaar van de dubbel-lp 'Die grossen Tanz-Orkester 1930-1950' aan de handen van een mededinger kon ontfutselen. Mij onbekende opnamen van de orkesten van Ernst van 't Hof en Jean Omer, twee van mijn favoriete Europese bigbands uit de oorlogsjaren. Aha, compleet met 'Kleine Weisse Schwalbe', zie ik. Dan is het derhalve nu tijd om mij met een bel cognac (Maison Fondee 1765) en andere genotsmiddelen terug te trekken en de platenspeler in werking te stellen. Tekst: Eddy Determeyer | Foto's: Hammie van der Vorst Labels: evenement, Henny Vonk, Milly Scott, Misha Mengelberg, Nederlands Jazz Archief, Pierre Courbois, Tom Beek, TROS Sesjun (Eddy Determeyer, 31.10.25) - [print]
- [naar boven] "Ergens zal hij beseft hebben dat hij heel bijzonder was. Dat vertelden we hem ook altijd, weetjewel. Ik geloof sowieso niet dat Bird voorbestemd was om lang onder ons te vertoeven. Charlie Parker was hier om ons de weg te wijzen. Hij gaf alles en daarna vertrok hij. Dat heb ik altijd beweerd. Hij was zó uniek en zó anders." Op 23 november 2006 sprak Eddy Determeyer met zangeres Sheila Jordan, na afloop van haar optreden in het Groninger Jazzcafé de Spieghel. Klik hier om het interview te lezen. Foto: Ziggy Willmann Labels: interview, Sheila Jordan (Maarten van de Ven, 28.10.25) - [print]
- [naar boven] Naar aanleiding van het basklarinetfestijn, waarover ik eerder berichtte, vandaag twee basklarinettisten: Ziv Taubenfeld en Jason Stein. Taubenfeld bracht onlangs in eigen beheer een nieuw album uit van zijn band Full Sun: 'Nomads'. We horen een septet met verder bekende musici uit de Amsterdamse scene: saxofonist Michael Moore, trombonist Joost Buis, vibrafonist Yung-Tuan Ku, pianist Nico Chientaroli, bassist Rozemarie Heggen en drummer Onno Govaert. Stein is te horen op het bij Astral Spirits als LP verschenen 'Illuminiscence', een album van het trio Hearts & Minds, dat verder bestaat uit drummer Chad Taylor en Paul Giallorenzo op synthesizers en elektrische piano. 'Keep Walking (Dedication To Jimmy Lyons)' heet het eerste nummer van de in een prachtig handgemaakt hoesje gestoken cd 'Nomads'. In dit eerste stuk eert Taubenfeld de Amerikaanse altsaxofonist die in 1986 reeds overleed, slechts 54 werd hij. Verder haalde Taubenfeld inspiratie voor dit album bij de polyfonie van de Pygmeeën en bij het enthousiasme van zijn groepsleden, of zoals Taubenfeld het zelf uitdrukt: 'The first thing that comes to mind when thinking of Full Sun is the joy that a group of creative musicians can bring to the world. Especially in our times, when compassion and unity are much needed.' Het uit zich reeds in dit eerste stuk in opwindend spel, te beginnen met een ingetogen blazerspartij, een aantal keren onderbroken door een roffel van Govaert en mooie accenten van Ku, duidelijk een gecomponeerd stuk. Wat volgt is meer percussie en de piano van Chientaroli in verstilde harmonie. Langzaam neemt de dynamiek toe en krijgt de muziek een meer abstract karakter. En zo rond de zevende minuut horen we overduidelijk Taubenfeld met prachtig spel op zijn basklarinet, deels solo, deels in duet met Buis, die verderop de solorol overneemt. En wat verderop is er een gruizige monoloog van Taubenfeld, pratend door zijn basklarinet. 'Rozemarie’s Flying Carpet' bestaat vrijwel volledig uit een indringende, zeer overtuigende bassolo van Heggen, verderop spaarzaam ondersteund door Govaert. Die horen we, ik denk samen met Ku, aansluitend ook aan het begin van het titelstuk 'Nomads' en het is hier dat die polyfonie van de Pygmeeën zich openbaart. Een bijzonder ritmisch stuk, zeker als ook de blazers aansluiten. Bijzonder is dat het verderop even gedaan is met de ritmiek en er weer ruimte is voor wat meer abstract spel. In 'Balbalus' overheerst weer de abstractie, met mooie solo's van Chientaroli en Taubenfeld, maar ook met heerlijk stroef samenspel.
