|
Draai om je oren Jazz en meer - Weblog |
|
||
|
| |||
Onder het stof vandaanAhmad Jamal - 'Emerald City Nights - Live At The Penthouse 1966-1968' Jazz Detective, 2023 | Opname: 20 september 1966, 24 augustus 1967 & 26 april 1968 Februari vorig jaar kwamen hier opnames voorbij uit de jaren 60 van het Ahmad Jamal Trio. Onder de vlag van 'Emerald City Nights - Live At The Penthouse' besprak ik toen opnames die pianist Ahmad Jamal tussen 1963 en 1966 maakte in The Penthouse, een beroemde jazzclub in Seattle. Eind vorig jaar kreeg dit een vervolg bij Elemental Music met opnames gemaakt tussen 1966 en 1968. Het album met de opnames in 1965 en 1966 besluit met het concert dat het trio met bassist Jamil Nasser en drummer Frank Grant verzorgden op 20 september 1966. 'Emerald City Nights: Live at the Penthouse 1966-1968' vangt aan met het concert van acht dagen later. In diezelfde bezetting, die overigens gedurende deze jaren niet wijzigde. We beginnen de set met ingetogen, maar bijzonder doelgerichte noten, iets dat altijd al een kwaliteit van Jamal is geweest, in 'Gloria' van Leon René. Nasser horen we zacht op de achtergrond. Nasser en Grant laten met een speels ritme van zich horen in 'Fantastic Vehicle' van Joe Kennedy, gecombineerd met ritmische akkoorden en krachtige accenten van Jamal. Zo ongeveer halverwege komt het spel echt los en horen we die bijzondere combinatie van puntig spel waar hij de melodie mee vorm geeft en meer spontane uitspattingen, noem het maar de versiering. Errol Garners 'Misty' completeert de opnames van deze set, mooi en ritmisch spel van Jamal hier. En prachtig hoe Jamal halverwege het ritme neerzet, terwijl Grant soleert. Van het concert op 24 augustus 1967, bijna een jaar later dus, bevat het album twee stukken. We horen een opvallend lange versie van meer dan een kwartier van Henry Mancini's 'Mr Lucky' en aansluitend de standard 'Autumn Leaves'. Een strak ritme in dit 'Mr. Lucky', strak en meeslepend, een prima bodem voor Jamals opwindende spel, minder strak dan we van hem gewend zijn, vrolijk zijpaadjes verkennend. En we zijn nog niet op de helft als we zowel Grant als Nasser overtuigend horen soleren. En groots hoe de spanning hier steeds verder oploopt, zonder meer een van de hoogtepunten van dit album. 'Corcovado (Quiet Nights Of Quiet Stars)' van Antônio Carlos Jobim speelde Jamal graag. Het stuk maakte ook deel uit van het concert dat het trio zeven dagen later gaf op 31 augustus en dat we terugvinden op de tweede cd. Solo bouwt Jamal de eerste minuten aan de melodie, waarna Nasser en Grant zich erbij voegen en het stuk snelheid krijgt - ook hier is weer sprake van overdonderende dynamiek. En blijf maar eens stil zitten bij die duofrase van Nasser en Grant, onmogelijk! Bijzonder fascinerend spel ook in Lionel Barts 'Where Is Love?'. Prachtig hoe Jamal hier op eclatante wijze de melodie vormgeeft, het ene moment romantisch ingetogen, het andere moment heerlijk fel, fraai ondersteund door de ritmesectie. John Handy's 'Dance To The Lady', het derde stuk uit deze set, valt met name op door die swingende bassolo van Nasser en die krachtige bijdragen van Grant. Het laatste concert op dit album is dat van 26 april 1968. De hier bijeengebrachte opnames beginnen met het stemmige 'Naked City Theme' van Billy May en Milt Raskin uit 1961. Prachtig klinkt ook Burt Bacharachs 'Alfie', waarin Jamal zich weer de nodige abstracties veroorlooft, zodanig dat het originele stuk vaak amper te herkennen is. Daartussen horen we Jamal nog een keer solo, in Johnny Mandels 'Emily'. Labels: Ahmad Jamal, cd, Frank Grant, Jamil Nasser, onder het stof vandaan (Ben Taffijn, 31.5.24) - [print]
