|
Draai om je oren Jazz en meer - Weblog |
|
||
|
| |||
ConcertIn de ban van de drone Dronestage met All Are To Return, Dragon Mastery en Vigil (Orphax), zaterdag 24 mei 2025, VERA, Groningen Eerlijk gezegd was ik de dronemuziek een beetje uit het oor verloren sinds het werk van pionier La Monte Young in de jaren zestig. Doch een tijdje geleden ontdekte ik dat de Concertzender rond middernacht frequent laagfrequente ambientmuziek uitzendt. Er zijn kennelijk nog steeds componisten van en liefhebbers voor dit soort minimal music. De grote zaal van VERA was leeggeruimd en verduisterd; de bar ging verscholen achter zwarte velums. Midden in de ruimte was een eiland van computers, synthesizers en mengpanelen gebouwd, geflankeerd door drie flambouwen. Daaromheen cirkels stoelen en zitzakken. Al bij binnenkomst werd je ondergedompeld in een fluisterzachte brom die allengs naar het zoemen van de airconditioning van een middelgroot warenhuis neigde. Langzaam, heel langzaam liet het duo All Are To Return het geluid aanzwellen en kreeg het gebodene een dreunend (dronend?) karakter. Even geleidelijk werden er dunne lagen lage tonen toegevoegd, als een ui die de tweede hoofdwet van de thermodynamica tartte en de entropie liet afnemen. Tot we uiteindelijk midden in een orkaan zaten. Deze muziek hoor je niet alleen via je oren, maar maak je met je hele lijfje mee. Hoewel ze geen ritmische component bezat, betrapte ik mijn corpus erop dat het kennelijk percussieve elementen had opgepikt. Ook merkte ik dat ik het grootste deel van de avond met gesloten ogen had zitten luisteren - wat eigenlijk nooit voorkomt. En zo gingen we terug naar mijn vroegste babytijd. Toen ik nacht na nacht het verre geluid van eskaders Lancasters moet hebben gehoord, op weg naar Krupp. Het geluid van tweehonderd Rolls Royce Merlin-motoren op vijf kilometer boven mijn wiegje zal niet monotoon zijn geweest, maar periodiek aan- en afzwellend, als dat een woord is, vanwege atmosferisch omstandigheden en interferentie van de krachtbronnen. Weer terug op aarde hoorde ik plotselinge hoge flitsen, als een TGV die een tunnel uit komt stormen en tweehonderd meter verderop weer verdwijnt.
Nog wat verder opgetuigd was het naamloze stuk waar Vigil de avond mee afsloot. Een soort sinustoon met verdichtingen en verdunningen. Er waren ook stereo-effecten, in deze context heel functioneel. Met periodieke hoge flitsen neigde dit naar 'echte' muziek. Goh, je kunt een hoop meemaken in drie kwartier, concludeerde ik toen ik de deur uitstapte. Tot ik me realiseerde dat ik twee uur in de ban van de drone had verkeerd. Foto's: Marc de Krosse via VERA Labels: concert, Dragon Mastery, Dronestage, Maurice de Jong, vigil (Eddy Determeyer, 31.5.25) - [print]
- [naar boven] Het is alweer de vierde editie van Trumpetstuff in Paradox, samengesteld door Teus Nobel. Een tweedaags festival met de trompet als middelpunt. Een groep zoals Zinder past uitstekend op het festival Trumpetstuff. Maar vier trompetten, aangevuld met contrabas en drums, blijft een zeldzame combinatie van instrumenten. Onder bezielende leiding van Suzan Veneman vormt het zelfs het hoogtepunt van de eerste festivaldag. De vier trompettisten die het podium sieren zijn Veneman, haar voormalige docent Kurt Weiss, Gidon Nunes Vaz en Koen Smits, die de honneurs waarneemt voor Alvaro Artime Jimenez. De verbluffend creatief aan de weg timmerende kopersectie wordt weergaloos ondersteund door Wouter Kühne op drums en Tijs Klaassen op contrabas. Hoewel het gevaar op de loer ligt is er geen sprake van een te schel klinkend zaalgeluid van de vier trompettisten. Zinder speelt veel werk van het gelijknamige album dat is verschenen in 2024, maar overdondert het publiek direct met het energieke 'The Moontrane' van Woody Shaw. De arrangementen en het samenspel zijn van een wonderbaarlijke schoonheid en het individuele solowerk laat op spetterende wijze de vele facetten van het trompetspel horen. Van kwetsbaar en subtiel tot energetisch en virtuoos. Een smetteloos optreden zonder akkoordinstrument, ambitieus van opzet, melodisch en avontuurlijk.
