|
Draai om je oren Jazz en meer - Weblog |
|
||
|
| |||
FestivalSound of Europe Festival - Dag 2 Dit Sound of Europe Festival, verspreid over twee dagen, laat ook mooi zien hoe de muziek in ons deel van Europa de afgelopen decennia steeds kleurrijker geworden is en hoe groot de invloed van diverse niet-westerse culturen op het muzikale landschap inmiddels is. De conservatoria dragen daar overigens in belangrijke mate aan bij. Studenten van over de gehele wereld weten Nederland steeds beter te vinden en hebben nogal eens de neiging na afloop te blijven hangen. Kijk maar naar de Amsterdamse jazzscene, die inmiddels voor een groot deel bestaat uit musici van over de hele wereld. Die muzikanten nemen instrumenten mee die we hier niet kennen, zoals de kemancheh en de kora en anders wel ritmes en maatsoorten die we hier niet gewoon zijn. Het kwam ook op de tweede dag van Sound of Europe, zaterdag 13 april, weer prachtig samen. De grote verrassing daarbij was zonder enige twijfel de Zuid-Koreaanse pianiste Sujin Park. Zij verzorgde met trompettist Koen Smits, bassist Jeroen Vierdag en drummer Jasper van Hulten het openingsconcert. Direct in het openingstuk 'Nowhere', de eerste van een serie eigen composities, valt op wat een ongelofelijk knappe composities deze dame, die nota bene nog studeert, schrijft. Stuk voor stuk meeslepende stukken met een duidelijke structuur. In vrijwel alle gevallen vormt een duidelijke groove de basis, maar veroorlooft Park zich spannende zijpaadjes en kronkelwegen. En prachtig pianospel, dat me in dat 'Nowhere' wel wat doet denken aan dat van Abdullah Ibrahim, al heeft Park geheel andere wortels. En wat een vondst om Smits te vragen, een idee overigens van pianist Sjoerd van Eijck, die dit project heeft geïnitieerd. Een vondst, omdat zijn stijl en die van Park bijzonder goed bij elkaar passen: lyrisch, maar vooral uiterst fijnzinnig. Het komt prachtig tot uiting in 'My Way', dat voor een groot deel bestaat uit een duet tussen deze twee musici. En mooi zoals Vierdag en Van Hulten zich erbij voegen, het stuk meer dynamiek gevend. Nu al zo goed, dat belooft wat voor de toekomst! Een dame om in de gaten te houden. Emine Bostanci komt uit Istanbul en bespeelt de kemancheh, een instrument dat wij hier niet kennen. Het lijkt qua vorm wat op een viool, maar wordt rechtopstaand - als een cello dus - bespeeld. De klank lijkt echter op geen van beide instrumenten. Iets wat mooi duidelijk wordt omdat we in Dareyn, de groep waarmee ze hier optreedt, ook de celliste Maya Fridman vinden. Verder bestaat het kwartet uit pianist Franz von Chossy en percussionist Vinsent Planjer. Vier musici waarvan we weten dat ze graag buiten de hokjes kleuren. De kemancheh, een gewoon instrument in het oosten van Turkije en de Kaukasus, klinkt voor ons als vrij melancholiek, al bewijst Bostanci dat dit instrument zich ook prima leent voor vrij heftige passages. Het is die combinatie van muzikale sferen die dit concert en het album 'Q.7' bijzonder de moeite waard maakt.
