Cd | Lp
Chaerin Im - 'Midnight Resets'
Dox, 2025 Chris Muller Bigband - 'Turning Thoughts'
ZenneZ, 2024 | Opname: 11-12 maart 2023
Vandaag aandacht voor twee van de drie genomineerden voor de Edisons van dit jaar, binnen de categorie 'Nieuwkomers': het bij Dox Records als lp verschenen 'Midnight Resets' van pianiste Chaerin Im en haar kwartet en het door Zennez Records op cd uitgebrachte 'Turning Thoughts' van collega-pianist Chris Muller en zijn bigband. Drie totaal verschillende albums, iets dat weer eens aantoont hoe veelzijdig de jazz tegenwoordig benaderd wordt.
De Koreaanse Chaerin Im voelt zich thuis in Nederland en timmert driftig aan de weg. Ze werkt regelmatig samen met al wat bekendere musici als Pablo Held, Ben van Gelder en Sun-Mi Hong en debuteerde in 2022 met haar experimentele album 'The Back Of Beyond'. En vorig jaar benoemde de NRC haar nog tot Young Artist of the Year. 'Midnight Resets' is dus haar tweede album, nu van haar kwartet, dat verder bestaat uit gitarist Siebren Smink, bassist Matteo Mazzù en drummer Ludvig Søndergaard. Een uitermate geschikte bezetting voor het uitwerken van haar muzikale ideeën. Want Im is een jazzmusicus, zo horen we bijvoorbeeld mooi terug in haar pianospel in opener 'Bad News', maar beperkt zich daar geenszins toe. Met name haar keuze voor de synthesizer in de rest van de stukken valt daarbij op. Het titelstuk 'Midnight Resets' associeer ik dan ook eerder met ambient, met een flinke scheut pop dan met jazz. Iets dat nog sterker geldt voor het langzaam voortkabbelende 'Khyte'. Ims geluid wordt daarbij passend ondersteund door Smink en Mazzù, waarbij die laatste zich bedient van een elektrische basgitaar en een bassynthesizer. 'Dancer Dom' heeft wat meer dynamiek en doet mij sterk denken aan de synthesizermuziek zoals die in de jaren 80 van de vorige eeuw veel gemaakt werd door onze oosterburen. Maar zoals reeds gezegd, met jazz heeft dit allemaal vrij weinig te maken. Zeker dit nummer is gewoon popmuziek en als ik eerlijk ben: dit hebben we vaker gehoord en ook beter. Al met al een aardig album, maar een nominatie voor een Edison is mijns inziens toch iets te veel van het goede.
Over het jazzgehalte van 'Turning Thoughts' hoeven we het niet te hebben: dit is een pure, authentieke bigband, met de bijpassende muziek. De titel slaat daarbij op de levensloop van Muller. Als afgestudeerd natuurkundige koos hij, zijn hart volgend, uiteindelijk toch voor de muziek: "De overstap naar het muzikantenbestaan was niet makkelijk, maar ik ben nu blij dat ik mijn technische achtergrond als muzikant kan inzetten. De natuurkunde heeft me veel geleerd over hoe de wereld in elkaar zit, en dat helpt me nu bijvoorbeeld bij het schrijven van nieuwe muziek." We beginnen met 'Anticipation', een mooi dynamisch stuk, dat Muller schreef tijdens de pandemie, waarin hij zich een voorstelling probeerde te maken van het leven erna. We horen onder andere Muller zelf in een onderhoudende pianosolo. Bijzonder origineel klinkt 'Running Around', met name vanwege de puntige ritmiek, met een hoofdrol voor de ritmesectie, bestaande uit gitarist Yannik Sieburg, bassist Ton Felices en drummer David Puime. Als musicus sta je op de schouders van reuzen, die van Wayne Shorter en Chick Corea bijvoorbeeld. 'Yes Or No' eert de ene, 'Waltze For C.C.' de andere. 'Meant To Be Different' is een typische liefdesballade, gezongen door Nicola Missing en met een gastbijdrage van saxofonist Jasper Blom. Als pianist horen we Muller weer prachtig in 'Brainfreeze', naast een mooie solo van Sieburg. 'Lost Changes' is evengoed een prachtig ballade, waarbij de titel slaat op wat we allemaal ervaren: "Er zijn een aantal keuzes die je in je leven maakt die offers met zich meebrengen, en dat is niet altijd even makkelijk. Ik heb geprobeerd dit in een harmonieuze ballade te vatten." Voor mij is het helder, dit album moet de Edison in deze categorie winnen.
Cd / Lp
Rempis/Harnik/Zerang - 'Astragaloi' (Aerophonic, 2022)
Opname: 6 maart 2020 Survival Unit III - 'The Art of Flight: For Alvin Fielder' (Astral Spirits, 2022)
Opname: 25 januari 2018
Vandaag staat drummer en percussionist Michael Zerang centraal. Hij is allereerst te horen op het bij Aerophonic - het label van saxofonist Dave Rempis - verschenen 'Astragaloi', samen met pianiste Elisabeth Harnik en Rempis. Verder hier aandacht voor het bij Astral Spirits verschenen 'The Art Of Flight: For Alvin Fielder' van Survival Unit III, eveneens een trio, maar nu met naast Zerang cellist Fred Lonberg-Holm, hier zonder elektronica, en trompettist/saxofonist Joe McPhee.
De stijl van Dave Rempis kennen we inmiddels, hij kwam hier de afgelopen jaren regelmatig voorbij. En ook op dit album is hij direct herkenbaar met zijn sterk verdichte patronen, zijn extatische uithalen en zijn vaak vrij gruizige klank. Harnik en Zerang dienen hem prachtig van repliek, zo het tempo verder opvoerend. Op zulke momenten is er zonder meer sprake van een dynamisch brouwsel dat op het punt staat van overkoken, 'Macateta' is daar een mooi voorbeeld van. Toch kan het hier ook zeer ingetogen klinken. Prachtige fragiele bewegingen horen we Rempis maken in 'Locoweed', terwijl Harnik hier op boeiende wijze aansluiting bij vindt en Zerang de accenten plaatst. Gaandeweg gaat ook hier het tempo omhoog, dat hoort erbij. Zerang komt uitgebreid aan bod aan het begin van 'Lato Litupa'. Dit is echter geen drumsolo, maar een geluidssculptuur - Zerang is dan ook eerder percussionist dan drummer. Belangrijker is echter dat het een perfecte bedding vormt voor Rempis' creatieve uitspattingen, van wie we in dit vrij lange stuk menige geweldige solo horen. Prachtig slagwerk overigens ook in het spannende 'Goat’s-Thorn'.
In tegenstelling tot het trio dat we horen op 'Astragaloi' is Survival Unit III geen gelegenheidstrio, sterker nog: het bestaat al sinds 2006 en dit 'The Art Of Flight: For Alvin Fielder' is het zevende album. Een album dat bestaat uit vijf naamloze stukken. Mede door de instrumentatie is dit een trio dat zich in eerste instantie richt op klank, al horen we in het eerste deel direct al McPhee krachtig soleren op zijn zaktrompet. Maar ook hier gaat het primair om de effecten, nog versterkt door de verrichtingen van Lonberg-Holm en Zerang. Voor Zerang moeten we bij het tweede stuk zijn: onregelmatige ritmische patronen ondersteunen hier fluisterzachte bewegingen van McPhee en Lomberg-Holm. Bijzonder is ook het begin van het derde stuk en de wijze waarop McPhee hier schakelt tussen verschillende stijlen. We eindigen dynamisch in het vijfde stuk, Zerang deelt rake klappen uit, Lonberg-Holm vult het verder in en McPhee schittert met dwars spel.
LP / Jazztube
Thurston Moore, Farida Amadou, Steve Noble & Peter Brötzmann - 'M.A.N. - B.A.N.' (Dropa Disc, 2021)
Opname: 23-24 augustus 2019
Kreeg het Summer Bummer Festival van 2019 een jaar later al een staartje via de release van 'Front To Front' van Fred Van Hove en Peter Brötzmann, dan wordt er nu een kloek vervolg aan gebreid met 'M.A.N. - B.A.N.', dat de uit hun voegen barstende slotconcerten van die twee avonden bij elkaar brengt.
Het zaadje voor deze dubbel-lp werd trouwens op datzelfde festival geplant, maar dan een paar jaar eerder. Het mooie van een evenement dat inzet op generatie-overstijgende kruisbestuivingen is immers dat er voortdurend nieuwe banden ontstaan en/of plannen gesmeed worden. De jonge Belgische bassiste Farida Amadou leerde er zo de Britse drummer Steve Noble kennen. Het duo - laten we ze A.N. noemen - had een klik en hop, het de was de start van een vruchtbare samenwerking. Daar wordt nu dit materiaal aan toegevoegd met twee collega-improvisatoren die ook present waren op het festival, en niet de minsten: Thurston Moore, die M.A.N. vervolledigt, en Peter Brötzmann, het sluitstuk van B.A.N..