- [naar boven] Concert Als er een gemeenschappelijk kenmerk van de huidige generatie jonge jazzmuzikanten aan te wijzen is, is dat misschien toch wel hun veelzijdigheid. Ze schrijven en spelen net zo makkelijk neo-bop als impro of fusion. Bassist Tijs Klaassen (1993) is zo iemand. Zijn horizon reikt van impressionisme à la Bill Evans tot kamermuziek van de laatste honderd jaar. Hoewel hij een competente, puntig spelende bassist is die exact weet en voelt waar welke noten geplaatst moeten worden, is zijn werk als componist interessanter. Hij denkt uitgesproken orkestraal en weet met de combinatie alt- en tenorsaxofoon en keyboards wonderschone harmonieën te realiseren. Millimeterwerk met kleine tolerantie, zoals we dat in de werktuigbouw zeggen. Nochtans blijft er tussen de bedrijven door veel ruimte voor de solisten. Mo van der Does reist op de klarinet tot voorbij waar Jimmy Giuffre ophield. Dat liet hij horen in de compositie 'Nelles' - genoemd naar het Amsterdamse verzorgingshuis Nellestein, waar Klaassen tijdens de covidperiode met de bewoners werkte ("een beetje tegenop gezien, maar achteraf een zeer positieve ervaring"). In 'Adhocism', het titelstuk van de nieuwe cd van het kwintet, ging toetsenspeler Floris Kappeyne een flink eind de ruimte in. Drummer Wouter Kühne was de enige die buiten de leider een compositie had aangedragen. Hij droeg 'Shallow Reflections' op aan zijn helden, wier werk hij nooit zou evenaren, doch slechts vlakke spiegelingen ervan kon realiseren. Gezien zijn spel met versnellingen en vertragingen zou Martin van Duynhoven zomaar een van die helden kunnen zijn. Foto: Willem Schwertmann Labels: concert, Floris Kappeyne, mei24, Mo van der Does, Tijs Klaassen, Wouter Kühne (Eddy Determeyer, 30.5.24) - [print]
- [naar boven] James Henry Oliver (1920-2005) was een tenorsaxofonist en bandleider, gevestigd in Philadelphia. Actief vanaf het midden van de jaren veertig speelde hij in bands met onder anderen Philly Joe Jones, Steve Davis, Red Garland, Johnny Coles, Charlie Rice, Sam Reed en Mickey Roker. Hij was een tijdgenoot en vriend van John Coltrane en wordt beschouwd als diens belangrijkste voorbeeld, naast Dexter Gordon. "Ik heb altijd gevonden dat er na de bebop een gat viel. Je hoorde wel spreken van een generatiekloof een paar jaar geleden. En gezien wat er gebeurd is, geloof ik daar ook in. Op de een of andere manier stokte er iets. Alsof iemand het licht uit had gedaan." In 1992 sprak Eddy Determeyer met Jimmy Oliver in zijn woonplaats Philadelphia. Labels: interview, Jimmy Oliver (Donata van de Ven, 29.5.24) - [print]
