|
Draai om je oren Jazz en meer - Weblog |
|
||
|
| |||
FestivalSummer Bummer 2023 - Part 2 Enige weken geleden las ik het boek 'On Minimalism' van Kerry O'Brien & William Robin, een boek waar ik dit weekend sterk aan moest denken tijdens deze editie van het door Sound in Motion georganiseerde Summer Bummer. Wat mij daarbij opviel is hoe veel muziek, zowel binnen de freejazz als binnen de meer experimentele avant-garde, teruggrijpt op de repetitieve en meditatieve klankwereld, zo kenmerkend voor deze muziek. Het geldt voor bands als Selvhenter en Bitchin Bajas, die in mijn eerste verslag voorbijkwamen, maar het geldt ook voor het Nemo Ensemble, het concert van Susie Ibarra en Tashi Dorji en het concert van Oren Ambarchi, Tashi Dorji en Andreas Werliin, die alle plaatsvonden op zaterdag. Maar laat ik vooral beginnen met het laatste concert van de vrijdag en het hoogtepunt van dit festival: de wereldpremière van 'The Death Of Kalypso', de eerste opera van Martin Küchen, uitgevoerd door Angles, in combinatie met de sopraan Elle-Kari Sander, wier foto het affiche van het festival siert. Küchen koos verder voor de bezetting van een strijkkwartet, vier blazers, piano, twee bassisten (in de praktijk één, omdat Johan Berthling er niet bij kon zijn vanwege een gebroken arm), drums en vibrafoon. Met name de strijkers geven een mooi klassieke draai aan het stuk, al vallen hier ook de prachtige blazerspartijen op. Maar de echte verrassing is natuurlijk Sander en haar dynamische, vaak redelijk theatrale wijze van zingen, waarbij ze onmiskenbaar de aandacht naar zich toe weet te trekken. Een nieuw hoogtepunt voor dit construct van Küchen. Een mooi voorbeeld van minimalisme in de geïmproviseerde muziek vormt het concert van het Nemo Ensemble. Zeer subtiel horen we allereerst bassist Nils Vermeulen, samen met een strijkerstrio bestaande uit violiste Elisabeth Klinck, altvioliste Esther Coorevits en celliste Jasmijn Lootens, waarbij de sopraan Ester-Elisabeth Rispens aansluit met al even subtiele stemklanken. En dan is er percussionist Wim Pelgrims, die zijn Gran Cassa gebruikt als blad om met allerlei voorwerpen overheen te schuren, zo de meest wonderlijke klanken producerend. Gaandeweg krijgt dit klanklandschap een ritmische dimensie, eerst in de vorm van een drone, later met repetitieve patronen.
Een ander hoogtepunt van deze dag is het concert van Susie Ibarra en Tashi Dorji. Een bijzonder ritmische set, waarin freejazz en meer minimalistisch aandoende vormen elkaar afwisselen. Ibarra betoont zich een waar kunstenaar achter haar drumstel, met niet alleen een ongelofelijk gevoel voor ritme, maar ook voor klank. Daarbij gebruikt ze beurtelings stokken en haar handen. Dat terwijl Dorji zich op menig moment laat verleiden tot heftige, tegen noise aanleunende klanken. Deze Bhutaanse gitarist horen we kort daarna voor een tweede keer. Aangezien bassist Johan Berthling er dit festival niet bij kon zijn, mag Dorji aanschuiven bij Oren Ambarchi en Andreas Werliin voor een al even imponerend meeslepende set. Richt Ambarchi zich hier primair op de elektronica, naast dat hij zijn gitaar gebruikt, Dorji doet het alleen met deze gitaar, waarbij de spanning regelmatig flink oploopt. Werliin sluit hier met krachtige slagen prachtig op aan. Samen trekken ze een ondoordringbare muur van geluid op. Foto's: Guido Goossens Labels: Andreas Werliin, festival, Martin Küchen, Nemo Ensemble, Oren Ambarchi, summer bummer, Susie Ibarra, Tashi Dorji, Turquoise Dream (Ben Taffijn, 6.9.23) - [print]
