Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




Van Kemenade verloochent jazztraditie nooit
zondag 23 juni 2007, SJU Jazzpodium, Utrecht

Altsaxofonist Paul van Kemenade, die inmiddels 30 jaar professioneel muzikant is – in het najaar wordt dat gevierd met een uitgebreide tournee met diverse formaties en projecten – verzorgde op 23 juni een carte-blanche concert in het Utrechtse SJU Jazzpodium.

Van Kemenade komt voort uit de woelige zeventiger jaren free-jazz periode, maar in zijn speelwijze heeft hij de jazztraditie nimmer verloochent. Hij combineert die traditie – swing (Johnny Hodges) en bop (Cannonball Adderley) – met de hedendaagse impro-muziek en schroomt niet gebruik te maken van invloeden uit de wereldmuziek. Dat alles gaat ook nog eens gepaard met een helder, warm en bluesy geluid op de altsax.

Voor de pauze speelde hij met twee duobezettingen. De eerste met zijn Podium Trio-maatje gitarist Jan Kuiper en de tweede met pianist Stevko Busch, met wie hij in Borderhopping speelt. Met Kuiper, voortreffelijk begeleidend in baslijnen en akkoorden en expressief solerend, werd begonnen met een vrije improvisatie. De interactie tussen beide muzikanten resulteerde in inspirerend en spannend samenspel. Ook werd er zeer contrastrijk gemusiceerd, zowel in wisselend volume, als in gevarieerde solo's (van uiterst ingetogen tot explosief). Het duo eindigde met een Afrikaans kinderliedje, waarbij Kuiper een continue, relaxte groove neerzette, waarop Van Kemenade ontspannen en lekkere bluesy lijnen blies.

Het duo met pianist Stevko Busch is van een andere orde: harmonieus, melodieus, poppy en funky. De samenwerking is ook hier uitstekend. Busch is een bescheiden pianist die de – in dit geval – lyrische Van Kemenade subliem ondersteunt.

Na de pauze introduceerde Van Kemenade een nieuw (gelegenheids?)kwartet met Hammond-organist Arno Krijger, drummer Pieter Bast en Jeroem Doomernik op trompet en bugel. In de vrije stukken – Ornette Colemans 'Lonely Woman' en Van Kemenades 'Call' - lijkt in het bijzonder de kracht van dit kwartet te liggen. Arno Krijger met aparte effecten op het orgel, Pieter Bast vrij en flexibel drummend, Doomernik – hoewel enigszins traditioneel – vloeiend blazend en Van Kemenade - als voor de pauze – inventief, bluesy en virtuoos vrij improviserend.

De nummers in het funky idioom, waaronder composities van Horace Silver en Cannonball Adderley, kwamen niet helemaal tot hun recht. De enigszins vrije interpretatie van dat repertoire door het kwartet past mijns inziens niet zo in dat idioom. Afgezien daarvan was deze carte-blanche een meer dan geslaagde opmaat voor Van Kemenade's jublileumprojecten in het najaar.

Klik
hier voor Maarten Jan Rieders fotoverslag van dit concert.

Meer weten?
  • Klik hier voor de jubileumactiviteiten van Paul van Kemenade.

    (Jacques Los, 30.6.07) - [print] - [naar boven]





    Nico Huijbregts - 'Let Me Tell You' (IC Disc, 2007)

    Voor deze solopiano-cd werd geen noot op papier gezet. 'Instantly composed pieces' noemt Nico Huijbregts het zelf. Het is een bijzonder debuut geworden van deze beeldend kunstenaar, componist en pianist uit Nijmegen. Helder stromen zijn creatieve invallen van hoofd en hart via zijn handen naar het klavier. Met een mooi toucher, gebruik van gedoceerde dynamiek en een goed verhaal pakt hij je bij de lurven, zoals je dat ook hebt bij instant composing van Keith Jarrett bijvoorbeeld.

    'Short Story Long' speelt hij alsof hij met een penseel kleuraccenten plaatst in snelle staccato vegen, intuïtief maar raak! Het zijn veelal langzame sferische stukken. Bij een blindfold test zou de muziek ook als Scandinavisch kunnen worden geduid, zoals in 'The Rock' bijvoorbeeld. Maar dat wordt vervolgens door Huibregts weer onderuit gehaald in het kolderieke 'Move That Piano' (Stan & Ollie 2).

    En dan is er nog een obsessieve uitvoering van 'Search For Stella', waarin onontkoombaar repeterend de eerste noten van 'Stella By Starlight' worden gespeeld, of zijn muzikaal-anatomische les van de 'The Girl From Ipanema' in het laatste stuk van de cd 'Tall, Tan, Young And Lovely'. Een impressionistische schets met pointillistische akkoorden getoonzet. Een stuk met een Mengelbergse soberheid, absurditeit en grilligheid.

    Huijbregts is geen man van vingervlug of swingend pianospel op deze cd, maar maakt wel muziek om van te houden, deze geïmproviseerde pianomuziek van een authentieke en creatieve geest. Zijn uniek, niet reproduceerbaar materiaal verdient het om gehoord te worden.

    (Cees van de Ven, 30.6.07) - [print] - [naar boven]





    Dmitri Kolesnik - 'Five Corners' (Challenge, 2007)
    Opname: 2006

    Een aardige vorm van samenwerking tussen Russen en Amerikanen, dit album. Leider is de uit Sint Petersburg afkomstige bassist Dmitri Kolesnik, die voor deze sessie zijn landgenoten Alex Sipiagin (trompet) en Andrei Kondakov (piano) inviteerde, alsmede de New-Yorkers Eric Alexander (tenorsaxofoon), Lenny White (drums) en Jim Rotondi (trompet, afwisselend te horen met Sipiagin).

    Van de tien stukken zijn er acht van Kolesnik zelf, de andere twee zijn van de hand van Kondakov. Het gaat om aangename maar niet heel avontuurlijke mainstreamjazz, waaraan je eventuele cultuurverschillen niet af kunt horen. Kolesnik (wiens bas vrij prominent in de mix is te horen) is misschien geen echte hoogvlieger maar wel een adequate musicus, en zijn sidemen zijn dat ook, misschien met uitzondering van Alexander die dat 'adequaat' nog wel een paar graden ontstijgt. Maar je kunt je deze muziek ook heel goed voorstellen van een Nederlands kwintet – en dan misschien ook nog wel iets boeiender.

    Deze recensie verscheen eerder in HVT Magazine.

    (René de Cocq, 29.6.07) - [print] - [naar boven]



    Blue Note Records Festival 2007

    Vanaf 6 juli tot en met 17 juli vindt in Gent het Blue Note Records Festival plaats. Evenals de meeste festivals is het een mix van pure jazz tot en met crossover en wereldmuziek. Iedere dag treden minimaal vier groepen op.

    Een greep uit de indrukwekkende line-up van jazzgroepen die gecontracteerd zijn: Charles Tolliver Big Band, Kenny Werner Quartet & Toots Thielemans, Belmondo Sextet & Yusef Lateef, Chick Corea & Gary Burton, Jef Neve Trio & Flavio Boltro, Charlie Haden Quartet West, Erik Truffaz, Rashied Ali Quintet, Archie Shepp/Roswell Rudd Quartet en het San Francisco Jazz Collective.

    Buiten de jazzcategorie zijn er optredens van onder andere Zap Mama, India Arie, Sly & The Family Stone, Christina Branco en Willy DeVille & The Mink DeVille Band. Op 17 juli is er ter afsluiting een Special Night met Elvis Costello en de Allen Toussaint Band & Horns met als gast Steve Nieve.

    Voor uitgebreide informatie klik
    hier.

    (Jacques Los, 29.6.07) - [print] - [naar boven]





    Eric van der Westen's Quadrant Extended - 'The World Over' (EWM, 2007) 2 CD
    Opname: 2004-2006

    Jazzy blazerslijnen over eigentijdse grooves, het is niet echt iets nieuws, maar bassist Eric van der Westen en zijn (voor deze keer uitgebreide) groep Quadrant geven er hier wel een frisse draai aan. Nu heeft hij met Benjamin Herman, Mete Erker, Angelo Verploegen en Hans Sparla natuurlijk niet zomaar blazers om zich heen, en een toetsenist als Jeroen van Vliet (op piano en diverse keyboards) voegt op zijn eigen wijze een extra laag toe. En niet te vergeten zijn daar de zangeressen Monica Akihari en Kristina Fuchs, die niet mikken op min of meer traditionele jazzzang, maar (wel met tekst) functioneren als extra blazers.

    Het programma is een vijftiendelige suite van door Van der Westen gecomponeerde stukken, met jazz als uitgangspunt, maar ook elementen van dance, funk en wereldmuziek, waarin hij zijn muzikale (en sociale, zegt hij zelf) visie geeft op het idee dat de wereld eigenlijk één groot dorp is. Hoogtepunt: 'Mourning For Moses And For Jacky Too', met prachtig warme klankkleuren in stemmen en instrumenten.

    Deze recensie verscheen eerder in HVT Magazine.

    (René de Cocq, 29.6.07) - [print] - [naar boven]





    Summer Jazz Workshop
    van 9 tot en met 13 juli 2007

    Het Conservatorium van Amsterdam en The Manhattan School of Music bieden amateur jazzmusici en jazzstudenten de kans een week lang lessen te volgen van gerenommeerde docenten. Jaarlijks komen jazzfans van over de hele wereld naar de hoofdstad om gedurende de Summer Jazz Workshop kwalitatief hoog muziekonderwijs te volgen aan een van de belangrijkste jazzinstituten in Europa.

    Voor het eerst doen er dit jaar ook prijswinnaars mee: op het International Jazz Festival 2007 in Enschede won Mathis Petermann (trompet) de solistenprijs als beste koperblazer, op het Nationaal Big Band Concours 2007 in Hoofddorp was de jury het meest onder de indruk van Maart van Baalen (trompet). Het Conservatorium van Amsterdam heeft als prijs een gratis deelname aan de Summer Jazz Workshop beschikbaar gesteld. Door de prijs expliciet uit te schrijven voor de beste koperblazer, hoopt het Conservatorium meer aandacht te vestigen op de rol van koperinstrumenten in de jazzmuziek en jonge koperblazers te stimuleren en aan te moedigen.

    Tijdens de week van de Summer Jazz Workshop wordt de Duke Ellingtonzaal van het Conservatorium omgetoverd tot een heuse jazzclub (met bar!). In de avonduren worden daar concerten en jamsessies georganiseerd, die gratis toegankelijk zijn.

    De Summer Jazz Workshop staat onder leiding van Justin DiCioccio (hoofd van The Manhattan School of Music). De lessen worden verzorgd door Cecil Bridgewater (trompet), Garry Dial (piano), Fay Claassen (zang), Maarten van der Grinten (gitaar), Ernst Glerum (bas), Yaniv Nachum (saxofoon), Simon Rigter (saxofoon) en Joost Lijbaart (drums).

    Voor meer informatie en aanmelden klik hier.

    (Jacques Los, 28.6.07) - [print] - [naar boven]





    Stefano Battaglia - 'Re: Pasolini' (ECM, 2007) 2 CD
    Opname: 2005

    De Italiaanse pianist en componist Stefano Battaglia stelde zichzelf voor de uitdaging om artistieke duizendpoot Pier Paolo Pasolini muzikaal te vertalen. Dan bots je meteen op de complexiteit van een persoonlijkheid die op vele vlakken actief was; op een dichter die de uitzonderlijke capaciteit had om tegenstellingen te verzoenen. Dat laatste is precies wat Battaglia nastreeft.

    Op de eerste cd brengt hij een klassiek jazzkwartet in stelling, aangevuld met klarinet en cello. De toon is overwegend helder en poëtisch, met duidelijke melodielijnen. Qua sfeer doet het een beetje denken aan het project dat Tomasz Stanko ooit opzette rond Kristof Komeda, of aan de filmmuziek van Eleni Karaindrou. Cd twee leunt dichter aan bij hedendaags klassiek en bevat ook enkele vrije improvisaties. Vijftien stukken in totaal, die variëren van solo tot kwintet. De line-up bestaat uit piano, viool, cello, contrabas en percussie.