Het tweede echte hoogtepunt, na het optreden van Park, zit voor mij vrij laat op de avond: de tweede set van de Zwitserse rietblazer Jan Galega Brönnimann, de uit Israël afkomstige percussionist Omri Hason en de Senegalese zanger, koraspeler Prince Moussa Cissokho. De ballade 'Diber', wat staat voor 'zondag', ontlokt aan Hason de opmerking dat het voor Cissokho op vrijdag zondag is, moslim immers, voor Hason zaterdag en voor Brönnimann iedere dag, die is jazzmuzikant. Een mooi stuk dat ook nog door iets anders sterk opvalt: de dans van buikdanseres Sophia la Rubia, die het trio onlangs ontmoette in Amsterdam. 'Embrace your sensuality' staat op haar kaartje, iets wat ze hier volop doet. En het inspireert een Senegalese bezoeker om in een volgende opzwepende percussiefrase, waarin we ook Cissokho en Brönnimann op deze instrumenten horen, spontaan het podium op te springen! Maar wat een concert, wat een samenspel laten deze drie musici hier horen, zonder enige overdrijving en zonder enig effectbejag. Foto's: Mischa Keijser Labels: Dareyn, Emine Bostanci, festival, Jan Galega Brönnimann, Omri Hason, Prince Moussa Cissokho, Sound of Europe, Sujin Park, Wolfert Brederode (Ben Taffijn, 29.4.24) - [print]
- [naar boven] Pianist Rembrandt Frerichs en saxofonist Jasper Staps, like minds, lanceren na vijfentwintig jaar hun eerste kwartetopname (vandaar de titel). Het is een intrigerende dialoog geworden, waarbij melodie, compositie, structuur en vooral luisteren naar en inspelen op elkaar opvallen. Op de opnames geven zij twee jonge muzikanten, Braziliaanse bassist Matheus Nicolaiewsky en de Nederlandse drummer Mitchel Damen, alle kansen - hun muzikale bijdrage en integratie is niet te onderschatten. Op twaalf tracks, onder andere van de hand van Cole Porter, Gerry Mulligan, Jerome Kern, Frerichs en Staps zelf (alleen of samen) laten zij een erg laidback geluid horen: Staps herinnert aan Paul Desmond met een zoete, rustig aangeblazen tonaliteit, die perfect matcht met de sound van Frerichs, die voor deze opnames een Erard-piano van 1903 gebruikt. Transparant in het hoog, maar zachter dan een Steinway of Yamaha, iets meer getemperd in het laag: een fijne combinatie. De eigen composities, vermengd met subtiele bewerkingen van standards ('Isfahan' van Strayhorn/Ellington, 'Mélodie Antique' met duidelijke verwijzingen naar Brubecks 'Take Five') geven deze cd een heel eigen cachet met veel variatie en verrassingen. Een topalbum, dat via ingespannen beluistering rijker blijkt dan aanvankelijk gedacht. Deze recensie verscheen ook in Jazz&Mo' Labels: cd, Jasper Staps, Rembrandt Frerichs (Marc Van de Walle, 28.4.24) - [print]
- [naar boven] Tenorist en componist James Brandon Lewis is een muzikant met diepgang en dadendrang. Het album 'Transfigration' is zijn derde album binnen een jaar. Hij speelt verschillende soorten muziek, van experimentele progressieve rock/punk, zoals bij The Messthetics, spirituele jazz/gospel, maar vooral geeft hij vooruitstrevende impulsen aan de hardbop en de free jazz. James Brandon Lewis heeft in maart 2024 nog in Nederland gespeeld als sideman bij trompettist Dave Douglas. Pianist Aruán Ortiz, bassist Brad Jones en drummer Chad Taylor zijn al jarenlang, zowel in de studio als live, een essentiële factor in zijn eigen bands. Het kwartet speelt bijna zonder onderbreking in een goedgevulde Cloud Nine. Geen woord te veel, de hoogstaande jazz moet vooral voor zichzelf spreken. Dit is ontegenzeggelijk het geval, met als kanttekening dat dit niet wordt opgediend in muzikaal hapklare brokken. James Brandon Lewis speelt zowel composities van het album 'Code Of Being' als van 'Transfigration', opgenomen met dezelfde bezetting als in Cloud Nine. Het saxofoongeluid van Lewis is krachtig en gezaghebbend. Zijn virtuoze techniek stelt hij ten dienste van zijn niet aflatende muzikale zoektocht naar vernieuwing en improvisatie. De geesten van John Coltrane en Sonny Rollins zijn latent aanwezig als inspiratiebron, tegen de achtergrond van de muzikale erupties en uitdagende soli. Maar het leidt geen twijfel dat Lewis zijn eigen geluid heeft en een zelfgekozen muzikaal pad bewandelt. De energie en de rauwheid van emoties zijn leidend in de eerste stukken van het concert. Bij vlagen onstuimig, onnavolgbaar inventief en indringend wordt een stevig appèl gedaan op het aanwezige publiek. Compromisloos, puur en direct wordt de weg gevonden in veelal vrije jazzvormen. Op dat moment zijn de solo's van zijn begeleiders spaarzaam, hun muzikale ondersteuning is echter empathisch en treffend.
