Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Cd
Louis Sclavis - 'India'

Yolk, 2025 | Opname: november 2024

Klarinettist Louis Sclavis komt op deze blog om de zoveel tijd voorbij. Ik houd van zijn toon en van zijn eclectische benadering van muziek. Het is jazz, folk, klassiek en hij vermengt moeiteloos de westerse muziektraditie met die van andere continenten. Nu weer op 'India', de titel zegt al genoeg, dat hij maakte met zijn kwintet dat sinds 2015 al twee albums eerder uitbracht, 'Loin Dans Les Terres (Live At Theater Gütersloh)' uit 2017 en 'Characters On A Wall' uit 2019. Op dit nieuwe, bij Yolk Records verschenen 'India', vinden we wederom naast Sclavis op klarinetten Olivier Laisney op trompet, Benjamin Moussay op piano, Sarah Murcia op contrabas en Christophe Lavergne op drums. Verder horen we in één stuk violist Dominique Pifarély in een gastrol.

India dus, waar Sclavis goede herinneringen aan heeft en waar hij naar verwijst in de diverse door hem gecomponeerde stukken, te beginnen met een ode aan 'Phoolan Devi', die opklom van bandietenleider tot parlementslid en in 2001 werd vermoord. We horen eerst Moussay en dan een aantrekkelijk melodieus patroon, culminerend in zo'n typisch warmbloedige Sclavis-solo op basklarinet. Het is wederom Moussay die we in een relatief lange solo horen aan het begin van 'Un Théatre Sur Les Docks', volgens de tekst bij de cd zich bevindend in Calcutta. Moussay stapt over op een repetitief patroon dat verder vorm krijgt door Laisney. Maar het hoogtepunt is toch die prachtig doorwrochte bassolo van Murcia. Sclavis horen we weer heel mooi in 'Mousson', met uiterst subtiel klarinetspel op een boeiend patroon van Moussay. Gaandeweg krijgt het stuk meer vaart, met name door het stuwende slagwerk van Lavergne. De basklarinet speelt een grote rol in 'A Night In Kali Temple', aanvankelijk in een boeiend duet met Murcia, donkere kleuren mengen zich. Vrij grillig pianospel volgt, afgewisseld met met melodieuze frases.

We maken een reis door India, van Calcutta - dat overigens sinds 2001 officieel Kolkata heet - naar 'Madras' en de Gangus, 'Gange'. Het eerste is een vrij dynamisch stuk met een stevige ritmiek en vooral overtuigend trompetspel, het tweede een opvallend langzaam stuk, zoals een brede rivier als de Ganges stroomt, gestaag. Dan volgen 'Long Train' en 'Short Train', die eindeloze treinreizen door dit immense land verklankend. Direct in dat 'Long Train' is het ritme dat van een trein - Murcia verklankt het, Sclavis varieert er op boeiende wijze op, de klanken van zijn basklarinet vormen meesterlijke patronen. En verderop is het wederom dat puntige pianospel van Moussay dat weet te boeien, maar let ook zeker op die stevige groove van het duo Murcia-Lavergne, culminerend in een bijzonder creatieve solo van die laatste. Het gaat hier overigens ook echt om een 'long train', met een duur van tien munten en een 'short train'’, met net nog geen minuut het kortste stuk van het album. Maar het is in dit stemmige momentum wel dat we de viool van Pifarély horen. Afsluiten doen we met 'Montée Au K2'. De K2 is met 8611 meter de op een na hoogste berg ter wereld, op de grens van Pakistan en China. Niet de hoogste, volgens kenners wel de moeilijkste. Ik ga er dan ook van uit dat het kwintet geen poging gewaagd heeft; muziek maken gaat ze beter af, veel beter.

Tekst: Ben Taffijn

Labels: , , , , ,

(Ben Taffijn, 30.5.26) - [print] - [naar boven]



In memoriam
Sonny Rollins

7 september 1930 - 25 mei 2026

Foto: Cees van de Ven

Labels: , ,

(Maarten van de Ven, 27.5.26) - [print] - [naar boven]



Concert
Terugkeer van een hippe kater

Boris van der Lek & JazzFluencers, zondag 17 mei 2026, TivoliVredenburg, Utrecht

Eerder dit jaar verscheen het nieuwste album van Boris van der Lek en de JazzFluencers. Het concert van deze zondag in Cloud 9 van TivoliVredenburg stond volledig in het teken van het repertoire van die plaat. De nostalgisch ogende lp vloog na afloop over de tafel alsof de 33 toeren er 78 waren.

