|
Draai om je oren Jazz en meer - Weblog |
|
||
|
| |||
Festival De line-up van het North Sea Jazz oogt op zaterdag wat magertjes, althans voor de fijnproevers van moderne jazz- en improvisatiemuziek. Daar waar het aanbod van deze niche gewoonlijk redelijk goed is vertegenwoordigd op het breed geprogrammeerde festival in Rotterdam, is het deze keer een puzzel gebleken. Maar eenmaal gelegd, vinden parels van optredens plaats in relatief kleine maar overvolle zalen. Daarnaast is het weldadig te zien dat de verscheidenheid, zowel onder muzikanten als publiek, in zijn algemeenheid op het NSJ immens groot is.
Bij het openingsconcert in de Missouri van het Fire! Orchestra, onder de bezielende leiding van de Zweedse pionier en saxofonist Mats Gustafsson, wordt uit een compleet ander vaatje getapt. De urgentie en het enthousiasme van dit grote experimentele orkest is grenzeloos. De oorspronkelijke composities zijn atypisch in deze constellatie en clichés uit de bigbands van vroeger worden overboord gegooid. De arrangementen zijn niet uitgeschreven, tenminste niet zichtbaar op het podium, en de stijlkenmerken uit de freejazz zijn leidend. De muziek is veelal energiek, ruig en opzwepend. De herkenbare mooie melodieën bieden houvast in lange, overvloedige en abstracte muzikale passages. Het orkest weet ook tijdig terug te schakelen naar de eerste versnelling om muzikale openheid en subtiliteit aan te brengen. Het amalgaam van garagerock, freejazz, post-bop en wat al niet meer is expressief en inventief. Het maakt het optreden gelaagd, spannend en onuitwisbaar vurig.
Artist in Residence Meshell Ndegeocello verzorgt maar liefst drie concerten in verschillende samenstellingen. Een vleugje van het concert in de Hudson is bevredigend maar niet spectaculair verlopen. Ndegeocello deelt voorafgaand aan het concert mee enigszins ziek te zijn. De donkere soundscapes, funk en jazzy pop van haar orkest, afkomstig van haar album 'Omnicord Real Book', kleuren feeëriek en haar stem houdt het wonderbaarlijk goed. Het is een geschenk uit de hemel dat stertrompettist Ambrose Akinmusire, ook van de partij op het album, door middel van zijn solopartijen het geheel naar een hoger plan trekt. De voormalige sidemen van Miles Davis, John Scofield en Dave Holland, zouden een logische vervolgkeuze kunnen zijn, maar de aantrekkingskracht van de Pakistaans-Amerikaanse zangeres Arooj Aftab is te groot. Verantwoordelijk voor deze beslissing zijn de recente albums 'Love In Exile', met de virtuoze jazzpianist Vijay Iyer en bassist Shahzad Ismaily, en het in 2024 uitgebrachte album 'Night Reign'. De toekomst zal uitwijzen in hoeverre dit optreden legendarisch is geweest, maar het concert in de Darling is van een betoverende schoonheid. De majestueuze begeleidingsband wordt verrast met een gastoptreden van Ambrose Akinmusire, die Aftab eerder in de coulissen tijdens het NSJ heeft ontmoet. Door zijn trompetklanken wordt de imponerende mix van jazz, elektronica en Hindoestaanse muziek/pop nog meer verheven. Arooj Aftab grijpt vooral terug naar haar laatste album, waarin zij een ode brengt aan de nacht. Aftab zingt overwegend in het Urdu, de officiële taal van Pakistan, maar iedereen kan zich inleven in de troostrijke en ontroerende wijze waarop zij de nacht verklankt. Het publiek wordt meegezogen in de mystiek-oosterse, hoofdzakelijk ingetogen zangkunsten met een maximale uitwerking op hart en brein.