    Labels:

    (Dirk De Gezelle, 27.6.07) - [print] - [naar boven]



    Radio 6 live vanaf North Sea Jazz

    Radio 6 zendt van 13 tot en met 15 juli live uit vanaf het North Sea Jazz festival in Rotterdam. Met maar liefst 55 uur muziek, interviews en reportages doet het radiostation uitgebreid en exclusief verslag van het evenement. De zender heeft tijdens de 32ste editie van het festival een eigen studio in Ahoy. Bezoekers van het evenement kunnen zien hoe de programma's worden gemaakt. In de Radio 6 studio zullen diverse artiesten aanschuiven voor een interview.

    (Maarten van de Ven, 27.6.07) - [print] - [naar boven]





    Powerhouse Sound - 'Oslo/Chicago: Breaks' (Atavistic, 2007)
    Territory Band - 'New Horse For The White House' (Okkadisk, 2006)
    Lane/Vandermark/Broo/Love - '4 Corners' (Clean Feed, 2007)

    Ken Vandermark volgen is een moeilijke bedoening. Om de paar maanden komt hij weer uit met nieuwe cd's van nieuwe bands, met telkens nieuwe namen, op andere labels. Het goede is dat de topsaxofonist ons blijft vergasten op stukken heerlijke muziek, voor wie niet bevreesd is van het hardere blaaswerk.

    De eerste in het rijtje heeft een nogal speciaal concept. Het eerste deel is in Oslo opgenomen met Ingebrigt Haker Flaten en Nate McBride op elektrische bas, Lasse Marhaug op elektronica, Paal Nilssen-Love op drums en Vandermark zelf op tenorsax. Het tweede deel brengt dezelfde muziek, maar dan met Jeff Parker op gitaar en John Herndon op drums. Dit is muziek die door de bassen en de drums geleid wordt, en bij momenten ritmisch verbluffend is. Vandermark blijft zijn gekende powerplay voeren, en daar is hij het best in, met korte krachtige stoten funkend de ritmes volgend. Het nieuwe aan dit concept is dat de inbreng van elektronica het geheel een andere dimensie en kleur geeft, soms storend of onderbrekend, soms verrijkend. Zoals Vandermark het zelf omschrijft: "The three major influences I considered when putting the music together were the rhythmic ideas of James Brown, the dub ideas of Lee Perry and the collage ideas of Public Enemy."

    De Territory Band is andere koek. Dit 12-koppig ensemble blaast er op deze driedubbelaar op los dat het een lieve lust is. Deze muziek is complex, gewaagd, gevarieerd, met topmuzikanten, alleen is het niet echt aan mij besteed. Ik heb geen probleem met chaos, maar dit is bij momenten niet te volgen: teveel door elkaar, te weinig herkenbare structuur (ik had niet gedacht dat ik dit ooit zou schrijven!). Misschien moet ik deze cd nog een paar keer opleggen, maar inspanning vraagt het zeker. Voor de zeer moedigen.

    Met '4 Corners' zijn we terug op een meer gekend territorium: het kwartet à la Ornette Coleman, met Vandermark op sax, Magnus Broo op trompet, Adam Lane op bas en Paal Nilssen-Love op drums. Stuk voor stuk knappe muzikanten, en ook Adam Lane is fantastisch op bas (ook zijn cd's onder eigen naam zijn meer dan de moeite waard). En het resultaat is heel sterk. Het eerste nummer 'Alfama' brengt al meteen alle variatie die je kan verwachten: een sterk pompende ritmesectie met unisono sax en trompet, wat dan plots stopt voor een eenzame en bluesy trompetsolo, dat dan wordt opgejaagd door de drums in steeds hogere en intensere sferen, om hardboppend door de sax opgevangen te worden als in een 4x100 meter aflossingskoers. 'Spin With The EARth' begint met een Afrikaans (Don Cherry?) aandoend thema en melodie, die gedeconstrueerd wordt in flarden solo's en dan gaandeweg ritmisch weer wordt opgebouwd. Op 'Lucia' laat Vandermark al zijn duivels los op zijn basklarinet. Deze cd brengt veel: freejazz, hardbop, blues, afrojazz, funk, intens harmonisch samenspel en schreeuwende contrapunt.

    Van al de bezettingen die Vandermark in de laatste jaren al heeft gehad, is die van '4 Corners' volgens mij één van de beste. Adam Lane brengt een diep muzikaal en bluesy gevoel in de groep, en Broo voegt er het melodische en vreugdevolle aan toe. Van de drie recente cd's gaat mijn, weliswaar niet echt gewaagde, voorkeur dan ook naar de laatstgenoemde uit.

    Op de
    website van Ken Vandermark kun je geluidsfragmenten vinden van bovengenoemde cd's.

    Labels:

    (Stef Gijssels, 26.6.07) - [print] - [naar boven]





    Een tuin vol intimistische jazz
    Jazz Garden, vrijdag 15 juni 2007, A-boerderij, Tilburg

    Op initiatief van de Verschijning, een kunstenaarscollectief voor beeldende kunst, vond op 15 juni een klein maar intiem jazzfestijn plaats: Jazz Garden. Het biedt een alternatief voor de stroom aan interdisciplinaire projecten, manifestaties en festivals in Tilburg. Jazz Garden is de eerste editie in een reeks live-avonden waarbinnen de Verschijning ruim baan maakt voor de autonome kwaliteit van de verschillende kunsten.

    Op deze bijzondere avond op een intieme buitenlocatie mocht de groep De Graaf-Koekkoek-Felix-Maas de spits afbijten. Zanger Peer de Graaf gaf door zijn vrolijke voorkomen, waarbij zijn theaterachtergrond goed te merken was, deze groep een humoristisch tintje. Hij klom van boom naar ladder en had het publiek op zijn hand. De scattechniek van De Graaf was bovendien niet onverdienstelijk! Deze vrolijke inzet verhulde echter de muzikale kwaliteit van de groep. Vooral Henk Koekkoek had op zijn tenorsax een prachtig sonoor geluid van een hoog niveau. De groep had aan cabareteske inslag, maar zeker ook een hoog swingend gehalte met jazzy elementen, waarin Koekkoek opvallend goed zijn muzikaliteit tentoonspreidde. De ritmesectie, gitarist Frederik Felix en bassist Piet Maas, ondersteunde het geheel naar behoren.

    Gitarist Jacques Palinckx maakte indruk door zijn authenticiteit. Hij is bekend van zijn groep met zijn broer Bert, maar dit jaar richt hij zich vooral op het geven van soloconcerten en het componeren van theatermuziek. Zijn gitaargeluid deed denken aan Ry Cooder, en had kenmerken van country en western, maar door het subtiele gebruik van verschillende attributen, zoals een elektrische tandenborstel en samples van radiostemmen, wist hij het optreden inventief en muzikaal naar zijn hand te zetten. Het is gedurfd om met deze marge van vrije improvisatie live op te treden.

    Klarinettist Paul de Leest en accordeonist Hans Sparla speelde stukken van eigen hand, maar ook bestaande stukken. De muziek varieerde van jazz tot Cubaanse en Zuid-Amerikaanse invloeden. De Leest had een mooie volle toon op zijn basklarinet. Sparla is natuurlijk vooral bekend als trombonist, zijn spel op het accordeon is minder bekend maar niet onverdienstelijk. Hij bespeelde dit instrument al eerder bij saxofonist Dick de Graaf. Af en toe hobbelde hij iets te veel tussen de noten door in de jazzy stukken, daar waar hij met zijn trombone vloeiend en meer groovend zou hebben gespeeld. Maar het accordeon leende zich bij uitstek voor deze avond in de buitenlucht. Het duo was goed op elkaar ingespeeld en had een duidelijke meerwaarde in het geheel van de avond.

    Opvallend sterk was het optreden van flamencogitarist Maurice Leenaars. Met Vaarzon Morel behoort hij tot de top in Nederland op het gebied van flamenco. De twee verschillen behoorlijk in spel. Maurice beheerst de kunst om met weinig noten ontzettend mooie muziek te maken, wat uitzonderlijk knap is in de wereld van de flamenco. Wat een zeggingskracht, overgave en instrumentbeheersing: absolute top! Leenaars heeft een klassieke opleiding genoten op het Brabantse conservatorium, maar in het flamencospel is hij autodidact; hij heeft het in de praktijk geleerd. Zijn intensiteit sloeg over op het publiek, wat adembenemend zat te luisteren. Alle composities waren van eigen hand, waaronder een heel mooi persoonlijk stuk.

    Met een korte set mochten pianist Jeroen van Vliet en saxofonist Mete Erker de avond afsluiten. Dat de twee elkaar goed kennen was te horen. Zo maakten ze samen de cd 'Unseen Land', die is geïnspireerd op de beeldende kunst van Mattie Schilders. Het duo had er duidelijk schik in. Ze speelden een aantal composities van de cd, maar ook een nieuw stuk dat Van Vliet had geschreven voor Erker. Mete is van half-Turkse afkomst en daar had de pianist een mooie en vrolijke compositie op gebaseerd. Mooi samenspel. Van Vliet groovede heerlijk op zijn Wurlitzer. Fraai percussief spel, zoals hij dat al vaker met zijn Fender Rhodes heeft gebracht, onder meer op de cd 'Gatecrashin’' van Eric Vloeimans. Erker heeft een mooie volle toon op zijn tenor en ontwikkelt zich nog steeds als saxofonist. Dat hij les heeft gehad van Henk Koekkoek, die de avond begon, was een mooi voorbeeld hoe elke generatie ervoor zorgt dat er regelmatig talenten voortkomen uit de Tilburgse jazzscene.

    Kortom: een geslaagde avond, met complimenten voor de coördinatrice van de Verschijning, Hetty Kühne, die door haar keuze van de verfrissende programmering deze avond geen moment deed vervelen.

    Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.

    (Koen Scherer, 23.6.07) - [print] - [naar boven]





    Nieuwe leerstoel jazz aan de Universiteit van Amsterdam

    Musicoloog Walter van de Leur is per 1 september 2007 benoemd tot hoogleraar jazz en geïmproviseerde muziek aan de Universiteit van Amsterdam. Van de Leur is sinds 2001 als onderzoekscoördinator en docent werkzaam bij het Conservatorium van Amsterdam. Het hoogleraarschap aan de UvA zal hij met deze functie combineren.

    De publieke belangstelling voor jazz groeit. Door zijn uitgesproken eigen karakter manifesteert de Nederlandse jazz zich internationaal in de artistieke voorhoede. Met deze leerstoel - een initiatief van het Conservatorium van Amsterdam (Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, de Jazzorganisatie en de leerstoelgroep Muziekwetenschap van de Universiteit van Amsterdam - wordt de wetenschappelijke reflectie op jazz gestimuleerd en de samenwerking tussen universitair onderwijs en kunstvakonderwijs verstevigd. Walter van de Leur gaat zich bezighouden met onderzoek en, in samenwerking met het Conservatorium van Amsterdam, met onderwijs op het gebied van de jazz in Nederland.

    Walter van de Leur is naast zijn werk voor het Conservatorium van Amsterdam tevens verbonden als onderzoeker aan het Dutch Jazz Orchestra. Zijn onderzoek leverde cd's op met verloren gewaande muziek van onder anderen Billy Strayhorn en Mary Lou Williams. Verder is hij lid van de redactieraad van het wetenschappelijk tijdschrift Jazz Perspectives en lid van de redactieraad voor de jazz-series van de University of Michigan Press.

    In 2009 verschijnt Van de Leurs publicatie 'The Real Birth of the Cool: Orchestral Jazz in the 1940s' bij Oxford University Press. Zijn in 2002 verschenen boek 'Something to Live for: The Music of Billy Strayhorn' (Oxford University Press) werd onderscheiden met de prestigieuze Irving Book Award van de Society of American Music.