- [naar boven] "Voor de vijftigste keer werd de historische Bossche binnenstad omgebouwd tot een groot festivalterrein. Het festival is uniek vanwege zijn omvang, aantrekkelijk gratis programma en de grote groep enthousiaste vrijwilligers die dit keer op keer voor elkaar krijgen. Elke dag is er een enorme keuze tussen grote publiekstrekkers als Candy Dulfer en Trijntje Oosterhuis, internationale bands zoals Yellow Jackets en Jazzmeia Horn. Maar ook vooraanstaande jazzmuzikanten als het Paul van Kemenade Classic Quintet en Hans Dulfer's Total Response. Voeg daarbij het aanbod van meer experimenteel werk van bijvoorbeeld Ernst Glerum en John Dikeman en vrolijke mobiele acts en de hele stad staat drie dagen bol van muziek, die voor iedereen wat te bieden heeft." Van vrijdag 17 tot en met zondag 19 mei dompelde Johan Pape zich onder in het bijzondere festival Jazz in Duketown in de binnenstad van 's-Hertogenbosch. Klik hier om zijn festivalverslag te lezen. Johan Pape maakte ook een fotografisch verslag van Jazz in Duketown 2024. Hier kun je zijn foto's bekijken. Labels: Candy Dulfer, festival, Jazz in Duketown, Paul van Kemenade, Yellow Jackets (Maarten van de Ven, 26.5.24) - [print]
- [naar boven] Tja, als dit in de bus valt, dan weten we het eigenlijk al. Scofield blijft een meester met een unieke muzikale stem. Met een bassist en drummer van dit formaat (Vincente Archer en Bill Stewart) bereikt hij weer hoogtes waar de lucht ijl is. Het blijft mooi om te beluisteren hoe hij 'Mr. Tambourine Man' van Dylan of 'Old Man' van Neil Young aanpakt. Hij fileert de basisthema's ongenadig, daarna wordt er vrijelijk geïmproviseerd, soms ver weg van het origineel, maar altijd valt alles netjes op zijn pootjes. De gitarist is magistraal in het uiteenrafelen van een thema, het hoekig benaderen ervan vanuit het laag of het hoog, 'in en out' de toonladder wevend met lekkere dissonanten. De eerste schijf van deze dubbel-cd bevat bijna uitsluitend werk van de gitarist (met uitzondering van de genoemde titels, en ook 'Budo' van Miles Davis). Op de tweede cd hoor je ook werk van Malneck, Bernstein, Raymond Brown en Jerry Garcia. Het laatste nummer is het titelnummer en is een favoriet uit de Garcia/Hunter Grateful Dead-tunes, waarover Scofield zelf zegt (typisch voor het ganse album, overigens): 'I love playing this way with Vincente, he knows what to do, and so does Bill. I feel like we can go anywhere.' En dat laatste voelen wij wel degelijk ook. Scofield mag zichzelf herhalen, hij doet het altijd meesterlijk. Een juweeltje! Deze recensie verscheen ook in Jazz&Mo' In de Jazztube hieronder zie je een optreden van het John Scofield Trio in de Klejtrup Musikefterskole in Hobro, Denemarken op 27 oktober 2023. Labels: Bill Stewart, cd, John Scofield, Vincente Archer (Marc Van de Walle, 24.5.24) - [print]
- [naar boven] Een van de aantrekkelijke aspecten van de wekelijkse Jazz Jams in de Groninger Smederij is dat je er zo frequent fris talent kunt ontdekken. Vaak gebeurt dat in de afsluitende sessie met studenten van het Prins Claus Conservatorium, maar dinsdag betrof het de drummer van het Don Braden Trio, Nitin Parrée. Parrée (1996) studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag (Eric Ineke!) en werkt momenteel aan zijn master in Amsterdam. Onderwerp van zijn research: Tony Williams. Met Williams (en met Elvin Jones, een andere held) heeft hij in ieder geval een tomeloze energie gemeen. Hij is de hittepomp die de band van brandstof voorziet. Daarnaast weet hij zijn noten verbazingwekkend ingenieus te kleuren en besteedt hij ook ruime aandacht aan de dynamiek. Hij zit zeevast. Kicken like chicken. Het was alweer zeven jaar geleden dat tenorist/fluitist Don Braden voor het laatst in De Smederij aantrad. Met zijn buddy Joris Teepe (contrabas) werkt hij inmiddels 32 jaar samen. Chapeau. Dat is natuurlijk in de muziek te horen. 