Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




Joris Roelofs Quartet overtuigt in Jazz at the Crow-concert
vrijdag 9 juni, Kraaij & Balder, Eindhoven

Er werd uitgezien naar deze formatie met Joris Roelofs (altsax), Karel Boehlee (piano), Jos Machtel (bas) en Joost van Schaik (drums). Vanavond had men gekozen voor uitvoeringen van bekende composities zoals 'E.S.P.', 'Passion Flower' en 'The End Of A Love Affair'. Roelofs speelde gedreven en hartverwarmend. Hij beschikt over een mooi geluid en een techniek waarmee hij qua zeggingskracht uitstekend uit de voeten kan. Ballads, medium en up-tempostukken: het kwam allemaal aan bod en het publiek bleef twee sets lang in de ban van dit gloedvolle kwartet.

De leider was weinig spraakzaam in zijn aankondigingen, maar dat werd ruimschoots gecompenseerd zodra hij zijn instrument ter hand nam. Dan gaf hij zich volledig bloot en verhaalde honderduit. Het openingsnummer, met Roelofs' en Van Schaiks orginele intro van een 12 minuten durende versie van 'A Beautiful Friendship', deden de oren meteen al spitsen. Iedereen gaf hier meteen zijn visitekaartje af met aansprekende improvisaties. Spelend in de post-hardboptraditie, maar onmiskenbaar anno nu. In 'Passion Flower', dat onlosmakelijk verbonden is met Johnny Hodges' versie, wist men zich met een persoon-lijke interpretatie overtuigend te onderscheiden.

Karel Boehlee was in goede doen. Geconcentreerd en gepassioneerd speelde hij zijn mu-zikale verhalen of onderlijnde met fraai akkoordenwerk de solist, zoals in het adembe-nemend trage 'I Fall In Love Too Easily'. Opvallend was zijn creativiteit in 'Subconscious-Lee' van Konitz. De alom gewaardeerde bassist Jos Machtel viel op door stuwend bas-spel, heerlijk onverstoorbare walking baslijnen en goede solo's zonder opsmuk of koket-terie. Joost van Schaik - de allerte, ritmische motor - verdient een bijzondere vermelding. Zijn spel was van vitaal belang voor het energieke groepsgeluid van dit uitstekende kwartet, dat voornemens is binnenkort een cd uit te brengen. Wij houden u op de hoogte!

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.

(Cees van de Ven, 30.6.06) - [print] - [naar boven]





I Compani - 'Museum Of Emotions' (icdisc.nl, 2006)

In 2005 en het voorjaar van 2006 toerde het jazz- en improcircus I Compani door Neder-land met het programma 'De liefde, natuurlijk', een meeslepende conceptrevue waarin muziek en videoprojecties een symbiose aangaan met de poëzie van de Braziliaanse dichter Carlos Drummond de Andrade. Bandleider Bo van de Graaf heeft de muziek van dit project verder bewerkt en samengebracht op de nieuwe cd van I Compani: 'Museum Of Emotions'.

De titel weerspiegelt fraai het overweldigende scala aan gevoelens die door de muziek en de woorden worden opgeroepen en geconserveerd. Van de Graaf heeft de poëzie van Drummond de Andrade, een van de grote erotomanen uit de literatuur, op een onbe-vangen en toch diepgaande manier verinnerlijkt en zo klinkt de muziek afwisselend bronstig, bezeten, smartelijk en contemplatief. De samenklanken zijn net als de ritmes avontuurlijk en stuwend, de composities zijn soms verrassend symfonisch, dan weer fragmentarisch of puur efficiënt de structuur van een song volgend. Dat is toch wel even iets anders dan een muzikale omlijsting voor een gedicht maken. Hierin schuilt waar-schijnlijk het grootste talent van Bo van de Graaf: de rimpelloze wederzijdse doordringing van muziek, literatuur en film. En omdat I Compani bevolkt wordt door steeds betere musici – van wie de meesten ook als componist aan de weg timmeren – blijft deze al lang bestaande groep een opmerkelijke progressie doormaken.

Hoewel I Compani wars is van modieuze invloeden (geen elektronica, geen dance, geen retro) klinkt de muziek door de overtuigende dadendrang en het heftige samenspel toch fris, absoluut in het heden en aangenaam ongrijpbaar. Zodra I Compani het domein van een bepaalde stijl lijkt te betreden (tango, rock, bop, swing), dringt bijna ongemerkt de alomtegenwoordige vaudeville-dimensie weer naar de voorgrond, waarna de muziek nieuwe wendingen kan volgen of andere gedaanten kan aannemen. Een flink deel van de teksten wordt door de Chinees-Oeigoerse zangeres Gülendem Wubuli in het Chinees 'gezegd'. Een mooie vondst, omdat in het Chinees de toonhoogte essentieel is voor de betekenis en de muziek als het ware in de taal besloten ligt. De titel 'Museum Of Emotions' staat in de belangrijkste wereldtalen op het cd-hoesje, en ook daarmee onderstreept I Compani de universele waarde van de poëtische expressie, die net als
de taal der liefde niet aan een bepaald land of een afgegrensde cultuur gebonden is.

Meer weten?
  • Bekijk de websites van Bo van de Graaf en I Compani voor geluidsfragmenten en bestelinformatie.

    (Laurent Sprooten, 29.6.06) - [print] - [naar boven]





    Finalisten Dutch Jazz Competition 2006 bekend

    De talentvolle groepen Klijn-Kistjes-Fryland Trio, Arben Ramadani Trio, Quincey en Franz von Chossy Trio zijn geselecteerd voor de finale van het meest toonaangevende jazz-concours van Nederland, de Dutch Jazz Competition. Jurylid en presentator Hans Mantel maakte dit vrijdagavond 23 juni na afloop van de laatste semi-finale in het Bimhuis in Amsterdam bekend. Pianist Franz von Chossy werd door de jury verkozen tot beste solist. Von Chossy zal de bijbehorende prijs tijdens de finale op het North Sea Jazz Festival officieel in ontvangst nemen.

    Tien groepen namen deel aan de semi-finales. De jury bestond uit Angelo Verploegen(trompettist, producer), Dick de Graaf (tenorsaxofonist, componist), Eric van der Westen (bassist, componist), Peter Guidi (saxofonist, fluitist, bandleider/dirigent) en Hans Mantel (bassist, musicoloog en programmamaker NPS). De vier geselecteerde finalisten strijden op vrijdag 14 juli in zaal Volga van het North Sea Jazz Festival om de titel 'Beste Groep Dutch Jazz Competition 2006'. Ze maken kans op een uitgebreid prijzenpakket, bestaande uit de bekostiging van studio-opnamen, deelname aan de Young VIP tournee langs Nederlandse podia en een eigen optreden tijdens het North Sea Jazz Festival 2007.

    De Dutch Jazz Competition biedt talentvolle Nederlandse jazzmuzikanten en groepen de mogelijkheid zich jaarlijks te presenteren aan het grote publiek, de pers en de muziek-industrie. Dit jaar vindt de zesde aflevering van de Dutch Jazz Competition plaats. In de categorie 'Beste Groep' werden de vorige edities gewonnen door Jamesz (2000), On The Line - Oene van Geel, Albert van Veenendaal & Timucin Sahin - (2001), Agog (2002), As Guests Quartet (2004) en Robinson, Freitag & Caruso (2005). De eerste vier winnende groepen worden gepresenteerd op de bij Challenge uitgekomen cd 'Best Of Dutch Jazz Competition'.

