Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Festival
Gent Jazz 2023 Part 5

Herbie Hancock, BJO Invites Aka Moon & Immanuel Wilkins Quartet, zaterdag 15 juli 2023, Bijlokesite, Gent

We pikten een kort stuk mee van het Immanuel Wilkins Quartet, dat op de Garden Stage helaas af te rekenen kreeg met een tegenvallende sound. De band rond de bejubelde altsaxofonist die vinnige slierten de weide in slingerde, speelt hedendaagse jazz met wortels in free en gospel, en dat met een drukke energie die soms wat vormeloos aanvoelde, alsof het verhaal niet helemaal uit de verf kwam. Jammer, want het was snel duidelijk dat er een hoop talent bij elkaar stond.

Bij BJO Invites Aka Moon klopte daarentegen alles. De combinatie van het Brussels Jazz Orchestra én het doorgaans al redelijk drukke Aka Moon suggereert bijna een overdadige, corpulente weelde, maar het was eigenlijk genieten - op voorwaarde dat je je gordel om deed. Veel ademruimte zat er immers niet in het concert, dat verpulverend van start ging met de suite 'The Why And The How', die meteen liet horen tot wat die optelsom kan leiden. Je kan spelen met secties en bijvoorbeeld de tandem Galland/Hatzigeorgiou uitspelen tegen de blazers van het BJO, of Cassol met de Portugese gast, accordeonist João Barradas, die zijn MIDI-accordeon liet klinken als een Fender Rhodes. Of je kan ze natuurlijk allemaal bij elkaar zetten.

Het was een feest van ingenieuze arrangementen en voluptueuze gelaagdheid. En indrukwekkende solo's, zoals die eerste van Frank Vaganée, die er haast bij stond als een waakhond die maar blééf rukken aan die leiband op sopraansax, zo fel was zijn fysieke intensiteit. Er werd lekker gepompt, gejakkerd en breed uitgesmeerd, ook in het aan Pierre Van Dormael opgedragen 'Peace' of het veelzeggend getitelde 'Scofield', dat gearrangeerd werd door Harrison Steingueldoir. Dit was turbojazz op het scherp van de snede, met een combinatie van strakheid en flexibiliteit, en een weelde aan kleuren en klanken. 'Aka Truth' beloofde "iets rustiger" te zijn, maar dat was eigenlijk een leugen, want er werd al bewogen naar een kolossale finale én een energiestoot die zou aanhouden tot 'Galileo Galilei'. Enige bedenking dus: iets minder voluit gaan had geen kwaad gekund, wat reliëf is altijd mooi. Anderzijds: wat ga je toch zitten emmeren als je zo'n genereuze bak orkestrale jazz over je heen krijgt? Strak, bevlogen en gevarieerd, zonder goedkope krachtpatserij of effecten. Op-en-top Belgisch ook, maar van internationaal niveau en meteen de onbetwiste piek van de slotdag.

Niet veel later kwam Herbie Hancock (83) het podium op gejogd met een overwinnigsgebaar. "We're gonna play weird music, is that ok?", vroeg de man, die er oprecht zin in leek te hebben. En het kwintet was vertrokken voor een concert dat met haken en ogen aan elkaar hing, een paar keer z'n flow volledig verspeelde (vooral door ellenlange bindteksten) en uiteindelijk afgleed in een bedenkelijke effectenshow. Als het goed zat, dan was het sterk: in de 'Overture', een vergaarbak van gecondenseerde publieksfavorieten waar Hancock zijn concerten al een eeuwigheid mee aanvangt, was het een schizofreen potje genrehoppen, met fijne oldskool jazz die bruusk overging in pompende funk, spacey spelletjes op de synthesizer, kale grooves en gerotzooi met loops van gitarist Lionel Loueke, die demonstreerde hoe je in geen tijd en met talloze effecten eighties-reliek 'Rockit' in elkaar kan steken.