Foto's: Louis Obbens. Klik hier voor meer foto's van Trumpetstuff door Louis Obbens. Labels: #trumpetstuff, festival, Suzan Veneman, Teus Nobel, Yazz Ahmed, Zinder (Louis Obbens, 30.5.25) - [print]
- [naar boven] 'The 3Dom Factor' was de titel die de legendarische drummer Barry Altschul gaf aan een nieuw trio album dat hij in 2013 uitbracht met leeftijdgenoot en bassist Joe Fonda en de toen nog vrij jonge en onbekende Jon Irabagon. Dat smaakte naar meer en zoals dat dan vaker gaat werd de naam van het album de naam van het trio. Barry Altschul's 3Dom Factor bracht in 2015 'Tales Of The Unforseen' uit, in 2017 'Live In Krakau' en in 2021 'Long Tall Sunshine'. Het trio bestaat nog steeds en sloot een Europese tour deze vrijdagavond af in De Singer, Rijkevorsel. Dan tel ik het allerlaatste concert zaterdagavond in het Bimhuis niet mee, aangezien Altschul daarvoor Alexander von Schlippenbach als gast uitnodigde. In mijn eerdere verslag merkte ik reeds op dat dit trio met name opvalt door het sterke samenspel en de gelijkwaardige rol van de leden. Die conclusie kan ik nu wederom trekken, aangevuld met het geweldige spelplezier dat er in deze ruim een uur durende set werkelijk van afspat. Iets dat we onder andere gewaar worden door het geschreeuw tussen Alstschul en Fonda, de muziek ruimschoots overstijgend. Die klinkt overigens volledig akoestisch, wat hier meer dan voldoende is. Twee klassiekers klinken er vanavond, 'Naima' van John Coltrane en 'Scrapple From The Apple' van Charlie Parker, naast 'GS 2' van Fonda helemaal aan het einde en verder de nodige improvisaties. Het concert begint in ieder geval direct in een fors tempo, waarbij Irabagon de leiding neemt en - onvermoeibaar in zijn spel - voorlopig ook houdt. Krachtig, melodieus en soms ook heerlijk ontsporend, alles uit zijn tenorsax persend wat erin zit. En dat natuurlijk fors opgezweept door een eersteklas ritmetandem. Als Irabagon even verderop eindelijk de tijd neemt om wat op adem te komen, horen we pas echt goed met wat voor musici we hier van doen hebben. Fonda mag aansluitend aan dit duet voor de eerste keer soleren. Ik ken hem met name van de samenwerking met Satoko Fujii en daardoor weet ik dat de man een excellente bassist is. Met niet alleen een uitstekend ritmegevoel, zo blijkt ook nu weer, maar ook met het vermogen om een melodie neer te zetten op zijn contrabas en dat is zeker niet iedere bassist gegeven. Altschul voegt zich er weer bij voor een abstract deel, waarin duidelijk sprake is van improvisatie en waarin Fonda zijn snaren aangenaam laat zingen. Tot Irabagon zich er weer bijvoegt en het geheel weer op stoom komt.
Foto's: Jef Vandebroek Labels: 3Dom Factor, Barry Altschul, concert, Joe Fonda, Jon Irabagon (Ben Taffijn, 28.5.25) - [print]
- [naar boven] Concert Bij binnenkomst in een uitverkocht Brebl in Nijmegen was de verwachting al voelbaar. Alsof iedereen klaar was voor een feestje dat aanstaande was. De samenwerking van saxofonist Mete Erker met pianist Floris Kappeyne, contrabassist Tijs Klaassen en drummer Wouter Kühne ontstond enkele jaren geleden in de coronatijd. Met een online uitgezonden liveconcert in Paradox werd de kiem gelegd voor de cd-releasetour 'Tilburg Noord' anno nu. Dat Mete Erker voor deze talentvolle, jonge topmuzikanten/-improvisatoren gekozen heeft zegt iets over een volgende fase in zijn muzikaal parcours.