    (Jacques Los, 28.6.06) - [print] - [naar boven]





    Documentaire over Django Reinhardt bij Het Uur van de Wolf

    Vanavond brengt het NPS-televisieprogramma Het Uur van de Wolf de documentaire 'Djangomanie' over de legendarische jazzgitarist Django Reinhardt. Filmmaker Jamie Kastner, al vanaf zijn tienerjaren een grote fan van Django, onderzoekt de invloed die Django nog steeds heeft op muziekliefhebbers en de ambivalente houding tegenover zigeuners. Hij reist naar Amerika, Europa en Japan en ontdekt dat de liefde voor Django nog springlevend is. 'Djangomanie' is een persoonlijke documentaire zoektocht naar gedeelde liefde met bijzonder archiefmateriaal van Django Reinhardt.

    Django Reinhardt wordt op 24 januari 1910 geboren in een zigeunerkamp in het Belgische plaatsje Liberchies. Als hij acht is vertrekt de groep richting Frankrijk, waar hij in de buurt van Parijs opgroeit. Hij houdt van muziek en leert zichzelf gitaar spelen. Django blijkt een fenomenaal talent en treedt vanaf zijn dertiende op. Maar als de caravan waarin hij met zijn vrouw woont in brand vliegt, raakt de dan 18-jarige Django ernstig gewond aan zijn linkerhand en benen. Het duurt anderhalf jaar voordat hij er weer bovenop is, maar zijn linkerhand is ernstig beschadigd. Toch leert Django zichzelf met deze beperkingen weer gitaar spelen.

    In 1934 vormt Django samen met Stephane Grappelli The Quintet of the Hot Club of France, een uiterst succesvolle jazzband. Ze nemen honderden nummers op en reizen door heel Europa. Als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt deporteren de nazi's hem niet, zoals ze met de meeste zigeuners doen, naar een concentratiekamp, maar kan hij blijven optreden. Na de oorlog gaat hij naar Amerika waar hij met zijn idool Duke Ellington speelt. In 1951 verhuist hij naar Samois sur Seine, waar hij in 1953 aan de gevolgen van een herseninfarct overlijdt.

    Het Uur van de Wolf (NPS), woensdag 28 juni, 20.40 uur, Nederland 3.

    Meer weten?
  • Klik hier voor een biografie en een discografie van Django Reinhardt. Maar geniet vooral van de vele
        tracks in Real Audio 3-formaat (met een prima geluidskwaliteit) op deze voortreffelijke site.

    (Maarten van de Ven, 28.6.06) - [print] - [naar boven]





    Ab Baars - 'Kinda Dukish' (ToonDist, 2005)

    Als een cd begint als deze 'Kinda Dukish', dan kan het eigenlijk niet meer stuk. De tenor-saxsolo van Ab Baars doet denken aan de beste tradities uit de jazz - vooral aan die van Albert Ayler - en getuigt van durf en fantasie. Dus doet de rest van de cd dat ook.

    Na eerder al verzamelprojecten in het leven te hebben geroepen, doet Baars dat nu weer; hij neemt hier werk van orkestleider en componist Duke Ellington onder handen. Het liefst tamelijk obscure stukken als 'Mr. Gentle and Mr. Cool', dat hier 'Kinda Gentle' heet, en 'Jack The Bear', dat nu als 'Kinda Bear' door het leven gaat. De sterke kant van deze cd is dat het om nieuwe interpretaties gaat, die soms ver gaan en daardoor tot een hoog niveau worden verheven. Geen wonder dat de titels van al die Ellington-stukken nu beginnen met 'Kinda', dat je zou kunnen vertalen als 'een soort van'.

    Mooi is ook de keuze om het oorspronkelijke trio van Baars - met contrabassist Wilbert de Joode en slagwerker Martin van Duynhoven - uit te breiden met de trombonewizzard Joost Buis. Niet alleen de klankkleur wordt ermee aangepast, ook de ideeën rond de uitvoeringen.

    Deze recensie verscheen eerder in Brabants Dagblad.

    Meer weten?
  • Lees onze recensie van het optreden van Ab Baars Trio & Joost Buis op 18 februari 2004 in Paradox en
        bekijk het fotoverslag.

    (Rinus van der Heijden, 27.6.06) - [print] - [naar boven]





    Charmante combinatie van repertoire, instrumentale bezetting en improvisaties
    Trio De Mast, Bhattacharya & Van Delft, woensdag 7 juni 2006, Academiegebouw, Universiteit Leiden

    Sinds 2003, toen hij voor het eerst werd gevraagd door organist Theo Visser in de Leidse Hooglandse Kerk, is een van de projecten van de in Leiden wonende fluitist/sopraansaxo-fonist Pieter de Mast het opzetten van orgelconcerten in een bijzondere trio-combinatie. De eerste registraties daarvan zijn te vinden op de eerste cd van de Stichting Orgelpark, 'Windstreken', waarop naast De Mast tabalspeler en vocalist Sandip Bhattacharya en organist Jozef Dumoulin te horen zijn... Op het programma van 7 juni in het Academie-gebouw van de Universiteit Leiden stond een interessante combinatie van verschillende stijltradities, gespeeld door De Mast, Bhattacharya en organist Sebastiaan van Delft. De Mast houdt van melodische, zuiver gespeelde muziek waarin ruimte is voor improvisatie die niet per se in de jazztraditie hoeft te staan.

    In het begin klonk het spel nogal voorzichtig, en die indruk werd nog eens versterkt door de beperkte presentie van het gerestaureerde Flentrop-orgel dat opvalt door een wat omfloerst middengebied, zodat je als luisteraar af en toe naar een huiskamerharmonium denkt te luisteren. Het lunchconcert duurde maar een dik half uur, maar toch was de tweede helft van het optreden al een stuk overtuigender. Het begin van het concert klonk wat vlak, met het spaarzame Andante uit '3 Mouvements' van Jehan Alain en het lichtvoetige 'Vol d’Oiseaux' van De Mast zelf. Meer intensief samenspel en een grotere dynamische variatie kenmerkten het spel van de drie musici. Met de inzet van het beschaafd groovende 'Edunya' van Bhattacharya werd er gestaag een ontspannen sfeer gecreëerd, met ruimte voor korte improvisaties.

    Zo kregen we meer van het orgel te horen in de vorm van improvisaties van Van Delft die de slome attaque van het instrument moest overwinnen. De Mast overtuigde het meest op de altfluit, die juist in deze context van ingetogen dynamiek veel klankkleur biedt. In De Masts tegelijk melancholische en zomerse 'Endless' werden de lichtvoetige interacties wederom iets intenser. In het door Oene van Geel geschreven 'King’s Son' kregen we Midden-Oosterse invloeden te horen, om tenslotte te eindigen in mooi geconstrueerde, korte improvisaties op het laatmiddeleeuwse 'Bicinium' van Georg Rhau. Het concert was eigenlijk te kort en het publiek in het Academiegebouw liet niet echt uitbundig zijn goed-keuring klinken, maar de charmante combinatie van repertoire, instrumentale bezetting en goed gedoseerde improvisaties maken benieuwd naar andere concerten in deze combi-natie, liefst met een krachtiger orgel. Binnenkort zal een tweede album op Orgelpark worden uitgebracht.

