Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




Festival
Stranger Than Paranoia 2013


"Het Gentse trio rondom pianist en componist Fulco Ottervanger is volstrekt eigengereid en past in deze hoedanigheid in het rijtje van bijvoorbeeld Tin Men And The Telephone, maar ook in de onorthodoxe opvatting van een pianotrio zoals The Bad Plus of het legendarische EST. De jonge schare heeft al samenwerkingen met musici als Louis Sclavis, Ernst Reijseger en Joachim Badenhorst achter zich liggen. Zoiets draagt natuurlijk bij aan rijping. Het trio koestert de onverwachte avontuurlijke muzikale zoektocht."

De Beren Gieren waren voor onze recensent Louis Obbens onmiskenbaar dé verrassing van de eerste avond van de eenentwintigste editie van het Stranger Than Paranoia, waar hij verder getuige was van concerten van Bruut! en Three Horns And A Bass.

Klik hier om zijn uitgebreide festivalverslag te lezen.

Bekijk fotoverslagen van deze festivalavond door Cees van de Ven (hier) en Louis Obbens (hier).

Labels:

(Maarten van de Ven, 28.12.13) - [print] - [naar boven]





Cd
Phaedra Kwant - 'Still Listening' (Rosemile, 2013)


'Pretty Much', zo luidt het openingsnummer van deze gevarieerde cd. De toon is gezet en die titel van het eerste nummer is ook typerend voor deze bassiste, componiste en vocaliste, die verder actief is in diverse disciplines, zoals in de wereld van de kleinkunst, pop en jazz... pretty much indeed.

Zeer veelzijdig is Phaedra Kwant, die zich in haar composities ook als zodanig presenteert. Van funky groovende nummers zoals 'Action Hero', waarin Boy Edgar Prijs-winnaar Oene van Geel een mooie solistische bijdrage levert, naast lyrische composities zoals het nummer 'Milton’s Air', met een prachtrol voor pianist Rembrandt Frerichs - zo ook in 'Father’s Day'.

Fraaie composities, ieder met een eigen karakter, vaak met een diepere gelaagdheid door knap te arrangeren. De bassiste/vocaliste blijft zonder dominant te zijn de spil. Haar heldere stem en trefzekere basspel passen uitstekend bij elkaar. Dat is niet eenvoudig, maar Kwant doet het op een manier alsof het vanzelf gaat en dat getuigt van een buitengewoon talent. Haar spel is uitstekend, soms virtuoos en sfeerbepalend. Ze beschikt over een behoorlijk goede techniek en dat gecombineerd met haar heldere stem maakt dat de luisteraar zich niet zal vervelen. Ook de variatie in stijlen en de knappe ordening van de composities - en de timing daarin - zorgt ervoor dat je geboeid blijft luisteren. Kwant heeft er heel goed over nagedacht wat ze wilt bereiken met deze cd, dat is haar overduidelijk gelukt.

Omringd door een topbezetting - met naast Frerichs en Van Geel onder meer Rolf Delfos op sax en Martin Fondse op vibrandoneon - heeft Phaedra Kwant deze opname voorzien van een geheel eigen signatuur. Aan een vergelijking met de terecht volop in de belangstelling staande Esperanza Spalding ontkom je haast niet aan, maar wat mij betreft doet Kwant met haar geheel eigen geluid en haar diversiteit aan stijlkenmerken hier niet voor onder. Kortom, een aanrader!

Meer horen?
Klik
hier voor een trailer/compilatie van dit album.

Labels:

(Koen Scherer, 28.12.13) - [print] - [naar boven]





Festival
Behoedzame programmering

U Jazz Festival, zaterdag 14 december 2013, Vorstelijk Complex, Utrecht

In de aankondiging van de derde editie van het U Jazz Festival stond dat curatoren pianist Bert van den Brink en zanger Henk Kraaijeveld een 'gevarieerde en verrassende line-up' hadden samengesteld. Dat verrassende viel wat tegen, sterker, een bravere programmering was haast niet mogelijk. Desalniettemin viel er muzikaal wel het een en ander te genieten.

Randal Corsens formatie Symbiosis speelde een onvervalste jazzy, swingende set, waarin de Caribische ritmes een dominante rol speelden. Met deze opening van de avond werd U Jazz het festival van de pianisten. Corsens pianistische kwaliteiten zijn genoegzaam bekend. Hij etaleerde - als te verwachten – zijn percussieve speelwijze, die gepaard ging met wervelende, virtuoze improvisaties. Dat alles werd gedegen in de hand gehouden door de consequent stuwende ritmesectie: bassist Stefan Lievestro, drummer Mark Schilders en percussionist Vernon Chatlein.

Terecht dat zanger Henk Kraaijeveld het Nederlands Jazz Vocalisten Concours 2013 heeft gewonnen. Hij heeft een relaxte bühnepresentatie en zingt en fraseert met een ongekende souplesse en gemak met een prachtig, warm en vol (bariton) stemgeluid. In zijn begeleidingstrio excelleerde Paul Maassen met bedachtzame begeleiding en smaakvolle solo's.

Na het trio trad Kraaijeveld op met zijn a-capella zanggroep The Junction. Strak, harmonieus, meerstemmig, perfecte timing, heldere en zuivere stemmen, zo vertolkten de twee zangers en drie zangeressen het jazzy pop- en jazzrepertoire. Het hoogtepunt van de avond.

Festivalgast de Belgische trompettist Bert Joris werd begeleid door een all-star formatie met pianist Bert van den Brink, bassist Frans van der Hoeven en drummer Joost van Schaik. Joris is een zeer verdienstelijk mainstream trompettist, die bekwaam en melodieus de chorussen aan elkaar rijgt. De belangrijkste man van dit kwartet was ontegenzeggelijk pianist Van den Brink, die een klankenpalet creëerde afgewisseld met moderne, gevarieerde single-note lijnen.

De funky band Alex Siegers & The Payback zorgden voor een dansbare afsluiting. Funky ritmes, strakke blaaspartijen, een energieke presentatie van leider Siegers, dat was allemaal wel in orde. Echter, de schrille vocalen van Siegers noodzaakt de groep toch een andere zanger te zoeken.

Voor volgend jaar graag een wat avontuurlijke programmering.

Klik hier voor foto's van het U Jazz Festival door Maarten Jan Rieder.

Labels:

(Jacques Los, 26.12.13) - [print] - [naar boven]





Interview
Ineke Vandoorn & Marc van Vugt


"We zochten een manier om muziek uit te brengen op een wijze die nog steeds recht doet aan de kwaliteit van onze muziek. Persoonlijk heb ik een hekel aan de lage geluidskwaliteit van veel van de huidige media, waarbij de (matige) kwaliteit van de MP3 bepalend is. Gelukkig zijn er nu mogelijkheden om muziek in hoge kwaliteit te downloaden. Dat, naast het feit dat er ook nog steeds cd's gemaakt en verkocht worden, is voor ons een reden geweest nu weer iets uit te gaan brengen."

Naar aanleiding van het verschijnen van het verzamelalbum 'White', een aanrader overigens, legden wij het muzikale stel Ineke Vandoorn en Marc van Vugt een aantal vragen voor over die cd, het nut van working bands, de state of jazz to come en wat dies meer zij.

Lees hier het volledige interview.

Labels:

(Maarten van de Ven, 24.12.13) - [print] - [naar boven]





Cd
Various artists - 'The Original Sound Of Cuba' (Bellaphon, 2013)


Een verzamel-cd die 'The Original Sound Of Cuba is getiteld, daar zou je toch originele Cubaanse bands op verwachten, of ben ik nou gek? Maar de firma Bellaphon heeft in haar ondoorgrondelijke wijsheid besloten dat van de zestien titels maar liefst de helft door het orkest van violist Xavier Cugat moest worden volgespeeld. Cugat werd in 1900 in Spanje geboren, woonde weliswaar een paar jaar in Cuba, doch carrière maakte hij in de Verenigde Staten. Zijn latinmuziek wordt als ersatz beschouwd, is met andere woorden net zo Cubaans als Sinterklaas Spaans is. Zelf verklaarde hij ooit openhartig: "Om in Amerika te kunnen slagen gaf ik de Amerikanen latinmuziek die niets authentieks had."

Nochtans staan er een of twee Cugat-tracks op deze schijf die wel te pruimen zijn. Dat heeft dan te maken met de vocalisten die de bandleider van tijd tot tijd aantrok. Dan bedoel ik niet Bing Crosby, die hier op 'Siboney' meedoet, maar de anonieme zangers van 'Cuatro Milpas' en 'Adios Mariquita Linda'. In feite staat Cugat hiermee niet eens zo ver van pianist en componist Ernesto Lecuona, die hier met drie selecties vertegenwoordigd is. De muziek van 'De George Gershwin van Cuba' heb ik altijd representatief gevonden voor een definitief verloren epoque, waarin elegantie en hoofsheid nog gerespecteerde deugden waren. Natuurlijk, het Cuba van Lecuona was ook vergeven van corruptie, nepotisme en andere maffiapraktijken en er is veel ten goede veranderd sinds de revolutie. Maar de tijden dat je met de S-42 Clipper neerstreek bij Playa Oliver, vijftien kilometer van Antilla, wetend dat je die avond zou dansen met een Cubaanse schone, hadden ook wel wat. Niet dan?

Meer horen?
Klik
hier om fragmenten van dit album te beluisteren.

Labels:

(Eddy Determeyer, 24.12.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Helden, stuk voor stuk

ICP Orchestra, zaterdag 14 december 2013, Bimhuis, Amsterdam

"Muzikaal blijft ICP buiten categorie: een vrij improviserende én repertoireband in één, een tienkoppig experiment in het jongleren met compositie en improvisatie, met daarin muzikanten die stuk voor stuk uitgesproken persoonlijkheden zijn en een rol te vervullen hebben in het geheel. Als je Michael Moore, Tobias Delius én Ab Baars naast elkaar ziet spelen, zeker met Wolter Wierbos en Thomas Heberer er nog eens bij, dan kan je moeilijk anders dan vaststellen dat het inderdaad een van de indrukwekkendste blazerssecties van de jazz is. Doe daar nog eens strijkers Ernst Glerum, Tristan Honsiger en Mary Oliver (alle drie net zo bepalend voor de kleur van de band) bovenop, met Mengelberg en kompaan Han Bennink als kernduo, en je hebt een all star band zonder weerga"

Guy Peters bezocht afgelopen zaterdag het concert van het ICP Orchestra in het Bimhuis en was getuige van momenten die recht door het hart gingen.

Klik hier om zijn concertverslag te lezen.