    (Jacques Los, 23.6.07) - [print] - [naar boven]





    Erik van der Luijt Trio - 'Joyride' (eigen beheer, 2007)

    De Van der Luijt-originals op deze cd zijn allemaal opgedragen aan personen uit zijn directe omgeving, zoals zijn bandleden Branko Teuwen (bas) en Victor de Boo (drums). De voorganger van deze cd '
    Express Yourself' kreeg overal een goede pers, dus waren de verwachtingen bij deze opvolger 'Joyride' hooggespannen.

    Vooropgesteld dat de composities zeker kwaliteit hebben en er natuurlijk ook een en ander te genieten valt, zoals in 'Evolution' en 'Summerset Serenade', ontbreken verrassingen qua harmonische vondsten, fijnzinnigheden en toucher. Met veel uitstekende pianisten in Nederland is onderscheidend vermogen en expositie van eigen identiteit belangrijk. Ik heb er tevergeefs naar gezocht.

    Een van de reden is de opnamekwaliteit. Van der Luijt heeft hier veelal een dominant ferme aanslag, rechter- versus linkerhand klinken vaak in onbalans en de piano staat erg op de voorgrond. De beide sidemen daarentegen klinken 'vanuit de verte' en hebben nauwelijks definitie.

    Het is maar één mening en velen zullen het ongetwijfeld wél een prettige 'Joyride' vinden. Maar om Evert van der Luijts kwaliteiten echt te kennen ga ik heil zoeken in zijn alom geprezen cd 'Express Yourself'; de titel spreekt me aan en geeft wel vertrouwen.

    (Cees van de Ven, 23.6.07) - [print] - [naar boven]





    The Jazztube
    Eric Vloeimans' Gatecrash - 'Hyper'


    Een van de optredens om naar uit te kijken bij de komende editie van
    Jazz op het Dak is ongetwijfeld dat van Gatecrash, de 'elektronische' band van trompettist Eric Vloeimans. Dit kwartet werd ook op deze site reeds bedolven onder de loftuitingen (zie hieronder). En terecht, zoals deze aflevering van The Jazztube bewijst.

    Gatecrash speelt hier 'Hyper', een compositie van toetsenist Jeroen van Vliet, die zich voor deze formatie beperkt tot de Fender Rhodes-piano. Deze versterkt en lardeert hij met een 'effectenbak', waaruit ook Vloeimans veelvuldig put voor zijn trompetspel. Bassist Gulli Gudmundsson en drummer Jasper van Hulten blijven relatief dichtbij de grond, en verankeren de mooie, soms spacy melodieën in krachtige grooves.

    De opname is afkomstig van het optreden dat ze op 2 december 2006 gaven in Lantaren/Venster in Rotterdam. 'Hyper' staat overigens niet op Vloeimans' laatste cd 'Gatecrashin’', maar het is zo'n sterk stuk dat wij ons niet kunnen voorstellen dat het niet aan zo'n zilveren schijfje zal worden toevertrouwd...

    Klik op bovenstaande afbeelding om de video te bekijken en te beluisteren.

    Meer weten?
  • Onze recensie met fotoverslag van een concert dat Gatecrash op 10 december 2005 gaf in het SJU
        Jazzpodium te Utrecht.
  • Onze recensie van de cd 'Gatecrashin’'.

    Labels:

    (Maarten van de Ven, 21.6.07) - [print] - [naar boven]





    Tom Beek - 'Live Under The Sun' (TomLaLa Records, 2007)

    Dit album bevat vijf lange stukken, live opgenomen op twee locaties (Leiden en Amsterdam), door een kwintet onder aanvoering van Tom Beek (op tenorsaxofoon), met Martijn van Iterson (gitaar), Karel Boehlee (piano), Jeroen Vierdag (bas) en Marcel Serierse (drums), dezelfde basisformatie als op het album 'White And Blue' uit 2005 (toen deed er ook een aantal gasten mee).

    De vijf spelen een interessant repertoire, met het beroemde 'Nefertiti' van Wayne Shorter en het nog beroemdere 'Naima' van John Coltrane, aangevuld met stukken van Beek zelf en een thema van Michiel Borstlap ('Ankara'). Een aangenaam ongehaaste aanpak, waarin de heren allemaal de ruimte krijgen om hun ideeën breed uit te werken.

    Van Iterson maakt wederom indruk met zijn elegante lange melodielijnen, Beek zelf speelt met autoriteit, zeker in de lange onbegeleide introductie van 'Naima'. Interessant en spannend is vooral de episode aan het slot van 'Nefertiti' waarop de twee frontspelers zich begeven in een soort collectieve improvisatie. De finale ('Grand Central', ruim 16 minuten liefst) is ronduit zinderend.

    Deze recensie verscheen eerder in HVT Magazine.

    (René de Cocq, 21.6.07) - [print] - [naar boven]





    BNR Nieuwsradio stopt met 'Dulfer Jazz'

    BNR Nieuwsradio stopt met het programma 'Dulfer Jazz'. Saxofonist Hans Dulfer maakt volgende week maandagavond om middernacht zijn laatste uitzending, tot groot verdriet van de maker, die het puur uit liefde voor de jazz en als hobby deed; zijn salaris bedroeg 250 euro bruto per uitzending.

    Dulfer, die al veel adhesiebetuigingen ontving, snapt niets van het besluit. "Ik zeg altijd dat jazz en zakendoen op elkaar lijken: in beide gevallen probeer je iemand te overtuigen. Maar misschien dat de nieuwe hoofdredacteur een antipathie jegens jazz voelt." Volgens hem was het een van de best beluisterde programma's van de zender.

    BNR-hoofdredacteur Paul van Gessel ontkent dat het schrappen van 'Dulfer Jazz' te maken heeft met gebrek aan kwaliteit of antipathie tegen jazz. "Wij zijn een nieuwszender, en daarin past een jazzprogramma niet. Het is doodzonde, maar het past gewoon niet in de nieuwe koers die we hebben gekozen."

    Saxofonist Dulfer heeft intussen geen idee of hij nog ergens terecht kan met zijn jazzprogramma, maar zelf houdt hij alle opties open. Misschien iets voor Radio 6?

    Bron: de Volkskrant

    (Maarten van de Ven, 21.6.07) - [print] - [naar boven]





    Te weinig peper bij Nils Wogram's Root 70
    zaterdag 9 juni 2007, SJU Jazzpodium, Utrecht

    Root 70, het bandje van trombonist Nils Wogram met altist Hayden Chisholm, bassist Matt Penman en drummer Jochen Rückert, is momenteel bezig met een uitgebreide tournee en deed dan ook eenmalig Nederland aan en dan wel in het SJU Jazzpodium te Utrecht. Waarom ook niet op belangrijke podia als het Bimhuis, het Tilburgse Paradox en Lantaarn/Venster in Rotterdam?

    Enfin, het niet al te talrijke Utrechtse publiek heeft kennis genomen van zeer melodieuze dansante free swingmuziek. Dat allemaal geïnspireerd op Broadway-musicalsongs en oude swingstandards. Keurige themaatjes dus en even zo netjes gespeeld. Zowel Wogram als Chisholm hebben beiden op hun respectievelijke instrumenten een opvallend klassiek geluid. Ook hun soli getuigden van grote kennis van de klassieken. Met groot 'glijgemak' soleert Wogram geïnspireerd op de soepele speelwijze van Jay Jay Johnson. Voor Chisholm geldt dat hij erg goed heeft geluisterd naar Paul Desmond en Benny Carter.

    De vergelijking gaat wat ver, maar het kwartet deed mij qua muziekopvatting sterk denken aan het roemruchte pianoloze kwartet van Mulligan met Chet Baker. Strakke eigen thema's, zowel unisono, als tweestemmig, als contrapunt uitgevoerd. Evenals in Mulligans kwartet spelen bassist en drummer in Root 70 een dienende rol. Een enkele solo, vooruit, dat is het dan. Neemt niet weg dat beide 'ritmedienaren' meer dan bekwaam functioneerden. In een voor de pauze Ellingtoniaanse ballade soleerde Hayden Chisholm sfeervol – in de geest van Johnny Hodges - en beheerst virtuoos.

    Al met al was het concert een eerbetoon aan de jazz uit de vijftiger en zestiger jaren, maar dan wel hedendaags geïnterpreteerd. Jammer echter, dat er vooral intellectueel werd gesoleerd en het avontuurlijke en tegendraadse, dat zo kenmerkend is voor de vrije jazz, totaal werd genegeerd. Wogram en Chisholm hadden wel een pondje peper toegediend kunnen krijgen.

    Klik hier voor Maarten Jan Rieders fotoverslag van dit concert.

    (Jacques Los, 20.6.07) - [print] - [naar boven]





    Gianluigi Trovesi - 'Vaghissimo Ritratto' (ECM, 2007)

    De Italiaanse rietblazer Gianluigi Trovesi is allang geen onbekende meer in ons land. Nog niet zo lang geleden viel hem internationaal grote bijval te beurt voor zijn project 'Round About Weill' met accordeonist Gianni Coscia. Samen met Umberto Petrin (piano) en Fulvio Maras (percussie, elektronica) vormt Trovesi een spitsvondig triumviraat, met de maestro zelf op altklarinet.

    Het basismateriaal voor 'Vaghissimo Ritratto' gaat deels terug naar de vijftiende en zestiende eeuw, met werk van componisten als Josquin Desprez, Orlando di Lasso, Luca Marenzio en Claudio Monteverdi. Maar het trio springt ook vrolijk van de Renaissance naar de twintigste eeuw, met interpretaties van Luigi Tenco ('Angela') en Jacques Brel ('Amsterdam').

    Deze eersteklas improvisatoren maken geen onderscheid tussen heden en verleden; ze zoeken naar mooie melodieën die ze vervolgens aanraken, transformeren en die ze met een kwinkslag tot iets heel persoonlijks omtoveren. Heel delicaat en smaakvol gedaan. Virtuoos, pretentieloos en met een vleugje humor. Een knap plaatje van de vriendelijke reus uit Bergamo!

    (Dirk De Gezelle, 20.6.07) - [print] - [naar boven]





    Jazz op het Dak 2007

    Elk jaar organiseren VPRO-Jazz en VPRO-Backstage een zomers jazzevenement op het dak van science center NEMO aan Oosterdok 2 in Amsterdam. Dit minifestival is uitgegroeid tot een begrip in de Nederlandse jazzwereld. Het festival is live te volgen via het radioprogramma 'De Avonden' op Radio 6 en natuurlijk via internet op radio6.nl.

    Op vrijdag 6 juli wordt het festival geopend met de groep Neighbourhoud van percussionist Manu Katché, met onder anderen saxofonist Trygve Seim en pianist Marcin Wasilewski. Daarna wordt de avond op het dak afgesloten met het trio Bennink/Borstlap/Glerum.In het Bimhuis vindt dan nog een afterparty plaats met de Italiaanse pianist Stefano Bollani.

    Op de tweede en laatste avond (7 juli) speelt als eerste Eric Vloeimans' Gatecrash, gevolgd door het Amerikaanse Vijay Iyer Quartet, een 'forward-looking jazzquartet'; een hippe combi van moderne jazz met Indiase en Afrikaanse elementen. De afterparty in het Bimhuis wordt verzorgd door het Vera Westera Trio.

    Kijk voor meer informatie op de
    website van de VPRO.

    (Jacques Los, 20.6.07) - [print] - [naar boven]



    Eindhovense jazzfestival gecanceld

    Het Eindhovense Jazz- en Blues Festival gaat dit jaar niet door. De eerder dit jaar aangekondigde verhuizing van het festival van eind augustus naar begin november blijkt onhaalbaar. De Stichting Jazz in Lighttown richt nu al haar pijlen op volgend jaar. Voor de editie 2008 wordt zowel naar een andere datum als naar een andere opzet voor het festival gezocht. Dit stelt voorzitter Hans Brian van de Stichting Jazz in Lighttown.