Het Floris Kappeyne Trio (hier omgekat tot het Mete Erker Trio - Mete zelf is die '+ 1') met Tijs Klaassen en Wouter Kühne bestaat al een aantal jaren. Hun album 'Closer' uit 2023 met ambient muziek werd alom geprezen. Na de opener, een sterke interpretatie van 'Ghost' van Albert Ayler, volgde 'Trinkle', een compostie van de leider. Een fraaie rustgevende composite die terecht veel bijval kreeg. Charlie Hadens 'Song For Ché' was als zodanig wel herkenbaar, maar kreeg hier een volstrekt eigen indringende remake. Met een solide bassolo van Klaassen en een fragiel flageolet-coda van Erker. In de korte groepsimpro 'Slide Two' werden we bepaald verrast. Mete Erker speelde hier op een zeldzaam instrument; een schuifsaxofoon waarmee hij onlangs aan een verkenningstocht is begonnen. We horen glissandi als was het een klaagzang. Benieuwd wat we hier ongetwijfeld nog meer van gaan vernemen in de toekomst... In 'Spellbinder' van Jeroen van Vliet namen Kappeyne, Klaassen en Kühne ruimschoots de gelegenheid te baat hun bijzondere klasse te tonen. Zij spreidden een fascinerende bedding voor Mete Erkers impressionistische spel.
'Valse Triste' van Jean Sibelius in een arrangement van Erker kreeg een onontkoombare verklankte dramatiek, die onderhuids ging. Met 'Ja' van Mete Erker kwam er een einde aan deze memorabele concertavond en gaf het publiek met een staande ovatie nogmaals blijk van hun waardering en dankbaarheid. Een toegift kon dan ook niet uitblijven. Dat werd de standard 'Moonlight In Vermont'. Intiem, verhalend en broos gebracht. In een tempo zó traag dat het buiten meetbereik van een metronoom viel. Een adembenemend mooi einde. Foto's: Cees van de Ven. Klik hier voor meer foto's van dit concert. Labels: concert, Floris Kappeyne, Mete Erker, Tijs Klaassen, Wouter Kühne (Cees van de Ven, 24.5.25) - [print]
- [naar boven] 3/4 Peace (lees: drie voor Vrede) is het kamerjazztrio van de Belgische rietblazer Ben Sluijs, de Belgisch-Peruaanse pianist Christian Mendoza en de Franse contrabassist Brice Soniano (die met Sluijs speelt in de Mendoza Group en het meer experimentele Carate Urio Orchestra). Dit trio introduceert een elegante, contemplatieve, Europees-klassieke toets in jazzimprovisaties en werd geïnspireerd door baanbrekende kamerjazztrio's zoals die van Jimmy Giuffre (met pianist Paul Bley en contrabassist Steve Swallow) of het modernere trio van Lee Konitz, Brad Mehldau en Charlie Haden. Het derde album van het trio, 'Short Stories', werd na een pauze van bijna tien jaar opgenomen in DADA Studios in Brussel in april 2024.
