Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




Concert
Een uitbundige improvisator met een groot gevoel voor humor

Uitreiking VPRO/Boy Edgar Prijs 2010, maandag 26 april 2010, Bimhuis, Amsterdam

Dat de Boy Edgarprijs eens zou worden uitgereikt aan Anton Goudsmit is evenmin onverwacht als de humoristische wijze waarop hij reageerde op de uitreiking. Ook stelde hij een muzikaal bevredigend programma samen, waarin niet alleen plaats was voor bands en musici waarmee hij samenwerkt. Naar eigen zeggen is hij niet zo actief in de "meer abstracte vormen" van de geïmproviseerde muziek en besloot hij daarom een trio onder leiding van Yedo Gibson uit te nodigen voor het einde van het formele deel van de avond in de concertzaal. New Cool Collective en DJ Jules Deelder kwamen overigens later aan bod in de caféruimte. Zoals altijd is de prijsuitreiking een reünie van allerlei aan Nederlandse jazz verbonden personen, waarvan ik gelukkig maar een klein deel van gezicht ken.

Vóór de eigenlijke prijsuitreiking met de nodige praatjes treden achtereenvolgens Estafest! en Goudsmits duo met bassist Arnold Dooyeweerd op, elk met ongeveer twintig minuten speeltijd, zoals ook de overige bands. Estafest! is een kwartet met violist en altviolist Oene van Geel, pianist Jeroen van Vliet en tenor- en sopraansaxofonist Mete Erker, musici met een vergelijkbaar grote staat van dienst als Goudsmit. Dat is dan ook te merken aan de kwaliteit van het samenspel waarin niets geforceerd klinkt en de intimiteit snel gevonden is. Goudsmit is, zoals we later in de gesprekken met presentatrice Vera Vingerhoeds horen, zelf naar eigen zeggen niet zo'n productieve componist, maar gelukkig zijn Van Geel en Van Vliet dat juist wel. Meteen blijkt ook dat Goudsmit niet alleen een uitbundige improvisator met een groot gevoel voor humor is, maar ook een musicus met een opvallend beweeglijke dynamiek. Tegelijkertijd eist hij niet meteen alle soloruimte voor zichzelf op. Hij komt er ook duidelijk voor uit wie zijn inspiratiebronnen zijn: John Scofield, Bill Frisell en de laatste jaren Kurt Rosenwinkel.

Het duo met bassist Arnold Dooyeweerd is een mooi voorbeeld van wisselend initiatief in een meer traditionele setting. Wanneer de één soleert, is de andere begeleider en omgekeerd. Dooyweerd is een bijzonder accomoderende, maar tegelijk kritische medespeler die ter plekke afbakent welke kant de muziek niet op kan gaan. In deze combinatie kunnen we ook heel goed genieten van de details zoals de wisselende attaque van Dooyeweerd en de gevarieerde flageoletten van Goudsmit.

De immer onderkoeld en verlegen aandoende artistiek directeur van Bimhuis, Huub van Riel, mag na een met leuke anecdotes en rake beschrijvingen doorspekte toespraak het plastiek van Wolkers aan Goudsmit overhandigen. Ook in zijn dankwoord kan Goudsmit de kwinkslagen niet nalaten. Anton Goudsmit is de laatse jaren vooral door Vingerhoeds – mede dankzij concertorganisator René de Rooij – gepusht op tv en radio, zodat het geen verbazing hoeft te wekken dat ze het in zowel de korte conversatie als het langere interview uitstekend met elkaar konden vinden. In ieder geval konden de speelse, indirecte formuleringen van Goudsmit op veel lachers van Vingerhoeds rekenen.

The Ploctones is een van de Nederlandse bands in het jazzgenre die een groot publiek voor zich hebben gewonnen. Dat komt vooral door de nadruk op ritmische patronen, geworteld in vette funkgrooves, zonder dat die overigens platvloers worden. Het open geluid en de strakke ritmiek van drummer Martijn Vink en de lichtelijk luie timing van basgitarist Jeroen Vierdag staan daar borg voor. In 'Kont' gaan meteen alle remmen los. Saxofonist Efraïm Trujillo zorgt voor de melodische spanning met flinke uitschieters in het hoog en laag zijn instrument. Vierdag kan in melodramatische '050' laten horen, hoe melodisch je een vijfsnarige basgitaar kan hanteren.

Een stuk bedachtzamer en misschien ook subtieler is het groepsgeluid verdeeld in Fugimundi met Harmen Fraanje en Eric Vloeimans. Hier is ligt het accent op de mooie, vaak breekbare klanken, die met enige regelmaat tot onverwachte samensmeltingen leiden. In 'Benz' en 'Boom Petit' krijgen we Vloeimans in een opvallend uitbundige bui te horen. Alleen, zo uitbundig als Goudsmit - misschien is 'overgave' een beter woord - zullen weinig musici kunnen zijn.

De set van het Yedo Gibson Trio is zowel een toepasselijk als logisch slotakkoord op het podium. Tomeloze, doch kundig gekanaliseerde energie en een gelaagde dramatiek kenmerken het spel van het impro-trio, dat slechts een paar uur repeteren achter de rug heeft. Gibson, meestal op de sax actief, speelt deze avond vooral ronkende trombone en gierende klarinet, met of zonder mondstuk. Het spel van drummer Steve Noble doet met al zijn gekletter en vinnig geklop vaak denken aan Han Bennink op zijn best. De in Parijs wonende Finse gitarist Mikael Szafirowski, ook regelmatig te horen in het door Gibson geleide Royal Improvisers Orchestra, striemt de op zijn dijen liggende gitaar met allerlei onvriendelijk ogende hulpmiddelen. De musici weten elkaar intuïtief te vinden. De klanken op zich lijken niet zo toegankelijk, maar de intensiteit en natuurlijke synergie weten het publiek met gemak te enthousiasmeren.

Ook als we de muzikale gebeurtenissen daarna in het café negeren, een bijzonder geslaagde avond.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

(Ken Vos, 29.4.10) - [print] - [naar boven]



Users manual
Nieuwe RSS-feed voor Draai om je oren


Lezers van Draai om je oren die deze website volgen via RSS (bijvoorbeeld via
Google Reader of Bloglines): in verband met een verhuizing van de ene naar de andere server verandert u het adres van de 'feed' in
http://draaiomjeoren.blogspot.com/feeds/posts/default.

Voor bezoekers van de website verandert er niets.

(Erno Mijland, 29.4.10) - [print] - [naar boven]





Cd
Oscar Peterson – 'In Concert' (Laserlight, 2009)

Opname: 1961-1969

Pianoreus Oscar Peterson had in de jaren zestig de top bereikt. Geen andere jazzpianist evenaarde hem qua techniek en populariteit – en qua inkomen, vermoedelijk. Deze cd bevat door Europe 1 in de periode 1961-1969 in Parijs vastgelegde concertfragmenten.

Het openingsnummer 'Dahoud' laat horen waarom de pianist ook critici had die hem van techniek-om-de-techiek betichtten. Componist Clifford Brown speelde het in de oorspronkelijke versie laid-back, maar Peterson klinkt hier alsof hij de Roadrunner moet in zien te halen. Daarbij zul je hem niet op een foutje betrappen. Sterker: wanneer er ergens een steekje dreigt te vallen, verdenk je de pianist ervan zoiets expres te doen, zodat hij daar dan weer een fraaie draai aan kan geven.

Het door Benny Golson aan Brown opgedragen 'I Remember Clifford' begint als een ballad, maar halverwege sprint Peterson er weer vandoor. Zijn angstwekkende techniek kan hij ook heel smaakvol toepassen, zoals in 'My One And Only Love'. Zo horen we de Canadese geweldenaar het liefst, wanneer hij een song mooi geconstrueerde spanningsbogen geeft ('Main Stem'), van weidse vergezichten voorziet ('Satin Doll'), of met een van noot tot noot variërende dynamiek verfraait ('You Look Good To Me'). Daarbij profiteert hij uiteraard optimaal van zijn superieure secondanten, bassist Ray Brown en drummer Ed Thigpen, voor wie geen escapade te link is.

Curieus is het nummer 'Where Do I Go From Here', dat we kennen als de Swing Era-ballad 'The Lamp Is Low', die weer gebaseerd was op Maurice Ravels 'Pavane Pour Une Enfant Défunte'. Benieuwd naar de volgende vermomming.

Deze recensie verscheen eerder in Jazz.

(Eddy Determeyer, 27.4.10) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
Mike Reed op tour met oude jazzhelden uit Chicago


Met zijn project People, Places & Things (PP&T) wil drummer Mike Reed eer betuigen aan de jazzscene van Chicago in de jaren 1954-1960. Mensen als saxofonist Ira Sullivan (Art Blakey Jazz Messengers, Rahshaan Roland Kirk Quintet), trombonist Julian Priester (John Coltrane Africa Brass, Max Roach, Sun Ra Arkestra) en trompettist Art Hoyle (Sun Ra Arkestra, Lionel Hampton) maakten deel uit van een actieve, levendige jazzscene die aan de basis staat van Chicago's huidige positie in het centrum van de creatieve jazz- en improvisatiemuziek.

In bewerkingen van composities uit die tijd en in eigen stukken van Reed en andere bandleden worden invloeden uit de jaren vijftig vermengd met hedendaagse muzikale opvattingen. Of zoals het jazzmagazine DownBeat schreef: "These ensembles don't simply re-create; they create."

In de kern bestaat PP&T uit vier musici van de jonge generatie (Mike Reed - drums, Jason Roebke - contrabas, Tim Haldeman - tenorsax, Greg Ward - altsax), die een belangrijke rol spelen in de huidige jazz- en improvisatie scene van Chicago. Ze hebben een drietal albums uitgebracht; hun debuut 'Proliferation' bevat eigen bewerkingen van stukken uit de jaren vijftig, voor hun tweede cd 'About Us' schreven ze hun eigen composities. Tijdens het Chicago Jazzfestival van 2008 werd de groep uitgebreid met Ira Sullivan, Julian Priester en Art Hoyle, en de jongere Jeb Bishop. De neerslag van dat concert is te horen op de cd 'Stories And Negotiations'.

Ira Sullivans gezondheid laat het jammer genoeg niet toe om lange vliegreizen te maken. Daarom wordt hij tijdens deze korte tournee vervangen door tenorsaxofonist Ari Brown.

Voorafgaand aan het optreden is er aanstaande woensdag om 19.30 uur een openbaar interview met de oude jazzhelden uit Chicago. Sun Ra Arkestra-veteranen Art Hoyle en Julian Priester delen samen met één van de AACM-peilers Ari Brown hun verhalen, ervaringen en ideeën met het publiek. Gespreksleider Larry Kart spreekt met hen over de eerste ontwikkelingen van Chicagoans Herbie Hancock, Jack DeJohnette, Andrew Hill en Muhal Richard Abrams en over de hoogtijdagen van het clubcircuit.

Mike Reed's People, Places & Things Octet speelt morgen in de Musiktriennale, Keulen, woensdag 28 april in het Bimhuis, Amsterdam en vrijdag 30 april in Kunstencentrum BELGIE, Hasselt. Als kwartet speelt People, Places & Things nog in De Singer, Rijkevorsel (7 mei), SJU Jazzpodium, Utrecht (8 mei), Studio LOOS, Den Haag (9 mei) en Paradox, Tilburg (12 mei).

