Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




Concert
Enerverende collectieve improvisaties en composities

Ches Smith & These Arches, vrijdag 21 oktober 2011, Bimhuis, Amsterdam

Een emancipatoir bandje, dat van Ches Smith & These Arches. 40% Vrouwen. Kom daar maar eens om in het bedrijfsleven of bij de overheid. Laat staan in het mannenbolwerk van de jazz. Twee vrouwen dus in het kwintet van drummer Smith, en niet de eerste de besten: Andrea Parkins op elektrisch versterkte en gemanipuleerde accordeon en gitarist Mary Halvorson.

Beide dames zijn in de hedendaagse New Yorkse downtown impro-scene graag geziene en gehoorde muzikanten. Zij hebben hun sporen verdiend en achtergelaten bij onder anderen Ellery Eskelin, Nils Cline, Jim Black, Anthony Braxton, Marc Ribot en Tom Rainey. Dit illustere duo vormt de harmonieuze ruggengraat van de muziek van These Arches.

The Arch, de boog, de verbinding tussen improvisatiemuziek en uitgeschreven materiaal, daar gaat het om bij de fenomenale drummer Ches Smith. Vanuit geschreven motieven, lijnen en melodieën is ruimte gecreëerd voor de collectieve improvisaties binnen de groep, bijvoorbeeld de twee saxen (Tim Berne op alt en Tony Malaby op tenor). Individuele solo's zijn in dit concept zeldzaam.

Hoewel Malaby's spel tijdens zijn optreden enkele weken terug in zijn eigen formatie Tamarindo niet meeviel, wist hij zich naast Berne goed te handhaven en liet hij een krachtig geluid horen in combinatie met soepele en duidelijk articulerende improvisaties. De duo-bijdragen van de saxofonisten met daaronder het gevarieerde en strakke drummen van Smith en de accordeon- en gitaarbegeleiding veroorzaakten een overweldigende warme en volle klankkleur.

De kracht van de groep van Ches Smith zit hem vooral in de overtuigende composities, waarin veel muzikale elementen zijn samengebald: strak samenspel, subtiele lyrische passages, rock en groovy ritmes, ritmische variaties, contrasten van fortissimo naar pianissimo en in dat alles ruimte voor improvisaties. Het zijn composities die je gerust als kleine suites kunt aanmerken. Ches Smith is niet alleen een groots drummer, maar tevens een niet te onderschatten componist.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Jacques Los, 31.10.11) - [print] - [naar boven]





Cd / Dvd
Sevda - 'Exclusive Collector’s Edition' (Caprice Records, 2011) 2 CD/DVD

Opname: 1972

Sevda, Turks voor 'liefde', was de naam die de Turkse trompettist en bugelspeler Maffy Falay koos voor een band waarin jazz en Turkse muziek werden vermengd. In 1971 ontstond zo in Zweden een van de eerste Europese wereldmuziekbands. Het pionierswerk van de eveneens in Zweden wonende cornettist Don Cherry had zijn sporen achtergelaten.

Het jaar daarop werd de band gevraagd om opnamen te maken voor het label Caprice, dat de reeks Riksconcerter vastlegde. Dit concert werd ook uitgezonden op tv. In een iets andere bezetting volgde een album dat in het Kopenhaagse Jazzhus Montmartre werd opgenomen, een week na de tv-opnamen. Kort daarop keerde violist Salih Baysal wegens heimwee terug naar Turkije en werd de band opgeheven. In de band zaten verder de bekende drummer Okay Temiz, baritonsaxofonist Gunnar Bergsten en bassist Ove Gutsafsson. Daaraan werden voor de eerste opname tenorist Bernt Rosengren en darbuka-speler Akay, broer van Okay, toegevoegd.

De twee albums zitten nu met de twee tv-uitzendingen op dvd in een doos. De kaders van de muziek vormen Turkse volksmelodieën en ritmes, die aan een relaxte jazzbenadering worden onderworpen. Vooral Okay Temiz zorgt ervoor dat de jazzswing natuurlijk wordt verweven met de oneven maatsoorten. De verrassing is het bijzonder expressieve spel van Baysal, die vooral op het tweede album indruk maakt. De beide tv-uitzendingen zijn zonder knipwerk overgezet en hebben daardoor een overlapping in het eerste stuk. Een document dat alleen visueel gedateerd is.

Labels:

(Ken Vos, 31.10.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Oriëntaalse magiër en vingervlugge jonge 'pianocat'

Dhafer Youssef Quartet, vrijdag 14 oktober 2011, Bimhuis, Amsterdam

De Tunesiër Dhafer Youssef past in het rijtje van de ud-spelers Rabih Abou Khalil en Anouar Brahem. De drie virtuoze bespelers van de Arabische luit creëren vitale nieuwe muziek. Op eigenzinnige wijze vloeien eeuwenlange Arabische muzikale tradities samen met breed uitwaaierende, westerse, muzikale stromingen. Naast de inzet van zijn vlekkeloze technisch-instrumentele beheersing beschikt Youssef, in tegenstelling tot zijn collega’s, over een zangstem met een bijna pijnlijke schoonheid. Zoals eens temeer blijkt tijdens het optreden, stelt zijn stem hem in staat niet alleen schreeuwend alle Weltschmertz te laten samenvallen, maar zijn muziek ook te laten opstijgen in een allesomvattende gelukzaligheid.

Een decennium lang vond in de visie van Dhafer Youssef de samensmelting plaats door oosterse harmonieën te kruisen met moderne elektronica. Persoonlijke exponenten van deze symbiose zijn vooral de Noorse muzikanten Eivind Aarset, Bugge Wesseltoft en Arve Henriksen en daarnaast Paulo Fresu, Nguyên Le en Markus Stockhausen.

In het Bimhuis speelt Youssef in een gestripte, volledig akoestische bezetting werk van zijn recent verschenen 'Abu Nawas Rhapsody'. De titels van het album - over (verborgen) liefdes en wijn - zijn gerelateerd aan de klassiek-liberale Arabische spotdichter Abu Nawas.

De variatie is groot, zowel binnen als tussen de nummers. Door de vele tempowisselingen, de mooie melodische verhaallijnen, het technisch-muzikaal vernuft van de instrumentalisten en door de imposante vocale uithalen imponeert de muziek van het begin tot het einde. De jonge Armeense pianist Tigran Hamasyan lijkt in zijn van jazz en funk doordrenkte solo’s boven de harmonie uit te zweven. Soms strooiend met kleine miniatuurtjes en onnavolgbaar ritmisch. Maar ook door zijn overladen lyrisch vermogen in zijn uitgebreide omzwervingen vindt hij altijd perspectief in de ruime speeltijd die hem geboden wordt.

Het betoverende, meditatieve ud-spel, kenmerkend door de onregelmatige maatsoorten, wordt vermengd met de langgerekte vocale uithalen: aards of hemels, warm-dromerig of koud-realistisch, variërend in toonhoogte of opvallend vlak. Het grijpt je regelrecht bij de strot.

Soms blijft echter tijdens het optreden de ware synergie uit. De zorgvuldig geconstrueerde brug tussen oost en west laat tijdens de juweeltjes van solo's van de leider en de pianist dan venijnige haarscheurtjes zien. De ware muzikale bezieling ontbreekt op deze momenten en de balans raakt hierdoor onbedoeld uit het evenwicht.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.

Labels:

(Louis Obbens, 30.10.11) - [print] - [naar boven]





Reportage
Een wonderbaarlijke trip naar de Twenties


"Het was al weer heel wat jaren geleden dat ik voor het laatst een bijeenkomst van het 'Tijdschrift voor Classic Jazz and more' bezocht. Destijds werden die reünies gedomineerd door een peloton oude mannetjes die, over de volle breedte van de eerste rij gezeten, immense spoelenrecorders bedienden met in de tweede linie berustend breiende echtgenotes. Wel, die originele grijsaards zijn inmiddels over de rand gevallen en vervangen door nieuwe, niet minder grijze mannetjes die in plaats van Revoxen en Akai's apparaatjes op bordewisserformaat of gewone mobieltjes hanteren."

Eddy Determeyer bezocht de 94ste Doctor Jazzdag in het Hof van Wageningen. Hij zag er optredens van Les Rois Du Fox-Trot, Friends Of New Orleans en Scat Cats.

Klik hier om zijn verslag van deze dag te lezen.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 29.10.11) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Tineke Postma sleept Edison binnen


Saxofoniste Tineke Postma heeft in Nederland de muziekprijs Edison Jazz Nationaal gewonnen met haar album 'The Dawn Of Light'. Dat kreeg zij vrijdagavond te horen tijdens de opnames van het AVRO-programma Opium, zo maakte de Edison Stichting bekend.

De jury koos voor Postma (1978) omdat zij met dit album aantoont dat 'haar muzikale ontwikkeling gestaag voortschrijdt en haar eigen stijl zich steeds duidelijker aftekent'. Ze laat bovendien veel ruimte voor de muzikanten met wie ze een hecht kwartet vormt: Marc van Roon, Frans van der Hoeven en Martijn Vink, aldus de jury.

In de categorie Jazz Vocaal won de Amerikaanse vocalist Kurt Elling met zijn album 'The Gate'. De in Nederland geboren en in de Verenigde Staten getogen pianist Gerald Clayton, zoon van bassist/bandleider John Clayton, sleepte de prijs voor beste internationale jazzartiest in de wacht. De jury roemt zijn plaat 'Bond - The Paris Sessions' en omschrijft hem als een 'opvallend ruimdenkend pianist'.

De Portugese zangeres Mariza krijgt verder een Edison in de categorie World voor haar album 'Fado Tradicional' en de prijs voor de beste dvd gaat naar de legendarische opnames uit 1968 van een nog jonge Aretha Franklin live in het Concertgebouw in Amsterdam.

De uitreiking van de Edisons vindt plaats op woensdag 16 november in het Muziekgebouw in Eindhoven.

Meer horen?
In maart 2010 had Donata van de Ven een interview met Tineke Postma voor Draai om je oren.
Klik hier om het te lezen.

Labels:

(Maarten van de Ven, 29.10.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Muziek als universele taal

Harmen Fraanje/Mola Sylla/Ernst Reijseger, vrijdag 14 oktober 2011, Paradox, Tilburg

Dat snappen we natuurlijk allemaal. Muziek verenigt en verbroedert en we willen allemaal graag mooie muziek horen, maar dan moet je als muzikant wel die onbegrensde materie kunnen en - vooral - willen begrijpen. Als dat begrip, of liever nog die muzikale intelligentie er is, heb je dik kans dat het publiek het ook begrijpt en geraakt wordt door de intentie ervan. En dat is precies wat er gebeurde vanavond. In de handen van pianist Harmen Fraanje, cellist Ernst Reijseger en de Senegalese zanger/percussionist Mola Sylla, leek deze klus een eitje, vanzelfsprekend, maar uiterst geloofwaardig. En dat 'in de handen van' kun je beslist letterlijk nemen.

Fraanje zocht doelbewust naar momenten waarop hij grote akkoorden neer kon zetten, of juist kleine lyrische melodieën, die sprankelen als een kabbelend beekje. Scherp en alert als altijd maar ook ingetogen en discreet. Zijn motto 'to catch the moment' kreeg hier wederom gestalte.

Reijseger deed zijn reputatie eer aan. Zijn vingers tokkelden, klopten op de klankkast als op een handtrommel of plukten aan de snaren. De strijkstok kwam er amper aan te pas en zijn cello was nauwelijks nog als zodanig herkenbaar. Met zijn unieke interpretaties en een gepaste dosis humor bracht hij lichtheid, ook bij zijn kompanen.