Zonder de muzikanten over een kam te willen scheren, kan je natuurlijk wel al een paar voorspellingen doen. Zo zal het niemand verbazen dat de volumes en densiteit regelmatig in het rood gaan. Amadou en Noble hebben een zwak voor texturen en dynamiek, maar zullen die ook ten volle uitspelen tijdens daverende stormen van geluid, waaruit soms eigenlijk moeilijk op te maken valt waar de instrumenten elkaar raken. Hun partners hebben er ook al een parcours via beproevende omwegen op zitten. 'M.A.N. - B.A.N.' is dan ook uitermate geschikt om loeihard door de ruimte te knallen. Het heeft een intense lijfelijkheid, een vitale Sturm & Drang die pas echt tot z'n recht komt als je het voelt ter hoogte van de onderbuik.
Het concert van M.A.N. (dat op het festival eigenlijk de dag na B.A.N. kwam) start met gefrunnik en accenten die snel aan het sudderen geraken. Het is een verkrampende ondergrond van woelig geluid, een jungle van dichte klanken die via het cimbaalgehamer van Noble opbouwt naar een massieve trance. Moore krijgt eigenlijk een vrije rol toegediend, die hij niet zozeer aanwendt om te gaan domineren, maar om de sound open te trekken én compact te houden: er is regelmatig een koptelefoon voor nodig om de overgangszones tussen de artiesten te detecteren. De storm gaat nu en dan wel eens liggen en de overgang van A- naar B-kant wordt gebruikt voor wat welgekomen zuurstoftoevoer, maar het maximalisme spant de kroon. Noble regeert over de volledige kit, Amadou beweegt van grillige effecten naar rauwe betonmolenfurie en Moore reageert met een abstracte onstuimigheid die de ritualistisch aanvoelende massa enkel nog meer gewicht geeft. Een performance die de luisteraar bedekt met een vette gulp sonische ongedurigheid.
B.A.N. laat meteen een heel ander geluid horen. Niet enkel omdat de elektrische gitaar vervangen wordt door dat akoestische wapen, de tenorsax, maar ook omdat je te maken krijgt met een muzikant die er vanaf de eerste seconde geen twijfel over laat bestaan wie hij is. Op 78-jarige leeftijd blaast Brötzmann nog altijd die lange, scheurende lijnen met wortels in de jazztraditie die vervolgens de boel binnenstebuiten keren. Het is ook een improvisator die een ritmesectie totale vrijheid gunt zonder het overzicht te verliezen. Het is onvermijdelijk dat gedachten nu en dan uitgaan naar eerdere ritmesecties - Pliakas/Wertmüller bij Full Blast, Pupillo/Nilssen-Love in Hairy Bones, Laswell/Jackson bij het legendarische Last Exit - maar toch heeft dit trio een heel eigen, struikelende kracht. Brötzmann jeremieert woest op een brommende, voortdurend transformerende ondergrond, maar zet ook regelmatig een stap terug. En net als je denkt dat het samenspel monochroom dreigt te worden, krijg je weer een wending voor de kiezen die je eraan herinnert dat dit beestjes zijn met een killersinstinct.
Het maakt van 'M.A.N. - B.A.N.' een stevige kluif. Dit zijn performances die geen concessies doen, maar evenmin teren op routine of voorspelbare trajecten. Sterke persoonlijkheden, die zet je niet zomaar opzij, dus ergens klinkt het zoals verwacht, en toch is het weer helemaal anders. Het sluit mooi aan bij de geest van het festival, waar altijd weer verrassingen te rapen vallen en ontmoetingen verstrekkende gevolgen kunnen hebben.
In de Jazztube hierboven zie je een gedeelte van het optreden dat M.A.N. gaf in Cafe OTO in Londen op 28 oktober 2018.
Lp
Andreas Røysum Ensemble - 'Fredsfanatisme' (Motvind, 2021)
Opname: 25-26 februari 2021
Als je je inspiratie haalt bij uiteenlopende kunstenaars als Anthony Braxton, Marvin Gaye, Vashti Bunyan, Roscoe Mitchell, Shirley Collins, Joseph Jarman, Jon Lucien, Leroy Jenkins, Hildegard von Bingen en Zia Mohiuddin Dagar, dan belooft dat wel wat voor je nieuwe album. In dit geval het bij Motvind Records verschenen 'Fredsfanatisme' van de Noorse klarinettist Andreas Røysum. 'Vredesfanatisme' in goed Nederlands, met Fred heeft het dus niets te maken. En Røysum vroeg niet de minsten voor zijn ensemble. Als blazers horen we Henriette Eilertsen op fluit, Signe Emmeluth op altsax en Marthe Lea op tenorsax. Verder vinden we violist Hans P. Kjorstad, cellist Joel Ring, de bassisten John Andrew Wilhite-Hannisdal en Christian Meaas Svendsen en tot slot Ivar Myrset Asheim op percussie.
Ruim vijfenzeventig minuten muziek, verdeeld over vier plaatkanten. Scandinavische free jazz zonder meer. Direct al in het begin van 'Til Tell Teigen' horen we die zo typische gestructureerde chaos die we ook tegenkomen bij het Fire Orchestra, Paal Nilssen-Love's Large Unit en het Angels-project van Martin Küchen. Jazz aangelengd met een flinke scheut bijzonder harmonieuze folk, het blijft een bijzondere combinatie. Røysum speelt klarinet, basklarinet en contrabasklarinet en het is dat laatste instrument met zijn bijzondere klank dat de toon zet in het energieke 'Lalibella'. Verder in dit stuk een meer dan aantrekkelijke drumsolo van Asheim, die de opmaat vormt voor het stomende 'Hina Hina', waarin we duidelijke invloeden horen uit de Ethiopische muziek, onder andere door de samenwerking van The Ex met Fendika ook in onze contreien populair.
'Flipp Ut' kent elementen uit de minimal music. Ook Røysum, die tekent voor alle composities, gebruikt hier lang uitgerekte patronen en geleidelijke verandering. Het gaat er alleen veel minder strak aan toe dan bij de klassieke voorbeelden; het blijft tenslotte wel jazz. Opvallend is dat we hierin tegelijkertijd ook weer de link met folk herkennen. Iets dat overigens nog sterker naar voren komt in het tweede, meer ingetogen deel van het stuk. En eindigen doen we hier in de volière - een kakafonie aan geluid produceren die vier blazers. 'Kvintett (For Leroy Jenkins)' wordt opgestart door de beide bassisten. Harmonieus verkennen ze hier een stroeve klankwereld. Verderop voegt Eilertsen zich erbij. Die hoge klank van de fluit vormt een prachtig contrast met de diepe klanken van de contrabassen. Een hoogtepunt, zeker als het gaat om het gebruik van de contrabasklarinet, is het fascinerende 'Sawakuro'. Maar let hier zeker ook op het bijzonder spannende, slepende ritme. Emmeluth schittert met een prachtige solo, vol afgeknepen geluiden in 'Kvartett (For Joseph Jarman)', Eilertsen doet dat in 'Keine LSD Blues'. Langgerekte solo's vol kleur en bijzondere momenten, ze geven dit album net even dat beetje extra. Dan zwaaien we uit met 'Jakter på Røyskatten', een onovertroffen klankuitbarsting.
Klik hier om dit album te beluisteren. | Foto: Darja Olsevskaja
Cd / Lp
Femi Kuti & Made Kuti - 'Legacy +' (Partisan, 2021)
Opname: 2019
De invloed van de Nigeriaanse musicus Fela Kuti op de Afrikaanse muziek kan moeilijk worden overschat. 'Afrobeat' noemde Kuti zijn muziek, een mix van de muziek uit zijn eigen cultuur en die van het westen, die hij onder andere leerde kennen tijdens zijn verblijf als student in Londen. Hij zou er de wereld mee veroveren. Geheel in de traditie werd zijn zoon Femi eveneens muzikant, iets dat inmiddels ook geldt voor zijn kleinzoon Made, een gebeurtenis die de in 1997 overleden Fela helaas niet mee mocht maken. Partisan Records gaf ze onlangs allebei de ruimte op het dubbelalbum 'Legacy +'.