Meer horen?
Op de
website van Mike Reed kun je luisteren naar muziek van Mike Reed's People, Places & Things Octet.

(Maarten van de Ven, 26.4.10) - [print] - [naar boven]





The Jazztube
Charles Mingus - 'Flowers For A Lady'


Charles Mingus' comeback begin jaren zeventig was het gevolg van een aantal financiële debacles, niet in de laatste plaats het op de fles gaan van de platenmaatschappij die hij samen met Max Roach bezat, Debut Records. Ook het overwinnen van een depressie, deels verwerkt door zijn semi-fictieve autobiografie 'Beneath The Underdog' te schrijven, sterkte de man die bekend stond als een gewelddadige en onhandelbare brokkenpiloot om terug te keren.

Mingus' ambitie om zoals Ellington een stabiele band vast te houden, heeft veel te lijden gehad onder zijn karakter. Alleen al het feit dat hij Jackie McLean met een stoel het podium afmepte, moet aardig wat mensen hebben afgeschrokken. Tot zijn verdediging moet worden gezegd, dat McLean hem met een mes bedreigde en vol heroïne zat. Maar dat hij trombinist Jimmy Kneppers embouchure aan gort sloeg omdat Knepper niet naar behoren speelde, kan nauwelijks goede reclame genoemd worden. Zeker niet als dit in een volle concertzaal gebeurt.

Uiteindelijk was Mingus er in 1964/1965 wel klaar mee. Toen hij rond 1970 een nieuwe band begon, waren veel van zijn voormalige medewerkers niet meer beschikbaar. Eric Dolphy en Booker Ervin waren dood, Knepper durfde een tijdlang niet meer en Jaki Byard werd door Mingus ongeschikt verklaard. Het gevolg was dat er een hele nieuwe generatie muzikanten werd gerecruteerd, die zich stuk mochten bijten op het bizarre repertoire van wat toch een genie was. George Adams, Don Pullen en Hammiet Bluiett zijn hier voorbeelden van. De enige stabiele factor in deze band was, naast Mingus, oudgediende drummer Dannie Richmond.

Aangezien de nieuwe recruten van een andere generatie waren, klonk de muziek heel anders. Adams en Bluiett waren veel minder dan Dolphy of Ervin door de gelederen van de beboppers omhoog gekomen. Ze hadden meer weg van de energieke aanpak van Archie Shepp of Albert Ayler en worden tegenwoordig gezien als voorlopers van de New Yorkse loft-scene, waarvan David Murray de bekendste exponent is. De muziek klonk indringend en woest, maar was melodisch en harmonisch minder interessant. Mingus zelf klaagde dat hij liever George Coleman had gehad.

Toch was deze band, met name live, een veelkoppig monster om van te genieten. Het betrekkelijke gebrek aan vingervlugheid wordt door beide saxofonisten goedgemaakt met een bizarre blaastechniek. Met name Bluiett verzekerde met dit soort optredens zijn reputatie voor het mangelen van de baritonsaxofoon. Veel van de noten die hij speelt, zitten in een register dat zelfs nog boven de altsax ligt en dus ver buiten zijn normale bereik. Een aantal live-opnamen, met name dat in Carnegie Hall, 1974, laat horen hoe goed de band is. Toegegeven: daar komen wat veteranen opdraven en Roland Kirk steelt de show, maar het laat horen dat Mingus nog volop in leven was, zelfs als er alleen maar Ellington gespeeld werd.

Aan het hoofd van een nieuwe ritmesectie zette Mingus de boel goed op stoom en je zou hopen dat het hem nog jaren goed ging. Maar nee. Hij kreeg een spierziekte die hem verlamde en stierf in 1979. Toen hij, al in een rolstoel, door Jimmy Carter op een receptie voor jazzmuzikanten op het gazon van het Witte Huis werd omhelsd, huilde hij.

Klik op bovenstaande afbeelding om de video te bekijken en te beluisteren.

Labels:

(Sybren Renema, 24.4.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Goochelen met maatsoorten

Trio BraamDeJoodeVatcher met gasten, dinsdag 13 april 2010, Jazz in Arnhem, Musis Sacrum, Arnhem

Ter viering van hun 20-jarige jubileum nodigde het Trio BraamDeJoodeVatcher vorig jaar een aantal gasten uit voor hun concerten, om er zodoende een Quartet van te maken. Pianist Michiel Braam schreef in dat kader een dertigtal composities, die hij verzamelde in het 'Q-book'; de stukken - op zich in feite startpunten voor improvisaties - heten dan ook gewoon 'Q' met een nummer. Maar die kun je dus ook met z'n drieën spelen, blijkt vanavond in Musis Sacrum.

Michiel Braam legt uit hoe dat werkt. 'Q1' is de langzaamste, 'Q30' de snelste, zo simpel is het. De muzikanten spelen bij elk optreden een andere combinatie. Een setlijst is er niet, aftikken doen ze niet aan. De drie beginnen gewoon en zuigen hun publiek meteen mee in hun muzikale wereld. Die is wonderlijk, af en toe extreem, maar altijd eigenzinnig en uniek.

Braam kan hele subtiele tonen uit zijn piano halen (pakweg 'Q3'), maar kan ook wild hameren op zijn instrument ('Q18' en verder). Soms legt hij zijn handen plat op de toetsen, beweegt ze razendsnel en produceert daarmee toch een warme klank. Bassist Wilbert De Joode en drummer Michael Vatcher doen hun eigen ding. Tenminste zo lijkt het. Ze hebben dezelfde unieke aanpak als Braam en lijken voortdurend te improviseren. Vatcher goochelt met vreemde maatsoorten, pakt er af en toe een zingende zaag bij en tovert zelfs geluid uit het onderstel van een trommel. De Joode lijkt soms zijn instrument aan te vallen, maar schakelt moeiteloos over op een weemoedige aanpak met strijkstok.

Die extremen passen allemaal wonderwel in elkaar en dat levert een intrigerende set op. Af en toe bladert Braam in het boekje op zijn piano, zoekt een 'Q' en begint. Aan het einde van het stuk bladert hij naar een andere 'Q' en laat die in het vorige stuk overvloeien. De andere twee pakken de draad meteen op. Fascinerende muziek van drie eigenzinnige muzikanten.

In die eerste set was goed te zien en te horen hoe sterk dit trio is. Oogcontact hebben ze niet veel. Maar er is veel meer dan dat. Op ieders gevoel en met hun hele lijf vullen ze elkaar aan en voelen ze elkaar. Er zijn onzichtbare lijntjes naar elkaar toe getrokken.

De tweede set wordt gespeeld met drie gasten, studenten van het conservatorium ArtEZ. Braam is hoofd van de afdeling Jazz & Pop binnen ArtEZ hogeschool voor de kunsten. De middag voor het concert gaf het trio al een workshop voor deze studenten. Dit in het kader van een serie van acht masterclasses, die de studenten zelf hebben bedacht en vastgesteld.

Faggotiste Dana Jessen is de initiatiefneemster van meerdere solo's. Ze lijkt veel zelfvertrouwen te hebben in het doorzetten van de improvisatie. Zo neemt ze het rietje van haar instrument af, om het in haar hand te nemen en erop te spelen alsof ze zich in een vogelrijke omgeving begeeft. In het tweede nummer neemt ze zelfs even de leiding, vol passie en middels circular breathing. Benjamin Tai Trawinski speelt op contrabas. Tijdens 'Q28' vullen hij en De Joode elkaar erg goed aan. Soms wat voorzichtig, maar in ieder geval stimulerend. Trawinski en Braam hebben een uitdagend (in tempowisselingen) en humoristisch spel met elkaar. Bob van Luijt - op vijfsnarige akoestische basgitaar - heeft een bijzonder geluid; hij speelt virtuoos en warm, alleen de kracht ervan komt niet altijd op zijn plek terecht. Van Luijt is het meest zoekende binnen het experimentele samenspel. In één thema is hij sterker aanwezig. Op zijn manier zet hij interessant gekozen noten neer. Vatcher speelt hier - zo creatief als hij kan zijn - uitstekend op in.

Er wordt door de drie gastmusici geëxperimenteerd, alleen lijkt het er soms op dat ze daarin niet helemaal durven door te zetten. Dat blijkt bijvoorbeeld tijdens het laatste nummer, waarin het trio het initiatief vol neerlegt bij de gasten. Jammer genoeg wordt de geboden ruimte, die open ligt voor solo's, nauwelijks aangegrepen.

Trio BraamDeJoodeVatcher speelt in deze set bewust zachter op momenten en moedigt de gastspelers aan. Het trio blijkt te zijn weggelegd voor dit soort gastbijdragen, waarmee het vol respect, openheid en vrijheid omgaat.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Maarten van de Ven.

(Rob Chevallier & Josien Lucassen, 22.4.10) - [print] - [naar boven]





Cd
XLJAZZ 2009 o.l.v. Martin Fondse – 'Martian Art' (Buitenkunst, 2010)

Opname: 2009

Met 'Martian Art' heeft Martin Fondse zijn status als meest getalenteerde componist van de huidige Nederlandse improvisatiemuziek weer geconsolideerd. Voor dit project kreeg hij de beschikking over XLJAZZ, een monsterverbond van overwegend jonge, minder bekende musici, dat klinkt als het baldadige broertje van het Metropole Orkest. Elk jaar nemen ze een ander thema onder de loep – zo werd er in het verleden onder anderen gestudeerd op Charles Mingus, Frank Zappa en Thelonious Monk. Afgelopen jaar waren het dus de composities van Fondse die een XL-behandeling ondergingen.

Net als het merendeel van de avant-gardisten is de componist uit Arnhem een traditionalist. Filmmuziek van de laatste zeventig jaar of daaromtrent, met haar frequente tempo- en sfeerwisselingen, kan zich in zijn warme belangstelling verheugen, maar ik hoor hier ook cameo-rollen van Juan Esquivel, Sun Ra, Mingus en andere lieden die al in de jaren vijftig niet wilden deugen. En in het nummer 'Christiania Pusher', waarin de secties opvallend fraai integreren, lijkt een bonkig Jazz Composers Orchestra op werkbezoek bij de Deense hippies, of wat daarvan over is.

Het werk van Fondse wordt gekenmerkt door een grote innerlijke logica. Voor 'No, Not Huppert' heeft de componist de rieten mooi breed uitgestald, van basklarinet tot sopraansaxofoon. Hoewel het 27-koppige orkest goed ingespeeld en in dynamisch opzicht geraffineerd klinkt, heeft dit nummer toch een niet onaangename rafelige kwaliteit. En ik heb geen idee wat de werkzame stof is van 'Fragrant Moondrops' (track tien, het betreft een cactusvariant) en of het wellicht aan Wouter Hakhoffs in echo gedompelde trompet lag, maar na 11 minuten en 37 seconden was ik ver heen.

Deze muziek krijst overigens om live-uitvoeringen.