Labels:

(Maarten van de Ven, 20.12.13) - [print] - [naar boven]





Cd
Moker – 'Overstroomd' (W.E.R.F., 2013)

Opname: maart 2013

Een beetje onopgemerkt is het kwintet Moker uitgegroeid tot een vaste waarde in het Vlaamse jazzlandschap. Het debuutalbum verscheen al in 2001 en werd vier jaar later gevolgd door 'Konglong' (ook op het W.E.R.F.-label), met daarna nog de uitstekende titelloze plaat uit 2009. En nu is er dus deze vierde langspeler. Ondanks een paar personeelswisselingen – zo werd bassist Kristof Roseeuw vervangen door Lieven Van Pee (De Beren Gieren) en hoeft rietblazer Jordi Grognard oorspronkelijk lid Zeger Vandenbussche niet meer naast zich te dulden – bestaat er wel degelijk zoiets als de Moker-sound, getuige deze knappe verzameling composities, die als vanouds een evenwicht opzoekt tussen traditie en vernieuwing. Met succes.

De bezetting kan amper klassieker dan hier, maar je kan gerust spreken van een paar opvallende individuen in de band. Zo is trompettist Bart Maris al lang niet meer te linken aan een stijl of klank. De man is een kameleon die, zonder zichzelf te verloochenen, steeds een andere gedaante kan aannemen, soms spelend met lucht en vreemde klanken, zoals in het ongedwongen startende 'Krakke Mikkel', maar even later, zoals in het titelnummer, weer met een conventionele sound, in de lijn van de grootmeesters, maar toch een eigen stempel hanterend. Al jarenlang een vaste waarde binnen de Belgische jazz en dat gaat niet snel veranderen.

Gitarist en bandleider Mathias Van de Wiele schreef ook opnieuw een mooie verzameling composities met aardig wat knipogen, ingenieuze passages en uiteenlopende invloeden. Tijdens hun knappe concerten komen die aspecten misschien nog beter aan bod (net als de robuuste energie), maar door gewoon eens het met de blues geïnjecteerde 'Bouya-Ka' en het ingetogen, op een lome baslijn drijvende 'Tsunami Blues' naast elkaar leggen, krijg je al een beter beeld van hun kunnen. Best van al is de band echter als er een tandje wordt bijgestoken. Zo is 'Sjeik Of the Ice Age' bij eerste beluistering misschien een fluks staaltje neo-hardbop, maar mag je best spreken van een verdomd aanstekelijke compositie met memorabel thematisch materiaal.

Grognard laat zowel op tenorsax als op basklarinet horen al net zo veelzijdig te zijn als zijn collega's, nu eens lekker meeneuzelend met de bas- of melodielijn, maar net zo vaak ongeduldig trappelend om een eigen route uit te stippelen. Het spetterende 'La Resistenza' onderstreept misschien nog het mooist de samenhang en warmbloedigheid van deze vijf. Met het soepele spel van drummer Giovanni Barcella en Van Pee, het kringelende gitaarspel van Van de Wiele en de eensgezindheid van de blazers, is het een hoogtepunt op 'Overstroomd'. Dit vierde album biedt hier niet direct een compleet nieuwe kijk op de band, maar is eerder een bevestiging van hun kwaliteit, en die is na meer dan een decennium dringend aan wat meer erkenning toe.

Meer horen?
Klik
hier om drie tracks van dit album te beluisteren: 'Bouya-Ka', 'Sjeik Of The Ice Age' en 'Tsunami Blues'.

Labels:

(Guy Peters, 18.12.13) - [print] - [naar boven]





Jazztube
Marion Brown - 'You See What I’m Trying To Say?'


In deze Jazztube staat de vaak onderschatte altsaxofonist Marion Brown (Atlanta, Georgia, 8 september 1931) centraal, die vooral als freejazz-muzikant bekendheid zou verwerven. Hij werd geboren in Atlanta, Georgia op 8 september 1931.

Na zijn studies muziek en rechten verhuisde Brown in 1962 naar New York, waar hij deel ging uitmaken van de levendige kunst- en muziekscene en zodoende in contact kwam met gelijkgestemde geesten als Amiri Baraka, Ornette Coleman, Archie Shepp, Sun Ra, Pharaoh Sanders, Paul Bley en Rashied Ali. Hij speelde mee op enkele belangrijke albums uit die periode, zoals 'Fire Music' van Archie Shepp en 'Ascension' van John Coltrane. Met laatstgenoemde plaat zette hij samen met tien andere muzikanten een mijlpaal in de free jazz neer: een veertig minuten durende totaalervaring, die de luisteraar het beste gewoon kan ondergaan. Brown maakte ook een aantal platen als leider, waaronder 'Three For Shepp' (Impulse!), 'Juba Lee' (Fontana) en 'Why Not' (ESP-Disk). Avontuurlijke maar zeker niet ontoegankelijke platen, die stuk voor stuk de moeite waard zijn.

In zijn studie 'The Freedom Principle', een essentieel boek over free jazz, schreef John Litweiler: 'His most personal qualities include a pastoral, sweet, bitter, faintly nostalgic sense, the effect of his line and phrase spacing, a lingering aroma of the stories and poetry of Jean Toomer, with which Brown identifies.'

In 1967 verhuisde Brown naar Parijs, waar hij zijn creatieve horizon verbreedde met architectuur, Afrikaanse muziek, impressionistische kunst en de muziek van Erik Satie. In 1970 keerde hij terug naar de Verenigde Staten. Hij volgde een studie etnomusicologie en ging lesgeven. Vanaf 1981 verschoof zijn aandacht naar tekenen en schilderen, hoewel hij altijd muziek bleef maken.

Marion Brown overleed op 18 oktober 2010 in Florida.

Klik op de afbeelding hierboven om te kijken naar een korte film van Henry English uit 1967: 'You see what I'm trying to say? - A study of Marion Brown'.

Labels:

(Maarten van de Ven, 17.12.13) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
Boerenbond brengt improvisatie met gevoel voor compositie


Wat bezielt iemand om een groep te maken met vier sopraaninstrumenten? Wat voor groepsgeluid heb je dan in gedachten? Cornettist Eric Boeren nodigde voor zijn groep Boerenbond drie muzikanten uit, die allen meesters zijn in het kleuren van geluid op hun instrumenten: de New Yorkse trompettist Peter Evans, vibrafonist Jason Adasiewicz uit Chicago en de in Berlijn woonachtige Engelse rietblazer Tobias Delius. De komende week maakt Boerenbond een korte tour door Nederland.

Voor deze formatie schreef Boeren eenvoudig materiaal, waarin hij op zoek gaat naar aanvullende contrasten. Suggestief. Boven de meeste partijen staat wel voor welk instrument die partij bedoeld is. Er staat 'klarinet' of 'tenor', maar uiteindelijk bepaalt Delius of hij die partij op de tenorsax of de klarinet speelt. Op de repetitie rouleren de partijen om uit te zoeken hoe het het beste klinkt. Ook de koperblazers blijven zoeken naar de beste demper. Of is juist beter om open te spelen? Of geknepen, met halve ventielen? En Adasiewicz bepaalt zelf of hij met zijn wattenbollen speelt of juist met het hout. Het hele kleurenpalet is geïmproviseerd.

In Boerenbond kunnen alle muzikanten aardig uit de voeten met melodie. Ze kunnen ook stuk voor stuk melodisch (dus niet verticaal!) improviseren. In die zin zijn het echte jazzmuzikanten. Maar ze kunnen ook allemaal dienend (niet solistisch) spelen. Geen ego's op het podium. Boerenbond heeft een bijna gecomponeerd gevoel voor muzikale eenheid ontwikkeld. En toch is het geïmproviseerd!

Speellijst
18/12 Paradox, Tilburg
19/12 Bimhuis, Amsterdam
21/12 Plusetage, Baarle-Nassau
22/12 Serah Artisan, Zaandam (opname VPRO-radio)

Kijk op de website van Eric Boeren voor meer informatie over Boerenbond.

Labels:

(Maarten van de Ven, 16.12.13) - [print] - [naar boven]





Artikel
Mighty Atom Chick Webb ontketende de drums


"Ik zal hem altijd achter zijn drums blijven zien, met dat binnensmondse lachje, ik zal altijd die geweldige 'boem' horen die zijn voet aan de grote trommel ontlokt en die me vol in de maag raakt. Altijd zal ik die handjes zien, die zo intelligent en ongelooflijk met de bekkens in de weer zijn, die uit die heldere trommels die verbazingwekkende sonoriteit puren, waarbij hij alle andere drummers achter zich laat," aldus de Franse jazzcriticus en producer Hugues Panassié, die Chick Webb met zijn orkest in de Savoy Ballroom aan het werk heeft gezien.

Naar aanleiding van het verschijnen van de gelimiteerde 8 cd-box 'The Complete Chick Webb & Ella Fitzgerald Decca Sessions 1934-1941' bij het onvolprezen Mosaic Records blikt Eddy Determeyer in een uitgebreid artikel terug op deze legendarische bandleider, 'The King of the Drums'.

Klik hier om het artikel te lezen.

Labels:

(Maarten van de Ven, 15.12.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Eerder processen dan schema's

Angles 9, woensdag 4 december 2013, Grand Theatre, Groningen

Angles 9 is een toepasselijke naam voor dit Zweedse gezelschap onder leiding van saxofonist Martin Küchen. Het negental bekijkt de muziek namelijk vanuit allerlei gezichtspunten. Er zitten elementen van funk in, van kamermuziek, van brassbands, van dansmuziek uit imaginaire streken (ergens tussen Zuid-Afrika en Noord-Spanje), maar vooral van jazz. Het zijn niet zozeer schema's als wel processen die ten grondslag liggen aan het gebodene.

Nochtans betreft het een uitermate hechte band. In eerdere berichten werd wel gerept van een zekere slordigheid die de werkwijze zou kenmerken – daar is inmiddels geen sprake meer van, integendeel. Angles 9 is in alle opzichten een orkest. Een snerpende Supermansolo van trompettist Magnus Broo, die zonder pardon door de pijngrens gaat, wordt ondersteund door de saxofoons van Küchen en Eirik Hegdal, waarna ook de rest van de groep invalt. 'A Desert On Fire' begint met noten van Hegdals baritonsax, die subtiel maar effectief versterkt wordt door de bas van Johan Berthling. Een gestreken bassolo in het laag wordt naadloos overgenomen door pianist Alexander Zethson. Die laatste speelt verderop samen met vibrafonist Mattias Stahl lijntjes die bij benadering unisono uitpakken. Bij benadering: er is een faseverschil van circa een tiende seconde. Bladmuziek hebben de muzikanten daarbij niet nodig – ze hoeven elkaar niet eens aan te kijken. Alles zit, kortom, geramd. Noten worden hier niet gemorst.

In het voorprogramma speelde het Chillin' 4tet van basklarinettist Ziv Taubenfeld. Veel van zijn muziek klinkt alsof ze al mijmerend en pingelend op de piano tot stand is gekomen. Zo was het eerste nummer een soort golfbeweging van heftige en meer ontspannen passages. De leider bleek de titel na afloop vergeten en liet die dus aan uw recensent over. Vandaar: 'Dance Of The Webmasters'. 'The Shepherd’s Whistle' buitelde tussen vrijheid en een (bijna) orthodoxe idylle. Een woeste collectieve improvisatie ('In 7') bleek verrassenderwijs uit te monden in het aloude 'Moritat'.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 14.12.13) - [print] - [naar boven]





In memoriam
Jim Hall


De Amerikaanse jazzgitarist Jim Hall is op 83-jarige leeftijd overleden.