Foto's: Louis Obbens | Klik hier voor zijn fotoverslag van de tweede dag van North Sea Jazz 2024. Labels: festival, Fire! Orchestra, Joshua Redman, Matthew Halsall, Meshell Ndegeocello, North Sea Jazz 2024, Sasha Berliner (Louis Obbens, 30.7.24) - [print]
- [naar boven] Op zondag 14 juli nam ik een kijkje op de tweede editie van Gent Jazz na de doorstart onder nieuwe leiding. Ik las al berichten over verschillende uitverkochte dagen, dus gelukkig lijkt het er op dat de nieuwe organisatie een modus heeft gevonden om dit prachtige evenement op een goede manier te behouden. De programmering op deze zondag was nou niet direct jazz te noemen, maar viel meer onder de categorie wereldmuziek. Het weer was prachtig, niet al te warm, met regelmatig zon, droog, dus precies goed. De Bijlokesite ligt er als vanouds prachtig bij en de grote tent met de main stage is nu een grote hal geworden, met aan de zijkanten en achterin fraaie balkons. De dag werd geopend door twee heren die hun sporen wel verdiend hebben. De samenwerking tussen pianist Dave Grusin en gitarist Lee Ritenour gaat terug naar hun gezamenlijke en met een Grammy onderscheiden album 'Harlequin' uit 1985. De inmiddels 90-jarige Grusin oogde erg broos, maar was vandaag goed op dreef achter zijn keys. Samen met zijn 'jeugdige' maat Ritenour (72) zette hij een degelijke en overtuigende set neer als opening van de dag. Op de garden stage presenteerde zich even later FC Atlaska. Naar eigen zeggen spelen zij ritmische, filmische roadtrip-muziek. Ze serveerden met bravoure een set uit van mooie originele composities voorzien van een fraai geluid. Met name de combinatie van gitaar en trompet paste lekker bij het sfeertje van een lome zomerse zondagmiddag.
Nog meer Cubaanse muziek, maar dan van een jonge generatie stond even later op hetzelfde podium. Erik Alejandro Iglesias Rodríguez - ook wel: Cimafunk - is een voor een Grammy genomineerde Cubaanse muzikant, die bekendstaat om het mixen van funk en hiphop met Cubaanse en Afro-Caribische muziek. Samen met zijn fantastische band liet hij zien dat Cubaanse muziek niet stilstaat, maar vanuit de traditie juist de vernieuwing opzoekt. In die zin was het mooi om de volledig in de traditie staande Ochoa eerst te zien en meteen daarna deze vernieuwende muziek van Cimafunk. Een zeer geslaagd effect van goede programmering. Ondertussen had op het tuinpodium Brusselaar met Boliviaanse roots Bart Vanobbergen solo een originele set afgeleverd. Onder de naam Susobrino speelde hij met zijn instrumentarium van electronica, een drumkit, een mandoline en zo nog wat zijn eigen filmische soundscapes, waarbij de Latijns-Amerikaanse ritmes nooit ver weg waren. Perfect passend bij de sfeer in de tuin op een zomerse dag.
Het was weer een plezierige dag op Gent Jazz, dankzij de uitstekende locatie, het prachtige weer, de relaxte sfeer en de brede programmering. Foto's: Johan Pape | Klik hier voor zijn fotoverslag van Gent Jazz 2024. Labels: Cimafunk, Dave Grusin, Eliades Ochoa, FC Alaska, Gabriela Y Rodrigo, Gent Jazz 2024, Lee Ritenour, Zap Mama (Johan Pape, 27.7.24) - [print]