32 jaar, de echtparen die het zo lang uithouden kun je gerust de kost geven. Met zijn fluit liet Braden in het nummer 'Angel Eyes' een pastorale sfeer over de zaal neerdalen. Maar vergis je niet: die ogen kunnen ook vuurspuwen, met Teepe achter de bas. Die laatste speelde een cruciale rol in het totaalgeluid. Vaak waren het zijn vamps, melodisch-ritmische frasen, die de muziek structureerden. Bradens compositie 'Eddieism' was geïnspireerd op het oeuvre van tenorist Eddie Harris. En inderdaad, je kon er zó diens 'Listen Here' overheen zingen. Twee nummers eerder had Braden een liedje aangekondigd dat volgens hem echt iedereen kende. Luister maar. Goed, doen we. Intro. Na een minuut: ? Na twee minuten: ? Maar net wanneer je begon te twijfelen of je inderdaad zo'n oen was die als enige de song niet herkende, brak 'Take Five' door. In vieren. Ook Herbie Hancocks 'Maiden Voyage' kreeg een dergelijke inleiding. Wanneer Braden de volgende keer in De Smederij optreedt – en laten we hopen dat we daar weer geen zeven jaar op moeten wachten (die itch..) – kan hij misschien een avond lang uitsluitend preambuleren. Foto: Diederik Idema Labels: concert, Diederik Idema, Joris Teepe, Nitin Parrée (Eddy Determeyer, 19.5.24) - [print]
- [naar boven] Marius Neset speelt nog altijd met jeugdig elan hoewel de Noorse saxofonist al meer dan 10 jaar aan de weg timmert. Opvallend genoeg niet met een Nordic sound, maar met een hedendaagse visie op de Amerikaanse jazzsax-stijl. Met een gedrevenheid als die van Chris Potter. In Paradox treedt Neset regelmatig in verschillende groepssamenstellingen op. Voor het laatst op 7 mei 2022 als (begeleidend) saxofonist van de Arild Andersen Group. Dit keer wordt de saxofonist omringd door Magnus Hjorth op piano, Anton Eger op drums en Conor Chaplin op elektrische bas. Met repeterende piano-aanslagen, subtiel tikkende percussie en uiteindelijk met zorgvuldig geblazen tonen op de tenorsaxofoon wordt het optreden uiterst fijnzinnig begonnen. Het krachtdadige intermezzo is kortstondig maar enerverend, het rustieke einde is een nagenoeg klassieke interactie tussen piano en saxofoon. Hierna voegt de ritmesectie zich toe en wordt de muziek gedreven. Door de vele muzikale stemmingen die worden opgeroepen is al snel duidelijk dat in de eerste set veel aaneengeregen stukken worden uitgevoerd. Het oeuvre waaruit het Marius Neset Quartet kan putten is groot en kwalitatief van hoog niveau. Ondanks de onmetelijke rijkdom aan noten, de complexiteit van de melodieën en de vele ritmewisselingen is het muzikale eindresultaat een raadsel van ruimtelijkheid en transparantie. Nesets diepgravende improvisaties op tenor- en sopraansaxofoon, in dit optreden vaak voorzien van een latin-flavour, klinken te allen tijde natuurlijk en spontaan. Ondanks de energie, de virtuositeit, de hoge snelheid en de complexiteit van het ritme blijft de muziek stralen en fonkelen. Na de korte pauze wordt het niveau schijnbaar moeiteloos geëvenaard. Een vrije improvisatie waarin aanvankelijk percussie en saxofoon fragmentarisch en spaarzaam spelen, mondt uiteindelijk uit in een meesterlijk swingende calypso. Ingewikkelde en kleurrijke muzikale patronen worden verwisseld, uitmondend in een fel duel met slagwerker Anton Eger.