    Begin november wordt een besluit genomen wanneer én of het festival nieuwe-stijl zal plaatsvinden. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met de Stichting City Dynamiek. City Dynamiek onderzoekt momenteel of er voor dit brede en amusementsgerichte festival nog wel plek is op de Eindhovense evenementenkalender, aldus Eric Boselie van City Dynamiek. Sponsoren en horecaondernemers klaagden vorig jaar over de teruglopende kwaliteit van het festival.

    Begin dit jaar liet Jazz in Lighttown weten het muziekfestival van het laatste weekeinde van augustus te willen verplaatsen naar het eerste weekeinde van november. Het festival kampte de laatste jaren met teruglopende bezoekersaantallen, volgens Brian mede veroorzaakt door festivalvermoeidheid. In november zou het festival kunnen aanhaken bij de uitreiking van de Edison Jazz Awards, dit jaar voor het eerst in Eindhoven. De Stichting heeft gisteren laten weten hier vanaf te zien.

    De Stichting wil vasthouden aan het concept van een gratis toegankelijk, breed publieksfestival. Dat paste volgens Brian niet in de programmering rondom de Edison Awards. Bovendien vindt Brian november geen geschikt tijdstip. Als nieuw, geschikt tijdstip denkt hij aan een weekeinde in de periode tussen half mei en begin augustus. "Ons festival moet niet bijten met andere festivals in de stad. Bovendien wil ik na de jazzfestivals in Breda en Den Bosch."

    Bron: Eindhovens Dagblad

    (Maarten van de Ven, 20.6.07) - [print] - [naar boven]





    Satoko Fujii & Natsuki Tamura - 'In Krakow In November' (Not Two Records, 2006)

    De echtgenoten Satoko Fujii (piano) en Natsuki Tamura (trompet) doen het weer, en hoe! Fujii is een muzikale duizendpoot die alle vormen van jazz aankan en ook aan de lopende band cd's produceert die creatief én interessant én gevarieerd zijn, zowel qua stijl en uitvoering (big band, kwartet, duo's, solo, ...) als qua kwantiteit aan output : 7 cd's in 2006, 5 in 2005, 8 in 2004. Een overzicht van wat ze brengt zou ons te ver leiden, maar check haar blog voor meer info. Deze cd nu: prachtig van begin tot eind. Dit is jazz die meer terugplooit op de Europese muzikale traditie dan de Amerikaanse, en breder dan enkel jazz, met verwijzingen naar klassiek én Europese folk.

    Het eerste nummer komt van hun 'Gato Libre'-cd (een aanrader): 'Strange Village'. Het is een schitterende droevige melodie die uitermate geschikt is voor een dodenmars, maar dan in positieve zin. Maar dit koppel is niet bevreesd om ook echt buiten de lijntjes te kleuren. En dat maken ze in het begin van het tweede nummer al duidelijk; Fujii bewerkt haar snaren en Tamura perst blazende en snijdende geluiden uit zijn trompet, om er vervolgens een daverend en opzwepend tempo in te brengen. Dan wordt de muziek meditatief romantisch en ingetogen, zonder melig te worden, de piano licht ondersteunend, de trompet emotioneel meeslepend. Dit is moderne jazz van de bovenste plank, met een koppel knappe muzikanten die elkaar muzikaal perfect aanvoelen. Schitterend!

    Labels:

    (Stef Gijssels, 19.6.07) - [print] - [naar boven]





    Ornette Coleman onwel tijdens optreden

    De Amerikaanse jazzsaxofonist Ornette Coleman is dit weekeinde onwel geworden tijdens een optreden. De 77-jarige muzikant is naar een ziekenhuis gebracht, aldus de BBC maandag.

    Coleman en zijn kwartet zouden in juli beginnen aan een Europese tournee. Ze staan onder meer geprogrammeerd op het North Sea Jazz Festival, medio juli in Rotterdam. Het is niet bekend hoe het met hem gaat. Vermoedelijk raakte de saxofonist bevangen door de hitte.

    Zeker 80.000 mensen woonden het Bonnaroo-festival in Tennessee bij. Coleman, die zijn eerste album uitbracht in 1958, kreeg begin dit jaar nog een Grammy voor zijn hele oeuvre.

    (Jacques Los, 18.6.07) - [print] - [naar boven]



    Jazzmanifest van BIM en Ntb

    De Beroepsvereniging van Improviserende Musici (BIM) en de Nederlandse Toonkunstenaarsbond (Ntb) presenteren een gezamenlijk Jazzmanifest. Hierin staan aanbevelingen voor de verbetering van de situatie in de Nederlandse jazzsector en de rol die onder andere het nieuw in te richten Fonds in Fusie daarbij zou kunnen spelen. Vooral de gestage afbrokkeling van het gesubsidieerde jazzpodium circuit is een toenemende bron van zorg voor de opstellers van het manifest.

    In het Jazzmanifest bepleiten de BIM en de Ntb de volgende zaken:
  • uitbreiding van het aantal podia in de steden met een conservatorium;
  • een centraal, goed functionerend instituut met eenduidige doelstellingen en taken op het gebied van ondersteuning en aansturing van (nieuwe) podia, export van Nederlandse muziek naar het buitenland en archivering;
  • een integraal en flexibel subsidiearrangement met heldere, eenvoudige regels;
  • sectorpromotie door podia en ensembles/musici met ondersteuning van de zaken die de kracht van individuele podia en ensembles/musici overstijgen;
  • op termijn uitbreiding van gesubsidieerde ensembles.

    Gezamenlijk vertegenwoordigen de BIM en de Ntb het grootste deel van de professionele jazzmusici in Nederland. Het Jazzmanifest is dan ook uit het hart en de dagelijkse beroepspraktijk van deze musici gegrepen. De organisaties willen dat de aanbevelingen uit het manifest worden betrokken bij de formulering van een jazzbeleid dat recht doet aan de hoge kwaliteit van de Nederlandse jazz en geïmproviseerde muziek in
    Nederland.

    De tekst van het Jazzmanifest kunt u vinden op de website van de BIM. Klik
    hier.

    Meer weten?
  • Lees ons artikel over de teloorgang van de Nederlandse Jazzpodia.

    (Jacques Los, 18.6.07) - [print] - [naar boven]





    Café Kraaij & Balder werd even Café Bohemia
    Cruise Control, vrijdag 8 juni, Jazz at the Crow, Kraaij & Balder, Eindhoven

    Je waande je even in de hoogtijdagen van Blakeys hardbop bij dit concert van Cruise Control. Ruud Bergamin (alt- en tenorsax), Bart Egeter (piano), Dan Simon (bas), Ramón Hermans (drums) en gast Ellister van der Molen (trompet/bugel) verzorgden het slot van het Jazz at the Crow-seizoen. Het was aan hun geïnspireerde spel niet te merken dat slechts een handjevol mensen de weg naar dit podium hadden gevonden. Misschien was het weeralarm van die avond hier debet aan. Maar Cruise Control wist niettemin wat hun te doen stond en gaven daar blijk van. Stukken van hun onlangs verschenen cd 'Easy Cooking' werden afgewisseld met nieuw werk. Bart Egeter, Ruud Bergamin, Thelonious Monk en Tadd Dameron tekenden voor de composities.

    Als schatbewaarders van de jazztraditie werd op verantwoorde wijze, accuraat en bevlogen recht gedaan aan het idioom uit de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw. Dat klinkt ouderwetser dan het klonk. De musici stonden hun mannetje en met kennis van zaken werd er goed en enthousiast gemusiceerd. Egeter en Bergamin kwamen voor de dag met goed in het gehoor liggende eigen composities, die elke kwaliteitstoets konden doorstaan.

    Bergamin is een stabiele saxofonist met een aangenaam, stevig geluid en grote trefzekerheid in zijn spel. In de balad 'Going West' blies hij onderhoudend en gloedvol zijn improvisatie. Dan Simon was niet prominent aanwezig. Hij koos ervoor om bescheiden maar adequaat de band het solide fond aan te reiken en men kon blindelings op zijn cruisecontrol vertrouwen. Ondanks gedegen pianowerk en verzorgde improvisaties klonk Egeters spel wat vlak. Dat laatste gold zeker niet voor Ramón Hermans, die als een rebelse jongeling gedreven en pittig drumwerk leverde met op zijn tijd stevig rollende roffels en prikkelende accenten à la Blakey.

    Ellister van der Molen maakte een uitstekende indruk. Ondanks een opspelende verkoudheid wist zij zich manmoedig staande te houden. Sterker nog, ze was de slagroom op de koffie vanavond. Met goede instrumentbeheersing en improvisaties die de moeite waren, hoort ze met Saskia Laroo en Sanne van Heck bij het kleine selecte gezelschap vrouwelijke trompettisten in ons land. Het is zeker dat zij met haar talent en ambitie nog verder zal groeien in het verpersoonlijken van haar spel. Al met al was dit concert een mooie afsluiting van weer een succesvol seizoen Jazz at the Crow.

    Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.

    (Cees van de Ven, 17.6.07) - [print] - [naar boven]





    Heleen Schuttevaêr - 'Club Jazz' (Maxanter, 2007)

    'Binnengekomen met stip', deze debuut cd van Heleen Schuttevaêr. Onbegrijpelijk dat ik haar naam al niet veel eerder heb horen gonzen. Want al sinds 2002 treedt zij eens per maand met gasten op in Cultureel Centrum 't Hoogt in haar woonplaats Utrecht. Met deze cd plaatst ze zich in een klap in het rijtje Nederlandse topvocalisten. Een aangename, prettige stem, perfecte intonatie, timing en frasering, je vindt het allemaal bij haar.

    Maar er is meer. Alle tien composities, lyrics en arrangementen op deze cd zijn van haar hand. Bovendien speelt ze hier voortreffelijk piano in gezelschap van haar trio met Bart Tarenskeen (bas) en Wim de Vries (drums). Gasten zijn Deborah J. Carter in '
    Wherever The Road May Lead', saxofonist Tom Beek en gitarist Ron Jackson op vijf tracks, trompettist Saskia Laroo op drie tracks en percussionist Martin Verdonk op zes tracks.

    Schuttevaêr presenteert hier een droomdebuut-cd van grote klasse, met een compleet DNA-profiel van haar muzikale persoonlijkheid. Natuurlijk werd ook zij naar eigen zeggen gevormd door inspirators als Peggy Lee, Carmen McRae, pianist Monty Alexander en anderen, maar ze heeft een eigen, authentieke identiteit die je omarmt. Bij het beluisteren van haar cd valt op hoe snel je vertrouwd raakt met haar kwalitatieve composities die klinken alsof ze al jaren in het American Songbook staan.

    'Club Jazz' klinkt als een kleurrijk en afwisselend boeket, met lekkere swingende, medium-tempo, ballads en latin jazz-stukken waar je een beter mens van wordt! De kwaliteit van haar gasten staat buiten kijf. Daarom tot besluit een citaat uit een van Heleens lyrics: 'What are you waiting for'? Deze cd, die zoveel positieve energie geeft, is immers een must voor iedereen die van vocale jazz houdt. Eentje ook die onbeperkt houdbaar zal blijken.
    De cd is via haar website te bestellen.

    Labels:

    (Cees van de Ven, 17.6.07) - [print] - [naar boven]





    Uitmuntende 'ouderwetse' free jazz
    Peter Brötzmann Chicago Tentet, zaterdag 2 juni 2007, SJU Jazzpodium, Utrecht

    Rumor is een begrip in Utrecht (en ver daarbuiten). Het is een onregelmatig plaatsvindende festivalavond voor avontuurlijke muziek op het grensvlak van pop, jazz en gecomponeerde muziek. Niet zelden valt de muziek met donderend geraas over de drie grensvlakken heen. Op 2 juni werd de 49ste editie uitgevoerd met als apotheose het Chicago Tentet van Peter Brötzmann.

    Brötzmann is niet alleen een liefhebber van het fors aanblazen van zijn rietinstrumenten, maar ook van forse ensembles. Reeds in 1968 maakte hij met zijn internationale octet, waarin Willem Breuker en Han Bennink zaten, de als een bom inslaande plaat 'Machine Gun'. In de Europese freejazz scene begon zijn ster te rijzen. Ook in Nederland was hij veelvuldig op de belangrijke podia en festivals te horen.