Na zijn opleiding aan het Cleveland Institute for Music streek Hall midden de jaren vijftig neer aan de Amerikaanse westkust, waar hij speelde in het kwintet van drummer Chico Hamilton. Dat kwintet, met onder meer fluitist Buddy Colette, speelde een subtiele vorm van kamermuziek-jazz. Halls speelwijze – lyrisch en bescheiden – paste voortreffelijk in dat muzikale concept. Gedurende zijn gehele carrière week hij niet van die speelwijze af, getuige zijn samenwerking met klarinettist/saxofonist Jimmy Giuffre en pianist Bill Evans.

In het begin van de zestiger jaren toerde hij met Ella Fitzgerald en nam hij met Sonny Rollins diens befaamde album 'The Bridge' op. Nadien leidde hij met trompettist Art Farmer een succesvol kwartet en ging hij ondertussen regelmatig de platenstudio in om opnamen met altist Paul Desmond te maken. Hij richtte ook enkele eigen trio's op, waarin prominente muzikanten speelden, zoals bassist Ron Carter, pianist Tommy Flanagan en drummer Larry Bunker. Hij gaf les, componeerde en werd een veelgevraagd studiomuzikant. Naast het spelen met zijn eigen trio maakte Hall in de jaren daarna vele opnamen met talloze vermaarde musici als Ben Webster, Art Farmer, Bob Brookmeyer, Jake Hanna, George Shearing , Ron Carter en (zelfs) de klassieke violist Itzhak Perlman.

De laatste decennia van zijn leven toerde hij worldwide met musici als drummer Billy Stewart, keyboardspeler Larry Goldings en de bassisten Scott Colley en Gil Goldstein. In 1997 ontving hij de New York Jazz Critics Award for Best Jazz Composer/Arranger. In 2012, op 82-jarige leeftijd, trad hij nog op in de New Yorkse Blue Note en op festivals in de Verenigde Staten en Europa.

Jim Hall overleed in zijn slaap in zijn appartement in Manhattan op 10 december jongstleden.

Labels:

(Jacques Los, 13.12.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Muziek die zichzelf blijft

Henri Texier Hope Quartet, zaterdag 30 november 2013, Bimhuis, Amsterdam

Gezien de reputatie van Franse bassist Henri Texier, ben je geneigd je wat ongemakkelijk te voelen bij de matige opkomst aan het begin van deze zaterdagavond. De compacte groep toeschouwers die het Bimhuis half vult, blijkt echter een ideale voedingsbodem voor dit ensemble. De intieme setting lijkt het Hope Quartet vleugels te geven. Bescheidenheid is een kwaliteit die wederzijds inspireert. De muzikale tendens tijdens dit concert is ingetogen en puur. Waarden die veel ruimte laten aan intensiteit en concentratie. De veelal eigen composities zijn kleurrijk en energiek.

Verkennend speelt Texier de openingsmaten van het eerste stuk, alsof hij zijn instrument aftast. Hij boetseert een melodieuze lijn, waarop drums en de blazers kunnen inhaken. Dan openbaart zich de magie van dit kwartet. De open samenklank van de rieten, die zich uit in samenvloeiend hout en koper. Als rode draad in het concert zal de veelzijdige klank van de blazers steeds opnieuw blijven verrassen.

De baritonsaxofoon van François Corneloup vormt een constante van vernuft. Met een verbluffende souplesse geeft hij zijn forse instrument een onwaarschijnlijke lichtheid mee. Ontspannen bespeelt hij alle registers, met een groot homogeen klankbereik als gevolg. Zoon Sébastien Texier bespeelt afwisselend de altsaxofoon, de klarinet en de weinig gehoorde altklarinet. Ook zijn spel heeft een ingetogen basis en wekt regelmatig een verstilde atmosfeer, die doet denken aan de lyriek van Paul Desmond.

De transparante inzet en het zuivere unisono spel van deze blazers doet terugverlangen naar de hardbop-formaties uit de vijftiger en zestiger jaren. De geavanceerde arrangementen klinken strak en contrastrijk. Hier speelt echter een nieuw ensemble met een Europees geluid en een eigen idioom. Een idioom van rijke betekenis en theatrale sferen. Deze bijna 'programmatisch' aandoende laag is een warme menging van filmische dramatiek, fanfare, traditionals, circus, swing, latin en een funky touch. Maar ook van broeierige hypnose, meditatie en de dramatiek van een processie. Er is ook volop ruimte voor vrije improvisaties, waarin de hoge noten en adembenemende tempi zorgen voor priemende effecten.

Louis Moutin is een drummer uit het beste hout. Zonder zelf de boventoon te voeren ondersteunt hij zijn compagnons veelzijdig en zorgt hij voor stuwing, waarbij hij steeds opnieuw het scherp van de snede verkent. Met verve demonstreert hij zijn drumkit ook volledig met blote handen te kunnen bespelen. Henri Texier (1945) is nog steeds een subtiele virtuoos. Zijn contrabas, gelijk een mak paard, doet precies wat de meester verwacht. Licht, soms zwevend of kabbelend als stroop, zoekt Texier verfijning in zoete lyriek en melancholische verstilling. Hij weet precies wat zijn instrument kan en hoe je het gewenste timbre creëert. Een royale walking bass en gepuncteerde uithalen in alle registers verkeren steeds in een perfecte balans.

Texier komt helaas zelden in het Bimhuis. Met zijn Hope Quartet serveert hij de fijnproevers het allermooiste. Spontaan, authentiek, vitaal en vol meditatieve energie overbruggen ze sterke contrasten met groot gemak. De band toont een overdosis speelplezier in muziek die vooral zichzelf blijft.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Roland Huguenin, 11.12.13) - [print] - [naar boven]





Cd
Various artists - 'East Coast Jazz Workshops 1954-1961' (Frémeaux & Associés, 2013)


Op deze dubbelaar zijn arrangeurs en solisten in een 35-tal bands verenigd die de route die trompettist Miles Davis in 1948-50 had uitgezet verder verkenden. De directe link met Davis (die zelf op één track te horen is) wordt hier gevormd door Gil Evans, Gerry Mulligan en John Carisi, die destijds voor het orkest van de trompettist hadden geschreven. De inspiratiebronnen lopen verder uiteen van Claude Debussy en Igor Stravinsky tot Duke Ellington. Duidelijk is dat hier niet primair met dollartekens in de ogen werd gewerkt; deze muziek was gericht op de echte fijnproevers en de collega-muzikanten.

Van alle orkestleiders – het betreft vrijwel uitsluitend studioformaties – kwam pianist en theoreticus George Russell het dichtst bij contemporaine kamermuziek. Rietblazer Teo Macero, die later producer van Miles Davis zou worden, laat zijn groep in 'T.C.’s Groove' collectief improviseren. Accordeonist Orlando DiGirolama heeft een prominente plek in de geleide improvisatie gekregen en de buste van Johann Sebastian Bach houdt pontificaal een oogje in het zeil. Voor zijn bewerking van 'Darn That Dream' gebruikt trombonist Bob Brookmeyer uitsluitend de akkoorden van dat liedje. Ook Manny Albam ('Anything Goes') mag onder de kleine meesters geschaard worden. En altist Hal McKusick bewijst dat hij misschien nog wel het best naar het evangelie volgens Miles heeft geluisterd.

Grappig: zo kundig en nauwgezet als al deze vormgevers te werk gingen, zo anarchistisch zou de generatie die na hen kwam de boel kort en klein slaan.

Labels:

(Eddy Determeyer, 11.12.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Enthousiasme voor energiek orkest

Nederlands Studenten Jazzorkest, donderdag 5 december 2013, Simplon, Groningen

Leeft die jazz eigenlijk nog wel? Dat is een vraag die al in de jaren dertig gesteld werd. Langer geleden inmiddels dan de oudste jazzliefhebbers zich kunnen herinneren. Sindsdien wordt de kwestie met een vermoeiende regelmaat aan de orde gesteld. Je kunt je dus afvragen of ze wel zinvol is, die vraag. Bovendien lijkt ze voort te komen uit een soort existentiële onzekerheid. Bestaan we nog wel? Nochtans legde het tijdschrift Jazzism haar in het jongste nummer voor aan 55 merendeels jeugdige jazzmuzikanten. Het antwoord laat zich raden.

Goed. De camera pant nu naar de concertzaal van het Groninger centrum voor jongerencultuur Simplon. Simplon – Simplon? Is dat niet dat jeugdhonk dat onlangs failliet ging? Klopt. Simplon is dood, leve Simplon! Er wordt dus aan een doorstart gewerkt. Evenmin als Simplon voorlopig de geest zal geven, legt jazz het loodje. Want enkele tientallen jongelui hadden de zoveelste Storm van de Eeuw en het heerlijk avondje getrotseerd en waren op het optreden van het Nederlands Studenten Jazzorkest afgekomen. En als je het gejuich, gefluit en geklap hoorde, wist je meteen: hier gaat helemaal niks de pijp uit. Op de verrichtingen van deze jeugdige bigband werd zo enthousiast gereageerd alsof het Moke betrof, of Fresku.

Nu moet gezegd worden dat het studentenorkest ruimschoots voldoet aan de allereerste eis die je aan een bigband moet stellen: hier was een powercentrale aan het werk. En dit waren duidelijk geen beginnelingen. Onder de opjuttende leiding van organist Sven Figee liet het geleerde gezelschap horen dat het uit het juiste hout was gesneden. Echt waanzinnige solisten zitten er (nog) niet bij – afgezien van trombonist Jeroen Ferberne dan, die niet alleen over sound en stootkracht beschikt, maar ook een grappig, dynamisch en muzikaal verhaal kan vertellen in een paar maten.

Meer indruk nog maakte het concept van het orkest als geheel. Om te beginnen gaat het hier om op hedendaagse grooves gebaseerde swingmuziek. En aan die grooves neemt ook een delegatie van acht strijkers deel. Op zich wellicht ook niet sensationeel; in Glenn Millers legerorkest zaten er twintig en ons eigen Metropole Orkest bevat er zelfs 26. Maar een hedendaagse bigband met strijkers is toch een anomalie. Met zijn integratie van snarenspelers en blazers heeft arrangeur Bart van Gorp een huzarenstukje geleverd. Check zijn bewerking van 'Ain’t Got No (I Got Life)', dat het strijkoctet verrassend en sereen begint – tot de blaasfabriek op stoom raakt. Ik zou er bijna fan van Nina Simone van worden. (Grapje.) Gelukkig hadden we Sherry Dyanne, een van onze betere nu-soulzangeressen, die de honneurs waarnam. In Millie Jacksons 'If Loving You Is Wrong' had ze de typerende rap van miss Jackson in het Nederlands vertaald, wat goed werkte. Zij beschikt over een echte soulziel.

