Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




Concert
Strak ingespeeld kwartet brengt gevarieerde composities

Endangered Blood, donderdag 18 november 2010, Bimhuis, Amsterdam

Endangered Blood is het gloednieuwe kwartet onder leiding van de 'eeuwig' met elkaar samenspelende tenorsaxofonist/klarinettist Chris Speed en drummer Jim Black. Wie kent ze niet van de voormalige succesvolle collaboraties Human Feel, Pachora, AlasNo Axis en Yeah No. Dit nieuwe kwartet is aangevuld met bassist Trevor Dunn, bekend van zijn deelname aan projecten van John Zorn, en de tamelijk onbekende altsaxofonist-annex-basklarinettist Oscar Noriega.

Het viertal behoort tot de prominente musici uit de New Yorkse Downtown-scene, die nog andere vermaarde exponenten herbergt - denk aan Dave Douglas, Tim Berne, Myra Melford en Cuong Vu. In die scene schroomt men niet om allerlei invloeden toe te passen uit de jazz (zoals bebop, cool jazz en avant-garde), wereldmuziek (zoals gypsy-, balkan-, oriëntaalse en Zuid-Europese muziek) en hedendaags gecomponeerde muziek.

Nu is saxofonist Chris Speed niet bepaald de allergrootste onder de hedendaagse rietblazers. Generatiegenoten als Joshua Redman, James Carter, Chris Potter, Donny McCaslin en David Sanchez steken hem naar de kroon betreffende brille, toonvorming en techniek. Speed is meer een coole blazer. Zijn solo's zijn niet spectaculair, maar worden wel met aparte lijnen muzikaal en smaakvol uitgevoerd. Zijn toon is bescheiden en nogal zuinig en doet denken aan het blanke geluid ten tijde van de West-Coast jazz. Frappant, wat dat aangaat, is dat minstens twee stukken veel weg hadden van de door Lee Konitz en Warne Marsh razendsnel unisono gespeelde composities in Lennie Tristano's formaties: onder andere het op de akkoorden van 'Honeysuckle Rose' - ofwel 'Scrapple From The Apple' - gebaseerde 'Wow' en 'Subconscious Lee', dat is gebaseerd op 'What Is This Thing Called Love'.

Wél is Speed de bindende en leidende factor in het kwartet en gunt hij zijn medemusici alle ruimte zich te manifesteren. Altist Noriega maakt daar gretig gebruik van en laat horen dat zijn solo's interessanter en virtuozer zijn dan die van Speed. Een muzikant om in de gaten te houden! Bassist Dunn en drummer Black krijgen alle ruimte om hun solistische presentaties te etaleren. Ook hun volle, compacte en stuwende begeleiding in dit pianoloze kwartet is opvallend.

Endangered Blood is aldus geen 'bedreigende' eenheid. Integendeel, het gaat hier om een strak ingespeeld kwartet, dat originele, gevarieerde en melodieuze composities speelt in combinatie met bekwame (Speed) en indrukwekkende (Noriega) solo's en voortreffelijk samenspel. Een toegift kan dan ook niet uitblijven. De band kon het identiek samengestelde kwartet van Ornette Coleman met Dewey Redman uit eind jaren zestig echter niet doen vergeten.

Klik hier voor een concert dat Endangered Blood een aantal weken geleden in IJsland gaf. De opname is qua beeld en geluid zeker niet optimaal, maar de muziek is representatief voor het concert in het Bimhuis.

Op maandag 29 november gaf Endangered Blood een zinderend optreden bij Jazzpower in Wilhelmina, Eindhoven. Klik hier voor een fotoverslag door Cees van de Ven.

(Jacques Los, 30.11.10) - [print] - [naar boven]





Cd
Charles Lloyd Quartet - 'Mirror' (ECM Records, 2010)

Opname: december 2009

Charles Lloyd is een veteraan die geen introductie behoeft. Eigenlijk is daarmee alles gezegd. 'Mirror' is wederom een goede cd van een saxofonist die tegelijkertijd lyrisch is én een introspectieve versie van de erfenis van John Coltrane's jaren 1958-1961 biedt.

Zoals altijd wordt Lloyd begeleid door een uitgelezen ritmesectie, dit keer bassist Reuben Rogers en drummer Eric Harland. Na pianisten als Keith Jarrett en Michael Pettruchiani is het nu al enige tijd de beurt aan Jason Moran. Moran is een uitstekende pianist, die kalmer speelt dan de krioelende patronen van veel van zijn voorgangers. Daardoor is er nóg meer ruimte voor Lloyd.

De muziek is niet beïnvloed door enige vorm van rock, terwijl Lloyds interesse in wereldmuziek ook al impliciet is. Daarmee wordt een trend doorgezet, die eigenlijk al vrij lang aanwezig is. Lloyd, pionier van de world fusion, speelt uitermate verleidelijke rechttoe-rechtaan jazz van het hoogste niveau.

Meer horen?
Luister op de ECM-
player van Charles Lloyd naar geluidsfragmenten van dit album.

(Sybren Renema, 30.11.10) - [print] - [naar boven]





Reportage
Uitreiking Edison Awards Jazz & World 2010


Op donderdag 11 november 2010 werden in Muziekcentrum Frits Philips de Edison Awards in de categorie Jazz/World uitgereikt. Onder de prijswinnaars waren Peter Beets & Jazz Orchestra of The Concertgebouw, Rob van de Wouw en Chaka Khan. Postuum viel ook gitarist/componist Djangho Reinhardt in de prijzen met de cd-box 'Manoir De Ses Rèves'.

"Het is op zijn minst vreemd te noemen dat de categorie Jazz/World van de Edison-uitreikingen als enige niet uitgezonden wordt op één van onze vele televisiezenders. Waar geacht wordt genoeg kijkers te winnen met de uitreikingen in de categorieen Pop en Klassiek, wordt in ieder geval betwijfeld of dat het geval is bij deze steeds groeiende en dynamische muziekcategorie," zo overdacht Donata van de Ven, onze correspondent ter plekke. Klik hier om haar verslag te lezen.

Cees van de Ven maakte een fotografische impressie van de prijsuitreiking en de bijbehorende miniconcerten, die je hier kunt bekijken.

(Maarten van de Ven, 29.11.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Vloeiende mix van sfeervolle, experimentele en groovende jazz

Jeroen van Vliet Special, dinsdag 24 november 2010, Musis Sacrum, Arnhem

In zijn bijna twintigjarige carrière als jazzpianist speelde Jeroen van Vliet met talloze muzikanten. Maar nog nooit met de drie begeleiders die vanavond in Arnhem op het podium staan. Van Vliet mocht zelf bepalen met wie hij zou optreden. Niet om het makkelijk te maken voor programmeur Joop Mutsaers van de Stichting Jazz in Arnhem. Maar vooral voor het avontuur en de spanning.

De keuze van Van Vliet blijkt al in het eerste stuk een voltreffer. Bassist Jeroen Vierdag zorgt voor een degelijke, stuwende basis. Drummer Hans van Oosterhout kleurt de stukken met inventief drumwerk. Hij gebruikt regelmatig de achterkant van zijn drumstok en strooit met rimshots, die soms als een beat klinken. Gitarist Jesse van Ruller vult Van Vliet aan met een warme klank. Het lijkt alsof ze al jaren samen spelen.

Van Vliet zelf toont zijn meesterschap als componist en pianist. Zijn stukken zijn heel gevarieerd: soms uptempo, soms experimenteel, soms voorzien van een herhalend patroon, dan weer opbouwend naar een climax. En ondanks die verschillen blijft het geluid herkenbaar.

Dat is te danken aan de klasse van de vier, die slechts een halve middag nodig hadden om het repertoire te oefenen. En aan Jeroen van Vliet, die met een spiedende blik achter zijn vleugel de boel controleert. Even een handje omhoog of een nauwelijks zichtbaar knikje van Van Oosterhout en de improvisatie gaat weer naadloos over in het stuk zelf. Het geheel komt op de bezoekers over als een vloeiende mix van sfeervolle, experimentele en hier en daar ook groovende jazz. Dat vindt ook Van Vliet zelf: "Wat een genot om met deze geweldige muzikanten te spelen. Prachtig." Hier en daar voegt Van Vliet als extra element wat experimentele noten toe via de snaren van zijn vleugel. Hij bewijst zelfs dat je de piano staand als een soort gamelan kan bespelen.

Absolute klasse van een van de toppers uit de Nederlandse jazz.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Maarten van de Ven.

(Rob Chevallier, 27.11.10) - [print] - [naar boven]





Cd
Portico Quartet - 'Isla' (Real World Records, 2009)

Opname: mei 2009

Het gebeurt elk jaar wel een paar keer: de entree van een band die de werelden van jazz en rock zal verenigen. Loos alarm meestal, want onderweg wordt al eens vergeten dat complexe rock met een paar kromme akkoorden nog geen jazz is. Soms zijn er echter bands die er wel prima in slagen om de twee dichter bij elkaar te brengen. Een mooi voorbeeld is het Britse bleekschetencollectief Portico Quartet, dat met zijn tweede plaat indruk weet te maken.

Er zijn er de voorbije jaren nog gepasseerd. Het eveneens Britse Polar Bear is een prima voorbeeld. Op en top een jazzband, maar met een popgevoeligheid die de muziek een extra frisse dimensie geeft. Of het Spaanse 12Twelve, dat een paar jaar geleden nog indruk maakte met 'L’Univers'. Het debuut van Portico Quartet, 'Knee-Deep In The North Sea' (2008), kon op heel wat goedkeurende commentaren rekenen: de plaat werd genomineerd voor de Mercury Prize en de band vond snel daarna onderdak bij Peter Gabriels Real World-label. 'Isla' krijgt intussen ook aardig wat aandacht en positieve recensies. En terecht, want het kwartet speelt muziek van een soms betoverende schoonheid.

Ze zijn sterk beïnvloed door minimalistische muziek, maar je zou net zo goed kunnen stellen dat ze prima zouden passen in de ECM-catalogus. Op 'Isla' valt immers geen 'zwarte' jazz te horen, geen wortels in de blues, geen swingende ritmes, maar een veeleer etherische, filmische aanpak die aansluit bij de Scandinavische jazz die veel luisteraars blijven associëren met Manfred Eichers label. Veel heeft daarbij ook te maken met de sopraansax van Jack Wylie, die, net omdat hij ondersteund wordt door muzikanten die zelden extraverte statements maken, vooral doet denken aan figuren als Jan Garbarek en John Surman. Geen rauwe rootsmuziek, maar dromerige excursies met een pastoraal expansief karakter.

Een naam die ook regelmatig valt, is die van Radiohead en daarvoor hoef je niet verder dan opener 'Paper Scissors Stone' te gaan zoeken (of de producer: John Leckie). De intro alleen al, een eenvoudig, mysterieus aanzwellen waar subtiel elektronica mee gemoeid is; het had zo op een plaat als 'Kid A' of 'Amnesiac' gekund, door die verschuivende, hypnotiserende sopraanherhalingen en die iele sfeer. En zo duiken er nog momenten op waarbij je net zo goed had kunnen denken aan een band als Radiohead of de postjazz van Tortoise, zoals 'Line' met z'n gerekte intro of de prachtige kippenvelmelancholie van de titeltrack.

Wat de band extra onderscheidt, is het vierde instrument (naast sax, bas en drums): de hang of hang drum. Een vrij nieuw percussie-instrument (een tiental jaar geleden pas op de markt gebracht) dat eruit ziet als twee op elkaar gelaste schalen en een geluid voortbrengt dat wat doet denken aan dat van de steeldrum, maar wat zachter lijkt. Het zorgt voor een metalige, maar toch eerder doffe resonantie, al kan het wel, zoals hier, voor een extra harmonische rijkdom zorgen. Het is een instrument dat je al te snel zou kunnen misbruiken. Percussionist Nick Mulvey is dan ook zo verstandig om het een dienende rol te laten spelen en steeds te integreren in het groepsgeluid, dat even vaak bepaald wordt door de ritmetandem Milo Fitzpatrick (bas) en Duncan Bellamy (drums).