Allemaal behoorlijk maf, maar dat zou eigenlijk niet mogen verbazen. Keer nog eens terug naar een album als 'Sextant' (1972), uit een tijd dat geen idee te gek was, en je hoort die grilligheid, die onvoorspelbaarheid en die drang om buiten de lijnen te kleuren in al zijn jonge glorie. 'Footprints', de bekendste compositie van Hancocks beste vriend, wijlen Wayne Shorter, liet een meer coherent geluid horen, maar werd simpelweg verkloot door de synthetische trompetsound van Terence Blanchard. Dat een muzikant van dat formaat heil blijft zoeken bij zo'n wanstaltig geluid is onbegrijpelijk. Vanaf dan werd wel het feestje ingezet: Herbie's synth klonk in jazzfunkklassieker 'Actual Proof' nog even gesjeesd als cool, maar de solo's van James Genus en jeugdige drummer Jaylen Petinaud waren meer effect dan inhoud.

En dan moet je erkennen, ook al voelt het wat respectloos aan, dat wat ooit nieuw was, niet noodzakelijk nog werkt. De vocoder in 'Running To Me' was een fout idee, dat je eraan herinnerde dat (ooit) nieuwe technologie gebruiken niet altijd leidt tot innovatie of een meerwaarde. Cheesy en vermoeiend, daarentegen. In het afsluitende 'Chameleon' was de onvermijdelijke keytar van de partij, een instrument dat maar op één plaats thuishoort: het Muziekinstrumentenmuseum in Brussel. Toegegeven: het enthousiasme van Hancock was aanstekelijk, je wilde graag meegaan in zijn dolle fantasieën, maar we geraakten niet verlost van die pijnlijke grimas... Net zoals bij de vrijheid van meningsuiting zijn er grenzen.

Dus ja: laat Herbie Hancock, helemaal terecht een icoon van de jazz, gerust nog eens terugkomen, maar dan akoestisch, zodat de geniale flitsen die er gisteren veel te weinig waren tot hun recht kunnen komen. Maar dat gaat hij natuurlijk niet doen, zijn concerten volgen intussen al jaren hetzelfde stramien. En kijk, zo klinken wij ineens als reactionaire ouwe rukkers. Niettemin: fijn slotweekend, het deed deugd!

Foto's: Cees van de Ven. Klik hier voor zijn fotoverslag van deze festivaldag van Gent Jazz.

Dit verslag verscheen ook op Enola.be

Labels: , , , , ,

(Guy Peters, 4.8.23) - [print] - [naar boven]



Festival
Gent Jazz 2023 Part 4

Bilal, Profound Observer & Alex Koo, zaterdag 15 juli 2023, Bijlokesite, Gent

Het eindeloze gemor over wat muziek die geen jazz is op een jazzfestival komt doen, is intussen bijna gaan liggen. Intussen heeft iedereen begrepen dat de marktlogica is wat ze is en dat je met 'echte' jazz geen festival van dit formaat uitverkoopt. Herbie Hancock is vermoedelijk de grootste nog levende en spelende jazzmuzikant van zijn generatie, maar zelfs hij heeft niet de brede aantrekkingskracht die Ludovico Einaudi, Joe Bonamassa, Snarky Puppy en Zaz uitoefenen. Dus het wordt dit, ofwel een kleinschaliger aanpak. Ooit al gehoord van een festival dat daar bewust voor kiest? Juist.

Maar goed, de muziek dus. Met in de spits Alex Koo, die bezig is aan een gestage opmars en de laatste tijd vooral solo hoge ogen gooit. Een goed onthaald soloalbum ('Etudes For Piano') bij W.E.R.F. Records was het opstapje naar meer zichtbaarheid én een plekje op het hoofdpodium van Gent Jazz. En Koo deed dat goed, met een stijl en setlist die je op schok namen door een universum waarin jazz, klassieke, minimalisme en filmische muziek hand in hand gaan.