De muziek overstijgt genres en stimuleert diepgaande dialogen, uitgedrukt in bondige verhalen. Het trio heeft een prachtig, introspectief en intiem collectief geluid ontwikkeld, met voldoende ruimte voor de individuele stemmen. Op hun vorige album coverde het trio de openingsmelodie van Béla Bartóks vioolconcert ('Rainy Days On The Common Land', El Negocito, 2015). De tien stukken op 'Short Stories' zijn originele composities. 'Ganesh' introduceert een exotische, meditatief-hypnotische sfeer, terwijl het speelse 'Mr. Motian To You' de connectie met het baanbrekende Bill Evans Trio met drummer Paul Motian versterkt. Ben Sluijs (altsaxofoon, altfluit, klarinet), Brice Soniano (contrabas), Christian Mendoza (piano). Tekst: Eyal Hareuveni, Salt peanuts Labels: 3/4 Peace, Ben Sluijs, Brice Soniano, cd, Christian Mendozza (Maarten van de Ven, 24.5.25) - [print]
- [naar boven] De éminence grise onder de Europese jazztrompettisten, geboren in 1939, waagt zich aan een geheel nieuw project met jonge muzikanten uit Italië. Naast Francesco Ponticelli (contrabas), Evita Polidoro (slagwerk) en oudgediende Francesco Diodati (gitaar) is Matteo Paggi (trombone) de ijzersterke substitutie van Gianluca Petrella. Ennrico Rava heeft een sterke voorkeur voor trombonisten in zijn bands, te verklaren door het feit dat hij zelf op dit instrument heeft gespeeld. Rava is echter geswitcht van trombone naar trompet nadat hij Miles Davis hoorde... De muziek bestaat uit nieuw en oud materiaal en is vorig jaar uitgebracht op het label Parco Della Musica. Al direct bij aanvang van het openingsnummer wordt op overdonderde wijze duidelijk dat de versmelting tussen de gerijpte muzikale ervaring van Rava, gecombineerd met jeugdig elan, leidt tot hernieuwde en levendige muzikaliteit. In 'Lavori Casalinghi' ontwikkelt een schijnbaar licht volkswalsje zich tot een experimenteel-elektronisch en apocalyptisch spektakelstuk. Gedomineerd door zware tromboneklanken en inventieve noise-effecten uit de gitaar van Diodata. Rava heeft vaak tussen hardbop en avantgarde gelaveerd maar nog nooit zo compromisloos als vandaag. 'Lavori Casalinghi' is al in de jaren 70 opgenomen door het Enrico Rava Quartet, maar is in het Bimhuis genadeloos getransformeerd. Deze experimentele abstractie keert in de set nog een keer op weergaloze wijze terug. In een lange uitgesponnen compositie countert Rava's bugel in hoog tempo op de duistere trombonesolo en komt de spanning tot kookpunt door spacy gitaarspel en heftige percussie. Enrico Rava verwoordde de diepere betekenis van zijn Fearless Five-muziek als volgt: "With this group I feel like on an ideal island, where everyone gives and everyone receives what they need..."
Foto's: Louis Obbens. Klik hier voor meer foto's van dit concert. Labels: concert, Enrico Rava, Evita Polidori, Fearless Five, Francesco Diodati, Francesco Ponticelli (Louis Obbens, 19.5.25) - [print]
- [naar boven] Kijk, dat is jazz. Pianist David Berkman kondigt het nummer 'Laverne' aan, van Andrew Hill. Consternatie. Dat was niet afgesproken. Hoeveel maten? Tachtig, volgens een weliswaar ruime schatting. "Denk je dat ik het kan hóren?" vraagt drummer Wouter Kühne een tikje bezorgd. Een minuut later zitten we midden in het nummer en het is of er anderhalve dag op gezwoegd is. En Kühne kan het wel degelijk horen - hij is een powertrommelaar die iets van het overdonderende van Elvin Jones paart aan het speelse van Billy Higgins. Hij maakt er een feestje van, soleert melodisch, vindingrijk en energiek. Geeft het nummer 'Janine' de stootkracht van een Pratt & Whitney J-57. Berkmans werk kun je het best met 'elegant' karakteriseren. Bij hem borrelen de associaties op met de nerveuze lineariteit van een Bud Powell en de finesse van een Hank Jones. 'Skylark' wordt een lieflijk, poëtisch verhaal. De tweede set wordt geopend met 'We See' van Thelonious Monk. Alsof de muzikanten door een veld met struikeldraad dwalen, van de ene gordiaanse knoop naar het volgende terrein met straight-ahead swing. De band heeft er kortom wel zin in en tenorist Jasper Blom misschien nog wel het meest. Hij beschikt over een licht geruwd, vol geluid en een pakhuis aan ideeën. Wat heet: hij neemt rustig de tijd om vol uit te pakken. In zijn coda van het genoemde 'Skylark' laat hij fier het fraaie laag van zijn instrument horen, afgewisseld door een doordringend hoog. Het duurde een tijdje vooraleer het zaaltje een beetje was afgekoeld. Foto: Hammie van der Vorst Labels: concert, David Berkman, Jasper Blom, Joris Teepe, Wouter Kühne (Eddy Determeyer, 17.5.25) - [print]