(Eddy Determeyer, 22.4.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Gitarre trifft Gitarre

6 Handen Doen Dromen Huilen, zaterdag 3 april 2010, Brabants House, Helmond

Es ist nun etwas mehr als zwei Jahre her, da tourte ein Trio namens Flamix!, bestehend aus zwei Gitarristen unterschiedlicher musikalischer Genres und einem Geiger/Perkussionisten durch die Niederlande. Genau dieses Gitarrenunternehmen schmiedete neue Pläne und ist, diesmal mit einem Melodica spielenden Pianisten ausgestattet, unter dem Motto: 6 Handen Doen Dromen Huilen unterwegs. In erster Linie drehte es sich hier aber immer noch um die Gitarre und die Konstellation versprach Intensität und Anspruch. Eric Vaarzon Morel Flamencogitarrist spielte unter anderem mit Eric Vloeimans und Harry Sacksioni. Mit Gijs Scholten van Aschat ging er auf Theatertournee. Er genießt den Ruf, einer der besten Flamencogitarristen zu sein.

Gegenpol bildete Jazzgitarrist und Komponist Jesse van Ruller, der durch viele Projekte auf sich aufmerksam macht. Bis einschließlich 2009 über viele Jahre hinweg treues Mitglied des Jazz Orchestra of the Concertgebouw und schöpferischer Geist der Band Mona Lisa Overdrive, ist nun Raum für neue Wege. So zum Beispiel die Premiere beim Nederlands Kamerorkest mit Mark-Anthony Turnage's Bearbeitungen einiger Scofield Kompositionen, wobei Van Ruller - wer auch sonst? - den Scofield Teil übernahm. Eher traditionelle Töne findet er mit dem Rein de Graaff Trio, die moderneren mit dem Jasper Blom Quartett. Als Talentförderer, mit begnadeten Nachwuchsmusikern wie Joris Roelofs und Clemens van der Feen, oder auch als Mitglied der Band The Painkillers, die den singenden Hans Teeuwen begleitet, ist er dieses Jahr auf Tournee.

Der Dritte im Bunde war Pianist Martin Fondse, der sich als Komponist und Arrangeur einen Namen gemacht hat. Auf Zusammenarbeiten mit George Duke, Peter Erskine und Pat Metheny kann er zurückblicken. Seine eigenen vielfältigen Projekte sind unter anderem Starvinsky Orkestar, und die Duos mit Wolfert Brederode und Claudio Puntin.

An diesem Abend war schnell klar, dass es sich hier um eine Lehrstunde der Gitarre handelte. Auf beinahe wissenschaftliche Art und Weise wurde groβer Wert auf komplexe Elemente der Musiklehre, wie Rhythmik in 'El Cojo', und auch die Auseinandersetzung in 'Ottomania' mit der oktatonischen Tonleiter, die im Flamenco, aber auch neben Ravel und Strawinsky von Skrjabin angewandt wurde, gelegt. In Kompositionen wie 'Jesseric' kamen deutlich die stilistischen Unterschiede der Gitarren zur Geltung. Der temperamentvolle, dominante, ja beinahe energisch anmutende Flamenco Stil, der einen Hauch spanischen Flairs verbreitete, und im Gegensatz dazu die frei improvisierende Spielweise des Jazz: Feinsinnig zurückhaltend und durch warme Klangfarbe und Intonation magisch tief berührend.

Martin Fondse, ganz Arrangeur, bot dieser Gitarrengewalt das passende Umfeld. Unaufdringlich und doch präsent schuf er einen harmonischen Rahmen. Damit aber nicht genug. Zugleich zeigte er, dass swingendes Jazzpiano und spanische Gitarre eine wunderschöne Kombination sein kann. Ja und dann die Melodica. Steinerweichend und sehnsüchtig lud es zum Träumen ein, wie auch der große Klassiker 'Concierto de Aranjuez' von J. Rodrigo.

Zu dieser Stimmung hätte noch Van Ruller's Version von 'Touch Her Soft Lips And Part' (William Walton) gepasst. Zugegeben, es handelte sich damals um ein Bandoneon und eine akustische Gitarre; wäre hier aber dennoch ein schönes Exempel aus dem Jazz gewesen.

Alles in allem ein Konzert der leiseren Töne und vor allem für Gitarrenliebhaber. Hier dann auch der kleine Wermutstropfen: Durch relativ wenig Dynamik und Abwechslung war es nicht ganz einfach, konsequent bei der Sache zu bleiben.

Träumen? Aber ja!
Heulen? Aber nein!

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven.

(Sabine Fleig, 20.4.10) - [print] - [naar boven]





Interview
Simin Tander


"Ik zong altijd heel intuïtief, zoals in mijn eerste band. Ik had daar de vrijheid ervaren. Toen kwam ik op school. Dan krijg je cijfers en je gaat je toch vergelijken met anderen. En dan krijg je te horen van docenten: dat is goed en dat is slecht. Het klopte niet, het had niks met elkaar te maken voor mij. De vrijheid die ik in de muziek had ervaren... en dan in één keer zit je in een dogma vast van 'je moet dat doen en dat is goed en dat niet'. Weinig docenten kunnen zeggen: 'het is goed, natuurlijk is het nog niet af, maar daar kunnen we aan werken.' Er wordt vooral gelet op wat je niet kan."

Koen Scherer interviewde het veelzijdige jonge aanstormende talent Simin Tander, een Duits-Afghaanse vocaliste die zich kwetsbaar durft op te stellen op het podium, teneinde mensen mee te nemen met haar muziek, "om ze te raken en te openen".

Klik hier om het te lezen.

Morgenavond treedt Simin Tander op in Musis Sacrum met PLoTS, waarin ze samenspeelt met drie andere vrouwelijke muzikanten: violiste Tessa Zoutendijk, pianiste Laia Genc en altsaxofoniste Esmée Olthuis. Het optreden, dat plaatsvindt in café-restaurant Mahlerei, begint om 21.00 uur en is gratis toegankelijk.

(Maarten van de Ven, 19.4.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Multidimensionale democratische inslag

WHO Trio, RED Trio & Jason Stein, Utrecht Jazz Fest, donderdag 11 maart 2010, Rasa, Utrecht

In het kader van het vijfdaagse Utrecht Jazz Fest 2010 speelden vanavond het WHO Trio en het RED Trio. Het thema van dit festival, 'jazz with a bite’, bleek een treffende typering voor deze trio's. In Rasa wordt doorgaans veelal wereldmuziek gespeeld. Tijdens dit festival werd er ruimte gemaakt voor top impro van platenmaatschappij Clean Feet Records uit Lissabon.

De nieuwste cd van het WHO Trio heet 'Less Is More'. Dat zegt tevens iets over het wezen van dit innovatieve trio. Pianist Michel Wintsch, bassist Bänz Oester en drummer Gerry Hemingway halen het optimale uit hun instrument. Vol passie en subtiliteit. Subtiel in de gekozen noten, waar geen mens aan gedacht zou hebben ze ooit zo neer te zetten. Door hun trance-achtige muziek vol mysterie wordt de aandacht vastgehouden. Ritmisch is het trio erg sterk, wat ook richtinggevend is voor hun bijzondere, emotievolle thema's. Voor een uitgebreide recensie van dit trio verwijs ik naar een eerdere bijdrage.

Het RED Trio manifesteert zich als een hechte drie-eenheid. De muzikanten lijken te zijn verbonden in gevoel, beleving en doelgerichtheid. Verrassend, indringend, gedetailleerd, verontrustend, intens, fascinerend en experimenteel, zoals je nooit eerder hebt gehoord. Maar waar moet je beginnen met luisteren?! Het is af en toe misschien iets té overweldigend. Het dynamisch bereik van de drie is enorm, van bezwerend fluisterzacht naar bombastisch heftig. Het komt meteen binnen; je wordt als luisteraar meegezogen in de verschillende sferen die ze weten neer te zetten.

Het staccato pianospel van Rodrigo Pinheiro heeft veel body en is bedwelmend. Hij speelt veelal in het middenregister van de piano. Ook maakt hij veel gebruik van boventonen, wat een metaalachtig geluid oplevert. Door in de klankkast de snaren te bewerken, weet hij het geluid te verlengen, wat soms het effect geeft van een steelgitaar. Gabriel Ferrandini is een echte sounddrummer; hij benut alle klankmogelijkheden van zijn drumkit. Met een strijkstok haalt hij ijle tonen uit zijn bekken. Maar een cimbaal kan hij evengoed op zijn kop op de snare leggen, om hem zo te bespelen. Piepend, krassend, schurend. Het geeft een filmisch effect. En als anker van het RED Trio is daar de immer onverstoorbaar ogende contrabassist Hernâni Faustino, die opvalt met zijn warme, 'houten' geluid.

Gastmuzikant is Jason Stein op basklarinet. Hij speelt vaak met veel lucht, waarbij hij de circular breathing-techniek gebruikt. Af en toe lijkt zijn geluid op dat van een vogel. Het lijkt erop dat hij zichzelf telkens moet opladen voor een nieuwe solo, om boven het muzikale geweld uit te komen. Jammer genoeg vallen zijn bijdragen vaak weg in het geheel.

Wat de trio's van vanavond delen, is technische professionaliteit en een bijzonder hoog muzikaal kwaliteitsniveau. Beide ensembles brengen creativiteit, intensiteit en originaliteit, in sterke eigen composities, waarbij iedere muzikant een gelijkwaardige inbreng heeft. Er is veel te horen en te zien. Het vergt echter wel veel inspanning om er optimaal van te kunnen genieten, zeker wanneer je - net zoals ik - na een vermoeiende werkdag aan het concert begint.

Klik hier voor een fotoverslag van het concert van het RED Trio door Maarten van de Ven.

(Josien Lucassen, 18.4.10) - [print] - [naar boven]





Robin Verheyen - 'Starbound' (Pirouet Records, 2009)

De ontwikkeling van de nog steeds jonge Belgische saxofonist Robin Verheyen (Turnhout, 1983) kent een stormachtig verloop. Sinds hij zijn domicilie naar New York heeft verlegd, lijkt zijn spel er alleen maar beter op geworden. Zijn studie en de vele gigs in the Big Apple leggen hem bepaald geen windeieren. Daarvan getuigt de tweede cd van zijn internationale kwartet; die is namelijk nóg beter dan zijn toch al niet te versmaden vorige cd '
Painting Space' uit 2008.

In vergelijking met die plaat is de Franse bassist Remi Vignolo vervangen door het Belgische supertalent Nic Thys, die een mooie diepe en ronde toon uit zijn contrabas weet te halen. Daarmee is de internationale inbreng van het kwartet teruggebracht tot pianist Bill Carrothers. Wie zijn fluwelen en vaak tot melancholie stemmende toucher ooit heeft gehoord, weet dat die evenwel in goede handen is bij deze Amerikaan. Over drummer Dré Pallemaerts kunnen we kort zijn; de man speelt met een enorme subtiliteit en inlevingsvermogen, zijn drumspel is in alle facetten boeiend, zonder expliciet de aandacht op te eisen.

