Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




In memoriam
Red Holloway


Op zaterdag 25 februari is saxofonist Red Holloway overleden.

Hij is in 1927 in Helena, Arkansas geboren. Met zijn moeder, die piano speelde, vertrok hij op vijfjarige leeftijd naar Chicago. Zijn stiefvader gaf hem – toen hij twaalf werd – een tenorsaxofoon. Dat werd zijn hoofdinstrument (daarnaast speelde hij altsax). Op de high school zat hij naast Johnny Griffin in de DuSable-bigband. Holloway ging naar het conservatorium en speelde drie jaar in de bigband van bassist Gene Wright, die later bassist werd bij Dave Brubeck. Tijdens zijn militaire dienstplicht werd Holloway bandleider van de U.S. Fith Army Band.

Na zijn diensttijd speelde hij in diverse bluesformaties, onder andere bij Roosevelt Sykes, Willie Dixon, Lloyd Price, John Mayall en B.B. King. Hij had zich in Chicago gevestigd en hoewel hij naam had gemaakt als bluesmuzikant, wist hij zich ook te nestelen in de jazzscene. Zijn robuust tenorgeluid in combinatie met bebop- en bluesinvloeden trok de aandacht. In de vijftiger jaren werd hij dan ook een zeer gewaardeerd en gevraagd jazzspeler. In die jaren speelde hij met Ben Webster, Wardell Gray, Red Rodney, Lester Young, Lionel Hampton en Sonny Stitt.

Gedurende de jaren zestig werkte hij veel samen met organist Jack McDuff. Met hem maakte hij meerdere platen voor het Prestige-label. In 1967 vertrok Holloway naar Los Angeles. Hij speelde vijftien jaar in de huisband van de Parisian Room (een toentertijd befaamde jazzclub) en combineerde dat met tournees in Europa en Japan. Van 1977 tot 1982 werkte de saxofonist met altsaxofonist Sonny Stitt. Na het overlijden van Stitt speelde Holloway als gastsolist of met zijn eigen band. Tevens trad hij op als als partner van Clark Terry in de Verenigde Staten en Europa.

Hij heeft een aanzienlijk platenoeuvre nagelaten op labels als Prestige, Fantasy, SteepleChase, Concord en Delmark. Leonard Feather schreef in de Encyclopedia of Jazz in the Seventies: 'Holloway is capable of generating great excitement with his big sound and hard driving mainstream modern style'. En zo is het maar net: een rond geluid, aanstekelijke straight ahead bluesy swingende solos en vitale acid jazz.

Labels:

(Jacques Los, 29.2.12) - [print] - [naar boven]



 

Cd / The Jazztube
Saskia Laroo & Warren Byrd - 'Collaboration: Two of a Kind - A Tribute to Miles and Monk' (Laroo Records, 2011)


De laatste jaren staat het onderwerp 'vrouwen en jazz' aardig in de belangstelling. Gelukkig maar! Is de jazz van oudsher een mannenbolwerk op instrumentalistengebied, de laatste jaren verschijnen er steeds meer vrouwen aan het jazzfront op hoog niveau. Denk aan het project Mosaic van drumster Terri Lyne Carrington, Esperanda Spalding en met hen vele anderen.

We zouden bijna vergeten dat onze eigen Nederlandse trompettiste Saskia Laroo al meer dan dertig jaar professioneel bezig is - nationaal, maar vooral internationaal. Er zijn weinig muzikanten met een dergelijke drukke agenda als die van Laroo. Dan is ze weer in de Verenigde Staten, dan weer in Azië en tussendoor nog even Europa. Samen met haar levens- en muzikale partner pianist Warren Byrd heeft ze het album 'Collaboration: Two Of A Kind' uitgebracht. Een eerbetoon aan Miles en Monk. De plaat kent naast enkele standards voornamelijk eigen composities van zowel Laroo als Byrd.

Op gedempte trompet benadert Laroo het spel van Miles het meest, bijvoorbeeld in het titelstuk 'Collaboration'. In andere composities, zoals 'Visible Muse' en 'Solace' van de hand van Byrd, komt de meer lyrische en open sound van Laroo naar voren en laat Byrd horen dat hij over een rijk harmonisch vocabulaire beschikt, zowel in zijn spel als in zijn composities. Op enkele stukken, zoals het uptempo 'Modification', speelt Laroo bovendien niet onverdienstelijk contrabas.

Een gewaagde onderneming is het om een eerbetoon aan de grootheden Miles en Monk op plaat vast te leggen. Byrd en Laroo durfden het aan met hun eigen interpretaties en dat siert ze. Deze sympathieke plaat zal dan ook zeker liefhebbers van het op traditionele Amerikaanse leest geschoeide jazzidioom aanspreken.

Bekijk de Jazztube!
Op 27 januari jl. trad het duo Larroo-Byrd met een drietal nummers live op tijdens het radioprogramma 'Mijke’s Middag'. In de Jazztube kun je kijken en luisteren naar 'Collaboration'. Klik op de afbeelding linksboven.

Labels: ,

(Koen Scherer, 29.2.12) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Eerste namen NSJF 2012 bekend


Festivaldirecteur Jan Willem Luyken heeft op Radio 6 de eerste namen voor het North Sea Jazz Festival 2012 bekendgemaakt. Onder meer Van Morrison, Macy Gray & David Murray Blues Big Band en het Wayne Shorter Quartet zijn bevestigd. Daarnaast staan Melody Gardot, Gregory Porter, Amos Lee en Tony Bennett op het programma tijdens het driedaagse festival in Rotterdam. Ook is er dit jaar weer een speciaal nachtconcert. In de nacht van vrijdag op zaterdag treedt Lenny Kravitz op. Voor dit plusconcert zijn ook losse kaarten te koop.

Verder bevestigd zijn Janelle Monáe, McCoy Tyner Trio with Ravi Coltrane, Pat Metheny Unity Band, Dave Holland Quartet, Robert Glasper Experiment en Hugh Laurie, de bekende acteur/pianist van wie vorig jaar het album 'Let Them Talk' verscheen, geproduceerd door Allen Toussaint. Naast deze namen maken ook Spectrum Road (Jack Bruce, John Medeski, Cindy Blackman en Vernon Reid), Ahmad Jamal, Joe Lovano-Dave Douglas Quintet, het Hiromi Trio met Anthony Jackson en Simon Philips, en The Kyteman Orchestra hun opwachting op de 37e editie van het grootste indoor jazzfestival ter wereld.

De gehele line-up en het tijdschema worden eind april bekendgemaakt. De verkoop van losse dagkaarten voor het festival - dat dit jaar plaatsvindt op 6, 7 en 8 juli -start donderdag 1 maart om 10.00 uur.

Labels:

(Jacques Los, 29.2.12) - [print] - [naar boven]





Concert
Perfecte eenheid van beeld, tekst en muziek

'The Ghost of Langston Hughes' door Electric Barbarian, woensdag 14 februari 2012, Vera, Groningen

Veel is er veranderd sinds de eerste lightshows met vloeistofdia's in de vaderlandse Provadya?-centra, ruim veertig jaar geleden. Voor 'The Ghost of Langston Hughes', een multimediaspektakel rond de gedichten van de Harlem Renaissance-poëet, hadden Rocket Industries fraai vormgegeven collages van Hughes' gedichten vervaardigd, die achter de band geprojecteerd werden. Aangestuurd door DJ Grazzhoppa vormden de beelden een perfecte eenheid met de muziek. Behalve voor de pulserende typografische collages zorgde de dj vanzelfsprekend ook voor de geluidssamples: delen van voordrachten van Hughes, die eveneens een onvervreemdbaar onderdeel van de muziek werden. Hij manipuleerde de teksten zodanig dat er een nieuwe abstracte taal ontstond, ergens halverwege spreektaal en rap, met een eigen cadans en een eigen melodie. In het nummer 'Down To Earth' kregen Grazzhoppa's manipulaties het karakter van een bijenzwerm.

De belangrijkste solist is Bart Maris, een van de meest creatieve trompettisten binnen een straal van vier-, vijfhonderd kilometer. Met behulp van een bescheiden elektronicawinkel kan hij zijn geluid vervormen en verwringen, wat het effect kan hebben dat hij sneller lijkt te spelen dan zijn schaduw. Ver voorbij de trompet is hij duidelijk in zijn element, maar hij kan ook traditioneler, soberder werken, in een soort Bijna Bop-idioom. In 'Link This' evoceerde hij zodoende de begintijd van Electric Barbarian, toen die groep nog een soort hommage was aan de Miles Davis van 'Bitches Brew'.

Cellist David Bordeleau deed zijn naam eer aan toen hij in 'Dream Variations' in het diepe plonsde, in een aftastend en uitdiepend duet met de trompettist. Het strijkkwartet van het Prins Claus Conservatorium bleek overigens niet bang om scheve schaatsen te rijden. Maar in de ballad 'Consider You' klonk het adequaat scherp en hezig.

Bassist Floris Vermeulen intussen structureerde het gebodene met nauwkeurig geplaatste dieptebommen die hij al even beheerst tot ontploffing bracht, wat allerminst detoneerde.

Labels:

(Eddy Determeyer, 25.2.12) - [print] - [naar boven]





Interview
Henry Grimes


"Je hebt mensen die het leven accepteren zoals het komt. Die nooit zullen trachten er zelf een noemenswaardige draai aan te geven. Omdat je er toch niets wezenlijks aan kunt veranderen. Of omdat het wel een reden zal hebben dat alles loopt zoals het loopt. Daar valt wel wat voor te zeggen. Vaak verknoei je immers veel energie aan gedane zaken. Wat dan alleen maar frustraties oplevert, of een hardnekkige wrok. Misschien kun je je inderdaad maar het beste naar de omstandigheden schikken. De klappen en het geduw opvangen door soepel mee te veren.

Maar je kunt het ook overdrijven. Neem bassist en violist Henry Grimes, 76."

Eddy Determeyer sprak met deze bassist (én zijn vrouw), die speelde met Grote Namen als Sonny Rollins en Pharoah Sanders, maar sinds 1969 liefst 33 jaar missing in action was.

Klik hier om het interview te lezen.

