|
Draai om je oren Jazz en meer - Weblog |
|
||
|
| |||
BoekTijdloos koffietafelboek over Timeless '50 Jaar Timeless Jazz' | Auteur: Leo Polak, met bijdragen van Bert Vuijsje | Uitgave: eigen beheer, 2024 Wat is het geheim van het succes van het thans vijftigjarige Timeless Records? Een label annex boekingskantoor dat vanaf het begin in Wageningen resideert en in heel Europa (en Japan en de Verenigde Staten) een begrip werd. In totaal organiseerde de firma tussen de 30.000 en 40.000 concerten, volgens een eigen inschatting. Met de Jazz Messengers van drummer Art Blakey alleen al ruim achthonderd. Wat u zegt, dat blowt de mind wel een beetje. Het antwoord klinkt misschien een tikje lullig. Het is eerlijkheid. Kijk, ik heb ook wel Amerikaanse muzikanten meegemaakt die narrig deden over Wim Wigt, die samen met echtgenote Ria het imperium bestierde en dat nog steeds doet. Dat hij een slavendrijver was en zo. Maar dat werd ook over de Amerikaanse impresario, producer en labeleigenaar Norman Granz gezegd. Een andere formule, ook in dit tijdperk van enen en nullen (vooral genoeg nullen), is er gewoon niet. Wanneer je als muzikant een beetje je bekendheid wilt handhaven moet je nu eenmaal intensief touren. De ene dag sta je in Doetinchem, de volgende avond in Dubrovnik. In feite ben je gewoon de godganse vierentwintig uur per etmaal op reis, soms een maand lang, met elke dag een korte stop voor een berelul en een optreden. Altsaxofonist, componist en freejazzpionier Ornette Coleman had een oplossing gevonden: ieder jaar twee- of driemaal een vet betaald optreden en voor het overige relaxt biljarten. Maar dat is niet veel muzikanten gegeven. De Wigt's onderscheiden zich op die manier van veel van hun Amerikaanse collega's, van wie een niet onbelangrijk deel altijd ronduit crimineel was. Het koningskoppel Stan Getz en Chet Baker maakte in de jaren tachtig voor Wigt een uitgebreide Europese tournee. Halverwege ergerde Getz zich dusdanig aan het succes dat zijn partner ten deel viel en aan diens ongebreidelde drugsgebruik en de daarmee gepaard gaande narigheid, dat hij Wigt voor de keus stelde: of Baker eruit of hijzelf. De impresario haalde Baker eraf - en betaalde hem de resterende tien optredens keurig uit. Kijk, dan is je naam in de muzikantengemeenschap snel gevestigd. Die Getz was overigens niet echt een sympathiek mens, blijkt ook uit het boek '50 Jaar Timeless Jazz', dat de firma zelf heeft uitgegeven. Van saxofonist Zoot Sims wisten we al dat Stanley "a nice bunch of guys" was. Impresario Lou van Rees merkte ooit op "dat je al een maagzweer krijgt als je over hem nadenkt." "Het was ongelooflijk hoe intens ze [Getz en echtgenote Monica] zich bezighielden met het uitbuiten van andere mensen," voegt Wigt daaraan toe. Ria Wigt karakteriseert Getz als getalenteerd, maar geen groot kunstenaar.