De zaal was goed gevuld met trouwe fans, zichtbaar blij hun idool in uitstekende vorm terug te zien. Het pad van Van der Lek liep niet altijd over rozen. In 2024 schreef hij daarover zijn memoires, 'Gebit zonder einde': een eerlijk relaas over de keerzijde van de muziekwereld en de gevolgen wanneer een saxofonist ernstige gebitsproblemen krijgt. Als jonge knul bezocht de Hagenaar met zijn kunstzinnige ouders het North Sea Jazz Festival, waar hij getuige was van een van de legendarische saxofoonbattles. Binnen tien jaar stond hij er zelf op hetpodium, toerde hij internationaal met The Boulevard Of Broken Dreams Orchestra en met de nog altijd actieve Houdini's. Hij werkte met hippe vogels als Jules Deelder, Herman Brood en Golden Earring, maar zijn hart ligt in de mainstream saxtraditie, met het ruige geluid van spelers als Illinois Jacquet en Buddy Tate. Ook zijn samenwerking met Hans Dulfer in Tough Tenors liet die roots duidelijk horen: blues- en ritmeschema's die de swing dragen, afgewisseld met ballads waarin de tenor de melodie uitspint zoals een vocalist dat zou doen. Alles draait om sound, timing, intonatie en de stilte tussen de noten.

Het concert opende met de swinger 'Kitty'. Stukken als 'Centerpiece' en 'Blues For Piney' schuurden, swingden en knarsten met het korzelige geluid dat doet denken aan grote voorbeelden als Ben Webster en Harry "Sweets" Edison. De centrale chemie tussen Van der Lek en trompettist Koos van der Hout is gebaseerd op jarenlange samenwerking. In de ritmesectie viel de jonge bassist Jules Monen (o.a. Monen Family) in. Hij viel op door zijn solide spel, waarin hij sterk rekening hield met de vaste drummer en pianist - meer dan andersom het geval leek. Het trio vormde desondanks een soepel en betrouwbaar fundament. Je vraagt je af hoe Van der Lek zou klinken met een drummer uit de nieuwe lichting, zoals Jamie Peet, die de swing zoekt in subtiele dribbels op de bekkens en veelzijdigheid bij het trommelgeluid. De swing van drummer Dolf Helge past juist volledig in de oorsprongsjaren 40–50, en samen met pianist Mark van der Feen zou dit ensemble zo in de lounge van het Negresco kunnen staan.

In de ballads komt de blue en sentimental zijde bij Van der Lek volledig tot zijn recht, zoals in 'You Don’t Know What Love Is' en 'When I Fall In Love', het titelnummer van de nieuwe lp.

Boris van der Lek is terug van weggeweest als een toonaangevende Nederlandse saxofonist die moeiteloos een brug slaat tussen pop-, blues-, swing- en jazzpubliek. Het optreden in Cloud 9 werd enthousiast ontvangen en bovendien live opgenomen voor de Concertzender. Houd dus in de gaten wanneer u deze hippe kater binnenkort in een zaal bij u in de buurt kunt zien.

Tekst: Monica Rijpma | Foto's: Syndey Korsse

Labels: , , , , ,

(Monica Rijpma, 26.5.26) - [print] - [naar boven]



Concert
Rond de gehoordrempel

Sanne Rambags' Frieze Of Life, donderdag 14 mei 2026, Brouwerij Martinus, Groningen

Ja, wat speelt er allemaal zo rond de gehoordrempel? Daar speelt stemkunstenares Sanne Rambags, met haar Frieze Of Life. Sanne Rambags, dat kan niet anders, is ooit gevonden in de kolenkist in het souterrain van Greetje Bijma. Het grote verschil met La Bijma is dat La Rambags zich concentreert op de geluiden die wel of net niet meer hoorbaar zijn.