Sylla leek zich terug te trekken in zijn eigen wereld. Hij bleef onverstoorbaar thema's herhalen op zijn m'bira (duimpiano) of xalam (luitachtig instrument, voorloper van de banjo). Er waren momenten waarop het leek alsof hij in trance raakte, maar dan was daar opeens die felle oogopslag, een brede glimlach of begrijpende blik, en wist je dat hij nog steeds hier-en-nu was. Zijn stemgeluid is warm, krachtig en confronterend. Het is jammer dat de woorden in zijn gezangen onbegrepen bleven, maar dat ze gezegd moesten worden was duidelijk. Zijn intonatie en dynamiek lieten niets aan de verbeelding over en zijn timing was zonder meer verrassend te noemen.

Een voorbeeld daarvan was het moment waarop Sylla voorovergebogen in de openstaande vleugel een lied zong/schreeuwde. Zijn blik bleef strak gericht op de pianosnaren en zijn woorden liet hij bekrachtigen door de echoënde klankkast. De dramatiek en bijna-wanhoop in zijn stem riepen een bijna Judas-achtig tafereel op, alsof hij iemand ter verantwoording riep. Of een ander moment waarop heerlijke, melancholische overpeinzingen tijdens het prachtige, lyrische 'Amerigo' je deden wegzakken in je stoel en Sylla plotseling luid zingend vanuit het publiek naar voren schuifelde. Over confronteren gesproken.

Het drietal daagt uit en strijdt, alleen niet tegen, maar met elkaar. Ze werken en spelen, eens als intellectuele filosofen, dan weer als een groepje rondbuitelende kinderen. Ze spreken dezelfde taal.

Klik hier voor foto's van dit concert door Monique van der Lint.

Labels:

(Donata van de Ven, 27.10.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Trio 3 + Geri Allen - 'Celebrating Mary Lou Williams - Live At Birdland New York'
(Intakt Records, 2011)

Opname: augustus 2010

Enkele jaren geleden bundelden Trio 3 en pianiste Geri Allen de krachten voor het album 'At This Time'. Oliver Lake (altsax), Reggie Workman (contrabas) en Andrew Cyrille (drums) hadden in hun 25-jarig bestaan als trio wel vaker met pianisten samengewerkt, onder meer met Irène Schweizer en Marilyn Crispell, maar in Geri Allen vonden ze een meer structurele samenwerkingspartner. Twee jaar na 'At This Time' breiden de vier namelijk een vervolg aan hun gezamenlijk verhaal, met een concertreeks rond de enige echte 'First Lady of Jazz', Mary Lou Williams.

Er zijn natuurlijk wel meerdere vrouwen die deze titel in de loop van de jazzgeschiedenis kregen opgespeld, maar dat waren eigenlijk uitsluitend zangeressen, met als bekendste voorbeeld Ella Fitzgerald. Mary Lou Williams was echter geen zangeres, maar pianiste. Naast een groot talent aan het klavier was ze tevens een uitstekend componiste en een voortreffelijk arrangeur, wat ze onder meer heeft bewezen in dienst van Duke Ellington, Benny Goodman en Tommy Dorsey. Haar glorietijd speelde zich voornamelijk af tijdens de swingperiode, maar tot in de jaren zeventig zou ze als pianiste nog grote successen oogsten, met in 1977 onder meer een opvallend duoconcert aan de zijde van avant-gardist Cecil Taylor in Carnegie Hall.

De leden van Trio 3 en Geri Allen hebben elk op hun manier een band met de in 1981 overleden Williams en haar muziek. Zo speelde drummer Andrew Cyrille in het begin van zijn carrière nog in een van haar bands en hielp hij de pianiste bij haar projecten voor kansarme muzikanten, terwijl Geri Allen in de jaren negentig de rol van Mary Lou Williams vertolkte in Robert Altmans film 'Kansas City'. De vier brengen op 'Celebrating Mary Lou Williams' hun versie van enkele bekende Williams-composities, zoals de boogie-woogie 'Roll’Em' en 'What’s Your Story, Morning Glory'. Dat ze daarbij al eens durven afwijken van het origineel was natuurlijk te voorspellen; de leden van Trio 3 staan niet voor niets bekend als nakomelingen van het free-jazz tijdperk.

Desalniettemin tonen de vier veel respect voor het oorspronkelijke materiaal. Dit album is dan ook veel minder free dan 'At This Time'. De meest intense improvisaties vinden plaats tijdens de brugjes van of naar het refrein, zoals in 'Blues For Peter', en op zulke momenten is het vooral aan Oliver Lake om zijn duivels te ontbinden. De altsaxofonist blaast zoals altijd met een immense kracht en lijkt op 69-jarige leeftijd nog steeds een paar maten te groot voor zijn instrument. Ook Allen krijgt de nodige soloruimte, maar het is Cyrille die zich meer nadrukkelijk in de kijker speelt met een ouderwetse roffelsolo in het lange 'New Musical Express'.

Een van de leukste stukken op het album is het aanstekelijke 'Intermission', een door funk geïnspireerde compositie die Williams schreef in de jaren zeventig. De groep laat zich hier gedurende acht minuten meevoeren op het strakke ostinato van Reggie Workman en komt voor een zeldzame keer helemaal los, met onder meer intense solo's van Lake en Allen. Ook 'Roll’Em' brengt uiteindelijk nog de vlam in de pijp, maar de afsluitende track valt veel te snel stil met een bassolo van ettelijke minuten, waardoor de luisteraar op zijn honger blijft zitten.

Dat gevoel blijft jammer genoeg ook na afloop overheersen. Het tempo is algemeen gezien wat te gezapig om de spanning lang genoeg te kunnen vasthouden en eigenlijk zijn de bewerkingen van de Williams-composities ook niet bijster bijzonder. Ondanks de veelbelovende opzet en een hoop leuke en interessante momenten leveren Trio 3 en Geri Allen dan ook geen memorabel plaatje af.

Deze recensie verscheen eerder op Kwadratuur.be

Labels:

(Joachim Ceulemans, 27.10.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Een herfstblad, voortgejaagd door windkracht 10

Fay Claassen & WDR Bigband o.l.v. Michael Abene, vrijdag 7 oktober 2011, Bimhuis, Amsterdam

Wat erg fijn is aan Fay Claassen, is dat ze het gevoel weet over te brengen dat elk concert dat ze geeft niet alleen een geschenk is voor het publiek, maar ook voor haarzelf. Daarmee slecht ze elke drempel en vervaagt de grens tussen Fay Claassen de artiest en jou, de toeschouwer. Ga je er helemaal in mee en laaf je je ongeremd aan haar zo persoonlijke hesige stemgeluid, dan ben je eigenlijk een avond uit met Fay en wordt het bijna per definitie een geslaagde date. En let dan vooral maar niet op haar man, die er meestal ook bij is. Hij begrijpt het wel.

Deze keer, op vrijdag 7 oktober jl. in het Bimhuis, werd het wel een wat druk uitje, want niet alleen Claassens man was er bij, maar ook diens hele band, de vermaarde WDR Bigband. Je kunt je afvragen: blijft zij binnen al dit uitgaansgeweld wel overeind? Het moet gezegd, als er één bigband is waarmee je het op zo'n avond nog een beetje beheerst en overzichtelijk kunt houden, dan is het de WDR Bigband wel. De trompettisten schakelen met evenveel gemak over op cup- of plunger-mute, als de tenorsax-sectie op klarinet of dwarsfluit. Op deze manier weet dirigent/arrangeur Michael Abene met zijn band beschaafd en veelkleurig voor de dag te komen.

Zoals in 'A Felicidade' van Jobim. Wat een opbouw, wat een afwisseling en wat een diepte! Een arrangement waarin de trompetsectie soms alle registers opentrok én soms goeddeels afsloot, en waarin Claassens echtgenoot Paul Heller twee saxsolo's afwerkte, de ene als centrale solist (en als zodanig opgesteld), de ander als extra kleur in een wervelende apotheose van het orkest (te midden waarvan hij weer plaats had genomen).

Maar ja, nogmaals, is het tijdens zo'n avondje uit met zo'n anderhalf dozijn heren nog wel een beetje uit te houden voor Fay Claassen? Ontstaat er een muzikaal klimaat waarin de zangeres goed gedijt en ze haar bijzondere stemgeluid nog zó kan projecteren, dat het de toeschouwer raakt? Nee, was mijn persoonlijke conclusie. Nee, jammer genoeg niet. In de bonte klankenrijkdom van de WDR Bigband, hoe subtiel opererend ook voor zo'n groot ensemble, ging alles wat Claassens stem bijzonder maakt, goeddeels verloren. Daar veranderde de geluidsinstallatie die haar moest helpen ook niets aan. Integendeel, had ik vaak de indruk.

En zo was alleen in de spaarzame liedjes die Claassen in kleinere bezetting deed (met name 'Throw It Away' van Abbey Lincoln), de zangeres te horen zoals zij eigenlijk móet klinken om te overtuigen. De unieke kwaliteit van haar hese stemgeluid komt het beste uit met een combo: haar herfstig timbre afgezet tegen de parelende klank van een Steinway, het gezoem van de contrabas en het rusteloos geritsel en getinkel van het slagwerk. Dát is Fay Claassen optima forma.

Maar goed, gezellig was het wel, zoals altijd met haar. Aan het eind zwaaiden we haar uit met de 'A'-Train (overigens in een arrangement dat ik de kleur en inventiviteit vond missen van de soms bijna geniale klankbouwwerken van eerder op de avond). En ach, als je zo'n rumoerig avondje uit bent met Fay Claassen en de WDR Bigband, kun je in ieder geval van één ding op aan: ze wordt veilig thuisgebracht.

Klik hier voor foto's van dit concert door Monique van der Lint.

Labels:

(Paul van den Belt, 26.10.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Pure poëzie

Ben Sluijs & Erik Vermeulen, woensdag 12 oktober 2011, CC Maasmechelen

Met 'Con Alma', 'Early Train' en 'Parity' van hun gelijknamige tweede cd 'Parity', aangevuld met een paar nummers van Monk en daarbovenop de compositie 'Bela' van Ben Sluijs en 'Broken', een nieuwe compositie van Erik Vermeulen, krijgen we vanavond muziek te horen die perfect past bij de volle maan vannacht. Beide muzikanten zijn zó op elkaar ingespeeld, dat hun muziek door de jaren heen pure poëzie geworden is.

De rusteloosheid van Erik Vermeulen verdwijnt zodra hij de pianotoetsen aanraakt. Dan zie je een andere Vermeulen, die de rust terugvindt en overgaat in opperste concentratie. Het begrip 'parity' is duidelijk: Vermeulen die de solo's van Sluijs vooruitduwt en Sluijs die met zijn subtiele blaastechniek de pianoklanken vervolmaakt. Een onlosmakelijk duo, waarbij de toehoorder geniet en wegdroomt.

Vermeulen heeft het niet nodig om met zijn techniek te imponeren bij deze uitvoeringen. Zijn voortdurend streven naar perfectie komt tot uiting via andere kwaliteiten die hem kenmerken: intellectuele eenvoud, lyriek en melancholie. Met zijn inventieve wendingen en zijn gevoelig timbre bij het aanslaan van de toetsen, weet hij zijn typische karakter en muzikale persoonlijkheid, waar we zo graag getuige van zijn, te onderbouwen. De pianist doet alsof hij de partituur voor de eerste maal onder ogen krijgt, maar ondertussen weet hij met vinnig vingerspel stevige impro's neer te zetten, zodat die paper sheets er eigenlijk als decorstukken bij staan.