Bellamy, die ook tekende voor het artwork, speelt hier en daar ook piano, maar net zoals het ingehuurde strijkkwartet is dat iets dat soms aan je voorbij gaat, omdat hier heel slim gedoseerd wordt en gewerkt aan een totaalpakket dat de luisteraar wil charmeren met een lijzig verleidingsoffensief. Die coherentie is een troef, maar soms ook een kleine zwakte, want ondanks de variatie, met nu en dan een exotischer tint ('Clipper') of een opvallend idee (de repetitieve baslijn in 'Dawn Patrol'), teert de band vaak op een heel specifieke sfeer en sound, die net niet van een consistent hoog niveau kan blijven voor de duur van een uur.

Nochtans is dat eigenlijk detailkritiek, want Portico Quartet laat bovenal horen over een eigen smoel te beschikken. Ze schatten goed in wat mogelijk (en overbodig!) is met een aantal basisingrediënten en nu en dan levert dat, zoals gezegd, bedwelmend mooie muziek op. Op basis van 'Paper Scissors Stone' en het afsluitende duo 'Life Mask'/'Isla' alleen al kan je spreken van een kleine revelatie. Te ontdekken.

Deze recensie verscheen eerder op Goddeau.com

Meer horen?
Op de
MySpace-pagina van het Portico Quartet kun je twee tracks van dit album beluisteren: 'Clipper' en 'Line'.

Labels:

(Guy Peters, 27.11.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Kim Hoorweg pittig en kwetsbaar

zondag 21 november 2010, Theater 't Kielzog, Hoogezand

Als ze niet zo'n ontwapenende presentatie had, voortdurend een giechelbui achter de hand, zou je zweren dat je naar een doorgewinterde jazzchick zat te luisteren. In het door Louis Prima geïnspireerde 'Forgot Something', een van haar eigen songs, blijkt alleen al uit de eigenwijze uitvoering haar volwassen kijk op de muziek. Kim Hoorweg, zeventien, is charmant en pittig, maar ook kwetsbaar en ontwapenend. In haar stem heeft ze dat ondefinieerbare iets dat haar tot jazzvocaliste bestempelt.

Zoals ze 'Round About Midnight' zingt, laat ze je de eenzaamheid van een wolkenloze nacht voelen – waarna ze plagerig het tempo verdubbelt en nog snel even haar tong uitsteekt, terwijl ze op een funky ritme de Monk-klassieker uitdanst. Maar getuige 'Sitting In The Middle' heeft Hoorweg ook een uitstekende stem voor old-time gospelmuziek. Ze kan, kortom, nog alle kanten op. En 'Never Again', haar afscheidsliedje voor haar eerste vriendje, dat een bescheiden hitje werd, bewijst dat ze ook als songschrijver haar mannetje staat.

Als dochter van een jazzpianist en een muziektherapeute heeft ze natuurlijk een vliegende start gehad. Dertien is een voortreffelijke leeftijd om Ella Fitzgerald te ontdekken. Haar vader, Erwin Hoorweg, schrijft sterke, originele arrangementjes voor de snappy begeleidingsband. Piano en gitaar (van Peter Heijnen) kunnen het prima met elkaar vinden.

Ze is uit het goede hout gesneden, zoveel is zeker. Als ze nuchter haar weggetje uit blijft stippelen, komen we die Kim Hoorweg nog wel tegen.

(Eddy Determeyer, 26.11.10) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
dOeK Festival 2010


Het is weer zover. Op zaterdag 4 december zal in het Bimhuis in Amsterdam het jaarlijkse dOeK Festival plaatsvinden, deze keer geconcentreerd op één dag. Stichting dOeK is een collectief van improviserende musici, dat in 2001 werd opgericht door Eric Boeren, Tobias Delius, Cor Fuhler, Wilbert de Joode en Wolter Wierbos om de improvisatiemuziek in Nederland te ontwikkelen en te promoten middels het organiseren van concerten en het initiëren van jazzformaties.

Op het aanstaande festival, de negende editie alweer, zullen vanaf 16.00 uur een zestal ensembles acte de présence geven. Zonder de anderen te kort te doen zijn Available Jelly en The Thing de meest bekende en spraakmakende groepen. Het reeds lang bestaande Available Jelly, met onder meer klarinettist/saxofonist Michael Moore en drummer Michael Vatcher, zal hoofdzakelijk composities van 'leider' Eric Boeren spelen en de speciale gast. Het vernieuwende Scandinavische powertrio The Thing, met in zijn midden saxofonist Mats Gustafsson, is hekkensluiter van het festival.

Naast optredens van de ad-hoc formatie Mix & Match - met deelnemende musici aan het festival - zijn er concerten van de groepen The Ambush Party (met o.a. pianist Oscar Jan Hoogland en saxofonist Natalio Sued), Wolter Wierbos' Wollo's World en The Gap (met o.a. saxofonist Tobias Delius en drummer Steven Heather).

Het dOeK Festival biedt aldus een programma met oude bekenden en gloednieuwe groepen, speelse impro uit Amsterdam en heftige free jazz uit het verre noorden, veteranen en jonge honden.

Klik hier voor meer informatie.

(Jacques Los, 26.11.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Klassiek, verfijnd en puntgaaf

Nathalie Loriers Trio with Bert Joris & String Quartet, donderdag 21 oktober 2010, JazzCase, Dommelhof, Neerpelt

Nathalie Loriers kennen we vooral als vaste pianiste van het Brussels Jazz Orchestra en van concerten met haar eigen trio en kwartet. 'Moments d’Eternité', haar recentste cd is de weerslag is van een samenwerkingsproject met trompettist, componist en arrangeur Bert Joris, waarbij op unieke wijze een jazzkwartet met een klassiek strijkkwartet wordt vermengd. Haar oude nummers werden door Joris van nieuwe arrangementen voorzien en nieuw leven ingeblazen. Het resultaat klinkt mooi en de cd werd zeer positief onthaald. Het was dan ook uitkijken wat de live-uitvoering ervan in JazzCase hier nog aan moois zou toevoegen.

Met 'Neige' werd ik vanaf het eerste moment opgenomen en meegezogen met de voortreffelijke en glasheldere trompetloops van Bert Joris, de spaarzame pianoaanslagen van Nathalie Loriers en de sterke ritmesectie met Philippe Aerts op contrabas en Jan de Haas op drums. De soli van bas, trompet en piano wisselden elkaar in een hels tempo af, tot de melodielijn na een korte adempauze door het strijkkwartet werd overgenomen. Het viertal wist een mooie spanningsboog op te bouwen, waarop de jazzmuzikanten terug op de melodie inhaakten. Precies als op de plaat, die ik net voor het concert nog even had beluisterd om in de stemming te komen.

Eerder klassiek dan jazz was het melancholische 'Moments d’Eternité' met een uiterst geconcentreerde en aanwezige Loriers op piano, vol overgave alsof het een meditatieoefening betrof en de eeuwigheid in het nummer verzonken zat. Meer jazzy was 'Danse Eternelle', met de sierlijke trompetwendingen en een subtiel samenspel tussen piano en bas. Met schaarse piano-aanslagen werd de essentie van de melodie neergezet, waaromheen zowel Loriers als Joris uitgebreid improviserend in alle bescheidenheid hun virtuositeit demonstreerden. De hommage aan de grootmeesters Coleman en Monk in 'Diner With Ornette And Thelonious' kreeg een free-jazzy aanpak.
Een mooie eerste set met als hoogtepunt het aan Loriers' ouders opgedragen 'Mémoire d’Ô', een wegdromerige ballade met zachte strijkers op de achtergrond en afwisselend het mooie pianospel en een sensibele Joris, warm en vol op de voorgrond.

Met de strijkers erbij klonk dit eerste deel vaak erg klassiek, extreem verfijnd en puntgaaf zoals de cd-registratie, zelfs zó perfect dat het soms dreigde saai te worden. Voor mij mag het vast af en toe wat grofkorreliger en smeuïger zijn en al eens uit de kom schieten. Ideaal voor in de cultuurhuizen, maar hoe zou deze academische jazzbenadering overkomen in een rokerige en rumoerige jazzkroeg?

In het tweede gedeelte van de avond was het wegdromen bij het wondermooie 'Amore', met een meesterlijke Joris op bugel in een compositie van zijn hand. 'Plus Près Des Etoilles' en 'Prélude To Paradise' - twee composities van Loriers waarvoor ze ook de arrangementen schreef - werden opgedragen aan de in 2008 overleden gitarist Pierre Van Dormael, die voor Nathalie Loriers en vele andere muzikanten van haar generatie een enorme inspiratiebron was. Hij stond onder andere aan de wieg van Aka Moon.

Een groots concert waarbij er constant op een hoog academisch niveau gemusiceerd werd met een waanzinnige perfectie en subtiliteit. De sterke en organisch vloeiende melodieën van Nathalie Loriers vormen de basis van deze voorts erg gestructureerde versmelting van jazz met klassieke muziek, stromingen waarin Loriers en Joris duidelijk geworteld zijn, waarbij ze ook voldoende ruimte laten voor improvisaties. Belgische wereldklasse.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

(Robert Kinable, 25.11.10) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Simon Oslender wint Heerlen Jazz Award 2010


De Heerlen Jazz Award 2010 gaat naar een 12-jarige begenadigde toetsenist uit Walheim bij Aken: Simon Oslender. 'Soeverein', schreven de juryleden van de Heerlen Jazz Award onafhankelijk van elkaar op bij het luisteren en kijken naar de winnaar van dit jaar. Jazz lijkt een tweede natuur. De timing en de frasering zijn uitstekend in orde. Zelfs tijdens zijn soli wordt te allen tijde een verhaal verteld.

De winnaar speelt alsof hij al een leven van luisteren en improviseren achter de rug heeft, maar die vlieguren kan hij - alleen al gezien zijn leeftijd - onmogelijk op de teller hebben. Ontspannen en tegelijk zeer geconcentreerd vertaalt deze instrumentalist zijn invallen in muziek.

De jury - die bestond uit musicus Tim Daemen, muziekpedagoog Walter Hennecken en jazzrecensist Paul van der Steen - was zeer tevreden over de hoeveelheid talent die tijdens de twee voorrondes de competitie aandurfde. De jonge Simon stak daar nog bovenuit.

(Jo Dautzenberg, 25.11.10) - [print] - [naar boven]





Cd
Fred Wesley – 'With A Little Help From My Friends' (BHM Records, 2010)


Wie trombonist Fred Wesley uitsluitend associeert met James Brown, Maceo Parker of George Clinton, zal aangenaam verrast worden door dit schijfje. Want hij kan aanzienlijk meer dan funky riffjes en dito breaks blazen. Hier ontpopt hij zich als een jazzblazer, geen hoogvlieger, geen acrobaat, gewoon een plezierige, eenvoudige rechttoe-rechtaan schuiver. Daarbij verloochent hij zijn achtergrond niet: in 'Homeboy', van de pen van Parker, blaast Wesley korte funky geplaatste noten. Die ritmische aanpak is Fred Wesley ten voeten uit. 'Obamaloo' (wat ongelukkigerwijs rijmt op Waterloo): van hetzelfde laken een scherp gesneden pakje voor de dansvloer. De collectieven zijn simpel en effectief.

Maar het kan ook anders. In het nummer 'Beautiful' klinkt de trombonist ingetogen. En in 'Peace Fugue', misschien wel het prijsnummer van de plaat, komt alles samen. Een fraaie sound, een thema dat legato geblazen wordt, een inventief arrangement waarin alle instrumenten in gelijke mate benut worden.