    Meer weten?
  • Klik hier voor meer informatie over de cd's en de orgelconcerten van Pieter de Mast.
  • Klik hier voor meer informatie over het Flentrop-orgel in Leiden.

    (Ken Vos, 27.6.06) - [print] - [naar boven]





    Deborah J. Carter - 'Daytripper' (Timeless Records, 2006)

    Het klinkt net of het zo hoort: de jazzvisie van de Amerikaanse (in Nederland wonende) zangeres Deborah J. Carter op (een aantal) liedjes van de Beatles. Het zijn ook sterke liedjes, en waarom zou het niet kunnen? Het American Songbook, waar de meeste jazz-vocalisten gebruik van maken, is per slot van rekening ook nooit voor jazz geschreven. Ze wordt ondersteund door Coen Molenaar op piano, haar levenspartner Mark Zandveld op bas en Enrique Firpi op drums, en in enkele nummers nog een enkel ander instrumentje meer: percussie, gitaar, klarinet.

    Carter doet kleine wonderen met deze liedjes, op basis van haar lekkere gevoileerde stem, haar trefzekere frasering, haar timing, haar smaak. Opvallend: de pittige bossa nova-versie van 'Yesterday' (met fantastisch gitaarspel van Ed Verhoeff), en niet te vergeten de geestige vocalese op 'Daytripper'. Het sterkste nummer is naar mijn smaak de afsluiting: 'With A Little Help From My Friends', in driekwartsmaat, met een prachtige gospelachtige pianobacking van Molenaar – deze versie verwijst die met Ringo Starr definitief naar de vergetelheid.

    Een andere opinie?
  • Klik hier voor een recensie van 'Daytripper' door Evert Wybenga.

    (René de Cocq, 26.6.06) - [print] - [naar boven]





    John Engels bij NPS Kunststof

    Dit jaar staat John Engels voor de dertigste keer op North Sea Jazz. Reden voor de NPS om hem uit te nodigen bij NPS Kunststof. In de uitzending van 22 juni sprak Engels met presentatrice Petra Possel over zijn carrière en de illustere 'vogels' met wie hij samen heeft gespeeld. Hij illustreert live in de uitzending met bassist Harry Emmery zijn uit-spraken over muziek. Zo laat hij het verschil horen tussen de traditionele aanpak in de jazz en de hedendaagse vrijere werkwijze. Engels toont zich een sympathieke muzikant die boeiend kan vertellen.

    Klik hier om de uitzending online terug te luisteren.

    (Erno Mijland, 26.6.06) - [print] - [naar boven]





    Interview Anton Goudsmit

    "Oene is de meest ritmische figuur die ik ken. Dat is één grote uitdaging voor mij. Met tweeën proberen we combinaties te maken die werken. Of er genoeg mogelijkheden zijn tussen een gitarist en een violist? Dacht het wel: Oene strijkt en plukt, gebruikt elek-tronica, trommelt op een kist, hij houdt van klassieke muziek en nu ineens ook van zigeunermuziek."

    Gitarist Anton Goudsmit in gesprek met Rinus van der Heijden. Klik op de button om het interview te lezen. En luister vannacht tussen 00.02 en 01.00 uur naar VPRO's 'Is dit nog wel jazz?' op Radio 4. Daar kun je het concert horen dat hij zaterdag 3 juni jl. samen met Oene van Geel gaf in de Toonzaal (Den Bosch) tijdens het Jazz in Duketown festival. Uitzending gemist? Dan kun je het hier alsnog beluisteren.

    (Maarten van de Ven, 23.6.06) - [print] - [naar boven]





    Tetzepi - 'Crush' (Trytone, 2005)

    Tetzepi is een negen jaar bestaande bigband, maar dan niet in de traditionele zin van het woord. Het ruime gebaar van dit soort grote jazzorkesten wordt vaak terzijde geschoven, omdat Tetzepi de mogelijkheden van een klein ensemble wil uitbuiten. Het orkest, een initiatief van de Amsterdammers Hans Leeuw (trompet) en Esmée Olthuis (saxofoon), bestaat vooral uit jonge musici. En dat is opmerkelijk, want het muzikale materiaal is niet voor de poes.

    De titel 'Crush' is ontleend aan het gelijknamige stuk van de Canadese componist John Korsrud, die vanaf het begin Tetzepi een warm hart toedraagt. Deze derde cd van Tetzepi barst weer van de diversiteit en staat met beide benen in de hedendaagse muzikale werkelijkheid. Er is echter één maar: het is vooral muziek die de bandleden aanspreekt. Daar zou niets mis mee hoeven zijn, als je die drang dan maar vertaalt naar het publiek dat je muziek wil (moet) kopen. 'Crush' is echter vooral 'musicians-music' geworden, een speelplaats voor moeilijke standjes en knappe experimenten. Hoevelen wachten daar in deze nieuwe tijden echter op?

    Deze recensie verscheen eerder in Brabants Dagblad.

    Meer weten?
  • Een artikel over Tetzepi door Eddy Determeyer.

    (Rinus van der Heijden, 23.6.06) - [print] - [naar boven]





    Interview en concert Jasper van 't Hof

    Komende zaterdagnacht tussen 00.02 en 01.00 uur kun je op Radio 4 bij VPRO's 'De Laatste Jazz' luisteren naar het geweldige concert dat pianist Jasper van 't Hof eerder deze maand gaf in de Toonzaal in Den Bosch. Ter gelegenheid van het festival Jazz in Duketown presenteerde hij daar zijn nieuwe kwartet met trombonist Ilja Reijngoud, bassist Eric van der Westen en drummer Marcel Serierse.

    Mark van Roon sprak met Van 't Hof, een van Nederlands beste jazzpianisten. Lees het hier.

    Uitzending gemist?
  • Op de website van 'De laatste jazz' kun je het concert alsnog beluisteren.

    (Maarten van de Ven, 23.6.06) - [print] - [naar boven]





    Tom Varner - 'Long Night Big Day' (New World Records, 1990) ****
    Tom Varner - 'Swimming' (OmniTone, 1999) *****


    Tom Varner (New Jersey, 1957) is één van de weinige hoornisten die de jazz rijk is. Zijn leermeester is de meest bekende: Julius Watkins. Naast de lessen van Watkins studeerde Varner bij Ran Blake, George Russell en Jaki Byard. Niet alleen is hij een voortreffelijk instrumentalist, maar eveneens een zeer kundig componist en arrangeur. Zijn inspiratie desbetreffend put hij uit de seriële muziek van Berg en Webern, de jazz van Mingus, Ornette Coleman, Monk en de blues. Op de cd 'Long Night Big Day' speelt Varner met een kwintet dat bestaat uit Rich Rothenberg (tenorsax), Ed Jackson (altsax), Lindsey Horner (bas) en Phil Haynes (drums). In 'On Wind Trio' wordt het kwintet uitgebreid met Frank London (trompet), Thomas Chapin (altsax) en Steve Swell (trombone).