Erik Vermeulen verrast ons met zijn nieuwe compositie 'Broken'. Ben Sluijs neemt er dit keer bij uitzondering de partituur bij en vertrekt samen met zijn metgezel op een boeiende muzikale reis. Met de gestalte van een pink panther blaast hij op zijn altsax als het ware vanavond het najaar in en lijkt daarbij de noten van de grond te rapen. Sluijs danst met zijn karakteristieke warme klank op en neer op zijn ballade 'Early Train', terwijl terzelfder tijd Vermeulen meedeint op de piano. De Monk-composities ('Gallop’s Gallop' en 'Off Minor') dienen enkel als vehikel van waaruit beide muzikanten vertrekken om er hun eigen verhaal rond te weven, waarbij ze van de ene herkenbare noot naar de andere een nieuwe wereld opbouwen van uitgesponnen en vernuftige improvisaties.

In de ondertussen muisstil geworden zaal start Ben Sluijs zijn intro van het nummer 'Bela'. Traag en zacht aangeblazen en onderbroken door oorverdovende pauzes van rust en stilte, duwt hij het nummer zachtjes vooruit. Op het einde blaast hij zijn adem uit over de snaren van de piano, die zachtjes even meetrillen. Een fijne schommeling van beweging en tegenbeweging tot het hoogste punt van rust, zou 'Hans Andreus' beamen. De tijd tussen het spelen van de laatste noot, het uitsterven ervan en het geven van een verdiend applaus bewijst de grote intensiteit van dit stuk. De zaal loopt leeg, maar ons hart is opnieuw gevuld met zoveel pracht. Ben Sluijs en Erik Vermeulen, we are getting sentimental over you!

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

Labels:

(Gerda Boel, 25.10.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Pascal Schumacher Quartet - 'Bang My Can' (Enja, 2011)


Hoewel hij in België vooral bekend is als speelpartner van Jef Neve (die tot 2008 deel uitmaakte van zijn kwartet) is de Luxemburgse vibrafonist Pascal Schumacher lang niet aan zijn proefstuk toe. Het vijfde album van het kwartet laat dan ook een sterk gerodeerde band horen die bewijst dat moderne akoestische jazz kan verder bouwen op de traditie en toch erg hedendaags kan klinken.

Dat dit Quartet weet te imponeren is vooral omdat het - net als het klassieke Modern Jazz Quartet, dat eenzelfde bezetting had - zo veel meer is dan zomaar een brave jazzband, die slaafs wat conservatoriumtrucjes ophoest. 'Gestileerd' en 'ingetogen' zijn dan wel adjectieven die goed bij de band passen, en er zijn zeker links met kamermuziek en modern minimalisme, maar dat resulteert gelukkig niet in duffe resultaten. Integendeel, 'Bang My Can' koppelt de empathie van jazz aan de meeslependheid van de klassiek en de directe impact en aanstekelijkheid van popmuziek, en dat door zorgvuldige sfeerwerking, sterke thema's, uitgekiende dosering en variatie.

Even switchen van de korte vibrafoonsolo die de plaat opent ('Inspector') naar de veelzeggend getitelde afsluiter 'Ghosttrackmusic', iets dat zo uit een arty horrorfilm had kunnen komen, spreekt al voor zich. Schumacher, de Belgische bassist Christophe Devisscher en de Duitsers Franz von Chossy (piano) en Jens Düppe (drums) zorgen voor muziek die even hedendaags als traditiebewust is. Verrassen doet dat niet - de band vergreep zich in het verleden bijvoorbeeld ook al aan werk van popband Travis - al krijg je zelden zo'n geslaagd, organisch evenwicht te horen. 'Water Like Stone' begint met gedempte pianotonen en een bijna akelige vibrafoonmelodie, om van daaruit drums te laten intensifiëren en een elegantie op poten te zetten die even dramatisch als minimalistisch is.

Schumachers eigen composities domineren: boven de openers heb je ook nog de filmische popjazz van 'Seven Fountains' en het ijzersterke titelnummer, dat met zijn repetitieve elementen wat doet denken aan de al even hypnotiserende muziek van EST of het Portico Quartet. Hier krijgt de claim dat de band Radiohead hoog in het vaandel voert een geslaagde uitwerking. Soms gaat het er nogal impressionistisch aan toe ('Taubenturm'), terwijl het even later een pak exuberanter gebeurt, zoals in 'No Dance On Volcano Ashes', waarin vooral Von Chossy en Devisscher schitteren met respectievelijk gedoseerd gedender en hard geplukte snaren.

De frisheid van de plaat wordt ook gegarandeerd doordat alle leden van het kwartet hun compositorische duit in het zakje kunnen doen. De bassist zorgt niet enkel voor het kaalste nummer op de plaat ('A Fisherman’s Tale'), maar tevens voor het meest aanstekelijke (het dansende kleinood 'Elmarno'), terwijl Von Chossy's 'Metamorphosis' opnieuw heil gaat zoeken bij Scandinavische melancholie op een manier waarop zijn voorganger ook jazz, klassiek en pop zou verenigen. Düppe tekent dan weer voor een tweede catchy hoogtepunt met 'Headspin', dat gedreven wordt door een koppig voortbonkende rockbeat.

Kortom: deze band heeft eigenlijk alles in huis om een breed publiek aan te spreken. Na jarenlang samenwerken, vaak op internationale podia, is de interactie van bijzonder hoog niveau en vooral het samenspel van piano en vibrafoon blijft opvallen gedurende het volledige album. Bovenop die sterke wisselwerking is de band er ook in geslaagd om door en door hedendaags en dynamisch te klinken, waardoor het ook een publiek kan aantrekken dat beweert - of vreest - dat jazz te intimiderend of intellectueel is. Zeker ook de moeite om eens live mee te pikken. Wie weet wat het nog op gang brengt.

Deze recensie verscheen eerder op Goddeau.com

Meer horen?
Op de
website van Pascal Schumacher kun je van dit album luisteren naar de tracks 'Elmarno', 'Bang My Can' en '30 Little Jelly Beans'. Klik daarvoor op Listen & Buy. Op Media vind je nog een leuke videoteaser over het ontstaan van dit album.

Labels:

(Guy Peters, 25.10.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Viersterrenkeuken

Celano/Baggiani Group & Duo Ellery Eskelin/Sylvie Courvoisier, NL-NY Music Kitchen, donderdag 13 oktober 2011, Bimhuis, Amsterdam

Muziek uit de keuken van TryTone is op zijn minst verrassend en origineel. Immers, TryTone is een 'organisatie van musici die voorziet in de behoefte aan een platform voor nieuwe jazz, wars van alle scheidslijnen, die voorwaarden creëert en mogelijkheden schept voor grensoverschrijdende activiteiten, die door musici zelf worden vormgegeven'. In samenwerking met JazzplaysEurope werd een tournee georganiseerd met de vier man sterke Celano/Baggiani Group en het duo Ellery Eskelin/Sylvie Courvoisier. In verschillende samenstellingen werd door het zestal op het scherp van de snede spannende en muzikale impro-muziek uitgevoerd.

Vooral de muziek die door beide groepen gezamenlijk werd gespeeld, had een enorme intense en kwalitatieve lading. De door gitarist Guillermo Celano geschreven composities vormden de basis voor lyrische solistische prestaties van de saxofonisten Michael Moore en Ellery Eskelin, alsmede het uitgekiende pianospel van Sylvie Courvoisier.

In alle formaties waarin Celano speelde, viel zijn smaakvolle, harmonieuze begeleiding op. Hij creëerde prachtige ruimtelijke akkoorden, waardoor een welhaast filmische klankkleur werd opgeroepen. Voeg daaraan toe het bescheiden doch accurate basspel van Sven Schuster en het ingetogen en gevarieerde drumwerk van Marcus Baggiani, en je hebt een uitermate muzikale en subtiele ritmesectie voor kwalitatieve impromuziek.

Ook in de kleinere bezettingen werd volop intensief en geconcentreerd samengespeeld en geïmproviseerd. Exemplarisch in die zin was zeker het duo Eskelin/Courvoisier. Pianiste Courvoisier begeleidde de elegante rapsodische improvisaties van tenorist Eskelin gepast ritmisch en aanvullend. Zonder elkaar de loef af te steken werd respectvol en alert reagerend gemusiceerd op wederzijdse muzikale wendingen en ideeën.

Deze meeting van internationale muzikanten was zeer succesvol. Er werd gemusiceerd vanuit een harmonisch concept en dezelfde muzikale opvattingen: improvisatiemuziek zonder competitieve motieven, veeleer vanuit harmonieuze competenties.

Deze editie van Music Kitchen verdient absoluut navolging. Uit de muzikale keuken van TryTone moet dat ook zeker te realiseren zijn. Het was er deze donderdag goed toeven en smullen geblazen!

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Maarten Jan Rieder. Cees van de Ven maakte enkele dagen eerder foto's van dit concert in Wilhelmina, Eindhoven. Bekijk ze hier.

Labels:

(Jacques Los, 24.10.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Fred Ho & The Green Monster Big Band - 'Year Of The Tiger' (Innova, 2011)

Opname: 2010

De Chinees-Amerikaanse Fred Ho kan met een beetje fantasie de Kurt Weil van de Aziatisch-Amerikaanse gemeenschap genoemd worden. Ho's idioom is een mengeling van hoge en lage cultuur en is doordrenkt met socialistische boodschappen en knipogen naar het Chinese communisme. Zijn voorliefde voor het mengen van stijlen heeft al geleid tot zoiets eclectisch als een synthese van Peking-opera en free jazz. Op 'Year Of The Tiger' gaat Ho ook weer alle kanten uit.

Parallellen met het narratieve werk van Frank Zappa zijn makkelijk te vinden, vooral op de uitermate funky en geestige 'Very, Very Baaad! Tribute Medley To Michael Jackson'. Behalve dat de arrangementen enorm swingen, met bijvoorbeeld een prominente plaats voor de baritonsax in 'Bad', ontspoort de muziek ook op typische Zappa-manier. Tijdens 'Thriller' wordt er een gedicht van Magdalena Gomez afgestoken over het ongebreidelde consumentisme, met de nodige vergelijkingen met zombies als metafoor voor de koopzucht.

Na deze speelse ode aan Michael Jackson volgt een al even bizar eerbetoon aan Jimi Hendrix, waarin een extreem dissonante versie van 'Purple Haze' het meest aanspreekt. Met ook nog odes aan Johnny Quest en Duke Ellington is het duidelijk dat deze plaat, zoals veel van het werk van Ho, gaat over het 'deconstrueren van de Amerikaanse populaire cultuur'. Dat het resultaat wat cerebraal, topzwaar en vermoeiend overkomt, lijkt Ho niet te deren. Waarschijnlijk is dat de onvermijdelijke keerzijde van muziek die zo programmatisch is opgezet. Toch is deze plaat, in kleine doses, een aangename en frisse kijk op de cultuur van de Verenigde Staten, gebracht door een scherp observator.

Labels:

(Sybren Renema, 24.10.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Volop genieten van klankdetails

Acoustic Compass, vrijdag 7 oktober 2011, De X, Q-Bus, Leiden

Acoustic Compass is een typische vertegenwoordiger van de Music World Series, waarvoor elk seizoen enkele formaties worden gecreëerd, waarin zogeheten wereldmusici met vooral jazzmusici worden gecombineerd, vaak voor het eerst. Het is altijd afwachten hoe de musici het met elkaar vinden op het podium.

Multi-intrumentalist Michalis Cholevas koos uit musici die hij, soms via via, al uit een andere context kende. Cholevas is Griek, maar zeer geverseerd in de Turkse muziek, getuige ook het t-shirt dat hij deze avond draagt. Het grootste deel van de avond speelt hij op de tarhu, een hybride instrument dat bedacht is door de Australiër Peter Biffin. Cholevas strijkt er voornamelijk op, maar het ingenieuze instrument is ook bedoeld om erop te tokkelen. Grof gezegd is het instrument - in meerdere versies verkrijgbaar - een kruising tussen een tanbur en een erhu. In een enkel stuk speelt Cholevas ook nog de ney, de Midden-Oosterse kerffluit. Als een echte multi-instrumentalist valt hij op door zijn verfijnde articulatie op beide instrumenten.