- [naar boven] Alhoewel de zes leden van John Ghost opduiken in de meest spraakmakende groepen uit de Belgische scene (De Beren Gieren, Nordmann, HAST, Compro Oro, Echoes Of Zoo, Black Flower) hadden ze gelukkig nog tijd om onder de vlag van John Ghost een derde album in te blikken: 'Thin Air . Mirror Land'. Groepsleider Jo De Geest, die opnieuw alle muziek schreef, citeert zelf als inspiratiebronnen onder meer Hans Zimmer, Jóhann Jóhannsson, The Residents en György Ligeti. Van roofbouw is echter helemaal geen sprake. De eigen ambivalente John Ghost-vibe blijft gegarandeerd. Op de klanken van repetitieve en semi-agressieve ritmepatronen treedt de groep aan. De spanning zit er meteen in. Vanaf dan schemeren filmische sfeerbeelden overal door, net als theatrale uitspattingen en een dynamiek gebaseerd op contrasten. Het progressieve futurisme van de twee vorige albums is eveneens wederom aanwezig in het klankenpalet, zij het in sterk mindere mate. Typerend is nog steeds de lengte van de nummers (tussen zeven en tien minuten), waardoor telkens een uitgebreide verhaallijn minutieus opgebouwd kan worden. Het maakt het surfen op tegenstellingen tussen harmonie en antithesis veel boeiender. De sombere en beangstigende hoes (Jaak De Digitale) weerspiegelt perfect de inhoud. Allemaal heel verontrustend en verslavend tegelijkertijd. Voor de technische kant (opname, productie, mixing) konden ze een beroep doen op Jørgen Træen (Jaga Jazzist, Kaizers Orchestra). Jo De Geest (gitaar, synthesizer), Rob Banken (altsax, dwarsfluit, basklarinet), Wim Segers (vibrafoon, marimba, glockenspiel), Karel Cuelenaere (Rhodes, piano, synthesizer), Lieven Van Pée (basgitaar, contrabas), Elias Devoldere (drums). Foto's: Cees van de Ven | Deze recensie verscheen ook in Jazz&Mo' Labels: cd, Jo De Geest, John Ghost (Guy Peters, 26.7.24) - [print]
- [naar boven] Festival North Sea Jazz, nog altijd het grootste en belangrijkste jazzfestival van ons land, vormt altijd weer een van de hoogtepunten van een jaar vol muziek. Ook deze editie biedt weer een bijzonder veelzijdige, maar ook overvolle programmering. North Sea Jazz bezoeken is altijd meer niet horen dan wel. Een festival waar tegenwoordig niet alleen de jazzliefhebber zijn hart kan ophalen, maar ook de serieuze popliefhebber genoeg van zijn gading vindt. Ik neem echter graag het laatste woord uiterst serieus en richt mij dus op de 'jazz' en dan met name het wat uitgesprokener soort, al ondersteunen ook hier de uitzonderingen de regel.
Het uit Glasgow afkomstige Corto.Alto bevalt mij dan weer iets minder. Niet dat deze vier Schotten niet weten wat ze doen. Hun muziek op de grens van jazz, funk en dance getuigt zeker van vergaand muzikaal inzicht en vernuft en wat ogenschijnlijk simpel klinkt, blijkt ook nu uiterst complex. En waar vind je een musicus als Liam Shortall, die even gemakkelijk de trombone hanteert als de basgitaar en normaal gesproken er ook de keyboards bij doet, die hij vandaag overlaat aan een al even virtuoos spelende Fergus McCreadle. Waarom ik het dan toch wat tegen vindt vallen is omdat dit kwartet dat ongestructureerde, wat chaotische mist van de vorige twee acts. De rafelrandjes zijn gladgestreken, dat is het. Dat geldt in zekere mate ook voor Al Di Meola en zijn Electric Band, die dit festival voor het laatst in 2002 bezocht. Mijn kennismaking met zijn muziek dateert uit 1980. Het album 'Splendido Hotel' koester ik nog steeds. Maar de geschiedenis gaat verder terug, hij begon zijn carrière als negentienjarige in Chick Corea's Return To Forever. Het eerste nummer dat hij daar leerde was 'Hymn Of The Seventh Galaxy', dat ook tijdens dit concert op het programma staat en verder bestaat uit stukken van zijn nieuwe album '24'. Di Meola is echter nog altijd die perfect spelende gitarist, groots in het neerzetten van sfeerbeelden, middels eindeloos ingewikkeld gitaarspel. Maar echt verrassen doet dit '24' niet meer, daarvoor wijkt Di Meola te weinig af van wat hij al jaren doet.