Grappig is 'Ashes To Ashes', dat kennelijk ontstaan is toen Europa zuchtte en hoestte onder de IJslandse vulkaanuitbarsting. Wesley, zanger nu, noodt ons, de Funky Volcano te dansen. Op het randje, ongetwijfeld. Hier pakt de hoofdpersoon stevig uit.

Het enig minpunt is de track 'Everywhere Is Out Of Town', waarop gastvocalist Willi Amrod, een oude makker, zijn kromme duit in het zakje deponeert. Jammer, want Wesley zelf mag dan als zanger geen echte crack zijn, dit klusje had hij toch beter geklaard.

(Eddy Determeyer, 25.11.10) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
Stranger Than Paranoia 2010


Het programma van Stranger Than Paranoia 2010 staat weer als een huis. De alweer achttiende editie van dit jaarlijkse festival zal gehouden worden op 24, 27, 28 en 29 december. Organisator en saxofonist Paul van Kemenade is het wederom gelukt een verrassende, internationale invulling te geven aan het programma, waarop improvisatie en bijzondere samenstellingen centraal staan.

Volgens traditie wordt het festival op kerstavond (vrijdag 24 december) geopend door Van Kemenade zelf. Ditmaal niet met zijn kwintet, maar met diverse gasten in kleinere bezettingen. Tevens presenteert hij deze avond zijn nieuwe nog niet verschenen album 'Close Enough' met medewerking van renaissance vocaal ensemble Cappella Pratensis, cellist Ernst Reijseger, flamencogitarist El Periquin, de Senegalese drummer/ percussionist Serigne Gueye en het kwartet Three Horns And A Bass, bestaande uit bassist Wiro Mahieu, trompettist Angelo Verploegen, trombonist Louk Boudesteijn en Paul van Kemenade zelf. Deze (kerst)avond wordt afgesloten door I Compani, een kleurrijk gezelschap dat ter gelegenheid van hun 25-jarig bestaan het programma 'Mangiare' ten gehore brengt.

Op maandag 27 december een bijzondere ontmoeting tussen twee compleet verschillende zangeressen. Diva Bijma met haar volstrekt weirde stijl en diva Bijlsma, de wat conventionelere zangeres. Zij gaan met elkaar 'in gesprek', begeleid door gitarist Jan Kuiper en bassist Henk de Ligt. Gevolgd door Conny Bauer en Peter Brötzmann, twee unieke Duitse jazziconen op trombone en saxofoon. Als afsluiter deze avond Sebastiaan Gramss Underkarl, een eigengereide muziekmix van een uiterst origineel kwintet.

Deep Schrott, het eerste bassaxofoonkwartet ter wereld, zal op dinsdag 28 december het spits afbijten, gevolgd door de Italiaanse topmuzikanten Antonello Salis en Fabrizio Bosso. Deze bijzondere combinatie van pianist/accordeonist en trompettist/elektronica garandeert schitterende improvisaties. Als laatste act staat deze avond gepland Anatol Stefanet Meets Mark Alban Lotz, muziek op de scheidslijn van ethno jazz en folklore uit Moldavië en hedendaagse Nederlandse muziek.

Op de slotavond, woensdag 29 december, verzorgt de Italiaanse gitarist Paolo Angeli met een geprepareerde Sardijnse gitaar een optreden in geheel eigen stijl. Daarna laten bassist Ali Haubrand, saxofonist Gerd Dudek en pianist Rob van den Broeck ons getuigen zijn van een reeds 40-jarige samenwerking en als hekkensluiter voor het zinderende festival is er een optreden het Eivind Aarset Sonic Quartet, vier eigenzinnige Noorse muzikanten met een unieke sound.

Kaarten voor dit festival kun je hier bestellen.

(Donata van de Ven, 25.11.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Koolzaad en blauwe luchten

Sessie met Groninger jazzliedjes door Jan Glas, dinsdag 16 november 2010, De Smederij, Groningen

"Alle dialecten lenen zich goed voor jazzzang," stelt dichter en parttime zanger Jan Glas. Dat is een interessante these. Een dialect is een taalvariant waarbij een bepaalde bevolkingsgroep zich thuis voelt en waarin ze zich het makkelijkst, het meest ongeremd uit kan drukken. Het Algemeen Beschaafd Nederlands daarentegen is een min of meer kunstmatig geconstrueerd stelsel, heeft van zichzelf minder expressievermogen. Enfin, dat zou nog eens degelijk uitgezocht moeten worden.

Glas zong tijdens de wekelijkse sessie in eetcafé De Smederij bekende jazzsongs, die van Groninger teksten waren voorzien door Jan Groenendal, Erik Harteveld en Glas zelf. Groenendal was destijds de auteur van 'Laiverd Kom Weer Bie Mie', de hit van echtgenote Jannie Stalknecht. 26 November wordt de cd 'Diezeg Laand' met een boekje van de hand van jazzrecensent Iland Pietersma in het Huis van de Groninger Cultuur gepresenteerd. Het optreden in De Smederij was dus een soort generale repetitie.

En dan mogen er dingetjes fout gaan. Zo dacht Jan Glas halverwege 'Koolzoad' ('Blue Skies') aan de bridge toe te zijn, terwijl hij eigenlijk gewoon weer het A'tje had moeten zingen. Maar het begeleidende trio van pianist Addy Scheele gaf geen krimp (de vocalist heeft altijd gelijk!), wisselde snel een onderlinge blik van verstandhouding en volgde hem binnen een halve seconde als een schaduw. Ik denk niet dat de zanger het zelf in de gaten had. Overigens: wat een beeld, zo'n felgeel koolzaadveld onder een strakblauwe hemel.

Opvallend was, hoe goed de hertalers naar de oorspronkelijke teksten hadden geluisterd. 'I Fall In Love Too Easily' was 'Ik Ben Altied Moar Zo Verlaaifd' geworden en dat 'moar zo verlaaifd' bleek exact het ritme van 'too easily' te hebben.

Na de pauze traden de aanwezige oude en jonge honden aan voor de rituele jamsessie. Daarbij worden impliciet de boys van de men gescheiden. Ik bedoel, heel verdienstelijk allemaal, die jonge drummertjes, niks mis mee. Maar dan kruipt er zo'n ervaren rot als Steve Altenberg achter de kit en hoor je wat het verschil is tussen een goed drummertje en een echte volgroeide muzikant. Altenberg beschikt over een schijnbaar onbeperkt arsenaal aan ritmes, figuren en breaks, waarmee hij de solisten stimuleert en de muziek vuur en reliëf geeft. Van die solisten viel andermaal de jonge Spaanse tenorist Patxi Valverde op. Hij heeft alles: ideeën, uithoudingsvermogen, een voorbeeldige timing en - niet in de laatste plaats - een sound om in te bijten. Goed, goed, Sonny Rollins was op die leeftijd misschien al een stuk verder. Maar dan heb je het over Rollins.

En net als je denkt, hè gatsie, alwéér 'On Green Dolphin Street', laat ze liever eens lekker raggen op 'Oh Lady Be Good' of 'Cherokee' of 'Flyin’ Home' voor mijn part, wordt de Ray Noble-klassieker daadwerkelijk ingezet! Van dik hout, hoor. Valverde heeft dus ook ruimschoots voldoende swing in zijn Iberische donder. En net als je denkt, nou, mijn avond kan niet meer stuk, zet pianist Remko Wind een dwingende latingroove in, die het child of the prairie nog even fijntjes een stevig pepertje in de kont steekt.

Zo horen wij dat gaarne, dames en heren.

(Eddy Determeyer, 23.11.10) - [print] - [naar boven]





Jazz on the road #2 / Vooruitblik
Harmen Fraanje: "Muziek! Leven! Vrijheid!"


Harmen Fraanje is een vooraanstaand Nederlands jazzpianist. Heeft iets met de wereld, wil ze zien. Harmen (34) spaart atlassen, droomt van kinds af aan van reizen. Recent in Azerbeidzjan, aan de westkust van de Kaspische zee gespeeld met Fugimundi (Voeimans, Goudsmit, Fraanje). Onlangs nog een paar dagen uitgewaaid in Berlijn met Jesse van Ruller. Met Philip Catherine even Parijs aangedaan, met Reijseger en Sylla in Grenoble, met Mats Eilertsen in Oslo. Fraanje stond onder meer op podia in Canada, Rusland, Singapore, Maleisië, Brunei, Ethiopie, Kenia en Thailand en de VS. Als je de globe snel ronddraait en je legt ergens willekeurig je vinger, dan is Harmen er geweest, heeft hij er gespeeld of gaat hij er spelen. Zelden komt een droom zo uit. Wat zoekt, wat vindt hij in het buitenland?

Denken over 'het musicus zijn' in Nederland gaat met plussen en minnen. Hij is dankbaar voor de studiemogelijkheden. Nederland biedt een uniek potentieel, maar het is niet altijd het meest uitbundige publiek vergeleken met andere plaatsen in de wereld. Harmen zegt daarover: "Volgens mij moet je als musicus bij je eigen verhaal blijven, proberen om je muziek zuiver te benaderen, zonder tussenkomst van ego of angsten. Als dat lukt, dan denk ik dat deze integriteit zó naar buiten straalt dat het publiek beseft dat er iets bijzonders aan de hand is."

"Nederland kent veel fantastische speelplekken, mooie cultuurcentra, maar ook leuke 'achteraf-kroegjes'. In Nederland slaap ik bijna altijd in mijn eigen bed. Als ik terugkeer van een concert uit het zuiden, wil ik in overleg met het thuisfront weleens in Tilburg overnachten. In mijn oude appartement, dat heeft wel wat... Sentiment? Nee, vrienden ontmoeten. Nederland is te klein, uiteindelijk heb je overal gespeeld."

"Wat ik zoek? Muziek! Leven! Vrijheid! Afgezet tegen het buitenland merk ik toch dat er een andere focus is. Je bent met je band onderweg, reist, speelt, wacht. Af en toe is het afzien. Van hotellobby naar hotellobby. De meest rare vertrektijden. Muziek maken is dan het allerbelangrijkste. Ik houd het niet langer vol dan twee weken, het is energievretend, slopend en tegelijk is het alles. Ik mis mijn vrouw en kinderen. Ik wil bij hen zijn, maar ik ben ook musicus, ik leef voor en van de muziek. In Nederland gaat veel tijd zitten in het oplossen van bijkomende sores, je bent een zzp-er. In het buitenland ben je muzikant. Alleen dat. Je speelt of bent onderweg, echt alleen maar dat. Als ik op Schiphol sta, dat vliegtuig inga, dan is daar die kick, de droom. Je weet: ik ben iets gaafs aan het doen. Het ergens anders zijn met de focus op je concert, je spel en je band, brengt je in een andere positie."

"Ik liep in Baku (Azerbeidzjan) over straat. Uit een kleine bar klonk livemuziek. Iemand speelde op een piano. Ik heb de opnamefunctie van mijn mobiel aangezet. De muzikant speelde prachtig! Ik wilde thuis uitchecken wat de man aan het spelen was. Die man 'vertelde' zijn verhaal. Een klein fragment in een vreemd land kan thuis een idee opleveren waar ik verder aan ga sleutelen, componeren."

"Nu we de kinderen hebben, voel ik soms iets als heimwee. Ze zijn nog zo klein. Ik was zenuwachtig toen ik uit het vliegtuig stapte; zouden ze me nog herkennen? Al dat reizen is een droom die uitkomt, maar ik heb er zoveel plezier in om zo dadelijk mijn kinderen van de opvang te halen. Morgen zijn ze lekker thuis, dan ben ik de hele dag vader in Amsterdam."

Vanavond speelt Harmen Fraanje met zijn trio - bassist Clemens van der Feen en drummer Flin van Hemmen - bij Jazzpower in Wilhelmina, Eindhoven. Speciale gast is de Amerikaanse saxofonist Tony Malaby. Klik hier voor meer informatie.