De andere leden van de band zijn ook interessante persoonlijkheden. Van bassist Tony Overwater is al bekend dat hij liefhebber is van Midden-Oosterse muziek. Rembrandt Frerichs hoor ik voor het eerst in een setting waarin West-Aziatische toonreeksen en ritmes dominant zijn. Een heel bijzondere tenorsaxofonist is de Israëliër Oded Tsur, die bij Hariprasad Chaurasia Indiase muziek studeerde en een opvallende speelwijze heeft. Zijn toon heeft meer weg van een soort bansuri (Indiase kerffluit) dan van een rietinstrument, met een rond, glad geluid zonder de typerende korreligheid van het saxriet. Zelden heb ik een saxofonist gehoord die met zulk gemak glissandi speelt. De qanun(hakkebord)–speler Bassem Alkhouri blijkt ook een geweldige vocalist te zijn. De klassiek geschoolde Syriër heeft een bijzonder fluïde geluid op zijn qanun, wat ook gezegd kan worden van de gevarieerde vibrato in zijn tenorstem. Zeer toonvast klinken zijn stem en instrument ook in het hoog.

Na deze gedetailleerde beschrijving zal misschien duidelijker zijn hoe de band als geheel klinkt. Ondanks de vrij strenge structuren van de toonreeksen is de interactie tussen de musici zeer natuurlijk en los. Zo kan in de akoestisch zeer evenwichtige zaal ruimschoots genoten worden van de klankdetails, zoals de flageoletten van de contrabas. In de improvisaties blijft het jazzelelement overeind, niet alleen in de stukken van Frerichs en Overwater. Het repertoire is zeer gevarieerd en maakt nieuwsgierig naar de muziektradities van het Midden-Oosten. Een geslaagde versmelting die een vervolg verdient.

Labels:

(Ken Vos, 23.10.11) - [print] - [naar boven]





In memoriam
Pete Rugolo


Componist en arrangeur Pete Rugolo is zondag 16 oktober op 95-jarige leeftijd overleden.

Rugolo studeerde onder meer bij de modern klassieke componist Darius Milhaud en werd van 1945 tot 1949 Stan Kentons belangrijkste componist en arrangeur. Hij drukte een belangrijke stempel op de 'progressive jazz sound' van het Stan Kenton Orchestra.

In 1947 won hij de DownBeat Magazine Poll voor beste arrangeur. In de navolgende zeven jaar won hij die poll nog vier keer. Na zijn Kenton-periode werd hij gedurende twee jaar muzikaal directeur van de platenmaatschappij Capitol. In die periode produceerde hij platen met Peggy Lee, Nat King Cole, The Four Freshmen, Mel Tormé en de vermaarde 'Birth Of The Cool'-sessies van Miles Davis.

Nadien werkte hij vooral als arrangeur en componist voor film- en tv-studio's. Hij ontving twee Emmy Awards, voor 'The Challenger' in 1970 en 'The Lawyers' in 1972. Uiteindelijk verdronk hij in het studiowerk en was hij voor de jazz verloren.

Gelukkig heeft hij in de jaren vijftig en zestig onder eigen naam met grote bezettingen nog enkele befaamde albums gemaakt, zoals 'Introducing Pete Rugolo', 'Adventures In Rhythm', 'Rugolo Plays Kenton', 'Music For Hi-Fi Bugs', 'Rugolomania' en 'New Sounds Of Pete Rugolo'. Veel bekende West-Coast musici uit die tijd namen deel aan die platensessies. Om er slechts enkelen te noemen: Bud Shank, Bob Cooper, Andre Previn, Pete Candoli, Shelly Manne en Frank Rossolino.

Thans zijn Rugolo's vroegere platen op cd verschenen op labels als Fresh Sound, Jasmine Music en Collectables Jazz Classics. Daarmee zijn de uitzonderlijke en innovatieve arrangementen en composities van Rugolo bewaard gebleven.

Labels:

(Jacques Los, 22.10.11) - [print] - [naar boven]





Nieuws / Vooruitblik
Tournee Sam Most


Pianist Rein de Graaff, die vorig jaar Sam Most - 'Master of the Bebop Flute'- in Los Angeles ontmoette, regelde meteen een tournee met hem in oktober en november.

De inmiddels tachtigjarige fluitist speelde eind jaren veertig in de bigbands van Tommy Dorsey, Boyd Raeburn en Don Redman en werd begin jaren vijftig een pionier van de bebop op fluit. In die jaren verschenen platen van hem op de labels Prestige, Debut en Bethlehem. Hoewel de fluit zijn hoofdinstrument was, dubbelde hij op klarinet en saxofoon. In 1954 won hij de New Star DownBeat Poll.

Nadat hij van 1959 tot 1961 in het orkest van Buddy Rich had gespeeld, verdiende hij zijn brood in de studio's van Los Angeles. In de jaren zeventig blijft hij onder eigen naam platen maken op het label Xanadu, zoals 'Mostly Flute', 'Flute Flight' en 'Flute Talk'. Medemusici op zijn platen zijn onder meer Tal Farlow, Billy Higgins, Lou Levy en Joe Farrell.

Zo langzamerhand raakt hij echter in de vergetelheid. Hij speelt nog wel op onregelmatige basis in LA. Het is goed dat De Graaff hem opgepikt heeft en voor een korte tournee naar Nederland haalt. De levende fluitlegende Sam Most is te zien en te horen op:

27/10 – Oosterpoort, Groningen
29/10 – Dordtse Jazzsociëteit, Dordrecht
30/10 – De Burcht, Leiden
31/10 – Hnitahoeve, Heist-op-den-Berg
02/11 – Bouwkunde, Deventer
03/11 – Koornhuis, Den Haag (masterclass)
04/11 – Jazzfestival Heerde

Labels:

(Jacques Los, 22.10.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Vliegende start Jumpin' Jazz Orchestra

donderdag 6 oktober 2011, Simplon, Groningen

Nou, volgens mij zijn er wel eens jazzorkesten beroerder gedebuteerd. Het optreden in het rock- en hiphophol Simplon was het tweede van het Jumpin' Jazz Orchestra. En natuurlijk rafelden de randjes hier en daar nog wel een beetje, maar het potentieel was zonneklaar. Neem alleen al de vijfmans trompetsectie onder leiding van Sibbe Oosterman. Die scheurt nu al het merendeel van de Nederlandse kopergroepen zó uit het parcours, dat kan ik je wel vertellen. In dit verband is de dynamiek van de band nog wel een zaak waar naar gekeken kan worden. Met name de achtergronden achter de vocalisten drongen soms wat teveel naar de voorgrond. Niet erg functioneel.

Vocalisten waren Renske de Boer, José Zwerink en Al Dickinson. De Boer is een podiumdier pur sang. Met haar niet geringe strot, haar eigenwijze timing en haar theatrale aanpak zou ze arrangementen verdienen, die haar ook in dat laatste opzicht de nodige ruimte bieden. En verder is ze Friezin – nuff said.

Behalve de stoute schoenen had Zwerink een japon aangetrokken die ons dankzij listig geplaatste tegenlichten ervan overtuigde dat er met haar benen in het geheel niets mis is. Dat compenseerde ze dan weer door met een handtasje van plunjezakafmetingen het podium te bestijgen. Zwerink zong werk van onder anderen Toon Hermans (!) en Ramses Shaffy en met haar prettig doorrookte geluid gaf ze die vaderlandse teksten onvermoede dimensies.

De belangrijkste arrangeur van het Jumpin' Jazz Orchestra is Douwe Dijkstra. Wat mij betreft leverde hij zijn meesterproef af met 'Love For Sale', waarin het orkest een groove te pakken had waaruit het slechts met de grootste moeite losgebikt kon worden. Een ander hoogtepunt was 'Count Bubba' van Gordon Goodwins Big Phat Band, waarin alle secties een out-of-tempo feature kregen. Heel spannend en effectief. En wanneer ergens Pavel Shcherbakov bij de trombones zit, kun je er donder op zeggen dat die voor solovuurwerk zorgt. Deed-ie, in 'All Of Me'.

Dit orkest, kortom, wordt wel wat. Keep on jumpin', jongens!

Labels:

(Eddy Determeyer, 21.10.11) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Genomineerden Edison Jazz/World bekend


De nominaties voor de Edison Jazz/World, de oudste muziekprijs van Nederland, zijn bekend. Geleid door kwaliteit en artistieke waarde heeft de Edison-vakjury een lijst van drie genomineerden per categorie geselecteerd uit de vele voordrachten.

In de categorie Jazz Nationaal zijn The Ploctones, Wolfert Brederode Quartet en Tineke Postma genomineerd. Internationaal strijden John Scofield, Gerald Clayton en Joe Lovano om de eer. Youn Sun Nah, Ruben Hein en Kurt Elling maken kans op een Edison in de categorie Jazz Vocaal en in de categorie World zijn Natacha Atlas, Mariza en A Filetta de kanshebbers.

Op woensdag 16 november worden de Edisons uitgereikt in het Muziekgebouw Frits Philips Eindhoven. Diverse winnaars zullen onder de bezielende leiding van John Clayton en het Metropole Orkest repertoire ten gehore brengen. Het programma na de pauze wordt volledig ingevuld door singer-songwriter Ivan Lins, winnaar van de oeuvreprijs 2011. Een radio-uitzending van het prestigieuze evenement is live te volgen op Radio 6.

Klik hier voor meer informatie.

Labels:

(Jacques Los, 20.10.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Tuur Floorizone - 'Mixtuur' (W.E.R.F., 2011)

Opname: maart 2011

Steek het op het postmodernisme, maar tegenwoordig wil elke muzikant bruggen slaan, laten versmelten, buiten hokjes denken en deuren open zetten. In de stoet van 'breeddenkende' collega's is Mixtuur van Tuur Florizoone de zoveelste passant. Toch blijft het project met glans overeind. Het resultaat van deze Afrikaanse/West-Europese samenwerking klinkt immers heel homogeen en natuurlijk, alsof Florizoone en zijn muzikanten nooit anders gedaan hebben. Wat in het geval van sommigen natuurlijk ook zo is.

Mixtuur ontstond op vraag van de vzw Trefpunt, die op de Gentse Feesten van 2010 een muzikaal programma wilde realiseren rond de Congolese metissen: kinderen uit een blank-zwarte relatie die in de toenmalige Congolese maatschappij geen plaats hadden en zo in adoptiegezinnen in België terecht kwamen.

De stap naar een gemengde band was voor Florizoone snel gezet en het siert hem dat hij alle muzikanten in het eindresultaat een eigen plaats heeft kunnen geven. Moeilijk heeft hij het zichzelf niet gemaakt; muzikanten als trompettist Laurent Blondiau, tuba- en trombonespeler Michel Massot en slagwerker Chris Joris zijn bij uitstek bekend om hun ruimdenkendheid en flexibiliteit. Even vlot loopt de integratie van celliste Marine Horbaczewski en bassist Nicolas Thys. De Afrikaanse sectie van het twaalfkoppige Mixtuur wordt gevormd door de virtuoze balafoonspeler Aly Keita, drummer Wendlavim Zabzonre, zangeres Tutu Puoane en de drie vocalisten van Nabindibo.

Het artistieke succes van het project berust enerzijds op de kwaliteit van de muzikanten, die duidelijk niet voor zichzelf, maar voor het geheel spelen. Puoane wordt nergens een diva, maar zit met haar meestal woordloze vocalen mooi ingewerkt in het geheel. Daarnaast zijn solistische passages ondergeschikt aan en ingebed in de composities, die de tweede sterke poot van het geheel vormen.