Het begon speels-dramatisch met 'All Arms On Deck!', waarvoor Koo daadwerkelijk de rechtervoorarm inzette; gevolgd door het impressionistisch getinte 'Luna Umi'. Dan viel op dat Koo echt wel een persoonlijk geluid heeft dat misschien minder geschikt lijkt voor een groot jazzfestival, maar wel aanslaat. 'DbREAM' herinnerde even aan het manische roteren van Nik Bärtsch. Vervolgens passeerde een knappe hommage aan Ennio Morricone (inclusief gefluit), maar het zwaarte- en hoogtepunt van het concert zat in 'Sonar', een etude met een verhaal dat opgehangen werd aan de jacht van de potvis. Koo's introductie over de inktvissengenocide was zo uitvoerig dat je begon te vrezen voor een verlies van flow, maar niets daarvan. Het stuk speelde ingenieus met licht en donker, met densiteit en kaalheid, en was veel meer dan conceptuele spielerei. 'Echt fijn om zo'n verhalende pianist te horen", verklaarde de mevrouw voor ons bij het verlaten van de tent. De nagel op de kop, fijn concert.

Het was nog de vraag of de intimistische muziek van Profound Observer overeind zou blijven op de Garden Stage, die regelmatig dienst doet als veredelde zomerbar. Dat lukte goed voor dit trio van de jonge saxofonist Lennert Baerts, die zoals gewoonlijk geflankeerd werd door gitarist Vitja Pauwels, en deze keer ook drummer Jesse Dockx van zijn band Anti-Panopticon, die inviel voor Daniel Jonkers.

De muziek van het trio zit in een spreidstand tussen traditioneel en experimenteel, met Baerts' sound die regelmatig naar het Hoge Noorden leek te wijzen, terwijl Pauwels zich regelmatig liet gaan met weirde effecten en uithalen. Hij is het soort joker dat je elke band toewenst, in staat om vorm en kleur naar zijn hand te zetten. Dat leverde een bijzondere spanning op in stukken als 'Concealed In Ice' en 'Ray Of Light', waarin het weidse en intieme mooi samengingen. 'Wanderlust' smokkelde subtiel wat exotische invloeden binnen, met Baerts die veel ruimte kreeg en Pauwels die het samenspel bij 'The Other Person In Me' dan richting postrock duwde, weliswaar alsof Gary Lucas zich ermee moeide. 'Fulfilment Of A Not Forgotten Promise', een blues met een etherisch randje, was naar goede gewoonte de afsluiter van een sterke set, al was het met de bedenking dat de band pas écht tot z'n recht komt met wat meer tijd om een gelaagd verhaal te vertellen. Er komen ongetwijfeld nog kansen.

Op het hoofdpodium leek de komst van Bilal aanvankelijk een geval van miscasting. De band van de gelauwerde soulzanger die voor een groot deel van de loyale Herbie Hancock-aanhang vermoedelijk een onbekende was, leek aanvankelijk eentje van de 'soep & patatten'-soort, met wat lompe, funky riffrock. De ritmes waren rudimentair, de muziek ergens tussen repetitieve groove, voorspel-soul en funk, maar zeker geen jazz. Maar het was Bilal zelf die het tij deed keren. Met een stemtimbre dat nu en dan herinnerde aan H.R. van zwarte punkband Bad Brains, en een falsetto die wijlen Curtis Mayfield opriep, stuurde hij de band naar het zwoele, eclectische terrein van Erykah Badu, D'Angelo & co., met slaapkamersoul die naadloos overging in drukkende funk met belijdenisverzen. Bilal beperkte zijn bindteksten tot het hoogstnodige, hield de vaart erin en liet zijn vocale kwaliteiten voor zich spreken. De aanhouder won.

Foto's: Cees van de Ven. Klik hier voor zijn fotoverslag van deze festivaldag van Gent Jazz.

Dit verslag verscheen ook op Enola.be

Labels: , , , ,

(Guy Peters, 3.8.23) - [print] - [naar boven]



Festival
Gent Jazz 2023 Part 3

Stéphane Galland & The Rhythm Hunters, Kahil El'Zabar Quartet & Vitja Pauwels, vrijdag 14 juli 2023, Bijlokesite, Gent

"I don't know where it's going. Maybe it's going to hell. You can't make anything go anywhere. It just happens." Thelonious Monk wist het al: de jazz komt wel op zijn pootjes terecht. En tijdens de slot-tweedaagse van Gent Jazz - enkel hiervoor kon er een combiticket gescoord worden - kreeg de jazz ook het laatste woord. Het werd een eindspurt met ongemeen hoge pieken en wat, euh, interessante momenten, maar u, het publiek, heeft er zichtbaar van genoten.

