Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




Muzikale waaghalzen met improvisatietalent
'Extremen' door Bik Bent Braam, zaterdag 9 februari 2008, SJU Jazzpodium, Utrecht

Er is geen setlijst en geen voorgeschreven stijl of tempo. Bik Bent Braam heeft dertien composities, maar of en wanneer deze tijdens een concert worden gespeeld, is altijd de vraag. Improvisatie voert tijdens de concerten namelijk de boventoon. Om dit wereldwijd unieke concept waar te maken, heb je verdomd goede musici nodig. Musici die op elkaar zijn ingespeeld en die misstappen durven te begaan. Muzikale waaghalzen met improvisatietalent dus. Met zijn bezetting slaagt pianist Michiel Braam er in elk geval in om ons een spannende, afwisselende avond te bezorgen.

De eerste set van het concert is voor zowel het publiek als de bandleden een waar avontuur. Het interactieve karakter van de band zorgt ervoor dat de bandleden sterk op elkaar zijn afgestemd. Vooral opvallend is de diversiteit in stijl. Binnen een kwartier na aanvang van het concert ontstaat er een beknellende sfeer door het uitmuntende strijkwerk van contrabassist Wilbert de Joode, ondersteund door het onheilspellende geluid van tubaspeler Carl Ludwig Hübsch, maar even later swingt de band de pan uit als Braam, drummer Michael Vatcher en een aantal blazers zich mengen in het geheel.

Niet alleen de stijlen verschillen van minuut tot minuut; we worden ook verrast door zeer uiteenlopende sounds. Zo voert de fagot (Jan Willem van der Ham) ons mee met zijn zuiverste, zwoele tonen, terwijl Frank Gratkowski zich op zijn altsax ontpopt als heuse geluidskunstenaar; hij is in staat om niet alleen conventionele geluiden uit zijn sax te toveren, maar eveneens gorgelende, schrapende en piepende geluiden. Uit zowel de cornet (Eric Boeren) als de trombone (Wolter Wierbos) klinken didgeridoo-achtige tonen, maar bovenal zijn zij fris, scherp, muzikaal. Trompettist Angelo Verploegen bezorgt mij met zijn loepzuivere, speelse klanken rillingen op mijn rug.

De tweede set is helaas minder sterk dan de eerste. De muzikanten zijn nog steeds enthousiast, maar de kwaliteit is niet altijd even hoog. Vatcher, voor de pauze scherp en gebruik makend van een aantal niet-conventionele instrumenten (een zingende zaag, aangezet met een strijkstok, en een zelfgemaakt, uit houten blokjes bestaand slagwerkinstrument), blijft in de tweede set steken in meer van hetzelfde. Het muzikale hoogtepunt van deze set is misschien wel de naklank van de tenortuba (Peter Haex), die ontstaat doordat Braam zijn rechter sustainpedaal ingetrapt houdt. Een onopvallend detail met grote uitwerking.

De tweede set had wat mij betreft dus nauwelijks meerwaarde op de eerste, maar dat neemt niet weg dat ik heb genoten van de interactiviteit op het podium, de verrassende klanken en de veelzijdigheid van deze band.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven. En hier voor zijn fotoverslag van hetzelfde programma in Lux op 22 januari 2008.

(Hann van Schendel, 29.2.08) - [print] - [naar boven]





Brabants Jazz Orkest - 'Freedom!' (eigen beheer, 2007)

Jeroen Doomernik heeft zich de laatste jaren steeds vaker doen kennen als leider en inspirator van het Brabants Jazz Orkest. Een orkest dat bestaat uit een mix van amateurmuzikanten en professionals, dat onder zijn leiding tot grote hoogte is gestegen. Daarom ook leverden musici als Paul van Kemenade en Angelo Verploegen graag hun bijdrage aan deze cd en schreef Niko Langenhuijsen het merendeel van de arrangementen.

Voor mensen als Charles Mingus en Charlie Haden was freedom een groot goed. Zij gaven daar middels hun muziek vaak blijk van. 'The Ballad Of The Fallen', 'Reincarnation Of A Lovebird' en 'Song For Ché' - alledrie van hun hand - worden hier overtuigend uitgevoerd. Doomernik heeft met dit album een uitstekend werkstuk afgeleverd. Bovenmatig en weg van het doornee bigband-repertoire. Dit soort projecten verdient alle steun en scherpt de muzikale geest van uitvoerders en luisteraars.

Het orkest heeft een fraaie totaalklank en in alle secties wordt met passie, accuraat en met een goede onderlinge balans gemusiceerd. De solisten uit eigen gelederen zijn Fernand de Wilgen (trombone) in 'Call' en William Kroot (trompet) in 'La Première Fois'. Joris Reutelingsperger (piano), Thomas Martens (gitaar) en Constantijn van der Heijden (contrabas) soleren onderhoudend in 'The Ballad Of The Fallen'. Dat geldt zeker ook voor de herkenbare inbreng van Van Kemenade. Samen met Reutelingsperger geven zij volop kleur aan Mingus' 'Reincarnation Of A Lovebird'. Ook het warmbloedige spel van tubaïst Ron Anthens is opmerkelijk.

Deze megaklus klaarde het Nederlandse BJO met behulp van slechts twee microfoons in twee dagen tijd. De live-cd werd zonder knip en plakwerk in theater De Speeldoos in Vught spontaan opgenomen, waarvoor hulde.

(Cees van de Ven, 29.2.08) - [print] - [naar boven]





Fonds moet Andrew D'Angelo redden

De in 1966 in Seattle, Washington geboren saxofonist/componist Andrew D'Angelo is getroffen door een hersentumor. Eén dezer weken zal er chirurgisch worden ingegrepen. Zoals zeer vele andere Amerikanen is ook D'Angelo niet verzekerd. Er is een fonds opgericht om de ziektekosten te kunnen betalen. U kunt hem steunen met een donatie via PayPal.

Andrew D'Angelo is een bewogen en krachtvolle blazer die behoort tot de nieuwe generatie Brooklyn-improvisatoren. Hij speelt in de bands Human Feel, Matt Wilson Quartet en Tyft, met mensen als saxofonist Chris Speed, drummer Jim Black en gitarist Kurt Rosenwinkel. Ook op het BIM-podium is Andrew geen onbekende. In 1986 verhuist hij naar Brooklyn en vestigt zich daar in de avant-garde scene rondom de Knitting Factory. In 2008 debuteert hij met zijn trio (Jim Black en Trevor Dunn) op Skirl Records met de cd 'Skadra Degis'.

In de Verenigde Staten, van IJsland tot Spanje, van Noorwegen tot Italië; over de hele wereld worden er momenteel benefietconcerten georganiseerd, teneinde de saxofonist bij te staan in de kosten van de operatie en het herstel. Op zondag 17 februari jl. werd in de Badcuyp te Amsterdam ook zo'n benefiet gehouden. Enkele muzikanten die daar optraden waren Jasper en Bram Stadhouders, Pär Lammers, Sanne van Hek en Gerri Jäger.

Meer weten?
  • Beluister muziek van D'Angelo via zijn MySpace-site.
  • Onze recensie van het concert van Tyft in Wilhelmina (Eindhoven) op 22 oktober 2007.
  • Onze recensie van het concert van Human Feel in het Bimhuis (Amsterdam) op 9 februari 2007.
  • Onze recensie van het concert van de Matt Wilson Group tijdens het North Sea Jazz Festival 2004.

    (Jacques Los & Maarten van de Ven, 29.2.08) - [print] - [naar boven]





    De sleet zit er toch een beetje op bij Rita Reys
    Jazz Impuls Dubbelconcert met Piet Noordijk en Rita Reys, zaterdag 2 februari 2008, Orpheus, Apeldoorn. Nog te zien: Arnhem 14/3, Zutphen 16/3, Den Haag 27/4 en Hoofddorp 25/5.

    Een fenomeen, natuurlijk: Rita Reys. Topzangeres vanaf de jaren vijftig, nu dik in de tachtig en nog steeds vitaal. Maar er zit nu (eindelijk) wel wat sleet op, te oordelen naar haar optreden zaterdag. Het kan komen door de ongelukkige geluidsbalans, maar ze maakte een wat amechtige indruk. De glans was weg, in zachte passages verviel ze in een soort spreekzang, in de hardere klonk ze wat snauwerig, lange noten brak ze vroegtijdig af.

    Ze legde wel vrolijk uit dat er geen tijd was voor een deugdelijke soundcheck, maar dat is in mijn ogen meer een verklaring dan een excuus; dat mag op dit niveau niet voorkomen, dat is onprofessioneel, dat is misschien zelfs wat arrogant: het is maar de provincie, die mensen vinden het al gauw mooi.

    Resteert het respect voor haar dynamiek, en haar nog ongebroken gevoel voor haarscherpe timing. Maar haar optreden kreeg pas echt allure toen altsaxofonist Piet Noordijk, die voor de pauze had opgetreden met zijn Boptet, zich bij haar voegde en weergaloos tegenspel gaf in 'The Man I Love'. Teleurstelling van de avond: Ruud Jacobs, toch gepresenteerd als de legendarische bassist die hij is, kreeg geen solistische ruimte.

    De jubilerende Noordijk, zestig jaar in het vak, was de echte ster van de avond. Hij is de 75 ruim gepasseerd, maar kan zich nog meten met alle generaties musici die na hem zijn gekomen. Hij heeft een sublieme toon, een nog altijd flitsende techniek, een onblusbare stroom van ideeën. Hij is als een vis in het water in de ideale kwintetbezetting van het Boptet, met het jeugdige trompettalent Rik Mol naast hem in de frontlinie en een ritmesectie met Peter Beets op piano, Marius Beets op bas en Joost Patocka op drums. Vooral in 'Pete’s Groove' swingde het dak er zo'n beetje af.

    Deze recensie was eerder te lezen in De Stentor/Apeldoornse Courant.

    (Anoniem, 28.2.08) - [print] - [naar boven]





    Boelo Klat – 'Boelo Klat' (eigen beheer, 2008)

    Pianist en componist Boelo Klat is een bescheiden muzikant die buiten Groningen nauwelijks naam heeft. Toch waren zijn eerdere projecten, met name zijn band Klatwerk en zijn samenwerking met zangeres Hanneke Kappen, zeer de moeite waard vanwege de eigenzinnige, originele en subtiele aanpak.

    Met zijn jongste cd, die hij eenvoudigweg 'Boelo Klat' heeft genoemd, is iets merkwaardigs aan de hand. Op het eerste gehoor is het 'gewoon' mooie, relaxte improvisatiemuziek in de Bill Evans-Keith Jarrett traditie. Maar als je even doorluistert hoor je allerlei schakeringen. Dan hoor je oosterse dansjes zoals ook Béla Bartók die in zijn werk verstopte en de getemperde extase van Alexander Scriabin en zelfs een sprinkhaan die op hi-heel sneakers door 'A Little Spanish Town' huppelt. Gelaagde muziek, ook letterlijk: 'Roar Waalske' bestaat uit zes gestapelde pianopartijen. Daarbij gebruikt Klat bijzonder fraaie bebopharmonieën, waarvan je niet wist dat ze nog bestonden.