James Brandon Lewis heeft de beschikking over het meest felle, aanvallende saxofoongeluid in de moderne jazz. Cerebraal én emotioneel geladen. Niet alleen onberispelijk en rijk gedetailleerd in de uitvoering, maar ook onbevreesd en vol verrassingen. Lewis wordt ondersteund door musici die de meestersaxofonist niet alleen begrijpen maar ook polyritmisch weerwoord geven, wat hem tot grote hoogten leidt. Foto's: Louis Obbens. Klik hier voor meer foto's van dit concert. Labels: apr24, Aruán Ortiz, Brad Jones, Chad Taylor, concert, James Brandon Lewis (Louis Obbens, 26.4.24) - [print]
- [naar boven] Categoriseren, ik zal niet de enige zijn die daar behoefte aan heeft. Hoe berg je anders die alsmaar uitdijende hoeveelheid cd's op. Pop, jazz, klassiek als hoofdcategorieën en daartussen weer subcategorieën, dat houdt de zaak overzichtelijk. Probleem is alleen dat steeds meer musici zich niet zoveel aantrekken van mijn behoefte en vrolijk grensoverschrijdend bezig zijn. Het Sound of Europe Festival in Breda biedt ze dezer dagen een podium. 'Unexpected Crossover' kreeg het festival als ondertitel mee: 'Het gaat om muzikanten die de gebaande paden verlaten en nieuwe elementen uit andere stijlen integreren. Improvisatie behoort daarbij altijd tot de kern.' En daar zit ik dan met mijn hokjes. Nicolò Ricci's Ambergris, dat op vrijdag 12 april het festival mag openen, houdt zich overigens nog redelijk aan de regels en vermengt de jazz hooguit met wat Zuid-Europese folk. Hun debuutalbum 'BellissimƏ' kwam hier eerder aan bod, in het kader van Keep an Eye on the Records, en ook nu valt op hoezeer de musici aan elkaar gewaagd zijn. Opvallend is wederom de rol van pianist Emanuele Pellegrini. Met piano en synthesizer creëert hij stevig ritmische, maar ook minimalistisch aandoende patronen. Stuwend en opzwepend. Voeg daarbij de ritmesectie en het feest is compleet. Ricci mag daar graag wat mee contrasteren. Zijn kracht ligt met name in het blazen van superieure melodieën op zijn altsax, echt een verhalenverteller deze man. Verder valt in 'A Bag Of Bags' de bassolo op van Alessandro Fongaro: verstild en melodieus.
Het Belgische Dishwasher_ kwam op deze blog ook al aan bod met. Hun titelloze debuutalbum kwam enige maanden geleden hier voorbij. Saxofonist Werend Van Den Bosche, hier overigens op altsax, bassiste Louise van den Heuvel en drummer Arno Grootaers dienen ons ook nu weer een diner op met een overvloed aan verschillende gerechten. We horen jazz, funk, rock, folk, experimentele elektronica, dance en alles wat ik hier vergeten ben, met een knipoog naar de vroege jaren 70 van de vorige eeuw, toen deze jongelui nog niet eens geboren waren. Het livegebeuren voegt echt wat toe aan de cd. Dat geldt voor alle bands, maar zeker voor dit Dishwasher. Het speelplezier spat er werkelijk van af! De Belgisch-Ghanese multi-instrumentaliste Esinam Dogbatse werkt onder haar voornaam. In haar muziek vermengt ze haar Afrikaanse wortels, zich met name uitend in de ritmiek met jazz, funk en rock. Behalve dat ze in de weer is met elektronica horen we haar op de dwarsfluit. Soms doet de muziek me wel wat denken aan die van Chris Hinze uit de jaren 80 en 90, die zich ook duidelijk liet beïnvloeden door andere culturen dan de westerse. Alleen is hier de groove nog sterker aanwezig en is de muziek, met dank aan de Moog-synthesizer, nog veel vuriger en meer opzwepend. Foto's: Mischa Keijser Labels: Ambergris, Dishwasher_, Esinam Dogbatse, festival, Linda Frederiksson, Nicolò Ricci, Sound of Europe (Ben Taffijn, 24.4.24) - [print]
