Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




Concert
Peter Evans kan alles – maar is alles ook muziek?

maandag 16 mei 2011, Kulturspeicher, Leer

Leer ligt zo'n zeventig kilometer ten oosten van Groningen. Het is bij benadering zo groot als Uden, maar de Kulturspeicher, een schitterend verbouwd historisch pakhuis, stroomt elke maand vol voor artiesten waarvoor het Amsterdamse Bimhuis zich niet zou hoeven schamen. De afgelopen maanden traden de saxofonisten Joe McPhee en Jorrit Dijkstra en trombonist Glenn Ferris er op. Ja, Duitsland hè, dat land waar wij nog niet zo lang geleden wrange grappen over plachten te maken. Rechts ingehaald, jongen, op alle fronten.

Van zijn eerdere optredens in Nederland (en van YouTube) weten we, welke beperkingen Peter Evans van zijn trompet accepteert. Geen. Evans is de Charlie Shavers van de 21ste eeuw. Hij gaat door waar Paul Smoker in de jaren tachtig ophield. Neem het fenomeen circular breathing. Op trompet sowieso al hondsmoeilijk. Doorgaans beperken koperblazers zich tot één noot die ad infinitum (en niet zelden ad nauseam) aangehouden wordt. Evans presteert het, al circulair ademend het ene huzarenstukje na het ander uit de mouw te schudden. Zoals het nemen van griezelig grote en snelle intervalsprongen, zodat hij in feite met zichzelf kan duelleren.

In Leer speelde hij zowel pocket trumpet als het meer gangbare model. Dat eerste instrument is voorzien van een vierde ventiel, waardoor Evans moeite- en feilloos van noot naar noot kan glijden, onderweg alle microtonen meenemend. Zijn snelheid lijkt hier ook hoger te liggen. Bij het standaardmodel gebruikt hij de schuif van het derde ventiel om zijn geluid te kleuren.

Tot dusver lijkt het allemaal eerder een kunstje dan kunst. En eerlijk gezegd bleef dat in het achterhoofd knagen: weergaloos knap, regelmatig diende je de bek een tik te geven zodat hij weer terugschoot, maar was het ook weergaloze muziek? Wel, om te beginnen leek het soms alsof er twee bandjes op het podium stonden. Pianist Carlos Homs en bassist Tom Blancarte leken voor een wat meer traditionele koers te opteren dan Evans en drummer Jim Black, die vrijere beginselen waren toegedaan.

Als een konvooi op hoge zee, waarvan elk schip zo zijn eigen eigenaardigheden en problemen heeft, maar dat uiteindelijk toch als een eenheid zijn plaats van bestemming bereikt. Maar de empathie tussen trompettist en drummer was verbluffend. In het laatste nummer bewerkte Black de onderdelen van zijn kit met een strijkstok, waarbij hij een perfecte tweede melodielijn voor Evans creëerde. Ook in de tricky tempowisselingen gingen de muzikanten gelijk op.

Dus: weergaloze muziek? Ik schort mijn oordeel nog even op, tot Peter Evans een keer is komen jammen in de Groninger Smederij, bijvoorbeeld. Da's toch de ultieme test.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

(Eddy Determeyer, 30.5.11) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Marc Van den Hoof neemt afscheid van 'Jazz'


Marc Van den Hoof, de producer, samensteller en presentator van het radioprogramma Jazz (Klara), neemt vanaf vandaag afscheid van de radio met een extra maand jazz. Voor hij met pensioen gaat, brengt hij in twintig afleveringen zijn eigen jazzverhaal aan de hand van wat er in zijn platenkast staat.

Van den Hoof voegt nog een extra maand toe aan tien jaar uitzendingen van Jazz. Van maandag 30 mei tot en met donderdag 30 juni vertelt de radiomaker tussen 23 en 24 uur in twintig afleveringen zijn eigen jazzverhaal.

Van den Hoof gaat op 1 juni met pensioen. Hij studeerde Romaanse filologie en werd in 1976 producer bij de VRT-radio. Hij begon bij Omroep Brabant en presenteerde later op Radio 1 maatschappelijke en consumentenprogramma's. Bij Klara maakte en presenteerde hij verschillende woord- en jazzprogramma's, zoals Volgeboekt, Songbook en Jazz. Van den Hoof is ook dichter, saxofonist, docent en columnist.

Kijk voor meer informatie op de website van Klara.

(Maarten van de Ven, 30.5.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Susanne Alt Quartet – 'Live At Bimhuis' (Venus Tunes, 2011) 2 CD

Opname: 2010

Wat mij betreft, had het er al eerder van mogen komen: een live-cd van Susanne Alt. Maar het wordt meteen goedgemaakt met een dubbelaar! En het is meteen zó live en zó lekker veel, dat je thuis meteen een avondje uit bent.

Een cd-concert met een duidelijke kop en staart. De band zet als opener het ophitsende 'Now Forever' in zonder de leading lady, die, duidelijk gemarkeerd door gejuich en applaus, een kleine minuut later opkomt; het slotnummer, 'Happy People In The Morning', met de langzaam opstartende piano-turbo van Thijs Cuppen, is de ultieme uitsmijter. Daar tussenin een gulle waaier van meer dan een dozijn stukken. Zeven van Alt zelf, en de rest van individuele bandleden (met een ruim aandeel van bassist Sven Schuster). Qua sfeer en stijl sluiten de composities naadloos op elkaar aan.

Een lekker stel bij elkaar, Alt, Cuppen, Schuster en Lemm. Stuk voor stuk muzikanten bij wie de muziek vanuit de tenen komt. En dat niet alleen. Hoewel allen relatief jong, getuigen hun verrichtingen van rijpheid en visie.

Om te beginnen met de leidster van het kwartet. Susanne Alt weet wat ze wil, en wat ze wil, doet ze briljant. Ze speelt met een exemplarisch gevoel voor structuur en ritme, en haar toon is ferm en onopgesmukt. De durf en de argeloze oprechtheid in haar spel doen mij aan Art Pepper denken. Een formidabele techniek in dienst van totale zelfexpressie, het jagen van climax naar climax, hoger en hoger, tot je toon vanzelf een keer overslaat en je maar weer terugkeert naar de aarde. No holds barred! Prachtig vind ik ook de ritmische patronen die ze lust, door een stuk of wat maten, om daarna haar melodische koers weer voort te zetten.

Dan de heren. Thijs Cuppen is een pianist met een percussieve aanslag, die, net als Alt, een voorliefde aan de dag legt voor bluesy spel, maar daar graag ook nog latin-elementen aan toevoegt om een geweldige ritmische power te ontwikkelen. Sven Schuster, zoals gezegd een gulle leverancier van composities op deze dubbelaar, beheerst de contrabas in alle voorbijkomende stijlen: blues, funk (licht als op een basgitaar), latin en swing. Uiterst fraai en markant is zijn gestreken spel, zoals in 'More Of That'. En last but not least Philippe Lemm, een uniek, vederlicht spelend drumtalent, dat elk ensemble waarin hij plaatsneemt doet rondvliegen als op een Perzisch tapijtje. Een deel van zijn muzikale kracht schuilt in zijn gebruik van de brushes, die hij niet reserveert voor – excusez le mot – 'roerbakken', maar ook hanteert in funky nummers, waar andere drummers er met stokken op los zouden meppen.

'Live At Bimhuis' is de ultieme live-cd. Susanne Alt creëert met haar kwartet een zinderende sfeer en een levendigheid, die ik eerlijk gezegd nogal mis op haar studioalbums. Daarop valt sterker op dat haar composities, weliswaar uitgangspunt voor groovy solo's, bepaald niet verrassend of vernieuwend kunnen worden genoemd. Timide thema's veelal, wat grijs en gewoontjes. Het is duidelijk dat Alt zichzelf in het componeren niet echt uitdaagt, en dat vind ik wel jammer. Wat echter ook mijn bezwaren mogen zijn tegen het conservatieve karakter van haar muziek an sich, aan haar live-performances kan ik me alleen maar reserveloos overgeven.

Meer horen?
Klik
hier om samples van twee nummers van deze cd te beluisteren: 'Now Forever' en 'Right Now'.

Labels:

(Paul van den Belt, 29.5.11) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik / Concert
Sunchild light als opmaat voor ZomerJazzFietsTour

Bekendmaking programma ZJFT met het duo Wolter Wierbos-Frankie Douglas, zondag 15 mei 2011, Kerkje, Oostum

Er stond een straffe wind en de regen kletterde tegen de ramen van het kerkje van Oostum toen Marcel Roelofs het programma van de vijfentwintigste ZomerJazzFietsTour (ZJFT) uit de doeken deed. Als om te benadrukken dat de tocht der tochtjes niet voor de watjes onder ons is weggelegd. Van de andere kant: een tocht naar Berlijn kunnen we ons nu besparen. Want met La Dolce Vita, Booklet, Boombox, Hyperactive Kid, BassX3 en Hook, Line & Sinker, er is geen woord Germaans bij, is die stad goed vertegenwoordigd, zaterdag 27 augustus op het Groninger Hogeland.

Voor het overige is ernaar gestreefd, zoveel mogelijk bekende gezichten van 25 jaar ZJFT in de middeleeuwse terpkerkjes en boerenschuren te krijgen. Zo vinden we Sean Bergin (met pianist Alex Maguire), Han Bennink (met Daniele D'Agaro en Alexander von Schlippenbach en met de Dutch Impro Academy) en Wolter Wierbos (met diezelfde Academy en met The Ex Brass Unbound) op ons pad. Voorts hebben De Jongens Driest (Joop van der Linden, Janfie van Strien en Arno Bakker) zich bij wijze van Special Project versterkt met Roy Paci (trompet), Matt Darriau (altsax), Michael Vatcher (drums) en Cmon (elektronica). In totaal treden er 28 groepen op.

Dat oude kerkjes en koperinstrumenten een match made in heaven zijn, bewees trombonist Wolter Wierbos maar weer eens. Samen met gitarist Frankie Douglas presenteerde hij een soort vestzakeditie van de groep Sunchild van die laatste. Jazzgroepen van meer dan vier personen zijn, zoals we weten, door de huidige regering de facto verboden. Dominees, plebanen en andere gezalfden waarschuwden ons er negentig jaar geleden al tegen en het is mooi dat Rutte en zijn Reut die wijze raad nu eindelijk ter harte hebben genomen.

Wierbos en Douglas zouden geen vindingrijke muzikanten zijn wanneer ze van de hoge nood geen nobele deugd hadden gemaakt. Zo speelde Wierbos in feite het orkest, terwijl Douglas de ritmesectie voor zijn rekening nam. Je hoorde dus gewoon een light versie van Sunchild. Typerend was dat er niet voor de voor de hand liggende weg was gekozen: geen moment gingen de muzikanten over tot onbegeleide solo’s, voortdurend hoorden we een orkest. (We vragen ons achteraf toch af, of de toonkunstenaars hiermee niet zozeer tegen de letter, dan toch wel de geest van de wet handelden.)

Opvallend was, dat Wierbos' spel in de loop der jaren aardser is geworden. Hield hij zich voorheen vooral buiten de aan de trombone toegemeten perimeter op, in Oostum gebruikte hij die effecten (zoals het vliegensvlug openen van het spuugklepje) slechts sporadisch en in dienst van de compositie. Het leek er soms zelfs op, dat we weer in 1930 waren beland, de era van J.C. Higginbotham, Tommy Dorsey en Tricky Sam Nanton, de tijd ook dat de dominee van wie weet dezelfde kansel fulmineerde tegen lippenstift, socialisme en foxtrot. De trombonist speelde melodisch; niet slechts vertolkte hij de composities van Douglas, maar binnen die stukken was het een komen en gaan van minieme en minutieuze subsongs. Overigens waren die composities, zoals het stuk 'Visions', inmiddels soms meer dan veertig jaar oud.