De stukken zijn niet vaag, maar duidelijk afgebakend door componist en mastermind Tuur Florizoone. Zo bescheiden als die zich als uitvoerder opstelt, zo prominent is hij als leider. Zijn composities zijn ronduit ambitieus: opgebouwd uit verschillende delen en rijk aan lagen en contrasten. In de arrangementen weten de muzikanten de verschillende instrumentkleuren goed te mengen, waardoor zowel de rijkdom als de eenheid gegarandeerd worden. Hierdoor kan ook buiten het Afrikaanse kader gedacht worden, zoals te horen in de Balkanmelodievoering van 'Queskia?' (titelsong van het recentste album van Florizoone's Tricycle) of de lounge-achtige harmonie en klankmenging in 'Je Me’n Fous (Je Ments)'. In het quasi-plechtige 'Change' verschijnt de groep in een sobere gedaante, terwijl in 'Las Tres Brujas' de melodische polyfonie van het tweede deel erg rijk klinkt. In de intro is dan weer mooi te horen hoe Thys zijn bas kan laten klinken als een ratelende ngoni.

Het klapstuk van de plaat is echter 'Hunt', een complexe compositie waarbij vanuit enkele eenvoudige basiscellen een hele structuur wordt opgebouwd waarbij het materiaal mag evolueren en transformeren. Het einde, waarin de verschillende elementen boven elkaar gestapeld worden, is een indrukkend staaltje muzikaal vakmanschap dat al het goedkope eclecticisme de wacht aanzegt.

'Mixtuur' is een album dat indruk maakt, niet (alleen) omwille van het opzet, maar vooral door het muzikale resultaat: een safe bet voor jazzliefhebbers, ook voor diegenen die niet zo dol zijn op wereldmuziek.

Meer horen?
Op de
Myspace-pagina van Tuur Florizoone kun je van dit album de volgende tracks beluisteren: 'Queskia?', 'Hunt' en 'Kwa Heri'.

Labels:

(Koen Van Meel, 19.10.11) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
Internationale jazztop in Muziekgebouw Eindhoven


Muziekgebouw Frits Philips in Eindhoven presenteert in het nieuwe concertseizoen een ijzersterk jazzprogramma. Met namen als Sonny Rollins, Madeleine Peyroux, Arve Hendriksen en Oleta Adams haalt het Muziekgebouw de internationale top naar Eindhoven. Bovendien is Muziekgebouw Eindhoven in november voor de vijfde keer gastheer van de uitreiking van de prestigieuze Edison Jazz|World Awards.

Sonny Rollins geeft een exclusief concert in Eindhoven. De saxofoongigant speelde al voor zijn twintigste met Miles Davis, die later over hem zei: "He was an aggressive, innovative player who always had fresh musical ideas. I loved him back then as a player and he could also write his ass off..." In de Eindhoven Airport Zaal geeft Rollins als een van the last guys left een bij voorbaat memorabel concert!

In 2005 veroverde Madeleine Peyroux wereldwijd de harten van publiek, pers en artiesten met haar album 'Careless Love'. Haar stem doet sterk denken aan Billie Holiday en ze geeft een eerbetoon aan het vroege blues- en jazzgenre. Maar wel onder haar eigen voorwaarden; Peyroux is volwassen en slaat een eigen weg in. "I'm interested in exploring tougher sounds, even ugly sounds... trying to find something more raw than the voice that I have now, and in the accompaniment that I have become used to."

De Noorse trompettist Arve Henriksen is winnaar van de Paul Acket Award 2011, een prijs die jaarlijks door North Sea Jazz uitgereikt wordt aan een artiest die meer aandacht verdient voor zijn of haar uitzonderlijke prestaties. Zo speelde de Noor bij de hardrockband Motorpsycho en nam hij platen op met David Sylvian. Momenteel speelt Henriksen met de band Supersilent. Hij bracht zijn eigen album 'Cartography' uit op het label ECM. In de Eindhovense Catharinakerk ontmoet hij a capella-ensemble Trio Mediaeval voor een impro make-over van middeleeuws repertoire.

Daarnaast heeft het Muziekgebouw Eindhoven twee jazzseries in samenwerking met North Sea Jazz en Jazzism.

Klik hier voor meer informatie.

Labels:

(Jacques Los, 19.10.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Generaties en culturen integreren in Smederij

Sessie met Jenne Meinema Kwartet, dinsdag 4 oktober 2011, De Smederij, Groningen

Een van de aardige aspecten van de wekelijkse sessies in De Smederij is de ongedwongen confrontatie van totaal verschillende generaties en culturen. Zo speelde daar deze week bebopsaxofonist Jenne Meinema (80) op hetzelfde podium als een internationaal gezelschap van muzikanten, die met hun drieën nog geen driekwart van Meinema's leeftijd haalden.

Deze keer geen 'Donna Lee' of 'Ah-Leu-Cha' in onzalige tempi van Parkerman Meinema. Als om aan te tonen dat hij niet van de straat is, begon hij de set met 'Waterfall', een soort smooth jazz opus. Later volgden onder meer 'A Pretty Girl (A Cadillac And Some Money)' en 'The Great City' uit de boeken van respectievelijk het Buddy Johnson-orkest en zangeres Shirley Horn. De vocalen nam bassist Lourens Leeuw voor zijn rekening. Dit was Leeuws debuut in De Smederij. Opmerkelijk, daar deze allround veteraan al een halve eeuw als steunpilaar van de Groninger pop- en rock-'n-rollscene geldt.

Aanvankelijk had Meinema nog wat intonatieproblemen in het hoog, zodat ik mijn hart vasthield. Naarmate de avond volgde, werd zijn toon gelukkig beter. Met zijn gulle sound straalt hij op altsax nog altijd onmiskenbaar gezag uit; de tenorsaxofoon is duidelijk secondair voor hem.

Ironisch genoeg had de sessie die op het optreden van het Meinema Kwartet volgde een boppiger karakter. Met zijn hippe versieringen en breaks was drummer Harry Arling hier duidelijk beter in zijn element. In 'Hot House' was het echt alsof hij met zijn betrouwbare beat de rest van de muzikanten op sleeptouw nam. Ongeveer zoals bassist Bert van Erk de rest door de changes van 'No Moon At All' leidde. Inderdaad, misschien klinkt het wat lullig, maar de jonge gastjes en meissies deden hier spelenderwijs, maar heel ondubbelzinnig en doeltreffend praktijkervaring op.

Van die jonge gastjes viel deze keer sopraansaxofonist Yung Su op. Niet alleen speelde hij zuiver, maar er leek zich ook een aarzelende contour van boventonen rond zijn geluid af te tekenen, die dit weerbarstige instrument zo warm en vibrerend kunnen maken.

"Doe maar een blues in F," suggereerde sessieleider Diederik Idema, Lou Leeuw reageerde met "niet te snel, hoor" en vocalist Paul Penninkhof zette 'Lonesome Lover Blues' in. Wat Loutje er overigens niet van weerhield, het tempo halverwege te verdubbelen. Dat nummer is natuurlijk een oude hit van zanger Billy Eckstine. Een nummer eerder was het onvermijdelijke 'All The Things You Are' al langsgekomen, dat sinds de dagen van Bird en Diz geopend en afgesloten wordt met de intro die oorspronkelijk bij 'I Want To Talk About You' hoorde, eveneens een oud succes van Mr. B. Het zal niemand opgevallen zijn, maar dat vind ik nou een mooi voorbeeld van spontane poëzie.

Labels:

(Eddy Determeyer, 19.10.11) - [print] - [naar boven]





Concert
'Vier'maal is scheepsrecht!

Corrie en de Grote Brokken, vrijdag 30 september 2011, Paradox, Tilburg

Een vrolijke wals of een ska-beat, voorafgegaan door vette funk, jazz of rockgrooves, afgewisseld met flarden dichterlijke poëzie of rake theaterhumor. Het kan je zo maar overkomen, wanneer je de gelukkige bezoeker bent van een concert van gitariste Corrie van Binsbergen en haar Grote Brokken. Maar de titel 'gitariste' is beslist te klein voor haar. Deze af en toe scheurende rockchick heeft een fenomenaal muzikaal inzicht en het talent om een boeiend, avondvullend programma neer te zetten. Het voert je mee door het land van 25 jaar Corrie en de Brokken en de evolutie daarvan, Corrie en de Grote Brokken.

Als je net als ik getuige bent van een klein stukje voorbereiding van het concert, wordt snel duidelijk dat je heel wat in je mars moet hebben en - vooruit - een tikkeltje eigenwijs moet zijn om een dergelijk concept neer te zetten. Maar ook dat Van Binsbergen groot respect geniet bij het twaalf koppen tellende orkest. En dat respect is wederzijds, ook dat is duidelijk.

Vaste drummer Arend Niks was door een hernia geveld, maar werd vervangen door Yonga Sun (door van Binsbergen weggegrapt als: "dat is ook niet Niks!"). Helemaal niet zijn terrein, zou je zeggen, maar Sun bevestigde het tegendeel door zijn stomende aandeel in de ritmesectie met bassist Hein Offermans. Haast onopvallend was de plek van toetsenman Dionys Breukers, maar zijn geluiden en samples waren dat geenszins. Ook in zijn spel kwam de humor naar voren, een belangrijke impuls in het kleurrijke gezelschap. Rockgitarist Wouter Planteijdt deed een plezierige duit in het zakje door op zijn eigen no-nonsense manier lustig door het repertoire heen te scheuren.

"Goed geluk behoeft geen franje, mooie zin voor géén geld", was een frase van Bob Fosko. Spuug vloog in het rond en zijn nekspieren zwollen op. Zijn gezicht liep af en toe gevaarlijk rood aan wanneer Fosko dichterlijke waarheden op het publiek afvuurde. Zijn ruwe, ongepolijste zangstem lag prettig in het gehoor en vormde een mooi contrast met die van Beatrice van der Poel. Haar stem kwam pas volledig tot zijn recht in 'It Takes Time', een popsong door haarzelf geschreven. Maar ze laat ook een andere kant van zichzelf zien. In samenspraak met Fosko, huilend als een wolf of door het tergend repeteren van 'where are you now' in haar versie van 'Betty Blue'. Steeds weer is de combinatie van het theatrale en de intelligentie van de muziek bepalend voor de originaliteit van het project.

Geniaal ook is het aandeel van componist en multi-instrumentalist Hans Hasebos. De warme, ronde klanken van zijn vibrafoon zorgen voor fraaie verborgen extra's en zijn virtuositeit blijkt onmiddellijk in een solo waarin hij vol enthousiasme los gaat.
De omlijsting door het kwartet blazers is uiterst smaakvol en totaal niet overdadig. Het zijn vooral de klanknuances die indruk maken. Met trompettist Angelo Verploegen, trombonist David Rothschild en saxofonisten Jasper Blom en Rutger van Otterloo heeft Van Binsbergen dan ook het neusje van de zalm op de rol staan.

Met een dikke glimlach op haar gezicht of in opperste geconcentreerdheid, met een ouderwets scheurende solo, kunstige riffs of kleine melodieuze jazzloops: van Binsbergen zat in ieder stuk verweven. Vanavond presenteerde zij haar project 'Vier' en kwam bij aanvang haar publiek tegemoet met een Zappa-stuk, wat uiteindelijk een smakelijk voorafje bleek.

De toegift was een zinderende vertolking van 'Pastorale'. Oorspronkelijk geschreven door Lennaert Nijgh en Boudewijn de Groot en ooit zo onnavolgbaar geduetteerd door Ramses Shaffy en Liesbeth List. Het was een try-out, nog nauwelijks gerepeteerd en Fosko moest het uit zijn tenen halen, maar wat was het aangrijpend mooi!