- [naar boven] Je kunt niet zeggen dat saxofonist Miguel Martinez vaak buiten de lijntjes te vinden is. Hij kent zijn Parker, zijn Cannonball en de andere klassieken, maar is eerder een degelijke, betrouwbare bopper dan een anarchistisch ingestelde muziekbestormer. Dat is geen bezwaar: ook voor degelijke vaklieden is er in de jazz emplooi. Doch daar Martinez een stel azen naar De Smederij had meegebracht, werd het toch nog een memorabel optreden. De jongste der azen is drummer Tim Hennekes. Inmiddels maakt hij al een paar jaar furore in de Nederlandse scene. In zijn solo's slaat hij de ene lekkere combinatie na de andere intrigerende figuur. In de 'Cruel Calypso' trommelde hij, met zijn vingers, een hoogst muzikaal en fijnzinnig duet met bassist Joris Teepe. Maar de meeste indruk maakte hij wanneer hij, samen met Teepe en pianist Rob van Bavel, een naadloze en uitermate solide ritmemotor vormde. Zoals in het nummer 'Blues Call' - de meeste gespeelde stukken waren van de hand van de leider. Van Bavel was voor mij de primus inter pares. In het openingsstuk, 'Free Like A Bird', leek hij verschillende simultane ritmen te spelen, waardoor de muziek subtiel begon te schudden. En zo vond hij in de reeds genoemde calypso allerlei sluiproutes die je op het puntje van je stoel hielden. Geen straf, zo vonden getuige de bijval ook de overige bezoekers van de bomvolle Smederij. Foto: Hammie van der Vorst Labels: apr24, concert, Joris Teepe, Miguel Martinez, Rob van Bavel, Tim Hennekes (Eddy Determeyer, 23.4.24) - [print]
- [naar boven] De fameuze Belgische gitarist heeft ruim 50 jaar ervaring als uitvoerend muzikant. De geboren Londenaar heeft samengespeeld met bassist Charles Mingus, violist Stephane Grappelli, trompettist Chet Baker, saxofonist Charlie Mariano, Larry Coryell en vele anderen. Samen met zijn landgenoot Toots Thielemans is hij het naoorlogs boegbeeld van de Belgische jazz. De éminence grise verbindt zijn hele ziel en zaligheid aan zowel de muziek als zijn gitaar. Ook tijdens het optreden in Paradox blijkt dit eens te meer. Er worden maar liefst twee sets van een uur gespeeld. Het Philip Catherine Trio speelt organisch en uiterst degelijk met Bart De Nolf op de contrabas en Nicola Andrioli op piano. De Belgische gitarist ontvouwt zijn nog altijd unieke stijl met zijdezachte klankkleuren. Hij is overigens altijd al wars geweest van groteske, explosieve gitaar-erupties. Maar zeker nu de jaren verstrijken lijkt Catherine de melancholie en de lieflijkheid meer dan eens te omarmen. De Belg put rijkelijk uit zijn repertoire en omhelst zowel het romantische chanson, zoals in 'Les Amoureux Des Bancs Publics' van Georges Brassens, als de milde maar zeer elegant-zwierige vertolking van swingjazz, zoals in 'Seven Teas' of 'Piano Groove'. Andrioli neemt op rimpelloze en creatieve wijze veel soloruimte voor zijn rekening, zeker in het laatste deel van het concert. Twinkelende piano-improvisaties met een verfijnde, klassieke touch. Het publiek in Paradox wordt echter niet alleen geraakt door Philips gevoelige snaren. Zijn vergeetachtigheid, zoals het niet op namen van mede muzikanten of titels kunnen komen, is confronterend. Philip Catherine stelt zich zeer kwetsbaar op door dit toe te laten en openlijk aan de orde te stellen of zelfs te becommentariëren. Hilarisch maar ook gedenkwaardig zijn de geparafraseerde woorden van zijn behandelend arts: 'In the left side of your brain there's nothing right... and on the right side there's nothing left...' Echter, de muziek heeft zich hier niet door laten leiden. Het groepsgeluid en het sensitieve en empathische gitaarspel is ontwapenend, zeker in de huidige tijdspanne. De melodie is altijd leidend en het spel ontroert dan ook van het begin tot het eind. Het Oekraïense volkslied is een mooie apotheose van een in meerdere opzichten gedenkwaardige avond! Foto's: Louis Obbens. Klik hier voor meer foto's van dit concert. Labels: apr24, concert, Philip Catherine (Louis Obbens, 22.4.24) - [print]