Ook zo'n ouwetje was 'From Behind The Sun'. Tja, wat ligt er achter de zon? Frankie Douglas gaf het antwoord: West-Afrika, Senegambia. Want daar kwamen zijn cirkelende gitaarfiguurtjes vandaan.

Terug naar huis hadden we de wind schuin mee, een zelden waargenomen meteorologisch fenomeen benoorden de stad Groningen.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Pieter Malfliet.

Meer weten?
Kijk voor uitgebreide informatie over het complete programma van de komende ZomerJazzFietsTour op de website van het festival.

Onze recensies en fotoverslagen van vorige edities van de ZomerJazzFietsTour: 2010, 2009 (part 1), 2009 (part 2), 2008, 2007, 2006, 2005 en 2004.

(Eddy Determeyer, 28.5.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Van ingetogen naar alle remmen los

Christian McBride & Inside Straight, zaterdag 14 mei 2011, Paradox, Tilburg

Goedgeluimd en lachend kwam de Amerikaanse bassist Christian McBride met zijn Inside Straight het podium op. De toon werd gezet met het groovy nummer 'SKJ Blues' van Milt Jackson, waarmee Warren Wolf zijn geweldige techniek op de vibrafoon tentoonspreidde. Op suggestie van McBride werden Wolfs solo's ontvangen met howls in plaats van applaus.

Schijnbaar met het grootste gemak speelden deze muzikanten in de traditie van bebop, groove en swing met veel verwijzingen naar Cannonball, St. Louis, Ray Brown and the likes. Bijna alle nummers van de in 2009 uitgebrachte cd 'Kind Of Brown' werden ten gehore gebracht.

De prachtige ballad uit 1934 'Where Are You' werd door McBride uitgevoerd met gestreken bas, een kritisch moment, maar het resultaat was ingetogen, mede dankzij een ontroerende solo van pianist Peter Martin.

Anderzijds werden alle remmen losgegooid in een nummer als 'Used ‘Ta Could'. Dat is Baltimore slang en betekent zoveel als 'vroeger kon ik dat en nu niet meer', hetgeen door de band werd uitgedrukt in een enorm vette groove, waardoor saxofonist Jaleel Shaw zich tot het uiterste liet opzwepen.

In het toegift tenslotte kreeg drummer Ulysses Owens Jr de kans zich uit te leven op drums, waarbij hij indruk maakte door het grootste deel van de solo met één hand uit te voeren. Een prachtconcert met doorgewinterde talenten!

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.

(Monique van der Lint, 28.5.11) - [print] - [naar boven]





In memoriam
Zim Ngqawana


Op 10 mei is in Zuid-Afrika Zim Ngqawana overleden. Ngqawana was een van de meest vooraanstaande muzikanten uit dat land van na de exodus van zwarte muzikanten, die plaatsvond vanwege het apartheidsregime. In zijn spel zijn invloeden te horen van de oudere generatie Zuid-Afrikaanse saxofonisten, zoals Dudu Pukwana, gecombineerd met de vrije jazz van met name de laatste periode van John Coltrane.

Ngqawana's muzikale talent ontwikkelde zich relatief laat. Op zijn 21ste pakte hij de fluit op en enige tijd later waagde hij zich aan de saxofoonfamilie. Hij bleek een talent en werd al gauw onderwezen door Archie Shepp en Yusef Lateef, muzikanten die zeker invloed op zijn spel gehad hebben. Van Lateef leerde Ngqawana hoe muzikale werelden kunnen versmelten, zonder een goedkoop aftreksel van wereldmuziek te worden. Shepp, met zijn herkenbare gevocaliseerde stijl en brede kennis van de Afro-Amerikaanse cultuur, was een goede bron voor een begrip van de fire music van de jaren zestig.

Toch beperkte Ngqawana zich niet tot de inmiddels stereotype black-power, politieke en new age-achtige spiritualiteit, die bij de generatie van Shepp en Lateef ingebakken zit. Hij speelde bijvoorbeeld even makkelijk met Europese grootheden als Paal Nilssen-Love en Ingebrigt Haaker-Flatten. Bovendien leidde hij de band Zimology, die naast hemzelf bestond uit William Parker, Nasheet Waits en Matthew Shipp. Hierin was hij even onverwoestbaar als bijvoorbeeld David S. Ware, een andere muzikant met wie Ngqawana oppervlakkige overeenkomsten vertoont. Meest van alles kenmerkte Ngqawana's stijl zich door het vermogen van declamatoire passages naar nerveuze secties vol alternatieve technieken en arpeggio's te gaan.

Ngqawana stierf op 51-jarige leeftijd aan een hartinfarct.

(Sybren Renema, 27.5.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Chet Baker – 'Let’s Get Lost' (Milan, 2008)

Opname: 1952-1956

Geremasterde opnamen uit 1952-1956, de beginjaren van trompettist Chet Baker. Prachtig, zo kun je mooi zijn ontwikkeling volgen. Ja, me neus. In hun ondoorgrondelijke wijsheid hebben de Parijse producers van deze schijf besloten, dat de juiste volgorde 1955-54-56-55-53-52-53 diende te zijn.

Afgezien daarvan is er weinig mis met deze muziek. We horen Baker als lid van het roemruchte pianoloze kwartet van baritonsaxofonist Gerry Mulligan. Hun samenspel is voorbeeldig; het is werkelijk verbluffend hoe goed de erudiete arrangeur en componist, die Mulligan was, met de intuïtief opererende trompettist samenwerkte.

Iets van dat gevoel voor vorm moet bij Chet Baker zijn blijven hangen, getuige de arrangementjes van zijn eigen kwartetten – al vermoed ik dat ook pianist Russ Freeman zijn duit in het zakje heeft gedeponeerd. De improvisaties van de trompettist vertonen in elk geval een niet mis te verstane logica. Baker was zelfs zo leep dat hij de steken die hij in 'Easy To Love' dreigde te laten vallen behendig in zijn voordeel wist te transformeren.

Op de eerste negen tracks zingt hij ook. Dat is op zich geen probleem, ware het niet dat je op bepaalde radiozenders dood wordt gemept met de zingende Chet. En of je nu Chesney Henry Baker heet of Edward Kennedy Ellington of Wolfgang Amadeus Mozart, overdaad schaadt en slijt.

(Eddy Determeyer, 27.5.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Vloeimans en Benders: gelijkwaardige muzikale zielen
Kytecrash, donderdag 12 mei 2011, Mezz, Breda

De samenwerking tussen trompettist Eric Vloeimans en collega Colin Benders ontstond vorig jaar op het jaarlijks gehouden festival Jazz in Duketown in Den Bosch, waar zij allebei uitgenodigd waren. Resultaat: ieder bracht drie muzikanten mee en in vijf dagen werd de cd 'Kytecrash' geboren in Kytopia, Benders' eigen studio.

Inmiddels een jaar later en vele optredens verder, kunnen we toch wel stellen dat het hier gaat om een succesvol project en een vruchtbare samenwerking. Ondanks dat Benders een stuk jonger is en minder ervaring heeft, staat hij voor een geheel eigen sound en persoonlijkheid. Vanuit de hiphop vertegenwoordigt hij een jong en cool publiek, maar door het verhaal in te stappen met Vloeimans krijgt zijn spel meer diepgang en lijkt hij zich los te weken uit het imago van Kyteman.

Alle geplande concerten waren in korte tijd volledig uitverkocht, zo ook vanavond in de Mezz, alwaar ik dit muzikale avontuur zelf mocht meemaken. Uiterst nieuwsgierig in ieder geval, maar door alle media aandacht en bezochte filmpjes op het net toch met enigszins hooggespannen verwachting.

Een koninklijk begin (met een dikke knipoog) met 'Your Majesty', waarin de symbiose tussen de twee meesters meteen duidelijk werd. Dat was ook het geval in 'Ballad For Kyte', een stuk dat Vloeimans schreef voor Benders, maar er waren zeker meer momenten waarin duidelijk werd waar het hier om ging. Volgens Vloeimans simpelweg "een essentie waarin je met heel eenvoudig materiaal iets heel moois maakt". Maar dan nog moet je de potentie hebben om het samen uit te voeren en een harmonische eenheid te vormen. En dat is iets wat deze twee uiterst talentvolle heren als geen ander begrijpen; twee gelijkwaardige muzikale zielen die spelen vanuit hun hart.

Ook het tweede nummer had impact, wat grotendeels te danken was aan de jazzy grooves van Jeroen van Vliet op zijn Rhodes, de onverstoorbare steady baslijnen van IJslander Gulli Gudmundsson en de strakke ritmiek van drummer Jasper van Hulten. De invloed van Gatecrash was duidelijk. De stuwende kracht en jazzinvloeden waren herkenbaar en zorgden telkens voor een opleving in de zaal. Niels Broos, de toetsenman van Benders, zorgde samen met Van Vliet voor prachtige duels en een stabiele ondersteuning van de groep. Mooi om te zien dat de diversiteit in hun benadering geen enkel obstakel vormde om elkaars superioriteiten op een constructieve manier te benutten.

Kytecrash maakte veel gebruik van elektronische effecten (Mathijn den Duijf - No Input Dubmachine en Melodica), waarmee een magische, soms spooky sfeer gecreëerd werd. Daarbinnen was veel ruimte voor zanger/rapper Pax. Toegegeven, hij heeft een diep en warm stemgeluid en op de zeldzame momenten waarop hij echt zingt is dat zelfs mooi te noemen, maar het waren veelal persoonlijke, filosofische overwegingen die hij afvuurde op het publiek, uiterst vaag en op een zeker moment gewoon te veel. In zijn enthousiasme werden het langdradige, gesproken verhalen, waarbij je uiteindelijk de concentratie en de interesse verliest om ze tot het einde te volgen.

Heerlijk was de swingende beat in de nummers van de hand van Benders, waarbij ik niet meteen dacht aan hiphop, maar aan een combinatie van laid back lounge en afrobeat met invloeden vanuit reggae, gegarneerd met een flinke dot fantasierijke improvisatie. Benders en kompaan Pax waren zeer beweeglijk op het podium en genoten duidelijk van de intentie van de muziek en de onderlinge synergie. Er werd heel wat afgeknuffeld. Vloeimans stelde zich bescheiden op en hield zich een beetje afzijdig. Ook leek hij zich niet helemaal te kunnen geven in zijn solo's. En dat heb ik wel eens anders gezien. Maar ach, het is en blijft een avontuur toch? Het was leuk en Kytecrash is nog steeds hot!

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Siebe van Ineveld.

(Donata van de Ven, 25.5.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Zapp 4 – 'Radiohunter' (LopLop, 2010)


Vreemd genoeg is dit de eerste cd van Zapp 4 – voorheen bekend als het Zapp! String Quartet – met alleen eigen composities. Eigenlijk is het vreemd dat er zo weinig improviserende strijkkwartetten zijn, want het is toch een van de populairste formaten in de muziek überhaupt.

Wat opvalt is het fraaie omslagontwerp van Aziza Harmel, dat evenals de muziek tegelijk eigentijds en organisch aandoet. Van de zeven stukken op deze cd is altviolist Oene van Geel (mede)leverancier van vier stukken, wat nog meevalt als je weet hoe veel Van Geel ook voor andere formaties schrijft. De twee stukken van violist Jasper le Clerq en het ene stuk van violist Jeffrey Bruinsma zijn evenwel kwalitatief zeker niet minder. Cellist Emile Visser heeft geen composities aangeleverd.

