Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




Keith Jarrett - 'My Foolish Heart' (ECM, 2007)
Opname: 2001

Ze treden al bijna 25 jaar samen op in het klassieke trioformat: Keith Jarrett (piano), Gary Peacock (bas) en Jack DeJohnette (drums), en leverden al zo'n veertien albums af zonder dat het gaat vervelen. Dat geldt voor het trio zelf, dat geldt voor het concert- en cd-publiek. Jarrett en zijn mannen verkennen op hun eigen briljante wijze de jazzhistorie, en ook deze dubbel-cd, opgenomen in Montreux in 2001, is een bewijs van hun niet aflatende kwaliteit.

Alleen al de manier waarop ze Fats Waller-klassiekers als 'Honeysuckle Rose' en 'Ain’t Misbehavin’' hier neerzetten is de aanschaf meer dan waard – sterker zijn deze stukken na Waller zelf nooit meer vertolkt. Maar ook virtuoze bopstukken, standards en lyrische ballads zijn bij hen in vertrouwde handen. Luister naar 'My Foolish Heart', luister naar 'Five Brothers', luister naar 'The Song Is You'. The Trio (de koosnaam voor deze combinatie van supertalent) zet een nieuwe standaard. De ware liefhebber neemt daarbij Jarretts vertrouwde meekreunen aan de vleugel graag voor lief.

Deze recensie was eerder te lezen in HVT Magazine.

(René de Cocq, 31.12.07) - [print] - [naar boven]





Swing en blue notes bij Limburgs Symfonie Orkest
'Jazzy Christmas Concert', vrijdag 21 december 2007 , Theater aan het Vrijthof, Maastricht

Het Theater aan het Vrijthof lag er fraai bij met de sfeervolle kerstmarkt voor de deur. Het was echt winterweer. Al met al een mooi kader voor dit 'Jazzy Christmas Concert' door het jubilerende Limburgs Symfonie Orkest (LSO). Ruim voor aanvang was er voor geïnteresseerde bezoekers een zinvolle inleiding voor het concert van vanavond. Aan de hand van verhalen en gespeelde voorbeelden illustreerde de inleider het verschil tussen het klassieke en het jazzidioom. De dame naast me zei dat ze uitsluitend klassieke concerten van het LSO bezocht. Ze vond het programma van vanavond nogal onsamenhangend en rommelig. "Het zal mij benieuwen," voegde ze er fijntjes aan toe. En daar kon ik volmondig mee instemmen.

Het concert werd geopend met Gershwins 'An American In Paris'. Het LSO reageerde ad rem op Meutgeerts aanwijzingen voor tempi en dynamische nuanceringen. Een geslaagde opener. Spannend en jazzy. Ruud Breuls, Peter Beets, Frans van Geest en Frits Landesbergen voegden zich nu bij het orkest voor een pakkende vertolking van Henk Meutgeerts 'The Torces'. Een sterk stuk met een indringende dynamische opbouw en een achttien karaatse improvisatie van Breuls.

Madeline Bell verving op het laatste ogenblik zangeres Izaline Calister, die in verband met stemproblemen verstek moest laten gaan. Zeker geen eenvoudige opgave, omdat verschillende songs nu eenmaal geschreven waren in toonsoort en stembereik van Calister. Maar Bell, met haar ervaring, sloeg er zich knap doorheen. In no time wist ze met haar vertolking en charisma de sympathie van het publiek te winnen. In het door haar gezongen 'For Once In My Life' liet Meutgeert het LSO swingen en kreeg Breuls na zijn improvisatie zowaar spontaan applaus! Gershwins 'I Love You Porgy' was als het ware op het lijf geschreven voor deze zangeres. Zij maakte er een intense, doorleefde uitvoering van.

'Besame Mucho' kreeg vervolgens een balladbehandeling en dat wekte verbazing. Die was er ook voor een karakteristieke Beets-solo op een mooie harmonisatie van het LSO, waarbij vooral de klankkleur van de hoornsectie in het oor sprong. 'Wie sjoën os Limburg is' van Harry Bordon is een standard uit het Limburgs Songbook. Henk Meutgeert arrangeerde de begeleiding voor kleine strijkerssectie, klarinettist Rogier Niessen en Raymond Crutzen op Engelse hoorn, die hier beiden overigens fraai soleerden. Maar hoofdsolist was Ruud Breuls, zelf geboren en getogen in het Zuid-Limburgse Urmond. Ingetogen, sober en authentiek blies hij vanuit het hart deze bekende melodie. Het publiek had niet veel aansporing nodig om in de reprise de melodie mee te zingen. Je moest geen Limburgs bloed in de aderen hebben om door deze uitvoering geraakt te worden. En met 'Let’s Face The Music And Dance' speelde een swingend LSO, dat nu echt de smaak te pakken kreeg, de pauze tegemoet.

In het 'Concierto Para Quinteto' van Astor Piazzolla, in een arrangement van Meutgeert, liet het LSO horen in staat te zijn om pianissimo zeer gedetailleerd te communiceren onder de gloedvol gespeelde melodie door concertmeester Gil Sharon. Meutgeert schreef fraaie sololijnen voor klarinet en Engelse hoorn tegen elkaar of liet ze harmonieus met elkaar versmelten.

Daarna was het podium en de microfoon aan Fay Claassen. 'Falling In Love', 'It Never Entered My Life' en 'I’ve Got My Love To Keep Me Warm' kregen we met intro te horen. Voorwaar bijzonder; zelden worden deze intro's uitgevoerd en dat is jammer. Maar deze intro's lenen zich dan ook bij uitstek om gezongen te worden op een symfonisch wolkendek. En nu klonk het LSO als een symfonische bigband met spatgelijke accenten en een echt jazzgevoel. Claassen zong haar uitstekende reputatie met volle overtuiging de zaal in, met in haar kielzog Breuls en Beets, want ook zij gingen solistisch loos.

Als eerbetoon aan Rita Reys - "de koningin van de vocale jazz in Nederland", aldus Claassen - die vandaag 83 jaar werd, droeg zij het bekende 'Christmas Time Is Here' op. De uitsmijter werd 'It Don’t Mean A Thing If It Ain’t Got That Swing' met improvisaties van Bell, Claasen en Breuls. Op een teken van Meutgeert volgde een break, waarna Peter Beets solo de titel van dit stuk in positieve zin alle eer aan deed. Op geapplaudisseerd aandringen van het publiek werd als apotheose nogmaals 'Wie sjoën os Limburg is' ingezet en uit volle borst door iedereen meegezongen.

In het gedrang naar de uitgang troffen onze blikken elkaar, de dame die bij de inleiding naast me zat. Ze maakte met duim en wijsvinger het 'piekfijngebaar'. Gelukkig maar, zij had de kerstboodschap van dit concert verstaan en keerde nu verlicht huiswaarts.

Klik
hier voor een fotoverslag van dit concert.

(Cees van de Ven, 31.12.07) - [print] - [naar boven]





Necrologie Oscar Peterson

"Een publieksvriendelijke vorm van jazz: dat was het handelsmerk van Oscar Emmanuel Peterson, de deze week in zijn woonplaats Toronto overleden Canadese meesterpianist. Deze beminnelijke zwarte reus combineerde in zijn spel de briljante vingervlugheid die hij in zijn jeugd had opgedaan tijdens een gedegen klassieke opleiding met de harmonische en melodische eigenaardigheden van de bebop (in het spoor van pianovirtuoos Art Tatum), en voegde daaraan een fikse dosis bluesfeeling aan toe, alsmede een onstuitbaar gevoel voor swing. Het resultaat was zijn typische Oscar Peterson-geluid: een aansprekende en spectaculaire pianostijl, waarin wel héél veel nootjes werden gespeeld maar die nootjes stonden wel allemaal precies op de goeie plek."

René de Cocq haalt herinneringen op in zijn necrologie van Oscar Peterson. Klik hier om hem te lezen.

(Maarten van de Ven, 30.12.07) - [print] - [naar boven]





Marc Ribot – 'Asmodeus - The Book of Angels Vol. 7' (Tzadik, 2007)

Slechts een half uur heeft gitarist Marc Ribot nodig op deze cd om te laten weten waarom hij nog steeds een veelgevraagd sessiemuzikant is. Op dit album treedt de gitarist in de voetsporen van gitaristen als Jimi Hendrix en improvisatoren als Sonny Sharrock en Fred Frith. Ronkend, piepend en gierend laat Ribot zijn elektrische gitaar alle hoeken van de kamer zien. Daarbij wordt hij ondersteund door een ritmesectie die hem constant op de hielen zit, met aan het hoofd 'dirigent' John Zorn. Deze laatste componeerde ook de stukjes muziek, die niet veel meer zijn dan korte, eenvoudige (Joods klinkende) thema's.

Wie goed luistert, hoort hem af en toe boven de muziek uit aanwijzingen brullen. Met slechts een half uur speeltijd is dit een kort album, maar dat is meer dan genoeg gezien de complexiteit van de muziek en de hoeveelheid informatie die over je wordt uitgestort. Imponerend is het allemaal wel, want deze band is ongelofelijk goed bij de les; in een handomdraai wordt van maatsoort veranderd of listige loopjes unisono gespeeld. Enige kritiek is dat wat meer adempauzes dit schijfje wel goed gedaan had. Het helpt ook niet dat het beste stuk al aan het begin van de cd staat: het bluesy stuk 'Yezriel', dat door Hendrix zelf gespeeld zou kunnen zijn. Hoewel meer rock dan jazz, is deze cd niet te missen voor liefhebbers van Ornette Coleman of de recente output van drummer Jim Black.

Een andere opinie?
  • Klik hier voor Stef Gijssels' recensie van dit album.

    Labels:

    (Eric van Rees, 30.12.07) - [print] - [naar boven]





    De wringende ritmes van Owen Hart
    Mark Gross Quartet, woensdag 19 december, De Oosterpoort, Groningen

    Alle kans dat je nog nooit van altist Mark Gross hebt gehoord, maar dat je hem wel hebt gehóórd. De in 1966 als zoon van een baptistendominee in Baltimore geboren postbopper speelde namelijk onder meer drie jaar als anonieme sideman in de orkesten van vibrafonist Lionel Hampton. Naast zijn praktijk als freelance muzikant is hij vooral werkzaam als docent, in de Verenigde Staten en nu tevens in Nederland. Joris Teepe leidt namelijk de jazzafdeling van het Groninger conservatorium en in die hoedanigheid heeft hij een uniek pendelsysteem ontwikkeld, waarbij prominente muziekleraren regelmatig uit New York komen overwippen. Zo dus ook Mark Gross.

    In harmonisch opzicht is die laatste een interessante blazer die niet bang is voor wat dissonanten en ik zou hem eerlijk gezegd wel eens in een meer 'out' spelend ensemble willen horen. In De Oosterpoort wist hij zich omringd door drie geestverwanten: Hans Vroomans, Teepe en Owen Hart Jr., op piano, bas en drums respectievelijk. Vooral in de ballads ('Somewhere'), altijd goede testcases immers, zette Gross een royaal en genuanceerd geluid neer.

    Vroomans is geen funky ritmepianist die je lijf in beweging zet, eerder een bezonken rapsodist die zijn spel reliëf geeft met gehamerde loopjes uit het Lennie Tristano-laantje. De bassist leverde met zijn compositie 'Truth Or Consequence' een soort rituele dans waarin Owen Hart ons even het gemis van Elvin Jones deed vergeten. Hart was de ster van de avond. Overal waar hij verschijnt is het feest. Een paar maanden geleden verhuisde hij naar Italië, maar tegenwoordig zit hij kennelijk weer veel in Nederland. Jammer voor die Italianen, maar ach, daar hebben ze al zoveel goeie muziek. Hij is een van die slagwerkers - Han Bennink is er nog zo een - die alles wat hij aantikt in pure swing transformeert. Hart heeft er ook een handje van er nu en dan een paar maten lang volledig wringende ritmes doorheen te schuiven, erop vertrouwend dat de andere muzikanten, net als hijzelf, de basispuls wel in hun hoofd of hun vingers hebben. Daardoor krijgt de muziek tegelijkertijd spanning én lucht. Owen luistert daarbij voortdurend erg goed naar zijn collega's en met name zijn samenwerking met Joris Teepe was voorbeeldig.