    In 1997 verbleef Brötzmann enige tijd in de Verenigde Staten. Toen werd de kiem gelegd voor het Chicago Tentet. Van dat tentet zijn inmiddels acht cd's verschenen. In het tentet bevinden zich uitsluitend improvisatoren van groot kaliber: Ken Vandermark (rieten), Joe McPhee (trompet, ventieltrombone), Jeb Bishop (trombone), Johannes Bauer (trombone) , Per-Ake Holmlander (tuba), Fred Lonberg-Holm (cello), Kent Kessler (bas), Paal-Nilssen Love (drums) en Michael Zerang (drums).

    De groep speelde één lange set waarin de collectieve improvisatie een belangrijk element was. Daardoor werd een indrukwekkende totaalsound gecreëerd. De lage-tonen instrumenten (twee trombones, tuba en de vet klinkende bas) in combinatie met de gierende en bijtende klanken van de twee saxen en trompet veroorzaakten een welhaast hypnotiserende luisterervaring. 'Sturm und Drang', Wagneriaans, maar dan naar jazz vertaald. De energieke powerjazz verplettert je. Het gunt je geen moment voor contemplatie, maar dat hoeft ook niet. De magie blijft het gehele concert behouden.

    Uitspringende solisten zijn Ken Vandenmark op tenorsax en klarinet, de krachtig blazende Brötzmann op alt- en tenorsax en in het bijzonder Johannes Bauer die, al grommend en fluitend door het mondstuk, een verbluffend swingende trombonesolo produceerde. Dat alles ondersteunt door de continu pulserende ritmesectie; twee strijkers en plukkers (cello en bas), de ritmische tuba en twee slagwerkers die zeer inventief en intensief als twee-eenheid opereerden.

    Multi-instrumentalist (hij had zijn saxen thuis gelaten) Joe McPhee, de oudste deelnemer van het illustere gezelschap (in 1939 geboren in Miami) hanteerde merendeels de kornet en hield zich bescheiden op de achtergrond. Zijn niet geringe improvisatiekwaliteiten kwamen daardoor niet tot hun recht. Hetzelfde gold enigermate voor de cellist Fred Lonberg-Holm. Ook het massieve geluid van het collectief was debet aan het onopvallende optreden van Lonberg-Holm. Het deed echter geen afbreuk aan het voortreffelijke energieke freejazz-optreden van good old Brötzmann en zijn 'all stars' Chicago Tentet.

    Klik hier voor Maarten Jan Rieders fotoverslag van dit concert.

    (Jacques Los, 16.6.07) - [print] - [naar boven]





    Deloitte Jazz Award 2007 gaat naar Ben van Gelder

    Saxofonist Ben van Gelder heeft woensdagavond in het Bimhuis in Amsterdam de Deloitte Jazz Award 2007 gewonnen. Hij komt uit Groningen en won eerder het Prinses Christina Concours (2004). Hij begon zijn conservatoriumstudie in Amsterdam en verhuisde vorig jaar naar New York. Daar studeert hij aan de New School University.

    De jury prees Van Gelder om zijn muzikale integriteit, weloverwogen repertoirekeus en zeer persoonlijke geluid. De saxofonist mag een concert geven in de Koorzaal van het Concertgebouw te Amsterdam op vrijdag 27 juli 2007 in de serie Robeco Jazzcafé Live en is tevens uitgenodigd voor een optreden op de Brussels Jazz Marathon 2008.

    De prijs is een aanmoediging voor getalenteerde jazzmusici die in Nederland zijn gevestigd, al een zekere bekendheid genieten en aan het begin van een internationale carrière staan.

    In de finale moest Van Gelder het opnemen tegen pianist Rembrandt Frerichs en trompettist Rik Mol. Het Jazz Orchestra Of The Concertgebouw, onder leiding van Henk Meutgeert, begeleidde de kandidaten. Van Gelder ontving een bedrag van 20.000 euro. De andere finalisten kregen elk 2500 euro.

    Eerdere winnaars van de Deloitte Jazz Award waren Oene van Geel, David Kweksilber, Joris Roelofs, Stefan Lievestro en Jeffrey Bruinsma.

    Meer weten?
  • Onze recensie van het concert dat Ben van Gelder met de Young Allstars gaf in het Amsterdamse
        Bimhuis op 31 mei 2006.
  • Onze recensie van de cd 'Release' van de Young Allstars.

    (Jacques Los, 14.6.07) - [print] - [naar boven]





    Gerry Mulligan - 'The Jazz Soundtracks' (Gambit Records, 2007)
    Opnamen: 1958/1959

    In de jaren vijftig gebruikten Hollywoodse filmmakers jazz nogal eens als filmmuziek. Klassiek en klassiekerige muziek werd vaak als te pretentieus gezien, de lichte muziek van die dagen gold als te onbenullig; jazz sloot ook beter aan bij een eigentijds, 'modern' wereldbeeld. Beroemd is de inzet van Duke Ellington in de prachtige rechtbankthriller 'Anatomy Of A Murder' (hij kwam ook spelend in beeld).

    Baritonsaxofonist Gerry Mulligan stond centraal in (minstens) twee speelfilms. In 'The Subterraneans' speelde hij (met onder anderen Art Pepper, Art Farmer, Russ Freeman, Red Mitchell en Shelly Manne) stukken en arrangementen van André Previn (die zelf ook op piano te horen was): soms aardige muziek, hier en daar ietwat ontsierd door teveel strijkers.

    Puurder en soms briljant was de jazz die Mulligan (met Bud Shank, Pete Jolly, Frank Rosolino en andermaal Farmer, Mitchell en Manne) bijdroeg aan 'I Want To Live', op basis van composities van Johnny Mandel. De eerste film was goed voor twaalf stukken (eentje met zang van Carmen McCrae), de tweede voor zes, met 'Black Nightgown' als absoluut topstuk.

    Deze recensie verscheen eerder in HVT Magazine.

    (René de Cocq, 14.6.07) - [print] - [naar boven]





    Balkanladders, cimbalon, traditionele Hongaarse blokfluit en... jazz
    Mihály Dresch Quartet, donderdag 31 mei 2007, Bimhuis, Amsterdam

    Hoewel de Hongaarse saxofonist/fluitist Mihály Dresch in 2004 op het BIM-podium al grote indruk maakte, is zijn bekendheid niet navenant gestegen. Uiteraard is Dresch geen onbekende in Hongarije. In 2005 is hij uitgeroepen tot Hungarian Jazz Musician of the Year en hij heeft met niet de minste musici als John Tchicai, Roscoe Mitchell, Chico Freeman, David Murray en Dewey Redman samengespeeld. Met Archie Shepp heeft hij de voortreffelijke cd 'Hungarian Bebop' uitgebracht. Hij heeft op internationale festivals – Italië, Frankrijk, Engeland, Oostenrijk en Polen - opgetreden, maar desondanks dat geldt voor hem toch nog 'onbekend maakt onbemind'. Helaas voor dit sympathieke kwartet, helaas voor BIM's kassa, maar vooral helaas voor de thuisblijvers.

    Dresch vindt zijn inspiratie in de authentieke Hongaarse volksmuziek. In combinatie met de zigeunermuziek en andere Balkan-elementen creëert hij een geheel eigen jazzconcept zonder zijn jazzroots – John Coltrane, Johnny Griffin - te verloochenen. Zijn improvisaties worden gekenmerkt door een niet geringe variëteit: mooie zangerige melodieuze lijnen, snelle licks over de balkanladders, prachtige en beheerste pianissimo geblazen passages en felle uithalen in de toptones. Steeds anders en daardoor verrassend. In de in elkaar overlopende nummers zat ook een grote differentiatie in de veelvuldige tempowisselingen. Daarmee werd een continue spanningsboog gerealiseerd.

    In de zigeunerorkesten is de cimbalon de meest swingende factor. Zo ook in Dresch' kwartet. Miklós Lukács bespeelde het mijns inziens niet gemakkelijke instrument uitermate virtuoos. Zowel in de begeleidende akkoorden als in de razendsnelle single-notes improvisaties. De klank is, zeker in een jazzsetting, erg apart. Het zit zo'n beetje tussen een vibrafoon en marimba in. In combinatie met Dresch' helder klinkende sax (tenor en sopraan) wordt een bijzondere en fraaie klankkleur gerealiseerd.

    Een hoogtepunt in het concert was, halverwege de eerste set, een door Dresch ingetogen en subtiel geblazen ballade. Slechts begeleid door de cimbalon en contrabas van Mátyás Szandai. Geconcentreerd en intens door het trio uitgevoerd, soms fluisterzacht en – gelukkig – zonder enig virtuoos machtsvertoon.

    Niet alleen op de saxen bleek Dresch' meesterschap, maar eveneens op de Hongaarse traditionele blokfluit. Grommen en gieren en zonder technische belemmeringen. Enkel de wat statig en zeker niet soepel drummende István Baló viel wat uit de toon. Dat neemt niet weg dat dit alweer het derde bijzondere concert van deze maand (bij de andere was ik niet) in het immer magistraal programmerende Bimhuis was.

    Klik hier voor Govert Driessens fotoverslag van dit concert.

    (Jacques Los, 13.6.07) - [print] - [naar boven]



    Down Beat Readers Poll gaat online

    Voor zijn jaarlijkse Readers Poll geeft het Amerikaanse jazzmagazine Down Beat zijn lezers (en andere jazzliefhebbers) vanaf dit jaar de mogelijkheid om, naast het opsturen van de antwoordkaart uit het blad zelf, ook online te stemmen. Wie wordt opgenomen in de Hall of Fame en wie is jouw Jazz Artist of the Year? Wat is je favoriete jazzalbum van het afgelopen jaar? En welke saxofonist vind je het beste?

    Op dit soort vragen kun je antwoord geven via deze
    link en zo bijdragen aan alweer de 72ste editie van deze gerenommeerde jazz-populariteitspoll. De uitslag verschijnt in het decembernummer van Down Beat. Draai om je oren zal hierover ook berichten.

    (Maarten van de Ven, 12.6.07) - [print] - [naar boven]





    Jazz voor dummies: beweeg hoofd en schouders op de maat

    Voor de dommen onder ons bracht de Amerikaanse uitgeverij Pearson Education al heel wat gidsen uit. In Jip en Janneketaal lieten ze ingewijde schrijvers onder meer hypnotherapie, postnatale depressie, boekhouden, Einstein, kabala en sudoku voor dummies uitleggen. De gids 'Jazz voor dummies' bestond ook al geruime tijd, maar sinds kort is die geactualiseerd en aangevuld met informatie over de Nederlandse jazzscene.

    De auteur Dirk Sutro, jazzverslaggever voor de Los Angeles Times, leidt de lezer eerst binnen in de geheimen van improvisatie, swing en syncopen en polyritmiek. De dummie leest over Miles Davis of leert dat een Lydische toonladder 'een exotisch klinkende variant is van de majeurladder'.

    En dan volgt in Hoofdstuk 11 een beknopt lesje Jazz in de lage landen. Sutro beschrijft hoe Orkest de Volharding van Louis Andriessen in de jaren zeventig de toon heeft gezet voor de ontwikkeling van dwarse ensemblemuziek waar de grens tussen hoge en lage cultuur niet meer geldt. Willem Breuker, zowel betrokken bij de oprichting van de Instant Composers Pool als van Orkest de Volharding en leider van zijn Kollektief, krijgt een apart hoofdstuk toebedeeld, met daarin vooral aandacht voor zijn jaarlijkse vijfdaagse festival tussen kerst en oud en nieuw: 'De Klap op de Vuurpijl'.

    Aandacht is er voor de in 1926 opgerichte big band The Ramblers en de baanbrekende avant-garde van pianist Misha Mengelberg. De invloed van Surinaamse muzikanten als Kid Dynamite wordt besproken en de belangrijkste combo's en solisten uit de jaren vijftig, zestig, zeventig en tachtig zet Sutro heel overzichtelijk op een rijtje.