Het album begint met het titelstuk, een swingende en pittige compositie met, zoals verderop het album, smakelijk verschuivende kleuraccenten. Daarna volgt 'Unseen', een impressionistisch stuk dat tot het eind een mysterieuze sfeer behoudt. Bruinsma's 'After Dark' kent een ontspannen opbouw met bijzonder sterk improvisatiewerk, naar ik aanneem vooral van Bruinsma zelf. 'Bollywood' van Le Clercq kent geen filmmuziek-achtige dansritmes, zoals je misschien zou verwachten, maar valt vooral op door traag verschuivende ensemblekleuren. In 'BMW', ook van Le Clercq, vliegen de snelle frases in het rond.

Zapp 4 probeert gelukkig niet het karakter van de instrumenten te verdoezelen door een overdreven gebruik van pizzicati, maar geeft het strijkkwartet een natuurlijk hedendaags jazzkarakter, zonder de traditionele kwaliteiten van dit type ensemble te verloochenen. Ongetwijfeld het beste album van Zapp tot nu toe.

Meer horen?
Op de
website van Zapp 4 kun je vijf tracks van deze cd beluisteren: 'Radiohunter', 'Unseen', 'After Dark', 'Bollywood' en 'BMW'.

Labels:

(Ken Vos, 25.5.11) - [print] - [naar boven]





Festival
Mooi weer en veel publiek bij populair festival

Rabobank Amersfoort Jazz, vrijdag 13 t/m zondag 15 mei 2011, diverse locaties, Amersfoort

De dagen lengen, het weer wordt zachter, het is de tijd van de jazz– nou ja, jazz?! -festivals. In Enschede, Den Bosch, Middelburg, Apeldoorn, Haarlem, Laren en Wijk bij Duurstede, de grote festivals The Hague en North Sea, en zo was er van 13 tot en met 15 mei het Rabobank Amersfoort International Jazz Festival. Ja, ja, "een mond vol, maar... het dekt de lading goed", althans volgens voorzitter Hans Erdmann van Stichting Amersfoort Jazz. Het is inderdaad vaak zo dat voorzitters van dergelijke evenementen aardige en enthousiaste kerels zijn, maar van het metier hebben ze weinig verstand.

Hoezo Amersfoort Jazz?! Hoezo dekt de lading?! Met de onvermijdelijke kroegentocht met onder andere de Croonerz (van Sinatra tot Bublé en Robbie Williams), Yeah Baby (rockabilly en rock 'n' roll), de Pianoman (uitbundige meezingers), The Tricks (Beatle-eske songs), Trick Of Light (melodieuze pop), Secret Rendezvous (mix van psychedelic, electro en soul) en op de grote podia op de pleinen Roos, Renske & Eline, Boris en Sensual is het jazzgehalte niet hoog te noemen.

Gelukkig was op de vijdag de 'Gateway to Dutch Jazz' aan het festival gekoppeld. De Stichting JazzNL (initiator van de Jazzdag) is in 2010 gestart met een nieuw programma gericht op het duurzaam verbinden van buitenlandse muzieknetwerken met de Nederlandse jazzsector. Dat betekende dat op die dag showcases plaatsvonden door een keur van internationale artiesten. Ze kwamen uit Thailand, India, Rusland, Italië, Spanje, Canada en Noorwegen.

Op de binnenplaats van stadscafé De Observant en in de grote zaal van theater De Lieve Vrouw werden miniconcerten gehouden. Men kan helaas niet op twee plaatsen tegelijk zijn, dus werd de keuze gemaakt voor De Lieve Vrouw. Het duo van pianiste Rita Marcolutti en accordeonist Luciano Bionolini maakte grote indruk. Beide instrumentalisten speelden verfijnd, muzikaal en virtuoos. Hun glasheldere improvisaties in combinatie met secuur en inventief samenspel zorgden voor het hoogtepunt van het festival.

De jonge Spaanse pianist Sebastian Chames speelde met zijn kwartet bekwaam moderne cool jazz en de Russische saxofonist Oleg Kireyev, aangekondigd als één van Ruslands top jazzmusici, bleek niet meer dan een middelmatig blazer te zijn. Alleen in Nederland al zijn er een tiental saxofonisten te noemen die hem naar de kroon steken.

Op zaterdag was het optreden van de Canadese zangeres Irene Atman als gast in de band van Saskia Laroo niet bepaald indrukwekkend. Ondanks haar enthousiaste en daardoor overdreven presentatie kon ze het nachtclubniveau niet overstijgen. Het concert van Konkani Rocks – een feestelijk salsa-orkestje – dat erop volgde veroorzaakte, mede door het verdwijnen van de zon achter toren De Lange Jan, de vlucht naar het podium waar Casey's Tenor Madness down to earth swingende jazz presenteerde.

Nederlands bekendste scheursaxofonisten – Alexander Beets, Boris van der Lek en artist in residence Hans Dulfer – speelden fel en geïnspireerd, met vette bluesy licks en gierende uithalen bekende jazzstandards, onder meer een door Dulfer razendsnel ingezette 'Take The "A" Train'.

Op de zondag konden saxofoonliefhebbers nog eens genieten van een sax summit - met wederom Dulfer, Beets, de Indiër Koh Saxman uit India en de Rus Oleg Kireyev - en van een hommage aan de zieke Rita Reys door zangeres Francien van Tuinen met Boy Edgar Prijs-winnaar Ferdinand Povel. Het festival heeft, mede gelet op het mooie weer, veel mensen op de been gebracht en kan aldus een succesvol event worden genoemd.

(Jacques Los, 24.5.11) - [print] - [naar boven]





Cd
The Original Dixieland Jazz Band – 'In London 1919-1920' (Retrieval, 2011)

Opname: 1919-1923

Om een aantal redenen zijn dit belangwekkende opnamen. Om te beginnen gaat het natuurlijk om de Original Dixieland Jazz Band, het eerste jazzorkestje dat – twee jaar vóór de onderhavige registraties – platen opnam. We horen een band midden in de eerste jazzevolutie, van een zuiver collectieve polyfone aanpak naar een meer orkestraal geluid, waarin individuele solisten een rol gaan spelen.

Voorts zijn twee van de 21 nummers walsen; weinigen realiseren zich dat in het vooroorlogse New Orleans de wals, naast de foxtrot, de belangrijkste dans was. Door de bank genomen speelden de vroege jazzorkesten een kwart van de avond in driekwartsmaat. Dan horen we hoe de band in 'I’ve Lost My Heart In Dixieland' tot tweemaal toe gas terugneemt en extreem zacht gaat spelen. Dat is geen foutje in de opname; van kornettist Buddy Bolden en drummer Baby Dodds weten we dat ook dat een min of meer vast onderdeel was van dansavonden. Tenslotte bespeuren we in de nummers 'Sphinx' en 'Soudan' de hang naar exotisme, zoals die in de westerse wereld sinds het eind van de negentiende eeuw in zwang was.

De remastering van John R.T. Davies is boven alle lof verheven. Niet alleen heeft hij de ergste tikken en ruis verwijderd, waardoor de (akoestische) opnamen hun oude glans terug hebben gekregen, ook horen we nu voor het eerst de drums van Tony Sbarbaro en komt het karakter van de band als geheel veel beter uit de verf. Deze opnamen klinken zelfs zo 'nieuw', dat ik er pas vandaag achterkwam dat ik het merendeel van het spul al tijden in de kast had staan, op een heruitgave uit de jaren zestig. Pas nu viel me de link op met oudere muziek, met orkestrale ragtime en de protojazz van James Reese Europe.

(Eddy Determeyer, 24.5.11) - [print] - [naar boven]





Festival
Gevechten met elektronica

Electro Acoustic Sessions, donderdag 12 en vrijdag 13 mei 2011, Grand Theatre, Groningen

Een soort voorlopige stand van zaken betreffende de integratie van elektronica en improvisatiemuziek, zo zou je de Electro Acoustic Sessions kunnen noemen. Twee dagen stonden er internationale gezelschappen in het Grand en met name op de tweede dag hoorden we boeiende gevallen van symbiose.

Het meest extreem ging het duo Tobias Klein-Raphael Vanoli tekeer. Vanoli, bekend als de helft van Knalpot, speelt gitaar en een kleine twee vierkante meter aan pedalen, knoppen, schakelaars en beeldschermen. Hij voert daar een soort elegante tapdans op uit, terwijl hij tevens een vingerballet op de touchscreens gaande houdt. Als je daarbij bedenkt dat deze Mad Magister van zichzelf tamelijk lang is en meer nog dan de gemiddelde gitarist de neiging heeft als een aardmannetje met zijn gitaar te vergroeien, dan zul je begrijpen dat Robert Crumb het jammer vond dat hij dit optreden moest missen. Het klinkende resultaat intussen was een flitsende carrousel aan gebrom (veel gebrom), gekraak, gepiep, geratel en gewoon gegier. De beelden wisselden tussen oeroude barre heidense soundscapes en serene inkijkjes die elke ECM-producer het water in de mond zouden brengen.

Net als Vanoli wekte Tobias Klein de indruk, nog een appeltje met zijn klarinetten te schillen te hebben. Ze werden beproefd op de grenzen van hun fysieke vaardigheden, maar ondanks dat ook Klein een elektronisch toverdoosje tot zijn beschikking had, was hij eerlijk gezegd toch niet echt een partij voor zijn exuberante partner.

De avond was begonnen met twee performances van violiste Monica Germino. Geholpen door geluidstechnicus Frank van der Wey voerde ze een samenspraak op van haar viool en haar stem met vier sporen viool en vier sporen stem, een en ander gebaseerd op het antieke kinderliedje 'Pretty Little Girl With The Blue Dress On'. Door haar motoriek kregen haar streken iets lichamelijks. Een auditief spiegelpaleis, dat was het. Dat buiten de Meikermis draaide was dus geen toeval.

Haar country-roots waren al hoorbaar in haar eerste werk, een confrontatie van Germino's elektrische viool met David Dramms opgenomen fuzzgeluiden. "Ik wil onderzoeken hoe ver vervorming kan gaan en hoe je speelwijze erdoor verandert," verklaarde ze. De fuzz groeide en week weer, gonsde als een pijporgel en de viool legde het er bijna tegen af. Ook grappig: als je je hoofd boog, hoorde je meer hoge tonen.

Bescheiden was de rol van de elektronica in SOL 12, de nieuwe 'bigband' van basgitarist Luc Ex. Zo nu en dan een toetsje, een vleugje, daarmee hield het op. Meer was ook niet nodig. In dit orkest combineert Ex de rauwe power van de punk met de anarchie van de vrije improvisatie en de vormentaal van de hedendaagse kamermuziek. Zo loste in het openingsnummer 'Not Every Light Has A Shadow' een dreunend basakkoord op in een parade van solisten, die elk een paar maten de buitenste parameters van hun instrumenten opzochten, wat dan weer eindigde in bloedstollende collectieven. Arcadisch snarengetokkel werd afgeblaft door knallend koper. Alles zo strak als een plank.

Contrasten, daar draaide het hier om. In 'Solingrad' speelde de delicaat murmurerende klarinet van Isabele Duthoit een duet met de vluchtig aangestreken marimba van Tatiana Koleva, maar even later joeg Ex daar weer een bot ritme doorheen met trombonist Johannes Bauer, die het roedel blazers bazig aanvuurde.

Luc Ex trad, net als trompettist Franz Hautzinger, gitarist Hasse Poulsen en drummer Tony Buck, ook aan in het Regenorchester dat het festival opende. Het is uiteraard verleidelijk, in de non-figuratieve post-Miles Davis muziek van dit gezelschap rainscapes te ontwaren, met kortstondige tropische stortbuien en hier en daar een opklaring. "Regentropfen, die an dein Fenster klopfen," croonde Max Raabe pesterig in mijn hersenpan, terwijl ik me probeerde te concentreren op de lange lijnen van Hautzinger, die als een standbeeld op zijn kruk zat, met schuin achter zich de voortdurend dansende en verende Luc Ex. Het is toch meer een doordenderende Zug, hield ik mezelf voor, maar daar namen de Comedian Harmonists het al van Raabe over: "Das merke dir, die sin dein Gruss von mir."