En dat mag ook wel. Het systeem met de oplaadbare betaalkaarten is vermoeiend en de prijslijsten bekijken doe je ook hier om meerdere redenen best met een volle maag, maar beeld en geluid waren doorgaans top, stoeltjes reserveren zat er deze keer niet meer in (eindelijk!), de timing zat zo strak als de outfits van emcee Lies Steppe en het ranzige VIP-sfeertje dat je in het verleden al toegewaaid kwam zodra je de Gentse stadsring bereikte, viel amper te bespeuren. Strike! Rest enkel de vraag waarom fotografen veroordeeld werden om op een kluitje voor het mengpaneel te gaan staan met lenzen die bedoeld zijn voor voetbalvelden en birdwatchers in natuurreservaten. Schrik om de heilige beleving te verstoren?

Meteen naar de Garden Stage, waar gitarist Vitja Pauwels, die in een vorig leven nog bij Lara Rosseel speelde, muziek uit zijn knappe soloalbum 'Drift By / Sink In' liet horen. Meteen werd je eraan herinnerd dat de gear freak, die zich graag omringt met een half dozijn gitaren, in staat is om je zelfs de brandende zon te doen vergeten met songs die balanceren tussen roots, jazz en de soundtrack voor denkbeeldige roadmovie die dringend gemaakt moet worden. Bedwelmend tokkelfestijn 'Drift By' klinkt nu al als een onverwoestbare standard, 'Muchacha' koppelde Ribot aan Morricone in pistolero-modus, en die huilende pedal steel gitaar van 'Sync In' nam je mee naar een peyote-ritueel, ergens diep, diep in Arizona, waar de cactussen zich dik en dreigend aftekenen tegen een bloederige zonsondergang.

Op de Garden Stage kwam het Kahil El'Zabar Quartet doen waar hij goed in is: ongehaast in cirkeltjes ronddraaien tot je alle besef van plaats en tijd verliest en de spirituele trance het overneemt. De leider bepaalde de puls onder meer via percussie met de voeten en voerde zijn band door een uitgesponnen 'Compared To What', dat de klassieke versie van Les McCann en Eddie Harris misschien niet van de troon stootte, maar toch een waardige spiegelversie bezorgde. Vanachter z'n keyboard deed Justin Dillard je het gebrek aan bas en gitaar vergeten door geluiden te creëren die klonken als... een bas en een gitaar, terwijl trompettist Corey Wilkes en baritonsaxofonist Alex Harding aards en rootsy aanvulden. Hun versie van 'Resolution', het tweede deel uit Coltrane's 'A Love Supreme', waarvoor El'Zabar achter de drumkit kroop, was een béétje rommelig, maar wel knap om te horen hoe vooral Wilkes hardbop, free en de kerk naadloos aan elkaar koppelde.

Hoe cool kan old school zijn? Een jazzdag kan zich geen beter slot wensen dan de uitstap naar New Orleans met gast Terence Blanchard, waarmee het Branford Marsalis Quartet zijn concert afsloot ...tenzij je er nog snel een stukje Stéphane Galland & The Rhythm Hunters bij kan doen. De meesterdrummer van Aka Moon verzamelde een internationale band (zes leden, vijf nationaliteiten) rond zich, met drie blazers - tenorsaxofoniste Shoko Igarashi, altsaxofonist Sylvain Debaisieux en trompettist Pierre-Antoine Savoyat -, pianist Wajdi Riahi en bassiste Louise van den Heuvel. Zoals verwacht werd het vooral een exploratie van ritmes, maar de proggy fusion van het sextet klonk ook speels en toegankelijk. 'Positivve' blonk uit in Afrikaans-getinte polyritmiek met knap vervlochten blaaswerk, terwijl de leider zelf uitpakte met het soort complex stuntwerk waar hij een patent op heeft. Het was een strakke, goed opgebouwde set, die gaandeweg onder stoom kwam en nooit zijn dansbaarheid verloor. Van den Heuvels brede grijns en aanstekelijke, amper onder controle te houden enthousiasme spraken boekdelen. 

Foto's: Cees van de Ven. Klik hier voor zijn fotoverslag van deze festivaldag van Gent Jazz.