Tekst: Ben Taffijn Labels: Ben Bertrand, cd, Jason Stein, Joost Buis, Michael Moore, Nico Chientaroli, Onno Govaert, Paul Giallorenzo, Rozemarie Heggen, Yung-Tuan Ku, Ziv Taubenfeld Full Sun (Ben Taffijn, 24.10.25) - [print]
- [naar boven] Jazzmuzikanten doen soms denken aan de mannen van de Big Bang theorie. Met verweesde concentratie staan ze als wereldvreemde geeks op het podium, op zoek bij elkaar naar contact met grenzen die wij luisteraars accepteren als een voldongen feit. Eenmaal in de flow, worden die grenzen verplaatst en verdwijnen we allemaal samen in een nieuw klankuniversum. Ook dat is de overeenkomst met de IT-wereld; innovatie zit in het DNA. Deze vrije gedachteassociatie borrelt op na de eerste nummers van het concert van de muzikale duizendpoot Donny McCaslin in Tilburg. De tenorist, componist, bandleider en sideman bij tal van projecten was voor een uniek concert bij Paradox met zijn kwartet, voor deze avond aangevuld met speciale gast gitarist Artan Bulkeshkaj. Het is een mooie scoop voor de Tilburgse club die nu op de poster van een vliegende promotietour voor McCaslin's laatste album tussen Londen en Parijs op het affiche staat. Dit is te danken aan een lange geschiedenis, legt de bandleider uit, die dateert van zijn beginjaren. Hij heeft bij Paradox steeds support gevonden. Zijn eerste albums, inmiddels meer dan 25 jaar geleden uitgebracht, vallen nog duidelijk onder de noemer jazz fusion, alhoewel: al bij de lp 'Seen From Above' uit 2000 hoor je scheurende gitaren en denderende drums die een andere richting aankondigen. Het repertoire voor de Europese tour en deze avond bestaat uit materiaal van het in september verschenen album 'Lullaby For The Lost'. Het titelnummer begint met een synthesizer-soundscape en op de secondewijzer geplaatste gitaarnoten, vervorming groeit, en de saxofoon komt lijntrekkend binnen. De lijnen ontsporen en ontpoppen zich in een octopus met groeiende tentakels, die een zee van noten uitspugen. Wow, 'the boy can play'. Dit is zeker geen 'money for nothing', maar hoort wel eerder thuis bij rockmuziek dan bij jazz. Het volgende nummer begint met een etherisch melkwegdekentje gespreid door toetsenist Jason Lindner. Bassist Tim Lefebvre legt er een diep spiraalmatras onder. Drummer Zach Danziger ziet er met zijn bril uit als een kantoorboekhouder, maar mept schijnbaar moeiteloos als een topsporter in hoog tempo raakzekere klappen op zijn bekkens en trommels. Roffels en saxofoon gaan samen op, spelen een vlinderdans, raken verhit en komen enkele minuten later tot rust op het zwevende tapijt in het landschap van de toetsen, bas en gitaar. De samenwerking met Lindner en Lefebvre dateert al van 2014 en is, volgens een interview met McCaslin, gebaseerd op een gedeelde interesse in genre-overstijgende muziek. Jazz, elektronica, rock, en een soort punk-ambient komen samen. In 2014 bezocht David Bowie een optreden van de Donny McCaslin Group in een jazzclub in New York. Dit resulteerde in de samenwerking voor Bowie's laatste album 'Blackstar'. Drummer Danziger maakte toen geen deel uit van die bezetting. Hij was in Nederland eerder met het kwartet te horen tijdens NSJ '16. Na het INNtöne Festival 2024 waar Danziger deel van het kwartet was, is hij nu bij deze korte tour weer de drijvende ritmische kracht en een perfecte match. Op de lp is hij te horen op een aantal nummers, naast een andere vaste McCaslin medewerker, drummer Marc Guiliana.