    Er is veel ensemblespel en collectieve improvisatie. Het roept reminiscenties op aan de diverse workshopprojecten van Charles Mingus. In 'Prince Of Jamaica' heeft altist Jackson een swingende, bluesy solo, waarna de drie blazers collectief de strijd aan gaan met drummer Haynes. In 'Arte And Leisure', een swingende gospel, soleren de blazers ieder afzonderlijk zeer geïnspireerd en blues-georiënteerd. Bassist Horner heeft een prominente solo in het gedragen 'Prayer For Deliverance' en in de easy swing 'Cabin In The Future'. In dit nummer soleert Varner swingend, zeer accuraat en erg trombone-alike. Het slot-stuk van deze voortreffelijke cd is het snelle 'Long Night', waarin Varner een virtuoos op zijn enigszins (voor de jazz althans) ongewone instrument blijkt te zijn.

    Op de cd 'Swimming' wordt Varners kwintet (altsaxofonist Steve Wilson, tenorsaxofonist Tony Malaby, bassist Cameron Brown en drummer Tom Rainey) aangevuld met violist Mark Feldman, trompettist Dave Ballou en gitarist Pete McCann. In het openingsnummer 'Swimming' worden door Varner, Wilson en Malaby erg goede soli geleverd. Met de bijzon-der adequate ritmesectie is hiermee de toon gezet. Deze cd is een must voor liefhebbers van eigentijdse harmonieuze jazz, ensemble-samenspel, contrapunt en overtuigend solowerk. Het is dezelfde combinatie die veelal te vinden is in Nederlandse formaties als Available Jelly en Bik Bent Braam (om een idee te geven).

    In het hymne-intro van 'Maybe Yes' zijn de drie blazers (hoorn, altsax en tenorsax) magistraal geïnstrumenteerd. Daarna valt de ritmesectie in up-tempo in en begint Malaby aan een zeer pittige solo, gevolgd door respectievelijk Varner en Wilson. Het intrigerende stuk wordt afgesloten met een collectieve blazersimprovisatie en – in zeer medium tempo – ensemblespel. Opvallend in de ballad 'Samuel Gets The Call' zijn de prachtig geblazen solo en fraaie toon van tenorist Malaby, het aparte blazersarrangement en de gearticu-leerde bassolo aan het eind. De 'Seven Miniatures For Mark Feldman' zijn curieus en in ieder geval zeer fraai door Varner getoonzet. Het is – uiteraard – dé feature voor violist Feldman. Het heeft misschien niet zo veel met jazz van doen, daarentegen wel alles met hedendaags gecomponeerde muziek en dan in het bijzonder het verstilde genre waarin de ECM-catalogus excelleert.

    De laatste stukken van deze cd zijn, met uitzondering van 'Strident', tamelijk mainstream jazz-getint: de 'Omniton Blues' (een medium blues met een uitstekende solo van Varner), de ballade 'Paul Goes To Rome' (met een glansrol voor Malaby) en de droefstemmige 'Chicago Interlude'. 'Strident', een funky nummer, is vooral een ensemblestuk met daarin een prominente rol voor drummer Rainey en glanzende soli van de rietblazers Malaby en Wilson.

    (Jacques Los, 22.6.06) - [print] - [naar boven]



    Familie jazzpianist Hilton Ruiz klaagt bar aan

    Familieleden van de overleden jazzpianist Hilton Ruiz hebben een bar in New Orleans aangeklaagd. Ze beweren dat de uitsmijters van de club niet hebben ingegrepen toen de pianist werd mishandeld. Daarmee weerleggen ze de oorspronkelijke lezing dat de dood van Ruiz werd veroorzaakt door een val op de stoep voor de bar.

    De familie van de musicus stelt dat Ruiz in de bar door verschillende mensen werd aan-gevallen. De uitsmijters van de club zouden niet in actie zijn gekomen en zouden evenmin een ambulance hebben gebeld toen hij gewond bleek te zijn. Ze zouden de gewonde pianist uit de bar hebben gezet en hem aan zijn lot hebben overgelaten.

    De advocaat van de familie hoopt dat getuigen zich melden. "We zijn ervan overtuigd dat er mensen zijn die weten wat er precies met Hilton Ruiz is gebeurd."

    Ruiz raakte op 19 mei in coma voor de bar in New Orleans en overleed drie weken later op 54-jarige leeftijd. Hij was naar de stad gekomen om mee te werken aan een liefdadig-heidsconcert voor de slachtoffers van de orkaan Katrina.

    Bron: Novum/AP

    Meer weten?
  • Lees ons eerdere bericht over de dood van Hilton Ruiz.

    (Maarten van de Ven, 21.6.06) - [print] - [naar boven]





    Beets Brothers - 'Live In Holland' (STS Digital, 2006) DVD

    Na de eerder uitgebrachte live-cd is van dit concert in Theater De Kom, Amersfoort op 13 juni 2002 door de Beets Brothers (Peter op piano, Marius op bas, Alexander op tenor-sax, versterkt met drummer Joost Patocka) ook een dvd uitgebracht. Een leuk concert voor een goed gevulde theaterzaal, met pittige mainstream jazz. Is het visuele aspect genoeg reden voor herhaalde aandacht? Op zich misschien niet, maar de dvd biedt wel een toegevoegde waarde. Niet zozeer omdat enkele sponsors van de gebroeders Beets en hun platenmaatschappij zich in een apart hoekje mogen profileren met (artistiek niet al te verheffende) promofilmpjes. En ook niet, hoewel dat al leuker is, vanwege het biootje van de boys (als zoons van een jazzminnende gynaecoloog en een ambitieus piano-spelende moeder moesten ze al jong elke dag anderhalf uur muziek studeren). Maar wel vanwege dat ene kleine stukje dat de cd niet haalde en de dvd wel: dat bijzondere a cappella duetje tussen de tenorspelende Beets (Alexander) en de tenorspelende eregast, Hans Dulfer. Het doet dienst als intro op Dulfers compositie 'Up-Up', maar is muzikaal tienmaal interessanter, en daarmee ook het mooiste stukje jazz van de film. Ook leuk: de Beetsen allemaal in keurig pak, en Dulfer, die qua leeftijd hun vader had kunnen zijn, in een provocerend rood jack. Ook aardig: de manier waarop de andere eregast, zangeres Lils Mackintosh, het transpirerende hoofd van Alexander liefdevol afdept.

    Klik op het dvd-hoesje voor enkele fragmenten.

    Deze recensie verscheen eerder in HVT Magazine.

    (René de Cocq, 20.6.06) - [print] - [naar boven]





    Piet Noordijk: een gretige jonge hond?

    De Amerikanen Lowell D. Holmes en John W. Thomas schreven in 1981 het intrigerende boek 'Jazz Greats', met als ondertitel 'Getting Better With Age'. Daarin interviewden ze twaalf jazzmuzikanten, variërend van Andy Kirk (geboren in 1898) tot Howard Rumsey (1917). De geïnterviewden hadden niet alleen gemeen dat ze na de pensioengerechtigde leeftijd nog actief waren, maar ook dat ze volgens eigen zeggen en naar het oordeel van derden beter speelden dan ooit. De auteurs trachtten daarmee de populaire stelling, dat creativiteit voorbehouden was aan jeugdige artiesten, onderuit te halen.