In de toegift laat Neset zijn rieten op zijn tenor nog een keer knarsen, tjilpen, fladderen, kakelen en snateren. Virtuoos percussief door met de vingers te trommelen op de kleppen van zijn instrument. Hij laat moeiteloos verschillende melodielijnen naast en door elkaar lopen en speelt vliegensvlugge intermezzo's. Een gepast einde van een muzikaal spektakelstuk! Foto's: Louis Obbens. Klik hier voor meer foto's van dit concert. Labels: Anton Eger, concert, Conor Chaplin, Magnus Hjorth, Marius Neset, mei24 (Louis Obbens, 18.5.24) - [print]
- [naar boven] Zijn er naast De Beren Gieren eigenlijk nog Belgische jazzbands die vijftien jaar bestaan in ongewijzigde bezetting, met minstens zeven albums op hun palmares? Zijn die er ooit geweest? Het is een vreemde vaststelling dat dit ooit zo groene driespan eigenlijk tot de stabiele instituten van onze jazzscene gerekend moet worden. Dat ze er al die tijd in geslaagd zijn om hun sound niet te laten stollen tot een uitgedroogde drab, mag best indrukwekkend genoemd worden. Dat ze een volstrekt eigen uithoek van bijna onherkenbaar vermangelde jazz uitgebouwd hebben, maakt het alleen nog maar beter. Anno 2024 kunnen Fulco Ottervanger (keyboards), Lieven Van Pée (bas) en Simon Segers (drums & percussie) een plaat op gang trekken met een schonkige muziekmobiel, om vervolgens een lichtjes zwalpende dans uit te voeren op het raakvlak tussen stuiterende, met elektronica bedisselde postrock, malle postkaartjesexotica, frivole lentekraut, excentriek Casio-minimalisme en, ja, iets dat vaag op moderne jazz lijkt. Swingen doet het nog maar zelden, en de gebalde akoestische trio-energie van de begindagen hoor je enkel nog via vage referenties, maar wie goed luistert hoort een band die intussen enkel nog zijn eigen wetten gehoorzaamt en samen met producer Jørgen Træen iets in elkaar gebokst heeft dat luisterbeurt na luisterbeurt de schijnbewegingen op elkaar stapelt zonder te vervallen in berekend geëpateer. Een fijn, ongrijpbaar plaatje voor nerveuze middagen. Klik hier om dit album te beluisteren. Deze recensie verscheen ook in Jazz&Mo' Labels: cd, De Beren Gieren, Fulco Ottervanger, Lieven Van Pee, Simon Segers (Guy Peters, 16.5.24) - [print]
- [naar boven] Wat hebben Duke Ellington, Herbie Nichols, Thelonious Monk, Charles Mingus, Horace Silver en Abdullah Ibrahim met elkaar gemeen? Het waren stuk voor stuk begenadigde componisten, die ook nog eens begenadigde pianisten waren. Ja, ook Mingus. Al die artiesten waren in de loop der jaren al eens onderwerp van studie en uitvoering door het trio Guus Janssen-Bert van Erk-Wim Janssen. In De Smederij werd een soort 'greatest hits' programma uitgevoerd. Bij 'House Party Warming', een toepasselijke opening van het programma, werden meteen twee dingen duidelijk. Herbie Nichols had er een handje van om triostukken een orkestraal karakter mee te geven en de pianostemmer had zich in het huisnummer vergist of zo. De gebroeders Janssen verschenen ooit op het toneel als typische representanten van de Hollandse Improschool, met een voorkeur voor heldere, om niet te zeggen strenge structuren. Dat is in hun spel nog wel terug te