(Jo Dautzenberg, 22.11.10) - [print] - [naar boven]





Cd's
Mike Maineri/Marnix Busttra Quartet – 'Trinary Motion / Live In Europe' (NYC Records, 2010)
Buzz Bros Band - 'Ppff Unk' (BuzzMusic Records, 2010)


Een schot in de roos zoals het vorige album van Marnix Busstra en Mike Maineri ('Twelve Pieces') is zeldzaam. Dat album was het resultaat van een even onverwachte als interessante samenwerking. Het nieuwe album van deze formatie, die wordt gecompleteerd door Eric van der Westen en Pieter Bast, is onvermijdelijk minder spannend.

Op dit dubbelalbum zijn de muzikanten nog beter op elkaar ingespeeld dan op 'Twelve Pieces' het geval was. Tegelijkertijd mist de verrassing een beetje. Dit komt niet in geringe mate doordat een groot deel van het materiaal een herhaling is van het vorige album. Dit is in jazzkringen natuurlijk niet ongebruikelijk (denk aan Monk of Ellington), maar past hier minder goed dan in sommige andere contexten. De reden hiervoor is dat de muziek van Maineri en Busstra grotendeels atmosferisch is. De composities ontlenen daardoor meer van hun kracht aan het klankbeeld dan aan de eigenlijke melodie. Die melodie is overigens vrijwel overal goed uitgewerkt en eigenzinnig genoeg om meer te zijn dan alleen een excuus voor solo's. Het is alleen de vraag of er genoeg uit te halen valt om twee albums achter elkaar mee te werken.

Er staat gelukkig genoeg individuele klasse tegenover om een deel van dit bezwaar te ontkrachten. 'Trinary Motion/Live In Europe' heeft prachtige momenten en is interessant, omdat het een voortzetting is van de samenwerking tussen een internationaal vrij onbekende gitarist en een vibrafonist die tot de allergrootsten mag worden gerekend. De ontdekkingstocht die op 'Twelve Pieces' begon, wordt op dit album uitstekend voortgezet.

Het blijft alleen de vraag of de doorsnee liefhebber zowel dit album als zijn voorganger nodig heeft. Als u nog niets van deze groep heeft, dan is dit album een geweldige ervaring. Als u 'Twelve Pieces' al bezit, zult u weten wat te verwachten en kunt u 'Trinary Motion/Live In Europe' laten schieten, hoewel alles aan dit album nét een beetje beter is.

Verder verscheen onlangs een album dat Busstra heeft gemaakt met zijn andere band, de Buzz Brothers. Deze band bestaat uit Marnix en Berthil Busstra (keyboards), Frans van Geest (bas) en Chris Strik (drums). De muziek is meer georienteerd op de blanke funk/fusion/jazz van de Brecker Brothers, of Steps Ahead (waarin ook Maineri speelde). Daardoor klinkt dit album minder hedendaags dan het werk dat Marnix Busstra met Maineri speelt. Technisch is alles verder prima in orde en de muzikanten beheersen het idioom tot in detail, van snelle stukken tot zware deep-funk.

Toch ontbreekt er wat. Misschien is dit album iets te beschaafd en niet 'smerig' genoeg. Marnix Busstra's gitaar klinkt soms te netjes, wanneer zijn broer op het orgel flink gas geeft. De muziek van Agog of Rudder, die uit eenzelfde vaatje tappen, klinkt veel actueler en urgenter.

Meer horen?
Klik
hier voor soundclips van het album 'Trinary Motion / Live In Europe'.
Klik hier voor soundclips van het album 'Ppff Unk'.

(Sybren Renema, 21.11.10) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Ig Henneman viert jubileum


Violist, componist en bandleider Ig Henneman viert in december haar 25-jarig jubileum en 65ste verjaardag. Zij gaat op tournee met haar nieuwe internationale sextet onder de noemer 'Kindred Spirits'. Haar sextet bestaat uit saxofonist/klarinettist Ab Baars, trompettist Axel Dorner, klarinettiste Lori Freedman, bassist Wilbert De Joode en pianiste Marilyn Lerner.

De groep zal concerten geven in Engeland (o.a. Londen en Liverpool), Duitsland (o.a. Berlijn en Keulen), België en Nederland (Haarlem, Groningen, Nijmegen, Leiden). Tenslotte is er een 'carte blanche' op 19 december in het Bimhuis in Amsterdam, waar naast het sextet eveneens violiste Heleen Hulst, pianist Gerard Bouwhuis, Terrie Ex, pianist/componist Reinbert de Leeuw en Michael Moore (als dj!) zullen optreden.

Klik hier voor meer informatie.

(Jacques Los, 21.11.10) - [print] - [naar boven]





Interview
Rik Bevernage


"De gesettelde media besteden weinig of geen aandacht aan jazz. Er is nul aandacht, jazz is onbekend. Jazz wordt niet geprogrammeerd. We kunnen dat goed zien bij ons festival Jazz Brugge. Veel aandacht van buitenlandse pers, van de Vlaamse pers niet; zij verwachten altijd dezelfde namen. Wij gaan voor de verrassing. Themazenders, zoals ze tegenwoordig opkomen, besteden wel aandacht aan jazz, maar op de meest vreemde tijden. Ze zijn weliswaar een zegen voor de liefhebber, maar het blijft in de eigen kleine kring, het jazzgetto. De experimentele jazz zit opgesloten, maar doet niets verkeerd. Het wil eenvoudigweg niet commercieel zijn."

Jo Dautzenberg reisde af naar kunstencentrum De Werf in Brugge voor een gesprek met directeur Rik Bevernage, in 2002 nog winnaar van een speciale prijs bij de uitreiking van de Golden Django's.

Lees hier het volledige interview.

(Maarten van de Ven, 20.11.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Strijken tegen de grens

Arditti Quartet & Biondini-Godard-Reijseger, zaterdag 13 november 2010, Sounds of Music, Noorderkerk, Groningen

De eisen die moderne componisten aan de uitvoerende strijkkwartetten stellen, worden steeds hoger. Gelukkig lijkt het erop dat de ensembles qua kunnen meegroeien; de bedenkers van de muziek kunnen de lat nog zo hoog leggen, de strijkers zeilen er superieur glimlachend wel overheen. Neem het Arditti Quartet van Irvine Arditti dat naar Groningen was ontboden om werk van Jonathan Harvey, John Cage en Hèctor Parra te vertolken.

Laatstgenoemde componist had een in mijn oren hondsmoeilijk 'Leaves Of Reality' geschreven, dat het kwartet met een verbluffende precisie wegstreek. Het werk bestond uit een reeks cellen met daarin miniatuurtjes die elk een paar seconden oplichtten, om dan weer plaats te maken voor het volgende frame. De dynamische contrasten waren indrukwekkend, de pianissimo's leken in het niets weg te glippen. De ciselering van de violen verleenden de instrumenten scherpe contouren. Volgens de trotse en enthousiaste componist krijgt het werk bij elke uitvoering meer diepte.

De eisen van Jonathan Harvey, leermeester van Parra en centrale componist van Sounds of Music, doen niet onder voor die van de Spanjaard. Zijn tweede 'String Quartet', uit 1988, bevat twee extreem hoge, bijna transparante vioolpassages, eenzame geluiden die in combinatie met de zacht vibrerende altviool en cello een surreëel effect opleverden. Alsof we gezeten op een straal van een Thérémin het rijk van de magie binnengezapt werden.

In vergelijking met dit 'Quartet' was Harvey's 'Trio', uit 2004, nog een stuk woester. Het begon met een striemende ijsregen van dissonanten die ons naar serene intergalactische dreven voerden, waar hemellichamen opdoken en weer wegflitsten, waarbij we niet in de gaten hadden dat het metertje inmiddels tot voorbij de lichtsnelheid was gekropen.

Daarnaast leek John Cage's 'String Quartet In Four Parts' een sanatorium in de herfstzon. Alles klonk bescheiden en bedachtzaam, ijl en traag. Het is zaterdagmiddag half vijf. Een pastoor loopt in zijn tuin te brevieren en verwijdert een blaadje dat op het pad is neergedwarreld.

Mensen die dat allemaal zonder blikken of blozen verstouwen, kunnen ook wel tegen zo'n trio als van Luciano Biondini, Michel Godard en Ernst Reijseger, moeten de organisatoren van Sounds of Music gedacht hebben. En zo sloot dit improvisatiegezelschap, bestaande uit accordeon, bas (plus tuba, plus serpent) en cello, de avond af. De motor is Biondini, wiens warmbloedige accordeon de muziek een aards en volks karakter geeft. Zijn valses musettes swingen onbedaarlijk. De Italiaan is aan Reijseger gewaagd. Diens hilarische epos 'Koekoek' banjert onbekommerd door een veelheid aan stijlen en speelwijzen.

Lieve mijnheer Rutte, wat u ook gaat slopen, wilt u alstublieft gedoogsteun geven aan Sounds of Music?

(Eddy Determeyer, 20.11.10) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Saskia Laroo wint vredesaward en tourt in India


Vlak na haar tournee in Hong Kong en Thailand is Saskia Laroo woensdag 17 november voor anderhalve week vertrokken naar het verre Oosten, deze keer naar India. Ze gaat met haar latinjazz band Salsabop concerten doen in Mumbai, Delhi en Bangelore op het Jazz Utsav, India's voornaamste en internationale jazzfestival dat in verschillende steden tegelijk plaatsvindt. Daarnaast doet de band ook optredens en workshops in Ahmedabad en Goa. Het is de zevende tournee voor Laroo met band in India, nu extra speciaal omdat ze een vredesprijs heeft gekregen, de Karmaveer Award, toegekend door de iCongo-organisatie in New Delhi.

Twee keer eerder was een optreden van de trompettiste op de Mumbai-editie van het Jazz Utsav Festival afgeblazen wegens overmacht; vorig jaar om bureaucratische redenen, een jaar eerder vanwege de bomaanslagen eerder die week. Saskia en haar band hebben ondanks een negatief reisadvies hun tournee toen toch gedaan in de overige steden onder het motto 'Music For Peace'.

De muziek die de Amsterdamse Laroo maakt met haar multiculturele medemusici is een mix van jazz, pop, wereldmuziek en dance. Dit recept bleek door de jaren heen aan te slaan in het gemêleerde India en prima te combineren voor projecten met lokale musici.

Vorig jaar bijvoorbeeld heeft de band in Goa authentieke Konkani muziek uit deze streek uitgevoerd, samen met lokale Konkani musici. Dat gratis toegankelijke concert was een gigantisch succes. Media aldaar prezen het feit 'dat Europese musici het belangrijk genoeg vonden om ‘hun muziek’ uit te voeren' en 'dat dit optreden zelfbewustzijn en hernieuwde waardering voor de eigen cultuur tot gevolg zou hebben bij de onderdrukte Konkani-minderheidsgroepering'.

De durf om in India ondanks de terroristische dreiging in het openbaar concerten te geven, leverde veel waardering op bij het Indiase publiek en de internationale media, en heeft Laroo nu dus de Karmaveer vredesaward opgeleverd.

(Maarten van de Ven, 20.11.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Gianluca Petrella blaast zichzelf outer space in

dinsdag 9 t/m vrijdag 12 november 2010, Sounds of Music, Grand Theatre & Vera, Groningen

"Nee hoor, Sun Ra," corrigeert trombonist Gianluca Petrella als ik hem na afloop van het concert door zijn Cosmic Band complimenteer met de Ellingtonesque klankkleuren. En, nee, Sun Ra zelf heeft hij nooit live aan het werk gezien: "die kwam niet bij ons in Bari," vertrouwt hij me met spijt in zijn stem toe. Wel heeft Petrella met het Intergalactic Research Arkestra onder leiding van rietblazer Marshall Allen gespeeld.