Dit verslag verscheen in een uitgebreide versie ook op Enola.be

Labels: , , , ,

(Guy Peters, 27.7.23) - [print] - [naar boven]



Festival
Gent Jazz 2023 Part 2

Branford Marsalis Quartet, Julian Lage Trio, Vitja Pauwels, Lara Rosseel Orchestra: ARK, vrijdag 14 juli 2023, Bijlokesite, Gent

Ruim 40.000 bezoekers, 7 van de 10 dagen uitverkocht, 64 optredens, waarvan een flink aantal legendarisch. En dat alles in de mooie, sfeervolle ambiance van de Bijlokesite. We kunnen gerust zijn over het voortbestaan van het festival, zoveel is zeker. Mijn tweede festivaldag, met een fraai affiche, waaronder Lakecia Benjamin, Julian Lage en het Branford Marsalis Quartet.

Op het hoofdpodium trapte bassiste Lara Rosseel af met een uitgebreide bezetting, het Lara Rosseel Orchestra: ARK. Liefst 13 muzikanten op het podium, waaronder een strijkkwartet, een hobo en een xylofoon. Speciaal voor deze bezetting speelde Rosseel met het orkest gearrangeerd werk van haar eerdere cd's met een kleine bezetting, zoals 'De Grote Vrouw' en 'Hert'. Voor mij was het nieuw, maar ik werd meteen gegrepen door het bijzondere geluid. Rosseel speelde eerder onder andere met Zap Mama en heeft nu duidelijk een eigen richting gekozen die folk, jazz, kamermuziek, pop en elektronische muziek bijeen brengt. Een verrassend mooie opening van deze dag.

Op het tuinpodium had Vitja Pauwels zijn spullen in gereedheid gebracht. Hij bracht als one-man-band onder meer werk van zijn plaat 'Drift By / Sink In', een kruising tussen traditie en experiment en tussen de liefde voor jazz, americana, roots en elektronische muziek, inclusief drumcomputers en effectpedalen. Een stuk minder toegankelijk dan het eerdere concert. Naast welwillende aandacht zag je toch ook een deel van het publiek de aandacht verliezen. Pauwels verloor zichzelf in zijn experimenten en daarmee ook een deel van het publiek. Alleen de echte liefhebber kwam aan zijn trekken.

Hoe anders was dat bij Lakecia Benjamin, de altsaxofoniste uit New York die in een gouden glitterpakje meteen duidelijk maakte dat ze was gekomen om de show te maken. En dat deed ze met razendsnelle, gillende solo's, waarbij ze ondersteund werd door haar al even enthousiaste band. John Coltrane bleek haar grote inspiratiebron te zijn. Die naam viel dan ook regelmatig en Coltranes oudere werk werd van een fris jasje voorzien. Zo kwamen 'My Favorite Things' en een beknopte, maar doorleefde versie van 'A Love Supreme' voorbij. In haar missie geslaagd stapte ze zelfverzekerd het podium af om dwars door de tent naar buiten te lopen, waarbij ze toegejuicht werd door een volle tent. Heel overtuigend.

Alsof het niet op kon, stapte even later Julian Lage het hoofdpodium op, vergezeld van zijn vaste triogenoten, bassist Jorge Roeder en drummer Rudy Royston. Op zijn 35ste heeft hij al een imposante carrière achter zich en heeft hij zich een plaats verworven tussen de grote namen van jazzgitaristen. Hier minder show, maar het trio speelde met zoveel plezier en enthousiasme dat dat ook helemaal niet nodig was. Een volstrekt eigen geluid zonder enig effectbejag. Verrassende composities en fraaie bewerkingen, intens bevlogen gespeeld. Zo nu en dan veerde Lage van enthousiasme op uit zijn stoel om de perfecte timing te halen. Het trio is volmaakt op elkaar ingespeeld en genoot zelf zichtbaar van het concert. Wat een mooie set, met onder andere werk van zijn laatste plaat 'View With A Room'.