vinden. Al zijn ze in de loop der tijd in de richting van de mainstream opgeschoven. Dat is niet denigrerend bedoeld, voor alle duidelijkheid. Guus, pianist, blijft ook in zijn improvisaties dicht bij de melodie en broer Wim, drums, toont nog steeds een voorkeur voor de 'klare lijn'. Meer Kuifje dan Dick Bos (zelf is hij ook een getalenteerde striptekenaar). In Monks 'Four In One' voerden de gebroeders een spannend duel uit. Over bassist Bert van Erks unieke vibrerende toon, boordevol leven en warmte, heb ik het al eens eerder gehad. Met de Janssens vormde hij een compleet orkest - een blazer erbij zou een muzikant teveel zijn geweest. Het geval wilde dat de Roemeense drummer Anton Gabriel Matei eerder op de avond met een sextet eindexamen had gedaan in het Prins Claus Conservatorium. Met die groep opende hij de jamsessie na het eigenlijke concert. Jaren-zeventig neobop, in de geest van Joe Henderson, Michael Brecker en Art Blakey. Maar voor mij was het meest memorabele optreden dat van de Bulgaarse drummer Simeon Simeonov. Een pittig kereltje, dynamisch - dus ook op pp-niveau prima functionerend - maar vooral onbeschaafd hard swingend. Roemenië, Bulgarije - zou het toch in de yoghurt zitten? Foto: Annie Suijkerbuijk Labels: Bert van Erk, concert, Guus Janssen, mei24, Wim Janssen (Eddy Determeyer, 14.5.24) - [print]
- [naar boven] We naderen reeds het einde van het concert bij Liever in de KluiZ dan Thuiz in het Oosterhoutse theater De Bussel als trompettist Teus Nobel een voor een jazzmusicus bijzondere standard aankondigt: 'Little Wing' van Jimi Hendrix. Gitarist Tim Langedijk en bassist Thomas Pol creëren een zompige, langzame blues, waarin Nobel met prachtig spel, hier op de bugel, kan excelleren. Opvallend hoe weinig noten Hendrix nodig had voor het overbrengen van zijn ideeën. Het is slechts een van de parels waar dit trio ons op trakteert. Ruim een half jaar geleden verscheen Nobels laatste album 'After Hours', waarna het trio het afgelopen half jaar zo'n vijftig concerten gaf met de nodige stukken van dit album, aangevuld met ander werk. Die bijzondere bezetting van trompet, gitaar en contrabas hebben we overigens te danken aan een andere trompettist: Chet Baker. Twintig jaar geleden, zo vertelt Nobel, viel hij als een blok voor het album 'Someday My Prince Will Come'. Baker stond in oktober 1979 in de befaamde Kopenhaagse jazzclub Montmartre, samen met gitarist Doug Raney en bassist Niels-Henning Orsted Pedersen. De opnamen kwamen uit bij Steeple Chase, verspreid over drie albums: 'Daybreak', 'This Is Always' en dat eerdergenoemde 'Someday My Prince Will Come'. Wat Nobel vooral aantrok was het schijnbare gemak waarmee Baker deze hondsmoeilijke stukken speelde. Iets wat ik gisterenavond overigens ook voelde, met name bij dat relaxte spel van Langendijk. Ik had zo willen roepen: "Geef maar hier die gitaar, dat kan ik ook" en dat terwijl ik er nog geen fatsoenlijke noot uitkrijg! Het is overigens een prachtige bezetting, waarbij het spel van Pol en Langedijk mooi in elkaars verlengde liggen, zolang ze natuurlijk niet soleren en zo Nobels spel, afwisselend op trompet en op bugel, mooi inbedden.