    In één nummer, 'Slaapliedje', zijn de klankschalen van Christa Versluis door de Kawai-vleugel gemengd. Gelukkig levert dat geen new age-geneuzel op; het blijft bij een terloopse touch. Tijdens de presentatie in de Boteringe Suite, een nieuw, intiem concertzaaltje in Groningen, bleek dat er verder op die samenwerking gestudeerd zou moeten worden. De onbestemde stemming van de schalen levert fundamentele problemen op. En tja, als je diezelfde vleugel in al zijn glorie live hoort ga je je toch afvragen of het geen tijd wordt om die boxen die 35 jaar trouw hun werk hebben verricht eens te vervangen.

    Meer weten?
  • Beluister op Klats website de volgende tracks van deze cd: 'Vertrouwen', 'Kojak' en 'Sprinkhaan'. De cd
        is hier online te bestellen.

    (Eddy Determeyer, 26.2.08) - [print] - [naar boven]





    Nog volop speelplezier bij Toots
    Toots Thielemans Kwartet, vrijdag 25 januari 2008, Marekerk, Leiden

    Het concert, dat Toots Thielemans geeft in het kader van de Leidse Jazzweek, is uitverkocht: de kerk zit bomvol.

    Het concert begint licht en vrolijk. Toch is dit niet het enige geluid dat Thielemans laat horen; hij is in staat het ene moment diep te ontroeren en het volgende moment te verrassen met een humoristische noot. Dit gebeurt bijvoorbeeld tijdens de Disney-soundtrack 'Someday My Prince Will Come'. Verschillende stellen in de zaal omarmen elkaar bij het horen van Karel Boehlees gevoelige klanken op de piano, als daar opeens de vrolijke tonen van Sneeuwwitjes 'Hiho, Hiho' op de mondharmonica tussendoor klinken.

    Opvallend is de manier waarop Thielemans omgaat met zijn muzikanten. Hij moedigt ze aan en vraagt wat ze willen spelen. Boehlee stijgt tot grote hoogten in 'Midnight Cowboy' en 'Turks Fruit'. Ook drummer Dré Pallemaerts heeft tijdens het concert meerdere muzikale hoogtepunten. Zijn ritmes zijn over het algemeen licht en ondersteunend – hij is één met zijn instrument -, maar de vonken spatten ervan af in zijn solo in 'One Note Samba'.

    In 'Bluesette' heeft Pallemaerts eveneens een grote rol, als hij met Thielemans verwikkeld raakt in een geïmproviseerd eindspel. Nadat Pallemaerts de eindslag heeft gegeven, zet Thielemans opnieuw in, en als die het nummer op zijn beurt afrondt, is het de drummer die speels het ritme voortzet. Toewijding, vakmanschap en afstemming zijn kwaliteiten waarover deze drummer beslist beschikt.

    Dat laatste kan helaas niet worden gezegd van de met veel lof aangekondigde bassist Clemens van der Feen. Weliswaar speelt hij een mooie solo in 'Summertime' - precies tegen het ritme van de drums in - maar verder laat hij veel kansen liggen, maakt hij hier en daar een fout en klinkt zijn bas bij tijd en wijlen zelfs vals.

    Thielemans speelt precies hetzelfde als vijftig jaar geleden, hoewel hij zijn gitaar tegenwoordig thuis laat. Erg vernieuwend is zijn muziek dus niet. Toch is dit concert zeer de moeite waard. De liefde en humor in zijn optreden wijzen op een immens speelplezier en de muziek blijft verrassen; de mondharmonica blijkt aan Thielemans' mond een uiterst veelzijdig instrument.

    (Hann van Schendel, 26.2.08) - [print] - [naar boven]





    Nels Cline Singers - 'Draw Breath' (Cryptogramophone, 2007)

    Het bijft me verbazen dat cd's op dag één van hun officiële verschijning al op Emusic.com te downloaden zijn, tegen een fractie van de prijs van de cd in de winkel. Ik neem aan dat de platenmaatschappijen hier wel hun voordeel uit zullen halen, anders zouden ze het niet doen. Voor de muziekfan is dit wel een plezier, zeker als ze niet in de Verenigde Staten wonen, want de beschikbaarheid van nieuwe cd's laat in Europa soms te wensen over: maanden, zo niet een jaar later, als ze hier al worden verdeeld. Deze is er één van, net als vele van mijn cd's overigens.

    Nels Cline hoeft nog amper voorgesteld te worden: hij is de gitarist van de populaire Chicago-rockband Wilco, maar daarnaast heeft hij nog een hele reeks albums op zijn actief, met zijn eigen bands, maar ook met anderen, zoals met zijn broer, de drummer Alex Cline, of ook nog zijn onvolprezen ode aan John Coltrane's 'Interstellar Space' met Greg Bendian.

    Op dit album speelt hij samen met de bandleden van zijn Nels Cline Singers, hoewel er geen noot gezongen wordt: Devin Hoff op bas en Scott Amendola op drums. Dit is een modern jazzgitaartrio, met heel wat rockinvloeden, en het trio schrikt er niet voor terug om er hard tegenaan te gaan. Recht voor de raap, rechtoe-rechtaan, maar zonder te vervallen in de eindeloze masturbaties van beginnende gitaristen. Nee, hier wordt muziek gemaakt, met visie, met composities, met ritmewisselingen.

    De cd begint traag en dreigend met 'Caved-in Heart Blues', zachte harmonische gitaarakkoorden ondersteund door enkel de basdrum, halverwege het nummer aangevuld met de bas die overneemt, vervolgens akoestische gitaar en dan komt uit de verte een scheurende blues-gitaarsolo, met de reverb- en chamberknoppen voluit opengedraaid, terwijl de bas arco verder ondersteunt en elektronische geluiden opkomen en weer wegvallen. Gitaartrio? Inderdaad, maar met meer dan één gitaar in overdub en elektronica waar nodig.

    Maar dan eindigt de melancholie. Het tweede nummer begint meteen met jagend, nerveus jazzy zoekend gitaarwerk, met tegenritmes vanuit bas en drums. Cline is inventief, verrassend, valt bijna nooit terug op automatische piloot. Het derde nummer begint als een echt rocknummer zonder vocalen, maar kalmeert dan om de vloer aan Hoff te laten met zijn arco bas, om daarop een vernietigende solo te geven waarvoor menig heavy metal-fan zijn luchtgitaar zou bovenhalen. Maar Cline zou Cline niet zijn als hij het niet abrupt afbrak voor wat zacht getokkel, om er dan weer een lap op te geven met de ganse band. En het blijft niet allemaal verschroeiend; er zijn ook nogal wat avant-garde dissonante stukken, zonder ritme of melodie, soms wat echte fusion, maar evengoed het zachtere tokkelwerk: alle genres kun je horen.

    Deze band doet het allemaal, ze doen het knap en ze hebben er verdomd plezier in, en vooral doen ze het binnen één muzikaal concept; er is geen nummer bij dat niet bij de rest van het album hoort. Sterk!

    Labels:

    (Stef Gijssels, 25.2.08) - [print] - [naar boven]



    Teo Macero overleden

    Op 19 februari is saxofonist/platenproducer Teo Macero op 82-jarige leeftijd overleden.

    Macero studeerde na de Navy School of Music aan de vermaarde Juilliard School of Music in New York bij componist Henry Brant. Hij componeerde vooral jazzy-atonale klassieke stukken en speelde midden jaren vijfig in de groepen van bassist Charles Mingus, met wie hij ook enkele platen opnam.

    Vanaf 1957 werkte hij in een staffunctie bij Columbia Records, waar hij vooral bekend werd door het produceren van een serie befaamde Miles Davis-albums (onder andere 'Bitches Brew', 'In A Silent Way' en 'Get Up With It') in de zestiger en zeventiger jaren.

    Lees
    hier het interview dat Bill Murphy op 1 juni 2007 had met Teo Macero voor het internetmagazine Remix.

    (Jacques Los, 25.2.08) - [print] - [naar boven]





    Afgezien van de leider dan
    Glenn Miller Orchestra o.l.v. Wil Salden, zondag 10 februari, De Lawei, Drachten

    Je kunt je afvragen wat voor zin het heeft, 65 jaar na dato een orkest op de been te houden dat trouw de muziek van die dagen reproduceert. Wel, het was nu eenmaal goede muziek die nog altijd aanspreekt en mijlenver staat van veel van wat tegenwoordig gefabriceerd wordt en wat welbeschouwd toch in de eerste plaats als vermaak van en voor Nederlandstalige garnalen klinkt.

    Laten we voorts vaststellen dat Wil Saldens Glenn Miller Orchestra een prima big band is. De secties klinken hecht en afgerond en de balans is onberispelijk. Zo had de bescheiden op gestopte trompet fluisterende Roeland Kleine geen probleem om boven de saxofoons uit te komen. Je miste alleen een gitaar die het ritme wat puntiger en verender had kunnen maken. Of het orkest momenteel ook goede solisten aan boord heeft was een beetje moeilijk vast te stellen, aangezien niemand meer dan 'n half chorusje de ruimte kreeg. Voor tenorist Wiebe Schuurmans, met zijn 79 jaren de nestor van de groep, was dat voldoende om te kunnen concluderen dat zijn ontzagwekkend brede sound nog nauwelijks aan slijtage onderhevig lijkt te zijn. Trompettist Loet van der Lee mocht een paar keer op de Ray Anthony-toer en ook dat smaakte naar (veel) meer.

    Ja, dat solowerk. Ik heb dacht ik wel eens eerder en elders op het bizarre gegeven gewezen, dat de tenoristen aller landen het duel tussen Tex Beneke en Al Klink in 'In The Mood' inmiddels 69 jaar noot-voor-noot naspelen. Ook nu weer. Terwijl op de twintig, vijfentwintig versies van dat nummer die ik ken Klink en Beneke en hun opvolgers in de Army Air Force band zichzelf nimmer herhaald hebben.

    Gelukkig speelt Saldens orkest niet uitsluitend 'In The Mood', 'Moonlight Serenade' en dat handjevol andere Miller-krakers dat deel is gaan uitmaken van ons collectieve culturele erfgoed. De leider heeft de prijzenswaardige gewoonte ook meer obscuur spul op de lessenaars te plaatsen. Nu hoorden we bijvoorbeeld ook 'Cabana In Havanna' en 'Oh Johnny' voorbijkomen. Maar daarmee houden de prijzenswaardige gewoonten wel zo'n beetje op, vrees ik. Want Wil Salden, die zijn orkest sedert begin jaren tachtig door heel Europa zeult – Duitsland is altijd een belangrijke markt geweest – is al die tijd een potsierlijke presentator gebleven. Zijn povere historische kennis vent hij tussen de nummers uit met een Schwung alsof het permanent Rosenmontag is. Een pijnlijk contrast met de altijd zo gesoigneerde Glenn Miller zelf, die immer de indruk wekte, alles en iedereen onder controle te hebben, inclusief zichzelf. Wat waarschijnlijk ook zo was.