Labels:

(Eddy Determeyer, 24.2.12) - [print] - [naar boven]





Cd
International Trio – 'Donkere Golven' (W.E.R.F., 2011)

Opnamen: 9 september 2009 & 23 maart 2010

Achter deze wat saaie naam verschuilt zich een inderdaad internationaal trio bestaande uit de Belgische rietblazer Joachim Badenhorst, de Amerikaanse trombonist Steve Swell en de Israëlische drummer Ziv Ravitz. De heren hebben met elkaar gemeen dat ze in New York City actief zijn. Hoewel uitgebracht op W.E.R.F., is deze eerste cd van het trio in Brooklyn opgenomen. Het is, zoals te verwachten met deze bezetting, een impro-plaat, maar dan wel van het makkelijk in het gehoor liggende liggende soort. Dat wil niet zeggen dat de muziek voorspelbaar klinkt, maar dat het samenspel ongeforceerd en natuurlijk is. Nergens klinkt het over the top of out of control. Wat het eerst opvalt, is de ruimte die de musici elkaar geven, vervolgens de vele leuke klankdetails in het samenspel.

De doorgewinterde impro-liefhebber zal misschien geen nieuwe inzichten krijgen, maar puur muzikaal is 'Donkere Golven' van een voorbeeldige evenwichtigheid. Dat is zeker ook een gevolg van de geluidskwaliteit, waardoor de instrumenten mooi afzonderlijk in het klankbeeld worden geplaatst. Het titelstuk is een van de meest aansprekende stukken, met zijn op en neer gaande texturen. Zo hebben tracks een eigen ensemblegeluid, dat consequent tot het einde wordt doorgezet. Ook hebben de meeste stukken een duidelijke spanningsboog, die heel organisch en ongedwongen wordt afgerond. Een elegant album dat je zelfs als achtergrondmuziek kan draaien.

Meer horen?
Klik
hier voor geluidsfragmenten van dit album.

Labels:

(Ken Vos, 24.2.12) - [print] - [naar boven]





Column Herbert Noord
Een eerbetoon met blote voeten?


"Even op Google de woorden 'Hammond' en 'blote voeten' ingetikt en daar kwamen meer dan 10.000 (!) resultaten tevoorschijn. Hele fora worden er aan het item gewijd. Wel of geen blote voeten, sokken, schoenen, speciale schoenen, met hak, zonder hak. Het was duidelijk, hier is sprake van een heuse trend en tegelijkertijd van een tweedeling. Nederlandse Hammond-organisten kunnen vanaf nu onderscheiden worden in 'bedekt' of 'bloot'. Bespeurde overeenkomsten met het naaktstrand zijn voor rekening van de lezer."

Na 'met of zonder bassist?' en 'de bas met de voeten of met de linkerhand?' werpt Herbert Noord in zijn nieuwe column licht op het derde schisma in de wondere wereld van het hammondorgel. Klik op bovenstaande button om zijn column te lezen.

Labels:

(Maarten van de Ven, 24.2.12) - [print] - [naar boven]





Concert
Liefdesliedjes en sociaal commentaar

Lucas van Merwijk's Music Machine, zaterdag 11 februari 2012, USVA Theater, Groningen

Moeiteloos pendelde de Music Machine van drummer Lucas van Merwijk deze zaterdagavond tussen West-Afrika en het daar ooit van losgescheurde Zuid-Amerika. Dat laatste continent is hem vertrouwder dan het moederland, maar er zijn voldoende ritmische overeenkomsten voor een gezonde fusie.

De opening van het concert, een duet tussen de leider en percussionist Juan 'Bulú' Vitoria uit Venezuela, was een soort rituele ceremonie, bedoeld om de daaropvolgende riten in perspectief te plaatsen. Messcherp en explosief: ik zal niet beweren dat ik de schokgolven daadwerkelijk rond de percussionisten zag ontstaan, maar ik voelde ze wel degelijk. De plek rond Vitoria had duidelijk het meest te lijden. Gelukkig is het USVA Theater in een voormalig bankgebouw gevestigd; zonder een degelijk kistje TNT begin je daar weinig.

De Music Machine, die haar naam eer aandeed (in de zin dat de onderdelen met mathematische precisie op elkaar leken ingesleten) was dit keer opgetrokken rond de energieke en charismatische zangeres, gitariste en bassiste Manou Gallo. Afkomstig uit de Ivoorkust had die al op jeugdige leeftijd een ongezonde belangstelling voor het slagwerk getoond, waarmee ze dwars tegen de (mannelijke) tradities rond de trommels inging. Haar geïntegreerde gitaarduetten met Ed Verhoeff verwezen maar weer eens naar de duimpiano van West-Afrika (imiteerde die nou de gitaar of imiteerde de gitaar de duimpiano, of imiteerde de duimpiano de gitaar die de duimpiano imiteerde, etcetera, ad infinitum?) Indrukwekkend waren ook haar verende baslijnen, die dankzij haar plectrumloze techniek uitzonderlijk lenig uitpakten en de muziek te allen tijde een poppy, dan wel funky kleurtje gaven. Heel entertainend waren ook haar exercities op de flessofoon, een bescheiden batterij aan monsterflesjes, waarop ze tonen aanblies, die vervolgens in loops terechtkwamen, die samen met haar vocale interjecties een boeiend tapijt vormden, dat - althans voor mijn oren - naar haar ervaring in Zap Mama verwees.

Haar repertoire intussen bevatte 'ordinaire' liefdesliedjes en sociaal relevant commentaar op de politieke gang van zaken. Haar 'Chantez L’Amour' duidde op een turbulent liefdesleven, waar ik me, gezien Gallos fysieke verschijning, in combinatie met mijn eigen instelling als mannelijk chauvinistisch varken, wel wat bij voor kon stellen. Sorry. Maar in 'IOA' (Ivoorkusts voor 'ABC') verhaalde Gallo dat je met een goede opleiding zowel arts kunt worden als president, oftewel uitzuiger van je eigen land. Intussen groeide uit dromerige ritmische basakkoordjes een wonderschone melodie.

Klik hier voor enkele foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 23.2.12) - [print] - [naar boven]





Concert
Indrukwekkend concert op de Utrechtse Heuvelrug

Marc Mommaas' Landmarc, zaterdag 11 februari 2012, Artishock, Soest

Nu in Utrecht het SJU Jazzpodium is weggesubsidieerd – verleden jaar werd pardoes de deur van één van de actiefste en belangrijkste podia van het land gesloten – moet de rechtgeaarde jazzliefhebber zijn heil elders zoeken. Hoewel er incidenteel en mondjesmaat op diverse locaties in Utrecht – Het Muziekhuis, Huis a/d Werf en Vredenburg Leeuwenbergh – jazz wordt geprogrammeerd, zullen de enkele jazzpodia in de provincie eveneens enig soelaas moeten bieden.

Eén van die podia is het in Soest gevestigde Artishock. Op jazzgebied is men daar sinds jaar en dag relatief redelijk actief. Maandelijks wordt er een 'JazzClub' gehouden met prominente Nederlandse solisten, onder anderen Stormvogel, Alexander Beets en Sjoerd Dijkhuizen, waarbij de toegang gratis is (en dat is mooi meegenomen). Verder is er op de derde zaterdag van de maand 'Jazzpodium' met optredens van de bekendste Nederlandse bands en dan zijn er nog twee keer per maand jazzsessies, één voor gevorderden en één voor beginners.

Op het jazzpodium had ditmaal tenorsaxofonist Marc Mommaas met zijn Landmarc- formatie plaats genomen. Mommaas, die zich inmiddels in New York heeft gevestigd, is van de lichting Benjamin Herman, Eric Vloeimans en Michiel Borstlap. Stuk voor stuk muzikanten die in het jazzcircuit furore hebben gemaakt. Ook Mommaas heeft zijn sporen verdiend. Zeker in Amerika, waar hij met zijn gitaarproject (Landmarc) en als sideman in het Amina Figarova Sextet veelvuldig op de jazzpodia te vinden is.

Landmarc (tevens de titel van zijn recent uitgebrachte cd) is een eigenzinnige formatie, bestaande uit twee gitaristen (Vic Juris en Nate Radley), drummer Tony Moreno en – uiteraard – de pianist zelf. Op het podium van Artishock worden voor het merendeel nummers van de 'Landmarc'-cd ten gehore gebracht. Het zijn allemaal composities van Marc Mommaas, die een enorme variëteit kennen in tempo, sfeer en technische gradaties. Lyrische en emotievolle ballads worden afgewisseld met complexe en virtuoze uptempo stukken. In dat kader begeleiden de twee gitaristen gezamenlijk afwisselend ritmisch en melodisch. Die bijzondere instrumentatie – zonder bas – veroorzaakt een lichte, ruimtelijke en transparante sound.

De solistische bijdragen zijn zonder uitzondering van hoog niveau. Hoewel beide gitaristen technisch niet voor elkaar onder doen, soleert Juris net iets interessanter, omdat hij naast de technische capriolen de blueslicks een relevante plek geeft. Terwijl drummer Moreno stuwt en swingt en de juiste accenten plaatst, vliegt Mommaas door de toonladders in razendsnelle zestiende noten. In de ballads daarentegen blaast hij zeer gepassioneerd. Zijn prachtige toon is een combinatie van het geluid van Lucky Thompson en Stan Getz. Mommaas is zowel een uitzonderlijk musicus als componist. Het is goed hem regelmatig in zijn geboorteland terug te zien en te horen.

Klik hier voor foto's van dit concert door Joke Tijhuis.

Labels:

(Jacques Los, 22.2.12) - [print] - [naar boven]





Cd
Enrico Rava Quintet - 'Tribe' (ECM, 2011)

Opname: oktober 2010

Trompettist Enrico Rava is zonder twijfel de meest vooraanstaande Italiaanse jazzmuzikant aller tijden. Zijn sporen verdiende hij in de jaren '60 en '70 in de New Yorkse free jazz, door met zulke prominenten als Cecil Taylor, Rashied Ali en Roswell Rudd te spelen. Net als vele anderen heeft hij zich in de loop der jaren van die 'fire music' losgemaakt. Sindsdien speelt Rava een lyrische, vloeiende muziek, die overeenkomsten vertoont met sommige opnamen van Lee Konitz.

Op 'Tribe' wordt Rava bijgestaan door een kwartet van trombone en ritmesectie, af en toe aangevuld met gitaar. Deze band is goeddeels nieuw; alleen trombonist Gianluca Petrella is overgebleven van de voorgaande incarnatie van Rava's kwintet. Veel van de muziek is atmosferisch en klinkt vrij open, met ruimschoots plaats voor dromerige passages en intelligente hoornpartijen. Af en toe loopt het vuur wat op, zoals in 'Choctaw', dat Rava's voorliefde voor Miles Davis in de jaren '60 verraadt. Rava's frasering is onverminderd subtiel en draagt het grootste gedeelte van de opnamen.