Het werk als Artistic Director voor Bowie's laatste plaat was voor McCaslin een diep emotionele ervaring en het werd meteen een open deur naar de grote erkenning. Die samenwerking was, zo te horen, tweerichtingsverkeer met wederzijdse inspiratie. De saxofonist, bandleider en componist was al stevig op weg om zijn stem te vinden, toen die in een club in New York door Bowie werd gehoord en herkend. Voor McCaslin was het de ontdekking van een nieuwe dimensie, waarop hij nu alweer een aantal jaren met lp's en projecten verder bouwt. Voor wie meer van McCaslin wil horen is er gelukkig aardig wat materiaal op YouTube te zien en horen, onder andere op zijn eigen YouTube-kanaal. Eind van de maand speelt McCaslin met de Deense Radio Bigband voornamelijk materiaal van de nieuwe lp. Een ander lopend project is 'Blackstar Symphony', de orkestrale uitvoering van Bowie's 'Blackstar'. Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Louis Obbens. Tekst: Monica Rijpma | Foto's: Louis Obbens Labels: Artan Bulkeshkaj, concert, Donny McCaslin, Jason Lindner, Tim Lefebvre, Zach Danziger (Monica Rijpma, 23.10.25) - [print]
- [naar boven] Concert Eerlijk gezegd ben ik wel een beetje nieuwsgierig geraakt naar de platencollectie van de vader van rietblazer Martí Mitjavilsa (Barcelona, 2000). Daar immers zijn volgens eigen zeggen de wortels van de liefde voor jazz van junior te vinden. En die wortels reiken diep. Mitjavila richtte een paar jaar geleden in Amsterdam The Fried Seven op, een internationaal gezelschap van jonge muzikanten dat zich bezighoudt met het interpreteren van klassieke, vooroorlogse jazz. Jonge professionele muzikanten; doorgaans is dat soort muziek het domein van oudere amateurs. De traditie speelt ook een grote rol in de aanpak van zijn trio. Naast werk van Ornette Coleman (ook alweer een jaar of 65 geleden...), Thad Jones en van eigen hand hoorden we in Martinus een selectie uit het Great American Songbook. En dan relatief obscure titels als 'Put On A Happy Face'. Denk nu vooral niet dat de in Amsterdam woonachtige Spanjaard opteert voor woeste swing à la Sidney Bechet of zo. Denk eerder aan de gesofisticeerde kamerjazz van het John Kirby Sextet. Mijn eigen associatie was overigens met het combo van drummer Chico Hamilton, met rietblazer Eric Dolphy, actief in en rond Los Angeles, in 1958-59. Inderdaad, Westcoastjazz. Destijds een dominante stroming in de jazz (ook in Nederland). Tegenwoordig vooral verketterd, daar die stijl te braaf, te bedacht zou zijn, vergeleken met de meer gespierde hardbop van New York en andere grote steden meer naar het Oosten. Mitjavila had zijn saxofoon thuisgelaten en speelde in Groningen uitsluitend klarinetten. Wanneer je af zou moeten gaan op zijn voorbeeldig verzorgd, bescheiden geluid, zou je moeten concluderen dat de blazer een uitgesproken zachtmoedig persoon is. Dat contrasteerde in ieder geval mooi met het extraverte spel van drummer David Puime, één bonk energie die zich maar met moeite laat temmen. Bassist Cas Jiskoot, inmiddels bijna een veteraan en in ieder geval een vaste waarde in de Nederlandse jazz, viel op met zijn glasheldere, minimalistische spel en zijn feilloos geplaatste noten. Zijn samenwerking met Puime was voorbeeldig, maar de meeste indruk maakte hij toch in 'But Beautiful', een duet met Mitjavila op basklarinet. De muzikanten deden de titel eer aan. Tekst: Eddy Determeyer | Foto: Wim van de Vrugt Labels: Cas Jiskoot, concert, David Puime, Martí Mitjavilsa (Eddy Determeyer, 19.10.25) - [print]