Foto's: Louis Obbens | Klik hier voor zijn fotoverslag van de eerste dag van North Sea Jazz 2024. Labels: Al Di Meola, Angelika Niescier, Camae Ayewa, festival, Henri Texier, Irreversible Entanglements, North Sea Jazz 2024 (Ben Taffijn, 25.7.24) - [print]
- [naar boven] Een mannenshirt en een pakje sigaretten - dat was de prijs voor de 16-jarige winnaar van een amateurjazzfestival in Zürich in 1957. Dat een vrouw het concours kon winnen was voor de organisatoren destijds simpelweg ondenkbaar. Toen Irène Schweizer de jazzpodia van de wereld betrad, waren de tijden nog steeds anders - vooral voor vrouwen. Irène Schweizer werd geboren op 2 juni 1941 in Schaffhausen, Zwitserland. Ze groeide op in het gezin van een café-eigenaar in haar geboortestad en na haar eerste pogingen op de accordeon ontdekte ze de piano en de drums en sloot zich op 16-jarige leeftijd aan bij de Crazy Stokers, een dixielandband. Dat alleen al was in 1957 een sensatie. Kort daarna belandde ze in de toprangen van het eerder genoemde Zurich Amateur Jazz Festival, waar ze souljazz en hardbop speelde. Je kunt je voorstellen hoe de monden van veel mannen in het publiek openvielen toen ze haar hoorden spelen. Even later ging Schweizer naar een talenschool in Groot-Brittannië, waar ze zich verdiepte in de Londense jazzscene (voornamelijk de club van Ronnie Scott), voordat ze terugkeerde naar Zürich. In de jazzclub Africana ontmoette ze drummer Mani Neumeier en bassist Uli Trepte, die ook haar eerste trio vormden. Toen de twee mannen zich in 1968 bekeerden tot rockmuziek, begon Schweizers langdurige samenwerking met drummer Pierre Favre. Hun muziek klonk steeds wilder en vrijer, wat de pianist een uitnodiging opleverde voor de Total Music Meeting in Berlijn - het jaarlijkse bedevaartsoord voor freejazzfans, georganiseerd door de FMP-mensen rond Jost Gebers. Als vrouw stond ze er echter alleen voor en moest ze zich verdedigen tegen de mannelijke alfahonden, wat resulteerde in haar speelse, gevoelige stijl. Niettemin wist ze te zegevieren, een ongelooflijke persoonlijke en muzikale prestatie die achteraf gezien niet genoeg kan worden benadrukt. Sinds die tijd was Schweizer een vaste gast op de avant-garde podia in Berlijn, Willisau, Chicago en New York, ze speelde met Don Cherry, Louis Moholo, Hamid Drake, Andrew Cyrille en George Lewis. Haar solo-optredens schraagden haar status als toonaangevende pianist van de Europese jazz. In de laatste jaren van haar carrière werd ze eindelijk waardig geacht om in de tempels van de hoge cultuur te spelen, een late triomf.
De laatste jaren van haar leven woonde Irène Schweizer in een bejaardentehuis, ze kon niet meer optreden. Maar iedereen die aanwezig is geweest bij haar laatste optredens, zoals in 2017 in het Neumarkt Theater in Zürich met Louis Moholo, en met eigen ogen heeft gezien hoeveel plezier ze uitstraalde tijdens het spelen - zelfs op hoge leeftijd - en hoe ze werd aanbeden door haar overwegend vrouwelijke fans, kan begrijpen wat een verlies haar overlijden is voor de freejazz-gemeenschap. Tekst: Martin Schray, The Free Jazz Collective (met toestemming vertaald) In de Jazztube hieronder zie je Irène Schweizer in een duoconcert met Pierre Favre, opgenomen tijdens het Schaffhauser Jazzfestival 2011. Labels: in memoriam, Irene Schweizer (Maarten van de Ven, 23.7.24) - [print]
- [naar boven] De kop is eraf: de eerste dag in De Bijloke was meteen uitverkocht, maar muzikaal was de opwinding soms ver te zoeken. Jaargang twee na de doorstart van Gent Jazz, en de ambitie is duidelijk groot. Liefst 13 concertdagen zijn er, en op de plek waar 22 jaar geleden een podium onder een biertent stond, staat nu een heuse concertzaal in de tuin van het middeleeuwse ziekenhuis. Een vol huis meteen op de eerste dag, maar muzikaal moet het festival nog wakker worden. Het Marco Mazquida Trio en het Wajdi Riahi Trio waren onderhoudend maar ook weinig meer. Gelukkig was er... Bill Frisell. Dat Frisell van ons land houdt, kon u al in Knack Focus lezen. Maar hij houdt zelfs zo veel van De Bijloke dat hij er vorig jaar een livealbum met symfonisch orkest opnam. De Amerikaanse gitarist werd dan ook warm ontvangen door het Gentse publiek. Ome