Petrella's trombone vormt een goed tegenwicht voor de leider, met wie hij uitstekend harmonieert. Hun samenspel doet denken aan de hoorbare affiniteit die Rava decennia eerder voor Roswell Rudd koesterde. Wanneer beide hoorns zwijgen, is de begeleidingsband in de kalme stukken wat tam. Dit mag geen probleem heten, aangezien deze goeddeels uit jonge mannen bestaat die nog alle tijd van de wereld hebben. Wanneer het tempo wat hoger ligt, toont met name pianist Giovanni Guidi dat hij een interessante partner voor de toekomst kan zijn.

Het is met name in deze wat drukkere, slim georganiseerde stukken, dat Rava zich onderscheidt van zijn minder originele ECM-collegae. Met 'Tribe' levert hij geen wereldschokkende, maar wel een zeer kundige en muzikale plaat. Deze nieuwste samenstelling van zijn kwintet belooft veel voor de toekomst.

Meer horen?
Op de
website van ECM kun je fragmenten van deze plaat beluisteren.

Labels:

(Sybren Renema, 22.2.12) - [print] - [naar boven]





Concert
Fortissimo aanvallen en een spatzuiver coloriet

Stageband o.l.v. Henri Gerrits, donderdag 9 februari 2012, USVA Theater, Groningen

Dat Henri Gerrits, de nieuwe dirigent van het Groninger toporkest Stageband, van huis uit trombonist is en zijn sporen heeft verdiend in de HaFaBra, hoor je terug in het koper. Gelijk in het eerste nummer, 'Distrust All Rules' (met dank aan meesterpianist Alfred Brendel) pakte de band uit met een kleurenpracht die de zielen, om niet te zeggen de souls van de aanwezigen deed smelten. Om in jazztermen te blijven: in de lijn van Gil Evans-Maria Schneider.

Logisch dus dat de trombones het voor de kiezen kregen; Bouke Kalma (invaller nota bene), van nature toch al niet de kleinste van het gezelschap, schoof de coulisse van zijn bastrombone zo ongeveer het publiek in en drukte zo zijn stempel op of liever gezegd onder het groepsgeluid. Alsof dat nog niet genoeg was liet Gerrits, die alle arrangementen geschreven had, zijn orkest vervolgens in de ballad 'The Very Thought Of You' zwelgen in een spatzuiver coloriet, dat even subtiel als krachtig was.

Het lijkt mij eerlijk gezegd een tikje link om je trouwdatum in muziek vast te leggen; wat immers als het toch als een rottig liedje uit blijkt te pakken? Mevrouw Gerrits kan opgelucht ademhalen – de contrasten van de staccato-melodie van 'Eleven-Seven' door de saxen met het daaromheen vloeiende koper leverden een opgeruimd swingend geheel op. De arrangeur houdt wel van tegenstellingen; in 'B-Tango' liet hij de vijf trompetten fortissimo aanvallen uitvoeren op de weerloze rieten, die voor deze gelegenheid uit bescheiden klarinetten, sopraansaxen en een fluit waren opgetrokken.

Onder de solisten troffen we de usual suspects. Trombonist Pavel Shcherbakov en baritonsaxofonist Harry Broekman stonden elkaar goedmoedig naar het leven in 'On Green Dolphin Street'. En altist Kees Krabben, al langer een talent om in de gaten te houden, wist zijn spreekwoordelijke exuberantie te beteugelen met een fraai en beheerst vormgegeven solo, die een impliciet eerbetoon was aan Lee Konitz. Maar het mooiste geluid kwam toch uit de tenor van Steven Paul. Die gevoileerde sound smeekt erom, in een setting van zachtgloeiend koper en romige rieten in een speciaal 'Concerto For Steven' gemonteerd te worden.

Als dit orkest al na acht weken repeteren zo'n indrukwekkende uitvoering neer kan zetten, hoe zal het dan klinken over, pak 'm beet, een half jaar?

Labels:

(Eddy Determeyer, 21.2.12) - [print] - [naar boven]





Concert
Feestje voor drie drummers

Suzan Veneman Kwintet + sessie, dinsdag 7 februari 2012, De Smederij, Groningen

Dat je op een avond als deze niet één, maar gelijk drie prima drummers ziet, is niet zo vreemd. Als er ergens een goeie instrumentalist of vocalist optreedt, trekt die immers collega's die hem of haar willen uitchecken.

Bas Horsting is zo'n drummer. Hij gaf het gelegenheidscombo van trompettiste Suzan Veneman een solide basis. Misschien dat de verrichtingen van de groep wat aan de keurige kant waren, wat schools. Dat bezwaar kleeft al snel aan een band die nog geen echte band is. Het begin van 'Whisper Not' leek even spannend te worden, toen tenorist Steven Sluyter naar de juiste harmonische stem moest zoeken, maar dat probleempje werd eigenlijk opgelost voor je er erg in had.

In het programma, dat een royale portie Lee Morgan-composities bevatte, herkende je de hand van de trompettiste. Veneman leek zich op de vlakte te houden: van echt vuurwerk, zoals we dat in eerdere combinaties van haar hoorden, was nauwelijks sprake. Van zorgvuldig gekozen en vormgegeven noten des te meer. Ze beschikt voorts over een aangename luie timing. Het contrast met Sluyters hete solo in 'Bernie’s Tune' was markant: in een tempoloze sequentie nam Veneman gas terug, om de spanning vervolgens weer langzaam op te laten lopen.

Primoz Podobnik was de eerste drummer die zich in de sessie na het optreden van het kwintet meldde. Bij hem hadden vormvastheid en een verbeten soort stuwkracht een gelukkige alliantie gesloten. Parameters die ook van toepassing waren op de verrichtingen van Brian Turre, die na hem achter de kit plaatsnam. Met subtiele en soms brute wisselingen in de dynamiek en de begeleidende patronen wist die achter de solisten telkens de juiste toon te treffen. Qua afwerking waren zijn verrichtingen om door een ringetje te halen en ik vond zijn sterk op roffels leunende stijl een verademing. Heel klassiek allemaal; niet alleen Art Blakey maakte van zijn krachtdadige press rolls zijn handelsmerk, ook de eerste jazzdrummers uit het oude New Orleans baseerden hun aanpak op de roffels van de straatorkesten.

Tussen twee nummers door nam Turre ook nog de moeite om zijn vellen te stemmen. Kijk, uit een dergelijke toewijding kun je opmaken dat die gast uit het juiste hout is gesneden – hij heeft niet voor niets toptrombonist Steve Turre als vader.

Labels:

(Eddy Determeyer, 19.2.12) - [print] - [naar boven]





Cd
Kaufmann/Landfermann/Lillinger – 'Grünen' (Clean Feed, 2010)

Opname: 1 april 2009

Het is niet duidelijk of 'Grünen' behalve de titel ook de naam van dit Duitse trio is. Pianist Achim Kaufmann is natuurlijk al goed bekend in Nederland om zijn eclectische pianospel, dat vooral opgebouwd is rond smaakvolle, ritmische klankassociaties en precieze interventies. Wat die eigenschappen betreft, heeft hij zijns gelijken getroffen in drummer Christian Lillinger en contrabassist Robert Landfermann. Lillinger en Landfermann kende ik nog niet, maar gezien hun spelniveau zal ik nu extra gaan letten op uitgaven waar ze van de partij zijn.

Het album, opgenomen in de Keulse Loft, is voorbeeldig van klank en daarom ook zeer geschikt om je geluidsapparatuur op definitie te testen. Los daarvan heeft het samenspel een bijzondere souplesse en dynamiek, die je oren doet spitsen voor de kleinste klankdetails. Vooral Lillinger maakt veel indruk als een musicus die met een open oor te werk gaat en altijd een bijzonder geluid paraat heeft. De verhoudingen binnen het trio zijn democratisch, maar het lijkt erop dat Landfermann, die de strijkstok veel hanteert, niet iemand is die erg graag op de voorgrond treedt.

De stukken zijn spontaan geïmproviseerd, maar nergens hoor ik een spoor van twijfel of een moment waarop de musici elkaar in de weg zitten. Als eerste stuk om naar te luisteren kan ik 'Khaki' aanbevelen, omwille van zijn langzame, spannende opbouw, post-Tayloriaanse snelle ritmische clusters en meeslepende, mooie lage klankpartijen.

Meer horen?
Op de Myspace-pagina van Grünen (wat dus inderdaad de naam blijkt van dit trio) kun je van dit album de volgende tracks beluisteren: 'Smaragd', 'Cadmium', 'Loden', 'Pigment' en 'Signal'.

Labels:

(Ken Vos, 19.2.12) - [print] - [naar boven]





Concert
As Guests with Strings verschuift jazzgrenzen

donderdag 19 januari 2012, JazzCase, Dommelhof, Neerpelt

In mei 2010 was As Guests als 'artists in residence' een week te gast in Dommelhof. In het kader van het productiecentrum TAKT namen ze daar de cd 'Universal Mind' op. Ter ondersteuning van de release van deze cd, die in 2011 uitkwam, loopt momenteel een korte tournee met enkele concerten in ons land en in Nederland.

As Guests is het samenwerkingsproject van de Tsjechische vibrafonist Miroslav Herák, en de Slowaakse pianist Michal Vaňouček, bijgestaan door Yonga Sun op drums en - voor dit concert - Janos Bruneel op bas. Uitgebreid met Oene van Geel en Jeffrey Bruisma op vioool en Jörg Brinkmann op cello kreeg het project de naam As Guests with Strings.

Het is niet eenvoudig hun muziekstijl te omschrijven, omdat binnen het gebruikelijke jazzjargon de woorden ontbreken of tekortschieten om dit adequaat te vatten. Het inbrengen van strijkers tegen de klassieke achtergrond van de tandem Herák-Vaňouček is niet voor de hand liggend en jazz met strijkers... het blijft voor velen atypische jazz. Maar toch blijven improvisatie, interactie tussen de muzikanten en swing, de stijlelementen eigen aan jazz, duidelijk aanwezig in hun muziek. Midden-Europese jazz zou je het kunnen noemen, diepgeworteld in de klassieke muziek en met melodieuze Slavische invloeden.