De Wigt's delen de mening van velen, dat het Rotterdamse North Sea Jazz Festival onder de regie van Mojo Concerts de Jazz uit zijn naam heeft verloochend en verloren. De Wageningse firma was een aantal edities hofleverancier van North Sea. De nadruk ligt de laatste jaren op gemakkelijke vormen van niet erg hippe hiphop, futloze fusion en platte popmuziek. "Het draait allemaal om geld. (...) Maar met liefde voor de muziek, wat voor ons altijd een belangrijke drijfveer is geweest, heeft het dan nog weinig te maken." Vooruit, puntje van kritiek nog: op pagina 198 luidt het bijschrift bij een foto: Johnny Griffin - terwijl Griff een van de weinige tenorsaxofonisten is die er niet op staan. Wel: Illinois Jacquet, Arnett Cobb en Buddy Tate. Maar ach ja... Klik hier voor meer informatie over Timeless Records. Foto: Joke Schot Labels: Bert Vuijsje, boek, Chet Baker, Leo Polak, Ria Wigt, Stan Getz, Timeless Records, Wim Wigt, Wynton Marsalis (Eddy Determeyer, 9.5.25) - [print]
- [naar boven] We naderen reeds het einde van het concert bij Liever in de KluiZ dan Thuiz in het Oosterhoutse theater De Bussel als trompettist Teus Nobel een voor een jazzmusicus bijzondere standard aankondigt: 'Little Wing' van Jimi Hendrix. Gitarist Tim Langedijk en bassist Thomas Pol creëren een zompige, langzame blues, waarin Nobel met prachtig spel, hier op de bugel, kan excelleren. Opvallend hoe weinig noten Hendrix nodig had voor het overbrengen van zijn ideeën. Het is slechts een van de parels waar dit trio ons op trakteert. Ruim een half jaar geleden verscheen Nobels laatste album 'After Hours', waarna het trio het afgelopen half jaar zo'n vijftig concerten gaf met de nodige stukken van dit album, aangevuld met ander werk. Die bijzondere bezetting van trompet, gitaar en contrabas hebben we overigens te danken aan een andere trompettist: Chet Baker. Twintig jaar geleden, zo vertelt Nobel, viel hij als een blok voor het album 'Someday My Prince Will Come'. Baker stond in oktober 1979 in de befaamde Kopenhaagse jazzclub Montmartre, samen met gitarist Doug Raney en bassist Niels-Henning Orsted Pedersen. De opnamen kwamen uit bij Steeple Chase, verspreid over drie albums: 'Daybreak', 'This Is Always' en dat eerdergenoemde 'Someday My Prince Will Come'. Wat Nobel vooral aantrok was het schijnbare gemak waarmee Baker deze hondsmoeilijke stukken speelde. Iets wat ik gisterenavond overigens ook voelde, met name bij dat relaxte spel van Langendijk. Ik had zo willen roepen: "Geef maar hier die gitaar, dat kan ik ook" en dat terwijl ik er nog geen fatsoenlijke noot uitkrijg! Het is overigens een prachtige bezetting, waarbij het spel van Pol en Langedijk mooi in elkaars verlengde liggen, zolang ze natuurlijk niet soleren en zo Nobels spel, afwisselend op trompet en op bugel, mooi inbedden.
Covers dus, een mooi stukje jazzgeschiedenis. We horen de ook op het album te vinden stukken 'Sad Walk' van Bob Zieff (mooi zo, met die demper op de trompet), 'It Never Entered My Mind' van Richard Rogers, 'In My Solitude' van Duke Ellington (als toegift) en 'Look For The Silver Lining' van Jerome Kern, maar ook 'Love Vibration' van Horace Silver (waarin dat soulvolle van Silver prachtig tot uiting komt), 'My Little Brown Book' van Billy Strayhorn (geblazen met een dubbele demper, wat een heerlijk schel geluid oplevert) en dus 'Little Wing' van Hendrix. Nobel speelt ook twee stukken van eigen hand, die beide ook op het album staan: 'Blues For Paul' en 'No Goodbye'. Het eerste stuk, een fijne uptempo blues waarin met name Langedijk zich heerlijk uitleeft, schreef Nobel voor de man die een flinke financiële