Zo begon het eerste stuk van het optreden, 'Starry Night', vanuit het niets, vanuit de grote interstellaire leegte. Heel voorzichtig meldde pianist Jeroen van Vliet zich, al even bescheiden voegde percussionist Joost Lijbaart zich erbij, dan volgde de altviool van Roosmarijn Tuenter, al even behoedzaam, en tenslotte ging ook Rambags zich ermee bemoeien. Ik vraag me af of er sinds Erik Satie even weinig decibels in de muziek zijn waargenomen. Als je het zou moeten karakteriseren zou je kunnen denken aan imaginaire, abstracte en bijna volledig uitgewiste volksmuziek uit een vergeten dorpje in Dorset (of veertig kilometer van Râmnicu Vâlcea, dat zou ook kunnen). De ritmische structuren leidden onvermijdelijk richting boerenbruiloft. Maar dan nog steeds in het intieme, hè.

Zoals gezegd, de leden van The Frieze Of Life trokken een lijn met de bescheiden Sanne Rambags. Zo manipuleerde Joost Lijbaart een soort belletjessnoer, waarvan het geklingel niet verder reikte dan circa twaalf centimeter van het instrument. Iets verderop zaten we dus onder de gehoordrempel.

De muziek van het vierspan was vluchtig als een gedachte waar je niet meer op kunt komen. Onbewust, merkte ik, ging ik ademhalingsoefeningen doen. Gezond was dit recital zeker. Een van de meest intense momenten kwam toen Rambags en Tuenter in een onbegeleid duet terechtkwamen, volledig geïmproviseerd.

Een weldadige oase met bij wijze van luchtspiegeling een transparante fries erboven.

Tekst: Eddy Determeyer | Foto: Beate Driewer

Labels: , , , , ,

(Eddy Determeyer, 23.5.26) - [print] - [naar boven]



Cd
Mark Turner - 'Patternmaster'

ECM, 2026 | Opname: april 2024

De Amerikaanse tenorsaxofonist Mark Turner is niet alleen bekend van zijn samenwerkingen met groten zoals Brad Mehldau, Kurt Rosenwinkel, Brian Blade, Ethan Iverson en Avishai Cohen, maar ook als leider van het trio Fly, met Larry Grenadier en Jeff Ballard, en als lid van het Billy Hart Quartet. Daarnaast leidt hij ook nog een kwartet zonder piano, waarmee hij de albums 'Lathe Of Heaven' (2014), 'Return From The Stars' (2024) en recent 'Patternmaster' uitbracht - alle geïnspireerd op het werk van geliefkoosde sciencefictionauteurs als Ursula K. Le Guin, Stanislaw Lem en Octavia E. Butler. Met trompettist Jason Palmer, contrabassist Joe Martin en drummer Jonathan Pinson bouwt Turner daarmee voort op Ornette Colemans kwartet uit de jaren 60, met Don Cherry op trompet. Turners speelstijl is nochtans meer gebaseerd op de innovatieve verworvenheden van giants zoals John Coltrane, Warne Marsh en Joe Henderson, van wie de saxofonist de solo's grondig bestudeerde tijdens zijn opleiding aan het Berklee College of Music in Boston.

Turner schreef voor 'Patternmaster' zes composities die goed in het gehoor liggen en een homogene indruk nalaten. Beide blazers voeren vaak pittige maar altijd beschaafde conversaties, waarbij vooral de unisono gespeelde partijen een gevoel van kameraadschap oproepen. Turner en Palmer voelen elkaar dan ook goed aan in hun improvisaties en stapelen de goedgemutste statements op, alsof ze elkaar lange tijd niet gezien hebben en elkaar veel te vertellen hebben. Martin en Pinson stellen zich dienstbaar aan hen op, maar roeren zich zo nu en dan toch om aan te tonen dat zij er ook nog zijn en dat niet alles om beide solisten draait. Ze delen plaagstoten uit, prikkelen de blazers en eisen solo's op, maar altijd in een gemoedelijke sfeer. Je zou dit kwartet dan ook een 'unit' kunnen noemen - een eenheid van vier intelligente, op elkaar afgestemde muzikanten die hun ego's opzij kunnen zetten ten voordele van het groepsgeluid.

'Patternmaster' is postbop van het zuiverste water – op aarde nog nauwelijks te vinden, maar misschien wel in een ander universum - en de zoveelste verrijking van de toch al indrukwekkende ECM-catalogus. Puik!