Deze eigenzinnige benadering van jazz werd meteen neergezet in het complexe openingsnummer 'Guanc', met veel tempowisselingen, waarbij subtiele en melodieus wegdromerige vibrafoonklanken werden afgewisseld met speelse en spetterende uptempo passages. Of in de niet alledaagse jazzklanken in het lyrische '’74 Prologue', met Bruinsma op viool en Brinkmann op cello. Dan weer swingend en groovend in 'Solace Cells', met talloze tempowisselingen en lyrische fragmenten op vibrafoon en piano. In het melancholische en Slavisch aanvoelende 'Kolovrátok' werd traag een spanningsboog opgebouwd. Heerlijk virtuoos was ook 'Sunset Boulevard', dat met een aanstekelijk ritme mooi werd neergezet door Sun op drums. De samensmelting met de strings kwam hier perfect tot zijn recht en leverde een spetterende apotheose op.

De combinatie van jazz met strijkers blijft een moeilijk iets, maar in nummers als 'Solace Cells' en 'Sunset Boulevard' werd toch een perfecte symbiose bereikt, wat voor magische momenten zorgde. Het maakte meteen duidelijk dat de groep met dit project de grenzen van het jazzidioom lichtjes opschuift.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Labels:

(Robert Kinable, 18.2.12) - [print] - [naar boven]





Cd
Billy Taylor Trio - 'With Candido' (Original Jazz Classics, 1991)

Opname: 7 september 1954

De eind 2010 overleden pianist Billy Taylor is de geschiedenis ingegaan als een vooraanstaand jazzdocent en een radio- en televisiepersoonlijkheid. Maar hij was ook een jazzpianist die de virtuositeit van Art Tatum wist te paren aan de nervositeit en de durf van de boppers. Net als bijvoorbeeld bij Hank Jones resulteerde dat bij hem in een eerder milde dan wilde vorm van bebop.

Hij was ook een pionier in de integratie van latin (lees: Cubaanse) ritmes in het jazzjargon. Zijn werk met de band van maracasspeler Machito zal daar niet vreemd aan zijn geweest. Hier (1954) introduceert hij percussionist Candido Camero als solist. Candido is ontegenzeglijk een virtuoos die gedegen vakmanschap en vormgevoel combineert met een ruime dosis creativiteit. Toch bekruipt je het gevoel dat de conga- en bongospeler hier vooral fungeert als een soort toegevoegde attractie.

Van een echte integratie is eigenlijk alleen sprake in het nummer 'A Live One'. Zo zal deze combinatie in clubs geklonken hebben, stel ik me voor (Taylor leidde een tijdlang het huisorkest van de befaamde New Yorkse club Birdland). Als een echte jazzcat duelleert Candido hier met Taylor in een serie vier-om-viertjes.

Labels:

(Eddy Determeyer, 18.2.12) - [print] - [naar boven]





Concert
TryTone's Music Kitchen pioniert verder

Nederlandse musici ontmoeten Timeart Ensemble, donderdag 2 februari 2012, Music Kitchen@Trouw, De Verdieping, Amsterdam

De TryTone-organisatie probeert op allerhande manieren musici in Nederland in contact te brengen met buitenlandse musici, die een bijzondere plaats innemen in hun thuisland. Vaak gaat het om muzikanten die door de Nederlandse gerichtheid op Angelsaksische informatie weinig bekendheid genieten bij muziekliefhebbers in ons land. Je zou haast denken dat Nederland muzikaal is afgescheiden van het continent. De Music Kitchen-serie is een vervolg op eerdere projecten waarbij TryTone telkens weer eigenzinnige formaties en musici uit de rest van Europa naar Nederland wist te halen. Een geslaagd voorbeeld is het concert in het gebouw waar vroeger het dagblad Trouw was gevestigd, in de nog industrieel uitziende benedenverdieping. De ruimte heeft ondanks de kale betonnen wanden een opvallend heldere akoestiek.

Het Timeart Ensemble is een multimediapool van dertig muzikanten en kunstenaars die zich verzameld hebben rond de elektronica- en laptopbespeler annex videomanipulator Sven Hahne en trombonist Matthias Muche. Verder zijn naar Amsterdam gekomen: Michel Doneda (sopraansax), Leo Riegler (laptop, elektronica en draaitafel), Daniel Riegler (trombone) en Joris Rühl (klarinet). Doneda en Rühl zijn Fransen, de Rieglers Oostenrijkers. Benjamin Maumus (Frankrijk) is verantwoordelijk voor het opzetten van de ruimtelijke akoestiek. Het belang hiervan wordt meteen duidelijk als de musici van dit ensemble beginnen aan de vierdelige eerste set.

Het is een hypnotiserend, soms bevreemdend optreden door de zaalvullende, verschuivende surroundklanken en de door akoestische en elektronische input aangestuurde geprojecteerde grafiek. De vier blazers versmelten langzaam met de elektronica-spelers, die veel lage, langgerekte tonen produceren. De geluiden worden beweeglijker in het tweede stuk, waarin de contrasten groter zijn door onder meer de dubbeltoonsefecten en flageoletten van de blazers. Je oriëntatie als luisteraar wordt in de war gebracht, als blijkt dat ook nog live-samples worden uitgestuurd door de elektronicajongens. De eerste set eindigt met een stuk met lange, verstilde passages, ingezet door een duet van Doneda en Rühl.

Het tweede deel van het concert is onvermijdelijk wat informeler als het Nederlandse contingent zich bij het Timeart Ensemble voegt. Dat bestaat uit Oscar Jan Hoogland (clavichord, elektronica, megafoon), Felicity Provan (trompet), Robert van Heumen (elektronica met controllers), Anne La Berge (fluit, elektronica) en Ángel Faraldo (elektronica). De hele groep begint op basis van een eerder door La Berge, Hahne, Muche en Van Heumen in STEIM ontwikkeld uitgangsstuk, dat onder meer een beginakkoord aangeeft. Daardoor blijft een zekere samenhang in het groepsgeluid behouden. Aanvankelijk domineren de elektronische klanken. Daarna ontstaat er ruimte voor verschillende, vaak spannende interacties tussen twee of meer instrumentalisten, die langzaam naar een groepscrescendo op het thema leiden. Het samenspel klinkt geconcentreerd en de improvisaties komen bedachtzaam tot stand.

Een tweede stuk wordt ingezet met elektronische krabbel- en klotsgeluiden. Ditmaal worden naast de live-samples ook bestaande vocale samples ingepast. Door de ruimtelijke versterking blijft het moeilijk na te gaan wie welke elektronische geluiden produceert. De blazers nemen het geluidsbeeld steeds meer over en beginnen gedurende de onderlinge improvisaties steeds harder te spelen, zonder de controle te verliezen. De musici slagen erin om gezamenlijk naar een logisch en plotseling eind toe te werken. Een zeer bevredigend multimedia-evenement van muzikaal hoog niveau. Jammer dat er door de snijdende kou zo weinig publiek op afkwam. Hopelijk is deze serie weer op meerdere podia te horen.

Klik hier voor foto's van dit concert.

Labels:

(Ken Vos, 17.2.12) - [print] - [naar boven]





Concert
Bescheiden muziekcollages bij sterke beelden

'Hearsee' door Flat Earth Society o.l.v. Peter Vermeersch, zaterdag 4 februari 2012, Grand Theater, Groningen

Film en muziek. We zitten voor eeuwig aan die combinatie vast, vrees ik. Want lang voordat de geluidsfilm een feit was gingen Artemis en de cinematografie al met elkaar. Stomme rolprenten werd de bekken opengebroken door commentaar en sfeer leverende pianisten en orkestjes.

Als je de soundtrack bij een film hoort deugt hij niet, wordt wel gezegd. Wel, waarom wordt die dan toch altijd aan de beelden opgedrongen, vraag ik me af (ja, om de sfeer te benadrukken, dat weet ik ook wel.) Ook al, daar het vaak van die derderangs klassiekoïde soepzooi is.

Dat neemt allemaal niet weg dat filmmuziek die achteraf wordt toegevoegd best interessant kan zijn. Peter Vermeersch schreef nieuwe soundtracks voor zijn gerenommeerde Flat Earth Society bij een aantal korte films, variërend van stokoude animatiefilmpjes tot recente vrijages van science fiction en typografie.

Curieus waren 'Fantasmagorie' en 'Les Locataires' van pionier Emile Cohl, uit 1909. In dat tweede filmpje transformeerde een amoureus paartje zich tot getekende monsters die de nieuwsgierige buren trakteerden op overstromingen en gasaanvallen. 'Ear To The Ground' van Kit Fitzgerald en John Sanborn uit 1979 toonde percussionist/performer David Van Tieghem, die trommelend door de straten van New York loopt, springt en danst. Bijzonder hiervan was, dat niet slechts de beelden, maar ook het geluid van Van Tieghems sticks de live muziek dicteerde. Dankzij een clicktrack-systeem beende de Flat Earth Society de New Yorker messcherp bij.

Behoorlijk goor was 'Sybille II' van Wim Delvoye uit 1999. Hier werden de afzichtelijke levens van gezwellen, steenpuisten en karbonkels getoond, maar dan sterk vergroot en versneld. De pus spatte van het doek, zodat mijn bier zeven minuten lang niet smaakte.

Uiteindelijk bleek toch weer dat kwaliteit zich niet verloochent. 'Regen' van Joris Ivens was een natte symfonie van een grote stad, in dit geval Amsterdam anno 1929. De druppels zongen een eigen taal en de kringen in de grachten en de goten vormden hun eigen composities. En wat deden die dozijnen krioelende identieke regenschermen op de Dam (of was het toch het Leidseplein?)

Voor al deze miniaturen, elf in totaal, had Vermeersch bescheiden collages geschreven, die slechts opvielen wanneer je je ogen sloot. Maar dat werd dan weer verhinderd door de sterke beelden. Zodat ik van de solisten eigenlijk alleen Berlinde Deman kan noemen. Maar die kwam met haar bastuba dan ook luid, duidelijk en sonoor over.

Labels:

(Eddy Determeyer, 16.2.12) - [print] - [naar boven]





Cd
Darius Jones Trio - 'Big Gurl (Smell My Dream)' (AUM Fidelity, 2011)

Opname: 21 februari 2011

Bij het verschijnen van 'Man’ish Boy (A Raw & Beautiful Thing)', het debuut van de Amerikaanse saxofonist Darius Jones uit 2009, ging er een kleine schokgolf door het jazzlandschap. Wars van de heersende cerebraliteit binnen de hedendaagse New Yorkse scene, keerde de toen 31-jarige Jones op deze trioplaat onverwacht terug naar de rauwe expressie van de bluesy freejazz. Een meesterlijke zet zo bleek, want de man was meteen talk of the town en de plaat werd internationaal de hemel in geprezen. De verwachtingen voor opvolger 'Big Gurl (Smell My Dream)' waren bijgevolg hooggespannen, maar Jones lost ze met sprekend gemak in.