    Op weg naar huis kwam ik nog een voorheen onbekend jampodium tegen – dat is een van die aardige dingen van Groningen. Aangezien ik nog wat te vieren had in de persoonlijke sfeer bleef ik dus nog een Chinees half uurtje hangen. Laag, grof gestuukt plafond, een planken vloer en een stel jonge blagen dat zich tegoed deed aan de bebop-canon. Mij werd een volstrekt nieuwe kijk op 'But Not For Me' vergund. Nooit geweten dat die song nog toekomst had na de 'definitieve' Ahmad Jamal/Red Garland-versies. Hij had er wat Mingus doorheen gemengd, vertrouwde het gastje dat de eigenwijze piano (de laatste stemmer had in 1978 luid brullend de benen genomen) dapper te lijf ging mij toe.

    (Eddy Determeyer, 30.12.07) - [print] - [naar boven]





    Melodieus concert straalt klassiek eigen karakter uit
    Franz von Chossy Trio, maandag 17 december 2007, Concertgebouw, Amsterdam

    Vorig jaar won pianist-componist Franz von Chossy met zijn trio The Dutch Jazz Competition. Met origineel, dynamisch en soms virtuoos samenspel, aldus het juryrapport. Of dat al niet genoeg was, ontving Von Chossy daarnaast ook nog een prijs als beste solist. Niet verwonderlijk dus dat dit jeugdig samengestelde trio, met naast Von Chossy contrabassist Sean Fasciani en drummer Flin van Hemmen, in vele concertrecensies als een komeet omhoog schiet.

    De kleine zaal van het Amsterdamse Concertgebouw was dan ook tot de laatste stoel bezet om dit trio met haar indrukwekkende stijl van spelen te komen beluisteren. Alle vijf lange stukken bleken van de hand van de leider afkomstig en werden in een ongelooflijk tempo vertolkt, waarbij het aanwezige publiek tussen de nummers door nauwelijks tijd kreeg om op adem te komen.

    De vooraankondiging in de programmabrochure gaf aan dat dit trio vaak lyrisch en ingetogen speelt, om daarna naar een climax toe te werken. Dit werd inderdaad al in de opener 'Better Days' volledig bewaarheid. Hamerend uitgevoerd pianospel, ondersteund door Van Hemmen met paukenstokken, werd dit stuk steeds heftiger uitgevoerd, gevolgd door een prachtig tussenstuk met Fasciani op gestreken bas. Pas na vijf minuten musiceren in het intro werd gestart met het melodieuze en klassiek aandoende thema.

    Het spel van dit trio is compact, waarbij de drie zeer getalenteerde musici goed op elkaar zijn ingespeeld. Helaas bleek hun vaak heftige stijl van spelen niet geschikt voor de kleine zaal van het Concertgebouw. De akoestiek deed afbreuk aan het vertoonde spel en dit was ook merkbaar in de volgende stukken 'Stranger Walked By', 'Rooftop Garden', 'Wet Rug' en tot slot 'München'.

    Ondanks deze handicap werd duidelijk dat wij nog veel van dit trio zullen gaan vernemen. Een staande ovatie was dan ook terecht hun deel.

    (Rolf Polak, 28.12.07) - [print] - [naar boven]





    Erik van der Luijt - 'Express Yourself' (eigen beheer, 2004)

    Een eerdere kritische recensie van zijn cd '
    Joyride' was de aanleiding voor deze bespreking van Van der Luijts eerste cd 'Express Yourself'. En dat is andere koek. Hier kun je kennismaken met de echte Van der Luijt als pianist en componist. Samen met Branko Teuwen (bas) en Victor de Boo (drums) zorgen zij voor een cd lang luisterplezier.

    De composities zijn bovenmatig interessant en beklijven. Het fraaie toucher van de pianist is in 'Minor Changes' en 'Skyscape' goed waarneembaar. Onderkoeld en uitbundig klinkt het ultiem swingende 'Mucho Macho', waarbij zijn ferme linkerhand een belangrijke rol speelt, net als in 'Nostalgia'. Opvallend is de uitstekende geluidskwaliteit van deze opname.

    Een van de mooiste vingerafdrukken van Erik van der Luijt qua compositie en spel vind je in diens 'My And My Guitar'. Zijn timing is zeker ook een van zijn sterke punten.

    'Express Yourself' zal de liefhebber van pianotrio's zeker aanspreken en is dé referentie om de kwaliteiten van Erik van der Luijt te duiden. Van der Luijt op zijn beurt mag zich gelukkig prijzen met de uitstekende medemuzikanten die hem hier het juiste kader bieden.

    (Cees van de Ven, 28.12.07) - [print] - [naar boven]





    Een dubbelprogramma vol contrasten
    aRTET & Underkarl, dinsdag 4 december 2007, Vooruit, Gent

    Op concerten probeer ik meestal op tijd te zijn – vooral wanneer ik foto's wil/mag maken. Het is nu eenmaal makkelijker om frontstage foto's te nemen dan van achterin de zaal, hoe sterk die telelens ook mag zijn. Om tien voor acht – het concert was aangekondigd voor acht uur – zaten er drie mensen in de zaal. Echte reden voor paniek was er evenwel niet, want niettegenstaande de sterke concurrentie van Daan een paar verdiepingen lager, kwam er alsnog verrassend veel – én jong – volk in de rookvrije Balzaal opdagen.

    Eerst aan de beurt was aRTET, de winnaar van het Jong Jazz Talent concours 2006, dat dit jaar het Blue Note Records Festival mocht openen. Die opening liep echter een aantal technische mankementen op, zodat de groep – die zoals het orkest van de Titanic dapper bleef doorspelen – uiteindelijk verplicht was haar optreden te staken. Een goede week later hebben ze een kleine revanche gekregen als afsluiter van het 2007 Concours, maar dat was maar een vroeg voorspel op de tournee die ze nu met de JazzLab Series afleggen.

    aRTET komt van ver. Ik had de groepsleden al in een aantal verschillende groepjes aan het werk gezien, en toen ik ze in 2006 Jong Jazz zag winnen, was ik niet meteen overtuigd. In juli dit jaar was ik echter behoorlijk onder de indruk van hun dapperheid, en tussen de ploffen van de gesprongen zekeringen door, leek ook hun muziek danig geëvolueerd. Met het concert gisteren hebben ze bewezen dat de juryleden destijds gelijk hadden, al is er nog wel wat meer werk aan de winkel.

    Wat er alvast stond was een enthousiaste groep, die de ganse avond eigen composities speelde met guitaarmuziek die qua stijl misschien nog het meest aan Pat Metheny schatplichtig is. Gitarist François Delporte hield de touwtjes in handen, al liet Tom Callens op tenorsax niet zomaar over zich heen stappen in het trek- en duwspel. De groep liet de leden in uitgebreide solo's aan bod komen, en daaruit onthouden wij graag de bombastische drumsolo van Lionel Beuvens. Tijdens 'Rope' – een mooie hommage aan Hitchcock – trachtte Beuvens met merkbare overgave zijn drumstel een verdiepje lager te slaan.

    aRTET kon mij zeker boeien, en eigenlijk had ik beter de demo-cd meegebracht, die na het concert te koop werd aangeboden. Het gaat in elk geval de goede weg op met de groep.

    En dan was er pauze. En dan was er Underkarl. En hoewel de Duitse invasie zeer tam begon, met een ontgoochelend brave, bijna slechte, versie van de basisaria van Bachs Goldberg Variaties, werd bij het tweede nummer meteen duidelijk welk een aangename verrassing de rest van de avond inhield.

    Hernoemd naar Goldberg Mutaties (Mutationen der Goldberg Variationen) speelden ze een selectie van geherinterpreteerde nummers. 'Nummers' staat hier op overdrachtelijk wijze, want ze speelden achtereenvolgens 12 & 17, 20 & 13 (jingle mutation), 5 & 3, 14 (jingle mutation), 15 (rock), 22, 1, 6, en als bisnummer 26. De Goldberg Variaties zitten er de ene keer al herkenbaarder in verwerkt dan de andere. Nummer 1 begon bijvoorbeeld heel gebruikelijk (en beter gespeeld dan de aria), tot de drummer de melodie verstoorde met wat hij schijnbaar willekeurig te pakken kon krijgen, van papierproppen tot kettingen toe.

    Underkarl begon saai-Duits, maar dat verdraaide zich al gauw in zelfrelativering en amusement. De muzikanten staken de draak met elkaar en zichzelf (eigenaardig genoeg niet met het publiek – maar dat maakt het des te sterker), wat hilarische momenten opleverde, bijvoorbeeld toen de drummer een drumstick verloor, de trombonist zijn instrument vlak voor de neus van de saxofonist uitschoof, en diezelfde saxofonist zich tijdens het aanblazen verslikte. Niet alles gebeurde overigens met opzet. Het eerder statische Vlaamse publiek zat er in het begin een beetje onwennig bij, maar werd gaandeweg steeds enthousiaster.

    Het contrast tussen aRTET en Underkarl was redelijk groot. Niet alleen troonde de ervaring van Underkarl huizenhoog boven die van de eerste groep uit, maar beide groepen speelden ook in een totaal verschillende stijl. Wij hebben van beide concerten zeer genoten, maar denken dat aRTET mogelijk beter wordt gesmaakt in een double bill met een andere groep. Voor de rest van de tournee is dat overigens het geval, dan hoort u – bij sommige concerten – de groep N'Jawazz aan het werk.

    aRTET: François Delporte (gitaar), Tom Callens (tenorsaxofoon), Ben Ramos (contrabas) & Lionel Beuvens (drums).
    Underkarl: Nils Wogram (trombone), Lömsch Lehmann (tenorsax, klarinet), Frank Wingold (gitaar), Sebastian 'Subsonix' Gramss (bas) & Dirk P. Kölsch (drums).

    (Bruno Bollaert, 28.12.07) - [print] - [naar boven]



    Muziekorganisaties fuseren tot Muziek Centrum Nederland

    Muziek Centrum Nederland (MCN). Dat is vanaf 1 januari 2008 de nieuwe naam voor de gefuseerde muziekorganisaties Nationaal Pop Instituut, Donemus, Gaudeamus, De Kamervraag en de Gezamenlijke Jazzinstellingen. Hierdoor ontstaat één brede landelijke organisatie voor alle muziekgenres.

    Het MCN is het kennis- en promotiecentrum van de Nederlandse muziekwereld, zowel op nationaal als internationaal niveau. Naast de al bekende activiteiten uit het verleden zullen er ook veel nieuwe activiteiten worden ontwikkeld op het gebied van promotie, educatie en informatie. De voordelen van het samenbrengen van de genres binnen één organisatie zullen optimaal worden benut. Zo zal de uitgeverij van het MCN zich bijvoorbeeld gaan verbreden naar andere genres.

    Het Muziek Informatie Centrum (MIC) is hét kenniscentrum voor hedendaagse muziek in Nederland, met een unieke collectie op het gebied van pop, jazz en hedendaagse muziek. Enkele voorbeelden van bekende activiteiten die in de toekomst door de nieuwe organisatie worden uitgevoerd: de Internationale Gaudeamus Muziekweek, de Dag van de Kamermuziek, de Dutch Jazz Meeting en de digitale popencyclopedie.

    (Maarten van de Ven, 28.12.07) - [print] - [naar boven]





    Geslaagde symbiose van impro-jazz en poëzie
    'Alice in Space', Marc van Vugt's Big Bizar Habit, woensdag 28 november 2007, Paradox, Tilburg

    Gitarist Marc van Vugt heeft zich deze woensdag uit z'n bed gesleept, waar hij al twee dagen met hoge koorts in lag, om ook Paradox in te wijden in de wonderlijke wereld van 'Alice in Space', een geïmproviseerde ruimte-opera voor twee stemmen, musici en universum, vrij naar de cultklassieker 'Dimension of Miracles' van Robert Sheckley uit 1968. In die SF-roman krijgt Carmody, een aardbewoner, van een Boodschapper te horen dat hij een prijs heeft gewonnen in een intergalactische prijsvraag. "De thematiek is geheel van deze tijd. Dat maakt het tot zo'n leuk en intrigerend boek", aldus zangeres Ineke van Doorn.