Tekst: Patrick Auwelaert | Deze recensie verscheen ook in Jazz&mo'

Labels: , , , , ,

(Patrick Auwelaert, 20.5.26) - [print] - [naar boven]



Concert
Het verfijnde toucher van Xavi Torres

Xavi Torres Trio, woensdag 6 mei 2026, Brouwerij Martinus, Groningen

Met één been staat hij in de klassiek muziek, met het andere in de jazz en de improvisatiemuziek. Het fijnzinnige toucher van pianist Xavi Torres (1991) verraadt zijn klassieke scholing. Alsof er een musje over de toetsen hipt. Beetje manke metafoor: de huismus is immers zo goed als uitgeroeid, althans hier in het Noorden. (Herinnert u zich ook met zoveel vertedering hoe ze zich 's zomers in de tuin kwamen ontlasten in uw Brinta?)

Hoe dan ook, een hardhandige boogiewoogie zit er niet in bij Torres. Alhoewel je zoiets nooit met zekerheid kunt zeggen bij die jonge gasten van tegenwoordig. Nu werden we vergast op een soort klassieke kamermuziek die swingde.

Het gespeelde repertoire in Brouwerij Martinus bestond uit eigen werk, dat van bevriende collega's en een handje nog niet volledig geërodeerde standards. Daarbij werd de pianist bijgestaan door bassist Mauro Collone, die een bescheiden aanpak hanteert, maar tegelijkertijd vastberaden door de schema's trekt. En drummer Jamie Peet, dat weten we, die kunnen we om om het even welke boodschap sturen.

Ik heb in de wandelgangen begrepen dat de Nederlandse jazzclubs weer eens in zwaar weer verkeren. Als het nog even zo doorgaat kan de complete vaderlandse scene zich terugtrekken in de Sheherazade. Op voorwaarde natuurlijk, dat ze daar aan de Amsterdamse Wagenstraat in de pauze ook Lars Gullin draaien, zoals in de Martinus.

Tekst: Eddy Determeyer | Foto: Pim ten Cate

Labels: , , , ,

(Eddy Determeyer, 17.5.26) - [print] - [naar boven]



Concert | Cd | Jazztube
Flat Earth Society live!

vrijdag 8 mei 2026, Paradox, Tilburg
Flat Earth Society - 'Missa Asinorum'
Zonk!, 2026 | Opname: januari 2026

Ik zag ze in 2016, 2018, 2023 en afgelopen vrijdag: het Flat Earth Society Orchestra (FES), de trots van onze zuiderburen. Ik ben fan, ik geef het grif toe. Hoe kan het ook anders met dit stel creatievelingen dat je continu op het verkeerde been zet, vrolijk winkelt in alle denkbare muziekstijlen en wier concerten zich kenmerken door een niet te stuiten enthousiasme. En als je als bezoeker door de nodige tegenslagen niet zo geweldig in je vel zit, is dit ook nog eens het allerbeste medicijn dat je je kunt wensen. Probeer bij deze bigband maar eens somber te blijven! De muziek van het pas uitgekomen album 'Missa Asinorum' stond op het programma, samen met een stuk van het vorige album, dat we hier ook maar gelijk nog even meenemen: 'The One'.

Een mis dus. Mij niet onbekend, aangezien ik net zoveel houd van klassieke meesterwerken als van jazz. Ten minste dat dacht ik, want 'Missa Asinorum', gecomponeerd door de twee Peters, Vermeersch en Vandenberghe, lijkt in niets op die ontelbare beroemde voorgangers. Hoe zou het ook kunnen. De twee stellen op de website dat "2 ezels stukken schrijven", terwijl "15 ezels/ezelinnen spelen". Die kunnen natuurlijk geen Latijn. Wat volgt is een opdracht: "Ezelinnen, Niet-ezelinnen, Niet-ezels en Ezels aller landen, spitst uw oren". Welnu, dat deden we in Paradox en zojuist nog eens bij het beluisteren van het album. Het gezang in het 'Kyrie Asini' komt duidelijk van ezels en klinkt ook live van een bandopname. Dan volgt 'Donkey Fever', waarvan de tekst tot ons komt in aangenaam vervormde stemklanken, op een strakke, elektronisch voortgebrachte ritmiek. De piano komt erbij, de vibrafoon, de blazers en geleidelijk belandt de muziek in een aangename maalstroom. Dan horen we gitarist Maarten Flamand te midden van een indringende klanknevel zijn aanvankelijk intieme solo uitbouwen naar regelrechte rock, Frank Zappa - waar de muziek van dit orkest een deel van zijn inspiratie aan ontleent - naar de kroon stekend. En ja, natuurlijk klinkt dat net even wat beter live en klinken die ontregelende alt- en baritonsaxsolo's van Benjamin Boutreur, respectievelijk Bruno Vansina net even iets feller. En wat een aanwinst is de nog niet zo lang aan het orkest verbonden trompettiste Pauline Leblond! Een kraakheldere, ietwat melancholische solo laat dat uitstekend horen.