Dat zijn debuutalbum geen toevalstreffer was, bewees Jones de voorbije jaren nog welgeteld twee keer: met 'Throat', een album van het kwartet Little Women, zorgde hij in 2010 voor een muzikale sucker punch van jewelste en meer recent scoorde hij in duo met pianist Matthew Shipp met het album 'Cosmic Lieder'. De afgemeten agressie van Little Women en de eerder koele esthetiek van het duoproject met Shipp zijn geenszins te vergelijken met de aanpak binnen Jones' triowerk, waar nog steeds pure emotie en intuïtie regeren.

Op zijn tweede trioalbum heeft Jones de oorspronkelijke formule lichtelijk gewijzigd. In de ritmesectie heeft hij de piano vervangen door een bas (Adam Lane) en met zijn Little Women-collega Jason Nazary verwelkomt hij tevens een nieuwe drummer. Ondanks de compleet nieuwe samenstelling van de groep is 'Big Gurl (Smell My Dream)' min of meer de voortzetting van 'Man’ish Boy', wat niet onlogisch is, aangezien deze platen de eerste twee delen vormen van een muzikale trilogie, die normaliter in april van dit jaar wordt vervolledigd met een kwartetplaat.

Jones steekt zijn ambitie niet onder stoelen of banken door meteen uit te willen pakken met een drieluik, iets wat ook doorklinkt in zijn machtig en groots saxofoongeluid. Zijn sound is zonder twijfel een belangrijke troef en gaf ten tijde van dat veelbesproken debuut al aanleiding tot vergelijkingen met de grote saxofoonkarakters uit de jazzgeschiedenis. Op zijn instrument is Jones dan ook een echte persoonlijkheid. Tevens beschikt hij over een breed gamma aan expressieve technieken. Met het moedwillige afwijken van de correcte tonen bijvoorbeeld, herbergt zijn spel in 'Michele Heart Willie' iets wanhopigs, terwijl hij zich doorheen de plaat met een diepe reutel tevens regelmatig van zijn grilligste kant laat zien. Er zit altijd wel iets rasperigs of ruws aan zijn geluid, alsof hij in zijn betrekkelijk korte leven al heel wat leed te verduren kreeg.

De plaat zit bijgevolg volgestouwd met dramatiek, gaande van een klagerig slepende ballad als 'I Wish I Had A Choice' tot de hysterische wedloop van 'Chasing The Ghost' (ook al te horen op de eerste plaat, maar hier nog meer op de spits gedreven), waar het trio het gevoel opwekt dat in de titel wordt beloofd. De ritmesectie trapt het gaspedaal volledig in, en ook Jones lijkt alsof hij door de duivel bezeten iets najaagt dat hij nooit te pakken zal krijgen.

Zijn typische toononvastheid en nerveuze frasering zijn geen spek voor ieders bek, maar ze zorgen wel voor extra geloofwaardigheid. Aan deze muziek is dan ook niet gesleuteld om aan bepaalde eisen of standaarden te voldoen. Het is onvervalste expressie, waarin invloeden weerklinken van funk tot blues en swing. Het effect is maximaal en recht in your face, net zoals op dat gelauwerde debuut, dat hier door Jones en zijn trio met de vingers in de neus wordt overtroffen.

Deze recensie verscheen eerder op Kwadratuur.be

Meer horen?
Op de
website van Darius Jones kun je van dit album uitgebreide geluidsfragmenten horen van de volgende tracks: 'E-Gaz', 'Michele (Heart) Willie', 'A Train' en 'I Wish I Had A Choice'.

Labels:

(Joachim Ceulemans, 15.2.12) - [print] - [naar boven]





Concert
Diepliggende grooves in harmonie met mooie klankkleuren

Mathias Eick Quintet & Albatrosh, vrijdag 3 februari 2012, Paradox, Tilburg

Het gebruik van soundscapes in de jazz en geïmproviseerde muziek wint nog steeds aan populariteit. Zeker wanneer Noorse muzikanten aantreden. De relatie tussen de uitgestrektheid, relatieve stilte en het besneeuwde landschap in Noorwegen met de auditieve interpretatie van deze langgerekte omgeving wordt al snel gelegd. Op 3 februari voldoet ook Nederland aan deze omschrijving. Recordfiles, treinvertragingen en met het weer als gesprek van de dag tot gevolg. Dit alles vanwege de ingetreden vorst, het laagje sneeuw en het hierdoor verstilde polderlandschap. Mathias Eick vraagt zich op het einde van het optreden oprecht af waar we ons in Nederland zo druk om maken. "Hoezo code Oranje?" "In Noorwegen worden we in september al met een dergelijk weersgesteldheid geconfronteerd," voegt hij er lachend aan toe. Overigens, Eicks muziek typeren als het louter realiseren van soundscapes is te kort door de bocht...

Voorafgaand aan het concert van het Mathias Eick Quintet treedt het jonge, Noorse duo Albatrosh op. Uitgangspunt van hun zelfgeschreven muziek is opvallend genoeg uit het Afro-Amerikaanse muzikale hout gesneden. Piano en saxofoon spelen in de openingsnummers opvallend mooie en geraffineerde melodielijnen, elkaar kruisend of samenvloeiend, met hier en daar een rafelig randje. De twee laatste nummers zorgen voor een verbeterde spanningsboog, onder invloed van een staccato klinkende piano. Het voorlaatste nummer vormt het muzikale decor voor een slapstick-trapeze film en tot slot laat het duo zich van zijn minimalistische kant zien. Perspectiefrijk!

Na zijn aantreden als multi-instrumentalist in uiteenlopende formaties, wordt Mathias Eick door ECM-baas Manfred Eicher gestrikt als hét nieuwe, opkomende trompettalent binnen de Europese scene. Inmiddels zijn er op dit gezaghebbende label twee cd's verschenen. Tijdens het optreden plukt Eick materiaal van zowel 'The Door' als van zijn laatste cd 'Skala'. De trompettist heeft vooropgesteld een buitengewone toon, variërend van hees aandoend, vocalised gefluister tot een vol koperen helderheid. Maar het is toch vooral het totale symfonisch pop/rock-achtige groepsgeluid dat de toon zet.

Twee drummers leggen het meedogenloos gevarieerde, hoogpolige ritmisch tapijt neer, waar omheen Eick over het algemeen, sierlijke, poëtische en sobere solo's drapeert. Vernuftig ondersteund door keyboardgeluiden, loopings en dartelende, repeterende basloopjes. De verhaallijn is snel inzichtelijk. Bijna zonder uitzondering culmineert de meeslepende poëtische trompetlyriek in een even effectvolle als orgastische uptempo groepsexplosie. Waarbij zij aangetekend dat de uitgesponnen vredige passages soms nauwelijks het niveau van kitscherigheid ontstijgen. De verscheidenheid aan mooie klankkleuren, binnen een herkenbare zangerige melodie, in combinatie met de unieke diepliggende groove, is het passende leidmotief voor dit zeer sympathieke, onderhoudende en onderscheidende kwintet.

Klik hier voor foto's van dit concert door Monique van der Lint.

Labels:

(Louis Obbens, 15.2.12) - [print] - [naar boven]





Concert
Sousafoon versus baritonsax

Mdungu, vrijdag 3 februari 2012, Simplon, Groningen

Mdungu (= Broederschap) doet zijn naam eer aan. De Nederlandse afrobeatgroep van altsaxofonist Thijs van Milligen is niet alleen internationaal van samenstelling, maar gaat ook regelmatig samenwerkingsverbanden aan met derden. Zo waren in Simplon koraspeler Lamin Saho (Gambia) en sousafonist Arno Bakker (Nederland) te gast.

Saho, zoon van de befaamde koraspeler Yankuba Saho, gaf een traditionele jali-toets aan de muziek, terwijl Bakker die in ritmisch en sonoor opzicht zowel versterkte als ontregelde. Hij soleerde in een kwelastuk en zijn branderige koperklank zette de band in vuur en vlam. Helemaal feestelijk werd het in 'Confusion', waarin de sousafoon van Bakker de strijd aanging met de solide baritonsax van Job Chajes. De gemene lage bessen van de instrumenten moeten de fossielen in de kleilaag onder de kelder van Simplon tot leven hebben gewekt, dat kan haast niet anders.

Mdungu speelt in de Nigeriaanse highlife(zo heette dat destijds nog)-traditie van saxofonist en bandleider Fela Kuti, maar waagt zich ook in zuidelijker dreven, tot in Johannesburg. De drie saxofoons - alt, tenor en bariton - geven Mdungu zijn karakteristieke smeuïge sound, maar ook in het ritmedepartement (drie percussionisten) en qua gitaren (twee) is de Broederschap bepaald heavy te noemen.

De beat nestelt zich listig onder je voetzolen en dan rest je weinig anders dan het deel daarboven over te geven aan de ritmepatronen. Afrikaanse ritmes zijn over het algemeen niet zo snel als die opgefokte Latijns-Amerikaanse (merengue) derivaten en dat is wel zo plezant. Je laadde er in ieder geval ruimschoots voldoende energie van op om de min tien op weg naar huis niet op te merken.

Klik hier voor foto's van dit concert door Andrea Hooymans.

Labels:

(Eddy Determeyer, 14.2.12) - [print] - [naar boven]





Cd's
Holshauser, Bennink & Moore - 'Live In NYC' (Ramboy, 2011)
Michael Moore Quartet - 'Easter Sunday' (Ramboy, 2011)
Michael Moore Quartet - 'Amsterdam' (Ramboy, 2011)
Michael Moore Quintet - 'Rotterdam' (Ramboy, 2011)
Available Jelly - 'Baarle-Nassau Set 1 & 2' (Ramboy, 2011) 2 CD

Opnamen: 25 oktober 2009 / 24 oktober 2011 / 16 februari 2010 / 16 februari 2008 /3 maart 2007

"Het is al weer ruim vier jaar geleden dat Michael Moore op zijn label Ramboy een cd uitbracht. De laatste was 'Fragile', een kwartet met slagwerker Michael Vatcher, pianist Harm Fraanje en bassist Clemens van der Feen. Dat betekent niet dat hij stil heeft gezeten. Hij maakte de afgelopen jaren onder andere opnamen met de Celano-Baggiani Group en uiteraard ICP. Eind vorig jaar bracht hij in een klap zes cd's op zijn eigen label uit: twee met het kwartet dat op 'Fragile' te horen is, een met zijn kwintet met Eric Vloeimans, een met drummer Han Bennink en accordeonist Will Holshauser, en twee van Available Jelly."