- [naar boven] De tien composities op deze schijf zijn alle van de hand van pianist Juraj Stanik, behalve eentje van Jerome Kern ('Yesterdays') en eentje van Wayne Shorter (de uptempo opener, 'Marie Antoinette'). Naar eigen zeggen wilde Stanik de ideeën op deze plaat al een tijdje samenbrengen. Dat heeft hij nu gedaan, en de titel geeft je een handleiding: de tien nummers vormen een vrij rustige rit door pianistiek dromenland. Dit betekent niet dat dit muzikaal behangpapier zou zijn, integendeel: Stanik overtuigt binnen de dromerig-zachte composities als een begenadigd melodieuze pianist, die zijn stemmige composities getemperd harmonieert. Daardoor is dit een sfeervolle plaat geworden die het vooral moet hebben van de interactie tussen de muzikanten, de schoonheid van de melodieuze lijnen en de sfeer. Met hier en daar een groovy uitschieter zet dit trio een geslaagd en rustig album op de markt, dat contrasteert met de vorige albums (het vroege 'WOW' bijvoorbeeld, uit 2014). Juraj Stanik (piano), Frans van der Hoeven (contrabas), Joost van Schaik (drums) Klik hier om het titelnummer van deze cd te beluisteren. Tekst: Marc Van de Walle | Deze recensie verscheen ook in Jazz&mo' Labels: cd, Frans van der Hoeven, Joost van Schaik, Juraj Stanik (Marc Van de Walle, 17.10.25) - [print]
- [naar boven] Wacht even. Die man die ons daar naast de piano, licht voorovergebogen boven de microfoon voorhoudt dat niet Charlie Parker, zoals velen kennelijk denken, maar Little Benny Harris de componist is van 'Ornithology', is dat niet dezelfde die zes jaar geleden ex cathedra, urbi et orbi, definitief zijn afscheid aankondigde na zo'n zes decennia touren, optreden, touren, telkens een andere hotelkamer, touren, albums opnemen, touren, lessen in bebop en touren? Toen ik destijds voorzichtig opperde dat hij zijn vingers toch op zijn minst wel een beetje in vorm zou houden en heel nu en dan, al was het maar in zijn woonplaats Veendam, het podium zou opstappen, schudde hij minzaam glimlachend zijn hoofd. Ooit was hij de jongste pianist in Nederland die de boptraditie overeind hield, inmiddels was hij de oudste. Het was wel mooi geweest. Inmiddels zijn we zes jaar verder, de vingers zijn soepel gebleven en een paar honderd Veendammers luisteren met gepaste trots naar 'Ornithology' en andere bop-evergreens. De nummers worden ingeleid met parelende geabstraheerde vignetten op de piano, voorafschaduwen van wat komen gaat. Een beetje te vergelijken, misschien, met de lange rapsodische intro's die collega-pianist Erroll Garner placht te spelen, waarbij zijn medemuzikanten gebiologeerd toekeken, benieuwd in welk nummer die cascades terecht zouden komen. (En die de vlijtige technici van Philips er vakkundig afknipten, omdat dat tijd zou opleveren voor een paar nummers extra op de lp...)