    Regisseur Vincent Wijlhuizen treedt aan als vervanger voor de aan Utrecht gekluisterde stadsdichter Ingmar Heytze, die samen met Van Doorn de teksten voor 'Alice in Space' schreef. Hij neemt gedurende de voorstelling moeiteloos en overtuigend verschillende rollen op zich, en is zodoende de bindende factor in de verhaallijn als Boodschapper, spacegod Melichrone ("al is al") of de sudoku's invullende spraakwaterval Veenendaal, kosmisch aannemer. Zijn acteursachtergrond betoont zich in overtuigende performances. Opvallend is dat de verschillende karakters dichtbij de uitvoerende personen staan, wat een naturelle indruk geeft. Ineke van Doorn blijft gewoon lekker zichzelf en voelt zich in haar rol van Alice als de spreekwoordelijke vis in het water. Zij wint een intergalactische barbiepop en wordt meegenomen op een reis door het universum, langs verre sterrenstelsels en vreemde werelden, om uiteindelijk een stuk levenswijzer naar aarde terug te keren.

    Tekstueel steekt 'Alice in Space' goed in elkaar. Leuke, knappe teksten, soms spitsvondig, soms ontroerend, dan weer filosofisch getint. Zo is er het door Van Doorn zeer fraai gezongen 'Witte Plek', een gedicht van Heytze over het verlangen naar een uitweg uit de chaos van neervallende bommen en rondwarende virussen ("als de sirene gaat wil ik een plek om ongestoord het donker in te gaan"). Wijlhuizens Melichrone-karakter houdt een duizelingwekkend recital over 'Al en Omega', waarin woorden met 'al' erin over elkaar heen buitelen. Er is een bezwerend getoonzette overpeinzing over eten of gegeten worden ('de Aaswet'). Spraak is vakkundig ingebed in de muzikale verpakking van deze impro ruimte-opera.

    Muzikaal gezien is het podium imponerend bezet; tegenover Van Vugt staan of zitten Angelo Verploegen (trompet), Mete Erker (sax), Jeffrey Bruinsma (viool), Paul Stouthamer (cello), Paul Berner (bas) en Joost Lijbaart (drums). De muziek van Van Vugt en Van Doorn is afwisselend, boeiend en wordt door de band overtuigend ingekleurd met strak samenspel. Van Doorn combineert gesproken woord en zang bovendien met additioneel pianospel. We noteren sterk solowerk. Zo pept Bruinsma zijn viool op met wah-wah, wat voor een apart effect zorgt. Erker is in een aantal jaren tijd uitgegroeid tot een sterke muzikale persoonlijkheid. Zijn snelle, over-de-top saxsolo in een nervy uptempo stuk getuigt daarvan. Fraai ook hoe de ritmesectie - het volvette basgeluid van Berner en inventief percussiewerk van Lijbaart - een improvisatie van Stouthamer van muzikale punctuaties voorziet. Verploegen leidt samen met Van Vugt het geheel in goede banen en imponeert als vanouds met zijn uithalen op trompet.

    Ook visueel valt er het nodige te genieten in een jammer genoeg ondermaats bezette Paradox. Zo is er een leuk filmpje waarin Ineke protesteert tegen het meenemen van mensen door buitenaardse wezens. Dia's van dieren en insecten bekrachtigen de eerder genoemde uitleg van de Aaswet. En er is een bizar filmpje van een koets met een galopperend skeletpaard. Een eervolle vermelding tenslotte voor Heytzes hilarische Chriet Titulair voice-over.

    Gelukkig is op 6 december een uitvoering in Utrecht (SJU Jazzpodium) gefilmd voor dvd-release. 'Alice in Space' is inhoudelijk rijk genoeg om te herbeleven. Het is dan ook te hopen dat meer organisatoren en zaaleigenaren het aandurven deze productie binnen te halen.

    Klik hier voor een fotoverslag van 'Alice in Space' door Cees van de Ven.

    (Maarten van de Ven, 27.12.07) - [print] - [naar boven]





    Van eb en vloed, en water en wind
    Wolfert Bredero Quartet, donderdag 22 november 2007, MuziekPodium Zeeland, Desafinado, Middelburg

    In april 2003 trof ik voor het eerst de pianist Wolfert Brederode. Hij begeleidde de Nederlands-Zwitserse zangeres Susanne Abbuehl op piano, melodica en een soort laag bij de gronds harmonium. Samuel Rohrer zat achter het slagwerk en op klarinetten speelde Christof May. Ook op de Edison-winnende cd 'April' van Abbuehl (ECM) wordt gemusiceerd met dezelfde bezetting en levert Brederode een belangrijke ondersteunende rol. Toen al trof deze pianist mij met zijn lyrische en dynamische melodielijnen.

    In het MuziekPodium Zeeland in café Desafinado presenteerde de klassiek geschoolde jazzpianist zijn eerste cd 'Currents' op het prestigieuze Duitse ECM-label. Om zich heen had hij een aantal gelijkgestemde muzikanten verzameld uit Keulen, Oslo en Berlijn, alleseters binnen de klassieke en geïmproviseerde muziek. Op de klarinet en basklarinet Claudio Puntin, die liet horen dat je met een klarinet meer kan dan het traditionele werk. De zeer getalenteerde Noorse bassist Mats Eilertsen speelde met onder meer Kenny Wheeler, Pat Metheny en Nils Petter Molvær. De in Bern en Boston geschoolde slagwerker Samuel Rohrer toerde al door Europa met Erik Truffaz, Marcus Stockhausen en Susanne Abbuehl.

    Uiteraard werd er veel werk gespeeld van de in juni 2006 opgenomen cd. Stuk voor stuk eigen composities met een geheel eigen signatuur. Brederode leek je mee te nemen door een denkbeeldig landschap van bergen en dalen en rivieren met stroomversnellingen, en zorgde ervoor dat je met zijn subtiele aanslag weer een zachte landing kreeg. Een recente compositie, gemaakt in de provincie Zeeland, kreeg de werktitel 'Delta'. Je voelde je werkelijk meegenomen op de stromingen van eb en vloed en hoorde de elementen van water en wind aan je voorbij trekken. Hoe beeldend kan muziek zijn?!

    Klik
    hier voor een fotoverslag van dit concert.

    (Eddy Westveer, 26.12.07) - [print] - [naar boven]





    Tommy Flanagan - 'Thelonica' (Codaex/Enja, 2007)
    Opname: 1982

    Tommy Flanagan gold nooit als een heel avontuurlijke pianist – hij was vooral bekend door het jarenlang redelijk braaf fungeren als begeleider van Ella Fitzgerald. Maar in 1982 brak hij even uit die rol, met het opnemen van een album rond de composities van uitgerekend Thelonious Monk, misschien wel de meest avontuurlijke pianist van de jazzhistorie.

    Flanagan blijft, los van de tegendraadse thematiek, wel binnen de gebaande bebop-paden, maar levert (met bassist George Mraz en drummer Art Taylor) wel een heel smakelijk swingend album. Het is onlangs heruitgebracht in de 24-bit Master Edition van Enja, waarvoor een flinke serie jazzalbums nog eens door de digitale wasmachine is gehaald. Op zich een goed initiatief, maar deze heruitgaven zijn wel héél sober verpakt. Qua informatie wordt volstaan met bezetting en opnamedata, verder moet de koper zelf maar uitzoeken wat de betekenis is van de musici en hun muziek.

    Opmerkelijke afleveringen van de serie: 'Common Cause' van gitarist Attila Zoller (1979), 'Youngblood' van drummer Elvin Jones (1992), 'Remembering John' van pianist McCoy Tyner (1991) en 'Stockholm Sessions' van rietblazer Eric Dolphy (1961).

    Deze recensie was eerder te lezen in HVT Magazine.

    (René de Cocq, 26.12.07) - [print] - [naar boven]





    Murray op orkaankracht bij Jazzpower
    maandag 10 december 2007, Jazzpower, Wilhelmina, Eindhoven

    Een ontketende David Murray is een kracht om rekening mee te houden. Dat liet hij maandag 10 december horen bij Jazzpower, als gastspeler bij The New Quartet. Het viertal staat garant voor een benadering van de jazz waarin melodie en ritme tegen elkaar opwegen. Maar de energie die Murray toevoegde, tilde de muziek naar een aanzienlijk hoger niveau. Een volgepakt Wilhelmina was getuige van een concert waar de vlammen op gedenkwaardige wijze van af sloegen.

    Het was van meet af aan duidelijk dat de Amerikaanse tenorsaxofonist er zin in had. In het eerste nummer zette hij de toon met een solo waarin hij de uitersten van zijn instrument opzocht. Hij verkende de diepte in ronde, donkere tonen; schoot vervolgens de hoogte in en liet zijn sax gillen en fluiten. Hij overbrugde die afstand met noten die alle kanten op vlogen - soms op volle kracht, dan weer schor alsof hij met een brok in zijn keel stond te blazen, maar steeds met dezelfde brandende intensiteit. Hij stond te spelen of het zijn laatste woorden waren. Met name het ritmetandem van het kwartet, drummer Pascal Vermeer en bassist Jurriaan Dekker, voerden de druk verder op met strak en rap spel, terwijl pianist Jeroen van Vliet er stuwende akkoorden tegenaan smeet.

    Toen Murray het podium overliet aan altsaxofonist Joris Posthumus, zakte het energiepeil zienderogen. Niet dat ze als kwartet geen fut of verbeeldingskracht hadden; ze werkten hun thema's mooi en fantasievol uit, maar ze beschikten eenvoudigweg niet over de rauwe kracht die Murray kon aanspreken. Dat bleek eens te meer toen hij in de tweede set een basklarinet ter hand nam. Terwijl hij alles deed wat er met dit instrument maar mogelijk was, viel het kwartet stil. In de gebieden waar hij als een wervelstorm doorheen raasde, was hij gewoon niet te volgen. Dit was Jazzpower in de beste zin van het woord.

    Klik
    hier voor een fotoverslag door Cees van de Ven.

    Deze recensie verscheen eerder in het Eindhovens Dagblad.

    (René van Peer, 24.12.07) - [print] - [naar boven]





    Ruben Samama - 'Hotaru' (O.A.P. Records, 2007)

    Bassist Ruben Samara (1985) heeft voor deze cd een aardig divers gezelschap samengebracht: Alexandra Grimal (tenorsax), Kalevi Louhivuouri (trompet en flügelhorn), Michael Vanoucek (piano), Ruben Samama (bas) en Marc Lohr (drums).

    Een gezelshap dat dat het avontuur zeker niet schuwt. Het is veelal eigen werk dat men speelt, maar ook composities van Gordon Jenkins, Wayne Shorter en de Italiaanse klarinettist Gabrielle Mirabassi. De individuele kwaliteiten staan niet ter discussie en treden prominent voor het voetlicht. Andermaal vinden we hier het bewijs op welk een hoog peil er wordt opgeleid aan de Nederlandse conservatoria.

    Pianist Michael Vanoucek, die we kennen van de formatie As Guests, is misschien nog het meest ervaren in dit jeugdige gezelschap. Opmerkelijk is echter, dat er van zijn hand geen composities staan op deze cd. Leider Ruben Samama heeft bij zijn leraar Hein van de Geyn zijn oren wijd open gehad. Hij beschikt over een volle 'grote' toon en weet zich met zijn niet geringe technisch vermogen onderhoudend uit te drukken.

    Saxofoniste Alexandra Grimal is geboren in Caïro, heeft een toon met ballen en klinkt behoorlijk geëmancipeerd. De Finse trompettist Kalevi Louhivuori componeert, arrangeert, schrijft songteksten en is producer, en dat allemaal op een leeftijd van 23 jaar! De Luxemburgse drummer Marc Lohr studeerde ook aan het concervatorium in Den Haag en woont nu in Kopenhagen.

    De formatie klinkt fris, spontaan en hun spel heeft diepgang. Qua dynamiek, tempo en repertoire is hier sprake van een prettige diversiteit. De cd maakt de contouren van een formatie met een eigen muzikale identiteit zichtbaar. De verscherping van deze contouren en een verdere rijping van dit collectief is nog slechts een kwestie van tijd, maar het is nog maar de vraag of deze band daar op inzet. Het is prijzenswaardig dat het nieuwe label O.A.P. Records deze muzikanten, die allen aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag studeerden, op cd heeft opgenomen.