(Eddy Determeyer, 23.5.11) - [print] - [naar boven]



Nieuws
Jazz in Paradise


Kyteman, Ronald Snijders, Candy Dulfer, Jan van Duikeren en het Jazz Orchestra of the Concertgebouw onder leiding van Henk Meutgeert bundelen hun krachten in een nieuw festival: Jazz in Paradise.

Op 29 mei vindt in Paradiso Amsterdam de eerste editie van Jazz in Paradise plaats. Tijdens dit festival slaat het Jazz Orchestra of the Concertgebouw (JOC) bruggen tussen jazz en nieuwe muziekvormen en speelt het hiphopjazz, Surinaamse kaseko-jazz, paramaribop en funkjazz met onder anderen Colin Benders (Kyteman), de Surinaamse fluitist Ronald Snijders en de trompettist Jan van Duikeren. Benders schreef vijf composities voor het JOC. Ook wordt de muziek van de nieuwe JOC-cd met Jan van Duikeren uitgevoerd. Op deze cd slaat het orkest een nieuwe weg in en laat zich inspireren door funk en souljazz. Het festival is een initiatief van Paradiso, het Jazz Orchestra of the Concertgebouw en de NTR, in samenwerking met Muziekschool Amsterdam.

Tijdens het middagprogramma van Jazz in Paradise zijn er presentaties van de bigbands van Peter Guidi en Muziekschool Amsterdam en dansschool Lindy Spirit gecombineerd met workshops jazz en dansen op jazz. Colin Benders geeft een masterclass aan de deelnemers van de workshops. Jazzmuzikanten en dansers en danseressen tussen 9 en 18 jaar oud kunnen zich aanmelden voor deze workshops en de masterclass van Benders: klik
hier.

Kijk voor meer informatie op de website van Paradiso.

(Jacques Los, 23.5.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Sikeda bracht avontuurlijke kwetsbaarheid

donderdag 20 januari 2011, JazzCase, Dommelhof, Neerpelt

In januari was pianist Jeroen van Vliet met zijn groep Sikeda te gast in Dommelhof Neerpelt voor een JazzCase-concert. De band bracht tijdens dit optreden vrijwel de integrale uitvoering van 'Thin Air', de cd die in 2010 uitkwam en waarmee de groep heel wat bijval oogstte.

Maar wat is de relevantie van het uitschrijven van een recensie ruim vier maanden na het concert? En wat blijft er na die tijd nog over van de magie van het moment zelf? En wie in hemelsnaam zit er nog op te wachten? Vindt zo'n recensie überhaupt nog wel geïnteresseerde lezers? Een resem van vragen die me kwellen en verlammen bij het schrijven van de recensie. Tot ik 'Thin Air' opnieuw in mijn cd-lade schoof om al luisterend mijn notities te ontcijferen, de warme gloed en volle sfeer van het concert overdonderend op me toestroomde en ik toch de urgentie voelde om dit ervaren te verwoorden.

Een concert dat met 'Thin Air' uiterst sfeervol begon met een zweverig en ijl geluid, veroorzaakt door de echo en de elektronische vervorming van de instrumenten. Naadloos gleed het nummer over in het swingende en groovende 'Hide & Seek', met een mooie overgang door Jörg Brinkmann op cello, Erwin Vann op sax en de klassieke pianopartijen van Van Vliet naar een rustigere passage, wat voor magie zorgde.

Met Sikeda brengt Jeroen van Vliet met een klassieke bezetting van piano, cello en contrabas (aangevuld met uitgebreide percussie, synthesizers en elektronische geluiden) een mooi evenwicht van harmonisch en vloeiend uitgebalanceerde composities, die zowel invloeden uit jazz en klassiek als uit wereldmuziek bevatten.

Zoals in het Aziatische aanvoelende 'Al–Kirbah', een sterke compositie, vooral door de wondermooie sax- en cellolijnen rondom een uiterst subtiele percussie. 'Meander' kreeg een gelijkaardige benadering, waarbij de klagende cello in combinatie met de speelse percussie zorgden voor een speelse gipsy-achtige Balkanriff. Meer klassiek van opbouw waren 'Paint' en 'Mudra', twee nummers die geruisloos via Van Vliets subtiele pianospel in elkaar overvloeiden. Een wijds en traag openbloeiende melodie op piano en sax, die ook bevreemdend en mysterieus aanvoelde omwille van de knagende en klagende celloklanken.

De dromerig subtiele ballade 'Muse' op piano en altsax nam aanzwellend naar het einde toe epische proporties aan, magistraal en groots. 'Marefa', met een glansrol voor Erwin Vann op sax, was meer jazzy en ook complexer van structuur. De kabbelende melodie op piano en het mooie vloeiende ritme op contrabas in 'Breeze' en de bescheiden maar zeer subtiele en functionele percussie boden ruimte aan Van Vliet, contrabassist Frans van der Hoeven, drummer Pascal Vermeer en percussionist Afra Mussawisade om beurtelings te soleren. Dit brede en rijke klankenpallet gaf het concert een vaart als een warme golfstroom.

De slepende sax in de melancholische stadsblues 'City-buzz' tegen de achtergrond van een helse percussie en een piano in alle heftigheid gaven de hartslag van het drukke stadsleven perfect vorm. Ook 'Bring Me Home' kreeg een stevig swingende groove mee, waardoor het nummer bijna als een rocknummer klonk. Mooie pianopartijen, heerlijk subtiele percussie en brede uithalen op sax. Tot het nummer na een eerder lyrische passage op cello beukend en stampend door het dak schoot.

Sikeda gaat in Jeroen van Vliets avontuurlijke en kleurrijke composities constant op zoek naar kwetsbaarheid, wat vaak een wonderbaarlijke en magische frisheid oplevert. Een heerlijk concert en een schitterende cd.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

(Robert Kinable, 22.5.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Johan Plomp – 'What’s The Tonic?' (WTT, 2011)

Opname: juni 2009

Bassist Johan Plomp is vooral bekend als leider van, soms kleine, bigbands. Maar hij heeft ook altijd met meer bescheiden ensembles gewerkt en de onderhavige cd biedt een fraaie staalkaart van zijn composities voor jazzkwartet.

De geest van altist en componist Ornette Coleman zweeft over dit gezelschap. Dat is niet zo verwonderlijk; vorig jaar nog dirigeerde Plomp het Rotterdam Jazz Orchestra in een Coleman-programma. Bovendien heeft ook Miguel Martinez, de altist hier, een lelijke OC-besmetting opgelopen. De unisonolijnen die Martinez en gitarist Frank Wingold spelen, komen griezelig dicht in de buurt van wat Coleman destijds met trompettist Don Cherry placht te doen. Een beetje exegeet zou je zelfs per track kunnen vertellen of de inspiratie uit de eerste Contemporary-periode stamt, uit het Atlantic-tijdperk of uit de Columbia-canon.

'Huisje Op De Heide' springt eruit; hier is de invloed van het Amerikaanse free-jazzicoon minder pregnant. Wel horen we echo's uit New Orleans (de heidevelden bij die stad genieten in zeer beperkte kring immers grote faam), flarden archaïsche blues en Wingold die elektrische steelgitaar lijkt te spelen – of daar een handig knopje voor heeft. Vooral horen we evenwel vakmanschap en dat is iets dat we op deze hele schijf horen.

(Eddy Determeyer, 21.5.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Ferdinand Povel: op avontuur in het tuinhuisje

Uitreiking VPRO/Boy Edgar Prijs aan Ferdinand Povel, maandag 6 mei 2011, Bimhuis, Amsterdam

Heilige grond, het Bimhuis, elke dag jazz, maar vandaag het jaarlijks feest der giganten. Ze zijn er dan ook allemaal en wie er niet bij kan zijn, kan het live volgen op Radio 6. De VPRO - 'het vrije geluid' - organiseert samen met Muziek Centrum Nederland, de dag nadat heel Amsterdam uitzinnig de landstitel heeft gevierd, haar eigen jaarlijks terugkerend jazzfeest. De Boy Edgar Prijs, vernoemd naar de fameuze orkestleider. Zelden is zoveel jazzkunde en kennis aanwezig op dezelfde plek, op hetzelfde moment, als hier vanavond. Intiem, ontspannen: een mooie atmosfeer. Dat tegen die achtergrond nog enkele uren welhaast ongemerkt live-radio en tv-nieuws wordt gemaakt, onderstreept het belang van de bijeenkomst en het aanwezige vakmanschap.

Hier wordt het beste uit de kast gehaald. Maar dat wisten we allang. Sommige nummers kun je dromen, ze zijn al voorbij voordat ze goed en wel zijn begonnen. Povel kiest voor een brede presentatie met muziekvrienden, uitdaging, routine, techniek en jeugdig enthousiasme. Wat maakt hem apart? Het mooiste wordt het door de winnaar zelf verwoord in een gesprek met presentatrice Vera Vingerhoeds: "Als ik ga studeren in het geluidsdichte tuinhuisje en ik loop met mijn sax over het tuinpad, dan krijg ik zo'n opgewonden gevoel; wat zou er vandaag weer gaan gebeuren?" In deze frase zit het geheim opgesloten, van de zoektocht, de ontdekking, de zelfexpressie, de focus en de perfectie. De winnaar: een ambachtsman op saxofoon, musicus, pedagoog, coach... en zoals de krant piekte: 'een lieve man'.

Maar bovenal kan, wil en moet hij spelen. Kenmerk: loepzuiver, in de groove, steeds de juiste toon op de juiste plek. Met 14 begonnen, met 17 al in de prijzen. Hij heeft alles al meegemaakt, van de verguisde sax tot de 'Candy-gekte', maar maakt het ook steeds weer opnieuw mee; hij dwingt zichzelf, legt zich de taak op om er iets van de maken. Zo ziet hij de prijs ook: "Ik moet nu wel."

Met de samenstelling van het programma benadrukt hij de brede boog die hij kan spannen en bewust trekt over het jazzlandschap. De Bigband, Sanna van Vliet Trio, John Marshall Quintet, Ruud Jacobs Quintet, met als verrassende gastzangeres Francien van Tuinen. De aanwezigheid van jonge musici, de huidige scene, studenten en oude podiumkameraden onderstreept dit. Een terechte winnaar, daar is iedereen het over eens. Jongeren trekken naar deze stad en dit conservatorium om er te zoeken en te vinden. 'Povel is een verfijnd stilist, die een aansprekend breed geluid koppelt aan een vloeiende, melodieuze manier van soleren,' aldus het juryrapport van de VPRO/Boy Edgarprijs. Jazz leeft, leve jazz en leve Ferdinand. Een staande ovatie is zijn deel.

De stemming zit er goed in, terwijl turbo swingspecialist Peter Beets zijn ritmesectie op de pijnbank legt, regent het noten. Povel lijkt hier met evenveel gemak mee te hollen, als wanneer hij wil dat zijn spel bedachtzaam en ingetogen moet klinken. Lichte zelfspot siert hem; "I'm 64 and have a body of 63," citeert hij Phil Woods. Vele bekende namen, vele stijlfiguren en generaties: Loevendie, Jacobs, Courbois, Herman, Roos, Roelofs; hij kreeg les, onderwees en speelde vooral samen. Tijdens de pauze getuigen dia's van zijn levensloop, de tijdgeest en de onafscheidelijke Selmer-sax.