- [naar boven] Ik betoonde mij eerder enthousiast over gitarist Marc van Vugt. Zijn vorige album 'The Lonely Coyote' uit 2022 kwam hier al aan bod. Inmiddels is het vervolg, het bij zijn eigen Baixim Records verschenen 'The Curious Badger' al enkele maanden verkrijgbaar, tijd dus dat deze musicus hier weer eens een podium krijgt. En ook nu heeft Van Vugt zo ongeveer zijn complete collectie gitaren tevoorschijn gehaald en verrast hij ons met muziek die de fans van Bill Connors, Ralph Towners, Pat Metheny en Egberto Gismonti zonder meer aan zal spreken. Zo horen we in de opener, thet titelstuk 'The Curious Badger'een Guild F512 twaalfsnarige gitaar. Een mooi vol geluid, goed passend bij dit opzwepende en meeslepende nummer. In 'Back To The Market Square' is de muziek meer ingetogen, Van Vugt verrast hier met een aangenam warme melodie, enigszins romantisch, prachtig gespeeld op een bariton steelgitaar. Iedere gitaar klinkt weer anders en dus ook ieder nummer, zo speelt Van Vugt in 'Black Belt' op een Mariano Conde 2011 met nylon snaren. Bijzonder beweegelijke, snelle noten, met een lichte toets en een vleugje Spaans, tenminste dat is waar ik het mee associeer. Een stuk dat de zomer in mij losmaakt. De Martin 000-21, een gitaar uit 1946, heeft stalen snaren, uitermate geschikt voor het vrij langzame 'And The Water Flows'. Zie je zelf maar zitten, zo aan de waterkant, lekker in het zonnetje, kijkend naar voorbijvarende schepen.
Slechts twee stukken hebben een titel in het Nederlands: 'De Man Zonder Hoed', een wederom wat Spaans aandoend stuk, eveneens gespeeld op die Mariano Conde-gitaar en 'Liefde', waar het album mee eindigt. Tussen die twee stukken in verbindt Van Vugt zijn beide albums nog even aan elkaar met 'The Coyote And The Badger'. Een stuk waarin we meerdere gitaren horen, naast zijn geprepareerde zither en percussie en dat de sfeer van de wijde natuur bij ons oproept. Labels: cd, Marc van Vugt (Ben Taffijn, 21.4.24) - [print]
- [naar boven] Joe Lovano heeft een flinke staat van dienst en is onder andere in het bezit van een Grammy. Hij speelde met vele grootheden waaronder Dr. Lonnie Smith, Bill Frisell, Tony Bennett, Charlie Haden, John Scofield, Herbie Hancock, Michael Brecker, Ornette Coleman en Diana Krall. De man heeft zijn sporen wel verdiend, zowel als swinger, maar ook als vrije improvisator. Sinds 2018 is er een nieuwe loot aan de stam: Trio Tapestry. Inmiddels staan er drie albums op naam van het trio: 'Trio Tapestry', 'Garden Of Expression' en meer recent (2023), 'Our Daily Bread'. Zelf zegt Lovano over de composities voor dit trio dat het de meest intieme, persoonlijke muziek is die hij ooit op de plaat zette. In het Bimhuis speelde het trio werk van deze drie albums, waarmee het vakmanschap van de drie muzikanten ruim geëtaleerd werd. Het weefgetouw was eenvoudig van opzet: een piano, een tenorsaxofoon, een klarinet en percussie-instrumenten. Lovano leverde met zijn composities en arrangementen het patroon waarmee het trio op onnavolgbare wijze aan de slag ging. Lovano speelde met groots gemak inventieve improvisaties op basis van de melodielijnen, terwijl Marilyn Crispell met een delicate aanslag en creatieve frasering een extra dimensie toevoegde. Carmen Castaldi bleek in zijn onverstoorbaarheid niet alleen een stevige ritmische basis te zijn, maar voegde door creatief gebruik van zijn gereedschap, zoals brushes, sticks en mallets, een rijke textuur toe aan het geheel. Lovano hielp een enkele keer een handje ('Gong Episode') met het bespelen van een gongsetje en een soort rammelaar. Het publiek was minstens zo geconcentreerd als de muzikanten en keek ademloos toe.