Kees Stevens bespreekt zes nieuwe releases van Michael Moore's onvolprezen Ramboy-label.

Klik
hier om zijn recensies te lezen.

Meer horen?
Klik hier om te luisteren naar 'Hararavo Bilo' ('Live In NY'), hier voor 'Tilgit' ('Easter Sunday'), hier voor 'Lusty Bike' ('Amsterdam'), hier voor 'Tittlich' ('Rotterdam') en hier voor 'Lovelock' ('Baarle Nassau').

Labels:

(Maarten van de Ven, 13.2.12) - [print] - [naar boven]





Cd
Ernst Glerum - 'Movie Music' (Favorite, 2011)
Glerum Omnibus - 'Paper Models' (Favorite, 2011)

Opnamen: 2003-2008 / 11-12 oktober 2011

Hoe haal je twintig topbassisten in Amsterdam bij elkaar? Simpel: door Ernst Glerum te heten en alle tracks zelf in te spelen. Het resultaat is een ongelooflijk rijk geluid dat de beoogde associatie met grote schepen oproept; het is de soundtrack voor de documentaire 'Stad aan de haven'. In het hoog hoor je twintig cello's – maar dan anders, zangeriger, magischer. Het resultaat klinkt zó clean dat ik Glerum ervan verdenk dat hij sommige tracks gewoon elektronisch gedupliceerd heeft. Een paar delen ('World Champ', 'Enigma') hebben een bezonken, renaissance-achtige kwaliteit. Een beeld dat versterkt wordt door de vormgeving van het schijfje, dat Deutsche Grammophon suggereert.

Meer jazzgehalte heeft 'Paper Models', van Glerum-als-pianist ditmaal. Hij klinkt bepaald niet als een bassist die de piano erbij doet, voor het uitzoeken van akkoorden en zo. Nee, Glerums toucher, zijn dynamiek en de autoriteit die hij uitstraalt verraden zijn bekendheid met de materie, die teruggaat tot de klassieke muziek die hij van zijn moeder hoorde.

Ernst Glerum speelt met de spaarzaamheid van een Mal Waldron of een Ahmad Jamal en de verbeeldingskracht van een Herbie Nichols. Soms stijgt hij boven zichzelf uit en wordt hij een barpianist anno jaren vijftig, die je laat gissen dat in zijn compositie 'Psalm' heel listig de standards 'So In Love' en 'Gee Baby, Ain’t I Good To You' schuilgaan.

Labels:

(Eddy Determeyer, 11.2.12) - [print] - [naar boven]





Concert
Ontdooien met Binary Orchid

donderdag 2 februari 2012, Jazz at the Crow, Kraaij & Balder, Eindhoven

Buiten lag sneeuw, het kwik stond op -12º, twee leden van de formatie kwamen uit Ijsland, dus kouder kon haast niet! Maar wat een tegenstelling binnen in café Kraaij & Balder. Binary Orchid, het kwartet van bassist Gulli Gudmundsson, verwarmde met hun spel het publiek tijdens dit Jazz at the Crow-concert. Zij maakten het café tot een welkome muzikale koek-en-zopie. Trompettist Eiríkur Orri Ólafsson, vocaliste Nataszà Kurek en pianist Wolfert Brederode zorgden voor fascinerende, filmische soundscapes, stemmingen en klankvisioenen. Bij tijd en wijle werden ook elektronische elementen onopvallend maar essentieel en relevant in het klankbeeld ingepast.

Kurek, van wie in 2004 de cd 'Incantion' met veel eigen werk verscheen, gebruikte haar stem en teksten instrumentaal. Zij kleurde, accentueerde en wist met haar scats subliem de composities te vervolmaken. In 'Particles' zette zij met haar vocale en improvisatorische invallen de compositie naar haar hand, met Ólafsson als sparringpartner. Gefaciliteerd door de grooves van Brederode en Gudmundsson als constante.

Binary Orchid weet wat verstilling is, kent de werking van de ruimte tussen de noten en musiceerde op vele momenten broos, breekbaar en ingetogen. Maar zeggingskracht en schoonheid zit niet in bombast of koffers vol noten. Integendeel: Binary Orchid zette zowel individueel als collectief een koffer vol dromen om in fraaie klanklandschappen en ongrijpbare muzikale panorama's. Zelfs in het stevige en naar een fortissimo climax opgebouwde 'Dear Planck' bleef de totaalklank volkomen in balans en mooi gedefinieerd.

Er viel veel te genieten van warmbloedig basspel van de leider. Hij stelde zich geheel in dienst van het totaal en liet zich geen moment op zijn leiderschap voorstaan. Deze formatie bood Gudmundsson alle mogelijkheden om het klankidioom dat hem voor ogen stond op democratische wijze te realiseren. Het spel, het belang en de inbreng van Wolfert Brederode in dit kwartet behoeft hier geen betoog. Zijn spel was als het ware bindmiddel voor het bereiken van een synthese van alle bandleden.

De integere vocalen van de Poolse Nataszà Kurek waren oorstrelend, functioneel en mengden zich mooi in het totaal. Docent Eric Vloeimans tenslotte kan tevreden zijn met zijn pupil Eiríkur Orri Ólafsson. Deze liet met zijn ingetogen en beheerste spel horen dat een trompet ook fluisteren kan. En dat op fluistertoon de mooiste dingen gezegd kunnen worden, dat maakte hij vanavond overduidelijk.

Buiten was het kwik inmiddels naar -16º gezonken, maar het publiek was door dit concert dusdanig verwarmd dat het hen niet kon deren.

Klik hier voor foto's van dit concert.

Labels:

(Cees van de Ven, 10.2.12) - [print] - [naar boven]





Cd
Jan van Duikeren – 'Fingerprint' (Challenge, 2011)


Trompettist Jan van Duikeren is zowel in de jazz- als popscene een veelgevraagd en gewaardeerd muzikant. Hij toert met Candy Dulfer all over the world en met Caro Emerald in maart in Engeland, heeft een vaste plek in het Jazzorchestra Of The Concertgebouw en in Benjamin Hermans New Cool Collective. Ook als componist/arrangeur heeft hij zijn sporen verdiend.

Het is dus meer dan terecht dat hij op het Challenge-label een eigen cd heeft uitgebracht. Een album met louter eigen composities in het groovy funkgenre. Zijn medekompanen behoren – evenals hijzelf - tot de eredivisie van de jazz- en funkwereld: onder anderen gitarist Jesse van Ruller, saxofonist Tom Beek, drummer Martijn Vink en gast – op drie nummers – Candy Dulfer.

Op de 'Ballad For A Beauty' en 'Famous Seamous' na bestaat het repertoire grotendeels uit medium en snelle pittige, funky nummers. En zoals het hoort in dit genre worden de arrangementen door de blazers en ritmesectie puntig en strak uitgevoerd. Ook de solo's getuigen van vakmanschap en kennen diverse hoogtepunten.

In 'Yeah Right' speelt tenorsaxofonist Tom Beek een opvallende jazzy solo, gebruikmakend van scherpe, hoge-register noten en in het meest jazzy stuk 'Happy Quick Licks' wordt door Van Ruller in up-tempo swingend gesoleerd. Leider Van Duikeren excelleert in 'Ballad For A Beauty'. De poppy begeleiding met speciale gitaar- en keyboardeffecten en Martijn Vinks after beat in deze ballade vormen de perfecte inspiratiebron voor Van Duikeren's prachtig omfloerst geblazen solo.

Jan van Duikeren kan met deze formatie zo plaatsnemen op de grote (zomer)festivals en in het dance-circuit. En ga je met de auto op vakantie: stop de cd in je speler, de rit op de Route du Soleil zal nooit meer saai zijn.

Meer horen?
Van dit album kun je
hier de track 'Scribblin’' (met op altsax Candy Dulfer) beluisteren.

Labels:

(Jacques Los, 9.2.12) - [print] - [naar boven]





Artikel
Twee tenoren


"In het leven spelen competitie, concurrentie en samenwerking een grote rol. In de muziek en in de jazz is dat niet anders, en dat is maar goed ook. Het levert bijzondere muziek op omdat muzikanten met de hete adem van een collega in de nek een extra tandje bij zullen zetten. Zeker als die collega hetzelfde instrument bespeelt. Er staan niet overal twee piano's, drumstellen, orgels of vibrafoons, maar blazers en gitaristen hebben hun instrument altijd bij zich, en kunnen zich overal met elkaar meten. Het koningsnummer is de strijd tussen twee tenorsaxofonisten, de tenor battle."

Ton van Leeuwen over de grote duels der tenorsaxofonisten, zoals John Coltrane en Sonny Rollins op het album 'Tenor Madness'.

Klik
hier om zijn artikel te lezen.

Labels:

(Maarten van de Ven, 9.2.12) - [print] - [naar boven]





Concert
Turkije en jazz combineren perfect

Brokkenmiddag met Steven Kamperman, zondag 29 januari 2012, Zaal 100, Amsterdam

Elke laatste zondagmiddag van de maand (behalve in de zomerperiode) is het Brokkenmiddag in Amsterdam. Het is de middag waarop de Brokkenfabriek zich onder leiding van een maandelijks wisselende workshopleider presenteert. Dit alles is sinds januari 2008 een initiatief van gitarist Corrie van Binsbergen.

De Brokkenfabriek is een pool van gemotiveerde en talentvolle muzikanten die per maand wisselt, afhankelijk van de workshopleider en diens plannen. Na het optreden van de Fabriek wordt de middag altijd afgesloten met een concert door de workshopleider met zijn vaste of voor deze gelegenheid samengestelde ensemble.

Klarinettist/saxofonist Steven Kamperman, die samen met zanger/multi-instrumentalist Behsat Üvez in 2002 het succesvolle Barana heeft opgericht, had voor de Brokkenfabriek – in dit geval een rietenkwartet (altsax, tenorsax, klarinet, basklarinet) – nummers uit het Barana-repertoire herschreven. Die muziek is vooral geïnspireerd op de Turkse modale toonladders. De melancholieke Oosterse sound werd door het kwartet, mede door de instrumentatie, voortreffelijk weergegeven.