Povel wilde 'iets' met muziek, hij heeft een droom waargemaakt en is een complete saxofonist, die al 45 jaar laat zien wat hij kan en nog steeds zoekt naar dat moment in het schuurtje. Wij zijn benieuwd en kijken uit naar de tour.

Klik hier voor een fotoverslag van deze avond door Cees van de Ven.

Klik hier voor een interview met Ferdinand Povel door Vera Vingerhoeds.

(Jo Dautzenberg, 20.5.11) - [print] - [naar boven]





Cd
John Zorn – 'Interzone' (Tzadik Records, 2010)


Een muzikale ode aan Willliam Burroughs door John Zorn is om meerdere redenen volstrekt logisch. Het aan elkaar plakken van ideeën is door beide heren vaak toegepast, door Burroughs met stukken tekst, door Zorn met muziekfragmenten. 'Interzone' laat zich beluisteren als een soundtrack van een unheimische speelfilm, die vertelt over leven en werk van Burroughs, waarbij fantasie en werkelijkheid door elkaar heen lopen.

De cd is verdeeld in drie lange stukken muziek, die op hun beurt weer zijn verdeeld in kortere en langere stukken muziek, maar ook omgevingsgeluiden (veldopnamen in Marokko) en duistere, dissonante geluidseffecten (elektronica-specialiste Ikue Mori op haar best). Stijlen als exotica, punk, rock en free jazz (met een hoofdrol weggelegd voor razendsnelle vibrafoonpartijen van Kenny Wollesen) zijn de hoofdmoot.

Als geheel is 'Interzone' erg geslaagd: alle muzikanten zijn in absolute topvorm, en ook compositorisch is Zorn goed op dreef: thema's duiken onverwachts opnieuw op, zodat je het idee krijgt naar een geheel te luisteren in plaats van losse flodders die lukraak aan elkaar geplakt zijn. Voor het eerst is Zorn relatief subtiel te werk gegaan wat betreft het editen van de muziek, want de overgangen doen vertrouwd aan. Daartegenover staat weer dat de ronduit schelle sopraansax van Zorn, die ook op 'Interzone' opduikt, menig luisteraar doet laten afhaken.

Muzikaal gezien is sfeer het belangrijkste element, maar evengoed is er ruimte voor langere groepsimprovisaties, wat erg prettig is met oog op muzikale continuïteit, tot nu toe niet altijd Zorns sterkste punt. Een ander nieuw element is misschien dat Zorn voor het eerst expliciet experimenteert met etnische muziek (gitarist Marc Ribot leeft zich uit op Arabische snaarinstrumenten, en ook John Medeski is ijzersterk in het oproepen van oriëntaalse sferen), waarbij gerefereerd wordt aan Burrough's periode in Marokko.

De geheimzinnige verpakking biedt weinig tot geen aanknopingspunten, zodat je je fantasie de vrije loop kunt laten bij wat er allemaal voorbij komt, een verstandige beslissing. 'Interzone' biedt geen grote veranderingen in de muzikale wereld van John Zorn, maar is wel een erg spannend muzikaal gebeuren geworden.

Zaterdag 13 augustus staat het Antwerpse festival Jazz Middelheim volledig in het teken van deze altsaxofonist, componist, arrangeur en producer. Klik
hier.

(Eric van Rees, 20.5.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Hurricane Ralph raast door De Smederij

Ralph Peterson Trio, dinsdag 10 mei 2011, De Smederij, Groningen

Zelfs de meest blasé studentjes zaten met open monden waaruit ongecontroleerd gekreun ontsnapte te kijken naar die grote zwarte man, die achter het drumstel zat alsof hij een pikant tomatenroomsausje op smaak aan het roeren was. Natuurlijk, sinds hij ergens in de jaren tachtig als lid van David Murray's bigband in de Groninger Oosterpoort debuteerde, kennen we Ralph Peterson Jr. als een spectaculaire, hardhandige drummer. Maar dat hij zó goed (bij gebrek aan een passender epitheton) was, nee, daar moesten we in De Smederij even van slikken en schreeuwen.

Polyritmiek is, zeg maar, echt zijn ding. Wat dat betreft staat Peterson midden in een lange, glorieuze traditie. Braaf in vieren begeleiden komt niet in zijn vocabulaire voor. Als zijn drumkit een gebouw zou zijn, zou er in elk kamertje altijd wel wat te beleven zijn. Zijn rechterhand houdt hij zó, dat hij de rand van de snaartrommel naar believen kan laten meezingen in de klap. Daarbij verliest hij de structuur geen moment uit het oog. Zodat Jungha Lee (piano) en Eunjung Jo (contrabas) wat dat betreft in ieder geval geen zorgen aan hun koppies hadden. Die koppies überhaupt boven water houden in deze tyfoon, dat was al heavy genoeg. Goed zo, ladies.

Om de feestvreugde nog een graadje te verhogen, diepte de drummer een trompet op, en na een paar snelle toonladdertjes zette hij 'When I Fall In Love' in. Ralph Peterson is misschien niet de meest verfijnde trompetkunstenaar, maar wel een van de luidste. Hij wenkte Jaemin Lee, een van zijn studenten, liet hem achter de kit plaatsnemen, riep "blues in e flat" en "bow bow bow" om het ritme aan te geven en het volgend moment stond De Smederij in lichterlaaie. Met 'Slings And Arrows' gooide hij nog wat meer olie op het vuur, zodat je de vingers van die arme Eunjung langzaam maar zeker zag verrubberen. Enfin, misschien kan ze nog werk vinden in het Chinees Staatscircus, met die slangenvingers.

Met een hartelijk "See you in the morning, nine o'clock" stapte de slagwerkdocent tegen tweeën op de fiets en peddelde monter neuriënd de nacht in. De Chinese delegatie intussen giechelde en gesticuleerde alle spanning van het tumultueuze optreden van zich af, terwijl Jan Dits verhaalde hoe hij ooit zijn drumstel aan Peterson had uitgeleend. Toen hij zijn instrument 's anderdaags terugzag, was het vel van de basdrum helemaal uit model geklopt.

(Eddy Determeyer, 19.5.11) - [print] - [naar boven]





Nieuws
The Eric Ineke JazzXpress naar Kansas City


Op uitnodiging van het gerenommeerd American Jazz Museum vertrekt The Eric Ineke JazzXpress op 7 juni aaanstaande naar Kansas City voor een reeks concerten met de bekende uit Kansas City afkomstige jazzzangeres Deborah Brown. Tijdens deze tournee zal The Eric Ineke JazzXpress samen met Deborah Brown nieuwe cd-opnamen maken. Deze zullen geproduceerd worden door de befaamde altsaxofonist Bobby Watson, die zelf ook op een aantal stukken zal spelen.

Begin juni van dit jaar verschijnt de vierde cd van de JazzXpress op het Daybreak/Challenge-label: 'JazzXL - Blues, Ballads And Other Bright Moments'. Deze cd staat geheel in het teken van liveopnamen van de groep tijdens de JazzImpuls-tournee van 2008-2009.

Kijk voor meer informatie op de website van Eric Ineke.

(Cees van de Ven, 19.5.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Bill Orcutt - 'A New Way To Pay Old Debts' (Editions Mego, 2009)


Bill Orcutt is vooral bekend als de gitarist van Harry Pussy, een noiserockband uit Miami. Dat lijkt heel ander iets te zijn dan de blues, maar op zijn solo-cd 'A New Way To Pay Old Debts', bewijst hij het tegendeel. Deze plaat, een bundeling van verschillende in kleinere oplage uitgebrachte lp's, is een logische voortzetting van het werk van bluesgeörienteerde gitaristen als James Blood Ulmer en Jimi Hendrix.

Je hoort alles, van het hameren van de vingers op de snaren tot het meeloeien van Orcutt. De geluidskwaliteit is behoorlijk, maar gelukkig klinkt het alsof de plaat in een slaapkamer is opgenomen. Dat maakt zowel de blues als de avant-garde op deze plaat geloofwaardiger.

Niet alles is compleet uitgewerkt. Er zijn stukken die vrij abrupt lijken te stoppen. Sommige stukken meanderen wat. Nergens is de spanning echter zoek. Dat is alleen al te danken aan het tempo en de intensiteit waarmee er gespeeld wordt. Soms lijkt het wel alsof er een percussionist aan het werk is, terwijl het volgende moment de snaren gewurgd worden. Daardoor komt de onvermijdelijke vergelijking met Derek Bailey dichtbij, maar die gaat gelukkig niet op. Waar Bailey een duidelijk Europees sentiment aan de dag legde, is Orcutt eindeloos meer geïnspireerd door de zwarte muziek van de VS.

Niet voor niets staat er een vrij bizarre fotocollage van Barack Obama en Jimi Hendrix op de achterkant van de hoes. Hoewel hijzelf lelieblank is, heeft Orcutt een plaat gemaakt die de beste bluestradities voortzet en die laat zien dat muziek een universele taal is, los van afkomst, tijdbestek en ras. Eideloos veel interessanter dan de volgende BB King-imitator.

(Sybren Renema, 18.5.11) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Jazz Impuls stopt


Na vele jaren van interessante en gevarieerde jazz-dubbelconcerten gaat Stichting Jazz Impuls ermee stoppen.

In 2004 begonnen als intermediair voor jazzconcerten in de schouwburgen, slaagde de stichting er ieder jaar weer in middels een interessant aanbod meer dan 120 jazzconcerten bij meer dan 50 theaters in heel Nederland te realiseren. Daar is nu een einde aan gekomen. In verband met nieuwe regelingen bestaat er voor Jazz Impuls geen enkele mogelijkheid meer een beroep te doen op financiële overheidssteun.

Veel schouwburgen hebben door de financiële druk, de aankomende overheidskortingen, btw-verhoging, gemeentelijke bezuinigingen en algehele terugloop van kaartverkoop ervoor gekozen 'veiliger' te gaan programmeren. Het meer kwetsbare aanbod, waar het experiment een rol speelt, valt dan helaas al snel af.

In verband daarmee moest de stichting voor het komend seizoen constateren dat het aantal boekingen van Jazz Impuls-concerten in seizoen 2011-2012 belangrijk is teruggelopen. Hoewel deze concerten nog zullen worden uitgevoerd, betekent dat wel dat het vooralsnog de laatste zijn.

Deze beslissing betekent voor Jazz Impuls en voor de vele honderden musici die deelnamen aan de concertserie het einde van de bijna duizend concerten die sinds 2004 zijn gerealiseerd. Directeur Friederike Darius: "Wij ondergaan het als bijzonder jammer dat we ons belangrijke initiatief voor deze muzieksoort moeten stoppen.
Uiteraard hopen we ooit op een beter cultuurklimaat, waarin jazz weer een plaats zal kunnen herveroveren op de theaterpodia en wij, of anderen, de draad weer kunnen oppakken."

(Maarten van de Ven, 18.5.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Klassieke chops en de kunst van de jazzballad

Soo Cho Trio, vrijdag 6 mei 2011, USVA Theater, Groningen

Is het nog mogelijk, nieuwe opvattingen en vormen voor het traditionele jazztrio te vinden? De Koreaanse pianiste, componiste en voormalige Young VIP Soo Cho weet daar wel een antwoord op. Ze heeft een gedegen klassieke opleiding gecombineerd met een duidelijke liefde voor de klassieke jazzballad en dat resulteert in een boeiend avontuur.

Om te beginnen kiest ze qua vorm zelden voor de gangbare 32-maten structuur, maar eerder voor een uitgebreider canvas of juist ('Waves') voor een toonreeks als basiselement. Dat is haar primaire taak hier: het aanreiken van de architectuur. Voor begrippen als 'swing' of 'groove' ben je bij haar aan het verkeerde adres. Tevergeefs wacht je op een boogie-loopje of zelfs een vleugje tching-tching-ka-tching. Daar zorgen haar kompanen voor.