Het is complexe muziek, die wel wat vraagt van de luisteraar. Van ballads, zoals 'Our Daily Bread' tot aan 'The Smiling Dog', waarin de freestyle kant van het trio geëtaleerd wordt; dit trio weeft het tot een fraai geheel. Wie de moeite neemt om met aandacht te luisteren wordt beloond met een ambachtelijk geweven tapijt van verstilde schoonheid. Foto's: Johan Pape. Klik hier voor zijn fotoverslag van dit concert. Labels: apr24, Carmen Castaldi, concert, Joe Lovano, Marilyn Crispell, Trio Tapestry (Johan Pape, 20.4.24) - [print]
- [naar boven]
Casus: twee concerten met improvisatiemuziek, simultaan in dorp F en vlek O, hemelsbreed 5,4 kilometer van elkaar. Een beetje korteafstandsraket vliegt er zó voorbij. En beide keren volle bak! En niet de minsten hè: Frans Vermeerssen in de middeleeuwse Jacobuskerk in F, inwoners volgens Wikipedia 270 stuks en Eugene Chadbourne in het niet minder middeleeuwse NH-kerkje in O, circa achttien zielen. Zo brengen ze de zondagmiddag door, daar op het Groninger platteland. Tenorsaxofonist Frans Vermeerssen had een internationale cast meegenomen naar Feerwerd. Vóór de pauze traden de leden solistisch voor het voetlicht. Altsaxofoniste Carla Costeira speelde 'Quarter Tone Waltz' van Gordan Tudor, dat als een stevige etude klonk. Celliste Karoun Baghboudarian bleek een al even groot geluid te hebben; haar droommelodieën in 'Sehnsucht' (van Nuri Al-Ruheibany) leken in volksmuziek te wortelen. Wat Vermeerssen uit zijn instrument wist te halen was hoogstwaarschijnlijk niet door Adolphe Sax voorzien. Grote contrasten werden in zijn improvisatie afgewisseld met subtiele permutaties. Grote indruk maakte pianist Aljosja Buijs met het stuk 'Flagellation ii' van Raphael Languillet. Een soort maximale minimal music, waarbij hij met een of twee krachtig aangeslagen noten de vleugel tot uitbundig zingen aanzette. Uit de mêlee leken melodietjes te rijzen, maar dat proces zou ook gewoon in je kop hebben kunnen plaatsvinden. Vergelijk het met een eskader B-17's op 30.000 voet, op weg naar Schweinfurt. Na de pauze versmolten de muzikanten tot een ensemble dat Vermeerssens eerbetoon aan trompettist Miles Davis uitvoerde. En dan de Davis die aan zijn laatste verplichtingen aan het label Prestige voldeed. 'Workin'Relaxin'Cookin'Steamin'' was geschreven in opdracht van de VPRO, tijdens de Covidperiode. De stukken zijn op de website van Vermeerssen terug te vinden; uw recensent was op dat moment alweer onderweg naar Oostum. Daar bleek dat Lambov's Ensemble de Solitude (alias gitarist Stanimir Lambov) feilloos de draad had opgepikt van Buijs' pianoslagregens. Ook zijn 'Sweet Dreams' had het karakter van een nimmer eindigende voortrollende donderslag.