    Meer horen?
  • Op de website van Ruben Samara kun je twee tracks van de cd 'Hotaru' volledig beluisteren ('Scherzo'
        en 'En Hollande'); van drie andere nummers zijn er fragmenten. Kies 'Media' en daarna 'Audio' om het
        te horen.

    Labels:

    (Cees van de Ven, 23.12.07) - [print] - [naar boven]





    Anouar Brahem laat Surman en Holland excelleren
    zondag 9 december 2007, Theater aan 't IJ, Amsterdam

    De Tunesiër Anouar Brahem profileerde zich als één van de eersten met de ud (Arabische luit) als solo-instrument. Dat lijkt voor ons nu gewoon, maar in de Arabische wereld speelde de ud meestal een rol op de achtergrond.

    Met Barbaros Erköse (clarinet) en Lassad Hosni (percussie) begon Brahem begin negentiger jaren zijn internationale carrière op het ECM-label. Een kleine tien jaar geleden maakte hij samen met John Surman (sax/basklarinet) en Dave Holland (bas) de plaat 'Thimar'. Hij is nu een ster aan het worden na zijn twee succesvolle albums 'Le Pas Du Chat Noir' en 'Le Voyage De Sahar'. Die laatste cd kreeg vorig jaar de Jazz/World Edison. Op deze cd's speelt hij samen met de Franse accordeonist Jean Louis Matinier en de pianist Francois Couturier. Brahem heeft wel eens gezegd dat hij niet te vaak met dezelfde muzikanten moet optreden, omdat elk concert een nieuwe ontmoeting moet zijn, waar de muziek opnieuw uitgevonden moet worden. Hij treedt daarom op dit moment met deze drie verschillende bezettingen op.

    Op 9 december was hij met John Surman en Dave Holland in het Muziekgebouw aan 't IJ. Bekroop me tien jaar geleden het gevoel dat een concert bedoeld was voor een zo nauwkeurig mogelijke weergave van de cd, nu had het concert wel degelijk een toegevoegde waarde. Al na enkele minuten kwam tijdens een solo van Holland opeens een flard 'Ne Me Quitte Pas' langs. Zowel Holland als Surman soleerden uitvoerig, maar bleven daarbij toch binnen het stramien van de muziek van Brahem. De mooie melodische lijnen van de composities van Brahem werden vooral door Surman fraai omspeeld. De transparante manier van spelen van Holland ondersteunde ragfijn, maar in zijn solo's bleef hij niet altijd boeiend. Brahem soleerde en improviseerde het minst. Ondanks dat het zijn concept was, bleek niet hij maar Surman het inspirerende middelpunt. De rietblazer bleef boeien met zijn vondsten en zijn fraaie toonvorming.

    Nu de heren samen een veel lossere manier van spelen hebben weten te bereiken, wordt het tijd voor een nieuwe cd. Is 'Live In Amsterdam' misschien een idee? Om alvast naar uit te kijken: Brahem speelt volgend jaar met Couturier en Matinier in: Oosterpoort Groningen (15 mei), Tropentheater Amsterdam (16 mei) en Lantaren Rotterdam (17 mei).

    (Hugo de Vries, 23.12.07) - [print] - [naar boven]





    Jazzfotograaf Daniël Theunyck overleden

    Via Johan De Grande, secretaris van de Lokerse Jazzklub, vernamen wij dat jazzfotograaf Daniël Theunyck op 14 december jongstleden op 58-jarige leeftijd in Gent is overleden.

    Jazzaddict, dat was zijn nickname. Daniël Theunyck was niet alleen jazzfreak, maar ook gepassioneerd fotograaf die sedert het digitale tijdperk het plezier van fotograferen herondekte. Op zijn
    website zijn jazzfoto's, veelal van concerten die plaatsvonden in zijn geliefde De Werf in Brugge, nog te zien. Over zijn liefde voor jazz zei hij: "Toen ik 16 jaar was en voor het eerst Roland Kirk hoorde was ik meteen verkocht. Na enkele jaren is dit vuur gedoofd, maar wel verder blijven smeulen, tot het in 2000 gedurende een zware ziekteperiode terug tot leven werd gewekt". Op zijn YouTube-site staan ook een aantal jazzvideo's van zijn hand.

    Wij wensen zijn echtgenote en familie veel sterke toe in deze moeilijke tijd.

    (Cees van de Ven, 22.12.07) - [print] - [naar boven]





    Ilmiliekki - 'Take It With Me' (Tum Records, 2006)

    'Take It With Me' is het tweede album van de jonge Finse band Ilmillieki, die bestaat uit Verneri Pohjola (trompet), Tuomo Prättälä (piano), Antti Lötjönen (bas) en Olavi Louhivuori (drums). Hun muziek is rustig, beheerst, meditatief, creatief, met sterk gestructureerde songs die veel ruimte laten voor vrije improvisatie, en doet bij momenten wat denken aan het Lemon Juice Quartet. Je zal er in elk geval niet van gaan dansen, maar dat is ook niet de bedoeling.

    Het titelnummer is gebaseerd op een song van Tom Waits, maar ook 'Porcelain' van de Red Hot Chili Peppers en 'My Favorite Plum' van Suzanne Vega worden gecoverd. Toch is dit niet de zoveelste Bad Plus-achtige band die gekende popsongs covert, nee, daarvoor is deze muziek te authentiek, hun inspanning te gemeend, meer kunst dan entertainment. En ik vind in alle eerlijkheid hun eigen composities een stuk sterker dan de covers. Echt de moeite waard voor wie houd van ingetogen vrijheid.

    Meer weten en horen?
  • De website van het Ilmiliekki Quartet.
  • De MySpace-pagina van het Ilmiliekki Quartet, waar je twee nummers ('Porcelain' en 'Karhu') van deze
        cd kunt beluisteren.

    (Stef Gijssels, 22.12.07) - [print] - [naar boven]





    dOeK Festival #6
    vrijdag 21 en zaterdag 22 december 2007, Bimhuis, Amsterdam

    Vanavond en morgenavond vindt in het Amsterdamse Bimhuis voor de zesde keer het dOeK Festival plaats. Stichting dOeK heeft ook deze keer weer een inspirerend en verrassend programma samengesteld, waarbij improvisatie en avontuur andermaal hoog in het vaandel staan. Daarnaast lopen dit jaar twee rode draden door het festival: piano en Berlijn, twee gebieden waar op dit moment een hoop gebeurt volgens de organisatoren, die hun missie voor het Festival als volgt verwoorden: "We want to present music that's acute, central, clamorous, climatic, compelling, crucial, deciding, decisive, desperate, imperative, insistent, momentous, necessary, pivotal, pressing, searching, urgent, vital - essential music!"

    Het festival wordt vanavond om 21.00 uur geopend met een concert van Crax, een formatie waarin pianist Cor Fuhler fragiele soundscapes creëert met trompettist Alex Dörner en harpist Clare Cooper, een van de weinige improvisatoren op haar instrument. Vervolgens een duo met de Berlijnse pianiste Magda Mayas en Tony Buck, de drummer die onlangs met de roemruchte groep The Necks het Bimhuis aandeed. Op een van zijn vele muzikale reizen ontmoette bassist Wilbert de Joode de altsaxofoniste Chistine Sehnaoui, en dat klikte muzikaal zo goed dat zij vanavond samen met De Joode op het Bimhuis-podium staat; de Franse percussionist Lê Quan Ninh completeert dit interessante trio. En in navolging van drummers Hamid Drake en Michael Zerang, die datzelfde al 17 jaar lang doen in Chicago, gaat drummer/percussionist Michael Vatcher in het hart van het Bimhuis/Muziekgebouw de langste nacht vieren met allerhande gongen in samenwerking met het publiek en andere festivalgasten.

    Zaterdag opent trombonist Wolter Wierbos de tweede dag met een soloset, waarbij hij zijn instrument ongetwijfeld weer binnenstebuiten zal keren om alle klankmogelijkheden te verkennen. Hij presenteert tevens zijn nieuwe solo-cd. Tenorsaxofonist Tobias Delius heeft een tijdje in Berlijn gewoond en keert terug met Mrs. Conception, een band met improvisaties die zijn geinspireerd op jazzstandards en grafische aantekeningen. Alex Dörner (trompet), Jan Roder (bas) en Steve Heather (drums) steunen Delius daarbij. Het festival wordt stijlvol en sterk afgesloten door het Eric Boeren Quintet, met naast de cornetspelende naamgever een van de grondleggers van de free jazz in Europa, pianist Fred van Hove (Antwerpen, 1937) en de Duitse basklarinettist Rudi Mahall, bekend van Der Rote Bereich. Ook Philip Zoubek (geprepareerde piano) en Wilbert de Joode (bas) maken deel uit van dit kwintet, dat ongetwijfeld voor een memorabel slotakkoord van dit dOeK Festival gaat zorgen.

    Meer weten?
  • Klik hier voor meer informatie over het programma en de muzikanten.

    (Maarten van de Ven, 21.12.07) - [print] - [naar boven]





    Nieuwe Zapp-project: Jumping The Rocky Mountains

    Het Zapp String Quartet staat bekend als het meest wervelende en hardst groovende strijkkwartet van Nederland. Geïmproviseerde muziek, jazz, rock, etnische en hedendaagse muziek: het kwartet zet alle genres met veel enthousiasme naar eigen hand. In 2005 ontving de groep daarvoor de prestigieuze Kersjesprijs.

    Alle spelers zijn sterke solisten en improvisatoren. Ieder bandlid componeert ook voor het kwartet. Naast de eigen projecten speelde Zapp met een grote verscheidenheid aan Nederlandse en internationale artiesten.

    Na zeer inspirerende ontmoetingen tijdens een tournee door Canada in de zomer van 2006 besloot Zapp een project te doen met nieuwe composities van bevriende Amerikaanse en Canadese musici/componisten. Zij schreven muziek voor Zapp vanuit zeer uiteenlopende invalshoeken: de rollende grooves van John Scofield, de progressieve rock en Frank Zappa-achtergrond van Mike Keneally, de rijke harmonische taal van Brent Fischer en een verrassend groovend pizzicatostuk van Mark Feldman zijn daar slechts enkele voorbeelden van.

    In het voorjaar van 2008 volgt de cd-presentatie. Rond die tijd gaat Zapp ook op tournee door Nederland, waarna de band verder 'jumpt' in onder andere Amerika, Canada, Zweden en China.

    Op de Belgische muziekwebsite Kwadratuur bespreekt Koen van Meel 'Wind Machine', een compositie van de Canadese componist Allan Gilliland, die ook is terug te vinden op de komende cd van Zapp. Klik
    hier om het artikel te lezen en om 'Wind Machine' te beluisteren.

    Vanavond is dit interessante strijkkwartet vanaf 20.30 uur te zien en te horen in Dommelhof bij Jazzcase in Neerpelt. Tijdens dit concert zal de muziek uit het programma 'Jumping The Rocky Mountains' centraal staan.

    Meer weten?
  • Klik hier voor meer informatie over het JazzCase-concert van Zapp in Dommelhof.
  • Klik hier voor meer informatie over de nieuwe cd en aansluitende tournee van Zapp.

    (Cees van de Ven, 20.12.07) - [print] - [naar boven]





    Murray maakt het beste los in The New Quartet
    vrijdag 7 december, Paradox, Tilburg

    Op 7 december was er een heus Tilburgs feestje in een uitverkochte Paradox. The New Quartet (Jeroen van Vliet - piano / Pascal Vermeer - drums / Jurriaan Dekker - bas / Joris Posthumes - altsaxofonist en initiatiefnemer) gaven samen met tenorsaxofonist en basklarinettist David Murray een daverend concert.

    De meeste composities waren van de hand van Posthumus. Deze altsaxofonist is een echt talent en zeer vindingrijk in zijn improvisaties. In de tweede set werd het eigen nummer 'The Second Time' gespeeld. Deze titel was gekozen omdat dit concert na één repetitiedag de tweede keer was dat The New Quartet met Murray speelde. De eerste set was geslaagd, maar de heren kwamen pas echt volledig op dreef in deze compositie van Posthumus. Na een indrukwekkende solo van de altsaxofonist, waarbij je als luisteraar het gevoel had dat alle hoeken van het improvisatiespectrum verkend waren met het trefzekere en hoog hardbop-energetisch gehalte, volgde Murray met een daverende solo, waaruit het grootmeesterschap van deze geweldenaar bleek.