En gezegd moet worden dat die zich voortreffelijk van hun taak kwijten, zoals dat heet. Zelfs wanneer drummer Kaspars Kurdeko zijn bed opzoekt, gaat de beat binnenin gewoon door. Hij is een meester in functionele dynamiek en met name in het aanbrengen van kleur, schaduw en contrast. Dat 'drummer' neem ik overigens terug; Kurdeko is een superieure percussionist. Naast Soo Cho zelf is bassist Janos Bruneel duidelijk de tweede solostem in deze groep. Voorts levert hij een aanzienlijk deel van de stuwkracht en bewaakt hij de vorm. Want net als de twee andere muzikanten heeft hij twee levensgrote oren. Dit is wel een trio, hoor, niet zomaar drie voortreffelijke muzikanten.

In haar muziek en in haar commentaar geeft de pianiste zich dapper bloot. Zo resulteerde een depressie met suïcidale trekjes van een paar jaar geleden - toen de piano nog slechts een vijandig beest was, dat daar groot en dreigend in de kamer stond te heersen - in het obsessieve werk 'Prayer'. Vanuit een unisono gehamerde G beleeft dat op een gegeven moment een soort ritmische catharsis – daarmee uitzicht en uitweg biedend?

Lieflijker was 'The Little Prince', gebaseerd op Antoine de Saint-Exupéry's surrealistische sprookje. De eerste keer dat Soo Cho het las, begreep ze er weinig van, maar herlezing legde allerlei lagen en betekenissen bloot. Ook hier weer unisono-lijnen met Bruneels bas, grote dynamische contrasten en een melancholieke frasering die recht deed aan dit charmante boekske.

(Eddy Determeyer, 17.5.11) - [print] - [naar boven]



   

Cd / The Jazztube
Sylvie Courvoisier–Mark Feldman Quartet – 'Hôtel Du Nord' (Intakt Records, 2011)


De eerste cd van het Sylvie Courvoisier–Mark Feldman Quartet, '
To Fly To Steal' uit 2010, was geen onverdeeld succes. Hoewel een meer dan degelijk album, kreunde de plaat onder het gewicht van de hoge verwachtingen. Eerdere samenwerkingen tussen de Zwitserse pianiste en de Amerikaanse violist hadden namelijk al fraaie cd's opgeleverd en 'To Fly To Steal' (opgenomen met een absoluut topensemble met daarin ook bassist Thomas Morgan en percussionist Gerry Hemingway) zou bijgevolg zo kunnen aansluiten in dat rijtje. Het kwartet haalde op die plaat echter zelden het verhoopte niveau en teerde vooral op de individuele klasse. Een jaar en enkele Europese tournees later is dat wel even anders, zo blijkt uit de tweede worp van dit kwartet, 'Hôtel Du Nord'.

Van een (h)echte groep kon men op 'To Fly To Steal' nog niet spreken. De technische bagage van de betrokken musici zorgde dan wel voor flitsende momenten in de uitgeschreven passages, maar voor de rest waren er vier individuen aan het werk. Op dat vlak is het kwartet duidelijk geëvolueerd. 'Hôtel Du Nord' is veel meer dan zijn voorganger het resultaat van musiceren op intuïtie en wederzijds vertrouwen. Millimeterwerk in unisono of ingewikkelde thematisch kronkels leggen bijvoorbeeld minder gewicht in de schaal. Al wekken de openingsmaten van het eerste stuk (tevens de titeltrack) aanvankelijk een andere indruk. Op het korte motief van Feldman en Morgan volgt echter een contrabassolo, waarna met viool en piano nieuwe elementen worden toegevoegd. De schijnbaar onophoudelijk stijgende reeks pianonoten (een handig effect door linker- en rechterhand in twee maten verschil telkens dezelfde sequentie te laten spelen) die dan zijn intrede doet, vormt het belangrijkste element van het openingsnummer. Het unisono-motief van viool en contrabas wordt daarover in verschillende vormen geschraagd, goed voor bijna tien minuten beheerste dreiging.

Soms wekt het viertal de schijn als los zand aan elkaar te hangen, maar niets is minder waar. De manier waarop het kwartet in 'Dunes' uit het niets in een chaotische maar pakkende harmonie samenkomt en vervolgens terug uit elkaar valt, zegt wat dat betreft genoeg. Gedempte noten, inside piano en percussieve effecten worden heel natuurlijk getransformeerd tot lange, gemeenschappelijke uithalen, die echter meteen stollen en verruigen. 'Dunes' is een stuk van contrasten: starten en stoppen, inhouden en voluit gaan, ritmische agressie en lyrische tederheid; de luisteraar wordt voortdurend van hier naar daar geslingerd. Nochtans legt de groep op deze plaat ook een grote klemtoon op steeds terugkerende patronen, zoals in de titeltrack. De manier waarop het kwartet daarin minutenlang afbouwt na een vroege climax, geeft blijk van een verbluffend dynamisch bereik.

Op de vorige plaat stonden stukken met een compositorische basis en groepsimprovisaties nog kriskras door elkaar, maar hier worden ze strikt gescheiden. Aan 'Little Mortise', de eerste van drie improvisaties die de plaat afsluiten, is het daarom wat wennen. Aanvankelijk weerklinkt er slechts gekreun van snaren allerhande, maar wanneer Feldman enkele minuten in het stuk meer melodisch te werk gaat, komt er een schitterend miniatuurtje tot stand. Courvoisier zorgt daarbij voor een soort prepared piano-klank (maar dan de light-versie), terwijl Hemingway al schrapend de cimbalen laat fluiten.

Elk van de zeven tracks is van weergaloos niveau en alle hebben ze een heel eigen karakter. Zo dobbert 'Plan A' rond op drie aanstekelijke, lichtvoetige pianoakkoorden, die ritmisch tegendraads worden geplaatst en krijgt het geïmproviseerde 'Inceptions' vaart door een partijtje swingende freebop. Deze plaat is subliem tot in de kleinste vezels en het is dan ook zo klaar als een klontje dat 'Hôtel Du Nord' zijn voorganger op alle vlakken overklast. Het Sylvie Courvoisier–Mark Feldman Quartet reserveert zich op die manier al vroeg in het jaar een plaatsje in de eindejaarslijstjes. Benieuwd wie hier nog aan gaat kunnen tippen in 2011.

Deze recensie verscheen eerder op Kwadratuur.be

Bekijk de Jazztube!
Klik op de afbeelding linksboven voor een live-opname van het Sylvie Courvoisier-Mark Feldman Quartet op het Jazzfestival Saalfelden (Oostenrijk) in 2010.

Labels:

(Joachim Ceulemans, 16.5.11) - [print] - [naar boven]



Nieuws
Nieuw Nederlands jazztalent gaat strijd met elkaar aan


Als jonge veelbelovende jazzband spelen in Paradiso, het Paard van Troje of Tivoli? NTR/Radio 6 en Muziek Centrum Nederland presenteren Get Your Jazz On Stage!; een do-it-yourself-battle, waarbij nieuw jazztalent uit Nederland wordt uitgedaagd zelf een plek op de bekende landelijke poppodia te veroveren. Daarvoor moeten de bands zich profileren richting publiek, media en de landelijke poppodia.

Drie talenten zullen vanaf september 2011 drie maanden lang de strijd met elkaar aangaan, gekoppeld aan een drietal opdrachten. Eerste opdracht: regel zelf je optreden op een erkend landelijk poppodium. Tweede opdracht: breng dit optreden onder de aandacht van het grote publiek en de landelijke media. Derde opdracht: overtuig het publiek en de aanwezige jury tijdens het optreden dat jouw jazz helemaal op zijn plek is op het poppodium.

Radio 6, de nationale zender voor soul en jazz van de Publieke Omroep, zal de drie deelnemers vanaf de start van de strijd in september tot en met de optredens in december uitgebreid gaan volgen op hun weg richting de popsector en het grote publiek. Dit traject zal ook worden gevolgd door de (media)partners van Get Your Jazz On Stage. Tenslotte zal een deskundige jury - met onder anderen Jan Willem Luyken (North Sea Jazz), Winfried Bayens (Radio 6), Janne Schra (Schradinova), Perquisite en Anton Slotboom (LiveXS) - de deelnemers nauwlettend in de gaten houden en beoordelen.

De uiteindelijke winnaar van Get Your Jazz On Stage ontvangt een prijzenpakket dat bestaat uit tools die eraan bijdragen, dat de ontwikkeling van het talent ten opzichte van het clubcircuit en het publiek verder wordt gestimuleerd; zo wordt de winnaar geboekt voor een aantal optredens op de poppodia. Ook zendt de NTR het winnende finaleoptreden uit binnen het programma van Radio 6 Live én krijgt de winnaar de beschikking over een high quality opname van dit concert.

Verder zal het winnende jazztalent mee gaan in de selectieprocedure voor de Popronde 2012, ontvangt deze aandacht vanuit media als Radio 6, Jazz On Stage, Jazzism, LiveXS, Dagblad Metro en FRET, vindt er een artiesten-coachingstraject plaats en mag de winnaar zich presenteren op diverse instore-locaties van de Coffee Company.

Met de inzet van Get Your Jazz On Stage willen Radio 6 en Muziek Centrum Nederland laten zien dat de nu-generatie van jazz alle ingrediënten in zich heeft om een breed publiek binnen het clubcircuit te bereiken. Zij die dat voor elkaar krijgen inspireren vervolgens andere aanstormende jazztalenten en laten en passant de gevestigde orde zien dat het ook echt op deze manier kan; do it yourself!, iets wat in deze tijden van bezuinigingen misschien wel een hele terechte instelling is.

Klik
hier voor meer informatie en om je in te schrijven voor de battle. Begin juli zal de jury drie talenten selecteren die vanaf september de strijd met elkaar aangaan.

(Jacques Los, 16.5.11) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
Jazz Middelheim 2011


"Het festival Jazz Middelheim is niet meer weg te denken uit wereldstad Antwerpen. Wat in 1969 begon als intiem jazzfeestje is uitgegroeid tot wereldpodium, waar jazzsterren graag voorbij komen. Hoewel de organisatie de laatste jaren weer meer voor een jazzfestival pur sang gaat, blijft het allereerst de bedoeling een breed publiek te laten kennismaken met jazz." Afwisselend klinkt de loftrompet tijdens de persconferentie in de sfeervolle ambiance van het hoofdkantoor van de ING Bank te Antwerpen.

Woordvoerders Stephen Geron (directeur ING Bank) en Philip Heylen (schepen stad Antwerpen) zijn het onderling eens: Antwerpen omarmt Middelheim met woord en daad en hoofdsponsor ING Bank wil graag van de partij zijn. City Marketing, Bank Relationship & Jazz kunnen hand in hand gaan, dat bewijst de Begische jazzpromotor en organisator Bertrand Flamang de laatste jaren steeds opnieuw. Zo heeft hij ook bij Jazz Middelheim het heft stevig in handen gekregen.

Jazz Middelheim schuwt de vooruitgang niet en met inzet van professionele ondersteuning en inzichten komt een waardig eigentijds festival tot stand, dat enerzijds de charme, die Middelheim kenmerkt, weet te behouden en anderzijds in opzet en uitvoering getuigt van professionaliteit. Bovenal zoekt het publiek met een zeer gevarieerd aanbod.

Jazz Middelheim loopt echter niet weg van de geschiedenis, integendeel; de dertigste editie staat bol van grootheden die al eerder te zien waren. Naast de nationale helden Toots Thielemans en Bert Joris, krijgen John Zorn met Masada en Charlie Haden met zijn Liberation Music Orchestra een prominente plaats op de affiche. Lady Linn moet een breder publiek naar het sfeervolle Antwerpse park lokken. Alle kaarten liggen momenteel nog niet op tafel, naar enkele headliners wordt nog gezocht.