- [naar boven] Festivals zijn nogal eens de gelegenheid waarop nieuwe samenwerkingen tussen musici ontstaan. Zo ontmoetten de heren van Ocean Eddie, bestaande uit saxofonist Viktor Perdieus, pianist Andreas Bral en accordeonist Stan Maris, op het laatste Summer Bummer Festival de Zweedse rietblazer Martin Küchen. Deze zaterdag stonden ze in De Singer, samenspelend alsof ze het iedere week doen. Het werd voorafgegaan door een eclectisch solo-optreden van Küchen. De solo-optredens van Küchen veranderen gaandeweg wat van karakter. Solo hoorde ik hem één keer eerder, inmiddels al weer bijna negen jaar geleden in het Antwerpse Zuiderpershuis. Het optreden leunde toen zwaar op elektronica, aangevuld met de tenorsax. De laatste tijd lijkt Küchen echter meer gebruik te maken van de sopraninosax, aangevuld met een keur aan percussie. Wat dat betreft vormt het uit 2021 stammende 'Sängövningar, dat Küchen maakte met gitarist Anders Lindsjö, een mooie aanvulling op dit optreden. Maar ook op het uit 2020 stammende 'One Of The Best Bears!' van The Croaks, waarop Küchen samenspeelt met Martin Klapper en Roger Turner, horen we hem op de sopranino en ook hier gebruikt hij de snaredrum als resonantiemateriaal, waar we hem ook tijdens dit concert uitgebreid mee zien werken. Het maakt het mogelijk om, evenals door het gebruik van diverse dempers, het geluid van dit wonderlijke instrument steeds net even iets anders te laten klinken. Wat daarbij gehandhaafd blijft is het enigszins pregnante, klagelijke geluid van deze saxofoon, goed passend bij de grote mate van emotionaliteit in Küchens spel. Percussie zet hij in als ondersteuning, gebruikmakend van een breed scala aan metalen schaaltjes en natuurlijke producten. En ja, iets verderop in de set komen ook de radiootjes aan bod, die Küchen altijd louter gebruikt voor het creëren van ruis, een drone die dient als onderlegger voor ook hier weer opvallend ingenieus ritmische patronen. Muziek die mede daardoor vaak iets krijgt van een ritueel.
Foto's: Jef Vandebroek Labels: Andreas Bral, concert, Martin Küchen, mrt23, Ocean Eddie, Stan Maris, Viktor Perdieus (Ben Taffijn, 12.3.23) - [print]
- [naar boven] Een graag geziene gast op de Sound in Motion-activiteiten is de Zweedse rietblazer Martin Küchen. Hij werkte mee aan 'Arc of Motion' van toetsenist Linnéa Talp en bracht onlangs met pianist Agustí Fernández en drummer Zlatko Kaučič 'The Steps That Resonate' uit bij Not Two Records. Maar laten we beginnen bij het bij Thanatosis Produktion verschenen 'Utopia', waarop we Küchen solo horen, op tenor- en altsax, maar ook op een snaredrum en een elektronische tanpura [een fretloze luit met een lange hals en een klankkast die lijkt op die van de sitar, RED]. Daarnaast is hij hier in de weer met speakers en radio's. Het is een beproefde combinatie van instrumenten, we hoorden het eerder op 'Lieber Heiland, Lass Uns Sterben' en 'Det Försvunnas Namn'. In tegenstelling tot deze twee albums is alleen op 'Utopia' de rol van elektronica iets kleiner. We beginnen met het prachtige 'Ein Krieg In Einem Kind'. Küchen creëert hier allereerst een drone met de