    Salden zingt ook en zijn Engels is merkwaardig. Afgaande op zijn uitspraak en de klemtonen moet je concluderen dat hij geen flauw benul heeft van de betekenis van de teksten. Zijn pianospel is daaraan gewaagd: eerder schatplichtig aan Schräge Otto dan aan Mel Powell, als ik het moet inschatten. Iemand zou dat de man toch eens moeten vertellen. Jammer, want afgezien van die rare kwibus is dit orkest dus heel best te pruimen.

    (Eddy Determeyer, 22.2.08) - [print] - [naar boven]




    Grensnegerende jazz

    Het Utrecht Jazz Fest 2008: grensnegerende jazz en hedendaagse geïmproviseerde muziek op verschillende verrassende locaties in de oude Utrechtse binnenstad. Zo'n twintig concerten. Van lunchconcert tot nachtprogramma. Van jong aanstormend jazztalent van diverse conservatoria tot de gevestigde namen van de internationale jazzpodia. Van comfortabele jazz tot avontuurlijke improvisatiemuziek. En wie er geen genoeg van kan krijgen, kan tot diep in de nacht genieten van de sessies in het SJU Jazzpodium.

    Het festival vindt plaats van dinsdag 11 maart tot en met zaterdag 15 maart. De locaties zijn het Utrechts Conservatorium, Vredenburg Leeuwenbergh, SJU Jazzpodium en RASA. Veelbelovend en smaakmakend belooft het concert te worden van rietblazer Peter Brötzmann, trompettist/cornettist Joe McPhee, bassist Kent Kesler en drummer Michael Zerang op vrijdagavond 14 maart in het SJU Jazzpodium. Andere spraakmakende groepen zijn: het Gijs Batelaan Quintet, het Brabants Jazz Orkest met altsaxofonist Paul van Kemenade, Yuri Honing solo, Ramón Valle, Roberts/Ducret/Black en Michiel Bortlap.

    Voor meer namen en uitgebreide informatie klik
    hier.

    Meer weten?
  • Klik hier voor een recensie plus fotoverslag van het Utrecht Jazz Fest 2007.

    (Maarten van de Ven, 22.2.08) - [print] - [naar boven]





    Avontuurlijke verkenningstocht fascineert
    Ben Sluijs Quartet, donderdag 17 januari 2008, JazzCase, Dommelhof, Neerpelt

    Ben Sluijs (altsax), Jeroen Van Herzeele (tenorsax), Manolo Cabras (bas) en Marek Patrman (drums) brachten in Dommelhof een avontuurlijk concert vol improvisatie. Een concert als een abstracte, experimentele en koppige verkenningstocht tot ver over de grenzen van de harmonische structuur en de melodie heen. Improvisaties los van de gekende akkoordpatronen en cycli, maar geworteld in een sterke hier-en-nu beleving en aanvoelen. Een aanpak met een explosie aan klanken en ritmes, wat op zijn beurt zorgt voor wisselende stemmingen en sferen.

    Het kwartet opende het concert met het mysterieuze 'Harmonie Integration', een nummer dat is opgebouwd rond een basloop, wat voor een zeker spanningsveld zorgt en waaromheen uiterst beheerst gemusiceerd werd. 'Where Is The Joy', van de nieuwe in maart te verschijnen cd, was pure modale jazz, spetterend en sputterend tegelijkertijd, met een sterke dialoog tussen Sluijs en Van Herzeele en eindigend met een mooie percussiepartij. Vervolgens de ontspannen en lyrische ballade 'Unlike You' van de cd 'True Nature', met Ben Sluijs op dwarsfluit. De eerste set werd afgesloten met 'Wide' uit de suite 'A Set Of Intervals' van de live-cd 'Somewhere In Between'. Dit uitgesponnen werkstuk - met een subtiele dialoog tussen Sluijs en Van Herzeele - straalde een hectische en dreigende sfeer uit. Percussionist Patrman schitterde met een erg functionele improvisatie, waarbij hij zowat alles wat onder zijn ogen kwam als percussievoorwerp gebruikte: asbakken, flesjes, de instrumenthouder en de vloer.

    Het tweede deel van het concert was uitsluitend gewijd aan werk uit voornoemd live-album: boeiende, lang uitgesponnen composities van de hand van Ben Sluijs. Een zachtaardig begin met 'Perfect', een tweede stuk uit 'A Set Of Intervals', met enkel de sax van Sluijs, meesterlijk begeleid door de bas van Cabras, om dan uit te barsten in een explosie van klanken, waarbij het kwartet voluit ging en hectisch op elkaar inhaakte. Het daaropvolgende 'Somewhere In Between' - intrigerend, avontuurlijk, mysterieus, spannend en dynamisch - werd geopend door de gestreken contrabas van Cabras. De uit Sardinië afkomstige bassist bouwde de spanning langzaam op door zijn bas als percussie-instrument in te zetten, tokkelend op de snaren en de klankkast. Sterk divergerende klanken werden mooi gesloten en ingetogen naar het einde toe. Het boeiende concert werd afgerond met 'Earth', swingend, groovend en vooral snel en chaotisch naar het einde toe, zoals onze opgewarmde aarde er op dit moment aan toe is, energetisch en happend naar zuurstof. Met mooi samenspel van Patrman en Cabras, en een meesterlijke Sluijs op sax.

    Het Ben Sluijs Quartet is een unieke combinatie van perfect op elkaar ingespeelde muzikanten, dat de vernieuwingen van de Amerikaanse jazz uit de jaren vijftig als uitgangspunt neemt en sterk beïnvloed is door onder anderen Parker, Coltrane en Coleman. Modale jazz, open en avontuurlijk, waarbij frontmannen Sluijs en Van Herzeele voluit improviseren rond de strakke baslijnen van Cabras en het dynamische slagwerk van Patrman. Hun geluid, soms mysterieus en meditatief, neemt ook vaak grillige, hoekige en asymmetrische vormen aan. Muziek die deels los staat van partituren en conventies, en vaak zonder enige harmonische structuur en melodie is. Instant composing vanuit een sterke alertheid, een dwingende aanwezigheid, met hoge concentratie en bedachtzaam gebracht alsof het een zen-oefening betrof.

    Klik hier voor een fotoverslag van Cees van de Ven en hier voor een fotoverslag van Maarten van de Ven.

    Beluister het concert via ons Audiocenter.

    (Robert Kinable, 21.2.08) - [print] - [naar boven]





    Geoff Keezer - 'Wildcrafted' (Codaex/MaxJazz, 2007)
    Opname: 2004

    Hij oogt nog jong, pianist Geoff Keezer, maar heeft een indrukwekkende staat van dienst, onder meer bij legendarische grootheden als Art Blakey en Ray Brown. Met bassist Matt Clohesy en drummer Terreon Gully speelde hij in september 2004 een triosessie in de Dakota Jazz Club in Minneapolis, die door het actieve label MaxJazz in zijn 'piano series' is uitgebracht. Op het programma staan vijf eigen stukken, een bewerking van de 'Black And Tan Fantasy' van Duke Ellington, de klassieker 'Stompin’ At The Savoy' en een liedje van de IJslandse popzangeres Björk: 'Venus As A Boy'.

    Keezer heeft de beschikking over een razende techniek, die laat hij hier en daar ook horen, maar hij heeft geen haast; de muziek krijgt bij hem wel de tijd om te ademen. Het gamma van het klassieke piano-bas-drums-trio wordt hier en daar aangevuld met wat keyboardklanken die Keezer als een soort extra kleuring invoegt. Hij doet dat gelukkig spaarzaam en met smaak. Clohesy en Gully (voor mij onbekende namen) leveren een betrouwbare basis.

    Deze recensie was eerder te lezen in HVT Magazine.

    (Anoniem, 20.2.08) - [print] - [naar boven]





    Mijnheer Armstrong laat zich excuseren
    'The Wonderful World Of Louis Armstrong' door het Michael Varekamp Kwartet, vrijdag 8 februari 2008, De Lawei, Drachten

    De invloed van trompettist en zanger Louis Armstrong op de ontwikkeling van de jazz (en de populaire muziek in het algemeen) was zó groot, dat het eigenlijk niet uitmaakt hoe je een eerbetoon aan de man vormgeeft. Wat je ook doet, het is altijd goed. Iets dergelijks moet trompettist en zanger Michael Varekamp voor ogen hebben gestaan.

    Het was even schrikken toen zijn kwartet het eerste nummer inzette. Want deed je je ogen dicht, wie stonden er dan op het podium? Miles Davis. Herbie Hancock. Ron Carter. Tony Williams. In de verkeerde zaal of de foute time warp beland? Niet dus. Want het volgende nummer was wel degelijk 'Big Butter And Egg Man', een duet voor Varekamp en pianist Tilmar Junius.

    Maar het bleef de hele avond wringen in je oren. Een drummer die niet alleen helemaal 2008 was, maar ook weinig tempovast. (Luidt niet het eerste des slagwerkers geboden: Gij zult het tempo niet vertraagen, noch verhoogen, want dat is de Heeren en Dames ene gruwel?) In één nummer, 'Careless Love', wist hij met een tamboerijn een soort New Orleans-feel op te roepen en de leider soleerde hier fraai met derby-demper. Een ander hoogtepunt was 'Jitterbug Waltz', een feature voor het trio. Het drietal was hier duidelijk aan elkaar gewaagd en de pianist liet horen dat hij van alle markten thuis is. Ach, op zich is deze muziek zó sterk dat ze een vertaalslag naar een moderner idioom wel kan hebben.

    Lag het aan de zang? Zoals elke trompettist is Michiael Varekamp ook een geboren vocalist – maar binnen dat kader is hij bepaald niet een sterke broeder. Hij neigt naar het uitmelken van met name zijn scats. Zijn trompetgeluid dan? Ik heb veel trompettisten gehoord, live en op de plaat, die Armstrong imiteerden, maar hoewel ik individuele solisten eerlijk gezegd nooit uit elkaar kan houden, was het pleit onveranderlijk binnen twee, drie noten beslecht. Binnen dát kader bracht Varekamp het er niet eens slecht vanaf; het meisje dat naast me zat deelde me mee dat haar migraine nu echt goed doorzette (weliswaar na een dag van "rennen en vliegen, vanaf zes uur").

    Wat ik echt miste was pit. De noodzaak. Het heilige vuur. Hoe moet dat dan, zo'n tribute? Ik weet het ook niet. Armstrong klakkeloos naspelen heeft geen enkele zin. Laten zien hoe de man zelf was, als persoon, als icoon, als verpletterende invloed op zijn tijdgenoten en de latere generaties? Nog een stuk moeilijker. Je zou er in ieder geval eens lang en diep over na moeten denken. Ik betwijfel of dat bij de onderhavige productie het geval is geweest.