De middag werd afgesloten met een banjoduet tussen Chadbourne en Hansko 'Schroeder' Visser ('de mislukte zigeuner'), die de concertreeks M.O.O.I. in Oostum heeft geconcipieerd. Een improvisatie op het scherpst van de snede, en nog een paar millimeter dieper. Foto's: Jan Tempel en Willem Schwertmann Labels: apr24, concert, Eugene Chadbourne, Frans Vermeerssen (Eddy Determeyer, 18.4.24) - [print]
- [naar boven] Of hij Kenny G op het podium zou willen uitdagen? "Ik weet het niet, een echt gevecht zou het niet zijn, hij zou winnen. Oh yeah, he would win. Net zoals je Acker Bilk hebt bij de klarinettisten. Het is niet te geloven hoeveel mensen hem als dé klarinettist zien. Niet Benny Goodman. Ik kan je niet vertellen hoeveel mensen er tijdens mijn loopbaan zeiden - met name oudere dametjes - 'U bent echt heel goed, u wordt nog wel eens zo goed als Pete Fountain...'" Op 10 juli 2005 sprak Eddie Determeyer met klarinettist Buddy DeFranco, na afloop van zijn concert met het Dutch Jazz Orchestra op het North Sea Jazz Festival. Klik hier om het interview te lezen. Foto: Cees van de Ven Labels: Buddy DeFranco, interview (Donata van de Ven, 15.4.24) - [print]
- [naar boven] Als er wordt gesproken over 'sonische tapijten' en 'prikkelende texturen' die genrevakjes aan hun laars lappen, dan kan je er van op aan dat de jazz doorgaans veraf is. Zo ook bij deze tweede samenwerking van Elias Stemeseder en Christian Lillinger, topavonturiers van het Duitstalige gebied die hun labels van respectievelijk 'pianist' en 'drummer' al lang achter zich gelaten hebben. 'Umbra' duikt zonder aarzeling of parachute in het diepe, op zoek naar exploratie van ongebruikelijke timbres, texturen en combinaties van klanken, vooral dan van de synthetische en/of gemanipuleerde soort, want een piano komt er zelfs niet aan te pas. Het gaat om drums, samples, elektronica en allerlei vormen van snaren - via het binnenste van een klavecimbel en gasten op gayageum (een grote Koreaanse zither), bas, banjo en gitaar - en piccolotrompet. Als je dan de namen leest van Brandon Seabrook en Peter Evans, dan weet je waar je belandt: out there. Vooral de muziek met die laatste, een trompettist met zo'n wereldvreemde bagage en techniek dat je je afvraagt hoe eenzaam het moet zijn, knettert erop los met een intergalactische vrijpostigheid en originaliteit. Elders heeft het vaak iets van een cerebrale bric-à-brac, die volle concentratie vereist en enkel geschikt is voor een beperkt publiek. Wat geen reden is om het naast je neer te leggen, want het is op dit soort releases dat innovatie kan regeren zonder enige terughoudendheid. Deze recensie verscheen ook in Jazz&Mo' Labels: cd, Christian Lillinger, Elias Stemeseder, Peter Evans (Guy Peters, 10.4.24) - [print]
- [naar boven] Michiel Stekelenburg kwam met een zevenkoppige band naar Tilburg om zijn nieuwe album 'Catharsis' te presenteren, waarvoor hij alle composities en arrangementen schreef. Piano, bas, drums, trombone, tenorsax en bugel/trompet en daar bovenop de gitaar van Stekelenburg. Het positieve van corona is dat in die periode veel zelfreflectie heeft plaatsgevonden, omdat er ineens ruimte voor was. Stekelenburg worstelde al lang met de combinatie van een sterke sensitiviteit en zijn identiteit als man. Hij kwam erachter dat hij daar in de muziek steeds een uitlaatklep voor vond. Die strijd is de inspiratie geweest voor dit album. Even googelen leverde deze treffende omschrijving van catharsis op: 'In de psychologie verwijst catharsis naar het proces waarmee we negatieve emoties 'zuiveren'. Het is net als een raam openen en die ruimtes ontluchten waar er al geruime tijd problemen leefden'. Stekelenburg studeerde aan het Tilburgse conservatorium, waardoor dit optreden voor hem een beetje als een thuiswedstrijd voelde. Ook de meeste bandleden zijn in Paradox kind aan huis. 'As One' zet op een fraaie manier de toon. In dit openingsnummer blijkt dat Stekelenburg de muziek en het vertalen van emoties in muziek centraal stelt en als gitarist niet de hoofdrol opeist, maar een van de kleuren is in het rijkgeschakeerde palet van deze band. Het levert een ingetogen en uitgebalanceerd intro op, waarin de meerstemmigheid van de blazers goed benut wordt. Net zoals het daaropvolgende 'Heartwork' - dat wat hoekiger ingezet wordt - overgaat in een mooie interactie tussen piano en gitaar, om vervolgens te ontsporen in een vol overgave uitgevoerde solo op tenor door Jesse Schilderink. Het titelstuk 'Catharsis' wordt als een epos opgebouwd en we horen de drie blazers sterk soleren, waarbij Odei Al-Magut de trombone magnifiek op een voetstuk plaatst. De passie spat ervan af in zijn solo. In 'Flow' horen we dat nogmaals, maar nu meer ingetogen.