Het tweede deel van de mis, 'No Side Left', begint opvallend ingetogen met repetitief pianospel en een warmbloedige tenorsaxsolo van Michel Mast, die zeker live prachtig klinkt. Wat ook live veel beter tot zijn recht komt, zijn de verrichtingen van Bart Maris, die met veel plezier de overige blazers dirigeert en Masts spel uiteindelijk voor enige tijd zo goed als onhoorbaar maakt. En ook dat is typisch FES: diverse muzikale sferen keihard met elkaar laten botsen. Dat de sfeer verderop overslaat naar abstractie, met die prachtige trompetsolo van Maris, verbaast dan ook niets. 'Wash Away', het vierde deel, valt op door zijn meeslepende ritmiek. Het contemplatieve van de titel komt prachtig tot stand. Mede dankzij de zang van Vermeersch, die op het album overigens veel nadrukkelijker klinkt dan tijdens het concert. Eindigen doen we wederom met de ezels in samenzang: 'Hez Sire Asnez Hezi'.

Zoals met klassieke missen soms gebruikelijk is, wisselt ook FES de muziek van deze mis af met stukken van andere albums, allereerst van het in 2024 verschenen 'The One'. Van dat album klonk 'The Lost One' in Tilburg - bij beluisteren van de cd herinner ik me duidelijk dat begin, die combinatie van contrabas en klarinet. En dan komt de ritmiek op gang. Op die plaat horen we ook elementen die met circus en variété geassocieerd worden. Bij het ICP Orchestra komen we dat ook regelmatig tegen en het is dan ook niet echt verwonderlijk dat FES als toegift in Tilburg 'Weer Is Er Een Dag Voorbij' van Misha Mengelberg speelt. Met een bijzonder scherpe gitaarsolo, ook dat kenmerkt dit stuk.

Tekst: Ben Taffijn | Foto: Cees van de Ven | Video: Maarten van de Ven

Labels: , , , ,

(Ben Taffijn, 15.5.26) - [print] - [naar boven]



Cd | Jazztube
Guus Janssen, Bert van Erk & Wim Janssen - 'Live At The Pletterij'

Geestgronden, 2026 | Opname: 27 juni 2025

De eerste twee nummers op deze cd, 'Scharrel' en 'Telgang', zijn ook te vinden op Guus Janssens 'Organ'-album. Welnu, zoals je kunt verwachten was de beweeglijkheid van de pianist/componist daar beperkter. Ook ligt het tempo van 'Scharrel' hier wat hoger dan in de orgeluitvoering. 'Telgang' strompelt enigszins, maar niemand lijkt zich daarvoor te schamen. Ook belanden we en passant in een soort fuga.

Guus Janssen werd bekend om zijn strenge, methodische aanpak. Thans lijkt hij wat milder geworden - zoals wij allen, nietwaar. Maar op zijn manier swingt hij echt. Klein gebrek geen bezwaar. Broer Wim Janssen werkt al vanaf de wieg samen met Guus. Die hoeft dus ook niet meer na te denken waar hij zijn ritsels en tinkels achter de pianolijnen moet plaatsen. Ogen dicht, handen op de rug, zachtjes fluitend. Dikke maatjes, die horen we hier.

Wim is ook de tekenaar van het hoesje, waarop we zien hoe Horace Silver op de hoek van 42nd Street (42nd Street?!) door Thelonious Monk uit een taxi wordt geholpen. Duke Ellington koopt een ijsje van Abdullah Ibrahim en Misha Mengelberg de 'New York Times' van Herbie Nichols. Als je goed kijkt zie je dat het de krant van 21 juli 1969 is, met op de voorpagina in grote letters 'Men Walk On The Moon'. Zodat we gelijk weten wanneer de gedenkwaardige ontmoeting heeft plaatsgevonden. Op de achtergrond van dit alles speelt Sean Bergin heldentenor. Ons trio staat een beetje bedremmeld naar het tafereel te kijken. Heel begrijpelijk.