tanpura, verderop aangevuld met noise. Daarover heen blaast hij een ijle, gruizige melodie met zijn altsax, die hij gaandeweg steeds verder vervormt. Dat maakt het tot een bijzonder intens stuk. Maar het kan nog intenser, zo leren we als we 'Martha' beluisteren. Prachtig hoe hij hier de bijzonder krachtige melodie met behulp van elektronica net dat beetje meer lading geeft. Verderop weet hij ons nog sterker te raken met de combinatie van tanpura en altsax. Martin Küchen is ook een betrokken mens, die zijn mening over de toestand in de wereld graag met ons deelt. Bij deze instrumentele stukken doet hij dat via de titels, bijvoorbeeld 'A Desert On Fire, A Forest | The Indispensible Warlords', maar zeker ook door middel van de muziek, waar ook hier weer een grote mate van emotionaliteit en gevoeligheid in doorklinkt. Bijzonder hoe hij ook hier weer met tanpura, noise en saxofoon de sfeer weet over te dragen en nog sterker met die zangstem uit de radio, verderop in dit vrij lange stuk. 'Love, Flee Thy House (In Breslau)' is een favoriet stuk van Küchen. Het staat op 'Disappeared Behind The Sun', het uit 2017 daterende album van Angles 9, op het uit 2020 stammende 'Mind The Gap Of Silence' van Küchen met het Landæus Trio en nu dus weer op dit album. Ik heb het hem nooit gevraagd, maar aangezien Küchen een Duitse naam is, zou het zo maar kunnen dat de familie van Martin na de Tweede Wereldoorlog Breslau moest verlaten. Voor de oorlog hoorde deze stad immers bij Oost-Pruisen, na de oorlog bij Polen. Het moet haast wel, het verklaart overigens direct waarom Küchen zo vaak Duitse titels gebruikt.
Labels: Agustí Fernández, cd, Martin Küchen, Zlatko Kaučič (Ben Taffijn, 17.10.22) - [print]
- [naar boven] Ook dit jaar slaagde Sound in Motion er weer in om in De Studio te Antwerpen Summer Bummer te organiseren, met wederom een groot aantal musici uit de wereld van de experimentele muziek. Dit keer opgedragen aan trompettiste Jaimie Branch, die enige dagen geleden, nog veel te jong, overleed. Opmerkenswaard daarbij is dat er in twee dagen geen trompet klonk, helemaal geen koper overigens. Wel veel rieten en heel veel snaren. Het mocht de pret niet drukken. Een opmerkelijke editie dus, ook vanwege het feit dat een groot deel van de aanwezige musici afkomstig is uit het Midden-Oosten, iets dat alles te maken had met de residentie van het Praed Orchestra!, een initiatief van Praed, ofwel klarinettist Paed Conca en de met elektronica werkende Raed Yassin. Verder hoorden we deze twee dagen Maurice Louca, Youmna Saba, Sam Shalabi, Radwan Ghazi Moumneh en Khaled Yassine. In het optreden van dat Praed Orchestra!, zestien musici sterk en in allerlei afsplitsingen daarvan. Het leverde mooie momenten op van muziek die balanceerde tussen free jazz, rock en diverse vormen van Arabische muziek. Een van de hoogtepunten in het concert van het Praed Orchestra! zat aan het einde, met een bijzonder intens zingende Alan Bishop, terwijl in andere stukken juist de meer ingetogen klanken overheersten. Bijzonder was ook het concert van The Dwarfs Of East Agouza (Bishop, Louca en Shalabi) eerder op de dag. Shalabi opende hier met felle rock, terwijl Louca er verderop verslavende ritmes ingooide, wat leidde tot een meeslepende maalstroom aan klanken, vaak zo kenmerkend voor de Arabische (pop)muziek.