- [naar boven] Op zondagavond 11 mei werd jazzicoon John Engels in het Bimhuis geëerd met de allereerste Lifetime Achievement Edison. De prestigieuze prijs werd hem uitgereikt door trompettist Jan van Duikeren tijdens een feestelijk concert ter gelegenheid van zijn 90ste verjaardag. John Engels geldt al decennialang als een van de belangrijkste jazzdrummers die Nederland heeft voortgebracht. Sinds zijn professionele debuut in 1953 deelde hij het podium met een indrukwekkende reeks nationale en internationale grootheden: Chet Baker, Stan Getz, Ray Brown, Hank Jones, Toots Thielemans, Nina Simone, Boy Edgar, maar bijvoorbeeld ook met Ramses Shaffy. Zelf maakte hij deel uit van de hardbopband Diamond Five, de beroemdste Nederlandse jazzband uit de jaren vijftig en zestig, en het Trio Louis van Dijk. Zijn naam is verbonden aan meer dan 250 opnames, waaronder het iconische album 'Live In Tokyo' met Chet Baker, dat Engels zelf beschouwt als een van de hoogtepunten in zijn carrière. De Edison Stichting roemt Engels als een "onnavolgbare, bescheiden en bevlogen musicus, die voortdurend reageert op zijn medespelers met de energie en scherpte van een jonge hond." Zijn uitzonderlijke livereputatie en rijke oeuvre maken hem tot een vanzelfsprekende eerste ontvanger van deze nieuwe oeuvreprijs. De Lifetime Achievement Edison is in het leven geroepen om musici te eren met een langdurige, inspirerende staat van dienst van minimaal 35 jaar - een profiel waar Engels onmiskenbaar aan voldoet. De prijs is overigens geen juryprijs; muziekprofessionals kunnen kandidaten voordragen, waarna het bestuur van de Edison Stichting de uiteindelijke beslissing bekrachtigt. Eerder werd de drummer al onderscheiden met onder andere de Bird Award en de Boy Edgarprijs. Bovendien is hij benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Naast zijn muzikale kwaliteiten wordt Engels geprezen om zijn warme, sympathieke persoonlijkheid. Zowel collega's als publiek waarderen zijn niet aflatende energie, toewijding en zijn vermogen om iedereen op het podium en in de zaal te inspireren. Daarbij overstijgt hij generaties; zo speelde hij in het trio Barnicle Bill succesvol samen met twee jongere muzikanten, Miguel Martinez en Mark Haanstra. Met de uitreiking van de eerste Lifetime Achievement Edison wordt een uitzonderlijke carrière bekroond - en tegelijk een belangrijk hoofdstuk van de Nederlandse jazzgeschiedenis gevierd. Foto: Cees van de Ven Labels: John Engels, Lifetime Achievement Edison, nieuws (Maarten van de Ven, 17.5.25) - [print]
- [naar boven] Tenorist en componist James Brandon Lewis is een muzikant van weinig woorden. Liever laat hij de muziek voor zich spreken, gekenmerkt door een onmetelijke diepgang en immense dadendrang! Desondanks laat de tenorist het publiek achter met actuele uitspraken zoals: 'Don’t let the robots take over', 'We need music more than ever' en voegt hij hier 'Stay positive' aan toe. Er is niet veel fantasie voor nodig om deze uitspraken te plaatsen in de huidige tijdgeest. Het trio speelt bijna ononderbroken in een uitverkocht Paradox. Het laatste album 'Apple Cores' is een unieke invulling van een ode aan trompettist Don Cherry, overigens zonder een trompettist aan de line-up toe te voegen. James Brandon Lewis speelt met een indrukwekkende ritmesectie. Josh Werner die bijzondere aandacht heeft voor groove, met zijn baslijnen hypnotiseert en elementen van hiphop toevoegt aan het basgeluid. Gerald Cleaver vervangt Chad Taylor en speelt indien nodig ingetogen en expressief als de muziek er om vraagt. Het saxofoongeluid van Lewis is krachtig, gezaghebbend en opvallend genoeg regelmatig licht van aard en zelfs lieflijk. Zijn virtuoze techniek stelt hij ten dienste van zijn niet aflatende muzikale zoektocht naar vernieuwing en improvisatie. De geesten van grote saxofonisten uit het verleden zijn niet meer dan latent aanwezig als inspiratiebron voor een stortvloed aan instrumentale erupties en uitdagende soli. Echter, Lewis heeft een uniek geluid en bewandelt een zelfgekozen muzikaal pad. De hoogstaande jazz wordt niet opgediend in muzikaal hapklare brokken. De energie en de rauwheid van emoties zijn leidend en de voortdurende temposchommelingen zijn al even natuurlijk als virtuoos. Bij vlagen onstuimig en onnavolgbaar inventief en indringend worden thema's omspeeld en teruggehaald. Compromisloos, puur en direct wordt een weg gevonden in een mix van vrije jazzvormen met een hoog spiritueel karakter. De solo's van zijn begeleiders zijn spaarzaam en effectvol, hun muzikale ondersteuning is empathisch en aangrijpend.