Die aandacht mag voorbehouden blijven aan de voortreffelijke composities op dit album, op twee na alle afkomstig uit de koker van Robin Verheyen. Van de happy uptempo opener 'On The House' en het bezwerende 'Lamenting' via het spannende miniatuur 'Waves' en het klassiek-achtige kleinood 'Tree Line' naar de intieme afsluiter 'I Wish I Knew' (de enige standard op deze cd). In liefst negen van de elf nummers verkiest Verheyen de sopraansax boven de tenorsaxofoon. En inderdaad, juist op dat instrument klinkt hij zo prangend mooi, steeds op zoek naar die ultieme noot. Soms voorzichtig kietelend, dan weer overtuigend en meeslepend.

'Starbound' is een meesterlijke proeve van bekwaamheid. Een cd vol hedendaagse vrijzinnige jazz, die je kunt blijven draaien, al was het maar om 55 minuten lang even in de waan van het geluk te kunnen verkeren.

Meer horen?
Op de MySpace-pagina van Robin Verheyen kun je luisteren naar twee tracks van dit album: 'On The House' en 'Waves'.

(Maarten van de Ven, 17.4.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Kaja Draksler: simpel, klassiek

maandag 12 april 2010, De Spieghel, Groningen

Tot de tanden gewapend met techniek en brille worden ze door de conservatoria uitgebraakt, de pianowelpen, -leeuwen en –leeuwinnen. En dan komt daar zo'n Kaja Draksler (Kranj, Slovenië, 1987). Kouwe drukte, heet vuurwerk, niets van dat alles. Gewoon lekker simpel, ouderwets, geen nootje teveel. Maar wel alles pats op z'n plaats. Zo won ze vorig jaar de Deloitte Award. Zodat ze een paar maanden lekker datgene kon doen waar ze zin in had: naar New York gaan, muziek maken zonder zich erom te bekommeren wat het betaalde.

'Monk’s Mood' bracht ze alsof ze zich op blote voeten op een kiezelpad voortbewoog. En in 'Stormy Weather' speelde ze heel gedegen stride. Toen ik haar na afloop vertelde dat ik heel wat Hank Jones en James P. Johnson voorbij had horen komen, leek ze oprecht gevleid.

Nou was het niet uitsluitend ouwelullenmuziek wat de klok sloeg. Onder haar eigen nummer 'Cows', een eenvoudig drienoten-motiefje, was een elektronische drone gemonteerd en hier speelde haar groep Acropolis zó vrij, dat ze bijkans uit elkaar viel. De piano intussen was dermate vals, dat ik een vol half nummer in de veronderstelling verkeerde dat ze speciaal geprepareerd was.

Jazzclubs lopen leeg en het residu bestaat uit wat kalen en grijzen, hoor je vaak klagen. Gelukkig loopt Groningen wat achter; De Spieghel was tot de nok gevuld met twintigers, helemaal niet slecht voor een maandagavond, en gedurende driekwart van de avond was ik de enige grijze. Tot een ouwe gabber, die ik hier N. zal noemen, naast me plaatsnam. Niet alleen is hij timmerman in de plaatselijke hoerenbuurt, waar hij geboren en getogen is (we kregen het dus al snel over de discipline die je in je werk dient te betrachten, of je nu klust, neukt, muziek maakt of daarover schrijft), maar hij kan ook op zijn vingers fluitend je precies het verschil laten horen tussen een lijster en een merel. Wat hij tijdens de trompetchorussen van Dominykas Visniuskas luid & duidelijk demonstreerde.

Nadat N. had uitgelegd dat rugby, schaken en jazz eigenlijk hetzelfde zijn, bleek hij ongelukkigerwijs ook nog in het bezit van wat Maroc - kom daar nog maar eens om - zodat we het volgend moment heel sneaky à la seventies die joint zaten te consumeren. De lezer zal begrijpen dat de rest van de avond, die geleidelijk overging in een jamsessie, een wazig karakter kreeg. Zodat ik me niet precies herinner in welk nummer ('Four'? zoiets, in ieder geval) pianist Tarek Yamani en gitarist George Dumitriu, ondersteund door de voortreffelijke drummer Kristijan Krajncan, een Bach-achtige 'Invention' aangingen.

Onderweg naar huis nog geprobeerd als een lijster te fluiten. Het hoog behoeft nog wat oefening.

(Eddy Determeyer, 16.4.10) - [print] - [naar boven]





Column Herbert Noord
Muzikale grabbelton


"Het avontuurlijke pakketje van een aan de weg timmerende muziekmaker bestaat minimaal uit funk, latin, Balkan, musical, klassiek, cabaret, liefst aangevuld met een dj. Wil je een echte queeste naar perfectie uitstralen, dan ontkom je niet aan de toevoegingen swing en jazz. Het muzikale Nirwana is dan binnen handbereik, eeuwige roem gloort."

In zijn nieuwe column constateert Herbert Noord dat zelfs een topformatie als het Metropole Orkest het pad der muzikale verloedering niet altijd weet te vermijden. Klik op bovenstaande button om zijn column te lezen.

(Maarten van de Ven, 16.4.10) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Pierre Courbois 70: boek en tour


Op vrijdag 23 april 2010 wordt drummer Pierre Courbois 70 jaar. Als drummer staat hij al sinds 6 november 1957 op het podium. Zijn eerste compositie schreef hij al in 1953! Een en ander gaat het hele jaar gevierd worden met zijn kwintet, dat per 'blokje' van samenstelling zal verwisselen.

In 2008 won Courbois de VPRO/Boy Edgar Prijs. Het juryrapport roemde de drummer: 'Pierre Courbois is één van de belangrijkste vormgevers van de moderne Nederlandse jazz, een vooraanstaand ambassadeur daarvan in het buitenland, en een belichaming van de creatieve geest die de muziek kenmerkt. Zijn gebruik van aan andere culturen ontleende oneven maatsoorten heeft het ritmische vocabulaire van de Nederlandse jazz en geïmproviseerde muziek aanzienlijk uitgebreid.'

Op zijn verjaardag (23 april) treedt Courbois met zijn kwintet op in Kunsthuis 13 te Velp, een dag later staat de groep in de Stadsschouwburg te Arnhem en op vrijdag 7 mei staat een concert gepland in de Tor te Enschede. Tijdens deze optredens bestaat het Pierre Courbois Quintet uit: Toon de Gouw - trompet, Jan Menu - bariton en sopraansax, Willem Kühne - piano, Egon Kracht - contrabas en Pierre Courbois - composities en drums.

Zaterdag 24 april wordt overigens een speciale dag voor Courbois. In de Stadsschouwburg te Arnhem presenteert Pauline Krikke (burgemeester van Arnhem) het boek 'Révocation' (genoemd naar de gelijknamige cd van zijn 5/4 Sextet), dat handelt over het leven van deze sympathieke drummer. Een heel scala aan gasten werkten hieraan mee: Paul Kusters, Titus Schulz, Remco Takken, Bert Vuijsje, Gunter Hampel, Manfred Schoof, Martin Fondse, Polo de Haas, Jeroen de Valk, Rein de Graaff, Jacques Los, Ken Vos, Jasper van 't Hof, Theo Loevendie, Ton Verbeeten, Loek Dikker, Ilja Reijngoud, Jasper Blom, Niko Langenhuijsen, Heribert Wagner, Egon Kracht, Jos Janssen, Peter Krijnen, Martin Hogeboom, Leo van Oostrom, Colin Seijdel en vele anderen.

Kijk voor meer informatie op de website van Pierre Courbois.

Meer weten?
Klik hier voor een interview met Pierre Courbois.

(Maarten van de Ven, 16.4.10) - [print] - [naar boven]





Jazz op verzoek #11
The Ploctones bij 'Neve'


Vanavond om 19.00 uur besteedt het radioprogramma 'Neve' op de Vlaamse cultuurzender Klara een uur lang aandacht aan The Ploctones. Gitarist Anton Goudsmit, winnaar van de VPRO/Boy Edgar Prijs 2010, wordt geïnterviewd door pianist/naamgever Jef Neve en Lies Steppe. Daarnaast is er een optreden van The Ploctones.

Klik hier om het programma live te beluisteren. Wil je de uitzending later herbeluisteren? Klik dan hier.

The Ploctones bestaan naast Goudsmit uit Efraïm Trujillo op sax, Jeroen Vierdag op bas en Martijn Vink op drums.

(Maarten van de Ven, 16.4.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Doorleefd klinkende eenvoud

Cd-presentatie 'Catharsis', Roelofs2 Lauscher Trio, dinsdag 6 april 2010, Jazz on the Roof, Schunck*, Heerlen

De drie jazzjongens Geert Roelofs, Mike Roelofs en Werner Lauscher zijn mannen geworden, minnaars, echtgenoten, vaders, maar vooral muzikale maatjes. Genieten van muziek met een verdiepende toucher lijkt het motto. Een trio met een licht donkere voorkant. Symbool en realiteit met elkaar vermengen, ervaren ze als een soort verplichting. Het is meer dan het lijkt, of lijkt het meer dan het is?

Het hoesje van de nieuwe cd, de cover, toont een berg met drie kruisen. De associatie met het lijdensverhaal van Jezus en de Calvarieberg dringt zich op, zeker rond Pasen. Wat heeft dat met jazz te maken? Je verwacht kou, kilte, pijn en verdriet, donkere wolken, noten die zich samenpakken met prangende stiltes. Je stelt je geest niet in op een vrolijke cd. Fout. Mike Roelofs is best een vrolijke eigenheimer, verborgen humor, verstopt in een vleugel, een man van weinig woorden, die zoekt naar de juiste klanken bij zijn beleving. Geert Roelofs legt zijn woorden net als zijn poëtische drumlijnen en accenten ook al op de weegschaal en bassist Werner Lauscher lacht werkelijk altijd, maar zegt eigenlijk niets. Beslist geen moppentappers of buskomieken. Het is een authentiek driemanschap.

Breed opgesteld, onmiskenbaar zichtbaar tegen de grote ramen van het Schunck* Glaspaleis. Uitnodigend? Dat is wat te veel gezegd. Eerder beleefd uitgenodigd. Je mag erbij zijn... zolang als het duurt. Jazz? Het trio maakt gecomponeerde muziek die geïmproviseerd klinkt. Jazz is de look van de formatie, jazz is de klankkleur. Improvisatie? Nee. Niet ter plekke. Wel open. Dan weer traag voortslepende piano-akkoorden, dan weer opjagende onmiskenbare jazzthema's. Net als de heuvel die aan de binnenkant van de hoes uitkijkt over de zee; een zich voortslepende stilstand: 'wachtensmoe'.

Technisch? Ze zoeken naar punctueel samenspel en dat vinden ze ook. Gecompliceerd? Soms. Verbeeldend, verhalend, meeslepend? Allemaal ja en nee. Voorbij de handige pingel dansen de pianonootjes verliefd in het binnenvallend zonlicht. Ongeduldig, zonder een waarom. Hier wordt niet gemorst. Je kunt een zweem van dromerigheid ontdekken, maar hier wordt niet ge(ego)tript. Het is als de hypnotiserende werking van een langzaam draaiende ventilator. Speelse blues- en jazz-elementen in een bed van zielsverwanten.