Het bleef deze twee dagen zeker niet bij Praed en alle afsplitsingen. Ocean Eddie, bestaande uit saxofonist Viktor Perdieus en de ook in het Praed Orchestra! aanwezige pianist Andreas Bral en accordeonist Stan Maris, verraste direct al met een prachtig ingetogen, dromerige set, de ideale klankwereld om zo'n festival mee te openen. Dat terwijl mooie repetitieve ritmes eveneens een grote rol speelden. Iets dat we ook terugvonden in de soloset van gitarist Tashi Dorji, zonder meer een van de hoogtepunten van dit festival. Zeer bijzonder was ook het optreden van Christer Bóthen, een inmiddels legendarische basklarinettist, op zaterdag. Waar hij zijn faam aan ontleent werd hier weer eens onomstotelijk duidelijk. De prachtige klank, het verfijnde gebruik van circulaire ademhaling, de vernuftige wijze waarop hij stiltes inzette: het laat niets te wensen over. Vooral het eerste deel met bassist Torbjörn Zetterberg kan worden bijgeschreven in de annalen. Halverwege mocht als gast drummer Hamid Drake aantreden en verruilde Bóthen de basklarinet voor de piano. Het deed me soms wel wat denken aan Abdullah Ibrahim, net zo swingend, de blues eer betonend. Foto's: Geert Vandepoele Labels: aug22, festival, Martin Küchen, Ocean Eddie, Praed Orchestra, summer bummer (Ben Taffijn, 8.9.22) - [print]
- [naar boven] De Zweedse saxofonist Martin Küchen liet vorig jaar weer eens van zich horen met een soloalbum: het bij Thanatosis Produktion verschenen 'Det Förvunnas Namn', wat zoveel betekent als 'De namen van de verlorenen'. Het is het derde deel in een trilogie, na 'Hellstorm (Man Erkennt Langsam Das Elend, Das Über Uns Gekommen Ist)' uit 2012 en 'Lieber Heiland, Laß Uns Sterben' uit 2017. Verder bracht Clean Feed onder de titel 'Mind The Gap Of Silence' het derde album uit van Küchen samen met het Landaeus Trio (na twee lp's bij Moserobie Music Production), ofwel pianist Mathias Landaeus, bassist Johnny Åman en drummer Cornelia Nilsson.
De bariton- en de altsax bespeelt Küchen op zijn soloalbum, maar die dienen vooral als geluidsbronnen, want zijn iPod, een paar luidsprekers en wat elektronica spelen een allesbepalende rol. Direct al in 'I' creëert Küchen met behulp van zijn baritonsax een duistere klanknevel, die door middel van looping eindeloos wordt uitgerekt, terwijl de altsax verderop dient om er weer wat licht in te krijgen. Spookachtige geluiden in 'Sheer Life Asleep', of hij ergens midden in een grot zijn saxofoons aan het schoonmaken is, gevolgd door het vreemd ritmische, redelijk amechtig klinkende 'Unexit Here'. Gaat het wel goed met Küchen? Zo horen we het instrument in ieder geval slechts zelden. In het titelstuk, 'Det Förvunnas Namn', gooit hij er nog een schepje bovenop, het levert een wel heel aparte melodie op, terwijl op de achtergrond zijn iPod klassieke muziek afspeelt.
Het voordeel van een soloalbum is dat niemand je ook maar enige beperking oplegt en je dus volledig je (experimentele) gang kan gaan. 'Mind The Gap Of Silence' is dan ook, ondanks dat alle composities van Küchen zijn, een wat minder vreemd album en dat komt onder andere omdat hier de elektronica ontbreekt. Maar er is meer aan de hand. Want dit album is een onverwachts klassiek jazzalbum, klassieker dan dat ik bij Küchen gewend ben. Neem het titelstuk. De solo op tenorsax klinkt hier, afgewisseld met fijnzinnig pianospel van Landaeus, ronduit romantisch. Typisch Küchen is dan wel weer de wat schrijnende, klaaglijke toon, die er soms tussendoor piept.
Met 'Old Harriot Hat' gaan we nog verder terug in de tijd. Dit klinkt als jaren 40-jazz met een kwinkslag. Mooie bijdragen hier ook van dit zeer enthousiast spelende trio. En wat klinkt die sopraansax prachtig, eigenlijk ronduit teder, in 'East Hastings Satian Slow Stomp'. Je kunt je zonder enig probleem laten meevoeren op deze wonderlijke noten. Het imposante 'Love, Flee Thy House (In Breslau)' nam Küchen eerder op met zijn eigen Angles 9, het staat op 'Disappeared Behind the Sun'. En hoewel ik het origineel prefereer, is ook deze versie zeker de moeite waard. Labels: cd, lp, Martin Küchen (Ben Taffijn, 30.3.21) - [print]
- [naar boven] Lees verder in het archief...
|
Archief
Artikelen Cd-recensies Concertrecensies Colofon Festivalverslagen Interviews Jazz in memoriams
Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken? |