    Destijds plaatste Eddy Determeyer vraagtekens bij die conclusie; hij was er van over-tuigd dat creativiteit en power afhankelijk zijn van leeftijd. Maar het beluisteren van de meest recente cd van altsaxofonist Piet Noordijk, 'Pete’s Groove', sloeg "als een uit de kluiten gewassen meteoriet" een flinke bres in die overtuiging. "Alles kolkt en schuimt van het speelplezier en de energie. Noordijk speelde nimmer zo gretig, zo gedurfd, zo soulvol."

    Klik hier om het hele artikel, waarin ook een interview met Noordijk is verwerkt, te lezen.

    (Maarten van de Ven, 19.6.06) - [print] - [naar boven]





    Susi Hyldgaard - 'Blush' (Enja, 2005) ***½

    'Blush' draagt het jaarstempel 2005 op de cover, maar bereikte de redactie pas onlangs. Susi Hyldgaards meest recente album, haar vierde, staat in het teken van soberheid. De teksten, helder en verstaanbaar, zijn van haar hand – de catchy titelsong uitgezonderd, die werd geschreven door een ons onbekende Charlotte Garner.

    De Deense zangeres beschikt over een aangename stem die zich uitstekend leent voor de crossover die ze produceert. Ze is zonder meer een uitstekende singer-songwriter. Op 'Blush' maakt ze gebruik van functionele, mooi gearrangeerde strijkers gelardeerd met een vleugje elektronica, een koortje (Susanne Carstensen, Manuele Laerke) en elektrische bas (Jannik Jensen). Spaarzaam opgesmukt met slagwerk (Steve Arguelles) creëert Hyldgaard een muzikaal spectrum dat heen en weer beweegt tussen lounge, pop en jazz. De muziek zit strak in het pak en staat ten dienste van de gymnastische stem van Susi Hyldgaard.

    Als toemaatje bevat het album knappe remixen van 'Seeking' (DJ Opiate) en van het titelnummer (Matthew Herbert). Een heldere productie die we zonder blozen aanbevelen.

    (Dirk De Gezelle, 19.6.06) - [print] - [naar boven]





    Interview Donald Fagen

    "Wij lieten ons niet uiteendrijven door het succes. Daar waren Walter en ik gewoon een beetje te slim voor. Daarnaast hebben wij een onderlinge humor die werkelijk niemand begrijpt. Respect is er altijd naar elkaar toe geweest. Toen 'The Nightfly' platina werd, was Walter de eerste die met een bos bloemen op de stoep stond. Het was weliswaar een graftak, maar toch. Alsof hij wilde zeggen: proficiat met je mooie succes, maar daarmee heb je tevens Steely Dan ook meteen begraven."

    Toetsenist/zanger en Steely Dan-helft Donald Fagen in gesprek met Jean-Paul Heck. Klik op bovenstaande button om het te lezen.

    (Maarten van de Ven, 18.6.06) - [print] - [naar boven]





    Verfrissend concert van de Young All Stars
    woensdag 31 mei 2006, Bimhuis, Amsterdam

    De zonen van jazz-cd-winkelier en collectionneur Sem van Gelder uit Groningen hebben de jazz met de paplepel binnengekregen. Op zeer jeugdige leeftijd maakten de broertjes Gideon en Ben al kennis met de grootheden van de jazz. Die kennis heeft zich in hun genen genesteld. Reeds op jonge leeftijd bleek hun aanleg voor het improviseren. Op zeventienjarige leeftijd was de oudste van de twee, pianist Gideon (1983), al gastsolist bij het Jazz Orchestra of the Concertgebouw en won hij als duo met broertje altsaxo-fonist Ben (1988) in 2005 het Prinses Christina Concours. Terwijl deze laatste ook nog, nadat Joris Roelofs als eerste Europeaan de prijs had gewonnen, de prestigieuze Amerikaanse Stan Getz/Clifford Brown Award heeft veroverd. De twee broers vormen samen met nog drie jonge, zeer getalenteerde musici de Young All Stars.

    Op (financieel) initiatief van twee jazzvrienden, Johan Hofman en Hans 'Jazzbo' Sirks en in innige samenwerking met concertorganisator en platenproducer Bob Hagen is er op het label Jazz’N Pulz van de All Stars de cd 'Release' uitgebracht. Op woensdagavond 31 mei werd deze cd in het Bimhuis gepresenteerd. Het repertoire die avond bestond, behoudens de dikverdiende toegift, uit eigen composities van de leden van het kwintet, die ook op de cd te horen zijn. De groep speelt een zeer aangename eigentijdse post hardbop-muziek. In hun muzikale opvatting zit ruimte, lucht en een grote harmonieuze vrijheid.

    In het openingsnummer 'Sun Strolling' overtuigde Gideon van Gelder met een subliem opgebouwde solo. Van spaarzame noten in het begin tot en met dynamische, snelle en heldere sololijnen naar het einde toe. Zijn muzikaal inzicht, formidabele techniek en intensieve speelwijze maakten hem tot dé solist van de avond. Dat zowel Ben van Gelder als Rik Mol tot de aanstaande topsolisten van de jazz gaan behoren, bleek uit de fraaie soli, die beiden uit hun respectievelijke instrumenten (altsax en trompet) ten gehore brachten. De alt van Ben van Gelder klonk welhaast klassiek warm. In het door Gideon geschreven 'Fantasy (On M Street)' soleerde Ben zeer prominent, heftig en in lange rapsodische lijnen. Hij werd hierbij stevig en swingend ondersteund door de voortreffelijke ritmesectie, bestaande uit bassist Clemens van der Feen en drummer Flin van Hemmen, wiens zeer muzikale en stuwende drumwerk behoorlijk opviel. Ben van Gelders ballade 'Resonance' werd wonderschoon en melodieus door Mol op bugel vertolkt. Ook in de snellere stukken is zijn toonvorming en instrumentbeheersing van uitzonderlijk hoog niveau. Zo stond er in het Bimhuis een meer dan veelbelovend kwintet op het podium.

    Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.

    (Jacques Los, 14.6.06) - [print] - [naar boven]



    Planet Internet linkt naar Nederjazz

    Er wordt op internet heel wat afgeschreven over Nederlandse jazz, vaak door fanatieke vrijwilligers. Planet Internet zette de zeven beste en/of leukste sites op een
    rijtje, maar vergat er nog eentje!

    (Maarten van de Ven, 14.6.06) - [print] - [naar boven]





    Benjamin Herman - 'The Itch' (Dox, 2005)

    De Nederlandse altsaxofonist Benjamin Herman is op zijn best als hij jazz speelt. Ook al is hij dan razend populair - vooral onder jongeren - met zijn hippe band New Cool Collective, de vindingrijkheid van Herman komt vooral naar voren in jazzstukken. Zeker als ze grotendeels ook nog van zijn hand zijn.

    'The Itch' is de titel van Hermans nieuwste album, waarmee hij de traditie van saxofoon- en gitaarjazz aan de kant schuift en er een eigen, moderne maar vooral aansprekende visie op loslaat. Nu is dat ook niet zo moeilijk, als je een vernieuwer als gitarist Anton Goudsmit naast je hebt. Bij hem kun je namelijk geen moment verslappen. Twee mannetjesputters derhalve op kop, met in hun slipstream contrabassist Ernst Glerum en slagwerker Han Bennink. De laatste bedient zich slechts van snaredrum, maar daarmee heeft hij genoeg in huis om het de anderen moeilijk te maken. 'The Itch' is een prachtplaat, omdat vier topmusici op elkaar los worden gelaten en hun fantasie absoluut de vrije loop krijgt. Dit is Nederlandse geïmproviseerde muziek zoals ze altijd zou moeten worden gemaakt.