De link met Fela is producent Sodi Marciszewer, die de laatste zes albums van Fela produceerde en nu voor dit 'Legacy +' tekent. 'Stop The Hate' is de ondertitel van het album van Femi, zijn elfde inmiddels, waarop we overigens ook Made horen, op bas, saxofoon en percussie. Zoals de titel al aangeeft - en Femi treedt hiermee in de voetstappen van zijn vader - is dit een sterk politiek georiënteerd album. In eerste instantie klaagt Femi hier de regering in zijn eigen land aan, waar geweld en corruptie welig tieren en een groot deel van de bevolking, ondanks de rijkdom aan grondstoffen, in armoede leeft. Maar zijn boodschap is natuurlijk universeler en gaat ons allemaal ter harte. En natuurlijk raakt de muziek aan die van Fela, Femi speelde sinds 1979 in Egypt '80, de band van zijn vader, en kreeg de afrobeat dus met de paplepel ingegoten. Tegelijkertijd is dit de muziek van onze tijd en is Femi zeker geen kopiist.
Made begon op zijn beurt in de Positive Force Band van zijn vader en met dit 'For(e)ward' maakt hij zijn debuut met zijn eerste eigen album. Inderdaad, het stokje wordt weer doorgegeven. In eerste instantie natuurlijk muzikaal met die prachtige mix van jazz, soul en Afrikaanse muziek (al klinkt Made's album een stuk hipper en eigentijdser) en in tweede instantie met de politieke lading die ook hij aan zijn album gaf. Zo verklaarde hij in een interview: "No matter where you live, nothing works the way that it should." Maar niet alleen corruptie krijgt aandacht; in 'Young Lady' stelt de jongste Kuti-telg het seksueel grensoverschrijdende gedrag aan de universiteit van Lagos en elders aan de kaak. En denk maar niet dat je daar als jonge vrouw aan kunt ontsnappen. Made: "There is almost no hope for a young lady in that position."
Ondanks die weinig opbeurende boodschap is dit zeker geen negatief album. Alleen die muziek al, daar kun je je onmogelijk mistroostig bij voelen, maar ook qua boodschap overheerst uiteindelijk het positieve. Zo stelt Made over de single 'Free Your Mind': "I think the true meaning of 'Free Your Mind' is to be critical. It means use your mind to its full potential - to think, to try to find answers and ask the right questions."
Cd / Lp
Blast - 'Vortographs' (ReR Megacorp, 2021)
Opname: 2016-2020 Chris Schlarb & Chad Taylor - 'Time No Changes' (Astral Spirits, 2021)
Opname: 14 december 2019
Twee duoalbums van gitaristen: Frank Crijns blies Blast weer nieuw leven in, een collectief van wisselende samenstelling. Op 'Vortographs' verzamelde hij opnames die hij de afgelopen vier jaar maakte met multi-instrumentalist Dirk Bruinsma. Verder aandacht voor gitarist Chris Schlarb, die met drummer Chad Taylor voor zijn eigen Big Ego Record in samenwerking met Astral Spirits de lp 'Time No Changes' uitbracht.
Typerend voor Frank Crijns is zijn grote mate van diversiteit. Zo bracht hij een aantal jaren terug een album uit met zijn hedendaags gecomponeerde werk, '[B] One' en kwam hij in 2017 met zijn metalvehicle Betonfraktion op de proppen. Een jaar later bracht met 'Shade Of Impulse' elektronische muziek. Gezien die enorme veelzijdigheid zou je Crijns de John Zorn van de Lage landen kunnen noemen. Zijn freejazz-band Blast richtte Crijns op in 1989. Het was al even geleden dat hun laatste album verscheen. Maar nu hebben we dus het energieke 'Vortographs', dat zeker onder de free jazz te scharen is, al blijft Crijns met zijn gitaarspel altijd ook flirten met de rock. Bandnaam en albumtitel vormen hier overigens een eenheid: het vorticisme is namelijk een kunststroming uit de jaren 10 en 20 van de vorige eeuw, toen het wemelde van de nieuwlichters. Zoals vrijwel al die bewegingen gaven ook zij een tijdschrift uit dat de naam 'Blast' droeg en de hoes van het album, vormgegeven door Bruinsma en Marit Shalem, draagt duidelijk nog de sporen van deze kunststroming, die overeenkomsten vertoonde met het kubisme en het futurisme. Maar ook de muziek past erbij met zijn duidelijk ritmische, wat hoekige structuur en de grote mate van complexiteit. Dat we hier met een duo van doen hebben, is bijna niet te geloven.
Chris Schlarb is componist (met name van filmmuziek), gitarist, producer en labelbaas van Big Ego. Een druk bezet man dus, geen wonder dat zijn laatste album verscheen in 2015. Maar ook van deze gitarist, die ik overigens nog niet kende, dus nieuw werk. 'Time No Changes' is de weerslag van een improvisatie met drummer Chad Taylor, die ook de mbira (duimpiano) bespeelt, terwijl we Schlarb horen op akoestische en twaalfsnarige gitaar, hammondorgel en Moog-synthesizer. Over de rol van de musici in de improvisatie maakt Schlarb een paar interessante opmerkingen op de hoes van de lp: 'They listen. They absorb. And they respond. Music - especially improvised music - is an exchange between the players, a give-and-take. It's a gradually unfolding conversation that, at its best, reveals a hidden layer. Or maybe a whole hidden universe.' Muzikaal is dit verder een totaal ander album dan 'Vortographs'. Allereerst is Schlarbs stijl heel anders dan die van Crijns. Waar die laatste refereert aan de rock, refereert de stijl van Schlarb meer aan klassiek en folk. Het komt mooi tot uiting in het uit twee delen bestaande titelstuk, waarin we Taylor sterk ritmisch horen op zowel de drums als de mbira. Dat ritme, vaak met tribale elementen, blijkt overigens een constante - luister maar eens naar het sterk repetitieve 'Creedmoor'. Het vormt een prima voedingsbodem voor Schlarbs meeslepende spel op dit zeer verhalende album.
Lp / Cd
Martin Küchen - Det Försvunnas Namn' (Thanatosis Produktion, 2020)
Opname: 30 augustus / 18 november 2019 Martin Küchen & Landaeus Trio - 'Mind The Gap Of Silence' (Clean Feed, 2020)
Opname: 14 maart 2019
De Zweedse saxofonist Martin Küchen liet vorig jaar weer eens van zich horen met een soloalbum: het bij Thanatosis Produktion verschenen 'Det Förvunnas Namn', wat zoveel betekent als 'De namen van de verlorenen'. Het is het derde deel in een trilogie, na 'Hellstorm (Man Erkennt Langsam Das Elend, Das Über Uns Gekommen Ist)' uit 2012 en 'Lieber Heiland, Laß Uns Sterben' uit 2017. Verder bracht Clean Feed onder de titel 'Mind The Gap Of Silence' het derde album uit van Küchen samen met het Landaeus Trio (na twee lp's bij Moserobie Music Production), ofwel pianist Mathias Landaeus, bassist Johnny Åman en drummer Cornelia Nilsson.
De bariton- en de altsax bespeelt Küchen op zijn soloalbum, maar die dienen vooral als geluidsbronnen, want zijn iPod, een paar luidsprekers en wat elektronica spelen een allesbepalende rol. Direct al in 'I' creëert Küchen met behulp van zijn baritonsax een duistere klanknevel, die door middel van looping eindeloos wordt uitgerekt, terwijl de altsax verderop dient om er weer wat licht in te krijgen. Spookachtige geluiden in 'Sheer Life Asleep', of hij ergens midden in een grot zijn saxofoons aan het schoonmaken is, gevolgd door het vreemd ritmische, redelijk amechtig klinkende 'Unexit Here'. Gaat het wel goed met Küchen? Zo horen we het instrument in ieder geval slechts zelden. In het titelstuk, 'Det Förvunnas Namn', gooit hij er nog een schepje bovenop, het levert een wel heel aparte melodie op, terwijl op de achtergrond zijn iPod klassieke muziek afspeelt.
Een Hippotami is een nijlpaard. Volgens Küchen kun je het geluid dat dit beest maakt goed nabootsen met een sax en wat randapparatuur. En ja, 'Hippotami Mit Mensch' nodigt niet echt uit om dichterbij te komen. Küchens geluidswereld blijft verbazen. Ook weer in 'Wasser Töten, Luft Töten', waarbij het ritme veel weg heeft van een flinke regenbui. Ritmisch klinkt ook 'Lilla Atem Choir', maar dan wel weer op totaal andere wijze. Overigens zit ik mij bij al die stukken continu af te vragen hoe hij dit nu toch weer voor elkaar krijgt. In 'The 5th December 1931 02:00 AM' keert Küchen weer terug naar zijn klanknevels, terwijl we op de achtergrond mensen horen praten. Maar we keren ook terug in de tijd, want op die dag vielen opstandelingen de Christus-Verlosserkathedraal in Moskou aan.