Inderdaad, zijn nonet is diep in de kosmische ruis gedoken, vastbesloten de geheimen van de Big Bang Swing van de zonnemagister te ontsluieren. Op de debuut-cd van het gezelschap, 'Coming Tomorrow – Part One' (Spacebone Records, 2009), heeft die liefde voor Zon Zon heel direct vorm gekregen in een zestal covers van het Arkestra. Vrijdag 12 november werd er - voor zover ik kon nagaan - uitsluitend eigen werk gespeeld. Maar voor het overige was het aha-gehalte hoog, van de ritmische exotica en de rituele rondgangen over het speelvlak en door de zaal tot het spacy gefreak van toetsenman Alfonso Santimone. Sun Ra (1914-1993), de grote pionier van de elektronische keyboards, had het vast fantastisch gevonden, zo'n laptop.

Ook de Cosmic Band schuwt de contrasten niet. Bij Sun Ra kon je het ene moment krachtige collectieve free jazz verwachten, afgewisseld met een ruwgesneden parafrase op de bigbandswing van pianist en arrangeur Fletcher Henderson, of een sereen fluitduet aan het hof van de sultan van Saturnus, onder het romantische schijnsel van de opkomende ringen. Zo tuimel je ook bij dit Italiaanse gezelschap van de ene verbazing in het volgende feestje. Hoewel de muzikanten individueel met bronstig solowerk aan bod komen, ligt de nadruk op het orkestrale karakter van de Cosmic Band. Daarbij spelen de vier blazers vooral riffjes en uitroeptekens, vlijmscherp gedirigeerd door de leider, die zijn trombone effectief als dirigeerstok inzet. Tedere Don Byas-achtige balladsuggesties worden afgewisseld met extreem gekrijs dat afkomstig lijkt uit de vleesverwerkende industrie.

Afgezien van Petrella kwamen de meest memorabele solobijdragen van het ritmekwintet. Het springerige, inventieve toetsenwerk van Santimone heb ik al gememoreerd, maar de post-Hendrix exercities van gitarist Gabrio Baldacci waren minstens zo adembenemend. Basgitarist Francesco Ponticelli liet horen dat hij zijn instrument als een gitaar kan laten zingen en flemen en de percussietandem Frederico Scettri-Simone Padovani was voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor ons aller goede humeur. Ja hallo, deze muzikanten komen uit een land waar muziek voor leven staat en niet gedefinieerd en behandeld wordt als geluidshinder. Het verbaasde niemand dat Padovani tijdens de tweede set met één machtige klap drie congadrums tegelijk vloerde.

Deze strijdvaardige vestzak-bigband vormde de apotheose van Petrella's bijdrage aan het eerste Sounds of Music Festival, dat een voortzetting en samensmelting is van de aloude Trois Jours en het Prime Festival. Het besloeg zes dagen en had behalve Gianluca Petrella de Engelse componist Jonathan Harvey centraal geplaatst. Op de eerste dag was de trombonist toegevoegd aan het trio van gitariste Corrie van Binsbergen. Die laatste heeft zoals we weten een eigen muzikale taal ontwikkeld, met unieke gezegdes en kreten. Die taal wortelt in de rock- en bluesmuziek van de jaren zestig en zeventig; haar zul je niet snel betrappen op een potje single note-picken. Met haar overwegend lange noten zit Van Binsbergen ergens tussen zingen en zeggen. In dat idioom voelde Petrello zich als een vis in de Middellandse Zee. Een summiere repetitie in de middag was voldoende voor een spannende ontmoeting, waarbij de trombonist met behulp van pedalen en frutseldoosjes boventoonrijke soundscapes tevoorschijn toverde. Ook ging hij rechtstreeks een gesprek aan met de gitariste, ontweek behendig elk voor de hand liggend antwoord en ondersteunde haar met een grommende bourdontoon. Tegen het eind van het optreden stond er een echt bandje op het podium van het Grand.

In de kelderbar van Vera, het Groninger centrum voor undergroundcultuur, was Giovanni Petrella 's anderdaags gekoppeld aan tenorist Sean Bergin, met wie hij eerder al eens tourde. Het was niet moeilijk vast te stellen waar en wanneer we dit geluid de eerste keer hadden gehoord. Tijdens het Newport Festival in de Rotterdamse Doelen, in 1967, waar trombonist Roswell Rudd het tegen tenorist Archie Shepp opnam. Dit was andermaal free jazz op z'n best met twee explosieve en creatieve geesten die uit abstracte structuren melodieën laten opbloeien om die vervolgens gelijk in de hoek te vegen. De gelegenheidscombinatie bestond verder uit bassist Bert van Erk, die fraai bleek te strijken wanneer de geluidscontour even in wilde zakken, en een messcherp drummende Harrie Arling. Na de pauze nam de als paardenhandelaar vermomde Alan Purves achter de kit plaats, om achteloos fleurige en voordurend verschuivende mozaïekjes achter de blazers te metselen.

Ik bedoel: is free jazz inderdaad terug van nooit weggeweest?

(Eddy Determeyer, 19.11.10) - [print] - [naar boven]





Cd / Vooruitblik
Nils Wogram's Root 70 - 'Listen To Your Woman' (Nwog Records, 2010)


Als Nils Wogram een Amerikaan was, dan woonde hij aan de westkust. Met zijn gave geluid leunt hij aan de 'blanke' West-Coast jazz, al heeft het spel van trombonist tegelijkertijd ook een eigen karakter, niet in het minst door de indrukwekkende virtuositeit. Het lijkt bij hem immers allemaal zo gemakkelijk te gaan; alsof hij alles met de glimlach (en een erg losse pols) uit de mouw schudt. Speciale technieken heeft Wogram al jaren onder de knie (zoals te horen in de driestemmige akkoorden van Wogram en saxofonist Hayden Chisholm in 'Melancholia'), maar ze komen pas uit de kast als ze muzikaal relevant zijn; hij is nu eenmaal geen publiekspeler die met goedkoop technisch machtvertoon het publiek moet lijmen.

Deze gezonde no-nonsense houding is ook terug te horen bij zijn collega's, met op kop de soepel ronddansende en romige altsax van Hayden Chisholm (die meer dan eens doet denken aan de soepele tred van Lee Konitz en Paul Desmond). Drummer Jochen Rückert komt subtiel en droog tikkend uit de hoek, terwijl bassist Matt Penman geen last heeft van de 'natuurlijke' beperkingen van zijn instrument en zich perfect weet in te werken in het zangerige groepsgeluid.

'Listen To Your Woman' ligt op haar eigen manier in de traditiegerichte lijn die Wograms Root 70 inzette met de vorige plaat. Waar 'On 52nd ¼ Street' een plaat was in de geest van de klassieke jazz van de jaren vijftig, ligt voor 'Listen To Your Woman' de focus op de blues. Daarbij kiest Wogram niet voor standards of een vuile, emotiegestuurde benadering. De stukken zijn composities van de bandleden. Het bluesschema staat centraal, maar krijgt een heel eigen invulling, zoals in 'Twenty Four', waar er harmonisch de kantjes afgelopen worden. Wogram zelf blijft gaaf en zelfs opvallend zacht klinken, is als vanouds exact in de uitvoering met een trefzekere intonatie en articulatie.

Ondanks de duidelijk thematiek en de heel gerichte interpretatie ervan, is 'Listen To Your Woman' een gevarieerd album geworden, waarop het bluesschema maximaal wordt uitgerekt in diverse richtingen. Opmerkelijk daarbij is dat alles spontaan blijft klinken. Van geforceerde verbuigingen van de traditie is geen sprake.

Klassieke momenten zijn te horen in de titeltrack, die baadt in de sfeer van vooroorlogse danszalen, of in 'Homeland’s Sky', dat begint als een vrij lamento op een New Orleans-begrafenis om na de intrede van het vaste tempo over te gaan in een grootstedelijke slenterblues. In iets 'modernere' gedaante klinkt de groep Henry Mancini-achtig ('Rusty Bagpipe Boogie’) of funky ('How Play Blues2'). Het energieke 'Precision' en het hoekige en kronkelende 'One For George' - met knap uitgevoerde tempoveranderingen - laten het strakke samenspel horen. Het meest opvallend zijn echter 'Hot Summer Blues' (met Mongoolse boventoonzang) of het slome dubgevoel van 'Behind The Heart Beat', inclusief de hikkende melodica.

Voor literatuurliefhebbers is Chisholm te horen in twee spoken word performances, maar de grote kracht van 'Listen To Your Woman' blijft liggen in het louter muzikale. Dat klinkt op dit album zó vanzelfsprekend, dat het lijkt alsof het kwartet permanent loopt te bluffen. Helaas voor de concurrentie kunnen ze steevast leveren...

Vanavond treedt Nils Wogram's Root 70 op bij JazzCase in Dommelhof, Neerpelt. Klik
hier voor meer informatie. Een interview met Nils Wogram volgt binnenkort op deze website.

Deze recensie verscheen eerder op Kwadratuur.be

Meer horen?
Van dit album kun je hier de track 'Precision' beluisteren.

(Koen Van Meel, 18.11.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Enerverende collectieven en inspirerende solo's

Donny McCaslin Quartet feat. Uri Caine, woensdag 10 november 2010, Bimhuis, Amsterdam

Tenorsaxofonist Donny McCaslin is één van de meest talentvolle saxofonisten van dit moment. Met inspirators als John Coltrane en Michael Brecker, die hij verving in de vermaarde formatie Steps Ahead, borduurt hij voort op de hedendaagse hardboptraditie.

In 1997 speelt hij langdurig samen met altsaxofonist David Binney en in 2005 neemt hij deel aan het kwintet van trompettist Dave Douglas. Hoewel zijn reputatie al genoegzaam bekend was, betekent dat in zekere zin een doorbraak voor McCaslin. Vandaar dat hij niet met de eerste de besten - pianist Uri Caine, bassist Scott Colley en drummer Antonio Sanchez – momenteel twee weken door Europa toert. Als de groep in het Bimhuis speelt, hebben ze al een zestal concerten achter de rug en zijn ze goed op elkaar ingespeeld.

Het kwartet speelt voornamelijk composities van McCaslin en opent direct met diens compositie 'M', waarin groepsgewijs zeer intensief, krachtdadig, compact, stuwend en geïnspireerd wordt gespeeld. Gedurende het gehele concert wordt dat intense niveau gehandhaafd. In het zweet des aanschijns.

Naast het kwalitatieve collectieve samenspel vormen de solo's de absolute hoogtepunten van de avond. Pianist Caine hamert en ranselt de akkoorden uit de vleugel en improviseert razendsnel en virtuoos single notes met de rechterhand. Het swingt genadeloos.

Hetzelfde kan gezegd worden van het solowerk van leider McCaslin. Hij soleert zeer authentiek, met toepassing van opstapelende notenreeksen - gebruikmakend van meer dan vier octaven, die zeer zuiver geblazen worden in zowel het hoge als het lage register - en virtuoze licks vanuit de flageoletto-noten naar de lage B of Bes. En dat alles met een prachtig, helder en strak geluid. Voor hem heeft de tenorsax geen enkel technisch geheim.

Uitzonderlijk spannend en enerverend was het duet in 'Upper Cut' in de tweede set tussen McCaslin en drummer Sanchez. Het hoeft geen betoog dat Colley en Sanchez een ritmisch dreamteam vormen. Beiden hebben een enorme palmares op hun naam staan en spelen zowel in eigen formaties als met alle hedendaagse groten in de jazz.

Aldus, een ijzersterk kwartet dat op het podium van het Bimhuis een grote indruk achterliet.

(Jacques Los, 17.11.10) - [print] - [naar boven]





Cd
Various artists – 'Classic Sounds Of New Orleans' (Smithsonian Folkways/ Music & Words, 2010)

Opname: 1946-1980

Een zó overvloedig gevulde hoorn komt maar zelden op je pad. Aan bijna elke track van deze verbluffende verzameling field recordings zou je een essay kunnen wijden.