Dicht bij het originele swingidioom kwam het studentenorkest in het nummer 'Sunny Side Of Soul' (als ik de titel goed verstaan heb), dat aan Benny Goodmans 'Sing, Sing, Sing' geparenteerd leek. Net als in Figees eigen 'Svoogaloo' stoomden de jonge swingmeisters hier met verve doorheen. Opvallend daarbij was het enthousiasme van het ensemble, dat zich onder meer vertaalde in vrolijke choreografietjes van de secties. Om de bron hiervan te ontdekken volstaat het om op YouTube 'Jimmie Lunceford and his Dance Orchestra' in te tikken en dan te wachten tot het nummer 'Nagasaki' zich voltrekt. Inderdaad, in 1936 zitten we dan.

Klik hier voor foto's van dit concert door Karel Keesman.

Labels:

(Eddy Determeyer, 11.12.13) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
Eindejaarsfestival JIN: een hele dag jazz


Op zondag 22 december presenteert Stichting Jazz & Impro Nijmegen (kortweg JIN) voor het eerst in haar geschiedenis een heus festival. Tijdens het Eindejaarsfestival, net voor de kerst, betreden Soo Cho, Blazin' Quartet, Jeroen van Vliet en Clazz Ensemble het podium. Het publiek kan aanschuiven tussen 13.00 en 23.00 uur in LUX.

Om 13.00 uur opent pianiste Soo Cho het festival. Dit jaar was ze 'Musician in Residence' bij JIN, waarbij ze vier concerten naar eigen wens mocht invullen. Op deze middag sluit ze haar residentie af met een concert waarin ze haar composities mede laat uitvoeren door vier strijkers. Twee uur later betreedt Blazin' Quartet het podium. Deze band met muzikanten vanuit heel Europa brengt een energieke mix van elektronica, Balkanritmes en serene Zweedse klanken, zonder rekening te houden met muzikale grenzen en vooroordelen. Ze wonnen de Holland Casino Jazz & Pop Award en de Dutch Jazz Competition tijdens North Sea Jazz. Bassist Mihail Ivanov werd daar tevens onderscheiden als beste solist.

De Tilburgse pianist Jeroen van Vliet – bekend van onder meer Gatecrash, Estafest en Sikeda – speelt om 17.00 uur solo. Melodie, harmonie, avontuur en experiment zijn de kernwoorden voor dit optreden van een van Nederlands beste pianisten. Het festival wordt om 21.00 uur afgesloten door Clazz Ensemble, een kleine bigband met twaalf musici uit de jazz en de klassieke muziek. Clazz Ensemble kenmerkt zich door een eigenzinnig repertoire met gedurfde composities, messcherp uitgevoerde blazersmuziek, spetterende solo's en groovende ritmes. Deze bonte verzameling van muzikale karakters heeft definitief een plaats verworven in de voorhoede van de Europese bigbandtraditie.

Klik hier voor meer informatie over het JIN Eindejaarsfestival.

Labels:

(Jacques Los, 11.12.13) - [print] - [naar boven]





Cd
Ingrid Laubrock Anti-House - 'Strong Place' (Intakt, 2013)

Opname: 2012

Met de komst van pianiste Kris Davis, op het titelloze debuut van Anti-House nog een gaste, is Ingrid Laubrocks band nu uitgegroeid tot een kwintet, een echt dream team van muzikanten die mild glimlachen bij het horen van labels, scholen en tradities, om die daarna even goedgemutst in de prak rijden.

Als vlotte clubjazz of als crowd pleaser op een groot festival zal Anti-House wel nooit deugen. Daarvoor zijn zowel de composities van Laubrock als de invulling ervan met Davis, Tom Rainy, John Hébert en Mary Halvorson te eigenzinnig en vooral te ambitieus. Want waar jazzstukken al eens blijven hangen in een tune, kiest Laubrock voor vervaarlijk uitgewerkte composities, die vermengd met vrije en minder vrije improvisatie (de grens valt vaak alleen maar te raden) een heel eigen logica volgen. De melodische onvoorspelbaarheid van Steve Lacy, de harmonische en structurele grilligheid van Henry Threadgill en het uitgepuurde van Anton Webern worden afgetopt met bij momenten verbluffend samenspel, dat alle ruimte laat voor de individuele touch van de afzonderlijke uitvoerders.

Het begint eigenlijk al meteen met 'An Unfolding', een stuk dat niet zozeer melodisch, ritmisch of harmonisch gedacht is, maar waar het proces, het geleidelijk aan versnellen en ontbinden van een statisch samenspel, de kern vormt. Zo geeft Laubrock elk werk een eigen profiel, waardoor de composities niet onderling inwisselbaar zijn en de luisteraar keer op keer verrast wordt. Door de enorme hoeveelheid impulsen die luisteraar zo te verwerken krijgt (en die komen nu eens niet via patserige virtuositeit of stilistisch zappen), kan die zich alleen maar laten meedrijven.

Wat daar bij helpt, is de vanzelfsprekendheid waarmee de muzikanten hun individuele geluid in verschillende allianties weten te mengen. Vooral Davis met prepared en inside piano en Halvorson met haar kenmerkende verbogen sound kunnen moeiteloos blenden met Laubrock en Hébert, wat in 'Der Deichgraf' voor een complexe polyfonie zorgt. In dit magistrale stuk trekken Laubrock en haar collega's trouwens alle registers op. Met onstabiele tempi en een haarscherp samenspel maakt de muziek de meest onmogelijke loopings. Van 'indruk maken' is echter geen sprake. Daarvoor is de dynamiek te zacht en de precisie te natuurlijk.

In 'Count ‘Em' opereren de muzikanten dan weer als overlappende lagen, waarbij de muziek een maximale concentratie krijgt en elke noot essentieel wordt. Bovendien valt hier opnieuw de hoekige precisie te horen, waar opnieuw geen big deal van gemaakt wordt. Net zomin als het subtiele mechaniekje dat Halvorson, Davis en Rainy op het einde van 'From Farm Girl to Fabulous Vol. 1' speciaal de aandacht wil trekken. Fragiel en ijzersterk: Anti-House combineert het beste van twee werelden.

Zo klinkt het kwintet op 'Strong Place' tegelijkertijd elegant en scherp in een verraderlijke harmonicabeweging tussen improvisatie en compositie. Hoe bedrieglijk simpel het allemaal kan lijken, wordt nog eens onderstreept op het afsluitende 'Here’s to Love'. Zwoel en zacht laten Laubrock en co. het geluid vloeiend zwellen en krimpen, zonder te kiezen voor extreme proporties. Het resultaat is een samenspelmoeras van miniatuur free improv, waarbij de spanning niet uit dynamiek komt, maar uit het weefsel van het geluid van de individuele musici.

Met die subtiliteiten maakt Laubrock het verschil, waardoor ze schijnbaar aaibaarder, maar in wezen gevaarlijker en koppiger wordt dan het gros van haar decibelminnende collega's. 'Strong Place' is dan ook een plaat om te knuffelen om er daarna gevaarlijke blessures aan over te houden.

Deze recensie verscheen eerder op
Kwadratuur.

Meer horen?
Klik hier om fragmenten van dit album te beluisteren.

Labels:

(Koen Van Meel, 10.12.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Frisse composities en jong talent

Harry van der Laan Quartet, dinsdag 3 december 2013, De Smederij, Groningen

Dat jazzmuziek een taal is die willekeurige lieden in staat stelt te communiceren, werd in De Smederij weer eens gedemonstreerd. Nu zijn Harry van der Laan (tenorsax), Diederik Idema (toetsen), Hans Lass (bas) en Dennis Elderman (drums) niet exact vreemden van elkaar, maar in deze samenstelling spelen ze vermoedelijk niet vaak. Bovendien waren de stukken van de saxofonist zó vers dat intensief overleg vooraf in een enkel geval geboden was. Eén compositie was, zo begreep ik, geschreven toen een leerling niet op kwam dagen en er dus zomaar een uur overschoot. Tja, de een z'n goof is de ander z'n groove.

Hoe dan ook, het kwartet speelde alsof het sinds de zandbak niets anders had gedaan. Van der Laan is geen hemelbestormer; hij voelt zich het meest senang wanneer hij in het idioom van Coltranes ballads kan werken. Zijn 'Rose Quartz' was daar een voorbeeld van. En 'Catch 22' bleek een 'Expressions'-achtig scalair stuk, waarin Van der Laan vrijmoedig de respectieve tradities van Stan Getz en John Coltrane met elkaar wist te rijmen. Qua sound heeft hij overigens weinig met Getz noch Coltrane van doen; het was meer een kwestie van opereren op het door de beide grootmeesters ontgonnen terrein.

De verrassingen kwamen, zoals dat wel vaker het geval is, tijdens het sessiegedeelte na het optreden van het kwartet. Richard Köster is een jonge trompettist die nog van alles mist, om te beginnen ideeën en techniek. Maar dat komt nog wel en zijn concept en vormgevoel mogen gezond genoemd worden. Al even jong is drummer Alexandar Skoric, die onlangs indruk maakte als lid van Giuseppe Doronzos Alchemik Quartet. Die indruk werd in De Smederij bestendigd: de Rus steeg boven zichzelf uit, sloeg slimme fills en aansprekende combinaties en hield aldus alle vuurtjes brandend. In dat laatste had overigens ook Hans Lass een belangrijk aandeel. Want bij wijze van uitzondering was er in het etablissement geen andere bassist voorhanden, zodat Lass na drie uur nog even fris stond te bassen. Lekker in vieren lopend, subtiel solerend.

Labels:

(Eddy Determeyer, 10.12.13) - [print] - [naar boven]



 

Cd / Jazztube
Holland Bigband - 'Push Forward' (Jazzshop Records, 2013)


In het domein van door Thad Jones en Bob Brookmeyer geïnspireerde jazzorkesten laat de Holland Bigband van zich spreken. De achttien gerenommeerde mannen onder leiding van trompettist Loet van der Lee geven de arrangementen van Sebastian Ohm, Henri Gerrits, Johan Plomp en anderen alle eer. Met name het intrigerende, rijkgetinte 'Garden Of Stones' van Gerlo Hesselink en Henri Gerrits en het geheimzinnige 'Nile' van Plomp, op een idee van de leider, komen goed uit de verf.

Dat het orkest in de loop van de tien jaar van zijn bestaan een hele roedel aan bekwame componisten en bewerkers aan zich heeft gebonden, is op zich prijzenswaardig. Maar de keerzijde is dat de Holland Bigband niet echt een eigen smoel heeft. Maar misschien is dat ook nooit de bedoeling geweest. Dat we horen hoe Gerrits in Bart Lusts 'Booza Me Mucho' alle trombones de vrije teugel geeft, inclusief solist Lust zelf, is misschien al voldoende. Of hoe een andere trombonist, Vincent Veneman, in 'Nile' het orkestgeluid wordt binnengeloodst. Dat soort momenten.