Klik hier voor een fotoverslag door Maarten van de Ven van het concert dat Corrie en de Grote Brokken een dag eerder gaven bij de JIN in de Lindenberg, Nijmegen.

Labels:

(Donata van de Ven, 18.10.11) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
Masterclass en concert Jesse van Ruller bij 'Jazz at the Crow'


Op uitnodiging van Stichting Live Jazz Promotions en met ondersteuning van de Gemeente Eindhoven zal gitarist/componist Jesse van Ruller op zondag 27 november van 14.00 tot 15.30 uur een masterclass verzorgen in café Kraaij & Balder aan de Strijpsestraat 79 te Eindhoven.

Van Ruller speelt een stuk van zijn laatste cd 'Chambertones' als introductie en geeft de deelnemers inzage in de score van het stuk. Vervolgens zal hij in een soort openbare repetitie dit stuk verder uitwerken en oefenen. Hij geeft uitleg over wat hij doet en maakt zodoende de toehoorders deelgenoot van zijn aanpak om tot een gewenst resultaat te komen. Ook zal hij specifieke vragen over gitaar, spel en aanpak beantwoorden, maar ook vragen aan de overige bandleden over hun spel en inbreng zijn welkom.

Voor de wat gevorderde gitaristen is dit natuurlijk een niet te missen gelegenheid om dit proces zo dicht op de huid van deze creatieve musicus te volgen!

Aansluitend zal door het Jesse van Ruller Trio, dat naast de gitarist bestaat uit bassist Clemens van der Feen en drummer Joost van Schaik, een concert worden gegeven, dat begint om 16.00 uur.

Na afloop is er vrijblijvend gelegenheid voor een jamsessie door de aanwezige muzikanten.

Geïnteresseerden voor masterclass en concert kunnen zich inschrijven door een bedrag van € 15,- over te maken op rekeningnummer 150171919 van Stichting Live Jazz Promotions, onder vermelding van naam en 'Masterclass Jesse van Ruller'. Voor bezoekers van het concert geldt een entreeprijs van € 7,50.

Labels:

(Maarten van de Ven, 18.10.11) - [print] - [naar boven]





Artikel
The making of Clifford Brown


"Hij was wellicht de beste, de meest volmaakte trompettist uit de geschiedenis van de jazz. Hoewel hij slechts 25 jaar oud werd, is de invloed van Clifford Brown nog steeds groot. In de budgetserie House of Jazz verscheen een doos met tien cd's van het trompetwonder.

Voor een uitermate zacht prijsje geeft deze cd-box een aardige introductie tot het werk van Brown. Het doosje bevat onder meer opnamen die de trompettist in Parijs maakte, tijdens zijn verblijf met het Lionel Hampton Orchestra aldaar. Aangezien de Hamp alle muzikale activiteiten buiten zijn orkest had verboden, moesten de muzikanten 's nachts uit hun hotelramen klauteren voor dat extra werk. Voorts minder bekend spul met blanke Los Angeles-muzikanten, de nodige schijfjes met Max Roach en een suffe sessie met strijkers, de enige opnamen waarop Brown beneden zijn niveau speelde.

Wie prijs stelt op uitvoerige liner notes en een onberispelijke productie, komt aan zijn trekken met de vier cd-box 'The Emarcy Master Takes'. Losse cd's van de Brown-Roach combo zijn dan nog 'A Study In Brown' en 'Clifford Brown And Max Roach'. Voor de – interessantere! – live sessies ('A Night At Birdland', 'Live At The Bee Hive' en 'The Beginning And The End') zul je, vrees ik, alleen in de gespecialiseerde jazzwinkels terecht kunnen. Al dan niet tweedehands. En dan is het nog maar de vraag of je veel vindt. Brownie is gewild en mensen die hem eenmaal in huis hebben zijn niet snel geneigd, hem weer de deur uit te doen."

In een uitgebreid artikel biedt Eddy Determeyer een insightful kijkje in de keuken van Clifford Brown. Over carrière, techniek, invloeden, bewonderaars en noodlot.
Klik
hier om het te lezen.

Meer weten?
Klik hier voor het enige televisie-optreden van onze held, in een spotje van Soupy Sales, whatever that may have been.

Labels:

(Maarten van de Ven, 15.10.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Free jazz kan beter

Tony Malaby's Tamarindo, vrijdag 30 september 2011, Bimhuis, Amsterdam

Sinds tenorsaxofonist Tony Malaby zich in 1995 in New York vestigde, behoort hij tot de veelgevraagde jazzimprovisatoren. Behalve met eigen formaties speelde en speelt hij in Charlie Haden's Liberation Orchestra, in de Electric Bebop Band van drummer Paul Motian en het Fred Hersch Quintet, om maar wat te noemen.

Ook zijn discografische gegevens getuigen van een door velen gevraagd musicus. Hij maakte platen met onder anderen Mark Helias, Marty Ehrlich, Michael Formanek, Satoko Fuji en Tom Varner. Als leider produceerde hij in het bijzonder platen met een summiere bezetting: slechts bas en drums, of cello en drums, of electrische Wurlitzer en drums. Met zijn trio Tamarindo wijkt Malaby daar niet van af. Met bassist William Parker en drummer Nasheet Waits werden de free jazz jaren (’60 en ’70) in de BIM tot leven gebracht.

Kenmerkend in die jaren was de bravoure houding en dito speelwijze, die gepaard ging met een ruwe, felle toonvorming. Saxofonisten als Peter Brötzmann, Frank Wright, Kenneth Terroade, Albert Ayler, Pharoah Sanders, David Ware, Jimmy Lyons, Byard Lancaster, Archie Shepp en Maurice McIntyre beten mondstukken en rieten stuk en scheurden en gierden erop los.

Malaby daarentegen is van een bescheidener kaliber. Het harde krachtige saxgeluid bevindt zich niet in zijn bagage. Zijn geluid viel weg in de overdonderende geluidsbrij van bas en drums. Zijn tamelijk diffuse toon kwam nauwelijks boven de ritmische geluidsorkaan uit. De nogal academische, neuzelige improvisaties en het gerommel met valse lucht en multifonische noten versterkten zijn nogal onzekere optreden.

In de hoedanigheid van sideman in alle mogelijke groepen komt Malaby beter tot zijn recht dan in de trioformaties. Naar alle waarschijnlijkheid zullen zijn kwaliteiten beter tot uiting komen op 21 oktober (ook in het Bimhuis) in de groep Ches Smith & These Arches, waarin verder onder anderen Tim Berne en Mary Halvertson spelen. Ik zal daarbij zijn en verwacht revanche van Tony Malaby.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Jacques Los, 13.10.11) - [print] - [naar boven]





Column Herbert Noord
De jazz wordt doorgedraaid


"Nou, vooruit dan, één Boy Edgar-anekdote. Boy speelde in de jaren vijftig in de hoofdstedelijke Casablanca met onder meer Ado Broodboom op trompet, Kid Dynamite op sax en Boy achter de piano. Er wordt gespeeld, maar plotseling ontstaat er rumoer in het zaaltje. De eigenaar van de Casablanca is onwel geworden en zijgt voor het podium ineen. Omdat van Boy bekend is dat hij arts is, wordt om zijn assistentie gevraagd. Boy kijkt van achter de piano naar de op de grond liggende man en zegt dan: "Niets meer aan te doen, die is dood." Vervolgens richt hij zich tot Ado en de andere musici: "Gewoon doorspelen jongens, niets aan de hand." Music was inderdaad his mistress."

Herbert Noord zag met lede ogen aan hoe de legendarische bandleider Boy Edgar de 'DWDD-treatment' kreeg. "Wat moet je nu met zo'n item en deze informatie over Boy Edgar als totaal onwetende tv-kijker, vermoedelijk ook nog behept met een fout idee over wat jazz is?"

Klik op bovenstaande button om zijn column te lezen.

Labels:

(Maarten van de Ven, 13.10.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Grand Theatre wordt idyllisch landschap

Ben Goldberg Trio, donderdag 29 september 2011, Grand Theatre, Groningen

Ook mooi: een kale bergtop. Of een kleine waterval die een beekje van woelig water voorziet. Tja, de muziek van het Ben Goldberg Trio leidt je haast automatisch naar dit soort idyllische oorden (een Japanse tuin kan vanzelfsprekend ook). Klarinettist Ben Goldberg zoekt het in bescheiden nuances. Ook tijdens het circulair blazen en in de meest vrije passages blijft de output overzichtelijk. Het onweer komt niet verder dan de kim.

Dat het optreden niet in loos geneuzel vastloopt, heeft behalve met de kwaliteit van de muzikanten zelf vooral te maken met de sterke composities van de leider. Zijn associatie met Tin Hat, waar geen genoegen wordt genomen met uitgewalste vamps of minderbedeelde riffjes, is daar voor een belangrijk deel debet aan.

Het zou interessant zijn, het werk van Goldberg eens te horen in de opvatting van de Microscopics – of van de Dutch Swing College Band, voor mijn part. Maar dan zouden we natuurlijk wel het lage, wat drenzerige, open geluid van drummer Kenny Wollesen missen. Een geluid waar je van alles op zou kunnen stapelen. Plus de nimmer opdringerige klarinet van Goldberg, die Tony Scott in een introverte bui in herinnering roept. Terwijl ik ook één directe quote van Jimmy Giuffre hoorde. Kan ook minder zijn geweest.

Voorzichtig voelen lijkt het devies van de San Franciscaan, eerder in elk geval dan krachtdadig ingrijpen. Geen wonder dat de liedjes meer dan eens in een ijl fluïdum oplosten. Een haiku, kortom, heeft meer impact dan een Ster-spotje.

Labels:

(Eddy Determeyer, 12.10.11) - [print] - [naar boven]





In memoriam
Piet Noordijk


"Ik ben van plan 95 te worden. Minimaal!", riep altsaxofonist Piet Noordijk strijdlustig in een interview dat hij vijf jaar geleden voor Draai om je oren gaf. Zoals we inmiddels weten, heeft het niet zo mogen zijn. Zaterdag 8 oktober overleed Noordijk, een van de grootste muzikanten die de Nederlandse jazz heeft opgeleverd, na een kort ziekbed in zijn woonplaats Hellevoetsluis. Hij werd 79.

Die uitspraak deed hij naar aanleiding van zijn optreden, in 1988, met altist Benny Carter, op het toen nog Haagse North Sea Jazz Festival. Carter was op dat moment 80, maar speelde op zijn 95ste nog in jazzclubs. Vandaar.

Van Piet Noordijk werd altijd gezegd dat hij een volgeling van Charlie Parker was en Parker was inderdaad zijn grote held. Maar als je Noordijks eerste jazzopnamen terughoort, in 1956 met de Wessel Ilcken All Stars, is zonneklaar dat zijn techniek weliswaar naar die van Parker gemodelleerd was, maar dat zijn warme, droge sound eerder verwant was aan die van Carter. Benny Carter was voor de oorlog de populairste jazzaltist, ook in Nederland, waar hij frequent optrad.

Noordijk was een creatieve geest zonder kapsones. Hij leek beter te gaan spelen naarmate hij ouder werd. Zoals gezegd, Benny Carter werd als rolmodel ingeruild voor Charlie Parker. Later, in de late jaren vijftig en zestig, begon het bluesy geluid van Cannonball Adderley zijn sporen na te laten en toen Noordijk kennismaakte met het werk van Eric Dolphy bleef ook dat niet onopgemerkt. Met name toen hij in 1992 een punt zette achter zijn jarenlange verbintenis met het Metropole Orkest leek hij een nieuwe jeugd te zijn begonnen. In veel recensies dook vanaf dat moment de metafoor van de jonge hond op. De saxofonist, die vaak met muzikanten werkte die een of twee generaties jonger waren, bleek steevast de meest drieste van het stel, degene die het stof van de hanenbalken placht te blazen.