    (Eddy Determeyer, 20.2.08) - [print] - [naar boven]





    Bo's Art Trio - 'Jazz Is Free And So Are We!' (icdisc.nl, 2008)
    Opname: 2007

    Het spelplezier spat van dit schijfje! Lang geleden dat ik met zo'n goed gevoel naar een live-cd heb geluisterd. Negen muzikale statements van formaat, die bol staan van energie, vreugde en vrijheid.

    Bo van de Graaf, op sopraan- en tenorsax, steekt in een wereldvorm. Luister maar eens naar zijn allesverzengende spel in '4 Sake' en 'Somberman', twee eigen composities in heel verschillende toonzettingen; de ene uitbundig up, de ander haar titel indachtig. Maar beide overdonderend. Bij tijd en wijle waart de geest van Albert Ayler rond in het Leidense Hot House/De Burcht, waar deze cd is opgenomen. Van de Graafs solo's zijn zonder uitzondering meeslepend en vol overtuiging neergezet. Een zeer subtiel citaatje uit Mingus' 'Fables Of Faubus' in de imponerende solofeature 'Final Statement' laat horen dat Van de Graaf zijn klassieken kent.

    Drummer Fred van Duijnhoven en pianist Michiel Braam poken de zaak eveneens flink op. Van Duijnhoven laat het gehele spectrum van zijn fraai getunede drums en bekkens weerklinken, van pianissimo tot fortissimo. Braam bewijst met zijn fris-energieke spel andermaal waarom hij een van Nederlands meest eigenzinnige jazzpianisten is, met een unieke mengeling van traditie, vernieuwing en muzikale kwinkslagen. Leuk zijn de dichterlijke bijdragen van the one and only Simon Vinkenoog, met zijn zangerige dictie, in Van Duijnhovens 'Breuk' en het speelse 'Bang Voor De Bullebak', geschreven door de onvolprezen Harry Bannink (waarin we zowaar even het refrein van 'M’n Opa' horen langskomen).

    De playlist biedt een fraaie staalkaart van het Bo's Art Trio, tien stukken met genoeg variatie om de luisteraar 48 minuten geboeid te houden. Een speciale eervolle vermelding gaat uit naar Mark Peters, die dit concert uitmuntend heeft vastgelegd en gemixt. Met je ogen dicht waan je je moeiteloos op de voorste rij. 'Jazz Is Free And So Are We!' is een cd die erom schreeuwt om gehoord te worden. Het schijfje is voor de schappelijke prijs van € 12,50 te bestellen via de
    site van Subterranean Distribution.

    (Maarten van de Ven, 19.2.08) - [print] - [naar boven]





    Berner Band boeit!
    Paul Berner Band, vrijdag 11 januari 2008, Jazz at the Crow, Kraaij & Balder, Eindhoven

    Zijn nieuwe cd '
    Back Porch' is overal goed ontvangen. Geen wonder ook, want bassist Paul Berner componeert, arrangeert en speelt vanuit een groot creatief vermogen dat luisteraars aanspreekt. De bandleden waarmee hij dit concert verzorgde waren stuk voor stuk uit hetzelfde hout gesneden en in dit concert van smaakmakend belang: Ed Verhoef en Peter Tiehuis (beiden gitaar) en Hans van Oosterhout (drums).

    En denk maar niet dat deze twee gitaristen van kaliber elkaar voortdurend naar het 'muzikale' leven stonden. Geen sprake van. Op geen enkel moment zaten ze elkaar in de weg of liepen ze elkaar voor de voeten. Beiden gaven en namen op een organische en onbaatzuchtige wijze ruimte voor zelfexpressie. Tiehuis en Verhoef waren ideale guitarmates. Als de een soleerde, werd door de ander een stimulerende Freddie Green-like begeleiding gespeeld of aangevuld met toegesneden riffs.

    Melodieuze jazz is Paul Berners handelsmerk. Hij laat zich onder andere inspireren door pop ('Ain't Got You' van Springsteen), jazzstandards ('I Love You Porgy') en arrangeert deze naar zijn hand. Ook componeert hij fraai eigen werk, zoals het 'Shirts And Skins'. Bij alles wat hij creëert of aanraakt, hoor je zijn gedegen muzikale competentie. Een warme zangerige toon sloeg hij aan in Gershwins 'I Love You Porgy'. Een fraaie donkere liefdesverklaring was het, op een mooie placemat van snaren- en drumspel door zijn bandkompanen.

    Ed Verhoefs solo in de Berner-original 'Bent Fender' was uitbundig, stevig en overtuigend. Van Oosterhout pookte en zweepte hem daarbij flink op. Van 'Running Outside' maakte de band een tower of power, niet in de laatste plaats door een fenomenaal opgebouwde marathonsolo van Tiehuis en Van Oosterhouts prikkelende drumwerk. Opvallend was de samenwerking tussen Verhoef en Tiehuis in 'Breckenbridge'. Tiehuis' solo kreeg hier optimale glans door het voorbeeldige begeleidingswerk van Verhoef. Later gebeurde dat overigens ook omgekeerd. Het concert werd besloten met Monty Alexanders' intimistische 'Trust'.

    De Paul Berner Band klonk optimistisch en blijmakend. Het kwartet bood een gevarieerd, maar consistent programma van hoog niveau. Alle bandleden verdienen zonder meer drie sterren voor hun naam in de denkbeeldige Michelingids voor musici.

    Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.

    Beluister via ons Audiocenter vier tracks van dit concert: 'Shirt And Skins', 'Old Model A', 'Feelin’ Good' en 'Running Outside'.

    (Cees van de Ven, 19.2.08) - [print] - [naar boven]





    Blue Note Records Festival Indoor

    Op donderdag 28 februari en zondag 2 maart vindt in het Gentse muziekcentrum De Bijloke de eerste editie plaats van het Blue Note Records Festival Indoor. Net als bij het bekende zomerfestival, dat in juli 2008 alweer toe is aan zijn zevende editie, staat kwaliteit in presentatie en muziek centraal, met optredens van onder anderen Cecil Taylor, Gianluca Petrella en Bart Maris.

    Onze medewerker Koen Van Meel toont zich enthousiast over de programmering in een uitgebreide voorbeschouwing. Klik
    hier om het artikel te lezen.

    (Maarten van de Ven, 18.2.08) - [print] - [naar boven]





    The Vandermark 5 - 'Airports For Light' (Atavistic, 2003)
    Opname: 2002

    Ken Vandermark is niet voor één gat te vangen. Dat is hij nooit geweest, maar met 'Airports For Lights' levert het kwintet van de saxofoonkolos uit Chicago toch wel een heel fraai, gevarieerd en uitgebalanceerd meesterwerkje af. Eentje waarin diverse jazztradities overbrugd worden dankzij de brede muzikale schakering. Het ontbreken van een piano (wel twee rietblazers, trombone, bas en drum) levert daarbij nog eens een uniek geluid op en garandeert elk lid een maximale ruimte. Dit valt het meest op in de rustigere nummers.

    In het zwoele, sensuele 'Staircase' mag de melodie van de blazers vrij boven bas en percussie uitzweven, terwijl 'Long Term Fool' met de slepende drumpartij breekbare schuifeljazz is. Het lijkt wel alsof er op deze track taksen betaald moeten worden per geproduceerde decibel of per gespeelde noot. Qua sfeer is 'Both Sides' het meest uitgesproken: een onderkoeld film noir-geluid waar het Parijs van de jaren zestig zo afdruipt. Iets geanimeerder klinken de funky tracks 'Money Down' en 'Other Cuts', terwijl opener 'Crux Campo' swing van het no-nonsense soort is. Het vreemde beginthema, waarbij de blazers haast klinken als claxons, geeft het nummer bovendien een humoristisch cabaretrandje mee. Dit belet Ken Vandermark niet om binnen deze track uit te pakken met een haast primitief aandoende high energy solo. Het lijkt hier alsof de toon van de tenorsax bezwijkt onder Vandermarks kracht: een bevlogenheid waarin de geest van John Coltrane opgeroepen wordt.

    Het siert Vandermark en zijn kompanen dat ze op zulke energieke momenten hun kracht niet inzetten tot meerdere eer en glorie van rollende spierballen. Binnen alle geweld blijft de muzikale ontwikkeling van de solo centraal staan en duidelijk volgbaar. Deze bekommernis om de muzikaliteit is ook terug te horen binnen de verschillende nummers op zich. Rechtlijnigheid is zelden aan de orde. Thema's (vaak in asymmetrische maatsoorten), solo's en collectieve improvisaties wisselen elkaar af, waardoor de nummers echte composities worden. Door deze wisselende structuren worden anders zo 'gewaagde' groepsimprovisaties plots muzikale miniatuurtjes die voor iedereen genietbaar kunnen blijven. Vaak zijn deze vrije passages speels, klein van opzet en zelfs sympathiek 'prutserig', zoals in het bijna vertederende 'Initials'.

    Toch ontbinden de vijf soms ook echt hun duivels. De collectieve hysterie waaraan ze zich in het afsluitende 'Confluence' te buiten gaan, klinkt alsof ze in één keer alle resterende energie er uit willen kappen. Dat daarna een lekker snelle, klassieke en tintelende swing volgt, toont nogmaals de paradox van deze cd. Althans voor wie moderne jazz associeert met het onbeluisterbare. 'Airports For Light' is genieten van voor naar achter en terug.

    (Koen Van Meel, 16.2.08) - [print] - [naar boven]





    Jazzvers #3
    From Down-Under to Heaven


    Simpele eenvoud
    Klankkleur
    Vanuit een universele werkelijkheid
    Ontsproten uit de ziel
    Staccato weergegeven
    Zielsverwantschap
    Wortelend in het nu
    Fundamenteel samenspel
    Snarenspel
    De menselijke ademstoot
    In klank weergegeven
    Ritmisch ondersteunend
    Subtiel tot dramatisch
    Antwoorden
    Beantwoord vanuit
    Bijna hemels perspectief
    From Down-Under to Heaven

    Een gedicht van Anke Wind, geschreven tijdens het JazzCase-concert van het Ben Sluijs Quartet op 17 januari jl. in Dommelhof, Neerpelt. Binnenkort op Draai een uitgebreid verslag in woord en beeld van dit concert.

    Labels:

    (Maarten van de Ven, 15.2.08) - [print] - [naar boven]



    McFerrin, Krall en Metheny naar Rotterdam

    Met de bekendmaking van deze eerste drie grote namen licht North Sea Jazz alvast een tipje van de sluier op van het programma van het komende festival. Stemkunstenaar Bobby McFerrin is dit jaar de Artist in Residence. Meester-gitarist Pat Metheny treedt zowel zaterdag als zondag op in verschillende bezettingen. Superster Diana Krall is voor het eerst sinds 1998 weer te gast voor een zeer exclusief optreden. Het grootste indoor jazzfestival ter wereld vindt dit jaar plaats op 11, 12 en 13 juli in Ahoy Rotterdam.