Bekijk de Jazztube!
Klik op de afbeelding linksboven om de Holland Bigband in de studio aan het werk te zien tijdens de opname van 'Booza Me Mucho'.

Labels: ,

(Eddy Determeyer, 9.12.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Het is wat het is, dit is wie ik ben

Jan Akkerman & Eric Vloeimans, zaterdag 23 november 2013, Paradox, Tilburg

De bijna 67-jarige gitarist Jan Akkerman is een van Nederlands beroemdste gitaristen. Zijn bekendheid stamt uit de jaren zeventig met Brainbox en later met Focus, waarin hij samen met Thijs van Leer de kern vormde. In 1973 werd hij door lezers van de Melody Maker uitgeroepen tot beste gitarist ter wereld. Eind 2012 ontving hij een Koninklijke onderscheiding vanwege zijn 50-jarig jubileum. Dus als hij in jouw woonplaats komt spelen, ga je gewoon kijken. En dan brengt hij ook nog Eric Vloeimans mee! Tja, dan wordt het allemaal wel heel interessant.

Kennelijk waren meer mensen nieuwsgierig naar deze opmerkelijke samenwerking, want het was een uitverkocht huis in Paradox Tilburg. Het concert trok dan ook een gemêleerd publiek: oude fans van Akkerman, hedendaagse jazzfans van Vloeimans en de jongere garde, die een oude meester graag eens in levende lijve wilde zien. De samenwerking tussen de twee grootheden is in ieder geval terug te herleiden naar Akkermans jubileumconcerten eind vorig jaar in Paradiso en De Oosterpoort, waar Vloeimans ook deel van uitmaakte. Akkerman zelf zegt hierover: "Vloeimans? Op een gegeven moment was hij er gewoon!"

Het swingende 'Minor Details' mocht het spits afbijten onder het motto van Akkerman 'lukt het vandaag niet, dan lukt het morgen'. Ook 'Free Wheeling' golfde soepeltjes de zaal in. De houding van Vloeimans tijdens het concert van vanavond was bescheiden, hij trok zich regelmatig terug naast het podium en liet de spotlights aan Akkerman. Op zich begrijpelijk, Vloeimans is een regelmatig terugkerende gast op het Tilburgse jazzpodium in allerlei bezettingen. Akkerman maakte daar dankbaar gebruik van en rolde de ene na de andere (soms scheurende) solo uit. Vloeimans was hier spaarzaam mee, maar het waren dan ook meteen dé momenten waarin sprake was van interactie of synergie. Helaas was hiervan weinig sprake tussen Akkerman en zijn bandleden, drummer Marc Stoop en toetsenist Coen Molenaar. Zij stelden zich vooral dienend op en waren weinig avontuurlijk. Het gitaarspel van Akkerman was soms ruw en ongepolijst en hier en daar een tikkeltje slordig, maar hij had er plezier in. Zelfs onder zijn verhullende pet vandaan ontging dit de aandachtige kijker niet. Ook toen er een snaar brak, pakte de eigenzinnige gitarist glimlachend een andere, terwijl het publiek toch wel even de adem inhield...

Een mooi moment was er tijdens 'Streetwalker', waarin Vloeimans met gedempte trompet voor kippenvel zorgde. Voorafgegaan door een a capella solo van Akkerman waarmee hij zich open en kwetsbaar opstelde, alsof hij wilde zeggen: het is wat het is, dit is wie ik ben. En natuurlijk was er een medley van de Focus-hits, die met luid applaus ontvangen werd. Jan Akkerman hoort zeker thuis in het rijtje grote gitaristen die de afgelopen tijd het podium in Paradox hebben gesierd. Het concert kreeg een verdieping door de V-flow van Vloeimans. Mooie avond!

Klik hier voor foto's van dit concert door Monique van der Lint. En hier kun je de foto's vinden van Donata van de Ven.

Labels:

(Donata van de Ven, 8.12.13) - [print] - [naar boven]





Cd
Mats Gustafsson & Thurston Moore - 'Vi Är Alla Guds Slavar' (OTOroku, 2013)

Opname: september 2012

Impro-gigant Mats Gustafsson en postpunk-pionier Thurston Moore zijn beiden instituten in de vrije muziek. Met verschillende samenwerkingsprojecten en gastoptredens hebben deze muzikanten een band opgebouwd, die behalve vriendschappelijk ook artistiek van aard is. Zoals het twee vinylverslaafden betaamt, is het jongste resultaat van deze samenwerking, 'Vi Är Alla Guds Slavar' (Wij Zijn Allen Gods Slaven), slechts verkrijgbaar op langspeelplaat. Beide zijden bevatten een fragment van een liveoptreden in Cafe Oto, Londens meest progressieve podium. Moore, die tegenwoordig in Londen woont, is hier al enige tijd kind aan huis en ook Gustafsson weet de in Ashwin Street verstopte bar keer op keer te vinden.

'Vi Är Alla Guds Slavar' is het resultaat van een worsteling met de meest basale muzikale materie en nog luider dan voorganger 'Play Some Fucking Stooges'. Twee eindeloos lange bakken lawaai, eerder verwant aan Merzbow dan aan Ellington, richten zich vooral op textuur en intensiteit. Er komt geen conventionele noot voorbij, maar wel een hele reeks scheuren, krassen en schreeuwen. Voor de fans is het misschien jammer dat Gustafsson zijn saxofoons goeddeels links laat liggen en vooral elektronische geluiden produceert. Tegelijkertijd is dit een logische conclusie van zijn saxofoonspel, dat met name in de soloprojecten steeds meer over lucht, blazen en luisteren gaat en steeds minder over noten spelen. Voor wie dit kan accepteren klinkt de elektrische Gustafsson niet heel anders dan de houtblazer: intens, bronstig en schurend.

Het is dan ook opvallend dat het stilste moment op deze plaat komt wanneer Gustafsson wel een saxofoon hanteert. Op zijn sopraan komen enkele plopjes en piepjes voorbij die een wig lijken te drijven in de muur van geluid, die Moore met zoveel souplesse aanlegt. Feedback, vervorming en zogenaamde dive bombs zijn alle in voldoende mate aanwezig om ook de tonaliteit van het gitaarspel volledig te laten verdwijnen. Het feit dat dit niet gaat vervelen is het bewijs dat Moore en Gustafsson perfect in staat zijn detail in hun muziek aan te brengen, al breken ze alle conventies af. Wat overblijft is een bak pokkeherrie die zijn eigen logica dicteert.

Meer horen?
Klik
hier om te luisteren naar een uitgebreid geluidsfragment van de tweede kant van dit album.

Labels:

(Sybren Renema, 8.12.13) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
Stranger Than Paranoia 2013


Op 24, 27 en 29 december vindt de 21ste editie plaats van het roemruchte festival Stranger Than Paranoia, dat zoals altijd wordt georganiseerd door altsaxofonist Paul van Kemenade. Het jazzfestival doet dit jaar twee Brabantse steden aan: Tilburg en Den Bosch.

Op kerstavond opent het festival in het Tilburgse Paradox met een smaakmakend gevarieerd programma. Three Horns And A Bass is een vervolg op een eerder initiatief van festivalprogrammeur Paul van Kemenade: Two Horns And A Bass, met onder anderen Eric Vloeimans. Nu is er sprake van drie blazers en een contrabassist, met naast altsaxofonist/componist Van Kemenade trompettist Angelo Verploegen, trombonist Louk Boudesteijn en bassist Wiro Mahieu. Deze bezetting biedt nieuwe mogelijkheden voor Van Kemenade; hij gebruikt deze bezetting om op een andere manier te schrijven dan voor ensembles met bijvoorbeeld een traditionele ritmesectie. De Beren Gieren zijn sinds 2012 het huisorkest van kunstencentrum Vooruit in Gent. Het trio rondom de van oorsprong Nederlandse pianist/componist Fulco Ottervanger is in België een sensatie en De Beren zijn ook niet vies van experiment. Zij hadden de afgelopen jaren al samenwerkingen met musici als Louis Sclavis, Ernst Reijseger en klarinettist Joachim Badenhorst, maar gaan net zo makkelijk aan de slag met materiaal van Nirvana of Kraftwerk. En tenslotte BRUUT!, de vierkoppige band die onlangs zijn tweede album 'Fire' uitbracht, waarop de groep nog vunziger, harder en intenser van leer trekt. Er wordt schaamteloos geflirt met grunge, symfonische rock en afrobeat.

Op vrijdag 27 december vindt de tweede festivalavond plaats in de Toonzaal in Den Bosch. Three Horns And A Bass geeft ook hier acte de présence. Verder het duo Louis van Dijk (piano) - Han Bennink (drums), twee giganten uit de klassieke- en jazzmuziek. Werkelijk alles is bij hen de revue gepasseerd: van Ramses Shaffy en Liesbeth List tot Eric Dolphy, ICP en de Red Hot Chili Peppers. Een wervelende spannende ontmoeting tussen deze twee wereldmusici, die allebei behangen zijn met prijzen. Trompettist Jeroen Doomernik kreeg een carte blanche en komt met The Monochrome, een nieuw elektronisch/akoestisch improvisatiekwartet met Bart van Dongen (harmonium, melodica, stem, toetsen), Richard van Kruysdijk (elektronica, live sampling, synths), Bart Maris (trompet, effecten) en Doomernik (trompet, flugelhorn, keyboard, effecten).

Op zondag 29 december wordt deze editie van Stranger Than Paranoia afgesloten in Paradox. Met The Ploctones, een band die met windkracht tien de zee op gaat en nog koers houdt ook. Saxofonist Efraïm Trujillo, gitarist Anton Goudsmit, bassist Jeroen Vierdag en drummer Martijn Vink vertegenwoordigen alles waar het in de jazz om gaat. Hun muziek swingt, suist, vliegt, vibreert, bonkt en kraakt dat het een lieve lust is. Slagwerker par excellence Han Bennink heeft op deze avond een muzikale ontmoeting met Jasper van 't Hof, een van de meest actieve jazzmuzikanten in Europa. De pianist is in Nederland vooral bekend met zijn multiculturele band Pili Pili, maar is hij al jaren voornamelijk actief in Duitsland. Van 't Hof heeft meer dan 70 albums opgenomen. Hoornist Morris Kliphuis speelt met zijn trio Kapok zowel op pop- als jazzpodia. Met Kyteman tourde hij langs alle grote festivals. In Paradox ontmoet hij twee Tilburgse jazzveteranen: bassist Niko Langenhuijsen en Paul van Kemenade, ritmisch ondersteund door Yonga Sun, een van Neerlands beste drummers.