Covers dus, een mooi stukje jazzgeschiedenis. We horen de ook op het album te vinden stukken 'Sad Walk' van Bob Zieff (mooi zo, met die demper op de trompet), 'It Never Entered My Mind' van Richard Rogers, 'In My Solitude' van Duke Ellington (als toegift) en 'Look For The Silver Lining' van Jerome Kern, maar ook 'Love Vibration' van Horace Silver (waarin dat soulvolle van Silver prachtig tot uiting komt), 'My Little Brown Book' van Billy Strayhorn (geblazen met een dubbele demper, wat een heerlijk schel geluid oplevert) en dus 'Little Wing' van Hendrix. Nobel speelt ook twee stukken van eigen hand, die beide ook op het album staan: 'Blues For Paul' en 'No Goodbye'. Het eerste stuk, een fijne uptempo blues waarin met name Langedijk zich heerlijk uitleeft, schreef Nobel voor de man die een flinke financiële injectie gaf aan dit album, het tweede schreef hij ter nagedachtenis aan zijn inmiddels overleden vader. Het is Pol die dit prachtige stuk opent door met zijn strijkstok duistere klanken aan zijn bas te onttrekken. Repetitief pizzicato spel afgewisseld met kloppen op de klankkast markeert de overgang en de komst van Langedijk en Nobel. De schelle klanken van Nobels trompet snijden door de ziel, hier wordt pijn en verdriet verklankt, zoveel is wel duidelijk. Het eerdergenoemde 'Love Vibration' volgt; Nobel wil ons niet gedeprimeerd naar huis sturen. Foto's: Louis Obbens Labels: apr24, Chet Baker, Teus Nobel, Thomas Pol, Tim Langendijk (Ben Taffijn, 12.5.24) - [print]
- [naar boven] Gitarist Dominic Miller is al decennialang de vaste begeleider van Sting. De lijst van popmuzikanten waarmee Miller heeft samengewerkt is omvangrijk en bestaat onder anderen uit Tina Turner, Yousou N'Dour, Peter Gabriel en Steve Winwood. Al in 1995 wordt zijn eerste soloplaat uitgebracht. Miller debuteert in 2017 bij ECM met het album 'Silent Light', waarop hij zich heeft laten beïnvloeden door Zuid-Amerikaanse ritmes, begeleid door slechts één percussionist. Op 'Absinthe' verbreedt hij zijn muzikaal pallet en is zijn begeleidingsband uitgegroeid tot een kwintet met onder anderen een bandoneonspeler. In Paradox staat zijn meest recent uitgebrachte album 'Vagabond' centraal. Ook in de livesetting bijgestaan door sterdrummer Ziv Ravitz (Avishai Cohen, Uded Tzur), de Zweedse pianist Jacob Karlzon en de Belgische bassist Nicolas Fiszman. Onder de bezielende leiding van Dominic Miller speelt de groep gedurende twee sets een hele waslijst aan stukken, afkomstig van diverse albums. Miller heeft nagedacht over zijn repertoirekeuze. In de eerste set overheerst het intieme geluid en de zachtheid van de muziek, omkleed met veel melancholie en licht mysterieus spel. Het wordt ook meteen duidelijk dat Dominic Miller een groep muzikanten om zich heen heeft verzameld die muzikaal veel hebben in te brengen. Ziv Ravitz is een fenomenale en muzikale drummer, die niet alleen het ritme meesterlijk bewaakt, maar ook harmonieën en melodielijnen als wezenlijke onderdelen van muziek beschouwt. Hoogenergetisch of subtiel de trommels en cymbalen beroerend laat de drummer zijn percussie dansen en zingen. De klassiek geschoolde pianist Jacob Karlzon toont op gracieuze en vloeiende wijze zijn voorliefde voor schoonheid en harmonie. Hij staat daarbij steeds in contact met Miller om het geheel vloeiend te laten verlopen. Nicolas Fiszman is bekend als gitarist én bassist en dat is merkbaar in de manier waarop hij met grote souplesse op zijn vijfsnarige basgitaar speelt.