Neem track twee, het nummer 'Hambone', uitgevoerd door een anonieme schoenpoetser, die zichzelf begeleidt met klappen op zijn knieën en zijn lijf. Dat is een traditie die teruggaat tot de negentiende eeuw. En wellicht nog verder. Of de opnamen die onderzoeker Sam Charters in 1956 van de Mardi Gras Indians maakte. Het was de eerste keer dat de zang van de zwarte 'Indianen' werd gedocumenteerd, een eeuw of daaromtrent nadat dit intrigerende fenomeen de kop opstak. We horen de uitdrukking 'Too-way Pock-away' die je ook heden ten dage nog in de songs van de zwarte stammen tegen kunt komen en waarvan ik niet zou weten of ze een Indiaanse of een Afrikaanse oorsprong heeft.

Heel actueel klinkt de Eureka Brass Band van trompettist Percy Humphrey. Al was het alleen maar omdat Troy 'Trombone Shorty' Andrews het geluid en met name de pure power van de traditionele straatorkesten er weer stevig ingestampt heeft. In tegenstelling dus tot de meeste jonge New Orleans brassbands, die de funky ritmes benadrukken. Ook het gospelgeluid van het Choir Of Pilgrim Baptist Church kun je nu, ruim een halve eeuw later, nog meemaken in de Crescent City.

Traditionele jazz namen de researchers van Folkways ook op. Daarvan bevallen de registraties van de Six And Seven-Eighths String Band en de groep van trompettist Jimmy 'Kid' Clayton mij het best. 'Clarinet Marmalade' (zonder klarinet dus) van die eersten zet je aan het denken: hoe zat het met de relatie van de vroege Western Swingbands en de snaarorkestjes uit New Orleans? Kid Clayton legt eveneens een link naar de jaren twintig, maar dan via de tweede, hoge stem van banjoïst 'Creole' George Guesnon in het nummer 'Corinne, Corinna'. En wat een beest van een drummer was die Alec Bigard!

Zo kan ik nog makkelijk een tijdje doorgaan. Wie dit niet horen wil, moet het maar niet voelen.

Deze recensie verscheen eerder in Jazz Magazine.

(Eddy Determeyer, 17.11.10) - [print] - [naar boven]





Festival
Het mekka van de jazz leeft weer!

Mecc Jazz Maastricht, zaterdag 30 oktober 2010, MECC Maastricht

Het begon twintig jaar geleden zo enthousiast en vol plannen: een splinternieuw internationaal jazzfestival. Een ontmoetingsplaats van de beste jazzmusici in elke stijl, wereldberoemde sterren en nieuwe talent. Een internationale gebeurtenis in een centrale stad in Europa: Maastricht. Zo klonken toen de aankondigingen van het nieuwe driedaagse festival, waar grootheden zoals Miles Davis, Michel Petrucciani en Monty Alexander geweest zijn. En toch, de droom van een nieuw jazz-mekka spatte uiteen vanwege financiële problemen. Het was bitter dat het zogenoemde kleine broertje van het North Sea Jazz Festival niet eens vier jaar oud is geworden.

Op hernieuwd initiatief vond dit jaar op 29 en 30 oktober de eerste editie van Mecc Jazz Maastricht plaats. Een verfrissend jazzfestival met nationale en internationale artiesten, vernieuwend talent uit de regio Maastricht en een grensoverschrijdend programma van jazz en andere culturele genres, zoals 'Jazz meets Art'.

In de zaal Baker Street begon de zaterdag met het muzikale echtpaar Tuck & Patti. Met het complexe gitaarspel van Tuck, dat op zich ongetwijfeld genoeg materiaal voor een soloconcert was, werd de stevige rhythm-and-blues stem van Patti begeleid. Twee mensen die elkaar kennen en van elkaar houden; een platform voor een concert vol intimiteit en harmonie.

Een sterk begin vormde het Roy Hargrove Quintet op het podium 42nd Street. Hargrove, eens door Wynton Marsalis ontdekt, maakte indruk met diversiteit: afwisselend in duet met Justin Robinson (altsax) of solo, gingen fluweelzachte melodieën in scherpe hardbop en zelfs funky staccato's vloeiend in elkaar over. Zijn band bestond uit Sullivan Fortner (piano), Ameen Saleem (bas) en Montez Coleman (drums). Iedereen individueel was als een vulkaan en speelde in het collectief en in begeleidende rol met dynamiek en expressie.

Magnus Lindgren - Quincy Jones noemde hem het grootste jazztalent wat rond loopt - leefde en werkte enige tijd in Brazilië en heeft met Zuid-Amerikaanse muzikanten stukken voor zijn album 'Batucada Jazz' geschreven en opgenomen. Van deze cd presenteerde hij met internationale bezetting een aantal nummers. Het concert van deze multi-instrumentalist (toetsenist, fluitist, saxofonist en klarinettist in één persoon) deed aan de David Sanborn van de jaren tachtig denken. Ook was de focus zeer op entertainment en show gericht. Maar zelfs in dit mainstream-achtige optreden waren er mooie momenten van puur spelplezier en uitgebreide solo's te ontdekken.

Verrassend veelzijdig was het concert van zangeres Charlotte Haesen. Dit jonge talent uit de regio Maastricht presenteerde met haar begeleiders Rudolfs Macats (toetsen), Matiss Cudars (gitaar), Andri Olafsson (bas) en Niels Engel (drums) een mix uit pop, chanson en jazz. Met uitdrukkingkracht, schoonheid en mooie arrangementen creëerde zij een kwetsbare en licht melancholieke sfeer. Charmante kleinkunst.

Maastricht en de jazz zijn als een vriendschap: vriendschappen komen het beste tot hun recht onder moeilijke omstandigheden. Op termijn zullen we weten of dat hier ook het geval is. De kans is er!

Klik hier voor een fotoverslag van Mecc Jazz 2010 door Cees van de Ven.

Klik hier voor een fotoverslag van Mecc Jazz 2010 door Monique van der Lint.

(Sabine Fleig, 17.11.10) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
Festival Jazz International Rotterdam 2010


Met een warming-up concert van vibrafonist René ten Kaate en zijn kwartet in Dizzy is gisterenavond de tiende editie van het Festival Jazz International Rotterdam begonnen. Het vindt plaats tot en met zondag 21 november op de podia Dizzy, De Unie, WMDC, De Doelen en LantarenVenster.

Het is de traditie, dat een jazzmusicus wordt uitgenodigd om samen met Jazz International Rotterdam het festivalprogramma samen te stellen. Dit jaar is pianist en componist Michiel Borstlap aan de beurt. Zijn motto is 'Personal Voices': de persoonlijke signatuur van de jazzmusicus staat centraal. "Het gaat er niet om wat je speelt, maar hoe je het speelt", aldus Borstlap.

De pianist is zelf op woensdag in Zaal de Unie bij 'Jazz -> Talk & Play' (met Vera Vingerhoeds) solo te genieten. In WMDC presenteert donderdag de Rotterdamse band The Mirror Conspiracy een combinatie met trompettist Erik Truffaz.

Het driedaagse programma, dit jaar in De Doelen en in het nieuw geopende LantarenVenster, vormt het hoogtepunt van het festival. Er is weer een keuze van hedendaagse nationale en internationale formaties te horen. Het Portico Quartet uit het Verenigd Koninkrijk begint de vrijdag in LantarenVenster, gevolgd door het Erman Dirikcan Trio. Verder gaat het met het duo Ernst Reijseger (cello) - Simon Nabatov (piano), gevolgd door zangeres Sherry Dyanne uit Nederland. De vrijdag wordt besloten met de Belgische formatie Aka Moon + Baba Sissoko & Black Machine te horen.

Op zaterdag zijn er vijf concerten in LantarenVenster. Het begint met de Amerikaanse band Kneeboy. Gideon van Gelder presenteert met zijn kwintet het project Perpetual. Daarna de cool-jazz legende Lee Konitz met pianist Dan Tepfer. Verder gaat het met het duo Kaja Draksler (piano) - Martijn Vink (drums). Michiel Borstlap zelf zal met zijn band deze avond afsluiten.

De zondag omvat ook vijf concerten en vind in de Willem Burger Zaal en de Fortisbank Zaal in De Doelen plaats. Het Noorse Helge Sunde Ensemble Denada begint deze laatste dag van het festival, gevolgd door Marzio Scholten met zijn nieuwe band. Verder zijn Michiel Borstlap solo met Lori Lieberman en het Castel/Van Damme Quartet te horen. Het slotconcert van het festival wordt verzorgd door het Cedar Walton Quintet.

Meer informatie over Jazz International Rotterdam vind je hier.

(Sabine Fleig, 17.11.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Kleurrijk en gewaagd

Kurt Rosenwinkel Standards Trio, zaterdag 6 november 2010, Paradox, Tilburg

Kurt Rosenwinkel wordt genoemd als misschien wel de meest gevierde artiest van de 21ste eeuw als het gaat om vernieuwende muziek. Deze 39-jarige jazzgoeroe, wiens roots in Philadelphia liggen, was ooit sideman in Gary Burtons en Joe Hendersons bands en liet zich onder meer beïnvloeden door John Coltrane, Pat Metheny, Wayne Shorter, John Scofield en Miles Davis, maar ook door The Beatles en Led Zeppelin.

Het publiek was massaal uitgerukt; in een uitverkocht Paradox waren velen getuige van het retrospectieve spel en de exclusieve sound van deze meestergitarist. Het concert maakte deel uit van een reeks opvallende gitaarconcerten in de maanden november en december op het Tilburgse jazzpodium.

In zijn onverstoorbare houding was enkel de constante nerveuze beweging van zijn gesloten ogen een duiding van het creatieve proces dat ongetwijfeld in hem plaats vond. Het moest haast wel een fundament vormen voor zijn virtuoze en originele interpretaties van de zo vaak vertolkte composities uit het traditionele Songbook en van jazzgiganten als Thelonious Monk en Cole Porter. Zijn zelfanalyse en zoektocht door de harmonische materie vond plaats in een intieme triosetting, waarin hij vergezeld werd door Eric Revis op bas en Ted Poor op drums. Laatstgenoemde is de waardige vervanger van Eric Harland, drummer op de cd 'Reflections'.

Ondanks het niet zichtbare contact tussen Rosenwinkel, Revis en Poor, was de interactie in het drietal groot en leidde het tot wonderbaarlijke resultaten, die zowel subtiel en kleurrijk als verrassend gewaagd en uitdagend genoemd kunnen worden. Opvallend was ook dat de oorspronkelijke melodieën slechts bij tijd en wijle naar voren 'popten', om daarna binnen het originele schema bijna onherkenbaar te verdwijnen in Rosenwinkels muzikale omzwervingen.

Rosenwinkel toonde zijn passie en fijngevoeligheid in de uitvoering van 'Reflections', dat een sterke opbouw behelsde en via fascinerende omwegen uiteindelijk weer tot een subtiel einde kwam. In 'Invitation' werden we getrakteerd op de vingervlugheid van Rosenwinkel en zette Revis een melodieuze solo neer, waarin fantasie en speelsheid niet ontbrak. Overigens omvatte Revis zijn bas soms zó krachtig, dat het leek alsof hij hem zou samendrukken. Zijn spel kwam daardoor soms wat compact over. Daarentegen was die kracht juist essentieel tijdens die enkele keer dat het trio enigszins dreigde te verzanden.

Drummer Ted Poor vormde een inspirerende pijler in het geheel, zowel visueel als auditief. Hij is een zeer innovatieve en creatieve drummer, die zichzelf in de compositie insluit en zich volledig ten dienste stelt van het trio. Zijn gevoeligheid voor dynamiek is groot en hij waarborgt de ritmische zekerheid van het geheel, in welk tempo dan ook.