injectie gaf aan dit album, het tweede schreef hij ter nagedachtenis aan zijn inmiddels overleden vader. Het is Pol die dit prachtige stuk opent door met zijn strijkstok duistere klanken aan zijn bas te onttrekken. Repetitief pizzicato spel afgewisseld met kloppen op de klankkast markeert de overgang en de komst van Langedijk en Nobel. De schelle klanken van Nobels trompet snijden door de ziel, hier wordt pijn en verdriet verklankt, zoveel is wel duidelijk. Het eerdergenoemde 'Love Vibration' volgt; Nobel wil ons niet gedeprimeerd naar huis sturen. Foto's: Louis Obbens Labels: apr24, Chet Baker, Teus Nobel, Thomas Pol, Tim Langendijk (Ben Taffijn, 12.5.24) - [print]
- [naar boven] Vandaag aandacht voor nieuw werk van twee trompettisten: Teus Nobel en Ruben Drenth. Nobel eert op zijn nieuwe, bij Integral Music verschenen album 'After Hours', dat hij opnam met zijn nieuwe Acoustic Trio, niemand minder dan Chet Baker. Een trompettist met wiens muziek hij twintig jaar geleden vrijwel letterlijk jazz leerde spelen en die ook in de afgelopen twee decennia zijn muziek kleurde. Op dit album, dat hij maakte met gitarist Tim Langedijk en bassist Thomas Pol, horen we dan ook vooral klassiekers waar Bakers naam voor altijd aan verbonden is. Bijzonder daarbij is dat Nobel koos voor een sobere aanpak, dicht bij het origineel blijvend. Drenth vroeg, voor het in eigen beheer uitgekomen 'How To Gather Moss', drummer en vibrafonist Mees Siderius en bassist Jeroen Den Daas om hem te vergezellen. En waar Nobel Baker koos als inspirator, koos Dreth voor The Rolling Stones. 'After Hours' begint met 'Sad Walk', een stuk dat Baker voor het eerst opnam in 1955, in een Parijse studio. In de versie van Nobel valt direct de authentieke aanpak op, alsof we ons in die studio in 1955 bevinden. Mooi is die wat schelle klank, door met een demper te werken, en die bassolo van Pol net iets over de helft. Die Pol kan swingen, zoveel is wel zeker. 'It Never Entered My Mind' nam Baker slechts één keer op, in 1959, maar het stuk verscheen wel op een album dat tot de canon behoort: het bij Riverside verschenen 'Chet'. Een ballade die uitstekend bij Nobel past en waarin zijn wat omfloerste, delicate geluid prachtig tot uiting komt. En het is hier ook zeker Langedijk die opvalt, door zijn zeer bescheiden, ondersteunende gitaarklanken, maar zeker ook in die solo, waarin precies die noten klinken die moeten klinken.
Zoals gezegd liet Drenth zich voor zijn album inspireren door voor een jazztrompettist minder voor de hand liggende musici, die van The Rolling Stones. Bij dit soort onverwachte keuzes is altijd de vraag of het werkt. Voegt het wat toe aan het origineel? Welnu, we kunnen gerust zijn, de kijk van Drenth op deze klassiekers is een meer dan interessante. Het uit 1966 stammende 'Ruby Tuesday' hoorde u nog nooit op deze wijze, herkenbaar en tegelijkertijd opvallend fris en in deze versie pure jazz. Sterker nog, ik vind de wijze van blazen van Drenth, krachtig ondersteund door Siderius en Den Daas, vaak opvallend goed passen binnen de traditie van de New Orleans-jazz, ik krijg soms sterke associaties met de marching bands. Siderius op vibrafoon mag klassieker 'Under My Thumb' openen, terwijl verderop de trompet van Drenth dit stuk in een geheel ander licht zet.
Foto: Maarten van de Ven Labels: cd, Chet Baker, Rolling Stones, Ruben Drenth, Teus Nobel (Ben Taffijn, 20.11.23) - [print]
- [naar boven] Lees verder in het archief...
|
Archief
Artikelen Cd-recensies Concertrecensies Colofon Festivalverslagen Interviews Jazz in memoriams
Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken? |