De bijeenkomst wordt plezierig afgesloten met een dankwoord aan de terugtredende 'jazzstem' en Klara-producer Marc Van den Hoof. Het Antwerpse Jazz Middelheim kent een gezonde basis, koestert het verleden en werpt haar blik op de toekomst. De complete programmering is te vinden op de website.

(Jo Dautzenberg, 14.5.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Dik hout, vette planken

Benjamin Herman Kwartet, zondag 24 april 2011, Simplon, Groningen

Jazzmuziek schijnt in sommige kringen een merkwaardig imago te hebben. Iets met onder visnetten pijproken in je geitenwollen sokken of zo, als ik het goed heb begrepen. Misschien is dat ooit zo geweest, zestig jaar geleden of daaromtrent. Maar zelfs dat waag ik te betwijfelen. Hoe het ook zij, jonge muziekliefhebbers ontdekken tegenwoordig onvermoede klanken via YouTube of iTunes en staan meer open voor Het Onbekende dan de popgastjes uit het predigitale tijdperk. Ook voor jazz en blues.

Vandaar dat het heel goed werkte, het Benjamin Herman Kwartet in popcentrum Simplon. Temeer daar diens stijl helemaal niet zo ver bezijden het gangbare funky popvocabulaire ligt. Drummer Cyriel Directie is een niet al te subtiele roffelaar, gitarist Jesse van Ruller bleek ook niet vies van poppy gejank en organist Carlo de Wijs bleef paaszondag dichter bij Keith Emerson dan bij Jimmy Smith. Herman zelf, die hoe langer hoe meer op een locoburgemeester van een middelgrote groeigemeente gaat lijken, blies elementair.

Voor het groepsconcept werden van dik hout stevige planken gezaagd, die meurden naar funk en naar vet. Jaren zestig souljazz zoals je die op Blue Note of Cadet kon vinden, maar dan nog platter, daar kwam het op neer. Daarbij blies de bassdrum van Directie de aanwezige bolerootjes strak langs de aanwezige lijfjes. Toen evenwel de bandleider een aantal nummers opdroeg aan legendarische stripteasedanseressen, bleven bolerootjes voornoemd keurig aan. Kijk, ook dat is Groningen. Terwijl 'Sherry Bottom' toch een perfect 'Harlem Nocturne'-achtig nummertje was, om in het idioom te blijven. Collegaatje 'Tempest Storm' viel meer in de categorie van apocalyptische visioenen met wraakgodinnen en wat dies meer zij.

'Khat', een soort narcotisch zoethout, heeft volgens Benjamin alleen effect als je er hele bossen van wegkauwt, wat Directie dan weer goedmaakte door vol in de aanval te gaan. Over werkzame stof gesproken. In 'Cherry 2000' beukte de drummer ons andermaal naar het nirwana, vervolgens liet hij de beat wegsterven, waarop het publiek het heft in handen nam en keurig op de twee en de vier klappend het vuurtje brandend hield. En terwijl Cozy Cole ergens op de achtergrond onhoorbaar doch sonoor 'Cherry 2000 – Part Two' bromde, zette Directie zijn ranselpartij vrolijk voort.

(Eddy Determeyer, 13.5.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Booklet – 'Booklet' (Jedso Records, 2011)

Opname: 14 maart 2010

Het mooiste tenorgeluid dat we hier op de jazzpodia konden horen, was dat van Tobias Delius. Konden en was, want sinds een paar jaar houdt hij domicilie in Berlijn. Ook leuk. Dat geluid zou je kunnen omschrijven als breedsprakig of volmondig; het heeft iets degelijks, om niet te zeggen ouderwets, ergens tussen Coleman Hawkins en Don Byas, maar Delius kan ook ongenadig uitpakken, zodat alles gaat piepen en knarsen. Soms trekt er een harmonische windvlaag overheen, als hij dubbeltonen raakt.

Sinds jaar en dag werkt Toby samen met bassist Steve Williamson, die in Canada is geboren en in Stockholm domicilie houdt. Ach, de scene ligt overal op haar gat, dus het maakt toch geen reet uit. De vorige cd van Delius en Williamson, 'Luft/Lucht' uit 2009, vond ik wat brokkelig; 'Booklet' heeft meer substantie. De saxofonist wekt de indruk in een filosofische bui te zijn en op onverwachte momenten gaan die losse mijmeringen naadloos over in bekende (Ernesto Lecuona, Buck Owens) en minder bekende melodieën. Williamson claimt geen soloruimte, maar stelt zich tevreden met zijn taak als goed luisterende begeleider, die Delius volgt als een toegewijde dienstknecht.

Labels:

(Eddy Determeyer, 13.5.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Integer en met volle overgave

Simin Tander Quartet, zaterdag 23 april 2011, Bimhuis, Amsterdam

Zoals in het archief is te lezen, heeft Draai om je oren al uitgebreid stilgestaan bij de muziek van rising star Simin Tander. In april 2010 is een interview gepubliceerd wat ik heb afgenomen bij deze Duits-Afghaanse voaliste. En wie mijn eerdere recensie heeft gelezen van haar concert in het Bimhuis weet, dat ik behoorlijk enthousiast ben over de muziek van Simin Tander en haar groep, zo ook over haar debuut-album 'Wagma' dat op 1 april verscheen en waar we begin april uitgebreid over berichtten.

Op deze zaterdagavond in april vond de officiële presentie plaats van dit nu al veelgeprezen debuutalbum. De groep vertolkte dezelfde composities zoals die op de plaat. Was het in het eerste nummer 'Wagma' nog een beetje op gang komen, de daaropvolgende nummers werden met een zeggingskracht gebracht waar je u tegen zegt. Ze vonden dan ook een warm onthaal in het publiek met veel dierbaren, bekenden en genodigden, die de avond extra bijzonder maakte.

In vergelijking met eerdere concerten was de interactie tussen de bandleden nog sterker en hechter geworden. Het spel van pianist Jeroen van Vliet, drummer Etienne Nillesen en bassist Cord Heineking liep naadloos in het elkaar over en integreerde volledig met de vocale uitspattingen van Tander. Een van de hoogtepunten was het slotstuk van de eerste set: 'Purity'. Met een indrukwekkende zuiverheid ontstond er een synergie van stem en cimbalen. Instrumenten en stem waren een ademend geheel in een filmische setting met indrukwekkende stiltes in een opbouw naar een apotheose van inheemse oerkracht. Schitterend.

Zowel in bestaande tekst als in haar improvisaties weet Tander een indrukwekkende bezieling te leggen, waarin stemtechniek volledig in dienst staat van expressie. Van heel intiem, dichtbij en teder tot fel gepassioneerd en strijdbaar in passages die aan een oriëntaalse protestsong deden denken, zo gevarieerd is de muziek van Tander.

In de Nederlandse jazzscene heerst nog wel eens verdeeldheid tussen de wereld van de gecomponeerde, wat meer traditionele vormen van jazz en die van de wat meer experimentele richtingen, waarin ook ruimte is voor vrijere vormen van improvisatie. Simin Tander liet deze avond horen dat die twee werelden prima kunnen samengaan.

Tander heeft als geen ander begrepen dat het gaat om dezelfde energie en flow die vrijkomt bij muziek, als die op een integere wijze en met volle overgave gebracht wordt.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

(Koen Scherer, 9.5.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Jorrit Dijkstra – 'Pillow Circles' (Clean Feed Records, 2010)

Opname: 2009

Het project Pillow Circles ontstond na een compositie-opdracht van het North Sea Jazz Festival voor de editie van 2009. In februari van dit jaar maakte de band van saxofonist Dijkstra nog een toernee, waarvan een van de concerten op deze site werd besproken. Daarvan vond recensent Jacques Los het onder meer jammer dat er zo weinig gesoleerd werd door zulke bekende instrumentalisten. Op de cd stoort dat in ieder geval niet, omdat de stukken - elk 'Pillow Circle' geheten, voorzien van een nummer en opgedragen aan een componist of musicus die een belangrijke invloed was op de ontwikkeling van Dijkstra - zo krachtig van vorm zijn. Hoewel er mooi gesoleerd wordt, zijn de improvisaties meestal duidelijk ondergeschikt aan de vorm en de klank van de stukken.

Het album werd kort na de presentatie op het NSJF opgenomen, dus al in juli 2009. De bezetting op de cd, zoals die oorspronkelijk ook voorzien was voor de toernee, wijkt op twee posities af van de formatie die Nederland bezocht: Tony Malaby (saxen) in plaats van Jasper Blom en Oene van Geel (altviool) in plaats van Tanya Kalmanovich. Twee bijzondere accenten zijn er verder in de bezetting: de aanwezigheid van twee gitaristen (Paul Pallesen en Raphael Vanoli) en het feit dat tenminste drie van de musici ook op de kraakdoos dubbelen.

Het eerste stuk van het album, 'Pillow Circle 34', is een fraaie interpretatie van Henry Threadgills werkwijze met bitterzoete, zich vervlechtende ensemblepartijen en een stuwend ritmiek. De hoge kwaliteit van bassist Jason Roebke en drummer Frank Rosaly komt ook goed tot hun recht in de andere stukken. Er zijn daarna tributen aan Benoît Delbecq, Fred Frith, George Lewis (de trombonist), Rogier van Otterloo, Robert Ashley en Ernie Henry, elk, zoals je zou verwachten, met een heel verschillend karakter.

De composities belichten eigenschappen van de musici die niet altijd voor de hand liggen en zijn daardoor vaak prikkelend. De laatste twee tracks van het album zijn al even sterk als het begin. Kraakdozen komen in actie in het fragiele 'Pillow Circle 10' gewijd aan Michel Waisvisz, gevolgd door het dynamisch opgebouwde 'Pillow Circle 23' opgedragen aan Johnny Greenwood van Radiohead. Een Nederlands-Amerikaanse samenwerking van uitzonderlijk niveau, van een kwaliteit vergelijkbaar met Dijkstra's Flatlands Collective.

Meer weten?
Lees
hier onze recensie van het concert van Jorrit Dijkstra Pillow Circles op zondag 27 februari 2011 in het SJU Jazzpodium, Utrecht.

Labels:

(Ken Vos, 9.5.11) - [print] - [naar boven]



Nieuws
Genomineerden Jazz Media Award bekend


De organisatie van de Jazzdag heeft de genomineerden voor de Jazz Media Award bekendgemaakt. Vrije Geluiden, Vera Vingerhoeds, Bert Vuijsje, Jazzflits en Jazzenzo zijn door een vakjury genomineerd voor de prestigieuze Jazz Media Award, die wordt uitgereikt tijdens de Jazzdag op 24 juni te Rotterdam.

De prijs, bedoeld voor de inspanningen van een journalist of organisatie om jazz onder de aandacht te brengen van een zo breed mogelijk publiek, bestaat uit een speciaal ontworpen gouden speld met diamant, de Blue Note, en een waardecheque van 1500 euro. De prijs wordt eens per twee jaar uitgereikt. De Jazz Media Award werd eerder uitgereikt aan Amanda Kuyper (2007) en Radio 6 (2009).

De commissie voor de Jazz Media Award 2011 bestaat uit oud-winnaars en vertegenwoordigers uit het jazzwerkveld waaronder Robert Soomer (Radio 6), Amanda Kuyper (NRC Handelsblad), Sophie Blussé (Muziek Centrum Nederland), Remco van Eijndhoven (Dox Records) en Alexander Beets (JazzNL). De commissie staat onder leiding van jazzicoon Cees Schrama. Op dinsdag 7 juni maakt de organisatie de definitieve winnaar bekend.