    Maar als hij over de huidige Nederlandse jazzscene schrijft, is te merken dat Sutro hier niet leeft. Hij volstaat met de opmerking dat iedereen overal en nergens zijn licht opsteekt. Dan noemt hij een aantal muzikanten als voorbeeld. Michiel Borstlap, Hans Dulfer, Denise Jannah, Hein van de Geijn, Benjamin Herman en Eric Vloeimans. Over de laatste schrijft de Amerikaan dat hij 'het klappen van de zweep kent'. 'Hij speelde onder meer met het trio van Michiel Borstlap en Ernst Reijseger.' Hier wordt het belang en de invloed van Vloeimans als bandleider geen recht gedaan. En dat geldt voor meer omschrijvingen. Er ontbreken ook nogal wat namen op de lijst. De improvisatiescene of een swingend strijkkwartet als Zapp negeert de auteur al helemaal.

    Maar het blijft toch een heerlijk boek, met een quiz (Vraag: Wie had de bijnaam 'Bean'? Antwoord: Coleman Hawkins), lijstjes van hebbedingen (t-shirts, buttons, flyers, etcetera), goede jazztijdschriften, literatuur over jazz, top-cd's en fantastische tips: 'Als een band aan het swingen slaat en bas en drums elkaar vastnagelen in een onwrikbare groove, klap en stamp dan mee, of beweeg minimaal je hoofd en schouders op de maat.'

    Jazz voor dummies, Pearson Education, € 27,95.

    Copyright: Het Parool

    (Maartje den Breejen, 11.6.07) - [print] - [naar boven]





    Rob Reddy's Gift Horse - 'A Hundred Jumping Devils' (Reddy Music, 2007)

    Saxofonist Rob Reddy heeft altijd een eigen stijl gehad, niet echt mainstream jazz, ook niet echt avant-gardistisch, maar een moderne middenweg bewandelend, links en rechts ideeën sprokkelend, onder andere in balkanmuziek. Ik vond zijn vorige albums bij momenten irriterend door de slepende of zelfs zeurderige toon die hij vaak in zijn saxspel én zijn composities legt. Deze is gelukkig anders.

    Een mooie selectie sterke composities, met een prima palet van instrumenten: Mark Taylor op hoorn, Charles Burnham op viool, Brandon Ross op akoestische en elektrische gitaar, Dom Richards op bas en Mino Cinelu op percussie. De muzikanten zijn individueel heel sterk en hun samenspel is uitstekend. De muziek is gevarieerd, maar met focus, met knappe ritmes en ritmewisselingen. Het is eens iets anders: fris en toegankelijk. Het meermaals beluisteren waard.

    (Stef Gijssels, 10.6.07) - [print] - [naar boven]





    Cocqolumn #8
    Milan, waar ben je?


    "Er waren heftige discussies met jazzvrienden, voor, tijdens en na de concerten en clubbijeenkomsten en bij het platen draaien. Of Dave Brubeck wel swingde. Of Pim Jacobs niet een beetje een kloon was van Hank Jones. Of jazz door niet-Amerikanen wel jazz was, of jazz door niet-negers wel jazz was. Ook een prangende vraag: waarom had Koos Serierse vijf snaren op zijn bas? Ik deed het ook schriftelijk, dat discussiëren. Met een meneer in Praag, die via een advertentietje in Rhythme (het enige landelijke tijdschrift dat aandacht aan jazz besteedde) had laten weten een correspondentiepartner te zoeken in Nederland, en het moest over jazz gaan. Milan Cadek was zijn naam..."

    René de Cocq haalt herinneringen op over deze Praagse jazz-pen pal in zijn nieuwe
    column.

    (Maarten van de Ven, 10.6.07) - [print] - [naar boven]





    Drie rasimprovisatoren op dreef
    Duo Simon Nabatov/Tom Rainey & special guest Ernst Reijseger, donderdag 24 mei 2007, Bimhuis, Amsterdam

    De van oorsprong Russische pianist Simon Nabatov behoort al geruime tijd tot één van de meest spraakmakende muzikanten van de Europese impro-scene. In 1979 emigreerde hij op twintigjarige leeftijd met zijn ouders naar Amerika. Hij voltooide zijn opleiding op de Juilliard School of Music. Sindsdien, tot aan zijn vertrek naar Europa, speelde hij met befaamde musici als Paul Motian, Sonny Fortune, Herb Robertson, Ricki Ford, Jim Snidero en Marty Ehrlich. In 1989 vestigt hij zich dan in Keulen en formeert zijn eigen groepen. Hij wordt een veelgevraagd muzikant in het Europese jazzcircuit.

    Eén van die groepen is het duo met de Amerikaanse drummer Tom Rainey, dat op 24 mei jl. in een matig bezet Bimhuis een inspirerend concert gaf. Evenals Nabatov is Rainey een gevestigd muzikant in de hedendaagse jazzscene. Hij speelde onder meer met Tim Berne, Tony Malaby, Bill Frisel, Tom Varner en Fred Hersch.

    Nabatov is een virtuoos instrumentalist, die de gehele pianoliteratuur (Haydn, Mozart, Schubert, - vooral - Rachmaninov tot en met Fats Waller, Earl Hines, Bud Powell en Cecil Taylor) onder de vingers heeft. Gedurende het concert vormden improvisatie plus harmonische en ritmische structuren een natuurlijke coherentie. Zijn techniek is fabuleus. Razendsnelle notenreeksen worden gevolgd door hamerende blokakkoorden of subtiele, lichtvoetige, meditatieve passages. In dit megalomane pianoperspectief, waarin uitersten als enerzijds flarden African groove en anderzijds American ragtime voorbij komen, volgt Rainey zeer geconcentreerd met polyritmische accenten en relevante swingende passages.

    Na de pauze wordt het duo uitgebreid met cellist Ernst Reijseger, die zich, al plukkend en strijkend, prominent en dynamisch mixt met de pulserende en inventieve groove van drummer Tom Rainey en de sprankelende improvisaties van Nabatov. Het is overigens niet voor het eerst dat Reijseger met Nabatov speelt. Hij speelde onder andere mee op Nabatovs cd's 'A Few Incidences' en 'Autumn Music', beide uitgebracht op Leo Records.

    Ook Reijseger is een virtuoos op zijn instrument. Hij is een uniek improvisator die van de cello een volwaardig jazzinstrument heeft gemaakt. Hij bespeelt het instrument als een bas, overdwars als een gitaar, en weet al strijkend te swingen en te rocken. Zo nu en dan fluit hij mee met zijn gestreken passages. Een portie humor kan hem niet ontzegd worden. Hij is niet alleen een uitstekend muzikant, maar eveneens een rasperformer.

    Nabatov, Rainey en Reijseger, drie rasimprovisatoren van formaat, hadden een voller Bimhuis verdiend. Ongetwijfeld zullen ze er in diverse samenstellingen wederom te horen en te zien zijn. De thuisblijvers kunnen dan hun schade inhalen.

    Klik hier voor Govert Driessens fotoverslag van dit concert.

    (Jacques Los, 9.6.07) - [print] - [naar boven]





    Various artists - 'Les Trésors Du Jazz 1955' (Le Chant Du Monde, 2006)
    Opnamen: 1955

    Het idee is simpel en mede daardoor briljant. De daadwerkelijke uitvoering zal de nodige zweetdruppels hebben gekost. Zoek de 163 meest relevante en opvallende jazztracks uit het jaar 1955 bij elkaar en zet die, strikt chronologisch, van 1 januari tot en met 27 december, op tien cd's. Et voilà. Samen met Jean Schwarz heeft veteraan André Francis deze monsterklus geklaard en dat resulteerde in een wonderschone collectie, waarin New Orleans-drummer Paul Barbarin (4 januari) broederlijk tussen de saxofonisten Jay Cameron (1 januari) en Bud Shank (5 januari) prijkt.

    Altsaxofonist en boppionier Charlie Parker overleed op 12 maart 1955, drie maanden nadat hij zijn laatste plaat had opgenomen. Hij ontbreekt dus in dit overzicht; nochtans lijkt bebop hier oververtegenwoordigd. En dan reken ik daar voor het gemak de zogeheten Westcoast jazz en hardbop ook bij. Met acht nummers is pianist Bud Powell het meest prominent aanwezig. In mijn herinnering domineerde evenwel niet bebop, doch mainstream de jaren vijftig. Een snelle en onwetenschappelijke steekproef in de gecombineerde Raben/Jepsen-discografieën lijkt mij gelijk te geven. Op het terrein van mainstream en swing kwamen ruim tweemaal zoveel platen uit als op bopgebied. Waneer we ook rhythm & blues, dixieland en aanverwante stijlen meewegen, verdwijnt bop verder in de marge.

    Trompettist en zanger Louis Armstrong en vibrafonist Lionel Hampton waren de populairste jazzartiesten van de jaren vijftig. Armstrong is met vijf nummers vertegenwoordigd, maar 'de Hamp' mag op een paar tracks slechts met derden meedoen. Terwijl hij onder eigen naam met diverse bezettingen wel degelijk waardevolle, opwindende muziek heeft nagelaten.

    Goed, dat moeten we dus allemaal missen. Doch gekleurd of niet, deze box is en blijft een imposant monument voor een jaar. Een paar hoogtepunten nog: fraaie stukken van pianist Lennie Tristano (met name 'Requiem'!), een verrassend contrapuntisch duet van de trompettisten Nick Travis en Bobby Nichols, en een heel weirde 'Sounds Of May', van saxofonist en componist Teo Macero, dat 52 jaar na dato een vol Bimhuis nog altijd in vervoering en op de knieën zou brengen.

    (Eddy Determeyer, 9.6.07) - [print] - [naar boven]





    Defunkt naar Nederland

    De jazzfunkgroovemachine Defunkt rolt weer en doet dat al sinds 1978. Onder leiding van de free-jazz trombonist Joseph Bowie en zijn sidekick, bassiste Kim Clarke, is Defunkt in de beginjaren gegroeid tot een van de origineelste funkbands ooit. Zaterdag 7 juli is de Amerikaanse groep in originele bezetting te zien in Cultuurpodium Boerderij te Zoetermeer.

    Na vijf jaar en drie albums hield de oorspronkelijke bezetting het voor gezien en trok Bowie zich kortstondig terug uit de muziek. In 1986 begon de groep haar tweede leven en inmiddels is Defunkt een begrip in de jazzwereld, met een geluid waarbij de oorspronkelijke rauwheid enigszins heeft ingeboet voor meer toegankelijke jazz en funk. Met andere woorden: meer party, meer swing en meer ruimte voor solo's. Ook Bowie heeft zich inmiddels ontwikkeld tot een gewaardeerd (jazz)musicus, die - buiten zijn werk voor Defunkt en The Defunkt Bigband - samenwerkte met Charlie Haden, David Murray, Count Basie en het Vienna Arts Orchestra.

    Defunkt bracht meer dan 15 albums uit en stond overal ter wereld op het podium met grootheden als James Brown, Isaac Hayes, Prince, Larry Graham en Maceo Parker. Behalve Bowie en Clarke bestaat de band uit: Ronny Drayton (gitaar), Bill Bickford (gitaar), Kenny Martin (drums) en John Mulkerin (trompet).

    Meer weten?
  • Lees Eddy Determeyers interview met Joseph Bowie.
  • Bestel kaartjes voor dit concert via Ticket Service.
  • De website van Defunkt.
  • De website van Cultuurpodium Boerderij.

    (Maarten van de Ven, 7.6.07) - [print] - [naar boven]



    Programma Jazz Middelheim 2007 bekend

    Vandaag is het programma van Jazz Middelheim bekendgemaakt. Van 15 tot 19 augustus vindt dit festival (de 26ste editie alweer) plaats in het park Den Brandt. Er zijn optredens van onder meer Toots Thielemans, Brussels Jazz Orchestra & Lee Konitz, Ornette Coleman, Matthew Herbert, Bert Joris en Jef Neve.