Bill, 73 intussen, maakte het de bezoekers niet noodzakelijk gemakkelijk. Meer dan een verlegen begroeting sprak hij niet uit, en alle nummers werden aan elkaar gebreid tot één lange suite. (Frisell, in de coulissen: 'Did we only play five songs? What the fuck?') Maar wie meeging in zijn verhaal, werd beloond met verbluffend samenspeltussen hem, bassist Thomas Morgan en drummer Rudy Royston. George Gershwins 'My Man’s Gone Now' was een feest van gelaagde delaygitaar, als echo's die door een spiegelpaleis galmen. Meteen werd duidelijk dat Royston de man van de avond zou worden. Wie hem in de voorbije jaren aan het werk zag met Joe Lovano en Julian Lage weet hoe hij kan pendelen tussen aftasten en uithalen, tussen abstractie en vintage swing. Frisells eigen 'Blues From Before' zat vol verwijzingen naar Thelonious Monk. Ook uit het album 'Four' (2022): 'Claude Utley', waarin hij dankzij zijn loops achtervolgertje speelde met zichzelf. Het hendrixiaanse einde liep naadloos over in 'Dog On A Roof', waarin 's mans countrytwang en dromerige tremolo's de avond een westerntintje gaven. En omdat je van Frisell alles kunt verwachten, sloot hij af met John Barry's thema van 'You Only Live Twice'. Van Gershwin tot James Bond in één lange boog: Frisell is een meester.
Kralls concert had géén reliëf. Anderhalf uur haspelde de Canadese een reeks standards af - vreemd genoeg had ze daar een hoop partituren voor nodig. 'I’ve Got You Under My Skin', 'Do Nothing Till You Hear From Me', 'Comes Love', 'Just You Just Me', 'Let’s Fall In Love', 'Fly Me To The Moon': we beminnen het oude repertoire diep. Maar de slome slordigheid waarmee Krall zich door de set lispelde was ook diep vervelend. En dan te weten dat ze met bassist Sebastian Steinberg (u kent hem van Soul Coughing en Johnny Marr) en drummer Matt Chamberlain (o.a. Bob Dylan) zulke klasbakken in huis heeft. Een total snoozefest, dan? Ach, we gingen even rechtop zitten tijdens 'The Girl In The Other Room', waarin de geest van Tom Waits rondwaarde, en Neil Youngs 'Mr. Soul'. Maar daarbuiten was dit geen ode aan Nat King Cole, maar aan Louis Armstrongs 'When It’s Sleepy Time Down South'. Tekst: Bart Cornand | Deze recensie verscheen eerder op Knack Focus. Foto's: Cees van de Ven | Bekijk ook zijn fotoverslagen van Bill Frisell en Diana Krall. Labels: Bill Frisell, Diana Krall, festival, Gent Jazz 2024, Rudy Royston, Thomas Morgan (Maarten van de Ven, 21.7.24) - [print]
- [naar boven] Vandaag twee pianisten van eigen bodem: Ed Baatsen en Sjoerd van Eijck. Baatsen bracht met zijn trio Kenturah's Kitchen in eigen beheer 'Capricious Dance' uit en Van Eijck maakte met zijn kwartet OAK 'Eight' voor het Zennez-label. Het pianotrio Kenturah's Kitchen bestaat naast Baatsen uit bassist Han Slinger en drummer Bert Kamsteeg en hun vierde album 'Capricious Dance' ontstond in 2021 tijdens de periode van corona, met vallen en opstaan. Opvallend op het album - de opener 'The Call' is er al direct een mooi voorbeeld van - is de grote variatie in muzikale patronen. 'Losing Ground', dat Baatsen opdroeg aan zijn vriend en collega Henk de Ligt, heeft dan ook weer een geheel ander karakter. Een mooie ballade waarin we Baatsens gevoel voor timing en ritme nog beter kunnen bewonderen. Mooi ook hoe verderop de spanning oploopt. Het staat niet vermeld op het hoesje van de cd, maar op 'For Chick' (waarmee natuurlijk Chick Corea wordt bedoeld) horen we de Fender Rhodes. Baatsen citeert hier een stukje uit 'Matrix' van Coreas album 'Now He Sings, How He Sobs', waar hij aansluitend met veel schwung op varieert. Mooie rollen hier ook van Slinger en Kamsteeg, die de groove perfect aanvoelen. 'HYH', een afkorting van 'Hold Your Horses', valt met name op door het eerste deel met mooi baswerk van Slinger, op een aangenaam ritmisch patroon van Baatsen. Als pianist ben je natuurlijk ook gevormd door de grote klassieke componisten, waarvan Edward Grieg er een was. Baatsen kiest hier voor 'Melodie', dat hij naar eigen zeggen als kind veel speelde, en maakt er een prachtige jazzbalade van. In het stevige titelstuk 'Capricious Dance' klinkt andermaal de Fender Rhodes en horen we Slinger met een mooie solo op contrabas.