Labels:

(Maarten van de Ven, 8.12.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Zonder vangnet de hypnose in

Wayne Shorter Quartet, maandag 11 november 2013, De Roma, Borgerhout

"De verwachtingen voor dit zaalconcert waren op zijn minst hooggespannen. Werden ze ingelost? Niet helemaal. De band speelde met verbeelding, stijl en overgave (dat drummer Brian Blade in de finale van het concert een half metertje naar voren geschoven was door zijn energieke gehamer, was bijzonder vermakelijk om te zien), nu en dan zelfs met die bekende telepathie en overduidelijk met bakken goesting, maar om van zo'n transcendente ervaring te kunnen spreken, was er iets meer nodig geweest. Al is het natuurlijk die zelfopgelegde stijl die de lat meteen zo hoog legt."

Guy Peters bezocht het concert dat het Wayne Shorter Quartet vorige maand gaf in De Roma en ervaarde wat het is om al zo lang verwend te zijn door deze Saxophone Colossus.

Klik hier om zijn concertverslag te lezen.

Geert Vandepoele maakte foto's van het concert, die je hier kunt bekijken.

Labels:

(Maarten van de Ven, 6.12.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Erk, Erker, Erkst

Mete Erker, Bert van Erk & Steve Altenberg , donderdag 28 november 2013, Jazzcafé Alto, Groningen

Heel vreemd. Om de een of andere reden staan de maandelijkse optredens van bassist Bert van Erk met zijn gasten in Alto altijd garant voor topervaringen. Voor een deel zal dat liggen aan de gezellige (om niet te zeggen knusse) ambiance, de voortreffelijke droge akoestiek en de aanwezige ouwe jongens en meisjes krentenbrood. Maar de keuze voor eersteklas gastmusici die een liefde voor Ellington, Monk en de blues gemeen hebben, is misschien toch wel doorslaggevend.

Neem het jongste optreden van Van Erk met saxofonist Mete Erker en slagwerker Steve 'Erkst' Altenberg. Het trio zat vanaf noot één als gegoten. In 'Played Twice' liet Erker meteen horen dat de sopraansaxofoon bij hem in goede handen is. Hij heeft een lenig geluid en stopt veel energie in zijn lijnen. Die lijnen kan hij bewust onderbreken, dat je denkt: vooruit jongen, het gaat toch pomtadiedeliebaba? Dat, denk ik, komt omdat Erker het nodige aan de verbeelding van de luisteraar over wil laten. Ook op de tenor, zijn hoofdinstrument, bezit de Arnhemmer een ongeborstelde sound, die in feite nauwelijks strookt met het huidige conservatoriumschoonheidsideaal van zoveel mogelijk nootjes per seconde.

Een eerst hoogtepunt kwam voorbij in een blues van saxofonist John Coltrane (waarvan niemand de titel wist, terwijl toch de fine fleur van het Groninger jazzprofessoraat aanwezig was. Niemand!) Enfin, Van Erk en Altenberg schitterden hier in een spannend en uiterst muzikaal duet. Die laatste verkeerde kennelijk in topvorm, sloeg voortdurend prachtige combinaties, verkeerde qua timing al even consequent op het scherp van de snede, keerde in de bossanova-hit 'Insensatez' de beat naar believen om en gaf ons een staaltje van zijn Tito Puente-inborst.

In het nummer '1000', een eigen compositie van Mete Erker, gebeurde waar we stiekem op hadden zitten hopen. Het trio stootte op het magische trillingsgetal waarbij de kritische anti-gravitatiekracht wordt bereikt. Even maar, maar even goed een spectaculaire ervaring.

Uiteraard heb ik de rest van de nacht doorgebracht met het doorspitten van mijn Coltrane-archieven, op zoek naar de verloren blues. Lauw loene! En precies op dit moment mailt Bert van Erk dat het 'Lonnie’s Lament' was. Mooi niet, Bert.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 6.12.13) - [print] - [naar boven]





Cd
Plan Kruutntoone - 'Als Alles Er Af Is' (Plan Kruutntoone, 2013)


Dit is een van de merkwaardigste schijfjes die ik afgelopen jaar in handen kreeg. Het openingsnummer, 'Opgesloten In', begint omineus met een schraal schurende contrabas en de tekst "Ik heb U bij Uw naam geroepen" en eindigt met "veel, veel boosheid". Daartussenin wordt duidelijk dat de "angst en oordeel", waarvan in het lied sprake is, rechtstreeks te maken heeft met het seksleven van de hoofdpersoon, "opgesloten in Gods tempel" als hij is.

Gitarist, zanger, tekstschrijver, componist en bandbestierder Hans Visser lijkt me een ervaringsdeskundige. Een christelijke jeugd op het platteland is niet alles, zoveel is wel duidelijk – maar godsdienst kan wél de mooiste, diepste kunst opleveren. Dat is hier het geval: de sober uitgevoerde cd staat vol open structuren en improvisaties en openhartige ontboezemingen. Instrumentaal waaiert het genre van vooroorlogse gitaarblues tot Beefheart-achtige akkoorden en accenten. 'Stel Je Voor' is een stream of consciousness van overpeinzingen, observaties, krantenkoppen, associaties en herinneringen. Een gitaarsolo levert wat lucht op, maar dan gaat het weer verder. Onbarmhartig.

"En als ik nergens thuishoor, waarom zou het dan niet hier zijn?" vraagt de zanger zich in 'Trekker' af. Hij durft voluit te zingen; leer je dat in een dorp, waar je de ruimte hebt? Het nummer 'Hoe Komt ‘t' opent met gespatieerde trommelslagen achter de samenspraak tussen gitaar en bas. Na een ijle vocaal trekt het gitaargeluid zich samen tot een onverbiddelijk massief, dat zich evenwel geleidelijk oplost in een slotzang.

Visser zingt als een bezielde evangelist – doch evangelisten bedienen zich in het gemeen niet van poëtische observaties als "eens in de maand de bibliobus, langzaam verdwijnend", over de geneugten ten plattelande.

Meer horen?
Klik
hier om de volgende tracks van dit album te beluisteren: 'Opgesloten In', 'Als Alles Er Af Is' en 'Trekker'.

Labels:

(Eddy Determeyer, 6.12.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Pastorale klankschappen en uitzinnige feestmuziek in magische kelder

Giuseppe Doronzo Alchemik Quartet, vrijdagnacht 22/23 november 2013, Cantina, Groningen

Net als Jan Menu, een paar weken geleden in het Groninger jazzcafé Alto, liet ook Giuseppe Doronzo in de Cantina horen dat de baritonsaxofoon heel geschikt is voor het meer ingetogen werk. Geen bronstig gebrul in de lagere regionen dus, maar gevoelige wijsjes en keurige ballads van eigen hand. In zijn Alchemik Quartet speelt Doronzo niet eens de boventoon: alle vier de muzikanten zijn hier gelijkwaardig.

De Italiaan schrijft liedjes die duidelijk van vorm zijn, karakter hebben en pianiste Marta Warelis mooie akkoorden ontlokken. In het openingsnummer 'Lune Di Ginevra' dwaalden we dromerig met haar mee. Maar er was, meteen al in die eerste compositie, meer te beleven. Warelis kan ook heftige minimal-flarden uit haar elektrische piano hameren, McCoy Tyner-achtige akkoorden en Keith Jarrett-achtig gepriegel (heel even maar, hoor) en even verder laat ze haar klassieke achtergrond meespelen. De pianiste werkt zeer geconcentreerd en intens, maar met kennelijk plezier.

Ook in het tweede nummer van de nacht, 'Rebirth', werden we heen en weer gebobsleed tussen pastorale klankschappen en uitzinnige feestmuziek, met een zeer geanimeerde Aleksandar Skoric achter de drums. Die heeft slechts een glimpje van een aansporing nodig om mens en machine grondig te testen op maximale belastingen, met bijbehorende torsie van het gelaat. Opvallend was hoe de vier muzikanten de respectieve vormen van de gespeelde liedjes in hun denken en doen hadden geïmplementeerd – en dit was het debuut van het Alchemik Quartet, ook nog eens. Daarbij fungeerde de contrabas van Vassil Hadjigrudev als veilig baken. Ik heb hem niet kunnen betrappen op één verkeerde, soulloze of overbodige noot.

Voor de laatste twee nummers nodigde Giuseppe Doronzo percussionist Pouriya Jaberi op het podium (lees: het vloerkleed). Die jongleerde met achtereenvolgens zijn jivar (grote zeskantige platte trommel) en daf (rond) en deed dat dermate virtuoos dat de daf op een gegeven moment in de lucht leek te zweven, omhoog gehouden door het pure geluid. En zoals we van de Ouden weten, bereikten we daarmee de hoogste graad van wijsheid en genade. Allemaal in dat magische keldertje in de X-straat.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 5.12.13) - [print] - [naar boven]





Cd
B.B. King - 'The Indispensable' (Frémeaux & Associés, 2013)

Opname: 1949-1962

Een voormalige saxofonist van blueszanger en –gitarist B.B. King vertelde ooit dat de bluesbard aanvankelijk nauwelijks serieus genomen werd. Een matige gitarist was hij, zo vond de bluesgemeenschap van Memphis en Ben E. King (geen familie) achtte men superieur aan Riley B. King. Uit de discografie in de inlay bij deze 3-cd box blijkt dat die laatste gedurende de eerste twee jaar van zijn platencarrière alleen maar zong; de gitaarpartijen werden geleverd door de onvolprezen Calvin Newborn. Het was sowieso een Newborn-aangelegenheid: pa Finas zat achter de drums en broer Phineas achter de piano. Bandleider was overigens bassist Tuff Green.

Maar zo tegen 1951 had B.B. zijn gitaarspel - met karakteristiek veel sustain - dusdanig gefatsoeneerd, dat producer Sam Phillips dat plaatfähig achtte. Zijn invloeden waren duidelijk: T-Bone Walker qua gitaar en Roy Brown als zanger. In de langzamere nummers schemerde Charles Brown (geen familie) door. Zijn 'huilerige' zang is overigens door de jaren heen alleen maar wat voller geworden. En wie in de veronderstelling verkeerde dat King zich de laatste tijd een stuk commerciëler opstelt, moet eens naar 'On My Word Of Honor' luisteren. Pure pop, anno 1956.

Hij heeft zich altijd van prima sidemen bediend, B.B. King. Zo zat saxofonist George Coleman in 1952-53 in de band. Maar de meest exuberante solist is de mij onbekende tenorist E.A. Kamps, die in andere discografieën als Solomon Hardy wordt geïdentificeerd overigens.

Labels:

(Eddy Determeyer, 5.12.13) - [print] - [naar boven]





Reportage
Uitreiking Edisons Jazz/World moet anders

donderdag 21 november 2013, Muziekgebouw Frits Philips, Eindhoven

Wat is het toch ontzettend jammer dat de Edison Jazz/World zo'n ondergeschoven kindje is in het hele Edison-gebeuren. Dat werd maar weer eens pijnlijk duidelijk bij deze editie van het gala. De zaal was niet alleen gewoon niet uitverkocht, genodigden kwamen niet opdagen en zelfs winnaars namen niet de moeite om hun beeldje te komen ophalen.