    (Jacques Los, 14.2.08) - [print] - [naar boven]





    Op de rand van de vulkaan
    Film 'Berlin: Die Sinfonie der Großstadt', met livemuziek van Die Enttäuschung, zaterdag 2 februari, Grand Theatre, Groningen

    Een paar uitbundige jaren lang was Berlijn het wilde culturele hart van Europa. Het nachtleven bruiste, de kunsten bloeiden, de seksuele moraal was vrijer dan ooit tevoren, de fabrieken rookten. Berlijners keken modieus gekleed en trots de wereld in.

    Dat Berlijn heeft Walter Ruttmann, een gefrustreerde kunstschilder, in zijn opus 'Berlin: Die Sinfonie der Großstadt' willen vangen. Het ritme van de stad, de dynamiek van haar bewoners, de motoriek van de fabrieken. Door de snelle montage, scènes duren nooit langer dan twee of drie seconden, suggereert Ruttmann de beweging van het leven en doet de film nog altijd nauwelijks gedateerd aan. De 'Sinfonie' is voor een groot deel met een verborgen camera geschoten, wat het leven van de Berlijners erg dichtbij brengt. Dat is de toegevoegde waarde die de film inmiddels heeft: behalve een kunstwerk qua fotografie, compositie en montage is hij ook een duizelingwekkend gedetailleerd tijdsbeeld.

    Hoewel de maker waarschijnlijk bekend was met het surrealistische werk van zijn Parijse collega's en anders wel met dat van Hans Richter (die gelijktijdig 'Vormittagspuck' draaide!), heeft Ruttmann slechts spaarzaam gebruik gemaakt van abstractie. Het gaat om de poëzie van de werkelijkheid: op de ronde riolen staan de moderne kantoorgebouwen met hun ronde hoeken. Werkmieren op weg naar de fabriek lopen in hetzelfde ritme als een peloton van de Reichswehr. Verwijzen de Stahlhelmen naar de toekomst? Anders wel de spreker tijdens een politieke (communistische?) bijeenkomst in de openlucht. Of de drie orthodoxe joden, die gemoedelijk koutend door het beeld kuieren. De Weimar republiek had niet lang meer te gaan in 1926-27, toen de opnamen werden gemaakt. Nog een paar jaar, en de sequenties waarin treinen en fabrieksautomaten zelfstandige acteurs worden, zouden entartete Kunst zijn.

    De nacht komt in de vijfde acte tot leven. We zien Berlijners die de charleston dansen op tantaliserende jazzorkesten die even snel verdwijnen als ze verschijnen. We zien een niet minder fascinerende zwarte vocal group (The Revellers?) op een theaterpodium. Edmund Meisel componeerde de originele muziek voor deze film. Ik weet niet in hoeverre het Berlijnse kwartet Die Enttäuschung zich door die score heeft laten leiden of inspireren, maar het klinkend resultaat refereerde eerder aan Kreuzberg 1987 dan aan het Admirals Palast anno 1927. Het was improvisatiemuziek in 4/4, gebaseerd op het ritme van de film, maar dat niet slaafs volgend. Een treincadans blijft subtiel. Maar iets mechanisch heeft Die Enttäuschung wel. Soms komt er een riedeltje Monk langs, of een vleugje 'Tea For Two', als de Berlijnse beau monde danst. Op de rand van de vulkaan, zoals de goede verstaanders dat in die tijd al gevoeld moeten hebben.

    (Eddy Determeyer, 14.2.08) - [print] - [naar boven]





    Hermine Deurloo - 'Soundbite' (Toonbank/Earforce, 2007)
    Opname: 2006

    Er is groot verschil tussen de eigenzinnige muziek die Hermine Deurloo maakt in het Willem Breuker Kollektief, en wat er te horen is op haar nieuwe cd als leider. De erkende meesteres van de chromatische mondharmonica (bij Breuker speelt ze vooral altsax) heeft een keur van prima muzikanten om zich verzameld, een bigband met mensen als Ferdinand Povel, Ruud Breuls, Hans Vroomans, Philip Kolb, Martijn Vink, Johan Plomp, en een paar kleine bezettingen met onder anderen Jesse van Ruller en Michiel Borstlap. Een hoog jazzgehalte dus, en het repertoire en de arrangementen (van Henk Meutgeert, Johan Plomp en Martin Fondse) zijn interessant en van hoog niveau.

    Deurloo is erg virtuoos, en ze heeft smaak en feeling genoeg om ook op haar harmonica te swingen dat het een lieve lust is. Maar eh, tja, het blijft toch wel een mondharmonica, en daarmee is de kleur toch, hoe zal ik het beleefd zeggen, een beetje die van de veredelde soundtrack. Ze zet dat gevoel nog wat kracht bij door als bonustrack een (ik geef toe, eigenwijze) versie van 'Turks Fruit' te spelen.

    Deze recensie was eerder te lezen in HVT Magazine.

    (Anoniem, 14.2.08) - [print] - [naar boven]



    Het geheim van de smid

    "De legendarische jazzsaxofonist John 'Trane' Coltrane (1926–1967) kon het als geen ander: zijn loeischerpe, hoge 'altissimo'-noten gaan door merg en been. Daar kan een goedwillende amateur met geen mogelijkheid aan tippen. Volgens Joe Wolfe en collega's van de universiteit van New South Wales komt dat omdat beginnende rietblazers nog niet in staat zijn om de vorm van hun stemholte goed onder controle te houden."

    Een interessant onderzoek in Science,
    samengevat door Jacqueline de Vree voor de website van VPRO Noorderlicht.

    (Erno Mijland, 13.2.08) - [print] - [naar boven]





    Sanders doet het rustig aan
    Pharoah Sanders Quartet, 28 januari 2008, Bimhuis, Amsterdam

    De inmiddels 67-jarige Pharaoh Sanders behoort tot de laatste der Mohikanen van de free jazz. Hij kreeg bekendheid door in de zestiger jaren deel te nemen aan de Coltrane-formatie. Enkele fameuze lp's op het Impulse!-label (zoals 'Kulu Se Mama', 'Om', 'Live In Japan' en 'Live At Village Vanguard Again') getuigen van die roemruchte periode. Zelden werd er zo'n energieke, anarchistische free jazz gespeeld. Coltrane en Sanders gierden en krijsten, en ontwikkelden door niet gebruikelijke vingerzettingen en embouchuretechnieken ongekende sounds op hun respectievelijke saxofoons.

    Nu, circa 40 jaar later, is de energie enigszins verdwenen, evenals het avantgarde jazz-idioom. Dus geen free jazz meer, maar een respectvol retrospectief van Coltrane's bekende en melodieuze bestsellers als 'Olé', 'My Favorite Things' en 'Naima'. Het resulteerde in een sublimatie van mainstream en free jazz. Gebleven zijn het prachtige, krachtige, juichende tenorsaxgeluid, de bij vlagen heftige virtuoze licks en de emotievolle sax-cries.

    Vooral in de eerste set soleerde Sanders spaarzaam. Was vaker op de stoel achter het podium te vinden dan voor de solistenmicrofoon. Soloruimte liet hij over aan de Rachmaninoviaanse pianist William Henderson. In de geest van McCoy Tyner, maar dan veel onbeduidender. Bassist Nat Reeves soleerde eveneens weinig spectaculair, maar was in de begeleiding swingend effectief. Drummer Joe Farnsworth heeft een kast vol techniek in huis, liet het zien en horen in nogal lange drumsolo's, maar bleef niet boeien. Zijn stuwende begeleiding was alert, fel en heftig. Kortom, een weliswaar competent, maar niet inspirerend begeleidingsbandje.

    Na de pauze kwam even de geest uit de fles in het enige uptempo nummer van de avond. Swingen en grooven dat het een lust was. Sanders blies strijdvaardig en meerdere chorussen. Zo moet hij gehoord worden. Kernachtige verrassende licks en gierende uithalen in het hoge register, en dat gepaard met een machtig tenorgeluid. Henderson soleerde eveneens zeer geïnspireerd, het ene na het andere chorus speelde hij vol met een ongekende drive en relevante vingervlugge actuele riffs en loopjes.

    Met het kwartet op stoom en langere solos van Sanders zou het een topconcert zijn geweest. Nu bleef alleen het saxgeluid en het uptempo nummer van een superieur gehalte. Neemt niet weg dat een concert bijwonen van één van de laatste tenorhelden een belevenis op zich is.

    Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Govert Driessen.

    (Jacques Los, 13.2.08) - [print] - [naar boven]





    Zuid Nederlands Impro Festival 2008

    Vrijdag 22 februari aanstaande vindt in de Effenaar te Eindhoven de 19e editie plaats van het Zuid Nederlands Impro Festival, voorheen het Zuid Nederlands Jazz Festival, tegenwoordig kortweg ZNIF genoemd.

    Het Zuid Nederlands Impro Festival (ZNIF) is een festival vol geïmproviseerde muziek, avontuurlijke ontmoetingen, ongebaande paden en ongehoorde momenten. Combinaties van verschillende muzikanten die je niet zo snel bij elkaar zou plaatsen, leveren spannende ontmoetingen op. In drie verschillende sets krijgt de bezoeker het gevoel alle uithoeken van de improvisatie te kunnen ervaren op een avond. Waarbij improvisatie breed moet worden opgevat; ook de taal en het woord komen tijdens het ZNIF aan bod.

    De eerste set is voor het duo Odes. Hoewel Ted Milton bij ons vooral bekend is geworden als frontman en saxofonist van zijn "jazz-punk-psycho-dada-combo" Blurt, is hij al sinds de vroege jaren zestig actief als dichter en performer. In 1963 had hij reeds publicaties in het literaire tijdschrift The Paris Review en deelnames aan Jazz-meets Poetry-evenementen in Groot-Brittannië. Milton wordt geassisteerd door laptop-virtuoos Sam Britton. De elektronica, de saxofoon en het woord maken de performance tot een breekbaar en explosief geheel.

    De tweede set wordt verzorgd door een drietal improvisators. Peter Jacquemyn timmert al decennia lang aan de weg als beeldend kunstenaar en muzikant. Inmiddels geniet de bassist binnen de improscene een grote bekendheid; hij heeft ook met velen groten der aarde samengespeeld. De in Nederland geboren maar nu naar België verhuisde saxofonist André Goudbeek speelde met onder anderen John Tchicai, John Carter en Peter Brötzmann. Percussionist Lê Quan Ninh laat zich in zijn muziek inspireren door zijn Aziatische achtergrond. Dit perspectief brengt deze slagwerker bij een compleet andere ritmiek dan gebruikelijk vanuit de jazz te horen is. Lê Quan werkte met bassist Peter Kowald in zijn Global Village-groepen met improvisatoren uit verschillende culturen.