    Nog meer creaties bleken mogelijk en het publiek leek samen te smelten met de muziek. Wat een ongelofelijk sterk spel van Murray! Ook een duet met drummer Vermeer was indrukwekkend; dit duet deed denken aan een opname die Murray maakte voor zijn cd 'Morning Song' uit 1984. Hier speelde Murray een duet met drummer Ed Blackwell. Murray heeft in al die jaren niet in kracht ingeboet en blijft fascineren, zeker in deze bezetting waar de Nederlandse collega's de Leeuw ook wisten te temmen in gedeelten waar de nuances naar voren kwamen.

    Dat Van Vliet en Vermeer goede vrienden zijn, kwam ook muzikaal tot uitdrukking. De twee voelden elkaar haarfijn aan. Met zijn sonore steady basgeluid was Jurriaan Dekker de bindende factor in dit bruisende concert, waar Murray de zaak op scherp zette en zijn Nederlandse collega's het beste spel liet spelen.

    (Koen Scherer, 20.12.07) - [print] - [naar boven]





    Mâäk's Spirit op bizarre locaties

    De avontuurlijk-vrije jazzband Mâäk's Spirit concerteert nog tot eind december op allerhande bizarre locaties in Brussel, zoals een ondergrondse parking, een frituur, wassalon of kunstgalerij. Hun project heet 'Er groeien geen aardbeien in de winter' en gaat over de mechanismen achter improvisatie. De titel verwijst naar het belang van externe factoren. Zo groeien er in de winter geen aardbeien, en klinkt muziek ook anders in een kille ondergrondse parking dan in een volle concertzaal.

    De concerten zijn bedoeld voor toevallige toeschouwers, bezoekers of voorbijgangers, maar wie zeker een concert van hen wil meepikken, kan terecht op telefoonnummer (0032)476624394 of in de Beursschouwburg in Brussel, waar de groep nauw mee samenwerkt.

    Bron: Cutting Edge

    (Maarten van de Ven, 20.12.07) - [print] - [naar boven]





    Hermine Deurloo - 'Crazy Clock' (BV Haast, 2006)

    'Crazy Clock' is een mooie, ontspannen klinkende cd die thuis bij gitarist Tony Scherr werd opgenomen. De acht covers, van onder anderen Ali Farka Touré en Bill Frisell, hebben als ankerpunt de chromatische mondharmonica van Hermine Deurloo.

    De materiaalkeuze is op het eerste gezicht uiteenlopend, maar muzikaal past alles mooi bij elkaar. Dat heeft te maken met de uitgesproken melodieuze nummers en gebrek aan geldingsdrang van individuele muzikanten. Deze muziek ligt in het verlengde van Scherrs collega's als Bill Frisell en Norah Jones: rustige (pop-)muziek dus, waarbij muziek uit een ver verleden in een modern jasje gestoken wordt.

    Het mooiste stuk is het ingetogen 'When I Stop Crying' van de Amerikaanse pianiste/componiste Robin Holcomb. Over een alsmaar dalende melodielijn speelt Deurloo een mooie, lange solo die evenveel eenzaamheid als gelatenheid uitdraagt.

    Meer horen?
  • Op de website van Hermine Deurloo kun je een fragment van 'When I Stop Crying' beluisteren.

    (Eric van Rees, 20.12.07) - [print] - [naar boven]





    Necrologie Frank Morgan

    Afgelopen donderdag 14 december overleed Frank Morgan aan de gevolgen van kanker in zijn woonplaats Minneapolis. Hij was juist terug van een succesvolle Europese tournee. De legendarische altsaxofonist (1933) heeft een dynamisch leven achter de rug en verdween door 'personal problems' (een eufemisme voor drugsproblemen) het grootste deel van de periode 1955-1985 van de jazzscene. Aanstaande zaterdag zal er in Taos, New Mexico een herdenkingsbijeenkomst worden gehouden. Op die dag, 23 december, zou Morgan zijn 74ste verjaardag hebben gevierd.

    Onze medewerker Eddy Determeyer schreef een mooie, persoonlijke necrologie, die je hier kunt lezen.

    (Maarten van de Ven, 19.12.07) - [print] - [naar boven]





    Onbekommerde polonaise op Fats en Duke
    Bubbling Brown Sugar, donderdag 6 december 2007, Theater De Spiegel, Zwolle

    Even hield ik mijn hart vast. Maar nee, de eigentijdse RandB beat en dito street dances waarmee Bubbling Brown Sugar begon waren niet meer dan dat: een modieuze opening. Voor het overige heeft regisseur en choreograaf Rick Ascroft zich keurig gehouden aan het concept zoals dat ruim dertig jaar geleden werd bedacht. Een muzikale reis door het Harlem van, ruwweg, de eerste vier decennia van de vorige eeuw. Hij heeft dat gedaan met veel gevoel voor het idioom van de bewuste periode.

    Sterren van het kaliber Avon Long of Honi Coles moet hij ontberen – die vormden in eerdere producties van BBS directe links met het vooroorlogse Harlem. De gedanste groepsscènes doen zeker niet onder voor die van dertig jaar geleden. Ivan Cameron, die Checkers speelde, had naar mijn smaak méér van zijn tapkunsten mogen vertonen. Tikje vreemd, zo'n nummer als 'Doin’ The New Lowdown', een hommage immers aan Bill 'Bojangles' Robinson, maar dan zonder tap.

    Er werd goed gezongen ook, afgezien van een wel heel erg ontheemd en vals klinkend jaren vijftig doowop-nummer. Anita Davis maakte als Ethel Waters met een gepassioneerd 'His Eye Is On The Sparrow' veel indruk.

    Veel verhaal zit er niet in Bubbling Brown Sugar. Dat vrolijke Harlem, dat schitterde en straalde van de ermine and pearls, kende natuurlijk ook duistere en dramatische kanten. Maar er is gekozen voor een onbekommerde polonaise op de eeuwige tonen van Fats Waller en Duke Ellington. Muzikaal leider Jeroen Sleijfer heeft daarbij met een bescheiden orkestje de gulden middenweg tussen Broadway en Lenox Avenue gevonden. Zijn opvatting van bijvoorbeeld 'Take The "A" Train' was verrassend en charmant. Het licht van Coen van der Hoeven tenslotte, geraffineerd gebruikte LED-banen, accentueerde de scènes effectief.

    Meer weten?
  • Kijk op de website van 'Bubbling Brown Sugar' voor meer informatie, onder andere over het
        speelschema.

    (Eddy Determeyer, 19.12.07) - [print] - [naar boven]





    Gideon van Gelder wint Jazztalent-prijs

    Pianist en componist Gideon van Gelder heeft zondag 2 december de jaarlijkse prijs van de Stichting Jazztalent ontvangen. De 24-jarige jazzmuzikant ontving een stipendium van 2500 euro tijdens een feestelijk jazzconcert in huize Zeerust aan de Amsterdamse Keizersgracht, waar hij met zijn combo optrad. De Stichting Jazztalent reikt de prijs alweer voor het negende jaar uit.

    Gideon van Gelder komt uit een muzikale familie: zijn vader heeft een jazzmuziekwinkel, zijn moeder is een klassiek geschoolde zangeres, terwijl ook zijn broer jazzmusicus is. Al op 17-jarige leeftijd werd Gideon gevraagd om mee te spelen met het Concertgebouw Jazz Orchestra. Drie jaar later speelde hij al op het North Sea Jazz Festival. Hij werd als eerste jonge Nederlandse jazzmusicus geselecteerd voor het Kennedy Centre in Washington DC en kreeg recent een scholarship voor een jazzopleiding in New York. Van Gelder is zojuist afgestudeerd aan het Amsterdamse Conservatorium. De jazzdocenten van dit Conservatorium wijzen elk jaar de winnaar van de Jazztalent-prijs aan.

    Gisteren speelde Van Gelder nog in het Concertgebouw, onder anderen met de vorige Jazztalent-prijswinnaars Clemens van der Feen en Flin van Himmen. Volgende maand gaat hij naar New York voor een optreden met het Jose James Quartet.

    Meer weten?
  • Onze recensie van een concert van de Young All Stars uit 2006 met onder meer Gideon van Gelder.

    (Maarten van de Ven, 18.12.07) - [print] - [naar boven]





    Jazz Icons: fabelachtige jazz in tuttige televisiedecors
    Dvd-serie 'Jazz Icons': John Coltrane (1960-1961-1965), Dave Brubeck (1964-1966), Duke Ellington (1958), Sarah Vaughan (1958-1964), Dexter Gordon (1963-1964), Wes Montgomery (1965), Charles Mingus (1964) (Codaex/Reelin' In The Years/Naxos, 2007) 7 dvd's, beeldformaat 4:3, in box met bonus-dvd met extra opnamen van Coltrane, Gordon, Brubeck en Vaughan

    Om je vingers bij af te likken, de tweede worp dvd's in de serie Jazz Icons, samengesteld uit archiefbeelden van omroepen uit diverse West-Europese landen die nooit eerder beschikbaar waren.

    Alleen al die unieke beelden van John Coltrane in zijn eerste en laatste bezoek aan het oude continent. In 1960 was hij van plan een eigen band te gaan leiden, maar hij moest tegen zijn zin nog één keer met het Miles Davis Quintet mee, dat geboekt was voor Jazz At The Philharmonic. We zien hem in een televisiestudio zónder Davis, die geen zin had, een paar verplichte nummers doen, en dan komen ook nog eens Stan Getz en Oscar Peterson erbij, grote musici natuurlijk, maar uit een andere belevingswereld dan die van de eigenzinnige Coltrane. Een jaar later is hij met zijn eigen band in Duitsland te zien, met Eric Dolphy, McCoy Tyner en Elvin Jones, en in 1965 choqueert hij het publiek in Comblain-la-Tour met een schier eindeloze vrije improvisatie met alleen drums erbij, een zogenaamde call, overigens gevolgd door imposante vertolkingen van 'Naima' en 'My Favourite Things'.

    Het concert van Duke Ellington speelt zich af in het Concertgebouw, leuk voor het Nederlandse publiek om terug te zien. Aardig curiosum: een van de cameralieden filmde na het concert gewoon door, en de ontspannen beelden van heen en weer lopende en inpakkende muzikanten zijn op de dvd achter de aftiteling meegenomen; niet te vroeg uitzetten dus.

    Bijzonder om te zien is het VPRO-programmaatje uit 1965 waarin Wes Montgomery in beeld is met het trio Pim Jacobs, met Han Bennink op drums. Regisseur Ton Hasebos laat de registratie doorlopen als Montgomery in tweespraak met Pim Jacobs het akkoordenschema van 'The End Of A Love Affair' doorneemt. Als ze het eens zijn, zegt Jacobs tegen zijn mannen zoiets als 'duidelijk, jongens?' en dan komt de echte versie. Heel puur.

    Imposant: de power van het sextet van bassist Charles Mingus in 1964 (Noorwegen, 12 april en Zweden, 13 april), en een paar dagen later als kwintet in België – trompettist Johnny Coles was uitgevallen met een maagzweer. Leuk om te zien hoe de mannen van het Dave Brubeck Quartet in concerten in België en Duitsland, met twee jaar tussenruimte, totaal nieuwe solo's weten te spelen op een voor hen toch afgekloven nummertje als 'Take Five'.

    Dexter Gordon is door AVRO-regisseur Theo Ordeman aan het acteren gezet: terwijl zijn groep al is begonnen zien we hem buiten arriveren met de saxofoon in de koffer, naar binnen gaan, zijn jas uitdoen, en dan aanschuiven op het podiumpje van een nagebouwde jazzclub. Dat belet hem niet om de sterren van de hemel te spelen.

    De muziek wint het in deze serie toch al ruimschoots van de soms wel erg tuttige ambiances waarin de musici moesten optreden. In de meest knullige decortjes, in artistiekerig halfdonker, tussen sfeerloze (maar vast heel kunstzinnig bedoelde) magazijnstellingen. Ze doen gewoon waarin ze goed zijn, het spelen van soms fabelachtige jazz. Alleen Sarah Vaughan stelt een beetje teleur, met vlakke vertolkingen van plichtmatig repertoire, waarbij ze haar begeleiders geen enkele ruimte geeft te laten horen hoe goed ze zijn.