In de Jazztube zie je OAK live bij Podium JIN met 'Discomposure'. Opgenomen in het Thiemeloods Theater, Nijmegen op 8 februari 2024. Labels: cd, Ed Baatsen, Kenturah's Kitchen, OAK, Sjoerd van Eijck (Ben Taffijn, 18.7.24) - [print]
- [naar boven] De voorbije vijftien jaar kwamen rietblazer Evan Parker en elektronica-expert/sounddesigner Matthew Wright regelmatig samen voor geïmproviseerde sessies die even cerebraal als radicaal de wereld van de elektroakoestische mogelijkheden verkenden. Regelmatig was dat ook met extra gasten, vaak muzikanten met een heel eigen persoonlijkheid. Zo was er bijvoorbeeld al Toma Gouband, een percussionist die graag gebruik maakt van natuurelementen (stenen, twijgen, takken etc.), en deze keer was hun partner de virtuoze Peter Evans. De trompettist zou je kunnen beschouwen als Evan Parkers gelijke op de trompet: een met een fenomenale techniek gezegend genie die de grenzen van het onmogelijke voor zich uit blijft schuiven. Net zoals Evans naadloos opging in Parkers Electro-Acoustic Ensemble, dat nog een paar meesterlijke studioalbums opnam voor ECM, zo ook vindt hij hier meteen z'n plek in de bezwerende spacey klankenwereld (Don Cherry goes sci-fi) waarin akoestisch, elektronisch en studiogebruik even essentieel zijn en elk detail met zorg geplaatst werd. Al kan dat ook te maken hebben met het feit dat Wright achteraf de post-productie indook met bijkomende percussie van Mark Nauseef, die het geheel een ritualistische draai geeft. Niets voor wie op zoek is naar een vieve vingerknip, maar smullen voor getrainde, avontuurlijke oren die in deze interactie niets minder dan ceremoniële geestverruiming gaan vinden. Klik hier om een track van dit album te beluisteren: 'At Altitude'. Deze recensie verscheen ook in Jazz&Mo' Labels: cd, Evan Parker, Mark Nauseef, Matthew Wright, Peter Evans, Trance Map+ (Guy Peters, 10.7.24) - [print]
- [naar boven] Festival Na de piano, vorig jaar, stond dit weekend de saxofoon centraal op het festival Swingin' Groningen. Alle optredende bands hadden op de een of andere manier connecties met de stad of de provincie. Altist Miguel Martinez merkte op dat de muzikanten van zijn combo - Jeroen Vierdag op bas en John Engels Jr. op drums - net als hijzelf in Haren hadden gewoond. De Noordpool Troupe is de kern van het twee keer zo grote Noordpool Orkest. Ze begeleidde de Gentse saxofonist Lucas Bakker. Nou nou, die kan niet veel ouder zijn dan dertien en een half, schatte ik. Bijna goed: veertien. Ik denk niet dat ik ooit zo'n jonge gast zo rijp heb horen spelen. Zijn uitgesponnen intro van 'Goodbye Porkpie Hat' deed iedereen naar adem happen: zoveel speelse fantasie, variaties, logische ontwikkelingen, creatieve sprongen...