Het voordeel van een soloalbum is dat niemand je ook maar enige beperking oplegt en je dus volledig je (experimentele) gang kan gaan. 'Mind The Gap Of Silence' is dan ook, ondanks dat alle composities van Küchen zijn, een wat minder vreemd album en dat komt onder andere omdat hier de elektronica ontbreekt. Maar er is meer aan de hand. Want dit album is een onverwachts klassiek jazzalbum, klassieker dan dat ik bij Küchen gewend ben. Neem het titelstuk. De solo op tenorsax klinkt hier, afgewisseld met fijnzinnig pianospel van Landaeus, ronduit romantisch. Typisch Küchen is dan wel weer de wat schrijnende, klaaglijke toon, die er soms tussendoor piept.
Met 'Old Harriot Hat' gaan we nog verder terug in de tijd. Dit klinkt als jaren 40-jazz met een kwinkslag. Mooie bijdragen hier ook van dit zeer enthousiast spelende trio. En wat klinkt die sopraansax prachtig, eigenlijk ronduit teder, in 'East Hastings Satian Slow Stomp'. Je kunt je zonder enig probleem laten meevoeren op deze wonderlijke noten. Het imposante 'Love, Flee Thy House (In Breslau)' nam Küchen eerder op met zijn eigen Angles 9, het staat op 'Disappeared Behind the Sun'. En hoewel ik het origineel prefereer, is ook deze versie zeker de moeite waard.
Jazz Class-X / Jazztube
Peter Brötzmann Octet - 'Machine Gun' (BRÖ, 1968)
Opname: mei 1968
Recent stond ik in onze serie Jazz Class-X stil bij 'We Insist! Freedom Now Suite' van Max Roach, het eerste jazzalbum met een duidelijke boodschap van protest tegen racisme. Het zou gelukkig niet bij dit album blijven. En omdat helaas datzelfde racisme weer eens actueel is, neem ik de kans waar om drie inmiddels iconische albums onder uw aandacht te brengen waarin dit protest krachtig tot uiting komt.
De free jazz die aan het eind van dat decennium tot ontwikkeling komt, is onmogelijk los te zien van deze beweging waarin protest en emancipatie hand in hand gaan. Zwarte musici in de VS begonnen ermee, blanke musici in Europa voelden zich erdoor geïnspireerd. Niet alleen door de muziek, ook door de boodschap. Het absolute hoogtepunt en een van de beste Europese jazzalbums aller tijden is daarbij altijd nog 'Machine Gun', opgenomen in 1968 door een octet onder leiding van rietblazer Peter Brötzmann, die zich sinds halverwege jaren zestug had ontwikkeld tot een van de voormannen van deze nieuwe muziekstijl. Faam verwierf hij met zijn trio, waarna het Frankfurt Jazz Festival hem in staat stelde dat octet op te richten waarvan alle leden in de jaren erna belangrijke spelers zouden worden binnen de Europese avant-garde. Als blazers koos hij Evan Parker en Willem Breuker, als bassisten Peter Kowald en Buschi Niebergall, als drummers Sven-Ake Johansson en Han Bennink en tot slot als pianist Fred van Hove.
Al het onrecht, de onrechtvaardigheid, de vernedering, de pijn, 'the horror' – zoals Kurtz het zo mooi uitdrukt in Joseph Conrads roman Heart of Darkness - komt samen in het titelstuk. Dat nog altijd, ruim vijftig jaar na dato, een mokerslag uitdeelt. We zien de man zitten achter zijn machinegeweer, op de door Brötzmann getekende hoes en het is exact dat wat we krijgen. Repetitief knetterend, super enerverend gaan de blazers van start. Zo klinkt protest, en niet anders. De kracht van deze muziek zit in het ongepolijste, zeer hectische en chaotische karakter. Het is verre van mooi, het mag ook niet mooi zijn. Het moet verontrusten, shockeren, structuren overhoop gooien en dat is ook wat het doet. Op onovertroffen wijze.
In 2018 zei Brötzmann tegen Andrew Jones van DownBeat ter gelegenheid van het vijftigjarige bestaan van het album: "There is no contradiction between creation and destruction. I never thought music was a healing force of the universe. I didn't agree with Mr. [Albert] Ayler. But we wanted to change things; we needed a new start. In Germany, we all grew up with the same thing: 'Never again'. But in the government, all the same old Nazis were still there. We were angry. We wanted to do something."
Zo extreem zou het daarna zelden meer klinken, maar veel elementen uit dit miraculeuze album zouden breed navolging krijgen binnen de geïmproviseerde muziek. Neem dat fantastische duet tussen de beide bassisten halverwege het titelstuk, dat is impro ten voeten uit. 'Responsible' laat horen wat je kunt met twee drummers en twee bassisten. Als dan ook de drie blazers aansluiten ontstaat er een enorme kakofonie aan klanken, een orgie aan geluid. Hier staat de essentie op het spel, zoveel is zeker. En wat een prachtige bijdragen leveren die drie blazers hier, op het scherpst van de snede. Tot slot klinken de drummers in 'Music For Han Bennink', gevolgd door zeer ontstemd klinkende blazers. Explosies van geluid. Na een herhaling van dit procedé volgt een opmerkelijk introvert moment, fel onderbroken door Brötzmann. Het mag immers niet mooi zijn!
In 1990 verscheen het album op cd met extra takes van zowel 'Machine Gun' als 'Responsible'. In 2007 verscheen bij Atavistic 'The Complete Machine Gun Sessions', met daarop ook nog een liveversie van het titelstuk.
In 1970 gaf het Peter Brötzmann Octet een concert in het Antwerpse Park Den Brandt tijdens de tweede editie van Jazz Middelheim. In de Jazztube zie je een impressie, met interviews en concertbeelden.
Jazz Class-X / Jazztube
Max Roach - 'We Insist! - Freedom Now Suite' (Candid, 1960)
Opname: 31 augustus / 6 september 1960
De dood van George Floyd drukt ons weer eens met de neus op de feiten: het racisme is nog steeds springlevend en helaas niet alleen in de VS. Dat er de afgelopen weken breed stelling werd genomen tegen dit onrecht stemt hoopvol. Tegelijkertijd zal ook deze gebeurtenis, de zoveelste in een lange rij, niet de laatste zijn. Protest is daarom op zijn plaats, of het nu direct tot veranderingen leidt of niet. En gelukkig komt dat protest inmiddels lang niet meer alleen van de zwarte bevolking zelf, zoals dat decennialang het geval is geweest. Want, zoals u natuurlijk ook weet, we hebben het hier nu niet bepaald over een nieuw fenomeen.
De meest roerige tijd was onmiskenbaar die van de burgerrechtenbeweging in de jaren 60 van de vorige eeuw, waarin politici zich roerden, maar ook kunstenaars, waaronder jazzmusici. Een absoluut hoogtepunt daarin is zonder meer 'We Insist!', met als ondertitel 'Max Roach’ Freedom Now Suite'. De drummer begint eraan in 1959, samen met Oscar Brown, die de teksten voor hem schreef. Aangezien Roach toen in New York woonde en Brown in Chicago vroeg dat om improviseren. Brown zei er later over: "We did it on the road kind of; we really wrote it by telephone." Het bleek geen gelukkige keuze en nog voor de suite was voltooid haakte Brown af. Oorspronkelijk was de suite, in een langere versie, bedoeld om uitgevoerd te worden in 1963, tijdens de viering van het feit dat Abraham Lincoln in 1862 de zogenaamde Emancipation Proclamation uitvaardigde, waarmee een einde kwam aan de slavernij in de VS. Er speelde in 1960 echter te veel om nog langer te kunnen wachten en Roach greep het momentum aan om in augustus en september 1960 met een kwintet dit album op te nemen, dat nog in december van datzelfde jaar verscheen bij Candid Records. Naast Roach horen we zijn vrouw en vocaliste Abbey Lincoln, de legendarische tenorsaxofonist Coleman Hawkins, tenorsaxofonist Walter Benton, trombonist Julian Priester, trompettist Booker Little, bassist James Schenk en de percussionisten Michael Olatunji, Raymond Mantilla en Thomas du Vall.