En merkte ik bij presentator Co de Kloet een ietwat tanend enthousiasme en een sprankje teleurstelling? Om de boel nieuw leven in te blazen werd gekozen voor een nieuwe opzet. Alle drie genomineerden in de categorie Publieksprijs waren aanwezig en kregen tussen de verschillende uitreikingen door de gelegenheid om iets te laten horen van hun cd, uitgevoerd met het Metropole Orkest. De uiteindelijke winnaar van deze categorie werd pas aan het einde van het eerste deel van de avond bekend gemaakt. Op zich een goed idee om ze allemaal te zien en te horen, en het bouwt de spanning iets meer op, maar in dit geval leek het meer een noodgedwongen zijsprong om de avond te kunnen vullen. Het tweede deel van de avond werd in zijn geheel ingenomen door de uit New York afkomstige bassist Marcus Miller, winnaar van de Oeuvreprijs.

De Publieksprijs ging naar Ruben Hein met zijn cd 'Hopscotch'. Hij nam zijn beeldje totaal overdonderd in ontvangst. Medegenomineerden in deze categorie waren Ob6sions met de prachtige cd 'First Takes' en het duo Shirma Rouse & Kim Hoorweg met 'Dedicated To You'. Dit opmerkelijke duo sprong er qua originaliteit mijlenver bovenuit. De dames hebben een totaal verschillende achtergrond, terwijl zij in hun muzikale samengang een opmerkelijke match vonden die een prijs als deze meer dan waard zou moeten zijn.

Joshua Redman won in Jazz Internationaal en José James in Jazz Vocaal. Zij kwamen hun beeldje niet ophalen, maar namen wel de moeite om enige vragen te beantwoorden voor de camera. Concha Buika deed dat niet en het publiek moest het doen met een wazig, kort dankwoord. Dichteres, muzikant en producer Buika won de Edison in de categorie World met haar cd 'La Noche Mas Larga'.

De Edison voor Het Document ging naar 'Instant Composers Pool'. Een prachtige uitgave met artwork van Han Bennink, een fotoboek van Pieter Boersma en een enorme hoeveelheid opnames van dit unieke ensemble. Een waardevol document dus over een memorabel tijdperk uit de vaderlandse geïmproviseerde muziekgeschiedenis, zo oordeelde de jury en zij waren unaniem in hun beslissing. Oprichter Misha Mengelberg was helaas niet aanwezig om de prijs in ontvangst te nemen, maar uit naam van ICP deed dat Susanna von Canon. Ook Han Bennink was 'live' vanuit Buenos Aires via Skype aanwezig om (herhaaldelijk) zijn dankwoord uit te spreken.

In Jazz Nationaal won Reinier Baas met de cd 'Mostly Improvised Instrumental Indie Music'. Gemaakt door vijf jonge mannen, behorend tot de top van hun generatie die zich niets aantrekken van hokjes en grenzen. Baas dolt een beetje met de titel van de cd en het plaatje op de cd-hoes (waar hij met een geit aan een touwtje op staat) maar uiteindelijk is het allemaal bloedserieus wat hij doet. Ook hij trad op met het Metropole Orkest en met zijn innemende rebelsheid waaide er even een frisse jazzwind door de zaal.

Van Marcus Miller was al vanaf het begin bekend dat hij zijn Edison persoonlijk zou komen ophalen. En hij hield woord! Het daverende concert dat hij gaf met zijn eigen band en dat prachtige Metropole Orkest was zonder meer de kroon op deze avond. Een avond die helaas getekend werd door afwezigheid van zowel artiesten als bezoekers. En dat moet echt anders.

Klik hier voor een fotoverslag van de uitreiking van de Edisons Jazz/World door Monique van der Lint.

Labels:

(Donata van de Ven, 4.12.13) - [print] - [naar boven]





Cd
Nueva Manteca - 'Live 25 Years' (JWA Jazz, 2013)

Opname: 1994/2013

Nueva Manteca bevond zich midden-jaren negentig aan de top. Niet slechts in de topperiode van zijn bestaan, maar ook, dankzij de onorthodoxe arrangementen van pianist en leider Jan Laurens Hartong, in de voorhoede van de internationale latin-scene.

Dat kun je weer eens vaststellen aan de hand van deze dubbel-cd, die een recent concert bevat plus een terugblik naar 1994. De twee scheurijzers Jarmo Hoogendijk en Toon de Gouw vormden destijds wat Duke Ellington de 'pep section' van Manteca zou hebben genoemd. In 'En Cualquier Clave' horen we ze elkaar chasen. Misschien gingen ze niet zo extreem tekeer als in een echte Cubaanse band gebruikelijk was, maar live was het duo altijd een belevenis. Live klonk 'It Ain’t Necessarily So' ook levendiger dan in de studio en 'Seven Steps To Heaven' werd lekker pittig vertolkt, waarbij achter de tel getimed werd.

Inmiddels zijn de trompetten vervangen door trombone, gitaar en orgel. Dat levert vanzelfsprekend een totaal ander klankbeeld op. Gitarist Ed Verhoeff drukt thans zijn stempel op het gebodene. De associatie met Carlos Santana beperkt zich niet tot diens composities, die de helft van het in januari 2013 in het Amsterdamse Bimhuis gespeelde repertoire uitmaken. Met zijn cleane, soms lichtelijk geëxalteerde soli schuift Verhoeff het rockelement binnen. Maar het blijft intussen wel Nueva Manteca, of, juister gesteld, Jan Laurens Hartong. Al was hij begin dit jaar niet lijfelijk in het Bimhuis aanwezig – wegens ziekte werd hij vervangen door Carlos Matos – je hoort zijn hand in de arrangementen. 'Oye Com Va' van timbalero Tito Puente kan, als je het een keer te vaak hoort, op je zenuwen gaan werken, maar Hartong heeft er een fris jakje voor in elkaar gestikt. Inderdaad, zoals hij het in de liner notes stelt: "Arranging becomes composing." Zo kun je kennelijk overal latin van maken. Want wie had gedacht dat Rod Argents 'She’s Not There' nog eens op deze wijze zou terugkeren?

Het saxofoonspel van Ben van den Dungen moet nog genoemd worden. Met slagwerker Lucas van Merwijk en de leider vormt Van den Dungen sinds mensenheugenis de harde kern van de groep. Zijn geluid op de tenor is in de loop der tijd alleen maar dieper geworden, terwijl zijn sopraansax gelukkig niet lijdt aan het schriele gepiep waar veel collega's mee behept zijn. Maar vlak ook de trombone van Ilja Reijngoud niet uit. In 'Samba Pa Ti' klinkt zijn instrument zo smeuïg, zo wollig als een hoorn.

Meer horen?
Klik
hier om dit album te beluisteren.

Labels:

(Eddy Determeyer, 4.12.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Spannend en grensoverschrijdend

Louis Sclavis Atlas Trio, vrijdag 22 november 2013, Paradox, Tilburg

De inmiddels 60-jarige Franse klarinettist speelt al decennialang in de voorhoede van het klarinetgilde. Als een kameleon wisselt hij van stijl, van het vrije werk tot straight-ahead jazz en van klassieke muziek tot wereldmuziek. Het Atlas Trio bestaat naast Sclavis uit gitarist Gilles Coronado en pianist Benjamin Moussay. Het ontbreken van zowel drums als bas biedt de mogelijkheid om het musiceren binnen een trioverband vanuit een totaal ander perspectief te benaderen. De drie instrumentalisten binnen het collectief vervullen een gelijkwaardige rol; afwisselend neemt een van de drie muzikanten de ritmische taak op zich. De begeleidende hand van de pianist, de diepere bassen van de elektrische gitaar en de sonore klanken van de basklarinet vullen op natuurlijke wijze de leemte van het klassieke slagwerk.

Binnen de composities vormen herhaling en ritmische variatie een wezenlijk bestanddeel. De zwevende, intieme sfeer wordt aangevuld met Afrikaanse ingrediënten en voert het publiek naar de mystiek en de klaagzang uit het Midden-Oosten. De muzikale arrangementen, soms minimalistisch van aard, neigen naar Europese kamermuziek. Maar de solo's omarmen op uitbundige wijze de vrije opvattingen over jazz. De overprikkelende, metalige, overstuurde gitaarklanken zijn om van te watertanden. Elektrisch geladen binnen een groot magnetisch veld. De tegendraadse miniatuurtjes en de barokke improvisaties op de akoestische piano en de funky Fender Rhodes met een 'Bitches Brew'-smaak zorgen voor een muzikale reis, die zich steeds verlengd.

Louis Sclavis blijft een inventieve speler en zijn improvisaties zijn ongewoon helder en precies. Zijn fabelachtige techniek is onomstreden en overschaduwt nooit de ware drang naar vindingrijkheid en muzikaliteit. De aanzwellende klanken uit zijn basklarinet geven inzicht in zijn zielenroerselen.

Exemplarisch voor het concert is de minutenlange opening, waarin Sclavis langs alle registers van zijn instrument trekt, de milde toon oprekkend naar de explosiviteit van nitraat. Het geeft hem de status van een expressieve speler par excellence. De overgang naar de ritmische inzet van de kleppen van de basklarinet en de gestaag invallende gitaar- en keyboardakkoorden dragen bij aan een orgastisch ritmisch einde van het optreden.

Het initiatief van vijf Nederlandse jazzpodia - Paradox, Bimhuis, Hothouse, JIN en Grand Theatre - om het Atlas Trio uit te nodigen voor een compacte tournee, getuigt van een scherp inzicht voor spannende, grensoverschrijdende muziek. De muziek van het Louis Sclavis Atlas Trio is te horen op hun meest recente album 'Sources'.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 3.12.13) - [print] - [naar boven]





Cd
Chet Baker - 'Knew The Jazz' (Bellaphon, 2013)


De makke van veel van die recente goedkope heruitgaven is dat er hoegenaamd geen informatie meer op hoes of inlay staat. Geen teksten meer, geen bezettingen, geen opnamedata. Alsof de platenfirma's zich met Spotify identificeren.

Ook hier hoeven we kennelijk niet te weten dat het om een selectie van Chet Bakers vroege (1952-1956) werk gaat, zijn eerste bloeiperiode. Later, eind-jaren vijftig, zijn de hoogtepunten minder talrijk. Hier struikelen we erover. Aanvankelijk instrumentaaltjes, later, vanaf 1953, ook vocaal. 'I Wish I Knew' strijdt met de versie van Little Jimmy Scott om te titel 'beste vertolking ooit'. Strijkers kunnen een song smoren in suiker – maar hier is een bijzonder smaakvol arrangement ingeleverd, wars van elk spoor van kitsch. Ook horen we hier hoe Baker een verkeerde noot zo laat klinken dat het klinkt alsof het zo hoort.