De Jazzdag is het grootste Nederlandse jazznetwerkevenement voor alle spelers uit de Nederlandse jazzwereld, bestaande uit een conferentie en festivalprogramma. Overdag vindt er een conferentie plaats over de meest uiteenlopende onderwerpen met betrekking tot jazz. Het festivalprogramma, in de avond, bestaat uit 24 showcases van veelbelovende en getalenteerde jazz artiesten. De Jazzdag vindt plaats in LantarenVenster en Hotel New York.

De Jazzdag is gratis toegankelijk. Registreren voor het conferentieprogramma is verplicht. Het showcase programma is openbaar toegankelijk. Klik
hier voor registratie en meer informatie.

(Jacques Los, 9.5.11) - [print] - [naar boven]



 

The Jazztube
Mary Lou Williams & Cecil Taylor - 'Embraced'


De in 1978 op het Pablo-label verschenen dubbel-lp 'Embraced' van Cecil Taylor en Mary Lou Williams geldt voor velen als een van de weinige miskleunen in hun carrière. Want hoe is het in godsnaam mogelijk te verwachten dat de beste vooroorlogse bluespianiste en de onbetwiste koning van het artistiek verantwoord piano's in elkaar rammen samen iets coherents opnemen?

Het antwoord is heel simpel: dat is het niet. Het resultaat is vlees noch vis. Tegen deze tijd in haar carrière had Williams een live-routine opgebouwd die als een soort samenvatting van de muziek fungeerde. Ze begon met blues en boogiewoogie en eindigde de set met swing en gematigde bebop. Daartussenin kwamen alle variaties in stijl voorbij. Blijkbaar wilde ze, door Cecil Taylor te vragen, haar goedkeuring tonen over diens stijl, die zelfs in 1978 nog voor controverse zorgde - in ieder geval onder haar eigen publiek.

Maar dat was buiten de waard gerekend. Hoewel alle nummers een duiding hebben, zoals 'ragtime', 'blues' en 'bop changes on the blues', is het vooral Williams die zich daaraan houdt. Taylor doet gewoon wat hij het beste doet, liefst extreem vlug en vol met dissonantie. Daardoor klinkt het geheel nog het meest als een late Sun Ra-opname. Die keerde in de jaren tachtig ook terug naar traditionelere vormen, maar liet ze met smaak ontsporen in vreemde klanken. 'Sunrise In Different Dimensions' is daar een geweldig voorbeeld van.

Wat het verschil is, is dat Sun Ra zichzelf niet tegenwerkte. Er zijn op 'Embraced' een aantal momenten aan te wijzen waarop Williams net een bepaalde standaard blueslick speelt en Taylor er opeens middenin springt. Dat werkt lang niet altijd. Omgekeerd is Williams maar moeilijk in staat net zo far out te gaan als Taylor. Wanneer ze dit probeert, verliest ze veel van haar eigenheid.

Is dat kwalijk? Nee. Deze plaat mag dan nooit canoniek worden, interessant is hij zeker. Het laat de ambitie van Williams en het verlangen van Taylor zien. De ambitie om ook voor de toekomst relevant te blijven en het verlangen te laten zien wel degelijk een alom gerespecteerd musicus te zijn. Bovenal is er sprake van wederzijds respect en dat is goed hoorbaar. Dat het stylistisch maar af en toe goed uit de verf komt, maakt weinig uit. Wanneer het dat namelijk doet, is het opeens duidelijk hoe dicht al deze muziek uiteindelijk bij elkaar ligt.

Probeer het maar uit. Speel eerst de ene clip, vervolgens de andere, en dan beiden door elkaar heen. Dat geeft een goed beeld van het probleem waar Taylor en Williams mee te maken hadden. En het is nog leuk ook.

Labels:

(Sybren Renema, 8.5.11) - [print] - [naar boven]





Concert
Als een rollercoaster

Mona Lisa Overdrive, vrijdag 15 april 2011, De Toonzaal, Den Bosch

Het was een concert om naar uit te zien. Na een tijdje gitaarloos als kwartet door het leven te zijn gegaan na het vertrek van Jesse van Ruller, had Stefan Lievestro's Mona Lisa Overdrive met Reinier Baas weer een nieuwe samenstelling gekregen en dat alleen al was een bezoek aan de Toonzaal waard. De jonge gitarist maakte deze avond een uitstekende indruk en gaf een visitekaartje af op groot formaat.

Maar er was meer. De formatie stoomde als nooit tevoren. En het enthousiasme waarmee kwam luid en duidelijk over. Met aan weerszijden bassist Stefan Lievestro en hammondorganist Arno Krijger, die continu in oogcontact stonden met drummer Hans van Oosterhout. Gedrieën zorgden zij voor een basis die beurtelings klonk als een stevig kloppende mokerhamer dan wel als een soepel lopende locomotief. Enorm strak en groovend like hell. Van Oosterhout deed de monden der aanwezigen openvallen met een werkelijk verbluffende drumsolo, waarbij inwards versnellende roffels van het podium knalden.

Baas toonde zijn niet onaanzienlijke talent met spannend gitaarwerk. Hij wist zijn solo's interessant te houden door voldoende variatie in klank en aanslag. Als geen ander verstaat saxofonist Jasper Blom de kunst om zijn partijen via een koffer vol elektronica te vervormen en te vermengen al naar gelang. Zijn immer subtiele en smaakvolle bijdragen kruiden het groepsgeluid.

Er werd aansprekend aanstekelijk en stevig gemusiceerd, met heldere thema's, goede collectieven en plenty ruimte voor individuele improvisaties. Dit kwintet bevat geen zwakke plekken en toonde een consistente kwaliteit gedurende het hele concert. Met vakmanschap uitgewerkt materiaal, dat jong en oud voldoende stof bood ter lering en vermaak.

Mona Lisa Overdrive is een formatie die zowel in een kleine jazzclub als op het podium van een groot jazzfestival de juiste toon weet te zetten om het publiek te bekoren met lekkere eigentijdse, funky en groovy jazzrepertoire met pakkende composities. En wat blijft het heerlijk, zo'n prominent aanwezige Hammond! Zeker met een zo gecommiteerde Krijger achter de toetsen en aan de registers.

klik
hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

(Cees & Maarten van de Ven, 5.5.11) - [print] - [naar boven]





Boek
Prachtig verslag van een orkest in actie

'Instant Composers Pool Orchestra: You have to see it' door Ton Mijs (fotografie), Kevin Whitehead (tekst), Anton Mijs (vormgeving). Uitgave: Mijs Cartografie & Vormgeving, Rotterdam 2011.

Het seizoen 2009-2010 in het Bimhuis te Amsterdam opende met vier avonden waarop het ICP Orkest te beluisteren viel. Het leek op overkill, schreef ik in mijn
recensie daarover. Om daar onmiddellijk aan toe te voegen, dat een avond per tien jaar eigenlijk nog te weinig is om recht te doen aan het rijke repertoire dat het orkest in al die jaren heeft opgebouwd.

Van de muziek op die vier avonden zijn inmiddels twee geluidsdragers verschenen: een cd (ICP 049) en een plaat (ICP 050). De cd heeft als bonustrack de korte, hilarische film 'Stijgerpijp', geregisseerd door Barbara Hin en Martin van der Veen. Daarnaast zijn in het cd-boekje een aantal foto's van de hand van de Amsterdamse fotograaf Ton Mijs opgenomen. Sinds zijn zestiende fotografeert hij jazzmusici, maar pas na een academische carrière pakte hij de fotografie weer serieus op.

Eind maart publiceerde Mijs in eigen beheer een boek over het ICP Orkest, 'You have to see it'. Daarin zijn niet alleen foto's van september 2009 opgenomen. Mijs volgde ook concerten van november 2009 in Paradox te Tilburg en Jazzpower te Eindhoven. Ook het concert in het Bimhuis van mei 2010 zag hij door zijn lens.

Mijs vatte het idee op om Kevin Whitehead, jazzcriticus en auteur van de boeken 'New Dutch Swing' (1998) en 'Why Jazz? A Concise Guide' (2010), te vragen een tekst te schrijven. Daaruit vloeide een unieke samenwerking voort. Op basis van een ruwe chronologische volgorde van 55 foto's begon Whitehead een muzikaal arrangement te zien. Met dat in zijn achterhoofd zocht Mijs naar meer foto's die in deze opzet pasten. Zodoende ontstond een filmische sequentie, waarbij Whitehead als het ware zijn tekst improviseerde. Vormgever Anton Mijs koos voor een vierkant formaat, wat kloeker dan 'Jazz', het beroemde vierkante fotoboek van Ed van der Elsken uit 1959.

Het boek geeft een goed beeld van het ICP in actie. De speelvreugde spat van de bladzijden af, maar dat niet alleen; het boek bevat ook foto's van de repetities. Zo zie je dat Michael Moore al aan het inblazen is, terwijl Tristan Honsinger op de achtergrond de trap naar het podium oploopt. Op de volgende foto pakt hij zijn cello uit. Elders in het boek dirigeert Honsinger vol overgave een compositie van hemzelf. Alle orkestleden komen in het boek aan bod: spelend, geconcentreerd luisterend, overleggend met elkaar. Han Bennink zittend op de vloer, een stok vibrerend in de lucht, alert of breed lachend achter zijn slagwerk.

Een van de fraaiste sequenties – het boek opent ermee – is een serie van drie foto's waarop Misha Mengelberg 'Niet Zus, Maar Zo' ten gehore brengt. Dat lied opent met de woorden 'Ik schijn, ik schijn een hond te zijn'. De tekst is naast de foto's afgedrukt. Nog mooier wordt het, als je het stuk (te vinden op ICP 49) afspeelt.

Het heeft geen zin om alle foto's de revue te laten passeren. Volg het advies dat de titel bevat: You have to see it.

Bestellen?
Het boek 'Instant Composers Pool Orchestra: You have to see it' kost € 15,- exclusief verzendkosten. Je kunt het bestellen via ton.mijs@gmail.com.

(Kees Stevens, 5.5.11) - [print] - [naar boven]





Cd
Rêve D'Éléphant Orchestra – 'Pourquoi Pas Un Scampi?' (W.E.R.F., 2011)

Opname: oktober 2010

Verdomd, met een trompet, een trombone en een tuba heb je een complete kudde olifanten. Dat werd me duidelijk in het nummer 'Mon Éléphant' van dit Belgische collectief. Als het beeld van die olifanten zich eenmaal op je netvlies genesteld heeft, hoor je de kudde ook daadwerkelijk in elk stuk marcheren. Hoewel je uiteraard op alle muziek kunt dansen, is het toch eerder marsmuziek wat hier de klok slaat. Ik bedoel, ik zou deze muziek in mijn iPod stoppen als ik zou gaan lopen – als ik een iPod had en als ik zou willen lopen.

Goed, het levert in elk geval aardige associaties op, dat vrolijke klippetie-klop van de percussie met de gierende gitaar van Benoist Eil in 'Kaai'. Alles speelt zich in een surrealistische wereld af, ergens tussen de middeleeuwen en de toekomst. Een enkele keer lijkt het op jazz: de gestopte trompet van Alain Vankenhove in 'Tradewinds'. Meestal lijkt het nergens op. Ja, verstuikte kamermuziek. Maar altijd is daar het ritme van de drie percussionisten – die nochtans nergens domineren. Daarbij heeft de bodhrán, een platte ronde Ierse trommel, het hoogste (lees: diepste) woord. Voeg je dat samen met de tuba, dan krijg je, tja, dan krijg je iets heel anders.

Meer horen?
Klik
hier voor geluidsfragmenten van een drietal tracks van deze cd: 'Idylam'bo', Pourquoi Pas Un Scampi?' en 'O Cieco Mondo, Di Lusinghe Pieno'.

(Eddy Determeyer, 4.5.11) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.