Hij maakte zich veel zorgen over de toekomst van zijn geliefde jazzmuziek. "Een oud spreekwoord luidt, waar je mee omgaat word je mee besmet," merkte hij op. "Daarom is het zo te betreuren, en dat betreur ik echt iedere dag, dat de jeugd zo weinig met jazzmuziek geconfronteerd wordt. Dat is het erge. Want als ze bij mij thuis alleen maar klassieke muziek hadden gespeeld en ik had nooit van Parker gehoord, ik was daar niet mee in aanraking gekomen, dan was ik echt geen jazzmuzikant geworden, hoor. Dat weet ik honderd procent zeker. Neem nou vroeger, de doorsnee bevolking, die groeide op met Johnny Jordaan, die jeugd hield van Johnny Jordaan. Je hoorde niets anders op de radio en in kroegen. Nu horen ze niets anders dan de hedendaagse hiphop en hoe het in godsnaam ook mag heten. Dus het is toch logisch dat de jeugd daarnaar trekt? Daarom is het zo'n schande dat van hogerhand dat niet gestimuleerd wordt door de publieke omroepzenders, de cultuurzenders, gewoon te verplichten: jullie moeten iedere dag een uur of weet-ik-veel jazzmuziek draaien. En dat hoeft niet jazzmuziek te zijn van voor de oorlog, maar gewoon de jeugd confronteren met jazzmuziek. En dat kan niet genoeg gebeuren."

Dat zei hij in 2006. Het tragische is dat Noordijk heeft moeten meemaken dat Nederland inmiddels geregeerd wordt door barbaren, voor wie jazz wel het laatste is dat ze in en aan hun hoofd hebben (wat ze wel in hun hoofd hebben is niet bekend). Wij hebben Piet Noordijk in ons hoofd en in ons hart. En al kunnen we dan niet langer trots zijn op Nederland, Nederland kan trots zijn op Piet Noordijk.

Meer weten?
Klik hier voor een artikel over Piet Noordijk, waarin ook eerdergenoemd interview verwerkt is.

Labels:

(Eddy Determeyer, 11.10.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Nieuw kwartet Scofield brengt aansprekende funk en soul

donderdag 29 september 2011, Muziekgebouw Frits Philips, Eindhoven

Gitarist John Scofield heeft intussen een imposante palmares van muzikanten opgebouwd aan wiens zijde hij te zien was, waaronder Miles Davis, Joe Henderson, Charles Mingus, Joey DeFrancesco, Herbie Hancock, Pat Metheny, Bill Frisell, Mavis Staples, George Duke, Jaco Pastorius en John Mayer. Ook de genres waarin hij zich laat horen, variëren van jazz, fusion en funk tot blues, soul en andere vormen van moderne Amerikaanse muziek. Hij weet zich als een kameleon wonderwel aan te passen aan de muzikanten waarmee hij zich omringt. Met dit nieuwe kwartet laat hij zich meevoeren in een sfeer van funk en soul.

De trend van de vier soulmates was vanavond beklonken vanaf het eerste nummer 'Kool'. De stevige baslijn van Andy Hess deed onze ribben trillen en vermengde zich met de prehistorische Hammondgeluiden van Nigel Hall. Daarbovenop het vernuftige, snijdige vingerwerk van Scofield. Dat stond in fel contrast met zijn statische houding, waarbij hij bij elke toucher als het ware aan de grond genageld stond. Neem daarbij de krachtige funkbeats en de ritmische herhalingen van drummer Terrence Higgins - zelfs met de pet voor de ogen wist hij blindelings zijn street beats vinden - en een excentrieke avond kon losbarsten.

Het was vooral Hall die meermaals op de voorgrond trad. Deze soulman zorgde ervoor dat met nummers als 'Blow Wind Blow' en 'Drop And Roll' een mix van gospel en blues op ons afkwam. Zijn volle energetische stem deed zelfs Hess af en toe letterlijk buigen en kronkelen voor hem. Hall switchte regelmatig van keyboard naar hammondorgel, waarmee hij meermaals felle intergalactische tonen de ruimte instuurde. Zij die op het punt stonden om hun gedemodeerd meubelstuk op de container te gooien, zullen dit instrument na deze avond weer met veel zorg behandelen.

In sommige solo's wist Scofield het publiek in te palmen en zijn meesterlijk gitaarwerk te staven. Maar ook in zijn begeleiding van Halls vocale uithalen etaleerde hij hoge kwaliteit. Deze gitaarnerd ging een duel niet uit de weg met Andy Hess en Terrence Higgins. Tijdens de vertrouwde nummers 'Still Warm' (1985) en 'For Love' (1976) hoorden we een schitterend steekspel tussen enerzijds Scofield en Hess en anderzijds het duo Scofield en Higgins. Scofield zelf verraste door een onverwacht einde met slechts een paar noten, waarvan de allerlaatste nog lang bleef nazinderen. Zonder versterkers kan men zich Scofield moeilijk voorstellen, maar soms lieten ze hem in de steek vanavond met een vervelend geruis. Daar trok hij zich niks van aan. Misschien daardoor ook dat tijdens een intimistische interpretatie van 'Round Midnight' zijn voetenwerk extra in het oog sprong.

Het is opvallend hoe Higgings en Hess altijd de juiste groove etaleren met af en toe dat stevige undergroundgevoel. Weinig geraffineerd misschien, maar noodzakelijk om dit concert te dragen en te ondersteunen, zoals bij de soulnummers van Nigel Hall, waarbij hij zijn ziel uit het lijf schreeuwt met "I don’t need nobody else" en "hit me, hit me!"

Deze band verdient een jonger publiek, dat uit de bol kan gaan en lekker jazzy en funky kan meedansen in een ruige omgeving waar een wietsfeertje best kan. Toch wordt het concert met zó veel plezier gebracht dat - ook in deze nette zaal en zelfs met een publiek dat gedoemd is om netjes en braaf op de stoel te blijven zitten - een hart voor funk en soul voelbaar is.

Het ogenschijnlijk rustige publiek springt na het einde van het concert als een springveer omhoog voor een staande ovatie en wordt op zijn wenken bedient met een stevig bisnummer: 'I Don’t Need No Doctor' van Nigel Hall. Nog eens mooi om te zien hoe hierbij Scofield en Hall als twee bekvechtende hanen tegenover elkaar staan te kakelen. Misschien hadden we wat meer jazz verwacht vanavond, maar met de funk en de soul zat het in ieder geval goed.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

Labels:

(Gerda Boel, 10.10.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Joris Roelofs Quartet – 'Live At The Bimhuis' (JJR Records, 2011)

Opname: 2010

Joris Roelofs is niet de eerste altsaxofonist van de generatie na Benjamin Herman die een cd laat verschijnen met Amerikaanse begeleiders. Tineke Postma en Ben van Gelder wisten zich ook al omringd met illustere Amerikanen als Geri Allen, Scott Colley, Terri Lyne Carrington, Aaron Parks en Ambrose Akinmusire.

Of de samenwerking met prominente Amerikanen perse een relevante toevoeging is lijkt me discutabel – tenslotte hebben we hier te lande uitstekende ritmesecties beschikbaar – hoewel het niet slecht is voor internationale ambities en het zeker zal bijdragen tot een grotere bekendheid over de Nederlandse grenzen.

Roelofs wisselt de altsax af met de basklarinet. Vooral op 'August 30' soleert hij met een mooie ronde ingetogen toonvorming en in het meer experimentele en subtiele 'Lower Space' komt het instrument qua klankkleur goed tot zijn recht.

Van de zeven gespeelde compositie zijn er vier van de hand van de leider, die geenszins detoneren in het overwegend lyrische, moderne mainstream-repertoire. Een repertoire dat gekenmerkt wordt door bedachtzame en zeer melodieuze composities in combinatie met de ballads 'Day Dream'(Ellington/Strayhorn) en 'My Ideal' (Robin, Whiting & Chase) met als uitschieter Warne Marsh's 'Background Music'. In een ijzingwekkend tempo soleert Joris vingervlug door de akkoorden, op de hielen gezeten door de onstuimige Amerikanen: pianist Aaron Goldberg, bassist Joe Sanders en drummer Gregory Hutchinson.

Meer horen?
Op de
website van Joris Roelofs kun je van dit album de track 'August 30' beluisteren.

Labels:

(Jacques Los, 10.10.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Superhelden in De Smederij

Shooster, dinsdag 27 september 2011, De Smederij, Groningen

Een setje netjes opbouwen, rustig naar een beschaafd hoogtepunt werken – dat is er niet bij. Als een superheld die met één flitsende sprong op de plaats des misdrijfs staat, speelde saxofonist Efraïm Trujillo De Smederij wakker met een rappe blues, waarmee hij alle boeven en ander gespuis uit het veld mepte. Het enige resultaat was vanzelfsprekend dat gitarist Anton Goudsmit - van nature een wat labiele, gemakkelijk te beïnvloeden persoon - zich halsoverkop liet meeslepen in de euforie en Shooster gelijk naar een kolossale climax voerde.

Het kwartet Shooster van bassist Sven Schuster bestaat al sinds 1995, maar speelt relatief zelden. Via andere bezettingen kennen de leden elkaar evenwel van haver tot gort en dat lieten ze merken ook. Schuster is een walker met een groot arsenaal aan pasjes en loopjes, maar hij is ook niet te beroerd om een gestreken duet in contrapunt aan te gaan met de gitarist. Als strijker bezielt hij een canvas met veelkleurige landschappen van zeker vier à vijf meter breed. Zijn composities – de band speelde uitsluitend eigen werk – noodden tot uitgebreide speurtochten en safari's.

Naarmate de avond vorderde werd het allemaal eigenlijk alleen maar erger. Halverwege de tweede set zag ik dat het bovenste deel van Goudsmits bladmuziek door condenswater was uitgewist – maar het kan ook zijn dat de belichting mij hier parten speelde. Gastdrummer Steve Altenberg, die de driftig voortrazende Victor de Boo tegen het einde afloste, had in elk geval geen score nodig. Alsof hij in rechtstreeks telepathisch contact stond met de rest sloeg hij elk accent, elke nuance pats-boem-raak. Wat een oren, dat gastje. En dan had hij het niet eens nodig gevonden, zich in een telefooncel te transformeren.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Maarten Jan Rieder.

Labels:

(Eddy Determeyer, 7.10.11) - [print] - [naar boven]





Cd
John Coltrane – 'It’s All About Jazz' (Laserlight, 2011)

Opname: 1957-1958

Deze dubbel-cd bevat de beste, de mooiste verzameling van vroeg Coltrane werk. Het betreft vier van zijn eerste albums onder eigen naam, voor Prestige en Blue Note opgenomen. Hij had er net zijn eerste verbintenis met trompettist Miles Davis opzitten. De platen met die laatste waren onder meer interessant vanwege de rolverdeling; Davis als het nuffige prinsje en de saxofonist als diens knoestige tuinman.

Hier is de hovenier met eigen perkjes en bosschages in de weer en ontpopt hij zich soms zelfs als een baardige bosduivel. In nummers als 'Soft Lights And Sweet Music' en 'Russian Lullaby', ironisch genoeg in een jezustempo genomen, verwijst hij al naar zijn latere sheets of sound-aanpak. Zijn granieten geluid is de ene keer glanzend gepolijst, maar bijna even vaak ruw en scherp.