    Tuba, draaitafels, contrabas, trombone, gitaar en percussie. Dat zijn de basiselementen voor de derde set. Andermaal met bassist Peter Jacquemyn, maar ook met de Amerikaanse tubaspeler Patrick Votrian, bij ons vooral bekend van de Bik Bent Braam, waarin hij jaren speelde. Verder de 23-jarige Arts The Beatdoctor, die vooral bekend staat om zijn instrumentale tracks die hij zelf 'filmische hiphop' noemt. Hierin laat hij zich vooral inspireren door jazz en klassieke muziek. En Jacques Palinckx, een van de meest oorspronkelijke gitaristen van ons land. In 1992 won hij de Podiumprijs.

    Na afloop is er als toetje nog een afterparty met Electric Barbarian featuring de Braziliaanse dichteres Luanda Casella. Bassist Floris Vermeulen richtte deze band enkele jaren geleden op als een kruispunt tussen jazz, improvisatie en drum 'n' bass. Grazzhoppa bedient daarin de draaitafels, Bart Maris speelt trompet met effecten en Harry Arling drumt.

    Meer weten?
  • Voor meer informatie over het ZNIF 2008 klik hier.
  • Ons verslag van het Zuid Nederlands Impro Festival 2006.
  • Ons verslag van het Zuid Nederlands Jazz Festival 2005.
  • Ons verslag van het Zuid Nederlands Jazz Festival 2004.

    (Maarten van de Ven, 12.2.08) - [print] - [naar boven]



    Bedenker Draai om je oren jarig

    "Ben Allisons meest recente album 'Peace Pipe' is een fijne jazzplaat om naar te luisteren. Met wereldmuziek-elementen, zoals het Afrikaanse tokkelinstrument, de kora."

    Met deze blog opende Erno Mijland op 15 december 2002 deze website. Vandaag viert hij zijn 42e verjaardag. Namens de redactie van Draai om je oren: van harte gefeliciteerd!

    (Maarten van de Ven, 12.2.08) - [print] - [naar boven]





    David Binney - 'Out Of Airplanes' (Mythology Records, 2006)

    Saxofonist David Binney heeft al een paar interessante postmoderne jazz-albums uitgebracht, met nogal wat rock en zelfs country-invloeden, maar de vorige lagen nog dicht aan tegen de mainstream jazz. Nu zet hij een stap verder, met rustige, jazzy, en vaak op rockharmonieën opgebouwde muziek. Rustig, maar complex en knap in elkaar gezet, met mooie, luchtige, en intense melodieën.

    Naast Binney op sax zijn er niemand minder dan Bill Frisell op gitaar, Eyving Opsvik op bas (ook zijn solo-albums zijn een revelatie), Kenny Wollesen op drums en Craig Taborn op keyboards. Binney neemt risico als componist, laat veel ruimte (vandaar de titel); melodieën, harmonische ondersteuning en ritme zijn aanwezig, maar vallen geregeld weg. De ruimte die vrijkomt wordt opgevuld met langgerekte solo's.

    Nummers zoals 'Jan Mayen' zijn hartverscheurend; op een trage melodie brengen zowel Binney als Frisell solo's in de hoogste registers van hun instrument, jankend en huilend. Maar ook op de titelsong is dat het geval; eerst een mooie melodie, dan enkel nog gitaar en sax, dan melodie met de bonkende drums van Wollesen als ondersteuning. 'The Forgotten Gem' is een complete soundscape, met elektronica die een permanente basistoon aangeeft, licht gitaarspel erbovenop en licht geroffel eronder.

    Ik ben nooit uit een vliegtuig gesprongen, maar als de muziek qua gevoel maar in de buurt komt, lijkt het me meer dan de moeite waard. Dit is leuke, luchtige, frisse, pretentieloze muziek. De beste van Binney tot nog toe.

    (Stef Gijssels, 11.2.08) - [print] - [naar boven]





    Interview Jim Black

    Drummer Jim Black is niet eenkennig. Hij speelt in verschillende bands met uiteenlopende invalshoeken. Als tiener speelde hij al zowel garagerock als bigband-jazz. Hij bezocht het prestigieuze Berklee College of Music in Boston, maar een even belangrijke leerschool was voor hem het jarenlange spelen in tal van formaties en stijlen.

    De muziek van AlasNoAxis, waarin ook Chris Speed (tenorsax en klarinet), en de IJslanders Hilmar Jensson (elektrische gitaar) en Skúli Sverisson (elektrische bas) spelen, gaat meer richting postrock dan jazz. Pachora (met Black, Speed, Sverisson en Brad Shepik op elektrische saz, tambura en gitaar) combineert Balkan-invloeden met jazz-georiënteerde thema's. Human Feel bestaat naast Black en Speed uit Kurt Rosenwinkel (gitaar, stem) en Andrew D'Angelo (altsax, basklarinet) en speelt langs de grenzen van pop, rock en jazz.

    Black is verder te horen in, onder veel meer, Speeds Yeah NO, Dave Douglas' Tiny Bell Trio, Carlos Bica's Azul, met Ellery Eskelin en Andrea Parkins, Tim Berne, Ben Monder, maar ook Laurie Anderson of Lee Ranaldo. Momenteel tourt Black met Tyft, de groep van Jensson, waarin ook D'Angelo weer opduikt. Hij werkt aan een nieuw album van AlasNoAxis.

    Robert Muis sprak uitvoerig met allround drummer Jim Black. Lees hier het complete interview, dat eerder in Gonzo (Circus) verscheen.

    Meer weten?
  • Lees hier onze recensie van het concert van Human Feel in het Bimhuis op 7 februari 2007.

    (Cees van de Ven, 9.2.08) - [print] - [naar boven]





    De pater familias van de Rosenberg Family
    donderdag 31 januari 2008, Theater De Spiegel, Zwolle

    De aanpak van zijn trio, merkte gitarist Stochelo Rosenberg ooit in een interview op, was inmiddels zó breed dat hij vaak voor publiek speelt dat fan is van het Rosenberg Trio, maar dat nog nooit van Django Reinhardt heeft gehoord, grote held en voorbeeld voor alle zigeunerjazzgitaristen. "Dan krijg je dat weer. Daarom noem ik hem altijd maar, dan voeden we de mensen een beetje op. Want zonder Django waren we hier niet geweest."

    Reinhardt heeft altijd veel navolgers gehad, niet alleen in de Manouche gemeenschap. Daar zitten hele grote talenten bij, maar er zijn maar weinig Djangoïsten die verder de wereld zijn ingetrokken dan Stochelo Rosenberg. Letterlijk, maar vooral figuurlijk: de Rosenbergs traden al op met bigbands, symfonieorkesten, cabaretiers en rockgitaristen. Maar laten we voor de goede orde niet vergeten dat Reinhardt zelf veel heeft gewerkt met Jean Sablon, Charles Trenet en andere chansonniers. En dat hij na de oorlog 'gewoon' bebop speelde, op een elektrische gitaar. Met dat laatste gegeven wordt voor zover ik weet weinig gedaan door zijn talloze volgelingen.

    Het programma van de Rosenberg Family, een combinatie van Stochelo's trio, de Gypsy Boys en gasten Ellen Helmus (fluit) en Christiaan van Hemert (viool, piano en bandoneon), is behoorlijk breed. Van Antonio Vivaldis 'Allegro' via valse musette tot Chick Corea's 'Spain'. Toch miste ik variatie. In ritme – dat beperkt bleef tot iets sneller dan medium en véél sneller dan medium. En in dynamiek. Een aantal eigen stukken klinken als vamps die op het trappetje van de wagen zijn ontstaan tijdens een ontspannen jamsessie waarbij ook gitarist Harry Sacksioni kwam langswippen. De sologitaristen zijn stuk voor stuk snelheidsduivels met rubberen vingers. Doch er is maar één Stochelo. Hij kneedt zijn nootjes het fraaist, komt met de meest onverwachte licks, de adembenemendste nuances. Hij is het muzikaalst. Stochelo, 39, is de pater familias van de Family.

    (Eddy Determeyer, 7.2.08) - [print] - [naar boven]





    David Linx & Brussels Jazz Orchestra - 'Changing Faces' (Enja, 2007)

    Een uitgave van het BJO, ditmaal met zanger David Linx in de hoofdrol. Vocale alleskunner Linx is op deze cd eigenlijk ook orkestlid, hij vocaliseert als een instrument. En daarbij leverde hij voortreffelijke compositorische en tekstuele bijdragen op deze cd. Buigzaam en klankenvol gaat hij zijn weg in en langs de melodielijn met groot stembereik en scatvermogen. Maar ook het BJO laat weer zijn beste kant zien en geeft fraai vorm aan de diversiteit van de arrangementen.

    Linx' timing, frasering en verstaanbaarheid en improvisaties zijn adembenemend. Volstrekt uniek en een gelijke is nauwelijks te vinden. 'Bilhete', een compositie van Braziliaanse singer-songwriter Ivan Lins wordt als duet door Linx en Lins overtuigend gezongen. Naast Lins zijn ook Natalie Dessay en Maria Joao op deze cd te horen.

    Variatie is er genoeg qua moods, ritmes en tempi. Om de schoonheid van deze cd optimaal te ondergaan is geconcentreerd luisteren essentieel, alleen dan zullen de creatieve subtiliteiten van David Linx en het BJO niet aan je voorbij gaan. Ook voor hen die vocale jazz afwijzen als zijnde niet echt relevant, is deze cd een aanbeveling. Geen gemakkelijke hapklare kost misschien, maar wel een cd die meer muzikale pareltjes in zich bergt dan je bij een eerste luistersessie zou denken.

    Een andere opinie?
  • Klik hier voor Koen Van Meels recensie van dit album.

    (Cees van de Ven, 6.2.08) - [print] - [naar boven]





    Cocqolumn #11
    J.J. Johnson tweemaal live


    Bladerend in een oud plakboek stuit ik op een concertprogramma. En het is ineens weer 19 november 1960, ik bevind me in het Amsterdamse Concertgebouw, waar Lou van Rees (NL) en Norman Granz (VS) samen 'Jazz At The Philharmonic' presenteren. De nachtconcertversie; eerder op de avond had het Kurhaus in Scheveningen al de eer van de Nederlandse première gehad.

    In latere jaren is van het North Sea Jazz Festival in Den Haag wel eens gezegd dat als je er een bom op zou gooien, de hele jazz afgelopen zou zijn. Ietwat overdreven misschien, maar iets vergelijkbaars gold zeker ook voor die novemberavond in 1960. Op het programma: het kwintet van Cannonball Adderley (met Nat Adderley, Vic Feldman, Sam Jones en Louis Hayes), een kwintet van Dizzy Gillespie (met Leo Wright, Boris Schifrin, Charles Lampkin en Art Davis) en een uitgelezen gezelschapje van meereizende grootheden: Roy Eldridge, Coleman Hawkins, Don Byas, Stan Getz, Benny Carter, Jo Jones, Candido. En niet te vergeten: J.J. Johnson, de legendarische trombonist, die tientallen jaren alle jazzpopulariteitspolls ter wereld aanvoerde in zijn categorie.