    Deze recensie was eerder te lezen in HVT Magazine.

    (René de Cocq, 18.12.07) - [print] - [naar boven]





    Ambachtelijke jazz van Jazz Orchestra of the Concertgebouw
    maandag 3 december 2007, Jazzpower, Wilhelmina, Eindhoven

    Programmeur cum suis van Jazzpower gingen 'hun boekje te buiten'; deze avond geen progressieve jazz, geen synthesizers, laptops, sequenzers, draaitafels of noem maar op, maar wel ambachtelijk, akoestisch werk van het Jazz Orchestra of the Concertgebouw met gastsolist Javier Girotto. Deze allround saxofonist studeerde onder andere aan de Berklee College of Music en kwam daar in aanraking met jazz. Op zijn vijfentwintigste verhuisde hij van Argentinië naar Italië. Daar formeerde en speelde hij in verschillende formaties en ontwikkelde met eigen composities en speelwijze zijn muzikale identiteit. Herkenbaar vanwege de mixture van Argentijnse folk/tango en jazz.

    Op de lessenaar stonden dan ook veel Girotto-originals in arrangementen van Luigi Giannatempo. Girotto's sopraansaxtoon is puur, ongepolijst en heeft zeggingskracht. Zijn gepassioneerde spel deed denken aan een Nederlandse altist die ook met het hart op de tong speelt: Paul van Kemenade. Ritmische verrassingen waren talrijk in zijn composities, zoals in 'Il Senso Della Vita' (7/8 en 5/8) waarin ook goed solowerk van Martijn Sohier (trombone), Juan Martinez (baritonsax) en Martijn van Iterson (gitaar). Het 'Cooking For Jimmy', een compositie van Carlo de Wijs deed sterk denken aan 'I Got A Woman', een bekende R&B-hit uit de zestiger jaren. In 'Brad's Feast' van Angelo Verploegen en met hem zelf in een glansrol, schreef arrangeur Henk Meutgeert een originele, saillante canon tussen solist en trompetsectie. Een mooie vondst! 'When Lights Are Low' van Benny Carter hoorden we "in het tempo en met de bridge akkoorden zoals Carter het noteerde en niet Miles Davis' afwijkende uitvoering ervan", aldus Meutgeert.

    Met de titelsong van de cd 'The Whole Bunch' van Martijn van Iterson begon men aan de tweede set. Behalve een gloedvolle feature van Van Iterson verdienen de trombonedialoog tussen Rol en Sohier en de improvisatie van Boeren, met zijn trombonetoon als een zachte g, hier een eervolle vermelding. Op een teken van Meutgeert volgde een break en improviseerde klaviervirtuoos Peter Beets solo verder, totdat Van Iterson zich weer over zijn compositie ontfermde en naar het coda speelde. In 'El Malon' was wederom het woord aan Girotto en aan de fraai solerende Simon Rigter op tenorsax. 'Malvinas' schreef Girotti voor een tijdens de Falklandoorlog omgekomen vriend. Met daarin een battle for two tussen Javier Girotto en Bert Boeren. Het werd een pittige woordenwisseling met speels, quasi muzikale intimidatie en machogedrag als argumenten. Het koraal 'Ninna, Nanna' werd gekoppeld aan 'Che Querido'. Hierin soleerde Girotto verbazingwekkend, door in uptempo continue en trefzeker te moduleren. Een magistrale uitvoering tot besluit van dit concert!

    Hoewel de balans tussen de diverse secties niet altijd optimaal was en de volumemeter van de trompetsectie soms in het rood stond, liet het Jazz Orchestra of the Concertgebouw hier een uitstekende indruk achter. Het langdurig slotapplaus en de vlotte verkoop van de nieuwe cd '
    Riffs ’n Rhythms' spraken voor zich.

    Klik hier voor een fotoverslag.

    (Cees van de Ven, 17.12.07) - [print] - [naar boven]



         

    Paul van Kemenade geridderd in Orde van Oranje Nassau

    Na afloop van het concert dat Paul van Kemenade gisteren gaf op het Tilburgse jazzpodium Paradox met de Amerikaanse trombonist Ray Anderson, de Duitse gitarist Frank Möbus, contrabassist Ernst Glerum en slagwerker Han Bennink, werd de altsaxofonist verrast door locoburgemeester Mevis, die hem ridderde in de Orde van Oranje Nassau.

    De 50-jarige jazzmusicus Paul van Kemenade kreeg de onderscheiding omdat hij zich al dertig jaar bezig houdt met improvisatiemuziek en voor zijn verdiensten voor de jazzmuziek. De motivering om hem te benoemen in de Orde van Oranje-Nassau, luidt als volgt:

    'Paul van Kemenade heeft in de wereld van de jazz- en improvisatiemuziek door zijn groot muzikaal talent, zijn positie als bruggenbouwer tussen muziekculturen, muziekstijlen en kunstdisciplines, zijn stimulerende actitiveiten voor de jongste generatie en jonge musici en door zijn voorbeeldfunctie binnen de regio Tilburg maar ook daarbuiten, opvallende prestaties geleverd die voor de samenleving van bijzondere betekenis zijn. Hij is - onder meer ook als leider en naamgever van het Paul van Kemenade Quintet - landelijk een grote naam in zijn muziekgenre en wordt zowel binnen als buiten de landsgrenzen voor zijn muziek en artisticiteit enorm gewaardeerd'.

    De redactie van Draai om je oren feliciteert Paul van Kemenade van harte met deze onderscheiding.

    (Cees van de Ven, 16.12.07) - [print] - [naar boven]





    Frits Landesbergen Quartet geeft bovenmaats concert
    Frits Landesbergen Quartet, vrijdag 1 december, Jazzpodium 'De Hooge Vorssel, Nistelrode.

    Nog niet eerder speelden ze in deze formatie met elkaar; Gé Bijvoet (piano), Frits Landesbergen (vibrafoon/drums), Edwin Corzilius (bas) en Jeroen de Rijk (percussie). En het werd een formidabel jazzconcert. Alle bandleden hebben een prima reputatie en weten van wanten, dat wel, maar het repertoire van overwegend standards en een tweetal Bijvoet-originals zouden avontuurlijk ingestelde jazzliefhebbers niet direct uit de stoel hebben doen opveren. Wat gebeurde er dan, dat het publiek in de fraaie ambiance van golfclub De Hooge Vorssel in Nistelrode zo terecht verrukt was over dit concert, zal men zich afvragen.

    Vanaf het begin etaleerde het kwartet de intentie om voor het maximaal muzikaal haalbare te gaan en dat betaalde zich uit in memorabele en fascinerende momenten qua samenspel, interactie en improvisaties. Na de opener 'The Days Of Wine And Roses' was het meteen al raak met Bijvoets kersverse compositie 'Sunrise At 10 PM', met ronduit schitterende dialogen tussen Bijvoet en Landesbergen op vibes. Dit stuk beleefde hier zijn première en iedereen was erop gebrand om er iets moois van te maken. De improvisatie van Landesbergen bijvoorbeeld was van een schoonheid om in te lijsten.

    'Autumn Leaves' werd aangekondigd en ik keek er niet reikhalzend naar uit. Mis dus! Bijvoet maakte er iets bijzonders van. Na een impressionistisch, filmisch, haast klassiek piano-intro vol arpeggio's en verstilde passages, waarbij je de bladeren bijna grijpbaar naar beneden zag dwarrelen, werd deze standard ontleed en geherinterpreteerd tot een volstrekt nieuwe creatie. Met interessante ongekende tempowisselingen en een golvende dynamiek.

    Deze receptuur was de rode draad van de avond en werd bijvoorbeeld ook in 'St. Thomas' en 'My Romance' succesvol toegepast. Vakmanschap, onderling respect en 'grote oren' gingen hier hand in hand. Dat maakt het verschil tussen een obligate meanstraim music schnabbel en een bovenmaats concert. Een compliment voor het publiek, zij wisten met luisterbereidheid dit optreden op waarde te schatten.

    Percussionist/melodist Jeroen de Rijk en bassist/melodist Edwin Corzilius zorgden met subtiele kleuren voor het juiste fond bij elke compositie. Maar ook hun solistische bijdragen waren raak. Zoals Corzilius' solo 'Close Enough For You' en De Rijk's solo-intro op tamboerijn van het 'St. Thomas'-thema. Na Bijvoets uitvoering van 'Do You Know What It Means...', waarbij je een speld kon horen vallen, kwam de ontlading met de percussiefeature van 'A Night In Tunesia', die werd ingeleid met een fraaie melodische intro op conga's, bongo's en allerhande percussiemateriaal.

    Na een spontane vocale entr'acte van een lokale zangeres met 'I’ve Got The World On A String' volgde een zeer pakkende uitvoering van Bijvoets original 'Myosotis'. Wat een excellente pianist-componist huist er toch in deze innemende musicus. Zijn composities, spel, interpretaties en creativiteit werkten inspirerend en leidde tot muzikale pareltjes als 'Oh Danny Boy', 'C-Jam Blues' en een originele medleyversie met 'Night And Day' en 'Summertime'. Landesbergen speelde gepassioneerd alsof het een prestigieus Bimhuisconcert betrof! Tenslotte gingen alle remmen los en met de toegift en flagweaver 'Someday My Prince Will Come', inclusief een verassend einde in dubbel tempo, werd dit onverwacht bijzondere concert besloten.

    Onderweg naar huis schoof ik een nog te recenseren nieuwe cd Reflections' van Nicolas, Daly en Winter in de cd-speler en hij 'smaakte' goed! Deze avond kon niet meer stuk. Zelfs de striemende regen tegen de voorruit klonk me als muziek in de oren.

    Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.

    (Cees van de Ven, 15.12.07) - [print] - [naar boven]





    Grammy-nominaties 2008 in de categorie jazz

    De nominaties voor de prestigieuze Grammy Awards zijn bekend. In de categorie 'Best Jazz Instrumental Album' is de postuum uitgebrachte cd 'Pilgrimage' van Michael Brecker een kanshebber, evenals de prima comeback-cd van Joshua Redman, '
    Back East' en 'Kids: Live At Dizzy's Club Coca Cola' van Joe Lovano & Hank Jones.

    Verder werden genomineerd: 'Red Earth - A Malian Journey' van Dee Dee Bridgewater ('Best Jazz Vocal Album') en 'A Tale Of God’s Will (A Requiem For Katrina)' van Terence Blanchard ('Best Large Jazz Ensemble Album'). Herbie Hancocks bejubelde Joni Mitchell tribute 'River: The Joni Letters' is niet alleen genomineerd in de categorie 'Best Contemporary Jazz Album', maar dingt zelfs mee naar de Grammy voor 'Album Of The Year'.

    De Grammy's worden op 10 februari 2008 in het Staples Center in Los Angeles uitgereikt.

    (Maarten van de Ven, 15.12.07) - [print] - [naar boven]





    Imponerende line-up 15e Stranger Than Paranoia

    Van maandag 24 tot en met zaterdag 29 december 2007 vindt in het sfeervolle Paradox voor de vijftiende keer alweer het Stranger Than Paranoia festival plaats. Met een smaakvol en verrassend programma vol nationale en internationale topmuzikanten staat ook deze editie van het Tilburgse festival, andermaal georganiseerd door Paul van Kemenade cum suis, weer garant voor verfrissende en grensoverschrijdende combinaties en een originele, afwisselende, bijna dwarse programmering.

    Op elke avond vinden drie optredens plaats, waarbij een breed scala van muziekstijlen wordt verkend. Zo komt op 27 december Archie Shepp, voormalig boegbeeld van de free jazz, met zijn kwartet. De Franse boegbeelden Michel Portal en Louis Sclavis treden aan met hun formaties. Maar ook onze eigen jazzdiva Rita Reys, waar de sleet maar geen vat op lijkt te krijgen. Een greep uit het programma: Cubop swing Brasilian style en eigenzinnige 'all world'-muziek van Panchito, de prettig gestoorde formaties Kalle Kalima (Finland) en Rackham (België), Maarten Ornsteins funky Dash!, boeiende muzikale ontmoetingen tussen twee pianovirtuozen (Guus Janssen en Ramon Valle) en twee compleet verschillende gitaristen (Jesse van Ruller en Jacq Palinckx) en last but not least het traditionele kerstconcert van het 25-jarige Paul van Kemenade Quintet met als gasten zanger Jeroen Zijlstra en trompettist Eric Vloeimans.