'Catharsis' is een sterke vierde plaat van Michiel Stekelenburg, die het meer dan waard is om beluisterd te worden. Een mooie gevarieerde set composities die met passie worden uitgevoerd door topmuzikanten. De plaat klinkt fantastisch, maar live is het nóg beter, ook omdat het visuele element echt wat toevoegt. Foto's: Johan Pape. Klik hier voor zijn fotoverslag van dit concert. Labels: concert, Michiel Stekelenburg, mrt24 (Johan Pape, 7.4.24) - [print]
- [naar boven] Onlangs overleed op 87-jarige leeftijd Sjef Wiersma. In de regio Eindhoven was hij bekend als een groot ambassadeur van de kunst. Met zijn rijdende bibliotheek 'de Open Dicht Bus' stond hij op festivals en markten en met zijn platenuitleen Kereweerom stelde hij zijn eclectische muzikale collectie open voor muziekliefhebbers. "Als je iemand een plaat meegeeft en hij komt hem een paar weken later enthousiast terugbrengen: daar doen we het voor." Onze oud-redacteur Erno Mijland was jarenlang lid van Kereweerom. Hij schreef deze ode aan Sjef. In 2002 had Erno een interview met Sjef over Kereweerom. Klik hier om het te lezen. Labels: in memoriam, sjef wiersma (Maarten van de Ven, 5.4.24) - [print]
- [naar boven] In haar muzikaal verleden heeft altsaxofonist Susanne Alt zich vooral gericht op funk en elektronische jazz. Alt is een bezige bij omdat ze naast uitvoerend muzikant, componist en producer als saxofonist/dj in een bijzondere live-act (Venus Tunes Live) optreedt, met meer dan honderd uitvoeringen per jaar. Tijdens de pandemie zijn deze activiteiten stil komen te liggen en is de weg geplaveid voor een nieuw album. Susanne Alt grijpt hierin terug op de akoestische jazz uit het begin van haar muzikale carrière. Het album 'Royalty For Real', dat zij in LantarenVenster integraal uitvoert, is een eerbetoon aan de in 2018 overleden virtuoze trompettist Roy Hargrove. Het album is opgenomen in de Eastside Studio in New York, met toetsenist James Hurt, bassist Gerald Cannon en drummer Willie Jones III. De laatste twee speelden jarenlang in de groep van jazzcat Hargrove. Tijdens de matineevoorstelling in LantarenVenster wordt Alt omringd door pianist Timothy Banchet, bassist Cas Jiskoot, drummer Yoran Vroom en percussionist Danique Kos. De groep opent de set opgewekt en luchtig met 'Roy Allan', waarbij Susanne Alt en haar bandleden warm en soulvol maar keurig binnen de lijntjes kleuren. Ook in het daaropvolgende 'Blue Notes & Fairy Tales' blijft de uitvoering dicht bij de uitvoering op de plaat. De solistische statements zijn van korte duur en de uitvoering is aan de brave kant. Tijdens het derde stuk 'Rue Lepic' gooit de groep onder bezielende leiding van de altist alle schroom van zich af. Het nummer, geïnspireerd op Hargrove's 'Strasbourg/St. Denis', klinkt innig. Alt laat op een bijzondere wijze melancholie toe in haar saxofoonspel, gevolgd door een sprankelende pianosolo van Banchet. 'Bel Air Bop' refereert aan de nachtelijke jamsessies tijdens het North Sea Jazz Festival in het gelijknamig hotel. In deze complexe compositie excelleert de groep vreugdevol en uptempo, alsof ze door Hargrove op de hielen wordt gezeten. De hartverwarmende hardbop wordt in 'Classy Cats' voorzien van funky ingrediënten en de groove blijkt een gedegen fundament voor een spannende percussiebijdrage van Kos.
De hommage aan Roy Hargrove vormt voor Susanne Alt een geslaagde terugkeer naar de hardbop en hernieuwde aandacht voor de te vroeg overleden trompettist. Alt speelt onder andere op 1 juni in de Verkadefabriek in Den Bosch. Foto's: Louis Obbens. Klik hier voor zijn fotoverslag van dit concert. Labels: concert, mrt24, Roy Hargrove, Susanne Alt (Louis Obbens, 4.4.24) - [print]
- [naar boven] Lees verder in het archief...
|
Archief
Artikelen Cd-recensies Concertrecensies Colofon Festivalverslagen Interviews Jazz in memoriams Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken? |