    Een ongelooflijke cast, eigenlijk, als je dat zo terugziet. Daar kon je zomaar een kaartje voor kopen, tegen de somma van ƒ 2,40 (goedkoopste rang) tot ƒ 6,00 (duurste rang), waarbij je dan nog wel een paar dubbeltjes bespreekgeld moest rekenen, en 15 cent voor de garderobe (en porto, als je je kaartjes liet opsturen).

    Ze zijn nog niet allemaal dood, al die coryfeeën van die avond. Maar J.J. Johnson wel, die overleed in 2001. Tot mijn geluk heb ik hem later nog eens zien en horen spelen, tijdens het SJU Jazzfestival in Utrecht, op 8 april 1994, in de kleine zaal van Muziekcentrum Vredenburg. Hij had een interessant clubje jonge collega's meegevoerd, absolute toppers van een nieuwe generatie, met Don Braden, Renee Rosnes, Christian McBride en Billy Drummond.

    Die kleine zaal heeft ook een relatief klein podium, dat met die vijf musici en hun spullen, de monitorboxen, de microfoons en veel draden aardig vol was. Niet gering was onze schrik toen de lichtbejaarde meester (hij was inmiddels zeventig) met zijn voet in een snoer haakte en bijna ten val kwam – Johnson was even naar de zijkant gelopen terwijl Braden soleerde, en nu op de weg terug. Het ging allemaal nog net goed, en het concert leed er niet onder.

    Ik had in die tijd als mediaredacteur van een regionale krant wat contacten in Hilversum, en wist iemand van de AVRO een cassettebandje te ontfutselen met de opname van die avond. Die heb ik inmiddels via een slim computerprogramma gedigitaliseerd en op cd gezet, en zo ben ik de trotse (en misschien wel enige in Nederland) eigenaar van een live-cd van J.J. Johnson, opgenomen in Utrecht, speelduur ruim 75 minuten.

    Nou ja, de enige ben ik niet; mijn broer heeft er ook een. We zaten die avond samen in Vredenburg, op het balkon van de kleine zaal, en deze registratie is een dierbare herinnering aan een fantastische jazzavond. Ik zou ook wel zo'n bandje willen van die avond in 1960, die (moet ik bekennen) een beetje is weggezakt in de nevelen van de tijd.

    (Anoniem, 5.2.08) - [print] - [naar boven]





    Jazzprofiel
    Jeroen van Vliet


    Met pianist Jeroen van Vliet heb ik een speciale band. We zijn generatiegenoten (1965) en zijn tevens rond dezelfde tijd als kind opgestart bij jazzpianist Willem Kühne. Dat was rond 1978. Op een of andere manier is het bij mij bij de lessen van Kühne nooit tot noten leren gekomen; Jeroen echter was wel ontvankelijk voor zowel theorie- en improvisatieles.

    Jeroen werd professioneel muzikant, ik ging de kant van de sociale wetenschappen op. Ik ben hem altijd blijven volgen in zijn muzikantschap en herken door onze gezamenlijke achtergrond snel zijn eigen stijl.

    Jeroen speelt virtuoos piano, met een lyrisch karakter, maar kan ook grooven als de neten! Vooral op zijn Fender Rhodes-piano. Op dit laatste instrument is hij in Nederland een van de beste spelers. Hij heeft zich gespecialiseerd in de combinatie van de Rhodes met elektronica. De meest fantastische soundscapes en grooves weet hij eruit te toveren. Dit laatste is met name te horen op de cd 'Gatecrash', die uitkwam onder de naam van Eric Vloeimans, en op de nieuwe release van saxofonist Dick de Graaf.

    Hij studeerde zoals gezegd privé bij Willem Kühne en later ook bij hem op het Brabants Conservatorium. In 1991 studeerde hij cum laude af aan het conservatorium in Utrecht bij jazzpianist Bert van den Brink. Op beide conservatoria is hij ook docent geweest. Veel samenwerkingsverbanden is hij aangegaan. Berucht is de samenwerking van zijn trio met de Amerikaanse saxofonist Bobby Malach in 1992.

    Jeroen heeft inmiddels vijf releases op zijn naam staan: 'Iris: Il De Re' (1989, met Herman van Haaren – viool/, Henk Koekkoek - tenorsax, Gerard Brohm – bas en Pascal Vermeer – drums), 'Who Is Afraid' (1996, piano solo), 'En Blanc Et Noir 4' (2000, met Eric van de Westen - bas en Michael Moore - klarinet/productie), 'Red Sun' (2001, met Dré Pallemaerts - drums en Frans van der Hoeven - bas), 'Unseen Land' (2004, met saxofonist Mete Erker, geïnspireerd en in communicatie over en weer met het werk van kunstschilder Mattie Schilders) en 'Momenten' (2005, volledig geïmproviseerd pianospel in samenwerking met dichter Herman Coenen). Een nieuwe release met zijn trio zal verschijnen in maart: 'The Poet & Other Tales', net als 'Who Is Afraid' opgenomen in de befaamde Rainbow Studio in Oslo.

    Jeroen is een veelgevraagd pianist; hij is te horen op vele releases. Naast eerdergenoemde zijn dat onder meer albums van Kristina Fuchs, Eric van der Westen, Contraband, Ineke van Doorn, Oene van Geel, en met name de groep van saxofonist Paul van Kemenade, waarin Jeroen liefst 17 jaar speelde. Ook heeft hij samengewerkt met trompettist Eric Vloeimans in de dansvoorstelling 'Hear Me' van de groep Connie Jansen Danst, waarvoor hij veel composities heeft geschreven. Op dit moment is Jeroen bezig met een nieuwe voorstelling van dit dansgezelschap onder de naam 'Sparring Partners', samen met saxofonist/klarinettist Mete Erker. Zeven dansers met kerkorgel! De première van deze voorstelling vindt plaats op 30 maart in het Orgelpark in Amsterdam. Op het komende Oerol Festival zal hij acte de présence geven met de groep Tuig. Naast zijn eigen trio is Jeroen op dit moment voornamelijk actief in het kwartet van Dick de Graaf, Eric Vloeimans' Gatecrash, in de poppy jazzgroep Voer, en in de net nieuw opgerichte groep Estafest, die naast Jeroen bestaat uit Oene van Geel op viool, Mete Erker op sax en Anton Goudsmit op gitaar.

    Pianist Jeroen van Vliet kan met een enorme intensiteit en zeggingskracht spelen. Dat is misschien wel te danken aan de beginperiode als leerling van pianist Willem Kühne, waar het ontwikkelen van eigenheid centraal stond. Ik zal hem daarom ook met veel interesse blijven volgen.

    Meer Jeroen van Vliet?
  • The Jazztube presenteert Gatecrash met Jeroen van Vliets compositie 'Hyper'.
  • Onze recensie van de cd 'Unseen Land'.
  • Onze recensie van de cd 'Red Sun'.
  • Onze recensie van een concert van het Jeroen van Vliet Trio met Eric Vloeimans op 12 februari 2007 in
        Wilhelmina, Eindhoven.

    Labels:

    (Koen Scherer, 5.2.08) - [print] - [naar boven]





    'I’m Old-Fashioned': ze zong het wel, maar was het niet
    Rita Reys & Peter Beets Quintet, zondag 13 januari 2008, Wilou's Basement, Veldhoven

    Rita Reys, Ferdinand Povel, Martijn van Iterson, Peter Beets, Ruud Jacobs, Joost Patocka en het American Songbook. Dat waren de bepalende elementen voor een onvergetelijk concert. Aan alle voorwaarden was voldaan; een all-star bezetting, een prettige ambiance, een prima gastheer en -vrouw, en een gemotiveerd publiek dat geen noot wilde missen!

    Dat is ook wat Rita Reys verdient en wat haar inspireerde om het beste van zichzelf te geven. Ze had de vorm van de dag en niemand die nog stilstond bij haar respectabele leeftijd. Ze zong als in haar beste jaren en zelfs de kokette danspasjes ontbraken niet. Kwistig strooide ze complimenten naar haar voortreffelijke bandleden. Het repertoire: 'You’re My Everything', 'I’m Old-Fashioned', 'Love For Sale', 'When Sunny Gets Blue', 'I Thought About You' en 'Don’t Explain', 'That Old Feeling', etcetera.

    Allemaal titels die genoegzaam bekend zijn. Maar in handen van dit illustere gezelschap en gezongen alsof het een première betrof, maakte het verschil. De prima arrangementen waren van het "enfant terrible" (Reys) Peter Beets. De pianovirtuoos en behorend tot de top in zijn idioom. Op de snelweg van het hoofd naar zijn handen was geen sprake van filevorming of snelheidsbeperking. Tussen wat hij wilde gaan spelen en speelde, zat een nog uit te vinden tijdseenheid. En hij keek erbij of dat alles hem zelf ook verbaasde!

    Onder de toehoorders waren enkele Ferdinand Povel-adepten. Zij stonden te watertanden van zijn befaamde akkoordenkennis en de toepassing ervan. Met precisiespel in schema's en changes bewees hij ook vanmiddag weer zijn terechte reputatie. Bij Martijn van Iterson was van een saai moment geen sprake. Zonder blikken of blozen bracht hij onderhoudend en creatief, uitstekend gitaarwerk. Hij was solist én begeleider. Een dubbelrol die hij probleemloos en perfect vervulde. Goed baswerk kwam van open-ear-and-mind Ruud Jacobs. Betrouwbaar, stevig en stuwend meanderde hij over de snaren. Een veelzijdig musicus annex producer, die nog altijd zeer actief is.

    Drummer Joost Patocka had duidelijk een streepje voor bij Reys. Soms kreeg hij van haar toestemming om loos te gaan qua spel en dynamiek. Hij was een prominent smaakmaker en doseerde uitstekend in ballad-, medium- en uptempo-stukken. Maar onbetwist stond zijn spel in belangrijke mate in dienst van het stralende middelpunt Rita Reys.

    Haar charisma, liefde voor het vak, frasering, timing en noem alle bijzondere muzikale eigenschappen die haar worden toegedicht maar op: het was er allemaal en dat deed haar zelf, musici en publiek zichtbaar goed. Het is te wensen dat de jazzvlam van deze lady of jazz nog een tijd mag blijven branden. Die wens applaudisseerde een enthousiast publiek haar na afloop langdurig toe.

    Klik hier voor een fotoverslag.

    (Cees van de Ven, 4.2.08) - [print] - [naar boven]





    Sebastian Gramms' Underkarl - 'Goldberg' (La Lune/Enja, 2007)

    Dat sommige jazzmuzikanten een zwak hebben voor de muziek van Bach is allang geen geheim meer. Dat ze voor een nieuw project hun oog al eens laten vallen op de 'Goldbergvariaties' al evenmin. Sebastian Gramss komt met het album 'Goldberg' dan ook terecht in het rijtje van Jacques Loussier en Uri Caine, al verschilt de werkwijze van de Duitse bassist gevoelig van die van zijn voorgangers.