    Deze recensie verscheen eerder in Brabants Dagblad.

    Meer horen en weten?
  • Tijdens het North Sea Jazz Festival 2006 geeft Benjamin Herman op vrijdag 14 juli een optreden met
        het 'The Itch'-kwartet (20.45 - 22.00 uur, zaal Madeira, Ahoy Rotterdam).
  • Lees hier een interview met Benjamin Herman door onze medewerker Jacques Los.

    (Rinus van der Heijden, 12.6.06) - [print] - [naar boven]





    Cd-presentaties Paul van Kemenade

    Altsaxofonist Paul van Kemenade presenteert binnenkort twee nieuwe cd's. Van 21 juni tot en met 5 juli gaat zijn kwintet op tournee door Zuid-Afrika voor negen concerten.
    Op het South Seas Festival in het Baxter Theatre in Capetown (22 - 25 juni) en op het Grahamstown Festival (29 juni - 4 juli) wordt de nieuwe cd van het Paul van Kemenade Quintet gepresenteerd. Aan dit album werkten opnieuw een aantal Zuid-Afrikaanse muzikanten mee: Feya Faku, Sydney Mnisi, Bheki Khoza en Sonti Mndebele. Verder zijn
    er gastbijdragen van de Belgische vocalist David Linx en trompettist Toon de Gouw.

    De tweede nieuwe release betreft het project 'Strings Get Wings', waarvoor Van Kemenade en bassist Niko Langenhuijsen de composities en arrangementen schreven. Tijdens het North Sea Jazz Festival 2006 wordt deze cd 'gedoopt' met een optreden. De band, die naast Van Kemenade en Langenhuijsen bestaat uit een strijkkwartet (met de Franse violist Pierre Blanchard, violisten Herman van Haaren en Oene van Geel en cellist Emile Visser) en Pieter Bast (op cajon) geeft een concert op zondagavond 16 juli vanaf 18.30 uur. Direct aansluitend is er een tweede optreden van het Paul van Kemenade Quintet in het kader van de Nederlandse cd-presentatie van hun al eerder genoemde album.

    (Maarten van de Ven, 12.6.06) - [print] - [naar boven]





    Ralph Towner - 'Time Line' (ECM, 2006) ****

    Net als bij het lezen van een spannend boek verlies je bij het beluisteren van goede muziek elk besef van tijd. Voor je het goed en wel beseft, is het liedje uit en blijf je wat verweest achter in een veel te stille kamer. Het overkomt je met de nieuwe uitgave van Ralph Towner waarop de gitarist solo te horen is op een 12-snarig, en vooral, op een klassiek instrument. De opnames, gemaakt in de kerk van een Oostenrijks bergklooster, klinken subliem. 'Time Line' bezit de geconcentreerde energie en densiteit van een liveconcert. De diversiteit van de muziek reflecteert de vrije geest en het vernuft van een groot muzikant.

    In 'Always By Your Side' en 'Turning Of The Leaves' zíngt de gitaar. 'The Hollows' beantwoordt aan het beeld van een doorgecomponeerd klassiek werkje. 'Five Glimpses' staat dan weer voor vijf kernachtige stukjes improvisatie. 'If' heeft iets van een vraag- en antwoordspelletje. Met interpretaties van de jazzklassiekers 'Come Rain Or Come Shine' (Harold Arlen) en 'My Man’s Gone Now' (George Gershwin) gooit de gitarist een ragfijn tijdslijntje naar Bill Evans. Diens conceptie van jazz is van groot belang geweest in de ontwikkeling van Ralph Towner. De aanwezigheid van beide composities betekent zoveel als een eresaluut van de ene meester aan een andere.

    (Dirk De Gezelle, 11.6.06) - [print] - [naar boven]





    Eigenzinnige en authentieke Andrew Hill opteert vastberaden voor het avontuur
    vrijdag 19 mei 2006, Bimhuis, Amsterdam

    Ernstig ziek of niet, pianist Andrew Hill laat zich er niet al te zeer uit het veld door slaan en bouwt zijn imposante levenswerk almaar verder uit. Zo bracht hij onlangs op zijn oude liefde Blue Note, het label waarop onder auspiciën van producer/Hill-fan Alfred Lion in de jaren zestig een reeks klassieke albums van hem verschenen, de uitstekende cd 'Time Lines' uit. Daarop zijn ook trompettist Charles Tolliver en rietblazer Greg Tardy te horen, die in het Bimhuis helaas niet aanwezig waren. Hun vervangers Byron Wallen en Jason Yarde (lid van de Andrew Hill Big Band) mochten dan nog zo capabel zijn, ze konden Tollivers authenticiteit en Tardy's virtuositeit niet doen vergeten.

    De kwaliteit van Hills composities - in combinatie met een uitstekend op elkaar ingespeelde ritmesectie (bassist John Hebert en drummer Eric McPherson) - zorgden evengoed voor een uitermate prikkelend programma, vol ritmische mijnenvelden, unisono gespeelde extended thema's, dissonant schurende harmonieën en sterke melodische cues. Zijn arrangementen vervlechten verschillende ritmes en combineren sferen en elementen uit hard bop, klassieke muziek (zoals fugatische fragmenten en sonatino intro's) en avant-garde. Zijn voorkeur helt veelal naar een impressionistische Muziek die veel vraagt van zowel muzikant als luisteraar, maar tevens een rijkelijk lonende en louterende ervaring teweegbrengt.

    De speelstijl van Andrew Hill wordt vaak vergeleken met Thelonious Monk (een 'hakke-lende' ritmiek met veel intervallen), maar kan net zo makkelijk worden afgezet tegen iemand als Cecil Taylor; ook Hill soleert vanuit een vrije, onbegrensde state of mind, zodat het soms lijkt alsof hij met een compositie binnen een compositie bezig is. In zijn begeleiding is hij summier, maar trefzeker. Zijn chime-achtige blokakkoorden klinken imposant. Door het aanslaan van twee naast elkaar liggende noten creëert hij dat wringende in zijn pianospel, dat vaak gedrenkt lijkt in een impressionistische, melancholieke sfeer.

    Freddie Hubbard-lookalike Wallen, die les kreeg van onder meer Jimmy Owens, Donald Byrd en Jon Faddis, moest kennelijk even wennen aan deze muzikale setting, want zijn eerste solo was eclectisch en zoekend. Daarna kwam hij beter in vorm met zijn compact klinkend trompetspel vol bravoure. Yarde toonde zich een soepel spelende en zelf-verzekerde saxofonist, altijd in command op zowel alt- als sopraansax. Zijn fraai getoonzette solo's waren doorgaans boeiender dan die van Wallen en op een speels-sprankelende wijze vrij.