Hoe hij zijn oren verfijnde door zijn werk in het kwartet van baritonsaxofonist Gerry Mulligan is duidelijk. Luister hoe de muzikanten in 'The Nearness Of You' elkaar afwisselen als eerste en tweede stem. Of hoe de trompet het verlengstuk van de bariton is geworden in 'I’m Beginning To See The Light'. Of deze versie van 'You Go To My Head', ook al zo'n pareltje, met een gelegenheidsgroep. Baker blijft mooi in het lage register en kiest de lengte van zijn noten met zorg. Ook de begeleidende pianist Gérard Gustin sluit prachtig op de solo van de leider aan; hij speelt al even bedachtzaam en weet exact welke noten weg te laten.

In het ongeïdentificeerde 'When Your Lover Has Gone', met een grotere groep, bewijst Baker dat hij als vocalist qua timing niet onderdoet voor wat hij blaast. Het fraaie arrangement duidt er wellicht op dat hier een grote jongen als Shorty Rogers of Manny Albam aan het werk is geweest. De bewerking die tenorist Jack Montrose van 'Goodbye' heeft gemaakt, lijkt nauwkeurig om de hoofdpersoon geconstrueerd: dit is een hoogtepunt uit het oeuvre van Chet Baker. Daarentegen klinkt 'Dinah' alsof hier een orkest in een aquarium zit, afgedekt door zes meter beton. Wellicht heeft deze tape jarenlang naast een magnetron gelegen.

In 'I Remember You' speelt de trompettist een interessant duet in contrapunt met zijn vaste pianist Russ Freeman. Als in een touw vervlochten klinken tenorist Bobby Jaspar en Baker in 'How About You'.

Tenslotte horen we Chet Baker in 'I’ve Never Been In Love Before' zoals we ons hem het liefst herinneren: als koorknaapje.

Meer horen?
Klik
hier voor een geluidsfragmenten van dit album.

Labels:

(Eddy Determeyer, 3.12.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Als een huis

Marnix Busstra Band, dinsdag 26 november 2013, De Smederij, Groningen

De uitdrukking 'staat als een huis' lijkt uitgevonden voor de band van gitarist Marnix Busstra. Niet alleen toont het viertal een grote coherentie (drummer Pieter Bast zit er al sinds de jaren negentig bij), de afzonderlijke muzikanten nemen essentiële onderdelen als de dwarsbalken, het dak, het metselwerk en de plinten voor hun rekening. Dit huis kan de orkanen tot 2030 aan.

Pieter Bast steunt het werk van de baas met stimulerend licht en gevarieerd werk. Never a dull moment hier. Hij heeft de situatie steeds volledig onder controle, maar blijft in zijn solo's toch fris klinken. Ook veteraan Arnold Dooyeweerd zien we te weinig in Groningen. In een nummer als 'Octoforce' trekt hij verbijsterend snelle baslijntjes; voor elke compositie heeft hij de juiste licks en loopjes. Het geheime ingrediënt van de groep is pianist Rembrandt Frerichs. Funky in het reeds genoemde 'Octoforce' – maar een modieuze platte funkateer is hij zeker niet. Hij kan een miniem melodisch gegeven uitbouwen tot een imposante, eigenzinnige constructie. Daarbij maakt hij gebruik van zo ongeveer de complete jazzpianotraditie, inclusief die van zijn tijdgenoten. Combineer dat met factoren als ziel, zaligheid en opleiding et voilà.

De muziek van eerdere groepen van Marnix Busstra werd wel aangeduid als fusion, maar ik denk dat de gitarist die categorisering inmiddels ontgroeid is. Je hoort bij hem nog wel echo's van coryfeeën als John Scofield en George Benson, maar een nummer als 'Peasant’s Party' heeft meer folky kenmerken. Hoe je een vuurtje uit laat waaieren tot een feestelijke nieuwjaarsbrand? Laat dat maar aan Busstra over!

Klik hier voor foto's van dit concert door Maarten Jan Rieder.

Labels:

(Eddy Determeyer, 3.12.13) - [print] - [naar boven]





Cd
Art Blakey And The Jazz Messengers - 'Justice' (Nederlands Jazzarchief, 2013)

Opname: november 1959

Deze versie van de Jazz Messengers, van november 1959, is zeker niet Art Blakeys minste. Nieuw waren pianist Walter Davis Jr. en tenorist Wayne Shorter. Die laatste zou het repertoire van de band vernieuwen en verrijken – zoals vóór hem alleen Benny Golson dat had gedaan. Hier wordt zijn 'Nelly Bly' gespeeld. Het is niet zo puntig als bijvoorbeeld 'Lester Left Town', dat ook al op het repertoire stond (maar hier niet wordt gespeeld). Bovendien zijn de blazers hier zwaar undermiked. Op de foto achterop het doosje staan ze inderdaad ver van de microfoon vandaan. Zo verdwijnen alle details onder de zware slagregens van Blakeys bekkens. Doodzonde: op die manier blijft het gissen naar de finesse en de sound van met name Shorter. De 'Blues March' bevat een inventieve solo van hem en in 'Along Came Betty' speelt hij hoekiger, minder mooi' dan zijn voorgangers Benny Golson en Hank Mobley. Maar dat hij soms al naar het geluid van de sopraansax neigde, hoor je niet op deze registratie van het nachtconcert in het Amsterdamse Concertgebouw. Daarvoor moet je het album 'Aux Théâtre Des Champs Elisées' hebben, dat daags daarna in Parijs werd opgenomen.

Walter Davis struikelt bijna over zijn vingers in 'Ray’s Idea' en werkt zich hortend en stotend door 'Bouncing With Bud'. Wanneer hij zich kan beperken tot aardse lijntjes trekken ('Moanin’') stijgt hij boven zichzelf uit.

De solist die er op deze dubbel-cd uitspringt is trompettist Lee Morgan. Hij weet zijn neiging tot citeren te beteugelen en glijdt lekker soepel, bijna à la Rex Stewart, door zijn eigen compositie 'Goldie'. In 'Justice' maakt hij zijn naam als wildebras waar – voor zover de bekkens dat toelaten, dan. Het klapstuk van de veiling is 'Moanin’', dat grondig en agressief verbouwd is. Vergeleken met het origineel van een jaar eerder is deze versie een stuk vrijzinniger en, vooral door het basspel van Jymie Merritt, een stuk beweeglijker.

Ja, zo hoorde je het dus bij benadering, wanneer je op 14 november 1959 het geluk had naast de bandleider in het Amsterdamse Concertgebouw te zitten. Maar van mij mogen de volgende schijfjes van het Nederlands Jazzarchief weer in de vertouwde geluidskwaliteit uitgebracht worden.

Labels:

(Eddy Determeyer, 2.12.13) - [print] - [naar boven]





Concert
Soort hommage aan de sixties

Bart Wirtz Quintet, zondag 24 november 2013, Platformtheater, Groningen

De jaren zestig documenteerden behalve de free jazz en de dageraad van de fusion ook de periode dat de bop van hard in modal transformeerde. Hoewel de leden van het Bart Wirtz Quintet die tijd niet hebben meegemaakt, lijkt het erop dat de sixties hun referentiekader vormen. Opvallend is de strakheid waarmee gespeeld wordt. Wirtz (altsax) en Angelo Verploegen (trompet) houden van de pure, onvervormde sound en hun instrumenten mengen voorbeeldig, in unisono passages, maar ook in harmonisch opzicht. Dit is een concept dat een grote beheersing van instrument en materiaal vereist – en soms wat bedaagd over kan komen.

Het in het Platform Theater gespeelde repertoire was afkomstig van Wirtz' meest recente cd 'iDreamer'. Alleen 'Honque Honque' was van oudere datum (van het album 'Prologue'); het was indertijd een soort radiohitje en duidelijk is waarom. Het nummer heeft een simpele, catchy hook die onmiddellijk tot binnenshoofds meezingen noodt en lang blijft nahonken. In de loop der tijd is er veel vrijheid in het stuk binnengeslopen.

Leider Wirtz is in alle registers even sterk en duidelijk en moduleert bedachtzaam, maar hij kan zich ook ('Growth') uit de hengsels blazen. De timing van bassist Jeroen Vierdag is onorthodox, in die zin dat zijn frasen zigzaggen alsof het een terloops gesprek betreft. Wat drummer Joost van Schaik precies speelt, is eigenlijk niet belangrijk: het tempo zit in zijn hoofd en zijn lijf en komt op de een of andere manier wel in zijn spel terecht. 'Lekker' is het epitheton dat zijn speelwijze nog het best karakteriseert. In 'Camels' genereert hij met Vierdag een intrigerend asymmetrisch loopje, dat je benieuwd maakt naar hoe die dieren nu werkelijk voortgaan. Die vraag speelt al sedert Benny Goodmans Camel Caravan haar in de jaren dertig aan de orde stelde. Hoe het evolutionair te verklaren is, ook.

Labels:

(Eddy Determeyer, 1.12.13) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
Benefiet Nederlands Jazz Archief


Zondag 15 december komt de crème de la crème van de Nederlandse jazz tezamen in het Bimhuis, van de kersverse Edison-winnaar Reinier Baas (28) tot aan oudgediende Han Bennink (71). De jazzmusici betuigen die avond hun steun aan het Nederlands Jazz Archief, dat vecht voor zijn voortbestaan. Het is de tweede keer dat een dergelijk benefietconcert wordt gehouden, nadat de subsidie op 1 januari 2013 werd stopgezet. Mede door de opbrengst van vorig jaar kon het Jazz Archief een doorstart maken.

De avond brengt enkele van de beste muzikanten van Nederlandse bodem samen. Jazzvocaliste Francien van Tuinen brengt een hommage aan Rita Reys, begeleid door Jesse van Ruller, Clemens van der Feen, Joost Patocka en Harmen Fraanje. Het internationaal geroemde Instant Composers Pool Orchestra laat horen hoe eigenzinnig de Nederlandse impro-jazz is. Drummers Han Bennink, John Engels en Joost Patocka nemen het tegen elkaar op in 'Masters of the Brushes'. Anton Goudsmit (gitaar) en Harmen Fraanje (piano) vormen een duo en gitarist Reinier Baas komt samen met Joris Roelofs bewijzen dat hij de terechte Edison-winnaar van 2013 is. DJ van dienst is niemand minder dan Benjamin Herman. De presentatie van de avond is in handen van Mijke Loeven.

De opbrengst van de avond komt ten goede aan het Nederlands Jazz Archief. Daarin ligt de rijke jazzgeschiedenis van Nederland, voor iedereen toegankelijk. Het archief wordt al jaren geraadpleegd door historici, muzikanten, studenten, wetenschappelijke onderzoekers en jazzliefhebbers. Het Jazz Archief is ook mede verantwoordelijk voor de uitgave van historische opnames in de cd-serie 'Jazz at the Concertgebouw' en het kwartaalblad Jazz Bulletin, met daarin aandacht voor actuele en historische facetten van de jazz in Nederland.

Klik hier voor meer informatie.

Labels:

(Maarten van de Ven, 1.12.13) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.