    De openingsdag, die samenvalt met moederdag in België, is gereserveerd voor vrouwen (op het podium althans): Dianne Reeves, Myriam Alter, Tania Maria Quartet en Tineke Postma Quartet. Op zondag 19 augustus is er in de Petrol in Antwerpen een afterparty met Flat Earth Society, Makossa en Megablast en Squadra Bossa ft. Buscemi. De Talking Cows spelen dagelijks op het festival; dit viertal is namelijk de sessionband en speelt elke avond één set met eigen muziek, om daarna de sessie te openen.

    De Belgische radio besteedt veel aandacht aan Jazz Middelheim; de zenders Radio 1, Klara en Studio Brussel zullen in hun programma's veel muziek van het festival uitzenden.

    Kijk op de
    website van Jazz Middelheim voor alle informatie.

    (Maarten van de Ven, 7.6.07) - [print] - [naar boven]





    Festivalverslag: Jazz in Duketown 2007
    vrijdag 25, zaterdag 26 & zondag 27 mei 2007, De Toonzaal, Den Bosch

    "Eén van de topfestivals is Jazz in Duketown, dat rond de Pinksterdagen in Den Bosch plaatsvindt. Behalve enkele interessante buitenconcerten – het Metropole Orkest & John Scofield, Eric Vloeimans' Gatecrash, Steam Team, Michiel Braam's Wurli Trio en het Dick de Graaf Kwartet – is de programmering in De Toonzaal er één voor fijnproevers. In samenwerking met de onvolprezen VPRO-radio (de enige publieke omroep die substantieel aandacht besteedt aan serieuze en hedendaagse jazz) is er op drie avonden een uitermate interessante en avontuurlijke programmering tot stand gebracht." Aldus onze getuige à charge Jacques Los in zijn uitgebreide festivalverslag.

    Klik hier voor een fotoimpressie van Jazz in Duketown 2007 door Maarten Jan Rieder. Cees van de Ven maakte fotoverslagen van de concerten van Carlos Bica's Azul en Natalio Sued 4.

    (Maarten van de Ven, 6.6.07) - [print] - [naar boven]





    'Marian McPartland’s Piano Jazz: Brad Mehldau' (Universal/Concord, 2007)
    Opname: 1996

    De van origine Engelse jazzpianiste Marian McPartland (in 1918 geboren als Marian Turner) heeft in haar tweede vaderland Amerika een grote reputatie opgebouwd, en staat ondanks haar gevorderde leeftijd nog altijd middenin het muziekleven. In haar radioshow 'Piano Jazz' ontvangt ze collega-musici, praat met ze over hun muziek en hun ideeën, laat ze spelen en speelt zelf, ook in duetjes met de gasten.

    In december 1996 was Brad Mehldau, toen een opkomende ster, haar gast, en deze cd laat horen wat de twee elkaar verbaal en muzikaal te melden hadden. Mehldau en McPartland spelen apart en samen (merendeels standards, merendeels in heel behoudend tempo, merendeels briljant) en praten met elkaar, waarbij McPartland de leiding heeft en Mehldau vooral veel "Yeah!" en "Great!" bijdraagt. Voor de muziek wil je dit album wel beluisteren (vooral dat duet in 'Love Is Here To Stay'), maar de babbels gaan snel vervelen, die hadden beter in transcriptie in het boekje kunnen staan.

    Deze recensie verscheen eerder in HVT Magazine.

    (René de Cocq, 5.6.07) - [print] - [naar boven]





    Kollektief brengt gevarieerde selectie uit Breukers werk
    Willem Breuker Kollektief & Denise Jannah, vrijdag 25 mei, Jazz Impuls, Theater De Leest, Waalwijk

    Henk de Jonge - piano / Rob Verdurmen - drums / Arjen Gorter - bas / Andy Altenfelder - trompet / George Pancraz - trompet / Andy Bruce - trombone / Bernard Hunnekink - trombone & tuba / Maarten van Norden - tenorsax / Rutger van Otterloo - sopraan- & altsax / Esmée Olthuis - altsax / Denise Jannah - zang.

    Voor mij wat nieuwe namen in het Willem Breuker Kollektief; allereerst is er Rutger van Otterloo die de muzikale partijen van de zieke Willem Breuker overneemt. De plaatsen van Hermine Deurloo en Boy Raaymakers zijn ingenomen door respectievelijk Esmée Olthuis en George Pancraz. Bernard Hunnekink fungeert als muzikaal leider. Het concert van deze avond is er één uit de serie Jazz Impuls dubbelconcerten en brengt een gevarieerd aanbod uit de gearrangeerde werken van Willem Breuker.

    De samenwerking met de Nederlandse jazzdiva Denise Jannah dateert al van 2000 en leverde de cd 'Thirst!' op. Voor de pauze wordt een bonte mix van muziek gebracht van Kurt Weill, Charles Mingus en ook stukken uit de filmmuziek van 'Faust'. Breuker kocht enige tijd geleden de filmrechten van een stomme film en schreef daar de muziek bij. Het gehele twee uur durende filmmuziekstuk gaat tijdens het Prague Spring Music Festival op tweede Pinksterdag in première. Tijdens dit concert is er voldoende ruimte voor alle muzikanten om te soleren, maar de kenmerkende onvoorspelbaarheid en spontaniteit via vreemde noten en grappen en grollen blijven wat achterwege. Wellicht is de langdurige afwezigheid van de meester zelf daar debet aan. Denise Jannah doet haar entree in het laatste nummer van de eerste set met de Amerikaanse standard 'I Remember April'.

    De tweede set wordt geopend met 'I Heard As If I Had No Ear' op tekst van Emily Dickinson. Vervolgens wordt de zeer spannende bewerking van Cole Porters 'Night And Day' en het monumentale 'My Ship' van Kurt Weill uitgevoerd. Na 'Faust Nr. 10' en Ornette Colemans 'Lonely Woman' is er tijd voor Caribische klanken met Waridikiri naar een gedicht van de Arubaanse Ernesto Rosenstand in een bewerking van Bernard Hunnekink, met een fraaie solo van Esmée Olthuis. Daarna vliegen we weer terug naar Nederland met 'Telkens Weer' op tekst van Friso Wiegersma en muziek van Ruud Bos, in een arrangement van Willem Breuker. Met 'My Resistance Is Low', een bewerking van Henk de Jong, wordt door Jannah samen met de vocale inbreng van leden van het Kollektief op een waardige Breukeriaanse wijze het concert afgesloten.

    Klik
    hier voor een fotoverslag van dit concert.

    Meer weten?
  • Klik hier voor meer informatie over Breukers muziek bij 'Faust'.

    (Eddy Westveer, 4.6.07) - [print] - [naar boven]





    Een ontdekkingreis door elektronicaland
    Lobstar, maandag 21 mei 2007, Jazzpower, Wilhelmina, Eindhoven

    Op dit laatste concert van het seizoen van Jazzpower was het woord aan de formatie Lobstar. Deze groep is tot stand gekomen op initiatief van het festival NovemberMusic en bestaat uit Edward Capel (altsax, altklarinet en elektronica), Tom Verbruggen alias TokTek (laptop, sequenzer), Dorona Alberti (zang en performance) en geluidstechnicus Jan van der Lest.

    Lobstar gaat als volgt te werk; Verbruggen kan desgewenst tonen en dergelijke van zowel Capel als Alberti sampelen en er middels een sequenzer een zelfgeprogrammeerde loop van maken. Deze loop kan vervolgens bewerkt worden via zijn laptop. Met behulp van joysticks die gelinkt zijn aan een geluidsprogramma kan hij naar eigen inzicht en inval manipuleren. Hij kan ook (al dan niet tevoren opgenomen met een sampler) eigen geluiden inbrengen.

    Ook Edward Capel kan zijn geluid en spel zelf bewerken met effecten. Dit doet hij met een Qtron (een soort Auto Wah), een multi-effectvoetpedaal en een KoasPad voor allerlei filtereffecten. Hij beschikt over gesampelde eigen geluiden die hij kan inbrengen. Tenslotte kan Jan Vanderlest vanuit de mengtafel in de zaal de klanken van Dorona Alberti voorzien van dubeffecten en naar eigen inzicht ook de input van de andere leden van Lobstar vanaf de mengtafel bewerken.

    Uit bovenstaande zal duidelijk zijn dat er een woud van kabels aan te pas kwam om deze complexe over-en-weer verbindingen goed te laten functioneren. En daar zat dan ook het enige minpunt aan dit optreden. Na een ruime soundcheck vooraf werd er in aanwezigheid van toch al aardig wat publiek nogmaals ruim een kwartier gesleuteld aan kabels, stekkers en afstelling alvorens het concert een aanvang nam. Bij formaties die werken met veel elektronica mag je verwachten dat alles voor aanvang perfect op punt staat. Haperende microfoons en weigerende voetpedalen waren hinderlijk en deden hoor- en zichtbaar afbreuk aan een twijfelloos intrigerend, verrassend en soms ook vermakelijk optreden.

    Beeldend/geluidskunstenaar en elektronicamuzikant Tom Verbruggen heeft een reputatie die er wezen mag. Hij is een prominent innovatieve en onderzoekende artiest met faam ook buiten Nederland. Het klinkt paradoxaal, maar hij wist met zijn amorfe instrumentarium, zonder persoonlijkheid en intelligentie, met bijzondere klankkleuren en ritmische effecten vaak emoties teweeg te brengen. Muzikaal, doelgericht en gecontroleerd 'bespeelde' hij zijn joysticks.

    In 'Toms E' werd een door Capel aangeblazen toon door hem overgenomen, gemanipuleerd en met percussieve toevoegingen verder uitgewerkt. Met improscat completeerde Dorona Alberti het geheel. Haar zang en vocale expressie is een kruising van stemkunstenaressen als Jodi Gilbert en Greetje Bijma. Zij anticipeerde alert op de muzikale invallen van haar medespelers en had een goede neus voor de momenten waarop haar inbreng een toegevoegde waarde had of paste in de structuur van het stuk. Met tekst, scat of gorgelend met water produceerde zij effectief haar klankenimprovisaties.

    Capel maakte een uitstekende indruk. Verhalend en met grote zeggingskracht was zijn lyrische solo-intro in 'Spring'. Uitermate attent, deskundig en met muzikaal raffinement doseerde en bedienende hij zijn elektronics. Zijn fraaie toon op altklarinet etaleerde hij in 'J.S. Holmes' als smaakvolle omlijsting van de voordracht van Dorona Alberti. Edward Capel is hier te horen in het Belgisch- Nederlandse @rock's BluntAxe Orchestra waarbij onder anderen trompettist Bart Maris als gast optreedt.

    Een gepassioneerd spelend Lobstar creëerde interessante, fascinerende en verrassende elektro-improjazz met overgangen van noise naar melodie en improvisaties van stem, sax, klarinet en laptop, die samensmolten tot intrigerende soundscapes. Zij hebben met dit concert mijn scepsis en vooroordelen wat betreft jazz met een hoog elektronica- en laptopgehalte overtuigend weggespeeld.

    Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.

    (Cees van de Ven, 3.6.07) - [print] - [naar boven]





    Henri Texier Strada Sextet - 'Alerte A L’Eau' (Label Bleu, 2007)

    Hier is hij dan, de nieuwe Texier: hij verrast en blijft vertrouwd. Texier is echt gekenmerkt door zijn melodieën die uit duizenden te herkennen zijn, of het nu in de snelle of de trage nummers is. De cd begint al sterk uptempo met 'Afrique A L’Eau', met een knappe blazerssectie die contrapuntisch het fusion-achtige gitaarspel van Manuel Codjia ondersteunt, met afro-drumming à la Ed Blackwell. Het derde nummer 'Blues D’Eau' is een trage blues, met de tenor van Sebastien Texier in de hoofdrol.