In Kampermans eigen formatie, met zangeres Sanem Kalfa en gitarist George Dumitriu, werd de oriëntaalse sfeer nog eens stevig doorgezet, met veel ruimte voor jazzy improvisaties. De intieme trio-formatie klonk daarbij vol, omdat het compacte samenspel veelvuldig werd afgewisseld met collectieve improvisaties. Ook nu werd geput uit het Barana-repertoire, waaruit bleek dat de Turkse muziek in dit geval uitstekend combineerde met de impro-jazzmuziek.

De uit Turkije afkomstige Kalfa (soms scattend als Ella Fitzgerald), de Roemeen Dumitriu en de Utrechtenaar Kamperman bleken stuk voor stuk muzikanten en improvisatoren van hoog niveau. Om in zo'n summiere bezetting een uur lang een boeiend en fascinerend concert te geven, moet je van zeer goede huize komen... en dat kwamen ze.

Ik zou zeggen, Steven, ga door met dit trio en dit repertoire. Het verdient een uitgebreide tournee op nationale en internationale wereldmuziek- en jazzpodia.

Klik hier voor foto's van dit concert door Joke Tijhuis.

Labels:

(Jacques Los, 8.2.12) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Miles Davis en Édith Piaf krijgen eigen postzegel


De overleden Amerikaanse jazzlegende Miles Davis en de Franse zangeres Édith Piaf worden in zowel de Verenigde Staten als in Frankrijk geëerd met een eigen postzegel.

De nationale postbedrijven van de Verenigde Staten en Frankrijk hebben in samenspraak besloten beide artiesten op twee zegels te vereeuwigen. De zegels komen in juni uit en bevatten zwart-wit foto's van beide legendes in karakteristieke poses.

"Dit is echt een eer", zei Lee Barham, de voorzitter van het comité Miles Davis Jazz Celebration, tegen de Amerikaanse krant The Telegraph. "Miles Davis was een van de grootste jazzmuzikanten en trompettisten in de wereld."

Davis en Piaf waren enorm succesvol in zowel Frankrijk als in de VS. Zo kreeg de Amerikaan Davis in 1989 uit handen van toenmalig burgemeester Jacques Chirac een hoge onderscheiding van de stad Parijs. De Française Piaf was op haar beurt zeer geliefd in de VS. Voor haar vertolking van Piaf in de biopic 'La Vie En Rose' ontving actrice Marion Cotillard een Oscar.

Davis overleed in 1991 op 65-jarige leeftijd. Hij wordt gezien als een van de invloedrijkste muzikanten van de twintigste eeuw. In vijftig jaar tijd maakte hij 67 studioalbums, 53 livealbums en 61 compilatiealbums. Piaf stierf in 1963 op 47-jarige leeftijd. Vandaag de dag wordt zij nog altijd herinnerd en gerespecteerd als één van de grootste zangeressen die Frankrijk ooit heeft gehad. Op podia is de echo van Piaf nog regelmatig te horen.

Labels:

(Maarten van de Ven, 8.2.12) - [print] - [naar boven]





Jazzprofiel
Ernie Krivda


Auteur en jazzcriticus Harvey Parker (American Splendor) noemt hem 'one of the greatest jazz tenor saxophonists in the world' en voegt eraan toe: "Niemand weet dat omdat hij in Cleveland woont." Zo is het maar net! En ook David Dupont van OneFinalNote.com doet een duit in het zakje: "A tenor-wielding monster who stalks the Southern Shore of Lake Erie with the most virile saxophone sound around."

Jacques Los presenteert een jazzprofiel van Ernie Krivda, een onderschatte maar niet te missen tenorsaxofonist.

Klik
hier om het te lezen.

Labels:

(Maarten van de Ven, 5.2.12) - [print] - [naar boven]





Cd
Mc Maguire - 'Nothing Left To Destroy' (Innova, 2011)


Componist MC Maguire doet er alles aan om een soort superieur postmodernist te zijn. Van zijn alias, dat een verwijzing naar de hiphop is, tot de opzettelijk eclectische hoes en de bizarre titels van zijn muziek, lijkt er alles aan gedaan te zijn om zijn gekozen identiteit aan het publiek op te dringen. Toch kan dit niet verhullen dat Maguire een klassiek geschoold componist met een grote intellectuele bagage is. Het mag dus aangenomen worden dat hij zich deze postmoderne houding zeer opzettelijk toe-eigent. Daarin verschilt hij niet wezenlijk van John Zorn, wiens projecten vaak ook nadrukkelijk grenzen moeten overschrijden. Toch klinkt het resultaat heel anders: Maguire gebruikt met name samples en ziet het samensmelten van stijlen als een kritische daad. Hij stapelt totdat alles implodeert. De titel van dit album is dan ook goed gekozen.

'Nothing Left To Destroy' bestaat uit twee stukken. Het eerste stuk, 'The Discofication Of The Mongols', is een stuk dansmuziek dat zich bezighoudt met de voortschrijdende verspreiding van de digitale muziekfile, in dit geval tot aan Mongolië – zoals zo vaak het spreekwoordelijke Verweggistan – aan toe. De structuur is duidelijk geïnspireerd op het serialisme - zij het met samples - en is zoals Maguire suggereert verwant aan de muziek van Berg en Stockhausen. Een andere invloed is John Cage, wiens gebruik van radio aan de basis van dit type muziek heeft gestaan.

Uiteraard is er sindsdien een hoop gebeurt, zowel inhoudelijk als technisch. Dit stelt Maguire in staat om vele lagen, volgens zijn website tot zo'n 400, over elkaar heen te gooien. Uit de kakofonie die hieruit voortvloeit, zijn dubstep, drum 'n' bass en de onvermijdelijke keelzang te herkennen. Soms is het tenenkrommend, op andere momenten lachwekkend en heel af en toe zo overweldigend dat het weer eentonig wordt. Nergens is het echter saai en de premisse en uitvoering van het stuk, dat zijn melodielijn ontleent aan een prachtige modern-klassieke vioolpartituur, zijn samen meer dan de som der delen.

Daarna komt het iets kalmere, maar nog steeds niet rustige 'S’Wonderful (That The Man I Love Watches Over Me)', geschreven voor fluit en computersamples. Dit stuk is misschien ietwat topzwaar; wanneer men het programma leest, blijken hiphop, Gershwin, Wagner, het middeleeuwse quodlibet, MGM-musicals en filmsamples elkaar te ontmoeten ter nagedachtenis aan Maguire's moeder. Het zal wel. Er is van alles te beleven en dat is het voornaamste. De spanningsboog in dit stuk is wat geleidelijker en het doel is niet, zoals bij 'The Discofication Of The Mongols', om het publiek omver te blazen. Eerder moet de luisteraar raden waar we nu weer aanbeland zijn.

Meerdere luisterbeurten doen beide stukken recht; pas dan blijkt dat veel van de audio-informatie ook daadwerkelijk verwerkt kan worden. Dit is muziek voor de koptelefoon, om helemaal in te verdrinken en dan na afloop met een rustig 'amen' te genieten van twintig minuten stilte in een kamer met vier witte muren en een plant.

Meer horen?
Op de
website van de Classical Archives kun je van beide stukken een kort fragment beluisteren.

Labels:

(Sybren Renema, 5.2.12) - [print] - [naar boven]





Concert
Bik Bent Braam geëxplodeerd

Bik Bent Braam met programma 'Exit', zaterdag 28 januari 2012, Grand Theater, Groningen

Dat nu ook pianist, componist en bandleider Michiel Braam de handdoek in de ring heeft geworpen is een veeg teken. Jarenlang genoot zijn Bik Bent financiële ondersteuning door de rijksoverheid, maar de subsidies zijn inmiddels dermate geslonken, dat het niet langer mogelijk is deze dertien topmuzikanten bij elkaar te houden.

Voor de afscheidstournee die tot en met 12 februari loopt, heeft Braam een aantal stukken geschreven zonder einde en een aantal zonder begin. Bovendien verwijderde de componist de noten C, E en G, die immers toch slechts tot vertrouwde moederakkoorden aanleiding zouden geven. Soms simpelweg door ze uit te gummen. Zijn musici, die altijd al een ongeëvenaarde vrijheid genoten, moesten zelf maar zien daar wat van te bakken.

Dat lukte vanzelfsprekend heel aardig. Sommige stukken zonder einde, zoals het pointillistische 'Attention Beatle Dandruff' (zo verstond ik het althans; in werkelijkheid bleek het 'Attn. Peter van Drub' te heten, ook een sterke titel), gingen heel voorspelbaar als de spreekwoordelijke nachtkaars uit. Een solo stierf gewoon af en dat was het dan.

Op de een of andere manier werkte het omgekeerd beter. 'A Sponsor Ex' begon met een verstilde pianosolo met Satie-aspiraties. Op een gegeven moment ging slagwerker Michael Vatcher daar doorheen zitten kraken, onhoorbaar aanvankelijk, maar allengs storender. Ongeveer zoals een dikke mevrouw in het zeteltje voor je kan kraken, wat erger wordt als je daar eenmaal op gaat letten. Het slot van het stuk kon geen groter contrast opleveren; dat was krachtig en vastberaden, alle muzikanten bliezen zich de longen uit de lijven.

Soms klapte een stuk midden in een solo radicaal om. In 'We Have A Pretzel' (nee hoor: 'Be Ever Pregnant') blies trombonist Wolter Wierbos zo'n scharniersolo. Dat was wel een beetje kenmerkend voor de aanpak: een compositie begint coherent, in een bepaald idioom, om al snel tot kettingbotsingen en Brownse bewegingen te vervallen.

Braam heeft overigens geen voorkeur voor een bepaald idioom: seriële muziek, minimal, jaren twintig vaudeville, 1970 free jazz, cut-up technieken, alles is bruikbaar. Maar: nadrukkelijk géén bigband-swing. Terwijl dat met deze muzikanten toch een koud kunstje zou zijn. Te koud misschien? (Wedden dat die gasten in het busje onderweg naar huis te gek gaan op Lionel Hampton?) Bij de Bik Bent Braam is de swing altijd aan de stugge kant. Overigens was dat in het verleden anders – toen citeerde de componist wel degelijk uit de bigband-canon.

De leider zet op een gegeven moment een soort James P. Johnson-ballad in, maar zodra je 'Teach Me Tonight' of 'I’ve Grown Accustomed To Her Face' meent te herkennen, tettert het orkest daar weer dwars doorheen. Alsof het wil zeggen: 'Bwââh, dáár hebben we nou even helemaal geen zin in.' Zoals componist Igor Stravinsky met zijn 'Ebony Concerto' een soort opengewerkte tekening van een jazzorkest presenteerde, zo laat ook Braam zijn Bik Bent met sardonisch plezier exploderen. Een waardige Exit.