Het album begint met 'Driva’ Man', waarin Roach en Brown teruggrijpen op de slavernij. Nat Hentoff, die bij de opnamesessies aanwezig was, zei over dit nummer: "It's a personification of the white overseer in slavery times who often forced women under his jurisdiction into sexual relations." Lincoln begint solo, slechts begeleid door Roach, wiens slagen klinken als die van een zweep. Dan vallen de overige musici bij en schittert Hawkins in een getormenteerde solo. De echte kracht in dit op zich vrij simpele nummer zit echter in dat slepende ritme dat ons continu vergezelt. Met 'Freedom Day' grijpt Roach terug op de hierboven genoemde Emancipation Proclamation, die de zwarte bevolking in naam gelijkwaardig maakte aan de blanke. Maar de drummer zelf verwoorde het treffend: "We could never finish it, because freedom itself was so hard to grasp: we don't really understand what it really is to be free. The last sound we did, 'Freedom Day,' ended with a question mark." De blazers starten hier met unisono gespeelde lijnen, waarna we Lincoln horen met de oproep de ketens af te doen. Ondanks die woorden van Roach klinkt dit als een zeer strijdbaar nummer, met prachtige solo's van Benton, Little, Priester en Roach zelf. En als we dan Lincoln weer horen, lopen de rillingen je de over de rug.
Het hart van het album bestaat uit 'Triptych: Prayer, Protest, Peace'. Een duet tussen Roach en Lincoln. 'Prayer' klinkt terecht als een spiritual waarin Lincoln de hoofdrol speelt, spanningsvol begeleidt door Roach. Een gewijd begin, dat halverwege dramatisch omslaat. Op Roach overdonderend drumwerk horen we een schreeuwende, krijsende, huilende Lincoln of zoals Hentoff het verwoordde: "Final, uncontrollable unleashing of rage and anger that have been compressed in fear for so long that the only catharsis can be the extremely painful tearing out of all the accumulating fury..." In 'Peace' klinkt de rust terug. Bijzonder in dit stuk is overigens dat Lincoln geen tekst heeft - Brown was reeds vertrokken - en zich louter bedient van vocale klanken.
Roach beperkte zich niet tot de situatie in zijn eigen land. In 'All Africa' en 'Tears For Johannesburg' maakt hij de oversteek naar het continent waar zijn wortels lagen. In 'All Africa' staat hij stil bij het dan opkomende nationalisme in dit werelddeel, wat zou leiden tot het dekolonialiseringsproces en in 'Tears For Johannesburg' richt hij zijn peilen op de apartheid en dan specifiek op de gebeurtenis eerder dat jaar in Sharpeville, waarbij de politie op demonstranten schoot. Met 69 doden en 180 gewonden als gevolg. 'All Africa', staat mede dankzij de uitgebreide percussie dichter bij Afrikaanse muziek dan bij de jazz, iets wat prima past bij de doelstelling van dit album. Met 'Tears For Johannesburg' weet Roach weer te raken, met name door de in elkaar verstrengelde blazerspartij en de krachtige, maar ook schrijnende solo's.
Twee Jazztubes deze keer: 'Driva’ Man' en 'Tears For Johannesburg / Triptych', uitgevoerd door een kwintet van Max Roach bestaande uit pianist Coleridge Perkinson, bassist Eddie Kahn, tenorsaxofonist Clifford Jordan en zangeres Abbey Lincoln. Een opname uit 1964 voor het Belgische televisieprogramma 'Jazz Prisma'.
Lp / Boek
Eric Thielemans & Billy Hart - 'Talking About The Weather' (Oorwerk, 2019)
Opname: 6-9 januari 2018
Het was een idee dat ontstond toen Eric Thielemans het kleine podium cureerde tijdens Jazz Middelheim 2016. Een dialoog met docent en collega-drummer Billy Hart. Een gesprek op én naast het podium, zoals vrienden dat voeren: associatief, ongedwongen en vrij. Het resulteerde in 'Talking About The Weather', een vinylplaat + boek die het alledaagse en het artistieke in een bijzonder evenwicht houden.
We spraken Thielemans kort voor de sessies die tot deze release zouden leiden, en toen verwees hij al naar Louis Malles cultklassieker 'My Dinner With Andre' (1981). Nu blijkt het geen loze referentie te zijn. Ook daar kon je een buitengewone spreidstand detecteren. Het is een film die de traditionele regels aan z'n laars lapte, een theaterdialoog die op het grote scherm belandde. De rol van Malle als regisseur was minimaal, want de focus is een gesprek tussen twee oude vrienden die na lange tijd nog eens samenkomen in een restaurant en er twee uur op los discussiëren. Afwisselend associatief en gefocust, met een brede waaier aan thema's, een oefening om twee tegengestelde visies samen te brengen in discussies over mens, maatschappij en levenshoudingen.
'Talking About The Weather' heeft niet het uitgeschreven scenario van de film, maar hinkt al net zo eigenzinnig op twee gedachten. Enerzijds gaat het om een gesprek van twee vrienden. Spontaan, gewoon, met veel uhs en yeahs en you knows. Maar het tast tegelijkertijd ook veel dieper, net omdat ze daar hun tijd voor kunnen nemen. 'My Dinner With Andre' was een film over twee mannen die eten en (vooral) spreken, maar het was ook een film die volledig vrij was van clichés. Het geldt ook voor deze release, al zal dat geen verrassing zijn voor wie ooit al in gesprek ging met Thielemans. De man is een spraakwaterval ("I can get really lost in words", laat hij hier ook optekenen), een denker en een filosoof, die zijn tijd neemt om gedachten te ordenen of perspectieven onder woorden te brengen.
Het 64 pagina's tellende boek is een weerslag van (een deel van) de gesprekken die Thielemans en Hart drie dagen na elkaar voerden; voor, na en tussen de muzikale opnames. Een deel daarvan werd vastgelegd in de studio, met die intentie, maar de Belg nam ook de gesprekken op die plaatsvonden in de keuken van de studio. Misschien om een soort van polyfone uitkomst te krijgen. De realiteit wil echter dat alle gesprekken, alle fragmenten eigenlijk deel uitmaken van een groter geheel. Voor wie nood heeft aan focus en compactheid kan dat meanderend en breedsprakerig zijn (Hart verbaast zich ook expliciet over Thielemans' woordenschat), want zelfs gesprekken die starten bij concrete vragen leiden soms tot filosofische uitweidingen. Wat voor de twee bij momenten misschien aanvoelde als shooting the shit heeft regelmatig iets van een esoterische reis met vele zijsporen.
De gespreksonderwerpen variëren van welomlijnde thema's tot dingen die in een algemener kader passen, van de connectie tussen lichaam en geest, het verschil tussen zien en kijken en horen en luisteren, van perspectieven, ervaringen en creativiteit. Bovenal gaat het echter om (zelf-)bewustzijn, manieren van musiceren, van leren en van in het leven staan. Over resonanties, zelfonderzoek en ideeën delen. Het is de leerling die vaak het voortouw neemt, maar zijn voormalige leraar, een autodidact die uitgroeide tot een van de karakters van zijn generatie, fungeert als klankbord. Die vorm van verbale communicatie vindt ook z'n weerslag in de muziek. "I mean, we are playing the way we're talking."
De plaat bevat geen drum battle. Je hebt niet te doen met twee drumgoochelaars die elkaar à la Gene Krupa en Buddy Rich de loef proberen af te steken. "I mean it's already fucking abstract," vat Hart samen in een van de laatst opgenomen gesprekken. Niet dat de muziek moedwillig dwars doet of uitmondt in het soort spielereien waarvan je je afvraag wat er precies gaande is. Integendeel: de twee zitten in het moment en ze spelen. Ze spelen met patronen, resonanties en flow. Laten zich meevoeren. Ze spelen met hun instrumenten, met elkaar, met ritme en muziek.
'Talking About The Weather' is een gesprek tussen vrienden, met woorden en muziek. Over wat het betekent om een artiest te zijn. Misschien nog algemener: hoe je in het leven kan staan en hoe je dat onder woorden kan brengen, of vertalen in muziek. Zonder verwachtingen en onbevangen. En in deze tijden van overkill, van veel moeten en vooral veel presteren, is dat ronduit bevrijdend om te horen.
Lp's
3Times7 – 'Squeeze The Lemon' (eigen beheer, 2017)
Opname: februari 2016 Jorrit Westerhof – 'I Don’t Know What I Can Imagine' (eigen beheer, 2017)
Opname: 2016
Als een echt kind van deze tijd heeft gitarist Jorrit Westerhof zijn debuut op lp uitgebracht. Om precies te zijn: op twee lp's. Daar zijn dan wel weer downloadcodes bijgevoegd, zodat je het gebodene ook lekker ouderwets en vertrouwd op je smartfoon kunt zetten. (De verkoop van vinyl is in ons land het afgelopen jaar met maar liefst vijftig procent gestegen, waarmee het aandeel van de lp inmiddels op een kwart ligt van de totale verkoop van fysieke geluidsdragers.)