Bassist Bert van Erk heeft zich al een paar jaar geleden tussen de gebroeders gewurmd. Als Bert Janssen is hij inmiddels door de familie omarmd. Ja, alleen binnenshuis, hè. Zijn 'Bow For Monk' is niet zozeer een gestreken eerbetoon aan de hogepriester: Van Erk strijkt hier slechts een paar seconden - het betreft hier gewoon een nederige buiging.

Van Herbie Nichols wordt 'Wild Flower' gespeeld, met het voor Nichols zo kenmerkende contrapunt van de melodie en de baslijnen. Duke Ellingtons 'Creole Love Call' begint als een 'minimal' stuk, alsof de plaat blijft hangen. Even later komt alles goed, hoewel het nummer bedenkelijk blijft hellen.

'Monkey Woman' van Sean Bergin heeft de schaduw van een kwelasong – je benen zouden hier gegarandeerd verstrikt in raken, dat wel. Uit hetzelfde werelddeel komt 'Maraba Blue' van Ibrahim. Hier raken de bas en de piano knap verstrengeld: is hier misschien sprake van een vroeg voorbeeld van kwantumkwela?

Tekst: Eddy Determeyer

In de Jazztube hieronder zie je het concert dat aan de basis lag van deze cd: Guus Janssen, Bert van Erk en Wim Janssen live in De Pletterij.

Labels: , , ,

(Eddy Determeyer, 11.5.26) - [print] - [naar boven]



Artikel | Festival
New Orleans Jazz & Heritage Festival 2026

'En zo zie ik mezelf ook dit jaar weer terugkeren in de moederschoot van de gospelmuziek, in de daarvoor opgerichte Gospel Tent van het jaarlijkse Jazz And Heritage Festival op de drafbaan van New Orleans. Precies als 43 jaar geleden, toen ik voor het eerst oog in oor stond met de cultuur van de Crescent City. Natuurlijk, het was ook geweldig om al die oude helden in levenden lijve te horen. Red Tyler, Earl King, Deacon John, Jessie Hill, Tommy Ridgeley, Lee Dorsey en de Dirty Dozen Brass Band. Destijds was dat het hemelbestormende jeugdige koperorkest dat de straatmuziek infuseerde met bebop en funk. Anno 2026 staat het nog steeds op het Jazz Fest. Verder is iedereen dood, inmiddels.'

Eddy Determeyer reisde naar New Orleans en bezocht er andermaal het New Orleans Jazz & Heritage Festival, beter bekend als Jazz Fest. Hij doet op kleurrijke wijze verslag van dit jaarlijkse jazzfestijn, waarin muziek, kunst, cultuur en het erfgoed van New Orleans wordt gevierd.

Klik hier om zijn festivalverslag te lezen.

Labels: , , ,

(Maarten van de Ven, 10.5.26) - [print] - [naar boven]



Concert
Improvisatie als prikkelend oorstof
Tatsuhisa Yamamoto & Giovanni Di Domenico | Josh Berman, Jason Roebke & Chris Corsano, vrijdag 24 april 2026, De Singer, Rijkevorsel

Op deze door Sound in Motion/Oorstof georganiseerde double bill in De Singer speelde toetsenist Giovanni Di Domenico met drummer Tatsuhisa Yamamoto en trad kornettist Josh Berman op met bassist Jason Roebke en drummer Chris Corsano. Bestond de eerste set uit één lange vrije improvisatie, de tweede set bevatte een aantal vrij korte composities, waarin overigens natuurlijk ook ruimte voor improvisatie was. Vol zit het bij lange na niet in De Singer. En dat blijft toch altijd weer jammer. We zijn het gewend, dit is immers geen muziek die iedereen aanstaat, hier klinken geen pakkende melodietjes en gemakkelijk in het gehoor ligt het zeker niet. Maar jammer blijft het, want graaf een paar spades dieper en er valt zoveel moois en onverwachts te ontdekken, zeker hier in De Singer.

Di Domenico begint de set met de op zijn piano uitgestelde rij knoppenkastjes. Disruptieve noise, waar Yamamoto op reageert door met een strijkstok de zijkanten van zijn trommels te bewerken. En ja, een enkele pianoaanslag hoort er ook bij. Gaandeweg stapt Yamamoto over op het drumstel, zij het heel bescheiden. Dynamiek komt er pas in op het moment dat Di Domenico plaatsneemt achter de toetsen voor tegen een melodie aanleunende patronen. Mooi hoe die twee elkaar vinden in een maalstroom aan klanken. We horen boeiende pianofrases en - zeker voor een improset - opvallend melodieus spel en op het hoogtepunt een muur van geluid van twee volledig aan elkaar gewaagde musici. Er zijn ook meer subtielere momenten in deze set te vinden, waarin de twee elkaar aftasten en hun instrumenten onorthodox inzetten. Bijvoorbeeld zo rond de twintigste minuut met een poëtische solo van Di Domenico, waarna hij ons andermaal meesleept in een ritmische stroom klanken, waar ook Yamamoto uitstekend raad mee weet.