    Alsof dat nog niet genoeg is ook nog een extra avond in 013 op 30 december met het befaamde Vienna Art Orchestra met 'All That Strauss' en het Britse Oi Va Voi, een volstrekt unieke en uiterst veelzijdige Engelse band met een fantastische mix die ze omschrijven als 'hip-hop, club-friendly beats, left-field jazz, rock bands, drum n bass, Jewish klezmer, fused modern dance music, singer-songwriter sensitivity, Jewish cultural heritage combined with global rhythms drawn from Eastern Europe, the Mediterranean and beyond'. Dat belooft wat!

    Het festival wordt aanstaande zondag 16 december ronduit spectaculair geopend met een all-star formatie die zijn weerga niet kent, als de Amerikaanse wondertrombonist Ray Anderson in Paradox het podium deelt met saxofonist Paul van Kemenade, bassist Ernst Glerum en drummer Han Bennink. De groep wordt gecompleteerd door de Duitse gitarist Frank Möbus, bekend van groepen als Der Rote Bereich en Yuri Honing's Wired Paradise.

    Meer weten?
  • Klik hier voor meer informatie over het Stranger Than Paranoia 2007.

    (Maarten van de Ven, 14.12.07) - [print] - [naar boven]





    Balanceren tussen klassiek en swing
    Calefax Rietkwartet & Tony Overwater Trio, donderdag 29 november 2007, Muziekcentrum Frits Philips, Eindhoven

    De combinatie van jazz en klassiek is niet nieuw. Een kleine eeuw geleden maakten Scott Joplin en George Gershwin er naam mee. Het Calefax Rietkwintet en het Tony Overwater Trio balanceerden afgelopen donderdag tussen deze twee genres in een briljant en opwindend gezamenlijk concert, waarin ze twee suites van Duke Ellington ten gehore brachten. Ze hielden elkaar in een dynamisch evenwicht.

    De suites, oorspronkelijk geschreven voor bigband, waren door leden van Calefax bewerkt voor de bezetting van de twee groepen - rietblazers, bas en drums. Door de afwezigheid van koper was het geluid wat omfloerst, minder extatisch. Anderzijds was deze kleine bezetting uitgesproken flexibel en hecht. Drie instrumenten in een laag register (naast de contrabas een fagot en een basklarinet) zorgden voor een aangenaam warme ondertoon.

    Opvallend was het verschil in opbouw tussen de twee stukken, 'The River' en 'Far East Suite'. Het eerste deed klassiek aan, ook in de solo's. Uitstapjes naar de jazz waren vooral hoorbaar in de samenklanken en in de manier waarop de spelers hun toon naar spanningsvolle blue notes bogen. Vreemd genoeg maakte de Far East Suite veel meer een conventionele en voorspelbare indruk - thema's die gevolgd werden door een solo, waarbij elke musicus een keer aan bod kwam. De Oriëntaalse thema's klonken in 1966 misschien nieuw en ongewoon, veertig jaar later kunnen ze nauwelijks meer verrassen. Al had ik persoonlijk een voorkeur voor 'The River', het waren juist de verschillen tussen de twee suites die het concert compleet maakten.

    Maar wat het optreden ver boven het gemiddelde uittilde, waren de muzikale capaciteiten van de individuele spelers en de hechtheid van het samenspel. Het klassieke kwintet en het jazz-trio smolten samen tot één energiek en virtuoos geheel.

    Deze recensie verscheen eerder in het Eindhovens Dagblad.

    (René van Peer, 14.12.07) - [print] - [naar boven]





    Enrico Rava - 'The Words And The Days' (ECM, 2007)

    Muzikale mijmeringen allerhande, is mogelijk de beste typering van wat we beleven op dit zoveelste Rava-juweeltje. Hij heeft momenteel een kwintet waarmee hij alle kanten op kan. Neem nu Gianluca Petrella (trombone); hij is op deze cd onweerstaanbaar en dat geldt ook voor Andrea Pozza (piano), die zijn plaats moest waar maken nadat Stefano Bollani 'voor zich zelf begon'. Pozza is daarin zeker geslaagd.

    En dan de meester zelf. Zijn toon doet denken aan flinterdun Ravennaglas dat schittert in de Toscaanse avondzon. Enrico Rava speelt de kleuren van Toscana. In 'Todamor' schilderen zijn medespelers met fijne penseelvoering subtiele accenten. Bassist Rosaro Bonaccorso's solo in zijn compositie 'Sogni Proibiti' klinkt als een prachtig mozaïek.

    Gezonde humor is er in Don Cherry's 'Art Deco', een duet van Rava en Petrella, en 'Traps' van Robert Gatto (drums). Gatto is uitermate op zijn plaats in deze formatie. Wars van grote gebaren speelt hij eerder bescheiden, maar zijn rol enigszins in de luwte is er niet minder om!

    Met deze cd heeft Enrico Rava opnieuw een bewijs geleverd van zijn belang als creatief uitvoerend musicus en componist. En steeds weer slaagt hij erin uitstekende muzikanten aan te trekken, die zijn muzikale boodschappen subliem mede vorm geven. Een aanrader.

    (Cees van de Ven, 14.12.07) - [print] - [naar boven]





    Enerverende Sonny Rollins in te kort concert
    maandag 26 november 2007, Concertgebouw, Amsterdam

    Verwachtingsvol zat het publiek in de uit zijn voegen barstende Concertgebouwzaal te wachten op de bij leven al legendarische tenorsaxofonist Sonny Rollins. Niet zo verwonderlijk, want het blijft een bijzondere gebeurtenis om deze jazzgrootheid live te beleven. Rollins is in het rijtje van belangrijkste tenorsaxofonisten nog de enige die de wereld bereist om op te treden. En als je bij het beklimmen van de trap naar het podium al een staande ovatie in ontvangst kunt nemen, ben je een échte jazzlegende.

    Sinds zijn vorige concert in het Concertgebouw, op 8 mei 2006, beweegt de nu 77-jarige tenorsaxofonist zich met gekromde rug en een loophandicap op het podium. Dit keer had Rollins een sextet samengesteld met, naast zijn trouwe kompaan Bob Cranshaw op bas, trombonist Clifton Anderson, gitarist Bobby Broom, percussionist Kimati Dinizulu en de op het laatste moment toegevoegde drummer Jerome Jennings toegevoegd.

    Direct en zonder vooraankondiging werd gestart met het eerste nummer, een opwarmende ballad. Rollins en collega-blazer Anderson omspeelden elkaar melodieus, waarna de saxofonist via ingetogen, wat broos, subtiel klinkend spel de eerste solopartij voor zijn rekening nam. Dinzulu zette meteen bij dit openingsnummer al zijn percussie-instrumenten in, wat koddig overkwam. In het eindspel etaleerde Rollins dat hij zijn lenigheid van spelen niet verleerd is. En hij weet nog steeds humoristische frases moeiteloos in zijn spel te verpakken. Hetgeen hem een oorverdovend applaus opleverde.

    Daarna speelde men een calypso met een dynamische groove en lekkere knetterende saxofoon- en trombone-uitingen, ondersteund door een op stoom gekomen ritmesectie, die herhaaldelijke keiharde intervallen produceerde. De gevorderde leeftijd van Rollins liet zich in dit concert duidelijk blijken. Hij nam geen solo's meer van een half uur zoals voorheen. Zijn solo's waren vaak inleidingen voor die van zijn veel jeugdiger medemusici. Vooral Anderson overtuigde in zijn melodieus klinkende trombonespel en in mindere mate de nogal passieve Broom. Het eindspel van Rollins bevatte opnieuw verrassende effecten, waarbij de saxofoon van de meester bijna op zijn knieën hing en hij vervaarlijk naar voren helde.

    Met dezelfde opzet werden nog eens vier stukken gespeeld, waaronder een bijzonder dynamisch klinkend stuk, gevolgd door een traditional en tot slot opnieuw een calypso, waarin Rollins zich voor het eerst als een vis in het water voortbewoog met wendbaar, helder uitgesponnen spel.

    Het concert werd zonder een pauze afgesloten met een aanstekelijk klinkende blues, waarbij het publiek vol overgave meeklapte. Alle musici deden hun best om het uiterste uit hun instrumenten te halen, gevolgd door Rollins die de microfoon greep om de blues te zingen. Hierna een Earl Bostic-like solo en Rollins die opnieuw vocaal van zich deed spreken met een verrassende zangsolo.

    Na krap twee uur musiceren had het sextet de zaal plat en verlieten de musici zwaaiend het podium. Ondanks een tien minuten durende staande ovatie volgde er geen toegift. Nog even keerde Sonny Rollins terug op het podium, voor het in ontvangst nemen van enkele boeketten bloemen.

    Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Govert Driessen.

    (Rolf Polak, 13.12.07) - [print] - [naar boven]





    Rob Brown Trio - 'Sounds' (Clean Feed, 2007)

    Rob Brown is één van die New Yorkse saxofonisten die losbandige freejazz toeterfeesten toch combineerde met melodie, ritme en gevoel, maar op deze cd lijkt hij wel tot rust en beheersing te zijn gekomen, begeleid door Daniel Levin op cello en Satoshi Takeishi op percussie. Zijn andere recente cd's ('Radiant Pools' en 'The Big Picture') zijn meer dan de moeite waard, alsook zijn samenwerking met William Parker en Matthew Shipp. Toegegeven, zijn alto kan ook hier nog huilen en krijsen en janken, maar dan op een ritmische en harmonische basis, met een herkenbare melodische structuur. De keuze van zijn band is niet slecht; de cello brengt een tweede stem die prominenter klinkt dan een bas ooit kan zijn, zowel arco als pizzicato, en Takeishi is een percussionist die de juiste accenten kan leggen, zonder daarom altijd een expliciet ritme te moeten houden.

    Het openingsnummer 'Sounds, Part 1, Archeology' geeft meteen de muzikale visie van de band weer: een ingetogen unisono melodie tegen een traag tempo, als inleiding voor enkele scheurende solo's van Brown, een leuk improvisatiestukje om dan weer gezamenlijk te eindigen. Wat de muziek vooral biedt is ruimte en openheid. 'Sounds, Part 2, Antics' biedt een meer abstracter gevoel, met een 'Misterioso'-achtige toonopbouw. Het derde stuk begint met een trage melancholische cello-inleiding en de sax van Brown ent zich daarop voor een lange solo, die er perfect op aansluit. 'Stutter Step' ligt meer in het free-bop idioom zoals we dat kennen van zijn album 'The Big Picture'. 'Tibetan Folk Song' begint met een lang cello-percussie intro, en Brown improviseert dan prachtig op dit materiaal. De cd sluit af in rustige schoonheid.

    Wie had zoveel interne rust kunnen verwachten van Rob Brown? Het is in elk geval een juiste keuze geweest, zonder iets te moeten inboeten aan creativiteit of muzikale eenheid.

    (Stef Gijssels, 12.12.07) - [print] - [naar boven]





    Van Kemenade viert verjaardag in schoonheid
    Borderhopping met o.a. Paul van Kemenade & Stevko Busch, maandag 26 november 2007, Jazzpower, Wilhelmina, Eindhoven

    Het leek wel of er op het podium van Wilhelmina een muzikaal kacheltje stond te branden. Het sextet Borderhopping rond de jubilerende altsaxofonist Paul van Kemenade straalde een bijzonder plezierige warmte uit. Een flink publiek was zich op deze kille maandagavond komen warmen aan de muziek van de Tilburger, die viert dat hij dertig jaar actief is in de jazz. Wat hij met deze groep liet horen was vrij traditioneel naar de maatstaven van Jazzpower. Maar binnen die kaders bewogen de muzikanten zich alle kanten op.

    Een sterke kant van de groep was dat Van Kemenade niet alle aandacht voor zich opeiste, maar zijn collega's alle ruimte bood om te stralen. Zijn keuze voor deze muzikanten bepaalde het karakter van de muziek. Hier waren mensen bezig die er geen enkel probleem mee hadden om mooi te spelen. Pianist Stevko Busch toonde zich van een klassieke kant, met gloedvolle akkoorden en vaak opvallend spaarzame en effectieve noten. Drummer Achim Krämer benaderde zijn kit melodisch, met veel gevoel voor de timbres die hij met verschillende stokken aan trommels en bekkens ontlokte.

