|
Draai om je oren Jazz en meer - Weblog |
|
||
|
| |||
ConcertFrisse hardbop Loet van der Lee Quintet, dinsdag 7 april 2026, De Smederij, Groningen Het eerste nummer na de pauze, 'Dorham's Delight', zet de kwaliteiten van het Loe van der Lee Quintet mooi op een rijtje. Het combo put uit de rijke traditie van de Amerikaanse hardbop van de jaren vijftig en zestig. Denk: Bobby Timmons, denk: Horace Silver, denk: Lee Morgan. Van der Lee manoeuvreert zijn mannen door de kashba van Tunis, met verrassingen op elk hoekje. Pianist Sebastiaan van Bavel vindt als eerste de verborgen steegjes met hun geuren van specerijen en hasjiesj. Hij snijdt onverschrokken scheuren in zijn solo's, die hij daarmee tot Fontana's transformeert en is de meest avontuurlijke van het stel. Tenorsaxofonist Daan Kluwer (1988) trok in het recente verleden de aandacht in onder meer het Jong Metropole en de New Composers Pool. Hier beweegt hij zich elegant, maar op alles voorbereid, door de schema's. De band wordt gefundeerd door de beproefde en inmiddels ijzersterke tandem Cas Jiskoot (bas) - Tim Hennekes (drums). Hennekes speelt weer crisp, kittig en knetterend. Loet van der Lee bestiert het stel met zijn autoriteit afdwingende trompet. Op bugel is hij ongemeen zuiver en krachtig in alle registers. Bovendien schrijft hij ('October First') innemende liedjes. Hm, als die hardbop na zestig jaar nog zo fris is gebleven kijk ik met belangstelling uit naar de komende zestig. Tekst: Eddy Determeyer | Foto: Diederik Idema Labels: Bobby Timmons, Cas Jiskoot, concert, Daan Kluwer, Horace Silver, Lee Morgan, Loet van der Lee, Sebastiaan van Bavel, Tim Hennekes (Eddy Determeyer, 14.4.26) - [print]
- [naar boven] Concert Eerlijk gezegd ben ik wel een beetje nieuwsgierig geraakt naar de platencollectie van de vader van rietblazer Martí Mitjavilsa (Barcelona, 2000). Daar immers zijn volgens eigen zeggen de wortels van de liefde voor jazz van junior te vinden. En die wortels reiken diep. Mitjavila richtte een paar jaar geleden in Amsterdam The Fried Seven op, een internationaal gezelschap van jonge muzikanten dat zich bezighoudt met het interpreteren van klassieke, vooroorlogse jazz. Jonge professionele muzikanten; doorgaans is dat soort muziek het domein van oudere amateurs. De traditie speelt ook een grote rol in de aanpak van zijn trio. Naast werk van Ornette Coleman (ook alweer een jaar of 65 geleden...), Thad Jones en van eigen hand hoorden we in Martinus een selectie uit het Great American Songbook. En dan relatief obscure titels als 'Put On A Happy Face'. Denk nu vooral niet dat de in Amsterdam woonachtige Spanjaard opteert voor woeste swing à la Sidney Bechet of zo. Denk eerder aan de gesofisticeerde kamerjazz van het John Kirby Sextet. Mijn eigen associatie was overigens met het combo van drummer Chico Hamilton, met rietblazer Eric Dolphy, actief in en rond Los Angeles, in 1958-59. Inderdaad, Westcoastjazz. Destijds een dominante stroming in de jazz (ook in Nederland). Tegenwoordig vooral verketterd, daar die stijl te braaf, te bedacht zou zijn, vergeleken met de meer gespierde hardbop van New York en andere grote steden meer naar het Oosten. Mitjavila had zijn saxofoon thuisgelaten en speelde in Groningen uitsluitend klarinetten. Wanneer je af zou moeten gaan op zijn voorbeeldig verzorgd, bescheiden geluid, zou je moeten concluderen dat de blazer een uitgesproken zachtmoedig persoon is. Dat contrasteerde in ieder geval mooi met het extraverte spel van drummer David Puime, één bonk energie die zich maar met moeite laat temmen. Bassist Cas Jiskoot, inmiddels bijna een veteraan en in ieder geval een vaste waarde in de Nederlandse jazz, viel op met zijn glasheldere, minimalistische spel en zijn feilloos geplaatste noten. Zijn samenwerking met Puime was voorbeeldig, maar de meeste indruk maakte hij toch in 'But Beautiful', een duet met Mitjavila op basklarinet. De muzikanten deden de titel eer aan. Tekst: Eddy Determeyer | Foto: Wim van de Vrugt Labels: Cas Jiskoot, concert, David Puime, Martí Mitjavilsa (Eddy Determeyer, 19.10.25) - [print]