    Om de vier nummers is er een duo, het eerste 'Flaque Nuage' van de trombone van Géorgui Kornazov, en percussie, traag en bluesy, het tweede 'Flaque Etoile', een vrije dialoog tussen de basklarinet van François Corneloup en de sax van Sébastien Texier, door elkaar pratend en roepend en dansend om samen unisono te eindigen, het derde 'Flaque Soleil', een knap stukje arpeggio gitaar die een mooie bassolo begeleidt, het vierde 'Flaque Lune', startend met de sterke bas van Texier zelf, aangevuld met het zenuwachtige drumspel van Christophe Marquet.

    Dit is ook een tweede handelsmerk van Texier geworden: grote aandacht besteden aan de structuur van het ganse album en dit te besprenkelen met korte tussenstukjes (zie bijvoorbeeld de zeven tussenstukjes op 'Indian’s Week' voor elke dag van de week). Het sterkste stuk van het album is 'O Elvin', prachtig ritmisch met soloruimte voor alle muzikanten en wisselende thema's. En zo gaat het verder: lichtvoetig, zwaarmoedig, dansend, wenend, afgewerkte composities, sterk afwisselende ritmes (reggae, blues, afro, jazzy, rock, wals) en samenspel met schreeuwende, zingende en spetterende solo's.

    Ik weet niet wat er in de eerste maanden van dit jaar gaande is, maar er is al heel wat moois verschenen. En dit album past prachtig in dat rijtje. Opnieuw: hol naar de jazzboer en koop deze cd!

    (Stef Gijssels, 3.6.07) - [print] - [naar boven]



    Nieuw jazzfestival dient goed doel

    Willemstad Jazz 4 Good, zo heet het nieuwe jazzfestival dat zaterdag 9 juni plaatsvindt op zeven locaties in het Brabantse vestigingsplaatsje Willemstad. Het festival heeft een unieke opzet: de opbrengst gaat naar het Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam.

    Optredens zijn er van onder meer het Deborah J. Carter Quartet & Simon Riger, het Frits Landesbergen Kwartet & Joke Bruijs, het Tom Beek Quintet en het Sjoerd Dijkhuizen/Peter Beets Kwartet. Het festival wordt belangeloos georganiseerd door de Ronde Tafel 137 uit Steenbergen.

    Voor alle informatie kun je terecht op de
    website van Willemstad Jazz 4 Good.

    (Maarten van de Ven, 3.6.07) - [print] - [naar boven]





    Sprankelend en dynamisch Jacky Terrasson Trio
    donderdag 10 mei 2007, Bimhuis, Amsterdam

    Het gebeurt de laatste tijd maar zelden dat een musicus nog echt iets nieuws te melden heeft, maar Pianist Jacky Terrasson had dat wel. Hij smeedt van standards geraffineerde en haast onherkenbare nieuwe versies. Met zijn spel liet hij de talrijke bezoekers in het Bimhuis genieten van zijn vaak onnavolgbare en dynamische spel.

    Jacky Terrasson werd in 1966 in Berlijn geboren uit Frans-Amerikaanse ouders, groeide op in Parijs en vertrok als tiener naar Amerika voor een studie aan het Berklee College Of Music in Boston. Zijn solocarrière werd voorafgegaan door deelname aan de bands van onder anderen Ray Brown, Betty Carter en DeeDee Bridgewater. In 1993 verwierf hij faam door het winnen van de Thelonious Monk Institute Award voor piano en het uitbrengen van het album 'Rendez Vous' met vocaliste Cassandra Wilson.

    Het concert werd melodieus geopend door Terrasson met vloeiend uitgevoerde notenreeksen, waarbij zijn vingers nauwelijks los leken te komen van de toetsen. Bijna alle vertolkte stukken waren in eerste instantie rustig van opbouw, met een heftig middendeel met ritmisch hamerend spel op de toetsen, om daarna ingetogen te eindigen. Bijzonder hierbij is dat drummer Leon Parker in diverse stukken speelde met een combinatie van brushes en paukenstokken.

    Deze opende het tweede nummer met een lange enerverende drumsolo, waarbij alle onderdelen van zijn drumstel aan de beurt kwamen. Bassist Sean Smith toonde zich een vloeiend en elegant spelende solist met een prachtig ritmisch opgebouwde solo. Op dit moment is hij een van de drukst bezette jonge spelers in de internationale scene.

    In het derde nummer leek het als of de in 1998 overleden pianist Eugen Cicero weer achter de piano had plaatsgenomen, maar het was Terrasson die heel melodieus en met snelle notenreeksen in vijfachtste maat zijn solo opbouwde. In 'C Jam Blues' en 'A Night In Tunesia' gingen alle remmen los en ontketende het trio een welhaast ongeëvenaarde swing en groove.

    'Never Let Me Go' volgde met een drukke en syncopisch gespeelde orkestrale opening, gevolgd door het thema met een ingewikkelde structuur. Jacky Terrasson weet het publiek door zijn manier van spelen te prikkelen en dwingt ademloos luisteren af . Zijn spel is vol sterke contrasten, vaak in een onnavolgbaar moordend tempo gespeeld. Alle trioleden beheersen hun instrumenten voortreffelijk en lijken hiermee versmolten.

    Daarna volgden een aantal latinstukken, waarin contabassist Sean Smith net als George Mraz veel dubbel- en drieklanken in zijn spel betrok. Deze nummers met hun complexe structuren bleven boeien vanwege Leon Parkers afwisselende spel en verrassende vondsten. Uitstekend op elkaar ingesteld vormde het drietal een homogene swingmachine met onverwachte wendingen in hun spel.

    Na het laatste stuk kreeg het enthousiaste publiek waar het om vroeg: een swingend 'It’s So Nice To Come Home To' als toegift. Laten we hopen dat dit voortreffelijke trio op korte termijn weer live in Nederland te beluisteren is.

    (Rolf Polak, 3.6.07) - [print] - [naar boven]





    Count Basie Orchestra - 'Basie Is Back' (Universal/Concord, 2007)
    Opname: 2005 (live)

    Over de kwaliteit, in zijn genre, valt niet te mopperen: de bigband die zich onder aanvoering van trombonist Bill Hughes presenteert als Count Basie Orchestra, is een voorbeeldig swingende, hechte machinerie. Pianist Tony Suggs en gitarist Will Matthews doen ook hoorbaar hun best de typische Basie-breaks te herscheppen, en er staat een legertje aan adequate blazers gereed om scherpe collectieven en aangename solo's bij te dragen.

    Het orkest speelt vanzelfsprekend Basie-klassiekers als 'Corner Pocket', 'One O’Clock Jump', 'Whirly-Bird', 'Jumpin’ At The Woodside' en 'April In Paris', maar ook Ellington-repertoire ('In A Mellow Tone', 'We’re In Love Again'). Maar het wringt toch altijd nog een beetje bij mij: Count Basie overleed in 1984, en je kunt niet net doen alsof dat niet zo is en zijn orkest met ongewijzigde naam in stand houden. Eerbetoon, jawel, maar noem het dan Basie Memorial Band of zo. En dan die cd-titel: 'Basie Is Back' – daar worden mensen die in reïncarnatie geloven toch nog aardig mee gefopt.

    Deze recensie verscheen eerder in HVT Magazine.

    (René de Cocq, 2.6.07) - [print] - [naar boven]





    De geheime geschiedenis van Amerika
    'The Old Weird America' plus Meindert Talma & The Negroes, zondag 20 mei 2007, Vera, Groningen

    We hebben Bob Dylan aan hem te danken – maar ook de huidige singer-songwriter misère, zonder enige twijfel het ergste en het dufste wat de populaire muziek is overkomen sedert de dagen van Abba. Is het overigens geen idee om een paar van die gasten naar Irak of Afghanistan uit te zenden, bij wijze van afschrikwekkend voorbeeld? Dan heeft de rest wat om over te zingen.

    Maar goed, het gaat hier om Harry Smith (1923-1991). Schrijver, maker van experimentele, handgekleurde films, allround mafkees en bovenal samensteller van de monumentale zesdelige 'Anthology Of American Folk Music' in 1952. Met die albums toonde hij Amerika Amerika. Als verzamelaar van obscure 78-toeren platen met blues, hillbilly-muziek en ballades, hoe maffer hoe beter, had hij een unieke collectie van duizenden singles vergaard. Kenmerkend voor Smith was, dat zijn liner notes allerlei wetenswaardigheden over de betreffende artiest en de songs bevatten, maar niet of de vertolker blank was of zwart.

    Rani Singh maakte recentelijk een verhelderende en vermakelijke documentaire over Harry Smith, 'The Old Weird America', met daarin, naast historische interviews en concerten, ook optredens van hedendaagse artiesten als de McGarrigle Sisters, Beth Orton en een indrukwekkende Nick Cave. Plus klarinettist Don Byron en trombonist-annex-zanger Roswell Rudd.

    In Vera werd 'The Old Weird America' vertoond in het kader van het 'Into The White'- documentairefestival. Na afloop traden Meindert Talma en zijn Negroes op in de kelderbar, een ruimte ontworpen in een tijd dat jonge mensen nog niet gemiddeld twee meter tien waren. Vóór Harry Smith, zelfs. Talma dook een paar jaar geleden in de Anthology en vertaalde een tiental songs. Dat heeft hij tamelijk letterlijk gedaan. Als zinnen rijmen is dat mooi meegenomen, de teksten wringen en wrikken in het metrum, alles schuurt, bonkt en kraakt. Dat de helden van de liederen hun droeve levens na drie minuten tussen ruwhouten planken eindigen verbaast geen mens.

    Alles wordt met een passie en een kracht gebracht alsof punk weer helemaal terug is. Blind Lemon Jefferson komt voorbij en de Carter Family, maar het hoogtepunt voor mij is toch Blind Willie Johnsons 'John The Revelator', dat hier 'Apostel Johannes' heet. Bastrommelaar Jan Pier Brands, een boomlange Fries die in het verleden nog eigenhandig Hollandse graven en jonkers uit Drachtstercompagnie heeft getimmerd, beukt zijn instrument dermate ver The Negroes in dat nog even bekeken wordt of er toch maar niet een ambulance gebeld moet worden. Om met de titel van hun nieuwe cd te spreken: nu geloof ik wat er in de Bijbel staat.

    Meer weten?
  • De website van Meindert Talma & The Negroes.

    (Eddy Determeyer, 2.6.07) - [print] - [naar boven]





    SJU Jazzpodium viert jubileum

    De Stichting Jazz en Geïmproviseerde Muziek Utrecht (SJU) bestaat dertig jaar. Om dit te vieren organiseert de SJU van woensdag 27 juni tot en met zondag 1 juli een speciaal 'verjaarprogramma' op haar podium en in de stad Utrecht. Vijf dagen met gevarieerde festiviteiten voor een gevarieerd publiek; voor jazzliefhebbers en (nog) niet-jazzliefhebbers.

    Ruim twintigduizend bezoekers weten jaarlijks het SJU Jazzpodium te vinden aan de Varkenmarkt in Utrecht. Zeven dagen per week vinden daar activiteiten plaats die te maken hebben met jazz, geïmproviseerde muziek en alles wat daar in de buurt komt. Vanzelfsprekend zijn de kernactiviteiten van de SJU ook terug te vinden in het festivalprogramma. Grote namen die het festival komen opluisteren, zijn Michiel Borstlap, Gijs Hendriks, Sinas en Denise Jannah. Ook het razendpopulaire RijmTijd (featuring Dillectronik) krijgt een plaats binnen het festival.

    In een tiental Utrechtse kroegen treden combo's van het Utrechts Conservatorium op en bandjes die eerder op de Club Djazzive-avonden in de SJU hebben laten horen wat ze waard zijn. Klapstuk wordt het Pleinvrees-project. Zondagavond 1 juli treedt op de Neude een mega-bigband op van musici die eerder die dag hebben deelgenomen aan diverse workshops, waaronder de workshops Jazz for Kids.

    Kijk op de
    website voor het volledige programma en alle locaties.

    (Jacques Los, 1.6.07) - [print] - [naar boven]


    Lees verder in het archief...






  • Menupagina's:

    Redactieadres:

    Hoekstraat 1 B17
    3910 Neerpelt
    België
    (0032) 11747180
    (0032) 498788554

    Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
    Mail de redactie.