    De kroon op de groep was toch wel het trio van blazers - naast Van Kemenade de basklarinettist Eckard Koltermann, die soms ook de baritonsax ter hand nam, en trombonist Wolter Wierbos. Gezamenlijk zorgden ze voor een contrastrijk en zeer beweeglijk geluid, en gingen zich graag te buiten aan een bijna schaamteloze mooiblazerij.

    Een van de hoogtepunten was een duet tussen Van Kemenade en Busch, waarin de saxofonist liet horen hoe veelzijdig hij was in het verklanken van emoties. Van een aarzelend begin werkte hij zich op naar een rauwe, kolkende climax, en mondde uit in een breed uitgesponnen gospel. Kreunend en klagend leek hij een kruising tussen een crooner en taphanger Tom Waits, de ogen gesloten in afwachting van sluitingstijd.

    Deze recensie verscheen eerder in het Eindhovens Dagblad.

    (René van Peer, 11.12.07) - [print] - [naar boven]





    Mona Lisa Overdrive – 'Picknick At Bikini' (AJA/Mainland, 2007)

    De vorige cd van bassist Stefan Lievestro was al een aanrader, maar dit nieuwe schijfje is helemaal een voltreffer. Waarom? Omdat alles aan deze muziek klopt. Thema's, solo's en de wisselwerking tussen de muzikanten; het spelplezier spat ervan af en het klinkt nog lekker stevig ook.

    Natuurlijk ligt deze muziek in het verlengde van Medeski, Martin & Wood, maar een kopie is dit kwartet nergens. Dat komt omdat dit kwartet een stuk steviger speelt dan de Amerikanen en Lievestro de ritmesectie laat botsen met het hammondorgel van Arno Krijger en de gitaar van Jesse van Ruller. Krijger en Van Ruller excelleren in lange, soms onlogisch klinkende melodielijnen die je vaak op het verkeerde been zetten.

    Speciale vermelding ook voor het overstuurde gitaargeluid van Jesse van Ruller. Zo was hij eerder nog niet te horen op cd. Dit kwartet belooft heel veel moois voor de toekomst.

    Een andere opinie?
  • Klik hier voor René de Cocq's recensie van dit album.

    Labels:

    (Eric van Rees, 10.12.07) - [print] - [naar boven]





    Vakmanschap is meesterschap
    Arne Van Coillie Trio & Sabine Kühlich, donderdag 15 november 2007, JazzCase, Dommelhof, Neerpelt

    Met het openingsnummer 'Close Your Eyes' werden we ondergedompeld in een ware nachtclubsfeer die bepalend was voor de hele duur van het concert. Een jazzy-bluesy nummer in Sarah Vaughan-stijl met een voorstuwende piano en eindigend met een mooie dialoog tussen zangeres en bassist. De vocale kwaliteiten van Sabine Kühlich en het heerlijke samenspel met haar begeleiders - Arne Van Coillie op piano, Flor Van Leugenhaeghe op contrabas en Luc Vanden Bosch op drums - werden meteen duidelijk.

    Hoewel 'Outra Vez' volgens Kühlich een droevig thema bezingt, contrasteerde de inhoud met het Braziliaanse lichtvoetige ritme van de melodie. Frivool, speels, met verwijzingen naar Astrud Gilberto en gedragen door mooi pianospel en heerlijk swingende percussie. Op 'You Are There', waarbij de zangeres meesterlijk werd begeleid door Van Coillie, kwam haar warme stem volledig tot haar recht. Sober, ingetogen en toch breed uitwaaiend... In het poëtische 'Orange Blossom In Summertime', een wals met een subtiele en gevoelige bassolo, bleek nog maar eens hoe sterk samenhangend dit trio musiceert.

    Tijd voor een eigen compositie met 'Je M’Assois', een nummer dat ook terug te vinden is op Kühlichs cd 'Two Generations Of Singers', die ze samen met jazzdiva Sheila Jordan (77) opnam. Uitgesponnen en speels, met mooie percussie en bassolo. Fluitend in dialoog met het publiek in het bluesy 'Mean To Me', waarbij de begeleiders om beurten soleerden werd het eerste gedeelte van de avond afgesloten en gingen we de pauze in.

    Het door Kühlich geschreven 'Fly Away', tevens titelnummer van haar in New York opgenomen cd, werd beheerst gebracht met wederom uitstekend pianospel. De weerslag van haar grote New York-avontuur, neergeschreven de vierde dag na haar aankomst in the Big Apple. Van het in het Duits gezongen 'Walzer der heimlichen Hofnung' van haar 'Two Generations'-cd onthoud ik de fraaie dialoog tussen piano en zangeres.

    In het aan Ava Gardner en Frank Sinatra opgedragen 'Time Again' schitterde Kühlichs stem, gedragen door piano en percussie, een real life story. 'Beautiful Love' gaf haar dan weer de gelegenheid om voluit te gaan en haar stem als instrument te gebruiken met afwisselend solerende muzikanten. Ik noteer nog even het buitengewoon pianospel in het bebop-nummer 'Delicious And Lovely', evenals de pakkende drumsolo. Met de jazzstandard 'Whisper Not', een hommage aan Ella Fritzgerald met een mooie dialoog-interactie tussen Kühlich en Vanden Bosch, werd het concert afgesloten. Nog 'Wanne Be Loved By You' en 'Les Feuilles Mortes' als toegift, alvorens het doek viel over dit geslaagde concert.

    Al is Sabine Kühlich on stage dan wel niet zo crazy like a fox, zoals we lezen in haar bio, ze is wel te gek in de dingen die ze doet en ze staat er. Haar présence, podiumvastheid, speelse persoonlijkheid en de manier waarop ze zich deze jazzstandaards eigen maakt en naar haar hand zet, dwingt bewondering en respect af. De evenwichtige opbouw van het concert en de keuze van de nummers verraden dat hierover is nagedacht, met als resultaat een stijloefening variërende van swing naar bebop en opgebouwd rond een aantal jazzstandards. Niet het grote grensverleggende experiment, maar wel het ontwikkelen van een eigen persoonlijke stijl binnen de jazztraditie. Kantklossen als het ware, wat een feest oplevert voor wie houdt van vakmanschap, eerlijk speelplezier, samenspel en interactie tussen de muzikanten. Kortom, vakmanschap is en blijft meesterschap.

    Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

    (Robert Kinable, 10.12.07) - [print] - [naar boven]





    Explosie van stijlen in magistraal concert
    De Nazaten & James Carter, donderdag 15 november 2007, Bimhuis, Amsterdam

    Dat de Nazaten (van Prins Hendrik) een mengeling van stijlen enorm swingend ten beste weten te brengen is zo langzamerhand bekend. Maar wat er in het Amsterdamse Bimhuis plaatsvond, is nauwelijks beknopt onder woorden te vatten. Zelf noemen de leden van de Nazaten hun geluid een soort bastaardmuziek met een explosie aan stijlen. Het wordt vaak compact gespeeld en met een enorme drive ten gehore gebracht.

    Ditmaal was altsaxofonist Carlo Jones de enige afwezige. Hij werd spectaculair vervangen door de jonge Amerikaanse alleskunner James Carter. Hij bespeelde dit concert uitsluitend zijn baritonsax en hij wist regelmatig de show te stelen. Carter blijkt de kunst te verstaan om te soleren, terwijl hij tegelijkertijd aan het dansen is.

    De muziekstijl van De Nazaten is het best te omschrijven als een mix van jazz en Surinaamse muzieksoorten, waarvan de kaseko er eentje is. De vier blazers worden hierbij fenomenaal gesteund door de bijzonder goed op elkaar afgestemde percussiegroep met Carlo Ulrichi Hoop op conga's en Surinaamse percussie, Gregory Kranenburg op drums en Chris Semmoh op de traditionele skratyi (een grote trom geplaatst op een schraag).

    Met vaak humoristisch geladen introducties van tenorsaxofonist en bazuinblazer Keimpe de Jong startte het concert eigenlijk sereen met 'Lied 267', overgaand in 'Ma Aisa Go, Ma Aisa Kon' (de aarde geeft, de aarde neemt), een gedragen geopende traditional, die een opzwepend en complex vervolg kreeg. Carter gaf met zijn knorrende bariton direct zijn visitekaartje af met felle uithalen.

    In alle nummers - zowel voor als na de pauze zes stuks - etaleerden de Nazaten hun vakmanschap, waarin de vier blazers, gesteund door de eerder gememoreerde fantastische ritmesectie, hun warme melodieën konden uitbouwen. Gitarist Robby Alberga oogstte tijdens het soleren hilarisch gelach met zijn bewust trillende knietjes. De baspartijen werden verzorgd door de wendbare tuba van trombonist Patrick Votrian en door de consequent voortstuwende bassax van Klaas Hekman.

    De Jong en Hekman leverden dit concert diverse stukken af, waaronder een van de mooiste: 'My Window Is A Mirror'. Deze compositie van De Jong kreeg een prachtig en overtuigend intro, dat Carter speelde met Ellington-achtige loopjes van het lage naar het zeer hoge register, en met bluespartijen die haast 'huilend' werden geblazen.

    De bandleden betoonden zich stuk voor stuk fenomenale solisten. Het samenspel met de Amerikaanse baritonsaxofonist bleek, zonder enige vorm van kapsones, een succesvolle combinatie. Hij toonde in dit gezelschap aan over een tomeloze techniek en enorme creativiteit te beschikken. Ook zijn aanpassingsvermogen aan de begeleidingsgroep verdient grote bewondering.

    Het concert, waarbij de nieuwe cd 'De Nazaten On Stage' ten doop werd gehouden, bood volop spektakel op het podium. Het publiek in de zaal kwam ogen en oren tekort, zat geen moment stil en swingde van het begin tot het eind.

    (Rolf Polak, 9.12.07) - [print] - [naar boven]





    The Jazztube
    Jimmy Smith Trio - 'The Sermon'


    Vandaag 79 jaar geleden werd in Norristown, Pennsylvania een genie geboren: James Oscar Smith, bij jazzliefhebbers all over the world beter bekend als Jimmy Smith, de man die in de jaren vijftig en zestig als een ware vorst heerste op het Hammond B3-orgel. Onder zijn handen onderging dit instrument een revolutie. Smith liet zien dat het een uitstekend improvisatievehikel kon zijn en maakte de Hammond een geliefd instrument binnen de jazz.

    Zijn opnamesessies voor het vermaarde Blue Note-label van 1956 tot 1963 waren zeer invloedrijk; platen als 'Back At the Chicken Shack' en 'The Sermon' zijn absolute klassiekers. Ron Wynn en Bob Porter schreven in de All Music Guide: "Smith turned the organ into almost an ensemble itself. He provided walking bass lines with his feet, left hand chordal accompaniment, solo lines in the right, and a booming, funky presence that punctuated every song, particularly the up-tempo cuts."

    Smith, oorspronkelijk pianist, begon in 1951 op de Hammond. Naar verluid leerde hij zich het lastige instrument volledig zelf aan in lange oefensessies. Hij smolt daarbij invloeden uit fusion, r&b, blues en gospel moeiteloos samen met bebop tot een eigen, overrompelende stijl.

    The Jazztube herdenkt deze fantastische organist, die in februari 2005 overleed, met zijn eigen compositie 'The Sermon'. Hier niet in de legendarische 20 minuten durende albumversie (waarop hij samenspeelde met Lee Morgan, Lou Donaldson, Tina Brooks, Kenny Burrell en Art Blakey), maar in een kortere trio-uitvoering. De opname is afkomstig van het Britse televisieprogramma 'Jazz 625' uit 1965. Naast Smith zien we gitarist Quentin Warren en drummer Billy Hart.

    Klik op bovenstaande afbeelding om de video te bekijken en te beluisteren.

    Labels:

    (Maarten van de Ven, 8.12.07) - [print] - [naar boven]


    Lees verder in het archief...






  • Menupagina's:

    Redactieadres:

    Hoekstraat 1 B17
    3910 Neerpelt
    België
    (0032) 11747180
    (0032) 498788554

    Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
    Mail de redactie.