'Porkpie' hoorden we later op de avond wederom, als feature voor altist Ben van Gelder. Die versie was wat bedachtzamer. Van Gelders introverte spel was in alle opzichten gewaagd aan de verrichtingen van de Stageband die hem begeleidde. Al eerder heb ik op deze plaats mijn verbazing uitgesproken over de ontwikkeling van die bigband. In een ver verleden begonnen als hobby-orkest voor HaFaBra-muzikanten die braaf hun Glenn Miller hits speelden, is de Stageband inmiddels duidelijk doorgestoten naar de eredivisie. Niet normaal. De trompetsectie bijvoorbeeld komt als een sloopkogel binnen. Zó gek is dat niet, met Libbe Oosterman als eerste. Het geluid van het orkest was ondertussen perfect: mooi gedefinieerd en in balans. Saxofoons, dus. De meeste indruk op mij maakte de onbehoorlijk achter de beat timende tenorist Sjoerd Dijkhuizen. Met zijn robuuste, doordouwerige en toch uitermate relaxte voordracht deed hij zijn grote held Dexter Gordon eer aan. Die laatste kondigde, op tape, het eerste nummer aan: 'Fried Bananas', gespeeld door Eric Inekes JazzXpress, waar Dijkhuizen deel van uitmaakte. Een club die staat als een huis, maar dat wisten we al. De avond was begonnen met het kwartet JazzBusters van altiste Tineke Koops. Het is lang geleden dat ik haar voor het laatst zag en hoorde. De JazzBusters maken ongecompliceerde, vrolijk stemmende mainstream die alle kanten op kan. Een stapje verder ging Miguel Martinez, die begon met Ornette Colemans 'When Will The Blues Leave?' en die in zijn eigen compositie 'Among Friends' John Engels de teugels liet vieren met dynamisch en explosief spel. Voor het betere balladwerk waren we bij tenorist Will Jasper aan het goede adres. In het meer luidruchtige en snelle bopwerk dreigde hij soms kopje onder te gaan, maar geef die man een ballad en hij brengt je gegarandeerd in hogere sferen. Is er nog leven na Swingin' Groningen? Dat mogen we ons afvragen, gezien de schamele opkomst: nog geen honderdvijftig betalende bezoekers. Ik bedoel, dat trekt de eerste de beste jazzbraderie in Spekholzerheide met gemak. Foto's: Hammie van der Vorst In de Jazztube hieronder hoor je een fragment uit 'Caravan' door Ben van Gelder met het Stageband Jazz Orchestra. Labels: Ben van Gelder, Eric Ineke, festival, John Engels, Lucas Bakker, Miguel Martinez, Sjoerd Dijkhuizen, Stageband, swingin' groningen, Will Jasper (Eddy Determeyer, 5.7.24) - [print]
- [naar boven] Saxofonist Charles A. Davis (20 mei 1933 - 15 juli 2016) groeide op in de Swing Era en maakte zijn professionele debuut in het combo van souljazzorganist Brother Jack McDuff. Maar hij speelde ook meer contemporaine jazz met onder anderen Sun Ra, Steve Lacy en Cecil Taylor. Midden jaren vijftig werkte hij met de vocalisten Dinah Washington en Billie Holiday. "Het was een onuitsprekelijk genoegen om met die dames te werken. Bij Billie Holiday zat Ben Webster er ook nog bij. We mogen Ben niet vergeten als we het over dat genoegen hebben. Bij Dinah kreeg ik soloruimte. Zo werd ik in feite deel van de geschiedenis. Niet dat ik dat toen besefte. Voor mij was het gewoon werk." Op 28 oktober 1994 sprak Eddy Determeyer met Charles Davis in Veendam. Klik hier om het interview te lezen. Labels: Charles Davis, interview (Donata van de Ven, 1.7.24) - [print]
- [naar boven] Lees verder in het archief...
|
Archief
Artikelen Cd-recensies Concertrecensies Colofon Festivalverslagen Interviews Jazz in memoriams Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken? |