- [naar boven] Een 'echte' jazzzangeres is Anna Serierse wellicht niet. Verwacht van haar geen al dan niet swingende standards, met scatchorussen of zonder. Ze gebruikt haar stem als een loepzuiver instrument, gelijkwaardig aan het instrumentarium om haar heen. Ergens tussen een sopraansax en een altfluit in, om de gedachten te bepalen. Dat het merendeel van het gespeelde repertoire tot stand kwam in nauwe samenwerking tussen zangeres en gitarist is te horen aan de uitvoering. De muzikale lijnen lopen dicht naast elkaar en soms ontwikkelen die zich zelfs tot een soort akoestische elektronische muziek. Het ritmisch fundament was in de kundige handen van Cas Jiskoot en Tim Hennekes, contrabas en drums respectievelijk. Die Hennekes is echt op weg een Meesterdrummer te worden, hartstikke interessant. In de nummers 'Triptych' en 'Hennekiti' kon hij breed uitpakken. In de begeleiding was hij een en al oor. Never a dull moment bij deze gast. Een zangeres die zich bepaalt tot oe-klanken kan, hoe verbluffend en muzikaal ook, makkelijk een gevoel van verzadiging oproepen. Dan gaat de mens naar het plafond staren, zich afvragend of het gewitte planken zijn of toch de afdrukken van de bekisting van een betonnen plaat (ik neig naar het eerste). Daarom was het niet onverstandig dat er ook plaats was ingeruimd voor drie standards, 'Gone With The Wind', 'Twisted' en 'Lotus Blossom'. Dat gaf het recital lucht. Dat Diederik Idema (inderdaad, oom van) niet alleen sinds mensenheugenis een gedreven organisator van de jazzavonden in De Smederij is, maar ook een gedreven pianist, hoorden we nog even in zijn intro van 'I'll Remember April', waarmee de afsluitende jamsessie werd geopend. Virtuoos en onvoorspelbaar. Waarmee hij op zijn manier weer van de zelfgebaande paden van Serierse cum suis raakte. Foto: Diederik Idema Labels: Anna Serierse, Cas Jiskoot, concert, Diederik Idema, Gijs Idema, nov23, Tim Hennekes (Eddy Determeyer, 23.11.23) - [print]
- [naar boven] De ouwe staande piano van eetcafé De Smederij voelde zich aanvankelijk best senang. Maar na een nummertje of drie, tijdens de song 'Without A Song' (wanneer je die een song kunt noemen), bleek op pijnlijke wijze dat zich in het basgedeelte een aantal mutaties hadden voorgedaan. Een paar toetsen waren lelijk uit het lood geslagen. Tja, Peter Beets liet gelijk al in de eerste selectie - 'The Best Thing For You' - weten dat hij het instrument rauw lustte. Wat een jezustempo, wat een meedogenloze accenten, wat een attack! Verwacht van Beets geen gezapige rondvluchtjes. Hij vliegt op gegist bestek, met de gashandle op 100%. Het kwam bij hem dan ook voor dat een liedje heel anders eindigde dan hoe het zijn leven was begonnen. Neem 'Con Alma'. In de loop van een minuutje of zes, zeven kwamen voorbij: 'Sweet And Lovely', 'Caravan' en een splintertje 'Mambo Jambo'. Voor 'Don't Be That Way', een van zijn herkenningsquotes, moesten we wachten tot na de pauze, in 'Tricotism'. Van de componist daarvan, bassist Oscar Pettiford, hoorden we ook al 'Blues In The Closet'.
De muzikanten hadden er duidelijk plezier in en de aanwezigen in de tot de rand gevulde Smederij niet minder. Drummer Tim Hennekes doet mij altijd denken aan Smiling Billy Higgins. Hij ging finaal uit het plaatje in het reeds genoemde 'Tricotism'. Iets degelijks kun je zeggen van Jiskoot, die onder meer een mooie vamp speelde in 'Yesterdays'. Het jachtseizoen is officieel geopend, dames en heren. Foto's: Diederik Idema Labels: Cas Jiskoot, concert, Peter Beets, sep23, Tim Hennekes (Eddy Determeyer, 30.9.23) - [print]
- [naar boven] Lees verder in het archief...
|
Archief
Artikelen Cd-recensies Concertrecensies Colofon Festivalverslagen Interviews Jazz in memoriams
Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken? |