Naast ballads en uptempo stukken kwam er zelfs een tango voorbij in 'Get Out Of Town' en werden we als laatste nummer van één grote set getrakteerd op 'Inner Urge' van Joe Henderson, waarin Revis er (in figuurlijke zin) in sneltreinvaart vandoor ging, Rosenwinkel met gierende banden erachteraan. In deze welluidende achtervolging deed zich het enige verbluffende moment voor waarop Rosenwinkel zichzelf fysiek kon laten gaan.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Siebe van Ineveld.

(Donata van de Ven, 15.11.10) - [print] - [naar boven]





Column Herbert Noord
Het regent sterren


"In de internetloze jaren was je aangewezen op een gang naar de platelaar om zelf te gaan beluisteren of het lofdicht wel terecht was gedeclameerd. Meestal had er al een schifting vooraf plaatsgevonden. Was bijvoorbeeld de smaak van de recensent niet de jouwe, dan wist je dat die vier sterren garant stonden voor muziek die je niet in jouw collectie wilde hebben. Kwam de smaak van de recensent daarentegen wel vaker met de jouwe overeen, dan was die aansporing meestal genoeg om eens te gaan luisteren aan de daartoe ingerichte luistertoonbank met aan elk oor een soort halve telefoon. Soms, heel soms, was er een recensent die een stukje met een dermate enthousiasme opdiende, dat je eigenlijk voor je goede fatsoen niet om zijn advies heen kon."

Een argwanende Herbert Noord heeft zo zijn bedenkingen bij de vele cd's die tegenwoordig vier of vijf sterren worden toebedeeld in de kranten en tijdschriften.

Klik op bovenstaande button om zijn column te lezen.

(Maarten van de Ven, 13.11.10) - [print] - [naar boven]





Cd
The Vandermark 5 Special Edition - 'The Horse Jumps And The Ship Is Gone' (Not Two, 2010) 2 CD

Opname: 19 & 20 juni 2009

The Vandermark 5 blijft niet enkel Ken Vandermarks vlaggenschip, maar ook zijn meest productieve band. Een dozijn albums (compilaties en box-set niet meegerekend) sinds 1997, dat is een tempo dat zelfs weinig rockbands ambiëren, en dan hebben we het niet eens gehad over de verbazingwekkende gemiddelde kwaliteit. Dubbelaar 'The Horse Jumps And The Ship Is Gone', goed voor dik twee uur muziek, laat horen dat er nog lang geen sleet op zit.

Net als voorganger 'Annular Gift' (2009) is deze release een live-album, uitgegeven op het Poolse label Not Two. Het opmerkelijke is dat de opnames slechts drie maanden na die van het vorige album dateren en dat het kwintet voor de concerten in Chicago's Green Mill uitgebreid werd tot een septet door de toevoeging van trompettist Magnus Broo en pianist Håvard Wiik. Geen onbekend volk (de muzikanten, beide uit het Scandinavische Atomic, kruisten al vaker Vandermarks pad), maar we waren wel benieuwd hoe het zou klinken, zo'n gerodeerde band met twee nieuwkomers erbij.

Niet in het minst omdat er nu een pianist van de partij is. Vandermark werkte in het verleden wel al samen met pianisten (zo vormde hij het Free Fall-trio met diezelfde Wiik en was er een pianist van de partij in zijn Territory Band), maar doorgaans valt er zelden een harmonisch instrument te bespeuren in zijn talloze projecten. Zoals te verwachten verandert er eigenlijk niet zo heel veel aan de gehanteerde aanpak. Het inzetten van de twee gebeurde duidelijk op een doordachte manier, met hier en daar structurele wijzigingen, al is het tegelijkertijd opmerkelijk hoe de toevoeging van twee instrumenten het totaalgeluid nu en dan toch sterk verruimt.

Op dit album vallen tien songs te horen, waarvan vier reeds bekend van 'Annular Gift', twee teruggrijpen naar 'Beat Reader' ('Friction' en 'Desireless') , eentje naar 'A Discontinuous Line' ('Some, Not All') en eentje nieuw is ('Nameless'). Daarenboven leveren zowel Broo als Wiik een bijdrage ('New Weather' en 'Green Mill Tilter'). Je voelt meteen aan dat die laatste de buitenbeentjes zijn en tegelijkertijd hoor je hoe de band zich de nummers toch meteen eigen maakt. Het is de flexibiliteit van een hechte groep muzikanten die kan voortbouwen op bakken ervaring in diverse contexten.

Die creatieve wendbaarheid valt dan ook op vanaf opener 'Friction', dat door Vandermark onder handen genomen werd en lichte wijzigingen onderging. Zo is de volgorde van de solo's veranderd en maken Vandermark en Rempis plaats voor Broo en Wiik. 'Some, Not All' kreeg een nog sterkere schwung mee, voluptueus denderend tussen bigband-volheid en rockjazz, met krachtige passages, strak samenspel en opmerkelijke baritonblazerij van Rempis, die zich hier herhaaldelijk onderscheidt met zijn kenmerkende, hyperkinetische stijl. Het was lang geleden dat we de band nog zo ontketend tekeer hoorden gaan.

Broo's 'New Weather' introduceert een thema dat zo uit een spy movie had kunnen komen en klinkt vooral iets klassieker dan de andere songs, gedreven door een repetitief saxriffje en in tweeën gekapt door een mooie bassolo van Kent Kessler. Zowel 'Second Marker' als 'Cadmium Orange' zijn vooral nog energieker dan op het vorige album, met gefractureerde solo's van Lonberg-Holm en een verschroeiende semichaos in de afsluiter. De energie, soepelheid en rauwheid is trouwens een constante op deze plaat, die wordt voortgestuwd door bakken hellehonden-op-de-hielen-attitude.

De energie wordt meteen verder gezet op het tweede deel, aftrapt met Wiiks 'Green Mill Tilter'. Zijn duidelijk rond de piano opgebouwde compositie vertoont meer verwantschap met swingende hardbop, maar het zal niet verwonderen dat net dit nummer een van de meest wilde en chaotische uitbarstingen kent en vooral experimenteerkansen aan Lonberg-Hoilm biedt, wiens rol (en volume!) steeds prominenter lijkt te worden. Zo valt ook op dat 'Cement', op 'Annular Gift' al het meest rockgeoriënteerde nummer, nu pas echt uit zijn voegen barst met een agressieve finale.

Afsluiten gebeurt dan weer met het nieuwe 'Nameless', dat meteen uitpakt met nerveuze bebopjachtigheid en verder op-en-neer danst tussen geflirt met noise (alweer die cello!) en een ingetogener einde, dat Vandermark nog eens laat horen op zijn klarinet. 'The Horse Jumps And The Ship Is Gone' laat geen radicale stijlbreuken horen, maar is wel, en meer nog dan 'Annular Gift', een imposant visitekaartje dat mooi laat horen tot wat deze band in staat is. Doorheen die albums blijft de sound en aanpak van de band evolueren als een oneindig work-in-progress en deze dubbelaar, met zijn wilde energie, ongedurige vrijheid en strakke mokerslagen, is daarin nu al een van de vele hoogtepunten.

Deze recensie verscheen eerder op Goddeau.com

(Guy Peters, 12.11.10) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Presentatie boek 'Jazz in Tilburg'


Eindelijk verschijnt er een boek over Tilburgse jazz. De titel is 'Jazz in Tilburg - Honderd jaar avontuurlijke muziek'. Het boek wordt aanstaande zaterdag officieel gepresenteerd in een uitverkocht Paradox, met uiteraard ook veel livemuziek.

Al geruime tijd leefde bij een aantal mensen het idee om een boek samen te stellen over jazzmuziek in Tilburg vanaf het begin van de vorige eeuw tot heden ten dage. Begin 2009 werd besloten zo'n boek ook daadwerkelijk te realiseren. Daartoe werd de stichting Jazz in Tilburg in het leven geroepen, waarna enkele enthousiastelingen aan de slag gingen. Jazztrompettist Henk van Belkom werd initiator en promotor, en Rinus van der Heijden, jazzkenner en ex-kunstredacteur van het Brabants Dagblad, leverde bijdragen en voerde de eindredactie.

Speciaal voor deze presentatie zijn twee trio's samengesteld: Paul van Kemenade-Niko Langenhuijsen-Jan Wirken en Henk Koekkoek-Niko Langenhuijsen-Jan Wirken. Uiteraard treedt er ook een oude-stijlorkest op: Lamarotte. De bigbandtraditie is vertegenwoordigd met een optreden van de Mid West Band.

Klik
hier voor meer informatie over dit boek.

(Cees van de Ven, 11.11.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Rasimprovisator in vorm

Lee Konitz New Quartet, zondag 7 november 2010, SJU Jazzpodium, Utrecht

De in 1927 geboren altsaxofonist Lee Konitz is nog steeds een drukbezette reizende muzikant. Sinds enige tijd woont hij in Keulen, om van daaruit tournees te ondernemen in de Verenigde Staten, Europa en verder.

Na de oorlog startte hij zijn professionele loopbaan en werd hij in eerste instantie een prominent vertolker van de West-Coast jazz. Hij speelde toen onder anderen met Lennie Tristano en Stan Kenton. In 1950 nam hij deel aan Miles Davis' opnamen van de plaat 'Birth Of The Cool'. Naderhand ontwikkelde hij zijn eigen spel-idioom en speelde hij als freelancer met musici uit de hedendaagse en avant-garde jazz. Hij laat zich graag omringen met jonge moderne muzikanten. Zo ook met die van zijn New Quartet: Florian Weber (piano), Jeff Denson (bas) en Ziv Ravitz (drums).

Koniz' speelwijze behelst het continu omspelen van jazzstandards. Slechts enkele flarden van de songs zijn herkenbaar. Reeds vanaf het begin van het 'liedje' wordt er al geïmproviseerd. Dat is Konitz' idioom ten voeten uit. Hij wringt de song, de standard, het liedje uit tot op het bot. Met eigen melodische lijnen en fragmenten grijpt hij regelmatig terug naar het oorspronkelijke materiaal en bouwt dan weer nieuwe melodiereeksen op. Konitz improviseert vanuit de melodie en niet per se vanuit het akkoordenschema. Zijn benadering is één groot avontuur en zijn improvisaties bevatten zeer originele invallen en aparte benaderingen van het materiaal.

Zijn eigenzinnige interpretaties van het repertoire dwingen de overige musici tot een zeer alert reageren. Het relatief jonge begeleidingstrio was echter gewaagd aan Konitz' voortreffelijke en bijzondere muzikale aanpak en reageerde adequaat op zijn avontuurlijke speelwijze.

Naast de formidabele en swingende begeleiding vielen de solistische bijdragen van pianist Weber en bassist Denson op. Beiden soleerden virtuoos en helder articulerend op hun respectievelijke instrument. Het begeleidingstrio, dat ook zelfstandig onder de naam Minsarah optreedt, was de perfecte muzikale match voor de in goede vorm verkerende good old Lee Konitz.

Een subliem concert, dat nog werd versterkt door – hoera! – een geheel akoestisch optreden. Dat zou in de niet al te grote zaal van het SJU Jazzpodium vaker moeten gebeuren. En een beetje op tijd beginnen zou ook een weldaad zijn.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Maarten Jan Rieder.

(Jacques Los, 10.11.10) - [print] - [naar boven]





Festivalimpressie / Column Jo Dautzenberg
Mecc Jazz Maastricht: een voltreffer


"Het pact tussen The Hague en Mecc Maastricht leidt tot een festival dat is gebouwd op twee stromen. Grote namen voor het massale publiek en grote namen voor de liefhebbers van jazz uit de eigen provincie. Op papier is het een groot festival, met meerdere grote podia en een vijftal kleine podia. Er is veel te zien op de gangen, een ruim assortiment goed verzorgd eten en drinken. De formule werkt: 7500 bezoekers passeren de kassa's."