Op 'Squeeze The Lemon' speelt 3Times7, het vaste trio van de gitarist. Het album laat iets van de veelzijdigheid van Westerhof horen. 'Way Over Yonder' (niet het nummer van Carole King) begint met een dialoog tussen twee oude bluesknakkers en ontwikkelt zich vervolgens ook als een orthodox oud bluesnummer. De bas van Marko Curcic laat zich van haar meest wendbare kant horen; de gitaar is hier elementair, naakt. 'Help Me, I’m Blind' is een ode aan al die visueel gehandicapte bluesmannen, Lemmon, Willie, Boy, Arvella, waarbij het energieke drummen van Aleksandar Skoric voor de ejaculatie zorgt waar we vanaf het eerste nummertje, 'Waiting For An Orgasm', stilletjes op hadden gehoopt. De invloed van de Britse bluesgasten van de jaren zestig is hier met al die oversturing en vervorming evident.
'Pale Blue Dot/Thin Gas Clouds' is een soundscape die op een gegeven moment uitloopt op King Crimson-achtige bombast. In 'Anyhow, The Color Is Green' worden we vergast op stevige noiserock met feedback en in 'Don’t Be Sorry' zitten we ineens in een Italiaanse ijssalon anno 1960, waar een gitaarbandje in hemelsblauwe jasjes speelt.
Voor het album 'I Don’t Know What I Can Imagine' heeft Westerhof een aantal prominente gasten uitgenodigd; hier is ook iets van zijn gaven als vormgever en arrangeur bespeurbaar. Grappig, maar zodra Martin Fondse met zijn vibrandoneon (een soort melodica) op het toneel verschijnt is de tango niet ver meer. Ook deze versie van 'Pale Blue Dot' is een sonisch landschap. De vibrandoneon verdrinkt hier in havengeluiden en, alsof dat nog niet genoeg is, een ritje in een Willys op de Ginkelse heide. Eveneens fraai: het koperen paar Eric Vloeimans (trompet) - Morris Kliphuis (hoorn) in 'I Was Almost Sure Of It'. Vloeimans waren we al tegengekomen als dwalende in het klanklandschap 'Jesus Got Angry'.
Een goed beeld van het potentieel van Jorrit Westerhof krijgen we in 'Conjunctiva, Ok', waarin het industriële slagwerk van Skoric en de vrije partijen van Fondse en de leider mooi gedoseerd zijn. De vibrandoneon speelt hier een melodieus intermezzo, waar saxofonist Albert Ayler zó op had kunnen inhaken.
Het nummer 'Presidents & Police', een feature voor de lyrische (alt?)viool van Oene van Geel, eindigt in de ruis van de uitloopgroef van een 78-toeren plaat. Je hoort ook, hoe de naald van de plaat wordt getild. Heel stijlvol. Nog chiquer: in beide lp’s zijn alvast (bescheiden) tikken meegeperst. Daar hoef je zelf dus niets meer aan te doen.
Klik hier om het album 'Squeeze The Lemon' te beluisteren. En hier kun je 'I Don’t Know What I Can Imagine' horen.
Wat met 'Sparrow Mountain' (2013) begon als iets dat zeker geen lang leven beschoren was, of toch zo leek (zeven verschillende nationaliteiten in één band, begin maar eens), is intussen uitgegroeid tot een verhaal dat even onwaarschijnlijk als fascinerend is. Na 'Lover' en 'Ljubljana' verschijnt nu het derde album van het Carate Urio Orchestra in een goed jaar, dat nog maar eens laat horen dat het ensemble intussen zijn compleet unieke hoekje afgebakend heeft. Alhoewel, afbakenen, daarvoor heb je eigenlijk grenzen nodig...
De bezetting is hier die van 'Lover' (wat betekent dat trombonist Sam Kulik trompettist Eiríkur Orri Ólafsson vervangt), maar de CUO-discografie is eigenlijk een bontgekleurd geheel waar een paar constanten doorheen waren. Dat wankele gevoel dat het boeltje op elk moment in elkaar kan stuiken is misschien wel wat weggeëbd, maar er wordt nogal altijd gemusiceerd met ruwe kantjes, spontane interactie en een haast kinderlijke onbevangenheid, die de belofte van verrassingen inhoudt. En bestreek de band in het verleden al een enorm stilistisch en dynamisch oppervlak, van breekbare pop tot uit z'n voegen barstende onheilsmuziek en zowat alles daartussen, dan worden nu weer wat tinten aan het palet toegevoegd.
'Garlic & Jazz', zo genoemd naar een reeks door Badenhorst georganiseerde evenementen, verschijnt opnieuw op zijn eigen Klein-label, en is enkel als vinylplaat en download te verkrijgen. Dat zorgt ervoor dat het een relatief kort album werd (een goed half uur), waarvan elke helft uit twee delen bestaat. 'Mosselman/The Salt Of Deformation' begint in abstracte modus, met een geluidensoep zonder duidelijke richtingaanwijzer. Het is een gegrom en gekreun van snaren, percussie, blaasinstrumenten en ruisende/krakende elektronica, waaruit na enkele minuten meer vorm opstijgt via lyrische lijnen van Kuliks trombone en Frantz Loriots zingende altviool. Zodra Badenhorsts zang opduikt, krijgt het een ritualistisch, zelfs sjamanistisch sfeertje.
Het tweede luik zal misschien bekend in de oren klinken voor wie Badenhorsts gelijknamige album met Dan Peck kent. Het is hier dat het samenspel gebalder en donkerder wordt, gestuwd naar een dense wall of sound waar de meest uiteenlopende fantoomklanken in opduiken. Door de explosie van grandeur en het gebruik van toetsen heeft het zelfs iets van de kolkende finales waarmee concerten van Yodok III soms eindigen. Behoorlijk verbluffend. En het zet je ook totaal op het verkeerde been voor de B-kant van de plaat.
Daar begint Kulik aan 'Portsmouth, 1783' met een gitaar en een bariton die verdacht veel op die van Howe Gelb lijkt aan een stukje singer-songwriterambacht, waarvan de tekst uit een dagboek van tweehonderd jaar geleden weggeplukt lijkt. Het simpel verhalende wordt ingebed in statige ondersteuning die vervolgens helemaal openbloeit met een hartverwarmende, gulle schoonheid die je alleen bij dit orkest hoort.
Slotstuk 'On Est Un' start met ronkende lijnen van basklarinet en trombone, tot de fragiele zang van Brice Soniano opduikt. Het is een opvallend dromerige sound, tot ineens een krachtig, kringelend gitaarmotief opduikt, dat samen met een speels ritme ervoor zorgt dat het ensemble de Afrikaanse zon in gesleurd wordt. Daar wordt een aanstekelijke, warmbloedige dans uitgevoerd, die de band feestelijker dan ooit doet klinken. Nogal een verschil met de duistere beelden van diepe vergeetputten die op Ljubljana soms opdoken, maar dat is net onderdeel van de charme van de band. Kortom: wat begon met een moeilijk te plaatsen, maar knappe plaat, is intussen uitgegroeid tot een universum dat zijn volledige reikwijdte duidelijk nog niet prijsgegeven heeft. Er staan ons nog heel, heel mooie dingen te wachten als dat zo verder gaat.
Lp / Cd
Saint Francis Duo - 'Los Bordes De Las Respuestas' (Dropa Disc, 2016)
Opname: 8 oktober 2014 Kris Vanderstraeten - 'Trommels!' (Dropa Disc, 2016)
Opname: 23 november 2014 Parker/Edwards/Noble - 'PEN' (Dropa Disc, 2017)
Opname: 24 januari 2015
Dropa Disc. Zo heet het platenlabel dat Sound in Motion, bekend van de Oorstof-serie, eind vorig jaar lanceerde. Inmiddels zijn er reeds drie releases. Alle reden dus om dit kersverse label eens onder de loep te nemen. De albums die Koen Vandenhout uitbrengt zijn allemaal liveopnamen van concerten die in die inmiddels fameuze Oorstof-serie plaatsvonden en de moeite waard werden geacht om op lp en - incidenteel - cd uit te brengen.
De eerste Dropa Disc is die van het Saint Francis Duo. Het betreft hier een van de acts op een zomerfestival in het Zuiderpershuis, Antwerpen. De opnamen werden uitgebracht onder de titel 'Los Bordes De Las Respuestas'. Het Saint Francis Duo - ze kwamen hier enige tijd geleden voorbij met een live-cd - bestaat uit impro-drummer Steve Noble en rockgitarist Stephen O'Malley. O'Malley's drone klinkt vanaf het allereerste begin, terwijl Noble met metalen in de weer is, alsof hij de boel aan het stuk slaan is. Dan schakelt Noble over op zeer dwingend ritmisch spel. Waar O'Malley zijn faam aan dankt, met name door zijn bijdrage aan Sunn O))), wordt aansluitend al snel duidelijk; zijn zware gitaarriffs geselen de luisteraar. Maar het meest opvallende aan deze set is de grote mate van afwisseling in vergelijking met het eerder genoemde concert dat door Trost Records werd uitgebracht. Beide musici komen uitvoerig aan bod en halen het donkerste in elkaar naar boven. Een alleszins gedenkwaardig en overrompelend concert.