Inderdaad, een betere introductie tot de vroege Coltrane, in prima geluidskwaliteit ook nog eens, ken ik niet.

Labels:

(Eddy Determeyer, 6.10.11) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Trio BraamDeJoodeVatcher op tournee door VS en Canada


Morgen start Trio BraamDeJoodeVatcher met een tiendaagse tournee door de Verenigde Staten en Canada. De tour brengt het trio onder andere naar Seattle, waar het op het beroemde Earshot Jazz Festival zal spelen. Daarnaast geeft het trio nog zeven keer een optreden en één keer een workshop. In de Lilypad in Cambridge zal het trio een optreden verzorgen samen met gastmuzikant Jorrit Dijkstra. Daarnaast zal in Charlottesville trompettist John D'earth gast zijn en in Montreal zal Gordon Allen (eveneens op trompet) als gast meespelen.

Klik hier voor meer informatie.

Labels:

(Maarten van de Ven, 6.10.11) - [print] - [naar boven]





Concert
De kracht van de essentie

Toots Thielemans Quartet, vrijdag 23 september 2011, Villarte, Academiezaal, Sint-Truiden

Het openingsconcert van het nieuwe seizoen van Villarte was al maanden geleden uitverkocht. In de bijzondere ambiance en akoestiek van de Academiezaal werd uitgekeken naar de komst van Belgisch/internationaal jazzicoon Toots Thielemans. Ondanks zijn hoge leeftijd concerteert hij nog vaak en met plezier. Vanavond was dat met pianist Bart Van Caenegem, de Nederlandse basgitarist Marcel Schimscheimer en drummer Teun Verbruggen.

Het ging er vanavond niet om wát er gespeeld werd, maar om hoe er gespeeld werd. Voorspelbaar repertoire, zeggen boze tongen. Dat mag misschien zo zijn, maar de mondharmonicavirtuoos heeft zo'n ijzersterke reputatie dat werkelijk niemand daar om maalt. Zij die massaal naar zijn concerten komen, zijn diegenen die deze jazzlegende op zijn hoge leeftijd (Brussel, 29 april 1922) willen zien, horen en beleven.

En hij stelde ook vandaag niemand teleur. Zijn timing en interpretatie zijn er nog steeds en de zeggingskracht van zijn spel is doordringend. Met het klimmen der jaren en de duizenden concerten die hij heeft gegeven over de wereld in zijn lange leven, hebben hem gelouterd en nu doen terugkeren naar de essentie. Hij verpersoonlijkt het gezegde 'minder is meer'. Zijn praatjes en introducties op fluistertoon werden gretig door het publiek opgenomen en geapprecieerd.

Opvallend was de souplesse en inventiviteit waarmee pianist Bart Van Caenegem Thielemans hier terzijde stond. Hij speelde voor de eerste maal met de grand old man, maar op zijn spel viel niets aan te merken. Met geloof in eigen kunnen verraste hij door prima te begeleiden, maar ook de wijze waarop hij een melodielijntje of slotakkoord van een improvisatie van Thielemans overnam als vertrekpunt van zijn improvisatie, verdiende alle lof.

Componist/producer en basgitarist Marcel Schimscheimer speelt in het Metropole Orkest en is onder andere te horen bij Marco Borsato en René Froger. Een allround funky, stevige basgitarist, die Thielemans vanavond met zijn eigentijdse sound inspireerde. Hij viel bij de meester zichtbaar in de smaak.

Zoals enkele malen eerder al het geval was, koos Toots als drummer van dienst Teun Verbruggen. Hij geldt als een van Belgisch meest getalenteerde drummers. En dat bewees hij in dit concert opnieuw met dienend - maar niet onderdanig - spel. Hij heeft het vermogen om zich probleemloos in te burgeren in ieder gezelschap en daarbij toch geheel zichzelf te blijven.

'Bluesette', de Thielemans-compositie die iedereen van hem kent en ook verwacht, begon in driekwartsmaat en ging over in een swingende uptempo vierkwarts. Zo houdt hij voor zichzelf en het publiek zijn geesteskind fris en spannend. Dit concert heeft ongetwijfeld geleid tot nog meer respect voor dit Belgische jazzicoon. Directeur Stefaan Ottenbourgs van Villarte kan tevreden zijn met deze droomstart voor het nieuwe seizoen.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.

Labels:

(Cees van de Ven, 5.10.11) - [print] - [naar boven]





Nieuws / Vooruitblik
Music Kitchen brengt avontuurlijke muzikale ontmoeting NL-NY


Onder de noemer Music Kitchen presenteert Stichting TryTone projecten met concerten in Europa met hoogwaardige, avontuurlijke muziek. Daarin staat de ontmoeting tussen Nederlandse en buitenlandse musici centraal. Het zijn stuk voor stuk avontuurlijke, grensverleggende en unieke ontmoetingen. Deze maand verzorgt Music Kitchen een avontuurlijke ontmoeting tussen de Celano/Baggiani Group uit Nederland en het New Yorkse duo Ellery Eskelin & Sylvie Courvoisier. Zij zullen van 7 tot en met 15 okober podia aandoen in Tilburg, Leiden, Eindhoven, Middelburg, Amsterdam en Rotterdam.

De Celano/Baggiani Group is een van de grootste ontdekkingen van de laatste jaren. Zij zijn sterk beïnvloed door de Nederlandse improvisatiemuziek-traditie in de lijn van grootmeesters als Misha Mengelberg en Han Bennink. De twee bandleiders, de Argentijnse Amsterdammers Guillermo Celano en Marcos Baggiani, integreren daarnaast op subtiele wijze elementen uit rock, jazz en Zuid-Amerikaanse folkmuziek in hun composities. De muziek wint daardoor aan warmte, bezieling en diepgang. Gitarist Celano en drummer Baggiani hebben naast de ijzersterke bassist Sven Schuster nog een grote troef in handen: rietblazer Michael Moore, wegens zijn weergaloze spel al jaren een van de meest geliefde musici in Nederland.

Ellery Eskelin en Sylvie Courvoisier behoren beiden tot de top van de dynamische New Yorkse avant-garde jazzscene. Zij spelen regelmatig met musici als John Zorn, Joey Baron, Dave Douglas, Marc Ribot en Jim Black. Als duo overbruggen zij op wonderbaarlijke manier de grote afstand tussen elkaars achtergrond. Tenorsaxofonist Eskelin is diep geworteld in de jazztraditie. Pianiste Sylvie Courvoisier, oorspronkelijk uit Zwitserland, is klassiek opgeleid en benadert haar muziek met een rigorositeit die men kent van uitvoerders van complexe hedendaagse gecomponeerde muziek.

Klik
hier voor meer informatie over Music Kitchen NL-NY.

Labels:

(Jacques Los, 5.10.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Ambitieuze start van het nieuwe JazzCase-seizoen

MixTuur, donderdag 15 september 2011, JazzCase, Dommelhof, Neerpelt

"Het nieuwe JazzCase-seizoen in Dommelhof Neerpelt is van start gegaan met een concert om U tegen te zeggen. In samenwerking met JazzLab Series vond de première plaats van het meest persoonlijke project van accordeonist Tuur Florizoone tot nu toe, een project waar hij veel affiniteit mee heeft: MixTuur. Het is het verhaal van de 'métissen', de kinderen van de zonde, geboren uit geheime relaties tussen kolonialisten en lokale Afrikaanse vrouwen. Te wit om als Afrikaan door het leven te gaan, te zwart naar Europese normen, waardoor ze verstoten werden en een verborgen leven leiden."

Gerda Boel over de première van het MixTuur-project, "een mooi voorbeeld van hoe verschillende culturen perfect naast elkaar kunnen staan, elkaar aanvullen en verrijken." Klik hier om haar concertverslag te lezen.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

Labels:

(Maarten van de Ven, 1.10.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Ingrid Laubrock Sleepthief – 'The Madness Of Crowds' (Intakt, 2011)

Opname: 9 september 2010

De van afkomst Duitse saxofoniste Laubrock, die lange tijd verbleef in Londen, maar die metropool intussen inruilde voor New York, de meest bruisende van de moderne jazzsteden, is stilaan een vaste waarde geworden binnen the Big Apple. Ze maakt er grote sier in een scene van vooral jonge talenten, met onder meer Mary Halvorson, Kris Davis en Tyshawn Sorey, muzikanten die resoluut kiezen voor de marge en op zoek gaan naar nieuwe varianten binnen de improvisatie. Net als op het titelloze debuut van het trio Sleepthief (2008) gaat Laubrock hier een ongewone samenwerking aan met de Britse pianist Liam Noble en haar echtgenoot, de Amerikaanse meesterdrummer Tom Rainey.

Wat meteen opvalt zijn de stilistische diversiteit en eigenzinnigheid van de muziek: de negen improvisaties op 'The Madness Of Crowds' (een titel die ze haalde bij een werk van Charles Mackay over massaverschijnselen uit de negentiende eeuw, dat de weg bereidde voor de sociale psychologie) staan in het teken van de verkenning van geluiden, mogelijkheden en combinaties. Er wordt op zoek gegaan naar een taal die dan wel wortels heeft in een voorgeschiedenis, maar toch een eigen tak lijkt te willen vormen. Daarvoor wenden de drie hun aanzienlijke instrumentbeheersing aan en laten ze daar vervolgens hun verbeelding op los.

Dat leidt vanaf opener 'Extraordinary Popular Delusions' tot een warrig, nerveus en fascinerend klankenspel, waarbij pianosnaren gemanipuleerd worden om metalige resonanties voor te brengen en Rainey rotzooit met percussieve speeltjes en zijn drumkit, zonder ook maar een keer terug te vallen op traditionele speelwijzen. Het is een tegendraadse, soms provocerende aanpak die je lijkt te willen uitdagen, te dwingen om er lessen uit te trekken die er misschien niet eens zijn. Als Laubrock zich op gang trekt, maakt het trio pas echt impact. Net als Joe McPhee, wiens sound ze steeds sterker lijkt te benaderen (vooral op tenorsax dan), vindt Laubrock vooral ideeën op het spanningsveld tussen ongebruikelijke technieken en niet weg te moffelen lyriek.

Makkelijk in het gehoor liggend is dit absoluut niet, maar wie oor heeft naar experimentele muziek en vrije improvisatie, die vindt hier wel een geslaagd evenwicht tussen intuïtie en intellect, een steeds in beweging blijvende ideeënstroom die nu eens sinister klinkt ('Haunted Houses' is een gepaste songtitel) en dan weer speels-uitdagend ('Does Your Mother Know You’re Out?'), bijna rechttoe rechtaan (op een weerbarstige plaat als deze gaat redelijk toegankelijke free jazz al snel wat conventioneler lijken dan het is) tot het skronkfestijn van 'There She Goes With Her Eye Out'.

Mooist van al is echter het besef dat dit werkelijk een performance van gelijkgezinden en evenwaardige bijdragen is; elk individu krijgt de kans en de mogelijkheid om tot persoonlijke expressie te komen. En toch is wat het meest bijblijft de collectieve cohesie, de gemeenschappelijke taal die aanvankelijk verbaast en de wenkbrauwen doet fronsen, maar gaandeweg enkele suggesties meegeeft om het geheel te kunnen te ontleden zonder dat het zijn fascinerende eigenheid verliest. Dat maakt van 'The Madness Of Crowds' een bijzonder intrigerende uitdaging voor (bij voorkeur) avontuurlijke luisteraars.

Meer weten?
In het booklet van deze cd staan foto's die Draai-fotograaf Cees van de Ven maakte tijdens het concert van Sleepthief bij Jazzpower in Wilhemina, Eindhoven op 30 november 2009. Klik
hier om deze en andere foto's van dat concert te bekijken.

Labels:

(Guy Peters, 1.10.11) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.