De poëzie aan de binnenzijde van de hoes is van Noor Roelofs, de echtgenote van Mike. De tekst ademt doorleefde angst voor vluchtigheid, een beetje noir. Naar zweet ruikend avondlicht dat zich neerlegt bij de invallende duisternis. Glen Corneille, nu al weer enkele jaren geleden noodlottig verongelukt, is tijdens dit concert voor mij onbetwist aanwezig. Niemand zegt het, maar hij is er wel. Dat maakt deze avond van dit trio apart en bijzonder. De presentatie van 'Catharsis' wordt een monument. Hij die er niet is, kleurt en keurt goed. Mike Roelofs, in alle openhartigheid een ruim experimenterend componist/pianist, wordt gewikt en gewogen, in zijn onvolmaaktheid gemeten aan zijn tot genie verheven voorganger. Het getuigt van wederzijdse moed en eerbetoon, dat de zwijgers zo sprekend aan dit avontuur met elkaar zijn begonnen en de podia opzoeken.

'Catharis' is doorleefd klinkende eenvoud, vooral doordacht gespeelde, open soms meditatieve muziek, en dat is de boodschap. Componeren wat je overkomt, de een schrijft over z'n jeugd, de ander over zijn koffer, een derde over een krant die opwaait in een stadspark. Mike Roelofs en co spelen zonder woorden. Waarom ook eigenlijk? Wat valt er te bespreken in trioverband, als je het al spelend zo kunt delen? Kruisen kunnen verlossen.

Meer weten?
Klik hier voor een recensie van de cd 'Catharsis' op Kwadratuur.

(Jo Dautzenberg, 15.4.10) - [print] - [naar boven]





Cd
Moker - 'Moker' (El Negocito, 2009)


Slechts weinig albums kunnen zich beroepen op zo'n sterke opener als 'It Might Storm Later', het eerste nummer van Mokers jongste album. Gitarist en frontman Mathias Van de Wiele zet een beklemmende riff neer, waarboven nieuwkomer Jordi Grognard hallucinant aan het improviseren slaat. Zijn klarinet heeft een diepe sound die vanuit de lage regionen prachtig omhoog klimt. Even later komt trompettist Bart Maris hem vervoegen met een al even breekbare improvisatie, waarin raadselachtige klankeffecten een bevreemdend, wondermooi universum oproepen. Het poëtisch samenspel krijgt een spookachtige schoonheid, tot het nummer een ongemakkelijke fade-out krijgt. Moker bevestigt echter dat het nog steeds de personificatie is van een zelf uitgevonden genre: 'smooth free jazz music' – prachtige, melodieuze jazz in een vrije, energetische vorm.

Het nieuwste album, gewoon 'Moker' getiteld, kan beschouwd worden als een overgangsplaat. Kersvers lid Grognard had zich pas bij de groep aangesloten toen de opnames begonnen, en ook de voormalige saxofonist van de groep (Zeger Vandenbussche) speelt nog enkele nummers mee. Het grappige 'Delirium Bleu' is daar één van, met een ludiek thema waarin dronkenschap niet ver te zoeken is. Maris trekt het nummer scheef met een heerlijk scheurende trompetklank. De improvisatie van Van de Wiele wiebelt alle kanten op, waarop een collectieve improvisatie volgt die uitmondt in een grootse finale, waarin het thema plechtstatig opnieuw binnendruppelt.

Opvallend is dat het vooral de nummers zijn met de tot dusver onbekende Jordi Grognard die het meest ontroeren. In 'Zebra-No' geeft de man bijvoorbeeld een sublieme improvisatie weg, die het flauwe begin van de ritmesectie snel doet vergeten. Hij ontbindt zijn duivels met een diepe, gepijnigde klank, die bijzonder diep snijdt. Ook op 'Barracudas In The Deep' steelt Grognard de show. De manier waarop hij een vrij traditionele solo toch doorleefd en sober laat klinken, doet een groot muzikant vermoeden. Met Bart Maris aan zijn zijde heeft hij in zijn zoektocht naar diepgang overigens een waardige tegenhanger. Maris is een muzikant die dweept met abrupte wijzigingen en zelden kan betrapt worden op voorspelbaarheid. 'Twister', een mooi nummer dat verder net dat tikkeltje schwung mist, laat horen wat voor moois hij met zijn trompet kan uithalen.

Mathias Van de Wiele, die zo goed als alle composities voor zijn rekening nam, heeft zich naar eigen zeggen sterk laten inspireren door de blues. Vele van zijn improvisaties zijn qua akkoorden inderdaad nauw verbonden met de meest gehanteerde aller jazzvormen (de blues), wat soms een guur contrast vormt met de meer complexe improvisaties van Maris en Grognard. Ook missen de composities soms scherpte, wat bepaalde nummers een stuurloos karakter geeft. Zo zijn bijvoorbeeld 'Ragba-Haring', 'Lochting' en 'Luchtime' drie ludieke nummers, waarvan helaas weinig blijft kleven.

De ritmesectie laat zich quasi niet opmerken, ondanks het feit dat Giovanni Barcella achter de drums zit. De begeleidingen van zowel hem als bassist Kristof Roseeuw zijn erg conventioneel, wat doet vermoeden dat er slechts een geringe vertrouwdheid was met het repertoire toen de opname tot stand kwam. Wie Moker de dag van vandaag aan het werk ziet en hoort, wordt geconfronteerd met een band die juist wel weet welke kant het uit wil en zekerder klinkt dan ooit tevoren. Het weifelende dat bepaalde nummers op plaat nog hebben, staat in schril contrast met het sprekend gemak waarmee de groep live met het repertoire aan de slag gaat. Enkele nummers op de plaat doen het ongecompliceerde spelplezier van Moker echter al vermoeden: 'Como' (opgedragen aan Barcella, zelf Italiaan van origine) is een ontroerende ballade, 'Cir-cu-lair' een bezwerende rock-achtige trip en 'Rain Tonight, Should It?' een interessante collectieve improvisatie. De glijdende akkoorden van Van de Wiele doen zelfs even aan 'Shhh / Peaceful' denken van de legendarische elektrische groep rond Miles Davis, maar de haast filmische sfeer komt net iets minder sprekend over.

Moker heeft het potentieel om internationaal door te breken, zoveel is zeker. Het jongste album bundelt tal van prachtige improvisaties, maar een rode draad zou de groep deugd doen. Mathias Van de Wiele wil nog van alles proeven en dat staat een consistente plaat in de weg. Wie dit album in huis haalt, hoort echter een kwintet met een unieke stem binnen de jazz; een formatie die de nationale concurrentie met gemak naar huis speelt. Enkele luisterbeurten verder krijgt u er de mokerslagen van esthetisch genoegen gratis bovenop...

Deze recensie verscheen eerder op Kwadratuur.be

Meer zien en horen?
Op de
MySpace-pagina van Moker kun je de volgende tracks van dit album beluisteren: 'Ragba-Haring' en 'Lunchtime'.
Voor slechts acht euro kun je Moker live aan het werk zien! Aanstaande maandag speelt de Gentse formatie bij Jazzpower in café Wilhelmina te Eindhoven. Klik hier voor meer informatie.

(Jan-Jakob Delanoye, 15.4.10) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Ruben Sanama wint Deloitte Jazz Award 2010


Ruben Samama heeft gisteravond in het Bimhuis te Amsterdam de Deloitte Jazz Award 2010 gewonnen. Aan de jazzprijs is een geldbedrag verbonden van € 20.000,-. Samama wordt tevens uitgenodigd om concerten te geven in het Concertgebouw te Amsterdam (30 juli) en op de Brussels Jazz Marathon 2011. De twee andere finalisten Lars Dietrich en Reinier Baas kregen beiden een stimulansprijs van € 2.500,-.

Samama gaf een exposure van alles wat met de contrabas mogelijk is, ook strijkend en met een buitengewoon muzikaal gebruik van elektronica. Ook toonde hij in de blues een ongelofelijk ritmegevoel. De jury werd verder getroffen door zijn originaliteit en zin voor avontuur, en door de manier waarop hij zijn medemusici wist te inspireren.

De drie kandidaten traden tijdens de finale in een vol Bimhuis op met het Stefan Lievestro Trio. Ze speelden als verplicht werk 'A Night In Tunisia' van Dizzy Gillespie. De presentatie van de avond was in handen van Wilfried de Jong.

Ruben Samama (25) groeide op met muziek; zijn moeder is fluitiste, vader componist en bekend musicoloog. Op zijn dertiende werd hij al toegelaten op de 'jong talent'-afdeling van het Haagse Conservatorium, waar hij bas en klassieke compositie studeerde bij Hein van de Geyn en Roderick de Man. Hij studeerde daar in 2007 af en vervolgde zijn studie aan de Manhattan School of Music, waar hij zijn Masters haalde. Hij woont en werkt momenteel in New York.

Sanama heeft veel muziek voor film en theater geschreven. Hij deelde het podium met onder anderen Dave Liebman, Randy Brecker en Bob Mintzer. Hij leidt zijn eigen band, waarmee hij in 2007 zijn debuut-cd 'Hotaru' opnam en werkt internationaal met de Colombiaanse zangeres Lucia Pulido, de Europese formatie Subtone en de Belgische pianist Jef Neve. Ruben stond in 2009 in de halve finale van de Thelonious Monk Competition in Washington.

De Deloitte Jazz Award is de grootste Nederlandse aanmoedigingsprijs voor jazzmusici. De Award is bedoeld voor getalenteerde musici die in Nederland gevestigd zijn, hier al een zekere bekendheid hebben verworven en aan het begin van een internationale carrière staan.

De jury bestond uit Benjamin Herman (musicus), Amanda Kuyper (jazzjournalist), Jan Menu (musicus, producer), Jacobien Tamsma (impresario) en Bert Vuijsje (journalist, jazzrecensent).

De Deloitte Jazz Award werd dit jaar voor de negende maal uitgereikt. Eerdere winnaars waren violist Oene van Geel (2002), klarinettist/baritonsaxofonist David Kweksilber (2003), saxofonist Joris Roelofs (2004), bassist Stefan Lievestro (2005), violist Jeffrey Bruinsma (2006), altsaxofonist Ben van Gelder (2007), pianist Michel Vanoucek (2008) en pianiste Kaja Draksler (2009).

(Maarten van de Ven, 15.4.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Jazz Masters Maastricht - Part 2: Exclusief en contrastrijk

Jean-Luc Ponty Duo, Richard Bona Sextet, zaterdag 20 maart 2010, Theater aan het Vrijthof, Maastricht

"Mit viel Respekt füreinander forderten sich die beiden Herren (Wolfgang Dauner und Jean-Luc Ponty) gegenseitig in Sachen Virtuosität und Experimentierfreude heraus. Von Fusion keine Spur. Unabhängig und eigensinnig hoben sie sich erfrischend von dem gegenwärtigen Wohlklangtrend ab." Op de tweede dag van Jazz Masters Maastricht bezocht Sabine Fleig de concerten van violist Jean-Luc Ponty, die in duo aantrad met pianist Wolfgang Dauner en het sextet van bassist/zanger Richard Bona.

Klik hier om haar festivalverslag te lezen.