De Belgische percussionist Kris Vanderstraeten is reeds sinds de jaren zeventig actief in de Belgische impro-scene en toont hier op de lp 'Tommels' dat hij ook prima in staat is om solo een publiek te boeien. Dat zit hem voornamelijk in de enorme creativiteit waarmee Vanderstraeten zijn klankwereld vormgeeft. De benaming 'drummer' is dan ook veel te beperkt voor deze geluidskunstenaar, die zich naast percussie tevens bedient van de nodige fluitjes. Wat hij hier ten tonele voert, kan gerust een klankcollage genoemd worden. Opvallend daarbij is dat het er bij Vanderstraeten zeer rustig aan toe gaat. De muziek neigt soms eerder naar het resultaat dat je krijgt bij het maken van veldopnames dan naar wat we ons voorstellen bij percussie.
Dropa Disc 004 is een zeer recente, hij wordt op 19 maart samen met nummer 5 feestelijk ten doop gehouden en bevat liveopnamen van een bijzonder trio, bestaande uit saxofonist Evan Parker, bassist John Edwards en de reeds eerder genoemde Steve Noble, dat met 'PEN' zijn debuut maakt. Van dit concert deden we eerder uitgebreid verslag in deze kolommen. Boeiend om het nu weer terug te horen, dat gebeurt je immers niet zo heel vaak. En ook nu weer valt op wat een bijzonder concert dit was. De woorden van toen zijn nog onverminderd van kracht: 'In perfecte samenhang en volledig aan elkaar gewaagd speelden ze een hallucinerende set vol complexe patronen en polyforme ritmes.'
Nummer 5 moet nog uitkomen. Het is een liveopname van Ballister, het powertrio van saxofonist Dave Rempis, drummer Paal Nilssen-Love en cellist Fred Lonberg-Holm. Ook dit concert is hier eerder gerecenseerd. De lp/dvd wordt op 19 maart aanstaande gepresenteerd in DE Studio in Antwerpen. Natuurlijk in aanwezigheid van Ballister, dat ongetwijfeld ook nu weer zal schitteren.
Cd / Lp
Brad Mehldau - '10 Years Solo Live' (Nonesuch, 2015)
Opnamen: november 2004 - maart 2014
Eind jaren 90 brak Brad Mehldau definitief door met zijn 'The Art Of The Trio'-albums. Met die serie onderstreepte hij waar hij als pianist en muzikant stond. Met de piano als metgezel ging hij ook allerlei samenwerkingen aan, zowel met jazzmuzikanten als Pat Metheny en Mark Guiliana, als met klassieke zangeressen zoals Renée Fleming en Anne Sofie von Otter. Hij lijkt zijn carrièrestappen weloverwogen te nemen en de fases in zijn ontwikkeling te willen markeren.
Als je nieuwsgierig blijft naar de expressieve mogelijkheden van je instrument, is het onvermijdelijk dat je ook de uitdagingen van solo-piano opzoekt. En als je dat op scherpst van de snede wil doen, doe je dat live. Het vraagt een open geest, waarbij oog en oor attent zijn op het onverwachte, want anders val je snel terug op ingesleten routines. Je moet jezelf steeds weer fris kunnen herontdekken. En je moet in staat zijn je publiek deelgenoot te maken van jouw avonturen en daarmee weten te beroeren. Mehldau doet dat dit allemaal met verve.
Blijkbaar was de tijd rijp om met een album van vier cd's (c.q. acht vinylplaten) de kunst van live-solo-piano te definiëren met een bloemlezing van 32 opnames, geplukt uit zijn Europese concerten van de afgelopen tien jaar. Gerubriceerd rond vier thema's - Dark/Light, The Concert, Intermezzo/Rückblick, E Minor/E Major - schakeert hij vele typische Mehldau-pareltjes tot een episch palet. Het is geen retrospectief of een etalage voor zijn virtuositeit, maar veel meer een boeiend verslag van de ontdekkingen die je met melodie, ritme en harmonie achter een piano kunt doen.
Hij is nooit gemakzuchtig of op effect uit, eerder vorsend. Hij neemt niets voor lief en wil altijd de laag eronder aanboren en het reliëf vinden. Mehldau werkt graag met repertoire dat een zekere stemming of grondtoon vertegenwoordigt en legt dat onder de loupe. Zo interpreteert hij popsongs van bijvoorbeeld Nirvana, Radiohead, Massive Attack, The Beatles, maar vind ook aangrijpingspunten in klassiek en jazzstandaards. Soms start hij met het herkenbare riff ('Blackbird'), rafelt deze uit elkaar en zet die op andere wijze weer in elkaar. Een volgende keer begint hij abstract en werkt dan heimelijk naar de herkenning toe ('Smells Like Teen Spirit' en 'My Favorite Things'). Soms werkt hij die groot georkestreerd uit, dan weer met subtiele melodiecontouren. Kenmerkend is dat het altijd in elkaar overvloeit en nooit haakse wendingen kent. Dit album is een veelzijdig avontuur, dat allerlei richtingen op beweegt. Het geeft een vrij compleet beeld van waar Mehldau als pianist voor staat.
'10 Years Solo Live' laat zien dat Mehldau een intuïtief of instinctief speler is. Hij is niet van de puntdichten of anekdotes, hij vertelt graag meeslepend in lange klassieke lijnen. Dat geeft hem de ruimte om in een soort muzikale hypnose te komen, waarbij het spelen onbedacht uit zichzelf voortkomt. De melodie die een eigen leven gaat leiden en zijn eigen noodzaak onderzoekt. We kennen dat natuurlijk ook van pianisten zoals Keith Jarret, die daar in tegenstelling tot Mehldau veel meer een theatraal element van maakt.
Dit gevleugelde album wordt toepasselijk afgesloten met de Brian Wilson-symfonie 'God Only Knows'.
Klik hier om te luisteren naar een albumtrack: 'Waltz For J.B. '.
Aanstaande dinsdag 1 december treedt het Brad Mehldau Trio op in TivoliVredenburg.
Lp Sun Machinery - 'Sun Machinery' (Zesde Kolonne, 2015) Cd Edward Capel - 'Now Only The Horns' (eigen beheer, 2015)
De muziek van Sun Machine borduurt voort op het begin van de fusion in het begin van de jaren 70. Denk daarbij dan aan musici als Miles Davis en Herbie Hancock. Op de twee nummers 'Aphelion' en 'Perlicon' - de twee kanten van de lp 'Sun Machinery' beslaande - horen we dan ook hetzelfde hallucinerende en hypnotiserende geluid dat we van de grote meesters kennen.
Tevens kenmerkt de muziek zich door lange lijnen en langdurig uitgesponnen solo's, zoals van saxofonist Edward Capel en gitarist Gijs van de Broek in 'Aphelion'. Dit terwijl de ritmesectie, bestaande uit drummer Marcus Kuipers en bassist Siem Nozza, voor een strakke beat zorgt. Het levert een zompig en broeierig geluid op. Maar de kwaliteiten van Sun Machinery liggen ook nog op een ander niveau. De rustige, stemmige passages zijn misschien wel de beste momenten. Zo klinkt Capel in 'Aphelion' heel stemmig in zijn solo op altklarinet, een solo die gaandeweg steeds ritmischer wordt, niet in het minst door het stuwende drumspel van Kuipers. Een bijna slepende blues is wat we in het laatste deel van 'Perlicon' horen. Toetsenist Arie van Rongelrooij interacteert hier op fascinerende wijze met Capel in een bijna symbiotische dans, begeleid door de ritmesectie.
Dat Edward Capel naast rietenspecialist in onder andere Sun Machinery en Eddy And The Ethiopians zich ook prima alleen kan vermaken, laat hij horen in 'Now Only The Horns', waarop hij met zijn blaasinstrumenten (alt- en sopraansax en altklarinet) is te horen, aangevuld met een keur aan elektronische apparatuur, zoals de Korg MS-20 en een chaos pad. 'Smoothmoving' en 'Time To Boogaloo' geven een goed beeld van waar die combinatie in de praktijk toe leidt. Beide nummers zijn gebaseerd op een Arabisch aandoend ritme, sterk elektronisch getint. Capel soleert op de beat met de voor hem zo kenmerkende stijl: harmonisch, romig, met een vol geluid en - vooruit - wel een beetje vet!