Het concert van Berman, Roebke en Corsano verenigt alles in zich wat hoort bij echt goede jazz. Er wordt teruggegrepen op de traditie, ik hoor zowel de blues als de invloed van de vroege New Orleans-jazz, maar nooit op een gemakzuchtige wijze. De basis wordt gevormd door energieke stukken, vaak met een stevige basis, maar zoals gezegd is er volop ruimte voor improvisaties. Opvallend daarbij is dat dit zonder meer een trio van gelijken is, musici die vaker met elkaar samenspelen en alle drie in staat zijn om de ander de ruimte te geven.

Het concert begint met ritmisch spel van Roebke en Corsano, iets waar beiden duidelijk in uitblinken, en enerverende abstracties van Berman. En dan horen we ineens iets dat niet geheel voldoet aan de verwachtingen, maar wel een bijzondere toevoeging oplevert: Roebke heeft een kleine cassettespeler meegenomen. We horen muziek, stemmen en wat er al niet meer op zo'n bandje past. Tegelijkertijd bespeelt hij met dit apparaatje de snaren en gebruikt hij hem verderop ook nog eens om feedback te genereren door hem bij de microfoon te houden. Berman betoont zich tijdens dit concert een meer dan veelzijdig kornettist; hij geldt niet voor niets als een van de groten op dit instrument. Of het nu krachtig moet, ingetogen, melodieus of abstract, conventioneel of juist opvallend onconventioneel, iedere keer weet hij ons weer te boeien met meeslepend spel. Een hoogtepunt zit tegen het einde van het concert als hij als extra hulpmiddel een stukje karton ter beschikking heeft wat een bijzonder interessante toevoeging blijkt te zijn aan zijn toch al overweldigende klankwereld.

Tekst: Ben Taffijn | Foto's: Jef Vandebroek

Labels: , , , , ,

(Ben Taffijn, 6.5.26) - [print] - [naar boven]



Cd
Dave Douglas - 'Transcend'

Greenleaf Music, 2026 | Opname: 18-19 augustus 2025

In 2024 bracht trompettist Dave Douglas het album 'Gifts' uit, waarop hij zich liet begeleiden door tenorsaxofonist James Brandon Lewis, gitarist Rafiq Bhatia en drummer Ian Chang. Op zijn nieuwe album 'Transcend' - na 'Four Freedoms' zijn tweede al dit jaar - werkte hij opnieuw met hen samen, met toevoeging van celliste Tomeka Reid. De opnamen vonden plaats op 18 en 19 augustus 2025 in NYC. Van de negen composities schreef Douglas er zes, de overige drie zijn van Duke Ellington. Die laatste speelt een belangrijke rol op 'Transcend' als spiritueel voorbeeld. In de hoesnota's verwijst Douglas naar Ellingtons 'Sacred Concerts', een reeks van drie concerten waaraan de componist werkte tussen 1965 en 1973 en die hij tot zijn belangrijkste werk rekende. Een andere inspiratiebron was beeldend kunstenaar Jack Whitten (1939-2018), wiens improvisatorische werkwijze aansloot bij die van jazzmuzikanten.

'Transcend' is een album waar de schoonheid vanaf spat. Het wonderlijke eraan is dat het kwintet soms klinkt als een klein orkest. Grotendeels debet daaraan is celliste Tomeka Reid, die haar instrument zowel met de strijkstok als pizzicato bespeelt. Maar ook het energieke samenspel van de vijf draagt bij aan het volle groepsgeluid. Douglas gebruikt op sommige nummers een demper, Bhatia - samen met Ian Chang lid van de experimentele rockgroep Son Lux - laat zijn gitaar alle hoeken van de kamer zien en grossiert naast rockriffs in functioneel aangewende geluidseffecten en elektronica. Zijn maatje Chang bewijst nog maar eens dat drummen meer is dan de maat houden en dat een drumstel een verfijnd solo-instrument is waarmee je talloze nuances kunt creëren, terwijl James Brandon Lewis zijn reputatie van eclectisch saxofonist alle eer aandoet.