Op vrijdag 29 en zaterdag 30 oktober bezocht Jo Dautzenberg bezocht de eerste editie van Mecc Jazz Maastricht, in feite de herstart van wat voorheen het festival Jazz Mecca was. Klik hier om zijn column te lezen.

Klik hier voor een fotoverslag van dit festival door Cees van de Ven.

(Maarten van de Ven, 9.11.10) - [print] - [naar boven]





Cd / The Jazztube
Mike Reed's People, Places & Things - 'Stories And Negotations' (482 Music, 2010)

Opname: 25 augustus 2008

Aan Mike Reeds kwartet People, Places & Things - veelvuldig uitgebreid
met trombonist Jeb Bishop, ook hier - zijn op het album 'Stories And
Negotations' drie oudgedienden uit de Chicago jazzscene toegevoegd: trompettist Art Hoyle, trombonist Julian Priester en tenorsaxofonist Ira Sullivan.

De composities op dit album zijn van Reed zelf en van Chicago musici met een Sun Ra-verleden: Clifford Jordan, John Jenkins en Wilbur Campbell. Het gaat om de muziek uit Chicago van de vijftiger en zestiger jaren, maar dan wel gearrangeerd door de moderne hand van Mike Reed. Hedendaagse mainstream jazz, dus.

Door de uitgebreide bezetting - twee trombones (Bishop en Priester), drie
saxen (Tim Haldeman, Greg Ward en Sullivan) en trompet (Hoyle) - klinkt de
groep lekker vet en vol, en mede door het stevige swingen van bassist Jason
Roebke en drummer Mike Reed roept het reminiscenties op aan de wat grotere
Charles Mingus-formaties.

Belangrijker dan de collectieven zijn de solo's op deze cd. Daaruit blijkt
dat de oude garde beslist niet onder doet voor de jonge generatie of vice
versa. In het in uptempo gespeelde 'Wilbur's Tune' gaan de drie saxofonisten
furieus en gelijkwaardig te keer. Ook de kopersolisten zijn aan elkaar gewaagd.
Zonder de anderen te kort te doen is mijns inziens altist Greg Ward de meest aansprekende muzikant. Zijn solo's klinken helder en zijn fraseringen zijn verrassend, authentiek en soepel swingend.

Dit album, de derde in een trilogie van Chicago-jazz uit heden en verleden,
is een mooi voorbeeld van hedendaagse jazz zonder de historie te verloochenen.

Bekijk de Jazztube!
In de Jazztube deze keer een live-opname van People, Places & Things (hier in de kwartetversie) tijdens het festival Banlieus Bleus in Parijs op 26 maart 2010. We horen Tim Haldeman, Greg Ward, Jason Roebke en Mike Reed in een ronkende uitvoering van de Sun Ra-klassieker 'Saturn'. Klik op de linker afbeelding om de Jazztube te starten.

Labels:

(Jacques Los, 9.11.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Een boeiende rit door Sorey-land

Tyshawn Sorey Quartet, woensdag 20 oktober 2010, Bimhuis, Amsterdam

Sinds zijn optreden in mei dit jaar met Steve Lehman in het Bimhuis heeft Tyshawn Sorey grote indruk gemaakt als fenomenale drummer. Dat was ook de aanleiding hem nog eens te gaan zien, nu dan met zijn eigen kwartet. Vanavond echter presenteerde Sorey zich niet zozeer als drummer, maar vooral als componist. Dat is ook Sorey's pad; hij wil zich profileren als drummer-en-componist en merkte al eens op dat het een uitdaging is om als zodanig te worden erkend, met als voorbeelden collega New Yorker Susie Ibarra, maar ook Andrew Cyrille en zelfs de grote Max Roach, die ook componeerden. Vanavond niet Sorey's adembenemende drumwerk, maar wel zijn bekende fijngevoelige communicatie door middel van zijn percussie.

De blazers zetten in, al spelend boven vanuit het publiek de trappen aflopend naar het podium. Sorey ook, liep hoekig met theatrale bewegingen in een grote omweg naar de uitgebreide percussie-opstelling die hij had besteld. Op zich is het niet onaardig om zo vanuit het publiek te starten, maar of het veel toegevoegde waarde heeft... de muziek op zichzelf vertelt immers al zoveel. Aan de andere kant zou je het kunnen zien als een uitnodiging om de luiken wijd open te zetten en in de ontvangst-versnelling te gaan staan, want voor Sorey's muziek moet je je zintuigen finetunen.

Er was een ongelofelijk delicate groepsinteractie, die voor een voortdurende flow in de improvisatie zorgde. Daarnaast hadden Tayler Ho Bynum (op cornet/trompet) en Aaron Stewart (op tenorsax) een vrijwel continue dialoog. Bynum bracht met demper prachtige effecten aan en gromde, bubbelde door zijn instrument. Hij gooide ook de demper en andere attributen van ver af tegen de gong aan op welgemikte momenten. Pianist John Escreet bracht vooral fijne nuances aan op piano, samen met de lieflijk-melancholische klanken van Sorey op vibrafoon. Sorey bespeelde nauwelijks de 'gewone' drumkit, maar naast de vibrafoon ook buisklokken, pauken, een gong en alle maten trommels.

Het kerkklokkengeluid van de buisklokken gaf een donker, filmisch aspect aan het geheel. Waar de vibrafoon soms vervreemdend werkte, brachten piano en sax alles terug in het heden.

Door de vele details en de diep-intuïtieve accentjes die hij aanbrengt, creëert Sorey zijn eigen wereld. Een wereld die zozeer de zijne is dat je je als luisteraar te pletter luistert, omdat hij zoveel overbrengt en op zo'n gedetailleerde manier. Daarin is hij volstrekt intuïtief, eigenzinnig en uniek. Het is één lange boeiende rit door Sorey-land. Het vergt wel een specifieke soort concentratie, je moet echt 'plugged-in' zijn, anders gaat er te veel verloren. En dat zou vreselijk zonde zijn!

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Maarten van de Ven.

(Margretha van den Bergh, 8.11.10) - [print] - [naar boven]





Cd / Vooruitblik
Brick Quartet – 'Brick Quartet' (Chopstick Records, 2009)

Opname: 2 januari 2008 & 12 februari 2009

Zowel het Brick Quartet als Moker, bands die aangevoerd worden door de Gentse gitarist Mathias Van de Wiele, hebben veelbelovende, krachtige namen. Maar terwijl Moker ook uitpakt met kloeke, moderne jazz, laat dit kwartet een heel ander geluid horen: geraffineerder, flirtend met kamermuziek, vrije improvisatie en nu en dan zelfs vooroorlogse invloeden. Het leidt op dit debuut tot een frisse mix met een on-Vlaams karakter.

Met Ben Sluijs (altsax/fluit), Lode Vercampt (cello) en Dimitri Simoen (drums) heeft Van de Wiele, die tekende voor het gros van de composities, dan ook een band rond zich verzameld die niet vies is van een partijtje buiten de lijntjes kleuren. En er is vooral ook een enorme verscheidenheid aan het werk; wordt de plaat geopend met een vurige, Clusone 3-achtige brok kamerjazz-met-een-hoek-af en een expressieve aanpak en afgesloten met 'Opgelucht', een stuk dat authentieke blues koppelt aan Djangoswing, dan schippert het viertal daartussen naar uiteenlopende uithoeken van het jazzspectrum.

Vercampts 'Giants Talk' bouwt bijvoorbeeld heel subtiel een haast filmische sfeer op, met pastoraal blaaswerk van Sluijs en melancholisch gestreken cellopartijen. Daartegenover staat dan weer het sensueel heupwiegende 'Opgedoekt', met Van de Wiele op akoestische gitaar en mooi unisono spel met Sluijs. Ook erg geslaagd: de langere compositie 'Mountain Shock', dat een donkere kant van de band laat zien, met percussieve cello-accenten en lyrische solo's van Sluijs op altsax én dwarsfluit. Of 'D-Mi', dat met zijn potige gitaarspel en hechte passages soms naar de rock neigt.

Het middenblok van de plaat bevat enkele volledig geïmproviseerde stukken, en ook hier laat Brick Quartet horen te beschikken over voldoende bagage en creativiteit om dat tot een goede einde te brengen. Deze stukken, met 'I-Nyanga' op kop, vallen vooral op door hun fraaie coherentie en aangehouden spanning, vol momenten van grillige interactie, plots opduikende gitaareffecten en frenetisch drumwerk.

Het mag duidelijk zijn: dit kwartet koppelt imposante instrumentbeheersing aan een weelde aan ideeën en invloeden, wat leidt tot een verrassend diverse plaat met een spontaan karakter, die ondanks zijn avontuurlijke uitspattingen en wisselwerkingen steeds verteerbaar blijft. Een klassieke jazzclub breng je hier misschien niet mee aan de kook, maar daar zijn andere bands voor. Brick Quartet heeft bakken persoonlijkheid en legt de lat hoog op zijn debuut. Benieuwd wat we nog te horen gaan krijgen.

Morgenavond speelt het Brick Quartet bij Jazzpower in Wilhelmina, Eindhoven. Klik
hier voor meer informatie.

Meer horen?
Op de MySpace-pagina van Brick Quartet kun je de volgende tracks van dit album beluisteren: 'Pressure', 'Giants Talk', 'Opgedoekt', 'D-Mi' en 'Opgelucht'.

Labels:

(Guy Peters, 7.11.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Waar komt die warmte ineens vandaan?

Benjamin Herman Quartet, donderdag 28 oktober 2010, JIN, De Lindenberg, Nijmegen

In een uitverkochte Lindenberg speelde het Benjamin Herman Quartet, bestaande uit Benjamin Herman (altsax), Gideon van Gelder (piano), Ernst Glerum (contrabas) en Joost Patocka (drums).

Het eerste nummer dat de band deze avond ten gehore brengt - terwijl liefhebbers nog op zoek zijn naar een zitplaats - is 'Rollo 2'. Een moeilijke compositie van Misha Mengelberg, waarbij je je in een jaren-zestig club waant, vol energie, bezwerende klanken en verrassende tempowisselingen.

Het viertal volgt elkaar moeiteloos in de compositie 'De Sprong O Romantiek Der Hazen', eveneens geschreven door Mengelberg, die gaat over het geheime leven van de haas. Patocka hanteert de mallets en gooit zijn haar er eens bij los, terwijl hij onderonsjes heeft met Glerum. Zij zijn samen de kern van het viertal. Patocka's spel is niet altijd even spannend en soms wat eentonig. Ernst Glerum speelt gitaar op zijn contrabas, om er vervolgens met de strijkstok een dromerige zweem aan te geven. Van Gelder maakt er een beeldend geheel van, met mooie, overtuigend uitgekozen noten in het hoge register. Dit alles naast de onvoorspelbare veelzijdigheid van Herman, die er op een speelse, vrolijke manier kreten tussendoor roept als "zij vliegen van dak naar dak!". Over hazen die "vliegen naar gindse heuvels".

'Arachibutyrophobia' (over mensen die bang zijn dat pindakaas aan hun gehemelte blijft plakken) en 'I Dreamed Of The Cities At Night' (een verzoekje van Glerum) springen er ook uit vanwege het onvermoeibare, gepassioneerde spel en de sfeervolle boost die zij achterlaten.

Het publiek is uitbundig en geboeid. Met snelle, pakkende en energiek gebrachte verhaallijnen houdt Benjamin Herman de luisteraars ademloos in zijn greep. Ook zijn leuke praatjes tussendoor worden zeer gewaardeerd. Doordat de saxofonist alle ruimte biedt aan zijn bandleden ontstaat er een afwisselend concert. Na een staande ovatie sluit het kwartet af met een sterke toegift, het door Johnny Griffin geschreven 'Mil Dew'.

Benjamin Herman heeft overigens wekelijks een radioprogramma, dat te beluisteren is op Radio 6, elke maandag van 19 tot 21 uur.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Maarten van de Ven.

(Josien Lucassen, 7.11.10) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.