De muziek van Dominic Miller wijkt af van het brede jazz- en improvisatiepalet dat de mensen in Paradox vaak voorgeschoteld krijgen. Het is een warm en muzikaal bad, met gelijkwaardigheid als credo, waarin het groepsgeluid wordt omarmd met een zeer prettige, humoristisch presentatie van Miller. Foto's: Louis Obbens. Klik hier voor meer foto's van dit concert. Labels: concert, Dominic Miller, Jacob Karlzon, mei24, Nicolas, Ziv Ravitz (Louis Obbens, 8.5.24) - [print]
- [naar boven] Een ontmoeting van drie generaties Deense boegbeelden. Trompettist Palle Mikkelborg (*1941) werkte al eerder samen met gitarist Jakob Bro (*1978) aan 'Returnings' (2018). Op die plaat speelden ze met bassist Thomas Morgan en wijlen drummer Jon Christensen. Voor deze opname doen ze het met percussioniste Marilyn Mazur (*1955). Het materiaal komt uit 'Returnings' en 'Gefion' van Bro, met wat extra songs. Maar meer dan om songs draait het hier eigenlijk om sound en samenspel, met het iele, in galm gedrenkte geluid van Mikkelborg, dat naadloos opgaat in het zachtaardige schaduwspel-met-effecten van Bro, en het percussieve arsenaal van Mazur, die soms lijkt te kleuren met het allerfijnste penseel. Af en toe is het zoeken en schuren, doorgaans erg lyrisch, intiem en mooi, soms ook wat te etherisch, in z'n vluchtige betekenis. Deze recensie verscheen ook in Jazz&Mo' Labels: cd, Jakob Bro, Marilyn Mazur, Palle Mikkelborg (Guy Peters, 4.5.24) - [print]
- [naar boven] Een beschaafde conversatie tussen twee heren. Zo zou je het optreden van het duo Joris Roelofs - Han Bennink, basklarinet en slagwerk respectievelijk, kunnen karakteriseren. Niet alleen voor de muziek zelf gold dat, ook voor de aankondigingen, die niet zelden de vorm kregen van hilarische uiteenzettingen, compleet met publieksparticipatie. Een setlist, daar hebben de HH nog nooit van gehoord. Er werd ergens begonnen en de goden zegenden de greep. Zo mondde een improvisatie uit in een Monk-compositie. Samen met de zaal stelde Roelofs vast dat het 'Ugly Beauty' moest zijn geweest. Hij besloot ook 'Song Of The Volga Boatmen' te spelen - dat Bennink niet bleek te kennen; het betrof dus een première. Daarbij legde hij uit dat de legendarische laaggetimbreerde bas-bariton Paul Robeson (1898-1976), op wiens repertoire het sleperslied stond, de Boatmen beroemd had gemaakt. Robeson trad vaak voor duizenden arbeiders op. Een multitalent (sportman, jurist, schrijver, zanger, polyglot, linkse activist) dat in de jaren dertig vanwege het ondraaglijke racisme in zijn geboorteland Amerika zijn toevlucht had gezocht in het communisme en de Sovjet-Unie. Dat bracht hem begrijpelijkerwijs in de problemen en zijn paspoort werd hem ontnomen. Cancelen heet dat tegenwoordig. Na zes jaar kreeg hij het document terug, nadat het Hooggerechtshof had vastgesteld dat de inname ongrondwettelijk was geweest. Net als bijvoorbeeld de dichter Langston Hughes had Robeson rondgereisd in de Sovjet-Unie en beiden waren onder de indruk geraakt van de afwezigheid van racisme daar. Maar anders dan Hughes liet de zanger zijn bewondering voor dictator Josef Stalin cum suis nimmer varen. Enfin, Bennink liet zich uiteraard niet uit het veld slaan en sloeg mooie instant begeleidingsfiguurtjes.
Met bescheiden, fijnzinnige zang opende Bennink de tweede set. Het lied was 'De Sprong O Romantiek Der Hazen' van zijn oude makker Misha Mengelberg. Er was eerder sprake van vrije associaties dan van vaste notenstructuren. Ook van de hand van Mengelberg was 'Hypochristmastreefuzzz'. Dat gaf weer aanleiding tot bespiegelingen over rietblazer Eric Dolphy, met wie de componist en de drummer het stuk hebben opgenomen. Bennink bleek overigens ook gewoon op een standaard drumkit te kunnen spelen. Zijn spel was een mozaïek waar steentjes uit hadden losgelaten. En Roelofs liet 'Skylark' rustig deinen, zodat we uitermate vrolijk gestemd de tapperij verlieten. Foto's: Niels Tempel Labels: apr24, concert, Han Bennink, Joris Roelofs (Eddy Determeyer, 1.5.24) - [print]
- [naar boven] Lees verder in het archief...
|
Archief
Artikelen Cd-recensies Concertrecensies Colofon Festivalverslagen Interviews Jazz in memoriams Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken? |