De muziek op 'Transcend' beweegt zich voortdurend op en neer tussen uitersten - swing, ambient, freejazz, postbop -, klinkt nu eens lyrisch en melodieus en dan weer elegisch en spiritueel. De grote kracht ervan is dat al die invloeden op organische wijze met elkaar versmelten tot een typische groepsplaat, waarop de inbreng van elke muzikant gelijkwaardig is aan die van de andere muzikanten. Het zou mij niet verbazen als 'Transcend' eind dit jaar wereldwijd opduikt in tal van eindejaarslijstjes, waaronder het mijne.

Tekst: Patrick Auwelaert | Deze recensie verscheen ook in Jazz&mo'

Labels: , , , , ,

(Patrick Auwelaert, 4.5.26) - [print] - [naar boven]



Concert
Kwetsbaar en verfijnd
Dhafer Youssef, donderdag 23 april 2026, SPOT/Oosterpoort, Groningen

Tijdens zijn tour doet Dhafer Youssef twee grote concertzalen aan in Nederland. Het Muziekgebouw aan 't IJ, in samenwerking met het Bimhuis, en de grote zaal van SPOT/Oosterpoort in Groningen zijn uitverkoren voor deze meditatieve en melancholische muzikale reis. De Tunesische ud-speler en zanger weet zich omringd door jonge musici met trompettist Mario Rom, pianist Daniel García, basgitarist Swaeli Mbappe en drummer Tao Ehrlich. De zaal is redelijk gevuld, maar zeker niet uitverkocht. Thuisblijvers kunnen dan ook spijt hebben van hun keuze, omdat het optreden de toch al hooggespannen verwachtingen meer dan waarmaakt.

Dhafer Youssefs groep speelt in één set van maar liefst twee uur materiaal van zijn laatste album 'Shiraz', aangevuld met stukken van eerder uitgebrachte albums. Opvallend is dat er sprake is van een geheel andere benaderingswijze van de muziek dan tijdens de optredens van eerdere jaren. Deze vielen vooral op door de pompeuze, auditieve zeggingskracht, groteske vocale uithalen en ietwat krampachtig showelement. Ditmaal staat op het podium een muzikant die zich een ware meester toont van ingetogenheid. Opvallend genoeg wordt een westers improvisatiegevoel vermengd met spirituele Arabische klanken. Binnen deze melange blijft de aandacht voor een milde vorm van toegevoegde funkelementen aanwezig.

Het geluid van de ud is prachtig in balans met het klaviergeluid van Daniel García. Beiden voeren de boventoon in een kwetsbaar en verfijnd geluid. De stem van Youssef, nog steeds voorzien van de typerende galm, wordt met indrukwekkende helderheid en immens octaafbereik gebracht. Logisch, de vocalen van Dhafer Youssef vormen een kenmerkend en karakteristiek muzikaal wapen. Opmerkelijk genoeg wordt het minder frequent ingezet en meer liefdevol over het voetlicht gebracht. De baspartijen van Swaeli Mbappe en de zachte trompetklanken van Mario Rom zijn soms explosief, maar niet contraproductief aan de overwegend gevoelige sfeer. Drummer Tao Ehrlich is een magiër op de drumkit, die zich ook solistisch enorm kan uitleven. De voortdurende variaties van de groep in thema's en toon zijn grenzeloos en de hartverscheurende ode aan de recent overleden tablaspeler Zakir Hussain toont een diepgaand persoonlijk en muzikaal respect.

De subtiele muziek in de Oosterpoort is lastig in een hokje te plaatsen, maar raakt aan kamerjazz, improvisatie en oosterse muziek in optima forma. Dit eclecticisme toont een waaier aan stemmingen ontleed aan het soefisme. De sfeer en ingehouden intensiteit van het optreden ligt in het verlengde van het album 'Shiraz'. Eind 2025 uitgekomen en vernoemd naar de partner van Dhafer Youssef, die een succesvolle strijd tegen kanker achter zich heeft gelaten.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Louis Obbens.

Tekst & foto's: Louis Obbens

Labels: , , , , ,

(Louis Obbens, 1.5.26) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...








Menupagina's:




In memoriam
Cassandra Wilson
1955-2026

Foto: Cees van de Ven









Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.