    Opvallend was het empathische drumwerk van McPerson. Op zijn fraai getunede drumstel imponeerde hij met streaming multigelaagd slagwerk, subtiel gebruik van bekkens en een smaakvol opgebouwde drumsolo vol interessante patronen, die soms aan de polyritmiek van Elvin Jones deden denken. Evenals McPherson speelt bassist Hebert ook al jaren samen met Hill, en dat deed zich gevoelen in zijn verzorgde, warm klinkende spel. Zeer geconcentreerd, intens en vaak met snelle lijnen zorgde hij voor een gedegen basis.

    Imponerend was ook het gloomy slotakkoord van de avond: een welhaast sacrale toegift. McPhersons accentuerende mallets. Wallen en Yarde's door elkaar kringelende lijnen. Alsof Hill een overdenking op muziek had gezet. Wonderschoon.

    Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.

    (Maarten van de Ven, 9.6.06) - [print] - [naar boven]





    Hilton Ruiz overleden

    Jazzpianist Hilton Ruiz is dinsdag op 54-jarige leeftijd overleden. De jazzpianist overleed na bijna drie weken in coma te hebben gelegen in het East Jefferson General-ziekenhuis in New Orleans. Hij raakte op 19 mei in een coma na een val voor een bar in het French Quarter.

    Ruiz was een dag voor het ongeluk naar New Orleans gekomen om mee te werken aan een liefdadigheidsconcert voor de slachtoffers van de orkaan Katrina. Een benefiet-jamsessie in New York, die dinsdagavond op verzoek van zijn ex-vrouw Aida voor de pianist werd georganiseerd, werd na het overlijdensbericht van Ruiz omgedoopt tot een herdenking.

    Reeds op zijn veertiende nam de in klassiek en jazz geschoolde pianist uit New York zijn eerste album op, met de groep Ray Jay And The East Siders. Sindsdien speelde hij met fameuze jazzmusici als Joe Newman, Frank Foster, Freddie Hubbard, Rahsaan Roland Kirk, Charles Mingus, Archie Shepp, George Coleman en Chico Freeman. Ruiz werd geroemd om de manier waarop bij Afro-Cubaanse stijlen combineerde met jazz, blues en bebop.

    Vanaf de tachtiger jaren speelde en toerde hij met eigen groepen en nam - vooral op het Novus label - enkele spraakmakende albums op met onder meer Steve Turre, Sam Rivers, Lew Soloff, George Coleman en Kanny Garrett. Ruiz' pianospel was niet alleen latin jazz-georiënteerd, maar vooral ook geïnspireerd op dat van McCoy Tyner.

    (Jacques Los, 8.6.06) - [print] - [naar boven]





    Cocqolumn #1
    Helden in Saint-Germain


    Een jongenskamer in de Utrechtse Rivierenwijk, het jaar is 1958. Ik ben 17, een wat weerspannige HBS-leerling, ik deel die kamer met mijn broer van 21, die studeert aan de Amsterdamse kunstnijverheidsschool en in die artistieke ambiance de moderne jazz had ontdekt. Hij deelde die ontdekking via van karig zakgeld gekochte ep'tjes met mij (tot dan waren mijn helden voornamelijk de Dutch Swing College Band, elke zaterdag een half uurtje op de radio: fel bevochten luistertijd), en ik had dus inmiddels nieuwe helden: Gerry Mulligan, Chet Baker, Art Blakey, Modern Jazz Quartet.

    Op een late vrijdagavond liggen we allebei in bed, luisteren min of meer klandestien naar mijn Philips-radiootje, en daar gebeurt het. Als door bijen gestoken vliegen we overeind. Wat gebeurt hier? De radio speelt 'Whisper Not', door de Jazz Messengers, opgenomen in Parijs, in Saint-Germain-les-Prés voor een piepklein publiekje. Wat een nummer! Elegant, gevoelig, harmonisch, langzaam maar toch swingend. Die zoevende tenorsaxofoon! Die gestopte trompet! Die trefzekere brushes!

    In no time beschikte ik over de desbetreffende lp, één uit een serie van drie, opgenomen in diezelfde nachtclub. Vier nummers maar, maar wát voor nummers! 'Politely', bijna zes-tien minuten superieure soul jazz, nog beter dan het toen inmiddels al populaire 'Moanin’'. 'Now’s The Time', dertien minuten. 'Blues March', elf minuten. Die zomer werd die lp effectief grijsgedraaid, het ding is ook niet meer af te spelen, maar maakt nog altijd deel uit van mijn collectie.

    Ik heb veel lp's weggedaan na vervanging door cd, maar deze is verankerd in mijn jazz-hart. Lang heb ik gezocht naar de desbetreffende digitale versie, maar die is volgens mij nooit in Nederland uitgebracht. Daarom prijs ik me gelukkig dat ik hem bij een bezoekje aan Parijs alsnog op de kop kon tikken. Uitgebracht door RCA France als eerbetoon bij het overlijden van Art Blakey, als dubbel-cd met daarop de drie oorspronkelijke lp's samengebracht.

    Dus nu heb ik ook 'Moanin’', 'Evidence', 'Along Came Manon' (op alle andere opnamen heet dit stuk 'Along Came Betty'), 'Out Of The Past', 'A Night In Tunesia' en de Jazz Messengers-tune 'The Theme'. Allemaal met dat piepkleine publiekje dat fel meeleeft, soms ook meezingt, en gespeeld door de superversie van de Messengers (althans voor degenen die, zoals ik, gek waren op de soulvariant van de hardbop). Dus met Lee Mor-gan, Benny Golson, Bobby Timmons, Jymie Merritt (waar is die eigenlijk gebleven?). En Art Blakey natuurlijk. Helden. Mijn helden. Ook nu ik al lang niet meer in die Utrechtse jongenskamer woon, maar inmiddels het grootvaderschap en de AOW heb bereikt in een heel andere stad.

    Daniel Filipacchi présente: Art Blakey et les Jazz Messengers au Club St Germain 1958. RCA ND 74897 (2 CD), 1991 réédition BMG Ariola France.

    Dit is de eerste bijdrage van ons nieuwe redactielid René de Cocq. Klik
    hier voor enige biografische gegevens.

    (René de Cocq, 6.6.06) - [print] - [naar boven]





    Trio SF&D synoniem voor Spannend, Fris & Dynamisch
    vrijdag 12 mei 2006, Kraaij & Balder, Eindhoven

    Misschien niet direct namen die bellen doen rinkelen, maar deze heren weten wel degelijk van wanten en dat al meer dan 10 jaar. Rik Fennis (gitaar), Jo Didderen (Van Zalingen bas) en Rob Sprinkhuizen (drums en summiere elektronica). Zij brachten een afwisselend programma met fraaie intimistische momenten en uitbundige funky stuff, maar bovenal toonde dit trio eigenheid. Het drumwerk van Sprinkhuizen was powerfull en metronoom strak als de compositie daarom vroeg. Het trio swingde er behoorlijk op los!

    De meeste composities waren van Fennis. Hij schrijft aansprekend, toegankelijk en melodieus materiaal, bijzonder geschikt voor fraaie vormgeving en dito improvisaties. Bassist Didderen zong als het ware als een bas-bariton op zijn Van Zalingen-instrument, leverde gedegen partij en dwong met zijn zuiver geïntoneerde solo's bewondering af. Het trio was zeer homogeen, alert en accuraat in de soms tricky nummers met listige stops en tempowisselingen.