Elke pianist die zijn zout waard is heeft wel een heel persoonlijke tic, een quote die regelmatig langskomt. Zo zat 'Don’t Be That Way' Peter Beets een tijdlang in de weg. (Geen idee of dat nog steeds het geval is.) De Graaff laat 'Did You Ever See A Dream Walking' voorbijtrippelen. Ik turfde vier quotes tot in het al genoemde 'Ornithology', daarna raakte ik de tel kwijt. De moraal van dit verhaal: hou de agenda's van de jazzclubs en de schouwburgen in de gaten. Voor je het weet duikt die Rein de Graaff weer op. Tekst: Eddy Determeyer | Foto's: Hammie van der Vorst Labels: Ben van Gelder, Charlie Parker, concert, Ellister van der Molen, Marcella Hendriks, Rein de Graaff (Eddy Determeyer, 14.10.25) - [print]
- [naar boven] "Als mens leer je te overleven, je emoties te dragen en te herstellen na tegenslag. Als muzikant leer je diezelfde veerkracht om te zetten in klank, ritme en melodie. Het ene voedt het andere: de uitdagingen van het leven vormen het materiaal voor de muziek, en de muziek helpt je weer die uitdagingen te overkomen." Met deze woorden presenteert slagwerker, componist en producent Tuur Moens de eerste single van zijn album 'Resilience' dat begin volgend jaar zal uitkomen. Veerkracht - of standvastigheid - is niet alleen de titel, maar ook het fundament van het project. Het leeuwendeel van de composities is ontstaan tijdens de pandemie, een periode van stilstand en reflectie, waarbij een uitputtende immigratieprocedure voor zijn Togolese partner tijdens de lockdown een bureaucratische lijdensweg werd, die in de muziek wordt omgezet in klank. De eerste single is nu al beschikbaar via alle streamingdiensten. De titel 'Sougri' betekent 'wijsheid' in de Afrikaanse taal van Moens' schoonvader. Dit werk is doordrenkt met Afrikaanse polyritmiek die subtiel verschuift en de luisteraar steeds op het verkeerde been zet. De blazers zweven als vogels op weg naar het zuiden over de harmonieën en het slagwerk. In de brug komt het ensemble samen in een zwoel, oldschool geluid. Onder de bas- en pianosolo ontvouwt zich het slagwerk, net als onder het lang uitgesponnen outro. Versterkt door percussionist Steven Brezet ontsteekt hier het vuurwerk. Later deze maand (28 oktober) verschijnt de tweede single: 'Van ’t kaske naar de muur'. Moens vertelt: "Deze compositie gaat van een zenuwachtige groove naar open, kalme passages die hoop en rust uitdrukken - en weer terug." Het nummer zit vol humor: blazers klinken als toeterende claxons die de drukte van de moderniteit verbeelden. Trompet en saxofoon versmelten in het afwisselende en strakke arrangement tot één stem waaruit een ontsnapte saxofoonsolo de frustratie klank geeft. De negen composities op 'Resilience' zijn ritmisch krachtig, melodisch expressief en met zorg geproduceerd. Het studiogeluid is verfijnd en gedetailleerd, zonder de rauwe energie van de vastberadenheid te verliezen. Moens' muzikale idioom vermengt jazz, latin, Afrikaanse ritmes en funk tot een swingende, wereldse mix.