Klik hier voor foto's van dit concert door Maarten Jan Rieder.

Labels:

(Eddy Determeyer, 3.2.12) - [print] - [naar boven]





Cd
Peter Evans Quintet - 'Ghosts' (More Is More, 2011)

Opname: 5 & 6 juni 2010

The quintet: Peter Evans (trumpet), Carlos Homs (piano), Tom Blancarte (bass), Jim Black (drums) and Sam Pluta doing live processing. What they do with the music is like going on a roller-coaster as you're tossed up in the air, whizzed around corners, spinning down and around. The quintet mixes bop and electronics in a compelling way, reminding me of the direction John Zorn took with his zapping music. 'One To Ninety-Two' is a post-bop type melody with subtle use of electronics and a rhythm section that stops and starts, speeds up and slows down. It's almost like a bebop Captain Beefheart... and that's just the first track. '323' hits you right between the eyes, flying off into a free form improvisation that gradually reassembles itself, only after visiting several different rhythmical sections. Here the music is relentless.

Carlos Homs plays excellent piano, keeping a fine balance between post bop and the avant-garde by mixing modern styles in a way that Matthew Shipp or Craig Taborn do. Jim Black is also in great form, maybe his most interesting drumming since the Tiny Bell Trio. Sam Pluta takes the music, in particular Evans trumpet, and sends it back to us the listener in many guises. In fact, sometimes it takes you a second to realise what you're actually hearing. Blancarte holds the whole thing together, probably more than we actually notice.

There are a few stopping places on the journey though, 'Ghost' being the first - based on the standard 'I Don’t Stand A Ghost Of A Chance With You'. Here the music is calm and spacious, with Evans trumpet spiralling away in all directions, even though he stays close to the melody (never played). The music is often daring and always interesting. And that is probably the winning point of the album: the music always stays melodic even in the wildest moments, whilst remaining remarkably accessible. 'Articulation' is like a conclusion at 14 minutes, the sum of all the music heard, forever changing. This for me is where Wynton Marsalis could have gone with his classic 4tet, but never did.

You could write much more about this cd, as the music manages to subtly integrate many styles, with endless details to discover. An excellent album with no weak moments and I suspect one that will be high on 'best of' lists of the year 2011.

Deze recensie verscheen eerder op
Free Jazz.

Meer horen?
Van dit album kun je hier de track '323' beluisteren.

Labels:

(Stef Gijssels, 1.2.12) - [print] - [naar boven]





Concert
Brederode stelt zich bescheiden op in 'Post Scriptum'

vrijdag 27 januari 2012, Paradox, Tilburg

Tijdens dit concert werd je als het ware uit je stoel gelicht en meegevoerd langs kleurrijke, muzikale ontwerpen. De zogenaamde 'soundscapes'. Je belandde pas weer met beide benen op de grond nadat de laatste noot gevallen was. Het is waar: pianist Wolfert Brederode musiceert vanuit een onconventionele klankbeleving en moet wel haast een rijke fantasie hebben. Hij en zijn flankerende topmaten vertelden boeiende verhalen in verschillende bedrijven. Bezien vanuit een eigen idioom, maar steeds met een gezamenlijk doel als uitgangspunt.

Klarinettist Claudio Puntin nam het voortouw. De stukken leken om hem heen te zijn gearrangeerd. Door zijn opvallende blaastechniek, waarmee hij lucht laat circuleren, ontstonden unieke klanknuances. En met het warme geluid van zijn basklarinet vormde hij heerlijke, droefgeestige melodielijnen, waarmee hij eenieder wist te betoveren. Maar daarnaast was hij ook baldadig en wist hij te shockeren met snerpende en tegendraadse klanken. Vaak met hulp van een effectenpaneel, waar hij overigens zeker niet overdadig mee was; hij wist het op de juiste momenten en op relevante wijze in te zetten.

Voor Brederode zelf lijkt stilte en eenvoud een essentieel gegeven. Met schijnbaar simpele noten en melodielijnen creëert hij lyriek, waarmee hij zijn uniciteit waarborgt. Hierdoor toonde hij zich een prima tegenpool voor Puntin en omfloerste hij het gehele klankenpalet met zijn luchthartige spel. Toch was zijn opstelling zeer bescheiden te noemen; hij had zeker meer van zichzelf mogen laten zien. En daar was genoeg gelegenheid voor in de soms erg lange lijnen van de composities. Overigens lag juist daar een belangrijke taak voor bassist Mats Eilertsen, hij was de stabiele en bindende factor met zijn inspirerende spel.

Drummer Samuel Rohrer is een verhaal apart. Hij identificeert zich door zijn tomeloze energie en melodieuze ritmiek. Soms krachtig en opzwepend, dan weer fijnzinnig en haast dichterlijk. Het was soms veel, want hij vulde op en in, maar het leek haast alsof hij piano speelde op zijn drumkit.

En dan was daar het speeldoosje. Zo'n klein dingetje, weet je wel, dat we vroeger voor onze kleine kinderen kochten en wat je ergens op moet leggen om als klankbord te fungeren, met een draaizwengeltje. Nou, dat speeldoosje speelde een cruciale rol. Het begon op de kam van de contrabas van Eilertsen om daarna via de drumkit van Rohrer te belanden bij Puntin. Laatstgenoemde creëerde een haast surrealistische sfeer door het onder een microfoon te leggen en er langzaam aan te draaien, terwijl hij er summiere geluidseffecten op losliet. Dat was buitengewoon mooi.

Helaas was over het gehele concert genomen de uitstraling van de heren muzikanten dodelijk serieus. En waarom? Het leek alsof ze opgesloten zaten in een cocon. Op een enkele uitzondering na was er nauwelijks sprake van enige zichtbare inleving of synergie op het podium. Dit deed verder niets af aan de kwaliteit van de muziek, maar iets meer openheid en interactie zou de betrokkenheid van het publiek zeer zeker vergroten en de toegankelijkheid voor een jonger en breder jazzpubliek kunnen verhogen. En dat verdient deze muziek zeker.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Donata van de Ven, 1.2.12) - [print] - [naar boven]





Cd
Ron van Stratum - 'Swingin’ In The Swamp' (Mons Records, 2010)


Limburg, dan denk je tegenwoordig aan onthaasten, kinderen die spelend door een bergweide zonder koeienstront rennen, een Toscaanse pizza en dat alles zomaar twee uurtjes onder de rook van de Randstad vandaan, een beeld waarbij je niet meteen denkt aan jazzrock waarvan je uit je dak gaat.

Drummer Ron van Stratum, geestelijke vader van 'Swingin’ In The Swamp' maalt daar niet om. Zijn leven is ritme, zijn huis, zijn auto; zelfs als hij met de ogen knippert, hoor je de klik, val je in de groove, wordt alles dynamisch. Kaarsrecht legt hij variant op variant op de mat. Ontspannen leunt hij in zijn technisch en beheerst spel achterover. 'Swingin’ In The Swamp' is geen typisch streekproduct, integendeel: het is fusion/jazz/funk van de bovenste plank, dat zo uit New York of Los Angeles had kunnen komen. Knalt gewoon mijn Tiedtke-speakers uit. De mix is van Van Stratum zelf, ondersteund door Emiel van Egdom, het product is gemasterd in de VS door Scot Kinsey.

Feest. Dat is de eerste gedachte, wanneer deze cd in de speler draait. 'Zawinizm' klinkt vet, 'Sunrise At The Pyramids' is mooi mystiek neergezet. 'Round Trip' lijkt me een heerlijk nummer om live te zien. De verzorgde ritmische opbouw ontbreekt in geen enkel nummer; de basis blijft strak, terwijl diverse druktemakers uit hun dak gaan.

Ondanks of dankzij de vele opnames in thuisstudio's klinkt de cd evenwichtig. Eigenlijk een mooi bewijs van het nieuwe opnemen. Ieder verzorgt zijn deel thuis. Natuurlijk ontbrandt de discussie: te technisch en te weinig mogelijkheden voor chemie, ten opzichte van lekker in trainingspak of pyjama in spelen, de chemie komt via skype, en zit opgesloten in de muziek. Hard, dat is de tweede gedachte. 'Swingin’ In The Swamp' is geen doorsnee bankzitter voor een zwijmel avondje.

Technisch worden er heel wat noten geproduceerd en Van Stratum heeft behoorlijk wat internationale musici om zich vergaart om het ook echt tot een drukbezocht feest te maken. Return To Forever is ook zo'n associatie en dat mag in deze toch wel een compliment zijn. Tempo. Strak, geen gelul, the feel is sowieso aan techniek onderhevig, maar gaat niet verloren, integendeel. Fraai voorbeeld hiervan is 'Mind The Mosquitos'. Hier wandelen diverse stijlfiguren hand in hand. Het plezier, de technische vaardigheid en de ontdekkingstocht druipen ervan af.

Opvallend is de klank van de zessnarige bas, gespeeld door Roman Korolik. Een wereldklank. Van Stratum, als menner van deze stal wilde paarden, gebruikt alles waar je maar mee kunt rammelen of op kunt slaan, maar dan in volkomen beheersing. Dat allemaal in een concept dat hij – perfectionist, percussionist - op de mat legt. Het feest houdt aan en gaat door, de hele cd lang. Solisten Peter Hermesdorf, Andy Middelton, Sam Vloemans gaan om de beurt stevig uit hun dak op sax en trompet, en de piano's, Moogs en aanverwante keyboards van Jim Beard, Wilbert Kivits en Mike Roelofs rennen om het hardst.

Kent deze cd dan geen rust? Dat is nou net het gekke. De zaak is zo strak ingespeeld, dat je op het puntje van je stoel blijft luisteren; tenminste als het je lukt om te blijven zitten. Loeihard heb ik 'm afgedraaid. Het is inderdaad een feest; eindelijk eens een eigentijds jazzproduct uit Limburg dat de concurrentie aan kan en klinkt als een Amerikaanse tiet. Uiteindelijk duiken ze allemaal over elkaar heen; snerpende gitaren, Moogs, jazzy stuff en ga zo maar door. Gewoon luisteren, genieten en alle lof voor die man met dat drumstel in het hart. Voor zijn spel en voor deze vet coole 'Swingin’ In The Swamp'.

Meer horen?
Op de
Myspace-pagina van Ron van Stratum kun je van dit album de volgende tracks beluisteren: 'Zawinizm', 'Swingin’ In The Swamp' en 'Little Argument'.

Labels:

(Jo Dautzenberg, 1.2.12) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.