Klik hier voor een fotoverslag van Jazz Masters Maastricht door Roger van de Poel.

(Maarten van de Ven, 14.4.10) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Susanna von Canon wint Jazz Industry Achievement Award 2010


Op vrijdag 7 mei wordt tijdens de Jazzdag de Jazz Industry Achievement Award 2010 uitgereikt aan Susanna von Canon. Zij ontvangt de prijs voor haar werk voor groepen en musici als de Instant Composers Pool en Eric Vloeimans en haar bijdrage aan jazzevenementen als de Dutch Jazz Meeting en Klap op de Vuurpijl.

De Jazz Industry Achievement Award is in het leven geroepen om personen te onderscheiden die zich gedurende langere tijd hebben ingezet voor de ontwikkeling van de Nederlandse jazz en bestaat uit een geldbedrag van 1500 euro en het 'Blue Note-juweel', gemaakt door juweelkunstenaar Gert Hovius. Eerdere winnaars van de prijs zijn Bob Hagen (Jazz Impuls) en Huub van Riel (Bimhuis).

De benoemingscommissie bestond dit jaar uit Cees Schrama (voorzitter), Michelle Kuypers (North Sea Jazz), Co de Kloet (NPS Radio 6), Klaas Koopman (journalist Gooi- en Eemlander) en Ikaros van Duppen (Buma Cultuur).

Tijdens de vierde editie van de Jazzdag vindt voor de eerste maal een Matchmaking-programma plaats, waarbij een delegatie van buitenlandse professionals wordt samengebracht met Nederlandse jazzprofessionals. Doel is om nieuwe contacten tussen verschillende buitenlandse decision makers en Nederlandse professionals te leggen en uitwisseling te bevorderen.

De Jazzdag is een initiatief van Buma Cultuur en wordt georganiseerd in samenwerking met Stichting JazzNL. Partners zijn: Nederlandse Toonkunstenaarsbond, SENA, NORMA Fonds, Muziek Centrum Nederland, NPS, Radio 6, Gemeente Amersfoort, Provincie Utrecht en Vrede van Utrecht. De Jazzdag is gratis toegankelijk.

Klik
hier voor meer informatie.

(Maarten van de Ven, 14.4.10) - [print] - [naar boven]





Cd
Joe McPhee & Paal Nilssen-Love - 'Tomorrow Came Today' (Smalltown Superjazzz, 2008)

Opname: 2007

Saxofoon-en-drum duetten zijn vaak een vrij vermoeiende aangelegenheid. Of de muziek staat zo bol van de spanning dat er nergens ruimte voor rust is, óf er gebeurt niet genoeg en de muziek sterft een langzame dood. Bovendien hangt er een forse schaduw over dit genre, namelijk die van hét canonieke sax-en-drum album, Coltrane's 'Interstellar Space'.

Formeel is het ook al niet gemakkelijk; zonder harmonische begeleiding is het raamwerk voor de solist vrij kaal en dus kan deze zich niet verbergen. Daarnaast kost het zonder bas, piano of gitaar meer moeite om de ritmes van het drumstel aan de melodielijnen van de sax te verbinden. Het mag dan ook geen wonder heten dat alleen de hele groten zich aan dit soort avonturen wagen.

Drummer Paal Nilssen-Love is zo'n gigant. Hij maakt deel uit van duo's met Peter Brötzmann, Ken Vandermark en Joe McPhee. Met deze laatste nam hij in 2007 het verbijsterende album 'Tomorrow Came Today' op, dat in 2008 uit kwam. Als er ooit een bewijs was voor de waarde van deze bezetting in de huidige tijd, dan is het dit album. Niets klinkt gedateerd of overdreven avant-gardistisch en de twee muzikanten zijn duidelijk bereid er alles aan te doen om het beste in elkaar boven te halen.

Dat is met name te danken aan Nilssen-Love's briljante drumwerk. Hij kan van een rasechte trommelaar in de traditie van Han Bennink overgaan in een polyritmisch monster als Rashied Ali of Andrew Cyrille. Bovendien kiest hij niet voor de gemakkelijke weg. Wanneer McPhee aanzet met forse uithalen of multiphonics, kruipt Nilssen-Love soms bijna in zijn trommels om er subtiliteiten uit te halen die de spanning doen oplopen zonder te overrompelen. Op het titelnummer en het al even verbazende 'Sun And Steel' gebruikt Nilssen-Love bovendien onwaarschijnlijke slaginstrumenten, zoals een extra lage basdrum en Chinese percussievoorwerpen.

McPhee, een veteraan met een te weinig erkende staat van dienst, heeft een licht wrange toon met weinig vibrato in de bovenste registers en een forse donder in de laagte. Dat hij van oorsprong trompettist is, valt af te leiden uit de manier waarop hij zijn solo's opbouwt. Soms klinkt hij bijna als Don Cherry op een tenorsax. In 'Ibsen’s Ghost' speelt hij zaktrompet (het instrument van Cherry) en daar is de overeenkomst overduidelijk. De melodielijnen zijn kriebelig en intuïtief. Onwillekeurig doet dit nummer aan Cherry's 'Mu' denken, dat andere canonieke duetalbum.

Ook is er een duidelijke link met Albert Ayler. De meer declamatoire nummers, zoals 'Crossing Messages', dat bijna minimalistisch te noemen valt, hebben thema's die Ayler zou kunnen hebben bedacht. McPhee gaat in de improvisaties spaarzamer en bedachtzamer te werk. Dat siert hem, want een statige opbouw en de zoektocht naar een onverwachte climax maakt deze muziek zo spannend.

Op de uiterst sympathieke website van Paal Nilssen-Love kun je meer te weten komen over zijn drumarsenaal. Dit is een kijkje in de keuken bij een van de leukste hedendaagse drummers.

Meer weten?
Op de uiterst sympathieke
website van Paal Nilssen-Love kun je meer te weten komen over zijn drumarsenaal. Een kijkje in de keuken bij een van de leukste hedendaagse drummers.

(Sybren Renema, 13.4.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Rolling Movement = Go On

'Serendipities' door Bik Bent Braam, donderdag 1 april 2010, Paard van Troje, Den Haag

En: Nose = Do Something Like the Indicated Musician. Dat zijn een paar van de fysieke cues waarmee de muzikanten van Bik Bent Braam elkaar aansturen. Dit keer onder de paraplu van 'Serendipities' gaat Bik Bent Braam ieder concert het avontuur aan. Een goed gekozen naam, want improvisatie is hun bekende handelsmerk en iedere muzikant binnen de band moet de gave hebben om 'gelukkige ontdekkingen' te doen. En als dat lukt, gaat de figuurlijke schatkist open en laat je je meevoeren op de flow van het orkest.

Voorafgaand aan het concert werd een heel aardige korte film van Jellie Dekker vertoond, waarin de muzikanten elkaar karakteriseren en waarin pianist Michiel Braam over de werkwijze van het orkest vertelt. Braam ziet zichzelf tijdens de concerten niet als orkestleider, maar als orkestlid. Het is ook een democratisch orkest. De verantwoordelijkheid voor het resultaat ligt bij de muzikanten zelf, en vergt van iedereen een totale betrokkenheid in het moment. Vanuit de keuze voor improvisatie is er als vanzelfsprekend een soort strijd; je moet dwarsliggen en elkaar uit de muzikale kast lokken. Het is ook een doel op zich om steeds verder af te drijven van het spaarzame dat gecomponeerd is - wat basismateriaal en cues van blad - en vooral om zichzelf nooit te herhalen. Vanuit de gedachte van 'in het moment zijn', is ieder moment volstrekt uniek en herhaling heeft daarom geen meerwaarde.

Dit concert was er één van voortdurende flow. Niet op de tenen bedachtzaam, niet aarzelend zoekend of aansluitend, maar vooral elkaar snel vindend met een overall fiks tempo. Er zat een flinke vaart in, met snelle overgangen tussen diverse stijlen. Dat verhinderde overigens niet het ontstaan van rustige momenten, waarin bijvoorbeeld Wilbert de Joode op contrabas prachtig uitkwam met melodieuze lijnen. Of die gevoelige passage waar de tubas zich eenzaam kretend doorheen manifesteerden. Altsoxofonist Bart van der Putten viel op met een expressieve solo. Trombonist Wolter Wierbos en drummer Michael Vatcher als altijd zeer creatief inspelend op iedere opening. En dan weer op naar de volgende bewuste ontregeling.

Soms moet je in het leven niet teveel willen regelen, maar het avontuur aangaan en gewoon gelukkig ontdekken.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Koen Scherer.

Meer zien?
Klik hier voor een fotoverslag door Cees van de Ven van het concert dat Bik Bent Braam gaf bij Jazzpower, in Wilhelmina, Eindhoven op maandag 12 april 2010.

(Margretha van den Bergh, 12.4.10) - [print] - [naar boven]





In memoriam / The Jazztube
Herb Ellis overleden


Herb Ellis, 88, a jazz guitar virtuoso who swung hard behind such jazz luminaries as Ella Fitzgerald, Louis Armstrong and Stan Getz and was a member of the celebrated Oscar Peterson Trio in the 1950s, died March 28 at his home in Los Angeles. He had Alzheimer's disease. His last performance was in 2000.

In a career that spanned six decades, the Texas-born Ellis was regarded as one of the finest jazz guitar soloists. Innovative guitarist Les Paul paid him the compliment: "If you're not swinging, he's gonna make you swing."

After an early stint with the Jimmy Dorsey big band, Ellis formed the Soft Winds trio in 1947 with two Dorsey colleagues, pianist Lou Carter and bassist Johnny Frigo. The trio was not a major commercial success during its five-year existence, but the group recorded many songs and developed a fine reputation in later years among aficionados. The members co-wrote 'Detour Ahead' and 'I Told Ya I Love Ya, Now Get Out', both of which have been widely performed by other artists.

Peterson, who often sat in with the Soft Winds, recruited Ellis as a replacement for guitarist Barney Kessel in 1953. Ellis was an ideal accompanist for Peterson, supplementing the often flamboyant playing of the pianist with precise, uncluttered chord work and economical but swinging solos. They were joined by bassist Ray Brown.

The Peterson trio also served as the house band for Norman Granz's Verve record label and on Granz's Jazz at the Philharmonic concerts, accompanying Fitzgerald and such instrumentalists as Dizzy Gillespie, Ben Webster and Roy Eldridge. Ellis also recorded on the side and made some astonishingly good records, among them 'Nothing But The Blues' (1957), featuring Brown, saxophonist Stan Getz and trumpeter Eldridge.

Ellis wearied of the constant road work with Peterson and left the group in 1958. After a couple of tours with singers Fitzgerald and Julie London, Ellis settled into a career as a studio musician, including stints in the television bands for the Steve Allen, Merv Griffin and Regis Philbin shows. He also recorded as a leader for Verve and Columbia in this period as a leader.

By the 1970s, Ellis had become a touring musician again, following a series of recordings for the Concord label. These included pairings with guitarists Joe Pass and Laurindo Almeida and a trio with bassist Brown and Jamaican pianist Monty Alexander.