    Eerst en vooral springt hij opvallend los om met Bachs basismateriaal. Alleen de 'Aria' en de eerste variatie worden letterlijk gearrangeerd. Alle andere stukken op het album zijn slechts geïnspireerd door de originele partituur. Toch wordt ook bij de meer getrouwe bewerkingen duidelijk dat Gramss een eigen koers vaart. De melodie van de 'Aria' wordt bijvoorbeeld verdeeld over verschillende instrumenten die elkaar telkens na enkele noten afwisselen. Toch klinkt de muziek heel vloeiend, waarmee meteen aangegeven wordt op welk niveau het samenspel van Underkarl zich bevindt.

    Achter de groep zitten bassist Sebastian Gramss en drummer Jonas Burgwinkel. Deze flexibele ritmetandem stuurt de groep verschillende vaarwaters in, zonder de stijlen altijd expliciet uit te spreken: van latin, film noir, een vederlichte wals of stevige uptempo swing tot de kermisvrolijkheid in de transcriptie van Bachs eerste variatie. Daarboven bewegen zich drie muzikanten die elk een heel eigen muzikaal karakter laten horen. Rietblazer Lömsch Lehmann klinkt aanstekelijk speels (zeker in de effecten van 'Mutation 15'), terwijl gitarist Frank Wingold zich multifunctioneel laat horen. Nu eens zweert hij bij een heel clean en lyrisch geluid, terwijl hij op andere momenten een rockgerichte distortion bovenhaalt, zonder daarmee de muzikale integriteit van Underkarl als jazzgroep te ondergraven. Maar de buitengewoon virtuoze trombonist Nils Wogram valt nog het meest op. Zijn snelheid en precisie negeren alle beperkingen die doorgaans met zijn instrument geassocieerd worden. Hierdoor kan hij de meest hectische melodieën meespelen en krijgt het ensemble een unieke sound, waarin de klassieke rolverdeling tussen de verschillende instrumenten opgeheven wordt.

    In de sobere kwintetbezetting – zeker in vergelijking met Uri Caine's exuberante 'Goldberg Variations' – krijgt ieder lid solomogelijkheden: niet in de klassieke thema-solo-themastructuur, maar in stukken (mutaties) die telkens rond een bepaalde solist gebouwd zijn. In deze mutaties is de geest van Bach bij momenten duidelijk te horen door knipoogjes naar het thema of door de polyfone arrangementen. Onder de solistische passages worden riffs geschoven, soms kronkelend, melodisch grillig, ritmisch hoekig of meerstemmig uitgewerkt, waardoor de begeleiding alleen al de moeite wordt. Deze knap en hectisch uitgewerkte stukken muziek worden echter zo spontaan en quasinonchalant gespeeld dat ze vanzelfsprekend en haast geïmproviseerd klinken. Dit, gekoppeld aan de precisie, de virtuositeit en knappe composities, maakt 'Goldberg' tot een schitterend album van muzikanten die op een bijzonder creatieve en persoonlijke manier omspringen met het verleden.

    (Koen Van Meel, 4.2.08) - [print] - [naar boven]





    Terugblik Stranger Than Paranoia 2007 (1)

    Al vijftien edities lang is het Tilburgse festival Stranger Than Paranoia consistent kwalitatief, verrassend en gevarieerd. Een uitstekende manier om een jaar af te sluiten, zoals wij jaar in jaar uit mogen ervaren. In twee delen blikt Draai om je oren terug op twee goed bezette avonden in Paradox.

    Op maandag 24 december 2007, kerstavond, werd de spits traditiegetrouw afgebeten door het Paul van Kemenade Quintet, dat met een energieke set met nieuw materiaal liet horen bezig te zijn aan een tweede jeugd. Zanger Jeroen Zijlstra en trompettist Eric Vloeimans gaven het optreden extra glans. Datzelfde deed de jonge hoornist Morris Kliphuis (1986) bij de daaropvolgende jazzfunkband DASH!, waar hij inviel voor percussionist Joshua Samson. Deze formatie rond rietblazer Maarten Ornstein wordt in belangrijke mate gekleurd door de bijzondere zangpartijen van de vier zangeressen, die prima renderen op de smaakvolle en gevarieerde basis die door de muzikanten wordt opgetrokken.

    Lees hier het volledige verslag en bekijk de bijbehorende fotopagina van Cees van de Ven.

    (Maarten van de Ven, 4.2.08) - [print] - [naar boven]





    Strikte vorm versus speelse interactie
    Michaël Attias' Renku, maandag 21 januari, Jazzpower, Wilhelmina, Eindhoven

    Een Renku is een Japanse versvorm waarbij verschillende dichters telkens een strofe aan het gedicht toevoegen volgens zeer strikte regels wat betreft vorm, metrum, lettergrepen, interpunctie en zelfs onderwerp. Deze dichtvorm bestaat al eeuwenlang en ontstond in een sessie van soms zelfs enkele dagen, waarbij een dichter (de gastheer) een aantal anderen uitnodigde om gezamenlijk een Renku te schrijven. Nog steeds worden er in Japan volgens deze strenge regels verzen gemaakt. Maar er zijn ook dichters die de vrije versvorm beoefenen, met wel de basisvorm (het kettingvers), maar zonder alle strikte vormregels in acht te nemen.

    Met name de laatste regel was voor Michaël Attias (saxen) aanleiding om zijn trio Renku te noemen. Als gastheer nodigde hij zijn trioleden John Hebert (bas) en Saloshi Takeishi (drums) vanavond uit om op interactieve wijze dit concert vorm te geven. Het werd een avond lang spannend samenspel en improvisaties die zich kenmerkten door oorspronkelijkheid.

    De composities waren vindingrijk wat betreft vorm, structuur en verrassende ritmiek. Het trio slaagde erin om complexiteit toegankelijk en verstaanbaar te maken door zelfverzekerd en helder spel. Knap uitgevoerde unisono's en listige abrupte stops werden afgewisseld met groovy of swingende collectieven en vrije impro's waar de speelpret vanaf spatte.

    Attias beschikt over een aansprekend fraai geluid en voldoende technisch vermogen om klip en klaar zijn zegje te doen. John Hebert, vaste bassist van pianist/componist Andrew Hill in diens laatste levensjaren, was energiek en onderhoudend. Vogelvrij speelde hij arco falsettonen in het hoge register. Hij baste op de pitch en bouwde zijn improvisaties op intrigerende wijze op. Deze lieten aan duidelijkheid niets te wensen over.

    Satoshi Takeishi maakte grote indruk. Hij is een oorspronkelijke en veelzijdige slagwerker/percussionist, met een eigen geluid. Zo beroerde hij met zijn handen de ride- en hihat-bekkens en een kleine handcimbaal voor prachtige, fijnzinnige klankkleuren. Maar hij kon ook voor de dag komen met stevig drumwerk. Zijn ferme klappen, riffs en fills waren alles behalve lukraak en zeer gevarieerd. Een drummer om van te houden.

    Het werd een concert van komen en gaan. Een tijdlang werd in gezamelijkheid opgetrokken, uitgaande van voor- en uitgeschreven muzikale routebeschrijvingen. Maar dan zochten de muzikanten plotseling de vrije ruimte op, waarbij iedereen blindelings vertrouwen kon op het nodige comfort onderweg dat door de anderen werd aangereikt. Michaël Attias' Renku sprak deze avond tot ieders verbeelding met een uitstekend vormgegeven concert.

    Klik
    hier voor een fotoverslag

    Meer weten?
  • De website van Michaël Attias.
  • Klik hier voor enkele MP3's.

    (Cees van de Ven, 2.2.08) - [print] - [naar boven]





    The Jazztube
    Bill Evans Trio - 'Waltz For Debby'


    Het fijnzinnig toucher waarmee Bill Evans (1929-1980) de toetsen beroerde, is legendarisch. Zijn intimistische spel grijpt je als luisteraar aan; zijn dromerige en hemelse klanken raken je tot op het bot. Fascinerend, soms bijna genant, alsof je rechtstreeks in contact staat met de zielenroerselen van de pianist. Maar Evans kon de luisteraar ook begeesteren met heerlijke uptempo stukken. Deze keer in The Jazztube 'Waltz For Debby', een van zijn meest geliefde composities.

    De opname is afkomstig van het BBC-programma 'Jazz 625', gepresenteerd door Humphrey "So, it's goodbye for now" Lyttelton (overigens ook een trompettist en eigenaar van het platenlabel Calligraph Records). Op 19 maart 1965 gaf het Bill Evans Trio, met naast Evans bassist Chuck Israels en drummer Larry Bunker, een optreden in een Londense televisiestudio. Ze speelden daar twee sets, met klassiekers als 'My Foolish Heart', 'Summertime', 'How Deep Is The Ocean' en 'Someday My Prince Will Come'. De camera's van de BCC brachten het allemaal perfect in beeld. Met 'Waltz For Debby' sloot het trio de tweede set en het concert af.

    Klik op bovenstaande afbeelding om de video te bekijken en te beluisteren.

    Labels:

    (Maarten van de Ven, 1.2.08) - [print] - [naar boven]





    E.S.T. - 'Live In Hamburg' (ACT, 2007)
    Opname: 2006

    Het fameuze Zweedse trio E.S.T., bestaande uit Esbjörn Svensson (piano), Dan Berglund (bas) en Magnus Öström (drums), gaf op 11 november 2006 een live-concert in Hamburg, en de feilloze registratie daarvan (gemaakt door de technici van de Norddeutsche Rundfunk) levert een belangwekkende dubbel-cd op met bijna 120 minuten bijzondere jazz.

    De rode draad door de muziek van E.S.T. is sensitiviteit: de muziek van Svensson is een levendige vorm van impressionistische jazz. Het trio speelt tien redelijk lange stukken (het kortste is zes minuten, het langste bijna negentien), allemaal van eigen hand, en toont daarin een feilloos sfeergevoel. Daarbij blijft het, los van de lange, breed meanderende intro's door Svensson, steeds plezierig pulseren – de heren behouden in alles wat ze doen het contact met de verworvenheden van de jazzgeschiedenis.

    Een goed voorbeeld is 'The Rube Thing', waarin de pianist bijna drie minuten neemt om dromerig uit te weiden, waarna bassist en drummer zich bij hem voegen en het onbedaarlijk (maar subtiel) gaat swingen. Prachtige muziek.

    Deze recensie was eerder te lezen in HVT Magazine.

    (Anoniem, 1.2.08) - [print] - [naar boven]


    Lees verder in het archief...






  • Menupagina's:

    Redactieadres:

    Hoekstraat 1 B17
    3910 Neerpelt
    België
    (0032) 11747180
    (0032) 498788554

    Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
    Mail de redactie.