Twee composities worden verder opgetild door gastoptredens. Een lyrisch, naar binnen gericht nummer - 'Introspection' - krijgt door de bijdrage van de Spaanse flamencozanger en altsaxofonist Antonio Lizana een diepere lading. Verderop is het de dwarsfluit van Braziliaanse Morgana Moreno die het nummer 'Spring' zijn authenticiteit geeft. Moens' muzikale reis begon vroeg. Hij groeide op in een muzikaal gezin: zijn vader speelde drums en gitaar, zijn moeder bracht wereldmuziek in huis. Nog vóór hij op achtjarige leeftijd startte met klassieke percussie bij Nik Goovaerts in Mechelen, had hij al grootheden als Youssou N'Dour en Salif Keita live zien optreden. Zijn ontwikkeling verliep "achterstevoren": eerst de wereld, dan de opleiding. Tijdens zijn studie aan Codarts Rotterdam koos hij bewust voor jazz- en wereldmuziek. Als muzikant én ondernemer toont hij veerkracht: via het crowdfundingplatform Voor de Kunst en met de steun van het Sena Muziekproductiefonds en het Amartefonds bracht hij het budget voor 'Resilience' bijeen. Op zijn website en Linktree zijn eerdere producties en tourdata te vinden. Het volledige album 'Resilience' verschijnt januari 2026 in eigen beheer. Het is een muzikaal testament geworden van weerbaarheid, ritmische rijkdom en wereldse verbinding. Tekst: Monica Rijpma | Foto: Ruben van Eeckhout Labels: Álvaro Jiménez, artikel, cd, jazztube, Jeroen Vierdag, Jesse Schilderink, Tuur Moens, Xavi Torres (Monica Rijpma, 11.10.25) - [print]
- [naar boven] Voor de emancipatie van de basklarinet zijn twee Nederlandse musici, Fie Schouten en Tobias Klein, van onschatbare waarde. Middels het Basklarinet Festijn, dat dit seizoen weer loopt tot februari volgend jaar, zetten zij dit instrument breed op de kaart. Boeiend daarbij is altijd dat daarbij zowel de hedendaags gecomponeerde muziek aan bod komt als de meer jazz-georiënteerde richtingen en de vrije improvisatie. Inmiddels zag ik twee optredens waarbij die brede scope aan bod kwam. Tijdens het festival Gaudeamus was Schouten te horen met composities van Michael Finnissy en van het jurylid van dit jaar, Isabel Mundry, terwijl ze in het Bimhuis aan bod kwam met vrije improvisatie, een richting die ik van haar iets minder goed ken. Klein trad daar eveneens aan met gecomponeerd werk, maar dan meer in de richting van de jazz. Finnissy behoort zonder meer tot de meest belangrijke hedendaagse componisten, iets waar het veel te korte 'Mankind Remix' voor solo basklarinet eveneens van getuigd. Mooie vloeiende bewegingen horen we hier en een verstilde, ietwat weemoedige melodie, prachtig gespeeld door Schouten. Bijzonder in dit stuk zijn ook de contrasten tussen hoog en laag, iets waar dit bijzondere instrument zeer geschikt voor is. Na eveneens korte solostukken voor hun respectieve instrumenten klinken celliste Katharina Gross en pianist Pascal Meyer met Schouten in het opvallend lange 'Sounds, Archeologies' van Mundry, een stuk waarin Mundry als een archeoloog de diverse klanklagen blootlegt. Het stuk begint en eindigt vrij ingetogen, terwijl het middendeel schuurt en kraakt en Mundry ons onderdompelt in een dreigende, duistere klankwereld, waarin de musici alle mogelijkheden van hun instrumenten aanspreken.
Shabnam Parvaresh, Federico Calcagno en Chris Watt treden aan als trio, waarbij we Parvanesh ook nog op elektronica horen. Inspiratie voor deze set haalt dit trio bij de dood van de Iraanse Mahsa Amini, eerder deze maand drie jaar geleden, die een golf van protest door Iran liet gaan, met helaas tot op heden niet het gewenste resultaat. Een hoogtepunt zijn opnames van deze protesten die Parvanesh laat horen tijdens deze boeiende, geïmproviseerde set. Boeiend is verder dat we hier louter drie basklarinetten horen en dus volop kunnen genieten van de klankrijkdom van dit instrument. We krijgen opvallend ritmische passages, maar ook momenten van reflectie, die ons bijna doen dwingen stil te staan bij wat het Iraanse volk door moet maken onder deze nietsontziende dictatuur.
Tekst: Ben Taffijn | Foto's: Isa Schouten & Geert Vandepoele Labels: Basklarinet Festijn, concert, Fie Schouten, Tobias Klein (Ben Taffijn, 6.10.25) - [print]
- [naar boven] Lees verder in het archief...
|
Archief
Artikelen Cd-recensies Concertrecensies Colofon Festivalverslagen Interviews Jazz in memoriams Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken? |