'Lovesong' is van een geheel andere orde, maar minstens zo creatief. Het is een stemmig nummer geworden en de lange geblazen lijnen worden versierd met fijnzinnige elektronische geluidjes. Ook 'Escape' is een uiterst subtiel stukje muziek om heerlijk bij weg te dromen, dankzij de klankgolven die Capel hier met zijn elektronische hulpstukken fabriceert. Bijzonder is ook 'The Bubble', waarin Capel de klanken laat vibreren en zo een dromerig en spannend klanklandschap creëert, dansend als een zeepbel.
Het is een procedé dat Capel op dit album vaker toepast, en met succes. 'Now Only The Horns' klinkt over het algemeen stemmig en speels en kent door de grote diversiteit aan orkestraties voldoende afwisseling. Wat dat betreft: het is dat je weet dat het een soloalbum is, maar het klinkt allesbehalve als zodanig.
Jazz Class-X
Miles Davis - 'Birth Of The Cool' (Capitol Records, 1957) Opname: 21 januari & 22 april 1949 / 9 maart 1950
"Miles is onder de indruk van het werk van Gil Evans, bestudeert zijn arrangementen en treedt toe tot het selecte groepje muzikanten dat op regelmatige basis bij elkaar komt in het huis van Evans. Voor Davis gaat er een wereld open die aansluit op zijn eigen ideeën. Evans en Gerry Mulligan zijn dan al bezig met wat we later de cool jazz zijn gaan noemen. Het spreekt Miles bijzonder aan; nadat hij enige jaren in het kwintet van Charlie Parker heeft gespeeld wil hij zich verder ontwikkelen. De deels gecomponeerde, deels geïmproviseerde muziek, sluit qua structuur meer aan bij klassieke kamermuziek dan bij de zwarte jazz en blues en wordt gekenmerkt door aantrekkelijke melodieën en vernuftig in elkaar stekende harmonieën."
In deze aflevering van onze serie Jazz Class-X gaat Ben Taffijn in op het iconische album 'Birth Of The Cool' van het nonet van Miles Davis.
Lp Ifa Y Xango Tentet – 'Twice Left Handed / Shavings' (El Negocito, 2015)
Ifa Y Xango is beslist een van de meest opmerkelijke gezelschappen binnen het Belgische jazzlandschap. Toen de band in 2010 werd opgericht, bestond het uit zeven musici, deels afkomstig uit België en deels uit Brazilië. In 2013 kwam 'Abraham' uit, dat door New York City Jazz Records direct werd uitgeroepen tot 'Best Debut Album'. Inmiddels is Ifa Y Xango uitgegroeid tot een tentet en ligt er een nieuwe lp 'Twice Left Handed / Shavings', de titels verwijzend naar de beide kanten van de langspeler.
De muziek van dit tentet, met drie slagwerkers, drie blazers, twee gitaristen, keyboards, bas en elektronica is zowel zeer ingetogen en fijnzinnig als zeer uitbundig en explosief. Zoals in 'Kamchatka', het eerste nummer van de plaatkant 'Twice Left Handed', waar het percussiegeweld van João Lobo, Ruben Pensaert en Sep François wordt afgewisseld met een muur van geluid, afkomstig van de elektronica en de gitaren. Kant 1 van de plaat bestaat verder vooral uit onwezenlijke, sfeervolle, ijle en bij tijd en wijle overrompelende muziek, waarin elektronica een belangrijk rol speelt. De muziek toont verwantschap met jazz, maar heeft zeker ook elementen van hedendaags klassiek, musique concrète en elektronische muziek in zich. Tevens wordt er gebruik gemaakt van veldopnames.
Kant twee van de lp, 'Shavings', bestaat uit één track en is veel meer een jazzcompositie. Het nummer start met een springerig onrustige solo op baritonsax door Filipe Nader, in eerste instantie vooral ondersteund door Laurens Smet op bas en de beide gitaristen Ruben Machtelinckx en Bert Cools. De stevige beat in dit nummer wordt afgewisseld met meer ingetogen momenten waarin de structuur wordt losgelaten, de verrassing vrij spel krijgt en de grenzen van de harmonie nogal eens worden overschreden. Het levert een eclectisch en overrompelend geheel op. Halverwege komt de beat weer terug in combinatie met een bijna transcedent geluid, dankzij de elektronica van Seppe Gebruers en de blazers, met naast Nader Viktor Perdieus en Niels van Heertum.
Dit album is ook verkrijgbaar op cd.
Meer horen? Klik hier om deze plaat te beluisteren.
Lp's
Yodok III - 'Yodok III' / 'The Sky Flashes, The Great Sea Yearns' (Tonefloat, 2014) Opname: 24 augustus 2012 / 9-11 juni 2014
Yodok III is een relatief nieuw trio rond de Belgische gitarist Dirk Serries. Met naast hem twee Noorse muzikanten: Kristoffer Lo op tuba en flugabone en Tomas Järmyr op drums. Voorwaar geen alledaagse triobezetting. Maar wat dit trio maakt is dan ook geen alledaagse muziek.
Serries heeft de afgelopen decennia zijn sporen verdiend binnen het ambient genre, maar heeft zich hier zeker niet toe beperkt, gezien zijn samenwerking met musici als Steven Wilson, Steve Von Till, Justin Broadrick, Teun Verbruggen en John Dikeman. En nu dus met Lo en Järmyr in Yodok III. Voor dit tweetal geldt dat zij beiden actief zijn in zowel de wereld van de improvisatie als die van de experimentele rock. Järmyr in bands als Pelbo, Highasakite en Sunswitch. En Lo is actief binnen het Trondheim Jazz Orchestra en maakt deel uit van Microtub.
Het eerste album van Yodok III, zonder titel, verscheen begin 2014 als lp - Serries brengt het merendeel van zijn werk louter op plaat uit, vergezeld van een downloadcode - en het tweede, het dubbelalbum 'The Sky Flashes, The Great Sea Yearns', verscheen eind vorig jaar.
Dit is muziek waar ogenschijnlijk weinig in gebeurt. Er is geen sprake van ritme en geen sprake van melodie, noch van onverwachte wendingen of anderszins van elementen die normaal gesproken muziek spannend maken. Dat wil geenszins zeggen dat deze muziek saai is, integendeel, maar het openbaart zich op een andere manier dan we meestal binnen de jazz gewend zijn. Zo vallen hier de drie instrumenten die worden gebruikt (met daarnaast elektronica) meestal eerder samen dan dat ze tegenover elkaar worden gezet. Vooral de klanken die Lo en Serries voortbrengen, zijn vaak vrijwel niet van elkaar te onderscheiden. Het slagwerk van Järmyr is beter herkenbaar, maar voegt zich tegelijkertijd zeer harmonieus naar de twee andere instrumenten. Die harmonieuze samenhang is waar de muziek het van moet hebben en tevens van de sfeer die daarmee wordt opgeroepen: sereen, hypnotiserend en vaak duister. Die samenhang ontvouwt zich ook niet direct. De muziek zit zeer ingenieus en in elkaar en de dynamiek, die er absoluut is, openbaart zich pas in volle glorie na meerdere keren luisteren. Dan pas vallen de verschillende facetten en schakeringen op die de muziek in zich heeft.
Luister bijvoorbeeld naar kant twee – alle nummers beslaan één lp-kant - van het eerste titelloze album. Het nummer start in een bijna middeleeuwse sfeer. De klank van gitaar en tuba heeft de mystiek van een Gregoriaans gezang. Dit effect wordt versterkt door de regelmatige drumslagen van Järmyr die een serene dreiging uitademen. Gaandeweg neemt de intensiteit en de heftigheid toe. Of neem 'In A Realm Of Wander Behold The Fleeting Shadows Exclaim In Delight', oftewel kant twee van de eerste plaat van 'The Sky Flashes...'. Het nummer begint met hoge, ijle klanken die van ver lijken te komen. Er ontstaat een rustige, doch sterk aanwezige drone, wat een zinderende sfeer oplevert als van een luchtspiegeling, hypnotiserend en mysterieus. En door de lengte van het nummer ontstaat een soort van trance, zoals in de meeste nummers van deze lp's. Een mooi voorbeeld is ook 'Together We Transcend Into This Wreckage Called Heart', kant twee van de tweede plaat. De subtiele klanken van het slaan op de bekkens zwellen hier aan tot een storm, duisternis alom. En dan de tuba die erdoor heen klinkt als een misthoorn, de dreigende sfeer verder benadrukkend.
Een echte aanwinst dus, dit Yodok III, met een geslaagde mix van ambient, jazz en rock.
Meer horen? Klik hier om van een track van 'The Sky Flashes, The Great Sea Yearns' te beluisteren: 'Watching The Stone Of Celestial Flaw Rush Down'.