The Great Guitars, with Ellis, Kessel, Charlie Byrd, bassist Joe Byrd and drummer Chuck Redd - the not-so-humble name came from an Australian promoter - became mainstays of the jazz circuit and performed several times at Charlie Byrd's club Charlie's of Georgetown in the District and the King of France Tavern in Annapolis.

Bron: The Washington Post

Meer zien? Bekijk de Jazztube!
In de bovenstaande Jazztube zien we The Great Guitars in actie. De drie gitaristen (van links naar rechts) Charlie Byrd, Tal Farlow en Herb Ellis spelen hier 'Air Mail Special'. Klik op de afbeelding om de Jazztube te starten.

Labels:

(Maarten van de Ven, 12.4.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Fantasierijk klankenavontuur

Jeroen van Vliet & Sikeda, vrijdag 2 april 2010, Paradox, Tilburg

Sikeda, het nieuwe geesteskind van Jeroen van Vliet (piano, synths), ontstond na een compositieopdracht van North Sea Jazz in 2008. Van Vliet voegde Afra Mussawisade (percussie), Erwin Vann (sax) en Jörg Brinkmann (cello) toe aan zijn reeds bestaande trio (Frans van der Hoeven, bas en Pascal Vermeer, drums) et voilà, Nederland is een vernieuwende en verfrissende formatie rijker! Met dit sextet nam hij ook de cd 'Thin Air' op, die vanavond gepresenteerd werd aan het verwachtingsvolle en in groten getale opgekomen publiek.

Van Vliet verdient in ieder geval een dik compliment voor de pareltjes van composities, die allen van zijn hand zijn. Ze blinken niet alleen uit in verbeeldingskracht, maar ook in zeggingskracht. De groep bedient zich met veel elektronica, die echter nergens overdadig is, maar juist zeer doelgericht wordt ingezet. Zoals in 'Thin Air', waarin je jezelf als ruimtereiziger waant dankzij de spacy inzet ervan, en 'Breeze', waarin de elektronische samples en het sprankelende spel van Van Vliet als een zomerwind voorbij waait.

Er ontstonden klankenmelanges met een bijna metafysische inslag. Hoewel de piano een prominente rol speelde in het geheel, bleef Van Vliet zelf soms bewust wat op de achtergrond, waarmee hij ruimte creëerde waar met name Vann en Brinkmann een dankbare invulling aan gaven. Vooral de celloklanken van Brinkmann, soms elektronisch vervormd, gaven de kleurrijke composities een exclusief tintje. Vann soleerde veel en speelde met name een beeldschone melodielijn annex impro in het ritmische 'Bring Me Home'. Maar door zijn enigszins ingetogen, bijna verlegen houding leek zijn performance soms niet helemaal uit de verf te komen. De samenklanken met Brinkmann matchten echter voortreffelijk en waren een wederkerend item.

Arabische invloeden zoals in 'Al-Kirbah' zorgden voor een mysterieuze sfeer en opzwepende ritmes. Terwijl het op Bach geïnspireerde 'Sun Dial' klassiek begon op de vleugel en eindigde met een vrolijk, heupwiegend reggaeritme! Heerlijk was het om te zien wat Mussawisade met zijn dynamische handenwerk teweeg bracht bij Vermeer. De interactie lokte hem uit de tent, wat zijn toch al inventieve drumwerk alleen maar versterkte. Het zigeunerachtige 'Meander' deed zijn naam eer aan door een enorme tempoversnelling, mede dankzij de immer strakke, maar stuwende baslijn van Van der Hoeven, en extra swing van Mussawisade, waarop Van Vliet een prachtige solo neerzette.

Sikeda ontpopt zich als een fantasierijk klankenavontuur met als constante factor het immer inspirerende pianospel van Jeroen van Vliet. Nieuwsgierig geworden? In de tour staan Amsterdam, Enschede en Leiden nog op het programma. Een aanrader!

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Monique van der Lint.

(Donata van de Ven, 9.4.10) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Gent Jazz Festival 2010: eigenwijs en afwisselend


Een mix van jong talent en internationaal gevestigde waarden. Het Gent Jazz Festival wordt net als vorige jaren in twee lange weekends opgesplitst. Het eerste weekend (8 t/m 11 juli) bevat 'pure' jazz (mainstream en avant-garde), het tweede (15 t/m 18 juli) 'jazz fusion', een samengaan van jazz met diverse muziekstromingen.

De namen die nu bekend zijn, bieden voldoende garantie om te kunnen spreken van een eigenwijze, afwisselende programmering. Ornette Coleman, Pat Metheny Group, Nora Jones, Kurt Elling, Toots Thielemans, Chick Corea Freedom Band, Stanley Clarke, Greg Houben Trio, Jungle Boldie, Pierre Vaiana & Salvatore Bonafede, Christian Mendoza en het Vijay Iyer Trio.

Op woensdag is er een Special Night met optredens van De Beren Gieren, de formatie die vorig jaar de wedstrijd Jong Jazztalent won, een Tribute 100 years Django Reinhardt en als afsluiting een concert met zangeres Norah Jones.

In het tweede weekend treden onder meer op: Gilberto Gil, Kruder & Dorfmeister en Daniel Lanois' Black Dub featuring Trixie Whitley & Brian Blade.

Negen concerten moeten nog worden ingevuld.

Voor verdere inlichtingen verwijzen wij naar de website van Gent Jazz.

(Cees van de Ven, 9.4.10) - [print] - [naar boven]





Cd
Art Blakey & The Jazz Messengers – 'Blakey’s Theme' (West Wind, 1989)

Opname: 1980

Hij was de talk of The Hague op het North Sea Jazz Festival van 1980. Als lid van Art Blakey's Jazz Messengers maakte trompettist Wynton Marsalis een verpletterende indruk met zijn krachtige, zelfbewuste spel en zijn ijzeren chops – en dat voor een twintigjarige. Er bestaat één opname van, maar die klinkt afstandelijk en geeft zeker geen goede indruk van wat zich die gedenkwaardige avond van de dertiende juli in de Jan Steenzaal (als mijn geheugen me niet bedriegt) allemaal afspeelde.

Op deze liveopnamen van drie maanden later komt het complete spectrum van het wonderkind goed tot zijn recht. Je hoort hier waarom Wynton Marsalis destijds als de Grote Zwarte Hoop van de jazzmuziek werd binnengehaald. Hij kneedt zijn sound dusdanig dat zelfs het uitgekauwde 'My Funny Valentine' zijn oorspronkelijke charme, expressie en glans weer helemaal terugkrijgt. Dat hij een voortreffelijke balladblazer is horen we ook in 'Angel Eyes', het pièce de résistance van deze schijf. In het titelnummer van de cd verwijst Marsalis naar zowel Harry James als Clifford Brown, de grote expressionisten van de jazztrompet. Van achter zijn drums geeft leider Blakey hem van tijd tot tijd goedgedoseerde zetjes. Zijn hardhorendheid was destijds kennelijk nog niet zover gevorderd dat die hem serieus parten speelde.

De andere solist die de aandacht vraagt is bassist Charles Fambrough, een feilloze walker die knap geconstrueerde solo's trekt, met een vol, vocaal geluid. De band klinkt gedisciplineerd, maar gelukkig niet al te netjes. Doch primair is deze plaat van belang omdat ze de eerste stralen van jazzster Wynton Marsalis reflecteert.

Deze recensie verscheen eerder in Jazz.

(Eddy Determeyer, 9.4.10) - [print] - [naar boven]



In memoriam
Mike Zwerin overleden


De Amerikaanse jazzcriticus en -trombonespeler Mike Zwerin, die in 1948 meespeelde op het legendarische Miles Davis-album 'Birth Of The Cool', is op vrijdag 2 april na een slepende ziekte in het ziekenhuis Saint-Antoine in Parijs overleden.

Mike Zwerin, 21 jaar lang de jazzcriticus in de Franse hoofdstad voor de krant International Herald Tribune, werd 79. De New Yorker schreef ook muziekkritiek voor het weekblad The Village Voice en het vakmagazine Rolling Stone.

Zwerin schreef ook diverse boeken over jazz, waaronder 'Close enough for jazz' (1983), 'Swing under the Nazis' (2000), een geschiedenis van de jazz in Europa onder de Duitse bezetting, en 'The Parisian Jazz Chronicles' (2005).

'Birth Of The Cool' wordt beschouwd als het hoogtepunt van de cool jazz, ook wel eens West Coast jazz genoemd.

Bron: De Morgen

(Maarten van de Ven, 9.4.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Jazz Masters Maastricht - Part 1: Meesterlijk!

Nils Petter Molvaer Trio, Kurt Rosenwinkel Standards Trio, vrijdag 19 maart 2010, Theater aan het Vrijthof, Maastricht

"Alles, maar dan ook alles klopt hier: een topprogrammering, de entree, de opvang, de uitleg door vriendelijke hospessen, de informatie via het interne circuit, de onopvallend aanwezige security, de lekkere plaatsen, de ruimte tussen de acts, de pr, de verbinding met de stad Maastricht (die in allerlei uitingen terugkomt) en natuurlijk de muziek zelf." Aldus onze correspondent Jo Dautzenberg, die op vrijdag getuige was van de concerten van gitarist Kurt Rosenwinkel en trompettist Nils Petter Molvaer. "Twee giants van de hedendaagse jazz. De een blikt ver vooruit, de ander houdt de meesters levend."

Klik hier om zijn festivalverslag te lezen.

Klik hier voor een fotoverslag van Jazz Masters Maastricht door Roger van de Poel.

(Maarten van de Ven, 7.4.10) - [print] - [naar boven]





Cd
Ed Baatsen – 'Up Close And Personal' (eigen beheer, 2010)

Opname: 2009

'Up Close And Personal' is een uitstekende titel van de solo-cd van pianist Ed Baatsen. Het zijn precies de juiste bewoordingen om deze cd te omschrijven. Zijn spel is wat ingetogen, met een zachtmoedige, fraaie lyriek. Baatsen heeft een fijnzinnig toucher. Zijn composities zijn rijk aan klankkleuren. Ze zijn ook zorgvuldig op de cd gerangschikt.

Baatsen maakt gebruik van fraaie harmonieën en akkoordliggingen. Geen stortvloed van noten; het avontuur wordt juist gezocht in het kleine en het fijnzinnige. De composities zijn transparant, zodat de luisteraar zich kan laten meenemen in allerlei muzikale landschappen, waarbij er voldoende ruimte blijft om ook eigen fantasieën zijn beloop te laten gaan. Opvallend is dat Baatsen zijn composities sterk en verrassend laat eindigen. Als luisteraar word je daardoor weer even in het hier en nu teruggebracht.

Persoonlijk vind ik 'The Impressionist' het hoogtepunt van de cd; een nummer met veel variatie en een improvisatie waarin Baatsen wat uitbundiger is dan in de andere tracks. Iets wat deze bescheiden pianist gerust wat vaker zou mogen doen, maar aan de andere kant siert deze bescheidenheid hem juist; het karakteriseert deze cd op een bijzondere manier.

Klik
hier om de cd te bestellen.