Branford Marsalis is een gevestigde naam en bekend van allerlei projecten en samenwerkingen, zoals onder andere met Sting en zijn eigen funkgroep Buckshot Lefonque. Constante is al jaren zijn kwartet met pianist Joey Calderrazzo, bassist Eric Revis en drummer Justin Faulkner. De rijke discografie van dit kwartet bevat verschillende prijswinnende platen. Maar het kwartet is op zijn allerbest als ze live spelen, dat werd deze avond maar weer eens bewezen. Na het openingsnummer gingen de jasjes uit en werd het tijd voor het echte werk. De vier muzikanten loerden naar elkaar, daagden elkaar uit en zweepten elkaar op. De zaal verkeerde - zo leek het - in extase, evenals de muzikanten zelf. De invloed van hardbop was voelbaar, maar Marsalis is als geen ander in staat om met een uiterst gevoelige ballad een andere snaar te raken. Het werd op die manier een non-stop aaneenschakeling van hoogtepunten, met een bewerking van Keith Jarrets 'The Windup', maar ook een bewerking van een Monk-nummer. Het gaat snel, met overtuiging en altijd origineel.

De interactie tussen de muzikanten was spectaculair, met name Faulkner was uitzonderlijk op dreef. Een perfect gedreven team dat elkaar tot grote hoogte opstuwde en waarbij de spelers individueel ook volop de ruimte kregen om te schitteren. Het publiek keek ademloos toe en een overweldigend applaus barstte telkens los, soms met enige vertraging, alsof men tijd nodig had om nog even te landen. De band kon er dan ook niet omheen om nog een toegift te spelen. En toen werd het kwartet opeens een kwintet met de toevoeging van trompettist Terence Blanchard. Met een fantastische apotheose als resultaat en een afsluiter in New Orleans-stijl die menigeen nog lang zal heugen.

Foto's: Cees van de Ven. Klik hier voor zijn fotoverslag van deze festivaldag van Gent Jazz.

Labels: , , , , , , ,

(Johan Pape, 22.7.23) - [print] - [naar boven]



Festival
Gent Jazz 2023 Part 1

Joe Bonamassa, Marcus Miller, John Cleary, Roland & The Space Cowboys, PJDS, The Antler King, vrijdag 7 juli 2023, Bijlokesite, Gent

Heel fijn dat concertorganisator en boekingskantoor Greenhouse Talent de organisatie van Gent Jazz heeft overgenomen. Ik was al in de rouw om het ter ziele gaan van dit festival. Gelukkig is de fakkel overgenomen en stond er weer een dijk van een tiendaags programma. De programmering kende als vanouds grote namen en was misschien een beetje anders dan we gewend zijn, mais soit, we leven nog. Het is te begrijpen dat er onder tijdsdruk werd gewerkt en dat men op safe wilde spelen. Ik hoop dat er snel weer vlees op de botten komt en de programmering dichter bij de 'echte jazz' komt. Ik vond altijd het leuke aan dit festival dat het tien dagen op een rij een mooie staalkaart presenteerde van jazz in een ruime definitie; de gevestigde orde, oude glorie en aanstormend talent.

Op 7 juli toog ik vol enthousiasme naar de Bijlokesite. Goede namen op het affiche zoals Marcus Miller en Joe Bonamassa, maar ook Jon Cleary. Het weer was prachtig, misschien wat aan de hete kant. De combinatie vakantieverkeer en wegwerkzaamheden maakte de heenreis erg lang (circa drie uur). Maar dan ben je er en tjonge, wat is het fijn om meteen ondergedompeld te worden in de gemoedelijke sfeer die dit festival ook zo aantrekkelijk maakt. Geen stress en een heerlijk divers, maar vooral ook een relaxed publiek, als een warm bad.

Op de main stage start het programma met PJDS ofwel Piet-Jan De Smet met band. De tent is nog maar licht bevolkt, maar gaandeweg stromen er meer mensen binnen, hetgeen het concert ten goede komt. Gepassioneerd speelt de band een fraaie setlist met een uniek eigen geluid. Soms doet het me even denken aan David Bowie. Doordat de tent volloopt, maar ook door de opbouw in de setlist ontstaat er een mooie climax en ben ik een eerste ontdekking rijker. Dat maakt dit festival ook zo interessant, er valt altijd wat te ontdekken. Wat voor Gentenaars uiteraard anders ligt, want zij kennen Pieter-Jan De Smet natuurlijk wel.