James Brandon Lewis heeft de beschikking over het meest felle en aanvallende saxofoongeluid in de moderne jazz. Maar hij kan ook ruimtes laten, effectvol herhalen en met houvast improvisaties vervolgen, cerebraal en emotioneel geladen. Onberispelijk en rijk gedetailleerd in de uitvoering, maar ook onbevreesd en boordevol verrassingen! Foto's: Louis Obbens. Klik hier voor meer foto's van dit concert. Labels: concert, Gerald Cleaver, James Brandon Lewis, Josh Werner (Louis Obbens, 14.5.25) - [print]
- [naar boven] Om maar met de deur in huis te vallen: dit album blaast je finaal van de sokjes. De extreme dynamiek van de combinatie hr-Bigband en hr-Sinfonieorchester komt optimaal tot haar recht in gelijk het eerste nummer, 'I. Black'. Het stuk begint op of net boven de gehoordrempel, zodat je onwillekeurig het geluid wat opendraait. Maar in de volgende halve minuut groeit de combinatie in massa en geluidsdruk naar fff-regionen, zodat de buren vrij snel klaaglijk beginnen te roepen. Jim McNeely vervaardigde zijn 'Primal Colors' in opdracht van de Hessischer Rundfunk; het stuk ging in 2007 in première en twee jaar later werd het in de hr-Sendesaal geregistreerd. Waarom het zo lang op de plank heeft gelegen is een raadsel. Dat er in Duitsland nog serieuze waardering, noem het liefde, voor cultuur heerst kun je aflezen aan de omvang van het symfonieorkest. De dames en heren zou je met wat passen en meten precies in het Amsterdamse Bimhuis kwijt kunnen - maar voor publiek zou er dan geen plaats meer zijn. McNeely is erin geslaagd de bigband en de klassieke gasten tot een naadloos geheel te smeden. Cliché misschien, maar iets anders kan ik er niet van bakken. Wat een krachtcentrale staat hier! Het inderdaad kleurrijke resultaat riekt overigens eerder naar hedendaagse klassieke muziek dan naar jazz. Associaties met Robert Graettingers werk voor het Innovations Orchestra van San Kenton, de periode 1950-51, dringen zich al snel op. McNeely heeft alleen wat minder last van bombast. En over associaties gesproken: avant-garde componist Eddie Sauter werkte in 1957-59 voor de Südwestfunk. Allemaal toeval, ongetwijfeld. Dat de muziek geïnspireerd is door de kleuren en 'kleuren' zwart, geel, rood, blauw en wit - het zal allemaal wel. Monochrome kleurvlakken komen we in ieder geval niet tegen. Het vloeiende karakter van de samenwerking komt misschien nog wel het best uit de verf in het laatste nummer, 'V. White', dat gedomineerd wordt door het slagwerk van Jean Paul Höchstädter en de tenorsax van Tony Lakatos. De solist die er voor mij uitspringt is tenorist Julian Argüelles, in 'IV. Blue'. Zijn bijdrage is een soort camouflagepak in de orkestrale jungle. En nu maar eerst even checken of de cd-speler zonder averij door deze tropische orkaan is gekomen. Labels: cd, Jean Paul Höchstädter, Jim McNeely, Julian Argüelles, Tony Lakatos (Eddy Determeyer, 13.5.25) - [print]
- [naar boven] Wat is het geheim van het succes van het thans vijftigjarige Timeless Records? Een label annex boekingskantoor dat vanaf het begin in Wageningen resideert en in heel Europa (en Japan en de Verenigde Staten) een begrip werd. In totaal organiseerde de firma tussen de 30.000 en 40.000 concerten, volgens een eigen inschatting. Met de Jazz Messengers van drummer Art Blakey alleen al ruim achthonderd. Wat u zegt, dat blowt de mind wel een beetje. Het antwoord klinkt misschien een tikje lullig. Het is eerlijkheid. Kijk, ik heb ook wel Amerikaanse muzikanten meegemaakt die narrig deden over Wim Wigt, die samen met echtgenote Ria het imperium bestierde