Labels:

(Koen Scherer, 5.4.10) - [print] - [naar boven]





Concert / The Jazztube
Jazz & Sounds - Part 2: Het retrogevoel

Rops Snare, Joëlle Léandre, Flat Earth Society feat. John Watts, Elliott Sharp's Carbon, vrijdag 26 maart 2010, Vooruit, Gent

Toegegeven, met Colin Stetson als nieuwe boy wonder werd de lat nogal hoog gelegd, donderdag. Maar de vrijdagavond begon heel goed. We konden nog net het einde van Rops Snare meemaken; wat we ervan zagen leek ons heel delicaat en gebald en betrokken. Josse De Pauw zat met zijn vinger in de lucht gespannen te wachten tot Eric Thielemans voor de laatste keer de drums liet rollen. En we waren vooral getuige van het intieme onderonsje tussen Joëlle Léandre en haar contrabas, die het protest opnieuw in de jazz stak, met een tirade waarin wij de naam Sarkozy hoorden vallen (zie bovenstaande Jazztube). Het was vooral – en een beetje tegen de verwachting in – heel naturel en dus allesbehalve arty farty of pretentieus. We waren al bijna geheel overtuigd na de recente live-cd, en we zijn na dit concert helemaal fan geworden, geloof ik.

Voor Flat Earth Society en Fischer-Z ('The Worker', 'So Long') frontman John Watts, waren de verwachtingen hoog gespannen. Iets te hoog, want ze werden niet helemaal ingelost. De set kwam langzaam op gang, al beterde het wel naarmate de muziek vorderde. De capriolen van Watts kwamen een beetje gekunsteld over, maar voegden op zijn minst wat animositeit toe aan de grotendeels statische set. De muziek kwam voornamelijk over als betrof het een musical, en wanneer je eenmaal meeging in die premisse was ze best genietbaar. Bovendien leent de sound van (begin) jaren tachtig zich heel goed tot een dergelijke hertaling. Wervelend of confronterend was het evenwel niet te noemen, en in een festival dat Jazz & Sounds heet en waarvan de naam en de inhoud enige vooruitstrevendheid laten vermoeden, lost zulks de verwachtingen niet meteen in.

Waar we donderdag nog een energieke set kregen van Hairy Bones, bleef gisterenavond eigenlijk vooral lawaai over. Elliott Sharp creëerde met zijn Carbon een ontspannen maar kleurloos geluidsbehang. Een heel erg retro sound, goed om even te chillen alvorens in de nacht af te dalen, maar meer dan dat was het ook echt niet.

Klik
hier voor een fotoverslag van deze festivalavond.

In de bovenstaande Jazztube horen en zien we een gedeelte van het optreden van Joëlle Léandre tijdens het Jazz & Sounds Festival. Klik op de afbeelding om de clip te starten.

Labels:

(Bruno Bollaert, 4.4.10) - [print] - [naar boven]





In memoriam
Peter Herbolzheimer overleden


Zaterdag 27 maart stierf op 74-jarige leeftijd de Duitse orkestleider, arrangeur en voormalig trombonist Peter Herbolzheimer. Hij werd geroemd om zijn inspanningen om de jazz in Duitsland te promoten.

Herbolzheimer kwam ter wereld op de laatste dag van 1935 in Boekarest. Op 16-jarige leeftijd kwam hij naar Duitsland, waar hij trombone studeerde in Neurenberg. Na zijn studie speelde hij in diverse jazzensembles, waaronder het orkest van Bert Kaempfert. In 1969 stichtte hij zijn eigen bigband Rhythm Combination & Brass, met vele bekende jazzmuzikanten, zoals Art Farmer en Niels-Henning Ørsted Pedersen in de vaste bezetting, maar ook met Metropole Orkest-coryfeeën als Bart van Lier, Jan Oosthof en Peter Tiehuis en cracks als Ack van Rooyen en Ferdinand Povel.

In 1972 schreef hij samen met Dieter Reith und Jerry van Rooyen muziek voor de Olympische Spelen van München. Daarna was hij meer dan vijftien jaar verantwoordelijk voor de blazersarrangementen voor het Panikorchester van Udo Lindenberg, waarin hij zelf trombone speelde. Vanaf 1987 leidde hij met groot enthousiasme het Duitse nationale jazzjeugdorkest BuJazzO (Bundesjazzorchester), een opleidingsorkest voor talentvolle musici.

In de vroege jaren zeventig werd Herbolzheimer een veelgevraagd arrangeur voor The Skymasters en het Metropole Orkest, voor programma's als AVRO's Swingtime, speciale gelegenheden (60 jaar AVRO in 1983, jubileumconcert Greetje Kauffeld 2007) en festivals (Holland Festival 1972, Nordring rendez-vous 1973/74). Beroemde solisten als Art Farmer, Greetje Kauffeld, Hubert Laws en Toots Thielemans vertolkten dan zijn arrangementen.

Als één van de hoogtepunten uit zijn carrière vermeldde Herbolzheimer de samenwerking met Herbie Hancock en het Metropole tijdens het North Sea Jazz Festival van 1994.

Bronnen: Muziekbibliotheek van de Omroep, Radio 6

(Maarten van de Ven, 4.4.10) - [print] - [naar boven]





Concert
Dromen zijn géén bedrog!

Oleg Fateev Trio, zaterdag 27 maart 2010, Paradox, Tilburg

Dat geldt in ieder geval voor Oleg Fateev (bayan). In 2008 bracht hij zijn eerste eigen cd 'Dreams' op de markt; een lang gekoesterde droom werd bewaarheid! Met deze cd zet Fateev de eerste schreden op het pad naar zijn muzikale onafhankelijkheid en slaat hij een brug tussen traditionele Moldavische muziek en jazz. In een interview zegt hij hierover: "Zoals ik ben, zo klinkt mijn jazzmuziek, de bezieling is belangrijk." Aan die bezieling ontbrak het niet tijdens dit concert.

Met zijn trio bestaande uit de Bulgaarse Konstantin Iliev (klarinet) en Dion Nijland (bas) speelde hij twee sets, waarvan de eerste voornamelijk bestond uit traditionele muziek. Een uitzondering hierop was 'Tuesday Morning', een compositie van Fateev waarin zijn hang naar jazz voorzichtig naar voren komt. Opvallend in deze set was de uitbreiding van het zangrepertoire. Fateevs stelling dat hij geen zanger is maar het gewoon leuk vind om liedjes te zingen, moet misschien worden herzien. Zijn stem is warm, vast en diep en heeft een prachtig vibrato, dat eerder nog niet goed hoorbaar was. Ook de meerstemmige zangstukken werden mooi uitgevoerd en het publiek leek hierdoor prettig verrast.

Er was echter weinig ruimte voor improvisaties, iets wat in de tweede set ruimschoots werd gecompenseerd. Hierin bracht het drietal een aantal nieuwe, interessante composities, die een duidelijke rijping lieten zien in de muzikale ontwikkeling ten opzichte van vorige optredens. Fateevs onvolprezen passie klonk zoals we dat van hem gewend zijn door in zijn muziek, en zijn ogen en mimiek vertelden de verhalen erachter. Maar er was meer. Zijn improvisaties in de nieuwe stukken bevatten kunstige akkoorden en melodielijnen, waarbij hij geen stukje van zijn instrument onbenut liet. Zoals in 'The Road', een prachtig jazzstuk, waarin de bayan op een logische manier de hoofdrol speelde en waarin de klarinetklanken van Iliev mooi verweven waren. En 'Polegnala a Toedora', Fateevs interpretatie van een Bulgaarse dans. Wellicht zou hier en daar enige vorm van percussie een waardevolle toevoeging kunnen zijn.

Maar ook Iliev nam een vrijere houding aan op het podium en pakte meer solomomenten, waarin hij zeer goede improvisaties neerzette. Nijland gaf de twee solisten met zijn baslijnen veel ruimte en een steady basis, maar liet zich ook af en toe zien in solo's waarin zijn kwaliteiten aangenaam zichtbaar werden. Dat was met name het geval in 'Gagauzka'. Ook in 'Sufi', ongetwijfeld het hoogtepunt van de avond qua compositie en uitvoering, speelde Nijland een magnifieke baspartij met aanzwellende dieptetonen en lieten Fateev en Iliev hun improvisatietalenten zien. Enfin, genoeg reden lijkt me om uit te zien naar een tweede cd!

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert.

(Donata van de Ven, 2.4.10) - [print] - [naar boven]





Cd
Jeroen van Vliet & Sikeda - 'Thin Air' (Challenge Records, 2010)

Opname: juni 2009

Pianist Jeroen van Vliet had de eer om in 2008 voor het North Sea Jazz Festival een Jazz Competition Assigment te ontvangen. Een speciale prijs voor een toonaangevende musicus om speciaal voor het festival nieuwe composities te schrijven en uit te voeren door een zelf samen te stellen muziekgezelschap. Van Vliet formeerde de groep Sikeda, bestaande uit zijn al langer bestaande trio met Frans van der Hoeven op bas en Pascal Vermeer op drums, aangevuld met cellist Jörg Brinkmann, tenorsaxofonist Erwin Vann en percussionist Afra Mussawisade.

Met deze verfrissende instrumentatie had Van Vliet de beschikking over een breed scala aan klankmogelijkheden en schreef hij pakkende composities, met een zodanige transparantie waarbij elke muzikant evenwichtig de ruimte kreeg die hem op het lijf geschreven was. Na een succesvolle uitvoering tijdens het festival heeft Van Vliet zijn meesterwerk, want zo is de muziek die hij schreef en uitvoerde zeker te betitelen, vastgelegd op de cd 'Thin Air'. Het is met recht een juweel van een cd te noemen. De formule die Van Vliet hanteerde, pakt ook op de cd buitengewoon geslaagd uit.

De lyriek die van Vliet als pianist zo eigen is heeft hij knap verweven in zijn composities. Krachtige maar altijd verfijnde ritmes, waarbij drummer Vermeer en percussionist Mussawisade elkaar geen moment in de weg zitten, worden afgewisseld met verstilde melodielijnen, waarbij de klanken van saxofonist Vann en cellist Brinkmann op sommige momenten haast lijken samen te smelten. Beiden soleren ook sterk naast leider Van Vliet zelf, die - zonder dominant te zijn - duidelijk de spil in het geheel blijft met indrukwekkend pianospel. Het is filmische muziek. Als luisteraar word je meegezogen in de verrassende klanken. Van gepassioneerde Arabische klankkleuren en opgewekte blijmoedige grooves tot transcendente ingetogen sounds.

'Thin Air' is een cd die geen moment verveelt. Er is voldoende ruimte om met je eigen fantasie een invulling te geven. Het is als een soort sound-cinema; muziek die je pakt, meeneemt en die je na een muzikale reis weer geïnspireerd en verfrist de wereld laat inkijken!

Meer horen?
Op de
MySpace-pagina van Jeroen van Vliet kun je van deze cd het nummer 'Mudra' beluisteren.
Jeroen van Vliet & Sikeda is ook nog live te zien in: Prospero, Den Haag (7/4), De Doelen, Rotterdam (9/4), Bimhuis, Amsterdam (10/4), De Tor, Enschede (16/4) en De Bircht/Tuinzaal, Leiden (24/4).

Labels:

(Koen Scherer, 1.4.10) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.