Een andere verrassing wacht me op de garden stage. The Antler King, een indiepop-rockband, bestaande uit Esther Lybeert (zang, drums, toetsen) en Maarten Flamand (gitaar, zang, bas, loops). Dit echtpaar past perfect op dit podium, waaromheen zich een behoorlijke menigte geschaard heeft. Lekker uitgestrekt in het gras en voorzien van een drankje. Het duo speelt een fijne gevarieerde set en is verbazingwekkend veelzijdig.

Naar mijn smaak te vroeg moet ik dit idyllische tafereel verlaten, omdat het concert van een andere Gentenaar op het hoofdpodium aanstaande is: Roland Van Campenhout en zijn Space Cowboys. De 78-jarige Van Campenhout kan bogen op een behoorlijke staat van dienst, zo speelde hij onder andere in de band van Rory Gallagher. Tegenwoordig speelt hij volgens eigen zeggen ethno-pop-folk. The Space Cowboys blijken nagenoeg dezelfde bezetting te kennen als PJDS, die nu echter uit een heel ander vaatje tappen. Vanaf de start grijpt het gezelschap de aandacht van het publiek, waarbij de toevoeging van sitar, viool en mondharmonica voor een unieke sound zorgen. In een sterke set wordt vol overgave gemusiceerd: puur en authentiek.

Ondertussen is op het tuinpodium alles in gereedheid gebracht voor Jon Cleary. In 2020 zag ik hem optreden met John Scofield in het Bimhuis in Amsterdam en sindsdien ben ik hem gaan volgen. Zijn online 'tipitina cocktail hours' gedurende corona hebben me destijds erg opgevrolijkt. Hoewel Cleary Brit van geboorte is, is hij volledig in New Orleans geassimileerd en dat is te horen. Hij speelt twee sets en weet, ondersteund door een strakke drummer en dito bassist, in een volle tuin de mensen aan het dansen te krijgen met zijn funky varianten van New Orleans standards, met speelse verwijzingen naar Dr. John en Prof. Longhair.

Een wederom volgestroomde tent staat al vroeg en vol verwachting klaar voor Marcus Miller op het hoofdpodium en krijgt waar het voor komt: slap bass it is! Hij speelt bezield een fraaie set met een eerbetoon aan Miles Davis, zijn grote jeugdheld, met wie hij veel gespeeld heeft en voor wie hij het legendarische album 'Tutu' schreef en produceerde. Het publiek geniet met volle teugen en laat dat niet onopgemerkt. Met recht een echte headliner.

Terwijl Jon Cleary zijn tweede set afwerkt, waarin hij terloops ook nog even de koebel hanteert en zijn merkwaardige gitaartje Herbie bespeelt, worden de voorbereidingen getroffen voor de climax van de dag: het optreden van Joe Bonamassa. Bluesrock die klinkt als een klok. De inmiddels oververhitte tent staat aardig volgepakt en reageert enthousiast. Een band met sterke bezetting, compleet met achtergrondzangeressen en Bonomassa zelf, zoals altijd strak in het pak, als onbetwistbare frontman. Er wordt stevig uitgepakt, te beginnen met 'Evil Mama'. Het dampte en stampte tot laat.

Op de terugweg, in de helft van de tijd van de heenweg, dacht ik na over wat me nu echt geraakt had. En dat was toch de authenticiteit van Roland Van Campenhout, Jon Cleary en The Antler King. Grote namen als Marcus Miller en Joe Bonamassa hebben zich wederom bewezen, maar prikkelden niet op die manier als eerdergenoemden. En zo zal iedereen zijn eigen afweging maken. Ik ben in ieder geval blij dat dit festival overeind is gebleven en nog steeds die geweldige sfeer heeft weten te behouden. En dat is absoluut een compliment voor de organisatie.

Foto's: Cees van de Ven. Klik hier voor zijn fotoverslag van deze festivaldag van Gent Jazz.

Labels: , , , , , , ,

(Johan Pape, 14.7.23) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...








Menupagina's:




In memoriam
Cassandra Wilson
1955-2026

Foto: Cees van de Ven









Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.