en dat nog steeds doet. Dat hij een slavendrijver was en zo. Maar dat werd ook over de Amerikaanse impresario, producer en labeleigenaar Norman Granz gezegd. Een andere formule, ook in dit tijdperk van enen en nullen (vooral genoeg nullen), is er gewoon niet. Wanneer je als muzikant een beetje je bekendheid wilt handhaven moet je nu eenmaal intensief touren. De ene dag sta je in Doetinchem, de volgende avond in Dubrovnik. In feite ben je gewoon de godganse vierentwintig uur per etmaal op reis, soms een maand lang, met elke dag een korte stop voor een berelul en een optreden. Altsaxofonist, componist en freejazzpionier Ornette Coleman had een oplossing gevonden: ieder jaar twee- of driemaal een vet betaald optreden en voor het overige relaxt biljarten. Maar dat is niet veel muzikanten gegeven. De Wigt's onderscheiden zich op die manier van veel van hun Amerikaanse collega's, van wie een niet onbelangrijk deel altijd ronduit crimineel was. Het koningskoppel Stan Getz en Chet Baker maakte in de jaren tachtig voor Wigt een uitgebreide Europese tournee. Halverwege ergerde Getz zich dusdanig aan het succes dat zijn partner ten deel viel en aan diens ongebreidelde drugsgebruik en de daarmee gepaard gaande narigheid, dat hij Wigt voor de keus stelde: of Baker eruit of hijzelf. De impresario haalde Baker eraf - en betaalde hem de resterende tien optredens keurig uit. Kijk, dan is je naam in de muzikantengemeenschap snel gevestigd. Die Getz was overigens niet echt een sympathiek mens, blijkt ook uit het boek '50 Jaar Timeless Jazz', dat de firma zelf heeft uitgegeven. Van saxofonist Zoot Sims wisten we al dat Stanley "a nice bunch of guys" was. Impresario Lou van Rees merkte ooit op "dat je al een maagzweer krijgt als je over hem nadenkt." "Het was ongelooflijk hoe intens ze [Getz en echtgenote Monica] zich bezighielden met het uitbuiten van andere mensen," voegt Wigt daaraan toe. Ria Wigt karakteriseert Getz als getalenteerd, maar geen groot kunstenaar.
De Wigt's delen de mening van velen, dat het Rotterdamse North Sea Jazz Festival onder de regie van Mojo Concerts de Jazz uit zijn naam heeft verloochend en verloren. De Wageningse firma was een aantal edities hofleverancier van North Sea. De nadruk ligt de laatste jaren op gemakkelijke vormen van niet erg hippe hiphop, futloze fusion en platte popmuziek. "Het draait allemaal om geld. (...) Maar met liefde voor de muziek, wat voor ons altijd een belangrijke drijfveer is geweest, heeft het dan nog weinig te maken." Vooruit, puntje van kritiek nog: op pagina 198 luidt het bijschrift bij een foto: Johnny Griffin - terwijl Griff een van de weinige tenorsaxofonisten is die er niet op staan. Wel: Illinois Jacquet, Arnett Cobb en Buddy Tate. Maar ach ja... Klik hier voor meer informatie over Timeless Records. Foto: Joke Schot Labels: Bert Vuijsje, boek, Chet Baker, Leo Polak, Ria Wigt, Stan Getz, Timeless Records, Wim Wigt, Wynton Marsalis (Eddy Determeyer, 9.5.25) - [print]
- [naar boven] Het kwartet The Ambush Party heeft de laatste tien, vijftien jaar een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Was het aanvankelijk een ensemble dat de collectieve improvisatie hoog in het vaandel had staan, tegenwoordig zou je de aanpak het best kunnen omschrijven met 'Latin Dada'. De Latin-inbreng komt vooral van de uit Argentinië afkomstige rietblazer Natalio Sued. Voor de Dada-touch tekenen pianist Oscar Jan Hoogland en cellist Harald Austbo. De openingspotpourri 'Rollo 1/Dos Gardenias' brengt ons terug naar de negentiende eeuw en de oorsprong van de moderne Caraïbische