    Men wist in een handomdraai overtuigend diverse sferen neer te zetten. Bijvoorbeeld in het geëngageerde en gezongen 'Vijver', een compositie van Fennis en Sprinkhuizen die ook op hun cd 'Hip Hip' staat. Kortom, het betrof hier een verrassend, ongewoon en origineel trio dat bekende stukken als 'Stuffy' (Horace Silver), 'Adam’s Apple' (Wayne Shorter) en 'Straight Up And Down' (Eric Dolphy) eigenwijs onder de loep of op de hak nam en met respect herinterpreteerde. Ook een gezonde dosis in muziek vertaalde humor was bij hen nooit ver weg.

    Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.

    (Cees van de Ven, 4.6.06) - [print] - [naar boven]





    Tim Berne – 'Diminutive Mysteries' (JMT, 1992) ****
    Tim Berne's Bloodcount - 'Poisoned Minds' (JMT, 1994) ****


    Alt- en baritonsaxofonist Tim Berne (1954), werd geïnspireerd door het album 'Dogon A.D.' van saxophonist Julius Hemphill. In 1974 ging hij dan ook naar New York om les te nemen bij Hemphill. Sindsdien beschouwt hij Hemphill als zijn belangrijkste inspiratiebron. Reeds in de jaren tachtig maakte Berne spraakmakende albums op de labels Soul Note en Columbia. Zijn reputatie is dan al gevestigd. Hij speelt met belangrijke avant-garde muzikanten als Paul Motian, John Carter, Bill Frisell, Olu Dara, Vinny Golia en Alex Cline. In de negentiger jaren maakt hij op het label JMT (inmiddels ondergebracht bij Winter & Winter) enkele bijzondere cd's.

    Op 'Diminutive Mysteries' heeft Berne zich omringd met David Sanborn op sopranino en altsax, Marc Ducret op gitaar, Hank Roberts op cello en Joey Baron op drums. In het nummer 'The Maze' wordt de bezetting nog aangevuld met bassist Mark Dresser en trompettist Herb Robertson. Behalve Berne's suite 'The Maze (for Julius)' zijn de overige composities van Julius Hemphill. Voor het merendeel is het collectieve hedendaagse impromuziek met sterke verwijzing naar soul, swing, blues, free jazz en hedendaags gecomponeerde muziek. In zowat alle nummers speelt cellist Roberts een bepalende en bindende rol. Aangevuld met de soundscapes van gitarist Ducret wordt een geheel eigen moderne sound gecreëerd.

    In die context is het verbazingwekkend dat funky blazer Sanborn zich ontpopt als een free jazz-blazer van niet gering kaliber. In 'The Unknown' duelleren in een vrije impro-visatie Berne op baritonsax en Sanborn op sopranino; de vonken vliegen er van af. Dat geldt eveneens voor 'Rites', waarin beiden op alt uitermate fel tekeer gaan. Het is het ouderwetse gieren in de geest van Albert Ayler, Sonny Simmons, David Murray en de saxofonisten van het Art Ensemble of Chicago. In de suite 'The Maze (for Julius)' soleert Sanborn in het eerste deel magistraal. Hij heeft een vette, volle toon en speelt een geladen, welhaast meditatieve solo. Ducret soleert bijna als een rockgitarist in het tweede ritmische deel. Het slotdeel is een energieke collectieve improvisatie, gebaseerd op een primitief funky ritmepatroon, waarbij Berne het nummer op het eind triomfantelijk en krijsend afsluit.

    Twee jaar later formeerde Berne de groep Bloodcount, bestaande uit Chris Speed (tenorsax en klarinet), Marc Ducret (gitaar), Michael Formanek (bas) en Jim Black (drums) en Marc Ducret. Met deze groep nam hij de live-cd 'Poisoned Minds' op in de Parijse club Instants Chavirés. De cd bevat twee suiteachtige composities van Tim Berne: 'The Other' en 'What Are The Odds?'. Beide relatief lange stukken (respectievelijk 27 en 41 minuten), waarin vooral in wisselende tempi collectief wordt gespeeld en geïmproviseerd. Ook deze muziek heeft sterke overeenkomsten met zowel de impro- als hedendaags gecomponeerde muziek.

    'The Others' is vooral een recitatieve en contemplatieve compositie, waarin Speed en Berne sereen en in een rubato tempo lange lijnen blazen. In het middenstuk van de suite kunnen de blazers nog enigermate tekeer gaan en heeft Jim Black een solo. Het langere 'What Are The Odds?' heeft aanzienlijk meer jazz-elementen in zich. De beide saxofo-nisten krijgen alle ruimte te improviseren. Zo is het intro een duo met Berne op alt en drummer Black. Berne speelt uitermate energiek, vingervlug en bebop-geïnspireerd. Verderop is een lange, uiterst fraai geblazen balladsolo van Berne - eveneens op altsax - te beluisteren. Speed soleert wervelend en dynamisch op de tenorsax en heeft op de klarinet een prachtige toon in het rustige middendeel van de suite. Na een bekwame en relevante bassolo van Formanek in hetzelfde gedeelte volgt het swingende slotdeel, waarin de blazers wederom een prominente rol hebben en zowel Speed als Berne, respectievelijk op tenor- en baritonsax, zeer energiek soleren op het inspirerende drumwerk van Black.

    (Jacques Los, 3.6.06) - [print] - [naar boven]





    NPS brengt documentaire 'Afijn' over Misha Mengelberg

    Zondagmiddag en maandagnacht besteedt de NPS aandacht aan pianist Misha Mengel-berg, die Pinkermaandag 71 jaar wordt. Als opwarmertje daarom zondagmiddag bij Arena Output de korte versie van de documentaire 'Afijn', die geheel is gewijd aan het muzikale leven van deze componist, bandleider en improviserend muzikant (uitzending: 14.50 uur, Nederland 3). In de nacht van maandag op dinsdag zendt NPS Output vanaf 00.30 uur de complete documentaire uit, andermaal op Nederland 3.

    Deze documentaire geeft een helder inzicht in Mengelbergs eigenzinnige denkwereld en werkwijze, aan de hand van muziekfragmenten en uitspraken van onder meer Louis Andriessen (componist), Han Bennink (slagwerker), Dave Douglas (trompettist), Guus Janssen (componist/pianist), Tomoko Mukaiyama (pianiste), Rik Schipper (sinoloog en jeugdvriend), Wim T. Schippers (beeldend kunstenaar, tv/radio/theatermaker) en Misha zelf. Archiefbeelden laten zien hoe Mengelberg vanuit klassiek componeren zich door jazzinvloeden ontwikkelde tot de godfather van de Nederlandse geïmproviseerde muziek. Een genre dat, dankzij Mengelberg, internationale faam geniet. De documentaire toont hoe in het universum van instant composing Bennink en Mengelberg al veertig jaar lang fungeren als elementaire deeltjes.

    Meer weten?
  • Klik hier voor een verslag in woord en beeld van het uitbundige en absurdistische verjaardagsconcert
        dat Mengelberg vorig jaar gaf in het Bimhuis, Amsterdam.

    (Maarten van de Ven, 2.6.06) - [print] - [naar boven]


    Lees verder in het archief...






  • Menupagina's:

    Redactieadres:

    Hoekstraat 1 B17
    3910 Neerpelt
    België
    (0032) 11747180
    (0032) 498788554

    Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
    Mail de redactie.