muziek. Inderdaad, Louis Moreau Gottschalk all over again. Die oer-Latijnse aanpak wordt nog eens onderstreept door het achtergrondkoortje (lees: de band) in 'Pollera Amarilla'. Van de Cariben naar Zuid-Afrika is maar een stap. In 'Kwela P'Kwana' geeft de vlezige tenor van Sued de muziek van Jo'burg massa. Die ouwe Zuid-Afrikaanse saxofonisten klonken doorgaans kaal, om niet te zeggen iel. Zoals ook de blazers in de traditionele populaire Latijns-Amerikaanse muziek in het gemeen zonder veel vibrato speelden. Sueds 'Cumbia For Ambush' is een vrolijke waanzinaria. Waarmee we midden in Dada zijn beland. Altijd een goed gevoel. Austbo kennen we als de potsenmaker par excellence. Zijn 'Geil Tot In De Eeuwigheid' verloopt heel organisch en orgastisch allengs sneller en hoger. Waar dat op uitdraait kunt u zelf wel bedenken. Maar dat hij ook 'echt' kan strijken bewijst hij in het laatste nummer, 'Weer Is Een Dag Voorbij'. Compositie: Misha Mengelberg, op wiens werk het halve album gebaseerd is. Die erfenis is bij Hoogland in goede handen. En The Ambush Party is misschien wel nóg vormvaster dan Mengelbergs eigen Instant Composers Pool. Nóg beter ingespeeld, nóg meer een eenheid. Met 'Weer Een Dag Voorbij' heeft The Ambush Party de lat hoog gelegd voor wat uiteindelijk het album van het jaar moet worden. Labels: cd, Harald Austbo, Natalio Sued, Oscar Jan Hoogland, The Ambush Party (Eddy Determeyer, 4.5.25) - [print]
- [naar boven] Pianiste Sylvie Courvoisier en gitariste Mary Halverson zijn geen onbekenden van elkaar. Ze werken samen in diverse groepen en dit is hun derde duoalbum na 'Crop Circles' uit 2017 en 'Searching For The Disappeared Hour' uit 2021. Die eerdere samenwerkingen betalen zich op deze albums ruimschoots uit. Dat geldt zeker ook voor 'Bone Bells', waarvoor beide musici composities leverden. In het titelstuk, waar het album mee begint, horen we eerst Courvoisier en dan aansluitend Halvorson met bijzonder ingetogen spel. Prachtig hoe de twee elkaar hier al direct perfect aanvullen: die lichte, wat echoënde klank van Halvorsons gitaar klinkt groots in combinatie met de piano. De titel 'Esmeralda' ontleende Courvoisier aan het gelijknamige kunstwerk van de Nederlandse kunstenaar Cornelis Zitman. Een mooi afwisselend stuk, waarin met name de dynamische contrasten opvallen. 'Folded Street' is een stuk van Halvorson, soepel beweegt ze zich tussen de piketpaaltjes die Courvoisier hier slaat. Een compositie die weer eens mooi laat horen met wat een fantastische gitarist we hier van doen hebben. Het speelse en wat abstract klinkende 'Nags Heal Valse' van Courvoisier is met zijn gemankeerde ritmiek al even bijzonder. In 'Beclouded' valt de stomende ritmiek van Courvoisier op, een perfecte bedding creërend voor Halvorsons meanderende spel. Voor 'Silly Walk' haalde Courvoisier haar inspiratie zowel bij die beroemde Monty Python-sketch als bij een serie sculpturen van de Zwitserse kunstenares Sophie Bouvier Ausländer. Heerlijk experimenteel dit stuk, met over elkaar heen buitelende klanken. 'Float Queens' bezit elementen uit de klassieke jazz, met name in de ritmiek, en vormt zo een mooi contrast met de overduidelijk hedendaagse klanken. Tot slot klinkt 'Cristellina E Lontano', een al even bijzonder en intrigerend stuk. Labels: cd, Mary Halvorson, Sylvie Courvoisier (Ben Taffijn, 2.5.25) - [print]
- [naar boven] Lees verder in het archief...
|
Archief
Artikelen Cd-recensies Concertrecensies Colofon Festivalverslagen Interviews Jazz in memoriams Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken? |